23 juni 2019
De spectaculaire achtergevel van de Kloosterkerk in Ten Boer
2
In de weekendbijlage van Trouw stond vorige week een juichende beschrijving van het
Pronkjewailpad. De wandelroute die eigenlijk
een evenement is. Het “rijgt niet alleen de high-
lights van Groninger cultuur en natuur aaneen, maar belooft ook beleving, traktaties, ontmoetingen en verhalen.” ‘Stempels vergaren in een gastvrij land’ staat er boven. De reportage
onthult een goed bewaard geheim: het is hier
I
n het artikel figureren het Huiskamercafé ’t Hemeltje van Johan en Elisabeth Fluks in Woudbloem, het prachtige nieuwe natuurgebied ’t Roegwold, het Schildmeer, bruggetjes, koeien, het weidse uitzicht en het monumentale Appingedam. En een vriendelijke mevrouw die persoonlijk het stempel voor je uit de kerk haalt. ‘Groninger gastvrijheid’, constateert de schrijfster enthousiast, ‘reikt van kroeg tot kerk.’
Een bijzondere plek Ik ben al heel vaak in Ten Boer geweest. Maar nog nooit hier, in deze oude kloosterkerk. Ten onrechte, want het is een juweel. Het spectaculaire metselwerk alleen al. Dit zouden meer mensen moeten zien! Ook deze kerk is een goed bewaard geheim. Wij weten het, maar het is veel te mooi om voor onszelf te houden. Het hoeft hier geen Venetië te worden. Of Amsterdam. Maar je zou willen dat er meer mensen zijn die willen delen in onze heimelijke trots.
En van die kerken zijn er veel, weet ze, want ‘Nergens anders in Europa staan zo veel laatmiddeleeuwse kerken als in Noord-Nederland.’ Het is allemaal waar. En bijna niemand weet het: dat er in Groningen meer middeleeuwse kerken per vierkante kilometer zijn dan in Toscane. Kortom: je bent wel goed gek als je nu niet komt kijken.
Ik ben opgevoed in een traditie waarin een kerk een plek is waar je God tegenkomt. God is overal (Hij ziet trouwens ook alles), maar Hij is zeker in Zijn huis, de kerk. Lang niet iedereen gelooft dat. Maar of je gelovig bent of niet: het blijft toch altijd een bijzondere plek. Misschien ontmoet je hier niet de Eeuwige, je komt hier zeker in contact met de eeuwigheid. →
22 juni / De maand na Westerwijtwerd
prachtig en er wonen leuke mensen.
3
4
Richtpunt Ook de plek waarop deze kerk staat, hier in Ten Boer, is prachtig. Op de wierde, midden in het dorp, een beetje verheven boven de andere gebouwen. Zodat het voor veel mensen, al vele eeuwen, een baken is in een landschap. De kerk als richtpunt. Letterlijk en figuurlijk. Want niet alleen vormt een kerk op een wierde een oriëntatiepunt voor eenzame fietsers, ze kunnen je ook helpen met je oriëntatie in de grote vragen van het leven. Want met een beetje geluk is een kerk een bezielend verband. Een plek waarin je met anderen kunt delen wat er in je omgaat. In het vertrouwen dat als er ergens mensen zijn van goede wil, dat het dan in een kerk is. Waar je je verhaal kwijt kunt, omdat je weet dat het een goed bewaard geheim blijft. Ook al deel je het met meer mensen. In de kerk kan je aan de hand van een eeuwenoud verhaal ervaren welke zorgen en verwachtingen mensen door de eeuwen heen hebben gehad. En je kunt ervaren hoezeer de levensvragen van mensen van tweeduizend jaar geleden lijken op die van ons. De bouwers van deze kerk hebben hoop geput uit dezelfde verhalen als degenen die na hen de kerk bezochten. Je moet het even weten. Iemand moet je vertrouwd maken met wat anders misschien een goed bewaard geheim blijft. Maar het is goed om te ervaren dat je er niet alleen voor staat. Zelfoogsttuin Wie hier in Ten Boer over de Wolddijk loopt en goed oplet, kan een klein bordje ontdekken. Met een tekst: ‘Zelfoogsttuin’. Eerst valt het niet op,
maar daarna weet je er van. Je hebt de tuin gezien, de boomgaard bekeken. En alle keren daarna dat je er langskomt, denk je honderd meter van te voren al: zo direct heb je links de zelfoogsttuin. Je kunt lid worden. En zelf oogsten. Wat een mooi principe eigenlijk, zo’n tuin. Je kunt er letterlijk en figuurlijk de vruchten plukken van samenwerken. Met mensen die dat ook willen. Als je de krachten bundelt, de kennis en ervaringen deelt, ben je in staat om iets van de grond te krijgen wat anders niet was gelukt. Omdat het een te groot karwei is om in je eentje te klaren. En wat is het mooi om er achter te komen dat de anderen met wie je er aan begint, net zo genieten van de samenwerking. Bevingen Bijna zeven jaar geleden was de grote aardbeving bij Huizinge. En het werden zeven magere jaren. Veel mensen die wonen in het gebied waar de Trouw-redacteur verrukt over schreef, leven met een steen in hun buik. Scheuren in hun huis. Scheuren in hun ziel. Veel te groot om in je eentje te dragen. De bevingen volgen elkaar op. Nog voor je schade is hersteld, heb je al weer nieuwe schade. En al die tijd zit je leven op slot.
22 juni / De maand na Westerwijtwerd
En dat is meer dan sfeer. Het is ook tastbaar in de vorm van de gesleten vloer, door de voetstappen van zoveel mensen, gezet in zoveel jaren. De zandstenen grafzerk tussen de gele en groene tegels. Het pas gerestaureerde orgel en de fresco’s die je nog kunt zien of alleen nog maar kunt vermoeden.
Toen ik drie jaar geleden aan de slag ging als commissaris van de Koning, wist ik dat de gaswinning een grote kwestie was. Veel mensen wensten me sterkte. Maar ik kon niet weten dat ik werkelijk elke dag met aardgas bezig zou zijn. Dat bijna elk gesprek in Den Haag en heel veel gesprekken in Groningen tenminste óók over gas zouden gaan. Dat ik elke week mails en brieven krijg, reacties op social media, mensen spreek die problemen hebben die ze niet meer kunnen oplossen. Mensen die boos zijn en gefrustreerd. Mensen in tranen. Mensen die het vertrouwen in alles en iedereen kwijt zijn geraakt. Mensen die er ziek van worden. Er zijn enorme verschillen tussen mensen. Wie boos wordt is er nog het beste aan toe. Ik maak me de meeste zorgen over de mensen die in stilte → 5
met een steen in hun maag rondlopen. Met een goed bewaard geheim. Mij mankeert niks. “Hoor, maar ik wil niet horen. Mijn oren dichtgestopt. Mijn adem opgekropt. Mijn hart van leegte zwaar…”
wordt letterlijk aangenaam om de koelte van een oude kloosterkerk met dikke muren op te zoeken. Dus voor degenen die hier vannacht slapen: vraag maar of het in de rest van de week nog een keer mag! Dan heb je wat aan de kerk!
Ik wil vandaag hebben over de mensen die zich niet ‘en public’ roeren. Die er niet over praten. Ook niet in het verband, dat deze kerk is. Misschien omdat ze er niet eerder aan hebben gedacht, om het in de kerk ter sprake te brengen. Of omdat er in hun hoofd omgaat: wat brengt erover praten mij nu helemaal? Waarschijnlijk vooral verdriet…
Maar de verkoeling van de kerk heeft ook een figuurlijke kant. We kunnen er zijn voor elkaar als het buiten te verhit wordt. Om stoom af te blazen en steun te ervaren. En dat is de verkoeling die ik iedereen toewens. Als het te zwaar is om te tillen, waarom tillen we het dan niet samen?
Een zacht briesje Bijna aan het eind van het eerste Bijbelboek over de Koningen staat het verhaal van een vermoeide profeet Elia. Hij is gefrustreerd en voelt dat hij er alleen voor staat. Alles gaat mis. Hij voelt zich al tijden opgejaagd. Zijn collega’s zijn vermoord. Hij kan niet meer. Hij wil rust. Desnoods de rust van het kerkhof. Na een vlucht van 40 dagen en nachten komt Elia aan bij de berg Horeb. Hij valt in een grot in slaap. In die slaap hoort hij dat God hem zoekt. Als hij buiten de grot gaat kijken, steekt er een zware storm op. Lawines storten rondom hem naar beneden, rotsblokken splijten in hun val zoals kluiten droge aarde kunnen verbrokkelen. Maar in de storm is de Heer niet. Daarna begint de berg te trillen en te schudden. Ja inderdaad: een aardbeving. Maar in de aardbeving is de Heer niet. Dan slaat de bliksem overal om Elia heen in. Hele stukken bos op de berg slaan in brand. Maar in het vuur is de Heer niet. En dan wordt het stil. Er is alleen het gefluister van een zachte bries. En in het gefluister van de wind herkent Elia God. Hij hervindt zijn houvast. En weet op wie hij kan vertrouwen. Koelte in een hittegolf In de vertaling waarmee ik ben opgevoed staat ‘het suizen van een zachte koelte’. Geen kilte, maar koelte. Voor de komende week wordt een hittegolf verwacht. Nog een paar dagen en het 6
Onze kracht zit niet in de windhoos, de trillende aarde of het verzengende vuur. Onze kracht zit in iets anders. We kunnen ervaren, zoals Elia intuïtief in de zachte bries God herkende, dat je ook bij de ander houvast kunt vinden. Of in elk geval een luisterend oor, een schouder op wie je kunt leunen. Iemand die net op het juiste moment iets voor je doet. Waarna je weer verder kunt. Het is als de oogsttuin. Wat de één zaait, kan de ander schoffelen. Weer een ander kan water geven en een oogje in het zeil houden. De kracht van mensen zit in wat ze samen tot stand brengen. We kunnen samen zo veel meer. En dat is geen geheim. ‘De zachte krachten zullen zeker winnen in ‘t eind - dit hoor ik als een innig fluistren in mij’, dichtte Henriette Roland Holst aan het eind van de Eerste Wereldoorlog. Er is vaak betwijfeld of ze gelijk had. Of de harde hand, de strijd, geen beter antwoord is. Of rekenen op zachte krachten niet rijkelijk naïef is. Maar laat het nooit een goed bewaard geheim worden wat mensen met aandacht en liefde voor elkaar kunnen betekenen. Hoe ze in elkaar de aanwezigheid van God kunnen ervaren. Om te beginnen in een eeuwenoude kerk, hier in Ten Boer. • ( Inderdaad, dit is een preek. Ik mocht zojuist de ‘Preek van de leek’ houden in de ‘kerkennacht’ van het Kloosterkerkfestival in Ten Boer, 22 juni 2019)