Skip to main content

Moderne stad

Page 1

D I T D O S S I E R W O R D T G E P U B L I C E E R D D O O R S m a rt medi a E N V A L T N I E T O N D E R D E V E R A N T W O O R D E L I J K H E I D V A N D E R E D A C T I E V A N K N A C K

moderne stad bouwen aan de toekomst

september 2014

Duurzaam Compact en dynamisch wonen

Energie Een woonwijk zonder riolering

Stadsverkeer Multimodale hubs, connected travelling of gewoon te voet

Daniël Termont ‘We zien ons als regisseur van het stadsleven’ Peter Swinnen

Het pilootproject dat de stad is

Smart grids

Mogelijkheden nog te weinig bekend

Comfortabel. Veilig. Energiezuinig. Ramen. Deuren. Gevels. www.schueco.be


2

e d ito r ial

Het pilootproject dat de stad is De stad, en bij uitbreiding Vlaanderen, heeft nood aan sterke maatschappelijke en ruimtelijke pilootprojecten. Geen papieren dromen, maar gerealiseerde projecten die inzetten op collectiviteit, buiten de lijntjes durven kleuren en over beleidsgrenzen heen durven gaan

“De stad is niet alleen een van de oudste en meest beproefde maatschappelijke organisatievormen, het is tevens de plek waar collectiviteit hoogtij viert. En met die collectiviteit worstelen we permanent. Hoe genereus samenleven in een stedelijke context die immer groeit en complexer wordt? Omgaan met de stad van morgen, betekent radicaal durven inzetten op het realiseren van ruimtelijke kwaliteit, voor iedereen. De stad behoort immers tot het DNA van de mens. Maar vandaag de dag komt er een onnoemelijke druk op de stad te liggen, waarbij voornamelijk een afdoende en betaalbare huisvesting, mobiliteit en open ruimte deficitair blijken. De enorm verspreide manier waarop er vandaag in Vlaanderen wordt geleefd, is daarbij onhoudbaar geworden. De noodzakelijke investeringen voor weginfrastructuur, openbaar vervoer, rioleringen en andere nutsvoorzieningen zijn disproportioneel groot. Vlaanderen verliest nodeloos veel geld door haar inefficiënt nederzettingspatroon. Tegen 2050 zal Vlaanderen

Peter Swinnen, Vlaams Bouwmeester

1,2 miljoen extra inwoners tellen. Dergelijke indrukwekkende statistieken vragen om even indrukwekkende ambities. Eerder dan een te lenigen noodzaak, kunnen deze voorspellingen gezien worden als een reële opportuniteit voor een maatschappelijke omslag. Wonen in de stad betekent collectief wonen, en dus die zaken delen die gedeeld kunnen worden. Zo kunnen er

ruimtelijke, sociale, economische en ecologische winsten geboekt worden voor de maatschappij en het individu. Misschien moet er daarbij nagedacht worden over een collectiviteitsbonus in plaats van de huidige geïndividualiseerde woonbonus. Omdat durven en kunnen geloven in een reële maatschappelijke omslag vaak gelijk staat aan ‘eerst zien en dan geloven’, heeft de verstedelijkte regio Vlaanderen dringend nood aan sterke pilootprojecten. Voorbeeldprojecten

‘Vandaag de dag komt er een onnoemelijke druk op de stad te liggen’ die werkelijk aantonen dat ruimtelijke kwaliteit, intelligente investeringslogica en een sterk sociaal bewustzijn onlosmakelijk verbonden zijn met elkaar. Zo heeft het Team Vlaams Bouwmeester de afgelopen jaren maximaal ingezet op de realisatie van sterke pilootprojecten. Dat onder meer rond stedelijke thema’s als ‘onzichtbare zorg’, ‘collectief wonen’ en ‘productief landschap’. Binnen die piloottrajecten wordt niet alleen het concept van de stedelijke omgeving geherdefinieerd. Pilootprojecten zetten tevens maximaal in op het stimuleren van samenwerking

Colofon

tussen verschillende beleidsniveaus, administraties en bouwheren. Want enkel zo kan de stad van morgen écht het verschil maken: doorheen coproductie. Daarbij aansluitend moeten we durven stellen dat de trend van publiek-private samenwerking, waarbij een overheid steeds meer een beroep doet op privéontwikkelaars om haar overheidsinfrastructuur en gemeenschapsvoorzieningen te laten bouwen, niet zonder gevaar is. De commercieel interessantste private partner krijgt immers een substantiële zeg in de toekomst van onze steden, onze infrastructuur, onze scholen, onze woningen, onze gezondheidszorg, … Ook binnen het kader van PubliekPrivate Samenwerking is er dringend nood aan intelligente pilootprojecten. beslissing, elke maatschappelijke nood, elke vorm van innovatie landt uiteindelijk in de gebouwde ruimte. En die ruimte is wat ons letterlijk als samenleving verbindt, of in het geval van beunhazenbeleid, ons onherroepelijk uit elkaar drijft. Niets is immers zo kenmerkend voor een succesvol beleid als zijn gebouwd patrimonium, zijn architectuur, zijn infrastructuur, zijn omgang met ruimtelijke ontwikkeling en open ruimte. Het zijn de blijvende getuigen van de beslissingen van vandaag, de lakmoesproef van een visionair maatschappelijk project. Inzetten op stadsontwikkeling, is dan ook dé uitdaging van deze eeuw.”

Elke politieke

04

08

10

12

04 Multimodale hubs, connected travelling of gewoon te voet 06 Mogelijkheden nog te weinig bekend 08 Profielinterview: Daniël Termont 10 Compact en dynamisch wonen 12 Een woonwijk zonder riolering 14 PPS als bouwsteen voor de steden van de toekomst

Over Smart Media

Project Manager: Ruben Lancksweerdt ruben.lancksweerdt@smartmediapublishing.com Productieleider: Ellen D’hondt Smart Media Publishing Belgium BVBA Leysstraat 27, 2000 Antwerpen, Tel +32 3 289 19 40, ellen.dhondt@smartmediapublishing.com, www.smartmediapublishing.com

Hoofdredactie: Jerry Huinder, redactie@smartmediapublishing.com Tekst: Rafael Porto Carrero, Senne Starck Coverbeeld: Nico Van Dam Grafische vormgeving: Coen Hospes, Leon Mooijer Drukkerij: Roularta Printing

Smart Media helpt haar klanten om merken te versterken en de verkoop van producten te stimuleren door het produceren van content die is afgestemd op de behoeften van de doelgroep. Smart Media levert sinds 2007 content marketing-oplossingen van wereldklasse. Bel ons vandaag nog, zodat wij u meer kunnen vertellen over hoe we uw bedrijf kunnen helpen.

D I T DOSSIE R WOR DT GE PUBLICE E R D D O O R S m a rt media E N VA L T N I E T O N D E R D E V E R A N T W OO RDELIJ KH EID VAN DE REDAC TIE VAN KN AC K

Verbeelding krijgt vorm Gyproc biedt U de oplossingen

SILVER

SILVER

SAINT-GOBAIN CONSTRUCTION PRODUCTS BELGIUM nv Divisie GYPROC Sint-Jansweg 9 - Haven 1602 - B9130 KALLO Tel.: +32 (0)3 360 22 11 - Fax: +32 (0)3 360 23 80 www.gyproc.be - info@gyproc.be

Uw gids in duurzame en innovatieve afbouwsystemen


ADVERTORIAL

Agoria Smart Cities community

“Luidop durven dromen, maar ook kennis en inspiratie halen bij elkaar” Wat kunnen we doen om ervoor zorgen dat ook in de toekomst, als de verstedelijking nog verder zal zijn toegenomen, onze steden leefbaar en aangenaam blijven? De grote Europese metropolen zijn zich van die uitdaging bewust, en vele ervan werken al volop aan hun transformatie tot de ‘smart cities’ van morgen. Maar ook in België steken op dit terrein al heel wat mooie initiatieven de kop op. Agoria, de federatie van de technologische industrie, brengt in zijn Smart Cities community alle betrokken partijen samen. n Groot-Brittannië maakte de overheid dit voorjaar 150 miljoen pond vrij voor de oprichting van een nieuw technologiecentrum dat (Britse) bedrijven moet ondersteunen bij de ontwikkeling van producten en diensten die de uitbouw van slimme steden bevorderen. Tegelijk loopt in de Britse hoofdstad een openbare raadpleging over het Londense ‘Infrastructure Plan 2050’, dat betrekking heeft op de “gedurfde en radicale” infrastructuurinvesteringen die volgens de plaatselijke overheid nodig zijn om Londen “aangenamer te maken voor iedereen”. De totale kostprijs van dat plan zou tussen 2016 en 2050 kunnen oplopen tot maar liefst 1.750 miljard pond. Inner Londen behoort dan ook tot de jongste regio’s van de Europese Unie en zijn bevolking, nu zo’n 3,1 miljoen, groeit nog jaarlijks aan doordat er veel meer kinderen worden geboren dan dat er mensen komen te overlijden. Stakeholders samenbrengen “Londen is een typisch voorbeeld van een wereldstad die zwaar moet inzetten op projecten om haar toekomstige leefbaarheid te vrijwaren. En dat doet ze goed,” vindt Freddy Vandaele, oprichter van de Agoria Smart Cities community. In die community brengt Agoria, de federatie van de technologische industrie, sinds enkele jaren alle partijen samen die op de een of andere manier betrokken zijn bij de uitbouw van smart cities in ons land: overheden, technologiebedrijven, kenniscentra, onderzoeksinstellingen,... Freddy Vandaele: “Een dergelijk initiatief was dringend nodig, want ook in eigen land mogen we niet blind zijn voor het fenomeen van de toenemende verstedelijking en de concrete uitdagingen die dat met zich meebrengt op het vlak van o.a. mobiliteit, water- en energieverbruik, afvalbeheer, infrastructuur zoals bouw van woningen of scholen, enz.” Via de Smart Cities community krijgen onze steden inspiratie aangereikt voor de aanpak van die uitdagingen (“Alles begint bij het durven dromen over ambitieuze projecten en bij de inpassing daarvan in een budgettair realistische totaalvisie,” aldus Freddy Vandaele), maar kunnen ze tegelijk ook de nodige knowhow en persoonlijke contacten verwerven voor de concrete realisatie van hun projecten.

Award’ in de wacht, in een mede door Agoria georganiseerde competitie. Kortrijk werd bekroond om zijn door burgemeester Vincent Van Quickenborne gesteunde ‘Shop & Go’-project, waarbij bezoekers of leveranciers een

© SRWT

I

“Via het Shop & Go-systeem kunnen bezoekers of leveranciers een half uur lang gratis parkeren in Kortrijk.” Vincent Vanquickenborne (Kortrijk) › Met het project Liège ElectriCity wil Luik tegen 2020 uitgroeien tot “de Belgische hoofdstad van de elektromobiliteit”.

Gent, Kortrijk, Luik… België timmert aan de weg En die formule werkt. Mede onder impuls van de Agoria Smart Cities community overwinnen steeds meer Belgische steden hun koudwatervrees en beginnen ze actief te investeren in smart cities-projecten.

“Via de Agoria Smart Cities community helpen we de Belgische steden om een visie en concrete projecten rond dit thema te ontwikkelen.” Freddy Vandaele (Agoria)

Zo vertelde Willy Demeyer, burgemeester van Luik, tijdens Agoria’s Smart Cities Forum 2014 over het project ‘Liège ElectriCity’. Met dat project wil Luik tegen 2020 uitgroeien tot de Belgische hoofdstad van de elektromobiliteit (auto’s, bussen). De realisatie van die uitdaging werd toevertrouwd aan zo’n 280 universiteitsstudenten, die worden aangemoedigd om concrete projecten en actieplannen in te dienen.... die daarna aan de bevolking zullen worden voorgelegd. Luik wil zo de luchtkwaliteit in de stad verbeteren, de parkeerproblemen verminderen en de stad vlotter toegankelijk maken. Daniël Termont, burgemeester van Gent, lichtte tijdens hetzelfde congres diverse Gentse voorbeelden van smart cities-projecten toe. Een ervan is het in samenwerking met Digipolis Gent gerealiseerde project Netwerk Digitaal Talent Punten. Dit is een netwerk van meer dan 75 openbare computerruimtes in Gent waar mensen gratis kunnen gebruik maken van computer en internet, indien gewenst met begeleiding en hulp. De benaming Digitaal Talent Punten (DTP) werd ingevoerd om de herkenbaarheid van de ruimtes te vergroten. Een andere stad die mee tot de Belgische koplopers inzake smart cities behoort, is Kortrijk. Die stad sleepte in januari de eerste Belgische ‘Smart City

half uur lang gratis kunnen parkeren in Kortrijk. Dankzij een systeem van draadloze sensoren in de grond, volgen parkeerwachters de parkeerduur van automobilisten in het stadscentrum op. Parkeertickets zijn zo niet langer nodig. Ook Gent (stadsspel ‘Zwerm’), Luik (interface voor gebarentaal), Roeselare (stadsverwarmingsnet) en Sint-Niklaas (digitaal handelsplatform ‘Nuvonet’) vielen in de smaak bij de juryleden. Meer weten over de Agoria Smart Cities community? Surf naar www.agoria.be/smartcities

Help, onze steden groeien! De 134 Belgische steden tellen vandaag samen zo’n 5,7 miljoen inwoners, maar dat aantal stijgt gestaag. Een mooi voorbeeld is Antwerpen. Die stad kende tussen 1998 en 2007 een gemiddelde jaarlijkse groei van 2200 inwoners. Maar voor de periode 2008-2017 wordt uitgegaan van een gemiddelde jaarlijkse groei met bijna 6.000 inwoners. Een gelijkaardige tendens zien we ook in heel wat andere Vlaamse steden. In Wallonië verwacht men een bevolkingstoename met gemiddeld 10% per stad tussen 2011 en 2016. Brussel is zelfs goed voor een voorspelde stijging met 35% tussen 2010 en 2060.


4

actu e e l

stad sv e r k e e r

Multimodale hubs, connected travelling Hoe lang blijft Koning Auto het stadsverkeer domineren? Een zeer goede vraag, met enkel een mix aan antwoorden. “Multimodale hubs met light rails en verhuur van lichte elektrische voertuigen en fietsen zijn de toekomst.” Tekst Rafael Porto Carrero

De Verenigde Arabische Emiraten willen een nieuw optrekje in de woestijn planten. Kostprijs: 22 miljard dollar. De oliesjeiks hebben weer eens wat geld te veel, denk je dan. Maar toch opvallend. Laat het net deze oliebaronnen zijn die brandstofslurpers volledig uit de nieuwe stad willen verbannen. Masdar City of ‘Bronstad’ heet het project. Alles wat rondrijdt in de stad, zal elektrisch aangedreven zijn, op basis van duurzame energievormen. Kunnen we Antwerpen, Gent of zelfs Brussel ook in een dergelijke stad veranderen? De wil is er. Want ook bij ons probeert de overheid alternatieve vervoerssystemen te stimuleren, eisen bewoners betere lucht en nemen innovatiesubsidies toe. Maar er is nog werk aan de winkel. Volgens Touring en Febiac vindt één derde van de weggebruikers het openbaar vervoer ontoereikend. De auto zou voor het woon-werkverkeer de laatste jaren zelfs aan terrein gewonnen hebben. Het Instituut voor Mobiliteit van de Universiteit van Hasselt (IMOB) bevestigt deze trend, maar ziet één klein lichtpunt. “Uit onze laatste studie blijkt dat het aandeel van de fiets duidelijk stijgt”, verklaart professor Davy Janssens van het IMOB. Volgens de academicus is dit een interessante evolutie, maar “het is nog te vroeg om van een totale mentaliteitswijziging te spreken. Ook is het jammer genoeg zo dat amper 55 procent van de Vlamingen nooit of minder dan éénmaal per jaar de bus neemt. En de helft reist nooit of minder dan één keer per jaar met de trein.”

heeft dus nog werk voor de boeg. Directeur

De nieuwe Vlaamse Regering

Koen Valgaeren van het Vlaams Instituut voor Mobiliteit (VIM) meent dat het (openbaar) vervoer, de infrastructuur en de noden van de individuele gebruikers beter op elkaar afgestemd moeten worden. Initiatieven zoals het mobiliteitsbudget, derde werkplekken, carpoolen en het delen van voertuigen moeten onderdeel uitmaken van het mobiliteitsbeleid van bedrijven en overheden. “Bedrijfszones moeten vlotter bereikbaar worden. Ze liggen vaak ver buiten de stedelijke regio’s.” Hij ziet het mobiliteitsvraagstuk als een drieluikspuzzel. Deze kan je

‘De helft van de Vlamingen reist minder dan één maal per jaar met de trein’ Davy Janssens

alleen oplossen door verschillende initiatieven op de juiste manier in elkaar te passen. En dit zowel op het vlak van vervoer en infrastructuur als van de mensen. Over de oplossingen is professor Janssens het merendeels eens, maar hij wijst vooral op het management door de overheid. “Thuiswerk doet je minstens twee verplaatsingen per dag uitsparen. Ook prijsmaatregelen zoals een slimme kilometerheffing, een efficiënt parkeerbeleid en een mobiliteitsbudget doen mensen nadenken over hun verplaatsingen.” Als belangrijke alternatieven voor de auto

kunnen modale transporthubs dienen. Dat zijn plaatsen waar ze gecombineerd worden met de verhuur van elektrische voertuigen of fietsen, zodat elke reiziger over voldoende alternatieven beschikt. Het huidige samenspel tussen De Lijn, het autodelen van Cambio en de NMBS is een stap in die richting. Koen Valgaeren wijst er in deze context op dat er ook woon-winkel- en recreatieve verplaatsingen zijn. “Mobiliteit is maatwerk op individueel vlak”, vult hij aan. Daarnaast willen vele stadsbewoners gewoon meer levenskwaliteit. “De tijd dat de rode loper uitlag voor de auto, is voorbij”, wil Sara Matthieu, een mobiliteitsspecialiste van Groen en gemeenteraadslid in Gent, hierover kwijt. “Maar dat wil uiteraard zeggen dat we investeren in randparkings met snelle tramverbindingen en deelfietsen voor bezoekers en pendelaars.” Dit zijn allemaal interessante ideeën, maar ze lijken mijlenver van Masdar City. Toch is ook bij ons de stad aan populariteit aan het winnen. Daarnaast leven we in digitale tijden. Waar kunnen deze trends op elkaar stoten? “Big Data leveren nieuwe inzichten en maken een continue monitoring van de stadsmobiliteit mogelijk”, weet de Hasseltse academicus Davy Janssens. “Ze bevatten gedetailleerde informatie over tijd- en ruimtegebruik. Die passen we toe in een stadsomgeving”, vervolgt hij. “Intelligente transportsystemen (ITS) op basis van real-time datasets maken veel mogelijk.” Mobiele parkeergeleiding in de stad Gent is daarvan een voorbeeld. Via een mobiele pagina kun je gaan kijken in welke

Kunt u al overal laden?

Allego bvba | Antwerpen | info-be@allego.eu

‘Alternatieven moeten sneller, comfortabeler en betrouwbaarder zijn dan de auto. In Helsinki bundelt een app alle transportsystemen’ Sara Matthieu

ADVERTORIAL

A

llego maakt het mogelijk om elektrische vervoersmiddelen probleemloos op te laden. Eenvoudig en betaalbaar. Daarom ontwikkelen wij laadoplossingen op maat, voor gemeenten, bedrijven en vervoersbedrijven. Bij Allego geloven wij dat u niet hoeft te investeren in infrastructuur en kennis om elektrisch vervoer mogelijk te maken. Die investeringen komen voor onze rekening. Wij beheren, onderhouden en exploiteren de geplaatste laadinfrastructuur. Bedrijfsoplossingen Bedrijven krijgen steeds vaker de vraag of klanten of bezoekers even hun auto kunnen laden terwijl ze op bezoek zijn. Door de sterke toename van elektrisch vervoer groeit ook de behoefte aan laadpalen voor elektrische auto’s. De meeste bedrijven hebben niet de tijd en kennis om uit te zoeken welke laadoplossing het beste past. Allego helpt bedrijven bij het maken van een duurzame, toekomstgerichte keuze. Of het nu gaat om een parkeergarage, bedrijventerrein of parkeergelegenheid bij een ziekenhuis, hotel of winkelcentrum.

Wij zorgen dat personeel, klanten en bezoekers eenvoudig hun elektrische auto kunnen laden. Openbaar vervoer Allego richt zich op het elektrificeren van alle verkeerstromen in de stad. Een goed voorbeeld is het openbaar vervoer, dat binnen afzienbare tijd volledig elektrisch is. Wij helpen gemeenten en vervoerders bij deze stap. Zo bieden wij een laadoplossing op maat voor vervoersbedrijven en helpen wij gemeenten bij het maken van strategische keuzes, zoals het scheiden van de aanbieder van het vervoerconcept en de daarvoor benodigde infrastructuur. Samen versnellen wij zo het gebruik van elektrisch vervoer. Meer weten? Ga naar www.allego.eu of volg ons op Twitter via @AllegoCharging.


5

of gewoon te voet

3 vragen aan...

ondergrondse parking er nog plaats is. Dynamische routebegeleiding op basis van ICT met sensoren, gps- en gsm-data is een tweede voorbeeld. Files en stilstaand verkeer zorgen voor veel tijdverlies, houden de motor langer draaiende en vervuilen de lucht. Een navigatiesysteem met dynamische routebegeleiding plant om de probleemzones heen. Het doet dit op basis van TMC-informatie

‘Big data maken continue monitoring van de stadsmobiliteit mogelijk’ Davy Janssens

(Traffic Message Channel) om de reisweg tijdens het rijden aan te passen. “Ten slotte zijn er nog gepersonaliseerde dynamische reisinformatiesystemen en matching services voor carpooltoepassingen die met genetwerkte sociale gegevens tot stand komen”, betoogt de academicus. zal het in Vlaanderen wellicht nooit komen. Daarvoor zijn onze steden te oud en is het project misschien gewoon te elitair, maar aan een wereldwijde trend naar een ICT-onderbouwde deeleconomie lijken ook wij niet te ontsnappen. Velen beslissen per rit welke vervoerssoort het beste bij hen past. Om mensen te doen overstappen van autogebruik naar deelsystemen en openbaar vervoer, moet het vooral sneller, Tot Masdar City

comfortabeler en betrouwbaarder zijn dan de auto. Dat meent althans Sara Matthieu, “In Helsinki heeft men de ambitie om de auto in de stad overbodig te maken”, merkt het Gentse gemeenteraadslid op. “Er is een app die alle transportsystemen bundelt. Dat is een kleine revolutie in gebruiksgemak die ik graag naar Gent zou exporteren.” zou hierop zeggen: ‘Ik snap er niks van. Vroeger was alles beter. We gingen gewoon met de fiets.’ Is dat misschien het alternatief voor koning auto? “Ik geloof er wel in dat elektrisch fietsen het – samen met lopen – helemaal gaat worden in de stad, vooral omdat die fietsen eindelijk van hun sullige imago afkomen en de faciliteiten steeds beter worden”, vertelde Frank Rieck, future mobility lecturer van de Hogeschool van Rotterdam, aan de collega’s van Smart Media Nederland. Dat is een mening waarmee onze experts het gedeeltelijk eens zijn. Maar ook met andere argumenten. “Als de infrastructuur verbeterd wordt, zullen deelfietssystemen aan populariteit winnen”, meent Koen Valgaeren van VIM. “De auto zal op termijn niet meer in de binnenstad raken. Of het beleid zal het niet meer mogelijk maken. Of het verkeer zit gewoon te vast.” Rekenaar Davy Janssens trekt een ander besluit uit zijn datasets: “De gemiddelde afstand woon-werkverkeer bedraagt ongeveer 17 kilometer. Dat is te ver om met de fiets te overbruggen, maar met een elektrische fiets wordt het wel haalbaar.” Maar het kan nog eenvoudiger dan per fiets. “Nu gaan mensen al vaker te voet in de steden dan in de rest van Vlaanderen”, besluit professor Janssens.

Maar toch, menige oma

Sven Augusteyns Stedenbouwkundige bij architectenbureau Stramien en woordvoerder van het project Ringland. ■ Wat houdt het project in? “Ringland is een landmassa gevormd door de overkapping van de Antwerpse Ring. De oppervlakte is even groot als de Antwerpse binnenstad. Dit biedt enorm veel kansen voor de stadsontwikkeling, het verminderen van de files en het verbeteren van de leefbaarheid in de stad Antwerpen. Als we het internationaal en stedelijk verkeer in afzonderlijke tunnels van elkaar scheiden, wordt de ring veiliger, overzichtelijker en verbetert de doorstroming.” ■ Wat is het voordeel? “Ringland heeft het nodige draagvlak op korte termijn opgebouwd. Het biedt een oplossing voor het verminderen van de files, geluidsoverlast en slechte luchtkwaliteit. Het biedt de nodige ruimte voor de stadsontwikkeling rondom de Ring.” ■

Hoe groot is de kans nog om dit om te zetten?

“Ringland is noodzakelijk. Het zal er komen. De bevolking staat er positief tegenover en politici zijn op de hoogte van de grote meerwaarde. Deze legislatuur is dan ook belangrijk. Nu zetten we de eerste stappen naar een volledige overkapping. De overkappingsstudie van de Vlaamse Overheid is daar één van.”

ADVERTORIAL

RatIonEEl EnERgIEgEbRuIK DanKzIj WKK In de energievoorziening van de moderne stad staan warmte en elektriciteit niet langer los van elkaar. Dankzij warmtekrachtkoppeling is een maximale efficiëntie mogelijk. E. Van Wingen ontwikkelt WKK-installaties, standaard en op maat, zowel voor grote bedrijven als voor kmo’s.

H

et principe van warmtekrachtkoppeling, of WKK, is eenvoudig: de restwarmte die een stroom-generator produceert wordt opgevangen en vervolgens op zijn beurt nuttig aangewend. Bijvoorbeeld voor de productie van extra elektriciteit en voor het verwarmen van gebouwen.

Een aardgasinstallatie die 310 kW aan elektriciteit levert en dankzij WKK met maximale efficiëntie opereert.

In beide gevallen levert WKK een netto besparing aan brandstof op – goedkoper voor de gebruiker én beter voor het klimaat, zeker wanneer gebruik wordt gemaakt van biomassa. De WKK-technologie is niet alleen interessant voor grote bedrijven. Ook middelgrote gebruikers kunnen ervan profiteren om hun energiefactuur te drukken. Voorbeelden zijn kmo’s, hotels, grootkeukens, sporthallen, woon- en zorgcentra, scholen en zelfs wellnesscentra. “In principe is WKK interessant voor iedereen die energiegebruik wil koppelen aan gebruiksgemak”, vertelt Jean-Pierre Van Wingen, General Manager van E. Van Wingen NV uit Evergem. EVW is al sedert 1992 actief op de WKK-markt, en heeft de voorbije 22 jaar in België tientallen warmtekrachtkoppelingen geïnstalleerd. “Onze sterkte ligt in klantspecifieke WKK-projecten met een groot vermogen die een doorgedreven engineering vereisen”, aldus Van Wingen. “Van engineering

en fabricage tot installatie en service, de WKK-gebruiker die mikt op duurzaamheid vindt in ons een specialist als partner.” Mini-WKK Voor middelgrote klanten is vooral de zogenaamde Mini-WKK interessant, een standaard WKKinstallatie met een elektrisch vermogen van 9 of 12 kW, op aardgas of bio-olie. “Dit product werd door onszelf ontwikkeld en is onmiddellijk inzetbaar en eenvoudig (mobiel) te beheren.” De Vlaamse Proeftuin voor Elektrische Voertuigen heeft haar oog al laten vallen op de Mini-WKK van EVW. De vestiging van Siemens in Huizingen gebruikt de Mini-WKK in haar lokale smart grid waarin hij onder meer warmte levert aan de bedrijfskeuken. Maar deze Oost-Vlaamse kmo profiteert natuurlijk ook zelf van de eigen technologie. “Wij hebben drie elektrische wagens die rijden op de stroom van onze eigen

Een Mini-WKK, geïnstalleerd bij Garage Moderne in Kuurne. De warmte wordt gebruikt om de werkplaats te verwarmen. De stroom gaat naar de laadpalen voor elektrische auto’s.

Mini-WKK, die tevens onze gebouwen verwarmt.” Mede dankzij technologieën zoals WKK ziet Van Wingen energie stilaan evolueren van een kostenfactor naar een trigger voor bedrijven, maar ook steden en gemeenten, om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen. “WKK wordt stilaan een vast onderdeel in de architectuur van slimme energienetten, zeker in moderne steden.” ■


6

e x p e rtPa n e l s m a r t g r i d s

Mogelijkheden nog te weinig bekend In een Europa dat zijn energie zoveel mogelijk wil halen uit hernieuwbare bronnen, moet elke moderne stad uitgerust zijn met een smart grid. We vroegen drie experts naar hun verwachtingen van ‘slimme energie’. “Met smart grids kunnen we de productie en het gebruik van energie ‘kneedbaar’ maken.” Tekst Senne Starckx

Heidi Lenaerts

Davy Geysen

Axelle Pollet

Algemeen directeur Smart Grids Flanders

Coördinator van het EnergyVille HomeLab

System operator bij Elia

Hoe ziet u de toekomst van ‘slimme energie’?

“Idealiter zorgt een smart grid voor actieve betrokkenheid van de eindgebruikers van energie bij het in evenwicht houden van het elektriciteitsnet – in het jargon beter bekend als ‘vraagsturing’. Een concreet voorbeeld, voor particulieren, is het laten draaien van de wasmachine op een moment dat er een overschot van elektriciteit is. De prijs van elektriciteit zal in een smart grid op termijn ook variëren in de loop van de dag. Veel meer dan nu het geval is met het piek- en daltarief. Op industrieel vlak kunnen bedrijven energie-intensieve processen dan meer of minder inzetten afhankelijk van de actuele energiekost.”

“In wezen is het doel van slimme energie de productie en het gebruik van energie ‘kneedbaar’ te maken, via het zogenaamde demand response-beleid. Zo kunnen we ons wapenen voor een toekomst, waarin onze elektriciteitsproductie uit zon- en windenergie zal gehaald worden en dus afhankelijk wordt van de (onvoorspelbare en wisselende) weersomstandigheden. Hierdoor komt er grote nood aan het afstemmen van de vraag op het aanbod. Een belangrijk onderdeel hiervan is het gebruik van thermische en elektrische opslagmogelijkheden. Momenteel bestaan er al enkele zogenaamde ‘aggregatoren’, die bijvoorbeeld het elektriciteitsverbruik van een bedrijf kunnen beperken op kritische momenten, zonder negatieve gevolgen voor het productieproces binnen het bedrijf. Door de huidige situatie en het wegvallen van drie kernreactoren (Doel 3, Tihange 2 en Doel 4) kan deze technologie wel eens sneller nodig zijn dan verwacht.”

“Slimme energie betekent voor ons in de eerste plaats slimmere netten. Die moeten beter en gemakkelijker uit te baten zijn wanneer we tegen de limieten van het elektriciteitsnet aan schuren. Beter, in de zin dat we meer kunnen monitoren en dus proactief kunnen werken. Gemakkelijk, in de zin dat de veiligheidsmarges kleiner mogen zijn, precies omdat we meer monitoren. Bij Elia hebben we ook al verschillende technologieën uitgetest die typisch zijn voor een smart grid, zoals dynamic line rating. Hierbij variëren we de hoeveelheid stroom die over een hoogspanningsnet wordt getransporteerd, afhankelijk van factoren zoals de windsnelheid, de temperatuur en de inval van zonlicht. Het stroomverlies op lange afstand kan dan gevoelig worden ingeperkt.”

Welke struikelblokken staan een doorbraak van smart grids momenteel nog in de weg

“De stimulans voor de Vlaamse eindgebruiker is op dit moment nog te klein om mee te investeren in projecten of om zijn gedrag aan te passen. Via tariefstructuren en nieuwe diensten op de energiemarkt kan hier iets aan veranderen. Daarnaast zijn de kennis en technologie om slimme netten te realiseren wel aanwezig in Vlaanderen en België, maar momenteel zijn er nog te weinig concrete toepassingen. Hij blijft vooralsnog teveel hangen in het stadium van demonstratie- en pilootprojecten. Ettelijke eindgebruikers van de technologie, zowel residentieel als industrieel, kennen ook nog niet alle mogelijkheden.”

“Een belangrijk obstakel op weg naar slimme energiesystemen zijn de randvoorwaarden waarbinnen smart grids moeten functioneren. Ik heb het dan vooral over de regelgevende en wetgevende context. De huidige energiemarkt is vooral geënt op centrale productie en decentraal gebruik. Hoewel demand response, zeker op industrieel vlak, vandaag technisch al mogelijk is, blijft het onduidelijk welke speler op de elektriciteitsmarkt welke bevoegdheden heeft. Bovendien zijn er heel wat grijze zones, zeker daar waar vraagaanpassingen van de ene speler impact hebben op de werking van een andere speler. Bij EnergyVille doet men daarom grondig onderzoek naar nieuwe marktstructuren.”

“De kostprijs. Slimme energienetten vragen een grote investering. De winst zit in de lagere operatiekosten. Hier valt niets aan te doen door Elia, dit is immers afhankelijk van de overheid en regulator, die mee de tarieven bepalen. Natuurlijk gaan we ervan uit dat de hele wettelijke omkadering van het elektriciteitsnet zal evolueren naar een model dat een optimaal gebruik van smarts grids mogelijk maakt.

Kent u enkele concrete toepassingen die een directe impact zullen hebben op onze woon-werkomgeving?

“Elektrische fietsen of auto’s die op het meest ideale moment opgeladen worden. Bij een mogelijke storing in energievoorziening gebeurt het opsporen van de oorzaak veel sneller dan nu het geval is. En fraude bij energieafname kan worden opgespoord, want ‘aftakken voor de meter’ kan gemakkelijker gedetecteerd worden.”

“Slimme huishoudtoestellen (wasmachines, droogkasten, elektrische boilers) kunnen gebruikt worden om de vraag naar energie aan te passen aan het aanbod. Hierbij kan de capaciteitsvergoeding, waarbij een deel van de elektriciteitskost bepaald wordt door de grootste stroompiek in je verbruik of injectie en die er in Vlaanderen zit aan te komen, een trigger vormen om deze technologie op huishoudelijk niveau beschikbaar te maken. Het afstemmen van het huishoudelijk verbruik op de productie van elektriciteit uit zonneenergie kan dan namelijk leiden tot een verlaging van de elektriciteitsfactuur.”

“Vraagsturing. Wanneer de eindverbruiker slimmere apparatuur installeert, kan het net in principe in balans gehouden worden door de vraag te regelen (in plaats van het aanbod, zoals het nu gebeurt). Hierdoor zal je wasmachine, de autobatterij van je elektrische auto, enzovoort werken en opladen wanneer er genoeg aanbod is van energie, niet wanneer je de toestellen aanzet.”


ADVERTORIAL

EDF Luminus, partner van duurzame steden

EnErgiE andErs bEkijkEn In 2050 zal 75% van de wereldbevolking in een stedelijke omgeving wonen. EDF is ervan overtuigd dat de klassieke manier om met energie om te gaan moet herbekeken worden en dat er nieuwe en duurzame oplossingen aangeboden moeten worden aan de burgers. In België ontwikkelt EDF Luminus een innovatiestrategie en gaat de uitdagingen na op vlak van energie, economie en milieu. EDF Luminus legt de nadruk op nieuwe technologieën voor de productie van elektriciteit, energieefficiëntie, de sociale impact van projecten en de invloed ervan op het milieu. Hiervoor zetten de Groep EDF en EDF Luminus in 2012 een eerste belangrijke stap met de eerste samenwerkingsovereenkomst rond duurzame steden met de provincie Luik. Dit om expertise te delen en concrete duurzame en innovatieve projecten uit te werken op vlak van energieprestatie, elektrische mobiliteit en ‘smart grids’. De groep EDF, wereldleider in elektriciteit en belangrijkste elektriciteitsproducent in Europa, investeert jaarlijks 500 miljoen euro in R&D. Eén van de belangrijkste prioriteiten hierbij blijven duurzame steden. PartnErs van smart city gEnk Op 8 juli 2014 tekende stad Genk een samenwerkingsover-

eenkomst met de groep EDF en EDF Luminus op het technologie- en wetenschapspark Thor Park. Stad Genk, onlangs verkozen tot overheidsorganisatie van het jaar 2014, investeert in verschillende projecten op het vlak van duurzame mobiliteit, energie-efficiëntie en in de ontwikkeling van nieuwe energietoepassingen. EDF Luminus en de groep EDF stellen hun expertise ter beschikking om een aantal projecten te ondersteunen. Een concreet voorbeeld van deze ambitieuze samenwerking is de analyse die zal gebeuren van alle straatverlichting op het grondgebied van Genk, met inzet van een helicopter, een primeur in België. De beoogde resultaten hiervan zijn talrijk: het verhoogt het comfort en de veiligheid van de burgers. Het energieverbruik wordt geoptimaliseerd, het maakt duurzaam investeren in slimme technologieën mogelijk en het gaat lichtvervuiling tegen. In het kader van de ontwikkeling van elektrische mobiliteit in de provincie Limburg zal EDF Luminus tevens een studie uitvoeren voor de inplanting van publieke laadinfrastructuur voor elektrische en hybride voertuigen in 44 Limburgse gemeenten, onder beheer van Infrax, waaronder ook Genk. Europa wenst tegen 2020 een 12.000 laadpalen in België, waar de teller vandaag slechts op 1.000 staat. Daarnaast zijn er ook projecten voorzien rond energie-

efficiëntie en –optimalisatie in openbare gebouwen met oog voor integratie van hernieuwbare energiebronnen en zal Genk ook deelnemen aan onderzoeksprojecten van de EDF groep.

windmolens en warmtenetten middels geothermie op het park. Thor zal als “living lab” beschikken over alle mogelijke tools en middelen om als testtuin voor onderzoek en open innovatie te fungeren.

voor 37.500 m² ruimte voor kantoren en ateliers. Het Thor Park heeft de ambitie om uit te groeien tot hét state-of-theart technologie- en wetenschapspark met internationale uitstraling én activiteiten.

HoogwaardigE tEcHnologiE oP tHor Park Met de ontwikkeling van Thor Park, een domein van 93 ha, gelegen op de voormalige mijnterreinen van Waterschei, zet stad Genk in op smart energy en smart grids. De ambitie van de stad is om Thor de komende jaren uit te bouwen tot dé hotspot voor technologie, energie en innovatie waar zowel top research & development en bedrijvigheid thuishoren als de ontwikkeling van technologisch talent via de T²-campus, de technologie- en wetenschapscampus.

Thor Park is de thuisbasis van EnergyVille dat in het najaar van 2015 haar deuren opent. Het is een plek waar de onderzoeksinstellingen KU Leuven, VITO en Imec onder één dak werken aan business development en samen onderzoek verrichten naar duurzame energie en intelligente energiesystemen. EnergyVille beschikt met haar meer dan 200 onderzoekers en zeven gespecialiseerde labo’s over top expertise en infrastructuur die in de vorm van een open innovatieplatform ter beschikking zal gesteld worden aan ondernemingen actief in energie business. EnergyVille wil in het Thor Park een stimulans zijn voor onderzoek, bedrijfsontwikkeling en jobs.

ovEr EdF lUminUs “Belangrijkste challenger, elektriciteitsproducent en energieleverancier op de Belgische markt, EDF Luminus, maakt deel uit van de groep EDF. Met een geïnstalleerd vermogen van 1.897 MW eind 2013, vertegenwoordigt EDF Luminus ongeveer 10% van de Belgische productiecapaciteit in elektriciteit. EDF Luminus is een historisch groene energieproducent en beschikt over elektriciteitscentrales op aardgas, windmolenparken en waterkrachtcentrales op verschillende sites in Vlaanderen en Wallonië. Daarnaast bezit EDF Luminus ook enkele participaties in nucleaire installaties. Onder het merk Luminus verkoopt het bedrijf elektriciteit en gas aan ongeveer 1,7 miljoen particuliere en zakelijke klanten, goed voor een commercieel marktaandeel van ongeveer 20%. EDF Luminus is ook actief op de nationale en internationale energiemarkten als aan- en verkoper van gas en elektriciteit. Het bedrijf telt ongeveer 900 medewerkers.” ■

Wat smart grids betreft, heeft Stad Genk samen met partner Infrax de ambitie om binnen het Thor Park een regelluwe zone te verwezenlijken waardoor bedrijven onderling energie kunnen uitwisselen en commercialiseren, met als doel om de volledige zone maximaal self-supporting te maken op vlak van energie. Stad Genk onderzoekt eveneens de mogelijkheden voor

De IncubaThor, een dienstenplatform voor bedrijven met flexibele infrastructuur, biedt plaats aan starters en spinoffs rond duurzame projecten. Met het hoogwaardig bedrijvenpark MoThor worden in de eerste fase zeven duurzame gebouwen gerealiseerd, goed


8

i nte rvi ew

Technologie is middel in vree wijze stad Een smart city is ondenkbaar zonder wakkere burgers, vindt de Gentse burgemeester Daniël Termont. “Apps staan in functie van de mens.” Tekst Rafael Porto Carrero

BEELD Nico van Dam

Menig bezoeker van conferenties over de stad van de toekomst zal dit beamen. Noem enkele keren smart city. Vertel wat over de allernieuwste technologie om auto’s door de stad te sturen. Koppel er dan een politiek doel aan en men neemt je serieus. Dit is echter niet zo in Gent. Voor burgemeester Daniël Termont (sp.a) behoren simpele voorstellen ook tot het concept.

intelligentie en creativiteit in onze stad. De inwoners, de ondernemingen, de (digitale) creatieve krachten, de onderzoekers en andere actoren beseffen zo dat ze allemaal deel uitmaken van hetzelfde ecosysteem. Niet alleen de digital natives doen dit. Apps worden niet gemaakt omwille van de briljante nieuwe technologische ontwikkeling, ze staan in functie van de mens.”

spontaan, sociaal wijkcentrum. De gezinnen nodigen op de speelplaats de buren uit. In dezelfde filosofie liggen onze netheidcharters. Burgers houden de straten proper. Wij leveren het nodige materiaal. In ruil daarvoor krijgt de wijk dan een bankje of iets anders dat ze nodig hebben. We zien ons als regisseur van het stadsleven. Maakt u hierbij ook gebruik van

Zou u dat met een voorbeeld

Open Data?

Wat verstaat u onder

kunnen verduidelijken?

een smart city?

Bij de voorbereiding op de conferentie van november 2013 hadden we de Gentenaren gevraagd wat ze onder

“We hebben het portaal data.gent.be. Het aantal datasets groeit constant. Het wordt ook zeer veel gebruikt. Zo zijn er apps gemaakt om de parken in Gent te ontdekken. Gentenaars kunnen daar ook afspreken. Maar ook bedrijven gebruiken de data, om kaarten van Gent te verrijken. De bewoners zullen binnenkort zelf hun applicaties kunnen maken door simpele manipulaties. We publiceren datasets over hondentoiletten, parken in Gent, vuilbakken... Door wat te klikken, komt een hondenbezitter zo in contact met andere hondenbezitters.”

“Er bestaat geen vertaling. Is het een slimme stad? Het is ruimer dan dat. Voor ons is het synoniem van een modern, duurzaam, ecologisch verantwoord en sociaal beleid. Zo’n stad betrekt zijn inwoners bij het beleid. De burger wordt medebestuurder. Elke stad die een beetje allure heeft, zegt dat ze een smart city is. Maar wat betekent dat? Je hebt Rio de Janeiro bijvoorbeeld. De stad heeft een grote controlekamer met hoogtechnologische videocamera’s en sensoren. Maar ik vind het geen smart city. ICT en moderne technologie is noodzakelijk, maar het zijn instrumenten, geen doel op zich.” Waar staat de mens in dit verhaal?

“We kunnen niet zonder de inwoners. We hopen dat ze hun verantwoordelijkheid opnemen en zich samen engageren. We bouwen aan sociaal kapitaal waarbij smart citizens de nodige capaciteiten en vaardigheden verwerven. Onder meer het Ghent Living Lab bundelt de collectieve

‘ICT en moderne technologie zijn geen doel op zich’ smart city en smart citizen verstonden. We hebben tientallen suggesties binnen gekregen. Sommige waren zeer technologisch, andere absoluut niet. We hebben er tien geselecteerd. Eén was een app, die – als je bijvoorbeeld een hippe uitgaansplaats zoekt in Gent – onmiddellijk de weg toont naar een goed café of restaurant. Een ander voorstel: een zestal jonge gezinnen met kinderen wilden een leegstaand schooltje kopen in de stad. Anders gaat dat gebouw toch maar verkrotten. Dit idee had niets met technologie te maken. Het oude schooltje doet nu dienst als een

Weer gaat het om mensen elkaar te laten ontmoeten.

“We hadden begin vorig jaar het project Zwerm. Dat is een zeer eenvoudig spel om duizenden mensen met elkaar in contact te brengen. We gebruiken de moderne technologie om mensen te laten samenwerken en elkaar te leren kennen. Twee wijken gingen in competitie tegen elkaar. De wijk die na twee maanden het meeste ontmoetingen genereerde, had de wedstrijd

Daniël Termont: ‘Het is lachwekkend, maar koeien zijn enorm bezwarend voor

advertorial

Trigger voor hernieuwbare energie Elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen is economisch en ecologisch duurzaam. Maar omdat de zon het al eens laat afweten en de wind niet altijd waait, ontstaan er fluctuaties op het net. Om die te kunnen counteren, zijn ‘smart grid oplossingen’ vereist. CG is een wereldspeler op het vlak van de technologische omkadering van smart grids en de integratie van hernieuwbare energie. Vóór de Belgische kust verrijst vandaag de dag de ene na de andere windturbine. Voor de verdere uitbouw tot boven de 2000 megawatt zal er echter extra capaciteit moeten worden toegevoegd aan het lokale hoogspanningsnet. Dit toont aan dat hernieuwbare energie, energievoorziening en investeringen in transmissie en distributie altijd samen moeten worden bekeken. “De grotere integratie van hernieuwbare energie stelt ons inderdaad voor een aantal uitdagingen, die evengoed opportuniteiten zijn ”, vindt Dr. Jan Declercq, CTO van CG Power Systems uit Mechelen, de Belgische dochter van de CG-groep – die internationaal actief is met producten, systemen en diensten op het vlak van productie, transmissie en distributie van energie. “De hoge toevoer van hernieuwbare energiebronnen in afgelegen gebieden, die lokaal voor spannings-

fluctuaties kan zorgen, is er daar een van. Een ander is de recente transformatie van zuivere afnemers van elektrische stroom naar ‘prosumers’: mensen of bedrijven met bijvoorbeeld zonnepanelen op hun dak die as mini-energiecentrales moeten worden beschouwd.” Momenteel kan echter slechts 25 procent van de stroom van die energiebronnen worden geïntegreerd in het totale verbruik (in het weekend loopt dit op tot 45 procent). Door een volledige implementatie van het smart grid in België, zowel op het niveau van het hoogals het laagspanningsnet alsook bijkomende transmissiecapaciteit is het probleem echter goeddeels op te lossen. Slimme meters, netwerksimulaties, compacte offshore ‘stopcontacten’… het zijn allemaal voorbeelden van ‘smart grid oplossingen’ die het elektriciteitsnet ‘slim’ maken en beter bestand tegen de noden van de toekomst.

CG is een wereldspeler op het gebied van de ontwikkeling van die technologische knowhow. “Een slimme meter zorgt ervoor dat je stroomgebruik en –productie continu wordt gemonitord, zodat met slimme software van op afstand de meest efficiënte distributie kan worden geregeld. Wij leveren ook slimme transformators die de spanning in net stabiliseren, bijvoorbeeld in regio’s met een hoge penetratie van hernieuwbare energie.” In het geval van een volledig geïmplementeerd smart grid moet het volgens Declercq mogelijk zijn om tot ver boven de 50 procent van de stroom uit hernieuwbare energie op te nemen in het net. “In die zin is een smart grid een noodzakelijk voorwaarde, ja zelfs een trigger voor een succesvolle overschakeling naar hernieuwbare energiebronnen.” www.cgglobal.com


9

3 vragen aan...

‘We gebruiken de moderne technologie om mensen te laten samenwerken en elkaar te leren kennen’ gewonnen. Daarvoor hadden we een boom met een scherm neer geplant. Als twee buurtbewoners er met een kaartje langsliepen, kreeg hun wijk een punt. Tegelijk hingen er wat sensoren in de boom en werd onder meer de luchtkwaliteit gemeten.”

warmte, die normaal in de lucht verdwijnt, opvangen en via een buis naar Volvo Cars brengen. Zij zullen de volledige warmte van Stora Enso overnemen. Voor Volvo betekent dit minder uitgaven. Voor Stora zijn het mooie inkomsten, die anders in lucht opgaan.”

Een duurzaam klimaatbeleid

Is er iets waarop u

behoort dus ook tot de prioriteiten?

bijzonder fier bent?

“Absoluut! We willen tegen 2050 klimaatneutraal zijn. Eén van onze initiatieven is het Klimaatverbond. Alle actoren zitten erin om samen de stad te wapenen tegen CO2-uitstoot en fijn stof. We zijn erin geslaagd om drie vierde van de stad te mobiliseren. Het resultaat: de bedrijven doen aan competitie om eruit te geraken. Volvo Trucks is al volledig klimaatneutraal. Ze hebben geen uitstoot meer. Daarbij speelt interne knowhow vanuit Zweden mee natuurlijk. Maar de rest volgt en neemt initiatieven. In 2012 wonnen we trouwens een Award van Eurocities voor het Klimaatverbond (Eurocities is een netwerk van Europese grootsteden. 130 steden en 40 kleinere partnersteden. Het is de stem van de steden bij de EU-instituties, nvdr.)”

“Elke donderdag organiseren we veggy day. Scholen doen hier ook aan mee. In verhouding heeft Gent de meeste vegetarische restaurants in heel Europa. Het is lachwekkend, maar koeien zijn enorm bezwarend voor ons milieu. Bij elk scheetje is het koekenbak. Gent heeft daarom een voedingsstrategie. We proberen de horeca te stimuleren om overschotzakjes mee te geven. Dat komt af en toe in conflict met de hogere wetgeving rond voedselveiligheid. Er is nog wat werk aan de winkel.”

Hoe staat het met energie-efficiëntie?

ons milieu. Bij elk scheetje is het koekenbak’

“De politiek vanuit het havenbestuur is ook een ecologisch bestuur. Stora Enso is één van de grootste papiermolens ter wereld. Ze lijden een enorm energieverlies in de lucht. We hebben nu een akkoord getekend. De afvalstoffen van het ene bedrijf worden de grondstoffen voor een ander. Stora Enso zal al zijn

smart Facts Moest Daniël Termont niet in de politiek zijn gegaan, dan zou hij… “Zelfstandige zijn geworden. Ik ben de zoon van een middenstander. Ik zou de zaak van mijn vader hebben overgenomen. Dat was mijn bestemming. Toen ik met 19 van het leger kwam, had mijn vader een camion met een kraan klaarstaan. Ik ging oud ijzer kopen en verkopen.”

Peter-Paul van den Berg Directeur Kamp C, het steunpunt voor duurzaam bouwen en wonen. ■ Wat is duurzaam bouwen? “Slim omgaan met ruimte, materialen, energie en water. Op een manier dat je zo weinig mogelijk externe grondstoffen nodig hebt om comfortabel te wonen. Het gaat om het optimaal gebruik van de vrij beschikbare elementen, zoals zonlicht, en tevens het implementeren van de best verkrijgbare technieken. Duurzaam bouwen gaat veel verder dan het gebouw alleen. Ik denk aan ruimtegebruik, mobiliteit en gedragsverandering.” ■ Wat betekent dit voor de bouwondernemer?

“De transitie naar een duurzame samenleving is nu bezig. Het is nu zaak om bij te blijven, want business as usual is niet langer mogelijk.” ■ Hoe gaan lokale overheden daar best mee om?

“Lokale overheden hebben de taak om te informeren en faciliteren. En dit zowel naar de burgers als naar de ondernemingen. Nieuwe bouwprojecten van lokale overheden moeten zo ambitieus mogelijk zijn op het gebied van duurzaamheid. Goede voorbeelden zijn legio in binnen- en buitenland. Deze kunnen gekopieerd worden.”

Mobiliteit 2050 23 oktober 2014, Brussel

Hoe zullen we ons in Europa binnen enkele decennia verplaatsen? Zelfrijdende auto’s, een intelligent wegdek, alternatieve pakjesleveringen... Welke van deze innovaties zullen tegen 2050 gebruikelijk zijn? Op 23 oktober ontdekt u er alles over tijdens het VIM congres in Brussel. Surf naar mobiliteit2050.be en reserveer alvast uw plaats!

VIM_MobCon_ad_255x120.indd 1

4/08/14 08:51


10

tr e n d

d u u r zaam h e i d

‘Woningen moeten tijdens de levensduur van hun bewoners vlot aangepast kunnen worden aan de nieuwe behoeften’ Michael Herremans

Compact en dynamisch wonen Duurzaam wonen, wat houdt dat precies in? Energiezuinigheid is maar één aspect, zo blijkt. Compact zijn ze ook, deze nieuwe woningen. En ze groeien (of krimpen) mee met hun bewoners. “Steeds vaker vormt aanpasbaar en flexibel bouwen het basiskenmerk van het bouwplan.” Tekst Senne Starckx

Duurzaam bouwen en/of verbouwen. Klinkt goed, niet? Maar wat betekent het precies? Als je die vraag pakweg tien jaar geleden aan een aannemer zou gesteld hebben, had hij wellicht geantwoord met ‘zo energiezuinig mogelijk’. Maar minimalisatie van het energiegebruik dekt al lang niet meer de lading van duurzaamheid in de

bouwsector. “Duurzaam wonen behelst dat woningen gebouwd en verbouwd worden op basis van verschillende pijlers”, vertelt Michael Herremans van Cedubo, een coördinatiecentrum uit Heusden-Zolder dat particuliere (ver) bouwers ondersteunt via individuele plan- en bouwadviezen. “Energie, ruimtegebruik, oriëntatie, ligging, aanpasbaar wonen, materiaalkeuze en watergebruik zijn de belangrijkste.” Herremans in het duurzaam (ver)bouwen anno 2014? “Woningen worden over het algemeen compacter. Een belangrijke reden hiervoor, blijft dat mensen hun energiegebruik willen optimaliseren. Isoleren en het zogenaamde luchtdicht bouwen, heeft tijdens het vorige decennium vaste voet aan de grond gekregen in Vlaanderen. Nu pas ziet men in dat dit veel gemakkelijker gaat als de woning compact is. Overigens, wie een nieuw huis bouwt, is hiertoe sowieso al verplicht door de steeds strengere energiemaatregelen.” Herremans

Welke trends ziet

voorspelt dat er in de nabije toekomst ook normen zullen komen voor onder andere het watergebruik. Ook de milieu-impact van bouwmaterialen zal onder de loep worden genomen. hoeft trouwens niet hetzelfde te zijn als klein wonen. Compactheid houdt eigenlijk in dat er meer (functionele) ruimte wordt gecreëerd met minder buitenoppervlak. Een kubus, bijvoorbeeld, is zeer compact. Allerhande hoeken en uitspringende delen daarentegen maken een gebouw veel minder compact. Volgens Herremans is compactheid ook slechts een facet van duurzaam wonen. “Het kan niet de bedoeling zijn dat het bewegingscomfort van de bewoners wordt beknot. Het is dus verre van een synoniem voor ‘klein wonen’, want door open ruimten te creëren, kunnen woningen nog steeds ruim aanvoelen.”

Compact wonen

Tegenwoordig is het ook ‘in’ om woningen zo te ontwerpen dat ze

tijdens de levensduur van hun bewoners vlot kunnen worden aangepast aan nieuwe behoeften. Daarmee komen we meteen bij de volgende trend die zich momenteel volop aan het ontwikkelen is in Vlaanderen. Namelijk die van de zogenaamde meegroeiwoning. “Meegroeiwonen reflecteert een dynamische visie op mens en ruimte, op de eigen woning en haar omgeving”, vindt Herremans. “Steeds vaker zien we dan ook dat aanpasbaar en flexibel bouwen, tenminste op woningniveau, het basiskenmerk is van het bouwplan. Het maakt dat een woning zich kan aanpassen aan haar bewoners, en omgekeerd. Dit betekent: van meet af aan comfort en veiligheid voor iedereen, wat levenslang wonen mogelijk maakt.” Een trend die anderhalf decennium geleden de innovatieve huizenmarkt nog domineerde, maar die tegenwoordig compleet in de vergetelheid is geraakt, is die van het passiefhuis.

Het behalen van een passiefnorm qua energieverbruik bij woningen werd indertijd sterk gepromoot door de overheid, met fiscale voordelen om de meerkost te compenseren. Door de afschaffing van deze maatregelen, opteren de meeste (ver) bouwers er nu voor om een lageenergiewoning te bouwen. Herremans: “Passiefbouwen is in het verleden altijd een prijzige aangelegenheid geweest. Dit was deels te wijten aan de aannemers die gewoon moesten worden aan een ander afwerkingsniveau en nieuwe werkwijzen.” Toch ziet Herremans nog toekomst voor het passiefhuis. “Door een doorgedreven sensibilisering van aannemers, het opleiden van vakmensen en een betere afstemming van het werk, maar ook door een evolutie van nieuwe materialen, moet de passiefmethode uiteindelijk een soort standaardnorm kunnen worden in de bouw. Hierdoor zullen passief afgewerkte woningen toch betaalbaar worden.”

ADVERTORIAL

kaMp c: koploper in de transitie Kamp C is het centrum voor Duurzaamheid om het kort te stellen. De transitie naar een duurzame samenleving is bezig en de wereld verandert in een hoog tempo. Het is de opdracht van Kamp C om in te spelen op al deze veranderingen en om wegwijs te worden in de nieuwe ontwikkelingen, regels, producten etc… en om deze transitie te vertalen naar verschillende doelgroepen. Daarom is onze rol van informator en sensibilisator belangrijk. Het tonen van goede voorbeelden is een must en goede verbeelden zijn er in binnen- en buitenland. Maar ook op hoger niveau dwingt de

transitie tot verandering in de manier waarop bedrijven zakendoen en innoveren. Multi Actor Networking, samenwerking, de horizontale economie, de open economie, de social media, de snelheid van informatie; het zijn allemaal aspecten waar bedrijven, overheden, scholen en burgers mee geconfronteerd worden. Zo informeren we onze doelgroepen door een breed aanbod van infosessies, dat alleen nog maar verder zal worden verbreed. Als cleantech Antenne voor de bouwsector zullen we actief op zoek gaan naar nieuwe producten, processen en bedrijven om hen een platform te bieden binnen de bouwsector en de branche toe.

Bouw- en projectadvies blijft gratis

en bieden we ondermeer een volledige themaweek aan. Uiteraard blijft Kamp C de bouwer ondersteunen met bouwadvies en via een volledig digitaal infoloket gaan we sneller inspelen op alle bouwvragen. Meer info? www.kampc.be Kamp C gaat wekelijks klimaatcafés organiseren waarin alle belangrijke spelers uit de duurzaamheids- en bouwsector aan het woord komen. Op deze manier blijven wij en onze

branchegenoten op de hoogte van waar iedereen mee bezig is en wat actueel is. Ook naar scholen toe gaan we actief op zoek naar samenwerking


ADVERTORIAL

“Een alternatief materiaal voor de afwerking, een kleiner maar opener plan, een uitgedachte maatvoering voor de ramen, … het zijn ingrepen die ervoor zorgen dat een passiefwoning wél kan”

Een betaalbare passiefwoning? Het kan! Nieuwbouwers kiezen de laatste jaren meer voor lageenergiewoningen, omdat de meerkost van een écht passiefhuis hen afschrikt. stArchitecten toont met zijn no-nonsenseaanpak dat een passiefhuis niet noodzakelijk duurder hoeft te zijn. “Maar dat kan alleen als de klant wil meestappen in ons verhaal. Keuzes moeten bewust worden gemaakt.”

Bewust bouwen, bewust keuzes maken. Kortom: je gezond verstand laten primeren boven de alomtegenwoordige krachten in de bouwsector die je plannen onherroepelijk in de richting van de zoveelste standaardwoning duwen. Dat is de filosofie van het jonge, maar ambitieuze architectenbureau stArchitecten (www.stArchitecten.be) uit Oudenaarde, dat geleid wordt door

Lieselotte Steurbaut

Ir. Architect én energiedeskundige Lieselotte Steurbaut. De voorbije jaren heeft het passiefhuis, waarin het energiegebruik nihil is, een negatieve connotatie gekregen. De meerkost zou niet terugverdiend kunnen worden door de energie die je uitspaart, klinkt het. En nu overheidssubsidies voor maatregelen die de energie-efficiëntie bevorderen als sneeuw voor de zon verdwijnen, komt de passiefwoning nog meer in het verdomhoekje te zitten. “Het is een hardnekkige mythe dat een passiefhuis niet rendeert”, corrigeert Steurbaut. “Sterker: als je het slim aanpakt, is er helemaal geen meerkost.” Maar dat kan volgens Steurbaut alleen als je als klant openstaat voor vernieuwing – en een architect in de hand neemt met de juiste inzet en intenties. “Bouwheren wijken soms moeilijk af van de algemeen geldende bouwen woonprincipes. Neem nu de indeling van de woning: het aantal ruimtes is steevast te groot, en heel

consult supply

vaak krijgen ze ook nog eens een verkeerde functie toegewezen. Wat moet je met een royale inkomhal die zelden gebruikt wordt maar alleen bijdraagt aan de status van de woning? Wat we tegenwoordig ook vaak zien zijn huizen met meerdere toiletten en badkamers, ja, in dat opzicht zijn we extreem verwend geraakt. De keerzijde van dit alles is natuurlijk dat het de haalbaarheid van een passiefwoning volledig in het gedrang brengt.” stArchitecten bekommert zich in de eerste plaats om de bewoners en hun wooncomfort. Steurbaut: “Als

de klant hiervoor openstaat komen we automatisch tot een compromis. Een alternatief materiaal voor de afwerking, een kleiner maar opener plan, een uitgedachte maatvoering voor de ramen,… het zijn ingrepen die ervoor zorgen dat een passiefwoning wél kan. Noem het een stap zetten in de toekomst, door je woning aan te passen aan de komende generaties en hun problemen! Beter dat dan een stap terug in de tijd te zetten met bouwgewoontes die uitmonden in torenhoge energiekosten en, op het vlak van comfort, op een lege doos. Wie wordt daar nu gelukkig van?”

Steurbaut heeft concreet bewijs voor haar stelling dat passief bouwen niet noodzakelijk duurder hoeft te zijn. Sterker: ze woont erin. Ze ontwierp voor haar gezin een passiefwoning zonder meerprijs bovenop de standaard bouwkost van een woning die aan de EPB-normen voldoet.

ONAFHANKELIJKE ADVIESVERLENING BIJ DUURZAME BOUWPROJECTEN

Beschikt u over een onderbenut pand of grond en bent u op zoek naar een zinvolle invulling of een duurzame herbestemming? Consult Supply verzorgt voor u het hele traject. Persoonlijk én op maat. Met een verfrissende kijk op projectontwikkeling biedt Consult Supply advies waar nodig. We overleggen met overheden, volgen het procesverloop nauwgezet op en gaan op zoek naar de juiste investeerders. En u? U beslist hoever wij met u meegaan. Surf naar consult-supply.be en bekijk onze overtuigende referenties.

info@consult-supply.be +32 (0)9 226 20 22 www.consult-supply.be


12

ve r d i e p i n g

energie

‘Met de overblijvende hitte worden de woningen verwarmd’ Brendo Meulen

Een woonwijk zonder riolering Moderne waterzuiveringsinstallaties leveren prima werk. Maar alles kan beter. De technologie is inmiddels rijp voor installaties die geen energie meer kosten, maar produceren. En het afvalwater moet niet meer worden geloosd. “Op die manier hebben we dus geen rioleringsstelsel meer nodig.” Tekst Senne Starckx

afvalwaterzuiveringsinstallaties leveren wel goed werk. Hun zuiveringskracht is ronduit impressionant – wat voornamelijk te danken is aan de vele innovaties die de afgelopen decennia hebben plaatsgevonden op het vlak van biologische zuiveringsmethoden. Maar de kosten van de slibverwerking – en niet te vergeten, het transport van dat slib – lopen vaak hoog op. Kosten die zowel financieel zijn, als energetisch. Bovendien is de capaciteit van de bestaande installaties verre van voldoende als er grote, nieuwe woonwijken zoals Oude Dokken verrijzen in een stad.

Conventionele

er een haalbaarheidsstudie voor een installatie die het afvalwater van de nog te bouwen Gentse wijk kan omzetten in zuiver water, groene warmte én meststoffen. Dit zou gebeuren door het afvalwater via een gescheiden stelsel te laten behandelen. Niet gescheiden in de zin dat regen- en afvalwater apart worden

Momenteel loopt

De stad Gent wil haar wooncapaciteit de komende tien tot vijftien jaar gevoelig uitbreiden. Een groot deel van de nieuwe woningen (tussen de 1.300 en 1.500) zal worden gebouwd in de gloednieuwe stadswijk Oude Dokken. Die zal verrijzen op de plaats waar nu nog de drie oudste havendokken van Gent liggen, tussen de wijken Dampoort en Muide. Als de vooropgestelde timing wordt gehaald, gaat de eerste spade begin volgend jaar de grond in. “De nieuwe stadswijk moet volledig klimaatneutraal worden”, zegt Tom Balthazar, de Gentse schepen van Stadsontwikkeling. “De ontwikkelaars zullen daarom zoveel mogelijk energie opwekken, onder andere door ‘menselijk afval’ (lees: uitwerpselen, nvdr.) om te zetten in biogas.” Omdat ‘menselijk afval’ doorgaans in een sceptische put en/of de riolering terechtkomt, betekent dit dat de Oude Dokken, als eerste stadswijk in Vlaanderen en België, een revolutionair nieuw afvalwaterbeleid zullen krijgen. Balthazar: “De bedoeling is om een zo gesloten mogelijke waterkringloop te creëren die uitsluitend draait op hernieuwbare energie.” Zo’n waterkringloop vereist dan niet alleen een waterzuivering die zuiver water aflevert, maar die ook nog eens energiezuinig is. Iets wat bij de conventionele waterzuiveringinstallaties bijlange nog niet het geval is.

geloosd in de riolering, maar wel zo dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen zogenaamd ‘grijs’ water (van bad, douche en wasmachine) en ‘zwart’ water (van het toilet). De installatie werkt op basis van vacuümpompen en -netten, die de biologische fracties

‘De bedoeling is om een zo gesloten mogelijke waterkringloop te creëren die uitsluitend draait op hernieuwbare energie’ Tom Balthazar

zoveel mogelijk compact houden, waardoor ze kunnen vergisten tot biogas. Dat kan dan vervolgens worden

omgezet in warmte en/of elektriciteit. Het scheiden van grijs en zwart water moet ervoor zorgen dat er aan het einde van de rit een netto energiewinst is, en dat de slibproductie liefst met 80 (!) procent is gekelderd. Een groot verschil met de conventionele zuiveringsinstallaties, die energieverslindend werken en een massa slib produceren. zuiveringssysteem in Oude Dokken wordt geïnstalleerd, zal dat een primeur zijn voor België. Onze noorderburen zijn echter al langer vertrouwd met het systeem, dat ontwikkeld werd door het Nederlandse bedrijf Landustrie, een specialist in waterzuiveringsinstallaties. De decentrale Sanitatie en Hergebruik-methode, afgekort DeSaH, wordt sedert enkele jaren uitgetest in een nieuwbouwwijk in de Friese stad Sneek. “Het toiletwater wordt hier via vacuümtoiletten ingezameld”, vertelt Brendo Meulman van Landustrie. “Dit soort toiletten

Als het revolutionaire

3 vragen aan... Dirk Weydts van Centexbel Een belangrijke verbruiker van water is de Vlaamse textielnijverheid. Op jaarbasis verbruiken de textielbedrijven 5,4 miljoen kubieke meter water, waardoor de sector op de 12de plaats staat qua totaal waterverbruik in Vlaanderen. Dat is relatief veel, gezien de omvang van de sector. Centexbel, het kenniscentrum van de Belgische textielsector, werkt mee aan projecten die water(her)gebruik binnen de sector optimaliseren. Dirk Weydts van Centexbel licht toe.

wordt er dan ook aandacht besteed aan de keuze van grondstoffen en chemicaliën.” ■ Werkt u ook actief rond waterhergebruik?

■

Is water een kostbaar goed in uw sector?

■ Wat maakt dat textielbedrijven hun watergebruik willen optimaliseren?

“Voor de Vlaamse textielbedrijven is de beschikbaarheid van voldoende kwalitatief en genoeg water tegen een redelijke prijs erg belangrijk. Zeker in een sterk competitieve markt (denk aan de concurrentie uit Azië) waar prijsverhogingen moeilijk kunnen doorgerekend worden.”

“Zowel bij de textielbedrijven die lozen in oppervlaktewater als in het rioleringsstelsel, bestaat de problematiek van de micropolluenten. De Europese wetgeving legt immers op dat er zo weinig mogelijk van deze stoffen worden geloosd via het afvalwater. Bij de textielbedrijven

“Met het project De Blauwe Cirkel focussen we onder meer op de concentraatproblemen die ontstaan bij kringloopsluiting, zoals zoutstromen waar de bedrijven maar moeilijk vanaf geraken. Het zijn voornamelijk de textielbedrijven die zich bezighouden met de techniek van natte veredeling die met dit probleem kampen. Enerzijds worden binnen dit project technieken voor waterhergebruik verder geoptimaliseerd om een maximale waterrecuperatie na te streven. Anderzijds worden zoutstromen verder geconcentreerd en worden hiervoor verschillende valorisatiemogelijkheden onderzocht.”

kenmerkt zich door een minimaal spoelwaterverbruik. Het sterk geconcentreerde afvalwater, zwart water dus, wordt direct in de wijk in een speciaal ontwikkelde installatie behandeld. Zwart water is rijk aan organisch materiaal, stikstof en fosfaat. Het organisch materiaal wordt in een vergistingsreactor omgezet in biogas. Dat biogas wordt vervolgens teruggevoerd naar een cv-ketel en daar wordt ook de reactor mee verwarmd. Met de overblijvende hitte worden de woningen verwarmd.” moet de afvalstroom zo geconcentreerd mogelijk zijn. Anders heb je een grotere vergistingsreactor nodig. “Door gebruik te maken van een vacuümtoilet is het mogelijk om slechts 1 liter spoelwater te gebruiken in plaats van 7 liter. De gistingsreactor is in dit geval dus 7 keer kleiner. In Sneek zitten we momenteel met een gemiddelde zwartwaterproductie van 5 liter per persoon per dag.” Naast het zwart water is er ook het grijs water. Het grijs water kenmerkt zich volgens Meulman door het makkelijk afbreekbare organische materiaal dat er in zit. Het kan in de woonwijk worden behandeld waardoor het niet of amper moet worden geloosd. “Op die manier hebben we dus geen rioleringsstelsel meer nodig.”

Volgens Meulman

De kunst van de DeSaH-methode bestaat erin de inzameling en behandeling zo vlot mogelijk op elkaar af te stemmen. Normaal gesproken wordt bij een rioolwaterzuiveringsinstallatie het organisch materiaal met behulp van energie (door beluchting) omgezet naar CO2 en naar slib. Dat slib wordt afgevoerd naar een vergistingsreactor. Bij het vergisten ontstaat een beetje biogas. Het restproduct uit de slibvergister moet vervolgens ingedroogd worden, maar dat kost ongeveer net zoveel energie als je uit het biogas haalt. Meulman: “Bij DeSaH is vergisting de eerste stap. Daarmee kan direct organisch materiaal omgezet worden naar biogas. Het gevolg is dat we energie produceren in plaats van consumeren en er nagenoeg geen slib ontstaat tijdens het behandelingsproces.”


20 JAAR IN DE WEER VOOR MODERN AFVALBEHEER Op 6 juni 1994 werd de “Intercommunale Vereniging voor Afvalbeheer in Gent en Omstreken”, afgekort IVAGO, opgericht als samenwerking tussen de stad Gent, de gemeente Destelbergen en de private partner ECOV (destijds een samenwerkingsverband tussen VLAR, WATCO en Seghers Engineering, vandaag bestaat ECOV uit INDAVER en SITA) . Het was de eerste gemengde intercommunale voor afvalbeheer in Vlaanderen! IVAGO gaf de voorbije 20 jaar vorm aan een toekomstgericht afvalbeleid in Gent en Destelbergen en leverde pionierswerk in Vlaanderen.

O

p korte tijd veranderde er toen heel wat in Gent en Destelbergen. Intensieve communicatie- en sensibilisatiecampagnes maakten de bevolking op een eenvoudige manier wegwijs in de hele vernieuwingsoperatie en brachten de knepen van het afval sorteren bij. Bekende Gentenaars als Koen Crucke, Jan Hoet en Gilda De Bal gaven het goede voorbeeld. In Gent verdwenen de oude ijzeren vuilnisemmers naar de schroothoop. De huisvuilophaling werd grondig gereorganiseerd. Selectieve ophaling was de nieuwe boodschap: gft, pmd, glas en papier/karton werden voortaan aan huis opgehaald. De inwoners van Destelbergen vonden de weg naar een nieuw en modern recyclagepark. En dat alles al in 1996! ‘Slimme’ afvalcontainers Als eerste voerde IVAGO op grote schaal het principe ‘de vervuiler betaalt’ in. ‘Slimme’ afvalcontainers – uitgerust met een elektronische chip – verschenen

Een legertje IVAGO-mannen en -vrouwen zorgt voor schone Gentse Feesten!

reeds in 1998 in het straatbeeld van de Gentse randgemeenten en Destelbergen. Op korte tijd zag IVAGO de hoeveelheid afval die nog overbleef om te verbranden gevoelig dalen.

echte recyclageparken uitgerust met elektronische meetsystemen en weegbruggen en gericht op het zo goed mogelijk terugwinnen van waardevolle materialen en grondstoffen.

Er kwamen ook in Gent nieuwe en ruime containerparken, later omgebouwd tot

Nette stad De dienst openbare reiniging van IVAGO groeide uit van een cel met een 30-tal straatvegers tot een legertje van bijna 100 medewerkers, gewapend met hypermoderne veegmachines en een planmatige aanpak. De jaarlijkse strijd om de Gentse Feestenzone schoon te maken is een weerkerend succesnummer.

Plannen voor de toekomst Voorzitter Tine Heyse is ambitieus. “In deze beleidsperiode blijft IVAGO even ambitieus als in de twintig jaren die voorbij zijn. We willen zorgen voor minder (rest)afval en méér grondstoffen. Zo merken we dat er nog teveel gft in de restafvalzak zit. Daar gaan we intensief rond werken. En met ‘Gent repareert, dat ’t weer marcheert!’ ondersteunen we Repair Cafés. Ondergrondse containers moeten de problemen met de inzameling in grote woningcomplexen de volgende jaren helpen oplossen. In nieuwe wijken trekken we de kaart van gedurfde projecten. Samen met de verschillende diensten van de stad Gent voeren we de strijd voor een nette stad de volgende jaren ook verder op. Want zwerfvuil en sluikstorten zijn echt wel storend. De afvalenergiecentrale van IVAGO kan zeker ook nog een bijkomende bijdrage leveren tot de lokale energievoorziening door warmte te leveren aan bedrijven in de omgeving.”

Stoom en stroom In ’96 bouwde IVAGO de oude verbrandingsoven om tot een hoogtechnologische verbrandingsinstallatie, aangepast aan de nieuwste milieunormen. Later volgde de realisatie van een deNOxinstallatie die de schadelijke stikstofoxides uit de lucht haalt en dioxines vernietigt. Vandaag produceert IVAGO niet enkel elektriciteit voor eigen gebruik en het openbare net, maar levert via een ondergrondse stoomleiding vooral warmte aan het nabijgelegen UZ Gent.

Elke dag voor u op pad De echte basis van IVAGO vormen natuurlijk de bijna 400 medewerkers. In weer en wind zijn ze op pad. Een groep harde werkers die met plezier de handen uit de mouwen steekt. Met het hart op de tong en recht door zee! Als echte Gentenaars.

www.ivago.be

ivago.gent

Met een aparte afdeling IVAGObedrijfsafval levert IVAGO service op maat voor ruim 4.000 bedrijfsklanten: van de kruidenier om de hoek, over de talloze horecazaken in het stadscentrum tot alle vestigingen van de Universiteit Gent. Door informatie, sensibilisatie en prijszetting zet IVAGO de klanten aan om ook bedrijfsafval zo goed mogelijk te sorteren. Uniek is de aparte inzameling van gft.


14

Ch ron icle

PPS als bouwsteen voor de steden van de toekomst Nauwe samenwerkingsvormen tussen de overheid en de private sector komen steeds meer voor bij stadsontwikkeling. Gigantische projecten zoals het Nieuw-Zuid in Antwerpen worden boven de doopvont gehouden. Tekst Steven Van Garsse van het Kenniscentrum Publiek-Private Samenwerking

De afgelopen jaren hebben grote publiek-private stadsontwikkelingen een sterke opgang gemaakt. Hoewel deze gebiedsontwikkelingen sterk van elkaar kunnen verschillen, hebben ze toch een aantal zaken gemeen. stedelijke gebieden, om verschillende redenen, een herwaardering nodig: functies die met elkaar in conflict komen, verloedering en vervuiling, het aangrijpen van economische opportuniteiten. Verder gaat het meestal om projecten die een sociaaleconomische hefboomfunctie hebben in een stadsdeel of gebied en die daarbij voor een nieuwe dynamiek kunnen zorgen. Daarnaast worden er verschillende ruimtelijke functies gecombineerd, zoals wonen, werken, winkelen, recreatie en vervoer. Ten slotte omvat de ontwikkeling één of meer projecten waarin verschillende (publieke en private) partijen betrokken zijn: het stadsbestuur, het

Zo hebben de

‘Via een meer actieve wederzijdse betrokkenheid in plannings- en uitvoeringsprocessen kan worden geoptimaliseerd en ontstaat er een betere interactie’

Vlaams Gewest, grondeigenaars, omwonenden, bedrijven, … De sleutel voor succes bij deze projecten van publiek-private samenwerking, kortweg PPS, is een andere rol voor de overheid en een betere verbinding tussen duurzame, ruimtelijke en projectontwikkeling. De overheid neemt een rol op als inspirator, strategische planner en facilitator en levert meedenkkracht. Ze geeft aan wat de eisen en wensen zijn en gebruikt haar procesvaardigheden en grondposities om te sturen en publieke belangen te waarborgen.

vaak ontwikkelaars en bouwbedrijven, brengen middelen en expertise mee en zorgen voor slimme en kostenefficiënte oplossingen. Via een meer actieve wederzijdse betrokkenheid in plannings- en uitvoeringsprocessen kan er worden geoptimaliseerd en ontstaat er een betere interactie.

Private actoren,

Voor de civiele maatschappij is er dan weer meer aandacht via stakeholdersfora, buurtvergaderingen en gemeenschappelijke campagnes zodat er draagkracht wordt verworven. Private initiatieven en concepten kunnen beter worden gelinkt aan publieke doelstellingen en vice versa. Ook de timing en fasering van de realisatie en de afstemming van projectonderdelen (een buurtpark, een crèche, woningen, winkels) verloopt meer doordacht met aandacht voor huidige en toekomstige marktomstandigheden, de reële behoeften en de financiële haalbaarheid.

De afgelopen jaren hebben grote publiek-private stadsontwikkelingen een sterke opgang gemaakt.

ADVERTORIAL

Ontdek hoe de modulaire D gebouwen van Portakabin voldoen aan de EPB-regelgeving

e Europese Unie wenst tegen 2020 de broeikasgassen te verminderen, en dit via de recente EPB-regelgeving (afkorting van Energieprestatie en Binnenklimaat Regelgeving). Alle gebouwen – dus ook tijdelijke modulaire gebouwen – moeten hieraan voldoen en energiezuiniger worden door een betere isolatie, verwarming en ventilatie te voorzien. De modulaire gebouwen van Portakabin werden in dit kader herdacht en aangepast, zodat zowel de gebruikte materialen als de buitenschil conform de EPB wetgeving zijn. Concreet komt het erop neer dat de EPB-regelgeving van toepassing is op gebouwen of delen van gebouwen –nieuw of in renovatie– met een andere bestemming of een specifiek gebruik,

met een bouwaanvraag vanaf juli 2008, een oppervlakte groter dan 50 m², ❸ vereiste verwarming of koeling voor het comfort van de gebruikers, ❹ een verwachte levensduur van meer dan 2 jaar.

Tot nu toe legde de regelgeving in dit domein alleen een minimumniveau van thermische isolatie op. Nu gaat de EPB/PEB heel wat verder, met vereisten voor ventilatie, verlichting, verwarming en airconditioning. Heel ambitieus legt de regelgever vanaf 1 januari 2014 heel hoge prestatieniveaus op. De bedoeling is dat tegen eind 2020 elk nieuw gebouw een energieverbruik van bijna nul heeft.

Ontdek in onze gratis gids ‘Begrip van de Energieprestatie en binnenklimaat regelgeving EPB’ waar deze regelgeving, per regio, precies van toepassing is, en hoe de modulaire gebouwen van Portakabin hieraan precies voldoen. U kan deze downloaden op http://my.portakabin-belgie.be/gratis-belgie

❶ ❷

U heeft snel extra ruimte nodig? Of u wilt meer informatie over onze modulaire oplossingen? Contacteer ons op 078 05 30 00 of surf naar www.portakabin.be


ADVERTORIAL

GE

GE biedt energy management totaaloplossing voor Duits Green Building referentieproject. GE, de Europese marktleider voor laag- en middenspanningsoplossingen, levert een opgemerkte bijdrage aan het Green Building Project van de stad Bottrop (Duitsland).

Green Building totaaloplossing

Imagination at work

het project in Bottrop bestond erin een overschot aan energie te realiseren. Het voorzien van stadsverwarming, geothermische warmtepompen en fotovoltaïsche zonnepanelen leverde, in combinatie met een verbeterde isolatie en ventilatie, een daling op van de energiekost met 75%. Het energie-overschot wordt opgeslagen in batterijen, die een ononderbroken stroomvoorziening garanderen. Aan de hand van monitoring kan men alle parameters meten. De GE totaaloplossing in een notendop

GE legt zich eveneens toe op energy management voor ‘groene’ gebouwrenovatie. In het kader van een klimaatvriendelijk moderniseringsproject werkte GE mee om een 5 verdiepingen tellend gebouw in Bottrop (Duitsland) om te toveren tot een Plus Energy House. Voor dit referentieproject werkten verschillende GE divisies samen (Critical Power, Industrial Solutions, Lighting) een totaaloplossing uit. Smart Energy Building

Succesfactoren? • Het klantvertrouwen in GE • De proactieve benadering met een totaaloplossing • Het concept in lijn met Innovation City aanpak van Rijn-Ruhr 113605

Die GE oplossing werd Smart Energy Building gedoopt en focust op het optimaliseren van de energie-efficiëntie van gebouwen. De uitdaging voor

• Critical Power: energie-opslag en UPS, betrouwbaarheid en onafgebroken energie • Industrial Solutions: automation system Habiteq en laagspanningsborden • Lighting: LED downlights • Entellismart: energy management interface en communicatie met het HabiTEQ systeem

ge.com

113605_adv255x180.indd 1

17/09/14 15:12

Grontmij

Visiegericht ontwikkelen

Interdisciplinair ingenieurs-, advies- en ontwerpbureau Voor gebouwen, publieke ruimte en energie verleent Grontmij advies- en beheerdiensten voor aannemers, projectontwikkelaars, architecten en de publieke sector. Bij complexe projecten bieden wij u integrale design & engineering expertise. Dit over de gehele projectketen, van eerste concept tot ontwikkelingsfase. Een greep uit onze expertise: • Duurzame gebouwen • PPS-projecten • Gebiedsontwikkeling

• Mobiliteit & infrastructuur • Water- en milieubeheer • Slimme en groene energie

Volg onze realisaties op www.grontmij.be

More than a partner Grontmij bouwt mee aan het brede palet van stedelijke functies en versterkt dit met concrete gemengde ontwikkelingsprojecten: stedelijke woon- en zorgprojecten, stationslocaties en kantoorontwikkelingen, cultuurhuizen en sportinfrastructuur, openbare gebouwen, … Grontmij brengt architecturale concepten en functionele gebruikerseisen samen in concrete realiseerbare projecten. We besteden hoge aandacht aan de functionele kwaliteit van gebouwen, op maat van de klant. Wij maken uw ideeën en ontwerpen uitvoerbaar en haalbaar. Grontmij zoekt altijd naar een gunstige CO2-footprint, een efficiënt energiebeheer en duurzame materialen. Wij hanteren een Life Cost benadering en bekijken de Total Cost of Ownership. Samen met u bouwen wij aan een betere woon-, werk- en leefomgeving.


al eens aan kurk gedacht? laat u inspireren op: www.kurk.be

SPECIAL VOORWA E ARDEN tIjDENS DE BIS-B EuRS OOk gEL DIg IN AL ONzE ShOWRO OmS tIjD ENS DE mAAND O ktOBER!

created by nature. Kurkfabriek Van Avermaet biedt u een onovertroffen assortiment te verlijmen en zwevende kurkvloeren en kurkwanden aan. Naast een ruim keuze in naturelle en geverfde kurk, kan kurk ook voorzien worden van een digitale bedrukking in hout- en natuursteenmotieven, of met een afwerking in echt leder of vinyl. Op die manier biedt kurk een comfortabele en natuurlijke oplossing voor de aankleding van keuken, living, slaapkamer, badkamer en zelfs sauna. Ontdek kurk in al zijn facetten bij een bezoek aan een van onze toonzalen of surf naar www.kurk.be showroom Lokeren

showroom Waregem

showroom Diest

Industriezone E17/2003 Wolfsakker 3 • B-9160 Lokeren t. +32(0)9 348 15 77 Alle dagen 8-12 en 13.30-17.30 Vr. 8-12 en 13.30-16.30 Za. 10-12 en 14-18

Zuiderlaan 73 B-8790 Waregem t. +32(0)56 60 96 04 Di. Woe. en Zat. 10-12 en 14-18 Do. op afspraak Ma. en Vr. 14-18

Corki Hasseltsestraat 89 B-3290 Diest t. +32(0)13 32 56 90 Ma. en Di. 13.30-18 Woe. Vr. en Za10-12 en 13.30-18

!


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Moderne stad by Smart Media Agency AG - Issuu