Kort na haar oprichting in 1981 startte SBNL een project voor natuur-
met nestbescherming van kiekendieven in akkerland. Later kwam daar onderzoek bij
Akkervogels
naar leefstijl van de vogels en het ontwikkelen van succesvolle beschermingsmaatregelen, die inpasbaar zijn in de moderne akkerbouw. De aandacht is uitgebreid naar
Veel vogelsoorten vinden een leefgebied in cultuurlandschappen. Erfvogels, zoals de boeren-
andere akkervogels. Tevens wordt met satellietzenders baanbrekend onderzoek
zwaluw. Weidevogels, zoals de grutto. En vogels van het uitgestrekte akkerland, bijvoorbeeld de
gedaan naar migratieroutes van grauwe kiekendieven en de problemen die vogels
grauwe kiekendief. Van de ongeveer 450 vogelsoorten van Europa is een derde voor voedsel en
in hun winterverblijven tegenkomen. De Werkgroep Grauwe Kiekendief begeleidt en
nest aangewezen op het boerenland.
adviseert akkerbouwers en anderen over akkernatuurbeheer.
vriendelijk beheer van akkerranden. Behoud de patrijs in ons land-
Akkervogels
Sinds begin jaren ’90 houdt de Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief zich bezig
schap! De poster roept nostalgische herinneringen op. Helaas moeten we constateren dat sinds die tijd de patrijs verder achteruit is gegaan. Ook andere akkervogels hebben het moeilijk. Maar er valt nog veel te genieten en dit boek geeft u daarvoor de inspiratie. En door de gezamenlijke inspanning van vele organisaties komt er nu meer aandacht en geld voor de akkervogels. Een goede ontwikkeling. Dat er nog veel te winnen valt laten Koos Dijksterhuis en Hans Hut u zien in dit prachtige boek. Namens het projectteam van SBNL, Werkgroep Grauwe
Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief, Postbus 46, 9679 ZG Scheemda,
Akkervogels gaat over vogels van het weidse, grootschalige akkerland. Dit boek bevat tientallen
www.grauwekiekendief.nl.
beschrijvingen van akkervogels. De grauwe kiekendief, de blauwe en de bruine kiekendief en tal
en Bosonderzoek in Vlaanderen wens ik u veel leesplezier!
van soorten, zoals de patrijs, de kneu en de veldleeuwerik. Met prachtige beelden van fotograaf
Piet Blauw, Voorzitter SBNL
en interviews de mogelijkheden voor bescherming van akkervogels. Auteur Koos Dijksterhuis be-
kenniscentrum voor natuur en het duurzame beheer en gebruik ervan.
schrijft de inspanningen die veel vogelbeschermers in Nederland en België zich getroosten om
Het INBO verricht onderzoek en levert kennis aan al wie het beleid voorbereidt,
soorten zoals de grauwe gors in stand te houden. Ook akkerbouwers spelen daar een belangrijke
uitvoert of erin geïnteresseerd is.
rol in. In het boek vindt u in korte overzichten tips en maatregelen voor de bescherming van
Als toonaangevende wetenschappelijke instelling werkt het INBO in de eerste plaats
akkervogels.
voor de Vlaamse overheid, maar het levert ook informatie voor internationale rapporteringen en gaat in op vragen van lokale besturen. Daarnaast ondersteunt
Akkervogels toont u in woord en beeld de schoonheid en het belang van akkervogels. Praktische
het INBO onder meer organisaties voor natuurbeheer, bosbouw, landbouw, jacht en
informatie op een aantrekkelijke manier gepresenteerd; een must voor iedereen met hart voor
visserij. Het INBO maakt deel uit van nationale en Europese onderzoeksnetwerken.
akkernatuur.
Het maakt zijn bevindingen ook bekend bij het grote publiek. www.inbo.be
www.sbnl.nl
www.inbo.be
Vogelbescherming Nederland (VBN) zet zich al jaren in voor een vogelvriendelijke landbouw. De meeste akkervogelsoorten worden helaas sterk bedreigd. VBN initieert en financiert onderzoeksprojecten gericht op agrarisch natuurbeheer
www.vogelbescherming.nl
Akkervogels Koos Dijksterhuis | Hans Hut
en ecologie van akkervogels en werkt daarbij nauw samen met boeren, vrijwilligers
www.sbnl.nl
De auteur Koos Dijksterhuis schrijft iedere dag in Trouw een kort verhaaltje over de natuur. Hij is redacteur van het tijdschrift Vogels en schrijft soms als huurling een artikel in NRC Handelsblad. Daarnaast schrijft hij plezierverzen en boeken. Hij schreef artikelen, folders, brochures en een heel boek over kiekendieven. Behalve over akkervogels schrijft hij een boek over drieteenstrandlopers Foto: Arnou ten Hoeve
Akkervogels is meer dan een boek met beschrijvingen van vogels. Het boek toont in reportages Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) is het Vlaams onderzoeks- en
co pr py ot rig ec h te t d
Hans Hut die met enorm veel geduld en inspanning de vogels heeft vastgelegd.
Kiekendief, Vogelbescherming Nederland en het Instituut voor Natuur-
tussen Noordpool en Sahara. Plezierverzen schrijft Dijksterhuis voor tijdschriften en voor een groeiende lezersschare die zijn wekelijkse versje over de actualiteit gratis per e-mail ontvangt. Aanmelden kan op www.plezierverzen.nl.
De fotograaf Hans Hut was van oorsprong gereedschap- en instrumentenmaker maar zijn liefde voor natuur wint het van deze. Hij is inmiddels decennia bezig met natuurfotografie, niet alleen vanuit zijn schuiltent op het dak van de bus, maar ook vanuit de lucht. De uitdaging is het landschap ogen en oren te geven, want uit het oog kan makkelijk uit het hart worden. De liefde voor mens en dier staan voorop en dat zie je want hij is niet bang de realiteit van het
en professionele onderzoekers. VBN is initiator van het Kennisplatform Akkervogels.
dagelijkse leven op de achtergrond mee te nemen. De fotografie
Dit platform wisselt kennis uit tussen provincies, onderzoekers en agrariërs.
van de akkervogels zoals de grauwe kiekendief is daar een goed
www.vogelbescherming.nl
www.grauwekiekendief.nl
www.roodbont.nl
voorbeeld van. Fotografie is immers ook communiceren. www.fotohut.nl
Colofon
Aan deze uitgave werkten mee:
Akkervogels Auteur Koos Dijksterhuis Fotografie Hans Hut
www.sbnl.nl
www.grauwekiekendief.nl
www.vogelbescherming.nl
Omslagfoto Hans Hut U I T G E V E R I J P U B L I S H E R S
co pr py ot rig ec h te t d
Met dank aan Hans Veurink (SBNL), Steven Kragten (Vogelbescherming Nederland), Olivier Dochy (Instituut voor Natuuren Bosonderzoek (INBO), Ben Koks (Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief)
www.inbo.be
www.roodbont.nl
Deze uitgave is mede mogelijk gemaakt door:
Begeleiding Ton van Schie, Ed Asscheman, Roodbont Publishers Illustraties Elwin van der Kolk
Tekstredactie Maud van der Woude Tekstwerk
Vormgeving Concept: Sandra Derksen grafisch ontwerp Opmaak: Abel Communicatie Roodbont Publishers Postbus 4103 7200 BC Zutphen T (0575) 54 56 88, F (0575) 54 69 90 info@roodbont.nl www.roodbont.nl ISBN 978 90 8740 060 6, NUR 420
© Roodbont Publishers B.V., 2e druk april 2010. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgever en auteur hebben de inhoud van deze uitgave met grote zorgvuldigheid en naar beste weten samengesteld. Uitgever en auteur aanvaarden evenwel geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook, die het gevolg is van handelingen en en/of beslissingen die gebaseerd zijn op bedoelde informatie.
2
Inhoud Grauwe kiekendief Veldleeuwerik
10 16
Kwartel Kwartelkoning Grasmus Gele kwikstaart
24 29 33 34
Kuifeend Torenvalk Roodborsttapuit Bruine kiekendief
40 41 45 46
Bontbekplevier
53
Patrijs Kievit
58 63
Kneu
66
Blauwborst Graspieper
73 74
Wulp Rietgors Ganzen en zwanen Goudplevier Geelgors Grauwe gors
80 81 84 89 90 94
Paapje Ringmus en huismus Blauwe kiekendief Velduil Grote zilverreiger
100 101 106 111 111
co pr py ot rig ec h te t d
Voorwoord 4 Succes voor akkervogels 6 Onweerstaanbaar, voor hamsters én voor akkervogels 14 ‘Er broeden bontbekplevieren op Flevolandse akkers’ 18 ‘Streven naar een duurzaam agrarisch landschap’ 20 ‘Mijn vrouw en ik voelen ons verantwoordelijk voor een levend landschap’ 22 ‘Drents-Groningse leeuweriken prefereren grasland’ 26 ‘Met genoeg zaden gaan grauwe gorzen aan de leg’ 30 Erfvogels en akkerbloemen op Zeeuwse natuurakkers 36 ‘Toch wilde ik iets doen voor vogels!’ 38 ‘Toen de ortolanen verdwenen, dacht ik: we moeten het biotoop herstellen’ 42 ‘Ik wil graag weten of we ook patrijzen kunnen redden met trioranden’ 48 Zorgen voor akkervogels in Vlaanderen 50 Geen vangst voor de vogelbeschermer 54 De actieradius van akkervogels 55 ‘Als ik een nest zie, verplaats ik de eieren naar waar al geploegd is’ 56 ‘Akkernatuur houdt niet op bij geelgorzen en korenbloemen’ 60 ‘Wulpen en leeuweriken op Brabants platteland’ 64 ‘Altenatuur voor akkernatuur’ 65 ‘Sinds ik vogels bescherm, hoor ik ze altijd’ 68 ‘Laatst stapte een boer in Uithuizen met elf hectare akkerrand over op trioranden’ 70 Leeuweriken bij het Noordzeekanaal 76 Waterpeilbeheer ontziet akkervogels 79 Tijdelijke maatregelen in de Noord-Hollandse Houtrakpolder 82 86 ‘Met akkerreservaten kun je veel bereiken voor allerlei vogels’ ‘Maatregelen moeten wel inpasbaar zijn in de hedendaagse bedrijfsvoering’ 92 Vogels, vogels en nog eens vogels 96 Biologische akkervogels... 98 Grauwe gorzen gaan goed in het akkerreservaat 104 ‘Leuk toch, al die vogels op het land!’ 108 ‘Akkernatuur is meer dan geelgorzen en korenbloemen’ 111 Akkervogels? Europa! 116 Maatregelen in het gewas 134 Plattegrond locaties 136 Adressen 138 Dankwoord 141 Geraadpleegde literatuur 142 3
Linthorst Homanpolder bij Westernieland
co pr py ot rig ec h te t d
Groene diensten moeten we belonen
4
Dit boek gaat over akkervogels in Nederland en Vlaanderen. Met prachtige voorbeelden en succesverhalen. Maar de groep akkervogels heeft het moeilijk en daarom is er aandacht in het beleid nodig. In dit voorwoord geven Louise Fresco en Marko Bos hun visie.
Voorwoord
natuur- en landschapsbeheer) die maatschappelijk gewenst en niet zonder extra kosten of inspanningen met de landbouwproductie worden meegeleverd. Daarvoor past een vergoeding die in verhouding staat tot de geleverde prestatie (bijvoorbeeld het aantal broedparen). Het tweede motief betreft natuurlijke belemmeringen bij de agrarische bedrijfsvoering. Als we omwille van ‘koeien in de wei’ of boerenlandvogels graag grondgebonden landbouw houden in regio’s met een natuurlijke handicap, dan zal het nadeel voor de boer moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld met een hectaretoeslag.
co pr py ot rig ec h te t d
Tientallen jaren is uit het Europese budget veel steun gegeven aan boeren om voedsel en grondstoffen te produceren. Dat heeft een geweldige rationalisatie en productiviteitsverhoging in de landbouw teweeg gebracht. Daardoor kan Europa sinds een jaar of dertig de eigen bevolking ruimschoots voeden. De keerzijden van dit succesverhaal zijn in de loop van die periode steeds manifester geworden: onder meer schade aan landschap en biodiversiteit en effecten op landen buiten Europa. Als gevolg daarvan is bij het publiek een negatief beeld ontstaan van de landbouw.
Gelukkig is in het laatste decennium een nieuwe waardering van de landbouw op gang gekomen, waarin we ons bewust zijn geworden van de vele functies die de landbouw vervult. Aan het boerenbedrijf hebben wij waardevolle cultuurlandschappen te danken, waarin boerenlandvogels goed gedijen. Voortgaande processen van intensivering en schaalvergroting tasten vaak de kwaliteiten aan van die landschappen – zowel voor mensen als voor vogels. De oplossing ligt voor de hand. Als boeren natuur- en landschapswaarden voortbrengen, die niet meer automatisch als bijproduct van de grondgebonden landbouw worden geleverd, dan wordt het tijd om zulke maatschappelijk gewenste ‘groene diensten’ te belonen. Dat betekent dat er een economisch rationele keuze gemaakt kan worden voor kleinschaligheid, als de groene diensten dat vereisen. Wat betekent dit voor het Europees landbouwbeleid? De SER heeft in zijn advies Waarden van de Landbouw voorgesteld het huidige systeem van algemene bedrijfstoeslagen te vervangen door een viergroepenmodel van gerichte beloningen en compensaties. Uitgangspunt daarbij is het marktconform produceren van landbouwgoederen.
Bedrijven in de derde groep brengen alleen vermarktbare landbouwproducten voort, in regio’s zonder natuurlijke handicap. De vierde groep bestaat uit bedrijven die in regio’s met een natuurlijke handicap groene diensten aanbieden. Bij de waardering van ‘groene diensten’ en natuur- en landschapswaarden doen zich grote verschillen tussen en binnen landen voor. Toscaanse olijventeelt en Nederlandse veenweidegebieden zijn onvergelijkbaar. Het agrarisch natuur- en landschapsbeheer moet uitgaan van regionale en nationale voorkeuren en mogelijkheden. Daarbij past een sterkere inbreng en zwaardere financiële verantwoordelijkheid van de afzonderlijke lidstaten. Ook Nederland zal veel serieuzer moeten investeren in de eigen ‘publieke waarden’ op het platteland. Daartoe behoren zeker ook akkervogels. Gelukkig groeit in Nederland het besef dat dat kan samengaan met een productieve landbouw en dat boeren vaak veel kennis bezitten over de vogels op hun land. Dit boek biedt daarvan prachtige voorbeelden.
Louise O. Fresco en Marko Bos, voorzitter respectievelijk secretaris van de SER adviesgroep Waarden van de Landbouw
Er zijn in dat model twee soorten motieven voor aanvullende vergoedingen. Het eerste betreft groene diensten (agrarisch
5
Veldleeuwerik
co pr py ot rig ec h te t d
Succes voor akkervogels
Kwartelkoning
Akkerhommel
6
Veel vogelsoorten vinden een leefgebied in cultuurlandschappen. Erfvogels, zoals de boerenzwaluw. Weidevogels, zoals de grutto. Vogels van het kleinschalige cultuurland, zoals de geelgors. En vogels van het uitgestrekte akkerland, bijvoorbeeld de grauwe kiekendief. Van de ongeveer 450 vogelsoorten van Europa is een derde voor voedsel en nest aangewezen op het boerenland.
Akkervogels?
co pr py ot rig ec h te t d
Dit boek gaat vooral over vogels van het weidse, grootschalige akkerland. Maar de grenzen tussen vogels van weidse akkers en vogels van besloten akkers zijn vaag. Soms worden uitstapjes gemaakt, bijvoorbeeld naar het hagenlandschap van de geelgorzen. Ook komt u een erfvogel tegen, zoals de ringmus. Vogels negeren grenzen, ze vliegen er overheen. Een geelgors die in een heg broedt, kan de winter doorbrengen op een uitgestrekte graanakker. De heggenmus, een Nederlandse tuinvogel, staat in Engeland bekend als akkervogel vanwege de vele heggen op het Britse boerenland. ‘s Winters zijn groenlingen (tuinvogels), vinken (bosvogels) en rietgorzen (moerasvogels) gek op tarweakkers.
Liever akkers dan weiland
Soms verdwalen de weidevogels die in dit boek belicht worden. Hoewel, verdwalen? Nee, weidevogels als kieviten verruilen het weiland voor de akker. Op akkers doen ze het beter. Veldleeuweriken, gele kwikstaarten en graspiepers zeiden de weilanden eerder vaarwel dan de kievit en de scholekster. Wel broeden ze nog steeds graag in gras. Op akkerranden of slootoevers bijvoorbeeld. Voor scholeksters geldt hetzelfde en zelfs sommige grutto’s leggen hun eieren op akkergrond. Slim, want in de wei verhongeren hun kuikens, als maaimachines ze niet verhakselen. Op akkers komt de maaimachine minder vaak en pas later, als veel kuikens al groot zijn. Zo niet, dan kan nestbescherming nuttig zijn. Al kan een markering ook roofdieren de weg wijzen. Daarbij heeft nestbescherming natuurlijk alleen zin,
Brede akkerrand, Nieuw Beerta.
als de beschermde kuikens genoeg insecten kunnen eten. Daarvoor zijn grazige akkerranden nodig.
Van natuurland naar cultuurland Akkervogels zijn ooit overgestapt van natuurland naar cultuurland. Op het gemengde boerenbedrijf was dat nog een mix van grasland en tientallen gewassen. Steeds intensiever boeren leidde in de jaren zestig en zeventig tot topaantallen van sommige weidevogels. Vervolgens veranderde het boerenland in een gebied dat zo ver afstaat van de oorspronkelijke steppen, dat de vogels eruit verdwenen. Je kunt de toestand van de akkers vergelijken met die van de 7
ijsschotsen. De ijsberg breekt in grote schotsen, die langzaam smelten en soms breken. Akkers zijn ook smeltende ijsschotsen waarop de vogels staan te kleumen. Met brede akkerranden laten we ze niet in de kou staan!
ten, nitraten en bestrijdingsmiddelen de sloot in sijpelen. Aan mooie akkerranden zien voorbijgangers dat boeren een fraai landschap onderhouden. En de boer? De boer hoort het lentelied van leeuweriken tijdens het werk. Hoog op de trekker kan hij gele kwikstaarten en blauwborstjes zien vliegen. En met een beetje geluk is hij getuige van de baltsvlucht van kiekendieven.
Levende akkerranden Akkervogels hebben ruimte nodig. Maar welke boer kan complete percelen voor vogels inrichten? Met brede akkerranden kom je al een heel eind - en langs de randen ligt marginale grond. Op die randen groeien grassen en kruiden. Muizen en vogels eten er zaden en insecten. Hazen werpen er jongen. Uilen, roofvogels en zilverreigers vangen er muizen. Er bloeien klaprozen, korenbloemen, margrieten en andere bloemen. Die lokken bijen en hommels. Zwaluwen en gierzwaluwen jagen boven akkerranden op insecten. Een akkerrand-met-rietkraag laat bovendien minder fosfa-
Broed- en schuilplaatsen
co pr py ot rig ec h te t d
Natuurlijk is een akkerrandje van twintig centimeter niet genoeg. Akkervogels moeten ‘s zomers en ’s winters voedsel en dekking kunnen vinden. Met randen van minimaal negen tot twaalf meter breed krijgen akkervogels een uitgebreid leefgebied. Tenminste, als de randen niet versnipperd over het land en ver uit elkaar liggen. Door akkerranden in kansrijke gebieden te clusteren, winnen ze aan doelmatigheid.
Winterkoning in winterveldje
8
Klein spiegelklokje
co pr py ot rig ec h te t d
Alleen in streken waar akkervogels nog in relatief hoge dichtheden voorkomen, hebben maatregelen zin. In die zogenoemde kerngebieden zouden daardoor weer zoveel akkervogels kunnen komen, dat de dieren vandaar uit stillere plaatsen opnieuw gaan bevolken. Behalve randen kunnen ook overhoekjes met gras, kruiden en struiken en zomergranen in de winter vogels een schuilplaats en leeftocht bezorgen. Al met al is, afhankelijk van het landschap, vijf tot acht procent van het akkerland nodig om de vogelstand op peil te houden. Voor randenbeheer voor akkervogels op minimaal negen meter brede randen is subsidie verkrijgbaar. Akkerbouwers in de kerngebieden kunnen een passende vergoeding krijgen voor een collectief beheerplan, in overleg met de Agrarische Natuurvereniging. Achter in dit boek staan nuttige namen en adressen. Ook in Vlaanderen wordt aan een regeling gewerkt.
Succes!
Als we willen dat akkerbouwers leeuweriken en patrijzen kunnen blijven zien en horen en als akkerbouwers willen dat hun kinderen en kleinkinderen ze ook nog kunnen zien en horen, dan moeten we iets doen (of laten) voor akkervogels. Misschien is het voor leeuweriken en patrijzen nog net niet te laat. Hun aantal is in dertig jaar tijd met 95 procent afgenomen. Maar ze zijn er nog. Nog net. En zolang ze er nog zijn, kunnen we het tij keren. Laten we dat doen! In Nederland, Vlaanderen en de rest van Europa. In haar voorwoord bij dit boek pleit Louise Fresco van de Sociaal-Economische Raad voor het behoud van de landschappen en de vogels die we aan het boerenbedrijf danken. Dat behoud hangt van ons allemaal af, maar toch het meest van akkerbouwers. Sommigen zijn al bezig. Zij richten 足akkerranden in voor vogels. Anderen laten wat graan op het veld achter. Akkerranden en een restje graan - met minimale inspanningen is al succes te boeken voor akkervogels. In dit boek worden de akkervogels en hun beschermers aan u voorgesteld. Doet u mee? 9
Grauwe kiekendief
co pr py ot rig ec h te t d
Grauwe kiekendief, mannetje ‘Harm Engel’
Net uit het ei
10
Als grauwe kiekendieven in april uit Afrika in hun broedgebied arriveren, zoeken ze een partner. De balts van de rankste roofvogel ter wereld is een acrobatische vliegshow waar zelfs andere soorten kiekendieven niet aan kunnen tippen. Maar grauwe kieken houden het kort. Algauw, soms binnen enkele uren na aankomst, beginnen ze te paren.
Harem en herem
Wetenschappelijke naam: Circus pygargus Lengte: vrouwtje 50 cm, mannetje 43 cm. Spanwijdte: vrouwtje gemiddeld 114 centi-
meter (varieert van 110.5 tot 120.5 cm.), mannetje gemiddeld 111 centimeter (varieert van 108.5 tot 115.3 cm.). Gewicht: vrouwtje 347 gram (292 tot 405 gr.), mannetje 277 gram (250 tot 333 gr.). Voedsel: (veld)muizen, kleine vogels, jonge hazen, grote insecten. In Nederland zijn 15 duizend prooien bekeken, verdeeld over 125 diersoorten. Aantal broedparen in Nederland (2007): 47 (Oldambt 40, Noord-Groningen 5, Flevoland 2); (2008): 48 (Oost-Groningen 31, Noord-Groningen 10, Flevoland 7), (2009): 62 waarvan 5 in Friesland. Trend: afname tot 1970, toename in Flevoland in jaren ’70, bijna verdwenen in jaren ’80, opleving in de jaren ’90 in Groninger akkers. Aantal eieren: gemiddeld 3.7 eieren per legsel. Afhankelijk van voedselaanbod vaak 3 of 5 eieren. Soms ook 1, 2 of 6 eieren. Het wereldrecord is 9 eieren, waarschijnlijk van twee vrouwtjes die een nest deelden. Leeftijd: de oudste in Oost-Groningen werd 11. De oudste geringde kiekendief (in 1993 in Duitsland) is 15 jaar geworden. De oudst bekende uit de literatuur werd 16 jaar en 1 maand. Broedseizoen: de vogels zijn van april tot september in Nederland. Gemiddeld worden de eieren gelegd op 20 mei en vliegen 20 juli de jongen uit. Maar de spreiding in legdata is groot: van begin mei tot eind juni. De laatste jongen vliegen eind augustus uit.
co pr py ot rig ec h te t d
Het broedseizoen duurt maar drie maanden. Ze beginnen relatief laat en de tijd dringt. Tot de eieren gelegd zijn, paren ze naar hartelust, vaak meteen nadat het mannetje een prooi voor zijn vrouwtje meebrengt. Die prooi wordt vliegend, tijdens een elegante manoeuvre overgegooid. De Spaanse onderzoekster Beatriz Arroyo telde in de jaren negentig bij Madrid gemiddeld 39 succesvolle paringen per broedsel. Met succesvolle paringen bedoelt ze copulaties waarbij beider cloaca’s elkaar raken. De cloaca is het vogelgat voor uitwerpselen, ei en bevruchting. Volgens haar gebeurt dat als ze vijf seconden op elkaar zitten. Het is maar wat je succes noemt… De grauwe kiekendief is niet bepaald grauw en zeker niet aschgrauw zoals deze kuikendief vroeger heette. Het vrouwtje is bruin, op haar witte stuit na. Het mannetje heeft een roodbruin gestreepte buik en een zilvergrijze rug en staart. De slanke, spitse vleugels zijn ook grijs met een zwarte hand. Op de vleugels ligt in lengterichting een zwarte streep.
Cijfers en feiten
De grauwe kiekendief is veelzijdig op seksueel gebied. Soms hebben grauwe kieken een driehoeksverhouding. Meestal heeft een mannetje dan twee vrouwen, elk met een eigen nest. Zo’n man heeft een boel werk aan maar vast ook veel plezier van zijn harem. Hij krijgt meer nageslacht dan van één vrouwtje. Maar waarom zou een vrouwtje haar man met een rivale delen? Er is geen vrouwenoverschot, maar bijvrouwen zijn vaak jong en onervaren. Als helper kan een jonge dame ervaring opdoen met mannen, nestelen en broeden. En hoe weinig kuikens ze ook groot brengt, ze kan beter weinig eieren voor haar geld kiezen dan helemaal geen. Als er genoeg voedsel is, kan één vader meerdere legsels bevoorraden. Dat was bijvoorbeeld het geval tijdens een veldmuizenplaag. Die traden ooit zo eens in de drie jaar op. Maar op het moderne akkerland zijn veldmuizenplagen zeldzaam geworden. Als één van de weinige roofvogels doen grauwe kiekendieven soms aan polyandrie: meerdere mannen voor dezelfde vrouw. 11
co pr py ot rig ec h te t d
Zo’n vrouw heeft het maar makkelijk met een herem van mannen die voor de catering zorgen en het nest verdedigen tegen roofdieren of andere mannetjes.
Eitje
Twee vechtende leeuweriken in de gaten gehouden door een kiekendief
Grauwe kieken beginnen met hun eileg op gemiddeld 18 mei. Na twintig jaar onderzoek in de Oost-Groninger Dollardpolders is wel duidelijk dat vooral het voedselaanbod invloed heeft op de kiekendiefagenda. Als er weinig muizen zijn, beginnen ze later met broeden. In deze streek, het Oldambt, treft in 1990 een student van de Hogere LandbouwSchool te Groningen een paartje grauwe kieken aan in een luzerneveld. Dat baart opzien. De vogels staan hoog in de top-10 van vogels die Nederland gauw zal verliezen. In 1950 broedden er nog 250 paar in duinen, heiden, hooilanden en moerassen. Maar duinen, heiden, hooilanden en moerassen zijn verdroogd, verruigd of op de schop gegaan en vanaf 1986 stuiptrekt de roofvogel met hooguit drie broedparen in Zuidelijk Flevoland. In Flevoland had bosaanplant eerder voor een opleving gezorgd: de kiekendieven vonden een tijdelijk heenkomen in de kruiden tussen de jonge boompjes. Maar kleine bomen schieten op en andere ontginningsgronden zijn op hypermoderne wijze tot in de afwateringssloten in cultuur gebracht. Exit grauwe kiekendief. En dan zit er ineens een nest, niet in drassige duinvalleien, sponzig hoogveen of rietmoeras, maar op een droge akker in Oost-Groningen! De student, Ben Koks geheten, regelt direct dat de oogstmachine met een wijde boog om het nest heen maait. Die zomer vliegen drie grauwe kiekendieven uit. Tegenwoordig huisvest het Oldambt ruim dertig paartjes. Door met akkerbouwers, veevoerdrogers en vogelaars de nesten te beschermen tegen maaimachines, groeit het Groninger graanland uit tot een grauwe-kieken12
dievenland van dertig, veertig paar, nog afgezien van wat zich aan de Duitse kant van de landsgrens ophoudt. Het is een van dé succesverhalen uit de vogel- en natuurbescherming. Door na iedere maatregel bij te houden welke effecten er optreden, en zo nodig maatregelen aan te passen, kan een grote natuurwaarde gehaald worden in het intensieve boerenland. Zo is ontdekt dat geen bloemen-, maar grasen kruidenmengsels geschikt zijn, dat grazige stroken langs de perceelranden beter werken dan één groot vierkant braakland, maar dat die randen wel minimaal negen en optimaal twaalf meter breed moeten zijn. En door ze over de lengte te verdelen in drie stroken die regelmatig, onregelmatig en nauwelijks gemaaid worden, bereik je de grootste impact op akkervogels.
Kiekendief als export-artikel
co pr py ot rig ec h te t d
De Oost-Groninger maatregelen worden ondertussen ook toegepast in NoordGroningen, in Noord-Duitsland, Oostelijk Flevoland en Drenthe. Uit Flevoland is de grauwe kiekendief overigens nooit helemaal verdwenen. Sinds 1986 hebben er meestal wel vier of vijf paartjes gebroed. Het dieptepunt wordt bereikt in 2007, als er nog maar drie paar broeden. Net op tijd zijn akkerbouwers begonnen met faunaranden volgens de aanpak van de Werkgroep Grauwe Kiekendief, die daarmee praktijkervaring opdeed in Oost-Groningen.
Succesvolle maatregelen voor de grauwe kiekendief
Nestbescherming met elf x elf meter schrikdraad Bescherming grote kuikens met metalen kooien Akkerranden werken het best als ze: • minimaal negen meter breed zijn, bij voorkeur breder • vijf tot acht procent van het akkerland bevatten • een verruigende strook bevatten als broedplaats voor muizen en zangvogels • een gemaaide strook bevatten waarop muizen zichtbaar en te vangen zijn • drie à vier jaar bestaan. Daarna neemt effect weer af. Een rand kan dus meerouleren in het bouwplan.
13
co pr py ot rig ec h te t d
Boena van Noorden bij mistnet
De akkerreservaten van Zuid-Limburg
Onweerstaanbaar, voor hamsters én akkervogels Zeven akkerreservaten liggen op de lössgronden van Zuid-Limburg. “Oorspronkelijk waren ze bedoeld voor het behoud van de hamster”, vertelt provinciaal beleidsmedewerker Boena van Noorden. “Bij de aanleg van het bedrijventerrein Avantis bij Heerlen was te weinig rekening gehouden met deze dieren. Europa eiste compenserende maatregelen.” 14
Op straffe van hoge Europese dwangsommen maakte het ministerie van LNV hals over kop werk van hamsterreservaten. En het moest snel, dus werd voor de grond meer betaald dan de marktprijs. Qua beheer zijn reservaten overigens goedkoper dan gronden met een beheersovereenkomst: de reservaten kosten 600 euro per hectare per jaar, beheer door de boer kost 2.200 euro.
de winter wemelt het er van de geelgorzen, kneuen, veldleeuweriken en grauwe gorzen. In september van het jaar 1999 verbleef een Groninger grauwe kiekendief er een weekje. Hamsters deden het gelukkig ook goed. Elk jaar bouwden ze meer burchten, maar in 2008 liep het aantal sterk terug. “Pieken en dalen horen erbij”, meent Boena. “Het is een knaagdier dat ooit plagen kon vormen, maar dat ook plotseling kan worden weggevaagd. Hoeveel hamsters er dit jaar zijn, weten we in de oogsttijd. Dan gaan we burchten tellen.”
Beheersovereenkomst beter?
co pr py ot rig ec h te t d
“Ik denk dat akkerreservaten een langere levensduur hebben dan landbouwgronden”, zegt Boena. “Maar een beheersovereenkomst bij grond voor agrarisch gebruik kan ook, afhankelijk van de animo. De provincie Limburg heeft geld voor drie- tot vierhonderd hectare beheersovereenkomsten. Het gaat dan om akkerranden van minstens twaalf meter in de kerngebieden van veldleeuweriken en patrijzen. Als we die oppervlakte vol krijgen, komen we een heel eind.” De beleidsmedewerker gaat hierbij uit van het behoud van de vogels die er nu nog zijn. “Als we in de kerngebieden stevige bolwerken van akkervogels houden, vind ik dat al heel wat. Nog mooier zou het zijn als van daaruit de lege gebieden opnieuw gekoloniseerd worden.”
Leefgebiedenbenadering
Voor de aanschaf van lappen grond voor akkerreservaten is geen geld beschikbaar. En al is het beheer ervan goedkoper, Boena denkt dat subsidie voor boerenlandschap meer draagvlak heeft dan subsidie voor natuurreservaten. Daarbij komt dat akkervogels leven op agrarische gronden die vrijwel nergens een natuurbestemming krijgen. “Voor die gebieden hebben we de leefgebiedenbenadering: het gaat niet meer om één soort, maar om het ecosysteem van akkers, met patrijzen en leeuweriken, hamsters en dassen en planten als guichelheil en aardaker.”
Grauwe gors
Voer voor vogels
Los van de hamsterreservaten in Zuid-Limburg medefinanciert de provincie de komende vijf jaar een akkernatuurproject van stichting De Ortolaan op de Kraijelheide bij Venlo, zie elders in dit boek. Daar telen medewerkers granen voor vogels en doen ze onderzoek naar hoe dat het beste kan. Verschillende combinaties van granen worden uitgeprobeerd, het voedselaanbod gedurende de winter wordt bijgehouden en men gaat na hoeveel vogels hoe lang vertoeven in het gebied. Doel: uitvinden hoe je de winterse graanvoorraad voor vogels het beste kunt beheren.
Onbedoeld akkervogelreservaat De hamster werd het vliegwiel van Limburgs aandacht voor akkernatuur. De reservaten bleken, net als voor veel andere dieren, onweerstaanbaar te zijn voor akkervogels. Vooral in 15
Kort na haar oprichting in 1981 startte SBNL een project voor natuur-
met nestbescherming van kiekendieven in akkerland. Later kwam daar onderzoek bij
Akkervogels
naar leefstijl van de vogels en het ontwikkelen van succesvolle beschermingsmaatregelen, die inpasbaar zijn in de moderne akkerbouw. De aandacht is uitgebreid naar
Veel vogelsoorten vinden een leefgebied in cultuurlandschappen. Erfvogels, zoals de boeren-
andere akkervogels. Tevens wordt met satellietzenders baanbrekend onderzoek
zwaluw. Weidevogels, zoals de grutto. En vogels van het uitgestrekte akkerland, bijvoorbeeld de
gedaan naar migratieroutes van grauwe kiekendieven en de problemen die vogels
grauwe kiekendief. Van de ongeveer 450 vogelsoorten van Europa is een derde voor voedsel en
in hun winterverblijven tegenkomen. De Werkgroep Grauwe Kiekendief begeleidt en
nest aangewezen op het boerenland.
adviseert akkerbouwers en anderen over akkernatuurbeheer.
vriendelijk beheer van akkerranden. Behoud de patrijs in ons land-
Akkervogels
Sinds begin jaren ’90 houdt de Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief zich bezig
schap! De poster roept nostalgische herinneringen op. Helaas moeten we constateren dat sinds die tijd de patrijs verder achteruit is gegaan. Ook andere akkervogels hebben het moeilijk. Maar er valt nog veel te genieten en dit boek geeft u daarvoor de inspiratie. En door de gezamenlijke inspanning van vele organisaties komt er nu meer aandacht en geld voor de akkervogels. Een goede ontwikkeling. Dat er nog veel te winnen valt laten Koos Dijksterhuis en Hans Hut u zien in dit prachtige boek. Namens het projectteam van SBNL, Werkgroep Grauwe
Akkervogels gaat over vogels van het weidse, grootschalige akkerland. Dit boek bevat tientallen
www.grauwekiekendief.nl.
beschrijvingen van akkervogels. De grauwe kiekendief, de blauwe en de bruine kiekendief en tal
en Bosonderzoek in Vlaanderen wens ik u veel leesplezier!
van soorten, zoals de patrijs, de kneu en de veldleeuwerik. Met prachtige beelden van fotograaf
Piet Blauw, Voorzitter SBNL
co pr py ot rig ec h te t d
Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief, Postbus 46, 9679 ZG Scheemda,
Kiekendief, Vogelbescherming Nederland en het Instituut voor Natuur-
Hans Hut die met enorm veel geduld en inspanning de vogels heeft vastgelegd.
www.sbnl.nl
Akkervogels is meer dan een boek met beschrijvingen van vogels. Het boek toont in reportages Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) is het Vlaams onderzoeks- en
en interviews de mogelijkheden voor bescherming van akkervogels. Auteur Koos Dijksterhuis be-
De auteur
kenniscentrum voor natuur en het duurzame beheer en gebruik ervan.
schrijft de inspanningen die veel vogelbeschermers in Nederland en België zich getroosten om
Koos Dijksterhuis schrijft iedere dag in Trouw een kort verhaaltje over de natuur. Hij is redacteur
Het INBO verricht onderzoek en levert kennis aan al wie het beleid voorbereidt,
soorten zoals de grauwe gors in stand te houden. Ook akkerbouwers spelen daar een belangrijke
van het tijdschrift Vogels en schrijft soms als huurling een artikel in NRC Handelsblad. Daarnaast
uitvoert of erin geïnteresseerd is.
rol in. In het boek vindt u in korte overzichten tips en maatregelen voor de bescherming van
schrijft hij plezierverzen en boeken. Hij schreef artikelen, folders,
Als toonaangevende wetenschappelijke instelling werkt het INBO in de eerste plaats
akkervogels.
brochures en een heel boek over kiekendieven. Behalve over
rapporteringen en gaat in op vragen van lokale besturen. Daarnaast ondersteunt
Akkervogels toont u in woord en beeld de schoonheid en het belang van akkervogels. Praktische
het INBO onder meer organisaties voor natuurbeheer, bosbouw, landbouw, jacht en
informatie op een aantrekkelijke manier gepresenteerd; een must voor iedereen met hart voor
visserij. Het INBO maakt deel uit van nationale en Europese onderzoeksnetwerken.
akkernatuur.
Het maakt zijn bevindingen ook bekend bij het grote publiek. www.inbo.be
www.sbnl.nl
www.inbo.be
Vogelbescherming Nederland (VBN) zet zich al jaren in voor een vogelvriendelijke landbouw. De meeste akkervogelsoorten worden helaas sterk bedreigd. VBN initieert en financiert onderzoeksprojecten gericht op agrarisch natuurbeheer
www.vogelbescherming.nl
akkervogels schrijft hij een boek over drieteenstrandlopers Foto: Arnou ten Hoeve
voor de Vlaamse overheid, maar het levert ook informatie voor internationale
Akkervogels Koos Dijksterhuis | Hans Hut
en ecologie van akkervogels en werkt daarbij nauw samen met boeren, vrijwilligers
tussen Noordpool en Sahara. Plezierverzen schrijft Dijksterhuis voor tijdschriften en voor een groeiende lezersschare die zijn wekelijkse versje over de actualiteit gratis per e-mail ontvangt. Aanmelden kan op www.plezierverzen.nl.
De fotograaf Hans Hut was van oorsprong gereedschap- en instrumentenmaker maar zijn liefde voor natuur wint het van deze. Hij is inmiddels decennia bezig met natuurfotografie, niet alleen vanuit zijn schuiltent op het dak van de bus, maar ook vanuit de lucht. De uitdaging is het landschap ogen en oren te geven, want uit het oog kan makkelijk uit het hart worden. De liefde voor mens en dier staan voorop en dat zie je want hij is niet bang de realiteit van het
en professionele onderzoekers. VBN is initiator van het Kennisplatform Akkervogels.
dagelijkse leven op de achtergrond mee te nemen. De fotografie
Dit platform wisselt kennis uit tussen provincies, onderzoekers en agrariërs.
van de akkervogels zoals de grauwe kiekendief is daar een goed
www.vogelbescherming.nl
www.grauwekiekendief.nl
www.roodbont.nl
voorbeeld van. Fotografie is immers ook communiceren. www.fotohut.nl