Het besmet tingsgevaar van geluk
1 septem
Het besmettingsgevaar van geluk
1
We openen vandaag het hogeschooljaar van de Hanzehogeschool. Een hogeschooljaar in tijden van corona. We zitten met te weinig mensen in een te grote zaal. En ja, we kennen de drill. We hebben coronadansjes ontwikkeld, hier en in de supermarkt, om afstand te houden. Voordat ik hier naartoe ging, deed ik nog een laatste check. Ben ik niet snotterig? Heb ik geen lichte verhoging? Heb ik een beetje hoofdpijn of voel ik me altijd zo na een lange collegevergadering? Voor geen goud wil ik veroorzaken dat u het schooljaar in quarantaine moet beginnen.
Covid19 ontregelt ons. En als de premier zegt dat het kabinet met 50% van de kennis 100% van de maatregelen moet nemen, geldt dat voor ons allemaal. Want wat betekent het precies dat studenten weer ‘af en toe’ welkom zijn in de collegezalen? We nemen vervelende en per definitie aanvechtbare maatregelen. Om het besmettingsgevaar te verkleinen. Vlak na de eeuwwisseling, toen de meeste Hanzestudenten nog geboren moesten worden, schreef wetenschapsjournalist Malcolm Gladwell een boek dat indruk op me maakte: ‘The tipping point’. Hij beschreef hoe sociale veranderingen – ook positieve – zich verspreiden als een epidemie. Met superverspreiders en ontstekingshaarden. Hij beschrijft hoe schoenen hip worden. Hoe jongeren gaan roken. Hoe revoluties beginnen en hoe de criminaliteit in New York daalde. Hoe ze in San Diego diabetes bestreden vanuit schoonheidssalons. En hoe Sesamstraat kansarme kinderen leerde lezen, schrijven en rekenen. Sinds ik dat boek las, weet ik dat het onze opdracht is om besmettingsgevaar te vergroten. Het besmettingsgevaar van kennis, van welzijn en van geluk. En ook de harde realiteit van Groningen in tijden van corona biedt ons kansen om dat te doen.
Coronastudenten Wij wonen in een studentenbuurt. En sinds vorig jaar ook met een eerstejaars student in huis. Onze oudste zoon. Via hem zag ik hoorcolleges veranderden in de video-opnamen van vorig jaar. En ik zag hem worstelen om contact met studiegenoten te krijgen. Zelfs op de werkgroepen. ‘En toen stelde ik voor om de camera’s aan te zetten zodat we elkaar konden zien. Niemand deed het’. Het onderwijs heeft aan uitdagingen geen gebrek. Hoe geef je digitaal les? Hoe organiseer je werkgroepen, stages en praktijklessen? Hoe maak je betekenisvol contact? Hoe help je studenten bij hun persoonlijke ontwikkeling in deze cruciale jaren? Nee, het ‘nieuwe normaal’ is niet normaal. Het is een zoektocht binnen de beperkingen. Kijken wat werkt en wat niet. Natuurlijk: er is geen crisis zonder kansen. Er zijn kansen voor wetenschappelijk onderzoek. Kansen voor innovatie. Ook de Hanzehogeschool heeft in de afgelopen maanden een enorme sprong gemaakt in digitaal onderwijs. U moest wel. Dus u sprong… Veel mensen hebben leren thuiswerken. Dat kon alleen omdat het moest. Maar de nadelen overheersen. Welke keuze maak je als eerstejaars student: blijf je toch nog maar bij je ouders wonen? Of wil je het studentenleven kunnen meemaken en ga je op kamers? Hoe maak je vrienden als je elkaar alleen virtueel tegenkomt? →
1 september 2020
2
Ik zie opscheppen over je werk als een mensenrecht.
4
1 september 2020
Werk maken De nadelen overheersen, ook in de rest van het leven. De coronacrisis leidt tot een ongekend verlies aan banen. In heel Nederland loopt de werkloosheid op, ondanks een kostbaar steunpakket. Volgens het CPB blijft dat voorlopig zo. In Groningen wonen relatief minder mensen in de zwaarst getroffen sectoren, maar ook bij ons loopt de werkloosheid op. En dat kunnen we niet gebruiken: al jarenlang is de werkloosheid in Groningen de hoogste van het land. Als wetenschappers een kaartje maken van de maatschappelijke problemen, dan zie je vaak rechts van de stad Groningen de donkere kleuren: lagere levensverwachting, lage inkomens, meer psychiatrie, meer rokers, meer obesitas, meer kinderen in de jeugdzorg, meer alcohol, meer chronische ziekten, meer betalingsachterstanden voor gas en electra, meer laaggeletterdheid. Groningen voert de verkeerde lijstjes aan. Ik ben oud-vakbondsvoorzitter. Dus ik zie een sterk verband tussen werk en geluk in het leven. Wie werkt, is welvarender, gelukkiger en gezonder. En hoewel een eeuwige vraag is wat oorzaak is en wat gevolg, begin ik altijd weer bij werk. Voor mij komt ‘werk maken van mijn idealen’ vooral neer op de eerste twee woorden: ‘werk maken’. Want ik zie opscheppen over je werk als een mensenrecht. En in het bevorderen daarvan heeft het beroepsonderwijs een hoofdrol. Op alle niveaus. De grote gelukmaker In deze tijd van het jaar denk ik altijd terug aan het begin van mijn eigen studie. 1984, al weer. De KEI-week, de eerste colleges. Op kamers… Fantastisch! Ik was de eerste in mijn familie die dat deed. Maar de grootste sprong was één generatie eerder. Dat is het verhaal van mijn ouders. Een boerenzoon uit Borger die van de meester naar de HBS moest en ‘schrijver derde klasse’ werd bij de Gemeente Smilde. En een bakkersdochter uit Gieterveen die niet naar de kweekschool kon, omdat ze beter kon gaan werken. Mijn vader studeerde in avonduren. Het was zwaar, met jonge kinderen en zijn werk. Eerst beroepsopleidingen. En daarna rechten via de LOI. Studeren op afstand. Het lukte niet.
Het verhaal van mijn familie staat niet op zichzelf. Onderwijs is een enorme emancipatiemotor. Scholing is het beste recept om de maatschappelijke ladder te beklimmen. En Nederland klom. Nederlanders zijn steeds hoger opgeleid. Op dit moment heeft van de mensen tussen de 25 en 35 meer dan de helft een hoger-onderwijsdiploma. De grote sprong vond plaats in de tweede helft van de vorige eeuw. Maar nog steeds stijgt met elke nieuwe generatie het opleidingsniveau. En daarmee groeien de kansen op werk, op welvaart, op geluk. De bijdrage van het hbo daarin is enorm. Onderwijs als de grote gelukmaker. Maar we zien dat het knelt en schuurt. De route van het mbo naar het hbo is de koninklijke weg. Maar veel mbo’ers redden het niet in het hbo. En ook studenten uit de vanzelfsprekende vijver die HAVO heet, hebben het vaak moeilijk. Als je 17 bent, is het sowieso al een moeilijke vraag wat je later wilt worden. Maar voor sommige jonge mensen is het extra moeilijk. Waarom doen scholieren en studenten hun camera liever niet aan? Wat zou je zien in het huis van een middelbare scholier of als eerstejaars student? Een tijdje terug maakte ik kennis met een moeder, die me vertelde dat haar dochter wilde stoppen met haar studie. Want nadat het gezin met moeite de hobbel van dure studieboeken had genomen, lag er het immense financiële vraagstuk om een laptop te kopen. Ook dit is Groningen in 2020. Als eerstejaars studenten dreigen af te haken door corona, over wie moeten we ons de meeste zorgen maken? Bij wie wordt het spannend? We kennen het antwoord. Bij de mensen voor wie hoger onderwijs het minst vanzelf spreekt. Bij de mensen die de grote sociale sprong in deze tijd moeten maken. Als je wel talent hebt, maar geen hoogopgeleide ouders. Als je ouders in een ander land zijn geboren. En als zulke studenten dreigen uit te vallen, wat betekent dat voor de werking van de grote gelijkmaker? De grote gelukmaker? Het spreekt niet vanzelf. Het blijft opletten! →
Het besmettingsgevaar van geluk
Samen dansen Begin juli was ik in Winschoten. Ik trof er een interessant gezelschap. Een winkelier. De baas van het bronnenbad in Nieuweschans. Een bordeelhoudster uit Nieuw Beerta. En de eigenaar van een dansschool in Winschoten. Allemaal zochten ze hun weg in het nieuwe normaal. Als je gasten komen, moeten ze hun handen ontsmetten, vragen beantwoorden en plaatsnemen op anderhalve meter afstand. Maar zodra ze gaan dansen, een moorpakking krijgen of met een dame meegaan, gelden er ineens weer andere omgangsregels. Het is om gek van te worden! Voor de dansschoolhouder, Peter Schulingkamp, begint vandaag het dansschooljaar. Hij voelde zich gedwongen om zijn zaak te sluiten tot september. Maar hij durft nu weer open te gaan. En dat vergt lef, want dansen doe je niet alleen. Dansen doe je niet alleen. Dat geldt ook voor de Hanzehogeschool. En voor de provincie. U wilt, in goed Gronings, een ‘engaged university’ zijn. Wij willen ‘Verbinden, versterken, vernieuwen’. Dat kan de provincie alleen samen met andere organisaties en instellingen, zoals de uwe. En daarbij willen we niet, in danstermen gesproken, the leading lady zijn. Maar ‘one of the guys’. Kortom: we dansen samen. Ik zie de Hanzehogeschool als de plek waar wetenschappelijke inzichten en de praktijk elkaar bereiken. Een ‘university of applied sciences’ kan niet zonder wetenschap, maar ook niet zonder de handen uit de mouwen. Dat maakt de Hanzehogeschool tot een unieke plek. Een plek voor dromen, denken, durven, doen en dansen. En nee, ook u danst niet alleen. U werkt samen met het mbo in het Noorden. Vormt met de Rijksuniversiteit de ‘Universiteit van het Noorden.’ U draagt het Akkoord van Groningen. Net als de provincie. We komen elkaar dus voortdurend tegen. De provincie duwt en trekt op het gebied van de energietransitie. We willen het groene stopcontact van Nederland zijn. We willen niet alleen een leefbare Stad, maar ook leefbare Ommelanden - ook in de ‘krimpgebieden’. En dat staat of valt met kansen op werk. We zoeken dat in de waterstofeconomie. In groene chemie. In natuurinclusieve landbouw. We zetten met alle middelen, zoals bijvoorbeeld het Nationaal Programma Groningen, gericht in op brede welvaart onder alle Groningers. Daarbij hebben we u hard nodig.
5
Visie met geluk De Hanzehogeschool werkt op dit moment aan een nieuwe visie. U wilt de vraag beantwoorden wat voor soort onderwijsinstelling u in de komende jaren wilt zijn. Het wordt het onbedoelde slotakkoord van Henk Pijlman. Hij had al eerder afscheid willen nemen, maar het liep anders. Gelukkig danst ook hij niet alleen. Een geloofwaardige visie vergt teamwork. Ik hoor bij de vele Groningers die trots zijn op de Hanzehogeschool. Omdat deze instelling voor veel mensen het dansen mogelijk maakt. De Hanzehogeschool is een geluksfabriek bij uitstek. En ik hoop dat het geluk een solide plek in uw nieuwe visie krijgt. Ik hoop dat een opleiding aan de Hanzehogeschool ook straks voor velen een brug zal zijn naar een toekomst die anders onbereikbaar was geweest. Telkens wanneer de Hanzehogeschool jonge mensen voorbereidt op de arbeidsmarkt, vergroot ze het besmettingsgevaar van werk. Telkens wanneer de Hanzehogeschool ondernemers helpt aan praktisch toegepaste wetenschappelijke kennis, aan ‘applied sciences’, draagt ze bij aan het besmettingsgevaar van professionaliteit. En telkens wanneer de Hanzehogeschool haar ervaringen met ondernemers en studenten deelt met andere partijen, fungeert ze als de thermometer voor haar danspartners. Voor de gemeente, voor de provincie, voor andere kennisinstellingen en bedrijven. En zo vergroot ze het besmettingsgevaar van inzicht en verbinding. Laten we dus samen dansen. Elkaar scherpen en helpen om onze grote idealen te realiseren. En zo voor vele Groningers het besmettingsgevaar van geluk vergroten. Want dan wordt het een prachtig studiejaar. Dat wens ik u toe! · Toespraak bij de opening van het hogeschooljaar van de Hanzehogeschool.
E v d d d d d
Een plek voor dromen, denken, durven, doen en dansen.
7