Skip to main content

Mega Watje

Page 1

Hubert Klaver Rock Ink

Van Alfa Tot Omega


Mega Watje Van Alfa Tot Omega


© 2013 Alle rechten voorbehouden

Tekst: Hubert Klaver Redactie: Bill Mensema Foto auteur op pagina 22: Cindy van Helden Ontwerp + fotografie: Ebel Kuipers Lettertypen: Meran van Maurice Göldner & Tip-Up van Ebel Kuipers


MEGA rock ink | 2013

WATJE Van Alfa Tot Omega Hubert Klaver


1.


‘Gossie, Willemientje lief, er wordt een wassen beeld van Joost Zwagerman gemaakt voor het museum van Madam Tussauds.’ Willemien was druk in de weer met de strijkbout, maar maakte toch even tijd vrij om Mega te woord te staan. ‘Joost Zwagerman, mijn Megaatje, verdient geen wassen beeld. Hij beticht de dichter des vaderlands, Driek van Wissen, van rijmelarij.’ ‘Je moet ook altijd elk beeld bestormen. Het is toch geen kunst om met behulp van een rijmwoordenboek een zin te plakken tussen twee woorden met vrijwel hetzelfde jasje.’

5


Willemien streek een messcherpe vouw in de pantalon van Mega en gaf weerwoord: ‘Driek van Wissen weet iets op te roepen, hij weet je te raken mijn Mega lief, hij weet de lach los te weken en dat vereist een vaardigheid, die Joost niet meester is. Hij kan daar wel denigrerend over doen, maar met een paar rijmwoorden je geest kietelen is een kunst op zich. Woorden in een keurslijf stoppen en dan toch de lezer weten te raken, dat is meesterlijk. Driek is veel en veel meer dan rijmelarij.’ Ze drukte de bout stevig op de vouw van de pantalon, terwijl ze haar zinnen uitsprak. ‘Jij strijkt altijd alles uit de plooi,’ verweet Mega Willemien, ‘Driek is vormvast en heeft een hekel aan hermetische poëzie, de poëzie van de meester, de bron van ongrijpbare zinnen; woorden, waar je geen grip op krijgt; beelden, die je verstand ver te boven gaan. Dat moet je niet bestormen. Joost Zwagerman beschouwt zichzelf als de maat van alle dingen. Hoe durf je daar tegenin te gaan, hoe kun je een onvertogen woord aan hem wijden?’ Willemien vouwde de pantalon van Mega over een hanger, zodat die zo in de kast kon. ‘Van hermetische poëzie blijft niets hangen,’ stormde ze, ‘Vormvaste gedichten kun je gemakkelijk onthouden. Zwagerman schrijft geeneens hermetische poëzie. Hij kan niet eens rijmen. Het is vlees noch vis.’ Ze streek haar eigen slipjes en die van Mega glad in

6


een wilde beweging. Uit haar hoofd droeg ze Joosts ‘Nieuwe rijksweg langs de woonwijk’ voor. … en ten slotte de oren. Wie het wilde mocht ze bij zichzelf afsnijden, alle twee, ‘om te voelen hoe het voelt’. Die middag lagen er zo’n tweehonderd op de nieuwe rijksweg. De gedeputeerde legde de oren in de vorm van een krakeling, waarna een wals het koekje in het asfalt perste.

‘Zwagerman verdient geen wassen beeld, geen wassen oor, geeneens een wassen neus,’ ging Willemien voort, ‘Kijk eens naar de laatste zin. Dat beeld zou jij eens moeten bestormen, mijn Mega.’ ‘Rustig nou maar, rustig,’ suste Mega, ‘Je zou een eigen uitgeverij kunnen beginnen en noem die dan De Zeis.’ Willemien stapelde de keurig gestreken slipjes op, legde een onderbroekje van Mega opzij om van nieuw elastiek te voorzien, pakte het pakketje op en bracht ze naar de legkast. Mega had zijn gedachten bij krakelingen, koekjes van eigen deeg, stoomwalsen en asfalt. Hij associeerde en interpreteerde er duchtig op los. In het hoofd van Willemien woei een zacht briesje. Ze ruimde de strijkspullen op. De beeldenstorm was geluwd.

7


2. 8


Er was anarchie ontstaan in het labyrint van de Groninger schrijverswereld. De schrijversschool had de tegendraadse schrijver-moordenaar Klinkhamer uitgenodigd voor een interview, maar deze mocht later niet komen opdraven. De gemeenteraad had de benoeming van een nieuwe stadsdichter een jaar uitgesteld tot er een nieuwe cultuurnota was opgesteld. Bij Uitgeverij Passage was een bundel genaamd ‘Kutgedichten’ uitgekomen. In het programmaboekje van de poëziemarathon werd de activiteit van Noachs Kat niet genoemd. En ten slotte was er onenigheid uitgebroken tussen de docenten van de schrijversschool en de leiding van

9


het kunstencentrum, omdat ze de cursussen niet vol kregen. ‘Snap jij wat er in Groningen geschiedt?’ vroeg Mega Watje aan Willemien die op haar keramische kookplaat groentesoep stond klaar te maken, ‘In Groningen heerst een anarchie die zijn gelijke niet kent. Een toestand van ordeloosheid die overeenkomt met de wanorde van de cijfervermicelli in jouw groentesoep. Een staat van chaos, in een opklimmende cijferreeks van één tot tien, waarbij je kunt vaststellen, dat, als het getal tien op de absolute wanorde, zoals deze in de chaostheorie is beschreven, duidt, we dichter bij de tien zitten dan bij de één.’ ‘Ja, ja,’ zei Willemien, die net de vermicelli in de soep deed, ‘Ik zag ook liever een bundel grote-teengedichten, maar ik ben nu even soep aan het koken.’ ‘Wat heeft het stadsdichterschap met het uitbrengen van een nieuwe cultuurnota te maken?’ vroeg Mega, ‘Heel Groningen zit te wachten op de opvolger van Bart F.M. Droog. Een dichter of dichteres voor de levenden. Een man of vrouw, die, in tegenstelling tot wat Bart deed, namelijk het opdragen van een gedicht bij de begrafenis van een eenzame naamloos gestorvene, ons wakker schudt, ons doet ontslapen op het moment, dat wij genieten van een heerlijk bordje groentesoep.’ ‘Ik zei dat ik ook liever een bundel grote-teengedichten had’, zei Willemien. Ze trok een zakje

10


soepgroenten open en voegde de inhoud toe aan het kokende water. ‘De stadsdichter is het soepballetje in de oersoep van gedichten die jaarlijks in Groningen over ons wordt uitgestort. De krent in de pap. Zo’n benoeming kun je toch niet zomaar een jaar uitstellen?’ Mega leek wel iets van verontwaardigd. ‘Ik ben met de soep bezig, mijn Megaatje. Aan de pap ben ik nog niet toe.’ Onverstoorbaar ging Willemien verder en wachtte op het moment dat Mega in zijn relaas uitweidde over de vergankelijke schoonheid van kinderbilletjes in hun relatie tot de stadsdichter. Maar dat bleef uit. ‘De grote teen is publicitair niet verantwoord. Zeker als er een kalknagel op zit,’ zei Mega Watje, ‘Het vrouwelijk geslachtsdeel spreekt veel meer aan. Ze zouden van de vagina’s van koetjes soepballetjes moeten maken. Een culinair genot dat voor de massa zijn weerga niet kent. Het oplepelen van een bordje soep verschaft de burger zodoende een erotisch genot dat veel en veel verder gaat dan de bundel ‘Kutgedichten’.’ Mega zocht naar woorden om deze uitspraak te overtroeven maar kon ze zo gauw niet vinden. Daarentegen schrok hij zich een hoedje. ‘Goeie grutjes, Willemien,’ riep hij, ‘Pas op! De soep kookt over!’

11


3. 12


Willemien maakte het toilet schoon. Intussen boog Mega Watje zich over een poeem, maar hij kwam er, hoezeer hij zich ook inspande, niet uit. Hij dacht na hoe zo’n ongemak te vermijden was. Beter nog: hoe te overwinnen. Terwijl hij z’n hersencellen pijnigde en deze hevig transpireerden kreeg hij een lumineus idee. Hij snelde naar Willemien en zei: ‘Willemientje, Willemientje! Ik denk dat er een poëzie hulplijn moet komen voor een ieder die moeilijkheden heeft om een gedicht te vatten. Ze zouden een telefoonnummer onder het gedicht moeten plaatsen voor tekst en uitleg.’ Willemien spoelde het toilet even door nog voordat ze toiletreiniger in de pot spoot en de borstel het zware werk liet doen. 13


‘Wat mankeert jou, Mega lief, je bent toch dol op hermetisch gesloten gedichten? Een gedicht moet voor zichzelf spreken. Het mag niet zo zijn, dat er een toelichting moet komen om het geheel te snappen. Ze zouden een hulplijn moeten instellen voor de dichter die zo’n gedicht uitkraamt. De geestelijke nood moet wel erg groot zijn, als je je als dichter niet weet uit te drukken.’ De borstel van Willemien draaide rond en rond in de toiletpot en maakte de wc blinkend schoon. ‘Met welk gedicht ben je nu weer bezig?’ vroeg ze. ‘Iets van Liesbeth Cavé. Beren in de nacht Zwarte stilte, gespreide geluiden; van buiten wit licht springt vlak naar vlak, verdwijnt, fluistert: ‘niet verder zinken’ naar een enkeling die waakt in de nacht als schots ijs in warm duister diep

‘Ze staat in het lustrumnummer van Noachs Kat,’ zei Mega, ‘Ze is onlangs uitgegeven bij uitgeverij Monnier. Ik heb steeds het idee, dat er iets niet klopt. Het gedicht wordt naar het eind toe niet helderder. Integendeel.’ Mega sprak voor zijn doen in korte zinnen. ‘Als het de bedoeling is dat je het idee krijgt dat het gedicht niet klopt, dan is dat zeker gelukt,’ zei Willemientje, ‘Ik heb het gelezen. Ik heb vaker een gedicht van haar gelezen en ik heb doorgaans ook het 14


gevoel dat er iets niet klopt, mijn Megaatje. Eindelijk zitten we weer eens op één lijn.’ De toiletpot rook naar de frisse wildheid van papavers en de geur bereikte de neusslijmvliezen van Mega. Gossie, natuurlijk, dat hij dat niet gezien had! Het was juist de bedoeling, dat het gedicht niet klopte. Zijn brein was momenteel ingericht als klopgeest en Liesbeth haalde de structuur van de cellen overhoop, knipte neuronen van elkaar, mengde neurotransmitters, zaagde de hersenstam om, verknoopte neurieten en dendrieten. Een telefonische hulplijn was zo gek nog niet voor hen die ervan in de war raakten. Willemien nam de grijze toilettegels af en dweilde daarna de vloer, terwijl ze naar Mega luisterde. ‘Willemien, je bent geweldig. Ik zal het werk aanbevelen bij iedere klopgeest, aanprijzen bij eenieder wiens geest op slot zit, adviseren aan elkeen waarvan de grijze massa eens afgenomen moet worden, waar de schedelbasis van gedweild moet worden. Liesbeth laat lidwoorden en voorzetsels achterwege, verknipt zinnen, draait woorden om. Ze bestormt je met beelden, kleurt de hersencellen, verstopt het zeefbeen, tikt op je voorhoofd. Ik ben voor een telefonische hulplijn voor lieden die van haar gedichten in psychose schieten.’ Willemien wrong de dweil uit boven de emmer, keek Mega in de ogen en snoof de geur op van de frisse wildheid van papavers. 15


4. 16


Willemien stak een van de vele waxinelichtjes aan. Mega Watje, die diep in gepeins verzonken was, schrok ervan op. ‘Willemientje lief,’ zei hij, ‘Volgens Ronald Ohlsen kent literatuur een hoge mate van meerduidigheid.’ Willemien ontstak een tweede lichtje. ‘Wie is Ronald Ohlsen?’ vroeg ze. ‘Hij geeft een schrijfcursus in Groningen. Hij heeft het boek ‘De Godvergeten Middenstand’ geschreven.’ ‘Oh ja, nu je ‘t zegt. Meerduidigheid, mijn Megaatje, leidt tot literaire duisternis,’ zei Willemien terwijl ze een derde lichtje ontstak. ‘Het is maar een standpunt. Als je het in je onderbuik wilt voelen kietelen, als het zo spannend is dat je bloedplaatjes zich voorbereiden 17


op een hartaanval, dan moet je helder zijn als glas. Het doet teveel een beroep op verstandelijke vermogens.’ ‘Maar ik wil juist huilen als de bloesem van een koolzaadplant, schrikken als het zaad van een springbalsemien, opgewonden raken als de bloeiwijze van een gele toorts. Dan kun je niet zonder meerduidigheid,’ wierp Mega tegen. Willemien ontstak een vierde lichtje. ‘Ik wil het in mijn lijf voelen, mijn Megaatje. Ik wil de wanhoop voelen tot in de nagel van mijn grote teen.’ ‘Maar je kunt toch wanhopig worden als je verdwaalt in volzinnen van een hele bladzijde, zinnen boordevol adjectieven, bijzinnen, metaforen, associaties en uitweidingen, zodat je het spoor volledig bijster raakt. Lees Abdelkader Benali. Dat is een verdienste van de schrijver. Hij heeft er de Libris literatuurprijs 2003 mee gewonnen,’ pareerde Mega. ‘Sommige mensen hebben een duistere smaak, mijn Megaatje. Het is maar goed, dat er nog waxinelichtjes zijn.’ Ze ontstak een vijfde lichtje. ‘Heb je ooit iemand zien huilen in metaforen? Heb je ooit iemand horen schelden in meerduidigheid. Heb je ooit iemand die nijdig was zien letten op zijn stijl? De taal die je het diepste raakt is zo helder als jonge jenever.’ ‘Maar als je dreigt te verdrinken in de woordenstroom van de schrijver en je van komma naar komma leeft, 18


dan is dat toch een geweldige ervaring,’ zei Mega. ‘Literatuur met een hoge mate van meerduidigheid,’ eindigde Willemien, ‘is gewoon een vaag verhaal.’ Mega vertoefde in literaire duisternis. Een tikkeltje meerduidig zat hij tussen de waxinelichtjes van Willemien. Hij voelde zich als een volzin uit een verhaal van Benali: volkomen onbegrepen. Hij kende het standpunt van Willemien. ‘Literatuur is gestolde emotie’, zei ze altijd. Een zekere afstand mocht het van haar bij tijd en wijle wel hebben. Ze weigerde mee te janken bij alle geneuzel. Willemien zette de woonkamer in een warm licht. Mega hervatte zijn gepeins. Alle waxinelichtjes brandden. Zoveel helderheid, zijn geest kon het nauwelijks verdragen.

19


5.


‘Willemien, Willemientje lief, er circuleert een lijst van de bekendste dichters van Groningen gemeten naar het aantal hits van Google op het internet.’ ‘Ik weet het, mijn Mega. Als je zelf met een weblogje begint, ben je al weer een beetje bekender.’ Willemien schreef een lijstje met boodschappen die er die dag moesten komen en turfde het aantal eieren dat ze in de koelkast had liggen. ‘De Top Tien, Willemientje lief, heeft eeuwige roem verworven. Koploper is Kopland, die met 65.400 hits de eerste plaats bezet.’ Willemien lief noteerde vier eieren. ‘‘De jonge slablaadjes,’ mijn Mega, waaraan Kopland een groot deel van zijn bekendheid te danken heeft, 21


zijn tussen de bladzijden van de dichtbundel allang uitgedroogd.’ Ze mikte een krop sla, die ze uit de koelkast gehaald had en enige tekenen van verrotting vertoonde, in het emmertje bestemd voor de biobak. Daarna schreef ze vier tomaten op haar boodschappenlijstje. ‘Van alle tien in het rijtje,’ zei Willemien, ‘is Kopland de enige die ik nog nooit op een podium heb gezien.’ ‘De lijst zegt ook iets over de activiteit van een dichter, Willemien! Vind je dan niet, dat als je je weblogje laat linken bij een groot aantal bekenden en vrienden en je je bij elke startpagina aanmeldt, dat je daar dan niet voor beloond mag worden? En vind je dan niet, dat als je een oneindige reeks jongerencentra, buurtcentra, theaters, festivals en ander podia laat afbellen en erop aandringt om er op te treden en zo via de site van de instelling op het internet belandt, dat je dan weer een plusje mag bijschrijven op je faam?’ Willemien kraste het aantal van vier tomaten door en veranderde dit in acht. ‘Ze doen aan podiumverontreiniging,’ zei ze ‘en komt je hoofd eenmaal op tv, dan mag je in cultuurcentrum De Oosterpoort voorlezen en dan word je overal gevraagd.’ In de koelkast lag een rotte tomaat en ook die mikte Willemien in het emmertje. ‘Maar roem en faam en bekendheid, daar draait het toch om,’ wierp Mega tegen. Ook herinnerde hij

22


Willemien eraan dat er slagroomtaart en ragout voor de pasteitjes ingekocht moesten worden. Daarna ging hij verder met zijn betoog dat het uiteindelijk doel van de artiest is om bijgeschreven te worden in de galerij der onsterfelijken. Dat men geaaid en gelikt wil worden, dat men begeerd en bewonderd wil worden. Dat men complimentjes in ontvangst wil nemen. Dat zo’n lijst je behulpzaam kan zijn om je plaats bepalen, zodat je kunt inschatten welke en hoeveel stappen je nog moet nemen om hogerop in de ranglijst te belanden. ‘Kijk eens wie er allemaal in de top tien staan,’ zei hij ‘Jan Pierre Rawie en Pietersz van Calumburg.’ Willemien schrapte de acht tomaten en de vier eieren van haar boodschappenlijstje en eindigde met: ‘Als je de complete lijst omdraait, krijg je dichters met eigenschappen als bescheidenheid, kwetsbaarheid en onzekerheid. Dat zijn nog niet eens zulke slechte eigenschappen om een goed gedicht mee te maken.’

23


Huber Klaver (Foto uit het boek ‘Zwijnenberg’) Website: http://members.home.nl/hubertklaver.

24


Bill Mensema

Ink k o rt verh Rock a a l | ro ck ink

Rock Ink

Ralph Molina

Rock Ink

A short story by Bill Mensema

Lees ook deze boekjes van Rock Ink: – Bluebird – The death of Jeffrey Lee Pierce – Ralph Molina – Situation RockInk is een samenwerkingsverband tussen de twee jeugdvrienden schrijver Bill Mensema (Haren Gn) & grafisch ontwerper Ebel Kuipers (Sappemeer) om – nu we nog leven – geregeld e-books uit te brengen, grotendeels over muziek, zo nu & dan in het Engels & dan weer in het Nederlands, ontworpen zoals wij het zien. De e-boekjes zijn gratis te lezen op internet. Ons doel is de verspreiding van ons werk over de hele wereld & in Finland in het bijzonder. www.rockink.nl


Dit is een bloemlezing uit de omvangrijke Mega Watje-serie van Hubert Klaver.

Rock Ink

De met veel succes in stad en land optredende Hubert Klaver (1951) publiceert al 25 jaar humoristische columns en feuilletons in bladen als Cultimo, Schrijver & Caravan, Opus Nul, Weirdo’s, De Vagebond, PermaFrost en Noachs Kat. In oktober 2010 verscheen zijn ‘Zwijnenberg’ verhalenbundel (De Tegenvoeters i.s.m. Uitgeverij Vliedorp), waarin de zelfverklaarde antiheld elke porseleinkast in cultureel Groningen opzoekt om er als de spreekwoordelijke olifant doorheen te walsen. Mega Watje is meer van het bedachtzame type. Dit personage van Klaver verwondert zich over zin en onzin in de literatuur, waarbij zijn Willemien onder het strijken en het schillen van de aardappels hem geregeld de ogen opent.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Mega Watje by Rock Ink - Issuu