Skip to main content

Ik proate Hooltns Ie ok

Page 1

Gerda, Henny, Ingrid en Gerrianne Wibbelink In dit boek staan maar liefst 27 verhalen en 4 liedjes. Geschreven, verteld en gezongen door Holtenaren in hun eigen dialect. Via een QR-code zijn de verhalen en liedjes te beluisteren. De teksten staan in het Hooltns en in het Nederlands in het boek. Enkele verhalen zijn speciaal voor kinderen.

Ik proate Hooltns Ie ok?

Ik proate Hooltns Ie ok?

Verder bevat dit boek een lijst van ruim 1.300 woorden en uitdrukkingen die nog steeds worden gebruikt in het dialect van Holten, Overijssel. Van elk woord is een vertaling opgenomen met een voorbeeldzin. De lijst is samengesteld met bijdragen van talloze Holtenaren. Het boek is voorzien van kleurige en passende tekeningen. Völle wille met Hooltns!

Ik proate Hooltns Ie ok? Gerda, Henny, Ingrid en Gerrianne Wibbelink

Gerda, Henny, Ingrid en Gerrianne Wibbelink


Ik proate Hooltns Ie ok?

Gerda, Henny, Ingrid en Gerrianne Wibbelink


Geschreven door: Gerda, Henny, Ingrid en Gerrianne Wibbelink Illustraties: Juliët Nijland Met bijdragen van veel Holtenaren Vormgeving en druk: Reclamemakers Holten Uitgegeven in eigen beheer in 2023 Copyright Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd of verspreid zonder toestemming van de auteurs

2


Voorwoord We brachten de kerstdagen van 2022 door met de familie. Daarbij viel het ons op dat we voortdurend omschakelen tussen Hooltns en Nederlands. Hooltns tegen de volwassenen en Nederlands tegen de kinderen. We zijn tweetalig. De kinderen verstaan het Hooltns prima maar spreken het niet of nauwelijks. Met vrienden spreken we ook Hooltns maar een gesprek met een onbekende beginnen we altijd in het Nederlands. Ook wij merken dat het dialect langzamerhand minder wordt. Is dat erg? Misschien niet maar het is wel jammer. Een taal is onderdeel van je identiteit, het hoort bij de groep waarmee je je identificeert en de plek waar je woont. Hooltns als tweede taal is daarom een verrijking. En iedereen die het Hooltns als moedertaal heeft, weet dat het je eerste taal blijft wanneer je boos of verdrietig bent. Alle reden dus om zuinig te zijn op ons Hooltns. Ik proate Hooltns, ie ok? Zo is het idee ontstaan om een boek te maken. Met woorden en uitdrukkingen die horen bij het Hooltns. En met verhalen van Holtenaren, verteld in hun eigen Hooltns. Te beluisteren via een QR-code en voorzien van mooie tekeningen. Een veelzijdig en aantrekkelijk boek voor een breed publiek. We hopen dat dit boek zijn weg vindt naar iedereen die zich verbonden voelt met Hooltn en met Hooltns; omdat je hier woont, bent geboren, werkt, omdat je familie er vandaan komt of omdat je er graag komt. We willen onze eigen taal vastleggen en doorgeven. Voor ons maakt het niet uit of je Hooltns hebt geleerd van je opa uit Markelo of je vriendje uit Bathmen en of je in Holten bent geboren, hier net bent gekomen of er allang weg bent. Wat ons verbindt, is de liefde voor streektaal en Hooltns.

3


Illustraties door Juliët Nij land Dit is een boek om in te bladeren, om te lezen, om uit voor te lezen en om naar te luisteren. De bijhorende illustraties maken het ook een boek om in te kijken. Juliët Nijland is de trotse illustrator van dit bijzondere project. Met behulp van verschillende technieken, zoals inkt, aquarel en potlood, heeft ze tientallen prachtige illustraties gecreëerd die de pagina’s van dit boek tot leven brengen. Op deze manier heeft ze een brug proberen te slaan tussen woord en beeld. Juliët (geboren in Markelo, 2002) heeft haar creatieve vaardigheden verder ontwikkeld aan de ArtEZ Academy voor Art en Design in Zwolle, waar ze in 2023 haar studie Graphic Design heeft afgerond. Voor Juliët markeert dit boek een belangrijke mijlpaal in haar opkomende carrière grafisch ontwerpster, omdat ze met dit project haar eerste stap in het werkveld zet.

4


Inhoudsopgave Voorwoord Illustraties Inhoudsopgave Spelling Bedankt Leeswijzer

3 4 5 8 10 12

Titel Woorden en uitdrukkingen Alderbassend mooi boern As

Geert Stevens Erica Meijerman – Dikkeboer

15 18 22

Gea Stam - Beldman Jasper Zwiers K.I.

27 34 38 42

Frida Kampman - Krikkink Henk Hulsman

45 50 54

Eddy Steegink

59 62

Woorden en uitdrukkingen Foj, foj, het geet krek allees

Marjon Jacobs – Spenkelink

67 70

Woorden en uitdrukkingen Wat is ’t in Hooltn toch Geneuglijk Gleunig mooie tuindaang

75 80 Reeperbahner 84 Dennis Krikkink

Woorden en uitdrukkingen Bi ons op de kökkn Boake Brandweerleed Woorden en uitdrukkingen Miene Deerns Drukte in de steege Woorden en uitdrukkingen Ezels

Door

5


Woorden en uitdrukkingen Hellighèèd Woorden en uitdrukkingen

97

Woorden en uitdrukkingen

99

Woorden en uitdrukkingen Keunestetjes-oamd K.I.

101 110 114

Jaap Huisman K.I.

Woorden en uitdrukkingen Lustern

117 120 Agnes van Wieringen – Jansen

Woorden en uitdrukkingen Meutn

123 126

Jolanda Ulfman – Kamphuis

Woorden en uitdrukkingen ’t Nös oonder ‘n boom

131 Jolanda Bronsvoort – 134 Scholman

Woorden en uitdrukkingen Altied wier touwe vlechn onder het Onderschoer

139 144

Woorden en uitdrukkingen ‘n Pad löshooln Foj, wat ne Pröttel

6

Teun Deijk

87 92

Anton Klein Twennaar

Wim Jansen Johanna Stam – Koopman

149 154 160


165 170

Woorden en uitdrukkingen Riezemiete

André Heetkamp

Woorden en uitdrukkingen Sammie de papegaai Slikkern

175 186 Imke Boode - Steegink Ineke Bronninkreef – Bosman 190

Woorden en uitdrukkingen Timmern Tuurlijk

193 198 202

Erna Broekhuis Erik Rensen

Woorden en uitdrukkingen Umslieks

209 210 Gerda, Henny, Ingrid en Gerrianne Wibbelink

Woorden en uitdrukkingen Mien Va Vaake bi-j te bange

Emma Meilink K.I.

215 220 226

Thijs Veneklaas Slots Willemien Grobben

229 234 238

Ria Kappert – Jansen

247 250

Woorden en uitdrukkingen De Wedstried Project Wilm 75 Woorden en uitdrukkingen Zeek

De leste bladzie

256

7


Spelling Hooltns is een variant van het Sallands, één van de dialecten van het Nedersaksisch, een erkende streektaal. Dialect is een spreektaal, je leert het thuis of van vrienden. Dialect schrijven doen we bijna nooit en er is geen vastgestelde spelling. Hooltns schrijven is daardoor lastig. In dit boek zoeken we een balans tussen opschrijven zoals je het uitspreekt en begrijpen wat je leest. We gebruiken onze eigen spelling om dicht bij het Hooltns te blijven en we laten de apostrof (‘) zoveel mogelijk weg. Extra tekens Naast de letters uit het alfabet en de bekende klankvormen van het Nederlands (au, ei, eu, ie, oe, ou, ui), gebruiken we de volgende schrifttekens: • ea eapel, eerdbeazn • èè als in militair mèènse, hèènig • oa als in roze proatn, boake • ö als in Engels cup kökkn, nös • öö als in freule nöös, stöörig Werkwijze Om Hooltns te schrijven, hanteren we de volgende werkwijze: • We schrijven werkwoorden zoals je ze uitspreekt maar zo dat je ze ook makkelijk herkent. Voorbeelden: loopn, kriegn, schrievm, kommn. En ook: ik loope, ik weete • We volgen de Nederlandse spelling waar dat kan. Voorbeelden: tied, meugelijk, hoond, hij wodt

8


• Als je een letter niet hoort, schrijven we hem ook niet. Voorbeelden: vot, stat, wos • Bij samentrekkingen gebruiken we een verbindingsstreepje. Voorbeelden: a-j, goa-w, mö-j, he-j • Als een spelling tot een verkeerde uitspraak kan leiden, gebruiken we een verbindingsstreepje. Voorbeelden: vri-jdag, e-had, boerderi-je • Meervouden geven we aan met een extra n. Voorbeelden: uutdrukkingn, plann • Zelfstandige naamwoorden met een lange klank schrijven we met een dubbele klinker. Voorbeelden: beene, plaate, kleere, groove • We kiezen consequent een spelling voor woorden die op heel veel manieren worden uitgesproken. Voorbeelden: nit, wa, al, ma, bi, d’r, ‘t

9


Bedankt Dit boek is gemaakt met hulp van talloze Holtenaren die woorden hebben aangedragen via Facebook, app, e-mail of in gesprekken met ons. Sommigen mailden bijna dagelijks aanvullingen, anderen mengden zich in de Facebook-discussies over de betekenis van woorden. Met ruim 1.100 leden kunnen we wel stellen dat Hooltns op veel belangstelling mag rekenen. Tientallen mensen zijn ingegaan op onze uitnodiging om een verhaal of gedicht te maken en dat voor te lezen. Twee bands hebben mooie liedjes gemaakt. De enige aanwijzing was dat ze zich moesten laten inspireren door een bepaalde letter. Dit heeft geleid tot een heel gevarieerde verzameling van prachtige verhalen, verteld door Holtenaren in hun eigen dialect. Hierbij is duidelijk te lezen en te horen hoeveel variatie het Hooltns kent. Alle verhalen zijn opgenomen in de studio van Ruben Hanevelt. Met veel geduld en grote technische kennis is hij erin geslaagd om kwalitatief hoogwaardige opnamen te maken. We bedanken Ruben ook voor zijn enorme gastvrijheid waarbij hij alle vertellers ontving in zijn achtertuin. De opnamen zijn door Coen van Hoevelaak omgezet in QR codes die te beluisteren zijn via Spotify. Fijn ook dat Holtenextra ruimte bood voor een vaste rubriek. Aan de reacties te merken, werd deze goed gelezen. Begin 2023 hebben we Holtenextra benaderd over ons plan. Daarbij hebben we de wens uitgesproken dat 2023 het Jaar van het Hooltns zou worden. Volgens ons is dit gelukt.

10


Bedankt iedereen! Zonder jullie inzet was dit boek niet tot stand gekomen. Voor de meesten was dit de eerste keer dat ze meededen aan een project over dialect. We zijn onder de indruk van jullie enthousiasme en van de kwaliteit van de bijdragen. Bij ons thuis hoorden we bij grote prestaties de volgende waardering van Henk Wibbelink:

Ie hebt wat e-kost, ma ie könt ok wat Goodgoan.

11


Leeswij zer Dit boek is alfabetisch opgebouwd. Met 22 letters want in het Hooltns zijn er geen woorden die beginnen met een C, Q, X of IJ. Woorden die beginnen met een ö hebben we opgenomen bij de O. Bij elke letter vind je de volgende inhoud: Een lijst van woorden We hebben alleen woorden opgenomen die afwijken van het Nederlands en niet alleen een beetje anders worden uitgesproken. Een woord als ‘toafel’ (tafel) staat er dus niet in maar ‘bokse’ (broek) wel. Natuurlijk is de grens niet altijd duidelijk te trekken en is niet objectief vast te stellen of een woord in het boek hoort. Veel Hooltnse woorden kwamen vroeger ook in het Nederlands voor, soms is een Hooltns woord slechts bij een kleine groep Holtenaren bekend. Bij de keus van woorden voor de woordenlijst hebben we ons laten leiden door ons gevoel. Van elk woord is een vertaling opgenomen en een voorbeeldzin, ook met vertaling. We hebben de spellingregels gebruikt die we eerder hebben beschreven; met een balans tussen de uitspraak van het Hooltns en de leesbaarheid. Een lijst van uitdrukkingen Van elke uitdrukking is een kernwoord opgenomen en een vertaling. Het kernwoord is bedoeld om snel te kunnen zoeken. Ook voor uitdrukkingen geldt dat we de spellingregels hebben gehanteerd zoals we eerder in dit boek hebben beschreven.

12


Een of meer verhalen met een QR-code Bij elk verhaal vind je twee versies; één in het Hooltns en een vertaling in het Nederlands. Hiermee kun je de twee talen vergelijken. Ook is het makkelijk om mee te lezen als je de QR-code scant om het verhaal of het lied te beluisteren. Onder de titel vind je de naam van de schrijver/verteller of de namen van de bandleden. In het Nederlands maar in veel gevallen ook in het Hooltns, geschreven volgens de wens van de auteurs. De teksten in het Hooltns zijn gebaseerd op de opnamen; we hebben opgeschreven wat mensen hebben gezegd, niet wat ze hebben geschreven. Op deze manier proberen we het echte Hooltns vast te leggen. Vanzelfsprekend vind je veel verschillende uitspraken en spellingwijzen. QR-code gebruiken Om de verhalen en liedjes te horen, moet je de QR-code scannen met je smartphone of tablet. Dit doe je met de camera of (bij oudere modellen) met de speciale app om QR-codes te scannen. De opnamen staan op Spotify. Op je smartphone of tablet moet dus ook de (gratis) app van Spotify staan.

13


Woordenlijst Aait

Altijd

Hij wil aait geliek hebbn Hij wil altijd gelijk hebben

Aalte

Gier, vloeibare mest

In tuin gebruuk ie wa vaste mes ma gin aalte In de tuin gebruik je wel vaste mest maar geen vloeibare mest

Aansumme antrekkn

Verkleden

Ik möt mie eers aansumme antrekkn Ik moet me eerst verkleden

Aarigen

Vreemde vogel

Wat is Gijs toch ’n aarigen Wat is Gijs toch een vreemde vogel

Achterdoems

Stiekem

Hij hef det achterdoems terechte maakt Hij heeft dat stiekem geregeld

Achtereers

Tegendraads

A-j zo achtereers blieft, kriege wi het nooit of Als je zo tegendraads blijft, krijgen we het nooit af

Achterhen kiekn

Bezoekje brengen

Ik komme d’r èèm achterhen kiekn, ie bint al lange zeek Ik kom even op bezoek, je bent al lang ziek

Aju Ajuus

Tot ziens

Aju! Tot ziens

Akkedeern

Bevallen

Ast oe nit akkedeert, he-j mooi pech Als het je niet aanstaat, heb je mooi pech

Alderbassend

Heel erg

Det was een alderbassend mooi feesje Dat was een prachtig feestje

Alderjekes

Heel erg

Wi möt alderjekes vrog opstoan We moeten heel erg vroeg opstaan

Allndonder

Alles

Hij hef allndonder vot e-gooid Hij heeft alles weggegooid

Amböstig

Benauwd

Hij is amböstig, krig hoaste gin loch Hij is benauwd, krijgt bijna geen lucht

Amperan

Nauwelijks, net

Het ging amperan good, zie was binnoa valln Het ging maar net goed, ze was bijna gevallen

Anbeazn

Opschieten

Beas ‘s an, anders kump het wark nit of Schiet eens op, anders komt het werk niet af

15


16

Anbettern

Herstellen

Zie bettert gelukkig al an Ze herstelt gelukkig al weer

Angeloop Anlöppe

Bezoek

Zie krig wèènig angeloop Zij krijgt weinig bezoek

Angoan

Tekeergaan

Hij kan ‘t ommeunig angoan Hij kan ontzettend tekeergaan

Angoan

Vertrekken

Het is tied, loa-w ma ‘s angoan Het is tijd, laten we vertrekken

Angoan

Aanslaan, groeien

Is den boom an e-goane? Is die boom aangeslagen?

Anhaaln

Betekenen, voorstellen

Zo’n betje rèèng haalt nit an Zo’n klein beetje regen stelt niets voor

Anhaaln

Erger worden

Het möt nit anhaaln Het moet niet gekker worden

Anloopn

Vertrekken

Loop ma vaste an, wi komt dalijk Ga maar vast, wij komen zo

Anmaakn

Opschieten

Maak ’s an, wi bint al laate! Schiet eens op, we zijn al laat

Annemmn

Belijdenis doen

Met Pinkster wodt d’r een paar an e-nömmn Met Pinkeren doen een paar mensen belijdenis

Anrekkn

Klap geven

Hoolt oe stille, aans zal ik oe d’r ene anrekkn Hou je mond, anders krijg je een klap

Ansprekkn

Op ziekenbezoek gaan

Zie kwam mie meteene ansprekkn toen ik mien pols had e-brökkn Ze kwam meteen op ziekenbezoek toen ik mijn pols had gebroken

Anstoan

Leuk vinden

Wat vin ie van oew kado, steet ‘t oe an? Wat vind je van je cadeau, vind je het leuk?

Anstoevn

Heel snel gaan

Umdet ze zich versloapen had, kwam ze anstoevn Omdat ze zich had verslapen, kwam ze er heel snel aan

Antrean

Starten

Alloh, het is tied, tread ‘n brommer ‘s an Vooruit, het is tijd, start de brommer eens


An wean

Inhalen, net zo ver zijn

Ik bin oe wier an Ik heb je weer ingehaald

Anwinn

Vooruitgaan

Hij was arg zeek ma wint al wier an Hij was erg ziek maar gaat al weer vooruit

Anwon

Gewoonte

Met de vingers knakkn is een raar anwon Met de vingers knakken is een rare gewoonte

Anzeggn

Bekendmaken

Toen Teun was geboorn hef zien va det an e-zeg bi de noabers Toen Teun was geboren heeft zijn vader dat bij de buren bekendgemaakt

Arfstam

Erfgenaam, stamhouder

Hij kwam as arfstam op de boerderi-je Hij was de stamhouder op de boerderij

Armood

Medelijden

Met zukke leu kö-j allenig armood hebbn Met deze mensen moet je wel medelijden hebben

Uitdrukkingen Aandere

Um ’t aandere

Om de beurt

Aap

D’r is ‘n aap uut de koonte vlöögn

Er is iets onverwachts gebeurd

Aap

’n Aap binn hebbn

Rijk zijn

Ach

Ie möt d’r ach op geevn

Je moet er goed op letten

Achterdale

D’r bi achterdaale kommn

Achter het net vissen

Achter -bokse

De achterbokse antrekkn

Niet doen wat is beloofd

Al

Al vedan, liek uut

Steeds maar rechtdoor

Annemn

Het is gin angenömmn wark

Er is geen reden om het heel snel te doen

An

An of van?

Wat wil je nou?

Appelweek

Appelweek ofhouwn

Een pak slaag geven

Arm

Wat an ‘n arm hebbn

Verkering hebben

17


Boer wèèn in disse tied

Alderbassend mooi boern Door Geert Stevens | Hooltns

De wereld is in bewèèging. Bewèèging, det is de weg noar verandering. Iedereen die is op weg noar iets aans. Iets aans is ok vaak mooi, ma de weg der noa toe mangs ok spannend. De wereld is altied in verandering en wi-j as boern zeker ok. Woer een paar generaties e-lene boern alleen mossn zörgn veur genog ettn, is de boer teengswoordig völ meer as det. Zörgn veur voldoende voedsel steet nog steeds op één, mar d’r is ok steeds meer oog veur de uutdagingn van de toekomst. De boer zörgt veur een geneuglijke leafomgeving en een mooi landschap. De boer leavert ok een belangrieke biedrage aan een bettere biodiversiteit, waterkwaliteit en hef ok oplossingn veur klimaatveranderingn. Op ons bedrief probeert wi-j met alle uutdagingn van de toekomst um te goan. Alle opgaavn komt op het boere-arf terechte. Saam met mien vrouwe steet het oons an om met disse thema’s aan de gang te goan. Wi-j vindt det alderbassend mooi. Saam met andere boern, onderzeukers en wetenschappers komme wi-j langzaam veuruit. Wi-j zeet ook det het nit altied gemakkelijk geet en det d’r mangs dinge ok onmeugelijk bint. En hier zö-j oons ok zeker oaver heurn. In de toekomst zal ok de techniek ons wieter goan helpn. Woar vrogger het boerenoog alles oaverzag, is d’r noe völle hulp van niejmoodse apparaatn om alles te mettn en vast te leggn. A-j völ weet, kö-j ok bettere beslissingn nemmn. Mangs kö-j ok te völle weetn en dan gif het boereverstand de deurslag.

18


Verandern heurt bi-j het leavn. Wie dörft met te bewèègn kan nog lang met in disse tied, en det geldt zeker nit alleen veur de boer… Ondanks det het boern in disse tied zien uutdagingn hef, is het mooi om boer te wèèn. Zeker in Hooltn. Op het Hoolterbrook is het nog steeds goed boern en leavn; het darp dicht bi-j en zicht op de Hoolterbarg. Hooltn is mien stea woar ‘t leavn vedan geet in röste en vrea.

19


Boer zijn in deze tijd

Ontzettend mooi boeren Door Geert Stevens | Nederlands

De wereld is in beweging. Beweging, dat is de weg naar verandering. Iedereen is op weg naar iets anders. Iets anders is ook vaak mooi, maar de weg ernaartoe soms ook spannend. De wereld is altijd in verandering en wij als boeren zeker ook. Waar een paar generaties geleden boeren alleen moesten zorgen voor genoeg eten, is de boer tegenwoordig veel meer dan dat.

20


Zorgen voor voldoende voedsel staat nog steeds op één maar er is ook steeds meer oog voor de uitdagingen van de toekomst. De boer zorgt voor een fijne leefomgeving en een mooi landschap. De boer levert ook een belangrijke bijdrage aan een betere biodiversiteit, waterkwaliteit en heeft ook oplossingen voor klimaatveranderingen. Op ons bedrijf proberen we met alle uitdagingen van de toekomst om te gaan. Alle opgaven komen op het boerenerf terecht. Samen met mijn vrouw vinden we het fijn om met deze thema’s aan de gang te gaan. Wij vinden dat ontzettend mooi. Samen met andere boeren, onderzoekers en wetenschappers komen we langzaam vooruit. We zien ook dat het niet altijd gemakkelijk gaat en dat er soms dingen ook onmogelijk zijn. En hier zul je ons ook zeker over horen. In de toekomst zal ook de techniek ons verder gaan helpen. Waar vroeger het boerenoog alles overzag, is er nu veel hulp van moderne apparaten om alles te meten en vast te leggen. Als je veel weet, kun je ook betere beslissingen nemen. Soms kun je ook teveel weten en dan geeft het boerenverstand de doorslag. Veranderen hoort bij het leven. Wie durft mee te bewegen kan nog lang mee in deze tijd, en dat geldt zeker niet alleen voor de boer… Ondanks dat het boeren in deze tijd zijn uitdagingen heeft, is het mooi om boer te zijn. Zeker in Holten. Op het Holterbroek is het nog steeds goed boeren en leven; het dorp dichtbij en zicht op de Holterberg. Holten is mijn plek waar het leven doorgaan in rust en vrede.

21


As….. Door Erica Meijerman - Dikkeboer | Hooltns

Een verhaal schrievn. Hoe moeilijk is dat? Het mag oaver van alles goan; een songtekst, fiktief, woargebeurd. Noa vier wekke van denken en oaverweagen kom ik hier noe op uut. As. AS ik niet op het platteland was geboren, ma in de stad, en dan bedoel ik de göttndrieter, dan had ik zeer waarschijnlijk himmoal gin plat e-kend. AS ik in een flatje had e-woond, had ik nooit kennis meugn maken met het noaberschap. Bin zo bliej det ’t hier wè zo is det ie de buren kent, elkaa goeiedag zegt en d’r bint veur elkaar en mekaa in de gaatn holt. En dan bedoel ik dus nit ’t gloepn, doar heb ik gin last van! Een boage maken met een feest, een welkom in de buurte bi ’n klèèn, tijdens ‘t groave koffie schenken en breudjes smeern. Alles um elkaa te steunn. Dan had ik ok gin kennis e-maakt met die mooiste feesten in de buurtschappn rondom Hooltn in die groote tentn. Wiele hebt het geluk det wie net noast zo’n mooie grote feestweide woont. Tijdens het Diekerhooks feest woer jong en old bi elkaar komt. Ik kan met de kruuwaagn noar huus worn ebracht, bi wieze van sprekkn. AS ik toch as jonge geboren was, dan had ik stoand kön pissn- hoe fijn möt det veuln- en dan kö’j oe soms iets makkelijker denkn. Hef veurdeeln, denk ik, ma as vrouwe heb ik niks te klaagn (jaja, ja det könt wiele ok wa). AS ik nit in de horeca terechte was ekommn… dan had ik noe gin café e-had en doar geniet ik juust zo van. Hoe meer zielen hoe meer vreugd. Ma ok de momenten woar ik met een klein koppeltje an ’t schap zit. Is geneugelijk.

22


Jong en oold komt d’r oaver de vloer, in warkkleding, op de klompn, hoge hakken, sportkleding, feestkleding - alles is goed. Een biertje pakken, biljartje leggen, darten, kaarten, dobbelen, ouwehoeren, kletsen, een harde wos der bie, feest vieren, het is elke dag weer anders. AS het Bruine café minder wordt, det lèès ie noe oaveral, det zol toch eeuwig zunde wèèn! Wi hebt in het cafe immers oonze eigen ‘live tinder’, facebook, krant en mening. AS besteet niet, in ieder geval nit op disse manier. Dus het is tied um af te sluutn. Ik zol zeggn: doe wat oe goed lik, geniet van ’t leavn. Det doo ik ok met mien gezin, café en alle gezellige mensen um mie hen. Geneuglijk!

23


Als….. Door Erica Meijerman - Dikkeboer | Nederlands

Een verhaal schrijven. Hoe moeilijk is dat? Het mag overal over gaan; een songtekst, fictief, waargebeurd. Na vier weken van denken en overwegen kom ik hier nu op uit. Als. ALS ik niet op het platteland was geboren, maar in de stad, dan had ik zeer waarschijnlijk helemaal geen dialect gekend. ALS ik in een flatje had gewoond, had ik nooit kennis mogen maken met het noaberschap. Ben zo blij dat het hier wel zo is dat je de buren kent, elkaar goedendag zegt en er voor elkaar bent en elkaar in de gaten houdt. En dan bedoel ik dus niet gluren, daar heb ik geen last van! Een boog maken voor een feest, een welkom in de buurt bij een baby, tijdens een begrafenis koffie schenken en broodjes smeren. Alles om elkaar te steunen. Dan had ik ook geen kennisgemaakt met die mooiste feesten in de buurtschappen rondom Holten in die grote tenten. Wij hebben het geluk dat we net naast zo’n mooie feestweide wonen. Tijdens het Dijkerhoeks feest waar jong en oud bij elkaar komen. Ik kan met de kruiwagen naar huis worden gebracht, bij wijze van spreken. ALS ik toch als jongen geboren was, dan had ik staand kunnen plassen – hoe fijn moet dat voelen – en dan kun je je soms iets makkelijker denken. Heeft voordelen, denk ik, maar als vrouw heb ik niks te klagen (jaja, dat kunnen wij ook wel). ALS ik niet in de horeca terecht was gekomen… dan had ik nu geen café gehad en daar geniet ik juist zo van. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Maar ook de momenten waar ik met een klein groepje aan de bar zit. Is gezellig.

24


Jong en oud komen er over de vloer, in werkkleding, op de klompen, hoge hakken, sportkleding, feestkleding – alles is goed. Een biertje pakken, biljartje leggen, darten, kaarten, dobbelen, ouwehoeren, kletsen, een harde worst erbij, feest vieren, het is elke dag weer anders. ALS het Bruine café minder wordt, dat lees je nu overal, dat zou toch eeuwig zonde zijn! Wij hebben in het café immers onze eigen ‘live tinder’, facebook, krant en mening. ALS bestaat niet, in ieder geval niet op deze manier. Dus is het tijd om af te sluiten. Ik zou zeggen: doe wat je goed lijkt, geniet van het leven. Dat doe ik ook met mijn gezin, café en alle gezellige mensen om me heen. Gezellig!

25


Woordenlijst Balg

Buik

Wi haddn piene in ‘n balg van te völle ettn Wij hadden buikpijn door teveel eten

Zich bangn

Bang zijn

Ik bangn mie toen ik zagge det d’r ne bolle in de wèère leup Ik was bang toen ik zag dat er een stier in de wei liep

Bas Beste

Schil, dop Schillen, doppen

Gooit de beste van de pinda’s ma op de groond Je mag de pindadoppen op de grond gooien

Bassn

Bovendijen

Die deerne hef beste bassn duur völle fietsn Dat meisje heeft flinke bovenbenen door veel fietsen

Batteri-je

Achterwerk

Grietje-meuje hef ne beste batteri-je Tante Grietje heeft een flink achterwerk

Beddegoanstied Berregoanstied

Tijd om naar bed te gaan

Alloh vrouwe, het is berregoanstied Kom vrouw, het is tijd om naar bed te gaan

Beddetog Berretog

Dekbedovertrek Ik heb het berretog buutn hangn Het dekbedovertrek hangt buiten

Zich bedoon

Zich bevuilen

Hij hef zich bedoane Hij heeft zich bevuild

Beduudn

Met gebaren aangeven

Zie beduudn det ik disse kaante op mos Ze gaf met gebaren aan dat ik deze kant op moest

Beelt

Heuvel

Ik bin bliej det ik boavn an ‘n beelt binne Ik ben blij dat ik bovenaan de heuvel ben

Beeste

Koeien

Den boer melkt 200 beeste Die boer heeft 200 koeien

Bèèznbos

Bessenstruik

Alle bèèznbusse bint mie dood e-goane Bij mij zijn alle bessenstruiken dood gegaan

Begatjen

Beetnemen

Zie hef oe mooi begatjet Ze heeft je mooi beetgenomen

Begrootn

Spijten

Het begroot mie det ik te laate binne Het spijt me dat ik te laat ben

27


28

Beiern

Slingeren

Ik zag eur fietsn, zie beiern oaver de weg Ik zag haar fietsen, ze slingerde over de weg

Bekkn

Foeteren

Hij begun te bekkn toen ze um vuur de gek heeln Hij foeterde toen ze hem voor de gek hielden

Bekweem

Lenig

Mien zwoager is slim bekweem Mijn zwager is erg lenig

Bescheed

Antwoord, reactie

A-j vanoamd komt, geef ik oe bescheed Als je vanoamd komt, geef ik je antwoord

Beumleuperke

Eekhoorn

Het boomleuperke poetst zien stat De eekhoorn poetst zijn staart

Beunn

Stoeien

De jongs ligt wier te beunn De jongens zijn weer aan het stoeien

Beteun

Schaars

As ‘t hard vrös, bint nieje schaatsn beteun Als het hard vriest, zijn nieuwe schaatsen schaars

Biester

Slecht

Gister harre wi biester weer Gisteren hadden we slecht weer

Bi-jkaans

Bijna

Ik heb ‘t book bi-jkaans uut Ik heb het boek bijna uit

Bi-jmeeze

Bijdehand persoon

Willy is ne bi-jmeeze Willy is erg bijdehand

Bizzn Bissn

Stressen

Loop nit zo te bizzn, wi hebt tied zat Loop niet zo te stressen, we hebben genoeg tijd

Blauwn Bloon

Bloeden

Het blauwn bes toen ik mie e-sneene harre Het bloedde flink toen ik me gesneden had

Blekkn

Blaffen

Oonzn hoond blekt allenig bi vrömd volk Onze hond blaft alleen als er vreemden komen

Blekkn

Hoesten

Hij is binnoa better ma het blekkn is nog nit oaver Hij is bijna beter maar het hoesten is nog niet over

Bleutn

Weide maaien

Jochem hef disse wèère bleut Jochem heeft deze wei gemaaid

Bliksiekaters Blikskaters

Jeetje

Bliksiekaters! Ie loat mie schrikkn Jeetje! Je laat me schrikken

Bliksems

Heel erg

Ik magge zo bliksems geerne pannekooke ettn Ik eet heel erg graag pannenkoeken


Bloasbalg

Opschepper

Den kearl is een ommeunigen bloasbalg Die man is een enorme opschepper

Blood

Zielig persoon

Det is toch zonnen blood Die man of vrouw is heel zielig

Bloond

Blauw, gekneusd

Ik heb geerne eapel die nit zo bloond bint Ik wil liever aardappelen zonder blauwe plekken

Boake

Paasvuur

Disse boake is ‘n grötsn Dit is het grootste paasvuur

Bod

Bericht

Doot ma effn bod a-j tied hebt Stuur maar een berichtje als je tijd hebt

Boekslaagn

Te snel ademen

Det kieske boekslaagt froai Dat kalfje heeft een veel te snelle ademhaling

Boezeroen

Bloes

He-j noe awier een ruutjes boezeroen e-koch? Heb je nu alweer een ruitjesbloes gekocht?

Boezig weer

Slecht weer

Wi pakt de tèènte in, het wordt boezig weer We pakken de tent in, het wordt slecht weer

29


30

Boh wisse

Jazeker

Kom ie op mien verjeurdag? Boh wisse! Kom je op mijn verjaardag? Jazeker!

Bokse

Broek

Wat vin ie van miene nieje bokse? Hoe vind je mijn nieuwe broek?

Boksenmoal

Ondertrouwfeest

Vrogger was ‘t boksenmoal een fees vuur de jonge leu Vroeger was het ondertrouwfeest een feest voor jonge mensen

Bok-oamd

Elkaar op Vanoamd goa-k vot, ik heb bok-oamd woensdagavond Vanavond ga ik weg, ik ga naar mijn verkering zien als je verkering hebt

Bolle

Stier

As de bolle löskump, mö-j oe waarn Als de stier losbreekt, moet je maken dat je wegkomt

Bölle

Stukjes

De vaaze völ in duuzend bölle uut mekaa De vaas viel in duizend stukjes uit elkaar

Bolln

Vruchtbaar zijn (koe)

De motorbolle kump, de starke bolt De K.I. komt, de vaars moet worden geinsemineerd

Bölkn

Boeren

Van cola mö-k altied alderbassend bölkn Van cola moet ik altijd ontzettend boeren

Bolwarkn

Voldoende capaciteit hebben

Met drei man kö-j het net bolwarkn Met drie personen kun je het werk net aan

Boolderjoarn Jeugdjaren

Ik heb miene boolderjoarn nog nit achter mie Ik gedraag me nog niet volwassen

Böös

Jasje

Hij hef het goeie böös an Hij heeft een mooi jasje aan

Bössel

Jongen

Det bint mie een paar mooie bössels Het zijn een paar leuke jongens

Bottnwark

Zwaar werk

‘n Gat grèèvn is bottnwark Een gat graven is zwaar werk

Bouwn

Ploegen

Den boer is de heele wekke an ‘t bouwn Die boer is de hele week aan het ploegen

Bouwmèèsterke

Kwikstaartje

Gruuwlijk wat mooi, det bouwmèèsterke Wat een prachtig kwikstaartje


Bozem

Schoorsteenmantel

Oonze trouwfoto steet bi mien moo op ‘n bozem Onze trouwfoto staat bij mijn moeder op de schoorsteenmantel

Braake

Bouwval

Hij wont in een braake van ‘n huus Zijn huis is een bouwval

Braandkaste

Verzekering

De peere zit in de braandkaste De paarden zijn verzekerd

Braandiezer

Gedreven persoon, met weinig geduld

Het mos meteene gebuurn, hij is zo’n braand-iezer Hij ging er meteen mee aan de slag, hij heeft geen geduld

Brekkedeer

Iemand die baldadig is

In ziene jonge joarn stun hij bekend as een brekkedeer Toen hij jong was, stond hij bekend als baldadig

Broadkoonte

Luie vrouw

Det mèènse is ne broadkoonte Dat is een luie vrouw

Broan

Repareren

‘n Knalpot is kepot, ku-j mie det wier terechte broan? De uitlaat is kapot, kun je die repareren?

Bröderkes

Kleine gebakken aardappeltjes

Wi et vanoamd bröderkes We eten vanavond kleine gebakken aardappeltjes

Broes

Schuim

Met zovölle broes kö-j nit ofwassn Met zoveel schuim kun je niet afwassen

Bromme

Standje

Mien moo gaf mie alwier bromme Ik kreeg alweer een standje van mijn moeder

Brömmels

Bramen

Goa-j met brömmels plukkn? Ga je mee bramen plukken?

Brood

Roggebrood

Het spit mie ma het brood is op Het spijt me maar er is geen roggebrood meer

Bröt

Plaat hout

Met dit bröt hoole wi het heuj en het stro apat Met deze plaat hout houden we het hooi en het stro apart

Brulfte

Bruiloft

Het is lang e-lene det wi ne echte brulfte haddn Het is lang geleden dat we een echte bruiloft hadden

31


Uitdrukkingen

32

Baas

Het is mie baas

Ik heb er geen controle over

Bapern

Ene vuur de kop bapern

Iemand een klap verkopen

Beene Beene

Van de beene goan Van de beene, det röst

Omvallen Even pauzeren

Begin

Ie kriegt met um gin begin en gin èènd

Hij is een twijfelaar

Betoefd

Hij is dikke betoefd

Hij is rijk

Biestern

Hij is op ‘n biestern

Hij is in de war

Blaank

Wie hef de blaankste billn

Wie levert de beste prestatie

Board

‘n Board d’r of kriegn

Stevig worden aangesproken

Boek

Ha-k ’n boek ma net zo plat a-k kuiere

Was mijn buik maar net zo plat als mijn taalgebruik

Bok

Hij hef mie bi ’n bok e-doane

Hij heeft me bedrogen

Bökkern

D’r op bökkern

Erop slaan

Bokse

Iemand de bokse opbindn

Iemand stevig aanspreken

Bokse

Uut de bokse goan

Plassen

Bokse

Achter de gebreide bokse goan Gaan slapen

Boksn

Iets vuur mekaar boksn

Iets voor elkaar krijgen

Bolln

Wierumme bolln

Terugkomen op je beslissing

Bot

Hier hond, he-j ‘n bot

Reactie als iemand je afsnauwt

Bot

Het geet mie duur ’n had bot

Ik vind het moeilijk om te accepteren

Botter

Zachte botter strik het beste

Als je voorzichtig handelt, bereik je meer

Bouwn

D’r nog een keer langsbouwn

Een rondje geven

Brèène

Te brèène scheetn

Te binnen schieten

Breudje

Den hef ‘n breudje in ‘n oam

Ze is zwanger

Brommer

Brommers kiekn

Vrijen

Burgemèèster

Iets burgemèèster maakn

Iets verorberen


Slatern Onze tante Dieka had altijd een leuk gezegde als ik had geknoeid en dat snel wilde opruimen: “Deerne, gif niks, wie had löp zut ’t nit en wie zachte löp dech d’r nit an”.


Bi ons op de kökkn Door Gea Stam-Beldman | Hooltns

D’r was is een klein kind det opgreujn in een gezellig, gastvri-j gezin in ’t buutngebied. Dat kind leern proatn in ’t plat van heur oolders, van eur oma, grote breur en zus. Zie leern det ze vies mochn worn en in de modder mochn springn umdat ze toch altied de oale bokse an haddn. Zie leern dat ze vrèèndlijk mossn wean. Zie leern saam spölln, brummels plukkn, voetballn, rolschaatsn, verstoppertje spölln, in de boom klimmn. Det alles gebuurn op ’t eign arf of bi de buurn. Ze leern det ze een wortel uut ’n moestuin mochn haaln, den een betje of mossn speuln of langs de bokse ofvriem en dan ko-j ‘m wa opettn. Een betje zaand ettn was ni arg, doar kree-j weerstand van. Gelukkig harn ze dan ok binnoa tut ni of nooit griep. Zonder zörge, zorgeloos leern ze af en toe methelpn, met peertjes rapen, eapel raapn, boontjes plukkn. Dat was eerst umdet ze det leuk vun. Later leern ze ok det niks vanzelf ging. Tussen ‘t spölln duur zag ze soms ok alle drokte van de oale leu, dat de va ok wal is een braand-iezer was en de wichter d’r een board wal ‘s ofkreegn. Zie zag dat d’r altied um eur hen wark was en ewarkt wörn. Maar d’r was altied tied vuur koffie tussen ’t hoasn, het bissn duur. Det kind zag ok völle volk an toafel en d’r was vaake visite. Altied was d’r koffiedrinkn. Zo leern ze luustern, lachn en heurn ze völle gesprekkn, heurn ze discussies an toafel zoals det heurt binnen elk normaal gezin en heurn ze heel völle grappn en grolln. D’r wörn dan ok völle lachn. Alles ging altied in ’t plat, dialect! De moeder wol ze nog wal ‘s Hollands leern maar doar kwam hoaste niks van. Gewoon plat en gin hooghaarlemmerdieks. Het vuurleazn en de kraante, det was wal in ’t Nederlands. Det schèèln nog iets vuur later op schoole, doar haddn de wichter nog iets gemak van. Op een dag mos moo noa de stad. ‘t Was nogal biester weer en ze gingen met de trein en det klèène kind moch met eur met.

34


Een hele onderneming. Doar ging ‘t hen. Zie zag op ’t station (vuur plattelandsbegrippen) een deftig meneertje loopn met een tasse. Det was hoogst interessant vuur eur en zie zea: “Mam, wat is det vonnun keerl dan?” En helderop en luid vrög det kleine meakn ok nog heel spontaan met een stroalend gezicht en zo plat as mar kan: ”Woer wil ie hen dan met die grote tasse?” De moeder schaamn en bangn zich wal un betje en geneern zich rot umdet eur kind zo onwies dialect en plat preut. Het kind zelf had doar gin flauw benul van det ze iets ni good dea, ze wis ni better. Den deftigen meneer leup al hoasnd snel vedan umdat den een trein op tied mos haaln en keek neusophalend minachtend noar de moeder umdat hij waarschijnlijk dacht, en hij dat ok wal kon heurn, en zag an de kleare: ‘Wat zijn dat dan voor boertjes?’ En waarschijnlijk dache ok nog: “Wat een bi-jmeeze is det kind”. Dissen keerl zei natuurlijk ni woer e hen ging en tut op de dag van vandaage weet ze nog ni woer det meneertje noar toe is e-goane met die grote tasse. Eigenlijk was dit een blood van een keerl en toen moo met ‘t kind wier tuuskwam, waarn ze ma wat bli-j. Wier op de èègn kökkn, ’n hoond blekkn. Den was tevreane met hoe ze warn en waarn wi wier in ‘t gewone doon. Gewoon, gewoon blievn en gewoon doon. Det geet d’r met striekn.

35


Bij ons in de keuken Door Gea Stam-Beldman | Nederlands

Er was eens een klein kind dat opgroeide in een gezellig, gastvrij gezin in het buitengebied. Dat kind leerde dialect van haar ouders, van haar oma, grote broer en zus. Ze leerde dat ze vies mocht worden en in de modder mocht springen omdat ze toch altijd de oude broek aan had. Ze leerde dat ze vriendelijk moest zijn. Ze leerde samen spelen, bramen plukken, voetballen, rolschaatsen, verstoppertje spelen, in een boom klimmen. Dit alles op het eigen erf of bij de buren. Ze leerde dat ze een wortel uit een moestuin mocht halen, deze een beetje af moest spoelen of langs haar broek afwrijven en dan kon je de wortel wel opeten. Een beetje zand eten kon geen kwaad, daar kreeg je weerstand van. Gelukkig hadden ze dan ook bijna niet tot nooit griep. Zonder zorgen, zorgeloos leerde ze af en toe mee helpen, met peertjes rapen, aardappelen rapen, boontjes plukken. Dat was eerst omdat ze dat leuk vond. Later leerde ze ook dat niets vanzelf ging. Tussen ‘t spelen door zag ze soms ook alle drukte van de ouders. Dat de vader ook wel eens een gedreven persoon was en de kinderen soms stevig werden aangesproken. Ze zag dat er altijd om haar heen werk was en gewerkt werd. Maar er was altijd tijd voor koffie tussen ’t stressen door. Dat kind zag ook veel mensen om de tafel en er was vaak visite. Altijd werd er koffie gedronken. Zo leerde ze luisteren, lachen en hoorde ze veel gesprekken, hoorde ze discussies aan tafel zoals dat hoort binnen elk normaal gezin en hoorde ze heel veel grappen en grollen. Er werd dan ook veel gelachen. Alles ging altijd in het dialect! De moeder wilde haar nog wel Hollands leren maar daar kwam bijna niets van. Gewoon plat en geen hooghaarlemmerdijks. Het voorlezen en de krant, dat was wel in het Nederlands. Dat scheelde nog iets voor later op school, daar hadden de kinderen nog iets voordeel van.

36


Op een dag moest moeder naar de stad. ‘t Was nogal slecht weer en ze ging met de trein en dat kleine kind mocht met haar mee. Een hele onderneming. Daar gingen ze. Ze zagen op het station (voor plattelandsbegrippen) een deftig meneertje lopen met een tas. Dat was hoogst interessant voor haar en ze zei: “Mam, wat is det vonnun keerl dan?” En helder en luid vroeg dat kleine meisje ook nog heel spontaan met een stralend gezicht en zo plat als maar kon aan die meneer: “Woer wil ie dan hen met die grote tasse?” De moeder schaamde zich wel een beetje en geneerde zich rot omdat haar kind zo onwijs dialect sprak. Het kind zelf had daar geen flauw benul van dat ze iets niet goed deed, ze wist niet beter. De deftige meneer liep al haastend snel door omdat hij een trein op tijd moest halen en keek ondertussen wel neus ophalend minachtend naar de moeder. Hij dacht waarschijnlijk en omdat hij dat ook wel hoorde en zag aan de kleding: ’Wat zijn dat dan voor een boertjes?’ En waarschijnlijk dacht hij ook nog: ‘Wat een bijdehandje is dat kind’. Deze meneer zei natuurlijk niet waar hij naar toe ging en tot op de dag van vandaag weten de moeder en haar kind nog niet waar dat meneertje naar toe is gegaan met die grote tas. Eigenlijk was het een zielig persoon en toen moeder en kind weer thuiskwamen, waren ze maar wat blij. Weer in de eigen keuken, de hond blafte. Die was tevreden met hoe ze waren. Weer lekker in hun gewone doen. Gewoon, gewoon blijven en gewoon doen. Dat is het allerbeste.

37


Boake Door Jasper Zwiers - Plakkie Plakson | Hooltns

Zo meestal teeng ‘t ende van ‘t joar begint ‘t bi de boakebouwers van Leggenbarg al wier een betje te jökkn, zie wilt weer geerne de Hoolterbarg in um vuur de boake al vaste takkn te verzameln.

38


Zo um de wekke geet dan ne beste koppel buurleu met mekaa op de waage ‘t bos in um d’r ‘n gezelligen dag van te maakn. ‘t Middag-ettn wodt dan deur enkele vrouwleu uut de buurte trechte maakt, vuural de jongs van ‘n Pier bunt gek op earpel. In noemdag nog efkes ans een tuintje glad maakn en dan ist tied um eerdoanig een pilsje te pakkn in de poasvuurkeet. Serieuze gesprekkn mar ok starke verhaaln komt vuurn dag. Zo kan ‘t ma zo wèèn det ‘t mangs geet oaver de eampn die de eerdbeazn anvret, ma vaake geet ‘t een heel andere kaante op. Hoe dichter wi dan richting de Poasen goat, des te meer hoolt der bi de boake kump te liggn, en ok wodt dan bedacht hoe ‘t almoal weer trechte möt kommen. Goein Vriejdag kump de hele buurte veurn dag um te helpen de boake oaverend te zettn. Zoaterdaangs venoemdag is der dan vaake nog tied um ut terrein glad te striekn, de tentn in te richn en iets apats kloar te maakn um de jury te ontvangn. Aans in noemdag ontvangt de buurtschap dan de jury en wodt de boake opgemettn en op kaantigheid beoordeeld. Gemeudelijk onder ‘t genot van nen boake-bitter en wat vretteri-je. Zo teeng de oamd an kump de huufkoare vuur riejn en geet ‘t richting Toontje um saam met de andere buurtschappn de priesuitreiking an te heuren, dit is altied een niet te umschrieven machtig geneuglijken oamd. ‘n Eersn poasdag smons wat brakkig ‘t berre uut um met de femilie te goan eiervrettn, betje uutboekn en waandeln in Hoolterbarg woar as de wichter drok bunt met eierkuuln. En dan soams roond een uur of achte is ‘t tied um de boake te ontstekkn... Komt det ammoal mar ’s een keer metmaakn!

39


Paasvuur Door Jasper Zwiers | Nederlands

Meestal begint het tegen het eind van het jaar bij de paasvuurbouwers van de Lichtenberg alweer een beetje te kriebelen, ze willen weer graag de Holterberg in om alvast voor het paasvuur takken te verzamelen.

40


Zo om de week gaat dan een grote groep buurtgenoten met elkaar op de wagen het bos in om er een gezellige dag van te maken. Het middageten wordt dan door een paar vrouwen uit de buurt klaargemaakt, vooral de mannen van ‘n Pier zijn gek op aardappels. ’s Middags nog even ergens in de tuin werken en dan is het tijd om maar eens een pilsje te pakken in de paasvuurkeet. Serieuze gesprekken maar ook sterke verhalen worden verteld. Zo kan het voorkomen dat het soms gaat over mieren die de aardbeien aanvreten, maar vaak gaat het een heel andere richting op. Hoe dichter we dan bij Pasen komen, hoe meer hout er bij het paasvuur komt te liggen, en ook wordt dan bedacht hoe het allemaal voor elkaar moet komen. Goede Vrijdag komt de hele buurt om te helpen om het paasvuur op te bouwen. Zaterdagsmorgens is er dan vaak nog tijd om het terrein netjes te maken, de tent in te richten en iets bijzonders te organiseren om de jury te ontvangen. Ergens in de namiddag ontvangt de buurtschap dan de jury en wordt het paasvuur opgemeten en op netheid beoordeeld. Gezellig onder het genot een paasvuurborrel en wat te snacken. Zo tegen de avond rijdt de huifkar voor en gaat het richting Toontje om samen met de andere buurtschappen de prijsuitreiking te horen, dit is altijd een onbeschrijfbaar prachtige avond. Op eerste paasdag ’s morgens wat brak het bed uit om met de familie eieren te vreten, een beetje uit te buiken en wandelen in de Holterberg waar de kinderen druk zijn met eieren rollen. En dan is het ’s avonds rond een uur of acht tijd om het paasvuur aan te steken… Kom dat allemaal maar eens een keer meemaken!

41


Brandweerleed Door K.I. | Hooltns Marian Rensen – van Niekaamp, Herman Steunenberg – de Schutte, Meindert Koopman – van Velink Anton, Albrecht Bulsink

Gait veurt met zien trekker duur het land Ja, Gait hölt niet van trammelant Hij trekt de voren strak en rech Gait is een keerl den niet völle zeg Hij ging met de giertank d’r achteran En spuit de driefmest op het land Gait genöt met volle teugen Det zol hem nog lange heugen Plots vlög doar een heujbarg in de brand Hij vreug zich of hoe det noe kwam De noabers schreeuwen hem too: Brand, brand, brand! Plots vlög doar een heujbarg in de brand Hij vreug zich of hoe det noe kwam De noabers schreeuwen hem too: Brand, brand, brand! Gait wol d’r hen zo rap as ’t kan En jag der dan ok steil op an De darper en de stadsleu vleugn opzied Toen ze nen Veenhuus zaagn spuiten met die driet De brandweer en de pelietsie kwam dr bie te pas En vreugn zich of van wie den driefmes was Zie zongen met zien allen: Brand, brand, brand!

42


Brandweerlied Door K.I. | Nederlands Marian Rensen, Herman Steunenberg, Meindert Koopman, Albrecht Bulsink

Gerrit rijdt met zijn trekker door het land Ja, Gerrit houdt niet van trammelant Hij trekt de voren strak en recht Gerrit is een man die niet veel zegt Hij gaat er met zijn giertank achteraan En spuit de drijfmest op het land Gerrit geniet met volle teugen Dat zou hem nog lang heugen Plots vloog daar een hooiberg in de brand Hij vroeg zich of hoe dat nu kwam De buren schreeuwden hem toe: Brand, brand, brand! Plots vloog daar een hooiberg in de brand Hij vroeg zich of hoe dat nu kwam De buren schreeuwden hem toe: Brand, brand, brand! Gerrit wilde erheen, zo snel als het kon En reed er dan ook recht op af De dorpelingen en de stadsmensen vlogen aan de kant Toen ze de Veenhuis zagen spuiten met de stront De brandweer en de politie kwamen eraan te pas En vroegen zich af van wie die drijfmest was Zij zongen met z’n allen: Brand, brand, brand!

43


Woordenlijst Daaldersplaatse

Beste plaats

Bi het toneel harre wi een daaldersplaatse Bij de voorstelling hadden we de beste plaatsen

Daangse kleere

Gewone kleren (niet je beste)

A-j uut schoole komt, mö-j daangse kleere andoon Als je uit school komt, moet je je gewone kleren aandoen

Daanknsweerd

Bedankt Om dankbaar voor te zijn

Het is daanknsweerd da-j mie e-hölpn hebt Bedankt dat je me geholpen hebt

Dagdurig

De hele dag

Het kind brulln dagdurig Het kind huilde de hele dag

Dakhaazn

Kat

D’r zit een dakhaazn op de schuure Er zit een kat op de schuur

Daale

Omlaag

De vleegmesjiene kwam had daale Het vliegtuig landde hard

Danverdan

Tegen die tijd

Danverdan kieke wi wa wieter Tegen die tijd zien we wel weer

Dauweln

Stoeien

De mööge warn an ’t dauweln De jongens waren aan het stoeien

Deerne Deerntje

Meisje

Det deerntje lik sprekkend op eur moo Dat meisje is sprekend haar moeder

Degennige

Degene

Degennige den 20 eier hef e-gettn hef noe boekzeerte Degene die 20 eieren heeft gegeten, heeft nu buikpijn

Delle

Voorhoofd

Toen hij zo dom proatn, wees zie noar de delle Toen hij zulke domme dingen zei, wees zij naar het voorhoofd

Dens

Stoot

Per ongeluk kreeg hij een dens vuur de kop Per ongeluk kreeg hij een stoot tegen zijn hoofd

Diekske

Weggetje met bomen

Wi loopt duur Boers diekske noar de bekke Wij lopen over Boers weggetje naar de (Schip)beek

Dikke

Dronken

Vurige wekke kwam hee dikke tuus Vorige week kwam hij dronken thuis

45


46

Distern

Bekvechten

Lig toch nit te distern of het Hooltns, Battems of Loarns is Zit toch niet te bekvechten of het Holtens, Bathmens of Larens is

Doekn

Bukken

Ie möt oe doekn a-j oonder het droad hen wilt Je moet je bukken als je onder het draad door wilt

Doesterig

Slaperig, duf

Noa het fees was hij doesterig Na het feest was hij duf

Doezendaalder

Deugniet

Sam is toch zo’n doezendaalder Sam is een echte deugniet

Dommedeern

Foeteren

Mien moo dommedeern toen ik met smerige beene binn kwamme Mijn moeder foeterde toen ik met vieze voeten binnenkwam

Dommeneern

Voorschrijven

Den kearl hoof mie nit te dommeneern wat ik möt doon Die vent hoeft mij niet voor te schrijven wat ik moet doen

Donders

Heel erg

Det was een donders gezellig feesje Dat was een heel gezellig feestje

Donderi-je

Ruzie

Bi eur is d’r vaake donderi-je Zij hebben vaak ruzie

Doonderschoer

Onweersbui

D’r zit een bes doonderschoer an de loch Er zit een flinke onweersbui in de lucht

Döppn

Knikkebollen

Goat toch noar berre, ie zit zo te döppn Ga toch naar bed, je zit zo te knikkebollen

Drammn

Zeuren

Hij kan zo duurdrammn as ‘t oaver politiek geet Hij kan zo doorzeuren als het over politiek gaat

Dramtitte Dram-oele

Zeurpiet

Ik loope gauw vedan want zie is zo’n dramtitte Ik loop snel door want zij is zo’n zeurpiet

Dreajstikkn

Treiteren

Ie heurt det hij an het dreajstikkn is Je hoort dat hij aan het treiteren is

Dreejschuute

Twijfelaar

Zie kan gin keuzes maakn, wat ne dreejschuute Zij kan geen keuzes maken, wat een twijfelaar


Dreideweggens

Op drie manieren

Ie könt het dreideweggens doon Je kunt het op drie manieren doen

Dreugproeme

Saai mens

Diana is ne dreugproeme Diana is een saai mens

Drievn

Opjagen

Zit nit zo te drievn! Jaag me niet zo op!

Drieste

Mooi

Deerne, wat bin ie toch drieste Meid, wat zie je er toch leuk uit

Drietding

Waardeloos ding

Dit drietding is zunde van ‘t geeld Dit prutsding is zonde van het geld

Drietebuul

Bangerik

Ik vin den kearl nen drietebuul Die man vind ik een bangerik

Drietn

Poepen

Het is lastig a-j oonderweg möt drietn Het is vervelend als je onderweg moet poepen

Drietpol

Graspol met koeienvla

Disse wèère steet vol met drietpölle Deze wei ligt vol graspollen met koeienvla

Droa

Sloom

Wat bin ie toch droa vandaage Wat ben je vandaag toch sloom

Droadneagel

Sloom iemand

Hij is zo’n droadneagel, kump nans met terechte Hij is zo sloom, krijgt niets af

Drossn

Tussenuit knijpen

Toen het wark begon, ging hij drossn Toen het werk begon, kneep hij er tussenuit

Duchn

Denken

Mie duch da-j genog e-had hebt Volgens mij heb je genoeg gehad

Dullerig ‘n Dul

Onnozel Onnozel persoon

Jacco kan zo dullerig kiekn Jacco kan zo onnozel kijken

Dummelig

Vergeetachtig, slaperig

Alberta zit dummelig in eur stool Alberta zit slaperig in haar stoel

Dun-egge

Slaap (op je hoofd)

Een klap op de dun-egge kan gevoarlijk wèèn Een klap op de slaap kan gevaarlijk zijn

Dutte

Deuk

Hij hef een grote dutte in ‘n auto Zijn auto heeft een grote deuk

47


Duurgaank

Doorgang, deur

Dit is ’n duurgaank noar de sloapkamer Dit is de deur naar de slaapkamer

Duurkaartn

Besluiten

Het wordt tied da-w duurkaart We moeten een besluit nemen

Duurkok

Stamppot

Bi oons tuus bi-w gek op duurkok Wij zijn thuis dol op stamppot

Duurstekkn

Herstellen

Gelukkig stek hij alwier een betje duur Gelukkig herstelt hij alweer een beetje

Duurtimmern

Het huis splitsen

De jonge leu wilt saamwonn, het huus wodt noe duurtimmerd De jongelui willen samenwonen, nu wordt het huis verbouwd en gesplitst

Nen bessn kearl Een Holtense vertelt enthousiast dat ze kennis heeft gemaakt met de nieuwe burgemeester: “Het lik mie nen bessn kearl, den Van Hoolt”. Ze schrikt er zelf van en corrigeert meteen: “Ach nee, hij heet natuurlijk Van Houdt”.

48


Uitdrukkingen Dag

Good vuur ‘n dag kommn

Er goed uitzien

Daale

D’r achter daale kommn

Niets krijgen

Dank

Dank oe det ‘t zo soest, det ‘t oe ma in de bokse broest

Heel erg bedankt

Dèènkn

Argens dèènkn op doon

Ergen op letten

Dikke

Zo dikke as ne koo

Stomdronken

Dikke

Mooi dikke en nit bange

Heel erg dronken

Doddn

Hij zit in doddn

Hij ziet het niet meer zitten

Dös

Op iemand dös kriegn

Iemand aantrekkelijk vinden

Doon

Vuur mien doon

Met mijn capaciteiten

Doon

Zo ‘t oe dut, zo ‘t oe geet

Je krijgt terug wat je zelf doet

Doon

Argens gin doon met hebbn

Ergens niet bij betrokken zijn

Doon

Argens met hen doon

Iets verwaarlozen

Doon

Iets te doon maakn

Iets veroorzaken

Doon

Het d’r umme doon

Het met opzet doen

Doon

Doot zo a-j zegt, dan leeg ie neet

Doe wat je hebt beloofd

Dreuge

Det spul is zo dreuge as Sinterkloas zien gat

Dit eten is uitgedroogd

Drietn

Den wil hoger drietn dan dat hij het gat hef zittn

Die heeft een hoop verbeelding

Drievn

Doe maar rustig aan A-j wilt drievn, mö-j scheupe nemmn. Witn en zwatn, dan kö-j dag en nach

Droad

Oonder ‘n droad hen vrettn

Drok

Zo drok as ne boer met ene koo Druk zijn met niks

Duch

Mie duch!

Nou en of!

Dure

Um de duure

Dicht bij huis

Duur

Doot ma neet zo duur, aans doot ze oe de duure tou

Doe maar gewoon

Duurhaaln

Iemand d’r duurhaaln

Over iemand roddelen

Vreemdgaan

49


Miene Deerns Frida Kampman – Krikkink - van de Hommelte uut Splo | Hooltns

Het geet oaver een köppeltje Deerns die al joar en dag met mekaa umme goat. Vanof ‘t begin van de legere schoole. Het was ok nit aans, zovölle meakes harre wi ok ni in de klasse zittn en zodöönig wön ie an mekaar e-koppeld um met mekaa te spölln. Det hef oons gin windeier e-leg, wi bint an mekaa blievn plakkn en noe al 53 joar dikke vriendinn. Ne ieder hef zo zien vaste plekke in ’t gezelschap. Zo bint der een paa die altied met ‘n snufferd vuuran stoat en een paa die altied een trad of wat der achteran loopt… det bin oonze drietebuuln. En doar bin ik d’r ok ene van. Sommigen van oons hebt det gewoon in zich en könt good duurkaartn. Det is ok mangs neurig. Aans kom ie nargens, ie komt gin trad wieter, ie blieft roonddrilln in ’t zelfde kringetje en der kump niks van op ’n klos. En zo zee-j ma wier det zoiets neurig is in gezelschap en het heult ’t köppeltje zo gleunig mooi in èèmwicht. Nem noe een verjeurdag ofsprekkn. Noh, ik kan oe vertelln; det hef heel wat um de hakkn. Vuurde-j ze oamoal op ’n zelfn mennigsen hebt zittn!

50


Zie hebt oamoal vanals bi ’n kop en bint drok, drok, drok! Teengwoordig doot wie det via de striekdeuze op de app. Zelf bin-k oalewets, en alles wa-k ofsprekke geet bi mie op ’n papiern kalender an de muure. Dan krie-k ’t umwiel nog ’s oonder oong en verslatere ik de boele neet. Bi enige regelmoat probeert wi met mekaa op stap te goan. ’n Dagje uut of wat bekiekn, ne workshop doon of zoas vurig joar de Bloesemtocht loopn. Bes vuur ’t moraal, bes vuur de butte, um neet van die stieve harkn te worn. Het heult oons een betje soepel en slok in de huppn. Zo’n heeln dag dreajt vuural umme ettn, drinkn en völle proatn. A-j an ’t èène van dag bint, is ’t nog ni stille en kwaakt hele spul nog volop! Ma as der ’n donderschoer boaven oonze Deerns hangt of doar löp der ene te dreajstikkn, könt wi-j ons ei altied wa bi mekaa kwiet. Doar bint d’r zelfs ’n paa bi die, as ze good op de veere bint, zo met ne riezebessem vot könt vleegn! Ma ie weet hoe ’n aandern in mekaa stekt, umde-j mekaa duur en duur kent. Wieter he-w ’t oamoal wa good vuur mekaa. Gin ene van oons hef ne droadneagel of draankörgel van keerl etröffn, en de wichter oamoal good te passe. Noh, wat wi-j nog meer? ‘Tel oe zegeningen’, zean ze bi ons tuus altied. Bi mien schoonmoo bint ze met veer Deerns begun en met mekaa dikke 82 joar laank vriendinn e-wes, vuurdet ze groove haddn van ’n eersn den uut de tied raakn. Tot op de dag van vandaage vesiet ze nog stöörig met mekaa! Zol mooi wean as wie-j det met oonze Deerns ok meugt beleavn. Fijn de-k ule an dag mogge doon, hoe het zoal met miene Deerns in mekaa stekt.

51


Mijn Vriendinnen Frida Kampman – Krikkink | Nederlands

Dit gaat over een groepje Vriendinnen dat al sinds jaar en dag met elkaar omgaat. Vanaf het begin van de lagere school. Dat kon ook niet anders, zoveel meisjes zaten er niet in de klas en zo werden we aan elkaar gekoppeld om met elkaar te spelen. Dat heeft ons geen windeieren gelegd, we zijn aan elkaar blijven plakken en nu al 53 jaar dikke vriendinnen. Iedereen heeft zo een eigen plek in de groep. Zo zijn er een paar die altijd met de neus vooraan staan en een paar die altijd een passen achterblijven… dat zijn onze angsthazen. En daar ben ik er ook eentje van. Sommigen van ons hebben het gewoon in zich en kunnen goed tot een besluit komen. Dat is soms ook nodig. Anders kom je nergens, je komt geen stap verder, je blijft ronddraaien in hetzelfde kringetje en er wordt geen beslissing genomen. En zo zie je maar weer dat een groep dit nodig heeft en het houdt de boel prachtig in evenwicht. Neem nou bijvoorbeeld een verjaardag afspreken. Nou, ik kan je vertellen; daar komt heel wat bij kijken. Voordat ze allemaal op dezelfde datum uitkomen! Ze zijn allemaal met van alles bezig en hebben het druk, druk, druk! Tegenwoordig doen we dat via de smartphone op de app. Zelf ben ik ouderwets en alles wat ik afspreek gaat op mijn papieren kalender aan de muur. Dan krijg ik het vanzelf nog eens onder ogen en vergeet ik niets. Met enige regelmaat proberen we samen op stap te gaan. Een dagje uit of iets bekijken, een workshop of zoals vorig jaar de Bloesemtocht lopen. Goed voor het moraal en goed voor je lijf, om geen stijve harken te worden. Het houdt ons een beetje soepel en lenig in de heupen. De hele dag draait vooral om eten, drinken en veel praten. Aan het eind van de dag is het nog niet stil en ouwehoert het gezelschap nog volop.

52


Maar als er donkere wolken boven onze Vriendinnen hangen of eentje zit niet goed in het vel, dan kunnen we altijd ons ei bij elkaar kwijt. Er zijn er zelfs een paar bij die, als ze goed opgefokt zijn, zo op een bezem weg kunnen vliegen! Maar je weet hoe de ander in elkaar zit, omdat je elkaar door en door kent. Verder hebben we het allemaal wel goed voor elkaar. Niemand van ons heeft een slapjanus of dronkenlap van een man getroffen, en met alle kinderen gaat het goed. Nou, wat wil je nog meer? ‘Tel je zegeningen’, zeiden ze vroeger bij ons thuis. Mijn schoonmoeder is met vier meiden begonnen en samen zijn ze ruim 82 jaar vriendinnen geweest totdat ze een begrafenis hadden toen de eerste overleed. Tot op de dag van vandaag gaan ze nog steeds bij elkaar op visite! Het zou mooi zijn als wij dat met onze Vriendinnen ook mogen meemaken. Fijn dat ik jullie heb mogen uitleggen hoe dat met mijn Vriendinnen zit.

53


Drukte in de steege Henk Hulsman - Boerendans | Hooltns

Bi oons in de steege is ’t mangs druk. Weer-ie wat ne steege is? Det is gewoon een weg woer ie overhen könt rieden. Ik dèènke det det vrogger een pad was noar ’n boernarf. Ie haddn dan van die akelig deepe spoers woer ie, a-j der met de fietse duur wolln, an ’t slingern kwammn en kats van de beene tommeln. A-j geluk haden, dan zat doar gin deepn sloot nöös, woer ie in kukeln met fietse en al.

54


Teengwoordig he-j allenig nog ma spoers in ’t laand van al die allemachtig grote trekkers die ze noe hebt. Ik snappe ok niks van die boern; zie haddn toch völle better met een peerd kön warken? Die zakkn lange nit zo ver in ’t laand. Met die trekkers maakt ze der ne grote drekboele van! Och, a-j neet met de boern te maakn hebt, snap ie der toch neet völle van hoe det toch geet. Nog neet zo lange e-lene kwam d’r ok zo ene uut ‘t westen an de duure. Zie was met de wichter bi ‘n aandere boer op ’t bedrief e-wes. De boerinne had teeng de wichter e-zeg: “Kom ma met noar de varkensschuure, dan zal ik oe kleine keuntjes loaten zeen.” Nou, en of die wichter wat e-zene haddn. Doar had een motte in het hok e-lèègn en die kleine keune van eur haddn die motte ummegooid en toen probeern ze ok nog om alle kneupe van eur jas af te trekkn! Nou ja, ik dèènke det ze det neet e-lukt is want die kneupe, det waren ollemoal speenn en die kon d’r echt neet of e-haald worn. Kiek, det krie-j dan met die kinder uut de stad, die begriept nit völle van wat ollemoal bi die boern gebuurt in de schuure. Könt ze ok niks an doon. Noe mag ik wa oppassen want aans dan zeg miene vrouwe: “Wat bin ie toch wier an ’t drammn.” Ja, mangs dan oaverkump mie det. Ik zal oe vertelln. Laatst was d’r een mèènse an de duure. Den wol alleen ma weten hoe det ze in Deamter kwammn. Ik heb eur zeg: ‘Ie fietst ma die kaante op en dan kom ie vanzelf in Deamter.” “O”, zeg det mèènse, “mien kearl dach det wille de aandere kaante op mossn mar ik dache: ik goa eers ma ’s vroagn vuur de gewissighèèd.” “Joa, want keerls könt ‘t ok wa ‘ns een èènkele kere mis hebbn”, zèè ik. Zo komt d’r wa vaaker leu an de duure die de weg vroagt, heb ik mooi kaans um wat van oons lèèven te vertelln. Met mekaa bint die leu de steege uut efietst op Deamter an.

55


Drukte in de steeg Henk Hulsman | Nederlands

Bij ons in de steeg is het soms druk. Weet je wat een steeg is? Dat is gewoon een weg waar je overheen kunt rijden. Ik denk dat het vroeger een pad was naar een boerenerf. Je had dan van dit akelig diepe sporen waar je, als je er met de fiets door wilde, aan het slingeren kwam en aan de grond klapte. Als je geluk had, dan zat er geen diepe sloot naast waar je intuimelde met fiets en al. Tegenwoordig heb je alleen nog maar sporen op het land van die allemachtig grote trekkers die ze nu hebben. Ik snap ook niks van die boeren; ze hadden toch veel beter met een paard kunnen werken? Die zakten lang niet zo ver in de grond. Met die trekkers maken ze er een grote modderbende van. Och, als je niet met de boeren te maken hebt, snap je er toch niet veel van hoe het gaat. Nog niet zo lang geleden kwam er ook zo eentje uit het westen aan de deur. Ze was met de kinderen bij een andere boer op het bedrijf geweest. De boerin had tegen de kinderen gezegd: “Kom maar mee naar de varkensschuur, dan zal ik je kleine biggetjes laten zien.” Nou, en of die kinderen wat gezien hadden. Er had een zeug in het hok gelegen en de kleine biggen van haar hadden de zeug omgegooid en toen probeerden ze ook nog om alle knopen van haar jas af te trekken! Nou ja, ik denk dat ze dat niet gelukt is want die knopen, dat zijn allemaal tepels, en die konden er echt niet afgehaald worden. Kijk, dat krijg je dan met die kinderen uit de stad, die begrijpen niets veel van wat er allemaal bij de boeren gebeurt in de schuur. Kunnen ze ook niks aan doen. Nu mag ik wel oppassen want anders zegt mijn vrouw: “Wat ben je toch weer aan het kletsen.” Ja, soms overkomt me dat. Ik zal het je vertellen.

56


Laatst was er een vrouw aan de deur. Ze wilde alleen maar weten hoe ze in Deventer moesten komen. Ik heb haar gezegd: “Je fietst maar die kant op en dan kom je vanzelf in Deventer.” “O”, zegt de vrouw, “mijn man dacht dat we de andere kant op moesten maar ik dacht; ik ga het eerst maar eens vragen voor de zekerheid.” “Ja, want mannen kunnen het een enkele keer ook wel eens mis hebben”, zei ik. Zo komen er wel vaker mensen aan de deur die de weg vragen, heb ik mooi gelegenheid om wat van ons leven te vertellen. Met elkaar zijn die mensen de steeg uit gefietst richting Deventer.

57


Woordenlijst Eampn

Mieren

Met azien kö-j eampn vot kriegn Met azijn kun je mieren wegkrijgen

Eapel

Aardappel

Teengwoordig et de leu meer ries as eapel Mensen eten nu meer rijst dan aardappelen

Eapelstikke

Aardappelpoter

De eapelstikke maakt mooie gèèter De aardappelpoter maakt mooie gaten

Echterkökkn

Kamer

Disse toafel kump in de echterkökkn Deze tafel komt in de kamer

Eèm-oolder

Iemand die even oud is

Eèm-oolders zit in hetzelfde jeugdteam In een jeugdteam is iedereen even oud

Eèng

Tot mezelf komen

Noe mö-k mie eers efkes èèng Ik moet eerst even tot mezelf komen

Eéng

Beheersen

Va reep: “Eéngt oe!” toen het kind begun te schreeuwn Vader riep: “Beheers je!” toen het kind begon te schreeuwen

Eèngsgedreajd

Eigenzinnig

Hij wil nit metdoon, is zo èèngsgedreajd Hij wil niet meedoen, is zo eigenzinnig

Eerdbeazn

Aardbeien

Wi bint gek op eerdbeazn We zijn geld op aardbeien

Eerdoanig

Eerzuchtig

Hij wil det vaste geerne doon, hij is eerdoanig Hij wil dat vast graag doen, hij is eerzuchtig

Eertieds

Vroeger

Eertieds kon nit völle wichter duurleern Vroeger konden niet veel kinderen studeren

Etgreun Etgarre

Nieuwe gras

De beeste loopt in het etgreun De koeien lopen in het nieuwe gras

Ettemoal

Maaltijd

Duur de vekaansie was het ettemoal laate Door de vakantie was de maaltijd laat

Ettik

Azijn

Wi doot altied ettik in ‘n sloat Wij gebruiken altijd azijn in de sla

59


Uitdrukkingen

60

Ei

Ieder ei hef zeum kuurn

Van eieren krijg je kuren

Ei

Det ei is zo had e-kokt, doar bint alle kuurn uut

Dat windt een man niet op

Ei

Een lul-ei had hebbn

Veel kletsen

Ei

Eier kuuln

Eieren rollen (met palmpasen)

Ei

Nit völle eier weerd wèèn

Je niet fit voelen

Ei

Det is het hele eier ettn

Zo zit het

Ei

Iemand het ei uut het gat vroagn

Alles willen weten

Eier

Eier met hööke

Kippenkeutels

Eier

Het geet nit um ‘t kakeln ma um het eier leggn

Het resultaat telt


Het is heel erg... Ommeunig, alderbassend, merakels, gloepns, gruwelijk, alderjekes, froai, donders, gleunig, kats, slim, smerig, bliksems, roem, machtig, akelig, finaal


Ezels Eddy Steegink | Hooltns

Wie is der noe wiezer? De mens of de ezel? Elke mon stoa ik vuur mien kökknraam, zie kiekt noar mie. As ik dan noar buutn loope, zegt ze mie altied goeindag. Ik geeve ze te ettn en te drinkn. Doarnoa komt zie altied efkes bi mie stoan of ’t leefste nog, teeng mie an. As ik nit good te passe binne, dan blieft ze stief nöös mie. Zie volgt mie as ik duur ‘t grös loope. Ik kieke noar de zunne die opkump achter den mooin Hoolterbarg. De beeste stoat achter mie, zie kiekt altied met mie met, welke weg ik ok loope. Mangs he-k hoas en dan he-k altied gin tied. Dan möt ‘t bi mie rap goan. Zie veult det an en begint teeng te stribbeln. Zie bint dan zo verdomde eingwies. Ma ik bin onwies gek met eur. Zie meajt vuur mie het grös en af en toe, dan doo ik ze ok ma efkes bi ons in tuin. Zo lig ‘t gazon der dan wier machtig mooi bi. Af en toe kump de hengst een paar daang op bezeuk. Noa 12 moand kump der een mooi vul uut. Een prachtig beest. En het leefst dut det de mooder met de kudde d’r bie, zo helpt ze mekaare en maakt ze kennis met de nieuwe kuddediern. En weet ie woerumme of de draagtied 12 moand is? Det kump umdet die lange oorn d’r nog an mut worn e-nèèid. Wi hebt een grote kudde beestn. Af en toe geet der ene dood. De kudde kump dan langs, ruk een keer an het dier. Doarnoa loopt ze met mekaare weg en begint ze met zien alln te balkn. Zie zeukt steun deur bi mekaar te stoan. Het geet mie ok ontzettnd an het harte as der ene de groep hef verloatn. En a-j dan 30 joar veur det dier heb e-zorgd, dan dut mie dit ommundig zeer.

62


Ok helpt de ezels mie bi mien wark bi “Kinderboerderij Dondertman”. Zie bint gek op ‘n stuk loopn en mien wark lig kot bi ‘n mooi natuurgebied Sallandse Heuvelrug. Af en toe nemt wi ok belangstellenden met vuur ’n wandeltocht. De ezels kriegt dan twee mandn op de rugge met wat te snaajn en wat te drinkn vuur onderweg. Dan goat wi wandeln oaver den mooin Hoolterbarg. De route die wi dan oflegt, det kent ze uut ’n kop. De leu vindt dit fantastisch; zie vindt ’t zo fijn met de beestn en de beestn veult zich fijn met de leu. Wie is der noe wiezer? De mens of de ezel?

63


Ezels Eddy Steegink | Nederlands

Wie is er nu slimmer? De mens of de ezel? Elke morgen sta ik voor mijn keukenraam, ze kijken naar me. Als ik dan naar buiten loop, zeggen ze me altijd goeiendag. Ik geef ze te eten en te drinken. Daarna komen ze altijd eventjes bij me staan, of ’t liefst nog, tegen me aan. Als ik me niet lekker voel, dan blijven ze dicht bij me. Ze volgen me als ik door het gras loop. Ik kijk naar de zon die opkomt achter de mooie Holterberg. De dieren staan achter me, ze kijken altijd met me mee, welke weg ik ook loop. Soms heb ik haast en dan heb ik niet altijd tijd. Dan moet het snel gaan. Ze voelen dat aan en beginnen tegen te stribbelen. Ze zijn dan zo verdraaid eigenwijs. Maar ik ben ontzettend gek op ze. Ze maaien het gras voor me en af en toe, dan doe ik ze eventjes bij me in de tuin. Zo ligt ’t gazon er dan weer prachtig bij. Af en toe komt de hengst een paar dagen op bezoek. Na 12 maanden komt er dan een mooi veulen uit. Een prachtig beest. En het liefst doet de moeder dat met de kudde erbij, zo helpen ze elkaar en maken ze kennis met de nieuwe kuddedieren. En weet je waarom de draagtijd 12 maanden is? Dat komt omdat die lange oren er nog aan moeten worden genaaid. We hebben een grote kudde dieren. Af en toe gaat er één dood. De kudde komt dan langs, ruikt een keer aan het dier. Daarna lopen ze met elkaar weg en beginnen ze met z’n allen te balken. Ze zoeken steun door bij elkaar te staan. Het gaat mij ook ontzettend aan het hart als er één de groep heeft verlaten. En als je dan 30 jaar voor dat dier hebt gezorgd, dan doet me dat ontzettend zeer.

64


Ook helpen de ezels me bij mijn werk bij “Kinderboerderij Dondertman”. Ze zijn gek op een stuk lopen en mijn werk ligt dicht bij een mooi natuurgebied Sallandse Heuvelrug. Af en toe nemen we ook belangstellenden mee voor een wandeltocht. De ezels krijgen dan twee manden op de rug met wat de snoepen en te drinken voor onderweg. Dan gaan we wandelen over de mooie Holterberg. De route die we dan afleggen, die kennen ze uit het hoofd. De mensen vinden dit fantastisch; ze vinden het zo fijn met de dieren en de dieren voelen zich fijn bij de mensen. Wie is er nu slimmer? De mens of de ezel?

65


Woordenlijst Fedusie Vedusie

Vertrouwen

Ik heb wèènig fedusie in disse plann Ik heb weinig vertrouwen in deze plannen

Fèèl

Dol

Grietje is fèèl op advekoat Grietje is dol op advocaat

Fèèle

Dweil

Met disse fèèle he-j de vloere zo wier schoone Met deze dweil is de vloer zo weer schoon

Fèèln

Dweilen

Mie moo fèèln op zoaterdag ‘t hele huus Mijn moeder dweilde zaterdags het hele huis

Fetuutn

Fratsen

Ik wor zo meu van zukke fetuutn Ik word zo moe van zulke fratsen

Fiddern

Rillen

Wat zit ie te fiddern, he-j ‘t koold? Wat zit je te rillen, heb je het koud?

Fiegeliern

Prutsen

Hij zat net zo lange te fiegeliern tut het ding wier deed Hij zat net zo lang te prutsen tot het ding het weer deed

Fien

Gelovig

Die leu met die zwatte kleere en heudje op bint fien Mensen met zwarte kleren en een hoedje op zijn gelovig

Fien den

Spar

Een kasboom is vaake een fien den Een kerstboom is vaak een spar

Fiesterig

Onaangenaam

Het is fiesterig koold Het is koud en guur weer

Finaal

Totaal

Den auto is finaal kepot Die auto is helemaal kapot

Fittebuul Fitterkloas Fitterkoonte

Zeurpiet

Mieke is ne fittebuul, het is nooit good genog Mieke is een zeurpiet, het is nooit goed genoeg

Fitterig

Precies

Ie möt nit te fitterig wèèn a-j kampeert Als je kampeert, moet je geen pietje precies zijn

Fittn

Zeuren

Det mèènse zit altied te fittn, het is nooit good Zij zit altijd te zeuren, het is nooit goed

Flantuutn

Fratsen

Ik wil een feesje zoonder flantuutn Ik wil een feestje zonder fratsen

67


68

Fleems

Vaag, niet fel

De zunne is fleems De zon is niet fel

Flisters

Kleine hoeveelheid

Bi oons kwamn d’r ma een paar flisters snee Bij ons viel er maar een klein beetje snee

Flodderbokse

Ongedurig persoon

Kee is ne flodderbokse, zie hef alwier een aandern Kee is ongedurig, ze heeft alweer een ander

Floddergood

Dunne stof

Det floddergood is geschikt vuur de zommer Deze dunne stof is geschikt voor de zomer

Fluitjeshoolt

Hout van lijster- Weet ie woer fluitjeshoolt greujt? bes (om fluitjes Weet jij waar lijsterbes groeit? mee te maken)

Foeke Foekvel

Rimpels

Wat hef det mèènse een foekn in de kop Wat heeft die vrouw veel rimpels in het gezicht

Foeke

Deuk

Zie hef ne foeke in ‘n auto Ze heeft een deuk in haar auto

Foezel

Jenever

Hij hef altied ne flesse foezel in de fietstasse Hij heeft altijd een fles jenever in de fietstas

Fosken

Ploeteren (door modder of sneeuw)

Het kind fosken duur ‘n snee Het kind ploeterde door de sneeuw

Fossn

Pak

D’r is een fossn snee kommn vandaage Er is vandaag een pak sneeuw gevallen

Fossn

Veel

Hij hef altied ‘n fossn geeld op zak Hij heeft altijd veel geld op zak

Franteern

Hanteren, aanpakken

Ik weete nog nit hoe ik det möt franteern Ik weet nog niet hoe ik dat moet aanpakken

Froai

Behoorlijk

Het rèèngt de leste daang froai völle Het regent de laatste dagen behoorlijk veel

Froeseln

Stoeien

Die jongs hebt aait wat te froeseln met mekaa Die jongens zijn altijd samen aan het stoeien

Fuske Fossn

Bosje Bos

Wat mooi da-j mie ‘n fuske bloomn metbrengt Wat leuk dat je me een bosje bloemen meebrengt

Fusseln

Aanklungelen

Hij schöt nit op, hij fusselt vedan Hij schiet niet op, hij blijft aanklungelen


Uitdrukkingen Fien

Fien op ‘n taand

Kieskeurig met eten

Foeke

Iemand in de foeke nemmn

Iemand voor de gek houden

Tou Gesprek tussen een paar boeren uit verschillende plaatsen. De ene boer vertelt dat hij ‘de beeste touvoort’. De andere boer vraagt verbaasd: ‘Maar koeien eten toch geen touw?’

69


Foj, foj, het geet krek allees Marjon Jacobs – Spenkelink - dochter van Jan van Miene | Hooltns

Al vrog in ’t leavn begint het feest. Bie de geboorte begint het en later goa-j noar de kleuterschoole en a-j zowat zesse bint, dan ma-j noar de grote schoole. Wat een schik he-w e-had op het schoolplein. Het meuiste warn vuur mie de echte knikkerpötjes. Ik heb völle knikkers e-wun ma der ok weer völle verspöld. En wat een wille a-j allene noar schoole meugn loopn met oew vriendin uut de stroate of, as ’t teengzat, met oew grote breur. Opgreuin in de joaren zeumtig was vuural buutn spöln. Völle belletjes drukkn, touwtje springn of buskruutn. Foj, foj, wat had wiele een wille. Det kwam natuurlijk ok umdet der nog nit zovölle tillevisie was. En van social media, det ha-w nog nooit e-heurd. Op woensdag en zoaterdag kekke wiele snomdaangs keenderprogramma’s, ik herinnere mie Stuif es in. En zoaterdagsoams zattn wiele met zien alln op de baanke veur de tillevisie met ‘n bakje chips. De legere schoole was vuurbie en ie slötn het of met ne musical. Doarnoa begon de middelbare schoole. Ik ging noar de huushoudschoole, De Marke. Mangs he-w wat uut de beuke leerd ma wi hadn vuural ommeunig völle lachen met de jongs en de deerns uut Hooltn, Battem en Markel. Met mekaa ging wiele noar de feesn in de buurte, noar de Maarkelse feest, de Battemse karmse en in Hooltn ha-w de braderie. De jonge leu die troffn mekaa toen bi de botsauto’s. In die tied ging wiele ok noar de discotheek De Waag. Ik heb doar völle tied veur en achter ’n tap deur e-brach. Mien va en moo stun dat nit zo an. Ma wi bleevn toch gewoon in Hooltn? Dus det begrep ik ni. A-k wier te late tuus kwamme zèè mien moo det het in eur tied heel aans was. Zie zei dan: “Ik zat ’t wa nit belèèvn ma later dèènk ie nog vaake an mie”. Wi genottn volop van het lèèvn en wi deedn oaveral het lech oet.

70


Ma noe, zovölle joarn later, bin-k e-trouwd, modder van twee wichter en heb een èèng bedrief. En het geet krek allees. Ok miene deerns ging noar de basisschoole en slöttn det of met ne musical. Doarnoa gung ze noar de Waerdenborch, een hele grote schoole. Doar zat ik, op ’n gaank, te wachn vuur ‘n tienminutengesprek met de mentor van mien ooldsen. Toen heurn ik ineens: “Hee Marjon” en ik zagge mien ooln leraar Engels van de huushoudschoole. Ik dache: ‘Oei, de’s ni bes asse mien naam noa dartig joar nog weet.’ Wi hebt effn geneuglijk met mekaa zittn kuiern oaver de wichter en de schoole. En hij zèè: “Nou, als je kinderen nu hier al op school zitten, dan gaat de tijd heel snel”. Ik dache: ‘Hij wodt oold, een joar hef nog stöörig 365 daang.’ De leste tied heb ik völle an de weure dach. Noe is ok oonzn jongsn al binnoa van de Waerdenborch of. Een uutzwaaidag en ‘t galafees det der bieheurt hef ze had. En het exaam hef ze ok al e-doane. Ma wat had den leraar toch geliek. De schooltied vleug vuurbi. De middelbare schoole ging völle gauwer as de basisschoole. Ok al hef een joar nog stöörig 365 daang. En net as vrogger ging de jonge leu völle op pad. Natuurlijk noar alle tentfeesn in de buurte ma ok noar een concertje hier of doar en effen lunchen of chillen met de deerns en de jongs. Wieter möt ze social media biehooln en foto’s poosten. Oondertussen warkn um alles te kön betaaln en oja; de schoole mos ok nog. Foj, foj. Les ha-k ’t nog met ’n jongsn oaver te late tuus kommn. Ik heurn miezelf zeggn: “In oonze tied ha-w dit en dan dee-w det zo. En ik zal ’t wa niet belèèvn ma later dèènk ie nog vaake an mie”. Het is machtig mooi um te zeen dat alles krek allees geet.

71


Feesten, het gaat weer precies net zo Marjon Jacobs – Spenkelink | Nederlands

Je hebt al vroeg in je leven feest. Het begint natuurlijk al met je geboorte, daarna voor het eerst naar de kleuterschool en als je bijna 6 bent dan mag je naar de grote school. Wat een plezier hebben we gehad op het schoolplein. Het mooist vond ik de echte knikkerpotjes. Ik heb veel knikkers gewonnen maar ook weer net zoveel verloren. Daarna is het feest als je alleen naar school mag lopen, samen met vriendinnetjes uit de straat of, als je pech had, met je grote broer. Het opgroeien in de jaren 70 bestond vooral uit buitenspelen. Vele belletjes lellen, touwtjespringen of een potje buskruit. Wat hadden wij veel lol. Dit kwam ook wel omdat er nog niet zoveel televisie was. En van social media hadden we nog nooit gehoord. We keken op de woensdagmiddag en de zaterdagmiddag tv naar kinderprogramma’s, ik herinner me Stuif es in. En op zaterdagavond zaten we met z’n allen op de bank voor de televisie met een bakje chips. De “lagere school” doorliep je lekker en je sloot het af met een musical. Daarna begon de middelbare school. Ik ging naar de huishoudschool, de Marke. Daar hebben we af en toe geleerd uit de boeken maar vooral ontzettend veel gelachen met de jongens en de meiden uit Holten, Bathmen en Markelo. Met elkaar gingen we naar de feesten in de buurt, naar het Markelose feest, de Bathmense kermis en in Holten hadden we de braderie. Jongeren ontmoetten elkaar toen bij de botsauto’s. In die tijd gingen we natuurlijk ook uit in de discotheek de Waag. Vele uren heb ik daar voor en achter de bar doorgebracht. Mijn ouders vonden dat natuurlijk niet altijd goed. Maar we bleven toch gewoon in Holten? Dat begreep ik dus niet. Als ik weer te laat thuiskwam zei mijn moeder dat het in haar tijd heel anders was.

72


Ze zei dan: “Ik zal het wel niet beleven maar later denk je nog vaak aan mij.” We genoten volop van het leven en we deden overal het licht uit. Maar nu, zoveel jaren later, ben ik getrouwd, moeder van twee kinderen en heb een eigen zaak. En de geschiedenis herhaalt zich. Ook mijn dochters gingen naar de basisschool en sloten deze af met een musical. Daarna gingen ze naar de Waerdenborch, een heel grote school. Daar zat ik op de gang te wachten voor een tienminutengesprek met de mentor van mijn oudste. Toen hoorde ik ineens “Hee Marjon” en ik zag mijn oude leraar Engels van de Huishoudschool. Ik dacht ‘Oei dat is niet best als hij na dertig jaar mijn naam nog weet.’ We hebben even gezellig zitten kletsen over de kinderen en de school. En hij zei: “Nou, als je kinderen nu al hier op school zitten, dan gaat de tijd heel snel.” Ik dacht: ‘Ach hij wordt oud, een jaar heeft nog steeds 365 dagen.’ De laatste tijd heb ik veel aan zijn woorden gedacht. Nu is onze jongste ook al bijna van de Waerdenborch af. De uitzwaaidag en het bijbehorende galafeest heeft ze gehad. En het examen heeft ze ook al gedaan. Maar wat had die leraar toch gelijk. De schooltijd is voorbijgevlogen. De middelbare school ging nog veel sneller dan de basisschool. Ook al heeft een jaar nog steeds 365 dagen. En net als vroeger is de jeugd veel op pad. Natuurlijk naar alle tentfeesten in de buurt maar ook naar een concertje hier of daar en even lunchen of chillen met de meiden en jongens. Verder moeten ze sociale media bijhouden en foto’s posten. Ondertussen werken om alles te kunnen betalen en oh ja school moet ook nog. Tjongejonge. Laatst had ik het met de jongste over te laat thuiskomen. Ik hoorde mezelf zeggen: “In onze tijd hadden we dit en deden wij het zo. En ik zal het wel niet beleven maar later denk je nog vaak aan mij.” Het is prachtig om te zien dat de geschiedenis zich herhaalt.

73


Woordenlijst Gaddarrian

Potverdikke

Gaddarrian, noe he-k alwier te völle betaald Potverdikke, nu heb ik alweer teveel betaald

Gaddern

Verzamelen, oprapen

De wichter bint druk met kastanjes gaddern De kinderen zijn druk met kastanjes verzamelen

Gaffel

Houten vork om worst op te hangen

Wi gebruukt een gaffel vuur de wos We gebruiken een vork voor de worst

Gangs

Aan de gang

Mie duch da-j het gisteroamd good gangs haddn Volgens mij ging het gisteravond behoorlijk te keer

Garre

Twijg

Piet had vrogger ne garre bi zich Piet had vroeger een twijg bij zich

Gasterd

Vies iemand

Stien is een gasterd, ik drinke doar gin koffie Stien is een vies persoon, ik drink daar geen koffie

Geaspeln

Scharrelen

De gaanze geaspelt langs de kaante van ‘n sloot De ganzen scharrelen langs de slootkant

Gedoane

Gek op geld, vrekkerig

Hij is zo gedoane, hij gif nooit wat bi ne collecte Hij is zo vrekkerig, hij heeft nooit iets bij een collecte

Gedoane

Onrustig

Bi de optocht warn de peere gedoane Bij de optocht waren de paarden onrustig

Geelddeuntjes

Dingen die geld kosten

Vuur disse geelddeuntjes he-k gin interesse Ik heb geen interesse in dingen die geld kosten

Geels

Helemaal niet

Det he-k oe nog geels nit verteld Dat heb ik je nog helemaal niet verteld

Geer

Uier

Bi de fokveedag kriegt beeste puntn vuur het geer Op de fokveedag krijgen koeien punten voor het uier

Geern

Schuin lopen

Det stuk laand geert slim Dat stuk grond loopt heel schuin weg (is niet rechthoekig)

Geetling Geeteling

Merel

D’r zit een nös jonge geetlingn in den boom In die boom zit een nest met jonge merels

Geetn

Schenken

Ik zal oe ne komme koffie ingeetn Ik schenk je een kopje koffie in

Geneuglijk

Gezellig

Vaake zitte wi geneuglijk bi ‘n heerd Vaak zitten we gezellig bij de open haard

75


76

Gengeln

Slenteren

Gengswieze Gangswieze

Langzamerhand Gengswieze hebt ze alle groond in de buurte e-koch Langzamerhand hebben ze alle grond in de buurt gekocht

Ge-rak

Lekkers

Ik kriege vanoamd op ’n verjeurdag mien ge-rak nog wa Vanavond op de verjaardag krijg ik vast allerlei lekkers

Gereerte

Keukenspullen

In de kökkn zit het gereerte in disse laatjes In de keuken zitten de spullen in deze laden

Gesloons Gesleunste

Organen

Noa de slacht maake wi melwos van het gesloons Na de slacht maken we balkenbrij van de organen

Gestrit

Kruis van een broek

De bokse trek in ’t gestrit De broek trekt in het kruis

Geurn

Opscheppen

Zie geurt met eur niejn jörk Ze schept op over haar nieuwe jurk

Gevallig

Aardig

Oonze nieje buurvrouwe is toch zo gevallig Onze nieuwe buurvrouw is zo aardig

Gevret

Ongedierte

Wi hebt gevret in ‘n kool We hebben ongedierte in de kool

Geworn

Omgaan

Met disse iphone kan ik bes geworn Ik red me prima met deze iphone

Giezeln

IJzelen

As het giezelt, goa ik nit vot met ‘n auto Als het ijzelt, ga ik niet weg met de auto

Glad

Netjes

Hij hef het altied glad um ‘t huus Rondom zijn huis is het altijd netjes

Glad

Helemaal

Hij was glad vergettn um ne kraante te koopn Hij was helemaal vergeten om een krant te kopen

Gleunig

Erg

Zie warn gleunig te passe Ze waren erg opgewekt

Gleunig

Gloeiend

Ie bint der gleunig bi Je bent er gloeiend bij

Glieve

Kier

De glieve in de duure kump duur de dreugte De kier in de deur komt door de droogte

Ik goa geerne gengeln in ‘t bos Ik slenter graag door het bos


Glimsmeer

Schoensmeer

Het pötje glimsmeer is uut-edreugd Het potje schoensmeer is uitgedroogd

Glippe

Snee

Zie hef ne glippe in de kop Zij heeft een wond aan haar hoofd

Gloepn

Gluren

As leu de gedienn dichte hebt, kö-j slech noa bin gloepn Wanneer mensen de gordijnen dicht hebben, kun je moeilijk naar binnen gluren

Gloepns

Heel erg

Den blikseminslag is gloepns kot bi De blikseminslag is heel dicht bij

Goanderweggens

Geleidelijk aan

Goanderweggens worn wi het eens met mekaa Geleidelijk aan werden we het eens

Godsgaanselijk

Helemaal

Gister hef het ’n godsgaanselijkn dag e-rèèngd Gisteren heeft het de hele dag geregend

Goegeln

Giechelen

Die wichter goegelt de hele tied Die kinderen zitten de hele tijd te giechelen

Gölln

Huilen

Dirk gölln toen hij e-valln was Dirk huilde toen hij was gevallen

Goodgoan!

Tot ziens! (het ga je goed)

Göttndrieter

Iemand uit de stad

Biezunder det zo’n göttndrieter gewoon Hooltns pröt Bijzonder dat deze stedeling gewoon Holtens spreekt

Göttngat

Afvoer in de waskamer

Bi het ofgeetn gingn de eapel met in ‘t göttngat Bij het afgieten gingen de aardappelen mee in de afvoer

Graans-oele

Mopperpot

Het is ok nooit good, wat ‘n graans-oele Het is ook nooit goed, wat een mopperpot

Graanzn

Mopperen

Harry kan zo graanzn Harry kan zo mopperen

Grei

Spul

Ik weete nit wat det greune grei op ‘n pizza is Ik weet niet wat dat groene spul op de pizza is

Greun

Rauw

Hier he-j greune eier en greune melk Hier heb je rauwe eieren en rauwe melk

Greuts

Trots, arrogant

Het kan een bes mèènse wèèn ma ik vin eur greuts Het is misschien een aardige vrouw maar ik vind haar arrogant

77


Greuzn

Gezond snaaien Dini greust geerne; zie hoolt van fruit Dini snaait gezond; ze houdt van fruit

Grewweln

Grommen

Ik bange mie as den hoond grewwelt Ik ben bang wanneer de hond gromt

Griepstuver

Klein beetje geld

Met folders roondbrengn, kö-j ne griepstuver verdeen Met folders rondbrengen, kun je wat geld verdienen

Gritske

Gaatje in de sok Noe heb ik alwier een gritske Nu zit er alweer een gaatje in mijn sok

Groaperd

Gulzig iemand

Anne is nen groaperd, löp al vuur de darde keer langs het buffet Anne is erg gulzig, loopt al voor de derde keer langs het buffet

Groezeln

Rillen van angst

Het groezeln mie toen ik det geluud heurn Ik kreeg rillingen van angst toen ik dat geluid hoorde

Gropmoo Gropvaa

Oma Opa

Gropmoo wont bi oons in huus Oma woont bij ons in

Groove

Begrafenis

Vuur veertien daagn bin ik noa ne groove wes Twee weken geleden ben ik naar een begrafenis geweest

Grummels Greumkes Grummekes

Kruimels

Beschuutn geeft een hoop grummels Beschuiten zorgen voor veel kruimels

Gruwelijk

Heel erg

Disse jongs hebt wier gruwelijk mooi e-zungn Deze jongens hebben weer heel erg mooi gezongen

Guurn

Uitvallen, eruit lopen

Mien kasboom guurn, ik heb um vot e-doane Mijn kerstboom verloor naalden, ik heb hem weggedaan

Uitdrukkingen

78

Gaas

Teeng het gaas jaagn

Klemzetten

Gange

In de gange hebbn

Aan de gang zijn

Gange

In de gange

Tegelijkertijd

Gangs

Zo gangs

Langzamerhand, zo meteen


Gat

Het gat vuur ’n bos trekkn

Zich terugtrekken

Gat

Zich het gat uut ’n hoakn loopn

Je heel erg inspannen

Gat

Ik kan het gat nog nit lichn of hoone ligt d’r al

Ik ben nog niet weg of mijn plek is al bezet

Gat

He-j nog meer vuur het gat te bindn?

Heb je nog meer wensen?

Gat

Goa ’t gat met vuuste sloan

Ga toch iets doen!

Gat

Slok in ‘t gat

Lenig

Gat

Vuur ‘t gat kriegn

Last van hebben

Gat

Het is op zien gat ekommn

Het is stilgelegd

Gedientjes

Woer het kump, hangt ok gin gedientjes

Niet zeuren, eet maar gewoon op

Geels

Geerne of geels nit!

Graag of niet!

Geevn

Van geevn wodt ginne koo vet Van geevn geet de koo dreuge stoan

Je moet niet alles weggeven

Gek

Vuur gek en onwies

Heel erg

Gek

De gek anstekkn

Voor de gek houden

Geluk

Geluk in tuk!

Veel geluk! Nieuwjaarswens

Gewaa

Gewaa worn

Merken

Glouwn

De ondeugde glouwt ‘m uut de oong

Hij kijkt ondeugend uit zijn ogen

Goan

As ’t nit geet zoas het möt, dan möt ‘t ma zoas het geet

Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan

Goan

Het geet d’r of Het geet d’r van

Het gaat er flink aan toe

Goan

Doar geet niks van of

Dat is zeker

Good

De good wies kepot hebbn

Niet helemaal sporen

Groondhoolt

Vuur ’t groondhoolt zittn

Financiele problemen hebben

Groot

Groot worn

Opgroeien, opvoeden

79


Wat is ‘t in Hoolten toch GENEUGLIJK Door Reeperbahner | Hooltns Bert Reijlink, Diederik Bronsvoort – Diederik van Snorrewind, Hens Janssen – Hens van Kalverderk, Martijn ten Wolthuis – Zum Wolthaus, Melliz Bosch, Ruben Hanevelt, Sjon Rodijk

Oh, wat is ‘t in Hoolten toch geneuglijk! Wi-j ziet mekaar het liefst nog in het echt Zit vaaker in ’t café as in de karke A-j ’t geneuglijk hebt dan he-j ‘t nog niet zo slecht Kearl wat he-k oe lange niet e-zene Goat toch zitten, nem nog wat van mi-j Vertel het es, dan nemmen wi-j dr ene Lekker met een stukske wos dr bi-j Oh, wat is ‘t in Hoolten toch geneuglijk! Wi-j ziet mekaar het liefst nog in het echt Vaaker in ’t café as in de karke A-j ’t geneuglijk hebt dan he-j ‘t nog niet zo slecht Wi-j bint hier vuur de Eagles of vuur Twente Voetbalt bi-j Rood-Zwart of bi-j Blauw-Wit De grootste boake steet hier in de lente Wi-j kent hier allemaal het Sallandlied Oh, wat is ‘t in Hoolten toch geneuglijk! Wi-j ziet mekaar het liefst nog in het echt Vaaker in ’t café as in de karke A-j ’t geneuglijk hebt dan he-j ‘t nog niet zo slecht In Hoolten doar helpen wi-j mekaare Gewoon effen vroagen hoe het met oe geet

80


Wa-j ok doet, wi-j loat oe in de waarde Gin ‘hangplek’, wi-j zit hier in de ‘keet’ Oh, wat is ‘t in Hoolten toch geneuglijk! Wi-j ziet mekaar het liefst nog in het echt Vaaker in ’t café as in de karke A-j ’t geneuglijk hebt dan he-j ‘t nog niet zo slecht A-j ’t geneuglijk hebt dan he-j ‘t nog niet zo slecht In Hoolten doar is ’t toch gleunig best!

81


Wat is ‘t in Holten toch gezellig Door Reeperbahner | Nederlands Bert Reijlink, Diederik Bronsvoort, Hens Janssen, Martijn ten Wolthuis, Melliz Bosch, Ruben Hanevelt, Sjon Rodijk

Oh, wat is ‘t in Holten toch gezellig! We zien elkaar het liefst nog in het echt We zitten vaker in ’t cafė dan in de kerk Als je het gezellig hebt, dan heb je het nog niet zo slecht Man wat heb ik jou lang niet meer gezien Ga toch zitten, pak er één van mij Vertel het eens, en dan nemen we er een Lekker met een stukje worst erbij

82


Oh, wat is ‘t in Holten toch gezellig! We zien elkaar het liefst nog in het echt Vaker in ’t cafė dan in de kerk Als je het gezellig hebt, dan heb je het nog niet zo slecht We zijn hier voor de Eagles of voor Twente Voetballen bij Rood-Zwart of bij Blauw-Wit Het grootste paasvuur staat hier in de lente We kennen hier allemaal het Sallandlied Oh, wat is ‘t in Holten toch gezellig! We zien elkaar het liefst nog in het echt Vaker in ’t cafė dan in de kerk Als je het gezellig hebt, dan heb je het nog niet zo slecht In Holten, daar helpen we elkaar Gewoon even vragen hoe het met je gaat Wat je ook doet, we laten je in je waarde Geen ‘hangplek’, we zitten hier in de ‘keet’ Oh, wat is ‘t in Holten toch gezellig! We zien elkaar het liefst nog in het echt Vaker in ’t cafė dan in de kerk Als je het gezellig hebt, dan heb je het nog niet zo slecht Als je het gezellig hebt, dan heb je het nog niet zo slecht In Holten daar is het toch geweldig goed!

83


Gleunig mooie tuindaang Dennis Krikkink - Beerboer | Hooltns

As onderdeel van de Beerboer-bloedlijn draag ik warme herinneringn met mie met oaver mien jeugd in Splo. Zo steet het mie nog good op ’t netvlies hoe glad de tuin altied was. Det kon eigenlijk ook niet aans, d’r was d’r namelijk ene altied ommeunig druk met. De godsgaanselijkn dag kon-e met allerlei grei gangs wèèn, net zo lange tot ’t himmoal glad was. Greuts was ‘e dan ok op de prestatie noa ’n langn dag krom liggn. De pien in de rugge en de pikzwarte haane nam ‘e veur lief. Wanneer ‘t dan stipt half dreie koffietied was, zag ie de eerste geeteling neerstriekn op de net geschoffelde groond. D’n één pier noa ’n andere pier verdween in de bek. D’r werd al mompelnd met ‘n stuk boterkoek in de moond, nog effn op e-markt dat den vogel wel de groaperd moch uuthangn moar de boel nie onder mos drietn. Want ja, dan mos de hogedrukspuit d’r ook nog bie kommn. En da’s toch altied zo’n gruwelijk geknooi. As klein kealtje von ik de tuindaang altied een hele gewaarwording. Ik moch dan ook wel ‘ns methelpn. ’n Betje skoffeln, hier en doar wat onkroed vottrekkn en wat nieje plaantn in de groond pottn. D’r werd mie ook altied wa met e-deeld wat vuur spul ik in de groond drukkn, moar verder dan de Helleborus heb ik het nooit onthooln. Ach, ik heb d’r nooit een griepstuver an oaver e-hooln. Nee, hoogstens ’n glippe in de haane van den verrekkn oale batse. Moar ik deed het met leefde, want het was toch oew moo, hè.

84


Prachtige tuindagen Dennis Krikkink | Nederlands

Als onderdeel van de Beerboer-bloedlijn draag ik warme herinneringen met me mee over mijn jeugd in Espelo. Zo staat het nog helder op mijn netvlies hoe goedverzorgd de tuin altijd was. Dat kon eigenlijk ook niet anders, er was namelijk iemand altijd ontzettend druk mee. De godganselijke dag met allerlei dingen bezig, net zo lang tot het er helemaal netjes bij lag. Trots op de prestatie na een lange dag kromliggen. De pijn in de rug en de pikzwarte handen werden voor lief genomen. Wanneer het precies om half drie koffietijd was, zag je de eerste merel neerstrijken op de pas geschoffelde grond. De ene worm na de ander worm verdween in de bek. Er werd al mompelend met een stuk boterkoek in de mond, nog even opgemerkt dat die vogel best gulzig mocht zijn maar de boel niet onder mocht schijten. Want ja, dan moest de hogedrukspuit er ook nog aan te pas komen. En dat is toch altijd zo’n vreselijk gedoe. Als klein jongetje vond ik de tuindagen altijd een hele belevenis. Ik mocht dan wel eens meehelpen. Een beetje schoffelen, hier en daar wat onkruid wieden en wat nieuwe planten in de grond potten. Er werd me ook altijd wel verteld wat voor spul ik in de grond zette, maar verder dan de Helleborus heb ik het nooit onthouden. Ach, ik heb er nooit een zakcentje aan overgehouden. Nee, hooguit een snee in mijn handen van die verrekte oude schop. Maar ik deed het met liefde, want het was toch je moeder, hè.

85


Woordenlijst Haampeln

Wiebelen met je stoel op twee poten

Zit nit zo te haampeln, straks val ie achteroaver Zit niet zo te wippen op je stoel, straks val je achterover

Haandstok

Wandelstok

Zie geet nooit zonder een haandstok Zij loopt nooit zonder wandelstok

Haanheulte

Plek in de nok ‘n Balkn zit vol tut boavn in de haanheulte van de boerderij De hooizolder is tot de nok gevuld

Haansn

Handschoenen

As ‘t koolder wodt, kriege wi de haansn wier an Als het kouder wordt, zoeken we de handschoenen weer op

Hagelschoer

Hagelbui

Wi haddn gister ‘n bes hagelschoer We hadden gisteren een flinke hagelbui

Hapscheere

Vrouw met scherpe tong

Zonne hapscheere goa ik leever uut de weg Bij een vrouw met een scherpe tong blijf ik liever uit de buurt

Harrel

Niets

Social media bint mie gin harrel weerd Ik geef niets om social media

Hèènig

Rustig

Doot ‘t hèènig an Houd het rustig. Doe voorzichtig

Heerschop

Persoon

Wat een apat heerschop löp doar Wat een bijzonder persoon loopt daar

Heggn

Hijgen

Het kosn mie heggn toen ik boavn an ‘n Zoerbarg wazze Ik moest hijgen toen ik bovenaan de Zuurberg was

Heistern

Stoeien

Ik hoole nit van det geheister van die wichter Ik hou niet van dat stoeien van die kinderen

Heistern

Zwoegen

Wat een geheister duur det lange grös Wat is het zwoegen door dat lange gras

Helder

Schoon

An de kleere kö-j wa zeen det hij niks te helder is Aan de kleren kun je wel zien dat hij niet zo schoon op zichzelf is

Hellig

Boos

Kiek toch nit zo hellig! Kijk toch niet zo boos!

Helligkop

Iemand die boos is

Wat een akeligen helligkop is det mèènse Wat een boze vrouw is dat

87


88

Helpn

Opereren

Hij hef zich loatn helpn an ‘t water Hij is geopereerd aan zijn urinewegen

Heufzeerte

Hoofdpijn

Van disse wien krie-j vaste heufzeerte Van deze wijn krijg je vast hoofdpijn

Heuglijk

Verwaand

Zie kan oe zo heuglijk ankiekn Ze kan je zo verwaand aankijken

Heure snien

Haar knippen

Mien opa leet hier de heure snien Mijn opa liet hier zijn haar knippen

Hiele

Zolder van de deel

Het heuj geet in de hiele Het hooi gaat naar de zolder

Hiemn

Benauwd zijn

Duur het stof mos hij akelig hiemn Door het stof werd hij heel erg benauwd

Hispeltje

Kleine, slanke vrouw

Den grootn kearl is e-trouwd met zon hispeltje Die grote man is getrouwd met een kleine, slanke vrouw


Hoed

Huid, lijf

Ik denke da-k griep hebbe, de hele hoed dut mie zeer Ik denk dat ik griep heb, mijn hele huid doet pijn

Hoedönig

Hoe

Hoedönig wo-j het hebbn? Hoe wil je het?

Hoekn

Zich niet lekker voelen

Den geet doar hoekn Je ziet dat hij zich niet lekker voelt

Hoekn

Kromlopen

A-j oolder wodt, goa-j meer hoekn Als je ouder wordt, ga je krommer lopen

Hof

Tuin

Wat ’n mooie bloomn he-j in ‘n hof Wat heb je mooie bloemen in de tuin

Hökkeln

Strompelen

Susan kump doar anhökkeln, zie löp slech Suzan strompelt, ze loopt slecht

Hööken

Plezier maken

Daldeejen en hööken in de tèènte Plezier maken in de tent

Hoolthouwn

Houthakken

Hij is gangs met hoolthouwn Hij is bezig met houthakken

Hooltluuske

Houtschuurtje

Het hooltluuske is noa disse winter aardig löög Het houtschuurtje is na deze winter aardig leeg

Hoonder

Kippen

Ne vos hef alle hoonder doot e-bettn Een vos heeft alle kippen doodgebeten

Hoonebloomn

Paardenbloemen

Disse wèère steet vol met hoonebloomn Deze wei staat vol paardenbloemen

Houwn

Slaan

Zie hef zich bes op ‘n vinger e-houwn Zij heeft flink op haar vinger geslagen

Humme

Ga opzij (koe/paard)

Humme! reep ze teeng de beeste Ga opzij! riep ze tegen de koeien

Hummes

Draai je eens om!

Hummes! Ik wil oe ankiekn Draai je eens om! Ik wil je aankijken

Huushenne

Huismus

Mien ene zuster is ne huusmusse ma mien aandere zuster is ne loopschuute Mijn ene zus is een huismus maar mijn andere zus is heel veel weg

Huuzn

Samenwonen

Met zo’n kearl kan gin vrouwe huuzn Met zo’n man kan geen vrouw samenwonen

89


Uitdrukkingen

90

Haane

Det is gin vette haane

Dat is een magere man

Haanheulte

Op tied noar de haanheulte goan

Op tijd naar bed gaan

Hakkn

Het hef heel wat um de hakkn

Het is ingewikkeld

Hakkn

Iemand de hakkn loatn zeen

Zich voor iemand bevinden (in een sportwedstrijd)

Half

Op zien halfdartiens doon

Halfslachtig, ongeïnteresseerd uitvoeren

Hals

Achter uut ’n hals kommn

Een uitbrander geven

Hellig

Zo hellig as ne spinnekop

Spinnijdig

Hemmel

As ‘n hemmel noar beneen valt, brekt de boonstökke

Je moet niet overal bang voor zijn

Hen

Het geet hen

Het gaat niet door

Henweg

Op de henweg mö-j ‘t pakkn

Pluk de dag

Hoeke

Op de hoeke zittn

Hurken

Hoeke

Op de hoeke goan

Plassen (vrouw)

Hof

’n Hof wil nit alleene wèèn

In de tuin is altijd wel werk

Hol

Een duure hol zettn

Een deur op een kier zetten

Hond

Een miezn hoond

Een vals iemand

Hooln

D’r is gin hooln meer an

Je kunt het niet tegenhouden


Houw op Tijdens de voetbalwedstrijd tegen Enter dreigde een handgemeen. Bestuurslid Wim Beijers kwam het veld in om te sussen. Het werd echter erger want hij riep: “Hou op!” en de voetballers verstonden: “Houw der ma op”!


Hellighèèd Door Teun Deijk - Mans van Sangel | Hooltns

Hellighèèd, eengwiezighèèd en onverstaand; zie goat vaake haand in haand. Het kan zo mar in één keer noar boavn kommn, as oe één of aandere hapscheere dommeneert wat wal of neet good is. Natuurlijk, ’t is better um èèm tut tiene te telln en heanig te bliem ma det lukt neet iederene. ’n Eén vlug d’r op as ne bok op ne haverkiste, ’n aandern wil d’r drek ophouwn. Het klookste is heanig bliem, as oe zo’n hispeltje het blood oonder de neagels vedan haalt. Hoolt de haane tuus en houwt d’r neet ma zo op lös. Ie komt d’r allene ma van achter ’n oasem. Ie könt wal achter uut ’n hals kommn ma dan begin ie hoe langer hoe meer te heggn. Weast verstaanig, dreait oe umme en goat hen. Zeukt aander vertier. Loaw helder wèèn; al die trammelant löst niks op. Kiekt um oe hen en zeet hoe völle hoonebloomn of ter in de wèère stoat. Die kö-j better plukkn vuurdet de haazn oe vuur bint. De blaa vuur de kniene en de bloomn um d’r ne mooin kraans van te maakn vuur de wichter. Doot wa haansn an, aans he-j de klauwn kaant oonder het melkdisselsap zittn en det he-j d’r nog neet zo rap wier of. Ie zölt zeen, ie wot d’r röstig van en bint de hellighèèd rap vergettn. Wat is ter noe meuier um met de wichter eam te rössn in het hoge grös en d’r achter kommn det de klèène deerne, nöös ne bi-jmeeze, ne hapscheere is diet ommeunig hellig kan worn. Zo is ze gangs met de knienblaa en eam later zit ze nöös oe op de hoeke. Zeet het an, loat ’t langs oe hen goan. Dèènkt trugge an de tied da-j al die veraanderende stemmingn zelf hebt mön verwarkn.

92


Det möt disse klèène hapscheere ok, het is een leerproces. Met de joarn krig ze det meer en meer oonder controle. Het is ne weg noar volwassenhèèd, diew oamoal hebt e-goane. Zie hef det neurig. Geniet van de mooie dinge in ’t kinderleam, want vuur daj d’r arg in hebt is det vuurbiej en bint het van die opschöttelingn diet oe de duure vuurbiej loopt. Ie zeet het: hellig wèèn, doar scheet ie niks met op en hellig bliem al helemoal neet. Gooit het onverstaand van oe of. Loat ’n armood van de wereld oe neet in zien mach krieng. Wèèst röstig en vrèèndelijk noar de leu. Hoe vaaker o-j achter uut ’n hals komt, hoe minder of ter noar oe wordt lusterd. Ie vangt meer vleegn met stroop as met azien.

93


Boosheid Door Teun Deijk | Nederlands

Boosheid, eigenwijsheid en onverstandigheid; ze gaan vaak hand in hand. Het kan zomaar ineens bovenkomen, wanneer een of andere bitch je voorschrijft wat wel of niet goed is. Natuurlijk, het is beter om even tot tien te tellen en rustig te blijven maar lukt niet iedereen. De één vliegt erop als een bok op de haverkist, de ander wil er meteen op losslaan. Het verstandigste is om rustig te blijven, ook als zo’n klein, tenger vrouwtje je het bloed onder de nagels weghaalt. Houd je handen thuis en sla er niet meteen op. Je raakt er alleen van buiten adem. Je kunt wel tekeergaan maar dan begin je alleen maar te hijgen. Wees verstandig, draai je om en ga weg. Zoek iets anders om te doen. Laten we duidelijk zijn; al dat geruzie lost niets op. Kijk om je heen en zie hoeveel paardenbloemen er in de wei staan. Die kun je beter plukken voordat de hazen je voor zijn. De bladeren voor de konijnen en de bloemen om er een mooie krans van te maken voor de kinderen. Doe wel handschoenen aan, anders heb je je jatten onder het melkdistelsap zitten en dat krijg je er nog niet zo snel weer af. Je zult zien, je wordt er rustig van en je bent de boosheid snel vergeten. Wat is er nu mooier dan met de kinderen even uit te rusten in het hoge gras en ontdekken dat de kleine meid niet alleen een wijsneus is maar ook een pittig ding dat ontzettend boos kan worden. Zo is ze bezig met de konijnenbladeren, even later zit ze op de hurken naast je. Zie het aan, laat het gebeuren. Denk terug aan de tijd dat je zelf al die stemmingswisselingen hebt moeten verwerken. Dat moet dit kleine heksje ook, het is een leerproces.

94


In de loop van de jaren zal ze dat meer en meer onder controle krijgen. Het is de weg naar volwassenheid die we allemaal hebben doorlopen. Ze heeft dit nodig. Geniet van de mooie dingen in het kinderleven want voor je het in de gaten hebt, is het voorbij en zijn het van de pubers die je deur voorbijlopen. Je ziet het: je schiet niets op met boos zijn en met boos blijven al helemaal niet. Wees verstandig. Laat de ellende van de wereld je niet in haar macht krijgen. Wees rustig en vriendelijk tegen de mensen. Hoe meer je tekeergaat, hoe minder er naar je wordt geluisterd. Je vangt meer vliegen met stroop dan met azijn.

95


Woordenlijst Iederbod

Telkens

Ie möt mie nit iederbod in de rede valln Je moet me niet steeds in de rede vallen

Iemnschoer

Bijenschuur

Mien opa heel bi-jn en hier was het iemnschoer Mijn opa hield bijen en hier was de bijenschuur

Inbeeln

Verwaand zijn

Naa mèènse, zie beelt zich ‘n hoop in Vervelende vrouw, ze is verwaand

Indoon

Inschenken

Zal ik oe ne komme koffie indoon? Zal ik je een kopje koffie inschenken?

Ingeetn

Inschenken

Zal ik oe nen borrel ingeetn? Zal ik je een borrel inschenken?

Inhuuzn

Bij iemand inwonen

Tut oons huus kloar is, huuze wi in bi mien zuster Tot ons huis klaar is, wonen we in bij mijn zus

Inkommn

Binnenkomen

Komt d’r effen in! Kom even binnen!

Inschuunn

Aanzetten tot baldadigheid

Opa schuunn het deerntje in Opa zette het meisje aan tot baldadigheid

Instippn

Dippen, indopen

Ie möt disse chips instippn in det sausje Je moet deze chips dippen in dat sausje

Inteeng

Tegemoet

Moo fietst het deerntje inteeng as ze uut schoole kump Moeder fietst het meisje tegemoet als ze uit school komt

Uitdrukkingen inteeng

Mekaa inteeng kommn

Onenigheid hebben

97


Woordenlijst Jaagn

Autorijden

Jaag toch nit zo hard, straks hoolt ze oe an Rijd toch niet zo hard, straks word je aangehouden

Jenn

Pesten

Hij mos huuln, zie haddn ‘m wier zittn jenn Hij moest huilen, ze hadden hem weer zitten pesten

Jens

Klap

Zie was zo hellig det ze ‘m een jens vuur de kop wol geevn Zij was zo kwaad dat ze ‘m een klap op zijn hoofd wilde geven

Joestern

Lawaai maken

Mö-j die deerns in de keet toch eens heurn joestern Hoor toch eens hoeveel lawaai de meisjes in de keet maken

Joeskern

Janken (van een hond)

As de hoond allenig tuus is, joeskert hij ‘n heeln dag Als de hond alleen thuis is, jankt hij de hele dag

Jökkeri-je

Jeuk

Van wat ettn krieg ik jökkeri-je Van sommige etenswaren krijg ik jeuk

Joonkvolk

Jongeren

Het is gezellig um joonkvolk op visite te hebbn Het is gezellig om jongeren op bezoek te krijgen

Juustement

Juist

Klopt het da-j nit metdoot? Juustement Klopt het dat je niet meedoet? Juist

Uitdrukkingen Joa

Joa joa

Het zal wel. Nee

Jongs

D’r kump wat jongs

Ze verwachten een baby

99


Woordenlijst Kaalnaaknd

Spiernaakt

Hij leep kaalnaaknd in ‘n tuin en de buurvrouwe schrök Hij liep naakt in de tuin en de buurvrouw schrok

Kaankerpit

Mopperkont

Jan is zo’n kaankerpit, nooit ’s positief Jan is zo’n mopperkont, nooit eens positief

Kaant

Netjes

Hij hef ‘t altied kaant um het huus Rondom zijn huis is het altijd netjes

Kabof

Groot, lomp gebouw of aanbouw

Wat ‘n kabof is die nieje schuure Wat is die nieuwe schuur een lomp gebouw

Kalverjoarn

Jeugd

Hans, Jan en Herman ken ik al uut miene kalverjoarn Hans, Jan en Herman ken ik nog uit mijn jeugd

Kapbarg

Hooiberg

Vrogger ging al het heuj in ‘n kapbarg Vroeger ging al het hooi in de hooiberg

Karmejakkn

Klagen, jammeren

Mö-j eur toch heurn karmejakkn, het is nooit good Moet je haar toch horen klagen, het is nooit goed

Kaskenade

Drukte, lawaai

Het was gister een kaskenade bi de buurn Het was gisteren een drukte bij de buren

Kaste

Grote vrouw

Oonze juffe is een kaste van ‘n wief Onze juf is een forsgebouwde vrouw

Kat-eker

Eekhoorn

He-j den kat-eker e-zene? Heb je de eekhoorn gezien?

Kat-oele

Kerkuil, torenuil In den boom zit ‘n kat-oele In die boom zit een torenuil

Kats

Heel erg

Doar heb ik mie kats op verkekkn Daar heb ik me heel erg in vergist

Kattnbak

Kofferruimte (van een auto)

De bosschoppn zit nog in ‘n kattnbak De boodschappen staan nog in de kofferruimte

Kattnkarmse

Lawaai, drukte

Het was hier gister een kattnkarmse Hier was gisteren veel lawaai

Kearl

Man

Den kearl van mie hef wier wat uutprakkezeerd Mijn man heeft weer wat bedacht

Keern

Vegen

Met een bessem keere wi de leste blaa vot We vegen de laatste bladeren weg met een bezem

101


102

Keeze

Kaas

Bi ome Jan kump d’r altied ne schaale met wos en keeze op toafel Oom Jan serveert altijd een schaal met worst en kaas

Kepot

Bedorven

Met die warmte geet de melk gauw kepot Door de warmte bederft de melk snel

Kesjottn

Groepsgenoten

Jochem ging met de kesjottn hen poasvuur sleppn Jochem ging met een groep een paasvuur bouwen

Keukeln

Omvallen

Toen wi eur lös leetn, keukeln ze umme Toen we haar loslieten, viel ze om

Keukeln

Ondeugd uitstralen

De oong keukelt ‘m in de kop De ondeugd straalt uit z’n ogen

Keulte

Kou

Met disse keulte kö-j wa haansn gebruukn Met deze kou heb je wel handschoenen nodig

Keun

Big

In het woapen van Hooltn en Riessen stoat drei keune In het wapen van Holten en Rijssen staan drie biggen

Ke-vak

Envelop

He-j nog ‘n ke-vak vuur dissn breef? Heb je nog een envelop voor deze brief?

Kevèènte

Bouwval

Op Funda zag ik dat ze vief ton vuur disse kevèènte vroagt Op Funda zag ik dat ze vijf ton voor deze bouwval vragen

Kiefte

Kieviet

In Deepn is het eerste kiefn-ei veun In Diepenheim is het eerste kievietsei gevonden

Kienn

Uitlopers

Disse earpel hebt kienn Deze aardappelen hebben uitlopers

Kieske Kiesje Kiesman

Kalfje

Ik möt eerst de kieskes voorn Ik moet eerst de kalfjes voeren

Kinnebakke

Wang

Noa het ettn had hij de kinnebakke vol vet Na het eten zaten zijn wangen onder het vet

Kirre

Jong paard

Jaap koch zich ne kirre op de peeremark Jaap koopt een jong paard op de paardenmarkt

Kiwwe

Kaak

Herman hef een poes an de kiwwe Herman heeft een bult op de kaak


Klabangs

Dreun

Zie sleug de duure met een klabangs dichte Ze sloeg de deur met een dreun dicht

Kladderig

Slecht

Foj, wat ‘n kladderig weer Bah, wat een slecht weer

Kladderig

Slechtzittend

As het rèèngt, he-k voort kladderig hoar Als het regent, zit mijn haar meteen slecht

Kladdn Klerreke

Klein beetje (vloeistof)

Ie hebt nog een kladdn in het glas Je hebt nog een klein beetje in je glas

Kladdn

Viezigheid

Ie komt vaste net uut ‘n stal, ie hebt de kladdn nog an de bokse Je komt zeker net uit de stal, je hebt de viezigheid nog aan je broek

Klamottn

Geld

Henk hef ‘n hoop klamottn Henk heeft veel geld

Klasseneern

Keuvelen, kletsen

Wi hebt nog gezellig zittn klasseneern We hebben nog gezellig zitten praten

Klepkoonte

Iemand die veel weg is

Ingrid is ne echte klepkoonte, is völle vot Ingrid is erg uithuizig, is veel weg

Kleppe

Slaag

Vrogger kree-j kleppe a-j nit lustern Vroeger kreeg je slaag als je niet luisterde

Kleppn

Op pad zijn

Zie mag geerne kleppn, is nooit bi huus Zij is graag op pad, is nooit thuis

Kloar

Schoon

Het was een hoop wark um de kökkn wier kloar te kriegn Het was veel werk om de keuken weer schoon te krijgen

Kloarloeder Kloarloeter

Zuiver, alleen maar

Het is kloarloeder ofguns van eur Dat is pure jaloezie van haar

Kloarmaakn

Dekken (tafel)

Wil ie de toafel kloarmaakn? Dek jij de tafel?

Kloarn

Borrel (jenever)

Wil ie bier of lever een kloarn? Wil je bier of liever jenever?

Kloetn

Klont

Ie hebt nen kloetn drek op de rugge Je hebt een klont modder op je rug

Klook

Slim

Die deerne is völle klooker as den jong Dat meisje is veel slimmer dan die jongen

103


104

Knappn

Schieten, knallen

Met niej joar wodt dr völle knapt Met nieuwjaar wordt er flink geknald

Knarre Knarn

Naar iemand

Bah, wat ne knarre is hij toch Bah, wat is hij toch een naar mens

Knas

Kraakbeen

In Vietnam et ze het knas van kippnbutte In Vietnam eten ze het kraakbeen van kippenbotten

Kneiwaang

Knieholte

Wis ie da-j de kneiwaagn ok könt vebraan? Wist je dat de knieholte ook kan verbranden?

Knellefikkn

Stevig knuffelen

As ik den klein zee, möt ik èèm knellefikkn Als ik dat kindje zit, moet ik even stevig knuffelen

Kneppe

Kapje van brood Doot mie de kneppe ma Ik wil het kapje wel

Kneppn

Viezigheid

As ik in ‘n tuin heb e-warkt, he-k mangs de kneppn op de rugge Als ik in de tuin heb gewerkt, heb ik soms de viezigheid op mijn rug

Knestern

Knarsen

Het zaand knestern mie tussen de taane Het zand knarste tussen mijn tanden

Knetterschuute

Luidruchtige vrouw

Foj foj, ie möt ni te lange bi zonne knetterschuute zittn Bah, je moet niet te lang bij zo’n luidruchtig mens zitten

Knibbeln

Kibbelen

Die wichter zit aait te knibbeln Die kinderen zitten altijd te kibbelen

Knief

Mes of zakmes

Met ’n good knief kö-j neagels knippn en kniene slachn Met een goed mes kun je nagels knippen en konijnen slachten

Knieperd Kniepköttel Kniepkoonte Kniepstuver

Zuinig persoon, vrek

Wat bin ie toch ne knieperd, ie könt d’r ok wa ‘s ene indoon Wat ben je toch gierig, jij mag ook wel eens een rondje geven

Knieperig

Zuinig

Doo toch nit zo knieperig, ie könt ‘t wa betaaln Doe toch niet zo zuinig, jij kunt het wel betalen

Kniepkul

Bange man

Janalb is ne kniepkul Jan Albert is bang aangelegd


Knippe

Portemonnee

Knoef

Kapje van brood Bi oons blif de knoef altied oaver Bij ons blijft het kapje steeds over

Knoevn

Kluiven

Ingrid is gek op bötte knoevn Ingrid houdt van botten kluiven

Knooikoonte Knooiekul

Knoeipot

De hele toafel is smerig, wat bi-j toch ne knooikoonte De hele tafel is vies, wat ben je toch een knoeipot

Knooin

Knutselen

Wim mag geerne knooin in de schuure Wim knutselt graag in de schuur

Knorraapn

Koolraap

Lus ie geerne knorraapn? Ben je dol op koolraap?

Knötterig Knoffelig

Kreukelig

Disse bloeze kump altied zo knötterig uut de wasse Deze bloes komt altijd zo kreukelig uit de was

Knötters

Kreukels

D’r zit alwier knötters in de bloeze Er zitten alweer kreukels in de bloes

Knullies

Kluns

Erik hef een blauwn doem, hij is een knullies Erik heeft een blauwe duim, hij is een kluns

Knuppel

Domoor

Wat bi-j toch ‘n knuppel da-j d’r wier intrapt Wat ben je toch een domoor om er weer in te trappen

Knuufke

Kapje van brood Doot det knuufke ma an de vogels Geef het kapje maar aan de vogels

Koezn

Sul

Töns is nen koezn Anton is een sul

Koezn

Kies

Ik hebbe zo’n las van mien koezn Ik heb zo’n kiespijn

Kökkern

Scharrelen

Den ooln kearl kökkert um het huus Die oude man scharrelt wat om het huis

Kons Kottens

Laatst

Kons stun ik ok al vuur ne dichte duure Laatst stond ik ook al voor een dichte deur

Kookn

Sul

An Hans he-j niks, hij is ‘n kookn Aan Hans heb je niks, hij is een sul

Kooldfiesterd

Koukleum

Ik zette de musse op, bin nen kooldfiesterd Ik doe de muts op, ben een koukleum

He-j de knippe bi oe? Heb je je portemonnee bij je?

105


106

Kopkeukeln

Kopjeduikelen

As kind kon Henny al nit kopkeukeln Als kind kon Henny al niet kopjeduikelen

Kopzeerte

Hoofdpijn

Ina nam een tabletje vuur de kopzeerte Ina nam een tabletje tegen de hoofdpijn

Kot bi

Dichtbij

Deamter is wieter vot ma Riessn is kot bi Deventer is verder weg maar Rijssen is dichtbij

Kotdoon

Geld wisselen

Kö-j mie det geeld kot doon vuur de collecte? Kun je me dat geld wisselen voor de collecte?

Kotkewwn

Kauwen

Dit vlèès is toa, het is lastig kotkewwn Dit vlees is taai, het is lastig kauwen

Kot-öömig

Kortademig

Noa de corona was ik nog lange kot-öömig Na corona was ik nog lang kortademig

Kot snien

In stukjes snijden

Ik zal een wos kot snien, ule lust wa wat Ik zal een worst snijden, jullie lusten wel wat

Kötteln Ankötteln

Treuzelen

A-j zo lange anköttelt, komme wi te laate Als je zo lang treuzelt, komen we te laat

Köttelpad

Bilspleet

Het zweet leep mie in het köttelpad Het zweet liep me in de bilspleet

Krange

Binnenstebuiten

Zoonder arg had ze ‘n trui krange an Zonder dat ze het door had, droeg ze de trui binnenstebuiten

Krek

Precies

Zo is het krek Zo zit het

Krengwaagn

Vrachtwagen die kadavers ophaalt

Gerrie zien va was chauffeur op de krengwaagn Gerrie’s vader was chauffeur op de vrachtwagen die kadavers ophaalt

Kreuze

Klokhuis

Van ne peere kö-j de kreuze röstig opettn Je kunt het klokhuis van een peer gewoon eten

Krewweln

Kriebelen

Ach toe, krewwelt mie ‘s oaver de rugge Ach toe, kriebel me eens op de rug

Krietn

Hard huilen

Van schrik begun zie te krietn Van schrik begon ze hard te huilen

Kristebèèzn Krisselbèèzn

Kruisbessen

Disse kristebèèzn bint nog nit riepe Deze kruisbessen zijn nog niet rijp


Kroam

Troep

Van mie maj-j den heeln kroam metnemmn Van mij mag je al die troep meenemen

Kroamschuddn

Op kraamvisite gaan

As den klein d’r is, komme wi meteene kroamschuddn Wanneer de baby is geboren, komen we meteen op kraamvisite

Krökkelig

Slecht ter been

Het veel mie op det ze wat krökkelig is Het viel me op dat ze wat slecht ter been is

Kuierbatse

Kletsmajoor

Den pröt zo vedan; wat ne kuierbatse Hij blijft praten; wat een kletsmajoor

Kuiern

Wandelen

Ik magge zo geerne een endje kuiern Ik wandel graag een stukje

Kuiern

Kletsen

Wi hebt geneuglijk zittn kuiern We hebben gezellig zitten kletsen

Kulln

Misgaan, mislukken

Het is mie ok wa ‘s e-kuld det ik de slöttels was vergettn Het is bij mij ook wel eens misgegaan omdat ik de sleutels was vergeten

Kunnig

Bekend

Den kearl kump mie kunnig vuur Die man komt me bekend voor

Kunnighèèd

Kennissen

Wi hebt kunnighèèd in Vlijmen We hebben kennissen in Vlijmen

Kuuknachtig

Dom

Zie kan zo kuukn-achtig doon Zij kan zo dom doen

Kuul-ei

Vreemd persoon

Gert-Jan vin ik biezunder, een ech kuul-ei Gert-Jan vind ik bijzonder, een vreemd persoon

Kuuln

Rollen

De eier kuult van de toafel De eieren rollen van de tafel

Kwaakn

Zeuren

Zie kwaakt oaver dinge die mie nit interesseert Ze zeurt over dingen die me niet interesseren

Kwakerd

Zeurpiet

Jeanet is ‘n kwakerd, vertelt nooit iets niejs Jeanet is een zeurpiet, vertelt nooit iets nieuws

107


Uitdrukkingen

108

Kaant

Van kaant of an

Precies op volgorde

Kaant

Kaant vergettn

Helemaal vergeten

Kaante

Achter de kaante

Uit het zicht

Kaste

Het vee in de kaste doon

Het vee verzekeren

Kaste

Iemand de kaste uutkeern

Iemand uitfoeteren

Kats

Kats van de wieze wèèn Kats van ‘t rabat wèèn Kats van de kaate wèèn Kats van de kettn wèèn

In de war zijn

Kauw Kew

Doar zit kauw in

Dat is taai

Kearl

Een kearl en een hoond möt roond

Mannen en honden zijn graag van huis

Keun

Wier kommn keune kiekn!

Kom nog eens terug!

Keuntje

De keuntjes lös in ‘t schot hebbn

Geen bh dragen

Kiekn

D’r achterhen kiekn

Op bezoek gaan

Kind

Kind van de berreplaanke

Kind dat 9 maanden na de bruiloft is geboren

Kippn

Die goat met de kippn op het rikke

Ze gaan vroeg slapen

Kladdn Klarre

Ne kladdn an ‘t gat hebbn ‘n Klarre an de koonte hebbn

Iets onwettigs gedaan hebben

Klap

Klap vuur het gat, dan he-j de hele wekke wat

Kloetn

Loat het oe an kloetn trekkn

Krijg het heen en weer

Klook

Mangs is ‘t klook a-j oe dom hoolt

Soms kun je beter niets zeggen

Klos

Doar kump niks van op ’n klos

Daar komt niets van terecht

Klungels

Het is um kot langs de klungels e-goane

Dat was op het nippertje

Klungels

Het um de klungels kriegn

(de wedstrijd) verliezen

Kneip

Het is te kneip

Waag het maar!


Knippe

De voes op de knippe hooln

Zuinig zijn

Knippe

De haand op de knippe en met de voes op toafel sloan

Weten wat je wilt

Knolln

De knolln op hebbn

Doodmoe zijn

Knooin

Vedan knooin

Aanmodderen

Koe

A-j de koe in de koonte könt kiekn Als je alles van tevoren weet

Koe

De leste koe dut het hekke toe

De laatste moet de deur dichtdoen

Koffie

Koffie met ‘t bloote gat

Koffie zonder koekje

Kollnhok

In het kollnhok wes wèèn

Te zware oogmake-up hebben

Kommn

Det kump d’r nit zo op an

Dat hoeft niet zo precies

Körve

Het oe oaver de körve loopn

Het je teveel worden

Koo-kante

De koo-kante nemmn

De veilige weg kiezen

Koonte

Den hef de koonte ok nit kloar

Hij is ook betrokken

Koonte

Met de koonte op de löppe

Veel aandacht voor het andere geslacht

Koonte

Het an de koonte kriegn

De wedstrijd verliezen

Kop

Kot vuur de kop wèèn

Kattig of kortaf zijn

Kop

De kop verkeerd hebbn stoan

Chagrijnig zijn

Krange

Krange in de kop wèèn

Boos zijn

Krap

D’r krap langs goan

Het scheelt weinig

Krek

Krek wa-k wol

Precies wat ik wilde

Krek

Krek allees

Precies hetzelfde

Krietnd

Krietnd zoer

Heel erg zuur

Krul

In ‘n krul loopn

In de soep lopen

Krulln

Het kan oe krulln

Het kan misgaan

Kul

Oaver ’n kul hen buurn

Boven je macht tillen

Kul

Hij hef zichzelf in ‘n kul e-bettn

Hij heeft zichzelf benadeeld

Kuukn

Zo dom as ‘n èèn-kuukn

Oerdom

Kuuln

Loat ma kuuln Loat ma kuuln, ’t löp wa lös

Maak je er niet druk om 109


Keunestetjes-oamd Jaap Huisman | Hooltns

As kastelein van Bie Toontje vreugn ze mie of ik ok met wol doon met een Hooltns verhaal. Joa ezeg en ik kreege de letter K… noh ja, dagelijks heu-jt om oe hen, links umme of rechts umme! Kut! Mar det zol wa ni de bedoeling wèèn om doar over te schrievn. Het toeval wil, dat ik net gangs wazze um de vloere van de kroeg te keern noa da-w Keunestetjes-oamd haddn e-had. Ie weet wa, nen gezelligen oamd van carnavalsvereniging De Fienpreuvers, woar a-je prieze kunt winn met spöllekes as 10 over rood, rad van avontuur, een lotteri-je en meer van die ongein.

110


Miene gedachten dwaaln of noa wat ze mie haddn verteld hoe het vrogger ging bie Waterjan. Een allerbastends volle kroeg met allemoal rokers. De kniene en fazaantn hung onder ‘t schap en op de leere hung ‘n heel half keun, of zo a-j wilt, een half keun heel. De gelukkige gung later al slingerend op huus an met ‘t keun op ’n nekkn. En of dit noe kwam van ‘t gewicht of van de sapjes, wie ‘t weet mag ‘t zeggn. Vandaage an ‘n dag geet det wa heel aans, zeker in disse tied. Ie wint de hoofdpries en kriegt ne bonne veur Keurslageri-je Brands. Doar zörgt Geert d’r vuur da je ‘m diepvrieskloar op könt haaln… zachtjes neuriën ik het refrein van ‘t liedje Old en allene, det meester Brouwer hef e-schreevn veur ’n wek-ofsluting: “Vrogger, vrogger, ‘t mooie van vrogger bin ‘k kwiet”. Hard gebongs op de ruutn deed mie ontwaakn uut mien dreum. Och ja, het was a zogangs koffietied en doar stun de mööge Toontje en Soer, kunnig volk dus, vuur de duure. Twei gezwoorn kammerööre, det ma-j wa zeggn. Ne deuze met èèngs gebakkn kniepertjes bie zich, want ja, zie wan a wier op pad veur de Supportersclub der Roodzwattn um de kas te spekkn. Koffie, ne busse slagroom en kniepertjes op toafel, met op de achtegrond De Engelbewaarder van Marco Schuitmaker, wön d’r gezellig noaproat over den mooin geslaagn keunestetjes-oamd. Dissen en denne d’r duur e-haald en wat ’n wille, wat ‘n wille hou-w e-had. Buutn begun ze a wier te knappn en ’t wörn tied um de boel an kaante te maakn. Want vuur da-j ’t weet, stoat ze vuur ‘n oolnjoarsborrel wier op de stoepe. Moraal van dit verhaal: vandaage an ‘n dag, is ‘t krek allees as vrogger, ma dan aans!

111


Verwerping Jaap Huisman | Nederlands

Als kroegbaas van Bie Toontje vroegen ze me of ik ook mee wilde doen met een Holtens verhaal. Ja gezegd en ik kreeg de letter K… nou ja, dagelijks hoor je het om je heen, linksom of rechtsom! Kut! Maar het zou wel niet de bedoeling zijn om daarover te schrijven. Het toeval wil dat ik net bezig was om de vloer van de kroeg te vegen nadat we verwerping hadden gehad. Je weet wel, een gezellige avond van carnavalsvereniging De Fienpreuvers, waar je prijzen kunt winnen met spelletjes als 10 over rood, rad van avontuur, een loterij en meer van die ongein. Mijn gedachten dwaalden af naar wat ze me hadden verteld over hoe het vroeger ging bij Jan Maats. Een ontzettend volle kroeg met allemaal rokers. De konijnen en fazanten gingen onder de bar en op de ladder hing een heel half varken, of als je dat liever hebt, een half varken heel. De gelukkige ging later slingerend naar huis met het varken op zijn nek. En of dit nu kwam van het gewicht of van de sapjes, wie het weet, mag het zeggen. Tegenwoordig gaat dat wel heel anders, zeker in deze tijd. Je wint de hoofdprijs en krijgt een bon voor Keurslagerij Brands. Daar zorgt Geert ervoor dat je hem diepviesklaar op kunt halen…. zachtjes neuriede ik het refrein van het liedje Oud en alleen, dat meester Brouwer heeft geschreven voor een weekafsluiting: ‘Vrogger, vrogger, ‘t mooie van vrogger bin ‘k kwiet’. Hard gebons op de ramen liet me ontwaken uit mijn droom. Och ja, het was alweer bijna koffietijd en daar stonden de vrienden Toontje en Soer, bekend volk dus, voor de deur. Twee gezworen vrienden, dat kun je wel zeggen. Een doos met zelfgebakken kniepertjes bij zich, want ja, ze waren alweer op pad voor de Supportersclub van de Roodzwarten om de kas te spekken.

112


Koffie, een spuitbus slagroom en kniepertjes op tafel, met op de achtergrond De Engelbewaarder van Marco Schuitmaker, en er werd gezellig nagepraat over de mooie, geslaagde verwerping. Wat geroddeld over een paar mensen en wat een lol, wat een lol hebben we gehad. Buiten begonnen ze alweer vuurwerk af te steken en het werd tijd om de boel op te ruimen. Want voor je het weet, staan ze alweer voor een oudejaarsborrel op de stoep. Moraal van dit verhaal: tegenwoordig gaat het net als vroeger, maar dan anders!

113


K.I. Door K.I. | Hooltns Marian Rensen – van Niekaamp, Herman Steunenberg – de Schutte, Meindert Koopman – van Velink Anton, Albrecht Bulsink

A-j van Hoolten goat noar ’n Diekerhook Dan kom ie duur het brook Doar steet een gebouw zo rond en groot En wie weet wat de bollen doar doot Doar loopt der wal een stuk of tig Beeste loopt der geels nich K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I.

Het sop det geet der in de pot Tut ze ‘t wier gebruken mot KI KI, de’s niks vuur mie Der kump geels ginne vrouwe bie KI KI, de’s gin natuur Hool het reppeln toch ma puur K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I. KI, KI is de naam van onze band In de wereld nog onbekend Maar een begrip vuur elke Twent KI, KI de’s wat wie bent KI, Ki doot nog ma een keer Want later kan ’t misschien neet meer K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I. A-j van Hoolten goat noar ’n Diekerhook Dan kom ie duur het brook Doar steet een gebouw zo rond en groot En wie weet wat de bollen doar doot Der loopt der wal een stuk of tig Beeste loopt der geels nich K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I.

114


K.I. Door K.I. | Nederlands Marian Rensen, Herman Steunenberg, Meindert Koopman, Albrecht Bulsink

Als je van Holten gaat naar Dijkerhoek Dan kom je door het broek Daar staat een gebouw zo rond en groot En we weten wat de stieren daar doen Daar lopen er wel een stuk of tig Koeien lopen er helemaal niet K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I. Het sop dat gaat er in een pot Tot ze het weer moeten gebruiken KI, KI dat is niets voor mij Er komt helemaal geen vrouw bij KI, KI dat is geen natuur Houd het reppelen toch maar puur K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I. KI, KI is de naam van onze band In de wereld nog onbekend Maar een begrip voor elke Twent KI, KI dat is wie wij zijn KI, KI doe het nog maar een keer Want later kan het misschien niet meer

K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I. Als je van Holten gaat naar Dijkerhoek Dan kom je door het Holterbroek Daar staat een gebouw zo rond en groot En we weten wat de stieren daar doen Er lopen er wel een stuk of tig Koeien lopen er helemaal niet K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I.

115


Woordenlijst Laankwielig

Langzaam, langdurig

Zo fien beduurn is laankwielig wark Zo fijn borduren gaat erg langzaam

Leare

(water)leiding

Zie hef leern schaatsn op Groteboers leare Zij heeft leren schaatsen op Groteboers waterleiding

Lechte moane

Volle maan

Witte wieve loat zich zeen bi lechte moane Bij volle maan komen witte wijven tevoorschijn

Leefebri-je Leefhebberi-je

Leuke bezigheid

Met mekaar goan fietsn is leefebri-je Het is erg leuk om samen te gaan fietsen

Leere

Catechisatie

Elke wekke goat wi noar de leere Elke week gaan we naar catechisatie

Leernlappe

Zeem

Wi goat de roetn wassn, leg de leernlappe ma vaste kloar We gaan de ramen wassen, leg de zeem maar vast klaar

Legebatse

Leugenaar

Ik geleuve Patrick nit, hij is ‘n legebatse Ik geloof Patrick niet, hij is een leugenaar

Leppelblaa

Schouderbladen

Ik heb toch zo’n piene in de leppelblaa Ik heb veel pijn in mijn schouderbladen

Leu

Mensen

Alle leu warn good te passe Iedereen was in een goed humeur

Lichn Lichters

Bretels

Jonge leu zee-j ok mangs met lichn Soms zie je ook jonge mensen met bretel

Lid

Deksel

A-j het lid op de panne doot, is ‘t ettn eerder gaa Als je het deksel op de pan doet, is het eten eerder gaar

Lik

Klap

Noe ophooln! Aans geef ik oe een lik op de bek Stoppen nu! Anders krijg je een klap

Likstea

Litteken

Ik heb an det ongeluk een likstea oaverhooln Aan dat ongeluk heb ik een litteken overgehouden

Lillijk

Boos

Zie bint lillijk op èègn volk Er is ruzie in de familie

Lippn

Huilen

Het jungske mos lippn toen de katte doodging Het jongetje huilde toen de kat doodging

117


118

Löchn

Bliksemen

Ik denke da-w slech weer kriegt, het begint al te löchn Ik denk dat we slecht weer krijgen, het begint al te bliksemen

Löchte

Lantaarn

Het is duuster, nem ie ne löchte met? Het is donker, breng jij een lantaarn mee?

Loeries

Gluiperd

Scheeln doo-w hier nit, ie loeries Hier schelden we niet, jij gluiperd

'n Lökke

Aantrekkelijk iemand

Die deerne is met zien zestien joar al ‘n beste lökke Dat meisje is nog maar zestien maar best aantrekkelijk

Loopschuute Iemand die veel weg is

Zie is nooit tuus, ‘t is ne loopschuute Zij is nooit thuis, ze is veel weg

Lös

Open

Doot de duure ma lös, wi kriegt volk Doe de deur maar open, we krijgen visite

Lösloopn

Meevallen

Maak oe nit druk, het zal wa lösloopn Maak je niet druk, het valt vast mee

Lösse schoone

Sandalen

Noa Poasn magge wi wier lösse schoone an Na Pasen mogen we weer sandalen aan

Looze

Loods, schuur

Oonzn trekker steet in de looze Onze trekker staat in de schuur

Lotse

Speen (van een kind)

A-j de lotse ofnemmt, begint het kind te krietn Als je de speen afpakt, begint het kind te huilen

Lubbn

Castreren

Mien zusje heelp opa keune lubbn Mijn zusje hielp opa met biggen castreren

Lullebatse Lulla Lulpoasn

Kletskous

Den kearl is ne lullebatse Die man kletst maar wat

Luxe waang

Personenauto

Wi ging hen toern met de luxe waang We gingen toeren met de auto


Uitdrukkingen Lachn

Zich de vooln uut de bokse lachn

Gieren van het lachen

Lachn

Lachn as ’n sik in de braandnettels

Lachen als een boer met kiespijn

Lak

Doar zit gin lak of smak an

Daar zit geen smaak aan

Latte

An de latte wèèn

Aan lager wal zitten

Lattn

An de lattn wèèn

Doodmoe zijn

Lauw

Lauw mak wèèn

Niet zo’n makkelijk mens zijn

Lessn

Op ‘t lessn loopn

Uitgerekend zijn

Liek

Liek en rech behandeln

Gelijk behandelen

Lippe

De lippe loatn hangn

Huilen

Löppe

D’r met op de löppe wèèn

In de war zijn

Lös

Lös weer

Wisselvallig weer

Lichn Een kleuter vraagt na een wc-bezoek aan de juffrouw of ze hem de lichten vast wil maken. Ze dacht dat hij het over lampen had.

119


Lustern Agnes van Wieringen – Jansen - van GvE en Bertha van Johan van de Preuter | Hooltns

Het grös geet hen en wier Det kump duur de wind Ie zeet ’t a-j oe stille hoolt Doar woor lustern met begint Hool de snater ‘s dichte En kiek wat ‘r gebuurt Den merel zingt zo mooi Da-j hopt dat nog effn duurt De wichter spölt met water ‘n Hoond blekt, ‘t roodborstje tikt As de leefste oe zut, dan flööt ‘e zacht De wasse wappert en de buurman rikt Noa ‘t schuddn lig ‘t grös an rilln De buurvrouwe löt ‘n wind goan Ie bloast op de thee want nog te heete De tied lik stille te stoan Joa wa, lawaai is der ok Maar doar luster ie nit noar Alleene wat prachtig is Mag noar binnen in ‘t oor En, a-j stille bint, sprekt oew geveul Neet had maar zachjes flustern Doar mu-j altied noar lustern Want den zeg oe wa-j a wussn

120


Luisteren Agnes van Wieringen – Jansen | Nederlands

Het gras gaat heen en weer Dat komt door de wind Je ziet het als je stil bent Daar waar luisteren mee begint Hou je mond eens dicht En kijk wat er gebeurt dan Die merel zingt zo mooi Je krijgt er geen genoeg van De kinderen spelen met water Een hond blaft en het roodborstje tikt Als je liefste je ziet, dan fluit hij zacht De was wappert en de buurman rikt Na het schudden ligt het gras in een rij De buurvrouw laat een dikke scheet Je blaast op de thee want nog te warm De tijd vliegt zonder dat je het weet Jawel, lawaai is er ook Maar daar luister je niet naar Alleen wat prachtig is Raakt een gevoelige snaar En, als je stil bent, spreekt je gevoel Niet hard maar zachtjes fluisteren Die zegt wat je allang wist Daar moet je altijd naar luisteren

121


Woordenlijst Maaln

Wartaal uitslaan Noa de narcose was hij an ’t maaln Na de narcose sloeg hij wartaal uit

Maalzaand

Droog zand Het is lastig fietsn in maalzaand (op het fietspad) Het is moeilijk om in droog zand te fietsen

Mangs

Soms

Mangs goa ik vrog bosschoppn loopn Soms doe ik vroeg boodschappen

Mansleu

Mannen

Op het fees zattn de mansleu apat van de vrolleu Op het feest zaten de mannen apart van de vrouwen

Mantied Montied

’s Morgens vroeg

In de mantied heur ie de veugels het beste ’s Morgens vroeg hoor je vogels het best

Margbot

Mergpijp

Mien tante dut margbutte in ‘n soep Mijn tante doet mergpijpen in de soep

Markolle

Vlaamse gaai

Ne markolle is ‘n mooin vogel De Vlaamse gaai is een mooie vogel

Matteln

Ploeteren

Hij lig ‘n heeln middag al te matteln met den ooln grösmeejer Hij is de hele middag al aan het ploeteren met die oude grasmaaier

‘s Meddeweengs

In de buurt van

Hij wont ’s meddeweengs van mien nèève Hij woont in de buurt van mijn neef

Mèèke Meake

Meisje

Op disse foto was ik een mèèke van veer joar Op deze foto was ik een meisje van vier jaar

Meernvul

Merrieveulen

Wi hebt ‘n machtig mooi meernvul e-kreegn We hebben een prachtig merrieveulen gekregen

Meloeke

Stevige vrouw

Anita is ne hele meloeke Anita is een stevige vrouw

Melwos

Bakleverworst

Jetty hoolt van melwos Jetty houdt van bakleverworst

Mennegat

Inrit van een weiland

‘n Trekker zat al wier vaste in het mennegat De trekker zat alweer vast in de inrit

Mennigsen

Datum

Wat vuur mennigsen hebt wi vandaage? Welke datum is het vandaag?

Merakels

Heel erg

Die deerne kan merakels mooi zingn Dat meisje kan heel mooi zingen

123


124

Mesnat

Kletsnat

Noa ‘t fietsn kwamme wi mesnat tuus Na het fietsen kwamen we kletsnat thuis

Meuje

Tante

Les had ik Mientjemeuje en Hendrikoom op visite Tante Mien en oom Hendrik kwamen laatst op visite

Meutn

Tegenhouden

De noabers stun kloar um te meutn De buren stonden klaar om de weg te versperren (en rekenden op een borreltje)

Met-toddn

Meezeulen

A-j op vekaansie goat, mö-j völle met-toddn Als je op vakantie gaat, moet je veel meezeulen

Mieg-eampn

Mieren

Foj foj, wat ‘n mieg-eampn zit hier Tjongejonge, wat zitten hier veel mieren

Miegn

Plassen

Mien hoond mut um de 100 meter miegn Mijn hond moet elke 100 meter plassen

Miere

Muur

De miere reujt duur ‘n heeln tuin De muur woekert door de hele tuin

Mietern

Vallen

Het deerntje is uut ‘n boom e-mieterd Het meisje is uit de boom gevallen

Mikke

Kapje (van brood)

Et ie de mikke ok op? Eet je het kapje ook?

Milner Middeler

Paal in het midden van de buitendeur naar de deel

Wi haalt ‘n milner d’r uut um bèère duurn lös te doon We halen de middenpaal eruit om beide deuren open te zetten

Minn

Standvastig iemand

Gerda is ginnen minn Gerda laat niet met zich sollen

Minnepoete Minne patrieze

Achterbaks iemand

Dave is ne minnepoete Dave is achterbaks

Minnighèèd

Kleinigheid

Met Sinterkloas kriegt de wichter ‘n minnighèèd Met Sinterklaas krijgen de kinderen een kleinigheid

Moat

Laagliggend grasland

Wi meejt ‘t grös in de moat We maaien het graag in het laagliggend land

Moesdood

Morsdood

Ik harre moesdood könn wèèn Ik had morsdood kunnen zijn

Mombak

Masker

Bi den oaverval haddn ze een mombak vuur Bij de overval droegen ze een masker


Moo

Moeder

De buurvrouwe hef nog bi mien moo in de klasse zettn De buurvrouw zat vroeger bij mijn moeder in de klas

Mööge

Jongens, vrienden

Casper zit met de mööge in de keet Casper zit met zijn vrienden in de keet

Moos

Boerenkool

Wi bint gek op moos met een good stuk wos Wij zijn dol op boerenkool met een flink stuk worst

Möpke

Koekje

Jammer, awier gin möpke bi de koffie Jammer, alweer geen koekje bij de koffie

Motte

Zeug

Ne motte kan meer as 30 keune per joar kriegn Een zeug kan meer dan 30 biggen per jaar krijgen

Muiter

Zieke koe of varken

‘n Muiter lèèvert gin geeld op Voor een zieke koe krijg je geen geld

Munt

Uitgeput

Noa de Avondvierdaagse warn de wichter munt Na de Avondvierdaagse waren de kinderen uitgeput

Uitdrukkingen Mak

Lauw mak

Lang niet gemakkelijk

Mangs

Mangs wa, aait nit. Mans wa, Gait nit.

Soms, niet altijd

Mekaa

Uut mekaa doon

Uitleggen

Melk

Melk worn

Kalf krijgen (van een koe)

Melk

De melk optrekkn

Zich terugtrekken

Mennige

Met mennige

Gemeend, nadrukkelijk

Miegn

Iemand in de tesse miegn

Iemand bedriegen

Mieren

Miern en matteln

Ploeteren

Min

Minne meuite

Een kleine moeite

Mode

Iets vuur de mode hebbn

De gewoonte hebben

Moond

De moond kan te doon maakn det ’t gat kleppe krig

Iets wat je zegt, kan je in de problemen brengen

Mot

Zie hebt in ‘t mot

Ze hebben ruzie

125


Meutn Jolanda Ulfman - Kamphuis | Hooltns

De gemeente Riesn-Hooltn krig nen nieuwn burgemèèster. Eind februari worn der ofscheid e-nömmn van ‘n ooln burgemèèster, Arco Hofland. Op de ofscheidsreceptie had de communicatie medewarker van de gemeente ne vroage vuur de Oudheidkamer. Op 9 meert zol de nieje burgemèèster, Jurgen van Houdt, geïnstalleerd worn in Hooltn. Kan de Oudheidkamer wat beteekn en organiseern um um in te haaln? Hij kump uut Eènske en geet via de buurtschap Diekerhook noar Hooltn en dan vedan noar ‘t gemeentehuus in Riessen. Hier mo-w ‘t natuurlijk eers èèm oaver hebbn met mekaa. De Oudheidkamer zoch contakt met het bestuur van de Diekerhookse Mölle, met de Hoolter Boerendaansers en met Erik van Beeldman. Wi besluut dat wi de burgemèèster anhoolt bi de Diekerhookse Mölle. Hier möt ze eers meutn vuurdat ze de mölle könt bekiekn. De daansers zölt probeern um een daansje te doon. En doarnoa geet ’t vedan richting Hooltn. Erik van Beeldman zal ‘n toespraakje hooln en namens de Oudheidkamer krig de nieje burgemèèster ’t book “Tien eeuwen Hooltn”.

126


Noa oaverleg met de communicatie medewarker wordt e-regeld det dit oamoal op 9 meert um half ene bi de mölle geet gebuurn. De brandweer dut ok met. Op 9 meert is ‘t zowied. Um half 12 op weg noar de mölle. De mölle is al mooi versierd en een paar van de vrijwilligers bint anwezig. Ok de brandweer van Riesn-Hooltn is met ‘n hoop materiaal uut e-rukt. De Hoolter Boerendaansers bint der met een paar man. De vroage bi wat leu is: “Wat möt noe toch gebuurn met het meutn?” Normaal e-sprökkn brech een bruidspaar of nen niejn inwoner zelf twee soorten borrels met en een paar glèèskes. Nen één borrel is wit, jenever, en ‘n aandern borrel is rood, bessenjenever. As ‘t bruidspaar of de nieje inwoner op het adres ankump, hoolt de noabers eur an met bessems of een touw oaver de weg. Zie könt dan nit vedan riedn. Dan wordt der èèm oaverleg of de leu duurgang kriegt. Zie möt as het ware nen soort tol betaaln en det gebuurt duur een borrel vot te geevn. Zo geet het noe ok. As Van Houdt der ankump met ‘n taxi, met ziene vrouwe en dree wichter, wordt hee teeng e-hooln. Twei keerls bint demonstratief de stroate an ‘t keern. Iederene möt uutstappn. Van Houdt weet nit wat um oaverkump ma de buurtbewoners maakt het um geerne dudelijk. Hij möt ‘n duurgaank verdeen: Meutn! Disse traditie kent ‘e nit maar het steet um ommeunig an. Van Houdt göt ’n paar glèèskes vol en gif de eerste borrels an de buurtbewoners. As alle leu nen borrel kregen hebt, hef Van Houdt zien duurgaank verdeend en kan het programma wietergoan. Zo doot wi det in Hooltn, ook met nieje burgemèèsters.

127


Rood en wit Jolanda Ulfman - Kamphuis | Nederlands

De gemeente Rijssen-Holten krijgt een nieuwe burgemeester. Eind februari is afscheid genomen van de oude burgemeester, Arco Hofland. Op de afscheidsreceptie heeft de communicatiemedewerker van de gemeente een vraag voor de oudheidkamer. Op 9 maart zal de nieuwe burgemeester, Jurgen van Houdt, worden geïnstalleerd in Holten. Kan de Oudheidkamer iets betekenen en organiseren om hem welkom te heten? Hij komt uit Enschede en gaat via de buurtschap Dijkerhoek naar Holten en dan door naar het gemeentehuis in Rijssen. Dit moeten we natuurlijk eerst even met elkaar bespreken. De Oudheidkamer zocht contact met het bestuur van de Dijkerhoekse Molen, met de Hoolter Boerendaansers en met Erik Rensen. We besluiten dat we de burgemeester aanhouden bij de Dijkerhoekse Molen. Hier moeten ze eerst meuten voordat ze de molen kunnen bekijken. De dansers gaan proberen een dansje te doen. En daarna gaan ze door richting Holten. Erik Rensen zal een toespraakje houden en namens de Oudheidkamer krijgt de nieuwe burgemeester het boek ‘Tien eeuwen Holten’. Na overleg met de communicatie medewerker wordt geregeld dat dit allemaal op 9 maart om half een bij de Molen zal plaatsvinden. De brandweer doet ook mee. Op 9 maart is het zover. Om half twaalf op weg naar de molen. De molen is al mooi versierd en een paar van de vrijwilligers zijn aanwezig. Ook de brandweer van Rijssen-Holten is met een hoop materiaal uitgerukt. De Hoolter Boerendaansers zijn met een paar man aanwezig. Sommigen vragen zich af: “Hoe gaat dat nu toch met het meuten?” Normaal gesproken brengt een bruidspaar of een nieuwe inwoner zelf twee soorten borrels mee en een paar glaasjes.

128


De ene borrel is wit, jenever, en de andere borrel is rood, bessenjenever. Als het bruidspaar of de nieuwe inwoner op het adres aankomt, houden de buren ze aan met bezems of een touw over de weg. Ze kunnen dan niet verder rijden. Dan wordt even overlegd of ze doorgang krijgen. Ze moeten als het ware een soort tol betalen en dat gebeurt door een borrel weg te geven. Zo gaat het nu ook. Als Van Houdt aankomt met een taxi, met zijn vrouw en drie kinderen, wordt hij tegengehouden. Twee mannen zijn demonstratief de straat aan het vegen. Iedereen moet uitstappen. Van Houdt weet niet wat hem overkomt maar de buurtbewoners leggen het hem graag uit. Hij moet de doorgang verdienen: Meuten! Hij kent deze traditie niet maar hij vindt het prachtig. Van Houdt schenkt een paar glaasjes vol en geeft de eerste borrels aan de buurtbewoners. Als iedereen een borrel heeft gehad, heeft Van Houdt zijn doorgang verdiend en kan het programma verdergaan. Zo doen we dat in Holten, ook met nieuwe burgemeesters.

129


Woordenlijst Naa

Erg

Hij is naa slim valln met de fietse Hij is erg hard gevallen met de fiets

Nachmoal

Heilig Avondmaal

In de karke wodt het Nachmoal e-vierd In de kerk wordt het Heilig Avondmaal gevierd

Nach-oele

Avondmens

Hij is ne echte nach-oele, geet altied laate sloapn Hij is een avondmens, gaat altijd laat slapen

Naffeln

Zeuren

A-j zo naffelt, krie-j helemoal niks Als je zo zeurt, krijg je helemaal niets

Naffelkuukn

Onnozele jongeman

Niels begrip het nit, hij is een naffelkuukn Niels snapt het niet, hij is onnozel

Nans

Nergens

Ik kan miene nieje schoone nans vindn Ik kan mijn nieuwe schoenen nergens vinden

Nat Natpanne Natsleef

Jus Juspan Juslepel

Het nat möt de eapel lekker maakn De jus moet aardappels lekker maken

Neagelhoolt

Gedroogd rundvlees

Johan is gek op neagelhoolt Johan is gek op gedroogd rundvlees

Neerkewwn

Herkauwen

As ne koe nit neerkewt, is ze zeek Als een koe niet herkauwt, is ze ziek

Nerig

IJverig

A-j nerig vedan warkt, bi-j op tied kloar Als je flink doorwerkt, ben je op tijd klaar

Neugn

Uitnodigen

Mien vriendin is jeurig en hef mie e-neugd op eur verjeurdag Mijn vriendin is jarig en heeft me uitgenodigd op haar verjaardag

Niefeln

Gappen

Thom niefelt ne sigaare uut de deuze Thom gapt een sigaar uit de doos

Niejmoods

Modern

Mien opa vindt ‘n smartfoon te niejmoods Mijn opa vindt een smartphone te modern

Niep ’n Iep ‘n Hiep

Hakbijltje

Niep lig bi oons in het hoolthukske Het hakbijltje ligt bij ons in het houthokje

Niets

Fel

Zie kan zo niets reageern as het oaver voetbal geet Zij reageert fel als het over voetbal gaat

131


132

Ni-jn

Benieuwen

Het zal mie ni-jn of zie slaagt Het zal mij benieuwen of ze slaagt

Nikkoppn

Jaknikken

De heele gemeenteroad nikkoppn De hele gemeenteraad zat te jaknikken

Noaber

Buurman of -vrouw

As noabers haddn wi niks van doon met de verhuuzing Als buren waren we niet betrokken bij de verhuizing

Noagroove

Bezoek na de begrafenis om geleende spullen op te halen

Alle vrolleu kwammn op de noagroove Alle vrouwen kwamen op bezoek na de begrafenis

Noamelkn

Doorzeuren

Ie hooft nit zo noa te melkn, ik begriepe ‘t wa Je hoeft niet zo door te zeuren, ik snap het wel

Noamettn

Overgeven

Ik heurn da-j an het noamettn warn Ik hoorde dat je moest overgeven

Nölies Nölert

Zeurpiet

Ab zit te drammn, wat een nölies Ab zit te zeuren, wat een zeurpiet

Noodnoabers

Naaste buren

Wi hebt het good e-tröffn met de noodnoabers Wij hebben het goed getroffen met de naaste buren

Nööln

Zeuren

Schei toch uut te nööln Hou op met zeuren

Nös-ei

Nakomertje, jongste

Bertha en Gert bint allebèère een nös-ei Bertha en Gert zijn allebei een nakomertje

Nösterig

Chagrijnig

Hij kan toch zo nösterig kiekn Hij kijkt soms zo chagrijnig

Nöstern

Mopperen

Femmy nöstert op de wichter die nit lustert Femmy moppert op de kinderen die niet luisteren

Nösterpot

Mopperkont

Ina lik mie gin nösterpot, zie is altied vrèèndelijk Ina lijkt me geen mopperkont, ze is altijd vriendelijk

Nöwkes

Ternauwernood

Het ging nöwkes good Het ging maar net goed


Uitdrukkingen Naakt

Priemelke naakt

Spiernaakt

Nauw

Det stek nit zo nauw

Dat hoeft niet zo precies

Net allees

Het is net allees

Het maakt niet uit (het is hetzelfde)

Niejs

Van niejs of an

Opnieuw

Noa

Het d’r noa hebbn

Er klaar voor zijn

Noa

D’r noa wèèn

Er geschikt voor zijn

Noa

Niemand te noa kommn

Niemand tekort doen

Nös

Het nös lig oonder ‘n boom

De relatie is uit

Nöttn

Het an de nöttn kriegn

Verliezen

Nuurn

Argens met an ’t nuurn wèèn

Ergens lang over nadenken

Keern Oma zei tegen een jonge Nederlands sprekende hulp: “Goa ie de matte ma keern.” Het meisje is verbaasd maar legt toch de grote inloopmat tussen huis en schuur ondersteboven.

133


Het Nös lig oonder ’n boom Jolanda Bronsvoort - Scholman | Hooltns

Het mooie van dialect bint de uutdrukkingn. In ‘t plat kö-j de dinge zo mooi zeggn. Nem noe de uutdrukking ‘’t Nös lig oonder ’n boom’. Det betekent zovölle as det de relatie uut is. Het is oaver, kloar der met. In de beestnwereld geet det zo. De wichter wodt het nös uut e-duwd as ze groot genog e-greuid bint. En as de leefde oaver is, dan geet ut nös uut ’n boom. Vot der met. Bie mèènsen geet det toch iets aans. Bi oons krie-j juust altied een heel gedoo oaver det nös. Want det nös, det möt verdeeld worn. Wee mag doar blievn won? En wee mut vertrekkn? Een heel spul krie-j der van. En ‘t probleem wot nog völle slimmer as der wichter an te passe komt. Want die mut ok ans hen. Woar mut die sloapn? Bi va of bi moo? En doar begint ‘t gedonder. Vaak mut ‘t nös verkoch worn. Umdet ‘t te duur is veur één man. Meestal geet er dan vast ene in ’n zommerhuuske won en blif ’n aander met de wichter in ’t grote huus won tutdat den ok wat hef e-veun. En det kan mangs heel lange duurn.

134


Het lik teengwoordig wa of het nös sneller onder ’n boom lig dan vrogger. Zol det met de kwaliteit van zo’n nös te maakn hebbn of zol det wat aans wèèn? Ik weet ‘t nit. A-j verkering kriegt, dan bu-j hatstikke gek met mekaare. Dan kö-j mekaar wa opvrettn. Det wodt later wa aans. Zeker as ter wichter komt. Dan is der gin tied meer veur mekaare. De vrouwleu bunt meestal drök met de wichter en de kearls met ‘t waark. En zie zeet mekaare binnoa nit meer. Of der wodt der ene verleefd op iemand aans. Dan is ‘t gauw gebuurd met de leefde. De vrouwleu könt teengswoordig ook maklijker ’t nös achterloatn. Zie hebt eur eign waark en geeld en könt doardeur op eign beene stoan. En de’s ok good natuurlijk. Vrogger bleem völle leu in ’t nös zittn ok a warn ze neet gelukkig meer met mekaare. Uut noodzaak. En de’s ok ni good. Moar um ut gezellig in ’t nös te hooln mut der hard e-warkt worn. Duur iederene. En de’s best lastig. Doar kö-j dan vuur in therapie goan, zo as det neumd wodt. Noa een paar moand bu-j ‘n hoop geeld kwiet en alsnog de vrouwe ok. Want den worn verleefd op de therapeut. Doar he-j dus ok niks an. Het beste is toch um te probeern het nös in ’n boom te hooln en te zörgn dat ‘e der neet oonder valt. Det betekent da-j ’n bestn tak möt hebbn woar ’t nös stevig op kan liggn. A-j det good vuur mekaare hebt, schelt det al de helfte van ’t waark. De oondergroond is minsns zo belangriek as ’t nös zelf. Ma het lukt nit altied iedereene um nen goein tak te vindn. Ie hebt täkke die der good uutzeet aan de buutnkaante ma achterof toch nit stevig genog bliekt te wèèn en ’t nös neet langer in boom könt hooln. Dan he-j pech en kump ’t nös, ondanks alle inspanningn, toch nog oonder ‘n boom terechte. ‘t Is nit aans. Zo geet det mangs.

135


De liefde is over Jolanda Bronsvoort - Scholman | Nederlands

Het mooie van dialect zijn de uitdrukkingen. In het dialect kun je dingen zo mooi zeggen. Neem nu de uitdrukking ‘Het nest ligt onder de boom’. Dat betekent zoiets als dat de relatie uit is. Het is over, klaar ermee. In de dierenwereld gaat het zo. De jongen worden het nest uitgeduwd als ze groot genoeg zijn. En als de liefde over is, dan gaat het nest uit de boom. Weg ermee. Bij mensen gaat dat toch iets anders. Bij ons krijg je juist altijd een heel gedoe over dat nest. Want dat nest moet worden verdeeld. Wie mag er blijven wonen? En wie moet vertrekken? Dat is een hele toestand. En het probleem wordt nog veel groter als er kinderen in het spel zijn. Want die moeten ook ergens heen. Waar moeten zij nu slapen? Bij papa of bij mama? En daar begint het gedonder. Vaak moet het nest worden verkocht. Omdat het te duur is voor één persoon. Meestal gaat er dan vast één in een zomerhuisje wonen en blijft een ander met de kinderen in het grote huis wonen totdat die ook wat anders heeft gevonden. En dat kan soms heel lang duren. Het lijkt tegenwoordig wel of het nest sneller onder de boom ligt dan vroeger. Zou dat met de kwaliteit van zo’n nest te maken hebben of zou het iets anders zijn? Ik weet het niet. Als je verkering krijgt, dan ben je hartstikke gek op elkaar. Dan kun je elkaar wel opvreten. Dat wordt later wel anders. Zeker wanneer er kinderen komen. Dan is er geen tijd meer voor elkaar. De vrouwen zijn meestal druk met de kinderen en de mannen met het werk. En ze zien elkaar bijna niet meer. Of er wordt er één verliefd op iemand anders. Dan is het snel over met de liefde.

136


Vrouwen kunnen tegenwoordig ook makkelijker het nest achterlaten. Ze hebben hun eigen werk en geld en kunnen daardoor op eigen benen staan. En dat is ook goed natuurlijk. Vroeger bleven veel mensen op het nest zitten ook als ze niet gelukkig meer met elkaar waren. Uit noodzaak. En dat is ook niet goed. Maar om het gezellig te houden in het nest, moet er hard worden gewerkt. Door iedereen. En dat is best lastig. Daar kun je dan voor in therapie gaan, zoals dat wordt genoemd. Na een paar maanden ben je een hoop geld kwijt en de vrouw ook nog. Want zij werd verliefd op de therapeut. Daar heb je dus niets aan. Het beste is toch om te proberen het nest in de boom te houden en te zorgen dat het er niet onder valt. Dat betekent dat je een flinke tak moet hebben waar het nest stevig op kan liggen. Als je dat goed voor elkaar hebt, scheelt dat al de helft van het werk. De ondergrond is minstens zo belangrijk als het nest zelf. Maar het lukt niet altijd iedereen om een goeie tak te vinden. Je hebt takken die er goed uitzien aan de buitenkant maar achteraf toch niet stevig genoeg blijken te zijen en het nest niet langer in de boom kunnen houden. Dan heb je pech en komt het nest, ondanks alle inspanningen, toch nog onder de boom terecht. Het is nu eenmaal zo. Zo gaat dat soms.

137


Woordenlijst Oaverniejs

Opnieuw

Zie möt het exaam overniejs doon Ze moet het examen opnieuw doen

Oaverveer

Van ver weg

Wat oaverveer kump, is nit altied better Van van ver komt, is niet altijd beter

Oele

Uil

D’r nösselt ne oele in ‘n boom In de boom nestelt een uil

Oeleu Uleu

Jullie

Kan ik oeleu argens met helpn? Kan ik jullie ergens mee helpen

Oelewappe

Draai om de oren

A-j noe nit uutscheidt, dan krie-j ne oelewappe Als je nu niet ophoudt, krijg je een draai om je oren

Ofbekkn

Afsnauwen

Zie was zo hellig det ze mie lillijk ofbekkn Ze was zo boos dat ze me erg afsnauwde

Ofbessn

Pellen

Teun kan disse manderijnn lastig ofbessn Teun kan deze manderijnen moeilijk pellen

Ofdoktern

Vaak naar de dokter gaan

Hij hef heel wat of-edokterd Hij is heel vaak naar de dokter geweest

Offoetern

Uitfoeteren

Marie kon eur man zo offoetern as hij domme dinge dee Marie foeterde haar man zo uit als hij domme dingen deed

Ofhouwn

Aftuigen

In de kraante las ik det nen jongn is of-e-houwn In de krant las ik dat er een jongen is afgetuigd

Ofjag

Snauw

Ik krege nen ofjag toen ik den kearl wol helpn Ik werd afgesnauwd toen ik de man wilde helpen

Ofkaartn

Beëindigen

Loa-w de discussie ma ofkaartn; wi hebt het d’r nit meer oaver Laten we de discussie maar beëindigen; we hebben het er niet meer over

Ofniefeln

Op slinkse manier verwerven

Hij hef det schoap of-e-niefeld van den boer Hij heeft dat schaap op een slinkse manier gekregen van die boer

Ofstekkn

Aflopen

Gelukkig is het good of-e-stökkn en is d’r gin ongeluk gebuurd Gelukkig is het goed afgelopen en is er geen ongeluk gebeurd

139


140

Ofstrien

Tegenspreken

Det is woar, det kö-j nit ofstrien Dat is waar, dat kun je niet tegenspreken

Oftrèèn

Afpassen

Ik zal oftrèèn hoe groot de schuure wodt Ik pas af hoe groot de schuur wordt

Ofwissn

Afvegen

Wis effn de toafel of Veeg even de tafel af

Ölliekrappn

Oliebollen

Mien kammeroad bakt de beste ölliekrappn Mijn vriend bakt de beste oliebollen

Ommeunig

Heel erg

Doar doo-j mie ommeunig völle plezeer met Daarmee doe je me heel veel plezier

Onbekwoam

Dronken

Al ‘n joar hef gin mèènse ‘m onbekwoam e-zene Al een jaar heeft niemand hem dronken gezien

Ondeer

Monsterlijke man

Ik bin bange vuur det ondeer Ik ben bang voor dat monster


Ongemak

Ongedierte

Met azien kö-j völle ongemak votkriegn Met azijn kun je veel ongedierte bestrijden

Onweerswörmkes

Dondervliegjes

De hele loch zit vol met onweerswörmkes De hele lucht zit vol met dondervliegjes

Onwies

Heel erg

Den hef onwies völle geluk e-had Hij heeft heel erg veel geluk gehad

Oonderdoems

Stiekem

Oonderdoems hef Thijs knikkers e-nömmn Stiekem heeft Thijs knikker afgepakt

Oonderhen

Onderuit

Hij is d’r mooi oonderhen e-kommn Hij is er mooi onderuit gekomen

Oonderschoer Oonderschier

Inham bij de deur

As het had rèèngnt, kö-j schuuln in het oonderschoer As het hard regent kun je schuilen bij de inham bij de deur (van de deel)

Oonderwiel

Ondertussen, terwijl

Oonderwiel det ik an het kokkn binne, kiek ik tillevisie Terwijl ik aan het koken ben, kijk ik televisie

Oongbekeukeleri-je

Oogbedrog

Dach ik in ‘t speegel een mooie deerne te zeen, ma het is oongbekeukeleri-je Dacht ik in de spiegel een mooie meid te zien, maar het is oogbedrog

Oonverdachs Onverwacht

Oonverdachs leep ik mien nèève teeng het lief Onverwacht kwam ik mijn neef tegen

Oonze volk

Ons gezin, oudershuis

Zundags drinke wi altied koffie bi oonze volk Zondags drinken we altijd koffie in het oudershuis

Oonzig Oonzelig

Vieze reuk

Het ruk hier zo oonzig Het ruikt hier zo vies

Öözewark

Zware klus

Dissn tuin ummespittn is een öözewark Deze tuin omspitten is een zware klus

Öözn

Zwoegen

Het kost um öözn um al het zaand van de koele te kriegn Voor hem is het zwoegen om al het zand van de kuil te halen

Opboksn

Opnemen tegen Det mèèke möt altied opboksn teeng eur breurs Dat meisje moet het altijd opnemen tegen haar broers

141


Opbuurn

Tillen

A-j het kind opbuurt, kan ze de optoch better zeen Als je het kind optilt, kan ze de optocht beter zien

Opgeetsel

Slappe of vieze koffie

Bah! Wat een smeerig opgeetsel Bah! Wat een slappe koffie

Ophuus

Rommel

Wat is het hier wier een ophuus! Wat is het hier weer een rommel!

Oplichn

Tillen

Wil ie de beene effn oplichn? Wil je je voeten even optillen?

Opoe

Oma

Oonze opoe brein vuur iedereene Noorse zökkn Onze oma breide voor iedereen Noorse sokken

Öpper

Berg, bult

D’r zit een öpper zaand op de koele Er zit een hele berg zand op de kuil

Opschötteling Opschötttels

Puber

Zonnen opschötteling prakkezeert der aans oaver Zo’n puber denkt er anders over

Op stèè

Meteen

Toen zie de uutneudiging kreeg, mossen der op stèè nieje klere kommn Toen ze de uitnodiging kreeg, had ze meteen nieuwe kleren nodig

Opsternoat

Opstandig

Hij had aandere gedachn en worn opsternoat Hij had andere ideeën en werd opstandig

Opzooltn

Wegwezen

“Opzooltn!” zèè de politie “Wegwezen!” zei de politie

Uitdrukkingen

142

Oam

In ’n oam scheetn

Op adem komen

Of kiekn

Van oe of kiekn

Uitzicht hebben

Oftoch

Het löp op ‘n oftoch

Het is bijna afgelopen

Of wèèn

Argens ofwèèn

Iets niet meer hebben


Overleden Uut de tied kommn De kloompe oonder het berre loatn stoan De kraante opzeggn Zie hebt um verluut


Altied wier touwe vlechn onder het Onderschoer Anton Klein Twennaar - Anton van Juleke | Hooltns

Dialect. Wie is der ni groot met e-wön? Mien moo den kwam uut Nijmeegn en det vunne wie toch wa een hele grote stad. As mien tantes bi ons kwam sloapn, dan mos der altied een berrelampje blievn bran, want het was wa ni zo duuster doar buutn-of. Mien moo den kon wa aardig Hooltns proatn. Maar wie pleugn eur altied met “Moo, zeg ns boltn van de echterduure”. Hoe goed zie eur best ok deu, het kwam dr altied op neer det ze zea: “Bouten van de achterdeur”. En wi maar lachn. Toen wie jong warn, ik denk de-we op de legere schoole zattn, leup ik a met op de boerderi-je. Wie warn een klèèn hobbyboertje met veertig varkns, acht beeste en zes kalver. De varkns wön e-voord duur mien moo as mien va an ‘t wark was op ‘t plasticfabriek. Het was wintertied en wie deedn altied ondeugn buutn. Wie batsn dan nen heeln öpper snea veur de echterduure, wa ne meter of twee hoog. En dan maar wachn tutdet mien va noar buutn hen wol. Moar helaas veur ons, de echterduure gung noar bin lös.

144


Ma wie kreegn wa onwies ofjag van mien va want de beeste mon e-voord worn met de kroewaagns met mais. De beeste stun op delle. Acht melkbeeste an de ene kaante en an de andere kante, doar stun de kalver. Zie stun vast an nen eekn reppel. Um ‘n hals ‘n touw, gevlöchn van reepn van de heuibaaln. Die touwe vlöchn mien zuster en ik ‘s winters met mekaa onder ‘t onderschoer. As mien va wier touwe neurig ha, dan zèère altied “Ik heb nog wark vuur ule”. En dan zèère wi: “Natuurlijk wier touwe vlechn”. En dan pakke wi wier ‘n fossn hooitouw van de hiele. Wie mosn ok wa touwe maakn vuur ‘n halter, vuur de beeste die noar de markt hen gung. Mien va had vrogger e-warkt bij de veekoapman van ons, Liezn Jan. En as der dan ‘n paar pinkn noar de markt hen mon, op dinsdag noar Doetinchem of op vri-jdag noar Zwolle, moch ik met, met de vrachwaang. As Jan van Liezn zea det ‘e ‘s nachs um veer uur bi oons de pinkn kwam laajn, dan stunne wi um half veere a wa kloar met de beeste buutn an ‘t haalter. Het metgoan noar de veemarkt met Jan van Liezn, det is toch wa één van miene mooiste jeugdherinneringn. Wie mossn ‘s nachs wa noar vief of zes boern hen um de beeste op te haaln. Wie gung van het Riessense venne tut an Okknbrook. Bi iedere boer wön nen koo, ne pinke of ne bolle op e-laajn. Op de markt, doar leup van alle volk duur mekaa. Veekoopleu, boern diet nog nen goeie koo zochn en ‘n slager den wa ne vette bolle kon gebruukn. ‘s Mons um zes uur, dan begun de handel. Teeng uur of tien dan wön der of-e-rekknd; in ‘t cafė. Um de goeie koop te bezegeln, dan drunkn ze ne borrel met mekaa. Ne Berenburg of ne jonge kloarn. Ommeunig mooi um det te zeen. Vuur de trugrèèze ha-w dan wa nen koo of pinke bi oons vuur de slager Pietje Brands of vuur ne boer bi ons. Al met al nen mooin tied woar ik op stèè weer noar terugge wil.

145


Altijd weer touwen vlechten in het onderschoer Anton Klein Twennaar | Nederlands

Dialect. Wier is er niet mee opgegroeid? Mijn moeder kwam uit Nijmegen en dat vonden wij toch wel een heel grote stad. Als mijn tantes bij ons bleven slapen, dan moest er altijd een bedlampje blijven branden, want het was zo donker daar buitenaf. Mijn moeder kon best aardig Hooltns praten. Maar we plaagden haar altijd met: “Mam, zeg eens boltn van de echterduure”. Hoe goed ze haar best ook deed, het kwam er altijd op neer dat ze zei: “Bouten van de achterdeur”. En wij maar lachen. Toen we klein waren, ik denk dat we op de lagere school zaten, hielp ik al mee op de boerderij. We waren een klein hobbyboertje met veertig varkens, acht koeien en zes kalveren. De varkens werden gevoerd door mijn moeder wanneer mijn vader aan het werk was op de plasticfabriek. Het was wintertijd en we haalden altijd kattenkwaad uit buiten. We stapelden dan een hele berg sneeuw op voor de achterdeur, wel een meter of twee hoog. En dan maar wachten tot mijn vader naar buiten wilde. Maar helaas voor ons, de achterdeur ging naar binnen open. Maar we kregen wel ontzettend op onze kop van mijn vader want de koeien moesten gevoerd worden met de kruiwagens met mais. De koeien stonden op de deel. Acht melkkoeien aan de ene kant en aan de andere kant stonden de kalveren. Ze stonden vast aan een eiken paal. Om de hals een touw, gevlochten van de touwen van hooibalen. Als mijn vader weer touwen nodig had, dan zei hij altijd: “Ik heb nog een klus voor jullie”. En dan zeiden wij: “Natuurlijk weer touwen vlechten”. En dan haalden we een bos hooitouw van de zolder. We moesten ook touwen maken voor halsters, voor de koeien die naar de markt gingen. Mijn vader had vroeger gewerkt bij onze veekoopman,

146


Jan van Liezen. En als er dan een paar vaarzen naar de markt moesten, op dinsdag naar Doetinchem of op vrijdag naar Zwolle, mocht ik mee met de vrachtwagen. Als Jan van Liezen zei dat hij ’s nachts om vier uur de vaarzen kwam inladen, dan stonden wij om half vier al wel klaar met de koeien buiten aan een halster. Meegaan naar de veemarkt met Jan van Liezen is toch wel een van mijn mooiste jeugdherinneringen. We moesten ’s nachts wel naar vijf of zes boeren om koeien op te halen. We gingen van het Rijssens veen tot aan Okkenbroek. Bij elke boer werd een koe, een vaars of een stier geladen. Op de markt liepen alle soorten mensen door elkaar. Veekooplui, boeren die nog een goede koe zochten en een slager die een vette stier nodig had. ’s Morgens om zes uur begon de handel. Tegen een uur of tien werd er dan afgerekend; in het café. Om de goede koop te bezegelen dronken ze met elkaar een borrel. Een Berenburg of een jonge klare. Prachtig om dat te zien. Voor de terugreis hadden we dan wel een koe of vaars bij ons voor de slager Piet Brands of voor een boer. Al met al een mooie tijd waar ik meteen naar terug wil.

147


Woordenlijst Padwies

Betweterig

A-j zo padwies bint, kö-j wa in de polletiek goan Als je het altijd beter weet, kun je wel in de politiek gaan

Pannekookn

Sul

Dirk vindt alles good, hij is ‘n pannekookn Dirk vindt alles goed, hij is een sul

Papklokke

Kerkklok 's avonds 10.00 uur

Vrogger gung de leu met de papklokke noar berre Vroeger gingen mensen naar bed als de kerkklok tien uur sloeg

Papsleef

Grote opscheplepel

Moo scheppn soep op met ‘n papsleef Moeder schepte soep op met de opscheplepel

Pasn

Schikken

Woensdag past mie good Woensdag komt me goed uit

Peerekloas

Paardenliefhebber

Jetty is ne peerekloas, alle daang zit ze in de manege Jetty is een paardenliefhebben, ze komt elke dag in de manege

Peppel

Populier

Ik wonne kot bi die grote peppel Ik woon dicht bij die grote populieren

Peskoele Pesvoor

Ingekuild gras

Hij hef de peskoele nog vol Hij heeft nog genoeg ingekuild gras

Petetter

Oplawaai

A-j nit lustert, krie-j ne petetter Als je niet luistert, krijg je een oplawaai

Petret

Nare vrouw

Ziene nieje vriendinne is ech een petret Zijn nieuwe vriendin is een naar mens

Piel-èène

Eend

D’r ligt piel-èènn op de bekke Er liggen eenden in de beek

Pieneköttel

Kleinzerig iemand

Getjan is ne pieneköttel Gerrit Jan is erg kleinzerig

Pierderig Pierig

Bleek, ziekelijk

Deerne, wat zee-j d’r pierderig uut, bi-j zeek? Meisje, wat zie je witjes, ben je ziek?

Piern

Klieren

Disse jongs zit in de klasse altied te piern Deze jongens zitten in de klas altijd te klieren

Pierstekkerig Pierig

Met wormen

Alle appel bint pierstekkerig Alle appels zitten vol wormen

149


150

Pikkerig

Plakkerig

De toafel is helemoal pikkerig en miene haane pikt ok De hele tafel plakt en mijn handen plakken ook

Pille

Dikke snee brood

Dianne et ne dikke pille met botter Dianne eet een dikke snee brood met boter

Pille

Grote afstand

Van Hooltn noar Amsterdam is ne hele pille a-j loopn möt Het is een grote afstand van Holten naar Amsterdam als je moet lopen

Pinneke

Stokje

He-j een luusferpinneke vuur mie? Heb je een luciferstokje voor me?

Pirkn

Prikken

Op tweedn Poasdag geet Henk met de kearls hen pirkn um de boake op te ruumn Tweede Paasdag gaat Henk prikken met de mannen om het paasvuur op te ruimen

Pisbosschoppn

Smoesje om op bezoek te gaan

Hij was hier dudelijk met ne pisbosschop Hij kwam duidelijk met een smoesje op bezoek

Pissn

Plassen

Kö-j hier aans pissn? Kun je hier ergens plassen?

Plaate

Voorhoofd

Hij kreeg de balle rech vuur de plaate Hij kreeg de bal midden op zijn voorhoofd

Plakoamd Pleeroamd Stiefseloamd

Vrijersavond (woensdagavond)

Vrogger heeln de jongeleu plakoamd Vroeger hadden de jongelui een vrijersavond

Plas

Erf

Op ‘n plas stoat wa zes auto’s Op het erf staan wel zes auto’s

Pleer-iezer

Carbidbus Motorrijwiel

Op ooljoarsdag kump het pleer-iezer vuur ‘n dag Op oudejaarsdag komt de carbidbus tevoorschijn

Pleer in de panne

Streekgerecht

Mien moo maakt mangs pleer in de panne Mijn moeder maakt soms pleer in de panne

Pleern

Schieten, knallen

Met ne carbidbusse kö-j good pleern Met de carbidbus kun je goed knallen

Pleern

Laten vallen

Van schrik leet ze het köpke op de groond pleern Van schrik liet ze het kopje op de grond vallen


Plette

Kapje van brood Doot mie de plette ma Geef mij het kapje maar

Plette

Voorhoofd

Hij hef een bult op de plette Hij heeft een bult op zijn voorhoofd

Poal

Grens

Oaver ’n poal proat ze net as hier Over de grens praten ze net als hier

Pochn

Opscheppen

Hij löp te pochn oaver zien niejn auto Hij schept op over zijn nieuwe auto

Podderig

Viezig

He-j oe wa wassn? Ie zeet d’r zo podderig uut Heb je je wel gewassen? Je ziet er vies uit

Poer

Hakblok

Dissn poer is heel geschikt vuur hoolt kleuvn Dit hakblok is heel geschikt voor houtkloven

Poer

Grote hoeveelheid

Hier lig nen bessn poer zaand Hier ligt een enorme hoeveelheid zand

Poern

Moeizaam lopen Het kossn eur poern in ’t mulle zaand Ze liep erg moeizaam in het mulle zand

Poes

Bult

Jannie is e-pleerd en hef een poes an ‘t heuf Jannie is gevallen en heeft een bult op haar hoofd

Poesn

Blazen

Poes ie die ballonn ‘s good op Wil jij de ballonnen hard opblazen?

Poesterig

Opgeblazen

Noa de wospannekooke bin ik altied poesterig Ik voel me altijd opgeblazen na de worstpannenkoeken

Poesterig

Smoezelig, vies

Hij zut d’r altied wat poesterig uut Hij ziet er altijd wat smoezelig uit

Pokkel

Rug

Jan hef las van ‘n pokkel Jan heeft last van zijn rug

Pork Fork

Klein kind

Den pork wol geerne met de grootn metdoon Dat kleine kind wil graag met de groten meedoen

Porkn

Opporren

A-j nit in het vuur porkt, geet het oe uut Als je het vuur niet opport, gaat het uit

Pos Pöske Pöste

Paal Paaltje Palen

Jammer det d’r op ’n Smidsbeelt gin pöske bi de keune steet Jammer dat er op de Smidsbelt geen paaltje staat bij de biggen

151


152

Potaap Potbone Pot-eapel Potnötte Potternötte

Klein kind

Mö-j zonnen potaap noe ‘s heurn Moet je dat kind nu eens horen

Potsig

Grappig

Jelle is zo’n potsig kearltje Jelle is zo’n grappig jongetje

Praddn

Humeurig zijn

Wat zit ie te praddn? He-j slecht e-sloapn? Wat ben je humeurig, heb je slecht geslapen?

Prarre Pradn

Chagrijn

Koen is ne prarre, doar kö-j nooit met lachn Koen is zo’n chagrijn, je kunt er nooit mee lachen

Preakebuul

Praatgraag iemand

Met um wodt het altied laate want hij is zonnen preakebuul Met hem wordt het altijd laat want hij praat graag

Prèènte

Eigengereid iemand

Bianca geet eur èèng weg, zie is ne prèènte Bianca gaat haar eigen weg, ze is eigengereid

Prewwel

Naar iemand

Met zo’n prewwel wil gin mèènse ummegoan Met zo’n naar persoon wil niemand omgaan

Proatvolk

Visite

Ik wol net noar berre toen wi proatvolk kreegn Ik wilde net naar bed toen we visite kregen

Proempot

Smeerboel

Bi eur is het ‘n grootn proempot Bij hen is het een smeerboel

Pröttel

Troep

Wat ne pröttel is het bi eur um het huus Wat een troep hebben zij rondom het huis

De Pruusse

Duitsland

Wi goat met vekaansie noar de Pruusse We gaan op vakantie naar Duitsland

Puusn

Strelen

De katte is zo zachte, den kö-j zo mooi puusn De kat is zo zacht, die kun je zo fijn strelen


Uitdrukkingen Pad

Zie hef het pad tussen de beene

Ze is veel van huis

Passe

Good te passe wèèn

Goed gehumeurd zijn

Passe

Te passe kommn

Een ongeluk hebben

Pekkel

Good in ‘n pekkel wèèn

Teveel gedronken hebben

Pesseel

Van ’t pesseel wèèn

In de war zijn

Petrieze

Een minne petrieze

Een achterbaks iemand

Pette

Achter de pette kiekn

Bidden

Pette

Het met iemand an de pette hebbn

Het met iemand aan de stok hebben

Piepe

Een stuk in de piepe hebbn

Dronken zijn

Pik

Pik in de mouwe hebbn

Sterk zijn

Pille

An ene pille

Zonder pauze

Pinne

Ie möt ne pinne an 't gat hebbn! Doe de deur achter je dicht!

Pip

Krieg toch pip an de vetveere!

Ga weg!

Pis

Iemand de pis nit lauw maakn

Iemand niet gek maken

Pochn

Het kan nog gin pochn liedn

Het gaat nog niet zo goed

Pokkel

Völle wark an ‘n pokkel hebbn

Veel werk moeten doen

Porre

In de porre

Verwaarloosd

Pos

Binn de pöste

Binnenshuis

Prieze

Mooi in de prieze wèèn

Aangeschoten of dronken zijn

Proat

Het kwam met proat te passe

Het kwam toevallig ter sprake

Proeme

Proemn in ‘n drek

Enorme tegenvaller

Proeme

Tut in de proemntied!

We zien elkaar wel weer

153


’n Pad löshooln Wim Jansen - Wim van Jehan van Eertjes en Toosje van Moatman | Hooltns

De familie Aalders, huusnaam ‘Klèèn Buul’, wont met zien vievn in een boerderi-jke net buutn het darp. Jeroen en Anja hebt drei wichter woervan der al ene het huus uut is. Het is half achte op een zoaterdagmon in november as Jeroen van Klèèn Buul wakker wödt van ‘t lawaai. De wind zoest um ‘t huus hen duur de beume en de rèèng pleart met ‘n gleunig geweeld daale op de pann. Het is zo’n vri-jn zoaterdag woerbi alle plann an de kaante könt worn e-zat umdet der niks van kump. Zo’n dag da-j ommeundig verlangt noar den eersten geetling den het vuurjoar kump brengn. Het weer is te slech um buutn iets te oondernemmn en bin zittn, de’s ok nit bepaald iets wat Jeroen gearne dut. Het duurdewekse kantoorwark vrög in het wiekend um de neurige ofwisseling. Hij stapt het berre uut en sloft noar ‘n ooln rookstool den in hook steet en deent as kapstuk vuur de kleer. Hij trekt zich den oale daangsn boksn an en stiefelt noar de kökkn. Zien Anja hef oamddienst e-had en den löt hij dus nog mar efkes lekker in berre liggn. Vuurdet e noar buutn geet um de vaste ronde te doon, kik e eerst efkes um ’n hook van de warkplaatse den direkt an huus zit. Hij kan zo vanuut de kökkn zoonder eers het gure weer in te goan, noar bin stappn. Dus eers de kachel mar es anmaakn, dech e. Met ‘n ooln niep houwt hij zich wat anmaakhoolt terechte en al rap kump de kachel op gang. Gin woonder, met dit weer wil de kachel bes trekkn. Straks een komme thee en een snee stoete. En dan de plann mar es bi-stelln en wat te knooin bedèènkn bi-j dehooltkachel, moompelt e in zichzelf. Hij schöt zich ‘n dikkn jas an, mutse op de kale plette en begint an zien dagelijkse rondje. De kippn wacht um al op, die kriegt natuurlijk eerst wat, vuurdet de kraante uut de busse wödt e-haald. De kipn hebt good met ‘m vuur. Der ligt drei eier in ‘t nös. En um de lieve vrea te bewaarn in huus, löt hij de vèènsters nog mar efkes dichte.

154


Hij bakt zich een mooi vas eike terechte en met ne komme thee der bi les e de kraante mar es duur. En ondertussen begint e wat te dagdreumn en waant e zich al in de warkplaatse woer nog een ooln motor steet. Noh, doar kon e zich de rest van de dag wal met vermaakn, duchen um. Hij had het oale barrel ooit e-koch van een leefhebber, via Marktplaats. Die beste man was slech in orde en was te passe kommn en mos duur omstandigheedn ofscheid nemmn van motor. Zie ken mekaa geels ni en toch besluutn hij um Jeroen den motor te gunn. Det was natuurlijk merakels mooi ma het ontbrök Jeroen nog an de kennis van ‘n motor en dus gaf e met de koop dreks al wa an det e wal in contact zol blievn. Jeroen had fèèlijk wal ‘n betje armood met die beste man en de hele situatie. Hij zea nog nadrukkelijk teeng um: “Ik hoale ‘n pad wa lös”!

155


Dus bedach Jeroen zich, toen e de stoete achter de koezn had, um ma wier es bi die beste man langs te goan vuur ne komme koffie. Hij had nog wal wat road neurig dus het passn um eigenlijk ok wel. Dus vortdadelijk worn de tillefoon op-epakt en dreks mar effn e-beld. “Ha Bert, met Jeroen, bi-j tuus? He-j tied vuur ‘n köpke koffie vevuumdag?” ’t Antwoord was kort: “Tuurlijk, de-s good, kom ma, de koffie steet kloar”. Noa wa eerst wat e-knooid te hebbn in de warkplaatse hef Jeroen um toen maar es an e-trad. Hij stappn rap ’n auto in. Het was ‘n ommeunig smerig weer. Het rèègn nog stöörig vedan. Een stief uurtje later stappn Jeroen bi de familie Bert en Gerda Grootjans de kökkn binn woer de loch van de koffieboon um al inteeng kwam. Hij groetn de femilie en de vrouwe zeg: “Goh, wat leuk de-j effn langskomt”. En onder het genot van een köpke koffie en een lekkere plak kooke met botter wön de nieuwtjes in de buurte en de femilie oaver en wier beproat. En natuurlijk tussenduur ook nit te vergettn de neurige technische dinge. Joa, doarvuur was Jeroen immers die kaante op e-goane. De femilie maakn een verveelnde tied duur as gevolg van een zeekte die Bert, zo heet de man, een aantal joaren al had. Het lichamelijke was e wal wier te boavn mar tussen de oorn had hij het nog ni op de riege. Doar leup e nog regelmoatig met te wosseln. Dan is efkes een betje zeurn en drammn met ne komme koffie altied good. Jeroen kon markn det het priezn van Bert ziene nuchterheid en ziene positieve blik op de dinge Bert good deu en um starkn. Al proatende vleug de tied vuurbi. Jeroen dankn de Grootjansn vuur de koffie. En zie leetn Jeroen op eur buurte de groetn an tuus oaverbrengn. Bi ‘t ofscheid nemn zeg e nog ma es wier tegen eur: “Wi hoolt ‘n pad wa lös, hè? En wierkommn“. Jeroen stapt naor buutn hen en de zunne brek duur. Rap op huus op an, lekker an ’t knooin in de schuure. Doar hef e ommeunig völle zin an.

156


Contact houden Wim Jansen | Nederlands

De familie Alders, huisnaam ‘Klèèn Buul’, woont met z’n vijven in een boerderijtje net buiten het dorp. Jeroen en Anja hebben drie kinderen waarvan er al één het huis uit is. Het is half acht op een zaterdagmorgen in november als Jeroen van Klèèn Buul wakker wordt van het lawaai. De wind giert om het huis door de bomen en de regen valt met grof geweld neer op de pannen. Het is zo’n vrije zaterdag waarbij alle plannen opzijgezet kunnen worden omdat er niets van komt. Zo’n dag dat je ontzettend verlangt naar de eerste merel die het voorjaar komt brengen. Het weer is te slecht om buiten iets te ondernemen en binnen zitten is ook niet bepaald iets wat Jeroen graag doet. Het doordeweekse kantoorwerk vraagt in het weekend om de nodige afwisseling. Hij stapt uit bed en sloft naar een oude rookstoel die in de hoek staat en dienstdoet als kapstok voor de kleren. Hij trekt een oude werkbroek aan en loopt naar de keuken. Zijn Anja heeft avonddienst gehad en hij laat haar dus nog maar eventjes lekker in bed liggen. Voordat hij naar buiten gaat om de vaste ronde te doen, kijkt hij eerst even om het hoekje van zijn werkplaats die aan het huis zit. Hij kan zo vanuit de keuken zonder dat hij eerst door het gure weer moet, naar binnenstappen. Eerst de kachel maar eens aanmaken, denkt hij. Met een oude bijl hakt hij wat aanmaakhoutjes en al snel komt de kachel op gang. Geen wonder, met dit weer wil de kachel goed trekken. Straks met een kop thee en een boterham de plannen maar eens bijstellen en een klus bedenken bij de houtkachel, mompelt hij in zichzelf. Hij schiet in een dikke jas, muts op het kale hoofd en begint aan zijn dagelijkse rondje. De kippen wachten al op hem, die krijgen natuurlijk eerst wat, voordat de krant uit de bus wordt gehaald. De kippen hebben het goed met hem voor. Er liggen drie eieren in het nest. En om de lieve vrede in huis te bewaren, laat hij de vensters nog maar even dicht. Hij bakt een lekker vers eitje voor zichzelf en met een kop thee erbij leest

157


hij eerst de krant maar eens door. En ondertussen begint hij al wat te dagdromen en ziet zichzelf al in de werkplaats waar nog een oude motor staat. Daar kan hij zich de rest van de dag wel mee vermaken, lijkt hem. Hij heeft het oude ding ooit gekocht van een liefhebber, via Marktplaats. De beste man had een slechte gezondheid, had een ongeluk gehad en moest er door omstandigheden afscheid van nemen. Ze kenden elkaar dus helemaal niet en toch besloot hij om Jeroen de motor te gunnen. Dat was natuurlijk fantastisch maar het ontbrak Jeroen nog aan kennis van de motor. Dus gaf hij bij de koop meteen aan dat hij wel contact zou houden. Jeroen had eigenlijk wel een beetje medelijden met de man en de hele situatie. Hij zei nadrukkelijk tegen hem: “Ik houd contact”.

158


Daarom bedacht Jeroen, toen hij het brood op had, om maar weer eens bij de man langs te gaan voor een kop koffie. Hij had nog wel wat advies nodig dus het kwam eigenlijk goed uit. Voortvarend werd meteen de telefoon gepakt om meteen eventjes te bellen. “Ha Bert, met Jeroen, ben je thuis? Tijd voor een kopje koffie vanmorgen?” Het antwoord was kort: “Tuurlijk, dat is goed, kom maar, de koffie staat klaar”. Na eerst nog wat geklust te hebben in de werkplaats is Jeroen toen vertrokken. Hij stapte snel in de auto. Wat een ontzettend smerig weer. Het regende nog steeds. Een klein uurtje later stapte Jeroen bij de familie Bert en Gerda Grootjans de keuken binnen waar de geur van koffiebonen hem al tegemoetkwam. Hij groette de familie en de vrouw zei: “Goh, wat leuk dat je even langskomt”. Onder het genot van een kopje koffie en een lekkere plak koek met boter werden de nieuwtjes uit de buurt en de familie over en weer uitgewisseld. En natuurlijk tussendoor ook niet te vergeten de nodige technische zaken. Ja, daarom had Jeroen immers de reis gemaakt. De familie maakte een vervelende tijd door als gevolg van een ziekte die Bert, zo heet de man, al een paar jaar had. Het lichamelijk was hij wel weer te boven gekomen maar tussen de oren was hij nog niet hersteld. Daar liep hij nog regelmatig mee te worstelen. Dan is even een beetje kletsen en ouwehoeren met een kop koffie altijd goed. Jeroen kon merken dat het prijzen van Bert om zijn nuchterheid en positieve kijk op zaken hem goeddeed en hem steunde. Al pratend vloog de tijd voorbij. Jeroen bedankte de Grootjansen voor de koffie. Zij lieten Jeroen op hun beurt de groeten thuis overbrengen. Bij het afscheid zei hij nog weer eens tegen hen: “We houden contact. En kom eens langs”. Jeroen stapte naar buiten, de zon brak door. Snel naar huis, lekker klussen in de schuur. Daar heeft hij ongelofelijk veel zin in.

159


Foj, foj, wat ne Pröttel Johanna Stam - Koopman | Hooltns

“Foj, wat he-j toch een pröttel!” Jacco’s moo kwam bin en kek om zich hen. “Ie leert ‘t ok nooit! Toe-j nog tuus won he-k zo mien beste doane om oe det bi te brengn, ma ‘t hef wèenig e-hölpn.” “Ha moo”, zèè Jacco, “mooi da-j d’r bint. Tja, het is noe mien huushooln en ik kan mie d’r met reddn. Dus loat goan! Hoe heb ie ‘t er met dan?” Moo schöf an de toafel. “Ach ja, wat za-k zeggn. Kiek, ik nöster dan mangs wa op oe, moar ‘t is mie nit vremd. Ok ik heb ‘n onmeunigen pröttel. Het lop mie mangs kats in ‘n krul. Dan bin-k wier miene breeve kwiet, mien bibliotheekbeuke slingert duur ‘t hele huus, dan krie-k wier anmaaningn. Het valt soms nit met alles op de riege te hooln.” Jacco kik zien moo an en zut ‘n mèènse met zörge. De rimpels wodt steeds deeper. Hij bangt zich ‘n betje. Zie zal ‘t toch wa reddn, zo alleene? Veurig joar is zien va uut de tied e-kommn.

160


Zo, van de ene op de andere dag. Zien moo heul zich stark, det wa. Moar noe zut he toch wal wat bastn kommn in die strabaante vrouwe. Ineens schöt ‘m iets te binn. “Moo, wat ha-j d’r van e-dach daw-we ‘s noar een coach goat.” “Een wat?” vrög zien moo. “Een coach. Om oe en mie te leern hoe-we de zaak ‘n betje wier op de riege kriegt.” Moo begint te hoosn; zie verslikt d’r zich van. “Een coach… det mèèn ie ni!” Dan kik ze Jacco wat better an. De oong die keukelt ‘m in ‘n kop. “Ha, doar ha-k oe mooi bi de beene!” Moo schatert ‘t uut. “Ie ok altied met oene grappn. Moar ‘t helpt een mèènse wa om wier wat better te passe te worn. Ach, ‘t lig misschien ok wa aan ‘t weer; ik veule mie de leste tied wat sloerig in de hoed.” Jacco kik zien moo an. “Wee-j, noe-k d’r over noadèènke: ie hebt wa geliek. Wie bint wa ‘n stel smeertonn met mekaa en wie hebt d’r ‘n grootn kroam van. Vrogger haddn ze ne vuurjoarsschoonmaak. Det was zo gek nog ni. Wat dach ie d’r van? Pakke wie ‘t an?” Zien moo steet op, löp noar ‘t anrech en pakt ‘n wasseldook. “He-j nog ans ‘n emmer, dan maak ik sop. Moar dan goa-w kommnde wekke bie mie gangs!” As ze ‘n steutje an ’t wark bint, wodt a aardig kaante. Moo kik um zich hen. Effn duurpakkn nog. Zie trappeert zich d’r op dat ze d’r ‘n betje schik in krig. Ok Jacco hef de smaak te pakkn. Noa krap twei uur ken ie ‘t huus ni wier. Zie geet ‘t smerige water in de götte. “Noh, ik goa zo toverdan ma ’s op huus an.” Moo kik nog ‘n keer om zich hen. Ie kèènt ‘t huus ni wier! En dan zeg ze teeng Jacco: “Wee-j, toe-j op oezelf ging wonn dach ik: Ach, wichterwark. Den krig d’r niks van terechte. Ma noe zee-k wa: een appel valt ni veer van ‘n stam. Ie bint d’r ech ene van mie, des dudelijk. Ma a-j ‘t effen anpakt, ligt er zo wier kaante bi.” As zien moo ‘m antrapt, röp Jacco eur noa: “Volgende wekke bie oe!”

161


Tjongejonge, wat een zooi Johanna Stam - Koopman | Nederlands

“Tjonge, wat heb je toch een zooi!” Jacco’s moeder kwam binnen en keek om zich heen. “Je leert het ook nooit! Toen je nog thuis woonde heb ik zo m’n best gedaan om je dat bij te brengen, maar het heeft niet veel geholpen.” “Hoi moeder”, zei Jacco, fijn dat je er bent. Tja, het is nu mijn huishouden en voor mij is het goed zo. Dus: loslaten! Maar: hoe gaat het met jou dan?” Moeder ging aan tafel zitten. “Tja, wat zal ik zeggen. Kijk, ik mopper dan soms wel op je, maar ik herken het wel. Ook ik heb er een bende van. Ik zie soms door de bomen het bos niet meer. Dan ben ik weer brieven kwijt, m’n bibliotheekboeken liggen door het hele huis; dan krijg ik weer aanmaningen. Het valt soms niet mee om alles op de rit te houden.” Jacco kijkt zijn moeder aan en ziet een mens met zorgen. Haar rimpels worden steeds dieper. Hij is bezorgd. Ze zal het toch wel redden, zo alleen? Vorig jaar is z’n vader overleden. Zo, van de ene op de andere dag. Z’n moeder houdt zich sterk, dat wel. Maar nu ziet hij toch wel barsten komen in die krachtige vrouw. Dan schiet hem iets te binnen. “Moeder, wat had je ervan gedacht dat we eens naar een coach gaan? “Een wat?” vroeg z’n moeder. “Een coach. Om jou en mij te leren hoe we de zaken een beetje op de rit kunnen krijgen.” Moeder begint te hoesten; ze verslikt er zich van. “Een coach… dat meen je niet!” Dan kijkt ze Jacco wat beter aan. Hij heeft pretogen. “Ha, daar had ik je mooi te pakken!” Moeder schatert het uit; “Jij ook altijd met je grappen! Maar het helpt een mens wel om zich wat beter te voelen. Ach, het ligt misschien ook wel aan het weer: ik voel me de laatste tijd niet helemaal fit.” Jacco kijkt z’n moeder aan. “Weet je, nu ik erover nadenk heb je misschien ook wel gelijk. We zijn een stel smeerpoetsen en hebben er een grote bende van. Vroeger hadden ze een voorjaarsschoonmaak. Dat was zo gek nog niet. Wat dacht je ervan: gaan we aan de slag?”

162


Z’n moeder staat op, loopt naar het aanrecht en pakt de vaatdoek. “Heb je nog ergens een emmer, dan maak ik een sopje. Maar dan gaan we komende week bij mij aan de slag!” Als ze een poosje aan het werk zijn, wordt het steeds netter. Moeder kijkt om zich heen. Even doorpakken nog. Ze betrapt zichzelf erop dat ze er lol in krijgt. Ook Jacco heeft de smaak te pakken. Na een kleine twee uur ken je het huis niet terug. Ze giet het vieze water in de gootsteen. “Nou, ik ga zo maar weer eens naar huis.” Moeder kijkt nog een keer om zich heen. Je kent het huis niet terug! Dan zegt ze tegen Jacco: “Weet je, toen je op jezelf ging wonen dacht ik: wat een kind nog. Daar komt niks van terecht. Maar nu zie ik: De appel valt niet ver van de boom. Je bent echt een kind van mij, dat is duidelijk. Maar als je even doorpakt is het zo weer op orde.” Als zijn moeder wegrijdt, roept Jacco haar na: “Volgende week bij jou!”

163


Woordenlijst Racheln

Kwaadspreken

Den ooln kearl dut niks leever as racheln Die oude man houdt van kwaadspreken

Raggeln

Snel praten

Ik kan ‘m nit volgn, hij raggelt zo Ik kan hem niet volgen, hij praat zo snel

Ral

Doorgedraaid

De schroeve is ral De schroef draait door

Rap Rappigheid

Snel

In de rappigheid verget ik oe te filseteern Door de drukte vergeet ik je te feliciteren

Rebbel

Mond

Hoolt ’n rebbel stille Hou je mond toch eens

Rebbeln

Druk praten

Die deerns bint druk an ‘t rebbeln Die meisjes zitten heel druk te praten

Rechbroan

Gewillig zijn, meewerken

Hens wil nit rechbroan Hens wil niet meewerken

Rechtevoort

Tegenwoordig

Dit wordt rechtevoort aans verteld Dit wordt tegenwoordig anders verteld

Reepe

Touw

Het jungske hoolt de reepe met de koo good vaste Het jongetje houdt het touw van de koe goed vast

Reern

Schreeuwen

Wi konn um hier heurn reern Wij konden hem hier horen schreeuwen

Rèèze

Keer

Disse rèèze doo ik nit met Deze keer doe ik niet mee

Refeln

Bonen afhalen

Ik ben vergettn de boon te refeln Ik ben vergeten om de bonen af te halen

Refeln

Blijven praten

Hij refelt an één stuk vedan Hij blijft maar praten

Rekkel

Reu

Ik weete ni of dissn hoond nen rekkel of ne teeve is Ik weet niet of deze hond een reu of een teef is

Rekkel

Deugniet

De jongs uut Harfsen neumn wi rekkels We noemden de jongens uit Harfsen rekkels

Relluk

Bijna droog

De wasse buutn is relluk De was buiten is bijna droog

165


166

Relk

Schoon, mooi

Ik heb ‘n stal relk e-maakt, de beeste ligt wier good in ‘t stroo Ik heb de stal schoon gemaakt, de koeien liggen weer goed in het stro

Remèèntn

Ravotten

De wichter ligt te remèèntn in ‘n tuin De kinderen zijn aan het ravotten in de tuin

Remmel

Ram, Wi hebt een remmel in ‘t hok mannetjeskonijn We hebben een ram in het hok

Reppel

Paal waar koe aan staat

Vrogger stun de beeste vaste an de reppel Vroeger stonden koeien vast aan de paal

Reppelkeun

Iemand die niet stil kan zitten

Niels is een reppelkeun Niels kan niet stilzitten

Reppeln

Stoeien, vrijen

De jonge leu warn an ‘t reppeln in ‘t hooge grös De jonge mensen stoeiden in het hoge gras

Reujeri-je

Ontsteking

Ik heb reujeri-je an de moond Ik heb een ontsteking bij de mond

Reujn

Branden

Mooi wark op zoaterdag: een sleutje reujn Mooi werk op zaterdag: slootranden afbranden

Reujn

Woekeren

‘t Roet reujt in ‘n tuin Het onkruid woekert in de tuin

Richter

Korter

Disse weg is völle richter Deze route is veel korter

Riegn

Aanpassen (letterlijk: in de rij gaan)

Zeg ma woenneer het oe uutkump, ik riege mie wa Zeg maar wanneer het jou uitkomt, ik pas me wel aan

Riezebessem

Bezem van rijshout / heksenbezem

Gerda is tuus, ‘n riezebessem steet vuur de duure Gerda is thuis, de bezem staat voor de deur

Riezemiete

Stapel berkentwijg

Toen de riezemiete in braand stun, haddn wi oonze èègn boake Toen de berg met twijg in brand stond, hadden wij ons eigen paasvuur

Rik

Hek

‘t Rik stun lös, peerd vot Het hek stond open, paard weg


Rikkepos Rikkepoal

Afrasterpaal

He-j genog rikkepöste vuur disse wèère? Heb je genoeg afrasterpalen voor dit weiland?

Rikn

Afrasteren

Woenneer komt de jongs rikkn? Wanneer komen de jongens afrasteren?

Rille

Rol gedroogd gras

Het grös lig al in de rille Het gras ligt al in wiersen

Rinkevieln

Pingelen, afdingen

Zit toch nit zo te rinkevieln a-j den auto hebbn wilt Zit toch niet zo te pingelen als je die auto wilt hebben

Roazekoppn

Lawaai maken

De jongs bint allenig tuus, mö-j ze heurn roazekoppn De jongens zijn alleen thuis, moet je horen hoeveel lawaai ze maken

Robeetn

Rode bietjes

Van robeetn mö-j rood pissn Van rode bietjes krijg je rode urine

Rodjen

Tekeergaan

Zit ie doar met zo’n plestieken mes op een halfgare karbonade te rodjen Ga je daar met zo’n plastic mes op een halfgare karbonade te lijf

Roekeri-je

Parfum

Gijs-Jan hef roem völle roekeri-je op Gijs-Jan heeft veel parfum op

Roepe

Rups

Mie moo klaagn oaver roepn in ‘n moos Mijn moeder klaagde over rupsen in de boerenkool

Roes

Guitig kereltje

Sem is toch zonnen roes Sem is zo’n lekker ondeugend jochie

Roet

Onkruid

Ik was nen heeln dag gangs met roet uuttrekkn Ik was de hele dag bezig met onkruid verwijderen

Roewmoos

Rommeltje

Den tuin is ’n roewmoos Die tuin ligt er rommelig bij

Roezn

Schatten

Ie möt ma roezn hoe völle vleis d’r neurig is Je moet maar een inschatting maken van de hoeveelheid vlees die nodig is

Roggebloome

Korenbloem

Machtig mooi, die roggebloomn Prachtig, die korenbloemen

167


Ronn

Kindje

Wat ‘n mooin ronn is det Wat een leuk kindje is dat

Roondbanjern

Rondslenteren

De jongs banjert geerne roond in ‘t darp De jongens slenteren graag in het dorp rond

Roondheurn

Navragen, te weten komen

Ik zal ‘ns roondheurn wat d’r gebuurd is Ik zal eens navragen wat er is gebeurd

Roondkommn

Werk afmaken

Hij is völs te druk, kump nit roond Hij is veel te druk, krijgt het werk niet af

Roondschungeln

Rondhangen

De deerns schungelt roond de tèènte De meisjes hangen rondom de tent

Roondzettn

Uitkomen met je geld

Teengwoordig is het lastig om ‘t roond te zettn Tegenwoordig is het moeilijk om uit te komen met je geld

Ropperig

Rafelig

Miene mouwe is ropperig Mijn mouw rafelt

Roppn

Plukken

Vuur ‘t slachn ropt opa de kippe Voor het slachten plukt opa de kip

Roppn

Rukken

‘t Kind roppn alle bloomn uut ‘n tuin Het kind rukte alle bloemen uit de tuin

Rouzn

Donderjagen

Schei toch uut te rouzn Houd eens op met donderjagen

Rowmoos

Lompe mensen

‘t Is rowmoos van volk Het zijn ongemanierde mensen

Uitdrukkingen

168

Ral

Ral in ‘n balg wèèn

Je niet lekker voelen

Rechdag

Rechdag hooln

Spullen uitzoeken en opruimen

Riege

Het in de riege hebbn

Klaar hebben

Riegn

“Riegt oe”, zeg de boer teeng ziene eene koo

“Ga in de rij staan”, zegt de boer tegen zijn ene koe (onzin dus)

Roew

Roew en rood

Onverzorgd


Kniepn Iepmie en kniepmie zattn in een beumke Iepmie völ d’r uut Wie bleef d’r toen nog oaver?


Riezemiete André Heetkamp - André van Thooms | Hooltns

In ‘t midden van een groot bos op ‘n Hoolterbarg dichtbi ‘t darp Hooltn, lag een grote bult Riezemiete. Den bult twiegn en takkn was d’r al joarn lang en was ontstoane duur stormen en völle wind. De bult twiegn en takkn was machtig mooi om te zeen, ommeunig hooge boavn de grond uut en alle kaantn op. De takkn waarn greun en fris en in de hele buurte d’r rondomhen ko-j het roekn. De Riezemiete was een belangriek punt e-worn in het bos en völle mèènsn kwam d’r altied kiekn. De wichter klautern d’r boam op, spölln d’r völle en deedn of ze koning en koninginne waarn van ‘t grote bos. De oale leu waarn verrast duur den onmeunigen stapel, maakn foto’s en genöttn van ‘t bos d’r umhen. Zommers was de Riezemiete zo groot e-worn, det ‘n boswachter vun dat ‘t kloar was. Ut leup uut de haand en d’r zol makkelijk een braand könn ontstoan woarduur ‘t hele bos zol könn ofbraan. D’r mos wat gebuurn; de Riezemiete mos vot. De boswachters haaln de hoolthakkers en andere leu d’r bie om te helpn. Daagn lang waarn ze gangs um de Riezemiete an stukkn te zaagn en te verplaatsn noar de raand van ‘t bos. Toen ze an ‘t werk waarn zaggn ze pas det d’r vossen, marters, vleegn, spinn en vogels in wonn. De Riezemiete was al völle kleiner e-worn en ie zaagn det het bos begun te veraandern. D’r kwaamp ineens zunne op de plaatse woer den bult had e-stoane en d’r greujn oamoal nieuj greun. De beestn die in de Riezemiete hadden e-leafd, zochen andere steas op um te wonn.

170


Toen de Riezemiete helemoal vot was, zaggn de boswachter en de andere leu det d’r een machtig mooi nieuw bos was ontstoane. Aanders, maar ok onmeunig mooi om te zeen. Noe kon de natuur wa duzend joar zien èèng gang goan in het bos van zichzelf. Een machtig mooi, ommeunig groot bos midden op ‘n barg. Ze wissn det ‘t bos zol blievn veraandern, net zoas de Riezemiete ok had e-doane. Wille zult ‘t bos van zichzelf niet meer oold zeen worn, ma de wichter zölt d’r vast en zeker nog lange völle plezeer an beleavn.

171


Houtstapel André Heetkamp | Nederlands

In het midden van een groot bos op de Holterberg dichtbij het dorp Holten, lag een grote Houtstapel. De hoop twijgen en takjes was er al jarenlang en was ontstaan door stormen en veel wind. De stapel twijgen en takjes was ontzettend mooi om te zien, heel hoog boven de grond en alle kanten op. De takken waren groen en fris en in de hele omgeving kon je het ruiken. De Houtstapel was een belangrijk punt geworden in het bos en er kwamen altijd veel mensen kijken.

172


De kinderen klauterden er bovenop, speelden er graag en deden alsof ze koning en koningin waren van het grote bos. Volwassenen waren verrast door de enorme stapel, maakten foto’s en genoten van het bos eromheen. In de zomer was de Houtstapel zo groot geworden dat de boswachter vond dat het genoeg was. Het liep uit de hand en er zou gemakkelijk een brand kunnen ontstaan waardoor het hele bos zou kunnen afbranden. Er moest wat gebeuren; de Houtstapel moest weg. De boswachters haalden er houthakkers en andere mensen bij om te helpen. Ze waren dagenlang bezig om de Houtstapel in stukken te zagen en te verplaatsen naar de rand van het bos. Toen ze aan het werk waren, zagen ze pas dat er vossen, marters, vliegen, spinnen en vogels in woonden. De Houtstapel was al veel kleiner geworden en je zag dat het bos begon te veranderen. Er kwam ineens zon op de plaats waar de stapel had gestaan en er groeide allemaal nieuw groen. De beesten die in de Houtstapel hadden geleefd, zochten andere plekken om te wonen. Toen de Houtstapel helemaal weg was, zagen de boswachter en andere mensen dat er een machtig mooi nieuw bos was ontstaan. Anders, maar ook geweldig mooi om te zien. Nu kon de natuur wel duizend jaar zijn eigen gang gaan in het bos van zichzelf. Een machtig mooi, ongelofelijk groot bos midden op de berg. Ze wisten dat het bos zou blijven veranderen, net zoals de Houtstapel dat had gedaan. We zullen het bos van zichzelf niet meer oud zien worden, maar de kinderen zullen er vast en zeker nog lang veel plezier aan beleven.

173


Woordenlijst Saanderdaangs

De volgende dag

A-j soams ‘n kroam loat stoan in de kökkn, he-j der saanderdaangs een hoop wark met Als je ’s avonds de troep laat staan in de keuken, heb je er de volgende dag een hoop werk mee

Schaa

Schaduw

Ik goa in de schaa zittn, de zunne is zo heete Ik ga in de schaduw zitten, de zon is zo heet

Schap

Bar

Het is gezellig zittn an het schap van dit café Je zit hier gezellig aan de bar van dit cafe

Scheffertje

Klein, vaak blaffend hondje

Zie hef altied zo’n scheffertje an de liene Ze heeft altijd zo’n klein hondje aan de lijn

Scheid

Afscheiding tussen twee stukken land

Op de scheid tussn oew groond en miene groond stoat dikke eekn Op de afscheiding tussen jouw grond en mijn grond staan dikke eiken

Schel

Scheef

Die foto hengt schel an de muure Die foto hangt scheef aan de muur

Schemme

Schaduw

In de schemme zee-j oonze zwatte katte nit In de schaduw zie je onze zwarte kat niet

Scheppe laand

Are land

Nen beunder is tien scheppe laand Een hectare is tien are land

Schetterig

Diarree

Oonze hoond is al een zetje froai schetterig Onze hond heeft al een tijdje behoorlijk diarree

Schettern

Luidruchtig praten, schreeuwen

Ie heurt eur d’r boam-uut schettern Je hoort haar er bovenuit schreeuwen

ScheureServies good Scheurewark

Wi hebt een hoop scheuregood det nooit wodt gebruukt We hebben een heleboel servies dat nooit wordt gebruikt

Schielijk

Snel

Hij drunk ’n borrel schielijk op Hij dronk zijn borrel snel op

Schier

Mooi

Miene zönne kwam met een schier deerntje tuus Mijn zoon kwam thuis met een mooi meisje

Schiern

Keuren

Wi wilt ‘m schiern vuurdet hij lid kan worn Er is ballotage voor hij lid kan worden

175


176

Schik

Plezier

De wichter hebt zo’n schik met mekaa De kinderen hebben veel plezier samen

Schikkn Anschikkn

Plaatsnemen

Loa-w oons schikkn, het begint zo Laten we plaatsnemen, het begint zo

Schin Skin

Hoofdroos

Disse sjampoo helpt good teeng schin Deze shampoo helpt goed tegen roos

Schobberi-je Jeuk

Wim hef goeie zalve vuur zien schobberi-je Wim heeft goede zalf vuur zijn jeuk

Schobbn

Krabben

De rugge jökt mie, wil ie mie effn schobbn? Ik heb jeuk op zijn rug, wil je me even krabben?

Schoer

Onweersbui

D’r zit een schoer an de loch Er zit een onweersbui in de lucht

Schoer

Veel

Vanmiddag zat d’r een schoer wichter in ‘n spöltuin Vanmiddag zaten er veel kinderen in de speeltuin

Scholk Schoetert

Schort

Ik doo altied ne scholk vuur met kokkn Ik draag altijd een schort bij het koken

Jutnschoetert

Schort van jutezakken

Bi het varknsvoorn dreug mien opoe ne jutnschoetert Mijn oma droeg een schort van jutezakken bij het varkensvoeren

School

Ondiep

Dit stuk laand mö-j school bouwn Dit stuk grond moet je ondiep ploegen

Schoolblaagn

Schoolkinderen Doar löp ne hele koppel schoolblaagn Daar loopt een hele groep schoolkinderen

Schotjen

Schommelend lopen

Die vrouwe schotjet oaver de weg Die vrouw loopt schommelend over de weg

Schötteldook

Theedoek

Ik kriege nen schoon schotteldook an Ik pak een schone theedoek

Schroonseln

Schaven

Zie hef het knei schroonseld toen ze valln is Zij heeft een schaafwond op haar knie nadat ze gevallen is

Siepel

Ui

Man, man wat ‘n siepels he-j neudig Tjongejonge, wat heb je veel uien nodig

Siep-oge

Tranend oog

Meike hef een siep-oge van het siepels sniedn Meikes oog traant van het uien snijden


Siepeltriene

Huilebalk

Femke is ne siepeltriene, zie brult wat of Femke is een huilebalk, ze huilt wat af

Sieto

Meteen

Ik möt sieto noar huus, d’r is braand Ik moet meteen naar huis, er is brand

Sik

Geit

Kump disse keeze van melk van ‘n sik of van de koe? Is deze kaas van geitenmelk of van koeienmelk gemaakt?

Sinterklööskes

Speculaasjes

Sinterklööskes bint het hele joar te koop Speculaasjes zijn het hele jaar te koop

Sjaankn

Jengelen

As ze meu bint, könt de wichter zo sjaankn De kinderen kunnen zo jengelen als ze moe zijn

Sjoksn

Sloffend lopen

Wat loop ie te sjoksn, buurt de beene toch op Wat loop je te sloffen, til je benen toch op

Skiw Schiw

Heks, lelijke vrouw, vogelverschrikker

Mangs zee-j nog ‘n skiw op het laand stoan Soms zie je nog een vogelverschrikker op het land

Slat

Kleed

De hoond lig ‘n heeln dag op zien slat De hond ligt de hele dag op zijn kleed

Slatergat

Knoeipot

Wat bi-j toch ‘n slatergat, d’r ligt oaveral krummels Wat ben je toch een knoeipot, overal liggen kruimels

Slaterkoonte Slordig iemand Slodderfokse

Bi-j alwier de slöttels kwiet? Wat bi-j toch ne slaterkoonte Ben je alweer je sleutels kwijt? Wat ben je toch een sloddervos

Slatern

Knoeien

Wat he-j toch zittn slatern, de hele toafel is nat Wat heb je toch zitten knoeien, de hele tafel is nat

Slee

Bot

Het mes is akelig slee, ik möt ‘m sliepn Het mes is verschrikkelijk bot, ik moet hem slijpen

Sleetn

Planken, plafondplaten

In het oale huus bint de sleetn nog good In het oude huis zijn de plafondplaten nog goed

Sleifern

Slenteren

Zie mag geerne in de stad sleifern Zij slentert graag door de stad

Slepkoonte

Iemand die veel weg is

Gerida is ne slepkoonte, zowat nooit bi huus Gerida is veel weg, bijna nooit thuis

177


178

Sleutern

Drinken

Hij sleutern zo een paa borrels vot Hij dronk zo een paar borrels op

Sliepstatjen Sliepstattn

Wegglippen

Hij wol gin ruzie en sliepstatjen vot Hij wilde geen ruzie en glipte weg

Slikkebatse

Snoepkont

Een reepe sukela is zo op, ik bin zonne slikkebatse Een reep chocola is zo op, ik ben zo’n snoepkont

Slikkeri-je

Snoep

Van mien zakgeeld koop ik meestal slikkeri-je Van mijn zakgeld koop ik meestal snoep

Slikkern

Snoepen

Is d’r nog wat te slikkern in huus? Is er nog wat te snoepen in huis?

Slim zeek

Erg ziek

Zie was vurige wekke slim zeek Zij was vorige week erg ziek

Slimmn

Fout iemand

De politie kent um good, ‘t is nen slimmn De politie kent hem goed, het is een fout persoon

Slingerbatse

Iemand die slingert

Dineke is ne slingerbatse op de fietse Dineke slingert veel op de fiets

Sloekn

Slikken

Ik heb las met sloekn en heb nen zeern hals Slikken gaat moeilijk en ik heb keelpijn

Sloerig

Niet fit

Noa die brulfte was ik nog een paa daang sloerig Na die bruiloft voelde ik me nog een paar dagen niet fit

Slof

Zacht, niet vers

A-j de koekjes lange loat liggn, wodt ze slof Als je koekjes lang laat liggen, blijven ze niet vers

Slof

Wijd

Det is ne sloffe bokse, zo fijn as het warm weer is Dat is een wijde broek, zo fijn als het warm weer is

Slok

Slap

Wat een slok droad steet hier um de wèère Wat staat het draad om deze wei slap

Sloomp

Grote hoeveelheid vloeistof

Foj, wat ’n sloomp koffie geet ie mie in Tjonge, wat schenk je me veel koffie in

Slop

Open gat op de hooizolder

Kiek uut da-j nit in ‘t slop scheet Pas op dat je niet in het gat valt

Sluutspeele

Veiligheidsspeld

A-j ‘n rits kepot hebt, kö-j oe met ne sluutspeele reddn Als je rits kapot is, kun je een veiligheidsspeld gebruiken


Smallook

Bieslook

Ingrid hef een keer pikrössn in ‘n sloat e-doane in plaatse van smallook Ingrid heeft eens pikrussen in de sla gedaan in plaats van bieslook

Smans

’s morgens

Smans drinke wi koffie, smiddags tee ‘s Morgens drinken we koffie, ‘s middags thee

Smee

Smeuïg

Bloodkooke mut wa smee wèèn Bloedworst moet wel smeuiig zijn

Smeerdeer Viespeuk Smeerdeuze Smeertöns Smeerkoonte

Wat bin ie toch een smeerdeer, ie hebt de schoone vol drek Wat ben je toch een viespeuk, je schoenen zitten helemaal onder de modder

Smeern

Knoeien

Wat zit ie wier te smeern met de pinnakeeze Wat zit je weer te knoeien met de pindakaas

Smeugel

Puber

Die smeugels loopt zich te verveeln Die pubers vervelen zich

Smiesterd

Achterbaks iemand

Ik heb um altied nen smiesterd e-veun Ik heb hem altijd achterbaks gevonden

Smoereapel

Kleine gebakken aardappeltjes

Noa het eapelstekkn ette wi smoer-eapel Na het aardappels steken, eten we kleine, gebakken aardappeltjes

Smoezn

Fluisteren

Wat zit ule doar te smoezn? Waarover zitten jullie te fluisteren?

Smok

Kus

Hij bedankn eur met bloomn en een smok Hij bedankte haar met bloemen en een kus

Smotze

Viezige vrouw

Bi eur drink ik gin koffie, zie is zonne smotze Bij haar drink ik geen koffie, ze is zo viezig

Snarre

Bitsige vrouw

Jeanet is toch zonne snarre Jeanet is een echte bitch

Sniedn

Castreren

Teengwoordig sniedt ze keune oonder verdoving Tegenwoordig worden biggen gecastreerd onder verdoving

Snistern

Braden, barbecuen

Coen mag geerne een betje snistern Coen barbecuet graag

179


180

Snoeverd

Opschepper

Mö-j um wier heurn, wat nen snoeverd Moet je hem weer horen, wat een opschepper

Snoeveri-je

Verkering

Oonze Jarno hef snoeveri-je in Deepn Onze Jarno heeft verkering in Diepenheim

Snomdaangs ‘s Middags

Snomdaangs loop ik altied een endje ‘s Middag wandel ik altijd een stukje

Snotterdop

Wijsneus

Gijs-Jan was as kind nen snotterdop Gijs-Jan was als kind een wijsneus

Snotterkuukn

Klein kind

Het is oongelukkig det zo’n snotterkuukn oe det mut zeggn Het is heel erg dat je dat van een klein kind moet horen

Soezekrukke Soeze

Dromer

Hij is zonne soezekrukke, heurt nooit wa-j zegt Hij is zo’n dromer, hoort nooit wat je zegt

Sopkroam

Smeerboel

Het worn nen sopkroam toen de wichter kokkn Het werd een smeerboel toen de kinderen kookten

Soppn

Knoeien

Kiek uut, ie zit te soppn met det ijsje Kijk uit, je zit te knoeien met dat ijsje

Spaaltern

Rondspringen, spelen

Die wichter bint mooi an ‘t spaaltern Die kinderen zijn mooi aan het springen en spelen

Speene

Kast

De teelders stoat in de speene De borden staan in de kast

Spekhasse Spekhasje

Speklapje

Wi et geerne een spekhasse bi de zoerkool Bij zuurkool eten we graag een speklapje

Spi-jn

Overgeven, spugen

Ik worn zo naa en mos spi-jn Ik voelde me zo naar en moest overgeven

Spinnekop

Spin

An de muure zit een groote spinnekop Op de muur zit een grote spin

Spölleman

Muzikant

Ruben was as spölleman bi het buurtfees Ruben was als muzikant bij het buurtfeest

Spothemp

Overhemd

Dit spothemp mö-j good striekn Dit overhemd moet je goed strijken

Sproa

Spreeuw

De sproa vret alle kassn op De spreeuwen eten alle kersen op


Stalstreujer

Ongetrouwde, inwonende broer op de boerderij

Mans bleef as stalstreujer op de boerderi-je Mans bleef inwonen op de boerderij

Stappe

Val, klem

Wi hebt zo’n las van rottn, ik zette ne stappe We hebben zo’n last van ratten, ik ga een val zetten

Stea

Plek

Hooltn is ne mooie stea um te wonn Holten is een mooie plek om te wonen

Steil

Heel erg

Het is mie hier steil te heete in de zunne Het is me hier veel te warm in de zon

Steilmetwillig

Woedend

Gerdien was steilmetwillig toen hij nit metwol Gerdien was woedend toen hij niet meewilde

Stekkeldroad Prikkeldraad

Het deerntje zat met de bokse vaste in ‘t stekkeldroad Het meisje zat met haar broek vast in het prikkeldraad

Sterke Starke

Vaars

Die sterke hef ‘n mooi kieske kreegn Deze vaars heeft een mooi kalfje gekregen

Steutje Stoot

Poosje, even

Het is nog gin tied, ik doo nog een steutje vedan Het is nog geen tijd, ik ga nog even door

Stief bi

Dichtbij

Oonze fietsn stoat stief bi mekaa in de stalling Onze fietsen staan dichtbij elkaar in de stalling

Stikdekkn

Doorgestikte deken

In de winter he-k geerne ne stikdekkn op ‘t berre ‘s Winters heb ik graag een zwaartedeken op bed

Stoefrèèng

Motregen

Van dissn stoefrèèng wodt de groond nit nat Van deze motregen wordt de grond niet nat

Stoekn

Haperen

Den rits stoekt De rits hapert

Stoete

Brood

Wi-j nog ne snee stoete? Wil je nog een sneetje brood?

Stokstoete

Stokbrood

A-j nit oppast, he-j ‘n boek vol met stokstoete Als je niet uitkijkt, zit je buik vol met stokbrood

Stoomp

Bot

Dit mes is niks weerd, het is stoomp Dit mes is nutteloos, het is bot

181


182

Stoomp

Veel te

Het ettn is mie stoomp te völle Dit eten is veel te veel voor me

Stöörig

Steeds

He-j det nog stöörig nit e-doane? Heb je dat nog steeds niet gedaan?

Stork

Ooievaar

Op den poal nösselt een stork Op die paal nestelt een ooievaar

Straampeln

Strompelen

Met gips um het been kwam ze anstraampeln Met gips om het been kwam ze aanstrompelen

Strabaant

Streng

Linda is ne beste juffe ma froai strabaant Linda is een goede juf maar behoorlijk streng

Streppel

Strook

Den streppel groond heurt ’n noaber Die strook grond is van de buurman

Striekdeuze

Smartphone

He-j ne striekdeuze bi oe? Dan kö-j het weer zeen Heb je een smartphone bij je? Dan kun je het weerbericht zien

Striekerd

Klap

A-j nit luustert, dan krieg ie een striekerd met de pette vuur de plette Als je niet luistert, krijg je een klap met de pet om je oren

Striekerd

Fysiotherapeut

Ik had zo’n piene in de rugge da-k noar ‘n striekerd bin e-wes Ik had zo’n pijn in de rug dat ik naar de fysiotherapeut ben geweest

Striekzwaveln Striekzwèèvels

Lucifers

Mien opa had het altied oaver striekzwaveln Mijn opa had het altijd over striekzwaveln, het oude woord voor lucifers

Striepken

Plassen

Het duurn ma effn en doar stun hee wier te striepken Het duurde maar even voor hij weer stond te plassen

Stroevèlln

Struiken

Met die dreugte gungn alle stroevèlln kepot Door de droogte gingen alle struiken dood

Stroontnat

Kletsnat

Stroontnat kwam de wichter tuus De kinderen kwamen kletsnat thuis

Stroo-spier

Strohalm

Ie hebt nog ‘n stroo-spier an de mouwe Er zit nog een strohalm op je mouw


Strulln

Kind optillen om Wi warn nog ma net vot of wi mossn al strulln te laten plassen We waren nog maar net weg toen het kind al moest plassen

Stumpertje

Jenever zonder suiker

Zoonder te vroagn kreeg hij een stumpertje Zonder te vragen, kreeg hij een jenevertje zonder suiker

Stuutje

Broodje

Breng ie mie een stuutje met van de bakker? Breng je me een broodje mee van de bakker?

Uitdrukkingen Schoap

Noe begint het schööpe scheern

Nu begint het moeilijke deel

Schoap

Noe he-j het schoap an het drietn

Nu beginnen de problemen

Schoer

Een schoer duur de beene kriegn

Een uitbrander krijgen

Schot

Een schot vol

Een groot aantal

Schrievn

Hoe loat ze zich schrievn?

Wat is hun officiele naam?

Sik

Nen verwèèn sik

Een verwend iemand

Slim

Een slimmn hond

Een slecht persoon

Sloerig

Sloerig in ’n rakkerd

Niet goed in orde, ziek

Slok

Slok in ‘t heuf

Psychisch niet in orde

Slot

Zoonder slot en val

Chaotisch (verhaal)

183


184

Smoezn

Louw smoezn

Praten zonder iets te vertellen

Snister

Het löp met ‘n snister of

We komen er met de schrik vanaf

Spi-jn

Spi-jn oaver ledder en plaanke

Heel erg moeten overgeven

Sprekkn

Groot sprekkn en wied trèèn hoolt gin staand

Opscheppen heeft geen zin

Staane

Te staane kommn

Op verhaal komen

Stambook

Stambook varknshoar

Melkboerenhondenhaar

Stea

Op stea

Onmiddellijk

Stea

Uut de stea kommn

Op gang komen (opstaan en weglopen)

Stikn

De stikkn der noar stekkn

De plannen aanpassen

Stille

Stille wèèn

Bidden

Stoete

Hij hef de meeste stoete wa op

Hij is aan het eind van zijn leven (heeft het meeste brood op)

Stok

Snie oe nen stok a-j joonk bint, dan kö-j d’r op loopn a-j oold bint

Denk vooruit

Stöörig

Een stöörigen boer bouwt den akker

Je komt er wel als je rustig doorwerkt

Stomp

Op stomp en stea

Meteen

Streepe

In ene streepe

Rechtstreeks

Stroale

An ene stroale

Zonder te stoppen

Stroo-spier

D’r ligt nog gin stroo-spier verkeerd

Alles is heel netjes opgeruimd


Scheetn Tante Sjaan uut Amsterdam, stun joarn in Hooltn op de camping. Vaake kwam ze langs fietsn en maakn dan een proatje. “Ik heb in Holten een krop sla gekregen, maar ik gooi het thuis weg”, vertelde ze. “Ze hebben gezegd dat de sla is bescheten.” “Ach, zèè mien moo, “ik dèènke det ze hebt e-zeg det de sloat begint te scheetn.”


Sammie de papegaai Imke Boode - Steegink | Hooltns

D’r was eens een hele mooie papegaai met de naam Sammie. Hij woont in een heeeele grote boomhutte op de kinderboerderie. Sammie is een hele biezundere papegaai. Luuster moar noar zien verhaal. Ik heb mooie veern in de kleuren blauw en gel. Wee-j wa-k ok kanne? Ik kan proatn. Ik zegge: “Hallo” of “Mama”. Det kump umdet ik det zo vaake heure. Overdag kumt der völle kindern op de kinderboerderi-je, met heur familie. Het eerste wat de kindern doot, is noar mie zwaain. Of zie zegt: “Dag Sammie”. Ik vind het arg fijn um zovölle vriendjes te hebbn. Iedereen lacht en hef de heeln dag schik.

186


Ma wa-k niet zo leuk vinne, is dat iederene lekkere ijsjes, koekjes of snoepjes metnemt. Moar ik blieve toch netjes op mie stok zittn. As mie verzorgers koffie goat drinkn, haalt ze mie op en dan goa ik noar binn. Zie geeft mie völle andach. Mangs maak ik d‘r wa een troep van deur mien veern of met de koekjes die ik stiekem toch kriege. Noar het koffie drinkn brengt ze mie terugge noar mien villa. Overdag zit ik lekker op mien stok buutn in de zunne. Ik zee dan een heel zacht wollig diertje loopn op vier peutjes. Het is een schoap dat mekkert. In de verte heur ik wat knorren, dit bint de grote varkens. In de heujbarg zit ‘n grote vogel met prachtige blauwe veern. Mangs schreeuwt ze heel hard, dat is de pauw. Het lik wa of d’r steene in het grös ligt? Ma dan beweegt die steene ineens, da-s gek! Ik kieke nog eens good. Het bint twee schildpaddn! In de middag klimme ik vaak zo hoog as ik kan in miene boomhutte. Dan zee-k een beesje op twee peutjes springn met iets kleins in heur buidel, het is een walibi. Noa ‘n gezellige dag zwaait iedereen mie uut en ik stekke mien peutje op om gedag te zeggn. As dan alle kinder noar huus hen goat, kump der een lieve dierenverzorgster die mien hele lekkere gedreugde banaantjes voert. Doar bin ik gek op. Dag allemoal. Aju, tut gauw!

187


Sammie de papegaai Imke Boode - Steegink | Nederlands

Er was eens een hele mooie papegaai met de naam Sammie. Hij woont in een heeeele grote boomhut op de kinderboerderij. Sammie is een heel bijzondere papegaai. Luister maar naar zijn verhaal. Ik heb mooie veren in de kleuren blauw en geel. Weet je wat ik ook kan? Ik kan praten. Ik zeg: “Hallo” of “Mama”. Dat komt omdat ik dat zo vaak hoor. Overdag komen er veel kinderen op de kinderboerderij, met hun familie. Het eerste wat de kinderen doen, is naar mij zwaaien. Of ze zeggen: “Dag Sammie”. Ik vind het erg leuk om zoveel vriendjes te hebben. Iedereen lacht en heeft de hele dag plezier. Maar wat ik niet zo leuk vind, is dat iedereen lekkere ijsje, koekjes of snoepjes meebrengt. Maar ik blijf toch netjes op mijn stok zitten. Als mijn verzorgers koffie gaan drinken, halen ze me op en dan ga ik naar binnen. Ze geven me veel aandacht. Soms maak ik er wel een troep van door mijn veren of met de koekjes die ik stiekem toch krijg. Na het koffie drinken brengen ze me terug naar mijn villa. Overdag zit ik lekker op mijn stok buiten in de zon. Ik zie dan een heel zacht wollig diertje lopen op vier pootjes. Het is een schaap dat mekkert. In de verte hoor ik wat knorren, dit zijn de grote varkens. In de hooiberg zit een grote vogel met prachtige blauwe veren. Soms schreeuwt ze heel hard, dat is de pauw. Het lijkt wel of er stenen in het gras liggen? Maar dan bewegen die stenen ineens, dat is gek! Ik kijk nog eens goed. Het zijn twee schildpadden! In de middag klim ik vaak zo hoog als ik kan in mijn boomhut. Dan zie ik een beestje op twee pootjes springen met iets kleins in haar buidel, het is een walibi.

188


Na een gezellige dag zwaait iedereen me uit en ik steek mijn pootje op om gedag te zeggen. Als dan alle kinderen naar huis gaan, komt er een lieve dierenverzorgster die me hele lekkere gedroogde banaantjes voert. Daar ben ik gek op. Dag allemaal. Dag, tot gauw!

189


Slikkern Ineke Bronninkreef – Bosman - Ine van Spechthorst geboren Sloezeman | Hooltns

Ik wol wat schrievn oaver het woord slikkern. Dèènk ik an het woord slikkern, dan zee ik mie moo weer veur mie an ‘t cake bakkn, in de waskamer van mien ooldershuus. Mien breur en ikke zaten der dan altied met de neuze boavnop. Want as ‘t beslag kloar was, mochn wie as wichter de sleef en de beslagkomme uut slikkern. Ommeunig, wat was dat lekker. Eigenlijk nog lekkerder dan de cake zelf. Oonze snoetn warn noa afloop altied lekker smutterig. En bie slikkern zee ik ok altied mien opoe weer veur mie. As wie een koo hadden e-slacht, mos der noa afloop melworst worn e-maakt. Een hele weckkettel werd gevuld met beslag. En as mien moo dan dach dat het zo good was, dan werd mien opoe der bie e-roopn. Die leet zich dan op de kneene zakkn en reurn met de haand deur ‘t beslag um doarnoa de vingers af te slikkern, en ondertussen te preuvn of der genog zoolt en piment in zat. “Oh”, zei mien kearl, “slikkern, dat dee ik altied uut de suukerpot, met de vingers der stiekem deur”. En zo hebt wie denk ik ollemoal wel oonze dinge in gedachtn. Ok oonzn hoond mag geerne slikkern. Maar den hef dan weer een heel andere smaak. Den geniet het meeste as hij kan slikkern an een slat uut het hok van een schetterig wetterkalf. Het is ma wat of ie lekker veendt!

190


Smikkelen Ineke Bronninkreef – Bosman | Nederlands

Ik wil wat schrijven over het woord slikkern. Denk ik aan het woord smikkelen, dan zie ik mijn moeder weer voor me als ze een cake bakt in de keuken van mijn oudershuis. Mijn broer en ik zaten er dan altijd met de neus bovenop. Want als het beslag klaar was, mochten wij, de kinderen, de pollepel en de beslagkom schoonlikken. Man, wat was dat lekker. Eigenlijk nog lekkerder dan de cake zelf. Onze gezichten waren na afloop altijd lekker vies en plakkerig. En bij dat woord, denk ik ook aan mijn grootmoeder. Als we een koe hadden geslacht, werd er na afloop bakleverworst gemaakt. Een hele weckketel werd gevuld met beslag. En als mijn moeder dan dacht dat het zo goed was, dan werd mijn oma erbij geroepen. Zij ging dan op haar knieën zitten en roerde met haar hand door het beslag om daarna haar vingers af te likken, en ondertussen te proeven of er genoeg zout en piment in zaten. “Oh”, zei mijn man, “snoepen, dat deed ik altijd uit de suikerpot, stiekem mijn vingers er doorhalen”. En zo hebben we denk ik allemaal wel iets in onze gedachten. Ook onze hond houdt erg van smikkelen. Maar die heeft dan weer een hele andere smaak. Die geniet heel erg als hij kan likken aan een kalverdekje uit het hok van een kalfje dat nog melk drinkt en dat aan de diarree is. Het is maar waar je van houdt.

191


Woordenlijst Taamper

Zuur

Het ettn is taamper Het eten smaakt zurig

Taandtargeri-je

Lekkers dat je niet krijgt

Ik bin op dieet, die taartjes bint taand-targeri-je Ik ben op dieet, die taartjes zijn heel verleidelijk maar ik neem ze niet

Taandzeerte

Kiespijn

‘n Tandarts hef mie van de taandzeerte of-ehölpn De tandarts heeft mijn kiespijn verholpen

Teelder

Bord

Doot mie ‘n teelder ‘s an, dan doo ik oe soep Wil je mij het bord aangeven, dan schep ik je soep op

Teeng

Naast

Zet ‘n auto ma teeng ‘t huus Zet de auto maar naast het huis

Teerstuuver

Zakcentje

Wil ie ‘n teerstuuver verdeen? Wil je een zakcentje verdienen?

Te-met Temee

Straks

Ik zal oe te-met belln as ik meer tied hebbe Ik zal je straks bellen als ik meer tijd heb

Temeute

Tegemoet

Ik kom oe wa ‘n endje temeute Ik kom je wel een stukje tegemoet

Tenoa

Te dichtbij

A-j ‘t peerd tenoa komt, bit hij oe Als je te dichtbij het paard komt, bijt hij

Te passe

Gehumeurd

Det mèènse is altied good te passe ma eur kearl nit Zij is altijd goed gehumeurd maar haar man niet

Terechte

Klaar, goed

He-j ‘t wark al terechte? Heb je het werk al af?

Tesse

Zakken

Hij steet altied met de haane in de tesse Hij staat altijd met z’n handen in de zak

Teuntelig

Prutswerk

A-j ‘n teuntelig hekke hebt, loopt oe de schööpe vot Als je hek prutswerk is, lopen je schapen weg

Teutemeuje Teuterd

Zeurpiet

Ik loope gauw vedan, zie is zonne teutemeuje Ik loop gauw door, zij is zo’n zeurpiet

Teuteri-je

Gezeur

Wat een teuteri-je, ik goa vedan Wat een gezeur, ik loop door

Teutn

Afpassen

Alloh, a-j blieft teutn loop ik vedan Kom op, als je blijft zeuren loop ik door

193


Tiern

Opwinden

Tiert oe nit zo, het is nit aans Wind je toch niet zo op, het is nu eenmaal zo

Timmern

Bouwen Verbouwen

In meert begint ze te timmern In maart begint de bouw

Tip

Spits toelopend Teun bouwn zich ne hutte in ‘n tipbos stuk grond Teun bouwde een hut in het stukje bos

Tiws

Zonder eetlust

Een paa beeste bint tiws Enkele koeien hebben geen eetlust

Toa-neagel

Nijnagel

Ik harre las van ne toa-neagel, heb ‘m d’r of e-knipt Ik had last van een nijnagel, heb hem eraf geknipt

Todderig

Viezig

Bi um in de kökkn is ‘t altied een betje todderig In zijn keuken is het altijd wat viezig

Todderig

Niet lekker voelen

Gister was ik wat todderig Gisteren voelde ik me niet zo lekker

Toddn Torre

Doekje

Pak effn een toddn a-j zo knooit Pak even een doekje als je zo knoeit

Toef

Kuif

Hij hef altied ‘n toef rechop stoan Zijn kuif staat altijd omhoog

Toef

Knotje

Oonze opoe had ‘t hoar altied in ’n toef Oma had het haar altijd in een knotje

Toeke

Slordige vrouw

Alie is ne toeke Alie is een sloddervos

Toekommn

Gunnen

‘n Betje geluk kump um wa toe Een beetje geluk is hem wel gegund

Toeselachtig

Onvast op de benen

Zie löp slech en is toeselachtig Ze loopt slecht en staat onvast op haar benen

Tokse

Oud wijf

Cato was al een tokse toen ze 15 joar was Cato was al een oud wijf toen ze 15 was

Tongebloare

Mond- en klauwzeer

Tongebloare is een naare zeekte bi de beeste MKZ is een nare koeienziekte

Tööfeltjesoamd

Oudejaarsavond Op tööfeltjesoamd ette wi zat vlèès Op oudejaarsavond eten we alleen vlees

Tookn wekke Volgende week

194

Tookn wekke wodt mien auto repareerd Volgende week wordt mijn auto gerepareerd


Tööterig

Wankel

Det is een tööterig toafeltje Dat is een wankel tafeltje

Tossn

Graspol

Hij mist de balle ma schöpt nen tossn uut de groond Hij mist de bal maar schopt een graspol uit de grond

Tou

Dicht, gesloten

Ik kwamme vuur ne tou duure Ik stond voor een dichte deur

Toudoon

Dichtdoen

Wil ie de duure tou doon? Wil je de deur dichtdoen?

Toverdan

Inmiddels, langzamerhand

Zo toverdan zal het wa kloar wèèn Inmiddels zal het wel af zijn

Trad

Stap

Doot ‘s een trad opzied Ga eens aan de kant (doe een stap opzij)

Trallat

Uitgelaten, vrolijk

Op vekaansie bint ze kats op trallat Op vakantie zijn ze uitgelaten

Trappeern

Betrappen

Zien va trappeern um toen hee uut het raam klum Zijn vader betrapte hem toen hij uit het raam klom

Trean

Stappen

Wi könt hier wa noar binn trean vuur ne komme koffie We kunnen hier wel naar binnengaan voor een kop koffie

Trönnikken

Naaien

Ria koch zich een läpke en trönnikt zich een bokse in mekaa Ria koopt een lapje en naait een broek

‘n Trööntje

Een beetje

Wil ie nog koffie? Noh, doot mie nog ma een trööntje Wil je nog koffie? Nou, doe me nog maar een beetje

Tuk

Broekzak

Ik heb mien slöttels altied in ‘n tuk Ik heb de sleutels altijd in mijn zak

Tukkern Toern

Rondrijden met de auto

Op zundag goat wi geerne toern Zondags rijden we graag rond met de auto

Tummelig

Wankelend

Het oale wiefke löp tummelig achter ‘n rollator Het oude vrouwtje loopt wankelend achter de rollator

Tuug

Was

Ik heb ‘t tuug al an de liene Ik heb de was al aan de waslijn

195


Tuurhamer

Zware houten hamer

Met kampeern nem ik altied ne tuurhamer met vuur de haringn Met kamperen neem ik altijd een houten hamer mee voor de haringen

Tuutn

Kippen

Alle tuutn bint op e-vrettn duur ne matter Alle kippen zijn opgevreten door een marter

Tuutn

Toeteren

Geerne nit tuutn a-j votjaagt Liever niet toeteren als je wegrijdt

Tweedeweg- Nog een keer, naar een gens tweede plaats

Zie haddn in de winkel gin suuker meer, mos ik ok nog tweedeweggens In de winkel was geen suiker meer, moest ik ook nog ergens anders naar toe

Tweeduuster Schemering

In ‘t tweeduuster zitte wi nog lekker buutn Wij zitten in de schemering nog lekker buiten

Uitdrukkingen

196

Tas

Op ’n tas

Tene

De teene noar de moane stekkn Gaan slapen

Teumig

Nit teumig goan

Niet omhanden hebben

Teutn

D’r met hen teutn

Niet daadkrachtig handelen

Tied

An de tied hebbn

Tijd hebben

Tied

Tied tow doon

Tijd nemen

Tied

Uut de tied kommn

Overlijden

Tied

De tied ve-zettn

De kans grijpen

Toafel

De toafel kloarmaakn

De tafel dekken

Toern

Bi toern

Af en toe

Trad

Op trad wèèn

Niet thuis zijn

Tuk

Hee löt zich in ’n tuk drietn

Hij is bedrogen

Op gevoel


Tijd of wanneer? Tookn wekke Toverdan Danverdan Snomdaangs Vummedaangs In de mantied Kons Temet Zonet Saanderdaangs Op stea Aait Eertieds


Timmern Erna Broekhuis - Erna va de Pöste | Hooltns

Onze familie besteet uut vief persoonn: mien man, ik en oonze drie wichter, oamoal jongs. Toen wille bie ‘t ooldershuus van mien man heb e-timmerd, warn d’r drie sloapkamers. Dus toen kind nummero drie zich leet heurn, mos d’r weer e-timmerd worn. De ruumte ha-w d’r wa veur, hoovn allenig effn vertimmerd te worn. De vierde kamer worn boavn e-maakt. De zolder en de vloere warn kloar en met de kaste schöt ‘t mooi op. Het was een kaste worn met duurtjes van 40 bi 40 cm. Elk duurtje kreeg een andere kluur. Het worn een echte Karel Appel kunststuk. Mooi vrolijk. En zoas det geet met timmern in huus; alles mos gebuurn a-j kloar waarn met warkn. En as de wichter oe met röste loat. Het meeste wark mos dus in ‘t weekend e-doane worn. De pröttel van ‘t timmern worn in de tussentied veilig in één van de Karel Appel kasjes op e-ruumd. In ‘t hoogste kasje, dan könt de wichter der nie bi kommn. Op zundagman was ‘t bi ons eentje van hèènig an doon in huus. De ooldste wichter mochn dan tv kiekn. Villa Achterwerk was ‘t mooiste, von de jongs. Doar kon ze de meeste van leern um later ondog uut te haaln. En va en moo kon dan nog efkes in berre blievn liggn. Op zo’n zundagman was het det ik dache varve te roekn. Ik mèèn eers nog det ‘t van de veurigen dag was. Alleene worn de loch starker. Dus beslotte wille de-w toch ma efkes mossn kiekn wat er oamoale gebeurn doar. De jongs warn mooi met mekaa an ‘t kuiern op de nieuwe sloapkamer. Toen wiele bin kwammn, stonne wie efkes te kiekn. Ie heurn ze wa mar ie zaggn d’r geneene. Zie mosn d’r toch wèèn, dus he-w ma in de kaste kekkn. Eers de onderste duurtjes. Die warn löög.

198


Tut de-w bi ‘n boamsn ankwammn; twee paar oogjes in spierwitte köpkes kekkn oons an. De heure, pyjama … Alles zat onder de witte varve. An de buutnkaante ko-j niks zeen. D’r was niks e-knooid, nog gin dröppel op de vloere. Vuurzichtig hef mien kearl de bössels in plastic e-pakt, uut de kaste haald en achterop de delle neerzet. Allebeie wit en heel plakkerig. Tut in de bilnoad was de varve nog e-kommn. Zelf wisse wi nie goed wa-w d’r met an mossn. Van ‘n schilder mosse wi met tarpetine de boel schoone maakn, mar det lek ons ni zo’n goed idee. Zo dichte bi de oong en de jongs zit gin moment stille. Toen he-w ‘n dokter um road e-vraogd. Het kossn effn wat meuite um ‘t goed uut te leggn wat er precies gebuurd was, want det haddn ze nog nit zo vaake bi de hand e-had. Met lauw water, was het advies wa-w kreegn. Dus he-w de keerltjes de rest van dag in bad e-zet. En toen was ‘t meeste d’r wal of e-weekt. Ach, noe he-w d’r met zien alln wille umme. En de sloapkamer is nog steeds in gebruuk. Ma ni as schildersatelier.

199


Verbouwen Erna Broekhuis | Nederlands

Ons gezin bestaat uit vijf personen: mijn man, ik en onze drie kinderen, allemaal jongens. Toen wij bij het oudershuis van mijn man hebben verbouwd, waren er drie slaapkamers. Dus toen kind nummer drie zich aankondigde, moest er weer verbouwd worden. De ruimte was er wel voor, het moest alleen even verbouwd worden. De vierde kamer werd boven gemaakt. De zolder en de vloer waren klaar en met de kasten schoot het mooi op. Het was een kast geworden met deurtjes van 40 bij 40 cm. Elk deurtje kreeg een andere kleur. Het werd een echt Karel Appel kunststuk. Mooi vrolijk. En zoals dat gaat met je huis verbouwen; alles moet gebeuren wanneer je klaar bent met werken. En als de kinderen je met rust laten. Het meeste werk moest dus in het weekend worden gedaan. De rommel van de verbouwing werd in de tussentijd veilig in één van de Karel Appel kastjes opgeruimd. In het hoogste kastje, dan konden de kinderen er niet bijkomen. Op zondagmorgen deden we het altijd rustig aan in huis. De oudste kinderen mochten dan tv kijken. Villa Achterwerk was het mooiste, vonden de jongens. Daar konden ze het meest van leren om later kattenkwaad uit te halen. En papa en mama konden dan nog eventjes in bed blijven liggen. Op zo’n zondagmorgen dacht ik dat ik verf rook. Ik geloofde eerst nog dat het van de vorige dag was. Alleen werd de lucht sterker. Dus besloten we dat we toch maar eens even moesten gaan kijken wat er daar allemaal gebeurde. De jongens waren mooi met elkaar aan het kletsen in de nieuwe slaapkamer. Toen we binnenkwamen, stonden we even te kijken. Je hoorde ze wel maar je zag er geen een. Ze moesten er toch zijn, dus hebben we maar in de kast gekeken. Eerst de onderste deurtjes.

200


Die waren leeg. Totdat we bij de bovenste kwamen; twee paar oogjes in spierwitte hoofdjes keken ons aan. De haren, pyjama…. alles zat onder de witte verf. Aan de buitenkant zag je niets. Er was niets geknoeid, nog geen druppel op de vloer. Voorzichtig heeft mijn man de bengels in plastic gepakt, uit de kast gehaald en achterop de deel gezet. Allebei wit en heel plakkerig. Tot in de bilnaad was de verf nog gekomen. Zelf wisten we niet goed wat we er mee aan moesten. Van de schilder moesten we met terpentine de boel schoonmaken maar dat leek ons niet zo’n goed idee. Zo dicht bij de ogen en de jongens zitten geen moment stil. Toen hebben we de dokter advies gevraagd. Het kostte even wat moeite om goed uit te leggen wat er precies gebeurd was want dat hadden ze nog niet zo vaak meegemaakt. Met lauw water, was het advies dat we kregen. Dus hebben we de jongetjes de rest van de dag in bad gezet. En toen was het meeste er wel afgeweekt. Ach, nu hebben we er met z’n allen lol om. En de slaapkamer is nog steeds in gebruik. Maar niet als schildersatelier.

201


Tuurlijk Erik Rensen - Erik van Beeldman | Hooltns

“Tuurlijk.” Det was ’t eerste wat ze zea, toen Mientje eur vreug of zie èèm bi wol springn in de huushoolding. Mientje is opereerd an eur knei en ’t herstel voddert ma matig. En as oe schoonzuster oe det vrög, en ie hébt tied, dan doo-j det. Det heurt zo, vindt ze. En tied hef ze wa. Genog tied zelfs. Zie had altied al een hekel an teumig loopn. En toen eur Derk bi huus kwam met zeumzestig joar dach zie det ze meer dinge met mekaa zolln goan doon. Had ze hopt, fèèlijke. Ma Derk heult nit van fietsn, heult nit van warkn in ’n hof en al helemoal nit van huushooldelijk wark. Hij zit het leefste in de kökkn de kraante te leazn onder ‘t genot van ’n köpke koffie. Met wat d’r bi-j. Det wa. Det is te zeen; hij di-jt stöörig wieter uut. Zie zol den boek van um wal is een keer met ’n metlint op willn nemmn. Elke wekke kump d’r volgens eur wa ‘n doem bi. Noh ja, hij is in elk geval good te passe. Tomma, de’s ok wat weerd. Noe helpt ze Mientje en Jehan. Mientje is noe èèm noar ’t zeeknhuus in Deamter vuur controle en dochter Anja is met eur met. Anja den warkt bi ’n veedokter. Kan altied makkelijk wean. Hier op de boerderi-je is ze geboorn en op e-greujd. Tussn de gedien duur kö-j zo mooi oaver ’t brook hen kiekn. Vrogger stun d’r nen krommn nöttnboom in ’n hof. Doar klum ze, Jehan en zi-j, geregeld in. In ’n gat, woer ’n tak had e-zettn, doar nösteln elk joar ne kat-oele. Wat ‘n leavn kon die veugels maakn! “Allo, neet zo dreumn Janneke”, heult ze zichzelf vuur. As ze teeng zichzelf pröt, zeg ze altied Janneke, net as eur va vrogger. De aandere leu die zekt gewoon: Jannie. Zo, zie zal de groote kökkn ‘s effn stofzuugn. En dan, temet teeng de mirrug, maakt ze smoerearpel. O, bi de gedachte doaran löp eur ’t water al in de moond.

202


Metwiel det ze zo an ’t wark is, krig ze ’t knap heete. De zunne steet ok pal op de roetn. Dan de luuksafleks ma effn daale doon. Noh ja, luuksafleks, dit is een heel ni-jmoods ding, een mooi zunnescharm. Zonder dröre, ma met ’n ofstandsbediening. ‘t Geval hengt d’r net dree daage. Ma hoe möt det dan? “Ma effn oonze Mientje vroagn. O nee, den is vot.” Ma dan zut ze doar een deuske liggn met een paar knöppe d’r op. Een pieltje noar boam en ene noar beneedn. “Ha, doar zö-j ‘m hebbm!” krei-jt ze van bli-jschop. “Noh, doar geet ’t hen!” En zie drukt op ’t knöpke: daale. Ma d’r gebuurt niks. “Hè, verdikkemiejan. Misschien hoal ik ‘m wa understeboamd.” Keske ummegedrei-jt, drukkn op ’t andere knöpke en.... nog niks. Of drukt zie noe nit had genog of möt ze langer vaste hooln? Het helpt ammoa niks. “Bah, wat he-j noe an det nie-je spul as ’t toch neet warkt? Gewoon oolderwetse luuksafleks met ’n paa töwkes d’r an. Warkt altied”, nöstert Jannie, “Of gewoon vèènsters vuur de roetn. Det heurt èèllijke bi zo’n oold huus.” Zie pakt ’n stofdook en nemt de meubels of en umslieks is ze ’t vuurval al vergettn. Met de mirrug bakt ze lekkere smoerearpel en röp ze Jehan. Mientje en Anja die zint d’r ok wier, dus de toafel is mooi vol. Mientje dut verslag van ’t bezeuk an ’n dokter en vrög of d’r in de tussntied nog wat is gebuurd. “Nou, begint Jehan, “veman trök ik ’n mooi kieske van de kow en geliek heurn ik himmoa niks meer. Himmoa niks! Wat oaverkump mie noe dan! En dreks

203


doarnoa knettern ’t mie duur de kop hen. En ’t fluitn en het knappn! Zo had de-k de geheurapperaatn ma uut heb e-doane. Volgens mie bint ze kats kepot. Noh, doar he-k met die oaln nooit gin last van e-had.” Jehan had hiervuur ok al wa geheurapperaatn, alleene det warn van die grootn en die vrattn batteri-jn. Mientje pleug um d’r wa ‘s met det ‘e ’s winters gin musse op hoovn te doon: die geheurapparaatn die heuln zien kop wa warm. Ma zolange as ze stroom haddn, warkn ze altied. “Ha! Nieje fetuutn! Die bint nog altied gin verbettering”, zeg Jannie. “Det, det, det zunnescharm doar kö-j d’r volgens mie ok wa wier of brekkn! Wat ’n pröttel! Ik hebbe probeerd um ‘m daale te doon, ma hoe ik ok drukkn, wat vuur knöpje, hard of zachte, lange of kort…. niks hulp”, geet ze wieter um dan krachtig of te sluutn met: “Niejmoods spul. Nen kroam! Det is’t.” Mientje en Anja die kiekt mekaar veraldereerd an. Hoe kump ze doar noe zo bi? “De batteri-jn bint misschien wa löög”, dech Mientje hardop. “Ik kieke wa effn.” Anja haalt ’t kasje van de zunnescharmn uut de la van ’t bargmeubel en drukt op ’t knöpke “Zakkn”. Brrrrrrrrr, zoemt ’t motortje en ’t scharm zakt mooi daale. “Hij dut ’t!” zeg Anja triomfantelijk. Jannie snapt d’r niks van: “Hoe kan det noe? Loat mie is effn, Anja.” Zie grip ’t keske bi Anja uut de haande en ......”Wat is det dan? Det is een heel aander keske! Ik heb den in de vensterbaanke gebruukt.” “In de vensterbaanke?”, zeg Jehan, “ma det is ’t keske van mien geheurapperaat! As Mientje bezeuk hef, dan kan ik mooi miene heurapperaatn zachter zettn.” Wat ’n bak. Die niejmoodse dinge bint nog neet zo slech, ma ie möt d’r wal met umme learn goan. Net as met leu trouwns.

204


Tuurlijk Erik Rensen | Nederlands

“Tuurlijk.” Dat was het eerste wat ze zei, toen Mientje haar vroeg of ze even bij wilde springen in de huishouding. Mientje is geopereerd aan haar knie en het herstel vordert maar matig. En als je schoonzus je dat vraagt, en je hébt tijd, dan doe je dat. Dat hoort zo, vindt ze. En tijd heeft ze wel. Genoeg tijd zelfs. Ze heeft altijd al een hekel gehad aan nietsdoen. En toen haar Derk thuiskwam met zevenenzestig jaar dacht ze dat ze meer dingen met elkaar zouden gaan doen. Had ze eigenlijk gehoopt. Maar Derk houdt niet van fietsen, houdt niet van werken in de tuin en al helemaal niet van huishoudelijk werk. Hij zit het liefst in de keuken de krant te lezen onder het genot van een kopje koffie. Met iets erbij. Dat wel. Dat is te zien; hij dijt steeds meer uit. Ze zou die buik van hem weleens met een meetlint op willen meten. Elke week komt er volgens haar wel een paar centimeter bij. Nou ja, hij is in ieder geval goedgehumeurd. Ach ja, dat is ook wat waard. Nu helpt ze Mientje en Johan. Mientje is nu even naar het ziekenhuis in Deventer voor controle en dochter Anja is met haar mee. Anja werkt bij de dierenarts. Kan altijd makkelijk zijn. Hier op de boerderij is ze geboren en opgegroeid. Tussen de gordijnen door kun je zo mooi over het broek kijken. Vroeger stond er een kromme notenboom in de tuin. Daar klommen ze, Johan en zij, vaak in. In een gat, waar een tak had gezeten, nestelde elk jaar een kerkuil. Wat een lawaai konden die vogels maken! “Kom op, niet zo dromen, Janneke”, zegt ze tegen zichzelf. Als ze tegen zichzelf praat, zegt ze altijd Janneke, net als haar vader vroeger. Anderen zeggen gewoon: Jannie. Ze zal de kamer eens even stofzuigen. En dan, straks tegen de middag, maakt ze gebakken aardappeltjes.

205


O, bij de gedachte daaraan loopt het water haar al in de mond. Terwijl ze zo aan het werk is, krijg ze het behoorlijk warm. De zon staat ook pal op de ramen. Dan de luxaflex maar even naar beneden doen. Nou ja, luxaflex, dit is een heel modern ding, een mooi zonnescherm. Zonder draden maar met een afstandsbediening. Het ding hangt er net drie dagen. Maar hoe moet dat dan? “Maar even aan onze Mientje vragen. O nee, die is weg.” Maar dan ziet ze een doosje liggen met een paar knoppen. Een pijltje naar boven en eentje naar beneden. “Ha, daar is-tie dan!” roept ze blij uit. “Nou, daar gaat-ie dan!” En ze drukt op het knopje: Neer. Maar er gebeurt niets. “Hè, verdorie. Misschien houd ik hem wel ondersteboven. Kastje omgedraaid, drukken op het andere knopje en ….. nog niets. Of drukt ze niet hard genoeg of moet ze gewoon langer drukken? Het helpt allemaal niks. “Bah, wat heb je nu aan nieuwe spullen als ze toch niet werken? Gewoon ouderwetse luxaflex met een paar touwtjes eraan. Werkt altijd”, foetert Jannie. “Of gewoon vensters voor de ramen. Dat past eigenlijk bij zo’n oud huis’. Ze pakt een stofdoek en neemt de meubels en ongemerkt is ze het voorval al vergeten. Tegen de middag bakt ze lekkere aardappeltjes en roept ze Johan. Mientje en Anja zijn ook terug dus de tafel is mooi vol. Mientje brengt verslag uit van het bezoek aan de dokter en vraagt of er in de tussentijd nog iets is gebeurd. “Nou, begint Johan, “vanmorgen hielp ik bij de geboorte van een mooi kalfje en meteen hoorde ik helemaal niets meer. Helemaal niks! Wat gebeurt er nu toch? En meteen daarna knetterde het me door het hoofd. En fluiten en een herrie! Zo hard dat ik de gehoorapparaten maar uit heb gedaan. Volgens mij zijn ze helemaal kapot. Nou, daar heb ik met de oude nooit last van gehad.”.

206


Johan had hiervoor ook al gehoorapparaten, dat waren alleen van die grote en die vraten batterijen. Mientje plaagde hem er wel eens mee dat hij ’s winters geen muts op hoefde; de gehoorapparaten hielden zijn hoofd wel warm. Maar zolang ze stroom hadden, werkten ze altijd. “Ha! Nieuwe fratsen! Die zijn nog niet altijd een verbetering”, zei Jannie. Dat, dat dat zonnescherm daar kun je volgens mij ook wel weer afbreken. Wat een troep! Ik heb geprobeerd om hem naar beneden te doen maar hoe ik ook drukte, met welk knopje, hard of zacht, lang of kort…..niets werkte”, gaat ze verder om dan krachtig af te sluiten met: “Modern spul. Een rotzooi! Dat is het.” Mientje en Anja kijken elkaar verbouwereerd aan. Hoe komt ze daar nu zo bij? “De batterijen zijn misschien wel leeg”, denkt Mientje hardop. “Ik kijk wel even.” Anja haalt het kastje van de zonneschermen uit de la van het bergmeubel en drukt op het knopje “Zakken”. Brrrrrrrrrrr, zoemt het motortje en het scherm gaat mooi naar beneden. “Hij doet het!” zegt Anja triomfantelijk. Jannie snapt er niets van: “Hoe kan dat nou? Laat mij eens even, Anja.” Ze grijpt het kastje bij Anja uit de handen en ……. “Wat is dat nou? Dit is een heel ander kastje! Ik heb die in de vensterbank gebruikt.” “In de vensterbank?”, zegt Johan, “maar dat is het kastje van mijn gehoorapparaat! Als Mientje bezoek heeft, kan ik mooi mijn gehoorapparaten zachter zetten.” Wat een mop. Die moderne dingen zijn nog niet zo slecht maar je moet er wel mee om leren gaan. Net als met mensen trouwens.

207


Woordenlijst Ulk

Bunzing

Wi haddn een ulk in het kippnhok Er zat een bunzing in ons kippenhok

Umdaale

Naar beneden

Doo-j het zunnescharm umdaale? Doe jij het zonnescherm naar beneden?

Umslieks

Meestal

An een krat bier he-j umslieks genog Een krat bier is meestal genoeg

Umstebuurtn Om de beurt

De wichter mochn umstebuurtn vuurin zittn De kinderen mochten om de beurt voorin zitten

Umtrek

Omgeving

Hier in ‘n umtrek zee-j gin kasteeln Hier in de buurt zijn geen kastelen

Umwiel

Al snel, gemakkelijk

A-j disse weg nemt, bi-j umwiel op tied Als je deze weg neemt, kom je makkelijk op tijd

Uutdreagn

Wegbrengen van overledene

De noabers dreagt Wilma uut De buren brengen Wilma weg

Uutduutsn

Uitleggen

Ik zal oe uutduutsn wat de kotste weg is Ik zal je uitleggen wat de kortste weg is

Uutfiegeliern

Uitdenken

Het duurn lange ma toen had ze uutfiegelierd hoe ze het wol doon Het duurde lang maar toen had ze bedacht hoe ze het aan zou pakken

Uutkommn

Ontslagen worden

Hij is d’r uut e-kommn bi Philips Hij is ontslagen bij Philips

Uitdrukkingen Um

Um en eene d’r bi

Zo ongeveer

Umme doon

Umme doon könn

Niet nodig hebben

Uutdoon

Op uutdoon

Rekening houden met

209


Het kump umslieks terechte Gerda, Henny, Gerrianne en Ingrid Wibbelink | Hooltns

Vertelt ule ok ‘n verhaal in het book? Foj, wi hebt het zo druk e-had met de woordnlieste, de stukskes in de kraante, Facebook en leu vroagn um met te doon. Wie haddn ‘t der nog nit oaver e-had. Ma natuurlijk doore wi ok een verhaal! En umdet wi met zien veern bint, vertelle wi umstebuurtn. Wi bint groot e-worn achter in ‘n Beusebarg. Het huus is al oold. Toen Juliana geboorn is, zattn de reetdekkers op het dak te zingn, he-w e-heurd. Dan mö-j trouwens nog ma net weetn is wat vuur joar det was.Vrogger won wi an ne zaandweg. ’s Winters was den drekkerig en zommers mul. En toch hebbe wi doar leern fietsn. Toen leep de weg nog vedan tut ’n dikkn boom en dan zo op Hooltn an. Later is de E8 an e-leg en worn oonze weg of e-slöttn. As der noe verkeer langskump, dan wee-j vaste det ze vuur de buurn komt. Of… verkeerd bint e-veurd. De meeste leu redt zich teengwoordig bes met navigatie op de tillefoon of in ‘n auto. En mangs kump der eene de weg vroagn. Dan doo wi oons beste um uut te duutsen hoe ze ‘t beste könt jaagn of fietsn. Vuural mien va kon det vrogger zo mooi uutleggn. ‘Dan goa-j die kaante hen en op ‘t kruuspunt rechtsof. En a-j dan bi die drei eekn komt…. dan bu-j te wied’. In het buutnlaand oaverkump het oons ok wa’s mangs da-w gin idee hebt hoe-w möt riedn. Gelukkig löp der umslieks wa eene die-j het könt vroagn. Mangs he-j geluk en köj mekaa verstoan. Ma ie könt ‘t ok treffn da-j ‘t met haane en beene dudelijk möt maakn wa-j wilt. Toen wi les in Italië warn, he-w ok wier ‘n mooie ervaring op e-doane. Eerst tröffe wi ‘n ooln boer den wol vertelln hoe d’r vrogger vee stun in de feeszaale. Eh…. Beh!... Boe!

210


Een dag later vreuge wi de weg noar een restaurant. Het was volgens de navigatie ma 100 meter ma het darp had zovölle smalle en kronkelige ströötjes da-w finaal verdwaald warn. Ne vrèèndelijkn keerl den hoond uut wol loatn, wol oons wa helpn ma den kon ‘t oons nit dudelijk maakn. Doarumme leup hee effen met oons met en brach oons tut de duure. Hetzelfde hebt mien va en moo lange leene in Fraankriek e-had. Een vrèèndelijke vrouwe wol ze wa wier in de goeie richting kriegn ma det lukn nit, ok nit met de kaate der bi. Toen hef ze ’n auto pakt en beduudn det ze mossn volgen. De vrouwe hef eur noar de grote weg e-brach en doar konn ze alleene wieter. Wat mie ok altied helpt as ik in het buutnlaand binne en de weg ni weete, det is een betje dullig kiekn. Nee, des nit zo moeilijk vuur mie, geet binnoa vanzelf. Ik nemme dan ’n reisgids of kaate in de haane. En vuur da-k ’t in de gaatn hebbe, he-k volk um mie hen. Met de vroage of ze mie könt helpn. Het geet mie glad of. Doar hebt wi wat van e-leerd. Want as wi noe aans leu zeet zeukn en twiefeln, sprekke wi ze eerder an. Gewoon ‘n betje vrèèndelijk wèèn en mekaa vuurthelpn. En as ‘t helemoal nit lukt, hef mien telefoon zon handig appje woer ik hele zinn kanne insprekkn en die wordn dan vanzelf vertaald. Zo zeej ma: umslieks red ie oe der met.

211


Het komt altijd wel weer goed Gerda, Henny, Gerrianne en Ingrid Wibbelink | Nederlands

Vertellen jullie ook een verhaal in het boek? Poeh, we hebben het zo druk gehad met de woordenlijst, de stukjes in de krant, Facebook en mensen vragen om mee te doen. We hadden het er nog niet over gehad. Maar natuurlijk doen wij ook een verhaal! En omdat we met z’n vieren zijn, vertellen we om de beurt. We zijn opgegroeid achter in de Beuseberg. Het huis is al oud. Toen Juliana geboren is, zaten de rietdekkers op het dak te zingen, hebben we gehoord. Dan moet je trouwens nog maar net weten in welk jaar dat was. Vroeger woonden we aan een zandweg. ’s Winters was die modderig en ’s zomers mul. En toch hebben we daar leren fietsen. Toen liep de weg nog door tot de dikke boom en dan zo door naar Holten. Later is de E8 aangelegd en werd onze weg afgesloten. Als er nu verkeer langskomt, weet je zeker dat ze voor de buren komen. Of…. verkeerd zijn gereden. De meeste mensen redden zich tegenwoordig prima met navigatie op de telefoon of in de auto. En soms komt iemand de weg vragen. Dan doen we ons best om uit te leggen hoe ze het beste kunnen rijden of fietsen. Vooral mijn vader kon dat vroeger zo mooi uitleggen: ‘Dan ga je die kant op en op het kruispunt rechtsaf. En als je dan bij die drie eiken komt…. dan ben je te ver’. In het buitenland overkomt het ons ook weleens dat we soms geen idee hebben hoe we moeten rijden. Gelukkig loopt er meestal wel iemand die je het kunt vragen. Soms heb je geluk en kun je elkaar verstaan. Maar je kunt het ook treffen dat je met handen en voeten duidelijk moet maken wat je wilt. Toen we laatst in Italië waren, hebben we ook weer een mooie ervaring opgedaan.

212


Eerst troffen we een oude boer die graag wilde vertellen hoe er vroeger vee stond in de feestzaal. Eh… Beh!... Boe! Een dag later vroegen we de weg naar een restaurant. Het was volgens de navigatie maar 100 meter maar het dorp had zoveel smalle en kronkelige straatjes dat we helemaal verdwaald waren. Een vriendelijke man die de hond ging uitlaten, wilde ons wel helpen maar hij kon het ons niet uitleggen. En daarom liep hij even met ons mee en bracht ons tot de deur. Hetzelfde hebben mijn vader en moeder lang geleden in Frankrijk gehad. Een vriendelijke vrouw wilde ze wel weer de goede kant op krijgen maar dat lukte niet, ook niet met de kaart erbij. Toen heeft ze de auto gepakt en met gebaren aangegeven dat ze moesten volgen. De vrouw heeft hen naar de grote weg gebracht en daar konden ze alleen verder. Wat me ook altijd helpt als ik in het buitenland ben en de weg niet weet, dat is een beetje dom kijken. Nee, dat is niet zo moeilijk voor me, gaat bijna vanzelf. Ik pak dan een reisgids of kaart in de handen. En voordat ik het doorheb, heb ik mensen om me heen. Met de vraag of ze me kunnen helpen. Dat gaat me prima af. Daar hebben we iets van geleerd. Want als we nu ergens mensen zien zoeken en twijfelen, spreken we ze eerder aan. Gewoon een beetje vriendelijk zijn en elkaar helpen. En als het helemaal niet lukt, heeft mijn telefoon zo’n handig appje waar ik hele zinnen kan inspreken en die worden dan vanzelf vertaald. Zo zie je maar: het komt altijd wel weer goed.

213


Woordenlijst Va

Vader

Ik heb oe va les nog e-sprökkn Ik heb je vader laatst nog gesproken

Vanjoar

Dit jaar

Vanjoar bint wi 10 joar e-trouwd Dit jaar zijn we 10 jaar getrouwd

Vazel

Vrouwelijk geslachtsdeel

Ken ie het vesje ‘Jök an ‘t vazel’ van Jovink? Ken jij het liedje ‘Jeuk aan de vagina’ van Jovink?

Veakes

Schuifspeldjes

A-j veakes gebruukt, he-j de heure nit zo in de oong Als je schuifspeldjes gebruikt, hangen je haren niet niet zo in je ogen

Vebiesterd

Geschrokken

Zie kon het nit geleuvn en kek verbiesterd Ze kon het niet geloven en keek geschrokken

Vedan

Door

Ie möt nit vedan doon met disse rare streekn Je moet niet doorgaan met die rare streken

Vedoon

Verbruiken

Dissn auto vedut völle benzine Deze auto verbruikt veel benzine

Vedoonstig

Veel geld uitgeven

Hi-j hef ne vedoonstige vrouwe Hij heeft een vrouw die veel geld uitgeeft

Vedrettn

Verpesten

Met disse proat he-j ‘t bi eur vedrettn Door deze opmerkingen heb je het bij haar verpest

Veeldgroond

Ontgonnen grond

Die wèère was vrogger veeldgroond Die wei is een ontgonnen stuk grond

Veernoabers

Verre buren

Met de veernoabers hoolt wi gin visite We gaan nooit op visite bij de verre buren

Vegangn wekke

Vorige week

Vegangn wekke he-k eur nog e-zene Vorige week heb ik haar nog gezien

Vegets

Vergeetachtig

Janna wodt noe toch wat vegets Janna wordt nu toch wel vergeetachtig

Vehelgn

Boos maken

Ik vehelge mie as ik den pröttel hier zee Ik word boos als ik die rommel hier zie

Vejaagn

Verkeerd rijden

Zelfs met ’n tomtom kan ik mie vejaagn Zelfs met een tomtom kan ik verkeerd rijden

Veklommerd

Verkleumd

Toen hij uut de keulte kwam, zat hij veklommerd bi de kachel Toen hij uit de kou kwam, zat hij verkleumd bij de kachel

215


216

Veknökkeln

Verheugen

Zie zat zich te veknökkeln op det reisje Zij verheugde zich op het reisje

Vekonkelefoezn

Achteroverdrukken

Hij hef de kas van de voetbal vekonkelefoesd Hij heeft de voetbalkas achterovergedrukt

Venaggeln

Vernielen

Zoaterdag is d’r alwier een bushalte venaggeld Zaterdag is er alweer een bushalte vernield

Ve-nem

Merken

Ha-j nit ve-nömmn det de stroom d’r of was? Had je niet gemerkt dat er geen elektriciteit was?

Venemstig

Slim

Det is een venemstig deerntje Dat is een slim meisje

Venomdag

Vanmiddag

Venomdag he-k met eur stoan kuiern Vanmiddag heb ik haar gesproken

Vepoern

Vernielen

Disse fietse lèè langs de weg, kats vepoerd Deze fiets lag langs de weg, helemaal vernield

Veraltereerd

Ontsteld

Zie was veraltereerd toen blek det hij het e-doane had Zij was ontsteld toen bleek dat hij het had gedaan

Verel

Kwart

Wi slacht een koe, wil ie ok een verel hebbn? We slachten een koe, wil jij ook een kwart hebben?

Verhapstukkn

Onenigheid hebben

Zie kiekt mekaa lillijk an, hebt nog wat te verhapstukkn Ze kijken elkaar boos aan, hebben onenigheid

Vescheun

Schoon ondergoed aandoen

Vrogger vescheun de leu zich op zoaterdag Vroeger deden mensen op zaterdag schoon ondergoed aan

Veslatern

Kwijtraken

Ik heb miene haansn veslaterd Ik ben mijn handschoenen kwijtgeraakt

Veslatern

Verwaarlozen

Zie gung binnoa failliet want de bookhoolding was veslaterd Ze gingen bijna failliet want de boekhouding was verwaarloosd

Vespern

In de middag Vrogger vespern ze met pannekooke eten op het land Vroeger aten ze ‘s middags pannenkoeken op het land

Vespertied

’s Middags rond half vier

Is het al vespertied? Mie lust wa wat Is het al etenstijd? Ik lust wel wat


Vespitsn

Verheugen

Ik vespitse mie op de kasdaang Ik verheug me op de kerstdagen

Vespocht

Door vocht aangetast

Dit kezien is vespocht, het hoolt is zachte Dit kozijn is door vocht aangetast, het hout is zacht

Vestrien

De benen strekken

Noa zonne moaltied mo-w oons vestrien Na zo’n maaltijd moeten we even de benen strekken

Vetestereerd Vernield

De bloomnbekke warn kats vetestereerd De bloembakken waren helemaal vernield

Vetkroam

Vettig

Van gourmettn krie-j nen vetkroam Van gourmetten wordt alles vet

Vetrèèn

Even wandelen

A-j lange hebt zittn leazn, mö-j oe effn vetrèèn Als je lang hebt zitten lezen, moet je even wandelen

Veurn

Rijden

A-j nog möt veurn, mö-j d’r ginne nemmn Je moet niet drinken als je nog moet rijden

Veweerd

In de war

Wat he-j de heure veweerd! Weeit het zo had? Wat zitten je haren in de war! Waait het zo hard?

Ve-zeg

Verloofd

Silke is sinds vurige wekke ve-zeg Silke is vorige week verloofd

Viddern

Beven, trillen

Duur Parkinson wodt het viddern slimmer Door Parkinson wordt het beven erger

Viddergat

Bang iemand

Derk dörft niks, ‘n grootn viddergat Derk durft niks, hij is altijd bang

Vinnig

Bijna

Het is vinnig berregoanstied Het is bijna bedtijd

Vinnig

Kattig, kortaf

Zie reageert altied zo vinnig Ze reageert altijd zo kattig

Vleus Vli-j

Vel, vlies

Toch lekker as zo’n vleus metkump met het leste betje melk Toch lekker als het vel meegaat met het laatste scheutje melk

Voel

Nageboorte

De koe hef vanmon e-kalverd ma het voel is d’r nog nit of De koe heeft vanmorgen gekalfd maar de nageboorte is er nog niet

Voel

Rot, bedorven

Dit is een voel ei Dit ei is bedorven

217


Volk

Visite

Vanoamd kriege wi volk Vanavond krijgen we visite

Voort

Meteen, dadelijk

Ik zal oe voort ma vertelln hoe ik d’r oaver dèènke Ik zal je meteen maar vertellen wat ik ervan vind

Vot

Weg

Wi goat disse vekaansie nit zo wied vot We gaan deze vakantie niet zo ver weg

Vrea

Vrede

In Nederland leaft wi in vrea In Nederland leven we in vrede

Vreatitte

Speen

Wi könt nit vot vuurdet de vreatitte d’r wier is We gaan niet weg voordat de speen is gevonden

Vrettebuul

Vreetzak

Wat een vrettebuul; hij hef 5 hamburgers op! Wat een vreetzak; hij heeft 5 hamburgers op!

Vretteri-je

Snacks

Bi mien moo kump d’r altied een hoop vretteri-je op toafel Mijn moeder zet altijd veel hapjes op tafel

Vreuter

Harde werker

Rens is een echn vreuter, hij verzet völle wark Rens is een harde werker, hij verzet veel werk

Vreutn

Grondwerk doen

Wilco was ‘n heeln dag an ‘t vreutn in ‘n tuin Wilco was de hele dag bezig met grondwerk in de tuin

Vrouwleu Vrole

Vrouwen

Reuskes maakn is meestal wark vuur de vrouwleu Meestal maken de vrouwen de roosjes

Vumdaangs

’s Morgens

Vumdaangs drinke wi koffie en snomdaangs tee ’s Morgens drinken we koffie en ’s middags thee

Vuurkommn

Gezicht

Zie hef een bekend vuurkommn Ze heeft een bekend gezicht

Uitdrukkingen

218

Val

’n Val op iemand hebbn

Boos zijn op iemand

Vandaage

Vandaage an ‘n dag

Tegenwoordig

Varkn

Een varkn het ves uutdoon

Een varken slachten


Vedreajd

Vedreajd in ‘n kop

Boos

Veere

Good op de veere wèèn

Opgefokt zijn

Ve-let

D’r gin ve-let an hebbn

Er geen behoefte aan hebben

Ve-nemmn

Wie het ‘t eers venèèmp, hef ‘t zelf in ‘t hèèmp

Je hebt een wind gelaten

Veschot

Op veschot

Om de beurt

Vesje

Iemand op het vesje kommn

Iemand slaan

Vet

Het vet wil altied boamdrievn, al is ’t van een hoond

Mensen met geld beslissen

Ve-toddn

Den kan aardig wat ve-toddn

Die kan veel drank op

Vetuurn

‘n Sik vetuurn

Die kan veel werk aan

Ve-zettn

‘n Sik ve-zettn

Gaan plassen (mannen)

Veuln

Een ieder veult het ziene

Iedereen beleeft het op zijn eigen manier

Vlak

Iets vlak vuur de kop zeggn

Iets rechtuit zeggen

Vlèès

Het oale vlèès möt eers op

Dit is iets voor ouderen

Volk

Oonze volk

Mijn ouderlijk huis

Voot

Hij löp met bèère veute in één kloomp

Hij is ongelofelijk lui

Vörke

A-j het eerst ma op de vörke hebt, dan krie-j het ok wal op ‘n balkn

Als je een begin hebt, komt het wel af

Vreezn

Det kan oe lillijk op ’n emmer vreezn

Dat kan verkeerd aflopen voor je

Vrouw

Een vrouwenhaand en een peeretaand doot aait vedan Een vrouwenhaand en een peeretaand magt nit teumig goan

Vrouwen en paarden zijn altijd aan het werk

Vuurhooln

Het hoolt d’r nog wa vuur

Het duurt lang

Vuurvleegn

Ene d’r vuur loatn vleegn

Iets op iemand afschuiven

219


Mien va Emma Meilink - van Henk van Kiekebos | Hooltns

Toen mien va nog een klein kealtje was, woon hij op de boerderieje saam met zien va, moo, twee breurtjes en zien twee zusters. Tuus in de Viefhuze spölln hij vaake buutn met zien spölgoedtrekkertje. Uut de bestekla pakkn hij een leppeltje dat hij achter zien trekkertje bun met ’n elastiek. Doarmet kon hij het land umbouwn, net zoas de grote trekkers dat deedn. Hele daagn kon hij zich vermaakn door buutn te spölln. In het joar dat mien va zeum joar old werd, ging hij noar de legere schoole hen. De kleuterschoole was destieds nog niet verplicht, dus doar was e niet e-wes. Achterop de fietse van zien zuster ging ze alle daagn saam noar schoole hen. Het was natuurlijk wa wat anders dan met zien trekkertje op ‘t laand, maar op schoole vermaakn hij zich ok wa bes. Vlak veur de zommervakantie noa zien eerste joar op schoole, had mien va saam met zien moo een gesprek bi babyhuus Schuppert in de Dorpsstroate, in het gebouw woar noe de slageri-je van Brands zit. Mien va was ma ‘n iel kealtje vergelekkn met de jongs om zich hen. Hij had ook last van asmatische klachn. Hij proesn nogal. ‘n Dokter zea dat e in de zommervakantie noar Egmond an Zee mos, zodat e an kon starkn in een “sanatorium”. ‘ n Paar wekke later was ‘t zowied. De zommervakantie was nog geels nit gangs toen e saam met ‘n andern jong uut Holten himmoa noar de andere kant van ‘t land mos. In plaats van in de zommervakantie alle daagn buutn spölln op de boerderieje, ging e himoa alleene, zonder zien familie, zes wekke lang van huus. Toen e ankwam in Egmond an Zee, bleek doar een enorm huus te wèèn, met grote zaaln om te ettn, om te spölln en te sloapn. Vanachter ’t glas kiekn ze zo de zee in. D’r waarn wichter uut hele land. Hier mos e zes wekke blievn.

220


Om te warkn an de gesteldheid van de wichter, werd de noadruk e-leg op regelmoat en buutnloch. De kinderjuffn hieln ze de heeln dag gangs. Elke woensdag schreef de juffrouw namens mien va een breefke noar huus. In de breeve schreef ze wat mien va in de wekke e-doane had. Doarin vertelln ze oaver het wandeln oaver ‘t strand, het zingn in ‘t weekend, het bouwn van een hut en oaver die ene keer in de botsauto’s met juffrouw Bouwien. Ook werd in de breeve dudelijk dat alle daagn doesn, op tied noar berre hen en op vaste momentn ettn belangrieker was.

221


Op de enveloppe en op de achterkaante van ’n breef, had mien va een krijttekening e-maakt. Soms schreef hij zelf een eing verhaaltje of zien eing naam op de breef. Miene zuster was an ‘t spuurn e-wes in ’n oale deuze, toen e de breevn van mien va had e-vun. Ene met zien eign tekstje: “Het gaat goed met mij, ik ben al dik geworden! Groetjes Henk”. Noa dree wekke kreeg mien va volk. Zien va en moo kwam himmoa met ‘n auto noar Egmond an Zee. In de uutnodiging stun dat ‘t bezoek plaats mos vin tussn tien uur in de veurmiddag en vief uur in de noamiddag. De oale leu kon met kiekn met ‘t vaste programma van de wichter. Omdat de oolders dr waarn, hoovn de wichter van ene tot half dreie niet uut te rustn, zodat ze mooi kon kuiern met va en moo. Zolang ze maar in het huus bleevn. Noa de tied is d’r gin bezoek meer e-wes. Hij heurn wa via breevn hoe ‘t tuus was. Zo kreeg e breevn van de buurn en van ooms en tantes woarin korte verhaaln stun oaver tuus. Toen de zes wekke veurbie waarn, was mien va blie om weer noar huus te goan, terug noar de boerderi-je en noar zien breurs en zusters. Mien va vertelln mie dat ‘t best pittig was om zo lang alleene van huus te wèèn. Hij von ‘t wa mooi dat e als klein kealtje de kaans had e-kreegn om zich better te veuln. Op ‘t internet leas ik dat mien va waarschijnlijk èèn van de lessn was die op disse manier hulp hef e-had. In de joaren zeumtig bunt ze völle meer goan kiekn noar wichter met geestelijke en sociale zörgen. In de joaren tachtig waarn zulke huuze èèlk niet meer neudig en doarumme gingen de deurn in Egmond an Zee voor de wichter dichte.

222


Mijn vader Emma Meilink | Nederlands

Toen mijn vader nog een kleine jongen was, woonde hij op de boerderij samen met zijn vader, moeder, twee broertjes en zijn twee zussen. Thuis in de Vijfhuizen speelde hij vaak buiten met zijn speelgoedtrekkertje. Uit de bestekla pakte hij een lepeltje dat hij achter zijn trekkertje bond met een elastiek. Daarmee kon hij het land ploegen, net zoals de grote trekkers dat deden. Hele dagen kon hij zich vermaken door buiten te spelen. In het jaar dat mijn vader zeven jaar werd, ging hij naar de lagere school. De kleuterschool was destijds nog niet verplicht, dus daar was hij niet geweest. Achter op de fiets van zijn zus gingen ze iedere dag samen naar school. Het was natuurlijk wel wat anders dan met zijn trekkertje op het land, maar op school vermaakte hij zich ook wel goed. Vlak voor de zomervakantie na zijn eerste jaar op school, had mijn vader samen met zijn moeder een gesprek bij babyhuis Schuppert in de Dorpsstraat, in het gebouw waar nu Slagerij Brands zit. Mijn vader was maar een iel jongetje vergeleken met de jongen om hem heen. Hij had ook last van astmatische klachten. Hij proestte nogal. De dokter zei dat hij in de zomervakantie naar Egmond aan Zee moest, zodat hij kon aansterken in een “sanatorium”. Een paar weken later was het zover. De zomervakantie was nog niet eens begonnen toen hij samen met een andere jongen uit Holten helemaal naar de andere kant van het land moest. In plaats van in de zomervakantie alle dagen buiten spelen op de boerderij, ging hij helemaal alleen, zonder familie, zes weken lang van huis. Bij aankomst in Egmond aan Zee bleek daar een enorm huis te zijn met grote zalen om te eten, om te spelen en te slapen. Vanachter het glas keken ze zo de zee in. Er waren kinderen uit het hele land. Hier moest hij zes weken blijven.

223


Om te werken aan de gezondheid van de kinderen, werd de nadruk gelegd op regelmaat en buitenlucht. De kinderjuffen hielden ze de hele dag bezig. Elke woensdag schreef de juf namens mijn vader een briefje naar huis. In de brieven schreef ze wat mijn vader die week had gedaan. Daarin vertelde ze over het wandelen over het strand, het zingen in het weekend, het bouwen van een hut en over die ene keer in de botsauto’s met juf Bouwien. Ook werd in de brieven duidelijk dat iedere dag douchen, op tijd naar bed en op vaste momenten eten belangrijk zijn. Op de envelop en op de achterkant van de brief had mijn vader een krijttekening gemaakt. Soms schreef hij een eigen verhaaltje of zijn eigen naam in de brief. Mijn zusje was eens aan het neuzen in een oude doos toen ze de brieven van papa vond. Eentje met zijn eigen tekstje: “Het gaat goed met mij. Ik ben al dik geworden! Groetjes Henk”. Na drie weken kreeg mijn vader bezoek. Zijn vader en moeder kwamen helemaal met de auto naar Egmond aan Zee. In de uitnodiging stond dat het bezoek plaats moest vinden tussen tien uur in de voormiddag en vijf uur in de namiddag. De ouders konden meekijken bij het vaste programma van de kinderen. Omdat de ouders er waren, hoefden de kinderen van èèn tot half drie niet te rusten zodat ze mooi konden kletsen met vader en moeder. Zolang ze maar in het huis bleven. Daarna is er geen bezoek meer geweest. Hij hoorde wel via brieven hoe het thuis was. Zo ontving hij brieven van de buren en van ooms en tantes waarin korte verhalen van thuis werden geschreven. Toen de zes weken voorbij waren, was mijn vader blij dat hij weer naar huis mocht, terug naar de boerderij en naar zijn broertjes en zusjes.

224


Mijn vader vertelde mij dat het best zwaar was om zo lang in zijn eentje van huis te zijn. Hij vond het wel mooi dat hij als klein jongetje de kans kreeg om dit voor zijn gezondheid mee te maken. Online lees ik dat mijn vader waarschijnlijk een van de laatsten was die op deze manier zorg heeft gekregen. In de jaren 70 zijn ze zich veel meer gaan richten op kinderen die psychische en sociale zorg nodig hadden. In de jaren 80 waren zulke huizen eigenlijk niet meer nodig en daarom sloten de deuren in Egmond aan Zee voor kinderen.

225


Vaake bi-j te bange Door K.I. | Hooltns Marian Rensen – van Niekaamp, Herman Steunenberg – de Schutte, Meindert Koopman – van Velink Anton, Albrecht Bulsink

Vaake bi-j te bange Nee, ie dörft het niet Vaake bi-j te bange Doo-j ’t noe wel of doo-j ’t noe niet Stoa-j boaven op de brugge En ie kiekt de deepte in Is ‘t touw niet völ te lange Ie veult adrenalien Het zweet det gutst oe van de kop Het löp dr oe dunne deur Woarumme spring ie noe toch niet Miljoenen gingen oe al veur Vaake bi-j te bange Nee, ie dörft het niet Vaake bi-j te bange Doo-j ’t noe wel of doo-j ’t noe niet Eindelijk is het dan zoveer Ie springt toch van de brugge De groond kump heel snel op oe an Straks brek ik miene rugge Net a-j denkt; het is gebeurd Goa-j met dezelfde gangk wierumme Eindelijk he-j het dan e-doan Het touw hef oe e-red, doarumme

226

Vaake bi-j te bange Nee, ie dörft het niet Vaake bi-j te bange Doo-j ’t noe wel of doo-j ’t noe niet


Vaak ben je te bang Door K.I. | Nederlands Marian Rensen, Herman Steunenberg, Meindert Koopman, Albrecht Bulsink

Vaak ben je te bang Nee, je durft het niet Vaak ben je te bang Doe je het nu wel of doe je het niet Sta je bovenaan de brug En je kijkt de diepte in Is het touw niet veel lang? Je voelt adrenaline Het angstzweet gutst je van je kop En het loopt je er dun door Waarom spring je nu toch niet Miljoenen gingen je al voor Vaak ben je te bang Nee, je durft het niet Vaak ben je te bang Doe je het nu wel of doe je het niet

Eindelijk is het dan zover Je springt toch van de brug De grond komt heel snel of je af Straks breek ik nog mijn rug Net als je denkt: het is gebeurd Ga je met dezelfde snelheid weer terug Eindelijk heb je het dan gedaan Het touw heeft je gered, daarom Vaak ben je te bang Nee, je durft het niet Vaak ben je te bang Doe je het nu wel of doe je het niet

227


Woordenlijst Waakels Woaghoolt Dammers

Jeneverbessen

De A1 is an-e-past vuur de waakels De A1 is aangepast voor de jeneverbessen

Waarn

Uitkijken

Waart oe a-j in Engeland de stroate overstekt Pas op als je in Engeland de straat oversteekt

Wableef?

Wat zeg je?

Wableef? Ik heur oe nit Wat zeg je? Ik versta je niet

Wachn

Tijd hebben

Ik kan ‘t wa wachn um met te goan Ik heb wel tijd om mee te gaan

Waslappe

Washandje

Met klèène wichter mö-j ne waslappe bi de haand hebbn Met kleine kinderen moet je een washandje bij de hand hebben

Wasseldook

Vaatdoekje

‘t Is frisser um geregeld nen niejn wasseldook te gebruukn Het is hygienischer om regelmatig een nieuw vaatdoekje te gebruiken

Wassn

Groeien

De mais is had e-wassn noa de buj-je De mais is hard gegroeid na de bui

Wat

Sommige

Wat leu wilt gin auto hebbn Sommigen mensen willen geen auto

Watern

Plassen

As ’t neudig is, kö-j in de buskes watern Als het moet, kun je in de bosjes plassen

Watwegtersen Watterweggens

Hier en daar

Watwegtersen kö-j al poaseier koopn Hier en daar kun je al paaseieren kopen

Wèèger

Niet sterk

Het slotje van den armbaand is wèèger en is al wier kepot Het slotje van die armband is niet sterk en is alweer kapot

Weern

Tegenstand bieden

Ze weern zich bes ma hebt toch verleurn Ze gaven goed tegenstand maar verloren toch

Weerstrubbn Weerborstels

Jammer da-j van die weerstrubbn in het hoar hebt Jammer dat je weerborstels in het haar hebt

229


230

Welle

Bron

Doar zit ne welle in de groond Daar zit een bron in de grond

Wepse

Wesp

Hij is e-stökkn duur ne wepse Hij is gestoken door een wesp

Wetterkalf

Kalf dat nog melk drinkt

Woch èèm, ik mot de kalver nog wettern Even wachten, ik moet de kalveren nog drinken geven

Wettern

Drinken geven

Dit bint oonze wetterkalver Dit zijn onze kalfjes

Weule

Mol

Volgens mie hebt wi ne weule in ‘n tuin Volgens mij hebben we een mol in de tuin

Wibbelkoonte

Iemand die niet stil kan zitten

Gerrianne is ne wibbelkoonte Gerrianne kan niet stilzitten

Wichter

Kinderen

Vrogger haddn de leu meer wichter as noe Vroeger hadden mensen meer kinderen dan nu

Wichterwark Niet serieus nemen wat kinderen doen

Mien moo neumn ‘t wichterwark toen ik op veertienjeurige lèèftied verkering kreege Mijn moeder nam het niet serieus toen ik op 14-jarige leeftijd verkering kreeg

Wied

Ver

Hij wont wied vot Hij woont ver weg

Wief

Vrouw

Wat ‘n mooi wief! Wat een mooie vrouw!

Wieleu

Wij

Wieleu bint femilie van oeleu Wij zijn familie van jullie

Wiem

Plek (zolder) waar het vlees hing om te drogen

De wos hangt in ‘n wiem De worst hangt te drogen

Wierig

Actief

Het lik mie een wierig jungske Volgens mij is het een actief jongetje

Wierkommn

Terugkomen

Komt nog ‘s wier a-j in de buurte bint Kom nog eens weer als je in de buurt bent

Wierumme

Terug

Kom ma wierumme, ie bint te wied e-jag Kom maar terug, je bent te ver gereden


Wies

Verstandig

‘t Was een wies besluut um ‘n paraplu met te nemmn Het was een slimme keus om een paraplu mee te nemen

Wieslippe

Wijsneus

Den kleinn is ne echte wieslippe Dat kind is een echte wijsneus

Wieter

Verder

Ik zee eur een endje wieter stoan Ik zie dat ze een stukje verderop staat

Wieze

Manier

Op disse wieze bi-j man nog nit kloar Op deze manier ben je morgen nog niet klaar

Wille

Plezier

Ik hoppe da-j völle wille hebt met mekaa Ik wens jullie samen veel plezier

Wilmoods

Met opzet

Wilmoods leet ze het glas uut de haane valln Ze liet het glas met opzet uit haar handen vallen

Wind

Lucht

He-j nog wind in de fietsbèène? Heb je nog lucht in de fietsbanden?

Windbuul

Opschepper

Roy is ‘n grootn windbuul Roy is een grote opschepper

Wisse wa Joa wisse

Zeker wel

Doar heb ik wisse wa an e-dach Daar heb ik zeker wel aan gedacht

Woage

Weegschaal

De woage gif het nit good an De weegschaal doet het niet goed

Wosseln

Zwoegen

Mö-j det jungske zeen wosseln met die zwoare steene Moet je dat jongetje zien zwoegen met die zware stenen

Wrange

Gang in de grond

De weule maakt ne wrange De mol maakt een ondergrondse gang

Wrangn

Uierontsteking hebben

De koo wrangt De koe heeft uierontsteking

231


Uitdrukkingen

232

Waarn

Waart oe; an de kaante of in de kraante.

Pas op, anders krijg je een ongeluk (en kom je in de krant)

Wach

De wach anzeggn

Streng toespreken

Waterdösn

Den hef d’r een paa hen waterdössn

Hij heeft ze niet alle 24 in het kratje

Weeld

Argens weeld van wèèn

Ergens gek op zijn

Wèèn

Bi die leu kö-j gleunig bes wèèn Zij zijn heel gastvrij

Weg

Het möt bi de weg blievn

Wemmeln

Het wemmelt mie vuur de oong Ik word er duizelig van

Wetterkalf

Zoepn as een wetterkalf

Heel veel drinken

Wichter

Doar komt wat wichter

Er komt een baby

Wied

Het zo wied hebbn

Er klaar voor zijn

Wierkommn

Wierkommn keune kiekn! Wierkommn, dan kö-j oonze keune ok zeen

Tot ziens!

Wies

Wies met wèèn

Blij mee zijn, dol op zijn

Wies

Wies bescheed geevn

Een brutaal antwoord geven

Wies

Wie wies is, is stille

Soms is het verstandig om niets te zeggen

Wieze

Van de wieze wèèn

Van streek zijn

Wille

Völle wille en doot zo vedan!

Veel plezier en ga zo door!

Woagn

Iemand d’r an woagn

Iemand er voor laten vliegen

Won

D’r bi in wonn

Thuis niets te vertellen hebben

Wos

Dunne plekskes snien is ‘t behoold van de wos (en slech vuur de slager)

Als je dunne plakjes worst snijdt, heb je er lang wat aan (maar de slager is niet blij)

Het moet niet te gek worden


Wochn De eerste schooldag van het nieuwe schooljaar was aangebroken. Juffrouw Wolters had de eerste klas. Druk redderend liep ze door de klas. Schriftjes uitdelen, namen oefenen, zorgen dat ze allemaal een potlood kregen, enzovoort. De kinderen zagen haar spanning. Eén van de kinderen kreeg medelijden met haar. Hij stond op en riep hard door de klas: “Juffrouw, doot ‘t toch röstig an. Wie wocht oe ja wa!”


De Wedstried Guus de hoond, Gijs en Josje en de fluite den vot was Thijs Veneklaas Slots | Hooltns

Het is binnoa zommervakantie. Gijs en Josje speult met ’n hoond in de tuin. De leste daang hebt Gijs en Josje de buurvrouwe stöörig zeen sportn as ze buutn warn. De buurvrouwe dut namelijk met an de grötste wedstried van Hooltn, dat wis Gijs. A-j wilt winn, mo-j ommeunig had zwemmn, fietsn en loopn. Gijs zien moo röp: Alloh, goat ule met? Wi goat zo noar de wedstried hen kiekn. Gijs en Josje goat geerne met hen kiekn. “Mag Guus dan ok met?”, vrög Gijs an zien moo. “Wi goat de start kiekn bi ‘t water en Guus is alderbastend gek op water”. “Noh, vuuruut dan ma. Effn wachn, dan doo-k Guus ’n reem an”, antwoordt Gijs zien moo. Met zien veern goat mooder, Gijs, Josje en Guus met de fietse noar ‘t water van de Domelaar. As ze doar ankump, stoat de sporters al bi de start. Gijs zut ziene buurvrouwe stoan en röp: “Zet ‘m op!”. Zie stekt allemoal ’n duum op en Guus blekt nerig. “Kom op, buurvrouwe. Winn!”. As Gijs en Josje met Guus vuuran bi ‘t hekke stoat, wil de scheidsrechter de wedstried startn. “Op jullie plaatsen…” geet het. Ma dan zeet Gijs en Josje de scheidsrechter verbaasd kiekn. “Ik bin miene fluite kwiet, zo kan de wedstrijd neet beginn!”. Het publiek is zo stille an ne moes. “Wat noe?” vrög Josje an Gijs. “De buurvrouwe kan zo neet winn. Wi mot wat doon”. Gijs hef a een idee. “Wie goat de fluite zeukn, saam met Guus”. Gijs en Josje loopt hard vot, saam met Guus. “Wat goat ule doon?”, röp Gijs zien moo. “Wierkommn!” Ma Gijs en Josje loopt steil de aandere kaante uut, noar de kleedkamers.

234


‘Misschien hef der wa ene per ongeluk de tasse van scheidsrechter ummeruild”, zeg Josje. Ineens spitst Guus ziene oorn en trekt an ‘n reem. Wat dut Guus noe toch? “Misschien weet Guus wa woer de fluite is!”, zeg Gijs. “Loa-w ’n reem lös doon en dan kan Guus spoorzeukn”. En doar geet Guus hen. Hij rent in ene streepe noar de böskes achter de tèènte. Doar heurt Gijs en Josje ‘m heel hard blekkn. Woef, woef, woef! As ze bi de tèènte kumt, heurt Gijs en Josje ne koppel wichter die met mekaa lacht en schik hebt. En… zie bloast op een fluitje! Achter de tèènte bint twei wichter an ’t spöln en doar is…. jawel: Guus! Hij springt vrolijk in het roone en blekt met de fluite met. Wat ne wille! Ma der is gin tied te verleezn, want de wedstrijd mot neurig begin. Gijs vertelt de andere wichter det de scheidsrechter ziene fluite kwiet is en det Guus de fluite wier hef e-vun. Met zien alln brengt ze de fluite gauw wier noar de scheidsrechter hen. Den is ommeunig bli-j met de fluite, det der wier was. Noe kan de wedstried asnog startn! “Klaar voor de start…… AF!”. En doar geet de buurvrouwe van Gijs. Zie zwemt, zie fietst en rent het hardste van allemoal en wint de wedstried. Soams krig de buurvrouwe van Gijs ne grootn beker. As de buurvrouwe op ‘t podium steet, wis ze noar Gijs en Josje. Zie meugt saam met Guus ok op het podium kommn. Gijs en Josje kriegt ne groote medaille. “Umdet ule de fluite wier heb e-brach”, zeg de buurvrouwe van Gijs. En Guus krig ne grootn hoonbot um lekker op te kauwn. Het hele darp juicht en zingt de leu op het podium toe. Want wat bint ze ollemoal bli-j det de wedstrijd toch nog duur kon goan. Lang leve de wichter en Guus de hoond!

235


De Wedstrijd Guus de hond, Gijs en Josje en de verdwenen fluit Thijs Veneklaas Slots | Nederlands

Het is bijna zomervakantie. Gijs en Josje spelen met de hond in de tuin. De afgelopen dagen hebben Gijs en Josje de buurvrouw vaak zien sporten toen ze buiten waren. De buurvrouw doet namelijk mee aan de grootste wedstrijd van Holten, wist Gijs. Om te winnen moet ze heel hard zwemmen, fietsen en lopen. De moeder van Gijs roept: ‘Gaan jullie mee? We gaan zo naar de wedstrijd kijken.’ Gijs en Josje gaan graag kijken. “Mag Guus dan ook mee?”, vraagt Gijs aan zijn moeder. “We gaan de start kijken bij het water en Guus houdt enorm van water.” “Nou, vooruit dan maar. Even wachten, dan doe ik Guus aan de riem”, antwoordt de moeder van Gijs. Met z’n vieren gaan moeder, Gijs, Josje en Guus met de fiets naar het water van de Domelaar. Daar aangekomen staan de sporters al bij de start. Gijs ziet zijn buurvrouw staan en roept: “Zet hem op!” Ze steken allemaal hun duim op en Guus blaft er vrolijk op los. “Kom op buurvrouw! Winnen!” Als Gijs en Josje met Guus vooraan bij het hek staan, wil de scheidsrechter de wedstrijd starten. “Op jullie plaatsen...”, klinkt het. Maar dan zien Gijs en Josje de scheidsrechter verbaasd kijken. “Ik ben mijn fluit kwijt, zo kan de wedstrijd niet starten!’” Het publiek is muisstil. “Wat nu?’, vraagt Josje aan Gijs. ‘De buurvrouw kan zo niet winnen. We moeten wat doen.” Gijs heeft al een idee. “Wij gaan de fluit zoeken, samen met Guus.” Gijs en Josje rennen hard weg, samen met Guus. “Wat gaan jullie doen?”, roept de moeder van Gijs. “Terugkomen!” Maar Gijs, Josje en Guus rennen de andere kant op, naar de omkleedplekken.

236


“Misschien heeft iemand wel per ongeluk de tas van de scheidsrechter verwisseld”, zegt Josje. Plotseling spitst Guus zijn oren en rukt aan de riem. Wat doet Guus nou? “Misschien weet Guus wel waar de fluit is!”, zegt Gijs. “Laten we de riem afdoen zodat Guus kan spoorzoeken.” En daar gaat Guus. Hij rent rechtstreeks naar de bosjes achter de tent. Daar horen Gijs en Josje hem heel hard blaffen. Woef, Woef, Woef! Als ze bij de tent komen, horen Gijs en Josje kinderen die aan het lachen zijn en plezier hebben. En.... ze blazen op een fluitje! Achter de tent zijn twee kinderen aan het spelen en daar is… jawel: Guus! Hij springt vrolijk rond en blaft met de fluit mee. Wat een plezier! Maar er is geen tijd te verliezen, de wedstrijd moet namelijk snel starten. Gijs vertelt de andere kinderen dat de scheidsrechter zijn fluit kwijt is en dat Guus de fluit heeft teruggevonden. Met z’n allen brengen ze de fluit snel terug naar de scheidsrechter. Die is maar al te blij dat de fluit er weer is. Nu kan de wedstrijd toch nog starten! “Klaar voor de start… AF!” En daar gaat de buurvrouw van Gijs. Ze zwemt, fietst en rent het hardst van allemaal en wint de wedstrijd. ‘s Avonds krijgt de buurvrouw van Gijs een grote beker. Als de buurvrouw op het podium staat, wijst ze naar Gijs en Josje. Die mogen samen met Guus ook op het podium komen. Gijs en Josje krijgen een grote medaille. “Omdat jullie de fluit terug hebben gebracht”, zegt de buurvrouw van Gijs. En Guus krijgt een groot hondenbot om lekker op te kauwen. Het hele dorp juicht en zingt de mensen op het podium toe. Want wat zijn ze allemaal blij dat de wedstrijd toch nog door kon gaan. Lang leve de kinderen en Guus de hond!

237


Project Wilm 75 Willemien Grobben | Hooltns

Mien mobieltje zit in de tesse en steet op trilstand. En zo stap ik op ‘n mooin zommeroamnd op de fietse. Oonderweg noar Wilm. He woont ‘s meddeweegns buutn Hooltn. Wi-j bint oons hele leamn a kunnig. Vrogger wa-w noabers. Zien zuske Fenna zat bie mie in de klasse en a-w oons noa schooltied aans um an haddn e-trökkn spölln wi-j met mekaa. Wilm is eur grote breur. Hee kon oons merakels good op ‘t rabat jaagn: ‘n dooin moes in ‘n schoon of ‘t slötteltje van de fietse kwiet maakn. Wat had hee ‘n wille as wi-j begun an te goan. Och joa, woar is de tied e-bleemn... Fenna is nog aait miene vriendinne, ma het spit mie merakels det ze vuur joarn terugge noar Canada is verhuusd. Eur heele femilie was in die daage glad van ‘t pesseel. Ma ja, eur man Albert wol geerne grötter boern en toen e zich det in ‘n kop had e-zet was der gen hooln meer an. Bi-j ‘t ofschèèd ha-w ommoal troan in de oong. Ik weet ‘t nog as ‘n dag van gistern. Destieds ha-j gen email, gen whatsapp en gen smartfoon. Mangs belln ie, ma nit te vaake. Belln was duur! Mangs schreef ie breeve. Ma as ne breef in Canada in de breembusse völ, was ‘t oold niejs... Oonderwiel bi-w veertig joar wieter. De oolders van Fenna bint der ‘n moal hen e-wes um te zeen woer eur deerne was terechte kommn. Eenmoal weer tuus haddn ze heel wat te vertelln: honderd kilometer is doar ‘n klèèn èèneke, en bunders bouwlaand zo wied a-j zeen kon. Wilm wol toen ni met. “As ‘t de bedoeling was de-k duur de loch hen rèèzn, dan ha-k wa vleugels e-kreegn”, zèè hee. Met aandere weure: ‘Ik dörve ni’. Toen eur moo achteruut gung en op ‘t starfberre lag, is Fenna zes wekke in Hooltn e-wes. Eur va is later onverwachens uut de tied e-kommn. En Fenna kwam vuur de groove. Zie vreug mie destieds o-k zo noe en dan biej Wilm achterhen wol kiekn um te zeen of he zich kon reddn.

238


En zo huust Wilm noe a joarn alleene op de oale stea. Noh ja, alleene? ‘n Paar pinkn, twei keune, ‘n stuk of wat hoonder en Napoleon hoolt ‘m gezeelschop. Van ne vrouwe is nooit wat e-kömmn. Ik heb ‘m det wa is te brèène schöttn, ma zien beschead was dudelijk: “Nee, hier gen vrouwmèènse achter ‘t fenuus. Die hebt zovölle vuur ‘t gat te bindn. Stöörig nieje klerage, gevarfde heure of van die niejmoodse telefoons en nog meer van die flantuutn. Ommoal geelddeuntjes”. Joa, hee heult slim van nöstern. Loat Wilm ma leamn zoas van ooldsher, zo is ‘t um krek noar ‘t zinne.

239


Oonderwiel gif ‘t display van mien e-bike an de-k zwat vief kilometer van huus bin en in de veertn zee-k Wilm op zien bèènkske neust de dellnduure zittn. He rookt ne sigaare en kik tevrean oaver de laanderie-jn. Napoleon blekt, Wilm zöt mie en stek zoas aait de haand op. “Komt d’r in, loop ma wieter. Ie weet de weg. Zet ma veste water op vuur de koffie. Ik mot nog effn ‘n sik verzettn”. Seend kot hef hie, vanwege ’n leaftied, wekkelijks ‘n paar uur hulpe in huus.Trudy kump ‘m de boel ‘n betje gladhooln. Zie is ‘n klook mèènse: zie löt Wilm begoan en weet toch ziene vastgeroeste veroolderde gebruukn een betje bi-j te buugn. Zo zöt de kökkn d’r de leste moandn völle better uut: ‘n wasseldook geet umwiel in de wasse, de köpkes stoat schoone in de speene en der ligt gen grömmels meer op de groond. Wilm schönk de koffie op, krek zo as zie moo det had e-doan. Nee, hier gen koffiemesiene of ne Senseo. En eerlijk is eerlijk: Wilm ziene koffie smaakt better dan mennig niejmoods köpke koffie! “Noh Wilm, good te passe?” “Ik magge nit klaagn. De butte doot mie mangs zeer. Och, ik wör der ok nit jonger op”, is zien beschead. En zo kuiere wi-j nog èèm vedan. Het darperniejs, ‘t wereldniejs, van alns kump vuurbiej.

240


Ok a kom ie op zien boerderi-jke gen flatscreen of computer teeng, he-s good bi-j de tied. De kraante les hee van vuur noar achter en ok via zien krakendn transistor blif he good op de heugte. Mie duch det zien kiek op de toestand in de wereld wa angif det he merakels vernemstig is. Dan veul ik mien mobiel trilln. Ik haal ‘m uut de tesse. Wilm kik mie an en vrög: “Begin ie ok a met die vreamde flantuutn?” Ik begin te proatn: “Oh Fenna, ‘t lik wa of ‘t zo wèèn möt, ik zitte net bi-j oe breur an de koffie.” Wilm geet steil rechop zittn: “Oonze Fenna?” “Joa, en ie könt eur heurn én zeen!” Umwiel kump hee in de beene en kik met mie met. Ik geeve um de telefoon in haande. Eers steet he met de moond vol taane, ma later prötte honderduut. Noa ofloop is he ‘n betje op ‘n biestern. “Wat is oonze Fenna gries e-wörn en zie hef zovölle foekn in ‘t vel”. “Kiek ie zelf wa mangs in ‘t speegel, Wilm? Iele hebt mekaa a zo lange nit zene”. Bi-j ‘t votgoan vrög Wilm o-k de took’n moal mien mobieltje wier met wil brengn. Noe möt ni anhaaln. De woondern bint de wereld nog nit uut! In ‘t tweiduuster fiets ik de richste weg noar huus. Ik heb stille wille en verspitse mie op wat oons ommoal nog te wachen steet. Fenna hef in ‘t zin um ankommnd joar as Wilm jeurig is met man, wichter en klèènwichter drei wekke ‘n stuk of wat zommerhuuskes in Hooltn of te huurn. Fenna en ik neumt det plan ‘Project Wilm 75’. En wi-j doot der nit met hen, want met mekaa bi-w oonderwiel gangs ‘n heel dreeibook op te stelln. Zie wilt vanzelf meer van Hollaand zeen as Hooltn. Ik verknökkele mi-j noe a: hoe zal Wilm kiekn as te-met oonverdachns zien klèène zuske uut Canada bi-j ‘m op de kökkn steet? Det ‘t telefoontje van vanoamd, as anlöppe noar zien 75sten verjeurdag, ofgesprökken wark was, det vertelle wi-j um later nog wa.

241


Project Wilm 75 Willemien Grobben | Nederlands

M’n smartphone zit in mijn broekzak en staat op trilstand. En zo stap ik op ‘n mooie zomeravond op de fiets. Onderweg naar Willem. Hij woont een eindje buiten Holten. We kennen elkaar al van jongs af aan. Vroeger waren we buren. Zijn zusje Fenna zat bij mij in de klas en als we na schooltijd andere kleren hadden aangetrokken, speelden we samen. Willem is haar grote broer. Hij kon ons goed op stang jagen: ‘n dode muis in de schoen of ‘t fietssleuteltje zoekmaken. Wat had hij een plezier als wij tekeergingen. Ach ja, waar is de tijd gebleven... Fenna is nog steeds mijn vriendin, maar het spijt me geweldig dat ze alweer heel wat jaren geleden naar Canada is verhuisd. In die dagen was haar hele familie van streek. Maar ja, haar man Albert wilde graag een veel groter boerenbedrijf en toen hij dat bedacht had, kon niemand hem nog tegenhouden. Bij ‘t afscheid hadden we allemaal tranen in de ogen. Ik weet ‘t nog alsof het gisteren was. Destijds was er geen email, geen whatsapp en geen mobieltje. Soms belde je, maar niet al te vaak. Telefoneren was duur! Soms schreef je brieven. Maar tegen de tijd dat een brief in Canada in de brievenbus viel, was het oud nieuws... Ondertussen zijn we veertig jaar verder. De ouders van Fenna zijn er één keer naar toe geweest om te zien waar hun dochter terecht was gekomen. Toen ze weer thuis waren hadden ze veel te vertellen: honderd kilometer stelt daar niks voor en hectares landbouwgrond zover het oog reikt. Willem wilde toen niet mee. “Als ‘t de bedoeling was dat ik door de lucht zou reizen, dan had ik wel vleugels gekregen”, zei hij. Met andere woorden: ‘Ik durf niet’. Toen de gezondheid van haar moeder achteruitging en ze op haar sterfbed lag, is Fenna zes weken in Holten geweest. Haar vader is later onverwachts overleden. Fenna kwam over voor de begrafenis. Ze vroeg me toen om zo af en toe Willem een bezoekje te brengen en een oogje in het zeil te houden.

242


En zo woont Willem nu al jaren in z’n eentje op de oude plek. Nou ja, alleen? ‘n Paar pinken, twee varkens, wat kippen en Napoleon houden hem gezelschap. Van een vrouw is nooit wat gekomen. Ik heb er wel eens een balletje over opgegooid, maar zijn reactie was duidelijk: “Nee, hier geen vrouw achter het fornuis. Die hebben zo veel te wensen. Steeds maar weer nieuwe kleren, geverfde haren of de nieuwste smartphone en nog meer van die vreemde kuren. Die kosten alleen maar geld”. Ja, hij houdt bijzonder veel van mopperen. Laat Willem maar leven zoals vroeger, dat bevalt hem uitstekend. Ondertussen geeft het display op m’n e-bike aan dat ik bijna vijf kilometer van huis ben en in de verte zie ik Willem op z’n bankje naast de deeldeur zitten. Hij rookt een sigaar en kijkt tevreden uit over de landerijen. Napoleon blaft, Willem ziet me en steekt zoals gewoonlijk zijn hand op. “Kom d’r in, loop maar verder. Je weet de weg. Wil je al vast water voor de koffie opzetten? Ik ga nog even een plasje doen”. Sinds een tijdje heeft hij, vanwege de leeftijd, wekelijks een paar uur thuishulp. Trudy houdt de boel aan kant. Ze is een verstandige vrouw: ze laat Willem z’n gang gaan, maar weet toch z’n vastgeroeste verouderde gewoontes een beetje bij te buigen. Zo ziet de keuken er de laatste maanden veel netter uit: de vaatdoek krijgt geregeld een

243


wasbeurt, de kopjes staan in de kast en er liggen geen kruimels meer op de vloer. Willem schenkt de koffie op, net zoals zijn moeder dat vroeger deed. Nee, hier geen koffiezetmachine of Senseo-apparaat. En eerlijk gezegd smaakt de koffie van Willem beter dan menig modern kopje koffie! “Nou Willem, alles in orde?” “Ik mag niet klagen. Soms heb ik pijnlijke botten. Och, ik word er niet jonger op”, is zijn antwoord. En zo praten we nog even verder. Dorpsnieuwtjes, het wereldnieuws, van alles passeert de revue. Ook al tref je in zijn boerderijtje geen flatscreen of computer aan, hij is goed bij de tijd. De krant leest hij van voor naar achter en ook zijn krakende transistorradio houdt hem goed op de hoogte. Mij dunkt dat zijn kijk op de toestand in de wereld wel aangeeft dat hij lang niet dom is. Dan voel ik mijn mobieltje trillen. Ik haal ‘m uit mijn broekzak. Willem kijkt me aan en vraagt: “Begin jij nou ook al met die vreemde fratsen?” Ik begin te praten: “Oh Fenna, het lijkt wel of het zo moet zijn, ik zit net bij je broer aan de koffie”. Willem gaat kaarsrecht op zijn stoel zitten: “Onze Fenna?” “Ja, en je kunt haar horen én zien!” Ondertussen staat hij op en kijkt met me mee. Ik geef ‘m de telefoon in handen. Eerst staat hij met de mond vol tanden, maar later praat hij honderduit. Na afloop is hij een beetje in de war. “Wat is onze Fenna grijs geworden en wat heeft ze veel rimpels”. “Kijk je zelf wel eens in de spiegel, Willem? Jullie hebben elkaar zo lang niet meer gezien”. Als ik naar huis ga, vraagt Willem of ik de volgende keer mijn mobieltje weer mee wil brengen. Nou moet het niet gekker worden, de wonderen zijn de wereld nog niet uit! In de schemering fiets ik zo snel mogelijk naar huis. Ik heb binnenpret en verheug me op wat ons allemaal nog te wachten staat. Fenna is van plan om volgend jaar als Willem jarig is met man, kinderen en kleinkinderen

244


drie weken lang een paar vakantiehuisjes in Holten te huren. Fenna en ik noemen dat plan ‘Project Willem 75’. En we wachten er niet mee want samen stellen we ondertussen een heel draaiboek op. Vanzelfsprekend willen ze meer van Nederland bekijken dan alleen Holten. Ik verkneukel me nu al: hoe zal Willem reageren als straks zijn zusje uit Canada onverwachts bij hem in de keuken staat? Dat ‘t telefoontje van vanavond, als opmaat naar zijn 75ste verjaardag, doorgestoken kaart was, vertellen we hem later nog wel.

245


Woordenlijst Zaandblik

stofblik

Ik heb ‘n zaandblik neurig vuur de krummels Ik heb een stofblik nodig voor de kruimels

Zachn

Helen

De glippe zacht al mooi De wond heelt al goed

Zeel

Touw

Bi disse koo is het achterzeel lös Bij deze koe is het touw om de achterste poten los

Zeerte

Pijn

De kopzeerte is oaver ma noe he-k zo’n boekzeerte De hoofdpijn is over maar nu heb ik zo’n buikpijn

Zet

Poos

Het duurn nen heeln zet vuur hij reageern Het duurde lang voor hij reageerde

Zevern

Kwijlen

Het kind krig taane, dut niks as zevern Het kind krijgt tandjes, is erg aan het kwijlen

Zich

Zeis

‘n Zich is stoomp De zeis is bot

Ziegerd

Klap

As ik vrogger nit luustern, kreeg ik van mien va ne ziegerd met de pette Als ik vroeger niet luisterde, kreeg ik van mijn vader een klap met de pette

Zi-je

Zeef

Een koffiezi-jke is ne klèène uutvoering van ne melkzi-je Een koffiezeefje is een kleine versie van een melkzeef

Zinnig

Mak

Wèès nit bange, den hoond is wa zinnig Je hoeft niet bang te zijn, deze hond is mak

Zoeperd Zoeptorre Zoeplappe Zoepstrotte

Dronkenlap

Hij is al net zonnen zoeperd as zien grovva Hij is net zo’n dronkenlap als zijn opa

Zoer

Zwaar, moeilijk

Den tuin spittn is zoer wark Die tuin omspitten is zwaar werk

Zoerblaa

Zuring

Duurkok zoerblaa is niejmoods ettn Stamppot van zuring is modern eten

Zoerbraand

Brandend maagzuur

Ik heb las van zoerbraand Ik heb last van brandend maagzuur

Zoern siepel

Zuurpruim

Hij is vaste teeng, hij is nen zoern siepel Hij is vast tegen, hij is een zuurpruim

247


248

Zog

Moedermelk

Zie zegt det broen bier good is vuur ‘t zog Men zegt dat bruin bier goed is voor moedermelk

Zökke Zoeze

Sul

Hij is zonne zökke Hij is zo’n sul

Zonet

Even geleden

Ik heb eur zonet e-zene Ik heb haar net nog gezien

Zoomp

Voerbak, trog

Dissn bloomnbak was ne varknszoomp Deze bloembak was een varkenstrog

Zowied

Zover

He-j ‘t zowied of duurt ’t nog èèm? Ben je zover of duurt het nog even?

Zul

Drempel

Opoe slep het mes op ‘n zul Oma sleep het mes op de drempel

Zunneplaate

Zonnepaneel

Zie hebt meer as 100 zunneplaatn op het dak Zij hebben meer dan 100 zonnepanelen op het dak

Zwak

Lenig

Zien opoe is al 80 ma nog heel zwak Zijn oma is al 80 maar nog heel lenig

Zwatte

Vochtigeplek

Joke hef ‘t zwatte in de wasse Joke heeft vochtplekjes in de was

Zweerderi-je

Ontsteking

Hij hef zweerderi-je an ‘n grootn teen Hij heeft een ontsteking aan zijn grote teen

Zwiemelig

Duizelig

Ik zwiemele op de beene Ik ben duizelig

Zwil

Eelt

Ik kreege bloarn umdet ik te weinig zwil op de haane hebbe Ik kreeg blaren omdat ik te weinig eelt op mijn handen heb

Zwil

Rol gras

Ik heb het grös al an ‘n zwil Ik heb het gras al in wiersen

Zwokkn

Hard vallen

Hij völ van de fietse en zwokkn an de groond Hij viel van de fiets en viel hard op de grond


Uitdrukkingen Zet

Een bessn zet e-lene

Lang geleden

Zettn

Oe daale zettn

Gaan zitten

Zied

Op zied goan

Aan de kant gaan

Zinne

In ’t zinne hebbn

Van plan zijn

Zinne

In ‘t zinne scheetn

Te binnen schieten

Zinne

Zich an ’t zinne wèèn

Veel van je lichaam vragen

Zinne

Iets in ’t zinne hebbn

Iets van plan zijn

Zittn

Een zittnd gat bedech zich wat

Mensen die veel tijd hebben, bedenken van alles

Zoepn

Zoepn as een wetterkalf

Heel veel drinken

Zoepn

As een wetterkalf nit wil zoepn, Bij de voetbal leer je drinken dan mö-j um bi de voetbal doon

Zoer

Het valt ‘m zoer

Het is moeilijk voor hem

Zol

Zol op de tonge hebbn

Ziek zijn

Zwil

Zwil in de oorn hebbn

Doen alsof je niets hoort

Zwil

Zwil vuur de kop hebbn

Geen emoties hebben

Zunne

As de zunne begint te daaln, begint de luien an te haaln As de zunne daalt in het westen, bint de luien op zien besten

Luie mensen zijn ’s avonds op hun best

249


Zeek Ria Kappert – Jansen - Ria van Jans van Hengeveeld en Dieki van Wilm’s Anton | Hooltns

Zie haddn mie e-vroagd um wat te schriem vuur het beukske oaver ‘t Hooltns dialect. Ik wazze vereerd en verrast en zei meteen “Ja”. Ma ‘t bleef nog èèm op ‘n schossteen lign; èèm de tied nemmn um wat te bedèènkn en toen… toen worn ik zeek. Op den bewussn moandagoamd worn ik duzelig. En misselijk. En noa een uur boam de wc hangn en spi-jn zea de opgetrommelde eerste-hulp-dokter: “Ze hef ginnen tia”. Gelukkig ma. Ma slech veuln ik mie wa. ‘t Was iets met ‘t eamwichtsorgaan: gruus in ‘t slakknhuus. ‘t Kump bliekbaar völle meer vuur. An ‘t èène van ‘n oamd hebt ze mie in auto heesn en bin ‘k noar huus hen e-brach. Röstig an doon, wark of-zegn en netjes luustern noar wat ‘n huusdokter en de fysio oe vuurschrif. Tja, en dan zut de wereld d’r ineens heel aans uut. Zeek! Nou ja, het geet wa wier oaver, ma ne gedwongen rustpauze is vuur mie, as bezige bi-je, toch wa effn… eh… ja, schrikkn en wenn. Het ofzeggn van mien wark, miene oppaswichter (ie möt weetn, ik bin gastoolder vuur zeum gezinn), ja, det is wa zoer. Det geet mie duur ‘n hard bot. Um ‘t geeld geet het nog neet eens ma het geet mie meer um mien verantwoordelijkheid. Ja, ik weet ‘t wa: de wereld dreeit heus wa duur zoonder mie…. ma toch. Het mooie van effn op de remme trappn is det d’r ineens ruumte kump. Ruumte um noa te dèènkn. Wat is ech belangriek vuur mie? Wil ik in mie oale ritme nog een zetje vedan? Of goa-k mien tied aans inrichtn? Een ‘bezig baasje’ (vrouwtje) za-k altied wa bliem: det zit d’r noe éénmoal in e-bakkn. Een zittnd gat heb ik èèlijk nooit e-had. Van huus uut was ‘teumig wean’ bi-jnoa ne doodzunde. Dus ja, meer tied maakn vuur aandere dinge? Ik bin d’r nog met an ’t nuurn.

250


Nee, ik bin d’r nog neet uut. Noh ja, misschien kump het antwoord met de tied vanzelf wa. Ik realiseere mie ok wa det miene zeerte van noe, wier oavergeet. En det d’r heupe mèènsn bint die ‘t ollemaal völle arger hebt. Met zeektes en narigheid wat neet wier oavergeet. Of nog arger: die op ‘n duur ‘t loodje möt leggn. “Ben je ook druk geweest en heb je veel meegemaakt?” vreug ‘n huusdokter an mie. Eh, ja, d’r gebuurt èèlijk nog wa heel wat um oons hen. D’r bint oons nog a wat dierbaarn ontvalln de leste tied. En det löt mie zeker neet onberoerd. Nee, ik bin gin mèènse met zwil vuur ‘n kop. Zol mien rouw dan ok een deel kön wèèn van wat mie noe is oaverkommn? Det zol zomaa könn. Rouw is een heel natuurlijk proces. Maar ‘t lik wa o-j in disse tied, met ‘n paar wekke wier kloar mut wean. En det is ’t ni, bi gin eene. Noe ‘t gemis van oonze dierbaarn een plekje möt kriegn, gif mien lief an: nem meer tied vuur oezelf! Ai-j zeek bint, heult oe lief oe èigenlijk een speegel vuur. Het is an oezelf o-j d’r inkiekt of de-j d’r langshen kiekt. Ik zal d’r wa te lange langs hen hem e-kekkn, bedèenk ik mie noe.

251


Ik heb e-leerd det de mèènsn vuuruut möt kiekn. Ie könt leern van wat e-wes is, ma ie kunt het toch niet meer veraandern. Mie moo zol zeggn: “Ie könt beter spiet hebbn van wa-j deedn, dan van wa-j hebt noa-loatn”. Zie hebt oons genog bagage met e-geevn; oonze dierbaarn. De leste joarn det miene bèède oalders zeek warn, hebt ze gin onderwerp oaver e-sloane. Hun hele leam kwam mangs ter sprake; van de vrogste jeugdjoarn tot het naderende einde. En det was mangs moeilijk ma ‘t was ok fijn. Gin drempels. Gin drempels um wat dan ok ma te vroagn. Gin spiet, gin lösse eindjes. Terugge noar dit beukske: ik heb de Z, de’s het leste stukske van dit beukske. Doar wi-k de leu die dit least een wieze road metgeem as ze ‘t beukske zo meteen dichte sloat. Het geet inmiddels gelukkig a wier better met mie. Ik heb miene klachtn aardig achter mie e-loatn. Dankzij de rust en de ruumte die-k kreege. Ma geef mekaa ok die ruumte. De leams-les zol möttn wean: wi-j möt oons vaakerder realiseern hoe rieke azze wi bint met wa-w hebt. Wi leaft in een vri-j laand en heb het oaver het algemeen hartstikke good. Geniet d’r dan ok van van. Geniet van vandaage en koester oene herinneringen. En, loop oezelf vuural ni verbi-j, maar trap op tied op de remme. Want ‘t leam is vaake net as een kinderhempje; kort en bescheten! En bedèènk wa: af en toe een fikse buj-je rèèng, löt oe meer genietn van de zunne. Ik zol zeggn: Goodgoan en blief gezond.

252


Ziek Ria Kappert – Jansen | Nederlands

Ze hadden me gevraagd om iets te schrijven voor het boekje over het Holtens dialect. Ik was vereerd en verrast en zei meteen “Ja”. Maar het bleef nog even op de schoorsteenmantel liggen; even de tijd nemen om iets te bedenken en toen… toen werd ik ziek. Op die bewuste maandagavond werd ik duizelig. En misselijk. En na een uur boven de wc hangen en spugen zei de opgetrommelde eerste-hulp-dokter: “Ze heeft geen tia”. Gelukkig maar. Maar ik voelde me wel slecht. Het was iets met het evenwichtsorgaan; gruis in het slakkenhuis. Komt blijkbaar veel meer voor. Aan het eind van de avond hebben ze me in de auto gehesen en ben ik naar huis gebracht. Rustig aan doen, werk afzeggen en netjes luisteren naar wat de huisarts en de fysio je voorschrijven. Tja, en dan ziet de wereld er ineens heel anders uit. Ziek! Nou ja, het gaat wel weer over, maar een gedwongen rustpauze is voor mij, als bezige bij, toch wel even, schrikken en wennen. Mijn werk afzeggen, mijn oppaskinderen (je moet weten dat ik gastouder ben van zeven gezinnen), is wel erg moeilijk. Het is een zware beslissing voor me. Om het geld gaat het nog niet eens maar het gaat me meer om mijn verantwoordelijkheid. Ja, ik weet het wel; de wereld draait heus wel door zonder mij… maar toch. Het mooie van even op de rem trappen is dat er ineens ruimte komt. Ruimte om na te denken. Wat is echt belangrijk voor me? Wil ik in mijn oude ritme nog een tijdje doorgaan? Of ga ik mijn tijd anders inrichten? Een ‘bezig baasje’ (vrouwtje) zal ik altijd wel blijven, dat zit er nu eenmaal ingebakken. Ik kan nu eenmaal moeilijk stilzitten. Bij ons thuis was nietsdoen bijna een doodzonde. Dus ja, meer tijd maken voor andere dingen? Ik zit er nog op te broeden.

253


Nee, ik ben er nog niet uit. Nou ja, misschien komt het antwoord met de tijd vanzelf wel. Ik realiseer me ook wel dat mijn pijn nu weer overgaat. En dat er talloze mensen zijn bij wie het allemaal veel erger is. Met ziekten en narigheid die niet weer overgaat. Of nog erger: die op den duur het loodje moeten leggen. “Ben je ook druk geweest en heb je veel meegemaakt?” vroeg de huisarts aan me. Ja, er gebeurt eigenlijk heel wat om ons heen. Er zijn ons nogal wat dierbaren ontvallen de laatste tijd. En dat laat me niet onberoerd. Nee, ik ben geen mens zonder emoties. Zou mijn rouw dan ook te maken kunnen hebben met wat me nu is overkomen? Dat zou zomaar kunnen. Rouw is een heel natuurlijk proces. Maar het lijkt wel dat het, in deze tijd, met een paar weken weer over moet zijn. En dat is het niet, bij niemand. Nu het gemis van onze dierbaren een plekje moet krijgen, geeft mijn lichaam aan: neem meer tijd voor jezelf! Als je ziek bent, houdt je lijf je eigenlijk een spiegel voor. Het is je eigen keus of je erin kijkt of erlangs kijkt. Ik zal er wel te lang langs hebben gekeken, bedenk ik me nu. Ik heb geleerd dat een mens vooruit moet kijken. Je kunt leren van wat is geweest maar je kunt het toch niet meer veranderen. Mijn moeder zou zeggen: “Je kunt beter spijt hebben van wat je hebt gedaan dan van wat je hebt nagelaten”. Ze hebben ons genoeg bagage meegegeven, onze dierbaren. De laatste jaren dat mijn beide ouders ziek waren, hebben ze geen onderwerp overgeslagen. Hun hele leven kwam soms ter sprake; van hun vroegste jeugdjaren tot het naderende eind. En dat was soms moeilijk maar het was ook fijn. Geen drempels. Geen drempels om wat dan ook te vragen. Geen spijt, geen losse eindjes.

254


Terug naar dit boekje; ik heb de Z, dat is het laatste stukje van dit boekje. Daar wil ik de mensen die dit lezen een wijze raad meegeven als ze het boekje zo meteen dichtslaan. Het gaat inmiddels gelukkig alweer beter met me. Ik heb mijn klachten aardig achter me gelaten. Dankzij de rust en de ruimte die ik kreeg. Maar geef elkaar ook die ruimte. De levensles zou moeten zijn: we moeten ons vaker realiseren hoe rijk we zijn met wat we hebben. We leven in een vrij land en hebben het over het algemeen hartstikke goed. Geniet er dan ook van. Geniet van vandaag en koester je herinneringen. En, loop jezelf niet voorbij maar trap op tijd op de rem. Want het leven is vaak net een kinderhemdje; kort en bescheten! En denk eraan: af en toe een flinke regenbui laat je meer genieten van de zon. Ik zou zeggen: het ga je goed en blijf gezond.

255


Dit is de leste bladzie In de periode januari-juli 2023 hebbe wi zo völle meugelijk weure, uutdrukkingen en verhalen verzameld en die zo good meugelijk op e-schreevn. Wi hopt da-j d’r van genöttn hebt. Ie magt het oons loatn weetn! Ma wi hopt ok det het oe niejsgierig hef e-maakt, an het dèènken hef e-zet en herinneringen boavn hef e-brach. He-j nog anvullingn? Hieroonder kö-j ze kwiet. Hooltns is van ons allemoal.

256


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Ik proate Hooltns Ie ok by reclamemakers - Issuu