Skip to main content

Bij de les - Begrijpend en studerend lezen (groep 3) inkijkexemplaar

Page 1

groep 3

1 leerjaar

Bij de les

begrijpend en studerend lezen

Sluit

100% aan bij school

Dit werkboek is van:


Bij de les Oefenen met begrijpend en studerend lezen

Voor wie? Met dit oefenboek oefenen kinderen in groep 3 / leerjaar 1 met begrijpend en studerend lezen, zoals dat op school wordt geleerd. Dit boek is bedoeld voor kinderen die het fijn vinden of die het nodig hebben om op school of thuis extra te oefenen. De opdrachten in dit boek sluiten naadloos aan op wat kinderen op school leren. De oefenstof wordt per bladzijde en door het boekje heen opgebouwd: • Bovenaan staat steeds wat de bedoeling is, daaronder staan de opdrachten. • De bovenste opdrachten zijn makkelijker dan de opdrachten onderaan. • De eerste pagina’s zijn makkelijker dan de laatste pagina’s in het boek. Voor sommige kinderen is oefenen van de leerstof moeilijk. Zij kunnen in dit boek dan minder oefenstof maken. Ze kunnen bijvoorbeeld de onderste rijtjes doorstrepen. Zo oefenen zij toch de basisstof, zonder dat dit een te grote belasting is voor hun leerplezier. Wat? Wat oefen je: • Tekstdoel en tekststructuur (inleiding-kern-slot) • Woordenschat • Samenvatten: belangrijkste woorden en zinnen • Voorspellen aan de hand van plaatjes en de titel

Tips 1. Begrijpend leren lezen door het vaak te doen In groep 3 leer je letters om te zetten in klanken en klanken samen te voegen tot woorden. Als je de letters op een bladzijde omgezet hebt naar woorden en zinnen, kun je ook stilstaan bij wat je gelezen hebt. Wat heeft de schrijver opgeschreven? Een spannend verhaal, informatie over spinnen of een gebruiksaanwijzing van een mobiele telefoon? Als je teksten leest, neem dan ook de tijd om na te denken of te praten over wat je gelezen hebt!

1

2. Schrijf op en teken Soms staat er in een tekst veel informatie. Dan helpt het als je daar een tekeningetje van maakt of belangrijke woorden opschrijft. Dat tekeningetje en die woorden helpen je te onthouden wat je gelezen hebt. 3. Afwisselen Wissel inspanning en ontspanning af. Heb je een pagina gemaakt? Doe dan eens iets heel anders! Ga even lekker bewegen, dansen of zingen of lees een (strip)boek. Je kunt tenslotte niet alleen maar hard werken!


Bij de les Uitleg bij de opdrachten Tekstdoel en tekststructuur (inleiding-kern-slot) Door te kijken naar de opbouw van een tekst, krijg je meer grip op een tekst. Je ziet dan dat het verhaal een begin, een middenstuk en een (spannend) einde heeft. Bij informatieve stukken zie je dat de schrijver een inleiding schrijft (waarover hij informatie gaat geven), een kern (met de informatie) en een slot (soms met een samenvatting of een conclusie). Inzicht in de structuur van een tekst helpt je om de tekst beter te begrijpen. Woordenschat Je hebt een grote woordenschat nodig om een tekst te kunnen begrijpen. Als je een tekst goed wilt begrijpen, moet je meer dan 80% van de woorden uit de tekst kennen. Door onbekende woorden te leren, vergroot je je woordenschat en kun je teksten steeds beter begrijpen. Samenvatten: belangrijkste woorden en zinnen Als je een tekst leest, ben je soms druk bezig alle woorden en zinnen te lezen. Dan vergeet je waar de tekst over ging. Door na het lezen na te denken over de vraag: Waar ging deze tekst eigenlijk over? sta je stil bij de inhoud van de tekst. Kijk terug in de tekst en onderstreep belangrijke woorden en zinnen. Voorspellen aan de hand van plaatjes en de titel Of je een tekst begrijpt of niet, hangt ook af van wat je al weet over een onderwerp. Door vooraf de titel van de tekst en de plaatjes te bekijken, maak je je hoofd alvast klaar om de tekst goed te kunnen begrijpen. Dit oefenboek biedt de mogelijkheid om lezen met begrip extra te oefenen.

2


Tekstdoel

1

In deze les leer je wat een verhaaltekst is. En waarom je het leest. Een verhaaltekst is een tekst met een verhaal. In een verhaal gebeurt altijd iets. Het is grappig of eng. Droevig of mooi. Waar of niet waar. Je leest een verhaaltekst voor je plezier.

De uil in de boom Het wordt donker in het bos. Er staan heel veel grote bomen. In een boom zit een uil. Hij zit rustig op een tak. En draait zijn kop van links naar rechts. Ook draait hij zijn kop rond. En kan hij alles achter zich zien. Dan kijkt de uil naar de grond. Daar ziet hij iets kleins bewegen. Het is een muisje. Heel stil blijft hij zitten. Hij richt zijn ogen op de muis. Dat lijkt hem een lekker hapje! De uil schiet ineens omlaag. Met zijn scherpe klauwen grijpt hij. Maar de uil grijpt mis. De muis is net op tijd weg.

3


Dit is een verhaaltekst. Een verhaaltekst lees je

2

Dit verhaal vind ik droevig spannend

3

grappig

Vul in. Over wie gaat het?

Waar gebeurt het?

4

Lees de zinnen met ervoor. Welk woord past hier het best bij? A slapen B jagen C vliegen D zitten

6

Wat kan een uil met zijn kop? Een uil kan met zijn kop

7

5

Wat gebeurt er?

Lees de zin met ervoor. Hoe voelen de uil en de muis zich? Trek een lijn. De uil is • • opgelucht De muis is • • teleurgesteld

, om zo

Een uil is een nachtdier. Welk dier is geen nachtdier? Kleur het antwoord. vleermuis

8

Tekstdoel

1

keeshond

bosuil

nachtvlinder

Lees de zinnen en schrijf de juiste uil onder het plaatje. Het gezicht van de kerkuil lijkt wel een hartje. De kop van de sneeuwuil is wit. De ransuil heeft pluimpjes op zijn kop.

4


Tekstdoel

2

In deze les leer je wat een weettekst is. En waarom je het leest. Een weettekst is een tekst met weetjes. Over een land of een dier. Of een ding of een mens. Je leest een weettekst om iets te leren.

Maak eerst vraag 1 en 2. Lees dan de tekst.

Frankrijk Frankrijk is een land. Het is een groter land dan Nederland. Er wonen veel mensen in Frankrijk. Ze spreken geen Nederlands, maar Frans. De vlag van Frankrijk heeft drie strepen. De streep links is blauw. De streep in het midden is wit. De streep rechts is rood. In Frankrijk kun je lekker eten en drinken. Zoals stokbrood en wijn. Dat wordt in Frankrijk gemaakt. Franse kaas is ook erg lekker. De hoofdstad van Frankrijk is Parijs. In Parijs zijn veel winkels. En een hoge toren gemaakt van ijzer. Die heet de Eiffeltoren.

5


Dit is een verhaaltekst. Een verhaaltekst lees je

2

Dit verhaal vind ik droevig spannend

3

grappig

Vul in. Over wie gaat het?

Waar gebeurt het?

4

Lees de zinnen met ervoor. Welk woord past hier het best bij? A slapen B jagen C vliegen D zitten

6

Wat kan een uil met zijn kop? Een uil kan met zijn kop

7

5

Wat gebeurt er?

Lees de zin met ervoor. Hoe voelen de uil en de muis zich? Trek een lijn. De uil is • • opgelucht De muis is • • teleurgesteld

, om zo

Een uil is een nachtdier. Welk dier is geen nachtdier? Kleur het antwoord. vleermuis

8

Tekstdoel

1

keeshond

bosuil

nachtvlinder

Lees de zinnen en schrijf de juiste uil onder het plaatje. Het gezicht van de kerkuil lijkt wel een hartje. De kop van de sneeuwuil is wit. De ransuil heeft pluimpjes op zijn kop.

6


groep

leerjaar 1

3

Teksten niveau AVI M3-E3 Tekstdoel en tekststructuur Woordenschat Samenvatten Voorspellen

• • • • •

6+

taal & lezen

Bij de les

→ begrijpend en studerend lezen

Oefenen met begrijpend en studerend lezen Extra oefenen met begrijpend en studerend lezen? Dat kan met dit oefenboek! Het goed begrijpen en verwerken van wat je leest is belangrijk. Het is de basis van het verwerven van kennis. Niet alleen op de basisschool, maar ook later in het vervolgonderwijs. Als je weet hoe je grip krijgt op een tekst, kun je uiteindelijk alle teksten lezen en begrijpen. Het oefenboek begint makkelijk met eenvoudige teksten en eenvoudige opdrachten: hoe is een tekst opgebouwd, ken je alle Deze tekst is een weettekst. woorden uit de tekst en kun je een eenvoudige samenvatting maken? En dan Een weettekst is geschreven om je iets te leren. voor je plezier. wordt het steeds een stukje uitdagender. Zo oefen je alle vaardigheden die je nodig hebt om een goede lezer te worden! 4 3/4 5/6 Bij53les j dsB dB e i2le e i1l/j2edseBij3 Bij de s le 7 l1esdeBij Bi4 ljede s ledse il5jedse B 7/8 les e d j o e fe nr b e Bi5/6 groep

groep

groe

leerjaar

leerjaar

leerj aar

groep

groep 6

groep

p

groe

aar leerj

8

ep

gro

ja

6 ar

r lee

zwijsen.nl/bijdeles

leerjaar 3/4

p

gro

ep

leer

jaar

leerjaar

ar

leerja

eeknegnr iejnp e O e f e n Oefenen s n ne m t fe e Oe n ttogteuleddne rme n nmmdee eOne fne n e n d ebreuken w ee td l tt n np etmet beefgerniejme e ntr iek Os t u d e rterni edkmel e z egne l d z1a0k0e0n r k w oeozresnp e l l i n den g e met m Dit

Dit we

Dit w erkb

rkboe

Dit werkboe

k is van:

oek

k is va

n:

Dit

we rk

boe

is va

n:

we rk

k is

bo

ek

van

:

is v an

:

it

bij

Dit werkboek is van:

Dit werkboek is van: k

rkboe

Dit we

oek

Dit

kb wer

is van:

Sluit

Slui

Slu 100% t aanSluit Sluit 100% aan Slu aan 100% aanbij schoolbij sch aan 100% 100%it ool 100% ool bijl school bij sch schoo aa

bij sch n ool 10 Sluit

0

bij % aan scho ol

100Sluit bij % aa scho n ol 1 Slu 0 bij 0% it sch aa oo n l

n:

is va

9 789048 744619

Sluit

100% aan bij school

Op zwijsen.nl/leerspellen vind je nog meer leuke spellen!


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Bij de les - Begrijpend en studerend lezen (groep 3) inkijkexemplaar by Bekius Schoolmaterialen - Issuu