27 november 2019
Foto: Wouter Holsappel, OOG tv
2
Ik zie een heleboel nieuwe gezichten. In
het bestuursgebouw van de universiteit. De Grote Vergaderzaal, die vroeger een
danszaal was, zoals de Jouke de Vries, de
collegevoorzitter fijntjes opmerkt. Hij staat even stil bij de geschiedenis van het pand.
Voordat de universiteit er zat, woonde hier namelijk de commissaris van de Koning.
27 november / Een bedankje van de samenleving
En later die van de Koningin. De danszaal dateert uit die tijd. Evenals de kamer van
de collegevoorzitter. Vroeger sliep daar de
koningin. En soms, als de zon op zijn raam schijnt, kan de collegevoorzitter zich daar goed in verplaatsen!
N
ieuwe gezichten dus, bij de faculteiten, centraal en wat niet meer. En het komt ook doordat bij de rijksuniversiteit in de afgelopen tijd veel mensen een nieuwe rol hebben gekregen. Het komt ook doordat de faculteitsbestuurders, de decanen en de andere universiteitsbestuurders en ik elkaar ook niet elke dag nodig hebben. We lopen de deur niet plat, bij elkaar.
Bescheiden rol De universiteitsbestuurders hebben me uitgenodigd om iets te komen vertellen over koninklijke onderscheidingen. Dat is een wonderlijke keuze. Kon de burgemeester niet? Want die mag immers een lintje uitreiken, namens de koning? En niet de commissaris? Ja, dat is waar. En toch complimenteer ik de aanwezigen met de keuze. Want die verraadt een geraffineerde blik op het proces. Want de kenners weten natuurlijk dat ook de commissaris van de Koning een (bescheiden) rol heeft in de procedure. Want een lintje krijgt iemand, als het voor hem of haar wordt aangevraagd. En zoals bij bijna alles in het leven: daar zijn procedures voor. → 3
U raadt het al: de commissaris bekijkt of de aanvraag voor een onderscheiding volledig is en er sprake is van een gedegen onderbouwing. Inclusief referenties. En als ik tot die conclusie kom - geholpen door een deskundige dame die mij daarin bijstaat - dan stuur ik de aanvraag met mijn advies naar de Kanselarij der Nederlandse Orden. En dan is mijn rol ook weer voorbij. Want dan kan ik net als de aanvragers gaan wachten op het besluit. Daar valt meer over te vertellen. En ook langdurig. Maar gelukkig voorziet het programma van vanmiddag in een inleiding door het ‘hoofd Decoraties en Advies, tevens plaatsvervangend secretaris van het Kapittel voor de Civiele Orden bij de Kanselarij der Nederlandse Orden’. Kijk, daar kan ik niet tegenop! En dat ontslaat mij ook van de verplichting om vragen te beantwoorden die voor mij te moeilijk zijn! Iets bijzonders voor iets bijzonders Dus kan ik mij concentreren op de ‘basics’. Vroeger was het zo, dat een onderscheiding je als hoogleraar als het ware ‘vanzelf’ toerolde. Als je pak ‘m beet 40 jaar in dienst was en met pensioen ging, bleek (uiteraard tot ieders verrassing) dat het de Koningin had behaagt… Ik ben mijn loopbaan begonnen bij de onvolprezen Gemeente Roden. Kleinschalig, dus ik mocht van alles doen. Waaronder ook het schrijven van aanvragen, die steevast eindigden met de zin dat de burgemeester er zeker van was dat velen in de gemeenschap van Roden zouden instemmen met de voorgestelde decoratie. Dat was natuurlijk ook altijd waar. Ik zat dus in de machine. En ik moest bij de aanvraag van een onderscheiding ook altijd een salarisindicatie van de decorandus meesturen. Want het salarisniveau kon je vertalen naar ambtelijke schalen. En die konden je helpen bij het bepalen van het niveau van de onderscheiding. Dus hoe meer je verdient, hoe meer je krijgt! Als je ergens egalitair van gaat denken... Als het aan mij lag, werd elke decorandus ridder!
4
Maar het lag niet aan mij. Al kreeg ik na mijn vertrek uit Roden een beetje mijn zin. De eremedailles in goud, zilver en brons werden in 1996 afgeschaft en vervangen door een ridderorde (‘lid’). Maar vooral: sinds de herziening van het decoratiestelsel ligt de nadruk op iemands verdiensten voor de samenleving. In mijn eigen woorden: het gaat er dus niet zozeer om of iemand goed is in zijn werk. Maar of hij (of zij) binnen of buiten dat werk iets gedaan heeft, dat er echt boven uitsteekt. Iets wat relevantie heeft voor de samenleving. En dat door iedereen wordt gezien als uitzonderlijk. Het is dus helemaal niet zo gek om te concluderen, dat een lintje iets bijzonders is, voor iets bijzonders. Democratisch en egalitair En het mooie is: het blijft ook iets bijzonders. Want wie gedecoreerd wordt, krijgt een erkenning. Gerard Reve besluit ‘De Avonden’ met de zin dat het ‘gezien’ is. En dat het ‘niet onopgemerkt’ is gebleven. En zo is het hier ook. Iemand doet iets bijzonders voor de samenleving, en de samenleving heeft dat gezien. Sterker nog: er zijn mensen die hebben gedacht: ‘die verdient een lintje’. En die de moeite hebben genomen om een aanvraag te doen, voorzien van formulieren en bewijsstukken. Dat is het ontroerende van een koninklijke onderscheiding. Je hoeft echt niks met de monarchie te hebben om daar heel blij mee te zijn. Ik heb overtuigde republikeinen zien smelten! Via een lintje zegt de samenleving ‘dankjewel’. En de samenleving, dat zijn wij allemaal. Werkend en niet werkend. Man of vrouw. Jong en oud. Autochtoon of allochtoon. En, speciaal voor deze bijeenkomst: wetenschapper of bestuurder. En bestuurder of bode. Het decoratiestelsel kent dus wel allerlei verschillende onderscheidingen, maar de decoratie op zichzelf is democratisch en egalitair. En als commissaris van de Koning hecht ik er aan om te zeggen dat alle lintjes mij lief zijn. Daarmee bedoel ik, dat elk lintje een plezierige vorm van erkenning is die niet alleen op de ontvanger afstraalt, maar ook op zijn naasten.
Met zijn allen trots Het is in net als bij de Nobelprijs. De aanwezigen weten waarover ik het heb. Als je als universiteit meemaakt dat een van ‘je’ hoogleraren die prijs krijgt uitgereikt, dan ben je blij. Dan doe je er in de ogen van de samenleving als universiteit toe. Je bent met zijn allen trots. Dat geldt natuurlijk ook voor Spinozaprijzen en andere soorten van academisch eerbetoon.
Het decoratiestelsel: weergave van onze geschiedenis De presentatie van het Kapittel concentreert zich op de twee orden die voor de universiteit het meest relevant zijn: Oranje-Nassau en de Nederlandse Leeuw. En hoe gedegen de presentatie ook is, ik vermoed dat de aanwezigen nog niet de helft te horen krijgt van wat daar over te vertellen valt. Er zijn ridderorden, er zijn huisorden van het Koninklijk Huis, er zijn dapperheidsmedailles en reddingsmedailles. Ook zijn er diverse gradaties binnen de Orde van Oranje-Nassau en die van de Nederlandse Leeuw. Allemaal met hun eigen kenmerken en geschiedenis. Het decoratiestelsel weerspiegelt onze vaderlandse geschiedenis. Een geschiedenis waarin soms geen zee te hoog ging en de dalen soms diep waren. Maar waarin het altijd belangrijk was om je in te zetten voor de samenleving. Je rol te spelen in de maatschappij. Je beste beentje voor te zetten. Er toe te doen.
27 november / Een bedankje van de samenleving
Zo is het met een koninklijke onderscheiding ook. Als een medewerker van de universiteit een koninklijke onderscheiding krijgt, zegt dat ook iets over de universiteit. Misschien omdat de universiteit het mogelijk maakt dat iemand zich als vrijwilliger kan inzetten. Dat iemand een levensreddend geneesmiddel kon ontwikkelen. Dat iemand de ruimte krijgt. Bijvoorbeeld om een reeks congressen te beginnen, die de aanzet vormt voor een ontwikkeling die inmiddels niet meer te stoppen is. De voorbeelden zijn eindeloos.
Het weerspiegelt ook de Nederlandse cultuur. Anders dan ik dacht, worden in Nederland relatief veel onderscheidingen uitgereikt. Het hoofd Decoraties en Advies spreekt over een ‘hoge decoratiedichtheid’. Verreweg de meeste onderscheidingen worden gegund aan de vele vrijwilligers die ons land heeft. Want die verdienen een lintje. Dat was vroeger zo en dat is nu nog altijd zo. Want het is mooi, als zo nu en dan iemand van ons in het zonnetje wordt gezet. Dat iemands inzet niet onopgemerkt blijft. En dat de samenleving ‘dankjewel’ zegt. •
5