Skip to main content

Vet Koninklijk!

Page 1

Vet Koninklijk!

7 decembe


Vet Koninklijk!

1

Op bezoek bij een honderdjarige. De twee (!) burgemeesters in het gezelschap (Jaap Velema en Yvonne van Mastrigt) doen dat vast vaker. Maar voor mij is het een uitzondering. Ik vind het indrukwekkend: een eeuw. Naarmate ik ouder word (ik ben nu 54), heb ik meer mensen gekend die de wereld van honderd jaar geleden nog bewust hebben meegemaakt. Maar ze zijn inmiddels overleden. En toen ze nog leefden, was ik nog te jong om hun verleden met ze te bespreken. We kennen de wereld van een eeuw geleden alleen van horen zeggen.

Maar ik kan me voorstellen dat de overgrootvader van de jongste generatie - vrij naar Max Havelaar in de beroemde roman van Multatuli - in de jaren twintig dit zei tegen de mensen die hij tegen kwam: “Mijn naam is Sjoerd ten Kate. Ik ben handelaar in kaas, spek, vet en margarine, en woon aan de Sluisstraat 115 in Musselkanaal.” Ik stel me voor dat hij dacht: deze hard werkende mensen hier hebben grote behoefte aan voedsel dat als een dam in je maag ligt. Eten waardoor je niet uit het veen waait. Dat ga ik met mijn broer regelen. In moderne woorden: hier ligt een verdienmodel! Dit is een markt! De rest is - zou je kunnen zeggen geschiedenis. Van calorierijk naar -arm Een geschiedenis van een bedrijf dat daarmee ook de ontwikkeling van onze samenleving laat zien. Want waar in de jaren twintig en dertig van onze eeuw, en ook na de oorlog, grote behoefte was aan calorierijk voedsel, daar zijn we nu juist eigenlijk op zoek naar het tegendeel. Toen overgrootvader Sjoerd ten Kate startte, stond de industrialisering in deze regio nog in de kinderschoenen. Arbeid was nog maar mondjesmaat gemechaniseerd. Hoe anders is dat nu.

De industrialisatie van de veenkoloniën is al weer over zijn hoogtepunt heen. We vrezen nu inmiddels dat er door de robotisering veel banen verdwijnen. Het is de vraag of dat echt gaat gebeuren. Vaak zie je dat er andere vormen van werk voor terugkomen. Maar hoe dan ook: feit is dat we tegenwoordig veel minder fysieke arbeid verrichten. En mede daardoor ook veel minder bewegen. Als je foto’s van mensen van vijftig jaar geleden ziet, dan zie je dat de meeste mensen daarop slank zijn. Wie vandaag de dag nog calorierijk voedsel eet, ziet in de spiegel het effect daarvan. En merkt het ook aan zijn gezondheid. En aan zijn levensduur. In de ontwikkeling van Ten Kate zie je deze calorieverschuiving terug. Nadat de grossierhandel was verkocht ging het bedrijf over op de productie van vetten. Als halfproduct voor kalvermelk, bakkerijgrondstoffen en voor soepen. Later verlegde het bedrijf stukje bij beetje zijn koers, door zich minder afhankelijk te maken van varkens. Al blijven de reststoffen die overblijven na de varkensslacht een belangrijke grondstof voor het bedrijf. “Je laat het slachthuis niet wachten”, is een levenswijsheid die ik tijdens de rondleiding opdoe van Laurens ten Kate. Daar rekenen ze erop dat je de resten komt halen. Die service is belangrijk. →


7 december 2020

Foto: Hans Banus

2


Eten waardoor je niet uit het veen waait.


4

7 december 2020

De grondstoffen blijven restproducten van de slacht. Vet blijft een belangrijk product. Maar daarnaast wordt eiwit steeds belangrijker. Vandaag de dag is Ten Kate deels bezig met voedingssupplementen en farmaceutica, wat de verschuiving van de aandacht van onze samenleving goed weergeeft. Er is een voedingssupplement ontwikkeld waardoor mensen met artritis minder pijn in de gewrichten krijgen. En het bedrijf is duurzamer geworden, meer gericht op de circulaire economie. Zit het hier in de genen? Vorige maand was ik ook bij een bedrijf uit Musselkanaal. Ook toen reikte ik een predicaat uit: Verfhandel Muller werd ‘Hofleverancier’. Misschien moet een student aan de Rijksuniversiteit eens onderzoek doen hoe het komt dat er uitgerekend in Musselkanaal honderdjarige bedrijven zijn, die graag in aanmerking willen komen voor een predicaat. Zit het in de veenkoloniale genen? Want in 2018 viel Slijterij Frans Muthert in ‘Mussel’ deze bekroning - want dat is het - ten deel. Als zo’n student dat onderzoek zou oppakken, vermoed ik dat die ontdekt dat het gemeentebestuur er een rol in speelt. Het kan zo maar zijn, dat de wethouder, de burgemeester of een medewerker op de afdeling economie bedrijven die honderd jaar oud worden op deze mogelijkheid wijst. Zo’n student stuit dan vast op een stel opvallende gelijkenissen tussen de jubilerende bedrijven. Namelijk dat grondlegger (in Amerika zouden ze spreken van ‘Founding Father’) een wijde blik had. En zich graag liet inspireren door ontwikkelingen in het buitenland. En daar ook vaak materiaal inkocht om daarmee thuis nieuwe markten te veroveren, om zijn klanten beter advies te geven en die klanten ook een beetje ‘op te voeden’. Door te laten zien wat er allemaal mogelijk is. Een andere overeenkomst is dat de grondleggers reageren op marktleiders, onder andere door de koers nu en dan te verleggen. Niet zozeer door die marktleiders te volgen, maar daar vooral door productinnovatie een soort niche in te vinden die allengs aan relevantie toeneemt. Wat me verder treft bij de honderdjarige bedrijven met een predicaat, is dat de draad die de grondleggers van het bedrijf op deze manier neerleggen, wordt opgepakt door de volgende generaties. En dus nog altijd als rode draad te zien is.

Het zijn de ingrediënten van succesvolle bedrijven. Want als je honderd jaar bestaat, doe je iets goed. Dan heb je een methode of aanpak waarmee je je staande houdt. En waar je desnoods, zoals Ten Kate overkwam door de Tweede Wereldoorlog, helemaal opnieuw mee kunt beginnen. Kop d’r veur Maar ik weet niet of het onderzoek hier mee is afgerond. Want er is denk ik nog iets meer. Het heeft ook te maken met het type mens dat achter deze bedrijven. Een ongekende veerkracht. Echte ondernemers laten zich niet afschrikken door tegenslag. Ook Ankie ten Kate, aan wie ik het predicaat uitreik, liet dat zien, toen ze er na het overlijden van haar man alleen voorstond. Ze nam de touwtjes in handen, hoe moeilijk dat ook was. Op z’n goed Gronings: Kop d’r veur. Dankzij haar werd de lijn doorgezet. Dat familiebedrijven bijzondere bedrijven zijn, is glashelder. In benadering, in levens- en werkwijze, in financiële handel en wandel: familiebedrijven zijn echt anders. De leiding van het bedrijf gaat over op de vierde generatie: Laurens (zoon) en Ludwig (schoonzoon). Beide mannen vertellen me dat ze dat ook zien als een opdracht. Ze erven het bedrijf niet van hun ouders, ze geven het door aan de volgende generatie. En ze zijn zich er zeer van bewust dat hun bedrijf werk verschaft aan heel veel mensen. Of ze dat niet beklemmend vinden? En of ze niet bang zijn dat het mis gaat? Ze kijken zelfverzekerd. En ze zijn vol ideeën over kansen voor Ten Kate in de toekomst. Ik ben zo benieuwd wat grondlegger Sjoerd ten Kate zou zeggen als hij dezelfde rondleiding zou krijgen als ik vandaag. Tussen de glimmende installaties. Luisterend naar de fantastische verhalen. Zou hij trots zijn op zijn klein- en achterkleinkinderen? Vet Koninklijk! Niemand zegt dat de volgende honderd jaar makkelijker worden. Maar wie een eeuw ervaring op de teller heeft staan, moet daar een zeker vertrouwen uit halen. ‘Koninklijk’ is Ten Kate vanaf vandaag. Met veel plezier reik ik aan Ankie ten Kate het predicaat uit. ·


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Vet Koninklijk! by René Paas - Issuu