27 mei 2019
2
Het congres van de Nederlandse Astronomenclub is in volle gang, als we voorzichtig naar de
voorste rij worden gedirigeerd. We schuifelen in het halfdonker. En na een paar minuten
dringt de ontzettende waarheid tot me door:
de voertaal is Engels. En ik heb een Nederlandse toespraak bij me. Ik vraag mijn buurman
fluisterend hoeveel mensen in de zaal geen Nederlands spreken. De helft, schat hij.
27 mei / Astronomen die zelf sterren worden
Als hij ziet dat ik daar van schrik, relativeert hij het een beetje: de meeste mensen verstaan echt wel een beetje Nederlands, hoor!
Rollenspelen Ter plekke mijn tekst in het Engels vertalen? Dat wordt niet mooi. Dus ik besluit er een kleine Engelse introductie bij te verzinnen. Een bescheiden lesje staatsrecht, om het Nederlandstalige ritueel te kunnen begrijpen. En ik vertel mijn gehoor dat de monarchie ‘ancient roots’ heeft, maar dat we in Nederland (sinds 1848) het koningschap in een modern jasje hebben gestoken: de constitutionele monarchie. En sinds dat moment, de onschendbaarheid van de koning, (‘The King can do no wrong’, leerde mijn geschiedenisleraar me vroeger) doen wij rollenspelen. Het lijkt alsof de koning de baas is, maar in werkelijkheid beslist de democratie.
Maar als je niet beter wist, zou je denken dat de koning in Nederland nog steeds alles beslist. Hij vertelt op Prinsjesdag wat de regering gaat doen. Ons land wordt bestuurd met ‘Koninklijke besluiten’. De koning biedt wetten aan aan het parlement (bij Koninklijke boodschap) en tekent ze na de parlementaire behandeling. Hij benoemt ministers, burgemeesters en commissarissen van de Koning. En zelfs dwangbevelen beginnen in ons land met ‘in naam van de Koning’. Maar dat is allemaal de constitutionele Koning (met een hoofdletter). De regering beslist. De koning is daar lid van. Maar hij zit er op de vrijdagse vergaderingen nooit bij. De koning tekent van alles, maar hij beslist weinig zelf. 3
En net als je denkt dat de koning dus geen enkele macht heeft, heb je de subtiliteit van het systeem niet door. De koning kan vragen stellen, informeren, aanmoedigen. En daar kan een formidabele invloed van uitgaan. En daarnaast zijn er dingen die de koning echt zelf beslist. Het verlenen van het predikaat ‘Koninklijk’, bijvoorbeeld, is echt het voorrecht (‘prerogatief’) van de koning zelf. De koning zelf beslist om het predikaat al dan niet toe te kennen. En dat maakt de rol van de ‘commissaris van de Koning’ vandaag net een beetje koninklijker dan normaal. En, vervolg ik: omdat het de Nederlandse koning is, is het vervolg van mijn betoog ‘in Dutch’. De zaal lacht begrijpend. Koninklijk Best leuk werk eigenlijk. Inbreken. Natuurlijk is de inbraak op deze conferentie grondig voorbereid. Dus de voorzitter, Peter Barthel, is op de hoogte. En omdat het feest plaatsvindt in Paterswolde, weet ook de burgemeester van de gemeente Tynaarlo ervan. En Paterswolde ligt weer in Drenthe. En daarom heb ik me ook met de buurvrouw verstaan: want ik ben immers commissaris van de Koning in Groningen. Dus niet daarbuiten! Ik bevind me op haar terrein. De aanleiding voor deze inbraak is vrolijk. Vorig jaar was de Nederlandse Astronomenclub (de NAC) een eeuw oud. En ook dit jaar is er heuglijk nieuws. Heuglijk nieuws en NAC. Dat is niet het eerste waar je aan denkt. Want de naamgenoot, de voetbalclub uit Breda, maakte er dit seizoen weinig van. Al bij de eerste wedstrijd was het evident voor kenners dat het een moeilijk verhaal zou worden dit seizoen. En inderdaad: de club degradeert dit jaar uit de Eredivisie en speelt na de zomer voortaan in de Keuken Kampioen-divisie. Die naam alleen al bewijst het verdriet van Breda!
4
NAC is de vreugde van Groningen. Inmiddels 101 jaar oud en nog hartstikke levend en relevant. Zozeer zelfs, dat ik NAC vandaag namens de koning het Predicaat ‘Koninklijk’ mag overhandigen. Dat is voor het eerst sinds ik commissaris van de Koning ben. En dat bewijst hoe exclusief het is. Het predicaat ‘Koninklijk’ is een onderscheiding die de koning zelf verleent aan verenigingen, stichtingen, instellingen of grote ondernemingen. Het symboliseert het respect, de waardering en het vertrouwen van de koning tegenover de ontvanger. Het suggereert misschien een innige relatie met het Koninklijk Huis. Maar die hoeft er niet te zijn. Al weet je natuurlijk nooit in welke richting de prinsessen Amalia, Alexia of Ariane hun belangstelling zullen ontwikkelen. We kennen natuurlijk allemaal bedrijven die ‘Koninklijk’ zijn. Het was dan ook een goede vraag of het wel kan: een astronomenvereniging die koninklijk wordt. En het antwoord is, de toehoorders begrijpen het al: ja, dat kan. Het bewijs leveren we vandaag. En wie zich verdiept in de lijst met ‘Koninklijke’ instellingen, ontdekt ook veel vooraanstaande verenigingen die zich Koninklijk mogen noemen. Waaronder een aantal die zich bezighouden met cultuur en wetenschap. Strenge eisen Maar de lat ligt hoog: de vereniging moet het bewijs leveren dat de ze niet alleen minstens een eeuw oud is (of 125 of 150 jaar), maar ook dat ze een eerste of zeer vooraanstaande plaats in Nederland inneemt. En het moet een goed bestuurde, vitale club zijn. Een vereniging waar je trots op kunt zijn en waar veel mensen met respect over praten. Het predicaat ‘Koninklijk’ stelt ook hoge eisen aan het bestuur: ‘de bestuursleden dienen te goeder naam en faam bekend te staan en van onbesproken gedrag te zijn.’ En dat moet trouwens ook zo blijven: het predicaat kan ook weer worden ingetrokken! Maar ik feliciteer de aanwezigen: dat het bewijs is geleverd.
Sterren De kern van de vereniging is het uitdragen van de kennis over de sterrenkunde. En dan niet alleen onderling, maar bijvoorbeeld ook in het voortgezet onderwijs. Dat is in de geest van het verslag van de oprichting. Daarin staat dat de oprichters best iets bijzonders voor ogen hadden. Ze wilden graag een ‘vraaggezelschap’. Een vraaggezelschap dat, ik citeer uit het gezaghebbende vakblad Hemel en Dampkring: ‘dan hier, dan daar, bijeenkomt ten einde over hangende astronomische kwesties, liefst naar aanleiding van eigen werk der leden, van gedachten te wisselen en kritiek uit te lokken’. De gedachtewisseling is bedoeld voor astronomen die worden opgeleid in het Nederlandse taalgebied of daar werkzaam zijn. En zo kon het gebeuren dat de vereniging over de hele wereld leden heeft. De NAC vormt een mondiaal netwerk.
Veel leden hebben de top in hun vakgebied bereikt. Dat vind ik, als je er kwantitatief naar kijkt, een enorme prestatie. Want als je het aantal studenten astronomie in het Nederlands taalgebied afzet tegen landen als China, India of Amerika - dan is het zonneklaar dat de Nederlandse sterrenkunde topsport is. Topsport kun je alleen bedrijven als je jezelf ook als breedtesport goed neerzet. Als de basis breed is, krijg je immers een stevige piek bovenaan de piramide. En het lijkt erop, dat met de aandacht voor basale sterrenkunde in het voortgezet onderwijs - in het vak natuurkunde in de bovenbouw - die basis goed geregeld is. Dat is mede dankzij de inzet van leden van de NAC. Sterrenhemel op De Brink Deze inbraak is een uitwedstrijd. Ik zei het al. Maar het is mooi en passend om het predicaat voor een Groningse vereniging door de Groningse commissaris in Drenthe aan te laten bieden. Want de vereniging verbindt de Rijksuniversiteit Groningen met de sterrenwacht in Dwingeloo. Die het publiek enthousiast maakt met de sterrenhemel op de Brink. De NAC verbindt Groningen met Drenthe. En dat is op zichzelf al koninklijk.
27 mei / Astronomen die zelf sterren worden
En als je er over nadenkt, is het eigenlijk ook zonneklaar. Want deze NAC levert kennis en levert kennisuitwisseling. Ze levert de leden een netwerk, waar ze hun hele werkzame leven plezier van hebben. En het levert vanwege de verbintenis met Groningen - en dan niet alleen de stad, maar ook de provincie - wereldwijd de naam op van de place to be als het gaat om astronomie. Die status betreft trouwens ons hele land. Want de sterrenkunde zoals we die in het Nederlandse taalgebied bedrijven, is al decennia van wereldniveau. Dus een vooraanstaande vereniging op het gebied van sterrenkunde, in een land met een formidabele positie op dat terrein.
Wordt NAC dan KNAC? Daar zou ik mee uitkijken. Want de Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club heeft die afkorting al in gebruik. Het vinden van een passende manier om het predicaat te voeren, wordt dus nog wel even een probleem. Maar dat zijn luxeproblemen.
Met topastronomen die bij wereldvermaarde instituten nieuwe kennis en theorieën formuleren. Sommige leden spelen een cruciale rol bij wereldberoemde ruimteprogramma’s. En er zijn topastronomen die hun kennis en theorieën doceren, in zowel het voortgezet onderwijs als aan universiteiten. De conclusie dringt zich op: sommige leden van de NAC zijn zelf sterren geworden!
5