Issuu on Google+

Rekenkilometers maken Marijke Theunissen komt als ambulant begeleider veel kinderen tegen met hardnekkige rekenproblemen. Bij negen van de tien kinderen speelt een gebrekkige automatisering van de elementaire rekenvaardigheden een belangrijke rol. Het gaat dan om het tellen, de bewerkingen tot 10, de sprong over het tiental en de tafels. Omdat Marijke Theunissen ervan overtuigd is dat systematisch opgebouwde mondelinge training echt helpt, heeft zij de methode Rekensprint ontwikkeld. In dit artikel een verslag van een methodiek die in de praktijk is ontstaan. • Marijke Theunissen

Aandacht voor automatiseren In het Onderwijsblad van de Aob van maart 2011 staat een artikel over het inspectieonderzoek ‘Automatiseren bij rekenen-wiskunde’. Er is een duidelijk verband tussen goed kunnen automatiseren en goede resultaten bij rekenen en wiskunde. Volgens het inspectieonderzoek helpt ‘stampen’ en besteden steeds meer scholen elke dag tien minuten aan het automatiseren. Dat is goed nieuws. Toch zijn de trainingen niet altijd voldoende afgestemd op kinderen met hardnekkige automatiseringsproblemen. Men vraagt zich vaak af of deze kinderen überhaupt wel kunnen leren automatiseren. Het alsmaar oefenen wordt als zinloos ervaren en de oplossing wordt gezocht in compenserende middelen zoals opzoekboekjes en een rekenmachine. Deze compenserende middelen zorgen echter niet voor het noodzakelijke ‘geraamte van rekenkennis’ in het hoofd. Het goed inpassen van nieuwe rekenstof blijft dan een probleem.

gevolgd volgens Wiskobas. Als studenten kwamen wij rechtstreeks uit het ‘mechanistische rekentijdperk’ en Wiskobas leerde ons dat begripsvorming heel belangrijk was. We moesten de kinderen zover brengen dat ze rekenproblemen konden oplossen met behulp van eigen strategieën en inzichten. Was het inzicht eenmaal bereikt dan was het veelvuldig inoefenen van rekenprocedures en rekenregels niet meer nodig. Met die bagage startte ik als beginnend leerkracht in een school voor moeilijk lerende kinderen. Met enige schaamte denk ik terug aan mijn begintijd. Mijn leerlingen hebben toen niet al te best rekenonderwijs gehad, geef ik achteraf toe. Langzaam maar zeker begon ik te ervaren dat elke kleine rekenstap aangeleerd en ingeoefend moest worden. Ons team werd geïnspireerd door collega Douwe Sikkes, die dagelijks gedifferentieerd honderden teloefeningen en sommen oefende in zijn klas. Net als mijn collega’s begon ik ook met deze dagelijkse trainingen. Het motto was: ontleed de rekenvaardigheden in kleine stapjes en slijp deze stapjes in volgens één strategie die altijd werkt. Bouw daarna verder op de ingeslepen kennis. Als leerkrachten hadden wij de rekenstappen in ons hoofd zitten en we konden deze gedifferentieerd en in een hoog tempo aan de kinderen aanbieden. En het werkte! Vrijwel al onze rekenzwakke leerlingen (met een IQ tussen 60 en 80) konden door de trainingen toch leren automatiseren. Het gevolg was dat de hele rekenontwikkeling van deze kinderen met enorme stappen vooruit ging. In mijn verdere onderwijsloopbaan heb ik nog steeds veel profijt van deze ervaring. Aanvankelijk als ambulant begeleider in WSNS-verband en daarna als ambulant begeleider van ‘rugzakleerlingen’ met lichamelijke beperkingen en langdurig zieke kinderen, kom ik in het reguliere basisonderwijs veel kinderen tegen waarbij het automatiseren van basisvaardigheden tot 100 een ernstig probleem is. Soms zitten deze leerlingen al in groep 6 of hoger en zijn de rekenproblemen zo hevig dat ze faalangstig worden, enorm tegen het rekenen opzien en zelfs hun plezier in school verliezen.

Rekenkilometers maken helpt Ik heb in de praktijk mogen ervaren dat het overgrote deel van de kinderen met zware rekenproblemen tóch gebaat is bij een gedegen, systematische training om langzaam maar zeker de basis in hun hoofd op te bouwen. Hiervoor duik ik terug in mijn eigen onderwijsgeschiedenis. Op de Pedagogische Academie heb ik rekendidactiek

Rekensprint Ik merk dat kinderen die extra begeleiding krijgen vaak zijn aangewezen op korte oefenmomenten die gegeven worden door verschillende mensen (klassenassistenten, stagiaires, ouders, leerkrachten en remedial teachers). Wanneer deze begeleiders niet op dezelfde manier werken, raakt de leerling alsnog verstrikt in allerlei strategieen en is de training niet effectief. Daarbij is het heel

‘Hoe meer je in je geheugen hebt, hoe gemakkelijker je nieuwe dingen leert’, aldus Nicolas Carr, een Engelse schrijver en onderzoeker in een interview in de Volkskrant. Carr schreef kritische boeken over computers en over wat internet met onze hersenen doet. Hij ziet als gevolg van de ontwikkelingen van internet dat mensen zoveel mogelijk ‘koppen’ willen lezen en zich niet meer vast willen pinnen op één onderwerp. Uit onderzoek (Carr: Het ondiepe. 2011) blijkt dat het heel belangrijk is om informatie in je hoofd op te slaan, zodat je een geraamte in je hoofd hebt waarin je nieuwe informatie kunt passen. Als je dat niet hebt, zie je alleen maar losse brokjes informatie en dan verdrink je, aldus Carr. De bevindingen van Carr zijn ook toepasbaar op het rekenen. Als je het ‘geraamte’ van de basale rekenkennis niet in je brein hebt zitten, kun je alle daarop volgende rekenstof niet goed inpassen. Het gevolg is, dat je blijft hangen in inadequate rekenstrategieën en dat de rekenresultaten onvoldoende blijven. De rekenproblemen worden alsmaar groter omdat de basis ontbreekt.

Tijdschrift voor Remedial Teaching 2011/3

6


met Rekensprint belangrijk dat de training een goede opbouw kent om alle aspecten van het automatiseren aan bod te laten komen. Om voor deze systematische opbouw te zorgen, heb ik de manier van trainen die ik in het verleden dagelijks toepaste, helemaal uitgeschreven en verwerkt tot veertig weektrainingen, waarbij alle oefeningen per dag exact staan uitgewerkt. Ik heb het programma Rekensprint genoemd. De trainer heeft overigens geen voorbereiding nodig en een onderwijsachtergrond is niet noodzakelijk. Rekensprint oefent vier keer per week mondeling gedurende vijftien minuten kort maar krachtig en leidt tot het automatiseren van de bewerkingen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen tot 100 volgens ĂŠĂŠn strategie, die door de kinderen verwoord moet worden. Het gebruik van verschillende oplossingsstrategieĂŤn werkt verwarrend voor zwakkere rekenaars. Daarnaast oefent

Rekensprint het tellen en getalbegrip tot 100 en tot 1000. Het veel en herhaald oefenen is cruciaal voor het inslijpen van de rekenkennis. Doel van Rekensprint Het automatiseren van basisvaardigheden rekenen, zoals getalbegrip tot 100 en tot 1000 en optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen tot 100. Hierbij dient de leerling snel het antwoord te kunnen geven op een som, waarbij de leerling een oplossingsstrategie uitvoert zonder te hoeven tellen en te hoeven nadenken, om zo snel tot de oplossing te komen. Het memoriseren van basisvaardigheden: optellen en aftrekken tot en met 10 en tot 20 binnen het tiental en de tafels en deeltafels van 1 tot en met 10. Hierbij dient de leerling de antwoorden uit het hoofd te kennen.

Voorbeeld van een weekkaart

Tijdschrift voor Remedial Teaching 2011/3

7


kan verkort. Bij 26+8 benoemen de kinderen op ‘t laatst alleen nog de getallen die in deelstappen erbij moeten, dus 4,4,34.

Per oefening kort registreren en aftekenen geeft een duidelijk overzicht en vraagt weinig administratie.

Doelgroep Rekensprint is geschikt voor kinderen vanaf medio groep 4 met automatiseringsproblemen, voor kinderen met specifieke rekenstoornissen en voor bovenbouwleerlingen met zware automatiseringsproblemen. Het oefenen van het automatiseren komt na de fase van begrip, inzicht en oefenen met materialen. Wanneer het optellen en aftrekken tot de 10, het splitsen en de sommen tot 20 binnen het tiental medio groep 4 nog niet soepel gaan, dan is extra aandacht voor automatiseren op z’n plaats. Kinderen die met Rekensprint starten moeten enig getalbegrip hebben tot 100; ze moeten begrijpen wat een som is en ze moeten een som kunnen oplossen (met materiaal of tellend). Hoe kan Rekensprint worden gebruikt? Rekensprint is naast elke rekenmethode te gebruiken: • als remediërend materiaal voor individuele leerlingen of kleine groepjes • als oefenstof om in de klas automatiseringsoefeningen te geven, waarna de kinderen in tweetallen met de sprintkaartjes gaan oefenen • als extra oefenstof voor thuis De begeleiding kan worden gedaan door afwisselend een rt’er, leerkracht, hulpouder, stagiaire, klassenassistent of zelfs door een oudere leerling. Werkwijze Neem een rekentoets af als beginsituatie: de CITO-toets, als aanvulling de Tempotoets (zelf gebruik ik nog de TTR van Teije de Vos) of om een helder beeld te krijgen het diagnostisch rekenonderzoek uit Rekensprint. Bepaal aan de hand van het instapschema het startniveau en het weekkaartnummer. Leg voor de individuele leerling of voor het groepje vier wekelijkse oefenmomenten vast van maximaal vijftien minuten per keer. Voorbereiding en extra materialen zijn niet nodig. Op de weekkaarten staan alle oefeningen uitgewerkt en exact beschreven: - teloefeningen - getaloefeningen - sommen, waarbij via een kleur verwezen wordt naar de sprintkaartjes. De sprintkaartjes zijn aanvankelijk geen flitskaartjes, maar dienen ter visuele ondersteuning en bevatten telkens een som. De trainer ziet op de achterkant de uitkomst. De uitkomst in deelstappen (de te verwoorden strategie) staat kleiner afgedrukt op de achterkant. In eerste instantie moeten de kinderen de antwoorden telkens in deze deelstappen geven. De manieren van verkorten en versnellen staan duidelijk op de weekkaarten vermeld. De sprong over het tiental blijft een somtype, waarbij de kinderen telkens de deelstappen blijven verwoorden. Dit

Tijdschrift voor Remedial Teaching 2011/3

Resultaten tot nu toe Rekensprint is op een aantal basisscholen in Arnhem en omgeving als pilot uitgeprobeerd. De toetsgegevens laten bij vrijwel alle kinderen een aantoonbaar positief resultaat zien, zowel op de Tempotoets als ook op de CITO-toets Rekenen en Wiskunde. Daarnaast merk ik dat de kinderen tijdens het werken in de klas ervaren dat het rekenen ‘gemakkelijker’ gaat. Ze hebben een strategie ter beschikking die altijd (en steeds sneller) werkt. Hiermee kunnen de leerlingen ook moeilijkere opgaven oplossen. Het tempo verbetert en het werk komt af. Ik zie dat dit succeservaringen en zelfvertrouwen geeft: kinderen krijgen weer meer plezier in rekenen. En daar is het mij vooral om te doen. Dat zwakke rekenaars weer met plezier aan het rekenen slaan. Zelfs wanneer iedereen bijna de moed opgeeft en een rekenmachine de enige uitweg lijkt, kunnen deze oefeningen leerlingen alsnog écht aan het rekenen krijgen. Omdat Rekensprint in de praktijk is ontstaan biedt het een aanpak die efficiënt is in te zetten door leerkrachten en rt’ers, eventueel met behulp van (hulp-)ouders, klassenassistenten, stagiaires of oudere leerlingen. En alle noodzakelijke oefeningen worden kant en klaar aangeboden in korte oefenmomenten. Makkelijker kan het volgens mij niet. Ontbreekt alleen nog het maken van rekenkilometers. Aan de slag zou ik zeggen!

Literatuur •

• • • •

Inspectie van het Onderwijs (2011). Automatiseren bij rekenen –

wiskunde. Utrecht: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Giesen, P. (05-03-2011). Zet af en toe je computer uit. Interview Nicolas Carr, Amsterdam: De Volkskrant.

Carr, N (2011). Het ondiepe. Hoe onze hersenen omgaan met internet. Amsterdam: Maven Publishing.

Leeuw, L. van der (2009). Rekenen volgens Sikkes. Amersfoort: Tijdschrift voor Orthopedagogiek.

Leeuw, L. van der (2011). Zo leer je kinderen rekenen. Verslag van

een praktijkonderzoek. Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk, 50.

Correspondentieadres: m.theunissen@deonderwijsspecialisten.nl

Marijke Theunissen geeft als ambulant begeleider vanuit De Onderwijsspecialisten Arnhem begeleiding aan kinderen met een lichamelijke of verstandelijke beperking en langdurig zieke kinderen in het reguliere basisonderwijs. De Onderwijsspecialisten is een cluster 3-onderwijsinstelling met scholen voor speciaal onderwijs en een sector dienstverlening. Marijke heeft daarnaast ervaring als leerkracht en rt’er in het speciaal basisonderwijs en als ambulant begeleider bij het Samenwerkingsverband WSNS Arnhem Noord e.o.

8


Rekensprint in Tijdschrift voor Remedial Teaching