De omstandigheden waarin champignons geteeld worden, zijn wereldwijd zeer verschillend. Maar de signalen die compost en champignons afgeven zijn overal hetzelfde. Op elke plaats en elk moment zijn signalen op te vangen... als de antenne er maar voor uitstaat. Met Champignonsignalen ontwikkel je deze atenne.
ISBN 978-90-8740-109-2
9 789087 401092 www.mushroomoffice.com
www.roodbont.com
ed pr ot ec t
Mark den Ouden
Champignonsignalen leert composteerders en kwekers hun proces te optimaliseren door signalen uit de praktijk te kunnen zien. Niet te snel conclusies trekken, maar jezelf steeds drie vragen stellen: wat zie ik, hoe komt dit, wat doe ik? Voorbeeld: Wat zie je? Een dag na het water geven zie je dat de vloer nog nat is en de dekaarde nog blinkt. Hoe komt dit? Te weinig vochtafvoer. Hierdoor kunnen knoppen van de tweede vlucht niet uitgroeien en kunnen bacterievlekken ontstaan. Wat doe je? De RV en CO2 alsnog verlagen. Dit is een van de vele signalen in de champignonteelt waarmee je de productie en kwaliteit van de champignons eenvoudig kunt optimaliseren. Een champignon groeit vier procent per uur! Door een oogstmedewerker vaker per dag hetzelfde bed te laten oogsten, behaal je al snel een productieverhoging van minimaal tien procent. Coaching van je medewerkers is minstens zo belangrijk als het verzorgen van je champignons.
ig ht s
Het proces van een succesvolle champignonteelt begint met beoordeling van de grondstoffen voor het composteren. Dat is de basis voor een optimale compostering. Daarnaast is het bij het kweken van de champignons de uitdaging op een juiste manier te reageren op steeds wisselende teeltomstandigheden en toch steeds een goed of beter teeltresultaat te behalen.
yr
Champignonteelt is geen exacte wetenschap. Het leren zien, begrijpen en op juiste wijze reageren op signalen is de kunst van het vak. En die kunst is te leren.
C op
‘Champ i g no nt eel t i s een kuns t .’
Champignonsignalen
Champignonsignalen
Praktijkgids voor een optimale champignonteelt
Champignon signalen
Mark den Ouden
Inhoudsopgave Partners
2: F ase II, pasteuriseren/conditioneren 34 De tunnel Het principe van een tunnel Vullen van een tunnel Het proces Broed Vitaal broed Rassen Schoon voor enten Enten
34 35 36 37 41 42 43 44 45
ed
3: F ase III, doorgroeien van de compost 46
pr ot ec t
Inleiding
6
7 8 9 10 12 13 14 15
ig ht s
Champignonteelt wereldwijd Champignon, goed voor de gezondheid! Schimmels in het plantenrijk Teeltschema als rode draad Compost- en teeltschema Composteren Verschillende teeltsystemen Op de champignonkwekerij
1: Phase I, verse compost
16
op yr
Homogeen 16 16 Selectief Stro 17 Paardenmest 18 Kippenmest 19 Gips 20 Water 20 Deel één fase I: het prewetten 21 Natmaken van het stro 22 Recepten voor homogene compost 23 Het analyseren van compost 24 Belangrijkste gegevens 25 NIR-analyse 27 Deel twee van fase I: Karamelisatieproces 28 Omzetten compost 29 Bunker 30 31 Traditioneel dijkensysteem Voorbeeld aan/uit-schema 32 Klaarmaken voor fase II 32 Milieu 33
C
Doorgroeien van het mycelium Compost op temperatuur houden Fase III in de teeltcel Laden Water geven voor transport Bijvoedmiddel
46 47 48 49 50 51
4: Dekaarde en vullen van de cel 52 Dekaarde Ontginnen van zwartveen Verschillende poriëngroottes Hoger zoutgehalte = drogere champignons Vrij van ziekte Dekaarde voor de export Vullen van de cel Sluit mogelijke dragers van ziekten uit Schone weg en vuile weg Hygiëne tijdens het vullen De vulmachine Hoeveel water kan de compost hebben Vulgewicht Watergeven op de vulmachine Dekaardebewerking op de vulmachine Oppervlakte van de dekaarde
5: Mycelium- en herstelgroei Myceliumgroei in de dekaarde Cultuurstaat Water voor de dekaarde Composttemperatuur is leidend Ventilatorstand Opruwen Herstelperiode Temperatuur en vochtigheid slim sturen
53 54 55 56 56 57 58 59 60 61 62 66 67 67 68 69
70 70 72 73 74 75 77 78 78
6: Mollierdiagram Eigenaardige eigenschappen van lucht Verschillende grootheden in één schema Verdampen kost energie Lucht als spons Energie in de lucht Absolute vochtigheid Zo werkt de klimaatunit Koelen met warme lucht? Na afventileren sturen op CO2 en R.V. Koelen Ontvochtigen Bevochtiging Nieuwe systemen Meetsysteem voor warmte, vocht en CO2
7: Afventileren Wanneer starten met afventileren? Afventileren: timing is alles Knopvorming Noodmaatregel tijdens eerste dagen na afventileren Knopuitgroei Ziektes Rassen Composttemperatuur snijdt toch hout
8: Vluchten Klimaat tijdens eerste vlucht Schimmelinfecties Behandeling van infecties Watergeven op champignons? Klimaat laatste dag Hoeveel water na de eerste vlucht? Machinaal oogsten van eerste vlucht Tussenvlucht Klimaat tijdens tweede vlucht Derde vlucht?
80 81 82 84 85 86 87 88 89 90 91 92 92 93 94
96 97 98 99 103 105 107 108 109
110 111 114 115 117 119 119 121 122 123 125
9: Het oogsten De techniek van het plukken Swingend oogsten Vooruit oogsten De pluklorrie Het moet in één keer goed Het voetje Indeling in grootte Vele soorten kwaliteiten Welke champignon plukken? Hele dag oogsten Kwaliteit na het oogsten Semi automatisch oogsten Machinaal oogsten Verwerken
10: O ogstmanagement en einde teelt
126 127 128 128 129 130 131 132 132 133 134 134 135 136 137
138
Langetermijnplanning 138 Schuiven in een schema 139 Productieplanning 140 Coachen 142 Management 142 Optimale werkomstandigheden 143 Werktijden 143 Wisselen van cel: derde vlucht als laatste! 144 Wat is de plukprestatie? 144 Hoeveel personeel heb je nodig? 145 Geen verspreiders maar bestrijders 146 Kleding 146 Omgaan met infecties 147 Hergebruik van fust 147 Voedselveiligheid 148 Stomen om ziektes uit te bannen 149 Leegmaken van de cel 150 Schoonmaken 151
Antwoorden
152
Trefwoordenlijst
153
ig ht s
pr ot ec t
ed
Inleiding
C
op yr
Champignons kweken is een manier van leven De champignonteelt gaat snel: binnen 24 uur verdubbelt een champignon zich in gewicht! Daarbij zijn champignons gevoelig voor een verschil van enkele procenten in luchtvochtigheid en een halve graad luchttemperatuur heeft enorme invloed op de mate en spreiding van de groei. Champignons groeien altijd te snel of te langzaam, het zijn er te veel of te weinig. Ondanks het gebruik van teeltcomputers is het noodzakelijk om zeven dagen per week, 365 dag per jaar ’s morgen en ’s avond de teeltcellen te controleren en kleine bijstellingen te doen. Temperatuur, luchtvochtigheid en CO2 kun je aflezen. Toch zijn het de signalen in de cel van de compost en champignon, die aangeven wat je moet veranderen. In dit boek worden tips gegeven om de kwaliteit, spreiding, oogsttijdstip en productie optimaal te kunnen sturen.
6
Geen handboek Champignonsignalen is geen handboek in de zin dat het elk detail van de champignonteelt behandelt en dat het tabellen bevat die antwoord geven op elke vraag. De omstandigheden verschillen op elk continent, in elk land en in elke kwekerij. Soms zitten de verschillen in de teeltcel. In de champignonteelt zijn vele wegen die naar Rome leiden. Het doel van dit boek is om zelf als lezer de weg te vinden. De antwoorden en onderwerpen worden getoond vanuit een zeer praktisch perspectief. Daarnaast wordt de lezer gestimuleerd tot nadenken, zich bewust te worden van welke signalen champignons en compost afgeven door te kijken, te voelen en te ruiken en dit vooral ook in de dagelijkse praktijk continu te blijven doen.  
Cha mp ignonsignal en
Waardoor haalt de Nederlandse champignonkweker zo snel, zulke hoge producties?
De bedrijfsleider beoordeelt samen met de adviseur de compost op structuur, vochtgehalte, geur en past continu het composteerproces hierop aan.
Een Nederlandse champignonkweker huurt een vulmachine samen met de machinist. De machinist vult vier à vijf cellen per dag, vijf tot zes dagen per week. Hij weet dus alles van het vullen en de vulmachine. Het resultaat is een perfect gevulde cel.
ed
In China wordt 70% van de wereldproductie van paddenstoelen geproduceerd. Het grootste gedeelte hiervan zijn niet de witte/bruine champignon, maar shiitake, oesterzwammen en dergelijke. Het tweede productieland in de wereld is Amerika. Polen is samen met Nederland veruit de belangrijkste producent van champignons in Europa. Kijk je naar de efficiëntie, dan staat Nederland bovenaan. De hoeveelheid champignons die geoogst wordt per ton compost of per gewerkt uur is hoog. Ook het proces van grondstof tot geoogste champignon is snel. Een lage opbrengstprijs van champignons de laatste 15 jaar heeft de druk op Nederlandse kwekers opgevoerd om op alle gebieden het hoogste rendement te halen. In Nederland zijn de kwekers hierdoor zeer gespecialiseerd. In andere landen vindt het composteren en kweken juist vaak binnen één bedrijf plaats. Zo leveren de kwekers vrijwel tot aan de consument - zonder veel tussenschakels - en wordt de winstmarge van de gehele keten binnen één bedrijf gemaakt.
pr ot ec t
Champignonteelt wereldwijd
Ze schieten als paddenstoelen uit de grond
Dag 1
Dag 4
Inleid i n g
C
op yr
ig ht s
Hoe snel champignons zich ontwikkelen is niet treffender te zien dan in deze foto’s. Om de 24 uur is een foto gemaakt.
Dag 2
Dag 3
Dag 5
Dag 6
7
Het productieproces van de champignon Fase I: verse compost
Vullen van de tunnel
Mengen van grondstoffen
kippenmest
Paardenmest
Stro
ed
Afvalwater van compostering
Vullen van de teeltcellen
pr ot ec t
gips
op yr
ig ht s
Mengen
Groei van champignons
C
CO2
R.V.
Composttemperatuur
Luchttemperatuur
1
2
3
Mycelium groei Vullen van de cel
10
4
5
6
Start herstelperiode
7
8
Start afventileren
9
10
11
Knopvorming
12
13
14
15
Knopuitgroei
16
17
18
19
20
Oogst
Cha mp ignonsignal en
Fase II: pasteuriseren/conditioneren Temperatuurverloop compost gedurende fase II Nivelleren
Pasteuriseren Opwarmen
Mengen van broed door de compost
Afkoelen Conditioneren
Afkoelen
pr ot ec t
ed
Vullen van de tunnel
Fase III: doorgroeien van de compost
16 dagen: volledig doorgroeide compost (fase III compost)
8 dagen: proces van doorgroei van de compost
25
°C
Eerste dag: entbare compost (fase II compost)
Doodstomen, leeghalen en schoonmaken
C
op yr
ig ht s
Legen van de tunnel
Oogsten
1st week 2e week (3e week 1e vlucht 2e vlucht 3e vlucht 50% productie 35% productie 15% productie)
Inleid i n g
11
HOOFDSTUK 1
pr ot ec t
ed
Fase I: verse compost
Het compostbedrijf gebruikt afvalstoffen, zoals kippenmest, gips, afval-
ig ht s
water uit de eigen compostering, stro en/of paardenmest. Deze grondstoffen worden beoordeeld op chemische en fysieke eigenschappen. Door
De kunst van het composteren is van heterogene afvalstoffen een homogene, selectieve compost te maken.
ze volgens een receptuur te mengen en volgens een tijdschema om te
op yr
zetten, wordt de compost homogeen en selectief.
Homogeen
champignonmycelium in de compost groeit - sluit voor het grootste gedeelte de concurrent uit.
C
Ziet de compost er overal hetzelfde uit? De hoop compost ligt voor je en je ziet dat de compost egaal is van kleur. Je loopt om de hoop met compost heen en knijpt op verschillende plaatsen en hij voelt overal even nat. Dan is de compost homogeen. Homogeen wil ook zeggen dat de kwaliteit gedurende het jaar stabiel is. Dit is achteraf af te lezen aan de champignonproductie. Maar je ziet dit eerder aan de laboratoriumwaarden van de genomen monsters tijdens het composteerproces. Zijn deze wekelijks gelijk, dan zul je zien dat de productie ook stabiel is.
Selectief De compost is voeding voor de champignon. Champignon is een schimmel en er zijn andere concurrerende schimmels, zoals Trichoderma. De compost selectief maken - dit wil zeggen dat alleen 16
Trichoderma is zichtbaar als groene plekken in de compost. Als de compost voldoende selectief is, krijgt deze schimmel minder kans, ten gunste van champignons.
Cha mp ignonsignal en
Stro
Strokwaliteit
ed
Goed stro
Aan bovenzijde Te slecht om te aangetast, nog wel gebruiken te gebruiken
Verschillende kwaliteiten stro bij elkaar: goed stro (groene cirkel), redelijk stro (oranje cirkel) en slecht stro (rode cirkel). Goed sorteren van stro tijdens het aanleveren - per regio of leverancier - geeft ook later in het jaar een betere sortering van strokwaliteit. Als alles door elkaar staat is het niet mogelijk om het schema aan te passen aan de kwaliteit van het stro.
pr ot ec t
Compost bestaat voor het grootste deel uit tarwestro. De kwaliteit van tarwestro zie je terug in de structuur van de compost. Structuur is ĂŠĂŠn van de eigenschappen waarvoor stro wordt gebruikt in de champignoncompostering. Stro geeft ook een waterbuffer. Tijdens het composteren wordt het waslaagje van het stro gehaald, waardoor het water kan opnemen. Ten slotte bestaat stro grotendeels uit koolstof, een belangrijke voedingsbron. De strokwaliteit is afhankelijk van de herkomst. Groeit het stro in een droog klimaat met irrigatie, dan is dit stro zeer droog en hard. Stro uit een zeeklimaat is veel zachter en natter. Je ziet dit aan de kleur en vorm. Stro in een zeeklimaat is veel meer afhankelijk van het weer. Een regenachtig groeiseizoen met een droge oogsttijd, geeft goed stro, bij een droog groeiseizoen en nat oogstseizoen krijg je een slechte kwaliteit.
op yr
ig ht s
Als je stro ziet en aanraakt kun je het direct beoordelen op kwaliteit. Let daarbij op zaken als kleur en vorm.
Je ziet in de baal plat stro. Als je stro uit de baal haalt breekt hij snel in korte stukjes. Neem de platte halmen in twee handen en draai het: het zal direct breken. Dit stro verliest zijn structuur snel.
Stro is minder felgeel van kleur en voelt ook zachter aan. Hoe hoger het vochtgehalte tijdens het oogstseizoen, hoe sneller deze verkleuring optreedt. Het stro is dan al een beetje aangetast. Hoe meer het stro is aangetast, hoe minder fermentatie het nodig heeft.
Tussen dit stro zit veel kaf, waardoor de structuur dichter wordt, hierdoor wordt het moeilijker om goed lucht door de compost te krijgen, waardoor het proces moeizamer verloopt.
Tussen biologisch stro vind je meer onkruid, omdat geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Hierdoor is de structuur minder open, waardoor in fase I moeilijker lucht door de compost gaat en het composteerproces moeizamer verloopt.
C
Rond en felgeel stro, met halmen van 20-25 cm lang, is ideaal. Dit harde stro blijft zijn structuur lang houden. Dit stro heeft lange fermentatie nodig.
Beschimmeld stro geeft slecht structuur aan de compost. Alleen in kleine hoeveelheden (10%) kan het bij het overige stro gemengd worden.
H oofd st u k 1 : F a s e I : v ers e co m po s t
17
HOOFDSTUK 2
ig ht s
pr ot ec t
ed
Fase II: pasteuriseren/conditioneren
Na fase I stinkt de compost nog naar ammoniak en zitten er nog onkruidschimmels en insecten in de compost. Je vult de compost in
op yr
een tunnel, dus je ziet niet meer exact wat er gebeurt. Vertrouwend op de gegevens van de computer wordt de compost op 56-60°C gepasteuriseerd om onkruidschimmels en insecten af te doden en op
Fase II begint bij het goed vullen van verse compost in een tunnel waardoor in de gehele tunnel een uniforme luchtstroming door de compost gaat. Zo waarborg je een homogeen pasteuriseeren conditioneerproces.
C
45-48°C geconditioneerd om de ammoniak uit de compost te krijgen.
De tunnel Als je een tunnel inloopt, vallen verschillende zaken op. De vloer ligt ongeveer 70 cm hoger dan de vloer in de hal en bestaat uit een rooster. Vanaf het plafond komt een flexibele koker naar beneden. Verder zitten er minimaal twee openingen in het plafond. Op de roostervloer ligt een glijnet. Dit net is vastgemaakt om - zoals de naam al zegt - voor minder weerstand te zorgen tussen het betonnen rooster en het treknet op het moment dat de compost uit de tunnel getrokken wordt. En om te zorgen dat
34
geen compost door het rooster valt. Bovenop het glijnet ligt het vele malen sterkere treknet, waarop de compost ligt. Aan het einde van fase II wordt dit net opgerold, waardoor de compost uit de tunnel getrokken wordt. De wanden zijn goed geïsoleerd en dampdicht. Als je bovenop de tunnels, op zolder, loopt zie je tussen elke tunnel een spouw, zodat de grote temperatuurverschillen in de tunnels elkaar niet beïnvloeden.
Cha mp ignonsignal en
Het principe van een tunnel 3
De tunnel wordt 2,5 tot 3,2 m hoog gevuld, dit komt overeen met 1000 tot 1400 kg compost per vierkante meter. Door de roostervloer wordt lucht geblazen. Door middel van de hoeveelheid verse of retourlucht en de ventilatorstand, kan de lucht het proces sturen waarin de compost zich bevindt.
4
2
1
5 6
7
Ventilator De ventilator stuurt lucht via de kelder door de compost. De snelheid kun je aanpassen afhankelijk van hoeveel lucht het proces nodig heeft.
Verseluchtklep De verseluchtklep regelt de aanvoer van verse lucht, zodat er voldoende zuurstof in de compost komt ĂŠn om de compost te koelen.
Koelblok Als alleen fase II in de tunnel wordt uitgevoerd is geen koelblok nodig. Wanneer ook de compost in de tunnel wordt doorgroeid (fase III), is er wel koeling nodig. Deze zit voor de verseluchtklep, zodat de verse lucht gekoeld kan worden. In warme, vochtige gebieden kan het beter zijn het koelblok in het retourkanaal te zetten.
op yr
ig ht s
fijn filter
pr ot ec t
ed
Klimaatunit bovenop een composttunnel. 1 Mengluchtkamer, 2 Verseluchtklep, 3 Koelblok, 4 Filters, 5 Ventilator, 6 Retourluchtklep, 7 Regelpaneel.
deur
C
TC1
Filter voor buitenlucht De verse lucht van buiten wordt gefilterd door een vettig groffilter (G2) om het grove stof en insecten tegen te houden. Hierachter zit een fijnfilter(F8 of F9) om sporen van andere schimmels tegen te houden.
grof filter
TC2
Overdrukkanaal Overtollige lucht wordt door de overdruk in de tunnel via het overdrukkanaal (groffilter G2) afgevoerd.
TC3
filter
TC4
Âą 60 cm
deur
net
drukkamer
betonnen rand
Flexibel luchtkanaal naar kelder Een flexible koker waardoor de lucht onder de roostervloer wordt gebracht. Tijdens vullen en leegmaken wordt deze flexibele koker weggehaald.
Retourluchtklep Deze klep staat geschakeld met de verseluchtklep. Als verseluchtklep bijvoorbeeld 30% open is dan is de retourluchtklep 70% open.
H oofd st u k 2 : F a s e I I : p as teu ri s eren / co n di ti o n eren
Roostervloer Via de roostervloer wordt de lucht door de compost geblazen om het composteringsproces te stimuleren.
35
HOOFDSTUK 5
ig ht s
pr ot ec t
ed
Mycelium- en herstelgroei
Na het vullen moet het mycelium in de compost herstellen en in de dekaarde gaan groeien. Hierbij geef je water. In de vier tot zeven dagen
Grof mycelium in de dekaarde staat voor een goede kwaliteit champignons.
durende fase zie je het mycelium vanuit de compost in de dekaarde groeien. Het mycelium in de dekaarde zorgt voor het transport van voe-
op yr
dingsstoffen en water vanuit de compost naar de champignons.
Myceliumgroei in de dekaarde
C
De myceliumgroei duurt vier tot zeven dagen. De lengte van deze periode hangt af van de compostkwaliteit en de hoeveelheid caccing. Goed doorgroeide compost is tijdens de myceliumperiode veel minder actief en mycelium groeit sneller van de compost in de dekaarde. En de herstelfase kan eerder worden gestart. De hoeveelheid caccing wordt bepaald tijdens het vullen van de cel. Hoe meer caccing, des te sneller het mycelium in de dekaarde groeit. Hiermee stuur je dus het aantal dagen na het vullen tot het afventileren. Bij veel caccen kun je na vier dagen afventileren, bij weinig caccen kan het wel acht dagen later zijn. Het oogsten van de champignons begint dan ook later.
70
Bij het watergeven is een goede verdeling over het bed belangrijk: links, midden en rechts moeten evenveel water krijgen. Als je de cel controleert of meer water nodig is, doe dit dan op meerdere plaatsen in de cel, zowel links, rechts als in het midden van het bed.
Cha mp ignonsignal en
ed
Bluswater Hoe meer water je kunt geven, hoe meer de compost door het koude water afkoelt. Je bereikt de beste koelende werking als je drie tot vier l/m2 om de twee tot drie uur. Nadeel van deze manier van sturen van de composttemperatuur is dat de compost het water niet altijd kan verdragen. Bij een overmaat aan water gaat de compost rotten. Bepaal de optimale water-gift dus altijd op basis van de compostkwaliteit.
pr ot ec t
KIJK-DENK-DOE Wat hoor je aan compost?
Als je in de compost knijpt en je houdt het bij je oor, kun je het water horen ‘soppen’. Zo klinkt de compost op ongeveer tien centimeter diepte.
C
op yr
ig ht s
Watergeven de eerste dagen na het vullen: niet te veel, niet te weinig Hoe controleer je het vochtgehalte van compost? Neem de dekaarde weg, zodat de compost vrij komt te liggen. Pak een handjevol van de bovenste vijf centimeter van de compost en knijp dit zo hard als je kunt uit: uit de compost moet water komen. Graaf nu tot tien centimeter diep in de compost, neem weer een handvol compost en knijp op dezelfde wijze: de compost moet nat aanvoelen, maar bij het knijpen mag net geen water vrijkomen. Je moet het water wel horen ‘soppen’. De onderste laag moet net zo aanvoelen als de tweede laag. Als de onderste laag droger is, kan dit twee oorzaken hebben: 1. Tijdens het vullen is de compost te vast aangedrukt, waardoor het water niet ver genoeg kan doordringen. 2. Te kleine watergiften, bijvoorbeeld twee liter per vierkante meter. Is de onderlaag veel natter dan middelste laag, dan zijn de oorzaken: 1. Er is te veel water gegeven tijdens het vullen op de vulmachine, waardoor de compost onder te nat is. 2. Reeds herstelde compost (na 1,5-2 dagen) die minder water kan opnemen, omdat mycelium water afstoot (= hydrofoob). Het water hoopt zich vervolgens onderin op.
Eerste vijf centimeter compost: er is zeer ruim water gegeven. Bij zeer goede compostkwaliteit geeft dit geen probleem.
H oofd st u k 5 : M y c e l i u m - en h ers tel g ro ei
Voldoende water gegeven voor de eerste vijf centimeter compost.
Voldoende water voor de middelste laag van de compost.
71
HOOFDSTUK 7
ig ht s
pr ot ec t
ed
Afventileren
Tijdens het afventileren gaat de vegetatieve groei (myceliumgroei) over in de generatieve groei, het vormen van vruchtlichamen: de champignons. In de natuur zie je dit verschijnsel ook. In de zomer is het warm en vochtig, de
Mooie spreiding in grootte van de knoppen geeft een goedgespreide eerste vlucht.
schimmel groeit. In het najaar wordt het kouder en dan komen de paddenstoe-
C
op yr
len pas tevoorschijn.
De omslag van de warme zomer naar de koude herfst is wat we nabootsen met afventileren.
96
Tijdens het afventileren bepaal je hoe je de eerste vlucht wilt oogsten en welke grootte van champignons je wilt oogsten. Het begin van afventileren tot aan de eerste vlucht duurt ongeveer twaalf dagen. Temperatuur, R.V. en CO2 zijn de enige variabelen die je hebt om de mate van verdamping te bepalen. De mate van de verdamping bepaalt het aantal knoppen dat uitgroeit in de eerste vlucht. Hoe meer verdamping, des te meer knoppen uitgroeien. Hoe minder verdamping, des te minder knoppen, maar dat kunnen dan wel grote champignons worden. De kunst van het afventileren is precies te sturen in het aantal knoppen en wanneer ze uitgroeien. Dit leer je door ervaring. En dan nog: champignons groeien altijd te veel of te weinig, te snel of te langzaam, perfect zal het nooit zijn‌
Cha mp ignonsignal en
Termen worden op verschillende wijze gebruikt. Om verwarring te voorkomen hierbij de omschrijvingen waar in dit boek van wordt uitgegaan Afventileren Afventileren wordt op twee manier gebruikt: ‘ik ga morgen afventileren’ wil zeggen ik ga morgen de luchtklep openen en starten met de knopvormingsfase. Verder wordt afventileren ook gebruikt als overkoepelend woord voor knopvorming en knopuitgroei. In dit boek wordt de laatste definitie gebruikt. Een andere term voor afventileren die vroeger ook gebruik werd is afblazen.
Knopvorming Binnen de eerste vijf, zes dagen na het afventileren. Het pluizig mycelium vormt dikkere myceliumstrengen, die knopjes gaan vormen.
C
op yr
ig ht s
Waarom nú afventileren? -- Het gewenste oogsttijdstip. Ongeveer twaalf dagen na afventileren kun je starten met het oogsten van champignons. Het afstemmen op de planning van arbeid, verkoop en wanneer de cel opnieuw gevuld moet worden, kan een belangrijke motivatie zijn. -- Groeisnelheid van het mycelium. Herstelt het mycelium snel, dan kan er eerder afgeventileerd worden. Duurt het langer voordat je het mycelium aan de oppervlakte ziet, dan moet je nog even wachten. -- De wijze van afventileren. Door snel temperatuur en CO2 te laten zakken in de cel stopt het mycelium direct, door langzaam afventileren groeit het mycelium nog verder. Dus ben je van plan temperatuur en CO2 langzaam te laten zakken, dan moet je eerder afventileren. -- Te hoge composttemperatuur. Als de compost boven 28°C dreigt uit te komen, moet je de luchttemperatuur lager dan 19°C instellen. Het heeft dan geen zin te wachten met afventileren. Stijgt de composttemperatuur immers naar 30°C of hoger, dan begint het mycelium af te sterven met groot risico op minder of geen opbrengst.
Hoe noem je dat?
ed
Je wilt het mycelium precies op tijd stil laten staan, zodat de champignons boven het oppervlak van de dekaarde uitgroeien. Stopt het mycelium te vroeg, dan krijg je zwarte champignons, omdat ze onder het dekaardeoppervlak al uitgroeien. Groeit het mycelium te ver door, dan wordt de oppervlakte van de dekaarde helemaal wit. Door deze ‘witte laag’ vindt er geen verdamping plaats vanuit de dekaarde en droogt het mycelium direct uit. Dit is te zien doordat het mycelium geel wordt. Een halve tot drie dagen na de start van de herstelperiode start je met afventileren. Het moment van afventileren (‘wanneer start ik deze fase?’) is een moeilijke beslissing.
pr ot ec t
Wanneer starten met afventileren?
Knopuitgroei Vanaf vijf, zes dagen na het afventileren tot aan de eerste vlucht is de knopuitgroei. In deze fase groeien de knoppen uit tot oogstbare champignons.
Noodmaatregel Een noodmaatregel om verdere stijging van compost-temperatuur te voorkomen is de luchttemperatuur de eerste zes tot twaalf uur op 16-17°C in te stellen, om zo de composttemperatuur te laten afbuigen naar beneden. Daarna kan deze weer op normale temperatuur worden ingesteld.
H oofd st u k 7 : A f v e n t i l e ren
97
HOOFDSTUK 9
ig ht s
pr ot ec t
ed
Het oogsten
Een champignon verdubbelt onder optimale omstandigheden per dag in gewicht. De champignon moet de ruimte hebben om te groeien. Deze
Een champignon groeit 4% per uur, het juiste moment van oogsten geeft de winst!
ruimte wordt door het oogsten gecreĂŤerd. Het oogsten van champignons is niet alleen de champignon van het bed halen, afsnijden en in het bakje
Haarnetje voor de voedselveiligheid
C
Werkkleding voor een goede bedrijfshygiĂŤne
op yr
leggen, maar het juiste moment van plukken is de kunst.
Handschoenen voor de voedselveiligheid
Verschillend type verpakkingen voor de verschillende kwaliteiten
Plukrek met verschillende soorten verpakkingen, om de champignons direct te sorteren
Mesje om voetje van de champignon te snijden Weegschaal om het geoogste product meteen af te wegen en direct in de consumentenverpakking te doen
126
Afvalemmer of -zak voor afvoer van voetjes
Cha mp ignonsignal en
De techniek van het plukken Het plukken van champignons vergt een bepaald ritme en mate van vingervlugheid. Champignons zijn kwetsbaar, maar een geoefende plukker kan snel, maar toch zeer voorzichtig oogsten. Enkele aandachtspunten.
Neem het champignonmesje in je rechterhand. Het champignonbed is aan je linkerzijde. Je plukt met links de champignons en snijdt ze met rechts af (als linkshandig = precies andersom).
Neem de eerste champignon in je hand tussen de top van je duim en top van je wijsvinger en maak een draaiende beweging.
5
De champignon pluk je met een draaiende, trekkende beweging van het bed af.
6
op yr
ig ht s
4
3
ed
2
pr ot ec t
1
7
C
De volgende champignon pak je tussen je middelvinger en halverwege je handpalm, ook deze neem je weer met een beetje draaiende, trekkende beweging van het bed.
Je kunt nu de voetjes van de champignon snijden...
H oofd st u k 9 : H e t o o g s ten
Houd de champignon die je als eerste geplukt hebt tussen je pink en de rand van je handpalm om ruimte te maken en pluk de derde champignon met je wijsvinger en duim.
8
...en ze in het bakje leggen.
De hoed van de champignons mag de handpalm niet aanraken. De steel zit van de handpalm af.
9
Een zeer ervaren plukker kan zo een vierde champignon meeplukken (derde tussen ringvinger en handpalm, vierde met de pink). Dit kan alleen als de champignons niet te groot zijn.
127
‘Champ i g no nt eel t i s een kuns t .’ Champignonteelt is geen exacte wetenschap. Het leren zien, begrijpen en op juiste wijze reageren op signalen is de kunst van het vak. En die kunst is te leren.
C op
yr
ig ht s
Champignonsignalen leert composteerders en kwekers hun proces te optimaliseren door signalen uit de praktijk te kunnen zien. Niet te snel conclusies trekken, maar jezelf steeds drie vragen stellen: wat zie ik, hoe komt dit, wat doe ik? Voorbeeld: Wat zie je? Een dag na het water geven zie je dat de vloer nog nat is en de dekaarde nog blinkt. Hoe komt dit? Te weinig vochtafvoer. Hierdoor kunnen knoppen van de tweede vlucht niet uitgroeien en kunnen bacterievlekken ontstaan. Wat doe je? De RV en CO2 alsnog verlagen. Dit is een van de vele signalen in de champignonteelt waarmee je de productie en kwaliteit van de champignons eenvoudig kunt optimaliseren. Een champignon groeit vier procent per uur! Door een oogstmedewerker vaker per dag hetzelfde bed te laten oogsten, behaal je al snel een productieverhoging van minimaal tien procent. Coaching van je medewerkers is minstens zo belangrijk als het verzorgen van je champignons.
Mark den Ouden
pr ot ec t
ed
Het proces van een succesvolle champignonteelt begint met beoordeling van de grondstoffen voor het composteren. Dat is de basis voor een optimale compostering. Daarnaast is het bij het kweken van de champignons de uitdaging op een juiste manier te reageren op steeds wisselende teeltomstandigheden en toch steeds een goed of beter teeltresultaat te behalen.
Champignonsignalen
Champignonsignalen
De omstandigheden waarin champignons geteeld worden, zijn wereldwijd zeer verschillend. Maar de signalen die compost en champignons afgeven zijn overal hetzelfde. Op elke plaats en elk moment zijn signalen op te vangen... als de antenne er maar voor uitstaat. Met Champignonsignalen ontwikkel je deze atenne.
ISBN 978-90-8740-109-2
9 789087 401092 www.mushroomoffice.com
www.roodbont.com
Praktijkgids voor een optimale champignonteelt
Champignon signalen
Mark den Ouden