Skip to main content

Jaarverslag 2020

Page 1

Inzicht te bieden in een ambt dat niet altijd transparant kan zijn.2 2 Jaarverslag commissaris van de Koning in Groningen


Jaarverslag commissaris van de Koning in Groningen

I t i a n t k


Inzicht te bieden in een ambt dat niet altijd transparant kan zijn.


Jaarverslag commissaris van de Koning in Groningen

Ook in dit jaar is enorm veel gebeurd.

2


3

Voorwoord

Bij mijn eerste gemeentebezoek aan Loppersum, in de zomer van 2017, viel me iets bijzonders op. Want op het eerste gezicht had ik het de burgemeester en wethouders over de dingen die in de gemeente speelden. Kwesties rond de onderwijshuisvesting. De organisatie van de zorg. De problemen met het onderhoud van wegen en de problemen om de begroting rond te krijgen. Maar bij nader inzien draaiden al die gespreksonderwerpen om één centraal thema dat als een soort refrein terug kwam. De grote gevolgen van de gaswinning. Voelbaar in alle onderdelen van de gemeente.

Iets vergelijkbaars overkomt me nu ik terugkijk op 2020. Ook in dit jaar is enorm veel gebeurd. Hebben we met vereende krachten kansen benut en problemen het hoofd geboden. Maar je hoeft niet eens beter te kijken om te zien dat dit een wel heel apart jaar was. Een jaar waarin we allemaal ontregeld werden door de pandemie die nog steeds voortwoedt. Corona 2020 was het coronajaar. En bij vrijwel alle onderwerpen die ik in dit jaarverslag bespreek, heeft dat gegeven invloed. Covid19 ontregelt ons. En als de premier zegt dat het kabinet met 50% van de kennis 100% van de maatregelen moet nemen, gold dat in het afgelopen jaar voor ons allemaal. Ik was begonnen om elke maand in een aantal blogs terug te blikken op bijzondere dingen die gebeurden. Het vorige jaarverslag was op de nieuwjaarsreceptie klaar, omdat het eigenlijk een stapel maandberichten, ‘Paasrapporten’ was. Zo vermeden we de corvee van jaarverslagen die we in de late lente nog moesten schrijven. En we vergrootten de kans dat er nog iemand in een terugblik geïnteresseerd was.

Maar ongemerkt sloeg corona een gat in de normale routine. De maandberichten en de blogs bleven uit. Ze werden mondjesmaat vervangen door filmpjes. De vele werkbezoeken en feestelijke openingen maakten plaats voor talloze telefoontjes. Hoe gaat het met jullie? En de bezoeken die ik na de eerste schok weer begon af te leggen gingen allemaal over Groningers in Covid-tijd. En ze leenden zich lang niet altijd voor publicatie. Ik heb daarom gekozen voor een andere, meer thematische opzet dan de vorige keren. Verdwenen zijn de overzichten van activiteiten per maand. Daarvoor waren er in grote delen van het jaar te weinig publieke optredens. In dit jaarverslag sta ik stil bij de hoofdbestanddelen van mijn werk als commissaris van de Koning in Groningen. Het is om inzicht te bieden in een ambt dat niet altijd transparant kan zijn. Het jaarverslag begint met een beschouwing die – net als de rest van het jaarverslag - geheel voor eigen rekening is. Het is losjes gebaseerd op de toespraak die ik hield bij de opening van het Hogeschooljaar van de Hanzehogeschool. Het thema vind ik in deze tijd heel passend: het vergroten van het besmettingsgevaar van geluk.

René Paas, commissaris van de Koning in Groningen


Jaarverslag commissaris van de Koning in Groningen

3 Voorwoord 6

Het besmettingsgevaar van geluk

14

Voorzitter in Coronatijd

18

Voorzitter van Provinciale Staten

26

Het college: digitaal en weer fysiek

32

Blog: ‘Let een beetje op elkaar, ik reken op u’

38 Rijkstaken 42 Burgemeestersbenoemingen

46

Blog: Pekela - zoekt - burgemeester

54

Crisisbeheer en rampenbestrijding

58

Blog: Wattenstaafjes, sneltesters en crisismanagement

64 Gemeentebezoeken

68

Provinciale regietafel vluchtelingen

72 Stikstof

76

Voorzitter Nationaal Programma Groningen

82

Lintjes en predicaten

86

Blog: Goed uit de verf

94 Grensoverschrijdende samenwerking 100 Blog: Muurspecht 106

Opkomen voor Groningers

110 Belangen behartigen

112

Blog: Wat zou je doen met 438 miljoen?

120 Gaswinningsdossier

126

Blog: Versterk Groningen

132

Omgaan met kritiek

138

Interbestuurlijk toezicht

144 Jongerenparticipatie

148

Blog: Kansrijke, digitale Groningers

156 Nevenfuncties

162

Beschermheer en Comité’s van aanbeveling

166

Blog: Studeren in tijden van Covid-19

172 Overzicht nevenfuncties 176

Corona, koek en koffie

182

Kerstboodschap: De donkerste dagen van het jaar

188 Colofon

4


Inhoudsopgave

5


Het besmettings van geluk


sgevaar


8

Het besmettingsgevaar van geluk

In oktober stond op de voorpagina van De Volkskrant dat de plaats waar in Nederland je wieg staat, beslissend kan zijn voor de hoogte van het inkomen dat je later gaat verdienen. De krant citeerde Louis Davids: ‘Als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje.’

Onderzoekers van de Erasmusuniversiteit hadden op basis van CBS-gegevens de inkomensgegevens van Nederlandse dertigers vergeleken met de plaats waar ze geboren waren. De ‘kansenkaart’ die ze maakten, leverde een pijnlijk beeld op voor Noord-Nederland. In het bijzonder voor de Stad en Oost-Groningen. Wie opgroeit in het Noorden, heeft minder goede vooruitzichten dan iemand die geboren is in andere delen van net land. Maar liefst drie gemeenten in Groningen staan in de top-10 van gemeenten waar je later het minste gaat verdienen. En er is reden om stil te staan bij wat we samen moeten doen om van heel veel dubbeltjes kwartjes te maken. Om jonge mensen te helpen hun dromen te realiseren. De Volkskrant liet ons niet zonder hoop achter. Het is nog steeds mogelijk om van een dubbeltje een kwartje te worden. De weg daarheen is onderwijs. Dubbeltje In het jaar 2000, toen de meeste scholieren en studenten nog geboren moesten worden, schreef wetenschapsjournalist Malcolm Gladwell een boek dat indruk op me maakte: ‘The tipping point’. Hij beschreef hoe sociale veranderingen – ook positieve – zich verspreiden als een epidemie. Met superverspreiders en ontstekingshaarden. Temidden van de corona-pandemie zijn dat ineens aansprekende metaforen. Gladwell beschreef hoe schoenen hip worden. Hoe jongeren gaan roken. Hoe revoluties beginnen en hoe de criminaliteit in New York daalde. Hoe ze in San Diego diabetes bestreden vanuit schoonheidssalons. En hoe Sesamstraat kansarme kinderen leerde lezen, schrijven en rekenen. Ongeveer net zoals een virus zich verspreidt.

Sinds ik dat boek las, weet ik dat het onze opdracht is om besmettingsgevaar te vergroten. Het besmettingsgevaar van kennis, van welzijn en van geluk. En ook de harde realiteit van Groningen in tijden van corona biedt ons kansen om dat te doen. In dit verhaal ga ik in op de kansen op werk. Op het risico van uitval. En op de noodzaak van samen dansen. Maar het begint met het nieuwe normaal en de gevaren daarvan. →


Het besmettingsgevaar van geluk

Oktober 1965: de grote sprong in mijn familie

9


Het besmettingsgevaar van geluk

Nee, het ‘nieuwe normaal’ is niet normaal.

10


11

Het besmettingsgevaar van geluk

Nieuw normaal, digitaal Ik schrijf dit jaarverslag in de aanloop naar Kerst. Nederland is opnieuw in ‘lockdown’. De scholen blijven langer dicht en bereiden zich weer voor op digitaal onderwijs. In het hoger onderwijs is digitaal al lang het nieuwe normaal.

Dat is het verhaal van mijn ouders. Een boerenzoon uit Borger die van de meester naar de HBS moest en ‘schrijver derde klasse’ werd bij de Gemeente Smilde. En een bakkersdochter uit Gieterveen die niet naar de kweekschool kon, omdat ze beter kon gaan werken.

Wij wonen in een studentenbuurt. En sinds vorig jaar ook met een beginnende student in huis. Onze oudste zoon. Via hem zag ik hoorcolleges veranderen in de video-opnamen van vorig jaar. En zag ik hem worstelen om contact met studiegenoten te krijgen. Zelfs op de werkgroepen. ‘En toen stelde ik voor om de camera’s aan te zetten zodat we elkaar konden zien. Maar niemand deed het’.

Mijn vader kreeg werk in het verre Ridderkerk, onder de rook van Rotterdam. Hij studeerde in avonduren. Het was zwaar, met jonge kinderen en zijn werk bij de gemeente. Eerst beroepsopleidingen. En daarna rechten via de LOI. Studeren op afstand. Ik heb hem vaak teleurgesteld terug zien komen van een tentamen. Het lukte niet.

Het onderwijs heeft aan uitdagingen geen gebrek. Hoe geef je digitaal les? Hoe organiseer je werkgroepen, stages en praktijklessen? Hoe maak je betekenisvol contact? Hoe help je studenten bij hun persoonlijke ontwikkeling in deze cruciale jaren? Nee, het ‘nieuwe normaal’ is niet normaal. Het is een zoektocht binnen de beperkingen. Kijken wat werkt en wat niet. Natuurlijk: er is geen crisis zonder kansen. Er zijn kansen voor wetenschappelijk onderzoek. Kansen voor innovatie. Ook de RuG, ook de Hanzehogeschool en ook het Alfa-college en Noorderpoort hebben in de afgelopen maanden een enorme sprong gemaakt in digitaal onderwijs. Ze moesten wel. Dus ze sprongen… Veel docenten hebben leren thuiswerken. Dat kon alleen omdat het moest. Maar de nadelen en de vragen overheersen. Zeker voor studenten. Welke keuze maak je als eerstejaars student: blijf je toch nog maar bij je ouders wonen? Of wil je het studentenleven kunnen meemaken en ga je op kamers? Hoe maak je vrienden als je elkaar alleen virtueel tegenkomt? En als de studie je even tegenvalt, hoe maak je dan de juiste afweging? De grote sprong Ik weet niet meer wanneer ik een ongeneeslijke Groninger ben geworden. Maar ik weet nog precies wanneer het begon. In de zomer van 1984. Mijn KEI-week, de eerste colleges. Op kamers. Fantastisch! In mijn familie werd dat met belangstelling gevolgd. Ik was de eerste in mijn familie die dat deed. Een grote sprong, maar kinderspel vergeleken met de sprong van één generatie eerder.

Het verhaal van mijn familie staat niet op zichzelf. Onderwijs is een enorme emancipatiemotor. Scholing is het beste recept om de maatschappelijke ladder te beklimmen. En Nederland klom. Nederlanders zijn steeds hoger opgeleid. Op dit moment heeft meer dan de helft van de mensen tussen de 25 en 35 een hoger-onderwijsdiploma. De grote sprong vond plaats in de tweede helft van de vorige eeuw. Maar nog steeds stijgt met elke nieuwe generatie het opleidingsniveau. En daarmee groeien de kansen op werk, op welvaart, op geluk. Onderwijs wordt de ‘grote gelijkmaker’ genoemd. Kansen voor iedereen. Maar het is in ieder geval de grote gelukmaker. Maar we zien dat het knelt en schuurt. De route van het mbo naar het hbo is de koninklijke weg. Maar veel mbo’ers redden het niet in het hbo. En ook studenten uit de vanzelfsprekende vijver die HAVO heet, hebben het vaak moeilijk. De hoek waar de klappen vallen Het verhaal van mijn ouders staat ook op een andere manier niet op zichzelf. Waarom hield mijn vader zijn studie uiteindelijk niet vol? Studeren op afstand is veel moeilijker dan tussen medestudenten. En hij was een volwassen man. Als je 17 bent en de hormonen door je lijf gieren, is het sowieso al een moeilijke vraag wat je later wilt worden. Maar voor sommige jonge mensen is het extra moeilijk. Bij gebrek aan voorbeelden in hun omgeving. →


12

Het besmettingsgevaar van geluk

Waarom doen scholieren en studenten hun camera liever niet aan? Wat zou je zien in het huis van een middelbare scholier of als eerstejaars student? Een tijdje terug maakte ik kennis met een moeder, die me vertelde dat haar dochter wilde stoppen met haar studie. Want nadat het gezin met moeite de hobbel van dure studieboeken had genomen, lag er het immense financiële vraagstuk om een laptop te kopen. Zoeken naar werk omdat studeren te duur is. Twee generaties nadat het mijn moeder overkwam. Ook dit is Groningen in 2020. Als eerstejaars studenten dreigen af te haken door corona, over wie moeten we ons de meeste zorgen maken? Bij wie wordt het spannend? Waar is de hoek waar de klappen vallen? In het middelbaar en hoger onderwijs? We kennen het antwoord. Bij de mensen voor wie onderwijs het minst vanzelf spreekt. Bij de mensen die de grote sociale sprong in deze tijd moeten maken. Als je wel talent hebt, maar geen hoogopgeleide ouders. Als je ouders in een ander land zijn geboren. En als zulke studenten dreigen uit te vallen, wat betekent dat voor de werking van de grote gelijkmaker? De grote gelukmaker? Het spreekt niet vanzelf. Het blijft opletten! Jeugdwerkloosheid De nadelen overheersen, ook in de rest van het leven. De coronacrisis leidt tot een ongekend verlies aan banen. In heel Nederland loopt de werkloosheid op, ondanks een kostbaar steunpakket. En we houden ons hart vast wat er gebeurt als de overheidssteun ergens in de komende tijd minder wordt. We weten het niet. Het World Economic Forum berichtte half december dat Nederland en de Scandinavische landen relatief veerkrachtig uit de coronacrisis kunnen komen. En in Groningen wonen relatief minder mensen in de zwaarst getroffen sectoren. Daardoor flatteert het beeld iets. Maar laat niemand zich rijk rekenen: ook bij ons loopt de werkloosheid op. En dat kunnen we niet gebruiken: al jarenlang is de werkloosheid in Groningen de hoogste van het land. En in de optimistische jaren sinds 2014 daalde in het hele land de werkloosheid. Maar in Groningen daalde die het minst. We lopen dus achter en we verliezen de aansluiting.

Een bijzondere zorg is de jeugdwerkloosheid. Die stijgt altijd het eerst als de crisis toeslaat. Steeds meer jongeren raken werkloos. Zij werken meestal op tijdelijke contracten. Schoolverlaters komen moeilijk aan werk. Aan het begin van de kredietcrisis, in 2009, werkten onderwijsinstellingen, gemeenten en sociale partners enorm hard samen om jonge mensen langer door te laten leren. Om extra stageplaatsen te realiseren. Om te voorkomen dat jonge mensen werkloos zouden worden. En om er voor te zorgen dat we straks over de vakkrachten beschikken die we hard nodig hebben. De coronacrisis maakt dat extra moeilijk: wie vindt een stageplaats in een bedrijf waarvan de mensen thuis werken? Maar corona of niet: het is essentieel dat we dat doen. Met de meeste jongeren komt het vanzelf goed als de economie weer aantrekt. Maar de economie is een grote ongelijkmaker. Een deel van de jongeren die zonder werk komen te zitten, houdt daar zijn hele loopbaan last van. En we kunnen het samen voorkomen. Samen… daarop kom ik hierna nog terug. Een pechkaart Dit verhaal begon met een kansenkaart, die in Noord-Nederland te lezen is als een pechkaart. En eerlijk is eerlijk: de kleuren van de kansenkaart komen me bekend voor. Als wetenschappers een kaartje maken van maatschappelijke problemen, dan zie je vaak in de stad Groningen en rechts daarvan de donkere kleuren: lagere levensverwachting, lage inkomens, meer psychiatrie, meer rokers, meer obesitas, meer kinderen in de jeugdzorg, meer alcohol, meer chronische ziekten, meer betalingsachterstanden voor gas en elektra, meer laaggeletterdheid. De problemen zijn verschillend, de kaarten lijken sprekend op elkaar. Ik ben oud-vakbondsvoorzitter. Dus ik zie een sterk verband tussen werk en geluk in het leven. Wie werkt, is welvarender, gelukkiger en gezonder. En hoewel een eeuwige vraag is wat oorzaak is en wat gevolg, begin ik altijd weer bij werk. Voor mij komt ‘werk maken van mijn idealen’ vooral neer op de eerste twee woorden: ‘werk maken’. Want ik zie opscheppen over je werk als een mensenrecht. En in het bevorderen daarvan heeft het beroepsonderwijs een hoofdrol. Op alle niveaus.


13

Het besmettingsgevaar van geluk

Het grote werk 2020 was niet alleen een jaar waarin zich donkere wolken boven Noord-Nederland aftekenden. We kennen de diepte van de coronacrisis nog niet. Maar we zitten niet zonder mogelijkheden. We hebben in het afgelopen jaar grote stappen gezet in het Nationaal Programma Groningen, waarvan in deze periode steeds beter zichtbaar wordt hoe we samen gaan werken aan een aantrekkelijk en welvarend Groningen. En aan het eind van 2020 werd duidelijk dat Noord-Nederland, in het bijzonder Groningen, betrekkelijk veel Europees geld kan besteden als ‘groene banenmotor’, waarin we duizenden mensen perspectief op werk kunnen bieden. In de nationale politiek begint zich steun af te tekenen voor een ‘deltaplan’ voor Noord-Nederland. Met een snelle spoorverbinding en grotere ambities dan we lang vanuit Den Haag hebben gehoord. Toekomstmuziek, jazeker. Maar laten we de cynische reacties even uitstellen en kansen proberen te benutten. Als we het goed aanpakken, kunnen we van veel dubbeltjes kwartjes maken. Naïef optimistisch? Ik ben één van de velen die in het openbaar bestuur is gaan werken, omdat hij rotsvast gelooft dat het gedrag van overheden en instellingen er toe doet. Dat wij ervoor kunnen zorgen dat kinderen opgroeien in huishoudens waarin het normaal is dat volwassenen aan het werk zijn. Dit vergt in moeilijke omstandigheden vlekkeloze samenwerking van overheden, onderwijsinstellingen en werkgevers. Het vergt ambitie en commitment op een nog zelden vertoond niveau. En veerkracht. Niet alles zal lukken. En zeker niet meteen. Maar ‘kop d’r veur’ werd niet voor niets een Groningse uitdrukking. Aan ons mag het niet liggen. Wij kunnen de pechkaart laten verkleuren als we dat willen en ons door geen barrière laten tegenhouden. Maar we kunnen het niet alleen.

Samen dansen En daarmee formuleren we samen een toekomstagenda. In de afgelopen zomer was ik in Winschoten. Het thema was uiteraard corona. En bedrijvigheid. Ik at een taartje met een interessant gezelschap. Een winkelier. De baas van het bronnenbad in Nieuweschans. Een bordeelhoudster uit Nieuw Beerta. En de eigenaar van een dansschool in Winschoten. Allemaal zochten ze hun weg in het nieuwe normaal. Als je gasten komen, moeten ze hun handen ontsmetten, coronavragen beantwoorden en plaatsnemen op anderhalve meter afstand. Maar zodra ze gaan dansen, een moorpakking krijgen of met een dame meegaan, gelden er ineens weer andere omgangsregels. Het is toch om gek van te worden! Voor de dansschoolhouder, Peter Schulingkamp, begon begin september het nieuwe dansschooljaar. Hij voelde zich eerder gedwongen om tot die tijd zijn zaak te sluiten. Maar hij durfde in september weer open te gaan. En het programma voor het nieuwe jaar staat op zijn site. En dat vergt lef, want dansen doe je niet alleen. Dansen doe je niet alleen. Dat geldt voor alle partijen in ons deel van het land. Het geldt voor de provincie, die in het collegeakkoord zegt dat het wil ‘Verbinden, versterken, vernieuwen’. Niet altijd als ‘the leading lady’, vaak als ‘one of the guys’. Het geldt voor de onderwijsinstellingen. De hoger onderwijsinstellingen die breed kijken en de ‘Universiteit van het Noorden’ op de agenda zetten. De kennisinstellingen die nu al nauw samenwerken met het bedrijfsleven. De Noordelijke ondernemers, die al sinds mensenheugenis in NoordNederlands verband met elkaar samenwerken. Als we samen weten te dansen, nemen voor veel noorderlingen de kansen toe. De kansen op werk, via gerichte scholing. De kansen op wonen in een leefbare streek. Met plannen voor de toekomst die we niet alleen kunnen bedenken, maar ook kunnen realiseren. Als we samen dansen, neemt het besmettingsgevaar van geluk toe. En anders dan Corona, is die besmetting in Groningen van harte welkom. ·


Voorzitter in Coronatij


jd


16

Voorzitter in Coronatijd

Nederlanders klagen veel over vergaderingen. Maar ze vergaderen zich te pletter. Voor mij geldt dat laatste ook. Maar ik vind het leuk werk. En dat is maar goed ook, want mijn werkweken zijn voor een groot deel met vergaderingen gevuld.

Het is het ritme van de week. Op maandag hebben provincie- en gemeentebestuurders in heel Nederland veel interne overleggen. Dat is logisch, want op dinsdag vergadert het college. Dat geldt ook voor ons college van Gedeputeerde Staten. Ik zit het voor. Zo staat het in de wet. Zoals daar ook staat dat de commissaris van de Koning de vergadering van Provinciale Staten, de volksvertegenwoordiging, voorzit. In Groningen is de woensdag de vaste dag voor Provinciale Staten. Voor statencommissies, voor het presidium en voor allerlei activiteiten waarvoor statenleden bij elkaar komen. Statencommissies worden geleid door statenleden. Maar ik ben wel weer de voorzitter van het presidium, waarin de fractievoorzitters en de vicevoorzitter van Provinciale Staten bij elkaar komen. En als de Staten zich willen laten bijpraten over ingewikkelde kwesties, bijvoorbeeld de gaswinning, dan ben ik ook vaak de gespreksleider. Voorbereiden Al die bijeenkomsten worden gedegen voorbereid. Niet alleen door de vergaderende statenleden en gedeputeerden, maar ook door veel mensen die hen ondersteunen. De griffie werkt speciaal voor Provinciale Staten. En veel ambtenaren, onder leiding van de secretaris-directeur, zorgen voor de ordening en de (vele) stukken voor GS. Al die voorbereiding helpt de deelnemers om het maximale uit de vergaderingen te halen. En het helpt mij als voorzitter ook om mijn rol te vervullen. Maar dit jaar werd alles anders. Door de coronamaatregelen veranderden de vergaderingen van karakter. We moesten het ritme van de week opnieuw uitvinden. Veel moest totaal anders. En tijdens de verbouwing ging de verkoop gewoon door! ¡


Voorzitter in Coronatijd

Foto: CDC, Unsplash

17


Voorzitter v Provinciale


van Staten


20

Voorzitter in Coronatijd

Het jaar 2020 is op te delen in de wereld vóór en na 12 maart. 12 maart: de dag dat we in Nederland aan Corona de naam ‘pandemie’ meegaven. De dag waarna we, in allerlei vormen, ons leven aanpasten aan het virus. Het virus muteerde, maar wij deden dat ook!

Maart: de laatste normale vergadering De dag ervoor, 11 maart, vergaderden we nog in een vorm die we bijna zijn vergeten. Dus: een volle statenzaal, bijna alle leden aanwezig. Ook het College en de griffie in volle bezetting. Het was een feestelijke vergadering, want we beëdigden een nieuwe gedeputeerde, IJzebrand Rijzebol. Zijn familie zat op de tribune. Er waren journalisten. En gasten van de staten. Hun gastvrouw was Petra Blink. De omstandigheden waren dus optimaal voor een mooie dag! ‘Meertmoand dialectmoand’, dat ook nog. De volgende dag, op 12 maart, zouden we de afscheidsreceptie houden van Patrick Brouns, de voorganger van IJzebrand. De statenzaal was leeg voor de receptie. Maar in de loop van de dag bleek dat Nederland in lockdown zou gaan. Op het laatste moment bliezen we de receptie af. Berichten op social media. Borden in de hal: de receptie gaat niet door. Fysiek bij elkaar komen in onze statenzaal was niet meer mogelijk. Niet voor recepties. Maar ook niet voor een statenvergadering. Als dat lang zou duren, zou dat een bedreiging zijn voor de democratie. En het zag er naar uit dat het lang zou duren. Dus dachten we vanaf het allereerste begin na over de alternatieven. Het presidium besprak wekelijks over hetzelfde onderwerp: democratie in coronatijd. Hoe doe je dat? We moesten het uitvinden. Gewoon bij elkaar komen? Sommigen vonden dat een goed idee. Anderen niet, vanwege hun eigen gezondheid of die van hun dierbaren. En bij nader inzien schrokken we terug voor de consequenties: wilden we werkelijk via de statenzaal allerlei Groningers besmetten? →

Aantal statenvergaderingen 10 Aantal ingediende moties 105 Waarvan 35 aangenomen, 10 aangehouden, 4 ingetrokken en 56 verworpen. Aantal ingediende amendementen 4 Ze werden alle 4 verworpen. Meest besproken onderwerpen Aanpak Ringweg-Zuid, stikstof, gaswinning en klimaatagenda.

Staten


Voorzitter van Provinciale Staten

27 mei: de eerste digitale Statenvergadering

21


Voorzitter in Coronatijd

Een grote domper is de leegte.

22


23

Voorzitter van Provinciale Staten

April: per e-mail vergaderen De verschillende invalshoeken leiden tot een aangepaste werkwijze, waar de Staten op 9 april mee beginnen. In overleg met alle fracties laten we het statenwerk grotendeels per e-mail verlopen. Tijdelijk, als in: zo lang het nodig is. Ontmoetingen in vergaderingen en andere fysieke statenbijeenkomsten en bijeenkomsten voor inwoners, zoals ‘Praten met de Staten’, gaan ook tijdelijk niet door. De fracties en ik kijken hoe we de continuïteit van het democratisch proces onder deze omstandigheden het beste kunnen waarborgen. De commissievergaderingen van april gebeuren per e-mail. Het wordt een schriftelijk gesprek, met lange pauzes. Voorlopig werken de Staten, net als ik, vanuit huis. Via een vraag- en antwoordronde per e-mail tussen Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten bespreken we punten op de agenda van de commissievergaderingen. Wanneer een commissie start, krijgen statenleden twee weken de tijd om per e-mail vragen te stellen over een onderwerp aan het college van Gedeputeerde Staten. Daarna heeft het college twee weken de tijd om met een reactie te komen. We zetten de gebundelde reacties op de website bij de commissieagenda, zodat iedereen toch kan meekijken. Vervolgens inventariseren we of een tweede ronde per e-mail gewenst is, net als in een reguliere, ‘echte’ statencommissie. Na afloop van de rondes laten de fracties weten of zij een onderwerp alsnog willen bespreken in een statenvergadering om een besluit te kunnen nemen. Want per e-mail besluiten nemen is wettelijk gezien niet mogelijk. Nog niet, maar er is een spoedwet op komst die digitale besluiten door volksvertegenwoordigers mogelijk maakt. Ondertussen zitten we niet stil. Want als het straks juridisch gezien kan, kan het dan ook technisch? Vanuit huis met zijn allen vlot digitaal vergaderen en besluiten nemen? Mei: digitaal vergaderen Woensdag 27 mei is het zo ver: ik sta weer in de Statenzaal. Een grote domper is de leegte, in de zaal en op de publieke tribune. Ik moet het doen met een groot tv-scherm. Omdat het zenuwcentrum voor de techniek zich in de statenzaal bevindt, net als de camera’s die ervoor zorgen dat inwoners live kunnen meekijken, is het noodzakelijk dat ik de vergadering vanuit

de zaal voorzit. Gelukkig is er binnen handbereik, op anderhalve meter afstand, technische hulp en ondersteuning aanwezig. Op het tv-scherm zie ik de gezichten en namen van alle statenleden en gedeputeerden die thuis zitten. Alleen het statenlid aan het woord komt in beeld. Bijvangst is dat Groningers kunnen zien dat hun volksvertegenwoordigers wonen in heel gewone huizen. Met heel gewone woonkamers en logeerkamers. Vergaderen via videoverbinding biedt ook inwoners weer de gelegenheid om tijdens een commissievergadering digitaal in te spreken. Er volgen nog meer digitale vergaderingen. Met op de agenda onderwerpen als de Provinciale Omgevingsvisie, opvang vluchtelingenkinderen, de jaarrekening over 2019, de herverdeling van het Gemeentefonds en de financiële situatie van gemeenten, de aanpak van de Ringweg-Zuid en de zienswijze gasjaar 2020—2021. September: hybride vergaderen Nu de richtlijnen rond corona versoepeld zijn, gaan de Staten vanaf september video-vergaderen combineren met fysiek vergaderen. Het resultaat noemen we een ‘hybride’ vergadering. Daarmee bedoelen we dat een deel van de Staten vanuit de statenzaal kan deelnemen en een deel vanuit huis via videoverbinding. Alleen de commissievergaderingen vinden hybride plaats. statenvergaderingen vinden noodgedwongen via videoverbinding plaats. Want het is wettelijk niet toegestaan om tijdens een hybride vergadering te stemmen over een te nemen besluit. De wet biedt namelijk maar twee smaken: óf iedereen is fysiek aanwezig, óf iedereen doet mee via een videoverbinding. De hybride vorm bestaat in de wet niet. Hoe dan ook, 2 september is voor mij de dag dat ik als voorzitter voor het eerst weer tegen de echte, vriendelijke gezichten van statenleden in de Statenzaal aan mag kijken. De statenzaal is opnieuw ingericht: er zijn 13 plekken gecreëerd op 1,5 meter afstand waardoor er per fractie 1 woordvoerder vanuit de statenzaal deel kan nemen. De publieke tribune is helaas nog gesloten voor onze inwoners. Maar er is wel ruimte voor een klein aantal journalisten. Op 30 september besluiten de Staten over de Groningse Klimaatagenda. En wordt er uitgebreid gedebatteerd over de Ring Zuid. Het is een pittig debat. →


Voorzitter in Coronatijd

Omdat het debat altijd via de voorzitter plaatsvindt, moet ik af en toe zaken verduidelijken voor de statenleden thuis. En ook zeggen hoeveel spreektijd de fracties nog hebben. Half september mag ik de speciale digitale editie van ‘Praten met de Staten met jongeren over corona’ voorzitten. Scholen en jongeren dragen er hun ideeën aan voor het Groningen van na corona. Dit initiatief leidt tot een agendapunt tijdens de statenvergadering van oktober. De Staten nemen moties aan waar de jongeren om vroegen. Zoals hun oproep voor meer stageplekken in coronatijd. In november stellen de Staten de begroting van de provincie vast. Gevolgd door een stevige discussie over stikstof. En ook de Ring Zuid staat weer op de agenda van de vergadering, die nog altijd hybride is. Veerkracht 2020 was een bewogen jaar voor de Staten. De impact van het coronavirus is enorm. Maar de democratie toont veerkracht. We kregen een stevige dreun in maart, maar onze statige zaal van ruim 400 jaar oud is nu het decor van een digitaal statendebat, met een digitale, online besluitvorming. Ik vind het hoopgevend dat we in het afgelopen jaar, ook als het moeilijk was, het democratisch bestuur levend hebben gehouden. Niet alles ging perfect. Maar we bleven in gesprek, ook al hielp de techniek ons niet altijd. Soms viel de digitale verbinding uit. Maar onze echte verbinding bleef. Dat neemt niet weg dat ik blij zal zijn wanneer we weer écht kunnen vergaderen, met levend publiek er bij. Dan zijn we ook af van dat tergend slome digitaal stemmen, een klusje dat vanwege het officiële, wettelijke karakter (hoofdelijk, dus achter elkaar, statenlid na statenlid, motie na motie) allerlei spelregels heeft. En dus al gauw per besluit bijna tien minuten duurt. En dat er voor zorgt dat ook echte vergadertijgers even moeten zuchten van hun werk. ·

24

De St neme aan w de jon om vr


Voorzitter van Provinciale Staten

taten en moties waar ngeren roegen.

25


Het college en weer fys


e: digitaal siek


28

Voorzitter in Coronatijd

Op bijna alle dinsdagen mag ik de vergaderingen van Gedeputeerde Staten voorzitten. We vergaderen in de GS-kamer op het provinciehuis, pal boven de statenzaal. En even historisch en imposant. Je ruikt de geschiedenis als je er binnenkomt. En je ziet haar in de afbeeldingen die zijn verwerkt in de glas in lood-ramen. Je hoort haar zelfs in de oude, krakende houten vloer.

Hét moment Het college bestaat uit zes gedeputeerden en mijzelf. Samen nemen wij wekelijks zo’n 25 tot 30 besluiten. Daarnaast bespreken we in de vergadering actuele zaken, die belangrijk zijn voor de provincie. Het is hét moment om elkaar te spreken, want dat komt er vaak op de andere dagen niet van. En kort contact via telefoon, mail of app is toch net iets anders dan met elkaar aan tafel goed voorbereid de vergaderstukken doornemen, de actualiteiten te bespreken en elkaar informeren over relevante ontwikkelingen. De agenda is vaak vol maar ze is grondig voorbereid. En we hebben een behoorlijke routine ontwikkeld. Ontmoeten Normaal gesproken brengt ons college één keer in de maand een bezoek aan een gemeente. Dan vergaderen we eerst in het gemeentehuis en gaan daarna in gesprek met het college van Burgemeester en Wethouders. En daarna, als het even kan, bezoeken we een aantal projecten in betreffende gemeente. We nodigen ook regelmatig relevante gesprekspartners uit voor de lunch. Voor één keer mogen we dan allemaal met onze mond vol praten over onderwerpen die zij graag met ons willen bespreken. Of we gaan op werkbezoek om projecten te bekijken. Deze bezoeken en overleggen gebruiken we om met onze belangrijke partners in gesprek te komen en te blijven. Om informatie uit te wisselen en om meer zicht te krijgen op wat er speelt in de provincie. →

Aantal vergaderingen 39 Plus 10 extra vergaderingen vanwege Corona. Hoogste aantal agendapunten 65 Op 15 december. Gemiddeld aantal agendapunten 25 Gemiddelde vergaderduur 5 uur Totaal aantal GS-vergaderuren 195 Meest besproken onderwerpen Gevolgen Corona, aanpak Ringweg-Zuid, stikstof en versterking / gaswinning.

GS


Het college: digitaal en weer fysiek

Ook het college vergadert soms hybride

29


Voorzitter in Coronatijd

‘Ik zie je wel, maar ik hoor je niet’.

30


Het college: digitaal en weer fysiek

Digitaal en daarna weer niet Net als Provinciale Staten leert ook het college gaandeweg hoe een provinciebestuur kan werken in coronatijd. Maar hier gaat het om het dagelijks bestuur. Dus de intensiteit is veel groter dan bij Provinciale Staten. Op de eerste dinsdag na de afkondiging van de ‘lockdown’, op 17 maart, vergaderen we op grote afstand van elkaar in de GS-kamer. De tafels kunnen ver uit elkaar. Maar het voelt niet goed dat de medewerkers van de provincie thuis moeten werken en wij bij elkaar komen. We besluiten daarom om de komende tijd vooral digitaal te vergaderen. Twee keer zo vaak als normaal: op dinsdag en vrijdag, om ervoor te zorgen dat we elkaar in deze spannende onzekere tijd toch regelmatig blijven zien. Alleen bij moeilijke onderwerpen komen we fysiek bij elkaar, op coronaproof afstand. Eerst lijkt dat goed te gaan. Via systemen als Teams en Webex ontmoeten we elkaar op een scherm. Het zakelijke vergaderen en besluiten nemen verloopt digitaal goed, maar het discussiëren over toekomstige ontwikkelingen en ook het collectieve gevoel heeft te lijden onder het digitaal vergaderen. Dat gaat niet alleen over het gemis aan persoonlijk contact met elkaar. Pas als je een tijdje digitaal vergadert, begrijp je hoeveel non-verbale communicatie er komt kijken bij het bestuur van de provincie. We vinden dat de bestuurbaarheid van de provincie op deze manier in het geding komt. Juist doordat we elkaar elke week in het echt spreken, kunnen we het ons permitteren om de rest van de week veel digitaal te doen. Vanaf juni, zodra de coronamaatregelen versoepelen, vergaderen we op dinsdag op ruime afstand van elkaar in de zaal van de volksvertegenwoordiging, de statenzaal.

31

Veel vergaderingen In totaal heb ik dit jaar 39 reguliere GS-vergaderingen voorgezeten en een tiental extra GS-vergaderingen in verband met de coronacrisis. Afgelopen jaar hebben we als college een drietal ‘tweedaagsen’ gehad. Daarin praten we met elkaar wat langer door over ingewikkelde issues en nemen we de tijd om wat verder vooruit te kijken. In normale tijden betekent een meerdaagse collegevergadering ook een overnachting. In coronatijden vinden we dat minder gepast. We vergaderen dicht bij huis en slapen thuis. We brengen in de eerste drie maanden, tot begin maart, als college nog twee gemeentebezoeken: aan de gemeente Loppersum en de gemeente Veendam. Ook ontvangen we het voltallige college van de provincie Drenthe en spreken we met VNO/NCW Noord. De planning is ambitieuzer. Corona brengt dat terug tot beperkte proporties. Webex, Teams, Whatsapp en soortgelijke apps nemen de plaats in van ‘gewone’ ontmoetingen. In het begin is het even zoeken (‘ik hoor je wel, maar ik zie je niet’) en soms gaat er iets mis (‘je valt weg’, ‘ik zie je wel maar ik hoor je niet’). Maar de coronacrisis is een enorme impuls voor onze digitale vaardigheden. ·


Blog: ‘Let een bee elkaar, ik re


etje op eken op u’


34

Voorzitter in Coronatijd

‘Let een beetje op elkaar, ik reken op u’. De Minister-President wond er geen doekjes om, gisteravond. Hij vertelde wat we allemaal beginnen te ervaren: de genomen maatregelen zijn ingrijpend en ze vragen veel van ons, gedurende de komende tijd. En toch is ook met al die maatregelen onvermijdelijk dat een groot deel van de Nederlanders ziek wordt.

De verspreiding Corona is ongelijk verdeeld in Nederland. Groningen was vorige week de laatste provincie waar nog geen mensen positief waren getest op het virus. Maar dat is slechts een faseverschil. Gisteren waren er tien mensen positief getest. In heel Nederland stond de teller op 1.413. De meesten van ons kennen op dit moment nog niet persoonlijk mensen die door het virus ziek zijn geworden. Maar we weten dat er elke dag een groter aantal mensen besmet raakt. En we zien slechts een topje van de ijsberg: er zijn veel meer mensen besmet dan blijkt uit de statistieken. →


‘Let een beetje op elkaar, ik reken op u’

Spitsuur Oude Kijk in 't Jatstraat in april

35


Voorzitter in Coronatijd

‘ Noaberschap’ zit in onze traditie.

36


37

‘Let een beetje op elkaar, ik reken op u’

Onwezenlijk Inmiddels hebben we ook in Nederland de eerste doden te betreuren. We maken ons geen illusies: dat zullen er veel meer worden. Maar we moeten alles doen om te voorkomen teveel mensen tegelijk ziek worden. Want dan kunnen we hen geen goede zorg meer bieden. De hartverscheurende verhalen van verpleegkundigen in Noord-Italië maken duidelijk dat dat ook in landen met een goed georganiseerde zorg een reëel gevaar is. Daarom zijn de maatregelen menens. Het is onwezenlijk stil op straat geworden. De ochtendspits is verdwenen. Veel mensen houden zich onberispelijk aan de instructies om thuis te blijven en van daaruit te doen wat mogelijk is. Dat is veel. Lessen en colleges zijn digitaal. Zelf vergader ik inmiddels veel telefonisch. En lezen en mailen kon al vanuit huis. Toch ontregelen de maatregelen ons. Het is voor ons allemaal ongemakkelijk om niet gewoon naar je werk te kunnen. Om niet te kunnen sporten of naar een café of restaurant te kunnen. Onze kinderen hoopten dit weekend vurig dat de school zou sluiten. Maar gisteren al werd duidelijk dat dit geen vakantie is. En ook niet leuk. Veel mensen zijn teleurgesteld dat dingen waar ze zich erg op hadden verheugd nu niet doorgaan.

Crisis bestrijden Wat ik indrukwekkend vond aan de toespraak van de Minister-President, is hoe hij laat zien dat crisisbestrijding maatwerk is. En dat je met de beste wetenschappelijke inzichten elke dag opnieuw onzekere keuzes moet maken. Het is makkelijk om daarop kritiek te hebben. Maar ik heb groot vertrouwen in de mensen die deze crisis moeten bestrijden. Dat geldt voor de deskundigen op nationaal niveau, maar zeker ook voor het werk van onze Groningse Veiligheidsregio onder leiding van burgemeester Koen Schuiling. Dag in dag uit werken professionals nuchter en slagvaardig aan maatregelen om het besmettingsgevaar te verkleinen. Ik heb groot respect voor de vele mensen die het land in deze tijd draaiende houden. En in het bijzonder de mensen die zorg verlenen in moeilijke omstandigheden. Belangrijk is dit: nog voor de premier het vroeg, waren veel mensen al begonnen een beetje op elkaar te letten. Op hun buren. Op mensen in hun dorp of straat die wel een beetje hulp kunnen gebruiken. ‘Noaberschap’ zit in onze traditie. En daar kunnen we nu uit putten. We kunnen in de komende tijd veel voor elkaar betekenen. De crisis bestrijden we samen. En ik zie gelukkig om me heen dat veel Groningers dat uit zichzelf begrijpen. · Blog 17 maart 2020

En ook in Groningen maken veel mensen zich zorgen over hun werk. Omdat hun bedrijf rechtstreeks wordt getroffen door de maatregelen die zijn genomen. Of omdat ze afhankelijk zijn van opdrachten die meteen zijn opgedroogd toen de maatregelen werden genomen. Of omdat ze te horen hebben gekregen dat de afhandeling van hun aardbevingsschade voor onbepaalde tijd is uitgesteld. De regering belooft maatregelen, maar daarmee zijn de zorgen niet weg.


Rijkstaken


40

Rijkstaken

Het ambt van commissaris is ouder dan het koninkrijk zelf. Het is namelijk ingevoerd door de Fransen, toen ze hier op de grens van de negentiende eeuw de baas waren. In elk ‘departement’ kwam een commissaris die moest zorgen dat de wetten behoorlijk werden uitgevoerd. Ook Koning Willem I vond dat nuttig, al sprak hij liever over ‘gouverneur’. Maar de grondwet bevatte opnieuw een ‘commissaris’ die rijkstaken had en verder de vergadering van Provinciale Staten en van het college moest voorzitten. Er kwam een ambtsinstructie (bij Koninklijk besluit). En nog in mijn studietijd leerde ik dat de commissaris van de Koningin door het rijk werd betaald. Een rijksfunctionaris dus. Als Rijksheer Die tijd is voorbij. Zoals het ook voorbij is dat commissarissen van de Koning vooral de vorst te vriend moesten houden. De commissaris van de Koning is anno nu vooral provinciebestuurder. En als ik met mijn gezicht naar Den Haag sta, is dat doorgaans om Groningse belangen te behartigen. Maar nog steeds wordt de commissaris bij Koninklijk besluit benoemd. En in mijn takenpakket zit een aantal ‘rijkstaken’. De commissaris van de Koning is in die zin nog steeds ‘van de Koning’. Ik voer ze uit ‘als rijksheer’, heet dat in bestuurlijke kringen. Mijn vrouwelijke collega’s Klijnsma en Adema zijn vast minder gecharmeerd van die betiteling. Maar ‘rijksorgaan’ is ook niet voor iedereen appetijtelijk!

Voor de uitvoering van de rijkstaken zijn ministers verantwoordelijk, in het bijzonder Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. De mensen die mij ondersteunen bij de uitvoering van mijn rijkstaken, in mijn ‘kabinet’, onderhouden bijvoorbeeld contact met het Ministerie van BZK als een gemeente een nieuwe burgemeester zoekt. De minister van BZK heeft bijna elke maand contact met alle commissarissen van de Koning, wanneer die elkaar treffen in de ‘kringvergadering’. Er zijn meer rijkstaken. Zoals toezicht houden op het functioneren van de Veiligheidsregio Groningen. Of het bevorderen van voldoende opvangcentra voor vluchtelingen. En zelfs onafhankelijk voorzitter van het Nationaal Programma Groningen ben ik ‘als rijksheer’. Gek genoeg is dat om de onafhankelijkheid van de voorzitter te benadrukken. Dat beschouw ik daarom maar als de kern van de opdracht. Afhankelijk van de Rijkstaak heb ik contact met de minister van BZK, haar ambtsgenoot van Veiligheid en Justitie of met de staatssecretaris van datzelfde ministerie. In een enkel geval ook met andere ministers. Vaak verloopt dat contact via ambtenaren, maar soms ook rechtstreeks. ·


Rijkstaken

41


Burgemees benoeminge


stersen


44

Rijkstaken

Gezocht: nieuwe burgemeester. Zo heel af en toe zoekt een gemeente een nieuwe burgemeester. Bijvoorbeeld omdat de huidige wat anders gaat doen. Of de gemeente door een herindeling opgaat in een nieuwe gemeente, waar dan ook een nieuwe burgemeester bij hoort.

Het zijn dus schaarse vacatures. Veel gemeenteraadsleden maken het in hun carrière dan ook niet mee dat ze op zoek moeten naar een nieuwe burgemeester. Daarom is het goed dat er een stappenplan ligt, dat de gemeenteraad en ik kunnen doorlopen, als het er wel van komt. Sinds ik commissaris ben, heb ik zes burgemeesters mogen benoemen. Het is altijd leuk, boeiend en spannend om samen met leden van de gemeenteraad zo’n proces mee te maken. ·


Burgemeestersbenoemingen

Gerard Beukema wordt beĂŤdigd als de waarnemend burgemeester van de nieuwe gemeente Eemsdelta

45


Blog: Pekela - zoe burgemeest


ekt ter


48

Rijkstaken

De lokale SP-voorman Pim Siegers is de voorzitter van de commissie die de profielschets voor de nieuwe burgemeester opstelde. Hij is een voor de hand liggende keuze. Welbespraakt, scherp en bovendien de voorzitter van de grootste fractie. Toch wordt hij geen voorzitter van de vertrouwenscommissie. Ik feliciteer hem met zijn nieuwe baan. Hij wordt verslaggever voor het Dagblad van het Noorden. In Drenthe. Niets verhindert dat hij ondertussen gewoon raadslid in Pekela blijft. Maar Pim kiest voor zijn nieuwe democratische roeping. Krantenman. En dat is ook een felicitatie waard.

De raad van Pekela vergadert tegenwoordig in Winschoten. Dat is ook vanwege de corona. In ‘Halte Democratie’, de ruimte die de gemeenteraad van Oldambt normaal gesproken gebruikt voor zijn vergaderingen. Twee jaar geleden zat ik op dezelfde plek om een profielschets in ontvangst te nemen. Voor de gemeente Oldambt. Toen lukte het goed. De keuze viel uiteindelijk op Cora Yfke Sikkema. Halverwege zwaait ze nog even door een bovenraam. De raad van Pekela is hier gast. In de raadszaal in Winschoten kan de hele raad ver genoeg uit elkaar zitten. In de thuisbasis, het gemeentehuis van Pekela, lukt dat niet. De gemeenteraad overhandigt me vandaag de profielschets voor de nieuwe burgemeester. Ik deel met de raad een paar observaties en ik stel wat vragen over het profiel. Dat is niet zo maar een ritueel. Het verslag van deze vergadering wordt gevoegd bij het digitale informatiepakket dat beschikbaar is voor kandidaten en geeft hen context bij de profielschets. Nét een beetje extra profiel voor de profielschets. →


Pekela - zoekt - Burgemeester

Pim Siegers overhandigt me de profielschets. De mondkapjes even af. Maar wel op anderhalve meter afstand.

49


Rijkstaken

Het beste van drie werelden.

50


Pekela - zoekt - Burgemeester

Pekela zelfstandig Pim Siegers kan het niet nalaten te vermelden in zijn toelichting op de profielschets. De fusie tussen Oude en Nieuwe Pekela tot ‘Pekela’ (in 1990) was tumultueus. En veel mensen - waaronder provinciebestuurders - voorspelden dat het niet lang zou duren. Laat staan dat de gemeente Pekela dit jaar zijn zesde lustrum zou vieren. En dat het gewoon doorgaat! ‘SVP’, heette het in de stukken over gemeentelijke herindeling die na mijn aantreden begon te lezen. Dat stond voor ‘Stadskanaal, Veendam, Pekela’. Samen met Veendam richtte Pekela tien jaar geleden een gemeenschappelijke werkorganisatie op. ‘De Kompanjie’. Mijn ambtsvoorganger benoemde vijf jaar geleden Jaap Kuin als waarnemend burgemeester ‘voor onbepaalde tijd, zo lang de gemeentelijke herindeling niet is afgerond’. Maar het liep anders. De herindeling schoot niet op. En de Kompanjie wordt dit jaar ontbonden. De gemeente Veendam wilde er niet langer mee door. Het deed pijn in Pekela. ‘Dit is niet de keuze van de gemeenteraad van Pekela’, staat er op de eerste bladzijde van de profielschets. Het effect is dat Pekela voorlopig zelfstandig doorgaat. Ik ging een paar maanden geleden in gesprek met de gemeenteraad. En die vond dat het na vijf jaar tijd werd voor een gewone, door de kroon benoemde burgemeester. Daarvoor zetten we vandaag de eerste stap. De profielschets. De benoeming van de vertrouwenscommissie. Selecteren Het echte werk begint nu. Vanaf vandaag gaat de vertrouwenscommissie op zoek naar de beste nieuwe burgemeester. Of eigenlijk: vanaf overmorgen. Want dan staat in de Staatscourant dat de gemeente Pekela een burgemeester zoekt. Belangstellenden hebben drie weken de tijd om te solliciteren. Mijn kabinet verstuurt na afloop van de sollicitatietermijn een (weinig informatief) persbericht over het aantal sollicitanten. Een kroonbenoeming is eigenlijk het beste van drie werelden. Wie burgemeester wordt, is eerst geselecteerd (in een pittige sollicitatieprocedure), dan gekozen (door de gemeenteraad) en tenslotte benoemd bij Koninklijk Besluit. Hoe mooi is dat! Het begint dus met selecteren. Ik maak eerst een selectie op basis van de binnengekomen brieven en

51

CV’s. Mijn kabinetschef en ik voeren gesprekken met kandidaten. Niet met iedereen. Sommige kandidaten kennen we al. Bij anderen hebben we aan de brief en het cv genoeg om tot een oordeel te komen. We vragen inlichtingen, bij justitie en bij collega commissarissen. Op basis van dat alles stellen wij een lijst samen van kandidaten die naar mijn oordeel benoembaar zijn. De vertrouwenscommissie mag alle sollicitanten weten. Maar ze krijgt van mij een advies wie ik benoembaar vind en met wie ik ze adviseer te spreken. Achter gesloten deuren De gemeenteraad moet een aanbeveling doen, maar legt dus al het voorwerk voor het doen van een aanbeveling voor de benoeming in handen van de vertrouwenscommissie. Hij stelt het vertrouwen in de commissie dat zij deze taak zorgvuldig zal uitvoeren. Op de leden en de ondersteuning van de vertrouwenscommissie rust een strikte geheimhoudingsplicht, die ook op hen blijft rusten nadat de procedure is afgerond. Als de vertrouwenscommissie klaar is, vergadert de gemeenteraad achter gesloten deuren. De vertrouwenscommissie maakt een rapport van bevindingen. En, belangrijker, ze legt ook een aanbeveling aan voor met daarop twee kandidaten. Het is aan de raad om deze aanbeveling vast te stellen. De eerste naam is groot nieuws. De naam van de tweede persoon op de aanbeveling moet voor altijd geheim blijven. Hierover rust dus op de gehele raad een geheimhoudingsplicht. Dan hebben we de selectie en de verkiezing gehad. De champagnekurken zijn geknald. De (voorbarige) felicitaties hebben geklonken. Maar je wordt geen burgemeester zonder Koninklijk Besluit. Ik adviseer de Minister van BZK over de aanbeveling die de raad aan haar doet. We zijn dan ergens in het voorjaar van 2021 aangeland. Als alles volgens plan verloopt, is ruim voor de zomervakantie van 2021 bekend wie de nieuwe burgemeester van Pekela wordt. Wat zoekt Pekela? Tot zover de procedure. Dan nu de inhoud. Wat zoekt Pekela? De profielschets is rechttoe rechtaan. En dat begint al met de titel: ‘Pekela - zoekt - burgemeester’. Waarom zou je meer woorden gebruiken als je het ook zo kernachtig kunt zeggen? Typerend ook voor Pekela, want de profielschets zegt daarover: ‘Pekelders zijn aanpakkers, niet kletsen maar doen. Soms direct en kort in het spreken.’ →


Rijkstaken

52

Ik kan het aanraden, mijn vrouw komt er ‘weg’.


53

Pekela - zoekt - Burgemeester

Het is ook een eerlijke profielschets. Waarin wordt gezegd waar het op staat. Een profielschets die problemen benoemt. Niet alleen een rooskleurig plaatje van Pekela. Ook de lastige zaken worden aangestipt, zoals de beperkte werkgelegenheid in de regio en de economische en sociale effecten die daar bij horen.

Recht door zee In het vraag-antwoordspel over de profielschets krijgt het profiel een beetje meer reliëf. Wie burgemeester van Pekela wil worden (ik kan het aanraden, mijn vrouw komt er ‘weg’), doet er goed aan om niet alleen de lezenswaardige profielschets, maar ook het verslag van mijn gesprek met de gemeenteraad te lezen.

Gelukkig is er ook veel moois te melden: de bereikbaarheid van Pekela is verbeterd, het voorzieningenniveau is goed, er is een rijk verenigingsleven en Pekela komt steeds meer in beeld als aantrekkelijke woongemeente. Mooi voor Pekela, maar ook mooi voor de nieuwe burgemeester, want de wet schrijft voor dat de kroonbenoemde burgemeester in Pekela komt wonen.

Het is een spannende zoektocht. Bij elke profielschets probeer ik mij voor te stellen wat voor soort persoon de gemeenteraad zoekt. Want je begint met een set eisen in een profiel en je eindigt uiteindelijk met een echt mens, die nooit helemaal voldoet aan de profielschets. Maar één ding weet ik wel. De Pekelders zoeken een mens die recht-door-zee is, die zegt waar het op staat, die niet terugschrikt voor een beetje weerstand. Iemand die de Pekelders begrijpt. Naar zo’n burgemeester gaan we op zoek. ·

Basiscondities en meer Het is goed om te lezen dat de profielschets de basiscondities noemt die voor alle burgemeesters gelden. Ook de bijzondere bevoegdheden van de burgemeester op het gebied van openbare orde en veiligheid zijn genoemd. En de profielschets verwoordt dat de burgemeester de bestuurlijke integriteit in de gemeente bevordert. Sinds de jaren negentig is de aandacht voor integriteit steeds verder toegenomen en ligt de focus op de onkreukbaarheid en transparantie van de overheid. Dat is geen gemakkelijk werk. Veel burgemeesters voelen zich eenzaam in die rol. Pekela wil een burgemeester met een netwerk. Of beter gezegd: iemand die in staat is een netwerk op te bouwen. En dan is - zo leer ik van Pim Siegers de voorzitter van de lokale voetbalvereniging net zo belangrijk als de minister. Maar wees gewaarschuwd: ‘Pekela speelt in de gemeente-overstijgende samenwerkingen soms een moedige en ietwat eigenzinnige rol om de eigen identiteit te behouden’. Geschrokken vraag ik om voorbeelden, zodat de kandidaten weten waar ze zich op moeten voorbereiden. Maar een messcherp antwoord blijft uit.... Het maakt de Pekelders niet uit waar hun nieuwe burgervader (of -moeder!: de vrouwenstrijd is nog niet dood, stel ik vast) ‘weg komt’. Wel is belangrijk - zegt Siegers - dat je Pekela niet ziet als een interessant voorafje of als een lekker toetje. ‘Wie hier burgemeester wordt, komt voor de hele maaltijd.’

Blog 24 november 2020


Crisisbehee rampenbes


ersing en strijding


56

Rijkstaken

Onder normale omstandigheden is het toezicht op de bestuurlijke samenwerking bij crisisbeheersing en rampenbestrijding een rijkstaak die ik weliswaar met warme belangstelling, maar op gepaste afstand uitvoer. En een taak die weinig tijd kost.

Maar 2020 was in vrijwel geen enkel opzicht een normaal jaar en zeker niet voor de Veiligheidsregio Groningen (VRG). Vanaf maart 2020 draaide de crisisorganisatie van de VRG op volle kracht. Dit heeft veel gevraagd van bestuurders en medewerkers van gemeenten en de VRG. Dat zal in het aankomende jaar helaas vooralsnog niet anders zijn. Op 12 maart 2020 zijn alle veiligheidsregio’s opgeschaald naar ‘GRIP-4’ vanwege de coronacrisis. Dat gebeurt als het gebied van een crisis groter is dan één gemeente. Als dat gebeurt, gaat een aantal bevoegdheden op het gebied van openbare orde en veiligheid over van de individuele burgemeesters naar de voorzitter van de veiligheidsregio. Bij de Veiligheidsregio Groningen is dat burgemeester Koen Schuiling van de gemeente Groningen. Toen GRIP-4 van kracht werd, riep voorzitter Schuiling het Regionaal Beleidsteam voor de eerste keer bijeen. Daarna volgden nog vele vergaderingen. Een aantal daarvan woonde ik zelf bij. Bij andere vergaderingen werd ik vertegenwoordigd door mijn kabinetschef.

Noodverordeningen Op 17 maart 2020 stelde de voorzitter van de Veiligheidsregio Groningen de eerste van een reeks noodverordeningen COVID-19 vast. Sindsdien heeft de voorzitter de raden van de Groninger gemeenten een aantal malen per brief tussentijds geïnformeerd over de uitvoering van de bevoegdheden die op hem over zijn gegaan. Van deze brieven ontving ik een afschrift. En tussendoor had ik regelmatig contact met burgemeester Schuiling, om te horen welke ontwikkelingen er waren. Op 1 december 2020 is de Wet tijdelijke maatregelen COVID-19 in werking getreden. Deze wet en de daarbij horende ministeriële regelingen vervangen de noodverordeningen van de afzonderlijke veiligheidsregio’s. Sindsdien is artikel 39 van de Wvr niet meer van kracht voor COVID-19 en liggen de bevoegdheden weer bij de burgemeesters van de afzonderlijke gemeenten. En dus ook een stukje dichter bij elke gemeenteraad. De Groninger burgemeesters hebben besloten de afstemming in dezelfde lijn voort te zetten in een regionaal overleg van de twaalf Groningse burgemeesters. Hier blijven mijn kabinet en ik ook op aangesloten. Daarnaast blijft er een operationele crisisstructuur bij de veiligheidsregio bestaan, ter ondersteuning van de gemeenten. Weliswaar op afstand, was ik betrokken bij de RBT-vergaderingen en had ik ook periodieke gesprekken met alle burgemeesters. Verder was ik voor Noord-Nederland het aanspreekpunt voor de taskforce van het Ministerie van Binnenlandse Zaken voor grensoverschrijdende aangelegenheden met betrekking tot de COVID-19 crisis. Ook legde ik in november een werkbezoek af aan de Veiligheidsregio en de testlocatie van de GGD. ·


Crisisbeheersing en rampenbestrijding

Beeld: Campagne #wijdoenmee van Veiligheidsregio Groningen en GGD Groningen

57


Blog: Wattenstaa sneltesters crisismanag


afjes, en gement


60

Rijkstaken

Mijn echtgenote twittert:

Op bezoek Mijn ambtsbezoek aan de gemeente Groningen is nu al voor de tweede keer vooruitgeschoven. Er is geen lol aan, in coronatijden. Werkbezoeken met de handrem erop. En gesprekken met gemeenteraadsleden en andere betrokkenen kunnen eigenlijk ook niet. Maar we maken van de nood een deugd. Vanmorgen belde ik - voorzien van een vers mondkapje - aan bij de Veiligheidsregio aan de Sontweg. Even bijpraten bij de Veiligheidsregio en de GGD. Om wat langer stil te staan bij hoe het gaat. En om de teststraat te bezoeken die bij ons thuis zoveel enthousiasme wekt. De meeste burgemeesters en wethouders hebben wel eens een crisisoefening meegemaakt. Maar echte ervaring doe je op in echte crisisomstandigheden. ‘We oefenen nu elke week’, zegt Wilma Mansveld, de directeur van de Veiligheidsregio. Dat zou natuurlijk frustrerend kunnen worden. Maar het tegendeel is waar. De Veiligheidsregio Groningen wordt meer en meer een geoliede machine. Bestuurders en ambtenaren doen ervaring op met elkaar. En ze krijgen steeds meer vertrouwen in elkaars professionaliteit. En in het teamwork.

Adrenaline en pizza De Covid-crisis stelt hoge eisen aan iedereen. En de crisis duurt zo lang, dat je het ook niet meer redt op adrenaline en pizza alleen. Je moet presteren. En je ontdekt in zo’n zware periode natuurlijk niet alleen waar je goed in bent. Ook de kwetsbaarheden van de crisisorganisatie worden zichtbaar. Maar je kunt ze verbeteren. Geld is minder een probleem dan anders. En je hoeft ook niet over alles eindeloos te vergaderen. Dat blijft natuurlijk niet altijd zo: als dingen weer normaal worden, is er ineens ook weer het reguliere vergadercircus. Infectieziektenbestrijding was altijd al het werk van de GGD. Er is altijd wel wat. De bof slaat toe in een studentenhuis. Er is vogelgriep. Of kinkhoest of mazelen. Bij de GGD werkt een team van een man of elf dat in de gaten houdt hoe epidemieën zich ontwikkelen. De specialisten hadden in december al door dat er iets gebeurde in China. Op zich gebeurt het wel vaker, dat een virus zich ontwikkelt, ergens op de wereld. Ze dachten na wat het zou kunnen betekenen. Vanaf januari werden er voorbereidingen getroffen. Niemand wist natuurlijk hoe groot het zou worden. Maar de experts probeerden in beeld te krijgen wat het zou kunnen betekenen. Misschien wel 500 besmette mensen in Nederland. →


Wattenstaafjes, sneltesters en crisismanagement

61


Rijkstaken

62

Groningen g sneller teste dan de rest Nederland.


63

Wattenstaafjes, sneltesters en crisismanagement

ging en t van

Volle hevigheid De pandemie nam een enorme vlucht. De kleine groep infectieziektenbestrijders was al snel veel te klein. Er was paniek in Italië. Mensen kwamen terug van de wintersport en carnaval deed zijn werk. En toen sloeg Covid19 in volle hevigheid toe in Nederland. In Groningen minder. We dachten dat we een paar weken achter de rest van het land aan liepen. Maar het viel mee. En tijdens de zomervakantie en de hittegolf leek de epidemie uit te doven. We hielden rekening met een tweede golf zo rond november. Maar die kwam veel eerder, doordat vakantiegangers het virus mee naar huis brachten. De publieke opinie richtte zich op de studenten. Maar het ging eigenlijk om het gedrag van ons allemaal. Vlak voor de zomer is er een apart Covid-team opgericht. Tijdelijk. Daar werken nu zo’n 250 mensen met een paramedische achtergrond. De oude Philipsflat aan de Europaweg is hun uitvalsbasis. Veel jonge mensen. Uitzendkrachten. Het voordeel van een studentenstad is dat je veel studenten van medische opleidingen kunt inzetten voor het ‘bemonsteringsteam’. En voor bronnencontactonderzoek. Groningen ging sneller testen dan de rest van Nederland. Eerst kregen we daar veel kritiek op. Maar inmiddels ziet iedereen het belang ervan. Testen, testen, testen. Bloemen Ik neem een kijkje in het oude Philipsgebouw. De sfeer is ontspannen. Mensen met headsets bellen om vragen te beantwoorden. En op de balie staat een grote bos bloemen. Gebracht door iemand die blij was hoe hij werd geholpen. De buisjes en de wattenstaafjes liggen klaar. Sommige mensen zijn een beetje bang: het gerucht gaat dat ze zo ver in je neus worden geduwd dat ze ergens in je kleine hersenen zitten te pulken. Na de test zijn ze opgelucht: het valt mee. De buisjes kunnen vaak snel worden geanalyseerd in het UMCG. Als daar geen capaciteit is, moeten ze naar München. Dat duurt langer. Ik beschouw de rust als een goed voorteken. Een paar mensen worden geholpen: ze kunnen meteen terecht. Net als onze zoon, deze week. Hopelijk zijn de bezoekers van vandaag net zo blij als hij met de uitkomst van hun test. · Blog 5 november 2020


Gemeenteb


bezoeken


66

Rijkstaken

Artikel 3 van de ambtsinstructie commissaris van de Koning luidt als volgt: "De commissaris brengt met redelijke tussenpozen bezoeken aan de gemeenten in de provincie." Deze redelijke tussenpozen bedragen meestal iedere twee jaar of korter. Tijdens een gemeentebezoek (of: ambtsbezoek) spreek ik met de burgemeester apart en daarna met het voltallige college van een gemeente. De wethouders informeren mij over de belangrijkste zaken in de portefeuilles of over belangrijke projecten. Daarna bezoeken we een organisatie, bedrijf of instelling. Tot slot lunch ik vaak met de raadsleden.

Al deze gesprekken geven een beeld van de gemeente. Wat loopt goed? Wat kan beter? Waarover maken ze zich zorgen? Waarop zijn ze trots? Het informele karakter van deze bezoeken zorgt ervoor dat iedereen tijd en ruimte krijgt om duidelijk te maken wat er speelt. Het jaar begon met twee gemeentebezoeken aan Westerkwartier en Appingedam. Begin maart stond het gemeentebezoek aan Groningen gepland. Helaas is dat afgezegd. Covid19. Het jaar begon vol goede voornemens. Na de zomervakantie zou de nieuwe reeks, mijn derde bezoek aan de gemeenten, starten. We waren bezig de onderwerpen te bespreken en de voorbereiding te organiseren. Maar deze bezoeken zijn voorlopig uitgesteld. Ook Covid19. ¡

Gemeentebezoek Appingedam


Gemeentebezoeken

Gemeentebezoek Westerkwartier

67


Provinciale vluchtelinge


regietafel en


70

Rijkstaken

Op verzoek van Staatssecretaris Broekers-Knol van Justitie en Veiligheid riep ik in november 2019 de provinciale regietafel vluchtelingen bijeen. We hadden wat te doen. Want er moesten 5.000 nieuwe opvangplekken in Nederland komen - evenredig te verdelen over de twaalf provincies.

Dit jaar werd daar het verzoek aan toegevoegd om een provinciaal plan op te stellen voor het Uitvoeringsprogramma Flexibilisering Asielketen. Daarom ging ik opnieuw in overleg met de gemeenten met een opvangcentrum (Delfzijl, Westerwolde en Stadskanaal) en het COA. Na intensief overleg aan de provinciale regietafel konden we op 18 december 2020 het plan voor de provincie Groningen vaststellen. Dat plan lag tegelijk voor bij het college van GS en bij de colleges van B&W in de provincie. En er was grondig en plezierig overleg aan voorafgegaan. We zijn de eerste provincie die er in slaagde om de extra opvangplekken te realiseren en een provinciaal plan klaar te hebben. Namens het college van GS stemde gedeputeerde Tjeerd van Dekken in met het provinciale plan. ¡


Provinciale regietafel vluchtelingen

71


Stikstof


74

Rijkstaken

Met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State van 29 mei 2019 mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in Nederland niet langer als basis worden gebruikt voor vergunningverlening van maatschappelijke en economische activiteiten. Daarmee kwam de vergunningverlening op basis van de Wet natuurbescherming in Nederland grotendeels stil te liggen.

Het leidde tot groot tumult, tot vandaag. Maar ondertussen is mijn beeld dat het provinciebestuur en de vele betrokkenen goed met elkaar in gesprek zijn. Boerenprotesten Het provinciehuis heeft een wereldberoemde voordeur, aan het Martinikerkhof. Boze boeren reden die deur in oktober 2019 uit ons provinciehuis. Met een van de trekkers was er maar een klein duwtje voor nodig. Daarna deed ik twee dingen. Ik probeerde contact te krijgen met de boeren om af te spreken dat ik bij ze langs mocht komen. En ik deed er bij de politie aangifte van.

Rijksheren en stikstof Het kabinet vroeg de commissarissen van de Koning om tijdens de eerste fase te fungeren als ‘rijksheren’. De commissarissen moesten zorgen voor een proces waarbij de belangen van alle overheden en sectoren in het oog worden gehouden. Daarvoor werd een Landelijke Regietafel ingericht waarin het Kabinet met de commissarissen de voortgang bespreekt.

Begin dit jaar ging ik bij een aantal boeren op bezoek. Ze kwamen langs op de provinciale nieuwjaarsreceptie om me uit te nodigen. Het leidde tot een constructief gesprek. Ook later dit jaar ging ik bij boeren langs om te praten over stikstof, over de energietransitie, de kwaliteit van voedsel, natuurinclusieve landbouw, over biologische landbouw. Over de toekomst van de landbouw dus.

Dat was een rijksrol die wel heel dicht op de verantwoordelijke provinciaal bestuurder zat: de gedeputeerde deed dingen die sterk leken op wat het kabinet vroeg van de rijksheren. Er waren zelfs twee tafels: een nationale regietafel voor de rijksheren en een overlegtafel met alle overheden voor een gezamenlijke aanpak. Veel bestuurlijke drukte.

Goede gesprekken leiden tot begrip. Niet alleen in Groningen. Er kwam ook op nationaal niveau intensief overleg op gang. Aan alle tafels die voor de stikstofproblematiek relevant zijn, is Groningen vertegenwoordigd door gedeputeerde Henk Staghouwer. Hij presenteerde namens het college van GS in het afgelopen jaar de Groninger Aanpak Stikstof (GRAS), na intensief overleg met alle partijen in het veld. De Staten zijn er inmiddels mee akkoord gegaan.

In de praktijk hebben gedeputeerde Staghouwer en ik dat vormgegeven door regelmatig overleg en door periodiek onder mijn verantwoordelijkheid Groningse rapportages naar de Haagse regietafel te sturen. Ik heb twee overleggen voorgezeten, waarin alle provinciale belanghebbenden aan tafel zaten. En voor het overige sprak het college van GS regelmatig over stikstof. Onder mijn voorzitterschap, maar onder de politieke verantwoordelijkheid van de gedeputeerde. ·


75

Stikstof

Foto: Stella Dekker


Voorzitter Nationaal Programma Groningen


a


78

Rijkstaken

Het Nationaal Programma Groningen is een samenwerkingsverband van Rijk, provincie en gemeenten om samen met inwoners, bedrijven en organisaties te werken aan de toekomst van Groningen. Daar is alle aanleiding voor, gelet op het verdriet van de gaswinning. Schadeherstel en versterking hebben de hoogste prioriteit en veel mensen en organisaties zijn daar hard mee aan de slag. Tegelijkertijd is er meer nodig om Groningen een goede toekomst te geven.

Onafhankelijk voorzitter Het programma ging maart vorig jaar van start en heeft een looptijd van tien jaar, met een budget van ruim een miljard euro. Het bestuur van Nationaal Programma Groningen bestaat uit overheden (het Rijk, de provincie Groningen en gemeenten in het aardbevingsgebied) en diverse organisaties. Ik ben als ‘rijksheer’ onafhankelijk voorzitter van het bestuur. De provincie wordt in het bestuur vertegenwoordigd door twee gedeputeerden. We gaan fors investeren in de toekomst: door het versterken va de leefomgeving, de economie, opleidingen, banen en de natuur en het klimaat. Dat doen we de komende tien jaar vanuit het Nationaal Programma Groningen. We kijken scherp of de programma’s doen wat ze zouden moeten doen. En we laten onafhankelijk meten of Groningen er daadwerkelijk door vooruit geholpen wordt en zich verder ontwikkelt op deze thema’s. Groeit de economie? Hebben meer mensen werk? Passen de opleidingen bij de kansen op werk? →


Voorzitter Nationaal Programma Groningen

Foto: Marieke Kijk in de Vegte

79


Rijkstaken

80

Zesduizend (!) Groningers hielpen mee met beoordelen


81

Voorzitter Nationaal Programma Groningen

We zijn begonnen Je zou kunnen zeggen dat in de afgelopen jaren de fundamenten zijn gestort. De gemeenteraden en Provinciale Staten hebben op voorstel van het bestuur een besluit genomen over de doelen en de ruwe toedeling van het geld. De programma’s en projecten zijn vastgesteld door het bestuur. Maar het bestuur neemt geen enkel besluit zonder dat een onafhankelijke beoordelingscommissie daarover een besluit heeft genomen. Gemeenten maken lokale programma’s. En de provincie ontwikkelde een ‘thematisch programma’. Het bestuur heeft inmiddels drie lokale programma’s en het thematische programma goedgekeurd. Begin volgend jaar volgen waarschijnlijk nog twee programma’s. Ik vind het mooi om te zien hoe inwoners, organisaties en overheden allemaal op hun eigen manier vorm geven aan hun toekomst. De programma’s en projecten die het bestuur heeft goedgekeurd, zijn daar het bewijs van. Ze dragen stuk voor stuk bij aan de toekomst van Groningen. Tot zo ver de bestuurlijke drukte. Want als de programma’s zijn goedgekeurd, kan beginnen waarom het was begonnen: de uitvoering. Inmiddels zijn 16 projecten daar aan toe. Bijzondere programma’s NPG ondersteunt ook bijzondere programma’s. Bijvoorbeeld het ‘Zorgakkoord Groningen’, waar we bijdragen aan nieuwe huisvesting voor de zorg voor ouderen en gehandicapten. We ondersteunen de energietransitie van onderop, door vrijwilligers te helpen die zich verenigen in lokale energie-initiatieven. En we dragen bijvoorbeeld bij aan het opleiden van vakkrachten die historische gebouwen kunnen onderhouden. Al met al zet het Nationaal Programma Groningen zo de eerste schreden op de weg die zal leiden tot zichtbare verbeteringen.

Soms gaat het over groot geld. Alleen al bij Avantium, een toonaangevend chemisch technologiebedrijf, en het project Fascinating (voor de toekomst van de landbouw) gaat het om zo’n 375 miljoen euro in de komende jaren. En om veel banen. Vaak gaat het om kleinere projecten. Het leefbaarheidsloket droeg dit jaar (teldatum 1 december, en we gaan nog even door) bij aan 168 projecten. Dat maakt het mogelijk om in Groninger dorpen veel wensen van inwoners dicht bij huis te realiseren. Van beweegtuinen, via lokale wandelroutes tot levensreddende AED’s. Er is sinds april ook het ‘impulsloket’, dat grotere investeringen kan toekennen. Via dit loket konden al 16 projecten van start. Toukomst Enthousiast word ik van Toukomst. Heel Nederland kijkt met belangstelling naar het grootste participatieproject van het land. Groningers geven daarin vorm aan hun eigen toekomst. Het leidde tot een kleine duizend ideeën. Die werden door de inzenders onder deskundige leiding gebundeld tot 60 samenhangende projecten. Zesduizend (!) Groningers hielpen mee met beoordelen. Samen zorgden ze voor meer dan 32.000 beoordelingen. En toen moest het ‘Toukomstpanel’ nog beginnen. Dat bestaat uit 20 mensen, die daar door loting terechtkwamen. Straks, in januari, presenteert het panel zijn advies aan het bestuur. Ik maakte een tijdje geleden digitaal kennis met het panel. Leuke, gedreven mensen die hun taak heel serieus nemen. Aan de hand van de doelen van het Nationaal Programma Groningen bediscussiëren ze de inzendingen. En vellen ze een oordeel. ‘Geschikt’ of ‘minder geschikt’. Ik ben heel benieuwd waar ze mee komen. Welke projecten zij aanwijzen om uitgevoerd te worden. En hoe daarmee de 100 miljoen euro voor Toukomst het beste besteed kan worden. ·


Lintjes en p


predicaten


84

Rijkstaken

Wat het predicaat ‘Hofleverancier’ of ‘Koninklijk’ is voor bedrijven, is de Koninklijke onderscheiding voor inwoners van Nederland. Die onderscheidingen worden ook wel ‘lintjes’ genoemd. Ze worden toegekend aan mensen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de samenleving.

En hoewel de procesgang strikt vertrouwelijk is, is aan het proces zelf niks geheims. Kandidaten moeten worden voorgedragen bij de burgemeester van hun woonplaats. Als de burgemeester akkoord is, stuurt hij de aanvraag door naar de commissaris van de Koning. De commissaris beoordeelt de aanvraag en stuurt die na goedkeuring door naar de Kanselarij der Nederlandse Orden. Kapittel Het Kapittel voor de Civiele Orden, dat is gevestigd bij de Kanselarij, adviseert vervolgens de verantwoordelijke minister over de toekenning. De koning en de minister, op wiens beleidsterrein iemand actief is, zetten hun handtekening onder het Koninklijk Besluit. Buitenlanders kunnen ook in aanmerking komen voor een lintje. De aanvraagprocedure loopt dan via de minister van Buitenlandse Zaken. De commissaris van de Koning heeft een adviserende rol, om te bevorderen dat de verdiensten in de provincie Groningen op dezelfde manier worden gewogen. Het gaat om circa 100 koninklijke onderscheidingen voor de Algemene Gelegenheid (Lintjesregen in april) en circa 50 koninklijke onderscheidingen voor de Bijzondere Gelegenheid. Bijzonder en algemeen Een Bijzondere Gelegenheid is een moment door het jaar heen, bijvoorbeeld bij een afscheid van een activiteit waar het grootste deel van de verdiensten betrekking op heeft. Een Algemene Gelegenheid is in principe op de dag voorafgaand aan de verjaardag van de Koning. Mensen worden dan op hun totale verdiensten beoordeeld. Dat kan een reeks van verschillende activiteiten zijn. ·


Lintjes en predicaten

Uitreiking predicaat aan ‘Koninklijke Ten Kate’ Foto: Hans Banus

85


Blog: Goed uit de


e verf


88

Rijkstaken

Sommige feestjes zie je van ver al aankomen. Het honderdjarig bestaan van Verfzaak Muller, bijvoorbeeld. ‘Sinds 1920’, dus het moet er binnenkort wel van komen. Wat niet iedereen zag aankomen is de kers op het taartje in Musselkanaal. De gedroomde uitkomst van iets dat een jaar geleden, in november 2019, begon. De familie Muller stuurde toen een brief naar waarnemend burgemeester Froukje de Jonge. Een brief die begon met de aanhef ‘edelachtbare vrouw’.

Het is een groot feest op een zeer beperkte schaal. Corona-proof. De feesttent ging niet door. De zaak is dicht en we zijn met weinig mensen, pijnlijk precies op anderhalve meter afstand. Maar vanaf vandaag is het een feit. Verfzaak Muller krijgt vandaag het recht om een koninklijk wapen te voeren, met de toevoeging ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier.’

Een onderscheiding waarvan weinig mensen door hebben hoe exclusief het is. Om de gedachten te bepalen: ook andere koninklijke onderscheidingen zijn heel bijzonder. Ik schat dat tussen de één en twee procent van de Nederlanders een Koninklijke Onderscheiding krijgt. Toch werden er alleen al bij de lintjesregen van dit jaar ruim drieduizend van uitgereikt. Hofleveranciers zijn veel schaarser. Volgens de Kamer van Koophandel waren er aan het begin van dit jaar 440.000 MKB-bedrijven. En toch zijn er nog geen zeshonderd Hofleverancier. Verfzaak Muller is de eerste dit jaar in Groningen. En pas de vierde in mijn bestaan als commissaris van de Koning.

Hofleverancier Hofleverancier… Daarover bestaan een paar misverstanden. Huis ten Bosch is net opnieuw geverfd en behangen. Maar het is natuurlijk niet uitgesloten dat het Koninklijk Huis voortaan alle verfspullen in Musselkanaal bestelt. Toch is dat niet waar het om gaat bij hofleveranciers. Het predicaat is een onderscheiding die wordt toegekend door de koning. En een uiting van grote waardering voor de bedrijven die hofleverancier worden.

Ik overhandig ze het predicaat dat hoort bij het wapenschild. Ze zijn bestemd voor kleine en middelgrote bedrijven met een regionale uitstraling. Bedrijven die minstens honderd jaar bestaan en die een onberispelijke reputatie hebben. Bij Muller weten ze inmiddels hoe streng de selectie is. Niemand begint een bedrijf om hofleverancier te worden. Maar wanneer een bedrijf het wil worden, legt het de lat hoog voor zichzelf. →

En tegen de edelachtbare vrouw zeiden ze dat ze graag in aanmerking wilden komen voor het predicaat ‘Hofleverancier’. Vandaag mag ik het ze uitreiken. In aanwezigheid van een andere edelachtbare vrouw. Yvon van Mastrigt, de opvolger van Froukje de Jonge.


Goed uit de verf

Toespraak bij Verfzaak Muller

89


Rijkstaken

Met de paplepel. En met grondige scholing.

90


91

Goed uit de verf

Honderd jaar vakmanschap Reden genoeg dus voor trots. Om het verzoek kracht bij te zetten heeft Verfzaak Muller een prachtig boek (en een mooie film) gemaakt van de afgelopen honderd jaar. Wie het boekje leest, leert er nieuwe woorden bij. Woorden uit de wereld van het schildersvak. Maar ook van interieur, van stoffering en van inrichting. Voor de familie Muller is het gesneden koek. Zij kijken er vast niet van op. Maar mijn ogen bleven bij het lezen haken bij woorden als ‘vensterglas’, ‘glansgraad’ en ‘deurzink’. En ‘plakmeel’. Plakmeel? Ik hoorde ooit van een bakker gehoord dat je het poeder dat in de bakkerij wordt gebruikt voor de pudding in de puddingbroodjes, prima plakmeel is. Toen hij nog jong was, plakte de bakker er affiches voor concerten mee in de stad. Goed spul, dat plakmeel! De affiches hingen er vaak nog weken na het concert. Mijn echtgenote zou dit ‘Paasoplossingen’ noemen. Spullen gebruiken voor doelen waarvoor een vakman ze zeker niet zou gebruiken. Tot zo ver mijn discutabele tips. Want het vakmanschap bevindt zich bij de familie Muller. ‘Al drie generaties een gepassioneerd familiebedrijf’, staat trots op de website. En als er iets als een paal boven water staat, dan is het wel het grote vakmanschap dat de Mullers in de afgelopen honderd jaar hebben ontwikkeld. Met de paplepel. En met grondige scholing. Een vakmanschap dat niet stilstaat, maar voortdurend nieuwe wegen inslaat. En zo als het ware op de golven van de tijd meebeweegt. Sieraad Een verfzaak tussen de turfstekers. Zo begon het. De veenkoloniën werden een ‘sieraad voor de provincie’ genoemd. Hier gebeurde het. De Stad verdiende er dik geld mee. En heel Nederland kreeg het warm van Groningse turf. Strokarton, aardappelzetmeel en scheepsbouw vormden de rest van het decor voor de ontwikkeling van Verfzaak Muller. Er is veel gebeurd. Niemand steekt meer turf. De strokartonindustrie is niet meer. De scheepsbouw is enorm conjunctuurgevoelig, hebben we ontdekt. En de oprichters van wat sinds vorig jaar de ‘Koninklijke Avebe’ heet zullen het huidige bedrijf waarschijnlijk maar met moeite herkennen.

Verfzaak Muller is ook een sieraad, een sieraad voor de Veenkoloniën. En daarmee een sieraad voor de provincie Groningen. Een klein bedrijf, dat door slim ondernemerschap nog altijd floreert. Soms met de wind volop in de zeilen, en door een slimme samenwerking met concurrenten zelfs werkgever voor 100 schilders eind jaren ‘60, begin jaren ‘70. Maar ook tijdens de oliecrisis en de donkerere beginjaren ‘80 fier overeind gebleven. Eigen accenten Dat gebeurde door op tijd de bakens te verzetten. Door in gesprek te blijven met klanten en te zien wat de markt over een tijdje nodig heeft. Je wordt geen honderd jaar door stil te zitten. Je wordt geen honderd als je niet vernieuwt. En je wordt zeker niet heel goed in je vak als je alles bij het oude laat. Slechts vernieuwing kan behouden. Traditie is niet alleen iets wat je van generatie op generatie doorgeeft. Het is ook iets wat waar elke volgende generatie haar eigen accenten in plaatst. Dat klinkt vanzelfsprekend. Maar dat is het niet. Zoals het ook niet vanzelfsprekend is dat je kinderen de zaak overnemen. En dan meer doen dan alleen overnemen. Ze bouwen het bedrijf ook uit, slaan nieuwe wegen in en houden het zo kerngezond. Door kennis die in decennia is opgebouwd te koppelen aan innovatie. De oprichter van het bedrijf, Chris Muller, reisde de wereld rond. Hij kwam als ‘meesterschilder’ in aanraking met de eerste filmsterren, die in Beverly Hills een optrekje lieten inrichten. Van Beverly Hills naar Musselkanaal - ik denk dat het niet vaak voorkomt. Het zorgde generaties lang voor inspiratie. De jongste generatie Muller heeft doorgeleerd. Ze zijn scheikundig onderlegd en hebben zelfs Ben Feringa als leermeester. En ondertussen werken ze voor het familiebedrijf. Een verfhandelaar die is opgeleid door een Nobel-prijswinnaar. ‘t Kon minder! →


Rijkstaken

92

Je hoeft niet per se paleizen te stofferen.


93

Goed uit de verf

Crisisbestendig Wie honderd jaar oud is, stamt uit de nadagen van de Spaanse griep. De beruchte grieppandemie die wereldwijd 20 tot 100 miljoen levens eiste, veel meer dan het totale dodental van de Eerste Wereldoorlog die er aan vooraf ging. We bevinden ons momenteel middenin de coronacrisis. Onze economie en werkgelegenheid lijden er onder. En we bevinden ons in Nederland in een fase waarin de Staat de loonkosten draagt voor miljoenen werknemers. Dus we weten niet wat er gaat komen, ook niet in de Veenkoloniën, waar het qua werkgelegenheid nu al niet overhoudt. Toch biedt ook deze crisis kansen. De coronatijd is ook de tijd waarin mensen de doe-het-zelf-winkels platlopen. Bij reuzen als Bauhaus of Hornbach staan de parkeerplaatsen bijna altijd vol auto’s. Het lijkt wel alsof iedereen met zijn huis en tuin bezig is. Want ook de tuincentra worden leeggekocht.

Dat moet kansen bieden, ook voor Verfzaak Muller. ‘Als ik toch thuis werk’, hoor ik de laatste tijd, ‘dan kan ik mijn werkkamer maar net zo goed even opnieuw inrichten.’ Een nieuw behangetje of een nieuwe kleur aan de muur, nu toch maar eens de houten vloer opnieuw in de lak. Je hoeft niet perse paleizen te stofferen. Met gewone woonhuizen is het druk genoeg. Kortom, geen crisis zonder kansen. Alle reden om hoopvol vooruit te kijken in de volgende eeuw van Verfzaak Muller. En om trots te zijn op deze mijlpaal. Verfzaak Muller is in de afgelopen eeuw heel behoorlijk uit de verf gekomen! · Blog 2 november 2020


Grensoversc samenwerk


chrijdende king


96

Rijkstaken

Op mijn één na laatste werkdag van het jaar heb ik een zogeheten ‘triloog’. Een bestuurlijk driehoeksoverleg met Staatssecretaris Knops en zijn collega Mielke van Nedersaksen. En mijzelf als vertegenwoordiger van de noordelijke grensregio. De voertaal is Duits, wat bij mij de inspanning een beetje groter maakt. Maar we opereren in Groningen al sinds mensenheugenis vanuit de gedachte dat deze inspanning de moeite waard is. Het medium is Webex. De triloog is al een paar keer uitgesteld vanwege corona. En een fysieke ontmoeting zou ondenkbaar zijn. Het belang van goede buren Beter een goede buur dan een verre vriend. Dat is in de kern het internationale beleid van de provincie. Natuurlijk, als provincie in Nederland, als een van de lidstaten van de Europese Unie, zijn we gericht op de EU en samenwerking met overheden en organisaties binnen de Europese Unie - als dat goed is voor ons beleid op bijvoorbeeld de landbouw, de economische ontwikkeling of de energietransitie. Dat gebeurt vaak in de vorm van gezamenlijke projecten. Gedeputeerde Staghouwer coördineert het internationaliseringsbeleid, dat vooral inhoud krijgt doordat we op de inhoud iets willen. En die inhoud, die ligt dan soms niet bij Gedeputeerde Staghouwer. Maar bij de gedeputeerde die werkt aan de energietransitie (Homan) of aan het treinverkeer met Duitsland (Gräper-Van Koolwijk). GROS Zelf mag ik ook aan de bak. Want een van mijn rijkstaken is het bevorderen van grensoverschrijdende samenwerking tussen Nedersaksen en Noord-Oost Nederland. Ik doe dat als voorzitter van de Stuurgroep ‘GROS’, een afkorting die staat voor ‘grensoverschrijdende samenwerking’. En daar komt die goede buur om de hoek kijken: samen met de provincies Drenthe, Friesland en Overijssel en Noordwest Duitsland (Nedersaksen, Hamburg, Bremen) proberen we zoveel mogelijk barrières te slechten die grensoverschrijdende samenwerking belemmeren.

Doel is om op allerlei thema’s het wederzijdse verkeer over de grens naar elkaar te bevorderen. Om een sterke grensregio te ontwikkelen, een gebied dat zowel Noord-Nederland als Noord-Duitsland beslaat. Dat doen we door barrières weg te nemen, door wederzijds begrip te ontwikkelen hoe en waarom de dingen bij elkaar gaan zoals ze gaan - en hoe we elkaar daar beter in kunnen vinden. Plakjes Het is een breed thema, dat goed op te delen is in plakjes die het werk hanteerbaar maken. Zoals wonen, werken, onderwijs, gezondheidszorg, openbaar vervoer, energie. Dat werk begint bij weten hoe de dingen bij elkaar in elkaar steken. Bij opschrijven wat we van elkaar willen en wat daar voor nodig is, net als het antwoord op de vraag wie we daar voor nodig hebben. Want grensoverschrijdende samenwerking ‘an sich’ is niet het feestje van alleen de overheid. Maar ook van bedrijven, ziekenhuizen en kennisinstellingen. In je eentje werken gaat sneller. Maar samen kom je verder. Dat gaat zeker ook op voor GROS. Het is geen klus voor de sprinters op de atletiekbaan, maar meer voor atleten die de lange afstanden aan kunnen. En ook allround zijn. Want we willen als sterke, noordelijke grensregio samen regionale, Europese en mondiale uitdagingen oppakken, zoals de transitie →


Grensoverschrijdende samenwerking

Ondertekening (op afstand) van de Kooperationsagenda

97


Rijkstaken

Een goede buur is goud waard.

98


Grensoverschrijdende samenwerking

van de landbouw, de klimaatveranderingen en de energietransitie die dat met zich meebrengt, en de digitalisering van onze samenleving. Als sterke, noordelijke grensregio kun je meer je stempel drukken op deze ontwikkelingen en dus meer bereiken. En voorkom je een verkokerde, versplinterde aanpak. Dus kijk je samen naar wind op zee en hoe je als overheden ervoor zorgt dat er zoiets als een waterstofeconomie op gang komt. Distanz oder Nähe Het gaat dus echt ergens over. Maar internationale samenwerking begint, zoals eigenlijk altijd als het gaat over samenwerking, met vertrouwen. Met goede relaties. Met elkaar regelmatig zien. En dat ging dit jaar niet makkelijk. Ook hier speelde het verbindende thema van dit jaarverslag: Corona. Daarom was er dit jaar een verschuiving gaande, van Sozial Distanz naar Digitale Nähe. We moeten digitaal werken, en dat doen we dan ook. Het leuke is: de urgentie om digitaal te werken heeft het internationale samenwerken effectiever gemaakt. Dat is goed nieuws, want met die ervaring verwacht ik dat het de komende jaren alleen maar beter en sneller gaat met de grensoverschrijdende samenwerking. Want waar we eerder voor een bestuurlijk overleg van een uur niet zo makkelijk de grens over gingen, loggen we nu zonder dralen in op een digitale bijeenkomst. Daardoor komt er echt ‘Schwung’ in. Dat zie ik zowel bij de bestuurders als bij de beleidsambtenaren die aan de inhoudelijke thema’s werken. De basis voor onze samenwerking is de ‘Kooperationsagenda’. Die is begin 2020 ondertekend door staatssecretaris Knops van het ministerie van BZK en staatssecretaris Mielke in Nedersaksen. Ik ondertekende namens de vier Noordelijke provincies. In deze Kooperationsagenda ligt de focus op de thema’s economie, arbeidsmarkt, energie, milieu en infrastructuur. En het mooie is: deze agenda helpt ons echt allemaal om het grensoverschrijdende samenwerkingsproces tussen de verschillende overheidslagen te vereenvoudigen. Kooperationsagenda In het voorjaar van 2020 hebben we elkaar opgezocht – en gevonden – op het gebied van mobiliteit. Onze oosterburen kwamen bij

99

ons in de GS-kamer op bezoek. Ze hebben inspiratie opgedaan en handvatten gekregen waarmee zij in hun eigen huis de gesprekken voeren om een versnelling in de infrastructuurplanning teweeg te brengen. Zonder te vervallen in generaliseringen, waarderen Duitsers ons om onze energie, creativiteit en moed. Waar de Duitser eerder werkt vanuit het principe ‘vertrouwen is goed, controleren is beter’, zien ze ook wat de Nederlandse invalshoek je kan brengen. Wat die Nederlandse invalshoek is? Zoals een Duitse collega zei: ‘controleren is goed, vertrouwen is beter’. De Kooperationsagenda geeft focus. Een focus waar we allemaal achter staan. Maar ondertussen laat het Covid-virus zien dat de inhoud van je samenwerking dynamisch moet zijn. Gezondheidszorg was geen hoofdthema, maar het is dit jaar een werkelijk groot geworden. Dat hebben we in de stuurgroep GROS van november 2020 nog eens bevestigd. Bedden Ook hier speelt dus Covid. Zo is regelmatig overleg nodig om te bezien of de grens open kan blijven. In 2020 is dat bij onze grens met Duitsland steeds gelukt. Maar er is wel steeds reden om scherp te zijn op grenseffecten. Maar er is meer dan open grenzen. Door Covid hadden elkaar de afgelopen maanden nodig. Zo konden Nederlandse Coronapatiënten een plek krijgen in Duitse ziekenhuizen, toen duidelijk werd dat het aantal bedden in Nederlandse ziekenhuizen ontoereikend was. Ook in de toekomst liggen er uitdagingen op dit thema. Bijvoorbeeld de problemen die er zijn met ziektekostenverzekeringen, vergoedingen dus, als je aan de ene kant van de grens woont en aan de andere kant van de grens een medische behandeling ondergaat. Covid maakt duidelijk, dat de goede relaties die we in de grensoverschrijdende samenwerking hebben opgebouwd ook helpen als ergens het alarm afgaat. Daardoor konden de grenzen tussen Duitsland open blijven en ontstond er vrij makkelijk een grensoverschrijdend team van Duitse en Nederlandse gezondheidsspecialisten om Corona te beteugelen. Een mooie illustratie dat ons uitgangspunt klopt. Met alle waardering voor verre vrienden: Een goede buur is goud waard. ·


Blog: Muurspech


ht


102

Rijkstaken

Thuis heb ik nog ergens wat onooglijke betonscherfjes in een verstoft plastic bakje liggen. Want ik had geluk. Een paar weken na de val van de Berlijnse Muur had ik een studiereis naar Berlijn. En zo werd ik met een geleende hamer en een veel te stompe beitel een van de vele ‘muurspechten’ die een flink (en liefst beschilderd) stuk Berlijnse Muur mee naar huis wilden nemen.

Helaas had ik me verkeken op de degelijkheid van het volkseigen beton. Knalhard was het. Hoe ik ook mijn best deed: meer dan een paar kleine scherfjes kwamen er niet af. De reis was onvergetelijk, omdat we in een razend interessante periode in Berlijn kwamen. Oost-Berlijn bestond nog. Maar je kon er zonder controle in. De gevreesde grenspolitie keek van een afstand toe bij mijn gebeitel. En de rest van de hoofdstad van de DDR was ook ernstig in de war. Je voelde dat je onderdeel van de geschiedenis was.

Duitse eenheid Dertig jaar later. In een vrijwel lege statenzaal. Helemaal tegen de gelambriseerde wand geplakt zitten - ver uit elkaar - een professor, een gedeputeerde, een honorair consul en een commissaris van de Koning. Zo ziet een geanimeerd en feestelijk symposium er tegenwoordig uit. Geen publiek. Geen borrel na afloop. Het symposium was in de afgelopen week, maar het is eigenlijk ter gelegenheid van morgen, 3 oktober. De dertigste ‘Tag der Deutschen Einheit’. We vieren hem ieder jaar in Groningen, samen met de Duitse gemeenschap. Deze week was het een digitale bijeenkomst naar aanleiding van iets dat inmiddels al geschiedenis is geworden. En waarvan ik ondertussen het gevoel heb dat het gisteren pas is gebeurd. Nog steeds staan me de beelden bij van de nacht waarin de Muur viel. Van de mensen die vol ongeloof maar vastberaden de grensposten voorbij liepen. Van de partijfunctionaris, Kameraad Günter Schabowski, die op 9 november stamelend antwoord gaf op de vraag van een journalist. De vraag was wanneer de nieuwe reisregels voor de inwoners van Oost-Duitsland ingingen. Schabowski pakte er een papiertje bij en zei dat hij meende dat ze direct in gingen. En toen, toen was letterlijk het hek van de dam. Oost-Duitsland stroomde leeg richting West-Duitsland. →


Muurspecht

Günter Schabowski

103


Rijkstaken

Jammer als je nu nog moet improviseren.

104


105

Muurspecht

Grenzen gummen De rest is geschiedenis. Volgens Francis Fukuyama was dit zelfs het einde van de geschiedenis. In ieder geval een geschiedenis die we hebben meegemaakt. Zij het op afstand. En dat ongelooflijk veel indruk maakte. Als ik de digitaal aanwezigen vertel over Schabowski, krijg ik kippenvel. Dat heb ik ook bij beelden van Oost-Duitsers die via de West-Duitse ambassade in Boedapest, Warschau en Praag probeerden weg te komen. Al een jaar na deze nacht werden de beide Duitslanden één geheel. Weer één land. Een grens uitgegumd. En dat feit, zou je kunnen zeggen, vieren we vandaag, op 3 oktober. De vooraankondiging ervan was een bescheiden feestje, afgelopen maandag in de statenzaal. Een digitaal symposium met Groningers, Friezen, Drenten en Noord-Duitsers. Over de onderlinge samenwerking tussen beide landen. En tussen de noordelijke delen ervan. Grenzen gummen. Dat staat in een groter verband. Een Europees verband. Een Europa, waarin Duitsland in mijn ogen vaak een voorbeeldige rol vervult. De EU is een Unie, dus niemand kan het alleen, wil het alleen doen of moet het alleen doen. Maar juist die Unie maakt dat we er soms allemaal net even anders in zitten. En dan is het vaak Duitsland dat bereid is om over de eigen schaduw heen te springen. Dat ziet dat het welbegrepen eigenbelang ligt in een goed en sterk functionerend Europa. En dat aangeeft in welke richting we verder moeten. Model voor Europa Dat gebeurt op veel terreinen. De opvang van vluchtelingen in 2015 is een bekend voorbeeld. Maar ook de opvang van corona-patiënten uit Nederland en andere Europese landen, zonder daarvoor later een rekening te sturen. Of het aanbod dat Duitse robot-laboratoria (ik ken het woord sinds de uitzending van Arjen Lubach) ons willen helpen om meer te kunnen testen, testen, testen. De Duitsers doen het beter. Het kost Nederlanders in deze tijd opvallend weinig moeite om dat toe te geven. Pijnlijk wordt het pas als we moeten toegeven dat de Belgen het beter doen. Maar bij nadere beschouwing is de verhouding wederkerig. We leren van elkaar. Zeker in de samenwerking op het gebied van de gezondheidszorg.

We worden bij de hand genomen door Professor Jochen Mierau. Hij komt uit Oost-Duitsland. En is nu in Groningen adjunct-hoogleraar economie van de volksgezondheid en wetenschappelijk directeur van de Aletta Jacobs School of Public Health. Hij vertelt uit eigen ervaring hoe de Eems Dollard Regio model kan staan voor heel Europa. En hoe het daardoor een laboratorium is voor Europese samenwerking. De grens staat niet alleen de gezondheidszorg in de weg, maar de grens is zélf een risico voor de volksgezondheid, weet Jochen Mierau. En dus is samenwerking op allerlei terreinen een geschikt soort therapie. Buurtzorg Nee, onze zorgsystemen zijn totaal verschillend. Maar juist doordat Duitsers en Nederlanders de zorg totaal verschillend hebben georganiseerd, kunnen we elkaar helpen. We kunnen profiteren van de afwezigheid van wachtlijsten in Duitsland. En Duitsers kunnen gebruik maken van het hoge niveau van de gezondheidszorg in Nederland. De corona-aanpak? Daarin meent Mierau dat we een hoop van Duitsland kunnen leren. Hij is heel kritisch op de Nederlandse aanpak. Natuurlijk, het is logisch dat we bij de eerste golf werden verrast. Maar nu, bij de tweede golf, hadden we bijna negen maanden bedenktijd. Maanden om ons te organiseren. Jammer als je nu nog moet improviseren. De Duitse degelijkheid. Daar kunnen we natuurlijk moeilijk tegenop. Maar Mierau opent ons de ogen voor onze eigen kwaliteiten. ‘Buurtzorg’ is een Nederlandse uitvinding. En deze manier van werken, met zelfsturende teams in de zorg, is een jaloersmakend exportartikel geworden. Buurtzorg. Het is een mooie samenvattende term voor het noaberschap in de zorg dat vorm krijgt in de Eems Dollard Regio. Grensontkennend samenwerken. Goed bezig. Dertig jaar later voel ik me opnieuw een muurspecht. · Blog 2 oktober 2020


Opkomen voor Gronin


ngers


108

Opkomen voor Groningers

Opkomen voor Groningers, dat zit in het DNA van alle bestuurders van de provincie Groningen.

Het is een wezenlijk onderdeel van het werk, in allerlei verschijningsvormen. Het komt weliswaar het meest tot uiting tijdens gesprekken in Den Haag of Brussel, maar aan al die gesprekken gaat iets vooraf. En dat is dat je aan de hand van bezoeken bij bedrijven en organisaties scherp in beeld krijgt wat Groningen van Den Haag of Brussel nodig heeft. En omgekeerd: wat wij kunnen doen voor Den Haag of Brussel. Want vragen alleen, is vaak niet voldoende. Het helpt als je er bij kunt vertellen wat je te bieden hebt. Halen en brengen, werkt vaak het beste. Om niet alleen het probleem te benoemen, maar ook de oplossing. Om die wereld in kaart te brengen, zijn werkbezoeken onontbeerlijk. Of het nu bij een boer aan tafel is, om in zijn keuken te horen hoe de overstap naar biologische teelt met vallen en opstaan verloopt. Welke maatregelen tegen stikstof volgens hem wel en welke niet kunnen werken. Of gesprekken met inwoners, met gemeenten en met maatschappelijke organisaties over de versterking van huizen. Zulke gesprekken helpen om de abstractie van sommige vergaderstukken bij te stellen. Om in je achterhoofd te houden: hier gaat het om, dit is wat inwoners nodig hebben. Dit hoofdstuk biedt een staalkaart van mijn activiteiten die een beeld geven van wat het in 2020 was, opkomen voor Groningers. ¡


Opkomen voor Groningers

109


Belangen b


behartigen


112

Opkomen voor Groningers

Toen ik bijna vijf jaar geleden begon als commissaris van de Koning, was ik gewend om regelmatig in Den Haag te zijn. Daar ben ik gewoon mee doorgegaan. Eerder in dit jaarverslag had ik het over het ritme van de week. De maandagen voor intern overleg. De dinsdagen voor het college. De woensdagen voor de Staten. En de donderdagen zijn in principe voor Den Haag of – minder vaak – voor Brussel. Om werkbare relaties te onderhouden met mensen die op wat voor manier dan ook invloed hebben op de belangen van Groningen.

Meer dan ministers Daarbij gaat het niet alleen om bewindspersonen. Die spreek ik wel eens op een Haagse donderdag, maar vaker tijdens geplande overleggen. De donderdagen investeer ik graag in een bredere kring van ambtenaren, Kamerleden, adviesorganen en collega-belangenbehartigers. We bespreken de wereld en verkennen de raakvlakken. En ik vraag ze wat ze voor Groningen kunnen betekenen en wat ze van Groningen verwachten.

Geen koffie meer Koffie drinken en bijpraten is ingewikkeld geworden in coronatijden. Ik merk dat ik nog steeds rondjes bel, maar dat ik de gesprekken anders moet voorbereiden. Digitaal en telefonisch afspreken is zakelijker. Je gesprekspartners verwachten lijstjes. Concrete punten. Ik vind het moeilijker en verlang vaak terug naar de wat meer ontspannen en ‘lossere’ gesprekken van voor de corona. Maar digitaal gaat het ook.

Bezoeken in Den Haag helpen ook om een beter beeld te krijgen van wat er in Den Haag speelt. Van de beelden die leven van Groningen. Ik probeer bij te leren. En bij te stellen. Wat speelt er op de achtergrond allemaal mee in sommige kwesties?

De feiten doen er toe Dit jaar ging er veel tijd zitten in de lobby om Europees geld, het zogeheten Just Transition Fund. Geld waarmee de EU voor een deel de Green Deal wil waarmaken, een pakket klimaatgerichte maatregelen waarmee Europa de overstap naar duurzame brandstoffen wil maken en nieuwe vormen van werkgelegenheid wil creëren in regio’s waar eerder gas of olie werd gewonnen.

Dit werk, koffie drinken in Den Haag, is soms onderdeel van een lobby, een systematische aanpak dus waarin je probeert de besluitvorming te beïnvloeden in een richting waar Groningen bij gebaat is. Daar wordt vaak geheimzinnig over gedaan. Maar dat is misplaatst. Het helpt om er op tijd bij te zijn. En het helpt als je betrouwbare informatie biedt. En het is wederzijds professioneel.

Het kabinet moest dit jaar beslissen in welke regio’s in Nederland het JTF-budget voor Nederland moest landen. Samen met bestuurders in Friesland en Drenthe werkten we er – met veel plezier – wekelijks aan, met hulp van een vaste groep ambtenaren. Relevant waren de feiten: waarvoor zijn deze middelen bedoeld? Wat is er aan de hand in Noord-Nederland? En wat zijn onze concrete plannen? Kortom: het komt aan op huiswerk. ‘Dege degelkhaaid’, samen met ambtenaren. ·


Belangen behartigen

Op bezoek in Den Haag: beperkt zicht

113


Blog: Wat zou je d met 438 mil


doen ljoen?


116

Opkomen voor Groningers

“Drenthe, Groningen en Friesland hengelen 438 miljoen euro uit EU-fondsen binnen: ‘Dit is een klapper’, kopt het Dagblad van het Noorden, vanavond, digitaal. RTV Noord, houdt het iets droger: ‘Noorden krijgt 438 miljoen uit Europese fondsen’. Hoe dan ook: we zijn er blij mee. We hebben er heel lang hard aan gewerkt. Met bestuurders en ambtenaren uit het hele noorden. En in nauwe samenspraak met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, met Kamerleden, en met bestuurders en ambtenaren uit Brussel en Den Haag. Vanavond maakte Staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken na een overleg met de regio’s de verdeling van twee Europese fondsen over de regio’s bekend. Banenverlies Het grootste deel van het geld is het zogeheten ‘Just Transition Fund’ (JTF). Dat heeft de Europese Unie bedoeld om nieuwe werkgelegenheid te kunnen maken in die gebieden in Europa waar stoppen met fossiele brandstoffen leidt tot groot banenverlies. In de uiteindelijke verdeling krijgt Noord-Nederland iets meer dan de helft van het Nederlandse deel van die middelen toegewezen. En dat is niet raar, want het wetenschappelijk bureau van de Europese Unie becijferde dat er 20.000 banen verloren gaan door het beëindigen van de gaswinning. Daar is iets aan te doen, maar dat vergt forse investeringen. Daarvoor is het Just Transition Fund bedoeld. De Europese Commissie noemde Groningen als enige regio expliciet als focusgebied voor het JTF. Sinds de lente kwamen ambtenaren en bestuurders uit het Noorden elke vrijdag (digitaal) bijeen om af te stemmen wat er moest gebeuren. Zijn onze plannen goed genoeg? Zijn ze bekend in Brussel en Den Haag? Passen ze bij de criteria? Met wie moeten we spreken? We ontdekten dat iedereen het eigenlijk wel eens was over ons probleem. NoordNederland staat voor een enorme opgave om de energietransitie te realiseren in een regio die wordt geplaagd door grote werkloosheid. Helaas op een schaal die uniek is in Nederland. Maar het gaat over veel geld. En daarmee kunnen bestuurders in het hele land nuttige dingen doen. →


Wat zou je doen met 438 miljoen?

Vooroverleg met noordelijke ambtenaren en bestuurders

117


Opkomen voor Groningers

118

De weg naar Parijs loopt via Groningen.


119

Wat zou je doen met 438 miljoen?

Groene banenmotor De situatie in het Noorden is bijzonder. De beëindiging van de gaswinning in Groningen was om andere redenen zeer gewenst, maar minister Wiebes zei daarover meteen dat het natuurlijk geen impuls zou zijn voor de economie. Daar had hij gelijk in. Dat banenverlies is nu in volle gang. En het raakt heel Noord Nederland. Gelukkig heeft Noord Nederland niet alleen de problemen maar ook de oplossing in huis We hebben de plannen klaar. Noord Nederland wil aan de slag met groene energie. En we deden Den Haag daarvoor een aanbod. We maken een grote omslag die heel Nederland helpt. We maken de chemische industrie minder afhankelijk van fossiele grondstoffen. We dragen fors bij aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. We kunnen de overstap mogelijk maken naar duurzame alternatieven voor de processen en grondstoffen van de industrie en we maken de infrastructuur geschikt voor groene grondstoffen en waterstof. Dat doen we samen met onze kennisinstellingen, met het bedrijfsleven en met de inzet van alle overheden. De doelen van het Parijse klimaatakkoord zijn voor Nederland onhaalbaar zonder de inzet van het noorden. Ik heb het al vaker betoogd: ‘de weg naar Parijs loopt via Groningen’. Hij loopt in ieder geval via Noord-Nederland. We hebben een dubbel doel met de inzet van de Brusselse miljoenen. Noord-Nederland heeft niet alleen prachtige kansen om het ‘groene stopcontact’ voor Nederland te zijn. We zijn ook uit op een groene banenmotor. We hebben ook een relatief hoge werkloosheid. En we zijn dol op mogelijkheden om heel veel mensen uit Noord-Nederland aan het werk te helpen. Slimme investeringen bieden een nieuw perspectief voor mensen die nu of later werk zoeken in Groningen, Friesland of Drenthe.

Scherp kiezen Vandaag was het bestuurlijk overleg met staatssecretaris Mona Keijzer. Daarbij ging het over de verdeling van de Europese middelen. We zijn blij dat Kamerleden en ook de staatssecretaris vonden dat het belangrijk is om het JTF gericht en geconcentreerd in te zetten. De Minister-President bepleitte in Brussel om scherp te kiezen bij de inzet van Europese fondsen, ‘juist voor die gebieden die het nodig hebben’. En we zijn blij dat de inzet in Nederland volgens dezelfde lijn verliep. Vandaag is een belangrijke stap gezet. Het echte werk begint nu pas. De Europese miljoenen moeten heel Nederland vooruit helpen. Het is aan ons in het noorden om uiteindelijk in plaats van aandachtsgebied, koploper te worden in het realiseren van nationale en Europese duurzaamheidsdoelstellingen. Dat levert ons werkgelegenheid op. Maar heel Nederland heeft er baat bij. En heel Nederland kan er trots op zijn! · Blog 25 november 2020


Gaswinning


gsdossier


122

Opkomen voor Groningers

Ook in het afgelopen jaar was er geen dag zonder gas. De gaswinning die Nederland in de afgelopen vijftig jaar een ongekende welvaart bracht, laat in Groningen diepe sporen na. Dat zorgt er voor dat gemeenteen provinciebestuurders vaak in de weer zijn om te zorgen dat schade goed kan worden afgehandeld. Om te bevorderen dat Groningers even veilig wonen als andere Nederlanders. En om er voor te zorgen dat Groningen weer toekomst heeft.

Gaswinning is ook in mijn agenda een terugkerend thema. Ik heb nooit gedacht dat het makkelijk zou zijn. Want dan waren schadeherstel en versterking nooit slepende kwesties geworden. Dan waren er niet zoveel mensen die veel te lang wachten. Maar er waren in 2020 opnieuw momenten waarop de werkelijkheid weerbarstiger bleek te zijn dan we van tevoren hadden gedacht. Gas terug Toen Minister Wiebes in het voorjaar van 2018 bekendmaakte dat de gaswinning uit het Groningenveld zo snel mogelijk zou stoppen, deed hij meer dan we vroegen. We wilden dat de gaswinning werd teruggebracht naar een veilig niveau. ‘Gas terug’ riepen we in fakkeloptochten en bij de rechter. Maar jarenlang was de staat onwrikbaar. Ook volgens het regeerakkoord van het huidige kabinet kon er nog bijna niks van het winningsniveau af. De veiligheid van Groningers kwam op het tweede plan: eerst leveringszekerheid. Maar dit gasbesluit veranderde dat totaal. De gaswinning in het Groningerveld werd beëindigd omdat de versterking niet snel genoeg veiligheid kon brengen. →

Als veel partijen met elkaar moeten samenwerken, leidt dat onvermijdelijk tot veel overleg. We hebben geprobeerd dat logisch te ordenen. Maar alles wat met gaswinning in Groningen te maken heeft - schadeherstel, versterking, compensatie, kansen voor de toekomst - komt aan de orde in het Bestuurlijk Overleg Groningen, kortweg BOG. Daarin treffen de ministers van BZK en EZK vertegenwoordigers van provincie en gemeenten. Ik ben de voorzitter van dit overleg. Er waren in 2020 een aantal edities van het BOG nodig. Het ging in 2021 vaak over versterking. Speciaal daarvoor is het Versterkingsoverleg Groningen, onder leiding van gedeputeerde Staghouwer. Daar treffen burgemeesters en wethouders uit het aardbevingsgebied elkaar om te praten over versterking. In het afgelopen jaar was ik - om de lijnen heel kort te houden - in dat overleg vaak te gast. Het versterkingsoverleg functioneerde ook als vooroverleg voor het BOG. Over de gevolgen van gaswinning gaat het ook in het bestuur van Nationaal Programma Groningen, in het college van GS en in Provinciale Staten. Over het voorzitterschap van deze vergaderingen gaat het elders in dit jaarverslag.

Overleggen


Gaswinningsdossier

Foto: Jeroen van Kooten

123


De afspraken waren nodig. Maar ze kwamen er niet vanzelf


Gaswinningsdossier

Wij wilden minder gaswinning, omdat we hoopten dat het daar veiliger van zou worden. En we kregen dat. Einde verhaal? Helaas, er is geen oplossing zonder problemen. Om te beginnen wordt de aarde niet meteen rustig. Tot vlak voor kerst in 2020 beefde de aarde. Dus het ziet er echt niet naar uit dat 2021 een aardbevingsloos jaar zal worden. Maar als met enige vertraging blijkt dat de ‘seismische dreiging’, het risico van een echt zware klap, afneemt ten gevolge van minder gaswinning, wat betekent dat dan voor de versterkingsoperatie, die tot nu toe een abonnement heeft op vertraging? En wat betekent dat dan voor de mensen die eerst de verontrustende mededeling kregen dat hun huis een verhoogd risico had... en daarna vaak een hele tijd niets? Indringend Daarom begonnen we een indringend gesprek tussen bestuurders uit de regio en de ministers Ollongren en Wiebes. Onderwerp: de volgende fase van de versterking. Dat leidde uiteindelijk tot de presentatie van een aantal nieuwe afspraken op vrijdag 6 november. Die afspraken waren nodig, omdat duidelijk moet zijn dat elk huis moet voldoen aan de veiligheidsnormen. Omdat de overheid haar afspraken na moet komen. En omdat iedereen de kans moet krijgen om met zijn huis een nieuwe start te maken. De afspraken waren nodig. Maar ze kwamen er niet vanzelf. En we waren van de lente tot de late herfst in gesprek over de voorwaarden. Corona was ook hier niet behulpzaam. De moeilijkste gesprekken met ministers en hoge ambtenaren waren de gesprekken via de video. Als je goed wilt begrijpen hoe je gesprekspartner er inzit en helder wilt overbrengen waarom bestuurders en maatschappelijke organisaties in de regio iets perse willen, dan helpt het niet als je elkaar met moeite kunt zien en horen via een live-verbinding. Toen het echt spannend werd, kozen we er voor om elkaar in een kleine bezetting, op royale afstand, in het echt te zien. Dat kwam de kwaliteit van de gesprekken ten goede.

125

Resultaat Terwijl de ministers, de wethouders en burgemeesters, de gedeputeerde en ikzelf elkaar vaak spraken, was het contact nog veel intensiever tussen een klein groepje ambtenaren uit de regio en bij het rijk. Ik denk dat zij elkaar vaker spraken dan hun eigen partners. En dat zij er voor zorgden dat de lijnen open bleven, ook als het tussen bestuurders af en toe hard tegen hard ging. De ambtenaren zie je niet bij de perspresentatie van de resultaten. Maar zij hebben het mogelijk gemaakt dat er uiteindelijk goede afspraken konden worden gemaakt. Ik hoop dat die afspraken kunnen leiden tot zorgvuldigheid en aandacht. En dat ze aan onze inwoners mogelijkheden bieden om hun huis duurzamer te maken. Of om iets te doen aan beheer en onderhoud, iets wat er vaak bij is ingeschoten vanwege de jarenlange onzekerheid. Want het was vaak de vraag of en wat er met de woning ging gebeuren: versterking of geen versterking. Of zelfs sloop en dan nieuwbouw. Klaar is het zeker nog niet. In 2021 moeten bestuurlijke afspraken uitgroeien tot mogelijkheden voor mensen. Om verder te kunnen met hun huis. En met hun leven. ¡


Blog: Versterk Gr


roningen


128

Opkomen voor Groningers

We zetten een belangrijke stap voor veiligheid, voor duidelijkheid en voor perspectief voor iedereen die woont in het gebied waar nu gas wordt gewonnen. Iedereen krijgt ook de kans om iets te doen aan zijn huis. Om het te verduurzamen. Om het te verbeteren. Of om het desnoods alleen te laten schilderen.

Kenmerk van de afspraken die we hebben gemaakt is dat onze inwoners centraal staan. Dat ze de keuze hebben. Dat het gaat over hun vrijheid, hun huis, hun leven. Zij zijn aan zet. Zij moeten kunnen beslissen. Wat is het niet? Maanden gingen er aan vooraf. En ja, we hadden best sneller overeenstemming willen bereiken. Maar we hebben goed nieuws te melden, voor iedereen die woont in het gebied waar tot de huidige dag gas wordt gewonnen. Met twee ministers, een gedeputeerde en een burgemeester presenteren we vandaag de afspraken die we hebben gemaakt over de toekomst van de versterking in Groningen. Sommige media brachten het nieuws al. En met name door de koppen zijn beelden ontstaan die niet kloppen. Bijvoorbeeld dat dit de anderhalf miljard is waarmee Groningen goed moet worden ‘achtergelaten’. Maar niemand laat Groningen achter. Groningen is onderdeel van Nederland.

Ook woorden als ‘eindafrekening’ en ‘afkoopsom’ kwam ik tegen. Ze zijn volkomen misplaatst. Dit is ook niet anderhalf miljard voor de versterking – wat ik ergens las. De versterking gaat namelijk gewoon door. Zo lang als dat nodig is. Zo veel als dat kost. En die wordt betaald door de NAM. Dit is ook niet anderhalf miljard voor de schade. Want schade wordt gewoon vergoed. En dat is alle schade. Tot en met de waardevermindering en de immateriële schade. Wie schade lijdt door de gaswinning heeft recht op vergoeding. Punt. Ik hecht er aan om te zeggen wat dit niet is. Omdat er maar zo onzekerheid ontstaat bij mensen die menen dat ze ergens recht op hebben en die het gevoel hebben dat dat door deze bestuurlijke afspraken onder druk komt. Die daardoor in de war worden gebracht. Bestuurlijke afspraken, zoals wij die hier presenteren, worden zo maar van een etiket voorzien dat ze niet verdienen. Daarvoor is geen reden. En het is schadelijk, want de werkelijkheid is al ingewikkeld zat. Wat we vandaag bekend maken is niet in plaats van. Maar het is er bovenop. En daarmee is het totaal bedrag ook een stuk hoger dan de anderhalf miljard die in de krant te lezen was. →


Versterk Groningen

De persconferentie vanuit de statenzaal

129


Opkomen voor Groningers

Wat wij kunnen betekenen voor onze inwoners.

130


131

Versterk Groningen

Waarom doen we dat? Er is afgesproken, al lang geleden en op goede gronden, om de versterking altijd te doen op basis van de nieuwste inzichten. Je versterkt wat nodig is. Daar hoort het drieletterwoord NPR bij, voor de kenners. En nu de gaswinning omlaag gaat en de bouwkundige kennis toeneemt, heeft dat gevolgen voor die inzichten. Toepassing van de nieuwste inzichten, kan leiden tot een verandering van het karakter van de versterking. En dus is dit het moment om afspraken te maken over hoe je de versterkingsoperatie voortzet. Hoe ziet de toekomst eruit? En wat betekent het voor inwoners? Dus niet het geld staat daarin centraal, maar wat wij kunnen betekenen voor onze inwoners. → Mensen moeten veilig zijn. Het staat als een paal boven water: de versterking gaat door, zo lang als dat nodig is. Iedereen heeft recht op een veilig huis. De versterking stopt niet voordat dat is bereikt. → Mensen verdienen zekerheid. Dat betekent dat iedereen die woont in een huis waarvoor al een versterkingsadvies bestaat – ook als je dat zelf nog niet kent – het recht heeft om dat huis te laten versterken. Het versterkingsadvies mag technisch verouderd zijn, je mag het gewoon laten uitvoeren. Als je dat wilt. Heb je dat liever niet, dan kun je daar ook voor kiezen. De keuze is aan de bewoner, aan niemand anders. Bewoners staan centraal. → Mensen die in het aardbevingsgebied wonen, moeten de kans krijgen om hun huis te verbeteren. Het overgrote deel van de anderhalf miljard is daarvoor bedoeld. Om te investeren in de huizen van onze inwoners. En ook heel vaak via hun bankrekening en hun keuzes.

Hoofdlijnen, dus uitwerking Wat we vandaag presenteren is een akkoord op hoofdlijnen. Nog niet alles is klaar. En wat zeker nog niet klaar is, is één alinea die ook in het akkoord staat. Namelijk dat er nadere afspraken worden gemaakt over de toekomst van Groningen. Dat is het inlossen van een belofte die het halve kabinet maakte toen het Nationaal Programma Groningen werd ondertekend. Ze zeiden: wij zien dit als startkapitaal. En we willen rijksmiddelen inzetten om de situatie in Groningen te verbeteren. Het is een heel korte alinea in het akkoord dat we vandaag presenteren. We hebben de afspraak gemaakt… dat we daar afspraken over gaan maken. En nog wel dit jaar. En op het niveau van het kabinet. En de regio heeft gezegd: wij zetten daarvoor al vast 50 miljoen uit het Nationaal Programma Groningen klaar. Kom maar op! Centraal staat vandaag dat andere element. Het bestuursakkoord over de versterking. Dat is een grote stap vooruit op een lange weg. Geen toverformule. Ook niet de belofte dat nu alle problemen in één klap zijn opgelost. Zulke beloften kun je niet waarmaken. Maar we zeggen wel dit: ‘Het gaat niet over u en zonder u. Het gaat over uw eigen keuzes in uw eigen huis.’ · Blog 6 november 2020


Omgaan me


et kritiek


134

Omgaan met kritiek

Het NOS programma Radio1 Journaal heeft een rubriek, die ‘s ochtends om 09.15 uur wordt uitgezonden. ‘De kritiek van Jan Publiek’ heet het en presentator Jurgen van den Berg beantwoordt daarin vragen van luisteraars. Vaak wijzen die luisteraars op zaken die volgens hen die ochtend fout zijn gegaan in de uitzending.

De provincie Groningen heeft zo’n rubriek niet. Al kunnen inwoners wel het algemene nummer bellen als ze iets willen weten, iets melden of een klacht hebben. En de leden van Provinciale Staten kunnen natuurlijk ook vragen stellen. Zowel technische vragen als meer politieke vragen, de zogeheten ‘Schriftelijke vragen’. Dat zijn vragen die door het College worden beantwoord. En wie het ergens niet mee eens is, kan natuurlijk ook vragen om een afspraak. Met een ambtenaar om hulp te krijgen of een antwoord op vragen. Maar soms is het handig als ‘de gedeputeerde zelf’ in gesprek gaat. Als een groep inwoners het niet eens is met de aanleg en inrichting van een natuurgebied, van een weg, een windpark, of juist willen dat er een roeibaan komt, een aanpassing van een subsidieregeling - het kan van alles zijn. Als de provincie dus geen rubriek heeft, hoe gaat die dan met kritische inwoners om? Statenlid Kees Frenay (SP) stelde die vraag rond de zomer. Dat was dus een schriftelijke vraag. Hij verstuurde hem na afloop van de bespreking in de Staten van de aanleg van de Ringweg-Zuid. Frenay bleef zitten met de vraag of de provincie tijdens de voorbereiding van het werk aan deze weg wel voldoende open en attent is geweest – en blijft – naar kritische burgers. De vraag of iets voldoende is, zal iedereen anders beantwoorden. Want wat in veel antwoorden zal meespelen, is of de kritische inwoner uiteindelijk zijn of haar zin krijgt. Soms is dat niet mogelijk, alle goede bedoelingen ten spijt. Je hoopt als bestuurder altijd dat inwoners zich gehoord en begrepen voelen, ook al is het wettelijk of organisatorisch niet mogelijk om bijvoorbeeld projecten nog zo te veranderen dat het wel naar hun zin is. Maar een toelichting op het hoe en waarom van een besluit geven - dat is wel het minste dat je kunt doen. →

Een commissaris van de Koning krijgt ook wel klachten van inwoners over het optreden van gemeenten, waterschappen of andere nutsorganisaties in de provincie. Die krijg ik dus ook. Ook over de versterking van huizen en de afhandeling van bevingsschade door de NAM en het Instituut voor Mijnbouwschade Groningen (IMG) en zijn voorloper, de TCMG, krijg ik klachten binnen. Klachten, die vaak de vorm hebben van een vraag. Of ik misschien kan helpen? Achter de schermen ga ik daar mee aan de slag. Met het oog op de effectiviteit kan ik in het openbaar weinig over zeggen. Maar navraag doen en een toelichting vragen, dat doe ik in alle gevallen. En soms komt er via bemiddeling een oplossing uit, die ertoe leidt dat de inwoner weer verder kan.

Klachten


Omgaan met kritiek

135


Omgaan met kritiek

136

De deur is eigenlijk altijd open.


137

Omgaan met kritiek

En dat gebeurt dus ook. De deur van gedeputeerden staat altijd open voor inwoners die iets van het hart moet. Gedeputeerde Gräper heeft een spreekuur, speciaal bedoeld voor die denken dat iets beter of anders moet. En zelf ontvang ik ook regelmatig inwoners die vragen hebben. Of krijg ik een mail van een inwoner in het bevingsgebied die zich niet rechtvaardig behandeld voelt. Aan een gesprek met een gedeputeerde, of met mij, gaat meestal nog iets vooraf. In de regel kunnen inwoners met vragen, opmerkingen en ook klachten in eerste instantie terecht bij de ambtelijke organisatie. Denk aan medewerkers op beleidsafdelingen of in uitvoerende diensten. Op die mogelijkheden wordt gewezen op een informatieavond of tijdens een participatieproces bij bijvoorbeeld duurzaamheidsprojecten en grote infrastructurele projecten. Zij zijn immers tot in detail op de hoogte van zaken. Vaak worden zaken zo bevredigend opgelost: inwoners voelen zich in de eerste plaats gehoord en krijgen van onze medewerkers een inhoudelijke reactie. Soms is die inhoudelijke reactie een uitleg over procedures, een verklaring die een verhelderend licht werpt op besluiten. Soms leidt het tot maatwerk en kan een probleem op die manier worden verholpen. Het komt ook voor dat er samen met een afdelingshoofd in een gesprek naar een oplossing wordt gezocht. Of geeft de beleidsafdeling in samenspraak met de portefeuillehouder (de gedeputeerde) antwoord. Het komt ook voor dat burgers meerdere keren over hetzelfde onderwerp van gedachten willen wisselen met een bestuurder. Bij een volgend verzoek om een gesprek over hetzelfde onderwerp wordt kritisch bekeken of een volgend gesprek meerwaarde heeft voor beide kanten. Als in een eerder gesprek is geconcludeerd dat de inbreng weliswaar wordt gewaardeerd, maar niet tot aanpassing van een plan of tot actie van een bestuurder kan leiden, dan zeggen we dat tegen de betreffende burger. Een vervolggesprek heeft in zo’n geval geen toegevoegde waarde. Het zou ook ten onrechte de indruk kunnen wekken dat het bestuur toch nog iets wil doen, terwijl daar geen mogelijkheden voor zijn. Liever dan verwachtingen wekken, zijn we dan open en eerlijk.

Formele klacht Soms kom je er niet uit met elkaar. Of dient een bedrijf of een inwoner direct na een besluit van de provincie een formele kracht in. Als dat gebeurt, zijn er wettelijke termijnen waar de provincie zich aan moet houden. Gelukkig krijgen we tegenwoordig minder van deze formele klachten. Gelukkig, omdat ik vind dat je als overheid eigenlijk een verliespartij speelt, als het wel tot een formele klacht komt. Ik vind het belangrijk dat de overheid zich niet verschuilt achter procedures. Daarom wil ik graag het gesprek voeren met inwoners voordat het uitloopt in een formele klachtprocedure. Ik denk dat veel van dergelijke procedures voorkomen kunnen worden, als inwoners zich gehoord voelen. Een formele klacht wordt niet door het College behandeld. Dat zou immers neerkomen op de slager, die zijn eigen vlees keurt. De commissie Rechtsbescherming kijkt er daarom naar, een onafhankelijke commissie die het College adviseert hoe de klacht verholpen moet worden. Laat je horen Het is wel eens gebeurd dat iemand met de deur in huis viel. Maar dat is niet nodig. De deur is eigenlijk altijd open. Wie wil proteresteren, een petitie indienen of een gesprek met mij of iemand anders van het college hoeft daar geen deur voor plat te rijden. Je kunt het gewoon vragen. Het antwoord is vrijwel altijd positief. Het huis van de democratie is gebaat bij mensen die hun opvattingen kenbaar maken. Zeker op de plek waar volksvertegenwoordigers samenkomen en hun bestuurders proberen de samenleving wat mooier en beter te maken. Niet iedereen krijgt zijn zin. Maar niemand hoeft er het zwijgen toe te doen. De Grondwet kent het recht van petitie en het recht van betoging. We nemen dat serieus. Dus: wees welkom! ·


Interbestuu toezicht


urlijk


140

Interbestuurlijk toezicht

Een van mijn onderwerpen die ik in het college van Gedeputeerde Staten onder mijn hoede heb, is interbestuurlijk toezicht. Wat dat is? Het komt neer op: kijken of de gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen hun wettelijke taken goed uitvoeren.

Toen ik bij mijn start als commissaris hoorde dat interbestuurlijk toezicht mijn speeltuin zou worden, alweer vier jaar geleden, moest ik wel een beetje grinniken. Want toezicht, van welke soort dan ook, is niet populair. Ik zag de bui al hangen. Met dit onderwerp ging ik geen vrienden maken in bestuurlijk Groningen. Want hoe gaat dat met toezicht? Je loopt in de weg als alles goed gaat, ‘doorlopen, niks te zien, mensen’, ‘waar bemoei je je mee’? En als het misgaat, ben je te laat. ‘Waar was de toezichthouder, had hier niet veel eerder moeten worden ingegrepen’? Ga er maar aan staan Nou, dat hebben we gedaan. Net voor mijn aantreden was de manier van toezichthouden stevig onder de loep genomen door een kritische deskundige, de hooggeleerde J. de Ridder. Zijn conclusies waren niet mals: overheden besteedden tijd en geld aan toezicht, maar iets toevoegen deed het niet. Dat wil je niet horen, als verse commissaris die zijn zaakjes voor elkaar wil hebben. Daarom was ik blij dat de collega-collegeleden instemden met een vérgaand scenario om het toezicht te veranderen. Weg met de afvinklijstjes, in Groningen wilden we op zoek naar het echte verhaal: waar zitten de manco’s, waar zou het toezicht over moeten gaan? →


141

Interbestuurlijk toezicht

Foto: Deon Prins


Interbestuurlijk toezicht

Juist daar wordt het spannend en heb je een goed gesprek.

142


143

Interbestuurlijk toezicht

Samenwerken We besloten samen met de gemeenten te gaan kijken hoe we tot de beste vorm van toezicht zouden kunnen komen. En het uitgangspunt werd: toezicht als samenwerking. Vanaf dat moment maken we de omslag van een soort algemeen systeemtoezicht naar maatwerktoezicht, per gemeente. Voor de waterschappen onderzoeken we de mogelijkheden nog. Maatwerktoezicht bestaat uit een aantal onderdelen. Om te beginnen wordt, per gemeente, een risicoanalyse gemaakt. Daarvoor brengen vakdeskundigen van een gemeente en provincie samen in kaart hoe de vlag erbij hangt op elk van de vijf terreinen waarop de provincie wettelijk toezicht moet houden. Dan heb je het over Archief en Informatiebeheer, Huisvesting vergunninghouders, Gebouwd erfgoed en archeologie, Ruimtelijke Ordening, Wabo en bestuursrechtelijke handhaving. Als de Wet digitale overheid van kracht wordt komt ook het toezicht op de uitvoering van deze wet bij de provincie. We kijken of er voldoende kennis en voldoende menskracht in huis is. Of er achterstanden zijn die moeten worden weggewerkt en of er een duidelijke managementstructuur is. Systematisch brengen we in beeld wat de normen zijn en waar je risico loopt dat je onder die norm duikt. Want dan wordt duidelijk op welke punten een gemeente haar wettelijke taken niet naar behoren kan uitvoeren. Zo kan bijvoorbeeld aan het licht komen dat er te weinig mensen in dienst zijn met de juiste kwalificaties. Of dat er geen geld is om de goede computersystemen aan te schaffen Al deze gesprekken leiden tot een ‘nulmeting’ per gemeente, inclusief de eventuele risico’s en kwetsbare plekken. Op basis daarvan maken we, in harmonie, een toezichtsplan-op-maat. Met gezamenlijke acties. Met de kanttekening dat de actie aan de gemeente zelf is, en de provinciale toezichthouder kijkt hoe die wordt uitgevoerd. Elk jaar brengen we een toezichtsrapport uit dat naar de gemeente wordt gestuurd, naar de burgemeester en wethouders. In zo’n rapport staat op welke onderdelen voortgang is geboekt en op welke onderdelen die voortgang nog niet is bereikt. En juist daar wordt het spannend en heb je een goed gesprek.

Behoud van goed humeur Ik hoop dat door de nieuwe werkwijze de onderlinge verhoudingen tussen provincie en gemeente verbeterd worden. En wel zo, dat er begrip is op het moment de provincie moet ingrijpen. Het kan dan ook niet uit de lucht vallen, want er is overeenstemming over de zwakke plekken. Als de inventarisatie over die zwakke plekken niet lukt - door bijvoorbeeld gebrek aan samenwerking, of als er geen overeenstemming over is - kan de provincie terugvallen op het klassieke toezichtsgereedschap. Dat eindigt in een wettelijke ‘indeplaatsstelling’. Daarmee wordt bedoeld dat de toezichthouder, op kosten van de gemeente die een taak verwaarloost, de taak tijdelijk overneemt. Maar in een gelijkwaardige verhouding kun je zo’n hiërarchisch element missen als kiespijn. Voor die tijd hebben we echt heel veel gebeld. Tot nu toe heeft de provincie niet hoeven ingrijpen. Maar we hebben er wel eens mee gedreigd. Dat noem ik subtiel escaleren. Een concreet voorbeeld noem ik niet, want het is van groot belang voor iedereen dat we met dit toezicht niet in een narrige sfeer terechtkomen. Toezicht met behoud van een goed humeur vind ik een mooi motto. En dat doet niets af aan de stevigheid, maar het vergt wel een heel beheerst spel van alle kanten. Je gaat samen zoeken: waar is er kans dat het mis kan gaan, wat moet er gebeuren, wat kan de provincie daaraan bijdragen om te zorgen dat het niet misgaat. Geleidelijk Wij hebben niet gekozen voor een ‘big bang’. Geleidelijk aan gaan alle gemeenten over tot de nieuwe aanpak. We sluiten aan bij het proces van gemeentelijke herindelingen. Een flink aantal herindelingen is al achter de rug, waardoor in zes nieuwe gemeenten al met de nieuwe aanpak is begonnen: Midden-Groningen, Oldambt en Westerwolde waren de pioniers, gevolgd door Groningen, Het Hogeland en Westerkwartier. In januari sluit Eemsdelta aan. Ieder jaar bespreek ik met de burgemeesters van de maatwerkgemeenten hoe het gaat. Zo weet ik zeker dat we op de goede weg zijn. Wat mij aanvankelijk een beetje een taaie klus leek, iets wat er nu eenmaal bij hoort, blijkt in de praktijk een onderwerp te zijn waar ik met plezier aan werk. ·


Jongerenpa


articipatie


146

Jongerenparticipatie

Het lijkt haast een wetmatigheid dat kinderen en jongeren het beste kunnen opgroeien in Nederland. Ook dit jaar is deze conclusie weer getrokken door Unicef in een onderzoek naar het welzijn van kinderen tot 18 jaar in de 41 meest welvarende landen. Maar wat is het effect dat de Coronamaatregelen hebben op jongeren? En hoe is de situatie in Groningen?

Jongeren en corona Door het coronavirus is ook voor jongeren de leefomgeving danig ingeperkt. Wat houdt jongeren bezig als het gaat over hun leefomgeving, vrije tijd, klimaat, energie, openbaar vervoer en andere onderwerpen waar de provincie over gaat. En wat kunnen wij als provinciale volksvertegenwoordigers hieraan bijdragen? Met deze en andere vragen hebben Provinciale Staten, toen het Corona-virus onze samenleving ongeveer een half jaar in zijn greep had, jongeren uit stad en Ommeland opgeroepen om van zich te laten horen. En via e-mail, vlogs of met een persoonlijke toelichting tijdens een speciale digitale jongereneditie van Praten met de Staten gaven ze gehoor aan deze oproep. Het idee om jongeren zo te benaderen kwam van het Statenlid Jesper Bergsma (CDA). De digitale bijeenkomst was niet alleen vanuit jongerenperspectief succesvol, bleek uit de enthousiaste reacties tijdens de commissievergadering van Provinciale Staten. Daarin werd de ideeënopbrengst geëvalueerd en omgezet naar concrete moties. Dat gebeurde met betrokkenheid van de Jongerenadviesraad. Verschillende politieke partijen in de Staten werden er door geïnspireerd. Ze dienden niet lang daarna tijdens een vergadering moties in. Moties die gingen over thema’s als gezondheid, onderwijs, digitalisering en het klimaat. Thema’s die de jongeren hadden genoemd en door de ‘oudere garde’, de politici, werden omgezet in moties. En daarmee, na stemming, in ‘opdrachten’ aan het college om de komende tijd uit te gaan voeren.

Climate Adaptation Summit Over klimaat gesproken: de oorspronkelijk in oktober geplande Climate Adaptation Summit, waarin ook plaats was voor een jongerentop, kon helaas geen doorgang vinden. Ook hier gooide Corona roeit in het eten. De top is uitgesteld naar 2021. Als het lukt, komen jongeren uit de hele wereld naar Groningen voor de Youth for Climate Adaptation Conference. Met als doel om een global action agenda te formuleren. Maar ook een regionale actie-agenda. Beide worden vervolgens overhandigd aan wereldleiders, die ook in Groningen zijn voor de Climate Adaptation Summit. Agenda’s om naar uit te zien! Jongeren betrekken bij toekomstig beleid is ook één van de doelen van de provinciedeal ‘Digitale Democratie’ Die is dit jaar gestart, met expliciete aandacht voor groepen die eigenlijk niet erg vanzelf praten en meedoen met de lokale en regionale overheid. Groepen dus, die je meestal niet hoort of ziet. De digitale democratie past bij een toekomstbestendig Groningen voor toekomstige generaties. En hoe eerder we elkaar leren kennen, des te beter het begrip over en weer. Voor mij de essentie van jongerenparticipatie. ·


Jongerenparticipatie

Lagerenhuisdebat, voor Covid-19

147


Blog: Kansrijke, d Groningers


digitale


150

Jongerenparticipatie

De politiek heeft al sinds mensenheugenis een merkwaardige omgang met woorden. In het woord ‘ontwikkelingsland’, dat ergens tijdens mijn jeugd werd uitgevonden, zit hoop. Maar wat in het oog sprong, was toch meestal de achterstand in ontwikkeling. Zo waren ‘krachtwijken’ niet per se een toonbeeld van kracht, maar was ‘kracht’ hoogstens iets waaraan we werkten. Dus dat we in Groningen een mooi project hebben onder de titel ‘Kansrijke Groningers’, stelt op zichzelf niet gerust. Gisteravond waren gedeputeerde Tjeerd van Dekken en ik te gast bij een feestelijke bijeenkomst op het Noorderpoortcollege in Delfzijl. Het ging over kansrijke Groningers die een leven lang digitaal leren. Een goedbewaard geheim Kansrijke Groningers heb je natuurlijk in soorten. Zo is het een goed bewaard geheim dat dat Groningen de tweede IT-stad van Nederland is. En dat Groningen de tweede stad is, landelijk gezien, als je kijkt naar het aantal start-ups van studenten. Studenten die aan de Hanzehogeschool of RuG hun diploma hebben gehaald. Er is natuurlijk een samenhang tussen die twee zaken. Ter voorbereiding op de bijeenkomst probeerde ik wat cijfers te verzamelen. Maar het valt nog niet mee om een totaalbeeld te krijgen. Als je kijkt naar het aantal studenten aan de RuG in de ‘IT’ (laat ik het voor het gemak maar zo noemen), dan zie je dat jaarlijks bijna 350 bachelors hun diploma krijgen. En dat aantal zou hoger kunnen zijn, als de afdeling AI (Kunstmatige Intelligentie) niet een numerus fixus zou hebben. Als je de cijfers van de Hanze er dan aan toevoegt, snapt je dat we in Groningen op grote schaal mensen opleiden voor een toekomst in de IT. Flink wat dus. Maar hoeveel dan? Daar krijg je problemen met het etiket. Welke opleidingen zijn IT? Welke niet? Ik waag me er niet aan. En anderen doen er geen duidelijke uitspraken over. Maar dat de scheidslijn niet zo gemakkelijk is te trekken, geeft ook aan hoe digitaal de meeste opleidingen al zijn. Boordevol kansrijke Groningers, inderdaad. →


Kansrijke, digitale Groningers

151


Jongerenparticipatie

De iPad lag praktisch in hun wieg

152


153

Kansrijke, digitale Groningers

Hoge piramide, brede basis Maar hoe gepast is het om op een bijeenkomst op het Noorderpoortcollege te beginnen met studenten van Hanze en RuG? Naar hen gaat immers toch al zo veel aandacht uit. Maar zij zijn slechts de top van een piramide. En iedereen die wel eens een piramide - of een plaatje ervan - heeft gezien weet: hoe hoger de piramide, hoe breder de basis.

Digitaal geletterd Ook daar werken we aan wat zo mooi ‘digitale geletterdheid’ heet. Het belang hiervan kan ik niet genoeg benadrukken. Het is onze plicht om kinderen en jongeren in Groningen zo goed mogelijke kansen voor hun toekomst te geven. Dat kan op veel manieren. Zowel in het gaswinningsgebied (het bevingsgebied), als in Oost-Groningen en in de gemeenten die daarbuiten vallen.

Die basis bespreken we in Delfzijl. En terecht. In de komende maand, van 13 tot en met 19 maart, wordt in onze stad Nederland Digitaal georganiseerd. Dat is de landelijke topconferentie met alles wat daarbij hoort over digitalisering. Dat deze top bij ons plaatsvindt, is natuurlijk niet voor niets. Ook deze top, het woord zegt het al, is het bovenste deel van de piramide in de IT. De top van de digitalisering dus, waar we in Groningen allemaal hard aan werken.

Het Nationaal Programma Groningen, bedoeld om de kans op plezierig wonen en werken in het Groningen van na de gaswinning zo groot mogelijk te maken, is hiervoor bedoeld. Ik ben slechts de onafhankelijk voorzitter van het bestuur van dit programma. En het bestuur gaat er over. Maar het kan niet anders, of het onderwerp digitalisering duikt de komende jaren op in het NPG.

Van Digitaal Nederland gaat een enorme aantrekkingskracht uit. Iedereen staat er te ‘shinen’, om het eens in het oud-Gronings te zeggen. We staan in het middelpunt van de belangstelling. Maar geen misverstand: deze top kan alleen maar bij ons ‘landen’, omdat we ook hard werken aan de basis. Omdat we ook op mbo-niveau studenten digitaal vaardig maken. En datzelfde doen in de leeftijdsgroep dáár weer onder. In het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs.

Persoonlijk zie ik thema ‘economie’, of anders gezegd: ‘werkgelegenheid’, als het belangrijkste onderwerp in het NPG. Want als er werk is in een regio, is er geld te besteden. Wonen er mensen. Zijn er voorzieningen. Daarom gaat het in mijn hoofd altijd eerst om werk. Waarvan eten de mensen die over tien, twintig jaar wonen in het gebied waar ooit gas werd gewonnen? Wat voor werk? Het eerlijkste antwoord is: dat weten we niet. Als waar is dat de snelheid van computers elke twee jaar verdubbelt, kunnen we ons geen voorstelling maken van de toepassingsmogelijkheden in de volgende generatie. En dus ook niet van het werk van straks. Er zijn sombere voorspellingen gedaan over een toekomst zonder werk. Zelf denk ik dat er altijd werk blijft, maar dat het totaal verandert. En dat we ondertussen ook de voorwaarden scheppen voor de kansrijke Groningers van straks. Ons handelen van nu heeft er invloed op of er straks werk is, of blijft, voor studenten op mbo-1, -2 en zelfs mbo-r niveau. Of mensen een toekomst hebben in hun eigen dorp of dat ze zich gedwongen voelen om te verhuizen. Daar komen de wereldberoemde ‘21st century skills’ om de hoek kijken. En digitale vaardigheden zijn daarin belangrijk. →


154

Jongerenparticipatie

Als je goed onderwijs wil aanbieden, moet je daar rekening mee houden. Dat moest gisteren eigenlijk al. En vandaag. Maar zeker morgen. Wie leraar is, heeft tegenwoordig leerlingen in de klas, die zijn geboren in een tijd van schermen. De iPad lag praktisch in hun wieg. Dat heeft enorme consequenties voor het onderwijs dat je aanbiedt. Concentratieboog Ik zie het aan de ‘digital natives’ bij ons thuis. Onafscheidelijk van hun smartphone. Maar als je goed bent in gamen, ben je dan al digitaal geletterd? Ik vrees van niet. Waar wij leerden door te lezen - in een boek of door te kijken naar wat de meester schreef op het schoolbord -, zien we dat kinderen vaak uitwijken naar tutorials op YouTube. Dat ze graag apps gebruiken. De manier van leren verandert dus. Zoals ook het ritme van de lessen verschuift. De hoeveelheid theorie die leerlingen achter elkaar aankunnen. Als ik het woord ‘concentratieboog’ noem, weten de meeste ouders waarschijnlijk al genoeg. In alle eerlijkheid: ik merk het ook bij mij zelf. Want geef toe: wie kan vandaag de dag nog zonder enige afleiding een boek lezen? Wie luistert nog geboeid en geconcentreerd naar een lezing van een uur zonder naar zijn telefoon te kijken, of die te voelen trillen in zijn broekzak? Daarover gaat het bij het project Lang Leven Digitaal Leren, dat vanavond in het middelpunt van de belangstelling staat. En dat is goed. Want meestal gaat onze aandacht uit naar zaken als Digitaal Nederland. Naar gebeurtenissen die een plekje hebben in de top van de piramide, die ik eerder schetste.

Ongegeneerd snakken In het hart van de ontwikkeling staan de leerkrachten. Zij staan voor de klas met de opdracht om onze kinderen digitaal vaardiger te maken. En via die docenten de jeugd, de jongeren, in onze provincie een hoger ‘level’ te laten bereiken. Dat is echt een hele kluif. Want de 10 tot 15 procent van de docenten die digitaal al goed zijn onderlegd, moet een heel peloton collega’s op sleeptouw nemen die dat nog niet zijn. En je moet als school ook nog wat met de docenten voor wie digitalisering nog onontgonnen terrein is. Wat ik kansrijk vind? Dat met een kleine 5.000 leerlingen op een kleine 90 scholen in NoordNederland is het eerste begin gemaakt. Ik zag het gebeuren op een basisschool in Bedum. En ik hoor er vanavond opnieuw over. En het smaakt naar meer. Ik begon mijn verhaal met het best bewaarde geheim dat Groningen op IT-gebied een landelijke hoofdrolspeler is. Ik hoop dat we daar de komende tijd eens behoorlijk over gaan ‘snakken’. En dat we in een adem door ook opscheppen hoe we de digitale geletterdheid van jonge Groningers hier aanpakken? Want dat is werkelijk kansrijk. Ik weet het: opscheppen gaat noorderlingen niet gemakkelijk af. Maar met de Digitale Top in aankomst, is er volop reden om het toch maar eens te proberen. · Blog 13 februari 2020

I e i h b


Kansrijke, digitale Groningers

155

In alle eerlijkheid: ik merk het ook bij mij zelf.


Nevenfunct


ties


158

Nevenfuncties

De precieze formulering luidt: nevenfuncties, onbezoldigd, voortvloeiend vanuit de functie. Dat is goed Gronings voor werk dat je doet omdat het bij de functie van commissaris van de Koning hoort. En waarvoor je geen geld krijgt.

Om welke functies gaat het? Het gaat in de regel om voorzitterschap van een fonds, die een of meerdere keren per jaar geld toekent aan projecten waar de stichter of stichters van het fonds hun aandacht op richten. En waarvan de bestuurders nu in de geest handelen van hun doelstellingen. H.S. Kammingafonds De commissaris van de Koning van Groningen is bestuursvoorzitter van het H.S. Kammingafonds. Als je de statuten er bij pakt, is dit fonds opgericht in 1933 met als doel de bevordering van geestelijke en stoffelijke verheffing van de bevolking van de provincie Groningen. In de spelling uit die tijd tracht de stichting dit doel te bereiken door de behartiging van provinciaal Groningsche belangen en die naar wisselende omstandigheden, nu hier dan daar te steunen, naar gelang van behoeften en vooruitzichten en verder door toepassing van al zoodanige middelen welke aan het doel bevorderlijk kunnen zijn, één en ander in den ruimste zin genomen en geheel ter beoordeling van het bestuur. Dat is een brede opdracht. En dat blijkt ook uit de bijdragen die het bestuur toekent aan bijvoorbeeld jubilea van koor- en muziekgezelschappen met speciale feestconcerten, Groningana (boeken over iets typisch Gronings), bijzondere theater-projecten, erfgoed-educatie in regionaal verband, renovaties van dorpshuizen en jeugdcentra, tot restauraties van monumenten, zoals kerken, molens, borgen en andere bijzondere objecten. →

Het bestuur van het Scholtenfonds en het Kammingafonds heeft vanwege Corona dit jaar twee keer ‘live’ vergaderd en negen keer digitaal. Er kwamen 115 aanvragen binnen, waarvan de meeste zijn toegekend – goed voor een bedrag van €977.850. Voorbeelden in 2020 zijn: → Stichting Visite Clowns met aangepaste optredens in verpleeghuizen → Verhalen van Groningen met Roadmovies → Carillon Veendam met een nieuwe luiklok → Voedselbank Groningen, maaltijdenproject → Orgelstad Groningen met de Martini Organ Competition → Ook is er geld toegekend voor onderhoud aan Groninger kerken, molens en andere bijzondere monumenten

Scholten & Kamminga


Nevenfuncties

Lootjes trekken na de Anjeractie, Prins Bernhard Cultuurfonds

159


Nevenfuncties

160

Het gaat in de regel om voorzitterschap van een fonds.


Nevenfuncties

161

J.B. Scholtenfonds Ook van het J.B. Scholtenfonds ben ik voorzitter. En ook dit fonds is gevestigd te Groningen. De oprichting dateert van 1966. Het Scholtenfonds heeft als doel het lenigen van sociale en culturele noden en het stimuleren van sociale en culturele activiteiten in de provincie Groningen, één en ander in de ruimste zin van het woord, ook hier geheel ter beoordeling door het bestuur. Het J.B. Scholtenfonds en het H.S. Kammingafonds werken nauw samen. Ze hebben samen één bestuur.

Het Fonds voor de landbouw keert het rendement van het vermogen toe aan projecten en activiteiten in de provincie die te maken hebben met landbouw. Het kunnen ook culturele projecten zijn die een connectie met de landbouw hebben. Voorbeelden in 2020 zijn: → Stichting Museum Wierdenland voor project Oerboer; → Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw voor Agrofuture Agrotafel; → Uitgeverij Profiel voor Boerderijenboek Aduard. Het Fonds keert per jaar ± € 25.000 uit. Het Dagelijks Bestuur is in februari bijeen geweest en het Algemeen Bestuur heeft in september vergaderd.

Landbouw Het Prins Bernhard Cultuurfonds Groningen vergaderde in 2020 vier keer en kende € 293.564 toe aan 122 projecten.

Prins Bernhard

Fonds voor de Landbouw Dan is er nog het Fonds voor de Landbouw. Officieel ben ik voorzitter van het fonds ten behoeve van de commissie van de administratie van het fonds ten behoeve van de landbouw in de provincie Groningen. Dit fonds gaat terug naar 1878. Op 1 november 1878 is de stichting het ‘Fonds ten behoeve van de Landbouw in de provincie Groningen’ in het leven geroepen. Het is de voortzetting van de ‘Maatschappij van landeigenaren en vastbeklemde meijers in de provincie Groningen’, opgericht in 1823. Het Fonds ten behoeve van de Landbouw heeft jaarlijks een bedrag van ongeveer € 20.000,- beschikbaar voor toekenning. Driekwart van dit bedrag is bestemd voor landbouw en één kwart is bedoeld voor activiteiten die bijdragen aan het bekendmaken van de provincie Groningen. Prins Bernhard Cultuurfonds Groningen Het Prins Bernhard Cultuurfonds werd op 10 augustus 1940 in Londen opgericht als ‘Spitfire Fund’. Dit fonds zamelde geld in om oorlogsmaterieel te kopen voor de strijd tegen de Duitse bezetter. Prins Bernhard werd regent van het fonds. Na de oorlog kreeg het een andere doelstelling: ‘De bevordering van de geestelijke weerbaarheid door middel van culturele zelfwerkzaamheid’. In de jaren tachtig kwam daar natuurbehoud bij en sinds 2015 bevordert het fonds behalve cultuur, natuur en wetenschap ook het mecenaat, gericht op deze en aanverwante terreinen. Elke provincie heeft een afdeling van het Cultuurfonds waarvan de commissaris van de Koning voorzitter is. Het Cultuurfonds Groningen ondersteunt cultuur, natuur en wetenschap in Groningen. ·


Beschermh en ComitĂŠ v aanbeveling


heer van g


164

Nevenfuncties

Ieder jaar ontvang ik verzoeken van stichtingen of verenigingen of zij de naam en de functie van de commissaris van de Koning mogen verbinden aan hun organisatie. Dat kan op twee manieren: als beschermheer, maar ook als lid van het comité van aanbeveling.

Strenge brief Ik doe dat altijd graag. Maar voordat ik een positief antwoord kan geven, bekijken medewerkers van de provincie of de aanvraag voldoet aan de gestelde criteria. Na een positieve uitslag ontvangt de aanvrager een bevestigingsbrief van de provincie, met daarin standaard opgenomen de volgende slotzin: Voor zoveel nodig wijs ik u erop, dat er voor de heer Paas géén werkzaamheden en/of financiële verplichtingen uit mogen voortvloeien. Dit pittige slot wordt vooraf altijd aangekondigd. De zin is nodig om, ook op papier, mogelijke misverstanden te voorkomen. Kort gezegd: dat ik iets steun, betekent niet automatisch dat ik me er financieel en bestuurlijk aan verbind. Of de provincie. Dus als de organisatie, in geval van mijn symbolische steun, ooit een keer bij de provincie aanklopt voor een subsidie of een andere vorm van ondersteuning, dan wordt zo’n verzoek op zijn merites beoordeeld. En zo komt het dat ik lid ben van het comité van aanbeveling van een heel scala van organisaties die actief zijn in de Groninger samenleving. Uiteenlopend van het Ronald McDonald Huis, cultureel studentencentrum Usva, de stichting De Jonge Onderzoekers Groningen en de stichting Loodskotter Eems.

Waardevolle organisaties Een deel van deze organisaties had mijn voorganger, Max van den Berg, ook al als lid van het comité. Die heb ik van hem overgenomen. En soms steun ik zo een organisatie één jaar, voor een bepaald evenement. Andere keren is het niet aan één evenement of jaar gekoppeld. Ik hoor graag wat er speelt bij de organisaties aan wie ik me als beschermheer of lid van het comité van aanbeveling heb verbonden. Wat gaat goed, wat kan er beter, welke dilemma’s komen ze tegen en kan ik ergens mee helpen - dat zijn ruwweg de onderwerpen die dan langskomen. In de gewone jaren, maar zeker in een tijd van Corona. Op bezoek Dit jaar heb ik het beschermheerschap aanvaard van het Platform van Kerken Westerkwartier. Dat was meteen een mooie reden om het gezelschap een bezoek te brengen en me te laten bijpraten over de werkzaamheden en de impact van corona op de organisatie. Het was leuk, plezierig en verliep in een prettige, ongedwongen sfeer. Ik ging ook langs bij ISCOMS, The International Student Congress Of (bio)Medical Sciences. Dat organiseert elk jaar een geruchtmakend internationaal studentencongres op biomedisch gebied. Ik wilde weten: hoe doe je dat, een levendig internationaal congres organiseren in coronatijd? ·


Beschermheer en ComitĂŠ van aanbeveling

Cultureel studentencentrum Usva aan het Munnekeholm. Foto: Wutsje

165


Blog: Studeren in van Covid-1


n tijden 19


168

Nevenfuncties

De GGD meldt dat in onze provincie sinds het begin van de epidemie bij bijna 5.000 mensen COVID-19 is vastgesteld. Het aantal loopt nog steeds flink op. Inmiddels worden relatief steeds meer ouderen besmet. Maar tot vorige week was bijna de helft van de gevallen tussen de 15 en de 29 jaar. De meesten van hen woonden in de stad Groningen. Studenten.

De maatregelen om Covid19 in te dammen, hebben grote invloed op het studentenleven. En ondanks berichten over uit de hand gelopen huisfeesten, veel studenten houden zich keurig aan de regels. De kroegen zijn gesloten. De verenigingen meestal ook. Studeren gaat meestal achter een beeldscherm, op een smetteloze afstand. Sportactiviteiten gaan meestal niet door. En veel bijzondere activiteiten worden afgelast. De maatregelen lijken te werken, want na een piek in de coronabesmettingen begin oktober, daalt het aantal positieve testen in de stad langzamerhand weer. Dat is tegen de landelijke trend in. Maar er is geen oplossing zonder problemen. Vandaag kwam ik op de koffie bij de besturen van twee studentenverenigingen. Jonge mensen die een paar maanden geleden enthousiast begonnen aan hun bestuursjaar. Die er iets fantastisch van wilden maken. En die – net als vele anderen – zagen dat het studentenleven er in korte tijd totaal anders uit ging zien.

Albertus: ‘vroeg op de kroeg’. Emma en Ruben zijn praeses en vice-praeses van Albertus Magnus. Ze studeren toevallig allebei bedrijfskunde. En ze praten opgewekt over de wereld van de grootste studentenvereniging van Groningen (2.400 leden). Een wereld die niet zonder problemen is. Om met het goede nieuws te beginnen: het liep storm bij de inschrijving van nieuwe leden. Er waren 500 plekken voor eerstejaars. En daar waren 1.100 belangstellenden voor. Studenten zijn massaal op zoek naar gezelligheid. Maar het is de vraag hoe ze die kunnen vinden. Voor eerstejaars die nog geen vrienden hebben in de stad, is het heel moeilijk om contacten op te bouwen. Nieuwe vrienden vind je niet bij je digitale studie. Maar ook niet bij sportverenigingen die niet sporten en verenigingen waar je eigenlijk niet terecht kunt. Het ritme van de week is er uit. En als je alleen eenzaam op je kamer moet studeren, houd je het niet vol. Digitaal contact voorkomt besmettingen, maar is verder ook steriel. →


Studeren in tijden van Covid-19

Foto: Stella Dekker

169


Nevenfuncties

170

Maar we zijn innovatief. We moeten eigenlijk.


171

Studeren in tijden van Covid-19

Ze doen er alles aan bij Albertus. Het normale patroon vóór Corona was dat er regelmatig grote feesten waren. En dat de leden elkaar rond middernacht op de kroeg troffen. Nu doen ze hun best om ‘vroeg op de kroeg’ te bevorderen. Dat kan zijn dat je samen eet, bijvoorbeeld in de mensa. Of dat je hier samen kunt studeren. Maar daar studeren we nog op. Vooral eerstejaars krijgen veel aandacht. Voor hen werden – coronaproof – ontmoetingen in kleine groepjes geregeld. Je moet met veel nieuwe leden contact hebben gehad om vriendschappen op te kunnen bouwen. We kijken naar de mensa. En we zijn bezig bijeenkomsten voor te bereiden over serieuze onderwerpen. Over politiek. Of over depressies. Of over coming out. Dat soort bijeenkomsten worden goed bezocht. Maar ze vergen grotere zalen dan wij hebben, want je moet ver uit elkaar kunnen zitten. We organiseren ze in de Nieuwe Kerk. Alles is anders in deze periode. Het bestuur had grote plannen voor de verduurzaming van het gebouw. Daar is nu even geen geld voor. En alle vaste draaiboeken voor grote evenementen kunnen nu de kast in. We maken ons zorgen hoe de jongerejaars de aansluiting moeten vinden. Hoe ze straks de vereniging kunnen dragen. Maar we zijn innovatief. We moeten eigenlijk Albertus compleet opnieuw uitvinden. Dat doen we heel serieus. We doen ook mee aan de campagne onder studenten: alleen samen krijgen we corona er onder.

Een wereldcongres In een van de weinige oude panden op het terrein van het UMCG huist ISCOMS. De vlag hangt uit. En drie bestuursleden ontvangen me, strak in hun bestuurspak. ISCOMS, The International Student Congress Of (bio)Medical Sciences, organiseert elk jaar een geruchtmakend internationaal studentencongres op biomedisch gebied. Plaats van handeling: het UMCG. En de stad natuurlijk, want bij een geslaagd congres komen er wel duizend studenten uit de hele wereld kennis uitwisselen. Presentaties, goeie sprekers, workshops en een prachtig wetenschappelijk programma. De gasten slapen in studentenhuizen en doen een onvergetelijke ervaring op in Groningen. Het is groot. Het congres staat internationaal goed aangeschreven. En in het afgelopen jaar stonden bijna duizend studenten uit 70 landen in de rij om hun werk in Groningen te presenteren. ISCOMS 2020 ging over voeding. Een prachtig thema. Maar het congres was vanwege de corona sterk afgeslankt. En helaas digitaal. Kortom: het ISCOMS-bestuur maakte er het beste van. Het thema ‘voeding’ gaat volgend jaar in de herhaling. De ‘call for abstracts’ is inmiddels de deur uit. De aanmeldingen beginnen weer binnen te stromen. En er zit een nieuw bestuur, dat rekening moet houden met twee mogelijkheden: er komt een congres in juni. Of ISCOMS 2021 gaat opnieuw digitaal. En hoe leuk je dat ook maakt, met prachtige Google-streetview achtige animaties voor de posterpresentaties, het haalt het niet bij een echte ontmoeting. Ik spreek met biomedische studenten. Dus ze snappen de risico’s. Ze zijn realistisch. ‘Als in juni het virus nog een bedreiging is, dan is het UMCG wel de laatste plaats waar je een congres kunt houden.’ Het ISCOMS-bestuur kijkt dus om zich heen. Ze houden rekening met alle mogelijkheden. Van een klassiek groot congres tot een digitale ontmoeting. ‘Jammer dat er dan straks geen bestuursleden meer zijn te vinden die het fysieke congres nog echt hebben meegemaakt.’ Ook hier valt me op hoe het bestuur in Covid-tijden enthousiast blijft. Hoe ze zoeken naar mogelijkheden. Het virus heeft grote impact. Maar het krijgt het studentenleven niet klein. · Blog 23 oktober 2020


Overzicht nevenfuncti


ies


174

Nevenfuncties

Onbezoldigd, voortvloeiend vanuit de functie → Voorzitter van Groningen Promotie/Ambassadeurs van Groningen → Lid van het algemeen en dagelijks bestuur van het SNN → Voorzitter van het Prins Bernhard Cultuurfonds afdeling Groningen → Voorzitter van het J.B. Scholtenfonds → Voorzitter van het H.S. Kammingafonds → Voorzitter van de commissie van administratie van het fonds voor de landbouw in de provincie Groningen Beschermheer → St. Vrienden Martini Ziekenhuis → Groninger Monumentenfonds → Vereniging Vrienden van Martinikerk → Centrum voor Canadese Studies → Jeugdtheaterschool Wonderboom → Stichting Oude Groninger Kerken → Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs en Dienstslachtoffers afdeling noordoost Nederland → Koninklijk Mannenkoort Gruno → Algemene Oranjevereniging Oranje Nassau → Groninger sportvereniging Be Quick → Stichting Op Roakeldais → Provinciale Brassband Groningen → Stichting Het Groninger Landschap → Stichting Samenwerkingsverband Veteranen en Postactieve Militairen Groningen → Stichting Music4allHaren → Bond van Koren in de provincie Groningen → Stichting Platform van Kerken Westerkwartier

Comités van aanbeveling → Haydn Jeugd Strijk Orkest → Prinses Christina Concours (PCC-Noord) → Stichting Peter de Grote Festival → Stichting Loodskotter Eems → Noord Nederlands Orkest en Instrumentenfonds Noord Nederlands Orkest → Groninger Studenten Orkest MIRA → Stichting Vier 5 Mei → ACLO (Sportcentrum RuG & HG) → Stichting Van der Leeuw-lezing → Connect International → Filharmonie Der Aa → Hanze University Foundation → Stichting Zeesleepboot Holland → AEGEE-Groningen → Stichting Ronald McDonald Huis Groningen → Noord Nederlands Jeugd Orkest → Studentenkoor C.S.G. Gica → Stichting Vrienden van Accare → Cultureel Studentencentrum Usva → Stichting Noord-Nederlands Trein & Tram Museum → Stichting De Jonge Onderzoekers Groningen → Campagne ‘Groningen geeft thuis’ stichting Het Kopland → Walk for Life Groningen → Groninger Studenten Cabaret Festival → Ambassadeur kledingbanken Maxima in de provincie Groningen → Stichting KEI → Ambassadeur project Zwerfjongeren van stichting Het Kopland → Groninger Studenten Muziekgezelschap Bragi → Gruno’s Postharmonie Groningen → Ambassadeur Maggie’s Center Groningen → Stichting Groningen verwelkomt → Ambassadeur Alliantie van de Kracht tegen Armoede → Ambassadeur Groninger bondgenootschap voor geletterdheid → Delfsail 2021 → MARUG Marketing Conference 2021 → Nederlands Studenten Orkest 2020 → International Martini Organ Competition 2022 Bezoldigd → Lid van de Raad van Advies van de Sociale Verzekeringsbank (SVB)* *

De inkomsten uit deze nevenfunctie zijn € 3.297 bruto. Dit bedrag is in de provinciekas gestort.


Overzicht nevenfuncties

175


Corona, koek en kof


ffie


178

Corona, koek en koffie

Vergaderen - ik doe het veel en graag. Je spreekt nog eens iemand. Dat geldt ook voor ontvangsten, recepties en bezoeken. Door Corona gingen heel veel van die ontvangsten, recepties en bezoeken niet door. En dat is een verlies. Daarom ging ik wat vaker gericht op pad. Vroeg ik of ik mocht langskomen: hoe gaat het met u? Hoe slaat u zich door Corona heen?

Medeleven Het was voor mij een manier om belangstelling te tonen. Medeleven te laten zien. Iemand een hart onder de riem te steken. Tegelijk waren deze afspraken voor mij een soort arbeidsvitaminen. Het plezier om buiten te zijn, om mensen te spreken en indrukken op te doen die mij later aan de vergadertafel van pas kunnen komen - het was even zoeken, maar zo kon er soms toch iets doorgaan. In de eerste periode heb ik veel bedrijven en organisaties gebeld, om te horen hoe zij omgingen met de situatie. Later ben ik, met inachtneming van de regels, er wat meer op uit geweest. Om te horen, en te zien, hoe bedrijven, organisaties en scholen omgingen met Corona. Later heb ik zo goed en zo kwaad als dat ging nog gebeld met de mensen die ik eerder sprak. Zo kreeg ik een beeld van de eerste indrukken, de eerste gevolgen en de veranderingen op de wat langere termijn. Twee opzichten Wat me opvalt, is dat veel mensen vertellen dat Corona twee gezichten heeft. Het bekendste gezicht is dat van de ramp, van het virus dat er bijvoorbeeld voor zorgt dat bedrijven grote financiële klappen te verwerken krijgen. Dat geldt voor de horeca, maar zeker ook voor uitzendbureaus. Voor de culturele wereld. Opeens kun je niets meer. →

‘ Als u zorgt voor de koffie, dan zorg ik voor de koek er bij.’ Met deze boodschap nam ik in april een filmpje op, waarin ik me zelf min of meer uitnodigde. Bij inwoners, bij bedrijven en organisaties, bij scholen – kortom, bij alle mensen die me wilden vertellen hoe zij zich door Corona heen slaan. Hoe zij zich staande houden, hoe hun bedrijf of school toch kon blijven draaien. En als dat niet kon, hoe ze daar mee omgingen. Mijn serie bezoeken begon bij, hoe kan het anders, Knols Koek. En daarna eigenlijk ook want elke keer als ik bij iemand op de koffie mocht komen, nam ik een koek mee. Zo vers mogelijk, dus rechtstreeks uit de bakkerij. Koek van Knol is ook symbolisch: twee jaar geleden brandde de bakkerij volledig af, maar Knols koek bleek veerkrachtig. En nu bakken ze weer elke dag verse koek. In 2021 wil ik doorgaan met ‘René komt op de koffie’. Want elke keer raak ik onder de indruk van de veerkracht van Groningers. Van de vernieuwingen die ze bedenken om deze Corona-crisis te lijf te gaan, of het nu om een museum gaat, een school of een ziekenhuis. Iedereen zoekt zijn weg. Een kopje koffie met een plak koek er bij is voor mij een mooie aanleiding om die verhalen te horen. Om belangstelling te tonen en om te horen hoe het gaat.

Knols koek


Corona, koek en koffie

Op bezoek bij Dennis Cooking Place, Groningen

179


Corona, koek en koffie

180

Niet meer dan een aanleiding voor mooie gesprekken


Corona, koek en koffie

181

Tegelijk hoor ik in bijna alle gevallen dat Corona veel creativiteit en flexibiliteit losmaakt. Waardoor bedrijven stappen maken waar men eerder een beetje tegen aan hikte. Misschien omdat ze nog niet urgent genoeg waren. Of omdat het op de toenmalige manier nog goed ging. Het verantwoordelijkheidsgevoel van ondernemers dat is iets dat me elke keer raakt. En dan niet alleen zoektocht naar het prangende antwoord op de vraag hoe het bedrijf verder moet na Corona, maar ook het antwoord op de vraag wat dit betekent voor medewerkers, voor afnemers en voor leveranciers.

→ Ommelander Ziekenhuis, Scheemda → Voedselbank Groningen, Groningen → Horeca groothandel Bidfood, Groningen → Openbare Bassisschool Brunwerd, Uithuizen → De Zijlen, locatie Appingedam → Uitzendbureau 365Werk.nl, Groningen → Stichting Oude Groninger Kerken, Klein Wetsinge → Noord Nederlands Toneel, Groningen → AZC Delfzijl → Groningen Seaports → Samenwerkende Bederijven Eemsmond ESB → Samenwerkende Kerken Westerkwartier → Klooster Reizen, Haren → Dennis Cooking Place, Groningen → Mannenkoor Albatros, Nieuwe Pekela → Museum Westerwolde, Bellingwolde → Slagerij De woeste grond, Sellingen → Korenmolen De Wilhelmina, Groningen → Winkeliersvereniging Winschoten → Open Hof, Groningen → Rineke Dijkinga, Westerwolde → Albertus Magnus → ISCOMS → Eurosonic Noorderslag (ESNS)

Bezoeken

Dit jaar was Corona vaak de aanleiding om op bezoek te gaan. Maar even vaak ging het gesprek al snel over andere zaken. Als je bij een boer langs gaat, dan is de kans groot dat het onderwerp stikstof dominant op tafel komt. Maar evenzogoed gebeurt dat juist niet en vertelt een boer gedreven waarom hij stukje bij beetje overstapt van gangbare akkerbouw naar biologisch. Of hoor je de zorg van opleiders hoe ze studenten zo goed mogelijk door dit jaar kunnen loodsen. Hoe musea zowel nieuw publiek als de vaste achterban digitaal nog beter en gevarieerder kunnen bedienen. Hoe je digitaal een theatervoorstelling tot stand brengt. Wat het met je doet als je net goed en wel gestart bent met je bedrijf en dan overspoeld wordt door de Coronagolven. Daarmee was de Knols koek, die ik altijd meeneem voor de gastheer of -vrouw, niet meer dan een aanleiding voor mooie gesprekken. Gesprekken die vroeger of later aan de vergadertafel van pas komen. Daarmee lijken deze bezoeken op de werkbezoeken die ik graag breng, liefst in tijden zonder Corona: ze brengen een verdieping aan in mijn dagelijkse werk. ·


Kerstboods De donkers van het jaar


schap: ste dagen r


184

Kerstboodschap: De donkerste dagen van het jaar

Deze week was er een wonderlijk fenomeen aan de hemel. Voor het eerst in achthonderd jaar was ‘de Grote Conjunctie’ te zien. Vlak boven de horizon schoven Jupiter en Saturnus deze week in elkaar en vormden een heldere stip aan de hemel. Misschien - las ik ergens - was dit wel de ster die de Wijzen uit het Oosten uit het kerstverhaal zagen als de aankondiging van de geboorte van een koning. Maar toen we in Groningen wilden kijken, was het bewolkt en het miezerde.

Lege Kerst Zo is het dit jaar ook met Kerst. We vieren een Kerstfeest met beperkingen. Het is de kerst van de lege winkelstraten. De Hoofdstraat in Zuidhorn. De Promenade in Veendam. De Herestraat in de stad. Langestraat in Winschoten. Overal hetzelfde beeld: een lange leegte. Veel winkels en restaurants zijn dicht in de dagen waarin ze normaal de grootste omzet van het jaar maken.

Voor wie we het doen We weten echt wel waarvoor we het doen. Ik ben vandaag op bezoek in het Martiniziekenhuis. Het is één van de ziekenhuizen die is gestopt met de operaties die geen grote spoed hebben. Om ruimte te maken voor coronapatienten. En steeds meer mensen hebben intensieve zorg nodig. Hier, in het ziekenhuis, laat corona zijn grimmigste gezicht zien.

Het is de Kerst van de lege kerken. Kerst is de best bezochte kerkdienst van het jaar. Veel mensen willen in de kerstnacht het verhaal horen over de geboorte van Jezus. Maar de kerstnachtdienst gaat niet door. Of hoogstens digitaal. ‘Komt allen tezamen’? Vergeet het maar!

Hier vertellen verpleegkundigen en artsen indringende verhalen. Over hoe hard ze werken. Hoe lang dat al duurt. En over de moeilijke keuzes die ze moeten maken. En ook hoe ze zich storen aan wat ze in de buitenwereld zien. Ze vertellen verhalen over mensen, ook jonge mensen, die doodziek zijn en soms ook sterven door een onvoorspelbare ziekte. En ze combineren dat met hun eigen ervaringen als ze rondkijken in de stad en in de provincie en heel veel mensen op een kluitje zien. →

Het is de Kerst waarin we thuis moeten blijven. Voor velen van ons worden het de kerstdagen die we juist níet samen doorbrengen.


Kerstboodschap: De donkerste dagen van het jaar

185


Kerstboodschap: De donkerste dagen van het jaar

186

We hebben met zijn allen een enorme veerkracht.


187

Kerstboodschap: De donkerste dagen van het jaar

Verhalen van hoop Het zijn verhalen waar je somber van kunt worden. Maar er is ook hoop. Want we weten steeds meer over de werking van het virus. Hoe patiënten het beste geholpen kunnen worden. Hoopgevend is, dat veel mensen in Nederland goed samenwerken. Dat we oog voor elkaar hebben. In de zorg, maar ook daar buiten. Om zo veel mogelijk banen te behouden nu de ziekte ook een crisis veroorzaakt. Hoopgevend is dat ondernemers niet bij de pakken neer zitten. In de afgelopen maanden sprak ik met veel mensen die toch manieren vinden om hun producten aan de man te brengen. Makkelijk is het niet, maar we gaan door. Hoopgevend is, dat mensen veel voor elkaar doen. Dat ‘noaberschap’ bestaat, laten we overal in de provincie zien. Door bijvoorbeeld boodschappen te doen voor de buren, die in quarantaine zitten.

Hoopgevend is ook, dat er inmiddels een vaccin is waarmee we Corona kunnen bestrijden. Eerder in de geschiedenis kostte zoiets wetenschappers heel veel tijd. Maar nu, na negen maanden, is het al op de markt. En we beginnen het nieuwe jaar ook hier met vaccineren. Steeds een beetje lichter Het is goed om dat te beseffen. Ja, we zijn opnieuw aan huis gebonden. Om elkaar niet te besmetten. En dat is heel hard nodig. Maar we zijn veel verder dan de eerste keer dat dat gebeurde. We hebben met zijn allen een enorme veerkracht. Laten we die de komende tijd volop bij elkaar aanboren. Het beste in elkaar naar boven halen. Elkaar helpen en op elkaar letten. Het kerstfeest vindt altijd plaats in de donkerste dagen van het jaar. Het geeft houvast en ritme om te weten dat het vanaf nu elke dag een beetje lichter wordt. Het is fijn als je iemand kunt helpen. Zoals het ook fijn is als iemand je helpt. Ik wens u allemaal fijne Kerstdagen en een gezond en gelukkig nieuwjaar. ·


Colofon

Dit jaarverslag is een uitgave van René Paas, commissaris van de Koning in Groningen. Tekst René Paas Redactie Matthé ten Wolde Grafisch ontwerp Jochem Koopman Drukwerk Zalsman Groningen B.V. Fotografie Alle fotografen zijn waar mogelijk vermeld bij de beelden. Wilt u dit jaarverslag liever online bekijken? Bekijk deze dan op mijn online blog omgevingen: www.cdk-provinciegroningen.nl www.issuu.com/renepaas


Hail en zegen in het nije joar


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarverslag 2020 by René Paas - Issuu