D I T D O SS I E R W O R D T G E P U B L I C E E R D D O O R S M A R T M E D I A E N VA LT N I E T O N D E R D E V E R A N T W O O R D E L I J K H E I D VA N D E R E D AC T I E VA N D E STA N D A A R D
MAART ‘19
OPTIMALE ZORG Marc Lambotte Menselijker worden door digitalisering
Patient-centered care De persoon of de patiënt?
Werk maken van werk In zorg en welzijn
MARGOT CLOET ”We hopen dat de federale overheid haar politieke verantwoordelijkheid neemt, want het is vijf na twaalf.” LEES MEER OP FOKUS-ONLINE.BE
#FOKUSOPTIMALEZORG
d
1S
tij
f
ge
1 com
Pour
or elk e lee
chaqu
eâ
.FONDANT / ✹ mp
Bij uw apotheker P
eâ
VALER / .àA
www.vistalife.be mp
✹
!
extra strong
Vo
co
strong
1000 800 400 600 2000
1000 800 400 600
800 400 600 60+
ONDANT / mé F pri ✹
ge
12 - 60
ble LT-ta t / ✹ ME
1 co
0 - 12
600
400 600
eD
Vitamin
Herbronnen met DE ZONNE-VITAMINE !
02
EDITORIAL MARC LAMBOTTE
FOKUS-ONLINE.BE
04
06
08
14
LEES MEER...
Menselijker worden door digitalisering De zorg is een uiterst conservatieve sector: het ontbreekt aan visie, middelen en kader. Het gevolg is dat innovatie veel te langzaam of zelfs nooit tot bij de patiënten geraakt. En dat betreuren we. Hoe vertel je iemand dat er een oplossing is, maar dat je er nog niet zeker van bent? Dat de financiering nog niet rond is of dat ze bij ons niet beschikbaar is?
04
Noviteiten stuwen de zorg
06
De persoon achter de patiënt
07
Dementie voorkomen door mentale en fysieke fitness
08
Profielinterview: Margot Cloet
12
Expertpanel: investeren in zorgvastgoed
14
Werk maken van werk
COLOFON. PRODUCTIELEIDER: Christian Nikuna Pemba HOOFDREDACTIE: Ellen Van Hoegaerden TEKST: Frederic Petitjean Hermien Vanoost
D
En als we nu dromen? Zullen we binnenkort virtuele ziekenhuizen zien ontstaan, ziekenhuizen zonder bedden? Is de radioloog van de toekomst een computer? Geeft de auto ons binnenkort een check-up op weg naar het werk?
igitalisering maakt wezenlijk deel uit van ons leven. Waarom zou dat dan niet zo zijn voor de manier waarop we worden verzorgd? Neem nu ziekenhuizen, waar de zorg – en we hebben het hier niet over administratie – jammer genoeg nog onvoldoende gedigitaliseerd is. Het aantal ziekenhuizen met een duidelijke visie op innovatie is nog steeds op de vingers te tellen. Naast een innovatiekader wordt er van de overheid ook een visie verwacht, bijvoorbeeld voor preventie. Het is bekend dat preventie een positief effect heeft op verschillende niveaus. Op termijn daalt het aantal zieken, wordt de druk op de sociale zekerheid verlicht, neemt de efficiëntie toe... Een preventiebeleid van de overheid moet de politieke cycli overstijgen: het moet kunnen voorspellen en anticiperen, burgers ‘opvoeden’ en responsabiliseren.
Het aantal ziekenhuizen met een duidelijke visie op innovatie is nog steeds op de vingers te tellen.
Die droom is misschien niet zó veraf. We zien digitalisering als een bedreiging, ook voor ons werk, maar wat als we er net gebruik van maken om menselijker te worden? Artificiële intelligentie afgestemd op de mens, om bevolkingsgroepen met beperkte toegang tot zorg te behandelen. Zo wordt op het Afrikaanse continent meer dan 25 procent van het totale aantal ziekten geteld, maar tegelijk slechts 2 à 3 procent van alle artsen ter wereld. Stel je voor dat we kosteloos oplossingen kunnen aanreiken waardoor een hele reeks ziekten kan worden gediagnosticeerd en snel een passende behandeling kan worden verstrekt.
COVERBEELD: Peter De Schryver VORMGEVING: Baïdy Ly DRUKKERIJ: Corelio
SMART MEDIA AGENCY SMART STUDIO Leysstraat 27, 2000 Antwerpen Tel +32 3 289 19 40 redactie@smartmediaagency.be studio@smartmediaagency.be
TEKST MARC LAMBOTTE, CEO AGORIA
Veel leesplezier Tamta Chigladze Project Manager
ADVERTORIAL
VIVES gezondheidszorg: sterk in interprofessioneel samenwerken
design your future
vives.be
VIVES focust op optimale zorg via · co-creatie in het Zorglab · reflectie in sTimul, zorg-ethisch lab · centrale zorg voor cliënten in het LiveLab · innovatief simulatieonderwijs · sterke bacheloropleidingen in de gezondheidszorg · navorming op maat meer info over al onze opleidingen en het ruim aanbod postgraduaten en navormingsdagen: www.vives.be
OPEN CAMPUS
ZA. 16 maart 13 - 17 u. ZO. 17 maart 13 - 17 u.
INFODAG
ZA. 29 juni 10 - 17 u.
BRUGGE KORTRIJK OOSTENDE ROESELARE TORHOUT
ADVERTORIAL
JESSA ZIEKENUIS EXCELLEERT IN PATIENTENZORG Om een koploper in de sector te zijn, investeert het Jessa Ziekenhuis in Hasselt permanent in kwaliteitsverbetering en innovatie. Dat vertaalt zich onder meer in wetenschappelijk onderzoek en in de ontwikkeling van universitaire diensten en expertise centra. Jaarlijks doen 195.000 patienten een beroep doen op het brede zorgaanbod bij Jessa. Yves Breysem, algemeen directeur: “We willen ook de zorgpartner zijn voor onze patiënten. Zij hebben, samen met hun familie, een stem in het ziekenhuisbeleid. In combinatie met onze topklinische ambities levert dat hoogkwalitatieve patiëntenzorg op.”
Het hiv-centrum in Jessa is ingebed in de dienst voor infectieziekten die tien jaar geleden is opgericht. Dr. Messiaen: “Nu kunnen we ons team verder uitbouwen met o.a. een psycholoog/seksuoloog. We zijn nu met z’n acht. Buiten de zorg, werken we ook mee aan onderzoek.
‘Hoge kwalitatieve patiëntenzorg’? Hoe vertaalt zich dat in concrete voorbeelden? We vonden er drie: het nagelnieuwe bevallingsbad, de recente erkenning van het ziekenhuis als hiv-referentiecentrum, en de excellente resultaten voor de behandeling van hoofdhalskanker.
Waar een patiënt vroeger zo goed als ten dode opgeschreven was, kan hij nu, mits een goede opvolging, een vrij normaal leven leiden. “AIDS is een chronische infectie geworden”, zegt dr. Messiaen. “Dat is fantastisch, maar we moeten opletten voor te veel hiv-optimisme. In België raken elk jaar, zo’n 900 mensen besmet met het virus. Dat zijn er 2,5 per dag. Preventie is dus nog altijd bijzonder belangrijk.”
Hoogste overlevingskansen Jaarlijks krijgen zo’n 2700 Belgen te horen dat ze hoofdhalskanker hebben: een kwaadaardige tumor ter hoogte van de mond, de keel of het strottenhoofd. De overlevingskansen bij patiënten met dit type kanker zijn sterk afhankelijk van het ziekenhuis waar ze behandeld worden, zo blijkt uit een rapport van het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). Dat deed onderzoek naar 9.245 patienten die zich tussen 2009 en 2014 in 99 verschillende Belgische ziekenhuizen lieten behandelen. “Patiënten die hier (Limburgs Oncologisch Centrum) radiotherapie kregen, hebben een overlevingskans van 61,7 %, dat is 13% meer dan het Belgische gemiddelde”, zegt radiotherapeut-oncoloog dr. Annelies Maes. Eerste hiv-referentiecentrum in Limburg In een heel andere afdeling van het ziekenhuis, lopen sinds kort ook blije gezichten rond, want Jessa is sinds december 2018 één van de twaalf Belgische hiv-referentiecentra geworden, het eerste in Limburg. “Een hiv-referentiecentrum is een multidisciplinaire kliniek waar we holistische zorgen toedienen aan hiv-patiënten”, vertelt dr. Peter Messiaen. “We pakken de puur medische, virologische kant aan, maar ook alle psychosociale en mogelijke seksuele issues. Daarnaast is het luik preventie ook belangrijk. Het gaat dus heel breed.” Toenmalig minister Laurette Onkelinx lanceerde in 2014 het nationale hiv-plan. “Eén van de bedoelingen was om hiv-patiënten van toegespitste preventie, diagnostiek en zorg te voorzien en die aanpak regionaal te versterken. Limburg bleef lang een blinde vlek. De patiënten uit deze provincie waren dus verplicht om naar de centra in Leuven of Antwerpen te gaan. Niet bepaald de meest comfortabele situatie”
Dr. Annelies Maes
Dr. Peter Messiaen
Dr. Annick Schreurs
AIDS, een chronische infectie Momenteel volgt het team van dr. Messiaen zowat 220 patiënten op. Per jaar ontvangt het centrum 30 à 35 nieuwe patiënten. Twee derde daarvan zijn nieuwe diagnoses, de anderen kwamen na hun diagnose in Limburg wonen.
Bevallen in nagelnieuw bad vanaf april Van de zowat 1.600 bevallingen die er elk jaar bij Jessa plaatsvinden, gaan er ongeveer vijf procent door in een bevallingsbad. Dat cijfer blijft ook al jarenlang stabiel. “We gebruiken het bad alleen voor zogenaamde ‘laagrisico-patiënten’’, zegt dr. Annick Schreurs. “Dat zijn vrouwen die minstens 37 weken zwanger zijn, waarvan de zwangerschap een ongecompliceerd verloop gekend heeft en waarvan we verwachten dat de arbeid en de bevalling probleemloos zal verlopen. De patiënt wordt gevraagd om vooraf een infosessie te volgen over onder water bevallen. Het Jessa Ziekenhuis wil deze bevallingsmethode aanbieden omdat er tegenwoordig een tendens is naar zo natuurlijk mogelijke bevallingen, zegt dokter Schreurs. “Het bad geeft de vrouw veel meer autonomie, je kunt als arts minder goed de arbeid controleren. Het warme water is ook erg ontspannend en werkt zelfs pijnstillend, veel vrouwen zeggen ook dat zo bevallen hen meer voldoening gaf.” Voor de baby zelf zijn er geen grote voor- of nadelen, aldus de gynaecologe. Er is ook totaal geen gevaar dat een baby water zou inslikken tijdens de bevalling. “Een baby heeft een duikreflex waarbij de luchtpijp wordt afgesloten en hij pas begint te ademen als het hoofd boven water komt. Waar we wel op letten is bijvoorbeeld dat de navelstreng niet afscheurt omdat het kindje te snel uit het water gehaald wordt, maar daar zijn de vroedvrouwen extra op getraind. Bij een bevalling in bad is er trouwens continu iemand aanwezig.”
04
TOPIC MEDISCHE TECHNOLOGIEËN
FOKUS-ONLINE.BE
Noviteiten stuwen de zorg Medische technologieën en innovaties bewijzen elke dag hun nut voor patiënten. Niet alleen in ziekenhuizen en dokterskabinetten, meer en meer ook thuis. In Vlaanderen wordt er niet enkel duchtig geïnvesteerd in onze gezondheidszorg, maar ook onderzoek gedaan naar nieuwe ontwikkelingen om die kwalitatief en duurzaam te houden.
D
e bedrijven die zich aan medische innovaties wagen, zijn bepaald geen homogene groep. Er zitten zowel kleine start-ups tussen als grote, gevestigde namen met stevige R&D-budgetten. Zo’n 200 van hen zijn verenigd in beMedTech, de federatie van de industrie van medische technologieën. “Er zijn vijf categorieën waarin wij de bedrijven opdelen”, zegt directeur Marnix Denys. “De eerste groep zijn de implantaten, de tweede zijn medische investeringsgoederen. Dat is alles van beeldvorming over anesthesiemateriaal tot tandartsinstallaties. De derde groep wordt gevormd door de verbruiksgoederen (spuiten, naalden, hoorapparaten, rollators…). De vierde groep beslaat de in vitro-diagnostiek: de labo-apparatuur en de tests om met bloed, speeksel en weefsel diagnoses te doen.” Denys noemt de vijfde categorie tenslotte de ‘extra muros’: alles wat met zorg te maken heeft en zich buiten het ziekenhuis afspeelt: ouderenzorg buiten het ziekenhuis bijvoorbeeld, maar ook alles wat met digitale apps te maken heeft. De ziekenhuizen, en bij uitbreiding ook de overheid, kunnen dit soort innovaties maar beter koesteren, vindt Denys. “We staan aan de ene kant voor een gigantische vergrijzingsgolf in België. Tegen 2030 zijn we met 2,9 miljoen 65-plussers. Nu zijn dat er 2,2 miljoen. Die ouderen hebben meer behoefte aan zorg, wat extra druk geeft op het gezondheidszorgbudget.” Anderzijds zitten we volgens Denys met een enorm tekort aan werkkrachten in de sector. Nu al moet buitenlandse verpleging worden ingezet, en het probleem wordt steeds nijpender. “De optimale inzet van medische technologieën kan soelaas bieden. Technologie zorgt ervoor dat we meer kunnen doen, tevens ook beter en efficiënter.”
dingen. Volgens Denys moet hier een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen medicijnen en medische technologieën. “In medische technologieën bestaan er geen monopolies. Een bedrijf kan na een nieuwe uitvinding misschien twee of drie jaar voorsprong hebben, maar
daarna is er sowieso concurrentie. Dat is heel anders dan bij de klassieke geneesmiddelen. Neem bijvoorbeeld pacemakers of scans: hun prijs is door de jaren heen voortdurend gezakt, terwijl de kwaliteit steeg. De marktwerking is hier absoluut gegarandeerd.”
Een bedrijf dat zich recent in de arena waagde, is de Brusselse start-up Spentys. Zij maken een vervanger voor de klassieke gipsverbanden door plasticverbanden met een 3D-printer te maken, volledig op maat van de patiënt. “De basistechniek voor klassieke gipsverbanden dateert al van de 19de eeuw”, zegt medeoprichter Louis-Philippe Broze. “Onze prints zijn veel lichter en comfortabeler en hebben verluchtingsgaten voor wonden, wat hygiënischer is. Je kunt er ook perfect mee douchen en zwemmen.” De 3D-verbanden zullen vooral in de ‘post-acute’ fase hun nut hebben, aldus Broze. “In de spoedgevallen kunnen we ze niet gebruiken, want het duurt nog zo’n vijf uur om bijvoorbeeld een verband voor een voorarm te printen. We denken vooral aan gevallen waarbij een patiënt een tweede gips nodig heeft of voor chronische ziekten, bijvoorbeeld scoliose of klompvoeten.” Als startende ondernemers hadden Broze en zijn kompaan Florian De Boeck quasi geen enkele ervaring in de medische wereld. Dat was geen bezwaar om met Spentys te starten, zegt hij. “Wij zijn geen artsen, we zien onszelf als techneuten. We maken software voor dokters en zij bepalen hoe alles er uit moet zien. Wij reiken hen gewoon de tools aan.”
In medische technologie zijn geen monopolies, de marktwerking is gegarandeerd.
Een grote zorg bij zowel de politiek als de patiënten is de betaalbaarheid van nieuwe uitvin-
De twee jonge entrepreneurs hebben ondertussen drie mensen in dienst en praten met investeerders uit België en Zwitserland. Ideeën voor nieuwe producten zijn er ook al. “Speciale maskers voor neusbreuken bijvoorbeeld”, zegt Broze. “En we denken ook aan de markt voor dierengeneeskunde. Ook daar zitten volgens ons nog heel wat opportuniteiten.”
— MARNIX DENYS TEKST FREDERIC PETITJEAN
WIL JE NOG MEER WETEN? SURF DAN SNEL NAAR FOKUS-ONLINE.BE
FOKUS-ONLINE.BE
FOKUS OPTIMALE ZORG #FOKUSOPTIMALEZORG
ADVERTORIAL
ADVERTORIAL
Allergie-patiënten kunnen binnenkort opgelucht ademhalen Het Luiks-Brusselse farmabedrijf ASIT Biotech (een spin-off van de ULB Brussel) werkt aan een krachtig nieuw medicament tegen graspollenallergie. Op termijn kan het zelfs de basis vormen voor therapieën tegen verschillende andere allergievormen. De nieuwe topman van het bedrijf, Michel Bajiot, legt uit. Gp-ASIT+ heet het nieuwe middel waar ASIT al een tijdje aan werkt en dat het leven van hooikoortspatiënten een stuk aangenamer moet maken. “We streven naar een zeer efficiënte behandeling op zeer korte tijd”, zegt CEO Michel Bajiot, die sinds eind vorig jaar aan het roer van het bedrijf staat. “Patiënten die hun allergie echt grondig willen aanpakken, moeten nu jaren aan een stuk tientallen keren bij hun huisarts langsgaan. Wij willen dat terugbrengen tot vier bezoekjes over een periode van drie weken. Dat betekent dus een radicale breuk met oude therapieën.” De werking van gp-ASIT+ is gebaseerd op immunotherapie met natuurlijke peptidemoleculen die worden gezuiverd en in kleine bestanddelen opgedeeld. Immunotherapie bewees al haar nut bij het bestrijden van infectieziekten en zelfs kanker, waarbij vooral het ontbreken van neveneffecten opmerkelijk was. Nu wordt dit dus voor allergieën aangewend. Klaar voor phase 3 ASIT is momenteel bezig aan de laatste testfase voor een commerciële introductie, de zogenaamde phase 3. “De eerste patiënten zijn daarvoor geselecteerd”, zegt Baijot, die eerder al topfuncties in de farma-industrie uitoefende. “De tests gaan door in België en vijf Europese landen. Tegen eind dit jaar weten we of de resultaten positief zijn. Als dat zo is, en daar zijn we van overtuigd, kunnen we alle klinische data aan de autoriteiten bezorgen en ons opmaken voor een
marktintroductie. De eerste markt waar we op mikken, is Duitsland. Tegen herfst 2021 voorzien we daar een goedkeuring van het medicament en dan kan de verkoop starten. Alleen al in Europa is het marktpotentieel voor gp-ASIT+ (tegen graspollenallergieën) volgens analisten zo’n 100 tot 150 miljoen euro.” Op termijn wil ASIT gp-ASIT+ ook breder laten renderen. De technologie achter het middel heeft het potentieel om tot een soort “platform” uit te groeien waarmee ook andere allergieën (bijvoorbeeld bepaalde luchtwegen- of voedselallergieën) kunnen aangepakt worden. “Klopt”, zegt Baijot, “het kan een breekijzer zijn voor andere, zeer brede markten. Alleen zullen we de ontwikkeling in de toekomst niet alleen doen, daar zoeken we een partner voor. ASIT is al bij al maar een klein bedrijf, met beperkte middelen. We hebben bijvoorbeeld slechts een dertigtal onderzoekers in dienst. We moeten dus goed nadenken waar we onze middelen voor inzetten. Ook verdere marktintroducties, bijvoorbeeld in de VS, gaan we met een partner opzetten.” Die zoektocht naar die partner verloopt trouwens positief, zegt de CEO. “Er is nog geen contract getekend, dus ik kan er nog niet veel over kwijt, maar er is zeker interesse van grote en belangrijke spelers om met ons hierrond samen te werken.”
ASIT biotech is genoteerd op de Brusselse beurs (EURONEXT: ISIN BE0974289218). Meer informatie vindt u op www.asitbiotech.com
06
TOPIC PATIENT-CENTERED CARE
Tevreden patiënten = meer subsidies Hoeveel werkingsmiddelen een ziekenhuis krijgt, hangt sinds 1 juli vorig jaar gedeeltelijk af van de kwaliteit van de zorg dat het levert. De overheid houdt onder andere rekening met de tevredenheid van de patiënten en het correct gebruik van antibiotica tijdens operaties. Voorlopig is maar een klein deel van het totale budget (1 procent) afhankelijk van de kwaliteit. Dat aandeel zou de komende jaren uitbreiden.
Overlevingskans halskanker hoger in Limburg Patiënten met hoofd- en halskanker hebben de beste overlevingskans in Limburg, zo berichtte De Standaard. Tot die conclusie komt het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, na onderzoek van de gegevens van 9.256 patiënten die zich tussen 2009 en 2014 in Belgische ziekenhuizen lieten behandelen. Ruim zes op de tien patiënten die in het Limburgs Oncologisch Centrum werden opgevolgd, waren vijf jaar later nog in leven. De gemiddelde overlevingskans lag op 48,5 procent.
FOKUS-ONLINE.BE
De persoon achter de patiënt Wat wil je zelf? Wat denk je zelf? Het zijn vragen die zorgverleners in de toekomst wellicht vaker zullen stellen. Onderzoek toont immers aan dat een behandeling succesvoller is wanneer een patiënt inbreng krijgt. Wordt luisteren de hoeksteen van onze geneeskunde?
H
et begon met een reportage in Via Annemie op tv-zender één. Daarin vroeg journaliste Annemie Struyf aan een patiënte op intensieve zorgen wat ze graag nog eens zou proeven. “Een mango”, zei ze met een glinster in de ogen. Een paar dagen later stond Annemie terug bij de vrouw, met een mango als cadeau. De vrouw barstte in tranen uit. “Nooit zal ik dit vergeten”, klonk het. Dat het woord ‘mangomoment’ nadien een eigen leven ging leiden, hebben we aan professor bij de KU Leuven Kris Vanhaecht te danken. Hij zat die avond in 2015 met een krop in de keel voor zijn scherm. “Het was prachtig om te zien dat zoiets kleins zoveel kon betekenen. Ik was geraakt, maar tegelijk ook boos. Hoe kon het dat geen enkele zorgverlener daar eerder naar had gevraagd?” De reportage leidde in 2017 uiteindelijk tot een onderzoeksproject rond klantgerichtheid in de zorg. Daarvoor verzamelden Vanhaecht en zijn team meer dan duizend verhalen over mangomomenten – kleine acties met grote waarde voor de patiënt – en interviewden ze ruim
120 hulpverleners en patiënten. Wat opviel, was dat patiënten makkelijk voorbeelden konden bedenken, maar dat zorgmedewerkers langer moesten graven. “Velen gaven toe dat ze er niet altijd toe kwamen om een echt gesprek met de patiënt aan te gaan”, vertelt Vanhaecht. “Ze waren wel bezig met zorg, maar zelden met de persoon achter de patiënt.” Met het onderzoek trekt Vanhaecht vandaag internationaal de aandacht. In december nog mocht hij toelichting geven in Orlando tijdens het jaarlijkse National Forum on Quality Improvement in Health Care. Eerder waren er aanvragen uit Nederland, Italië en Brazilië. Volgens dr. Bojoura Schouten van de UHasselt is die interesse niet toevallig, maar past het binnen een bredere verschuiving binnen de geneeskunde. “Van een klassiek biomedische aanpak zijn we geëvolueerd naar een meer biopsychosociale benadering van ziekte en gezondheid. Onderzoek heeft ons geleerd dat het welbevinden van de patiënt over meer dan lichamelijke gezondheid gaat en dat het loont om bij een behan-
deling met iemands persoonlijke noden rekening te houden.” Welke die noden zijn en hoe je die als zorgverlener kunt achterhalen, daarover ging het doctoraat dat Schouten eind 2017 met succes verdedigde. Het instrument dat ze in dat kader ontwikkelde, is intussen getest bij een groep patiënten met gastro-enterologische kanker. Aan hen is gevraagd om op vaste momenten in hun behandelingstraject een vragenlijst over hun kwaliteit van leven en zorgnoden in te vullen. “We peilden dan bijvoorbeeld naar de impact van de ziekte en de behandeling op de relatie met de partner”, vertelt Schouten. “Hoofdverpleegkundigen kregen dankzij die vragenlijsten veel sneller een beeld van de problemen en bezorgdheden van patiënten en konden zo meer zorg op maat geven.” Voor Kris Vanhaecht luidt de conclusie dat zorgverleners back to basics moeten gaan. “Velen hebben ooit voor de zorg gekozen omwille van de band met de patiënten. Dan is het gek dat ze vandaag vooral met ISO-normen, computers en
protocollen bezig zijn. Mijn advies is: ga terug meer in interactie met je patiënt.” Inspiratie daarvoor kunnen ze halen uit het boek dat hij en zijn team in juni uitbrengen. Verder werkt Vanhaecht aan een opleidingstraject rond ‘klantgericht’ denken en communiceren in de zorg. “Het is immers geen evolutie die zich vanzelf zal voltrekken. We zullen zorgmedewerkers én directies hierbij moeten ondersteunen.” De overheden in ons land zijn alvast mee met het pleidooi voor meer patient/person centered care. Om de kwaliteit van de zorginstellingen te meten, houden ze steeds vaker rekening met wat de patiënten zelf ervaren. Vanhaecht verwacht dat dat criterium in de toekomst nog zwaarder zal doorwegen. “Het is een ontwikkeling die je overal in de wereld ziet. Patiëntervaring krijgt meer aandacht, naast efficiëntie en patiëntveiligheid. Al blijft dat laatste natuurlijk primordiaal. Liever een veilige arts die iets minder patientgericht is dan een heel lieve die fouten maakt.” TEKST HERMIEN VANOOST
ADVERTORIAL
De toekomst van de zorg De zorgsector staat voor enkele belangrijke uitdagingen. Door de aanhoudende vergrijzing en stijgende levensverwachting stijgt het aantal patiënten. Tegelijk voert minister van Volksgezondheid Maggie De Block een ziekenhuishervorming in, waarbij het aantal bedden in ziekenhuizen daalt. Als pionier en specialist in zorgmeubilair biedt Moments hierop een antwoord met een ruime collectie ergonomische zorgzetels. Wetenschappelijke studies, zoals “Beter uit Bed”
er leeft in de zorgsector. Met de INO fauteuil
dat een actieve zithouding positief bijdraagt tot het
de relax modulair omgebouwd kan worden van een
van het Radboud umc in Nederland, tonen aan
genezingsproces. Sneller uit bed om sneller te
genezen. Ook de mobiliteit van de patiënt binnen het ziekenhuis gaat erop vooruit. De zorgzetels
Made in Belgium
• vaste zetel • relax zetel • behandelingszetel • slaapzetel • mobiele zetel
‘care version’ naar een volledige ‘home version’, met alle nodige opties en accessoires.
van Moments bieden een kostenefficiënt en
Bovendien is ze perfect geschikt als slaapzetel.
maximaal rekening met de gezondheidstoestand
van de toekomst.
ergonomisch alternatief voor het ligbed en houden
De innovatieve INO fauteuil kan gebruikt worden als:
ontwikkelden we een innovatief zitconcept, waarbij
van de gebruiker én het gebruiksgemak van de
zorgverstrekker. Bovendien zien ze er nog eens
goed uit met hun hedendaags en stijlvol design. Een meubel van Moments is nooit zomaar een
zorgmeubel. Het is het resultaat van meer dan
80 jaar expertise en een grote voeling met wat
Kortom, een innovatieve oplossing voor de zorg
Voor ons volledig gamma zorgzetels, ga naar www.momentsfurniture.com
DEMENTIE ACTUEEL
#FOKUSOPTIMALEZORG
07
Dementie voorkomen door mentale en fysieke fitness 1 op de 3 ouderen hebben kans op dementie. Deze evolutie is dan ook een van de grootste uitdagingen voor de zorgsector in de 21ste eeuw. Hoewel dementie tot op heden niet kan worden genezen, liggen er wel een aantal mogelijkheden binnen je eigen kracht, die bijdragen aan het voorkomen van de aandoening.
O
nderzoekers voorspellen dat het aantal dementerenden tegen 2050 globaal zal verdrievoudigen. Dit maakt dementie volgens de Wereldgezondheidsorganisatie nog steeds prioriteit nummer 1. Hoewel er globaal een stijging op te merken is, kennen we in België een stabilisatie in het aantal mensen met de aandoening. Een afvlakking van deze curve is toe te schrijven aan het feit dat we als geïndustrialiseerd land een betere voedingsen levensstijl hanteren. Hierin is een betere leefomgeving ook een belangrijk aspect. Maar welke rol speelt een actieve levensstijl hierin? Dr. Yannick Vermeiren, postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en wetenschappelijk medewerker bij de Alzheimer Liga Vlaanderen, legt uit: “In 2011 stelden Amerikaanse onderzoekers zich dezelfde vraag. Uit verder onderzoek bleek dat ouderen die een jaar lang aerobic oefeningen deden, een vergrote hippocampus hadden. Dit is het kleine deel van de hersenen dat instaat voor tal van leerprocessen, zoals het kortetermijngeheugen.” Sport blijkt dus een belangrijke, maar vaak over het hoofd geziene therapie in het voorkomen van dementie. Zo werd vastgesteld dat beweging het leeftijdsgerelateerde verlies aan hersenmaterie beperkt en zelfs kan afremmen. Dr. Vermeiren: “Door regelmatig te sporten, worden onze hersenen letterlijk afgeschermd van de ziekteprocessen die uiteindelijk leiden tot dementie en geheugenverlies. Beweging heeft een positieve invloed op de bloeddoorstroming in onze hersenen en vermindert het risico op ontstekingsreacties. Daarnaast moedigt dit ook sociaal contact aan tussen ouderen, wat een enorm belangrijke factor is in het voorkomen van dementie. Wanneer mensen actief deel blijven uitmaken van de maatschappij, bouwen ze meer weerstand op tegen deze aandoening.”
Bieden fysieke fitheid en sociale interactie dan de ultieme garantie? Professor Christine Van Broeckhoven, werkzaam aan de Universiteit Antwerpen en het VIB
legt uit: “Naast een gezonde levensstijl is het belangrijk een actief, ‘cognitief ’ leven te blijven leiden en je creatief te blijven ontplooien. Zo blijf je je hersenen globaal
Het wordt steeds duidelijker dat een goede voorlichting en het consequent aanpassen van de levensstijl sterk bijdragen aan het voorkomen van dementie.
stimuleren.” De generatie babyboomers is hier het levende bewijs van. Na de tweede wereldoorlog werd er namelijk meer in onderwijs geïnvesteerd, waardoor de kans op dementie bij deze bevolkingsgroep tot 5 procent lager ligt. Daarnaast heeft deze groep ook de kennis en middelen om een gezonde levensstijl na te streven. Of dementie volledig kan worden voorkomen? “Dat kan niemand garanderen”, aldus Professor Van Broeckhoven. “Veel is uiteraard afhankelijk van het individu zelf. Zo zijn er meerdere risicofactoren die buiten onze controle liggen, zoals leeftijd en genenmateriaal.” Leeftijd is hierbij de grootste risicofactor. Ruim 20 procent van de ouderen boven de 80 jaar heeft namelijk dementie, waarbij dit 40 procent is bij ouderen boven de 90 jaar. Hoewel de ziekte niet kan worden genezen, kan het ziekteproces in de hersenen wel worden opgespoord tot zelfs 10 à 20 jaar voor je de klinische symptomen krijgt. “Dit betekent dat we nu al een vroege diagnose kunnen stellen, en zo op een preventieve manier patiënten zouden kunnen behandelen met als doel het ziekteproces te vertragen en zo de dementie uit te stellen. Het wordt steeds duidelijker dat een goede voorlichting en het consequent aanpassen van de levensstijl op het vlak van voeding, beweging en mentale fitness, sterk bijdragen aan het voorkomen van dementie. Dr. Vermeiren klinkt alvast optimistisch wat betreft een verandering in de algemene opvatting: “Misschien zal dementie toch niet ‘de ziekte van deze eeuw’ zijn, zoals wel vaker wordt gesuggereerd. Hopelijk zullen we binnenkort niet meer spreken van ‘lijden aan dementie’, maar wel van ‘leven met dementie’, en zullen tal van mogelijkheden binnen eigen handbereik liggen.” TEKST ASTRID GOOSSENS
08
INTERVIEW MARGOT CLOET
FOKUS-ONLINE.BE
Z
orgnet-Icuro verenigt 800 zorgorganisaties: algemene ziekenhuizen, voorzieningen uit de geestelijke gezondheidszorg en de ouderenzorg. De organisatie denkt na over de toekomst van de zorg, is partner in overleg met vakbonden en overheden, doet aan vorming en geeft oplossingen voor juridische, economische of fiscale vragen die in de zorg leven. Het is al enkele jaren de olifant in de kamer: hoe houden we onze zorg betaalbaar? “Als we doorgaan zoals nu wordt de zorg onbetaalbaar, daar is iedereen het over eens. Wat we zeker moeten vermijden is een geneeskunde op twee sporen, waarbij mensen die het financieel beter hebben zich ook betere zorg kunnen veroorloven. Het solidair systeem moet blijven. We moeten alvast stoppen met blinde besparingen. De aangepaste groeinorm die de overheid heeft vastgelegd − 1,5 procent − moet
Technologie heeft absoluut een plaats maar altijd in functie van meer tijd voor de patiënt.
‘Veel ziekenhuizen zijn geen gezonde bedrijven meer‘ We zijn in België gezegend met performante zorginstellingen die hoge kwaliteit leveren en voor iedereen toegankelijk zijn. Als we dat in de toekomst zo willen houden, en als we die instellingen van voldoende personeel willen blijven voorzien, moeten we wel anders beginnen denken over hoe we deze instellingen financieren. Dat zegt Margot Cloet, gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro. TEKST FREDERIC PETITJEAN
BEELD PETER DE SCHRYVER
worden verhoogd of toch minstens worden behouden. Tegelijkertijd moeten we hervormen en efficiënter werken. Via betere samenwerking bijvoorbeeld, door onder meer het gedeeld digitaal zorgdossier en door de ziekenhuizen in netwerken op te nemen. Op zich zal dat geen besparing zijn, dus daarom is het ook belangrijk om de regelgeving en financiering aan te passen. Zo wordt samenwerking aangemoedigd en worden middelen beter ingezet.” Welke regelgeving, bijvoorbeeld? “Dat je in een ziekenhuisnetwerk bijvoorbeeld één centrale apotheek op één bepaalde locatie onderbrengt voor alle ziekenhuizen uit dat netwerk. Nu moét elk ziekenhuis zijn eigen apotheek organiseren. De middelen die zo vrijkomen kun je gemakkelijk elders inzetten, zowel in innovatie als in meer handen aan het bed van de patiënt.”
ADVERTORIAL
Europa Ziekenhuizen: kwaliteit en betaalbaarheid gaan hand in hand
A Peter Fontaine Algemeen Directeur van de Europa Ziekenhuizen
ls eerste Brusselse ziekenhuisgroep kiezen de Europa Ziekenhuizen ervoor om de ereloonsupplementen in privékamers te beperken tot maximum 200%. Tegelijk wordt een systeem geïntrodu ceerd waarbij artsen vergoedworden op basis van kwaliteitsindicatoren. Zo worden toegankelijkheid en kwaliteit voor alle patiënten gegarandeerd, zegt Peter Fontaine, Algemeen Directeur en Afgevaardigd Bestuurder. De Europa Ziekenhuizen omvatten vier sites: St-Elisabeth in Ukkel,
St-Michiel in Etterbeek (Europese Wijk), het Bella Vita Medical Center in Waterloo en een externe raadpleging in Halle. Zowat 300 artsen-specialisten en 1.800 medewerkers bekommeren er zich elke dag over 2.500 patiënten.
gevolgd zijn. Bij ons betekent dat dus concreet dat eigen franchises ten laste van de patiënt voor de patiënten met een hospitalisatieverzekering niet meer aan de orde zijn”, aldus Fontaine.
“Vanaf 1 januari beperken wij als eerste Brusselse ziekenhuis de ereloonsupplementen in privékamers tot 200%”, zegt Fontaine. “Een bewuste keuze: zeker in Brussel willen we de financiële toegankelijkheid voor kwalitatieve zorg verbeteren. De maatregel was mogelijk omdat we de financiële afspraken met de artsen hebben herbekeken. Ik ben erg tevreden dat ons medisch korps hier in
Tegelijk met de maatregel rond ereloonsupplementen, maken de Europa Ziekenhuizen prioriteit van een kwaliteitssysteem. “Als eerst ziekenhuis, wordenonze artsen gedeeltelijk vergoed in functie van bepaalde kwaliteitsindicatoren die ze halen”, zegt Fontaine. “Omdat we vinden dat kwaliteit in de zorg primordiaal is.”
www.europaziekenhuizen.be
MARGOT CLOET INTERVIEW
#FOKUSOPTIMALEZORG
3 VRAGEN AAN...
Hoe staan de ziekenhuizen daar zelf tegenover? “Zij zijn zeker vragende partij, alleen is de overheid hen daar nog onvoldoende in gevolgd, zeker in deze legislatuur. We waren in het begin enthousiast, maar van wat in het regeerakkoord stond, is eigenlijk te weinig gerealiseerd. De ziekenhuizen hebben van onderuit de netwerkvorming in gang gezet, maar we willen daar ook wel de juiste budgettaire zekerheid rond, evenals de zekerheid dat er geen nieuwe besparingen meer komen. Die besparingen zijn een aantal jaren geleden door de overheid opgelegd onder het mom van de netwerken.” Minister Vandeurzen is bezig met een Vlaams Zorgstrategisch Plan. Wat verwacht je daarvan? “Dat plan moet regelen hoe de ziekenhuizen goed kunnen samenwerken in die netwerken en hoe ze de zorgopdrachten onder mekaar kunnen verdelen. Bijvoorbeeld: wie neemt de moeder-kindzorg voor zijn rekening, wie geriatrie, en zo verder. Die oefening kan alleen maar slagen als de wetgeving ook op federaal niveau wordt aangepast en de financiering garandeert. Anders zeg je eigenlijk tegen die ziekenhuizen: vecht het onder elkaar uit. En dan vraag je van sommige ziekenhuizen om hun eigen bestaansrecht te ontkennen. We staan klaar om de netwerken te vormen, maar de overheid moet duidelijk zeggen wat ze wil en zorgen dat die wensen gefinancierd worden. De regels moeten bovendien soepel genoeg zijn om een en ander uit te voeren. Met acht ministers van Volksgezondheid en een federale minister loopt dat overleg soms moeizaam, dat snap ik, maar ze zouden toch wat meer leiderschap mogen tonen.” Vier op tien ziekenhuizen draaien rode cijfers. Hoe komt dat? “Veel ziekenhuizen zijn geen gezonde bedrijven meer. Dat is voor een groot deel historisch gegroeid door de besparingen en de bijkomende regels. Hervormen en besparen tegelijk is lastig. Een voorbeeld: de GDPRregels rond privacy. Voor het omgaan met patiëntgegevens is dat zeer belangrijk, maar er is quasi geen budget voorzien om hier binnen de ziekenhuizen extra op in te zetten. Zij moeten dat uit hun reserves halen. Wij hopen dus dat de overheden de nodige maatregelen
Als we doorgaan zoals nu, wordt de zorg onbetaalbaar. Daar is iedereen het over eens.
nemen om de uitdagingen aan te gaan waar we met de gezondheidszorg voor staan, want het is vijf na twaalf.” Nog een olifant in de kamer: het personeelstekort. Hoe is die er gekomen? “Er is in het algemeen krapte op de arbeidsmarkt en verpleegkundige is dan nog eens knelpuntberoep nummer één bij de VDAB. De uitstroom uit de zorg is sinds vorig jaar ook groter dan de instroom. Ook de opleiding tot bachelor verpleegkunde is met een jaar verlengd, zodat er volgend jaar geen verpleegkundigen op ‘de markt’ zullen komen. Tot slot is er ook veel discussie over het feit of de mensen die een HBO5opleiding tot verpleegkundige volgen zich ook verpleegkundige mogen noemen. De verschillende overheden kijken daar naar elkaar. Er moet duidelijkheid komen, willen we meer jonge mensen stimuleren om te kiezen voor een zorgopleiding.”
zoals geboorteverlof of flexibel werken. De zorg heeft ook vrij vlakke loopbanen, ook daar zou je iets aan kunnen doen. Makkelijker mensen inschakelen uit andere sectoren is nog zoiets. En dan natuurlijk het verloningsstelsel. Verpleegkundigen werken in het weekend en ’s nachts en hebben een grote verantwoordelijkheid. Daar moet een billijk loon tegenover staan.” Kan technologie helpen? “Zeker, maar altijd in een en-en-verhaal. Technologie kan absoluut helpen om de administratie te verlichten, om ondersteunend te werken en om bijvoorbeeld hef- en tilwerk over te nemen. Maar altijd in functie van meer tijd voor de patiënten. Het zal altijd beide zijn. Zonder mensen is er geen zorg. Trouwens, mensen zullen door technologie misschien sneller naar huis kunnen, maar ook daar is er een zorgvraag. En die blijft.”
Wat moet nog gedaan worden? Er is in Vlaanderen één verpleegkundige voor elf patiënten. In onze buurlanden is dat één op acht. “De campagnes moeten zeker blijven, maar ik denk dat er ook maatregelen moeten komen tijdens de loopbaan. Een soort flexibel loopbaanpact, met verschillende voordelen die je gedurende je hele carrière kunt inzetten,
SMART FACT. Wat was je geworden als je niet in de zorg was terechtgekomen? “Dan was ik rechten gaan studeren om advocaat te worden. Recht en rechtvaardig behandeld worden, vind ik zeer belangrijk. Ook in de zorg.”
ADVERTORIAL
Bot s jij op on r e c ht t e geno v e r k in d e r en en jongeren ? ... en kan of wil niemand iets doen? Contacteer dan de Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat Reageer tegen onrecht Klac hten lijn
INGE SCHOEVAERTS COÖRDINATOR VAN DE KLACHTENLIJN VAN HET KINDERRECHTENCOMMISSARIAAT, DE VLAAMSE PLEITBEZORGER VAN KINDERRECHTEN OPGERICHT DOOR HET VLAAMS PARLEMENT
0800 20 808 www.kinderrechten.be
Wat doet het Kinderrechtencommissariaat? “Wij geven advies aan het Vlaams Parlement over beleidsthema’s die met kinderen en jongeren te maken hebben. Daarnaast bemannen wij een klachtenlijn waarop jaarlijks zo’n 1.200 meldingen binnenlopen.” Wie kan er terecht bij de Klachtenlijn? “We richten ons tot 3 doelgroepen: kinderen en jongeren, ouders en familie en professionals die met minderjarigen werken. Zij kunnen ons contacteren met vragen en klachten over de toepassing van kinderrechten in bijvoorbeeld de zorg, onderwijs, sport, vrije tijd, welzijn. Zorgverstrekkers contacteren ons bijvoorbeeld over rechten van minderjarige patiënten in conflict met één of beide ouders over het delen van informatie of over de zelfstandige toegang tot medische zorg. ” Wat kan de Klachtenlijn doen? “In de eerste plaats klachten onderzoeken, maar uiteraard geven we ook vaak advies. Het Kinderrechtenverdrag vormt daarvoor de basis. Dan luisteren we eerst onpartijdig naar alle betrokken partijen. Vervolgens gaan we bemiddelen, altijd om een oplossing te vinden waarvan de minderjarige beter wordt. Al die zaken doen we volledig gratis, voor iedereen.”
09
ADVERTORIAL
Vzw ZorgConnect is een netwerkorganisatie die een 400-tal zelfstandige thuisverpleegkundigen overkoepelt. De roots van ZorgConnect liggen in het Waasland, het huidige hoofdkantoor is gevestigd in Elversele (Temse). Wij staan voor een persoonlijke ondersteuning van thuisverpleegkundigen, dóór, verpleegkundigen op alle vlakken van hun praktijkvoering. Op het soms wat aarzelend evoluerende traject naar geïntegreerde zorg is de evolutie naar een geïntegreerd zorgdossier een uiterst belangrijk factor, zeg maar een voorwaarde. ZorgConnect neemt zelf met de applicatie ‘Connect’ al initiatief om een adequate en veilige communicatie tussen het verpleegkundig dossier en het dossier van de arts mogelijk te maken. Op vandaag is het mogelijk om vanuit het verpleegkundig dossier EasyNurse, met de gewenste inhoud (observaties, parameters, fotomateriaal, …) en frequentie, te communiceren naar het elektronisch medisch dossier van de arts (huisarts én ziekenhuis), ongeacht het pakket waar deze mee werkt. De communicatie verloopt via de e-healthbox. De arts kan via hetzelfde kanaal ook feedback geven aan de verpleegkundigen. Op die manier is er een continue afstemming tussen de zorgverstrekkers om tot een aangepaste zorg aan de patiënt te komen, zeker in de complexere zorgsituaties, die we snel in aantal zien toenemen. We kijken reikhalzend uit naar hoe de bevoegde overheden hun reglementering en vergoedingsprincipes aan deze evolutie zullen aanpassen. Naast de digitale ondersteunende tools, is het ook belangrijk te investeren in passende opleiding van verpleegkundigen (bijv. rond gestructureerde observaties) zodat de verschillende zorgverstrekkers tot één helder taalgebruik komen.
Jürgen De Smet Algemeen Coördinator Zorgconnect
Opleiding is voor ZorgConnect op zich ook een speerpunt waar digitalisatie een belangrijke rol speelt bij het verhogen van de effectiviteit en efficiëntie. Als koepelpraktijk van zelfstandigen willen wij de thuisverpleegkundige niet enkel in staat stellen om alle techniciteit rond nieuwe types zorg in de thuisomgeving te verwerven. Ook de preventieve opdracht, de educatie, het empoweren van patiënten, zullen voor de haalbaarheid van de complexe zorgvragen in de toekomst onontbeerlijk zijn. Om deze redenen heeft ZorgConnect een e-learningplatform opgezet. De diverse leervormen die in het platform voorzien zijn, zorgen voor een betere verankering van de kennis en dus een grotere return on investment van de opleidingsinspanningen. We kunnen ook meer gericht opleiding geven, doordat het platform toelaat eenvoudig nulmetingen te doen m.b.t. de kennis over een bepaald thema vóór iemand een opleiding aanvat. Het platform laat ook toe de effectiviteit van elke opleiding te meten en bij te sturen waar nodig. We streven naar co-creatie. Zo kunnen we zorgpartners ook betrekken om voor bepaalde transmurale zorgen een vorm van certificatie uit te werken om bepaalde zorgtrajecten te kunnen verderzetten in de thuisomgeving. Wij werken in dit verband ook samen met de opleidingcentra. Eén van de eerste, belangrijke features van het platform dat het introductietraject van thuisverpleegkundigen op een uniforme wijze wordt ondersteunt en de opleidingsinspanning die vaak 1 op 1 dient te worden geleverd een stuk efficiënter kan worden gemaakt. Enkel een mix van leervormen kan vandaag garanderen dat verpleegkundigen gewapend zijn voor de uitdagingen van de toekomst. ZorgConnect wil zo verder uitgroeien tot een referentie in de navorming van thuisverpleegkundigen.
ADVERTORIAL
Jeanne had de vakantie van haar leven!
“Hallo, ik ben Jeanne. Sinds mijn zware val kan ik niet meer gemakkelijk op vakantie. Vrijwilligers zoals Jan zijn een echt godsgeschenk. Hij helpt me bij het opstaan en op uitstap duwt hij mijn rolstoel. Dankzij hem heb ik dit jaar opnieuw écht genoten van een vakantie.”
Bezorg mensen zoals Jeanne de vakantie van hun leven. Ben jij op zoek naar een vakantie die je nooit meer vergeet? Zit mensen helpen in je bloed? Stel je dan vlug kandidaat als vakantievrijwilliger. We zoeken zowel verpleegkundigen als zorgmedewerkers. Ervaring is niet vereist. Je krijgt van ons een gratis zorginitiatie.
Je bestemming
Domein Polderwind in Zuienkerke. Het gloednieuwe hotel van Rode Kruis-vlaanderen, midden in de WestVlaamse polders tussen Brugge en de kust.
Je reisdoel
Dankzij je enthousiasme en je zorgzame karakter bezorg jij anderen niet alleen een fantastische week, maar ook een echte vakantie zonder zorgen! In ruil krijg je er een onvergetelijke vakantie en vrienden voor het leven bij.
Wil je Jeanne en haar vriendinnen een fantastische week bezorgen? Ontdek hoe: surf naar www.rodekruis.be/helpjeanne. Bel voor meer info met onze collega’s op 015 44 35 10 of stuur ons een mailtje via aangepastevakanties@rodekruis.be.
012
EXPERTPANEL ZORGVASTGOED
FOKUS-ONLINE.BE
Bouwkoorts slaat ook toe in de zorg Nieuwbouwflats en assistentiewoningen schoten de voorbije jaren als paddenstoelen uit de grond. En ook in de woonzorgcentra is er gretig geïnvesteerd. De vraag is: hebben we al die extra complexen écht nodig om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen?
PASCAL DE DECKER.
Professor Stad & Wonen aan de faculteit architectuur aan de KU Leuven
WILFRIED MARTENS.
KATRIEN VAN GRIEKEN.
Zaakvoerder Senior Homes, bouwt en baat assistentiewoningen uit
Consultant valuation services en partner van onafhankelijk studiebureau Stadim
Hoe groot is de vraag naar zorgvastgoed? “We hebben het vaak over de gevolgen van de vergrijzing, maar gek genoeg gaat het daarbij zelden of nooit over onze manier van wonen. Hoe groot de vraag naar zorgvastgoed is, weten we niet precies. We zien wel dat de grootste groep senioren zo lang mogelijk thuis probeert te wonen. Slechts een klein deel beslist om naar een appartement of assistentiewoning te verhuizen. Pas wanneer de zorgen te groot worden – meestal zijn mensen dan al een eind in de tachtig – trekken ze naar het woonzorgcentrum. De Vlaamse overheid stuurt daar ook op aan. Thuiszorg primeert. Pas wanneer er permanente verzorging en hulp nodig is, wordt er op residentiële zorg ingezet.”
“De precieze noden zijn moeilijk in te schatten, maar er komt zeker een gigantische vraag op ons af. De vergrijzing zullen we de komende decennia alleen maar harder voelen. Ik heb de indruk dat we ons daarvan nog niet voldoende bewust zijn. In de zorg zal het alle hens aan dek zijn, met veel vraag naar thuisverpleegkundigen, assistentiewoningen, extra plaatsen in woonzorgcentra… Dat zie je voor een stuk vandaag al. Huisvesting van ouderen is iets waar we lange tijd te weinig aandacht aan geschonken hebben. Er gaat veel geld verloren doordat ouderen in een niet-aangepaste woning blijven. Mensen vallen en landen in het ziekenhuis en moeten maanden revalideren. Dat kost de samenleving handenvol geld.”
“Het voorbije decennium is er vooral in assistentiewoningen en woonzorgcentra heel veel geïnvesteerd. De vraag is of het niet allemaal te veel is. Het argument van de vergrijzing wenden ontwikkelaars soms iets te makkelijk aan om investeringen in individuele assistentiewoningen te verantwoorden. Mensen leven inderdaad langer, maar dat wil niet zeggen dat ze ook naar een assistentiewoning of woonzorgcentrum zullen verhuizen. Er zijn steeds meer zorgformules en/of beperkte infrastructurele woonaanpassingen mogelijk, zodat ouderen langer in hun eigen huis kunnen blijven. Dat willen ze ook het liefst. Het verblijf in een woonzorgcentrum is doorgaans beperkt tot enkele levensjaren.”
Is er voldoende aanbod? Zijn extra investeringen nodig? “Voor de woonzorgcentra en centra voor kortverblijf is er een erkenningskalender opgesteld, om het aantal woongelegenheden dat er jaarlijks bijkomt, beter te plannen. Alleen wie een plaats op die kalender heeft, mag bouwen en bijkomende capaciteit in gebruik nemen. Voor de bouw van appartementen en assistentiewoningen is het de markt die speelt. Die vrijheid leidt niet altijd tot het beste resultaat. Veel nieuwbouwflats en –assistentiewoningen staan vandaag leeg omdat ze op een verkeerde locatie – lees: zonder voorzieningen in de buurt – zijn neergezet. Sneu natuurlijk voor de particulieren die hun spaargeld erin staken. Zij gingen ervan uit dat het een goeie belegging was.”
“Extra investeringen zijn nodig, maar ze moeten wel doordacht zijn. Op de markt van de assistentiewoningen is dat helaas niet altijd het geval. Voor wij in 2008 met Senior Homes begonnen, bezochten we 92 projecten in binnen- en buitenland. Zo kwamen we tot een lijst met criteria waaraan een project moet voldoen: het aantal inwoners in de buurt, de afstand tot de kerk, de hoogte van de pensioenen in de gemeente… We nemen ook de uitbating van assistentiewoningen ter harte. We zorgen ervoor dat er 24/7 een woonassistent beschikbaar is, helpen de bewoners bij de boodschappen en de medicatie, doen een extraatje bij verjaardagen… De lat mag hoog liggen, wat ons betreft.”
“Enerzijds heb je de institutionele belegger die op grote schaal in woonzorgcentra en assistentiewoningen investeert, anderzijds de particulier die één assistentiewoning in een ruimer complex koopt. Als particulier informeer je je best goed. Gaat het wel om een erkende assistentiewoning? Is de ligging interessant genoeg? Wordt er ook een woonzorgcentrum uitgebaat op dezelfde site? Een mogelijk interessantere manier om als particulier in zorgvastgoed te investeren, is via aandelen. In ons land zijn er vandaag drie grote, beursgenoteerde spelers gespecialiseerd in zorgvastgoed. Hun aandelen zijn stabiel en leveren een zeer concurrentieel rendement.”
Hoe zie jij de zorgvastgoedmarkt (graag) verder evolueren? “Het zou positief zijn als álle appartementen, oud of nieuw, leeftijdsvriendelijk gebouwd en verbouwd worden: zonder hoge drempels, met brede deuren en toegankelijke stopcontacten. Die richtlijnen kunnen we makkelijk aan de Vlaamse Codex - Ruimtelijke Ordening toevoegen. Het zou het woonprobleem voor ouderen een stuk verlichten. Daarnaast moeten we nadenken over woonmodellen voor tussenfases in het leven. Het beleid stuurt aan op zo lang mogelijk thuis blijven wonen, maar veel woningen – én woonplaatsen – zijn daarvoor niet geschikt. Veel ouderen zijn te goed om naar woonzorgcentra of assistentieflats te verhuizen, maar te weinig mobiel om in hun woning te blijven. Daartussen bestaat er niet veel.”
“Mijn indruk is dat er vandaag te veel vrijheid wordt gegeven om in zorgvastgoed te investeren. Zelfs in een bedrijvenzone kun je toelating krijgen om een nieuwbouw met assistentiewoningen neer te poten. Dat is helemaal te gek voor woorden. De overheid mag daarin gerust wat meer sturen. Ook het luik ‘assistentie’ mag wat strenger ingevuld worden. Om de kwaliteit van de assistentiewoningen te garanderen, zou je kunnen zeggen dat een projectontwikkelaar samen met zijn bouwaanvraag een zorgplan voor de eerste vijf jaar moet voorleggen.”
“Ik denk dat we eerst en vooral een grondige studie van vraag en aanbod moeten maken. Wat is er momenteel te vinden op de markt? En wat werkt er wel/niet goed? Dat er voor de woonzorgcentra met een erkenningskalender wordt gewerkt, is bijvoorbeeld een goede zaak. De overheid krijgt zo meer vat op het aanbod. Ook op de markt van de assistentiewoningen zouden we beter naar een moment van consolidatie gaan. We weten intussen dat assistentiewoningen die aan een woonzorgcentrum gekoppeld zijn, vlotter gevuld geraken dan stand aloneprojecten. Laten we die kennis vooral meenemen wanneer we nieuwe projecten evalueren.”
TEKST HERMIEN VANOOST
ADVERTORIAL
ADVERTORIAL
Meer mensen met een hartsilstand redden door de hele Belgische bevolking hoogkwalitatieve reanimatie aan te leren. De Belgische Reanimatieraad bevestigt dat er iedere dag in België maar liefst dertig mensen een hartstilstand hebben. Slechts drie daarvan – 10°% dus – kunnen worden gered. Vaak begint men te laat met reanimatie omdat te weinig omstanders zijn opgeleid. Veel mensen weten niet wat te doen. Als men binnen de 6 minuten kan beginnen met reanimeren heeft het slachtoffer 40% kans om te overleven.
Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge: kwaliteit dat zich verbindt met betekenis. Het is op momenten van betekenisloosheid, verwarring, ontreddering, verlorenheid, dat mensen besluiten hun leven betekenis te geven. Een passage in ons centrum voor psychotherapie kan hierin een belangrijke en betekenisvolle rol spelen. Voorwaarde hierbij is dat wij iedere mens afzonderlijk en met onbevangen verwondering tegemoet treden. Dat we ontmoetingen creëren waarbij het onverwachte een kans krijgt. Dat we een plaats zijn waar ruimte is voor particulariteit en subjectiviteit. Dat we interesse tonen in de mens voorbij zijn symptoom. Onze huisstijl kenmerkt zich door gastvrijheid en ontvankelijkheid en onderscheidt zich door de bevlogen expertise, vakmanschap en raffinement waarmee we net dit doen: de zoektocht naar de authentieke betekenis van de klachten en symptomen, inzicht in de zich herhalende problematiek. Het is betekenis waardoor een mens zich terug kan oprichten, waardoor hij zichzelf kan overstijgen, waardoor verhoudingen met een andere lichtinval worden bekeken en nieuwe keuzes kunnen gemaakt worden.
Efficiënte reanimatie houdt het slachtoffer in leven en de AED (Automatische Externe Defibrillator) geeft hem het leven terug door het hart terug te doen starten. Het gebruik van een AED is niet gevaarlijk en het gebruik ervan kan de situatie van het slachtoffer alleen verbeteren. De BRC is er samen met andere partners in geslaagd om zowel in de Vlaamse als in de Franstalige gemeenschap opleidingen te voorzien voor kinderen vanaf 12 jaar. Op 18-jarige leeftijd zullen zij een volledige kennis hebben omtrent reanimeren. Dit is niet voldoende: ook volwassenen moeten kunnen reanimeren. Daarom worden voor iedereen opleidingen voorzien. Het aantal mensen die kunnen reanimeren is veel te klein. Het moet verviervoudigd worden.
We kiezen om niet enkel aan de oppervlakte te werken en het lijden te reduceren, maar om steeds opnieuw faciliterende getuige te zijn van een krachtig proces dat een behandeling impliceert. Voor meer informatie:
www.brc.be
www.pcgs.be
ADVERTORIAL
COFINIMMO:
Bouwen aan de zorg van morgen De Belgische vastgoedmaatschappij Cofinimmo beheert in vier landen een portefeuille aan zorgvastgoed die bijna twee miljard euro waard is en meer dan 15.000 bedden omvat. COO Sébastien Berden overloopt de toekomsttrends waar de sector voorstaat en de oplossingen die Cofinimmo kan voorstellen. Cofinimmo is op enkele jaren een grote speler geworden in zorgvastgoed door de enorme consolidatiegolf die door de sector is geraasd.
Van woonzorgcentra naar tussenvormen De rusthuizengroepen die de consolidatie in gang zetten, klopten bij Cofinimmo aan om hun vastgoedpartner te worden. “Een trend die wij duidelijk zien is dat schaal belangrijk is voor hen. Zij kunnen hierdoor kosten besparen en gemakkelijker strategische programma’s uitrollen zoals kwaliteitsbeheer, personeelsopleidingen, aankopen, etc. Deze groepen concentreerden zich echter vaak op de klassieke woonzorgcentra”, zegt Berden. “De vraag naar alternatieve woonvormen stijgt ook sterk in Europa. Bovendien maakt dit het mogelijk om het schaarse personeel veel efficiënter in te zetten. Denk bijvoorbeeld aan de campus die we in Rotterdam bouwen waar woonzorgcentrum gecombineerd wordt met een revalidatiekliniek, een
zorgpension en een thuiszorgpost. Voeg daarbij een huisartsenpost, een brasserie en een speeltuin en je verkrijgt een leefgemeenschap in de stad met een duidelijke wisselwerking met de buurt. Ideaal ook om het isolement van de senior tegen te gaan. Een van de uitdagingen hierbij is nog vaak wetgeving, die bijvoorbeeld niet altijd toelaat dat personeel zomaar in verschillende centra gaat werken.”
Van beddenhuis naar technisch centrum Een tendens in de ziekenhuissector is dat ziekenhuizen meer investeren in technische plateaus en hun “beddenhuis” afbouwen. “De gemiddelde ligduur in de ziekenhuizen daalt elk jaar door o.m. technologische en medische vooruitgang”, zegt Berden. “Meer en meer functies hoeven zelfs helemaal niet meer in een algemeen ziekenhuis te gebeuren. Zo bouwen we bv. in Nederlandkleinere lokale centra met huisartsen, een apotheek en paramedici op het gelijkvloers, een zeer gespecialiseerd ziekenhuis op de eerste verdieping waar ook zaken zoals dialyse en staaroperaties kunnen gebeuren in de directe woonomgeving van de patiënt. Ongeveer 20% van de bevolking zorgt voor 80% van de kosten. Er liggen dus enorme winsten voor het grijpen als men die groep overtuigt van het belang van regelmatige medische checkups en dat men niet mag roken, gezond moet eten en veel moet bewegen.”
Gespecialiseerde centra Een andere trend is de enorme beweging naar netwerken die ziekenhuizen aan het maken zijn. “Algemene zorg, zoals spoed of hoogcomplexe zorg, zal natuurlijk altijd blijven bestaan, maar we zien een trend waarbij bepaalde entiteiten in een netwerk gaan specialiseren op bepaalde zorgtrajecten”, legt Berden uit. “Zeker regionale ziekenhuizen turnen zich daarbij om naar gespecialiseerde centra voor, bijvoorbeeld, orthopedie of worden consultatiecentra. Het gemiddelde ziekenhuis in België is ongeveer 25 jaar oud. Voor een vastgoedgroep als Cofinimmo liggen daar ook heel wat kansen. We zien dat ook als een publieke taak van ons. Het grote publiek vormt immers zowat de helft van onze aandeelhouders. De andere helft zit eigenlijk ook bij de particulier, zij het via zijn pensioenfonds of verzekeraar die bij ons belegt.”
Sébastien Berden COO Healthcare Cofinimmo
014
CHRONICLE VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN
FOKUS-ONLINE.BE
Werk maken van werk in zorg en welzijn Net zoals zovele sectoren kampt ook de zorg- en welzijnssector met openstaande vacatures en tekorten aan personeel op de arbeidsmarkt. Toch zijn er enkele factoren die het gebrek aan mankracht zeer groot maken.
D
e zorg- en welzijnssector is groot. Maar liefst 14,4 procent van wie zich op de arbeidsmarkt begeeft, werkt in de sector. Ook groot: het aandeel werknemers ouder dan 50. Het betreft een derde, om precies te zijn. Het gemiddelde op de Vlaamse arbeidsmarkt ligt iets lager, op 29 procent. Komt daarbij dat de sector aan een razendsnel tempo jobs genereert. Sinds 2007 groeide het aantal jobs in de gezondheidszorg drie keer sneller dan het gemiddelde op de Vlaamse arbeidsmarkt. Tot slot kenmerkt de sector zich ook door een hoge personeelskost. Voor de ouderenzorg omvat die bijvoorbeeld gemiddeld 70 à 80 procent van de omzet. Dat is een aanzienlijk aandeel, wat de sector gevoelig maakt voor personeelstekorten. Met het actieplan ‘Werk maken van werk in zorg en welzijn’ zetten we het werk verder om tegemoet te komen aan de noden in de sector op vlak van personeel. Het omvat sensibiliseringscampagnes voor jongeren, maar ook de ontwikkeling van een project om mensen een tweede carrière in de zorg te laten starten. Heel wat mensen worden immers na verloop van tijd getriggerd omwille van persoonlijke ervaringen. Samen met de sociale partners − zowel werkgevers als werknemers −, en betrokken organisaties zoals VDAB en VIVO, wordt het project verder uitgewerkt. Zo kan de overstap naar de nieuwe
uitdaging op een realistische manier gezet worden, gezien heel wat functies in zorg en welzijn toch een bijkomende opleiding vergen. Eerder verworven competenties zijn een troef, nooit een ballast, en er wordt dan ook telkens gekeken naar hoe we die expertise kunnen aanwenden om studieduren te beperken of korte opleidingen te ontwikkelen. Zo kunnen mensen snel aan de slag,. Via ikgaervoor.be kan iedereen een inleefmoment aanvragen om te ondervinden of werken in zorg of welzijn iets voor jou is. Je kunt meelopen in een ziekenhuis met een verpleegkundige, samenwerken met een opvoeder in een voorziening voor mensen met een beperking, een dag meedraaien in een woonzorgcentrum… Het contact met zorgvragers en voelen wat dit voor jou persoonlijk betekent, helpt om de overstap bewust voor te bereiden. De sector kenmerkt zich door professionals die dag en nacht het beste van zichzelf geven om het verschil te maken voor mensen in kwetsbare posities. De groei van de sector zal voorlopig niet stoppen. De zoektocht naar talent loopt verder, om ook in de toekomst voor iedere zorgvrager kwaliteit van zorg te blijven garanderen. TEKST VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN
De groei van de sector zal voorlopig niet stoppen en de zoektocht naar talent loopt verder. ADVERTORIAL
HEALTH HOUSE: ONTDEK DE ZORG EN EN HET ZIEKENHUIS VAN DE TOEKOMST! Health House is een uniek belevingscentrum waar bezoekers op een innovatieve en hoogtechnologische manier kennis maken met de toekomst van de gezondheid en gezondheidszorg. Van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin kreeg Health House de opdracht om een interactieve visualisatie, een verhaallijn, te ontwikkelen rond het ziekenhuis en zorg van de toekomst. In deze verhaallijn wordt niet alleen gekeken naar de mogelijke architectuur van het ziekenhuis van de toekomst, maar ook naar de integratie van de zorg op verschillende niveaus van specialisatie. Denk hierbij aan
adv_HH_255x130_Fokus_optimale_zorg.indd 1
de door technologie ondersteunde mogelijkheden van thuiszorg versus complexe operaties. Zal technologie ervoor zorgen dat de zorg zich van het ziekenhuis meer verplaatst naar de vertrouwde thuisomgeving? De rol van artificiële intelligentie in ons toekomstig zorgsysteem wordt belicht. Ook de vraag naar de rol van onze toekomstige dokters, therapeuten en verpleegkundigen wordt gesteld: welke relatie bouwen we als patiënt op met onze dokter of noemen we hen voortaan gezondheids-coaches? Door het interactieve karakter van de verhaallijn krijgt elke bezoeker de kans om mee vorm te geven aan het ziekenhuis van de toekomst.
HEALTH HOUSE BEZOEKEN? info@health-house.be www.health-house.be +32 (0)16 79 92 40
15/02/19 13:42
ADVERTORIAL
Samen sterker dankzij nieuwe wetgeving Er beweegt wat in de zorgsector. Zo ontwikkelde minister Maggie De Block een plan van aanpak om het ziekenhuislandschap te reorganiseren met ziekenhuisnetwerken. Dat werd vorige week goedgekeurd in het parlement. Het creëren van netwerken laat ziekenhuizen toe om efficiënt tegemoet te komen aan nieuwe patiëntenbehoeften en aan de snelle evolutie van medische technologieën en behandelingen. Wouter De Ploey is sinds 2015 CEO van het Ziekenhuis Netwerk Antwerpen (ZNA). Een netwerk met zesduizend medewerkers, waarvan zeshonderd artsen die dagelijks instaan voor de zorg van vijfduizend patiënten. Hij juicht dit nieuwe plan toe. Toch zijn er een aantal te nemen hindernissen, zo blijkt. “Ik zie duidelijke voordelen omtrent de nieuwe wetgeving. Het laat onder meer toe om specialisaties beter te organiseren tussen verschillende ziekenhuizen. Die specialisaties leiden dan weer tot meer kritische massa voor bepaalde pathologieën. Zaken waar zowel patiënt als een ziekenhuis zoals ZNA, dat in een hele reeks disciplines topklinische zorg aanbiedt, baat bij hebben. Het zal makkelijker worden om capaciteit in te zetten volgens de zorgbehoeften van de regio. Er wordt op dit moment veel druk gezet op de Belgische ziekenhuizen omtrent het reduceren van het aantal bedden en ligdagen. Gericht capaciteit afbouwen of verschuiven is net iets makkelijker wanneer je in een netwerk zit, dan wanneer je dit alleen moet doen. Het nieuwe plan laat toe bepaalde investeringen gezamenlijk te financieren. Dat opent perspectieven voor de financiële druk waaronder ziekenhuizen staan. Zo beslisten wij recent om met GZA een IT-platform voor elektronische patiëntendossiers gezamenlijk aan te kopen. Verschillende andere
ziekenhuizen, die weldra wellicht in eenzelfde netwerk zitten, maakten in tempore non suspectu dubbele investeringen. De netwerkvorming maakt het mogelijk middelen efficiënter in te zetten. Toch heb ik ook een aantal bezorgdheden. Het is niet helemaal duidelijk hoe de financiering van deze netwerken zal gebeuren. Bovendien hopen wij dat middelen die vrijkomen door deze rationalisering zullen mogen aangewend worden voor noodzakelijke innovaties. Concreet denk ik bijvoorbeeld aan de zorg die transmuraal wordt, o.a. door het inzetten van apps voor de opvolging van patiënten en aan het verschuiven van ‘cure’ naar ‘care’ door meer in te zetten op preventie. De wet bepaalt dat de netwerken tegen 1 januari 2020 moeten gevormd zijn. Dat is niet evident als we willen evolueren naar ziekenhuizen die uitblinken in een bepaalde specialisatie. Dit vergt tijd qua organisatie en infrastructuur. Bij ZNA zijn we alleszins vragende partij voor meer tijd en ondersteuning. Naast ziekenhuisnetwerken worden er ook andere netwerken gecreëerd. Huisartsen, psychiatrische netwerken… Dat is een goede zaak, maar al deze netwerken hebben een eigen bestuur en zijn anders geografisch georiënteerd. Het vergt heel wat coördinatiewerk om dit efficiënt op elkaar af te stemmen. Hoe het ook zij, ik ben blij dat wij met ZNA, lang voor er over deze wetgeving werd gesproken, al een aantal cruciale netwerkzaken hebben geïmplementeerd, die de basis zijn voor een duurzame organisatie van topzorg voor al onze patiënten. Op dit vlak willen we frontrunners blijven.”
Wouter De Ploey | CEO Ziekenhuis Netwerk Antwerpen
ADVERTORIAL
Viega. Connected in quality.
Viega Eco Plus
Automatisch de juiste hoogte voor elke generatie.
Kwaliteit. Dat is hét kernpunt dat Viega al 115 jaar lang op de kaart zet als specialist van installatietechnieken. Het oorspronkelijk Duitse familiebedrijf, dat intussen 4.000 werknemers telt, focust sterk op het leveren van producten van het hoogste niveau – met een uitgebreid hoogwaardig productassortiment als gevolg. Die constante kwaliteit wordt gewaarborgd door een totale aanpak, opgebouwd rond drie pijlers: leidingtechniek, afvoertechniek en voorwandtechniek. Bovendien neemt Viega ook een adviserende rol op. Zo werkt het nauw samen met mensen uit de zorgsector of studiebureaus die zich op deze sector richten. Het doel? Oplossingen zoeken om tot een technisch hoogstaande installatie te komen.
viega.be
Meer comfort met één druk op de knop Viega Eco Plus is het eerste manueel verstelbare WC-element, waarbij elke gebruiker de gewenste hoogte individueel kan instellen. Volledig automatisch, met een simpele druk op de knop. De gasdrukveer laat toe om het WC tussen 40 en 48 cm in de hoogte te verplaatsen. Zo genieten jong en oud, groot en klein van meer comfort op elk moment van de dag. En met de optionele inklapbare armsteunen en automatische spoelopties is Viega Eco Plus zelfs een onschatbare troef voor meergeneratiewoningen en de zorgsector. Viega. Connected in quality.
Zeker in de zorgsector is het van belang om hoogkwalitatieve producten te leveren – vooral op het vlak van hygiëne. Denk maar aan de legionellaproblematiek in ziekenhuizen: die kan worden opgevangen door een specifieke leidingtechniek, waardoor een hygiënische en technisch vooruitstrevende installatie kan worden geplaatst. Maar er zijn nog veel meer verwezenlijkingen mogelijk met een kwalitatieve voorwand- en afvoertechniek: in de hoogte verstelbare wc- en wastafelelementen voor minder mobiele mensen, inloopdouches of aangepaste douches voor rolstoelgebruikers, bijvoorbeeld. Elke oplossing van Viega vertrekt vanuit de overtuiging: kwaliteit is alles.
ADVERTORIAL
ENERGIE BESPAREN IN DE ZORG- EN WELZIJNSSECTOR Gra�s energiescans leveren sector per jaar minstens € 15,2 miljoen besparing op. Geld dat opnieuw kan gaan naar mensen met een zorgnood.
Met oog voor de toekomst.
foto: Bram Tack
Voorzieningen in de zorg- en welzijnssector dragen niet alleen zorg voor mensen, maar ook voor het klimaat. In 2017 namen het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA), het Vlaams Energiebedrijf (VEB) en de koepelorganisa�es samen het ini�a�ef om gra�s energiescans uit te voeren in zorg- en welzijnsgebouwen. Voor 1000 gebouwen werd een energiescan besteld waarvan er al 850 werden uitgevoerd. Uit de resultaten blijkt dat de sector voor meer dan 15 miljoen euro kan besparen. ENERGIESCAN – METEN IS WETEN Bij een energiescan krijgen de voorzieningen een gedetailleerd zicht op hun energieverbruik, aangevuld met een overzicht van alle relevante energiebesparende maatregelen die ervoor zorgen dat hun energiefactuur daalt en hun CO2-uitstoot vermindert. Op basis daarvan kan een voorziening bekijken op welke energiebesparende maatregelen ze de komende jaren zal inze�en en binnen welke termijn. ENERGIEBESPARENDE MAATREGELEN Uit de uitgevoerde energiescans blijkt dat er een CO2-besparingspoten�eel is van 60.943 ton per jaar of een kostenbesparing van 15,2 miljoen euro per jaar. De energiebesparende maatregelen uitvoeren, betekent het equivalent van de CO2-uitstoot van 11.219 gezinnen besparen. De top vijf maatregelen met het grootste CO2-besparingspoten�eel tot nu toe zijn: • stookplaatsrenova�e • religh�ng/relamping/verledding • PV-panelen • warmtekrachtkoppeling (WKK) • dak- en muurisola�e
Deze ac�e is baanbrekend binnen de Vlaamse overheid. Met een doordachte combina�e van doorlich�ng, subsidiëring en dienstenaanbod kunnen we een aanzienlijke energiebesparing realiseren in de zorg- en welzijnsector. De goede samenwerking tussen het VIPA en het VEB is een voorbeeld voor andere sectoren. KARINE MOYKENS Secretaris-generaal Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Vlaamse overheid
VEB hee� echter nog tal van energiebesparende maatregelen die zowel op korte als lange termijn het verschil kunnen maken. Denk maar aan totaalrenova�e, gebouwisola�e en gebouwschilop�malisa�e, renova�e van schrijnwerk en beglazing en dergelijke. AAN DE SLAG! Naast de energiescans en de energiebesparende maatregelen, voorziet VEB ondersteuning bij de opmaak van een energe�sch masterplan en de realisa�e van energiepresta�econtracten. Voor de uitvoering van de energiebesparende investeringen kunnen voorzieningen een beroep doen op diverse raamcontracten die VEB hen aanbiedt. Het VIPA, het investeringsagentschap van de Vlaamse overheid voor de welzijns- en zorgsector, staat in voor het toekennen van de klimaatsubsidies.
Wilt u ook een efficiëntere aanpak voor uw energiebeheer? Onze medewerkers zi�en vrijblijvend met u samen en geven verdere toelich�ng. Contacteer ons vandaag nog! www.veb.be/ds communica�e@veb.be 02/421 32 00
Vlaams EnergieBedrijf nv Tour & Taxis - Havenlaan 86C bus 301 B-1000 Brussel