Skip to main content

Fokus Healthcare

Page 1

D I T D O SS I E R W O R D T G E P U B L I C E E R D D O O R S M A R T M E D I A E N VA LT N I E T O N D E R D E V E R A N T W O O R D E L I J K H E I D VA N D E R E D AC T I E VA N D E STA N D A A R D

OKT ‘20

HEALTHCARE Christian Léonard Geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid

Persoonlijk en preventief De technologie die onze gezondheid verandert

Elke Van Hoof Het nieuwe normaal

PIERRE VAN DAMME & DIRK DE WACHTER ”COVID-19 blijkt een leerschool in out-of-the-box-denken. De grote les: durf voortdurend alles in vraag stellen.”

met vitamine D !

800 400 600

400 600

Versterk uw weerstand

600

LEES MEER OP FOKUS-ONLINE.BE. #FOKUSHEALTHCARE

DAN é FON T / rim

✹

e

DANT / .FON ✹

G-tablet / ✹ TIN

EL

e

Pour chaqu

verhoogde behoeften

1000 800 400 600 2000

1000 800 400 600

jd

V o o r lk e lee e

âg

1 com p

Bij uw apotheker

-tablet / ✹ ELT

fti

1 SM

0 - 12 j. 12 - 60 j. 60+ j.

om te starten bij groot tekort


02

EDITORIAL CHRISTIAN LÉONARD

FOKUS-ONLINE.BE

Geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid

04

06

08

26

LEES MEER... 04 Predictive healthcare: de technologie die onze gezondheid verandert

De notie van vrijheid bestaat al sinds het begin der tijden, maar wordt niet altijd op gelijke hoogte gezet met die van verantwoordelijkheid. Nochtans zijn beiden nauw met elkaar verbonden: er is geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid.

H

gefinancierd met belastingen en sociale bijdragen, en het is niet altijd duidelijk of ze wel goed worden gebruikt. Soms vragen we ons zelfs af of degenen die ervan gebruikmaken onze financiële bijdragen wel verdienen. De verleiding om over anderen te oordelen is groot, vooral in tijden van crisis.

et is niet alleen een kwestie van individuele verantwoordelijkheid, maar ook van collectieve verantwoordelijkheid. De huidige crisis heeft het belang daarvan nog vergroot. We zijn allemaal onderworpen aan enkele beperkingen binnen de strijd tegen COVID-19. Deze zijn vaak verplichtingen die heel wat burgers als een belemmering van hun vrijheden ervaren. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen noodzaak, dus iets dat niet anders kan – het feit dat de aarde om de zon draait – en een verplichting, waarbij je evenwel vrij bent om die niet te respecteren. Maar ook, en dat is heel belangrijk, dat je vrij bent om het ‘de jouwe te maken’. Ik ben steeds vrij om een gedwongen maatregel als morele verplichting te accepteren. Als ik me bewust ben van het feit dat morele verplichtingen mijn vrijheid niet beperken, maar er een uiting van zijn, kan ik deel uitmaken van een proces van verantwoordelijkheid dat in de eerste plaats individueel is. Ik voel me vaak betrokken bij mensen die dicht bij me staan, met hen wil ik solidair zijn. In dat geval spreken we over ‘warme of korte solidariteit’. Daarbij voelen we genegenheid, empathie voor diegenen die we helpen. We plaatsen ons in hun schoenen. Er zijn bijvoorbeeld maar weinig mensen die weigeren een masker te dragen als ze een bejaard of ziek familielid bezoeken. De ‘koude of lange’ vorm van solidariteit is wellicht moeilijker te aanvaarden. Die wordt

We moeten even solidair zijn met mensen die ver van ons staan, dan zij dicht bij ons.

Ontdek meer op

Deze solidariteitsvorm vereist een verschuiving van individuele verantwoordelijkheid naar collectieve verantwoordelijkheid, met het ontwikkelen en onderhouden van een systeem van sociale bescherming dat iedereen ten goede moet komen, of zou moeten komen. Als we de mensen die we helpen goed kennen, is het gemakkelijker om ze te begrijpen, om hun zwaktes te accepteren en om solidair te zijn. We zouden dezelfde houding moeten aannemen ten opzichte van degenen die ver van ons staan. Om dit te doen, moeten we afzien van vooroordelen, ons ervan bewust worden dat anderen precies zoals wij zijn: getroffen door dezelfde kwetsbaarheid, dezelfde breekbaarheid. Dan dragen we onze maskers niet langer enkel voor onze naaste familie, maar ook om deel te nemen aan een wereldwijde solidariteitsbeweging. Dan dragen we bij aan een sociale zekerheid, zonder enige beperking of selectiviteit te eisen die sommigen zouden uitsluiten op basis van wat ze verdienen.

FOKUS-ONLINE.BE #FOKUSHEALTHCARE

TEKST CHRISTIAN LÉONARD, HOOFD VAN SCIENSANO

06 Zorgpersoneel: Van stethoscoop naar algoritme 08

Farmacie: De keten achter je medicijn

13

Boost de coronacrisis vaccinonderzoek?

14

Interview: Pierre Van Damme en Dirk De Wachter

20

Hoe ambitieus is de financiering van onze zorg?

22

Chronische ziekten vragen (digitale) veerkracht

24

Revalidatie: serie-oefening in jezelf terugvinden

26

Elke Van Hoof: Het nieuwe normaal

COLOFON. PRODUCTIELEIDER: Christian Nikuna Pemba HOOFDREDACTIE: Ellen Van Hoegaerden TEKST: Tom Cassauwers, Heleen Driesen, Frederic Petitjean, Daan Vanslembrouck COVERBEELD: Sandra Mermans VORMGEVING: Baïdy Ly DRUKKERIJ: Corelio

SMART MEDIA AGENCY Leysstraat 27, 2000 Antwerpen Tel +32 3 289 19 40 redactie@smartmediaagency.be

Veel leesplezier Casper Rommens Project Manager


SBB BRAND REPORT

#FOKUSHEALTHCARE

De kleine lettertjes van het kabinet: hoe artsen samenwerken Samenwerkingsverbanden en interdisciplinair overleg zijn actuele materie bij artsen en zorgbeoefenaars. Maar het thema dekt heel wat ladingen. Een helder zicht op het type partnerschap en een correct contract kunnen een samenwerking de nodige zuurstof geven.

I

nhoudelijk hebben artsen belangrijke redenen om de krachten te bundelen. Door inter- of multidisciplinair met elkaar te overleggen kunnen ze expertises uitwisselen, de werkdruk beter verdelen en het zorgtraject beter afstemmen op de noden van een patiënt. Maar de samenwerking tussen zorgbeoefenaars valt ook op een andere manier – juridisch, financieel en fiscaal – te structureren. “Dan kom je op het terrein van de contractuele samenwerkingen”, legt manager juridische consulting Sofie Libotton van accountants- en adviesbureau SBB uit. “Dat soort contracten kan verschillende vormen aannemen, naargelang het type van partners dat zich met elkaar gaat verbinden.” Als huisartsen onderling een praktijk opzetten, dan doen ze dat vaak onder de noemer van een kostenassociatie, licht de SBB-juriste toe. In dergelijk samenwerkingsverband maken ze afspraken over de kosten die ze gemeenschappelijk willen maken én over de uitgaven die individueel blijven. “In dit type van contract leggen de artsen de verdeelsleutels voor de gemeenschappelijke kosten vast. De inkomsten van de leden van de kostenassociatie zijn altijd eigen. Met andere woorden: hun erelonen blijven artsen elk voor zich ontvangen. De overeenkomst kan ook afspraken bevatten over de manier waarop dokters hun praktijk organiseren en hoe ze permanenties, verloven en vervangingen willen regelen.” Tussen artsen-specialisten is er vaak sprake van een nog meer geïntegreerde

samenwerking, gaat Sofie Libotton verder. “Niet alleen delen specialisten bepaalde kosten, ze zullen meestal ook hun erelonen poolen en herverdelen. Dat gebeurt dan in de context van een

vennootschap, waarbij de maatschap de vaakst voorkomende vorm is. Een derde mogelijkheid is dat huisartsen gezamenlijk investeren in een onroerend goed, dat ze vervolgens tegen vergoeding

Het is niet meteen de corebusiness van artsen om zich te buigen over het juridische, fiscale of financiële aspect van hun samenwerking. Maar duidelijke afspraken zijn wel nodig om later discussies of misverstanden te vermijden.

Sofie Libotton

(deels) ter beschikking stellen van allerhande paramedici, zoals kinesisten, logopedisten of psychologen. Die hebben dan als voordeel dat ze kunnen gebruikmaken van een uitgerust lokaal, met bijvoorbeeld ook een secretariaat dat oproepen kan ontvangen.” Het is niet meteen de corebusiness van artsen om zich te buigen over het juridische, fiscale of financiële aspect van hun samenwerking, weet Libotton. Maar duidelijke afspraken zijn wel nodig om later discussies of misverstanden te vermijden. “Enkele vragen waar artsen op voorhand goed over zouden moeten nadenken: Welke kosten willen we allemaal delen? En: welke willen we apart houden? Welk verdienmodel staat er tegenover een bepaalde investering? Wat dekt een eventuele instapvergoeding juist? Zit daar bijvoorbeeld ook een overname van patiënteel in? In geval van een uittrede: hoe gaan we uiteen? Is er sprake van een uitkoopsom voor bepaalde goederen? Of van een nietconcurrentiebeding?” Belangrijk is dat het totaalplaatje voor de samenwerking klopt, benadrukt SBB. “Een contract sluit je niet alleen af uit juridisch oogpunt, je moet ook oog hebben voor de financiële en fiscale impact van de gemaakte afspraken. Wie een goede start maakt met een contract dat al behoorlijk veel vragen ondervangt, weet ook beter hoe in bepaalde situaties te handelen. Die structurele basis is evengoed van belang om de samenwerking alle kans op succes te gunnen.”

In samenwerking met... Vanuit haar 30 kantoren in heel Vlaanderen begeleidt SBB Accountants & Adviseurs meer dan 1.600 medici en paramedici bij de uitbouw van hun praktijk. SBB biedt maatwerk aan artsen en zorgbeoefenaars in tal van domeinen: accountancy en boekhouding, fiscaliteit, zakelijkjuridisch advies, financieel-strategisch advies en vermogens- en successieplanning. En dit vanuit een brede affiniteit en ervaring met de medische leefwereld. Een goed werkende praktijk waarin de arts in optimale omstandigheden zijn of haar job kan uitoefenen, is het streefdoel.

03


04

NIEUWE TECHNOLOGIE PREDICTIVE HEALTHCARE

FOKUS-ONLINE.BE

Persoonlijk en preventief: de technologie die onze gezondheid verandert Je bent ziek, dus ga je naar de dokter of het ziekenhuis. Het is de normale gang van zaken, maar in de toekomst verandert dit mogelijk. Zorg wordt preventiever en meer gepersonaliseerd voor jouw lichaam, en dat dankzij nieuwe technologie.

G

ezondheidszorg wordt door nieuwe technologieën steeds meer personalised en predictive, ofwel gepersonaliseerd en voorspellend. Twee Engelse woorden die heel wat medische trends in zich vervatten. “Gepersonaliseerde en voorspellende geneeskunde klinken gelijkaardig, maar het zijn eigenlijk twee geheel verschillende zaken”, stelt Koen Kas, oncoloog en gezondheidsfuturist bij zijn bedrijf HealthSkouts. “Gepersonaliseerde geneeskunde vervangt de hedendaagse eenheidsworst met een zorg die inspeelt op onze verschillen. Een behandeling die dus aan de persoon is aangepast. Voorlopig slagen we er niet in om dat op individueel niveau te doen, maar we gaan wel in de richting van een meer precieze geneeskunde. Dat is wel nog steeds curatief, we proberen zieke mensen dus terug gezond te maken. Voorspellende geneeskunde daarentegen voorspelt wie we moeten behandelen, zodat we hen kunnen coachen of zelfs een ziekte voorkomen.”

allergisch ben aan een specifiek type pollen, afkomstig van een boom die toevallig langs de weg naar mijn werk staat, dan krijg ik in de toekomst misschien een notificatie van wanneer die bomen in bloei staan, zodat ik een alternatieve weg kan nemen. Dat kan een applicatie zijn afkomstig van Apple of Google,

of misschien zelfs van het bedrijf dat mijn medicijn tegen allergieën maakt.” Pieter Van Herck, beleidsadviseur rond gezondheidszorg bij Voka, is het eens met de analyse van Kas. Maar hij voegt naast personalised en predictive nog een derde p

Nu komt de eerste soort pil op, gemaakt in een 3D-printer, die zich aanpast aan het metabolisme en genetica van de patiënt. — KOEN KAS, HEALTHSKOUTS

Kas legt zo uit hoe behandelingen steeds gepersonaliseerder worden. “In 1950 kenden we één soort bloedkanker, vandaag kennen we er 120”, stelt hij. “Door het menselijk genoom beter te analyseren, ontdekten we dat één ziekte bestond uit veel meer aandoeningen. Dat vereist bij wijze van spreken dus 120 medicijnen. Tegelijkertijd passen we medicijnen aan de patiënt aan. Tot voor kort waren pillen identiek aan elkaar, duizenden van dezelfde rolden er uit de fabriek. Nu zien we de eerste soort pil opkomen, gemaakt in een 3D-printer, en die zich aanpast aan het metabolisme en genetica van de patiënt.”

toe. “Er komt ook meer participatie”, stelt hij. “Vandaag zitten we in een klassiek model waar de arts je in één richting instructies geeft. Dit wordt steeds meer tweerichtingsverkeer.” Technologie geeft patiënten meer informatie over hun gezondheid. Tegelijk is gedragsverandering belangrijk om toenemende chronische aandoeningen te bestrijden, wat makkelijker is als er inspraak komt kijken bij een behandeling. “Technologie drijft natuurlijk deze hele transitie”, stelt Van Herck. “Er zijn nieuwe dingen mogelijk en we slagen er steeds beter in om onze genetica in kaart te brengen. Ook neemt digitalisering toe, wat meer gezondheidsdata met zich meebrengt. Neem bijvoorbeeld de Belgische start-up FibriCheck, die via een app het hartritme van patiënten opvolgt. We beschikken nu over massale hoeveelheden gegevens, waaruit we nieuwe inzichten halen. Daar voegen we zaken zoals kunstmatige intelligentie aan toe, waarmee we nieuwe patronen vinden in data en zelfs automatisch diagnoses stellen.” Ook zorgt de coronacrisis ervoor dat dit soort veranderingen in een stroomversnelling komt. “Zorg op afstand en data-uitwisseling versnelden enorm tijdens deze crisis”, stelt Van Herck. “Er waren jarenlang discussies over teleconsulting, terwijl dat nu op enkele weken geregeld raakte. Dat was ongezien qua snelheid van innovatie. Tegelijk verwacht corona veel meer preventie, wat opnieuw op nieuwe technologie steunt, zoals de contact-tracingapp. Niettemin gaat het niet altijd even snel. Je hebt aanvankelijk een hype, maar pas nadat die voorbij is zien we de echte meerwaarde van nieuwe technologie.”

Voorspellende geneeskunde voorkomt misschien zelfs allergische reacties. “Als ik

TEKST TOM CASSAUWERS

BRAND REPORT ESPERITY

Hoe een actieve rol spelen in de verbetering van je gezondheid Personalised healthcare. Het komt niet uit de lucht gevallen, maar dankzij technologie en het feit dat alles connected is, kunnen patiënten steeds beter hun eigen ziekte opvolgen, vergelijken en analyseren met hun behandelende arts.

“M

et personal healthcare kun je een actieve rol spelen in de verbetering van je gezondheid”, vertelt Mitchell Silva, zaakvoerder van Esperity. “De laatste jaren hebben we veel gelezen en gezien over personalised healthcare, wat duidelijk wijst op een hogere nood aan gepersonaliseerde educatie. One size does not fit all. Er wordt gekeken naar het profiel van patiënten, wat hun interesse is, welke informatie ze willen en wat hun noden precies zijn. Daarna moet je ook in de context en het kanaal gaan kijken hoe je die informatie op het juiste moment aanbiedt.”

Met Esperity werkt Silva aan een digitaal portaal dat de individuele gezondheid kan verbeteren door patiënten echt te empoweren, gebaseerd op individuele noden. “Eén pijler hierin is om shared decision making te promoten. Dat zorgt ervoor dat patiënten ook gericht vragen kunnen stellen waarbij ze zich aanvankelijk minder comfortabel voelden. Ten tweede kunnen patiënten ook op zoek naar informatie en delen ze die ook met elkaar en hun arts. Informatie opzoeken en ervaringen delen op een gefundeerd medisch portaal kan ervoor zorgen dat je ook leert van patiënten die met dezelfde gezondheidsproblemen kampen. Ten slotte kun je

selfmanagement bij patiënten promoten waardoor ze optimaal parameters kunnen bijhouden en bespreken met hun arts. Het vormt als het ware de link tussen de patiënt en de behandelde arts.”

Mitchell Silva Zaakvoerder Esperity

In samenwerking met... Het doel van Esperity is om relevante informatie te verstrekken om patiënten ‘empowerment’ te geven. Empowerment staat voor goed ingelicht zijn en sterk in je schoenen staan. Iedereen zit immers vroeg of laat met vragen, of het nu gaat om praktische zaken zoals bijvoorbeeld een verwijzing of een referentie, of om meer substantiële zaken zoals nieuwe behandelingen of medicaties. Esperity is ervan overtuigd dat de unieke ervaring van elke patiënt kan bijdragen om niet alleen andere patiënten te helpen, maar ook belanghebbenden in de zorgsector, zoals onderzoekers, instellingen en bedrijven, om betere dienstverlening en behandelingsopties te kunnen bieden aan patiënten.


ROCHE BRAND REPORT

#FOKUSHEALTHCARE

Elke patiënt een behandeling op maat Hoe mooi zou het zijn als dokters aan alle patiënten die ze behandelen een hoogstpersoonlijk behandelingstraject kunnen aanbieden? Dat is de heilige graal waar de medische wereld al een tijdje naar op zoek is. ‘Personalised healthcare’, zo heet deze nieuwe aanpak.

O

ok bij het Zwitserse biotechbedrijf Roche staat personalised healthcare (afgekort: PHC) hoog op de agenda. “Gepersonaliseerde gezondheidszorg wil zeggen dat we op het juiste moment, aan de juiste patiënt, de juiste behandeling kunnen geven”, zegt Celia Oculi, PHC Project Lead for Roche BeLux. “In de klassieke geneeskunde wordt er één behandeling aan elke patiënt met dezelfde aandoening gegeven: one size fits all. Maar uiteraard zijn niet alle patiënten hetzelfde. Met PHC kunnen we de behandeling zodanig aanpassen dat, doorheen het pad naar genezing, we telkens een andere route kiezen afhankelijk van de specifieke reactie en noden van de patiënt.” De zoektocht naar persoonlijke behandelingsmethodes is nu, met de technologische vooruitgang en het beter vergaren en monitoren van patiëntendata, echt in gang geschoten. Oculi: “In de begindagen van PHC lag de focus vooral op het diagnostische aspect, maar tegenwoordig komt er ook een heel luik aan AI, machine learning en big data bij.” Die data kan voor heel veel zaken ingezet worden. “In plaats van bijvoorbeeld telkens opnieuw een trial-and-erroraanpak te hanteren, kunnen we nu leren uit elke patiëntenervaring en elke gestelde diagnose. Het heeft ook de fundamenten van de diagnostiek zelf veranderd. In plaats van te focussen op de plaats in het lichaam waar de ziekte voorkomt, proberen we nu veel meer te begrijpen wat deze ziekte veroorzaakt op moleculair niveau. Hoe komt het dat iemand een bepaald soort kanker krijgt? Wat zijn de drivers en hoe kunnen we deze voorspellen? Dat zijn interessante vragen.” Kanker is inderdaad een van de ziekten waarbij PHC zijn troeven het best kan uitspelen, zegt Oculi. Tumor-profiling leidt tot diepere inzichten over het ontstaan van de ziekte, die artsen en onderzoekers bijvoorbeeld kan helpen bij het ontwikkelen van innovatieve kankerbehandelingen die op celtherapie en gentherapie gebaseerd zijn. Daarbij worden respectievelijk cellen en genetisch materiaal verzameld, aangepast en terug in het lichaam ingebracht om niet goed functionerende cellen of genen (die bepaalde ziekten veroorzaken) te genezen. “Op die manier kan een ‘behandeling’ evolueren naar een ‘genezing’, zegt Oculi. “Patiënten moeten niet meer voor de rest van hun leven met een ziekte leren omgaan, maar kunnen op een bepaald moment de ziekte echt achter zich laten. Er zijn ook nog

andere voordelen: minder bijwerkingen bijvoorbeeld. Of minder onnodige behandelingen.” Het gebruik van grote hoeveelheden klinische data brengt nog wel meer interessante mogelijkheden mee. “Door alle medische data te combineren, krijgen behandelende artsen betere inzichten en kunnen ze

Patiënten zouden niet meer voor de rest van hun leven met een ziekte moeten leren omgaan, maar kunnen op een bepaald moment de ziekte echt achter zich laten. dus beter gefundeerde beslissingen maken over welke behandeling opgestart moet worden. Het aanwenden van data laat ook toe zaken te begrijpen waar we vroeger veel minder zicht op hadden. Wat is bijvoorbeeld de impact van een bepaalde levensstijl op de ontwikkeling van een ziekte? Het maakt ook ‘gedecentraliseerde’ behandelingen mogelijk, waarbij patiënten niet meer voortdurend in het ziekenhuis moeten verblijven, maar via digitale monitoring thuis in de gaten gehouden kunnen worden.” Het betaalbaar houden van onze gezondheidszorg is nu al een uitdaging voor onze overheden. Zal PHC de factuur niet nog verder de hoogte in stuwen? “Ik denk niet dat er meer budget moet komen, maar wel een shift in de bestedingen”, meent Brigitte Nolet, General Manager bij Roche BeLux. “Investeringen in innovatie moeten gericht gebeuren, want innovatiedrang blijft het speerpunt van onze sector. We mogen ons niet verliezen

In samenwerking met... Het in Zwitserland gevestigde Roche is sinds 1896 een koploper binnen de farmaceutische industrie. Roche combineert wereldvermaarde farmaceutische en diagnostische expertise met de doordreven analyse van health data. De kern van hun therapeutische gebieden bestaat uit oncologie, immunologie, neurowetenschappen, infectieziekten, oogheelkunde en zeldzame aandoeningen. Roche gelooft dat personalised healthcare de levens van patiënten kan verbeteren door behandelingen op maat en naar de specifieke noden van het individu. Hierdoor versnellen en maken ze preventie, diagnose en behandeling een stuk efficiënter.

in innoveren om te innoveren. We moeten met zijn allen gericht investeren, om zo samen een positieve impact te creëren, op de maatschappij én de patiënten. PHC vormt daarbij de pilaar van datagedreven besluitvorming binnen investeringen in de toekomst van gezondheidszorg.” België staat trouwens mee aan de top van PHC, aldus Nolet. “Samen met de Belgian Society of Medical Oncology (BSMO) en Sciensano hebben we een proefproject opgezet om personalised healthcare te implementeren in België. Dit hebben we het GeNeoproject gedoopt. Het genomisch tumorprofiel van 1.000 patiënten in verschillende indicaties zal in kaart worden gebracht in parallel met de huidige teststandaarden. Vervolgens worden de resultaten besproken door een nationale groep medische experten en wordt een gepersonaliseerd behandelingstraject bepaald op maat van het tumorprofiel van de patiënt. De resultaten en opvolgdata worden verzameld om de meerwaarde en doeltreffendheid van deze aanpak te verbeteren en beoordelen. Op dit moment wordt de eerste patiënt klaargestoomd om het project van start te laten gaan.” Om af te sluiten: hoe gaan deze evoluties zich verderzetten? “We willen binnen de Benelux een kader gecreëerd hebben voor het veilig verzamelen van en analyseren van data. Zodat deze baanbrekende evoluties in de zorg kunnen gebruikt worden bij zij die ze het meeste nodig hebben, de patiënt”, concludeert Nolet. “Belangrijk daarbij is wel dat alle partijen zich op een lijn zetten en mee aan tafel gaan zitten: dokters, ziekenhuizen, overheid, data-experten en de patiënten. Maar natuurlijk ook de farma-industrie.”

Celia Oculi

PHC Project Lead

Brigitte Nolet

General Manager

05


06

ZORGPERSONEEL OPVOLGING OP AFSTAND

FOKUS-ONLINE.BE

Van stethoscoop naar algoritme Elektronisch Medisch Dossier De transitie van papier naar digitaal loopt niet altijd van een leien dakje, dat geldt ook voor de gezondheidszorg. Toch groeide het belang van het Elektronisch Medisch Dossier de laatste jaren sterk. Met dit systeem zien behandelende dokters onmiddellijk het medisch dossier van patiënten en worden ook zaken zoals voorschriften digitaal gemaakt. In de toekomst gebruiken we het misschien zelfs om op grote schaal data anoniem op te volgen, om zo medisch beleid te kunnen vormgeven.

De coronacrisis zette delen van ons zorgpersoneel de voorbije maanden nog meer in de vuurlinie. Maar op de achtergrond verandert hun beroep ook. Technologie maakt dat hun jobs op het punt staan te verschuiven.

H

et coronavirus en de pandemische gevolgen ervan kwamen bovenop de druk die de zorgsector al ondervond omwille van een vergrijzende bevolking en een toename in chronische ziekten. Technologietrends haken daarop in. “Er komen drie trends op ons af: connected, integrated en value-based healthcare”, begint Pascal Verdonck, CEO van MedTech Flanders en professor medische technologie bij de UGent. We gaan volgens hem naar een zorg die vaker buiten de muren van het ziekenhuis plaatsvindt, want iemand in een ziekenhuis behandelen kost de maatschappij veel geld. Om dat te realiseren moet technologie de zorgmedewerker met de patiënt verbinden. Wat op zijn beurt een geïntegreerde zorg verwacht waarbij instellingen makkelijk data delen, zoals bijvoorbeeld de medicatie die een patiënt neemt. Ten slotte moeten de twee bovenstaande elementen ook een goede beleving garanderen voor de patiënt.

Dokter robot AI maakt vandaag steeds vaker medische diagnoses. Het UZA kocht in 2018 bijvoorbeeld nog een AI-oplossing die hen helpt om problemen op te sporen in CT-scans. Omdat deze systemen zich baseren op gigantische hoeveelheden data, sporen ze mogelijk beter dan dokters ziekten op. Maar er bestaat ook controverse rond, want ze werken niet altijd even goed in de praktijk en een menselijke dokter blijft steeds nodig om de uiteindelijke beslissing te nemen.

Gezondheidszorg draait steeds minder rond pure genezing en meer rond continue, geïntegreerde zorg die op preventie inzet. “Dat realiseren we enkel met nieuwe technologie”, stelt Verdonck. “Zo moeten we bepaalde zaken automatiseren, om de druk op zorgpersoneel te verlagen. Maar er is ook mHealth, of mobiele gezondheid,

die ons toelaat patiënten te volgen. Neem bijvoorbeeld moveUP, een app die een patiënt na een knie- of

decennia geleden nam het aantal mensen met chronische aandoeningen sterk toe”, stelt Bert Vaes,

We moeten technologie goed beheren. Zoniet krijgen huisartsen een data-lawine over zich heen. — BERT VAES, KU LEUVEN heupoperatie thuis oefeningen laat doen, en die nu erkend is door de Federale Overheid voor terugbetaling. De kinesist en chirurg volgen de oefeningen vanop afstand op, en het is daarbovenop goedkoper voor de samenleving, want de patiënt moet niet altijd afzakken naar het ziekenhuis.” Dat beïnvloedt op zijn beurt het werk van zorgmedewerkers. “Iedereen, van paramedici en verpleegkundigen tot chirurgen en apothekers, moet leren omgaan met technologische verandering”, stelt Verdonck. “Vroeger bleef je werk decennia lang hetzelfde. Nu moeten we mensen opleiden om met die verandering om te gaan, een uitdaging voor onderwijs én human ressources.” Iets dat eveneens doordringt tot bij de huisartsen. “Vergeleken met twee

huisarts en tegelijk onderzoeker aan de KU Leuven, waar hij de impact van data op huisartsen onderzoekt. “Dat confronteert ons met een complexere groep patiënten. Twintig jaar geleden behandelden we vaker acute aandoeningen, terwijl we nu meer de gezondheid van oudere, chronische patiënten managen, die vaak nog eens verschillende geneesmiddelen tegelijkertijd nemen.” Om daarop in te spelen is opnieuw technologie nodig. Apps volgen patiënten in de toekomst misschien continu op, complexe AI-algoritmen maken zelf diagnoses en een huisarts bezit morgen mogelijks een dossier vol gezondheidsdata van jou. Maar dat brengt op zijn beurt risico’s met zich mee. “We moeten dit goed beheren”, stelt Vaes. “Zoniet krijgen huisartsen een data-lawine over zich

heen. Dan zullen ze zich terugplooien op wat ze al weten: het contact met de patiënt, hun stethoscoop en hun bloeddrukmeter.” Ook in ziekenhuizen moet een technologische kloof voorkomen worden. “Als technologie jobs vervangt en ze complexer maakt, dan bevooroordeelt dat de beter opgeleiden”, stelt Pascal Verdonck. “We moeten iedereen goed opleiden, van de chirurg tot de ziekenhuislogistieker. In sommige ziekenhuizen werkt zelfs de poetshulp met een tablet. Er zal een opwaardering van alle jobs optreden, en sommigen zullen het daar moeilijk mee hebben.” Moeten zorgmedewerkers dan voor hun positie vrezen? “Je kunt een arts nooit vervangen door een robot of algoritme”, stelt Vaes. “Iemand moet altijd het advies naar de patiënt vertalen, en dat verwacht een mens. Dat kun je niet wegcijferen. Het persoonlijk contact met de patiënt is cruciaal. Huisartsen kiezen ervoor om mensen op lange termijn bij te staan. Als huisarts word je als het ware oud met hen. Je begint als jonge arts met veel jonge patiënten en je evolueert met hen mee. Wij begrijpen de context, en dat vervang je nooit door technologie.” TEKST TOM CASSAUWERS

BRAND REPORT ERGOTRICS

XL-oplossing buikligging tot 180kg

D

e beelden van patiënten die beademd moeten worden tijdens deze COVID-pandemie staan op ons netvlies gebrand. Bijkomende moeilijkheid is dat in veel gevallen de patiënten zwaarlijvig zijn en daardoor moeilijk gepositioneerd kunnen worden voor een operatie of een beademing. Ergotrics, het Medtech-bedrijf dat gespecialiseerd is in het positioneren en verplaatsen van patiënten met perslucht, heeft nu een XL-kussen ontworpen dat gemaakt is op basis van de morfologie van obese patiënten tot 180 kilo. “De extra grote operatiekussens zijn optimaal ontworpen om de ribbenkast en het bekken te ondersteunen, terwijl het zachte weefsel en de buik vrij hangt”, vertelt neurochirurg Dr. Paul Depauw. “Het uiteindelijke doel is om elke patiënt te positioneren op zijn ‘persoonlijk opblaasbare skelet’. Hierdoor kunnen we

de buikdruk optimaal verlagen en dat is belangrijk om een operatie technisch goed te kunnen uitvoeren. Door de optimale positionering denken we dat er minder veneuze stuwing zal zijn, minder bloedverlies en een duidelijker beeld van het operatiegebied.”

Wereldwijd kan het kussen op bijval rekenen. “Het realiseren van deze innovatie was een belangrijke mijlpaal voor de Amerikaanse markt, waar het aantal zwaarlijvige patiënten hoger ligt en toeneemt", besluit Bruynooghe.

Niet alleen voor operaties biedt het innovatieve kussen een oplossing, ook tijdens deze coronapandemie werd het bedrijf zelfs vermeld in het VN-rapport als succesvolle innovatie in deze crisis. CEO Inge Bruynooghe legt uit: “Het biedt een ideale oplossing voor beademing in buikligging. De Ergotrics-kussens heffen de patiënten in een optimale positie voor de beademing, waarbij de buik vrij komt te hangen en er meer longblaasjes gebruikt kunnen worden voor het ademen. Dat kan zorgen voor een verbetering van de zuurstofopname in het bloed van de patiënt, nu dus ook voor coronapatiënten tot 180 kilogram.”

In samenwerking met... Ergotrics is een Med-Tech bedrijf gespecialiseerd in het gebruik van perslucht in de gezondheidszorg. Ergotrics ontwikkelt en produceert producten die toelaten om patiënten optimaal te positioneren of te verplaatsen zonder zware lichamelijke arbeid met bijzondere aandacht voor het gebruiksgemak en de hygiëne. De opblaasbare kussens zijn toepasbaar in de ziekenhuiszorg. De focus van Ergotrics ligt momenteel op het positioneren van patiënten op de operatiekamer en op de afdeling intensieve zorgen. In toekomst volgen de thuiszorg en de diergeneeskunde.

Dr. Paul Depauw Neurochirurg


KLINIEK SINT-JAN BRAND REPORT

#FOKUSHEALTHCARE

07

‘We moeten het samen doen’: COVID-19 met solidariteit bekampen De eerste COVID-piek ligt definitief achter ons. Maar nu zitten we middenin de volgende fase, waarin we opnieuw met het virus moeten leren omgaan. Die pieken en dalen maakten ze onder andere bij Kliniek Sint-Jan in Brussel van dichtbij mee. Volgens CEO Hadewig De Corte moeten we solidair blijven om door deze crisis te raken.

N

et zoals de meeste ziekenhuizen ondervond Kliniek Sint-Jan een scherpe impact van de aanvankelijke piek van de pandemie en de bijhorende lockdown. "In eerste instantie moesten we onze infrastructuur verschillende keren aanpassen", vertelt De Corte. "Dat ging over logistiek, COVID-specifieke eenheden opzetten, patiënten op een andere manier ontvangen conform de maatregelen, maar ook artsen en medewerkers continu opleiden en up-todate informatie geven. Tegelijk bleven we inzetten op de patiëntenervaring, waarbij we de patiënt als mens zien in zijn eigen context: diens ziekte uiteraard, maar ook de persoon, zijn of haar familie en de zorgverleners. Diezelfde processen activeerden we enkele weken geleden opnieuw." Maar COVID-19 was niet enkel een medisch verhaal. Een ziekenhuis is ingebed in een bredere gemeenschap. En solidariteit binnen die gemeenschap is cruciaal bij het omgaan met deze pandemie. "We moeten het samen doen, zowel privé als professioneel", stelt De Corte. "Dat reikt tot aan de thuissituatie. Tijdens de eerste golf moesten we enorm focussen op COVID-19, maar tegelijkertijd ben ik ook moeder van drie kleine kinderen. Ik heb hen bij vrienden en familie ondergebracht, zodat ik me kon richten op de Kliniek en ons team." Maar het ging ook over kleinere dingen. "Op zekere momenten werden we overrompeld met giften zoals chocolade, pralines, fruit en drankjes", stelt De Corte. "Allemaal tekenen van solidariteit, van mensen die ons een hart onder de riem wilden steken. Op die energie willen we zeker verderbouwen." “Die solidariteit zagen we ook bij onze professionele partners en buren. We zijn onderdeel van het sociale weefsel in Brussel”, vervolgt De Corte. “Tijdens de eerste fase was het duidelijk dat we er voor elkaar zijn tijdens deze moment of truth. Zo kregen

De pandemie legde ook pijnpunten bloot in het Belgische gezondheidssysteem. We moeten dit momentum behouden om er de nodige lessen uit te trekken en het systeem te hervormen zodat we het in de toekomst samen beter kunnen doen.

zieken. In de eerste golf werden we op een bepaald moment gedwongen activiteiten op te schorten en merkten we dat sommige mensen behandelingen uitstelden of met klachten bleven zitten. Dat moeten we absoluut proberen te vermijden.” COVID zal ooit voorbijgaan. Maar de lessen die Sint-Jan leerde tijdens deze periode blijven alvast hangen volgens De Corte. “Voor de crisis was er al een ambitieus plan voor ons ziekenhuis”, stelt de CEO. “Daar zijn we ook tijdens de pandemie aan blijven voortwerken. De crisisaanpak en onze transformatie combineren blijft voor ons belangrijk. De pandemie legde ook pijnpunten bloot in het Belgisch gezondheidssysteem. We moeten dit momentum behouden om er de nodige lessen uit te trekken en het systeem te hervormen zodat we het in de toekomst samen beter kunnen doen.”

we bijvoorbeeld een leegstaand gebouw ter beschikking om er een testcentrum te openen. We kennen elkaar en springen voor elkaar in de bres. Partners en buren steunen ons op teveel manieren om op te noemen." Nu we voorbij die eerste fase zitten blijft solidariteit belangrijk.“Het blijft cruciaal – en dit is een oproep – dat we met zijn allen de COVID-maatregelen blijven opvolgen”, stelt De Corte. “We zagen de voorbije weken opnieuw een sterke piek in het aantal besmettingen en zieken, en die fluctuatie zal de komende maanden blijven. We moeten zorg dragen voor iedereen, zowel de mensen met COVID-19 als alle andere

In samenwerking met... Kliniek Sint-Jan is een algemeen ziekenhuis met drie locaties, allemaal in het hartje van Brussel. De kliniek beschikt over 584 bedden, en telt 1.400 medewerkers, 260 artsen en daarbovenop nog eens 150 vrijwilligers. Kliniek Sint-Jan biedt alle mogelijke zorgen aan, van preventieve tot curatieve geneeskunde en van begeleiding en revalidatie tot psychische gezondheidszorg. Daarbij leggen ze de nadruk op patiëntenervaring.

Hadewig De Corte CEO


08

OVERZICHT SUPPLY CHAIN FARMACIE

FOKUS-ONLINE.BE

De keten achter je medicijn Een pilletje nemen wanneer je ziek bent is heel normaal, maar erachter schuilt een complexe ketting die reikt van onderzoek en ontwikkeling tot het doosje dat uiteindelijk in je medicijnkast terechtkomt. Die keten verandert en digitaliseert nu steeds meer.

R&D De reis van een medicijn begint bij onderzoek en ontwikkeling, ofwel R&D. Hier ontwikkelen hoogtechnologische bedrijven nieuwe recepten voor geneesmiddelen die ziekten en aandoeningen bestrijden. België is alvast een sterkhouder in die economische niche. In 2019 stelde onze farmaceutische sector meer dan 38.000 mensen tewerk, investeerde ze 3,9 miljard euro in R&D en bracht de export van geneesmiddelen en vaccins 50 miljard euro op, zo'n 12,5 procent van de Belgische export. Digitalisering en innovatie ondersteunen steeds meer de ontwikkeling van geneesmiddelen. Begin 2020 kondigde de Britse start-up Exscientia bijvoorbeeld aan dat ze een eerste medicijn ontdekten via artificiële intelligentie, een concept waarvoor ze al meer dan 100 miljoen dollar aan kapitaal ophaalden.

ROBOT-APOTHEEK Het medicijn komt meestal via een groothandelaar terecht bij de apotheker. Hier haalt de patiënt, al dan niet met een doktersvoorschrift, het uiteindelijk op. Het bestellen, stockeren en verkopen van medicijnen zijn echter complexe processen. Vaak gaat het gepaard met een papieren administratie en veel zoeken naar medicijnen in kasten. Daarom automatiseren apothekers hun job steeds vaker. Robots en digitale systemen van bedrijven zoals het Belgische MediTech helpen hen hierbij, die indexeren de medicijnen en stockeren ze in een automatisch systeem. Administratie en beheer wordt makkelijker, en apothekers krijgen meer tijd om te adviseren. In de toekomst moet er misschien gewoon op een knopje worden geduwd en er schuift een doosje medicijnen uit de toonbank.

REGELGEVING Medicijnen bestaan in een zeer gereglementeerde omgeving, en alvorens een middel toegang krijgt tot de Belgische markt moet het een reeks procedures doorlopen. Het moet toestemming krijgen van het Europees Geneesmiddelenbureau. Daarna moet hun Belgische tegenhanger de autorisatie naar het lokale niveau vertalen. Een bedrijf moet zo bewijzen dat het product werkt en niet schadelijk is voor patiënten. Tegelijk zijn er een hoop andere instellingen die zich over een geneesmiddel uitspreken. De FOD Economie analyseert bijvoorbeeld de prijs van het middel, en het RIZIV spreekt zich uit over de terugbetaling door de verzekering. Overheden zien geneesmiddelen dus als iets cruciaal en die hevig gereglementeerd moeten worden voordat het bij de patiënt raakt.

E-COMMERCE Maar wat dan met e-commerce? Zet dat een tussenpersoon zoals de apotheker niet onder druk? Webshops voor medicijnen zoals Farmaline bestaan vandaag al, maar enkel voor voorschriftvrije medicijnen zoals paracetamol. Ook experimenteren steeds meer apothekers met thuisleveringen of automaten met voorschriftvrije medicijnen. Maar niettemin zijn medicijnen anders dan producten die je makkelijk online koopt, zoals boeken of elektronica. Geneesmiddelen zijn mogelijks schadelijk wanneer ze verkeerd gebruikt worden, en de farmaceutische sector blijft hameren op de rol van de apotheker. Die bezit een controlefunctie en heeft daarnaast een adviserende rol. Een apotheker zal vertellen hoe een medicijn te nemen en kent vaak de situatie van de patiënt. Een webshop vervangt dat aspect niet zomaar.

PRODUCTIE Na de ontwikkeling en erkenning begint de productie. In hoogtechnologische fabrieken produceren farmaceutische giganten de middelen, een geglobaliseerd proces. Maar België blijft een belangrijk productiecentrum voor geneesmiddelen. Dat bleek al tijdens de COVID-19-pandemie. De Amerikaanse multinational Pfizer selecteerde zo hun productievestiging in Puurs om mogelijk miljoenen dosissen vaccins tegen de ziekte te produceren, eens die er zijn. Ook bleek de pandemie een aanleiding voor Europese politici om mogelijks de productie van geneesmiddelen terug te halen naar Europa. Een tekort aan mondmaskers en medisch materiaal aan het begin van de pandemie zette hen ertoe aan om productie opnieuw lokaal te maken.

PAPIER Voor eindklanten betekent een medicijn kopen nog heel wat frictie: eerst naar de dokter, om daar een papieren voorschrift te halen. Daarmee gaan ze naar de apotheek om hun medicijn te kopen. Vervolgens is het zelf opvolgen hoeveel pilletjes per dag. Dat proces zal misschien klantvriendelijker worden. Het elektronisch voorschrift voor medicijnen wordt stilaan een realiteit. In de toekomst moet je dus geen briefje in doktershandschrift meer meenemen naar de apotheker. En zelfs verpakkingen staan te veranderen. Start-ups zoals het Amerikaanse PillPack, in 2019 overgenomen door Amazon, steekt pilletjes in transparante zakjes met daarop de dag waarop je het moet innemen. In plaats van onhandige doosjes krijg je in de toekomst dus zakjes op maat van je aandoening.

TEKST TOM CASSAUWERS


ANALIS BRAND REPORT

#FOKUSHEALTHCARE

09

MEDISCHE DESINFECTIE

Van labo tot restaurant Winter is coming. En middenin een pandemie betekent dat slecht nieuws. Tot voor kort konden we elkaar ontmoeten in de buitenlucht, met voldoende verluchting.

T

errassen namen zelfs parkeerplaatsen over in grootsteden zoals Brussel en Antwerpen. Maar al snel zal het Belgische weer ons terug naar binnen dringen, en afgesloten restaurants en bars zijn mogelijke broeihaarden voor het virus. Daarom duiken nu steeds meer nieuwe hygiëne en ventilatie-oplossingen op, sommigen die van steriele labo’s naar de horeca gaan. “We zien absoluut een verschuiving”, stelt Filip Hendrickx, CEO van Analis Development, dat zich onder andere specialiseert in desinfectie-oplossingen voor healthcare. “Voordien werkten we in de werelden van de labo’s en de ziekenhuizen. Dat blijft onze focus. Maar nu komen de vragen plots van overal.” Hun Novaerus toestellen zuigen lucht aan waarna de gepatenteerde technologie in actie treedt. “De toestellen crëeren een elektromagnetisch veld”, stelt Hendrickx. “Je legt een spanningsveld aan, en de microorganismen die erdoor passeren worden vernietigd. Hun DNA of RNA en de proteïnen worden uitgeschakeld. Zo verminder je de verspreiding van de micro-organismen zoals pakweg een virus of bacterie.”

Doorgaans werden die desinfectie-apparaten vooral gebruikt in de gezondheidszorg. Denk maar aan patiëntenkamers en wachtruimtes, plaatsen waar mensen met een zwakkere gezondheid verblijven zoals woonzorgcentra. Het Belgische bedrijf krijgt nu vragen van restaurants, hotels, industrie, apotheken tot zelfs individuen. “Het risico verhoogt naarmate mensen dichter bij elkaar zijn”, stelt Hendrickx. “Cafés en restaurants doen alle moeite om de nodige afstand te verzekeren. De economische druk is er ook, terwijl de terrassen stilaan dichtgaan. Virologen volgen met argusogen de genomen maatregelen op. Toestellen zoals Novaerus verminderen drastisch het risico op besmetting op deze plaatsen.”

Desinfectie van de lucht is echter onvoldoende. Huidige maatregelen, zoals afstandhouden en handhygiëne blijven prioritair. “Wij spreken over closing the loop”, stelt Hendrickx. “Handhygiëne, desinfectie van oppervlakken en desinfectie van de lucht moeten samengaan. Het is onvoldoende om frequent je handen te wassen als er iemand in dezelfde kamer hoest. Desinfectie van de lucht is complementair met de andere preventieve maatregelen. Het is een en-en-verhaal. We moeten verschillende maatregelen optimaal combineren om een effectieve preventie te garanderen.

Ron Roobroeck, International Marketing and Sales Manager bij Analis, ziet de verschuiving ook gebeuren. “Iedereen met een publieke functie, van hotels tot kantoren, moet zich voorbereiden op de nabije toekomst”, stelt hij. “Ze moeten extra maatregelen treffen om het risico op besmetting tot een absoluut minimum te herleiden."

Filip Hendrickx CEO

Ron Roobroeck International Marketing & Sales Manager

In samenwerking met... De Belgische firma Analis werkt al meer dan 90 jaar in de wereld van de laboratoria. Daar biedt ze een breed portfolio aan van hoogtechnologische apparatuur dat toepassingen ondersteunt in de medische setting. Met 150 mensen zijn ze actief in de Benelux. Hun eigen desinfectiegamma wordt wereldwijd geëxporteerd via lokale distributeurs.

VAN VIJF JAAR NAAR ACHTTIEN MAANDEN: DE RACE NAAR HET CORONAVACCIN IS INGEZET

Ongeveer de hele wereld is naarstig op zoek naar een vaccin tegen SARS-Cov2, het virus verantwoordelijk voor Covid-19. Als één van de grootste farmabedrijven ter wereld heeft uiteraard ook MSD (Merck & Co. in de US) haar verantwoordelijkheid opgenomen. “MSD is een bedrijf dat al 125 jaar geneesmiddelen en vaccins ontwikkelt en dat maakt dat we heel wat ervaring hebben in het ontwikkelen van vaccins”, zegt Brecht. “Onder meer vaccins tegen mazelen, bof, rubella, ebola, HPV en hepatitis A & B hebben we al ontwikkeld. Meer zelfs: In de afgelopen kwarteeuw werden er slechts 7 echt nieuwe vaccins ontwikkeld, d.w.z. vaccins die werkzaam zijn tegen een pathogeen waarvoor er daarvoor tot op dat moment nog geen vaccin bestond. Van deze 7 vaccins, werden er 4 ontwikkeld door MSD.” Nu ons sociaal en economisch leven door Covid-19 sterk beïnvloed wordt, is het de bedoeling om het virus zo snel mogelijk onder de knoet te krijgen. “Stel dat we op pakweg 18 maanden een veilig en efficiënt vaccin zouden hebben, dan zou dat een absoluut snelheidsrecord zijn”, legt Brecht uit. “Om een referentie te geven: MSD heeft het vaccin tegen ebola in ongeveer 5 jaar ontwikkeld in samenwerking met globale partners. Een vaccin op minder

dan twee jaar maken, zou dus echt wel een ongelooflijk huzarenstuk zijn.” Vooraleer een vaccin op de markt komt, heeft het altijd drie testfases ondergaan. Voor het onderzoeksvaccin aan mensen wordt toegediend, gebeurt er preklinisch onderzoek, dat zich volledig in het labo afspeelt (inclusief dierenproeven) en waarbij gekeken wordt naar de veiligheid en de immuunrespons. Daarna volgt de eerste fase van het klinisch onderzoek bij de mens, Brecht: “Hier bekijken we bij gezonde vrijwilligers of het vaccin kan werken, of het een immuunrespons van het lichaam opwekt en natuurlijk of het veilig is. Voor een vaccin is dat nog belangrijker dan voor een geneesmiddel, omdat we gezonde mensen vaccineren en op termijn waarschijnlijk bijna de ganse wereldbevolking proberen te bereiken.” “Hierna wordt een grootschalige studie opgestart, waarbij het vaccin in een heel grote groep mensen wordt getest waarbij er wordt gekeken naar de doeltreffendheid, met name bescherming tegen COVID-19 infecties, en natuurlijk de veiligheid. Een bijkomende moeilijkheid daarbij is wel dat er een voldoende hoge besmettingskans moet zijn om het vaccin te testen. Die studies moet je dus kunnen doen op plekken in de wereld waar het virus nog woedt.” Er zijn heel wat verschillende manieren om een vaccin te ontwikkelen. MSD maakt in zijn corona-onderzoek gebruik van een zogenaamd vectorvaccin. “Dat vaccin is een soort taxi die een onschuldig maar heel herkenbaar

stukje van het coronavirus, het “spike” eiwit, in het lichaam brengt en het lichaam zo aanzet om antilichamen aan te maken en immuniteit op te wekken tegen dat virus”. Na succesvolle proeven in het labo worden nu in 3 Belgische ziekenhuizen vrijwilligers met het eerste (mazelenplatform) MSD COVID-19 vaccin gevaccineerd. Daarmee is de fase 1 studie van het onderzoek officieel van start gegaan. Eén van de grote voordelen van de vectorvaccins van MSD is dat er al ervaring bestaat met deze vaccintechnologie. Desondanks gaat MSD er zelf al vanuit dat het allicht niet het allereerste bedrijf zal zijn dat een werkend vaccin op de markt kan brengen. “De bedoeling voor MSD is niet om als eerste een COVID-vaccin te ontwikkelen en er zullen sowieso verschillende veilige en doeltreffende vaccins nodig zijn gezien de grote vraag. Veiligheid is zeer belangrijk, gezien de toediening aan mogelijk miljarden mensen wereldwijd. MSD hecht ook veel belang aan een brede, rechtvaardige en betaalbare toegang voor zijn vaccins. Dit betekent dat iedereen, waar ook ter wereld, toegang moet hebben tot een vaccin, omdat het een wereldwijde pandemie is. Laat ons hopen dat alle vaccinontwikkelaars met hun gezamenlijke inspanningen adequate oplossingen zullen kunnen bieden om dit waar te maken om zodoende één van de grootste gezondheidscrisissen van de afgelopen decenia te overwinnen. Alleen door goede samenwerking tussen alle betrokkenen zal dit mogelijk zijn. Niemand is veilig totdat we allemaal veilig zijn.”

BE-NON-00610. Date of last revision: 10/2020

Hoe moeilijk is het om een vaccin tegen een virus te maken? Wat zijn de verschillende fases in het ontwikkelingsproces? En hoe werkt zo’n vaccin eigenlijk? Brecht Vanneste, Managing Director bij MSD gunt ons een blik in de interne keuken van de vaccinontwikkelaar.


010

TESTIMONIALS ZORGDRAGERS

FOKUS-ONLINE.BE

In het zog van de zorgverlener Zorgverleners waren al onmisbaar vóór de coronapandemie en zijn nog méér onmisbaar geworden, doorheen de verschillende pieken van het virus en de nodige maatregelen van deze afgelopen periode. En laat het ondertussen wel duidelijk zijn dat zorg voorkomt in alle maten en vormen: van vrijwilligerswerk tot nieuwe technologieën en een diverse patiëntenervaring. De onzichtbare gevolgen van corona horen eveneens tegen het licht worden gehouden, want een pandemie dringt harder door in onze maatschappij dan je op het eerste zicht zou denken. Enkele getuigenissen van zorgdragers.

Leslie Delcarte.

Valerie Florentz.

Vera.

Uroloog Kliniek Sint-Jan in Brussel

Apotheek Florentz uit Meise

Vrijwilliger bij Samana

“Als Brusselaar was het voor mij een evidente keuze om voor een ziekenhuis in het centrum van de stad te gaan werken. Ik hou van Brussel omwille van de diversiteit van de stad, die je ook terugvindt bij onze collega’s én patiënten. Wij zijn er voor iedereen en dat was een van de redenen waarom ik een jaar geleden voor Kliniek Sint-Jan koos. Urologie is een zeer divers vakgebied waarin we zowel kinderen, mannen als vrouwen behandelen en begeleiden in hun volledig traject als patiënt. Van de diagnose, behandeling of ingreep tot de opvolging. Zo bouw je ook een vertrouwensrelatie op met je patiënt. Ik haal energie uit het engagement en de dynamiek die ik bij mijn collega’s terugzie. Als team blijven we continu investeren in nieuwe technologieën en nieuwe behandelingen in het belang van onze patiënten. Daarvoor krijgen we de volle steun van de kliniek.”

“In het begin van de coronapandemie schafte ik voor de apotheekruimte het Novaerus luchtdesinfectiesysteem van Analis aan. Op dat moment droegen we zelf nog geen masker en hadden we ook nog geen plexiglas geplaatst. Het toestel van Analis gaf zowel ons als de patiënten een gevoel van veiligheid in die moeilijke en onzekere tijden. Naast de vele gebruikelijke maatregelen en het verluchten en ontsmetten van de verschillende oppervlakten, vervolledigde het systeem de totale bescherming van de officina. Het toestel is zonder enige twijfel onze bondgenoot geworden in de verdere strijd tegen het corona- en griepvirus, maar eveneens tegen de pollen in het voorjaar.”

“Ik zag in een blaadje een advertentie over de vrijwilligerswerking van Samana, en ik dacht: als er werkelijk zoveel mensen eenzaam zijn, waarom zou ik dan geen plaatsje voor hen kunnen vrijmaken in mijn hectische leven? Ik kon daarbij ook op een mooie manier mijn eigen talenten benutten. Ik ben wel een empathisch persoon, een eigenschap die zeker van pas komt in de buddywerking waarvoor ik me inzet, maar bijvoorbeeld ook in de mantelzorgtrajecten of vakantiebegeleiding die Samana organiseert. De ondersteuning die ik krijg vanuit de vrijwilligerswerking is uitgebreid: ik kan deelnemen aan allerhande seminaries, cursussen en activiteiten. Maar uiteindelijk ben je als vrijwilliger geen dokter. Je moet gewoon proberen om een vriend te zijn voor de ander. Om er echt te zijn voor die persoon. Voor mij voelt die opdracht alleszins enorm zinvol aan.”


Ons idee van een gezonde praktijk Als medicus gaat al je aandacht naar het welzijn van je patiĂŤnten. Maar hoe zit het met je praktijk? SBB helpt je onderneming groeien ĂŠn financieel gezond te houden. Surf naar sbb.be/gezondepraktijk voor meer info.

AFS Global Competence Certificate


012

BRAND REPORT CERBA RESEARCH

FOKUS-ONLINE.BE

Innoveren rondom klinisch onderzoek Het opzetten van klinische studies vraagt heel wat (labo)-infrastructuur en een uitgebreide logistieke keten. Lang niet alle farmabedrijven beschikken daarover of hebben de kennis in huis om deze op te zetten. Hoe pakken ze dat probleem aan?

F

armaceutische bedrijven hebben misschien wel testcapaciteit, maar klinische studies en medicijnenresearch omvatten meestal ook een intensief logistiek proces, met bergen data die verzameld, verwerkt en geanalyseerd moeten worden. In veel gevallen behoort dat niet tot de corebusiness van de farmagroepen. Om die leemte te vullen, zijn er verschillende gespecialiseerde leveranciers van labodiensten actief in ons land. Cerba Research uit Gent is er een van. “Hoe kun je bijvoorbeeld snel, efficiënt en zonder problemen kits voor een staalafname verdelen?”, stelt CIO Peter Vermeylen de vraag. “Dat is bijvoorbeeld een zaak die wij voor onze rekening kunnen nemen. Wij prepareren onder andere alle materialen om de stalen af te nemen en leveren die netjes in kits aan. Ook het papierwerk met patiëntengegevens bereiden we voor en verwerken we. Als alle data binnen is, bestellen wij labotesten, in ons eigen labo of bij een partner. De resultaten worden daarna aan de onderzoekers ter beschikking gesteld via pdf ’s, maar evengoed via een elektronisch portaal waarop ze kunnen inloggen.” Naast puur administratief werk levert Cerba Research ook wetenschappelijke expertise aan, zegt Lab Manager Joachim Vandroemme. “Bij de opzet van de studies werken we nauw samen met onze klanten. Hoe gaan we de test definiëren? Hoe zetten we die op? Welke markers gaan we opsporen? Ook daarin spelen we onze rol.” De omvang van dit soort studies is in de loop der jaren almaar complexer geworden, zegt Vermeylen. “Vijf jaar geleden kregen alle patiënten in een studie dezelfde tests. Doordat we almaar vaker richting ‘personalised medicine’ evolueren, zijn dat bijna honderd individuele parcoursen geworden. Op basis van de resultaten worden de tests continu bijgestuurd. Dat maakt de uitdaging natuurlijk een stuk groter.”

“De interactie tussen de labotests en de behandeling is ook toegenomen”, pikt Vandroemme in. “Daar is nu bijna directe feedback aanwezig. ‘De patiënt’ was voor de farmaindustrie vroeger een homogene groep. Tegenwoordig is dat anders. Neem nu de COVID-testen, daar wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende subpopulaties. Niet alleen naar geslacht, maar ook bijvoorbeeld of

‘De patiënt’ was voor de farma-industrie vroeger een homogene groep. Tegenwoordig is dat anders. Neem nu de COVID-testen, daar wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende subpopulaties. iemand diabetes heeft.” De rol van Cerba Research zelf is trouwens ook aan het veranderen, stelt Vermeylen. “Afhankelijk van welke technologie er nodig is, zullen wij studies met tests aan verschillende partijen uitbesteden. Waarmee we een soort ‘broker’ van data worden. Net zoals in veel andere industrieën nam ook in de farma het belang van data en dataverwerking een enorme vlucht. Omdat wij met patiënten werken is die data per definitie

zeer gevoelig. Het is dus van het allergrootste belang dat er voorzichtig mee wordt omgesprongen. Respect voor privacy mag dus absoluut geen loos begrip zijn.” Door de enorme hoeveelheid data die tegenwoordig ontsloten kan worden, ontstaan er nieuwe mogelijke toepassingen waar vroeger alleen maar over gedroomd kon worden. En dan komen er al snel begrippen als ‘artificiële intelligentie’ en ‘machine learning’ op de proppen. “Klopt”, zegt Peter, “dat heeft een enorme revolutie veroorzaakt. In ons Franse lab in Montpellier wordt bijvoorbeeld heel veel met medische beeldvorming gewerkt. Tot een paar jaar geleden werden weefselstalen nog letterlijk bekeken op glazen lamellen. Tegenwoordig wordt dat allemaal volledig digitaal verwerkt. Dat betekent meteen ook dat je daar algoritmes op kunt loslaten die helpen bij diagnoses.” Maar ondanks de enorme sprongen die binnen IT en AI worden genomen, is de rol van de mens in het labo nog lang niet uitgespeeld, maakt Joachim zich sterk. “Natuurlijk zal technologie almaar prominenter worden, maar in de eerste plaats vooral om de medicus te ondersteunen. De rol van de arts blijft cruciaal om data en gegevens te interpreteren. Je zult als patiënt maar eens de uitzondering op de regel zijn die niet precies in de plooien van het algoritme past. Dat kan zeer ongewenste gevolgen hebben. Daarom zal menselijke verificatie nog heel lang de norm blijven. Al zal het labo van de toekomst er natuurlijk heel anders uitzien dan nu. Denk bijvoorbeeld aan alle ontwikkelingen in labtesten op chips of in Point-of-Care-testing, waarbij artsen vaker zelf test zullen uitvoeren. Tot slot zie ik ook een explosie aan biomarkers in de toekomst, bovenop alle klassiekers die we nu al kennen. Wat betekent dat ik me, als labospecialist, nog lang niet bedreigd voel (lacht).”

In samenwerking met... Cerba Research levert de hoogste kwaliteit in gespecialiseerde laboratoria en diagnostische oplossingen en wil een hefboom zijn voor de klinische studies van morgen. Dat dankzij het ter beschikking stellen van patient data en innovatieve wetenschappelijke inzichten. Dankzij hun globale verankering en toegang tot vermaarde labs, data, patiënten, technologie, ondersteunt Cerba Research op wereldschaal bedrijven in de biotechnologie, farma en IVD-organisaties, om het leven van alle patiënten te verbeteren.


VACCINATIE BIOTECHNOLOGIE

#FOKUSHEALTHCARE

Boost de coronacrisis vaccinonderzoek? In tijden van non-crisis is academisch onderzoek niet altijd gemakkelijk. Het kost jaren research om problemen op te lossen die zich misschien niet eens zullen stellen. Bij COVID-19 gebeurde dat wel. “Mochten we nu een vaccin hebben, zouden we niet in deze situatie zitten.”

Z

iekte en gezondheid, ofwel: de bouwstenen van het leven en wat daarmee fout kan gaan. Dat is wat de levenswetenschappen bestuderen, legt Jérôme Van Biervliet uit, hoofd Discovery Sciences van VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie). “Het legt ook mogelijke manieren bloot om daar in te grijpen. Een complexe aangelegenheid, soms moeilijk te begrijpen voor het brede publiek, maar daarin ligt wel onze toekomst.” Vlaanderen excelleert in medisch-wetenschappelijke innovaties, treedt Van Biervliet de veelgehoorde teneur bij. “We zijn als Vlamingen soms een beetje te bescheiden, maar we spelen echt mee aan de wereldtop. Neem bijvoorbeeld hiv, een virus waarvan in mijn jeugd gezegd werd dat het ons allemaal zou vernietigen. De basis voor de behandelingen van vandaag is voor 80 à 90 procent in Vlaanderen gelegd. Of kijk naar de vele vooruitstrevende kankerstudies die in ons land worden ontwikkeld of getest.” Wetenschappelijk onderzoek is een werk van lange adem, dat vaak onbekend en onbemind blijft. Tot de realiteit anders beslist. “Met de corona-uitbraak wordt de opgebouwde expertise nu aantoonbaar”, stelt Van Biervliet vast. “Zelf voeren we met ons instituut al jarenlang belangrijk onderzoek rond antivirale middelen, ook op vlak van influenza. In het verlengde daarvan hebben we een antistof gevonden waarvan we denken dat ze ook bescherming kan geven tegen de CoV-2-variant. De uitdaging is nu om die therapie zo snel mogelijk ontwikkeld te krijgen.” In een crisistijdperk kan de medische industrie hiervoor vaak snel middelen mobiliseren, aldus Van Biervliet. Hoe dan ook is de ontwikkeling van een medicijn of vaccin

altijd een langetermijninspanning, weet ook Elisabeth Van Damme, woordvoerster van farmaceutisch bedrijf GSK dat zijn wereldwijde vaccinhoofdkwartier heeft in het Waalse Waver. “Vaccins maken is een biologisch proces, in tegenstelling tot de fabricatie van klassieke geneesmiddelen. Het neemt maanden tot zelfs enkele jaren in beslag. Eens een vaccin goedgekeurd is door de autoriteiten voor gebruik, moet je er nog de productieinfrastructuur voor bouwen, wat ook veel tijd en geld kost.”

Iedereen wil vandaag een vaccin, maar wellicht zal één oplossing niet de hele wereldbevolking kunnen dienen. - ELISABETH VAN DAMME, GSK

“Bij de MERS- en SARS-uitbraak enkele jaren geleden hebben bepaalde onderzoekscentra al kennis opgebouwd van coronavirussen. Zelf hebben we bij GSK een immuunversterkende component ontwikkeld die zijn nut eerder al bewezen heeft. Dat adjuvant stellen we nu vrij ter beschikking aan instituten en bedrijven die bezig zijn met de ontwikkeling van COVID-19-vaccins. Vandaag lopen er zo vijf internationale samenwerkingen. Dat zou de zoektocht naar een vaccin moeten versnellen.”

En het is geen kwestie van wie eerst is, benadrukt Van Damme. Belangrijk is hoe de beste samenwerkingen tot de beste uitkomsten kunnen leiden. “Iedereen wil vandaag een vaccin, maar wellicht zal één product niet de hele wereldbevolking kunnen dienen. Dus zijn er maar beter verschillende opties. Anders kom je voor moeilijke beslissingen te staan.” De wereldwijde vraag naar vaccins stijgt voortdurend, ziet GSK. “Een belangrijke verklaring is dat vaccins intussen hun nut hebben bewezen. De Wereldgezondheidsorganisatie stelt dat er, naast zuiver drinkwater, niets is wat meer levens redt dan vaccins. Jammer genoeg zijn vaccins een beetje het slachtoffer van hun eigen succes. Als vaccinatie sluitend is, dan verdwijnen ziektes. Dus stellen mensen de vraag: waarom is zo’n vaccin nog nodig?” Deze crisis zal ons terug doen beseffen hoe belangrijk onderzoek wel is, voorspelt Van Damme. “Want mochten we nu een vaccin hebben, zouden we niet in deze situatie zitten.” Soms is het moeilijk om vaccinontwikkeling te onderhouden in tijden zonder uitbraak, bevestigt Van Biervliet. “Nochtans zijn er heel wat dingen die op ons afkomen – virale aandoeningen vormen daar maar een stukje van – die een lang traject vragen om met adequate oplossingen te komen. Academisch onderzoek mag dan theoretisch lijken, de grote innovaties van morgen liggen erin verborgen.”

TEKST HELEEN DRIESEN

013


014

INTERVIEW PIERRE VAN DAMME & DIRK DE WACHTER

FOKUS-ONLINE.BE

H

et is valavond wanneer de twee gentlemen in de geneeskunde elkaar treffen op het koertje van het herenhuis in Antwerpen waar De Wachter zijn praktijk houdt. De ontmoeting is hartelijk, binnen de regels van de afstand. Ze zijn geen onbekenden. Tijdens hun studies kruisten ze elkaar, enkele jaren tussen hen in. Daarna gingen ze elk een andere richting uit. De een verbond zich als psychiater en hoogleraar aan de KU Leuven, de ander werd professor vaccinologie aan de Universiteit Antwerpen. Hun gemene deler zit bij hun echtgenotes. Die staan als huisarts pas echt met hun twee voeten in het ware leven, geven de artsen minzaam toe. Nochtans, ze doen hun best. De Wachter: “Als mensen me zeggen: die virologen, staan die eigenlijk wel in de realiteit? Dan antwoord ik: natuurlijk. Enfin, de meesten toch (grinnikt). Die brengen ook hun kinderen naar school en praten ook met hun partner aan de keukentafel.” Van Damme: “Ik schuif elke zondag braaf aan bij de bakker voor pistolets. Spijtig, ze laten mij niet voor (lacht).” Hoe lang is het geleden dat jullie elkaar nog in persoon hebben gesproken?

OP DE BANK BIJ PIERRE VAN DAMME EN DIRK DE WACHTER

‘Soms maak ik me zorgen om mensen die zeggen: met mij gaat alles prima’ Het toonbeeld van de ratio en de pleitbezorger van de empathie. Gaat het over corona, dan voeren ze beiden dezelfde strijd, verzekeren vaccinoloog Pierre Van Damme (links) en psychiater Dirk De Wachter (rechts). Over de uitkomst zijn ze hoopvol. Als hoofd en hart maar op elkaar letten. TEKST HELEEN DRIESEN

BEELD SANDRA MERMANS

Van Damme: “De laatste keer was op een kunsttentoonstelling. Maar sinds corona moet dit fysiek de eerste keer zijn. Ik lees wel in de kranten wat Dirk zoal zegt over het onderwerp.” De Wachter: “Ik probeer dan eerlijk te vertellen wat ik vind. Mijn positie tegenover de maatregelen is vooral ondersteunend, ik wil de virologen niet in de weg staan. Maar af en toe maak ik toch graag de nuance. Dat is wat wetenschappers doen: onder elkaar discussiëren, liefst op een respectvolle manier. Het volledig met elkaar eens zijn is verdacht in de wetenschap. Je moet woord hebben en wederwoord, zo evolueert het voortschrijdend inzicht.” Van Damme: “Weet je dat ik door dit alles een ongelooflijke bewondering heb gekregen voor onze weermannen en -vrouwen? Die doen eigenlijk precies wat wij en de biostatistici proberen te doen: voorspellen. Met wisselend


PIERRE VAN DAMME & DIRK DE WACHTER INTERVIEW

#FOKUSHEALTHCARE succes. Iets als haatmail kende ik voordien totaal niet. Nu zeggen die meteorologen me: ‘Troost je, wij krijgen ze al twintig jaar (lacht).”

3 VRAGEN AAN...

De Wachter: “Ik heb nochtans al vaak benadrukt: jullie doen het goed. Net zoals de bevolking trouwens, in het algemeen. Dat is ook de taak van een psychiater: regelmatig zeggen dat mensen goed bezig zijn.” MITCHELL SILVA

In het publieke debat worden jullie wel eens tegenover elkaar geplaatst: de mannen van de harde en die van de zachte wetenschap. De Wachter: “Ergens begin dit jaar zag ik per toeval Marc Van Ranst. Hij is in dezelfde gemeente opgegroeid als ik, maar we komen elkaar haast nooit tegen. En Marc zegt: ‘Tja, virologie en psychiatrie, dat heeft nu eens niets met elkaar te maken.’ Drie maanden later zitten we middenin een pandemie en ontmoeten we elkaar het ene debat na het andere (lacht). Zo gaat het leven. Maar ergens klopt het wel: een epidemioloog, dat is de objectiviteit zelve. Daarbij gaat het over cijfers en over juist of niet juist. Bij mij is dat allemaal wat minder helder.” Van Damme: “Wat van de psychiatrie geen mindere wetenschap maakt.” De Wachter: “Akkoord, maar het is geen feitelijke, rationalistische wetenschap. Ik ben bezig met het subject van de mens, met de problemen en het verdriet. Overigens, ik kan ermee akkoord gaan om in acute crisis pas op de tweede rij te staan. Zo’n situatie vergt een aantal dringende ingrepen. Maar eens de lens weer wat breder wordt, moeten ook andere dingen weer aan bod komen. Op een zeker moment werd het beleid volgens mij wat te veel gevoerd op basis van Excelfiles. Dan vind ik het mijn plicht om tussen te komen.” Van Damme: “Terecht. Ik heb onze positie nooit als tegengesteld ervaren. De maatregelen zijn niet makkelijk, dat beseffen we allemaal. Het probleem is: de infectie geeft ons geen tijd. Dus is het voor een stuk gissen en missen. We zijn in eerste instantie vertrokken van wat we al wisten van andere virussen, maar COVID-19 blijkt een leerschool in out-of-the-box-denken. Voor mij is dat de grote les van deze periode, voor de virologie en de wetenschap: durf voortdurend alles in vraag stellen.”

ZAAKVOERDER VAN ESPERITY

Het volledig met elkaar eens zijn, is verdacht in de wetenschap. Je moet woord hebben en wederwoord, zo evolueert het voortschrijdend inzicht. - DIRK DE WACHTER De Wachter: “Wetenschappelijk gezien is dit een enorm interessante tijd. Het is bijna cynisch om te zeggen, want er is veel miserie, maar dit is een ontzettend boeiend sociaal experiment.” Het fysieke aspect speelt altijd bij virussen, maar bij een griepje of verkoudheidsvirus ontbreekt die sociale factor. Maakt dat COVID-19 zo uitzonderlijk? Van Damme: “Ik heb corona hier en daar durven vergelijken met hiv. Midden jaren 80 moesten we de bevolking massaal opvoeden

Is het hoogtij op het strand van Ipanema een van de wonderen van geluid? Maak kennis met de Phonak Paradise met een ongeëvenaarde geluidskwaliteit waarmee u het wonder van geluid kunt ontdekken. Helder natuurlijk geluid - briljant spraakverstaan - gepersonaliseerde ruisonderdrukking. Is de nieuwe Phonak Audéo Paradise iets voor u? Ga langs voor advies en een gratis hoortest bij uw dichtstbijzijnde audioloog: www.phonak.be

Niets klinkt als het geluid van Paradise.

Phonak Audéo™ Paradise

rond veilig vrijen, het beperken van je aantal sekspartners, het dragen van een condoom. Alleen hadden we bij dat virus iets meer tijd om een strategie te ontwikkelen en zat het risico sterker geconcentreerd binnen een aantal groepen. COVID-19 slaat niemand over. Al zijn de consequenties niet voor iedereen gelijk. Je ziet ook hoe zo’n pandemie de pijnpunten van een systeem blootlegt: de complexiteit van onze politiek van beslissingen nemen, maar ook de fragiliteit van onze samenleving. Wie er alleen voor stond, raakt nog verder geïsoleerd. Wat dat betreft hebben we heel weinig correctiemechanismen.” De Wachter: “Het zijn evoluties die al aan de gang waren en die nu worden uitvergroot. Ik heb er de laatste jaren vaak over geschreven: ik ben bezorgd om de wereld, om de mensen die uit de boot dreigen te vallen. Corona is als een vliegwiel. Als we niet opletten – en misschien als we opletten óók – zal de solidariteit die we in Europa kennen beetje bij beetje verkruimelen. Het sociale zekerheidssysteem, de pensioenen, de zorg voor de zwakkeren: al die zaken zullen zwaar onder druk komen te staan als de economische gevolgen van deze crisis zich tonen. Daar wil ik op wijzen – en niet om de virologen te ambeteren.” Weten we intussen wat de crisis precies aanricht met ons psychisch welbevinden? De Wachter: “Ik heb in mijn praktijk een wachtlijst van vele maanden, onmogelijk dus om te stellen: ik krijg wat meer

Hoe hebben jullie patiënten bijstand verleend de voorbije periode? “Onze tools met gepersonaliseerde educatie bevorderen de autonomie van de patiënt, en zeker nu, tijdens de huidige COVID-pandemie. Zo zijn we nog meer gaan polsen naar de informatienoden van de patiënt om te voldoen aan hun behoeften. We hebben tevens educatie rond het belang van levensstijl tijdens de COVIDpandemie online aan bod gebracht, via onze empowermentapplicatie.” Zijn er tijdens de tweede golf nieuwe invalshoeken qua zorg? “Tijdens de tweede golf gaan we nog meer digitale ondersteuning zien die ingang vindt in de praktijk. Om reguliere zorg niet uit te stellen is digitale ondersteuning meer dan ooit noodzakelijk en dit betreft alle actoren in de gezondheidszorg. De patiënt correct informeren met betrouwbare informatie in een veilige context is cruciaal om een foute interpretatie te minimaliseren.” Hoe zien jullie de komende maanden tegemoet? “Uitdagingen zorgen ook voor opportuniteiten. Gezondheid is meer dan ooit hét gespreksonderwerp, waardoor ook opportuniteiten ontstaan om patiënten actiever te betrekken. Zowel vanuit het perspectief van de zorgverstrekker als de patiënt zelf. Een juiste omkadering blijft wel noodzakelijk.”

015


016

INTERVIEW PIERRE VAN DAMME & DIRK DE WACHTER

Pierre Van Damme & Dirk De Wachter

FOKUS-ONLINE.BE


PIERRE VAN DAMME & DIRK DE WACHTER INTERVIEW

#FOKUSHEALTHCARE

telefoontjes, de wereld is er slechter aan toe. Maar alle studies, zowel Europese, Chinese als Amerikaanse, wijzen op een significante verhoging van het aantal psychiatrische problematieken. Dan gaat het niet alleen over de angst voor het virus, maar ook over de angst voor de toekomst. Mensen weten niet of ze volgend jaar nog werk zullen hebben, of hun bedrijf overeind zal blijven, of ze hun gewone bezigheden nog kunnen hervatten. Depressies en angsten nemen toe, net zoals middelengebruik, intrafamiliaal geweld en chronische vermoeidheid.” Van Damme: “Vrij vroeg in maart zijn we begonnen met onze grote corona-enquête. Om je een idee te geven: de eerste keer hebben er 650.000 Belgen meegedaan. Dat zegt wel iets over de mate van betrokkenheid op dat moment. Een aantal vragen die we al bij de tweede versie van onze enquête hebben toegevoegd, hielden verband met het psychisch welzijn van respondenten. Dat ging zeer snel achteruit tijdens de lockdown. Toen die was afgelopen, ging het meteen weer beter.” De Wachter: “Dat geeft wel vooral een indicatie over de directe gevolgen van de crisis. Ik ben nog veel meer bezorgd om de onderstroom. Ik maak me soms ongerust over de mensen die nu zeggen: ‘Met mij gaat het prima, geen enkel probleem.’ Dan denk ik: wat zit je te ontkennen? Wat wordt er onder de mat geschoven? Het is toch normaal – een woord dat ik anders vermijd – dat dit wat lastig is, dat het allemaal wat tegensteekt? De psyche is een ingewikkeld diertje, sommige dingen blijven lang waren voor ze de kop opsteken.” Dit voorjaar, in tijden van acute crisis, was er een grote verbondenheid tussen mensen om samen dat beest te temmen. Van Damme: “Dat was mooi, iets om te koesteren. De straat ontdekte wie er allemaal woonde. Vanaf de grote vakantie was het weer een beetje ieder voor zich. De zon scheen, de cijfers gingen beter. Après moi, le déluge. We gingen zelfs de ene provincie tegen de andere opzetten: de ‘goeien’ tegen de ‘slechten’. Ook internationaal. Een drama, vind ik persoonlijk, de machteloosheid van Europa in dit verhaal. Maar mijn

eerste zorg is nu hoe we in dit land de solidariteit kunnen terugvinden. Ik geloof niet dat dat vanuit Brussel moet geregeld worden, het kan soms heel lokaal.” De Wachter: “We moeten geen spoedgevallendiensten inrichten waar psychiaters klaarstaan om de bevolking op te vangen. De oplossing zit in verbinding, een verantwoordelijkheid die we delen. Mijn advies: let op de mensen in je omgeving en op risicogroepen in het bijzonder. Ik denk aan oude mensen die alleen in een appartementje zitten, aan singles in het algemeen, aan mensen met een psychische kwetsbaarheid, of aan vluchtelingen – een groep waar blijkbaar niemand nog over spreekt.” Hoe slagen we erin om mensen weer positief te motiveren in die onderlinge solidariteit? Van Damme: “We laten nog heel wat opportuniteiten liggen op vlak van communicatie; vaak is die nog heel sec. Overheden zouden perfect een paar professionele bedrijven de opdracht kunnen geven om iets te doen met grappige filmpjes en toffe campagnes voor de verschillende bevolkingsgroepen.”

Ik ben het dan ook beu om te horen dat eind dit jaar alles opgelost is. Dat vaccin zal er komen, wees gerust. Maar eerst moeten we de nodige gegevens verzamelen over de veiligheid en werkzaamheid in een voldoende grote groep vrijwilligers. Wellicht wordt het eerder half 2021. En dan nog. Eigenlijk zeg je beter: jongens, zo staan de zaken ervoor, we moeten even een aantal dingen met elkaar afspreken. Dat is een contract dat je als maatschappij met elkaar afsluit. Iedereen houdt zich aan een paar lastige maatregelen, en dan is er heel veel mogelijk.” De Wachter: “Of het terug goedkomt? Daar ben ik van overtuigd. Het menselijk ras heeft al pestepidemieën en oorlogen overwonnen. Laat ons toch nog een beetje nuchter blijven: dit is lastig, maar tot hiertoe ook geen verschrikking.” Van Damme: “De mens is een gewoontedier: chassez le naturel, il revient au galop. Daarom is het ook een hele uitdaging om voor langere tijd die vervelende maatregelen te volgen. En toch, we zullen nog even moeten doorbijten.”

De Wachter: “(knikt) Een beetje Kamagurkistan helpt.”

SMART FACT.

Van Damme: “Het zou toch schitterend zijn als elke gemeente iets probeerde te doen rond kerst of oudjaar, en daarmee ook een steuntje in de rug geven aan de evenementensector? Er zijn zoveel creatieve dingen mogelijk, zelfs met toepassing van de maatregelen. Heel deze periode is eigenlijk een toetssteen voor de maatschappij: kunnen wij dit?”

Jullie hebben een gezamenlijke passie: kunst. Hoe is die ontstaan?

En? Kunnen wij dit aan? De Wachter: “Het wordt moeilijker, daar kunnen we niet omheen. De winter en de donkere dagen komen eraan. Een uitdaging, want voor maart zal er weinig veranderen, heb ik begrepen.” Van Damme: “We zullen aan expectation management moeten doen, zoals de Engelsen het zo prachtig benoemen.

Van Damme: “Ik ben eerst tien jaar huisarts geweest, samen met mijn echtgenote. We hadden een praktijk naast een kunstgalerij in hartje Antwerpen. Eens je de smaak te pakken hebt, ben je vertrokken. In plaats van naar de cinema te gaan, gaan wij naar een tentoonstelling.” De Wachter: “Ik kon als kind heel goed tekenen. Iedereen vond dat ik naar de kunstacademie moest, wat ik dan ook gedaan heb. Daar heb ik ontdekt dat ik eigenlijk geen kunstenaar ben. Mijn eer was gekrenkt, maar sindsdien heb ik veel bewondering voor mensen die wél talent hebben.”

017


018

BRAND REPORT BLINDENZORG LICHT & LIEFDE

FOKUS-ONLINE.BE

‘COVID vergroot het isolement van mensen met een visuele beperking’ Corona treft ons allemaal hard. De ziekte zelf hakt er fel in en daarnaast krijgt de economie klappen, waarbij bepaalde sectoren zwaarder getroffen worden dan andere. En dan is er ook nog het menselijk leed, los van de ziekte.

M

ensen die hun job verliezen, rusthuisbewoners die geen bezoek meer krijgen of het dalend aantal vrijwilligers dat een helpende hand reikt naar mensen met een beperking. Jan de Smedt, gedelegeerd bestuurder bij Blindenzorg Licht en Liefde, stelt dat de situatie voor mensen met een visuele beperking allesbehalve rooskleurig is. “Deze groep mensen is nog veel meer aan hun woonplaats gekluisterd dan mensen die kunnen zien. Naar buiten gaan is voor hen al een hele uitdaging, laat staan dat er dan nog een besmettelijk virus in de maatschappij circuleert. Het is voor hen tevens een extra uitdaging, zo niet onmogelijk, om afstand te bewaren. Zelfs met een witte stok kunnen omstaanders boos reageren omdat iemand die blind is onbewust te dicht komt. Mensen zullen ook minder geneigd zijn om iemand te helpen bij het oversteken, omdat die anderhalve meter niet meer gerespecteerd wordt. Het maakt het niet evident voor slechtzienden om buiten te komen. Daarom hebben wij vanuit Licht en Liefde mondmaskers laten maken waarop gedrukt staat: ‘Merci voor je 1,5 meter’. Op die manier willen we mensen sensibiliseren om zelf de nodige afstand te houden, omdat mensen met een visuele beperking het zelf niet kunnen zien.” De Smedt bevestigt dat blinden en slechtzienden nog meer te maken krijgen met sociale deprivatie. “Ze kunnen nergens naartoe. Ook het openbaar vervoer is in COVID-tijden geen sinecure. Ze zijn al een hele periode op zichzelf aangewezen. Ook al wonen ze met iemand samen thuis, de sociale contacten zijn verminderd. COVID vergroot het isolement van mensen met een visuele beperking. Daar moeten we echt geen tekening bij maken.” Maar Licht en Liefde probeert die periode zo goed mogelijk te overbruggen en komt met alternatieven. “Tijdens de eerste

bijstand te kunnen geven.” Er is dus dringend nood aan vers bloed om het team te versterken. “Iedereen kan bij ons terecht, als je maar gemotiveerd en geëngageerd bent”, besluit de Smedt. “Wie besluit om ons team te versterken, krijgt een interne opleiding van ons. Je kunt bovendien alles van thuis uit doen, de telefoonkosten zijn voor ons en je kiest zelf het moment waarop je bijvoorbeeld belt. Dat kan gerust ’s avonds na de werkuren zijn.”

lockdown werkten we met een team van vrijwilligers die van thuis uit mensen opbelden”, vertelt de Smedt. “Gewoon een babbeltje slaan, een luisterend oor bieden en eens vragen hoe het nu gaat. Dat is al voldoende. Honderden mensen hebben we op die manier gecontacteerd en dat werd erg goed onthaald.” Het team kon ook inspelen en indien nodig professionele hulp inschakelen bij mogelijke problemen. “Veel mensen durven bijvoorbeeld niet openlijk toegeven dat ze eenzaam zijn. Dat is vaak een brug te ver. Anderen konden

“Wij moeten als organisatie ook onszelf heruitvinden, maar dankzij de technologie kunnen we toch veel meer realiseren dan vroeger. We hopen dat dit ook maar een overgangsfase is en dat we over een half jaar opnieuw onze normale activiteiten kunnen hervatten. Tot die periode hopen we dat we toch voldoende mensen kunnen motiveren om onze taken uit te voeren en om een steentje bij te dragen aan het creëren van een goed gevoel bij mensen met een visuele beperking.”

Gewoon een babbeltje slaan, een luisterend oor bieden en eens vragen hoe het nu gaat. Dat is al voldoende. geen boodschappen meer doen omdat ze niet meer naar buiten durfden te gaan en geen afstand konden houden. En dan is er ook het verhaal van de bijeenkomsten die wegvallen. Sociale activiteiten in groep kunnen niet, en daar kijken die mensen nu net enorm naar uit. Maar dat staat dus allemaal on hold.” De COVID-periode is nog lang niet achter de rug en daarom doet de Smedt een warme oproep. “Zonder die vrijwilligers kunnen we alles echt niet bewerkstelligen. Voor ons als organisatie is het sowieso al een andere context. We zijn enerzijds afhankelijk van giften en donaties en anderzijds moeten we voldoende vrijwilligers hebben om telefonische

In samenwerking met...

Blindenzorg Licht en Liefde helpt vanuit liefdadigheid slechtziende en blinde mensen om een kwaliteitsvol leven uit te bouwen. Het ijvert voor een ‘inclusieve’ samenleving, waarbij aan iedereen gedacht is – ook aan wie slecht ziet. Licht en Liefde is al actief sinds 1923. Door de jaren heen is de vzw een veelzijdig netwerk geworden. Dankzij de steun van vele donateurs en vrijwilligers. Vrijwilligers kunnen zich aanmelden bij vrijwilligen@lichtenliefde.be. Ook een gift is uiterst welkom omdat veel fondsenwervingsactiviteiten niet konden doorgaan op BE93 7370 3703 7067.

Schenkingen

Jan de Smedt Gedelegeerd bestuurder Blindenzorg Licht en Liefde

Vrijwilligers


GEVEN JE DARMEN EEN TEKEN?

WACHT GEEN WEKEN!

#JUST GO

WEES NIET BANG VAN HET ZIEKENHUIS door Dr. Luc Colemont, Managing Director vzw Stop Darmkanker

NORGINE en het zeil logo zijn geregistreerde handelsmerken van de Norgine bedrijvengroep.

BE-COR-NP-2000015

Als we één ding overhouden aan de coronacrisis, dan is het op zijn minst een hele nieuwe woordenschat. Lockdown, bubbel, social distancing, mondkapjes, test-and-trace, crush the curve… Wat ook vaststaat is dat die (vaak Engelstalige) woordenschat de communicatie niet meteen vereenvoudigd heeft.

E

GEVEN JE DARMEN EEN TEKEN?

r is de afgelopen weken door verschillende personen en instanties terecht aan de alarmbel getrokken. Het lijkt wel of het coronavirus heel wat andere ziekten in slaap gewiegd heeft. De realiteit is natuurlijk anders. Angst heeft zich (terecht of onterecht) meester gemaakt van een groot deel van de bevolking. De afstand tussen een patiënt en het ziekenhuis is wellicht nooit zo groot geweest. Jammer genoeg wordt onze bevolking op hetzelfde moment ook nog steeds geconfronteerd met andere ziekten.

ontdekt, hoe groter de kans op genezing, hoe minder behoefte aan dure geneesmiddelen.

kostenplaatje zal opnieuw oplopen. Net die zaken die we dankzij het bevolkingsonderzoek willen vermijden. De gewonnen ‘gezonde levensjaren’ dreigen als sneeuw voor de zon weg te smelten. Het zou de media sieren als ze niet altijd, dag in dag uit, 7 dagen op 7, door hun vergrootglas kijken, maar af en toe toch ook eens een breedhoeklens gebruiken.

WACHT GEEN WEKEN!

Wat darmkanker betreft, is dat vrij duidelijk. De cijfers zijn ondertussen voldoende (of niet?) bekend. Een op 20 personen wordt ooit in zijn leven geconfronteerd met darmkanker. Gelukkig niet allemaal op hetzelfde moment, en zeker niet allemaal tijdens deze coronacrisis. Wat we wel weten, is dat er in ‘normale’ omstandigheden in België 23 nieuwe gevallen per dag zijn. Wat we ook met 100 procent zekerheid weten is dat preventie in dit geval geen toverwoord is. Hoe vroeger

Door de coronacrisis moest het Vlaams Bevolkingsonderzoek worden stopgezet. Gelukkig heeft dit slechts een tweetal maanden geduurd. In andere landen ligt het nog steeds stil. We weten echter niet hoeveel mensen in Vlaanderen (opnieuw) deelnemen. We hebben in de verste verte geen zicht hoe de angst in het algemeen en de angst om naar het ziekenhuis te gaan deze ‘participatiegraad’ beïnvloedt – in 2018 bedroeg het deelnamepercentage 51,5%.

Het zou doodjammer zijn – what’s in a word – dat de inspanningen van de afgelopen jaren en de bereikte resultaten verloren zouden gaan: voor het eerst ligt het aantal darmkankers onder het niveau van voor de start van het bevolkingsonderzoek. Langer wachten om te deelnemen, langer wachten om met klachten naar het ziekenhuis te gaan, langer wachten met een darmonderzoek. Het zal ongetwijfeld tot meer gevorderde darmkankers leiden. Het totale

NORGINE en het zeil logo zijn geregistreerde handelsmerken van de Norgine bedrijvengroep.

#JUST GO

Het ziekenhuis is in mijn ogen op dit ogenblik een van de meest veilige plaatsen ter wereld. Dit kan misschien vreemd klinken in de huidige omstandigheden, maar ik meen dit oprecht. Luister daarom nog meer dan gewoonlijk naar je eigen lichaam. Zet een oranjelicht niet vanzelf op groen, aarzel niet om je arts te contacteren als er “iets niet pluis” is. Hij zal je graag helpen en indien nodig snel een afspraak voor je maken in het ziekenhuis. Daar is nu ook voldoende tijd en ruimte om jouw probleem te onderzoeken. Het is niet gemakkelijk om de burger hiervan te overtuigen, maar nothing is impossible. Dit is op zich al een campagne waard. Wees echt niet bang van het ziekenhuis!

BE-COR-NP-2000015


020

FINANCIERING SOCIALE ZEKERHEID EN ONDERZOEK

FOKUS-ONLINE.BE

Het failliet van onze gezondheidszorg: nog niet voor morgen Het is een duur kamertje in het huis van de sociale zekerheid, dat van onze gezondheidszorg. Ook met wetenschappelijk onderzoek en medische toepassingen zijn grote budgetten gemoeid. Hoe (over)ambitieus is de financiering van onze zorg?

T

ien procent van het bbp in België gaat naar onze gezondheidszorg. Samen met de pensioenen is de zorg, met 70 procent van het geheel van de uitgaven, de grote slokop binnen de sociale zekerheid. Dat die uitgaven in de toekomst alleen maar zullen stijgen is een zekerheid, stelt professor sociaal beleid aan de Universiteit Antwerpen Bea Cantillon. “Daar speelt de toenemende vergrijzing in mee, maar ook de inzet van almaar betere – en duurdere – medische technologie. Vaak hoor je dan in één adem het faillissement van onze sociale zekerheid verkondigen. Maar die is net een hulpmiddel voor de samenleving, niet het probleem. In een onverwachte crisis als corona fungeert onze sociale zekerheid als een instrumentarium met diverse kamertjes waarbinnen oplossingen bedacht kunnen worden. Tegelijk kan het systeem ook een antwoord bieden op trendmatige verschuivingen, zoals de stijgende levensverwachting.” Doemdenken over de toekomst van ons model van sociale zekerheid is absoluut niet aan de orde, vindt Cantillon. “Een rijke samenleving als de onze kan wel wat aan. De vraag is, hoe zetten we onze rijkdom in? De uitdaging is dubbel: de eerste is om bijkomende middelen te vinden, de tweede om de uitgaven efficiënter te maken of op zijn minst de uitgavenstijging te beheersen. Beslissen we morgen om onze sociale zekerheid overboord te gooien? Dat kan. Maar waarschijnlijk zullen we het systeem toch liever overeind houden. En dan moeten we er met zijn allen ook voor betalen.” Wie zijn de ‘we’? “Werkgevers en werknemers spijzen voor een belangrijk deel de sociale zekerheid. De lasten op de arbeid zijn al zeer hoog, het lijkt niet de beste optie om die in de toekomst nog te doen stijgen. Dan rest er in feite nog maar één plek waar je de middelen kunt halen. Een stuk van het

antwoord is onvermijdelijk het aanspreken van vermogensinkomens. Verder is het een goede oefening om de volledige kennisketen te reconstrueren en op basis daarvan de kosten en winsten op een rechtvaardige manier te spreiden over de bevolking, overheid en bedrijven.”

Met name wat de investering in het wetenschappelijk onderzoek betreft, is de balans volgens Jo Bury van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) goed in evenwicht. “Ik denk dat we in Vlaanderen een heel sterk systeem hebben om zowel het strategisch basisonderzoek als het

Een stuk van de winst die in toegepast onderzoek wordt gecreëerd, zou moeten terugvloeien naar de kenniscentra en onderzoekers die aan de basis lagen. —JO BURY, VIB

fundamenteel en toegepast onderzoek met diverse instrumenten te financieren. We zitten zeer dicht bij de Lissabon-norm, waarbij Europa vooropstelt dat overheden en bedrijven respectievelijk 1 procent en 2 procent van het bruto nationaal product investeren in wetenschappelijk onderzoek. In de wereld van venture capital staat Vlaanderen inmiddels bekend als een regio waar volop initiatieven worden genomen, die zich bovendien succesvol vertalen in exits.” Dan gaat het niet meer over earlystage development, maar over toegepast onderzoek, verduidelijkt Bury. “Het is aan wetenschappelijke instellingen om de verzamelde kennis zo goed mogelijk te vertalen, zodanig dat die maatschappelijkeconomisch gevaloriseerd wordt en tot toepassingen kan leiden. Een stuk van de winst die daar wordt gecreëerd, zou moeten terugvloeien naar de kenniscentra en onderzoekers die aan de basis lagen. Dat proces van TechTransfer wordt in Vlaanderen steeds meer geprofessionaliseerd.” Nieuwe, hoogrisico start-ups hebben nood aan nogal wat durfkapitaal om innovaties te stimuleren, tekent Bury aan. “Bij VIB zien we alvast grote interesse van buitenlandse investeerders in onze projecten: vanuit Europa, maar ook steeds meer vanuit de US. Wetenschap en gezondheidszorg blijven in elk geval enorm interessante sectoren om in te investeren. Er is nog zoveel te doen. Ik ben ervan overtuigd dat kanker over twintig jaar een chronische, behandelbare ziekte zal zijn. Maar elders staan we nog nergens – ik denk aan alzheimer, parkinson, MS: in die domeinen zijn er nog voor ettelijke decades waardevolle investeringen mogelijk.” TEKST HELEEN DRIESEN


NEUTRAAL ZIEKENFONDS VLAANDEREN BRAND REPORT

#FOKUSHEALTHCARE

Ook de ziekenfondsen moeten zichzelf altijd heruitvinden Veel mensen denken dat ziekenfondsen overheidsbedrijven zijn. Dat klopt niet… meer. Het zijn nu veelal private ondernemingen die zich eveneens moeten aanpassen aan de geldende marktomstandigheden.

D

at ziekenfondsen geen overheidsbedrijven zijn, wil echter niet zeggen dat ze business en overheid niet combineren. “Wij zijn het die de door wet verplichte ziekteverzekering uitvoeren in opdracht van het RIZIV”, zegt directeur Wim Van Hecke van het Neutraal Ziekenfonds Vlaanderen. “Voor de uitvoering van deze wettelijke ziekteverzekering voor alle Belgen ontvangen we van de overheid administratiekosten. Die kosten bedragen voor alle ziekenfondsen samen in België een 3 procent van het totale budget van de ziekteverzekering. Ik vind dat niet overdreven, zeker als je dit vergelijkt met de administratiekosten die gangbaar zijn in de commerciële verzekeringssector. Omdat we hier over gemeenschapsgelden spreken, hebben we wel de plicht om hier zo zorgvuldig en budgettair correct mogelijk mee om te gaan. Daarnaast bieden we ook aanvullende diensten aan, complementair met de wettelijke ziekteverzekering: ouderenzorg, logopedie, terugbetaling van sportkampen, tegemoetkoming in luiers… De overheid moet dat soort diensten en producten wel goedkeuren, maar heeft er voor de rest niets mee te maken. Deze diensten worden door onze klanten gefinancierd via hun ziekenfondsbijdrage.” Vroeger waren ziekenfondsen zogenaamde parastatalen, halve overheidsbedrijven waar efficiëntie niet altijd de eerste bekommernis was. Dat is nu totaal anders, zegt Van Hecke. “Wij zijn een volledig privaat bedrijf geworden, wat wil zeggen dat we ook zo gemanaged worden. En daarbij speelt natuurlijk de concurrentie volop. Zet je radio en tv maar eens aan: je hoort en ziet tegenwoordig evenveel reclame voor de ziekenfondsen als voor de banken.” Het besef dat een ziekenfonds niet meer volledig afhankelijk kan én wil zijn van de overheid, is bij het Neutraal Ziekenfonds Vlaanderen al jaren geleden binnengeslopen. En maar goed ook, meent Van Hecke. “Er zijn nog meer dan vijftig ziekenfondsen actief in ons land, wij staan al enkele jaren in de top drie van de snelste groeiers. Vooral jonge mensen shoppen rond voor een ziekteverzekering. Vroeger gebeurde dat veel minder. Nu moeten we dus het verschil maken met onze concurrenten.” In de verplichte verzekeringen speelt vooral schaalvoordeel, zegt Van Hecke. “Hoe meer klanten je hebt, hoe meer administratiekosten je krijgt van de overheid. Het verschil maak je met een goede service, korte doorlooptijden, snelle terugbetalingen

en perfect afgewerkte dossiers. De puur commerciële kant omvat de aanvullende diensten, maar nu meer dan ooit de verzekeringen: hospitalisatieverzekeringen, tandverzekeringen en verzekeringen voor ambulante gezondheidszorg. Hier speelt dus de marktwerking: enkel als je producten lanceert waar klandizie voor is en je hebt concurrentiële prijzen, kun je er een succes van maken.” De meeste ziekenfondsen zijn ondertussen al overtuigd van de evolutie naar een klantgerichte marktwerking, maar de coronacrisis heeft een en ander nog in een stroomversnelling gebracht, legt de directeur uit. “Ik noem de pandemie een ‘deeltjesversneller’. Heel die ontwikkeling is daarmee nog een versnelling hoger geschakeld. De sector is stevig aan het

Het klassieke model van de ziekenfondsen was vroeger vooral gebaseerd op lichamelijke gezondheid. Nu zien we dat ook mentaal welzijn veel meer in the picture komt.

Wij voelen dat ook: onze website en sociale media zijn ondertussen al minstens zo belangrijk geworden om de klantencontacten te verzorgen. Onze app, die nu in ontwikkeling is, zal daar ook toe bijdragen. Wij hebben digitale klantenadviseurs die alleen nog via chat, mail of Facebook met de klanten zullen praten. En het gekke is: zeker jonge mensen verwachten dat. Voor hen is dat het nieuwe normaal. Ons grote geluk in heel die evolutie is dat we als organisatie relatief klein zijn en dus snel kunnen schakelen.” Een tweede belangrijke verandering is dat er sinds de pandemie veel meer aandacht is gekomen voor geestelijke gezondheidszorg. “Het klassieke model van de ziekenfondsen was vroeger vooral gebaseerd op lichamelijke gezondheid, zowel curatief als preventief. Nu zien we dat ook mentaal welzijn veel meer in the picture komt, ook in het preventiebeleid. Alles wat te maken heeft met burn-out, depressies, isolement, huidhonger… krijgt veel meer aandacht dan vroeger. Zelfs in het nieuwe regeringsakkoord wordt veel meer werk gemaakt van geestelijke gezondheidszorg, inclusief een betere terugbetaling. Dat betekent dat wij als ziekenfonds daar ook meer aandacht voor moeten en zullen hebben. Door bijvoorbeeld via onze aanvullende verzekeringen geestelijke gezondheidszorg beter terug te betalen en meer aandacht te geven aan zowel residentiële als ambulante psychische zorg in onze verzekeringsproducten.”

professionaliseren, omdat er het besef heerst dat stilstaan achteruitgaan is.” Dat proces heeft twee belangrijke zaken meegebracht, zegt Van Hecke. Ten eerste is de noodzaak voor digitalisering nog urgenter geworden. “Het klassieke kantoor van de mutualiteiten is nog niet dood, we hebben tijdens corona de kantoren zelfs zo snel mogelijk terug geopend, omdat we persoonlijk contact continu belangrijk vinden. Toch zie je dat kantoren aan belang inboeten.

In samenwerking met... Het Neutraal Ziekenfonds Vlaanderen (NZVL) wil de gezondheid verzekeren en zorg- en comfortdiensten aanbieden aan zoveel mogelijk inwoners in Vlaanderen, en dit op mensenmaat. Dat doen ze op een bewust neutrale, ondernemende, innovatieve en transparante manier. Als neutraal gezondheidsfonds is het NZVL aan geen enkele belangengroep verbonden. Het NZVL legt zijn klanten niets op en houdt enkel rekening met hun belangen. Bovendien beschikt het Neutraal Ziekenfonds Vlaanderen over een uitgebreide portfolio van diensten en passende gezondheidsverzekeringen.

Wim Van Hecke Directeur Neutraal Ziekenfonds Vlaanderen

021


022

TECHNOLOGIE LANGDURIG ZIEK

FOKUS-ONLINE.BE

Chronische ziekten vereisen mentale en digitale veerkracht Chronische ziekten vormen een diep probleem in onze samenleving. Maar met nieuwe denkpistes en technologie houden we chronische patiënten mentaal en fysiek gezonder. Op zijn beurt verlaagt dat misschien de kost voor de maatschappij.

I

n 2017 leed maar liefst 11 procent van de Vlamingen aan een chronische aandoening, een aantal dat elk jaar toeneemt. De vergrijzing van de bevolking is de grote drijfveer, en verwacht een zorg die meer preventief en digitaal is, maar die ook kijkt naar mentale gezondheid.

mHealth wordt terugbetaald Sinds juli betaalt onze gezondheidsverzekering revalidatie met een app terug. Het overheidsinstituut RIZIV gaf daar groen licht voor. Via de app MoveUp kunnen patiënten die een knie- of heupprothese lieten plaatsen vanuit hun huiskamer kinesitherapie doen. Zo moeten ze niet meer iedere keer opnieuw fysiek naar de kinesist gaan, en volgt die hun oefeningen digitaal op. Dit biedt een voorbeeld voor de opvolging van onder andere chronische patiënten vanop afstand.

Hiv-app Vanaf dit jaar kunnen stabiele hivpatiënten bij het Instituut voor Tropische Geneeskunde de app EmERGE gebruiken. Zo krijgen ze de resultaten van hun bloedafname digitaal door, zonder op bezoek te moeten bij de dokter. Daarnaast toont de app of een nieuw medicijn conflicteert met de middelen die de patiënt al neemt. Door vooruitgang in behandelingen werd in heel wat landen hiv een eerder chronische ziekte, en met deze app lukt de opvolging ervan beter.

Chronische ziekten zijn lang niet enkel fysiek en eisen soms een mentale tol. Met die onderlinge relatie houdt Jessica Rassart zich bezig, postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven. Zij specialiseert zich in de rol van de persoonlijkheid in de aanpassing aan een chronische ziekte bij jongeren en jongvolwassenen. “Tijdens de tienerjaren en jongvolwassenheid kan de aanwezigheid van een chronische ziekte typische ontwikkelingstaken in de weg staan, zoals het loskomen van ouders, het aangaan van hechte vriendschappen, het opbouwen van een eigen identiteit, het exploreren van romantische relaties en het uitbouwen van een carrière. Patiënten dienen een evenwicht te zoeken tussen het zorgen voor hun ziekte en het leiden van een zo normaal mogelijk leven. Wat niet gemakkelijk is”, stelt ze. Rassart waarschuwt niettemin voor het trekken van te snelle conclusies. Haar onderzoek vond maar kleine persoonlijkheidsverschillen tussen jonge mensen met of zonder chronische ziekte. Er bestaan weliswaar studies die een relatie vinden tussen chronische ziekten en mentale aandoeningen. Personen met diabetes zouden zo tot twee keer meer kans hebben op een majeure, dus ernstige vorm van depressie. Maar dat steunt vooral op onderzoek uit de VS. In Europese studies wordt dit vaak niet teruggevonden, dat we mogelijks kunnen wijten aan een betere ondersteuning van zieken hier. Wel versterken of verzwakken bepaalde persoonlijkheidskenmerken soms de veerkracht van chronische patiënten. “Vooral personen die hoog scoorden

op neuroticisme, die eerder onzeker, angstig en pessimistisch zijn, en meer de neiging hebben om te piekeren en een negatieve stemming te ervaren, liepen een risico op tal van negatieve uitkomsten. Daaronder vind je eenzaamheid, een minder goede levenskwaliteit, problemen rond behandeling en een moeilijkere

partners een platform ontwikkelt om chronische patiënten op te volgen. “We ondersteunen mensen boven de 65 met meerdere chronische aandoeningen in hun zelfmanagement. We maakten een platform waarop je verschillende commerciële tools aansluit. De meeste applicaties richten zich namelijk op één

Je zit in een situatie waarvan je nooit geneest. Het doel is om de ziekte onder controle te houden, en daarom moet de patiënt een goede levensstijl aanhouden. Daarbij helpt een app mogelijk. — AN JACOBS, IMEC-SMIT communicatie met zorgverleners ”, stelt Rassart. “We vonden echter ook bewijs voor een omgekeerde relatie. Bepaalde persoonlijkheidstrekken kunnen patiënten niet enkel kwetsbaar maken voor aanpassingsmoeilijkheden; aanpassingsmoeilijkheden kunnen ook hun stempel drukken op de persoonlijkheid van patiënten.” Rassart voegt daaraan toe dat andere zaken ook belangrijk zijn bij het omgaan met een chronische ziekte, zoals de mate van steun van familie en vrienden of het gebruik van technologie. Dat laatste element onderzoekt An Jacobs, professor aan de VUB en onderzoeker bij imec-SMIT. “Levensstijl is hier een belangrijke factor”, stelt Jacobs. “Je zit in een situatie waarvan je nooit geneest. Het doel is om de ziekte onder controle te houden, en daarom moet de patiënt een goede levensstijl aanhouden. Daarbij helpt een app mogelijk.” Haar team werkt mee aan het project ProACT, waar ze samen met een aantal Europese

aandoening, zoals diabetes, maar meestal lijden patiënten aan verschillende ziektes tegelijk. Nu laten we hen toe om dat op één platform op te volgen.” Zo proberen ze de maatschappelijke kost van chronische ziekten onder controle te houden, en patiënten hun autonomie te laten bewaren. “De controle van de gebruiker is enorm belangrijk”, stelt Jacobs. “Dat zie je bijvoorbeeld bij de privacy van de app. De patiënt moet te allen tijde beslissen wie welke data ziet en gebruikt. Dat moet transparant en beschermend zijn, want we mogen niet verwachten dat iedereen zich daar dagelijks mee bezighoudt.” Het digitale mag nooit alleen staan, zo besluit Jacobs. “Er moet menselijk contact en een systeem rond bestaan. Een app vervangt geen dokter, het is ter ondersteuning van bestaande zorg. Technologie werkt nooit als het losstaat van mensen.” TEKST TOM CASSAUWERS


I-MENS BRAND REPORT

#FOKUSHEALTHCARE

023

Van twee mannen die voor mekaar door weer en wind gaan Mensen die vrijwilligerswerk doen hebben daar uiteenlopende motieven voor. Sommigen vallen in een ‘zwart gat’ omdat ze hun naaste plots verliezen of omdat ze met pensioen gaan. Zij genieten vooral van de sociale contacten verbonden aan hun opdrachten en hun klanten. Gust & Johan

E

en ander soort vrijwilliger heeft dan weer een grote wil om zich nuttig te maken en voor anderen te zorgen. Zelfs als ze zelf kampen met een beperking, dan nog willen ze er zijn voor hun medemens. Ook vrijwilliger Gust houdt dat niet tegen. Hij stond al een tijdje op invaliditeit en dreigde daardoor weg te zakken in verveling. Het thuiszitten deed hem de muren oplopen. Op aanraden van de sociale dienst is hij daarom gestart met vrijwilligerswerk. En dat bij i-mens, de nieuwe zorgorganisatie die eerder dit jaar ontstond uit de fusie van de thuiszorg vzw’s Solidariteit voor het Gezin en Thuishulp. De 2.200 vrijwilligers staan paraat voor kinderen, jongeren, jonge en oudere gezinnen en senioren. Soms als eerste en enige hulp. Als vrijwilliger biedt Gust onder andere begeleiding en oppas bij mensen thuis, bezoekt hij zijn klanten of helpt hij met administratie en boodschappen. Iedere opdracht verschilt. Soms is zijn aanwezigheid maar nodig voor een halfuurtje, andere oppasopdrachten bestrijken een volledige namiddag. Soms gaat het over een eenmalige opdracht, terwijl andere weken, maanden of zelfs jaren lopen. Alles hangt af van de aard van de zorgvraag en van hun beschikbaarheid. Een van de eerste klanten van Gust is Johan. Een aanwezige en trotse man, die sinds de ziekte van Parkinson bij hem werd vastgesteld, heel wat zelfstandigheid heeft verloren. Verschillende medewerkers van i-mens vangen dat op door hem te ondersteunen bij onder andere het poetsen, strijken en werk in de tuin. Maar Gust is zijn grootste steun. Ze kennen elkaar al een kleine vijf jaar. Lang genoeg

om een hechte band op te bouwen. Vrijwilliger Gust gaat wekelijks met Johan in het buurthuis vlakbij iets drinken, doet boodschappen en brengt Johans administratie in orde. Schrijven lukt Johan namelijk niet meer. Het vrijwilligerswerk gaat hier verder dan alleen de praktische kant. Ook op moeilijke momenten kan Johan rekenen op Gust: “Op tweede kerstdag is er binnen mijn familie iets ernstigs gebeurd, waar ik met niemand over kon praten. Ik ben Gust nog steeds heel dankbaar dat ik hem die dag heb mogen opbellen.”

Iedereen is mens, iedereen is hetzelfde en iedereen heeft recht op dezelfde zorgen, ongeacht de afkomst. Omdat Gust tot een risicogroep behoort, moest hij gedurende tweeënhalve maanden zijn opdrachten noodgedwongen neerleggen. De coronacrisis, zoals je wel weet. “Ik had het daar nog moeilijker mee dan de klanten zelf ”, zegt hij, “omdat ik er graag voor hen wou zijn in die lastige periode.” Johan miste in die periode vooral zijn babbel met Gust: “We hebben beiden veel meegemaakt en dat schept een band. We verstaan elkaar en zien elkaar normaal gezien ook wekelijks. En plots kon ik niet meer op hem terugvallen. Dat was

heel zwaar voor mij. Alsof er een stukje weg was uit mijn leven. Want Gust doet dat fantastisch en is een grote steun voor mij. Als ik het moeilijk heb, kan ik steeds bij hem terecht. Hij is een sympathieke kerel die ik voor 100 procent kan vertrouwen.” En dat geldt ook voor Gust. Hij ziet Johan intussen als een echte kameraad. Zijn optimisme werkt aanstekelijk, waardoor Gust met plezier terugkomt. Voor hem is het een verrijking van zijn leven. En ook al heeft een van hen eens een mindere dag, ze weten elkaar steeds weer op te beuren. Dat deze mannen door weer en wind gaan voor mekaar, mag je gerust letterlijk nemen. “Toen het eens heel hard sneeuwde en ik zelfs niet zeker was of hij er überhaupt zou geraken, kreeg ik plots een ondergesneeuwde versie van Gust aan de deur”, vertelt Johan geamuseerd. “Zelfs in die ijzige kou kon ik op hem rekenen. Ik heb hem uiteraard getrakteerd op een heerlijk kopje warme chocolademelk.” Gust haalt erg veel voldoening uit zijn vrijwilligerswerk. Ook het respect dat hij terugkrijgt van zijn klanten vindt hij onbetaalbaar. Het is de grootste motivatie voor hem om het werk te blijven voortzetten. Als we hen vragen wat i-mens voor hen betekent, kunnen zowel Gust als Johan daar gemakkelijk op antwoorden: “i-mens, iedereen is mens, iedereen is hetzelfde. Dat sluit ook aan bij mijn eigen visie. Iedereen heeft recht op dezelfde zorgen, ongeacht de afkomst.” Voor Johan staat i-mens voornamelijk voor kracht. “Kracht waarover ik zelf vaak niet meer beschik, maar die i-mens mij gelukkig kan bieden waar nodig.”

In samenwerking met... i-mens is een nieuwe zorgorganisatie. We zijn er voor iedereen, in elke fase van het leven. We geloven in de kracht van mensen om met de nodige zorg het eigen leven in handen te houden. Daarom brengen we alle zorg aan huis zodat iedereen in zijn eigen, vertrouwde omgeving zo onafhankelijk mogelijk kan blijven wonen. En ook al zijn we nieuw, we hebben de ervaring van 12 000 medewerkers die al jaren actief zijn in meer dan tien organisaties. Samen omringen zij onze klanten met de beste zorgen.


024

EXPERTPANEL REVALIDATIE

FOKUS-ONLINE.BE

Revalideren: serie-oefening in jezelf terugvinden Rennen, vallen, opstaan en weer doorgaan. Zo moeiteloos als in het lied gaat het maar zelden. Presentatrice en auteur Sabine De Vos vocht tegen baarmoederhalskanker, zanger Guy Swinnen ging door een zware depressie, paralympiër Sven Decaesstecker verloor zijn onderbeen aan een tumor. Vandaag inspireren ze anderen met hun herstel.

SABINE DE VOS.

GUY SWINNEN.

SVEN DECAESSTECKER.

Hoe heb je de intrinsieke motivatie kunnen vinden voor je herstel? “Op het moment van mijn diagnose, zo’n vijftien jaar geleden, ging alles meteen heel snel. Operaties, chemo, je krijgt de tijd niet om op een berg te gaan zitten en rustig te denken. De ingrijpende beslissingen waar je voor staat neem je vooral op instinct: ik wil niet doodgaan. Ik heb mijn leven bewust in handen van de artsen gelegd. Tijdens de therapie zit je in een soort trip. Nadien slaat de zwaarte en het verdriet eens zo hard toe. Ik kon niets meer. Aan mijn arts vroeg ik toestemming om naar de zon te vliegen. Dat gaf mij de energie om er weer bovenop te komen. Jezelf beloningen in het vooruitzicht stellen: het is een van de tips van mijn K-boek – krachtiger voor, tijdens en na kanker.”

“Rond mijn veertigste kwam ik in een zware depressie terecht, die jaren duurde. Ik vergelijk het letterlijk met ‘in de put zitten’. Helemaal bovenaan zie je licht, er staat een lange ladder en die moet je beklimmen. Maar je hebt de moed niet, zelfs niet om de laagste trede te nemen. Ik was eerst ook erg categoriek: eerst moest ik van mijn blowverslaving af, maar rookte ik dan toch een keer, dacht ik: het is naar de vaantjes, weer bij af. Op een zeker moment heb ik ingezien: vandaag heb ik één stap gezet op mijn laddertje, prima. Gaat het morgen slecht, so be it, ik doe gewoon verder. Door mijn depressie dag na dag te bekijken, ben ik uiteindelijk uit mijn put geraakt. Therapie heeft me daarbij erg geholpen.”

“Op mijn elfde werd de tumor in mijn been ontdekt. Ik was toen al een vrij beloftevolle zwemmer. Tijdens de chemotherapie mocht ik niet meer zwemmen vanwege het infectiegevaar. Het enige waaraan ik kon denken: als ik genezen ben, wil ik zo snel mogelijk weer het water in. Dat was mijn grootste motivatie. Hoe ernstig mijn ziekte wel was, daar stond ik niet bij stil. Ik was nog klein. Later was dat wellicht anders geweest. Al zou ik waarschijnlijk wel van het beste scenario zijn uitgegaan, dat is mijn persoonlijkheid. Een van de belangrijkste lessen die ik heb geleerd: kijk naar alles wat je nog kunt, zelfs met de beperking die je hebt. Dat voelt zoveel beter dan stilstaan bij wat je niet meer kunt.”

Wat heeft je geholpen om er fysiek bovenop te komen? “Ik ben naar de oorlog gegaan in mijn ondergoed, zoals zovelen. Jammer, want er zijn veel dingen die je kunt doen om de ziekte mentaal en fysiek draaglijker te maken. Wat als je bepaalde geuren plots niet meer kunt luchten? Hoe ga je om met haarverlies? Wat met koude die je tot in je botten voelt? Die dingen had ik graag vooraf geweten. Ook een warme groep mensen om je heen is erg belangrijk, maar je omgeving voelt zich vaak machteloos. Al zijn er tools om het goed te doen. Vraag bijvoorbeeld niet: hoe is het? Maar: hoe voel je je nú? Want elke dag kan anders zijn. En zoek een vertrouwenspersoon. Dat is niet per se je partner, omdat je niets hebt aan mensen die nog verdrietiger of angstiger zijn dan jij.”

“Wat we met Te Gek!? – de organisatie waarvan ik peter ben – nu hard promoten, is wandelen in de natuur. Dat heb ik later pas ontdekt, hoe goed dat doet. Bij mij hielp het vooral om terug regelmaat te vinden in mijn leven. Op een zeker ogenblik leefde ik niet overdag maar ’s nachts, in mijn eigen cocon. Ik heb mezelf moeten forceren om weer elke ochtend op een redelijk uur op te staan en de dagdagelijkse taken te doen. Al haal je daar dan niet de normale voldoening uit. Je denkt: het gras is af, so what, morgen staat het er weer. Van iemand die depressief is, zeggen ze soms: die is gewoon lui. Maar het is ook verschrikkelijk moeilijk. Dat realiseerde ik pas toen ik al uit de depressie was.”

“In de zomer van ‘96 ben ik aan chemotherapie begonnen, in het najaar heb ik mijn amputatie gehad. Op het dieptepunt van mijn behandeling had ik zoveel gewicht en spiermassa verloren dat ik geen 20 kilogram meer woog. Maar vanaf het moment dat mijn bloedwaarden terug oké waren, ben ik onder begeleiding van de arts in het zwembad gedoken. Ik ben ervan overtuigd dat het door het zwemmen komt dat ik er zo goed bovenop ben geraakt. Al blijven er beperkingen die ik gewoon moet aanvaarden. Ik kan prima wandelen met mijn prothese tot een kilometer of vijf. Dan houdt het op. Voor een fikse bergwandeling moet ik afhaken. Maar binnen die grenzen heb ik wel het gevoel dat ik erg vrij ben in wat ik doe.”

Hoe heb je de weg teruggevonden in het ‘gewone’ leven, tussen de mensen? “Aan werkgevers zou ik willen zeggen: heb begrip voor mensen die ziek zijn. Niet alleen in het begin, maar ook als jij vindt dat ze genezen zijn of zouden moeten zijn. Veel problemen van ex-kankerpatiënten zijn chronisch: vermoeidheid, misselijkheid, maar ook mentaal. Als je de dood in de ogen hebt gekeken, is het niet zo verwonderlijk dat je het leven, je job en je relatie in vraag gaat stellen. Wat ook te weinig geweten is: er zijn een rist aan maatregelen die zowel werkgever als werknemer ondersteunen, zowel praktische oplossingen als subsidies. Je moet ze wel gaan zoeken. Die oefening heb ik in mijn boek al maar even gemaakt.”

“Een depressie verandert je totaal als persoon. Ik herkende mezelf niet meer. Ik was altijd een goedlachse, zelfzekere mens. Maar tijdens mijn ziekte dacht ik zelfs na een gesprek over koetjes en kalfjes: wat heb ik nu weer gezegd? Dat is ook waarom ik mij meer en meer ben beginnen afsluiten van de wereld. Toen ik weer de moed had om buiten te komen en gesprekken aan te gaan, merkte ik wel: dit heeft me deugd gedaan, ik heb eens kunnen lachen, ik voel me beter. In je lichaam lijkt er toch iets in gang te zijn gezet. Maar herstellen van een depressie is een heel gradueel proces. Het is keer op keer kleine overwinningen boeken en jezelf proberen terugvinden.”

“In een zwembad sta je bijna naakt, iedereen ziet wat er aan de hand is. Maar in mijn vertrouwde club en omgeving heb ik daar weinig last mee gehad. Tijdens de puberteit kijk je wel naar je eigen lichaam en stel je jezelf vragen. En ook pesten op school hoort er blijkbaar bij. Wat hielp: ik zwom op dat moment al WK’s en werd als paralympiër geselecteerd voor de spelen. Dat konden mijn jaargenoten niet zeggen. Uiteindelijk heb ik zeventien jaar op internationaal niveau gezwommen. Vier jaar geleden ben ik gestopt en was het wel moeilijk om een nieuwe identiteit aan te nemen. Ervaring op de arbeidsmarkt heb je niet. Maar met de bagage uit de sport, weet je: als ik ervoor blijf gaan, dan geraak ik er wel.” TEKST HELEEN DRIESEN


SAMANA BRAND REPORT

#FOKUSHEALTHCARE

025

Buddy’s in het begin, vrienden voor het leven Wie alleen staat, heeft het lang niet altijd makkelijk om werk te maken van een nieuwe vriendengroep. Een-op-eencontacten zijn vaak al lastig genoeg. Dankzij een uitgekiende matchmaking werden vrijwilligster Vera en haar buddy Lieve vriendinnen voor het leven.

E

cht hoge verwachtingen had Lieve niet toen ze vanuit de psychiatrische thuisbegeleiding werd doorverwezen naar de buddywerking van Samana. Ze kwam net uit een opname, omwille van een depressie: gewoon al haar eigen vier muren verlaten was een hele opgave. Maar met Vera klikte het vrijwel direct. Een kennismakingsgesprek, een gezellig etentje en de kiem voor een mooie vriendschap was gelegd, klaar om te ontspruiten.

vanuit de vrijwilligersorganisatie was dan ook heel doordacht, legt Vera uit. “Er wordt bij Samana heel veel werk gestoken in welk karakter bij wie past. En kijk, bij ons klopte dat plaatje perfect. We zijn allebei actieve mensen. Zet ons geen twee uur tegenover elkaar met een kopje koffie. Maar samen wandelen, schaatsen, gaan shoppen of een musical of festival bezoeken, daar vinden wij echt plezier in.”

Ze zijn zelfs al samen een weekendje naar Portugal geweest, klinkt het enthousiast. Het wat onwennige gevoel van die eerste ‘blind date’ ligt inmiddels ver achter hen. Ze zijn op hun gemak bij elkaar, zonder verplichtingen. “Voor mij is dit de ideale manier geweest om iemand nieuw te leren kennen”, aldus Lieve. “In een groter gezelschap ga je me niet veel aan het woord horen, voor mij is een vereniging of praatgroep dus geen oplossing. Maar als ik met Vera op stap ben, verloopt alles heel spontaan.” Dat is precies ook de sterkte van een buddywerking, weten ze bij Samana: het een-op-eencontact helpt mensen om op een laagdrempelige manier hun sociaal isolement – dat soms ook financieel of mobiel is – te doorbreken. Tijdens corona zag de organisatie alvast de vraag van kwetsbare mensen naar instap in een van hun duowerkingen fors toenemen. “We zijn een luisterend oor voor elkaar”, vat Vera de waarde van het project voor hen beiden samen. “Vroeger planden we onze afspraken keurig in, dat gaf een fijne regelmaat. Nu bellen we elkaar ook al eens door de week, gewoon om te horen hoe het gaat. Precies zoals het er in een toffe vriendschap aan toegaat. Dat ik voor Lieve – en zij voor mij – zoiets kan betekenen, is eigenlijk fantastisch.”

Dat een gearrangeerde kennismaking zou uitgroeien tot een hechte vriendschapsrelatie was voor Lieve een dankbare verrassing. “Nooit had ik gedacht: vijf jaar later spreek ik nog altijd af met de persoon die ik via de buddywerking zal ontmoeten. Tijdens mijn depressie heb ik mijn vroegere vriendinnen één na één zien afhaken, ook al omdat ik zelf niet de energie had om telkens de telefoon te pakken. Vandaag is Vera eigenlijk mijn baken, naast mijn ouders. In het begin was ík het vooral die dit project echt nodig had, maar intussen is onze vriendschap veel meer een tweerichtingsverkeer.” Ze lijken op elkaar, op het eerste zicht: zachte uitstraling, vriendelijke glimlach én met de nodige pit. De matchmaking

In samenwerking met... Samana vzw bekijkt de wereld vanuit het perspectief van mensen met een chronische ziekte, zorgbehoevenden en hun mantelzorgers. Samen met meer dan 26.000 vrijwilligers biedt Samana deze mensen een helpende hand om hun levenskwaliteit te verbeteren. Dit met vakanties op maat, vormingen, activiteiten met lotgenoten en een luisterend oor voor hun verhaal. Meer weten over wat Samana voor jou kan betekenen? Of zin om zelf ook vrijwilliger te worden? Surf naar www.samana.be of mail naar info@samana.be voor meer informatie.

WE BEHANDELEN VEEL MEER DAN OVERTOLLIGE KILO’S Jessa viert 10 jaar obesitascentrum In 2010 werd het obesitascentrum van het Jessa Ziekenhuis boven het doopvont gehouden. Sinds de opstart ondergingen 2000 patiënten een maagverkleining. “Ik wil vooral benadrukken dat een patiënt veel meer is dan zijn overtollige kilo’s” zegt dr. Bart Appeltans, diensthoofd abdominale heelkunde, dat het obesitascentrum onder zijn vleugels heeft. “We kiezen voor maatwerk want de patiënt moet langdurig in vorm blijven. Afhankelijk van zijn noden, wordt het zorgtraject uitgebreid met een individueel begeleidingstraject. Zowel voor als na de ingreep.” En dat is écht wel het recept voor succes.” Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) kampen vandaag 1,9 miljard volwassenen met overgewicht. In ons land zijn de cijfers nog dramatischer: één op de twee Belgen is te dik (BMI van 25 en meer). Eén op de zeven landgenoten is obees (BMI van 30 en meer) en ongeveer 2 procent kampt met morbide obesitas, wat een dramatische impact op de levensverwachting heeft. Bovendien blijft het aantal mensen met overgewicht jaar na jaar toenemen. Een onrustwekkende evolutie.

In het obesitascentrum van het Jessa Ziekenhuis vragen jaarlijks zowat 1200 patiënten met ernstig overgewicht om advies. Zo’n 350 van hen komt in aanmerking voor een chirurgische behandeling. Pionier “Toen we 10 jaar geleden onze deuren openden, waren we echt wel pionier in onze aanpak” zegt dr. Bart Appeltans. “We werkten vanaf de start wetenschappelijk gedreven en multidisciplinair want voor de patiënt begint het werk pas na de operatie. Hij zal zijn eet- en leefgewoonten blijvend moeten aanpassen, omdat bepaalde vitamines en stoffen na een gastric bypass niet meer voldoende worden opgenomen. Professionele omkadering door psychologen, diëtisten, klierspecialisten, chirurg, revalidatie-artsen is daarom essentieel voor succes op lange termijn. Dat doen we hier in Hasselt al vanaf dag één, en het werpt zijn vruchten af.” Ziekenhuisnetwerk Dankzij de individuele aanpak staat het obesitascentrum garant voor een kwaliteitsvolle behandeling op maat van elke patiënt en heeft zij een voorbeeldfunc-

dr. Bart Appeltans, diensthoofd abdominale heelkunde

tie in de regio. Met de vorming van de ziekenhuisnetwerken, zal in de toekomst de behandeling van obesitas meer en meer in nauwe samenwerking gebeuren met de ziekenhuizen van Heusden-Zolder, Sint-Truiden en Tongeren. Dergelijke nauwe afstemming biedt vele aantoonbare voordelen, op de eerste plaats voor de patiënt.

Meer weten? Je kan op eigen initiatief, of op verwijzing van je huisarts, een afspraak maken voor een intakegesprek met de coördinator van het obesitascentrum. Tel. 011 33 55 77 obesitascentrum.hasselt@jessazh.be Bent u zorgprofessional? Schrijf dan in voor het webinar op 7 december – 20u. Programma en inschrijving via www.jessazh.be/symposia


026

CHRONICLE ELKE VAN HOOF

FOKUS-ONLINE.BE

Het nieuwe normaal Het lijkt een ver verleden, de periode waarin stress het enige was dat ons zorgen baarde. Het was zo alomtegenwoordig dat het zich uitte in stijgende percentages van langdurige afwezigheid op het werk, verlies van motivatie en productiviteit. En dan was er die breuklijn.

I

n maart 2020 werden we meegesleurd in ‘s werelds grootste psychologisch experiment. Waar de één weldadige rust ervoer bij het abrupte stoppen van de ratrace, verloor een ander de trappers bij de combinatie thuiswerk/huishouden/ preteaching. Introverte personen verwelkomden vaak de isolatie, anderen leden sterk onder het gebrek aan sociaal contact. Veel spanningen die er in welzijn al onderhuids rijpten, sprongen als etterbuilen open. Denk aan de gebrekkige zorg voor bejaarden en kwetsbare groepen, 30% meer echtscheidingen, 40% meer intrafamiliaal geweld. Wie zijn job verloor, en dus ook de zinvolle dagbesteding, had weinig uitzicht op een nieuwe. Vooral de meest kwetsbare mensen bleven in de kou staan. Het wordt steeds duidelijker hoe hard we dienen in te zetten op wendbaarheid en veerkracht. We moeten geloven dat we het samen aankunnen, en steeds meer op ons kunnen als individu, groep of maatschappij moeten vertrouwen, in plaats van externe regelmogelijkheden. Tijdens de eerste golf was er nog begrip en goeie wil: we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Vandaag gaat het er minder vredig aan toe, met frustraties om de misgelopen vakantie, groeiende weerstand tegen de maatregelen en een

dreigende ‘golf ’ van reorganisaties en ontslagen. Dat we nu scherper zien wat we de jaren voordien hebben gezaaid, is zowat de enige ‘silver lining’ aan de donkere wolk. Plots werden de voordelen belicht van die kleinere perimeter waarin we ons organiseerden: meer direct en warm contact met de medemens. Een simpele ‘goeiedag’ werd weer naar waarde geschat. Wanneer je onvoorziene en extreme inspanningen vraagt, moet daar een herstelperiode op volgen. Gebeurt dat niet, riskeer je een chronische overbelasting die motivatie erodeert en energie wegvreet. Maar of we nu een globale mentale pandemie hebben, dat is te vroeg om te stellen. Het is wel normaal dat je je nog steeds wankel voelt, ook mentaal. Het is een teken van aanpassing, van herstel. En dus gewenst. Na een bovenmenselijke inspanning hoort een fase van decompensatie om dan te komen tot meer veerkracht en een hogere wendbaarheid. Inzetten op ons vertrouwen om te kunnen floreren in elk type context lijkt dit proces te versnellen. Wanneer we dit als gezin, groep, organisatie, maatschappij kunnen, dan zal de context waarin we terechtkomen minder van tel zijn. Dan worden we de beste versie van onszelf, ongeacht de context die de toekomst brengt… TEKST ELKE VAN HOOF, BEZIELER HUIS VOOR VEERKRACHT

Het wordt steeds duidelijker hoe hard we dienen in te zetten op wendbaarheid en veerkracht.


Ook tijdens dit bijzondere jaar hebben de Cliniclowns hun weg tot bij zieke kinderen en Al meer dan 25 een jaar zetten onze clowns zich elke Blijf dag inons om zieke kinderen te bezorgen tijdens hun kinderen met beperking gevonden! daarom ookeen ditleuk jaarmoment steunen! verblijf in hetinziekenhuis of een andereverhoogd zorginstelling.aftrekbaar Het zijn onzeaan helden wantinhet vraagt moed en enthousiasme Alle giften 2020 zijn immers 60% uw belastingsaangifte om er iedere dag weer te staan. Onze organisatie wordt niet gesubsidieerd maar leeft volledig gifteneen die we (tegenover de gangbare 45%)! Laat dus nog snel uw warme hart zien en doevan nudenog gift! krijgen van particulieren, bedrijven, verenigingen, serviceclubs, scholen…Bedankt voor deze essentiële steun en Onze helden doen de rest! blijf ons ook de komende 25 jaar steunen! Onze helden doen de rest!

Steunen? IBAN: BE33 3201 1111 1146 - BIC: GEBABEBB Cliniclowns vzw ♥ Prins Boudewijnlaan 141 ♥ B-2610 Wilrijk ♥ info@cliniclowns.be ♥ T 03/ 458 79 00 www.cliniclowns.be ♥ volg ons ook op Facebook


GEEF INFECTIES GEEN KANS

BESCHERM JEZELF, JE FAMILIE, JE PERSONEEL EN KLANTEN

DOELTREFFENDE OPLOSSINGEN voor desinfectie van lucht en oppervlakken

• reduceert infecties: actief tegen virussen, bacteriën, schimmels en gisten • vermindert allergieën • gepatenteerde plasmatechnologie • 24/7 luchtdesinfectie

Overal inzetbaar waar een risico op infectie bestaat • Ziekenhuizen • Dokters- & tandartsenpraktijken • Wachtkamers

• Woonzorgcentra • Kantoren & vergaderzalen • Congrescentra

• Hotels & restaurants • Theaterzalen • Wellness & fitness centers

www.disinfection.be Analis nv . Gent Tel +32 (0)9 243 77 10 . Namen Tel +32 (0)81 25 50 50 . disinfection@analis.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Fokus Healthcare by Smart Media Agency | Fokus - Issuu