3
Winst en verlies (A)
Elk jaar op Koningsdag is het feest in het dorp van Hanna en Isa. Zij zitten allebei in groep 7. Het hoogtepunt van het jaarlijkse feest is voor hen de rommelmarkt. Al jaren doen ze daaraan mee.
Rommelmarkt
De rommelmarkt begint om 8 uur ’s ochtends. Ze verkopen oud speelgoed en spulletjes die ze van hun ouders krijgen. Om 12 uur is de markt afgelopen. Dan hebben ze meestal spul over, maar ook wat geld verdiend. Eén keer zelfs meer dan € 100,Hanna is een beetje chagrijnig. Ze hebben dit jaar niet veel spullen voor de verkoop. ‘Het wordt een grote flop’, zegt ze. Moeder komt met een idee. ‘Ik heb in de tuinkas heel veel afrikaantjes gezaaid. Als jullie die in potjes zetten, kun je ze per stuk verkopen. Je kunt er zeker 30 cent voor vragen.’ 22
Hanna krijgt weer moed en de volgende dag is ze met Isa druk in de weer. Gelukkig heeft moeder heel veel gezaaid en al snel hebben ze 125 afrikaantjes in potjes klaar staan. Nog een geluk: haar moeder heeft een hele voorraad lege potjes. afrikaantjes
Als de rommelmarkt afgelopen is, zijn Hanna en Isa dik tevreden. Nog best wat speelgoed verkocht en het mooiste is: alle 125 afrikaantjes binnen recordtijd verkocht. Opbrengst hiervan: € 43,75.
Vraag 1
Voor hoeveel cent per stuk zijn de afrikaantjes verkocht?
Vraag 2
Als je afrikaantjes in de winkel koopt kosten ze ongeveer 65 cent. Een buurman koopt bij Hanna en Isa 27 plantjes. Hoeveel geld bespaart hij?
Vraag 3
Stel dat hun prijs voor een afrikaantje 55 cent was. Dan hadden ze misschien maar 70 plantjes verkocht. a.
Hadden ze dan meer of minder verdiend?
b.
Hoeveel meer of minder?
meer
minder
Vraag 4
Viooltjes kosten bij het tuincentrum € 4,16 voor 8 plantjes. a.
Als je ze zelf zaait en kweekt, wat is dan een slimme prijs om per plantje te vragen?
b.
Waarom die prijs?
23