Skip to main content

Een vers jaarverslag

Page 1

Een vers jaarverslag

10 januari


Een vers jaarverslag

1

Jaarverslagen zijn een lastig genre. Ze moeten concurreren met documenten over de toekomst. En meestal leggen ze het daar tegen af. In de afgelopen jaren heb ik geleerd dat ze alleen maar interessant zijn, als het oude jaar nog ‘vers’ is. Jaarverslagen in de late lente zijn vooral corvee. Voor lezers en schrijvers.

Vandaar de timing. Tegen de actualiteit van de jaaroverzichten tussen kerst en oud-en-nieuw kunnen we niet op. Maar we hebben ons best gedaan. ‘We’ is in het bijzonder Matthé ten Wolde die de eindredactie deed. En Jochem Koopman, die de prachtige vormgeving voor zijn rekening nam. Doel was om in de eerste werkweek van het nieuwe jaar het jaarverslag over 2019 te presenteren. En het is gelukt. Het jaar is af, het verslag ook. Schrijvers van jaarverslagen verwachten zelden dat iedere ontvanger hun document met rode oortjes van voor tot achter zal doorlezen. ‘In één ruk uit’, dat gaat over andere boeken. Eerlijk gezegd lukt mij dat ook zelden meer met een roman. Maar bij jaarverslagen zou het ronduit overdreven zijn.

In dunne plakjes Het hoeft ook niet. Ook dit jaarverslag is vooral bedoeld om in te bladeren. Om terug te kijken. Om enig inzicht te bieden in de uitoefening van een ambt dat naar zijn aard niet altijd transparant is. En veel van de bouwstenen van het jaarverslag, zijn eigenlijk een soort ‘circulaire economie’. Het grootste deel bestaat uit blogs die ik al eerder plaatste op de website van de provincie, op Facebook en op LinkedIn. Twee jaar geleden begon ik mijn jaarverslag in dunne plakjes te serveren, in maandoverzichten, de ‘paasrapporten’. De gedachte achter dit carpacciomodel was dat jaarverslagen aardig zijn bij het bieden van inzicht achteraf. Maar dat het boeiender is om aan het eind van elke maand een beeld te geven van het publieke deel van mijn werkzaamheden. Inzicht en verantwoording zijn relevanter en interessanter als ze tijdig komen. En dat dwingt tot een hogere frequentie. Dit jaarverslag is er een gebundelde weergave van. Het leent zich dus ook voor terugbladeren en voor consumptie in dunne plakjes. Het is een optelsom van bezoeken aan bedrijven en organisaties, ontmoetingen met wethouders, ministers en heel veel Groningers. En het toont de onderwerpen waarvoor ik me in het afgelopen jaar heb ingezet.


10 januari 2020

2


Een vers jaarverslag

‘In één ruk uit’, dat gaat over andere boeken.

3


4

10 januari 2020

Weg uit het web! Het jaarverslag begint met bestuurlijke beschouwing, geheel voor eigen rekening: ‘Weg uit het web!’. Het verwoordt mijn verbazing over het hardnekkige verschijnsel dat we in Nederland met de beste bedoelingen heel fijnmazige regels maken. Over de volle breedte van het openbaar bestuur (en zelfs daarbuiten). Een deel van de problemen waar gemeenten in het sociale domein mee worstelen, is dat ze bij de grote decentralisaties (de Participatiewet, de jeugdzorg en de WMO) tegelijk met grote en belangrijke taken ook heel veel aanvullende instructies hebben gekregen. De staat is slecht in loslaten. Juist omdat het gaat over belangrijk werk voor kwetsbare mensen. En dat heeft geleid tot wat de bestuurskundige Paul Frissen het ‘dochter-op-kamers-syndroom’ noemde: als ze het huis uitgaat krijgt ze pas écht veel belangstelling van haar ouders. Al die regels, ook buiten het sociale domein, lijken de zorgvuldigheid en de gelijkheid te bevorderen. Maar dat is schijn: veel mensen (ook ambtenaren) raken er de weg in kwijt. De nadelen van al die verfijning zijn groter dan de voordelen. Ik vertel daarover, vooral uit eigen ervaring. Het verhaal is een pleidooi om ons stap voor stap uit een zelfgemaakt spinnenweb te bevrijden. Wat zou er gebeuren als we ons zouden concentreren op de hoofdregels en de uitvoering aan verstandige, goed opgeleide en betrokken mensen zouden overlaten?


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook