Hubert Klaver Rock Ink
& de kleine jongetjes
Inhoud Holland Festival 5 Kleine jongetjes 9 Matroos Vos 13 Contact 17 Tzum 21 Dolfijnen 25
Mega Watje & de kleine jongetjes
© 2015 Alle rechten voorbehouden
Tekst: Hubert Klaver http://members.home.nl/hubertklaver/ Foto’s: starr-environmental (binnenkant omslag en p. 12), junksortie (p. 4), liquid-photos (p. 8), duncanh1 (p. 16), quinnanya (p. 20) en renemensen (p. 24). Allen via www.flickr.com. Redactie: Bill Mensema Ontwerp: Ebel Kuipers Lettertypen: Meran van Maurice Göldner & Tip-Up van Ebel Kuipers
MEGA rock ink | 2015
WATJE & de kleine jongetjes Hubert Klaver
Holland Festival Het was op het achtuurjournaal. Plaatjes van peutertjes met hun piemeltje. Een naakte man met een stijve leuter en een baby op schoot. De foto’s waren op het Holland Festival te bezichtigen. De officier van justitie had ze echter in beslag genomen. Het zou kinderporno zijn. ‘Willemien!’ riep Mega Watje ‘Kom snel kijken. Kijk eens wat een vieze plaatjes. Dat ze zomaar op het journaal te zien zijn.’ Wat ben ik toch een lekker varkentje, dacht Mega Watje ondertussen, dat ik dit zomaar zeg, terwijl hij met z’n kleine frietselfrutseltje speelde toen de plaatjes aan hem voorbijschoven. Verontwaardigd zei hij daarop: ‘Het zou niet moeten mogen zijn. Het ganse volk kan zich aan de kleintjes verlustigen. Kunnen ze zich bij het nieuws niet even inhouden?’ Mega was er die avond verder niet meer bij. Kleine jongetjes met kleine penisjes zweefden aan hem voorbij. De lulletjes maakten de mooiste toeren. Dan 5
hingen ze slapjes omlaag. Dan stonden ze fier rechtop. Als een standbeeld. Dat ze op zo’n jonge leeftijd al stoer en ferm en trots overeind konden staan. Het was een oogstrelend wonder. Die avond hoorde hij weer z’n moeder. ‘Als je vannacht niet droog blijft, is dat helemaal niet erg hoor, m’n kleine Megaatje. Mama doet het beddengoed wel bij de was. Zolang je nog niet zindelijk bent, haalt mama luiertjes in huis, en mama zal heel erg haar best voor je doen, zolang je piemeltje me gehoorzaamt. Mamaatje is vandaag weer een beetje stoutjes.’ Die avond dacht Mega aan z’n eigen kleine plassertje, die door z’n alleenstaande moeder op gezette tijden verwend werd. Hij dacht eraan hoe zij zijn kleine hummeltje prees en ophemelde en hoe goed dat had uitgepakt in z’n latere opvoeding. Dat hij daarna heel goed kon leren op school. Dat hij, toen hij nog verder gestudeerd had, begrepen had, dat Freuds duimpje groter was dan zijn pikje. Hij had gezien, dat hij veel verder ontwikkeld was dan de andere mensen, omdat die als kleuter in dat opzicht altijd naast het potje hadden gepiest. Dat ze daarom nu zo’n zacht, wollig, hoogpolig, roze tapijt in de kamer hadden liggen. En dat ze zo’n prachtig servies in de kast hadden staan en echt zilveren bestek. Hoe mooi was z’n wandschildering, hoe schitterend zijn schoorsteen. Welk een fantastische tuin had hij er aan overgehouden, met aantrekkelijke geuren. 6
Een avontuur voor kleine jongetjes, die madeliefjes kwamen plukken op het gazon. Welk een betoverende bloesem bloeide er. Een feest voor het oog. Z’n huis kreeg steeds meer en meer waarde en z’n aandelen walsten op de ritmiek van de Dow Jones. Puur geluk overspoelde hem als nu Willemien zijn plassertje bemoederde. Mega Watje dacht dan weer aan zijn eigen moeder, die streelde, kietelde, likte, aaide, zoog, er altijd voor hem was. Anderhalve week later besliste de rechter anders. De plaatjes werden weer getoond. ‘Willemien,’ zei Mega Watje die samen met haar naar het journaal zat te kijken, ‘Het is toch erg dat het journaal er zo onzorgvuldig mee omgaat. Het volk zou op verkeerde gedachten kunnen komen.’ ‘Ik zit er niet zo mee’, zei Willemien, ‘De foto’s zijn al van 1963. Kennelijk heeft zich er nooit iemand aan gestoord. Jij bent ook zo overgevoelig.’ ‘Zullen we dan volgende week naar het Holland Festival gaan?’
7
8
Kleine jongetjes Mega ging gebukt onder kleine zorgjes. Iedereen om hem heen dacht er anders over dan hij. Dat kon toch niet goed zijn. Dat hij op kleine jongetjes viel, dat was het probleem. Het zou helemaal niet goed zijn. En hijzelf had nog wel heel andere ervaringen. De zorgjes werden zorgen. De zorgen hele grote. Het werden bergen zorgen. Hij kon het niet meer voor zich houden en stortte z’n hart uit bij Willemien. ‘Willemien, ik …’ ‘Wat is er aan de hand, mijn Megaatje?’ ‘Willemien, ik… ik voel me niet zo goed.’ ‘Ik dacht al dat er iets met je aan de hand was. Je liep zo gebukt. Je schouders hingen zo naar beneden.’ ‘Willemien, ik val op …’ ‘Zeg het nou maar, m’n schatje.’ ‘Ik val op kleine …’ ‘Op kleine wat?’ ‘Op kleine jongetjes.’ ‘M’n kleine Mega, het verbaast me niks, lieverd.’ ‘Maar weet je wat zo gek is, Willemien: toen mijn moeder met mijn plassertje speelde en mij vertroetelde, heeft me dat nog wel zo goed gedaan. 9
Waarom denken al die mensen zo anders, dat het niet goed is?’ ‘Heeft je moeder je ook vertroeteld, lieverd, dan is het goed. Moeders weten het beste wat goed is voor hun kind.’ ‘Ja, het is de bron van ons fortuin. Daarom hebben we ook zo’n schitterende tuin.’ ‘Mega, voor mij ben je de man van de eeuw. Pelé, Kees Schilperoort, Einstein, Hitler, Ronald Koeman, geen van hen zou het durven zeggen. De mannen van de eeuw zijn eigenlijk een smerig soort varkentjes, benoemd door een aantal dweepzieke kwebbelaartjes. Men heeft jou miskend. Eigenlijk had jouw foto paginagroot op de voorkant van de krant moeten staan. Ik heb er nu even geen tijd voor. Je gaat in therapie. Begin maar positief te denken, denk maar: het is helemaal niet erg om op kleine jongetjes te vallen.’ Het was precies wat Mega nodig had. Hij zou positief denken. Was hij het niet die de flexibiliteittheorie had ontwikkeld, die veel weerklank in de wetenschap had gevonden, waarin chaosgradiënten bestonden, waarin normen en waarden op losse schroeven werden gezet. Had hij het niet in een prachtige formule gegoten met Mandelbrot- en sesamzaadvergelijkingen, een theorie waaruit prachtige getallen kwamen rollen met oneindig veel cijfers achter de komma, waaruit bleek dat jongens op meisjes konden vallen en jongens 10
op jongens en – mits de omstandigheden maar goed genoeg waren, en als je de variabelen maar goed invulde en als de aannames niet onverdeeld ongelukkige vormen hadden aangenomen – en dat mannen dan op kleine jongetjes konden vallen? Zelfs dat zoiets heel goed was voor die kleine jongetjes, dat het anders nooit wat zou worden met die jongetjes. Zo ongeveer zat het in elkaar en Mega Watje besloot met de positieve gedachte dat het helemaal niet erg was dat hij op kleine jongetjes viel. ‘Ja,’ zei hij bij zichzelf, ‘Het is juist hartstikke goed dat ik op kleine jongetjes val.’
11
12
Matroos Vos ‘Heb je ’t al gehoord, Willemien? Gerard Reve mag niet bij koning Albert komen. De koning der Belgen zou de Prijs der Nederlandse Letteren uitreiken, maar matroos Vos gooide roet in het eten.’ Willemien was het bed aan het opmaken en wist nog van niets. ‘Matroos Vos, is dat niet Joop Schafthuizen, het vriendje van Reve?’ ‘Ja, er loopt een aanklacht tegen Matroos Vos. Hij heeft een jongetje gevraagd om zijn broekje af te stropen, zodat hij korte tijd naar zijn pielemuisje kon kijken.’ ‘Hoe oud was die jongen?’ vroeg Willemien terwijl ze een kussensloop verschoonde. ‘Ik heb gehoord dat hij een jaar of dertien was. Maar of dat echt zo is?’ ‘Die Belgen zijn ook zo overgevoelig sinds de affaire Dutroux. Hier in Nederland maken de kindertjes er een grapje van. Die zingen tijdens Sinterklaas ‘Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is Dutroux.’ ‘Als het alleen bij kijken blijft, is het toch niet zo erg,’ 13
zei Mega Watje, ‘De Belgische minister van cultuur vond het gedrag van Matroos Vos maar niets en nu wordt Gerard Reve er de dupe van. “Als sommige auteurs het gedrag van Matroos Vos niet ter zake vinden”, zei de minister, “dan moeten er ernstige vragen worden gesteld bij hun maatschappelijke positie ten aanzien van de brede publieke opinie.”’ Willemien schudde het matras op en inspecteerde het dekbedovertrek. Er zaten kleine spotvlekjes in, omdat ze die nacht nog Mega’s pielemuisje verwend had. Ze schudde haar hoofd van zoveel kleingeestigheid. ‘De brede publieke opinie vindt dat alleen grote pielemuizen van het leven mogen genieten. Het gaat toch om de kwaliteit en niet om de kwantiteit,’ zei ze, ‘Daarom houd ik ook zoveel van jou, mijn Megaatje. Ik ben zo dol op je kleine humpie.’ ‘Ja,’ zei Megaatje, ‘Zo’n klein pielemuisje is bereninteressant. Het roept zulke schone gevoelens als vertedering en zorgzaamheid op. Hoe kleiner, hoe fijner. Zo werkt dat met doperwtjes ook. Zo’n jongetje zou zich vereerd moeten voelen. Matroos Vos is niet de eerste de beste. Hij is een groot kunstenaar en maakt collages. Hij heeft daarbij lijm nodig en dat is van zo’n klein ventje goed af te tappen. Matroos Vos heeft ook heel goed voor Gerard Reve gezorgd, toen die teveel dronk en niet zo goed op de centjes lette, dus de matroos zal ook wel heel goed 14
voor zo’n klein pielemuisje zorgen. Als het Reve’s grootste wens is om aan de pielemuis van de paus te sabbelen, dan mag Matroos Vos toch wel een klein pielemuisje beminnen.’ Willemien gooide het gebloemde dekbedovertrek bij de was. ‘Hoe ze er in Zweden over denken, weet ik niet,’ zei ze, ‘maar ik vrees dat Reve straks, als Matroos Vos met een klein ventje tussen de lakens kruipt, de Nobelprijs geweigerd wordt, terwijl Reve die prijs zo verdiend heeft. Het is toch te gek voor woorden. Reve heeft er niets mee van doen. Het is trouwens niet zo slim van Matroos Vos. Op het naaktstrand vallen er pielemuisjes in allerlei soorten en maten te bewonderen. Geen haan die er naar kraait. Die Matroos Vos moet wel erg gehongerd hebben.’ Ze pakte een schoon overtrek uit de kast en sjorde het over het donzen dekbed. ‘In België hebben ze geen naaktstrand,’ wist Mega Watje. ‘En ik vind het wel fijn om te weten dat ik niet alleen ben, dat ik niet de enige ben die van kinderkontjes houd. Matroos Vos is mijn held.’
15
16
Contact Mega had een uitnodiging ontvangen van uitgeverij Contact. Er zou een dichtbundel ten doop worden gehouden. In boekhandel Scholtens Wristers. In Groningen. Het was poëzie van Wouter Godijn. In de gedichten van Wouter Godijn lijken Goed en Kwaad een symbiotische relatie te onderhouden, zoals ook schoonheid en lelijkheid telkens in elkaar vergaan. Soms is Godijns poëzie ritmisch en melodieus en weerkaatst rijm tussen de regels, zoals kinderen elkaar een bal toegooien. Maar het is alsof de dichter de schoonheid van zijn verzen niet kan verdragen, alsof hij die telkens opnieuw moet vernielen, om uit de brokstukken weer een nieuwe, tegendraadse schoonheid op te bouwen. Licht wordt modder en modder wordt licht. Zo las Megaatje. Hij zwijmelde bij deze woorden. ‘Tegendraadse schoonheid’. Dezelfde schoonheid als die van wulpse kinderbilletjes. Het zou wel niet voor niets zijn dat het
17
bundeltje ‘Alle kinderen zijn van glas’ heette. Hij riep Willemien erbij, die kindersokjes zat te breien. ‘Willemien, lees eens, we worden uitgenodigd voor de presentatie van het dichtbundeltje van Wouter Godijn. In de gedichten van Wouter lijken Goed en Kwaad een symbiotische relatie te onderhouden, zoals ook schoonheid en lelijkheid in elkaar vergaan.’ ‘Van welke uitgeverij is het?’ vroeg Willemien. ‘Van Contact. Uit de brokstukken van zijn poëzie wordt een nieuwe, tegendraadse schoonheid opgebouwd. Dezelfde schoonheid als die van wulpse kinderbilletjes.’ ‘Van Contact? Volgens mij zijn ze contactgestoord of lijden ze aan contactarmoede. Ze hebben een nieuw woord geleerd en ze zullen het toepassen ook. Goed en Kwaad kunnen geen symbiotische relatie aangaan. Ze zijn gewoon elkaars tegenovergestelde. Het is een oppositionele relatie.’ ‘Nee’, zei Megaatje die in een opperste staat van woordmasturbatie was beland, ‘Goed staat niet gewoon naast en tegenover Kwaad, nee, Goed heeft Kwaad nodig en Kwaad heeft Goed nodig en beiden varen er wel bij. Maar let wel, het lijkt zo maar het is niet zo. Het kan ook een parasitaire relatie zijn, zoals ik tot bloei kom bij de intense schoonheid van wulpse kinderbilletjes. Licht wordt modder en modder wordt licht.’ ‘Laat mij eens even lezen’, zei Willemien. ‘In de 18
gedichten lijken Goed en Kwaad een symbiotische relatie te onderhouden, zoals ook schoonheid en lelijkheid telkens in elkaar overgaan. Als ik het goed begrijp, is het gedicht hier en daar gewoon mooi, hier en daar gewoon lelijk. En het gaat in elkaar over. Ze weten niet meer wat mooi of lelijk is. Als ze in elkaar overgaan, dan is het geen relatie meer. Daar heb je twee partijen voor nodig.’ ‘Het is ook een manke vergelijking’, zei Megaatje die bijna klaarkwam bij de woorden ‘tegendraadse schoonheid’, ‘Dat is toch de schoonheid van wulpse kinderbilletjes. Daar zijn er twee van. Een linker en een rechter. Zie je dat dan niet? Goed bestaat dankzij het Kwaad, Mooi bestaat dankzij het Lelijk. Het is van een magische, mysterieuze, tegendraadse schoonheid, die de schrijver niet kan verdragen. En uit de brokstukken bouwt hij een nieuwe, tegen-tegendraadse schoonheid.’ ‘Licht wordt modder en modder wordt licht’, zei Willemien. ‘Volgens mij is het gewoon lucht. Ik denk dat ik maar weer kindersokjes ga breien.’
19
Tzum Willemien verwijderde het elastiekje van een bos rode rozen, knipte de onderste bladeren af, sneed de stengels schuin af, maakte het zakje van de snijbloemenvoeding open, vulde de bloemenvaas en voelde of het water op de juiste temperatuur was, opdat de rozen niet zouden schrikken van het te hete of te koude vocht. Ze werd onderbroken in haar werkzaamheden door Mega Watje. ‘Willemien, het literaire tijdschrift Tzum schrijft een prijs uit voor de mooiste zin in verhalend proza van het afgelopen jaar. Het is de kleinste literaire prijs in Nederland. De winnende auteur krijgt zijn zin in Euro’s uitbetaald.’ ‘Het kan nog veel kleiner, mijn lieve Mega. Peter Middendorp, die onlangs het boek ‘Noordeloos’ heeft geschreven, let bij zijn schrijven op het woordbeeld. Hij verandert zinnen als het woordbeeld hem niet aanstaat. Wat dacht je van een literaire prijs voor het mooiste woordbeeld?’
21
Ze schikte de rozen op de vaas en zette ze in de vensterbank. ‘Goeie grutjes. Altijd als jij met de rozen bezig bent, maak je van die stekelige opmerkingen. Het is maar goed, dat Tzum dit niet ter ore komt. De arme jongen die de prijs heeft uitgeschreven, zou – als hij het hoorde – de stekende pijn die aan deze opmerking toegeschreven kan worden niet kunnen verdragen.’ Toch opende deze opmerking nieuwe mogelijkheden voor Mega Watje. Hij droomde weg over een nog veel kleinere prijs. De schoonheid die samengebald was in een punt. Hoeveel was dat wel niet waard? Dat je dan een dutje kon doen in de ruimte die erna kwam en even kon wegdromen over kleine jongetjes in schitterende cowboypakjes, over jongetjes getooid met indianenveren, over jongetjes die op speelse varkentjes reden en een wedstrijdje deden wie het eerst over de finish kwam, en dat de winnaar dan met Mega zelf in de zandbak mocht stoeien. Mega wist ook wel dat je een zin niet kon los zien van de andere zinnen, net zoals je een kinderkontje niet kon isoleren van het ventje, dat er aan vast zat. Dat het dus maar een rare prijs was. Dat Willemien dus eigenlijk wel gelijk had. Maar de schoonheid van een punt opende zoveel nieuwe perspectieven, dat je er niet zomaar aan voorbij kon gaan.
22
Willemien frutselde nog wat aan de rozen. ‘Wat dacht je van een literaire prijs voor de schoonste punt?’ vroeg Mega Watje, ‘Eentje die het einde van de zin markeert en welke ruimte schenkt aan de spatie, die erachter staat, hetgeen, als je er een klein beetje voor stil staat en je even laat gaan, slechts rozengeur en sexy luiertjes, maneschijn en gewaagde plasbroekjes oproept, ofschoon niet elk mens daarvoor ontvankelijk is.’ ‘Het is de kunst om het tussen de regels te krijgen, zodat de lezer kan dagdromen zonder gestoord te worden door de verzinsels van de schrijver,’ antwoordde Willemien. Ze herschikte de rozen in de vaas en voegde er aan toe: ‘Verder heb je wel gelijk mijn Megaatje. Daar zou een literaire prijs op moeten staan. Soms ben je toch zo’n lekker lulletje rozenwater.’
23
24
Dolfijnen ‘Kijk eens, mijn kleine Megaatje, hier heb ik iets voor jou.’ Willemien had een folder gevonden over dolfijnentherapie die geschikt was voor zingevingsvraagstukken, levensproblematiek en relatieproblemen. En dat Mega levensproblematiek ondervond, was evident. Hij viel op kleine jongetjes en het advies van zijn vriendin en partner Willemien – dat hij positief moest denken, dat het echt helemaal niet erg was dat hij op kleine jongetjes viel – zette niet echt zoden aan de dijk. Het werd tijd voor een privésessie. In deze sessie werd het Mega duidelijk, dat hij veelgeluksbloemenseintjes nodig had, doorbrievende geschenken van dolfijnen aan Shalina, zijn therapeute. ‘Wil je weten waar jouw valkuilen mee dichtgemetseld kunnen worden, zonder veel moeilijke toestanden?’ vroeg Shalina, ‘De dolfijnen geven je daadkracht zonder de emoties weg te schoppen die nou eenmaal 25
deel zijn van het leven als mens op aarde. De dolfijnen wijzen veelgeluksbloemenwegen.’ ‘Grutjes, dat is mooi,’ zei Mega Watje, ‘Het is werkelijk prachtig.’ ‘Nee,’ zei Shalina, ‘we gaan geen emoties opwekken en doen niet aan spelletjes met schreeuwen als boze zombies. Maar wel leer je gewoon je menselijke emoties te beschouwen en door ze te beschouwen smelten de dolfijnen ze weg.’ ‘Goeie grutjes, wat gemakkelijk,’ zei Mega Watje. De dolfijntjes gaven veelgeluksbloemenseintjes en veelgeluksbloemenwegen, zonder aanstoot te nemen aan wat velen zondige gedachten zouden vinden. ‘Dolfijnen hebben respect voor elkaars geneigdheid,’ zei Shalina, ‘Maar misschien is de situatie niet helemaal vergelijkbaar, omdat baby-dolfijntjes wel erg jong volwassen worden.’ Misschien zou Mega Watje eens een frisse duik in het zwembad moeten nemen, om af te koelen als de grond hem te heet onder de voeten wordt. De dolfijnen zelf gaan, wanneer ze zich wat hitsig voelden en het object van hun lusten geen prijs stelt op hun liefdesbetuigingen, altijd een stukje dieper zwemmen, waar het water kouder is. ‘Maar als de mensen er dan toch zo’n grote moeite mee hebben dat jij op kleine jongetjes valt, Mega, dat ze er zelfs een heksenjacht van kunnen maken,’ 26
zei Shalina, ‘Dan is het misschien wel het beste om ijsblokjes bij je te dragen in een thermosfles, waarin ze koud bewaard kunnen worden.’ Als de nood hoog zou worden wanneer Mega Watje weer zo’n klein jongetje zou zien, waarvan z’n veelgeluksbloemenplassertje stokstijf ging staan, dan diende hij zo’n blokje in z’n slipje te laten glijden. Z’n veelgeluksbloemenplassertje zou dan meteen een stukje kleiner worden. Die ervaring hadden de dolfijnen zelf ook als ze in de poolzee zwommen. De lust zou hem wel vergaan en het jongetje zou ongestoord verder kunnen spelen met z’n veelgeluksbloemenautootjes. ‘En hebben de dolfijntjes je geholpen?’ vroeg Willemien. ‘Grutjes, ze hebben me nog meer te vertellen dan varkentjes,’ zei Mega Watje, ‘Mijn valkuilen worden dichtgemetseld, zonder veel moeilijke toestanden. Ik leer gewoon mijn menselijke emotie te beschouwen en door ze te beschouwen smelten de dolfijntjes ze weg. Ik moet een frisse duik in het zwembad nemen. En voor het geval het te moeilijk wordt heb ik ijsblokjes nodig.’ Mega’s problemen smolten als de ijsblokjes in z’n slipje, die zich dicht tegen z’n veelgeluksbloemenplassertje aan schurkten. 27
Anton Brand In het spoor van Vincenzo Bellini rock ink
[1]
Rock Ink
Ralph Molina
Rock Ink
Rock Ink
A short story by Bill Mensema
Rock Ink is een samenwerkingsverband tussen de twee jeugdvrienden schrijver Bill Mensema (Groningen) & grafisch ontwerper Ebel Kuipers (Sappemeer) om – nu we nog leven – geregeld e-boeken uit te brengen, grotendeels over muziek, zo nu & dan in het Engels & dan weer in het Nederlands, ontworpen zoals wij het zien. De e-boekjes zijn gratis te lezen op internet. Ons doel is de verspreiding van ons werk over de hele wereld & in Finland in het bijzonder. www.rockink.nl 28
Bill Mensema
k o rt verh aal | ro c k i nk
Een nieuwe reeks verhalen uit de omvangrijke Mega Watje-serie van Hubert Klaver. Op humoristische wijze beschrijft Klaver Mega Watjes psychische en morele perikelen rond het hebben van een ‘veelgeluksbloemenplassertje’.
Rock Ink
De met veel succes in stad en land optredende Hubert Klaver (1951) publiceert al 25 jaar humoristische columns en feuilletons in bladen als Cultimo, Schrijver & Caravan, Opus Nul, Weirdo’s, De Vagebond, PermaFrost en Noachs Kat. In oktober 2010 verscheen zijn ‘Zwijnenberg’ verhalenbundel (De Tegenvoeters i.s.m. Uitgeverij Vliedorp), waarin de zelfverklaarde antiheld elke porseleinkast in cultureel Groningen opzoekt om er als de spreekwoordelijke olifant doorheen te walsen. Mega Watje is meer van het bedachtzame type. Dit personage van Klaver verwondert zich over zin en onzin in de literatuur, waarbij zijn Willemien onder het strijken en het schillen van de aardappels hem geregeld de ogen opent.