Gerda, Henny, Ingrid en Gerrianne Wibbelink In dit boek staan maar liefst 27 verhalen en 4 liedjes. Geschreven, verteld en gezongen door Holtenaren in hun eigen dialect. Via een QR-code zijn de verhalen en liedjes te beluisteren. De teksten staan in het Hooltns en in het Nederlands in het boek. Enkele verhalen zijn speciaal voor kinderen.
Ik proate Hooltns Ie ok?
Ik proate Hooltns Ie ok?
Verder bevat dit boek een lijst van ruim 1.300 woorden en uitdrukkingen die nog steeds worden gebruikt in het dialect van Holten, Overijssel. Van elk woord is een vertaling opgenomen met een voorbeeldzin. De lijst is samengesteld met bijdragen van talloze Holtenaren. Het boek is voorzien van kleurige en passende tekeningen. Völle wille met Hooltns!
Ik proate Hooltns Ie ok? Gerda, Henny, Ingrid en Gerrianne Wibbelink
Gerda, Henny, Ingrid en Gerrianne Wibbelink
Ik proate Hooltns Ie ok?
Gerda, Henny, Ingrid en Gerrianne Wibbelink
Geschreven door: Gerda, Henny, Ingrid en Gerrianne Wibbelink Illustraties: Juliët Nijland Met bijdragen van veel Holtenaren Vormgeving en druk: Reclamemakers Holten Uitgegeven in eigen beheer in 2023 Copyright Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd of verspreid zonder toestemming van de auteurs
2
Voorwoord We brachten de kerstdagen van 2022 door met de familie. Daarbij viel het ons op dat we voortdurend omschakelen tussen Hooltns en Nederlands. Hooltns tegen de volwassenen en Nederlands tegen de kinderen. We zijn tweetalig. De kinderen verstaan het Hooltns prima maar spreken het niet of nauwelijks. Met vrienden spreken we ook Hooltns maar een gesprek met een onbekende beginnen we altijd in het Nederlands. Ook wij merken dat het dialect langzamerhand minder wordt. Is dat erg? Misschien niet maar het is wel jammer. Een taal is onderdeel van je identiteit, het hoort bij de groep waarmee je je identificeert en de plek waar je woont. Hooltns als tweede taal is daarom een verrijking. En iedereen die het Hooltns als moedertaal heeft, weet dat het je eerste taal blijft wanneer je boos of verdrietig bent. Alle reden dus om zuinig te zijn op ons Hooltns. Ik proate Hooltns, ie ok? Zo is het idee ontstaan om een boek te maken. Met woorden en uitdrukkingen die horen bij het Hooltns. En met verhalen van Holtenaren, verteld in hun eigen Hooltns. Te beluisteren via een QR-code en voorzien van mooie tekeningen. Een veelzijdig en aantrekkelijk boek voor een breed publiek. We hopen dat dit boek zijn weg vindt naar iedereen die zich verbonden voelt met Hooltn en met Hooltns; omdat je hier woont, bent geboren, werkt, omdat je familie er vandaan komt of omdat je er graag komt. We willen onze eigen taal vastleggen en doorgeven. Voor ons maakt het niet uit of je Hooltns hebt geleerd van je opa uit Markelo of je vriendje uit Bathmen en of je in Holten bent geboren, hier net bent gekomen of er allang weg bent. Wat ons verbindt, is de liefde voor streektaal en Hooltns.
3
Illustraties door Juliët Nij land Dit is een boek om in te bladeren, om te lezen, om uit voor te lezen en om naar te luisteren. De bijhorende illustraties maken het ook een boek om in te kijken. Juliët Nijland is de trotse illustrator van dit bijzondere project. Met behulp van verschillende technieken, zoals inkt, aquarel en potlood, heeft ze tientallen prachtige illustraties gecreëerd die de pagina’s van dit boek tot leven brengen. Op deze manier heeft ze een brug proberen te slaan tussen woord en beeld. Juliët (geboren in Markelo, 2002) heeft haar creatieve vaardigheden verder ontwikkeld aan de ArtEZ Academy voor Art en Design in Zwolle, waar ze in 2023 haar studie Graphic Design heeft afgerond. Voor Juliët markeert dit boek een belangrijke mijlpaal in haar opkomende carrière grafisch ontwerpster, omdat ze met dit project haar eerste stap in het werkveld zet.
4
Inhoudsopgave Voorwoord Illustraties Inhoudsopgave Spelling Bedankt Leeswijzer
3 4 5 8 10 12
Titel Woorden en uitdrukkingen Alderbassend mooi boern As
Geert Stevens Erica Meijerman – Dikkeboer
15 18 22
Gea Stam - Beldman Jasper Zwiers K.I.
27 34 38 42
Frida Kampman - Krikkink Henk Hulsman
45 50 54
Eddy Steegink
59 62
Woorden en uitdrukkingen Foj, foj, het geet krek allees
Marjon Jacobs – Spenkelink
67 70
Woorden en uitdrukkingen Wat is ’t in Hooltn toch Geneuglijk Gleunig mooie tuindaang
75 80 Reeperbahner 84 Dennis Krikkink
Woorden en uitdrukkingen Bi ons op de kökkn Boake Brandweerleed Woorden en uitdrukkingen Miene Deerns Drukte in de steege Woorden en uitdrukkingen Ezels
Door
5
Woorden en uitdrukkingen Hellighèèd Woorden en uitdrukkingen
97
Woorden en uitdrukkingen
99
Woorden en uitdrukkingen Keunestetjes-oamd K.I.
101 110 114
Jaap Huisman K.I.
Woorden en uitdrukkingen Lustern
117 120 Agnes van Wieringen – Jansen
Woorden en uitdrukkingen Meutn
123 126
Jolanda Ulfman – Kamphuis
Woorden en uitdrukkingen ’t Nös oonder ‘n boom
131 Jolanda Bronsvoort – 134 Scholman
Woorden en uitdrukkingen Altied wier touwe vlechn onder het Onderschoer
139 144
Woorden en uitdrukkingen ‘n Pad löshooln Foj, wat ne Pröttel
6
Teun Deijk
87 92
Anton Klein Twennaar
Wim Jansen Johanna Stam – Koopman
149 154 160
165 170
Woorden en uitdrukkingen Riezemiete
André Heetkamp
Woorden en uitdrukkingen Sammie de papegaai Slikkern
175 186 Imke Boode - Steegink Ineke Bronninkreef – Bosman 190
Woorden en uitdrukkingen Timmern Tuurlijk
193 198 202
Erna Broekhuis Erik Rensen
Woorden en uitdrukkingen Umslieks
209 210 Gerda, Henny, Ingrid en Gerrianne Wibbelink
Woorden en uitdrukkingen Mien Va Vaake bi-j te bange
Emma Meilink K.I.
215 220 226
Thijs Veneklaas Slots Willemien Grobben
229 234 238
Ria Kappert – Jansen
247 250
Woorden en uitdrukkingen De Wedstried Project Wilm 75 Woorden en uitdrukkingen Zeek
De leste bladzie
256
7
Spelling Hooltns is een variant van het Sallands, één van de dialecten van het Nedersaksisch, een erkende streektaal. Dialect is een spreektaal, je leert het thuis of van vrienden. Dialect schrijven doen we bijna nooit en er is geen vastgestelde spelling. Hooltns schrijven is daardoor lastig. In dit boek zoeken we een balans tussen opschrijven zoals je het uitspreekt en begrijpen wat je leest. We gebruiken onze eigen spelling om dicht bij het Hooltns te blijven en we laten de apostrof (‘) zoveel mogelijk weg. Extra tekens Naast de letters uit het alfabet en de bekende klankvormen van het Nederlands (au, ei, eu, ie, oe, ou, ui), gebruiken we de volgende schrifttekens: • ea eapel, eerdbeazn • èè als in militair mèènse, hèènig • oa als in roze proatn, boake • ö als in Engels cup kökkn, nös • öö als in freule nöös, stöörig Werkwijze Om Hooltns te schrijven, hanteren we de volgende werkwijze: • We schrijven werkwoorden zoals je ze uitspreekt maar zo dat je ze ook makkelijk herkent. Voorbeelden: loopn, kriegn, schrievm, kommn. En ook: ik loope, ik weete • We volgen de Nederlandse spelling waar dat kan. Voorbeelden: tied, meugelijk, hoond, hij wodt
8
• Als je een letter niet hoort, schrijven we hem ook niet. Voorbeelden: vot, stat, wos • Bij samentrekkingen gebruiken we een verbindingsstreepje. Voorbeelden: a-j, goa-w, mö-j, he-j • Als een spelling tot een verkeerde uitspraak kan leiden, gebruiken we een verbindingsstreepje. Voorbeelden: vri-jdag, e-had, boerderi-je • Meervouden geven we aan met een extra n. Voorbeelden: uutdrukkingn, plann • Zelfstandige naamwoorden met een lange klank schrijven we met een dubbele klinker. Voorbeelden: beene, plaate, kleere, groove • We kiezen consequent een spelling voor woorden die op heel veel manieren worden uitgesproken. Voorbeelden: nit, wa, al, ma, bi, d’r, ‘t
9
Bedankt Dit boek is gemaakt met hulp van talloze Holtenaren die woorden hebben aangedragen via Facebook, app, e-mail of in gesprekken met ons. Sommigen mailden bijna dagelijks aanvullingen, anderen mengden zich in de Facebook-discussies over de betekenis van woorden. Met ruim 1.100 leden kunnen we wel stellen dat Hooltns op veel belangstelling mag rekenen. Tientallen mensen zijn ingegaan op onze uitnodiging om een verhaal of gedicht te maken en dat voor te lezen. Twee bands hebben mooie liedjes gemaakt. De enige aanwijzing was dat ze zich moesten laten inspireren door een bepaalde letter. Dit heeft geleid tot een heel gevarieerde verzameling van prachtige verhalen, verteld door Holtenaren in hun eigen dialect. Hierbij is duidelijk te lezen en te horen hoeveel variatie het Hooltns kent. Alle verhalen zijn opgenomen in de studio van Ruben Hanevelt. Met veel geduld en grote technische kennis is hij erin geslaagd om kwalitatief hoogwaardige opnamen te maken. We bedanken Ruben ook voor zijn enorme gastvrijheid waarbij hij alle vertellers ontving in zijn achtertuin. De opnamen zijn door Coen van Hoevelaak omgezet in QR codes die te beluisteren zijn via Spotify. Fijn ook dat Holtenextra ruimte bood voor een vaste rubriek. Aan de reacties te merken, werd deze goed gelezen. Begin 2023 hebben we Holtenextra benaderd over ons plan. Daarbij hebben we de wens uitgesproken dat 2023 het Jaar van het Hooltns zou worden. Volgens ons is dit gelukt.
10
Bedankt iedereen! Zonder jullie inzet was dit boek niet tot stand gekomen. Voor de meesten was dit de eerste keer dat ze meededen aan een project over dialect. We zijn onder de indruk van jullie enthousiasme en van de kwaliteit van de bijdragen. Bij ons thuis hoorden we bij grote prestaties de volgende waardering van Henk Wibbelink:
Ie hebt wat e-kost, ma ie könt ok wat Goodgoan.
11
Leeswij zer Dit boek is alfabetisch opgebouwd. Met 22 letters want in het Hooltns zijn er geen woorden die beginnen met een C, Q, X of IJ. Woorden die beginnen met een ö hebben we opgenomen bij de O. Bij elke letter vind je de volgende inhoud: Een lijst van woorden We hebben alleen woorden opgenomen die afwijken van het Nederlands en niet alleen een beetje anders worden uitgesproken. Een woord als ‘toafel’ (tafel) staat er dus niet in maar ‘bokse’ (broek) wel. Natuurlijk is de grens niet altijd duidelijk te trekken en is niet objectief vast te stellen of een woord in het boek hoort. Veel Hooltnse woorden kwamen vroeger ook in het Nederlands voor, soms is een Hooltns woord slechts bij een kleine groep Holtenaren bekend. Bij de keus van woorden voor de woordenlijst hebben we ons laten leiden door ons gevoel. Van elk woord is een vertaling opgenomen en een voorbeeldzin, ook met vertaling. We hebben de spellingregels gebruikt die we eerder hebben beschreven; met een balans tussen de uitspraak van het Hooltns en de leesbaarheid. Een lijst van uitdrukkingen Van elke uitdrukking is een kernwoord opgenomen en een vertaling. Het kernwoord is bedoeld om snel te kunnen zoeken. Ook voor uitdrukkingen geldt dat we de spellingregels hebben gehanteerd zoals we eerder in dit boek hebben beschreven.
12
Een of meer verhalen met een QR-code Bij elk verhaal vind je twee versies; één in het Hooltns en een vertaling in het Nederlands. Hiermee kun je de twee talen vergelijken. Ook is het makkelijk om mee te lezen als je de QR-code scant om het verhaal of het lied te beluisteren. Onder de titel vind je de naam van de schrijver/verteller of de namen van de bandleden. In het Nederlands maar in veel gevallen ook in het Hooltns, geschreven volgens de wens van de auteurs. De teksten in het Hooltns zijn gebaseerd op de opnamen; we hebben opgeschreven wat mensen hebben gezegd, niet wat ze hebben geschreven. Op deze manier proberen we het echte Hooltns vast te leggen. Vanzelfsprekend vind je veel verschillende uitspraken en spellingwijzen. QR-code gebruiken Om de verhalen en liedjes te horen, moet je de QR-code scannen met je smartphone of tablet. Dit doe je met de camera of (bij oudere modellen) met de speciale app om QR-codes te scannen. De opnamen staan op Spotify. Op je smartphone of tablet moet dus ook de (gratis) app van Spotify staan.
13
Woordenlijst Aait
Altijd
Hij wil aait geliek hebbn Hij wil altijd gelijk hebben
Aalte
Gier, vloeibare mest
In tuin gebruuk ie wa vaste mes ma gin aalte In de tuin gebruik je wel vaste mest maar geen vloeibare mest
Aansumme antrekkn
Verkleden
Ik möt mie eers aansumme antrekkn Ik moet me eerst verkleden
Aarigen
Vreemde vogel
Wat is Gijs toch ’n aarigen Wat is Gijs toch een vreemde vogel
Achterdoems
Stiekem
Hij hef det achterdoems terechte maakt Hij heeft dat stiekem geregeld
Achtereers
Tegendraads
A-j zo achtereers blieft, kriege wi het nooit of Als je zo tegendraads blijft, krijgen we het nooit af
Achterhen kiekn
Bezoekje brengen
Ik komme d’r èèm achterhen kiekn, ie bint al lange zeek Ik kom even op bezoek, je bent al lang ziek
Aju Ajuus
Tot ziens
Aju! Tot ziens
Akkedeern
Bevallen
Ast oe nit akkedeert, he-j mooi pech Als het je niet aanstaat, heb je mooi pech
Alderbassend
Heel erg
Det was een alderbassend mooi feesje Dat was een prachtig feestje
Alderjekes
Heel erg
Wi möt alderjekes vrog opstoan We moeten heel erg vroeg opstaan
Allndonder
Alles
Hij hef allndonder vot e-gooid Hij heeft alles weggegooid
Amböstig
Benauwd
Hij is amböstig, krig hoaste gin loch Hij is benauwd, krijgt bijna geen lucht
Amperan
Nauwelijks, net
Het ging amperan good, zie was binnoa valln Het ging maar net goed, ze was bijna gevallen
Anbeazn
Opschieten
Beas ‘s an, anders kump het wark nit of Schiet eens op, anders komt het werk niet af
15
16
Anbettern
Herstellen
Zie bettert gelukkig al an Ze herstelt gelukkig al weer
Angeloop Anlöppe
Bezoek
Zie krig wèènig angeloop Zij krijgt weinig bezoek
Angoan
Tekeergaan
Hij kan ‘t ommeunig angoan Hij kan ontzettend tekeergaan
Angoan
Vertrekken
Het is tied, loa-w ma ‘s angoan Het is tijd, laten we vertrekken
Angoan
Aanslaan, groeien
Is den boom an e-goane? Is die boom aangeslagen?
Anhaaln
Betekenen, voorstellen
Zo’n betje rèèng haalt nit an Zo’n klein beetje regen stelt niets voor
Anhaaln
Erger worden
Het möt nit anhaaln Het moet niet gekker worden
Anloopn
Vertrekken
Loop ma vaste an, wi komt dalijk Ga maar vast, wij komen zo
Anmaakn
Opschieten
Maak ’s an, wi bint al laate! Schiet eens op, we zijn al laat
Annemmn
Belijdenis doen
Met Pinkster wodt d’r een paar an e-nömmn Met Pinkeren doen een paar mensen belijdenis
Anrekkn
Klap geven
Hoolt oe stille, aans zal ik oe d’r ene anrekkn Hou je mond, anders krijg je een klap
Ansprekkn
Op ziekenbezoek gaan
Zie kwam mie meteene ansprekkn toen ik mien pols had e-brökkn Ze kwam meteen op ziekenbezoek toen ik mijn pols had gebroken
Anstoan
Leuk vinden
Wat vin ie van oew kado, steet ‘t oe an? Wat vind je van je cadeau, vind je het leuk?
Anstoevn
Heel snel gaan
Umdet ze zich versloapen had, kwam ze anstoevn Omdat ze zich had verslapen, kwam ze er heel snel aan
Antrean
Starten
Alloh, het is tied, tread ‘n brommer ‘s an Vooruit, het is tijd, start de brommer eens
An wean
Inhalen, net zo ver zijn
Ik bin oe wier an Ik heb je weer ingehaald
Anwinn
Vooruitgaan
Hij was arg zeek ma wint al wier an Hij was erg ziek maar gaat al weer vooruit
Anwon
Gewoonte
Met de vingers knakkn is een raar anwon Met de vingers knakken is een rare gewoonte
Anzeggn
Bekendmaken
Toen Teun was geboorn hef zien va det an e-zeg bi de noabers Toen Teun was geboren heeft zijn vader dat bij de buren bekendgemaakt
Arfstam
Erfgenaam, stamhouder
Hij kwam as arfstam op de boerderi-je Hij was de stamhouder op de boerderij
Armood
Medelijden
Met zukke leu kö-j allenig armood hebbn Met deze mensen moet je wel medelijden hebben
Uitdrukkingen Aandere
Um ’t aandere
Om de beurt
Aap
D’r is ‘n aap uut de koonte vlöögn
Er is iets onverwachts gebeurd
Aap
’n Aap binn hebbn
Rijk zijn
Ach
Ie möt d’r ach op geevn
Je moet er goed op letten
Achterdale
D’r bi achterdaale kommn
Achter het net vissen
Achter -bokse
De achterbokse antrekkn
Niet doen wat is beloofd
Al
Al vedan, liek uut
Steeds maar rechtdoor
Annemn
Het is gin angenömmn wark
Er is geen reden om het heel snel te doen
An
An of van?
Wat wil je nou?
Appelweek
Appelweek ofhouwn
Een pak slaag geven
Arm
Wat an ‘n arm hebbn
Verkering hebben
17
Boer wèèn in disse tied
Alderbassend mooi boern Door Geert Stevens | Hooltns
De wereld is in bewèèging. Bewèèging, det is de weg noar verandering. Iedereen die is op weg noar iets aans. Iets aans is ok vaak mooi, ma de weg der noa toe mangs ok spannend. De wereld is altied in verandering en wi-j as boern zeker ok. Woer een paar generaties e-lene boern alleen mossn zörgn veur genog ettn, is de boer teengswoordig völ meer as det. Zörgn veur voldoende voedsel steet nog steeds op één, mar d’r is ok steeds meer oog veur de uutdagingn van de toekomst. De boer zörgt veur een geneuglijke leafomgeving en een mooi landschap. De boer leavert ok een belangrieke biedrage aan een bettere biodiversiteit, waterkwaliteit en hef ok oplossingn veur klimaatveranderingn. Op ons bedrief probeert wi-j met alle uutdagingn van de toekomst um te goan. Alle opgaavn komt op het boere-arf terechte. Saam met mien vrouwe steet het oons an om met disse thema’s aan de gang te goan. Wi-j vindt det alderbassend mooi. Saam met andere boern, onderzeukers en wetenschappers komme wi-j langzaam veuruit. Wi-j zeet ook det het nit altied gemakkelijk geet en det d’r mangs dinge ok onmeugelijk bint. En hier zö-j oons ok zeker oaver heurn. In de toekomst zal ok de techniek ons wieter goan helpn. Woar vrogger het boerenoog alles oaverzag, is d’r noe völle hulp van niejmoodse apparaatn om alles te mettn en vast te leggn. A-j völ weet, kö-j ok bettere beslissingn nemmn. Mangs kö-j ok te völle weetn en dan gif het boereverstand de deurslag.
18
Verandern heurt bi-j het leavn. Wie dörft met te bewèègn kan nog lang met in disse tied, en det geldt zeker nit alleen veur de boer… Ondanks det het boern in disse tied zien uutdagingn hef, is het mooi om boer te wèèn. Zeker in Hooltn. Op het Hoolterbrook is het nog steeds goed boern en leavn; het darp dicht bi-j en zicht op de Hoolterbarg. Hooltn is mien stea woar ‘t leavn vedan geet in röste en vrea.
19
Boer zijn in deze tijd
Ontzettend mooi boeren Door Geert Stevens | Nederlands
De wereld is in beweging. Beweging, dat is de weg naar verandering. Iedereen is op weg naar iets anders. Iets anders is ook vaak mooi, maar de weg ernaartoe soms ook spannend. De wereld is altijd in verandering en wij als boeren zeker ook. Waar een paar generaties geleden boeren alleen moesten zorgen voor genoeg eten, is de boer tegenwoordig veel meer dan dat.
20
Zorgen voor voldoende voedsel staat nog steeds op één maar er is ook steeds meer oog voor de uitdagingen van de toekomst. De boer zorgt voor een fijne leefomgeving en een mooi landschap. De boer levert ook een belangrijke bijdrage aan een betere biodiversiteit, waterkwaliteit en heeft ook oplossingen voor klimaatveranderingen. Op ons bedrijf proberen we met alle uitdagingen van de toekomst om te gaan. Alle opgaven komen op het boerenerf terecht. Samen met mijn vrouw vinden we het fijn om met deze thema’s aan de gang te gaan. Wij vinden dat ontzettend mooi. Samen met andere boeren, onderzoekers en wetenschappers komen we langzaam vooruit. We zien ook dat het niet altijd gemakkelijk gaat en dat er soms dingen ook onmogelijk zijn. En hier zul je ons ook zeker over horen. In de toekomst zal ook de techniek ons verder gaan helpen. Waar vroeger het boerenoog alles overzag, is er nu veel hulp van moderne apparaten om alles te meten en vast te leggen. Als je veel weet, kun je ook betere beslissingen nemen. Soms kun je ook teveel weten en dan geeft het boerenverstand de doorslag. Veranderen hoort bij het leven. Wie durft mee te bewegen kan nog lang mee in deze tijd, en dat geldt zeker niet alleen voor de boer… Ondanks dat het boeren in deze tijd zijn uitdagingen heeft, is het mooi om boer te zijn. Zeker in Holten. Op het Holterbroek is het nog steeds goed boeren en leven; het dorp dichtbij en zicht op de Holterberg. Holten is mijn plek waar het leven doorgaan in rust en vrede.
21
As….. Door Erica Meijerman - Dikkeboer | Hooltns
Een verhaal schrievn. Hoe moeilijk is dat? Het mag oaver van alles goan; een songtekst, fiktief, woargebeurd. Noa vier wekke van denken en oaverweagen kom ik hier noe op uut. As. AS ik niet op het platteland was geboren, ma in de stad, en dan bedoel ik de göttndrieter, dan had ik zeer waarschijnlijk himmoal gin plat e-kend. AS ik in een flatje had e-woond, had ik nooit kennis meugn maken met het noaberschap. Bin zo bliej det ’t hier wè zo is det ie de buren kent, elkaa goeiedag zegt en d’r bint veur elkaar en mekaa in de gaatn holt. En dan bedoel ik dus nit ’t gloepn, doar heb ik gin last van! Een boage maken met een feest, een welkom in de buurte bi ’n klèèn, tijdens ‘t groave koffie schenken en breudjes smeern. Alles um elkaa te steunn. Dan had ik ok gin kennis e-maakt met die mooiste feesten in de buurtschappn rondom Hooltn in die groote tentn. Wiele hebt het geluk det wie net noast zo’n mooie grote feestweide woont. Tijdens het Diekerhooks feest woer jong en old bi elkaar komt. Ik kan met de kruuwaagn noar huus worn ebracht, bi wieze van sprekkn. AS ik toch as jonge geboren was, dan had ik stoand kön pissn- hoe fijn möt det veuln- en dan kö’j oe soms iets makkelijker denkn. Hef veurdeeln, denk ik, ma as vrouwe heb ik niks te klaagn (jaja, ja det könt wiele ok wa). AS ik nit in de horeca terechte was ekommn… dan had ik noe gin café e-had en doar geniet ik juust zo van. Hoe meer zielen hoe meer vreugd. Ma ok de momenten woar ik met een klein koppeltje an ’t schap zit. Is geneugelijk.
22
Jong en oold komt d’r oaver de vloer, in warkkleding, op de klompn, hoge hakken, sportkleding, feestkleding - alles is goed. Een biertje pakken, biljartje leggen, darten, kaarten, dobbelen, ouwehoeren, kletsen, een harde wos der bie, feest vieren, het is elke dag weer anders. AS het Bruine café minder wordt, det lèès ie noe oaveral, det zol toch eeuwig zunde wèèn! Wi hebt in het cafe immers oonze eigen ‘live tinder’, facebook, krant en mening. AS besteet niet, in ieder geval nit op disse manier. Dus het is tied um af te sluutn. Ik zol zeggn: doe wat oe goed lik, geniet van ’t leavn. Det doo ik ok met mien gezin, café en alle gezellige mensen um mie hen. Geneuglijk!
23
Als….. Door Erica Meijerman - Dikkeboer | Nederlands
Een verhaal schrijven. Hoe moeilijk is dat? Het mag overal over gaan; een songtekst, fictief, waargebeurd. Na vier weken van denken en overwegen kom ik hier nu op uit. Als. ALS ik niet op het platteland was geboren, maar in de stad, dan had ik zeer waarschijnlijk helemaal geen dialect gekend. ALS ik in een flatje had gewoond, had ik nooit kennis mogen maken met het noaberschap. Ben zo blij dat het hier wel zo is dat je de buren kent, elkaar goedendag zegt en er voor elkaar bent en elkaar in de gaten houdt. En dan bedoel ik dus niet gluren, daar heb ik geen last van! Een boog maken voor een feest, een welkom in de buurt bij een baby, tijdens een begrafenis koffie schenken en broodjes smeren. Alles om elkaar te steunen. Dan had ik ook geen kennisgemaakt met die mooiste feesten in de buurtschappen rondom Holten in die grote tenten. Wij hebben het geluk dat we net naast zo’n mooie feestweide wonen. Tijdens het Dijkerhoeks feest waar jong en oud bij elkaar komen. Ik kan met de kruiwagen naar huis worden gebracht, bij wijze van spreken. ALS ik toch als jongen geboren was, dan had ik staand kunnen plassen – hoe fijn moet dat voelen – en dan kun je je soms iets makkelijker denken. Heeft voordelen, denk ik, maar als vrouw heb ik niks te klagen (jaja, dat kunnen wij ook wel). ALS ik niet in de horeca terecht was gekomen… dan had ik nu geen café gehad en daar geniet ik juist zo van. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Maar ook de momenten waar ik met een klein groepje aan de bar zit. Is gezellig.
24
Jong en oud komen er over de vloer, in werkkleding, op de klompen, hoge hakken, sportkleding, feestkleding – alles is goed. Een biertje pakken, biljartje leggen, darten, kaarten, dobbelen, ouwehoeren, kletsen, een harde worst erbij, feest vieren, het is elke dag weer anders. ALS het Bruine café minder wordt, dat lees je nu overal, dat zou toch eeuwig zonde zijn! Wij hebben in het café immers onze eigen ‘live tinder’, facebook, krant en mening. ALS bestaat niet, in ieder geval niet op deze manier. Dus is het tijd om af te sluiten. Ik zou zeggen: doe wat je goed lijkt, geniet van het leven. Dat doe ik ook met mijn gezin, café en alle gezellige mensen om me heen. Gezellig!
25
Woordenlijst Balg
Buik
Wi haddn piene in ‘n balg van te völle ettn Wij hadden buikpijn door teveel eten
Zich bangn
Bang zijn
Ik bangn mie toen ik zagge det d’r ne bolle in de wèère leup Ik was bang toen ik zag dat er een stier in de wei liep
Bas Beste
Schil, dop Schillen, doppen
Gooit de beste van de pinda’s ma op de groond Je mag de pindadoppen op de grond gooien
Bassn
Bovendijen
Die deerne hef beste bassn duur völle fietsn Dat meisje heeft flinke bovenbenen door veel fietsen
Batteri-je
Achterwerk
Grietje-meuje hef ne beste batteri-je Tante Grietje heeft een flink achterwerk
Beddegoanstied Berregoanstied
Tijd om naar bed te gaan
Alloh vrouwe, het is berregoanstied Kom vrouw, het is tijd om naar bed te gaan
Beddetog Berretog
Dekbedovertrek Ik heb het berretog buutn hangn Het dekbedovertrek hangt buiten
Zich bedoon
Zich bevuilen
Hij hef zich bedoane Hij heeft zich bevuild
Beduudn
Met gebaren aangeven
Zie beduudn det ik disse kaante op mos Ze gaf met gebaren aan dat ik deze kant op moest
Beelt
Heuvel
Ik bin bliej det ik boavn an ‘n beelt binne Ik ben blij dat ik bovenaan de heuvel ben
Beeste
Koeien
Den boer melkt 200 beeste Die boer heeft 200 koeien
Bèèznbos
Bessenstruik
Alle bèèznbusse bint mie dood e-goane Bij mij zijn alle bessenstruiken dood gegaan
Begatjen
Beetnemen
Zie hef oe mooi begatjet Ze heeft je mooi beetgenomen
Begrootn
Spijten
Het begroot mie det ik te laate binne Het spijt me dat ik te laat ben
27
28
Beiern
Slingeren
Ik zag eur fietsn, zie beiern oaver de weg Ik zag haar fietsen, ze slingerde over de weg
Bekkn
Foeteren
Hij begun te bekkn toen ze um vuur de gek heeln Hij foeterde toen ze hem voor de gek hielden
Bekweem
Lenig
Mien zwoager is slim bekweem Mijn zwager is erg lenig
Bescheed
Antwoord, reactie
A-j vanoamd komt, geef ik oe bescheed Als je vanoamd komt, geef ik je antwoord
Beumleuperke
Eekhoorn
Het boomleuperke poetst zien stat De eekhoorn poetst zijn staart
Beunn
Stoeien
De jongs ligt wier te beunn De jongens zijn weer aan het stoeien
Beteun
Schaars
As ‘t hard vrös, bint nieje schaatsn beteun Als het hard vriest, zijn nieuwe schaatsen schaars
Biester
Slecht
Gister harre wi biester weer Gisteren hadden we slecht weer
Bi-jkaans
Bijna
Ik heb ‘t book bi-jkaans uut Ik heb het boek bijna uit
Bi-jmeeze
Bijdehand persoon
Willy is ne bi-jmeeze Willy is erg bijdehand
Bizzn Bissn
Stressen
Loop nit zo te bizzn, wi hebt tied zat Loop niet zo te stressen, we hebben genoeg tijd
Blauwn Bloon
Bloeden
Het blauwn bes toen ik mie e-sneene harre Het bloedde flink toen ik me gesneden had
Blekkn
Blaffen
Oonzn hoond blekt allenig bi vrömd volk Onze hond blaft alleen als er vreemden komen
Blekkn
Hoesten
Hij is binnoa better ma het blekkn is nog nit oaver Hij is bijna beter maar het hoesten is nog niet over
Bleutn
Weide maaien
Jochem hef disse wèère bleut Jochem heeft deze wei gemaaid
Bliksiekaters Blikskaters
Jeetje
Bliksiekaters! Ie loat mie schrikkn Jeetje! Je laat me schrikken
Bliksems
Heel erg
Ik magge zo bliksems geerne pannekooke ettn Ik eet heel erg graag pannenkoeken
Bloasbalg
Opschepper
Den kearl is een ommeunigen bloasbalg Die man is een enorme opschepper
Blood
Zielig persoon
Det is toch zonnen blood Die man of vrouw is heel zielig
Bloond
Blauw, gekneusd
Ik heb geerne eapel die nit zo bloond bint Ik wil liever aardappelen zonder blauwe plekken
Boake
Paasvuur
Disse boake is ‘n grötsn Dit is het grootste paasvuur
Bod
Bericht
Doot ma effn bod a-j tied hebt Stuur maar een berichtje als je tijd hebt
Boekslaagn
Te snel ademen
Det kieske boekslaagt froai Dat kalfje heeft een veel te snelle ademhaling
Boezeroen
Bloes
He-j noe awier een ruutjes boezeroen e-koch? Heb je nu alweer een ruitjesbloes gekocht?
Boezig weer
Slecht weer
Wi pakt de tèènte in, het wordt boezig weer We pakken de tent in, het wordt slecht weer
29
30
Boh wisse
Jazeker
Kom ie op mien verjeurdag? Boh wisse! Kom je op mijn verjaardag? Jazeker!
Bokse
Broek
Wat vin ie van miene nieje bokse? Hoe vind je mijn nieuwe broek?
Boksenmoal
Ondertrouwfeest
Vrogger was ‘t boksenmoal een fees vuur de jonge leu Vroeger was het ondertrouwfeest een feest voor jonge mensen
Bok-oamd
Elkaar op Vanoamd goa-k vot, ik heb bok-oamd woensdagavond Vanavond ga ik weg, ik ga naar mijn verkering zien als je verkering hebt
Bolle
Stier
As de bolle löskump, mö-j oe waarn Als de stier losbreekt, moet je maken dat je wegkomt
Bölle
Stukjes
De vaaze völ in duuzend bölle uut mekaa De vaas viel in duizend stukjes uit elkaar
Bolln
Vruchtbaar zijn (koe)
De motorbolle kump, de starke bolt De K.I. komt, de vaars moet worden geinsemineerd
Bölkn
Boeren
Van cola mö-k altied alderbassend bölkn Van cola moet ik altijd ontzettend boeren
Bolwarkn
Voldoende capaciteit hebben
Met drei man kö-j het net bolwarkn Met drie personen kun je het werk net aan
Boolderjoarn Jeugdjaren
Ik heb miene boolderjoarn nog nit achter mie Ik gedraag me nog niet volwassen
Böös
Jasje
Hij hef het goeie böös an Hij heeft een mooi jasje aan
Bössel
Jongen
Det bint mie een paar mooie bössels Het zijn een paar leuke jongens
Bottnwark
Zwaar werk
‘n Gat grèèvn is bottnwark Een gat graven is zwaar werk
Bouwn
Ploegen
Den boer is de heele wekke an ‘t bouwn Die boer is de hele week aan het ploegen
Bouwmèèsterke
Kwikstaartje
Gruuwlijk wat mooi, det bouwmèèsterke Wat een prachtig kwikstaartje
Bozem
Schoorsteenmantel
Oonze trouwfoto steet bi mien moo op ‘n bozem Onze trouwfoto staat bij mijn moeder op de schoorsteenmantel
Braake
Bouwval
Hij wont in een braake van ‘n huus Zijn huis is een bouwval
Braandkaste
Verzekering
De peere zit in de braandkaste De paarden zijn verzekerd
Braandiezer
Gedreven persoon, met weinig geduld
Het mos meteene gebuurn, hij is zo’n braand-iezer Hij ging er meteen mee aan de slag, hij heeft geen geduld
Brekkedeer
Iemand die baldadig is
In ziene jonge joarn stun hij bekend as een brekkedeer Toen hij jong was, stond hij bekend als baldadig
Broadkoonte
Luie vrouw
Det mèènse is ne broadkoonte Dat is een luie vrouw
Broan
Repareren
‘n Knalpot is kepot, ku-j mie det wier terechte broan? De uitlaat is kapot, kun je die repareren?
Bröderkes
Kleine gebakken aardappeltjes
Wi et vanoamd bröderkes We eten vanavond kleine gebakken aardappeltjes
Broes
Schuim
Met zovölle broes kö-j nit ofwassn Met zoveel schuim kun je niet afwassen
Bromme
Standje
Mien moo gaf mie alwier bromme Ik kreeg alweer een standje van mijn moeder
Brömmels
Bramen
Goa-j met brömmels plukkn? Ga je mee bramen plukken?
Brood
Roggebrood
Het spit mie ma het brood is op Het spijt me maar er is geen roggebrood meer
Bröt
Plaat hout
Met dit bröt hoole wi het heuj en het stro apat Met deze plaat hout houden we het hooi en het stro apart
Brulfte
Bruiloft
Het is lang e-lene det wi ne echte brulfte haddn Het is lang geleden dat we een echte bruiloft hadden
31
Uitdrukkingen
32
Baas
Het is mie baas
Ik heb er geen controle over
Bapern
Ene vuur de kop bapern
Iemand een klap verkopen
Beene Beene
Van de beene goan Van de beene, det röst
Omvallen Even pauzeren
Begin
Ie kriegt met um gin begin en gin èènd
Hij is een twijfelaar
Betoefd
Hij is dikke betoefd
Hij is rijk
Biestern
Hij is op ‘n biestern
Hij is in de war
Blaank
Wie hef de blaankste billn
Wie levert de beste prestatie
Board
‘n Board d’r of kriegn
Stevig worden aangesproken
Boek
Ha-k ’n boek ma net zo plat a-k kuiere
Was mijn buik maar net zo plat als mijn taalgebruik
Bok
Hij hef mie bi ’n bok e-doane
Hij heeft me bedrogen
Bökkern
D’r op bökkern
Erop slaan
Bokse
Iemand de bokse opbindn
Iemand stevig aanspreken
Bokse
Uut de bokse goan
Plassen
Bokse
Achter de gebreide bokse goan Gaan slapen
Boksn
Iets vuur mekaar boksn
Iets voor elkaar krijgen
Bolln
Wierumme bolln
Terugkomen op je beslissing
Bot
Hier hond, he-j ‘n bot
Reactie als iemand je afsnauwt
Bot
Het geet mie duur ’n had bot
Ik vind het moeilijk om te accepteren
Botter
Zachte botter strik het beste
Als je voorzichtig handelt, bereik je meer
Bouwn
D’r nog een keer langsbouwn
Een rondje geven
Brèène
Te brèène scheetn
Te binnen schieten
Breudje
Den hef ‘n breudje in ‘n oam
Ze is zwanger
Brommer
Brommers kiekn
Vrijen
Burgemèèster
Iets burgemèèster maakn
Iets verorberen
Slatern Onze tante Dieka had altijd een leuk gezegde als ik had geknoeid en dat snel wilde opruimen: “Deerne, gif niks, wie had löp zut ’t nit en wie zachte löp dech d’r nit an”.
Bi ons op de kökkn Door Gea Stam-Beldman | Hooltns
D’r was is een klein kind det opgreujn in een gezellig, gastvri-j gezin in ’t buutngebied. Dat kind leern proatn in ’t plat van heur oolders, van eur oma, grote breur en zus. Zie leern det ze vies mochn worn en in de modder mochn springn umdat ze toch altied de oale bokse an haddn. Zie leern dat ze vrèèndlijk mossn wean. Zie leern saam spölln, brummels plukkn, voetballn, rolschaatsn, verstoppertje spölln, in de boom klimmn. Det alles gebuurn op ’t eign arf of bi de buurn. Ze leern det ze een wortel uut ’n moestuin mochn haaln, den een betje of mossn speuln of langs de bokse ofvriem en dan ko-j ‘m wa opettn. Een betje zaand ettn was ni arg, doar kree-j weerstand van. Gelukkig harn ze dan ok binnoa tut ni of nooit griep. Zonder zörge, zorgeloos leern ze af en toe methelpn, met peertjes rapen, eapel raapn, boontjes plukkn. Dat was eerst umdet ze det leuk vun. Later leern ze ok det niks vanzelf ging. Tussen ‘t spölln duur zag ze soms ok alle drokte van de oale leu, dat de va ok wal is een braand-iezer was en de wichter d’r een board wal ‘s ofkreegn. Zie zag dat d’r altied um eur hen wark was en ewarkt wörn. Maar d’r was altied tied vuur koffie tussen ’t hoasn, het bissn duur. Det kind zag ok völle volk an toafel en d’r was vaake visite. Altied was d’r koffiedrinkn. Zo leern ze luustern, lachn en heurn ze völle gesprekkn, heurn ze discussies an toafel zoals det heurt binnen elk normaal gezin en heurn ze heel völle grappn en grolln. D’r wörn dan ok völle lachn. Alles ging altied in ’t plat, dialect! De moeder wol ze nog wal ‘s Hollands leern maar doar kwam hoaste niks van. Gewoon plat en gin hooghaarlemmerdieks. Het vuurleazn en de kraante, det was wal in ’t Nederlands. Det schèèln nog iets vuur later op schoole, doar haddn de wichter nog iets gemak van. Op een dag mos moo noa de stad. ‘t Was nogal biester weer en ze gingen met de trein en det klèène kind moch met eur met.
34
Een hele onderneming. Doar ging ‘t hen. Zie zag op ’t station (vuur plattelandsbegrippen) een deftig meneertje loopn met een tasse. Det was hoogst interessant vuur eur en zie zea: “Mam, wat is det vonnun keerl dan?” En helderop en luid vrög det kleine meakn ok nog heel spontaan met een stroalend gezicht en zo plat as mar kan: ”Woer wil ie hen dan met die grote tasse?” De moeder schaamn en bangn zich wal un betje en geneern zich rot umdet eur kind zo onwies dialect en plat preut. Het kind zelf had doar gin flauw benul van det ze iets ni good dea, ze wis ni better. Den deftigen meneer leup al hoasnd snel vedan umdat den een trein op tied mos haaln en keek neusophalend minachtend noar de moeder umdat hij waarschijnlijk dacht, en hij dat ok wal kon heurn, en zag an de kleare: ‘Wat zijn dat dan voor boertjes?’ En waarschijnlijk dache ok nog: “Wat een bi-jmeeze is det kind”. Dissen keerl zei natuurlijk ni woer e hen ging en tut op de dag van vandaage weet ze nog ni woer det meneertje noar toe is e-goane met die grote tasse. Eigenlijk was dit een blood van een keerl en toen moo met ‘t kind wier tuuskwam, waarn ze ma wat bli-j. Wier op de èègn kökkn, ’n hoond blekkn. Den was tevreane met hoe ze warn en waarn wi wier in ‘t gewone doon. Gewoon, gewoon blievn en gewoon doon. Det geet d’r met striekn.
35
Bij ons in de keuken Door Gea Stam-Beldman | Nederlands
Er was eens een klein kind dat opgroeide in een gezellig, gastvrij gezin in het buitengebied. Dat kind leerde dialect van haar ouders, van haar oma, grote broer en zus. Ze leerde dat ze vies mocht worden en in de modder mocht springen omdat ze toch altijd de oude broek aan had. Ze leerde dat ze vriendelijk moest zijn. Ze leerde samen spelen, bramen plukken, voetballen, rolschaatsen, verstoppertje spelen, in een boom klimmen. Dit alles op het eigen erf of bij de buren. Ze leerde dat ze een wortel uit een moestuin mocht halen, deze een beetje af moest spoelen of langs haar broek afwrijven en dan kon je de wortel wel opeten. Een beetje zand eten kon geen kwaad, daar kreeg je weerstand van. Gelukkig hadden ze dan ook bijna niet tot nooit griep. Zonder zorgen, zorgeloos leerde ze af en toe mee helpen, met peertjes rapen, aardappelen rapen, boontjes plukken. Dat was eerst omdat ze dat leuk vond. Later leerde ze ook dat niets vanzelf ging. Tussen ‘t spelen door zag ze soms ook alle drukte van de ouders. Dat de vader ook wel eens een gedreven persoon was en de kinderen soms stevig werden aangesproken. Ze zag dat er altijd om haar heen werk was en gewerkt werd. Maar er was altijd tijd voor koffie tussen ’t stressen door. Dat kind zag ook veel mensen om de tafel en er was vaak visite. Altijd werd er koffie gedronken. Zo leerde ze luisteren, lachen en hoorde ze veel gesprekken, hoorde ze discussies aan tafel zoals dat hoort binnen elk normaal gezin en hoorde ze heel veel grappen en grollen. Er werd dan ook veel gelachen. Alles ging altijd in het dialect! De moeder wilde haar nog wel Hollands leren maar daar kwam bijna niets van. Gewoon plat en geen hooghaarlemmerdijks. Het voorlezen en de krant, dat was wel in het Nederlands. Dat scheelde nog iets voor later op school, daar hadden de kinderen nog iets voordeel van.
36
Op een dag moest moeder naar de stad. ‘t Was nogal slecht weer en ze ging met de trein en dat kleine kind mocht met haar mee. Een hele onderneming. Daar gingen ze. Ze zagen op het station (voor plattelandsbegrippen) een deftig meneertje lopen met een tas. Dat was hoogst interessant voor haar en ze zei: “Mam, wat is det vonnun keerl dan?” En helder en luid vroeg dat kleine meisje ook nog heel spontaan met een stralend gezicht en zo plat als maar kon aan die meneer: “Woer wil ie dan hen met die grote tasse?” De moeder schaamde zich wel een beetje en geneerde zich rot omdat haar kind zo onwijs dialect sprak. Het kind zelf had daar geen flauw benul van dat ze iets niet goed deed, ze wist niet beter. De deftige meneer liep al haastend snel door omdat hij een trein op tijd moest halen en keek ondertussen wel neus ophalend minachtend naar de moeder. Hij dacht waarschijnlijk en omdat hij dat ook wel hoorde en zag aan de kleding: ’Wat zijn dat dan voor een boertjes?’ En waarschijnlijk dacht hij ook nog: ‘Wat een bijdehandje is dat kind’. Deze meneer zei natuurlijk niet waar hij naar toe ging en tot op de dag van vandaag weten de moeder en haar kind nog niet waar dat meneertje naar toe is gegaan met die grote tas. Eigenlijk was het een zielig persoon en toen moeder en kind weer thuiskwamen, waren ze maar wat blij. Weer in de eigen keuken, de hond blafte. Die was tevreden met hoe ze waren. Weer lekker in hun gewone doen. Gewoon, gewoon blijven en gewoon doen. Dat is het allerbeste.
37
Boake Door Jasper Zwiers - Plakkie Plakson | Hooltns
Zo meestal teeng ‘t ende van ‘t joar begint ‘t bi de boakebouwers van Leggenbarg al wier een betje te jökkn, zie wilt weer geerne de Hoolterbarg in um vuur de boake al vaste takkn te verzameln.
38
Zo um de wekke geet dan ne beste koppel buurleu met mekaa op de waage ‘t bos in um d’r ‘n gezelligen dag van te maakn. ‘t Middag-ettn wodt dan deur enkele vrouwleu uut de buurte trechte maakt, vuural de jongs van ‘n Pier bunt gek op earpel. In noemdag nog efkes ans een tuintje glad maakn en dan ist tied um eerdoanig een pilsje te pakkn in de poasvuurkeet. Serieuze gesprekkn mar ok starke verhaaln komt vuurn dag. Zo kan ‘t ma zo wèèn det ‘t mangs geet oaver de eampn die de eerdbeazn anvret, ma vaake geet ‘t een heel andere kaante op. Hoe dichter wi dan richting de Poasen goat, des te meer hoolt der bi de boake kump te liggn, en ok wodt dan bedacht hoe ‘t almoal weer trechte möt kommen. Goein Vriejdag kump de hele buurte veurn dag um te helpen de boake oaverend te zettn. Zoaterdaangs venoemdag is der dan vaake nog tied um ut terrein glad te striekn, de tentn in te richn en iets apats kloar te maakn um de jury te ontvangn. Aans in noemdag ontvangt de buurtschap dan de jury en wodt de boake opgemettn en op kaantigheid beoordeeld. Gemeudelijk onder ‘t genot van nen boake-bitter en wat vretteri-je. Zo teeng de oamd an kump de huufkoare vuur riejn en geet ‘t richting Toontje um saam met de andere buurtschappn de priesuitreiking an te heuren, dit is altied een niet te umschrieven machtig geneuglijken oamd. ‘n Eersn poasdag smons wat brakkig ‘t berre uut um met de femilie te goan eiervrettn, betje uutboekn en waandeln in Hoolterbarg woar as de wichter drok bunt met eierkuuln. En dan soams roond een uur of achte is ‘t tied um de boake te ontstekkn... Komt det ammoal mar ’s een keer metmaakn!
39
Paasvuur Door Jasper Zwiers | Nederlands
Meestal begint het tegen het eind van het jaar bij de paasvuurbouwers van de Lichtenberg alweer een beetje te kriebelen, ze willen weer graag de Holterberg in om alvast voor het paasvuur takken te verzamelen.
40
Zo om de week gaat dan een grote groep buurtgenoten met elkaar op de wagen het bos in om er een gezellige dag van te maken. Het middageten wordt dan door een paar vrouwen uit de buurt klaargemaakt, vooral de mannen van ‘n Pier zijn gek op aardappels. ’s Middags nog even ergens in de tuin werken en dan is het tijd om maar eens een pilsje te pakken in de paasvuurkeet. Serieuze gesprekken maar ook sterke verhalen worden verteld. Zo kan het voorkomen dat het soms gaat over mieren die de aardbeien aanvreten, maar vaak gaat het een heel andere richting op. Hoe dichter we dan bij Pasen komen, hoe meer hout er bij het paasvuur komt te liggen, en ook wordt dan bedacht hoe het allemaal voor elkaar moet komen. Goede Vrijdag komt de hele buurt om te helpen om het paasvuur op te bouwen. Zaterdagsmorgens is er dan vaak nog tijd om het terrein netjes te maken, de tent in te richten en iets bijzonders te organiseren om de jury te ontvangen. Ergens in de namiddag ontvangt de buurtschap dan de jury en wordt het paasvuur opgemeten en op netheid beoordeeld. Gezellig onder het genot een paasvuurborrel en wat te snacken. Zo tegen de avond rijdt de huifkar voor en gaat het richting Toontje om samen met de andere buurtschappen de prijsuitreiking te horen, dit is altijd een onbeschrijfbaar prachtige avond. Op eerste paasdag ’s morgens wat brak het bed uit om met de familie eieren te vreten, een beetje uit te buiken en wandelen in de Holterberg waar de kinderen druk zijn met eieren rollen. En dan is het ’s avonds rond een uur of acht tijd om het paasvuur aan te steken… Kom dat allemaal maar eens een keer meemaken!
41
Brandweerleed Door K.I. | Hooltns Marian Rensen – van Niekaamp, Herman Steunenberg – de Schutte, Meindert Koopman – van Velink Anton, Albrecht Bulsink
Gait veurt met zien trekker duur het land Ja, Gait hölt niet van trammelant Hij trekt de voren strak en rech Gait is een keerl den niet völle zeg Hij ging met de giertank d’r achteran En spuit de driefmest op het land Gait genöt met volle teugen Det zol hem nog lange heugen Plots vlög doar een heujbarg in de brand Hij vreug zich of hoe det noe kwam De noabers schreeuwen hem too: Brand, brand, brand! Plots vlög doar een heujbarg in de brand Hij vreug zich of hoe det noe kwam De noabers schreeuwen hem too: Brand, brand, brand! Gait wol d’r hen zo rap as ’t kan En jag der dan ok steil op an De darper en de stadsleu vleugn opzied Toen ze nen Veenhuus zaagn spuiten met die driet De brandweer en de pelietsie kwam dr bie te pas En vreugn zich of van wie den driefmes was Zie zongen met zien allen: Brand, brand, brand!
42
Brandweerlied Door K.I. | Nederlands Marian Rensen, Herman Steunenberg, Meindert Koopman, Albrecht Bulsink
Gerrit rijdt met zijn trekker door het land Ja, Gerrit houdt niet van trammelant Hij trekt de voren strak en recht Gerrit is een man die niet veel zegt Hij gaat er met zijn giertank achteraan En spuit de drijfmest op het land Gerrit geniet met volle teugen Dat zou hem nog lang heugen Plots vloog daar een hooiberg in de brand Hij vroeg zich of hoe dat nu kwam De buren schreeuwden hem toe: Brand, brand, brand! Plots vloog daar een hooiberg in de brand Hij vroeg zich of hoe dat nu kwam De buren schreeuwden hem toe: Brand, brand, brand! Gerrit wilde erheen, zo snel als het kon En reed er dan ook recht op af De dorpelingen en de stadsmensen vlogen aan de kant Toen ze de Veenhuis zagen spuiten met de stront De brandweer en de politie kwamen eraan te pas En vroegen zich af van wie die drijfmest was Zij zongen met z’n allen: Brand, brand, brand!
43
Woordenlijst Daaldersplaatse
Beste plaats
Bi het toneel harre wi een daaldersplaatse Bij de voorstelling hadden we de beste plaatsen
Daangse kleere
Gewone kleren (niet je beste)
A-j uut schoole komt, mö-j daangse kleere andoon Als je uit school komt, moet je je gewone kleren aandoen
Daanknsweerd
Bedankt Om dankbaar voor te zijn
Het is daanknsweerd da-j mie e-hölpn hebt Bedankt dat je me geholpen hebt
Dagdurig
De hele dag
Het kind brulln dagdurig Het kind huilde de hele dag
Dakhaazn
Kat
D’r zit een dakhaazn op de schuure Er zit een kat op de schuur
Daale
Omlaag
De vleegmesjiene kwam had daale Het vliegtuig landde hard
Danverdan
Tegen die tijd
Danverdan kieke wi wa wieter Tegen die tijd zien we wel weer
Dauweln
Stoeien
De mööge warn an ’t dauweln De jongens waren aan het stoeien
Deerne Deerntje
Meisje
Det deerntje lik sprekkend op eur moo Dat meisje is sprekend haar moeder
Degennige
Degene
Degennige den 20 eier hef e-gettn hef noe boekzeerte Degene die 20 eieren heeft gegeten, heeft nu buikpijn
Delle
Voorhoofd
Toen hij zo dom proatn, wees zie noar de delle Toen hij zulke domme dingen zei, wees zij naar het voorhoofd
Dens
Stoot
Per ongeluk kreeg hij een dens vuur de kop Per ongeluk kreeg hij een stoot tegen zijn hoofd
Diekske
Weggetje met bomen
Wi loopt duur Boers diekske noar de bekke Wij lopen over Boers weggetje naar de (Schip)beek
Dikke
Dronken
Vurige wekke kwam hee dikke tuus Vorige week kwam hij dronken thuis
45
46
Distern
Bekvechten
Lig toch nit te distern of het Hooltns, Battems of Loarns is Zit toch niet te bekvechten of het Holtens, Bathmens of Larens is
Doekn
Bukken
Ie möt oe doekn a-j oonder het droad hen wilt Je moet je bukken als je onder het draad door wilt
Doesterig
Slaperig, duf
Noa het fees was hij doesterig Na het feest was hij duf
Doezendaalder
Deugniet
Sam is toch zo’n doezendaalder Sam is een echte deugniet
Dommedeern
Foeteren
Mien moo dommedeern toen ik met smerige beene binn kwamme Mijn moeder foeterde toen ik met vieze voeten binnenkwam
Dommeneern
Voorschrijven
Den kearl hoof mie nit te dommeneern wat ik möt doon Die vent hoeft mij niet voor te schrijven wat ik moet doen
Donders
Heel erg
Det was een donders gezellig feesje Dat was een heel gezellig feestje
Donderi-je
Ruzie
Bi eur is d’r vaake donderi-je Zij hebben vaak ruzie
Doonderschoer
Onweersbui
D’r zit een bes doonderschoer an de loch Er zit een flinke onweersbui in de lucht
Döppn
Knikkebollen
Goat toch noar berre, ie zit zo te döppn Ga toch naar bed, je zit zo te knikkebollen
Drammn
Zeuren
Hij kan zo duurdrammn as ‘t oaver politiek geet Hij kan zo doorzeuren als het over politiek gaat
Dramtitte Dram-oele
Zeurpiet
Ik loope gauw vedan want zie is zo’n dramtitte Ik loop snel door want zij is zo’n zeurpiet
Dreajstikkn
Treiteren
Ie heurt det hij an het dreajstikkn is Je hoort dat hij aan het treiteren is
Dreejschuute
Twijfelaar
Zie kan gin keuzes maakn, wat ne dreejschuute Zij kan geen keuzes maken, wat een twijfelaar
Dreideweggens
Op drie manieren
Ie könt het dreideweggens doon Je kunt het op drie manieren doen
Dreugproeme
Saai mens
Diana is ne dreugproeme Diana is een saai mens
Drievn
Opjagen
Zit nit zo te drievn! Jaag me niet zo op!
Drieste
Mooi
Deerne, wat bin ie toch drieste Meid, wat zie je er toch leuk uit
Drietding
Waardeloos ding
Dit drietding is zunde van ‘t geeld Dit prutsding is zonde van het geld
Drietebuul
Bangerik
Ik vin den kearl nen drietebuul Die man vind ik een bangerik
Drietn
Poepen
Het is lastig a-j oonderweg möt drietn Het is vervelend als je onderweg moet poepen
Drietpol
Graspol met koeienvla
Disse wèère steet vol met drietpölle Deze wei ligt vol graspollen met koeienvla
Droa
Sloom
Wat bin ie toch droa vandaage Wat ben je vandaag toch sloom
Droadneagel
Sloom iemand
Hij is zo’n droadneagel, kump nans met terechte Hij is zo sloom, krijgt niets af
Drossn
Tussenuit knijpen
Toen het wark begon, ging hij drossn Toen het werk begon, kneep hij er tussenuit
Duchn
Denken
Mie duch da-j genog e-had hebt Volgens mij heb je genoeg gehad
Dullerig ‘n Dul
Onnozel Onnozel persoon
Jacco kan zo dullerig kiekn Jacco kan zo onnozel kijken
Dummelig
Vergeetachtig, slaperig
Alberta zit dummelig in eur stool Alberta zit slaperig in haar stoel
Dun-egge
Slaap (op je hoofd)
Een klap op de dun-egge kan gevoarlijk wèèn Een klap op de slaap kan gevaarlijk zijn
Dutte
Deuk
Hij hef een grote dutte in ‘n auto Zijn auto heeft een grote deuk
47
Duurgaank
Doorgang, deur
Dit is ’n duurgaank noar de sloapkamer Dit is de deur naar de slaapkamer
Duurkaartn
Besluiten
Het wordt tied da-w duurkaart We moeten een besluit nemen
Duurkok
Stamppot
Bi oons tuus bi-w gek op duurkok Wij zijn thuis dol op stamppot
Duurstekkn
Herstellen
Gelukkig stek hij alwier een betje duur Gelukkig herstelt hij alweer een beetje
Duurtimmern
Het huis splitsen
De jonge leu wilt saamwonn, het huus wodt noe duurtimmerd De jongelui willen samenwonen, nu wordt het huis verbouwd en gesplitst
Nen bessn kearl Een Holtense vertelt enthousiast dat ze kennis heeft gemaakt met de nieuwe burgemeester: “Het lik mie nen bessn kearl, den Van Hoolt”. Ze schrikt er zelf van en corrigeert meteen: “Ach nee, hij heet natuurlijk Van Houdt”.
48
Uitdrukkingen Dag
Good vuur ‘n dag kommn
Er goed uitzien
Daale
D’r achter daale kommn
Niets krijgen
Dank
Dank oe det ‘t zo soest, det ‘t oe ma in de bokse broest
Heel erg bedankt
Dèènkn
Argens dèènkn op doon
Ergen op letten
Dikke
Zo dikke as ne koo
Stomdronken
Dikke
Mooi dikke en nit bange
Heel erg dronken
Doddn
Hij zit in doddn
Hij ziet het niet meer zitten
Dös
Op iemand dös kriegn
Iemand aantrekkelijk vinden
Doon
Vuur mien doon
Met mijn capaciteiten
Doon
Zo ‘t oe dut, zo ‘t oe geet
Je krijgt terug wat je zelf doet
Doon
Argens gin doon met hebbn
Ergens niet bij betrokken zijn
Doon
Argens met hen doon
Iets verwaarlozen
Doon
Iets te doon maakn
Iets veroorzaken
Doon
Het d’r umme doon
Het met opzet doen
Doon
Doot zo a-j zegt, dan leeg ie neet
Doe wat je hebt beloofd
Dreuge
Det spul is zo dreuge as Sinterkloas zien gat
Dit eten is uitgedroogd
Drietn
Den wil hoger drietn dan dat hij het gat hef zittn
Die heeft een hoop verbeelding
Drievn
Doe maar rustig aan A-j wilt drievn, mö-j scheupe nemmn. Witn en zwatn, dan kö-j dag en nach
Droad
Oonder ‘n droad hen vrettn
Drok
Zo drok as ne boer met ene koo Druk zijn met niks
Duch
Mie duch!
Nou en of!
Dure
Um de duure
Dicht bij huis
Duur
Doot ma neet zo duur, aans doot ze oe de duure tou
Doe maar gewoon
Duurhaaln
Iemand d’r duurhaaln
Over iemand roddelen
Vreemdgaan
49
Miene Deerns Frida Kampman – Krikkink - van de Hommelte uut Splo | Hooltns
Het geet oaver een köppeltje Deerns die al joar en dag met mekaa umme goat. Vanof ‘t begin van de legere schoole. Het was ok nit aans, zovölle meakes harre wi ok ni in de klasse zittn en zodöönig wön ie an mekaar e-koppeld um met mekaa te spölln. Det hef oons gin windeier e-leg, wi bint an mekaa blievn plakkn en noe al 53 joar dikke vriendinn. Ne ieder hef zo zien vaste plekke in ’t gezelschap. Zo bint der een paa die altied met ‘n snufferd vuuran stoat en een paa die altied een trad of wat der achteran loopt… det bin oonze drietebuuln. En doar bin ik d’r ok ene van. Sommigen van oons hebt det gewoon in zich en könt good duurkaartn. Det is ok mangs neurig. Aans kom ie nargens, ie komt gin trad wieter, ie blieft roonddrilln in ’t zelfde kringetje en der kump niks van op ’n klos. En zo zee-j ma wier det zoiets neurig is in gezelschap en het heult ’t köppeltje zo gleunig mooi in èèmwicht. Nem noe een verjeurdag ofsprekkn. Noh, ik kan oe vertelln; det hef heel wat um de hakkn. Vuurde-j ze oamoal op ’n zelfn mennigsen hebt zittn!
50
Zie hebt oamoal vanals bi ’n kop en bint drok, drok, drok! Teengwoordig doot wie det via de striekdeuze op de app. Zelf bin-k oalewets, en alles wa-k ofsprekke geet bi mie op ’n papiern kalender an de muure. Dan krie-k ’t umwiel nog ’s oonder oong en verslatere ik de boele neet. Bi enige regelmoat probeert wi met mekaa op stap te goan. ’n Dagje uut of wat bekiekn, ne workshop doon of zoas vurig joar de Bloesemtocht loopn. Bes vuur ’t moraal, bes vuur de butte, um neet van die stieve harkn te worn. Het heult oons een betje soepel en slok in de huppn. Zo’n heeln dag dreajt vuural umme ettn, drinkn en völle proatn. A-j an ’t èène van dag bint, is ’t nog ni stille en kwaakt hele spul nog volop! Ma as der ’n donderschoer boaven oonze Deerns hangt of doar löp der ene te dreajstikkn, könt wi-j ons ei altied wa bi mekaa kwiet. Doar bint d’r zelfs ’n paa bi die, as ze good op de veere bint, zo met ne riezebessem vot könt vleegn! Ma ie weet hoe ’n aandern in mekaa stekt, umde-j mekaa duur en duur kent. Wieter he-w ’t oamoal wa good vuur mekaa. Gin ene van oons hef ne droadneagel of draankörgel van keerl etröffn, en de wichter oamoal good te passe. Noh, wat wi-j nog meer? ‘Tel oe zegeningen’, zean ze bi ons tuus altied. Bi mien schoonmoo bint ze met veer Deerns begun en met mekaa dikke 82 joar laank vriendinn e-wes, vuurdet ze groove haddn van ’n eersn den uut de tied raakn. Tot op de dag van vandaage vesiet ze nog stöörig met mekaa! Zol mooi wean as wie-j det met oonze Deerns ok meugt beleavn. Fijn de-k ule an dag mogge doon, hoe het zoal met miene Deerns in mekaa stekt.
51
Mijn Vriendinnen Frida Kampman – Krikkink | Nederlands
Dit gaat over een groepje Vriendinnen dat al sinds jaar en dag met elkaar omgaat. Vanaf het begin van de lagere school. Dat kon ook niet anders, zoveel meisjes zaten er niet in de klas en zo werden we aan elkaar gekoppeld om met elkaar te spelen. Dat heeft ons geen windeieren gelegd, we zijn aan elkaar blijven plakken en nu al 53 jaar dikke vriendinnen. Iedereen heeft zo een eigen plek in de groep. Zo zijn er een paar die altijd met de neus vooraan staan en een paar die altijd een passen achterblijven… dat zijn onze angsthazen. En daar ben ik er ook eentje van. Sommigen van ons hebben het gewoon in zich en kunnen goed tot een besluit komen. Dat is soms ook nodig. Anders kom je nergens, je komt geen stap verder, je blijft ronddraaien in hetzelfde kringetje en er wordt geen beslissing genomen. En zo zie je maar weer dat een groep dit nodig heeft en het houdt de boel prachtig in evenwicht. Neem nou bijvoorbeeld een verjaardag afspreken. Nou, ik kan je vertellen; daar komt heel wat bij kijken. Voordat ze allemaal op dezelfde datum uitkomen! Ze zijn allemaal met van alles bezig en hebben het druk, druk, druk! Tegenwoordig doen we dat via de smartphone op de app. Zelf ben ik ouderwets en alles wat ik afspreek gaat op mijn papieren kalender aan de muur. Dan krijg ik het vanzelf nog eens onder ogen en vergeet ik niets. Met enige regelmaat proberen we samen op stap te gaan. Een dagje uit of iets bekijken, een workshop of zoals vorig jaar de Bloesemtocht lopen. Goed voor het moraal en goed voor je lijf, om geen stijve harken te worden. Het houdt ons een beetje soepel en lenig in de heupen. De hele dag draait vooral om eten, drinken en veel praten. Aan het eind van de dag is het nog niet stil en ouwehoert het gezelschap nog volop.
52
Maar als er donkere wolken boven onze Vriendinnen hangen of eentje zit niet goed in het vel, dan kunnen we altijd ons ei bij elkaar kwijt. Er zijn er zelfs een paar bij die, als ze goed opgefokt zijn, zo op een bezem weg kunnen vliegen! Maar je weet hoe de ander in elkaar zit, omdat je elkaar door en door kent. Verder hebben we het allemaal wel goed voor elkaar. Niemand van ons heeft een slapjanus of dronkenlap van een man getroffen, en met alle kinderen gaat het goed. Nou, wat wil je nog meer? ‘Tel je zegeningen’, zeiden ze vroeger bij ons thuis. Mijn schoonmoeder is met vier meiden begonnen en samen zijn ze ruim 82 jaar vriendinnen geweest totdat ze een begrafenis hadden toen de eerste overleed. Tot op de dag van vandaag gaan ze nog steeds bij elkaar op visite! Het zou mooi zijn als wij dat met onze Vriendinnen ook mogen meemaken. Fijn dat ik jullie heb mogen uitleggen hoe dat met mijn Vriendinnen zit.
53
Drukte in de steege Henk Hulsman - Boerendans | Hooltns
Bi oons in de steege is ’t mangs druk. Weer-ie wat ne steege is? Det is gewoon een weg woer ie overhen könt rieden. Ik dèènke det det vrogger een pad was noar ’n boernarf. Ie haddn dan van die akelig deepe spoers woer ie, a-j der met de fietse duur wolln, an ’t slingern kwammn en kats van de beene tommeln. A-j geluk haden, dan zat doar gin deepn sloot nöös, woer ie in kukeln met fietse en al.
54
Teengwoordig he-j allenig nog ma spoers in ’t laand van al die allemachtig grote trekkers die ze noe hebt. Ik snappe ok niks van die boern; zie haddn toch völle better met een peerd kön warken? Die zakkn lange nit zo ver in ’t laand. Met die trekkers maakt ze der ne grote drekboele van! Och, a-j neet met de boern te maakn hebt, snap ie der toch neet völle van hoe det toch geet. Nog neet zo lange e-lene kwam d’r ok zo ene uut ‘t westen an de duure. Zie was met de wichter bi ‘n aandere boer op ’t bedrief e-wes. De boerinne had teeng de wichter e-zeg: “Kom ma met noar de varkensschuure, dan zal ik oe kleine keuntjes loaten zeen.” Nou, en of die wichter wat e-zene haddn. Doar had een motte in het hok e-lèègn en die kleine keune van eur haddn die motte ummegooid en toen probeern ze ok nog om alle kneupe van eur jas af te trekkn! Nou ja, ik dèènke det ze det neet e-lukt is want die kneupe, det waren ollemoal speenn en die kon d’r echt neet of e-haald worn. Kiek, det krie-j dan met die kinder uut de stad, die begriept nit völle van wat ollemoal bi die boern gebuurt in de schuure. Könt ze ok niks an doon. Noe mag ik wa oppassen want aans dan zeg miene vrouwe: “Wat bin ie toch wier an ’t drammn.” Ja, mangs dan oaverkump mie det. Ik zal oe vertelln. Laatst was d’r een mèènse an de duure. Den wol alleen ma weten hoe det ze in Deamter kwammn. Ik heb eur zeg: ‘Ie fietst ma die kaante op en dan kom ie vanzelf in Deamter.” “O”, zeg det mèènse, “mien kearl dach det wille de aandere kaante op mossn mar ik dache: ik goa eers ma ’s vroagn vuur de gewissighèèd.” “Joa, want keerls könt ‘t ok wa ‘ns een èènkele kere mis hebbn”, zèè ik. Zo komt d’r wa vaaker leu an de duure die de weg vroagt, heb ik mooi kaans um wat van oons lèèven te vertelln. Met mekaa bint die leu de steege uut efietst op Deamter an.
55
Drukte in de steeg Henk Hulsman | Nederlands
Bij ons in de steeg is het soms druk. Weet je wat een steeg is? Dat is gewoon een weg waar je overheen kunt rijden. Ik denk dat het vroeger een pad was naar een boerenerf. Je had dan van dit akelig diepe sporen waar je, als je er met de fiets door wilde, aan het slingeren kwam en aan de grond klapte. Als je geluk had, dan zat er geen diepe sloot naast waar je intuimelde met fiets en al. Tegenwoordig heb je alleen nog maar sporen op het land van die allemachtig grote trekkers die ze nu hebben. Ik snap ook niks van die boeren; ze hadden toch veel beter met een paard kunnen werken? Die zakten lang niet zo ver in de grond. Met die trekkers maken ze er een grote modderbende van. Och, als je niet met de boeren te maken hebt, snap je er toch niet veel van hoe het gaat. Nog niet zo lang geleden kwam er ook zo eentje uit het westen aan de deur. Ze was met de kinderen bij een andere boer op het bedrijf geweest. De boerin had tegen de kinderen gezegd: “Kom maar mee naar de varkensschuur, dan zal ik je kleine biggetjes laten zien.” Nou, en of die kinderen wat gezien hadden. Er had een zeug in het hok gelegen en de kleine biggen van haar hadden de zeug omgegooid en toen probeerden ze ook nog om alle knopen van haar jas af te trekken! Nou ja, ik denk dat ze dat niet gelukt is want die knopen, dat zijn allemaal tepels, en die konden er echt niet afgehaald worden. Kijk, dat krijg je dan met die kinderen uit de stad, die begrijpen niets veel van wat er allemaal bij de boeren gebeurt in de schuur. Kunnen ze ook niks aan doen. Nu mag ik wel oppassen want anders zegt mijn vrouw: “Wat ben je toch weer aan het kletsen.” Ja, soms overkomt me dat. Ik zal het je vertellen.
56
Laatst was er een vrouw aan de deur. Ze wilde alleen maar weten hoe ze in Deventer moesten komen. Ik heb haar gezegd: “Je fietst maar die kant op en dan kom je vanzelf in Deventer.” “O”, zegt de vrouw, “mijn man dacht dat we de andere kant op moesten maar ik dacht; ik ga het eerst maar eens vragen voor de zekerheid.” “Ja, want mannen kunnen het een enkele keer ook wel eens mis hebben”, zei ik. Zo komen er wel vaker mensen aan de deur die de weg vragen, heb ik mooi gelegenheid om wat van ons leven te vertellen. Met elkaar zijn die mensen de steeg uit gefietst richting Deventer.
57
Woordenlijst Eampn
Mieren
Met azien kö-j eampn vot kriegn Met azijn kun je mieren wegkrijgen
Eapel
Aardappel
Teengwoordig et de leu meer ries as eapel Mensen eten nu meer rijst dan aardappelen
Eapelstikke
Aardappelpoter
De eapelstikke maakt mooie gèèter De aardappelpoter maakt mooie gaten
Echterkökkn
Kamer
Disse toafel kump in de echterkökkn Deze tafel komt in de kamer
Eèm-oolder
Iemand die even oud is
Eèm-oolders zit in hetzelfde jeugdteam In een jeugdteam is iedereen even oud
Eèng
Tot mezelf komen
Noe mö-k mie eers efkes èèng Ik moet eerst even tot mezelf komen
Eéng
Beheersen
Va reep: “Eéngt oe!” toen het kind begun te schreeuwn Vader riep: “Beheers je!” toen het kind begon te schreeuwen
Eèngsgedreajd
Eigenzinnig
Hij wil nit metdoon, is zo èèngsgedreajd Hij wil niet meedoen, is zo eigenzinnig
Eerdbeazn
Aardbeien
Wi bint gek op eerdbeazn We zijn geld op aardbeien
Eerdoanig
Eerzuchtig
Hij wil det vaste geerne doon, hij is eerdoanig Hij wil dat vast graag doen, hij is eerzuchtig
Eertieds
Vroeger
Eertieds kon nit völle wichter duurleern Vroeger konden niet veel kinderen studeren
Etgreun Etgarre
Nieuwe gras
De beeste loopt in het etgreun De koeien lopen in het nieuwe gras
Ettemoal
Maaltijd
Duur de vekaansie was het ettemoal laate Door de vakantie was de maaltijd laat
Ettik
Azijn
Wi doot altied ettik in ‘n sloat Wij gebruiken altijd azijn in de sla
59
Uitdrukkingen
60
Ei
Ieder ei hef zeum kuurn
Van eieren krijg je kuren
Ei
Det ei is zo had e-kokt, doar bint alle kuurn uut
Dat windt een man niet op
Ei
Een lul-ei had hebbn
Veel kletsen
Ei
Eier kuuln
Eieren rollen (met palmpasen)
Ei
Nit völle eier weerd wèèn
Je niet fit voelen
Ei
Det is het hele eier ettn
Zo zit het
Ei
Iemand het ei uut het gat vroagn
Alles willen weten
Eier
Eier met hööke
Kippenkeutels
Eier
Het geet nit um ‘t kakeln ma um het eier leggn
Het resultaat telt
Het is heel erg... Ommeunig, alderbassend, merakels, gloepns, gruwelijk, alderjekes, froai, donders, gleunig, kats, slim, smerig, bliksems, roem, machtig, akelig, finaal
Ezels Eddy Steegink | Hooltns
Wie is der noe wiezer? De mens of de ezel? Elke mon stoa ik vuur mien kökknraam, zie kiekt noar mie. As ik dan noar buutn loope, zegt ze mie altied goeindag. Ik geeve ze te ettn en te drinkn. Doarnoa komt zie altied efkes bi mie stoan of ’t leefste nog, teeng mie an. As ik nit good te passe binne, dan blieft ze stief nöös mie. Zie volgt mie as ik duur ‘t grös loope. Ik kieke noar de zunne die opkump achter den mooin Hoolterbarg. De beeste stoat achter mie, zie kiekt altied met mie met, welke weg ik ok loope. Mangs he-k hoas en dan he-k altied gin tied. Dan möt ‘t bi mie rap goan. Zie veult det an en begint teeng te stribbeln. Zie bint dan zo verdomde eingwies. Ma ik bin onwies gek met eur. Zie meajt vuur mie het grös en af en toe, dan doo ik ze ok ma efkes bi ons in tuin. Zo lig ‘t gazon der dan wier machtig mooi bi. Af en toe kump de hengst een paar daang op bezeuk. Noa 12 moand kump der een mooi vul uut. Een prachtig beest. En het leefst dut det de mooder met de kudde d’r bie, zo helpt ze mekaare en maakt ze kennis met de nieuwe kuddediern. En weet ie woerumme of de draagtied 12 moand is? Det kump umdet die lange oorn d’r nog an mut worn e-nèèid. Wi hebt een grote kudde beestn. Af en toe geet der ene dood. De kudde kump dan langs, ruk een keer an het dier. Doarnoa loopt ze met mekaare weg en begint ze met zien alln te balkn. Zie zeukt steun deur bi mekaar te stoan. Het geet mie ok ontzettnd an het harte as der ene de groep hef verloatn. En a-j dan 30 joar veur det dier heb e-zorgd, dan dut mie dit ommundig zeer.
62
Ok helpt de ezels mie bi mien wark bi “Kinderboerderij Dondertman”. Zie bint gek op ‘n stuk loopn en mien wark lig kot bi ‘n mooi natuurgebied Sallandse Heuvelrug. Af en toe nemt wi ok belangstellenden met vuur ’n wandeltocht. De ezels kriegt dan twee mandn op de rugge met wat te snaajn en wat te drinkn vuur onderweg. Dan goat wi wandeln oaver den mooin Hoolterbarg. De route die wi dan oflegt, det kent ze uut ’n kop. De leu vindt dit fantastisch; zie vindt ’t zo fijn met de beestn en de beestn veult zich fijn met de leu. Wie is der noe wiezer? De mens of de ezel?
63
Ezels Eddy Steegink | Nederlands
Wie is er nu slimmer? De mens of de ezel? Elke morgen sta ik voor mijn keukenraam, ze kijken naar me. Als ik dan naar buiten loop, zeggen ze me altijd goeiendag. Ik geef ze te eten en te drinken. Daarna komen ze altijd eventjes bij me staan, of ’t liefst nog, tegen me aan. Als ik me niet lekker voel, dan blijven ze dicht bij me. Ze volgen me als ik door het gras loop. Ik kijk naar de zon die opkomt achter de mooie Holterberg. De dieren staan achter me, ze kijken altijd met me mee, welke weg ik ook loop. Soms heb ik haast en dan heb ik niet altijd tijd. Dan moet het snel gaan. Ze voelen dat aan en beginnen tegen te stribbelen. Ze zijn dan zo verdraaid eigenwijs. Maar ik ben ontzettend gek op ze. Ze maaien het gras voor me en af en toe, dan doe ik ze eventjes bij me in de tuin. Zo ligt ’t gazon er dan weer prachtig bij. Af en toe komt de hengst een paar dagen op bezoek. Na 12 maanden komt er dan een mooi veulen uit. Een prachtig beest. En het liefst doet de moeder dat met de kudde erbij, zo helpen ze elkaar en maken ze kennis met de nieuwe kuddedieren. En weet je waarom de draagtijd 12 maanden is? Dat komt omdat die lange oren er nog aan moeten worden genaaid. We hebben een grote kudde dieren. Af en toe gaat er één dood. De kudde komt dan langs, ruikt een keer aan het dier. Daarna lopen ze met elkaar weg en beginnen ze met z’n allen te balken. Ze zoeken steun door bij elkaar te staan. Het gaat mij ook ontzettend aan het hart als er één de groep heeft verlaten. En als je dan 30 jaar voor dat dier hebt gezorgd, dan doet me dat ontzettend zeer.
64
Ook helpen de ezels me bij mijn werk bij “Kinderboerderij Dondertman”. Ze zijn gek op een stuk lopen en mijn werk ligt dicht bij een mooi natuurgebied Sallandse Heuvelrug. Af en toe nemen we ook belangstellenden mee voor een wandeltocht. De ezels krijgen dan twee manden op de rug met wat de snoepen en te drinken voor onderweg. Dan gaan we wandelen over de mooie Holterberg. De route die we dan afleggen, die kennen ze uit het hoofd. De mensen vinden dit fantastisch; ze vinden het zo fijn met de dieren en de dieren voelen zich fijn bij de mensen. Wie is er nu slimmer? De mens of de ezel?
65
Woordenlijst Fedusie Vedusie
Vertrouwen
Ik heb wèènig fedusie in disse plann Ik heb weinig vertrouwen in deze plannen
Fèèl
Dol
Grietje is fèèl op advekoat Grietje is dol op advocaat
Fèèle
Dweil
Met disse fèèle he-j de vloere zo wier schoone Met deze dweil is de vloer zo weer schoon
Fèèln
Dweilen
Mie moo fèèln op zoaterdag ‘t hele huus Mijn moeder dweilde zaterdags het hele huis
Fetuutn
Fratsen
Ik wor zo meu van zukke fetuutn Ik word zo moe van zulke fratsen
Fiddern
Rillen
Wat zit ie te fiddern, he-j ‘t koold? Wat zit je te rillen, heb je het koud?
Fiegeliern
Prutsen
Hij zat net zo lange te fiegeliern tut het ding wier deed Hij zat net zo lang te prutsen tot het ding het weer deed
Fien
Gelovig
Die leu met die zwatte kleere en heudje op bint fien Mensen met zwarte kleren en een hoedje op zijn gelovig
Fien den
Spar
Een kasboom is vaake een fien den Een kerstboom is vaak een spar
Fiesterig
Onaangenaam
Het is fiesterig koold Het is koud en guur weer
Finaal
Totaal
Den auto is finaal kepot Die auto is helemaal kapot
Fittebuul Fitterkloas Fitterkoonte
Zeurpiet
Mieke is ne fittebuul, het is nooit good genog Mieke is een zeurpiet, het is nooit goed genoeg
Fitterig
Precies
Ie möt nit te fitterig wèèn a-j kampeert Als je kampeert, moet je geen pietje precies zijn
Fittn
Zeuren
Det mèènse zit altied te fittn, het is nooit good Zij zit altijd te zeuren, het is nooit goed
Flantuutn
Fratsen
Ik wil een feesje zoonder flantuutn Ik wil een feestje zonder fratsen
67
68
Fleems
Vaag, niet fel
De zunne is fleems De zon is niet fel
Flisters
Kleine hoeveelheid
Bi oons kwamn d’r ma een paar flisters snee Bij ons viel er maar een klein beetje snee
Flodderbokse
Ongedurig persoon
Kee is ne flodderbokse, zie hef alwier een aandern Kee is ongedurig, ze heeft alweer een ander
Floddergood
Dunne stof
Det floddergood is geschikt vuur de zommer Deze dunne stof is geschikt voor de zomer
Fluitjeshoolt
Hout van lijster- Weet ie woer fluitjeshoolt greujt? bes (om fluitjes Weet jij waar lijsterbes groeit? mee te maken)
Foeke Foekvel
Rimpels
Wat hef det mèènse een foekn in de kop Wat heeft die vrouw veel rimpels in het gezicht
Foeke
Deuk
Zie hef ne foeke in ‘n auto Ze heeft een deuk in haar auto
Foezel
Jenever
Hij hef altied ne flesse foezel in de fietstasse Hij heeft altijd een fles jenever in de fietstas
Fosken
Ploeteren (door modder of sneeuw)
Het kind fosken duur ‘n snee Het kind ploeterde door de sneeuw
Fossn
Pak
D’r is een fossn snee kommn vandaage Er is vandaag een pak sneeuw gevallen
Fossn
Veel
Hij hef altied ‘n fossn geeld op zak Hij heeft altijd veel geld op zak
Franteern
Hanteren, aanpakken
Ik weete nog nit hoe ik det möt franteern Ik weet nog niet hoe ik dat moet aanpakken
Froai
Behoorlijk
Het rèèngt de leste daang froai völle Het regent de laatste dagen behoorlijk veel
Froeseln
Stoeien
Die jongs hebt aait wat te froeseln met mekaa Die jongens zijn altijd samen aan het stoeien
Fuske Fossn
Bosje Bos
Wat mooi da-j mie ‘n fuske bloomn metbrengt Wat leuk dat je me een bosje bloemen meebrengt
Fusseln
Aanklungelen
Hij schöt nit op, hij fusselt vedan Hij schiet niet op, hij blijft aanklungelen
Uitdrukkingen Fien
Fien op ‘n taand
Kieskeurig met eten
Foeke
Iemand in de foeke nemmn
Iemand voor de gek houden
Tou Gesprek tussen een paar boeren uit verschillende plaatsen. De ene boer vertelt dat hij ‘de beeste touvoort’. De andere boer vraagt verbaasd: ‘Maar koeien eten toch geen touw?’
69
Foj, foj, het geet krek allees Marjon Jacobs – Spenkelink - dochter van Jan van Miene | Hooltns
Al vrog in ’t leavn begint het feest. Bie de geboorte begint het en later goa-j noar de kleuterschoole en a-j zowat zesse bint, dan ma-j noar de grote schoole. Wat een schik he-w e-had op het schoolplein. Het meuiste warn vuur mie de echte knikkerpötjes. Ik heb völle knikkers e-wun ma der ok weer völle verspöld. En wat een wille a-j allene noar schoole meugn loopn met oew vriendin uut de stroate of, as ’t teengzat, met oew grote breur. Opgreuin in de joaren zeumtig was vuural buutn spöln. Völle belletjes drukkn, touwtje springn of buskruutn. Foj, foj, wat had wiele een wille. Det kwam natuurlijk ok umdet der nog nit zovölle tillevisie was. En van social media, det ha-w nog nooit e-heurd. Op woensdag en zoaterdag kekke wiele snomdaangs keenderprogramma’s, ik herinnere mie Stuif es in. En zoaterdagsoams zattn wiele met zien alln op de baanke veur de tillevisie met ‘n bakje chips. De legere schoole was vuurbie en ie slötn het of met ne musical. Doarnoa begon de middelbare schoole. Ik ging noar de huushoudschoole, De Marke. Mangs he-w wat uut de beuke leerd ma wi hadn vuural ommeunig völle lachen met de jongs en de deerns uut Hooltn, Battem en Markel. Met mekaa ging wiele noar de feesn in de buurte, noar de Maarkelse feest, de Battemse karmse en in Hooltn ha-w de braderie. De jonge leu die troffn mekaa toen bi de botsauto’s. In die tied ging wiele ok noar de discotheek De Waag. Ik heb doar völle tied veur en achter ’n tap deur e-brach. Mien va en moo stun dat nit zo an. Ma wi bleevn toch gewoon in Hooltn? Dus det begrep ik ni. A-k wier te late tuus kwamme zèè mien moo det het in eur tied heel aans was. Zie zei dan: “Ik zat ’t wa nit belèèvn ma later dèènk ie nog vaake an mie”. Wi genottn volop van het lèèvn en wi deedn oaveral het lech oet.
70
Ma noe, zovölle joarn later, bin-k e-trouwd, modder van twee wichter en heb een èèng bedrief. En het geet krek allees. Ok miene deerns ging noar de basisschoole en slöttn det of met ne musical. Doarnoa gung ze noar de Waerdenborch, een hele grote schoole. Doar zat ik, op ’n gaank, te wachn vuur ‘n tienminutengesprek met de mentor van mien ooldsen. Toen heurn ik ineens: “Hee Marjon” en ik zagge mien ooln leraar Engels van de huushoudschoole. Ik dache: ‘Oei, de’s ni bes asse mien naam noa dartig joar nog weet.’ Wi hebt effn geneuglijk met mekaa zittn kuiern oaver de wichter en de schoole. En hij zèè: “Nou, als je kinderen nu hier al op school zitten, dan gaat de tijd heel snel”. Ik dache: ‘Hij wodt oold, een joar hef nog stöörig 365 daang.’ De leste tied heb ik völle an de weure dach. Noe is ok oonzn jongsn al binnoa van de Waerdenborch of. Een uutzwaaidag en ‘t galafees det der bieheurt hef ze had. En het exaam hef ze ok al e-doane. Ma wat had den leraar toch geliek. De schooltied vleug vuurbi. De middelbare schoole ging völle gauwer as de basisschoole. Ok al hef een joar nog stöörig 365 daang. En net as vrogger ging de jonge leu völle op pad. Natuurlijk noar alle tentfeesn in de buurte ma ok noar een concertje hier of doar en effen lunchen of chillen met de deerns en de jongs. Wieter möt ze social media biehooln en foto’s poosten. Oondertussen warkn um alles te kön betaaln en oja; de schoole mos ok nog. Foj, foj. Les ha-k ’t nog met ’n jongsn oaver te late tuus kommn. Ik heurn miezelf zeggn: “In oonze tied ha-w dit en dan dee-w det zo. En ik zal ’t wa niet belèèvn ma later dèènk ie nog vaake an mie”. Het is machtig mooi um te zeen dat alles krek allees geet.
71
Feesten, het gaat weer precies net zo Marjon Jacobs – Spenkelink | Nederlands
Je hebt al vroeg in je leven feest. Het begint natuurlijk al met je geboorte, daarna voor het eerst naar de kleuterschool en als je bijna 6 bent dan mag je naar de grote school. Wat een plezier hebben we gehad op het schoolplein. Het mooist vond ik de echte knikkerpotjes. Ik heb veel knikkers gewonnen maar ook weer net zoveel verloren. Daarna is het feest als je alleen naar school mag lopen, samen met vriendinnetjes uit de straat of, als je pech had, met je grote broer. Het opgroeien in de jaren 70 bestond vooral uit buitenspelen. Vele belletjes lellen, touwtjespringen of een potje buskruit. Wat hadden wij veel lol. Dit kwam ook wel omdat er nog niet zoveel televisie was. En van social media hadden we nog nooit gehoord. We keken op de woensdagmiddag en de zaterdagmiddag tv naar kinderprogramma’s, ik herinner me Stuif es in. En op zaterdagavond zaten we met z’n allen op de bank voor de televisie met een bakje chips. De “lagere school” doorliep je lekker en je sloot het af met een musical. Daarna begon de middelbare school. Ik ging naar de huishoudschool, de Marke. Daar hebben we af en toe geleerd uit de boeken maar vooral ontzettend veel gelachen met de jongens en de meiden uit Holten, Bathmen en Markelo. Met elkaar gingen we naar de feesten in de buurt, naar het Markelose feest, de Bathmense kermis en in Holten hadden we de braderie. Jongeren ontmoetten elkaar toen bij de botsauto’s. In die tijd gingen we natuurlijk ook uit in de discotheek de Waag. Vele uren heb ik daar voor en achter de bar doorgebracht. Mijn ouders vonden dat natuurlijk niet altijd goed. Maar we bleven toch gewoon in Holten? Dat begreep ik dus niet. Als ik weer te laat thuiskwam zei mijn moeder dat het in haar tijd heel anders was.
72
Ze zei dan: “Ik zal het wel niet beleven maar later denk je nog vaak aan mij.” We genoten volop van het leven en we deden overal het licht uit. Maar nu, zoveel jaren later, ben ik getrouwd, moeder van twee kinderen en heb een eigen zaak. En de geschiedenis herhaalt zich. Ook mijn dochters gingen naar de basisschool en sloten deze af met een musical. Daarna gingen ze naar de Waerdenborch, een heel grote school. Daar zat ik op de gang te wachten voor een tienminutengesprek met de mentor van mijn oudste. Toen hoorde ik ineens “Hee Marjon” en ik zag mijn oude leraar Engels van de Huishoudschool. Ik dacht ‘Oei dat is niet best als hij na dertig jaar mijn naam nog weet.’ We hebben even gezellig zitten kletsen over de kinderen en de school. En hij zei: “Nou, als je kinderen nu al hier op school zitten, dan gaat de tijd heel snel.” Ik dacht: ‘Ach hij wordt oud, een jaar heeft nog steeds 365 dagen.’ De laatste tijd heb ik veel aan zijn woorden gedacht. Nu is onze jongste ook al bijna van de Waerdenborch af. De uitzwaaidag en het bijbehorende galafeest heeft ze gehad. En het examen heeft ze ook al gedaan. Maar wat had die leraar toch gelijk. De schooltijd is voorbijgevlogen. De middelbare school ging nog veel sneller dan de basisschool. Ook al heeft een jaar nog steeds 365 dagen. En net als vroeger is de jeugd veel op pad. Natuurlijk naar alle tentfeesten in de buurt maar ook naar een concertje hier of daar en even lunchen of chillen met de meiden en jongens. Verder moeten ze sociale media bijhouden en foto’s posten. Ondertussen werken om alles te kunnen betalen en oh ja school moet ook nog. Tjongejonge. Laatst had ik het met de jongste over te laat thuiskomen. Ik hoorde mezelf zeggen: “In onze tijd hadden we dit en deden wij het zo. En ik zal het wel niet beleven maar later denk je nog vaak aan mij.” Het is prachtig om te zien dat de geschiedenis zich herhaalt.
73
Woordenlijst Gaddarrian
Potverdikke
Gaddarrian, noe he-k alwier te völle betaald Potverdikke, nu heb ik alweer teveel betaald
Gaddern
Verzamelen, oprapen
De wichter bint druk met kastanjes gaddern De kinderen zijn druk met kastanjes verzamelen
Gaffel
Houten vork om worst op te hangen
Wi gebruukt een gaffel vuur de wos We gebruiken een vork voor de worst
Gangs
Aan de gang
Mie duch da-j het gisteroamd good gangs haddn Volgens mij ging het gisteravond behoorlijk te keer
Garre
Twijg
Piet had vrogger ne garre bi zich Piet had vroeger een twijg bij zich
Gasterd
Vies iemand
Stien is een gasterd, ik drinke doar gin koffie Stien is een vies persoon, ik drink daar geen koffie
Geaspeln
Scharrelen
De gaanze geaspelt langs de kaante van ‘n sloot De ganzen scharrelen langs de slootkant
Gedoane
Gek op geld, vrekkerig
Hij is zo gedoane, hij gif nooit wat bi ne collecte Hij is zo vrekkerig, hij heeft nooit iets bij een collecte
Gedoane
Onrustig
Bi de optocht warn de peere gedoane Bij de optocht waren de paarden onrustig
Geelddeuntjes
Dingen die geld kosten
Vuur disse geelddeuntjes he-k gin interesse Ik heb geen interesse in dingen die geld kosten
Geels
Helemaal niet
Det he-k oe nog geels nit verteld Dat heb ik je nog helemaal niet verteld
Geer
Uier
Bi de fokveedag kriegt beeste puntn vuur het geer Op de fokveedag krijgen koeien punten voor het uier
Geern
Schuin lopen
Det stuk laand geert slim Dat stuk grond loopt heel schuin weg (is niet rechthoekig)
Geetling Geeteling
Merel
D’r zit een nös jonge geetlingn in den boom In die boom zit een nest met jonge merels
Geetn
Schenken
Ik zal oe ne komme koffie ingeetn Ik schenk je een kopje koffie in
Geneuglijk
Gezellig
Vaake zitte wi geneuglijk bi ‘n heerd Vaak zitten we gezellig bij de open haard
75
76
Gengeln
Slenteren
Gengswieze Gangswieze
Langzamerhand Gengswieze hebt ze alle groond in de buurte e-koch Langzamerhand hebben ze alle grond in de buurt gekocht
Ge-rak
Lekkers
Ik kriege vanoamd op ’n verjeurdag mien ge-rak nog wa Vanavond op de verjaardag krijg ik vast allerlei lekkers
Gereerte
Keukenspullen
In de kökkn zit het gereerte in disse laatjes In de keuken zitten de spullen in deze laden
Gesloons Gesleunste
Organen
Noa de slacht maake wi melwos van het gesloons Na de slacht maken we balkenbrij van de organen
Gestrit
Kruis van een broek
De bokse trek in ’t gestrit De broek trekt in het kruis
Geurn
Opscheppen
Zie geurt met eur niejn jörk Ze schept op over haar nieuwe jurk
Gevallig
Aardig
Oonze nieje buurvrouwe is toch zo gevallig Onze nieuwe buurvrouw is zo aardig
Gevret
Ongedierte
Wi hebt gevret in ‘n kool We hebben ongedierte in de kool
Geworn
Omgaan
Met disse iphone kan ik bes geworn Ik red me prima met deze iphone
Giezeln
IJzelen
As het giezelt, goa ik nit vot met ‘n auto Als het ijzelt, ga ik niet weg met de auto
Glad
Netjes
Hij hef het altied glad um ‘t huus Rondom zijn huis is het altijd netjes
Glad
Helemaal
Hij was glad vergettn um ne kraante te koopn Hij was helemaal vergeten om een krant te kopen
Gleunig
Erg
Zie warn gleunig te passe Ze waren erg opgewekt
Gleunig
Gloeiend
Ie bint der gleunig bi Je bent er gloeiend bij
Glieve
Kier
De glieve in de duure kump duur de dreugte De kier in de deur komt door de droogte
Ik goa geerne gengeln in ‘t bos Ik slenter graag door het bos
Glimsmeer
Schoensmeer
Het pötje glimsmeer is uut-edreugd Het potje schoensmeer is uitgedroogd
Glippe
Snee
Zie hef ne glippe in de kop Zij heeft een wond aan haar hoofd
Gloepn
Gluren
As leu de gedienn dichte hebt, kö-j slech noa bin gloepn Wanneer mensen de gordijnen dicht hebben, kun je moeilijk naar binnen gluren
Gloepns
Heel erg
Den blikseminslag is gloepns kot bi De blikseminslag is heel dicht bij
Goanderweggens
Geleidelijk aan
Goanderweggens worn wi het eens met mekaa Geleidelijk aan werden we het eens
Godsgaanselijk
Helemaal
Gister hef het ’n godsgaanselijkn dag e-rèèngd Gisteren heeft het de hele dag geregend
Goegeln
Giechelen
Die wichter goegelt de hele tied Die kinderen zitten de hele tijd te giechelen
Gölln
Huilen
Dirk gölln toen hij e-valln was Dirk huilde toen hij was gevallen
Goodgoan!
Tot ziens! (het ga je goed)
Göttndrieter
Iemand uit de stad
Biezunder det zo’n göttndrieter gewoon Hooltns pröt Bijzonder dat deze stedeling gewoon Holtens spreekt
Göttngat
Afvoer in de waskamer
Bi het ofgeetn gingn de eapel met in ‘t göttngat Bij het afgieten gingen de aardappelen mee in de afvoer
Graans-oele
Mopperpot
Het is ok nooit good, wat ‘n graans-oele Het is ook nooit goed, wat een mopperpot
Graanzn
Mopperen
Harry kan zo graanzn Harry kan zo mopperen
Grei
Spul
Ik weete nit wat det greune grei op ‘n pizza is Ik weet niet wat dat groene spul op de pizza is
Greun
Rauw
Hier he-j greune eier en greune melk Hier heb je rauwe eieren en rauwe melk
Greuts
Trots, arrogant
Het kan een bes mèènse wèèn ma ik vin eur greuts Het is misschien een aardige vrouw maar ik vind haar arrogant
77
Greuzn
Gezond snaaien Dini greust geerne; zie hoolt van fruit Dini snaait gezond; ze houdt van fruit
Grewweln
Grommen
Ik bange mie as den hoond grewwelt Ik ben bang wanneer de hond gromt
Griepstuver
Klein beetje geld
Met folders roondbrengn, kö-j ne griepstuver verdeen Met folders rondbrengen, kun je wat geld verdienen
Gritske
Gaatje in de sok Noe heb ik alwier een gritske Nu zit er alweer een gaatje in mijn sok
Groaperd
Gulzig iemand
Anne is nen groaperd, löp al vuur de darde keer langs het buffet Anne is erg gulzig, loopt al voor de derde keer langs het buffet
Groezeln
Rillen van angst
Het groezeln mie toen ik det geluud heurn Ik kreeg rillingen van angst toen ik dat geluid hoorde
Gropmoo Gropvaa
Oma Opa
Gropmoo wont bi oons in huus Oma woont bij ons in
Groove
Begrafenis
Vuur veertien daagn bin ik noa ne groove wes Twee weken geleden ben ik naar een begrafenis geweest
Grummels Greumkes Grummekes
Kruimels
Beschuutn geeft een hoop grummels Beschuiten zorgen voor veel kruimels
Gruwelijk
Heel erg
Disse jongs hebt wier gruwelijk mooi e-zungn Deze jongens hebben weer heel erg mooi gezongen
Guurn
Uitvallen, eruit lopen
Mien kasboom guurn, ik heb um vot e-doane Mijn kerstboom verloor naalden, ik heb hem weggedaan
Uitdrukkingen
78
Gaas
Teeng het gaas jaagn
Klemzetten
Gange
In de gange hebbn
Aan de gang zijn
Gange
In de gange
Tegelijkertijd
Gangs
Zo gangs
Langzamerhand, zo meteen
Gat
Het gat vuur ’n bos trekkn
Zich terugtrekken
Gat
Zich het gat uut ’n hoakn loopn
Je heel erg inspannen
Gat
Ik kan het gat nog nit lichn of hoone ligt d’r al
Ik ben nog niet weg of mijn plek is al bezet
Gat
He-j nog meer vuur het gat te bindn?
Heb je nog meer wensen?
Gat
Goa ’t gat met vuuste sloan
Ga toch iets doen!
Gat
Slok in ‘t gat
Lenig
Gat
Vuur ‘t gat kriegn
Last van hebben
Gat
Het is op zien gat ekommn
Het is stilgelegd
Gedientjes
Woer het kump, hangt ok gin gedientjes
Niet zeuren, eet maar gewoon op
Geels
Geerne of geels nit!
Graag of niet!
Geevn
Van geevn wodt ginne koo vet Van geevn geet de koo dreuge stoan
Je moet niet alles weggeven
Gek
Vuur gek en onwies
Heel erg
Gek
De gek anstekkn
Voor de gek houden
Geluk
Geluk in tuk!
Veel geluk! Nieuwjaarswens
Gewaa
Gewaa worn
Merken
Glouwn
De ondeugde glouwt ‘m uut de oong
Hij kijkt ondeugend uit zijn ogen
Goan
As ’t nit geet zoas het möt, dan möt ‘t ma zoas het geet
Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan
Goan
Het geet d’r of Het geet d’r van
Het gaat er flink aan toe
Goan
Doar geet niks van of
Dat is zeker
Good
De good wies kepot hebbn
Niet helemaal sporen
Groondhoolt
Vuur ’t groondhoolt zittn
Financiele problemen hebben
Groot
Groot worn
Opgroeien, opvoeden
79
Wat is ‘t in Hoolten toch GENEUGLIJK Door Reeperbahner | Hooltns Bert Reijlink, Diederik Bronsvoort – Diederik van Snorrewind, Hens Janssen – Hens van Kalverderk, Martijn ten Wolthuis – Zum Wolthaus, Melliz Bosch, Ruben Hanevelt, Sjon Rodijk
Oh, wat is ‘t in Hoolten toch geneuglijk! Wi-j ziet mekaar het liefst nog in het echt Zit vaaker in ’t café as in de karke A-j ’t geneuglijk hebt dan he-j ‘t nog niet zo slecht Kearl wat he-k oe lange niet e-zene Goat toch zitten, nem nog wat van mi-j Vertel het es, dan nemmen wi-j dr ene Lekker met een stukske wos dr bi-j Oh, wat is ‘t in Hoolten toch geneuglijk! Wi-j ziet mekaar het liefst nog in het echt Vaaker in ’t café as in de karke A-j ’t geneuglijk hebt dan he-j ‘t nog niet zo slecht Wi-j bint hier vuur de Eagles of vuur Twente Voetbalt bi-j Rood-Zwart of bi-j Blauw-Wit De grootste boake steet hier in de lente Wi-j kent hier allemaal het Sallandlied Oh, wat is ‘t in Hoolten toch geneuglijk! Wi-j ziet mekaar het liefst nog in het echt Vaaker in ’t café as in de karke A-j ’t geneuglijk hebt dan he-j ‘t nog niet zo slecht In Hoolten doar helpen wi-j mekaare Gewoon effen vroagen hoe het met oe geet
80
Wa-j ok doet, wi-j loat oe in de waarde Gin ‘hangplek’, wi-j zit hier in de ‘keet’ Oh, wat is ‘t in Hoolten toch geneuglijk! Wi-j ziet mekaar het liefst nog in het echt Vaaker in ’t café as in de karke A-j ’t geneuglijk hebt dan he-j ‘t nog niet zo slecht A-j ’t geneuglijk hebt dan he-j ‘t nog niet zo slecht In Hoolten doar is ’t toch gleunig best!
81
Wat is ‘t in Holten toch gezellig Door Reeperbahner | Nederlands Bert Reijlink, Diederik Bronsvoort, Hens Janssen, Martijn ten Wolthuis, Melliz Bosch, Ruben Hanevelt, Sjon Rodijk
Oh, wat is ‘t in Holten toch gezellig! We zien elkaar het liefst nog in het echt We zitten vaker in ’t cafė dan in de kerk Als je het gezellig hebt, dan heb je het nog niet zo slecht Man wat heb ik jou lang niet meer gezien Ga toch zitten, pak er één van mij Vertel het eens, en dan nemen we er een Lekker met een stukje worst erbij
82
Oh, wat is ‘t in Holten toch gezellig! We zien elkaar het liefst nog in het echt Vaker in ’t cafė dan in de kerk Als je het gezellig hebt, dan heb je het nog niet zo slecht We zijn hier voor de Eagles of voor Twente Voetballen bij Rood-Zwart of bij Blauw-Wit Het grootste paasvuur staat hier in de lente We kennen hier allemaal het Sallandlied Oh, wat is ‘t in Holten toch gezellig! We zien elkaar het liefst nog in het echt Vaker in ’t cafė dan in de kerk Als je het gezellig hebt, dan heb je het nog niet zo slecht In Holten, daar helpen we elkaar Gewoon even vragen hoe het met je gaat Wat je ook doet, we laten je in je waarde Geen ‘hangplek’, we zitten hier in de ‘keet’ Oh, wat is ‘t in Holten toch gezellig! We zien elkaar het liefst nog in het echt Vaker in ’t cafė dan in de kerk Als je het gezellig hebt, dan heb je het nog niet zo slecht Als je het gezellig hebt, dan heb je het nog niet zo slecht In Holten daar is het toch geweldig goed!
83
Gleunig mooie tuindaang Dennis Krikkink - Beerboer | Hooltns
As onderdeel van de Beerboer-bloedlijn draag ik warme herinneringn met mie met oaver mien jeugd in Splo. Zo steet het mie nog good op ’t netvlies hoe glad de tuin altied was. Det kon eigenlijk ook niet aans, d’r was d’r namelijk ene altied ommeunig druk met. De godsgaanselijkn dag kon-e met allerlei grei gangs wèèn, net zo lange tot ’t himmoal glad was. Greuts was ‘e dan ok op de prestatie noa ’n langn dag krom liggn. De pien in de rugge en de pikzwarte haane nam ‘e veur lief. Wanneer ‘t dan stipt half dreie koffietied was, zag ie de eerste geeteling neerstriekn op de net geschoffelde groond. D’n één pier noa ’n andere pier verdween in de bek. D’r werd al mompelnd met ‘n stuk boterkoek in de moond, nog effn op e-markt dat den vogel wel de groaperd moch uuthangn moar de boel nie onder mos drietn. Want ja, dan mos de hogedrukspuit d’r ook nog bie kommn. En da’s toch altied zo’n gruwelijk geknooi. As klein kealtje von ik de tuindaang altied een hele gewaarwording. Ik moch dan ook wel ‘ns methelpn. ’n Betje skoffeln, hier en doar wat onkroed vottrekkn en wat nieje plaantn in de groond pottn. D’r werd mie ook altied wa met e-deeld wat vuur spul ik in de groond drukkn, moar verder dan de Helleborus heb ik het nooit onthooln. Ach, ik heb d’r nooit een griepstuver an oaver e-hooln. Nee, hoogstens ’n glippe in de haane van den verrekkn oale batse. Moar ik deed het met leefde, want het was toch oew moo, hè.
84
Prachtige tuindagen Dennis Krikkink | Nederlands
Als onderdeel van de Beerboer-bloedlijn draag ik warme herinneringen met me mee over mijn jeugd in Espelo. Zo staat het nog helder op mijn netvlies hoe goedverzorgd de tuin altijd was. Dat kon eigenlijk ook niet anders, er was namelijk iemand altijd ontzettend druk mee. De godganselijke dag met allerlei dingen bezig, net zo lang tot het er helemaal netjes bij lag. Trots op de prestatie na een lange dag kromliggen. De pijn in de rug en de pikzwarte handen werden voor lief genomen. Wanneer het precies om half drie koffietijd was, zag je de eerste merel neerstrijken op de pas geschoffelde grond. De ene worm na de ander worm verdween in de bek. Er werd al mompelend met een stuk boterkoek in de mond, nog even opgemerkt dat die vogel best gulzig mocht zijn maar de boel niet onder mocht schijten. Want ja, dan moest de hogedrukspuit er ook nog aan te pas komen. En dat is toch altijd zo’n vreselijk gedoe. Als klein jongetje vond ik de tuindagen altijd een hele belevenis. Ik mocht dan wel eens meehelpen. Een beetje schoffelen, hier en daar wat onkruid wieden en wat nieuwe planten in de grond potten. Er werd me ook altijd wel verteld wat voor spul ik in de grond zette, maar verder dan de Helleborus heb ik het nooit onthouden. Ach, ik heb er nooit een zakcentje aan overgehouden. Nee, hooguit een snee in mijn handen van die verrekte oude schop. Maar ik deed het met liefde, want het was toch je moeder, hè.
85
Woordenlijst Haampeln
Wiebelen met je stoel op twee poten
Zit nit zo te haampeln, straks val ie achteroaver Zit niet zo te wippen op je stoel, straks val je achterover
Haandstok
Wandelstok
Zie geet nooit zonder een haandstok Zij loopt nooit zonder wandelstok
Haanheulte
Plek in de nok ‘n Balkn zit vol tut boavn in de haanheulte van de boerderij De hooizolder is tot de nok gevuld
Haansn
Handschoenen
As ‘t koolder wodt, kriege wi de haansn wier an Als het kouder wordt, zoeken we de handschoenen weer op
Hagelschoer
Hagelbui
Wi haddn gister ‘n bes hagelschoer We hadden gisteren een flinke hagelbui
Hapscheere
Vrouw met scherpe tong
Zonne hapscheere goa ik leever uut de weg Bij een vrouw met een scherpe tong blijf ik liever uit de buurt
Harrel
Niets
Social media bint mie gin harrel weerd Ik geef niets om social media
Hèènig
Rustig
Doot ‘t hèènig an Houd het rustig. Doe voorzichtig
Heerschop
Persoon
Wat een apat heerschop löp doar Wat een bijzonder persoon loopt daar
Heggn
Hijgen
Het kosn mie heggn toen ik boavn an ‘n Zoerbarg wazze Ik moest hijgen toen ik bovenaan de Zuurberg was
Heistern
Stoeien
Ik hoole nit van det geheister van die wichter Ik hou niet van dat stoeien van die kinderen
Heistern
Zwoegen
Wat een geheister duur det lange grös Wat is het zwoegen door dat lange gras
Helder
Schoon
An de kleere kö-j wa zeen det hij niks te helder is Aan de kleren kun je wel zien dat hij niet zo schoon op zichzelf is
Hellig
Boos
Kiek toch nit zo hellig! Kijk toch niet zo boos!
Helligkop
Iemand die boos is
Wat een akeligen helligkop is det mèènse Wat een boze vrouw is dat
87
88
Helpn
Opereren
Hij hef zich loatn helpn an ‘t water Hij is geopereerd aan zijn urinewegen
Heufzeerte
Hoofdpijn
Van disse wien krie-j vaste heufzeerte Van deze wijn krijg je vast hoofdpijn
Heuglijk
Verwaand
Zie kan oe zo heuglijk ankiekn Ze kan je zo verwaand aankijken
Heure snien
Haar knippen
Mien opa leet hier de heure snien Mijn opa liet hier zijn haar knippen
Hiele
Zolder van de deel
Het heuj geet in de hiele Het hooi gaat naar de zolder
Hiemn
Benauwd zijn
Duur het stof mos hij akelig hiemn Door het stof werd hij heel erg benauwd
Hispeltje
Kleine, slanke vrouw
Den grootn kearl is e-trouwd met zon hispeltje Die grote man is getrouwd met een kleine, slanke vrouw
Hoed
Huid, lijf
Ik denke da-k griep hebbe, de hele hoed dut mie zeer Ik denk dat ik griep heb, mijn hele huid doet pijn
Hoedönig
Hoe
Hoedönig wo-j het hebbn? Hoe wil je het?
Hoekn
Zich niet lekker voelen
Den geet doar hoekn Je ziet dat hij zich niet lekker voelt
Hoekn
Kromlopen
A-j oolder wodt, goa-j meer hoekn Als je ouder wordt, ga je krommer lopen
Hof
Tuin
Wat ’n mooie bloomn he-j in ‘n hof Wat heb je mooie bloemen in de tuin
Hökkeln
Strompelen
Susan kump doar anhökkeln, zie löp slech Suzan strompelt, ze loopt slecht
Hööken
Plezier maken
Daldeejen en hööken in de tèènte Plezier maken in de tent
Hoolthouwn
Houthakken
Hij is gangs met hoolthouwn Hij is bezig met houthakken
Hooltluuske
Houtschuurtje
Het hooltluuske is noa disse winter aardig löög Het houtschuurtje is na deze winter aardig leeg
Hoonder
Kippen
Ne vos hef alle hoonder doot e-bettn Een vos heeft alle kippen doodgebeten
Hoonebloomn
Paardenbloemen
Disse wèère steet vol met hoonebloomn Deze wei staat vol paardenbloemen
Houwn
Slaan
Zie hef zich bes op ‘n vinger e-houwn Zij heeft flink op haar vinger geslagen
Humme
Ga opzij (koe/paard)
Humme! reep ze teeng de beeste Ga opzij! riep ze tegen de koeien
Hummes
Draai je eens om!
Hummes! Ik wil oe ankiekn Draai je eens om! Ik wil je aankijken
Huushenne
Huismus
Mien ene zuster is ne huusmusse ma mien aandere zuster is ne loopschuute Mijn ene zus is een huismus maar mijn andere zus is heel veel weg
Huuzn
Samenwonen
Met zo’n kearl kan gin vrouwe huuzn Met zo’n man kan geen vrouw samenwonen
89
Uitdrukkingen
90
Haane
Det is gin vette haane
Dat is een magere man
Haanheulte
Op tied noar de haanheulte goan
Op tijd naar bed gaan
Hakkn
Het hef heel wat um de hakkn
Het is ingewikkeld
Hakkn
Iemand de hakkn loatn zeen
Zich voor iemand bevinden (in een sportwedstrijd)
Half
Op zien halfdartiens doon
Halfslachtig, ongeïnteresseerd uitvoeren
Hals
Achter uut ’n hals kommn
Een uitbrander geven
Hellig
Zo hellig as ne spinnekop
Spinnijdig
Hemmel
As ‘n hemmel noar beneen valt, brekt de boonstökke
Je moet niet overal bang voor zijn
Hen
Het geet hen
Het gaat niet door
Henweg
Op de henweg mö-j ‘t pakkn
Pluk de dag
Hoeke
Op de hoeke zittn
Hurken
Hoeke
Op de hoeke goan
Plassen (vrouw)
Hof
’n Hof wil nit alleene wèèn
In de tuin is altijd wel werk
Hol
Een duure hol zettn
Een deur op een kier zetten
Hond
Een miezn hoond
Een vals iemand
Hooln
D’r is gin hooln meer an
Je kunt het niet tegenhouden
Houw op Tijdens de voetbalwedstrijd tegen Enter dreigde een handgemeen. Bestuurslid Wim Beijers kwam het veld in om te sussen. Het werd echter erger want hij riep: “Hou op!” en de voetballers verstonden: “Houw der ma op”!
Hellighèèd Door Teun Deijk - Mans van Sangel | Hooltns
Hellighèèd, eengwiezighèèd en onverstaand; zie goat vaake haand in haand. Het kan zo mar in één keer noar boavn kommn, as oe één of aandere hapscheere dommeneert wat wal of neet good is. Natuurlijk, ’t is better um èèm tut tiene te telln en heanig te bliem ma det lukt neet iederene. ’n Eén vlug d’r op as ne bok op ne haverkiste, ’n aandern wil d’r drek ophouwn. Het klookste is heanig bliem, as oe zo’n hispeltje het blood oonder de neagels vedan haalt. Hoolt de haane tuus en houwt d’r neet ma zo op lös. Ie komt d’r allene ma van achter ’n oasem. Ie könt wal achter uut ’n hals kommn ma dan begin ie hoe langer hoe meer te heggn. Weast verstaanig, dreait oe umme en goat hen. Zeukt aander vertier. Loaw helder wèèn; al die trammelant löst niks op. Kiekt um oe hen en zeet hoe völle hoonebloomn of ter in de wèère stoat. Die kö-j better plukkn vuurdet de haazn oe vuur bint. De blaa vuur de kniene en de bloomn um d’r ne mooin kraans van te maakn vuur de wichter. Doot wa haansn an, aans he-j de klauwn kaant oonder het melkdisselsap zittn en det he-j d’r nog neet zo rap wier of. Ie zölt zeen, ie wot d’r röstig van en bint de hellighèèd rap vergettn. Wat is ter noe meuier um met de wichter eam te rössn in het hoge grös en d’r achter kommn det de klèène deerne, nöös ne bi-jmeeze, ne hapscheere is diet ommeunig hellig kan worn. Zo is ze gangs met de knienblaa en eam later zit ze nöös oe op de hoeke. Zeet het an, loat ’t langs oe hen goan. Dèènkt trugge an de tied da-j al die veraanderende stemmingn zelf hebt mön verwarkn.
92
Det möt disse klèène hapscheere ok, het is een leerproces. Met de joarn krig ze det meer en meer oonder controle. Het is ne weg noar volwassenhèèd, diew oamoal hebt e-goane. Zie hef det neurig. Geniet van de mooie dinge in ’t kinderleam, want vuur daj d’r arg in hebt is det vuurbiej en bint het van die opschöttelingn diet oe de duure vuurbiej loopt. Ie zeet het: hellig wèèn, doar scheet ie niks met op en hellig bliem al helemoal neet. Gooit het onverstaand van oe of. Loat ’n armood van de wereld oe neet in zien mach krieng. Wèèst röstig en vrèèndelijk noar de leu. Hoe vaaker o-j achter uut ’n hals komt, hoe minder of ter noar oe wordt lusterd. Ie vangt meer vleegn met stroop as met azien.
93
Boosheid Door Teun Deijk | Nederlands
Boosheid, eigenwijsheid en onverstandigheid; ze gaan vaak hand in hand. Het kan zomaar ineens bovenkomen, wanneer een of andere bitch je voorschrijft wat wel of niet goed is. Natuurlijk, het is beter om even tot tien te tellen en rustig te blijven maar lukt niet iedereen. De één vliegt erop als een bok op de haverkist, de ander wil er meteen op losslaan. Het verstandigste is om rustig te blijven, ook als zo’n klein, tenger vrouwtje je het bloed onder de nagels weghaalt. Houd je handen thuis en sla er niet meteen op. Je raakt er alleen van buiten adem. Je kunt wel tekeergaan maar dan begin je alleen maar te hijgen. Wees verstandig, draai je om en ga weg. Zoek iets anders om te doen. Laten we duidelijk zijn; al dat geruzie lost niets op. Kijk om je heen en zie hoeveel paardenbloemen er in de wei staan. Die kun je beter plukken voordat de hazen je voor zijn. De bladeren voor de konijnen en de bloemen om er een mooie krans van te maken voor de kinderen. Doe wel handschoenen aan, anders heb je je jatten onder het melkdistelsap zitten en dat krijg je er nog niet zo snel weer af. Je zult zien, je wordt er rustig van en je bent de boosheid snel vergeten. Wat is er nu mooier dan met de kinderen even uit te rusten in het hoge gras en ontdekken dat de kleine meid niet alleen een wijsneus is maar ook een pittig ding dat ontzettend boos kan worden. Zo is ze bezig met de konijnenbladeren, even later zit ze op de hurken naast je. Zie het aan, laat het gebeuren. Denk terug aan de tijd dat je zelf al die stemmingswisselingen hebt moeten verwerken. Dat moet dit kleine heksje ook, het is een leerproces.
94
In de loop van de jaren zal ze dat meer en meer onder controle krijgen. Het is de weg naar volwassenheid die we allemaal hebben doorlopen. Ze heeft dit nodig. Geniet van de mooie dingen in het kinderleven want voor je het in de gaten hebt, is het voorbij en zijn het van de pubers die je deur voorbijlopen. Je ziet het: je schiet niets op met boos zijn en met boos blijven al helemaal niet. Wees verstandig. Laat de ellende van de wereld je niet in haar macht krijgen. Wees rustig en vriendelijk tegen de mensen. Hoe meer je tekeergaat, hoe minder er naar je wordt geluisterd. Je vangt meer vliegen met stroop dan met azijn.
95
Woordenlijst Iederbod
Telkens
Ie möt mie nit iederbod in de rede valln Je moet me niet steeds in de rede vallen
Iemnschoer
Bijenschuur
Mien opa heel bi-jn en hier was het iemnschoer Mijn opa hield bijen en hier was de bijenschuur
Inbeeln
Verwaand zijn
Naa mèènse, zie beelt zich ‘n hoop in Vervelende vrouw, ze is verwaand
Indoon
Inschenken
Zal ik oe ne komme koffie indoon? Zal ik je een kopje koffie inschenken?
Ingeetn
Inschenken
Zal ik oe nen borrel ingeetn? Zal ik je een borrel inschenken?
Inhuuzn
Bij iemand inwonen
Tut oons huus kloar is, huuze wi in bi mien zuster Tot ons huis klaar is, wonen we in bij mijn zus
Inkommn
Binnenkomen
Komt d’r effen in! Kom even binnen!
Inschuunn
Aanzetten tot baldadigheid
Opa schuunn het deerntje in Opa zette het meisje aan tot baldadigheid
Instippn
Dippen, indopen
Ie möt disse chips instippn in det sausje Je moet deze chips dippen in dat sausje
Inteeng
Tegemoet
Moo fietst het deerntje inteeng as ze uut schoole kump Moeder fietst het meisje tegemoet als ze uit school komt
Uitdrukkingen inteeng
Mekaa inteeng kommn
Onenigheid hebben
97
Woordenlijst Jaagn
Autorijden
Jaag toch nit zo hard, straks hoolt ze oe an Rijd toch niet zo hard, straks word je aangehouden
Jenn
Pesten
Hij mos huuln, zie haddn ‘m wier zittn jenn Hij moest huilen, ze hadden hem weer zitten pesten
Jens
Klap
Zie was zo hellig det ze ‘m een jens vuur de kop wol geevn Zij was zo kwaad dat ze ‘m een klap op zijn hoofd wilde geven
Joestern
Lawaai maken
Mö-j die deerns in de keet toch eens heurn joestern Hoor toch eens hoeveel lawaai de meisjes in de keet maken
Joeskern
Janken (van een hond)
As de hoond allenig tuus is, joeskert hij ‘n heeln dag Als de hond alleen thuis is, jankt hij de hele dag
Jökkeri-je
Jeuk
Van wat ettn krieg ik jökkeri-je Van sommige etenswaren krijg ik jeuk
Joonkvolk
Jongeren
Het is gezellig um joonkvolk op visite te hebbn Het is gezellig om jongeren op bezoek te krijgen
Juustement
Juist
Klopt het da-j nit metdoot? Juustement Klopt het dat je niet meedoet? Juist
Uitdrukkingen Joa
Joa joa
Het zal wel. Nee
Jongs
D’r kump wat jongs
Ze verwachten een baby
99
Woordenlijst Kaalnaaknd
Spiernaakt
Hij leep kaalnaaknd in ‘n tuin en de buurvrouwe schrök Hij liep naakt in de tuin en de buurvrouw schrok
Kaankerpit
Mopperkont
Jan is zo’n kaankerpit, nooit ’s positief Jan is zo’n mopperkont, nooit eens positief
Kaant
Netjes
Hij hef ‘t altied kaant um het huus Rondom zijn huis is het altijd netjes
Kabof
Groot, lomp gebouw of aanbouw
Wat ‘n kabof is die nieje schuure Wat is die nieuwe schuur een lomp gebouw
Kalverjoarn
Jeugd
Hans, Jan en Herman ken ik al uut miene kalverjoarn Hans, Jan en Herman ken ik nog uit mijn jeugd
Kapbarg
Hooiberg
Vrogger ging al het heuj in ‘n kapbarg Vroeger ging al het hooi in de hooiberg
Karmejakkn
Klagen, jammeren
Mö-j eur toch heurn karmejakkn, het is nooit good Moet je haar toch horen klagen, het is nooit goed
Kaskenade
Drukte, lawaai
Het was gister een kaskenade bi de buurn Het was gisteren een drukte bij de buren
Kaste
Grote vrouw
Oonze juffe is een kaste van ‘n wief Onze juf is een forsgebouwde vrouw
Kat-eker
Eekhoorn
He-j den kat-eker e-zene? Heb je de eekhoorn gezien?
Kat-oele
Kerkuil, torenuil In den boom zit ‘n kat-oele In die boom zit een torenuil
Kats
Heel erg
Doar heb ik mie kats op verkekkn Daar heb ik me heel erg in vergist
Kattnbak
Kofferruimte (van een auto)
De bosschoppn zit nog in ‘n kattnbak De boodschappen staan nog in de kofferruimte
Kattnkarmse
Lawaai, drukte
Het was hier gister een kattnkarmse Hier was gisteren veel lawaai
Kearl
Man
Den kearl van mie hef wier wat uutprakkezeerd Mijn man heeft weer wat bedacht
Keern
Vegen
Met een bessem keere wi de leste blaa vot We vegen de laatste bladeren weg met een bezem
101
102
Keeze
Kaas
Bi ome Jan kump d’r altied ne schaale met wos en keeze op toafel Oom Jan serveert altijd een schaal met worst en kaas
Kepot
Bedorven
Met die warmte geet de melk gauw kepot Door de warmte bederft de melk snel
Kesjottn
Groepsgenoten
Jochem ging met de kesjottn hen poasvuur sleppn Jochem ging met een groep een paasvuur bouwen
Keukeln
Omvallen
Toen wi eur lös leetn, keukeln ze umme Toen we haar loslieten, viel ze om
Keukeln
Ondeugd uitstralen
De oong keukelt ‘m in de kop De ondeugd straalt uit z’n ogen
Keulte
Kou
Met disse keulte kö-j wa haansn gebruukn Met deze kou heb je wel handschoenen nodig
Keun
Big
In het woapen van Hooltn en Riessen stoat drei keune In het wapen van Holten en Rijssen staan drie biggen
Ke-vak
Envelop
He-j nog ‘n ke-vak vuur dissn breef? Heb je nog een envelop voor deze brief?
Kevèènte
Bouwval
Op Funda zag ik dat ze vief ton vuur disse kevèènte vroagt Op Funda zag ik dat ze vijf ton voor deze bouwval vragen
Kiefte
Kieviet
In Deepn is het eerste kiefn-ei veun In Diepenheim is het eerste kievietsei gevonden
Kienn
Uitlopers
Disse earpel hebt kienn Deze aardappelen hebben uitlopers
Kieske Kiesje Kiesman
Kalfje
Ik möt eerst de kieskes voorn Ik moet eerst de kalfjes voeren
Kinnebakke
Wang
Noa het ettn had hij de kinnebakke vol vet Na het eten zaten zijn wangen onder het vet
Kirre
Jong paard
Jaap koch zich ne kirre op de peeremark Jaap koopt een jong paard op de paardenmarkt
Kiwwe
Kaak
Herman hef een poes an de kiwwe Herman heeft een bult op de kaak
Klabangs
Dreun
Zie sleug de duure met een klabangs dichte Ze sloeg de deur met een dreun dicht
Kladderig
Slecht
Foj, wat ‘n kladderig weer Bah, wat een slecht weer
Kladderig
Slechtzittend
As het rèèngt, he-k voort kladderig hoar Als het regent, zit mijn haar meteen slecht
Kladdn Klerreke
Klein beetje (vloeistof)
Ie hebt nog een kladdn in het glas Je hebt nog een klein beetje in je glas
Kladdn
Viezigheid
Ie komt vaste net uut ‘n stal, ie hebt de kladdn nog an de bokse Je komt zeker net uit de stal, je hebt de viezigheid nog aan je broek
Klamottn
Geld
Henk hef ‘n hoop klamottn Henk heeft veel geld
Klasseneern
Keuvelen, kletsen
Wi hebt nog gezellig zittn klasseneern We hebben nog gezellig zitten praten
Klepkoonte
Iemand die veel weg is
Ingrid is ne echte klepkoonte, is völle vot Ingrid is erg uithuizig, is veel weg
Kleppe
Slaag
Vrogger kree-j kleppe a-j nit lustern Vroeger kreeg je slaag als je niet luisterde
Kleppn
Op pad zijn
Zie mag geerne kleppn, is nooit bi huus Zij is graag op pad, is nooit thuis
Kloar
Schoon
Het was een hoop wark um de kökkn wier kloar te kriegn Het was veel werk om de keuken weer schoon te krijgen
Kloarloeder Kloarloeter
Zuiver, alleen maar
Het is kloarloeder ofguns van eur Dat is pure jaloezie van haar
Kloarmaakn
Dekken (tafel)
Wil ie de toafel kloarmaakn? Dek jij de tafel?
Kloarn
Borrel (jenever)
Wil ie bier of lever een kloarn? Wil je bier of liever jenever?
Kloetn
Klont
Ie hebt nen kloetn drek op de rugge Je hebt een klont modder op je rug
Klook
Slim
Die deerne is völle klooker as den jong Dat meisje is veel slimmer dan die jongen
103
104
Knappn
Schieten, knallen
Met niej joar wodt dr völle knapt Met nieuwjaar wordt er flink geknald
Knarre Knarn
Naar iemand
Bah, wat ne knarre is hij toch Bah, wat is hij toch een naar mens
Knas
Kraakbeen
In Vietnam et ze het knas van kippnbutte In Vietnam eten ze het kraakbeen van kippenbotten
Kneiwaang
Knieholte
Wis ie da-j de kneiwaagn ok könt vebraan? Wist je dat de knieholte ook kan verbranden?
Knellefikkn
Stevig knuffelen
As ik den klein zee, möt ik èèm knellefikkn Als ik dat kindje zit, moet ik even stevig knuffelen
Kneppe
Kapje van brood Doot mie de kneppe ma Ik wil het kapje wel
Kneppn
Viezigheid
As ik in ‘n tuin heb e-warkt, he-k mangs de kneppn op de rugge Als ik in de tuin heb gewerkt, heb ik soms de viezigheid op mijn rug
Knestern
Knarsen
Het zaand knestern mie tussen de taane Het zand knarste tussen mijn tanden
Knetterschuute
Luidruchtige vrouw
Foj foj, ie möt ni te lange bi zonne knetterschuute zittn Bah, je moet niet te lang bij zo’n luidruchtig mens zitten
Knibbeln
Kibbelen
Die wichter zit aait te knibbeln Die kinderen zitten altijd te kibbelen
Knief
Mes of zakmes
Met ’n good knief kö-j neagels knippn en kniene slachn Met een goed mes kun je nagels knippen en konijnen slachten
Knieperd Kniepköttel Kniepkoonte Kniepstuver
Zuinig persoon, vrek
Wat bin ie toch ne knieperd, ie könt d’r ok wa ‘s ene indoon Wat ben je toch gierig, jij mag ook wel eens een rondje geven
Knieperig
Zuinig
Doo toch nit zo knieperig, ie könt ‘t wa betaaln Doe toch niet zo zuinig, jij kunt het wel betalen
Kniepkul
Bange man
Janalb is ne kniepkul Jan Albert is bang aangelegd
Knippe
Portemonnee
Knoef
Kapje van brood Bi oons blif de knoef altied oaver Bij ons blijft het kapje steeds over
Knoevn
Kluiven
Ingrid is gek op bötte knoevn Ingrid houdt van botten kluiven
Knooikoonte Knooiekul
Knoeipot
De hele toafel is smerig, wat bi-j toch ne knooikoonte De hele tafel is vies, wat ben je toch een knoeipot
Knooin
Knutselen
Wim mag geerne knooin in de schuure Wim knutselt graag in de schuur
Knorraapn
Koolraap
Lus ie geerne knorraapn? Ben je dol op koolraap?
Knötterig Knoffelig
Kreukelig
Disse bloeze kump altied zo knötterig uut de wasse Deze bloes komt altijd zo kreukelig uit de was
Knötters
Kreukels
D’r zit alwier knötters in de bloeze Er zitten alweer kreukels in de bloes
Knullies
Kluns
Erik hef een blauwn doem, hij is een knullies Erik heeft een blauwe duim, hij is een kluns
Knuppel
Domoor
Wat bi-j toch ‘n knuppel da-j d’r wier intrapt Wat ben je toch een domoor om er weer in te trappen
Knuufke
Kapje van brood Doot det knuufke ma an de vogels Geef het kapje maar aan de vogels
Koezn
Sul
Töns is nen koezn Anton is een sul
Koezn
Kies
Ik hebbe zo’n las van mien koezn Ik heb zo’n kiespijn
Kökkern
Scharrelen
Den ooln kearl kökkert um het huus Die oude man scharrelt wat om het huis
Kons Kottens
Laatst
Kons stun ik ok al vuur ne dichte duure Laatst stond ik ook al voor een dichte deur
Kookn
Sul
An Hans he-j niks, hij is ‘n kookn Aan Hans heb je niks, hij is een sul
Kooldfiesterd
Koukleum
Ik zette de musse op, bin nen kooldfiesterd Ik doe de muts op, ben een koukleum
He-j de knippe bi oe? Heb je je portemonnee bij je?
105
106
Kopkeukeln
Kopjeduikelen
As kind kon Henny al nit kopkeukeln Als kind kon Henny al niet kopjeduikelen
Kopzeerte
Hoofdpijn
Ina nam een tabletje vuur de kopzeerte Ina nam een tabletje tegen de hoofdpijn
Kot bi
Dichtbij
Deamter is wieter vot ma Riessn is kot bi Deventer is verder weg maar Rijssen is dichtbij
Kotdoon
Geld wisselen
Kö-j mie det geeld kot doon vuur de collecte? Kun je me dat geld wisselen voor de collecte?
Kotkewwn
Kauwen
Dit vlèès is toa, het is lastig kotkewwn Dit vlees is taai, het is lastig kauwen
Kot-öömig
Kortademig
Noa de corona was ik nog lange kot-öömig Na corona was ik nog lang kortademig
Kot snien
In stukjes snijden
Ik zal een wos kot snien, ule lust wa wat Ik zal een worst snijden, jullie lusten wel wat
Kötteln Ankötteln
Treuzelen
A-j zo lange anköttelt, komme wi te laate Als je zo lang treuzelt, komen we te laat
Köttelpad
Bilspleet
Het zweet leep mie in het köttelpad Het zweet liep me in de bilspleet
Krange
Binnenstebuiten
Zoonder arg had ze ‘n trui krange an Zonder dat ze het door had, droeg ze de trui binnenstebuiten
Krek
Precies
Zo is het krek Zo zit het
Krengwaagn
Vrachtwagen die kadavers ophaalt
Gerrie zien va was chauffeur op de krengwaagn Gerrie’s vader was chauffeur op de vrachtwagen die kadavers ophaalt
Kreuze
Klokhuis
Van ne peere kö-j de kreuze röstig opettn Je kunt het klokhuis van een peer gewoon eten
Krewweln
Kriebelen
Ach toe, krewwelt mie ‘s oaver de rugge Ach toe, kriebel me eens op de rug
Krietn
Hard huilen
Van schrik begun zie te krietn Van schrik begon ze hard te huilen
Kristebèèzn Krisselbèèzn
Kruisbessen
Disse kristebèèzn bint nog nit riepe Deze kruisbessen zijn nog niet rijp
Kroam
Troep
Van mie maj-j den heeln kroam metnemmn Van mij mag je al die troep meenemen
Kroamschuddn
Op kraamvisite gaan
As den klein d’r is, komme wi meteene kroamschuddn Wanneer de baby is geboren, komen we meteen op kraamvisite
Krökkelig
Slecht ter been
Het veel mie op det ze wat krökkelig is Het viel me op dat ze wat slecht ter been is
Kuierbatse
Kletsmajoor
Den pröt zo vedan; wat ne kuierbatse Hij blijft praten; wat een kletsmajoor
Kuiern
Wandelen
Ik magge zo geerne een endje kuiern Ik wandel graag een stukje
Kuiern
Kletsen
Wi hebt geneuglijk zittn kuiern We hebben gezellig zitten kletsen
Kulln
Misgaan, mislukken
Het is mie ok wa ‘s e-kuld det ik de slöttels was vergettn Het is bij mij ook wel eens misgegaan omdat ik de sleutels was vergeten
Kunnig
Bekend
Den kearl kump mie kunnig vuur Die man komt me bekend voor
Kunnighèèd
Kennissen
Wi hebt kunnighèèd in Vlijmen We hebben kennissen in Vlijmen
Kuuknachtig
Dom
Zie kan zo kuukn-achtig doon Zij kan zo dom doen
Kuul-ei
Vreemd persoon
Gert-Jan vin ik biezunder, een ech kuul-ei Gert-Jan vind ik bijzonder, een vreemd persoon
Kuuln
Rollen
De eier kuult van de toafel De eieren rollen van de tafel
Kwaakn
Zeuren
Zie kwaakt oaver dinge die mie nit interesseert Ze zeurt over dingen die me niet interesseren
Kwakerd
Zeurpiet
Jeanet is ‘n kwakerd, vertelt nooit iets niejs Jeanet is een zeurpiet, vertelt nooit iets nieuws
107
Uitdrukkingen
108
Kaant
Van kaant of an
Precies op volgorde
Kaant
Kaant vergettn
Helemaal vergeten
Kaante
Achter de kaante
Uit het zicht
Kaste
Het vee in de kaste doon
Het vee verzekeren
Kaste
Iemand de kaste uutkeern
Iemand uitfoeteren
Kats
Kats van de wieze wèèn Kats van ‘t rabat wèèn Kats van de kaate wèèn Kats van de kettn wèèn
In de war zijn
Kauw Kew
Doar zit kauw in
Dat is taai
Kearl
Een kearl en een hoond möt roond
Mannen en honden zijn graag van huis
Keun
Wier kommn keune kiekn!
Kom nog eens terug!
Keuntje
De keuntjes lös in ‘t schot hebbn
Geen bh dragen
Kiekn
D’r achterhen kiekn
Op bezoek gaan
Kind
Kind van de berreplaanke
Kind dat 9 maanden na de bruiloft is geboren
Kippn
Die goat met de kippn op het rikke
Ze gaan vroeg slapen
Kladdn Klarre
Ne kladdn an ‘t gat hebbn ‘n Klarre an de koonte hebbn
Iets onwettigs gedaan hebben
Klap
Klap vuur het gat, dan he-j de hele wekke wat
Kloetn
Loat het oe an kloetn trekkn
Krijg het heen en weer
Klook
Mangs is ‘t klook a-j oe dom hoolt
Soms kun je beter niets zeggen
Klos
Doar kump niks van op ’n klos
Daar komt niets van terecht
Klungels
Het is um kot langs de klungels e-goane
Dat was op het nippertje
Klungels
Het um de klungels kriegn
(de wedstrijd) verliezen
Kneip
Het is te kneip
Waag het maar!
Knippe
De voes op de knippe hooln
Zuinig zijn
Knippe
De haand op de knippe en met de voes op toafel sloan
Weten wat je wilt
Knolln
De knolln op hebbn
Doodmoe zijn
Knooin
Vedan knooin
Aanmodderen
Koe
A-j de koe in de koonte könt kiekn Als je alles van tevoren weet
Koe
De leste koe dut het hekke toe
De laatste moet de deur dichtdoen
Koffie
Koffie met ‘t bloote gat
Koffie zonder koekje
Kollnhok
In het kollnhok wes wèèn
Te zware oogmake-up hebben
Kommn
Det kump d’r nit zo op an
Dat hoeft niet zo precies
Körve
Het oe oaver de körve loopn
Het je teveel worden
Koo-kante
De koo-kante nemmn
De veilige weg kiezen
Koonte
Den hef de koonte ok nit kloar
Hij is ook betrokken
Koonte
Met de koonte op de löppe
Veel aandacht voor het andere geslacht
Koonte
Het an de koonte kriegn
De wedstrijd verliezen
Kop
Kot vuur de kop wèèn
Kattig of kortaf zijn
Kop
De kop verkeerd hebbn stoan
Chagrijnig zijn
Krange
Krange in de kop wèèn
Boos zijn
Krap
D’r krap langs goan
Het scheelt weinig
Krek
Krek wa-k wol
Precies wat ik wilde
Krek
Krek allees
Precies hetzelfde
Krietnd
Krietnd zoer
Heel erg zuur
Krul
In ‘n krul loopn
In de soep lopen
Krulln
Het kan oe krulln
Het kan misgaan
Kul
Oaver ’n kul hen buurn
Boven je macht tillen
Kul
Hij hef zichzelf in ‘n kul e-bettn
Hij heeft zichzelf benadeeld
Kuukn
Zo dom as ‘n èèn-kuukn
Oerdom
Kuuln
Loat ma kuuln Loat ma kuuln, ’t löp wa lös
Maak je er niet druk om 109
Keunestetjes-oamd Jaap Huisman | Hooltns
As kastelein van Bie Toontje vreugn ze mie of ik ok met wol doon met een Hooltns verhaal. Joa ezeg en ik kreege de letter K… noh ja, dagelijks heu-jt om oe hen, links umme of rechts umme! Kut! Mar det zol wa ni de bedoeling wèèn om doar over te schrievn. Het toeval wil, dat ik net gangs wazze um de vloere van de kroeg te keern noa da-w Keunestetjes-oamd haddn e-had. Ie weet wa, nen gezelligen oamd van carnavalsvereniging De Fienpreuvers, woar a-je prieze kunt winn met spöllekes as 10 over rood, rad van avontuur, een lotteri-je en meer van die ongein.
110
Miene gedachten dwaaln of noa wat ze mie haddn verteld hoe het vrogger ging bie Waterjan. Een allerbastends volle kroeg met allemoal rokers. De kniene en fazaantn hung onder ‘t schap en op de leere hung ‘n heel half keun, of zo a-j wilt, een half keun heel. De gelukkige gung later al slingerend op huus an met ‘t keun op ’n nekkn. En of dit noe kwam van ‘t gewicht of van de sapjes, wie ‘t weet mag ‘t zeggn. Vandaage an ‘n dag geet det wa heel aans, zeker in disse tied. Ie wint de hoofdpries en kriegt ne bonne veur Keurslageri-je Brands. Doar zörgt Geert d’r vuur da je ‘m diepvrieskloar op könt haaln… zachtjes neuriën ik het refrein van ‘t liedje Old en allene, det meester Brouwer hef e-schreevn veur ’n wek-ofsluting: “Vrogger, vrogger, ‘t mooie van vrogger bin ‘k kwiet”. Hard gebongs op de ruutn deed mie ontwaakn uut mien dreum. Och ja, het was a zogangs koffietied en doar stun de mööge Toontje en Soer, kunnig volk dus, vuur de duure. Twei gezwoorn kammerööre, det ma-j wa zeggn. Ne deuze met èèngs gebakkn kniepertjes bie zich, want ja, zie wan a wier op pad veur de Supportersclub der Roodzwattn um de kas te spekkn. Koffie, ne busse slagroom en kniepertjes op toafel, met op de achtegrond De Engelbewaarder van Marco Schuitmaker, wön d’r gezellig noaproat over den mooin geslaagn keunestetjes-oamd. Dissen en denne d’r duur e-haald en wat ’n wille, wat ‘n wille hou-w e-had. Buutn begun ze a wier te knappn en ’t wörn tied um de boel an kaante te maakn. Want vuur da-j ’t weet, stoat ze vuur ‘n oolnjoarsborrel wier op de stoepe. Moraal van dit verhaal: vandaage an ‘n dag, is ‘t krek allees as vrogger, ma dan aans!
111
Verwerping Jaap Huisman | Nederlands
Als kroegbaas van Bie Toontje vroegen ze me of ik ook mee wilde doen met een Holtens verhaal. Ja gezegd en ik kreeg de letter K… nou ja, dagelijks hoor je het om je heen, linksom of rechtsom! Kut! Maar het zou wel niet de bedoeling zijn om daarover te schrijven. Het toeval wil dat ik net bezig was om de vloer van de kroeg te vegen nadat we verwerping hadden gehad. Je weet wel, een gezellige avond van carnavalsvereniging De Fienpreuvers, waar je prijzen kunt winnen met spelletjes als 10 over rood, rad van avontuur, een loterij en meer van die ongein. Mijn gedachten dwaalden af naar wat ze me hadden verteld over hoe het vroeger ging bij Jan Maats. Een ontzettend volle kroeg met allemaal rokers. De konijnen en fazanten gingen onder de bar en op de ladder hing een heel half varken, of als je dat liever hebt, een half varken heel. De gelukkige ging later slingerend naar huis met het varken op zijn nek. En of dit nu kwam van het gewicht of van de sapjes, wie het weet, mag het zeggen. Tegenwoordig gaat dat wel heel anders, zeker in deze tijd. Je wint de hoofdprijs en krijgt een bon voor Keurslagerij Brands. Daar zorgt Geert ervoor dat je hem diepviesklaar op kunt halen…. zachtjes neuriede ik het refrein van het liedje Oud en alleen, dat meester Brouwer heeft geschreven voor een weekafsluiting: ‘Vrogger, vrogger, ‘t mooie van vrogger bin ‘k kwiet’. Hard gebons op de ramen liet me ontwaken uit mijn droom. Och ja, het was alweer bijna koffietijd en daar stonden de vrienden Toontje en Soer, bekend volk dus, voor de deur. Twee gezworen vrienden, dat kun je wel zeggen. Een doos met zelfgebakken kniepertjes bij zich, want ja, ze waren alweer op pad voor de Supportersclub van de Roodzwarten om de kas te spekken.
112
Koffie, een spuitbus slagroom en kniepertjes op tafel, met op de achtergrond De Engelbewaarder van Marco Schuitmaker, en er werd gezellig nagepraat over de mooie, geslaagde verwerping. Wat geroddeld over een paar mensen en wat een lol, wat een lol hebben we gehad. Buiten begonnen ze alweer vuurwerk af te steken en het werd tijd om de boel op te ruimen. Want voor je het weet, staan ze alweer voor een oudejaarsborrel op de stoep. Moraal van dit verhaal: tegenwoordig gaat het net als vroeger, maar dan anders!
113
K.I. Door K.I. | Hooltns Marian Rensen – van Niekaamp, Herman Steunenberg – de Schutte, Meindert Koopman – van Velink Anton, Albrecht Bulsink
A-j van Hoolten goat noar ’n Diekerhook Dan kom ie duur het brook Doar steet een gebouw zo rond en groot En wie weet wat de bollen doar doot Doar loopt der wal een stuk of tig Beeste loopt der geels nich K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I.
Het sop det geet der in de pot Tut ze ‘t wier gebruken mot KI KI, de’s niks vuur mie Der kump geels ginne vrouwe bie KI KI, de’s gin natuur Hool het reppeln toch ma puur K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I. KI, KI is de naam van onze band In de wereld nog onbekend Maar een begrip vuur elke Twent KI, KI de’s wat wie bent KI, Ki doot nog ma een keer Want later kan ’t misschien neet meer K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I. A-j van Hoolten goat noar ’n Diekerhook Dan kom ie duur het brook Doar steet een gebouw zo rond en groot En wie weet wat de bollen doar doot Der loopt der wal een stuk of tig Beeste loopt der geels nich K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I.
114
K.I. Door K.I. | Nederlands Marian Rensen, Herman Steunenberg, Meindert Koopman, Albrecht Bulsink
Als je van Holten gaat naar Dijkerhoek Dan kom je door het broek Daar staat een gebouw zo rond en groot En we weten wat de stieren daar doen Daar lopen er wel een stuk of tig Koeien lopen er helemaal niet K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I. Het sop dat gaat er in een pot Tot ze het weer moeten gebruiken KI, KI dat is niets voor mij Er komt helemaal geen vrouw bij KI, KI dat is geen natuur Houd het reppelen toch maar puur K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I. KI, KI is de naam van onze band In de wereld nog onbekend Maar een begrip voor elke Twent KI, KI dat is wie wij zijn KI, KI doe het nog maar een keer Want later kan het misschien niet meer
K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I. Als je van Holten gaat naar Dijkerhoek Dan kom je door het Holterbroek Daar staat een gebouw zo rond en groot En we weten wat de stieren daar doen Er lopen er wel een stuk of tig Koeien lopen er helemaal niet K.I., K.I., Ka.IEEE, K.I.
115
Woordenlijst Laankwielig
Langzaam, langdurig
Zo fien beduurn is laankwielig wark Zo fijn borduren gaat erg langzaam
Leare
(water)leiding
Zie hef leern schaatsn op Groteboers leare Zij heeft leren schaatsen op Groteboers waterleiding
Lechte moane
Volle maan
Witte wieve loat zich zeen bi lechte moane Bij volle maan komen witte wijven tevoorschijn
Leefebri-je Leefhebberi-je
Leuke bezigheid
Met mekaar goan fietsn is leefebri-je Het is erg leuk om samen te gaan fietsen
Leere
Catechisatie
Elke wekke goat wi noar de leere Elke week gaan we naar catechisatie
Leernlappe
Zeem
Wi goat de roetn wassn, leg de leernlappe ma vaste kloar We gaan de ramen wassen, leg de zeem maar vast klaar
Legebatse
Leugenaar
Ik geleuve Patrick nit, hij is ‘n legebatse Ik geloof Patrick niet, hij is een leugenaar
Leppelblaa
Schouderbladen
Ik heb toch zo’n piene in de leppelblaa Ik heb veel pijn in mijn schouderbladen
Leu
Mensen
Alle leu warn good te passe Iedereen was in een goed humeur
Lichn Lichters
Bretels
Jonge leu zee-j ok mangs met lichn Soms zie je ook jonge mensen met bretel
Lid
Deksel
A-j het lid op de panne doot, is ‘t ettn eerder gaa Als je het deksel op de pan doet, is het eten eerder gaar
Lik
Klap
Noe ophooln! Aans geef ik oe een lik op de bek Stoppen nu! Anders krijg je een klap
Likstea
Litteken
Ik heb an det ongeluk een likstea oaverhooln Aan dat ongeluk heb ik een litteken overgehouden
Lillijk
Boos
Zie bint lillijk op èègn volk Er is ruzie in de familie
Lippn
Huilen
Het jungske mos lippn toen de katte doodging Het jongetje huilde toen de kat doodging
117
118
Löchn
Bliksemen
Ik denke da-w slech weer kriegt, het begint al te löchn Ik denk dat we slecht weer krijgen, het begint al te bliksemen
Löchte
Lantaarn
Het is duuster, nem ie ne löchte met? Het is donker, breng jij een lantaarn mee?
Loeries
Gluiperd
Scheeln doo-w hier nit, ie loeries Hier schelden we niet, jij gluiperd
'n Lökke
Aantrekkelijk iemand
Die deerne is met zien zestien joar al ‘n beste lökke Dat meisje is nog maar zestien maar best aantrekkelijk
Loopschuute Iemand die veel weg is
Zie is nooit tuus, ‘t is ne loopschuute Zij is nooit thuis, ze is veel weg
Lös
Open
Doot de duure ma lös, wi kriegt volk Doe de deur maar open, we krijgen visite
Lösloopn
Meevallen
Maak oe nit druk, het zal wa lösloopn Maak je niet druk, het valt vast mee
Lösse schoone
Sandalen
Noa Poasn magge wi wier lösse schoone an Na Pasen mogen we weer sandalen aan
Looze
Loods, schuur
Oonzn trekker steet in de looze Onze trekker staat in de schuur
Lotse
Speen (van een kind)
A-j de lotse ofnemmt, begint het kind te krietn Als je de speen afpakt, begint het kind te huilen
Lubbn
Castreren
Mien zusje heelp opa keune lubbn Mijn zusje hielp opa met biggen castreren
Lullebatse Lulla Lulpoasn
Kletskous
Den kearl is ne lullebatse Die man kletst maar wat
Luxe waang
Personenauto
Wi ging hen toern met de luxe waang We gingen toeren met de auto
Uitdrukkingen Lachn
Zich de vooln uut de bokse lachn
Gieren van het lachen
Lachn
Lachn as ’n sik in de braandnettels
Lachen als een boer met kiespijn
Lak
Doar zit gin lak of smak an
Daar zit geen smaak aan
Latte
An de latte wèèn
Aan lager wal zitten
Lattn
An de lattn wèèn
Doodmoe zijn
Lauw
Lauw mak wèèn
Niet zo’n makkelijk mens zijn
Lessn
Op ‘t lessn loopn
Uitgerekend zijn
Liek
Liek en rech behandeln
Gelijk behandelen
Lippe
De lippe loatn hangn
Huilen
Löppe
D’r met op de löppe wèèn
In de war zijn
Lös
Lös weer
Wisselvallig weer
Lichn Een kleuter vraagt na een wc-bezoek aan de juffrouw of ze hem de lichten vast wil maken. Ze dacht dat hij het over lampen had.
119
Lustern Agnes van Wieringen – Jansen - van GvE en Bertha van Johan van de Preuter | Hooltns
Het grös geet hen en wier Det kump duur de wind Ie zeet ’t a-j oe stille hoolt Doar woor lustern met begint Hool de snater ‘s dichte En kiek wat ‘r gebuurt Den merel zingt zo mooi Da-j hopt dat nog effn duurt De wichter spölt met water ‘n Hoond blekt, ‘t roodborstje tikt As de leefste oe zut, dan flööt ‘e zacht De wasse wappert en de buurman rikt Noa ‘t schuddn lig ‘t grös an rilln De buurvrouwe löt ‘n wind goan Ie bloast op de thee want nog te heete De tied lik stille te stoan Joa wa, lawaai is der ok Maar doar luster ie nit noar Alleene wat prachtig is Mag noar binnen in ‘t oor En, a-j stille bint, sprekt oew geveul Neet had maar zachjes flustern Doar mu-j altied noar lustern Want den zeg oe wa-j a wussn
120
Luisteren Agnes van Wieringen – Jansen | Nederlands
Het gras gaat heen en weer Dat komt door de wind Je ziet het als je stil bent Daar waar luisteren mee begint Hou je mond eens dicht En kijk wat er gebeurt dan Die merel zingt zo mooi Je krijgt er geen genoeg van De kinderen spelen met water Een hond blaft en het roodborstje tikt Als je liefste je ziet, dan fluit hij zacht De was wappert en de buurman rikt Na het schudden ligt het gras in een rij De buurvrouw laat een dikke scheet Je blaast op de thee want nog te warm De tijd vliegt zonder dat je het weet Jawel, lawaai is er ook Maar daar luister je niet naar Alleen wat prachtig is Raakt een gevoelige snaar En, als je stil bent, spreekt je gevoel Niet hard maar zachtjes fluisteren Die zegt wat je allang wist Daar moet je altijd naar luisteren
121
Woordenlijst Maaln
Wartaal uitslaan Noa de narcose was hij an ’t maaln Na de narcose sloeg hij wartaal uit
Maalzaand
Droog zand Het is lastig fietsn in maalzaand (op het fietspad) Het is moeilijk om in droog zand te fietsen
Mangs
Soms
Mangs goa ik vrog bosschoppn loopn Soms doe ik vroeg boodschappen
Mansleu
Mannen
Op het fees zattn de mansleu apat van de vrolleu Op het feest zaten de mannen apart van de vrouwen
Mantied Montied
’s Morgens vroeg
In de mantied heur ie de veugels het beste ’s Morgens vroeg hoor je vogels het best
Margbot
Mergpijp
Mien tante dut margbutte in ‘n soep Mijn tante doet mergpijpen in de soep
Markolle
Vlaamse gaai
Ne markolle is ‘n mooin vogel De Vlaamse gaai is een mooie vogel
Matteln
Ploeteren
Hij lig ‘n heeln middag al te matteln met den ooln grösmeejer Hij is de hele middag al aan het ploeteren met die oude grasmaaier
‘s Meddeweengs
In de buurt van
Hij wont ’s meddeweengs van mien nèève Hij woont in de buurt van mijn neef
Mèèke Meake
Meisje
Op disse foto was ik een mèèke van veer joar Op deze foto was ik een meisje van vier jaar
Meernvul
Merrieveulen
Wi hebt ‘n machtig mooi meernvul e-kreegn We hebben een prachtig merrieveulen gekregen
Meloeke
Stevige vrouw
Anita is ne hele meloeke Anita is een stevige vrouw
Melwos
Bakleverworst
Jetty hoolt van melwos Jetty houdt van bakleverworst
Mennegat
Inrit van een weiland
‘n Trekker zat al wier vaste in het mennegat De trekker zat alweer vast in de inrit
Mennigsen
Datum
Wat vuur mennigsen hebt wi vandaage? Welke datum is het vandaag?
Merakels
Heel erg
Die deerne kan merakels mooi zingn Dat meisje kan heel mooi zingen
123
124
Mesnat
Kletsnat
Noa ‘t fietsn kwamme wi mesnat tuus Na het fietsen kwamen we kletsnat thuis
Meuje
Tante
Les had ik Mientjemeuje en Hendrikoom op visite Tante Mien en oom Hendrik kwamen laatst op visite
Meutn
Tegenhouden
De noabers stun kloar um te meutn De buren stonden klaar om de weg te versperren (en rekenden op een borreltje)
Met-toddn
Meezeulen
A-j op vekaansie goat, mö-j völle met-toddn Als je op vakantie gaat, moet je veel meezeulen
Mieg-eampn
Mieren
Foj foj, wat ‘n mieg-eampn zit hier Tjongejonge, wat zitten hier veel mieren
Miegn
Plassen
Mien hoond mut um de 100 meter miegn Mijn hond moet elke 100 meter plassen
Miere
Muur
De miere reujt duur ‘n heeln tuin De muur woekert door de hele tuin
Mietern
Vallen
Het deerntje is uut ‘n boom e-mieterd Het meisje is uit de boom gevallen
Mikke
Kapje (van brood)
Et ie de mikke ok op? Eet je het kapje ook?
Milner Middeler
Paal in het midden van de buitendeur naar de deel
Wi haalt ‘n milner d’r uut um bèère duurn lös te doon We halen de middenpaal eruit om beide deuren open te zetten
Minn
Standvastig iemand
Gerda is ginnen minn Gerda laat niet met zich sollen
Minnepoete Minne patrieze
Achterbaks iemand
Dave is ne minnepoete Dave is achterbaks
Minnighèèd
Kleinigheid
Met Sinterkloas kriegt de wichter ‘n minnighèèd Met Sinterklaas krijgen de kinderen een kleinigheid
Moat
Laagliggend grasland
Wi meejt ‘t grös in de moat We maaien het graag in het laagliggend land
Moesdood
Morsdood
Ik harre moesdood könn wèèn Ik had morsdood kunnen zijn
Mombak
Masker
Bi den oaverval haddn ze een mombak vuur Bij de overval droegen ze een masker
Moo
Moeder
De buurvrouwe hef nog bi mien moo in de klasse zettn De buurvrouw zat vroeger bij mijn moeder in de klas
Mööge
Jongens, vrienden
Casper zit met de mööge in de keet Casper zit met zijn vrienden in de keet
Moos
Boerenkool
Wi bint gek op moos met een good stuk wos Wij zijn dol op boerenkool met een flink stuk worst
Möpke
Koekje
Jammer, awier gin möpke bi de koffie Jammer, alweer geen koekje bij de koffie
Motte
Zeug
Ne motte kan meer as 30 keune per joar kriegn Een zeug kan meer dan 30 biggen per jaar krijgen
Muiter
Zieke koe of varken
‘n Muiter lèèvert gin geeld op Voor een zieke koe krijg je geen geld
Munt
Uitgeput
Noa de Avondvierdaagse warn de wichter munt Na de Avondvierdaagse waren de kinderen uitgeput
Uitdrukkingen Mak
Lauw mak
Lang niet gemakkelijk
Mangs
Mangs wa, aait nit. Mans wa, Gait nit.
Soms, niet altijd
Mekaa
Uut mekaa doon
Uitleggen
Melk
Melk worn
Kalf krijgen (van een koe)
Melk
De melk optrekkn
Zich terugtrekken
Mennige
Met mennige
Gemeend, nadrukkelijk
Miegn
Iemand in de tesse miegn
Iemand bedriegen
Mieren
Miern en matteln
Ploeteren
Min
Minne meuite
Een kleine moeite
Mode
Iets vuur de mode hebbn
De gewoonte hebben
Moond
De moond kan te doon maakn det ’t gat kleppe krig
Iets wat je zegt, kan je in de problemen brengen
Mot
Zie hebt in ‘t mot
Ze hebben ruzie
125
Meutn Jolanda Ulfman - Kamphuis | Hooltns
De gemeente Riesn-Hooltn krig nen nieuwn burgemèèster. Eind februari worn der ofscheid e-nömmn van ‘n ooln burgemèèster, Arco Hofland. Op de ofscheidsreceptie had de communicatie medewarker van de gemeente ne vroage vuur de Oudheidkamer. Op 9 meert zol de nieje burgemèèster, Jurgen van Houdt, geïnstalleerd worn in Hooltn. Kan de Oudheidkamer wat beteekn en organiseern um um in te haaln? Hij kump uut Eènske en geet via de buurtschap Diekerhook noar Hooltn en dan vedan noar ‘t gemeentehuus in Riessen. Hier mo-w ‘t natuurlijk eers èèm oaver hebbn met mekaa. De Oudheidkamer zoch contakt met het bestuur van de Diekerhookse Mölle, met de Hoolter Boerendaansers en met Erik van Beeldman. Wi besluut dat wi de burgemèèster anhoolt bi de Diekerhookse Mölle. Hier möt ze eers meutn vuurdat ze de mölle könt bekiekn. De daansers zölt probeern um een daansje te doon. En doarnoa geet ’t vedan richting Hooltn. Erik van Beeldman zal ‘n toespraakje hooln en namens de Oudheidkamer krig de nieje burgemèèster ’t book “Tien eeuwen Hooltn”.
126
Noa oaverleg met de communicatie medewarker wordt e-regeld det dit oamoal op 9 meert um half ene bi de mölle geet gebuurn. De brandweer dut ok met. Op 9 meert is ‘t zowied. Um half 12 op weg noar de mölle. De mölle is al mooi versierd en een paar van de vrijwilligers bint anwezig. Ok de brandweer van Riesn-Hooltn is met ‘n hoop materiaal uut e-rukt. De Hoolter Boerendaansers bint der met een paar man. De vroage bi wat leu is: “Wat möt noe toch gebuurn met het meutn?” Normaal e-sprökkn brech een bruidspaar of nen niejn inwoner zelf twee soorten borrels met en een paar glèèskes. Nen één borrel is wit, jenever, en ‘n aandern borrel is rood, bessenjenever. As ‘t bruidspaar of de nieje inwoner op het adres ankump, hoolt de noabers eur an met bessems of een touw oaver de weg. Zie könt dan nit vedan riedn. Dan wordt der èèm oaverleg of de leu duurgang kriegt. Zie möt as het ware nen soort tol betaaln en det gebuurt duur een borrel vot te geevn. Zo geet het noe ok. As Van Houdt der ankump met ‘n taxi, met ziene vrouwe en dree wichter, wordt hee teeng e-hooln. Twei keerls bint demonstratief de stroate an ‘t keern. Iederene möt uutstappn. Van Houdt weet nit wat um oaverkump ma de buurtbewoners maakt het um geerne dudelijk. Hij möt ‘n duurgaank verdeen: Meutn! Disse traditie kent ‘e nit maar het steet um ommeunig an. Van Houdt göt ’n paar glèèskes vol en gif de eerste borrels an de buurtbewoners. As alle leu nen borrel kregen hebt, hef Van Houdt zien duurgaank verdeend en kan het programma wietergoan. Zo doot wi det in Hooltn, ook met nieje burgemèèsters.
127
Rood en wit Jolanda Ulfman - Kamphuis | Nederlands
De gemeente Rijssen-Holten krijgt een nieuwe burgemeester. Eind februari is afscheid genomen van de oude burgemeester, Arco Hofland. Op de afscheidsreceptie heeft de communicatiemedewerker van de gemeente een vraag voor de oudheidkamer. Op 9 maart zal de nieuwe burgemeester, Jurgen van Houdt, worden geïnstalleerd in Holten. Kan de Oudheidkamer iets betekenen en organiseren om hem welkom te heten? Hij komt uit Enschede en gaat via de buurtschap Dijkerhoek naar Holten en dan door naar het gemeentehuis in Rijssen. Dit moeten we natuurlijk eerst even met elkaar bespreken. De Oudheidkamer zocht contact met het bestuur van de Dijkerhoekse Molen, met de Hoolter Boerendaansers en met Erik Rensen. We besluiten dat we de burgemeester aanhouden bij de Dijkerhoekse Molen. Hier moeten ze eerst meuten voordat ze de molen kunnen bekijken. De dansers gaan proberen een dansje te doen. En daarna gaan ze door richting Holten. Erik Rensen zal een toespraakje houden en namens de Oudheidkamer krijgt de nieuwe burgemeester het boek ‘Tien eeuwen Holten’. Na overleg met de communicatie medewerker wordt geregeld dat dit allemaal op 9 maart om half een bij de Molen zal plaatsvinden. De brandweer doet ook mee. Op 9 maart is het zover. Om half twaalf op weg naar de molen. De molen is al mooi versierd en een paar van de vrijwilligers zijn aanwezig. Ook de brandweer van Rijssen-Holten is met een hoop materiaal uitgerukt. De Hoolter Boerendaansers zijn met een paar man aanwezig. Sommigen vragen zich af: “Hoe gaat dat nu toch met het meuten?” Normaal gesproken brengt een bruidspaar of een nieuwe inwoner zelf twee soorten borrels mee en een paar glaasjes.
128
De ene borrel is wit, jenever, en de andere borrel is rood, bessenjenever. Als het bruidspaar of de nieuwe inwoner op het adres aankomt, houden de buren ze aan met bezems of een touw over de weg. Ze kunnen dan niet verder rijden. Dan wordt even overlegd of ze doorgang krijgen. Ze moeten als het ware een soort tol betalen en dat gebeurt door een borrel weg te geven. Zo gaat het nu ook. Als Van Houdt aankomt met een taxi, met zijn vrouw en drie kinderen, wordt hij tegengehouden. Twee mannen zijn demonstratief de straat aan het vegen. Iedereen moet uitstappen. Van Houdt weet niet wat hem overkomt maar de buurtbewoners leggen het hem graag uit. Hij moet de doorgang verdienen: Meuten! Hij kent deze traditie niet maar hij vindt het prachtig. Van Houdt schenkt een paar glaasjes vol en geeft de eerste borrels aan de buurtbewoners. Als iedereen een borrel heeft gehad, heeft Van Houdt zijn doorgang verdiend en kan het programma verdergaan. Zo doen we dat in Holten, ook met nieuwe burgemeesters.
129
Woordenlijst Naa
Erg
Hij is naa slim valln met de fietse Hij is erg hard gevallen met de fiets
Nachmoal
Heilig Avondmaal
In de karke wodt het Nachmoal e-vierd In de kerk wordt het Heilig Avondmaal gevierd
Nach-oele
Avondmens
Hij is ne echte nach-oele, geet altied laate sloapn Hij is een avondmens, gaat altijd laat slapen
Naffeln
Zeuren
A-j zo naffelt, krie-j helemoal niks Als je zo zeurt, krijg je helemaal niets
Naffelkuukn
Onnozele jongeman
Niels begrip het nit, hij is een naffelkuukn Niels snapt het niet, hij is onnozel
Nans
Nergens
Ik kan miene nieje schoone nans vindn Ik kan mijn nieuwe schoenen nergens vinden
Nat Natpanne Natsleef
Jus Juspan Juslepel
Het nat möt de eapel lekker maakn De jus moet aardappels lekker maken
Neagelhoolt
Gedroogd rundvlees
Johan is gek op neagelhoolt Johan is gek op gedroogd rundvlees
Neerkewwn
Herkauwen
As ne koe nit neerkewt, is ze zeek Als een koe niet herkauwt, is ze ziek
Nerig
IJverig
A-j nerig vedan warkt, bi-j op tied kloar Als je flink doorwerkt, ben je op tijd klaar
Neugn
Uitnodigen
Mien vriendin is jeurig en hef mie e-neugd op eur verjeurdag Mijn vriendin is jarig en heeft me uitgenodigd op haar verjaardag
Niefeln
Gappen
Thom niefelt ne sigaare uut de deuze Thom gapt een sigaar uit de doos
Niejmoods
Modern
Mien opa vindt ‘n smartfoon te niejmoods Mijn opa vindt een smartphone te modern
Niep ’n Iep ‘n Hiep
Hakbijltje
Niep lig bi oons in het hoolthukske Het hakbijltje ligt bij ons in het houthokje
Niets
Fel
Zie kan zo niets reageern as het oaver voetbal geet Zij reageert fel als het over voetbal gaat
131
132
Ni-jn
Benieuwen
Het zal mie ni-jn of zie slaagt Het zal mij benieuwen of ze slaagt
Nikkoppn
Jaknikken
De heele gemeenteroad nikkoppn De hele gemeenteraad zat te jaknikken
Noaber
Buurman of -vrouw
As noabers haddn wi niks van doon met de verhuuzing Als buren waren we niet betrokken bij de verhuizing
Noagroove
Bezoek na de begrafenis om geleende spullen op te halen
Alle vrolleu kwammn op de noagroove Alle vrouwen kwamen op bezoek na de begrafenis
Noamelkn
Doorzeuren
Ie hooft nit zo noa te melkn, ik begriepe ‘t wa Je hoeft niet zo door te zeuren, ik snap het wel
Noamettn
Overgeven
Ik heurn da-j an het noamettn warn Ik hoorde dat je moest overgeven
Nölies Nölert
Zeurpiet
Ab zit te drammn, wat een nölies Ab zit te zeuren, wat een zeurpiet
Noodnoabers
Naaste buren
Wi hebt het good e-tröffn met de noodnoabers Wij hebben het goed getroffen met de naaste buren
Nööln
Zeuren
Schei toch uut te nööln Hou op met zeuren
Nös-ei
Nakomertje, jongste
Bertha en Gert bint allebèère een nös-ei Bertha en Gert zijn allebei een nakomertje
Nösterig
Chagrijnig
Hij kan toch zo nösterig kiekn Hij kijkt soms zo chagrijnig
Nöstern
Mopperen
Femmy nöstert op de wichter die nit lustert Femmy moppert op de kinderen die niet luisteren
Nösterpot
Mopperkont
Ina lik mie gin nösterpot, zie is altied vrèèndelijk Ina lijkt me geen mopperkont, ze is altijd vriendelijk
Nöwkes
Ternauwernood
Het ging nöwkes good Het ging maar net goed
Uitdrukkingen Naakt
Priemelke naakt
Spiernaakt
Nauw
Det stek nit zo nauw
Dat hoeft niet zo precies
Net allees
Het is net allees
Het maakt niet uit (het is hetzelfde)
Niejs
Van niejs of an
Opnieuw
Noa
Het d’r noa hebbn
Er klaar voor zijn
Noa
D’r noa wèèn
Er geschikt voor zijn
Noa
Niemand te noa kommn
Niemand tekort doen
Nös
Het nös lig oonder ‘n boom
De relatie is uit
Nöttn
Het an de nöttn kriegn
Verliezen
Nuurn
Argens met an ’t nuurn wèèn
Ergens lang over nadenken
Keern Oma zei tegen een jonge Nederlands sprekende hulp: “Goa ie de matte ma keern.” Het meisje is verbaasd maar legt toch de grote inloopmat tussen huis en schuur ondersteboven.
133
Het Nös lig oonder ’n boom Jolanda Bronsvoort - Scholman | Hooltns
Het mooie van dialect bint de uutdrukkingn. In ‘t plat kö-j de dinge zo mooi zeggn. Nem noe de uutdrukking ‘’t Nös lig oonder ’n boom’. Det betekent zovölle as det de relatie uut is. Het is oaver, kloar der met. In de beestnwereld geet det zo. De wichter wodt het nös uut e-duwd as ze groot genog e-greuid bint. En as de leefde oaver is, dan geet ut nös uut ’n boom. Vot der met. Bie mèènsen geet det toch iets aans. Bi oons krie-j juust altied een heel gedoo oaver det nös. Want det nös, det möt verdeeld worn. Wee mag doar blievn won? En wee mut vertrekkn? Een heel spul krie-j der van. En ‘t probleem wot nog völle slimmer as der wichter an te passe komt. Want die mut ok ans hen. Woar mut die sloapn? Bi va of bi moo? En doar begint ‘t gedonder. Vaak mut ‘t nös verkoch worn. Umdet ‘t te duur is veur één man. Meestal geet er dan vast ene in ’n zommerhuuske won en blif ’n aander met de wichter in ’t grote huus won tutdat den ok wat hef e-veun. En det kan mangs heel lange duurn.
134
Het lik teengwoordig wa of het nös sneller onder ’n boom lig dan vrogger. Zol det met de kwaliteit van zo’n nös te maakn hebbn of zol det wat aans wèèn? Ik weet ‘t nit. A-j verkering kriegt, dan bu-j hatstikke gek met mekaare. Dan kö-j mekaar wa opvrettn. Det wodt later wa aans. Zeker as ter wichter komt. Dan is der gin tied meer veur mekaare. De vrouwleu bunt meestal drök met de wichter en de kearls met ‘t waark. En zie zeet mekaare binnoa nit meer. Of der wodt der ene verleefd op iemand aans. Dan is ‘t gauw gebuurd met de leefde. De vrouwleu könt teengswoordig ook maklijker ’t nös achterloatn. Zie hebt eur eign waark en geeld en könt doardeur op eign beene stoan. En de’s ok good natuurlijk. Vrogger bleem völle leu in ’t nös zittn ok a warn ze neet gelukkig meer met mekaare. Uut noodzaak. En de’s ok ni good. Moar um ut gezellig in ’t nös te hooln mut der hard e-warkt worn. Duur iederene. En de’s best lastig. Doar kö-j dan vuur in therapie goan, zo as det neumd wodt. Noa een paar moand bu-j ‘n hoop geeld kwiet en alsnog de vrouwe ok. Want den worn verleefd op de therapeut. Doar he-j dus ok niks an. Het beste is toch um te probeern het nös in ’n boom te hooln en te zörgn dat ‘e der neet oonder valt. Det betekent da-j ’n bestn tak möt hebbn woar ’t nös stevig op kan liggn. A-j det good vuur mekaare hebt, schelt det al de helfte van ’t waark. De oondergroond is minsns zo belangriek as ’t nös zelf. Ma het lukt nit altied iedereene um nen goein tak te vindn. Ie hebt täkke die der good uutzeet aan de buutnkaante ma achterof toch nit stevig genog bliekt te wèèn en ’t nös neet langer in boom könt hooln. Dan he-j pech en kump ’t nös, ondanks alle inspanningn, toch nog oonder ‘n boom terechte. ‘t Is nit aans. Zo geet det mangs.
135
De liefde is over Jolanda Bronsvoort - Scholman | Nederlands
Het mooie van dialect zijn de uitdrukkingen. In het dialect kun je dingen zo mooi zeggen. Neem nu de uitdrukking ‘Het nest ligt onder de boom’. Dat betekent zoiets als dat de relatie uit is. Het is over, klaar ermee. In de dierenwereld gaat het zo. De jongen worden het nest uitgeduwd als ze groot genoeg zijn. En als de liefde over is, dan gaat het nest uit de boom. Weg ermee. Bij mensen gaat dat toch iets anders. Bij ons krijg je juist altijd een heel gedoe over dat nest. Want dat nest moet worden verdeeld. Wie mag er blijven wonen? En wie moet vertrekken? Dat is een hele toestand. En het probleem wordt nog veel groter als er kinderen in het spel zijn. Want die moeten ook ergens heen. Waar moeten zij nu slapen? Bij papa of bij mama? En daar begint het gedonder. Vaak moet het nest worden verkocht. Omdat het te duur is voor één persoon. Meestal gaat er dan vast één in een zomerhuisje wonen en blijft een ander met de kinderen in het grote huis wonen totdat die ook wat anders heeft gevonden. En dat kan soms heel lang duren. Het lijkt tegenwoordig wel of het nest sneller onder de boom ligt dan vroeger. Zou dat met de kwaliteit van zo’n nest te maken hebben of zou het iets anders zijn? Ik weet het niet. Als je verkering krijgt, dan ben je hartstikke gek op elkaar. Dan kun je elkaar wel opvreten. Dat wordt later wel anders. Zeker wanneer er kinderen komen. Dan is er geen tijd meer voor elkaar. De vrouwen zijn meestal druk met de kinderen en de mannen met het werk. En ze zien elkaar bijna niet meer. Of er wordt er één verliefd op iemand anders. Dan is het snel over met de liefde.
136
Vrouwen kunnen tegenwoordig ook makkelijker het nest achterlaten. Ze hebben hun eigen werk en geld en kunnen daardoor op eigen benen staan. En dat is ook goed natuurlijk. Vroeger bleven veel mensen op het nest zitten ook als ze niet gelukkig meer met elkaar waren. Uit noodzaak. En dat is ook niet goed. Maar om het gezellig te houden in het nest, moet er hard worden gewerkt. Door iedereen. En dat is best lastig. Daar kun je dan voor in therapie gaan, zoals dat wordt genoemd. Na een paar maanden ben je een hoop geld kwijt en de vrouw ook nog. Want zij werd verliefd op de therapeut. Daar heb je dus niets aan. Het beste is toch om te proberen het nest in de boom te houden en te zorgen dat het er niet onder valt. Dat betekent dat je een flinke tak moet hebben waar het nest stevig op kan liggen. Als je dat goed voor elkaar hebt, scheelt dat al de helft van het werk. De ondergrond is minstens zo belangrijk als het nest zelf. Maar het lukt niet altijd iedereen om een goeie tak te vinden. Je hebt takken die er goed uitzien aan de buitenkant maar achteraf toch niet stevig genoeg blijken te zijen en het nest niet langer in de boom kunnen houden. Dan heb je pech en komt het nest, ondanks alle inspanningen, toch nog onder de boom terecht. Het is nu eenmaal zo. Zo gaat dat soms.
137
Woordenlijst Oaverniejs
Opnieuw
Zie möt het exaam overniejs doon Ze moet het examen opnieuw doen
Oaverveer
Van ver weg
Wat oaverveer kump, is nit altied better Van van ver komt, is niet altijd beter
Oele
Uil
D’r nösselt ne oele in ‘n boom In de boom nestelt een uil
Oeleu Uleu
Jullie
Kan ik oeleu argens met helpn? Kan ik jullie ergens mee helpen
Oelewappe
Draai om de oren
A-j noe nit uutscheidt, dan krie-j ne oelewappe Als je nu niet ophoudt, krijg je een draai om je oren
Ofbekkn
Afsnauwen
Zie was zo hellig det ze mie lillijk ofbekkn Ze was zo boos dat ze me erg afsnauwde
Ofbessn
Pellen
Teun kan disse manderijnn lastig ofbessn Teun kan deze manderijnen moeilijk pellen
Ofdoktern
Vaak naar de dokter gaan
Hij hef heel wat of-edokterd Hij is heel vaak naar de dokter geweest
Offoetern
Uitfoeteren
Marie kon eur man zo offoetern as hij domme dinge dee Marie foeterde haar man zo uit als hij domme dingen deed
Ofhouwn
Aftuigen
In de kraante las ik det nen jongn is of-e-houwn In de krant las ik dat er een jongen is afgetuigd
Ofjag
Snauw
Ik krege nen ofjag toen ik den kearl wol helpn Ik werd afgesnauwd toen ik de man wilde helpen
Ofkaartn
Beëindigen
Loa-w de discussie ma ofkaartn; wi hebt het d’r nit meer oaver Laten we de discussie maar beëindigen; we hebben het er niet meer over
Ofniefeln
Op slinkse manier verwerven
Hij hef det schoap of-e-niefeld van den boer Hij heeft dat schaap op een slinkse manier gekregen van die boer
Ofstekkn
Aflopen
Gelukkig is het good of-e-stökkn en is d’r gin ongeluk gebuurd Gelukkig is het goed afgelopen en is er geen ongeluk gebeurd
139
140
Ofstrien
Tegenspreken
Det is woar, det kö-j nit ofstrien Dat is waar, dat kun je niet tegenspreken
Oftrèèn
Afpassen
Ik zal oftrèèn hoe groot de schuure wodt Ik pas af hoe groot de schuur wordt
Ofwissn
Afvegen
Wis effn de toafel of Veeg even de tafel af
Ölliekrappn
Oliebollen
Mien kammeroad bakt de beste ölliekrappn Mijn vriend bakt de beste oliebollen
Ommeunig
Heel erg
Doar doo-j mie ommeunig völle plezeer met Daarmee doe je me heel veel plezier
Onbekwoam
Dronken
Al ‘n joar hef gin mèènse ‘m onbekwoam e-zene Al een jaar heeft niemand hem dronken gezien
Ondeer
Monsterlijke man
Ik bin bange vuur det ondeer Ik ben bang voor dat monster
Ongemak
Ongedierte
Met azien kö-j völle ongemak votkriegn Met azijn kun je veel ongedierte bestrijden
Onweerswörmkes
Dondervliegjes
De hele loch zit vol met onweerswörmkes De hele lucht zit vol met dondervliegjes
Onwies
Heel erg
Den hef onwies völle geluk e-had Hij heeft heel erg veel geluk gehad
Oonderdoems
Stiekem
Oonderdoems hef Thijs knikkers e-nömmn Stiekem heeft Thijs knikker afgepakt
Oonderhen
Onderuit
Hij is d’r mooi oonderhen e-kommn Hij is er mooi onderuit gekomen
Oonderschoer Oonderschier
Inham bij de deur
As het had rèèngnt, kö-j schuuln in het oonderschoer As het hard regent kun je schuilen bij de inham bij de deur (van de deel)
Oonderwiel
Ondertussen, terwijl
Oonderwiel det ik an het kokkn binne, kiek ik tillevisie Terwijl ik aan het koken ben, kijk ik televisie
Oongbekeukeleri-je
Oogbedrog
Dach ik in ‘t speegel een mooie deerne te zeen, ma het is oongbekeukeleri-je Dacht ik in de spiegel een mooie meid te zien, maar het is oogbedrog
Oonverdachs Onverwacht
Oonverdachs leep ik mien nèève teeng het lief Onverwacht kwam ik mijn neef tegen
Oonze volk
Ons gezin, oudershuis
Zundags drinke wi altied koffie bi oonze volk Zondags drinken we altijd koffie in het oudershuis
Oonzig Oonzelig
Vieze reuk
Het ruk hier zo oonzig Het ruikt hier zo vies
Öözewark
Zware klus
Dissn tuin ummespittn is een öözewark Deze tuin omspitten is een zware klus
Öözn
Zwoegen
Het kost um öözn um al het zaand van de koele te kriegn Voor hem is het zwoegen om al het zand van de kuil te halen
Opboksn
Opnemen tegen Det mèèke möt altied opboksn teeng eur breurs Dat meisje moet het altijd opnemen tegen haar broers
141
Opbuurn
Tillen
A-j het kind opbuurt, kan ze de optoch better zeen Als je het kind optilt, kan ze de optocht beter zien
Opgeetsel
Slappe of vieze koffie
Bah! Wat een smeerig opgeetsel Bah! Wat een slappe koffie
Ophuus
Rommel
Wat is het hier wier een ophuus! Wat is het hier weer een rommel!
Oplichn
Tillen
Wil ie de beene effn oplichn? Wil je je voeten even optillen?
Opoe
Oma
Oonze opoe brein vuur iedereene Noorse zökkn Onze oma breide voor iedereen Noorse sokken
Öpper
Berg, bult
D’r zit een öpper zaand op de koele Er zit een hele berg zand op de kuil
Opschötteling Opschötttels
Puber
Zonnen opschötteling prakkezeert der aans oaver Zo’n puber denkt er anders over
Op stèè
Meteen
Toen zie de uutneudiging kreeg, mossen der op stèè nieje klere kommn Toen ze de uitnodiging kreeg, had ze meteen nieuwe kleren nodig
Opsternoat
Opstandig
Hij had aandere gedachn en worn opsternoat Hij had andere ideeën en werd opstandig
Opzooltn
Wegwezen
“Opzooltn!” zèè de politie “Wegwezen!” zei de politie
Uitdrukkingen
142
Oam
In ’n oam scheetn
Op adem komen
Of kiekn
Van oe of kiekn
Uitzicht hebben
Oftoch
Het löp op ‘n oftoch
Het is bijna afgelopen
Of wèèn
Argens ofwèèn
Iets niet meer hebben
Overleden Uut de tied kommn De kloompe oonder het berre loatn stoan De kraante opzeggn Zie hebt um verluut
Altied wier touwe vlechn onder het Onderschoer Anton Klein Twennaar - Anton van Juleke | Hooltns
Dialect. Wie is der ni groot met e-wön? Mien moo den kwam uut Nijmeegn en det vunne wie toch wa een hele grote stad. As mien tantes bi ons kwam sloapn, dan mos der altied een berrelampje blievn bran, want het was wa ni zo duuster doar buutn-of. Mien moo den kon wa aardig Hooltns proatn. Maar wie pleugn eur altied met “Moo, zeg ns boltn van de echterduure”. Hoe goed zie eur best ok deu, het kwam dr altied op neer det ze zea: “Bouten van de achterdeur”. En wi maar lachn. Toen wie jong warn, ik denk de-we op de legere schoole zattn, leup ik a met op de boerderi-je. Wie warn een klèèn hobbyboertje met veertig varkns, acht beeste en zes kalver. De varkns wön e-voord duur mien moo as mien va an ‘t wark was op ‘t plasticfabriek. Het was wintertied en wie deedn altied ondeugn buutn. Wie batsn dan nen heeln öpper snea veur de echterduure, wa ne meter of twee hoog. En dan maar wachn tutdet mien va noar buutn hen wol. Moar helaas veur ons, de echterduure gung noar bin lös.
144
Ma wie kreegn wa onwies ofjag van mien va want de beeste mon e-voord worn met de kroewaagns met mais. De beeste stun op delle. Acht melkbeeste an de ene kaante en an de andere kante, doar stun de kalver. Zie stun vast an nen eekn reppel. Um ‘n hals ‘n touw, gevlöchn van reepn van de heuibaaln. Die touwe vlöchn mien zuster en ik ‘s winters met mekaa onder ‘t onderschoer. As mien va wier touwe neurig ha, dan zèère altied “Ik heb nog wark vuur ule”. En dan zèère wi: “Natuurlijk wier touwe vlechn”. En dan pakke wi wier ‘n fossn hooitouw van de hiele. Wie mosn ok wa touwe maakn vuur ‘n halter, vuur de beeste die noar de markt hen gung. Mien va had vrogger e-warkt bij de veekoapman van ons, Liezn Jan. En as der dan ‘n paar pinkn noar de markt hen mon, op dinsdag noar Doetinchem of op vri-jdag noar Zwolle, moch ik met, met de vrachwaang. As Jan van Liezn zea det ‘e ‘s nachs um veer uur bi oons de pinkn kwam laajn, dan stunne wi um half veere a wa kloar met de beeste buutn an ‘t haalter. Het metgoan noar de veemarkt met Jan van Liezn, det is toch wa één van miene mooiste jeugdherinneringn. Wie mossn ‘s nachs wa noar vief of zes boern hen um de beeste op te haaln. Wie gung van het Riessense venne tut an Okknbrook. Bi iedere boer wön nen koo, ne pinke of ne bolle op e-laajn. Op de markt, doar leup van alle volk duur mekaa. Veekoopleu, boern diet nog nen goeie koo zochn en ‘n slager den wa ne vette bolle kon gebruukn. ‘s Mons um zes uur, dan begun de handel. Teeng uur of tien dan wön der of-e-rekknd; in ‘t cafė. Um de goeie koop te bezegeln, dan drunkn ze ne borrel met mekaa. Ne Berenburg of ne jonge kloarn. Ommeunig mooi um det te zeen. Vuur de trugrèèze ha-w dan wa nen koo of pinke bi oons vuur de slager Pietje Brands of vuur ne boer bi ons. Al met al nen mooin tied woar ik op stèè weer noar terugge wil.
145
Altijd weer touwen vlechten in het onderschoer Anton Klein Twennaar | Nederlands
Dialect. Wier is er niet mee opgegroeid? Mijn moeder kwam uit Nijmegen en dat vonden wij toch wel een heel grote stad. Als mijn tantes bij ons bleven slapen, dan moest er altijd een bedlampje blijven branden, want het was zo donker daar buitenaf. Mijn moeder kon best aardig Hooltns praten. Maar we plaagden haar altijd met: “Mam, zeg eens boltn van de echterduure”. Hoe goed ze haar best ook deed, het kwam er altijd op neer dat ze zei: “Bouten van de achterdeur”. En wij maar lachen. Toen we klein waren, ik denk dat we op de lagere school zaten, hielp ik al mee op de boerderij. We waren een klein hobbyboertje met veertig varkens, acht koeien en zes kalveren. De varkens werden gevoerd door mijn moeder wanneer mijn vader aan het werk was op de plasticfabriek. Het was wintertijd en we haalden altijd kattenkwaad uit buiten. We stapelden dan een hele berg sneeuw op voor de achterdeur, wel een meter of twee hoog. En dan maar wachten tot mijn vader naar buiten wilde. Maar helaas voor ons, de achterdeur ging naar binnen open. Maar we kregen wel ontzettend op onze kop van mijn vader want de koeien moesten gevoerd worden met de kruiwagens met mais. De koeien stonden op de deel. Acht melkkoeien aan de ene kant en aan de andere kant stonden de kalveren. Ze stonden vast aan een eiken paal. Om de hals een touw, gevlochten van de touwen van hooibalen. Als mijn vader weer touwen nodig had, dan zei hij altijd: “Ik heb nog een klus voor jullie”. En dan zeiden wij: “Natuurlijk weer touwen vlechten”. En dan haalden we een bos hooitouw van de zolder. We moesten ook touwen maken voor halsters, voor de koeien die naar de markt gingen. Mijn vader had vroeger gewerkt bij onze veekoopman,
146
Jan van Liezen. En als er dan een paar vaarzen naar de markt moesten, op dinsdag naar Doetinchem of op vrijdag naar Zwolle, mocht ik mee met de vrachtwagen. Als Jan van Liezen zei dat hij ’s nachts om vier uur de vaarzen kwam inladen, dan stonden wij om half vier al wel klaar met de koeien buiten aan een halster. Meegaan naar de veemarkt met Jan van Liezen is toch wel een van mijn mooiste jeugdherinneringen. We moesten ’s nachts wel naar vijf of zes boeren om koeien op te halen. We gingen van het Rijssens veen tot aan Okkenbroek. Bij elke boer werd een koe, een vaars of een stier geladen. Op de markt liepen alle soorten mensen door elkaar. Veekooplui, boeren die nog een goede koe zochten en een slager die een vette stier nodig had. ’s Morgens om zes uur begon de handel. Tegen een uur of tien werd er dan afgerekend; in het café. Om de goede koop te bezegelen dronken ze met elkaar een borrel. Een Berenburg of een jonge klare. Prachtig om dat te zien. Voor de terugreis hadden we dan wel een koe of vaars bij ons voor de slager Piet Brands of voor een boer. Al met al een mooie tijd waar ik meteen naar terug wil.
147
Woordenlijst Padwies
Betweterig
A-j zo padwies bint, kö-j wa in de polletiek goan Als je het altijd beter weet, kun je wel in de politiek gaan
Pannekookn
Sul
Dirk vindt alles good, hij is ‘n pannekookn Dirk vindt alles goed, hij is een sul
Papklokke
Kerkklok 's avonds 10.00 uur
Vrogger gung de leu met de papklokke noar berre Vroeger gingen mensen naar bed als de kerkklok tien uur sloeg
Papsleef
Grote opscheplepel
Moo scheppn soep op met ‘n papsleef Moeder schepte soep op met de opscheplepel
Pasn
Schikken
Woensdag past mie good Woensdag komt me goed uit
Peerekloas
Paardenliefhebber
Jetty is ne peerekloas, alle daang zit ze in de manege Jetty is een paardenliefhebben, ze komt elke dag in de manege
Peppel
Populier
Ik wonne kot bi die grote peppel Ik woon dicht bij die grote populieren
Peskoele Pesvoor
Ingekuild gras
Hij hef de peskoele nog vol Hij heeft nog genoeg ingekuild gras
Petetter
Oplawaai
A-j nit lustert, krie-j ne petetter Als je niet luistert, krijg je een oplawaai
Petret
Nare vrouw
Ziene nieje vriendinne is ech een petret Zijn nieuwe vriendin is een naar mens
Piel-èène
Eend
D’r ligt piel-èènn op de bekke Er liggen eenden in de beek
Pieneköttel
Kleinzerig iemand
Getjan is ne pieneköttel Gerrit Jan is erg kleinzerig
Pierderig Pierig
Bleek, ziekelijk
Deerne, wat zee-j d’r pierderig uut, bi-j zeek? Meisje, wat zie je witjes, ben je ziek?
Piern
Klieren
Disse jongs zit in de klasse altied te piern Deze jongens zitten in de klas altijd te klieren
Pierstekkerig Pierig
Met wormen
Alle appel bint pierstekkerig Alle appels zitten vol wormen
149
150
Pikkerig
Plakkerig
De toafel is helemoal pikkerig en miene haane pikt ok De hele tafel plakt en mijn handen plakken ook
Pille
Dikke snee brood
Dianne et ne dikke pille met botter Dianne eet een dikke snee brood met boter
Pille
Grote afstand
Van Hooltn noar Amsterdam is ne hele pille a-j loopn möt Het is een grote afstand van Holten naar Amsterdam als je moet lopen
Pinneke
Stokje
He-j een luusferpinneke vuur mie? Heb je een luciferstokje voor me?
Pirkn
Prikken
Op tweedn Poasdag geet Henk met de kearls hen pirkn um de boake op te ruumn Tweede Paasdag gaat Henk prikken met de mannen om het paasvuur op te ruimen
Pisbosschoppn
Smoesje om op bezoek te gaan
Hij was hier dudelijk met ne pisbosschop Hij kwam duidelijk met een smoesje op bezoek
Pissn
Plassen
Kö-j hier aans pissn? Kun je hier ergens plassen?
Plaate
Voorhoofd
Hij kreeg de balle rech vuur de plaate Hij kreeg de bal midden op zijn voorhoofd
Plakoamd Pleeroamd Stiefseloamd
Vrijersavond (woensdagavond)
Vrogger heeln de jongeleu plakoamd Vroeger hadden de jongelui een vrijersavond
Plas
Erf
Op ‘n plas stoat wa zes auto’s Op het erf staan wel zes auto’s
Pleer-iezer
Carbidbus Motorrijwiel
Op ooljoarsdag kump het pleer-iezer vuur ‘n dag Op oudejaarsdag komt de carbidbus tevoorschijn
Pleer in de panne
Streekgerecht
Mien moo maakt mangs pleer in de panne Mijn moeder maakt soms pleer in de panne
Pleern
Schieten, knallen
Met ne carbidbusse kö-j good pleern Met de carbidbus kun je goed knallen
Pleern
Laten vallen
Van schrik leet ze het köpke op de groond pleern Van schrik liet ze het kopje op de grond vallen
Plette
Kapje van brood Doot mie de plette ma Geef mij het kapje maar
Plette
Voorhoofd
Hij hef een bult op de plette Hij heeft een bult op zijn voorhoofd
Poal
Grens
Oaver ’n poal proat ze net as hier Over de grens praten ze net als hier
Pochn
Opscheppen
Hij löp te pochn oaver zien niejn auto Hij schept op over zijn nieuwe auto
Podderig
Viezig
He-j oe wa wassn? Ie zeet d’r zo podderig uut Heb je je wel gewassen? Je ziet er vies uit
Poer
Hakblok
Dissn poer is heel geschikt vuur hoolt kleuvn Dit hakblok is heel geschikt voor houtkloven
Poer
Grote hoeveelheid
Hier lig nen bessn poer zaand Hier ligt een enorme hoeveelheid zand
Poern
Moeizaam lopen Het kossn eur poern in ’t mulle zaand Ze liep erg moeizaam in het mulle zand
Poes
Bult
Jannie is e-pleerd en hef een poes an ‘t heuf Jannie is gevallen en heeft een bult op haar hoofd
Poesn
Blazen
Poes ie die ballonn ‘s good op Wil jij de ballonnen hard opblazen?
Poesterig
Opgeblazen
Noa de wospannekooke bin ik altied poesterig Ik voel me altijd opgeblazen na de worstpannenkoeken
Poesterig
Smoezelig, vies
Hij zut d’r altied wat poesterig uut Hij ziet er altijd wat smoezelig uit
Pokkel
Rug
Jan hef las van ‘n pokkel Jan heeft last van zijn rug
Pork Fork
Klein kind
Den pork wol geerne met de grootn metdoon Dat kleine kind wil graag met de groten meedoen
Porkn
Opporren
A-j nit in het vuur porkt, geet het oe uut Als je het vuur niet opport, gaat het uit
Pos Pöske Pöste
Paal Paaltje Palen
Jammer det d’r op ’n Smidsbeelt gin pöske bi de keune steet Jammer dat er op de Smidsbelt geen paaltje staat bij de biggen
151
152
Potaap Potbone Pot-eapel Potnötte Potternötte
Klein kind
Mö-j zonnen potaap noe ‘s heurn Moet je dat kind nu eens horen
Potsig
Grappig
Jelle is zo’n potsig kearltje Jelle is zo’n grappig jongetje
Praddn
Humeurig zijn
Wat zit ie te praddn? He-j slecht e-sloapn? Wat ben je humeurig, heb je slecht geslapen?
Prarre Pradn
Chagrijn
Koen is ne prarre, doar kö-j nooit met lachn Koen is zo’n chagrijn, je kunt er nooit mee lachen
Preakebuul
Praatgraag iemand
Met um wodt het altied laate want hij is zonnen preakebuul Met hem wordt het altijd laat want hij praat graag
Prèènte
Eigengereid iemand
Bianca geet eur èèng weg, zie is ne prèènte Bianca gaat haar eigen weg, ze is eigengereid
Prewwel
Naar iemand
Met zo’n prewwel wil gin mèènse ummegoan Met zo’n naar persoon wil niemand omgaan
Proatvolk
Visite
Ik wol net noar berre toen wi proatvolk kreegn Ik wilde net naar bed toen we visite kregen
Proempot
Smeerboel
Bi eur is het ‘n grootn proempot Bij hen is het een smeerboel
Pröttel
Troep
Wat ne pröttel is het bi eur um het huus Wat een troep hebben zij rondom het huis
De Pruusse
Duitsland
Wi goat met vekaansie noar de Pruusse We gaan op vakantie naar Duitsland
Puusn
Strelen
De katte is zo zachte, den kö-j zo mooi puusn De kat is zo zacht, die kun je zo fijn strelen
Uitdrukkingen Pad
Zie hef het pad tussen de beene
Ze is veel van huis
Passe
Good te passe wèèn
Goed gehumeurd zijn
Passe
Te passe kommn
Een ongeluk hebben
Pekkel
Good in ‘n pekkel wèèn
Teveel gedronken hebben
Pesseel
Van ’t pesseel wèèn
In de war zijn
Petrieze
Een minne petrieze
Een achterbaks iemand
Pette
Achter de pette kiekn
Bidden
Pette
Het met iemand an de pette hebbn
Het met iemand aan de stok hebben
Piepe
Een stuk in de piepe hebbn
Dronken zijn
Pik
Pik in de mouwe hebbn
Sterk zijn
Pille
An ene pille
Zonder pauze
Pinne
Ie möt ne pinne an 't gat hebbn! Doe de deur achter je dicht!
Pip
Krieg toch pip an de vetveere!
Ga weg!
Pis
Iemand de pis nit lauw maakn
Iemand niet gek maken
Pochn
Het kan nog gin pochn liedn
Het gaat nog niet zo goed
Pokkel
Völle wark an ‘n pokkel hebbn
Veel werk moeten doen
Porre
In de porre
Verwaarloosd
Pos
Binn de pöste
Binnenshuis
Prieze
Mooi in de prieze wèèn
Aangeschoten of dronken zijn
Proat
Het kwam met proat te passe
Het kwam toevallig ter sprake
Proeme
Proemn in ‘n drek
Enorme tegenvaller
Proeme
Tut in de proemntied!
We zien elkaar wel weer
153
’n Pad löshooln Wim Jansen - Wim van Jehan van Eertjes en Toosje van Moatman | Hooltns
De familie Aalders, huusnaam ‘Klèèn Buul’, wont met zien vievn in een boerderi-jke net buutn het darp. Jeroen en Anja hebt drei wichter woervan der al ene het huus uut is. Het is half achte op een zoaterdagmon in november as Jeroen van Klèèn Buul wakker wödt van ‘t lawaai. De wind zoest um ‘t huus hen duur de beume en de rèèng pleart met ‘n gleunig geweeld daale op de pann. Het is zo’n vri-jn zoaterdag woerbi alle plann an de kaante könt worn e-zat umdet der niks van kump. Zo’n dag da-j ommeundig verlangt noar den eersten geetling den het vuurjoar kump brengn. Het weer is te slech um buutn iets te oondernemmn en bin zittn, de’s ok nit bepaald iets wat Jeroen gearne dut. Het duurdewekse kantoorwark vrög in het wiekend um de neurige ofwisseling. Hij stapt het berre uut en sloft noar ‘n ooln rookstool den in hook steet en deent as kapstuk vuur de kleer. Hij trekt zich den oale daangsn boksn an en stiefelt noar de kökkn. Zien Anja hef oamddienst e-had en den löt hij dus nog mar efkes lekker in berre liggn. Vuurdet e noar buutn geet um de vaste ronde te doon, kik e eerst efkes um ’n hook van de warkplaatse den direkt an huus zit. Hij kan zo vanuut de kökkn zoonder eers het gure weer in te goan, noar bin stappn. Dus eers de kachel mar es anmaakn, dech e. Met ‘n ooln niep houwt hij zich wat anmaakhoolt terechte en al rap kump de kachel op gang. Gin woonder, met dit weer wil de kachel bes trekkn. Straks een komme thee en een snee stoete. En dan de plann mar es bi-stelln en wat te knooin bedèènkn bi-j dehooltkachel, moompelt e in zichzelf. Hij schöt zich ‘n dikkn jas an, mutse op de kale plette en begint an zien dagelijkse rondje. De kippn wacht um al op, die kriegt natuurlijk eerst wat, vuurdet de kraante uut de busse wödt e-haald. De kipn hebt good met ‘m vuur. Der ligt drei eier in ‘t nös. En um de lieve vrea te bewaarn in huus, löt hij de vèènsters nog mar efkes dichte.
154
Hij bakt zich een mooi vas eike terechte en met ne komme thee der bi les e de kraante mar es duur. En ondertussen begint e wat te dagdreumn en waant e zich al in de warkplaatse woer nog een ooln motor steet. Noh, doar kon e zich de rest van de dag wal met vermaakn, duchen um. Hij had het oale barrel ooit e-koch van een leefhebber, via Marktplaats. Die beste man was slech in orde en was te passe kommn en mos duur omstandigheedn ofscheid nemmn van motor. Zie ken mekaa geels ni en toch besluutn hij um Jeroen den motor te gunn. Det was natuurlijk merakels mooi ma het ontbrök Jeroen nog an de kennis van ‘n motor en dus gaf e met de koop dreks al wa an det e wal in contact zol blievn. Jeroen had fèèlijk wal ‘n betje armood met die beste man en de hele situatie. Hij zea nog nadrukkelijk teeng um: “Ik hoale ‘n pad wa lös”!
155
Dus bedach Jeroen zich, toen e de stoete achter de koezn had, um ma wier es bi die beste man langs te goan vuur ne komme koffie. Hij had nog wal wat road neurig dus het passn um eigenlijk ok wel. Dus vortdadelijk worn de tillefoon op-epakt en dreks mar effn e-beld. “Ha Bert, met Jeroen, bi-j tuus? He-j tied vuur ‘n köpke koffie vevuumdag?” ’t Antwoord was kort: “Tuurlijk, de-s good, kom ma, de koffie steet kloar”. Noa wa eerst wat e-knooid te hebbn in de warkplaatse hef Jeroen um toen maar es an e-trad. Hij stappn rap ’n auto in. Het was ‘n ommeunig smerig weer. Het rèègn nog stöörig vedan. Een stief uurtje later stappn Jeroen bi de familie Bert en Gerda Grootjans de kökkn binn woer de loch van de koffieboon um al inteeng kwam. Hij groetn de femilie en de vrouwe zeg: “Goh, wat leuk de-j effn langskomt”. En onder het genot van een köpke koffie en een lekkere plak kooke met botter wön de nieuwtjes in de buurte en de femilie oaver en wier beproat. En natuurlijk tussenduur ook nit te vergettn de neurige technische dinge. Joa, doarvuur was Jeroen immers die kaante op e-goane. De femilie maakn een verveelnde tied duur as gevolg van een zeekte die Bert, zo heet de man, een aantal joaren al had. Het lichamelijke was e wal wier te boavn mar tussen de oorn had hij het nog ni op de riege. Doar leup e nog regelmoatig met te wosseln. Dan is efkes een betje zeurn en drammn met ne komme koffie altied good. Jeroen kon markn det het priezn van Bert ziene nuchterheid en ziene positieve blik op de dinge Bert good deu en um starkn. Al proatende vleug de tied vuurbi. Jeroen dankn de Grootjansn vuur de koffie. En zie leetn Jeroen op eur buurte de groetn an tuus oaverbrengn. Bi ‘t ofscheid nemn zeg e nog ma es wier tegen eur: “Wi hoolt ‘n pad wa lös, hè? En wierkommn“. Jeroen stapt naor buutn hen en de zunne brek duur. Rap op huus op an, lekker an ’t knooin in de schuure. Doar hef e ommeunig völle zin an.
156
Contact houden Wim Jansen | Nederlands
De familie Alders, huisnaam ‘Klèèn Buul’, woont met z’n vijven in een boerderijtje net buiten het dorp. Jeroen en Anja hebben drie kinderen waarvan er al één het huis uit is. Het is half acht op een zaterdagmorgen in november als Jeroen van Klèèn Buul wakker wordt van het lawaai. De wind giert om het huis door de bomen en de regen valt met grof geweld neer op de pannen. Het is zo’n vrije zaterdag waarbij alle plannen opzijgezet kunnen worden omdat er niets van komt. Zo’n dag dat je ontzettend verlangt naar de eerste merel die het voorjaar komt brengen. Het weer is te slecht om buiten iets te ondernemen en binnen zitten is ook niet bepaald iets wat Jeroen graag doet. Het doordeweekse kantoorwerk vraagt in het weekend om de nodige afwisseling. Hij stapt uit bed en sloft naar een oude rookstoel die in de hoek staat en dienstdoet als kapstok voor de kleren. Hij trekt een oude werkbroek aan en loopt naar de keuken. Zijn Anja heeft avonddienst gehad en hij laat haar dus nog maar eventjes lekker in bed liggen. Voordat hij naar buiten gaat om de vaste ronde te doen, kijkt hij eerst even om het hoekje van zijn werkplaats die aan het huis zit. Hij kan zo vanuit de keuken zonder dat hij eerst door het gure weer moet, naar binnenstappen. Eerst de kachel maar eens aanmaken, denkt hij. Met een oude bijl hakt hij wat aanmaakhoutjes en al snel komt de kachel op gang. Geen wonder, met dit weer wil de kachel goed trekken. Straks met een kop thee en een boterham de plannen maar eens bijstellen en een klus bedenken bij de houtkachel, mompelt hij in zichzelf. Hij schiet in een dikke jas, muts op het kale hoofd en begint aan zijn dagelijkse rondje. De kippen wachten al op hem, die krijgen natuurlijk eerst wat, voordat de krant uit de bus wordt gehaald. De kippen hebben het goed met hem voor. Er liggen drie eieren in het nest. En om de lieve vrede in huis te bewaren, laat hij de vensters nog maar even dicht. Hij bakt een lekker vers eitje voor zichzelf en met een kop thee erbij leest
157
hij eerst de krant maar eens door. En ondertussen begint hij al wat te dagdromen en ziet zichzelf al in de werkplaats waar nog een oude motor staat. Daar kan hij zich de rest van de dag wel mee vermaken, lijkt hem. Hij heeft het oude ding ooit gekocht van een liefhebber, via Marktplaats. De beste man had een slechte gezondheid, had een ongeluk gehad en moest er door omstandigheden afscheid van nemen. Ze kenden elkaar dus helemaal niet en toch besloot hij om Jeroen de motor te gunnen. Dat was natuurlijk fantastisch maar het ontbrak Jeroen nog aan kennis van de motor. Dus gaf hij bij de koop meteen aan dat hij wel contact zou houden. Jeroen had eigenlijk wel een beetje medelijden met de man en de hele situatie. Hij zei nadrukkelijk tegen hem: “Ik houd contact”.
158
Daarom bedacht Jeroen, toen hij het brood op had, om maar weer eens bij de man langs te gaan voor een kop koffie. Hij had nog wel wat advies nodig dus het kwam eigenlijk goed uit. Voortvarend werd meteen de telefoon gepakt om meteen eventjes te bellen. “Ha Bert, met Jeroen, ben je thuis? Tijd voor een kopje koffie vanmorgen?” Het antwoord was kort: “Tuurlijk, dat is goed, kom maar, de koffie staat klaar”. Na eerst nog wat geklust te hebben in de werkplaats is Jeroen toen vertrokken. Hij stapte snel in de auto. Wat een ontzettend smerig weer. Het regende nog steeds. Een klein uurtje later stapte Jeroen bij de familie Bert en Gerda Grootjans de keuken binnen waar de geur van koffiebonen hem al tegemoetkwam. Hij groette de familie en de vrouw zei: “Goh, wat leuk dat je even langskomt”. Onder het genot van een kopje koffie en een lekkere plak koek met boter werden de nieuwtjes uit de buurt en de familie over en weer uitgewisseld. En natuurlijk tussendoor ook niet te vergeten de nodige technische zaken. Ja, daarom had Jeroen immers de reis gemaakt. De familie maakte een vervelende tijd door als gevolg van een ziekte die Bert, zo heet de man, al een paar jaar had. Het lichamelijk was hij wel weer te boven gekomen maar tussen de oren was hij nog niet hersteld. Daar liep hij nog regelmatig mee te worstelen. Dan is even een beetje kletsen en ouwehoeren met een kop koffie altijd goed. Jeroen kon merken dat het prijzen van Bert om zijn nuchterheid en positieve kijk op zaken hem goeddeed en hem steunde. Al pratend vloog de tijd voorbij. Jeroen bedankte de Grootjansen voor de koffie. Zij lieten Jeroen op hun beurt de groeten thuis overbrengen. Bij het afscheid zei hij nog weer eens tegen hen: “We houden contact. En kom eens langs”. Jeroen stapte naar buiten, de zon brak door. Snel naar huis, lekker klussen in de schuur. Daar heeft hij ongelofelijk veel zin in.
159
Foj, foj, wat ne Pröttel Johanna Stam - Koopman | Hooltns
“Foj, wat he-j toch een pröttel!” Jacco’s moo kwam bin en kek om zich hen. “Ie leert ‘t ok nooit! Toe-j nog tuus won he-k zo mien beste doane om oe det bi te brengn, ma ‘t hef wèenig e-hölpn.” “Ha moo”, zèè Jacco, “mooi da-j d’r bint. Tja, het is noe mien huushooln en ik kan mie d’r met reddn. Dus loat goan! Hoe heb ie ‘t er met dan?” Moo schöf an de toafel. “Ach ja, wat za-k zeggn. Kiek, ik nöster dan mangs wa op oe, moar ‘t is mie nit vremd. Ok ik heb ‘n onmeunigen pröttel. Het lop mie mangs kats in ‘n krul. Dan bin-k wier miene breeve kwiet, mien bibliotheekbeuke slingert duur ‘t hele huus, dan krie-k wier anmaaningn. Het valt soms nit met alles op de riege te hooln.” Jacco kik zien moo an en zut ‘n mèènse met zörge. De rimpels wodt steeds deeper. Hij bangt zich ‘n betje. Zie zal ‘t toch wa reddn, zo alleene? Veurig joar is zien va uut de tied e-kommn.
160
Zo, van de ene op de andere dag. Zien moo heul zich stark, det wa. Moar noe zut he toch wal wat bastn kommn in die strabaante vrouwe. Ineens schöt ‘m iets te binn. “Moo, wat ha-j d’r van e-dach daw-we ‘s noar een coach goat.” “Een wat?” vrög zien moo. “Een coach. Om oe en mie te leern hoe-we de zaak ‘n betje wier op de riege kriegt.” Moo begint te hoosn; zie verslikt d’r zich van. “Een coach… det mèèn ie ni!” Dan kik ze Jacco wat better an. De oong die keukelt ‘m in ‘n kop. “Ha, doar ha-k oe mooi bi de beene!” Moo schatert ‘t uut. “Ie ok altied met oene grappn. Moar ‘t helpt een mèènse wa om wier wat better te passe te worn. Ach, ‘t lig misschien ok wa aan ‘t weer; ik veule mie de leste tied wat sloerig in de hoed.” Jacco kik zien moo an. “Wee-j, noe-k d’r over noadèènke: ie hebt wa geliek. Wie bint wa ‘n stel smeertonn met mekaa en wie hebt d’r ‘n grootn kroam van. Vrogger haddn ze ne vuurjoarsschoonmaak. Det was zo gek nog ni. Wat dach ie d’r van? Pakke wie ‘t an?” Zien moo steet op, löp noar ‘t anrech en pakt ‘n wasseldook. “He-j nog ans ‘n emmer, dan maak ik sop. Moar dan goa-w kommnde wekke bie mie gangs!” As ze ‘n steutje an ’t wark bint, wodt a aardig kaante. Moo kik um zich hen. Effn duurpakkn nog. Zie trappeert zich d’r op dat ze d’r ‘n betje schik in krig. Ok Jacco hef de smaak te pakkn. Noa krap twei uur ken ie ‘t huus ni wier. Zie geet ‘t smerige water in de götte. “Noh, ik goa zo toverdan ma ’s op huus an.” Moo kik nog ‘n keer om zich hen. Ie kèènt ‘t huus ni wier! En dan zeg ze teeng Jacco: “Wee-j, toe-j op oezelf ging wonn dach ik: Ach, wichterwark. Den krig d’r niks van terechte. Ma noe zee-k wa: een appel valt ni veer van ‘n stam. Ie bint d’r ech ene van mie, des dudelijk. Ma a-j ‘t effen anpakt, ligt er zo wier kaante bi.” As zien moo ‘m antrapt, röp Jacco eur noa: “Volgende wekke bie oe!”
161
Tjongejonge, wat een zooi Johanna Stam - Koopman | Nederlands
“Tjonge, wat heb je toch een zooi!” Jacco’s moeder kwam binnen en keek om zich heen. “Je leert het ook nooit! Toen je nog thuis woonde heb ik zo m’n best gedaan om je dat bij te brengen, maar het heeft niet veel geholpen.” “Hoi moeder”, zei Jacco, fijn dat je er bent. Tja, het is nu mijn huishouden en voor mij is het goed zo. Dus: loslaten! Maar: hoe gaat het met jou dan?” Moeder ging aan tafel zitten. “Tja, wat zal ik zeggen. Kijk, ik mopper dan soms wel op je, maar ik herken het wel. Ook ik heb er een bende van. Ik zie soms door de bomen het bos niet meer. Dan ben ik weer brieven kwijt, m’n bibliotheekboeken liggen door het hele huis; dan krijg ik weer aanmaningen. Het valt soms niet mee om alles op de rit te houden.” Jacco kijkt zijn moeder aan en ziet een mens met zorgen. Haar rimpels worden steeds dieper. Hij is bezorgd. Ze zal het toch wel redden, zo alleen? Vorig jaar is z’n vader overleden. Zo, van de ene op de andere dag. Z’n moeder houdt zich sterk, dat wel. Maar nu ziet hij toch wel barsten komen in die krachtige vrouw. Dan schiet hem iets te binnen. “Moeder, wat had je ervan gedacht dat we eens naar een coach gaan? “Een wat?” vroeg z’n moeder. “Een coach. Om jou en mij te leren hoe we de zaken een beetje op de rit kunnen krijgen.” Moeder begint te hoesten; ze verslikt er zich van. “Een coach… dat meen je niet!” Dan kijkt ze Jacco wat beter aan. Hij heeft pretogen. “Ha, daar had ik je mooi te pakken!” Moeder schatert het uit; “Jij ook altijd met je grappen! Maar het helpt een mens wel om zich wat beter te voelen. Ach, het ligt misschien ook wel aan het weer: ik voel me de laatste tijd niet helemaal fit.” Jacco kijkt z’n moeder aan. “Weet je, nu ik erover nadenk heb je misschien ook wel gelijk. We zijn een stel smeerpoetsen en hebben er een grote bende van. Vroeger hadden ze een voorjaarsschoonmaak. Dat was zo gek nog niet. Wat dacht je ervan: gaan we aan de slag?”
162
Z’n moeder staat op, loopt naar het aanrecht en pakt de vaatdoek. “Heb je nog ergens een emmer, dan maak ik een sopje. Maar dan gaan we komende week bij mij aan de slag!” Als ze een poosje aan het werk zijn, wordt het steeds netter. Moeder kijkt om zich heen. Even doorpakken nog. Ze betrapt zichzelf erop dat ze er lol in krijgt. Ook Jacco heeft de smaak te pakken. Na een kleine twee uur ken je het huis niet terug. Ze giet het vieze water in de gootsteen. “Nou, ik ga zo maar weer eens naar huis.” Moeder kijkt nog een keer om zich heen. Je kent het huis niet terug! Dan zegt ze tegen Jacco: “Weet je, toen je op jezelf ging wonen dacht ik: wat een kind nog. Daar komt niks van terecht. Maar nu zie ik: De appel valt niet ver van de boom. Je bent echt een kind van mij, dat is duidelijk. Maar als je even doorpakt is het zo weer op orde.” Als zijn moeder wegrijdt, roept Jacco haar na: “Volgende week bij jou!”
163
Woordenlijst Racheln
Kwaadspreken
Den ooln kearl dut niks leever as racheln Die oude man houdt van kwaadspreken
Raggeln
Snel praten
Ik kan ‘m nit volgn, hij raggelt zo Ik kan hem niet volgen, hij praat zo snel
Ral
Doorgedraaid
De schroeve is ral De schroef draait door
Rap Rappigheid
Snel
In de rappigheid verget ik oe te filseteern Door de drukte vergeet ik je te feliciteren
Rebbel
Mond
Hoolt ’n rebbel stille Hou je mond toch eens
Rebbeln
Druk praten
Die deerns bint druk an ‘t rebbeln Die meisjes zitten heel druk te praten
Rechbroan
Gewillig zijn, meewerken
Hens wil nit rechbroan Hens wil niet meewerken
Rechtevoort
Tegenwoordig
Dit wordt rechtevoort aans verteld Dit wordt tegenwoordig anders verteld
Reepe
Touw
Het jungske hoolt de reepe met de koo good vaste Het jongetje houdt het touw van de koe goed vast
Reern
Schreeuwen
Wi konn um hier heurn reern Wij konden hem hier horen schreeuwen
Rèèze
Keer
Disse rèèze doo ik nit met Deze keer doe ik niet mee
Refeln
Bonen afhalen
Ik ben vergettn de boon te refeln Ik ben vergeten om de bonen af te halen
Refeln
Blijven praten
Hij refelt an één stuk vedan Hij blijft maar praten
Rekkel
Reu
Ik weete ni of dissn hoond nen rekkel of ne teeve is Ik weet niet of deze hond een reu of een teef is
Rekkel
Deugniet
De jongs uut Harfsen neumn wi rekkels We noemden de jongens uit Harfsen rekkels
Relluk
Bijna droog
De wasse buutn is relluk De was buiten is bijna droog
165
166
Relk
Schoon, mooi
Ik heb ‘n stal relk e-maakt, de beeste ligt wier good in ‘t stroo Ik heb de stal schoon gemaakt, de koeien liggen weer goed in het stro
Remèèntn
Ravotten
De wichter ligt te remèèntn in ‘n tuin De kinderen zijn aan het ravotten in de tuin
Remmel
Ram, Wi hebt een remmel in ‘t hok mannetjeskonijn We hebben een ram in het hok
Reppel
Paal waar koe aan staat
Vrogger stun de beeste vaste an de reppel Vroeger stonden koeien vast aan de paal
Reppelkeun
Iemand die niet stil kan zitten
Niels is een reppelkeun Niels kan niet stilzitten
Reppeln
Stoeien, vrijen
De jonge leu warn an ‘t reppeln in ‘t hooge grös De jonge mensen stoeiden in het hoge gras
Reujeri-je
Ontsteking
Ik heb reujeri-je an de moond Ik heb een ontsteking bij de mond
Reujn
Branden
Mooi wark op zoaterdag: een sleutje reujn Mooi werk op zaterdag: slootranden afbranden
Reujn
Woekeren
‘t Roet reujt in ‘n tuin Het onkruid woekert in de tuin
Richter
Korter
Disse weg is völle richter Deze route is veel korter
Riegn
Aanpassen (letterlijk: in de rij gaan)
Zeg ma woenneer het oe uutkump, ik riege mie wa Zeg maar wanneer het jou uitkomt, ik pas me wel aan
Riezebessem
Bezem van rijshout / heksenbezem
Gerda is tuus, ‘n riezebessem steet vuur de duure Gerda is thuis, de bezem staat voor de deur
Riezemiete
Stapel berkentwijg
Toen de riezemiete in braand stun, haddn wi oonze èègn boake Toen de berg met twijg in brand stond, hadden wij ons eigen paasvuur
Rik
Hek
‘t Rik stun lös, peerd vot Het hek stond open, paard weg
Rikkepos Rikkepoal
Afrasterpaal
He-j genog rikkepöste vuur disse wèère? Heb je genoeg afrasterpalen voor dit weiland?
Rikn
Afrasteren
Woenneer komt de jongs rikkn? Wanneer komen de jongens afrasteren?
Rille
Rol gedroogd gras
Het grös lig al in de rille Het gras ligt al in wiersen
Rinkevieln
Pingelen, afdingen
Zit toch nit zo te rinkevieln a-j den auto hebbn wilt Zit toch niet zo te pingelen als je die auto wilt hebben
Roazekoppn
Lawaai maken
De jongs bint allenig tuus, mö-j ze heurn roazekoppn De jongens zijn alleen thuis, moet je horen hoeveel lawaai ze maken
Robeetn
Rode bietjes
Van robeetn mö-j rood pissn Van rode bietjes krijg je rode urine
Rodjen
Tekeergaan
Zit ie doar met zo’n plestieken mes op een halfgare karbonade te rodjen Ga je daar met zo’n plastic mes op een halfgare karbonade te lijf
Roekeri-je
Parfum
Gijs-Jan hef roem völle roekeri-je op Gijs-Jan heeft veel parfum op
Roepe
Rups
Mie moo klaagn oaver roepn in ‘n moos Mijn moeder klaagde over rupsen in de boerenkool
Roes
Guitig kereltje
Sem is toch zonnen roes Sem is zo’n lekker ondeugend jochie
Roet
Onkruid
Ik was nen heeln dag gangs met roet uuttrekkn Ik was de hele dag bezig met onkruid verwijderen
Roewmoos
Rommeltje
Den tuin is ’n roewmoos Die tuin ligt er rommelig bij
Roezn
Schatten
Ie möt ma roezn hoe völle vleis d’r neurig is Je moet maar een inschatting maken van de hoeveelheid vlees die nodig is
Roggebloome
Korenbloem
Machtig mooi, die roggebloomn Prachtig, die korenbloemen
167
Ronn
Kindje
Wat ‘n mooin ronn is det Wat een leuk kindje is dat
Roondbanjern
Rondslenteren
De jongs banjert geerne roond in ‘t darp De jongens slenteren graag in het dorp rond
Roondheurn
Navragen, te weten komen
Ik zal ‘ns roondheurn wat d’r gebuurd is Ik zal eens navragen wat er is gebeurd
Roondkommn
Werk afmaken
Hij is völs te druk, kump nit roond Hij is veel te druk, krijgt het werk niet af
Roondschungeln
Rondhangen
De deerns schungelt roond de tèènte De meisjes hangen rondom de tent
Roondzettn
Uitkomen met je geld
Teengwoordig is het lastig om ‘t roond te zettn Tegenwoordig is het moeilijk om uit te komen met je geld
Ropperig
Rafelig
Miene mouwe is ropperig Mijn mouw rafelt
Roppn
Plukken
Vuur ‘t slachn ropt opa de kippe Voor het slachten plukt opa de kip
Roppn
Rukken
‘t Kind roppn alle bloomn uut ‘n tuin Het kind rukte alle bloemen uit de tuin
Rouzn
Donderjagen
Schei toch uut te rouzn Houd eens op met donderjagen
Rowmoos
Lompe mensen
‘t Is rowmoos van volk Het zijn ongemanierde mensen
Uitdrukkingen
168
Ral
Ral in ‘n balg wèèn
Je niet lekker voelen
Rechdag
Rechdag hooln
Spullen uitzoeken en opruimen
Riege
Het in de riege hebbn
Klaar hebben
Riegn
“Riegt oe”, zeg de boer teeng ziene eene koo
“Ga in de rij staan”, zegt de boer tegen zijn ene koe (onzin dus)
Roew
Roew en rood
Onverzorgd
Kniepn Iepmie en kniepmie zattn in een beumke Iepmie völ d’r uut Wie bleef d’r toen nog oaver?
Riezemiete André Heetkamp - André van Thooms | Hooltns
In ‘t midden van een groot bos op ‘n Hoolterbarg dichtbi ‘t darp Hooltn, lag een grote bult Riezemiete. Den bult twiegn en takkn was d’r al joarn lang en was ontstoane duur stormen en völle wind. De bult twiegn en takkn was machtig mooi om te zeen, ommeunig hooge boavn de grond uut en alle kaantn op. De takkn waarn greun en fris en in de hele buurte d’r rondomhen ko-j het roekn. De Riezemiete was een belangriek punt e-worn in het bos en völle mèènsn kwam d’r altied kiekn. De wichter klautern d’r boam op, spölln d’r völle en deedn of ze koning en koninginne waarn van ‘t grote bos. De oale leu waarn verrast duur den onmeunigen stapel, maakn foto’s en genöttn van ‘t bos d’r umhen. Zommers was de Riezemiete zo groot e-worn, det ‘n boswachter vun dat ‘t kloar was. Ut leup uut de haand en d’r zol makkelijk een braand könn ontstoan woarduur ‘t hele bos zol könn ofbraan. D’r mos wat gebuurn; de Riezemiete mos vot. De boswachters haaln de hoolthakkers en andere leu d’r bie om te helpn. Daagn lang waarn ze gangs um de Riezemiete an stukkn te zaagn en te verplaatsn noar de raand van ‘t bos. Toen ze an ‘t werk waarn zaggn ze pas det d’r vossen, marters, vleegn, spinn en vogels in wonn. De Riezemiete was al völle kleiner e-worn en ie zaagn det het bos begun te veraandern. D’r kwaamp ineens zunne op de plaatse woer den bult had e-stoane en d’r greujn oamoal nieuj greun. De beestn die in de Riezemiete hadden e-leafd, zochen andere steas op um te wonn.
170
Toen de Riezemiete helemoal vot was, zaggn de boswachter en de andere leu det d’r een machtig mooi nieuw bos was ontstoane. Aanders, maar ok onmeunig mooi om te zeen. Noe kon de natuur wa duzend joar zien èèng gang goan in het bos van zichzelf. Een machtig mooi, ommeunig groot bos midden op ‘n barg. Ze wissn det ‘t bos zol blievn veraandern, net zoas de Riezemiete ok had e-doane. Wille zult ‘t bos van zichzelf niet meer oold zeen worn, ma de wichter zölt d’r vast en zeker nog lange völle plezeer an beleavn.
171
Houtstapel André Heetkamp | Nederlands
In het midden van een groot bos op de Holterberg dichtbij het dorp Holten, lag een grote Houtstapel. De hoop twijgen en takjes was er al jarenlang en was ontstaan door stormen en veel wind. De stapel twijgen en takjes was ontzettend mooi om te zien, heel hoog boven de grond en alle kanten op. De takken waren groen en fris en in de hele omgeving kon je het ruiken. De Houtstapel was een belangrijk punt geworden in het bos en er kwamen altijd veel mensen kijken.
172
De kinderen klauterden er bovenop, speelden er graag en deden alsof ze koning en koningin waren van het grote bos. Volwassenen waren verrast door de enorme stapel, maakten foto’s en genoten van het bos eromheen. In de zomer was de Houtstapel zo groot geworden dat de boswachter vond dat het genoeg was. Het liep uit de hand en er zou gemakkelijk een brand kunnen ontstaan waardoor het hele bos zou kunnen afbranden. Er moest wat gebeuren; de Houtstapel moest weg. De boswachters haalden er houthakkers en andere mensen bij om te helpen. Ze waren dagenlang bezig om de Houtstapel in stukken te zagen en te verplaatsen naar de rand van het bos. Toen ze aan het werk waren, zagen ze pas dat er vossen, marters, vliegen, spinnen en vogels in woonden. De Houtstapel was al veel kleiner geworden en je zag dat het bos begon te veranderen. Er kwam ineens zon op de plaats waar de stapel had gestaan en er groeide allemaal nieuw groen. De beesten die in de Houtstapel hadden geleefd, zochten andere plekken om te wonen. Toen de Houtstapel helemaal weg was, zagen de boswachter en andere mensen dat er een machtig mooi nieuw bos was ontstaan. Anders, maar ook geweldig mooi om te zien. Nu kon de natuur wel duizend jaar zijn eigen gang gaan in het bos van zichzelf. Een machtig mooi, ongelofelijk groot bos midden op de berg. Ze wisten dat het bos zou blijven veranderen, net zoals de Houtstapel dat had gedaan. We zullen het bos van zichzelf niet meer oud zien worden, maar de kinderen zullen er vast en zeker nog lang veel plezier aan beleven.
173
Woordenlijst Saanderdaangs
De volgende dag
A-j soams ‘n kroam loat stoan in de kökkn, he-j der saanderdaangs een hoop wark met Als je ’s avonds de troep laat staan in de keuken, heb je er de volgende dag een hoop werk mee
Schaa
Schaduw
Ik goa in de schaa zittn, de zunne is zo heete Ik ga in de schaduw zitten, de zon is zo heet
Schap
Bar
Het is gezellig zittn an het schap van dit café Je zit hier gezellig aan de bar van dit cafe
Scheffertje
Klein, vaak blaffend hondje
Zie hef altied zo’n scheffertje an de liene Ze heeft altijd zo’n klein hondje aan de lijn
Scheid
Afscheiding tussen twee stukken land
Op de scheid tussn oew groond en miene groond stoat dikke eekn Op de afscheiding tussen jouw grond en mijn grond staan dikke eiken
Schel
Scheef
Die foto hengt schel an de muure Die foto hangt scheef aan de muur
Schemme
Schaduw
In de schemme zee-j oonze zwatte katte nit In de schaduw zie je onze zwarte kat niet
Scheppe laand
Are land
Nen beunder is tien scheppe laand Een hectare is tien are land
Schetterig
Diarree
Oonze hoond is al een zetje froai schetterig Onze hond heeft al een tijdje behoorlijk diarree
Schettern
Luidruchtig praten, schreeuwen
Ie heurt eur d’r boam-uut schettern Je hoort haar er bovenuit schreeuwen
ScheureServies good Scheurewark
Wi hebt een hoop scheuregood det nooit wodt gebruukt We hebben een heleboel servies dat nooit wordt gebruikt
Schielijk
Snel
Hij drunk ’n borrel schielijk op Hij dronk zijn borrel snel op
Schier
Mooi
Miene zönne kwam met een schier deerntje tuus Mijn zoon kwam thuis met een mooi meisje
Schiern
Keuren
Wi wilt ‘m schiern vuurdet hij lid kan worn Er is ballotage voor hij lid kan worden
175
176
Schik
Plezier
De wichter hebt zo’n schik met mekaa De kinderen hebben veel plezier samen
Schikkn Anschikkn
Plaatsnemen
Loa-w oons schikkn, het begint zo Laten we plaatsnemen, het begint zo
Schin Skin
Hoofdroos
Disse sjampoo helpt good teeng schin Deze shampoo helpt goed tegen roos
Schobberi-je Jeuk
Wim hef goeie zalve vuur zien schobberi-je Wim heeft goede zalf vuur zijn jeuk
Schobbn
Krabben
De rugge jökt mie, wil ie mie effn schobbn? Ik heb jeuk op zijn rug, wil je me even krabben?
Schoer
Onweersbui
D’r zit een schoer an de loch Er zit een onweersbui in de lucht
Schoer
Veel
Vanmiddag zat d’r een schoer wichter in ‘n spöltuin Vanmiddag zaten er veel kinderen in de speeltuin
Scholk Schoetert
Schort
Ik doo altied ne scholk vuur met kokkn Ik draag altijd een schort bij het koken
Jutnschoetert
Schort van jutezakken
Bi het varknsvoorn dreug mien opoe ne jutnschoetert Mijn oma droeg een schort van jutezakken bij het varkensvoeren
School
Ondiep
Dit stuk laand mö-j school bouwn Dit stuk grond moet je ondiep ploegen
Schoolblaagn
Schoolkinderen Doar löp ne hele koppel schoolblaagn Daar loopt een hele groep schoolkinderen
Schotjen
Schommelend lopen
Die vrouwe schotjet oaver de weg Die vrouw loopt schommelend over de weg
Schötteldook
Theedoek
Ik kriege nen schoon schotteldook an Ik pak een schone theedoek
Schroonseln
Schaven
Zie hef het knei schroonseld toen ze valln is Zij heeft een schaafwond op haar knie nadat ze gevallen is
Siepel
Ui
Man, man wat ‘n siepels he-j neudig Tjongejonge, wat heb je veel uien nodig
Siep-oge
Tranend oog
Meike hef een siep-oge van het siepels sniedn Meikes oog traant van het uien snijden
Siepeltriene
Huilebalk
Femke is ne siepeltriene, zie brult wat of Femke is een huilebalk, ze huilt wat af
Sieto
Meteen
Ik möt sieto noar huus, d’r is braand Ik moet meteen naar huis, er is brand
Sik
Geit
Kump disse keeze van melk van ‘n sik of van de koe? Is deze kaas van geitenmelk of van koeienmelk gemaakt?
Sinterklööskes
Speculaasjes
Sinterklööskes bint het hele joar te koop Speculaasjes zijn het hele jaar te koop
Sjaankn
Jengelen
As ze meu bint, könt de wichter zo sjaankn De kinderen kunnen zo jengelen als ze moe zijn
Sjoksn
Sloffend lopen
Wat loop ie te sjoksn, buurt de beene toch op Wat loop je te sloffen, til je benen toch op
Skiw Schiw
Heks, lelijke vrouw, vogelverschrikker
Mangs zee-j nog ‘n skiw op het laand stoan Soms zie je nog een vogelverschrikker op het land
Slat
Kleed
De hoond lig ‘n heeln dag op zien slat De hond ligt de hele dag op zijn kleed
Slatergat
Knoeipot
Wat bi-j toch ‘n slatergat, d’r ligt oaveral krummels Wat ben je toch een knoeipot, overal liggen kruimels
Slaterkoonte Slordig iemand Slodderfokse
Bi-j alwier de slöttels kwiet? Wat bi-j toch ne slaterkoonte Ben je alweer je sleutels kwijt? Wat ben je toch een sloddervos
Slatern
Knoeien
Wat he-j toch zittn slatern, de hele toafel is nat Wat heb je toch zitten knoeien, de hele tafel is nat
Slee
Bot
Het mes is akelig slee, ik möt ‘m sliepn Het mes is verschrikkelijk bot, ik moet hem slijpen
Sleetn
Planken, plafondplaten
In het oale huus bint de sleetn nog good In het oude huis zijn de plafondplaten nog goed
Sleifern
Slenteren
Zie mag geerne in de stad sleifern Zij slentert graag door de stad
Slepkoonte
Iemand die veel weg is
Gerida is ne slepkoonte, zowat nooit bi huus Gerida is veel weg, bijna nooit thuis
177
178
Sleutern
Drinken
Hij sleutern zo een paa borrels vot Hij dronk zo een paar borrels op
Sliepstatjen Sliepstattn
Wegglippen
Hij wol gin ruzie en sliepstatjen vot Hij wilde geen ruzie en glipte weg
Slikkebatse
Snoepkont
Een reepe sukela is zo op, ik bin zonne slikkebatse Een reep chocola is zo op, ik ben zo’n snoepkont
Slikkeri-je
Snoep
Van mien zakgeeld koop ik meestal slikkeri-je Van mijn zakgeld koop ik meestal snoep
Slikkern
Snoepen
Is d’r nog wat te slikkern in huus? Is er nog wat te snoepen in huis?
Slim zeek
Erg ziek
Zie was vurige wekke slim zeek Zij was vorige week erg ziek
Slimmn
Fout iemand
De politie kent um good, ‘t is nen slimmn De politie kent hem goed, het is een fout persoon
Slingerbatse
Iemand die slingert
Dineke is ne slingerbatse op de fietse Dineke slingert veel op de fiets
Sloekn
Slikken
Ik heb las met sloekn en heb nen zeern hals Slikken gaat moeilijk en ik heb keelpijn
Sloerig
Niet fit
Noa die brulfte was ik nog een paa daang sloerig Na die bruiloft voelde ik me nog een paar dagen niet fit
Slof
Zacht, niet vers
A-j de koekjes lange loat liggn, wodt ze slof Als je koekjes lang laat liggen, blijven ze niet vers
Slof
Wijd
Det is ne sloffe bokse, zo fijn as het warm weer is Dat is een wijde broek, zo fijn als het warm weer is
Slok
Slap
Wat een slok droad steet hier um de wèère Wat staat het draad om deze wei slap
Sloomp
Grote hoeveelheid vloeistof
Foj, wat ’n sloomp koffie geet ie mie in Tjonge, wat schenk je me veel koffie in
Slop
Open gat op de hooizolder
Kiek uut da-j nit in ‘t slop scheet Pas op dat je niet in het gat valt
Sluutspeele
Veiligheidsspeld
A-j ‘n rits kepot hebt, kö-j oe met ne sluutspeele reddn Als je rits kapot is, kun je een veiligheidsspeld gebruiken
Smallook
Bieslook
Ingrid hef een keer pikrössn in ‘n sloat e-doane in plaatse van smallook Ingrid heeft eens pikrussen in de sla gedaan in plaats van bieslook
Smans
’s morgens
Smans drinke wi koffie, smiddags tee ‘s Morgens drinken we koffie, ‘s middags thee
Smee
Smeuïg
Bloodkooke mut wa smee wèèn Bloedworst moet wel smeuiig zijn
Smeerdeer Viespeuk Smeerdeuze Smeertöns Smeerkoonte
Wat bin ie toch een smeerdeer, ie hebt de schoone vol drek Wat ben je toch een viespeuk, je schoenen zitten helemaal onder de modder
Smeern
Knoeien
Wat zit ie wier te smeern met de pinnakeeze Wat zit je weer te knoeien met de pindakaas
Smeugel
Puber
Die smeugels loopt zich te verveeln Die pubers vervelen zich
Smiesterd
Achterbaks iemand
Ik heb um altied nen smiesterd e-veun Ik heb hem altijd achterbaks gevonden
Smoereapel
Kleine gebakken aardappeltjes
Noa het eapelstekkn ette wi smoer-eapel Na het aardappels steken, eten we kleine, gebakken aardappeltjes
Smoezn
Fluisteren
Wat zit ule doar te smoezn? Waarover zitten jullie te fluisteren?
Smok
Kus
Hij bedankn eur met bloomn en een smok Hij bedankte haar met bloemen en een kus
Smotze
Viezige vrouw
Bi eur drink ik gin koffie, zie is zonne smotze Bij haar drink ik geen koffie, ze is zo viezig
Snarre
Bitsige vrouw
Jeanet is toch zonne snarre Jeanet is een echte bitch
Sniedn
Castreren
Teengwoordig sniedt ze keune oonder verdoving Tegenwoordig worden biggen gecastreerd onder verdoving
Snistern
Braden, barbecuen
Coen mag geerne een betje snistern Coen barbecuet graag
179
180
Snoeverd
Opschepper
Mö-j um wier heurn, wat nen snoeverd Moet je hem weer horen, wat een opschepper
Snoeveri-je
Verkering
Oonze Jarno hef snoeveri-je in Deepn Onze Jarno heeft verkering in Diepenheim
Snomdaangs ‘s Middags
Snomdaangs loop ik altied een endje ‘s Middag wandel ik altijd een stukje
Snotterdop
Wijsneus
Gijs-Jan was as kind nen snotterdop Gijs-Jan was als kind een wijsneus
Snotterkuukn
Klein kind
Het is oongelukkig det zo’n snotterkuukn oe det mut zeggn Het is heel erg dat je dat van een klein kind moet horen
Soezekrukke Soeze
Dromer
Hij is zonne soezekrukke, heurt nooit wa-j zegt Hij is zo’n dromer, hoort nooit wat je zegt
Sopkroam
Smeerboel
Het worn nen sopkroam toen de wichter kokkn Het werd een smeerboel toen de kinderen kookten
Soppn
Knoeien
Kiek uut, ie zit te soppn met det ijsje Kijk uit, je zit te knoeien met dat ijsje
Spaaltern
Rondspringen, spelen
Die wichter bint mooi an ‘t spaaltern Die kinderen zijn mooi aan het springen en spelen
Speene
Kast
De teelders stoat in de speene De borden staan in de kast
Spekhasse Spekhasje
Speklapje
Wi et geerne een spekhasse bi de zoerkool Bij zuurkool eten we graag een speklapje
Spi-jn
Overgeven, spugen
Ik worn zo naa en mos spi-jn Ik voelde me zo naar en moest overgeven
Spinnekop
Spin
An de muure zit een groote spinnekop Op de muur zit een grote spin
Spölleman
Muzikant
Ruben was as spölleman bi het buurtfees Ruben was als muzikant bij het buurtfeest
Spothemp
Overhemd
Dit spothemp mö-j good striekn Dit overhemd moet je goed strijken
Sproa
Spreeuw
De sproa vret alle kassn op De spreeuwen eten alle kersen op
Stalstreujer
Ongetrouwde, inwonende broer op de boerderij
Mans bleef as stalstreujer op de boerderi-je Mans bleef inwonen op de boerderij
Stappe
Val, klem
Wi hebt zo’n las van rottn, ik zette ne stappe We hebben zo’n last van ratten, ik ga een val zetten
Stea
Plek
Hooltn is ne mooie stea um te wonn Holten is een mooie plek om te wonen
Steil
Heel erg
Het is mie hier steil te heete in de zunne Het is me hier veel te warm in de zon
Steilmetwillig
Woedend
Gerdien was steilmetwillig toen hij nit metwol Gerdien was woedend toen hij niet meewilde
Stekkeldroad Prikkeldraad
Het deerntje zat met de bokse vaste in ‘t stekkeldroad Het meisje zat met haar broek vast in het prikkeldraad
Sterke Starke
Vaars
Die sterke hef ‘n mooi kieske kreegn Deze vaars heeft een mooi kalfje gekregen
Steutje Stoot
Poosje, even
Het is nog gin tied, ik doo nog een steutje vedan Het is nog geen tijd, ik ga nog even door
Stief bi
Dichtbij
Oonze fietsn stoat stief bi mekaa in de stalling Onze fietsen staan dichtbij elkaar in de stalling
Stikdekkn
Doorgestikte deken
In de winter he-k geerne ne stikdekkn op ‘t berre ‘s Winters heb ik graag een zwaartedeken op bed
Stoefrèèng
Motregen
Van dissn stoefrèèng wodt de groond nit nat Van deze motregen wordt de grond niet nat
Stoekn
Haperen
Den rits stoekt De rits hapert
Stoete
Brood
Wi-j nog ne snee stoete? Wil je nog een sneetje brood?
Stokstoete
Stokbrood
A-j nit oppast, he-j ‘n boek vol met stokstoete Als je niet uitkijkt, zit je buik vol met stokbrood
Stoomp
Bot
Dit mes is niks weerd, het is stoomp Dit mes is nutteloos, het is bot
181
182
Stoomp
Veel te
Het ettn is mie stoomp te völle Dit eten is veel te veel voor me
Stöörig
Steeds
He-j det nog stöörig nit e-doane? Heb je dat nog steeds niet gedaan?
Stork
Ooievaar
Op den poal nösselt een stork Op die paal nestelt een ooievaar
Straampeln
Strompelen
Met gips um het been kwam ze anstraampeln Met gips om het been kwam ze aanstrompelen
Strabaant
Streng
Linda is ne beste juffe ma froai strabaant Linda is een goede juf maar behoorlijk streng
Streppel
Strook
Den streppel groond heurt ’n noaber Die strook grond is van de buurman
Striekdeuze
Smartphone
He-j ne striekdeuze bi oe? Dan kö-j het weer zeen Heb je een smartphone bij je? Dan kun je het weerbericht zien
Striekerd
Klap
A-j nit luustert, dan krieg ie een striekerd met de pette vuur de plette Als je niet luistert, krijg je een klap met de pet om je oren
Striekerd
Fysiotherapeut
Ik had zo’n piene in de rugge da-k noar ‘n striekerd bin e-wes Ik had zo’n pijn in de rug dat ik naar de fysiotherapeut ben geweest
Striekzwaveln Striekzwèèvels
Lucifers
Mien opa had het altied oaver striekzwaveln Mijn opa had het altijd over striekzwaveln, het oude woord voor lucifers
Striepken
Plassen
Het duurn ma effn en doar stun hee wier te striepken Het duurde maar even voor hij weer stond te plassen
Stroevèlln
Struiken
Met die dreugte gungn alle stroevèlln kepot Door de droogte gingen alle struiken dood
Stroontnat
Kletsnat
Stroontnat kwam de wichter tuus De kinderen kwamen kletsnat thuis
Stroo-spier
Strohalm
Ie hebt nog ‘n stroo-spier an de mouwe Er zit nog een strohalm op je mouw
Strulln
Kind optillen om Wi warn nog ma net vot of wi mossn al strulln te laten plassen We waren nog maar net weg toen het kind al moest plassen
Stumpertje
Jenever zonder suiker
Zoonder te vroagn kreeg hij een stumpertje Zonder te vragen, kreeg hij een jenevertje zonder suiker
Stuutje
Broodje
Breng ie mie een stuutje met van de bakker? Breng je me een broodje mee van de bakker?
Uitdrukkingen Schoap
Noe begint het schööpe scheern
Nu begint het moeilijke deel
Schoap
Noe he-j het schoap an het drietn
Nu beginnen de problemen
Schoer
Een schoer duur de beene kriegn
Een uitbrander krijgen
Schot
Een schot vol
Een groot aantal
Schrievn
Hoe loat ze zich schrievn?
Wat is hun officiele naam?
Sik
Nen verwèèn sik
Een verwend iemand
Slim
Een slimmn hond
Een slecht persoon
Sloerig
Sloerig in ’n rakkerd
Niet goed in orde, ziek
Slok
Slok in ‘t heuf
Psychisch niet in orde
Slot
Zoonder slot en val
Chaotisch (verhaal)
183
184
Smoezn
Louw smoezn
Praten zonder iets te vertellen
Snister
Het löp met ‘n snister of
We komen er met de schrik vanaf
Spi-jn
Spi-jn oaver ledder en plaanke
Heel erg moeten overgeven
Sprekkn
Groot sprekkn en wied trèèn hoolt gin staand
Opscheppen heeft geen zin
Staane
Te staane kommn
Op verhaal komen
Stambook
Stambook varknshoar
Melkboerenhondenhaar
Stea
Op stea
Onmiddellijk
Stea
Uut de stea kommn
Op gang komen (opstaan en weglopen)
Stikn
De stikkn der noar stekkn
De plannen aanpassen
Stille
Stille wèèn
Bidden
Stoete
Hij hef de meeste stoete wa op
Hij is aan het eind van zijn leven (heeft het meeste brood op)
Stok
Snie oe nen stok a-j joonk bint, dan kö-j d’r op loopn a-j oold bint
Denk vooruit
Stöörig
Een stöörigen boer bouwt den akker
Je komt er wel als je rustig doorwerkt
Stomp
Op stomp en stea
Meteen
Streepe
In ene streepe
Rechtstreeks
Stroale
An ene stroale
Zonder te stoppen
Stroo-spier
D’r ligt nog gin stroo-spier verkeerd
Alles is heel netjes opgeruimd
Scheetn Tante Sjaan uut Amsterdam, stun joarn in Hooltn op de camping. Vaake kwam ze langs fietsn en maakn dan een proatje. “Ik heb in Holten een krop sla gekregen, maar ik gooi het thuis weg”, vertelde ze. “Ze hebben gezegd dat de sla is bescheten.” “Ach, zèè mien moo, “ik dèènke det ze hebt e-zeg det de sloat begint te scheetn.”
Sammie de papegaai Imke Boode - Steegink | Hooltns
D’r was eens een hele mooie papegaai met de naam Sammie. Hij woont in een heeeele grote boomhutte op de kinderboerderie. Sammie is een hele biezundere papegaai. Luuster moar noar zien verhaal. Ik heb mooie veern in de kleuren blauw en gel. Wee-j wa-k ok kanne? Ik kan proatn. Ik zegge: “Hallo” of “Mama”. Det kump umdet ik det zo vaake heure. Overdag kumt der völle kindern op de kinderboerderi-je, met heur familie. Het eerste wat de kindern doot, is noar mie zwaain. Of zie zegt: “Dag Sammie”. Ik vind het arg fijn um zovölle vriendjes te hebbn. Iedereen lacht en hef de heeln dag schik.
186
Ma wa-k niet zo leuk vinne, is dat iederene lekkere ijsjes, koekjes of snoepjes metnemt. Moar ik blieve toch netjes op mie stok zittn. As mie verzorgers koffie goat drinkn, haalt ze mie op en dan goa ik noar binn. Zie geeft mie völle andach. Mangs maak ik d‘r wa een troep van deur mien veern of met de koekjes die ik stiekem toch kriege. Noar het koffie drinkn brengt ze mie terugge noar mien villa. Overdag zit ik lekker op mien stok buutn in de zunne. Ik zee dan een heel zacht wollig diertje loopn op vier peutjes. Het is een schoap dat mekkert. In de verte heur ik wat knorren, dit bint de grote varkens. In de heujbarg zit ‘n grote vogel met prachtige blauwe veern. Mangs schreeuwt ze heel hard, dat is de pauw. Het lik wa of d’r steene in het grös ligt? Ma dan beweegt die steene ineens, da-s gek! Ik kieke nog eens good. Het bint twee schildpaddn! In de middag klimme ik vaak zo hoog as ik kan in miene boomhutte. Dan zee-k een beesje op twee peutjes springn met iets kleins in heur buidel, het is een walibi. Noa ‘n gezellige dag zwaait iedereen mie uut en ik stekke mien peutje op om gedag te zeggn. As dan alle kinder noar huus hen goat, kump der een lieve dierenverzorgster die mien hele lekkere gedreugde banaantjes voert. Doar bin ik gek op. Dag allemoal. Aju, tut gauw!
187
Sammie de papegaai Imke Boode - Steegink | Nederlands
Er was eens een hele mooie papegaai met de naam Sammie. Hij woont in een heeeele grote boomhut op de kinderboerderij. Sammie is een heel bijzondere papegaai. Luister maar naar zijn verhaal. Ik heb mooie veren in de kleuren blauw en geel. Weet je wat ik ook kan? Ik kan praten. Ik zeg: “Hallo” of “Mama”. Dat komt omdat ik dat zo vaak hoor. Overdag komen er veel kinderen op de kinderboerderij, met hun familie. Het eerste wat de kinderen doen, is naar mij zwaaien. Of ze zeggen: “Dag Sammie”. Ik vind het erg leuk om zoveel vriendjes te hebben. Iedereen lacht en heeft de hele dag plezier. Maar wat ik niet zo leuk vind, is dat iedereen lekkere ijsje, koekjes of snoepjes meebrengt. Maar ik blijf toch netjes op mijn stok zitten. Als mijn verzorgers koffie gaan drinken, halen ze me op en dan ga ik naar binnen. Ze geven me veel aandacht. Soms maak ik er wel een troep van door mijn veren of met de koekjes die ik stiekem toch krijg. Na het koffie drinken brengen ze me terug naar mijn villa. Overdag zit ik lekker op mijn stok buiten in de zon. Ik zie dan een heel zacht wollig diertje lopen op vier pootjes. Het is een schaap dat mekkert. In de verte hoor ik wat knorren, dit zijn de grote varkens. In de hooiberg zit een grote vogel met prachtige blauwe veren. Soms schreeuwt ze heel hard, dat is de pauw. Het lijkt wel of er stenen in het gras liggen? Maar dan bewegen die stenen ineens, dat is gek! Ik kijk nog eens goed. Het zijn twee schildpadden! In de middag klim ik vaak zo hoog als ik kan in mijn boomhut. Dan zie ik een beestje op twee pootjes springen met iets kleins in haar buidel, het is een walibi.
188
Na een gezellige dag zwaait iedereen me uit en ik steek mijn pootje op om gedag te zeggen. Als dan alle kinderen naar huis gaan, komt er een lieve dierenverzorgster die me hele lekkere gedroogde banaantjes voert. Daar ben ik gek op. Dag allemaal. Dag, tot gauw!
189
Slikkern Ineke Bronninkreef – Bosman - Ine van Spechthorst geboren Sloezeman | Hooltns
Ik wol wat schrievn oaver het woord slikkern. Dèènk ik an het woord slikkern, dan zee ik mie moo weer veur mie an ‘t cake bakkn, in de waskamer van mien ooldershuus. Mien breur en ikke zaten der dan altied met de neuze boavnop. Want as ‘t beslag kloar was, mochn wie as wichter de sleef en de beslagkomme uut slikkern. Ommeunig, wat was dat lekker. Eigenlijk nog lekkerder dan de cake zelf. Oonze snoetn warn noa afloop altied lekker smutterig. En bie slikkern zee ik ok altied mien opoe weer veur mie. As wie een koo hadden e-slacht, mos der noa afloop melworst worn e-maakt. Een hele weckkettel werd gevuld met beslag. En as mien moo dan dach dat het zo good was, dan werd mien opoe der bie e-roopn. Die leet zich dan op de kneene zakkn en reurn met de haand deur ‘t beslag um doarnoa de vingers af te slikkern, en ondertussen te preuvn of der genog zoolt en piment in zat. “Oh”, zei mien kearl, “slikkern, dat dee ik altied uut de suukerpot, met de vingers der stiekem deur”. En zo hebt wie denk ik ollemoal wel oonze dinge in gedachtn. Ok oonzn hoond mag geerne slikkern. Maar den hef dan weer een heel andere smaak. Den geniet het meeste as hij kan slikkern an een slat uut het hok van een schetterig wetterkalf. Het is ma wat of ie lekker veendt!
190
Smikkelen Ineke Bronninkreef – Bosman | Nederlands
Ik wil wat schrijven over het woord slikkern. Denk ik aan het woord smikkelen, dan zie ik mijn moeder weer voor me als ze een cake bakt in de keuken van mijn oudershuis. Mijn broer en ik zaten er dan altijd met de neus bovenop. Want als het beslag klaar was, mochten wij, de kinderen, de pollepel en de beslagkom schoonlikken. Man, wat was dat lekker. Eigenlijk nog lekkerder dan de cake zelf. Onze gezichten waren na afloop altijd lekker vies en plakkerig. En bij dat woord, denk ik ook aan mijn grootmoeder. Als we een koe hadden geslacht, werd er na afloop bakleverworst gemaakt. Een hele weckketel werd gevuld met beslag. En als mijn moeder dan dacht dat het zo goed was, dan werd mijn oma erbij geroepen. Zij ging dan op haar knieën zitten en roerde met haar hand door het beslag om daarna haar vingers af te likken, en ondertussen te proeven of er genoeg zout en piment in zaten. “Oh”, zei mijn man, “snoepen, dat deed ik altijd uit de suikerpot, stiekem mijn vingers er doorhalen”. En zo hebben we denk ik allemaal wel iets in onze gedachten. Ook onze hond houdt erg van smikkelen. Maar die heeft dan weer een hele andere smaak. Die geniet heel erg als hij kan likken aan een kalverdekje uit het hok van een kalfje dat nog melk drinkt en dat aan de diarree is. Het is maar waar je van houdt.
191
Woordenlijst Taamper
Zuur
Het ettn is taamper Het eten smaakt zurig
Taandtargeri-je
Lekkers dat je niet krijgt
Ik bin op dieet, die taartjes bint taand-targeri-je Ik ben op dieet, die taartjes zijn heel verleidelijk maar ik neem ze niet
Taandzeerte
Kiespijn
‘n Tandarts hef mie van de taandzeerte of-ehölpn De tandarts heeft mijn kiespijn verholpen
Teelder
Bord
Doot mie ‘n teelder ‘s an, dan doo ik oe soep Wil je mij het bord aangeven, dan schep ik je soep op
Teeng
Naast
Zet ‘n auto ma teeng ‘t huus Zet de auto maar naast het huis
Teerstuuver
Zakcentje
Wil ie ‘n teerstuuver verdeen? Wil je een zakcentje verdienen?
Te-met Temee
Straks
Ik zal oe te-met belln as ik meer tied hebbe Ik zal je straks bellen als ik meer tijd heb
Temeute
Tegemoet
Ik kom oe wa ‘n endje temeute Ik kom je wel een stukje tegemoet
Tenoa
Te dichtbij
A-j ‘t peerd tenoa komt, bit hij oe Als je te dichtbij het paard komt, bijt hij
Te passe
Gehumeurd
Det mèènse is altied good te passe ma eur kearl nit Zij is altijd goed gehumeurd maar haar man niet
Terechte
Klaar, goed
He-j ‘t wark al terechte? Heb je het werk al af?
Tesse
Zakken
Hij steet altied met de haane in de tesse Hij staat altijd met z’n handen in de zak
Teuntelig
Prutswerk
A-j ‘n teuntelig hekke hebt, loopt oe de schööpe vot Als je hek prutswerk is, lopen je schapen weg
Teutemeuje Teuterd
Zeurpiet
Ik loope gauw vedan, zie is zonne teutemeuje Ik loop gauw door, zij is zo’n zeurpiet
Teuteri-je
Gezeur
Wat een teuteri-je, ik goa vedan Wat een gezeur, ik loop door
Teutn
Afpassen
Alloh, a-j blieft teutn loop ik vedan Kom op, als je blijft zeuren loop ik door
193
Tiern
Opwinden
Tiert oe nit zo, het is nit aans Wind je toch niet zo op, het is nu eenmaal zo
Timmern
Bouwen Verbouwen
In meert begint ze te timmern In maart begint de bouw
Tip
Spits toelopend Teun bouwn zich ne hutte in ‘n tipbos stuk grond Teun bouwde een hut in het stukje bos
Tiws
Zonder eetlust
Een paa beeste bint tiws Enkele koeien hebben geen eetlust
Toa-neagel
Nijnagel
Ik harre las van ne toa-neagel, heb ‘m d’r of e-knipt Ik had last van een nijnagel, heb hem eraf geknipt
Todderig
Viezig
Bi um in de kökkn is ‘t altied een betje todderig In zijn keuken is het altijd wat viezig
Todderig
Niet lekker voelen
Gister was ik wat todderig Gisteren voelde ik me niet zo lekker
Toddn Torre
Doekje
Pak effn een toddn a-j zo knooit Pak even een doekje als je zo knoeit
Toef
Kuif
Hij hef altied ‘n toef rechop stoan Zijn kuif staat altijd omhoog
Toef
Knotje
Oonze opoe had ‘t hoar altied in ’n toef Oma had het haar altijd in een knotje
Toeke
Slordige vrouw
Alie is ne toeke Alie is een sloddervos
Toekommn
Gunnen
‘n Betje geluk kump um wa toe Een beetje geluk is hem wel gegund
Toeselachtig
Onvast op de benen
Zie löp slech en is toeselachtig Ze loopt slecht en staat onvast op haar benen
Tokse
Oud wijf
Cato was al een tokse toen ze 15 joar was Cato was al een oud wijf toen ze 15 was
Tongebloare
Mond- en klauwzeer
Tongebloare is een naare zeekte bi de beeste MKZ is een nare koeienziekte
Tööfeltjesoamd
Oudejaarsavond Op tööfeltjesoamd ette wi zat vlèès Op oudejaarsavond eten we alleen vlees
Tookn wekke Volgende week
194
Tookn wekke wodt mien auto repareerd Volgende week wordt mijn auto gerepareerd
Tööterig
Wankel
Det is een tööterig toafeltje Dat is een wankel tafeltje
Tossn
Graspol
Hij mist de balle ma schöpt nen tossn uut de groond Hij mist de bal maar schopt een graspol uit de grond
Tou
Dicht, gesloten
Ik kwamme vuur ne tou duure Ik stond voor een dichte deur
Toudoon
Dichtdoen
Wil ie de duure tou doon? Wil je de deur dichtdoen?
Toverdan
Inmiddels, langzamerhand
Zo toverdan zal het wa kloar wèèn Inmiddels zal het wel af zijn
Trad
Stap
Doot ‘s een trad opzied Ga eens aan de kant (doe een stap opzij)
Trallat
Uitgelaten, vrolijk
Op vekaansie bint ze kats op trallat Op vakantie zijn ze uitgelaten
Trappeern
Betrappen
Zien va trappeern um toen hee uut het raam klum Zijn vader betrapte hem toen hij uit het raam klom
Trean
Stappen
Wi könt hier wa noar binn trean vuur ne komme koffie We kunnen hier wel naar binnengaan voor een kop koffie
Trönnikken
Naaien
Ria koch zich een läpke en trönnikt zich een bokse in mekaa Ria koopt een lapje en naait een broek
‘n Trööntje
Een beetje
Wil ie nog koffie? Noh, doot mie nog ma een trööntje Wil je nog koffie? Nou, doe me nog maar een beetje
Tuk
Broekzak
Ik heb mien slöttels altied in ‘n tuk Ik heb de sleutels altijd in mijn zak
Tukkern Toern
Rondrijden met de auto
Op zundag goat wi geerne toern Zondags rijden we graag rond met de auto
Tummelig
Wankelend
Het oale wiefke löp tummelig achter ‘n rollator Het oude vrouwtje loopt wankelend achter de rollator
Tuug
Was
Ik heb ‘t tuug al an de liene Ik heb de was al aan de waslijn
195
Tuurhamer
Zware houten hamer
Met kampeern nem ik altied ne tuurhamer met vuur de haringn Met kamperen neem ik altijd een houten hamer mee voor de haringen
Tuutn
Kippen
Alle tuutn bint op e-vrettn duur ne matter Alle kippen zijn opgevreten door een marter
Tuutn
Toeteren
Geerne nit tuutn a-j votjaagt Liever niet toeteren als je wegrijdt
Tweedeweg- Nog een keer, naar een gens tweede plaats
Zie haddn in de winkel gin suuker meer, mos ik ok nog tweedeweggens In de winkel was geen suiker meer, moest ik ook nog ergens anders naar toe
Tweeduuster Schemering
In ‘t tweeduuster zitte wi nog lekker buutn Wij zitten in de schemering nog lekker buiten
Uitdrukkingen
196
Tas
Op ’n tas
Tene
De teene noar de moane stekkn Gaan slapen
Teumig
Nit teumig goan
Niet omhanden hebben
Teutn
D’r met hen teutn
Niet daadkrachtig handelen
Tied
An de tied hebbn
Tijd hebben
Tied
Tied tow doon
Tijd nemen
Tied
Uut de tied kommn
Overlijden
Tied
De tied ve-zettn
De kans grijpen
Toafel
De toafel kloarmaakn
De tafel dekken
Toern
Bi toern
Af en toe
Trad
Op trad wèèn
Niet thuis zijn
Tuk
Hee löt zich in ’n tuk drietn
Hij is bedrogen
Op gevoel
Tijd of wanneer? Tookn wekke Toverdan Danverdan Snomdaangs Vummedaangs In de mantied Kons Temet Zonet Saanderdaangs Op stea Aait Eertieds
Timmern Erna Broekhuis - Erna va de Pöste | Hooltns
Onze familie besteet uut vief persoonn: mien man, ik en oonze drie wichter, oamoal jongs. Toen wille bie ‘t ooldershuus van mien man heb e-timmerd, warn d’r drie sloapkamers. Dus toen kind nummero drie zich leet heurn, mos d’r weer e-timmerd worn. De ruumte ha-w d’r wa veur, hoovn allenig effn vertimmerd te worn. De vierde kamer worn boavn e-maakt. De zolder en de vloere warn kloar en met de kaste schöt ‘t mooi op. Het was een kaste worn met duurtjes van 40 bi 40 cm. Elk duurtje kreeg een andere kluur. Het worn een echte Karel Appel kunststuk. Mooi vrolijk. En zoas det geet met timmern in huus; alles mos gebuurn a-j kloar waarn met warkn. En as de wichter oe met röste loat. Het meeste wark mos dus in ‘t weekend e-doane worn. De pröttel van ‘t timmern worn in de tussentied veilig in één van de Karel Appel kasjes op e-ruumd. In ‘t hoogste kasje, dan könt de wichter der nie bi kommn. Op zundagman was ‘t bi ons eentje van hèènig an doon in huus. De ooldste wichter mochn dan tv kiekn. Villa Achterwerk was ‘t mooiste, von de jongs. Doar kon ze de meeste van leern um later ondog uut te haaln. En va en moo kon dan nog efkes in berre blievn liggn. Op zo’n zundagman was het det ik dache varve te roekn. Ik mèèn eers nog det ‘t van de veurigen dag was. Alleene worn de loch starker. Dus beslotte wille de-w toch ma efkes mossn kiekn wat er oamoale gebeurn doar. De jongs warn mooi met mekaa an ‘t kuiern op de nieuwe sloapkamer. Toen wiele bin kwammn, stonne wie efkes te kiekn. Ie heurn ze wa mar ie zaggn d’r geneene. Zie mosn d’r toch wèèn, dus he-w ma in de kaste kekkn. Eers de onderste duurtjes. Die warn löög.
198
Tut de-w bi ‘n boamsn ankwammn; twee paar oogjes in spierwitte köpkes kekkn oons an. De heure, pyjama … Alles zat onder de witte varve. An de buutnkaante ko-j niks zeen. D’r was niks e-knooid, nog gin dröppel op de vloere. Vuurzichtig hef mien kearl de bössels in plastic e-pakt, uut de kaste haald en achterop de delle neerzet. Allebeie wit en heel plakkerig. Tut in de bilnoad was de varve nog e-kommn. Zelf wisse wi nie goed wa-w d’r met an mossn. Van ‘n schilder mosse wi met tarpetine de boel schoone maakn, mar det lek ons ni zo’n goed idee. Zo dichte bi de oong en de jongs zit gin moment stille. Toen he-w ‘n dokter um road e-vraogd. Het kossn effn wat meuite um ‘t goed uut te leggn wat er precies gebuurd was, want det haddn ze nog nit zo vaake bi de hand e-had. Met lauw water, was het advies wa-w kreegn. Dus he-w de keerltjes de rest van dag in bad e-zet. En toen was ‘t meeste d’r wal of e-weekt. Ach, noe he-w d’r met zien alln wille umme. En de sloapkamer is nog steeds in gebruuk. Ma ni as schildersatelier.
199
Verbouwen Erna Broekhuis | Nederlands
Ons gezin bestaat uit vijf personen: mijn man, ik en onze drie kinderen, allemaal jongens. Toen wij bij het oudershuis van mijn man hebben verbouwd, waren er drie slaapkamers. Dus toen kind nummer drie zich aankondigde, moest er weer verbouwd worden. De ruimte was er wel voor, het moest alleen even verbouwd worden. De vierde kamer werd boven gemaakt. De zolder en de vloer waren klaar en met de kasten schoot het mooi op. Het was een kast geworden met deurtjes van 40 bij 40 cm. Elk deurtje kreeg een andere kleur. Het werd een echt Karel Appel kunststuk. Mooi vrolijk. En zoals dat gaat met je huis verbouwen; alles moet gebeuren wanneer je klaar bent met werken. En als de kinderen je met rust laten. Het meeste werk moest dus in het weekend worden gedaan. De rommel van de verbouwing werd in de tussentijd veilig in één van de Karel Appel kastjes opgeruimd. In het hoogste kastje, dan konden de kinderen er niet bijkomen. Op zondagmorgen deden we het altijd rustig aan in huis. De oudste kinderen mochten dan tv kijken. Villa Achterwerk was het mooiste, vonden de jongens. Daar konden ze het meest van leren om later kattenkwaad uit te halen. En papa en mama konden dan nog eventjes in bed blijven liggen. Op zo’n zondagmorgen dacht ik dat ik verf rook. Ik geloofde eerst nog dat het van de vorige dag was. Alleen werd de lucht sterker. Dus besloten we dat we toch maar eens even moesten gaan kijken wat er daar allemaal gebeurde. De jongens waren mooi met elkaar aan het kletsen in de nieuwe slaapkamer. Toen we binnenkwamen, stonden we even te kijken. Je hoorde ze wel maar je zag er geen een. Ze moesten er toch zijn, dus hebben we maar in de kast gekeken. Eerst de onderste deurtjes.
200
Die waren leeg. Totdat we bij de bovenste kwamen; twee paar oogjes in spierwitte hoofdjes keken ons aan. De haren, pyjama…. alles zat onder de witte verf. Aan de buitenkant zag je niets. Er was niets geknoeid, nog geen druppel op de vloer. Voorzichtig heeft mijn man de bengels in plastic gepakt, uit de kast gehaald en achterop de deel gezet. Allebei wit en heel plakkerig. Tot in de bilnaad was de verf nog gekomen. Zelf wisten we niet goed wat we er mee aan moesten. Van de schilder moesten we met terpentine de boel schoonmaken maar dat leek ons niet zo’n goed idee. Zo dicht bij de ogen en de jongens zitten geen moment stil. Toen hebben we de dokter advies gevraagd. Het kostte even wat moeite om goed uit te leggen wat er precies gebeurd was want dat hadden ze nog niet zo vaak meegemaakt. Met lauw water, was het advies dat we kregen. Dus hebben we de jongetjes de rest van de dag in bad gezet. En toen was het meeste er wel afgeweekt. Ach, nu hebben we er met z’n allen lol om. En de slaapkamer is nog steeds in gebruik. Maar niet als schildersatelier.
201
Tuurlijk Erik Rensen - Erik van Beeldman | Hooltns
“Tuurlijk.” Det was ’t eerste wat ze zea, toen Mientje eur vreug of zie èèm bi wol springn in de huushoolding. Mientje is opereerd an eur knei en ’t herstel voddert ma matig. En as oe schoonzuster oe det vrög, en ie hébt tied, dan doo-j det. Det heurt zo, vindt ze. En tied hef ze wa. Genog tied zelfs. Zie had altied al een hekel an teumig loopn. En toen eur Derk bi huus kwam met zeumzestig joar dach zie det ze meer dinge met mekaa zolln goan doon. Had ze hopt, fèèlijke. Ma Derk heult nit van fietsn, heult nit van warkn in ’n hof en al helemoal nit van huushooldelijk wark. Hij zit het leefste in de kökkn de kraante te leazn onder ‘t genot van ’n köpke koffie. Met wat d’r bi-j. Det wa. Det is te zeen; hij di-jt stöörig wieter uut. Zie zol den boek van um wal is een keer met ’n metlint op willn nemmn. Elke wekke kump d’r volgens eur wa ‘n doem bi. Noh ja, hij is in elk geval good te passe. Tomma, de’s ok wat weerd. Noe helpt ze Mientje en Jehan. Mientje is noe èèm noar ’t zeeknhuus in Deamter vuur controle en dochter Anja is met eur met. Anja den warkt bi ’n veedokter. Kan altied makkelijk wean. Hier op de boerderi-je is ze geboorn en op e-greujd. Tussn de gedien duur kö-j zo mooi oaver ’t brook hen kiekn. Vrogger stun d’r nen krommn nöttnboom in ’n hof. Doar klum ze, Jehan en zi-j, geregeld in. In ’n gat, woer ’n tak had e-zettn, doar nösteln elk joar ne kat-oele. Wat ‘n leavn kon die veugels maakn! “Allo, neet zo dreumn Janneke”, heult ze zichzelf vuur. As ze teeng zichzelf pröt, zeg ze altied Janneke, net as eur va vrogger. De aandere leu die zekt gewoon: Jannie. Zo, zie zal de groote kökkn ‘s effn stofzuugn. En dan, temet teeng de mirrug, maakt ze smoerearpel. O, bi de gedachte doaran löp eur ’t water al in de moond.
202
Metwiel det ze zo an ’t wark is, krig ze ’t knap heete. De zunne steet ok pal op de roetn. Dan de luuksafleks ma effn daale doon. Noh ja, luuksafleks, dit is een heel ni-jmoods ding, een mooi zunnescharm. Zonder dröre, ma met ’n ofstandsbediening. ‘t Geval hengt d’r net dree daage. Ma hoe möt det dan? “Ma effn oonze Mientje vroagn. O nee, den is vot.” Ma dan zut ze doar een deuske liggn met een paar knöppe d’r op. Een pieltje noar boam en ene noar beneedn. “Ha, doar zö-j ‘m hebbm!” krei-jt ze van bli-jschop. “Noh, doar geet ’t hen!” En zie drukt op ’t knöpke: daale. Ma d’r gebuurt niks. “Hè, verdikkemiejan. Misschien hoal ik ‘m wa understeboamd.” Keske ummegedrei-jt, drukkn op ’t andere knöpke en.... nog niks. Of drukt zie noe nit had genog of möt ze langer vaste hooln? Het helpt ammoa niks. “Bah, wat he-j noe an det nie-je spul as ’t toch neet warkt? Gewoon oolderwetse luuksafleks met ’n paa töwkes d’r an. Warkt altied”, nöstert Jannie, “Of gewoon vèènsters vuur de roetn. Det heurt èèllijke bi zo’n oold huus.” Zie pakt ’n stofdook en nemt de meubels of en umslieks is ze ’t vuurval al vergettn. Met de mirrug bakt ze lekkere smoerearpel en röp ze Jehan. Mientje en Anja die zint d’r ok wier, dus de toafel is mooi vol. Mientje dut verslag van ’t bezeuk an ’n dokter en vrög of d’r in de tussntied nog wat is gebuurd. “Nou, begint Jehan, “veman trök ik ’n mooi kieske van de kow en geliek heurn ik himmoa niks meer. Himmoa niks! Wat oaverkump mie noe dan! En dreks
203
doarnoa knettern ’t mie duur de kop hen. En ’t fluitn en het knappn! Zo had de-k de geheurapperaatn ma uut heb e-doane. Volgens mie bint ze kats kepot. Noh, doar he-k met die oaln nooit gin last van e-had.” Jehan had hiervuur ok al wa geheurapperaatn, alleene det warn van die grootn en die vrattn batteri-jn. Mientje pleug um d’r wa ‘s met det ‘e ’s winters gin musse op hoovn te doon: die geheurapparaatn die heuln zien kop wa warm. Ma zolange as ze stroom haddn, warkn ze altied. “Ha! Nieje fetuutn! Die bint nog altied gin verbettering”, zeg Jannie. “Det, det, det zunnescharm doar kö-j d’r volgens mie ok wa wier of brekkn! Wat ’n pröttel! Ik hebbe probeerd um ‘m daale te doon, ma hoe ik ok drukkn, wat vuur knöpje, hard of zachte, lange of kort…. niks hulp”, geet ze wieter um dan krachtig of te sluutn met: “Niejmoods spul. Nen kroam! Det is’t.” Mientje en Anja die kiekt mekaar veraldereerd an. Hoe kump ze doar noe zo bi? “De batteri-jn bint misschien wa löög”, dech Mientje hardop. “Ik kieke wa effn.” Anja haalt ’t kasje van de zunnescharmn uut de la van ’t bargmeubel en drukt op ’t knöpke “Zakkn”. Brrrrrrrrr, zoemt ’t motortje en ’t scharm zakt mooi daale. “Hij dut ’t!” zeg Anja triomfantelijk. Jannie snapt d’r niks van: “Hoe kan det noe? Loat mie is effn, Anja.” Zie grip ’t keske bi Anja uut de haande en ......”Wat is det dan? Det is een heel aander keske! Ik heb den in de vensterbaanke gebruukt.” “In de vensterbaanke?”, zeg Jehan, “ma det is ’t keske van mien geheurapperaat! As Mientje bezeuk hef, dan kan ik mooi miene heurapperaatn zachter zettn.” Wat ’n bak. Die niejmoodse dinge bint nog neet zo slech, ma ie möt d’r wal met umme learn goan. Net as met leu trouwns.
204
Tuurlijk Erik Rensen | Nederlands
“Tuurlijk.” Dat was het eerste wat ze zei, toen Mientje haar vroeg of ze even bij wilde springen in de huishouding. Mientje is geopereerd aan haar knie en het herstel vordert maar matig. En als je schoonzus je dat vraagt, en je hébt tijd, dan doe je dat. Dat hoort zo, vindt ze. En tijd heeft ze wel. Genoeg tijd zelfs. Ze heeft altijd al een hekel gehad aan nietsdoen. En toen haar Derk thuiskwam met zevenenzestig jaar dacht ze dat ze meer dingen met elkaar zouden gaan doen. Had ze eigenlijk gehoopt. Maar Derk houdt niet van fietsen, houdt niet van werken in de tuin en al helemaal niet van huishoudelijk werk. Hij zit het liefst in de keuken de krant te lezen onder het genot van een kopje koffie. Met iets erbij. Dat wel. Dat is te zien; hij dijt steeds meer uit. Ze zou die buik van hem weleens met een meetlint op willen meten. Elke week komt er volgens haar wel een paar centimeter bij. Nou ja, hij is in ieder geval goedgehumeurd. Ach ja, dat is ook wat waard. Nu helpt ze Mientje en Johan. Mientje is nu even naar het ziekenhuis in Deventer voor controle en dochter Anja is met haar mee. Anja werkt bij de dierenarts. Kan altijd makkelijk zijn. Hier op de boerderij is ze geboren en opgegroeid. Tussen de gordijnen door kun je zo mooi over het broek kijken. Vroeger stond er een kromme notenboom in de tuin. Daar klommen ze, Johan en zij, vaak in. In een gat, waar een tak had gezeten, nestelde elk jaar een kerkuil. Wat een lawaai konden die vogels maken! “Kom op, niet zo dromen, Janneke”, zegt ze tegen zichzelf. Als ze tegen zichzelf praat, zegt ze altijd Janneke, net als haar vader vroeger. Anderen zeggen gewoon: Jannie. Ze zal de kamer eens even stofzuigen. En dan, straks tegen de middag, maakt ze gebakken aardappeltjes.
205
O, bij de gedachte daaraan loopt het water haar al in de mond. Terwijl ze zo aan het werk is, krijg ze het behoorlijk warm. De zon staat ook pal op de ramen. Dan de luxaflex maar even naar beneden doen. Nou ja, luxaflex, dit is een heel modern ding, een mooi zonnescherm. Zonder draden maar met een afstandsbediening. Het ding hangt er net drie dagen. Maar hoe moet dat dan? “Maar even aan onze Mientje vragen. O nee, die is weg.” Maar dan ziet ze een doosje liggen met een paar knoppen. Een pijltje naar boven en eentje naar beneden. “Ha, daar is-tie dan!” roept ze blij uit. “Nou, daar gaat-ie dan!” En ze drukt op het knopje: Neer. Maar er gebeurt niets. “Hè, verdorie. Misschien houd ik hem wel ondersteboven. Kastje omgedraaid, drukken op het andere knopje en ….. nog niets. Of drukt ze niet hard genoeg of moet ze gewoon langer drukken? Het helpt allemaal niks. “Bah, wat heb je nu aan nieuwe spullen als ze toch niet werken? Gewoon ouderwetse luxaflex met een paar touwtjes eraan. Werkt altijd”, foetert Jannie. “Of gewoon vensters voor de ramen. Dat past eigenlijk bij zo’n oud huis’. Ze pakt een stofdoek en neemt de meubels en ongemerkt is ze het voorval al vergeten. Tegen de middag bakt ze lekkere aardappeltjes en roept ze Johan. Mientje en Anja zijn ook terug dus de tafel is mooi vol. Mientje brengt verslag uit van het bezoek aan de dokter en vraagt of er in de tussentijd nog iets is gebeurd. “Nou, begint Johan, “vanmorgen hielp ik bij de geboorte van een mooi kalfje en meteen hoorde ik helemaal niets meer. Helemaal niks! Wat gebeurt er nu toch? En meteen daarna knetterde het me door het hoofd. En fluiten en een herrie! Zo hard dat ik de gehoorapparaten maar uit heb gedaan. Volgens mij zijn ze helemaal kapot. Nou, daar heb ik met de oude nooit last van gehad.”.
206
Johan had hiervoor ook al gehoorapparaten, dat waren alleen van die grote en die vraten batterijen. Mientje plaagde hem er wel eens mee dat hij ’s winters geen muts op hoefde; de gehoorapparaten hielden zijn hoofd wel warm. Maar zolang ze stroom hadden, werkten ze altijd. “Ha! Nieuwe fratsen! Die zijn nog niet altijd een verbetering”, zei Jannie. Dat, dat dat zonnescherm daar kun je volgens mij ook wel weer afbreken. Wat een troep! Ik heb geprobeerd om hem naar beneden te doen maar hoe ik ook drukte, met welk knopje, hard of zacht, lang of kort…..niets werkte”, gaat ze verder om dan krachtig af te sluiten met: “Modern spul. Een rotzooi! Dat is het.” Mientje en Anja kijken elkaar verbouwereerd aan. Hoe komt ze daar nu zo bij? “De batterijen zijn misschien wel leeg”, denkt Mientje hardop. “Ik kijk wel even.” Anja haalt het kastje van de zonneschermen uit de la van het bergmeubel en drukt op het knopje “Zakken”. Brrrrrrrrrrr, zoemt het motortje en het scherm gaat mooi naar beneden. “Hij doet het!” zegt Anja triomfantelijk. Jannie snapt er niets van: “Hoe kan dat nou? Laat mij eens even, Anja.” Ze grijpt het kastje bij Anja uit de handen en ……. “Wat is dat nou? Dit is een heel ander kastje! Ik heb die in de vensterbank gebruikt.” “In de vensterbank?”, zegt Johan, “maar dat is het kastje van mijn gehoorapparaat! Als Mientje bezoek heeft, kan ik mooi mijn gehoorapparaten zachter zetten.” Wat een mop. Die moderne dingen zijn nog niet zo slecht maar je moet er wel mee om leren gaan. Net als met mensen trouwens.
207
Woordenlijst Ulk
Bunzing
Wi haddn een ulk in het kippnhok Er zat een bunzing in ons kippenhok
Umdaale
Naar beneden
Doo-j het zunnescharm umdaale? Doe jij het zonnescherm naar beneden?
Umslieks
Meestal
An een krat bier he-j umslieks genog Een krat bier is meestal genoeg
Umstebuurtn Om de beurt
De wichter mochn umstebuurtn vuurin zittn De kinderen mochten om de beurt voorin zitten
Umtrek
Omgeving
Hier in ‘n umtrek zee-j gin kasteeln Hier in de buurt zijn geen kastelen
Umwiel
Al snel, gemakkelijk
A-j disse weg nemt, bi-j umwiel op tied Als je deze weg neemt, kom je makkelijk op tijd
Uutdreagn
Wegbrengen van overledene
De noabers dreagt Wilma uut De buren brengen Wilma weg
Uutduutsn
Uitleggen
Ik zal oe uutduutsn wat de kotste weg is Ik zal je uitleggen wat de kortste weg is
Uutfiegeliern
Uitdenken
Het duurn lange ma toen had ze uutfiegelierd hoe ze het wol doon Het duurde lang maar toen had ze bedacht hoe ze het aan zou pakken
Uutkommn
Ontslagen worden
Hij is d’r uut e-kommn bi Philips Hij is ontslagen bij Philips
Uitdrukkingen Um
Um en eene d’r bi
Zo ongeveer
Umme doon
Umme doon könn
Niet nodig hebben
Uutdoon
Op uutdoon
Rekening houden met
209
Het kump umslieks terechte Gerda, Henny, Gerrianne en Ingrid Wibbelink | Hooltns
Vertelt ule ok ‘n verhaal in het book? Foj, wi hebt het zo druk e-had met de woordnlieste, de stukskes in de kraante, Facebook en leu vroagn um met te doon. Wie haddn ‘t der nog nit oaver e-had. Ma natuurlijk doore wi ok een verhaal! En umdet wi met zien veern bint, vertelle wi umstebuurtn. Wi bint groot e-worn achter in ‘n Beusebarg. Het huus is al oold. Toen Juliana geboorn is, zattn de reetdekkers op het dak te zingn, he-w e-heurd. Dan mö-j trouwens nog ma net weetn is wat vuur joar det was.Vrogger won wi an ne zaandweg. ’s Winters was den drekkerig en zommers mul. En toch hebbe wi doar leern fietsn. Toen leep de weg nog vedan tut ’n dikkn boom en dan zo op Hooltn an. Later is de E8 an e-leg en worn oonze weg of e-slöttn. As der noe verkeer langskump, dan wee-j vaste det ze vuur de buurn komt. Of… verkeerd bint e-veurd. De meeste leu redt zich teengwoordig bes met navigatie op de tillefoon of in ‘n auto. En mangs kump der eene de weg vroagn. Dan doo wi oons beste um uut te duutsen hoe ze ‘t beste könt jaagn of fietsn. Vuural mien va kon det vrogger zo mooi uutleggn. ‘Dan goa-j die kaante hen en op ‘t kruuspunt rechtsof. En a-j dan bi die drei eekn komt…. dan bu-j te wied’. In het buutnlaand oaverkump het oons ok wa’s mangs da-w gin idee hebt hoe-w möt riedn. Gelukkig löp der umslieks wa eene die-j het könt vroagn. Mangs he-j geluk en köj mekaa verstoan. Ma ie könt ‘t ok treffn da-j ‘t met haane en beene dudelijk möt maakn wa-j wilt. Toen wi les in Italië warn, he-w ok wier ‘n mooie ervaring op e-doane. Eerst tröffe wi ‘n ooln boer den wol vertelln hoe d’r vrogger vee stun in de feeszaale. Eh…. Beh!... Boe!
210
Een dag later vreuge wi de weg noar een restaurant. Het was volgens de navigatie ma 100 meter ma het darp had zovölle smalle en kronkelige ströötjes da-w finaal verdwaald warn. Ne vrèèndelijkn keerl den hoond uut wol loatn, wol oons wa helpn ma den kon ‘t oons nit dudelijk maakn. Doarumme leup hee effen met oons met en brach oons tut de duure. Hetzelfde hebt mien va en moo lange leene in Fraankriek e-had. Een vrèèndelijke vrouwe wol ze wa wier in de goeie richting kriegn ma det lukn nit, ok nit met de kaate der bi. Toen hef ze ’n auto pakt en beduudn det ze mossn volgen. De vrouwe hef eur noar de grote weg e-brach en doar konn ze alleene wieter. Wat mie ok altied helpt as ik in het buutnlaand binne en de weg ni weete, det is een betje dullig kiekn. Nee, des nit zo moeilijk vuur mie, geet binnoa vanzelf. Ik nemme dan ’n reisgids of kaate in de haane. En vuur da-k ’t in de gaatn hebbe, he-k volk um mie hen. Met de vroage of ze mie könt helpn. Het geet mie glad of. Doar hebt wi wat van e-leerd. Want as wi noe aans leu zeet zeukn en twiefeln, sprekke wi ze eerder an. Gewoon ‘n betje vrèèndelijk wèèn en mekaa vuurthelpn. En as ‘t helemoal nit lukt, hef mien telefoon zon handig appje woer ik hele zinn kanne insprekkn en die wordn dan vanzelf vertaald. Zo zeej ma: umslieks red ie oe der met.
211
Het komt altijd wel weer goed Gerda, Henny, Gerrianne en Ingrid Wibbelink | Nederlands
Vertellen jullie ook een verhaal in het boek? Poeh, we hebben het zo druk gehad met de woordenlijst, de stukjes in de krant, Facebook en mensen vragen om mee te doen. We hadden het er nog niet over gehad. Maar natuurlijk doen wij ook een verhaal! En omdat we met z’n vieren zijn, vertellen we om de beurt. We zijn opgegroeid achter in de Beuseberg. Het huis is al oud. Toen Juliana geboren is, zaten de rietdekkers op het dak te zingen, hebben we gehoord. Dan moet je trouwens nog maar net weten in welk jaar dat was. Vroeger woonden we aan een zandweg. ’s Winters was die modderig en ’s zomers mul. En toch hebben we daar leren fietsen. Toen liep de weg nog door tot de dikke boom en dan zo door naar Holten. Later is de E8 aangelegd en werd onze weg afgesloten. Als er nu verkeer langskomt, weet je zeker dat ze voor de buren komen. Of…. verkeerd zijn gereden. De meeste mensen redden zich tegenwoordig prima met navigatie op de telefoon of in de auto. En soms komt iemand de weg vragen. Dan doen we ons best om uit te leggen hoe ze het beste kunnen rijden of fietsen. Vooral mijn vader kon dat vroeger zo mooi uitleggen: ‘Dan ga je die kant op en op het kruispunt rechtsaf. En als je dan bij die drie eiken komt…. dan ben je te ver’. In het buitenland overkomt het ons ook weleens dat we soms geen idee hebben hoe we moeten rijden. Gelukkig loopt er meestal wel iemand die je het kunt vragen. Soms heb je geluk en kun je elkaar verstaan. Maar je kunt het ook treffen dat je met handen en voeten duidelijk moet maken wat je wilt. Toen we laatst in Italië waren, hebben we ook weer een mooie ervaring opgedaan.
212
Eerst troffen we een oude boer die graag wilde vertellen hoe er vroeger vee stond in de feestzaal. Eh… Beh!... Boe! Een dag later vroegen we de weg naar een restaurant. Het was volgens de navigatie maar 100 meter maar het dorp had zoveel smalle en kronkelige straatjes dat we helemaal verdwaald waren. Een vriendelijke man die de hond ging uitlaten, wilde ons wel helpen maar hij kon het ons niet uitleggen. En daarom liep hij even met ons mee en bracht ons tot de deur. Hetzelfde hebben mijn vader en moeder lang geleden in Frankrijk gehad. Een vriendelijke vrouw wilde ze wel weer de goede kant op krijgen maar dat lukte niet, ook niet met de kaart erbij. Toen heeft ze de auto gepakt en met gebaren aangegeven dat ze moesten volgen. De vrouw heeft hen naar de grote weg gebracht en daar konden ze alleen verder. Wat me ook altijd helpt als ik in het buitenland ben en de weg niet weet, dat is een beetje dom kijken. Nee, dat is niet zo moeilijk voor me, gaat bijna vanzelf. Ik pak dan een reisgids of kaart in de handen. En voordat ik het doorheb, heb ik mensen om me heen. Met de vraag of ze me kunnen helpen. Dat gaat me prima af. Daar hebben we iets van geleerd. Want als we nu ergens mensen zien zoeken en twijfelen, spreken we ze eerder aan. Gewoon een beetje vriendelijk zijn en elkaar helpen. En als het helemaal niet lukt, heeft mijn telefoon zo’n handig appje waar ik hele zinnen kan inspreken en die worden dan vanzelf vertaald. Zo zie je maar: het komt altijd wel weer goed.
213
Woordenlijst Va
Vader
Ik heb oe va les nog e-sprökkn Ik heb je vader laatst nog gesproken
Vanjoar
Dit jaar
Vanjoar bint wi 10 joar e-trouwd Dit jaar zijn we 10 jaar getrouwd
Vazel
Vrouwelijk geslachtsdeel
Ken ie het vesje ‘Jök an ‘t vazel’ van Jovink? Ken jij het liedje ‘Jeuk aan de vagina’ van Jovink?
Veakes
Schuifspeldjes
A-j veakes gebruukt, he-j de heure nit zo in de oong Als je schuifspeldjes gebruikt, hangen je haren niet niet zo in je ogen
Vebiesterd
Geschrokken
Zie kon het nit geleuvn en kek verbiesterd Ze kon het niet geloven en keek geschrokken
Vedan
Door
Ie möt nit vedan doon met disse rare streekn Je moet niet doorgaan met die rare streken
Vedoon
Verbruiken
Dissn auto vedut völle benzine Deze auto verbruikt veel benzine
Vedoonstig
Veel geld uitgeven
Hi-j hef ne vedoonstige vrouwe Hij heeft een vrouw die veel geld uitgeeft
Vedrettn
Verpesten
Met disse proat he-j ‘t bi eur vedrettn Door deze opmerkingen heb je het bij haar verpest
Veeldgroond
Ontgonnen grond
Die wèère was vrogger veeldgroond Die wei is een ontgonnen stuk grond
Veernoabers
Verre buren
Met de veernoabers hoolt wi gin visite We gaan nooit op visite bij de verre buren
Vegangn wekke
Vorige week
Vegangn wekke he-k eur nog e-zene Vorige week heb ik haar nog gezien
Vegets
Vergeetachtig
Janna wodt noe toch wat vegets Janna wordt nu toch wel vergeetachtig
Vehelgn
Boos maken
Ik vehelge mie as ik den pröttel hier zee Ik word boos als ik die rommel hier zie
Vejaagn
Verkeerd rijden
Zelfs met ’n tomtom kan ik mie vejaagn Zelfs met een tomtom kan ik verkeerd rijden
Veklommerd
Verkleumd
Toen hij uut de keulte kwam, zat hij veklommerd bi de kachel Toen hij uit de kou kwam, zat hij verkleumd bij de kachel
215
216
Veknökkeln
Verheugen
Zie zat zich te veknökkeln op det reisje Zij verheugde zich op het reisje
Vekonkelefoezn
Achteroverdrukken
Hij hef de kas van de voetbal vekonkelefoesd Hij heeft de voetbalkas achterovergedrukt
Venaggeln
Vernielen
Zoaterdag is d’r alwier een bushalte venaggeld Zaterdag is er alweer een bushalte vernield
Ve-nem
Merken
Ha-j nit ve-nömmn det de stroom d’r of was? Had je niet gemerkt dat er geen elektriciteit was?
Venemstig
Slim
Det is een venemstig deerntje Dat is een slim meisje
Venomdag
Vanmiddag
Venomdag he-k met eur stoan kuiern Vanmiddag heb ik haar gesproken
Vepoern
Vernielen
Disse fietse lèè langs de weg, kats vepoerd Deze fiets lag langs de weg, helemaal vernield
Veraltereerd
Ontsteld
Zie was veraltereerd toen blek det hij het e-doane had Zij was ontsteld toen bleek dat hij het had gedaan
Verel
Kwart
Wi slacht een koe, wil ie ok een verel hebbn? We slachten een koe, wil jij ook een kwart hebben?
Verhapstukkn
Onenigheid hebben
Zie kiekt mekaa lillijk an, hebt nog wat te verhapstukkn Ze kijken elkaar boos aan, hebben onenigheid
Vescheun
Schoon ondergoed aandoen
Vrogger vescheun de leu zich op zoaterdag Vroeger deden mensen op zaterdag schoon ondergoed aan
Veslatern
Kwijtraken
Ik heb miene haansn veslaterd Ik ben mijn handschoenen kwijtgeraakt
Veslatern
Verwaarlozen
Zie gung binnoa failliet want de bookhoolding was veslaterd Ze gingen bijna failliet want de boekhouding was verwaarloosd
Vespern
In de middag Vrogger vespern ze met pannekooke eten op het land Vroeger aten ze ‘s middags pannenkoeken op het land
Vespertied
’s Middags rond half vier
Is het al vespertied? Mie lust wa wat Is het al etenstijd? Ik lust wel wat
Vespitsn
Verheugen
Ik vespitse mie op de kasdaang Ik verheug me op de kerstdagen
Vespocht
Door vocht aangetast
Dit kezien is vespocht, het hoolt is zachte Dit kozijn is door vocht aangetast, het hout is zacht
Vestrien
De benen strekken
Noa zonne moaltied mo-w oons vestrien Na zo’n maaltijd moeten we even de benen strekken
Vetestereerd Vernield
De bloomnbekke warn kats vetestereerd De bloembakken waren helemaal vernield
Vetkroam
Vettig
Van gourmettn krie-j nen vetkroam Van gourmetten wordt alles vet
Vetrèèn
Even wandelen
A-j lange hebt zittn leazn, mö-j oe effn vetrèèn Als je lang hebt zitten lezen, moet je even wandelen
Veurn
Rijden
A-j nog möt veurn, mö-j d’r ginne nemmn Je moet niet drinken als je nog moet rijden
Veweerd
In de war
Wat he-j de heure veweerd! Weeit het zo had? Wat zitten je haren in de war! Waait het zo hard?
Ve-zeg
Verloofd
Silke is sinds vurige wekke ve-zeg Silke is vorige week verloofd
Viddern
Beven, trillen
Duur Parkinson wodt het viddern slimmer Door Parkinson wordt het beven erger
Viddergat
Bang iemand
Derk dörft niks, ‘n grootn viddergat Derk durft niks, hij is altijd bang
Vinnig
Bijna
Het is vinnig berregoanstied Het is bijna bedtijd
Vinnig
Kattig, kortaf
Zie reageert altied zo vinnig Ze reageert altijd zo kattig
Vleus Vli-j
Vel, vlies
Toch lekker as zo’n vleus metkump met het leste betje melk Toch lekker als het vel meegaat met het laatste scheutje melk
Voel
Nageboorte
De koe hef vanmon e-kalverd ma het voel is d’r nog nit of De koe heeft vanmorgen gekalfd maar de nageboorte is er nog niet
Voel
Rot, bedorven
Dit is een voel ei Dit ei is bedorven
217
Volk
Visite
Vanoamd kriege wi volk Vanavond krijgen we visite
Voort
Meteen, dadelijk
Ik zal oe voort ma vertelln hoe ik d’r oaver dèènke Ik zal je meteen maar vertellen wat ik ervan vind
Vot
Weg
Wi goat disse vekaansie nit zo wied vot We gaan deze vakantie niet zo ver weg
Vrea
Vrede
In Nederland leaft wi in vrea In Nederland leven we in vrede
Vreatitte
Speen
Wi könt nit vot vuurdet de vreatitte d’r wier is We gaan niet weg voordat de speen is gevonden
Vrettebuul
Vreetzak
Wat een vrettebuul; hij hef 5 hamburgers op! Wat een vreetzak; hij heeft 5 hamburgers op!
Vretteri-je
Snacks
Bi mien moo kump d’r altied een hoop vretteri-je op toafel Mijn moeder zet altijd veel hapjes op tafel
Vreuter
Harde werker
Rens is een echn vreuter, hij verzet völle wark Rens is een harde werker, hij verzet veel werk
Vreutn
Grondwerk doen
Wilco was ‘n heeln dag an ‘t vreutn in ‘n tuin Wilco was de hele dag bezig met grondwerk in de tuin
Vrouwleu Vrole
Vrouwen
Reuskes maakn is meestal wark vuur de vrouwleu Meestal maken de vrouwen de roosjes
Vumdaangs
’s Morgens
Vumdaangs drinke wi koffie en snomdaangs tee ’s Morgens drinken we koffie en ’s middags thee
Vuurkommn
Gezicht
Zie hef een bekend vuurkommn Ze heeft een bekend gezicht
Uitdrukkingen
218
Val
’n Val op iemand hebbn
Boos zijn op iemand
Vandaage
Vandaage an ‘n dag
Tegenwoordig
Varkn
Een varkn het ves uutdoon
Een varken slachten
Vedreajd
Vedreajd in ‘n kop
Boos
Veere
Good op de veere wèèn
Opgefokt zijn
Ve-let
D’r gin ve-let an hebbn
Er geen behoefte aan hebben
Ve-nemmn
Wie het ‘t eers venèèmp, hef ‘t zelf in ‘t hèèmp
Je hebt een wind gelaten
Veschot
Op veschot
Om de beurt
Vesje
Iemand op het vesje kommn
Iemand slaan
Vet
Het vet wil altied boamdrievn, al is ’t van een hoond
Mensen met geld beslissen
Ve-toddn
Den kan aardig wat ve-toddn
Die kan veel drank op
Vetuurn
‘n Sik vetuurn
Die kan veel werk aan
Ve-zettn
‘n Sik ve-zettn
Gaan plassen (mannen)
Veuln
Een ieder veult het ziene
Iedereen beleeft het op zijn eigen manier
Vlak
Iets vlak vuur de kop zeggn
Iets rechtuit zeggen
Vlèès
Het oale vlèès möt eers op
Dit is iets voor ouderen
Volk
Oonze volk
Mijn ouderlijk huis
Voot
Hij löp met bèère veute in één kloomp
Hij is ongelofelijk lui
Vörke
A-j het eerst ma op de vörke hebt, dan krie-j het ok wal op ‘n balkn
Als je een begin hebt, komt het wel af
Vreezn
Det kan oe lillijk op ’n emmer vreezn
Dat kan verkeerd aflopen voor je
Vrouw
Een vrouwenhaand en een peeretaand doot aait vedan Een vrouwenhaand en een peeretaand magt nit teumig goan
Vrouwen en paarden zijn altijd aan het werk
Vuurhooln
Het hoolt d’r nog wa vuur
Het duurt lang
Vuurvleegn
Ene d’r vuur loatn vleegn
Iets op iemand afschuiven
219
Mien va Emma Meilink - van Henk van Kiekebos | Hooltns
Toen mien va nog een klein kealtje was, woon hij op de boerderieje saam met zien va, moo, twee breurtjes en zien twee zusters. Tuus in de Viefhuze spölln hij vaake buutn met zien spölgoedtrekkertje. Uut de bestekla pakkn hij een leppeltje dat hij achter zien trekkertje bun met ’n elastiek. Doarmet kon hij het land umbouwn, net zoas de grote trekkers dat deedn. Hele daagn kon hij zich vermaakn door buutn te spölln. In het joar dat mien va zeum joar old werd, ging hij noar de legere schoole hen. De kleuterschoole was destieds nog niet verplicht, dus doar was e niet e-wes. Achterop de fietse van zien zuster ging ze alle daagn saam noar schoole hen. Het was natuurlijk wa wat anders dan met zien trekkertje op ‘t laand, maar op schoole vermaakn hij zich ok wa bes. Vlak veur de zommervakantie noa zien eerste joar op schoole, had mien va saam met zien moo een gesprek bi babyhuus Schuppert in de Dorpsstroate, in het gebouw woar noe de slageri-je van Brands zit. Mien va was ma ‘n iel kealtje vergelekkn met de jongs om zich hen. Hij had ook last van asmatische klachn. Hij proesn nogal. ‘n Dokter zea dat e in de zommervakantie noar Egmond an Zee mos, zodat e an kon starkn in een “sanatorium”. ‘ n Paar wekke later was ‘t zowied. De zommervakantie was nog geels nit gangs toen e saam met ‘n andern jong uut Holten himmoa noar de andere kant van ‘t land mos. In plaats van in de zommervakantie alle daagn buutn spölln op de boerderieje, ging e himoa alleene, zonder zien familie, zes wekke lang van huus. Toen e ankwam in Egmond an Zee, bleek doar een enorm huus te wèèn, met grote zaaln om te ettn, om te spölln en te sloapn. Vanachter ’t glas kiekn ze zo de zee in. D’r waarn wichter uut hele land. Hier mos e zes wekke blievn.
220
Om te warkn an de gesteldheid van de wichter, werd de noadruk e-leg op regelmoat en buutnloch. De kinderjuffn hieln ze de heeln dag gangs. Elke woensdag schreef de juffrouw namens mien va een breefke noar huus. In de breeve schreef ze wat mien va in de wekke e-doane had. Doarin vertelln ze oaver het wandeln oaver ‘t strand, het zingn in ‘t weekend, het bouwn van een hut en oaver die ene keer in de botsauto’s met juffrouw Bouwien. Ook werd in de breeve dudelijk dat alle daagn doesn, op tied noar berre hen en op vaste momentn ettn belangrieker was.
221
Op de enveloppe en op de achterkaante van ’n breef, had mien va een krijttekening e-maakt. Soms schreef hij zelf een eing verhaaltje of zien eing naam op de breef. Miene zuster was an ‘t spuurn e-wes in ’n oale deuze, toen e de breevn van mien va had e-vun. Ene met zien eign tekstje: “Het gaat goed met mij, ik ben al dik geworden! Groetjes Henk”. Noa dree wekke kreeg mien va volk. Zien va en moo kwam himmoa met ‘n auto noar Egmond an Zee. In de uutnodiging stun dat ‘t bezoek plaats mos vin tussn tien uur in de veurmiddag en vief uur in de noamiddag. De oale leu kon met kiekn met ‘t vaste programma van de wichter. Omdat de oolders dr waarn, hoovn de wichter van ene tot half dreie niet uut te rustn, zodat ze mooi kon kuiern met va en moo. Zolang ze maar in het huus bleevn. Noa de tied is d’r gin bezoek meer e-wes. Hij heurn wa via breevn hoe ‘t tuus was. Zo kreeg e breevn van de buurn en van ooms en tantes woarin korte verhaaln stun oaver tuus. Toen de zes wekke veurbie waarn, was mien va blie om weer noar huus te goan, terug noar de boerderi-je en noar zien breurs en zusters. Mien va vertelln mie dat ‘t best pittig was om zo lang alleene van huus te wèèn. Hij von ‘t wa mooi dat e als klein kealtje de kaans had e-kreegn om zich better te veuln. Op ‘t internet leas ik dat mien va waarschijnlijk èèn van de lessn was die op disse manier hulp hef e-had. In de joaren zeumtig bunt ze völle meer goan kiekn noar wichter met geestelijke en sociale zörgen. In de joaren tachtig waarn zulke huuze èèlk niet meer neudig en doarumme gingen de deurn in Egmond an Zee voor de wichter dichte.
222
Mijn vader Emma Meilink | Nederlands
Toen mijn vader nog een kleine jongen was, woonde hij op de boerderij samen met zijn vader, moeder, twee broertjes en zijn twee zussen. Thuis in de Vijfhuizen speelde hij vaak buiten met zijn speelgoedtrekkertje. Uit de bestekla pakte hij een lepeltje dat hij achter zijn trekkertje bond met een elastiek. Daarmee kon hij het land ploegen, net zoals de grote trekkers dat deden. Hele dagen kon hij zich vermaken door buiten te spelen. In het jaar dat mijn vader zeven jaar werd, ging hij naar de lagere school. De kleuterschool was destijds nog niet verplicht, dus daar was hij niet geweest. Achter op de fiets van zijn zus gingen ze iedere dag samen naar school. Het was natuurlijk wel wat anders dan met zijn trekkertje op het land, maar op school vermaakte hij zich ook wel goed. Vlak voor de zomervakantie na zijn eerste jaar op school, had mijn vader samen met zijn moeder een gesprek bij babyhuis Schuppert in de Dorpsstraat, in het gebouw waar nu Slagerij Brands zit. Mijn vader was maar een iel jongetje vergeleken met de jongen om hem heen. Hij had ook last van astmatische klachten. Hij proestte nogal. De dokter zei dat hij in de zomervakantie naar Egmond aan Zee moest, zodat hij kon aansterken in een “sanatorium”. Een paar weken later was het zover. De zomervakantie was nog niet eens begonnen toen hij samen met een andere jongen uit Holten helemaal naar de andere kant van het land moest. In plaats van in de zomervakantie alle dagen buiten spelen op de boerderij, ging hij helemaal alleen, zonder familie, zes weken lang van huis. Bij aankomst in Egmond aan Zee bleek daar een enorm huis te zijn met grote zalen om te eten, om te spelen en te slapen. Vanachter het glas keken ze zo de zee in. Er waren kinderen uit het hele land. Hier moest hij zes weken blijven.
223
Om te werken aan de gezondheid van de kinderen, werd de nadruk gelegd op regelmaat en buitenlucht. De kinderjuffen hielden ze de hele dag bezig. Elke woensdag schreef de juf namens mijn vader een briefje naar huis. In de brieven schreef ze wat mijn vader die week had gedaan. Daarin vertelde ze over het wandelen over het strand, het zingen in het weekend, het bouwen van een hut en over die ene keer in de botsauto’s met juf Bouwien. Ook werd in de brieven duidelijk dat iedere dag douchen, op tijd naar bed en op vaste momenten eten belangrijk zijn. Op de envelop en op de achterkant van de brief had mijn vader een krijttekening gemaakt. Soms schreef hij een eigen verhaaltje of zijn eigen naam in de brief. Mijn zusje was eens aan het neuzen in een oude doos toen ze de brieven van papa vond. Eentje met zijn eigen tekstje: “Het gaat goed met mij. Ik ben al dik geworden! Groetjes Henk”. Na drie weken kreeg mijn vader bezoek. Zijn vader en moeder kwamen helemaal met de auto naar Egmond aan Zee. In de uitnodiging stond dat het bezoek plaats moest vinden tussen tien uur in de voormiddag en vijf uur in de namiddag. De ouders konden meekijken bij het vaste programma van de kinderen. Omdat de ouders er waren, hoefden de kinderen van èèn tot half drie niet te rusten zodat ze mooi konden kletsen met vader en moeder. Zolang ze maar in het huis bleven. Daarna is er geen bezoek meer geweest. Hij hoorde wel via brieven hoe het thuis was. Zo ontving hij brieven van de buren en van ooms en tantes waarin korte verhalen van thuis werden geschreven. Toen de zes weken voorbij waren, was mijn vader blij dat hij weer naar huis mocht, terug naar de boerderij en naar zijn broertjes en zusjes.
224
Mijn vader vertelde mij dat het best zwaar was om zo lang in zijn eentje van huis te zijn. Hij vond het wel mooi dat hij als klein jongetje de kans kreeg om dit voor zijn gezondheid mee te maken. Online lees ik dat mijn vader waarschijnlijk een van de laatsten was die op deze manier zorg heeft gekregen. In de jaren 70 zijn ze zich veel meer gaan richten op kinderen die psychische en sociale zorg nodig hadden. In de jaren 80 waren zulke huizen eigenlijk niet meer nodig en daarom sloten de deuren in Egmond aan Zee voor kinderen.
225
Vaake bi-j te bange Door K.I. | Hooltns Marian Rensen – van Niekaamp, Herman Steunenberg – de Schutte, Meindert Koopman – van Velink Anton, Albrecht Bulsink
Vaake bi-j te bange Nee, ie dörft het niet Vaake bi-j te bange Doo-j ’t noe wel of doo-j ’t noe niet Stoa-j boaven op de brugge En ie kiekt de deepte in Is ‘t touw niet völ te lange Ie veult adrenalien Het zweet det gutst oe van de kop Het löp dr oe dunne deur Woarumme spring ie noe toch niet Miljoenen gingen oe al veur Vaake bi-j te bange Nee, ie dörft het niet Vaake bi-j te bange Doo-j ’t noe wel of doo-j ’t noe niet Eindelijk is het dan zoveer Ie springt toch van de brugge De groond kump heel snel op oe an Straks brek ik miene rugge Net a-j denkt; het is gebeurd Goa-j met dezelfde gangk wierumme Eindelijk he-j het dan e-doan Het touw hef oe e-red, doarumme
226
Vaake bi-j te bange Nee, ie dörft het niet Vaake bi-j te bange Doo-j ’t noe wel of doo-j ’t noe niet
Vaak ben je te bang Door K.I. | Nederlands Marian Rensen, Herman Steunenberg, Meindert Koopman, Albrecht Bulsink
Vaak ben je te bang Nee, je durft het niet Vaak ben je te bang Doe je het nu wel of doe je het niet Sta je bovenaan de brug En je kijkt de diepte in Is het touw niet veel lang? Je voelt adrenaline Het angstzweet gutst je van je kop En het loopt je er dun door Waarom spring je nu toch niet Miljoenen gingen je al voor Vaak ben je te bang Nee, je durft het niet Vaak ben je te bang Doe je het nu wel of doe je het niet
Eindelijk is het dan zover Je springt toch van de brug De grond komt heel snel of je af Straks breek ik nog mijn rug Net als je denkt: het is gebeurd Ga je met dezelfde snelheid weer terug Eindelijk heb je het dan gedaan Het touw heeft je gered, daarom Vaak ben je te bang Nee, je durft het niet Vaak ben je te bang Doe je het nu wel of doe je het niet
227
Woordenlijst Waakels Woaghoolt Dammers
Jeneverbessen
De A1 is an-e-past vuur de waakels De A1 is aangepast voor de jeneverbessen
Waarn
Uitkijken
Waart oe a-j in Engeland de stroate overstekt Pas op als je in Engeland de straat oversteekt
Wableef?
Wat zeg je?
Wableef? Ik heur oe nit Wat zeg je? Ik versta je niet
Wachn
Tijd hebben
Ik kan ‘t wa wachn um met te goan Ik heb wel tijd om mee te gaan
Waslappe
Washandje
Met klèène wichter mö-j ne waslappe bi de haand hebbn Met kleine kinderen moet je een washandje bij de hand hebben
Wasseldook
Vaatdoekje
‘t Is frisser um geregeld nen niejn wasseldook te gebruukn Het is hygienischer om regelmatig een nieuw vaatdoekje te gebruiken
Wassn
Groeien
De mais is had e-wassn noa de buj-je De mais is hard gegroeid na de bui
Wat
Sommige
Wat leu wilt gin auto hebbn Sommigen mensen willen geen auto
Watern
Plassen
As ’t neudig is, kö-j in de buskes watern Als het moet, kun je in de bosjes plassen
Watwegtersen Watterweggens
Hier en daar
Watwegtersen kö-j al poaseier koopn Hier en daar kun je al paaseieren kopen
Wèèger
Niet sterk
Het slotje van den armbaand is wèèger en is al wier kepot Het slotje van die armband is niet sterk en is alweer kapot
Weern
Tegenstand bieden
Ze weern zich bes ma hebt toch verleurn Ze gaven goed tegenstand maar verloren toch
Weerstrubbn Weerborstels
Jammer da-j van die weerstrubbn in het hoar hebt Jammer dat je weerborstels in het haar hebt
229
230
Welle
Bron
Doar zit ne welle in de groond Daar zit een bron in de grond
Wepse
Wesp
Hij is e-stökkn duur ne wepse Hij is gestoken door een wesp
Wetterkalf
Kalf dat nog melk drinkt
Woch èèm, ik mot de kalver nog wettern Even wachten, ik moet de kalveren nog drinken geven
Wettern
Drinken geven
Dit bint oonze wetterkalver Dit zijn onze kalfjes
Weule
Mol
Volgens mie hebt wi ne weule in ‘n tuin Volgens mij hebben we een mol in de tuin
Wibbelkoonte
Iemand die niet stil kan zitten
Gerrianne is ne wibbelkoonte Gerrianne kan niet stilzitten
Wichter
Kinderen
Vrogger haddn de leu meer wichter as noe Vroeger hadden mensen meer kinderen dan nu
Wichterwark Niet serieus nemen wat kinderen doen
Mien moo neumn ‘t wichterwark toen ik op veertienjeurige lèèftied verkering kreege Mijn moeder nam het niet serieus toen ik op 14-jarige leeftijd verkering kreeg
Wied
Ver
Hij wont wied vot Hij woont ver weg
Wief
Vrouw
Wat ‘n mooi wief! Wat een mooie vrouw!
Wieleu
Wij
Wieleu bint femilie van oeleu Wij zijn familie van jullie
Wiem
Plek (zolder) waar het vlees hing om te drogen
De wos hangt in ‘n wiem De worst hangt te drogen
Wierig
Actief
Het lik mie een wierig jungske Volgens mij is het een actief jongetje
Wierkommn
Terugkomen
Komt nog ‘s wier a-j in de buurte bint Kom nog eens weer als je in de buurt bent
Wierumme
Terug
Kom ma wierumme, ie bint te wied e-jag Kom maar terug, je bent te ver gereden
Wies
Verstandig
‘t Was een wies besluut um ‘n paraplu met te nemmn Het was een slimme keus om een paraplu mee te nemen
Wieslippe
Wijsneus
Den kleinn is ne echte wieslippe Dat kind is een echte wijsneus
Wieter
Verder
Ik zee eur een endje wieter stoan Ik zie dat ze een stukje verderop staat
Wieze
Manier
Op disse wieze bi-j man nog nit kloar Op deze manier ben je morgen nog niet klaar
Wille
Plezier
Ik hoppe da-j völle wille hebt met mekaa Ik wens jullie samen veel plezier
Wilmoods
Met opzet
Wilmoods leet ze het glas uut de haane valln Ze liet het glas met opzet uit haar handen vallen
Wind
Lucht
He-j nog wind in de fietsbèène? Heb je nog lucht in de fietsbanden?
Windbuul
Opschepper
Roy is ‘n grootn windbuul Roy is een grote opschepper
Wisse wa Joa wisse
Zeker wel
Doar heb ik wisse wa an e-dach Daar heb ik zeker wel aan gedacht
Woage
Weegschaal
De woage gif het nit good an De weegschaal doet het niet goed
Wosseln
Zwoegen
Mö-j det jungske zeen wosseln met die zwoare steene Moet je dat jongetje zien zwoegen met die zware stenen
Wrange
Gang in de grond
De weule maakt ne wrange De mol maakt een ondergrondse gang
Wrangn
Uierontsteking hebben
De koo wrangt De koe heeft uierontsteking
231
Uitdrukkingen
232
Waarn
Waart oe; an de kaante of in de kraante.
Pas op, anders krijg je een ongeluk (en kom je in de krant)
Wach
De wach anzeggn
Streng toespreken
Waterdösn
Den hef d’r een paa hen waterdössn
Hij heeft ze niet alle 24 in het kratje
Weeld
Argens weeld van wèèn
Ergens gek op zijn
Wèèn
Bi die leu kö-j gleunig bes wèèn Zij zijn heel gastvrij
Weg
Het möt bi de weg blievn
Wemmeln
Het wemmelt mie vuur de oong Ik word er duizelig van
Wetterkalf
Zoepn as een wetterkalf
Heel veel drinken
Wichter
Doar komt wat wichter
Er komt een baby
Wied
Het zo wied hebbn
Er klaar voor zijn
Wierkommn
Wierkommn keune kiekn! Wierkommn, dan kö-j oonze keune ok zeen
Tot ziens!
Wies
Wies met wèèn
Blij mee zijn, dol op zijn
Wies
Wies bescheed geevn
Een brutaal antwoord geven
Wies
Wie wies is, is stille
Soms is het verstandig om niets te zeggen
Wieze
Van de wieze wèèn
Van streek zijn
Wille
Völle wille en doot zo vedan!
Veel plezier en ga zo door!
Woagn
Iemand d’r an woagn
Iemand er voor laten vliegen
Won
D’r bi in wonn
Thuis niets te vertellen hebben
Wos
Dunne plekskes snien is ‘t behoold van de wos (en slech vuur de slager)
Als je dunne plakjes worst snijdt, heb je er lang wat aan (maar de slager is niet blij)
Het moet niet te gek worden
Wochn De eerste schooldag van het nieuwe schooljaar was aangebroken. Juffrouw Wolters had de eerste klas. Druk redderend liep ze door de klas. Schriftjes uitdelen, namen oefenen, zorgen dat ze allemaal een potlood kregen, enzovoort. De kinderen zagen haar spanning. Eén van de kinderen kreeg medelijden met haar. Hij stond op en riep hard door de klas: “Juffrouw, doot ‘t toch röstig an. Wie wocht oe ja wa!”
De Wedstried Guus de hoond, Gijs en Josje en de fluite den vot was Thijs Veneklaas Slots | Hooltns
Het is binnoa zommervakantie. Gijs en Josje speult met ’n hoond in de tuin. De leste daang hebt Gijs en Josje de buurvrouwe stöörig zeen sportn as ze buutn warn. De buurvrouwe dut namelijk met an de grötste wedstried van Hooltn, dat wis Gijs. A-j wilt winn, mo-j ommeunig had zwemmn, fietsn en loopn. Gijs zien moo röp: Alloh, goat ule met? Wi goat zo noar de wedstried hen kiekn. Gijs en Josje goat geerne met hen kiekn. “Mag Guus dan ok met?”, vrög Gijs an zien moo. “Wi goat de start kiekn bi ‘t water en Guus is alderbastend gek op water”. “Noh, vuuruut dan ma. Effn wachn, dan doo-k Guus ’n reem an”, antwoordt Gijs zien moo. Met zien veern goat mooder, Gijs, Josje en Guus met de fietse noar ‘t water van de Domelaar. As ze doar ankump, stoat de sporters al bi de start. Gijs zut ziene buurvrouwe stoan en röp: “Zet ‘m op!”. Zie stekt allemoal ’n duum op en Guus blekt nerig. “Kom op, buurvrouwe. Winn!”. As Gijs en Josje met Guus vuuran bi ‘t hekke stoat, wil de scheidsrechter de wedstried startn. “Op jullie plaatsen…” geet het. Ma dan zeet Gijs en Josje de scheidsrechter verbaasd kiekn. “Ik bin miene fluite kwiet, zo kan de wedstrijd neet beginn!”. Het publiek is zo stille an ne moes. “Wat noe?” vrög Josje an Gijs. “De buurvrouwe kan zo neet winn. Wi mot wat doon”. Gijs hef a een idee. “Wie goat de fluite zeukn, saam met Guus”. Gijs en Josje loopt hard vot, saam met Guus. “Wat goat ule doon?”, röp Gijs zien moo. “Wierkommn!” Ma Gijs en Josje loopt steil de aandere kaante uut, noar de kleedkamers.
234
‘Misschien hef der wa ene per ongeluk de tasse van scheidsrechter ummeruild”, zeg Josje. Ineens spitst Guus ziene oorn en trekt an ‘n reem. Wat dut Guus noe toch? “Misschien weet Guus wa woer de fluite is!”, zeg Gijs. “Loa-w ’n reem lös doon en dan kan Guus spoorzeukn”. En doar geet Guus hen. Hij rent in ene streepe noar de böskes achter de tèènte. Doar heurt Gijs en Josje ‘m heel hard blekkn. Woef, woef, woef! As ze bi de tèènte kumt, heurt Gijs en Josje ne koppel wichter die met mekaa lacht en schik hebt. En… zie bloast op een fluitje! Achter de tèènte bint twei wichter an ’t spöln en doar is…. jawel: Guus! Hij springt vrolijk in het roone en blekt met de fluite met. Wat ne wille! Ma der is gin tied te verleezn, want de wedstrijd mot neurig begin. Gijs vertelt de andere wichter det de scheidsrechter ziene fluite kwiet is en det Guus de fluite wier hef e-vun. Met zien alln brengt ze de fluite gauw wier noar de scheidsrechter hen. Den is ommeunig bli-j met de fluite, det der wier was. Noe kan de wedstried asnog startn! “Klaar voor de start…… AF!”. En doar geet de buurvrouwe van Gijs. Zie zwemt, zie fietst en rent het hardste van allemoal en wint de wedstried. Soams krig de buurvrouwe van Gijs ne grootn beker. As de buurvrouwe op ‘t podium steet, wis ze noar Gijs en Josje. Zie meugt saam met Guus ok op het podium kommn. Gijs en Josje kriegt ne groote medaille. “Umdet ule de fluite wier heb e-brach”, zeg de buurvrouwe van Gijs. En Guus krig ne grootn hoonbot um lekker op te kauwn. Het hele darp juicht en zingt de leu op het podium toe. Want wat bint ze ollemoal bli-j det de wedstrijd toch nog duur kon goan. Lang leve de wichter en Guus de hoond!
235
De Wedstrijd Guus de hond, Gijs en Josje en de verdwenen fluit Thijs Veneklaas Slots | Nederlands
Het is bijna zomervakantie. Gijs en Josje spelen met de hond in de tuin. De afgelopen dagen hebben Gijs en Josje de buurvrouw vaak zien sporten toen ze buiten waren. De buurvrouw doet namelijk mee aan de grootste wedstrijd van Holten, wist Gijs. Om te winnen moet ze heel hard zwemmen, fietsen en lopen. De moeder van Gijs roept: ‘Gaan jullie mee? We gaan zo naar de wedstrijd kijken.’ Gijs en Josje gaan graag kijken. “Mag Guus dan ook mee?”, vraagt Gijs aan zijn moeder. “We gaan de start kijken bij het water en Guus houdt enorm van water.” “Nou, vooruit dan maar. Even wachten, dan doe ik Guus aan de riem”, antwoordt de moeder van Gijs. Met z’n vieren gaan moeder, Gijs, Josje en Guus met de fiets naar het water van de Domelaar. Daar aangekomen staan de sporters al bij de start. Gijs ziet zijn buurvrouw staan en roept: “Zet hem op!” Ze steken allemaal hun duim op en Guus blaft er vrolijk op los. “Kom op buurvrouw! Winnen!” Als Gijs en Josje met Guus vooraan bij het hek staan, wil de scheidsrechter de wedstrijd starten. “Op jullie plaatsen...”, klinkt het. Maar dan zien Gijs en Josje de scheidsrechter verbaasd kijken. “Ik ben mijn fluit kwijt, zo kan de wedstrijd niet starten!’” Het publiek is muisstil. “Wat nu?’, vraagt Josje aan Gijs. ‘De buurvrouw kan zo niet winnen. We moeten wat doen.” Gijs heeft al een idee. “Wij gaan de fluit zoeken, samen met Guus.” Gijs en Josje rennen hard weg, samen met Guus. “Wat gaan jullie doen?”, roept de moeder van Gijs. “Terugkomen!” Maar Gijs, Josje en Guus rennen de andere kant op, naar de omkleedplekken.
236
“Misschien heeft iemand wel per ongeluk de tas van de scheidsrechter verwisseld”, zegt Josje. Plotseling spitst Guus zijn oren en rukt aan de riem. Wat doet Guus nou? “Misschien weet Guus wel waar de fluit is!”, zegt Gijs. “Laten we de riem afdoen zodat Guus kan spoorzoeken.” En daar gaat Guus. Hij rent rechtstreeks naar de bosjes achter de tent. Daar horen Gijs en Josje hem heel hard blaffen. Woef, Woef, Woef! Als ze bij de tent komen, horen Gijs en Josje kinderen die aan het lachen zijn en plezier hebben. En.... ze blazen op een fluitje! Achter de tent zijn twee kinderen aan het spelen en daar is… jawel: Guus! Hij springt vrolijk rond en blaft met de fluit mee. Wat een plezier! Maar er is geen tijd te verliezen, de wedstrijd moet namelijk snel starten. Gijs vertelt de andere kinderen dat de scheidsrechter zijn fluit kwijt is en dat Guus de fluit heeft teruggevonden. Met z’n allen brengen ze de fluit snel terug naar de scheidsrechter. Die is maar al te blij dat de fluit er weer is. Nu kan de wedstrijd toch nog starten! “Klaar voor de start… AF!” En daar gaat de buurvrouw van Gijs. Ze zwemt, fietst en rent het hardst van allemaal en wint de wedstrijd. ‘s Avonds krijgt de buurvrouw van Gijs een grote beker. Als de buurvrouw op het podium staat, wijst ze naar Gijs en Josje. Die mogen samen met Guus ook op het podium komen. Gijs en Josje krijgen een grote medaille. “Omdat jullie de fluit terug hebben gebracht”, zegt de buurvrouw van Gijs. En Guus krijgt een groot hondenbot om lekker op te kauwen. Het hele dorp juicht en zingt de mensen op het podium toe. Want wat zijn ze allemaal blij dat de wedstrijd toch nog door kon gaan. Lang leve de kinderen en Guus de hond!
237
Project Wilm 75 Willemien Grobben | Hooltns
Mien mobieltje zit in de tesse en steet op trilstand. En zo stap ik op ‘n mooin zommeroamnd op de fietse. Oonderweg noar Wilm. He woont ‘s meddeweegns buutn Hooltn. Wi-j bint oons hele leamn a kunnig. Vrogger wa-w noabers. Zien zuske Fenna zat bie mie in de klasse en a-w oons noa schooltied aans um an haddn e-trökkn spölln wi-j met mekaa. Wilm is eur grote breur. Hee kon oons merakels good op ‘t rabat jaagn: ‘n dooin moes in ‘n schoon of ‘t slötteltje van de fietse kwiet maakn. Wat had hee ‘n wille as wi-j begun an te goan. Och joa, woar is de tied e-bleemn... Fenna is nog aait miene vriendinne, ma het spit mie merakels det ze vuur joarn terugge noar Canada is verhuusd. Eur heele femilie was in die daage glad van ‘t pesseel. Ma ja, eur man Albert wol geerne grötter boern en toen e zich det in ‘n kop had e-zet was der gen hooln meer an. Bi-j ‘t ofschèèd ha-w ommoal troan in de oong. Ik weet ‘t nog as ‘n dag van gistern. Destieds ha-j gen email, gen whatsapp en gen smartfoon. Mangs belln ie, ma nit te vaake. Belln was duur! Mangs schreef ie breeve. Ma as ne breef in Canada in de breembusse völ, was ‘t oold niejs... Oonderwiel bi-w veertig joar wieter. De oolders van Fenna bint der ‘n moal hen e-wes um te zeen woer eur deerne was terechte kommn. Eenmoal weer tuus haddn ze heel wat te vertelln: honderd kilometer is doar ‘n klèèn èèneke, en bunders bouwlaand zo wied a-j zeen kon. Wilm wol toen ni met. “As ‘t de bedoeling was de-k duur de loch hen rèèzn, dan ha-k wa vleugels e-kreegn”, zèè hee. Met aandere weure: ‘Ik dörve ni’. Toen eur moo achteruut gung en op ‘t starfberre lag, is Fenna zes wekke in Hooltn e-wes. Eur va is later onverwachens uut de tied e-kommn. En Fenna kwam vuur de groove. Zie vreug mie destieds o-k zo noe en dan biej Wilm achterhen wol kiekn um te zeen of he zich kon reddn.
238
En zo huust Wilm noe a joarn alleene op de oale stea. Noh ja, alleene? ‘n Paar pinkn, twei keune, ‘n stuk of wat hoonder en Napoleon hoolt ‘m gezeelschop. Van ne vrouwe is nooit wat e-kömmn. Ik heb ‘m det wa is te brèène schöttn, ma zien beschead was dudelijk: “Nee, hier gen vrouwmèènse achter ‘t fenuus. Die hebt zovölle vuur ‘t gat te bindn. Stöörig nieje klerage, gevarfde heure of van die niejmoodse telefoons en nog meer van die flantuutn. Ommoal geelddeuntjes”. Joa, hee heult slim van nöstern. Loat Wilm ma leamn zoas van ooldsher, zo is ‘t um krek noar ‘t zinne.
239
Oonderwiel gif ‘t display van mien e-bike an de-k zwat vief kilometer van huus bin en in de veertn zee-k Wilm op zien bèènkske neust de dellnduure zittn. He rookt ne sigaare en kik tevrean oaver de laanderie-jn. Napoleon blekt, Wilm zöt mie en stek zoas aait de haand op. “Komt d’r in, loop ma wieter. Ie weet de weg. Zet ma veste water op vuur de koffie. Ik mot nog effn ‘n sik verzettn”. Seend kot hef hie, vanwege ’n leaftied, wekkelijks ‘n paar uur hulpe in huus.Trudy kump ‘m de boel ‘n betje gladhooln. Zie is ‘n klook mèènse: zie löt Wilm begoan en weet toch ziene vastgeroeste veroolderde gebruukn een betje bi-j te buugn. Zo zöt de kökkn d’r de leste moandn völle better uut: ‘n wasseldook geet umwiel in de wasse, de köpkes stoat schoone in de speene en der ligt gen grömmels meer op de groond. Wilm schönk de koffie op, krek zo as zie moo det had e-doan. Nee, hier gen koffiemesiene of ne Senseo. En eerlijk is eerlijk: Wilm ziene koffie smaakt better dan mennig niejmoods köpke koffie! “Noh Wilm, good te passe?” “Ik magge nit klaagn. De butte doot mie mangs zeer. Och, ik wör der ok nit jonger op”, is zien beschead. En zo kuiere wi-j nog èèm vedan. Het darperniejs, ‘t wereldniejs, van alns kump vuurbiej.
240
Ok a kom ie op zien boerderi-jke gen flatscreen of computer teeng, he-s good bi-j de tied. De kraante les hee van vuur noar achter en ok via zien krakendn transistor blif he good op de heugte. Mie duch det zien kiek op de toestand in de wereld wa angif det he merakels vernemstig is. Dan veul ik mien mobiel trilln. Ik haal ‘m uut de tesse. Wilm kik mie an en vrög: “Begin ie ok a met die vreamde flantuutn?” Ik begin te proatn: “Oh Fenna, ‘t lik wa of ‘t zo wèèn möt, ik zitte net bi-j oe breur an de koffie.” Wilm geet steil rechop zittn: “Oonze Fenna?” “Joa, en ie könt eur heurn én zeen!” Umwiel kump hee in de beene en kik met mie met. Ik geeve um de telefoon in haande. Eers steet he met de moond vol taane, ma later prötte honderduut. Noa ofloop is he ‘n betje op ‘n biestern. “Wat is oonze Fenna gries e-wörn en zie hef zovölle foekn in ‘t vel”. “Kiek ie zelf wa mangs in ‘t speegel, Wilm? Iele hebt mekaa a zo lange nit zene”. Bi-j ‘t votgoan vrög Wilm o-k de took’n moal mien mobieltje wier met wil brengn. Noe möt ni anhaaln. De woondern bint de wereld nog nit uut! In ‘t tweiduuster fiets ik de richste weg noar huus. Ik heb stille wille en verspitse mie op wat oons ommoal nog te wachen steet. Fenna hef in ‘t zin um ankommnd joar as Wilm jeurig is met man, wichter en klèènwichter drei wekke ‘n stuk of wat zommerhuuskes in Hooltn of te huurn. Fenna en ik neumt det plan ‘Project Wilm 75’. En wi-j doot der nit met hen, want met mekaa bi-w oonderwiel gangs ‘n heel dreeibook op te stelln. Zie wilt vanzelf meer van Hollaand zeen as Hooltn. Ik verknökkele mi-j noe a: hoe zal Wilm kiekn as te-met oonverdachns zien klèène zuske uut Canada bi-j ‘m op de kökkn steet? Det ‘t telefoontje van vanoamd, as anlöppe noar zien 75sten verjeurdag, ofgesprökken wark was, det vertelle wi-j um later nog wa.
241
Project Wilm 75 Willemien Grobben | Nederlands
M’n smartphone zit in mijn broekzak en staat op trilstand. En zo stap ik op ‘n mooie zomeravond op de fiets. Onderweg naar Willem. Hij woont een eindje buiten Holten. We kennen elkaar al van jongs af aan. Vroeger waren we buren. Zijn zusje Fenna zat bij mij in de klas en als we na schooltijd andere kleren hadden aangetrokken, speelden we samen. Willem is haar grote broer. Hij kon ons goed op stang jagen: ‘n dode muis in de schoen of ‘t fietssleuteltje zoekmaken. Wat had hij een plezier als wij tekeergingen. Ach ja, waar is de tijd gebleven... Fenna is nog steeds mijn vriendin, maar het spijt me geweldig dat ze alweer heel wat jaren geleden naar Canada is verhuisd. In die dagen was haar hele familie van streek. Maar ja, haar man Albert wilde graag een veel groter boerenbedrijf en toen hij dat bedacht had, kon niemand hem nog tegenhouden. Bij ‘t afscheid hadden we allemaal tranen in de ogen. Ik weet ‘t nog alsof het gisteren was. Destijds was er geen email, geen whatsapp en geen mobieltje. Soms belde je, maar niet al te vaak. Telefoneren was duur! Soms schreef je brieven. Maar tegen de tijd dat een brief in Canada in de brievenbus viel, was het oud nieuws... Ondertussen zijn we veertig jaar verder. De ouders van Fenna zijn er één keer naar toe geweest om te zien waar hun dochter terecht was gekomen. Toen ze weer thuis waren hadden ze veel te vertellen: honderd kilometer stelt daar niks voor en hectares landbouwgrond zover het oog reikt. Willem wilde toen niet mee. “Als ‘t de bedoeling was dat ik door de lucht zou reizen, dan had ik wel vleugels gekregen”, zei hij. Met andere woorden: ‘Ik durf niet’. Toen de gezondheid van haar moeder achteruitging en ze op haar sterfbed lag, is Fenna zes weken in Holten geweest. Haar vader is later onverwachts overleden. Fenna kwam over voor de begrafenis. Ze vroeg me toen om zo af en toe Willem een bezoekje te brengen en een oogje in het zeil te houden.
242
En zo woont Willem nu al jaren in z’n eentje op de oude plek. Nou ja, alleen? ‘n Paar pinken, twee varkens, wat kippen en Napoleon houden hem gezelschap. Van een vrouw is nooit wat gekomen. Ik heb er wel eens een balletje over opgegooid, maar zijn reactie was duidelijk: “Nee, hier geen vrouw achter het fornuis. Die hebben zo veel te wensen. Steeds maar weer nieuwe kleren, geverfde haren of de nieuwste smartphone en nog meer van die vreemde kuren. Die kosten alleen maar geld”. Ja, hij houdt bijzonder veel van mopperen. Laat Willem maar leven zoals vroeger, dat bevalt hem uitstekend. Ondertussen geeft het display op m’n e-bike aan dat ik bijna vijf kilometer van huis ben en in de verte zie ik Willem op z’n bankje naast de deeldeur zitten. Hij rookt een sigaar en kijkt tevreden uit over de landerijen. Napoleon blaft, Willem ziet me en steekt zoals gewoonlijk zijn hand op. “Kom d’r in, loop maar verder. Je weet de weg. Wil je al vast water voor de koffie opzetten? Ik ga nog even een plasje doen”. Sinds een tijdje heeft hij, vanwege de leeftijd, wekelijks een paar uur thuishulp. Trudy houdt de boel aan kant. Ze is een verstandige vrouw: ze laat Willem z’n gang gaan, maar weet toch z’n vastgeroeste verouderde gewoontes een beetje bij te buigen. Zo ziet de keuken er de laatste maanden veel netter uit: de vaatdoek krijgt geregeld een
243
wasbeurt, de kopjes staan in de kast en er liggen geen kruimels meer op de vloer. Willem schenkt de koffie op, net zoals zijn moeder dat vroeger deed. Nee, hier geen koffiezetmachine of Senseo-apparaat. En eerlijk gezegd smaakt de koffie van Willem beter dan menig modern kopje koffie! “Nou Willem, alles in orde?” “Ik mag niet klagen. Soms heb ik pijnlijke botten. Och, ik word er niet jonger op”, is zijn antwoord. En zo praten we nog even verder. Dorpsnieuwtjes, het wereldnieuws, van alles passeert de revue. Ook al tref je in zijn boerderijtje geen flatscreen of computer aan, hij is goed bij de tijd. De krant leest hij van voor naar achter en ook zijn krakende transistorradio houdt hem goed op de hoogte. Mij dunkt dat zijn kijk op de toestand in de wereld wel aangeeft dat hij lang niet dom is. Dan voel ik mijn mobieltje trillen. Ik haal ‘m uit mijn broekzak. Willem kijkt me aan en vraagt: “Begin jij nou ook al met die vreemde fratsen?” Ik begin te praten: “Oh Fenna, het lijkt wel of het zo moet zijn, ik zit net bij je broer aan de koffie”. Willem gaat kaarsrecht op zijn stoel zitten: “Onze Fenna?” “Ja, en je kunt haar horen én zien!” Ondertussen staat hij op en kijkt met me mee. Ik geef ‘m de telefoon in handen. Eerst staat hij met de mond vol tanden, maar later praat hij honderduit. Na afloop is hij een beetje in de war. “Wat is onze Fenna grijs geworden en wat heeft ze veel rimpels”. “Kijk je zelf wel eens in de spiegel, Willem? Jullie hebben elkaar zo lang niet meer gezien”. Als ik naar huis ga, vraagt Willem of ik de volgende keer mijn mobieltje weer mee wil brengen. Nou moet het niet gekker worden, de wonderen zijn de wereld nog niet uit! In de schemering fiets ik zo snel mogelijk naar huis. Ik heb binnenpret en verheug me op wat ons allemaal nog te wachten staat. Fenna is van plan om volgend jaar als Willem jarig is met man, kinderen en kleinkinderen
244
drie weken lang een paar vakantiehuisjes in Holten te huren. Fenna en ik noemen dat plan ‘Project Willem 75’. En we wachten er niet mee want samen stellen we ondertussen een heel draaiboek op. Vanzelfsprekend willen ze meer van Nederland bekijken dan alleen Holten. Ik verkneukel me nu al: hoe zal Willem reageren als straks zijn zusje uit Canada onverwachts bij hem in de keuken staat? Dat ‘t telefoontje van vanavond, als opmaat naar zijn 75ste verjaardag, doorgestoken kaart was, vertellen we hem later nog wel.
245
Woordenlijst Zaandblik
stofblik
Ik heb ‘n zaandblik neurig vuur de krummels Ik heb een stofblik nodig voor de kruimels
Zachn
Helen
De glippe zacht al mooi De wond heelt al goed
Zeel
Touw
Bi disse koo is het achterzeel lös Bij deze koe is het touw om de achterste poten los
Zeerte
Pijn
De kopzeerte is oaver ma noe he-k zo’n boekzeerte De hoofdpijn is over maar nu heb ik zo’n buikpijn
Zet
Poos
Het duurn nen heeln zet vuur hij reageern Het duurde lang voor hij reageerde
Zevern
Kwijlen
Het kind krig taane, dut niks as zevern Het kind krijgt tandjes, is erg aan het kwijlen
Zich
Zeis
‘n Zich is stoomp De zeis is bot
Ziegerd
Klap
As ik vrogger nit luustern, kreeg ik van mien va ne ziegerd met de pette Als ik vroeger niet luisterde, kreeg ik van mijn vader een klap met de pette
Zi-je
Zeef
Een koffiezi-jke is ne klèène uutvoering van ne melkzi-je Een koffiezeefje is een kleine versie van een melkzeef
Zinnig
Mak
Wèès nit bange, den hoond is wa zinnig Je hoeft niet bang te zijn, deze hond is mak
Zoeperd Zoeptorre Zoeplappe Zoepstrotte
Dronkenlap
Hij is al net zonnen zoeperd as zien grovva Hij is net zo’n dronkenlap als zijn opa
Zoer
Zwaar, moeilijk
Den tuin spittn is zoer wark Die tuin omspitten is zwaar werk
Zoerblaa
Zuring
Duurkok zoerblaa is niejmoods ettn Stamppot van zuring is modern eten
Zoerbraand
Brandend maagzuur
Ik heb las van zoerbraand Ik heb last van brandend maagzuur
Zoern siepel
Zuurpruim
Hij is vaste teeng, hij is nen zoern siepel Hij is vast tegen, hij is een zuurpruim
247
248
Zog
Moedermelk
Zie zegt det broen bier good is vuur ‘t zog Men zegt dat bruin bier goed is voor moedermelk
Zökke Zoeze
Sul
Hij is zonne zökke Hij is zo’n sul
Zonet
Even geleden
Ik heb eur zonet e-zene Ik heb haar net nog gezien
Zoomp
Voerbak, trog
Dissn bloomnbak was ne varknszoomp Deze bloembak was een varkenstrog
Zowied
Zover
He-j ‘t zowied of duurt ’t nog èèm? Ben je zover of duurt het nog even?
Zul
Drempel
Opoe slep het mes op ‘n zul Oma sleep het mes op de drempel
Zunneplaate
Zonnepaneel
Zie hebt meer as 100 zunneplaatn op het dak Zij hebben meer dan 100 zonnepanelen op het dak
Zwak
Lenig
Zien opoe is al 80 ma nog heel zwak Zijn oma is al 80 maar nog heel lenig
Zwatte
Vochtigeplek
Joke hef ‘t zwatte in de wasse Joke heeft vochtplekjes in de was
Zweerderi-je
Ontsteking
Hij hef zweerderi-je an ‘n grootn teen Hij heeft een ontsteking aan zijn grote teen
Zwiemelig
Duizelig
Ik zwiemele op de beene Ik ben duizelig
Zwil
Eelt
Ik kreege bloarn umdet ik te weinig zwil op de haane hebbe Ik kreeg blaren omdat ik te weinig eelt op mijn handen heb
Zwil
Rol gras
Ik heb het grös al an ‘n zwil Ik heb het gras al in wiersen
Zwokkn
Hard vallen
Hij völ van de fietse en zwokkn an de groond Hij viel van de fiets en viel hard op de grond
Uitdrukkingen Zet
Een bessn zet e-lene
Lang geleden
Zettn
Oe daale zettn
Gaan zitten
Zied
Op zied goan
Aan de kant gaan
Zinne
In ’t zinne hebbn
Van plan zijn
Zinne
In ‘t zinne scheetn
Te binnen schieten
Zinne
Zich an ’t zinne wèèn
Veel van je lichaam vragen
Zinne
Iets in ’t zinne hebbn
Iets van plan zijn
Zittn
Een zittnd gat bedech zich wat
Mensen die veel tijd hebben, bedenken van alles
Zoepn
Zoepn as een wetterkalf
Heel veel drinken
Zoepn
As een wetterkalf nit wil zoepn, Bij de voetbal leer je drinken dan mö-j um bi de voetbal doon
Zoer
Het valt ‘m zoer
Het is moeilijk voor hem
Zol
Zol op de tonge hebbn
Ziek zijn
Zwil
Zwil in de oorn hebbn
Doen alsof je niets hoort
Zwil
Zwil vuur de kop hebbn
Geen emoties hebben
Zunne
As de zunne begint te daaln, begint de luien an te haaln As de zunne daalt in het westen, bint de luien op zien besten
Luie mensen zijn ’s avonds op hun best
249
Zeek Ria Kappert – Jansen - Ria van Jans van Hengeveeld en Dieki van Wilm’s Anton | Hooltns
Zie haddn mie e-vroagd um wat te schriem vuur het beukske oaver ‘t Hooltns dialect. Ik wazze vereerd en verrast en zei meteen “Ja”. Ma ‘t bleef nog èèm op ‘n schossteen lign; èèm de tied nemmn um wat te bedèènkn en toen… toen worn ik zeek. Op den bewussn moandagoamd worn ik duzelig. En misselijk. En noa een uur boam de wc hangn en spi-jn zea de opgetrommelde eerste-hulp-dokter: “Ze hef ginnen tia”. Gelukkig ma. Ma slech veuln ik mie wa. ‘t Was iets met ‘t eamwichtsorgaan: gruus in ‘t slakknhuus. ‘t Kump bliekbaar völle meer vuur. An ‘t èène van ‘n oamd hebt ze mie in auto heesn en bin ‘k noar huus hen e-brach. Röstig an doon, wark of-zegn en netjes luustern noar wat ‘n huusdokter en de fysio oe vuurschrif. Tja, en dan zut de wereld d’r ineens heel aans uut. Zeek! Nou ja, het geet wa wier oaver, ma ne gedwongen rustpauze is vuur mie, as bezige bi-je, toch wa effn… eh… ja, schrikkn en wenn. Het ofzeggn van mien wark, miene oppaswichter (ie möt weetn, ik bin gastoolder vuur zeum gezinn), ja, det is wa zoer. Det geet mie duur ‘n hard bot. Um ‘t geeld geet het nog neet eens ma het geet mie meer um mien verantwoordelijkheid. Ja, ik weet ‘t wa: de wereld dreeit heus wa duur zoonder mie…. ma toch. Het mooie van effn op de remme trappn is det d’r ineens ruumte kump. Ruumte um noa te dèènkn. Wat is ech belangriek vuur mie? Wil ik in mie oale ritme nog een zetje vedan? Of goa-k mien tied aans inrichtn? Een ‘bezig baasje’ (vrouwtje) za-k altied wa bliem: det zit d’r noe éénmoal in e-bakkn. Een zittnd gat heb ik èèlijk nooit e-had. Van huus uut was ‘teumig wean’ bi-jnoa ne doodzunde. Dus ja, meer tied maakn vuur aandere dinge? Ik bin d’r nog met an ’t nuurn.
250
Nee, ik bin d’r nog neet uut. Noh ja, misschien kump het antwoord met de tied vanzelf wa. Ik realiseere mie ok wa det miene zeerte van noe, wier oavergeet. En det d’r heupe mèènsn bint die ‘t ollemaal völle arger hebt. Met zeektes en narigheid wat neet wier oavergeet. Of nog arger: die op ‘n duur ‘t loodje möt leggn. “Ben je ook druk geweest en heb je veel meegemaakt?” vreug ‘n huusdokter an mie. Eh, ja, d’r gebuurt èèlijk nog wa heel wat um oons hen. D’r bint oons nog a wat dierbaarn ontvalln de leste tied. En det löt mie zeker neet onberoerd. Nee, ik bin gin mèènse met zwil vuur ‘n kop. Zol mien rouw dan ok een deel kön wèèn van wat mie noe is oaverkommn? Det zol zomaa könn. Rouw is een heel natuurlijk proces. Maar ‘t lik wa o-j in disse tied, met ‘n paar wekke wier kloar mut wean. En det is ’t ni, bi gin eene. Noe ‘t gemis van oonze dierbaarn een plekje möt kriegn, gif mien lief an: nem meer tied vuur oezelf! Ai-j zeek bint, heult oe lief oe èigenlijk een speegel vuur. Het is an oezelf o-j d’r inkiekt of de-j d’r langshen kiekt. Ik zal d’r wa te lange langs hen hem e-kekkn, bedèenk ik mie noe.
251
Ik heb e-leerd det de mèènsn vuuruut möt kiekn. Ie könt leern van wat e-wes is, ma ie kunt het toch niet meer veraandern. Mie moo zol zeggn: “Ie könt beter spiet hebbn van wa-j deedn, dan van wa-j hebt noa-loatn”. Zie hebt oons genog bagage met e-geevn; oonze dierbaarn. De leste joarn det miene bèède oalders zeek warn, hebt ze gin onderwerp oaver e-sloane. Hun hele leam kwam mangs ter sprake; van de vrogste jeugdjoarn tot het naderende einde. En det was mangs moeilijk ma ‘t was ok fijn. Gin drempels. Gin drempels um wat dan ok ma te vroagn. Gin spiet, gin lösse eindjes. Terugge noar dit beukske: ik heb de Z, de’s het leste stukske van dit beukske. Doar wi-k de leu die dit least een wieze road metgeem as ze ‘t beukske zo meteen dichte sloat. Het geet inmiddels gelukkig a wier better met mie. Ik heb miene klachtn aardig achter mie e-loatn. Dankzij de rust en de ruumte die-k kreege. Ma geef mekaa ok die ruumte. De leams-les zol möttn wean: wi-j möt oons vaakerder realiseern hoe rieke azze wi bint met wa-w hebt. Wi leaft in een vri-j laand en heb het oaver het algemeen hartstikke good. Geniet d’r dan ok van van. Geniet van vandaage en koester oene herinneringen. En, loop oezelf vuural ni verbi-j, maar trap op tied op de remme. Want ‘t leam is vaake net as een kinderhempje; kort en bescheten! En bedèènk wa: af en toe een fikse buj-je rèèng, löt oe meer genietn van de zunne. Ik zol zeggn: Goodgoan en blief gezond.
252
Ziek Ria Kappert – Jansen | Nederlands
Ze hadden me gevraagd om iets te schrijven voor het boekje over het Holtens dialect. Ik was vereerd en verrast en zei meteen “Ja”. Maar het bleef nog even op de schoorsteenmantel liggen; even de tijd nemen om iets te bedenken en toen… toen werd ik ziek. Op die bewuste maandagavond werd ik duizelig. En misselijk. En na een uur boven de wc hangen en spugen zei de opgetrommelde eerste-hulp-dokter: “Ze heeft geen tia”. Gelukkig maar. Maar ik voelde me wel slecht. Het was iets met het evenwichtsorgaan; gruis in het slakkenhuis. Komt blijkbaar veel meer voor. Aan het eind van de avond hebben ze me in de auto gehesen en ben ik naar huis gebracht. Rustig aan doen, werk afzeggen en netjes luisteren naar wat de huisarts en de fysio je voorschrijven. Tja, en dan ziet de wereld er ineens heel anders uit. Ziek! Nou ja, het gaat wel weer over, maar een gedwongen rustpauze is voor mij, als bezige bij, toch wel even, schrikken en wennen. Mijn werk afzeggen, mijn oppaskinderen (je moet weten dat ik gastouder ben van zeven gezinnen), is wel erg moeilijk. Het is een zware beslissing voor me. Om het geld gaat het nog niet eens maar het gaat me meer om mijn verantwoordelijkheid. Ja, ik weet het wel; de wereld draait heus wel door zonder mij… maar toch. Het mooie van even op de rem trappen is dat er ineens ruimte komt. Ruimte om na te denken. Wat is echt belangrijk voor me? Wil ik in mijn oude ritme nog een tijdje doorgaan? Of ga ik mijn tijd anders inrichten? Een ‘bezig baasje’ (vrouwtje) zal ik altijd wel blijven, dat zit er nu eenmaal ingebakken. Ik kan nu eenmaal moeilijk stilzitten. Bij ons thuis was nietsdoen bijna een doodzonde. Dus ja, meer tijd maken voor andere dingen? Ik zit er nog op te broeden.
253
Nee, ik ben er nog niet uit. Nou ja, misschien komt het antwoord met de tijd vanzelf wel. Ik realiseer me ook wel dat mijn pijn nu weer overgaat. En dat er talloze mensen zijn bij wie het allemaal veel erger is. Met ziekten en narigheid die niet weer overgaat. Of nog erger: die op den duur het loodje moeten leggen. “Ben je ook druk geweest en heb je veel meegemaakt?” vroeg de huisarts aan me. Ja, er gebeurt eigenlijk heel wat om ons heen. Er zijn ons nogal wat dierbaren ontvallen de laatste tijd. En dat laat me niet onberoerd. Nee, ik ben geen mens zonder emoties. Zou mijn rouw dan ook te maken kunnen hebben met wat me nu is overkomen? Dat zou zomaar kunnen. Rouw is een heel natuurlijk proces. Maar het lijkt wel dat het, in deze tijd, met een paar weken weer over moet zijn. En dat is het niet, bij niemand. Nu het gemis van onze dierbaren een plekje moet krijgen, geeft mijn lichaam aan: neem meer tijd voor jezelf! Als je ziek bent, houdt je lijf je eigenlijk een spiegel voor. Het is je eigen keus of je erin kijkt of erlangs kijkt. Ik zal er wel te lang langs hebben gekeken, bedenk ik me nu. Ik heb geleerd dat een mens vooruit moet kijken. Je kunt leren van wat is geweest maar je kunt het toch niet meer veranderen. Mijn moeder zou zeggen: “Je kunt beter spijt hebben van wat je hebt gedaan dan van wat je hebt nagelaten”. Ze hebben ons genoeg bagage meegegeven, onze dierbaren. De laatste jaren dat mijn beide ouders ziek waren, hebben ze geen onderwerp overgeslagen. Hun hele leven kwam soms ter sprake; van hun vroegste jeugdjaren tot het naderende eind. En dat was soms moeilijk maar het was ook fijn. Geen drempels. Geen drempels om wat dan ook te vragen. Geen spijt, geen losse eindjes.
254
Terug naar dit boekje; ik heb de Z, dat is het laatste stukje van dit boekje. Daar wil ik de mensen die dit lezen een wijze raad meegeven als ze het boekje zo meteen dichtslaan. Het gaat inmiddels gelukkig alweer beter met me. Ik heb mijn klachten aardig achter me gelaten. Dankzij de rust en de ruimte die ik kreeg. Maar geef elkaar ook die ruimte. De levensles zou moeten zijn: we moeten ons vaker realiseren hoe rijk we zijn met wat we hebben. We leven in een vrij land en hebben het over het algemeen hartstikke goed. Geniet er dan ook van. Geniet van vandaag en koester je herinneringen. En, loop jezelf niet voorbij maar trap op tijd op de rem. Want het leven is vaak net een kinderhemdje; kort en bescheten! En denk eraan: af en toe een flinke regenbui laat je meer genieten van de zon. Ik zou zeggen: het ga je goed en blijf gezond.
255
Dit is de leste bladzie In de periode januari-juli 2023 hebbe wi zo völle meugelijk weure, uutdrukkingen en verhalen verzameld en die zo good meugelijk op e-schreevn. Wi hopt da-j d’r van genöttn hebt. Ie magt het oons loatn weetn! Ma wi hopt ok det het oe niejsgierig hef e-maakt, an het dèènken hef e-zet en herinneringen boavn hef e-brach. He-j nog anvullingn? Hieroonder kö-j ze kwiet. Hooltns is van ons allemoal.
256