Skip to main content

Fokus Research & Development

Page 1

DIT

DOSSIER

WORDT

GEPUBLICEERD

DOOR

SMART

MEDIA

RESEARCH & DEVELOPMENT DENK VOORUIT

OKTOBER 2015

EN

VA LT

NIET

ONDER

DE

ANN DEMEULEMEESTER Open en duurzame innovatie troef

VERANTWOORDELIJKHEID

BART BODE Creatief denken en handelen

VA N

DE

REDACTIE

VA N

KNACK

INNOVATIELAND Vlaanderen aan de top

Biotech

Schimmels en gisten zijn nuttige fabriekjes

Farmaceutica

Steunen op open innovatie

Industrie 4.0

Verwelkomt het Internet of Things

FRANÇOIS ENGLERT

‘Onderzoekers spenderen te veel tijd aan het meedingen naar grants. Noodzakelijk, maar ze dreigen in een administratieve mallemolen terecht te komen’

Lees meer online op fokusresearchdevelopment.be

AQUARAMA INNOVATIE IN WATER TRADE FAIR 22 OKTOBER 2015 FOR WATER TECHNOLOGY

10de editie!

BRABANTHAL LEUVEN

Gratis toegang I Programma en registratie via www.aquarama.be

TNAV WORKSHOP

TNAV WORKSHOP I AQUAFLANDERS STUDIEDAG I VLARIO STUDIEDAG I VMX LEZING I BCCA LEZING


2 EDITORIAL ANN DEMEULEMEESTER Veel leesplezier

Open en duurzame innovatie troef

Tars Hoeykens, Project Manager

Hoe klein Vlaanderen ook is op wereldschaal, het beschikt over een enorme innovatiecapaciteit. De sterke samenwerking tussen universiteiten, kennisinstellingen, het bedrijfsleven en de brede aanpak van innovatie en ondernemerschap, zijn absolute troeven.

COLOFON

 FOKUSRESEARCHDEVELOPMENT.BE

TEKST ANN DEMEULEMEESTER, VOORZITSTER VAN DE RAAD VAN BESTUUR, IWT

zijn in het stimuleren van bijkomende R&D-uitgaven door ondernemingen.

Bedrijven en kenniscentra kunnen rekenen op begeleiding doorheen de veelheid van Europese steuninstrumen-

DE VLAAMSE OVERHEID en het agentschap

I

nnovatie is een topprioriteit voor Vlaanderen. Want als kleine regio met een van de meest open economieën ter wereld, zijn we sterk afhankelijk van internationale evoluties. Creativiteit, ondernemerschap en kennis zijn onze belangrijkste grondstoffen. Om een kenniseconomie competitief te houden, is innoveren van levensbelang. DE VLAAMSE BEDRIJVEN hebben dit goed begrepen en sinds 2005 nemen de investeringen in onderzoek en ontwikkeling (O&O) sterk toe. Studies wijzen uit dat, naast fiscale maatregelen, innovatiesubsidies het meest effectief

voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) wil daarom innovatie actief en duurzaam ondersteunen. Meer dan de helft van de financiële steun (305 miljoen euro) gaat rechtstreeks naar bedrijven via een open, vraaggericht systeem. Voor kmo's zijn er specifieke steunprogramma's. De andere helft gaat naar kennisinstellingen die belangrijke partners zijn voor bedrijven, zoals universiteiten, hogescholen en onderzoekscentra. Daarnaast spelen de Europese steunprogramma’s verder in op grenzeloos samenwerken. Zo is er het nieuwe EU-onderzoeksprogramma ‘Horizon 2020’ en nog een veelheid aan andere Europese samenwerkingsinitiatieven, samen goed voor 80 miljard euro.

Duurzame innovaties zijn een hefboom voor welvaart en welzijn

VLAANDEREN IS STERK op dat vlak in

verschillende sectoren: de biomedische sector, life sciences, nanotechnologie en noem maar op. Vlaanderen is ook koploper in sociale innovatie met radicale vernieuwers in de zorgsector, de deeleconomie, de armoedebestrijding enzovoort.

ten. Op lokaal niveau stimuleren we gezamenlijke, sectorale innovatie-activiteiten tussen bedrijven, al dan niet met kennisinstellingen. Zelfs Europa bevestigt onze aanpak met een recent uitgereikt rapport. MAAR INNOVATIE GAAT vooral over

INNOVATIE ONDERSTEUNEN, GAAT natuurlijk

om meer dan geld. Het gaat ook om advies, begeleiding en coördinatie.

Net daarom moeten we inzetten op duurzame innovatie, die op lange termijn kan overleven, die naast economisch ook maatschappelijk relevant is en een échte toegevoegde waarde creëert.

systeemverandering. Wereldwijde concurrentie versnelt innovatie en verkort tegelijk haar levensduur.

DE RESULTATEN VAN succesvolle innova-

ties zijn dus niet alleen goed voor de ondernemingen, ze creëren ook een hefboomeffect voor de welvaart en het welzijn van Vlaanderen. Innovatie helpt taaie problemen en uitdagingen aanpakken, zoals vergrijzing, klimaatverandering en digitalisering. Wie hierop antwoord biedt met innovatieve oplossingen, heeft de sleutel tot de toekomst.

Project Manager: Tars Hoeykens tars.hoeykens@smartmediaagency.be Productieleider: Ellen D’hondt Hoofdredactie: Elke Ramsdonck, redactie@smartmediaagency.be Tekst: Johan Van Geyte, Senne Starckx Coverbeeld: Rob Stevens (KU Leuven) Vormgeving: Baïdy Ly Drukkerij: Roularta Smart Media Agency BE Leysstraat 27, 2000 Antwerpen, Tel +32 3 289 19 40, meerinfo@smartmediaagency.be

DIT IS SMART MEDIA Smart Media is een topspeler op het gebied van content marketing en native advertising. Onze campagnes worden zowel digitaal als in belanghebbende kranten verspreid. Onze basisgedachte is een sterke focus op het onderwerp. Door creatieve media-oplossingen helpen we u uw merk versterken en creëren we waarde voor uw doelgroep. Door kwalitatief hoge content zorgen wij ervoor dat uw klanten, onze lezers, actie ondernemen.

PROTOTYPING: 28 & 29 oktober 2015, Kortrijk Xpo PROTOTYPING is een nieuw beursconcept voor al wie actief is op vlak van productontwikkeling, prototyping en productie in kleine volumes. Bedrijven en onderzoekscentra brengen een uniek aanbod van technologieën, materialen, tools en technieken samen voor het materialiseren van productconcepten van idee tot concept. Via case study seminars krijgt u een inspirerende blik in de R&D van heel wat bekende bedrijven. www.prototypingxpo.com

PREMIUM PARTNER: LEES MEER OVER... 04 Farma-onderzoek steunt op open innovatie 05 Het nanowonder: vloek of zegen? 06 Van tekenfilm naar realiteit

08 Profielinterview: François Englert 10 Goede bacteriën, schimmels en gisten zijn nuttige fabriekjes 12 Land van het onderzoek 14 Creatief denken en handelen

04

Schoenen uit de…

3D-printer Schoenen. We lijken er nooit genoeg te hebben. Daardoor is de schoen tegenwoordig een regelrecht wegwerpproduct. De inherent duurzame, modulaire en 3D-geprinte schoen gaat hiertegen in. Dankzij de expertise van ontwerp- en ingenieursbureau Voxdale uit Wijnegem past de schoen aan elk voetje. Schoenendesigner Kristel Peters, die helemaal in de ban is van het

cradle-to-cradle-concept, wil de modewereld triggeren om meer oog te hebben voor duurzaamheid. Concreet wil ze een oplossing vinden voor de massa schoeisel die we produceren en weggooien. De cijfers zijn best indrukwekkend: jaarlijks dumpen we wereldwijd zo’n 39 miljard schoenen. Het project draait volledig rond de productie van 3D-geprint schoeisel. Bij 3D-printing worden een ontwerp bottom-up gerealiseerd en dus op maat gemaakt – er is dus geen afval en de schoen past altijd

perfect aan het voetje. De bedoeling is ook dat de nieuwe schoen zich kan aanpassen aan de seizoenen en aan de modegrillen van de drager. De zool, de basis van elke schoen, wordt daarom 3D-geprint op basis van een voetscan. Het ‘jasje’, dat aan de zool wordt vastgemaakt, kan gewisseld worden. Ontwerp- en ingenieursbureau Voxdale uit Wijnegem ondersteunt het project door het bedenken van nieuwe architecturen en mogelijke montageprincipes. “Op basis van verschillende voorontwerpen en 3D-scans van echte voeten werden de eerste prototypes uitontwikkeld en geprint”, vertelt Koen Beyers, stichter en ceo van Voxdale. “Deze prototypes faciliteren het verdere onderzoek. In minder dan een halve dag kunnen varianten of geoptimaliseerde concepten gebouwd worden. Vandaag laat de technologie toe om hele sterke, maar ook flexibele en zachte materialen te printen, zodat ontwerpers alle kanten uitkunnen met de 3D-geprinte schoen.”

www.voxdale.be | www.shoedesigner.be

06

10


ATOS SCANBOX Optische 3D Meetmachine

Een gestandaardiseerde oplossing voor geautomatiseerde kwaliteitscontrole. De levensduur van producten krimpt, het aanbod aan verschillende producten daarentegen, blijft stijgen. Bedrijven kiezen daarom steeds meer voor geautomatiseerde meettechnieken. De ATOS Scanbox series levert geautomatiseerde full-field 3D-metingen van kleine en grote onderdelen, duidelijke resultaatvisualisaties en volledige rapporten. De ATOS ScanBox series steunt op onze jarenlange ervaring met geautomatiseerde projecten in verscheidene industriële omgevingen. Specifiek ontwikkeld voor geautomatiseerde inspectie en kwaliteitscontrole binnen productieprocessen, gaat de ATOS ScanBox verder dan de conventionele geautomatiseerde metingen die al geïntegreerd zijn in tactiele meetruimtes. Met de ATOS ScanBox combineert GOM de kennis en geautomatiseerde metrologie met non-contact en full-field 3D-geometrie inspectie. Die combinatie leidt tot kant-en-klare meetmachines voor verschillende toepassingsgebieden en afmetingen van onderdelen, van plastic uitrustingen tot de complete autocarrosserie. Kom meer te weten over de ATOS ScanBox series op de protyping beurs 28 en 29 oktober in Kortrijk Xpo.

GOM branch Benelux, Interleuvenlaan 15F,B 3001 Leuven  +32 16 408 034  info-benelux@gom.com  www.gom.com

ADVERTORIAL

Your Partner in Coatings Science & Technology

CoRI fungeert als een bron van technologische vernieuwing en ondersteuning voor de uitbouw van ondernemingen, die actief zijn in de sector van oppervlaktebekledingen. In die hoedanigheid vervult het instituut een cruciale rol als een soort technologisch “gistingsproces”. CoRI ondersteunt bedrijven via het stimuleren van innovatie en door support te bieden op het vlak van toepassingstechnieken, het zoeken naar nieuwe grondstoffen, de ontwikkeling van krachtige en milieuvriendelijke producten, de voorbereiding en de behandeling van oppervlakken, en pre- en posttoepassingstests. Met de activiteiten die worden uitgeoefend binnen erkende onderzoekscentra zoals CoRI, wordt een tweeledige doelstelling nagestreefd: het tot stand brengen van projecten rond kwaliteitsonderzoek die perspectieven bieden op werkgelegenheid, alsook het genereren van de nodige internationale zichtbaarheid voor de in deze laboratoria aanwezige expertise. Met dit doel voor ogen zullen de begeleiders van CoRI bedrijven, en meer bepaald KMO’s, helpen bij het identificeren van onderzoekstopics die het nodige potentieel voor economische ontwikke-

ling inhouden. Deze moeten zowel zijn afgestemd op de bedrijfsstrategie als op de competitieve omgeving. CoRI heeft reeds uiteenlopende initiatieven genomen die van nut zijn gebleken voor KMO’s uit de sector van oppervlaktebekledingen. Een eerste groep van projecten heeft te maken met het leefmilieu. CoRI werkt aan de ontwikkeling van krachtige coatings met een geringe ecologische voetafdruk en een lage uitstoot. Deze ontwikkelingen zijn mogelijk dankzij geavanceerde research, enerzijds rond de selectie van grondstoffen, en anderzijds rond vernieuwende productie- en toepassingsprocessen. De tweede activiteitenpool richt zich op de uitwerking van formuleringen voor multifunctionele coatings die decoratie, bescherming en andere functionaliteiten (makkelijk schoon te maken, …) combineren. Tot slot profileert CoRI zich als een autoriteit op het vlak van nanotechnologie. De integratie van nanodeeltjes in organische coatings biedt de mogelijkheid om de mechanische eigenschappen en de duurzaamheid aanzienlijk te verbeteren.

In de loop der jaren heeft CoRI heel wat knowhow vergaard op het vlak van oppervlakvoorbereiding. Het instituut kan bedrijven begeleiden bij de keuze van de meest geschikte oppervlakbehandeling in functie van de gekozen coating en de aard van het oppervlak. De apparatuur is geschikt voor de uitvoering van fysische en chemische tests met het oog op de voorbereiding en de karakterisering van oppervlakken. Dit gaat van eenvoudige technologische tests tot gesofisticeerde wetenschappelijke methodes. Er worden ook kwaliteitscontroles uitgevoerd op de producten en bij de bedrijven die ze toepassen, en dit volgens de geijkte internationale normen.

CoRI - Coatings Research Institute - Av. P. Holoffe, 21 - BE - 1342 Limelette - Belgium - Tel + 32 2 653 09 86 - Fax +32 2 653 95 03 - cori@cori-coatings.be - www.cori-coatings.be

COIPRD0074_59266 Ann VVVF_220x148.indd 1

14/09/2015 09:35


4 ACTUEEL MEDISCH

Een gemiddeld programma voor geneesmiddeleninnovatie neemt maar liefst dertien jaar in beslag - Leo Neels

Farma-onderzoek steunt op open innovatie De farmaceutische sector is in België de onbetwiste leider in R&D in de privésector. Vroeger én nu. Maar het ecosysteem waarin nieuwe geneesmiddelen worden geboren, is wel veranderd. TEKST SENNE STARCKX

H

oofdpijn? Neem een aspirine. Keelpijn? Zuig een lidocaïne-tablet. Hoest? Een lepel hoestsiroop en klaar. Je huisapotheek heeft ongetwijfeld voor elk kwaaltje wel iets te bieden. Maar al die tabletjes, pillen en siropen komen er niet zomaar. Zij hebben eerst een lang traject doorlopen van onderzoek, testen, onderzoek en nieuwe testen. Onderzoek & ontwikkeling is in de farmaceutische sector dan ook een van de belangrijkste investeringen. VORIG JAAR INVESTEERDE de farmaceutische

sector in België maar liefst 2,4 miljard euro in R&D. Iets minder dan in 2013, maar sinds 2008 bedroeg de gemiddelde jaarlijkse stijging van het R&D-budget in de farmasector 3,8 procent. Daarmee lijkt de sector als een van de weinige immuun te zijn voor de economische en financiële crisis. Waar in andere sectoren massaal wordt beknibbeld op R&D, gaan de investeringen in de farmasector gewoon door.

MAAR AL DIE investeringen zijn dan ook broodnodig. Want in bijna geen andere sector is R&D zo duur als in de farmasector. “Recente studies tonen aan dat een gemiddeld programma voor geneesmiddeleninnovatie maar liefst dertien jaar in beslag neemt”, vertelt Leo Neels, die van 2003 tot 2013 directeur was van pharma.be, de koepelorganisatie van de geneesmiddelenindustrie in België. “Zo’n programma kost gemiddeld 1,8 miljard dollar aan puur onderzoek. Als je echter alle kosten in rekening brengt, kom je al snel aan drie à vijf miljard dollar.” DOORGAANS IS HET de klinische onderzoeks-

fase die het meeste geld uit het R&Dbudget opslorpt. Neels: “In deze fase worden kandidaat-geneesmiddelen in de hele wereld getest, in proeven met meer gerichte patiëntgroepen, maar ook met een groter aantal patiënten.” Bovendien vereisen deze proeven efficiënte teams van ervaren medische wetenschappers en specialisten op het

vlak van regelgeving, databeheer en andere domeinen. “Dat kost allemaal veel geld.” Bovendien gebeurt het maar zelden dat een geneesmiddel het hele traject, van ontdekking tot goedkeuring door de gezondheidsautoriteiten en commercialisering, aflegt. Vele middelen stranden ergens tussenin en kosten dus veel geld zonder iets op te brengen. ER WORDT NET als vroeger veel uitgegeven. Maar waar gaat dat geld naartoe? Naar welke ziekten en aandoeningen wordt tegenwoordig onderzoek gedaan? Volgens het meest recente rapport van het Europese Geneesmiddelen Agentschap EMA wordt er in Europa, dus ook in België, voornamelijk onderzoek gedaan in vier domeinen: oncologie, ontstekingsziekten (vb. reumatoïde artritis), spijsverteringsziekten (vb. ziekte van Crohn) en zenuwziekten (alzheimer, parkinson…). Drie van de vier domeinen zijn niet toevallig sterk gerelateerd met ouderdom. De vergrijzing

dwingt de farmaceutische sector om daar met hun R&D optimaal op in te spelen. Hoe meer ouderen, hoe meer ouderdomsziekten en hoe groter het aantal chronisch zieken. ONDERZOEK NAAR MOGELIJKE therapieën en

geneesmiddelen voor verschillende (ouderdoms)ziekten gebeurt ook al lang niet meer alleen door de grote jongens. “In het zogenaamde front-end domein hebben kleine biotechbedrijven en spinoffs de neus aan het venster gestoken”, meent Neels. “Die bedrijven zijn vaak opgezet rond één ontdekking – een zogenaamde biomarker – en zetten alles op alles om daarin een therapeutisch target te ontdekken, hét startpunt van een nieuw geneesmiddelentraject.” DE GROTE JONGENS, zoals Janssen Pharmaceutica, Pfizer, Roche en AstraZeneca maken daar wel dankbaar gebruik van. “Je moet het zien als een vorm van open innovatie”, vervolgt Neels. “Zulke kleine bedrijven zijn vaak

uitermate innovatief, gaan gedurfd te werk en barsten van de creativiteit. Voor de grote spelers is het veel gemakkelijker en goedkoper om het inleidende werk aan deze bedrijven over te laten.” En door de lange doorlooptijd en de hoge kapitaalbehoefte blijft de ontwikkeling en commercialisering van een nieuw medicijn toch exclusief terrein voor big pharma. “Alleen zij beschikken over de vereiste kritische massa om bijvoorbeeld alle klinische trajecten te doorlopen.” GELUKKIG ZIJN ER voor de kleine bedrijven en spin-offs op hun beurt ook voordelen dankzij dit model. Ze kunnen gedeelde licenties krijgen en delen in de uiteindelijke winst van een nieuw en succesvol medicijn. R&D in de medische sector betekent niet alleen een duidelijke win voor de kleine, creatieve biotechbedrijven en de farmaceutische reuzen, maar ook en zeker een win voor ons allemaal.

ADVERTORIAL

Wist u dat plotse hartdood 1 op de duizend personen treft? En vooral voorkomt bij jonge, ogenschijnlijk gezonde mensen. Zelfs cardiologen sporen die hartritmestoornissen moeilijk op. De genetische aanleg speelt wel een rol en dat is exact waarmee wij bezig zijn. Bij Multiplicom ontwikkelen we een breed pallet van moleculaire diagnostische kits. En die bepalen niet enkel een verhoogd genetisch risico op ziekte, maar kunnen ook aangeboren genetische afwijkingen vroegtijdig opsporen. Waarom klinische labo’s voor ons kiezen? Omdat onze test kits snel, eenvoudig en vooral correct zijn. Hierdoor zijn we betaalbaar en kunnen we laagdrempelig zijn voor iedereen. De arts kan op basis van correcte informatie meteen de juiste

human

onco

prenatal

behandeling opstarten en kiezen voor gepersonaliseerde geneeskunde. Efficiënt en kostenbesparend voor mens én maatschappij. Daarom investeren we doelgericht in hoogopgeleide mensen om de focus op innovatie en ontwikkeling hoog te houden. Meer informatie over onze onderneming en onze openstaande vacatures kan u vinden op: multiplicom.com


MATERIALEN VERDIEPING 5

Het nanowonder: vloek of zegen?

3 VRAGEN AAN...

Nieuwe materialen met wonderlijke eigenschappen zien voortdurend het licht, als gevolg van de nanorevolutie. “Door materialen op nanoschaal te manipuleren, creëren we eigenschappen die uniek zijn en op geen andere manier kunnen worden verkregen.” TEKST SENNE STARCKX

N

eem een stukje plastic, glas of hout, en je voelt en ziet dat het oppervlak overwegend glad is. Neem je echter een (elektronen)microscoop, dan ziet het oppervlak er heel anders uit. Het materiaal zit plots vol bulten, gaten en andere onregelmatigheden. En vooral dit: hoewel het om een vast materiaal gaat, lijkt de lege ruimte tussen de individuele moleculen alomtegenwoordig. DIE LEGE RUIMTE was in 1959 onderwerp

van een lezing van de beroemde Amerikaanse natuurkundige Richard Feynman, die de al even beroemde titel droeg: There’s plenty of room at the bottom (er is genoeg plaats op de bodem, red.). Het betekende de geboorte van de nanotechnologie. Want ‘genoeg plaats’ op nanoniveau – een nanometer is een miljardste van een meter – wil zeggen dat je heel wat vrijheid hebt om deeltjes van plaats te veranderen of om zelfs nieuwe atomen in de lege ruimte tussen de bestaande moleculen te plaatsen. “IN DE NANOTECHNOLOGIE draait alles om het manipuleren van deeltjes met dimensies van de grootteorde van één nanometer”, legt Wim Thielemans uit. Thielemans doet materiaalonderzoek met nanodeeltjes aan de KU Leuven Campus Kulak in Kortrijk. “Door deeltjes te manipuleren, creëren we eigenschappen die uniek zijn en op geen andere manier verkregen kunnen worden.” DE KORTRIJKSE NANOTECHNOLOOG legt het

‘nanowonder’ graag uit met een voorbeeld. “Als je weet dat één

FRANS BROM atoomlaag ongeveer één nanometer dik is en je hebt een materiaal dat twee nanometer dik is, dan betekent dit dus dat alle atomen in dat materiaal zich als ‘oppervlakte-atomen’ zullen gedragen. Als een atoom pakweg tien atoomlagen diep ligt in een materiaal, dan gaan we ervan uit dat dat atoom niet meer ‘weet’ dat er een oppervlak nabij is. Hun gedrag is dus helemaal anders dan atomen aan de oppervlakte.” Op die manier worden de eigenschappen van materialen volledig bepaald door het oppervlak. THIELEMANS EN ZIJN COLLEGA’S werken met nanodeeltjes op basis van cellulose, zetmeel en chitine. Dat zijn alle-

maal producten van plantaardige of natuurlijke oorsprong. “We gebruiken ze om bijvoorbeeld polymeren te versterken zodat we superstevige composietmaterialen kunnen maken”, verklaart Thielemans.

pigment) en sensoren. In het laatste geval zorgen de nanodeeltjes ervoor dat de kleinste verandering in de omgeving wordt opgemerkt, waarna een signaal wordt geproduceerd.” MATERIALEN MET WONDERLIJKE eigenschap-

DAARNAAST ZORGEN DE nanodeeltjes er-

voor dat materialen – liefst gewenste – interacties aangaan met hun omgeving of met andere materialen of systemen. “Onze materialen worden toegepast in supercapacitoren (om elektrische energie op te slaan in onder meer gsm’s en elektrische auto’s), aerogels (isolatiemateriaal), coatings, optische materialen (om kleuren te verkrijgen zonder

pen, allemaal goed en wel. Maar hoe zit het met de risico’s van al dat gepruts aan materialen voor de menselijke gezondheid en het milieu? “Alles hangt af van gebruik en nood”, zegt Thielemans. “Ook een chemisch product kan goed of slecht zijn. Medicijnen zijn bijvoorbeeld te vergelijken met gif. Het effect is vaak afhankelijk van de dosis en de manier waarop je het product toedient.” DAAROM WIJST HIJ op het belang van

In de nanotechnologie draait alles om het manipuleren van deeltjes met dimensies van de grootteorde van één nanometer - Wim Thielemans

testen op toxiciteit en accumulatie in het milieu vooraleer materialen met nanodeeltjes commercieel worden gebruikt. Thielemans: “Maar door de bestaande kennis weten we al heel veel. Nanomaterialen zijn zoals chemicaliën: hun effect op het milieu en het menselijk lichaam zal heel sterk afhangen van hun chemische basis en van hun oppervlakte-eigenschappen.” Hij maakt zijn eigen materialen met nanodeeltjes van natuurlijke oorsprong, dus het risico is daar minder groot. Bij synthetisch gemaakte deeltjes is het wel oppassen geblazen. “Vooral bij metalen, zoals de gouddeeltjes in sommige tandpasta’s. Als die in hoge concentraties voorkomen, moet je zeker opletten. Maar dit geldt natuurlijk ook voor water dat een hoge concentratie aan metaalionen bevat – en dat heeft niks met nanotechnologie te maken.”

HOOGLERAAR ETHIEK AAN DE UNIVERSITEIT VAN UTRECHT Wie nanotechnologie zegt, zegt biosensoren: microchips, zeg maar, die de kleinste moleculen in het lichaam kunnen meten. Welke impact heeft hun gebruik op ethisch gebied? “Dankzij biosensoren kunnen we alles veel scherper monitoren. Maar hoe ga je om met de verzamelde data? Welke privacyregels hangen daaraan vast? En mogen die data gedeeld worden met bijvoorbeeld verzekeraars? Open en transparante communicatie over het lot van patiëntengegevens moet.”

Waar ligt de grens? “Veel van de apparaten die biosensoren bevatten, zijn ook geschikt voor thuisgebruik. Daardoor zijn patiënten beter in staat thuis metingen te doen en hun ziekte te controleren. Bijvoorbeeld diabetici. Maar dat roept natuurlijk vragen op rond de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de gegevens.”

Soms is er ook weinig verschil tussen genezen en verbeteren… “Traditioneel weten we dat de geneeskunde niet enkel zieke, maar ook gezonde mensen ‘beter’ kan maken. Ook de nanogeneeskunde is ermee bezig. Als je de hersenfuncties kunt meten door middel van sensoren, kun je ze nadien ook opdrijven via geneesen trainingsmiddelen om nog beter te worden. Vraag is natuurlijk of we dat als individuen en als samenleving wel willen.”

ADVERTORIAL

PNO zorgt voor subsidie voor innovatie

Voor kmo’s en grote ondernemingen bestaan veel mogelijkheden om subsidie voor innovatie te krijgen. Bedrijven denken vaak dat ze niet in aanmerking komen of vinden dit te moeilijk. Toch kan de subsidie oplopen tot 40%, 60% of bijna 90% van de projectkost! Innovatie hoeft geen rocket science te zijn, maar de subsidieverstrekker vraagt wel dat uw project nieuw is voor uw markt. Subsidies helpen uw medewerkers om kennis te verwerven, een eerste prototype van een product of proces te ontwerpen en op de markt te brengen. U mag samenwerken met partners (universiteit of onderaannemer). Voorbeeld: Een kmo met 10 werknemers, waarvan 8 arbeiders, produceert een schokdempersysteem voor de auto-industrie. De bedrijfsleider had een idee om zijn productieproces aan te passen, zodat de levensduur van de schokdempers verdubbelt. PNO Consultants heeft voor dit bedrijf €250.000 subsidies gemobiliseerd. www.pnoconsultants.be

Innovatie wordt steeds vaker een voorwaarde om gebruik te kunnen maken van investerings- of opleidingssubsidies. Hier ontstaat een extra hefboom! De hulp van PNO Consultants verhoogt substantieel uw kans om subsidies binnen te halen. Wij kunnen u van begin tot einde in het subsidietraject begeleiden. U kiest uit ons aanbod wat u nodig hebt. We kennen alle subsidiemogelijkheden op Vlaams en Europees niveau. We hebben dertig jaar ervaring en zijn gegroeid tot een organisatie met meer dan 250 praktijkspecialisten (met een gevarieerde achtergrond en brede expertise) in Europa. De vergoeding van de dienstverlening van PNO Consultants wordt vaak berekend op basis van de toegewezen subsidie.

info@pnoconsultants.be

02/6133110


6 TOEKOMST INDUSTRIE 4.0 3 VRAGEN AAN...

België loopt wat achterop inzake Industrie 4.0

WIM CUYPERS

SALES ENGINEER BIJ GOM

Wat is de belangrijkste evolutie in R&D? “Producten worden steeds vrijer van vorm voor esthetische en ergonomische afwegingen en dit is mogelijk door technologieën zoals 3D printen en intelligentere freesmachines. Ook gepersonaliseerde “custom made” ontwerpen worden populairder die niet vasthangen aan een vaste vorm.”

Hoe heeft 3D-metrologie R&D veranderd? “Vroeger kon er enkel tactiel gemeten worden en dit was enkel OK voor geometrische vormen. Nu kan het product, dankzij 3D-scanning, 1 op 1 vergeleken worden met de nominale tekening of het CAD model en worden afwijkingen visueel weergegeven. De nieuwe inspectietechnieken geven een veel duidelijker beeld waarom iets afwijkt en waar de oorzaak zit, waardoor het product of prototype veel sneller en correcter aangepast kan worden. Vele klanten zeggen dat hun ontwikkelingstijden hierdoor sterk gereduceerd zijn.”

Kan België mee met andere industriële landen inzake R&D? “Onze sterkte is het onderwijs en de creativiteit. Dus ja, we zijn en blijven sterk in R&D. Veel producten worden bijvoorbeeld in China gemaakt, maar het ontwerp, de productiemethode en de kwaliteitsverbetering blijft hier. Dat moeten we zo houden. Als het onderwijs goede, creatieve ingenieurs en wetenschappers blijft afleveren, dan staat onze toekomst, de kenniseconomie, er goed voor.”

- Frank Deschuytere

Van tekenfilm naar realiteit We leven in Vlaanderen 2.0, we gaan aan de slag volgens Werken 2.0 en doen dat in de Industrie 4.0. Het internet der dingen zorgt nu ook voor de vierde industriële revolutie. De digitale generatie is weer aan zet. TEKST JOHAN VAN GEYTE

Machines die met mekaar konden praten, het kwam vroeger alleen in tekenfilms voor. Nu is het realiteit geworden. De industrie staat voor een nieuwe omwenteling. Niet voor niets wordt gesproken van Industrie 4.0. INDUSTRIE 4.0., beter bekend onder de be-

naming ‘Internet der dingen’ of in het Engels Internet of Things (IoT): machines die met mekaar kunnen communiceren. Denk aan een slimme meter die elke maand de stand van het gas- en elektriciteitsverbruik doorgeeft aan de centrale zonder dat er een controleur moet langskomen. Of denk aan een distributieautomaat die automatisch een signaal geeft als een product (bijna) uitgeput is. Of RFID-tags, die informatie via radiosignalen overbrengen, zodat de machine weet welke bewerkingen er uitgevoerd moeten worden. “BELGIË LOOPT WAT achter inzake Industrie

4.0”, zegt Frank Deschuytere, CEO

van Option, specialist in draadloze communicatie tussen machines. “Bij ons is het bijvoorbeeld nog onduidelijk wie de slimme meters zal betalen: de netbeheerder of de consument? In de VS is die discussie al uitgeklaard. Daar neemt de netbeheerder de investering op zich, door onder andere de grotere afstanden die overbrugd moeten worden. Bovendien genieten de ontwikkelaars er van een schaalvoordeel.” WAAR INDUSTRIE 4.0 precies toe zal leiden, staat nog open, maar het vormt mogelijheden Deschuytere: “Er zijn twee aandrijvers voor een doorbraak. De eerste is het efficiënter maken van de productieprocessen, bijvoorbeeld door de servicekosten te verlagen. Sensoren die metingen uitvoeren, worden ook steeds vaker al ingebouwd in toestellen en machines." De tweede is om via een betere kennis van de klantenbehoeften nieuwe producten met een hogere meerwaarde te gaan vermarkten.”

INDUSTRIE 4.0 IS zeker niet alleen voorbe-

houden voor grote ondernemingen. “Integendeel. We zien dat de bereidheid bij kmo’s vaak groter is dan die bij grote ondernemingen. Dat komt omdat ze vlotter hun productieprocessen kunnen aanpassen”, aldus nog Deschuytere. Een echte boost komt er wellicht op het moment dat er meer duidelijkheid komt over de communicatiestandaarden voor het uitwisselen van informatie tussen de machines. Die zullen wellicht worden gezet door de Googles, Intels en Qualcomms van deze wereld. ONDERTUSSEN WORDEN OP het terrein niette-

min tal van initiatieven genomen. Zo liet Track4C een mogelijkheid ontwikkelen om containers te volgen. Als de laadkisten gestapeld worden, is de kans immers groot dat de communicatie die ze uitsturen – over bijvoorbeeld temperatuurgegevens – niet meer wordt opgevangen. “Daarom werd de oplossing gezocht in een technologie waardoor

signalen van ingesloten containers van container naar container ‘springen’ tot ze er een vinden die het signaal wel kan doorsturen naar de buitenwereld”, zegt woordvoerder Wim Van Daele van iMinds, het onderzoeksplatform waarop Track4C een beroep heeft gedaan. Het combineert de expertise van 900 onderzoekers aan de vijf Vlaamse universiteiten. Dat zijn zowel mensen die beslagen zijn op technologisch vlak als op het vlak van ethiek en privacy. EEN VAN DE heikele thema’s in het internet

der dingen blijft namelijk die van de databeveiliging. “Maar we doen er alles aan om daarvoor oplossingen te zoeken. We zijn daar permanent mee bezig omdat we weten dat dit cruciaal is”, meent Deschuytere. Hetzelfde geldt voor de privacy van de gebruikers. Ook daar worden voortdurend nieuwe stappen gezet. In ieder geval is de industrie klaar voor haar vierde revolutie. Welkom Industrie 4.0.

ADVERTORIAL

Pures Natuurlijke gezondheidszorg: focus op innovatie Sinds 2006 fungeert PURES als toonaangevend consultancybedrijf binnen de nutraceutische sector. Pures werd opgericht door Gabriël Devriendt, bioloog met uitgebreide farmaceutische ervaring en diepgaande kennis van zowel nutritionele biochemie als pathofysiologie. Hij levert vernieuwende inzichten voor concepten en producten die de gezondheid van mens, dier en plant op natuurlijke wijze bevorderen. Centraal daarbij staat het streven naar behoud en herstel van het volledige ecosysteem dat de mens is, gebaseerd op het systeemdenken vanuit de “why”-vraag en d.m.v. natuurlijke stoffen.

Research & Development

Pures verricht onderzoek naar werkzaamheid en veiligheid van nutriënten, plantaardige bioactieve stoffen en formules met hoge toegevoegde waarde voor behoud en herstel van de menselijke gezondheid.

Vorming van gezondheidsprofessionelen

Via lezingen, seminaries en congressen voor specialisten, huisartsen, apothekers en paramedici informeert Pures voortdurend over de nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden van natuurlijke stoffen voor de humane gezondheid.

Wetenschappelijke adviesfunctie

Pures neemt als kennispartner deel in talrijke projecten en denktanks die de toekomst voorbereiden voor een verbeterde nutritionele zorg voor gezondheid.

Dhr. Gabriël Devriendt Contact: Pures BVBA | Kasteelhoek 12, 8730 Beernem | Tel 050/59.88.81 | www.pures.be | info@pures.be

Foto: ©Daniil Lavrovski, 2015


ADVERTORIAL

Internet of Things Belgium brengt de toekomst dichterbij Het Internet of Things (IoT) is de volgende evolutie binnen het communicatienetwerk dat de mens 3000 jaar geleden heeft opgestart. Elektronische apparaten zullen meer en meer met elkaar in verbinding staan en communiceren, zonder menselijke tussenkomst. IoT gaat echter verder dan het connecteren van objecten met elkaar via het internet. “IoT heeft het potentieel om ieder aspect van het dagdagelijkse leven te digitaliseren en zal in alle sectoren leiden tot vergaande innovaties. ”, legt Frederik Santens, voorzitter van IoTBE, uit.

En wat is dan IoTBE?

Santens: “IoTBE of Internet of Things Belgium, is een Belgische onafhankelijke non-profit organisatie die alle IoT-expertise in België samenbrengt. We bieden niet alleen verschillende opleidingen aan, maar ook een platform waar hoogtechnologische bedrijven, researchinstellingen, de industrie en dienstensector samenwerken rond nieuwe innovatieve oplossingen. In eerste instantie ligt onze focus op Industrie 4.0, Smart Cities, Smart Retail en Smart Buildings & Offices. Op dit moment rollen we ook een expertisecentrum uit. Bedrijven

uit de industrie of dienstensector kunnen daar terecht voor strategisch en technologisch advies en begeleiding voor hun IoT-innovaties.”

Waarom is IoTBE opgericht?

S.: “Hoewel het huidige landschap van IoT nog jong en voortdurend in beweging is, is het wel al duidelijk dat IoT een belangrijke impact zal hebben op iedere sector. Voor veel bedrijven – zowel niettechnologische als technologische – is het echter nog niet duidelijk hoe deze opportuniteit kan worden benut. IoTBE is dus opgericht, samen met onafhankelijke partners uit de industrie (Agoria) en onderzoek (iMinds), om België op de IoT-kaart te zetten.. Door de verschillende stakeholders samen te brengen, krijgen onze leden nieuwe inzichten. Daarmee kunnen ze de juiste oplossing in de juiste technologie binnen de juiste strategie ontwikkelen en inzetten. Zo bieden we voor alle partijen een toegevoegde waarde.”

Wie kan er dan bij jullie terecht?

S.: “Echt iedereen met een sterke interesse in IoT. Gespecialiseerde bedrijven en experten kunnen

genieten van ons ruim opleidingsaanbod over heel België. Daarnaast kunnen ze zich aansluiten bij de verschillende focusgroepen en in contact komen met potentiële klanten of innovatiepartners. Anderzijds geven we onafhankelijk strategisch en technologisch advies aan bedrijven in de industrie- of dienstensector en overheden. We hebben een uitgebreid netwerk, waardoor we steeds de juiste partijen rond de tafel brengen. Ook onderzoeksinstellingen die op zoek zijn naar de geschikte R&D-project partner of een communicatieplatform om hun research in de kijker te zetten, zijn bij ons aan het juiste adres.”

Wat biedt de toekomst?

S: “De laatste jaren waren zeer succesvol voor ons. IoTBE loopt daardoor ook meer en meer internationaal in de kijker. Wij zorgen onder meer voor exposure van Belgische bedrijven op internationale conferenties. Samen met onze partners, Agoria en iMinds, willen we onze internationale activiteiten verder uitbreiden. We richten ons onder andere op een actieve deelname in internationale R&D-projecten en er staat zelfs een internationale IoT-conferentie in de steigers.”

Meer weten? www.iotbe.org | Contacteer ons: info@iotbe.org ADVERTORIAL

THE FUTURE I S A L R E A DY H E R E Industrie 4.0 is werkelijkheid, netwerken van mensen, IT-systemen en machines zijn steeds meer met elkaar verbonden en tegelijk opereren technische systemen tot op zekere hoogte volledig autonoom. Maar om Industrie 4.0 tot een succes te brengen, moet de interactie tussen veiligheid en beveiliging en intelligente controlesystemen versterkt worden. Om internationale concurrenten bij te houden, moet de industrie ervoor zorgen dat er op maat producten vervaardigd kunnen worden, waar en wanneer nodig op een efficiente en ecologische manier. De consument verlangt immers meer en meer geïndividualiseerde producten, terwijl de verscheidenheid aan producten groeit en de levensduur ervan daalt. Daarom maakt Industrie 4.0 gebruik van technologieën over internet in productieprocessen. De productie wordt daardoor flexibeler en efficiënter en wordt de competitiviteit in de sector veiliggesteld. Logistieke en productieprocessen worden dankzij zulke technologieën veel intelligenter, maar helaas tegelijk ook meer complex. De huidige uitdaging is om de werelden van automatisering en IT samen te brengen en praktische oplossingen te creëren. “Een moeilijke oefening”, meent Renate Pilz, Managing Partner van het automatiseringssbedrijf Pilz GmbH & Co. “Want als alle communicatie gedecentraliseerd is, stijgt de vraag naar veiligere communicatie. En die houdt zowel aspecten in omtrent Safety (machineveiligheid) als Security (IT-veiligheid).” Het probleem om machine en de data te beveiligen is tot hiertoe nog niet op een juiste

manier opgelost. Bovendien moeten ook producten en expertise beveiligd worden. Er zouden dus algemene standaarden moeten worden ontwikkeld zoals methodes om maatregelen en richtlijnen te kunnen uitrollen die de veiligheid en beveiliging garanderen en de interactie tussen beide vaststellen.

Industrie 4.0 eist dus oplossingen die intelligente controle garandeert, maar tegelijk ook dat verschillende aaneengesloten controlesystemen gemakkelijk te hanteren blijven. Pilz: “Modularisering en centralisering zijn met andere woorden de belangrijkste factoren voor een succesvolle toekomst van een geautomatiseerde maak-industrie.” Zo kan de industrie het hoofd boven water houden, ondanks de alsmaar kleinere batches en frequentere herziening van productiesystemen. Met het automatiseringssysteem PSS 4000 streeft Pilz GmbH & Co een consistente modulaire aanpak na en zorgt voor het verdelen van besturingsfuncties. "De opbouw van installaties volgens de mechatronische benadering maakt een complete modularisering in de vorm van machine-elementen mogelijk”, legt Renate Pilz uit. “Functies kunnen worden gestandaardiseerd en voor meerdere modulen worden hergebruikt. In de Smart Factory kunnen dergelijke automatiseringsconcepten uitstekend worden getest.”

“Eigenlijk kan je dus genieten van de voordelen van een gedecentraliseerde controlestructuur zonder de steeds groter wordende complexiteit die je normaal zou hebben wanneer programma’s over verschillende controlesystemen zijn verdeeld”, gaat Pilz verder. Daarnaast streeft Pilz GmbH & Co. een verbeterde interactie tussen machine-elementen en man en machine na. Nu al ondersteunen bewegingssensoren die met elkaar zijn geconnecteerd via ethernet lokale controle- en evaluatiefuncties. “Wij hebben daarvoor ook intelligente camerasystemen ontwikkeld voor veilige, driedimensionale monitoring, camerabeveiliging en meetsystemen.”


8 PROFIELINTERVIEW FRANÇOIS ENGLERT

De publicatiedruk is nefast voor de wetenschap Jonge wetenschappers laten zich vandaag te hard meeslepen met de alomtegenwoordige publicatierace. François Englert, sedert 2013 de enige Belgische Nobelprijswinnaar in de natuurkunde, ziet het allemaal met lede ogen aan. “Dit is niet de manier waarop je vooruitgang boekt.” TEKST SENNE STARCKX

S

edert hij op 10 december 2013 in Stockholm uit handen van de Zweedse koning de hoogste wetenschappelijke onderscheiding mocht ontvangen, geeft François Englert (binnenkort 83) nauwelijks nog interviews. Maar soms maakt de coryfee van de Université Libre de Bruxelles (ULB) een uitzondering. Samen met een zestigtal andere Nobellaureaten tekende François Englert begin juli present op de jaarlijkse Nobelmeeting in het Duitse Lindau, een feeëriek stadje gelegen aan de Bodensee. Een week lang krijgen jonge, beloftevolle onderzoekers van over de hele wereld hier de kans om in een ongedwongen sfeer met hun wetenschappelijke helden te praten – en hen om carrièreadvies te vragen. Op een hete zomermiddag liet Englert ook deze journalist aan zijn terrastafel toe.

Is uw leven sterk veranderd nadat u de Nobelprijs hebt gewonnen? “Het is vooral veel drukker geworden. Nu, een van de gevolgen is natuurlijk dat ik op dit soort Nobelmeetings wordt uitgenodigd. Hier kom ik graag. Maar ik krijg tegenwoordig zoveel uitnodigingen dat ik inmiddels zeer kieskeurig ben geworden. En voorzichtig. Als de link met het onderzoek en de fysica er niet is, ben ik niet snel geneigd erop in te gaan. Ook hoed ik me voor politiek geladen bijeenkomsten.

BEELD ROB STEVENS (KU LEUVEN)

Daar wil ik me zo ver mogelijk vandaan houden.”

Komt u nog vaak op de universiteit? “Ik probeer er nog regelmatig naartoe te gaan, ja. Mijn kantoor is trouwens nog altijd hetzelfde als

Ik heb mijn onderzoek altijd een beetje als een spel gezien, met vraagstukken die je moet oplossen datgene dat ik kreeg vlak na mijn pensioen (lacht). Ze hebben mij dus geen groter kantoor gegeven. Maar ik ben er tevreden mee. Ik geef niet zoveel om uiterlijk vertoon.”

Luistert het bestuur of de rector nu beter naar u? “(grinnikt) Ik heb altijd wel het gevoel gehad dat er naar mij geluisterd werd. Maar ik meng me niet zoveel in bestuurszaken of organisatorische kwesties. Zolang ik mijn eigen zin mag doen, ben ik tevreden.”

Onderzoekers worden sterk afgerekend op het aantal artikels dat ze publiceren. Wat vindt u daarvan? “De publicatiedruk is nefast voor

de wetenschap. Het tellen van het aantal publicaties heeft gewoon niks te maken met het kwalitatief beoordelen van onderzoekers. Het resultaat is dat onderzoeken, uitgevoerd door verschillende mensen, nog eens in stukjes worden geknipt om er meer publicaties uit te halen. Dat is niet de manier waarop je vooruitgang boekt in je onderzoek. Helaas is het tellen van publicaties en de impact van de artikels een schijnbaar objectief meetinstrument om onderzoek te beoordelen. Maar het is natuurlijk volledig misleidend. Ik ben altijd heel voorzichtig geweest met het beoordelen van onderzoekers op basis van hun publicatiestatistieken. Ik waardeerde het veel meer dat ze het essentiële van het niet-essentiële konden onderscheiden en dat ze hun focus daaraan aanpasten. Ook wij hebben maar 24 uur in één dag (lacht). En je moet vooral niet té veel willen werken.”

Waar werkt u momenteel aan? “Ik werk momenteel niet zo hard, maar ik denk wel na over een paar problemen in de natuurkunde. Over inflatie, bijvoorbeeld, de exponentiële uitzetting vlak na de geboorte van ons universum. Ik denk nog altijd dat kwantumgravitatie hier een antwoord op kan bieden. Een kwantumfluctuatie kan aanleiding gegeven hebben tot inflatie. Daar kunnen

‘Het tellen van publicaties en de impact van de artikels is een schijnbaar

ADVERTORIAL

Innoveren met rekenkracht Computersimulaties zijn niet alleen interessant in het fundamenteel onderzoek. Ook bedrijven kunnen de rekenkracht van een supercomputer goed gebruiken. Daarvoor kunnen ze terecht bij het Vlaams Supercomputercentrum (VSC). Dankzij de almaar toenemende rekenkracht van computers wordt in wetenschappelijk onderzoek steeds meer beroep gedaan op

www.vscentrum.be

simulaties. Supercomputers gebruiken is echter allang niet meer het voorrecht van wetenschappers alleen. Ook bedrijven gebruiken numerieke simulaties om nieuwe producten of diensten te ontwikkelen of bestaande te verbeteren.

De Vlaamse supercomputerinfrastructuur Het mag duidelijk zijn: Vlaanderen kan niet zonder een faciliteit die supercomputercapaciteit aanbiedt aan zowel publieke als private gebruikers. De Vlaamse Regering vertrouwde de uitbouw van de rekencapaciteit voor onderzoek en innovatie toe aan het

Vlaams Supercomputercentrum (VSC), een samenwerkingsverband tussen alle Vlaamse universiteiten en de Herculesstichting. Het VSC beschikt daardoor over een uitgebreid en divers gamma aan krachtige supercomputerinfrastructuur, beschikbaar over heel Vlaanderen.

Topprioriteit Deze grote rekenkracht staat ter beschikking van onderzoekers die werken aan de Vlaamse universiteiten en de strategische onderzoekscentra, en ook van bedrijven. Het VSC kreeg van de Vlaamse Regering als opdracht het gebruik ervan in de Vlaamse industrie

te stimuleren. Bedrijven kunnen bij het VSC aankloppen voor: • • •

het gebruiken van VSC rekencapaciteit advies en opleiding in het gebruik van supercomputers gemeenschappelijke onderzoeksprojecten met universiteiten en publieke onderzoekscentra rond supercomputing.

Het aantal bedrijven dat van deze diensten gebruik maakt zit in de lift. Deze bedrijven zijn actief in diverse economische sectoren, van de farmasector en materiaalindustrie tot hernieuwbare energie.


LEES MEER ONLINE OP FOKUSRESEARCHDEVELOPMENT.BE 9 3 VRAGEN AAN...

Er bestaat geen universele regel die vertelt wat je moet doen om een succesvol wetenschapper te worden. Iedereen moet vooral zijn eigen weg zoeken

BART GRIMONPREZ

HOWEST, ORGANISING PARTNER PROTOTYPING BEURS MET KORTRIJK XPO

Welke eigenschappen moet een prototype of product zeker hebben? we binnenkort misschien zwaartekrachtgolven als bewijs van terugvinden.”

Theoretisch natuurkundigen zoals u hebben vaak het imago van eenzame genieën die dag in dag uit met potlood en papier aan de slag zijn. Koestert u dat ietwat romantische beeld? “Het klopt wel dat theoretisch werk, ook vandaag nog, vaak individueel gebeurt, ja. Maar eenzaam zou ik mezelf niet direct noemen. Wel werk ik nog hoofdzakelijk met potlood en papier. De romantiek die je beschrijft, begrijp ik niet zo goed. Ik heb gewoon altijd veel plezier beleefd aan mijn onderzoek. Misschien komt dat doordat ik het altijd een beetje als een spel heb gezien, met vraagstukken die je moet oplossen, waarna zich een nieuwe uitdaging aandient. Ook de schoonheid van de complexe vergelijkingen, de logica erachter en de wiskundige samenhang kan ik wel waarderen. Dat verklaart trouwens waarom veel natuurkundigen ook erg geïnteresseerd zijn in kunst en muziek.”

U kunt zelf terugblikken op een bijzondere carrière. Welk advies geeft u aan jonge onderzoekers opdat ze ook succes kunnen oogsten?

objectief meetinstrument geworden om onderzoek te beoordelen’

“Ik probeer eigenlijk nooit iemand advies te geven. Er bestaat immers geen universele regel die vertelt

wat je moet doen en hoe je je moet gedragen om een succesvol wetenschapper te worden. Het beste wat ik kan vertellen, is dat iedereen vooral zijn eigen weg moet zoeken. Wat voor de ene onderzoeker nuttige raad is, werkt bij de andere misschien averechts. Wel wil ik meegeven dat je je als onderzoeker best zoveel mogelijk concentreert op wat je zelf essentieel vindt – en niet wat je overste of collega’s belangrijk vinden. En zorg ervoor dat je voldoende tijd steekt in dat essentiële luik van je onderzoek. Vandaag spenderen onderzoekers hun tijd nog te veel aan het meedingen naar grants en andere bronnen van financiering. Ik weet wel dat dat allemaal noodzakelijk is, maar je moet jezelf behoeden om niet in een administratieve mallemolen terecht te komen.”

“Gebruik, functie en uitstraling, die bepaald worden door de samenhang van vorm, materiaal en productiewijze. Een mooi product garandeert niet dat het goed werkt of ergonomisch is. Prototypes die aan het te vermarkten product voorafgaan, worden gebruikt als proof of concept.”

Hoe belangrijk is samenwerking? “Het inzicht, design thinking en de aanpak van een bepaald probleem als basis van een nieuw product, gebeurt best via fases: creativiteit, maar vooral via een gestructureerde manier van werken. Je moet niet aan een nieuw product werken als er geen dialoog is tussen de ontwerper en het producerend bedrijf. Op de beurs spelen we in op die synergie en kijken we naar alle stappen in het productieproces.”

Welke evolutie in R&D zien we nu?

SMART FACTS Als François Englert geen topfysicus was geworden, dan was hij… “...ingenieur. Van jongs af aan heb ik veel interesse gehad in wiskunde. Op school en thuis wilden ze daarom graag dat ik voor ingenieur ging studeren. Dat heb ik ook gedaan. Maar al snel voelde ik dat mijn hart veel meer lag bij de fundamentele vragen over ons universum en de natuurkrachten die alles beheersen.”

“Op het vlak van AM (additive manufacturing) ging het een aantal jaar geleden om nieuwe materialen en kleuren, vandaag om snelheid en kostprijs. Er blijkt een nood te zijn aan tastbare modellen, als antwoord op CAD en andere virtuele technologieën. AM wint aan belang en wordt betaalbaar. Er komen toestellen die meer plug & play zijn en gericht op particulieren én de industrie. We zien een heropleving van automotive clay modeling, freeswerk, thermoforming, composieten… Mogelijk een gevolg van co-creatie, DIY, repairability…”

ADVERTORIAL

Spring nú mee op de innovatietrein

Bedrijfsleiders liggen vooral wakker van de uitdagingen van vandaag. Maar als ze ook morgen succesvol willen zijn, moeten ze voorbij de horizon durven kijken. Bij Sirris vinden ze een gids met een goed uitgekiende strategie: het Masterplan Innovation.

bilisering,… de technologische uitdagingen waarmee bedrijven tegenwoordig worden geconfronteerd zijn niet van de poes. Allemaal zijn het uitdagingen die een verregaande invloed kunnen hebben op de bedrijfsvoering – van management tot productie. En allemaal vereisen ze een respons vanuit een gezonde langetermijnstrategie. Langs de andere kant moeten bedrijven vooral vandaag presteren, vandaag rendabel zijn en vandaag producten op de markt brengen die aanslaan bij hun klant. Ze hebben gewoonweg de tijd of de mankracht niet om zich ook nog eens bezig te houden met de producten, diensten of systemen van de toekomst.

Om de kloof tussen vandaag en morgen te helpen dichten heeft Sirris, het onderzoekscentrum voor de technologische industrie, samen met Agoria, het Masterplan Innovation ontwikkeld, een praktisch referentiekader dat industrieel werd gevalideerd en waarbinnen ondernemingen hun huidige positie kunnen benchmarken, om zo nieuwe ideeën voor toekomstige innovaties te kunnen ontwikkelen. Het Masterplan is opgebouwd rond drie elementen die nauw in elkaar zijn vervlochten: business of the future, factory of the future en product of the future. De experts van Sirris bieden bedrijven naast een industriële benchmark in het domein van innovatie

een stevige ondersteuning tijdens het volledige R&D-traject, van pril idee tot en met de lancering van een nieuw product of dienst. Door met Sirris samen te werken leren bedrijven gaandeweg hoe ze kunnen inspelen op evoluties in bedrijfsstrategieën, fabricagetechnieken en producten en daaraan verbonden opportuniteit en risico’s.

Voor meer informatie over het Masterplan Innovation: www.sirris.be - www.agoria.be info@masterplan-innovation.be


10 TREND AGRICULTUUR

Fermenteren achter de computer is de toekomst om onze producten beter te doen smaken of ruiken - Timothy Lefeber

Goede bacteriën, schimmels en gisten zijn nuttige fabriekjes Bacteriën, schimmels en gisten hebben vaak ten onrechte een slechte naam. Er zijn ook hele families van deze organismen die nuttig zijn, onder meer voor onze voeding en onze gezondheid. TEKST JOHAN VAN GEYTE

BACTERIËN, SCHIMMELS EN GISTEN kunnen worden gezien als kleine fabriekjes, die zorgen voor de omzetting van stoffen, waardoor de smaak, de geur of de textuur ervan verandert. Bijvoorbeeld bij de productie van yoghurt, kaas, bier, wijn en brood worden ze al gebruikt. NIET ALLEEN IN het productieproces

worden de micro-organismen ingezet, maar ook voor het reinigen van productielijnen, waar ze achtergebleven vetten en andere reststoffen kunnen afbreken door ze als voedsel te gebruiken. En de lijst van toepassingen is nog niet volledig. Zo merkte onderzoekster Jane Debode van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek dat

op aardbeiplanten van nature gisten aanwezig zijn. Die zorgen ervoor dat er minder plaats is voor kwaadaardige schimmels die tot rotvorming kunnen leiden. Mocht de aanwezigheid van de gisten dus nog kunnen worden vervroegd, bijvoorbeeld door het vernevelen ervan over de planten, dan kan dit tot minder uitval leiden. Momenteel wordt gekeken of dit commercieel haalbaar is. “WE ZIJN NU bezig met een soortgelijk

onderzoek bij appelen en peren”, aldus Debode. “In deze sector is bacterievuur een gevaarlijke ziekte die zich op de bloesems richt en heel wat economische schade kan aanrichten.” De onderzoekers bekijken nu of ze hier ook de gisten en bacteriën, die van nature aanwezig zijn op de bloesems, kunnen inzetten om de ziekte tegen te gaan en of ze voor de verspreiding van de organismen op de bloesems bijvoorbeeld hommels zouden kunnen inzetten. GISTEN WORDEN OOK gebruikt bij de bereiding van bier om aroma’s te

bekomen. Ze zorgen immers voor de omzetting naar vluchtige stoffen. Afhankelijk van de gistsoort zorgen ze voor een bepaalde geur, waarbij

We kruisen gisten zodat we nieuwe versies krijgen die bepaalde eigenschappen nog benadrukken - Kevin Verstrepen de ene al intenser is dan de andere. Onderzoekers van het Nederlandse NIZO droegen hiertoe alvast hun steentje bij. Ze ontwikkelden een aantal informaticatools waarmee eigenschappen van gisten en bacteriën snel en relatief goedkoop in kaart gebracht kunnen worden.

Daardoor kan via de computer worden bepaald of een gist of bacterie nuttig kan worden ingezet om een zeker resultaat te bereiken. Zo worden ineens een aantal tijdrovende laboproeven vermeden. “DAT FERMENTEREN achter de computer is de toekomst om onze gefermenteerde producten nog beter te doen smaken en ruiken of om het gemakkelijker te maken om een voedingsproduct te produceren”, bevestigt project manager Timothy Lefeber van Flanders’ FOOD, het innovatieplatform van de Vlaamse agrovoedingsindustrie. “Van honderden biergisten hebben we al het volledige genoom ontrafeld”, vult professor Kevin Verstrepen van het KU Leuven Lab for Genetics & Genomics, het VIB en het Leuven Institute for Beer Research (LIBR) aan. DE BELGISCHE EXPERTISE wordt ook erkend. Zo kreeg het labo onder meer de vraag van een Canadese brouwerijgroep of het dezelfde fruitigheid in een bier kon hebben bij zes procent alcohol

ADVERTORIAL

Meer kans op subsidies voor onderzoek De kansen om daadwerkelijk subsidies te krijgen voor onderzoeksprojecten met een factor vier of vijf te verhogen. Dat is de ambitie die het adviesbedrijf BiotechSubsidy heeft als het klanten begeleidt bij het aanvragen van een tussenkomst. Diverse instanties hebben subsidie-programma’s voor onderzoek en ontwikkeling: de Europese Unie, de nationale overheden, de regionale besturen, alsook een aantal private stichtingen en organisaties. “Voor een kmo gaat het standaard al vlug om 250.000 euro. Voor grotere projecten is op nationaal vlak tot 3 miljoen euro te verkrijgen. En Europees wordt typisch tot 6 miljoen uitgekeerd voor projecten die door

een consortium worden ingediend”, zegt managing director Marc Van de Craen van BiotechSubsidy uit Aalter. Vooral op Europees niveau is de selectie streng. Slechts een kleine minderheid krijgt financiële steun. “Dat is niet altijd omdat het project niet aan de normen beantwoordt, maar vaak omdat er lacunes zitten in het dossier. En daar zit meteen onze sterkte. We hebben ervaring in het begeleiden van aanvragen, we weten hoe we een sterk dossier moeten samenstellen en de projectstrategie moeten finetunen. Bovendien onderschatten veel bedrijven de voorbereidingen”, aldus nog Van de Craen. Ondernemingen die in aanmerking willen

Nieuwe dreef 2A - 9880 Aalter | Tel: +32 493 49 66 62 | E-mail: info@biotechsubsidy.com

komen voor subsidies houden best ook rekening met de doorlooptijd. “Voor Europese programma’s mag op een jaar tussen het eerste voorstel en de goedkeuring worden gerekend. Voor regionale en nationale steun gaat het sneller.” Het verkrijgen van subsidies heeft een extra voordeel. “Ze gelden als kwaliteitstempel. Men zal bijvoorbeeld sneller goedkope leningen kunnen krijgen van de Europese Investeringsbank.” BiotechSubsidy is in expansie en werkt voor het begeleiden van de dossiers met mensen die hun sporen in de sector hebben verdiend. Indien nodig worden er ook andere specialisten bijgehaald.

die er normaal pas is bij acht à negen procent. Voorts maakt het labo ook gisten die meer alcohol kunnen maken, zodat er bij de productie van bio-ethanol veel kan worden bespaard op het distilleren. “Voor al deze toepassingen kruisen we gisten zodat we nieuwe versies krijgen die bepaalde eigenschappen nog benadrukken”, aldus nog Verstrepen. ALLES AAN DE computer overlaten, is echter geen optie, zegt professor Industriële Microbiologie en Voedingsbiotechnologie Frédéric Leroy. “Je kunt op basis van de genen weliswaar eigenschappen van bacteriën voorspellen, maar vaak zijn ze conditie-afhankelijk. Ze zullen pas tot uiting komen in welbepaalde omstandigheden.” Voorts kun je interactie hebben. Zo zijn er bacteriën die melkzuur vrijmaken, maar door die zuurtestress kunnen dan weer andere bacteriën in actie komen. “Labo-onderzoek blijft dus noodzakelijk.”


Achter de schermen VAn het museum Voor nAtuurwetenschAppen in Brussel 150 wetenschappers uit verschillende disciplines verrichten er onderzoek rond biodiversiteit, de geschiedenis en evolutie van het leven, de aarde en de oceanen. De Galerij van de Mens is maar een van de manieren om de bezoeker de nieuwe inzichten in de menselijke evolutie mee te geven. Onderzoek en kennisverspreiding gaan hand in hand. Zo weten we bv. door opgravingen dat alle dino’s veren hadden en ontdekten we tijdens een expeditie in Vietnam het tweede grootste insect ter wereld.

Meer wetenschapsnieuws en museumaanbod op www.natuurwetenschappen.be

Een medische doorbraak ontstaat in het lab, maar beroert vooral ons hart. MSD Belgium & Luxemburg is prominent aanwezig in al de fases van klinische ontwikkeling van een molecule tot geneesmiddel. 90% van de klinische studies van MSD in fase 1* worden uitgevoerd in België. Onderzoek & Ontwikkeling blijft een prioriteit voor MSD om nieuwe geneesmiddelen en innovatieve therapieën op te sporen voor de behandeling van o.a. kanker, diabetes, alzheimer, immunologie- en infectieziekten ( hepatitis C, HIV, antibiotica en het Ebola virus ).

*eerste administratie van het medicijn bij de mens CORP-1161661-0000 Date of last revision: 09/2015

ad R&D v07 OCT15.indd 1

6/10/15 09:50


12 EXPERTPANEL INNOVATIE

Land van het onderzoek België heeft een reputatie hoog te houden als innoverend land. In 2011 heeft ons land al 2,21 procent van het BBP geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Tegen 2020 zou dat 3 procent moeten zijn. Maar is dat voor alle sectoren en/of bedrijven wel een haalbare doelstelling? “De regelgeving moet sneller kunnen inspelen op innovaties.” TEKST JOHAN VAN GEYTE

CHRIS MORIS DIRECTEUR-GENERAAL FEVIA, FEDERATIE VAN DE BELGISCHE VOEDINGSNIJVERHEID

KOEN VALGAEREN ALGEMEEN DIRECTEUR VLAAMS INSTITUUT VOOR MOBILITEIT

MARC DILLEN DIRECTEUR-GENERAAL VLAAMSE CONFEDERATIE BOUW ©NICO VAN DAM

Welke ontwikkeling heeft de voorbije tien jaar de grootste impact gehad op uw sector?

“De voedingsindustrie heeft het voorbije decennium op technologisch vlak een dubbele sprong gemaakt. Vooreerst werd de efficiëntie verhoogd door de processen te automatiseren en tevens werden de kwaliteit en veiligheid nog beter bewaakt via bijvoorbeeld online metingen van kwaliteitsparameters of het inzetten van nieuwe technologieën als milde verhitting of pasteurisatie. De volgende stap is nu het herdenken van processen met nieuwe technologieën, die bijvoorbeeld minder water of energie verbruiken of meer flexibiliteit toelaten. Zeker met de trend van gepersonaliseerde voeding ligt daar een belangrijke uitdaging.”

“Ongetwijfeld de smartphone. Hierdoor wordt realtime reisinformatie beschikbaar voor iedereen. Informatie over openbaar vervoer, carpoolapplicaties, deelsystemen, navigatiesystemen enzovoort zitten gewoon in je zak. Verder kan de smartphone ook ingezet worden om tal van gegevens te verzamelen en om verkeersstromen in kaart te brengen. Kortom: een technologische ontwikkeling die er vandaag voor zorgt dat al meer dan 40 procent van de Vlamingen ‘geconnecteerd’ is.”

“Zonder enige twijfel heeft het streven naar energiezuinigheid en energie-efficiëntie de laatste tien jaar de agenda van veel bouwbedrijven bepaald. En het ziet er naar uit dat dit ook de komende jaren nog het geval zal zijn. Vanuit dit streven zijn er heel wat ontwikkelingen tot stand gekomen en geïmplementeerd. Het begint al met innovatieve, maar niet altijd even goed zichtbare oplossingen om de gebouwschil van een betere isolatie te voorzien. Muren, daken, deuren en vensters van nu zijn in niets meer te vergelijken met die van vroeger. Maar ook nieuwe concepten zoals luchtdichtheid, (massief) passiefhuizen, lage-energiewoningen met houtskeletoplossingen en driedubbel glas vonden hun weg naar de markt.”

Waarom is de kloof tussen het wetenschappelijk onderzoek en het vermarkten van de resultaten zo groot?

“Grotere bedrijven hebben meestal eigen onderzoeksfaciliteiten. Ze hebben ook de kennis in huis om innovaties te vermarkten. België is voor hen trouwens een interessante testmarkt, omdat we op de snijlijn van de grote voedingsculturen in Europa liggen en consumenten hier hoge eisen stellen. Als iets hier werkt, dan werkt het overal. Grote spelers zoals Coca-Cola, Cargill, Kellogg’s of Barry Callebaut hebben dan ook heel wat O&O-faciliteiten in ons land. Kmo’s hebben vaak niet de tijd en de middelen om onderzoeksresultaten om te zetten in nieuwe marktrijpe producten. Specifiek voor hen is er daarom een innovatiemodel op poten gezet met de competentiepolen Flanders’ FOOD en Wagralim. Zij fungeren als link tussen de bedrijven en de kennisinstellingen.”

“Het is belangrijk dat er naast fundamenteel onderzoek ook sterk gewerkt wordt op toegepast onderzoek, samen met bedrijven. Competentiecentra zoals het VIM zetten daarop in, maar het ontbreekt hen aan uitrolcapaciteit. Daardoor wordt hun onderzoek te traag opgepikt door de bedrijven en blijft de time to market te lang. Ook moet de regelgeving sneller kunnen inspelen op innovaties. Wetgeving en fiscaliteit moeten ervoor zorgen dat de juiste aanmoedigende en/of ontmoedigende maatregelen aanslaan.”

“Het is inderdaad zo dat deze kloof in veel fora aan bod komt. Het overbruggen van de zogenaamde Valley-of-Death wordt dan ook door velen als een grote uitdaging gezien. Het is absoluut nodig om de kloof te overbruggen, maar de aanpak zal toch rekening moeten houden met de eigenheid van sectoren en domeinen. We stellen immers vast dat er al te veel gefocust wordt op de grote wetenschappelijke instellingen en universiteiten aan de ene kant en op de individuele bedrijven aan de andere kant. Het intermediaire veld van de beroepsorganisaties en collectieve centra, dat er net specifiek op gericht is om kloven te overbruggen, om onderzoek te helpen om te zetten in concrete praktijk, wordt in het beleid al te veel over het hoofd gezien. “

Zijn onze bedrijven voldoende actief op het vlak van R&D?

“Volgens Eurostat doen Belgische voedingsbedrijven het qua innovatie gemiddeld beter dan collega’s in de buurlanden. Dat geldt zowel voor product- en procesinnovaties als op het vlak van marketinginnovaties. Dit geldt ook voor kmo’s, onder andere door de aanwezigheid van de twee competentiepolen. Ze hoeven dan ook geen eigen onderzoeksafdeling te hebben. Veel belangrijker en realistischer is het nastreven van innovaties via samenwerking met leveranciers, klanten of onderzoeksinstellingen.”

“Ja en nee. Grote bedrijven beschikken over voldoende capaciteit. Kmo’s daarentegen hebben vaak wel de brains in huis, maar niet de middelen. Daarom is kruisbestuiving belangrijk. Kleine bedrijven moeten kennis brengen naar grotere bedrijven en grotere bedrijven moeten hun krachten en middelen aanwenden om de initiatieven van kmo’s te ondersteunen.”

“Voor de meeste bouwbedrijven (en zeker voor de kleinere) is het niet evident om zelf actief te zijn op het vlak van R&D. Daarvoor zijn de dagelijkse beslommeringen veel te zwaar. Bovendien worden aannemers veelal als uitvoerders aanzien en niet als potentiële innovatoren. Toch zijn er in de sector heel wat innovatieve bedrijven aanwezig. Sommige nemen zelf initiatief om hun werking te optimaliseren of om nieuwe producten of processen te ontwikkelen. Maar er werd ook een systeem van collectief onderzoek uitgewerkt, waar onderzoekcentra met de steun van de sector en onderzoeksinstellingen voor bottom-up gestuurde onderzoeksactiviteiten zorgen.”


Expect more research. Mobilab staat voor multidisciplinair toonaangevend onderzoek en dienstverlening op het raakvlak van welzijn en technologie. Ons onderzoek focust op 4 domeinen: •Orthopedische technologie •Biomedische technologie •Levenslang zelfstandig wonen en leven •Sport- en revalidatietechnologie Wij werken momenteel aan: het integreren van sensoren in kledij, het automatisch classificeren van voettypes, het uitlijnen van onderbeenprothesen, en het monitoren en ondersteunen van personen om levenslang zelfstandig te wonen. Een overzicht van onze onderzoeksprojecten vind je op: www.thomasmore.be/mobilab Mobilab hecht als expertisecentrum van Thomas More veel belang aan de band tussen onderzoek, onderwijs en werkveld. Contact Mobilab, Campus Geel Kleinhoefstraat 4, 2440 Geel Tel. +32(0)14 80 22 96 mobilab@thomasmore.be

Partner in engineering en productie Reeds tien jaar timmert de firma ADSO uit Wilrijk aan de weg. Met haar Rapid Service verovert ze de markt van hoogwaardige industriële onderdelen, zowel uit metaal als uit kunststof. Geen enkele sector ontsnapt aan het proces van automatisering. Of het nu om de voedings-, de automobiel, de chemie-, de farma- of de metaalsector gaat, als je als bedrijf wil innoveren moet je investeren in nieuwe producten. Het is hier waar ADSO naadloos aansluit met haar Rapid Service, waarin een korte time to market centraal staat. ‘Het is met deze service dat onze klanten hun voordeel behalen’, zegt Bart Hendrickx, stichter en ceo van ADSO. De firma uit Wilrijk is zowel gespecialiseerd in het ontwerp als de productie van onderdelen. ‘Onze productontwikkelaars en ingenieurs geven continu support aan de productie’, vertelt Hendrickx. ‘Wij verzorgen voor onze klanten het volledige traject van idee of concept tot eindproduct.’

‘Wij onderscheiden ons van andere bedrijven uit de sector door onze unieke dienstverlening’, vervolgt Hendrickx. ‘Onze Rapid Service – bestaande uit Rapid Manufacturing en Rapid Tooling – staat daarin centraal. Het grote voordeel van Rapid Tooling is dat dankzij een lage investering het toch mogelijk is onderdelen te maken door kunststofinjectie. Ook producten uit verschillende kunststoffen behoren tot de mogelijkheden. Wij garanderen daarbij levering binnen de 25 werkdagen. Klanten die op korte termijn CNC draai- en freesdelen en eenvoudige plaatstaal onderdelen nodig hebben, kiezen dan weer voor Rapid Manufacturing. ADSO neemt ook jaarlijks deel aan verschillende beurzen in binnen- en buitenland. Hendrickx: ‘Binnenkort zijn we bijvoorbeeld te zien op Prototyping 2015, een beurs in Kortrijk. ‘We verwelkomen daar graag geïnteresseerde klanten om met hen de mogelijkheden van samenwerking te bespreken.’ Het hoofdkantoor van ADSO is gevestigd in Wilrijk (Antwerpen). De firma heeft ook productiefaciliteiten in Oost-Europa, China en Vietnam.

www.adso.be


14 CHRONICLE BART BODE

Creatief denken en handelen Een lokale en propere energiebevoorrading is, naast de uitputting van fossiele brandstoffen en de verregaande klimaatverandering, een goede reden om volop te kiezen voor hernieuwbare energie. Het is ook een uitdaging om veel creatiever met energie om te gaan. TEKST BART BODE, ALGEMEEN DIRECTEUR ORGANISATIE DUURZAME ENERGIE (ODE)

S

ceptici stellen de vraag of hernieuwbare energiebronnen wel interessant genoeg zijn, gezien er niet altijd zon en wind is. Samen met het besef dat energie kostbaar is, vormt dit de aanleiding om meer onderzoek en ontwikkeling te richten op vraagsturing en opslag. Ook de netten worden grondig herdacht. DOOR DEZE EVOLUTIES wordt stilaan

ook de klassieke indeling van de energievraag – elektriciteit, warmte en transport – doorbroken. Bij een overaanbod van elektriciteitsproductie kan het teveel aan energie opgeslagen worden in gas of warmte. De zonnepanelen op het dak kunnen de warmtepomp in huis ondersteunen en de niet gebruikte elektriciteit op dat moment opslaan in warmte. Biogas kan opgewaardeerd worden om vrachtwagens op groen gas te laten rijden. BIJ DE OPSLAG van hernieuwbare energie wordt nagegaan hoe dit optimaal gebruikt kan worden. Onderzoek toont aan dat opgeslagen elektriciteit niet noodzakelijk terug naar het elektriciteitsnet hoeft, maar misschien optimaler voor verwarming of transport ingezet kan worden.

ONDERTUSSEN WORDT ER volop gewerkt aan vraagsturing, want de vraag naar energie is veel grilliger dan de hernieuwbare energieproductie. Bedrijven en particulieren kunnen heel wat besparen door buiten de piekperiodes te consumeren. De batterijtechnologie evolueert snel zodat groene stroom kan worden opgeslagen, maar wie zijn energievraag naar de daluren kan verschuiven, heeft misschien zelfs geen batterij nodig. ELEKTRICITEITSNETTEN VORMEN NU reeds een gigantische batterij. Meer en meer wordt ook gekeken naar de integratie van nationale netten in een groter Europees geheel. Er zijn ideeën voor een Noordzeenet dat volledig op windenergie werkt. Op zee is er bijna altijd wind en dus zou er ook altijd een aanbod aan windenergie zijn. In zeldzame gevallen kan er een beroep worden gedaan op de pompcentrales in Noorwegen, die via waterkracht de productie kunnen aanvullen. MET VRAAGSTURING, OPSLAG en intelligente netten kan onze energiebevoorrading volledig hernieuwbaar worden. Deze omschakeling is volop bezig. Vandaag al levert creatief denken zo concrete resultaten op, die ons tastbare economische en ecologische meerwaarde brengen.

We kunnen heel wat besparen door buiten de piekperiodes te consumeren


DE MEEST ERNSTIGE GEZONDHEIDSUITDAGINGEN AANPAKKEN GAAT ONS ALLEMAAL AAN Als nieuw biofarmaceutisch bedrijf werken we dagelijks samen met diverse gezondheidswerkers. Wij gebruiken onze kennis, onze middelen en onze passie om nieuwe oplossingen te ontwikkelen die een reëel verschil betekenen voor miljoenen patiënten over de hele wereld. Voor AbbVie ligt de wetenschap aan de basis van deze oplossingen, die op hun beurt leiden naar nieuwe mogelijkheden. Voor ieder van ons. Meer informatie op abbvie.be

AbbVie richt zich op: HEPATOLOGIE IMMUNOLOGIE NEUROWETENSCHAPPEN ONCOLOGIE NIERZIEKTEN DE GEZONDHEID VAN VROUWEN

PEOPLE. PASSION. POSSIBILITIES AbbVie sa/nv BEGEN140122f June2014

Wereldleider in groene waterstof Hydrogenics uit Westerlo maakt waterstofgeneratoren die gemakkelijk te transporteren zijn en dus overal ter wereld kunnen worden ingezet. Bijvoorbeeld in de buurt van windmolenparken waar nu nog al te vaak overtollige groene stroom ‘verloren gaat’. Het omzetten van die groene stroom naar waterstof kan helpen bij de decarbonisering van de transport-, de energie- en de verwarmingsector. Het is eigenlijk schrijnend om te zien: op zonnige, relatief warme dagen met veel wind kampen vele landen met grote overschotten aan zon- en windenergie. Windmolens en zonnepanelen worden immers best niet uitgezet. En omdat het niet mogelijk is elektriciteit in grote hoeveelheden op te slaan, gaat die gratis groene stroom momenteel dus zomaar verloren. Dit terwijl er op een windstille, ijskoude dag in de winter extra gascentrales moeten worden aangeschakeld om voldoende stroom te produceren – dure stroom uit vervuilende, fossiele brandstoffen.

er al een goede oplossing voor het opslagprobleem bestaat, namelijk power-to-gas. Power-to-gas is gebaseerd op het klassieke elektrolyseproces, waarbij watermoleculen onder invloed van stroom worden gesplitst in zuurstof- en waterstofmoleculen. Het waterstofgas kan vervolgens gebruikt worden in een waaier van toepassingen: als de energiebron van brandstofcellen voor elektrische voertuigen, als vervanger voor conventioneel aardgas of als brandstof voor de productie van nieuwe elektriciteit.

Decarbonisering Hydrogenics, waarvan de grootste vestiging met 80 werknemers zich in Westerlo bevindt, voert haar mobiele elektrolysecontainers alle windrichtingen uit. In Falkenhagen, in Duitsland, vormt een handvol van die containers bijvoorbeeld een power-to-gas plant om de overschotten van de plaatselijk opgewekte windenergie direct om te zetten naar waterstofgas. Dat gas wordt vervolgens geïnjecteerd in het lokale gasleidingennetwerk, waarmee huizen en fabrieken worden verwarmd. De installatie in Falkenhagen heeft een vermogen van 2 megawatt, wat resulteert in een ‘oogst’ van 360 kubieke meter gas per uur. Zodoende draagt de productie van dit ‘groene waterstofgas’ mee aan de decarbonisering van de verwarmingssector, want er wordt conventioneel aardgas mee uitgespaard.

Certificaten Power-to-gas Het opslagprobleem en de variabiliteit van de weersomstandigheden is een groot obstakel voor de verdere uitbouw van hernieuwbare energiebronnen. Toekomstige slimme elektriciteitsnetwerken (smart grids), waarbij bijvoorbeeld de elektrische auto zou fungeren als batterij-in-de-garage, kunnen soelaas bieden. Maar sowieso zal een smart grid niet alle overschotten kunnen wegwerken. Toch vergeten we echter dat

www.hydrogenics.com

De Europese Commissie ziet de toekomst van groen waterstof trouwens rooskleurig in. Zo is ze volop bezig een systeem te ontwikkelen om ‘groene certificaten’ te verlenen aan waterstofgas dat op basis van hernieuwbare energiebronnen is geproduceerd. Met het almaar toenemende aandeel van groene stroom in de energiemix – en dus ook de steeds groter wordende overschotten – oogt de toekomst van een business gebaseerd op het ‘oogsten’ van hernieuwbare energie voor de productie en verkoop van waterstof dus bijzonder gunstig. Hydrogenics is in ieder geval klaar om zich volop op die markt toe te leggen.


ImPressed?

Maakt u ook graag indruk? Op uw collega’s, vrienden, familie, klanten, leveranciers? Kies voor communicatie met print en laat uw boodschap nazinderen.

Print = innovatief De nieuwste software, de krachtigste machines. Vergeet oude vuile drukpersen, drukwerk van nu rolt uit hoogtechnologische toestellen die efficiënt en duurzaam te werk gaan. Bovendien zijn de mogelijke combinaties met social media en apps eindeloos.

Print = duurzaam Papier kan tot zeven keer gerecycleerd worden. Daarnaast worden er zo goed als geen bomen meer gekapt voor papier, tenzij uit gecertificeerde en duurzaam beheerde bossen. Moeilijk te geloven? Contacteer ons gerust voor meer informatie.

Print = effectief Print maakt indruk. Wil u er zeker van zijn dat uw boodschap bijblijft, zet ze dan (ook) op papier, zo wordt ze tastbaar. exclusief e-commerce event op 2 december 2015

Febelgra en VIGC zijn twee professionele vakorganisaties voor de grafische sector in België. Zij streven naar de hoogst mogelijke kwaliteit van print bij hun leden, om zo de communicatie sector te verstevigen. Febelgra verenigt grafische professionals en opleidingscentra. Naast de verdediging van belangen van de sector, biedt de federatie een uitgebreid dienstenpakket en netwerkmogelijkheden. T. 02 512 36 38 - info@febelgra.be - www.febelgra.be Het VIGC, Vlaams Innovatiecentrum voor Grafische Communicatie, is hét onafhankelijk kenniscentrum voor grafische communicatie. De essentie van onze missie is Kennis overdragen naar Kunnen. T. 014 40 39 90 - info@vigc.be - www.vigc.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook