Kennispla)orm jeugdtrauma voor (jong)volwassenen
Toegankelijk maken van betrouwbare en bruikbare informa4e over jeugdtrauma
April 2025
Auteurs: Chris,aan Vinkers, Anouk Gathier, Cisca Goedhart en Ma7hijs van Kampen
Inleiding
Jeugdtrauma, waaronder emo6onele, fysieke of seksuele mishandeling en verwaarlozing vóór het ach@ende levensjaar, vormt een erns6g risico voor de ontwikkeling van psychische én lichamelijke aandoeningen. De impact is niet alleen groot voor de individuele gezondheid, maar ook voor de samenleving als geheel. De wetenschappelijke kennis over de gevolgen van jeugdtrauma groeit snel, maar bereikt het brede publiek onvoldoende. Informa6e is vaak versnipperd, moeilijk vindbaar en zelden wetenschappelijk onderbouwd.
Om hier verandering in te brengen, is in aanslui6ng op het VIDI-onderzoeksproject “Stress system dynamics and childhood trauma-related depression” van Chris6aan Vinkers (Amsterdam UMC) in samenwerking met MIND een Impact Explorer beurs ontwikkeld en verkregen van NWO voor de duur van één jaar om een verkenning uit te voeren over de behoeVe aan en de visie op een kennisplaWorm voor (jong)volwassenen over jeugdtrauma. Deze verkenning is in nauwe samenwerking met MIND gehouden onder een brede groep stakeholders, om goed in beeld te krijgen wat er al is en waar nog behoeVe aan is, om te zien of er draagvlak is in het veld1
In dit rapport zijn de belangrijkste bevindingen opgenomen van deze verkenning en daarmee over draagvlak en visie op een plaWorm jeugdtrauma voor (jong)volwassenen. We starten met een terugkoppeling van de individuele gesprekken met stakeholders (hoofdstuk 1). Vervolgens worden de resultaten van een enquête, uitgezet bij het MINDpanel, gepresenteerd, waarin wordt ingegaan op de defini6e van jeugdtrauma, de huidige informa6evoorziening en de informa6ebehoeVe in rela6e tot het kennisplaWorm (hoofdstuk 2). In hoofdstuk 3 gaan we in op de stakeholderbijeenkomst op 12 maart 2025, waarin de defini6e van jeugdtrauma verder wordt uitgediept, evenals de vorm en inhoud van een kennisplaWorm en de par6jen die betrokken kunnen of moeten zijn.
Het rapport eindigt met hoofdstuk 4, waarin we een aanzet doen om het kennisplaWorm over jeugdtrauma daadwerkelijk te realiseren
1 Een lijst met stakeholders met wie is gesproken is opgenomen in bijlage 1
Hoofdstuk 1
Terugkoppeling van gesprekken met stakeholders
In de afgelopen maanden zijn gesprekken gevoerd met verschillende stakeholders (zie bijlage 1) om te verkennen of er behoeVe is aan een kennisplaWorm over jeugdtrauma en hoe dit het beste vormgegeven kan worden. Tijdens deze gesprekken kwamen meerdere belangrijke thema’s naar voren, waaronder de inhoud van het plaWorm, de doelgroep en terminologie, en de rela6e met bestaande ini6a6even.
Een terugkerend onderwerp in de gesprekken was de inhoud van het plaWorm. Veel stakeholders gaven aan dat het plaWorm niet alleen informa6eve content zou moeten bevaaen, maar ook prak6sche handvaaen en 6ps om beter om te kunnen gaan met de gevolgen van jeugdtrauma. Daarnaast werd benadrukt dat er niet alleen aandacht moet zijn voor de nega6eve gevolgen en risicofactoren van jeugdtrauma, maar ook voor beschermende factoren en mogelijkheden tot herstel. Een belangrijk discussiepunt was de vraag of het plaWorm uitsluitend evidence-based informa6e moet bevaaen, of dat er ook ruimte moet zijn voor theorieën en behandelmethoden die nog niet wetenschappelijk bewezen zijn. Er werd geopperd dat het plaWorm ook een AI-gestuurde chaWunc6e zou kunnen bevaaen als extra ondersteuning voor gebruikers.
Een ander belangrijk thema was de doelgroep en terminologie. Er werd erkend dat het moeilijk is om een plaWorm te ontwikkelen dat meerdere doelgroepen tegelijk bedient. Daarom werd geadviseerd om één primaire doelgroep te kiezen en de informa6e specifiek op hen af te stemmen. Bovendien werd er gediscussieerd over de juiste terminologie. Sommige stakeholders vonden de term “jeugdtrauma” te zwaar en mogelijk s6gma6serend, terwijl de term "ingrijpende jeugdervaringen" juist als te breed werd ervaren. De juiste woordkeuze is volgens de stakeholders essen6eel om de doelgroep op een inclusieve en toegankelijke manier te bereiken.
Daarnaast werd gesproken over de rela6e tussen een nieuw plaWorm en bestaande ini6a6even. Een belangrijke vraag was of er daadwerkelijk een geheel nieuw plaWorm nodig is, of dat het beter zou zijn om bestaande ini6a6even te versterken en met elkaar te verbinden. Een mogelijk alterna6ef dat werd besproken is het ontwikkelen van een overkoepelend plaWorm dat fungeert als een paraplu en doorverwijst naar bestaande ini6a6even en betrouwbare bronnen. Hierbij werd ook de vraag gesteld hoe de duurzaamheid en toekomstbestendigheid van een dergelijk plaWorm gewaarborgd kan worden, zodat het ook op de lange termijn relevant en bruikbaar blijV.
Uit de consulta6eronde blijkt brede steun voor een onaeankelijk plaWorm dat betrouwbare en toegankelijke informa6e biedt over jeugdtrauma, gericht op (jong)volwassenen De inzichten uit deze gesprekken vormen een waardevolle basis voor het ontwikkelen van een kennisplaWorm over jeugdtrauma.
Hoofdstuk 2
Resultaten van de MINDpanel-enquête
Om de informa6ebehoeVe van betrokkenen verder te verkennen, is een enquête afgenomen onder het MINDpanel. In totaal hebben 382 panelleden de vragenlijst ingevuld. De resultaten bieden inzicht in de defini6e van jeugdtrauma zoals deze door de respondenten wordt ervaren, de huidige informa6evoorziening en de behoeVe aan een kennisplaWorm.
a) Defini6e jeugdtrauma
In de enquête werd de volgende defini6e van jeugdtrauma voorgelegd aan de respondenten:
"Mensen met jeugdtrauma hebben ingrijpende gebeurtenissen in de jeugd meegemaakt die zij als trauma,sch kunnen ervaren. Hierbij kun je denken aan gebeurtenissen die er waren maar er niet hadden moeten zijn, zoals lichamelijk, emo,oneel en seksueel geweld. Ook kan het gaan om ervaringen die er niet waren en er juist wél hadden moeten zijn, zoals aandacht, liefde, veiligheid en warmte."
Zo’n 80% van de respondenten gaf aan dat zij deze defini6e als goed of heel goed ervoeren. Vooral het tweede deel van de defini6e, waarin wordt benadrukt dat niet alleen overweldigende nega6eve ervaringen maar ook het ontbreken van essen6ële behoeVen een trauma kunnen veroorzaken, werd gewaardeerd. Veel panelleden gaven aan dat dit aspect vaak onderbelicht blijV in defini6es van jeugdtrauma en dat het belangrijk is om deze bredere kijk op trauma te hanteren.

Toch waren er ook kri6sche kanaekeningen bij de defini6e. Sommige respondenten vonden dat de term "geweld" te sterk geformuleerd is en niet per se passend voor alle vormen van jeugdtrauma. Anderen hadden moeite met de formulering "die zij als trauma6sch kunnen ervaren," omdat dit de indruk zou kunnen wekken dat jeugdtrauma subjec6ef is en daarmee door anderen kan worden gebagatelliseerd. Ook werd geopperd dat een specifieke leeVijdscategorie in de defini6e zou kunnen helpen om te verduidelijken over welke levensfase het gaat.
Daarnaast werd gevraagd welke ingrijpende jeugdervaringen volgens de respondenten onder jeugdtrauma vallen. Veel genoemde ervaringen waren seksueel, lichamelijk en emo6oneel misbruik, verwaarlozing, huiselijk geweld, ouderlijke verslaving of psychische problema6ek, pesten en sociale uitslui6ng. Tegelijker6jd vonden sommige panelleden dat niet alle nega6eve jeugdervaringen per se onder de noemer jeugdtrauma zouden moeten vallen. Ervaringen zoals normale rouwprocessen, alledaagse tegenslagen of kortdurende moeilijke situa6es met voldoende steun werden door sommigen als minder trauma6sch beschouwd.
b) Huidige informa6evoorziening
Uit de enquête bleek dat 76% (289 van de 382 van de respondenten) al eerder informa6e over jeugdtrauma hebben gezocht. De meest gezochte onderwerpen waren de gevolgen van jeugdtrauma, mogelijke behandelingen en ervaringsverhalen van lotgenoten. Respondenten maakten daarbij vooral gebruik van zoekmachines zoals Google, websites van psychologen en medische instan6es, boeken, sociale media en fora.
Desondanks ervoeren veel respondenten obstakels bij het vinden van de juiste informa6e. Eén van de meest genoemde problemen was de versnippering van informa6e. Veel respondenten gaven aan dat het las6g is om een compleet en betrouwbaar beeld te krijgen, omdat informa6e verspreid is over verschillende bronnen en soms tegenstrijdige of onvolledige details bevat. Ook werd genoemd dat sommige beschikbare informa6e moeilijk te begrijpen is, bijvoorbeeld door het gebruik van vakjargon.

Daarnaast werd gevraagd of respondenten de gevonden informa6e nu@g vonden en of ze het idee hadden dat er nog informa6e ontbreekt. Hoewel 93% aangaf dat de gevonden informa6e nu@g was, gaf 52% aan dat ze toch nog informa6e over jeugdtrauma missen. Vooral concrete handvaaen, ervaringsverhalen en toegankelijke uitleg bleken voor veel mensen onvoldoende beschikbaar.
c) Informa6ebehoeVe in rela6e tot het kennisplaWorm De enquête bracht een duidelijke behoeVe aan een betrouwbaar kennisplaWorm naar voren. Veruit de meeste respondenten, namelijk 80% van de 382 panelleden (zie groene balk), gaf aan dat ze behoeVe hebben aan een centrale plek met goede, overzichtelijke en begrijpelijke informa6e over jeugdtrauma.

Ja Nee
Uit de resultaten blijkt dat er brede behoeVe is aan informa6e over diverse aspecten van jeugdtrauma. De grootste prioriteit ligt bij informa6e over de behandeling van (de gevolgen van) jeugdtrauma, dat door 90% van de respondenten als belangrijk werd aangemerkt. Ook verschillende typen jeugdtrauma (86%) en risico- en beschermende factoren voor nega6eve gevolgen (78%) scoren hoog. Verder vinden veel mensen het belangrijk om informa6e te vinden over de invloed van jeugdtrauma op ouderschap, het omgaan met/ondersteunen van iemand met jeugdtrauma en lotgenotencontact. Informa6e over wetenschappelijk onderzoek naar jeugdtrauma (69%) en behandelingen die niet (geheel) wetenschappelijk zijn onderbouwd (64%) worden eveneens veel genoemd.

Over de vorm van het plaWorm werd aangegeven dat een combina6e van tekstuele uitleg, video’s, ervaringsverhalen en infographics het meest passend zou zijn. Ook werd de vraag gesteld welke experts en bronnen de respondenten op het plaWorm zouden willen terugzien. De meeste panelleden gaven aan dat zij vooral informa6e willen ontvangen van erkende psychologen, wetenschappers en ervaringsdeskundigen.
Hoofdstuk 3
Terugkoppeling van de stakeholderbijeenkomst
Op 12 maart 2025 kwamen vertegenwoordigers van verschillende stakeholders, zie bijlage 1, bij elkaar om van gedachten te wisselen over de uitkomsten die in hoofdstukken 1 en 2 zijn beschreven, en deze verder te verrijken.
a) Defini6e jeugdtrauma
Tijdens de stakeholderbijeenkomst werd uitgebreid s6lgestaan bij de vraag hoe jeugdtrauma gedefinieerd zou moeten worden. Er ontstond een discussie over het onderscheid tussen ingrijpende gebeurtenissen enerzijds en de gevolgen ervan anderzijds. Niet iedereen die in zijn jeugd een ingrijpende ervaring heeV meegemaakt, ondervindt hier blijvende klachten van. Dit roept de vraag op of jeugdtrauma gedefinieerd moet worden op basis van de ernst van de gebeurtenis zelf, of op basis van de impact die deze gebeurtenis heeV gehad op iemands leven.
Sommige deelnemers waren van mening dat bepaalde gebeurtenissen op zichzelf al als jeugdtrauma beschouwd kunnen worden, ongeacht de persoonlijke ervaring. Hierbij werd gedacht aan erns6ge vormen van misbruik, geweld of verwaarlozing, die als universeel ingrijpend worden beschouwd. Andere deelnemers benadrukten echter dat de impact van een gebeurtenis sterk aeankelijk is van de context. Risico- en beschermende factoren zoals de leeVijd waarop het plaatsvond, de mate van steun die iemand kreeg, en de persoonlijke veerkracht spelen een grote rol in de gevolgen op de lange termijn. Daarom werd gesuggereerd dat de context expliciet een plek zou moeten krijgen in de defini6e van jeugdtrauma.
Een ander discussiepunt was of jeugdtrauma alleen van toepassing is wanneer iemand daadwerkelijk klachten ervaart, of dat de term ook gebruikt kan worden voor iedereen die een ingrijpende jeugdervaring heeV meegemaakt. Sommige deelnemers vonden dat de term “jeugdtrauma” pas toepasselijk is wanneer iemand lijdt onder de gevolgen van een gebeurtenis, zoals psychische of lichamelijke klachten, emo6onele problemen of gedragsproblemen. Anderen stelden daarentegen dat jeugdtrauma niet uitsluitend gekoppeld moet worden aan klachten op een bepaald moment, omdat trauma zich ook op latere leeVijd kan manifesteren of op verschillende manieren tot ui6ng kan komen.
Waarschijnlijk is er geen volledig sluitende defini6e van jeugdtrauma te formuleren. Er was wel consensus dat ervaringen van (fysiek en emo6oneel en seksueel) misbruik, en (emo6onele en lichamelijke) verwaarlozing er wel onder vallen. De conclusie is gerechtvaardigd dat een defini6e over jeugdtrauma niet sluitend zal zijn en er al6jd discussie over zal blijven. Het gebruik van voorbeelden kan helpen om te laten zien welke ervaringen onder jeugdtrauma kunnen vallen Daarom werd voorgesteld om naast de defini6e ook ervaringsverhalen op te nemen, zodat de diversiteit aan ervaringen en de impact ervan beter zichtbaar wordt.
Door ruimte te laten voor nuance en context, kan een gesprek over jeugdtrauma bijdragen aan een beter begrip van de term en de ervaringen van mensen die ermee te maken hebben. Het doel is niet om een defini6eve defini6e vast te stellen, maar om het gesprek over jeugdtrauma op gang te brengen en bewustwording te creëren over de complexiteit ervan.
b) Vorm en inhoud van het kennisplaWorm
Tijdens de stakeholderbijeenkomst kwam naar voren dat het kennisplaWorm over jeugdtrauma als doel zou moeten hebben om betrouwbare, goed onderbouwde informa6e toegankelijk te maken voor iedereen die geraakt wordt door ingrijpende jeugdervaringen. Daarbij is wetenschappelijk gefundeerde kennis het vertrekpunt, maar er is ook bewust ruimte voor inzichten en benaderingen uit aanpalende velden2 . Door dergelijke benaderingen nadrukkelijk te posi6oneren naast de wetenschappelijke inhoud, ontstaat ruimte om het onderscheid én de samenhang zichtbaar te maken. Zo helpt het plaWorm gebruikers zich op een genuanceerde manier te verhouden tot beide kenniswerelden.
Het plaWorm is nadrukkelijk geen behandelplek of ervaringsverhalenplaWorm, maar een zorgvuldig samengestelde bron van kennis, herkenning en rich6ng, gericht op herstel en veerkracht. De doelgroep bestaat primair uit (jong)volwassenen die in hun jeugd met ingrijpende ervaringen te maken hebben gehad. Daarnaast richt het plaWorm zich op professionals – in de zorg, het onderwijs en het sociaal domein – die werken met mensen bij wie jeugdtrauma mogelijk een rol speelt.
Het plaWorm zou ook ruimte moeten bieden voor preven6eve en verkennende kennisverwerving.
Personen die een ingrijpende jeugdervaring hebben gehad, maar bij wie geen sprake is van een vastgesteld trauma, kunnen op het plaWorm leren wat mogelijke langetermijneffecten zijn en hoe ze signalen vroeg6jdig kunnen herkennen. Tegelijker6jd kan het plaWorm ook betekenisvol zijn voor mensen die al langere 6jd met klachten rondlopen zonder dat zij deze koppelen aan jeugdervaringen.
Door informa6e te bieden die helpt bij het duiden van dergelijke klachten – zonder meteen rich6ng een diagnose of behandeling te wijzen – nodigt het plaWorm uit tot bewustwording, zelfreflec6e en het vinden van passende vervolgstappen, op het eigen tempo en in de eigen context.
Informa6e is eveneens beschikbaar voor specialis6sche par6jen: professionals kunnen het plaWorm gebruiken als bron van betrouwbare kennis, en cliënten of pa6ënten kunnen ernaar worden verwezen voor verdere oriënta6e. Het is echter van belang te benadrukken dat het plaWorm géén diagnos6sch instrument is. Er worden bewust geen zelVesten aangeboden: het plaWorm is bedoeld voor kennisdeling en vroege oriënta6e, niet voor het stellen van diagnoses. Zo voorkomen we ook dat gebruikers mogelijk geconfronteerd worden met onverwachte of belastende informa6e zonder passende begeleiding
Conclusie uit de dialoog: het uitgangspunt van het plaWorm is dat elke bezoeker er iets aan heeV Dit betekent dat de informa6e op het plaWorm direct toepasbaar en begrijpelijk moet zijn en waar mogelijk onderbouwd met wetenschappelijke kennis. Tegelijker6jd is er ruimte voor inzichten uit aanverwante velden die, hoewel (nog) niet volledig wetenschappelijk gevalideerd, voor veel mensen betekenisvol zijn gebleken. Het plaWorm biedt geen medisch advies en fungeert ook niet als hulpverlener, persoonlijke begeleiding of luisterend oor. In plaats daarvan verwijst het naar erkende instan6es en professionals die die rol kunnen vervullen. Dit geldt overigens ook voor blogs of ervaringsverhalen: deze maken geen onderdeel uit van het plaWorm zelf, maar kunnen waar relevant worden gekoppeld aan externe bronnen of partners
2 Veel mensen met jeugdtrauma – waaronder (jong)volwassenen met een KOPP/KOV-achtergrond – ervaren dat zij zich niet alLjd herkennen in de formele, wetenschappelijke kaders. Inzichtelijke, ervaringsgevoede perspecLeven, zoals die van onder meer Gabor Maté of Bessel van der Kolk, bieden hen soms wél steun.
Hoofdstuk 4
Conclusie en vervolgstappen
Uit de gesprekken met stakeholders, de resultaten van het MINDpanel waarin 80% posi,ef reageerde, en de bijeenkomst met de stakeholders op 12 maart, blijkt veel animo voor het ini,a,ef van een kennisplaQorm jeugdtrauma. Er is brede overeenstemming dat het plaQorm onaSankelijk moet zijn en betrouwbare informa,e moet bieden. Het plaQorm moet zich richten op (jong)volwassenen met verschillende ui,ngsvormen van jeugdtrauma. Idealiter wordt het gedragen door alle betrokken stakeholders. We stellen voor om het plaQorm te gaan ontwikkelen onder de url: www.jeugdtrauma.nl
In dit hoofdstuk gaan we verder in op de vorm en inhoud, de rol van een wetenschappelijke adviesraad die de onaeankelijkheid en wetenschappelijke relevan6e moet borgen, en wat er nodig is om het plaWorm daadwerkelijk te realiseren.
Vorm en inhoud van het kennisplaWorm
De ontwikkeling van het plaWorm kan in twee fasen verlopen. In de eerste fase, die al in 2025 kan worden gerealiseerd, staat het plaWorm in het teken van betrouwbare en overzichtelijke basisinforma6e. De website is opgebouwd uit thema6sche 'tegels' met herkenbare onderwerpen. Zo wordt er uitgebreid s6lgestaan bij de defini6e van jeugdtrauma, de verschillende vormen (zoals misbruik, verwaarlozing, verlies of huiselijk geweld) en het onderscheid tussen acute en complexe trauma’s. In een tweede themablok worden de gevolgen van jeugdtrauma besproken, waaronder psychische klachten als angst, depressie en posarauma6sche stressstoornis, maar ook lichamelijke klachten, rela6onele problemen en het effect op zelueeld en ontwikkeling.
Bezoekers die willen verkennen of jeugdtrauma mogelijk een rol speelt in hun eigen leven of dat van een cliënt, vinden informa6e onder het thema signalen en herkenning. Hier wordt uitgelegd hoe jeugdtrauma zich bij volwassenen kan uiten in gedrag , lichamelijke klachten en emo6es. Deze informa6e biedt niet alleen inzicht in wetenschappelijk onderbouwde signalen, maar sluit ook aan bij de herkenning die veel mensen vinden in prak6jkervaringen en aanverwante perspec6even. Een ander belangrijk thema is hulp en behandeling, waarin naast prak6sche handvaaen ook evidence-based behandelvormen als EMDR, traumatherapie en lichaamsgerichte therapieën worden toegelicht. Tegelijker6jd is er aandacht voor herstelprocessen, trauma-sensi6ef werken en zelfzorg – thema’s waarin zowel professionele als persoonlijke kennis en ervaring samenkomen.
Voor verdere verdieping is er een rubriek kennis en verdieping met verwijzingen naar wetenschappelijke ar6kelen, boeken, podcasts, documentaires en trainingen. Hierin wordt duidelijk aangegeven wat bewezen effec6ef is, en wat onder persoonlijke of ervaringskennis valt. Deze benadering biedt ruimte aan gebruikers om zich te verhouden tot verschillende vormen van kennis, en s6muleert bewustwording zonder te sturen op diagnose of behandeling. Daarnaast biedt het plaWorm prak6sche informa6e over hulp zoeken, zoals waar je terechtkunt, wat wach@jden zijn en hoe het zit met vergoedingen. Ten sloae biedt het plaWorm ruimte voor verwijzingen naar ervaringsverhalen die worden gepresenteerd in geschreven vorm of via audio- en videofragmenten.
In de tweede fase, voorzien voor 2026 krijgt het plaWorm een persoonlijker karakter door de inzet van technologie. Zo kunnen vragen van gebruikers worden beantwoord op basis van de bestaande wetenschappelijke en inhoudelijke content. In eerste instan6e gebeurt dit onder toezicht van deskundigen die de gegeven antwoorden controleren en waar nodig corrigeren. Deze correc6es worden gebruikt om het instrument verder te trainen en de kwaliteit van de antwoorden verder te verfijnen.
De inzet van het instrument wordt zorgvuldig gemonitord: niet alleen om fouten te corrigeren, maar ook om te evalueren of deze vorm van interac6e daadwerkelijk bijdraagt aan het doel van het plaWorm – namelijk het toegankelijk maken van betrouwbare en bruikbare informa6e. Op basis van deze evalua6e kunnen eventueel aanpassingen worden gedaan, zodat het instrument op6maal aansluit bij de behoeVen van gebruikers en de waarden van het plaWorm. Het doel is om bezoekers sneller en gerichter te kunnen helpen, zonder in te leveren op betrouwbaarheid.
Redac6eraad
Een essen6eel onderdeel van het plaWorm is de Redac6eraad. Deze raad bewaakt de inhoudelijke kwaliteit van de informa6e en vervult daarbij een toetsende en adviserende rol. De Reac6eraad beoordeelt welke wetenschappelijke bronnen geschikt zijn voor opname, maar denkt ook mee over de manier waarop niet-wetenschappelijke bijdragen, zoals ervaringsverhalen of inzichten uit aanpalende kennisvelden op zorgvuldige wijze kunnen worden geposi6oneerd binnen het plaWorm. Bij deze beoordeling wordt gelet op betrouwbaarheid, relevan6e, ethische overwegingen en begrijpelijkheid voor de doelgroep. Het uitgangspunt is dat het plaWorm helder aangeeV wat wetenschappelijk onderbouwd is, en wat aanvullend of ervaringsgericht van aard is, zodat bezoekers zich tot beide vormen van kennis kunnen verhouden.
De Redac6eraad bestaat idealiter uit een mul6disciplinair team van deskundigen, waaronder klinisch psychologen of psychiaters gespecialiseerd in jeugdtrauma, wetenschappelijk onderzoekers, vertegenwoordigers uit de jeugdhulpverlening of GGZ, en ervaringsdeskundigen die zelf met jeugdtrauma te maken hebben gehad. De raad komt enkele keren per jaar bijeen en is ac6ef betrokken bij de doorontwikkeling van het plaWorm, met name waar het gaat om actualisering, inhoudelijke keuzes en ethische vraagstukken rondom communica6e naar kwetsbare doelgroepen.
Wat is nodig voor realisa6e
Voor de realisa6e van het plaWorm is structurele betrokkenheid van relevante stakeholders nodig, met zowel experts als ervaringsdeskundigen die zich willen verbinden aan de inhoudelijke ontwikkeling, en samenwerking met bestaande plaWorms en informa6ebronnen om afstemming, zichtbaarheid en kwaliteit te borgen. Voor de technische en redac6onele ontwikkeling zijn uiteraard financiële middelen nodig.
Bijlage 1 – Gesprekspartners
Dit is de lijst met stakeholders waarmee gesproken is. Achter de deelnemers aan de sessie op 12 maart staat een *
• Hersens6ch6ng: Koko Beers* (senior medewerker Kennis & Innova6e en woordvoerder)
• Traumanet: Anne Marsman* (psycholoog en hoofdredacteur)
• Universiteit Leiden: Anne-Laura van Harmelen* (hoogleraar Brein, Veiligheid en Veerkracht), Elizabeth Buimer* (universitair docent) en Bernet Elzinga (hoogleraar Stress-gerelateerde Psychopathologie)
• Amsterdam UMC/MindUs: Arne Popma (hoogleraar en hoofd van de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie)
• Samenwerkende GezondheidsFondsen / De Gezonde Genera6e: Eleanne Plaizier (projectleider Veerkrach6g Opgroeien) en Marieke Wollaars* (expert Veerkrach6g Opgroeien en projectcoördinator bij MIND)
• AUGEO: Marga Haagmans* (hoofd Onderzoek en Innova6e), Mariëlle Dekker (algemeen directeur), Gemma Kobessen (bestuursvoorziaer), Lidy Boone (directeur Opera6ons), Anna van Beuningen*
• Fonds Slachtofferhulp: Pauline Aarten* (Pauline Aarten is programmamanager Seksueel Geweld en Kindermishandeling)
• Deltaplan Jeugdtrauma: Linda Gerits* (klinisch psycholoog en aanjager)
• Arkin/GGZ inGeest: Carolien Christ* (Psycholoog i.o. tot GZ-Psycholoog)
• UMCU/Dimence: Marco Boks (psychiater en onderzoeker)
• Drakentemmers: Heidi Offerman (inhoudelijk expert) en Trijntje Kootstra (projectleider)
• Blijf Groep: Sonja Steman* (procesbegeleider) en Alice Goores* (gedragswetenschapper)
• Centrum Seksueel Geweld: Iva Bicaninc (klinisch psycholoog)
• NCJ: Merian Bouwmeester (Adviseur en onderzoeker)