VARKENSSIGNALEN ZEUGEN
Praktijkgids voor lactatiemanagement en vruchtbaarheid
‘ 3 0 b i g g en p er j a ar i s t o p s p o r t vo o r uw z eu g. E n u b en t d e c o ac h .’
Marrit van Engen heeft de studies veeteelt en diergeneeskunde met succes afgerond en beschikt hierdoor over een ideale combinatie van zoötechnische én veterinaire kennis. ‘Een zeugenhouder moet na een korte observatie kun-
Een zeugenhouder wil een maximaal aantal gezonde biggen realiseren, met oog voor
nen zien hoe een zeug zich voelt. Ik help ze hier antennes voor te ontwikke-
eigen wensen, eisen van de dieren en maatschappelijke ontwikkelingen. Maar hoe doet
len.’ Marrit van Engen bezoekt varkensbedrijven als adviseur op het gebied
u dit? Allereerst door goed naar de zeugen te kijken en te handelen vóór problemen ont-
van voortplanting. Hiertoe ontwikkelde zij het concept FertilAid®. Voor
staan. Zo verhoogt u de worpgrootte en verlaagt u de uitval van biggen.
Varkenssignalen® verzorgt Marrit zaal- en staltrainingen. Zeugen begint met u, de ondernemer. Richt uw bedrijf zo in dat het bij u past én bij de Kees Scheepens en Jan Hulsen zijn de drijvende krachten achter het
dieren: voor u efficiënt en voor de zeug prettig. Zeugen gaat vervolgens in op het proces
Varkenssignalenconcept. Als onderzoeker, internationaal varkensdierenarts én
van werpen tot dracht met speciale aandacht voor de afvoer van oude zeugen en selec-
varkenshouder heeft Kees Scheepens een achtergrond die het hem mogelijk
tie van jonge gelten. Het doel is een topconditie voor een makkelijke worp en maximale
maakt om praktische kennis van het varken op een toegankelijke manier over te
melkproductie. En snel berig krijgen, succesvol insemineren en weer een soepele dracht.
brengen op varkenshouders. Zelf houdt Kees Berkshire-varkens vanwege het zeer geliefde smakelijke vlees. ‘Vleessmaak is mijn primaire fokdoel. Ik geniet
Pik varkenssignalen op. Zo moet voerweigering direct opvallen. Hoe komt dit? Is het
van varkens en van het lekkere vlees.’
warm, drinkt de zeug onvoldoende of wordt ze overvoerd? En ziet u het verschil tussen doodgeboren en doodgelegen biggen? Oorzaken kennen is de halve oplossing.
Marleen Felius is professioneel beeldend kunstenaar. ‘Vanaf mijn kindertijd ben ik gefascineerd door landbouwhuisdieren.’ Sinds 1968 maakt ze schilderijen
Zeugen staat vol praktische handreikingen voor optimale productieresultaten. Met heldere
waarop rundvee centraal staat. Daarnaast illustreert zij vakbladen en boeken,
teksten en informatieve foto’s en illustraties. Na het lezen van dit boek kunt u er als coach
waaronder ‘Varkenssignalen’, ‘Het Varken’ en ‘Koesignalen’. Marleen Felius
voor zorgen dat ook úw zeugen topprestaties leveren!
reist de wereld rond om informatie te verzamelen over veerassen en vormen van veehouderij. Dit resulteerde in het standaardwerk ‘Rundvee - rassen van de
Zeugen is een uitgave in de reeks Varkenssignalen®.
wereld’ en ‘De Koe’.
Varkenssignalen® presenteert op toegankelijke wijze praktische kennis van diergericht varkenshouden.
Food Safety Animal Health Animal Welfare DR. C.J.M. SCHEEPENS CONSULTANCY B.V
Varkenssignalen
C o p r py ot ri ec gh te t d
ZEUGEN
Over de makers
D e r S c h w e i n esignalediamant
Het boek Zeugen is onderdeel van het Varkenssignalenconcept. Varkenssignalen® omvat een breed aanbod om de kennis van varkenshouders te vergroten. Tijdens zaalbijeenkomsten en studieclubavonden vormen foto’s, beeld en geluid uit de praktijk van de varkenshouder de rode draad. Op onconventionele wijze worden aanwezigen actief bij de presentatie betrokken en vragen waar een zeugenhouder dagelijks tegenaan loopt beantwoord. Ook worden staltrainingen georganiseerd waarbij de deelnemers op signalen worden gewezen, waaraan ze in hun eigen bedrijf wellicht voorbij lopen. De activiteiten, voor zeugenhouders én vleesvarkenshouders, hebben als doel: • • • • •
bedrijfsblindheid voorkomen bewust beoordelingen inbouwen in de dagelijkse routine het kennisniveau praktisch verfrissen leren werken met checklisten het rendement van de varkensstapel verbeteren
Varkenssignalen over de grens Ook in het buitenland is Varkenssignalen® inmiddels een begrip. Deze kennis vindt via de trainingen en de boeken hun weg naar varkenshouders in onder meer Duitsland, Oostenrijk, Engeland en Frankrijk. Neem voor informatie contact op met: Food Safety Animal Health Animal Welfare DR. C.J.M. SCHEEPENS CONSULTANCY B.V
Hogevleutweg 5 5681 PD Best tel/fax: (0499) 31 01 42 mobiel: 06-12 50 79 34 e-mail: kscheepens@3drie3.nl internet: www.3drie3.nl
Foto: Els Korsten
ForFarmers Bezoekadres: Kwinkweerd 12, 7241 CW Lochem, Postbus 91, 7240 AB Lochem T: +31(0)573 28 88 00, F: +31(0)573 28 88 99, info@forfarmers.eu, www.forfarmers.eu
Door Marrit van Engen en Kees Scheepens
I
C o pr py ot ri ec gh te t d
II
C o pr py ot ri ec gh te t d
C o pr py ot ri ec gh te t d
Effectiviteit Enterisol® Ileitis bevestigd
De eerste praktijkresultaten in Nederland bevestigen de verwachte effectiviteit van het vaccin Enterisol. Eind september vorig jaar werd een nieuwe manier van ileitisbestrijding geïntroduceerd. Dankzij de introductie van het eerste drinkwatervaccin tegen deze darmaandoening kan antibioticabehandeling achterwege blijven en wordt schade al in een vroegtijdig stadium voorkomen. Nadat in buitenlandse bedrijven het effect van het vaccin al was aangetoond, blijkt dat nu ook het geval bij een van de Nederlandse bedrijven, die als eerste zijn gestart met vaccineren. Meer groei en betere uniformiteit Boehringer Ingelheim heeft in de meeste Europese landen Enterisol® Ileitis geïntroduceerd tussen september en november 2005. Dierenarts Harm Voets heeft werkzaamheidgegevens uit het veld samengevat Deze tonen aan dat vaccinatie met Enterisol® Ileitis zorgt voor een vermindering van de klinische verschijnselen, en daarnaast ook voor een duidelijke verbetering van economische kengetallen, zoals gemiddelde dagelijkse groei, voederconversie en verbeterde uniformiteit van de varkens. Alles met elkaar vertaalt zich dat in een beter financieel resultaat. Bij het nemen van een besluit om wel of niet tegen een ziekte te gaan vaccineren, is het rendement van de investering de belangrijkste drijfveer. Een mogelijk rendement kan worden uitgedrukt door opbrengsten van bijvoorbeeld de verhoging van de gemiddelde dagelijkse groei, verminderde uitval, verhoogde uniformiteit of vermindering van de klinische verschijn-
Vaccinatie via drinkwater.
selen van de ziekte, te vergelijken met de kosten van het vaccin en het arbeidsloon van het vaccineren. Doeltreffend Veldstudies in België, Denemarken, Duitsland, Griekenland en Zwitserland hebben aangetoond dat Enterisol® Ileitis bijzonder doeltreffend is (zie tabel). De resultaten geven aan dat het voordeel niet alleen te zien is aan het eind van de mestperiode. Het vaccin is ook werkzaam bij een vroege infectie die al in het kraamhok is ontstaan. De gevaccineerde dieren hebben een hoger gewicht aan het eind van de batterij en zijn meer uniform als ze de meststal ingaan. In de meststal wordt dit voordeel groter door een verhoging van de gemiddelde dagelijkse groei en een significante vermindering van te lichte dieren. Afhankelijk van de feitelijke prijzen voor voer, biggen en vlees, varieert het investeringsrendement van 2,5:1 tot 3,5:1.
Onregelmatige koppel als gevolg van de darmaandoening Ileitis.
III
Nieuwe gegevens onthullen de werkzaamheid van Enterisol® Ileitis in Europese varkenshouderij
Tabel: Verschil tussen gevaccineerde en niet gevaccineerde dieren. Gemiddelde dagelijkse groei (gr)
Aanvullende productieresultaten
België 1
+ 30
Verbeterde uniformiteit (4% minder lichtgewicht varkens); hoger eindgewicht mestperiode (3,0 kg)
België 2
+ 59
Verbeterde uniformiteit (15% minder lichtgewicht varkens); hoger eindgewicht mestperiode (7,1 kg)
Denemarken (alleen kraamhok)
+ 125
Hoger eindgewicht batterij (7,0 kg); vermindering van diarree tot nul en sterke vermindering van PMWSproblemen
Duitsland 1
+ 74
Sterfteafname (2%); verbeterde uniformiteit (6% minder lichtgewicht varkens aan het eind van de mestperiode)
Duitsland 2
+ 59
Kortere mestperiode (3 dagen); minder opgeruimde dieren (14%)
Duitsland 3
+ 28
Verminderde voederconversie (0,18%); minder antibioticagebruik (53%); hogere bruto winstmarge per dier (€ 5,59)
Praktijksituatie in Nederland Er is ook een onderzoek gedaan op een Nederlands bedrijf. Het gaat hier om een subfokker met 150 zeugen die zijn eigen borgen en het restant gelten afmest. Door zijn afnemers werd geklaagd over plotselinge sterfte, met bloederige diarree, bij recent geleverde gelten. Door de dierenarts werd de diagnose van acute ileitis (PIA) bevestigd. Bij nadere beschouwing bleken er ook problemen in de eigen vleesvarkensstal te zijn. Besloten werd om het zekere voor het onzekere te nemen. Daarom werden alle biggen met de hand gevaccineerd. De vleesvarkens lieten een forse groeiverbetering zien van gemiddeld 57 gram (van 808 naar 865 gram groei per dag per vleesvarken) in een kortere mestperiode (7,1 minder ligdagen). Bijkomend voordeel was dat medicatie met tylosine nu overbodig werd. De belangrijkste doelstelling is echter bereikt: er zijn nu geen klachten meer over de afgeleverde gelten. De afnemers zijn tevreden. Dit is het doorslaggevende argument voor de eigenaar om door te gaan met de vaccinatie.
C o pr py ot ri ec gh te t d
Land/ Varkenshouderij
Griekenland
+ 23
Minder diarreegevallen ( 75%); economisch voordeel per dier (€ 8,00)
Zwitserland
+ 33 / + 18
Op de batterij: toename gemiddelde dagelijkse groei (33 gram) waardoor hoger eindgewicht (2,1 kg); tijdens de mestfase: toename gemiddelde dagelijkse groei (18 gram), hoger eindgewicht (4,5 kg)
Deze eerste Nederlandse praktijkresultaten bevestigen de registratiebeschikking waarin staat dat een gemiddelde extra groei van 30 gram groei bewezen is. Ook uit de omliggende landen worden vergelijkbare resultaten gemeld. Nu de eerste resultaten bekend worden, stijgt het aantal vaccinerende boeren. Dit wordt nog eens gestimuleerd doordat sommige Duitse integraties bereid zijn meer te betalen voor gevaccineerde biggen.
IV
PIC Benelux: Genetische vooruitgang en gezondheid PIC biedt nieuwe technieken PIC heeft een heldere visie en een duidelijke strategie. Uitgangspunt is het te allen tijde meerwaarde leveren aan varkenshouders. Het beleid van PIC is erop gericht om altijd als eerste nieuwe technieken of methoden toe te passen om een maximale genetische vooruitgang te creĂŤren. PIC besteedt veel aandacht aan het verbeteren van de gezondheid bij de productie van varkensvlees. Ze wil verder kijken dan alleen de varkenshouder en dus ook meerwaarde leveren aan andere schakels in de varkensvleesproductiepyramide. PC geeft met lokale mensen invulling aan de wensen van de klant.
C o p r py ot ri ec gh te t d
Elke varkensfokkerij staat natuurlijk voor genetische vooruitgang. Toch is het verschil in de kwaliteit van de producten aanzienlijk. Hoe heeft PIC Benelux zich vanaf 1962 tot veruit de grootste fokkerij van de wereld kunnen ontwikkelen met momenteel meer dan zes miljoen zeugen in productie bij klanten? Waarin onderscheidt PIC zich van andere fokkerijen? Dit komt omdat PIC voortdurend nieuwe technieken ontwikkelt.
V
De producten van PIC
Welke producten biedt PIC aan zeugenhouders om aan haar beleid invulling te geven? Op de derde plaats biedt PIC eindberen- en fokkerijsperma van een hoog gezondheidsniveau. Dit sperma wordt in Nederland geproduceerd op meerdere locaties met een gegarandeerd hoge gezondheidsstatus: ze zijn in ieder geval waaronder vrij van PRRS en PMWS. Dit geeft extra zekerheid waar het gaat om het verminderen van risico’s van ziekte-insleep.
C o p r py ot ri ec gh te t d
Ten eerste heeft PIC een speciaal programma ontwikkeld om op een simpele wijze vervangende gelten zelf aan te fokken: het zogenoemde PIC GT programma. Dit is een zeer praktisch programma dat werkt met gekruiste grootouderzeugen en waarvoor continu slechts één soort fokkerijsperma nodig is. Bij de selectie van grootouderzeugen kan ondersteunend gebruik worden gemaakt van de genmerkertechniek. Dus: een uniek programma dat erg goed werkt, weinig tijd vraagt en een kleine kans op fouten geeft. Ten tweede heeft PIC een groot aantal gelten beschikbaar met een hoge gezondheidsstatus. Deze dieren zijn met name geschikt voor het (her)bevolken van bestaande bedrijven en voor nieuwe bedrijven die een gezonde start willen maken.
Schematische weergave van het PIC-fokprogramma.
Tot slot heeft PIC de Piëtrain ontwikkeld, die biggen en vleesvarkens voor de Duitse markt produceert. Deze eindbeer combineert dit met vitale sterke biggen die gemakkelijk voer opnemen. Voor de zeugenhouder betekent dit weinig uitval en dus weinig werk.
PIC Benelux bv Postbus Box 49 5240 AA Rosmalen Tel: (073) 522 20 80 E-mail: beneluxinfo@pic.com Internet: www.pic.com
VI
Colofon
Auteurs Marrit van Engen Kees Scheepens Redactie Ton van Schie Fotografie Marrit van Engen (tenzij anders vermeld)
Food Safety Animal Health Animal Welfare
C o p r py ot ri ec gh te t d
Illustraties Marleen Felius
Postbus 4103 7200 BC Zutphen Telefoon: (0575) 54 56 88 Fax: (0575) 54 69 90 E-mail: info@roodbont.nl Internet: www.roodbont.nl
Tekstredactie Regelwerk
Vormgeving Erik de Bruin, Varwig Design
Met dank aan: Jan Hulsen, Geertjan van Groenland, Paul van der Meyden, Arie van Nes, John Nijhoff, Mark Roozen, Jan Smeijers, Nicoline Soede, Nico Wertenbroek, Hendrik Wevers, proefaccommodatie ‘de Tolakker’ en vele zeugenhouders.
Varkenssignalen® is een gedeponeerd merk van Dr. C.J.M. Scheepens Consultancy B.V. Auteurs en uitgever hebben de inhoud van deze uitgave met grote zorgvuldigheid en naar beste weten samengesteld. Auteurs en uitgever aanvaarden evenwel geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen die gebaseerd zijn op bedoelde informatie.
DR. C.J.M. SCHEEPENS CONSULTANCY B.V.
Hogevleutweg 5 5681 PD Best Telefoon/fax: (0499) 31 01 42 E-mail: kscheepens@aol.com Internet: www.3drie3.nl
© Dr. C.J.M. Scheepens Consultancy B.V., Roodbont B.V., september 2006 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
ISBN-10 90-75280-91-2 ISBN-13 978-90-75280-91-3 NUR 940
Inhoud
4
1 De zeug in bedrijf
6
4 De dragende zeug?
32
Terugkijken en vooruitblikken
7
Drachtig of niet?
32
De zeugenhouder
8
Terugkomen of kleine toom
33
Sturen op kengetallen
9
Embryonale overleving
33
Bedrijf gezond houden
10
Analyse herinseminaties
34
C o p r py ot ri ec gh te t d
Inleiding
Meerwekensystemen
11
Vruchtbaarheid en infecties
35
Groepshuisvesting is de toekomst
12
Hittestress
36
Welke groepshuisvesting?
13
Herfstdip
36
Zeugensterfte
37
2 Werpen, zuigen en zogen
14
Goed voeren doen de beste boeren
38
Kurk- en kurkdroog
14
Verzadiging
39
Controle bij afbiggen
15
5 Gelten, de toekomst van
Ingrijpen tijdens de geboorte
16
Doodgeboren of doodgegaan?
17
Conditie
18
Aankoop of aanfok?
41
Water en voer
19
Selectie tot perfectie
42
Selectie en afvoer
20
Selectieformulier
43
Euthanasie
20
Aanvoer
44
Spenen
21
Voer je gelten goed
44
Gelten berig krijgen en insemineren
45
46
het bedrijf
40
3 Op naar de volgende worp
22
Cyclus op de eierstokken
22
Van 25 naar 30 biggen
Snel goed berig worden
23
Controlelijst in- en versleep van kiemen 47
Berig in de kraamstal
23
Tien ingrediĂŤnten van een ideale dekstal 24 Signalen van de zeug
26
Signalen van de beer
27
Een beer doe je niet na!
28
Wanneer insemineren?
29
Hoe insemineren?
30
Trefwoorden
48
HOOFDSTUK 2
C o p r py ot ri ec gh te t d
Werpen, zuigen en zogen
Veel biest, aandacht en controle zijn de drie steekwoorden van de kraamperiode. Van zeugen wordt verlangd dat zij probleemloos werpen, melk geven en vĂŠĂŠl biggen grootbrengen. Tegelijkertijd moeten zij zich al voorbereiden op de volgende worp.
Bij zogen zijn de beste spenen direct bezet. Zorg dat geen big door de felle concurrentiestrijd iets tekort komt.
Kurk- en kurkdroog
Na iedere werpronde moet de lege afdeling worden schoongespoten en gedesinfecteerd. Schep mest, strooisel en voerresten weg. Week de afdeling een paar uur in met water, spuit het losgeweekte materiaal weg en laat de stal drogen. Vuilresten zorgen dat het desinfectiemiddel niet werkt. Slecht schoonmaken los je nooit op met een overdosering desinfectiemiddel! Ontsmet de stal, spoel na met water en laat weer drogen, want desinfectiemiddel kan het uierpakket of de biggenhuid beschadigen. Drogen zorgt ook voor afsterven van veel virussen (PRRS). Controleer tot slot de wateropbrengst van de drinknippels, nu de stal nog leeg is (> 2,5 l/min).
14
Gebruik het rooster als afdruiprek. Na het douchen komen de zeugen in de schone en droge afdeling. Een aangename temperatuur voorkomt melkgiftproblemen.
Zeugen
Controle bij afbiggen
1. Signaal van biggen
3. Samentrekking baarmoeder
2. Afgifte oxytocine 4. Samentrekking melkblaasjes
C o p r py ot ri ec gh te t d
Na een draagtijd van 114-115 dagen werpt de zeug meestal ‘s middags of ‘s nachts. Meer controle over het werpen kan worden bereikt door gebruik van prostaglandines. Het gebruik vóór dag 113 van de dracht zorgt echter voor een kleinere overlevingskans van de biggen; de groei van 90 gram per dag in de laatste dagen hebben ze hard nodig. Tijdens een traag verlopende geboorte wordt vaak oxytocine gebruikt. Dit spant de baarmoederspieren aan. Bij een overdosis spannen de spieren echter zo sterk aan dat het de geboorte juist verhindert. Ook geeft oxytocine pijnscheuten. Een verstandig en doelgericht gebruik is daarom belangrijk; geef een zeug nooit meer dan 0,5-1 ml per keer (5-10 IE in de hals) en maximaal drie keer achter elkaar met een tussentijd van een uur.
De biggen in de baarmoeder starten het werpproces. Het door de zeug gemaakte hormoon oxytocine zorgt tijdens het werpen voor het aanspannen van de baarmoeder. En tijdens het zogen voor het laten schieten van de melk door het aanspannen van melkblaasjes.
Voortekenen van afbiggen
Ongeveer twee weken voor het werpen zwelt het uierpakket op. Twee dagen voor het werpen komt er soms witte uitvloeiing uit de kling. Het uierpakket is wat roder, voelt warmer aan en de spenen worden slapper.
Zes uur voor de geboorte kun je biest trekken uit de voorste spenen. De zeug is onrustig en wil een nest bouwen. In kraamboxen uit zich dit in schrapen met de voorpoten over de vloer, bijten in box en trog en het ‘verplaatsen’ van het rooster met de wroetschijf. De ademhaling van de zeug is vaak versneld (duidelijk meer dan 30/min).
Vlak voor de geboorte: taaie slijmige uitvloeiing uit de kling. De weeën zijn begonnen. Een perswee herken je aan een omhooggehouden staart en opgetrokken achterpoot. Weeën duren één tot drie minuten. Ze komen tien tot vijftien keer per uur, vaker naarmate de geboorte nadert. Rust bevordert het geboorteproces.
H o o f d s t u k 2 : We r p e n , zuigen en zogen
15
Ingrijpen tijdens de geboorte
C o p r py ot ri ec gh te t d
Controleer vanaf het verwachte moment van werpen iedere twee uur of de weeën zijn begonnen (optrekken van achterpoten). Controleer dan ieder uur of vaker (zie tabel voor tijden). Is er bij een controle geen nieuwe big geboren, voel dan of een big de geboortegang blokkeert. Voorzichtige massage van het uierpakket voorkomt dat de zeug gaat staan als je je arm naar binnenbrengt. • GEEN big in geboortegang: gebruik eventueel oxytocine om de baarmoedercontracties te versterken. • WEL een big in geboortegang: verlos de big en wacht af! Wordt er opgevoeld, controleer dan als de laatste big droog is, of er niet nog een big te voelen is. En geef vervolgens een antibioticumkuur en ontstekingsremmers.
Te vroeg geboren biggen herken je aan: bolle kop, onbehaarde dunne huid, verkleefde oogleden, zeer dieprode huidskleur, ademhalingsmoeilijkheden en het niet opzoeken van de spenen. Grote tomen worden vaak eerder geboren.
Richtlijnen rondom werpen
Kengetal Begin weeën tot eerste big Eerste – tweede big Eerste - laatste big Tijd tussen biggen in Stuitligging Geboorten met gebroken navelstreng Opdrogen navelstreng Nageboorten
Norm 2 uur 1,5 uur 3 uur (1 - 8 uur) 15 minuten (1 min. - 4 uur) 40% 35% 6 uur (4-16 uur) 4 uur na werpen (1-12 uur)
Opmerking
Langer: dan ingrijpen
Langer dan 1 uur: ingrijpen Kopligging 60% Laatste biggen vaker Controleer op nabloeden Ook tussen geboorten door
Controle werpt vruchten af
Door goed te controleren hou je het aantal doodgeboren
biggen zo laag mogelijk, kun je zorgen dat biggen binnen
een half uur de biest opnemen en voorkom je doodliggen.
Spoel na desinfectie van handen, onderarmen en de buitenkant van de kling alles goed af met schoon water: desinfectiemiddel prikt. Met glijmiddel op de hand/onderarm of handschoen ga je voorzichtig naar binnen via de kling. Voel naar biggen. Leg biggen recht die niet goed liggen en verlos deze. Haal biggen in stuitligging snel naar buiten, omdat zij anders vruchtwater inslikken. Haal slijm en vruchtvliezen weg en blaas lucht in de neus als biggen niet beginnen te ademen.
16
Zeugen
Doodgeboren of doodgegaan? Zorg dat je weet wanneer en waarom een big is doodgegaan voordat het in de kadaverbak verdwijnt. Is de big doodgegaan voor, tijdens of na de geboorte? Zijn de biggen bij ‘te veel doodgeboren biggen’ wel echt doodgeboren? Aandacht rond de geboorte kan veel ‘doodgeboren biggen’ schelen. Zorg dat de biggen snel opdrogen na de geboorte. Een lamp achter en naast de zeug kan daarbij helpen. Evenals werpmatjes met zaagsel. Natte, traag op gang komende biggen zullen eerder doodgaan. Zorg voor een maximale biestopname! Voorkom eventuele navelbloedingen door het afbinden van de navelstreng. Ontsmetting van de navel voorkomt dat bacteriën binnendringen en navelbreuken ontstaan.
C o p r py ot ri ec gh te t d
Laat bij twijfel tussen een doodgeboren of levendgeboren big de longetjes van de dode big in water zakken. Blijven ze drijven of zinken ze? De ingeademde lucht die achterblijft in de longen, laat de longen van een levendgeboren big drijven. Longen van een doodgeboren big hebben geen lucht en zinken. Ook is de kleur vaak donkerder.
Mummies
Als een vrucht na dag 35 afsterft en de gele lichaampjes in de eierstok houden de dracht in stand, dan wordt de vrucht een mummie. Mummies zijn grauw-grijs of zwart van kleur. Vóór dag 35 wordt de vrucht geresorbeerd door het ontbreken van botten.
Doodgeboren biggen
Veel doodgeboren biggen zien er voldragen uit. Meestal zijn deze biggen tijdens het geboorteproces gestorven door zuurstofgebrek. De navelstreng is erg lang, maar kan klem raken of onder spanning staan tijdens de geboorte. Als dit te lang duurt, sterft de big. Doodgeboren biggen hebben intacte kapsels om de klauwtjes.
Doodgelegen biggen
Doodliggen door de zeug komt voor als de biggen te klein zijn of verkleumen na de geboorte, de zeug te weinig melk geeft, de zeug te snel gaat liggen door kreupelheid/gladde vloeren of als de biggen tegen de zeug gaan liggen vanwege een koud biggennest. Tot slot reageert niet elke zeug even snel als een big schreeuwt wanneer het half onder de zeug ligt.
H o o f d s t u k 2 : We r p e n , zuigen en zogen
17
Conditie
C o p r py ot ri ec gh te t d
Hou de conditie continu in de gaten! Goedlopende zeugenbedrijven herken je aan optimale conditie van álle zeugengroepen. Want zowel te vette als te magere zeugen beïnvloeden het bedrijfsresultaat negatief. Zeugen worden op het oog ingedeeld in vijf beoordelingsklassen. Nauwkeuriger is een spekdiktemeting of zelfs een echo. Hou het doel voor ogen: hoeveel is de zeug afgevallen in de kraamperiode of hoe groot is de spreiding rond de gemiddelde conditie? Voorkómen dat zeugen te vet of te mager worden is beter dan actie op het moment dat de zeug al vet of mager is; conditie op peil brengen kost veel tijd. Denk hierbij aan zes tot twaalf maanden!
Een big van drie weken drinkt een liter per dag. Een liter zeugenmelk bevat 70 g vet, 52 g eiwit en 55 g lactose. Het is vetter en eiwitrijker dan koemelk. De zeug moet voldoende eten en vooral veel drinken om de 12 liter melk per dag te halen.
Vette zeug
Werpen duurt langer. Gevolg: meer doodgeboren biggen. Hierna eten deze zeugen minder graag, omdat ze op hun vetreserves teren. Door een slechtere uierontwikkeling blijft de melkproductie achter (20% minder capaciteit). Voorkom vervetting door een juist voerschema en door een groepsindeling op worpnummer tijdens de dracht. Immers, oudere, dominante zeugen eisen het voer op en vervetten hierdoor eerder, terwijl jonge, ranglagere zeugen dan vaak tekortkomen.
Magere zeug
Een slechte conditie resulteert in later berig worden na spenen, slechtere eicellen, een kleinere volgende toom en vaker terugkomen (eersteworpszeugen). Zorg daarom voor een goede voeropname van magere zeugen, dat het aantal biggen niet te groot is bij een jong dier (10 tot 11) en speen als de zeug duidelijk mager begint te worden (niet vóór 21 dagen). Beslis wat te doen na spenen: een cyclus laten overslaan, insemineren, berigheid uitstellen met progesteron of afvoeren. Progesteron is echter nog niet geregistreerd in Nederland.
Spekdiktemetingen door dezelfde persoon met hetzelfde apparaat op dezelfde plek (getatoeëerde stip) geeft het meest nauwkeurige resultaat. Spekdiktes verschillen per zeugenlijn. Richtwaarden kunnen zijn: 18 mm bij werpen, 14 mm bij spenen. Tijdens de zoogperiode in ieder geval niet meer dan 5 mm en niet minder dan 3 mm verlies!
18
Zeugen
Water en voer Oorzaken voerweigering/ lage voeropname: • • • • • • •
te hoge staltemperatuur (>22ºC) te goede conditie (te veel gevoerd tijdens dracht) te snel opvoeren van voergift na werpen onvoldoende drinkwater (verstopte nippels, opbrengst < 2,5 l/min) ziekte/koorts oud/beschimmeld voer in voerbak smaak voer (grondstoffen)
C o p r py ot ri ec gh te t d
Water wordt sterk ondergewaardeerd, terwijl melk grotendeels water is. In de korte tijd dat de zeug staat, moet ze veel water opnemen. Daarom moet een nippel in de kraamstal per minuut minimaal 2,5 liter geven. Geef zeugen extra water rond het werpen, bij een achterblijvende voeropname, bij extreme hitte en bij koorts. Naast water voorkomt voldoende voer te veel afvallen in de zoogperiode. Weeg hoeveel kilogram door de dosator wordt verstrekt. En reken uit hoeveel EW (energiewaarde) de zeugen werkelijk krijgen. Naast de hoeveelheid energie zijn ook de hoeveelheid eiwit en de aminozuursamenstelling belangrijk.
Water OK?
Hoeveelheid en kwaliteit: • jaarlijks wateronderzoek • voldoende wateropbrengst door voldoende druk (geen voorraadvaten); opbrengst meten bij gebruik van een aantal nippels tegelijk • regelmatige reiniging leidingsysteem • geen verstoppingen
Oorzaken verstoppingen: • neerslag medicijnen • overgroei schimmels/bacteriën • hoge gehalten metalen • kalkaanslag water • installatiefouten (knik/bocht, doodlopend, corrosie)
Deze knijper geeft aan dat de zeug in voer omlaag is gezet. Verminder liever niet in voer, maar verhoog de voergift ook niet te snel: dat veroorzaakt juist voerweigering en braken. Begin met 2-3 kg daags na werpen. Verhoog de voergift met 0,5 kg per dag. Las eventueel een pauze in op dag 5. Geef op dag 10 de maximum voergift (2 à 2,5 kg + 0,5 kg per zuigende big).
KIJK-DENK-DOE Waarom ligt de zeug op haar buik?
De zeug ligt op haar buik om zuigen te voorkomen; door het gevoelige uierpakket is dit pijnlijk. Liggen op de buik, niet eten, onrustige biggen en korrelige mest zijn aanwijzingen voor te lage melkproductie. Korrelige mest is een teken dat het darmkanaal traag werkt. Bacteriën kunnen zich door de trage werking goed vermeerderen en remmen de melkproductie door vrijkomende gifstoffen. Geef een zeug met (beginnende) melkproductieproblemen een ontstekingsremmer. Dit remt koorts en de reactie op de gifstoffen. De zeug zal zich beter gaan voelen en weer gaan eten. Geef bij korrelige mest een laxeermiddel.
H o o f d s t u k 2 : We r p e n , zuigen en zogen
19
Euthanasie
Het al dan niet afvoeren van een zeug na het spenen is een moeilijke beslissing. Voor het bedrijfsresultaat en de genetische vooruitgang van de zeugenstapel moeten slecht producerende zeugen opgeruimd worden. Een vroege selectie is nodig om in te schatten hoeveel gelten ingezet moeten worden. Een bedrijfsgebonden protocol is een handig hulpmiddel bij deze selectie. Uitgangspunt is dat het selectiebeleid past binnen de bedrijfsvoering.
Iedereen kent die zeugen wel: lopend op drie poten, niet meer overeind te krijgen, een enorm abces of doorligplekken. Laat zo’n dier niet liggen! Bel de dierenarts om het dier te euthanaseren. Dit is in het belang van het dierenwelzijn en het imago van de sector, maar het bespaart ook onnodige voerkosten. En geen mens heeft plezier in het kijken naar of behandelen van een dier dat het toch niet haalt.
C o p r py ot ri ec gh te t d
Selectie en afvoer
Selectiemethodes voor afvoer van zeugen Kies een methode om de zeugen te selecteren.
Een eenvoudig systeem: • de zeug heeft de laatste drie worpen minder dan 30 levendgeboren biggen ter wereld gebracht
Of een uitgebreidere methode zoals: • niet berig op 30 dagen na spenen, vanaf 5e worp niet berig binnen 10 dagen • gelten en zeugen na tweede keer terugkomen • 1e worps: geen selectie op aantal biggen • 2e en 3e worps: aantal levendgeboren biggen twee keer < 8 • 4e tot 6e worps: laatste twee worpen < 10 levendgeboren biggen of gemiddeld < 9 • 7e worps en hoger: bij terugkomen en als laatste worp < 10
In de kraamstal zijn de klauwen van een zeug goed te bekijken. Correcties aan de klauw zoals afknippen van te lange bijklauwen, kunnen afvoer vanwege kreupelheid voorkomen.
20
Tips voor zeugenselectie:
Hou rekening met: • opmerkingen genoteerd bij inseminatie die niet de schuld zijn van de zeug • overgelegde biggen tussen zeugen als wordt geselecteerd op het aantal gespeende biggen • het aantal dekrijpe gelten. Dit moet gelijk zijn aan het aantal af te voeren zeugen Voer niet af: • bij lactatieberigheid of hittestress • zonder meer alle zesdeworps en ouder • alleen op grond van productiviteit/ vruchtbaarheid van eersteworps Hou gezonde zeugen zo lang mogelijk aan, maar voer ze af als de productiviteit te wensen overlaat.
Knobbels in het uierpakket, harde delen of dopspenen verlagen de bruikbaarheid van het uierpakket. De achterste spenen raken het eerst ontstoken door betrapping of contact met mest.
Zeugen
Spenen De zeug en de cijfers
C o p r py ot ri ec gh te t d
Drie weken duurt het voordat de baarmoeder weer klaar is voor gebruik. Daarom is het onverstandig om vóór dag 21 te spenen. Geef de zeug op de dag van spenen gewoon water en voer. Speen altijd op dezelfde dag, op hetzelfde tijdstip. Dit heeft namelijk effect op het tijdstip waarop je de zeugen berig ziet. Voor een goede berigheid is het aan te raden het licht vanaf een week voor spenen veertien uur aan te laten.
Selecteer in de kraamstal met de zeugenkaart in de hand. De zeug: beenwerk, klauwkwaliteit, uierpakket, conditie, wonden, gezondheid en overige zaken die opvallen. De kaart: aantal biggen levendgeboren, doodgeboren, doodgegaan, gespeend. Aantal keer teruggekomen in vorige cycli en opmerkingen bij werpen of insemineren.
Deens spenen
In Denemarken, waar het aantal levendgeboren big-
gen hoog is, worden eersteworps gespeend op drie
weken. Daarna zijn ze nog twee weken pleegzeug voor een klein aantal biggen. In deze tijd kan de zeug zich
herstellen (baarmoeder en conditie). De tweede worp wordt hierdoor groter. Voor deze methode is wel een
Let bij het kiezen van een pleegzeug op uierkwaliteit, melkproductie en uitval in de vorige worp. Belangrijk is ook een rustige zeug, omdat de nieuwe biggen een andere grootte en geur hebben. Leg niet meer biggen bij de pleegzeug dan bij haar zijn gespeend. En leg ‘s ochtends over, zodat je de hele dag kunt kijken hoe de zeug reageert.
speciale kleine kraamafdeling nodig.
Typische problemen bij eersteworpszeugen Probleem Biggen gevoeliger voor infecties
Door Biest bevat minder afweerstoffen
Langer interval spenen-berigheid. Minder grote toom in tweede cyclus Te weinig voeropname in dracht, kreupelheid door vechten Te weinig voeropname in zoogperiode
Langere herstelperiode na spenen door conditietekort Lagere positie in rangorde van groep
Kleinere, minder vitale biggen
H o o f d s t u k 2 : We r p e n , zuigen en zogen
Kleinere opnamecapaciteit: minder groot dier Kleinere baarmoedercapaciteit
Doen Voorkomen versleep van kiemen in bedrijf, vaccineer gelten Maximaal 10 biggen bij eersteworps leggen, na spenen een herstelperiode geven Aparte groep, voersysteem met weinig concurrentiemogelijkheden Speciale voeding Aandacht! Bij elkaar leggen in kraamafdeling/kunstzeug
21
VARKENSSIGNALEN ZEUGEN
Praktijkgids voor lactatiemanagement en vruchtbaarheid
afgerond en beschikt hierdoor over een ideale combinatie van zoötechnische én veterinaire kennis. ‘Een zeugenhouder moet na een korte observatie kunnen zien hoe een zeug zich voelt. Ik help ze hier antennes voor te ontwikkelen.’ Marrit van Engen bezoekt varkensbedrijven als adviseur op het gebied van voortplanting. Hiertoe ontwikkelde zij het concept FertilAid®. Voor Varkenssignalen® verzorgt Marrit zaal- en staltrainingen.
C o p r py ot ri ec gh te t d
Marrit van Engen heeft de studies veeteelt en diergeneeskunde met succes
‘ 3 0 b i g g en p er j a ar i s t o p s p o r t vo o r uw z eu g. E n u b en t d e c o ac h .’
ZEUGEN
Over de makers
Varkenssignalen Het boek Zeugen is onderdeel van het Varkenssignalenconcept. Varkenssignalen® omvat een breed aanbod om de kennis van varkenshouders te vergroten. Tijdens zaalbijeenkomsten en studieclubavonden vormen foto’s, beeld en geluid uit de praktijk van de varkenshouder de rode draad. Op onconventionele wijze worden aanwezigen actief bij de presentatie betrokken en vragen waar een zeugenhouder dagelijks tegenaan loopt beantwoord.
Een zeugenhouder wil een maximaal aantal gezonde biggen realiseren, met oog voor
eigen wensen, eisen van de dieren en maatschappelijke ontwikkelingen. Maar hoe doet
u dit? Allereerst door goed naar de zeugen te kijken en te handelen vóór problemen ontstaan. Zo verhoogt u de worpgrootte en verlaagt u de uitval van biggen.
Ook worden staltrainingen georganiseerd waarbij de deelnemers op signalen worden gewezen, waaraan ze in hun eigen bedrijf wellicht voorbij lopen.
Zeugen begint met u, de ondernemer. Richt uw bedrijf zo in dat het bij u past én bij de
Kees Scheepens en Jan Hulsen zijn de drijvende krachten achter het Varkenssignalenconcept. Als onderzoeker, internationaal varkensdierenarts én varkenshouder heeft Kees Scheepens een achtergrond die het hem mogelijk maakt om praktische kennis van het varken op een toegankelijke manier over te brengen op varkenshouders. Zelf houdt Kees Berkshire-varkens vanwege het zeer geliefde smakelijke vlees. ‘Vleessmaak is mijn primaire fokdoel. Ik geniet van varkens en van het lekkere vlees.’
dieren: voor u efficiënt en voor de zeug prettig. Zeugen gaat vervolgens in op het proces van werpen tot dracht met speciale aandacht voor de afvoer van oude zeugen en selec-
De activiteiten, voor zeugenhouders én vleesvarkenshouders, hebben als doel:
tie van jonge gelten. Het doel is een topconditie voor een makkelijke worp en maximale
melkproductie. En snel berig krijgen, succesvol insemineren en weer een soepele dracht.
• • • • •
Pik varkenssignalen op. Zo moet voerweigering direct opvallen. Hoe komt dit? Is het
warm, drinkt de zeug onvoldoende of wordt ze overvoerd? En ziet u het verschil tussen doodgeboren en doodgelegen biggen? Oorzaken kennen is de halve oplossing.
Marleen Felius is professioneel beeldend kunstenaar. ‘Vanaf mijn kindertijd ben ik gefascineerd door landbouwhuisdieren.’ Sinds 1968 maakt ze schilderijen waarop rundvee centraal staat. Daarnaast illustreert zij vakbladen en boeken, waaronder ‘Varkenssignalen’, ‘Het Varken’ en ‘Koesignalen’. Marleen Felius reist de wereld rond om informatie te verzamelen over veerassen en vormen van veehouderij. Dit resulteerde in het standaardwerk ‘Rundvee - rassen van de wereld’ en ‘De Koe’.
voor zorgen dat ook úw zeugen topprestaties leveren!
bedrijfsblindheid voorkomen bewust beoordelingen inbouwen in de dagelijkse routine het kennisniveau praktisch verfrissen leren werken met checklisten het rendement van de varkensstapel verbeteren
Varkenssignalen over de grens Ook in het buitenland is Varkenssignalen® inmiddels een begrip. Deze kennis vindt via de trainingen en de boeken hun weg naar varkenshouders in onder meer Duitsland, Oostenrijk, Engeland en Frankrijk.
Zeugen staat vol praktische handreikingen voor optimale productieresultaten. Met heldere teksten en informatieve foto’s en illustraties. Na het lezen van dit boek kunt u er als coach
D e r S c h w e i n esignalediamant
Food Safety Animal Health Animal Welfare DR. C.J.M. SCHEEPENS CONSULTANCY B.V
Zeugen is een uitgave in de reeks Varkenssignalen®.
Neem voor informatie contact op met:
Varkenssignalen® presenteert op toegankelijke wijze praktische kennis van diergericht
Food Safety Animal Health Animal Welfare
varkenshouden.
DR. C.J.M. SCHEEPENS CONSULTANCY B.V
Hogevleutweg 5 5681 PD Best tel/fax: (0499) 31 01 42 mobiel: 06-12 50 79 34 e-mail: kscheepens@3drie3.nl internet: www.3drie3.nl
Foto: Els Korsten
ForFarmers Bezoekadres: Kwinkweerd 12, 7241 CW Lochem, Postbus 91, 7240 AB Lochem T: +31(0)573 28 88 00, F: +31(0)573 28 88 99, info@forfarmers.eu, www.forfarmers.eu
Door Marrit van Engen en Kees Scheepens