OVER
2
Mijn tweede boek – ‘Fietsen met Bob Dylan’ – schreef ik in hetzelfde jaar dat mijn debuutroman ‘Doem Dada’ verscheen. Het kon niet anders. Er zat me al veel te lang veel te veel dwars. Ondanks de titel, waarover straks meer, gaat mijn tweede boek vooral over de shitty things van het moderne bestaan. Dat zijn dingen waar ik me al een lange tijd aan stoor, zoals beeldcultuur, shopping, politiekcorrect gedoe & de zoveelste lage streken van de kutkapitalisten. Het gaat zeker ook over Dylan, als is dat bij lange na niet voldoende om zijn naam in de titel te rechtvaardigen. Nou mag ik sowieso graag kankeren. Ik heb overal wel wat op aan te merken. Maar eigenlijk is dat onaangepast gedrag van mezelf, omdat ik gewoon niet goed weet om te gaan met de maalstroom van veranderingen in het moderne leven. Toch is het in wezen heel simpel: accepteer dat de wereld nooit perfect zal zijn. Het enige wat je kan doen, is je eigen handelen aanpassen. & de enigen die je kunt bijstaan zijn de mensen, de dieren & de planten direct om je heen. Dat is de enige plek waar je de wereld werkelijk beter kunt maken. Het is heel lokaal maar dat is meer dan genoeg.
3
Ik weet dat allemaal wel, maar ik blijf maar mopperen. & dat doe ik al jaren. Sandra (ze zou ooit nog een grote liefde van me worden) zei eens op een terrasje in het Duitse Leer iets tegen me, waardoor de sluizen opengingen. San weet niet meer wat het was. Ik ook niet. Maar ineens had ik een opening. Kon ik er iets mee, met al die wrevel. Mijn ogen waren open. & het schrijven kon beginnen.
Een halfjaar lang schreef ik erop los. Ongestructureerd, ongenuanceerd & ongecensureerd, maar wel met een daverend tempo. Heerlijk om te doen. Daarna nam ik drie maanden de tijd om alles wat ik geschreven had te inventariseren & te structureren.
4
Ik definieerde acht verhaallijnen. Dat vond ik mooi. Ik hou daarvan. Gelijktijdig meerdere verhaallijnen, die zo nu & dan ook nog eens in elkaar grijpen. Net zoals dat gebeurt in de Italiaanse cinema, of in een van mijn favoriete tv-series toen ik nog bij mijn ouders thuis woonde: ‘The Love Boat’.
Daarna schreef ik het hele manuscript in slechts twee maanden tijd uit. 600 bladzijden. 6 december 2008 was het klaar. ’s Avonds moest ik voordragen in Paradiso, Amsterdam. Maar ik werd die middag heel erg dronken met Henri Broenink (een van mijn beste vrienden & de Duitser Otto in mijn boeken) op het Leidseplein & vergat de tijd.
5
Mijn uitgever was maar deels enthousiast over het originele manuscript. Hij vond dat er drie verhaallijnen uit moesten, om het boek consistenter & coherenter te maken. Dat werd nog een heel karwei. Het deed gewoon zeer om er zo’n groot stuk uit te snijden. Nog moeilijker was het om alles daarna weer juist & volgordelijk met elkaar te verbinden. Maar ik ben blij dat ik het gedaan heb. Het boek is er inderdaad een stuk beter van geworden. Van de oorspronkelijke 600 bladzijden zijn er uiteindelijk slechts 235 gedrukt.
6
Een van de verhaallijnen die het overleefde was natuurlijk die van Bob Dylan.
Ik was in die tijd heel erg met die man bezig. Op het maniakale af. Ik beluisterde al zijn albums, zag al zijn video’s, ook alle clipjes op YouTube, las diverse boeken, bekeek de documentaires. Hij bleef me fascineren. Mij ging het er vooral om dat Dylan zich zo open wist te stellen, om te kunnen channelen. Zo ziet hij dat zelf ook. Je doet het, je schrijft het, je maakt het. Dat is allemaal waar. & tegelijkertijd is er ook iets anders op de achtergrond aan het werk, iets dat zich maar moeilijk laat omschrijven, iets dat zich amper laat vangen. Maar zo nu & dan manifesteert het zich wanneer je jezelf er maar open genoeg voor zet.
7
Ik noem het de flow. Ik weet niet hoe Dylan het noemt, maar ik weet wel dat hij over zijn songs zegt dat hij alleen maar opgeschreven heeft wat er sowieso al was. Hij heeft eens gezegd dat hij niet begreep dat anderen het niet hoorden, want voor hem klonk het zo overduidelijk. Dat vind ik opmerkelijk. Wat ik nog opmerkelijker vind, is dat Dylan met zijn werk zo vaak op de gulden snede zit. Zijn nummer ‘Knocking on heavens door’ is daar een mooi voorbeeld van. De meeste mensen vinden het direct al bij de eerste keer horen goed, neuriën het zo mee. Het is een nummer dat erg veel mensen aanspreekt.
8
9
10
11
12
Vanwege mijn Dylan fascinatie haalde mijn uitgever geregeld de al een tijd in het noorden van het land rondzingende anekdote aan waarin Dylan de dag na zijn concert in Groningen in 1995 cafĂŠ Het Zielhoes in Noordpolderzijl zou hebben bezocht. Toevallig was dat cafeetje onder aan de zeedijk, op een verlaten plek in een van de Groninger buitenpolders, ook een van de lievelingsplekken van mijn Engelse moeder, dat we toen ze nog leefde geregeld hebben bezocht.
Ik besloot deze anekdote in mijn verhaal te verwerken. Ik wou dat ik het nooit gedaan had. Ten eerste bleek de anekdote al eens eerder te zijn uitgeschreven door de Groninger columnist Herman Sandman (met godbetert zelfs dezelfde titel).
13
Ten tweede ging elk interview vooral over de vraag of Dylan nou echt in Het Zielhoes was geweest of niet. Persoonlijk acht ik dat van ondergeschikt belang. In 1993 ben ik een uurtje in Duluth, Minnesota geweest, waar Dylan een groot deel van zijn jeugd heeft doorgebracht, & ik ben daar niet wezenlijk anders van geworden. Voor mij gaat ‘Fietsen met Bob Dylan’ vooral over de enorme draaikolk waar we in beland zijn als gevolg van globalisering, de technologische revolutie & de opkomst van beeldcultuur & soundbytes. Ik heb daar moeite genoeg mee. Gelukkig zijn er mensen als Bob Dylan & Neil Young (van wie ik een nog grotere fan ben) die zich niet laten meeslepen door de waan van de dag, maar als een laatste vuurtoren in de nacht vasthouden aan ouderwets vakmanschap. Wat een uiting is van menselijkheid.
14
15
You tell ‘em, Queen!
© Bill Mensema, juli, 2015
16