14 november 2019
Foto: Avebe
2
Toen ik drie jaar geleden commissaris
van de Koning in Groningen werd, kreeg ik er gratis bij dat ik voorzitter werd van het
Scholtenfonds. Een zogenaamde q.q.-functie. Je krijgt hem met je hoofdbetrekking.
En je levert hem weer in zodra je vertrekt.
Het J.B. Scholtenfons is een fonds dat geld bijdraagt aan sociale en culturele noden
D
e naamgever en grondlegger van dit fonds is Johan Bernhard Scholten. De kleinzoon van Willem Albert Scholten die in 1842 Foxhol een van de eerste aardappelzetmeelfabrieken begon. Eureka, heette die fabriek. Scholten was een succesvol zakenman. Misschien ook wel de eerste Nederlandse multinational. Hij werd erg dominant op de aardappelmarkt. En als je marktmacht bent, bepaal je de prijs.
De nalatenschap die ik mag beheren, is onder andere opgebouwd met geld dat Scholten op de aardappelzetmeelmarkt heeft verdiend. Saillant is dat de andere erfenis van Scholten inmiddels ter ziele is. Als ik het goed heb, werd Scholten-Honig - zo heette het bedrijf inmiddels - na jaren van kwakkelen in 1978 opgedeeld in onderdelen en verkocht. Eén van die onderdelen nam Avebe toen over: de aardappelzetmeel-tak.
Een vuist op de markt Daarom stapten in 1919 drie boeren naar de notaris in Sappemeer om een coöperatie te beginnen onder de naam Aardappelmeelverkoopbureau, kortweg AVB. Die coöperatie moest grip op de markt krijgen. En een vuist vormen tegen speculatieve handel.
Maar ook de geschiedenis van de Avebe bevat wiebelige periodes. Periodes waarin de coöperatie wankelde. De leden moesten dan nogal eens kapitaal aandragen voor nieuwe investeringen. Voor vernieuwing. Voor innovaties. Maar ook voor saneringen en wat toen al ‘efficiencyslagen’ werd genoemd. Ik heb mijn opa en mijn oom, aandeelhouders en aardappeltelers in Borger, er regelmatig over horen mopperen. Het woord Avebe was niet altijd een impuls voor de gezelligheid van familiefeestjes. →
Het is dus best bijzonder voor mij om vandaag te spreken op het eeuwfeest van Avebe. Want het Scholtenfonds beheert geld uit de nalatenschap van Scholten. Ik ben dus de erfgenaam van de oorspronkelijke tegenstrever. De vijand van een eeuw geleden. De aanleiding voor het bestaan van de boerencoöperatie.
14 november / Koninklijke boeren
in onze provincie, zoals het officieel heet.
3
Sterft, gij oude vormen en gedachten Zeker de jaren ‘70 en ‘80 waren roerige tijden. Niet alleen voor de boeren, die hun geld eerder richting Avebe zagen gaan dan andersom. Niet helemaal hun oorspronkelijke gedachte achter de coöperatie, neem ik aan. Maar ook de werknemers - toen ‘arbeiders’ genoemd - vreesden voor hun baan. Ze zagen het zwerk al drijven. Ze hadden immers net gezien hoe het de zieltogende strokarton-industrie was vergaan. De verhoudingen tussen boeren en arbeiders waren van tijd tot tijd bepaald grimmig. Het waren mede om die reden de jaren van Fré Meis. Iemand voor wie de woorden ‘sterft, gij oude vormen en gedachten’ gesneden koek waren. Voor de jongeren onder ons: dat is een regel uit ‘De Internationale’, hét socialistische strijdlied. Het is niet aan mij om de tekst van De Internationale nader te analyseren. Ik zie wel - om het als sportverslaggever te zeggen - dat het communisme sinds de val van de Muur in 1989 niet echt meer in vorm is.
Coöperatie versleten? Datzelfde werd een tijdje geleden ook gezegd over de coöperatie als organisatievorm. Die was versleten en paste niet meer bij deze tijd. Maar dat is enorm veranderd. Want de coöperatieve vereniging is weer springlevend is. Hip and happening! Dat is razend knap, als je je bedenkt dat de eerste coöperatie in Engeland het levenslicht zag. In 1760 startten arbeiders van meelfabriek een winkel. Daar konden ze niet alleen meel, maar ook andere levensmiddelen tegen een scherpe prijs kopen. De coöperatie begon dus als een organisatievorm voor consumenten. Tegenwoordig zien we coöperaties vooral bij producenten. De Avebe is daar bij uitstek een voorbeeld van. Je hoeft de kranten niet eens zo heel erg goed te lezen, om te zien dat zeker in de energietransitie de coöperatie een gewild model is. En ook hier zie je dat coöperaties een vuist willen maken. Ditmaal tegen de bedrijven achter grote windparken. Maar er bestaan ook nu nog coöperaties van consumenten. Ook nieuwe. Er is er zelfs eentje vlakbij. In het dorp Sauwerd konden ze het niet verteren dat de dorps-super haar deuren zou sluiten. Dus wat gebeurde er? Inwoners van de dorpen Adorp Sauwerd en Sellingen adopteerden de winkel, die nu een merk is van de dorpencoöperatie Reitdiepdal. Daarmee is de winkel letterlijk van de inwoners van deze dorpen. Ik denk ook aan de coöperatie Klooster & Buren. Voor wie het niet meer weet: in Kloosterburen een dorp in een krimpregio - hebben zzp’ers en inwoners van de dorpen Kloosterburen, Molenrij, Kleine Huisjes, Kruisweg en Hornhuizen de handen ineen geslagen. Met als doel de zorg, woningen, recreatie, dagbesteding en groenverzorging nieuw leven in te blazen.
4
Honderd jaar coöperatie De Avebe bestaat honderd jaar. En is in die honderd jaar al een paar keer stevig van gedaante veranderd. Maar altijd coöperatie gebleven. Na de eerste jaren was het doel van de Avebe na de Eerste Wereldoorlog om zoveel mogelijk aardappels van een akker af te halen. Veel later verschoof de doelstelling en wilde men zoveel mogelijk zetmeel uit de aardappel halen. En tegenwoordig richt de Avebe zich ook op eiwitten en andere zaken. Zaken die vroeger ‘restproducten’ werden genoemd. En die vroeger ook vooral via het stinkende en schuimende water de fabriek verlieten. Fijn dat die tijd achter ons ligt!
Koninklijke boeren Avebe is vanaf nu dus Koninklijk. De Coöperatie Koninklijke Avebe. Van harte gefeliciteerd! Voordat ik Bert Jansen het plakkaat overhandig dat bij zo’n toekenning hoort, spreek ik nog een paar waarschuwende woorden. De snelle denkers zullen nu vast zeggen: als lid van de coöperatie ben ik nu dus ook een Koninklijke Boer. Op zich valt er niets tegen deze redenering in te brengen. Toch voelt u denk ik ook wel aan dat daarmee niet de weg is geopend dat alle leden een kopie van het predikaat aan de poort van hun erf kunnen spijkeren. Maar het straalt natuurlijk wel op hen allemaal af! Avebe is niet de eerste coöperatie die dit predikaat krijgt. Tien andere gingen haar voor. De Avebe is wel de eerste coöperatie in Groningen aan wie deze eer toevalt.
14 november / Koninklijke boeren
De koning roemde in 2018 deze aanpak in zijn kersttoespraak. “Geluk begint vaak in kleine huisjes”, zei hij. En het dorpje ‘Kleine Huisjes’ was een paar weken beroemd. Vrij snel daarna bleek helaas dat er strubbelingen waren. Maar de rust lijkt weergekeerd. En ook deze coöperatie leeft. De coöperatie als vehikel voor al je idealen! Dus niks geen ‘sterf, oude vormen’ op dit punt. Integendeel. Oude vormen zijn heel hardnekkig: ‘Leef, gij oude vormen en gedachten’.
Wie een jaar ouder wordt, is jarig. Wie honderd wordt, wordt eeuwig. Voor mensen van honderd geldt dat ze de langste tijd achter zich hebben. Maar voor een springlevende en vernieuwende coöperatie als Avebe, is honderd jaar slechts het begin. Op dus, naar de volgende honderd jaar! •
Slechts vernieuwing kan behouden. En honderd jaar bestaan en kwalitatief steeds beter worden, is een prestatie van formaat. Ik denk dat veel mensen trots zijn op de successen van Avebe. Mensen die er werken. Mensen die er in deelnemen. Mensen die er in de buurt wonen. Mensen die provinciebestuurder zijn in Groningen. We delen allemaal een beetje mee in het succes. En we zijn ook allemaal blij met wat ik vandaag mag vertellen. Het is ook iets dat een beetje zal leiden tot een gedaanteverwisseling van Avebe. Want namens de koning mag ik meedelen dat de Avebe het predikaat Koninklijk krijgt.
5