Skip to main content

Ik heb jullie hart nodig!

Page 1

EINDRAPPORTAGE

Ik heb jullie hart nodig! Inzichten en resultaten van de creatieve denksessies over de preventie van dak- en thuisloosheid onder jongeren


In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Den Haag, 22 november 2019 Matthijs van Kampen, Sociale Impact Mirella van der Heide, Via Mirella

2


VOORWOORD Aanleiding

De afgelopen maanden is er veel aandacht geweest voor dak- en thuisloze jongeren. Het aantal jongeren dat dak- en thuisloos is neemt toe, de problemen waar de jongeren mee te maken hebben worden groter en er zijn maar weinig geschikte en betaalbare woningen beschikbaar. Verantwoordelijk staatssecretaris Paul Blokhuis van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft begin 2019 het ‘Actieprogramma Dak- en Thuisloze Jongeren 2019-2021’ gelanceerd. Daarin staat onder andere dat veertien gemeenten extra geld krijgen om de problemen aan te pakken. Ook heeft hij geschreven dat er – gezamenlijk – via ‘creatieve sessies’ nieuwe plannen en ideeën ontwikkeld moeten worden. Het ministerie van VWS heeft ons – Matthijs van Kampen en Mirella van der Heide – gevraagd om een aantal van die sessies te begeleiden. De eerste sessie ging over preventie: hoe kunnen we er samen voor zorgen dat er minder jongeren dak- en thuisloos worden en/of ervoor zorgen dat jongeren niet (verder) afglijden? Creatieve sessies met jongeren en professionals

Gezamenlijk, dat betekent niet alleen met begeleiders, jongerenwerkers en ambtenaren, maar juist ook met de jongeren om wie het gaat. Wij zijn van mening dat het heel belangrijk is om in gesprek te gaan met jongeren die dak- of thuisloos (geweest) zijn, en jongeren die net niet dak- of thuisloos geworden zijn. Met andere woorden, bij wie een preventieve aanpak heeft gewerkt. In de eerste deelsessie zijn we dan ook in gesprek met een aantal jongeren die dak- of thuisloos (geweest) zijn. Met hen hebben we het gesprek gevoerd belemmeringen die zij ervaren hebben, maar vooral ook over wat wél werkt, en wat zij denken dat kan bijdragen aan de preventie van dakloosheid. Dit deden we in een kleine en intensieve setting, op een locatie met (letterlijk) alle ruimte om tot creatieve ideeën te komen: het strand van Den Haag. Na deze eerste bijeenkomst met de jongeren zijn we in gesprek gegaan met professionals: hulpverleners en betrokken professionals die vanuit hun dagelijkse praktijk zien en weten waar het mis kan gaan. En op welke momenten preventief ingrijpen kan werken, en wat voor interventies het meest effectief zouden kunnen zijn. Ook hebben we gesproken over belemmeringen in huidige wet- en regelgeving, en waar ze tegenaan lopen in het beleid. Het rapport

In dit rapport zijn alle inzichten opgenomen uit de twee deelsessies. Deze opbrengsten hebben we direct vertaald in een groot aantal projectvoorstellen op de korte, middellange en lange termijn. Deze voorstellen geven oplossingen op de knelpunten die de deelnemers hebben ervaren en verdienen daarom om uitgevoerd te worden. In het advies in hoofdstuk 3 gaan we hier verder op in. Den Haag, 22 november 2019 Matthijs van Kampen en Mirella van der Heide 3


HOOFDSTUK 1 – UITWERKING DEELSESSIE 1 EN DEELSESSIE 2 Over het thema preventie van dak- en thuisloosheid bij jongeren Inleiding

In dit hoofdstuk hebben we een beknopte weergave opgenomen van de uitkomsten van 2 deelsessies: één met een groep jongeren op 14 oktober en één met professionals op 16 oktober 2019. Per deelsessie hebben we 10 aandachtspunten geïdentificeerd die kunnen bijdragen aan het voorkomen van dak- en thuisloosheid, en/of ervoor zorgen dat jongeren niet (verder) afglijden. Deze aandachtspunten vormen de input voor de projectvoorstellen in hoofdstuk 2. Uitwerking deelsessie 1 met jongeren, 14 oktober 2019

Aanwezige jongeren: Luisa, Lisa, Amal, Sylvana en Charlotte. Het contact met deze jongeren liep via Joy Falkena van het Straat Consulaat. Op basis van vooraf ingebrachte casuïstiek door professionals (zie bijlage A) zijn we het gesprek met de vijf aanwezige jongeren gestart. Al snel ging het gesprek over hun eigen situaties en ervaringen. Uit alle verhalen die zij deelden – met ons en met elkaar – hebben we onderstaande bevindingen en aanbevelingen gedestilleerd. •

Continuïteit in de hulpverlening De jongeren willen vastigheid in begeleiding gedurende het traject en geen hulpverleners die steeds weer komen en gaan. Een oplossing kan zijn een overkoepelend “maatje” dat tussen de jongere en de hulpverlener in staat, op wie je altijd terug kunt vallen. Dit kan bijvoorbeeld een familielid zijn, een buurvrouw of iemand van school.

•

Meer oog voor het sociale netwerk Hulpverleners willen het vertrouwen winnen van de jongere en soms gaat dat ten koste van het eigen sociale netwerk van de jongere; daar is geen ruimte en tijd meer voor. Dat werkt goed op de korte termijn, maar niet op de lange termijn wanneer de hulpverlener weg is en er een gat valt tot de nieuwe hulpverlener komt. Meer aandacht voor het behoud van het sociale netwerk helpt om je leven op de rit te krijgen en te houden. Vriendschappen zijn namelijk erg belangrijk voor de jongeren.

•

Meer vastigheid: niet steeds naar een andere plek verhuizen Jongeren willen een eigen plek hebben om te wonen en niet steeds van instelling naar instelling moeten verhuizen, zonder dat het duidelijk is waarom of wat hun nieuwe plek wordt. In de tijd dat je aan het wachten bent op een volgende plek, ben je niet bezig met je persoonlijke ontwikkeling. Overigens: dit staat nog los van het probleem dat er onvoldoende geschikte en betaalbare woningen beschikbaar zijn.

4


•

Meer adequate hulp op school Jongeren ervaren de hulp die schoolmaatschappelijk werkers bieden niet altijd als voldoende passend. Ze worden soms uit de klas gehaald, waardoor klasgenoten weten dat “er iets mis is”. Vervolgens komen ze in een “klein kamertje” terecht waar ze niet de vrijheid voelen open te praten. Het is beter wanneer de school rekening houdt met deze situatie en parate kennis heeft waar je heen kan, bv. het Straat Consulaat. Dat voorkomt stigmatisering én het tijdig geven van de juiste informatie draagt bij aan preventie.

•

Privacy gewenst, net als bij de huisarts/ bij dokters Bij minderjarigen worden gesprekken soms gevoerd met hun ouders erbij, of vertellen de hulpverleners aan de ouders wat de jongere gezegd heeft. Dit kan leiden tot loyaliteitsconflicten en angst waardoor jongeren niet meer vrijuit spreken. Ouders zouden zo min mogelijk betrokken moeten zijn bij het probleemgesprek en uitspraken mogen niet zonder toestemming van de jongere aan de ouders worden verteld. Een andere optie: laat de hulpverleners met de jongere bespreken wat deze gaat vertellen. Dit geldt ook voor rechters, die de wens van de jongere om het niet te vertellen aan de ouders, niet altijd honoreren.

•

Luisteren naar de jongeren voor betere motivatie Hulpverleners zouden meer beter moeten luisteren en moeten denken in het belang van de jongere, in plaats van zeggen: “jij hebt echt déze hulp nodig”. Hulpverleners bepalen niet de toekomst van de jongere, dat doet de jongere zelf! Eventuele fouten die in dit traject worden gemaakt, hebben gevolgen voor de jongere, terwijl de hulpverlener alweer vertrokken is. Daar moeten ze zich bewust van zijn. Een oplossing zou kunnen zijn dat hulpverleners meerdere opties bespreken, zodat de motivatie groter is om met de gekozen oplossing aan de slag te gaan. Daarbij moet ook de parate kennis bij de hulpverleners omhoog: wat moet de jongere bijvoorbeeld doen als hij/zij 18 wordt? Het heeft namelijk financiële consequenties als voorzieningen zoals studiefinanciering, uitkering, etc. te laat of niet aangevraagd worden.

•

Beter aansluiting van de voorwaarden Om bij het JIT te komen, moet je eerst in de nachtopvang hebben gezeten. Je moet namelijk kunnen aantonen dat je een noodgeval bent en echt nergens anders meer terecht kan. Ook bv. de eis dat je 3x de huurprijs moet verdienen om een woning te mogen betrekken, is niet haalbaar voor veel jongeren. Zo kom je als kwetsbare jongere niet verder en blijven de negatieve gebeurtenissen zich opstapelen.

•

Centrale plek voor alle informatie De jongeren willen graag precies weten waar ze terecht kunnen met al hun vragen en daar direct de juiste antwoorden op krijgen. Dus niet een antwoord als: “je zou dat eens kunnen proberen” of “daar kun je misschien heen” want dat is te vaag en te vrijblijvend.

5


•

Ervaringsdeskundigen op de groep De jongeren vinden het lastig dat ze op de groep te maken hebben met hulpverleners die hun situatie niet zelf hebben meegemaakt, of met hulpverleners die nog maar relatief weinig ervaring hebben. Ze hebben behoefte aan mensen die zich in kunnen leven in hun situatie. De jongeren begrijpen dat dit niet van de ene op de andere dag geregeld is, maar een training van ervaringsdeskundigen waar hulpverleners echt voor open staan, zou al kunnen helpen.

•

Meer awareness voor de problematiek De jongeren vertellen graag hun verhaal om de situatie te verbeteren en te zorgen dat anderen niet in de situatie terechtkomen. Daar zouden we meer gebruik van moeten maken!

6


Uitwerking deelsessie 2 met professionals, 16 oktober 2019

Aanwezige professionals: Anita van Dijk (De Passant), Diana van den Berg (Kessler Stichting), Marjoleine den Hartigh (Politie), Nienke de Graauw (Huisarts aan het Vaillantplein), Leanne Brouwer (Huisarts aan het Vaillantplein/ straatdokter in Rotterdam), Heleen Hisgen (Zorgcoördinator ROC Mondriaan), Yasmina Faloun (Schoolmaatschappelijk werk ROC Mondriaan), Ania Paszak (IDHEM), Suzan Westerhuis (JIT), Daniël Graafland (Parnassia Jong Volwassenen), Annette Breen (Jeugdbescherming West). Op basis van vooraf ingebrachte casuïstiek (zie bijlage A) zijn we het gesprek met de betrokken professionals gestart. Ook hier ging het gesprek al snel over eigen situaties en ervaringen. We hebben hieruit de volgende aanbevelingen en aandachtspunten gehaald. •

Drempelloze opvang De reguliere opvang heeft geen plek voor jongeren met psychische problematiek en problematisch gedrag, terwijl deze groep juist zo kwetsbaar is. Iedereen zou welkom moeten zijn, zelfs bij de nachtopvang, om te zorgen dat de situatie niet verslechtert. Ook moet er worden geïnvesteerd in goed getrainde hulpverleners op de opvang om met deze problematiek om te gaan. Een idee is om de Opvang Verwarde Personen uit te breiden van 4 uur naar bv. een aantal dagen.

•

Stimuleer doorstroom via particuliere initiatieven Jongeren blijven ‘hangen’ in de reguliere voorzieningen, omdat er geen doorstroommogelijkheden zijn vanwege een gebrek aan (betaalbare) woonruimten. Daardoor is er ook geen instroom mogelijk voor nieuwe cliënten, en vallen zij buiten de boot. Tegelijkertijd zijn er particulieren (individuele Haagse burgers) die bereid zijn om voor kortere of langere tijd een kamer in hun huis ter beschikking te stellen. Een inspirerend voorbeeld is ‘De Passant’. De huidige regelgeving is gecompliceerd en weerhoudt mensen van het openstellen van hun huis voor anderen, bijvoorbeeld omdat ze door de kostendelersnorm worden gekort op hun uitkering of AOW. Dat is een gemiste kans, want deze initiatieven kunnen zorgen voor verlichting bij de reguliere opvang én kunnen jongeren tijdelijk een passende plek bieden, waarmee dakloosheid kan worden voorkomen.

•

Geef hulpverlening een gezicht Veel hulpverleners zien de doorverwijzing naar een andere organisatie als ‘black box’. Ook zien professionals (bv. het ROC, de politie, huisartsen) soms aankomen dat het verkeerd gaat, maar is het onduidelijk waar je dat kunt melden en dat frustreert. Een levend netwerk van hulpverleners kan hierin helpen: niet denken vanuit instanties, maar vanuit collega’s. Ook is er behoefte aan meer inzicht in de thematiek en (nieuw) regelgeving (bv. kennis over LVB, afspraken met woningbouwcorporaties en convenantswoningen, het nut van urgentieverklaringen, etc.) en een overzicht van lopende en afgeronde projecten en pilots.

7


•

Eén onafhankelijke ‘cliëntondersteuner’ tijdens het hele traject Veel professionals merken bij hun cliënten hoe lastig het is om steeds weer een nieuwe hulpverlener te hebben en opnieuw je verhaal te moeten doen. Dat kan worden opgelost door één casemanager aan te stellen, waarbij het niet uitmaakt vanuit welke instantie dit is. Bij de overdracht naar een andere hulpverlener blijft deze persoon betrokken.

•

Extra aandacht voor LVB Jongeren met een lichtverstandelijke beperking (LVB) zijn extra kwetsbaar wanneer zij dak- of thuisloos raken. Daar komt bij dat bewezen is dat het IQ onder stress daalt (waardoor de vermogens om goede beslissingen te maken afnemen). Dit pleit ervoor om de kennis te vergroten van deze specifieke doelgroep bij professionals die hier niet automatisch kennis van hebben/mee in aanraking komen, bv. over voorzieningen specifiek voor LVB’ers.

•

Hulp op locatie In de praktijk komen veel jongeren niet aan op de plek aan waar ze hulp kunnen krijgen. Het past bv. niet in de agenda of de wachttijd is te lang, waardoor ‘het momentum’ weg is. Ook is de fysieke afstand soms een probleem: voorzieningen zijn moeilijk te bereiken met OV en reizen kost geld. Kom daarom naar de jongere toe, is de oproep: op school, in de opvang, in de woonvoorziening etc. Er zijn al goede ervaringen met de GGZ en schuldhulpverlening waar we gebruik van kunnen maken. Dit kan ook positief werken in de beeldvorming: de associatie met de GGZ is bij jongeren vaak negatief en wanneer de GGZ-psycholoog op locatie komt, neemt dat drempels en vooroordelen weg.

•

Flexibilisering voorwaarden om hulpverlening te kunnen verbeteren De huidige regelgeving zorgt ervoor dat het probleem eerder toe- dan afneemt. Bekend is de moeizame overgang van 18- naar 18+. Daarnaast heeft de kostendelersnorm geleid tot “een explosieve toename” van het aantal dakloze jongeren. Ook zorgt de AVG ervoor dat instanties minder gemakkelijk gegevens van (potentiële) dak-/thuislozen kunnen doorgeven (waardoor de hulpverlening onnodig stokt). Tevens is een doorverwijzing vanuit de huisarts nodig voor financiering vanuit de zorgverzekeraar, terwijl hulp op (zeer) korte termijn geboden is en sommige dak-/thuislozen niet (eens) verzekerd zijn. De vraag is of het belang van de cliënt niet zwaarder moet wegen dan deze regelgeving en dat uitzonderingen die de gemeente in specifieke gevallen soms maakt, geen structureel karakter moeten krijgen.

•

Passende woonruimte creëren binnen leegstaande gebouwen Het is bekend dat er onvoldoende woonruimte beschikbaar is, en we op zoek moeten naar creatieve oplossingen. Vaste woonruimte is namelijk van cruciaal belang voor het welzijn van de jongeren. We kunnen mogelijk leegstaande gebouwen benutten en er (tijdelijke) woonruimte van kunnen maken, zoals in het voormalige gebouw van het Ministerie van Sociale Zaken (waar statushouders onder begeleiding van het JIT en starters op de Haagse woningmarkt/ studenten samenwonen).

8


•

Regio-overstijgende hulp bieden Professionals uit randgemeenten hebben minder met nijpende problematiek te maken, maar kunnen ook op minder voorzieningen een beroep doen. Daarom werd een oproep gedaan dat deze hulpverleners ook gebruik kunnen maken van informatie, expertise en voorzieningen uit de centrumgemeente Den Haag, danwel de beschikking krijgen over vergelijkbare voorzieningen.

•

Aan de slag! Alle aanwezigen hopen op verbetering! Dat is een positief uitgangspunt en dat geeft motivatie om hiermee aan de slag te gaan. Iedereen sprak over een enorm positieve opbrengst: partijen/ organisaties/personen hebben elkaar leren kennen en gemerkt dat dit het werk vergemakkelijkt. Genodigden vanuit de gemeente waren wegens omstandigheden verhinderd en alle aanwezigen gaven aan dat de gemeente een zeer belangrijke partner is en dus betrokken moet worden bij het vervolg.

Het vervolg

Op basis van deze punten stellen we projectvoorstellen voor op de korte, middellange en langere termijn. Deze zijn opgenomen in het volgende hoofdstuk.

9


HOOFDSTUK 2 – PROJECTVOORSTELLEN Voor de preventie van dak- en thuisloosheid bij jongeren

Inleiding

Op basis van de twee deelsessies hebben we enkele projectvoorstellen ontwikkeld die verbeteringen aanbrengen in de preventie van dak- en thuisloosheid onder jongeren. Zoals eerder aangegeven verstaan we onder preventie niet alleen het voorkomen van dak- en thuisloosheid, maar ook het ervoor zorgen dat jongeren niet (verder) afglijden. Per projectvoorstel hebben we een suggestie gedaan voor een ambassadeur die zich verbindt aan een project. Dit betekent niet dat die organisatie direct de projectleiding op zich moet nemen, maar wel zou deze het betreffende project actief onder de aandacht kunnen brengen en houden van de betrokkenen.

Ingrediënten voor succesvolle uitvoering

Uit de gesprekken met de jongeren en de professionals, gecombineerd met de vooraf ingebrachte casuïstiek, blijken er belangrijke ingrediënten te zijn voor succes. De projecten moeten dus ingaan op deze ingrediënten om succesvol te zijn en daar houden we bij de uitvoering rekening mee. • • •

motivatie van de jongere én hulpverlener: niet loslaten maar vasthouden, het liefste met één vaste begeleider, en (kleine) succesjes boeken; toegang tot de juiste hulp: hoe korter de lijntjes, hoe beter. Wachtlijsten zijn funest; maatwerk: wat heeft de jongere nodig, bezien vanuit de jongere zelf?

Projecten op korte, middellange en lange termijn

Sommige projecten zijn complex, en andere relatief eenvoudig uit te voeren. Met dit laatste type projecten kan eenvoudig een start worden gemaakt. Zo zijn ze ook in de tijd uitgezet, namelijk projecten op de korte, middellange en langere termijn. Het is bij de uitvoering altijd van belang dat de projecten bijdragen aan lopende processen gericht op structurele verbetering. De projecten zijn dus bedoeld om die processen te versterken, energie te ontwikkelen en kleine stapjes te maken. Met kleine stapjes kan je op termijn grote impact maken. Concrete projecten die succesvol blijken, mogen niet inzakken nadat de pilotperiode voorbij is. We moeten dus altijd streven naar structurele inbedding van projecten die bewezen van meerwaarde zijn.

10


1. Projecten op de korte termijn (gerealiseerd zomer 2020)

Het doel van de projecten op de korte termijn is het delen van kennis, het verkorten van de lijntjes tussen organisaties en professionals, en het verstrekken van de juiste informatie aan de jongeren. De middelen die genoemd zijn, zijn een app, een fysiek inloopinformatiepunt op scholen en kennisdelings- en intervisiebijeenkomsten voor professionals.

1.1. App “Haags Dakkie” à Mogelijke ambassadeur: Straat Consulaat We ontwikkelen een app voor professionals én jongeren met alle gewenste en benodigde informatie over dak- en thuisloosheid. We kiezen voor een app omdat zowel professionals als jongeren met hun smartphone eenvoudig toegang hebben tot alle informatie. Doordat de informatie in de app actueel is en er goed gebruik van kan worden gemaakt, draagt de app bij aan preventie van dakloosheid. De gewenste functionaliteiten waar zowel professionals als jongeren behoefte aan hebben zijn: sociale kaart van met overzicht van opvang- en hulplocaties met aantal beschikbare plekken, kenmerken en criteria, veelgestelde vragen, een aanvraagmogelijkheid voor hulp van professionals op locatie, en relevante wet- en regelgeving. De app kan stapsgewijs worden uitgebreid met nieuwe functionaliteiten als de basis op orde is. Het gaat dus veelal om het bundelen van informatie die nu op verschillende plekken belegd is. Zie bijlage B voor de eerste screenshots en functionaliteiten.

1.2. Fysiek inloopinformatiepunt op scholen à Mogelijke ambassadeur: ROC Mondriaan In dit project richten we een fysiek informatiepunt in voor jongeren op het ROC. Dit is een algemene voorziening die niet specifiek is ingericht voor dit thema, maar waar informatie te vinden is over allerhande zaken waar jongeren mee te maken hebben of gaan krijgen: financiën, huisvesting, etc. We maken gebruik van ervaringsdeskundigen die kunnen testen/beoordelen welke informatie aanwezig moet zijn, en we zorgen ervoor dat er plek is voor hulpverleners om op locatie hulp te verlenen. Een onderdeel van dit project is een ‘awareness campagne’, zodat de studenten weten wanneer ze er terecht kunnen en waarvoor.

1.3. Kennisdelings- en intervisiebijeenkomsten voor professionals à Mogelijke ambassadeur: JIT We organiseren op reguliere basis en op een inspirerende locatie, buiten de eigen werkomgeving, kennisdelings- en intervisiebijeenkomsten. Dit is méér dan casuïstiekoverleg: het heeft als doel om elkaar goed te kennen waardoor de lijntjes kort zijn en dit helpt bij het preventief optreden en eerder kunnen ingrijpen. Indien dat nodig en wenselijk is, nodigen we hier ook ervaringsdeskundigen bij uit. Daarnaast kan dit overleg dienen als klankbordgroep voor andere projecten die we starten en het bijspijkeren van relevante kennis, zoals over de AVG. Om dit overleg goed op te zetten kijken we naar inspirerende voorbeelden in Den Haag, zoals bijeenkomsten van het Haags SteunSysteem, en sluiten we aan op de (beleids)processen die lopen binnen de gemeente.

11


2. Projecten op de middellange termijn (gerealiseerd december 2020)

Het doel van de projecten op de middellange termijn is het verbeteren van de hulpverlening. De middelen die genoemd zijn, zijn een werkend systeem van “Dakgenoten”, de inzet van een onafhankelijk trajectbegeleider, een geaccrediteerde training voor hulpverleners, een pilot met verzekeraars, overleg tussen Den Haag en omliggende gemeente, en een pilot: waar kan ik heen met mijn jongere?

2.1. Werkend systeem van “Dakgenoten” à Mogelijke ambassadeur: De Passant In dit project stimuleren en ondersteunen we particulieren om een kamer in hun huis tijdelijk beschikbaar te stellen aan jongeren die geen woonplek kunnen vinden. Particulieren moeten hierin kunnen participeren zonder dat dit financiële consequenties heeft voor de particulier zelf, bv. in het kader van de kostendelersnorm. Een hulpverlener beslist op basis van aantal criteria (geen zware GGZproblematiek, geen suïcidegevaar of agressie, een bepaalde leeftijd, etc.) of iemand in aanmerking komt, checkt vervolgens de beschikbare plekken, neemt contact op en vervolgens kan de jongere worden geplaatst. Het voordeel van dit systeem is dat de doorstroom wordt gestimuleerd en meer jongeren op de voor hen passende plaats terechtkomen. Om dit voor elkaar te krijgen moeten we een campagne starten en voldoende particuliere “Dakgenoten” werven, een overkoepelende stichting opzetten, en ambulante begeleiding organiseren voor zowel de jongeren als de particulieren. Om dit project goed op te zetten kijken we naar inspirerende voorbeelden in Den Haag, zoals van Stichting De Passant.

2.2. “Straatmaatjes”: inzet van een onafhankelijk trajectbegeleider à Mogelijke ambassadeur: Straat Consulaat We starten een pilot waarin we zes onafhankelijke trajectbegeleiders werven en opleiden. We streven ernaar om professionals te benaderen, ervaringsdeskundigen én vrijwilligers. We koppelen deze zes “Straatmaatjes” aan zes jongeren en monitoren de voortgang. Ze gaan mee naar afspraken, motiveren en nemen de jongeren bijna letterlijk aan het handje mee als ze ergens naartoe moeten. De ervaringsdeskundigen worden betaald en zo maken we goed gebruik gemaakt van hun deskundigheid. Met deze pilot krijgen we een goed beeld hoe dit in de praktijk werkt. We sluiten bij dit project aan bij de pilot vanuit het Straat Consulaat (mede aangejaagd vanuit het Ministerie van VWS) en laten ons inspireren door Stichting MEE die al werkt met onafhankelijke cliëntondersteuners.

12


2.3. Geaccrediteerde training voor hulpverleners à Mogelijke ambassadeur: JIT We zetten een volledig geaccrediteerde training op voor hulpverleners hoe om te gaan met de problematiek van dak- en thuisloosheid. Dit doen we in samenwerking met ervaringsdeskundigen, die we betrekken bij de ontwikkeling en de uitvoering. De training bevat o.a. inspirerende praktijkvoorbeelden, informatie over: hoe maak ik gebruik van de kracht van jongeren/hoe activeer en stimuleer ik het gebruik van het eigen netwerk/hoe beslis ik niet voor de jongeren/wie in het netwerk moeten we vanaf het begin betrekken en in investeren? rollenspelen, outreachend werken voor organisaties die dat niet gewend zijn, speciale aandacht voor LVB’ers, etc.

2.4. Pilot met zorgverzekeraars à Mogelijke ambassadeur: Huisartsen Vaillantlaan Om hulp te krijgen van de GGZ, moet eerst een verwijzing worden opgesteld door de huisarts om in aanmerking te komen voor de vergoeding van de kosten. Daklozen hebben vaak geen verzekering, kost dit extra tijd en hebben sommigen geen (vaste) huisarts. Dit gaat ten koste van het momentum om hulp te bieden waardoor de jongere kans heeft om verder af te glijden. Deze pilot gaat over het flexibeler inrichten van dit doorverwijzingssysteem, bv. door in de doorverwijzing met terugwerkende kracht te zetten: “er is reeds contact geweest met de GGZ en hij/zij kan er terecht”.

2.5. Structureel overleg tussen Den Haag en omliggende gemeenten à Mogelijke ambassadeur: Politie Dit project gaat over het voorkomen van schrijnende gevallen in regiogemeenten door beter gebruik te maken van elkaars kennis en voorzieningen.

2.6. Pilot: waar kan ik heen met mijn jongere? à Mogelijke ambassadeur: Jeugdbescherming West Als professionals zien dat het mis dreigt te gaan, moet er een preventieve overdracht plaatsvinden naar een instantie die de jongere direct kan helpen om erger te voorkomen. Deze instantie (meldpunt? organisatie?) houdt ook de vinger aan de pols. Dit is met name van belang bij 18- naar 18+, maar kan ook op andere momenten relevant zijn.

13


3. Projecten op de langere termijn (gerealiseerd eind 2021)

Het doel van de projecten op de langere termijn is het voorkomen dat jongeren op straat worden gezet. De middelen die genoemd zijn, zijn structurele oplossingen voor financiële belemmeringen, ‘AVG weg ermee’ en leegstaand vastgoed benutten voor bewoning. Mogelijke ambassadeur van deze projecten is het Ministerie van VWS.

3.1. Van maatwerk naar structurele oplossingen voor financiële belemmeringen Onderwerpen waar oplossingen voor gevonden moeten worden zijn: • • •

financiële consequenties van de overgang van 18- naar 18+; het oplossen van de consequenties van de kostendelersnorm; het dichten van het gat tussen de WWB-uitkering vanaf 21 en de huurtoeslag vanaf 23 jaar. Bovenstaande valt onder de verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid en dient desgewenst mede vanuit VWS aangejaagd en gecoördineerd te worden. Een onderzoek naar de consequenties van kostendelersnorm op lokaal niveau zou al een project kunnen zijn dat we op de korte termijn kunnen oppakken.

3.2. ‘AVG weg ermee’ Een te strikte naleving van de AVG werkt in sommige gevallen contraproductief en is soms zelf schadelijk voor de cliënt. Hulpverleners zouden bij wijze van uitzondering en in het belang van hun cliënt soms moeten kunnen afwijken van de AVG. Daarbij moeten zij ruimte krijgen van hun leidinggevende om te doen wat goed is.

3.3. Leegstaand vastgoed benutten voor bewoning Een kans om leegstaand vastgoed te benutten voor bewoning zou bij het ROC kunnen liggen. De komende jaren zal er namelijk minder instroom van studenten zijn en dit betekent dat er klassen letterlijk leeg komen te staan. In dit project gaan we onderzoek doen naar de bewoningsmogelijkheden van deze klaslokalen/units en deze daadwerkelijk benutten. Dit levert niet alleen een bijdrage aan het opvullen van de woningtekorten, maar zo zitten jongeren ook weer in een sociale omgeving die hen direct stimuleert om onderwijs te volgen. Ook kan de anti-kraakgedachte worden toegepast, waarbij tijdelijk leegstaande panden preventief worden bewoond.

14


HOOFDSTUK 3 – AANBEVELINGEN VOOR HET VERVOLG Van inventarisatie naar actie

We hebben de afgelopen maanden gemerkt dat alle betrokken partijen een verantwoordelijkheid voelen om iets te doen aan de problematiek rondom dak- en thuisloze jongeren. Dat zien we in het ambitieuze actieprogramma van het ministerie van VWS, de rapportage van verantwoordelijk wethouder Van Alphen aan de Haagse gemeenteraad, de statements van de professionals in de afgelopen sessies en daarbuiten, en niet in de laatste plaats van de jongeren met wie wij spraken. Dat geeft goede hoop dat we zaken gezamenlijk kunnen oppakken en veranderen; een mooie basis voor het vervolg van de bijeenkomsten tot nu toe. Uit de sessies blijkt ook duidelijk dat de problematiek groot is en de praktijk weerbarstig. Dat zijn geen nieuwe inzichten: veel van de onderwerpen die in het rapport aan de orde komen, zijn al bekend. Wat wél nieuw is, is dat we heel concrete aanbevelingen doen in de vorm van projectvoorstellen die verbeteringen aanbrengen in de preventie van dak- en thuisloosheid onder jongeren. De voorstellen zijn geformuleerd op basis van de twee deelsessies met jongeren en professionals. Het is echter nadrukkelijk niet de bedoeling dat het bij voorstellen op papier blijft: we moeten nu overgaan tot actie. Nog meer verdiepende sessies, inventarisaties en onderzoeken over dit thema zouden onzes inziens niet direct tot meer of andere inzichten leiden. In Den Haag zijn we op de spreekwoordelijke rijdende trein gestapt – er gebeurt al heel veel in deze gemeente, die niet voor niets is aangemerkt als pilotgemeente. Dat lokale proces, gericht op structurele verbeteringen, kunnen we voeden met de opbrengst van de sessies. We onderschrijven het belang van de lange termijn: op basis van een gezamenlijke visie werken aan duurzame oplossingen. Maar we zien óók het belang van kortetermijnacties om successen te boeken, energie te genereren, impact te maken en activiteiten bij gebleken succes in te bedden in lopende processen. Wij pleiten er dan ook voor om beide naast elkaar te laten bestaan; gezamenlijke acties, waar draagvlak en commitment voor is, als voeding voor een proces in ontwikkeling. Zeker in Den Haag als pilotgemeente kunnen de resultaten van concrete acties ondersteunend zijn aan verdere beleidsvorming. Alle betrokken hebben niet voor niets de gemeente aangewezen als dé organisatie die niet alleen de beleidsvorming organiseert, maar ook de acties coördineert. Dat geeft vertrouwen aan de betrokkenen, en een grote verantwoordelijkheid aan de gemeente. De sessies hebben nog een breder doel: de gemeente Den Haag is niet de enige gemeente die van deze opbrengsten kan profiteren. Met het Ministerie van VWS als aanjager komen de resultaten ten goede aan de rest van Nederland, te beginnen met de andere pilotgemeenten. Zodat we hiermee een wezenlijke bijdrage leveren aan het realiseren van de gezamenlijke ambitie: het terugbrengen van het aantal dak- en thuisloze jongeren naar NUL! Een hoge ambitie vraagt om serieuze aanbevelingen, waar iets mee wordt gedáán: laten we dit rapport dan ook zien als een to-do-lijst, en met zijn allen aan de slag gaan.

15


BIJLAGE A: INGEBRACHTE CASUĂ?STIEK

Voorafgaand aan deelsessie 2 (met professionals) hebben we de aanwezigen gevraagd casuistiek aan te leveren. Dit kon een casus zijn waar preventie goed heeft geholpen, maar ook een casus waar de hulpverlener buikpijn van kreeg. Deze cases hebben we als input gebruikt voor beide deelsessies. We hebben ze hier geanonimiseerd (namen van de indieners bekend bij Matthijs en Mirella).

Vier cases om bij van te worden

Casus 1

15 jarig meisje, van huis weggelopen. Beschuldigt vader van incest, doet geen aangifte. Komt na vele omzwervingen op 18 jarige leeftijd, terecht bij Emmaus- woon/werk gemeenschap. Voelt zich ondergewaardeerd, maar blijft daar wel enkele jaren wonen en werken. Verhuist naar stichting Passant, gaat de opleiding Verzorgende niveau 3 volgen, met succes. Heeft een hondje dat erg belangrijk is voor haar. Heeft veel behoefte, telkens herhalend haar bewogen, dramatisch verleden met ons te delen. Geen advies- geen oordeel- luisteren- was onze benaderingswijze. Zij heeft nu een eigen appartement en een baan als activiteiten begeleidster. Casus 2

D. verblijft bij de studio’s en School2Care. Dit traject loop door na haar 18e en is belangrijk voor haar ontwikkeling. Helaas heeft ze nog geen identiteitsbewijs, dit loopt via de ambassade. Dit maakt dat doorstroom naar het regulier onderwijs onder andere ook staakt. Zij is hiervoor gemotiveerd, moeder ook. Terug naar moeder is nog te kwetsbaar. Moeder wijst haar heel snel af en is onvoorspelbaar. D ervaart nu veiligheid op de plek waar ze nu is. Ook de psychische ontwikkeling van D is kwetsbaar door de voorgeschiedenis waarbij ze verlaten is door moeder in H. en daarna verschillende verblijfplaatsen heeft gekend in H. en Nederland. Gesloten Jeugdzorgmachtiging op vrijwillige grond na 18 is hiervoor nodig, totdat ze door kan stromen naar Jeugdformaat. D. heeft moeite met veranderingen en ook hier ligt het probleem van het identiteitsbewijs. Gezien de ingewikkeldheid met juridische procedures met de ambassade en de band die er nu is opgebouwd met de jeugdbeschermer is het belangrijk om verlengde jeugdzorg te kunnen bieden. Het gezin heeft negatieve ervaringen met het CJG en de jb-er is ook betrokken bij de broer en heeft de kennis van het gezin. Het is belangrijk om de prille ontwikkeling van dit meisje te faciliteren en ondersteunen. Bij wijziging van verblijf, school of jeugdbeschermer is de verwachting dat ze zich opnieuw afgewezen voelt en haar motivatie verliest om wat van haar leven te maken.

16


Besluit: Verlengen gesloten machtiging in vrijwillig kader voor 6 maanden. Toestemming jeugdregisseur vragen voor verlengde jeugdhulp. Besluit van de Gemeente Den Haag: Toestemming gekregen om na haar 18de op vrijwillige basis maximaal 6 maanden door te gaan. Dit heeft meer tijd gegeven om alles op een positieve manier af te ronden. Casus 3

Een succesverhaal is een zeer kwetsbare jonge dame dat dakloos hier binnen kwam (zoals de meeste jongeren) en in huis een paar keer heeft kunnen vallen en opstaan. Ze had zo’n defensieve houding en zo weinig vertrouwen in de hulpverlening dat het wel anderhalf jaar duurde voordat wij haar zover kregen dat ze met een GGZ collega wilde spreken. De ervaringen in huis hielpen om haar inzicht te laten geven dat het nodig was (er waren nu voldoende voorbeelden waarin haar eigen gedrag er voor zorgde dat zaken in het honderd liepen). Ze is uiteindelijk geland bij onze GGZ psycholoog en onze schulphulp verleners. Doordat dit hele korte lijntjes waren is het toch gelukt. Via een van de weinige convenant woningen die we hebben kan ze nu op zichzelf gaan wonen (nog een jaar lang gemonitord door ambulante hulp). Wij zien dit slagen. Er is veel geïnvesteerd in hulp aan dit meisje. Casus 4

Cliënt is een 26 jarige jonge man. Hij woont na eerdere (langdurige) dakloosheid bij een begeleid woonvorm. Heeft in het verleden zelfstandig gewoond, maar dat ging mis. Had veel huurschuld, werd psychotisch en raakte zijn woning kwijt. Bij deze woonvorm gaat het al snel minder goed. Cliënt drinkt regelmatig alcohol en betrekt andere bewoners daarbij. Hij krijgt een waarschuwing dat als hij zo doorgaat met ontslag gestuurd wordt. Twee weken later staat hij op straat met het adres van de nachtopvang in zijn handen gedrukt. Dit is de tweede langdurige periode van dakloosheid. Housing first is aangevraagd maar afgewezen aangezien cliënt volgens hen niet voldoet aan de criteria dat hij al bij diverse woonzorg aanbieders een misgelopen traject heeft gevolgd. Cliënt staat aangemeld bij verschillende beschermende woonvormen, maar is bij zijn eerste intake afgewezen aangezien volgens deze woonvorm zijn problematiek niet aansloot bij hun doelgroep. Cliënt is vervolgens nog steeds dakloos. Heeft hoge schulden, maar komt zijn behandelafspraken goed na en is langdurig psychosevrij vanwege zijn compliance mbt de medicatiebehandeling. Nu heeft cliënt bewindvoering aanvaard en is aangemeld voor een convenantwoning.

17


Zes cases om buikpijn van te krijgen

Casus 1

16 jarige jongen uit Birma. Behoort tot een minderheids groepering. (Rohingya) nadat zijn familie is uitgemoord,werd hij als verstekeling op een schip naar Nederland gebracht. Na verschillende opvangcentra en behandeling- centra te hebben doorlopen, leek hij optimistisch en gemotiveerd. Hij kreeg een flat. Al snel gleed hij af, isoleerde zich, betaalde rekeningen niet etc. Moet woning verlaten, komt op straat terecht. Via “Zorg en bijstand”, komt hij bij ons terecht. Wij hebben veel zorg om zijn wisselende stemming, regelmatig uit hij zich suïcidaal. Wij denken te zien dat hij eigenlijk geen aansluiting wil in onze maatschappij. Hij barst van heimwee naar zijn eigen cultuur en familie. Hoe zou het zijn gelopen als hij de kans had gekregen enkele weken naar het buurland Bangladesh te gaan om daar enkele gevluchte familie leden op te sporen? Dit i.p.v. hem een flat aan te bieden en nog meer behandeling? Casus 2

Een gezin wat bestaat uit een moeder, (stief)vader en 4 kinderen en wat woonachtig is in PijnackerNootdorp. De jongste kinderen zijn van de stiefvader. De oudste 2 kinderen, 18 en 21 jaar, zijn van een andere man die de kinderen niet meer ziet. Moeder en de 2 oudste kinderen zijn (on)officieel gediagnostiseerd tot LVB-er. Afgelopen week heeft moeder gezegd dat ze de kinderen de deur zou wijzen waardoor ze dak- en thuisloos zouden worden. Ik ben in de middag in gesprek geweest om te zorgen dat ze die uitspraak niet zou uitvoeren. In de avond heeft ze toch de daad bij het woord gevoegd. De kinderen zijn toen bij de Kessler Stichting in Den Haag gaan slapen. Ik heb de volgende dag gebeld met de gemeente en die gaf aan dat ze niets kunnen doen. Daarna heb ik Veilig Thuis gebeld en die gaven als advies een VT melding te maken wat ik dan ook heb gedaan. De kinderen slapen nu bij een vriend in een studio in de gemeente. Die vriend is officieel tot LVB-er gediagnostiseerd. Moeder belt de kinderen bijna elk uur om te vragen hoe het met ze gaat. En wanneer ze het idee heeft dat het niet goed gaat vindt ze dat de kinderen terug moeten komen. In verband met de leeftijd in combinatie met hun LVB vallen de kinderen tussen wal en schip. Biologisch zijn ze inderdaad 18 en 21 jaar oud maar in de uitvoering komen ze niet aan die getallen. Casus 3

C. is een zeventienjarige jongen waar al enkele jaren zorgen over bestaan in verband met politiecontacten. Er zijn op dit moment zorgen op de gebieden van de schoolgang, vrije tijd, sociale contacten en attitude. Daarnaast zijn er vragen over de geestelijke gezondheid van C. Hierop is weinig zicht gekomen, aangezien hij aan psychologisch onderzoek van het NIFP en de Forca niet/onvoldoende heeft meegewerkt en in beperkte mate heeft meegewerkt aan gesprekken met de ... C. is de afgelopen jaren meermaals verdacht geweest, zonder dat hij is veroordeeld. C is op 11 december 2016 aangehouden wegens verdenking van meerdere fietsendiefstallen, waarbij er gesproken werd over 46 fietsendiefstallen. Deze verdenking is gevoegd met de nieuwe verdenkingen. 18


De … maakt zich zorgen om de forse nieuwe verdenkingen tegen C. C wordt verdacht van het dealen van drugs. Ook de aard van de eerdere verdenking rondom de fietsendiefstallen doet vermoeden dat C zich in een anti-sociaal netwerk bevindt of heeft bevonden, waarin er criminele activiteiten worden verricht om geld te verdienen. C is pas zeventien jaar en de .. maakt zich grote zorgen over het afglijden van C en dat de inzet van eerdere strafrechtelijke maatregelen, zoals begeleiding van de jeugdreclassering en schorsende voorwaarden weinig effect lijken te hebben. Daarnaast maken de zorgen over de attitude van C. dat de ... zich zorgen maakt over de gewetensontwikkeling. Ouders willen graag hulpverlening accepteren, maar gezien wordt dat de motivatie voor zowel hulp vanuit C. ambivalent is. Hij vindt dat de problemen met hem er niet zijn, wil zijn eigen voorwaarden stellen aan de hulp en heeft liever geen bemoeienis. De Ots van C. is op 8 oktober 2019 afgesloten. De JR maatregel is i.v.m. het Hoger beroep opgeschort, met als gevolg dat er op dit moment geen maategel meer loopt en er geen toezicht is. Ouders dreigen C. op zijn 18de (12 november 2019) op straat te zetten. Het kan maanden/jaren duren voordat een zittingsdatum wordt gepland door het Hof. Casus 4

Een verhaal waarbij het niet is gelukt is dat van een jonge man waarbij na een paar maanden huisvesting bleek dat er toch erg veel mentale problemen waren. Op de wachtlijst voor GGZ hulp ging het slechter en slechter (wij hadden deze hulp nog niet in huis). Hij is in een psychose geraakt en s ’nachts van de straat geplukt. Helaas werd hij de volgende ochtend weer naar het woonproject gestuurd. Meerdere maken hebben wij aangegeven dat het niet te hanteren was hier in huis (medebewoners werden bang van hem). Uiteindelijk hebben wij hem moeten laten vetrekken en is hij (tijdelijk) bij zijn broer in getrokken. Geen goede oplossing want ook hij kan niet de juiste zorg bieden. Casus 5

Een handiger voorbeeld is misschien een waarbij de financiën meespeelde. Een jongen die bij zijn ouders het huis uit moest i.v.m. de kostendelersnorm. Hij woonde in Leidschendam en zou bij JIT wonen terecht kunnen maar er was een wachtlijst van een half jaar. Ondertussen bij vrienden op de bank waardoor hij zijn school niet vol kon houden. De studiefinanciering is gestopt en een uitkering moest worden aangevraagd. Een dagbesteding is een voorwaarde om bij JIT wonen te worden geplaatst. Uiteindelijk lukt het zo’n jongen wel om weer iets op te pakken maar het duurt maanden voordat alles weer op de rails is. Ook dit moet gewoon anders. We hebben 76 jongeren in huis en nog eens 50 op de wachtlijst. Nu is er zelfs sprake van een aanmeldstop. Al deze 50 jongeren gaan achteruit als het zo lang duurt. We krijgen de jongeren die bij ons klaar zijn om op zichzelf te gaan wonen niet uitgeplaatst, er is geen betaalbare huisvesting voor deze doelgroep.

19


Casus 6

Cliënt is een jongeman van 22. Heeft zijn opleiding niet afgemaakt, maar is jong gaan werken. Werkte soms wel 70 uur per week en zat 6 dagen per week in de sportschool. Heeft zichzelf enorm overbelast en is psychotisch geraakt. Heeft zijn huur opgezegd en zwierf over straat. Hij kwam in beeld bij de politie en werd uiteindelijk met een IBS opgenomen in een kliniek. Na de opname had cliënt geen woning. Ging logeren bij zijn moeder, die in zorginstelling woonde. Aangezien cliënt daar niet langdurig mocht verblijven was er haast geboden met het vinden van een woonplek. Cliënt heeft nog kort op de nachtopvang moeten slapen, maar heeft nu via een thuiszorgorganisatie een kamer kunnen huren.

Overige input Knelpunten die vanuit de zorg worden gezien: •

•

•

•

•

•

•

wachtlijsten! in GGZ en bij welzijn/gemeente. Soms zie je aankomen dat iemand gaat vastlopen, maar als er dan wachtlijsten zijn bij de loketten waar hulp geboden kan worden (Bv CJG of JIT, maar ook jeugd-GGZ) van maanden, dan worden problemen vaak alleen maar meer en van kwaad tot erger. Schulden lopen op. De berg ellende (en daarmee vaak ook depressie en angstklachten) wordt/worden groter en dus ook de kans dat iemand afhaakt. Klachten worden erger, vertrouwen in hulpverlening daalt, er ontstaat een vicieuze cirkel. Geldt overigens ook voor volwassenen... Jongeren kunnen vaak niet goed plannen, en zien soms door de bomen het bos niet meer (bureaucratie, afspraken met verschillende loketten). Dan haken ze af. Het JIT heeft volgens mij case-managers, en dat werkt volgens mij wel goed. Met name jongeren met LVB zijn erg kwetsbaar. LVB wordt niet altijd op tijd herkend, maar is vaak een belangrijke factor waardoor jongeren vastlopen. En als het welk herkend wordt is er vaak eerst diagnostiek nodig (IQtest bv) om goed te kunnen verwijzen. IQ test/diagnostiek is echter erg lastig, dat krijg je niet zomaar voor elkaar> geeft extra vertraging. Het hulpaanbod voor deze specifieke doelgroep is vaak erg beperkt of heeft lange wachtlijsten (oa GGZ). Kinderen van ouders met psychiatrische problematiek zijn vaak veel kwetsbaarder voor multiproblematiek; veel van de dakloze jongeren die ik heb gezien hadden ouders met chronische psychiatrische aandoeningen. Er is aandacht vanuit GGZ voor KOPP, maar ik denk onvoldoende (verklaarbaar vanuit de grote druk en wachtlijsten bij GGZ; bovendien hoe uit te voeren? Jongeren willen soms wel hulp maar komen moeilijk aan bij het juiste loket. Als ik ze verwijs naar het JIT, vinden ze het lastig er naar toe te gaan. Vervolgens is er een wachtlijst. Idem CJG (bij iets jongere tieners). Ook overdracht van jongere naar volwassene zorg is vaak erg moeizaam. Ik heb een aantal ouders op mijn spreekuur gehad die zich erg zorgen maken over hun adolescente zoon/dochter, vanwege psychische problemen, problemen opleiding, huisvesting, verslaving, etc. Ouders zien vaak wel dat het dreigt mis te gaan/misgaat. Alleen kan ik vaak erg weinig doen als de jongere zelf niets wil. Wat ik eerder heb geprobeerd is dan het sociaal wijkteam inschakelen met het verzoek ouders te helpen bij het helpen van hun kinderen. Dat heeft een enkele keer geholpen, maar niet altijd. Een soort Topteam/FACTteam voor jongeren is er wel, weet ik, maar daar zeggen ze ook vaak niks te kunnen als er geen hulpvraag is. Daarom denk ik dat preventie toch ook erg belangrijk is, vanuit scholen bijvoorbeeld?

20


BIJLAGE B: APP “HAAGS DAKKIE”

Het eerste concrete resultaat staat binnenkort gratis in de App Store en Play Store: de app “Haags Dakkie”. Onderstaand ziet u de screenshots en functionaliteiten van de app die als projectvoorstel 1.1 is opgenomen.

21


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Ik heb jullie hart nodig! by socialeimpact - Issuu