D I T D OSS I E R WO R DT G E P U B L I C E E R D D O O R S M A RT M E D I A E N VA LT N I E T O N D E R D E V E R A N T WO O R D E L I J K H E I D VA N D E R E DACT I E VA N D E STA N DA A R D
MAART ‘21
RESEARCH & DEVELOPMENT Bart Van Looy Innoveren onder onzekerheid
Wetten vs vooruitgang De bottlenecks van de biotech
Cathérine Dreesen Een gunstig klimaat voor kmo’s
Caroline Ven
”De farma-industrie geeft 4 miljard euro per jaar uit aan onderzoek, dat is 40 procent van het Belgische totaal.”
Lees meer op Fokus-online.be
02 VOORWOORD
FOKUS-ONLINE.BE
Prof. Bart Van Looy
04
08
Innovatie in onzekere tijden met kennis van zaken
10
18
De coronacrisis zorgt voor economische onzekerheid. Kan innovatie hier helpen? Ja. Zolang je maar rekening houdt met een aantal principes die innovatie duurzaam aan succesvol ondernemerschap koppelen.
I
nnovatie is een motor van welvaartcreatie, dat leerde de invloedrijke econoom Joseph Schumpeter ons. Processen van ‘creatieve destructie’, gedragen door ‘heroïsche’ ondernemers, resulteren in nieuwe optima. En onzekerheid is hoegenaamd niet hetzelfde als risico, zoals zijn Amerikaanse mede-econoom Frank Knight aangaf. Risico kun je berekenen en beheersen, zoals bij het afsluiten van een verzekering. Bij onzekerheid vaart men in de mist en is het niet duidelijk met welke variabelen je allemaal rekening moet houden. Om onder onzekerheid te innoveren en te ondernemen lijken volgende vier principes richtinggevend (naar onderzoek van Andries P. , Debackere K. & Van Looy B. (2020)): Om te beginnen is het belangrijk om simultaan te experimenteren met verschillende (business) modellen. Hoogtechnologische bedrijven weten dat al langer. Maar ook in traditionele sectoren kunnen organisaties baat hebben bij het opzetten van experimenten die voorbereiden op de toekomst. Denk aan het hoger onderwijs dat exact een jaar geleden van de ene dag op de andere overschakelde op virtueel lesgeven. Dit was enkel mogelijk omdat in de voorafgaande jaren relevante kennis en infrastructuur opgebouwd was.
Hierdoor konden ze in crisissituaties sneller én effectiever schakelen. Om die experimenten en scenario’s mogelijk te maken heb je tijd en middelen nodig. Als je je bedrijfsprocessen honderd procent kostenefficiënt organiseert is er geen ruimte voor exploratie. Door enkel te optimaliseren op korte termijn, loop je het risico zonder zuurstof te vallen als er zich abrupte veranderingen voordoen.
Vlaanderen neemt zijn innovatierol in de huidige coronacrisis op.
De ouderen onder ons herinneren zich nog de oliecrisis van de jaren 70. Ook toen bleek dat sommige bedrijven zich beter wisten te handhaven dan andere. Dat kwam doordat ze systematisch scenario’s ontwierpen waarbij ze gevolgen van beslissingen ex ante inschatten.
Ten slotte, samenwerken met andere ondernemingen en kennisinstellingen loont. Het koppelen van meer kennis en technologie verhoogt je kans op succes. Bedrijven die daarbij kiezen voor ‘shared value’ zullen sneller en duurzamer een breed netwerk kunnen aanspreken. Laten we ook nog benadrukken dat Vlaanderen zijn innovatierol in de huidige coronacrisis opneemt. Bedrijven als Johnson & Johnson, Pfizer, H. Essers… alsook onze academici dragen bij inzake onderzoek, productie, logistiek en beleidsondersteuning. De voorbije tien jaar zijn de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling in Vlaanderen gestegen van 2 tot 2,9 procent van het bbp. Hiermee sluit Vlaanderen aan bij de kop van het Europese peloton. Kortom, Vlaanderen beschikt over een evenwichtig innovatiesysteem dat in staat moet zijn om de huidige en toekomstige uitdagingen veerkrachtig aan te pakken.
LEES MEER. 04 Innovatiebeleid in Vlaanderen: Klaar voor de relance? 08
Altijd proberen te automatiseren
10
Interview: Caroline Ven, pharma.be
14
Zes beroepen voor een stralende toekomst
16
Wetgevende kaders blijven achter bij snelle technologische vooruitgang
18
Cathérine Dreesen: Het innovatieklimaat voor kmo’s was nog nooit zo goed
COLOFON. COUNTRY MANAGER
CHRISTIAN NIKUNA PEMBA HOOFDREDACTIE & EINDREDACTIE
ELLEN VAN HOEGAERDEN DON VAN DER PUTTEN CREATIVE DIRECTOR
BAÏDY LY TEKST
BAVO BOUTSEN FREDERIC PETITJEAN HANNES DEDEURWAERDER COVERBEELD
GREGORY VAN GANSEN DRUKKERIJ
COLDSET PRINTING PARTNERS
SMART MEDIA AGENCY. LEYSSTRAAT 27 2000 ANTWERPEN +32 (0)3 289 19 40 REDACTIE@SMARTMEDIAAGENCY.BE FOKUS-ONLINE.BE
Door Prof. Bart Van Looy, gewoon hoogleraar Innovatie, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen, KU Leuven, decaan Flanders Business School, co-promotor ECOOM
Veel leesplezier!
Tara Troch
Project Manager
Wetenschap, innovatie en ondernemen bieden beste garantie voor een veerkrachtige samenleving Afgelopen zomer publiceerde VARIO een drieluik advies (adviezen 10, 13 en 14) hoe Vlaanderen tegen 2030 een top kennis- en innovatieregio kan worden. Vlaanderen zit nog steeds in volle coronacrisis en inmiddels is er een relancefonds van 4,3 miljard euro overeengekomen. Ook bij de invulling van dit pakket is het advies meer dan ooit actueel. VARIO-voorzitter Lieven Danneels: “We moeten de lange termijn voor ogen houden en focussen op wat strategisch belangrijk is en voor een veerkrachtige samenleving zorgt: onze kennis, creativiteit, innovatie en ondernemerschap.”
Zwitserland, Zweden, Finland, Denemarken en Nederland, met daarbinnen dertien regio’s, aangevuld met vier Duitse regio’s. Het tweede deeladvies biedt een kwaliteitsvolle set van 20 kernindicatoren om onze vooruitgang op te volgen. Het derde deeladvies gaat dieper in op zeven zwakke schakels in het Vlaamse innovatiesysteem die de komende tien jaar prioritair zijn om het systeem op een hoger plan te brengen: (1) tekorten in STEM; (2) levenslang leren; (3) ambitieus ondernemen; (4) geïntegreerde visie op innovatie; (5) impact van publieke O&Oinvesteringen; (6) hightech export; (7) efficiënt en doeltreffend innovatiebeleid.
Door de volgehouden financiële inspanningen van de voorbije decennia heeft Vlaanderen aansluiting gevonden bij de Europese top op het gebied van O&Ouitgaven (volgens de laatste cijfers 2,92% als percentage van het BBPR, privaat én publiek). Desondanks staat Vlaanderen slechts op de 40e plaats in het jongste Europese Regional Innovation Scoreboard en blijft daarmee in de categorie ‘sterke innovators’. Vooral qua impact van zijn investeringen moet Vlaanderen de lat hoger leggen: van sterke innovator naar innovatieleider.
Meer over dit drieluik VARIO-advies lees je op: www.vario.be.
Een eerste deeladvies selecteert de landen en regio’s waarmee Vlaanderen zich de komende jaren moet benchmarken op weg naar de top: innovatieleiders
INNOVATIE BENCHMARKLANDEN EN -REGIO’S VOOR VLAANDEREN
EEN KWALITEITSVOLLE SET INDICATOREN VOOR WETENSCHAP EN INNOVATIE
NAAR DE TOP VAN KENNIS- EN INNOVATIEREGIO’S IN 2030
#FOKUSRESEARCH
PROTEOFORMIX • BRAND REPORT 3
Biomerkeridentificatie voor farma en biotech Een van de absolute gamechangers in het genezen van ernstige ziektes of aandoeningen, is de tijdige opsporing van deze ziektebeelden. Hier valt dan ook nog heel wat terreinwinst te boeken. In realiteit zien we immers vaak dat ziekteveroorzakers zoals tumoren pas te laat worden opgespoord en een genezing hierdoor niet meer tot de mogelijkheden behoort.
E
en manier om deze opsporingsfase te vervroegen en zo de kans op genezing te verhogen, is door bepaalde signaalstoffen te analyseren. Cellen, die de bouwstenen vormen van iedere levensvorm, zenden immers voortdurend signalen uit om te communiceren. Dit zijn dus eigenlijk “woorden” die ons iets kunnen zeggen over de staat van een bepaald lichaamsdeel. Deze signaalstoffen zijn onder meer kleine eiwitten of peptiden – vanuit geneeskundig oogpunt een potentieel zeer interessante klasse van biomoleculen.
faculteitsreorganisatie om zich in andere domeinen te gaan specialiseren. Het project van Verhaert paste niet meer in dit plaatje en beide actoren gingen uit elkaar. Bij zijn vertrek nam Verhaert wel nog een van zijn complexe toestellen mee naar België. Omdat hij dan in bezit was van zijn eigen massaspectrometer kon hij zijn onderzoek toch verderzetten en hieruit ontstond ProteoFormiX. De start-up werd in 2017 opgenomen als resident in JLABS, een wereldwijd netwerk van incubatoren dat onder de vlag van Johnson & Johnson Innovation
haalbaarheid van de vooropgestelde methode in vraag. Die lijkt immers te botsen op de limieten van wat er vandaag technologisch mogelijk is. “De wetenschappelijke literatuur vermeldt dat analyse van peptiden uit weefsel dat in paraffine werd ingebed eigenlijk onmogelijk is, omdat het klassieke fixatieen inbeddingsproces een set stappen bevat die beschouwd worden als nefast voor de integriteit van de meerderheid der peptiden. Volgens mij is dit een verkeerde conclusie. Het toont niet aan dat dergelijke analyses niet
Tegelijkertijd kunnen we niet anders dan vaststellen dat de ontwikkeling van medische toepassingen op basis van deze peptiden nog in zijn kinderschoenen staat. Dat vertelt ook Peter Verhaert, die hier zijn levenswerk van maakte. “Al tijdens mijn studies zag ik het geneeskundige potentieel van peptiden. Ik ben ervan overtuigd dat zieke cellen andere signalen uitzenden dan gezonde cellen.” Verhaert begon zijn onderzoek naar deze signalen op hersenen van kakkerlakken. Met de bedoeling om zo snel als technologisch (en ethisch) mogelijk over te schakelen op ziektebeelden van mensen. In onze ziekenhuizen worden alle mogelijke ziektes immers pathologisch gedocumenteerd en opgeslagen onder de vorm van in paraffine ingesloten weefselstukjes. Deze vormen een zeer belangrijke bron voor geneeskundig onderzoek, die volgens Verhaert vooralsnog onderbenut blijft. De rotsvaste overtuiging in het potentieel van dit peptidenonderzoek was de grondslag voor Verhaert zijn academisch-industriële carrière. Vanaf 2005 bouwde hij een lab uit aan de universiteit van Delft, waar hij zich verder kon verdiepen in het lezen van peptiden. Hiervoor installeerde hij in het lab onder meer een reeks moderne massaspectrometers, die zeer nauwkeurig de moleculaire massa van biomoleculen kunnen meten. In 2016 besloot de TU Delft-afdeling waartoe Verhaert behoorde bij een
Bij de zeer nauwkeurige en vereiste MSHCmetingen van de geviseerde signaalpeptiden worden echter ook heel wat irrelevante (bio) moleculen en achtergrondruis waargenomen. Daarom is het cruciaal om de overtollige data weg te kunnen filteren. Dat verklaart ook meteen waarom Verhaert met de hulp van een talentvolle bioinformatica-postdoc momenteel vooral bezig is met de ontwikkeling van algoritmes die ervoor moeten zorgen dat de signaalpeptiden uit de ruwe MSHC-data zichtbaar worden. Sinds juli 2020 wordt ProteoFormiX gesteund door VLAIO, waarmee de noodzakelijke vervollediging van de MSHC-set-up kon worden gerealiseerd. Nu zijn apparaat letterlijk 24/7 moleculaire plaatjes schiet van diverse weefsels uit gespecialiseerde oncologische centra van Vlaamse klinieken en uit wereldberoemde centra voor hersenonderzoek en neurodegeneratieve ziektes, ziet Verhaert de interesse in ProteoFormiX snel toenemen. Niet enkel bij verschillende Vlaamse ziekenhuizen, maar ook bij nationale en internationale onderzoeksinstellingen die aan de biomedische uitdagingen van het moment werken, inclusief biotechbedrijven en big pharma.
Een blik in het laboratorium van ProteoFormiX in het JLABS@BE J&J Innovation Center op de Campus van Janssen Pharmaceutica te Beerse. ©ProteoFormiX
Innoveren is een kwestie van blijven geloven in je overtuigingen. Niet ondanks je tegenslagen, maar net dankzij. beloftevolle ondernemingen ondersteunt om innovaties sneller bij de patiënt te krijgen. Bij de verdere ontwikkeling van ProteoFormiX dienden nog een hele reeks uitdagingen te worden overwonnen. Want hoewel weinigen lijken te twijfelen aan het potentieel van deze geneeskundige toepassingen, stelden velen de
kunnen, maar enkel dat ze op een verkeerde manier gebeuren”, verduidelijkt Verhaert. Zijn wijzigingen aan de literatuurmethode vormden de basis van een patentaanvraag die ‘massaspectrometrische histochemie (MSHC)’ beschermt, die de core technology van ProteoFormiX vormt.
ProteoFormiX is een life sciences innovator die zich op basis van een high-performance massaspectrometrie (MS) technologieplatform toelegt op de analyse en identificatie van ziekte- en gezondheidsgerelateerde vormen van eiwitproductie. Het platform heeft tot doel onontdekte biomarkers op te sporen om zo te kunnen bijdragen aan innovatieve geneeskundige technologieën. www.proteoformix.com
Het vormt een symbolisch verhaal voor innovatief ondernemerschap, dat hoe dan ook bol staat van onverwachte wendingen, tegenslagen of teleurstellingen. “Het uiteindelijke overwinnen van deze uitdagingen geeft ontzettend veel voldoening”, vertelt Verhaert. “Innoveren is een kwestie van werken aan en blijven geloven in je overtuigingen. Niet ondanks je tegenslagen, maar net dankzij. Daarom ben ik ook zo trots op waar ProteoFormiX vandaag staat, en doet het deugd om te zien dat onze eerste resultaten zo enthousiast onthaald worden.”
Peter Verhaert Founder ProteoFormiX
4 INNOVATIEAGENDA
FOKUS-ONLINE.BE
Innovatiebeleid in Vlaanderen: klaar voor de relance? Innovatie staat zeer hoog op het prioriteitenlijstje van de Vlaamse kenniseconomie. Het huidige innovatiebeleid heeft dan ook zeker zijn verdiensten, maar als we de steile ambities van de Vlaamse regering willen waarmaken, dringen mentaliteitswijzigingen zich op.
H
et Regional Innovation Scoreboard (RIS) van de Europese Commissie beschouwt Vlaanderen als een sterke innovator. Hiermee scoren we net iets minder goed dan de zogenaamde innovatieleiders. Daar wil de Vlaamse regering verandering in brengen. De openlijke ambitie is om Vlaanderen te laten doorstoten naar de top 5 van innovatieve kennisregio’s in Europa. Waar die terreinwinst te boeken valt, is een complex vraagstuk. Zo wordt er niet zelden geopperd dat onze innovatiecultuur wat proactiever zou mogen zijn. Innovatie bouwt in Vlaanderen wat te veel voort op wat al aanwezig is. Hierdoor is er weinig ruimte voor disruptieve innovatie, die het aanboren van totaal nieuwe mogelijkheden en technologieën als uitgangspunt neemt. Die creatieve destructie wordt door sommigen nochtans beschouwd als de enige manier om op termijn relevant te kunnen blijven in het huidige economische landschap. Gert Verdonck, die voor de SociaalEconomische Raad van Vlaanderen (SERV) het innovatiebeleid onderzocht, nuanceert: “Van een kmo, goed voor ruim 90 procent van onze bedrijven, kun je niet zomaar verwachten dat ze zich kunnen klaarmaken voor iets totaal nieuws.” Daarnaast blijkt ook de valorisatie van onderzoek en ontwikkeling een pijnpunt. Innovatie wordt te weinig gericht op de bestaande vraag en vindt hierdoor moeilijk haar weg naar de markt. We slaan met andere woorden te weinig de brug tussen de kennisinstellingen en de ondernemers, waardoor het potentieel soms onderbenut blijft. Uiteindelijk is het immers niet de innovatie, maar wel de valorisatie ervan die welvaart oplevert.
ongelooflijk complexe wetgeving, waardoor de implementatie zeer moeilijk is. Dit staat haaks op een innovatieve cultuur.” Ketels pleit daarom voor een mentaliteitswijziging bij de fiscus. “Zij gaan altijd eerst op zoek naar de fouten, waardoor innoverende ondernemers het gevoel krijgen dat ze behandeld worden als fraudeurs.” Ze hoopt dat die focus verlegd wordt. “In plaats van elk detail tot in het onmogelijke te gaan uitpluizen, moet het doel van de wetgeving vooropgesteld worden. Anders zal de overheid een remmende factor blijven.”
Het fiscale beleid zit qua visie wel goed, maar het is nog te veel met de handrem erop. — Leen Ketels, fiscaal advocate
Om deze pijnpunten weg te werken wordt er vooral gekeken naar de overheid. “Er is de jongste jaren veel ten goede veranderd. Het Vlaamse beleid, met VLAIO op kop, is voor een stuk verschoven naar de actieve begeleiding van ondernemers”, vertelt Verdonck hierover. “Vergeleken met tien jaar geleden is dat een wereld van verschil.” Toch is ook hier zeker nog verbetering
mogelijk. Een doorlichting van de bestaande fiscale instrumenten, vooralsnog een federale bevoegdheid, toont een verre van rimpelloos verloop. Nochtans beschouwt de internationale innovatiebarometer van Ayming fiscaliteit als hét fundament van innovatie op nationaal niveau. “Het fiscale beleid zit qua visie wel goed, maar het is nog te veel met de handrem erop”, vindt fiscaal advocate Leen Ketels. “Het resultaat is een
Hoe dan ook blijft het instrumentarium dat in dit kader ingezet kan worden heel divers. “Of een instrument ‘goed’ is, hangt af van de beleidsdoelstelling en van het type onderzoek en bedrijven”, verduidelijkt Katrien Penne (SERV). Wel is hier een beweging voelbaar naar meer zogenaamde missiegedreven innovatie. Hierbij koppelt de overheid doelgerichte voorwaarden aan steunmaatregelen om innovatie zo te sturen in de richting van wat maatschappelijk relevant is. In het licht van de vraag naar meer valorisatie is dat laatste zeker niet onbelangrijk. Want hoewel commercialisering logischerwijs belangrijk is, dient het maatschappelijke belang uiteraard steeds te primeren wanneer het gaat om de innovatieagenda. Het bedrijfsleven mag mee aan de knoppen zitten, maar het is aan de overheid om een sturende omkadering te bieden. “Vlaamse innovatieondersteuning richt zich vooral op onderzoek en ontwikkeling en minder op het vermarkten van de innovaties. Dat is een keuze”, besluit Verdonck. Door Bavo Boutsen
#FOKUSRESEARCH
QARAD • BRAND REPORT 5
Waarom R&D zo belangrijk is bij medische testproducten Door corona zijn opsporingstests nu al ruim een jaar brandend actueel. Weinig mensen beseffen echter dat er achter die eenvoudige wissers en swabstaaltjes hoogtechnologisch vernuftige testproducten zitten, ondersteund door doorgedreven R&D.
C
onsultancybureau Qarad geeft fabrikanten van deze zogenaamde In Vitro Diagnostica concreet advies rond validatietesten en regelgeving. “Onder In Vitro Diagnostica verstaan we alle producten die gebruikt worden om menselijke stalen te analyseren”, aldus Dirk Stynen, voorzitter en hoofdconsultant van Qarad. “Bloed, urine, speeksel, noem maar op. Die stalen worden vervolgens in laboratoria geanalyseerd op de aanwezigheid van bijvoorbeeld bepaalde virussen of microben. Een zwangerschapstest is nog een bekend voorbeeld van In Vitro Diagnostica, waarbij er gezocht wordt op een hormoon dat zwangerschap aangeeft.” R&D is belangrijk bij In Vitro Diagnostica omdat het hier doorgaans om hoogtechnologische producten gaat – of beter gezegd: de technologie die nodig is om ze te maken, is hoogstaand. “We spreken hier met
name over biotechnologie, die dus niet alleen wordt ingezet om vaccins te maken, maar ook om zowat alle testproducten in laboratoria te vervaardigen, wat een minder bekend gegeven is. Bijgevolg zijn die producten evengoed het resultaat van research en diepgaand onderzoek, moeten ze ontwikkeld worden volgens een bepaald systeem, en moet de werking ervan aangetoond worden als onderdeel van het goedkeuringsproces.” Die regelgeving biedt vooral voor wetenschappelijke start-ups en spin-offs bijkomende uitdagingen. “Omdat er nu eenmaal heel wat vereisten zijn, wordt er in zekere zin bijkomend werk gecreëerd”, gaat Dirk Stynen verder. “Dat is uiteindelijk wel nodig om de patiënt te beschermen en beveiligen, maar beïnvloedt ook de creativiteit in zekere mate en zorgt voor uitdagingen als extra financiering bij ontwikkeling. Maar
uiteraard komt de meeste creativiteit van de wetenschap en geneeskunde zelf. Het komt dus neer op een evenwicht zoeken tussen creativiteit en regelgeving.” Of er nog veel onontgonnen terrein is inzake In Vitro Diagnostica? “Toch wel, want veelal is het nieuwe technologie die zorgt voor grote doorbraken. Zo is er de laatste tien à vijftien jaar veel vooruitgang geboekt op vlak van testen voor genetische afwijkingen, of wat betreft testen die op basis van DNA en ander erfelijk materiaal duidelijk maken of een persoon kans heeft om later een bepaalde kanker te ontwikkelen. Wellicht zijn er op nog veel vlakken dergelijke doorbraken mogelijk. Ik denk nu concreet aan de zogenaamde ‘companion diagnostics’, die momenteel sterk aan het ontwikkelen zijn: dat zijn In Vitro Diagnostica die kunnen vertellen of en in hoeverre een patiënt zal geholpen worden
door een bepaald medicament. Dat kan ervoor zorgen dat medicamenten, die anders nooit op de markt zouden komen wegens negatieve bijwerkingen bij een bepaalde populatie patiënten, toch goedgekeurd kunnen worden – mits de patiënten verplicht worden om die test te laten doen. Voor farmaceutische bedrijven kan dit heel wat verschil maken inzake financiële investeringen in medicijnenonderzoek. Ook op het gebied van voorspellende testen – in navolging van de bekende borstkankerpredictietests – verwacht ik op termijn nog grote doorbraken.”
Dirk Stynen Voorzitter en hoofdconsultant
Qarad is een consultancybureau dat fabrikanten van In Vitro Diagnostica ondersteunt met alles wat nodig is om te voldoen aan de Europese regelgeving op dat gebied. Dat gaat van strategisch advies tot het volledig samenstellen van technische dossiers die voor de goedkeuring moeten dienen. Naast concreet advies over de uit te voeren validatietesten kan Qarad die ook organiseren. Dat is de zogenaamde CRO-functie die het bureau aanbiedt.
MARACA International bvba, gelokaliseerd in Rotselaar, Belgie, het hart van Europe, biedt een complete lijst van services aan ter ondersteuning van medische bedrijven om het CE-merk en FDA approval te bekomen voor hun producten. MARACA voorziet in regelgeving ondersteuning, medische en klinische diensten voor Farmaceutische bedrijven en bedrijven van medische en in-vitro diagnostische hulpmiddelen, klinische laboratoria en notified bodies. Contacteert ons op www.maracainternational.com of bel Dr. Luc Van Hove op 32(4)76960153. MARACA biedt het beheer van uw regulatorische diensten aan voor CE-markering en FDA dossier indiening. Consultatie en training rond de nieuwe MDR en IVDR re gelgevingen, de US 21 CFR regelgeving en hun impact op uw business. Het opstellen of beoordelen van uw Design Dossier of Technische file in voorbereiding van NB beoordeling of third party FDA review. Dit omvat zowel ondersteuning van het product design, als risico beoordeling en productie validatie. Beoordeling van uw IFU en product labels. Advies rond de design van labels en UDI (Unique Device Identifier). Gap-analyse van uw kwaliteitssysteem volgens de vereisten van de MDD/ MDR of de IVDD/IVDR regelgevingen, of de 21CFR820 regelgeving of ISO13485. Advies in het klasseren van medische hulpmiddelen, IVDs, software en gezondheidsapplicaties. Het samenstellen van prestatie-evaluatie plannen en rapporten. Het samenstellen van systematische literatuur reviews . Het organiseren van klinische prestatie-evalua tie studies, zoals PMCF en PMPF studies. Het organiseren van post-market surveillance activiteiten tot het bekomen van klinische data. MARACA is uw ambassadeur bij de NB, CA, FDA en CFDA interacties en dossier indiening. Wij bieden een unieke service aan als Arts.
6 BRAND REPORT • VON KARMAN INSTITUTE
FOKUS-ONLINE.BE
Meer stromingsdynamica voor minder CO2-uitstoot
S
In de strijd tegen de klimaatopwarming worden er overal ter wereld tal van ingenieuze manieren ontwikkeld en ingezet om dat zo effectief mogelijk te doen. Stromingsdynamica speelt hierbij onder andere een belangrijke rol, om te zorgen dat vliegtuigmotoren minder brandstof verbruiken en windmolens efficiënter stroom leveren.
tromingsdynamica is de wetenschap die bestudeert hoe vloeistoffen en gassen voortbewegen; het bekendste deelgebied is allicht de aerodynamica. De fundamenten dateren al van de oude Grieken, maar in de 20ste eeuw was de Hongaarse wetenschapper Theodore von Kármán een grote naam in dit gebied. Een van de focuspunten van vandaag in het von Karman Institute for Fluid Dynamics (VKI) in Sint-Genesius-Rode is hoe stromingsdynamica kan helpen om de uitstoot van CO2 te verminderen, en dus de klimaatopwarming tegengaat. “Vliegtuigmotoren minder kerosine laten verbruiken is daar een voorbeeld van”, zegt managing director Peter Grognard. “Zo’n motor is een complex samenspel van een compressor, een verbrandingskamer en een turbine. Aan het proces van de verbranding valt niet veel meer te verbeteren, dus aerodynamica in de compressor en de turbine is nu de
sleutel. Elk motoronderdeel proberen we te verbeteren en efficiënter te maken.” De brandstofbesparingen mogen dan incrementeel lijken – bij het VKI rekenen ze met tienden van een procent –, op de totale luchtvaartindustrie kan het tonnen CO2 schelen. “Anderzijds doen we bijvoorbeeld ook studies naar het coaten van vliegtuigvleugels, zodat er geen insecten meer aan kunnen plakken. Hoe minder dat gebeurt, hoe beter de luchtstroom rond de vleugel en hoe minder brandstof het vliegtuig nodig heeft. De aerodynamische weerstand van de vleugel kunnen we met krachtige computers modelleren en simuleren, maar die modellen moeten we ook nog experimenteel testen. Vandaar dat we hier een collectie windtunnels hebben, waarmee we een heel breed bereik van windsnelheden kunnen testen. Er zijn er bij die snelheden tot mach 15 kunnen opwekken, uniek in de wereld.”
“Ook de switch naar alternatieve brandstoffen zoals waterstof wordt bekeken”, zegt business development manager Peter Simkens. “Niet alleen in de luchtvaart, ook voor schepen en vrachtwagens. Als je genoeg waterstof wilt meenemen voor voldoende reisbereik, kun je die vloeibaar maken. Waterstof wordt echter maar vloeibaar bij de extreem lage temperatuur van -253 graden Celsius. Het ontwerpen van een brandstoftank die de waterstof voldoende lang vloeibaar kan houden is een expertise die VKI heeft opgebouwd via projecten voor de waterstoftanks van de Europese Ariane-raketten.” Maar niet alleen motoren worden onder handen genomen. Er wordt bijvoorbeeld ook berekend hoe je het best windmolens in een offshore-windpark opstelt, voor een zo hoog mogelijke efficiëntie en stroomproductie. Alweer: turbulenties spelen hier een sleutelrol.
“Ons meest recente onderzoeksdomein is het kraken van nafta”, vertelt Grognard. “Kraken is een zeer courant proces in de chemie, waarbij grote oliemoleculen worden ‘opengebroken’ in kleinere moleculen om tot andere producten te komen. Zo worden bijvoorbeeld plastic of mestkorrels gemaakt. Zulke installaties gebruiken zeer hoge temperaturen, rond de 1.000 graden Celsius. Momenteel wordt hiervoor fossiele brandstof verbrand, maar we bekijken hoe we dat met elektrische stroom gedaan kunnen krijgen. Als je dan groene stroom gebruikt, heb je meteen een CO2-neutraal proces. Het onderzoek staat nog in de kinderschoenen, maar dit is een veelbelovende technologie.”
Peter Simkens & Peter Grognard
Nadat Theodore von Kármán in de jaren 30 vanuit Europa naar de VS emigreerde, leverde hij daar enorme bijdragen aan de Amerikaanse luchtvaartindustrie. In Sint-Genesius-Rode bestond toen al een Centre Technique pour l’Aérotechnique, een onderzoekscentrum dat onder meer met de eerste helikopters experimenteerde. Het was in de jaren 50 dat hij voorstelde om dat centrum om te vormen tot een opleidingsen trainingscentrum, vooral voor de toen pas opgerichte NAVO. Dat werd het von Karman Institute for Fluid Dynamics. Vandaag is VKI in het domein van de stromingsdynamica ook een gereputeerd leidend onderzoekscentrum.
Gl oba lS uppor tf oraQua l i t yS ol ut i on
P ol y P e pt i deS A
C ha u s s é ed eT u b i z e2 9 7 1 4 2 0Br a i ne l ’ Al l e u d ,Be l g i u m
BE L GI UM-I NDI A-F RANC E-S WE DE N-US A
www. pol y pe pt i de . c om
IJSFABRIEK STROMBEEK: Ruim een eeuw ervaring in gassen Industriële gassen als zuurstof, stikstof of argon hebben zeer brede toepassingsgebieden in de industrie, de voeding en de medische wereld. Bij IJsfabriek Strombeek hebben ze meer dan 100 jaar ervaring met deze toch wel uitzonderlijke producten. De geschiedenis van IJsfabriek Strombeek gaat terug tot 1904, toen het bedrijf werd opgericht door de overgrootvader van huidig directeur Dieter Soens. “Het eerste succesproduct was ijs”, vertelt hij. “Vandaar ook de naam. Dat was in die tijd erg populair om voedsel te koelen. Koelkasten, laat staan diepvriezers, bestonden immers nog niet. Op een bepaald moment wordt het productenpalet uitgebreid met CO2-flessen die aan cafés werden geleverd om bier te kunnen tappen. Dat gamma aan gassen werd snel uitgebreid, omdat mijn grootvader bij een reis naar Amerika de opkomst van de koelkasten had gezien. Hij vermoedde dus dat de vraag naar ijs zou afnemen. Na de oorlog werd bijvoorbeeld de verkoop van zuurstof en acetyleen heel belangrijk. Dit wordt gebruikt bij het lassen en dat werd in de jaren na de oorlog – de wederopbouw – natuurlijk enorm veel gedaan.”
dan weer gebruikt in diverse toepassingen in zowat alle sectoren, bijvoorbeeld als verpakkingsgas of als inert gas in de chemische industrie. Het aantal toepassingen is echt enorm.”
Essentieel bedrijf Tegelijk blijft uiteraard ook zuurstof, die klassieker, in het gamma. “We bevoorraden een vijfendertigtal ziekenhuizen over heel België met zuurstof”, legt Dieter uit. “We hebben daar natuurlijk ook de nodige certificaten voor gekregen van de overheid. Net als bijvoorbeeld argon of stikstof fabriceren we die zuurstof niet zelf. Onze toegevoegde waarde ligt wel duidelijk in de kwaliteitsgaranties die we kunnen bieden bij het verwerken van de zuurstof op flessen. En in de scherpe prijs die we kunnen aanrekenen, uiteraard.”
www.ijsfabriekstrombeek.be
IJsfabriek Strombeek werd tijdens de pandemie ook beschouwd als een “essentieel” bedrijf. Het heeft dus altijd kunnen doorwerken. “En gelukkig maar”, zegt Dieter, “want het was op sommige momenten alle hens aan dek. Nu nog, trouwens. Wij verdelen bijvoorbeeld ook droogijs en dat is een van de methodes die gebruikt wordt om de koeling te garanderen bij het transport van vaccins. Bij diverse klanten in de logistieke koudeketen merken we ook een verhoogde vraag naar droogijs. Gelukkig zijn wij, vergeleken met veel van onze concurrenten, een klein, familiaal bedrijf dat snel en flexibel kan schakelen. Onze mensen hebben tijdens de crisis zeer veel bereidwilligheid getoond, met alle respect voor de coronamaatregelen, natuurlijk. Daar ben ik hen ook dankbaar voor.” Lachgas? Niet om te lachen
Lasersnijden Momenteel verdelen de honderd werknemers van IJsfabriek Strombeek al lang niet meer alleen zuurstof. Het gamma bestaat uit tientallen gassen en gasmengsels voor een breed gamma aan toepassingen, dat gaat van helium en argon over stikstof, perslucht en lachgas tot medische gassen. “De maakindustrie, de voedingsindustrie, de tuinbouw en de medische sector zijn zo typische klanten van ons”, vertelt Dieter. “Helium wordt bijvoorbeeld niet alleen gebruikt om ballonnen te vullen, maar dient in laboratoria als draaggas voor chromatografie, bij lasersnijden als hulpgas, bij TIGlassen als beschermgas en bij lekdetectie. Stikstof wordt
het ziekenhuis te garanderen. Bij het overgrote deel van de ziekenhuizen was het voldoende om het aantal leveringen te verhogen.”
De huidige coronapandemie heeft de nood aan zuurstof in ziekenhuizen zelfs nog extra aangescherpt. Ook bij IJsfabriek Strombeek was de hausse voelbaar. “Bij sommige ziekenhuizen lag het verbruikte volume vijf tot soms tien keer hoger dan normaal”, vertelt Dieter. “Bij enkele ziekenhuizen was de stijging dermate groot dat een uitbreiding van de opslagcapaciteit noodzakelijk was om de toevoer naar
Om af te sluiten, nog een praktische vraag. Industriële gassen moeten soms wel met de nodige omzichtigheid behandeld worden. Mag iedereen die zomaar kopen? “In de overgrote meerderheid van de gevallen mag dat”, zegt Dieter. “Voor industriële gassen verkopen we bijvoorbeeld regelmatig rechtstreeks aan particulieren, meestal aan mensen die thuis een lastoestel hebben staan. Uiteraard geldt dat niet voor medische gassen, hiervoor zijn specifieke toelatingen nodig en verloopt de aankoop op doktersvoorschrift en via de apotheker. Een belangrijke uitzondering is lachgas. Omdat dat een hallucinerende werking heeft, wordt dit enkel aan professionele gezondheidswerkers of B2B verkocht. Je moet dus echt wel een goede en gemotiveerde reden hebben om dat bij ons te kopen.”
8 AUTOMATISATIE
FOKUS-ONLINE.BE
Altijd proberen te automatiseren Veel ondernemingen proberen hun bedrijfsvoering zo veel mogelijk te automatiseren. Niet verwonderlijk: automatiseren brengt veel waarde mee, zowel voor klanten als de eigen medewerkers, en het kan net zo goed in R&D toegepast worden als in de reguliere bedrijfsprocessen.
B
ij R&D stellen we ons vaak nog labo’s voor die bemand worden door laboranten die in de weer zijn met pipetten en reageerbuisjes. Maar zo is het al lang niet meer. “In tegenstelling tot wat veel mensen denken is er in R&D juist heel veel automatisatie mogelijk”, zegt Anje Van Vlierberghe, innovatie-expert bij de technologiefederatie Agoria. “Tegenwoordig hebben ook robots hun intrede gedaan in de labo’s. Het grote voordeel is natuurlijk dat alle lastige taken door hen worden uitgevoerd. Voor mensen is het geen pretje om acht uur per dag pipetjes en stalen te prepareren. Nu doen de machines dat. Bovendien doen ze dat sneller en nauwkeuriger dan mensen. En als het moet doen ze dat dag en nacht.” Van Vlierberghe geeft nog een ander voorbeeld. “Het Gentse Flamac heeft een lijn waar het nieuwe materialen uittest. Dat hele proces wordt door machines gedaan. De mensen moeten enkel het proces voorbereiden, de automaat ‘voeden’ en de stalen er nadien uit halen. De resultaten worden zelfs automatisch doorgemaild wanneer ze binnen zijn.” En het kan nog straffer. Veel tests van nieuwe producten en materialen gebeuren tegenwoordig virtueel, volledig ‘binnen’ de computer. “Ik heb ooit zelf nog cdspelers ontwikkeld bij Philips, daar werden toen complete testomgevingen op maat voor gebouwd”, zegt Van Vlierberghe. “Tegenwoordig is het perfect mogelijk om nieuwe materialen, nieuwe ontwerpen en nieuwe producten eerst in een computer te bouwen en ze dan te testen, zonder dat je ze echt moet maken. Het voordeel is duidelijk: het gaat natuurlijk veel sneller en is goedkoper.”
“Dat waren heel repetitieve processen waar een consultant of IT-specialist op werd gezet en die dus nodeloos duur waren. Maar zodra men testroutines begon aan te pakken, waren er al snel slimmeriken die dachten: kunnen we hiermee dan ook geen andere zaken automatiseren?” Het idee is dat je met dit soort technologie taken automatiseert doordat je een menselijke gebruiker nabootst. Terwijl je één keer zelf de taak doet, worden die handelingen als het ware ‘opgenomen’: de software kijkt over je schouder mee naar wat er precies gebeurt. Daarna kunnen alle acties eindeloos herhaald worden. “Wilde je dat vroeger bereiken, dan moest je alles met de hand programmeren en was je enorm veel tijd kwijt”, zegt Callens. “Nu hoef je geen programmeertaal meer te kennen. De eindklant kan eigenhandig bepaalde zaken toevoegen zonder een programmeur te moeten inschakelen. ‘Citizen development’, zo noemen we dat.”
De enige limiterende factor bij het automatiseren is de verbeelding van de gebruiker. — Rob Huffschmitt, Cegeka
Maar niet alleen in de R&D is de vooruitgang in automatisatie spectaculair. Ook in de reguliere bedrijfsprocessen wordt er voortdurend gezocht naar methoden om alles sneller en performanter te maken. Bij het IT-bedrijf Cegeka houden Jasper Callens en Rob
Hufschmitt zich bezig met RPA (Robotic Process Automation) en DPA (Digital Process Automation), twee technologieën waarmee bedrijven snel en gemakkelijk repetitieve taken aan computers kunnen overlaten. “De kiemen van RPA liggen in test-automatisatie”, zegt Hufschmitt.
Het mooie is dat je, terwijl er bepaalde processen geautomatiseerd worden, meteen ook zaken als AI op de data kunt loslaten. Callens: “Een heel typische use case is bijvoorbeeld het verwerken van inkomende facturen. De gegevens worden uit de factuur gehaald en aan andere systemen doorgegeven, maar tegelijk ook geanalyseerd, zodat je er inzichten uit kunt halen. Je kunt er ook systemen voor beeldverwerking aan koppelen. Als je bijvoorbeeld op een boerderij werkt, lees je zo pakweg de nummers die aan de oren van een koe hangen. Of je kunt alles koppelen aan een IoT-systeem, zodat er zaken getriggerd worden als er een bepaalde temperatuur wordt overschreden. De enige limiterende factor is de verbeelding van de gebruiker.” Door Frederic Petitjean
#FOKUSRESEARCH
BUFFL • BRAND REPORT 9
De valkuilen van het marktonderzoek De overgrote meerderheid van nieuwe producten die bedrijven op de markt brengen flopt genadeloos. Hoe komt dat? En waarom helpen de klassieke marktonderzoeken zulke debacles niet voorkomen?
D
at ongeveer 75 procent van de nieuwe producten en diensten die bedrijven lanceren na korte tijd worden afgevoerd, betekent dus dat drie op de vier innovatietrajecten voor niks zijn geweest. “Het meest opmerkelijke is dat dit cijfer zelfs nog aan het stijgen is”, zegt Dennis De Clercq van het Mechelse bedrijf BUFFL. “Innovatie zit sowieso in de lift en door hypes als ‘agile’ werken en ‘sprints’ wordt het tempo nog opgedreven.” Bedrijven proberen vooraf de markt en de levensvatbaarheid van hun product in te schatten met marktonderzoeken. Maar die halen dus blijkbaar niet veel uit. Dennis: “Marktonderzoeken zijn vaak duur, zodat ze voor kleinere bedrijven onbereikbaar worden. En ze verlopen veelal traag. Je bent er al gauw vier tot zes weken aan kwijt, wat niet snel genoeg is voor veel innovatieprojecten. Wanneer de resultaten binnenkomen, is je
team ondertussen intern al drie stappen verder. Dikwijls leveren deze marktonderzoeken ook te weinig relevante data op, omdat de juiste doelgroep niet werd ondervraagd of omdat de vragen niet op een correcte manier werden
vragen”, zegt Dennis. “Die mensen zien het vaak als morele plicht om de producten goed te praten, de datasets zijn veel te klein, je praat met niet-relevante respondenten… Wat we ook vaak merken is dat het marktonderzoek veel
De kloksnelheid van innovatie is doorgaans vele malen sneller dan die van validatie. gesteld. Bovendien wordt niemand op straat of aan de telefoon graag lastiggevallen om aan een marktonderzoek mee te werken.” Een alternatief is dan maar dat bedrijfsleiders producten lanceren op buikgevoel of werknemers en vrienden en familieleden gaan bevragen. “Dat is al helemaal om problemen
te laat gebeurt in de ontwikkelingscyclus. Een bedrijf heeft al drie variaties van een nieuwe app klaar en gaat dan pas vragen welke van de drie de beste is. Dat er misschien geen enkele deugt – omdat de app eigenlijk geen probleem oplost, omdat het niet de juiste features bevat, omdat het juiste publiek niet beoogd wordt… – komt bij hen niet op. Dat zijn het soort vragen
dat je eigenlijk vooraf had moeten stellen, voor je tijd en geld investeerde in die drie varianten.” Opmerkelijk is dat deze soort faux pas niet alleen bij kleine of beginnende bedrijven voorkomt, maar ook bij gevestigde grote ondernemingen. “Daar zijn wel een paar redenen voor”, zegt Dennis. “Ten eerste zien we dat de kloksnelheid van innovatie vele malen sneller is dan de kloksnelheid van marktonderzoek, wat ervoor zorgt dat innovatie en business vaak de nood aan validatie negeren. Ten tweede zit er vaak ook veel ruis op de communicatielijn tussen marktonderzoek en de businessteams. Het doorsijpelen van de inzichten naar de business kan in veel gevallen nog stukken beter.”
Dennis De Clercq & Seppe Stroo
Het Mechelse BUFFL ontwikkelde een app waarmee bedrijven vragen kunnen stellen aan consumenten over hun producten, ontwerpbeslissingen, problemen van hun doelmarkt, producteigenschappen… Het is ook mogelijk om feedback te vragen op foto’s, filmpjes en websites. Gebruikers kunnen ook zelf foto’s en video’s opnemen en in realtime zien wie wat antwoordt en zelf bepalen wanneer het onderzoek voldoende inzichten gaf. De app heeft een panel van zo’n 30.000 gebruikers die voor hun inspanningen vergoed kunnen worden.
MELEXIS • BRAND REPORT
Een R&D-project is nooit verloren moeite Hoe kun je R&D aanwenden om je markten uit te breiden? Hoe creëer je een bedrijfsomgeving waarin R&D gedijt? En waarom is R&D nooit verloren moeite? Een trio aan vragen, meteen ook mét antwoorden en een praktijkvoorbeeld.
B
ij Melexis, de Belgische fabrikant van micro-elektronische oplossingen, denken ze alvast elke dag na over dit soort vragen. Melexis is vooral bekend als chipleverancier voor autofabrikanten; in een gemiddelde nieuwe wagen zitten zowat dertien plakjes silicium van het bedrijf. “Auto’s blijven zeker een kernmarkt, maar R&D laat ons toe om ons gamma en afzetmarkten sterk uit te breiden”, vertelt Marc Biron, de man die op 1 augustus Françoise Chombar opvolgt als CEO van het bedrijf. “Onze chips steken tegenwoordig ook bijvoorbeeld in airconditioners, gameconsoles, drones, motorfietsen, wasmachines en ovens. Maar ook de coronacrisis was een opportuniteit. We ontwikkelden bijvoorbeeld contactloze temperatuursensoren, maar ook kritieke onderdelen van beademingsmachines.” Melexis zet al lang in op chips die specifiek voor elektrische wagens zijn bestemd. “Klopt”,
zegt Biron. “Op die manier dragen we bij aan de ‘vergroening’ van het wagenpark. Tien jaar geleden was dat nog een onzekere gok, nu blijkt dat absoluut de juiste keuze te zijn geweest.” Die keuze was het gevolg van een bedrijfscultuur waarin innovatie kan gedijen, aldus Biron. “Je moet als bedrijf een visie
De tijd dat een werknemer in zijn eentje een compleet product kon ontwerpen, is voorbij. De producten zijn zo complex geworden dat samenwerking onontbeerlijk is. Dat lukt alleen als iedereen hetzelfde doel voor ogen heeft. Tegelijk moet je ook oog hebben voor de balans tussen de technische maturiteit van je
Enkel een visie hebben is niet genoeg: je moet die ook kunnen vertalen naar je mensen. hebben, een roadmap van waar je naartoe wilt gaan. Wij weten nu al welke producten we over vijf jaar gaan bouwen. Maar een visie alleen is niet genoeg: je moet die ook kunnen vertalen naar je mensen. Iedereen hoort van die visie overtuigd te zijn en je moet ervoor zorgen dat ze allemaal aan hetzelfde zeel trekken.
producten en de commerciële maturiteit. Het volstaat niet om het perfecte product te maken als er geen markt voor is.” Zonder de researchinspanningen van vandaag zou er over vijf of tien jaar geen sprake meer zijn van Melexis, meent Biron.
Het chipbedrijf Melexis werd eind jaren 80 opgericht door Fred Bulcke en kwam enkele jaren later in handen van Françoise Chombar, Rudi De Winter en Roland Duchâtelet. De bijna 1.500 werknemers ontwikkelen chips en sensoren voor onder meer de auto-industrie, maar ook voor huishoudapparatuur, medische toepassingen en spelconsoles. Naast het Belgische hoofdkantoor heeft het bedrijf vestigingen in onder meer Frankrijk, Bulgarije, Zwitserland, Japan, Korea en de Verenigde Staten. 2020 werd afgesloten met een omzet van 507,5 miljoen euro.
“We spenderen er veel geld aan, maar dat is goed besteed. Een R&D-project kan nooit ‘mislukken’. Ofwel is het een succes of je leert eruit. Het is nooit verloren moeite.” Met zo’n cultuur is Melexis een écht engineeringbedrijf geworden. “45 procent van onze mensen is ingenieur, in België alleen al zijn dat 190 personen”, zegt Biron. “En we proberen die groep zo divers mogelijk te houden. We stellen meer dan vijftig nationaliteiten tewerk: van Chinezen over Amerikanen tot Oost-Europeanen. Dat is voor ons een absolute verrijking, met dank aan onze universiteiten die zo’n divers publiek aan studenten weten te strikken.”
Marc Biron CEO
10 INTERVIEW
FOKUS-ONLINE.BE
Caroline Ven
‘Farma is echt een Belgische aangelegenheid’
Dat we binnenkort allemaal een spuit krijgen die ons van dat vermaledijde COVID-19-virus zal bevrijden, is voor een goed deel aan Belgische innovatieve bedrijven te danken. Ons land is immers een bakermat van innovatieve farmabedrijven, een sector waar R&D niets minder dan cruciaal is, zegt Caroline Ven, CEO van pharma.be. Door Frederic Petitjean Foto Gregory Van Gansen
#FOKUSRESEARCH
INTERVIEW 11
A
ls associatie van de farmaceutische industrie heeft pharma.be zo’n 125 leden, van giganten als Pfizer en UCB tot kleine, innovatieve start-ups en spin-offs. “Zeker 80 leden catalogeren we als kmo”, zegt Caroline Ven. “Het zijn dus zeker niet allemaal grote bedrijven. Wij willen voor onze leden zowel een luisterend oor als een stem zijn, als we in debat gaan met bijvoorbeeld de overheid of patiëntenverenigingen. Ook ondersteuning is een van onze pijlers. Achter het op de markt brengen van geneesmiddelen zit immers een zeer complexe administratie en regelgeving. En dat alles met één doel: zo snel mogelijk goede medicijnen tot bij patiënten krijgen.” Je bent vrij recent CEO van pharma.be geworden, hoe is dat gegaan?
“Ja, sinds oktober vorig jaar. Ik heb nooit in de farmasector gewerkt, ik ben eigenlijk macro-econoom van vorming. Voordien heb ik onder meer bij werkgeversorganisaties als het VBO en Etion gewerkt, in de politiek, als kabinetschef van Herman Van Rompuy en Yves Leterme, en bij De Blauwe Cluster, een innovatiecluster die samenwerkingen tussen de bedrijfswereld en onderzoeksinstellingen en universiteiten stimuleert. Waarom vertel ik dit zo uitgebreid? Omdat bij pharma.be veel van die ingrediënten terugkomen. We verenigen verschillende partijen, hebben een maatschappelijk doel – het creëren van welvaart én welzijn –, stimuleren innovatie en doen natuurlijk ook aan networking. Allemaal zaken waarin ik vroeger al ervaring opbouwde.” Hoe belangrijk is de farma eigenlijk in ons land?
“We boksen, internationaal gezien, zeker boven ons gewicht. België is in Europa goed voor 2 procent van de bevolking en 3 procent van alle toegevoegde waarde. Maar de Belgische farma alleen is goed voor 12,5 procent van alle Europese R&D-uitgaven in de sector. Nergens wordt door de farma meer in R&D geïnvesteerd per capita dan in België. We zijn dan ook de grootste private investeerder in R&D van ons land: goed voor 4 miljard euro per jaar, dat is 40 procent van het totaal. In het aantal klinische studies per capita staan we in Europa op de derde plaats, in het aantal octrooiaanvragen ook.” Hoe komt dat? “Deels is dat historisch gegroeid, we hebben in België al sinds de Tweede Wereldoorlog een sterke aanwezigheid van farmabedrijven, denk maar bijvoorbeeld aan Janssen, UCB en GSK. Maar ik denk dat het echte succes te danken is aan het feit dat we in ecosystemen zijn beginnen denken en dat we bijvoorbeeld heel snel onze universiteiten bij het onderzoek hebben betrokken. In België hebben we twaalf universiteiten en onderzoeksinstellingen die met onderzoek in biofarma bezig zijn. Dat doen weinig Europese landen ons na. Ook onze logistiek is een troef, de luchthavens van Zaventem en Luik zijn speciaal gecertificeerd voor transport van geneesmiddelen. En last but not least: onze overheid steunt heel dat ecosysteem actief, met bijvoorbeeld lastenverlagingen voor onderzoekers, zodat de loonlasten voor de werkgevers behapbaar blijven. Wat ook mooi is: al die activiteiten zijn redelijk gelijkmatig over Vlaanderen,
Het echte succes van de Belgische farma komt omdat we in ecosystemen denken. Brussel en Wallonië verspreid. Farma is echt een Belgische aangelegenheid.” Mag je stellen dat R&D de levenslijn is van de farma?
“Onderzoek en ontwikkeling is de basis van alles. We kunnen patiënten enkel helpen als we die R&D doen. Neem nu aids: in de jaren 80 was je ten dode opgeschreven als je de ziekte kreeg, nu is dat een chronische aandoening geworden die we meestal perfect onder controle kunnen houden. In kankeronderzoek zijn ook enorme doorbraken geweest en worden nog elke dag nieuwe oplossingen en therapieën ontwikkeld. Op twintig jaar tijd zijn de actieve leeftijdsjaren van de bevolking met 3,5 jaar gestegen. Zeker 70 procent daarvan is te danken aan nieuwe geneesmiddelen.” Dat onderzoek brengt ook enorme financiële risico’s met zich mee.
“Zeker, een nieuw geneesmiddel ontwikkelen kost miljarden en lang niet elk onderzoek is een succes. Zelfs in de allerlaatste fase kunnen onderzoeken in de vuilbak belanden. Het is ook een zeer concurrentiële omgeving. We beschikken nu over een vijftal covidvaccins. Weet jij hoeveel er in ontwikkeling zijn? Ongeveer 260, waarvan 76 al in de klinische studiefase.” Over covidvaccins gesproken: daarvan
lijkt de productie niet echt vlot te lopen. Hoe komt dat?
“Het onderzoek is razendsnel gegaan vanwege de precaire situatie waarin we zaten, en van bij de opstart is er, terecht, voor gekozen om de vaccins zo snel mogelijk naar de bevolking te brengen. Dat betekent dus dat er geen stocks zijn, wat weer meebrengt dat elk probleem in de productie meteen tot problemen in de distributie leidt.
Vergeet ook niet: op industriële schaal vaccins produceren is een ongelooflijk complex en moeilijk proces. Bij het minste dat er wat misloopt, wordt heel die ketting onderbroken, moet alles weer gecontroleerd worden en begin je weer bijna van nul. Ook heel de logistieke operatie is onuitgegeven. De verdeling in woonzorgcentra kun je nog vrij makkelijk beheren, maar de verspreiding naar de algemene bevolking, daar bestaan geen draaiboeken voor.” Maar je begrijpt de frustratie over de trage productie?
“Natuurlijk, maar we mogen toch ook een klein beetje op het positieve focussen? Kijk, in het najaar van 2020 zeiden we nog dat het een klein mirakel zou zijn als er een vaccin was voor Pasen 2021 of voor de zomer. Uiteindelijk zijn we al in december met een eerste vaccin op de markt gekomen. Op acht maanden tijd zijn die vaccins ontwikkeld. Niemand had ooit gedacht dat we dat zouden klaarspelen. En al die vaccins zijn dan ook nog eens van topkwaliteit. Dat is uiteindelijk dus een enorme meevaller.”
Smart Fact. Wat was je droomjob vroeger, toen je kind was? “Ik wist vrij snel dat ik econome wou worden. Ik was al op jonge leeftijd geboeid door de manieren waarop we welvaart proberen te creëren en hoe de mensheid tracht levensomstandigheden te verbeteren. Dat kan maar door de combinatie van ondernemerschap en innovatie, met een ondersteunende rol van de overheid. Een intrigerend samenspel.”
België gaat CureVac-vaccin produceren Het farmabedrijf GSK in Waver gaat 100 miljoen doses produceren van het coronavaccin van het Duitse Curevac. Het bedrijf zelf heeft niet voldoende productiecapaciteit en moet de productie dus uitbesteden. België heeft 2,9 miljoen doses van het vaccin besteld, het zal ten vroegste vanaf april geleverd worden. Het CureVac-vaccin is een mRNA-vaccin, net zoals die van Pfizer en Moderna, en moet op zeer lage temperatuur bewaard worden.
EU overweegt vaccinatiepaspoort De EU werkt aan een vaccinatiepaspoort waarmee gevaccineerde mensen bepaalde voorrechten krijgen, zoals reizen. Volgens de Duitse bondskanselier Angela Merkel zou zo’n paspoort er tegen de zomer kunnen zijn. Zeker landen die sterk op toerisme leunen zijn voorstander van het idee, maar er zijn wel nog wat juridische horden te nemen. Wat bijvoorbeeld met het medisch beroepsgeheim? En natuurlijk de vraag of je mensen mag bevoordelen ten opzichte van anderen.
12 KWANTUMCOMPUTING
FOKUS-ONLINE.BE
Kwantumcomputers en hun nut voor het (bedrijfs)leven In onze huidige samenleving en ons eigen bestaan zijn klassieke computers niet meer weg te denken. En hoewel ze ons onschatbare diensten bewijzen, kunnen ze niet alles. Zo scoren ze ondermaats in het simuleren of voorspellen van complexe systemen. Iets wat kwantumcomputers wél kunnen.
K
wantumcomputers benaderen probleemoplossing op een radicaal andere manier dan klassieke computers. Die laatste werken op het allerlaagste niveau met bits – de bekende 0 en 1 – die alleen zichzelf kunnen zijn. Kwantumcomputers werken daarentegen met kwantumbits, die tegelijkertijd 0 en 1 kunnen zijn en kunnen verstrengelen. De computer moet met andere woorden geen keuze maken en kan parallel rekenen in plaats van opeenvolgend. “Dat leidt tot een veel breder scala aan mogelijkheden”, aldus professor Frank Verstraete, fysicus aan Universiteit Gent. “Het laat ons toe om op het allerlaagste niveau van de natuur zelf te gaan werken. Cru gesteld: vóór de komst van kwantummechanica wisten we hoegenaamd niets over materie en waarom ze deed wat ze deed en welke krachten daarbij speelden. Nu hebben we een grote stap gezet richting het begrijpen waarom de dingen zijn zoals ze zijn.” Wetenschappelijk van een reusachtig belang dus, maar wat zijn de technologische en maatschappelijke voordelen van kwantumcomputers? Wel, door hun rekenvermogen zijn kwantumcomputers in staat complexe uitdagingen sneller en efficiënter aan te pakken en zo te helpen bij de simulatie van chemische of atoomverbindingen, de ontwikkeling van nieuwe supergeleiders of medicijnen, en ga zo maar verder. Vandaar de term ‘quantum advantage’. “Ik denk dat we qua mogelijkheden niet zozeer aan het topje van de ijsberg zitten, maar ons eerder de vraag moeten stellen of we de ijsberg überhaupt al gevonden hebben”, aldus Cor van der Struijf, die IBM Quantum Ambassador is en in die hoedanigheid organisaties helpt om ‘kwantumklaar’ te zijn.
Maar in de sterkte schuilt ook een risico: wat met de mogelijke beveiligingsrisico’s van kwantumcomputers, als die zoveel krachtiger zijn dan klassieke computers en de standaard digitale beveiliging? “Daar is inderdaad het risico van een disruptief gegeven als een kwantumcomputer”, aldus Frank Verstraete. “Nu worden vaak grote
getallen gefactoriseerd om informatie te versleutelen. Aangezien kwantumcomputers ook kunnen factoriseren, zou in principe alle informatie ter wereld ontsleuteld kunnen worden. Er gebeurt bijgevolg vandaag enorm veel onderzoek naar nieuwe manieren om informatie te beveiligen. Zoals postkwantumcryptografie.”
Ik denk dat we qua mogelijkheden niet zozeer aan het topje van de ijsberg zitten, maar ons eerder de vraag moeten stellen of we de ijsberg überhaupt al gevonden hebben. — Cor van der Struijf, IBM Quantum Ambassador
Rest uiteindelijk nog de vraag: zullen er ooit kwantumcomputers in de huiskamer of kantoren staan? Nu al stelt bijvoorbeeld IBM via de cloud meerdere kwantumcomputers beschikbaar voor onderzoekers, onderwijzers, kmo’s en softwareontwikkelaars. En als ‘kwantum’ op de affiche van een conferentie staat, is dat volgens Cor van der Struijf een garantie op een groot publiek. Anderzijds zijn kwantumcomputers vandaag heuse mastodonten en opereren ze alleen in heel specifieke thermische omstandigheden: bij een temperatuur nét boven het absolute nulpunt van -273 graden Celsius. “Het ziet er voorlopig niet naar uit dat ze ooit deel zullen uitmaken van het dagelijkse leven”, aldus Cor van der Struijf. “Toch zal ik dat niet meteen luidop beweren. Want wie had zeventig jaar geleden kunnen voorspellen dat iedereen vandaag een computer in huis zou hebben, omdat dat toen ook machines waren die een hele kamer vulden? Zo beweerde de Amerikaanse zakenman Thomas J. Watson in 1943 dat de wereld maar zo’n vijf computers kon gebruiken. En kijk nu.” Frank Verstraete is meer resoluut: “Kwantumcomputers zullen special purpose machines blijven. Ze zullen gebruikers bijvoorbeeld niet helpen om beter Word te leren gebruiken, maar dienen vooral om wetenschappers te helpen om de kwantummechanische realiteit beter te begrijpen. Ze zijn voor de consument gewoon niet interessant.” Door Hannes Dedeurwaerder
#FOKUSRESEARCH
EUCOPE • BRAND REPORT 13
De brug slaan tussen innovatie en beleid is een kwestie van levensbelang Dat innovatie in de farmaceutische industrie levens redt, was nooit duidelijker dan vandaag. Om dit mogelijk te maken moet innovatie echter op de juiste manier worden uitgerold in de samenleving. Farmaceutische innovatie moet met andere woorden gekoppeld worden aan passend beleid.
D
e jongste maanden konden we vanop de eerste rij meemaken dat deze connectie allerminst vanzelfsprekend is. Om de verbinding te kunnen maken zijn farmaceutische bedrijven vandaag gelukkig niet louter op zichzelf aangewezen. Zo kunnen ze rekenen op bestaande confederaties of lobbyorganisaties. Die vervullen in dit speelveld een cruciale brugfunctie tussen alle belanghebbenden. Een van deze organisaties is EUCOPE, dat voornamelijk kleine en middelgrote farmaceutische bedrijven vertegenwoordigt en hen een stem probeert te geven in het politieke debat. “Die focus is een bewuste keuze, niet enkel omdat deze spelers niet bij machte zijn om individueel hun belangen op de verschillende fora te behartigen, maar vooral
omdat heel veel innovatie binnen deze sector in dit soort bedrijven wordt gerealiseerd”, vertelt Alexander Natz, de secretaris-generaal van EUCOPE. Sinds de oprichting in 2008 hebben al 130 leden zich bij hen aangesloten. Het samenbrengen van al deze innovatieve krachten levert niet enkel een praktisch voordeel op, maar zorgt ook voor een gevoelige versterking van hun positie. “Het is zeer belangrijk om een constante dialoog met de beleidsmakers aan te gaan”, gaat Natz verder. Bovendien werkt EUCOPE ook steeds vanuit een zogenaamde multistakeholderbenadering, waardoor ook andere belanghebbenden vanuit verschillende hoeken worden samengebracht. Zo wordt er bijvoorbeeld ook samengewerkt met patiëntenorganisaties en de academische
wereld. Dat vormt in de hedendaagse context, zelfs in tijden waarin de erkenning voor de farmaceutische sector zichtbaar is toegenomen, een zeer grote meerwaarde. Centraal in dit alles is het feit dat EUCOPE altijd vertrekt vanuit het perspectief van de patiënt. Dit verklaart ook meteen waarom de organisatie niet enkel actief is op het Europese beleidsniveau, maar zich ook inzet op niveau van de lidstaten. “Ons doel is uiteindelijk om ervoor te zorgen dat innovatieve farmaceutische producten hun weg naar de markt vinden en dat ze zoveel mogelijk terugbetaald worden door de gezondheidszorg. Dat blijft uiteraard een nationale aangelegenheid”, aldus Natz. Die dubbele aanwezigheid is kenmerkend voor de farmaceutische sector. Want hoewel hier een duidelijke trend naar meer europeanisering
is, blijft er uiteraard een groot verschil tussen de verschillende lidstaten. Dit onderscheid is bovendien vaak wenselijk, omdat de situatie binnen een land erg verschillend kan zijn en een specifieke aanpak dus vereist blijft. Tegelijkertijd staat het vast dat de huidige pandemie de meerwaarde van een internationale aanpak duidelijk in de verf heeft gezet. “De pandemie heeft ons vooral aangetoond hoe belangrijk samenwerking en partnerschappen zijn. Niet enkel met beleidsmakers, maar evengoed met spelers als patiëntenorganisaties en beroepsverenigingen. Een multistakeholderbenadering is en blijft dus cruciaal, want enkel zo leer je het perspectief van anderen kennen en kun je discussies voeren waar iedereen bij wint”, besluit Natz.
EUCOPE is een beroepsorganisatie voor kleine tot middelgrote innoverende bedrijven die werkzaam zijn op het gebied van farmaceutica en medische technologie. De organisatie is gevestigd in Brussel en geeft een stem aan onderzoeksgerichte innovatieve bedrijven en verenigingen die actief zijn op het gebied van onderzoek, ontwikkeling van farmaceutica, biotechnologieën en medische hulpmiddelen. Zo helpen ze om innovatieve en medische technologieën naar patiënten in heel Europa te brengen.
Meest innovatieve universiteit van Europa (REUTERS)
ZERO-WASTE-TECHNOLOGIEËN VOOR EEN AFVALVRIJE MAATSCHAPPIJ
ONTLEZING: HOE KRIJGEN WE JONGEREN TERUG AAN HET LEZEN?
CORONAVIRUS: HOOPVOLLE RESULTATEN IN ZOEKTOCHT NAAR VIRUSREMMER
Ontdek onze boeiende onderzoeksverhalen op kuleuven.be/stories.
Ontdek jezelf. Begin bij de wereld.
14 JOBS
FOKUS-ONLINE.BE
Zes beroepen voor een stralende toekomst Welke beroepen hebben de wind vanachter? Met welke carrièrekeuzes heb je uitzicht op een boeiende, lange en goedbetaalde loopbaan? Tien jaar geleden bestonden de meeste van onderstaande beroepen nog niet, vandaag zijn deze profielen bijzonder gewild op de arbeidsmarkt. Door Frederic Petitjean
Datadeskundige Data is de nieuwe olie, daarover zijn zowat alle ITspecialisten het eens. Om die data te verwerken zullen in de nabije toekomst dus ook een hoop mensen nodig zijn die daar kaas van hebben gegeten. Vooral wie kan uitvogelen hoe je met algoritmes uit een enorme hoop ongestructureerde data informatie kunt distilleren die voor een bedrijf belangrijk is, zit op rozen. Een goede datadeskundige heeft minstens een of twee programmeertalen onder de knie en is beslagen in wiskunde en probleemoplossend en logisch denken. Wie dan ook nog eens businesskennis kan voorleggen, mag het getal op het loonbriefje bijna zelf invullen.
Dronepiloot
Ooit droomde menig tienjarig kind ervan om vliegtuigpiloot te worden. Dat tijdperk lijkt stilaan ten einde te lopen: binnenkort hebben ze allicht allemaal dronebestuurder als droomjob. Het aantal toepassingen waarbij drones ingezet kunnen worden is de laatste jaren namelijk geëxplodeerd. De tijd dat vliegende robots enkel voor luchtfotografie werden ingezet is lang vervlogen. Tegenwoordig worden gebouwen en windmolens geïnspecteerd met drones, gebruiken koerierdiensten ze om pakjes te leveren en zetten ziekenhuizen ze in om medicijnen te vervoeren. En natuurlijk zijn er ook nog altijd de militaire toepassingen: drones kunnen net zo goed bommen droppen en raketten afvuren als vliegtuigen.
Chief Happiness Officer Werknemers die zich gewaardeerd weten door hun werkgever zijn productiever, vallen minder snel ziek uit en ontpoppen zich vaak tot ambassadeur voor het bedrijf. Moderne CEO’s installeren maar al te graag zo’n cultuur in hun bedrijf. De Chief Happiness Officer is meestal gelieerd aan de hr-afdeling en de hoofdtaken bestaan eruit om dat gevoel van welzijn onder het personeel zo hoog mogelijk te houden. Dat kan gaan van het inrichten van goede werkomstandigheden – zorgen voor genoeg verluchting en verlichting – en het opzetten van interne feedbackmomenten, tot het organiseren van teambuildingdagen.
Duurzaamheidscoach
Zowat alle bedrijfsleiders zijn het erover eens: we zullen moeten ondernemen met duurzaamheid in het achterhoofd. Begrippen als ‘recyclage’, ‘upcycling’ en ‘energiezuinig’ worden essentieel in elke productiestap. Een duurzaamheidscoach zorgt ervoor dat ondernemingen aan die doelstellingen kunnen voldoen en draagt op alle mogelijke manieren bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Het werkterrein gaat van het inperken van afvalstromen en het duurzaam maken van kantoren en fabrieken, tot het erop toezien dat leveranciers zich wel aan alle ecologische regels houden. Ook bijvoorbeeld bij het installeren van zonnepanelen of laadpalen voor elektrische wagens komt de kennis van een duurzaamheidscoach van pas.
Ethische hackers Het aantal bedrijven dat geplaagd wordt door cybercriminelen en ransomware – ‘gijzelsoftware’ die de computersystemen platlegt – neemt hand over hand toe. De beveiliging van de IT wordt dus steeds belangrijker en daarin spelen ethische of ‘white hat’ hackers een almaar grotere rol. Een white hat hacker zal op verzoek van bedrijven proberen in te breken in hun systemen en daarbij de achterpoortjes en zwakke beveiligingspunten blootleggen. Net als hun criminele broertjes zijn ze een krak in alles wat met security en netwerktechnologie te maken heeft, maar houden het voor de rest wel volledig wettelijk.
Neuromarketeer
Waarom kopen mensen bepaalde dingen wél en andere niet? Welke processen in de hersenen sturen die beslissing? En is er een manier om die processen te beïnvloeden, zodat bedrijven daar hun voordeel mee kunnen doen? Dat is het werkterrein van de neuromarketeer. Die onderzoekt het brein van consumenten met MRI-scans, eeg’s en eyetrackingtechnologie en probeert te achterhalen hoe ze reageren op advertenties, reclamespots, websites en televisieprogramma’s. De meeste beoefenaars van het beroep – voorlopig nog vrij zeldzaam – zijn neurowetenschappers die ook wat kennen van biologie en cognitieve psychologie, en zijn natuurlijk ook geïnteresseerd in de wereld van de marketing.
#FOKUSRESEARCH
INNDUCE.ME • BRAND REPORT 15
De zoektocht naar de beste innovatoren Elk bedrijf zoekt ze: de medewerkers met goede ideeën voor innovatie. Met hen aan boord is de kans groter dat je als bedrijf sneller en beter innoveert dan anderen. Maar, hoe vind je die innovators juist?
E
r bestaat vooralsnog zeer weinig wetenschappelijk onderzoek over waarom sommige bedrijven iets verder geraken met de innovatietrein. Het Kortrijkse INNDUCE.me ontwikkelde daarom een test om de witte raven tussen je mensen te vinden. Een van hun aandeelhouders is de innovatieconsultant Creax. “Toen we aan prof. Dr. Frederik Anseel van de UGent de vraag stelden waarom iemand nu innovatiever is dan een ander, bleek dat er niet veel wetenschappelijke publicaties over bestaan”, zegt managing director Peter Daels. “Na hun wetenschappelijk onderzoek ontwikkelden hij samen met zijn team een test om de innovatievaardigheden bij mensen in kaart te brengen. De test is niet gestoeld op zelfevaluatie. Het is wel een situationele beoordelingstest met vijftien realistische innovatiecases. Op het einde kunnen we op een objectieve en wetenschappelijk onderbouwde manier het innovatieprofiel van de kandidaat bepalen en weten we hoe die persoon een probleem kan omlijnen en aanpakken.”
De test drukt uit hoe iemand redeneert, beslist en handelt binnen een context van innovatie, zegt Daels. Hoe creatief, nieuwsgierig en open minded is de
Innovatie is gebaseerd op drie basisvaardigheden, legt Daels uit. Heel af en toe komen die bij eenzelfde persoon voor maar meestal zijn er verschillende mensen voor nodig. Net daarom
Het zijn mensen die innoveren en niet bedrijven. kandidaat? Zo’n test was nodig omdat bedrijven vaak niet zo goed zijn in het opsporen van innovatieve personeelsleden. “Innovatoren weten zich soms goed te verstoppen, maar bedrijven zijn ook niet gemaakt voor innovatie. Ze draaien vooral op operationele excellentie: de dagdagelijkse processen zo goed en zo efficiënt mogelijk laten verlopen. Innovatie staat daar vaak wat haaks op: het is complex, risicovol en vooral traag. Wij kunnen innovatie helpen versnellen door sterke en complementaire profielen van start tot finish van een project te laten samenwerken in een innovatieteam.”
is innovatie teamwork en kun je het ook trainen. “Het eerste kenmerk is ‘ideation’: iemand kan een probleem erkennen en een oplossing zoeken. Het tweede is ‘championing’: het nieuwe idee moet binnen het bedrijf gepromoot worden, draagvlak krijgen. De derde vaardigheid is ‘implementation’: hoe kunnen we ons nieuwe idee snel in de praktijk omzetten? Als je die drie combineert en van start tot finish op een project laat samenwerken, is het bingo.” Hoewel innovatie een lastig en tegendraads proces is, blijft het absoluut noodzakelijk voor het overleven van ondernemingen op lange termijn, argumenteert Daels. “Alleen wie
innoveert kan succesvol overleven. Je hebt als bedrijf regelmatig nood aan nieuwe producten en bedrijfsmodellen, anders word je voorbijgestoken door de concurrentie. Bovendien moet je zorgen dat innovatie uit het lab geraakt. Neem Kodak. Iedereen meent, onterecht, dat zij de trein van de digitale fotografie gemist hebben. Zij waren het eerste bedrijf dat digitale fotografie ontwikkelde en hebben miljarden dollars in digitale fotografie geïnvesteerd. Maar uiteindelijk beslisten ze er niets mee te doen, met als gevolg dat ze van de markt werden geblazen door digitale fotografie. Bovendien verloopt alles almaar sneller. Vroeger kon je een jaar of vijf op een nieuwe innovatie teren. Tegenwoordig mag je al blij zijn als dat twee jaar is. Als bedrijven erin slagen om samen met hun mensen snel en efficiënt te innoveren, creëren ze voor zichzelf eigenlijk een unfair advantage. Onze test is een perfecte tool om hen daarbij te helpen.” Peter Daels Managing Director
INNDUCE.me ontstond in de schoot van innovatieconsultant Creax en de Universiteit van Gent en werd opgericht door Mathieu Mottrie en Jef Vandenberghe. Het bedrijf ontwikkelt tests om innovatietalent binnen bedrijven op te sporen. Onder meer Deme, Selor, Accento en Vivisol maken er gebruik van. Naast het opsporen, wil INNDUCE.me innovatief talent ook ontwikkelen, door middel van trainingen via gamification. Het einddoel: bedrijven een ‘unfair advantage’ geven tegenover hun concurrenten.
“Onze droom? Een vooraanstaande wereldspeler worden” Ardena ondersteunt als zogenoemde contract development en manufacturing organisation (CDMO) biotech- bedrijven die nood hebben aan advies en infrastructuur om hun experimentele geneesmiddelen te ontwikkelen en te produceren. “Geneesmiddelen ontwikkelen is risk management”, zegt CEO Harry Christiaens. “Wij zijn dan ook echte risk managers.” Ondertussen groeit de omzet van Ardena elk jaar met gemiddeld 15 procent en is het verwoed op zoek naar jong en ervaren talent in de levenswetenschappen. Het Ardena-team telt vandaag reeds 320 medewerkers.
Besteed eens een risico uit Terwijl de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen vroeger vooral bij de grote farmabedrijven zat, komen de grootste innovaties de jongste vijftien jaar uit de biotechsector. Harry: “De farmareuzen laten het prille onderzoekswerk meer en meer over aan biotechbedrijven. Dit zijn kleine tot middelgrote bedrijven die werken met risicokapitaal (ofwel venture capital ofwel via beursnotering). Ze nemen de meest risicovolle onderzoeksfases voor hun rekening, zeg maar de eerste vijf à zes jaar van de geneesmiddelontwikkeling. Via vroegklinische studies proberen ze aan te tonen dat de actieve stof die ze gepatenteerd hebben veilig en doeltreffend is en dus geneest. Eens er een proof of concept is, verkopen ze meestal hun kandidaat-geneesmiddel aan één van de grote farmabedrijven die het dan verder ontwikkelt en commercialiseert. Zo betaalde
de Franse farmareus Sanofi bijna 4 miljard euro voor de overname van het Gentse Ablynx. Wie bereid is een hoog risico te nemen, kan dus veel geld verdienen.” “Omdat biotechbedrijven de meest risicovolle fases voor hun rekening nemen en omdat ze vaak maar een beperkt aantal kandidaat-geneesmiddelen in de pijplijn hebben, proberen ze hun ontwikkelingsteams klein te houden, vaste kosten variabel te maken en zoveel mogelijk randactiviteiten uit te besteden aan contractors zoals wij. We zijn dus ontstaan en gegroeid in de slipstream van de biotechindustrie. Zie ons als een aannemer voor de biotech. We doen immers vooral research voor die kleine tot middelgrote onderzoeksbedrijven.” Het duurt gemiddeld vijftien jaar voor een geneesmiddel op de markt komt en op die weg zijn veel horden en valkuilen. Harry Christiaens: “Geneesmiddelen ontwikkelen is risk management, dag in dag uit. De kunst is om zo veel mogelijk op voorhand de projectrisico’s in te schatten en daarop te anticiperen. We hebben zo’n 300 onderzoeksprojecten lopen en zijn ondertussen voldoende geschaald om eventuele projectfaling te incasseren. Wij nemen evenwel geen therapeutisch risico als contractor. Met andere woorden: we bieden geen garantie op genezing van de patiënt. Dat risico ligt volledig bij onze biotechklanten. Faalt een geneesmiddel in een klinische studie, dan wordt dat risico volledig door onze klant genomen. Wij worden altijd betaald voor het uitgevoerde ontwikkelingswerk.”
De hoofdzetel van Ardena is te vinden in Gent. Verder is Ardena gevestigd in Nederland (Amsterdam, Assen, Oss), Letland (Riga) en Zweden (Södertalje).
Verborgen parel Noem Ardena gerust een verborgen parel. “Het klopt dat we geen tafelspringers zijn: we werken op de achtergrond”, zegt Harry Christiaens. “We gaan nooit claimen dat we een nieuw geneesmiddel hebben uitgevonden. De intellectuele eigendom zit bij onze klanten, niet bij ons. De échte uitvinding zit in de actieve stof. Die hebben wij niet ontworpen. Wij produceren ze wel en ontwikkelen vervolgens een geschikte doseringsvorm: we zorgen ervoor dat de actieve stof op de juiste plaats, op het juiste tijdstip en aan de gewenste concentratie wordt afgeleverd in het menselijk lichaam.”
Harry Chrisitiaens CEO Ardena
16 EXPERTPANEL • BOTTLENECKS
FOKUS-ONLINE.BE
Wetgevende kaders blijven achter bij snelle technologische vooruitgang De moeizame uitrol van de coronavaccins duwde het spanningsveld tussen klinisch onderzoek en het wetgevend kader naar de voorgrond. Redenen genoeg om drie stemmen uit de Belgische biotech hierover aan het woord te laten. “COVID-19 is zeer illustratief.”
Dirk Van Broekhoven
Hugues Bultot
General Counsel eTheRNA immunotherapies nv
Cedric Bogaert
CEO Univercells
CEO myNEO
Waar liggen de pijnpunten of bottlenecks voor jouw sector? “Het regelgevend kader, van wetgeving tot goedkeuringsprocedures, evolueert uiteraard minder snel dan de technologische vooruitgang. Dat geldt zeker voor een nieuwe technologie als mRNA, waardoor er meer onzekerheid en dus meer risico aan verbonden is. Ook het verkrijgen van octrooien is niet eenvoudig en duurt vaak vele jaren. Bovendien is er de noodzaak om verschillende licenties onder deze octrooien aan te gaan om de FTO-status (‘Free to Operate’) te verkrijgen. Daarnaast is het door de vereiste hoge investeringen voor startups en biotechbedrijven niet mogelijk om over te gaan tot de ontwikkelingsfase zonder hiervoor een samenwerking aan te gaan met de grote spelers als pakweg Pfizer.”
“COVID-19 is zeer illustratief. Hoewel het grote publiek vandaag vindt dat het vaccinatieproces te traag gaat, hebben we het over een ontwikkelingsproces dat in feite ondenkbaar snel is verlopen. De productie is gelukt in tien maanden, omdat men de bestaande barrières trachtte te counteren. Zo liepen er heel wat ontwikkelingsprocessen tegelijk en is er in sommige gevallen geprobeerd om over te schakelen naar de fabricagefase nog voor alle goedkeuringen er waren. De Belg Moncef Slaoui, de bedenker van de Amerikaanse vaccinatiestrategie Warp Speed, geeft ook aan dat hij, vanuit zijn expertise met het lanceren van vaccins, een strategie heeft uitgebouwd met als uitgangspunt het vermijden van de obstakels.”
“In de strijd tegen het aantal fatale kankergevallen wordt de grootste stap voorwaarts verwacht van de verdere personalisatie van therapieën per patiënt. Naarmate hierover meer informatie verzameld wordt, zal dit leiden tot doeltreffendere behandelingen. Zo is er tegenwoordig een opkomst van gepersonaliseerde immunotherapie, die de tumorinformatie gebruikt om het immuunsysteem van een patiënt selectief te gaan richten tegen de tumorcellen, en zo het lichaam zelf in staat stelt om de tumor te herkennen en aan te vallen. Dit vereist een ver doorgedreven personalisatie in zowel de diagnose als behandelingsopties voor iedere patiënt, wat nog steeds verre van een klinische routine is.”
Hoe manifesteren die bottlenecks zich in de praktijk? “Door de hoge complexiteit bestaat er al in de vroege ontwikkelingsfase een noodzaak om met geneesmiddelenagentschappen samen te werken. Dat helpt om een beter beeld te krijgen van eisen op het vlak van regelgeving, maar het vergt tijd en een zekere ‘inhouse’-expertise. Bovendien zijn de verwachtingen van de verschillende geneesmiddelenagentschappen verschillend per regio, waardoor een wereldwijde ontwikkelingsstrategie wordt bemoeilijkt en de kosten hierdoor mogelijk nog hoger oplopen. Verder zit je uiteraard met een moeilijk spanningsveld tussen mensen die vinden dat het niet snel genoeg gaat en mensen die het gevoel hebben dat er nog onvoldoende data zijn verzameld over de werkzaamheid.”
“De grote moeilijkheid is dat er altijd een inherent probleem verbonden is aan de ontwikkeling van een vaccin. Dat is namelijk dat er – anders dan bij pakweg de productie van een nieuw automodel – nooit op voorhand een assemblagefabriek ter beschikking is. In de klinische sector is het zo dat elk product zijn eigen fabriek heeft die gebouwd wordt volgens de noden van het product. Het gevolg is dat er pas begonnen kan worden aan de constructie van de fabriek nadat men volledig zeker is over het product, anders is deze investering zinloos en onhaalbaar. Hierdoor zijn de budgettaire en logistieke uitdagingen meteen na de goedkeuring enorm. Ik vrees dat hier geen oplossing voor bestaat.”
“Gepersonaliseerde behandelingen gaan vaak gepaard met hoge productiekosten en langere productietijden, wat het minder aantrekkelijk maakt voor de grotere spelers. Een decentralisatie van de verschillende schakels in de behandelingsketen kan een oplossing bieden. Recent werden er in Vlaanderen verschillende initiatieven opgezet om een complete uitlezing van het tumormateriaal uit te voeren op een grote groep patiënten en deze datasets centraal te verzamelen over de ziekenhuizen heen. Ook de analysetechnieken worden verfijnder. Aan het andere uiterste van de keten ligt de bijhorende gepersonaliseerde behandeling. Al is de vervanging van de standaard chemo- en radiotherapie nog niet aan de orde.”
Hoe zouden bepaalde goedkeuringsprocessen versneld kunnen worden? “Voor ziekten met een hoge medische nood wordt steeds vaker gebruikgemaakt van rolling submissions en snellere goedkeuringsprocedures. Vaak resulteert dit echter in een voorwaardelijke goedkeuring, waardoor hier achteraf nog een verplichting op rust om extra data te genereren. Er moet ook werk worden gemaakt van een betere afstemming van de richtlijnen in de verschillende regio’s. Dit geldt ook binnen Europa, waar de goedkeuring gebeurt via een centraal geleid proces maar prijs- en terugbetalingsregelingen nog steeds verschillen per land. De boodschap is dus: samenwerking. En dit zowel met academische centra en farmaceutische bedrijven als met contact research organisations (CRO’s).”
“Ik vind dat Europa de methode van Moncef Slaoui moet overnemen. In Amerika is er natuurlijk een grotere traditie van oorlogsvoering en kan de administratie dus makkelijker een dergelijke mindset aannemen. Dit staat gelijk aan een eenheid van commando en de uitschakeling van eventuele budgettaire beperkingen. Dat blijkt ook uit de uitgavecijfers voor de vaccinatiestrategie, die in de VS tot vier keer hoger liggen. Nu de instrumenten voorhanden zijn, moeten we blijven inzetten op de productie en niet denken aan een mogelijke overproductie. Ook de ethische uitdaging die voortkomt uit het feit dat armere landen veel moeilijker aan de nodige dosissen geraken, moeten we in de ogen durven kijken.”
“De commerciële leefbaarheid van een therapie is zeker niet de enige maatstaf. Belangrijker is dat er aangetoond wordt dat de behandeling veilig en effectief is. Aangezien er geen twee identieke tumoren zijn, is er geen behandeling die op dezelfde manier aanslaat. Het is dus noodzakelijk verschillende patiënten verder te groeperen. Bij een nog meer doorgedreven individualisatie wordt een therapie niet goedgekeurd op basis van de werkzaamheid van het eindproduct, aangezien deze verschillend is per patiënt. In plaats daarvan dient de goedkeuring te gebeuren op basis van het algemeen ontwerp- en productieproces, waarbij voor iedere patiënt dezelfde stappen genomen worden van diagnose tot behandeling.” Door Bavo Boutsen
#FOKUSRESEARCH
NELSON LABS • BRAND REPORT 17
Een voorsprong door onderzoek en ontwikkeling Hoe interageren geneesmiddelen, farmaceutische producten met de verpakking waarin zij zitten, of hoe gedragen medische hulpmiddelen zich wanneer ze in contact komen met het menselijk lichaam? Sinds begin deze eeuw is er almaar meer aandacht voor deze vraag, zowel vanuit de overheid als de medische sector zelf.
N
elson Labs Europe uit Leuven is dankzij doorgedreven R&D de belangrijkste verstrekker geworden van antwoorden hierop. Het onderzoekt bijvoorbeeld de interactie tussen de primaire verpakking van het geneesmiddel en het geneesmiddel zelf. “Deze verpakking is het materiaal dat rechtstreeks in contact komt met het geneesmiddel”, legt scientific director Piet Christiaens uit. “Denk bijvoorbeeld aan voorgevulde spuiten, flacons, neussprays, oogdruppels, zalfjes in een tube, maar ook inhalatoren en intraveneuze toedieningszakken. Wat we doen is een profiel opstellen van ‘onzuiverheden’ in het materiaal, om na te gaan hoeveel ervan in het geneesmiddel kan terechtkomen en om te achterhalen hoe toxisch die zijn voor de patiënt. Als je bijvoorbeeld een geneesmiddel in een plastic spuit verpakt, zijn er dan componenten van het plastic die samen met het medicijn worden ingespoten? Wat zijn dan de risico’s? En is het mogelijk dat het medicijn minder effectief wordt? Dat zijn de zaken die voor de grote farmabedrijven zoals bijvoorbeeld Novartis, GSK, Pfizer of Johnson & Johnson steeds weer onderzocht moeten worden en waar wij proberen ondersteuning te bieden.” Een voor de hand liggende vraag: weten die bedrijven dan zelf niet wat voor soort verpakkingen ze gebruiken? “Zeker niet altijd”, zegt managing director Jos Bollen. “Soms bestaan er confidentialiteitsclausules rond bepaalde verpakkingen, maar vaak veranderen stoffen ook door bepaalde procedures of behandelingen. Door ze bijvoorbeeld te steriliseren of door ze aan warmte bloot te stellen. De samenstelling van verpakkingsmaterialen kan daardoor veranderen en dat moet je goed in de gaten houden.”
Bij Nelson Labs speurt men dus dagelijks naar chemische verbindingen en wordt er getracht om die te identificeren. Alle gegevens worden dan opgeslagen in een grootschalige database. “Het is zo dat rond deze materie in Europa
De grote troef die Nelson Labs in de weegschaal kan gooien is het eigen onderzoek dat het bedrijf doet, zegt Piet Christiaens. “Op die manier kunnen we een groot deel van de regie zelf in handen houden, eigen
Vaak veranderen de stoffen in het verpakkingsmateriaal door bijvoorbeeld sterilisatie, warmte of verouderingsprocessen. Dit moet zeer goed onderzocht worden. en de VS een zeer strikte regelgeving bestaat”, zegt executive vicepresident Eric Meyers. “Die regelgeving verandert voortdurend. Dat er meer en meer aandacht aan werd besteed had veel te maken met enkele incidenten die gebeurd zijn door problemen met de verpakking van geneesmiddelen. Daarbij zijn patiënten overleden. In dit onderzoek zelf zien we trouwens heel wat evolutie. Dertig jaar geleden zou dit soort onderzoek veel meer gebaseerd geweest zijn op dierenproeven, tegenwoordig gaan we veel meer richting analytisch onderzoek.”
kennis en data opbouwen en innovatieve onderzoeksmethodes ontwikkelen. Die database waarover we het hadden is uniek omdat we die helemaal zelf hebben opgebouwd. Daar zitten nu zo’n 6.000 verbindingen in en elk jaar komen er zowat 300 tot 400 bij. Daar kennen wij alle specificaties van. Als wij zeggen: ‘Het is stof A’, dan mag je er zeker van zijn dat het A is. En niet B.” “Dat is het grote verschil met onze concurrentie”, pikt Jos Bollen in. “Zij werken vooral met commercieel beschikbare
Nelson Labs is een dochterbedrijf van het beursgenoteerde Sotera Health en levert laboratoriumtests en bijhorende consultancy. Nelson Labs Europe, uit Leuven, onderzoekt voornamelijk de interactie tussen containers (geneesmiddelenhouders) en het geneesmiddel, de zogenaamde ‘extractables’ en ‘leachables’. Daarbij worden de componenten geïdentificeerd waaruit een container is opgebouwd en geverifieerd of componenten terug te vinden zijn in het geneesmiddel. Op die manier wordt bijvoorbeeld ook de houdbaarheidsdatum van het middel bepaald.
databases die veel minder uitgebreid, specifiek en diepgaand zijn. De keuze om zelf een gegevensbank op te bouwen hadden we al gemaakt toen we nog een klein bedrijfje waren. Het maakte van in het begin deel uit van ons businessmodel. Het heeft veel tijd, moeite en investeringen gekost, maar nu geeft het ons een enorm voordeel.” Vanuit die positie heeft Nelson Labs ook veel contacten met de overheidsinstanties die de normen bepalen waaraan verpakkingen moeten voldoen. “Er is een voortdurende wisselwerking tussen geneesmiddelenproducenten, onderzoeksinstellingen en de regelgever, met als ultieme doel om de producten veiliger te maken”, zegt Eric Meyers. “Dat vergt diepgaande en gespecialiseerde kennis. Dit bedrijf ademt dan ook wetenschap (lacht). Van de 150 mensen die we in dienst hebben, zijn er een veertigtal PhD’s in de wetenschappen en nog zeker zestig tot zeventig die master zijn in farma, chemie of bio-ingenieur. Met dank aan de KU Leuven die hier om de hoek zit en een grote bron van talent voor ons bedrijf vormt.”
Eric Meyers
Senior Vice President EMEAA Nelson Labs Europe
Jos Bollen
Managing Director Nelson Labs Europe
Piet Christiaens PhD Scientific Director Nelson Labs Europe
18 NAWOORD
FOKUS-ONLINE.BE
Cathérine Dreesen
Het innovatieklimaat voor kmo’s was nog nooit zo goed Innoveren is niet alleen weggelegd voor grote bedrijven, ook kmo’s kunnen op een laagdrempelige manier vernieuwingen doorvoeren. Hiervoor is het subsidieaanbod de voorbije jaren ingrijpend vereenvoudigd en gebruiksvriendelijker en vlotter toegankelijk gemaakt.
V
laanderen zet al decennialang in op innovatie. Dat blijkt uit de steeds grotere budgetten die de overheid en de private sector investeren in onderzoek en ontwikkeling. In 2020 werd een recordbedrag van bijna 270 miljoen euro aan innovatiesteun uitgekeerd. In totaal kregen 700 bedrijven steun, waarvan liefst 60 procent kmo’s zijn. Dat is een tendens, want voor het derde jaar op rij gaat meer dan de helft van de subsidiebedragen naar projecten bij kleine en middelgrote bedrijven. De evolutie verwondert niet, want in de afgelopen jaren werden hervormingen doorgevoerd om de financiële steun te versterken. Denk maar aan de innovatieaftrek, een maatregel waarbij de activiteiten gerelateerd aan onderzoek en ontwikkeling fiscaal aftrekbaar zijn. Deze maatregel is niet alleen interessant voor grote bedrijven, maar ook voor innovatieve kmo’s. De extra centen voor innovatie zijn geen overbodige luxe, want de vernieuwingen volgen elkaar in sneltempo op. Daarbij zie je ook steeds meer innovatie op het kruispunt van verschillende domeinen. Denk maar aan de combinatie met bijvoorbeeld artificiële intelligentie, machine learning
Er is nog heel veel potentieel voor kmo’s op het vlak van innovatie. of beeldverwerkingssoftware. De verschillende expertises vragen ook om een goed inzicht en overzicht in het Vlaamse innovatie-ecosysteem. Bij wie moet je als onderneming advies inwinnen en met wie moet je samenwerken? Als netwerkorganisatie speelt Voka – KvK Limburg daar een belangrijke rol. We versterken de samenwerking tussen kmo’s onderling, maar ook tussen kmo’s en onderzoeksinstellingen. Een mooi initiatief in dat kader is de uitbouw en werking van digitale experimenteerruimtes waar kmo’s voordelig nieuwe technologieën kunnen testen. Hiervoor wordt 5,14 miljoen euro voorzien vanuit Europese en Vlaamse middelen. Dankzij die steun kan een kmo terecht bij een digitale experimenteerruimte voor het testen van
Ontdek meer op
Fokus-online.be #fokusresearch
een bepaalde technologie en wordt 70 procent van de kosten gedragen door de overheid. De kmo moet voor de dienstverlening 30 procent zelf betalen. De financiële steun, het Voka-netwerk en de talloze initiatieven bewijzen één ding: er is nog heel veel potentieel voor kmo’s op het vlak van innovatie. Zij ervaren onterecht subjectieve drempels omdat ze zelf weinig ervaring en kennis hebben over de subsidies, samenwerking en begeleiding. Als die onwetendheid eenmaal is weggewerkt, valt de eerste drempel weg en verloopt de indiening van nieuwe innovatiedossiers vlotter. Daarom is het belangrijk om advies in te winnen, maar ook om te leren van andere ondernemingen. Ook in 2021 zal een netwerk van bedrijven en professionals het verschil maken. Voka – KvK Limburg zal dat ook dit jaar volop faciliteren zodat onze economie en ondernemingen groeien door innovatie. Door Cathérine Dreesen, directeur internationalisatie en innovatie bij Voka – KvK Limburg
Duurzaamheid van het hele proces Hoe zet je afval om in grondstoffen? Hoe optimaliseer je je chemische proces of maak je het groener? Op dit soort vragen zoekt het expertisecentrum Duurzame Chemie van Karel de Grote Hogeschool samen met het bedrijfsleven antwoorden. Het expertisecentrum doet al meer dan 15 jaar praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek om de resultaten vervolgens in te zetten in de chemische industrie. De focus ligt daarbij op de valorisatie van nevenstromen, afval dus, en op het gebruik van artificiële intelligentie voor de optimalisatie van chemische producten en processen. Afvalstromen uit de landbouw en de voedingsindustrie worden door de onderzoekers bijvoorbeeld omgezet in natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen, antioxidanten en kleurstoffen. Spuislib, een afvalstroom uit de waterzuivering, wordt ingezet in beton- en lijmapplicaties. “Bedrijven komen met hun vragen bij ons en wij zetten onze onderzoeksexpertise in om een duurzame oplossing aan te bieden die ze direct kunnen toepassen in hun bedrijf”, vertelt Jeroen Geuens, hoofd van het expertisecentrum. ‘Daarin verschilt onderzoek aan hogescholen van onderzoek aan universiteiten. De onderzoeksvragen die we behandelen zijn rechtstreeks afkomstig van het werkveld’, vertelt Geuens. ‘We hebben een zeer nauwe band met het chemisch werkveld. Als we merken dat meerdere bedrijven met hetzelfde probleem zitten, starten we een collectief onderzoeksproject rond dit probleem. We betrekken in deze projecten steeds de hele waardeketen, dit wil zeggen bedrijven die met een bepaalde nevenstroom zitten, bedrijven die over de installaties beschikken om deze nevenstroom te verwerken en bedrijven die de chemische componenten die uit deze nevenstroom gebruiken in hun eindproducten. Als we een zeer specifieke nood capteren bij één bedrijf, starten we een zogenaamd dienstverleningsproject op, één-op-één met dat bedrijf.’ In het project Biocolor (2020-2022) worden afvalstromen uit de landbouw en uit de voedingsindustrie verwerkt tot natuurlijke kleurstoffen. Het Vlaamse Inagro en het Nederlandse Delphy, beide onderzoekscentra voor land- en tuinbouw, zorgen voor de aanlevering van de grondstoffen. Het bedrijf Add Essens uit Lokeren kan op industriële schaal extracties van kleurstoffen uitvoeren en zorgt dus voor de opschaling binnen het project. Wat betreft de toepassing van de natuurlijke kleurstoffen worden er 2 opties
verkend: textiel en voeding. Voor de toepassing in textiel zijn 3 projectpartners betrokken, namelijk Masureel, Centexbel en het Fashion and Textiles Innovation Lab van HoGent. Food Pilot, onderdeel van ILVO, voert testen uit op het kleuren van yoghurt. ‘We gaan steeds op zoek naar de meest geschikte projectpartners’, zegt Geuens. ‘We beperken ons daarbij niet tot de landsgrenzen of tot de grenzen van universitaire associaties, we staan open voor samenwerking met iedereen die relevante expertise heeft en zijn schouders mee onder het project wil zetten en we werken bij voorkeur interdisciplinair, dat is enorm verrijkend.’ Annelore Wens, onderzoeker op het Biocolor project, vertelt: ‘De focus van het project ligt op duurzame technologieën om de kleurstoffen uit de afvalstromen te extraheren. We gebruiken bijvoorbeeld geen organische oplosmiddelen maar gewoon water als solvent. De resultaten zijn soms verrassend, zo geeft het extract van afval uit rode kool alles behalve een rode of paarse kleur. De eerste testen op textiel zijn veelbelovend. Momenteel wordt bij de projectpartners de kleurvastheid bestudeerd terwijl wij verder werken aan de toepassing in voeding namelijk het kleuren van yoghurt.’ Op de vraag op welke nevenstromen ze al gewerkt heeft antwoordt Wens: ‘Dat zijn er verschillende,
bijvoorbeeld ajuinschillen, snoeiafval van liguster, walnoten, afval van avocado’s en mango’s, perskoek uit de fruitsapindustrie zoals van frambozen. We werken ook rechtstreeks op de planten zelf, zo hebben we bijvoorbeeld al experimenten uitgevoerd op tijm, brandnetel, meekrap, wouw en wede.’ ‘Het is soms leuk te zien dat één bepaalde nevenstroom kan ingezet worden in verschillende toepassingen’, vult Geuens aan. ‘Zo kunnen we uit dezelfde nevenstroom met water een kleurstof extraheren terwijl we met superkritische CO2 componenten extraheren die als antioxidans kunnen dienen.’ ‘Dit is de toekomst’, zegt Geuens, ‘het volledig benutten van een nevenstroom, er alle waardevolle componenten uithalen. Belangrijk punt hierbij is dat naast de duurzaamheid van de grondstof ook de duurzaamheid van het hele proces niet uit het oog verloren wordt. Een proces kan immers pas duurzaam zijn als het ook economisch duurzaam is. We hebben ons de afgelopen jaren daarom gespecialiseerd in de optimalisatie van extractieprocessen. Hiervoor gebruiken we klassieke, statistische tools maar ook meer geavanceerde technieken zoals algoritmes uit de artificiële intelligentie. Een proces dat optimaal verloopt heeft een lager grondstofverbruik, kost minder energie, heeft dus een kleinere carbon footprint en kost vooral ook minder geld. Dan pas wordt het interessant en industrieel relevant.’
kdg.be
Het mensel�k wonder van het microbioom verkend vanuit het Wetenschapspark Het wereldw�de onderzoek naar het microbioom, de verzamelnaam voor de vele micro-organismen die zich op in en ons lichaam bevinden, boomt spectaculair. Bacteriën, virussen en eencelligen worden ingezet als potentiële levende medic�nenfabriekjes. Vlaamse en internationale bedr�ven en partners vinden in het Wetenschapspark Universiteit Antwerpen een kweekv�ver om samen te werken aan innovatieve toepassingen.
Wat is de toekomst van microbioomtoepassingen? En waar is het onderzoek aan de UAntwerpen vooral op gericht? Prof. Sarah Lebeer
Microbiologe en bio-ingenieur UAntwerpen Aan de UAntwerpen verzamelden zich recent een aantal microbioomonderzoekers in het Excellentiecentrum Microbial Systems Technology om het enorme potentieel van microben en microbiële processen samen te bestuderen en te ontwikkelen tot toepassingen. Een belangr�ke medische insteek is alvast de zoektocht naar alternatieven voor antibiotica. De Wereldgezondheidsorganisatie voorspelt namel�k dat, als
we niets veranderen aan ons massale antibioticagebruik, er in 2050 meer mensen zullen sterven aan antibioticaresistente bacteriën en zogenaamde ziekenhuisbacteriën dan aan kanker. Dit is een enorme gezondheidscrisis die op ons afkomt en waarvoor we volop antwoorden aan het zoeken z�n. Aan de UAntwerpen onderzoeken we vooral het microbioom van de bovenste luchtwegen, van neus, oren en mondholte, en het vaginale microbioom. We bestuderen welke veranderingen en verschuivingen
plaatsvinden in de samenstelling van het microbioom door ziektes en infecties. Daarnaast ontwikkelen we in samenwerking met partners ook nieuwe therapieën. Belangr�k is om een zo sterk mogel�k ecosysteem rond ons te verzamelen. Zo werken we nauw samen met artsen van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) die vaak op zoek z�n naar alternatieven voor bepaalde operaties of therapieën voor chronisch zieken. Onze ambitie is om met behulp van microbioomtoepassingen betere diagnoses te stellen en duurzaam werkende medic�nen te ontwikkelen.
Welke activiteiten rond microbioomtoepassingen ontplooit uw organisatie in het Wetenschapspark? Tom Verlinden
Dr. ir. Filip Willocx
Managing director YUN Probiotherapy
Managing partner BioOrg
YUN gelooft dat de bacterie een andere plaats in ons bewustz�n en in onze maatschapp� moet kr�gen. De negatieve b�klank die lang rond bacteriën heeft bestaan, moet in bepaalde gevallen juist omgebogen worden naar een heel positief karakter. Met die overtuiging hebben we een aantal producten in de markt gezet die bew�zen dat dát de goede toekomstfilosofie is. In plaats van slechte bacteriën af te doden met antibiotica en antibacteriële verzorgingsproducten, brengen we met onze ‘probiotherapie’ heel veel goede bacteriën aan. Als eerste in de wereld z�n we erin geslaagd om levende bacteriën stabiel te kr�gen in crèmes en sprays. Zo konden we al een zeer werkzame alternatieve therapie commercialiseren tegen o.a. acne en voetschimmel. Nu z�n we in samenwerking met UAntwerpen bezig met de ontwikkeling van een probioticaspray – een antiviraalmiddel – tegen covid.
Elk jaar overl�den duizenden Vlamingen vroegt�dig door het inademen van f�n stof en andere schadel�ke luchtdeeltjes. Vanuit de overheid ligt de focus op vervuiling van de buitenomgeving, maar de luchtkwaliteit in onze gebouwen is zelfs nog problematischer. Met BioOrg z�n we gaan bestuderen hoe we binnenshuis aan actieve luchtzuivering konden doen, gebruik makend van de dagdagel�kse schoonmaak. Klassiek gebeurt die met geconcentreerde chemicaliën en detergenten. W� hebben gezocht naar een natuurl�k en veilig alternatief. In een vernevelbare schoonmaakoplossing plaatsten we een microbioom van elf verschillende Bacillus-stammen: gezonde organismen die niet alleen de lucht zuiveren en het f�nstof reduceren met 50%, maar ook de schoonmaak faciliteren. Zo onderhouden we met BioOrg vandaag al meer dan 2 miljoen m² in gebouwen, met klanten als de Vlaamse Overheid, KBC en Colruyt.
Wat is het belang van samenwerking in onderzoek? Hoe kunnen bedr�ven van de community in het wetenschapspark elkaar versterken? Jade Verrept Cluster manager Wetenschapspark, POM Antwerpen Het Wetenschapspark huisvest vandaag heel wat spin-offs, niet alleen van de Universiteit Antwerpen, maar ook van andere Vlaamse kennisinstellingen. Een inspirerende biotoop creëren, is dan ook één van onze kerndoelstellingen. Meer en meer zetten we in op netwerkopbouw binnen specifieke niches, met steun van de provincie Antwerpen. Zo hebben we mee onze schouders gezet onder het ecosysteem eu.reca, dat focust op de mensel�ke long. Ondernemers, onderzoekers en artsen-specialisten ontmoeten elkaar om kennis te delen en samen te innoveren. Rond luchtkwaliteit werken we b�voorbeeld samen met VITO en UAntwerpen.
Op zoek naar labo’s of kantoren in een inspirerende groene omgeving?
Ook het microbioom is een veelbelovende niche. We z�n b�zonder trots op het baanbrekend onderzoek dat de groep rond professor Lebeer verricht op dit vlak, maar ook op bedr�ven als YUN en BioOrg die hierrond waardevolle producten in de markt zetten. Vanop het park willen we ertoe b�dragen dat veelbelovend onderzoek de weg vindt naar effectieve producten; dat ondernemingen een relevant netwerk vinden en kunnen uitreiken naar onderzoekers. Ten slotte willen we bewerkstelligen dat ondernemers onderling connecteren, zodat ze gezamenl�k de boodschap kunnen uitdragen dat bacteriën ook positief kunnen b�dragen aan onze gezondheid. Wil je deel uitmaken van de community op het Wetenschapspark? Neem contact via jade@wetenschapsparkuantwerpen.be of 03 443 04 00.
Interesse? Plan nu uw plaatsbezoek. 03 443 04 00 darwin@wetenschapsparkuantwerpen.be www.wetenschapsparkuantwerpen.be