7e Jaargang.
N°. 1.
Januari 1899.
TIJDSCHRIFT VAN DEN
NEDERLANDSCHEN SCHAAKBOND. BESTUUR VAN
DEN N. S.: Dr. A. VAN KHIJN, Voorzitter; H. J. DEN HERTOG, Onder-Voorzitter.
W. H. M. DB VEER, Haarlemmerstraat 99, Amsterdam, Penningmeester; H. D. B. MEIJER, Q-eldersehe Kade 37, Amsterdam, Secretaris; J. P. RUNSINK. REDACTIE: J. F. HEEMSKERK, Sas van Gent, J. F. S. ESSER,
J. W. TE KOLSTÉ,
W. B. H. MEINERS, Dr. A. G. OLLAND. Van
dit
blad,
dat
omstreeks
den
-20sten van iedere maand gratis aan de Bondsleden wordl
toegezonden, zijn extra-nummers verkrijgbaar a 15 cents en een gebeele jaargang ii
f 1.50, eveneens slechts
voor Bondsleden. Als lid van den Bond betaalt men ƒ2.50 contributie. Nadere inlichtingen verschaft de Secretaris.
INHOUD: Bondszaken; Bepalingen Wedstrijden; !!!; Begrooting 1899; Ingezon den Stukken, Incident te Kolsté—Loman; Kleine Wedstrijden te Groningen, Kromme nie; Clubmatch te Leiden; Partijen Tweekamp Janowski—Showalter; Problemen; Verschillende partijen; Eindspelen. Bondszaken. Nieuwe Leden. D. Keestra, Leeuwarden. W. J. L. Verhoeven, Kampen. S. T- Margolin, Amsterdam. N, J. ten Bosch, Utrecht. B. Breijink, Kampen. W. Middelveld Viersen, Utrecht. J. H. de Bois, Amsterdam. Meijer, Leeuwarden. J. j}. Groenman, Groningen Tj. Oosterloo, Leeuwarden. J. W. van Groningen, Groningen. Dr. G. R. Goldberg, Amsterdam. R. Meijer, „ G. V. van der Schooren, Arnhem. J. Onnes, „ B. J. Wetter, Utrecht. L. A. Kleijntjens, Rotterdam. C. Halbertsma, Leeuwarden. Tot Rechtstreeksch lid overgeschreven: S. J. Moscoviter, Rotterdam. Verzuimd in het Decembernummer nog te vermelden, dat opzegging van het lidmaatschap voor 1899, ingevolge Art. 8 van het Reglement, niet meer wordt aangenomen. Wie kan mij inlichtingen verschaffen omtrent de tegenwoordige verblijfplaatsen van de Heeren: K. van Dusseldorp, Utrecht. H. Goudsmit, Amsterdam. G. H. Manikus, „
Ph. van Malsen, Amsterdam. A. N. Visser, „ G. J. van den Broek, Leiden.
Aan alle leden mijne beste wenschen bij den aanvang van het nieuwe jaar. DE BON DS-S EC RETARIS. 1
2
Correspondentie. A. \ . te L. Er bestaat geen bezwaar, 3 April den kleinen wedstrijd te Leeuwar den te houden. Wat men door toewijding kan doen, bewijst u : kort geleden telde Leeuwarden 3 leden, thans reeds 12. Ik hoop dat uw voorbeeld bij andere leden navolging vinde. DE BONDS-SECRETARIS. Den lezer bij de intrede van het nieuwe jaar 1899 mijne beste heilwenschen ! Het vorig jaar, het jubileumjaar van den Bond, liep niet voorspoedig voor het Tijdschrift. Onze ijverige Hoofd-Redacteur den Hertog werd door verschillende werkzaam heden en bezigheden aan de Redactie onttrokken, en toen de ondergeteekende hem opvolgde, was er aanvankelijk ook stoornis in mijn arbeid, zoodat eigenlijk eerst de November- en Decembernummers goed slaagden, ofschoon te lijvig omdat te veel was in te halen. Een woord van welverdienden dank daarbij aan de steeds volijverige medeRedacteuren blijve niet onuitgesproken. Nu het Nieuwe Jaar begon, had de ondergeteekende de beste voornemens om den nu komenden jaargang regelmatig en goed af te leveren. Maar ziet, nauwelijks is de groote drukte van mijne kantoorwerkzaamheden met Oud- en Nieuwjaar voorbij, of nu word ik zelf ziek. Het gevolg is, dat ik, ofschoon ik hoopte u al de partijen van den Tweekamp tusschen Janowski en Showalter te kunnen geven, slechts twee kon geven. En verder maar een deel van wat ter beschikking in de portefeuille ligt, doe afdruk ken, in de hoop tegen Februari mijn werk ordelijk te kunnen hervatten, zoo de Heer mij herstel geeft. Neem dus, waarde lezer, ook deze maand met een wat haastig in elkaar gezet, althans niet naar mijn smaak afgewerkt nummer, met te veel tekst en te weinig 1) partijen, genoegen. Wij hopen latere nummers beter te mogen afwerken. Sas van Gent, 11 Januari 1899. DE HOOFD-REDACTEUR. 1)
Daar brengt de post mij juist te Kolsté's bijdrage!
Errata. In het register van den jaargang 1898 zijn, onder de partijen, gerangschikt naar e openingen, alle partijen uit het Decembernummer vergeten. De opmerkzame lezer, die het Tijdschrift goed wenscht te gebruiken, wordt vriendelijk verzocht deze fout te herstellen van den boetvaardigen HOOFD-REDACTEUR. Correspondentie Wedstrijd Aan dezen wedstrijd kunnen deelnemen 30 spelers, verdeeld zooveel mogelijk naar de kracht der spelers, in 6 groepen, ieder k 5 spelers. Voor iedere groep worden beschikbaar gesteld 2 prijzen bestaande uit kunst voorwerpen of schaakwerken.
3 Er wordt geen inleggeld geheven. Aangifte voor dezen wedstrijd moet geschieden vóór vijf Februari a. s., met inzending van f 2,50 als borgstelling. Zij, die hunne partijen afspelen, ontvangen de gestorte gelden terug. Het vormen der groepen wordt geheel overgelaten aan het bestuur; daarom is het wenschelijk d£t ieder, die zich aangeeft, tevens een door hem gespeelde partij, in correcte notatie, inzendt, opdat het bestuur de kracht der spelers eenigszins kan beoordeelen. Ieder deelnemer heeft 4 partijen te gelijk te spelen, twee met wit, twee met zwart. Op straffe van verlies der partij en verbeurte der borgstelling zijn de spelers verplicht: Binnen 8 dagen na ontvangst, den zet van de tegenpartij te beantwoorden. Het is evenzeer verplichtend bij het zenden van den tegenzet, steeds den laatsten zet van de tegenpartij te herhalen. Wanneer een of meer zetten zijn opgegeven als „vermoedelijke tegenzetten", dan moeten die alle, of voor zoover de „vermoedelijke" worden aangenomen, deze worden herhaald. Bij het aannemen van een of meer vermoedelijke zetten ;s men eveneens verplicht binnen 8 dagen te antwoorden. De briefkaarten of postbladen, waarop de zetten wederkeerig medegedeeld wor den, te bewaren, opdat deze zoo noodig opgevraagd kunnen worden. Eventueele doorhalingen en verbeteringen mogen geschieden, mits duidelijk en geparafeerd. Indien men verhinderd wordt de partijen voor eenigen tijd voort te zetten (hoogstens voor 4 weken) dan moet daarvan met het opgeven van den laatsten zet kennis gegeven worden, zoowel aan de tegenpartij als aan den leider van den wedstrijd, terwijl degene, die dan aan den zet is, verplicht is, zijn zet binnen 8 dagen in een gesloten couvert aan den leider in te zenden, bij wien de zet blijft berusten, totdat de bewuste speler den zet opvraagt om de partij voort te zetten. Van deze opvraging geeft de leider kennis aan de tegenpartij. Wanneer een der spelers, door welke omstandigheid ook, zijn partijen niet ten einde afspeelt, zoo verliest hij alle aanspraak op een prijs en verbeurt zijn borg stelling, terwijl de partij voor zijn tegenpartij als gewonnen beschouwd wordt,
tenzij een der andere spelers in dezelfde groep de partij wil overnemen en afspelen. Daar de poststempels ter controle dienen, geschiedt de correspondentie per briefkaart of postblad. Ieder draagt zijn eigen kosten van porto. Eventueele geschillen worden door den leider, zoo noodig in overleg met het bestuur, beslecht. De betrokken spelers moeten zich aan de beslissing onvoor waardelijk onderwerpen. De prijzen worden uitgereikt naar het aantal behaalde winstpunten, eventueel te berekenen volgens het stelsel Sonneborn—Berger; zijn de punten ook dan nog gelijk, dan zal door het bestuur beslist worden, of er een nieuwe partij gespeeld moet worden, dan wel geloot. Vóór den 5den van de maand zenden, de eene maand de spelers met wit, de andere maand de spelers met zwart, eene volledige opgave der gedane zetten aan den leider op. Alle vragen betreffende den wedstrijd, aan den leider gericht, moeten vergezeld gaan van briefkaart of postzegel voor antwoord.
4 De leiding van den wedstrijd wordt door het bestuur opgedragen aan den Bonds-Secretaris. ^ HET BESTUUR. I I I Op mijn in December gedane vraag mocht ik van verschillende zijden bewijzen van instemming ontvangen; zelfs is nu reeds iemand bereid, voor het bewuste doel jaarlijks f 25,— dotatie te verstrekken, twee andere ieder ƒ 5.—. Vóór alles is echter noodig, dat behalve instemming met het voornemen, ook het tot stand komen verzekerd zij en daarvoor is noodig ƒ 600. . Vrees niet, waarde lezer, dat i< evenals verleden jaar in iedere Afl. opnieuw een beroep zal doen op uwe offervaardigheid. Het 2 5jarig bestaan van den Bond moest door flinke wedstrijden gevierd worden. Een internationale Hoofdklasse wedstrijd is niet strikt noodig; men houde echter in toog, dat de Nederlandsche Schaakbond in de laatste jaren aanmerkelijk is vooruitgegaan, en die vooruitgang brengt zijne eigenaardige verplichtingen mede. Ook het Buitenland moet onder vinden dat de N. S B. onder zijne leden spelers telt, die niet bevreesd zijn, den strijd met buitenlandsche spelers aan te binden. Door dergelijke internationale tournooien wordt het schaakleven in Nederland verhoogd en zullen ook wij in ons midden spoedig schakers kunnen aanwijzen, die voor menig „Meister niet behoeven onder te doen. Zal een internationale Hoofdklasse-wedstrijd dit jaar kunnen worden gehouden, dan moet er op velen uwer gerekend kunnen worden en daarom verzoek ik ieder, die bereid is daarvoor gelden af te staan, mij dat vóór 5 Februari te doen weten. Men versta mij wel, ik verzoek geen geld te zenden, maar alleen op te geven, wat men zal willen bijdragen, voor 't geval dat de wedstrijd doorgaat. Amsterdam, Januari 1899. D. B. MEIJER.
Jubileums-Oplossingswedstrijd voor buiten Europa wonende Bondsleden. Slechts één Bondslid heeft in deze afdeeling medegedongen, nl. de Heer ,<?. F. Kleinbentink, te Mr. Cornelis. Ziehier zijn score :
Nos.
123456789
10
11
12
Totaal:
2 10 2 -2 5 3 18 9 3 4 4 8 66 punten. Hoewel den Heer K. in 't geheel geen concurrentie is aangedaan, meen ik, dat zijn deelnemen aan het Jubileum van den Bond behoort te worden gewaardeerd, en dat hem dus een prijs moet toegekend worden. In aanmerking genomen echter, dat bovenvermelde score hem plaatst tusschen de nos. 20 en 21 van den Nederlandschen wedstrijd (zie Blz. 168 van vorigen Jaargang), meen ik, aan het Hoofdbestuur te moeten voorstellen, den Heer S. F. Kleinbentink niet den eersten, maar den tweeden prijs toe te kennen, bestaande in een diploma met een bedrag van ƒ 7,50. Ten zeerste betreur ik — en zeker de meeste Bondsleden met mij —, dat onze Jubileums-wedstrijden in de afdeeling voor buitenlanders totaal zijn mislukt. Amsterdam, Januari 1899. H. J. DEN HERTOG.
ONTVANGSTEN.
v
Verkoop I ijdschriften
x\
/
m
(>
„
i5
n
ƒ
—
_
1536 —
15 —
ig —
so
xio — 55 _
190 —
iIOO _
T
UITGAVEN.
,,
,, Penningmeester
Diverse Uitgaven Saldo op nieuwe Rekening
Enveloppes voor het Tijdschrift, Drukwerk enz.
groote Wedstrijden
F. — Reis- en Verblijfkosten voor kleine en
E. — Van de Wedstrijden
Clubs
D. — Inningskosten van de Afdeelingen en
C. —
j3 — yan (jen Secretaris
A. — Redactie Tijdschrift
Idem, Probleem-Wedstrijd Onkosten:
Idem, kleine Wedstrijden
/
„
,,
„
„
„
. ƒ
verzenden (met schrijfloon adressen)
Prijzen, groote Wedstrijd
Idem
Tijdschrift drukken (11/2 vel per maand).
Goedgekeurd in de jaarvergadering te \r Gravenhage, 24 Juli 1898.
kleine Wedstrijden
Opbrengst Reglementen
Idem,
Donateurs Inleggelden, groote Wedstrijd
2.50. . . .
A. — 440 Rechtstreeksche Leden k f
B. — 165 Afdeelings- en Clubleden
Contributie:
Saldo Rekening 1898
Begrooting 1899.
1S3Ö —
35 — 1—
55 •—
50 —
50 —
16 —
65 —
100 -—
50 —
48 —
110 —
300 —
206 —
450 -—
S
6
ingezonden stukken. Geachte Heer Hoofd-Redacteur van den Nederl. Schaakbond! Met aandacht heb ik de verschillende correspondentiën in het Tijdschrift van den Nederl. Schaakbond betreffende het incident te Kolsté—Loman gelezen. Zeer prijzenswaardig vind ik het, hierin te zien, dat verschillende heeren zoo meegaand mogelijk zijn voor iemand, die op het punt is een partij te verliezen door overschrijding van tijd. Volgens mijn oordeel moest een speler, die den bepaalden tijd, hem door het reglement toegezegd, overschreden heeft, zelve inzien, dat hij zijn partij verloren heeft. Ik ben het volkomen met den heer te Kolsté eens, dat het reglement niet als een wassen neus mag beschouwd worden. Reglementen worden gemaakt om ze te handhaven, niet om er mede te schipperen. Voor zoover ik wel eens een schaakwedstrijd heb bijgewoond, heb ik de over tuiging gekregen, dat er spelers zijn, die geen genoegen hadden genomen met de uitspraaK der Commissie. Als een speler zijn bepaald aantal zetten in den voorgeschreven tijd niet heeft gemaakt, moest hij, mijns inziens, fair genoeg zijn, zijn partij op te geven, en er geen „Cabinetskwestie" van te maken. Iedereen was het er over eens dat er tijdsoverschrijding was, dus de partij was volgens het reglement verloren. Wat de heer Meijer voorstelt, om voor iedere minuut tijdsoverschrijding een gul den boete te heffen, ben ik beslist tegen; daarvoor zou iemand zich voor vijf gulden de weelde kunnen veroorloven, nog eens kalm alles na te zien, en daar door een partij, en misschien ook den eersten prijs te winnen. Ik ben het volstrekt niet eens met het beweren, dat het jammer zou zijn, dat een zwakkere speler een partij zou winnen tegen een sterkere door overschrij ding van tijd van den laatste; de sterkere speler is niet sterker, wanneer hij tegen een zwakkere in tijdnood komt. Ik beaam volkomen de bewering van den heer van Foreest, dat men gewoon lijk als vrienden in een wedstrijd bij elkaar komt, en men wel zoo beleefd mag zijn elkaar te waarschuwen voor gevaar van tijdsoverschrijding. Wanneer ik in 't geval van den heer te Kolsté geweest ware, zou ik geen ge noegen genomen hebben met de beslissing der Commissie, en had zeer zeker on middellijk den wedstrijd verlaten. Ik bewonder dan ook de meegaandheid van dien heer j zeer zeker heeft hij geen stoornis willen brengen in den wedstrijd door zich terug te trekken. Hoogachtend, Parijs, 31 Dec. 1898. M. S. VET. Naar aanleiding van het voorstel door den Bonds-Secretaris, den heer H. D. B. Meijer, voorkomende in de aflevering van December j.1., wensch ik in de plaats daarvan in overweging te geven, de thans bestaande bepaling te hand haven, echter met deze bijvoeging:
De tegenpartij is verplicht te waarschuwen, dat de tijd is verstreken.
De ge-
7 waarschuwde moet nu, op straffe zijn partij te verliezen, binnen tien tellen (10 seconden) zijn zet doen. *) Immers het doel van de bepaling dat in 't uur een bepaald aantal zetten moe ten gedaan worden, is alleen om een partij niet te lang te laten duren, nimmer om daardoor de tegenpartij een partij te doen winnen; echter is 't noodig om een straf op die bepaling te zetten. Door mijn voorstel verkrijgt hij, die zijn tijd verbruikt heeft, slechts de gelegenheid om zijn zet te doen, doch geen tijd meer om te denken. Door het voorstel Meijer, kan men tegen betaling van f i,— de minuut, nog vijf minuten bedenktijd koopen, hetgeen vermeden behoort te worden. Het Bondslid, Mr. P. A. L. MAC-LEAN. *)
Voor een dusdanige bepaling, is veel te zeggen.
MEIJER.
Geachte Heer Hoofd-Redacteur! Mag ik u vragen het volgende in het Tijdschrift op te nemen ter beantwoording, opheldering en weerlegging. Wat het schrijven van den heer C. Tinholt in het December-nummer betreft, wensch ik alleen op te merken, dat ik daarin geen aanleiding vind om aan mijn opstel in het November-nummer iets toe te voegen. *
* *
De door den heer Meijer ontworpen „nieuwe regeling voor kleine wedstrijden op één dag" kan mijns inziens belangrijk verbeterd worden, wanneer men bij de paring voor de 2de en 3de ronde rekening houdt met het succes in de vorige of vroegere ronden behaald. De eerste ronde afgeloopen zijnde, zou men voor de tweede eerst kunnen paren hen, die in de eerste gewonnen hebben, en vervolgens de anderen. Indien in de eerste ronde vele partijen remise waren geworden, zou den ook de remise-spelers afzonderlijk gepaard kunnen worden. Bij oneven aan tal van hen, die gepaard moeten worden, zou men bij loting een speler, die min der punten gemaakt heeft, kunnen voegen bij hen, die meer punten gemaakt hebben. Op dezelfde wijze zou men voor de 3de ronde afzonderlijk kunnen paren hen, die in twee vorige ronden 2, die 1 Va en 1, en die 1/2 en o behaalden. Bij groot aantal remise-partijen zou men de splitsing nog verder kunnen doorvoeren. Hun, die in de iste ronde wit gehad hebben, zou men in de 2de zwart moeten geven. Indien van een paar beide in de vorige ronde dezelfde kleur hebben gehad, zou men moeten laten loten. Verder zou men bij de paring er op moeten letten, dat in een volgende ronde geen spelers met elkaar spelen, die dat reeds in een vorige deden. De hier geschetste wijziging van de nieuwe regeling van den heer Meijer, is wel omslachtiger *) dan de oorspronkelijke, maar toch niet zoo omslachtig, dat daarin een bezwaar gelegen is. Wanneer aan een wedstrijd spelers van ongeveer gelijke sterkte "deelnemen, is de regeling van den heer Meijer voldoende; maar wanneer de spelers van ongelijke sterkte zijn. loopt men daarbij gevaar, dat een sterke speler in iedere ronde slechts een zwakke tegenpartij heeft. Dan zijn voor dien sterken speler niet alleen de *)
Omslachtigheid dient anders juist bij kleine wedstrijden op één dag vermeden te worden.
JIKIJER.
8 partijen, die hij speelt, zonder belang, maar heeft een even sterk mededinger bovendien weinig of geen kans op den isten prijs. *
* *
Met ingenomenheid heb ik uwe beschouwingen over het incident Loman—te Kolsté gelezen. Echter wensch ik, als zijnde in de zaak betrokken, daaromtrent nog een en ander in het midden te brengen. In een ingezonden stuk stelt de schrijver den eisch, dat men zich letterlijk aan de bepalingen van het wedstrijd-reglement moet houden. Maar in werkelijk heid doet men dat ten opzichte van de bepaling omtrent het aantal zetten, dat in het uur gedaan moet worden, slechts zelden. Men neemt volgens usance aan, dat de stand van den wijzer van het klokje van den respectieven speler met juistheid den door hem gebruikten tijd aangeeft. Dat is echter lang niet altijd het geval. Vooreerst zijn die klokjes niet nauwkeurig genoeg afgewerkt om den juisten tijd te kunnen aangeven, en ten tweede wordt niet in aanmerking genomen, of iemands klokje geloopen heeft, terwijl zijn tegenpartij aan den zet is. Zooals ook de heer te Kolsté opmerkt, hangt de beoordeeling van den stand van den wijzer af van scherpte van gezicht, stand der klok, gestalte van den speler. En wel vooral daarom omdat de groote wijzer i's centimeter en meer van de wijzerplaat verwijderd is. Daardoor is de stand van het eindpunt van dien wijzer, bepaaldelijk wanneer hij verticaal staat, alleen dan goed te beoordeelen, wanneer de lijn, die het midden van het oog van den waarnemer met dat punt verbindt, loodrecht op de wijzerplaat staat. Wanneer men met twee oogen ziet, wordt de wijzer door het eene oog op een andere plaats van de wijzerplaat ge projecteerd dan door het andere. Indien men nauwkeurig zou willen opnemen of de tijd verstreken is, zou men een fijn instrument noodig hebben, gelijk de natuur kundigen bij hunne onderzoekingen gebruiken. Maar ook daarmede zou men niet tot een afdoend resultaat komen, want de wijzers van de klokjes zijn niet zoo nauwkeurig bevestigd, dat de mogelijkheid is buitengesloten, dat zij door een directe of indirecte schok aan het klokje een weinig kunnen verspringen. In het bovenstaande heb ik aangetoond, dat een letterlijk kunnen opvolgen der wedstrijdbepaling eene illusie is; en dat men dus gerechtigd is geen tijdoverschrijding aan te nemen, voordat de wijzer het kritieke punt even voorbij is. Maar hoever? In het bewust geval heb ik mij er voor verklaard als criterium van tijdoverschrijding aan te nemen, dat van de zitplaats van den speler die overschrij ding waarneembaar moet zijn. Het komt mij voor dat voor de billijkheid van dit criterium pleit, dat een speler het recht heeft te verwachten, dat een bestuur, dat van hem eischt, dat hij zich aan eene bepaling zal houden, ook zorg draagt, dat het hem zonder bezwaar mogelijk is zich er van te overtuigen, of hij dat al of niet doet en dat het geen strafbepaling toepast, zoolang dat niet het geval is. Ik geloof ook, dat het scheidsgericht, wanneer het, zooals door u, mijnheer de redac teur, zoo schoon gezegd wordt, in den geest van de vastgestelde regelen tracht in te dringen, en naar dien geest de juiste oplossing der quaestie zoekt, tot een der gelijk criterium komen moet. Ik kan echter niet ontkennen dat aan
het aannemen
van het genoemde
9 criterium het groote bezwaar verbonden is, dat daardoor aan de wedstrijdbepaling een zoo wenschelijke objectieve grondslag ontvalt. * * *
Volgens inlichtingen, die ik heb ingewonnen, is het op buitenlandsche wedstrij den niet verplichtend de tegenpartij te waarschuwen, wanneer deze kans loopt den tijd te overschrijden. De strafbepalingen worden zeer verschillend toegepast. Op den wedstrijd te Manchester ('90) overschreden verscheidene spelers den bedenk tijd, zonder dat de straf in een enkel geval werd toegepast. Op de Duitsche wed strijden worden de bepalingen uiterst streng toegepast. Volgens mijne zienswijze was het overeenkomstig het feestelijk karakter van onze jubileumwedstrijden, om de strafbepalingen in milden geest toe te passen. Ook mag men ongetwijfeld aannemen, dat het voor de velen, die voor het tot stand komen daarvan onzen Bond gesteund hebben, en die later met belangstel ling de daar gespeelde partijen nazien, veel bevredigender is, dat die partijen ten einde gevoerd worden, dan dat zij onverwachts afgebroken worden. Is dat in het algemeen waar, te meer klemt dat, waar het een partij van meesters als de heeren Loman en te Kolsté geldt. Voor het vervolg zal de bepaling anders geredigeerd of gewijzigd moeten wor den. Het zou mij voorkomen het beste te zijn om te bepalen, dat de speler, die tijdoverschrijding constateert, verplicht is te waarschuwen; en dat dan de in verzuim zijnde speler, op straffe van verlies der partij, binnen 2 minuten de ont brekende zet of zetten doen moet. De bepaling dier twee minuten zou door de secondewijzers der klokjes of door zandloopers kunnen geschieden. Er zouden nog bepalingen gemaakt moeten worden voor het geval, dat een speler zijne in verzuim zijnde tegenpartij niet waarschuwt. Ik eindig met u, Mijnheer de Redacteur, te bedanken voor de verleende plaatsruimte. Leiden, 6 Januari 1899. Dr. A. VAN RHIJN. Deze drie ingezonden stukken plaatsten wij naar de volgorde waarin wij ze ontvingen. Wij ontvingen nog een zeer gewaardeerd schrijven van onzen mede-redacteur Meiners, met de keus het te plaatsen of als privé- te beschouwen. Daar het in hoofdzaak neerkomt op wat de heer Mac-Lean aanbeveelt, plaatsen wij het nu niet. Tot welke zonderlingheden men komt als men geen onderscheid maakt tusschen spelregels, rechtstreeks voortvloeiende uit den aard van het schaakspel, en wed strijdregels, die buiten den innerlijken aard van het schaakspel liggen, blijkt uit het stukje van den heer Vet, die aan vele Amsterdamsche schakers en ook aan ons bekend is als een goed, en ook aangenaam schaker. Welnu, de heer Vet argumenteert niet veel; maar hij poseert liever een axioma > en een zijner weinige argumenten is: „dat een sterker speler, die in tijdnood komt „tegen een zwakker speler, daarmee bewijst zwakker te spelen." Dat staat er heusch ! En verder geeft de heer Vet, zoo vol eerbied voor wedstrijdregelen, een raad aan den heer te Kolsté, die kort en goed alle wedstrijdspel onmogelijk maakt. Want waar de mededingers zich niet onder discipline stellen van de regelende
IC
comités, en ooit denken aan uittreden, zoolang een comité niet blijkbaar met op zet te kwader trouw handelt, daar is geen ordelijke wedstrijd mogelijk; en ten slotte ook geen Bond. Intusschen is de quaestie van geringe, onwillekeurige tijdsoverschrijdingen nu van alle kanten besproken. Onzen besten dank aan al de inzenders! Het Bestuur, en ten slotte de Algemeene Vergadering, hebben te beslissen wel ken koers het hiermede nu uit moet. Het Bestuur heeft nu de keus tusschen de stelsels: van Foreest—Vet, Meijer, Mac-Lean—Meiners, van Rhijn (dat met het vorige bijna identiek is) of het mijne. In ieder geval kunnen de leden gerust zijn, dat wat besloten wordt wel gecodi ficeerd in de wedstrijdregelen zal verschijnen. Behalve den heer van Foreest, komt juist aan mij de eer toe, strenge regelen, met strenge toepassing daarvan, op de wedstrijden te hebben gebracht. Het is ons niet te doen om revolutionair de regelen weg te werpen, maar om de eenmaal ingeslopen o. i. verkeerde regelen te verbeteren. Mocht een der leden hierover nog iets op het hart hebben, dan wende hij zich nu niet meer tot mij, maar tot het Bestuur. Het debat is nu hiermede gesloten. DE HOOFD-REDACTEUR.
Binnenland. Kleine Jubileum-Wedstrijd te Groningen, 11 December 1898. Deze wedstrijd had een succes, zooals nog zelden onze kleine bondswedstrijden opleverden, misschien ten deele omdat ditmaal geen inleg werd gevorderd. Wel was het aantal deelnemers weder niet groot, namelijk 8 in de eerste klasse en io in de tweede. Maar dikwijls bleef het aantal nog verre beneden deze cijfers; en ook ditmaal waren deelnemers aan vroegere jubileum-wedstrijden uitgesloten. Daarentegen had de schaakvereeniging Staunton op zeer ruime schaal den Bond gesteund met prijzen voor een tombolawedstrijd, en daaronder zeer fraaie. En deze tombola wedstrijd vond zóóveel bijval, dat niet minder dan 6o partijen om tombolaprijzen werden gespeeld, terwijl nagenoeg al die spelers tot het einde toe aanwezig bleven, omdat eerst na afloop der laatste wedstrijdpartij, des avonds te negen ure, tot algemeen vermaak de loting plaats vond, voor de toekenning der gewonnen tombolaprijzen. De deelnemers en de uitslag in de eerste klasse waren: 1. J. Meijer, Groningen. j ^ 2. G. Bruins, Baflo. ) i . R wint Heeren wint teëen , . 3. Dr. R. J. Escher, Groningen. H B" Bruins^ 4. R. Heeren, Ternaard. j ' ^| I en G Bruins wint teJen ) ^ _[ " 5. B. Bruins K.zn., Baflo. K- KiJkveld Sto1 *>" 6. U. P. Okken, Groningen. I B W,nt*> _ . ' . i B. wint ' 0 7. H. Scheltens, Groningen. ( D. b. J 8. K. Dijkveld Stol, Eenrum. j wint *) *)
Deze drie partijen moesten wegens den gestelden tijd worden afgebroken, en werden dooi den
11
De deelnemers en de uitslag in de tweede klasse waren:
Eerste ronde : 1. E. Nabring, Groningen. 2. G. Snel, idem. 3. H. F. J. Gtlppertz, Groningen. 4. L. Bruins, Raskwerd.
) j ) i
remise verklaard, bij loting wint S. remise verklaard. bij loting wint G.
5- N. N. 6. J. Spornheijer, Hoogezand. 7. G. J. de Winter, Groningen. 8. L. Renken, idem. q. K. S. Schortinshuis, Finsterwolde. S T t j 1 1 7 • 10. J. Bakker, Zuidhorn.
j . J ' wint' ) remise verklaard. j bij loting wint d. W. ) „ . w i n t . )
Tweede en derde ronde: 1. Gtlppertz. | \ . . . . G. wint; Gtlppertz wint tegen Schortingnuis, 2. de Winter. I , . ,. ~ , . . . en Spornheyer wint tegen de Winter die ver3. Schortingnuis. | , . ,, , . ... c „ , .. Sch. wint: trekken moest en dus afwezig bleef. 4. Spornheijer. 1 I 5. Snel valt bij loting uit en ontvangt dus den derden prijs. Aldus werden de prijzen gewonnen door de heeren: H. F. J. Gtlppertz, van Groningen, den ien prijs. K. S. Schortinghuis, van Finsterwolde, den 2den prijs. G. Snel, van Groningen, den 3den prijs. J. Spornheijer, van Hoogezand, den 4den prijs. G. J. de Winter, van Groningen, den sden prijs. Intusschen was ook de tombola-wedstrijd, onder leiding der heeren J. Meijer en B. Wieling, tot aller genoegen geëindigd. Onder de vrij talrijke damesbezoek sters muntten vooral de dames Koekebakker en Meijer uit, door ijverig medespelen naar de tombola-prijzen. Den geheelen dag door was ieder in een recht joviale stemming. Zulke dagen zijn zoo bevorderlijk voor de ontwikkeling van het schaakleven in het Noorden. Ieder nam aangename herinneringen mede. De leider, die ons verslag zond, brengt zijn dank uit aan allen, die zoo aangenaam medewerkten. Maar wij ver nemen van elders dat vooral hij zelf dank verdient. — leider van den wedstrijd, de heer Runsink, geassisteerd door de lieeren van Rhijn, van Groningen van der Woude en Dr. Escher, uitgewezen als gewonnen door de als winners genoemde spelers. Aldus werden de prijzen gewonnen door de heeren: R. Heeren, Ternaard, len prijs. B. Bruins Kzn., van Baflo, 2den prijs. Gr. Bruins, van Baflo, 3den prijs. K. Dijkveld Stol, van Eenrum, 4den prijs. Alzoo gingen alle prijzen naar het platte land. Maar men vergete niet, dat de sterkste Groninger spelers waren uitgesloten, omdat zij hadden deelgenomen aan den jubileum-wedstrijd te 's Gravenhage, terwijl Dr. Escher in de eerste ronde werd afgespeeld door den eersten prijswinner. Daarbij zijn de Ommelanden bekend wegens de talrijke goede spelers, en is de heer Heeren vermoedelijk wel de sterkste schaakspeler uit Friesland.
12
Hieronder volgen eenige der partijen; maar naar aanleiding daarvan moet ons een enkele opmerking van 't hart.
Dat sommige partijen wel wat zwak gespeeld
werden, kan aan gemis aan tijd liggen; sommige goede partijen zijn ontsierd door soms een
wederzijdsche blunder, dat wil zeggen een blunder, waarvan de tegen
partij geen gebruik maakt, zoodat die blunder geen invloed uitoefent op den uit slag der partij. Maar wat erger is, is dat bijna geen *) partij ons bereikte zonder tal van schrijffouten, zoodat we zet op zet moesten raden wat er geschiedde! Dat is niets dan slordigheid.
Laten de schaakspelers toch leeren inzien, dat men zijn
tijd
nauwkeurig op
niet verknoeit door
te teekenen.
Integendeel, wie zich de
moeite geeft acht te slaan op den naam der velden waar vandaan en waarheen hij
speelt, wint daarmede aan recht inzicht der stelling.
zijn stukken
Wij voor
ons noteeren onze vluggertjes in enkele notatie; maar bij wedstrijdpartijen nemen wij de moeite om de dubbele notatie te gebruiken, omdat wij dit als een uitstekend middel kennen om ons tot rustige kalmte te dwingen. Wit:
No. 535.
Dr. R. J. Escher.
Zwart:
R. Heeren.
Siciliaansclie partij. ï.
e4
C5
14. Dd2
K h7
27. D e 3 :
P e3:
2.
P f3
e6
15.
hs
Pd4
28. T f7 :
Pdi:
3.
d4
cd
16. L h 4
L e6
4. P d 4 :
P f6
17-
5
P C3
Pc6
18. o—o—o
6.' L f4
L b4
19-
7. Pdbs 8 Lg5 9.
es o—o
f4") gf
29. T h 7 f
Kg8
30. Th6: c )
P f2
T g8
31. L g6
P g4
P f 3:
3'-
g f e. P-
T
h7
P
T b7:
20. D f2 21. L d3
P g5 P g4
3334- L f7+
f6
p h5 : K
a3
L C3
22. Dg3
KI18
35- L e6
P f4
10. P c 3 :
h6
23. Thfi
Db6
36- T f 7 t
K e8
11. L h 4 ia. L g 3
g5 dó
24. L g 5 : 25. P d 5 ?
T gS : LdS:
37- T h 7 38de
Pe6: en wit geeft
I3.
g4
26.
De3f)
a)
h4
ed
tevens de partij op.
Tot zoover heeft wit eenig voordeel door de gevaarlijke stelling van zwart's
Koning en
den
omdat
f3 nu toegankelijk dreigt te worden voor het zwarte Koninnepaard.
l -, m b) C)
veld
zwakken pion dó.
De gekozen zet laat echter alle voordeel los
o—o—o had moeten geschieden. Zwart is een pion voor en ruilt terecht af, met qualiteitswinst. Wanhoop; 30. Kdi: Ths: 31. Tb7 : en wit wint ook pion dó (of na Td8
pion a7) gaf nog eenige kans op remise; hoewel geringe kans. No. 536.
Wit: H. Scheltens
Zwart: K. Dijkveld Stol.
Spaansche partij. 1.
e4
e5
4- L a 4
P fó
7-
c3
2. P f3 3. L b 5
P có aó
d3 56. L e 3
d6
8"
0—0
*)
L e7
9- p b d z
Vooral de beide eerste prijswinners maakten een gunstige uitzondering
0-0 L e6 b5
i3 10. Lc2 11. Pg5 12. Pe6: 13. P f3 14. a3 15. P h4 16. D e2 ") b)
d5 h6 fe L d6 D e8 P e7 c6
17. g3 18, P g2 19. b4 20. Ld2 21. T aei 22. cd 23. dc
Beter eerst ba. Er dreigt Pf3f en DÏ13 en Dh2
No. 537.
Pg6 cs 04 D c6 aj ed e4
24. cb D d7 25. C4a) Pes 26. f4b) P f3! 27. T f3: ef 28. Df3: dc 29. b6 ab 30. ab afgebroken en toegewezen aan zwart.
mat.
Wit: R. Heeren.
Zwart:
Gr. Bruins.
Schotsclie Gambiet. 1. e4 2. P f3 3. d4 4. L C4 5. o—o 6. Pd4: 7. L b3 8. f4 9. es 10. Khi
e5 P c6 ed L e7 hö? P e5 P f6 P c6 P e4 P C5 *)
11. P f5 12. LC4 13. Db5 14. Dg4 15. P C3 16. L e3 17. L d4: 18. Dh5 19. L e6: 20. P d5
T g8 a6 P e6 Kf8 d6b) P cd4 P d4: L e6 P e6: T h8
21. P de7: g6 22. P g6:|c) fg 23. Dg6: Dd7 24. Df6f Kg8 25. P e7t De7: 26. De7: P g7 27. f5 T e8 28. D C7: T es : 29. f6 P e6 30. f7f Zwart geeft de partij op. a) Zwart gaat te gronde aan het hoekieschuiven waar van der Linde zoo tegen toornde en aan het nalaten van pion d7 op te spelen. b) 10 zetten te laat; men beschouwe Zwarts's ongelukkige gedrongen stelling. Wit speelt keurig. c) Dat noemen de Duitschers: schneidig. Hieronder geven wij nog een paar foutjes in de opening in twee partijen van de tweede klasse, tot waarschuwing aan haastige spelers: Eene partij G. . . . B. . . . tegen 1. e4, e5; 2. LC4, Pf6; 3. d3, Pc6; 4. Pf3, d5; 5. ed, Pd5: 6. De2, Ld6? Wit won nu een stuk door 7. Ld5 : maar er volgde 7. . . . Pe7 en Wit gaf geheel onnoodig het gewonnen stuk terug tegen een pion, aldus: 8. Pe5:? Les: 9. Des: Dds: io. Dds : Pds:; ten slotte won Wit met zijn pion meer toch nog. Eene andere partij G.. .. d. W. . .. begon: 1. e4, es; 2. Lc4, Pf6; 3. d3, Les ; 4. Pf3, d6; 5- PC3, Lg4; 6. Pds, Pds:; 7. Lds: c6; Wit speelde nu 8. Lf7:|? Kf7 : 9. Pgsf en Zwart liet de gelegenheid voorbijgaan om te winnen door 9.... Dgs:! maar speelde 9. . . . Kg8 en Wit won. Als eene andere waarschuwing voor spelers die wel talent hebben, maar dit door overhaasting niet nuttig weten aan te wenden, laten wij nog deze eindstelling volgen, die plaats vond in de partij om ïsten en 2den prijs in de tweede klasse, na den 2osten zet van Wit.
14
Wit heeft een paard en een pion meer, maar zijne stukken staan lang niet zoo Schortinghuis. guitig als de zwarte, en vooral de witte jvomng en rvunm^biurcii autaii uuguuaiig. Zwart zag hier blijkbaar wel iets van. Althans hij speelde een niet onaardig, maar vergeefsch offer: 20.... Tei| 21. Kei: Dcit 22. Ke2, Dc2 :f 23. Kei (nog beter was Kf3) Te8f (beter was dan nog Dci|; maar ook dan ontkomt Wit) 24. Te2, Dcif 25. Kf2, Tc8; 26. Dd4: TfBf 27. Pf3, Dhi: en Wit won natunrlijk ten slotte. Zwart had echter heel wat meer moeite aan Wit verschaft door 20 Das te spelen, en dus te dreigen met mat op ei en met Da2 : Ik zou niet gaarne beweren dat Wit nu na iederen anderen zet verliest of remis door eeuwig Wit: G-üppertz. schaak moet ondergaan, maar werkelijk vind ik slechts éen bevredigende verdediging voor Wit, en die is niet zóo voor de hand liggend öf 20.... Da5 mag voor Zwart althans zeer kansrijk worden ge noemd. De eenige verdediging, waarmee ik winst voor Wit kon vinden, was: 2i. Pe2! Da2:! 22. Pci, Db2: 23. C4! Da3; 24. Ta2. Bepaald merkwaardig is de rijkdom van aanvallen die Zwart op a2, b2, ai, bi, b4, a5 en C3 krijgt, in dien Wit het waagt 21. Pf3 of Td2, of Te2 of Ph3? te spelen, en ook 21. C3, Da2: 22. Tc2 helpt Wit niet wegens mat in 2 zetten 22.... Dbif en 23 Dd3:f mat of Deif mat, of 22. Kc2 wegens Da4f 23. Kd2! Dai! Mogen deze opmerkingen er iets toe bijdragen dat spelers met talent de moeite nemen om eerst de gevolgen van hunne zetten door te rekenen en op kritieke momenten hunner partij eens alle hoekjes na te speuren of er nog een kans bestaat verlies te keeren.
Zwart (aan den zet):
Kleine Wedstrijd te Krommenie. Van Amsterdam naar Krommenie! Hoe velen zouden dit reisje maken? Hun getal zal wel te tellen wezen. En toch kan ik ieder wel aanraden dit eens te doen. Wie van iets schilderachtigs houdt, kan ik veilig aanraden de geveltjes eens te gaan bekijken; de heele dorpsstraat geeft op dit gebied zooveel en allerlei te zien, dat het is om een bouwkundige in verrukking te brengen en een rechtgeaard brandweerman moet groeien bij de gedachte hoe al dit hout branden zou! Meer veel meer is er te zien, b. v. eene achtkante toren (o, gruwel der bouwkunst) en dan behalve die toren, staat er nog een ding hoog: het schaakdom! Bekend is 't, dat in zeker Duitsch dorpje iedereen schaken kan; nu, Krommenie is er eene afspiegeling van, dat een dergelijk klein dorpje een schaakclub met zooveel leden telt: wie durfde 't denken.
*5 De vrees, die er een oogenblik bestond, voor niet voldoende deelname is dan ook niet bewaarheid: 14 spelers is inderdaad geen kleinigheid, als men bedenkt, dat b. v. eenige jaren geleden in Gouda (Groote Bondswedstrijd) zes (!) spelers aanwezig waren. Alle soorten uit ons schakersrijk waren vertegenwoordigd, te weten : één hoofd klassespeler, 3 eerste en 10 tweede. Dit gezelschap, plus de zeer belangstellende waard (welke belangstelling wel blijken kan uit het feit, dat hij eens een cognacje Uitloofde voor den overwinnaar eener zeer interessante partij) dit gezelschap dan was Zondagmorgen 18 December met een kouwig-katterig-gevoel-van-vroeg-uitverschillende-plaatsen-komend, kennismakend. Nu, die kennismaking was al heel gauw in orde, gezellig onofficieel. De voorbereidingen waren spoedig getroffen; de Secretaris even vermeldend eene nieuwe regeling kleine wedstrijd, een voorstel, met het oog op het gering aantal eerste klasspelers in ééne klasse te spelen, met onderling goedvinden aan genomen, (waarbij gewerkt zou worden met voorgift van pion en zet en voor hoofd klassespeler aan 2de klas pion en 2 zetten; ten slotte loting en in een wip de slag begonnen! Verdienstelijk ging het, ook snel, o. a. waren twee zeer vlugge heeren met hun 20 zetten ieder binnen een kwartier gereed! Records moeten er wezen! Dit zal voorzeker wel eenigen tijd op hunnen naam blijven staan. Binnen een drie kwartier vielen enkele lijkjes, aan „hangepartieen" werd niet gedaan, zoodat de eerste ronde voor twaalf ten einde liep. Het heilige vier was en bleef er in. Voor éênen spoedde ieder zich weer naar boven en ten tweede male werden sommige klokjes in beweging gebracht en papieren te voorschijn gehaald, sommige, daar velen 't wel zoo gemakkelijk von den zonder al die „dinsigheden" te werken. Nu, 't ging er niet minder door. Denk niet, dat alleen aan Caïssa geofferd werd, ook het biljartspel vond enthusiaste vereerders (menig cognacje werd door den winnaar verschalkt, terwijl een buitenman behalve groot schaker, een degelijke kampioen in dezen tak van sport bleek); Nimrods volgelingen schoten schijf, ja zelfs, schrik niet! te midden van eenige schakende paren, werd voor den maaltijd gewhist en hoe? Twee der spelers waren zoo listig er hun inleggeld uit te halen. Gemelde maaltijd was in overeenstemming met den geheelen dag; gezellig en vriendschappelijk. De Secretaris bood namens den Bond der verzamelde menigte een glaasje wijn aan. Nauwelijks stond de eerste roodhals op tafel, of een der aanzittenden stond op en sprak: Bij dit glaasje wijn, Past een woordje fijn, Daarom roept deze Amstelveensche vrijer: Hiep, hiep, hoera voor meneer Meijer! Zeg dat dit niet hoogdravend is. toestand en die was — — gezellig.
Ik erken 't graag,
En het avondtooneel: aardig en primitief.
't Teekent echter den
Hier een tafeltje voorzien van 2
i6 borden vlak op elkaar en daaraan zittend gezellig babbelend 4 tournooispelers, misschien niet erg schakersachtig dat gebabbel, maar in hooge mate vroolijk; ginds iemand simultaanspelend en daar ginder een echt schakerstafeltje, hoofden in de handen, niets van de buitenwereld merkend, schuw op een afstand gade geslagen door een oudachtig heertje. Langzamerhand kwamen symptonen van ontbinding te voorschijn en, na een hartelijk afscheid van de achterblijvenden, maakten velen zich tegen 9 uur op naar diverse haardsteden. — Het nieuwe systeem viel over 't geheel vrij goed in den smaak, is in ieder geval eene groote verbetering bij het oude. Een bezwaar echter, dat vroeger niet voorkwam is, dat men bij zoo goed mogelijk spel en grootst aantal winstpunten, nog volstrekt niet zeker is van den ien prijs, daar iemand anders met evenveel punten belangrijker tegenstanders kan hebben gehad en dus meer punten verkrijgt volgens Sonnenborn—Berger. Ook kan het systeem oorzaak zijn, dat een of meer personen partijen krijgen, die geen portuur voor hen zijn; wanneer niet, zooals hier, alle klassen vereenigd, verliest dit bezwaar natuurlijk in gewicht. Echter is in elk geval de bruikbaarheid van het systeem bewezen en nadere proefnemingen overwaard. Ten slotte, en hier spreek ik voorzeker met alle deelnemers, een woord van dank aan den onvermoeibaren leider.
S. v. L.
Gaarne voldoende aan het verzoek van S. v. L. om het bovenstaande te plaatsen, blijft mij alleen over den uitslag van den wedstrijd mede te deelen. Daar het getal deelnemers voor de xe klasse te klein was, werd goedgevonden in één groep°te spelen met voorgift en wel H Hoofdklasse aan I ie kl. f-pion en zet, aan II 2e kl. f-pion en 2 zetten. I ie kl. aan II 2e kl. f-pion en zet. De 2 e en 3 e ronde werden eerst door nummers gepaard en daarna had de loting voor de ie ronde plaats als volgt:
Uitslag'
ie ronde 2e ronde 3e ronde ie 2e 3e r Tof. ,. I. Jan Peet ... . > I 10. 1 I I 2. | I I. I - Vs - 1 = 21/» = 8% fc 2 . II. M. Gorter . . Jo 1 3 . ( 0 ; 1 4 I o 2 . 0 - iHn - 2 j. 3. II. K Reijne . . . . | , 1j Vï 3 I ° 3- 1 - V2 - ° = • Vs = 4 Pg 4 . II. P. Binkhorst. . . .} o 1 ( V21 13- I 1 4- ° — 1 — 0 - 1 - 1 £ 5 II. Cs Gorter i 1 3- i Vs 4 1° J. I.—, ° = 2 = sVa "S 6 . II. W. Buis 1 o 7 . ) Vs 1 2 . ( 1 60-0—1 = 1 =2 g 7. H . F . v . d . B e r g . - j i j 9- I 1 S ) 1 7 - 1 — V j — o - 1 i / j - 3 i« 8 . II. D. Reijne I o 1 4 - 1 0 11 1 0 8 0 — 0 °_o g 1 — 3 9. I. B. Leussen . . • •j 1 j 5 j 0 6 j 1 9. 1 1 — 11 h ~ 1 0 II W. Laman Trip. . ( o 2 ( 1 1 0 ( 0 1 0 o — 1 — 0 = 1 = 3 > 11. II. H. v. d Berg . . .) o 4 1 > 1 j 1 n. o - Vi " o = V , = '| » 11 k ] £J 12. I. H. Str. v. Linschoten.) i 8. i o 8. o 12 i 1 1 3 1 2 13. II. J Bruin Wzn. . . jo 6. j o ] 7. j o 13 1 — o = =5 /s ;.g 14. II. J. Belt . . i 1 1 2 . ) 1 1 9- t 1 '4- o — 0 — 0 - 0 >
i7 ie prijs, Jhr. Strick van Linschoten bij loting met B. Leussen 2 d e prijs, 3 d e prijs, Jan Peet, 4e prijs, M. Gorter, 5e prijs, Cs. Gorter bij loting met J. Bruin Wzn. 6e prijs, 7e prijs, K. Reijne. DE BONDS-SECRETARIS.
Schaakwedstrijd );Krommenie " Dengene die bij de 1.1. gehouden Schaakwedstrijd te Krommenie bij vergissing eene verkeerde zijden paraphiie met zwarten stok heeft medegenomen wordt (daar de eigenaar er zeer op gesteld is) beleefd verzocht die aan den heer S. Waagmeester logement Krommenie op te zenden en zal dan de achtergebleven parapluie zoo spoedig mogelijk aan dat adres toegezonden worden. LEIDEN. — De op Zondag jl. gehouden clubmatch Discendo-Discimus en Leidsch Schaakgenootschap met 13 en 9 spelers tegen het Vereenigd Amsterdamsch Schaakgenootschap met 2 2 spelers had de navolgende uitslag : V. A. S. DD 1. J. W. te Kolsté. . . . o 1. D. Bleijkmans r LS 2 . Dr. A. Oppenheim. . . Vs 2 . Jhr. A. E. van Foreest . . Vs DD 3 . C. C. W. Mann . . . Vs 3 . A. Speijer Vs LS 4 . B. Leussen Vj 4 . L. Gans i/2 DD 5 . Mr. S. van Houten . . o 5 . B. Boffie 1 LS 6. Dr. A. van Rhijn . . . 1 6. S. Beffie o DD 7 . Mr. A. E. Rahusen t 7 . H. D. B. Meijer . ... o LS 8. J. F. L. Esser . . . . 1 8. A. Bleijkmans o DD 9 . M. Edersheim . . . . o 9 . W. Muntjewerff 1 LS 1 0 . M. Steffelaar 1 1 0 . C. van Steenderen . . . . o DD 11. Mr. A. R. Arntzenius . lk 11. A. A. J. Ridderhof. . 1/2 LS 1 2 . Th. J. D. Enderlé. o 1 2 . M. G. Stokvis i DD 1 3 . E. Edersheim , . . . 1 1 3 . J. Monas o LS r4. E. F. van Dissel . . . 1 1 4 . J. W. v. d. Laan Jr. . . . o D D 15. J . J . v . d . P o t . . . . 1 1 5 . L. J. Brandon o LS 1 6 . R. v. Dam o 1 6 . A. S. Cattela 1 ll- A. Grave DD 1 7 . G. C. A. Oskam . Vs 1 '2 LS 1 8 . B. Vies 1/2 18. K. J. Bleijkmans . Vs DD 1 9 . F. L. G. d'Aumerie . . 1 1 9 . G. J. Lantsink o DD 2 0 . Dr. V. Kobler . V2 2 0 . G. J. Gantvoort '2 DD 2 1 . T. M. Gumplovicz . . 1 2 1 . G. J. v. Thiel o DD 2 2 . A. J. VV. Coenen . . . 1 2 2 . G. Bakker Wzn o Totaal .
. 13I/2
Totaal .
. 8V2
Voor deze clubmatch had de N. S. B. een zilveren Medaille uitgeloofd voor den winner van liet hoogst geplaatste bord van de winnende partij, en werd deze Medaille door den heer Tinholt, met een korte toespraak uitgereikt aan den heer Dr. A. van Rhijn. Met een hartelijk tot weêrziens in Amsterdam, namen de Amsterdammers afscheid. 2
i8 No. 538.
Gespeeld in den wedstrijd voor Dames op het Sportterrein te 's Gravenhage, 1898.
Wit . Mej. C.
P. J. Koekebakker.
Zwart: Mevr. S.
L. Coomans de Ruijter.
Spaansche Partij. 1. e4 es iiS. gfk) L es 35. T f4: K e6 2. Pf3 P c6 19. Kg2 hs 36. T f5 T h6 3. Lbs d6 20. h3 h4 37. Kf3 T h7") 4. d4 Ld7 21. C4 b6 38. K g 4 T f70) 5. L c6 :*) Lc6: 22. a4 as 39. T f7 : Kf7 : 6. Pbd2 P f6 23. T edi g5 40. Kh4: Kg6 7. D e2 De7b) 24. T d5 f6 41. f4 Kh6 8. o—o o—o—oc) 25. Kfi c6 42. fs Kg7 d 9. b3 ) a6e) 26. Td3 C51) 43. Kg4i") Kf6 10. Tei Lbs 27. Ke2 Kc7 44. h4 Kg7 11. PC4O g6*) 28. Tgi L f4 45- Kg5 Kh7 12. Lb2h) L g7®) 29. Tds Kc6 46. I15 Kg7 Kh7 13. de L c4 :J) 30. T f5 Les 47f6t 14. ef Le2: 31. f4!™) gf 48. h6 Kg8 15. fe L b2: 32. T g6 Th8 49. Kg6 Kh8 16. ed D| T d8: 33. T f6: L f6: 50. f7 ds 17. Tbi L f3: 34. T f6: Kd7 51. f8 D+ mat') a) Deze zet is hier ongewoon en niet zoo heel goed; speelt wit nu later d4Xej dan staat die zwarte looper op c6 heel sterk en gevaarlijk; en speelt wit d4 — dj dan wordt vroeg of laat C7 — c6 een sterke zet voor Zwart. De beste zetten voor wit zijn hier wel 5. d4 X e5 en 5. Pbi — C3. b) Beter was hier Le7 gevolgd door o—o. c) Schijnbaar kan zwart hier een pion winnen door 8.... ed; 9. Pd4: Le4r (niet Pe4= om TO. PC6:) maar wit komt dan in het voordeel aldus: 10. Pe4: Pe4; 11. Tei, ds! 12. Dbsf c6; 13. Pc6: Dd7; 14. Pd4 en wit staat iets beter, omdat pion ds zwak is. Intusschen is 0—0—0 hier niet voorzichtig gespeeld; beter was hier g6 en later Lg7 en o—-o. d) Nu kon wit door ds en verder het voorwaarts spelen der pionnen van den Koninginnevleugel een geduchten aanval op de Koningsstelling beginnen. De gekozen zet laat hier de gelegenheid nog toe open, maar geeft aan zwart onnoodig een tempo. e) Zwart kon ook hier geen pion winnen, door 9 ed; 10. Pd4: Le4: om 11. Pe4: Pe4: 12. Dg4t Kb8; 13. Tei, ds; 14. f3, Des; x5- c3 (Lb2> Lc5) f5; 16. DI13 (Dfs: Dfs: 17. Pfs: PC3:) Les; 17. Lb2! en zwart kan geen voordeel behalen. Zwart deed hier het best met Kb8 te spelen of met ed; 10. Pd4: Ld7 en later h6 en gs en g4 een tegenaanval te beproeven. *) Dit is nu een slechte zet. Door hier C4 te spelen en dan later ds, a4 en b4 had wit een onweerstaanbaren aanval gekregen. *) Zwart kon hier aldus in 't voordeel komen: 11 ed; 12. Pd4: LC4: 13. bc en de witte pionnen staan slecht. Op 13. DC4: zou volgen ds en Zwart wint pion e4.
x9 h) Beide partijen zien het gevaar voor Wit niet. Wit moest hier ds spelen om na LC4: met de Koningin te kunnen terugnemen. ') Dit kost minstens een pion. Daarentegen kon Zwart hier zelfs nog eenig voordeel verkrijgen door L C 4 : . Na 1 3 . bc volgt dan ed en Wit staat vrij slecht; en na 1 3 . DC4: volgt Pe4:. Speelt Wit dan 1 4 . Te4: dan wint Zwart de qualiteit door d5; zoodat Wit wel moet spelen 1 4 . de; waarna Zwart door d5 en Lg7 eene goede stelling krijgt. J) Dit kost de qualiteit tegen een pion. Misschien is dat nog het best, want na 1 3 . . . . de; 1 4 . Les : staat Zwart toch onpleizierig. k) Sterker nog was hier T 2: ') Deze zet, die het veld d5 opnieuw aan den witten toren overlevert, is toch niet af te keuren, want anders dreigt b4 en er komen allerlei ongelukken op den Koninginne vleugel. m) Bravo; eene mooie slotcombinatie. ") Iets beter, maar ook onvoldoende, was Tf6. °) De torens niet af te ruilen gaf langer uitstel. p) Waarom nu niet dadelijk Kg5 ? q) Eene werkelijk goede partij, waarin, behalve het wederzijdsch geknoei in de 11de en 1 2 d e zetten, de 7 d e en vooral de 8 s t e zet van Zwart eigenlijk de eenige fout is.
In de partij van Mej. A. Koekebakker (wit) met Mevr. Snoer (zwart) deed zich na den 39sten zet van Zwart onderstaande stelling voor:
Wit speelde nu 40. e6 waarop Zwart antwoordde DI13: Wit verdedigde zien nu met 4t. Pfg3! waarna de partij aldus voortging: 41.... hg? 42 Tf8| Kg7; 43. Tif7f; Kh6; 44. Th8f Kg6; 45. Th3: Le3f 46. Pf2, gff 47. Tf2: Lfa: 48. Kf2 : en Wit won. Zwart had hier nog remise kunnen houden door 41.... Dg4: en Wit kan niet sterker spelen dan 42. Tf8f Kg7; 43. Tif7f Kg6 of h6; 44. Tg8 of h8f en remise door eeuwig schaak. Eene poging, om pion e6 tot Koningin te voeren, wordt weerlegd door Le3f en, al naar de om standigheden Ddif mat, Dg3 :f of Dg8: *
20
In eene, op 9 November 1898, te Finsterwold gespeelde partij met voorgift der Koningin en zet tusschen R. S. Schortinghuis (wit, zonder Dame) en N. N. (zwart) kwam onderstaande stelling voor:
Wit speelde nu 1. g3f waarop Zwart andwoordde 1... . Kf3: en Wit op de volgende fijne wijze won: 2. T e6f L e4 3. L e4 :f Ke2 4. L g2j" en Wit won ten slotte. Echter had Zwart nog kunnen ontkomen door 1.. . Kg5, waarna voor Wit nog de volgende winst kans overbleef:
2.
h4t
Khs
3. g4t Kh4:? (Lg4: liet winnend spel voor Zwart). 4. T h6t! gh of 4- • • • K g5 5. Lfóf mat. 5. Le3f mat. -si i
^
i •8_
Buitenland. De Studenten der Amerikaansche hoogescholen hebben de studenten der Britsche Universiteiten te Oxford en te Cambridge uitgedaagd tot een grooten schaakwed strijd, welk omstreeks Paschen zal beginnen en telegraphisch gespeeld zal worden tusschen Londen en New-York. Aan weerszijden zal men zes schaakborden gebruiken.
De Tweekamp Janowski-Showalter. Eerste Partij.
No. 539. 1.
d4 C4 3. P C3
2.
Wit: Showalter. Zwart: Janowski. Geweigerd Daiiiegambiet. ds e6 P f6
4- P f3a) 5. L f4 6.
es
Le7 o—o C5
7dcb) 8. 1) C2c) 9. a3
L 05: P c6 T e8
21
ï°. Lg5 d )
d4!
18.
h3
a6
Dd 3 :
L c4:
11. o—o—o")
es
19. L d 3
Pb8i
27. T c 4 :
T c4:
26.
12.
Pd5
Le6
20.
Tci
P d 7 ")
28.
Dc4:
Df 3 :
x3.
e4 Kbif)
Te8 Le7
21.
Ddi b 4 ?')
P 05 ' P d7 !
29.
Dds
22.
3 o.
Ka.2
Dd 3 f T c8
3i.
Tb!
a4!
14.
De; :
23.
g 4 ?J)
a5
16.
I5-Pe7:
Da4 s )
h6
24.
b5 l )
P 05')
17.
L f6:
Df6:
25.
Tgi
3 2.
h 4 (2u.9m.)
P d3 :
T c 3 (1 u. 1 9 m.)
Wit geeft de partij op. Beter is eerst Lg5; zie de derde partij in deze tweekamp.
a)
b) Beter was Ld 3 ; de dreigende geïsoleerde pion op de Damelijn is hier geen nadeel. c)
Een lievelingszet van Showalter, dien bij reeds speelde in de 1 2 d e en i 4 de
partijen zijner tweekamp met Lipschtltz van 1 8 9 5 / 1 8 9 6 , in nagenoeg gelijke stelling. d) Zwart staat nu reeds veel beter ontwikkeld, en dreigt e£. Lgs om na e5 te kunnen antwoorden met Pd5: e)
Wit speelt nu
Deutsches Wochenschach beveelt hier aan: 11. ed, Pd 4 : 1 2 . Pd 4 :Dd 4 : i 3 .
Lf6: gf; i 4 . Pe 4 en het Weekblad de Amsterdammer den ons beter toeschijnenden zet 11. Tdi. )
Nemen op f6 baat niets; Zwart heeft dan na gf voorloopig niets te vreezen
voor zijne verduren. *)
Koningsstelling, en de witte Koning
heeft een geduchten aanval te
Zwart dreigde met Pa5 en b5.
h)
De beste manier om het paard tot den aanval te gebruiken.
')
Deze zet verzwakt de witte Koningsstelling zoo kras mogelijk.
moeielijk hier een beteren zet aan te wijzen. Tei, of ook Tfi. ')
Ook
slecht
deze zet die het paard f 3
Maar het is
Het best lijken mij nog toe Tgi of
van zijne natuurlijke dekking berooft, is
en ook nu lijken mij de zetten met den Koningstoren iets beter toe.
Na
33- De2 kan volgen Pb6; 2 4 . Pd2, Pa 4 en Zwart dreigt Pc 3 met winststelling. k) Als Wit speelt 2 4 . 05 Aolgt ab; 25. ab, Ta8 en Zwart wint. ') ^ w i n t e e n Wit's 2 3 sten zet.
pion
en de partij, hierdoor blijkt eerst recht de zwakte van
Tweede Partij.
No. 540.
Wit: Janowski.
Zwart: Showalter.
u
e4
e5
2-
Pc3
Pf6
3-Pf3
Pc6
10.
Lbs
Lb4
xi. L h4:
Vierpaardspel.
4-
5.
o—o
o—o
^3 7- L g 5 a )
d6 P e7 b)
8. L C 4 C ) 9 De 2 Ph4!
C6
15. Khi f5 !
P d7 a4
17.
Dg 3
ab
18.
üg4:
P g 6
16.
P h4:d) L e6
f6 h)
12. L b 3
a5 ? e )
19.
ab
L c3:
i3. f 4 !') x 4 . Dei
L g4 s) Db6f
20.
bc c4')
Des T a3
21.
22
22. Ta3:
Da3:
30. Kf2
P a7
38. L d2
rC b6
23. Ddi 24. Dei
Ta8 C5
31. Kei 32. Tai
bs?1) T ai :
394°-
c3
K a5
bc?k)
p
g4
h6
25. Da3: 26. T c i
T a3: P b8
33. Lai: 34dc
Ke7
4142.
h4
b4f
Kb6
27. L e i 28. LC3
P c6 T a2
35. Kd2 36. L c3
P c6 Kd7
4344-
SS hg
p g8
29. K g i
Kf7
37- K d 3
K c 7
45-
gf
§f
S t a n d d e r partij n a den 1 2 d e n zet van Z w a r t .
S t a n d d e r partij n a den 453ten zet van Z w a r t .
46. Lei1) 47. Lh4 48. K C2
Kc6 K d7 Kc6
52.
Le3 53. L h6! 54. Lf8!
P e7 P c6 cb
49. Kb3 50. Ka4 51. Lf2
Kb7 Ka6 Kb6
cb 5556- L g7 57. Lf6:
Kc7
P d4 Pe2
58. LI14 59- Kb3 60. f6
P 03+ P e4: ds
6if7 dct 62. Kc2 Zwart geeft de (1 n. 51 m.) partij op. (3 u. 40 m.)
*) Wel de beste zet hier. b) En ook dit is wel de beste tegenzet. Vroeger speelde men meestal LC3: en nog in den tweekamp om isten en 2den prijs te Weenen speelde Pillsbury tegen Dr. Tarrasch dezen zet. De looper is toch iets meer dan een paard, en mag dus alleen tegen eenig voordeel in stelling worden gebruikt. c) Ook dit is de beste zet; C4 is het veld waarop de Koningslooper het werk zaamst is en nu Lc6: niet meer mogelijk is, doet de looper op bs niets meer; verdubbeling der f-pion door Lf6: geeft aan Zwart meer aanvalskans dan aan Wit. d) Deze zet is niet sterk, maar wij vereenigen ons niet met de meening van sommige commentatoren, die hem willen vervangen door Kh8, en dan voort te gaan met h6. De beste zet lijkt mij hier Ph8. Dit paard komt altijd weer goed op g6 terug, als maar eerst Le6 is geschied. Ook was te spelen DC7; afruil op f6 of g6 of beide deert Zwart niet want na Kg7 en Th8 staat hij dan niet kwaad. e) Deze zet heeft blijkbaar ten doel Wit te dwingen door LC3: a4 en bs tot Le6: waardoor Zwart dan fe kan spelen en dus zijn paard met den toren dekt.
23
Wit weerlegt echter dit fraaie plannetje en dientengevolge heeft ag geen ander gevolg dan dat de zwarte Damevleugel verzwakt wordt. 0 Fijn! Zie diagram. *) Aangezien nu f5 dreigt, is het plannetje van Wit mislukt. De gekozen zet kost nu aan Zwart een pion, maar juist den zwakken pion as tegen een verdub beling van Wit's pionnen op de c-lijn, die de zaak voor Zwart minder gevaarlijk maakt. Alleen het uiterst fijne spel van Wit, weet hier dan ook winst uit te halen. Zwart had voorloopig zijn pion kunnen behouden door 13... ef; 14. Tf.4; Db6f 15. Khi, Pd7, maar die stelling zou toch vermoedelijk door een zoo fijn aanvalsspeler als Janowski wel met enkele mokerslagen verbroken zijn. h) Anders speelt Wit f6 en wint. ') Het was verleidelijk ook hier een diagram van de stelling te maken. Men ga de stelling eens goed na. Wit is een pion voor en heeft een looper tegeneen paard; daarentegen staan de pionnen op b^, C2, d3 en 04 niet bijzonder fraai! Alleen de opene a-lijn is een voordeel voor Wit. Zwart mag die a-lijn niet aan Wit overlaten en moet dus op die lijn wel afruilen, en dit brengt Wit dan ook ten uitvoer, waarna hij met groot talent het eindspel tot beslissing brengt. J) Dit is bepaald weer zwak gespeeld; Pc6 en eventueel Pd4 was de eenige kans op remise, die Zwart nog had. k)
)
En nu was b4 gevolgd door Pc6 altijd nog iets beter. Zie diagram; Wit speelt het eindspel met meesterlijke juistheid.
Errata. Op blz. 241 vorige Jaargang zesde regel van onderen staat: herinnering aan, men leze: herwinning van. Verder is er op blz. 230 „Voor beginners in het bijzonder" door den geachten anahsator een kleinigheid over 't hoofd gezien; na 52. Ke4 speelt Zwart niet Kb3, maar b3 en wint.
Jaargang 1895 (zeer interessant door de Leipziger en Hastings herinneringen van van Lennep) kf 1.13 en Bandjes k f 0.45 nog steeds verkrijgbaar bij den Bonds-Secretaris.
22
22. Ta3: 23 Ddi 24. Dei 25. Da3: 26. Tci
Da3: Ta8 c5 T a3: Pb8
30. Kf2 31. Kei 32. Tai 33. I.ai34-
38. L d2 c3 394°. g4 h4 41. 42. b4f
K b6 K a5
h6 Pe7
Kb6
3536- LC3
p c6
KD7
44-
.§5 HG
P g8
Kf7 37- Kd3 S t a n d d e r partij n a den 1 2 d e n zet van Z w a r t .
KC7
45-
GF
ë{
27. Lei 28. L C 3
Pc6 T a2
Kd2
P a7 bs?1) Tai: bc?k) Ke7
29. Kgt
hg
S t a n d der partij n a den 4 5 s t e n zet van Z w a r t .
46. Lei1) 47. Lh4 48. K c2
Kc6 K d7 Kc6
52. Le3 53. Lh6! 54- L f8!
P e7 P c6 cb
49. K b3 50. Ka4 51. Lf2
Kb7 Ka6 Kb6
cb 5556. L g7 57. Lf6:
Kc7
P d4 P e2
S8- L h4 59- Kb3 60. f6
p c3t P e4: ds
6l" f7 dct 62. Kc2 Zwart geeft de (in.sim.) partij op. (3 u. 40 m.)
a) Wel de beste zet hier. ") En ook dit is wel de beste tegenzet. Vroeger speelde men meestal LC3: en nog in den tweekamp om isten en 2den prijs te Weenen speelde Pillsbury tegen Dr. Tarrasch dezen zet. De looper is toch iets meer dan een paard, en mag dus alleen tegen eenig voordeel in stelling worden gebruikt. c) Ook dit is de beste zet; 04 is het veld waarop de Koningslooper het werk zaamst is en nu Lc6: niet meer mogelijk is, doet de looper op bs niets meer; verdubbeling der f-pion door Lf6: geeft aan Zwart meer aanvalskans dan aan Wit. d) Deze zet is niet sterk, maar wij vereenigen ons niet met de meening van sommige commentatoren, die hem willen vervangen door Kh8, en dan voort te gaan met h6. De beste zet lijkt mij hier Ph8. Dit paard komt altijd weer goed op g6 terug, als maar eerst Le6 is geschied. Ook was te spelen DC7; afruil op f6 of g6 of beide deert Zwart niet want na Kg7 en Th8 staat hij dan niet kwaad. ") Deze zet heeft blijkbaar ten doel Wit te dwingen door LC3: a4 en bs tot Le6: waardoor Zwart dan fe kan spelen en dus zijn paard met den toren dekt.
23
W it weerlegt echter dit fraaie plannetje en dientengevolge heeft a.$ geen ander gevolg dan dat de zwarte Damevleugel verzwakt wordt. ') Fijn! Zie diagram. -) Aangezien nu f5 dreigt, is het plannetje van Wit mislukt. De gekozen zet kost nu aan Zwart een pion, maar juist den zwakken pion as tegen een verdub beling van Wit's pionnen op de c-lijn, die de zaak voor Zwart minder gevaarlijk maakt. Alleen het uiterst fijne spel van Wit, weet hier dan ook winst uit te halen. Zwart had voorloopig zijn pion kunnen behouden door 13... ef; 14. Tf4; Dbóf 15. Khi, Pd7, maar die stelling zou toch vermoedelijk door een zoo fijn aanvalsspeler als Janowski wel met enkele mokerslagen verbroken zijn. h) Anders speelt Wit f6 en wint. ) Het was verleidelijk ook hier een diagram van de stelling te maken. Men ga de stelling eens goed na. Wit is een pion voor en heeft een looper tegen een paard; daarentegen staan de pionnen op b3, C2, d3 en C4 niet bijzonder fraai! Alleen de opene a-lijn is een voordeel voor Wit. Zwart mag die a-lijn niet aan Wit overlaten en moet dus op die lijn wel afruilen, en dit brengt Wit dan ook ten uitvoer, waarna hij met groot talent het eindspel tot beslissing brengt. J) Dit is bepaald weer zwak gespeeld; Pc6 en eventueel Pd4 was de eenige kans op remise, die Zwart nog had. k)
')
En nu was b4 gevolgd door Pc6 altijd nog iets beter. Zie diagram-, Wit speelt het eindspel met meesterlijke juistheid.
Errata. Op blz. 241 vorige Jaargang zesde regel van onderen staat: herinnering aan, men leze: herwinning van. Verder is er op blz. 230 „Voor beginners in het bijzonder" door den geachten anahsator een kleinigheid over 't hoofd gezien; na 52. Ke4 speelt Zwart niet Kb3, maar b3 en wint.
Jaargang 1895 (zeer interessant door de Leipziger en Hastings herinneringen van van Lennep) S. ƒ 1.13 en Bandjes £l ƒ 0.45 nog steeds verkrijgbaar bij den Bonds-Secretaris.
24
Problemen.
Redacteur: W. B. H. MEINERS, Enkstraat L 39, Zwolle. N.B. Verzoeke beleefd problemen, oplossingen en andere bijdragen, tot deze rubriek behoorende, aan den redacteur te adresseeren.
.No 645. B. J. M. Markx, te Leiden.
Mat in 2 zetten. *No 647. B. J. M. Markx, te Leiden.
*No. 646
B. J. M. Markx, te
^el(len-
Mat in 2 zetten-
*No. 648
J. J. Colpa,
te IelJen'
Mat in 2 zetten. *No 649. H. Mendes da Costa,
Mat in 2 zetten*No. 650. A van Eelde,
te Amsterdam.
te Middelburg.
Mat in 2 zetten.
Mat ln 2 zetten-
25
rroDleem-oplossingswedstrijd.
Leider: A. H. M. DIEPERINK. Haarlemmerweg '27, Amsterdam. N.B.
De oplossingen voor dezen wedstrijd zijn aan den leider te adresseeren. NO. 1.
TVTz-v
O
jxLiit in * zetten.
]y[at jn 2 zetten.
No' 3-
No. 4.
Mat in 3 zetten. No
5-
Mat in 3 zetten.
Mat in 3 zetten
No. 6.
Mat in 4 zett0n
20
Deze wedstrijd, aanvangende in dit nummer, is open voor alle bonds eden en loopt over 6 maanden, d. w. z. dat wie na 6 maanden het hoogst aantal punten behaald heeft, den
len prijs wint; wie dan in aantal punten volgt, den
2en
en
zoo vervolgens. Er zijn 5 prijzen beschikbaar gesteld: van 5, 4, 3. 2 en 1 gu en" Iedere maand worden 6 genummerde problemen aangeboden, waarvan de op lossingen in een der eerstvolgende nummers van het tijdschrift verschijnen.
De
deelnemers kunnen dus ieder voor zich opmaken in hoeverre hunne oplossingen juist zijn, maar eerst na afloop van den geheelen wedstrijd wordt bekend gemaakt wie voor prijzen in aanmerking komen. De gewone bepalingen zijn geldig. Voor elke juiste oplossing van een 2-, 3- of 4-zet ontvangt men resp. 2, 3 o 4 punten. Voor elke foutieve oplossing wordt 1 punt van het behaalde aantal a ge trokken ; voor elke onvolledige oplossing, ontvangt men o punten.
Wie aantoont
dat een probleem onoplosbaar is, of oplosbaar in minder dan het aangegeven aantal zetten, ontvangt hiervoor 5 punten. De oplossingen moeten ingezonden worden uiterlijk 14= dagen na ontvangst van het tijdschrift.
Oplossingen der Novembor-problemen. 621. 1. DV17 enz. 622 1. d4 enz. 623. 1. C5 enz. 624. 1. Lgs enz. 625. 1. Da7 enz. 626. 1. Lh4 enz. 627. 1. Dh8 enz. 628
1. Pd5 enz. 629. 1. Lhs, b2; 2.
Le8 enz. 1.—, ba2:; 2. Da2: enz. 1.—, Ke6; 2. De4+ enz. 1.—, Kds; 2. Df5t enz. 630. 1. PC4, K.C4:; 2. Peó-f- enz. 1.—, Ld4:; 2. Df7f enz. 1.—, Les; Pe3f
enz., anders eerder mat. 631. 1. Pc6, Lb6: of cb6:;
2. Des, enz. 1.
2-
,
bc6:; 2. Pa4+ enz. 1.—, Kc6:; 2. Df6f enz. 1. Lg2:; 2. Db4:tenz. 1.—, anders; 2. DC4 (f) enz. 632. 1. Tf3, Pc4: of Ld3; 2. Td3 (:)f enz. 1 —, LC4:; 2. c3t enz U3: of fs; 2. Daif- enz. 1.—, KC4:; 2. Tf4t enz. 1.—, anders; 2. Dh+ enz., of eerder mat. Goede oplossingen ontvingen wij van: A. Korst te Bergen op Zoom (alle), H. Mendes da Costa te Amsterdam (alle), J. van Beveren te Leiden (alle, ehalve 631 en 632), W. Albregts te Amsterdam (alle, behalve 632), IV. Houtsma te Heiloo (alle, behalve Ó29 en 632), P. C. J. Ammerlaan Jzn. te Hof van Delft (alle, behalve 629, 630, 631 en 632). Verder ontvingen wij nog goede oplossingen
van de October-problemen van
IV. Houtsma te Heiloo (alle, behalve 619). Correspondentie. J. V. D. te de L. Aan uw verzoek zal worden voldaan. J. v. B. en J. J. C. te T.. Ziet „Onze probleemwedstrijden".
Onze probleemwedstrijden. De problemen die na 31 December zijn ingekomen, kunnen natuurlijk meer aan de wedstrijden deelnemen.
niet
27
Wanneer daardoor de plaatsing niet meer gewenscht wordt, verzoeken wij bericht. Het spreekt van zelf, dat we nu verder alleen zulke problemen publiceeren, welke ons belangrijk genoeg voorkomen; in ieder geval wordt den inzenders ken nis gegeven als wij ze niet voor het tijdschrift geschikt achten. Alle andere problemen die tot en met 31 December voor onze wedstrijden zijn ingekomen, worden successievelijk geplaatst. Wij hebben echter besloten ze in eens te beoordeelen, zonder te letten op het vereischte aantal, zoodat wij, na de aangekondigde beoordeeling van de rubriek tweezetten (597—627, zie December-nummer), de nog overblijvende zullen be schouwen als voltallige rubrieken twee-, drie- en vierzetten. De rapporten over deze drie rubrieken zullen gelijktijdig verschijnen en wel nadat alle problemen geplaatst zijn en correct bevonden. * *
#
In ons laatste rapport, over probleem 545 sprekende, wilden wij het verbeteren door een zwart Paard op 113. De bedoeling was V14, maar ook dit is geen ver betering, daar er dan geen mat in drie zetten mogelijk is door 1.—, Pg6. De heer Colpa stelt ons echter voor zijn probleem als volgt te wijzigen: Wit: É? b8, "W h6, % C5 en d3,
h
a.3,
^5, g2 en I14.
Zwart: ^ d4, h2, | as en ds. Wij gelooven dat het, door deze verandering, zeer in waarde stijgt. "Wedstrijd in probleem-compositie. Het Hoofdbestuur van den Bond schrijft uit een wedstrijd in het vervaardigen van problemen in drie zetten. Alle bondsleden kunnen hieraan deelnemen. Alleen die problemen komen in aanmerking, waarvan minstens het hootdidee ecotiomisch-zuiver is bewerkt. Iedere componist mag niet meer dan vier opgaven inzenden. Zij moeten, op diagram geteekend, voorzien zijn van een motto en de volledige oplossing bevatten, geschreven door eene andere hand dan die van den auteur, terwijl in een gesloten enveloppe, met hetzelfde motto tot opschrift, tevens de naam van dezen laatste moet worden bijgevoegd. Inzendingen zijn te richten aan den Secretaris van den Bond de Heer H. D. B. Meijer, Geldersche Kade 37, Amsterdam, tot uiterlijk 1 Juni a. s. Na dien tijd worden zij niet meer aangenomen. Wijziging of terugtrekking van problemen of zendingen, is ook nog tot dat tijd stip geoorloofd. De Jury bestaat uit de h.h. H. J. den Hertog en W. B. H. Meiners, die den uitslag op de jaarlijksche algemeene vergadering zullen bekend maken. De prijzen bedragen ƒ 10, ƒ 7,50, / 5 en / 2,50. Uit de probleem-wereld. De inzendingstermijn voor den probleemwedstrijd, uitgeschreven door het „American Chess Magazine" (zie October-nummer), is verlengd tot 1 April.
28 No. 541.
Wit: Showalter.
Zwart: Pillsbury.
Spaansche Partij. l-
e4
2. P f3 3. L b5 4. ^4a) deb) 56. o—o 7. P M2 8. I)e2c) 9. D d2:d) 10. ÜC3
e5
Pc6 P f6 P e4 : ds Les o—o P d2 : P e7 L b6
ii. I^gS 12. Ld3 13. L h4 14. a4 15. Tfer 16. Lfs: 17. Lg3 18. Dd2f) 19. c3 20. ef
c6 h6' ) D 07 35 P f5 L f5: De7 L e4! f6! Df6:
21. Pes*) T ad8 22. Khi? L f2 : 23. P g4h) Lg2:f! 24. Kg2 : D f3! 25. K h3 T f5 26. T es T es : 27. P es : D hsf 28. K g2 L g3 : 29. hg D e5 : 30. Tei O f5 Wit geeft op.')
Stand der partij na den 28sten zet van Wit.
a) O. a. door Showalter ook gespeeld in zijn tweeden match met Pillsbury. o—o of Pc3 is sterker. b) Rokeeren was beter. c) 8. Lc6:, bc; 9. Pe4 : de; 10. Dd8 : Td8 : zou zwart uit hoofde van zijn twee loopers de meeste kansen voor 't eindspel laten. d) Ld2 : zou 9 Lg4 ten gevolge heb en. e) Noodzakelijk; er dreigde DC4! gevolgd door Dh4 ! enz. *) Waarschijnlijk om te verhinderen dat zwart door Db4 de afruil der dames dwingt. s)
paard zou op d4 beter gestaan hebben. Zwart heeft zich langzamerhand het beste spel verschaft en krijgt gelegenheid door een aardig offer de partij te beslissen. h) 23- Tfi, Le3; 24. De2, Dgs en zwart blijft bij betere positie een pion voor. Wit had het antwoord van zwart geheel overzien. (Zie diagrani). ') Tegenover een speler als Pillsbury behoeft men zich bij 2 pionnen minder geen remise-illusiën te scheppen.
29 No. 542.
Wit: Maroczy.
Zwart: Schiffers.
Geweigerd I»a megainbiet. 1.
d4
d5
12. P e$
P f8
23. P e4:
2.
C4
e6
13.
Pe4?b)
24. Pcd6!h)
3. PC3
P f6
4. L g s
L e7
5. P f 3 6.
o—o
e3
25.
f5
15. Db3!
P e6
26.
f6
g5
16. Le7:c)
Dey:
27. T 07
D ds
17.
C4d)
ds!
De?
28. T fci
Kg8
T ac8
29. T g7f
Kf8
de!e)
T C4:
3°-
ef:f
Kf8<)
31.
fe:+D
Ke8:
32. T e8
18. DC4:
cd
ed
19.
9. Ld3
Lb7
20.
o—o
C5
2i.
11. Lbi»)
Te8
1 0 .
h6')
de
b6
8.
Kf8
14. Le4:
P bd7
7. T ci
f4
2 2 . P C4:
T e7
f7t
Kê8 Kg7
geeft op.
La6?«)
S t a n d d e r partij n a den I8den zet van Z w a r t .
a)
Pe5 of De2 zijn hier meer gebruikelijk.
l)
Deze zet is feitelijk
de oorzaak van 't verlies der partij, Pf6 — d7, dreigende
f6 was beter. c)
Pf7:
is
minder
sterk
dan
brillant,
bijv.:
I)e6:f, Kf8; 19. f6, Lf6:; 20. Lf6:, Te6:; 21. d)
Hierdoor
tracht
Zwart
zijne
positie
te
16. Pf7: Kf7:; 17. f5, cd; 18.
Ld8:, Kg8; enz. versterken.
Op 17. . . . PC7 krijgt
Wit met 18. T f i — d i een beslissend overwicht. e)
Uitstekend! Zwart heeft geen verdediging meer.
')
2 0 . . . . Df7 : 21.
g)
Op
Des
{Zie diagram).
Pf7 : Kf7 :; 22. Pbs, T c i : ;
23. T c i : T e 7 ; 24. Pa7 : en wint.
volgt 23. Pbs ; Kf8; 24. Pd4 enz.
De tekstzet is evenwel geheel
foutief. b)
Schiffers
overzag
niet mogelijk is. ')
waarschijnlijk dat 24. . . . Lfr : nu, wegens 25. Tc8f enz.,
Wit speelt het slot zeer sterk.
Vertwijfeling!
TE K .
3° No. 545.
Wit: Tarrasch
Zwart: Steinitz.
Spaansche Partij. 1. e4 2. P f3 3. L 1)5 4 d4 5. P C3 6. o—o 7. T ei 8. P d4: 9. P c6: 10, L d3
es P c6 d6?") Ld7 P f6 L e7 ed o—o bc T e8
ii. h3 12. L gs 13. L h4 14. Tbi 15. Lg3 16. Lh4!c) 17. hg 18. f4!4) 19. L f2
L f8 20. es de h6 21. fe P hs6) T b8 22. e6!f) L e6 : g5) ?23. T e6: ! fe g41' 24. Dg4:t P g7 hs 25. I)g6 T b4 hg 26. Tfi T f4 L e7 27. D h7f Kf8 as 28. L g6 geeft op.
Stand der partij na den 21en ?et van Zwart.
a) Steinitz schijnt van deze verdediging, welke hem al menige partij kostte, zijn bekomst nog maar steeds niet te hebben. l) Deze zetten leveren o. a. het bewijs dat Steinitz' positieblik vermindert. Een ex-wereldkampioen toch moest begrijpen dat dit vroegtijdig oprukken der konings pionnen bij den goeden stand van wit's stukken, en vooral tegenover een meester als Tarrasch, tot niets anders dan verlies kan voeren. c) Hiermede neemt wit den aanval alweder over. d) Dit dreigt es, dwingt daardoor den looper naar en berooft zoodoende den zwarten koning van alle dekkingsmiddelen. e) Misschien was Ph7 iets beter.
f)
{Zie diagram).
No. 544.
Wit: Janowski.
Zwart: Trenchard
Spaaiische partij. 1. e4 2. P f3 3. Lbs
es P c6 fs?*)
4. d3 5. de 6. P 03
fe dó P f6
7. L gs 8. L C4b) 9. De2
L e7 P as L g4
3i to. o—o—o
11. li 3 12. hg 13. Lf6: 14. gs 15. gó 16. Db5f 17. Db3e) 18. a40 19. Pbs
20. g41 T f8 21. Th5h) Dc6 22. Deóf P e7 23. gS! hg 24. Tdhi Kd8') 25. Th8 De8 26. P dó:!! 0 cd 27. Dd6:f Kc8 28. Desf Kb8 29. Pes: L es:k)
Dc8 P 04:c) P b6 Lf6:d) Le7 hó Dd7 L f6 as? Pc8')
30. Des: 31. Das: 32. Desf 33. Dd4f 34. Dg7 = 35. T 1I17 36. Tf8: 37. Dc7t 38. T d7f
Ka7 Kb8 Ka7 Kb8>) P g6: T a7 Df8: K a8 Geeft op.
S t a n d der partij n a den 2 5 e n z e t van Z w a r t .
r
a)
Het incorrecte van dezen tegenaanval is in analytische studiën meermalen aangetoond. b) Wit heeft reeds de betere positie. In de nu volgende zetten tracht Zwart tot de korte rochade te komen, terwijl Wit dit voortdurend verhindert. c) U3: 12. gf, Pc4:; 13. Dc4 Dd7 ; gevolgd door 0—0—o was misschien beter. 11.... Le6 ging niet wegens 12. Le6:, De6: 13. Dbsf enz. a) 13 gf; 14. Ph4 en 15. Pf$ enz. e) Wit voert den aanval voortreffelijk; thans dreigt Pes: f) Om den aanval met as te kunnen voortzetten. Zwart verhindert dit door zijn antwoord, maar verschaft daardoor het witte paard de gelegenheid een zóo goede plaats in te nemen, dat het middel hier feitelijk erger is dan de kwaal. s) Er dreigde Pd6 : h) Dreigt Pes: en verhindert c6, waarna zou kunnen volgen 22. PeS:, LeS:; 23. Tes:| de; 24. Td7 : Kd7:; 2=;. Dd3f, Ke7; 26. Da3f en wint. ') De eenige zet om het onmiddellijk winnende Th8 te ontgaan, Dd7 deugt niet wegens Pc7 :f gevolgd door Th8. Dit offer wordt in analyses van verschillende buitenlandsche commentatoren met recht groote lof toegezwaaid. De juistheid echter der uitdrukking „verberekend", welke velen hunner bezigen, trekken wij in twijfel. Veel waarschijnlijker
32
komt het ons voor dat Janowski zich in deze meer op zijn positieblik verlaten heeft en, overwegende dat het paard toch altijd 3 pionnen zou opleveren en bij den slechten stand van den Zwarten koning nog wel winstvarianten met zich zou brengen, tot het offer besloot. In deze meening worden we nog gesterkt door het feit dat de leider der Zwarten een speler van veel minder kracht is dan die der Witten en de superioriteit van Janowski dus óók gewicht in de schaal heeft gelegd. Bovendien werd de partij gespeeld in de laatste ronde; onder omstandigheden waarin de uitslag onmogelijk nog invloed kon hebben op de prijsverdeeling. [Zie diagram). k) Zwart heeft niet beter, er dreigde Tf8: gevolgd door Pd7+. ') Waarom nu niet Ka6! We zien niet in hoe Wit de partij dan zal winnen. te K.
Eindspel. In de partij Schlechter—Walbrodt van het in 1898 te Weenen gehouden inter nationale meestertournooi ontstond na den 55sten zet van Zwart de stand, afgebeeld op onderstaand diagram. In het congresboek wordt deze stand geanalyseerd en aangetoond dat zwart geen remise kan bereiken. Wij nemen de zeldzaam leerrijke en interessante varianten in hun geheel over.
Het is duidelijk dat wit, als zwart in deze stand aan den zet is, de partij onmiddelijk wint, nl. indien de zwarte koning speelt, door K-gs en het veroveren van pion h5, en ingeval zwart zijnen looper beweegt, door Pc6: gevolgd door b7. Wit moet dus trachten een tempo te winnen, en dat zwart dit niet kan verhin deren zonder in andere voor hem verderfelijke varianten te geraken bewijst het onderstaande. Kf3! Ke3 (g3) Kf4 . I. 1. 2. — •z. en wint, 15 Kg7 K onv. Pe7 . Pd6 II. 1. — 2. benevens 3. en wint.
33 III.
i.
. Ke6
T;r
X'
"
'•
"
Pd3 2. ——— Kf5
3.
Pf4
Kf4 Ke7 off7 K(6 Ke3 2' "Kfó 3' "W
2'
en wint. Pes
3'
4' 4"
Pf4 "Kg^
5"
Phs:! Kh^T gevolgd door K-f4,
e5, d6, 07 en wint. "
2*
"
3-
1.
„
2.
„
3.
l
K^Ï
2'
"Któ"
3"
Ke7 Ke2
4
"
2'
Kf61
3'
Lg4f
4'
'•
-
2-
-
3-
'•
"
2"
"
3"
1.
„
2.
„
3.
J"
"
2"
-KK
3"
Kfa IV'
" K.onv. L. onv.
4) 4.
Ke3
Ke6
Kf4 Kf6 Pes Lc8 Kf3
Pes 55.
Kf4
en wint.
"Kir ^ (a'S m)* Ke3 Kf4
5' Lc8 Kf3 4" "Kirenz> (als In)' Ke3 Kf3 4-"KTT 5enz. (als III).
Kf3 4- ^eT enz. (als III). Ke2
~K&
4"
Ke3 "KeT
Kf? 5"
enz' als b°ven"
Wij bevelen den lezers het bestudeeren van dit eindspel ten zeerste aan. Zooals uit IV blijkt moet men trachten den witten koning naar f3 te spelen als de zwarte op ei staat. TE K.
è
k
Verschillende partijen. No. 545. Wit:
Schaakwedstrijd te 's Gravenhage, Juli 1898. Zwart: R. J Loman.
Dr. A. G. Olland.
Schotsche I'artij.
1. e2 — e4 2. Pgl—f3 3. d2 — d4 4. P f3 X d4
e7 — e5 P b8 — c6 e5 X d4 P g8 — f6
Deze voortzetting geeft aan Zwart een zoo gezond spel, dat men zich niet helioeft te verwonderen onder de partijen der meesterwedstrijden weinige Schotsche openingen meer aan te treffen.
5. P d4 X c6 6. L fl —d3 7. e4 X d5
b7 X c6 d7 — d5
Op De2 kan volgen de4: 8. Le4: Pe4: 9. De4: De7 en de kansen staan gelijk.
7 Q
c6 X d5 0
0
f8
7
' '
9. P bl —*- c3
0—0
34
10. L cl — g5 Een goede zet ware ook Lf4.
10
c7 — c6
Er dreigde 11. Lf6: Lf6: 12. Pd5:
11. D dl —e2 Beter lijkt me Tel.
11
h7 — h6
Iets beter lijkt mij Lg4 12.1)d2 (f3 Te8) Pd7 13. Le7 : De7 : 14. Df4 Pe5 15. Tfel Pd3: 16. ed3: Dd7.
12. T fl — el
L c8 — e6
Na hg6: zou Zwart wegens zijn zwak kere pionnen een moeilijk eindspel gehad hebben. Op 12. . . . Ld6 zou hebben kun nen volgen 13. Lh4 Lg4 14. Lf6: (Dd2 Lc7 15. Pe2 Dd6 16. Lg3 Dd7 17. Pd4 TfeS, enz.) Le2: 15. Ld8: Ld3: 16. cd3: Tfd8 : met ongeveer gelijk spel.
13. L g5 — h4 14. T al — bl !
T a8 — b8
Een dergelijke verdediging, waarin de contra-aanval ligt opgesloten is bijna altijd de beste.
T f8 — e8 D d8 — d7
14
15. ln
a2 — a3 aanmerking
kwam
ook Pe4 (16.
Le7: Pc3:).
16. L h4 — g3
T b8 — a8
Ter voorbereiding van a5 ingeval van b4. Toch ware Ld6 natuurlijker en beter daar Zwart dan den druk op de b-lijn
b2 — b4
In aanmerking kwam hier Pa2, om dan met c4 en eventueel b4 en Dc2 te vervolgen. De tekstzet geschiedt nog iets te vroeg.
17 18. K gl — hl
18 19. a3 X b4 20. P c3 — e4 21. b4 — b5
a-5 X b4 d5 — d4 P f6 — d5
Nu wordt de partij zeer belangwekkend.
21
c6 — c5
Het is interessant de gevolgen van f5 na te gaan. Deze zouden kunnen zijn 22. bc6: Dc8 23. Pd2 Lb4 24. Lc4 f4 25. Lh4! Ld2: (Pc3 26. Le6:| Te6 : 27. De6:| l)e6: 28. Te6: Pbl: 29. Pbl: Tal 30. h3 Tbl: 31. Kh2 La5 32. Ld8 Ld8 : 33. Te8f Kf7 34. Td8 en wint; 26. Dd2 : en dan na g5 (?) 27. Dd3 Ta7 28. Ld5: Ld5: 29. Dg6f Kf8 30. Dd6f of Dh6:f en wint. Yoor het bord is zoo iets natuur lijk niet door te rekenen.
22.
b5 — b6 !
D d7 — b7 !
Het eenig juiste om het tegelijk drei gende b7 en Lb5 zonder nadeel tegen te gaan.
23. L g3 — d6 ! 24. P e4 X cö 25. T bl X b6
P d5 X b6 I) b7 — c6
Begin van een zeer ingenieuse en ver berekende combinatie, die echter zooals meestal in beiderzijds goed ontwikkelde posities geen beslissende gevolgen heeft.
Zie diagram.
blijft behouden.
17.
dreigende 19. ba te spelen, 't geen nu wegens het antwoord c5, gevolgd door c4 nog niet mogelijk is.
a7 -— a5 !
Noodzakelijk is deze zet zeker niet. Beter ware een positiezet als Dd2 om na d4 met 19. Pe2 en later Pf4 te vervolgen, tevens
25 26. L d6 X e7
D c6 X b6
Op De4 zou nu
volgen Lf5 gevolgd
door g6.
26
T e8 X e7
Zwart zou hier ook hebben kunnen spelen 26 .. . Ta7 met het vervolg 27. De4 g6 28. Lf6 Dc5: 29. Ld4: Df8 30. De5 (La7: Ld7) f6 31. Df6: met ge-
35 lijke kansen en op 26 ... Lil5 zou kunnen S t a n d d e r paitij n a den 2 4 e n zet van Zwart.
36. D a7 — a8 37. D a8 — f8 38. T el — bl 39. h2 — h3 40. D f8 — b4 ?
D b6 — c6 D c6 — c3 T d6 — d7 D c3 — c6
Op Tal zou Lc4 volgen en op f5 zou bijv. kunnen volgen Ld5 41. Db8 Td6. Het beste ware Kgl geweest. De tekst zet is natuurlijk een blunder.
40 41. D b4 — b6? volgen 27. Pd7 (Dd2 Ta7 28. Lh4 Tel :f 29. Del: Dc5 : 30. De8| Df8 BI. Del) Dc6 (Dc7 28. Pf6+ gf6: 29. Dg4f Kh8 30. Lf'6: +) 28. Lb5 Te7 29. De7: Db5: en "Wit kan remise houden door 30. Üe8f Te8: 31. Te8:f Kh7 32. Pf8f enz.
27. D e2 — e4
T e7 — a7
De beste zet.
28. D ei — h7f 29. P c5 — d7f
K g8 — f8
Op dezen schoonen zet steunt het geheel der combinatie.
29 _ 30. D h7 — h8f 31. D h8 X a8
T a7 X d7 K f8 — e7 D b6 — c5
De kansen staan nu vrij wel gelijk, daar Wit alleen kan winnen door het oprukken van zijn koningsvleugel pionnen, 't geen hem echter zelf in gevaar brengt.
32.
f2—f4
Ke7 — f6!
De koning staat hier heel aardig.
33. D a8 — a6
T d7 — d6?
Beter ware Dd6 en op 34. Db5 Ld5 35. Db2 Lc6 36. Te5 g6 37. Kgl Te7.
34. D a6 — b7 35. D b7 — a7
D c5 — c6 Defi — b6
L e6 X h3
Beter in elk geval Dd2, dreigend Lc6 en Df2—h4, 't geen Zwart alleen door 41... Lf5 kan pareeren.
41 42. K hl — h2 43. D b6 — b8 44. T bl — el 45. D b8 — e8
L h3 X g2f T d7 — d6 L g2 — d5 D c6 — b6 L d5 — e6
Waarom niet Te6 46. Te6 :f Le6: ge volgd door Dc7 of Dd6 met eenvoudig gewonnen spel?
46.
f4 — f5
T d6 — d8
De voor de hand liggende voortzetting was Dc7 47. Kgl Dd7 48. Te6: fe6 : 49. Dg6 f Ke5 en Zwart wint. Stand der
partij n a den 4 6 e n z e t van Z w a r t .
36 47
T el X e6f i i l i • , i- ,.T-i Inderdaad de eenige voortzetting die \\ ït , ... ,. nog heeft. Zie diagram. _ £- -y ' __ 48. D e8 g6 j" K f6 et r
Beter Ke5 49. l)g7:fDd 5 en moet winnen. 49. D g6 X g?t
Ke7—d6
lioewel niet gemakkelijk, de partij nog steeds zou hebben moeten winnen. De tekstzet o-eeft aanleiding tot een snel slot. Het is n • jammer, dat het tweede deel dezer partij vooral wat het spel van Zwart betreft, zoover beneden het eerste deel staat. g-|
D g7
g3f
K d6
c6
52. L d3 — b5f! K c6 — b6
50. f5 X e6 Db6 —c7?? 53. j) g3 x c7f Zwart slaagt er werkelijk in de onver_ . „ _ . , 54. eo — el 1( liesbare partij nog te verliezen, iseier dan de tekstzet was reeds L)b8 Het beste ware | Dc5 5i. e7 (Lg6 Ke6:) Te8, waarmee Zwart, ;
K b6 X c7 ^ Upgeseven. 1° 0 J- "• 1•
Eindspel-Studies.
A — Zwart aan den zet houdt remise.
<
!
B. — Zwart
I
Wit. C. — Zwart. .
Wit aan den zet wint. D. — Zwart. I
Wit aan den zet wint.
I.
-T-
Wit aan den zet wint.
TTTVT. ll