Skip to main content

Bij de les - Oefenen met spelling (groep 3) inkijkexemplaar

Page 1

Bij de les

groep 3

1 leerjaar

Oefenen met spelling

Sluit

100% aan bij school

Dit werkboek is van:


Bij de les Oefenen met spelling

Voor wie? Met dit oefenboek wordt de spelling geoefend die kinderen in groep 3 / leerjaar 1 op school leren. Dit boek is bedoeld voor kinderen die het fijn vinden of die het nodig hebben om op school of thuis extra te oefenen. De opdrachten in dit boek sluiten naadloos aan op wat kinderen op school leren. De oefenstof wordt per bladzijde en door het boekje heen opgebouwd: • Bovenaan staat steeds wat de bedoeling is, daaronder staan de opdrachten. • De bovenste opdrachten zijn makkelijker dan de opdrachten onderaan. • De eerste pagina’s zijn makkelijker dan de laatste pagina’s in het boek. Voor sommige kinderen is oefenen van de leerstof moeilijk. Zij kunnen in dit boek dan minder oefenstof maken. Ze kunnen bijvoorbeeld de onderste rijtjes doorstrepen. Zo oefenen zij toch de basisstof, zonder dat dit een te grote belasting is voor hun leerplezier. Wat? In dit boekje oefen je de spelling van: • Klankzuivere woorden • Woorden met vaste stukjes, zoals str-, be-, -tje • Woorden met korte klanken en lange klanken • Woorden met klanken die op elkaar lijken, zoals s-z, v-f • Onthoudwoorden, zoals plein - ijs

Tips 1. Spelling leren door het vaak te doen Spelling heb je nodig om goed te kunnen schrijven. Als je weet hoe je woorden moet schrijven, snapt iedereen wat je bedoelt als je het opschrijft. Spelling kun je leren door veel te oefenen. Ook volwassen schrijvers moeten soms nog nadenken over hoe een woord goed geschreven wordt. Naast het oefenen van spelling in werkboeken helpt het ook om veel te lezen. Daar wordt je spelling ook beter van! 2. Beloon jezelf Heb je een hele pagina af, plak er dan een mooie sticker of een plaatje op. Goed bezig!

1

3. Afwisselen Wissel inspanning en ontspanning af. Heb je een pagina gemaakt? Doe dan eens iets heel anders! Ga even lekker bewegen, dansen of zingen of lees een (strip)boek. Je kunt tenslotte niet alleen maar hard werken!

Wist je dat … ... je beter onthoudt hoe je een woord moet schrijven als je het woord opschrijft? Daarom ga je in dit oefenboek heel veel woorden opschrijven.


Bij de les Uitleg bij de opdrachten Woorden met drie letters In groep 3 / leerjaar 1 begint het leren schrijven van woorden met drie letters: vis, vaar en pauw. De klanken aa, au, ee, ei, eu, ie, ij, oe, oo, ou, ui en uu leren de kinderen aan als één klank (één letter). De woorden zijn klankzuiver: de letters die je ziet, krijgen bij het uitspreken van het woord de klank die erbij hoort (maan is klankzuiver). Het woord hond is niet klankzuiver, want de d in het woord spreek je uit als een t. In de eerste maanden van het leesonderwijs worden alle letters en klanken van onze taal aangeleerd. Dan start ook het onderwijs van de spelling van de woorden. Woorden die de kinderen hebben leren lezen, worden ook geschreven. Woorden met klanken die veel op elkaar lijken (zoals s-z, f-v, ch-g) worden extra veel geoefend. Woorden met groepjes letters Op school leren kinderen om snel letters te herkennen die vaak bij elkaar staan, zoals: br, st, str, rst, sch, aai, ooi, oei, ieuw, eeuw en uw. Ook dit helpt kinderen: het schrijven van het woord gr-oei-t is eenvoudiger dan g-r-o-e-i-t. Woorden met twee stukjes In de tweede helft van groep 3 / leerjaar 1 worden de woorden steeds langer. Na het oefenen van woorden met drie, vier en vijf letters leren kinderen nu ook woorden die bestaan uit twee korte woordjes: voet-bal. Ook het snel kunnen herkennen van de samenstelling van deze woorden helpt bij het goed kunnen spellen van deze woorden.

van het woord: be-, ge- en ver- (begin, geheim, verhaal) of aan het eind van het woord: -je, -tje, -pje (huisje, uiltje, boompje). Ook het herkennen van deze stukjes helpt bij het goed kunnen schrijven van woorden. Woorden met korte en lange klanken De klinkers kun je verdelen in korte klanken (zoals a, e, i), lange klanken (zoals aa, ee, oo) en tweetekenklanken (zoals ie, oe, au). In onze taal schrijven we twee- of meerlettergrepige woorden die op het eind van een lettergreep lang klinken met maar één teken: scho-len. Dat is in het begin verwarrend. Het oefenen van veel van dit soort woorden en het herhalen van de regel is nodig om deze woorden goed te kunnen spellen. Onthoudwoorden In onze taal komen klanken voor die je op twee manieren kunt schrijven: de ij en de ei klinken hetzelfde. Er is geen regel om te onthouden waarom plein met een ei wordt geschreven en rijst met een ij. De spelling van deze woorden moet je van buiten leren. Daarom noemen we dit onthoudwoorden. Hoe vaker je deze woorden ziet en schrijft, hoe beter je de spelling ervan onthoudt. Dit oefenboek biedt de mogelijkheid om al deze spellingsmoeilijkheden extra te oefenen.

Woorden met vaste stukjes Langere woorden in onze taal bestaan vaak uit vaste stukjes die je helpen snel een woord te kunnen lezen en het woord goed te kunnen schrijven. Deze stukjes staan vaak aan het begin

2


blok 1

/ mkm /

1 zoek het juiste woord. trek een lijn.

bok

hak

tas

wip

put

mol

bel

bus

vis

hek

2 kies het juiste woord. vul in.

zan zon zin

bes bos bis

mig mag mug

bus bis bes

3


blok 1

/ mkm /

3 zet een kruisje bij het juiste woord.

O bag O big O bug O beg

O kam O kim O kom O kem

O kum O kem O kom O kim

O mus O mes O mis O mas

4 kies het juiste woord en vul maar in. dik – das – dun – rok

5 bedenk woorden met een o, a, i, e en u. bok

dak

vis

mes

mug

sok mos

6 kun jij rijm-woorden maken? de kat op het dak. de mus op de de man in het bos. de bok en de

de vis in het net.

.

de jas en de

.

.

zus zit in de bus. voor jan een

. 4


blok 1

/ mmkm / mkmm /

1 zet een kruisje bij het juiste woord.

O klas O plas O gras O kras

O vlam O stam O klam O bram

O stok O blok O klok O vlok

O stem O ster O fles O klem

2 zoek het rijm-woord. trek een lijn. tent ramp dans list hond vent lamp mond kist hans 3 welk woord-stukje hoort erbij? zet er een kruisje voor en vul in.

a s

e s

e r

O kr O fl O dr O gl O br O fl O pl O st O st

5

o k O st O bl O br


blok 1

/ mmkm / mkmm /

4 welke woord-stukje hoort erbij? kies en vul in. st – rk – ts – mp

l a

k i

mu

k e

5 weet jij de woorden? vul in. ok . hoe laat is het? ik kijk op de het is koud. ik heb een mu op. het is zondag. ik ga naar de ke . ik praat met mijn mo . as . het regent. er ligt een grote dit is mijn broer. hij heet ha . ik zie het niet. doe de la aan! as . ik drink water uit een ik ga naar school op de fie . om . de man is oud. hij loopt

6


groep

• Klankzuivere woorden • Woorden met vaste stukjes, zoals str-, be-, -tje • Woorden met korte en lange klanken • Woorden met klanken die op elkaar lijken, zoals s-z, f-v • Onthoudwoorden, zoals plein – ijs

leerjaar 1

3

Bij de les

6+

taal & lezen → spelling

Oefenen met spelling Extra oefenen met spelling? Dat kan met dit oefenboek! Het goed kunnen spellen van woorden is belangrijk om goed te kunnen schrijven. Brieven of werkstukken bijvoorbeeld. Als je weet hoe je de woorden goed schrijft, begrijpt iedereen wat je bedoelt. Het oefenboek begint makkelijk met eenvoudige klankzuivere woorden: boom, brief. En daarna wordt het steeds een stukje uitdagender: van woorden met vaste stukjes (straat, straf), verkleinwoorden (huisje - tafeltje) tot onthoudwoorden (ij-ei: ijs - plein, ou-au: kou - blauw). Zo oefen je alle woorden die nodig zijn om een goede schrijver te worden! 4 3/4 5/6 Bij53les j dsB dB e i2le e i1l/j2edseBij3 Bij de s le 7 l1esdeBij Bi4 ljede s ledse il5jedse B 7/8 les e d j o e fe nr b e Bi5/6 groep

groep

groe

leerjaar

leerjaar

leerj aar

groep

groep 6

groep

p

groe

aar leerj

8

ep

gro

ja

6 ar

r lee

zwijsen.nl/bijdeles

leerjaar 3/4

p

gro

ep

leer

jaar

leerjaar

ar

leerja

eeknegnr iejnp e O e f e n Oefenen s n ne m t fe e Oe n ttogteuleddne rme n nmmdee eOne fne n e n d ebreuken w ee td l tt n np etmet beefgerniejme e ntr iek Os t u d e rterni edkmel e z egne l d z1a0k0e0n r k w oeozresnp e l l i n den g e met m Dit

Dit we

Dit w erkb

rkboe

Dit werkboe

k is van:

oek

k is va

n:

Dit

we rk

boe

is va

n:

we rk

k is

bo

ek

van

:

is v an

:

it

bij

Dit werkboek is van:

Dit werkboek is van: k

rkboe

Dit we

oek

Dit

kb wer

is van:

Sluit

Slui

Slu 100% t aanSluit Sluit 100% aan Slu aan 100% aanbij schoolbij sch aan 100% 100%it ool 100% ool bijl school bij sch schoo aa

bij sch n ool 10 Sluit

0

bij % aan scho ol

100Sluit bij % aa scho n ol 1 Slu 0 bij 0% it sch aa oo n l

n:

is va

9 789048 744558

Sluit

100% aan bij school

O 7 p zwijsen.nl/leerspellen vind je nog meer leuke spellen!


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Bij de les - Oefenen met spelling (groep 3) inkijkexemplaar by Bekius Schoolmaterialen - Issuu