Skip to main content

Fokus Milieu

Page 1

D I T D OSS I E R WO R DT G E P U B L I C E E R D D O O R S M A RT M E D I A E N VA LT N I E T O N D E R D E V E R A N T WO O R D E L I J K H E I D VA N D E R E DACT I E VA N D E STA N DA A R D

JUN ‘21

MILIEU

Marie Delvaulx Krachten bundelen voor het klimaat

Circulair bouwen Hergebruiken, niet platgooien

Thomas Rau Een identiteit voor je materialen

Nic Balthazar

”Elk bedrijf dat zichzelf respecteert en een goed oog heeft op de toekomst, ziet in dat een circulaire economie good business is.”

Lees meer op Fokus-online.be


2 VOORWOORD

FOKUS-ONLINE.BE

4

6

10

18

LEES MEER. 4

Kunstmatige intelligentie voor een betere wereld

6 Hergebruiken in plaats van platgooien 10

Interview: Nic Balthazar

12

Een warm hart voor de oceaan

14 De vier pijlers van een circulaire economie 16

Drie manieren om groener te gaan

18

Een identiteit voor je materialen

COLOFON. COUNTRY MANAGER

Marie Delvaulx

De krachten bundelen voor het klimaat Klimaatverandering vraagt om doortastende actie op een wetenschappelijk onderbouwde manier. Organisaties, groot of klein, beseffen dat er geen weg terug is indien men deel wil blijven uitmaken van de toekomst.

N

iettemin weet men niet waar te beginnen om hun voetafdruk drastisch te verminderen, laat staan die van hun toeleveringsketen. De oplossing ligt binnen handbereik: onderling de krachten bundelen, ongeacht sector of grootte. Samenwerking stond nog nooit zo hoog op de agenda. Inmiddels kennen we de gevolgen van ons veranderende klimaat. Biodiversiteitsverlies, extreme weersomstandigheden en een negatieve impact op de volksgezondheid kenmerken onze maatschappij. Om nog erger te voorkomen verbond de internationale gemeenschap zich er in 2015 toe om de uitstoot van broeikasgassen aan banden te leggen. Dit klimaatakkoord, ondertekend in Parijs, wil de klimaatopwarming beperken tot ruim onder de 2°C ten opzichte van het pre-industriële niveau en streeft naar een temperatuurstijging van maximaal 1,5°C. Hiermee stevenen we af op een opwarming van 3,2°C en dus schieten de destijds opgestelde nationale klimaatplannen ruim tekort. Als we in dit cruciale decennium verdere catastrofen alsnog een halt willen toeroepen, moeten alle actoren in de maatschappij samenwerken en zo snel mogelijk krachtige klimaatactie ondernemen. Vanuit de Belgian Alliance for Climate Action (BACA), opgericht door duurzaamheidsnetwerk The Shift en WWF België, krijgen organisaties het benodigde duwtje in de rug. De alliantie is een nationaal platform dat bedrijven en organisaties begeleidt in het stellen van

CHRISTIAN NIKUNA PEMBA HOOFDREDACTIE

ELLEN VAN HOEGAERDEN EINDREDACTIE

DON VAN DER PUTTEN CREATIVE DIRECTOR

BAÏDY LY TEKST

Samenwerking stond nog nooit zo hoog op de agenda.

concrete klimaatdoelstellingen aan de hand van het onafhankelijke Science Based Targets initiative (SBTi). Dit wetenschappelijk kader geeft aan hoe snel, op welke manier en in welke mate organisaties hun CO2-uitstoot moeten verminderen om in lijn te zijn met de doelstellingen van het Akkoord van Parijs, en hoe ze hun activiteiten klimaatbestendig kunnen maken. Een concreet actieplan dat bovendien een positieve impact uitdraagt, zowel binnen als buiten de organisatie. BACA haalt drempelvrees weg, omdat ze grote en kleine spelers uit alle sectoren verwelkomt, al dan niet vertrouwd met de Science Based Targets (SBT). Via workshops en webinars loodst de alliantie organisaties doorheen de opbouw van een businesscase, de definiëring van hun klimaatdoelstellingen en de ontwikkeling van een gericht stappenplan voor de uitvoering ervan. Na een halfjaar sinds de oprichting telt BACA 77 Belgische organisaties. Zij vertegenwoordigen samen meer dan 12 verschillende sectoren, 247.139 werknemers en hebben een jaaromzet van 71 miljard euro. Cijfers die aantonen dat de toon is gezet en de bedrijfswereld openstaat voor klimaatactie en ambitieuze politieke plannen. Enkel wanneer verschillende actoren over sectoren en landsgrenzen heen de handen in elkaar slaan, kunnen we de enorme uitdaging van de klimaatverandering het hoofd bieden. Door Marie Delvaulx, directrice The Shift, lid van de Belgian Alliance for Climate Action (BACA)

FREDERIC PETITJEAN BALDWIN VERHOEVEN MAXENE WILLEMS LAYOUT

DEE BERNAERS COVERBEELD

IAN HERMANS DRUKKERIJ

COLDSET PRINTING PARTNERS

SMART MEDIA AGENCY. LEYSSTRAAT 27 2000 ANTWERPEN +32 (0)3 289 19 40 REDACTIE@SMARTMEDIAAGENCY.BE FOKUS-ONLINE.BE

Veel leesplezier!

Matthias Laenen Project Manager


#FOKUSMILIEU

ETAP • BRAND REPORT 3

De verlichting van morgen is circulair Verlichting heeft nog heel wat marge om milieuvriendelijker te worden. Niet alleen in het energieverbruik, maar ook in de gebruikte materialen van de armaturen en de recycleerbaarheid en herstelbaarheid daarvan.

H

oe maak je verlichting circulair? Hoe zorg je ervoor dat de voetafdruk van je verlichtingsproducten zo laag mogelijk is, zonder te besparen op comfort en kwaliteit? Bij de Belgische verlichtingsproducent ETAP Lighting International wordt er elke dag over die vraag nagedacht, zegt CEO Dominiek Plancke. En er is geen eenduidig antwoord, want het is een kwestie van verschillende factoren. “Als je verlichting circulair wilt maken, moet je in de eerste plaats een product met een lange levensduur maken”, zegt hij. “Natuurlijk gebruiken we ledverlichting, maar de ene led is de andere niet. In de verlichtingswereld spreken we van een behoudfactor, die het lichtbehoud van een lichtbron aangeeft. De gemiddelde waarde bij 50.000 branduren is 70%, wat dus betekent dat je 30% van je licht kwijt bent. Sommige producenten proberen dat op te vangen door de leds op te drijven en er meer energie in te steken om dat verlies te compenseren. Maar dan gaat je stroomrekening natuurlijk pijlsnel omhoog. Een ETAP-armatuur is meestal wat duurder in aankoop, maar heeft een behoudfactor van 97%, wat betekent dat je maar 3% van het licht kwijt bent.” “Zulke zaken duiden aan dat, wat circulaire verlichting betreft, alles al begint in de designfase van een armatuur”, zegt Plancke. “Circulariteit zit ingebouwd in je ontwerp. Daar leg je al het fundament voor een maximaal nuttige levensduur van je armatuur. Daarnaast zoeken we steeds naar opportuniteiten om het gebruik van natuurlijke grondstoffen te beperken. Zo zijn we recent voor één reeks overgeschakeld naar het gebruik van 100% gerecycleerd polycarbonaat. Producten kun je ook zo ontwerpen dat ze heel gemakkelijk onderhouden en hersteld kunnen worden. Wij zijn zelfs begonnen met het verkopen van ‘refurbished’ producten: die herstellen we volledig en kijken

Als we de doelstellingen van de Green Deal willen halen, mogen we ons niet enkel focussen op nieuwbouw. Renovatie van wat we hebben is minstens zo belangrijk. we na om dan terug op de markt te brengen, een beetje zoals dat ook met tweedehands iPhones gebeurt. Uit bijvoorbeeld een oude ‘fluobak’ halen we de tl-lamp en de optiek eruit en vervangen we dat door een ledmodule. Op die manier krijgt dat armatuur een tweede leven en moet het niet volledig weggegooid worden. Ik geloof absoluut dat we op die manier een zeer grote impact kunnen maken. Als we de doelstellingen van de Green Deal willen halen, mogen we ons niet enkel focussen op nieuwbouw. Renovatie van wat we hebben is minstens zo belangrijk.” ETAP kwam recent ook met een nieuw concept op de proppen: ‘Circular Light as a Service’ (C-LaaS). Daarbij wordt het verkopen van armaturen vervangen door een abonnement. Voor een bepaalde vergoeding zorgen zij ervoor dat gebouwen verlicht worden. Ook in deze aanpak heeft circulariteit en het groene denken een prominente plaats, aldus Plancke. “Wij ontwerpen, financieren, installeren en regelen heel de verlichting en zorgen ook voor het onderhoud. Dat zorgt er al

ETAP Lighting International werd in 1949 opgericht en is vandaag een belangrijke speler in de Europese markt voor energie­ zuinige en comfortabele verlichtingsoplossingen. ETAP ontwikkelt, produceert, installeert, financiert en onderhoudt armaturen en systemen voor verlichting en noodverlichting voor elke professionele omgeving: kantoren, industriële gebouwen, zorginstellingen, onderwijsinstellingen, enz… Alle producten worden lokaal ontwikkeld en geproduceerd in Malle. Dit maakt het mogelijk snel in te spelen op specifieke wensen en omstandigheden. ETAP heeft een sterke reputatie in maatwerk en het upgraden van bestaande verlichtingsinstallaties.

voor dat alle motivatie om een goed product af te leveren bij de fabrikant zit, omdat de armatuur ons eigendom blijft. Wij ‘verhuren’ als het ware. De circulariteit zit op het eind van het contract, want dan heeft de klant namelijk verschillende opties. Ofwel verlengt die het contract en gaan we gewoon verder, ofwel koopt de klant de installatie, met of zonder onderhoud. Trekt de klant uit het gebouw, kunnen we ofwel alles on site refurbishen of we halen de installatie weg en refurbishen die in de fabriek, voor een nieuwe of bestaande klant. Ten slotte kan de installatie ook gerecycleerd worden. Dat doen we dan volgens de strenge WEEE-normen, voor Waste Electric and Electronic Equipment.” “C-LaaS is een work in progress”, zegt Plancke. “Nog niet elk van de 6500 referenties in de ETAP-catalogus is er al klaar voor. Maar zo kunnen we de levensduur van onze armaturen enorm opschroeven en voor een tweede en zelfs derde levenscyclus gaan. Dat zijn markten die zelfs nog niet bestaan.” ETAP was betrokken bij de vernieuwing van de verlichting in een Brusselse Steinerschool. De school is volledig gebouwd met materiaal dat gerecycleerd werd uit de afgebroken WTC-torens aan het Noordstation. Zowel de deuren als het sanitair en de verlichting hing ooit in die torens. De school deed dit uit zorg voor het milieu, alleen was de kwaliteit van die oude verlichting niet bepaald om over naar huis te schrijven. De armaturen werden daarop door ETAP ‘gerefurbished’ met de nieuwste materialen en volgens de nieuwste technieken. Het resultaat: een dubbel zo hoge lichtopbrengst aan 67% meer energie-efficiëntie. Meer licht voor minder energie. Bovendien werd zo 61% staal en 80% verf bij de productie bespaard. “Zo’n aanpak is perfect voor renovatieprojecten”, zegt Plancke.


4 TECHNOLOGIE

FOKUS-ONLINE.BE

Kunstmatige intelligentie voor een betere wereld Artificial intelligence en machine learning kunnen een stevige bijdrage leveren aan een groene, circulaire en milieuvriendelijke economie. Ook in ons land doen bedrijven steeds meer beroep op slimme computeralgoritmes om de negatieve gevolgen van de economische groei tegen te gaan en hun impact op mens en milieu zo klein mogelijk te houden.

E

en van die bedrijven is bijvoorbeeld element61, een Brusselse technologiespecialist die AI-modellen implementeert voor zijn klanten. In opdracht van een vleesverwerkend bedrijf bouwden zij een algoritme dat aan ‘demand forecasting’ kon doen. Daarbij proberen computers te voorspellen hoeveel vlees de winkels gaan verkopen. Dat is handig, want zo kunnen die winkels hun inkoop optimaliseren, voedselverspilling tegengaan en kunnen vrachtwagens efficiënter hun rondes doen. “Het algoritme werkt vooral goed bij snel roterende goederen, daar is de accuraatheid erg hoog”, zegt Bart Van Der Vurst van element61. “Bij producten die weinig verkocht worden of die niet constant voorradig zijn, was het lastiger. Daar kun je plotse opstoten in de verkoop hebben die moeilijk in te schatten zijn.” Om te voorspellen of er veel worst dan wel veel filet americain verkocht zou worden, deed element61 een beroep op verschillende databronnen. Van Der Vurst: “Wat staat er op de voorpagina van de wekelijkse folder? Wat staat er in promotie? Welke promotie is dat: -20%, 1+1 gratis of 1+3 gratis? Is het vakantie of weekend? Wat voor weer wordt het? Als er zon voorspeld wordt, doet barbecuevlees het goed, net als salades en broodjes. We keken ook naar kassagegevens uit het verleden, tot twee jaar terug, en probeerden daar patronen in te vinden. Dan zag je bijvoorbeeld dat de impact van een bepaalde 3+1-promotie op zaterdag in combinatie met het voorspelde weer helemaal anders is dan diezelfde promotie in een midweek met een feestdag.” De kwaliteit van de data was cruciaal voor het model, legt Van Der Vurst uit. “De grootste uitdaging was niet AI op zich, maar

Het algoritme werkt vooral goed bij snel roterende goederen, daar is de accuraatheid erg hoog. — Bart Van Der Vurst

wel om aan goede en genoeg data te komen. Als er bijvoorbeeld gehakt verkocht werd, was het soms lastig om uit te maken of dat gehakt in spaghetti was, gewoon gehakt of gehakt in bouletjes. Voor ons model maakte dat een groot verschil. Ook de grootte van het bedrijf zelf speelt daarin een rol: hoe groter, hoe meer data ze kunnen capteren.”

Momenteel is het AI-project bij de vleesspecialist tijdelijk on hold gezet. “Door corona heeft onze klant voorrang moeten geven aan andere projecten”, zegt Van Der Vurst. “Maar tegelijk zijn ook andere voedingsbedrijven al met het model aan de slag gegaan, onder meer een industriële bakkerij en een groenteen fruithandel.”

Maar niet alleen de voedselindustrie kan profiteren van AI, dat bewijst het Leuvense bedrijf Hydroscan. Met hun software LeakRedux helpen ze waterbedrijven te voorspellen waar in hun leidingnetwerk lekken zitten. Het doel: die lekken zo snel mogelijk opsporen en liefst voorkomen. “Elke watermaatschappij heeft debietmeters die meten hoeveel water er ooit naar de gebruikers is gevloeid”, zegt directeur Patrick Swartenbroekx. “Op basis daarvan kan de tool voorspellen wat op dit moment een correct debiet zou zijn. Daarbij wordt rekening gehouden met de tijd van het jaar, de verlofperiodes en weersomstandigheden. Zodra er een afwijking wordt gesignaleerd slaat het systeem alarm.” De waterbedrijven zijn typische gebruikers van dergelijke softwaretools, zegt Swartenbroekx, maar ook bijvoorbeeld warmtenetten kunnen er hun voordeel mee doen. “De software is in eigen beheer gemaakt en draait in de cloud. Het gaat ook verder dan lekdetectie. Als er bijvoorbeeld ergens een klep openstaat die dicht moet zijn, dan weten wij dat. Als de brandweer ergens een brand blust, dan zien we dat. Het systeem kan ook prioriteiten stellen en advies geven over bijvoorbeeld welke lekken eerst moeten worden gerepareerd.” Een meerderheid van de Vlaamse watermaatschappijen gebruikt LeakRedux al. Hydroscan manifesteert zich ondertussen ook op de buitenlandse markt, onder meer in Vietnam, China, Bulgarije en Marokko. “Ook in Brazilië, maar met COVID-19 vertragen de zaken wel”, zegt Swartenbroekx. “Anders waren we daar nu allicht al bezig geweest.” Door Frederic Petitjean


#FOKUSMILIEU

ZWARTOPWIT • BRAND REPORT 5

Het witte blad wordt steeds groener Het maagdelijk witte blad is niet altijd even ‘schoon’. De drukkerswereld heeft een stevige milieu-impact. Al komt daar stilaan verandering in, want ook in de grafische sector ligt de nadruk steeds meer op duurzaamheid.

I

n een wereld waar grondstoffen schaarser en duurder worden, zetten steeds meer bedrijven in op een duurzamer economisch systeem. Uit een steekproef van SERV, het overlegorgaan van de sociale partners, blijkt dat bedrijven steeds doordachter omspringen met hun grondstoffen en materialen, en ze waar mogelijk zelfs recupereren of recycleren. Ook in de printsector werd het productieproces de voorbije jaren duurzamer. Daarbij heeft de sector zijn voornaamste grondstof alvast mee: papier is een natuurlijk product dat zich helemaal thuisvoelt in een circulaire economie. Een aanzienlijk deel van al het geproduceerde papier en karton wordt vandaag dan ook al van gerecycleerde vezel gemaakt. “Al wil dat nog niet zeggen dat al die producten ook duurzaam zijn”, merkt Manu Lemeur, zaakvoerder van drukkerij ZwartopWit fijntjes op. “Papier kan niet eindeloos gerecycleerd worden. Om de kwaliteit te bewaren moeten er toch verse houtvezels aan toegevoegd worden. Gelukkig kan ook dat ecologisch verantwoord gebeuren als je kiest voor hout uit duurzaam beheerde bossen.” Recyclage is één ding, maar om volledig duurzaam te worden zal de drukkerswereld meer inspanningen moeten leveren. De traditionele druktechnieken gaan immers vaak samen met het gebruik van schadelijke chemische stoffen. Terwijl ook dat heel wat schoner kan, zo bewijst ZwartopWit: “Onze inkt is al enkele jaren op basis van plantaardige in plaats van minerale olie, en in volle coronacrisis besloten we te investeren in een duurdere, maar duurzamere procesloze ontwikkeling. Zo namen we afscheid van de aluminium offsetplaten die in een milieuonvriendelijk chemicaliënbad ontwikkeld moeten worden en besparen we bijna één miljoen liter per jaar.”

Drukwerk draait om emotie, het moet kwalitatief zijn én de moeite om minstens één week bij te houden. Niet elke drukkerij kan of wil haar dure drukpersen, met bijbehorende chemische werkwijzen, zomaar bij het grofvuil zetten, maar zelfs dan nog kan de sector verduurzamen. Door papierverlies te beperken, bijvoorbeeld. “Door efficiënter te drukken gaat er heel wat minder papier verloren”, bevestigt Lemeur. “Is er toch nog restpapier? Dan gaat een groot deel ervan naar de onderneming Redopapers, die er notitieboeken en blocnotes van maakt. Vroeger kwamen ze die restjes oppikken, vandaag hebben we ons productieproces zo georganiseerd dat Redopapers een melding krijgt wanneer er een reststuk is, zodat ze dat meteen kunnen laten bedrukken, samen met het drukwerk van onze andere klanten. Die stroomlijning zorgt voor nog minder restafval.” Je kunt als drukker ook de restproducten uit andere sectoren van de afvalberg redden. Papier van houtafval, stro of zelfs aardappelzetmeel: het kan allemaal. “Het jaarverslag van Natuurpunt drukten we in 2018 op graspapier, gemaakt van het maaisel van natuurgebieden vermengd met houtvezels”, vertelt Lemeur. “Ook vandaag bieden we nog producten in dat graspapier aan. Dat is een mooie aanvulling op het gamma.” Hoe groen het papier ook is dat uit de drukpers rolt, die machine zelf blijft vaak een gulzige energieslurper. En

ZwartopWit biedt al meer dan 20 jaar kwaliteitsvol drukwerk aan via hun webshop. Achter het online verhaal schuilt de ‘echte’ drukkerij in Herenthout met 86 jaar aan ervaring. Bijna 100 medewerkers tonen er hun expertise en liefde voor het vak. Sinds 2016 mag ZwartopWit zich 100 procent CO2-neutraal noemen – van de prepress, over de afwerking, tot de levering. Zo maakt het hun slogan ‘duurzaam drukwerk’ volledig waar.

dan zijn er ook nog de bestelwagens die de leveringen moeten rondbrengen en het woon-werkverkeer van de vele noodzakelijke medewerkers. Wil de printsector zijn duurzame ambities waarmaken, dan neemt het dus best ook zijn CO2-uitstoot onder de loep. “Hier nemen we onze baseline ‘duurzaam drukwerk’ alvast heel serieus: 100 procent groene stroom, zonnepanelen, een ambitieus fietsbeleid voor onze medewerkers, minder vrachtwagens op de baan… En wat we toch nog uitstoten, compenseren we via natuurprojecten. Sinds 2016 zijn we dan ook volledig CO2-neutraal.” Wat de voetafdruk van de sector ook kan verkleinen is, heel eenvoudig, minder drukken. Want valt er toch niet té veel ongevraagd drukwerk in de bus? “Ik heb al jaren een sticker ‘geen ongeadresseerd reclamedrukwerk’ aan mijn brievenbus hangen, en dat voor een drukker”, lacht Lemeur. “Het is waar: er wordt te veel in het wilde weg rondgestuurd. Daarom is ons uitgangspunt: drukwerk draait om emotie, het moet kwalitatief zijn én de moeite om minstens één week bij te houden.” De omslag naar meer duurzaamheid hoeft trouwens niet alleen uit de sector zelf te komen. Ook de klant en eindgebruiker kunnen ertoe bijdragen. “Grote merken kunnen met hun duurzaamheidsambities de sector alleen maar meer in beweging zetten. Zeker bij verpakkingsdrukwerk zien we dat de stijgende interesse in duurzame voedingsmiddelen zorgt voor een grote vraag naar duurzaam papier en karton, waarop ook niet zo nodig vervuilende lak of folie moet”, klinkt Lemeur positief. “En bij de klant draait het vooral om heldere, eerlijke communicatie: uitleggen waarom een bepaalde papiersoort of specifiek productieproces duurder maar ook beter is. Zo blijft er een schone toekomst voor drukwerk weggelegd.”


6 CIRCULAIR BOUWEN

FOKUS-ONLINE.BE

Hergebruiken in plaats van platgooien België krijgt lof én kritiek van OESO De OESO heeft haar ‘Environmental Performance Review’ voor ons land gepubliceerd. Vooral Vlaanderen krijgt goede punten voor afval-, materialen- en bodembeheer, zo schrijft Bouwkroniek. De Belgische bouw recycleert nu meer dan 9 pro­ cent van het bouw- en sloopafval, daarmee zitten we in de Europese top. Er is wel nog ruimte voor bij­ komende inspanningen. Ons land ligt bijvoorbeeld niet op schema om in 2050 de Kyoto-doelstellin­ gen te halen.

Hoeveelheid bouwafval blijft stijgen De hoeveelheid bouwafval die in België wordt geproduceerd blijft stijgen, zo blijkt uit cijfers van Statbel. In 2004 was de sector goed voor iets meer dan 11 miljoen ton afval. Tien jaar later, in 2014, was dat al 18,3 miljoen ton. Voor 2018, het jaar met de meest recente cijfers, zitten we aan 22,6 miljoen ton. Dat is dus een verdubbeling op veertien jaar tijd. Bouwafval is op die manier goed voor een derde van al het afval dat in ons land geproduceerd wordt.

Door meer in te zetten op circulair bouwen, hergebruik en recyclage vallen er in de bouwindustrie nog enorme milieuwinsten te rapen. Hoe kan de sector dat aanpakken? Welke uitdagingen komen daarbij kijken? En waarom stonden we 150 jaar geleden eigenlijk verder qua circulair bouwen dan tegenwoordig?

B

ouwen is een milieubelastende activiteit die ook heel wat natuurlijke grondstoffen vraagt. “De bouw is in totaal goed voor zowat 40 procent van alle CO2-uitstoot”, zegt Jurgen Naets van Ecobouwers, dat gelieerd is aan Bond Beter Leefmilieu. “Terwijl de bouw ‘maar’ goed is voor ongeveer 10 procent van de economische meerwaarde. Het is ook zeer waterintensief: ongeveer een derde van al het verbruikte water gaat naar bouwactiviteiten, bijvoorbeeld voor betonproductie. Ook ongeveer een derde van alle afval komt van de bouw.” Alleen die cijfers tonen aan dat er nog fikse verbeteringen mogelijk zijn qua duurzaamheid. “De bouwwereld is daar zeker mee bezig en heeft op sommige vlakken ook al grote stappen gezet”, zegt Naets. “Neem het energieverbruik van gebouwen, dat is de laatste jaren systematisch en stevig ingeperkt. Maar de bouw is ook wel een vrij conservatieve sector. Er zijn early adopters die met heel innovatieve zaken bezig zijn, maar het sijpelt allemaal maar traag door naar de brede massa.”

Een beloftevolle evolutie is circulair bouwen. “Daarbij worden grondstoffen en hulpbronnen zo veel mogelijk ontkoppeld van het bouwproces”, legt Naets uit. “We ontginnen of maken geen nieuwe grondstoffen, maar houden gebruikte materialen in de cyclus. Circulair bouwen zet heel erg in op recyclage en hergebruik en ontlast zo dus ons leefmilieu.”

for Architectural Engineering aan de VUB. “Gebouwen moeten zo snel mogelijk opgetrokken worden om te renderen. Daarom ging men bijvoorbeeld materialen veel meer aan elkaar lijmen, waardoor ze bijna niet meer te scheiden vielen. De manier waarop er de laatste 30 à 50 jaar gebouwd werd, maakt recyclage erg lastig. Dat is ondertussen gelukkig aan het beteren.”

Dat klinkt als een futuristisch, revolutionair idee, maar niks is minder waar, zegt Caroline Henrotay van Leefmilieu Brussel. “Het ontmantelen en hergebruiken van bouwmateriaal was tot het einde van de negentiende eeuw een zeer courante praktijk. Gebouwen werden toen geveild en het gebruikte materiaal werd verkocht om hergebruikt te worden. Het idee dat slopen sowieso beter is dan renoveren stamt uit de wegwerpcultuur van de vorige eeuw.”

Naast de gebruikte bouwmethoden zou ook de manier waarop gebouwkosten berekend worden op de schop moeten, zegt Henrotay. “In de bouw wordt nu vooral rekening gehouden met directe kosten. Die moeten zo laag mogelijk zijn. Dat dat later leidt tot hogere beheer-, herstel- en renovatiekosten, wordt veel minder bekeken. Als een gebouw gemakkelijker aan te passen en te ontmantelen is, zullen je renovatie- en ontmantelingskosten natuurlijk ook kleiner zijn. Daarnaast is het ook belangrijk om de milieu-impact en dus externe kosten in rekening te nemen.”

Aan de basis van dat idee lag – niet verwonderlijk – geld. “Time is money in de bouw”, zegt Stijn Elsen, oprichter van het architectenbureau Kaderstudio en onderzoeker bij het Research Lab

Naets is het daarmee eens. “Men moet de kosten van een circulair gebouw eigenlijk veel trager

Samen met UNILIN Panels verder bouwen aan de circulaire economie? Circulair bouwen is in opmars in Vlaanderen. Gebouwen worden steeds vaker selectief gesloopt om zo veel mogelijk materialen te recupereren en hergebruiken als grondstof. UNILIN Panels is al meer dan 60 jaar aanhanger van het circulaire principe. “We moeten op zoek naar duurzame oplossingen om onze business te behouden. Circulariteit biedt die kans én levert bovendien extra voordelen op. Het is uiteraard een hele verbetering qua impact op het milieu”, aldus Kristof Van Hoye - Category Manager Circular Economy, Waste & Trading Goods bij UNILIN Panels. “We kiezen bewust voor herwonnen hout om spaanplaten en MDF te maken. Dit is hout en houtafval dat voor een ander niet meer bruikbaar is en we zo redden van de verbranding. We winnen onze grondstof op een duurzame manier waardoor kappen niet nodig is en unilinpanels.com

engageren ons om hout zo lang mogelijk in circulatie te houden”, legt Kristof uit. Niet-recycleerbaar hout zet UNILIN Panels om naar groene elektriciteit en warmte. Dat doen ze in hun eigen productie, of in één van hun twee energiecentrales. Zo beperken ze het gebruik van fossiele brandstoffen en zetten ze afvalstromen om in groene energie. Het overschot aan hernieuwbare energie wordt op het net gezet. Deze duurzaamheidsmissie deelt UNILIN Panels met veel bedrijven. Die gedeelde visie leidt tot een heel leuke en unieke samenwerking. Van recuperatie van afvalhout tot de verwerking ervan in nieuw plaatmateriaal en de integratie ervan in bijvoorbeeld wandpanelen en maatwerkmeubilair voor kantoren, winkel- of hotelinterieurs.

afschrijven en anders berekenen. Het probleem is ook dat een hele keten van actoren van die aanpak overtuigd moet zijn: de architect, de aannemer, de boekhouders en banken, de overheid, de vervoerders van bouwmaterialen… Die op één lijn krijgen kost tijd.” Bovendien zal circulair bouwen initieel altijd meerkosten met zich meebrengen, omdat het intensiever studie- en denkwerk vereist, aldus Naets. “Circulair bouwen betekent ook dat een gebouw in de loop der tijd verschillende functies kan aannemen. Een kantoorgebouw kan over 20 jaar een sporthal zijn. Of iets anders wat we nu nog niet weten. Maar om dat mogelijk te maken, moet je er in de ontwerpfase wel al rekening mee houden.” “Circulair bouwen is nog lang geen business as usual in België”, zegt Henrotay. “Maar er beweegt wel heel wat om een transitie te ondersteunen. En dat zal alleen lukken als alle actoren betrokken worden.” Door Frederic Petitjean


Podcast ‘In de Lift’: De ideale ondernemer is een ondernemer met idealen Wetenschap, sociologie, mentale gezondheid, relaties of een in-depth uiteenzetting van Game of Thrones: de thema’s van podcasts zijn extreem uiteenlopend, en ondertussen vind je gemakkelijk voor ieder wat wils. Ook ondernemers, en dan vooral die met een focus op maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), schuiven de laatste tijd steeds vaker voor de micro om hun verhaal te doen. Podcast is alive and kicking. Het medium wint al enige tijd aan populariteit, en dat bij zowat iedere leeftijdsgroep. De cijfers van de laatste Digimeter van imec toonde aan dat zowel millennials (23 procent), veertigers (18 procent) én vijftigers (15 procent) maandelijks naar een podcast luisteren. Een groot deel van die groepen doet dat zelfs wekelijks. Het zijn percentages die ongetwijfeld in een stijgende lijn zullen blijven gaan. Van een gortdroge natuur en wetenschap-babbel tot sappige en hyperkinetische celebrity talks: je kunt met alle gemak eender welke matige interesse aanwakkeren door naar de ontelbare podcasts in binnen- en buitenland te luisteren. Tussen enkele adempauzes op het thuiskantoor door, tijdens de grote kuis of andere huishoudmomenten, of wanneer je een zoveelste wandeling maakt. In eigen land zien we ondertussen veel podcasts opkomen die het ondernemerschap onder de loep leggen. De reden daarvoor is simpel: ondernemers hebben niet enkel een uniek verhaal over het ontstaan van hun product of dienst, maar vooral ook de passie om erover te vertellen – van het vallen tot het weer opstaan, en vooral alle leermomenten daartussenin.

Voornamelijk jonge ondernemers die de stap naar het autonome leiderschap nemen brengen de laatste jaren een frisse wind doorheen het ondernemerslandschap. Winst maken is voor een groot deel van hen niet langer prioriteit numero uno, wél het creëren van een positieve impact op hun omgeving. Zowel op vlak van milieu, mens en maatschappij. 80 procent zegt zelfs het gevoel te hebben dat hun onderneming een zekere mate van maatschappelijke verantwoordelijkheid draagt. Ongeveer de helft zet die woorden ook daadwerkelijk om in daden (studie van Etion en Acerta, 2018). De jonge – lees: millennial – werker staat dan ook al een tijdje bekend als een nieuwe generatie die de arbeidsmarkt betreedt en de werkvloer met een heel ander paar ogen bekijkt. Of in dit geval: een geheel eigen werkvloer creëert. Voor deze generatie ondernemers staan duurzaamheid, gelijkheid en inclusie, vrijheid, flexibiliteit en diversiteit centraal. Dat die termen niet slechts holle woorden zijn, bewijzen ze door er een aanzienlijke pijler van te maken binnen hun onderneming. Op de website ondernemenvooriedereen.be vind je bijvoorbeeld een heel aantal testimonials en voorbeelden terug van ondernemers die hun zaak startten vanuit een persoonlijke beweegreden, die zich doortrekt naar hun omgeving en de samenleving in haar geheel. Het jonge ondernemerschap zet dromen en aspiraties, en een zekere vorm van collectivisme, om in corebusiness. Een nooit aflatende passie voor het ondernemen combineren deze entrepreneurs met de gedrevenheid om van de wereld een betere plek te maken.

Podcast ‘In de Lift’ powered by Fokus Fokus heeft in 2020 een eigen podcast in het leven geroepen: ‘In de Lift’. De doelgroep? Je kunt het al raden: de jonge ‘millennial’ ondernemer. Momenteel loopt seizoen twee, waarin we jonge ondernemers aan het woord laten over de ups en downs van het ondernemen, de twijfels die er kunnen bestaan vooraleer je start, de vele euforie-momenten tijdens het ondernemen en de talloze manieren van ontspanning na de zelfgekozen uren. Voor deze podcast richten we ons specifiek op die ondernemers die hun hart en ziel in hun zaak steken, maar zich eveneens inzetten om de impact op milieu, mens en maatschappij zo klein of positief mogelijk te houden. Zo richtten we ons eerder al op thema’s als duurzaam papiergebruik en -hergebruik (Redopapers), plasticreductie (Dripl), het tegengaan van voedselverspilling (Too Good To Go), natuurbescherming (Ines Goovaerts), slimme energie (Lifepowr) en veel, véél meer. Daarnaast behandelen we ook thema’s als work-lifebalance, zelfliefde en -acceptatie, inclusieve communicatie, communitybuilding, de kracht van creatives… In de Lift vind je terug op alle grote podcastkanalen zoals Spotify, Apple Podcast, Google Podcasts en ook SoundCloud. Ben jij een ondernemer met een hart voor mens, milieu en maatschappij of ken jij zo iemand? Contacteer ons dan via podcast_indelift@smartmediaagency.be of vind ons terug op de socials @__indelift. En als je dan toch bezig bent, kun je meteen ook @fokus.online en @smartmediaagencybe even checken voor al onze contentcreaties!

Luister nu naar alle afleveringen! Feedback, creatieve ideeën of voorstellen voor interessante ondernemers die jou inspireren horen we graag via podcast_indelift@smartmediaagency.be.


IJSFABRIEK STROMBEEK: Ruim een eeuw ervaring in gassen Industriële gassen als zuurstof, stikstof of argon hebben zeer brede toepassingsgebieden in de industrie, de voeding en de medische wereld. Bij IJsfabriek Strombeek hebben ze meer dan 100 jaar ervaring met deze toch wel uitzonderlijke producten. De geschiedenis van IJsfabriek Strombeek gaat terug tot 1904, toen het bedrijf werd opgericht door de overgrootvader van huidig directeur Dieter Soens. “Het eerste succesproduct was ijs”, vertelt hij. “Vandaar ook de naam. Dat was in die tijd erg populair om voedsel te koelen. Koelkasten, laat staan diepvriezers, bestonden immers nog niet. Op een bepaald moment wordt het productenpalet uitgebreid met CO2-flessen die aan cafés werden geleverd om bier te kunnen tappen. Dat gamma aan gassen werd snel uitgebreid, omdat mijn grootvader bij een reis naar Amerika de opkomst van de koelkasten had gezien. Hij vermoedde dus dat de vraag naar ijs zou afnemen. Na de oorlog werd bijvoorbeeld de verkoop van zuurstof en acetyleen heel belangrijk. Dit wordt gebruikt bij het lassen en dat werd in de jaren na de oorlog – de wederopbouw – natuurlijk enorm veel gedaan.”

dan weer gebruikt in diverse toepassingen in zowat alle sectoren, bijvoorbeeld als verpakkingsgas of als inert gas in de chemische industrie. Het aantal toepassingen is echt enorm.”

Essentieel bedrijf Tegelijk blijft uiteraard ook zuurstof, die klassieker, in het gamma. “We bevoorraden een vijfendertigtal ziekenhuizen over heel België met zuurstof”, legt Dieter uit. “We hebben daar natuurlijk ook de nodige certificaten voor gekregen van de overheid. Net als bijvoorbeeld argon of stikstof fabriceren we die zuurstof niet zelf. Onze toegevoegde waarde ligt wel duidelijk in de kwaliteitsgaranties die we kunnen bieden bij het verwerken van de zuurstof op flessen. En in de scherpe prijs die we kunnen aanrekenen, uiteraard.”

www.ijsfabriekstrombeek.be

IJsfabriek Strombeek werd tijdens de pandemie ook beschouwd als een “essentieel” bedrijf. Het heeft dus altijd kunnen doorwerken. “En gelukkig maar”, zegt Dieter, “want het was op sommige momenten alle hens aan dek. Nu nog, trouwens. Wij verdelen bijvoorbeeld ook droogijs en dat is een van de methodes die gebruikt wordt om de koeling te garanderen bij het transport van vaccins. Bij diverse klanten in de logistieke koudeketen merken we ook een verhoogde vraag naar droogijs. Gelukkig zijn wij, vergeleken met veel van onze concurrenten, een klein, familiaal bedrijf dat snel en flexibel kan schakelen. Onze mensen hebben tijdens de crisis zeer veel bereidwilligheid getoond, met alle respect voor de coronamaatregelen, natuurlijk. Daar ben ik hen ook dankbaar voor.” Lachgas? Niet om te lachen

Lasersnijden Momenteel verdelen de honderd werknemers van IJsfabriek Strombeek al lang niet meer alleen zuurstof. Het gamma bestaat uit tientallen gassen en gasmengsels voor een breed gamma aan toepassingen, dat gaat van helium en argon over stikstof, perslucht en lachgas tot medische gassen. “De maakindustrie, de voedingsindustrie, de tuinbouw en de medische sector zijn zo typische klanten van ons”, vertelt Dieter. “Helium wordt bijvoorbeeld niet alleen gebruikt om ballonnen te vullen, maar dient in laboratoria als draaggas voor chromatografie, bij lasersnijden als hulpgas, bij TIGlassen als beschermgas en bij lekdetectie. Stikstof wordt

het ziekenhuis te garanderen. Bij het overgrote deel van de ziekenhuizen was het voldoende om het aantal leveringen te verhogen.”

De huidige coronapandemie heeft de nood aan zuurstof in ziekenhuizen zelfs nog extra aangescherpt. Ook bij IJsfabriek Strombeek was de hausse voelbaar. “Bij sommige ziekenhuizen lag het verbruikte volume vijf tot soms tien keer hoger dan normaal”, vertelt Dieter. “Bij enkele ziekenhuizen was de stijging dermate groot dat een uitbreiding van de opslagcapaciteit noodzakelijk was om de toevoer naar

Om af te sluiten, nog een praktische vraag. Industriële gassen moeten soms wel met de nodige omzichtigheid behandeld worden. Mag iedereen die zomaar kopen? “In de overgrote meerderheid van de gevallen mag dat”, zegt Dieter. “Voor industriële gassen verkopen we bijvoorbeeld regelmatig rechtstreeks aan particulieren, meestal aan mensen die thuis een lastoestel hebben staan. Uiteraard geldt dat niet voor medische gassen, hiervoor zijn specifieke toelatingen nodig en verloopt de aankoop op doktersvoorschrift en via de apotheker. Een belangrijke uitzondering is lachgas. Omdat dat een hallucinerende werking heeft, wordt dit enkel aan professionele gezondheidswerkers of B2B verkocht. Je moet dus echt wel een goede en gemotiveerde reden hebben om dat bij ons te kopen.”


Hoe deze verpakkingsproducent zijn steentje bijdraagt aan een duurzame toekomst: “Duurzaamheid vormt het hart van ons businessmodel”

De cijfers zijn hallucinant: in de Europese Unie alleen al werden in 2018 meer dan 1,13 biljoen verpakkingen gebruikt. Als je weet dat die verpakkingen een belangrijk deel uitmaken van de afvalberg en plasticsoep, dan weet je dat verpakkingsproducenten een aanzienlijke rol kunnen spelen in het streven naar een circulaire economie. DS Smith, met vier Belgische productievestigingen en een PackRight Innovation Centre in Gent, neemt hierbij op heel ambitieuze wijze de handschoen op.

Het bedrijf kondigde aan maar liefst 115 miljoen euro in R&D en innovatie te investeren en zo de circulaire economie te stimuleren. Die investering kadert in de nieuwe Now and Next-duurzaamheidsstrategie van DS Smith, die in het najaar van 2020 werd gelanceerd. Om de ambities daarin waar te maken, is inzetten op R&D een absolute must. Zo wil DS Smith zijn klanten binnen de twee jaar 100 procent recycleerbare verpakkingen aanbieden en tegen 2025 een miljard stuks moeilijk te recycleren supermarkt- en e-commerceplastics vervangen. “De investering van 115 miljoen euro zal onder andere worden aangewend voor de ontwikkeling van nieuwe technieken rond natuurlijke papiervezels en de oprichting van een nieuwe prototyping- en testfaciliteit rond baanbrekende technologieën”, aldus Philip Bautil, Managing Director Benelux, “maar ook voor de ontwikkeling van nieuwe materialen ter vervanging van kunststoffen, en zelfs een proefproject om de G-krachten van e-commerceverpakkingen tijdens het transport te meten, zodat verspilling en beschadigde pakketten kunnen worden tegengegaan.” Cirkel sluiten door slim design Met die investering loopt DS Smith als verpakkingsspecialist voorop in de ontwikkeling van verpakkingen die minder impact hebben op het milieu. “Belangrijker is echter dat wij een bijdrage leveren aan de bredere samenleving door circulaire verpakkingsoplossingen te bieden en onze klanten te ondersteunen bij de overgang naar een circulaire economie”, gaat Philip Bautil verder. “Daarom bevat onze Now and Next-duurzaamheidsstrategie nog

veel meer initiatieven en projecten. Zo hebben we onszelf uitgedaagd om 250.000 vrachtwagenritten van de wegen te halen en vijf miljoen jongeren te betrekken bij ons verhaal van circulaire economie. En uiteraard willen we ook onze eigen medewerkers zoveel mogelijk een rol laten spelen in onze duurzaamheidsstrategie. Zo hebben we vorig jaar onze 700 verpakkingsontwerpers opgeleid in Circulair Ontwerp, zodat zij heel intuïtief en efficiënt de vijf Circular Design Principles van DS Smith kunnen toepassen in het verpakkingsontwerpproces. Het gaat dan concreet om merken en producten beschermen met verpakkingen; materialen en ontwerpen optimaliseren; materialen behouden en herwinnen; efficiëntie in de supply cycle maximaliseren en betere duurzame oplossingen vinden en ontwikkelen.” 87 ton minder CO2 “Met de toevoeging van de nieuwe Circular Design Metrics – een baanbrekend instrument dat het mogelijk maakt om de prestaties van een verpakkingsontwerp te zien en te vergelijken aan de hand van acht indicatoren – wordt het bovendien perfect mogelijk om de impact van elke ontwerpbeslissing te beoordelen, en klanten te helpen de beste circulaire verpakkingsoplossingen te creëren”, aldus Philip Bautil. Een van die klanten is supermarktconcern Delhaize. Samen met DS Smith slaagde Delhaize erin om een duurzaam antwoord te vinden op de spectaculair toegenomen vraag naar thuisleveringen. De nieuw ontworpen Direct Box, een innovatieve herbruikbare golfkartonnen tray die voor 100 pro-

cent uit recycled karton bestaat, kan Delhaize de CO2-uitstoot met meer dan 87 ton verminderen. Met de Now and Next-duurzaamheidsstrategie wil DS Smith maatschappelijk verantwoord ondernemen door de cirkel zo goed mogelijk sluiten. Door in te zetten op slim design – onder meer door het gebruik van een nieuwe technologie die het mogelijk maakt overtollige papiervezels uit verpakkingen te ontwerpen en tegelijkertijd de algemene sterkte en veerkracht te verbeteren – maar ook afval- en vervuilingsreductie met behulp van circulaire oplossingen. “Om die reden werken wij samen met partners aan de ontwikkeling van volledig circulaire strategieën – van ontwerp tot productie en levering tot recycling”, aldus Philip Bautil. Non-stop blijven werken Het blijft echter niet bij mooie woorden in de Now and Next-duurzaamheidsstrategie: DS Smith plakt daar heel concrete jaartallen op. Zo wil het bedrijf tegen 2030 al zijn verpakkingen gerecycleerd of hergebruikt zien, elke vezel in elke supply chain geoptimaliseerd hebben en zijn CO2-emissie met 30 procent hebben gereduceerd ten opzichte van het referentieniveau uit 2015. “Duurzaamheid vormt niet voor niets het hart van ons businessmodel”, aldus Philip Bautil. “We willen onze expertise zoveel mogelijk inzetten om kleine en grote bedrijven te helpen bij het circular-ready worden. Verder blijven we non-stop werken aan innovatieve verpakkingsoplossingen die zorgen voor 100 procent recycleerbaarheid of hergebruik, waarbij elke papiervezel wordt geoptimaliseerd en er alternatieven voor probleemplastics worden geboden.”


10 INTERVIEW

FOKUS-ONLINE.BE

Nic Balthazar

‘Onze overheid verzaakt aan haar zorgplicht’

Film- en televisiemaker Nic Balthazar zet zich onvermoeibaar in voor het klimaat. Hij ziet een en ander mislopen in de wereld, maar koestert wel hoop voor de toekomst. Samenwerken is de boodschap, want als we het willen, kunnen we het. Door Baldwin Verhoeven Beeld Ian Hermans


#FOKUSMILIEU

INTERVIEW 11

N

ic Balthazar (56) is naast televisiemaker en filmregisseur ook klimaatactivist. In 1994 al verscheen hij op televisie met de ecologische quiz Idefix, maar het is pas na Al Gores An Inconvenient Truth (2004) dat Nic besefte dat je niet enkel over het klimaat informeert maar er ook voor demonstreert en protesteert. Zo maakte hij in 2008 met een paar duizend vrijwilligers de kortfilm The Big Ask en wist hij met acties als Dance for the Climate en Sing for the Climate respectievelijk 10.000 en 380.000 mensen op de been te brengen. Met zijn Klimaatbetoog (2019) probeerde Nic het hele verhaal op VRT nog in 50 minuten samen te vatten. Maar is er na al die jaren dan al veel veranderd? “Net op het moment dat ik de moed voelde zakken, is Youth for Climate opgestart. Dat vind ik een fantastische beweging van jonge mensen, met die heel bijzondere Greta in Zweden en Anuna hier bij ons.” Het is overigens voor die jonge mensen dat Nic het allemaal doet. “Plots heb je kinderen en verandert je hele wereldbeeld. Als we op deze manier voortdoen, verwarmt volgens de VN de aarde zo’n 3 tot 5°C tegen het einde van deze eeuw. Dat is iets wat de kleinkinderen van deze generatie dus absoluut zullen meemaken.” Een wereld die 3°C – laat staan 5 – warmer wordt, is kort samengevat de absolute hel. “Kijk gewoon wat er nu al gebeurt met een opwarming van iets meer dan 1°C. Het kot staat al in brand, maar dat wil niet zeggen dat we niet meer moeten beginnen met blussen. Integendeel. Want wat gaan we zeggen wanneer onze kinderen later zeer terecht vragen: ‘papa, je wist dat dit ging gebeuren. Waarom heb je daar dan niets aan gedaan?’ Zoals we van de staat verwachten dat die ons als een ‘goede huisvader’ beschermt, heb ik als gewone vader dat gevoel ook.”

Vlamingen zijn massaal beginnen isoleren, recycleren en zonnepanelen installeren. Ook daarin behoren we tot de wereldtop. Of de staat dan een goede huisvader is, daar bestaan echter twijfels over. Nic Balthazar is een van de oprichters van vzw Klimaatzaak, een rechtszaak waarin 65.295 burgers de Belgische overheid voor de rechter dagen. Het initiatief is geïnspireerd door Urgenda, de Nederlandse klimaatzaak die onder leiding van Roger Cox een overwinning behaalde op de Nederlandse overheid. “Het is ingewikkeld, maar eigenlijk ook simpel wat er moet gebeuren: onze emissies moeten drastisch omlaag. Tegen 2050 moet de wereld draaien op een koolstofvrije economie. België ging daarmee akkoord, maar om daar te geraken moeten we jaarlijks zo’n 7 à 8 procent dalen. Dat is dit jaar bijna gelukt omwille van de coronacrisis, maar de voorbije zes jaren was er in ons land geen enkele daling. Onze overheid verzaakt dus aan haar zorgplicht.” De Klimaatzaak kwam van 16 tot 26 maart onder weinig media-aandacht voor de rechters, die begin juli een oordeel zullen vellen.

Nic benadrukt dat er natuurlijk al een hoop inspanningen zijn geleverd. “We zien dat we het kunnen als we het willen. Op vlak van offshore windenergie zijn de Belgen bijvoorbeeld wereldkampioenen. Zon- en windtechnologie worden elke dag efficiënter, goedkoper en creëren massa’s werkgelegenheid. Offshore windmolens leveren nu al duurzame elektriciteit aan meer dan 2 miljoen gezinnen. Dat is bijna de helft van al onze huishoudens.” Het opwekken van energie is natuurlijk niet het enige probleem. Ook bedrijven moeten mee op de ecologische kar springen. “De natuur toont ons fantastisch aan dat er circulaire productieprocessen zonder afval bestaan. Elk bedrijf dat zichzelf respecteert en een goed oog heeft op de toekomst, ziet in dat zo’n circulaire economie good business is. Het is voordeliger om in een circulair systeem je bronnen uiteindelijk goedkoper terug te winnen dan dat je telkens schaarse grondstoffen blijft uitputten. Meer en meer bedrijfsleiders beseffen dat zodra ons ecologisch evenwicht op aarde definitief omtuimelt ook de bedrijven omvallen. Er is geen stabiele economie te vinden in een land dat overspoeld wordt door klimaatvluchtelingen en grillige weerfenomenen als droogte, hitte, overstromingen en stormtij. Een veerkrachtige, duurzame economie is niet enkel noodzakelijk: er is zo veel mee te winnen, zoals een properdere, gezondere en veiligere wereld.” Burgers kunnen met klimaatzaken de overheid tot de orde roepen, maar wat kunnen we zelf nog doen voor het milieu? “Mensen krijgen al decennialang een schuldgevoel aangepraat. ‘Verbeter het klimaat, begin bij jezelf!’ Omdat we ons nog steeds schuldig maken, kruipt iedereen dan maar in hun schulp of schreeuwt op Twitter ‘die Nic heeft jarenlang de wereld rond gevlogen – ik beken – Wat zit hij te toeteren?’ Maar al stop je met vliegen, vlees eten of autorijden, je zult altijd een uitstoot en dus een schuldgevoel blijven hebben. Wil dat echter zeggen dat we even schuldig zijn als grote oliemaatschap-

pijen of kolenmagnaten? Natuurlijk niet. Bij die grote vervuilers moet de omslag komen, maar intussen kan iedereen op zijn levensstijl letten en op die manier zelfs gezonder, goedkoper en beter af zijn. Kraantjeswater drinken is goedkoper, net als fietsen en minder vlees eten. Ik hoor de lezer al zuchten en deze pagina omslaan. De auto is immers onze heilige koe en vlees zit in onze cultuur ingebakken. Maar als je dan weet dat een vleesetende Belg verantwoordelijk is voor 14m² ontbossing per jaar, en dat 80 procent van onze landbouwgrond naar veeteelt gaat, en dat het Amazonewoud, onze laatste long, daarom in recordtempo wordt opgebrand, tja...” Gelukkig zijn er nog andere zaken waar we als individu op kunnen letten. “De Vlamingen zijn massaal begonnen met isoleren, recycleren en zonnepanelen installeren. Ook daarin behoren we tot de wereldtop. Als je het goed uitlegt aan de mensen, de juiste vuilniszakken voorziet en rond zonnepanelen nu eens een slimme wetgeving opbouwt, dan is iedereen meteen mee. Waarom jaarlijks tientallen miljarden zien wegvloeien naar Rusland of Saoedi-Arabië, als we het allemaal in eigen land kunnen investeren in een gezondere, duurzamere en veerkrachtigere economie? Een economie waar niet enkel winst op korte termijn, maar ook welzijn op lange termijn vooropstaat?”

Het leven van Greta Nic Balthazar wilde graag een biopic maken over het ongelofelijke verhaal van de Zweedse Greta Thunberg. Hij onderhandelde een jaar lang met haar en haar gezin, maar kreeg uiteindelijk geen toestemming. “Op een onvergetelijke wandeling doorheen regenachtig Brussel vertelde Greta me dat het omwille van haar zusje echt niet kon. Jammer, want een straffer verhaal dan dat van een meisje dat zichzelf redt door de planeet te redden, vind je niet snel.”

Smart Fact. Waar gaat op dit moment, naast het klimaat, jouw meeste aandacht naartoe? “Ik ben met verschillende dingen bezig. Ik maak een documentai­ re en schrijf een langspeelfilm. Momenteel werk ik ook aan een theatervoorstelling rond mentaal welzijn, die zeer geestig moet wor­ den. De bedoeling is om mensen terug gelukkig te maken. Ik zal het hierbij houden, lekker enigmatisch.”

De Nederlandse klimaatzaak In 2015 bracht Roger Cox als advo­ caat voor Urgenda de Nederlandse klimaatzaak tot een goed einde. Vorig jaar daagde hij ook de oliegigant Shell voor de rechter om die tot een verant­ woord klimaatbeleid op te roepen. Dat historische vonnis is gevallen op 26 mei. Nic Balthazar werkt op dit moment aan een Engelstalige documentaire over het onderwerp.


12 WERELDOCEANENDAG 2021

FOKUS-ONLINE.BE

Een warm hart voor de oceaan Ondanks het wisselvallige weer van de afgelopen weken kijkt iedereen stilaan uit naar de hete zomerdagen. Of dat nu in het binnen- of buitenland is, de kust zal altijd een aantrekkelijke plek zijn om zonovergoten dagen te spenderen. Een duik of het dippen van je teentje in de oceaan zal voor de nodige verfrissing zorgen. Het is wel minder fijn als er aan dat teentje een stuk plastic of een mondmasker hangt.

8

juni is het Wereldoceanendag. Deze dag heeft als doel de mensen bewust te maken over hoe het met onze wateren gesteld is. “Planetaire problemen ontsnappen niet aan de oceaan”, steekt Jan Seys van wal. Hij is marien bioloog en woordvoerder van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). “Er is overigens geen sprake van meerdere oceanen, maar van één grote wereldoceaan.” Dat is een van de hoofdprincipes van de Ocean Literacybeweging. Zij streven naar een minimale kennis over de oceaan voor iedereen. “Klimaatwijziging en vervuiling tekenen onze oceaan. Plastic is een grote boosdoener en de hoeveelheid stijgt onwijs snel. Elk jaar komt er 5 à 13 miljoen ton plastic bij”, waarschuwt Seys. 3 tot 10 procent van de totale plasticproductie komt in de zee terecht, onder andere via rivieren. Vooral in Azië, waar 13 van de 15 meest vervuilde rivieren stromen. Door de coronacrisis is de plasticproductie opnieuw opgevoerd. Momenteel worden massaal latexhandschoenen en wegwerpmondmaskers gebruikt, waardoor de druk op de oceanen alleen maar toeneemt. Franse milieuorganisaties berekenden dat 300.000 ton extra afval in de Middellandse Zee is gekomen sinds de start van de coronacrisis. Hoeveel plastic hierdoor in de oceaan is geraakt, is nog niet duidelijk. Milieuorganisaties zijn bang voor de gevolgen, want het afbraakproces van de stof propyleen, een vrijwel onbreekbaar plastic, zou maar liefst 450 jaar duren. Vooral dieren in de oceaan ondervinden er de gevolgen van. Volgens de Britse organisatie City to Sea komen jaarlijks 100.000 zeezoogdieren en schildpadden om door verstikking in plastic. “The Ocean Cleanup is een voorbeeld van een mooi project dat toont hoe je als individu niet bij de pakken hoeft te blijven neerzitten”, gaat Seys verder. “Puur wetenschappelijk gezien is het dan weer een druppel op een hete plaat. Veel plastic verdwijnt de diepte in, slechts 5 procent blijft in de oppervlakkige laag. Fragmentering is een ander issue. De kleinere deeltjes vallen letterlijk door de mazen van het net. Het effect op de menselijke gezondheid is nog niet duidelijk, maar het is zeker dat je in alles plastic vindt. Alle producten eroderen en die microdeeltjes komen overal in terecht.” Mooimakers, het Vlaams initiatief

Tegen 2030 zou de verzuring oplopen tot 60-130 procent. Dat zal nefast zijn voor de helft van al het leven in de zee. — Jan Seys, Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ)

tegen zwerfvuil en sluikstorten in Vlaanderen, wijst erop dat bijvoorbeeld plastic flesjes een langdurige impact kunnen hebben op het milieu. Deze breken namelijk in kleine deeltjes uit elkaar en worden opgenomen in de bodem, waardoor ze als microplastics in drinkwater terechtkomen. “De klimaatproblematiek rank ik nog een stap hoger. Zelfs als we morgen met zijn allen alles goed doen, duurt het herstel nog tientallen jaren. Het zit een beetje in onze aard dat we pas in actie schieten als het bijna te laat is”, stelt Seys vast. “Als onze maatschappij in al haar logheid, geledingen en diversiteit in beweging moet komen, duurt dat te lang.” Maar de zee vormt gelukkig wel een sterke buffer. Zonder zou er 30 procent meer CO2 in de atmosfeer terechtkomen. De gevolgen daarvan dragen zorgt ervoor dat de oceaan verzuurt. “Het is nog niet ten volle merkbaar, daarom blijft het onder de radar”, gaat Seys verder. “Koraalriffen lijden hieronder en ook oesterkwekerijen gaan op de schop. Tegen 2030 zou de verzuring oplopen tot 60-130 procent. Dat zal nefast zijn voor de helft van al het leven in de zee.” Met name leven dat kalk nodig heeft lijdt onder die verzuring. Vergelijk het met een koffiezetapparaat dat je schoonmaakt met azijn. Dat heeft ernstige gevolgen voor koralen, pijlinktvissen en plankton, omdat hun hele werking overboord wordt gegooid. Veranderingen komen altijd voor, maar nu gaat het sneller dan ooit, aldus de woordvoerder van het VLIZ. “Organismen hebben wellicht geen tijd om te adapteren, genetische aanpassingen treden niet snel genoeg op nu. Dat zet zich ook door op zuurstofniveau. Er is een daling van zuurstof in de zee en die tendens zal zich alleen maar voortzetten.”

Dat is een logisch gevolg van de verwarming van de oceaan. Bij hogere temperaturen kan er minder zuurstof oplossen in het water. Met name in de grote subtropische oceaanbekkens. “Dat zijn dezelfde plaatsen waar de grote plasticophopingen zitten”, legt Seys uit. “Dat zijn al warme gebieden. Als de temperatuur nog zal stijgen, zullen er zeewoestijnen ontstaan. Er is al weinig voedsel of plankton. Tegenwoordig is er sprake van mariene hittegolven, met extreme uitschieters die de zaken kunnen doen wankelen.” Die warmte zorgt eveneens voor een zeespiegelstijging. Een stijging van maximaal 1 meter tegen 2100 werd voorheen berekend, maar nieuwe inzichten waarschuwen voor mogelijke rampscenario’s. Door de instabiliteit van de ijskappen op de Zuidpool, schatten we in het ergste geval een toename van 3 meter. Seys: “Al het ijs opgeslagen op land is goed voor 70 meter zeespiegelstijging en 60 meter daarvan ligt op Antarctica. De Belgische overheid neemt die stijging erg serieus.” De zeeweringen zijn wel voorzien op die ene meter, maar niet op driemaal zoveel. “We worden geconfronteerd met zaken die er niet beter op worden. De stijging werd rond 2000 op 3 millimeter per jaar geschat, maar met die nieuwe inzichten zou het over centimeters gaan, wat echt catastrofaal zou zijn.” Maar zelf blijft de marien bioloog optimistisch. “Het heeft geen zin om ons hoofd in het zand, of in het zeewater, te steken. Het zal veel moeite kosten, maar ook geld, energie en heel veel samenwerking.” Je zou al bijna denken dat alles bergaf gaat, maar er zijn ook positieve tendensen. “Als je kijkt naar de olievervuiling in het Belgische deel van de Noordzee, blijkt dat er een significante daling is van de olie die

er drijft de laatste 50 jaar”, aldus Seys. In de jaren 60-80 was de trefkans om olie te vinden voor de Belgische kust 100 procent, vandaag is dat minder dan 10 procent. “Nu is de architectuur van de tanks beter en wordt er streng toegezien op het overboord zetten van operationele olie. De aanwezigheid van havenontvangstinstallaties maakt het mogelijk je olie aan land te zetten en anders krijg je een boete.” “Mensen benutten de zee ook steeds breder en dieper. Niet enkel vissers en een paar toeristen maken gebruik van de oceaan. Kijk naar wind, olie en gaswinning: tendensen van de blauwe economie”, zegt de woordvoerder. “Het is wenselijk dat wetenschappelijk onderzoek dat monitort, zodat het op een duurzame manier gebeurt. We moeten de volgende generatie nog een kans geven en niet nu alles opsouperen.” Iedereen kan actie ondernemen, hoe klein dan ook. Elke duurzamere houding of aangepast gedrag helpt. “Probeer op een duurzame manier beslissingen te nemen. Als je vis eet, kun je de Viswijzer checken en voor een soort kiezen die niet overbevist is”, geeft Seys raadzaam mee. Het verleden heeft ook aangetoond dat mensen die goed geïnformeerd zijn, betere beslissingen maken. “Daarom dat wij oceaangeletterdheid zo hoog in het vaandel dragen, er is een draagvlak nodig voor een sturende mentaliteit. Daarom is Wereldoceanendag zo belangrijk.” “Ik denk dat iedereen een warm hart draagt voor de zee en beseft dat er zaken niet lopen zoals het hoort. Als we met zijn allen beter op de hoogte zijn, kunnen we samen verontwaardigd zijn en erop aansturen dat er verandering komt”, sluit Seys af. “We zullen moeten evolueren naar een maatschappij die herbruikbaarheid vooropstelt en een circulaire economie in zich draagt. Momenteel strekt de maatschappelijke bezorgdheid zich nog niet uit over alle lagen van de bevolking. Er zijn ook mensen die de moed hebben opgegeven. Je kunt het niemand kwalijk nemen dat ze op een zeker moment afhaken uit onmacht. Het zijn net die mensen die we mee aan boord moeten krijgen.”

Door Maxene Willems


#FOKUSMILIEU

VALIPAC • BRAND REPORT 13

‘Afval zou nog veel meer een grondstof moeten worden’ Ons land is een sorteerkampioen en dat geldt ook voor de bedrijfsverpakkingen. In twintig jaar tijd steeg het recyclagepercentage van bedrijfsmatige verpakkingen van 74 naar 90,5 procent. En de komende jaren moet dat cijfer nog hoger, zegt Francis Huysman, Managing Director van Valipac.

V

alipac is het erkende organisme voor de ‘uitgebreide producentenverantwoordelijkheid’, toegepast op bedrijfsmatige verpakkingen. Die uitgebreide productverantwoordelijkheid betekent dat producenten gedurende de hele levenscyclus verantwoordelijk blijven voor verpakkingen. Valipac groepeert ongeveer 7000 van die producenten en zorgt ervoor dat hun verpakkingen ingezameld en gerecycleerd worden. “Toen wij in 1997 opgericht werden, volgden we vooral een lineair model”, zegt Huysman. “Afval werd in balen geperst, op een schip geladen en naar China afgevoerd. En daarmee was de kous af. Nu evolueren we in sneltempo naar een circulair model. Het is veel meer de bedoeling geworden om afval in eigen land te houden, of toch ten minste in de EU, en om het opnieuw te hergebruiken. Dat kan echter alleen als alle stakeholders in dat proces hun verantwoordelijkheid opnemen: niet enkel de bedrijven die goederen verkopen, maar ook verpakkingsproducenten, de ophalers, de recyclers, de traders... Afval zou nog veel meer een grondstof moeten worden. Het is een werk van lange adem, maar we zijn zeker op de goede weg.” De cijfers bewijzen dat ook. In 2020 werd door de 7000 klanten van Valipac iets meer dan 745.000 ton verpakkingsmateriaal op de markt gebracht. Liefst 697.000 ton daarvan werd gerecycleerd, dat is meer dan 90

PARTNER | AANL - OPM Er zijn genoeg manieren om extra recyclageopportuniteiten te creëren. Veel bedrijven weten bijvoorbeeld niet dat de recyclagetoepassingen voor bedrukte folies veel beperkter zijn dan onbedrukte. procent. “Per materiaalsoort zijn er nog wel verschillende doelstellingen”, legt Huysman uit. “Bij karton bijvoorbeeld was dat 90 procent, maar daar zitten we al aan 100 procent. Vrijwel al het karton dat in België als bedrijfsverpakking wordt gebruikt, wordt dus al gerecycleerd. Bij hout is de doelstelling 80 procent, daar zitten we aan 88,6 procent, ook al zeer goed dus. Wat plastic betreft, is de doelstelling momenteel 50 procent. Daar halen we 60,9 procent, maar we willen graag nog een tandje bij steken. Zeker als je weet dat de norm in 2030 op 65 procent zal komen te liggen.” België neemt trouwens een unieke positie in wat betreft de recyclage van verpakkingen. Ons land is het enige in Europa dat twee organismen heeft die zich daarmee bezighouden: Fost Plus voor de huishoudelijke verpakkingen, Valipac voor de bedrijfsmatige verpakkingen. “Andere landen zijn inderdaad een stuk minder gefocust op bedrijfsverpakkingen”, aldus Huysman. “We

zijn een klein en ingewikkeld landje, maar ik denk dat we absoluut fier mogen zijn op de manier waarop wij het aanpakken. En zonder pluimen op mijn hoed te willen steken: Valipac is een al bij al kleine organisatie met bescheiden middelen, maar wat we daarmee doen, is echt wel straf.” Om de circulariteit van bedrijfsmatige verpakkingen te realiseren, moet Valipac wel enkele uitdagingen aanpakken. Zo moet de traceerbaarheid van de verpakkingen nog beter en moet er ook vaker aan lokale recyclage gedaan worden. Ook de klanten van de organisatie moeten het begrip circulariteit nog meer omarmen. “Materiaal naar Azië sturen is gemakkelijk en goedkoop, maar niet duurzaam”, zegt Huysman. “Ik denk dat er nog manieren genoeg zijn om extra recyclageopportuniteiten te creëren. Soms heeft het ook met educatie te maken. Veel bedrijven weten bijvoorbeeld niet dat de recyclagetoepassingen voor bedrukte folies veel beperkter zijn dan onbedrukte.

Valipac werd in 1997 op initiatief van het Belgische bedrijfsleven opgericht als het beheersorganisme voor bedrijfsmatige verpakkingen. Valipac’s opdracht is om alle actoren op weg te zetten naar een circulaire economie. Het verzamelt informatie over de hoeveelheden bedrijfsmatige verpakkingen die door bedrijven op de markt worden gebracht en door de afvalophalers worden ingezameld en gerecycleerd. Die gegevens worden onderling vergeleken om het totale recyclagepercentage te berekenen en meegedeeld aan de Interregionale Verpakkingscommissie.

Of dat bijvoorbeeld de toepassingen voor gerecycleerde gekleurde folie heel klein is. Zo weinig mogelijk gekleurde folie gebruiken is dus zeker geen slecht idee.” Om dat soort kennis nog beter te verspreiden, zette Valipac, in samenwerking met Fost Plus, een platform op – Pack It Better – om expertisecentra in contact te brengen met bedrijven. Op die manier kunnen ze een snel en wetenschappelijk onderbouwd antwoord krijgen voor al hun vragen rond de duurzaamheid van hun verpakkingen. Nog een incentive voor bedrijven om zich grondiger met hun recyclage in te laten, zijn de premies die Valipac voorziet. “Er is allereerst een eenmalige startpremie als een bedrijf start met inzamelen”, zegt Huysman. “We voorzien ook een containerpremie. Dat is een tussenkomst in de huurprijs voor een selectieve container. Daarnaast is er nog een tussenkomst in de recyclagekosten zelf. Uiteraard wel alleen voor die materialen die geld kosten. Papier en metaal brengen geld op, dus daar komen we niet tussen. De premie bedraagt bijvoorbeeld 30 euro per ton plastic of 10 euro per ton hout.” Ook goed om te weten: die premies zijn geen overheidspremies. “Neen, absoluut niet”, onderstreept de Valipac-Managing Director. “Het zijn geen subsidies. Het geld komt van de producenten zelf. Dat wil zeggen dat dus ongeveer 60 procent van hun bijdrage rechtstreeks terugvloeit naar de industrie.”


14 CIRCULAIRE ECONOMIE

FOKUS-ONLINE.BE

De vier pijlers van een circulaire economie Een circulaire economie is een gesloten economisch systeem dat duurzaam gebruik van grondstoffen vooropstelt. Energie uit hernieuwbare bronnen wordt zo volledig mogelijk opnieuw opgenomen in het productieproces. Hiermee onderscheidt het zich van een lineaire economie waarbij opgebruikte bronnen als afval achterblijven. De circulaire economie is een na te streven doel, ook al is complete circulariteit niet altijd even gemakkelijk te bereiken.

Hernieuwbare energie.

De circulaire economie ziet in dat fossiele brandstoffen eindig zijn. Daarom zet ze in op hernieuwbare energiebronnen zoals de zon, wind en water. In tegenstelling tot fossiele brandstoffen zijn deze bronnen altijd beschikbaar. Zolang de zon immers schijnt, de wind waait en het water stroomt, is er energie voorhanden. Bovendien is hernieuwbare energie intussen uitgegroeid tot een van de goedkoopste manieren om elektriciteit op te wekken. Volgens Mijnenergie.be komt dit doordat ze niet afhankelijk is van olieprijzen en nog steeds voor een groot deel wordt gesubsidieerd. Daarnaast groeien de investeringen in hernieuwbare energie elke dag, wat resulteert in een groter aanbod. De wet van vraag en aanbod is simpel: hoe groter het aanbod, hoe lager de prijzen. Een van de meest bekende leveranciers van hernieuwbare energie zijn zonnepanelen. Door zonnestralen in energie om te zetten, voorzien zij tal van huishoudens en bedrijven van elektriciteit. De overtollige energie kan bovendien worden opgeslagen voor later gebruik. Van afvalstoffen is geen sprake. Het materiaal waaruit de panelen vervaardigd worden is echter ook van belang. De oudste zonnepanelen zullen namelijk binnen enkele jaren aan vervanging toe zijn. Het spreekt voor zich dat die recycleerbaar moeten zijn, maar momenteel bestaan ze veelal uit toxische grondstoffen.

Nieuwe verdienmodellen.

Overschakelen naar een nieuw economisch systeem brengt heel wat veranderingen met zich mee. Niet enkel de denkwijze van bedrijven en overheden moet worden aangepast om ze mee aan boord te krijgen. Ook businessmodellen en de daarmee gepaarde inkomsten zullen grondig veranderen binnen een circulaire economie. Het mediabedrijf Greenbizz Group onderzocht dit. Door bijvoorbeeld hernieuwbare bronnen in een circulair systeem te hergebruiken verhoog je voorspelbaarheid en controle. Tegelijkertijd verlaag je dus risico’s, wat de levering van producten enkel efficiënter maakt. Dit verlaagt de kosten voor bedrijven, leveranciers en klanten aanzienlijk. Bovendien bespaart het heel wat geld om afvalstoffen opnieuw in het productieproces op te nemen. Bronnen die anders zouden worden weggegooid, krijgen een nieuwe waarde en hoeven niet opnieuw te worden aangekocht. Een ander nieuw idee binnen het circulair systeem is het delen en huren van middelen. In plaats van eigen stoffen aan te kopen, waarbij je rekening moet houden met zowel overcapaciteit als onderbenutting, huur je het nodige van andere bedrijven. Overschot kun je dan weer teruggeven, opnieuw investeren of verder verhuren aan andere instanties. Dit model is extra winstgevend voor bedrijven die middelen genereren met hoge productiekosten, aldus Greenbizz Group. In plaats van voor veel geld producten te blijven verkopen, verhuur je je producten waarna je ze weer terugkrijgt. Zo moet je heel wat minder produceren, wat resulteert in minder kosten en minder milieuvervuiling.

Ketensamenwerking en natuurlijk kapitaal.

Binnen een circulaire economie hangen alle onderdelen samen. De afvalstoffen van het ene product worden de energiebronnen voor het volgende en ook bedrijven zelf geraken in hetzelfde proces verwikkeld door gebruik te maken van elkaars middelen. Dit is het idee van een closed loop. Een circulaire economie kent geen losse eindjes, want alle ‘eindes’, of het nu afvalstoffen of finale producten zijn, worden opnieuw in het systeem opgenomen. Dit cyclisch systeemdenken verschilt radicaal van de lineaire economie, het systeem waar we vandaag de dag nog veelal gebruik van maken, maar waar we met het oog op het klimaat best zo snel mogelijk vanaf stappen. Bij een lineair productieproces denkt men immers rechtlijnig van grondstof tot eindproduct waarbij afvalstoffen buiten het systeem vallen. Dit resulteert in afval en vervuiling. Door circulair alle aspecten van het productieproces in rekening te brengen, voorkom je dat. Op die manier houdt een circulaire economie ook het natuurlijk kapitaal in stand. Dit is de verzameling van alle stoffen die de natuur te bieden heeft en die mensen kunnen gebruiken om in hun eigen onderhoud te voorzien. Binnen de natuur hangen al deze ‘diensten’ in een nauwkeurig evenwicht. Overtollig gebruik door mensen verstoort dit evenwicht, met kwalijke gevolgen voor het milieu. Door in een kringloopsysteem ook aan de natuur terug te geven, blijft het natuurlijk kapitaal in staat ook zichzelf in evenwicht te houden.

Productontwikkeling.

Ook productontwikkeling speelt een cruciale rol in een circulaire economie. Je gebruikt je producten immers liefst meer dan één keer, en als ze dan toch in de vuilbak belanden, dan na enkele herstellingen en met de mogelijkheid tot recyclage. Vlaanderen Circulair, het knooppunt en de inspiratie voor circulaire economie in Vlaanderen, ziet twee effecten van circulaire economie op de productontwikkeling. Enerzijds moet een ontwikkelaar oog hebben voor ecodesign of de levenscyclus van het product. Je kijkt niet enkel naar de betaalbaarheid, maar ook naar de nodige grondstoffen en de impact ervan. De hele levenscyclus wordt geanalyseerd in een zogenaamde ‘life cycle analysis’. Een product dat herstelbaar, modulair, upgradable en robuust is, gaat langer mee. Ook is het belangrijk doorheen die lange levensduur de impact van het gebruik op de omgeving in de gaten te houden, net als wat er achteraf met het product gebeurt. Idealiter worden producten of onderdelen ervan hergebruikt of gerecycleerd: tweedehands of terug bij de ontwikkelaar. Anderzijds is er het systeemdenken. De ontwikkelaar gaat het hele systeem en alle onderlinge verbanden in vraag stellen. In plaats van een nieuwe auto te designen, herdenk je ‘mobiliteit’, verbonden met energie, materialen, verantwoorde productie doorheen de keten, welzijn en omgeving. Zo kom je dan tot elektrische wagens, netwerken van laadpunten en deelsystemen. Trek je dat door, dan verleg je de focus van het product naar een product-as-a-service, waarbij vooral de dienstverlening centraal staat. Doorheen dit denkproces is regeneratief design de heilige graal. In plaats van dat het product zo weinig mogelijk uitstoot, draagt het systeem actief bij tot hernieuwing en versterking van de planeet.

Door Baldwin Verhoeven


#FOKUSMILIEU

INSAVER • BRAND REPORT 15

Futureproof zonne­ panelen komen met een aantrekkelijk rendement Zonne-energie is een onmisbare schakel binnen de energietransitie waar ons land – en de rest van de wereld – voor staat. Hoe meer zonnepanelen, hoe sneller we de ambities van de Green Deal kunnen waarmaken.

N

iet alleen bij particulieren, maar zeker ook bij bedrijven is er nog enorm veel ruimte om bijkomende zonnepanelen te leggen. Met zonnepanelen produceer je niet alleen je eigen groene energie, maar behaal je ook een mooi rendement voor je investering. De grote zonnepanelen-boom bij particulieren is de laatste maanden stevig afgekoeld, omwille van de grote onzekerheid over terugdraaiende tellers, digitale meters en injectievergoedingen. “Het moet gezegd zijn: de markt voor professionele zoninstallaties is een stuk stabieler dan bij de particulieren”, zegt Jan Pollaris, CEO van zonnepanelenspecialist Insaver. “Het systeem van de groenestroomcertificaten bleef behouden en ook bijvoorbeeld injectietarieven zijn al jaren gangbaar. Sinds kort voorziet de overheid in een vaste investeringspremie, maar ook zonder subsidies behalen de meeste PV-installaties een zeer mooi financieel rendement.” Insaver plaatst bij ongeveer zestig bedrijven per jaar zonnepanelen, van een paar honderd tot tienduizend zonnepanelen, wat overeenkomt met installaties van 100 kilowatt tot 4 megawatt. “Zestig per jaar is vrij veel, maar het verbaast me dat er niet nog meer bedrijfsleiders op springen”, zegt Pollaris. “Puur financieel is een investering in zonnepanelen, zeker in deze tijden van nulrente, een zeer interessante zaak. Een installatie verdien je terug op slechts zes tot acht jaar, afhankelijk van de complexiteit, de staat van het dak en de staat van de bestaande

Eenvoudig gesteld kan één groot bedrijfsdak evenveel bijdragen aan het behalen van de energiedoelstellingen als 1000 woningen. elektrische installatie. Reken op een ROI van ongeveer 10 procent. Er is geen enkele bank ter wereld die dat rendement aanbiedt op je geld. Dat er niet nog meer bedrijven de stap zetten heeft volgens mij met onwetendheid te maken. Ik snap het wel, zonnepanelen zijn voor de meeste ondernemingen allicht niet hun corebusiness. Wij leggen dan ook graag uit waarom deze duurzame investering de moeite waard is.” Voor ondernemingen die de centen niet meteen hebben liggen, dokterde Insaver een eigen financieringssysteem uit. “Het komt erop neer dat je de installatie op tien jaar afbetaalt in plaats van dat je de elektriciteitsmaatschappij betaalt”, legt Pollaris uit. “Daarna heb je nog vijftien jaar gratis elektriciteit, want zo’n installatie gaat gemakkelijk vijfentwintig jaar mee. Indien nodig kunnen we dat zelfs combineren met een complete dakrenovatie.” Naast de puur financiële opbrengst zijn er meer en meer klanten waar het zonnepanelenverhaal past in hun duurzaamheidsambities, een punt waar steeds meer bedrijven belang aan hechten in hun strategie voor maatschappelijk

verantwoord ondernemen. Dankzij zonnepanelen produceren bedrijven hun eigen groene energie en vermijden ze heel wat CO2-uitstoot. Groene energie opwekken en het vermijden van CO2-uitstoot is de enige weg vooruit in de strijd tegen de klimaatverandering. Voor onszelf en voor de generaties na ons, legt Pollaris uit. “We ondersteunen bedrijven bovendien graag met hun externe communicatie of evenementen om hun inspanningen wereldkundig te maken. Of we organiseren groepsaankopen voor het personeel. Zo wordt het zelfs een schakel in de personeelsbinding van een onderneming.” Als we de komende jaren onze energiedoelstellingen willen halen, zullen we enkele stevige tandjes hoger mogen schakelen, stelt Pollaris. De laatste jaren is de markt voor particuliere installaties sterk gegroeid. Bedrijven hebben het potentieel om in de komende jaren een nog belangrijkere rol te spelen. “Eenvoudig gesteld kan één groot bedrijfsdak evenveel bijdragen aan het behalen van de energiedoelstellingen als 1000 woningen”, zegt hij. “Bovendien is het potentieel naar bedrijven toe, relatief gezien, minstens even groot.”

Insaver is in 2012 ontstaan uit een oprechte interesse in de verbetering van de energiebesparing van gebouwen en werkt dagelijks aan het verkleinen van de ecologische voetafdruk van gezinnen en bedrijven. Het bedrijf is gespecialiseerd in zonnepanelen, batterijsystemen, dakrenovatie- en isolatie en laadpunten. In 2017 trad Insaver toe tot de Luminus Groep. Insaver is actief in heel Vlaanderen en Brussel en stelt zo’n vijftig mensen tewerk. De hoofdzetel bevindt zich in het Limburgse Houthalen-Helchteren. In totaal bediende Insaver al meer dan 7500 klanten.

Wanneer bedrijven een installatie willen leggen, volgt er altijd eerst een audit. “Hoe hoog is het jaarlijks verbruik en wanneer wordt het meest verbruikt: dat zijn twee belangrijke vragen”, legt Pollaris uit. “Die cijfers zullen we afzetten tegen de grootte van de installatie om zo het beste rendement te verkrijgen. Opgewekte stroom die je zelf verbruikt brengt tenslotte zes tot tien keer meer op dan energie die je weer op het net injecteert. Natuurlijk moeten we ook rekening houden met zaken die in de toekomst gaan veranderen. Is het bedrijf van plan om naar elektrische bedrijfswagens over te schakelen? Of om het bedrijfspand vol ledlampen te hangen? Of heeft de productie nieuwe machines op het oog? Dergelijke zaken moeten we weten om de installatie futureproof te maken.” Naast de staat van het dak – dat stevig genoeg moet zijn om de panelen te kunnen dragen – is ook de staat van de bestaande elektriciteitsinstallatie belangrijk. “Zijn alle transformatoren nog in orde? Is er een eigen cabine? Zijn de verdeelborden nog deugdelijk? Meestal is dat wel zo, maar als dat niet zo is, zullen we dat zeker in orde maken. Dankzij de expertise van bedrijven zoals ATS en andere partners binnen de Luminus Groep, waar Insaver deel van uitmaakt, kan dat snel in orde worden gebracht”, aldus Pollaris. Als er over de installatie een akkoord wordt bereikt, is het aanstellen van een veiligheidscoördinator bij de werken het enige wat er nog moet gebeuren en het bedrijf kan gedurende jaren genieten van (quasi) gratis stroom.


16 EXPERTPANEL • GROENE ECONOMIE

FOKUS-ONLINE.BE

Minder auto’s, meer recyclage, minder voedselverspilling Je inzetten voor een circulaire economie kan op veel verschillende manieren gebeuren. Sommige ondernemers laten chauffeurs auto’s delen, anderen maken een app om de voedselverspilling op te lossen en in de academische wereld onderzoekt men dan weer de voor- en nadelen van plastic.

Laetitia Gutierrez Chief marketing officer Poppy Mobility

Prof. Dr. Kim Ragaert PhD in plasticverwerking UGent

Franco Prontera Country Manager Too Good To Go

Op welke concrete manier helpen jullie een groene economie te faciliteren? “Als autodeeldienst zijn wij bijna de facto bezig met milieubewustzijn. Auto’s vormen natuurlijk een zekere belasting op het leefmilieu, daarom zetten we bijvoorbeeld ook veel elektrische auto’s en wagens op bio-CNG in. Niet voor elke verplaatsing is er een wagen nodig, daarom bieden we ook scooters en steps aan, die nog milieuvriendelijker zijn. Op de lange termijn willen we evolueren naar auto’s ‘ter beschikking hebben’ in plaats van ‘te bezitten’. Daardoor worden opnieuw grondstoffen bespaard en uitstoot ingeperkt. Poppy zelf is al een klimaatpositief bedrijf, onze CO2-uitstoot wordt meer dan gecompenseerd, bijvoorbeeld door het aanplanten van bomen en groene projecten zoals het compenseren van de CO2-uitstoot van onze werknemers.”

“Door beter en meer plastics te recycleren, en ook door erop te wijzen dat plastic op zich niet de boosdoener is waarvoor hij vaak versleten wordt. Plastic wordt verketterd omdat het niet afbreekbaar is, maar dat zijn metalen ook niet. En we kunnen niet zonder plastic vandaag. Een paar gram plastic rond een biefstuk verlengt de houdbaarheid met 26 dagen, de voordelen daarvan zijn enorm, voornamelijk qua voedselverspilling. Ook de CO2-uitstoot bij plasticproductie is al bij al relatief gering. Glas en karton zijn helemaal niet gegarandeerd duurzamere oplossingen dan plastic. Dat heeft te maken met de hoeveelheid verbruikte materialen, CO2kost van transport maar ook gebruik van water en land.”

“Met onze gratis app kunnen winkels, supermarkten en horecazaken voedseloverschotten redden, zo belanden die niet in de vuilbak. We hebben 1,4 miljoen gebruikers in België. Gemiddeld wordt een derde van al het geproduceerde voedsel in de wereld weggegooid. In België gaat het om 345 kilogram per persoon per jaar. Van elke drie vissen is er gemiddeld één die voor de vuilbak gekweekt of gevist werd. Die ‘nutteloze’ teelt brengt ook zeer veel CO2-uitstoot mee, onder meer via transporten. Volgens de wereldvoedselorganisatie is voedselverspilling goed voor 8 à 10 procent van alle broeikasgassen. Naast onze app doen we ook actief aan sensibilisering en educatie, op scholen, maar ook bij de politiek en industrie.”

Welke uitdagingen en moeilijkheden moeten daarbij nog overwonnen worden? “Een eerste uitdaging is om wagens en vervoersmiddelen zo breed mogelijk ter beschikking te stellen, in zo veel mogelijk steden en gemeenten. Veel mensen weten ook nog niet dat deelmobiliteit bestaat of hoe het werkt. De Belg is nog erg verknocht aan zijn eigen wagen, al beseffen de meeste mensen niet dat een auto 96 procent van de tijd gewoon stilstaat en handenvol geld kost, ook als je niet rijdt. Gemiddeld is dat 410 euro per maand, exclusief brandstof. Ook de fiscaliteit drijft nog veel bedrijven naar een bedrijfswagen, daar ligt dus ook een uitdaging voor de overheid. Er zijn wel alternatieven als het mobiliteitsbudget, maar voorlopig blijven dat kleine inspanningen.”

“Het grote probleem is vooral onze consumptiecultuur, voor alle materialen: koop, verbruik, gooi weg. Hoe minder ‘waarde’ we toekennen aan een materiaal, hoe zorgelozer we ermee omgaan. We moeten plastics nog veel meer recycleren, valoriseren en opnieuw in de goederenstroom brengen. In het Westen hebben we al goede systemen opgezet om afval in te zamelen en te scheiden. In de derde wereld is die infrastructuur er totaal niet. Daar kun je de individuele burger ook amper verwijten dat ze zwerfvuil creëren. Als je niet zeker weet of je ’s avonds eten zult hebben, is plasticafval allicht je laatste zorg. Maar hier in België is er geen enkel excuus om je (plastic)afval in de omgeving te gooien.”

“Voedselverspilling is een complex, systemisch probleem over de hele keten: zowel bij voedselproducenten, groothandelaars, distributeurs als consumenten. Eerlijk: 0 procent verspilling is allicht nooit mogelijk. Er is vaak een ‘noodzakelijk kwaad’, maar het meeste is wel onnodig. De grootste verspilling zit bij eindconsumenten: ongeveer 53 procent van al het verspilde voedsel. Dat gaat van groenten met kleine plekjes tot overschotjes die men in de frigo vergeet. Soms is de oplossing simpel. We starten in het najaar bijvoorbeeld een campagne om het verschil uit te leggen tussen ‘ten minste houdbaar tot’ en ‘te gebruiken tot’. De onduidelijkheid daarrond is goed voor 10 procent van alle verspilling.”

Welke concrete resultaten zal dat met zich meedragen in de toekomst? “Poppy heeft de afgelopen jaren een sterke groei meegemaakt. We hopen dat natuurlijk aan te houden. Corona was voor ons een tweesnijdend zwaard: enerzijds heeft het ons geholpen omdat mensen liever alleen in de auto zaten dan in het openbaar vervoer met veel andere mensen. Anderzijds is het aantal verplaatsingen door de pandemie wel gedaald. We zijn trouwens ook niet tegen het afschaffen van de auto. Die blijft zeker zijn plaats behouden in sommige situaties, maar mensen zouden hem veel meer moeten bekijken als één component in het mobiliteitsvraagstuk, samen met andere vervoersmiddelen. De educatie daarover naar het grote publiek blijft een belangrijke taak voor ons de komende jaren.”

“Over 50 jaar bestaat plastic nog, daar ben ik zeker van. Maar we zullen dan veel meer waarde geven aan plastic dan vandaag. Ook in de recyclage zijn nog zo veel zaken mogelijk, door betere sorteertechnieken, betere sensoren om plastics te scheiden, noem maar op. Dat sommige plastics zo complex zijn geworden ligt aan de duurzaamheidsbeweging uit de jaren 80. We hebben er alles aan gedaan om de hoeveelheden plastic zo veel mogelijk te reduceren. Dat heeft het, ironisch genoeg, veel uitdagender gemaakt om alles hoogwaardig te recycleren. In de jaren 80 lag geen hond wakker van recyclage (lacht). En we moeten in arme landen de levensstandaard omhoog krijgen, dan zie je meteen de afvalberg enorm slinken.”

“Het bewustzijn rond voedselverspilling en de gevolgen groeit. We hopen dat dat de komende jaren een stevig draagvlak krijgt. Tegelijk hoop ik ook dat we het respect voor ons voedsel terugkrijgen, zoals onze grootouders dat hadden. Voedsel is een commodity geworden: goedkoop, overal en moeiteloos verkrijgbaar. Dat zet aan tot verspilling. Ook de politiek moet meer oor krijgen voor het probleem. We hebben bijvoorbeeld meegewerkt aan een wetsvoorstel rond het fiscaal aantrekkelijk maken van voedselschenkingen, want dat is nu niet het geval. Tot slot wens ik ook dat alle actoren – producenten, distributeurs en consumenten – samenwerken rond voedselverspilling, alleen met z’n allen kunnen we het probleem oplossen.” Door Frederic Petitjean


#FOKUSMILIEU

ATHLON • BRAND REPORT 17

Van leasemaatschappij naar mobiliteitsprovider Onze auto’s zijn niet langer heilige koeien. Dat wil zeggen dat ook leasemaatschappijen zich flexibel moeten opstellen en (elektrische) fietsen, steps en het openbaar vervoer in hun aanbod moeten opnemen. Michiel Alferink, algemeen directeur van Athlon BeLux, legt uit.

I

n het mobiliteitsvraagstuk speelt de auto zeker nog altijd een grote rol, maar de alternatieven komen de laatste jaren almaar sterk opzetten. “Een auto is dikwijls nog de gemakkelijkste oplossing, maar we zien bijvoorbeeld ook een enorme opkomst van fietsen, elektrische fietsen en speedpedelecs”, zegt Alferink. “Vaak is het ook een en-enverhaal geworden. Een combinatie van auto en alternatieve vervoermiddelen of het openbaar vervoer, eventueel aangevuld met een deelauto.” Bedrijven proberen voor hun werknemers ook steeds meer een aanbod op maat uit te werken. De tijd dat er de facto twintig exemplaren van hetzelfde automodel werden besteld, ligt stilaan achter ons. Alferink: “Als je drie kinderen hebt, blijft de auto allicht de eerste keuze, maar een single die op vijf of tien minuten van de werkplek woont, kan daar ook perfect met de fiets geraken. Voor onze business brengt dat ook

Het mobiliteitsbudget kan een stuk eenvoudiger gemaakt worden en breder worden uitgerold. wel wat veranderingen met zich mee. Er komt meestal maar een beperkt aantal werknemers in aanmerking voor een leaseauto. Met de alternatieve vervoermiddelen wordt die groep veel groter.” Niet alleen de leasemaatschappijen zijn belangrijke actoren in dit verhaal, ook de overheid zelf kan een en ander nog stevig stimuleren, zegt Alferink. “Fiscale stimuli spelen natuurlijk een grote rol in de gedragsveranderingen, maar het gaat verder dan dat. Wij denken bijvoorbeeld dat het mobiliteitsbudget nog een stuk een-

voudiger gemaakt kan worden en breder kan worden uitgerold. Soms zit het hem ook in de kleine dingen: een eengemaakt ticketsysteem voor het volledige openbaar vervoer bijvoorbeeld, dat zou het leven van pendelaars heel wat gemakkelijker maken.” En er is meer dan enkel de hoeveelheid aangeboden vervoersmodi die verandert. Als we naar de auto’s zelf kijken, zien we ook een en ander evolueren. “Ook daar zet de vergroening zich volop door”, aldus de algemeen directeur. “De plug-inhybride en de elektrische auto maken

nu al ongeveer een kwart van onze nieuwe inschrijvingen uit. Dat betekent dat het wagenpark dus stevig aan het vergroenen is.” “Het mobiliteitsvraagstuk heeft duidelijk onze rol als leasemaatschappij veranderd. En dus zetten wij, naast de vergroening van de wagenparken, volop in op de modal shift naar alternatieve vervoersmodi. Die multimodaliteit en onze rol als mobiliteitsprovider zullen de komende jaren alleen maar toenemen”, besluit Alferink. “Ik hoop zelfs dat we over tien jaar niet meer weten dat we ooit uitsluitend een autoleasemaatschappij waren.”

Michiel Alferink Algemeen directeur

Athlon is een van de toonaangevende dienstverleners op het vlak van voertuigleasing en wagenparkbeheer in Europa. In België zet Athlon zo’n 55.000 wagens op de baan, in Luxemburg 2300. Het is daarmee een van de grootste spelers op de Belgische en Luxemburgse leasingmarkt. Al meer dan honderd jaar ontwikkelt Athlon vernieuwende, duurzame en kostenefficiënte mobiliteitsoplossingen. Dankzij Athlon kunnen mensen zich probleemloos verplaatsen doordat ze kunnen rekenen op geïntegreerde en duurzame wagenpark- en mobiliteitsoplossingen. Athlon verlegt voortdurend grenzen en maakt zo de weg vrij voor de klanten, die graag onderweg zijn. Athlon maakt deel uit van Daimler AG.

Duurzaam verwarmen en koelen dankzij de onmetelijke kracht van de natuur

www.ithodaalderop.be


18 NAWOORD

FOKUS-ONLINE.BE

Thomas Rau

Een identiteit voor je materialen Wanneer we definitief afscheid van iemand moeten nemen, dan is dat pijnlijk en verdrietig. We weten dat het er op een dag zit aan te komen, maar ons er echt op voorbereiden, dat kan niet. Het is een confrontatie met het feit dat alles tijdelijk is: we weten het rationeel wel, maar doorgaans ‘leven’ we het niet echt.

D

efinitief afscheid nemen van een gebruiksvoorwerp voelt heel anders: soms als een verademing, soms als een noodzaak. We hebben het voorwerp niet meer nodig – ofwel omdat het onze behoefte niet meer kan bedienen, ofwel omdat de behoefte zelf verdwenen of veranderd is. Niet alleen onze levens zijn dus tijdelijk: ook dat wat we willen, weten en nodig hebben, verandert altijd aan één stuk door. Auto’s, kledingkasten, laptops: allemaal tijdelijke antwoorden op tijdelijke vragen. Onze fysieke omgeving, voor zover die door de mens is gebouwd, is eigenlijk een optelsom van antwoorden op tijdelijke behoeften in het verleden: geen vastgoed, maar losgoed. Hoewel de meeste van die vragen al lang niet meer bestaan, zitten wij met al die antwoorden opgescheept. Soms proberen we er nieuwe vragen voor te bedenken, vaker niet. Zo verwordt alles tot afval. De materialen waaruit dit alles bestaat gaan verloren. Dat proces is onomkeerbaar en wordt dus als enige níét gekarakteriseerd door tijdelijkheid: verwordt iets tot afval, dan wordt het nooit meer materiaal. Zo worden tijdelijke vragen dus op grote schaal en steeds sneller beantwoord met het definitief

Onze fysieke omgeving is eigenlijk een optelsom van antwoorden op tijdelijke behoeften in het verleden. vernietigen van materialen waarvan we maar een beperkte hoeveelheid hebben. Met andere woorden: wíj mogen dan tijdelijk zijn, de consequenties van ons handelen zijn wel degelijk hartstikke permanent. Hoe kan dit anders? Door onze materialen te registreren, het documenteren op waarde te schatten en ze te behandelen als de limited editions die ze altijd al waren. Met andere woorden: door materialen te voorzien van een identiteit, zoals we dat doen met alles wat we waardevol vinden. Heeft iets immers een identiteit, dan is het mogelijk om bij te houden waar het is. En weten we waar iets is, dan blijft het voor ons beschikbaar.

Ontdek meer op

Fokus-online.be #fokusmileu

Hiervoor bestaat er nu in verschillende landen, onder meer in Duitsland, België, Nederland en Zwitserland, een onlineplatform voor de registratie van materialen in de gebouwde omgeving, het zogenoemde ‘Madaster’, het kadaster voor materialen. Denk aan een boek uit de bibliotheek: doordat het voorzien is van een barcode en een plaats heeft in het systeem, kan één en hetzelfde boek de vragen van wel duizenden mensen beantwoorden. Dit is de manier waarop wij materialen moeten behandelen, want ook die zijn gelimiteerd. Voor de bestaande gebouwen betekent dit dat het materiaal het mijne kan zijn. Nieuwe gebouwen worden ontworpen als materiaaldepots, en als de materiaalwaarde accountable gemaakt is, noemen wij dat een materiaalbank. Het design for disassembly is cruciaal om de materiaalwaarde voor de toekomst te borgen. Met andere woorden: alles wordt anders. Van elkaar moeten we dan wel op een dag onherroepelijk afscheid nemen, van onze materialen hoeven we dat niet. Door Thomas Rau, architect, innovator, auteur Material Matters (met Sabine Oberhuber) en oprichter Madaster


Beeld: Studio Dann

Duurzame herontwikkeling voor voormalige site Mediahuis De ontwikkelaar van bedrijfsvastgoed Futurn bouwt volop aan een duurzaam bedrijvenpark op de vroegere site van Mediahuis in Groot-Bijgaarden. Meestal gaat dat gepaard met de nodige sloopkogels en afbraakwerken, maar niet zo bij het toekomstige Westgate. Want hier is volop gekozen voor herontwikkeling van bestaande gebouwen. Met nieuwe indelingen, modulaire structuren en doordachte renovatie gekoppeld aan duurzame oplossingen is het motto van deze vastgoedontwikkeling niet ‘behoud wat goed is’, maar wel ‘maak nog beter wat al goed is’.

De drukkers en redacteurs van Mediahuis (uitgever van onder andere De Standaard en Het Nieuwsblad) hadden amper de sleutel van hun gebouwen aan Futurn overgedragen of de graafmachines en bouwkranen stonden al klaar. Niet om af te breken, althans niet helemaal, maar om gericht de bestaande gebouwen te strippen tot hun fundamentele structuur. Daarna worden deze ruimtes in functie van de noden van bedrijven die zich komen vestigen, ingericht. “Er is in de Brusselse noordrand een grote behoefte aan ruimte voor ondernemers”, verklaart Business Developer Raf De Blay deze keuze. “Die ruimte is hier voorhanden, maar werd door de vorige invulling onderbenut. Door beter te gaan nadenken over het ruimtegebruik en -balans, denk aan het optimaliseren van de beschikbare hoogte, creëren we binnen de bestaande structuren bijzonder veel extra ruimte.” Go green Die keuze om voor minstens 60% de bestaande gebouwen te hergebruiken, is genomen vanuit een duurzaamheidsfilosofie. Zo is de CO2-impact een stuk beperkter dan bij afbraak en nieuwbouw. Bovendien wordt een groot deel van het puin gerecycleerd tot nieuwe materialen. “Beton wordt funderingsmateriaal, staal wordt door de metaalindustrie opnieuw als grondstof gebruikt en gipsafval wordt opgeschoond en gebruikt voor nieuwe platen”, legt Managing Partner Frederik Baert uit.

Verder zal Westgate zich onderscheiden door ervoor te waken dat de site zo veel mogelijk waterdoorlatend is, zodat water kan insijpelen in de bodem in plaats van weg te vloeien via riolering. Opgevangen water wordt dan weer gerecupereerd en gebruikt in het sanitair. Nog meer? Er komen groendaken, warmtepompen voor de verwarming van het gebouw en zonnepanelen voor de energie. “Duurzaamheid is ontegensprekelijk een hot topic vandaag de dag”, verklaart Baert de inspanningen van Futurn. “Maar voor ons duurzaam ondernemen méér doen dan wat wettelijk verplicht is. Onze naam staat voor u-turn in the future, waarmee we bedoelen dat we een duurzame omslag moeten maken om ook in de toekomst te blijven ondernemen. We startten intern het ‘Go Green-project’ op waarin we zijn gaan kijken wat we voor onszelf willen doen op dit vlak én waarmee we voor elk project ad hoc gaan bepalen welke duurzame maatregelen we extra kunnen nemen. In functie van het project kan dat gaan over waterhuishouding, biodiversiteit, groenaanleg of nog iets anders. Alleen zo vinden wij dat we het predicaat ‘duurzaam’ effectief verdienen.” Kruisbestuiving op bedrijfscampus Voor Baert en De Blay moet Westgate meer worden dan een pure bedrijvensite. “We willen een aantrekkingszone worden voor het hele gebied door naast ondernemingsruimte, ook diensten te voorzien. Denk aan een fietsherstelplaats, cate-

ring, koffiebar en zelfs een kinderdagverblijf. De mogelijkheden zijn legio. Door dit aan te bieden creëren we een meerwaarde voor bedrijven die zich hier vestigen, en stappen we af van het monofunctionele. Vandaag moet je hier vier straten verder lopen om bij een tankstation een broodje te halen, echt gebruiksvriendelijk is dat niet.” Een blikvanger in die ambitie om verder te gaan dan een klassieke bedrijvenzone, is de inrichting van daken als sportterreinen. Op welk type bedrijven mikt Futurn dan voor deze site? “Letterlijk iedereen”, zegt De Blay. “Door de modulariteit van de ruimtes kan zowel een kleine eenmanszaak als een productiebedrijf zich hier vestigen. We bieden oplossingen op maat, waardoor ook showrooms, ateliers of grote kantoren hier hun plaats kunnen krijgen. Dat is wat ons betreft ook een sterkte van deze site: we willen zorgen voor kruisbestuiving tussen de ondernemingen die hier hun plaats vinden. Een klein innoverend bedrijf kan veel leren van een grote gevestigde waarde, en omgekeerd.” Ontwikkeling op maat De verkoop van de ruimtes in Westgate is net van start gegaan en momenteel is een derde van de nog te ontwikkelen gebouwen verkocht. “Wanneer het allemaal af moet zijn? Dat hangt deels af van de vraag van de klant omdat we op maat willen werken, maar de bedoeling is wel dat als je hier eind volgend jaar terugkomt, je een heuse metamorfose zal zien.”

Westgate in een notendop De bedrijvencampus Westgate is gelegen in Groot-Bijgaarden aan het kruispunt van de snelwegen R0, E19 en E40 en vlakbij het op- en afrittencomplex. De vroegere gebouwen van Mediahuis worden deels afgebroken en deels behouden voor een grondige metamorfose. De huidige parkeerterreinen maken plaats voor 2 prachtige nieuwbouw bedrijfsgebouwen op maat. Het drukkerijgebouw wordt getransformeerd naar een creatieve hotspot met ateliers en kantoren voor maakbedrijven, start-ups, scale-ups, hightech, etc... West Gate is klaar om nieuw leven te geven aan deze unieke gebouwen met geschiedenis! Meer info? Surf naar: www.futurn.com/westgate.


#TBB2021

niet! Mis het rgy.com/

ene tbb.inno ration regist

egboek 30% vro g! kortin

De nieuwe industriële revolutie Duurzaamheid, elektrificatie en digitalisatie 3-4 November 2021

Door de investering en adoptie van innovatieve technologieën en diensten, zullen we getuige zijn van een nieuwe industriële revolutie - een toekomst die duurzaam, geëlektrificeerd en digitaal zal zijn. De Business Booster is uw kans om snel een overzicht te krijgen van nieuwe innovaties en bedrijfsmodellen die gebasseerd zijn rond deze duurzame principes. Ontdek meer dan 150 vernieuwende duurzame energieoplossingen uit heel Europa en netwerk met meer dan 1.000 deelnemers. Start-ups, vertegenwoordigers van de energie-industrie, financiële gemeenschappen, beleidsmakers en regelgevende instanties komen samen om het thema van 2021 te demonstreren, te bespreken en te overdenken: De nieuwe industriële revolutie. Duurzaamheid, elektrificatie en digitalisering

De TBB zal plaatsvinden volgens de laatste inzichten rondom COVID-19. Inschrijving is risicovrij en we houden rekening met internationale en lokale (reis)voorschriften. Kijk voor meest actuele sprekers, deelnemende bedrijven, en opties om zelf deel te nemen op: tbb.innoenergy.com

Accelerating the decarbonisation of European steel production. Traditional route:

~2 TON CO2 per ton of steel

Green Hydrogen route:

<0.1 TON CO2 per ton of steel

Find out how: www.eghac.com


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Fokus Milieu by Smart Media Agency | Fokus - Issuu