Skip to main content

Jaarverslag 2017

Page 1

Verantwoordelijke uitgever: Frank Maryns Copyright foto’s: Gert Verbelen & Pieter Goethals Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders Henri Jasparlaan 93 1060 Brussel

2 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER

www. gerechtsdeurwaarders.be


De gerechtsdeurwaarder als ondernemer

JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 3


1 2 3 4 5 6 7 8 9

DirectiecomitĂŠ

pagina 7

De gerechtsdeurwaarder en zijn onderneming pagina 8

De gerechtsdeurwaarder als werkgever

pagina 14

De gerechtsdeurwaarder als ondernemer

pagina 16

Benoemingscommissies

pagina 24

pagina 29

GDPR en de gerechtsdeurwaarder

pagina 30

Klachten & sancties

pagina 40

De gerechtsdeurwaarder in cijfers

pagina 46

Profiel van het beroep

page 2848 pagina

Sociaal-economische barometer

pagina 52

INHOUDSTAFEL / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 5

Solvabiliteitsbarometer


2017 DOOR DE OGEN VAN FRANK MARYNS VOORZITTER NKGB In dit jaarverslag laten verschillende gerechtsdeurwaarders hun blik schijnen op het voorbije jaar. Bij wijze van voorwoord starten we met de nieuwe voorzitter van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, de heer Frank Maryns.

6 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / WOORD VOORAF

Wat was volgens u in 2017 een hoogtepunt voor het beroep? Het succes van de nieuwe procedure voor de inning van onbetwiste geldschulden is een echte opsteker. In 2017 werden 28.753 dossiers opgestart, 42% van de dossiers werd geregeld alvorens een uitvoerbare titel nodig was. Ook het aantal betwistingen (1,5%) is verwaarloosbaar klein. Bovendien blijkt dat we, als gerechtsdeurwaarders, in deze procedure onze rol van bemiddelaar hebben kunnen bewijzen: we zorgden zo voor 32.000 minder dossiers bij de rechtbanken en dat zorgt voor een pak minder werklast. De IOS-procedure loont dus, ondanks de kritiek uit bepaalde hoeken. Welke ambities moet de beroepsgroep koesteren voor 2018? De kritiek die er het voorbije jaar kwam op de schuldenindustrie is niet in dovemansoren gevallen. Niettegenstaande de framing van de gerechtsdeurwaarder als deel van de schuldenindustrie, wat ik overigens betreur, hebben we als beroepsgroep wiens opdracht er voor een groot stuk in bestaat om schulden in te vorderen, wel degelijk voorstellen om de kosten verbonden aan het invorderen te doen dalen. Ik wijs nogmaals op het succes van de IOS-procedure in B2B. Dat is een geslaagd voorbeeld om, in het belang van zowel de economische welvaart van ons land als van de bescherming van de consument, deze verder uit te breiden naar B2C. Op deze manier kunnen we immers een antwoord bieden op de hoog oplopende gerechtskosten van schuldvorderingen. In dit kader wil ik ook de overheid oproepen om haar voorbeeldfunctie op zich te nemen. Zo is het bijvoorbeeld hoog tijd om een oplossing te bieden voor de huidige dubbele fiscaliteit: het feit dat er zowel BTW als registratierechten worden aangerekend, jaagt debiteurs nodeloos op kosten. Als voorzitter van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders kijk ik ook naar de toekomst van het beroep, en dit betekent dat ik de toekomst van de kandidaten en stagiairs wil veilig stellen. Vandaar

dat ik er punt van maak om de regeling betreffende de overdracht van kantoren op punt te stellen. Tegelijk denk ik dat het eveneens het moment is om te onderzoeken hoe we ons statuut, hoewel het pas in 2014 werd vernieuwd, aan te passen in functie van de huidige maatschappelijke context en de noden van onze beroepsgroep. Welk politiek initiatief in verband met justitie heeft u positief of negatief verbaasd in 2017? Een ding is zeker: onze minister van Justitie heeft niet stilgezeten. Hij heeft in een snel tempo heel wat vernieuwingen en wijzigingen doorgevoerd. Uiteraard bracht dit voor ons niet alleen heel wat opportuniteiten met zich mee, maar ook heel wat investeringen, onder andere in ICT. Terugkijkend op het jaar 2017 kan ik vaststellen – gelukkig en met enige trots – dat we de uitdagingen die de minister ons heeft gegeven hebben geconcretiseerd. Wat was, beroepshalve, een opmerkelijk moment voor u in 2017? De beslissing van het Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid om de gerechtsdeurwaarders digitaal toegang te verschaffen tot de persoonsgegevens van de sociale zekerheidsinstellingen. Dit faciliteert onze rol als professionals die, wars van commerciële overtuigingen, zoeken naar oplossingen tussen schuldeiser en schuldenaar. Hoe accurater we ons solvabiliteitsonderzoeken kunnen voeren, hoe beter onze dienstverlening wordt en hoe doelgerichter we te werk kunnen gaan. Ik hoop, en ben ervan overtuigd, dat we in 2018 op hetzelfde élan verder kunnen gaan. De gerechtsdeurwaarder is en blijft een baken van vertrouwen om o.a. verantwoord en rechtsgeldig schulden te kunnen innen, zowel voor de overheid als voor particulieren en ondernemingen. Vandaar ook mijn oproep om de gerechtsdeurwaarder de middelen te geven om zijn taken ten volle te kunnen uitoefenen. Dat betekent in de eerste plaats een verruimde toegang tot relevante databanken. Als we, als gerechtsdeurwaarder, een volledige en accurate solvabiliteitscheck kunnen bieden, dan besparen we niet enkel kostbare tijd en financiële middelen maar kunnen we ook onze rol van neutrale partij en dus bruggenbouwer ten volle blijven spelen.


1

DIRECTIECOMITÉ Op 24 maart 2018 verkoos de algemene vergadering van de NKGB een nieuw directiecomité. Voormalig ondervoorzitter Frank Maryns werd verkozen als nieuwe voorzitter, de heer Philippe Willems werd herverkozen als verslaggever en mevrouw Caroline De Mey ruilt haar positie als adjunct-secretaris in voor secretaris. Voorts verwelkomen we zes nieuwe gezichten: Patrick Dumortier en Charles Charlier als ondervoorzitter, Bernard Yernaux als penningmeester, Luc Chabot als adjunctpenningmeester, Jean Vleugels als adjunct-verslaggever en Philippe Bourdeaud’hui als adjunct-secretaris.

Frank Maryns (NL) voorzitter Charles Charlier (FR) ondervoorzitter

Patrick Dumortier (NL) ondervoorzitter

Bernard Yernaux (FR) penningmeester

Caroline De Mey (NL) secretaris

Jean Vleugels (FR) adjunct-verslaggever

Luc Chabot (FR) adjunct-penningmeester

Philippe Bourdeaud’hui (NL) adjunct-secretaris

We wensen Marc Brackeva (voorzitter), Thierry Deboulle (ondervoorzitter), Peter Coene (penningmeester), Vital Jennen (secretaris), Axel de Donnea (adjunct-verslaggever) en Paul Coster (adjunct-penningmeester) te bedanken voor hun inzet in het directiecomité de voorbije jaren.

DIRECTIECOMITÉ / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 7

Philippe Willems (NL) verslaggever


8 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / DE GERECHTSDEURWAARDER & ZIJN ONDERNEMING

2


DE GERECHTSDEURWAARDER EN ZIJN ONDERNEMING

DE GERECHTSDEURWAARDER & ZIJN ONDERNEMING / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 9


A. ALGEMENE BESCHOUWINGEN

Bij het grote publiek is het beroep van gerechtsdeurwaarder vaak niet goed gekend, of het nu gaat om de taken die hij uitvoert, de geldende wettelijke en deontologische verplichtingen, het toegepaste tarief of de interne werking van zijn kantoor. In dit jaarverslag gaan we hier dieper op in. Het beroep staat immers voor heel wat uitdagingen. De vele wetswijzigingen, het beheer van human ressources, de reactiviteit en soepelheid in geval van moeilijkheden of van dringendheid: de hedendaagse gerechtsdeurwaarder moet polyvalent zijn en meer dan ooit over de bekwaamheden van een ondernemer beschikken.

10 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / DE GERECHTSDEURWAARDER & ZIJN ONDERNEMING

Sinds enkele jaren beleeft justitie een informatiseringsproces. Hiervoor wordt ook gekeken naar initiatieven van de beroepsgroepen. Ook de gerechtsdeurwaarders springen op de digitale kar met het onwikkelen van enkele nieuwe toepassingen. Het ambt van de gerechtsdeurwaarder is dus voortdurend in verandering, zodat deze laatste, als beoefenaar van een vrij beroep, moet nadenken over manieren om zijn werkwijze te moderniseren en te optimaliseren zodat hij het hoofd kan bieden aan al deze veranderingen. Hij kan hierbij uiteraard rekenen op zijn beroepsorde om hem nauwgezet op de hoogte te houden over wetswijzigingen, principes en ontwikkelingen die zijn ambt beĂŻnvloeden. De gerechtsdeurwaarder is zelf verantwoordelijk om deze veranderingen om te zetten, door te voeren en te vertalen naar zijn professionele structuur. Het volstaat immers niet om geĂŻnformeerd te blijven. Men moet tevens kunnen rekenen op bekwame medewerkers die op gepaste wijze kunnen instaan voor de diverse taken die binnen een kantoor uitgevoerd moeten worden. Daarnaast moeten de medewerkers een verantwoorde en professionele overgang kunnen waarborgen in geval van wijzigingen. Bijgevolg zijn de deurwaarders die hun studie zonder hulp van bijvoorbeeld een secretaresse, boekhouder, dossierbeheerder, jurist of andere deurwaarders of kandidaat-gerechtsdeurwaarders beheren, erg zeldzaam. Het takenpakket van de gerechtsdeurwaarder kent veel variatie, waardoor het voorbereidende werk en de beheerstaken op het kantoor al even gevarieerd zijn. Zo kan een gerechtsdeurwaarder instaan voor het betekenen van een gedinginleidende akte, een vastelling doen, als sekwester tussenkomen, overgaan tot een beslag, iemand uit huis zetten en een schuld invorderen. Daarbij komen nog de veranderingen die aan de modernisering en de informatisering verbonden zijn waardoor de gerechtsdeurwaarder zich anders moet organiseren en optreden dan vroeger. Denk hierbij aan de elektronische betekening, de digitalisering van het invorderingsproces (procedure tot invordering van onbetwiste geldschulden), de controle inzake het witwassen van geld of de digitalisering van akten.


B. HET ENE GERECHTSDEURWAARDERSKANTOOR IS HET ANDERE NIET DE INTERNE STRUCTUUR Nu duidelijk is dat het beeld dat het publiek heeft van ‘de gerechtsdeurwaarder’ en zijn kantoor vaak niet correspondeert met de realiteit, rijst uiteraard de vraag hoe zo’n gerechtsdeurwaarderskantoor – frequent vaak ‘studie’ genoemd - er dan wél mag uitzien. Net zoals bedrijven in de zuiver commerciële sfeer, is er een heel uiteenlopend spectrum qua omvang en werking van een gerechtsdeurwaardersstudie. Ontegensprekelijk is een gerechtsdeurwaarderskantoor vandaag niet meer te vergelijken met de wijze waarop men zich vroeger organiseerde om het ambt uit te oefenen. Daarbij bevindt het beroep zich de laatste jaren in een ongeziene stroom van veranderde regelgeving op allerlei vlakken, en wordt de gerechtsdeurwaarder geconfronteerd met de steeds groter wordende werklast die deze evolutie met zich heeft gebracht. Er bestaan uiteraard geen criteria om te spreken van een ‘klein’ of een ‘groot’ kantoor, maar het is interessant om eens van naderbij te bekijken hoe en op welke schaal een gerechtsdeurwaarderskantoor zich kan organiseren om zo goed als mogelijk het hoofd te kunnen bieden aan de immer veranderende regelgeving die zijn beroep omkadert.

DE GERECHTSDEURWAARDER & ZIJN ONDERNEMING / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 11


OP KLEINE SCHAAL In de eerste plaats is het mogelijk dat een gerechtsdeurwaarder-titularis ervoor kiest zijn beroepsactiviteiten alleen uit te oefenen. Het kan dan zijn dat enkel de titularis de draaischijf vormt voor de betreffende studie, maar het is ook mogelijk dat een kandidaat-gerechtsdeurwaarder zich mee voltijds aan het kantoor verbindt. Die verbintenis kan geformaliseerd worden door een vennootschapsstructuur, maar dat hoeft niet noodzakelijk. Vaak zorgt hij/zij dat het algemeen beheer van het kantoor mee in goede banen wordt geleid, stuurt hij/zij de overige medewerkers mee aan, en zal hij/zij de titularis vervangen wanneer nodig. Het is in alle omstandigheden belangrijk dat de continuïteit van de dienstverlening gegarandeerd blijft. Indien de gerechtsdeurwaarder geen “vaste kandidaat” betrekt in zijn kantoor, zal hij/zij in geval van wettelijk voorzien belet of om reden van vakantie beroep kunnen doen op een kandidaat-gerechtsdeurwaarder. De personeelsondersteuning is in geval van een dergelijk klein kantoor veelal beperkt, aangezien er slechts één titularis actief is. Vaak telt het kantoor een handvol medewerkers die instaan voor het dagelijkse dossierbeheer, en wordt voor bijvoorbeeld boekhoudkundige- en informaticaondersteuning beroep gedaan op externe partners. “In een klein kantoor ligt de klemtoon hoofdzakelijk op een goede samenwerking en verstandhouding tussen alle medewerkers”, zegt Toon. “De opdrachten zijn uiteraard verdeeld, maar in deze werkomgeving kan en wil iedereen voor iedereen inspringen. De job is dan ook in de praktijk bijzonder gevarieerd en laat zich moeilijk reduceren tot een individuele taakomschrijving.”

12 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / DE GERECHTSDEURWAARDER & ZIJN ONDERNEMING

In een klein kantoor is het dan ook van groot belang dat iedereen van alle markten thuis is. De juridische realiteit legt immers dermate hoge eisen op, en noodzaakt een continue opvolging om op de hoogte kunnen blijven van de laatste stand van zaken. OP MIDDELGROTE SCHAAL Meer en meer kiezen gerechtsdeurwaarders ervoor de krachten te bundelen en zich te associëren met beroepsgenoten. Voor velen voelt deze evolutie niet aan als een vrije keuze, maar wel als een noodzaak rekening houdende met de almaar toenemende complexiteit van het beroep dat de laatste jaren op een golf van digitalisering en “juridisering” werd getild. Er zijn dan ook veel titularissen en kandidaat-gerechtsdeurwaarders die niet blind blijven voor de vele voordelen van een associatie, en dit zowel op organisatorisch vlak als vanuit oogpunt van kosteninfrastructuur. Bij een middelgroot kantoor, waarbinnen al snel een 3 à 4-tal titularissen zich verenigen, zorgt de schaalvergroting ervoor dat er binnen de werking onderscheiden diensten kunnen ontstaan die elk hun expertise hebben in een bepaald domein. “Klopt”, knikt Valérie, “ons kantoor bestaat uit 25 leden en werd opgedeeld in verschillende clusters met elk hun ‘specialiteit’. Het sturen van de particulierenafdeling, waarin ik drie collega’s dagelijks begeleid, leert me enorm veel bij – en ik mag daarbij ook aspecten van het personeelsbeleid in goede banen leiden.” Maar mensen die in een gerechtsdeurwaarderskantoor werken hebben zeker niet altijd een juridische opleiding genoten, maar dat hoeft ook niet. “Mijn juridische kennis was initieel erg beperkt, maar ik leer elke dag bij door de samenwerking met mijn collega’s. Het is altijd al mijn job geweest om iedereen dezelfde taal te laten spreken, en dat kan ik goed gebruiken in mijn dagelijkse communicatie met opdrachtgevers en burgers.” - Lotte, afgestudeerd als leerkracht Nederlands. Op een kantoor dat meerdere gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders verenigt, zijn er al snel meer menselijke en financiële middelen voorhanden voor de uitbouw van een eigen boekhouddienst bijvoorbeeld.


OP GROTE SCHAAL Tenslotte zijn er ook kantoren waarin een grote groep titularissen en kandidaat-gerechtsdeurwaarders worden onderbracht. Deze kantoren hebben niet zelden ook een echt kader, waarbinnen de dagelijkse leiding wordt waargenomen. In een kantoor dat op grote schaal wordt uitgebouwd, wordt het mogelijk dat een gerechtsdeurwaarder veeleer de rol van manager zal opnemen die instaat voor een goede “operabiliteit” tussen de verschillende structuren binnen de studie, en voor het onderhouden van de contacten met het cliënteel. De betekeningen zullen dan voornamelijk gebeuren door andere gerechtsdeurwaarders die tot het kantoor behoren. In dergelijke grote kantoren is het niet ongebruikelijk dat er afdelingen worden opgericht die exclusief voor één grote klant werken, of dat er aparte diensten bestaan specifiek bevoegd voor juridische zaken bijvoorbeeld, een archiveringsdienst, of zelfs IT-personeel dat de noden van de studie zelf kan implementeren in de kantoorsoftware. “Tien jaar geleden begon ik op dit kantoor als kandidaat-gerechtsdeurwaarder”, zegt Ken, “en vandaag tel ik vele tientallen collega’s. Boeiend om te zien hoe de migratiemogelijkheden tussen de diensten het voor iedereen uitdagend houden. Initieel werkte ikzelf op kantoor vooral op de dienst ‘nazicht’ waar ik de laatste juridische check deed van de akten, maar thans verzorg ik mee de relaties met cliënten en de organisatie van het kantoor.”

Heeft de grootte van het kantoor dan een invloed op de veelzijdigheid van de activiteiten ervan ? Neen. Als een burger of onderneming beroep wenst te doen op een gerechtsdeurwaarder voor één van de vele opdrachten waarmee hij wettelijk bedacht werd, kan hij daarmee altijd terecht, ongeacht de omvang van het kantoor, en ongeacht de associatievorm. Indien een rechtzoekende verkiest een klein kantoor aan te spreken voor de betekening van een akte in een ander gerechtelijk arrondissement, zal elke gerechtsdeurwaarder probleemloos een territoriaal bevoegde confrater kunnen aanspreken en de opdracht tot een goed einde brengen.

DE GERECHTSDEURWAARDER & ZIJN ONDERNEMING / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 13

De laatste jaren verrijzen eveneens samenwerkingsverbanden tussen gerechtsdeurwaarderskantoren, en dit zowel binnen als over de grenzen van de gerechtelijke arrondissementen heen. Zo ontstaan echte gerechtsdeurwaardersnetwerken, waar de verdeling van het werk over een groot- soms zelfs het ganse nationale- grondgebied- kan worden verdeeld via de verschillende vertakkingen ervan. Wanneer verschillende gerechtsdeurwaarders zich verenigen binnen hetzelfde gerechtelijk arrondissement, is het mogelijk dat een dergelijk kantoor zich administratief centraliseert op één plaats, waar de zakelijke contacten worden onderhouden en het werkelijke dossierbeheer gebeurt, om zo de financiële lasten te delen en de infrastructuur – zowel qua materiële uitrusting als het radarwerk van medewerkers - te kunnen optimaliseren. Deze tendens is de laatste jaren bijzonder versterkt door de schaalvergroting die binnen justitie werd doorgevoerd. Immers, in 2014 werd het gerechtelijk landschap volledig hertekend, en werd het aantal gerechtelijke arrondissementen herleid van 27 tot slechts 12. Dit had tot gevolg dat de gerechtsdeurwaarder zich dienden te herorganiseren, nu zij voor een veel groter gebied bevoegd werden om akten te betekenen. De centralisering heeft evenwel niet tot gevolg dat de betreffende gerechtsdeurwaarders hun standplaats niet langer eerbiedigen, integendeel. Zij zullen er steeds voor zorgen dat er in de gemeente waarbinnen zij benoemd zijn, een plaats is waar de burger terecht kan – al is het daarbij mogelijk dat dit lokaal kantoor beperkte openingsuren hanteert.


3

DE GERECHTSDEURWAARDER ALS WERKGEVER CIJFERS VOOR 2017 VAN DE RSZ EN LIBERFORM, HET OPLEIDINGSCENTRUM VOOR DE VRIJE BEROEPEN

aantal werkgevers in aantal werknemers in absolute cijfers absolute cijfers advocaten

2.716

6.712

boekhouders & fiscalisten

2.278

6.928

accountants & belastingsconsultenten

1.271

9.529

gerechtsdeurwaarders

285

2.404

bedrijfsrevisoren

157

2.699

bedrijfsrevisoren

deurwaarders

accountants & belastingsconsultenten

boekhouders & fiscalisten

advocaten

14 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / DE GERECHTSDEURWAARDER ALS WERKGEVER

KLEURENLEGENDE = werkgevers = werknemers


GROOTTE GERECHTSDEURWAARDERSKANTOOR (in aantal werknemers)

aantal kantoren

aantal werknemers

1 -4

131

282

5-9

79

520

10-19

47

604

20-49

25

679

50-99

1

79

100-199

2

240

1-4

5-9

10-19

20-49

50-99

100-199

DE GERECHTSDEURWAARDER ALS WERGKEVER / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 15

KLEURENLEGENDE = kantoren = werknemers


16 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / DE GERECHTSDEURWAARDER ALS ONDERNEMER

4


DE GERECHTSDEURWAARDER ALS ONDERNEMER

DE GERECHTSDEURWAARDER ALS ONDERNEMER / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 17


A. DE ECONOMISCHE ACTIVITEIT VAN DE GERECHTSDEURWAARDER: EEN HYBRIDE STATUUT

De gerechtsdeurwaarder is bovenal een ministerieel en openbaar ambtenaar die zijn functie uitoefent onder het statuut van vrij beroep, als zelfstandige. Zijn professionele identiteit is dus tweeledig. A) OPENBAAR EN MINISTERIEEL AMBTENAAR

18 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / DE GERECHTSDEURWAARDER ALS ONDERNEMER

De gerechtsdeurwaarder, benoemd door de koning, is bovenal een ministerieel en openbaar ambtenaar aan wie de overheid een reeks taken gedelegeerd heeft waarvoor hij uitsluitend bevoegd is en dus zijn ambt dient te verlenen (de inleiding van het geding en de tenuitvoerlegging van een uitvoerbare titel). In de uitoefening van zijn openbare functies is hij overigens gebonden aan een territoriale bevoegdheid. Aangezien ze een deel van het openbaar gezag uitoefenen, ontsnappen zijn akten bovendien aan de vrije concurrentie en zijn deze onderworpen aan een wettelijke tarifering die van openbare orde is en dus op straffe van sancties aan het volledige beroep opgelegd is. Het wettelijke tarief, bepaald bij koninklijk besluit tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen, strekt er dus toe om elke vorm van prijsconcurrentie te vermijden en om de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de gerechtsdeurwaarder te waarborgen. Tot slot merken we op dat de gerechtsdeurwaarder, sinds 2012, onderworpen is aan de BTW-regelgeving (zie infra). Dit verklaart waarom de totale kostprijs van de tussenkomst van de deurwaarder vaak hoger is dan wat hem strikt als erelonen toekomt. B) SPELER OP DE VRIJE MARKT Naast de aan zijn ambt verbonden taken oefent de gerechtsdeurwaarder eveneens economische activiteiten op de markt uit, die traditioneel aangeduid worden als buitengerechtelijk en niet monopolistisch (los te maken van zijn openbare functies). We denken meteen aan de minnelijke invordering van geldschulden, die een belangrijk onderdeel van de activiteit van de gerechtsdeurwaarders vormt. In dit buitengerechtelijk kader is de gerechtsdeurwaarder niet verplicht zijn ambt te verlenen en niet gebonden aan een bijzondere territoriale bevoegdheid. Gezien hun overwegend economisch karakter zijn deze activiteiten onderhevig aan het algemeen principe van de vrije concurrentie. Bijgevolg bestaat hiervoor geen bijzondere tarifering, in tegenstelling tot de gerechtelijke activiteiten (die per definitie monopolistisch zijn) waarop voormeld wettelijk tarief van toepassing is. In dit tweede activiteitenkader kan het beroep zich met andere woorden niet zelf reguleren door een tarief vast te stellen voor zijn leden; wat met name bevestigd werd bij beslissing van de Raad voor de Mededinging eind 2011. De gerechtsdeurwaarder treedt dus in concurrentie, hetzij met zijn confraters, hetzij met andere juridische beroepen zoals advocaten, private invorderingsvennootschappen, notarissen, etc.


DE GERECHTSDEURWAARDER ALS ONDERNEMER / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 19

Dit verklaart waarom deze activiteiten, onderworpen aan vrije en contractuele vergoedingen, als het ware een springplank vormen voor de leden van het beroep die willen groeien en die zich trachten te onderscheiden binnen deze concurrentiĂŤle context gedomineerd door een marktlogica. Daarbij komt de notie van onderneming het best tot uiting; en dit op meerdere niveaus. Elke gerechtsdeurwaarder, die in deze zin als een ondernemer beschouwd mag worden, is immers niet alleen onderworpen aan het principe van de vrije concurrentie, maar kan ook een operationele, structurerende en proactieve werkwijze kiezen waarmee de studie zich zo optimaal mogelijk op de markt kan positioneren, rekening houdende met diverse externe beperkingen en met de specifieke beperkingen van het beroep. We kunnen met andere woorden beschouwen dat elke gerechtsdeurwaarder een ware managementfunctie bekleedt en dus de nodige impuls moet geven opdat zijn studie, ongeacht de schaal ervan, een vaste positie op de markt kan innemen, zodat het voortbestaan ervan verzekerd is, dit alles met inachtneming van zijn deontologische plichten.De voorbije jaren hebben verschillende (voornamelijk) wetgevende veranderingen de titularissen uitgedaagd om blijk te geven van hun aanpassingsvermogen en hun reactiviteit.


1. De BTW-plicht Waar vroeger vrijgesteld, zijn de gerechtsdeurwaarders nu BTW-plichtig, en dit sinds 1 januari 2012. Deze beleidskeuze van de regering om de gerechtsdeurwaarders BTW-plichtig te maken heeft uiteraard en, bovenal, de kostprijs van hun tussenkomst in hoofde van de rechtzoekende verhoogd, maar heeft eveneens alle gerechtsdeurwaarders verplicht om de interne werking van hun studie aan te passen op gebied van de boekhoudkundige documenten, het facturatiesysteem, de principes voor de boekhouding of nog de softwareprogramma’s die tot dan toe gebruikt werden. Deze taak was allesbehalve gemakkelijk, maar alle studies hebben de gigantische opdracht die deze verandering voor hen impliceerde tot een goed einde kunnen brengen.

20 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / DE GERECHTSDEURWAARDER ALS ONDERNEMER

2. De strijd tegen het witwassen van geld De gerechtsdeurwaarders zijn voorts onderworpen aan de wetgeving betreffende de strijd tegen het witwassen van geld. Over het algemeen is het immers niet uitgesloten dat ze, in het kader van de uitoefening van hun ambt, geconfronteerd worden met aanzienlijke financiële stromen, waarbij grote betalingen in liquide middelen komen kijken, wat een potentiële risicobron voor witwassen betekent in toepassing van de in voege zijnde wetgeving. De verplichtingen tot identificering van de klanten en van de eindbegunstigden heeft overigens eveneens diepgaande wijzigingen veroorzaakt in de werkwijze binnen de studies. Dan spreken we nog niet van het feit dat de regelgeving in kwestie de relatie tot het witwassen bilateraal benadert (klant- onderworpen professional) terwijl de gerechtsdeurwaarder meestal in een driehoeksrelatie werkt (klant-schuldeiser - gerechtsdeurwaarder - schuldenaar), wat een aantal praktische moeilijkheden met zich meegebracht heeft. Het beroep tracht in elk geval om deze wettelijke vereisten zo goed mogelijk na te leven en om zich aan te passen aan het complexe beleid dat de nationale en Europese controle-autoriteiten ter zake ingevoerd hebben. Deze bereidwilligheid getuigt uiteraard van het feit dat de beroepsorde zich bewust is van de rol die ze moet spelen, van de rol van haar leden en van hun respectieve verantwoordelijkheden in het kader van de strijd tegen deze criminele praktijk. Deze materie is echter niet statisch en wordt regelmatig gewijzigd (de laatste wijziging maakte de omzetting van de vierde Europese antiwitwasrichtlijn in ons nationaal recht mogelijk), zodat ze met name de gerechtsdeurwaarders verplicht om steeds verder te gaan in dit proces; wat niet zonder weerslag op hun interne organisatie zal zijn, rekening houdende met de administratieve last die dit op middellange termijn zal vertegenwoordigen. De weerslag is echter niet alleen organisatorisch, maar eveneens menselijk, aangezien de studies een nieuw profiel moeten voorzien onder hun personeelsleden; namelijk een compliance officer: hoofdverantwoordelijke voor de toepassing van de Wet op de schaal van de professionele structuur. Opnieuw een verandering die, in concrete gevallen, de gerechtsdeurwaarder verplicht, als manager van zijn studie, om zich reactief op te stellen.

3. De overheidsopdrachten De sector van de openbare invorderingsopdrachten is eveneens in volle groei. Het gaat hier veelal enkel om aanbestedingen met het oog op de minnelijke invordering van geldschulden, aangezien de gerechtelijke invordering per definitie wettelijk uitgesloten is, tenzij bij een zogenoemde “gemengde” overheidsopdracht (waarbij zowel de minnelijke als de gerechtelijke invordering komen kijken). Deze sector is ongetwijfeld een nichemarkt waarin de studies die zich in dit domein wensen te profileren hun ondernemingszin volledig tot uiting kunnen laten komen. Dit is geen verrassing in een activiteitenkader gedomineerd door het principe van de vrije concurrentie. Het is daarom niet voor iedereen weggelegd om zich voor zulke opdracht in te schrijven, aangezien de aanbestedende overheden, ongeacht of de overheidsopdracht vrij-


willig of ingevolge een wettelijke verplichting georganiseerd wordt, systematisch op zoek gaan naar de partner die het best aan het lastenboek beantwoordt en hun de beste diensten aanbiedt. Over het algemeen vereist een overheidsopdracht een performante dienstverlening en geoptimaliseerd dossierbeheer en opvolging. We gaan ervan uit, gelet op deze vereisten, dat de studies die aan dit soort opdrachten wensen deel te nemen, zich voortdurend en nog steeds moeten aanpassen en innovatief moeten opstellen, met aandacht voor een juist evenwicht tussen efficiëntie en de strikte naleving van de deontologie, van de beroepsethiek, van de statutaire, wettelijke en tarifaire regels.

4. De onderwerping aan de collectieve insolventieprocedures

Uiteraard zal niet iedereen mede-insolventiefunctionaris of medecurator kunnen worden. Deze laatsten zullen niet alleen hun bekwaamheden inzake vereffeningsprocedures moeten kunnen verantwoorden, maar tevens waarborgen moeten kunnen bieden op gebied van bekwaamheid, ervaring, onafhankelijkheid en onpartijdigheid. We merken overigens op dat de Nationale Kamer voortaan eveneens een belangrijke functie bekleedt, aangezien ze gecontacteerd kan worden door de insolventierechtbank over talrijke punten met betrekking tot de procedure. Daarbij kan ze zowel een preventieve als een curatieve of zelfs sanctionerende rol spelen.

DE GERECHTSDEURWAARDER ALS ONDERNEMER / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 21

De bedoeling van dit laatste item is niet om de ondernemersgeest van de gerechtsdeurwaarders te illustreren, maar wel om te bevestigen dat zij, als beoefenaars van een vrij beroep, beschouwd worden als “ondernemingen” in de juridische zin van de term aangezien ze diensten verlenen en op duurzame wijze een economisch doel nastreven. Dit verklaart waarom het nieuwe insolventierecht voortaan, net zoals op de commerciële vennootschappen, ook van toepassing is op de vrije beroepen, en dit sinds de wet van 11 september 2017 houdende invoeging van het boek XX in het Wetboek van economisch recht. Dit boek is in werking getreden op 1 mei 2018. Met andere woorden, in tegenstelling tot de vroegere juridische regels, kan een gerechtsdeurwaarderskantoor, gezien zijn hoedanigheid van “onderneming”, het voorwerp van maatregelen van voorlopige bewindvoering zijn, een gerechtelijke reorganisatieprocedure genieten en zelfs failliet verklaard worden. Deze evolutie uit zich niet alleen door een onderwerping aan deze wetgeving van de studie in financiële moeilijkheden, maar eveneens door een actievere deelname van het beroep in ondersteuning van de handelsrechtbanken gelast met het benaarstigen van dit soort procedure. Voor de rechtbank en de gerechtsmandataris die ze met het oog op de begeleiding en de controle van het goede verloop van de procedure aanstelt, zal het immers mogelijk zijn om zich tevens te laten bijstaan door een andere gerechtsdeurwaarder dan die van de betrokken studie, als mede-insolventiefunctionaris of medecurator. Deze zal als opdracht hebben, steunend op zijn ervaring en zijn kennis van het beroep, om de rechtbank of de aangestelde mandataris zo goed mogelijk in te lichten over bepaalde specifieke aspecten inherent aan de functie van gerechtsdeurwaarder. Meer in het bijzonder zal de mede-insolventiefunctionaris als opdracht hebben om een advies te verstrekken met betrekking tot de professionele technische aspecten en tot de deontologische regels, om het tijdelijke beheer van de derdenrekeningen te verzekeren, om ervoor te zorgen dat deze gelden aan de rechthebbenden overgemaakt worden en om de nodige maatregelen te treffen met het oog op de naleving van de in voege zijnde regels voor de bewaring van de dossiers en van de documenten met betrekking tot de uitoefening van het vrije beroep, tot de afsluiting van de insolventieprocedure en erna. De medecurator (enkel aangesteld in geval van faillissement) zal naast de hierboven opgesomde opdrachten als specifieke taak hebben om een zo gepast mogelijk gevolg te geven aan de correspondentie van de gefailleerde gerechtsdeurwaarder.


CONCLUSIE

22 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / DE GERECHTSDEURWAARDER ALS ONDERNEMER

Aan de hand van bovenstaande bespreking wordt duidelijk dat het beroep van gerechtsdeurwaarder een complex geheel vormt waar veel meer bij komt kijken dan op het eerste zicht lijkt. De gerechtsdeurwaarder moet voortdurend omschakelen tussen zijn bevoegdheden als openbaar ambtenaar, en zijn hoedanigheid als vrije beroeper. Hij staat voortdurend in contact met personen uit alle geledingen van de maatschappij, dient tegenstrijdige belangen te verzoenen en mag nooit de wettelijke voorschriften en zijn deontologie uit het oog verliezen. Bovendien is het beroep onderhevig aan vele ingrijpende evoluties, zoals de digitalisering en een voortdurend wijzigend wettelijk kader. De gerechtsdeurwaarder kan al deze uitdagingen enkel het hoofd blijven bieden dankzij een doorgedreven professionalisering van zijn kantoor, weze het alleen of door zich te associëren met één of meerdere confraters. Dat impliceert ook dat hij zijn kantoor steeds meer als een moderne onderneming moet bekijken en dit als een moderne manager moet beheren. Deze mentaliteitswijziging en evolutieve visie op het beroep bínnen de beroepsgroep zelf sluit naadloos aan op het gegeven dat het beroep ook extern, door de wetgever en maatschappij, steeds meer als een onderneming wordt beschouwd, met de bijhorende voor- en nadelen.


2017 DOOR DE OGEN VAN RONALD VANSWIJGENHOVEN VOORZITTER NVKSG 2017 Wat was volgens u in 2017 een hoogtepunt voor het beroep? De succesvolle IOS-procedure heeft ons beroep zonder enige twijfel op duurzaame wijze binnen justitie verankerd. Met de elektronische betekening staan we klaar om verder te gaan op dat élan. Ook de verdeling van de RSZ-dossiers op basis van objectieve criteria is positief nieuws voor de kandidaat-gerechtsdeurwaarders. Dit geeft hen, als toekomstige gerechtsdeurwaarders, een toekomstperspectief. Tenslotte ben ik tevreden dat in 2017 de eerste benoemingen sedert behoorlijk lange tijd werden gerealiseerd. Minder aangenaam was de negatieve berichtgeving in de pers over ons beroep omwille van enkele individuele verhalen. Deze verhalen maken het voor ons veel moeilijker om onze job te blijven uitoefenen. We doen ons best om elke dag op een correcte, informerende, menselijke en sociaalverantwoorde wijze schulden te innen. Dit wordt met één pennestreek gewoon weggeveegd. We tonen met de nakende oprichting van een ombudsdienst en de doorgedreven controles van de derdenrekening alvast aan dat we komaf willen maken met de enkelingen die het niet nauw nemen met de deontologische code. Welke ambities moet de beroepsgroep koesteren voor 2018? De gerechtsdeurwaarders moeten zich meer profileren als de sociaal-economische barometers van onze samenleving. We komen overal over de vloer en zien wat er leeft. Dat is uniek binnen de juridische wereld. Het is vanuit die rol dat we ook nauwer moeten samenwerken met sociale hulpverlening en mee moeten nadenken over structurele oplossingen voor de schuldenproblematiek. Invorderen dient op een transparante, proceseconomische en sociaal verantwoorde manier te gebeuren. Gerechtsdeurwaarders moeten een volwaardige gesprekspartner zijn voor de ontwikkeling van nieuwe invorderingsprocedures. Zo is er naar mijn mening veel ruimte weggelegd voor de gerechtsdeurwaarder als objectieve bemiddelaar. We moeten een bron van vertrouwen worden én zijn voor de rechtszoekende. Daarnaast denk ik dat de titularissen, kandidaten en stagiairs nog meer naar elkaar kunnen toegroei-

en. We zijn elkaars toekomst en moeten werken aan één visie en deze uitdragen met één stem. Welk politiek initiatief in verband met justitie heeft u positief of negatief verbaasd in 2017? De digitalisering van justitie was en is één van de speerpunten van minister Geens. Door volop in te zetten op de informatisering met projecten zoals de CROS en de e-betekening groeit het besef dat wanneer de gerechtsdeurwaarders een project mogen trekken dit ook leidt tot resultaat. Het is jammer dat deze maatschappelijke verwezenlijkingen door sommigen impliciet miskend worden. Wat was, beroepshalve, een opmerkelijk moment voor u in 2017? In 2017 werd ik voorzitter van de NVKSG, vanuit die rol wou ik de belangen van de kandidaat- en stagiair-gerechtsdeurwaarders volop op mij nemen. Met de oprichting van DIAM in 2010, waar ik destijds als operationeel verantwoordelijke mee aan de wieg stond, werd een mooie inspanning geleverd waar elke nieuw benoemde gerechtsdeurwaarder beter van wordt. Ik ben ook trots dat we met zijn allen elke dag ervoor zorgen dat de schuldvorderingen van de Vlaamse Belastingsdienst op een transparante, sociaal verantwoorde en proceseconomische manier worden geïnd. Daarnaast ben ik fier en nederig dat ik mee aan het hoofd kan staan van een gerechtsdeurwaarderskantoor dat deze waarden hoog in het vaandel draagt. Er is niets mooiers dan elke dag opnieuw ervaren hoe onze medewerkers het beste van zichzelf geven, zich ontplooien, gezinnen opbouwen en groter worden in elke betekenis van het woord. De opleiding ‘erkend bemiddelaar’ die ik in het academiejaar 2017-2018 volg heeft me ook geïnspireerd. Elke gerechtsdeurwaarder, kandidaat en stagiair doet dit al van nature uit maar ik denk dat we daar in de toekomst nog verder in kunnen en moeten gaan. We moeten blijven samenwerken in elke zin van het woord.


5

BENOEMINGSCOMMISSIES

BENOEMING TOT KANDIDAAT-GERECHTSDEURWAARDER Het slaagpercentage voor het vergelijkend examen 2016-2017 lag hoog, aan Nederlandstalige zijde slaagde 27,50% voor het vergelijkend examen en aan Franstalige zijde 34,50%. Ter vergelijking: in 2014-2015 slaagde 13% (NL) & 29,50% (FR), in 2015-2016 slaagde 22% (NL) & 19% (FR). De deelnemers in cijfers:

• 87 (35 FR + 52 NL) geldig ingeschreven stagiairs voor het schriftelijk examen 2016-2017; • 86 (35 FR + 51 NL) stagiairs namen effectief deel aan het schriftelijk examen; • 29 (13 FR + 16 NL) stagiairs slaagden voor het schriftelijke luik en namen deel aan het mondeling examen;

24 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / BENOEMINGSCOMMISSIES

• 26 (12 FR + 14 NL) stagiairs slaagden voor het mondeling examen. Tenslotte merken we dit jaar opnieuw een hoge vrouwelijke opkomst. Onder de 87 ingeschreven stagiairs tellen we 60 vrouwen (26 FR + 34 NL), m.a.w. bijna 65% Nederlandstalige vrouwen en 74% Franstalige vrouwen. De koninklijke besluiten voor de benoemingen werden op 10 mei 2017 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Zijn benoemd tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder: Voor de Nederlandse taalrol:

Voor de Franse taalrol :

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.

Manu Billiet Ann-Sophie Caerels Stepahnie Ceulemans Maarten Cuyvers Julie Focquet Laeremans Lawrence Thomas Maesschaele Sofie Pagnaer Stefanie Sabbe Pierre Sacré Inge Tiri Petra Vancamp Sofie Vanopstal Astrid Van de Meulebroucke

Céline Bernard Christophe Debatty Evelyne De Koninck Aude Evrard Anaïs Gillotay Tamara Lintermans Christiane Margraff Emilie Marique Fabiana Michelizza Marie-Morgane Nivarlet Guilia Unali Sandrine Van Mieghem


BENOEMING TOT TITULARIS-GERECHTSDEURWAARDER Sinds de hervorming van het nieuwe statuut in 2014 werden geen vacante plaatsen voor gerechtsdeurwaarders meer gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De nieuwe benoemingsprocedure die door de wetgever in 2014 werd ontworpen, bevatte enkele kinderziektes. Daardoor was een wetswijziging onontbeerlijk om de procedure vlot te laten verlopen. Deze kwam er uiteindelijk in mei 2016 met artikel 121, 2°, van de wet van 4 mei 2016 (ook gekend als Potpourri III). 146 KANDIDATEN VOOR 19 VACANTE PLAATSEN Na de publicatie van de wetswijziging volgde de publicatie van vacante plaatsen snel. Op 10 juni 2016 verschenen 19 vacante plaatsen (10 in Vlaanderen en 9 in WalloniÍ) in het Belgisch Staatsblad. De minister van justitie ontving 391 kandidaturen voor deze vacante plaatsen (260 Nederlandstalige en 131 Franstalige), ingediend door 146 kandidaat-gerechtsdeurwaarders (101 Nederlandstaligen en 45 Franstaligen). Met hulp van zijn administratie stelde de minister 391 benoemingsdossiers samen. EERSTE FASE: OPSTELLEN VAN LIJST MET TE HOREN KANDIDATEN Gezien het grote aantal kandidaten, beslisten de twee benoemingscommissies om beroep te doen op de mogelijkheid om een lijst met te horen kandidaten op te stellen, gebaseerd op objectieve criteria. Deze mogelijkheid werd enkele maanden eerder mogelijk gemaakt door de wetgever.

TWEEDE FASE: DE HOORZITTINGEN In januari 2017 hielden de benoemingscommissies hun hoorzittingen. De Nederlandstalige benoemingscommissie hoorde 57 kandidaten. De Franstalige benoemingscommissie hoorde 33 kandidaten. Tijdens deze uitgebreide hoorzittingen van ongeveer een half uur werden de kandidaten, aan de hand van een lijst met uniforme criteria, beoordeeld op hun bekwaamheid en geschiktheid om de functie van titularis-gerechtsdeurwaarder uit te voeren.

BENOEMINGSCOMMISSIES / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 25

Door de introductie van een schriftelijke evaluatie als een objectief hulpmiddel om het aantal te horen kandidaten te beperken, kon de benoemingscommissies uitgebreider ingaan op andere evaluatiecriteria tijdens de hoorzittingen. Op de schriftelijke evaluatie waren 137 (96 Nederlandstaligen en 41 Franstaligen) van de 146 kandidaten aanwezig. Op basis van de resultaten en andere criteria zoals aantal jaren ervaring als kandidaat-gerechtsdeurwaarder in vergelijking met de ervaring van de andere kandidaten die voor dezelfde plaats solliciteerden, werd een lijst met 78 (50 Nederlandstaligen en 28 Franstaligen) te horen kandidaten opgesteld. De lijst werd uiteindelijk uitgebreid tot 90 te horen kandidaten aangezien 12 kandidaat-gerechtsdeurwaarders (7 NL + 5 FR) gevraagd hadden om alsnog gehoord te worden.


DERDE FASE: OPSTELLEN VAN GEMOTIVEERDE RANGSCHIKKINGEN EN DEZE OVERMAKEN AAN DE MINISTER Na afloop van de hoorzittingen konden de benoemingscommissies overgaan tot het opstellen van een gemotiveerde rangschikking, rekening houdend met de verschillende parameters zoals de individuele dossiers, de behaalde resultaten op de schriftelijke evaluatie en de prestatie van de kandidaat tijdens de hoorzitting. In februari en maart werd druk gedebatteerd en gedelibereerd om de pv’s te kunnen opstellen waarvan sommigen niet minder dan 60 pagina’s bevatten. Voor elk van de 19 vacante plaatsen werd een gemotiveerde rangschikking met de 3 meest geschikte kandidaten voor de uitoefening van het ambt overgemaakt aan de minister van justitie. Op basis hiervan werden de koninklijke besluiten opgemaakt die uiteindelijk op 18 juli 2017 door de koning werden getekend en op 1 augustus 2017 in het Belgisch Staatsblad werden gepubliceerd. ENKELE CIJFERS De gemiddelde leeftijd van de 19 nieuw benoemde gerechtsdeurwaarders is 43 jaar (NL) en 42 jaar (FR). Onder deze 19 benoemingen tellen we 8 vrouwen, wat neerkomt op 44%. Als we dit vergelijken met de cijfers uit het jaarverslag 2016 (de gemiddelde leeftijd van de gerechtsdeurwaarders is 59 jaar en slechts 15% is een vrouw), zien we toch een opmerkelijke verjonging en vervrouwelijking van het ambt. Hoewel de benoemingsprocedure nog maar net achter de rug is, werden op 1 augustus 2017 alvast 25 nieuwe vacante plaatsen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Zijn benoemd tot titularis-gerechtsdeurwaarder:

Gerechtelijk arrondissement Antwerpen: 1. Peter Van Landeghem 2. Kris Slabbaert 3. Marijke Seyen 26 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / BENOEMINGSCOMMISSIES

Gerechtelijk arrondissement Leuven:

Gerechtelijk arrondissement Henegouwen: 11. François-Michel Huwart 12. Cédric Lahaye 13. Alain Roger 14. Hervé Welter

4. Dominique Holemans 5. Pierre Fonteyne

Gerechtelijk arrondissement Luik:

Gerechtelijk arrondissement Limburg:

Gerechtelijk arrondissement Luxemburg:

6. Raf Smeets

15. Sabine Leroy

Gerechtelijk arrondissement Oost-Vlaanderen:

16. Aline Laurent 17. Laetitia Lapraille

Gerechtelijk arrondissement West-Vlaanderen:

18. Louis-Valéry Baptiste 19. Laurence Vandercamme

7. Ann De Groeve 8. Pascal Lombardi

9. Dieter Ver Eecke 10. Marjolein Brepoels

Gerechtelijk arrondissement Namen:


2017 DOOR DE OGEN VAN FRANCIS SNOECK VOORZITTER VERENIGDE BENOEMINGSCOMMISSIES Wat was volgens u in 2017 een hoogtepunt voor het beroep? De verdere uitbouw van de digitalisering van ons beroep en de daarbij horende informaticaplatformen. Binnen de juridische wereld zijn gerechtsdeurwaarders lang koploper geweest inzake informatisering en automatisering. Hoewel deze rol inmiddels misschien meer weggelegd is voor het notariaat, hebben wij toch een sterke remonte gekend met het CBB, het CROS-platform, het platform voor de elektronische betekening, het centraal register van gedematerialiseerde authentieke akten, de online opvolging van de permanente vorming enzovoort. Ook de online toegang die we verkregen hebben tot het kadaster en de RSZ is een opsteker. We zouden daarin nog veel verder kunnen gaan (denk aan het elektronisch aanbieden van het repertorium, het neerleggen van over te schrijven akten of het uploaden van strafzaken) en we mogen dus niet tot een ‘stand still’ komen. Zo moeten we bijvoorbeeld op vlak van de elektronische betekening het heft in eigen handen nemen en erover waken dat alleen de gerechtsdeurwaarder autonoom beslist of hij fysiek of elektronisch betekent op basis van de specifieke omstandigheden. Welke ambities moet de beroepsgroep koesteren voor 2018? Wij moeten als beroepsgroep éénsgezind én krachtdadig naar buiten treden en de vele ‘hot items’ aanpakken. De kritiek die wij de laatste maanden met bakken over onze hoofden heen kregen, met name dat wij de protagonisten van de schuldinvorderingsindustrie zijn, moeten we ter harte nemen. In dat kader moeten we initiatieven ontwikkelen om de negatieve perceptie om te buigen en onszelf daarbij inderdaad in vraag durven stellen voor sommige van onze tussenkomsten. Die confrontatie zal hard zijn, ook wat onze tarificatie betreft, maar om te overleven zullen we die denkoefening moeten maken. Het kan een louteringsproces zijn, maar vergeet niet: crisissen zijn uitdagingen. Als we het goed aanpakken kunnen we er wellicht sterker uitkomen. Zo heb ik, in navolging van een Nederlandse gerechtsdeurwaardersorganisatie, het ‘visueel exploot’ ontwikkeld; dit maakt de boodschap voor

de consument-schuldenaar direct veel duidelijker. Naast de invordering zijn er nog enkele werven die we als beroepsgroep moeten aanpakken zoals de ombudsman, het taalgebruik in onze akten en de inning onbetwiste geldschulden in B2C. Welk politiek initiatief in verband met justitie heeft u positief of negatief verbaasd in 2017? Onze voogdijminister toonde in het begin van de regeerperiode politieke moed en daadkracht. Eindelijk zou het oubollig instituut van de justitie in versneld tempo hervormd worden. Helaas zien we nu dat de plannen van de minister verzand zijn in een resem wetsontwerpen en wetten van zeer bedenkelijke legistieke kwaliteit. Voor zover niet vernietigd of vernietigbaar door het Grondwettelijk Hof scheppen ze vaak meer verwarring dan duidelijkheid (denk maar aan het onontwarbaar kluwen van de al dan niet uitvoerbaarheid bij voorraad sinds Potpourri V). Politiek initiatief waarbij op de lange duur de veranderingsdrang boven de kwaliteit van noodzakelijke hervormingen staat is duidelijk zeer nefast. Wat was, beroepshalve, een opmerkelijk moment voor u in 2017? Voor mij persoonlijk is dit vrij voor de hand liggend: we hebben in 2017 eindelijk de eerste benoemingen gehad onder de nieuwe procedure uitgewerkt in het statuut van 2014. Het heeft veel inzet en uren werk gekost om alles op punt te stellen en in goede banen te leiden, maar het is gelukt. Vergeet niet dat wij van nul begonnen zijn, hoogstens eens leentjebuur konden spelen bij het notariaat of de Hoge Raad voor de Justitie en de gerechtsdeurwaarders als beroepsgroep alles zelf nog moeten betalen ook. Als voorzitter lag ik daar soms toch wakker van, maar nu staat er toch e e n organisatie op punt en zal men de volgende jaren op het verrichte werk kunnen teren. Een mooie realisatie, met dank aan de medewerkers van SAM-TES en enkele commissieleden.


2017 DOOR DE OGEN VAN LAETITIA LAPRAILLE PAS BENOEMDE GERECHTSDEURWAARDER Wat was volgens u in 2017 een hoogtepunt voor het beroep? Op juridisch vlak denk ik niet dat 2017 het jaar was van de grote vooruitgang. De potpourri V wet bracht geen enkele grote verandering teweeg voor ons beroep, eerder een heleboel kleine aanpassingen. De oprichting van het REGSOL-platform weerspiegelt dan weer hoe dergelijke platformen kostenbesparend kunnen werken, een aanzienlijke tijdswinst kunnen opleveren en de communicatie tussen de actoren van het faillissement zowel op vlak van kwaliteit als snelheid verbeteren. Op intern niveau is vooral de benoeming van 19 titularis-gerechtsdeurwaarders, dankzij de nieuwe benoemingsprocedure, een opsteker. Welke ambities moet de beroepsgroep koesteren voor 2018? Hopelijk vormt 2018 het grote startschot voor de elektronische betekening. Jaar na jaar neemt het belang van de digitalisering van onze taken toe. De CIA, de IOS-procedure, REGSOL, etc. tonen aan hoe digitalisatie nuttig is voor ons beroep en het werk van de gerechtsdeurwaarder efficiënter maakt. De digitalisering is dan ook een belangrijke bondgenoot voor ons beroep geworden. Daarnaast moeten we blijven inzetten op onze taken als uitvoerder van beslissingen van justitie. Zo moet onze onderzoeksbevoegdheid versterkt en uitgebreid worden (uitgebreide en directe toegang tot databases, uitbreiding van de uitvoeringsmogelijkheden ...). Ons nieuw statuut geeft volgens mij ook vele mogelijkheden. Al is het niet eenvoudig is om toe te treden tot het beroep, wat demotiverend kan werken. Op een Jobday, georganiseerd door UCL, kon ik vaststellen dat ons beroep niet goed gekend is bij de studenten. Door een aanvullende masteropleiding aan te bieden geven we niet enkel de stagiair-gerechtsdeurwaarders de nodige pedagogische omkadering maar kunnen andere rechtenstudenten ook kennismaken met het beroep. Ook een externe stage (parket, advocaat, politie ...) kan, net zoals de juridische stage, de horizon verbreden. Ook de functie van toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder en waarnemend kandidaat-gerechts-

deurwaarder is volgens mij niet genoeg omkaderd (voorwaarden, implicaties) en het ontbreken van het principe van de dubbele handtekening is spijtig. Welk politiek initiatief in verband met justitie heeft u positief of negatief verbaasd in 2017? De nieuwe insolventiewet brengt meer samenhang en herdefinieert de onderneming in de brede zin. Laat ons hopen dat deze hervorming aanleiding kan geven tot het herzien van de collectieve schuldenregeling. Daar tegenover staat de invoering van het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand. Als gevolg daarvan wordt de verzoekende partij opgezadeld met een verhoogde kost voor het inleiden van rechtszaken (hoewel de veroordeelde partij dit uiteindelijk dient te betalen). En dit slechts drie jaar na de invoering van de BTW-plichtigheid ... Wat was, beroepshalve, een opmerkelijk moment voor u in 2017? Mijn benoeming is uiteraard een mooie bekroning van mijn carrière. 2017 was het hoogtepunt van een procedure die begon in juni 2016 met de publicatie van 19 vacante plaatsen. Hoewel de evaluatiecriteria werden opgenomen in het K.B., had de wetgever niet voorzien in de manier waarop deze moesten worden geëvalueerd. Daardoor moesten we, na onze kandidaatstelling en het indienen van ons CV een schriftelijk proef afnemen. In januari 2017 nodigde de benoemingscommissie een deel van de kandidaten uit voor een hoorzitting. Ik werd op 14/01/2017 gehoord en ontving in april het klassement van de 3 meest geschikte kandidaten. Uiteindelijk liet de FOD Justitie in juli per mail weten dat mijn koninklijk benoemingsbesluit weldra zou verschijnen in het Belgisch Staatsblad. De mengeling van trots en opluchting die ik toen voelde! Op mijn 34 jaar neemt mijn carrière een mooie nieuwe wending. Dit motiveert me nog meer om me te investeren in het beroep en mijn passie ten dienste te stellen van de rechtszoekende.


GDPR EN DE GERECHTSDEURWAARDER

6

Als beroepsgroep beseffen de gerechtsdeurwaarders het belang van de nieuwe privacyregelgeving en haar impact op het beroep. Om beslagen ten ijs te komen, werden drie personeelsleden van SAM-TES opgeleid tot gecertifieerde Data Protection Officers. Samen vormen zij het multidisciplinair DPO-team van de NKGB. Daarmee zijn de gerechtsdeurwaarders waarschijnlijk de eerste, en voorlopige enige, juridische beroepsgroep met zo’n team. Dit multidisciplinair DPO-team heeft onder andere als taak om de gerechtsdeurwaarderskantoren met raad en daad bij te staan bij de implementatie van de GDPR-regelgeving. Op 8 november 2017 werd een nationaal seminarie georganiseerd waar een eerste algemene introductie tot de GDPR-regelgeving en haar impact voor op gerechtsdeurwaarderskantoren werd gegeven. Vervolgens werden van januari 2018 tot mei 2018 in alle arrondissementen opleidingsessies georganiseerd waar verschillende deelaspecten van de GDPR-regelgeving uitvoerig werden toegelicht. De deelnemers aan deze sessies ontvangen op het einde van deze opleidingen een syllabus en modellen en templates van o.a. het verwerkingsregister, de verwerkersoverenkomst, het vertrouwelijkheidscontract, de privacy policy, de procedure datalekken, de DPIA, en praktische tips en tricks bij de implementatie van de GDPR. De NKGB heeft de intentie om één van de beste leerlingen van de klas te blijven en als eerste juridische beroepsgroep een ‘Code of Conduct’ op te stellen. Deze ‘Code of Conduct’ dient als een deontologische richtlijn om er als beroepsgroep voor te zorgen dat een aantal praktische elementen conform de GDPR-regelgeving verlopen. Bedoeling is om deze ‘Code of Conduct’ te laten goedkeuren door de Gegevensbeschermingsautoriteit, waardoor er nadien geen discussie meer kan zijn over de praktische uitvoering van deze onderwerpen.

GPRR / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 29

Het merendeel van de gerechtsdeurwaarderskantoren weet dus wat hen te wachten staat. Medewerkers worden gesensibiliseerd. Er wordt nagedacht over hoe de persoonsgegevens die ze verwerken nog beter kunnen beveiligd worden en de procedures die men moet volgen om de rechten van betrokkenen te respecteren, worden onder de loep genomen.


Voortaan presenteren de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders en SAM-TES de solvabiliteitsbarometer van de gerechtsdeurwaarder. Deze cijfers komen uit het CBB. Deze data bezorgen beleidsmakers, pers en publiek een beeld over de omvang en de evolutie van de schuldenlast in BelgiĂŤ, en vormen zo een extra hulpmiddel in de bestrijding van de schuldproblematiek.

30 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / SOLVABILITEITSBAROMETER

WAT IS HET CENTRAAL BESTAND DER BERICHTEN? In 2011 werd het CBB opgericht door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders met het oog op de elektronische centralisering van alle beslagberichten en procedures van collectieve schuldenregeling. Het CBB is een unieke databank van gegevens die, mits correcte interpretatie, toelaat een beeld te vormen van de solvabiliteit van een schuldenaar. Hierdoor kan een gerechtsdeurwaarder snel en accuraat oordelen of een bepaalde uitvoeringsmaatregel al dan niet opportuun is. Met meer dan 10 miljoen opzoekingen per jaar is het CBB een geslaagd voorbeeld van digitale justitie. Bovendien verbindt deze databank diverse instellingen en beroepsgroepen. Zo zijn onder meer het notariaat, de Orde van Vlaamse Balies, de FOD Justitie, de FOD FinanciĂŤn en de schuldbemiddelaars geconnecteerd met het CBB en maken deze er gebruik van bij de uitvoering van hun taken. Bovendien voorzag de wetgever expliciet een rol als beleidsinstrument voor het CBB: het laat immers toe om statistieken te verzamelen zodat de overheid haar armoedebeleid gerichter kan uitwerken.

Omdat gerechtsdeurwaarders dagelijks in contact komen met gezinnen en bedrijven, houden zij als geen ander de vinger aan de pols. Het CBB laat hen toe om hun maatschappelijke rol als bemiddelaar voluit te vervullen.


7 SOLVABILITEITSBAROMETER

HOOFDSTUK / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 31


AANTAL SCHULDENAARS In het CBB wordt iemand als een schuldenaar beschouwd vanaf het moment dat er één of meer actieve berichten op zijn/haar naam staan in het CBB. Dit kunnen berichten van bevel, beslagberichten, berichten van delegatie, overdacht, protest of collectieve schuldenregeling zijn. In het vierde kwartaal van 2017 telde België 767.806 schuldenaars in het CBB, wat neerkomt op 6,79% van alle meerderjarige Belgen. Bij ondernemingen hebben 125.822 (25,28%) bedrijven schulden, bij de zelfstandigen zijn er 45.663 (10,71%) schuldenaars.

2014

2015

2016

2017

45.663

125.822

767.806

46.230

128.692

= zelfstandigen

794.290

45.512

128.770

= vennootschappen

809.003

44.753

128.300

822.032

32 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / SOLVABILITEITSBAROMETER

KLEURENLEGENDE = natuurlijke personen


AANTAL SCHULDENAARS PER PROVINCIE IN 2017 - NATUURLIJKE PERSONEN

35.663 24.914

0

LUXEMBURG

41.921

WAALS-BRABANT

50.243

LIMBURG

51.784

3.000

NAMEN

72.771

VLAAMS-BRABANT

88.290

6.000

WEST-VLAANDEREN

OOST-VLAANDEREN

109.029

ANTWERPEN

9.000

LUIK

125.505 BRUSSEL

120.000

146.932 HENEGOUWEN

150.000

20.754

AANTAL SCHULDENAARS PER PROVINCIE IN 2017 - VENNOOTSCHAPPEN

5.417

4.065

LUXEMBURG

6.732

0

NAMEN

8.965

WAALS-BRABANT

9.803

5.000

LIMBURG

10.542

VLAAMS-BRABANT

12.330

WEST-VLAANDEREN

12.760

LUIK

OOST-VLAANDEREN

150.000

HENEGOUWEN

20.661 ANTWERPEN

250.000

32.429 BRUSSEL

350.000

1.939

2.667 1.917

0

1.204

LUXEMBURG

NAMEN

3.441

LIMBURG

3.615

VLAAMS-BRABANT

5.304

LUIK

BRUSSEL

5.300

WAALS-BRABANT

2.000

6.767

HENEGOUWEN

4.000

6.844 OOST-VLAANDEREN

6.000

7.913 WEST-VLAANDEREN

8.000

ANTWERPEN

10.000

766

SOLVABILITEITSBAROMETER / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 33

AANTAL SCHULDENAARS PER PROVINCIE IN 2017 - ZELFSTANDIGEN


BERICHTEN VAN BEVEL Wanneer een schuldenaar door de rechtbank, of een andere instelling die bevoegd is om een uitvoerbare titel af te leveren, wordt veroordeeld tot de betaling van een geldsom, kan de gerechtsdeurwaarder bij hem/haar langsgaan om een bevel te betekenen. Dit kan in de vorm van een bevel tot betalen met oog op beslag van roerende goederen of in de vorm van een onroerend bevel met oog op het leggen van een onroerend beslag. In 2017 werden 492.037 berichten van bevel neergelegd op naam van natuurlijke personen, 140.659 voor vennootschappen en 50.733 voor zelfstandigen. In het vierde kwartaal van 2017 stonden in totaal 842.217 actieve berichten van bevel geregistreerd op naam van natuurlijke personen, 228.545 actieve berichten op naam van vennootschappen en 82.674 actieve berichten op naam van zelfstandigen. BERICHTEN VAN UITVOEREND BESLAG Wanneer een schuldenaar niet ingaat op het bevel dat hem werd betekend, kan de gerechtsdeurwaarder overgaan tot een uitvoerend beslag. Hierbij maakt de gerechtsdeurwaarder een inventaris op van de roerende goederen van de schuldenaar (bv. het meubilair). Deze goederen kunnen worden verkocht om de schulden aan te zuiveren. De gerechtsdeurwaarder kan ook beslag leggen op de onroerende goederen (bv. de woning) van de schuldenaar. Dit beslag wordt vervolgens gepubliceerd als een bericht van uitvoerend beslag in het CBB. Het aantal neergelegde berichten komt niet noodzakelijk overeen met een effectieve verkoop van de goederen. Wanneer de schuldenaar zijn schuld alsnog aflost, wordt de verkoop geannuleerd.

34 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / SOLVABILITEITSBAROMETER

In 2017 werden 240.159 berichten van uitvoerend beslag neergelegd op naam van natuurlijke personen, 71.924 voor vennootschappen en 29.913 berichten voor zelfstandigen. In het vierde kwartaal van 2017 stonden in totaal 759.085 actieve berichten van uitvoerend beslag geregistreerd op naam van natuurlijke personen, 193.500 actieve berichten op naam van vennootschappen en 87.385 actieve berichten op naam van zelfstandigen. AANTAL GESCHRAPTE BERICHTEN Wanneer de schuldenaar overgaat tot de betaling van het totale verschuldigde bedrag (inclusief rente en kosten) wordt het bijhorende bericht van bevel of uitvoerend beslag geschrapt uit het CBB. In 2017 werden 328.485 berichten van bevel op naam van natuurlijke personen geschrapt, voor vennootschappen werden 109.278 berichten geschrapt en bij de zelfstandigen noteren we 34.167 geschrapte berichten van bevel. Tijdens dezelfde periode werden 315.171 berichten van uitvoerend beslag op naam van natuurlijke personen geschrapt, bij vennootschappen tellen we 86.380 schrappingen en bij de zelfstandigen werden 37.356 berichten van uitvoerend beslag geschrapt.

KLEURENLEGENDE = berichten van bevel = berichten van uitvoerend beslag = geschrapte berichten van bevel = geschrapte berichten van uitvoerend beslag


AANTAL NIEUW NEERGELEGDE BERICHTEN VAN BEVEL & UITVOEREND BESLAG - NATUURLIJKE PERSONEN

400.000

300.000

200.000

2014

2015

2016

315.171

240.159

328.485

492.037

286.940

239.772

332.348

476.124

270.257

229.220

327.249

441.207

261.421

233.321

308.990

449.380

100.000

2017

AANTAL NIEUW NEERGELEGDE BERICHTEN VAN BEVEL & UITVOEREND BESLAG - VENNOOTSCHAPPEN

120.000

90.000

2016

86.380

71.924

109.278

140.659

72.378

71.601

111.289

128.293

67.174

67.191

2015

2017

AANTAL NIEUW NEERGELEGDE BERICHTEN VAN BEVEL & UITVOEREND BESLAG - ZELFSTANDIGEN 50.000 40.000 30.000

2014

2015

2016

2017

37.356

29.913

34.167

50.733

32.973

25.549

33.741

50.576

36.228

26.617

33.006

52.733

36.678

26.465

30.656

10.000

53.301

20.000

SOLVABILITEITSBAROMETER / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 35

2014

105.007

134.932

65.939

68.122

97.328

30.000

142.068

60.000


BERICHTEN VAN BESLAG ONDER DERDEN Hierbij wordt rechtstreeks beslag gelegd bij een derde partij die geld verschuldigd is aan de schuldenaar. Dit kan onder meer de werkgever zijn (beslagbaar deel van het loon*), de rijksdienst voor jaarlijkse vakantie (vakantiegeld), de bank (bankrekeningen), een huurder of overheidsinstellingen (pensioenen, werkloosheidsuitkering). Zowel gerechtsdeurwaarders als de FOD Financiën kunnen een derdenbeslag leggen. De FOD Financiën maakt hiervan gebruik indien de verschuldigde directe belastingen of btw niet werden betaald. * Bij onbetaalde onderhoudsgelden kan het volledige loon beslagen worden.

In 2017 werden 21.509 derdenbeslagen gelegd door de gerechtsdeurwaarders. Voor de FOD Financiën gaat het om 194.233 derdenbeslagen inzake directe belastingen en 1.967 beslagen inzake verschuldigde btw. In 2017 stonden in totaal 52.294 actieve derdenbeslagen door gerechtsdeurwaarders geregistreerd in het CBB. Voor de FOD Financiën zijn dat er in totaal respectievelijk 415.583 (directe belastingen) en 6.259 (btw).

2014

2015

2017

1.967

194.233

21.509 2016

2.408

197.719

17.454 2.681

185.281

17.109 1.150

191.013

17.708

36 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / SOLVABILITEITSBAROMETER

KLEURENLEGENDE = Gerechtsdeurwaarders = FOD Financiën (directe belastingen) = FOD Financiën (btw)


1.000

771

756

0

600

LUXEMBURG

VLAAMS-BRABANT

1.927

WAALS-BRABANT

2.044

NAMEN

2.155

LIMBURG

2.325

2.000

HENEGOUWEN

3.219

WEST-VLAANDEREN

3.288

3.000

OOST-VLAANDEREN

4.059

LUIK

4.000

ANTWERPEN

5.000

BRUSSEL

AANTAL DERDENBESLAGEN DOOR GERECHTSDEURWAARDERS IN 2017 PER PROVINCIE

365

AANTAL DERDENBESLAGEN DOOR DE FOD FINANCIËN (DIRECTE BELASTINGEN) IN 2017 PER PROVINCIE

7.457

LUXEMBURG

8.794

0

LIMBURG

WAALS-BRABANT

10.381

WEST-VLAANDEREN

11.722

5.495

4.044

0

92

71

41

WEST-VLAANDEREN

120

LIMBURG

127

OOST-VLAANDEREN

144

LUXEMBURG

100

ANTWERPEN

181

LUIK

200

350

VLAAMS-BRABANT

360

300

WAALS-BRABANT

443

HENEGOUWEN

400

NAMEN

500

BRUSSEL

AANTAL DERDENBESLAGEN DOOR DE FOD FINANCIËN (BTW) IN 2017 PER PROVINCIE

38

SOLVABILITEITSBAROMETER / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 37

12.547

16.167

10.000

OOST-VLAANDEREN

21.881

VLAAMS-BRABANT

20.000

NAMEN

30.000

ANTWERPEN

HENEGOUWEN

40.000

41.153

LUIK

50.000

54.592 BRUSSEL

60.000


COLLECTIEVE SCHULDENREGELINGEN Een schuldenaar (niet-handelaar) met structurele schulden kan via de arbeidsrechtbank toegelaten worden tot de procedure van collectieve schuldenregeling. Hierbij zorgt een schuldbemiddelaar tijdens een periode van gemiddeld zeven jaar voor de afbetaling van de schulden. Het loon van de schuldenaar wordt rechtstreeks aan de schuldbemiddelaar gestort, de schuldenaar ontvangt van zijn schuldbemiddelaar leefgeld om te voorzien in zijn dagelijkse behoeften. Een dossier wordt succesvol afgesloten als de schuldenaar zijn afgesproken regeling correct heeft nageleefd, de eventueel nog openstaande schulden worden dan kwijtgescholden. Zo krijgt de schuldenaar de kans om met een schone lei te herbeginnen. In 2017 kende de arbeidsrechtbank 14.162 nieuwe collectieve schuldenregelingen toe. Tijdens het vierde kwartaal van 2017 stonden 112.954 lopende collectieve schuldenregelingen geregistreerd in het CBB. In 2017 konden 8.080 collectieve schuldenregelingen succesvol worden afgesloten. AANTAL NIEUWE COLLECTIEVE SCHULDENREGELINGEN

AANTAL MET SUCCES AFGESLOTEN DOSSIERS

21.983

15.802

14.920

14.162

3.028

5.811

7.753

8.080

2014

2015

2016

2017

2014

2015

2016

2017

1.004

591

392

0

LUXEMBURG

1.016

WAALS-BRABANT

500

1.085

NAMEN

1.000

BRUSSEL

1.340

LIMBURG

1.870

VLAAMS-BRABANT

2.118

WEST-VLAANDEREN

1.500

2.192

ANTWERPEN

2.000

2.295

LUIK

2.500

OOST-VLAANDEREN

AANTAL NIEUWE COLLECTIEVE SCHULDENREGELINGEN IN 2017 PER PROVINCIE

HENEGOUWEN

38 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / SOLVABILITEITSBAROMETER

(Deze cijfers bieden een indicatief beeld aangezien de ervaring leert dat niet alle berichten van collectieve schuldenregeling correct uit het CBB worden geschrapt.)

259


BERICHTEN VAN DELEGATIE Bij loondelegatie* verleent de vrederechter machtiging aan een persoon, die recht heeft op een onderhoudsuitkering, om zelf rechtstreeks bij de werkgever van zijn/haar (ex-) echtgeno(o)t(e) het loon (of een deel ervan) in ontvangst te nemen. * Loondelegatie is slechts één van de procedures die kunnen worden toegepast om achterstallig onderhoudsgeld of alimentatiegeld te verkrijgen.

In 2017 werden 338 nieuwe berichten van delegatie neergelegd in het CBB, tijdens het vierde kwartaal van 2017 noteerden we 1.194 actieve berichten van delegatie in het CBB. 570

2014

455

2015

417

2016

338

2017

BERICHTEN VAN OVERDRACHT Bij een overdracht is er een overeenkomst tussen twee partijen dat de financiële inkomsten van de schuldenaar worden afgestaan om een onbetaalde schuld te vereffenen. De meest gekende vorm van overdracht is loonoverdracht. Dit wordt bijvoorbeeld gebruikt bij het afsluiten van een krediet. De schuldenaar verleent dan via een akte de toestemming aan de schuldeiser om zijn loon aan te spreken bij niet-betaling. Loonoverdracht wordt ook vaak gebruikt bij de aflossing van kredietschulden, zo maken winkels die producten (zoals gsm’s, auto’s, elektrotoestellen, tv’s …) op afbetaling verkopen hier gebruik van. In 2017 werden 140.113 nieuwe berichten van overdracht neergelegd in het CBB, tijdens het vierde kwartaal van 2017 noteerden we 558.641 actieve berichten van overdracht in het CBB. 178.739

2014

145.607

2016

140.113

2017

AANTAL NIEUWE BERICHTEN VAN OVERDRACHT IN 2017 PER PROVINCIE

8.671

7.795

3.933

0

LUXEMBURG

9.540

NAMEN

11.217

VLAAMS-BRABANT

LUIK

WEST-VLAANDEREN

15.934

WAALS-BRABANT

5.000

16.937

LIMBURG

10.000

17.905

OOST-VLAANDEREN

18.317

10.500

ANTWERPEN

20.000

BRUSSEL

20.500

26.230 HENEGOUWEN

30.000

3.634

SOLVABILITEITSBAROMETER / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 39

148.847

2015


40 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / KLACHTEN & SANCTIES


8 KLACHTEN & SANCTIES

KLACHTEN & SANCTIES / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 41


De wet voorziet dat elk tuchtdossier via de nationaal verslaggever dient te passeren om, in voorkomend geval, door het directiecomité te worden doorverwezen naar een tuchtcommissie. In concreto betekent dit dat de nationaal verslaggever kan beslissen een verzoeningspoging te ondernemen op basis van de elementen van een klacht en het verweer van de betrokken (kandidaat-)gerechtsdeurwaarder. Bij gebrek aan een eventuele verzoening, stelt de nationaal verslaggever een verslag op aan het directiecomité dat beslist over de gegrondheid van een klacht. Het zal daarbij overgaan tot een klassering zonder gevolg, dan wel een doorverwijzing naar de bevoegde tuchtcommissie met het oog op een eventuele sanctie.

42 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / KLACHTEN & SANCTIES

STATISTIEKEN M.B.T. DE KLACHTEN

2017

2016

2015

NL

FR

TOTAAL

NL

FR

TOTAAL TOTAAL

Aantal ingediende klachten

45

27

72

54

41

95

90

Aantal behandelde klachten*

58

18

76

30

26

56

80

Onontvankelijke klachten

1

0

1

0

1

1

1

Succesvolle verzoening dankzij de nationale verslaggever

0

0

0

0

1

1

1

Intrekking van de klacht**

0

0

0

1

0

1

1

Klassering zonder gevolg vanwege het directiecomité van de NKGB***

47

15

62

26

24

47

58

Doorverwijzing naar een tuchtcommissie vanwege het directiecomité van de NKGB

10

3

13

3

3

6

12

Doorverwijzing naar een tuchtcommissie na beroep van de klagende partij***

6

8

14

2

3

5

7

Dossiers in behandeling op 31 december

7

24

31

24

15

39

n/a

*Dit cijfer omvat alle klachten waarvoor het directiecomité een beslissing nam in de loop van 2017, inclusief klachten die werden ingediend in de jaren daarvoor. Anderzijds zijn klachten die in 2017 werden ingediend doch waarvan de behandeling niet afgerond was op 31 december 2017, niet in dit cijfer vervat. **De rubriek “intrekking van de klacht” heeft betrekking op klachtdossiers die een oplossing kenden in de loop van de procedure, buiten het kader van een verzoeningspoging om. *** Artikel 537, §2, 2de en 3de lid van het Gerechtelijk Wetboek voorziet in geval van een klassering zonder gevolg door het directiecomité in een beroepsmogelijkheid voor de klager, de syndicus onder wiens bevoegdheid de gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder valt, of de bevoegde procureur des Konings, indien één van deze personen zich niet kan vinden in de genomen beslissing. Bijgevolg zijn de dossiers in de rubriek “doorverwijzing naar een tuchtcommissie na beroep van de klagende partij” reeds inbegrepen bij het aantal in de rubriek “klassering zonder gevolg vanwege het directiecomité”.

BEMERKINGEN Het aantal klachten dat in 2017 werd ingediend is aanzienlijk lager dan het aantal klachten in 2016 (-25%). Het is te vroeg om aan deze daling conclusies te koppelen. Wel kan worden vermeld dat dit een laag aantal is, zeker gezien de grote hoeveelheid informatieverzoeken die toekomen bij de juridische dienst van de Nationale Kamer. Deze schommelen tussen de 1300 en 1400 per jaar. Slechts 5% van deze informatieverzoeken geeft dus aanleiding tot de indiening van een klacht. In de meerderheid van de gevallen biedt een volledige, duidelijke en objectieve juridische uitleg de nodige zekerheid omtrent de wettelijkheid en rechtmatigheid van de tussenkomst van de gerechtsdeurwaarder. Op deze manier kan een situatie ontmijnd worden die anders aanleiding zou kunnen geven tot een klachtdossier.


Wat betreft de verzoeningspogingen zien we een daling. Dit heeft echter niets te maken met een hoge mislukkingsgraad. Verzoeningspogingen werden minder frequent gebruikt aangezien de meeste dossiers zich hier niet toe leenden, omwille van hun aard of vanwege feitelijke omstandigheden betreffende de grieven van de klager. Het aantal behandelde dossiers gaat in stijgende lijn (+35%). Deze stijging wordt verklaard door het feit dat een aantal dossiers in 2016 werd geopend, maar waar de beslissing pas werd genomen in 2017. Relatief gezien blijft het aantal geklasseerde klachten stabiel (+ - 80%), met als voornaamste redenen het gebrek aan gegrondheid of één van volgende aspecten: • een gebrekkige kennis van het gerechtelijk recht; • een zekere ondoorzichtigheid/onbegrip van de principes die het beroep van de gerechtsdeurwaarder beheersen; • een gebrek aan informatie vanwege de instrumenterende gerechtsdeurwaarder; • een halsstarrigheid vanwege de klager die tot het uiterste wilt gaan omdat hij zich het slachtoffer van een onrechtvaardigheid voelt. Het aantal doorverwijzingen stijgt daarentegen van 10 naar 18%. Het aantal dossiers waarin de klager beroep instelt tegen de klasseringsbeslissing van het directiecomité, stijgt (van 10% in 2016 naar 23% in 2017). Zelfs indien het aantal ingestelde beroepen percentueel verdubbeld, kan worden vastgesteld dat dit recht niet vaak wordt uitgeoefend. In bijna 80% van de dossiers aanvaardt de klager de beslissing van het directiecomité. Het hoge klasseringspercentage (rond 80%) en het stijgende percentage dossiers waarin beroep wordt aangetekend, kan niet verklaard worden door protectionisme of corporatisme vanwege het directiecomité. Het aandeel ‘doorverwijzingen vanwege het directiecomité’ stijgt immers met 8 procent, terwijl het klasseringspercentage stabiel blijft. Daarnaast wordt de klagende partij systematisch geïnformeerd over zijn mogelijkheid om beroep aan te tekenen door middel van een eenvoudig aangetekend schrijven, met een onmiddellijke doorverwijzing naar de tuchtcommissie tot gevolg. De procedurele en financiële drempels zijn dus zeer laag, wat het aantekenen van beroep stimuleert. In alle dossiers waarin de klagers alsnog de doorverwijzing naar de tuchtcommissie vroegen, sprak de tuchtcommissie slechts eenmaal een sanctie uit, die dan nog hervormd werd door de rechtbank van eerste aanleg. In alle andere gevallen werd het standpunt van het directiecomité bevestigd. Dit toont aan dat het directiecomité in eer en geweten haar beslissingen neemt en er geen sprake is van een corporatistische instelling. 2017

2016

2015

NL

FR

TOTAAL

NL

FR

TOTAAL

TOTAAL

Klassering zonder gevolg

9

3

12

14

5

19

4

Sancties

3

1

4

4

2

6

2

Doorverwijzing naar de rechtbank van eerste aanleg*

1

1

2

4

0

4

2

Totaal aantal beslissingen

13

5

18

22

7

29

8

* Deze zaken zijn nog in behandeling.

KLACHTEN & SANCTIES / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 43

BESLISSINGEN VAN DE TUCHTCOMMISSIES


Beslissingen van de tuchtcommissie naargelang de doorverwijzing plaatsvond op initiatief van het directiecomité of na beroep van de klager tegen de klassering door het directiecomité. BESLISSINGEN VAN DE TUCHTCOMMISSIES (2014-2017)

na doorverwijzing op initiatief van directiecomité

na doorverwijzing op beroep van klager

Klassering zonder gevolg

19

22

Sancties

12

1*

Doorverwijzing naar de rechtbank van eerste aanleg*

8

0

Totaal aantal beslissingen

38

23

* De betrokken kandidaat-gerechtsdeurwaarders heeft met succes deze sanctie aangevochten in hoger beroep.

BEMERKINGEN Het aantal dossiers dat in 2017 door de tuchtcommissies werd behandeld, ligt ruim 1/3de lager dan in 2016. Dit kan grotendeels verklaard worden door de vernieuwing van de procedure in 2014. Daardoor kwamen de klachten die ingediend werden in 2014 en 2015 grotendeels in 2016 voor de tuchtcommissies, waardoor 2016 een piekjaar was. Het verschil tussen het aantal klachtendossiers waarbij in 2017 een tuchtcommissie werd gevat door het directiecomité of door de klager (27 dossiers, zie eerste tabel), en het aantal dossiers dat in 2017 aanleiding gaf tot een uitspraak van een tuchtcommissie (18 dossiers) heeft te maken met het feit dat een aantal van de dossiers die in 2017 werden doorverwezen naar een tuchtcommissie, niet in hetzelfde jaar behandeld werden. Tegelijk werden in 2016 enkele dossiers doorverwezen, waar een tuchtcommissie een beslissing nam in 2017.

44 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / KLACHTEN & SANCTIES

In de 23 zaken waar de klager beroep instelde tegen de klassering door het directiecomité, volgden de tuchtcommissies slechts eemaal de beslissing van het directiecomité niet. Deze afwijking werd daarna bovendien hervormd door de rechtbank van eerste aanleg. Anders gesteld: er is nog geen enkele tuchtsanctie uitgesproken in dossiers waar de klager in beroep ging. Dit is een teken aan de wand in meerdere opzichten: enerzijds toont dit aan dat het directiecomité niet lichtzinnig de klachten beoordeelt noch aan verkapt protectionisme doet. Ter herinnering, er bestaan verschillende tuchtsancties, die te verdelen zijn in lagere en hogere tuchtstraffen. LAGERE TUCHTSTRAFFEN*

2017

2016

Terechtwijzing

3

5

Blaam

1

1

Tuchtrechtelijke geldboete**

2

1

Uitsluiting uit de algemene vergadering en de raad van de arrondissementskamer, de algemene vergaderingen en het directiecomité van de NKGB, de tuchtcommissie en de benoemingscommissie, gedurende ten hoogste vijf jaar de eerste maal, en tien jaar in geval van herhaling.

0

0

Verbod tot het verrichten van plaatsvervangingen gedurende ten hoogste zes maanden de eerste maal, en twaalf maanden in geval van herhaling.

0

0


* Deze straffen kunnen worden uitgesproken door de tuchtcommissie of de rechtbank van eerste aanleg gevat in graad van beroep. ** Deze boete varieert van 250 tot 5.000 EUR, wordt in de Schatkist gestort en kan gecumuleerd worden met een andere tuchtstraf.

Het verschil tussen het aantal dossiers waarin een tuchtsanctie werd uitgesproken door de tuchtcommissie (4 – zie vorige tabel) en het totale aantal tuchtsancties (6) wordt verklaard door het feit dat in twee tuchtdossiers een tuchtsanctie werd gecumuleerd met een geldboete. Het voorbije jaar werden geen hogere tuchtstraffen (preventieve schorsing, tuchtrechtelijke geldboete van 5.000 tot 25.000 EUR, schorsing, afzetting of het verbod tot het verrichten van plaatsvervangingen gedurende meer dan 12 maanden tot levenslang) uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg die o.b.v. artikel 546 van het Gerechtelijk Wetboek bevoegd is.

2017 DOOR DE OGEN VAN AXEL DE DONNEA AFTREDEND ADJUNCT-VERSLAGGEVER Wat was volgens u in 2017 een hoogtepunt voor het beroep? De oprichting van het elektronisch betekeningsplatform in samenwerking met de FOD Jusitie, de Nationale Kamer voor Gerechtsdeurwaarders en het juridisch maatschappelijk kenniscentrum SAM-TES waardoor de gerechtsdeurwaarders voortaan ook elektronisch kunnen betekenen. Welke ambities moet de beroepsgroep koesteren voor 2018? Een van de ambities voor 2018, maar ook voor de komende jaren, moet volgens mij zijn om de procedure voor de inning van onbetwiste geldschulden uit te breiden naar B2C. Dankzij het succes van deze procedure in B2B moet dit zeker mogelijk zijn. Daarnaast moeten we de controles op het register voor plaatsvervangingen versterken zodat we misbruiken kunnen voorkomen. Het beroep zal aan vertrouwen winnen indien dit register correct gebruikt wordt door iedereen. Welk politiek initiatief in verband met justitie heeft u positief of negatief verbaasd in 2017? Het voorstel om de leeftijdsgrens voor de uitoefening van het beroep te verlagen stoot me tegen de borst. Zeker in tijden waarin de pensioenleeftijd van andere beroepen naar omhoog wordt getrokken. De gerechtsdeurwaarder die zijn hele leven heeft geĂŻnvesteerd in zijn kantoor mogen we dit

niet zomaar afnemen, hij verdient het om van een comfortabel pensioen te kunnen genieten. Ook met een ander voorstel dat op tafel ligt, de beperking van de plaatsvervanging, ben ik niet akkoord. Hiermee worden gerechtsdeurwaarders in een klein kantoor met enkele medewerkers bestraft. De vele verplichtingen die de laatste jaren werden toegevoegd aan het beroep, zorgen ervoor dat gerechtsdeurwaarders meer aanwezig moeten zijn in hun kantoor. De hulp van een kandidaat-gerechtsdeurwaarder in het kantoor en op de baan zijn voor hen onontbeerlijk. Wat was, beroepshalve, een opmerkelijk moment voor u in 2017? Als adjunct-verslaggever ben ik tevreden over de samenwerking met de verschillende tuchtcommissies. Deze draaien intussen op volle toeren en namen hun eerste beslissingen. Het systeem werkt dus vlot. Ik zie ook dat de interesse van het beroep hierin toeneemt. Waar we bij de samenstelling van eerste poules moeite hadden om genoeg kandidaten te vinden, verliep de samenstelling voor de nieuwe poules erg vlot. In sommige arrondissementen ontvingen we meer dan 15 kandidaturen om te zetelen in de nieuwe tuchtcommissies.


46 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / CIJFERS


9 DE GERECHTSDEURWAARDER IN CIJFERS

CIJFERS / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 47


PROFIEL VAN HET BEROEP

AANTAL GERECHTSDEURWAARDERS, KANDIDATEN EN STAGIAIRS IN BELGIË

531

335

559

556

546

536

345

344

351

363

517

366

168

251

265

2014

2015

2016

360

259

215

134

2011

260

548

2012

KLEURENLEGENDE = gerechtsdeurwaarders

2013

= kandidaat-gerechtsdeurwaarders

2017

= stagiair-gerechtsdeurwaarders

48 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / PROFIEL VAN HET BEROEP

AANTAL KANTOREN IN BELGIË

322

321

325 308

301

308 281

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017


ENKELE CIJFERS UIT 2017 BENOEMINGEN

8 vrouwen (4 NL, 4 FR) 11 mannen (6 NL, 5 FR)

OVERLIJDEN

5

AANTAL NIEUWE KANDIDAAT-GERECHTSDEURWAARDERS

20 vrouwen (9 NL, 11 FR) 6 mannen (5 NL, 1 FR)

AANTAL NIEUWE STAGIAIR-GERECHTSDEURWAARDERS

31 (15 FR + 16 NL)

VERHOUDING MANNEN / VROUWEN IN HET BEROEP

88

16%

459 84%

199

55%

= kandidaat-gerechtsdeurwaarders

154

59%

105 41%

= stagiair-gerechtsdeurwaarders

TAALREGIME OP NATIONAAL NIVEAU NL 330 60%

FR

NL

217

225

40%

62%

FR 135

38%

NL 146

56%

FR 113

44%

PROFIEL VAN HET BEROEP / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 49

KLEURENLEGENDE = gerechtsdeurwaarders

161

45%


GEMIDDELDE LEEFTIJD (Percentages berekend per doelgroep, voorbeeld: 62% van alle stagiairs is tussen de 20-29 jaar oud.) 37%

37%

43%

62%

34%

36% 13%

11%

20-29 jaar

30-39 jaar

KLEURENLEGENDE = gerechtsdeurwaarders

50-59 jaar

0,3%

1

73

203

3%

10

41 1

40-49 jaar

4

2%

204

0,4%

62

0,4%

124

1%

1

155

93

29

160

8%

6

11%

> 70 jaar

60-69 jaar

= kandidaat-gerechtsdeurwaarders

= stagiair-gerechtsdeurwaarders

ANCIËNNITEIT OP NATIONAAL NIVEAU: GERECHTSDEURWAARDERS 0 - 4 JAAR 5 - 9 JAAR

69 25

13%

5%

50 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / PROFIEL VAN HET BEROEP

10 - 19 JAAR

114

20 - 29 JAAR

87

21%

16%

30 - 40 JAAR > 40 JAAR

191 60

35%

12%

ANCIËNNITEIT OP NATIONAAL NIVEAU: KANDIAAT-GERECHTSDEURWAARDERS 91

0 - 4 JAAR 78

5 - 9 JAAR 59

10 - 14 JAAR

> 20 JAAR

22%

16%

85

15 - 20 JAAR 48

13%

25%

24%


AANTAL PER GERECHTELIJK ARRONDISSEMENT

98 62 ANTWERPEN OOST-VLAANDEREN

50 33 WEST-VLAANDEREN

34 23

20 12

94 53

62 48

LEUVEN

BRUSSEL

13 16

LIMBURG

WAALS BRABANT

63 27

65 60

LUIK HENEGOUWEN

KLEURENLEGENDE = gerechtsdeurwaarders = kandidaat-gerechtsdeurwaarders

29 18

2 4

NAMEN

EUPEN

17 4 LUXEMBURG

AANTAL INWONERS (2017)

AANTAL GDW’S

AANTAL KANDIDAAT-GDW’S

AANTAL STAGIAIR-GDW’S

Antwerpen

1.836.030

98

62

32

Oost-Vlaanderen

1.496.187

62

48

17

Henegouwen

1.339.562

65

60

22

West-Vlaanderen

1.186.532

50

33

18

Luik

1.031.194

63

27

26

Limburg

867.413

34

23

21

Brussel

818.851

94

53

53

Leuven

502.602

20

12

5

Namen

491.285

29

18

15

Waals-Brabant

399.123

13

16

12

Luxemburg

281.972

17

4

5

Eupen

71.337

2

4

0

PROFIEL VAN HET BEROEP / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 51

GERECHTELIJK ARRONDISSEMENT


SOCIAAL-ECONOMISCHE BAROMETER INVORDERING ONBETWISTE GELDSCHULDEN Op 2 juli 2016 ging de nieuwe administratieve procedure tot invordering van onbetwiste geldschulden van start. Sedertdien is het mogelijk om onbetwiste geldschulden tussen ondernemers buiten de rechtbank in te vorderen met behulp van de gerechtsdeurwaarder. Uit onderstaande cijfers blijkt dat de rol van de gerechtsdeurwaarder, met diens bemiddeling, informatieplicht en mogelijke solvabiliteitscheck inderdaad een veel grotere kans biedt om tot een structurele oplossing te komen. Tot en met 30 juni 2018 werden er in totaal 51.218 dossiers opgestart. Voor de hierna volgende cijfers werd enkel rekening gehouden met de dossiers die de procedure volledig doorlopen hebben (d.w.z. inclusief de termijn van 1 maand en 8 dagen). Van 2 juli 2016 tot en met 15 mei 2018 werden er 47.184 dossiers opgestart. Voor dossiers die opgestart werden voor deze laatste datum, is de termijn om te betwisten reeds verstreken. In 41.228 dossiers werd er een aanmaning tot betalen betekend. Dat is 87% van het totale aantal. De voorafgaandelijke tussenkomst en bemiddeling van de gerechtsdeurwaarder lost bijgevolg al 13% van de dossiers op.

52 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / SOCIAAL-ECONOMISCHE BAROMETER

De administratieve procedure blijkt ook enkel gebruikt te worden voor die vorderingen waarvoor ze werd bedoeld: onbetwiste geldvorderingen. In slechts 770 van de 47.184 dossiers, zijnde 1,6% van het totaal, werd de procedure gestopt omdat er een betwisting werd geregistreerd. Dat is een verwaarloosbaar klein aantal. De betekening van de aanmaning tot betalen leidt bovendien in 28% van de gevallen tot een betaling of afbetalingsregeling alvorens een pv van niet-betwisting moet worden opgesteld. Meteen blijkt de meerwaarde van het ter plaatse gaan, het informeren van de schuldenaar en meer algemeen, het streven van de gerechtsdeurwaarder naar een minnelijke oplossing. Wanneer de schuldenaar niet reageert, dient er een proces-verbaal van niet-betwisting te worden opgesteld. Voor de aangegeven periode gebeurde dit 27.120 keer. Op 47.184 dossiers is dat 57%. Ook na het opstellen van het pv worden er nog dossiers geregeld waardoor er slechts 27.073 pv’s uitvoerbaar verklaard moesten worden. Dankzij de bemiddelende rol van de gerechtsdeurwaarder wordt er bijgevolg in 41% van de dossiers een regeling gevonden zonder dat een uitvoerbare titel nodig is. In 57% van de dossiers dient de gerechtsdeurwaarder de invordering door de uitvoering van een titel te bekomen. De grafiek hieronder toont de snelheid waarmee dossiers geregeld worden. Na 8 weken is reeds 74% van de dossiers opgelost. 20% 15%

10%

5%

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21+


betwistingen 770 (1,6%) afbetalingsplan 706 (1,5%)

geregeld op aanmaning

geregeld na aanmaning

%)

13

5.9

%) 27

9( .67 12

( 56

uitvoerbare titel

AFHANDELING DOSSIERS VAN 2 JULI 2016 T.E.M. 15 MEI 2018

27.073 (57%)

AANTAL OPGESTARTE DOSSIERS PER MAAND IN 2017

= Wallonië

= Brussel

3000 2500

128 162

2000

312

155 133 173

336

100

215 338

379

147

123

370

161 175

291

142

378

187 283 151 219

295

1500

2.245

1.944

2.214

1.655

1.897

1.717

1.677

1.815

1.931

2.270

2.190

1.845

FEBRUARI

MAART

APRIL

MEI

JUNI

JULI

AUGUSTUS

SEPTEMBER

OKTOBER

NOVEMBER

DECEMBER

500

JANUARI

1000

0

SOCIAAL-ECONOMISCHE BAROMETER / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 53

= Vlaanderen


BEVOLKINGSCIJFER - ARMOEDERISICO cijfers van STATBEL

MATERIËLE DEPRIVATIE IN 2017 - Percentage van de personen die in een huishouden leven dat zich om financiële redenen niet kan veroorloven om : Rekeningen op tijd te betalen (huur, water, elektriciteit, etc.) Een week vakantie per jaar te nemen buitenshuis

54 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / SOCIAAL-ECONOMISCHE BAROMETER

Minstens om de twee dagen vlees, kip, vis of een vegetarisch alternatief te eten

totaal 5% 25% 6%

Een onverwachte uitgave te doen

25%

Een telefoon te bezitten

0,1%

Een kleurentelevisie te bezitten

0,6%

Een wasmachine te bezitten

1%

Een persoonlijke wagen te bezitten

6%

Het huis voldoende te verwarmen

6%

% van personen die van ten minste 4 van de 9 voorgaande elementen gedepriveerd is en dus “in een toestand verkeert van ernstige materiële deprivatie”

5%

In 2017 werd in België 5% van de bevolking geconfronteerd met een toestand van ernstige materiële deprivatie. Op vakantie gaan of een onverwachte uitgave doen is onmogelijk voor een kwart van de Belgen. Meer dan één persoon op 10 ontzegt zichzelf hobby’s of sociale contacten om financiële redenen. In totaal heeft 21% van de Belgen moeilijkheden om de eindjes aan elkaar te knopen.


RISICOGROEP VOOR MONETAIRE ARMOEDE (CIJFERS 2017)

totaal

België

15,9%

Mannen

14,9%

Vrouwen

16,9%

0-15 jaar

17,9%

16-24 jaar

22,1%

25 - 49 jaar

14%

50 - 64 jaar

13,9%

> 65 jaar Actief- werkend

16% 5%

Werklozen

49,1%

Gepensioneerden

13,7%

Andere niet-actieven

32,7%

Opleidingsniveau: laag

27,2%

Opleidingsniveau: gemiddeld

14,4% 6,4%

In 2017 werd 15,9 % van de Belgische bevolking beschouwd als een risicogroep voor monetaire armoede. Het gaat om mensen die in een huishouden wonen waarvan het totale beschikbare inkomen lager ligt dan 1.139 euro per maand voor een alleenstaande. 13,5% van de bevolking leeft in een huishouden met een lage werkintensiteit. 5,1% van de Belgen werd in 2017 geconfronteerd met ernstige materiële deprivatie. Mensen die te maken krijgen met minstens één van bovenstaande situaties, worden beschouwd als risicogroep voor armoede of sociale uitsluiting volgens de Europese armoede-indicator. Voor 2017 betrof dit 20,3% van de bevolking.

SOCIAAL-ECONOMISCHE BAROMETER / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 55

Opleidingsniveau: hoog


REGISTRATIERECHTEN - RECHTEN OP GESCHRIFTEN

2015 2016

2017

61.372€

62.070 €

239.067,50 €

2014 69.359 €

2013 79.865 €

2012 84.116 €

77.522 €

19.497.834,79€

21.931.179,65 €

23.314.283,76 €

22.185.500 €

14.829.175 €

REGISTRATIERECHTEN

RECHTEN OP GESCHRIFTEN

Artikel 11 uit het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten *verhoging van 25€ naar 50€ vanaf 1/7/2013

Artikels 6 (50 €) & 7 (7,50 €) uit het Wetboek diverse rechten en taksen

PENALE BOETES

382.421.000

430.812.000

445.680.000

449.560.000

457.375.000

465.994.630

cijfers van de FOD Financiën - Inning & Invordering

387.724.000

56 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / SOCIAAL-ECONOMISCHE BAROMETER

2011

2012 12.884.750 €

2013*

2011 12.993.450 €

2017

2016

2015

2014*

cijfers ontvangen van de FOD Financiën -patrimoniumdocumentatie

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017


2016

2017

414.195

622.030

885.319

= Wallonië

391.082

636.837

1.064.422

Namen

Luxemburg

Luik

Limburg

Leuven

Henegouwen

Eupen

Brussel

Waals-Brabant

West-Vlaanderen

Oost-Vlaanderen

KLEURENLEGENDE = Vlaanderen = Brussel

SOCIAAL-ECONOMISCHE BAROMETER / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 57

2015

428.085

661.352

955.934

Antwerpen

78.432

65.533

31.149

6.606

57.285

173.921

215.589

180.006

138.762

268.552

291.514

414.195

AANTAL AKTEN INGESCHREVEN IN HET REPERTORIUM DER GERECHTSDEURWAARDERS IN 2017 cijfers ontvangen van de FOD Financiën -patrimoniumdocumentatie


DIRECTE BELASTINGEN EN BTW cijfers van de FOD Financiën - Inning & Invordering

DB

BTW

totaal

2011

163.062.165,00 €

167.350.001,00 €

330.412.166,00 €

2012

149.971.916,96 €

101.239.569,09 €

251.211.485,90 €

2013

163.664.390,74 €

185.203.518,99 €

348.867.909,73 €

2014

167.464.362,00 €

196.106.161,00 €

363.570.523,00 €

2015

132.128.710,00 €

179.182.208,00 €

311.310.918,00 €

2016

129.443.163,00 €

113.819.505,17 €

243.262.668,17 €

2017

137.140.225,00 €

117.002.540,00 €

254.142.765,00 €

In deze totalen zijn enkel de overschrijvingen begrepen die door de belastingsplichtigen gedaan werden in handen van de gerechtsdeurwaarder en door deze laatste werden overgemaakt aan de Administratie en in hun IC/PC-systeem geboekt zijn. Het vermelde bedrag inzake btw is gelijk aan de sommen die op de vervolgde aanslagen werden geboekt gedurende een periode van 4 maanden na de betekening van het dwangschrift.

BELASTINGEN EN BTW 58 / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / SOCIAAL-ECONOMISCHE BAROMETER

cijfers van de FOD Financiën - Inning & Invordering

300.000

258.264 220.003

250.000

184.383

216.499

200.000

184.503

171.755

150.000

100.000

73.169 53.074

57.802

33.859

50.000

2012

2013

26.996

2014

= aantal akten met betrekking tot directe belastingen

2015

2016

56.015

2017

= aantal akten met betrekking tot btw


AANTAL PROTESTAKTEN* cijfers uit het centraal bestand van berichten (CBB)

neergelegd

opgehoffen

2011

9.268

4.454

2012

7.190

3.252

2013

3.590

359

2014

4.020

678

2015

3.631

399

2016

3.344

472

2017

3.023

379

* Een protestakte is een officiële vaststelling van de niet-betaling van een handelswissel door een gerechtsdeurwaarder. Indien de schuldenaar niet tijdig betaalt, wordt het protest gepubliceerd bij de griffie van de handelsrechtbank. U kan de gepubliceerde protesten per onderneming consulteren op www.gerechtsdeurwaarders. be/lnxprotestweb. Indien een onderneming zijn wisselbrief niet betaalt, kan dit een indicator zijn dat het bedrijf in kwestie het financieel moeilijk heeft.

AANTAL STARTERS & FAILLISSEMENTEN

10.587

2013 2014

11.740 10.736 9.762

2015 2016 2017

2012 wederonderwerpingen)

( primo-onderwerpingen en

STARTERS

2012

2013 2014 2015 2016 2017

9.170 9.968

73.995 70.501 93.531 83.051 93.924 95.852

SOCIAAL-ECONOMISCHE BAROMETER / JAARVERSLAG NATIONALE KAMER / 59

FAILLISSEMENTENTEN

cijfers van STATBEL


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarverslag 2017 by SAM-TES - Issuu