Losse nummer zijn te bestellen via verkoop@rondomvandaag.nl
Disclaimer
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Typ- en/of zetfouten voorbehouden. De uitgever kan niet instaan voor de juistheid of volledigheid van artikelen, RondOm Vandaag aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid, van welke aard dan ook, voor schade als gevolg van informatie uit deze uitgave. nl
In deze uitgave
Gedeputeerde Yvonne Turenhout | Provincie Drenthe: “Versnellen in Drenthe”
Wethouder Albert-Jan Jakobs | Gemeente Emmen: “Emmen groeit strategisch”
Peter van Dijk | Van Dijk Projects & Investments: “Van leeg warenhuis naar stadskwartier” 10 18
Hans Vegter, Henk Elting en Arend Jan Mansveld | Lefier: “Lefier investeert fors in Klazienaveen”
Richard Brunen en Jaap Boekholt | De Volmacht: “De Volmacht bouwt door”
Irma Twickler en Jessica Huizinga | Gemeente Aa en Hunze: “Meer mogelijk onder één dak”
Frederik Brands | Cre8: “Vertrouwen als fundament, creativiteit als vertrekpunt”
VERDER IN DIT NUMMER: Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan: “Regio Emmen aangewezen als officiële initieerregio in de Nota Ruimte” 8 | Jos Idema, Martin Meijer en Alex Dillema | Bouwvezeldeal: “Van land tot pand” 14 | Erwin Scholte Aalbes| DBE: “Snel, circulair en betaalbaar bouwen” 30 | Erik Posthumus en René Grummel | Smeets: “Duurzaam, maatschappelijk en regionaal” 34 | Wethouder Cor Staal | Gemeente Assen: “Assen investeert 122 miljoen euro in stadsontwikkeling” 42 | Erwin Harder en Mieke Bakker | Lamberink Makelaars & Adviseurs: “Midden in de bouwwereld” 46 | Marjolein Klahsen, Arend-Jan Mansveld en Nienke Louwdijk | Lefier: “Lefier en de gemeente Emmen werken samen aan toekomstbestendig Angelslo” 50 | Wethouder Robin van Ulzen | Gemeente Meppel: “Meppel groeit om kwaliteit te behouden én toe te voegen” 54 | Dick Janssen, Jannet Voorn en Mehdi Bulthuis | Rizoem: “Een totaalaanpak die staat als een huis” 58 | Wethouder Rabbe Vedder en Jerre Bonekamp | Gemeente Aa en Hunze: “Sterke dorpen met ruimte voor initiatief zijn de basis voor een gezonde toekomst” 66 | Rob Hoogeveen | Woonborg: “Goed wonen gaat over meer dan alleen een woning” 80 | Wethouder Jos Darwinkel | Gemeente Noordenveld: “Bouwen op z’n Noordenvelds” 84 | Sieb Meijer en Ben de Roo | Daiwa House: “Modulaire woningbouw is de toekomst!” 88 |
Voorwoord
Welkom bij
Drenthe Bouwt en Ontwikkelt 2026
Beste lezer,
Met trots presenteren wij u de derde editie van het magazine Drenthe Bouwt en Ontwikkelt, een magazine dat u meeneemt door de dynamische wereld van vastgoedontwikkeling in onze prachtige provincie.
De provincie Drenthe is volop in beweging. De sterke ontwikkeling en de toenemende ambities in de regio maken duidelijk dat de provincie een cruciale rol speelt in de nationale bouwopgave. Zo is regio Emmen deze maand door minister Elanor BoekholtO’Sullivan aangewezen als officiële initieerregio in de Nota Ruimte, en werd in maart door de provincie Drenthe het Convenant Biobased Bouwen Groningen-Drenthe ondertekend.
Deze Bouwvezeldeal (BVD) stimuleert bouwen met natuurlijke, biobased materialen om zo een keten te ontwikkelen ‘van land tot pand’, variërend van de teelt van vezelgewassen tot de toepassing bij woningbouw, woningrenovatieprojecten en in de grond-, weg- en waterbouw. In deze uitgave ziet u dit thema terugkomen in de verschillende interviews.
Verder hebben we ons gericht op de meest actuele ontwikkelingen op het gebied van woningbouw en gebiedsontwikkeling. U zult ontdekken hoe diverse partijen, van gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars tot bouwbedrijven en makelaars samenwerken om innovatieve woonoplossingen te realiseren die aansluiten bij de behoeften van de inwoners.
Van duurzame nieuwbouwwijken tot de transformatie van bestaande gebouwen, elk project draagt bij aan de kwaliteit van leven in deze regio.
Wij hopen dat Drenthe Bouwt en Ontwikkelt u inspireert en informeert over de bruisende ontwikkelingen in deze provincie. Het is een eer om deze ontwikkelingen met u te mogen delen.
Veel leesplezier!
Ronald Jousma, eigenaar Nederland Bouwt en Ontwikkelt
Met dank aan de deelnemers voor hun inspirerende verhalen
Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Regio Emmen aangewezen als officiële initieerregio in de Nota Ruimte
De minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening volgt de motie van de Tweede Kamer op door Regio Emmen in de definitieve Nota Ruimte officieel aan te wijzen als initieerregio. Deze status geeft de regio voorrang bij nationale projecten en biedt meer mogelijkheden voor economische ontwikkeling, infrastructuur en de bouw van woningen.
Gezamenlijke ambitie voor een schaalsprong
Regio Emmen – gevormd door de provincie Drenthe en de gemeenten Emmen, Coevorden, Hoogeveen en Borger-Odoorn – beschikt over aanzienlijke groeikansen. Deze potentie komt voort uit de ligging aan de A37-E233 (tussen de kennissteden Zwolle, Twente en Groningen), de komst van de Nedersaksenlijn, de uitbreiding van de Greenwise Campus door de Rijksuniversiteit Groningen en een robuust profiel in de landbouw, industrie en kennissector. Minister Eleanor Boekholt-O’Sullivan heeft deze potentie onlangs persoonlijk kunnen observeren tijdens haar bezoek aan de regio.
Als aangewezen initieerregio focust Regio Emmen zich, in samenwerking met het Rijk, op het realiseren van een schaalsprong door:
• het versnellen van woningbouwprojecten;
• het stimuleren van werkgelegenheid en economische vooruitgang;
• het versterken van innovatie en kennisontwikkeling;
• het optimaliseren van de bereikbaarheid en de infrastructuur.
Gedeputeerde Yvonne Turenhout reageert namens de regionale bestuurders verheugd: ‘De erkenning vanuit de minister bevestigt dat zij dezelfde kansen ziet als wij al langere tijd doen. Met deze status krijgen we de nodige steun om onze ambities samen met het Rijk te verwezenlijken en de vereiste schaalsprong te maken naar een toekomstbestendige en krachtige regio.’
Regio Emmen bestaat uit de de provincie
Drenthe en de gemeenten Emmen, Borger-Odoorn, Coevorden en Hoogeveen. De regio kenmerkt zich door haar centrale positie in Noordwest-Europa langs de A37-E233 corridor en haar strategische ligging tussen de kenniscentra Groningen, Twente en Zwolle. De toekomstige Nedersaksenlijn onderstreept de mogelijkheden voor onderwijs, innovatie en grootschalige woningbouw. Bovendien versterkt de intentie van de Rijksuniversiteit Groningen om onderwijs- en onderzoeksactiviteiten te ontplooien op de Greenwise Campus in Emmen het innovatienetwerk. Door de combinatie van een uniek chemisch cluster, het grootste industriepark van Noord-Nederland, een innovatieve maakindustrie en een moderne landbouwsector, aangevuld met natuur en leefbaarheid, biedt de regio een uitstekend fundament voor duurzame ontwikkeling.
“Versnellen in Drenthe”
Gedeputeerde Yvonne Turenhout
Drenthe ligt op koers met de woningbouwplannen voor 2030. Maar de ambities van de provincie zijn veel groter; minstens 45.000 extra woningen voor de langere termijn. “Om Drenthe vitaal en levendig te houden, hebben we ingezet op een groeistrategie”, vertelt Yvonne Turenhout, gedeputeerde Wonen. Om deze groeiambities mogelijk te maken, is versnellen noodzakelijk.
Een recent onderzoek van het Financieele
Dagblad laat zien dat Drenthe de fijnste woonprovincie van Nederland is. Yvonne Turenhout knikt: “Dat kan ik alleen maar onderschrijven. Het is hier fantastisch wonen, leven, werken en recreëren. Ik kom oorspronkelijk uit het westen van het land, maar ook ik heb mijn hart verpand aan Drenthe.”
Grote groeiambitie
“We hebben als Drenthe echt een groeiambitie”, vertelt de gedeputeerde. “Dat moet ook omdat we met vergrijzing te maken hebben. We moeten Drenthe vitaal en levendig houden. We willen onze jongeren zoveel mogelijk behouden. Dat doen we door een aantrekkelijke woonomgeving te creëren met voldoende betaalbare woningen en met voldoende voorzieningen.”
“We creëren ook bewust ruimte voor terugkeerders en instromers uit andere provincies. De instroom bestaat nu vooral uit jonge gezinnen. Dat is natuurlijk een mooi fundament voor de vitalisering van de provincie. Zo kunnen we voorzieningen in de dorpen, de kleine groeikernen en steden behouden.”
Drie pijlers
“In onze Woonagenda 2024-2028 hebben we een aantal van 45.000 woningen opgenomen, maar we willen én kunnen 50.000 woningen realiseren.”
De Woonagenda draait om drie strategische pijlers. De eerste pijler is Versnellen van de woningbouw, de tweede pijler is Wonen is meer dan een dak boven je hoofd en de derde pijler is Toekomstbestendig wonen.
Versnellen van de woningbouw De provincie wil versnellen; meer nieuwe woningen bouwen en het beter benutten van de bestaande woningvoorraad. Om de ambitie van voldoende, betaalbare en toekomstbestendige woningen te realiseren, is een schaalsprong in de uitvoering nodig, maar tegelijkertijd zit Drenthe op slot. Dat heeft te maken met een groot aantal knelpunten: “We kunnen nu geen natuurvergunningen meer afgeven. Netcongestie wordt in de toekomst heel ingewikkeld. De spuitvrije zones vormen een groot probleem; deze blokkeren bijna de helft van de woningbouwlocaties in het landelijk gebied. We hebben te maken met personele tekorten. En tot slot, het stikstofprobleem.”
‘We hebben als Drenthe echt een groeiambitie.’
Een lichtpuntje. Mogelijk gaat Drenthe binnenkort van het stikstofslot af: “We hopen het Ontwerpprogramma Toekomstgericht Landelijk Gebied (TLGD) voor de zomer klaar te hebben. Het plan voorziet in geborgde maatregelen om Drenthe van het stikstofslot te krijgen. Het is een grote opgave, maar wij zijn hier kei- en keihard mee bezig en ik ben positief over de mogelijkheden.”
Tijdwinst is ook te behalen door het versnellen van planvorming en uitvoering. Geïnspireerd door een bezoek van bestuurders van de provincie, gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen aan het Stedelijk Gebied Eindhoven vertelt Yvonne Turenhout enthousiast over hun aanpak geënt op superslimme
samenwerking tussen overheden, woningcorporaties en marktpartijen. Zij zitten al bij de eerste plannen voor locatieontwikkeling samen aan tafel. Het doel is om zo de voorbereiding van de bouw, die meestal zo”n zes jaar duurt, te versnellen naar 1 à 2 jaar.
“Iedereen was unaniem enthousiast. Ons bezoek aan Eindhoven heeft ons geïnspireerd om meteen in actie te komen voor een soortgelijke versnellingsaanpak. Bijvoorbeeld parallel plannen, een effectieve 100-dagen-aanpak en het doorontwikkelen van ons Impulsteam Wonen tot een regionaal uitvoeringsbureau dat de capaciteit deelt en slim inzet. We hopen voor de zomer hiermee te starten en zo gezamenlijk de uitvoeringskracht maximaal te organiseren en de versnelling daadwerkelijk te realiseren. Ik ben erg trots op deze doorbraak!”
‘We gaan een doorbraak realiseren op versnellen van de woningbouw.’
Passend
wonen
De ambitie van de provincie is voor iedere inwoner een passende en betaalbare woning. Dat realiseren we samen met het Rijk, gemeenten, corporaties en marktpartijen: “In het Provinciaal Volkshuisvestingsprogramma staan afspraken over aantallen woningen en passende woningen voor verschillende doelgroepen en hoe die evenredig verdeeld worden over de gemeenten. Alle gemeenten moeten samen afspraken maken hoe ze de aandachtsgroepen verdelen, zodat iedere gemeente een fair share levert qua betaalbaarheid. Dat wordt nog een stevige discussie, maar ik vertrouw erop dat we daar samen goed uitkomen.”
Toekomstbestendig bouwen
Drenthe investeert in het toekomstbestendig maken van de woningvoorraad: “We maken meters in toekomstbestendig bouwen.”
Drenthe stimuleert biobased en circulair bouwen. Zo ondertekende de provincie onlangs het Convenant Biobased Bouwen Groningen-Drenthe. Deze Bouwvezeldeal stimuleert bouwen met natuurlijke biobased materialen uit de regio en zo een keten te ontwikkelen “van land tot pand”; van de teelt van vezelgewassen tot gebruik in woningbouw.
De provincie biedt ook twee keer per jaar de succesvolle cursus Circulair Bouwen, waarbij deelnemers praktijkgerichte kennis over circulaire economie en biobased bouwen opdoen. “Deze is steevast volgeboekt.”
Betaalbaarheid onder druk
Uit woningmarktonderzoek blijkt dat Drenthe nu betaalbaarder is dan andere provincies. Maar ook hier staat de betaalbaarheid onder druk. De huizenprijzen in Drenthe stijgen het snelst van Nederland (8,6% in 2025). “Dat merken vooral starters en mensen die willen doorstromen”, volgens de gedeputeerde. “Betaalbaarheid is dé grote uitdaging voor de komende jaren.”
Om huizen in Drenthe betaalbaar te houden, zijn er instrumenten zoals startersleningen, zelfbewoningsplicht en het anti-speculatiebeding. De provincie bouwt zelf geen huizen, maar ondersteunt gemeenten. Bijvoorbeeld door ondersteuning van initiatieven die anders moeilijk van de grond komen. “Een mooi voorbeeld is de wijk Laarhoven in Zuidlaren. Er waren extra investeringen nodig voor deze mooie, toekomstbestendige woonwijk. Na goede gesprekken met de gemeente hebben wij een flinke subsidie beschikbaar gesteld.”
Ouderenhuisvesting en woonzorgoplossingen
Een ander speerpunt is de ouderenhuisvesting en het versterken van wonen en zorg: “De urgentie is hoog; één op de zes huishoudens in Drenthe is ouder dan 75 jaar en over tien jaar is dat zelfs één op de vier. “Daarom moeten we nu aan de slag!”
“Onlangs hebben we een Convenant gesloten met Zilveren Kruis om elk drie ton te investeren. Een regionale procesmanager gaat nu samen met gemeenten, zorgaanbieders en corporaties werken aan concrete oplossingen.”
“Wij willen -naast aanpassen van bestaande woningen- ook nieuwe woonvormen ontwikkelen. Bijvoorbeeld het ontwikkelen van wijken waar mensen langer zelfstandig kunnen blijven wonen en waar de gemeenschappen zo sterk zijn dat veel mantelzorg vanuit de wijk mogelijk is. Hier zijn al prachtige voorbeelden van. Een fenomenaal voorbeeld is Huis te Zeijen; 16 levensloopbestendige ouderenwoningen rondom een boerderij. De boerderij dient als ontmoetingsplaats voor gezamenlijke activiteiten, maar ook als een zorgsteunpunt, bemand door een thuiszorgorganisatie. Dit is een prachtige community geworden met directe en indirecte zorg op het erf.”
“Een heel mooi bewonersinitiatief is De Borgstee in Vledder. Een zorgorganisatie levert 24/7 zorg, maar er zijn ook zo”n 100 vrijwilligers in het dorp die informele zorg leveren. Dat loopt als een tierelier.”
Nota Ruimte
In de ontwerp Nota Ruimte worden onder andere extra grootschalige woningbouwlocaties aangewezen.
“Wij pleiten voor het toevoegen van grootschalige woningbouwlocaties bij Assen en Emmen. Ik ben trots op regio Emmen waarvan een meerderheid van de Kamer inmiddels inziet dat het als Initieerregio moet worden opgenomen. De Nedersaksenlijn is natuurlijk een
gamechanger. Goede bereikbaarheid maakt het veel aantrekkelijker voor bedrijven om te investeren. Hopelijk wordt in deze regio ook een grootschalige woningbouwlocatie aangewezen.”
‘Rust, ruimte en ons prachtige landschap, dat zijn onze unique selling points.’
“Een toekomstbestendige ruimtelijke inrichting is één van onze strategische speerpunten die nu vorm en inhoud krijgen. Grootschalige woningbouw is daar onderdeel van en hard nodig voor NoordNederland! Drenthe ligt grotendeels boven NAP, de komende decennia houden we hier echt droge voeten en de grond is geschikt om grootschalig te bouwen. Dus als het Rijk op de toekomst voorbereid wil zijn, moet het vooral hier investeren”, lacht Yvonne Turenhout enthousiast.
Zoveel extra woningen passen in het Drentse landschap: “De groei die we voor ogen hebben, is 0,8 procent van het totale gebied. Die 50.000 extra woningen zien we straks niet meer terug. We gaan niet in het landelijk gebied bouwen”, zegt de gedeputeerde stellig. “Drenthe moet wel Drenthe blijven! Rust, ruimte en ons prachtige landschap, dat zijn onze unique selling points.”
‘Steeds slimmer samenwerken met overheden, woningcorporaties en marktpartijen om de versnelling te realiseren.’
Jos Idema, Martin Meijer en Alex Dillem | Bouwvezeldeal:
“Van land tot pand”
In maart ondertekende Provincie Drenthe het Convenant Biobased Bouwen Groningen-Drenthe. Deze Bouwvezeldeal (BVD) stimuleert bouwen met natuurlijke biobased materialen om zo een keten te ontwikkelen ‘van land tot pand’. Van de teelt van vezelgewassen tot de toepassing bij woningbouw, woningrenovatieprojecten en grond-, weg- en waterbouw.
Voorafgaand aan de ondertekening startte vorig jaar al in Drenthe een project in de geest van de bouwvezeldeal; het verduurzamen van 450 huurwoningen van Actium in Assen.
Martin Meijer, programmamanager Verduurzaming bij woningcorporatie Actium, Alex Dillema, teamleider Renovatie bij Bouwgroep Dijkstra Draisma (BGDD) en Jos Idema, Ketenregisseur Drenthe bij
Building Balance, vertellen over het proces ‘van land tot pand’ tot nu toe.
Jos trapt af: “Ik ben de ketenregisseur, maar ik vind het vooral belangrijk dat de partijen die het doen en met hun poten in de klei staan aan bod komen. Met dit duurzame renovatieproject maken we het concreet. We laten zien dat het kan! We gaan de biobased keten verder aanzwengelen.”
Innovatieve aanbesteding
Martin vertelt over de start van het renovatieproject: “De verduurzamingsopgave van Actium is groot. Ons doel is 2.400 woningen verduurzamen vóór 2029. Twee jaar geleden speelde de vraag hoe we dat moesten aanpakken, terwijl we op dat moment 200 woningen per jaar deden. We hadden te maken met lange doorlooptijden en projectgewijze inkoop. We besloten het anders in te richten, met een innovatieve aanbestedingsmethode. En met succes. Het resultaat is een langjarige, kostenefficiënte renovatiestroom van onze woningen.”
“Via de Best Value-methode hebben we een deel van de opgave ingekocht. Bij een aanbesteding is de crux altijd dat je de expert ook de expert laat zijn. We hebben de uitvraag dan ook zo geformuleerd dat zij hun eigen DNA en hun kennis erin kwijt kunnen. Uiteindelijk hebben wij BGDD, Buursema Bouw, Nijhuis en Dura Vermeer de raamovereenkomsten gegund.”
Biobased bouwen
Martin: “Werken via de basisprincipes van The Natural Step is één van de kaders die we hebben meegegeven. Daarmee sturen we als vanzelf op circulaire biobased oplossingen en gebruik van biobased materialen. De ketenpartners hebben hier goed over nagedacht.”
Alex haakt hierop in: “The Natural Step is een breedgedragen programma dat hier goed past. Wij passen oplossingen toe van natuurlijke materialen. BGDD is hier al vroeg ingestapt. Wij hebben in 2020 al grond aangekocht en de samenwerking met agrariërs opgezocht, ook om de lokale economie te steunen. We zijn begonnen met de verbouw van grondstoffen. Zo verbouwen we in samenwerking met agrariërs vezelhennep dat gebruikt wordt voor dakisolatie. Hiervoor werken we samen met akkerbouwbedrijf Van Kuiken uit Wierum. We werken ook samen met DunAgro uit Oude Pekela. Zij verwerken de vezelhennep tot o.a. isolatiemateriaal. Deze vezelhennep gebruiken we nu hier om de daken te isoleren
in samenwerking met H&W Totaaldak. Hier speelt dus letterlijk de keten ‘van land tot pand’ en ook nog eens superlokaal; in Fryslân, Groningen en Drenthe.”
Jos vult aan: “Het is ook nog eens een rustgewas dat broeikasgassen omzet in gezonde, hernieuwbare bouwmaterialen en bovendien zorgt voor een gezonde bodem.”
Sneller en goedkoper
Martin: “We hebben ook gezegd dat het ieder jaar een stukje beter moet. Wat we nu zien, is dat een jaar later de propositie veel beter is geworden. Specifieke problemen zijn getackeld en constructief is alles geoptimaliseerd.”
Alex: “Wij gaan hier vier jaar aan het werk, daarom willen we het meteen goed doen. Door de ervaring die we opdoen, wordt het betaalbaarder en opschaalbaar. Bij de volgende serie woningen kan het al 30% sneller.”
Martin knikt: “We halen enorm veel voordeel met deze aanpak. De aannemer kan een veel slimmere bouwlogistiek inrichten en ook beter rekening houden met flora- en faunawetgeving. Dankzij BGDD is de bouwtijd verkort, hebben we minder bouwkosten en is er minder overlast voor onze huurders. We willen nu een volgende stap zetten en kijken hoe we dit succes kunnen verzilveren.”
Het eind van de keten. De woningen in steigers die gerenoveerd worden.
Start vezelhennep maaien. Foto: Dun Agro Hemp Group.
Marktregisseur
Martin vervolgt: “Als Actium plaatsen we zoveel daken, dat we ook een rol als marktregisseur hebben. Dat betekent in de ‘van land tot pand’-gedachte dat we een voorspelbare vraag in de markt moeten zetten, zodat agrariërs, verwerkers en bouwers daar een antwoord op kunnen geven. Zo brengen we de keten op gang. Met goede, bewezen ideeën die ook ieder jaar beter worden. Zo dragen we bij aan de transitie van daken van aardolie naar daken van biobased lokaal verbouwde producten.”
‘Noord-Nederland is de biobased bakermat.’
Biobased (land) bouwketen.
Building Balance, Nationale Aanpak
Biobased Bouwen.
“We doen nog meer biobased in dit project, o.a. PLA-korrels en circulaire keukens.” Alex licht toe: “De circulaire keukens bestaan veelal uit hergebruikt materiaal. Al het hout uit de oude keukens wordt bijvoorbeeld
opnieuw gebruikt. Voor de biobased spouwmuurisolatie passen we PLA-parels op basis van melkzuurbacteriën toe in plaats van de petrochemische EPS-korrels.”
Versneld opschalen
Jos: “Als ketenregisseur heb ik de opdracht om biobased versneld op te schalen in Noord-Nederland. We hebben hier al jaren verwerkers, bijvoorbeeld DunAgro, HempFlax en ThermoStro, die volop gecertificeerde en bewezen bouwmaterialen leveren. Ook wordt hier al hennep, stro, miscanthus en andere vezelgewassen geteeld; veel meer dan in de rest van Nederland. Deze gewassen worden al gebruikt in de bouw. Dan is het logisch dat wij Noord-Nederland neerzetten als de biobased bakermat. Wij gaan de keten verder opbouwen in Noord-Nederland en de biobased economie verder opstuwen”
Jos vervolgt: “We zien nu een verschuiving van pilots en proefprojecten naar nieuwbouw- en renovatieprogramma’s waarin meer natuurlijke en hernieuwbare materialen worden toegepast. We koppelen deze programma’s aan elkaar om de biobased bouweconomie groter en toekomstbestendig te maken. Steeds meer woningcorporaties bundelen hun uitvragen en kennis in een programma. Zo’n uitvraag geeft meer duidelijkheid aan de markt.”
Martin knikt: “De corporaties zouden het idealiter eens moeten worden over een gemeenschappelijke standaard en hun vragen bundelen. Dit is interessant voor marktpartijen.”
Jos: “Daarnaast gaat het ook om andere initiatieven. Zo start in Drenthe de campagne ‘Isoleren? Natuurlijk!’ waarin Natuur en Milieufederatie Drenthe, Drents Energieloket, Provincie Drenthe, Building Balance en Circulair GroningenDrenthe samenwerken om gemeenten en particuliere woningeigenaren te ondersteunen in biobased isoleren. Ook werken we samen met het programma ‘Nij Begun’ om opschaling van natuurlijke biobased isolatie mogelijk te maken bij de verduurzaming van duizenden woningen in provincie Groningen en NoordDrenthe.”
Piketpaaltje voor 2030
Jos: “Met de Bouwvezeldeal gaan we samen met Circulair Groningen-Drenthe een inspanningscommitment met verschillende markt- en overheidspartijen aan om versnelde opschaling van agroen biobased materialen in de bouw te realiseren. Met als koers: in 2030 minimaal 30% biobased materialen toepassen in minimaal 30% van de nieuwbouw en in minimaal 30% van de verduurzaming. Dit is een piketpaaltje voor 2030 om naar toe te groeien en om samen met alle ondertekenaars op te schalen.”
In Noord-Nederland is een succesverhaal gaande. Sinds de lancering begin dit jaar hebben al zo’n zestig partijen de bouwvezeldeal ondertekend. Niet alleen overheden en kennisinstellingen, maar ook agrariërs, terreinbeheerders, verwerkers, maakindustrie, bouwgroothandel, architecten, woningcorporaties en bouwbedrijven. We maken meters met bedrijven als BGDD, Dura Vermeer, Nijhuis
en Buursema. Zij hebben hun organisatie er al op ingericht.”
Blik op de toekomst
Martin: “De betaalbaarheid van het product is ontzettend belangrijk. We hopen op prijsreductie door opschaling. En op het ontstaan van win-winscenario’s. Dat moeten we samen doen met de andere corporaties en andere opdrachtgevers.”
Jos: “Ook de verwerkers willen graag opschalen en zijn bezig hun productiecapaciteit omhoog te krijgen. Voor mij is vraagbundeling en kennisbundeling de belangrijkste uitdaging.”
“Ondertussen blijven wij doorontwikkelen om het aantrekkelijker te maken en blijven wij onze kennis delen”, besluit Martin. “Er valt nog veel te halen; kijk alleen maar naar de 30% snelheidsoptimalisatie in één jaar tijd in dit project.”
Laatste hennep gestript en gemaaid. Foto: Dun Agro Hemp Group.
Wethouder Albert-Jan Jakobs over woningbouw, infrastructuur en economische ambities
“Emmen groeit strategisch”
De gemeente Emmen staat voor een forse groeispurt. De ambitie is duidelijk: van 110.000 naar 120.000 inwoners. Volgens wethouder Albert-Jan Jakobs is die groei geen doel op zich, maar een noodzakelijke stap om voorzieningen, werkgelegenheid en leefbaarheid voor de toekomst veilig te stellen. Met duizenden nieuwe woningen, investeringen in infrastructuur en een groeiende belangstelling van bedrijven bouwt Emmen aan de volgende fase van haar ontwikkeling. Daarbij blijft één uitgangspunt overeind: de rust, ruimte en het groene karakter van de gemeente mogen niet verloren gaan.
Woningbouw staat bovenaan de agenda “Bouwen en wonen staat met stipt op één”, zegt Jakobs. En dat laat zich vertalen in concrete cijfers. Tot 2030 moeten 4.000 woningen worden gerealiseerd. Daarvan
zijn er inmiddels ongeveer 2.000 gebouwd. Op de langere termijn loopt de ambitie op naar 10.000 woningen richting 2040. Die groei is volgens Jakobs nodig om voorzieningen als het ziekenhuis en
het onderwijsaanbod voor de toekomst op peil te houden. Zowel voor nieuwe inwoners als voor mensen die er al wonen. Daarbij kijkt de gemeente nadrukkelijk verder dan de stadsgrenzen. Emmen ziet zichzelf als een gemeente van dorpen, met verschillende kerndorpen rondom de stad. Ook daar wil de gemeente ruimte bieden aan nieuwe woningen.
“Jongeren en ouderen moeten de gelegenheid krijgen om in hun eigen dorp te blijven wonen”, zegt Jakobs. “Soms gaat het om een straat erbij. Op zichzelf lijkt dat misschien niet veel, maar opgeteld betekent het veel voor de regio.”
Ruimte voor nieuwe ontwikkelingen
De grootste nieuwe ontwikkellocatie ligt aan de zuidkant van de stad. Daar wil de gemeente circa 1.000 woningen toevoegen als onderdeel van Delftlanden, vlak bij het station. Emmen bouwt niet alleen aan de stadsrand. In dorpskernen als Klazienaveen wordt gestaag uitgebreid en binnen de bestaande stad ziet de gemeente kansen voor verdichting en optopping.
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gestuurd op een evenwichtige woningvoorraad. Daarbij volgt Emmen de uitgangspunten van de Wet regie volkshuisvesting, met ruimte voor sociale huur, betaalbare koop en vrije sectorwoningen. Welke mix het beste past, verschilt volgens Jakobs per locatie. “Je moet scherp kijken naar de balans. Wat in een stedelijk gebied nodig is, kan anders zijn dan in een dorp. Emmen heeft beide situaties. Daarom kijken we per locatie wat het beste past.”
Daarbij werkt de gemeente nauw samen met woningcorporaties, die zicht hebben op de lokale behoefte aan sociale huurwoningen.
‘Bouwen en wonen staat met stipt op één.’
Woonwijk Delftlanden met op achtergrond de beoogde uitbreidingslocatie.
Station Emmen Zuid met op de achtergrond de Delftlanden en de beoogde uitbreidingslocatie er tussenin.
ruimtelijk veel impact met alles wat eromheen hangt”, zegt Jakobs. Ook dichter bij huis wordt gewerkt aan betere verbindingen. De N862 tussen Klazienaveen en Emmen wordt verdubbeld, er komt een fietssnelweg richting het centrum en op meerdere plekken worden wegen aangepast. “Voor iedere woning die we de komende jaren gaan bouwen, neemt ook het aantal verkeersbewegingen toe. Dat gaat om gemiddeld 6 verkeersbewegingen per woning per dag. Dan moet je daar vooraf rekening mee houden.”
Emmen staat op de kaart
Werkzaamheden aan de N862.
Bereikbaarheid als basis voor groei Groei vraagt om meer dan woningen alleen. Emmen profiteert van een strategische ligging aan de grens met Duitsland. Met de A37 richting Duitsland en de N34 richting Groningen beschikt de regio over belangrijke verbindingen voor inwoners, bezoekers en bedrijven.
Daarnaast zal de Nedersaksenlijn tussen Groningen, Stadskanaal, Emmen en Enschede Noord- en Oost-Nederland beter gaan verbinden. Hoewel het traject er nog niet ligt, heeft Den Haag inmiddels 2,1 miljard euro beschikbaar gesteld. “De Nedersaksenlijn vergroot de bereikbaarheid van Emmen, en heeft
Die bereikbaarheid is niet alleen prettig voor inwoners. Het speelt ook mee in de keuzes die bedrijven maken. Emmen ligt gunstig ten opzichte van Duitsland. Ook in Duitsland wordt gewerkt aan betere verbindingen. “Je kunt straks je in ongeveer een uur en veertig minuten in Hamburg of Bremen zijn. Dat scheelt dik een uur”, zegt Jakobs.
Juist voor bedrijven in logistiek en internationale handel is dat interessant. Ook de bereikbaarheid van de haven in Duitsland speelt daarin een belangrijke rol. “Voor economische ontwikkeling heb je meer nodig dan alleen een spoorverbinding”, zegt Jakobs. “De weg blijft belangrijk voor goederenvervoer en logistiek.”
De vraag naar bedrijventerreinen groeit. Ook grote bedrijven tonen serieuze interesse om zich in de gemeente Emmen te vestigen. De combinatie van beschikbare ruimte, goede verbindingen en de ligging van Emmen zorgt ervoor dat steeds meer ondernemers de regio weten te vinden.
Tegelijkertijd werkt de gemeente aan voorzieningen die bijdragen aan een aantrekkelijk woon- en werkklimaat. Zo wordt verder gebouwd aan de Green Wise Campus, waar mbo-, hbo- en wetenschappelijk onderwijs samenkomen. Ook het behoud van
voorzieningen, zoals het ziekenhuis vindt Jakobs belangrijk. Meer inwoners vragen om goede voorzieningen, terwijl goede voorzieningen de gemeente weer aantrekkelijker maken voor nieuwe inwoners en bedrijven. “De regio Emmen komt steeds nadrukkelijker op de kaart te staan, ook in Den Haag. Dat gaat een spinoff krijgen”, zegt Jakobs.
Groenste gemeente van Nederland
Ondanks alle bouwplannen wil Emmen vasthouden aan wat de gemeente onderscheidt van veel andere delen van Nederland: rust, ruimte en natuur. “We willen graag de groenste gemeente van Nederland blijven”, zegt Jakobs. Dat is volgens hem geen loze ambitie. “Waar je ook woont, je bent binnen vijf tot tien minuten in een natuurgebied.” Die nabijheid van groen is in Emmen geen uitzondering, maar onderdeel van het dagelijks leven.
Een voorbeeld daarvan is Buffer Zuid, waar de komende jaren een nieuw natuurgebied ontstaat rondom Klazienaveen, Weiteveen, Zwartemeer en Nieuw-Schoonebeek. Door delen van
het gebied onder water te zetten wordt het hoogveen beschermd en ontstaat een bijzonder landschap met nieuwe kansen voor natuurontwikkeling.
‘We willen graag de groenste gemeente van Nederland blijven.’
Daarnaast wijst Jakobs op de uitgestrekte natuurgebieden rondom de gemeente. “Je kunt vanuit Emmen richting Borger fietsen en dan heb je feitelijk alleen maar bos.”
Juist die combinatie van natuur, rust en ruimte ziet hij als een belangrijke kwaliteit van Emmen. Eén die hij wil behouden. “We zijn in staat om de woningen die we tot 2030 willen bouwen te realiseren zonder dat het groene karakter verloren gaat.”
Juist die combinatie van groei, ruimte en groen maakt Emmen bijzonder. “Daar ben ik enorm trots op. Op de rust en ruimte die we hier hebben. Met alle ambities die we hebben, willen we dat blijven koesteren”, besluit Jakobs.
Een overzicht van de centrumontwikkelingen
“Metamorfose voor Emmen centrum”
De entree van de nieuwe bibliotheek op het Mondriaanplein.
Tussen het Marktplein, De Weiert en het Rensenpark werkt de gemeente Emmen aan een grootschalige vernieuwing van het centrum. Leegstand maakt plaats voor woningen en voorzieningen, routes worden verbeterd en het voormalige dierenpark raakt steeds sterker verbonden met de binnenstad.
Van winkelgebied naar stadsdeel
Tussen het Marktplein en De Weiert ligt een gebied dat al jaren worstelt met leegstand, verouderde gebouwen en een versnipperde inrichting. De Weiert en het oudere winkelgebied functioneren grotendeels als afzonderlijke werelden, terwijl het Marktplein daar letterlijk tussenin ligt.
Voor de gemeente Emmen vormt juist dit gebied een belangrijke schakel in de toekomst van het centrum. Daarom wordt gewerkt aan een samenhangende gebiedsontwikkeling waarin leegstand plaatsmaakt voor nieuwe functies, verbindingen worden verbeterd en
ruimte ontstaat voor wonen, cultuur en ontmoeting.
De plannen sluiten aan bij bredere ontwikkelingen binnen Emmen, waar de komende jaren wordt gewerkt aan woningbouw, bereikbaarheid en het versterken van voorzieningen. In het centrum komen veel van die opgaven samen.
Vernieuwde bibliotheek als ankerpunt
Een van de belangrijkste projecten binnen de gebiedsontwikkeling tussen de Markt en de Weiert is de nieuwe huisvesting
van Facet. De bibliotheek verhuist naar een karakteristiek paviljoen in het hart van dit gebied en krijgt daarmee een plek middenin het centrum.
De impact van die verhuizing is groot. Door de komst van Facet verdwijnt ongeveer 4.300 vierkante meter leegstaande winkelruimte uit het centrum. Tegelijkertijd verwacht de organisatie te groeien van ongeveer 180.000 naar 300.000 bezoekers per jaar. Daarmee wordt Facet als cultuurhuis een belangrijke trekker voor het gebied en een aanjager van meer levendigheid.
Voor het project is ruim 18 miljoen euro gereserveerd. Met de verhuizing krijgt Emmen er niet alleen een grotere bibliotheek bij met toevoeging van
onderscheidende culturele functies, maar ook een plek die dagelijks bezoekers naar het gebied trekt. Daarmee verschuift de functie van het gebied. Waar voorheen vooral winkels het centrum moesten trekken, komen er steeds meer functies bij die bezoekers gedurende de hele dag naar het centrum brengen.
Het Marktplein en De Weiert weer één geheel
De visie wordt zichtbaar in een reeks projecten die elk een ander vraagstuk aanpakken. Waar de ene ontwikkeling leegstand omzet in woningen, zorgt de andere voor betere verbindingen of meer verblijfskwaliteit. Samen moeten ze ervoor zorgen dat het gebied tussen het Marktplein en De Weiert weer één geheel wordt.
De nieuwe appartementen en open verbinding gezien vanaf het marktplein.
Het voormalige V&D-pand wordt een combinatie van winkels en wonen.
Het meest zichtbaar is de herontwikkeling van het voormalige V&D-pand. Waar vroeger veel Emmenaren hun schoolboeken kochten, vormt het gebouw nu vooral een obstakel tussen verschillende delen van het centrum. De gesloten passage wordt weer geopend en omgevormd tot een nieuwe straat die het Marktplein, De Weiert en het Raadhuisplein direct met elkaar verbindt. Straks verrijst hier een groen verblijfsgebied met een commerciële plint en appartementen erboven. In de voormalige kelder komt ruimte voor parkeren. De totale investering bedraagt ongeveer 30 miljoen euro.
Ook het voormalige belastingkantoor krijgt een nieuwe toekomst. Nadat eerder al de plint werd aangekocht, heeft de gemeente inmiddels ook de verdiepingen verworven. Het gebouw wordt getransformeerd tot woonruimte voor studenten en statushouders. Tegelijkertijd wordt gekeken hoe de oorspronkelijke architectonische kwaliteiten van het pand zoveel mogelijk kunnen worden hersteld. Zo krijgt een
markant gebouw opnieuw een functie in het centrum.
Aan de achterzijde van dit gebied ligt het Willinkhof. Waar nu nog vooral ruimte is voor distributie en afvalinzameling, onderzoekt de gemeente hoe hier een groene binnenruimte met woonkwaliteit kan worden gerealiseerd. Een plek die nu vooral functioneel is ingericht, moet veranderen in een aangename verblijfsruimte voor bewoners en bezoekers.
Tot slot speelt het Raadhuisplein een rol in de vernieuwing. Wat ooit vooral de achterkant van het centrum was, groeit door meerdere kwalitatief hoogwaardige projecten uit tot een voorkant waar wonen, verblijven en ontmoeten een veel grotere rol krijgen.
De voormalige dierentuin als onderdeel van de stad Het Rensenpark vormt misschien wel het meest bijzondere onderdeel van de
ontwikkeling. Waar bezoekers vroeger via een entree een afgesloten dierenpark binnenliepen, wordt nu juist gewerkt aan een park dat zoveel mogelijk onderdeel is van de stad.
In de entreezone verdwijnen verharding en barrières waar dat mogelijk is. Historische villa’s krijgen hun oorspronkelijke groene uitstraling terug en worden verbouwd en herbestemd. Daarmee ontstaat een sterkere verbinding met groene zichtlijnen tussen het Marktplein en het voormalige dierenpark.
Ook binnen het park krijgen verschillende gebouwen een nieuwe functie. Het voormalige restaurant De Drommedaar is verbouwd en krijgt een nieuwe horecabestemming. Het Hospershuis huisvest inmiddels een mediafunctie en ook voor de Villa Lindenhof wordt gewerkt aan een nieuwe invulling. Hiermee worden deze rijksmonumenten voorzien van een toekomstbestendige invulling in hun oorspronkelijke groene omgeving.
Een opvallend project is de verbouwing van het voormalige Biochron tot kunstencentrum Diep. Daarbij worden bestaande constructies zoveel mogelijk hergebruikt en wordt het oude haaienbassin onderdeel van de nieuwe invulling. Zo blijft de geschiedenis van het dierenpark zichtbaar, terwijl het gebied tegelijkertijd een nieuwe functie krijgt.
Bouwen zonder de deuren te sluiten
De plannen zijn ambitieus, maar de uitvoering vormt minstens zo’n grote opgave. Anders dan bij Wildlands en het Atlas Theater vinden de werkzaamheden plaats midden in een centrum dat gewoon moet blijven functioneren.
De komende jaren moeten winkels bereikbaar blijven, moeten evenementen doorgaan en moeten bezoekers hun weg blijven vinden. Dat vraagt om een zorgvuldige planning, duidelijke communicatie en een goede afstemming tussen gemeente, ondernemers,
ontwikkelaars, vastgoedeigenaren en bewoners.
De ontwikkeling vraagt bovendien forse investeringen van zowel gemeente als marktpartijen. Juist die gezamenlijke inzet en betrokkenheid van lokale partijen maakt het mogelijk om een gebiedsontwikkeling van deze omvang van de grond te krijgen. De komende jaren draait het daarom niet alleen om bouwen, maar ook om het beperken van overlast en het behouden van een aantrekkelijk centrum tijdens de werkzaamheden.
Het Emmen van 2040 krijgt nu vorm
Wanneer de belangrijkste bouwactiviteiten zijn afgerond, verschuift de aandacht naar de openbare ruimte. Dan worden routes verder verbeterd, komt er meer ruimte voor groen en worden de verschillende deelgebieden sterker met elkaar verbonden.
Als alle projecten zijn gerealiseerd, ontstaat een centrum waarin wonen, cultuur, voorzieningen en openbare ruimte veel sterker met elkaar samenhangen dan nu. De leegstand neemt af, routes worden logischer en er komt meer ruimte voor groen en ontmoeting.
Wat nu nog voelt als een verzameling afzonderlijke plekken, moet uiteindelijk weer één centrum worden.
De entreezone van het Rensenpark met groene zichtlijnen en betere verbinding met het centrum.
Peter van Dijk I Van Dijk Projects & Investments:
“De voormalige V&D in Emmen: van leeg warenhuis naar stadskwartier”
Begonnen in de elektronicawinkel van zijn vader in Klazienaveen, groeide Peter van Dijk uit tot een van de bekendste vastgoedontwikkelaars van Zuidoost-Drenthe. Met projecten als de Hondsrugtoren, het Noorderplein en ’t Schip en Scholten Staete in Klazienaveen drukte hij de afgelopen decennia een zichtbaar stempel op Emmen. In 2011 kocht hij een groot deel van de Weiert, dat sindsdien stap voor stap wordt getransformeerd naar een winkelcentrum van deze tijd. De komende jaren is De Vlinder, inclusief het voormalige V&D-pand, aan de beurt, dat een nieuw woon-winkelgebied wordt. We spraken met de gepassioneerde ondernemer.
Hoe ontstond dit plan?
“We hebben het V&D-pand in december 2022 gekocht. Het stond al een tijd leeg en werd vooral tijdelijk ingevuld. Aan de randen zaten nog wel een paar winkels, maar al met al had dit gebied echt een impuls nodig. Het oorspronkelijke idee was kleiner, maar groeide langzaam uit tot een enorm herbestemmingsproject. Mijn controller Frank Maatje heeft hierin wonderen verricht, door regelmatig, goed en intensief te overleggen met de gemeente en zo tot een plan te komen waar iedereen blij mee is.”
Wat maakt dit project zo bijzonder?
“Het belangrijkste doel is eigenlijk om Emmen-Noord en Emmen-Zuid weer met elkaar te verbinden. Al jaren speelt de discussie dat het oude centrum en het
overdekte winkelcentrum onvoldoende op elkaar aansluiten. De V&D zit daar precies tussenin. Omdat het gebouw gesloten is en lang leeg heeft gestaan, voelt het als een soort muur midden in de stad. We renoveren dus niet alleen een gebouw, maar geven een compleet stuk stad opnieuw vorm. Een deel van wat nu privaat gebied is, wordt straks openbaar. Zo zit er in De Vlinder een smalle overdekte passage met een glazen kap. De kap halen we gedeeltelijk weg en de passage wordt breder, zodat het een nieuwe straat wordt. De route van Raadhuisplein naar Chagallstraat wordt logischer en aantrekkelijker om doorheen te lopen. Verouderd vastgoed krijgt een nieuwe uitstraling, we zorgen voor meer afwisseling in de architectuur en er komt meer en sprankelender groen.”
De Vlinder, V&D.
‘De Weiert wordt het mooiste winkelcentrum van Drenthe.’
En op het voormalige V&D-gebouw komen woningen?
“Ja, het is een bijzonder pand. De V&D’s werden in de jaren zeventig gebouwd met in het achterhoofd de aanname: dit wordt ooit het grootste warenhuis van het land. Het is dus uitzonderlijk robuust uitgevoerd en voorbereid op eventuele extra toekomstige lagen, een constructie die volgens deskundigen behoorlijk zeldzaam is. Daarom kiezen we ook niet voor sloop, maar om voort te bouwen op wat er al staat.”
Wie gaan er wonen in het nieuwe complex?
“Van de 54 appartementen worden er negentien verhuurd in het middensegment. De rest wordt koop en zit in het hogere segment. Het is een dure plek om te ontwikkelen: het is het mooiste punt van de stad en we kiezen voor kwaliteit, met goede materialen, een hoogwaardige transformatie en openbare ruimte die we teruggeven aan de stad. Dat moet financieel ook haalbaar zijn. Maar het mes snijdt aan twee kanten: we verwachten veel interesse uit stad en regio van mensen die nu in een vrijstaande woning zitten en kleiner willen wonen, geen tuin meer willen onderhouden, minder onderhoud willen doen. Zo ontstaat ook doorstroming en beweging op de markt: hun huizen komen vrij voor de volgende kopers in de keten.”
Hoe zien die appartementen eruit? “Vrij royaal. De koopwoningen beginnen vanaf ongeveer honderd vierkante meter en alle buitenruimte wordt 15 vierkante meter of groter. Dus geen balkonnetjes waar net twee stoelen op passen, maar balkons/terrassen waarop je echt kunt leven. Sommige woningen krijgen zelfs buitenruimtes van zo’n 25 vierkante meter. Dan kun je er met de familie zitten, eten en vrienden ontvangen. De woningen worden aardgasloos en krijgen energielabel A. Helemaal energieneutraal wordt het niet, dat is op zo’n bestaande stedelijke locatie vrijwel niet haalbaar. Er komen veel zonnepanelen te liggen, maar bestaande bouw brengt nu eenmaal beperkingen met zich mee. De bewoners krijgen parkeerruimte in de bestaande kelder. Zo voorkomen we dat bewoners parkeerplaatsen gaan innemen die bedoeld zijn voor winkelend publiek.”
Op de begane grond en eerste verdieping blijven de winkels?
“Ja, dat is essentieel. Als je alleen woningen maakt, dan stopt het winkelgebied en is er geen enkele reden voor het publiek om door te lopen. Nu blijft er overal een winkelplint, zodat mensen automatisch
De Weiert, Daliplein.
De Weiert, Monetplein.
verder worden getrokken door het centrum. En omdat er gewoond wordt, is er ’s avonds ook dynamiek en beweging. Zo voorkom je een uitgestorven gebied in de avonduren als de winkels gesloten zijn en ontstaat meer levendigheid en sociale veiligheid.”
Wat gaat er verder gebeuren in het gebied?
“Hier tegenover komt de nieuwe bibliotheek. Daar heeft de gemeente Emmen een plan voor ingediend bij de rijksoverheid en de maximale subsidie gekregen van 5 miljoen, op voorwaarde dat ze zelf ook 5 miljoen investeren en dat het hele openbare gebied een upgrade krijgt. Een bibliotheek is er natuurlijk allang niet meer alleen om boeken uit te lenen, maar biedt ook onderdak aan de kindergemeenteraad, geeft workshops lezen voor nieuwe Nederlanders et cetera. Dus dat brengt een belangrijke maatschappelijke functie naar de Weiert en zal een magneetfunctie hebben voor het plein. Heel belangrijk.”
Waar staan jullie nu in het traject?
„We zitten in de vergunningsfase. Na de zomer willen we starten met sloopwerkzaamheden. In 2027 begint de bouw en in 2028 verwachten we de eerste fase op te leveren. Ik kijk er erg naar uit. Dit moet weer een plek worden waar mensen graag komen winkelen en wonen. Dat is iets wat we graag doen en goed kunnen. Wij werken niet ver van ons bed, maar kunnen alles wat we bouwen bij wijze van spreken vanuit ons kantoor zien. Dat maakt ons extra betrokken. Een pensioenfonds stapt vaak voor een paar jaar in een vastgoedproject, haalt het rendement eruit en trekt weer verder. Wij kijken niet alleen naar huurstromen, maar naar hoe een pand, een gebied over tien, twintig jaar nog steeds aantrekkelijk is.”
Toekomstmuziek: De Westwand
In de koker van Peter van Dijk Projects & Investments ligt een plan voor een nieuwe invulling van de westwand van het Raadhuisplein, dat net als het woon-winkel-project van de tekentafels van Attika Architecten komt. Drie woonlagen boven de winkelrij gaan de pleinhoek bepalen en de entrees van de Weiert markeren. De kolommen gaan in dialoog met die van het hotel en zorgen zo voor een plein vol mediterrane uitstraling.
De Westwand.
Toekomstmuziek: de Weiert wordt het mooiste winkelcentrum van Drenthe
Alle drie de pleinen krijgen een nieuwe identiteit en extra bestemmingen. Voor kinderen worden speeltuintjes aangelegd, het binnenklimaat zal beter zijn, zowel qua temperatuur als akoestiek. Er wordt meer groen aangelegd en er worden mooiere materialen gebruikt. Er komt nieuwe natuursteen op de vloer en nieuwe bakstenen voor de penanten. Zo wordt het aantrekkelijker voor bezoekers om langer in de Weiert te verblijven en werken de winkeliers in een fijnere omgeving.
De Westwand.
Erwin Scholte Aalbes over de volgende stap in circulair prefab bouwen:
“Snel, circulair en betaalbaar bouwen”
Een woning waarvan de wanden binnen enkele dagen gereed zijn voor montage. Inclusief isolatie, gevelbekleding en installaties. Geen stukadoor meer op de bouwplaats, nauwelijks verpakkingsmateriaal en woningen op een vrachtwagen naar de locatie.
Waar circulair bouwen nog vaak wordt gezien als ingewikkeld en arbeidsintensief, maakt DBE het juist praktisch en schaalbaar. Het bedrijf ontwikkelt circulaire prefab gevelvullende elementen voor woningbouw, utiliteitsbouw en renovatieprojecten, waarbij slim gebruik wordt gemaakt van de fabriek. “De grootste winst zit in alles wat je níét meer hoeft te doen op de bouwplaats”, zegt Erwin Scholte Aalbes, een van de initiatiefnemers van DBE. “Hoe minder handelingen, hoe sneller, schoner en efficiënter het hele proces wordt.”
Minder schakels, meer efficiëntie Vorig jaar maakten lezers van Drenthe Bouwt en Ontwikkelt kennis met DBE, een afkorting voor Duurzame Bouw Elementen. Inmiddels ligt de focus op de volgende stap: sneller, steigerloos bouwen met steeds meer geïntegreerde prefab-onderdelen. “Er zijn op technisch gebied veel mooie ontwikkelingen geweest afgelopen jaar. Traditionele HSB-bouwers werken vaak met grotere afmetingen hout, terwijl wij inmiddels met kleinere afmetingen hout nog steeds voldoen aan alle eisen van het Bouwbesluit.”
Dat betekent minder materiaalgebruik, minder gewicht en minder afvalstromen. “Circulariteit gaat voor ons niet alleen over hergebruik, maar ook over slimmer bouwen. Hoe minder materiaal je nodig hebt, hoe beter.”
Het productieproces wordt voor een belangrijk deel machinaal uitgevoerd. Zodra een ontwerp definitief is, worden de HSB-frames samengesteld, afgestort met mortel en vervolgens machinaal geïsoleerd. “Binnen enkele uren is dat uitgehard en kunnen de volgende elementen alweer geproduceerd worden”, vertelt Scholte Aalbes. “De elementen worden daarbij steeds completer voorbereid in de fabriek, inclusief isolatie, gevelbekleding en
geïntegreerde voorzieningen. Daardoor zijn de wanden in korte tijd gereed voor montage.”
Volgens hem zit daar een belangrijk verschil met traditionele bouwmethodes. “Op veel bouwplaatsen zijn partijen nog steeds bezig met zagen, frezen, afwerken en herstellen. Wij proberen juist zoveel mogelijk van dat werk vooraf in de fabriek op te lossen.”
‘De grootste winst zit in alles wat je níét meer hoeft te doen op de bouwplaats.’
Installaties direct verwerkt in de wand
Een van de nieuwste ontwikkelingen is het verder integreren van installaties in de prefab-elementen. Elektra en waterleidingen worden steeds vaker direct meegenomen in het productieproces. “Zelfs de elektrakabels werken we inmiddels uit met plug- en play stekkersystemen”, zegt Scholte Aalbes. “Op de bouwplaats hoef je die straks alleen nog maar aan elkaar te koppelen.”
Isolatie en wandbekleding gemakkelijk aan te brengen, compleet geleverd.
Voorbeeld gevelvullend element in fabriek.
Daardoor verdwijnen complete bouwstappen van de locatie zelf. “Normaal staat een installatiebedrijf dagenlang te frezen, boren en draden te trekken. Dat kost tijd, zorgt voor stof en afval en vraagt extra transportbewegingen. Wij proberen dat proces zoveel mogelijk naar voren te halen en in de fabriek mee te nemen.”
Ook de afwerking wordt steeds verder geïntegreerd. In de meest ideale situatie kan een woning daardoor binnen enkele dagen worden opgebouwd, nadat de fundering en de vloeren er liggen.
De werkmethode zorgt niet alleen voor tijdswinst, maar ook voor minder geluid, stof en bewegingen op de bouwplaats. In sommige situaties maakt dat steigerloos bouwen mogelijk, wat ook weer bijdraagt aan een veiligere werkomgeving. Minder transport en lagere klimaatimpact
Die efficiëntie speelt volgens Scholte Aalbes niet alleen op de bouwplaats, maar in de volledige logistieke keten. De prefabelementen worden rechtop vervoerd en in montagevolgorde geladen. “We weten precies welke wand als eerste nodig is en welke daarna komt. Daardoor kun je direct bouwen zodra de vrachtwagen arriveert.”
Deze manier van bouwen sluit goed aan op binnenstedelijke projecten, waar beperkte ruimte, logistiek en minimale overlast steeds belangrijker worden. De
gevelvullende elementen zijn toepasbaar in zowel hoog- als laagbouw. Volgens Scholte Aalbes levert dat veel meer op dan alleen snelheid. “Je hebt minder tijdelijke opslag nodig, minder verpakkingsmateriaal en veel minder transportbewegingen en dus ook minder CO₂-uitstoot. In sommige gevallen kunnen alle wanden voor een woning in één vrachtwagen worden vervoerd.”
Het hele jaar door produceren
Ook in de fabriek zelf wordt het proces steeds verder geoptimaliseerd. Machines berekenen computergestuurd hoe materialen zo efficiënt mogelijk gezaagd kunnen worden, waardoor er veel minder restmateriaal overblijft. “Het hele proces is erop gericht om verspilling zoveel mogelijk te beperken.”
Daarnaast is het systeem veel minder afhankelijk van weersomstandigheden. “Traditionele bouw loopt regelmatig vertraging op door weersinvloeden”, zegt Scholte Aalbes. “Door de bouwmethode en de weersbestendigheid van de gevelvullende elementen kan er efficiënter en sneller gebouwd worden. Onze elementen worden grotendeels prefab in de fabriek geproduceerd. Daardoor kunnen we altijd door blijven werken, weer of geen weer.”
Circulariteit zonder concessies
Hoewel DBE nadrukkelijk inzet op circulariteit, kijkt het team ook kritisch naar materiaalkeuzes. Zo wordt momenteel getest met biobased isolatiematerialen zoals stro, hennep en metisse. Toch kiest DBE voorlopig bewust voor recyclebare glaswol in de gevelvullende elementen. “We willen duurzaam bouwen, maar wel zonder concessies aan prestaties”, zegt Scholte Aalbes. “Sommige biobased materialen leveren op dit moment simpelweg nog niet de isolatiewaardes die wij willen behalen.”
Ook de mortel wordt verder ontwikkelt op hergebruik en recycling, zodat ze kan worden toegepast als bijvoorbeeld grondstof in andere toepassingen. “Die is nu al recyclebaar en wordt bijvoorbeeld toegepast
als grondstof in andere toepassingen. Tegelijkertijd onderzoekt de leverancier hoe het materiaal in de toekomst opnieuw als mortel gebruikt kan worden.”
Volgens Scholte Aalbes draait circulariteit uiteindelijk om het totaalplaatje. “Het gaat niet om één aspect van de keten, maar om losmaakbaarheid, minder afval, hergebruik, transport, efficiënt produceren en bouwgemak.”
Kwaliteit aantoonbaar maken
DBE’s wanden zijn inmiddels opgenomen in de Nationale Milieudatabase met een lage MKI-score. De database bevat gevalideerde milieuverklaringen van bouwproducten, die gebruikt worden in milieuprestatieberekeningen voor bouwwerken.
Een volgende stap daarin is de KIWAcertificering, waaraan DBE momenteel werkt. Zodra die er is, hoeven afnemers zelf geen aanvullend onderzoek meer te doen. Isolatiewaarden, brandveiligheid en constructieve kwaliteit zijn dan direct geborgd. “Het draait uiteindelijk om kwaliteit, betrouwbaarheid en aantoonbare naleving van normen en eisen.”
Bouwen met minder afhankelijkheden
De komende periode werkt DBE aan de integratie van vloeren en dakconstructies in het systeem. De eerste vloermodellen worden momenteel getest op sterkte en brandveiligheid. DBE werkt toe naar een compleet systeem waarbij alles op elkaar aansluit: van fundering tot dak, onder één aanspreekpunt. Bij DBE vormen dak, vloer en wanden samen één compleet en geïntegreerd bouwsysteem.
Dat maakt DBE ook aantrekkelijk voor gemeenten en corporaties die snel moeten schakelen bij woningnood. Omdat de woning volledig demontabel is, kan ze na gebruik elders opnieuw worden ingezet.
“In een paar dagen neerzetten, later weer verplaatsen. Dat is iets wat traditionele bouw simpelweg niet kan bieden.”
Daarbij loopt DBE structureel vooruit op de regelgeving. De elementen voldoen nu al aan de MPG-norm die pas in 2030 verplicht wordt, en behalen lage scores in de Nationale Milieudatabase. “Je moet door het hele proces heen blijven onderzoeken hoe het nóg beter kan, zodat je vooruit blijft lopen op de wetgeving.”
Impressie modelwoning, locatie Emmen.
‘In een paar dagen neerzetten, later weer verplaatsen.’
Modelwoning laat systeem in praktijk zien
Circulair prefab bouwen roept vragen op en klinkt voor sommigen te mooi om waar te zijn. Daarom komt er een modelwoning. De prefab circulaire modelwoning wordt momenteel geproduceerd in de fabriek in Emmen. “Afnemers moeten het met eigen ogen zien”, zegt Scholte Aalbes. “Dan voel je in één keer hoe glad de wand is, zie je hoe de installaties erin zitten en ervaar je hoe het constructief werkt. Daar kan geen technisch verhaal tegenop.”
En volgend jaar? Dan hoopt Scholte Aalbes volop productie te draaien. “Er moeten veel woningen bij in Nederland. Wij willen daar een serieuze bijdrage aan leveren: snel, circulair en betaalbaar. En het bewijs staat straks gewoon in Emmen. Kom gerust langs.”
Erik Posthumus en René Grummel
Bij Smeets staat circulariteit als een huis
“Duurzaam,
maatschappelijk en regionaal”
Erik Posthumus en René Grummel zijn sinds 2018 eigenaar van Smeets bouwmanagement en advies in Meppel. Ze hebben beiden een grote gedrevenheid voor wat ze dagelijks doen. Namelijk duurzaam, maatschappelijk en regionaal werken aan bouwprojecten voor de zorg, onderwijs, wooncoöperaties en overheid. “Met Smeets dragen wij fysiek bij aan de maatschappij en aan de verduurzaming van de samenleving.”
Smeets is van origine een Zwols bedrijf, dat in 1989 opgericht werd door Cees Smeets, toen nog onder de naam Bouwtechnisch Adviesburo Smeets. In 1995 kwam Ton Grummel erbij als directielid, de vader van René. In 2020 werd de naam Smeets bouwmanagement en advies. Een jaar eerder vond de verhuizing plaats naar het huidige pand op bedrijvenpark Blankenstein in Meppel.
Geen eenheidsworsten
Smeets is een middelgroot bouwkundig adviesbureau met gefundeerde ambities om te groeien. Op bepaalde vlakken zoals een nog meer uitgebreide zorg- en onderwijsportefeuille, maar ook in het aantal medewerkers. “Wat we bij Smeets belangrijk vinden is dat we niet te groot willen worden. Het mooie van werken bij ons is de diversiteit van het werk. Bij ons zie je geen eenheidsworsten, wel veel variatie.
Projectleiders draaien soms wel drie projecten tegelijkertijd. Dat vraagt expertise, creativiteit en flexibiliteit”, zegt Erik.
Wie de website eens nader onder de loep neemt, ziet inderdaad een enorme hoeveelheid aan diensten die Smeets aanbiedt. Van projectmanagement, databeheer, duurzaamheid en circulariteit tot aan bouwkundige inspecties op het gebied van schades aan gevels en daken, maar ook funderingen van gebouwen en bouwkostenadvies. “Met zijn allen maken en creëren wij hier iets tastbaars”, aldus de twee eigenaren.
Achter de voordeur “Wij werken aan maatschappelijke projecten in de zorg, onderwijs, voor wooncoöperaties en overheidsinstanties. We dragen fysiek bij aan de maatschappij en aan de verduurzaming van de samenleving, op het gebied van nieuwbouw, onderhoud
en beheer. En dat doen we in de vier noordelijke provincies. We vinden het mooi om in het noorden samen te werken met onze klanten, we kennen het gebied, onze mensen komen hier vandaan en we spreken de taal”, voegt René toe.
‘Met zijn allen maken en creëren wij hier iets tastbaars.’
“Je hebt een programma van eisen, dat werken we praktisch uit, we zorgen voor de begeleiding tijdens de uitvoering en regelen de uiteindelijke oplevering. En alles wat daartussen zit”, vertelt Erik. “We hebben aan de ene kant de analyses, haalbaarheidsstudies en de vertaling van het denken naar het doen, maar het mooie van Smeets is ook dat we bij de klant van de klant komen, dus ook echt achter de voordeur bij bijvoorbeeld de huurders. Dat geldt vooral voor de zogenaamde EP- en NEN-inspecties, die we verrichten voor woningbouwcorporaties.”
Ontwerp & realisatie gymzaal De Meet o.b.v. circulaire beleidsdoelstellingen Gemeente Groningen. Fotografie: Bouwen in het Noorden.
Bovenstaande sluit naadloos aan bij de drie kernwaarden van Smeets: duurzaam, maatschappelijk en regionaal. “Zolang René en ik aan het roer zitten, zijn we ontwikkel gedreven. We zijn altijd bezig nieuwe kennis en producten te ontwikkelen en dat in een bouwsector die best wel conservatief is. Een jaar of zes geleden nam de vraag naar bouwen vanuit een circulair perspectief steeds mee toe. We bouwden al vrij snel een mooi portfolio aan diensten op.”
‘Door te inspireren en te delen realiseren wij samen én met onze klanten duurzame en betaalbare woningen en gebouwen.’
om circulaire oplossingen, we voeren haalbaarheidsstudies uit, dragen biobased varianten en maatregelpakketten aan, brengen financiële consequenties in kaart, berekenen de CO2-reductie, schrijven tenders uit waarin circulaire en biobased diensten worden ingekocht en zorgen voor de bouwbegeleiding tijdens de realisatiefase”, somt Erik op.
“Die ontwikkelgedrevenheid zie je echt door onze hele organisatie heen. Het geeft ook weer nieuw werk en brengt mooie uitdagingen met zich mee. Het mes snijdt aan twee kanten. Aan de ene kant word je gevraagd om nieuwe kennis van de markt, aan de andere kant maakt dat je werk ook steeds interessanter, ook voor je eigen personeel”, vult René aan.
Trade off matrix
”Wij bieden als Smeets zeven specifieke circulatiediensten aan. Dat is allereerst een circulair beleidsplan en visieontwikkeling. In de ontwikkelfase maken we een kosten-baten afweging als het gaat
“Een ander mooi voorbeeld is ons eigen productontwikkelteam, dat veel ontwikkelingen op onder meer duurzaamheid en circulariteit toetst met de klant. Zo organiseren we werksessies met klanten om concepten te bespreken en te testen in de praktijk. Daarvoor hebben we onze eigen Trade off matrix ontwikkeld. Een overzicht dat we gebruiken
in de opeenvolgende ontwikkelfases van het bouwproces - initiatief, ontwerp en realisatie –van circulair bouwen. Die matrix geeft sturing aan de inhoud, taal en maat als het gaat om circulariteit in dat bouwproces en op die manier kunnen we aan de hand van beleid en specifieke projectdoelen de meest optimale keuzes maken. En dat bespreken we allemaal weer met de klant.”
”Dat is letterlijk ook onze missie. ‘Door te inspireren en te delen realiseren wij samen én met onze klanten duurzame en betaalbare woningen en gebouwen.’ En we vertellen het eerlijke verhaal. Dus wat zijn de onzekerheden en de risico’s? Zo neem je ook een drempel weg”, aldus Erik.
René: “Die servicegerichtheid richting de klant, is wel iets waarin wij ons als Smeets onderscheiden. Korte lijnen, dienstbaar, pragmatisch en praktisch. Dat horen we vaak. Klanten geven je ook weer mooie nieuwe inzichten, waardoor je je als bedrijf ook weer door kunt ontwikkelen. Dat is wel typisch Smeets en bovendien een heel mooi proces.”
Circulariteit bij Kindcentrum
Een van die – in dit geval nieuwe – klanten is de gemeente Steenwijkerland. Ben Molema is projectleider maatschappelijk vastgoed. “Smeets verzorgt het bouwmanagement als het gaat om de nieuwbouw van het Kindcentrum in Sint Jansklooster, waarin twee scholen en een kinderopvang worden gerealiseerd. Smeets is in de aanbesteding als je kijkt naar kwaliteit en prijs als beste uit de bus gekomen. Ze zijn in het project de aanjager en begeleider van het ontwerp en realisatieteam. Op dit moment loopt het aanbestedingsproces van het ontwerpteam om uit vijf aanbieders een ontwerp te kiezen. De verwachting is dat dit deze zomer afgerond wordt. In een later stadium volgt de selectie van de uitvoerende partijen. Tijdens dit proces hebben we vaak contact en dat kan ik niet anders omschrijven als zeer positief”, aldus Molema.
Het Kindcentrum moet in 2028 gerealiseerd zijn. Over toekomst gesproken, heeft Smeets een ambitieuze visie die duidelijk taal spreekt: ‘Smeets wil in 2030 koploper zijn in het realiseren van circulaire en betaalbare woningen en gebouwen.’ Ambitieus? We zien het meer als focus en een duidelijke richting welke kant we op willen met zijn allen, waarin iedereen zijn of haar eigen inbreng heeft”, schetst René.
Meer dan welkom Smeets heeft de collega’s die de ervaring en eigenschappen hebben om inhoud te geven aan de toekomst waar circulair bouwen de norm is.
Vakmensen, van toezichthouders tot projectleiders, die de expertise en energie hebben om daarin een waardevolle bijdrage te leveren. “Ze zijn meer dan welkom binnen onze organisatie”, besluiten Erik en René.
Ontwerpmanagement en Bouwkostenadvies Ichthus College Kampen, Landstede Groep. Fotografie: Mirjam Mulder.
Klazienaveen is een bijzondere eend in de Drentse bijt. Het dorp van zo’n 12.000 inwoners heeft met rond de 140 winkels een bijna grootstedelijk voorzieningenniveau. Dankzij de goede bereikbaarheid vervult Klazienaveen bovendien een belangrijke regionale centrumfunctie. Tegelijkertijd staat er veel verouderde woningvoorraad. Lefier investeert daarom al tien jaar stevig in het dorp, waar de corporatie bijna 1200 woningen bezit. De afgelopen jaren zijn verschillende nieuwbouw- en verduurzamingsprojecten opgeleverd. Daarbij gaat het niet alleen om uitbreiding, maar ook om het aanpassen van de woningen uit de jaren vijftig en zestig aan de wensen van nu. We namen een kijkje en spraken met projectmanager Henk Elting, assetmanager Arend-Jan Mansveld en Hans Vegter, Manager Vastgoed van Team Assetmanagement & Investeringen.
AJM: “Klazienaveen is een belangrijk dorp voor Lefier. Het heeft een grote winkelboulevard en je kunt er gratis parkeren, dat maakt het een aantrekkelijke bestemming. Het is een van de aantrekkelijkste woonkernen, er is veel vraag naar huizen, dus we kijken heel goed hoe we in Klazienaveen nog uit kunnen breiden.”
HE: “We hebben daar de laatste jaren dan ook fors geïnvesteerd in een compact gebied, zowel met sloopnieuwbouw- als verduurzamingsprojecten.”
Waar kijken jullie naar bij woningvernieuwing?
AJM: “We zijn vooral bezig om het woningaanbod in Klazienaveen kwalitatief naar een hoger peil te brengen. We kijken hoeveel woningen er nodig zijn en of we bestaand bezit renoveren of overgaan tot sloopnieuwbouw. Ons voornaamste richtpunt is het wegwerken van de slechte energielabels E, F en G, maar we kijken natuurlijk ook naar demografische factoren.”
HE: “Uitgangspunt is altijd: hoe maken we zo goed mogelijke woningen, die tegelijk betaalbaar zijn voor de doelgroep? In Klazienaveen houden we ons voornamelijk bezig met sociale woningbouw.”
HV: “We kijken eerst of een bestaande woning toekomstbestendig gemaakt kan worden tot een hoogstaande plek waar een huurder prettig kan wonen. Zo niet, dan slopen we.”
Project Stellingstraat
AJM: “In de Stellingstraat viel de keuze op sloopnieuwbouw. We hebben er 25 grondgebonden, toekomstbestendige, aardgasloze nultredenwoningen neergezet, waar je in elke fase van je leven comfortabel kunt wonen. De woningen zijn zowel geschikt voor starters als voor mensen die bijvoorbeeld minder mobiel zijn. Zo spelen we in op de vergrijzing in Klazienaveen.”
‘We zijn vooral bezig om het woningaanbod in Klazienaveen kwalitatief naar een hoger peil te brengen.’
Impressie Meridiaan.
‘We hebben Lefier-breed inmiddels zo’n
4500 woningen naar energielabel A,
De Standaard of C omgezet.’
HV: “We waren aan het dubben, slopen of renoveren. Maar de daken waren langzaam aan het verzakken, ze hadden slechte labels (EFG) en de plattegrond was niet ideaal. Gezien de toenemende vraag naar levensloopbestendige woningen zagen we uiteindelijk een mooie kans om hier iets nieuws neer te zetten. We zijn in 2022 begonnen met gesprekken met de bewoners, twee jaar later begonnen we met bouwen en medio 2025 zijn de woningen opgeleverd. Dat is voor nieuwbouw behoorlijk snel. Dat komt omdat we binnen het huidige bestemmingsplan hebben gebouwd. Als we een plan met meer woningen en even grote woningblokken hadden willen realiseren, had het bestemmingsplan gewijzigd moeten worden en waren we nu
nog niet begonnen, vermoed ik. En omdat het allemaal zo snel ging, zijn toch zeven van de 25 huishoudens weer teruggekeerd op hun oude plek, prachtig. We hebben dit project trouwens met Bouwstroom Noord gedaan; zes corporaties en twee bouwers die woningbouwprojecten, kennis en kunde bundelen om sociale woningbouw betaalbaar te houden, onder meer door innovatie van de PMC’s (ProductMarkt Combinaties); het beter op elkaar afstemmen van processen.”
Project Meridiaan
HE: “Aan de Meridiaan stonden in totaal 41 portiekwoningen uit de jaren 50 en 60: veel trappen en slecht geïsoleerd. De plattegrond was op zich nog wel aardig, maar we moesten veel investeren om ze op het gewenste energielabel te krijgen. Er stonden daar ook nog een oude Aldilocatie en een voormalig tankstation, allebei in het bezit van Lefier. Zo hadden we dus een mooi plot, direct naast de Jumbo. In 2017 maakten we plannen om de twee woongebouwen te slopen. We hebben vervolgens een prijsvraag uitgezet, waarop drie stedenbouwkundige bureaus reageerden. Het beste plan hebben we in samenspraak met de gemeente verder uitgewerkt en eind 2022 zijn we begonnen
Impressie Meridiaan.
met de nieuwbouw van 69 twee- en driekamerappartementen, verdeeld over twee woongebouwen. Langs het Van Echtenskanaal hebben we ook nog een blokje starterswoningen gemaakt, zonder lift. Daar wonen met name jongeren. De woningen werden medio 2024 opgeleverd en waren in een mum van tijd weg. Het zijn allemaal nul-op-de-meterwoningen, we noemen dat inmiddels EPV Hoogwaardig. Het is echt een heel mooi complex geworden, beschut, met parkeerplaatsen op eigen terrein aan de achterzijde.”
Energietransitie
AJM: “Er gebeurt natuurlijk veel op het gebied van de energietransitie. We streven ernaar dat alles in 2050 CO2-neutraal is. De focus ligt nu nog op het terugdringen van de warmtevraag middels isoleren volgens de Trias Energetica.”
HV: “We hebben Lefier-breed inmiddels zo’n 4500 woningen naar energielabel A, De Standaard of C omgezet. Daarmee is circa 95% van de woningen met een slecht label verbeterd.”
HE: “We leren ook voortdurend bij. De markt is enorm in beweging, door de toenemende vraag is het aanbod van accu’s, warmtepompen et cetera geëxplodeerd. Tien jaar geleden waren we samen oplossingen aan het ontwikkelen, nu kunnen we kiezen uit een eindeloos aantal aanbieders. Dus daar is enorm geschakeld. De faalkosten zijn stevig gedaald.”
HV: “Door de wetgeving mogen we vanaf 2027 de huidige koelvloeistof voor de warmtepompen niet meer gebruiken. We schakelen over op propaan als koelmiddel. Dat levert weer nieuwe uitdagingen op, bijvoorbeeld op het gebied van plaatsing. Met Bouwstroom Noord zijn we voor dit soort uitdagingen oplossingen aan het bedenken. Door bouwkundige optimalisatie en procesverbeteringen hebben we er met de zes corporaties en twee bouwers voor kunnen zorgen dat de PMC’s scherp
zijn, zodat we de woningen betaalbaar kunnen houden. Dat is het fijne aan zo’n samenwerking: je hoeft niet alles zelf te bedenken.”
HE: “In het kader van de MEER-subsidie – maar dat is niet van toepassing op onze projecten in Klazienaveen – kijken we of we een stap verder kunnen gaan, daarbij kun je denken aan biobased daken en hybride warmtepompen. Dit soort maatregelen onderzoeken we om onze bestaande woningvoorraad in de nabije toekomst aardgasvrij te maken.”
HE: “De grootste uitdaging van de transitie is wel betaalbaarheid. Hoe zorgen we ervoor dat mensen voor een redelijk bedrag kunnen blijven wonen. Maar ook: hoe krijgen we alles binnen de gestelde tijd voor elkaar, zeker gezien de doorlooptijden bij gemeenten en provincies. In die tijd zitten de bewoners met onzekerheden. En we lopen ook langzaam tegen de capaciteit van ons elektriciteitsnet aan. Dat zijn allemaal zaken waar we in de toekomst rekening mee zullen moeten houden.”
Lefier heeft 1176 woningen in Klazienaveen, ongeveer 20% van het totale woningbestand van het dorp. Ongeveer een kwart van deze woningen bestaat uit appartementen; de overige woningen zijn grondgebonden. Circa 40% betreft nultredenwoningen, waarbij slaapkamer en badkamer op dezelfde verdieping liggen en de woning zonder trap toegankelijk is.
Impressie Meridiaan.
Wethouder Cor Staal over wonen, leefbaarheid en groei:
“Assen investeert 122 miljoen euro in stadsontwikkeling”
De woningbouw in Assen zit in de lift. Waar de gemeente jarenlang tussen de 200 en 400 woningen per jaar realiseerde, ligt de productie dit jaar mogelijk rond de 750 woningen. Tegelijkertijd kijkt Assen alweer verder vooruit.
Met het Programma Stadskwartier, nieuwe woongebieden in Kloosterveen en de ambitie om op termijn nog eens 10.000 woningen toe te voegen, verschuift de aandacht steeds meer van alleen bouwen naar de vraag hoe de stad zich als geheel wil ontwikkelen. Die groei ziet de gemeente Assen met name binnen de bestaande stadsgrenzen, in de buurt van voorzieningen zoals openbaar vervoer. Deze ontwikkeling staat niet op zichzelf, maar maakt onderdeel uit van de ambities in de regio Groningen-Assen. Volgens wethouder Cor Staal, die ook de komende vier jaar Wonen in zijn portefeuille heeft, draait die ontwikkeling niet alleen om aantallen woningen. “We willen bouwen aan complete wijken,” zegt hij. “Wijken waar verschillende generaties en inkomensgroepen door elkaar wonen en waar mensen elkaar ook echt tegenkomen.”
Stadskwartier als vliegwiel
Een belangrijk besluit van de afgelopen periode is de investering van 122 miljoen euro in het Programma Stadskwartier, een programma voor de toekomst van de Assense binnenstad. Daarmee wil de gemeente de komende jaren minimaal 1.350 woningen toevoegen én het verblijfsen ondernemersklimaat versterken. Het programma is gericht op drie gebieden: de Binnenstad, het Havenkwartier en de Stadsboulevard.
Volgens Staal is bewust gekozen voor een programmatische aanpak in plaats van één groot project. “Het voordeel daarvan is dat je flexibel kunt inspelen op ontwikkelingen”, vertelt hij. “Als ergens een procedure langer duurt of een natuuronderzoek nodig blijkt, kunnen andere onderdelen ondertussen wel doorgaan. Daarmee probeer je de woningbouwproductie stabieler te houden.”
Binnen het Havenkwartier worden uiteindelijk tussen de 700 en 1.000 woningen gerealiseerd. Ook de ontwikkeling rondom het V&D Forum maakt onderdeel uit van het programma. Daarbij kijkt de gemeente nadrukkelijk verder dan alleen woningbouw. “Het gaat daar om de kwaliteit van de binnenstad”, zegt Staal. “We willen meer regie voeren op de totale ontwikkeling van het gebied. Niet alleen woningen toevoegen, maar ook zorgen voor een aantrekkelijk verblijfsgebied.”
De investering moet niet alleen bijdragen aan nieuwe woningen, maar ook aan een aantrekkelijkere en levendigere stad. “We willen bouwen aan complete wijken,” aldus Staal.
‘De kracht zit juist in de mix van doelgroepen en leeftijden.’
‘Je kunt kijken naar wat niet mag, maar
laten we vooral kijken naar wat wél mogelijk is.’
Elkaar vanzelf ontmoeten
Volgens Staal ligt de uitdaging, naast het realiseren van voldoende woningen, in het creëren van buurten waar mensen prettig samenleven. Daarom kijkt de gemeente nadrukkelijk naar de samenstelling van wijken. “De kracht zit juist in de mix”, licht Staal toe. “Verschillende doelgroepen, leeftijden en inkomensgroepen door elkaar. Maar dan moeten mensen elkaar wel kunnen ontmoeten.”
Die gedachte zie je terug in de inrichting van nieuwe gebieden. Speelplekken, bankjes, groen en openbare ruimte moeten ervoor zorgen dat bewoners niet alleen naast elkaar wonen, maar ook onderdeel worden van een buurt.
Ook doorstroming speelt een belangrijke rol. In Peelo kijkt de gemeente bijvoorbeeld naar mogelijkheden om meer woningen voor ouderen toe te voegen, zodat bewoners binnen hun eigen wijk kunnen verhuizen. “Je ziet dat mensen vaak graag in hun eigen omgeving willen blijven wonen”, aldus Staal. “Als je daarvoor geschikte woningen toevoegt, komen grotere gezinswoningen weer beschikbaar voor andere bewoners.”
Grote uitbreidingen en slimme toevoegingen
Naast binnenstedelijke ontwikkeling blijft ook uitbreiding aan de randen van de stad belangrijk. Deze ontwikkeling richt zich onder meer op Kloosterakker en uitbreiding richting de Norgervaart. Omdat de contouren al jaren geleden zijn vastgesteld, kan de gemeente daar snel mee door. Kloosterveen blijft daarbij een van de belangrijkste groeilocaties van
Assen. “Daar kunnen we nog ongeveer 1.500 tot 2.000 woningen toevoegen”, zegt Staal. “Er komen veel grondgebonden woningen. Dat blijft belangrijk voor Assen.” Maar de gemeente richt zich niet alleen op grote uitbreidingen. “Juist ook kleinschalige toevoegingen zoals optoppen, splitsen, ruimte maken voor mantelzorg of generatiewonen, kunnen samen substantieel bijdragen aan het woningaanbod.”
Assen kiest daarbij nadrukkelijk voor een positieve benadering richting bewoners, corporaties en ontwikkelaars. “Je kunt vooral kijken naar wat niet mag, maar je kunt ook meedenken over wat wel mogelijk is”, aldus Staal. “We proberen drempels zoveel mogelijk weg te nemen.”
Flexwoningen als snelle oplossing
Een project waar de gemeente trots op is, is de ontwikkeling van de flexwoningen aan de Groene Dijk. Daar werd de enorme vraag naar woningen direct zichtbaar. Alleen al voor de 96 woningen die de gemeente zelf verhuurt, kwamen ongeveer 750 aanmeldingen binnen. “Dat laat zien hoe groot de behoefte onder spoedzoekers is”, zegt Staal. “Mensen zoeken niet alleen snel een woning, maar vooral een fatsoenlijke plek waar ze echt kunnen wonen.”
De flexwoningen kwamen tot stand in samenwerking met woningcorporatie Actium. Volgens Staal laat het project zien hoe belangrijk goede afstemming is tussen gemeenten, corporaties en bouwpartijen. “Om de woningen snel te realiseren, moet je alle schakels in het proces goed op elkaar afstemmen.”
Bij het project is veel aandacht besteed aan community building. Een vaste medewerker fungeert als huismeester, aanspreekpunt en verbinder binnen de wijk. “Zijn kantoor functioneert eigenlijk als een soort huiskamer”, vertelt Staal. “Daardoor weten bewoners elkaar makkelijker te vinden en ontstaat sneller contact.”
De woningen zijn nadrukkelijk bedoeld als tijdelijke stap richting een reguliere woning. Bewoners worden daarom ook actief begeleid richting doorstroming.
Kijken naar de regio van morgen Hoewel Assen voorlopig nog volop bouwt, verwacht de gemeente ook uitdagingen. Procedures, stikstofvraagstukken en natuurvergunningen kunnen projecten vertragen. Juist daarom wil Assen toewerken naar een stabielere woningbouwproductie. “Voor bouwers, ondernemers en investeerders is het prettig als er continuïteit zit in de ontwikkeling van de stad”, zegt Staal. “Daar moet je als organisatie ook op ingericht zijn.”
Die blik reikt inmiddels verder dan alleen Assen zelf. Binnen de Nota Ruimte wordt de regio Groningen-Assen, samen met Twente en Zuid-Limburg, gezien als een gebied met ruimte voor verdere groei op het gebied van wonen, economie en bereikbaarheid. Volgens Staal liggen daar vooral kansen rondom openbaar vervoer en OV-knooppunten.
“Je wilt uiteindelijk volle treinen in beide richtingen”, zegt hij. “Dus niet alleen wonen aan de ene kant en werk aan de andere kant, maar een goede spreiding van economie, voorzieningen en woningen in de regio.”
Aantrekkelijk wonen en ondernemen Volgens Staal biedt die ontwikkeling ook ruimte om de ambitie van 10.000 extra woningen op langere termijn mogelijk te maken. De gemeente kijkt daarbij nadrukkelijk naar woningbouw rondom bestaande infrastructuur en stationslocaties, zodat de regio aantrekkelijker wordt voor zowel bewoners als ondernemers. Staal hoopt dat de ontwikkelingen de komende jaren ook leiden tot een kwaliteitsimpuls voor de noordkant van het centrum. “Niet alleen meer woningen”, besluit hij. “Maar vooral een aantrekkelijke plek met groen, ondernemerschap en openbare ruimte waar mensen graag verblijven. Een stad waar bewoners én bezoekers elkaar ontmoeten.”
De Flexwoningen aan de Groene Dijk in Assen.
Erwin Harder en Mieke Bakker | Lamberink Makelaars
& Adviseurs:
“Midden in de bouwwereld”
Lamberink Makelaars & Adviseurs is het grootste makelaarskantoor van het Noorden. Dagelijks zijn meer dan 80 medewerkers actief in de noordelijke vastgoedmarkt. Hun lokale kennis, aangevuld met relevante data, maakt dat Lamberink goed kan inspelen op de markt. Daardoor ligt hun kracht niet alleen aan de aanbodzijde, maar is ook de vraagzijde goed in beeld. Het bedrijf adviseert zowel ontwikkelaars en aannemers, als gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties bij uitbreidingsplannen met heldere adviezen en scherpe marktanalyses.
“In Noord-Nederland zijn wij bij veel projecten betrokken, bij zowel lokale als regionale initiatieven. Of het nu gaat om een kleinschalig project in een dorp of een project van een paar honderd woningen bij een grote stad. We staan midden in de bouwwereld. We trekken samen op met ontwikkelaars en aannemers, maar we denken ook mee bij vraagstukken van gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties”, vertelt manager nieuwbouw Erwin Harder. Erwin is per 1 januari 2026 Lamberink Makelaars & Adviseurs komen versterken als de nieuwe manager nieuwbouw.
Hij en zijn team nieuwbouwmakelaars en adviseurs vertellen hier samen enthousiast over het bedrijf en hun samenwerking.
Alles onder één dak
Het familiebedrijf bestaat al meer dan 37 jaar. Harry Lamberink richtte het bedrijf in 1988 op en heeft het, samen met de medewerkers, opgebouwd tot waar het nu staat.
Erwin Harder: “Wij bieden alles onder één dak op het gebied van wonen, bedrijfshuisvesting, taxaties, nieuwbouw, hypotheken en verzekeringen. Zo kunnen wij de markt optimaal bedienen. Wij ontzorgen de klant; of dit nu de ontwikkelaar is of de eindklant.
Kenmerkend daarbij is de persoonlijke aanpak; het belang van de klant staat altijd op nummer 1.”
Regionaal en lokaal geworteld
Met elf vestigingen verspreid over de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Noordoost-Overijssel is Lamberink verweven met Noord-Nederland.
Nieuwbouwspecialist Anita Timmer
licht het als volgt toe: “Wij zijn lokaal én regionaal geworteld. We kennen NoordNederland door en door. Ongeacht waar in het Noorden, we zijn goed op de hoogte van wat er speelt en we kunnen goed inspelen op vragen uit de markt.”
“In die rol vervullen wij een sleutelrol, zowel voor onze zakelijke opdrachtgevers als voor onze particuliere klanten. Het is immers de kunst om vraag en aanbod op de juiste manier aan elkaar te koppelen”, vult Harder aan.
‘Met onze diepgaande data en marktkennis kunnen wij actuele vragen uit de markt haarscherp in beeld brengen.’
Diepgaande marktkennis
“We hebben data tot op postcodeniveau; we weten daardoor precies wat de woonbehoefte is en wat de woonwensen zijn qua woningtypes, oppervlakte, locaties, budgetten voor koop en huur, etc. Bij nieuwbouwprojecten zijn deze data belangrijk. Al ver voordat een project daadwerkelijk van de grond komt, hebben wij al veel wensen van de geïnteresseerden in beeld en ruim voordat de eerste steen geplaatst is, bereiken wij deze groep via onze nieuwsbrieven en andere media”, vertelt nieuwbouwspecialist Zwanet Akker.
‘We staan midden in de bouwwereld. We bedienen ontwikkelaars en aannemers, maar we denken ook mee gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties.’
op een bepaalde locatie. Al onze inzichten in de lokale woningmarkt delen we met gemeenten, provincies, ontwikkelaars, aannemers en woningbouwcorporaties, zodat zij hun inzichten kunnen optimaliseren en faalkosten kunnen reduceren. Wij denken écht mee.”
Unieke database
Harder: “Wij zijn als partner aangesloten bij Dynamis, een landelijk samenwerkingsverband met 13 vastgoedpartners op het gebied van research, kennisdeling, opleiding, marketing en acquisitie. Samen hebben wij een landelijke database gebouwd met inzichten in de markt op doelgroepniveau die verrijkt wordt met de lokale kennis. Hiermee kunnen we heel specifiek de actuele vraag en woonbehoefte in beeld brengen.”
“Wij verdiepen deze database steeds verder met nieuwe tools en meer data. We kunnen opdrachtgevers realtime inzicht geven in relevante data van meer dan 8 miljoen huishoudens. Met deze unieke uitgebreide database zijn we nog meer van toegevoegde waarde voor de hele keten”, voegt nieuwbouwadviseur Iris Boschma toe.
“Met deze diepgaande marktkennis kunnen we actuele vragen uit de markt haarscherp in beeld brengen. Zo kunnen we de vraagzijde goed in beeld brengen waardoor het voor een ontwikkelaar duidelijk wordt of het zin heeft om de grond aan te kopen
Nieuwbouwspecialist René Warnders vervolgt: “We adviseren niet alleen ontwikkelaars en aannemers, maar ook gemeenten, provincies en woningbouwcorporaties. Gemeenten vragen ons bijvoorbeeld voor een marktanalyse of advies bij nieuwe uitbreidingsplannen. Die plannen zijn vaak een kwestie van een lange adem, zo’n plan wordt dus ook tussentijds regelmatig getoetst. Het is weleens gebeurd dat een plan met vooral vrijstaande woningen aangepast is naar vooral 2-onder-1-kap woningen omdat dat beter aansloot op de vraag. Het blijft altijd balanceren tussen vraag en aanbod, dat moet altijd op elkaar afgestemd zijn.”
Synergiekansen zien
Harder: “Het is voor ons heel vanzelfsprekend dat we een vraag uit de markt ook even bij een andere afdeling
neerleggen om mee te kijken, zodat we de vraag nog breder kunnen beantwoorden. We zien dan synergiekansen voor de hele organisatie.”
Hij geeft een voorbeeld om de synergie en samenwerking tussen de bedrijfsmakelaars, woningmakelaars, nieuwbouwmakelaars en financieel adviseurs te illustreren: “Stel, de lokale slager, gevestigd op een mooie prominente plek in het dorp, stopt omdat hij geen opvolging heeft. Hij neemt contact op met onze bedrijfsmakelaars om het pand in verkoop te nemen. We kijken dan verder dan alleen de verkoop en de huidige functie en bestemming. We onderzoeken mogelijk nieuwe functies van een locatie, zoals transformatie of herontwikkeling naar wonen. Daarom vragen we ook onze nieuwbouwmakelaars om mee te kijken bij deze locatie.”
Passend plan
Hij vervolgt: “Onze nieuwbouwmakelaars kunnen met hun kennis en ervaring, en natuurlijk ook met onze data, snel inschatten wat mogelijk is op die plek. Ze maken een analyse van de lokale vraag uit de markt en samen met Dynamis zetten ze de data om in een passend plan.
Stel dat de plek van de slagerij goed geschikt is voor het bouwen van een appartementencomplex dat past bij de vraag in de omgeving, dan gaan we op zoek naar een ontwikkelaar om mee te denken over de mogelijkheden. De bedrijfsmakelaars verkopen het pand aan de ontwikkelaar waarmee de slager de beste opbrengst heeft. De nieuwbouwmakelaars pakken het traject vervolgens verder op en zij kunnen de ontwikkelaar van A tot Z ondersteunen op verkoopgebied.”
“Bij de verkoop van het nieuwe appartementencomplex trekken de verschillende afdelingen binnen Lamberink ook weer samen op. Geïnteresseerden willen weten hoeveel hun huidige woning waard is en hoe snel deze verkocht kan worden. Onze woningmakelaars kunnen hen snel informeren met hun kennis van
de lokale markt en zij kunnen de woning uiteindelijk in verkoop nemen. Daarnaast speelt er natuurlijk ook altijd een financiële vraag; hoe werkt dat nu eigenlijk met een nieuwbouwwoning en kan ik dat betalen? Dan komen onze financieel adviseurs om de hoek kijken. De klanten weten dan snel waar ze staan en wat hun mogelijkheden zijn om onbezorgd de keuze voor hun nieuwe woning maken.”
“Kortom”, besluit hij, “al onze afdelingen komen aan bod. Van het eerste advies van de bedrijfsmakelaar en het idee voor nieuwbouw tot alles tot in de puntjes regelen voor de potentiële kopers van de appartementen.”
Marjolein Klahsen, Arend-Jan Mansveld en Nienke Louwdijk:
Lefier en gemeente Emmen werken samen aan Angelslotoekomstbestendig
Woningcorporatie Lefier en de gemeente Emmen slaan de handen ineen om de leefbaarheid en veiligheid in de wijk Angelslo te verbeteren. Het doel van de samenwerking is een veilige, leefbare en toekomstbestendige wijk met ruimte voor verschillende doelgroepen. Marjolein Klahsen, Nienke Louwdijk en Arend-Jan Mansveld vertellen hier enthousiast over hun samenwerking.
Angelslo is een karakteristieke naoorlogse wijk met veel groen, een heldere stedenbouwkundige opzet en goede voorzieningen. Die kwaliteiten leverden de wijk in 2011 zelfs een plek op in de selectie van dertig wederopbouwgebieden van nationaal belang van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Tegelijkertijd staat Angelslo voor een aantal uitdagingen. De woningvoorraad vraagt op onderdelen om vernieuwing, de openbare ruimte verdient aandacht en in delen van de wijk staat de leefbaarheid onder druk. Voor woningcorporatie Lefier en de gemeente Emmen reden om de handen ineen te slaan. Hun gezamenlijke doel: een veilige, leefbare en toekomstbestendige wijk met ruimte voor verschillende doelgroepen.
“In 2023 heeft de gemeente een stedenbouwkundige structuurvisie opgesteld voor Angelslo”, vertelt Marjolein Klahsen, projectmanager bij de gemeente Emmen. “Daarin hebben we de kansen en ontwikkelingen voor de fysieke leefomgeving in beeld gebracht. We hebben nadrukkelijk gekeken naar mogelijkheden om de leefbaarheid, veiligheid en sociale cohesie te versterken en voorzieningen op peil te houden.”
De structuurvisie vormt de basis voor verschillende ontwikkelingen in de wijk. Zo verrijst een nieuw gebouw waarin zowel de Aldi als het wijkcentrum een plek krijgen. Ook maken gesloopte gebouwen plaats voor nieuwe appartementencomplexen, zoals De Angerloo en Veldzicht, en onderzoekt de gemeente andere locaties voor woningbouw, waaronder de voormalige garagelocatie bij de entree van de wijk. Daarmee draagt Angelslo niet alleen bij aan de groeiambitie van Emmen, maar ook aan een gevarieerder woningaanbod.
Woningbouw als aanjager van verandering
Vooral in het oostelijk deel van Angelslo komen fysieke en sociale vraagstukken samen. Daar bevindt zich een grote concentratie huurwoningen en wonen relatief veel kwetsbare bewoners dicht bij elkaar. Dat heeft invloed op de ervaren leefbaarheid en veiligheid in het gebied. Juist hier zien de gemeente en Lefier kansen om fysieke investeringen in te zetten voor een sterkere en meer gemengde wijk. Woningbouw, verduurzaming en investeringen in de openbare ruimte spelen daarin een belangrijke rol.
‘In Angelslo kijken we breder dan puur naar het verbeteren van vastgoed.’
“Waar het kan, werken we zoveel mogelijk samen”, zegt Nienke Louwdijk, manager gebied bij Lefier in Emmen. Zij is verantwoordelijk voor de uitvoering van de sociale opgaven. Arend-Jan Mansveld is assetmanager bij Lefier. Hij is verantwoordelijk voor de uitvoering van de portefeuille Strategie: “Ik houd me vooral bezig met initiëren van nieuwbouw, sloop en verduurzaming. Vanuit de fysieke kant kijk ik met name naar het technisch beheer en Nienke naar het sociaal beheer. Wij trekken samen op in vastgoedsturing.”
Nienke: “In Angelslo kijken we breder dan puur naar het verbeteren van vastgoed.” Arend-Jan licht toe: “Bij Lefier werken we aan verschillende wijkvernieuwingen waarin we met de samenwerkingspartners breder kijken naar een wijk. Dus niet alleen naar de technische staat van de woningen, maar ook nadrukkelijker naar
Nieuwbouw van De Angerloo door Koenen Bouw, 24 koopappartementen.
de sociale component en naar de openbare ruimte. Deze aanpak doen we ook op andere plekken in Noord-Nederland. Mooie voorbeelden hiervan zijn Gorecht-West in Hoogezand en de Indische buurt in Groningen.”
‘We willen dat mensen hier prettig en veilig kunnen leven.’
ons met in beeld brengen wat er speelt en met een toekomstbeeld voor dit deel van de wijk. We hopen eind dit jaar een gedeeld beeld te hebben welke stappen we met elkaar gaan zetten om de wijk te verbeteren en te vernieuwen en welke kosten hieraan verbonden zijn.”
Volgens Marjolein is Angelslo de eerste wijk in de gemeente Emmen waar deze integrale aanpak op deze schaal wordt toegepast.
Samen werken aan een toekomstbeeld
Om te komen tot een gezamenlijk toekomstperspectief, maken Lefier en de gemeente met hulp van Bureau PAU een plan van aanpak. Marjolein: “Zij helpen
Arend-Jan: “We doen de fysieke opgave en de sociale opgave in samenhang met elkaar. Planvorming kost tijd. Daarom is het goed om nu al samen met de gemeente te kijken wat we kunnen doen om een kwalitatieve slag te slaan. En hoe we gaan inzetten op welke producten en doelgroepen om een gemengd woonmilieu te creëren.”
Wonen, leefbaarheid en verduurzaming
De fysieke uitdagingen in Angelslo bestaan onder meer uit een eenzijdige woningvoorraad, een verduurzamingsopgave en delen van de openbare ruimte die onderhoud vragen. Op verduurzaming wordt al volop ingezet. Arend-Jan: “Aan de
Veldlaan, Dreyboom en Wendeling is Buursema bezig om 71 woningen te verduurzamen van energielabel D en E naar energielabel A.” De gemeente zette op haar beurt bespaarcoaches in die woningeigenaren helpen bij het maken van verduurzamingsplannen en het aanvragen van offertes en subsidies.
Naast de fysieke opgave vraagt ook de sociale kant aandacht. Nienke: “Op sociaal gebied kijken we in de samenwerking goed naar hoe we in deze eenzijdige wijk qua woningvoorraad meer diversiteit kunnen aanbrengen. We willen dat mensen hier prettig en veilig kunnen leven. Samen met welzijnsorganisaties en de gemeente willen we de sociale cohesie verbeteren en zorgen dat we meer diversiteit krijgen.”
De sociale opgave vormt ook de aanleiding voor meer samenwerking tussen Lefier en de gemeente. Daarom is in Angelslo ook een wijkteam actief waarin Lefier, de gemeente, welzijnsorganisaties en bewoners samenwerken. Door regelmatig met bewoners in gesprek te gaan, krijgen de betrokken partijen een goed beeld van wat er leeft in de wijk.
Variatie als sleutel voor leefbaarheid Volgens Lefier ligt een belangrijk deel van de oplossing in meer variatie binnen de wijk. “We zien hier nu een concentratie aan kwetsbare bewoners”, geeft Nienke aan. “We willen voorkomen dat te veel kwetsbare groepen op één plek samenkomen. Daarom kijken we bewuster naar wie waar woont en waar iemand het best tot zijn recht komt. Door woningen anders te verdelen en beter samen te werken, zorgen we voor meer variatie in de buurt. Dat maakt wijken prettiger, sterker en leefbaarder voor iedereen.”
Arend-Jan haakt in: “Hier liggen ook koppelkansen met het openbaar gebied. Bijvoorbeeld om het gebied klimaatadaptief en toekomstbestendig te maken, maar ook sociaal inrichten om ontmoetingen mogelijk te maken.”
Marjolein knikt: “We zijn hier ook al bezig met inrichten van een speel-, sport- en ontmoetingsplek.”
Een sterker Angelslo Nienke: “Wij hopen door de samenwerking een veiliger, een leefbaarder en een meer gemengde wijk te krijgen. En ook dat bewoners meer betrokken zijn met elkaar. Onze sociale doelstellingen staan voorop en we gebruiken de openbare ruimte om dit voor elkaar te krijgen.”
Nieuwbouw van Velzicht door Avitec, 12 huurappartementen.
‘Door samen op te trekken, versterken we elkaar en kunnen we meer bereiken voor Angelslo.’
Marjolein vult aan: “Met deze samenwerking kunnen we het verschil maken”. Lefier is een belangrijke samenwerkingspartner voor de gemeente en heeft veel woningen in bezit. “Door samen op te trekken, versterken we elkaar en kunnen we meer bereiken voor het fijner en veiliger wonen in de wijk Angelslo voor de bewoners van nu en in de toekomst.”
Hoe het was.
Hoe het is.
Robin van Ulzen wethouder gemeente Meppel
“Meppel groeit om kwaliteit te behouden én toe te voegen”
Hij is maar wat trots op zijn stad. “Meppel is een ongelooflijk fijne gemeente waar het goed wonen, werken en recreëren is”, zegt Robin van Ulzen. Hij is al 6 jaar wethouder Wonen en hoopt binnenkort op te gaan voor een volgende termijn. Meppel heeft een enorme groeiambitie. De gemeente wil groeien van 36.000 naar 42.500 inwoners. Hiervoor komen er voor 2030 circa 3.000 woningen bij.
“In onze Omgevingsvisie hebben we vastgelegd hoe Meppel zich de komende jaren moet ontwikkelen, vertelt de wethouder. “Dat gaat zeker niet alleen over stenen of straten, maar juist ook over onze pluspunten; bijvoorbeeld sterke
sportverenigingen, goede voorzieningen, een gezellige binnenstad met veel terrassen, mooie evenementen en onze centrale ligging. Als knooppunt van spoor, water en wegen vormt Meppel de poort tussen het Noorden en de Randstad.”
Foto: Jaco Hoeve Fotografie.
Door groei kwaliteit toevoegen
“Het uitgangspunt van onze Omgevingsvisie is groeiend kwaliteit toevoegen. Meppel is een sterke stad met een regiofunctie. Zo hebben we een station, een ziekenhuis, een zwembad en een schouwburg. Om deze voorzieningen op peil te houden met de kwaliteit die we voor ogen hebben, moeten we in inwoneraantal groeien. Door te groeien, kunnen we die kwaliteit toevoegen.”
“Dat houdt ook in dat we met de woningbouw aan de slag moeten. Daar zijn we nu druk mee bezig. Allereerst in Nieuwveense Landen, dat is onze grootste uitlegwijk en hier komen circa 2.500 woningen. Op het voormalige industrieterrein Noordpoort gaan we 1.000 woningen bouwen. In de binnenstad lopen verschillende inbreidingsprojecten en in de toekomst komen er bij de mogelijke gebiedsontwikkeling van het Stationsgebied circa 500 woningen bij.”
Stoer stedelijk wonen
“Op Noordpoort ben ik bijzonder trots; we hebben hiervoor ongelofelijk veel subsidie uit Den Haag gekregen; uit de Woningbouwimpuls en uit het Mobiliteitsfonds. De subsidie uit het Mobiliteitsfonds was destijds 28,6 miljoen euro en die uit de Woningbouwimpuls 6,8 miljoen. Inmiddels zitten we op 40 miljoen geïndexeerd.”
Het gebied ligt tussen de watertoren en de binnenstad. “We maken hier een nieuwe woonwijk, maar ook een nieuwe toegangsweg richting het stadscentrum; de nieuwe Stadsentree. Er komt ook een mooie nieuwe brug met bijzondere architectuur. Op wandelafstand van het centrum gaan we 1.000 woningen bouwen op een relatief heel klein stukje grond. Dat wordt stoer stedelijk wonen. We gaan hier de lucht in. Ik vind het ook passend voor Meppel om hier met mooie architectuur de hoogte in te gaan.”
“Er komen ongeveer 600 appartementen. Ruim de helft van de 1.000 woningen wordt betaalbaar. We sluiten aan bij de nieuwste eisen op het gebied van duurzaamheid. Alle woningen krijgen een collectieve warmtevoorziening met een bewezen techniek die al op verschillende plekken succesvol is toegepast.
We willen hier klimaatadaptief bouwen. Daarom kijken we naar mogelijkheden voor groene wanden en we gaan extra kades aanleggen en extra water in het gebied brengen als verkoeling voor warme zomers en om bij zware regenval het water makkelijk af te voeren.”
‘Wij zijn de koploper van Drenthe met CPO-initiatieven.’
Stationsgebied toekomstige gebiedsontwikkeling
Als laatste van de majeure projecten noemt de wethouder het Stationsgebied: “Hier gebeurt nu nog niet zoveel, maar in de toekomst zien wij hier plek voor 500 woningen. Meppel is het knooppunt tussen het Noorden en de Randstad, maar is tegelijkertijd ook een flessenhals voor het treinverkeer van en naar NoordNederland. Er zijn hier vaak vertragingen vanwege de beperkte spoorcapaciteit.”
Illustraties van Noordpoort.
“Het Rijk investeert meer dan 175 miljoen euro om de problemen rond deze flessenhals aan te pakken. Concreet betekent dat een nieuwe tunnel met een extra (vierde) perron. Dat is voor ons zeker aanleiding om hier gebiedsontwikkeling mogelijk te maken met bijvoorbeeld appartementen, kantoren en winkels, maar ook met 800 parkeerplaatsen.”
‘Onze woningbouwplannen kunnen we sneller en beter realiseren dankzij de samenwerking met provincie en Rijk.’
Inbreiding in de binnenstad “In de binnenstad transformeren we leegstaande gebouwen naar woningen. Het ontwerp van de woningbouw moet passen bij het historische karakter van Meppel, daar zijn we heel kritisch op. De Mulo-locatie springt er voor mij uit. Op deze oude schoollocatie is een groot woningbouwproject gerealiseerd met 75 sociale huurappartementen. Dit is een interessante locatie omdat dit maatgevend is hoe wij met kwaliteit omgaan. Het ontwerp past precies bij het historische centrum van Meppel.
Een ander mooi voorbeeld is het voormalige politiebureau. Actium bouwt hier 55 sociale huurappartementen op een bijzondere locatie, echt een A-locatie, vlak bij het centrum.”
“We brengen wonen boven de winkels weer terug. Zo wordt de URZO-locatie herontwikkeld tot woningbouwlocatie met commerciële ruimtes. Er komen 9 stadswoningen en 24 appartementen die met karakteristieke gevels mooi aansluiten op de historische uitstraling van de straat. Op de begane grond komt een commerciële plint met winkels of horeca. Zo werken we aan een compacte binnenstad.”
Collectief Particulier Opdrachtgeverschap
In Meppel is sprake van veel gezamenlijke particuliere initiatieven (CPO). “Wij zijn de koploper van Drenthe met CPOinitiatieven”, vertelt Van Ulzen trots. “Alleen al in Nieuwveense Landen, in het deelgebied Boshoven, werken we met zes CPO-verenigingen. Deze particuliere initiatieven zijn heel divers; van tiny houses tot vrije kavels.”
Hij vervolgt: “In Nijeveen hebben we de bestaande nieuwbouwwijk Danninge Erve uitgebreid. De veranderde woningmarkt vraagt om huizen voor starters, voor sociale huur en voor senioren en niet meer om grote, vrijstaande woningen. In het verleden waren in deze wijk 40 woningen bestemd, maar de plannen zijn
Foto van Meppel binnenstad kijkend op Bleekerseiland.
Foto van het stationsgebied in Meppel, voorkant van het station.
vanwege de woningnood en de veranderde woningmarkt gewijzigd naar 80 extra woningen. De hele buurt was in eerste instantie in rep en roer. Toen hebben we voorgesteld om twee CPO”s te starten; één voor starters en één voor senioren om de doorstroming op gang te brengen.
Beide CPO”s hebben een enorm positieve werking op het hele dorp, al is het niet zonder slag of stoot gegaan. We hebben hier enorm veel aan participatie moeten doen.
Van de 4.000 inwoners gaan zeker 50 inwoners naar een nieuwe woning en ruim 20 inwoners laten een woning achter die prima geschikt is voor doorstromers. Dit is geweldig! Het is ook heel gaaf om te zien hoe de Nijeveense jeugd nu met elkaar de starterswoningen bouwt.”
Ook uitdagingen
“Het is een beetje cliché”, vindt Van Ulzen, “maar alles zit tegen en alles wordt duurder. Vertragingen en kostenoverschrijdingen zorgen voor onzekerheid, dat is killing. Ik vind het heel erg als jongeren daar de dupe van worden. Als gemeente proberen we mee te denken en dingen voor elkaar te krijgen. Ons uitgangspunt is steeds: Hoe kan het wel?”
“De vooruitgangskloof is ook een grote uitdaging. De stad groeit en transformeert, dat roept vaak weerstand op bij de bewoners. Het organiseren van draagvlak is altijd uitdagend, maar ik zie wel dat mensen ervoor openstaan. Wij blijven voortdurend met hen in gesprek en benadrukken dat de stad de stad blijft. We groeien om de kwaliteit te kunnen behouden. Zeker in deze tijd is het niet meer vanzelfsprekend dat er een nieuw zwembad komt en dat de schouwburg vrijwel volledig vernieuwd wordt. Er komen ook sportvoorzieningen en een nieuwe school in Nieuwveense Landen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar het gaat erom dat we kwaliteit behouden én toevoegen.”
Hierbij is de steun van provincie en Rijk onmisbaar. De wethouder knikt:
“We realiseren onze woningbouwplannen sneller en beter dankzij de samenwerking met provincie en Rijk. We houden onze voorzieningen op peil en blijven zo een aantrekkelijke en betaalbare stad om in te wonen.”
Vrijstaande woning Nieuwveense Landen.
‘We vernieuwen onze voorzieningen, ook om de regionale functie van Meppel te versterken.’
Startbouw van Broeklanden III, Nieuwveense landen. Wouter van Drie (Roosdom Tijhuis), Marcel van Halteren (Woonconcept), Wethouder Robin van Ulzen.
“Een totaalaanpak die staat als een huis”
Dick Janssen, Jannet Voorn en Mehdi Bulthuis van Rizoem:
Rizoem begeleidt en realiseert project- en gebiedsontwikkelingen van de initiatiefase tot en met de nazorg. Dick Janssen, Mehdi Bulthuis en Jannet Voorn zijn alle drie partner bij Rizoem en vertellen trots over hun totaalaanpak. “We maken het verschil met voorspelbaarheid, regie en besluitkracht, in de vernieuwing en aanpak van wijken en buurten waar mensen graag verblijven”, vertelt Dick. Zes jaar geleden begon Rizoem met dit idee. Nu staat er al ruim vijf jaar een totaalaanpak die werkt.
Er ligt een grote opgave in woningbouw. Er is niet alleen behoefte aan fors meer woningen, maar ook aan andere typen woningen en toekomstbestendige buurten. Ondertussen hebben we te maken met strengere regelgeving, langdurige vergunningentrajecten, stijgende kosten, onvoldoende capaciteit en kritische belanghebbenden.
De opdrachtgevers van Rizoem willen snelheid aanbrengen in hun opgaven, maar wel met behoud van kwaliteit. Betaalbaarheid, duurzaamheid en draagvlak van bewoners en omgeving zijn daarvoor cruciaal. Rizoem geeft hier met hun totaalaanpak invulling aan.
Rizoem integreert visie, strategie, haalbaarheid en realisatie in één samenhangende aanpak, waarin ruimtelijke kwaliteit, financiële robuustheid en maatschappelijke meerwaarde elkaar versterken en leiden tot duurzaam rendement voor alle betrokken partijen.
Mehdi vat de totaalaanpak als volgt samen: “Van wensportefeuille tot nazorg: één partner, één proces, één regie. Zo komen doordachte keuzes en resultaat samen.”
Altijd maatwerk
Rizoem is 14 jaar geleden ontstaan vanuit een passie voor ruimtelijke ontwikkeling met aandacht voor de leefomgeving. Dick: “We staan voor kwaliteit, zowel in de gebouwde omgeving als onze dienstverlening. Met onze bijdrage willen we de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van een buurt vergroten. We willen plekken creëren waar mensen graag zijn.”
Dat doet Rizoem door goed samen te werken. Niet alleen met de opdrachtgever,
maar ook met andere belanghebbenden. Zodat kansen altijd optimaal benut worden. Voor woningcorporaties werkt Rizoem aan toekomstbestendige en betaalbare woningen waar mensen zich thuis voelen. Samen met gemeenten wordt gewerkt aan leefbare en duurzame wijken en dorpen.
“Wij positioneren ons nadrukkelijk als partner binnen een gezamenlijk geformuleerde opgave op buurt-, wijk- en portefeuilleniveau. Vanuit die gedeelde ambitie werken wij integraal samen aan structurele waardecreatie, met oog voor zowel strategische doelstellingen als uitvoerbaarheid.”
‘Wij creëren plekken waar mensen graag zijn.’
“Onze inzet vindt plaats tegen een vooraf vastgestelde prijs. Daarmee onderscheiden wij ons expliciet van de traditionele adviseur die werkt op basis van uurtjefactuurtje en daarmee een prikkel heeft op inzet in plaats van op resultaat. Onze focus ligt op impact, voorspelbaarheid en
Uithuizen.
gezamenlijk succes. Niet op urenproductie, maar op het realiseren van concrete, meetbare voortgang.”
Verbinden
Hoe groot of hoe klein een project ook is, Rizoem zet altijd een compleet team in. Dick legt uit: “In onze projectteams zitten altijd een projectleider wonen, een projectleider bouw, een procesbegeleider, een communicatiedeskundige en een financieel expert. Alle noodzakelijke specialismen hebben wij zelf in huis.” Dick: “Soms is een expertise nodig die we niet in ons vaste team hebben. Daarvoor hebben we een flexibele schil van vaste specialisten die ons kunnen versterken als dat nodig is.”
‘Onze totaalaanpak: één partner, één proces, één regie.’
“De totaalaanpak bestaat uit één geïntegreerde aanpak waarin alle noodzakelijke specialismes écht samenwerken. We doen alles in verbinding. En dat niet alleen, we doen het ook samen met onze opdrachtgevers. In projecten fungeren we als het verlengstuk van de organisatie van de opdrachtgever”, licht Dick toe.
Jannet legt uit: “We hebben alle expertise in huis om onze opdrachtgevers volledig te
kunnen ontzorgen. Tegelijkertijd werken we ook juist nauw samen met collega’s bij de opdrachtgever zodat kennis goed wordt overgedragen en de organisatie goed op vlieghoogte is wanneer wij weer weggaan. Dat vraagt om maatwerk, en daar ligt onze kracht.”
Jannet vervolgt: “Onze aanpak is procesgericht en participatief. Alle belanghebbenden betrekken we actief zodat we een open proces doorlopen. Daardoor ligt de focus niet alleen op het voorgenomen eindresultaat. We kunnen echt de kwaliteit verhogen door deze samenwerkingen. Een goed proces is belangrijk voor het gevoel waarmee betrokkenen achterblijven.”
Dick: “Over onze totaalaanpak is nagedacht. Al onze expertise en onze kennis en kunde zit erin.”
“En onze ervaring”, voegt Jannet toe. “Dankzij die ervaring kunnen we snel schakelen tussen strategisch, tactisch en operationeel niveau.”
Versnellen
“In het kader van de versterkingsopgave voeren we voor woningcorporatie Goud Wonen verschillende sloopnieuwbouwprojecten uit. De eerste 150 woningen zijn al opgeleverd. We hebben nu nog 250 woningen te gaan. Daar gaan we de komende twee jaar mee aan de slag”, vertelt Dick.
Met de totaalaanpak heeft Rizoem bewezen dat er continuïteit en zekerheid mogelijk is bij complexe opgaven. De aanpak maakt projecten haalbaar en biedt zelfs kansen om te versnellen. Dick: “Je hoort vaak dat het in het aardbevingsgebied zo traag gaat, maar met onze aanpak lopen de twaalf projecten die wij uitvoeren volgens planning en konden we op een aantal projecten versnellen. Wij zijn in 2028 echt klaar.”
Bovendien laat Rizoem zien dat het beheersbaar houden van projecten niet betekent dat er wordt ingeleverd op kwaliteit. Bij alle projecten is sprake van architectuur op maat, steeds tot stand gekomen samen met bewoners. Door de samenwerking met alle betrokken partijen kan er vaak meer. De wijk Uithuizen-Noord is daar een voorbeeld van. Hier koos ook de gemeente bewust voor medewerking aan meer kwaliteit in het ontwerp van de woningcorporatie.
Bedankkaartjes
Dick vervolgt: “Wij ontwikkelen in bestaande wijken. Dat betekent dat je een buurt verandert waar mensen elkaar kennen en eigen plekjes en gewoontes hebben. Dat is iets heel anders dan alleen nieuwe huizen bouwen. Vanuit de opdrachtgever en overheid zijn er vaak regels en wensen om aan te voldoen, zoals klimaatadaptieve oplossingen en parkeren. Ondertussen is het belangrijk dat bewoners hun ‘nieuwe’ buurt ook echt als een fijne plek ervaren. We vinden het mooi om te horen dat bewoners trots zijn op de plek waar ze na oplevering wonen. We krijgen zelfs weleens bedankkaartjes.”
Mehdi legt uit: “Wij vinden participatie erg belangrijk. Bewoners staan centraal in onze aanpak. Zorgvuldige communicatie met hen is cruciaal om een project goed uit te voeren. We geven veel persoonlijke aandacht. De projectleider wonen voert met alle bewoners altijd persoonlijke gesprekken en we zorgen voor een wekelijks spreekuur op locatie. Daardoor
weten we al vroeg wat er speelt. Zo voorkomen we verrassingen die het proces vertragen en kunnen we beter aan woonwensen van bewoners voldoen. We werken met een informatiewaaier waarin we stap voor stap het proces uitleggen. De waaier bestaat uit losse kaarten waarmee we de informatie op maat kunnen samenstellen, precies afgestemd op de persoonlijke situatie van de bewoners.”
Woningcorporaties en beleggers De totaalaanpak van Rizoem is uitermate geschikt voor woningcorporaties en beleggers. Dick beaamt dat: “Bijvoorbeeld voor woningcorporaties die moeite hebben om hun woningbouwproductie, transformatie of verduurzaming op gang te krijgen. Of voor beleggers, investeerders of pensioenfondsen die graag woningen willen toevoegen aan hun portefeuille of hun woningvoorraad willen verduurzamen en de bijbehorende omgeving willen vergroenen.”
Trots besluit hij: “We zijn er hartstikke trots op dat wat we zes jaar geleden bedacht hebben, nu zo goed loopt. Wij laten zien dat het werkt. Onze aanpak staat gewoon, we ontzorgen echt.”
Twee onder een kap woningen van zandeweer.
‘Versnellen kan!
Ook in het aardbevingsgebied.’
Irma Twickler en Jessica Huizinga Aa en Hunze helpt inwoners bij woningdeling en woningsplitsing
“Meer
mogelijk onder één dak”
Langer in je vertrouwde omgeving blijven wonen, maar dan met een goede buur dichtbij. Een grote boerderij die ruimte biedt aan meerdere huishoudens. Of een jong gezin dat tóch in het eigen dorp een plek kan vinden. Voor de gemeente Aa en Hunze laten woningdeling en woningsplitsing zien dat er vaak meer mogelijk is dan op het eerste gezicht lijkt. Niet alleen voor de woningbouwopgave, maar ook voor de leefbaarheid van dorpen en het langer zelfstandig wonen. Met een pilot onderzoekt de gemeente hoe deze woonvormen toegankelijker kunnen worden voor inwoners.
Kansen in bestaande gebouwen
De belangstelling voor woningdeling en woningsplitsing komt niet uit de lucht vallen. Ook in Aa en Hunze is de vraag naar woningen groot. Tegelijkertijd ziet de gemeente kansen in de bestaande woningvoorraad. Grote woningen, boerderijen en andere karakteristieke
panden bieden soms ruimte aan meer huishoudens dan er nu wonen.
Dat sluit aan bij de woonvisie van de gemeente, waarin transformatie van bestaande gebouwen voorrang krijgt boven nieuwbouw. “We hebben mooie, karakteristieke dorpen met veel
cultuurhistorie”, vertelt Irma Twickler, strategisch beleidsadviseur sociaal domein. “De boerderijen en het landschap willen we zoveel mogelijk in stand houden.”
De ambitie: honderd extra woningen door splitsing voor 2032. Niet door nieuwe wijken aan te leggen, maar door ruimte te vinden in gebouwen die er al staan. “Bij nieuwbouwprojecten loop je tegen veel regels aan, stikstofproblematiek en soms weerstand van inwoners”, zegt Twickler. “Woningsplitsing is qua regelgeving vaak haalbaarder.”
De interesse blijkt groot. Nadat de gemeente afgelopen voorjaar een oproep plaatste in de gemeentepagina en op sociale media, meldden zich binnen korte tijd elf inwoners voor de pilot. “Het is echt een heel leuk project”, zegt Jessica Huizinga, communicatieadviseur binnen het woningbouwprogramma. “Je hebt interessante gesprekken met mensen. Je bekijkt het niet vanaf een kaartje, maar vanuit iemands persoonlijke situatie. Al pratende kom je vaak tot nieuwe inzichten.”
‘Je bekijkt het niet vanaf een kaartje. Je hebt interessante gesprekken met mensen.’
Wonen, zorg en leefbaarheid
Achter veel gesprekken schuilt dezelfde vraag: hoe wil ik hier over tien of twintig jaar wonen? Veel inwoners wonen alleen in een grote woning of boerderij en willen daar het liefst blijven. Tegelijkertijd worden we ouder, blijven we langer thuis wonen en neemt de druk op de zorg toe.
Twickler: “We zien dat er steeds meer een beroep wordt gedaan op mensen om naar elkaar om te kijken. Woningdeling en woningsplitsing kunnen daarbij helpen. Denk bijvoorbeeld aan generatiewonen, waarbij kinderen en ouders dicht bij elkaar wonen, soms letterlijk onder hetzelfde dak.”
Die behoefte leeft, merkt Huizinga in de praktijk. “We spreken mensen die zeggen: ik ben nu in de zestig en ik wil hier altijd blijven wonen. Dan ga ik mijn woning nu alvast geschikt maken voor later. In het ene geval gaat het om familie, in het andere om onbekende nieuwe buren. Maar het voordeel is hetzelfde: er is altijd iemand in de buurt.”
Dat kan praktische voordelen hebben, zoals meebetalen in onderhoud of een oogje in het zeil houden. Tegelijkertijd raakt het aan bredere vraagstukken rond zorg, vergrijzing en leefbaarheid in de dorpen. “In kleine kernen zie je soms mensen die alleen wonen en een beetje vereenzamen. Dit kan daartegen helpen”, vult Twickler aan.
Een impuls voor de dorpen
De voordelen beperken zich niet tot ouderen. Juist voor starters en kleine
huishoudens kunnen woningdeling en woningsplitsing nieuwe kansen bieden. “In kleine dorpen wonen veel mensen die graag willen blijven, maar voor wie het aanbod beperkt of te duur is”, vertelt Huizinga. “Als een grote woning wordt gesplitst in meerdere appartementen van zo’n 75 vierkante meter, kan dat voor iemand een eerste stap zijn naar zelfstandig wonen.”
Daarmee ontstaat niet alleen woonruimte voor starters, maar ook beweging op de woningmarkt. Wanneer ouderen verhuizen naar een kleinere woning binnen een gesplitst pand, komt er elders weer ruimte vrij voor jonge gezinnen. “Het mooiste is als er in een gesplitste boerderij meerdere generaties wonen”, zegt Huizinga. “Jong en oud door elkaar. Dan versterk je niet alleen de woningmarkt, maar ook de leefbaarheid van een dorp.”
De kansen beperken zich niet tot inwoners. Ook projectontwikkelaars kijken steeds vaker naar bestaande gebouwen als mogelijke woonlocatie. In het buitengebied van Aa en Hunze zijn de regels verruimd, waardoor tot zes wooneenheden gerealiseerd kunnen worden, waar dat eerder vaak beperkt bleef tot twee. “Er zijn genoeg geschikte panden”, zegt Huizinga. “Die mogelijkheden zijn er echt. Voor onze dorpen kan dat een enorme impuls betekenen.”
Niet denken in regels, maar in mogelijkheden
Om inwoners verder te helpen heeft de gemeente een splitsteam ingericht, waarin medewerkers vanuit verschillende disciplines samenwerken. Inwoners krijgen daarbij één aanspreekpunt, zodat zij niet van het kastje naar de muur worden gestuurd. “Je kijkt samen naar wat iemand wil en welke mogelijkheden daarbij passen,” aldus Huizinga.
Dat levert soms verrassende uitkomsten op. Zo sprak het team een inwoner die in een boerderij woont waar een agrarische
bestemming op rust. Woningsplitsing leek in eerste instantie geen optie, omdat dit gevolgen kon hebben voor de bedrijfsvoering. Tijdens het gesprek bleek woningdeling wél mogelijk. “Vrijdag hadden we het gesprek”, vertelt Huizinga. “En maandag was er al een gezin ingeschreven, dat de bewoner al op het oog had. Als je met één gesprek iemand verder kunt helpen, dan is dat ontzettend mooi.”
Leren door te doen
De pilot ging begin dit jaar van start. De komende maanden gebruikt de gemeente de ervaringen van deelnemers om te onderzoeken waar inwoners tegenaan lopen en welke ondersteuning nodig is. Daarbij gaat het niet alleen om de extra honderd woningen, maar ook om de kennis en ervaring die de gemeente opdoet bij woningspitsing en -deling. Hoe houd je woningen betaalbaar? Hoe voorkom je overlast? En hoe vind je de juiste balans tussen maatwerk en duidelijke regels?
“Het voordeel van regels is dat je processen kunt standaardiseren”, zegt Twickler. “Maar tegelijkertijd wil je ook maatwerk kunnen bieden. Die balans zoeken we bewust op.”
De uitkomsten worden dit najaar verwerkt in aanbevelingen. Waar nodig kan bestaand beleid worden aangepast.
Daarnaast hoopt de gemeente de opgedane kennis te delen met andere Drentse gemeenten. Huizinga: “Het mooiste is als we het Drenthe-breed van elkaar kunnen leren. Dat de dingen die uit deze pilot komen, ook met andere gemeenten gedeeld kunnen worden.”
“Inwoners zien vaak veel drempels”, zegt Huizinga. “Zeker als ze ouder worden. Wij willen laten zien wat er wél mogelijk is.”
Twickler: “Denk vandaag na over morgen.”
‘Het mooiste is als er in een gesplitste boerderij meerdere generaties wonen.’
Woningsplitsing en woningdeling
Bij woningsplitsing wordt een woning bouwkundig verdeeld in meerdere zelfstandige woningen met een eigen huisnummer. Woningdeling is minder ingrijpend: bewoners wonen zelfstandig, maar delen hetzelfde adres. Voor woningsplitsing gelden regels en is een omgevingsvergunning nodig. Woningdeling kan vaak sneller, omdat een aantal stappen in de procedure niet nodig is. Soms is woningdeling een goede eerste stap om te ontdekken of een nieuwe woonvorm bij je past, voordat er wordt gekozen voor een officiële woningsplitsing.
Jerre Bonekamp, beleidsadviseur en wethouder Rabbe Vedder, gemeente Aa en Hunze
“Sterke dorpen met ruimte voor initiatief zijn de basis voor een gezonde toekomst”
Samen bouwen aan een sterk Aa en Hunze, zo heet het coalitieakkoord dat onlangs werd gepresenteerd door de nieuwe raad van gemeente Aa en Hunze. Volgens wethouder Rabbe Vedder, belast met onder meer ruimtelijke ordening, woningbouw en omgevingsvisie, zet het college de komende periode vol in op sterke dorpen, een gezonde toekomst en ruimte voor initiatief. Een bevlogen gesprek over bouwen, versnellen en herontwikkelen.
Het is niet zo dat met het nieuwe coalitieakkoord ineens alles anders wordt, zegt wethouder Rabbe Vedder meteen. “Veel van de plannen die het vorige college is aangegaan, worden voortgezet. Wat we wel hebben afgesproken, is dat sommige processen versneld worden en er andere accenten worden gelegd. Dat is logisch, er zijn nu eenmaal actuele vraagstukken en uitdagingen waar we rekening mee moeten houden.”
“Onze ambitie is om 835 nieuwe woningen te realiseren voor 2032. Gezien de omstandigheden en de uitdagingen van deze tijd is dat een hele opgave. Daarvan zijn we ons bewust. Maar toch willen we ons blijven hardmaken om te bouwen voor onze inwoners. Dan denk ik met name aan jonge mensen die in hier zijn opgegroeid en graag in hun eigen omgeving willen blijven wonen. Daarmee kun je niet eindeloos wachten, daarom willen we dat versnellen. Maar niet
alleen starterswoningen; we willen ook dat senioren in onze regio gemakkelijker kunnen doorstromen naar een geschikte woning. Zij zitten nu noodgedwongen te lang in een te grote woning, waardoor de doorstroomketen stokt. En dan is er nog de groep die hiervandaan komt, ooit vertrok omdat er geen geschikte woningen waren, en nu terug wil. Voor die spijtoptanten willen we het ook mogelijk maken om zich weer hier te vestigen.”
‘We willen ook dat senioren in onze regio gemakkelijker kunnen doorstromen naar een geschikte woning.’
Gebiedsontwikkeling Annen
Eén van de concrete plannen voor de nabije toekomst is de gebiedsontwikkeling aan de westrand van Annen. Daar heeft de gemeente 23 hectare voormalige landbouwgrond in bezit gekregen, waar in de komende 10 tot 15 jaar een woonwijk verrijst. “Dat is een grote opgave; we willen er circa 300 woningen bouwen. Dat gebied wordt gefaseerd ontwikkeld. We zitten nog in een prille fase, de planvorming is net gestart. We zijn op dit moment vooral bezig met de recentelijk opgehaalde input vanuit het dorp en van de aanwonenden. Aan het einde van dit jaar moet de gebiedsvisie klaar zijn. Ons doel is om de eerste 150 woningen voor 2032 op te leveren.”
‘In onze gemeente staan veel grote gebouwen en boerderijen die uitermate geschikt zijn voor splitsen.’
Ook dit nieuwbouwproject heeft volgens Vedder de nodige uitdagingen. “Stikstof blijft een heet hangijzer, dat kun je op je klompen aanvoelen. Aan de noordzijde van de ontwikkellocatie ligt een Natura2000gebied. Dat gaat zeker meespelen bij de ontwikkeling. Daarom beginnen we in eerste instantie aan de zuidzijde, waar die problemen vooralsnog minder een rol spelen.”
Innovatieve woonvormen
Vedder ziet ook een belangrijke rol voor de gemeente in het mogelijk maken van innovatieve woonvormen. “Het is dan van belang te kijken naar obstakels die we kunnen wegnemen, zodat we de bestaande woningvoorraad beter kunnen benutten. Hetzelfde geldt voor gebiedstransformaties. Door sloop en terugbouw kijken we hoe we de ruimtelijke ontwikkelingen kunnen
aansturen, zodat we meer plannen kunnen realiseren. We zien dat dat steeds meer oplevert.”
Vedder ziet dat er veel winst te behalen is door slim naar het huidige aanbod te kijken. “Het ligt voor de hand om snel in termen van bouwen te denken, als je het woonaanbod wilt uitbreiden. Maar er zijn meer mogelijkheden. Wij zetten als gemeente actief in op drie alternatieven, die goed werken: het splitsen van woningen, het woningdelen en het omzetten van gebouwen met een andere functie naar een woonfunctie.
Bij dat laatste moet je denken aan de herontwikkeling van bedrijfslocaties of winkelpanden die worden omgebouwd tot woningen. Die plannen komen steeds meer van de grond.”
Bij woningsplitsen wordt een bestaande woning opgedeeld in verschillende wooneenheden. Vedder spreekt hierbij over een groot voordeel als plattelandsgemeente. “In onze gemeente staan veel grote gebouwen en boerderijen die uitermate geschikt zijn voor splitsen. Vorig jaar heeft de raad het gemakkelijker gemaakt om woningen te splitsen. Zo is het voor woningen in de buitengebieden nu mogelijk om op te splitsen naar zes eenheden, waar dat eerst twee wooneenheden waren. De animo is groot, ver boven verwachting. Dat soort innovatie zorgt voor meer woningen; we benutten de bestaande woningvoorraad op die manier veel beter.”
Inzetten op leefbaarheid
In de landelijke buitengebieden is nog een andere tendens gaande, ziet Vedder. “Steeds meer landbouwbedrijven stoppen ermee. Boeren stoppen met agrarische activiteiten. Stallen en schuren komen leeg te staan. Wanneer zij die slopen, mogen zij afhankelijk van het gesloopte oppervlak, woningen terugbouwen. Dat gebeurt veel in onze regio. Dus waar eerst één of meerdere schuren/stallen stonden, staat nu een huis, dat goed in het landschap past.
De gemeente faciliteert die bouw. Dat gaat de laatste jaren gemakkelijker, omdat de provinciale kaders daaromtrent verruimd zijn. Dat geeft ons meer ruimte om dit actief te ondersteunen.”
Hoewel beleidsmatige ambities op het gebied van duurzaamheid en circulariteit nog niet in concrete acties zijn vertaald, merkt ook Vedder dat het steeds belangrijker wordt. “Ik zie het al meer om ons heen. Er wordt steeds minder gesloopt en meer gedemonteerd, waarbij wordt ingezet op hergebruik. Die ontwikkelingen gaan razendsnel. De ervaringen die we hiermee opdoen, zijn voor ons van belang. Initiatieven die duurzaam en circulair zijn, hebben een streepje voor. Maar we willen ervoor waken dat de betaalbaarheid onder druk komt te staan bij nieuwbouwprojecten. We hebben hierover goede gesprekken met Volmacht en Woonborg, de twee
corporaties in onze gemeente. Samen delen we de ambitie dat bij nieuwbouw dertig procent van de huizen bestaat uit sociale woningbouw. Daar zit altijd een uitdaging in het financiële plaatje. Samen willen we ons inzetten om de leefbaarheid in Aa en Hunze verder te versterken. Sterke dorpen vormen de basis.”
‘Wij zetten als gemeente actief in op drie alternatieven, die goed werken: het splitsen van woningen, het woningdelen en het omzetten van gebouwen met een andere functie naar een woonfunctie.’
Van woonzorgproject in Grolloo tot wijkvernieuwing in Gieten
“De Volmacht bouwt door”
Richard Brunen, manager vastgoedbij en Jaap Boekholt, directeur-bestuurder De Volmacht.
In Grolloo zitten de bewoners van de twaalf woon-zorgwoningen aan De Pol samen aan een grote tafel. Wie de eerste punt appeltaart aansnijdt? Daar hoeft niet lang over nagedacht te worden. In de gemeenschappelijke tuin staan appelbomen en één van de bewoners weet daar wel raad mee.
Het is een beeld waar je op hoopt wanneer je woningen ontwikkelt, maar wat zich onmogelijk laat plannen. Sterker nog: het initiatief voor De Pol kwam niet van een ontwikkelaar of corporatie, maar vanuit het dorp zelf. Die wens was zó sterk, dat Stichting Grolloo Zorgt er samen met Woningstichting De Volmacht mee aan de slag ging.
In dit interview vertellen Jaap Boekholt, directeur-bestuurder van De Volmacht, en Jan Postema, bestuurslid van Grolloo Zorgt, wat dit project onderscheidt.
Ook Richard Brunen, manager vastgoedbij De Volmacht, schuift aan. In Gieten werkt hij aan de laatste fase van grootschalige wijkvernieuwing, met een geplande oplevering voor de bouwvak.
Een leven lang zorgeloos wonen in Grolloo
Hoewel Grolloo nog geen negenhonderd inwoners telt, zit het dorp bepaald niet stil. “Het is een heel actieve gemeenschap”, zegt Postema. “Zelfredzaam en enthousiast. Het sociaal ondernemerschap zit er sterk in.”
“Je probeert eerst van alles. Mensen helpen elkaar, rijden mee naar het ziekenhuis, houden een oogje in het zeil.” Via Stichting Grolloo Zorgt ontstonden een buddysysteem en een dorpscoördinator als vast aanspreekpunt voor welzijnsvragen. Maar tegelijk werd ook duidelijk waar het dorp tegenaan liep. “Mensen moesten alsnog vertrekken zodra zelfstandig wonen ingewikkelder werd. Naar Gieten, Rolde, Assen. Weg uit het dorp waar ze hun hele leven hadden gewoond.”
De conclusie werd steeds duidelijker. “We wilden eigenlijk maar één ding: een leven lang zorgeloos wonen in Grolloo.” Toen een boerderijlocatie vrijkwam, pakte de stichting door. Het pand werd particulier
aangekocht om woningen voor ouderen te ontwikkelen: passend bij het dorp, bedoeld voor het dorp. In 2017 volgde de eerste brief aan de gemeente. Na groen licht begon de zoektocht naar een corporatie die mee wilde doen.
‘Als je nooit een ijscokar in Grolloo neerzet, weet je niet of je ijsjes verkoopt.’ Jaap Boekholt
Gelijkwaardige samenwerking
Die corporatie werd De Volmacht. Maar dit was geen standaardontwikkelproject waarbij een corporatie een plan uitvoert en een dorp toekijkt. Er lag nog geen ontwerp,
Jan Postema Grolloo Zorgt.
geen architect en geen aannemer. Wel was er één component die je nergens inkoopt: gelijkwaardigheid.
Directeur-bestuurder Jaap Boekholt: “Als je het idee hebt dat de mensen aan tafel elkaar snappen en vertrouwen, dan heb je de basis om te werken aan iets.”
Dat vroeg van beide partijen een andere houding dan gebruikelijk. “We moesten dingen loslaten die we normaal zelf doen”, zegt Boekholt. “Gezamenlijke architectkeuze - dat werd KR8 Architecten uit Borger - , gezamenlijke aannemersselectie, alles op basis van gelijkwaardigheid.”
‘Het ontwerp en de vorm zijn uniek en een passende toevoeging
aan ons bezit.’ Richard Brunen
Postema herkent dat. “Je stelt je eigen rol ten dienste van het totaal. Bereid zijn om te geven en te nemen, dat kan alleen als je vanuit vertrouwen werkt. Het zat in beider aard. Daar vind je elkaar dan in.”
De samenwerking bleef bewust praktisch ingericht. “Keep it simple”, zegt Postema. Boekholt knikt: “Natuurlijk zijn er wat afspraken over tuinonderhoud en gedeelde
kosten, maar verder hebben we het niet ingewikkelder gemaakt dan nodig.”
Durven loslaten
Dat vertrouwen bleek nodig, want zekerheid was er allerminst. Destijds gold nog een krimpbeleid voor de regio en de vraag bleef of er wel genoeg belangstelling zou zijn voor twaalf nieuwe woningen in Grolloo. Boekholt: “Als je nooit een ijscokar in Grolloo neerzet, weet je niet of je ijsjes verkoopt. Soms moet je gewoon durven.”
Tegelijkertijd voelde De Volmacht hoe sterk het draagvlak in het dorp was. “Je kunt tien redenen bedenken om er niet in te stappen. Maar als een dorp zo positief en constructief aan tafel zit, moet je van goede huize komen om het niet te doen.”
Het resultaat werd in december 2024 opgeleverd: zes sociale huurwoningen van De Volmacht en zes huurwoningen in het duurdere segment van een particuliere investeerder. Drie woningtypen, huurprijzen van 650 tot 1.425 euro en zonder constructies zoals een VvE. Ook technisch blijken de woningen een succes. Dankzij aardwarmte en sterke isolatie waren er nagenoeg geen energielasten. De woningen zijn bovendien gasloos.
Wijk van de Toekomst
Terwijl De Pol draait om wonen en zorg in een kleine dorpsgemeenschap, werkt De Volmacht in Gieten aan een veel grotere gebiedsontwikkeling. De Wijk van de Toekomst bestaat uit vier deelgebieden en bevindt zich inmiddels in de afrondende fase. HJK Architecten is als ontwerper nauw betrokken bij deze ontwikkeling. Brunen begeleidde de uitvoering van beide projecten.
Bestaande woningen in de wijk worden gerenoveerd en verduurzaamd. Een modelwoning laat bewoners zien wat dat concreet betekent. Boekholt: “Drenten zeggen snel: je hebt het niet nodig. Maar soms moet je dingen laten zien.” In andere delen van de wijk werd circulair gesloopt en vervangen door nieuwbouw.
De maatschappij zelf laten samenwonen
De laatste fase bestaat uit drie blokken van vijf woningen, verdeeld over twee lagen. Op de begane grond komen woningen voor 55-plussers, daarboven appartementen voor jongere huishoudens. “Door het ontwerp en de vorm is het uniek en een passende toevoeging aan ons bezit”, vertelt Brunen. Boekholt vult aan: “Zo laat je de maatschappij zelf samen wonen. Dat je ziet dat mensen ouder worden en zorg nodig hebben, dat je er bent, dát is samenleven.”
Postema: “Het geeft begrip voor elkaar.”
Brunen zorgde ervoor dat duurzame keuzes uit eerdere fases opnieuw werden toegepast, aangevuld met circulaire toepassingen. “ClickBrick bijvoorbeeld, dat later weer te demonteren en hergebruiken is.” Ook Fraké-hout, triple glas en een bodemwarmtepomp keren terug in het project. Volgens Boekholt zit de vooruitgang vooral in haalbare stappen. “Leg de lat niet zo hoog dat je het gevoel krijgt ermee te moeten stoppen. Elke keer een stapje erbij is een betere weg.”
150 extra sociale huurwoningen De opgave voor De Volmacht stopt niet bij Grolloo of Gieten. Richting 2040 wil de corporatie netto ongeveer 150 sociale huurwoningen toevoegen in Aa en Hunze. Volgens Boekholt gaat het daarbij niet alleen om aantallen, maar vooral om passende woningen. “Uiteindelijk moet er ook iets aan het wonen zelf gebeuren. Mensen willen graag in hun eigen omgeving blijven wonen, maar daar moet wel iets passends voor zijn.”
‘Zeker in de kleine dorpen moet het een gedragen plan zijn.’ Jan Postema
In Grolloo ziet Postema dagelijks wat dat betekent. “De mensen die eerst twijfelden, hebben nu spijt dat ze het niet gedaan hebben. De regie over je eigen leven wordt ingewikkelder als je ouder wordt. Dan is het fijn als er een alternatief is binnen je eigen dorp.”
Ontwikkelaar Frederik Brands over oprecht advies, draagvlak en bouwen voor de lange termijn
“Vertrouwen als fundament, creativiteit als vertrekpunt”
Ontwikkelaar Frederik Brands gelooft niet in grote woorden of snelle beloften. Wél in realisme, oprechtheid en persoonlijk contact. Met Cre8 begeleidt hij woningbouwprojecten van het eerste idee tot de sleuteloverdracht. De uitgangspunten blijven steeds hetzelfde: kijk reëel naar wat een locatie aankan, neem de omgeving serieus en bouw iets wat over honderden jaren nog waarde heeft. “Ik kan goed beoordelen of iets kansrijk is. Ook voor de lange termijn.”
Die houding zit ook in de naam, legt Frederik uit. “Cre8 spreek je uit als ‘create’. Dat staat voor creëren én voor creativiteit. En die 8, dat zijn eigenlijk twee delen die samen weer één geheel maken. Precies de verbinding tussen creëren en creativiteit.”
Dat hij weet waar hij over praat, komt niet uit de lucht vallen. Frederik bouwde jarenlange ervaring op in het vak, onder meer bij een ontwikkelende aannemer, en
helpt daarnaast woningcorporaties bij het vervullen van hun opgaves. “Je leert het vak echt door het te doen, aan beide kanten van de tafel. Doordat ik de verschillende invalshoeken ken, kan ik snel verbindingen leggen tussen partijen en belangen.”
Oprecht advies Grondeigenaren, aannemers, woning-corporaties en investeerders: ze weten vaak dat er iets met een
Frederik Brands bij de aanleg van de nieuwe woonwijk Schreierswijk te Gasselternijveen.
locatie moet of kán gebeuren. Maar wat precies? En hoe? Met die vragen kloppen ze bij Brands aan. Ook particulieren weten hem te vinden, vaak omdat ze denken een interessante locatie in handen te hebben. “Ik kan goed beoordelen wat er kan, en juist particuliere grondeigenaren help ik graag in hun zoektocht naar de mogelijkheden. Soms is een locatie kansrijk, soms onder voorwaarden en soms is verkopen beter. Mensen hebben meer aan een reëel advies dan aan mooie verhalen.”
Gasselternijveen Schreierswijk
Dat heldere antwoord vereist kennis van zaken. En die heeft Brands: van haalbaarheidscheck tot omgevingsplan, van financiering tot draagvlak. Daardoor begrijpt hij zowel de technische als de procesmatige kant. “Het verschil zit vaak in de details. Door kansen en knelpunten vroeg te zien, kun je een locatie net dat duwtje geven waardoor ontwikkelen haalbaar wordt.”
Want voordat er een schop de grond in gaat, moet duidelijk zijn of een plan haalbaar is, of het omgevingsplan klopt, of de financiën rond te krijgen zijn en of er draagvlak bestaat bij de omgeving. “Je hebt te maken met gemeentelijk beleid, omwonenden en de vraag of een programma past bij
wat een locatie nodig heeft. Dat afwegen, doorrekenen en tekenen is mijn vak: het beste uit een locatie halen zonder de omgeving uit het oog te verliezen.”
Ontwikkelen vanuit de plek
Beleidsdoelen, kaders en vereisten kent Frederik goed. “In ontwikkelingen wordt vaak vanuit lijstjes gewerkt die afgevinkt moeten worden. Ik begin liever bij de plek zelf en neem de gemeente daarin mee, om er samen eens anders naar te kijken. Gemeenten staan daar steeds vaker voor open. Als je elkaar zo goed meeneemt, worden die lijstjes bovendien vanzelf afgevinkt.” Daarbij kijkt hij altijd naar de historie en het verhaal van een locatie. “Dat haalt de ziel en de charme van een
plek naar boven. Een ontwerp dat aansluit bij die historie voelt vanzelf meer op zijn plaats, en zorgt ervoor dat een plek vertrouwd aanvoelt en door de omgeving wordt omarmd.”
Dat zie je terug in verschillende projecten van Cre8, onder meer in Rolde, Gasselternijveen en Gieten, die hij samen met Adema Architecten en Silvester Adema ontwerpt. In Gieten ligt het voormalige Udematerrein al jaren braak. Cre8 ontwikkelt er 56 appartementen in de segmenten middenhuur en koop, die aansluiten bij de wensen van het dorp en de gemeente. In Gasselternijveen en Rolde wordt gebouwd voor alle doelgroepen. In Rolde gaat het om een combinatie van
herontwikkeling en nieuwbouw: op de plek van het voormalige gemeentehuis worden 27 woningen gerealiseerd, deels door bestaande bebouwing te transformeren en deels door nieuw te bouwen, passend bij de schaal en uitstraling van het dorp.
‘Als je realistisch tekent en ontwerpt, word je meteen als serieuze en betrouwbare gesprekspartner gezien.’
Impressie het Project Spoorbos Gieten (Udema).
Project Spoorbos
Gieten (Udema) 56 appartementen.
Uitbreidingsplan
Vlinderbuurt fase 2Barger Oosterveld te Emmen.
“Fijn wonen zit ook in de details: de openbare ruimte, de aansluiting op de omgeving, de architectuur en de kwaliteit van de leefomgeving”, legt hij uit. “Het is pas echt geslaagd als mensen er na een paar jaar langs rijden en het mooi vinden. Of als het juist niet eens opvalt, omdat het lijkt alsof het er altijd al stond. Niet omdat het aan de eisen voldoet, maar omdat het echt op die plek klopt.”
Van tarweveld naar woningen Een recent project waar Frederik trots op is, ligt in Gasselternijveen. In 2,5 jaar tijd werd een stuk landbouwgrond ontwikkeld tot een woonwijk van 44 woningen, en dat zonder bezwaar- of beroepsprocedures. Dat is geen toeval, maar het resultaat van goede samenwerking tussen gemeente, ontwikkelaar en (infra)bouwer. “Je werkt in de omgeving van anderen. Dat moet je nooit vergeten. En als alle partijen vroeg en op gelijke voet meedenken, dan zie je wat er mogelijk is.”
Waar participatie soms beperkt blijft tot een informatieavond, kiest Brands liever voor persoonlijk contact. “Ik ga met de omwonenden aan de keukentafel zitten, luister naar vragen en zorgen en zoek samen naar een passende oplossing. Die persoonlijke benadering wordt vrijwel altijd plezierig ontvangen, en bij de inloopavonden merk je vaak het positieve resultaat van deze aanpak. Of het daarmee altijd goed gaat? Nee, zegt Frederik eerlijk. Soms spelen er andere belangen en moet je elkaar ergens zien te vinden. Dat hoort erbij, en ik wil daar geen te mooi beeld van schetsen. Wat telt, is dat je het gesprek aangaat en dat partijen degelijk zijn en willen meewerken. Dat past in mijn manier van werken.”
Realisme aan de voorkant Vraag Brands waar het in gebiedsontwikkeling vaak misgaat en het antwoord komt direct. “Als je te veel vraagt, krijg je bij wijze van spreken de deksel op de neus. Maar als je realistisch tekent en ontwerpt, word je meteen als een serieuze en betrouwbare gesprekspartner aan tafel gezien.”
In veel projecten gaat het niet mis op de tekentafel, maar in de samenwerking. Wanneer partijen pas laat aan tafel komen of zich ingraven in hun eigen standpunt, lopen processen vast. Daarom betrekt hij beleidsmakers, vergunningverleners en andere betrokkenen zo vroeg mogelijk bij een ontwikkeling. “Dan heb je vooraf al heel wat hobbels genomen.” Over de gemeenten Emmen en Aa en Hunze is hij positief. “Dat zijn prettige gesprekspartners. Niet dat iedereen het altijd met elkaar eens is, maar als je belangen aan de voorkant bespreekt, kun je veel sneller verder.”
Samen bouwen aan vertrouwen
Die manier van werken vraagt om vertrouwen. En vertrouwen is iets waar je zuinig mee moet zijn, vindt Frederik. “Het is zo opgebouwd en zo weer weg. Daarom werk ik graag met partijen die elkaar kennen en begrijpen.” Een vaste
samenwerkingspartner is Avitec Bouw en Infra, met Ben Timmermans en Henri Kuhl. Samen pakken ze onder meer de projecten in Gieten, Gasselternijveen en Rolde op. “We werken al jarenlang samen, en dat verloopt prettig. Het is een degelijke en betrouwbare partij. We zeggen wat we doen en doen wat we zeggen, en dat maakt het eenvoudiger om snel te schakelen als er onderweg iets verandert.”
Cre8 is verantwoordelijk voor een mooi en aanzienlijk deel van de woningbouwopgave in Drenthe. In Emmen wordt onder meer gewerkt aan de woningontwikkeling aan de Parallelweg en de transformatie aan de Van Schaikweg, en daarnaast lopen er projecten in onder meer Nieuw-Amsterdam, Aalden en Assen. Daarbij weten ook andere vaste partners Brands te vinden, zoals Bekman Bouw uit Erica en het Emmense Koenen Bouw. “Met zowel Bekman als Koenen werken we fijn en soepel samen. Elke partner brengt z’n eigen kracht mee, en dat geeft ruimte om per locatie de beste combinatie te kiezen.”
Ook in Barger-Oosterveld is Cre8 actief, onder meer met de Vlinderbuurt. Juist daar laat zich zien hoe Brands het liefst werkt: regionaal en lokaal verankerd, betrokken en samen met de omgeving.
Een gebouw moet honderden jaren willen bestaan
Als het over duurzaamheid gaat, kiest Brands een toekomstbestendige aanpak. Duurzaamheid is wat hem betreft net zo belangrijk als architectuur en uitstraling. Energieprestaties en technische installaties zijn belangrijk, maar hebben een beperkte levensduur, terwijl architectuur en uitstraling blijven. “Als mensen een gebouw niet mooi vinden, willen ze het uiteindelijk vervangen. Dan kun je je afvragen hoe duurzaam het werkelijk is geweest. Het mooiste is juist om beide in de juiste balans te combineren.”
Duurzaamheid zit voor hem daarom in tijdloosheid: materiaalgebruik dat decennia doorstaat, een architectuur die
zich verhoudt tot de omgeving en groen dat uitnodigt tot gebruik. “Een gebouw moet net als een grachtenpand of een kerk honderden jaren willen bestaan. Mensen moeten het willen behouden en er nieuwe geschiedenis willen maken. Dat moet je meenemen in de ontwikkeling.”
Frederik Brands bij de aanleg van de nieuwe woonwijk Schreierswijk te Gasselternijveen.
Cre8 | Ontwikkeling en Advies
Cre8 is een betrokken ontwikkelpartner met een heldere missie: plekken creëren waar mensen graag wonen, werken en samenkomen. Vanuit onze basis in Emmen werken we aan projecten door het hele land: van stedelijke transformaties tot dorpsuitbreidingen en van visie tot uitvoering. Opdrachtgevers zijn onder andere gemeenten, woningcorporaties, grondeigenaren en investeerders.
Aan de Brink” in Rolde.
Rob Hoogeveen, directeur-bestuurder Woonborg:
“Goed
wonen gaat over meer dan alleen een woning”
Sinds maart van dit jaar is Rob Hoogeveen directeur-bestuurder van Woonborg. Al snel in het gesprek wordt duidelijk wat hem drijft: goed wonen begint bij mensen.
“Het gaat voor mij over mensen én de wereld waarin wij wonen”, zegt hij. “Die twee kun je niet los van elkaar zien. Als we doorgaan zoals we de afgelopen decennia
hebben gedaan, dan redden we het niet. Het moet duurzamer, slimmer en met meer aandacht. Wat wij vandaag doen, bepaalt hoe mensen straks wonen en leven.”
Voordat Rob bij Woonborg begon, werkte hij als manager vastgoed bij Actium. De overstap naar een bestuurlijke rol was een bewuste keuze. “Het mooie van een woningcorporatie is dat je werkt op het snijvlak van markt en maatschappij. Je neemt beslissingen die direct invloed hebben op het dagelijks leven van mensen. Die verantwoordelijkheid spreekt mij aan. Als woningcorporatie kun je echt het verschil maken.”
Thuis in 32 dorpen
Woonborg beheert bijna 5000 woningen in 32 dorpen in Groningen en Drenthe. Juist die positie maakt de corporatie bijzonder, vindt Rob. “Elk dorp heeft zijn eigen karakter, kansen en uitdagingen. Tegelijkertijd voelen we ons overal onderdeel van de gemeenschap. Niet voor niets zeggen we dat we thuis zijn in 32 dorpen.”
Volgens Rob zit die betrokkenheid diep in de organisatie. “We staan dicht bij bewoners en weten wat er speelt. Daardoor kunnen we keuzes maken die passen bij de mensen en dorpen waarvoor we werken. Wat in het ene dorp nodig is, hoeft niet automatisch ook in een ander dorp te werken.”
De woonopgaven van deze tijd
De druk op de woningmarkt is ook in Drenthe en Groningen stevig. Starters hebben moeite om een woning te vinden. Ouderen willen graag in hun eigen dorp blijven wonen, maar passende woningen zijn niet altijd beschikbaar. Tegelijkertijd wonen mensen langer zelfstandig thuis en groeit de behoefte aan passende woonvormen en ondersteuning. Deze ontwikkelingen vragen volgens Rob om duidelijke keuzes. “De behoefte aan betaalbare en passende woningen groeit. Tegelijkertijd willen we dat mensen prettig kunnen blijven wonen in hun dorp of buurt. Dat vraagt om woningen die passen bij verschillende levensfasen, maar ook om buurten waar mensen zich thuis voelen en naar elkaar omzien.”
Van beheren naar ontwikkelen Toen Rob begon bij Woonborg werd tegelijkertijd gewerkt aan een nieuw ondernemingsplan. Dat bood de mogelijkheid om direct mee te denken over de koers voor de komende jaren. “We ontwikkelen ons van een vooral beherende naar een meer ontwikkelende corporatie. Natuurlijk blijft goed beheer van onze woningen belangrijk. Maar de opgaven van vandaag vragen ook dat we actiever bijdragen aan oplossingen.”
Toch laat Woonborg haar vertrouwde rol niet los. “We hebben altijd goed gezorgd voor onze woningen en bewoners. Dat blijven we doen. Juist een goede balans tussen beheren, verbeteren en ontwikkelen is belangrijk. Tegelijkertijd willen we meer woningen toevoegen, kansen benutten en samen met partners werken aan de toekomst van onze dorpen.”
‘We staan dicht bij bewoners en weten wat er speelt.’
Dat betekent dat Woonborg de komende jaren werkt aan voldoende betaalbare en passende woningen, investeert in duurzame woningen en bijdraagt aan leefbare dorpen en buurten. Daarbij helpen digitalisering en data om ontwikkelingen beter te begrijpen en gerichter keuzes te maken. “Goed wonen gaat over meer dan alleen een woning. Het gaat ook over leefbaarheid, ontmoeting en de mogelijkheid om zelfstandig te blijven wonen. Zeker in dorpen hangt dat allemaal met elkaar samen.”
Samen werken aan leefbare dorpen Woningcorporaties kunnen de maatschappelijke opgaven niet alleen oplossen, denkt Rob. “De uitdagingen waar we voor staan, vragen om samenwerking. Met gemeenten, zorg- en
welzijnsorganisaties, bewoners en andere partners. We gaan dit niet alleen oplossen. Daar hebben we elkaar echt voor nodig.”
Daarbij wordt wonen steeds vaker verbonden met thema’s als gezondheid, zorg en welzijn. “We zien dat mensen langer zelfstandig thuis wonen en dat de behoefte aan ondersteuning en passende woonvormen groeit. Dat vraagt om goede samenwerking tussen wonen, zorg en welzijn.”
‘Een duurzame woning is vaak comfortabeler en helpt om woonlasten beheersbaar te houden.’
Thedemalocatie.
Duurzaam en toekomstbestendig Naast de woningopgave blijft verduurzaming een belangrijke opgave voor Woonborg. “We willen onze woningen stap voor stap toekomstbestendig maken. Dat is belangrijk voor het klimaat, maar ook voor onze bewoners. Een duurzame woning is vaak comfortabeler en helpt om woonlasten beheersbaar te houden.”
Als voorbeeld noemt Rob het project
Thedemaborg in Nietap. Daar werkt Woonborg samen met Heijmans aan een nieuwe woonomgeving met zowel koop- als huurwoningen. “Wat dit project bijzonder maakt, is dat verschillende ambities hier samenkomen. We voegen woningen toe, zorgen voor een goede mix van koop en huur en houden tegelijkertijd rekening met de kwaliteit van de omgeving.”
De samenwerking met Heijmans ontstond doordat beide partijen naast elkaar gelegen ontwikkellocaties in bezit hadden. Daarnaast kent het gebied een bijzondere cultuurhistorische waarde, waardoor extra aandacht nodig was voor de inrichting van het plan. “Juist dat soort projecten laten zien hoe wij naar gebiedsontwikkeling kijken. Het gaat niet alleen om woningen bouwen. Je kijkt ook naar de omgeving, naar de kwaliteit van het plan en naar wat een dorp nodig heeft.”
Ook duurzaamheid speelde een belangrijke rol bij de ontwikkeling van Thedemaborg. “We zoeken steeds naar een goede balans tussen duurzaamheid, betaalbaarheid en kwaliteit. Niet alles wat technisch mogelijk is, is ook direct betaalbaar. Daarom maken we bewuste keuzes. Uiteindelijk willen we woningen realiseren die klaar zijn voor de toekomst én betaalbaar blijven voor bewoners.”
Thedemaborg is daarmee meer dan alleen een bouwproject. “Het laat zien hoe we als corporatie willen werken: samen met
partners, met oog voor de omgeving en met aandacht voor de mensen die er straks wonen.”
Bouwen aan de toekomst
Als Rob vooruitblikt, ziet hij een belangrijke rol voor Woonborg in de regio. “De vraag naar woningen blijft groot. Tegelijkertijd verandert de samenleving. Dat vraagt om een corporatie die meebeweegt, samenwerkt en vooruitkijkt.” Daarbij blijft volgens hem één uitgangspunt centraal staan. “Wij zijn thuis in 32 dorpen. Dat betekent dat we dichtbij bewoners staan en weten wat er speelt. Die betrokkenheid willen we behouden. Dat is juist waar onze kracht zit. Alles wat we doen, begint bij goed wonen. Een betaalbare woning, een prettige buurt en een plek waar mensen zich thuis voelen. Tegelijkertijd willen we zorgen voor voldoende betaalbare en passende woningen in dorpen waar het goed wonen is. Dat is de opgave waar we de komende jaren samen aan werken. Als we daar samen met bewoners en partners aan kunnen bijdragen, dan maken we echt verschil.”
Thedemalocatie.
Wethouder Jos Darwinkel
Gemeente Noordenveld experimenteert, leert en groeit
“Bouwen op z’n Noordenvelds”
Jarenlang lag de voormalige Thedemaborg in Nietap afgesloten van het dorp. Het terrein was verwilderd geraakt, bruggen ontbraken en als inwoner kon je er nauwelijks komen. Straks moet datzelfde gebied juist weer verbinding maken met het dorp, met nieuwe woningen, wandelroutes en bruggen richting de omgeving.
Voor wethouder Jos Darwinkel laat het project goed zien hoe gemeente Noordenveld naar gebiedsontwikkeling kijkt. Niet alleen woningen toevoegen, maar tegelijk kijken wat een plan betekent voor het dorp zelf en het omliggende landschap.
Samen met projectleider gebiedsontwikkeling Siebrand Dijkema vertelt Darwinkel hoe Noordenveld experimenteert met nieuwe vormen van woningbouw, bewonersparticipatie en biobased bouwen.
Honderd woningen per jaar Gemeente Noordenveld maakt samen met Assen en Tynaarlo deel uit van het Noord-Drentse bouwcluster. Binnen de regionale woondeal is afgesproken dat er tot 2040 minimaal 1000 woningen worden gerealiseerd in Noordenveld. Dat betekent gemiddeld honderd woningen per jaar, verdeeld over sociale huur, betaalbare koop en vrije sector.
Om die ambitie waar te maken, stelde de gemeenteraad extra woningbouwbudget beschikbaar. Volgens Dijkema begint dat inmiddels zichtbaar te worden in de verschillende projecten binnen de gemeente. “Je merkt dat het nu loskomt, met wat grotere projecten in het vooruitzicht in Peize en Roden.”
Noordenveld kiest daarbij bewust voor een combinatie van inbreiding en uitbreiding, aldus Darwinkel. “Soms kun je oude gebouwen slopen en op een mooie manier terugbouwen, zoals bij het oude postkantoor. Of je verdicht door ergens een laag toe te voegen. Maar daarmee alleen red je het niet.”
Groeien in het groen
Noordenveld is rijk aan bossen, weidse uitzichten, hoog- en laagveen en beekdalen. Daarom is elk project maatwerk, ook als het op de omgeving aankomt. Zoals Peize, dat bekendstaat om de prachtige groene longen. “Dat groene karakter in de kern wil je niet aantasten. Dus als je uitbreidt, moet dat natuurinclusief gebeuren, met veel ruimte voor water, flora en fauna. Altijd in balans met de omgeving,” licht Dijkema toe.
In Norg is het Oosterveld ontwikkeld als nieuwe woonwijk, waarbij de zandpaden en het karakter van het esdorpenlandschap intact blijven. “Letterlijk en figuurlijk nieuw leven in het dorp”, noemt Darwinkel het.
‘Inwoners bepalen wat er gebeurt.’
Inwoners kiezen ontwerp
Bij de ontwikkeling aan de Kanaalstraat en Wilhelminastraat in Roden besloot gemeente Noordenveld het eens anders aan te pakken. Niet de gemeente of ontwikkelaar bepaalde welk ontwerp het zou worden, maar de inwoners zelf. Dijkema: “Mensen gaven aan blij te zijn echt een stem te hebben. En er was een duidelijke winnaar, dus dat ontwerp is gekozen en wordt nu uitgevoerd.”
Het idee ontstond vanuit een motie van de gemeenteraad. Ontwikkelaars konden zich inschrijven voor het project, waarna drie ontwerpen werden geselecteerd. Vervolgens mochten inwoners hun voorkeur uitspreken, zowel digitaal via DigiD als fysiek in het gemeentehuis.
Volgens wethouder Jos Darwinkel bleek het experiment beter te werken dan vooraf werd verwacht. “Dit willen we zeker herhalen.” De betrokkenheid van inwoners zorgde uiteindelijk ook voor een soepel proces. Er werd geen beroep ingesteld en de woningen waren snel verkocht. “Dan kan zo’n project snel doorgang vinden, en dat is echt een bijkomend voordeel”, aldus Dijkema.
‘Die groene longen wil je niet aantasten.’
Thedemaborg verbindt oud en nieuw Het voormalige borgterrein van de Thedemaborg ligt vol groen, maar was jarenlang afgesloten van het dorp. “Ik sprak een inwoner die al dertig jaar in Nietap woont en nog nooit een voet op dit terrein heeft kunnen zetten. Dat is zonde,” vertelt Dijkema.
Nu werkt de gemeente samen met Heijmans en Woonborg aan nieuwe woningen. Zo ontstaat er extra ruimte om te wonen én wordt het terrein weer toegankelijk voor huidige inwoners van Nietap.
Het nieuwbouwtraject eert de geschiedenis van de voormalige borg, en dat was te zien tijdens de viering start bouw. “We zijn vanaf een koetsrit van Landgoed Nienoord naar het bouwterrein gegaan, om het borgterreingevoel eer aan te doen”, blikt Darwinkel terug.
Binnen Thedemaborg wordt bovendien geëxperimenteerd met biobased materialen. Heijmans paste hennep toe als isolatiemateriaal, afkomstig van eigen velden in Friesland. “Een innovatieve manier van isoleren die gewoon voldoet aan de norm”, zegt Dijkema.
De gemeente stimuleert dit soort initiatieven graag, aldus Darwinkel. “Waar biobased kan, doen we dat. Zeker als je daarin samen kunt optrekken met boeren uit de omgeving.”
Putters in de bloemenvelden Binnen nieuwe woningbouwprojecten daagt gemeente Noordenveld ontwikkelaars en partners actief uit om duurzamer en circulairer te bouwen. Samen wordt gekeken waar nieuwe toepassingen mogelijk zijn en hoe projecten beter kunnen aansluiten op de omgeving. Daarbij wint de gemeente ook advies in over natuurinclusief en circulair bouwen.
Dat zie je bijvoorbeeld terug in de inrichting van nieuwe woonwijken, waar water langer wordt vastgehouden via wadi’s. Regenwater verdwijnt daardoor niet direct uit het gebied en tegelijk ontstaat meer ruimte voor groen en biodiversiteit. “Je wilt het water zoveel mogelijk binnen het project houden”, zegt Dijkema. “Om een mooie groene wijk te maken met veel bloemen en beplanting.”
Volgens Darwinkel zie je die keuzes eveneens terug in de natuur rondom nieuwe projecten. “In Oosterveld zie je bijvoorbeeld putters in de bloemrijke bermranden zitten. Dat zijn dingen waar je bewust over nadenkt bij de inrichting van een gebied.”
Borgterrein Nietap.
Afval als grondstof
Ook circulariteit krijgt steeds meer aandacht binnen de gemeente. Een opvallend voorbeeld daarvan is het circulair grondstoffencentrum van Noordenveld. “Dat gebouw is circulair gerealiseerd”, vertelt Darwinkel. “Er zijn bijvoorbeeld deuren gebruikt uit een oude gevangenis in Leeuwarden en tegels uit het hele noorden zijn opnieuw toegepast.”
Waar het vroeger vooral een afvalbrengstation was, kunnen inwoners nu gratis gescheiden afval brengen, zodat materialen opnieuw gebruikt kunnen worden. “Mensen moeten afval steeds meer als grondstof gaan zien. Zo’n centrum helpt daarbij.”
Ruimte voor de kleine kern
Tot slot maken de kleine kernen een belangrijk onderdeel uit van de woonambitie. “Daar wil je jongeren behouden en ouderen de mogelijkheid geven om in het dorp te blijven wonen”, zegt Darwinkel. “Samen met dorpsbelangen kijk je dan welke woningen
passend zijn en waar ruimte ligt.”
Volgens Dijkema werkt dat in de praktijk zichtbaar door. “In Een zijn starterswoningen gerealiseerd waar vooral mensen uit het dorp zelf in zijn gaan wonen. Dat maakt zo’n project extra mooi.”
Voor beide gesprekspartners zit daar precies de kern van gebiedsontwikkeling in Noordenveld in: bouwen op een manier die past bij het dorp en de omgeving. “We zijn erg gemotiveerd”, besluit Darwinkel. “We willen vooruit, we willen bouwen.”
‘Het borgterrein wordt weer onderdeel van het dorp.’
Bouwplaats Een.
“Modulaire woningbouw is de toekomst!”
Daiwa House Modular Europe, Europees koploper in modulair gebouwde circulaire woningen van permanente kwaliteit, heeft afgelopen jaren een groot aantal mooie projecten gerealiseerd in Nederland, onder meer in de provincies Drenthe, Groningen, Friesland en Overijssel. Momenteel wordt gewerkt aan de realisatie van een aantal spraakmakende projecten waaronder Strandeiland in Amsterdam-IJburg, Circusterrein in Hilversum en Amstelwijck in Dordrecht.
Als het aan Ben de Roo en Sieb Meijer, beiden werkzaam als woningbouwadviseur bij de vestiging in Eemshaven, ligt komen daar op korte termijn nog veel meer mooie woningbouwprojecten bij, bij voorkeur in de Noordelijke provincies.
‘Onze woningen gaan minstens
100 jaar mee!’ Ben de Roo:
Ben de Roo: “Ik ben een Drent en woon, met veel plezier, al mijn hele leven in Zuidwolde. Ik mag wel zeggen dat ik aardig wat ervaring heb in het bouwen met modules. Zo heb ik onder meer gewerkt voor het toenmalige Direktbouw in Coevorden. Na daar een aantal jaren technisch werk gedaan te hebben wilde ik iets anders.
In mijn huidige functie komen mijn technische en commerciële kwaliteiten en jarenlange ervaring goed van pas.”
Sieb Meijer: “Mijn wortels liggen in Groningen. Daar ben ik geboren en getogen en ben ik naar school gegaan. Ik heb wat minder ervaring dan Ben maar ik ben minstens zo enthousiast over modulaire woningbouw en de voordelen daarvan als Ben. Voorheen werkte ik bij Daiwa House als projectleider
Sieb Meijer (links) en Ben de Roo in het Experience Center van Daiwa House Modular Europe
aan allerlei woningbouwopdrachten voor Nationaal Coördinator Groningen. Dit overheidsorgaan is verantwoordelijk voor de huisvesting van slachtoffers van de aardbevingen in de provincie Groningen. Bij mijn vorige job had ik veel contact met regionale aannemers en overige toeleveranciers in het Noorden en Oosten van Nederland. Met mijn huidige functie binnen Daiwa House ben ik meer de advieskant op gegaan en dat bevalt heel goed.”
Permanente kwaliteit
Ben: “Onze vestigingen in Montfoort in de provincie Utrecht (ook hoofdkantoor) en Eemshaven zijn gespecialiseerd in het fabrieksmatig produceren van complete woningbouwmodules van permanente kwaliteit. Je kunt het zien als een soort Lego voor grote mensen. Hout is bij ons de basis. Daarnaast werken we met gerecycled staal en CO2-neutraal beton. We bieden keuze uit diverse maten modules, allerlei architectuurstijlen en vele mooie gevelafwerkingen. Onze klanten zijn woningcorporaties, gemeentes, projectontwikkelaars en beleggers.”
‘Extra productie-opdrachten zijn van harte welkom’ Sieb Meijer
Lopende band
Volgens Sieb is snelheid een belangrijk pluspunt van de modulaire bouwwijze van Daiwa House: “Een realisatietijd van 6 tot 7 maanden is bij ons ons eerder regel dan uitzondering. Voorbereidende werkzaamheden op de bouwlocatie worden grotendeels gelijktijdig uitgevoerd met de productie in onze fabriek. We maken duurzame modules voor onder andere studentenhuisvesting, seniorenappartementen en rijwoningen letterlijk aan de lopende band.”
50% sneller
Enthousiast voegt hij toe: “De bouw van een complete woning in onze gerobotiseerde fabriek kost slechts een dag. Alles zit er dan in: elektra, leidingwerk, keuken, sanitaire voorzieningen, de badkamer, enzovoort. Modules hoeven dan alleen nog maar te worden vervoerd naar de bouwlocatie. Het plaatsen en monteren van de modules kost 1 dag. Vervolgens
brengen we de gevelbekleding aan en sluiten we alle leidingen aan. We bouwen tot 50% sneller dan traditionele bouwbedrijven.”
Circulair
Ben sluit af: “Vergeleken met traditionele bouwbedrijven hebben we een 50% lagere CO2uitstoot. Het geheim daarvan? We hebben veel minder transportbewegingen en gebruiken herbruikbare componenten. Onze modules zijn van permanente kwaliteit: ze hebben een levensduur van minstens 100 jaar. Woningen geplaatst op een tijdelijke bouwlocatie kunnen na korte of lange tijd eenvoudig gedemonteerd worden en op een andere locatie opnieuw worden ingezet. Wij hoeven dus niets te slopen. Kortom: we leveren in korte tijd hoogwaardige en circulaire woonoplossingen op maat.”
“Interesse? Laten we vrijblijvend kennismaken, dat kan bijvoorbeeld via onze website (dhme.eu).”
Nederland Bouwt en Ontwikkelt: Het Vastgoedmagazine
Bent u trots op wat u doet en wilt u uw verhaal delen?
Wij maken graag kennis met u om samen de mogelijkheden te bespreken voor een krachtige presentatie binnen ons lokale vastgoedmagazine.
Laat uw organisatie, projecten en visie zichtbaar worden bij een relevante doelgroep van vastgoed professionals (binnen de overheid), ondernemers en investeerders.
Samen bouwen we aan zichtbaarheid, verbinding en groei binnen de vastgoedmarkt.
Planning 2026
• Februari Gelderland Bouwt en Ontwikkelt
• Maart Groningen Bouwt en Ontwikkelt
• Mei Rotterdam Bouwt en Ontwikkelt (PROVADA)
• Juni Drenthe Bouwt en Ontwikkelt
• Augustus Haaglanden Bouwt en Ontwikkelt
Oktober Amsterdam Bouwt en Ontwikkelt • Oktober Utrecht Bouwt en Ontwikkelt
• November Overijssel Bouwt en Ontwikkelt
• December Noord-Holland Bouwt en Ontwikkelt • December Friesland Bouwt en Ontwikkelt
UW VASTGOED VAST GOED VERZEKERD
Met onze gespecialiseerde vastgoedverzekering profiteert u van:
Scherpe premie - Optimaal verzekerd tegen een uitstekende prijs
Uitmuntende voorwaarden - Speciaal voor vastgoedportefeuilles
Speciale dekkingen - Perfect voor verhuurd vastgoed
Minimale administratie - Efficiënt en zorgeloos geregeld
Dé verzekering voor verhuurd vastgoed en vastgoedportefeuilles.