Kansrijke, digitale Groningers
13 februari
Kansrijke, digitale Groningers
1
De politiek heeft al sinds mensenheugenis een merkwaardige omgang met woorden. In het woord ‘ontwikkelingsland’, dat ergens tijdens mijn jeugd werd uitgevonden, zit hoop. Maar wat in het oog sprong, was toch meestal de achterstand in ontwikkeling. Zo waren ‘krachtwijken’ niet per se een toonbeeld van kracht, maar was ‘kracht’ hoogstens iets waaraan we werkten. Dus dat we in Groningen een mooi project hebben onder de titel ‘Kansrijke Groningers’, stelt op zichzelf niet gerust. Gisteravond waren gedeputeerde Tjeerd van Dekken en ik te gast bij een feestelijke bijeenkomst op het Noorderpoortcollege in Delfzijl. Het ging over kansrijke Groningers die een leven lang digitaal leren. Een goedbewaard geheim Kansrijke Groningers heb je natuurlijk in soorten. Zo is het een goed bewaard geheim dat dat Groningen de tweede IT-stad van Nederland is. En dat Groningen de tweede stad is, landelijk gezien, als je kijkt naar het aantal start-ups van studenten. Studenten die aan de Hanzehogeschool of RuG hun diploma hebben gehaald. Er is natuurlijk een samenhang tussen die twee zaken. Ter voorbereiding op de bijeenkomst probeerde ik wat cijfers te verzamelen. Maar het valt nog niet mee om een totaalbeeld te krijgen. Als je kijkt naar het aantal studenten aan de RuG in de ‘IT’ (laat ik het voor het gemak maar zo noemen), dan zie je dat jaarlijks bijna 350 bachelors hun diploma krijgen. En dat aantal zou hoger kunnen zijn, als de afdeling AI (Kunstmatige Intelligentie) niet een numerus fixus zou hebben. Als je de cijfers van de Hanze er dan aan toevoegt, snapt je dat we in Groningen op grote schaal mensen opleiden voor een toekomst in de IT. Flink wat dus. Maar hoeveel dan? Daar krijg je problemen met het etiket. Welke opleidingen zijn IT? Welke niet? Ik waag me er niet aan. En anderen doen er geen duidelijke uitspraken over. Maar dat de scheidslijn niet zo gemakkelijk is te trekken, geeft ook aan hoe digitaal de meeste opleidingen al zijn. Boordevol kansrijke Groningers, inderdaad. →
13 februari 2020
2
De iPad lag praktisch in hun wieg
4
13 februari 2020
Hoge piramide, brede basis Maar hoe gepast is het om op een bijeenkomst op het Noorderpoortcollege te beginnen met studenten van Hanze en RuG? Naar hen gaat immers toch al zo veel aandacht uit. Maar zij zijn slechts de top van een piramide. En iedereen die wel eens een piramide - of een plaatje ervan - heeft gezien weet: hoe hoger de piramide, hoe breder de basis.
Digitaal geletterd Ook daar werken we aan wat zo mooi ‘digitale geletterdheid’ heet. Het belang hiervan kan ik niet genoeg benadrukken. Het is onze plicht om kinderen en jongeren in Groningen zo goed mogelijke kansen voor hun toekomst te geven. Dat kan op veel manieren. Zowel in het gaswinningsgebied (het bevingsgebied), als in Oost-Groningen en in de gemeenten die daarbuiten vallen.
Die basis bespreken we in Delfzijl. En terecht. In de komende maand, van 13 tot en met 19 maart, wordt in onze stad Nederland Digitaal georganiseerd. Dat is de landelijke topconferentie met alles wat daarbij hoort over digitalisering. Dat deze top bij ons plaatsvindt, is natuurlijk niet voor niets. Ook deze top, het woord zegt het al, is het bovenste deel van de piramide in de IT. De top van de digitalisering dus, waar we in Groningen allemaal hard aan werken.
Het Nationaal Programma Groningen, bedoeld om de kans op plezierig wonen en werken in het Groningen van na de gaswinning zo groot mogelijk te maken, is hiervoor bedoeld. Ik ben slechts de onafhankelijk voorzitter van het bestuur van dit programma. En het bestuur gaat er over. Maar het kan niet anders, of het onderwerp digitalisering duikt de komende jaren op in het NPG.
Van Digitaal Nederland gaat een enorme aantrekkingskracht uit. Iedereen staat er te ‘shinen’, om het eens in het oud-Gronings te zeggen. We staan in het middelpunt van de belangstelling. Maar geen misverstand: deze top kan alleen maar bij ons ‘landen’, omdat we ook hard werken aan de basis. Omdat we ook op mbo-niveau studenten digitaal vaardig maken. En datzelfde doen in de leeftijdsgroep dáár weer onder. In het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs.
Persoonlijk zie ik thema ‘economie’, of anders gezegd: ‘werkgelegenheid’, als het belangrijkste onderwerp in het NPG. Want als er werk is in een regio, is er geld te besteden. Wonen er mensen. Zijn er voorzieningen. Daarom gaat het in mijn hoofd altijd eerst om werk. Waarvan eten de mensen die over tien, twintig jaar wonen in het gebied waar ooit gas werd gewonnen? Wat voor werk? Het eerlijkste antwoord is: dat weten we niet. Als waar is dat de snelheid van computers elke twee jaar verdubbelt, kunnen we ons geen voorstelling maken van de toepassingsmogelijkheden in de volgende generatie. En dus ook niet van het werk van straks. Er zijn sombere voorspellingen gedaan over een toekomst zonder werk. Zelf denk ik dat er altijd werk blijft, maar dat het totaal verandert. En dat we ondertussen ook de voorwaarden scheppen voor de kansrijke Groningers van straks. Ons handelen van nu heeft er invloed op of er straks werk is, of blijft, voor studenten op mbo-1, -2 en zelfs mbo-r niveau. Of mensen een toekomst hebben in hun eigen dorp of dat ze zich gedwongen voelen om te verhuizen. Daar komen de wereldberoemde ‘21st century skills’ om de hoek kijken. En digitale vaardigheden zijn daarin belangrijk. →
Kansrijke, digitale Groningers
Als je goed onderwijs wil aanbieden, moet je daar rekening mee houden. Dat moest gisteren eigenlijk al. En vandaag. Maar zeker morgen. Wie leraar is, heeft tegenwoordig leerlingen in de klas, die zijn geboren in een tijd van schermen. De iPad lag praktisch in hun wieg. Dat heeft enorme consequenties voor het onderwijs dat je aanbiedt. Concentratieboog Ik zie het aan de ‘digital natives’ bij ons thuis. Onafscheidelijk van hun smartphone. Maar als je goed bent in gamen, ben je dan al digitaal geletterd? Ik vrees van niet. Waar wij leerden door te lezen - in een boek of door te kijken naar wat de meester schreef op het schoolbord -, zien we dat kinderen vaak uitwijken naar tutorials op YouTube. Dat ze graag apps gebruiken. De manier van leren verandert dus. Zoals ook het ritme van de lessen verschuift. De hoeveelheid theorie die leerlingen achter elkaar aankunnen. Als ik het woord ‘concentratieboog’ noem, weten de meeste ouders waarschijnlijk al genoeg. In alle eerlijkheid: ik merk het ook bij mij zelf. Want geef toe: wie kan vandaag de dag nog zonder enige afleiding een boek lezen? Wie luistert nog geboeid en geconcentreerd naar een lezing van een uur zonder naar zijn telefoon te kijken, of die te voelen trillen in zijn broekzak? Daarover gaat het bij het project Lang Leven Digitaal Leren, dat vanavond in het middelpunt van de belangstelling staat. En dat is goed. Want meestal gaat onze aandacht uit naar zaken als Digitaal Nederland. Naar gebeurtenissen die een plekje hebben in de top van de piramide, die ik eerder schetste.
5
Ongegeneerd snakken In het hart van de ontwikkeling staan de leerkrachten. Zij staan voor de klas met de opdracht om onze kinderen digitaal vaardiger te maken. En via die docenten de jeugd, de jongeren, in onze provincie een hoger ‘level’ te laten bereiken. Dat is echt een hele kluif. Want de 10 tot 15 procent van de docenten die digitaal al goed zijn onderlegd, moet een heel peloton collega’s op sleeptouw nemen die dat nog niet zijn. En je moet als school ook nog wat met de docenten voor wie digitalisering nog onontgonnen terrein is. Wat ik kansrijk vind? Dat met een kleine 5.000 leerlingen op een kleine 90 scholen in NoordNederland is het eerste begin gemaakt. Ik zag het gebeuren op een basisschool in Bedum. En ik hoor er vanavond opnieuw over. En het smaakt naar meer. Ik begon mijn verhaal met het best bewaarde geheim dat Groningen op IT-gebied een landelijke hoofdrolspeler is. Ik hoop dat we daar de komende tijd eens behoorlijk over gaan ‘snakken’. En dat we in een adem door ook opscheppen hoe we de digitale geletterdheid van jonge Groningers hier aanpakken? Want dat is werkelijk kansrijk. Ik weet het: opscheppen gaat noorderlingen niet gemakkelijk af. Maar met de Digitale Top in aankomst, is er volop reden om het toch maar eens te proberen. ·
I h d w s d k
In het hart van de ontwikkeling staan de leerkrachten