3
Winst en verlies (A)
Achtergrond
Doelstellingen
Onze (vrije) economie draait op het ondernemerschap van individuen. Per jaar worden talloze nieuwe ondernemingen gestart, veelal door jonge mensen.
De kinderen leren enkele basisprincipes van een bedrijfsvoering.
Wil zo’n bedrijf slagen, dan moet er -zeker op langere termijn- winst worden gemaakt.
Met name raken ze vertrouwd met de begrippen kosten, opbrengsten en winst of verlies. Ze leren hoe je een resultatenrekening maakt.
Om kinderen hiermee vertrouwd te maken, is er deze les over kosten, opbrengsten en winst/verlies.
Ze krijgen enige notie van een goede bedrijfsvoering.
Gebruikte rekenvaardigheden
Aandachtspunten
• optellen en aftrekken met kommagetallen
Vanaf vraag 7 mag een rekenmachine worden gebruikt.
• delen en vermenigvuldigen met kommagetallen
Om vraag 14 te kunnen maken, moeten de antwoorden van 10b, 11, 12 en 13b gecontroleerd worden.
• rekenen met geldbedragen • afronden
14
De juiste antwoorden zijn: 10b winst € 33,92 11 verlies € 5,20 12 winst € 37,40 13b winst € 28,30
Vraag 1
€ 43,75 : 125 = € 0,35. De afrikaantjes zijn voor 35 cent per stuk verkocht.
Vraag 2
65 cent – 35 cent = 30 cent. 30 x 27 = € 8,10. De buurman spaart € 8,10 uit. Een andere manier is: 27 x 65 cent = € 17,55. 27 x 35 cent = € 9,45. € 17,55 – € 9,45 = € 8,10.
Vraag 3 a.
b.
55 cent x 70 = € 38,50. Vergeleken met de echte opbrengt (€ 43,75) hadden ze dan minder verdiend. Het verschil: 43,75 – 38,50 = € 5,25.
Vraag 4 a.
b.
Eén viooltje van het tuincentrum kost € 4,16 : 8 = € 0,52. Een slimme prijs ligt ongeveer tussen 30 en 40 cent. Deze prijs is duidelijk lager dan de prijs van het tuincentrum. Dan willen de mensen ze kopen. De prijs moet ook niet te laag zijn, want dan verdien je te weinig.
Vraag 5
4 zakjes zaad à € 2,25 = € 9,-. 4 zakken potgrond à € 4,- = € 16,-. 400 potjes à € 0,30 = € 120,-. Samen zijn de kosten dan € 145,-.
Vraag 6 a. b.
De kosten zijn nu € 9,- + € 16,- = € 25,-. De kosten per plantje zijn € 25,- : 500 plantjes = 5 cent.
Vraag 7
De prijs van een zakje zaad + een zak potgrond is dan: € 0,07 x 125 = € 8,75. Nu moet de prijs van een zak potgrond eraf: € 8,75 – € 4,- = € 4,75. Dat is dan de prijs van één zakje zaad.
Vraag 8
Je hebt verlies als de opbrengst minder is dan de kosten. Of: de kosten zijn hoger dan de opbrengsten.
15