14 november 2019
Foto: dvhn
2
Twee weken geleden werd nieuws dat veel
Groningers die aardbevingsschade hebben
geleden als gevolg van de gaswinning aangaven dat ze niet uit de kosten kwamen met de
vergoeding die zij daarvoor van de NAM hebben ontvangen. Dat bleek uit een steekproef onder ruim vijfhonderd gedupeerden in opdracht van de Tweede Kamer. De SP-fractie stelde
14 november / Ontoereikende schadevergoeding
mij daarover gisteravond laat vragen tijdens de vergadering van Provinciale Staten: de
commissaris van de Koning zou er toch bovenop
zitten? Hoe kijkt hij dan aan tegen dit resultaat? Hieronder staat mijn antwoord op deze vragen.
Een trendbreuk We komen van ver. We komen uit een wereld waarin mensen met schade door aardbevingen die schade zelf moeten verhalen op de NAM. Dat is trouwens het normale patroon. Schade kun je verhalen op de veroorzaker. Ik ken één uitzondering. Die bestaat sinds 1 april 2017. Gaswinningsschade in Groningen. Want die vergoedt de staat. Dat ging zeker niet vanzelf. Maar het was wel een trendbreuk. Het schadeprotocol kwam pas na negen maanden. En het was een zware bevalling. Wel met unanieme steun. Maar veel te laat.
We maakten daarbij ook een afspraak voor de afhandeling van de ruim 6000 schademeldingen van vóór 1 april. Hierna te noemen: ‘de oude gevallen’. De NAM moest daarvoor een ‘ultieme poging’ doen. Het moest ‘snel en ruimhartig’. Het moest binnen vier maanden. En het moest een ‘redelijk eindbod’ zijn. Daarom werd er nog eens 50 miljoen euro extra uitgetrokken. →
3
Nauwlettend volgen Iedereen wist dat het een grote opgave was, want de 6000 ‘oude gevallen’ wachtten al heel lang. De NAM moest daarom elke maand rapporteren aan de minister. En die beloofde de voortgang ‘nauwlettend te volgen’. Wij wilden meer toezicht op de NAM dan de minister alleen. En daarom spraken we af dat de commissaris van de Koning mee zou kijken. Niemand geloofde in deze situatie in wonderen. Niemand beloofde wonderen. Maar wel stevig toezicht. Op het tempo van de NAM. En op de behandeling van mensen. In het schadeprotocol hebben we veel aandacht besteed aan de bescherming van mensen met schade. Je kon het NAM-aanbod verbeteren via de arbiter. Je kon naar de rechter als de uitspraak van de arbiter je niet bevalt. En er was nog de hardheidsclausule (art 14-2) waarin staat de schadecommissie mensen kan toelaten om ‘onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen’. En soms benaderden mensen ook de provincie omdat ze het niet eens waren met het aanbod. Dan nam een medewerker contact op met de NAM en werd het aanbod heroverwogen. Voor zover ik mij herinner werkte dat goed. Serieus toezicht De NAM heeft vier maandrapportages gestuurd. Die hebben de minister en ik met de directie besproken. Dat doe je niet met losse handen, dat werd stevig ambtelijk voorbereid. De minister verantwoordde zich in de Tweede Kamer. En het heeft niet geleid tot wijziging van de aanpak. Ik ben zelf langs de laatste vijf mensen gegaan die niet hadden gereageerd. Ik heb ze gevraagd wat ze nodig hadden. In vier gevallen kwam NAM alsnog met een aanbod dat betrokkene accepteerde. De laatste zaak ligt bij de rechter.
4
Afgelopen zomer waren er andere klachten: de NAM kwam de uitspraken van de arbiter niet na. Ook dat hebben we meteen serieus opgepakt. In de media en in een advertentie riepen we mensen op om zich te melden. Dat leidde tot zo’n 30 meldingen, waarvan er niet meer dan tien gingen over de naleving van arbiter-uitspraken. Maar alle klachten krijgen een serieuze behandeling. 13 van de melders hebben inmiddels (zicht op) een oplossing. Kortom: Deze aanpak is afgesproken en kreeg brede steun. Niemand beloofde wonderen, wel serieus toezicht. Er is veel aandacht voor rechtsbescherming geweest. Er is zorgvuldig gereageerd op signalen. Niet ruimhartig Twee weken geleden was er een nieuw signaal. Op verzoek van de Tweede Kamer had bureau AHA een telefonische enquête gehouden. Daarin zeiden zes op de tien geënquêteerden dat het bedrag dat ze hadden geaccepteerd niet voldoende was om de schade te herstellen. De heer Mastenbroek stelt me daarover een aantal vragen. Hij vraagt of een aanbod dat volgens betrokkenen onvoldoende is om de schade te herstellen ‘ruimhartig’ is. Dat lijkt me niet. Als een aanbod niet voldoende is om het herstel mee te betalen, is het niet ruimhartig. Als je weet dat het niet genoeg is, moet je het ook niet accepteren. Hij vraagt waarom er niet een echt ruimhartig aanbod is gedaan? De vraag veronderstelt dat dat een keuze is. Ik weet niet of dat zo is. Het kan zijn dat de NAM – die het aanbod deed – te weinig rekening hield met de drukte op de bouwmarkt. Maar ik weet het niet. Of een bedrag ruimhartig was, blijkt pas als je weet wat herstel kost.
5
Bejegeningsonderzoek Hij vraagt of ik het juist vind dat er zoveel druk is gezet op mensen om het niet ruimhartige aanbod te accepteren? Het is mij niet bekend dat mensen onder druk zijn gezet. En precies omdat we daar zeker van wilden zijn, hebben we door hetzelfde bureau, AHA, in mei 2018 een ‘bejegeningsonderzoek’ laten doen. De mensen die toen werden geïnterviewd, vonden de gesprekken met het CVW vriendelijk en zakelijk. De meeste geïnterviewden vonden het aanbod dat ze kregen redelijk. En ze zeiden dat ze wisten dat ze ook naar de arbiter konden gaan. De heer Mastenbroek vraagt of ik er wel genoeg bovenop heb gezeten en hoe dit dan het resultaat kan zijn. Ik denk van wel. Er is goed en systematisch toezicht gehouden. We hebben vier rapportages besproken. Een bejegeningsonderzoek uitgevoerd. Ik ben bij non-respondenten op bezoek geweest. We hebben een advertentie gezet op signalen dat NAM de uitspraken van de arbiter niet naleefde. En ja, ik vind het zorgwekkend dat nu, in een enquête na afloop, zoveel geïnterviewden aangeven dat ze de schade niet konden herstellen van het bedrag waarmee ze akkoord zijn gegaan. Aanbod geaccepteerd De heer Mastenbroek vraagt of ik me ook nu nog wil inzetten voor een ruimhartig aanbod voor mensen met schade. Ja, ik wil mij er voor inzetten dat mensen hun hele schade vergoed krijgen. Daarbij past wel een opmerking. Die gaat over de woorden ‘ook nu nog’. In de enquête zeggen veel mensen dat ze het aanbod hebben geaccepteerd omdat ze ‘er geen tijd en energie meer in wilden steken’ of ‘geen reëel alternatief zagen’.
6
Of dat ze er een streep onder wilde zetten Ze gingen niet naar de arbiter. Ze gingen niet naar de rechter. Maar ze accepteerden het aanbod. Ze tekenden. Je hoeft geen ervaren advocaat te zijn om te zien dat het lastig is om verder te onderhandelen nadat je een aanbod hebt geaccepteerd. Maar als een ruime meerderheid (63%) aangeeft aan dat de schadevergoeding niet genoeg is voor hun schade, moeten we kijken of we dat kunnen veranderen. Aangedrongen En dat is precies wat ik heb gedaan. Ik heb er bij de NAM op aangedrongen dat mensen die horen bij de 6000 ‘oude gevallen’ en die een aanbod hebben geaccepteerd de kans moeten krijgen om aan te tonen dat ze hun schade niet kunnen herstellen met de schadevergoeding die ze hebben geaccepteerd. En dat ze het tekort alsnog betaald krijgen. De NAM is daartoe bereid. Mensen moeten daarvoor een factuur of een offerte kunnen overleggen van vóór 1 oktober. En we moeten een loket organiseren – ik zou zeggen: bij de provincie. We moeten afspraken maken hoe we claims beoordelen. En hoe de NAM betaalt. Ik stel voor dat het college de Staten een brief stuurt over de uitwerking. Tenslotte vraagt de heer Mastenbroek of we niet de mouwen moeten opstropen en stapjes vooruit moeten bevechten. Ja. En dat doen we ook. Daarbij is het een kwestie van smaak of je militair jargon als ‘gevechtsstand’ wilt gebruiken. Opgestroopte mouwen vind ik een mooier beeld. Ik denk dat inwoners van onze provincie recht hebben op een provinciebestuur dat actief en assertief voor hen opkomt. En dat laten we over de volle linie zien. •