Skip to main content

Kipsignalen

Page 1

te ct ed

ig ht pr o

yr

co p


Kipsignalen Concept Jan Hulsen, Vetvice Groep

Postbus 4103 7200 BC Zutphen T (0575) 54 56 88 E info@roodbont.nl I www.roodbont.nl

Auteurs Monique Bestman Marko Ruis Jos Heijmans Koos van Middelkoop Redactie Ton van Schie

te d

Kosterijland 3-5 3981 AJ Bunnik T (0343) 52 38 60 E info@louisbolk.nl I www.louisbolk.nl

te c

Fotografie Omslagfoto’s: Marcel Bekken Overige foto’s: Louis Bolk Instituut, Livestock Research Wageningen UR, GD en verder: Alpharma (107lo, 107ro), Aviagen (88lo, 88ro), C. Bennet (44r), Marcel Berendsen (achterzijde o, 4, 8o, 9rb, 11b, 24b, 24o, 25, 26r, 27lb, 34ro, 34l, 45ro, 45b, 48l, 48rb, 49 (6,7), 54o, 55lb, 56, 57ro, 58lo, 58mo, 58ro, 59, 60l, 70lb, 73ro, 90, 97lo, 97ro), C. Berg (81r, 3x), De Heus (65rm), Ron Jöerissen (57lo), Henk Heidekamp (54b), Interbroed leghennen (50, 51, 61rm), Berry Lott (85lm, 85rm), Jac Matijssen (14l), Bastiaan Meerburg (93m), Frank van Merle, Aviagen (89), Koos van Middelkoop (78lb), Pas Reform (44l), Henk Rodenboog (86ro, 86lo, 87rb), Schippers BVBA (101ro), Arthur Slaats (77lo, 77ro, 82), Hilly Speelman (36b), Rob van Veldhuizen (93o), Vencomatic (7lm, 33, 69o, 76o), Verbeek (94o), Ron Verdel (39lm), Zonne-Ei-Farm B.V (7b)

Postbus 338 6700 AH Wageningen T (0317) 483 953 E info.livestockresearch@wur.nl I www.livestockresearch.wur.nl

ig ht pr o

yr

b = boven, o = onder, m = midden, r = rechts, l = links

Illustraties Marinette Hoogendoorn

co p

Colofon

Postbus 9 7400 AA Deventer T 0900 1770 E info@gddiergezondheid.nl I www.gddiergezondheid.nl

Tekstredactie Regelwerk

Vormgeving Dick Rietveld, Erik de Bruin, Varwig Design Met dank aan: Peter van Agt, Marleen Boerjan, Pieter Bouw, Mijndert van den Brink, Hilko Ellen, Rick van Emous, Marrit van Engen, Teun Fabri, Thea Fiks, Niels Geraerts, Arjan Gussinklo, Jan van Harn, Wim Hoeve, Jan Hulsen, Ron Jöerissen , Ingrid de Jong, René Kieftenbelt, Gerjan Klok, Cécile Korevaar, Marinus van Krimpen, Pieter Kruit, Jan en Marcel Kuijpers, Ferry Leenstra, Sander Lourens, Jac Matijsen, Monique Mul, Bert van Nijhuis, Kees van Ooijen, Wim Peters, Bianca Reindsen, Berry Reuvekamp, Henk Rodenboog, Jorine Rommers, Piet Simons, Arthur Slaats, Alex Spieker, André van Straaten, Otto van Tuil, Cor van de Ven, Jan-Paul Wagenaar, Ruud van Wee, Sible Westendorp.

Kipsignalen is ontwikkeld in nauwe samenwerking met de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP). De uitgave is mede mogelijk gemaakt door fonds pluimveebelangen en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Auteurs en uitgever hebben de inhoud van deze uitgave met grote zorgvuldigheid en naar beste weten samengesteld. Auteurs en uitgever aanvaarden evenwel geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen die gebaseerd zijn op bedoelde informatie. © Roodbont Publishers B.V., 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. ISBN 978-90-8740-047-7 NUR 940


4 8 9 10 12 13 14 18 20 21 22

2 De kip en haar omgeving Stal is leefomgeving kip Kies het systeem dat bij je past Aankomst in de nieuwe stal Zitstokken Strooisel Klimaat in orde Gevoelstemperatuur Lucht Licht Stof In de uitloop De feiten Hoe krijg je ze naar buiten? Beschutting is het belangrijkste Ongewenst gedrag en ander ongerief Overdekte uitloop of wintergarten

24 24 25 26 27 28 30 31 32 33 34 36 37 38 39 40 41

56 56 57 58 59 60 60 61 62 64 66 68 69 70 71 71 72 73 74 75

5 Vleeskuikens Controle bij opzetten Temperatuur Verdeling van de kuikens in de stal Beoordeling van dieren Signalen uit mest Slecht strooisel Voersignalen Drinken Zwakke kuikens Doodsoorzaken herkennen Vleeskuikenouderdieren

76 77 78 79 80 82 83 84 85 86 87 88

ig ht pr o

te c

1 Meer zien door beter kijken Signalen opvangen Signalen gebruiken Ken jezelf Wat wil de (leg)kip Diergedrag Anatomie Zintuigen Kipgeluiden Controle op dierniveau

4 Leghennen Vaar niet blind op schema’s De ideale curve Voer en voermanagement Voer en licht Voeding bij hitte Gebreksignaal: veren eten Aandachtspunten bij voersystemen Water Uitwendige eikwaliteit Inwendige eikwaliteit Wat maakt een nest aantrekkelijk? Voorkom buitennesteieren Management afstemmen op legpiek Een tweede legperiode? Pikkerij, verenpikkerij en kannibalisme? Moeilijk terug te draaien Verenpikken Preventie van verenpikken Kannibalisme

te d

Inleiding

yr

3 Opfokhennen De eerste dagen Kwaliteit van eendagskuikens Beoordelen op 16 weken Licht Goed gedrag aanleren in volièrestallen Vaccinaties Goed vaccineren Van klein naar groot in 18 weken Verenpikkerij in de opfok Snavelbehandeling Afstemming tussen opfok en leg

co p

Inhoud

42 43 44 45 46 47 48 49 50 52 53 54

6 Gezondheid Signalen van ziekte Biosecurity buiten de stal Biosecurity in de stal Koppelbenadering bij ziekteproblemen Maagdarmaandoeningen Luchtwegaandoeningen Eiproductiestoornissen Bewegingsstoornissen Plotseling verhoogde uitval De belangrijkste ziekten op een rij Virussen Bacteriën Maagdarmparasieten Wormen Bloedluizen (vogelmijt)

90 91 92 93 94 95 96 98 100 101 102 102 105 107 108 110

Index

112


De kip centraal Bij pluimveehouden draait het om kippen. Het goed houden en verzorgen van de kippen is een basisvoorwaarde. Economisch en netjes werken zijn ook belangrijk. Kipsignalen gaat over het optimaal huisvesten en verzorgen van de kip en dus staat de kip centraal. Wat is een kip en wat heeft dit dier nodig voor gezondheid, welzijn en productie? Pluimveehouders die hiermee rekening houden, kijken goed naar hun dieren en doen dit meerdere keren per dag en overal in de stal. Ze reageren adequaat op afwijkingen en storingsmeldingen. Daartoe kunnen ze ‘lezen en schrijven’ met alles wat ze geautomatiseerd hebben. Bovendien zorgen ze ervoor dat het werk niet te veel tijd kost, dat de werkomstandigheden prettig zijn en dat de inventaris in goede staat verkeert.

Observeren en beoordelen van een bedrijf worden vaak beperkt door bedrijfsblindheid: je bent zo één met het bedrijf dat afwijkingen niet meer opvallen, omdat het voor jou juist de norm is geworden. Spoor je eigen blinde vlekken op en neem ze weg. Stel je open voor nieuwe dingen. Wees kritisch. En wees niet bang om te veranderen. Een belangrijke vraag die een goede ondernemer zich regelmatig stelt is: haal ik alles er uit wat erin zit? Oftewel: kan het nog beter? Veranderende situaties De leghennensector is volop in beweging: de kooihuisvesting wordt afgeschaft. Dit betekent dat veel leghennenhouders moeten gaan kiezen (als ze dat al niet hebben gedaan): ga ik voor koloniehuisvesting of kies ik een volièresysteem? Ga ik richting uitloop of kies ik zelfs voor biologisch? De keuze voor het systeem is aan de pluimveehouder en zal afhangen van persoonlijke voorkeur, economisch rendement en wat milieutechnisch mogelijk is. Een nieuw systeem stelt andere eisen aan de pluimveehouder. Hoe meer gelegenheid de kip krijgt om haar natuurlijke gedrag te vertonen, hoe meer je aan het dier kunt aflezen. Maar ook: hoe meer je het dier zelf moet gaan managen in plaats van het systeem eromheen.

te ct ed

Inleiding

ig ht pr o

Iedereen kan leren om kippen beter te observeren en te begrijpen. En dus om de gezondheid, het welzijn en de productie van die dieren beter te kunnen sturen. Sommige mensen hebben van nature het talent om kippen goed te observeren en begrijpen. Anderen moeten hier veel moeite voor doen. Maar allemaal worden ze beter als ze er actief mee aan de slag gaan.

co p

yr

Kipsignalen traint jouw vaardigheden om signalen van de kippen op te vangen en te gebruiken voor controle en verbetering.

4

Kip sig nal en


productie – gezondheid – gedrag

Gedrag

co p

Gezondheid

yr

Productie

ig ht pr o

Productie, gezondheid en gedrag zijn met elkaar verbonden als de punten van een driehoek.

te d

De rode draad in het boek Kipsignalen is kijken, denken en doen. De drie basisvragen die een pluimveehouder zich steeds bewust moet stellen zijn: 1. Wat neem ik waar? 2. Hoe komt dit? 3. Wat moet ik doen?

Geen handboek Kipsignalen is geen handboek met allerlei normen voor alle onderdelen van het pluimveebedrijf. Wel is het een handleiding om goed naar je dieren te kijken en hun signalen om te zetten in acties die resulteren in een nog betere bedrijfsvoering. Het boek is geschreven in een vorm die er hopelijk toe uitnodigt het regelmatig open te slaan. Zodat je steeds weer nieuwe ideeën opdoet.

te c

Bewuster leren kijken Een goede zorg voor je dieren begint met kritisch observeren. Kijk bewust. Neem wat afstand, soms letterlijk. Bewust kijken kun je niet doen als je tegelijk met andere dingen bezig bent. Sta letterlijk eens stil bij de signalen die je dieren laten zien. Hoe langer je erbij stilstaat, hoe meer (subtiele) signalen je gaan opvallen. Signalen zien, eigenlijk al voor de gevolgen zich openbaren, vereist vakmanschap.

Het één beïnvloedt het ander. Productie is voor de ondernemer het belangrijkste doel van zijn bedrijfsvoering. Productie hangt zeer nauw samen met gedrag en gezondheid. Een onrustig koppel verspilt energie. Bovendien zijn gestresste dieren vatbaarder voor ziekte. Een ziek dier produceert minder. Ziekte kun je ook zien aan het gedrag. Productie heeft zo op haar beurt weer gevolgen voor gezondheid en gedrag: achterblijvers hebben een lagere weerstand en zwaardere dieren kunnen dominant zijn in de groep. Tenslotte hebben dieren bepaalde gedragsbehoeften. Als ze deze niet kunnen uitvoeren, liggen stress en weerstandsvermindering op de loer. Zo kan de driehoek steeds worden doorlopen vanuit diverse startpunten.

Inleid i n g

5


Allemaal topsporters

Hoewel het lastig is om de uiteenlopende sectoren in één boek samen te brengen is dit met Kipsignalen wel gedaan. Een groot aantal zaken is immers wel vergelijkbaar. Het eerste, lange, hoofdstuk gaat over de kip in het algemeen, haar genetica, anatomie en gedrag. Achterin worden in het hoofdstuk ‘Gezondheid’ gezondheids- en ziekteproblemen behandeld die vaak ook voor alle soorten pluimvee gelden. Daarnaast kun je altijd iets leren van andere sectoren, als je jezelf daarvoor open stelt.

De productie van eieren en vlees is voor de dieren topsport bedrijven. Dat het verschil tussen leghennen en vleeskuikens levensgroot is, behoeft geen betoog. De verschillen tussen pluimvee in diverse deelsectoren en zelfs systemen laten zich goed vergelijken met atleten. Die heb je ook in allerlei soorten en maten, toegespitst op hun discipline.

ig ht pr o

te ct ed

De diverse sectoren belicht

Leghen: de volhoudster Net als lange afstandslopers moet dit type dier op de lange termijn presteren en heeft dus uithoudingsvermogen nodig.

co p

yr

Vleeskuiken: de sprinter Net als krachtsporters moet dit type dier op de korte termijn presteren.

Leghen in alternatieve systemen: de steeple chase loopster Leghennen in systemen met loslopende dieren komen andere uitdagingen tegen dan in kooien gehouden kippen. Hierdoor is hun levensloop te vergelijken met een hindernisbaan (steeple chase).

6

Kip sig nal en


Verschillen binnen sectoren

Bruine hennen zijn vaak iets zwaarder dan de witte en hebben daardoor iets meer onderhoudsvoer nodig.

co p

yr

ig ht pr o

Vleeskuikens: traditioneel versus traag groeiend De meest logische indeling voor vleeskuikens is traditioneel versus traag groeiend. De traditionele worden het meest gebruikt. Ze wegen 2,5 kg op 6 weken. De dieren zijn geselecteerd op witte veren omdat het buikvlees dan ook mooi wit is, wat de consument prettiger vindt. De dieren zijn druk met eten en groeien. Gedurende hun leven worden ze steeds minder actief. De ouderdieren worden in de opfok beperkt gevoerd omdat ze, eenmaal te zwaar, minder oud worden en minder broedeieren produceren.

te d

Het verschil tussen wit en bruin bestaat nog wel, maar inmiddels zijn de dieren met betrekking tot gewicht steeds meer op elkaar gaan lijken en worden beide typen in zowel kooien als stallen met loslopende kippen gehouden. Bovendien zijn er de laatste jaren middelzware ‘silvers’ bij gekomen. Deze hebben witte veren, met her en der een bruine. Ze leggen bruine eieren en hebben het gewicht en karakter van bruine hennen.

Vroeger werden hennen vooral in kleine kooien gehouden. Deze zijn verboden vanaf 1 januari 2012. De kleinvolière of koloniehuisvesting is hiervoor een toegestaan alternatief.

te c

Leghennen: steeds minder onderscheid Twintig jaar geleden kon je leghennen indelen in lichte en middelzware typen. De lichte hennen waren meestal wit en legden witte eieren, de middelzware bruin en legden bruine eieren. De witte hennen legden vaak iets meer eieren, hadden daarbij minder voer nodig en waren opvliegender, actiever of nerveuzer.

Traag groeiende vleeskuikens wegen pas na 9 weken 2,5 kg. Doordat ze minder topprestaties hoeven te leveren, zijn ze minder gevoelig voor ziekten, hebben ze minder luchtweg- en verteringsproblemen en minder uitval. Traag groeiende vleeskuikens worden in ‘alternatieve systemen’ gehouden met meer ruimte en vaak een ‘wintergarten’ of uitloop. Ze zijn actiever dan de traditionele vleeskuikens. Ze zijn overwegend wit, maar soms zie je gevlekte of bruine individuen ertussen. De vaderdieren zijn dezelfde als die van de traditionele vleeskuikens. De moeders zijn echter dwergmoederdieren, deze worden amper beperkt in hun voeropname.

Inleid i n g

‘Wit van buiten, bruin van binnen’ worden deze dieren ook wel genoemd vanwege het witte uiterlijk, maar met de overige eigenschappen van bruine merken.

Traag groeiende vleeskuikens.

7


HOOFDSTUK 1

ig ht pr o

te ct ed

Meer zien door beter kijken

Als je alleen kijkt naar technische zaken, zoals legpercentage en eikwaliteit, groei of voer- en watergebruik, dan loop je de kans belangrijke signalen te missen en achter de feiten aan te lopen. Deze signalen krijg je van de kippen,

In een mooi koppel zoals deze, wil je afwijkingen zo snel mogelijk signaleren om problemen te voorkomen.

yr

hun voorkomen, hun gedrag, mest en eieren.

co p

Gebruik alle zintuigen. Nog voor je in de stal bent, hoor je al aan het geluid van de dieren of er wat bijzonders is. Sta dus even stil voor de deur en stap niet direct de stal in. Eenmaal binnen ruik je hoe het stalklimaat is en of er wat is met de mest of de ventilatie. Met je ogen en oren zie en hoor je hoe actief de dieren zijn en of ze meer, minder of anders reageren op je komst dan je gewend bent. Gebruik ook je zintuigen om warmte en kou waar te nemen in de stal. Elke afwijking verdient aandacht. Bedrijfsblindheid Als je weet wat normaal is, herken je pas afwijkingen. Wat normaal is, leer je door veel en zo objectief mogelijk te kijken. Wees je echter bewust van het gevaar van bedrijfsblindheid. Bedrijfsblindheid

8

krijg je als je de situatie op je eigen bedrijf als de norm ziet. Bedrijfsblindheid beperk je door kritisch te praten met collega’s en adviseurs. Doe ook daadwerkelijk wat met kritische opmerkingen.

Bedrijfsblindheid beperk je door kritisch te praten met collega’s en adviseurs.

Kip sig nal en


Signalen opvangen

ig ht pr o

Kijk van koppel naar kip Je controleronde begint met het waarnemen van het hele koppel. Hoe verdelen ze zich over de ruimte? Hoe gebruiken ze de verschillende onderdelen van de stal? Vermijden ze bepaalde plaatsen, b.v. doordat het klimaat daar minder is (tocht, kou)? Probeer te kijken naar de verschillen tussen dieren. Hoe is de uniformiteit? Waarin verschillen ze? Is dat alertheid, conditie of iets anders? Afwijkende dieren pak je op om ze beter te bekijken. Constateer je een afwijking, kijk dan of het een incidenteel geval is of een signaal van een

groter, onderliggend probleem. Pak ook willekeurig wat dieren in de hand om ze te beoordelen. Niet alle afwijkingen springen immers direct in het oog. Dingen die je in detail opvallen, kun je alleen goed beoordelen in hun context. Dus je kijkt ook van kip naar koppel. Soms moet je juist een stapje achteruit doen om iets beter te kunnen zien.

te ct ed

Tijdens het schoonmaken, grondeieren rapen, graan strooien nemen we al heel veel waar van een koppel. Voer echter ook een controleronde uit zonder andere activiteiten uit te voeren. Je kunt dan beter en bewuster signalen opvangen doordat je de volle aandacht richt op de dieren en hun omgeving. Combineer een controleronde dus niet met iets anders, zoals schoonmaken, grondeieren rapen of graan strooien. Activiteiten, maar ook stemmingen, zoals een slecht humeur, leiden af. Tegelijk verstoor je het gedrag van de dieren, waardoor relevante signalen verloren kunnen gaan. Bovendien reageren de kippen minder op je aanwezigheid als je vaker in de stal komt zonder specifieke dingen te doen. Een controleronde is een rondgang door de hele stal. Zorg dat alle dieren je aandacht krijgen. Kijk dus overal: voorin, achterin, in het midden, onderin, bovenin.

co p

yr

Zet een stoel in de stal en blijf op gezette momenten ook een paar minuten stilzitten om de dieren te observeren. Pas dan laten de dieren eventueel afwijkend gedrag zien.

Dit dier is niet gezond en is een bron van narigheid. Haal dit dier uit het koppel.

H oofd st u k 1 : M e e r z i e n do o r beter ki j ken

Kijk goed bij de voerketting dat alle dieren gaan eten en er geen hennen zijn die maar heen en weer blijven rennen. Alle hennen moeten kunnen eten. 9


Signalen gebruiken

Risicodieren Binnen een koppel zijn er altijd risicodieren, bijvoorbeeld achterblijvers. Zij zullen het eerst door ziekte, watergebrek of andere onvolkomenheden worden getroffen. Zij zijn de signaaldieren. Aan de risicodieren kun je het eerste aflezen dat er iets mis is. Dubbele reden om hier alert op te zijn. Dieren die door hun gedrag of uiterlijk aanleiding geven tot problemen kun je ook tot de risicodieren rekenen. Niet als slachtoffer, maar als veroorzaker. Bedenk voor je bedrijf welke dieren en problemen dat zijn en hoe je tijdig hierop kunt inspelen.

te c

Een echt signaal herhaalt zich. Denk na over wat je ziet en over het verband met de omstandigheden: gebeurt het vaker? Op andere tijden? Bij andere dieren? Op andere bedrijven? Ga zelf kijken of vraag er iemand bij. Ga ook eens ‘s avonds en ‘s nachts kijken.

Weet ook wanneer risico’s ontstaan en speel hier op in door risico’s weg te nemen of extra alert te zijn als je risico’s verwacht.

te d

Gebruik wat je ziet om je bedrijfsvoering te verbeteren. Stel bij alles wat je ziet, de volgende vragen: 1. Wat zie (hoor, ruik, voel) ik? Wat is het signaal? 2. Hoe komt dit? Wat is de verklaring? 3. Wat moet ik doen? Is het goed zo of moet ik actie ondernemen? Als je acties bedenkt, voer ze dan ook uit. Alleen dan heeft het zin om goed te kijken.

Zo neem je gestructureerd waar:

ig ht pr o

1. Kijk óók zonder ander werk te doen. 2. Kijk naar het hele koppel, naar de individuele kip en weer naar het koppel.

3. Kijk naar gemiddelden en naar uitersten. 4. Kijk naar het begin, het eind en het mid-

co p

yr

denstuk van de stal. Dat geldt ook voor processen, bijvoorbeeld het voeren. Kijk naar het voorste deel van de voerbak die gevuld wordt, de middelste en de laatste. Wat gebeurt daar? 5. Kijk op verschillende momenten en onder verschillende omstandigheden. 6. Blijf op gezette momenten ook stil staan in de stal en loop niet de hele tijd door. 7. Identificeer risicomomenten, risicodieren en risicoplaatsen.

Bange of zieke kippen in de nesten bevuilen de eieren.

Risicoanalyse en actie

10

Risicogroep

Risico

Actie

Achterblijvers

Produceren weinig

Kleine dieren eruit selecteren, apart zetten of afvoeren

Kippen die buitennesteieren leggen

Kans op cloacapikken Kans op nog meer buitennesteieren

Hoeken en donkere plekken met verlichting onaantrekkelijk maken (gebruik stroomdraadjes) Vaker buitennesteieren rapen (hoe vaker, hoe beter)

Bange kippen, die bovenin of in de nesten zitten en zich snel laten opjagen

Produceren minder Bevuilen de nesten

Stressfactor bepalen en wegnemen Eruit selecteren, apart zetten

Kip sig nal en


Afgeleide signalen Een signaal voor de verdeling van hennen over de zitstokken ‘s nachts is de hoogte van de mest die je aantreft onder de beun of op de verschillende mestbanden. Ligt dat ongelijkmatig verspreid, dan zitten de kippen ook ongelijkmatig op stok.

co p

yr

ig ht pr o

Risicomomenten Er zijn specifieke momenten op de dag, in het seizoen of tijdens de ronde die een risico in zich bergen. Bekende terugkerende risicomomenten zijn de voerbeurten. Blijf in de gaten houden of je voermachine goed werkt en of de bijbehorende weegschaal goed functioneert. Het kan ook om langere periodes gaan (dagen, weken). Een risicoperiode is bijvoorbeeld wanneer de jonge hennen aan de leg komen. Niet alleen voor de hennen zelf, maar ook voor het functioneren van het systeem. Als je te vroeg de nesten openzet, kunnen de nesten bevuild raken. Zet je ze te laat open, dan leggen de hennen buiten de nesten. De winter is een risicoperiode omdat je dan meer moeite moet doen om het stalklimaat en het strooisel goed te houden. In de zomer kunnen zowel vleeskuikens als leghennen hittestress krijgen.

Onbegrepen zaken Soms kom je dingen tegen die je niet meteen begrijpt. Natuurlijk hoeft niet elk onbegrepen signaal schade op te leveren. Is dat wel het geval, ga dan op zoek naar een verklaring. Je leert het meeste van proberen te begrijpen hoe goede situaties tot stand zijn gekomen, dus wat de succesfactoren zijn.

te ct ed

Risicoplaatsen In elke stal zijn risicoplaatsen waar je problemen kunt verwachten. Plekken die bekend staan als risicoplek moeten vast onderdeel zijn van je dagelijkse controlerondes. Op plaatsen die onnodig een risico vormen breng je verbeteringen aan. Voorbeelden van risicoplaatsen zijn donkere plekken en hoeken, dus bij afscheidingen tussen afdelingen, rondom legnesten, tochtplekken, enzovoort.

Vraag je adviseurs om hun waarnemingen in jouw logboek te zetten.

H oofd st u k 1 : M e e r z i e n do o r beter ki j ken

In het systeem is het donker: een risicoplaats voor buitennesteieren. Oplossing: extra verlichting ophangen.

Signalen uit registratie Er wordt veel geregistreerd, maar doe je voldoende met die informatie? Controle op koppelniveau bestaat in ieder geval uit het dagelijks nauwkeurig bijhouden van water- en voerverbruik. Door registraties steeds op hetzelfde moment van de dag te doen, wordt het sneller duidelijk als er veranderingen zijn. Meestal is een opvallende wijziging in waterverbruik het eerste signaal dat er iets met de gezondheid of het voer (bijvoorbeeld te zout) aan de hand is. Er kan ook gewoon iets mis zijn met de watervoorziening zelf. Met betrekking tot voer geldt ook dat een opvallende toe- en afname van de voeropname verdacht zijn. Dat kan wijzen op nietuniform voer.

11


Ken jezelf kan zijn sterke punten benutten en zorgen dat de zwakke punten op een of andere manier ‘afgedekt’ zijn. Gesprekken met adviseurs kunnen je helpen bepalen welke taken je het beste afgaan en wat dit betekent voor de strategische keuzes in je bedrijfsvoering. Taken waar je minder goed in bent of waar je echt geen zin in hebt, kun je beter door iemand anders laten doen.

ig ht pr o

te ct ed

Je bent de hele dag in touw: eieren rapen, controlerondes lopen, administratie doen, mensen aansturen, onderhandelen met afnemer en toeleveranciers, enzovoort. Voor elk van deze taken zijn weer andere persoonlijkheidskenmerken belangrijk. De ene pluimveehouder is echter meer een dierverzorger, de ander meer een ondernemer en de derde meer arbeider. Wie zichzelf goed kent,

De arbeider richt zich op het werk, dat af moet. Hij probeert de omstandigheden zo plezierig mogelijk te maken. Maar ziet hij ook op tijd dat er iets speelt bij de dieren?

co p

yr

De dierverzorger haalt de meeste voldoening uit het werken tussen de dieren, maar ziet hij ook het werk liggen?

De ondernemer / manager richt zich op het organiseren en het bedrijf gaande houden. De productie moet goed zijn en de opbrengsten in verhouding tot de kosten. Ook moet hij personeel aansturen en relaties onderhouden met adviseurs, toeleveranciers en afnemers. Maar komt hij nog genoeg in de stal?

Omschakelen naar alternatief Omschakelen van kooi naar scharrel of volière betekent een heel andere manier van omgaan met je kippen. De dagelijkse verzorging vraagt bij alternatieve huisvesting dubbel zoveel aandacht en tijd. Het aspect van dierverzorging wordt nog belangrijker. Het is de kunst om die omstandigheden te creëren waarin de kip zo goed mogelijk produceert. Dus waar en wanneer voer/water, waar wat voor verlichting, etc? Maar ook: hoe laat doe

12

je de dingen, zoals grondeieren rapen. Dit moet je in de vingers krijgen. In een kooisysteem bepaalt de legpluimveehouder het tijdschema in een alternatief systeem is dat de kip. En veel kijken: telkens als je wat verandert, kijk je hoe de dieren daarop reageren. Zij geven aan of het een juiste verandering is. En misschien moet je eens aan een ander type kip denken?

Kip sig nal en


Wat wil de (leg)kip ze vaak op een knop te laten pikken. Dat geeft een indruk van hun behoefte. Een kip doet vlak voor het leggen van een ei evenveel moeite voor een legnest als voor voer na acht uur vasten. Een legnest vindt een kip op zo’n moment dus heel belangrijk. Zo kun je een verlanglijst samenstellen. Ook als pluimveehouder zou je de hoogste prioriteit moeten geven aan wat bovenaan het verlanglijstje staat.

Elke kip heeft een aantal basiseisen die samen te vatten zijn in voer, water, licht, lucht, rust, ruimte en gezondheid. In elk huisvestingssysteem en in elke situatie moet je deze voorwaarden nalopen om te zien of aan de behoefte van de kip wordt voldaan. Hoe vrijer het systeem, hoe meer aandacht de diverse factoren behoeven. Want er kan gemiddeld per hen in een scharrelsysteem wel voldoende ruimte zijn, als alle hennen op elkaar zitten, komt er een aantal toch echt in de verdrukking. Dus klopt het voor elk dier, op alle momenten?

ig ht pr o

te c

te d

Verlanglijstje Een optimale omgeving van kippen begint bij het kennen van hun behoeften. Voorkeuren hebben onderzoekers op verschillende manieren vastgesteld. Je kunt kijken naar hoeveel moeite ze ergens voor willen doen. Bijvoorbeeld door ze een zwaar deurtje opzij te laten duwen om ergens bij te kunnen, een smalle opening om door te kruipen of door

Deze jonge hennen kijken het voer de muur uit. Ze hebben honger en het is bijna etenstijd.

yr

De vijf vrijheden van het dier

co p

est egn elen 1. L rr cha 2. S stok it 3. Z fbad to S . 4 xtra 5. E te ruim

1. 2. 3. 4. 5.

Vrij van dorst, honger en ondervoeding. Vrij van lichamelijk ongerief. Vrij van pijn, verwondingen en ziektes. Vrij om normaal gedrag te vertonen. Vrij van angst en chronische stress. De Europese regelgeving op het gebied van dierenwelzijn is gebaseerd op deze vijf vrijheden. J. Webster (1999)

Hoeveel ruimte heeft een hen nodig? Eten Drinken Scharrelen/foerageren Poetsen Stofbaden Ei leggen Rusten

450 450 800 1.100 1.100 1.100 550

cm² cm² cm² cm² cm² cm² cm²

De ruimte die één leghen nodig heeft voor het uitvoeren van haar gedrag staat hiernaast. Houd je rekening met de tijd die een kip ergens aan besteedt, de mate waarin hennen gedragingen tegelijk willen uitvoeren, de gewenste afstand tussen de hennen bij ieder gedrag, dan kom je per hen op minstens 2.200 cm² uit (4,5 hennen/m²). Bestaande systemen zijn dus altijd een compromis tussen wat de kip nodig heeft en wat de pluimveehouder kan bieden.

Bron: Houden van Hennen

H oofd st u k 1 : M e e r z i e n do o r beter ki j ken

13


Diergedrag

Hanen Hanen kunnen een positieve invloed hebben op het gedrag van de hennen. Een haan sust ruzies tussen hennen. Onder begeleiding van hanen zoeken de hennen naar voedsel. Hanen begeleiden de hennen vaak van en naar de slaapplaatsen en lokken ze naar geschikte legnesten. Hanen zijn alleen nuttig als de hennen en hanen elkaar accepteren, dus als ze samen opgefokt zijn. Is dat niet het geval, dan is de kans groot dat de hanen afgepikt in de legnesten eindigen. Zet voldoende hanen bij.

co p

yr

ig ht pr o

te ct ed

Inzicht in het natuurlijke gedrag is noodzaak, met name bij loslopende kippen. In een kooisysteem merk je weinig van het gedrag van de dieren of hebben bepaalde gedragingen nauwelijks gevolgen. Met loslopende dieren kunnen bepaalde gedragingen tot ongewenste situaties of zelfs grote problemen leiden. Probeer ongewenst gedrag tijdig te herkennen en weet hoe je het kunt sturen. Nog belangrijker is het om je stal en je management zo in te richten dat er geen ongewenst gedrag optreedt, zoals op elkaar kruipen of buitennesteieren.

Deze haan zit goed in de veren, de hennen laten hem met rust. De hennen en hanen in deze koppel zijn niet bang voor elkaar.

Deze haan is aangepikt door de hennen. Dit komt doordat de hennen geen respect voor hem hebben.

Gedrag in grote groepen Een kip is een groepsdier. Ze herkent ongeveer tachtig soortgenoten en weet in kleine groepen wie dominanter is. In grotere groepen is het voor een kip onmogelijk om met alle individuen een duidelijke rangorde vast te stellen. In grote groepen bestaan wel subgroepen, waarbinnen kippen elkaar kennen en een vaste rangorde hebben. Dergelijke subgroepen houden zich waarschijnlijk op in vaste delen van de stal. Daartussendoor lopen kippen die nergens bijhoren en geen duidelijke rangorde heb-

14

ben. Zwaardere hennen of hennen met een grotere kam hebben een hogere rang. Aangepikte en zwakkere dieren trekken zich terug op de beun, in de legnesten of in de stellingen. Besteed bij controlerondes extra aandacht aan deze plaatsen om zicht te krijgen op het probleem. En voorkom dit gedrag door extra vlucht- en rustplekken te creëren, bijvoorbeeld op een bovenste etage (met alleen water) of door ruiters met zitstokken op de beun.

Kip sig nal en


Strikte dagindeling van leghennen Loslopende kippen beginnen elke dag met eten en inspecteren van het hok. Daarna leggen ze een ei. Midden op de dag is er een rustpauze en wordt een stofbad genomen. Aan het eind van de dag is er een piek in scharrel- en eetgedrag. Verenpikken, als het voorkomt, gebeurt meestal ook in de middag. De middag is het dus belangrijkste moment voor het aanbieden van afleiding.

Rustig een ei leggen Het leggen van een ei is voor een kip elke dag weer een hele exercitie. 1. Hen gaat het nest in. 2. Hen zit een half uur (of langer) rustig, eventueel met de ogen gesloten. 3. Er is toenemende onrust: hen tilt herhaaldelijk staart op en zet veren op de legbuik op. 4. Hen staat plotseling op, spreidt de poten. 5. Hen perst herhaaldelijk: ei komt steeds verder naar buiten. 6. Het nog vochtige ei komt naar buiten, gevolgd door rode uitstulping. 7. Uitstulping wordt na enkele seconden ingetrokken, cloaca sluit. 8. Hen staat hoog boven haar ei en rust, snavel geopend en nahijgend. 9. Hen inspecteert ei en verlaat nest al dan niet onder luid gekakel. 10.Hen eet en drinkt en vat dagelijkse routine weer op. Fase 3 tot en met 6 kosten hooguit een halve minuut. De kippen zijn kwetsbaar tijdens het leggen. Laat ze dan zoveel mogelijk met rust.

Middag

Avond

yr

Ochtend

Poetsen

Nacht

Slapen

co p

Slapen

te c

ig ht pr o

Dagindeling Nacht

te d

Doe je controleronde ook eens op een ander tijdstip, bijvoorbeeld na het voeren of ’s avonds nadat ze op stok gegaan zijn. Kippen zijn gewoontedieren en doen verspreid over de dag verschillende dingen. Door te veel op een vast tijdstip te controleren, mis je misschien belangrijke signalen, omdat ze rond die tijd een bepaald gedrag gewoon niet vertonen. Zo zie je onrust door bloedluizen eigenlijk alleen ’s avonds nadat de kippen op stok gegaan zijn. Soms wil je de dieren in beweging hebben, dan zie je dode dieren liggen en herken je passieve dieren. Begin je ronde daarom altijd als het voersysteem begint te draaien.

Paren

Eten Zonnebaden

Eten Ei leggen Stofbaden/ zandbaden H oofd st u k 1 : M e e r z i e n do o r beter ki j ken

15


Gedragsbehoeften: werken en eten Kippen zijn vrijwel altijd op zoek naar voer. Voor hen zijn eten en scharrelen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Onder natuurlijke omstandigheden besteden ze de helft van hun tijd hieraan. Ook al kunnen ze alles hapklaar uit de voerbak eten, toch willen ze nog uitgebreid scharrelen. Ook tussen de voerbeurten door hebben ze deze behoefte. Zorg dus dat ze dit kunnen, dat wil zeggen dat het strooisel los en droog is. Dan zijn ze bovendien minder geneigd veren uit te trekken bij elkaar.

Scharrelen of krabben? De term ‘scharrelen’ heeft meerdere betekenissen. Wetenschappers zien dit als zoeken naar eten, terwijl sommige pluimveehouders dit bestempelen als ‘lekker bewegen in het strooisel’. Voor dit laatste gebruiken wetenschappers juist weer de term ‘stofbaden’.

Type kip

Omgeving

% eten zoeken en eten

% afwijkend gedrag

% rustgedrag

Natuur Dierentuin Grondhok Kooi Natuur Onbeperkt gevoerd Beperkt gevoerd Stro

50 60 18 22 53 8 <1 10

0 0 0 0 0 0 32 0

<50 10 3 8 39 50 6 70

ig ht pr o

Bankiva (wilde kip) Bankiva Leghen Leghen Kuikens verwilderde leghen Vleeskuikenouderdieren Vleeskuikenouderdieren Vleeskuikens

te ct ed

Tijdsbesteding van kippen onder verschillende omstandigheden

co p

yr

Bron: P. Koene in: Bels, 2006

16

Vleeskuikens en -ouderdieren Vleeskuikens brengen het grootste deel van hun tijd inactief door. Met name de snelgroeiende merken kunnen 70 procent van de tijd op de grond liggen. Vleeskuikenouderdieren die onbeperkt te eten krijgen, brengen ook een groot deel van de tijd inactief door. Zodra vleeskuikenouderdieren echter beperkt gevoerd worden, draait alles om het tijdstip van voeren en de hoeveelheid voer. Doordat ze in minder dan tien minuten per dag hun voer opeten, is de eettijd in bovenstaande tabel kleiner dan één procent. Je ziet bij dergelijke dieren dat ze veel tijd besteden aan afwijkend gedrag, zoals hyperactiviteit, pikken op de lege voerbak, veel lopen, veel drinken en overmatige agressie. Essentieel is dat er voldoende eetruimte is om beschadigingen van dieren door krassen en pikken te voorkomen.

Kip sig nal en


te ct ed

ig ht pr o

Gedragsbehoeften: poetsen, stofbaden Kippen houden hun veren in conditie met poetsen en stofbaden. Bij het poetsen brengen ze vet uit de stuitklier aan op de veren. Met stofbaden verwijderen ze datzelfde vet als het te oud wordt en daarmee de eventuele parasieten. De verenkwaliteit wordt beter: de veren blijven losser en houden beter de warmte vast. Stofbaden voorkomt broosheid van veren, zodat ze minder snel afbreken. Kippen stofbaden vanaf een leeftijd van vier tot zes dagen. Stofbadgedrag wordt altijd op dezelfde manier uitgevoerd, dus telkens alle afzonderlijke gedragingen in dezelfde volgorde. Bovendien is het een sociale aangelegenheid. Het kan alleen in voldoende fijn strooisel, zoals zand of turf. Houtkrullen en stro zijn ongeschikt. Een stofbad is ook economisch interessant: een goed verenkleed is goed voor de hen en bespaart op voerkosten. In een kooisysteem moeten echter speciale voorzieningen getroffen worden en dat is kostenverhogend.

Inschudden om het strooisel tot diep in de veren te krijgen.

co p

yr

Fasen in het stofbadgedrag 1. Voorbereiding: kip zet de veren overeind en gaat zitten. 2. Inschudden: kip krabt zand achter zich omhoog, zodat het tussen de opgezette veren valt. Dit herhaalt zich een paar keer. 3. Wrijven: kip ligt op haar zij en draait wat om haar lengteas. Soms wordt tussendoor opnieuw ingeschud. 4. Uitschudden: kip staat op, zet haar veren open schudt krachtig met lichaam en vleugels. Een stofbad is pas effectief, dus heeft pas nut als alle fasen doorlopen zijn. Zie je dat de kippen niet verder komen dan fasen 1 en 2, dan is er onvoldoende fijn strooisel beschikbaar. Mogelijk worden de kippen telkens verstoord.

Na het inschudden laat het dier het strooisel in de veren zijn werk doen.

H oofd st u k 1 : M e e r z i e n do o r beter ki j ken

17


te ct ed

ig ht pr o

yr

co p


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Kipsignalen by Roodbont Publishers - Issuu