Vanaf 1 januari 2027 veranderen de spelregels voor zakelijke mobiliteit ingrijpend. De introductie van de pseudo-eindheffing maakt fossiele (inclusief hybride) auto’s van de zaak fors duurder voor werkgevers. Een extra belasting van 12% over de fiscale waarde, die niet mag worden doorberekend aan medewerkers, dwingt ondernemers nu al tot concrete keuzes.
Vooruitplannen is cruciaal. Auto’s die vóór 2027 op naam staan, profiteren nog van een overgangsregeling, maar nieuwe contracten en wagenparkvernieuwing vragen om een scherpe afweging: elektrificeren, anders organiseren of slim anticiperen op de kostenstijging? Dealers en leasemaatschappijen zoals Pouw en XLLease (zie coverstory in deze editie) helpen ondernemers met advies op maat, wagenparkscans en langetermijnoplossingen. Tegelijkertijd biedt het programma Slim & Schoon Reizen praktische ondersteuning bij het verkennen van alternatieven zoals fiets en ov.
Dit themanummer laat zien dat mobiliteit niet langer alleen een operationele kostenpost is, maar een strategisch vraagstuk dat raakt aan kostenbeheersing, duurzaamheid, werkgeverschap en toekomstbestendigheid. Wie nu de juiste keuzes maakt, is over vijf jaar de winnaar.
Zakenmagazine voor de regio Stedendriehoek, Noord-Veluwe, Raalte en Lochem.
Abonnementen kunnen op elk gewenst tijdstip ingaan met en looptijd tot 31 december en worden automatisch verlengd tenzij de abonnee uiterlijk voor 31 oktober schriftelijk opzegt. Abonnementsprijs per jaar 55 euro
Copyrights
Het auteursrecht op de in dit tijdschrift verschenen artikelen wordt door de uitgever voorbehouden. Hoewel de informatie gepubliceerd in deze uitgave zorgvuldig is uitgezocht en waar mogelijk gecontroleerd, sluiten de uitgever en de redactie uitdrukkelijk iedere aansprakelijkheid uit voor eventuele onjuistheden en/of onvolledigheid van de verstrekte gegevens.
Pseudo-eindheffing: nu de juiste wagenparkkeuzes maken! 11
Ondernemer kiest vaker voor elektrisch 12
Hoe mijlpaalbetalingen M&A-deals mogelijk maken – én ingewikkeld maken
18 Mobiliteit wordt duurder in 2027: wat betekent dat voor jouw organisatie?
20
Bedrijfsoverdracht kost gemiddeld vijf tot zeven jaar
23 De kunst van het gesprek dat wél ergens landt
24 Je website werkt, maar je verliest klanten zonder het te zien
27 Zzp-markt krimpt in eerste kwartaal 2026
28 Jong talent werft zichzelf niet
30
Lensimplantaten: weer scherp zien, zonder gedoe
31 Aantal binnenlandse octrooiaanvragen stijgt voor het eerst sinds jaren
32 Monitor Leercultuur en AI: de nieuwe scholingsurgentie
35 Ondernemers willen sneller verduurzamen
36 Niet meer mensen, maar slimmer werken met AI
38 Werkgevers in Gelderland gaan de gevolgen van pensionering voelen
40 Van Munster Media Factory
Voor veel ondernemers in de Regio Stedendriehoek is mobiliteit een vanzelfsprekend onderdeel van de bedrijfsvoering. Leaseauto’s, kilometervergoedingen en parkeervoorzieningen horen er nu eenmaal bij. Maar die vanzelfsprekendheid begint te schuiven. Met stijgende kosten én de aangekondigde extra belasting op fossiele leaseauto’s vanaf 2027, wordt mobiliteit voor veel organisaties een steeds grotere kostenpost. De vraag is dan ook niet óf mobiliteit duurder wordt, maar hoe je daar als ondernemer slim op inspeelt.
18
Er wordt wat afgepraat in organisaties. Overleggen, heidagen, sessies. En toch, als je goed luistert, gebeurt er iets opvallends. Veel gesprekken lijken vooral bedoeld om iets gezegd te hebben, niet om iets op te lossen.
Vanaf 1 januari 2027 wordt een nieuwe belastingmaatregel van kracht met belangrijke gevolgen voor werkgevers. Deze zogeheten pseudoeindheffing voor auto’s van de zaak heeft namelijk impact op hun wagenpark en toekomstige kosten hieromtrent. Autodealer Pouw en leasemaatschappij XLLease spelen hier actief op in door hun klanten te informeren en te adviseren. Spoiler: werkgevers mogen deze belasting niet doorberekenen aan hun werknemers.
20 6
Geslaagde bedrijfsopvolging is belangrijk voor de economische dynamiek. Het zorgt ervoor dat relevante en succesvolle bedrijven kunnen blijven bestaan. Ook voor de financiële toekomst van overdragende ondernemers – die voor hun pensioen vaak (deels) afhankelijk zijn van een overnamesom – is een geslaagde overdracht cruciaal. Daartoe heeft vooral die ondernemer zelf de sleutel in handen. Wie op tijd begint, vergroot de kans op continuïteit en een goede prijs.
Jong talent werft zichzelf niet. Het kiest het gezicht dat het al kent. Zorg dat jij dat bent.
Pseudo-eindheffing: nu de juiste wagenparkkeuzes maken!
Vanaf 1 januari 2027 wordt een nieuwe belastingmaatregel van kracht met belangrijke gevolgen voor werkgevers. Deze zogeheten pseudo-eindheffing voor auto’s van de zaak heeft namelijk impact op hun wagenpark en toekomstige kosten hieromtrent. Autodealer Pouw en leasemaatschappij XLLease spelen hier actief op in door hun klanten te informeren en te adviseren. Spoiler: werkgevers mogen deze belasting niet doorberekenen aan hun werknemers.
Het is een extreem actueel én complex onderwerp, stellen Ingo Klieverik (salesmanager Stedendriehoek bij Pouw), Gijs van de Ridder (salesmanager regio Zwolle bij Pouw) en John Plette, commercieel directeur bij XLLease in Apeldoorn. “De eindheffing gaat er komen, dat is een voldongen feit. Nu gaat het erom: wat kunnen wij doen in een adviserende rol richting onze klanten? Je kunt overal een auto kopen en ook op heel veel plekken er eentje leasen. Klanten kiezen voor ons vanwege de goede service. Elke klant is uniek en wij denken met de ondernemer mee hoe hij het beste zijn mobiliteit kan regelen. Dat is tekenend voor hoe wij in de wedstrijd zitten: niet die ene auto verkopen of leasen, maar investeren in langetermijnrelaties met onze klanten.”
Een mooi voorbeeld van hoe Pouw en XLLease zich onderscheiden: in maart dit jaar organiseerden beide bedrijven een bijeenkomst voor klanten over de pseudo-eindheffing. “We hadden inspirerende automotive professionals uitgenodigd als sprekers en met 150 aanwezige relaties zat de zaal vol. Ondernemers vinden het mooi dat je hen meeneemt in actuele issues, zoals nieuwe wet- en regelgeving.” Ook voor het eigen personeel zijn kennissessies gehouden over de nieuwe spelregels. “Inmiddels beschikken we over een sterk team van inhoudelijke experts. Bevlogen vakspecialisten die exact weten waar het om gaat en de ondernemer het juiste advies kunnen geven. Zodat die vandaag zijn keuze kan maken en over vijf jaar tevreden zal constateren dat hij destijds het juiste advies heeft gehad en de juiste keuze heeft gemaakt.”
SCHREIBER.
FOTOGRAFIE:
MARCEL
KRIJGSMAN
VOORUITPLANNEN CRUCIAAL
Concreet houdt de pseudo-eindheffing in dat werkgevers per jaar 12% extra belasting betalen over de fiscale waarde van zakelijke personenauto’s op fossiele brandstof (benzine, diesel of hybride aandrijving) die ook privé worden gebruikt. Woon-werkverkeer wordt daarbij eveneens beschouwd als privégebruik. “Het betreft alle zakelijke personenauto’s: van koop en financial lease tot leaseauto's met full operational lease”, aldus Plette. “Ook de impact van bestaande leasecontracten richting 2030 nemen we hierin mee.” Met andere woorden, vooruitplannen in 2026 is cruciaal om extra kosten te voorkomen. “Auto’s die vóór 1 januari 2027 al in gebruik zijn,
vallen onder een overgangsregeling tot 17 september 2030”, zegt Klieverik.
Met de pseudo-eindheffing beoogt de overheid het halen van de klimaatdoelen voor 2030 een stap dichterbij te brengen. Daarvoor is het essentieel dat het aantal auto’s op fossiele brandstof sneller omlaag gaat en het aandeel elektrische auto’s juist toeneemt.
“Door zakelijke auto's op fossiele brandstof fiscaal minder aantrekkelijk te maken voor werkgevers en elektrisch rijden te blijven stimuleren met de bijtellingskorting tot eind 2027, wil de overheid werkgevers bewegen om nu al te kiezen voor emissievrije mobiliteit en alleen nog zakelijke auto's zonder uitstoot aan hun werknemers
aan te bieden”, verklaart Plette. “Werkgevers betalen de belasting via de loonheffing en mogen deze belasting niet doorberekenen aan hun werknemers.”
SOMMIGE CATEGORIEËN
VRIJGESTELD
De pseudo-eindheffing is dus van toepassing op auto’s die vanaf 1 januari 2027 nieuw aan een bedrijf worden gekoppeld. Voor sommige categorieën geldt een vrijstelling. “Dit betreft volledig elektrische auto’s, bedrijfswagens en personenauto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt, zoals poolauto’s”, schetst Van de Ridder. “Ook geldt de heffing niet voor de zakelijke auto van de eigenaar van een eenmans-
zaak, maar weer wel voor zakelijke auto’s op fossiele brandstof van werknemers van die eenmanszaak. Verder zijn auto’s die voor 1 januari 2027 zijn toegekend, onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld.”
Van de Ridder doelt daarmee op de overgangsregeling voor zakelijke auto’s die vóór 1 januari 2027 al in gebruik zijn genomen. “Deze auto’s vallen pas na 17 september 2030 onder de pseudo-eindheffing. Op die manier wil de overheid voorkomen dat lopende contracten onverwacht duurder worden.” Er zit echter wel een addertje onder het gras. “De overgangsregeling geldt alleen zolang de auto aan dezelfde werkgever gekoppeld blijft. Wordt de auto in deze periode overgenomen door een ander bedrijf, dan vervalt de overgangsregeling direct en wordt de pseudo-eindheffing alsnog van kracht.
Interne wisselingen binnen dezelfde organisatie, bijvoorbeeld naar een andere werknemer of vestiging, zijn overigens wel toegestaan.”
WAGENPARKSCAN
Al met al vergt de pseudo-eindheffing al in 2026 slimme keuzes. “Let goed op de looptijd wanneer je als werkgever een nieuw leasecontract voor een fossiele auto overweegt. Want als het contract ná 17 september 2030 eindigt, betaal je straks onnodig extra kosten”, waarschuwt Plette. Van de Ridder vult aan: “Het is zaak om nu al een keuze te maken, om de auto op tijd geleverd te krijgen voordat de heffing in december ingaat. De voorraadpositie kan tegen het eind van het jaar zomaar veranderen. En sommige auto’s zijn wellicht nu aantrekkelijk, maar volgend jaar, onder invloed van nieuwe wetgeving, niet meer.”
Omdat het mkb heel nadrukkelijk kijkt naar de kosten, ontwikkelde XLLease een wagenparkscan. “Als een ondernemer overweegt om de transitie naar EV te maken, kunnen we een scan van het wagenpark maken en laten zien welke impact dat heeft op zijn kosten en CO2-reductie. Plus adviseren over de meest geschikte laadpaal en laadpas, en hoe je omgaat met medewerkers die elektrisch moeten gaan rijden, maar thuis geen laadpaal kunnen installeren”, stelt Plette. “De praktijk is soms weerbarstig en er is nog veel onwetendheid bij ondernemers. Wij denken met hen mee hoe het voor hen wél uitkan en ontzorgen de klant volledig.”
AANTREKKELIJKE ARBEIDSVOORWAARDE
In het kader van de war for talent en het binden van medewerkers onder-
steunt XLLease ondernemers ook op HR-vlak. “De meeste bedrijven hebben een autoreglement, met verschillende categorieën en budgetten. Hoe zorg je dan dat medewerkers de juiste auto krijgen, passend bij hun baan? Medewerkerstevredenheid is belangrijk, en een leaseauto is een aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarde. We begeleiden een ondernemer graag stap voor stap richting een goede autoregeling.” Van de Ridder beaamt dat het belang van een juiste weerspiegeling. “Auto’s worden duurder, de belasting hoger, bijtelling verandert. Je wilt medewerkers kunnen uitleggen waarom je bepaalde keuzes maakt, hen meenemen met die onderbouwing. Daarin denken we breed en nemen we alles mee om te komen tot de beste oplossing voor de klant. Ook ov en fiets, via Pon-ondernemingen Shuttel en Lease a Bike.” Klieverik wijst op een ander punt. “Grote bedrijven hebben doorgaans een eigen mobility manager, terwijl mkb’ers vooral druk zijn met hun eigen zaak en hulp nodig hebben om de juiste keuze te maken. Want je wilt niet in november erachter komen dat je het moment gemist hebt. Daarom vinden we het zo belangrijk hen mee te nemen, inzicht te geven in de kostenstructuur en de consequenties: gaan medewerkers EV omarmen of niet. We fungeren in feite als verlengstuk bij het beheer van hun wagenpark.” Tot slot nog een disclaimer: “Dit is de waarheid van dit moment, maar als die vanwege onze dynamische regering morgen anders is, komen we graag opnieuw langs.”
Op de websites van Pouw en XLLease is meer informatie te vinden over de pseudo-eindheffing. Liever een persoonlijk advies op maat? Neem dan gerust contact op met Ingo Klieverik, Gijs van de Ridder of John Plette. Zij kijken graag met u mee!
ONDERNEMER KIEST VAKER VOOR ELEKTRISCH:
aandeel lease-EV’s afgelopen maand verdubbeld
Door de gestegen brandstofprijzen kiezen ondernemers vaker voor gebruikte elektrische auto’s (EV’s). Waar het EV-aandeel in de financial lease tot de aanvallen op Iran nog op 6,5 procent lag, is dat in de afgelopen zes weken ruimschoots verdubbeld, tot 13,3 procent. Dat meldt leaseplatform Regeljelease.nl op basis van eigen verkoopcijfers. Wel gaat het vooral om personenauto’s: als het op bedrijfsbussen aankomt is diesel nog altijd de duidelijke winnaar.
Elektrische occasions zoals de Tesla
Model 3, Volkswagen ID.3 en Kia EV6 kunnen de laatste weken op een sterke populariteitstoename rekenen. Uit data van Regeljelease.nl blijkt dat niet alleen het daadwerkelijke aantal aanvragen, maar ook het filtergebruik voor 'elektrisch' op de website met 61 procent is gestegen. Het geeft aan dat veel ondernemers heel bewust op zoek zijn naar een elektrisch alternatief.
PSEUDO-EINDHEFFING
Volgens Sem Smeenk, oprichter van Regeljelease.nl, zijn de gestegen brandstofprijzen niet de enige reden waarom veel ondernemers nu richting elektrisch ‘vluchten’. Ook de zogeheten ‘pseudo-eindheffing’, die vanaf 1 januari 2027 geldt, speelt volgens hem een rol. Ondernemers moeten dan jaarlijks 12 procent belasting
betalen over de cataloguswaarde van voertuigen op fossiele brandstof die de werkgever beschikbaar stelt aan hun werknemers, oftewel 5400 euro per jaar voor een auto van 45.000 euro.
Hoewel auto’s op fossiele brandstof door de huidige regels tot aan de invoering in 2027 technisch gezien nog ‘goedkoop’ zijn, ziet Smeenk dat veel bedrijven nu al voorsorteren op de nieuwe realiteit. “We merken dat ondernemers niet willen wachten tot het laatste moment. Hoewel je nu nog kunt profiteren van de huidige fiscale voordelen op brandstofauto’s, kiezen steeds meer bedrijven er heel bewust voor om nu al de overstap naar elektrisch te maken”, aldus Smeenk.
BESTELWAGENS NOG OP DIESEL
De gestegen brandstofkosten ten spijt:
niet voor iedere ondernemer is een elektrische auto een optie. Uit recent onderzoek van Regeljelease.nl, op basis van RDW-data, bleek dat ruim negen op de tien bedrijfswagens nog op diesel rijden.
Smeenk: “We zien wel dat de markt steeds meer volwassen wordt. Modellen zoals de Volkswagen ID. Buzz en de Ford E-Transit Custom laten zien dat elektrisch rijden en praktisch gemak steeds vaker samengaan, al zullen voor de zwaarste klussen nog altijd bussen op diesel worden ingezet door de onmisbare voordelen in actieradius, laadvermogen en trekkracht. Sterker nog: met zwaar materiaal of gereedschap is diesel eigenlijk voor veel ondernemers nog de enige serieuze optie.”
Hoe mijlpaalbetalingen M&A-deals mogelijk maken –én ingewikkeld maken
Bij een investering in een groeiende onderneming is de waardering vaak hét onderhandelingspunt. Tegen welke waarde stapt de investeerder in? De ondernemer kijkt naar de toekomst: nieuwe klanten die bijna binnen zijn gehaald, een product dat klaarstaat voor lancering en omzetgroei die binnen handbereik ligt. De investeerder heeft hier echter geen boodschap aan. Prognoses zijn mooi, maar nog geen resultaat.
Daar zit direct de kern van de onderhandeling. De ondernemer vindt de onderneming meer waard en de investeerder wil niet betalen voor waarde die nog moet worden waargemaakt. Zeker in het MKB, waar groei afhankelijk is van enkele klanten, een beperkt team of één productlijn, kan het verschil groot zijn. Toch hoeft zo’n verschil geen dealbreaker te zijn. Met een goede investeringsstructuur kunnen partijen afspreken dat vertrouwen wordt beloond, maar tegenvallers niet volledig bij de investeerder belanden.
MIJLPAALBETALINGEN
Een bekende oplossing is ‘milestone based financing’, oftewel mijlpaalbetalingen. Daarbij wordt de investering in tranches betaald. Een eerste bedrag komt direct beschikbaar; volgende bedragen volgen pas als de vooraf afgesproken mijlpalen worden gehaald. Denk aan een bepaalde omzet, het binnenhalen van een strategische klant, het verkrijgen van een vergunning of het afronden van productontwikkeling. Wordt de mijlpaal niet gehaald, dan komt de volgende tranche niet of later beschikbaar.
Een soortgelijke oplossing is ‘value based financing’. Daarbij staat het volledige investeringsbedrag juist wél vast. De investeerder committeert zich aan het totaalbedrag, maar de prijs per aandeel beweegt mee met de prestaties van de onderneming. Worden de mijlpalen gehaald, dan geldt de afgesproken waardering. Worden ze niet gehaald, dan daalt de prijs per aandeel en krijgt de investeerder voor hetzelfde bedrag meer aandelen.
Voor de ondernemer voelt dat op het eerste gezicht aantrekkelijker dan de milestone based financiering: het geld komt er immers sowieso. Maar de prijs van tegenvallende prestaties is verwatering. Als de onderneming haar belofte niet waarmaakt, geeft de ondernemer meer eigendom weg. De financiering blijft dus staan, maar de taart wordt anders verdeeld.
DE VOORDELEN: FLEXIBILITEIT EN DEALZEKERHEID
Beide structuren kunnen veel oplossen. Zij maken een deal mogelijk waar partijen anders zouden vastlopen op waardering. De ondernemer hoeft niet direct genoegen te nemen met een
lage waardering, terwijl de investeerder bescherming krijgt als de groeiverwachting niet uitkomt.
Ook dwingen mijlpalen partijen om concreet te worden. Welke groei verwachten we? Welke klant is echt doorslaggevend? Wanneer is een product commercieel klaar? Dat gesprek is nuttig, om aannames achter de verwachtingen expliciet te maken.
Daarnaast geldt als voordeel dat kapitaal beschikbaar komt op het moment dat het nodig is, zonder dat de investeerder vanaf dag één het volledige risico draagt.
DE NADELEN: DISCUSSIE EN VERWATERING
De keerzijde is dat deze afspraken discussiegevoelig zijn. “Omzetgroei” klinkt duidelijk, totdat de vraag op tafel komt wat precies meetelt. Gaat het om gefactureerde omzet of geïncasseerde omzet? Bruto of netto? Etc.
Ook timing kan grote gevolgen hebben. Een mijlpaal die op 31 december niet is gehaald, kan op 15 januari alsnog binnen zijn. Moet dat dan leiden tot minder financiering of
extra verwatering? Soms is een harde datum nodig. Soms past een bandbreedte of trapsgewijze aanpassing beter. Een goed mechanisme voorkomt dat één toevallige timingkwestie de aandeelhoudersverhouding volledig kantelt.
Daarnaast verdient de invloed na de investering aandacht. Krijgt de investeerder vetorechten op budgetten, personeel of commerciële keuzes? Dan kan hij indirect invloed hebben op de resultaten waarop zijn eigen aandelenbelang wordt aangepast. Dat hoeft niet verkeerd te zijn, maar het moet wel vooraf worden onderkend. Afspraken over informatie, besluitvorming, inspanningsverplichtingen en normale bedrijfsvoering zijn dan geen juridische luxe, maar commerciële noodzaak.
MAAK ONZEKERHEID
BEHEERSBAAR
De kernvraag is eenvoudig: wat gebeurt er als de verwachtingen niet uitkomen? Bij milestone based financing krijgt de onderneming mogelijk minder geld. Bij value based financing krijgt de investeerder mogelijk meer aandelen. Beide kunnen uitstekend werken, mits de spelregels scherp zijn. Wie mijlpalen vaag opschrijft, schuift het conflict vooruit. Wie ze concreet vastlegt, maakt van onzekerheid geen struikelblok.
Nicole van der Meer en Ernest Loor Loor Legal Advocaten
Met onze visuele documenten wordt juridische informatie eenvoudig en inzichtelijk. Cliënten, werknemers en huurders begrijpen sneller wat er staat, weten wat ze tekenen en voelen zich zekerder bij hun keuzes.
Duidelijke communicatie versterkt vertrouwen en dat merk je meteen in de samenwerking.
Before & After
Het kan op twee manieren.
Arbeidsovereenkomst
Een warm welkomarbeidsovereenkomst
“De ondergetekenden … B.V., rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, hierna te noemen werkgever, en …, hierna te noemen werknemer…” Origineel Klaarlicht
Wat fijn dat jij (naam) bij ons (naam bedrijf)…komt werken. Welkom!
Bestel op maat
We maken elk document met zorg, in samenwerking tussen onze juristen en designers.
Financiering lijkt voor vrouwelijke ondernemers lastiger
Het aanvragen van passende financiering is voor veel ondernemers lastig. Het proces is in principe voor iedereen hetzelfde, maar de praktijk laat iets anders zien. Bijna 40% van alle ondernemers in Nederland is vrouw, maar zij ontvangen nog geen 15% van alle zakelijke financiering; een financieringskloof van bijna 25 miljard euro. Vrouwen vragen minder vaak financiering aan en wanneer ze dat wél doen, gaat het om lagere bedragen.
KVK deed onderzoek naar de verwachtingen van ondernemers bij het aanvragen van financiering. Daaruit bleek dat vrouwen vaker opzien tegen de aanvraag, meer drempels verwachten en minder goed weten waar te beginnen.
VOOR IEDEREEN EEN UITDAGING
Carolien Babonnick, onderzoeksspecialist bij KVK, ziet dat het aanvragen van financiering voor álle ondernemers een uitdaging blijft. “Zowel mannen als vrouwen ervaren het proces als lastig, en dat is al jarenlang zo. Toch zijn er duidelijke verschillen: twee op de drie vrouwen verwachten vooraf dat het zeer moeilijk zal worden om financiering te krijgen, tegenover bijna de helft van de mannen.”
MAATSCHAPPELIJKE WAARDE
ZORGT VOOR TWIJFELS
Een belangrijke oorzaak ligt in de aard van de bedrijven: vrouwen zijn relatief vaker actief in sectoren gericht op duurzaamheid en maatschappelijke impact.
Zoals zorg, welzijn, onderwijs en duurzaamheid. Sectoren die veel betekenen voor de samenleving, maar in traditionele financieringsmodellen als minder winstgevend worden beoordeeld. Daardoor is het lastiger om financiering te krijgen, niet omdat het bedrijf geen waarde heeft, maar omdat het systeem anders kijkt naar deze impactgerichte ondernemingen. Dat zie je terug in de vragen die financiers stellen. “Mannen krijgen vaker promotiegerichte vragen over groei, ambities en kansen.
Vrouwen krijgen vaker preventiegerichte vragen over risico’s en voorzichtigheid. De toon van het gesprek verschilt, en dat heeft invloed op het resultaat.”
INTERNE EN EXTERNE
ONZEKERHEID
Deze benadering maakt dat vrouwen zich gemiddeld grondiger voorbereiden. Ze verdiepen zich intensiever in risico’s en willen alles kloppend hebben voordat ze een aanvraag doen. “Bij ondernemen hoort altijd onzeker-
heid, maar als er iets misgaat lijken vrouwen sneller naar zichzelf te kijken. Mannen leggen de onzekerheid juist vaker
buiten zichzelf, bijvoorbeeld bij het financieringssysteem.”
EEN EERLIJKER SYSTEEM
Deze twijfels komen niet uit de lucht vallen. Wanneer vrouwen structureel anders benaderd worden, is het niet vreemd dat ze kritischer naar zichzelf kijken. De vraag is daarom niet alleen hoe vrouwen meer zelfvertrouwen krijgen, maar ook hoe het systeem eerlijker kan worden ingericht.
Een van de manieren om de drempel te verlagen, is weten wat er mogelijk is. Ben je ondernemer en zoek je passende financiering?
De FinancieringsGids biedt informatie over verschillende financieringsvormen, welke vorm het best aansluit bij jouw situatie en waar je terechtkunt voor hulp.
Scan de QR-code en start vandaag met 25 gratis top leads!
Een Personal Sales Assistant (PSA) is een professionele, commercieel georiënteerde verkoopassistent. De PSA heeft het doel u een-op-een te ondersteunen in uw acquisitie en een constante stroom aan nieuwe afspraken te genereren. Met behulp van het DATA-collectief en Website-Leads worden interessante prospects geselecteerd en benaderd.
DOEL?
U een-op-een ondersteunen in uw acquisitie en volledig te ontzorgen in uw marktbenadering. Om u, zoals wij dat noemen, verkoopontspanning te bieden.
Mobiliteit wordt duurder in 2027: wat betekent dat voor jouw organisatie?
Voor veel ondernemers in de Regio Stedendriehoek is mobiliteit een vanzelfsprekend onderdeel van de bedrijfsvoering. Leaseauto’s, kilometervergoedingen en parkeervoorzieningen horen er nu eenmaal bij. Maar die vanzelfsprekendheid begint te schuiven. Met stijgende kosten én de aangekondigde extra belasting op fossiele leaseauto’s vanaf 2027, wordt mobiliteit voor veel organisaties een steeds grotere kostenpost. De vraag is dan ook niet óf mobiliteit duurder wordt, maar hoe je daar als ondernemer slim op inspeelt.
DE AUTO ALS STANDAARD IS NIET MEER VANZELFSPREKEND
In de praktijk is de auto nog altijd de dominante keuze voor woon-werkverkeer. Begrijpelijk, want het biedt flexibiliteit en gemak. Tegelijkertijd is het ook de duurste vorm van reizen voor werkgevers. Opvallend is dat medewerkers vaak best openstaan voor alternatieven, zolang deze aansluiten
bij hun dagelijkse praktijk en geen extra gedoe opleveren. Daarmee ontstaat ruimte om mobiliteit anders te organiseren, zonder dat het ten koste gaat van comfort of productiviteit.
VERSCHILLENDE ORGANISATIES, DEZELFDE UITDAGING
Of het nu gaat om een mkb-bedrijf of een grotere organisatie: de vraagstukken zijn vergelijkbaar. Hoe houd je mobiliteit betaalbaar? Hoe ga je om met veranderend reisgedrag? En hoe voorkom je dat kosten ongemerkt blijven oplopen? Voor kleinere organisaties ligt de oplossing vaak in praktische, snel door te voeren aanpassingen. Grotere organisaties kijken vaker naar structurele keuzes in beleid en regelingen. In beide gevallen geldt dat relatief kleine veranderingen al effect kunnen hebben.
In de Regio Stedendriehoek zien we dat steeds meer organisaties zoeken naar manieren om mobiliteit slimmer in te richten. Vanuit het programma Slim & Schoon Reizen worden werkgevers hierbij ondersteund met praktisch advies en inzicht. Niet met standaardoplossingen, maar door te kijken wat in hun specifieke situatie werkt, en waar direct winst te behalen is.
VAN KOSTENPOST NAAR
STRATEGISCH ONDERWERP
Mobiliteit wordt nog vaak benaderd vanuit duurzaamheid of maatschappelijke verantwoordelijkheid. In de praktijk blijkt echter dat organisaties pas in beweging komen wanneer het ook iets oplevert voor de eigen bedrijfsvoering. En dat is steeds vaker het geval. Werkgevers die actief met mobiliteit aan de slag gaan, zien niet alleen een daling in kosten, maar ook minder parkeerdruk, vitalere medewerkers en een sterkere positie als werkgever. Daarmee verschuift mobiliteit van een operationeel vraagstuk naar een strategisch thema.
INZICHT ALS EERSTE STAP
Veel organisaties hebben wel het gevoel dat er winst te behalen is, maar missen het overzicht. Waar zitten de grootste kosten? Welke alternatieven zijn realistisch? En waar begin je? Juist dat eerste inzicht blijkt vaak de sleutel. Niet door het systeem volledig om te gooien, maar door te kijken waar
kleine aanpassingen al verschil maken. Veel van de organisaties die wij helpen, krijgen nieuwe inzichten met onze gratis mobiliteitsscan. Deze scan geeft snel inzicht in kosten, concrete besparingskansen en welk percentage van jouw medewerkers de auto zou kunnen inruilen voor de fiets.
Zo hebben we Machinefabriek
Geurtsen na de mobiliteitsscan gekoppeld aan een subsidieregeling van de Provincie Overijssel, waarmee zij een leasefietsplan konden uitrollen voor hun medewerkers. Een concrete stap die direct bijdraagt aan lagere kosten én meer fietsgebruik.
WAT BETEKENT DIT VOOR JOUW ORGANISATIE?
Binnen het programma Slim & Schoon Reizen van Regio Stedendriehoek worden werkgevers ondersteund die zitten met vraagstukken rondom mobiliteit. Bijvoorbeeld met een gratis mobiliteitsscan, vrijblijvend adviesgesprek of probeeracties. Voor veel organisaties is dat een laagdrempelige manier om scherp te krijgen waar kansen liggen en welke stappen logisch zijn om als eerste te zetten. Want één ding is duidelijk: wachten tot 2027 maakt mobiliteit niet goedkoper.
Regio Stedendriehoek
Slim & Schoon Reizen slimschoonreizen.nl
BEDRIJFSOVERDRACHT KOST GEMIDDELD VIJF TOT ZEVEN JAAR
Op tijd beginnen maakt het verschil
Geslaagde bedrijfsopvolging is belangrijk voor de economische dynamiek. Het zorgt ervoor dat relevante en succesvolle bedrijven kunnen blijven bestaan. Ook voor de financiële toekomst van overdragende ondernemers – die voor hun pensioen vaak (deels) afhankelijk zijn van een overnamesom – is een geslaagde overdracht cruciaal.
Daartoe heeft vooral die ondernemer zelf de sleutel in handen. Wie op tijd begint, vergroot de kans op continuïteit en een goede prijs.
De komende jaren wisselen in Nederland veel bedrijven van eigenaar. Althans, als het aan de huidige ondernemers ligt. In een enquête van Ipsos I&O in opdracht van ABN Amro uit 2025 zegt 68% van de 519 ondervraagde eigenaren dat zij hun bedrijf nog maximaal 10 jaar willen leiden. Van deze groep is 22% nog niet bezig met opvolging. 20% zoekt al wel maar
heeft nog geen opvolger gevonden.
INCONSISTENT BELEID
In sommige sectoren is de opvolgingskloof heel concreet. Uit cijfers van het CBS (2020) blijkt dat 16.200 landbouwbedrijven met een ondernemer ouder dan 55 destijds geen bedrijfsopvolger hadden; het ging om bijna 60% van deze groep ondernemers.
Gezien de toenemende onzekerheid en het inconsistente landbouwbeleid van de overheid zal dit percentage waarschijnlijk niet afgenomen zijn. Ook voor retail- en industriële bedrijven – net als landbouw sectoren met relatief veel oudere ondernemers – blijkt het vinden van een opvolger bovengemiddeld moeilijk.
KLASSIEKE VALKUILEN
Ondernemers die hun bedrijf willen overdragen, krijgen te maken met de nodige uitdagingen. Daaronder drie klassieke valkuilen:
• Ondernemer-afhankelijkheid
Vaak is de vent of vrouw bepalend voor de tent en dus voor de economische waarde ervan. Veel ondernemers drukken een stevig stempel op hun bedrijf. Is daardoor minder ruimte voor initiatief van medewerkers en hangen omzet, relaties en kennis vooral aan één persoon, dan kan dat kopers terughoudend maken. De mate van “overdraagbaarheid” is waardebepalend.
• Onrealistische prijsverwachting
Veel ondernemers kijken vooral naar het huidige bedrijf dat opgebouwd is door vele jaren van bloed, zweet en tranen. Zij dragen hun levenswerk over en gaan uit van een dienovereenkomstige waarde. Kopers baseren hun prijs op toekomstige cashflow, risico’s en overdraagbaarheid. Het gat tussen emotionele waarde en rationele waarde is vaak aanzienlijk. Dat zorgt voor een stroef overnameproces of zelfs voor het mislukken ervan.
• Financierbaarheid en risicoverdeling
De financierbaarheid is van invloed op de waarde en de voorwaarden waaronder een verkoop tot stand komt. Financiers willen zekerheid, terwijl toekomstige prestaties onzeker zijn. Zeker bij (kleinere) mkb-deals is bankfinanciering niet vanzelfsprekend. Earn-outs, uitgestelde betaling en verkopersleningen zijn een manier om toch tot een deal te komen. De overdragende partij draagt dan nog enige tijd risico.
MEERJARIG PROGRAMMA
De KVK stelt dat een bedrijfsoverdracht gemiddeld vijf tot zeven jaar duurt. Een tijdige start is dus essentieel. Bedrijfsopvolging is geen project maar een proces, een meerjarig programma. Hoe minder risico’s en afhankelijkheden, hoe eenvoudiger de financiering en hoe sterker de onderhandelingspositie. Zorg er daarom voor dat het bedrijf overdraagbaar wordt als het gaat om processen, management, contracten en klanten. Breng de afhankelijkheid van de ondernemer zoveel mogelijk terug.
PLAN B
Volgende stap is de analyse van kansrijke overdrachtskandidaten. Zijn er strategische kopers of kandidaten voor een management buy-in? Kunnen en willen medewerker(s) het bedrijf voortzetten via een management buy-out? Zet nooit alle kaarten op 1 optie. Streef naar een plan B als de droomkandidaat afhaakt. Overnameplatforms als Brookz en Bedrijventekoop.nl vergemakkelijken de zoektocht naar een opvolger. Succes blijft echter onverminderd afhankelijk van de voorbereiding, een realistische prijs en goede procesregie.
MAATWERK
Een ondernemer krijgt meestal maar 1 keer in zijn loopbaan te maken met een overname. Daarom kan ondersteuning van een gespecialiseerde adviseur van grote waarde zijn. Die bewaakt de regie en helpt bij de waardering, positionering, kopersselectie en onderhandelingen. Veelal spelen ook een accountant, fiscalist en notaris een rol bij het proces.
Daarbij is maatwerk het uitgangspunt. Een bakkerij met 3 medewerkers vereist een ander traject dan een dienst-
verlener met 60 fte. Los van de professionele kwaliteiten moet er een persoonlijke klik zijn tussen adviseur en ondernemer. Zeker omdat naast zakelijke ook emotionele aspecten een rol spelen.
VERGRIJZING
ABN Amro stelt dat op dit moment bijna 13% van de ondernemers 65-plus is, tegenover 7% in 2010. De vergrijzing zorgt de komende jaren voor een toename van het aantal over te dragen bedrijven. Het is onwaarschijnlijk dat de vraag dit tempo kan bijbenen. Dat zal aanzienlijke impact hebben op de economie door het verlies van kennis, banen en kapitaal.
BLIJFT HET IN DE FAMILIE?
Nederland telt zo’n 295.000 familiebedrijven (CBS, peildatum 1 januari 2024, ex zzp’ers). Uit onderzoek van Nyenrode, RSM en Van Lanschot Kempen blijkt dat bijna 30% in meer of mindere mate bezig is met eigendomsoverdracht. Die heeft een specifieke dynamiek. Zijn er familieleden die het bedrijf voort willen zetten? Ziet de ondernemer het ook zitten in deze potentiële opvolgers? En krijgt de volgende generatie genoeg ruimte van de voorgangers?
Fiscaal speelt bij familieondernemingen onder meer de gewijzigde bedrijfsopvolgingsregeling. De voortzettingseis om een beroep te kunnen doen op de gunstige voorwaarden van deze BOR is per 2025 aangepast van 3 naar 5 jaar.
We ❤ PrintMedia
Houdt u ook zo van schitterend drukwerk, scherpe prijzen en uitstekende service? Neem nu contact op en ondervind zelf de geweldige kwaliteit van ons Nederlands/Baltisch traject: optimaal van boom tot deur.
Bouwmeesterweg 52 | 3123 AA Schiedam T 010 247 6666 W www.balmedia.com E info@balmedia.com
Creëer onvergetelijke zakelijke ervaringen met onze catering- en evenementenorganisatie!
Met 25 jaar ervaring bieden wij een zorgeloze organisatie van jouw zakelijke evenementen, van borrels tot bedrijfsfeesten.
Waarom goede gespreksleiding het verschil maakt tussen praten en werkelijk begrijpen
Er wordt wat afgepraat in organisaties. Overleggen, heidagen, sessies. En toch, als je goed luistert, gebeurt er iets opvallends. Veel gesprekken lijken vooral bedoeld om iets gezegd te hebben, niet om iets op te lossen.
Dat klinkt misschien scherp. Maar kijk eens eerlijk naar je eigen agenda. Hoeveel gesprekken leveren echt beweging op? En hoeveel blijven hangen in herhaling of beleefd langs elkaar heen praten?
Daar zit het verschil tussen een gesprek voeren en een gesprek leiden.
Gespreksleiding is geen trucje. Het is een vak. Een manier van kijken en luisteren, waardoor wat onder tafel blijft liggen, alsnog boven tafel komt.
Zonder dat het escaleert.
Want de meeste gesprekken lopen niet vast op inhoud, maar op wat eronder zit. Emoties, aannames, loyaliteiten, of simpelweg de angst om iets te zeggen wat schuurt.
En juist daar ligt de sleutel.
Goede gespreksleiding maakt zichtbaar wat impliciet blijft. Het vertraagt waar iedereen wil versnellen, en versnelt waar mensen blijven hangen.
Dat vraagt onafhankelijkheid, scherpte en vooral rust. Rust om stiltes te laten vallen en mensen zelf te laten zien wat hun aandeel is.
Ik zeg vaak: jouw onderstroom liegt nooit. Wat je niet benoemt, stuurt alles wat vastloopt.
En precies daarom is gespreksleiding zo cruciaal. Niet alleen bij conflicten, maar juist ook in ogenschijnlijk gewone gesprekken. Teamoverleggen, strategische sessies, samenwerkingen die onder druk staan, en gesprekken
tussen overheid en burgers waar vaak meer speelt dan alleen de inhoud.
Dus de volgende keer dat je een gesprek plant: stel een andere vraag. Niet, wat gaan we bespreken? Maar, wie gaat dit gesprek leiden?
Victor Chevallier Transitie Instituut
Je website werkt, maar je verliest klanten
zonder het te zien
Je doet alles wat ‘hoort’. Je investeert in marketing, optimaliseert je website en stuurt op conversie. Toch blijft het resultaat achter. Je ziet bezoekers binnenkomen, wat klikken en weer verdwijnen. Niet omdat ze geen interesse hebben, maar omdat er iets ontbreekt.
Je website haalt 1 tot 2% conversie. En iedereen doet alsof dat normaal is.
Maar ondertussen laat je het grootste deel van je potentiële klanten liggen. Je team draait, je campagnes draaien, en toch verandert er structureel weinig.
Offline loopt het vaak prima. Klanten zijn tevreden en gesprekken gaan goed. Maar online zie je dat ver-
trouwen niet terug. Denk aan een IT-bedrijf waar offline alles klopt: sterke gesprekken, honderden reviews en een uitstekende reputatie. Maar online mist dat gevoel volledig en juist daar haken mensen af.
DE BESLISSING VALT ELDERS
De meeste bedrijven optimaliseren op wat zichtbaar is. Meer verkeer, betere knoppen, hogere doorkliks. Alles draait om actie: hoe krijgen we iemand sneller naar een aanvraag of contactmoment? Dat voelt logisch, want dat is wat je kunt meten en waar je dashboards op ingericht zijn.
Maar daar zit precies de beperking. Je stuurt op gedrag, terwijl de echte beslissing ergens anders wordt genomen. Niet op je knop, niet bij je
formulier, maar eerder in het proces. In het hoofd van je bezoeker.
Daar ontstaat twijfel. Past dit bij mij? Is dit de juiste keuze? Kan ik dit vertrouwen? Die afweging zie je nergens terug in je data, maar bepaalt wel of iemand doorgaat of afhaakt.
JE WEBSITE IS GEBOUWD VOOR BESLISSERS
Kijk kritisch naar je belangrijkste pagina’s en je ziet het patroon direct. Overal staan call-to-actions: “Vraag een offerte aan”, “Plan een demo”, “Neem contact op”. Soms meerdere keren op één pagina. Dat werkt goed voor de kleine groep die al besloten heeft. Maar dat is niet waar je grootste kans ligt.
De meerderheid van je bezoekers zit nog in de fase daarvoor. Ze oriënteren zich, vergelijken en zoeken zekerheid. En juist die groep krijgt nauwelijks begeleiding. Je website probeert mensen te laten kopen, terwijl ze nog bezig zijn met kiezen.
TWIJFEL IS GEEN PROBLEEM
Veel bedrijven proberen twijfel weg te werken met meer informatie. Extra tekst, meer uitleg, nog een lijst met voordelen. Alsof de bezoeker iets niet begrijpt en je hem alleen beter hoeft te informeren.
Maar twijfel gaat zelden over kennis. Het gaat over risico. Past dit bij mij? Maak ik de juiste keuze? Wat gebeurt er als het tegenvalt? Dat los je niet op met nóg meer informatie, maar met vertrouwen en richting.
Ik noem dit het twijfelmodel. Het is de fase waar de meeste websites niets doen, terwijl daar de keuze wordt gemaakt. Niet de klik of de knop is bepalend, maar de fase ervoor. Daar wordt de keuze gemaakt om door te gaan of af te haken. Wie daar helpt, wint.
GROOTSTE GROEIKANS: DE TWIJFELGROEP
De reflex is vaak om te kijken naar boven in de funnel. Meer verkeer, meer campagnes, meer zichtbaarheid. Maar de grootste winst zit meestal niet in extra volume, maar in wat er al is.
De groep die je nu laat liggen, bestaat uit mensen die wél interesse hebben, maar nog twijfelen. Als je die beter helpt kiezen, verandert je resultaat direct. Je benut ineens veel meer van je bestaande bezoekers.
Dat zie je terug in je cijfers. De kosten per lead dalen, je conversie stijgt en je marketing wordt efficiënter. Niet door harder te werken, maar door beter te begeleiden.
Marco Bouman is digitaal groei-architect voor mkb-bedrijven waar online groei stokt terwijl de basis sterk is. Hij legt groeiblokkades bloot en bouwt systemen waarin SEO, content en conversie samenwerken. Geen losse optimalisaties, maar structuur die richting geeft en blijft werken. Sinds 2007 werkte hij met meer dan 400 bedrijven aan duurzame groei. Meer informatie via marcobouman.com.
WAT KUN JE MORGEN AL ANDERS DOEN?
Open je belangrijkste pagina en kijk ernaar alsof je klant bent. Niet als maker, maar als iemand die nog moet kiezen. Loop stap voor stap door de pagina en stel jezelf één vraag: waar zou ik hier afhaken?
Let op de momenten waarop twijfel ontstaat. Waar voelt het als risico? Waar stuur je te snel op actie? En waar ontbreekt juist de ondersteuning om verder te komen?
Zie je website niet als een stuk tekst, maar als een gesprek. Als je op die momenten gaat begeleiden in plaats van duwen, verandert het gedrag vanzelf.
ZZP-MARKT KRIMPT IN EERSTE KWARTAAL 2026:
AI-kennis wordt razendsnel nieuwe standaard
In het eerste kwartaal van 2026 is het totale aantal aanvragen voor flexibel werkenden met twaalf procent afgenomen ten opzichte van het vierde kwartaal van 2025. De overheid blijft de grootste opdrachtgever met 44 procent van alle aanvragen, al nam ook daar de vraag met 21 procent af. Dat blijkt uit een dataanalyse van HR-tech dienstverlener HeadFirst Group, waarin de vraag naar hoogopgeleide externe professionals in kaart is gebracht. Na de overheid volgen nutsvoorzieningen (25%) en systeemintegratoren en softwareontwikkeling (9%) als sectoren met het grootste aandeel flex-aanvragen.
BUSINESS ANALISTEN EN
SOFTWARE ENGINEERS HET MEEST
GEVRAAGD
Als wordt gekeken naar de meest gevraagde rollen, staat business analist aan kop met een aandeel van 2,9 procent van alle opdrachten. Daarna volgen de software engineer (2,4%), de scrum master en DevOps engineer (beide 2,3%). De grootste daling in vraag is zichtbaar bij software testers: hun aandeel nam met 1,8 procentpunt af. De vraag naar medewerker klantenservice liet juist de sterkste stijging zien, met een toename van 0,8 procentpunt.
AI-KENNIS ALS OPKOMENDE
VAARDIGHEID
Opdrachtgevers sturen in het eerste kwartaal van 2026 onverminderd op bewezen IT-vaardigheden. Scrum (26%), kennis van informatie- en communicatietechnologie (26%) en agile methodologie (24%) staan opnieuw bovenaan de lijst van meest gevraagde skills. De vraag naar Java-vaardigheden daalde het sterkst: met 9,3 procentpunt ten opzichte van het vierde kwartaal van 2025. De sterkste stijger is AI, met 2,2 procentpunt, wat aangeeft dat AI-kennis steeds vaker als harde eis in opdrachten wordt opgenomen.
Volgens Ton Sluiter, manager data bij HeadFirst Group, wijst de forse daling in het totaal aantal aanvragen op een voorzichtige start van het jaar bij opdrachtgevers: “Maar dat betekent niet dat organisaties stilvallen. In de detailhandel zien we juist een sterke groei. Tegelijkertijd wordt steeds duidelijker waar de behoefte ligt: niet alleen uitvoerende capaciteit, maar professionals die technologie actief kunnen inzetten. De opmars van AI-kennis als gevraagde vaardigheid onderstreept die verschuiving. Die ontwikkeling zie je dwars door alle sectoren heen, en ik verwacht dat die trend de komende kwartalen verder zal doorzetten.”
Wees het bekende gezicht in de zaal
Jong talent werft zichzelf niet. Het kiest het gezicht dat het al kent. Zorg dat jij dat bent.
Je loopt een netwerkborrel binnen. Eerste wat je doet: de zaal scannen. Bekend gezicht? Daar ga je heen. Of je schrikt; daar staat die ene, met dat zelfvoldane lachje en gladde praatjes. Die vermijd je liever. Dan pak je een broodje en doe je alsof je een heel belangrijk berichtje leest. De arbeidsmarkt is precies zo'n borrel. En jongeren lopen daar voor het eerst binnen. Ze kennen niemand. Ze weten niet waar ze moeten staan. Ze hebben een plastic bekertje vast dat al een beetje lekt. Jij staat ook in die zaal. De vraag is alleen: ben je het gezicht dat ze herkennen? En ben je vervolgens dat gezicht waar ze op afstappen. Of waar ze voor wegduiken.
DIJKEN
Je bouwt de dijk toch ook niet als het water er al staat. In Limburg snappen ze dat. In december 1993 verlieten 18.000 mensen hun huis omdat het water te hoog stond en de dijken het niet hielden. Die dijk is er niet voor de sier. Hij is er omdat iemand ooit besloot: we gaan niet afwachten. Wie wacht, sleept zandzakken. Belt de buren. Kijkt sip naar zijn eigen woonkamer met een laagje Maas erin, terwijl de buurman op het droge staat te knikken met een meewarig lachje. Op de arbeidsmarkt doen veel ondernemers precies hetzelfde. Ze
WIE IS MAARTEN BRAND?
Maarten Brand is arbeidsmarktexpert en specialist in stagebegeleiding en werkplekleren (www.maartenbrand.com). Zijn boek Het grote stageboek voor werkgevers werd genomineerd als managementboek van het jaar en is al jaren een bestseller. Dit jaar verscheen Het kleine stageboek voor begeleiders (Haystack, 2026).
wachten tot het gat valt. Dan de vacature. Dan het hopen. Dan de telefoontjes of er misschien nog iemand is die meteen kan beginnen, al een beetje ervaring heeft en ook nog eens geen gekke salariseisen stelt. Succes daarmee.
STAGE
De dijk heet de stage. En je legt hem niet in het derde jaar, als iedereen al om dezelfde student vecht. Dat is zandzakken sjouwen. Je legt hem vroeg. Een eerstejaars die bij jou binnenloopt, bouwt anderhalf jaar een beeld op. Of je mensen serieus neemt. Of er gelachen wordt. Of je echt zo leuk bent als die werkenbij site. Die hoeft straks niemand meer te overtuigen. Die vraagt gewoon: wanneer kan ik beginnen?
FRUITSCHAAL
Een slim georganiseerde stage is recruitment, onboarding, employer branding en retentie ineen. Je hebt iemand een half jaar rondlopen voor de kosten van een halve pagina in een landelijk dagblad. Of voor wat een recruitmentbureau rekent voor drie cv's vanuit een kantoorpand met grijze Volkswagen Polo's op de parkeerplaats en een fruitschaal op de balie. Reken maar even na.
DE BORREL IS ALLANG
BEGONNEN
Als jij je vacature plaatst, staat iedereen er al. De grote jongens met hun stands, hun goodiebags en medewerkers in matching hoodies die stralend doen alsof ze nergens liever zijn. Jij komt erbij staan. Met een goed verhaal. Maar voor wie jou niet kent, ben je gewoon een vreemde naast de sauvignon blanc. Geen campagne die dat oplost. Geen LinkedIn-post met drie hashtags. Wat werkt: er eerder zijn. Voordat de borrel begint. Voordat ze
zelf weten dat ze straks iets zoeken.
HOE JE JE GEDRAAGT
ALS JE ER STAAT
Sommige begeleiders laten een stagiair binnen en vergeten hem vervolgens drie maanden. Andere begeleiders stellen op dag één slimme vragen. Denk aan: wat wil jij hier eigenlijk van leren? Geven een echte opdracht. Bellen terug bij een sollicitatie.
Zeggen: 'goed gedaan', en menen het ook. Kost niks. Maar een jongere die thuis vertelt dat iemand hem dat vroeg, vergeet dat niet.
Dat is het gezicht dat hij later zoekt als hij die zaal binnenloopt. Denk even terug. Jij had ook een eerste dag. Je wist niet waar de wc was. Ergens die week was er iemand die je naam kende en vroeg hoe het ging. Of juist niet. Je weet nog precies wie dat was. Wat jij nu doet, wordt straks ook die herinnering.
DRIE DINGEN DIE JE DIRECT KUNT
DOEN OM STAGES NOG BETER TE BENUTTEN. MORGEN AL.
• Nodig een klas uit. Bel de dichtstbijzijnde mbo- of vmbo-school. Vraag of een klas langs mag komen. Laat zien wat je doet, schud handen. Laat zien hoe tof jouw werk is. Kost een ochtend. Je staat daarna op hun netvlies terwijl de concurrent nog nadenkt over zijn vacaturetekst.
• Geef een echte opdracht. Geen koffie halen, wandelen met de hond of dozen verhuizen naar de kelder. Een taak met een echt resultaat, iets wat jij zelf ook gebruikt. Wie merkt dat zijn werk telt, komt terug. En wie niet terugkomt, stuurt iemand anders.
• Bel terug. Wie solliciteert en niks hoort, solliciteert hier nooit meer. Maar erger: die vertelt het ook. Dit klinkt als laaghangend fruit, maar het is makkelijker dan dat: deze appels liggen al op de grond. En
toch stappen zoveel van jouw concurrenten er overheen. Eén telefoontje. Ook als het nee is. Gewoon doen.
De arbeidsmarkt is een borrel. Jongeren lopen binnen. Ze kennen niemand. Ze kijken de zaal rond. Wees dat gezicht dat ze herkennen en waar ze op afstappen omdat jij er al was voordat het telde. Voordat de borrel begon. Voordat de rest met zandzakken begon te sjouwen.
MAARTEN BRAND - HET KLEINE STAGEBOEK VOOR BEGELEIDERS
Stagiairs zijn geweldig. Maar niet als je ze reduceert tot gratis koffiesjouwers of wandelende kopieerapparaten. Neem ze serieus, net als jouw begeleiding. Het succesvol begeleiden van stagiairs vraagt aandacht, structuur en soms gewoon gezond boerenverstand. En dat vind je allemaal in dit handige boek.
Uitgever: Haystack EAN: 9789461266989
Lensimplantaten: weer scherp zien, zonder gedoe
Je staat op en pakt automatisch je bril. Of je knijpt je ogen halfdicht om de letters op je telefoon scherp te krijgen. Best herkenbaar, toch? Vanaf je 45e verandert je ooglens langzaam van soepel naar stug. Dat zorgt voor wazig lezen, steeds wisselen tussen brillen, of simpelweg niet meer scherp kunnen zien.
DE ERVARING VAN EVA
In haar werk als medisch pedicure in Doetinchem zat Eva’s bril haar vaak in de weg. De bril paste ook gewoon niet bij haar. Eva wilde een leven zonder bril, maar de stap naar lensvervanging vond ze wel spannend. “Soms moet je iets doen terwijl je het nog níet helemaal durft. Dan gaat het om vertrouwen.” Toen ze bij FYEO binnenkwam, voelde Eva dat vertrouwen meteen. En haar behandeling heeft alles veranderd: “Het was alsof de ramen in mijn ogen gewassen waren. Zo helder.”
Voor veel mensen voelt het idee van een ingreep aan hun ogen spannend en dat is logisch. Het gaat tenslotte om je zicht. Wat veel mensen echter niet weten, is dat een lensimplantaat tegenwoordig een bewezen veilige behandeling is. Uitgevoerd door gespecialiseerde oogartsen. En de vrijheid die het oplevert, is voor velen de reden om de stap toch te zetten.
WAT IS EEN LENSIMPLANTAAT?
Bij een lensimplantatie wordt je natuurlijke ooglens vervangen door een heldere kunstlens die overneemt wat je eigen lens door ouderdom steeds minder goed kan. Deze lens corrigeert het zicht van dichtbij, veraf én op tussenafstanden. In tegenstel-
ling tot een ooglaserbehandeling wordt er bij een lensimplantaat niets ‘aangetast’ aan je oog. Het hoornvlies blijft volledig intact.
HOE VERLOOPT DE BEHANDELING?
Een lensimplantatie duurt gemiddeld 10 tot 15 minuten per oog en is vrijwel pijnloos. Je bent dezelfde dag alweer thuis en merkt binnen enkele dagen duidelijk verbetering. Je hersens moeten nog wel even wennen aan de nieuwe manier van zien, maar dat gaat vanzelf. www.fyeo.nl
FYEO: DÉ SPECIALIST IN LENSIMPLANTATEN
FYEO is al meer dan 20 jaar dé expert in brilvervangende behandelingen. Een landelijke organisatie met vijftien klinieken, waarvan vier in oost-Nederland (Arnhem, Nijmegen, Zwolle en Enschede). Bij FYEO word je altijd geholpen door een ervaren oogarts en krijg je een persoonlijk behandeladvies op maat. Gratis vooronderzoek, eerlijke uitleg én de nieuwste technologie staat centraal.
Aantal binnenlandse octrooiaanvragen stijgt voor het eerst sinds jaren
Nederlandse particulieren, bedrijven en kennisinstellingen kiezen weer vaker voor een Nederlandse octrooiaanvraag om hun intellectueel eigendom te beschermen. Ze dienden in 2025 1.947 octrooiaanvragen in bij Octrooicentrum Nederland. Dat is een stijging van 9,3% ten opzichte van een jaar eerder. Daarmee kwam een einde aan de dalende trend die na 2021 werd ingezet. Dit blijkt uit de cijfers in het vandaag gepubliceerde jaarbericht van Octrooicentrum Nederland over 2025.
Maja Schmitt, directeur
Octrooicentrum Nederland:
“Bescherming van intellectueel eigendom is enorm belangrijk. Het stimuleert innovatie en verstevigt de vooruitstrevende economie die we in Nederland hebben. Het is mooi om te zien dat Nederlandse particulieren en ondernemers ons steeds beter weten te vinden om hun uitvindingen te beschermen.”
MKB MOTOR ACHTER
NEDERLANDSE INNOVATIE
Het grootste deel van de 1.947 octrooiaanvragen kwam uit het bedrijfsleven. Het mkb nam bijna de helft (48%) voor zijn rekening. Het grootbedrijf was goed voor 25% van de aanvragen. 18% van de octrooiaanvragen kwam van particulieren, 9% kwam van kennisinstituten.
Een van de bedrijven die een Nederlands octrooi aanvroeg was start-up Wave Energy Collective (WECO). Zij wekken duurzame energie op uit golven op zee. Cas van de Voort, co-founder: “We steken veel tijd en moeite in het bedenken,?ontwikkelen en testen van onze ideeën. Iets wat ons tientallen iteraties kost kan
een ander eigenlijk zomaar kopiëren. In het begin wisten we eigenlijk niet zoveel van intellectueel eigendom. Octrooicentrum Nederland heeft ons heel erg geholpen met ons wegwijs maken en met een strategie?opstellen?hoe we onze vinding kunnen beschermen.”
GROEI UNITAIR OCTROOI ZET DOOR
Wat verder opvalt, is de groei van het in 2023 geïntroduceerde unitaire octrooi. Dat is één octrooi dat momenteel geldt in 18 aangesloten EU-landen en in veel gevallen financieel aantrekkelijker en efficiënter is. Het percentage van de verleende Europese octrooien dat geregistreerd werd als unitair octrooi, steeg van 25,6% in 2024 naar 27,8% in 2025. Dit illustreert het succes van het unitair octrooi.
OVER OCTROOICENTRUM NEDERLAND
Octrooicentrum Nederland verleent octrooien voor Nederland, Curaçao en Sint Maarten, en geeft voorlichting over intellectueel eigendom. Als onderdeel van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en valt
Octrooicentrum Nederland organisatorisch onder de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Om meer aandacht te vragen voor het belang van intellectueel eigendom voert Octrooicentrum Nederland van 28 april t/m 24 mei campagne, zowel online als met digitale billboards op stations in onder andere Delft, Eindhoven en Amsterdam.
MONITOR LEERCULTUUR EN AI
De nieuwe scholingsurgentie
Door AI wordt scholing van een hr-thema een directe managementopgave. Medewerkers moeten sneller nieuwe vaardigheden ontwikkelen, verantwoord met AI-tools leren werken en meebewegen als taken veranderen. Bedrijven die dat niet organiseren, lopen het risico dat delen van hun personeel achteropraken.
De Monitor Leercultuur laat zien hoe werkenden in Nederland leren en zich ontwikkelen. Deze jaarlijkse analyse van de SER en TNO is gebaseerd op data uit bestaande arbeidsenquêtes. Resultaten worden weergegeven via drie blokken: leergedrag (formeel, non-formeel en informeel leren), stimulerende factoren (denk aan autonomie, afwisseling en de steun van leidingge-
venden) en de gevoelde urgentie om te leren.
LEERGEDRAG
De Monitor Leercultuur 2025 toont een dubbel beeld. Aan de ene kant leren werknemers nog steeds veel en is de scholingsdeelname hoger dan de vorige editie. In 2024 volgde 54% van de werknemers in de voorafgaande twee jaar een opleiding of cursus, tegenover 49% in 2020. Het aandeel bedrijven waar veel werknemers daadwerkelijk scholing volgen, neemt echter af: van 20,9% (2021) naar 17,3% (2024). Informeel leren blijft omvangrijk en belangrijk: 87% leert van mensen op het werk – collega’s, leidinggevenden, klanten – en de taken die zij uitvoeren. Ongeveer 40% leert daar veel van.
STIMULERENDE FACTOREN
Niet alle randvoorwaarden verbeteren mee, aldus de monitor. Bij de stimulerende factoren is het positief dat de steun van leidinggevenden om te leren verder stijgt naar 80%. De bevlogenheid daalt echter naar 55%. Ook de verbondenheid met de organisatie neemt af, van 73% in 2020 naar 68% in 2024. Autonomie (58%) en variatie in het werk (60%) blijven ongeveer stabiel.
Leren wordt dus zeker gesteund, maar de bredere betrokkenheid bij werk en de organisatie neemt af.
BIJBLIJVEN
Uit de Monitor Leercultuur blijkt verder dat 91% van de werknemers leermogelijkheden belangrijk vindt. 86% is daar tevreden over en 41% zegt behoefte te hebben aan een opleiding of cursus. Tegelijk is er een lichte stijging van het aandeel werknemers dat zich ondergekwalificeerd voelt: 7% in 2024. De monitor signaleert dus geen brede skillscrisis. Wel wordt druk ervaren om bij te blijven.
VOORSPRONG NEEMT AF
De actuele monitor zet Nederland opnieuw neer als relatief sterk wat betreft leergedrag, maar wel minder uitgesproken dan de vorige editie. Ons land staat op de zesde plaats in de EU voor deelname aan opleidingen en trainingen, terwijl andere landen harder groeien. Voor informeel leren staat Nederland op de achtste plaats. Kortom: we doen het goed, maar verliezen wat voorsprong.
STROOMVERSNELLING
Niet alleen voor de toekomstige positie op de ranglijst, ook bij het gevoel van urgentie speelt de impact van AI een grote rol. Volgens cijfers van het CBS
nam het aandeel bedrijven met 10 of meer werkzame personen dat AI gebruikt, toe van 14% in 2023 naar 23% in 2024. Vooral tekstanalyse en tekstgeneratie groeiden hard. Verder lopen grote bedrijven duidelijk voor op kleine.
De toepassing van AI kwam pas echt in een stroomversnelling na de arbeidsenquêtes waaruit de Monitor Leercultuur 2025 put. De vraag is niet meer of AI relevant is voor scholing, maar in welke mate en voor welke groepen.
VOORTDURENDE BIJSCHOLING
AI wordt snel normaler in organisaties, dus werknemers moeten op korte termijn leren hoe zij tools productief en verantwoord gebruiken. Ook is sprake van een transitie-urgentie: takenpakketten veranderen sneller dan beroepen verdwijnen, waardoor voortdurende bijscholing belangrijker wordt dan incidentele omscholing. Urgentie is er ook als het gaat om inclusiviteit. Juist groepen die in de Monitor Leercultuur al minder sterk staan (zie kader), lopen risico om ook in de AI-transitie achter te blijven.
BIJKOMENDE DRIJFVEER
Tot slot is er een kwaliteits- en risico-urgentie. AI-output vraagt om controle, kennis van context en correctievermogen. Scholing moet dus ook gaan over aspecten als oordeelsvorming, privacy, veiligheid en menselijk toezicht.
Voor werkgevers geldt hierbij een bijkomende drijfveer. Per februari 2025 is er met de EU AI Act een verplichting om te zorgen voor een voldoende niveau van ‘AI-geletterdheid’. De Europese Commissie meldt expliciet dat dit niet alleen over technische kennis gaat, maar ook over inzicht in
risico’s, schade, context van gebruik en passende begeleiding of training. Voor veel organisaties is scholing rond AI dus een noodzakelijk onderdeel van compliance en governance.
CRUCIALE CONCURRENTIEFACTOR
Voor werkgevers is de conclusie helder: scholing is niet langer alleen bedoeld om medewerkers bij de tijd te houden, maar ook om productiviteit, kwaliteit en wendbaarheid op peil te houden. In een competitieve omgeving waarin werk door AI snel verandert, wordt een sterke leercultuur een cruciale concurrentiefactor.
HARDNEKKIGE VERSCHILLEN
De Monitor Leercultuur benadrukt dat verschillen tussen groepen hardnekkig zijn. Werknemers met een basis- of vmbo-opleiding, met flexibele contracten en in mindere mate 55-plussers scoren gemiddeld minder gunstig op leergedrag, urgentie en stimulerende factoren.
In 2024 volgde bijvoorbeeld 62% van de hbo- en vwo-opgeleiden scholing, tegenover 38% van de werknemers met een basis- of vmbo-niveau. Bij contractvormen gaat het om 59% van werknemers met een vast contract, tegenover 48% van uitzendkrachten en 30% van oproepkrachten.
Juist deze verschillen maken gericht scholingsbeleid noodzakelijk. Zonder extra aandacht dreigt AI bestaande achterstanden te vergroten.
Ondernemers willen sneller
verduurzamen:
‘Geef ruimte aan
zon en wind’
Nederlandse ondernemers willen in hoog tempo minder afhankelijk worden van gas en fossiele energie. Dat blijkt uit een rondgang van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) langs veertien bedrijven en bedrijventerreinen.
Door stijgende energieprijzen en geopolitieke onzekerheid zoeken bedrijven steeds vaker naar manieren om hun energievoorziening zelf te organiseren. Volgens de NVDE liggen er grote kansen in de combinatie van zonne-energie, windenergie, opslag en samenwerking tussen bedrijven.
Ondernemers investeren al volop in
elektrificatie, laadvoorzieningen en lokale energiesystemen. Netcongestie blijft daarbij een flinke belemmering, maar bedrijven zoeken actief naar oplossingen, bijvoorbeeld via energiecoöperaties en onderlinge levering van stroom.
De NVDE roept gemeenten en provincies op om meer ruimte te bieden aan
duurzame opwek en opslag. Procedures moeten sneller en initiatiefnemers moeten volgens de vereniging welwillender worden behandeld wanneer projecten bijdragen aan verduurzaming en het oplossen van netproblemen. “Zelfs met een vol stroomnet laten ondernemers zien dat het kan,” aldus NVDE-voorzitter Olof van der Gaag.
Waarom P&O de sleutel is tot productiviteitsgroei in een structureel krappe arbeidsmarkt
De reflex van veel organisaties is nog altijd dezelfde: groeit de werkdruk, dan groeit het personeelsbestand mee. Maar die logica werkt niet meer. Vacatures blijven langer openstaan, de vijver met talent wordt kleiner en de kosten van werving blijven stijgen. Tegelijkertijd nemen de verwachtingen van klanten en stakeholders alleen maar toe. Voor P&O ligt hier een duidelijke opdracht. Niet méér mensen vinden, maar zorgen dat mensen effectiever kunnen werken. AI is daarin geen hype, maar een noodzakelijke versneller.
Veel organisaties behandelen personeelstekorten nog als een tijdelijke piek. De realiteit is anders. Vergrijzing, veranderende verwachtingen van werk en een beperkte instroom zorgen ervoor dat de arbeidsmarkt blijvend onder druk staat.
Blijven inzetten op werving als primaire oplossing is daarom niet alleen kostbaar, maar ook ineffectief.
Organisaties die blijven groeien in FTE’s lopen vast. Organisaties die groeien in productiviteit, creëren ruimte.
AI ALS HEFBOOM VOOR
PRODUCTIVITEIT
AI maakt het mogelijk om werk fundamenteel anders in te richten. Niet door mensen te vervangen, maar door hun effectiviteit te vergroten.
Denk aan toepassingen zoals:
• het automatisch verwerken en samenvatten van informatie
• het ondersteunen bij besluitvorming met data en analyses
• het versnellen van klantinteracties
• het verminderen van administratieve lasten
Dit soort toepassingen zorgt ervoor dat medewerkers minder tijd kwijt zijn aan repetitief werk en meer tijd overhouden voor taken die echt waarde toevoegen.
Het resultaat is niet alleen hogere productiviteit, maar ook meer werkplezier.
VERSCHUIVING VAN FUNCTIES
NAAR VAARDIGHEDEN
De inzet van AI vraagt om een andere kijk op werk. Functies worden minder statisch, terwijl vaardigheden juist
belangrijker worden. Het gaat niet meer om wat iemand doet, maar om wat iemand kan en hoe snel iemand zich kan aanpassen.
Voor P&O betekent dit:
• investeren in digitale vaardigheden
• stimuleren van continu leren
• het creëren van een omgeving waarin experimenteren normaal is Medewerkers die goed leren samenwerken met AI-tools kunnen in dezelfde tijd meer bereiken, zonder dat de werkdruk stijgt.
P&O ALS AANJAGER VAN VERANDERING
De rol van P&O verandert daarmee fundamenteel. Waar de focus traditioneel lag op instroom, doorstroom en uitstroom, verschuift deze nu naar productiviteit en inzetbaarheid.
Dat vraagt om een actievere rol:
• AI integreren in dagelijkse werkprocessen
• managers ondersteunen in het begeleiden van deze verandering
• medewerkers trainen in het effectief gebruiken van technologie
• duidelijke kaders stellen voor verantwoord gebruik van AI
P&O wordt daarmee niet alleen een ondersteunende functie, maar een strategische motor achter innovatie en groei.
WEERSTAND VRAAGT OM LEIDERSCHAP
De introductie van AI brengt ook onzekerheid met zich mee. Medewerkers vragen zich af wat het betekent voor hun rol en toekomst. Die weerstand is logisch en voorspelbaar.
De oplossing ligt niet in afwachten,
maar in duidelijk leiderschap:
• wees transparant over de inzet van AI
• betrek medewerkers actief bij de implementatie
• laat zien hoe technologie het werk verbetert in plaats van bedreigt
Organisaties die dit goed aanpakken, zien dat acceptatie snel omslaat in enthousiasme.
VAN SCHAARSTE NAAR SLAGKRACHT
De kern van het vraagstuk is helder. Organisaties die blijven denken in termen van extra mensen, blijven afhankelijk van een schaarse markt. Organisaties die investeren in slimmer werken, bouwen aan structurele slagkracht.
AI maakt het mogelijk om met hetzelfde team meer te bereiken, sneller te schakelen en beter in te spelen op veranderingen. Daarmee verschuift de focus van capaciteit naar kwaliteit.
NIET MEER MENSEN, MAAR SLIMMER WERKEN MET AI
Voor P&O ligt hier een duidelijke keuze. Blijven investeren in een steeds krapper wordende arbeidsmarkt, of de stap zetten naar een organisatie waarin technologie en mensen elkaar versterken.
Organisaties die kiezen voor slimmer werken met AI, creëren een duurzaam voordeel. Ze zijn minder afhankelijk van externe instroom, verhogen hun productiviteit en maken het werk aantrekkelijker voor de mensen die ze al hebben.
En juist dat maakt het verschil in de arbeidsmarkt van vandaag én morgen.
Werkgevers in Gelderland gaan de gevolgen van pensionering voelen
Nadat het aantal WW-uitkeringen in Gelderland een aantal jaren was opgelopen, was er afgelopen maand een lichte afname te zien. Dat er meer aanbod komt voor werkgevers betekent niet dat de personeelsproblemen voorbij zijn. Werkgevers verwachten de komende vijf jaar veel knelpunten doordat medewerkers met pensioen gaan. Vooral in het openbaar bestuur en de industrie zijn de problemen groot. Een oplossing is het overdragen van kennis, bijvoorbeeld doordat ervaren medewerkers collega’s coachen.
PROBLEMEN DOOR PENSIOEN
Eén van de uitdagingen voor de toekomstige arbeidsmarkt is de toenemende uitstroom van werknemers door pensionering. Hierdoor houden de personeelstekorten langer aan. Daarom vroeg UWV 3.500 werkgevers naar hun verwachtingen over (de gevolgen van) pensionering. Bijna vier op de tien werkgevers verwacht dat personeel de komende vijf jaar met pensioen gaat. Het percentage valt lager uit doordat veel vestigingen weinig werknemers hebben – en dus ook minder vaak werknemers die de komende jaren met pensioen gaan. Van de werkgevers die met uitstroom door pensionering te maken krijgen denkt 45% dat dit een probleem wordt voor de organisatie.
OPENBAAR BESTUUR EN INDUSTRIE NOG MEER LAST VAN PENSIONERING
In het openbaar bestuur hebben werkgevers nog vaker te maken met pensionering: 89% verwacht uitstroom doordat medewerkers met pensioen gaan en 67% van hen denkt dat dit een probleem wordt. Die problemen komen volgens de werkgevers vooral door verlies van ervaring en verlies van kennis. In Gelderland is 16% van de werknemers 60 jaar of ouder in het openbaar bestuur. In de Achterhoek ligt dat aandeel met 18% nog net wat hoger, en in Midden-Gelderland en Rijk van Nijmegen met 15% net wat lager. Daarmee is het openbaar bestuur samen met de industrie – op de transportsector na – de sector die het meest vergrijsd is.
In de industrie verwacht 52% van de werkgevers uitstroom doordat personeel met pensioen gaat, van hen denkt 61% dat dit een probleem wordt. In deze sector is de vervanging van gepensioneerde werknemers het grootste probleem. Ook de industrie heeft een bovengemiddeld aandeel werknemers van 60 jaar of ouder: net als in het openbaar bestuur is 16% van de werknemers in de industrie in Gelderland boven de 60 jaar. Bovendien is het aantal nieuwe gediplomeerden vanuit een technische opleiding de komende jaren niet voldoende om de mensen die stoppen
met werken in de industrie te vervangen.
KENNIS EN VAARDIGHEDEN OVERDRAGEN
Werkgevers kunnen problemen door pensionering verminderen door te zorgen voor overdracht van kennis en expertise binnen hun organisatie. Ze kunnen kennis vastleggen en ervaren medewerkers inzetten als begeleider of mentor van nieuwere collega’s. Niet elke medewerker kan deze rol direct makkelijk vervullen. Het is dan ook van belang dat werkgevers hun personeel hierop voorbereiden, bijvoorbeeld door trainingen of workshops te bieden over kennisoverdracht, begeleiding en feedback. Werkgevers kunnen ook extra nieuwe medewerkers aantrekken door sollicitanten die niet aan alle functie-eisen voldoen, intern op te leiden.
Laura Boers, arbeidsmarktadviseur bij UWV: ‘De pensioneringsgolf is geen toekomstmuziek, maar een realiteit die nu al impact heeft op onze arbeidsmarkt. Het is cruciaal dat werkgevers vandaag investeren in kennisoverdracht en mentorschap, zodat de ervaring van vandaag de basis legt voor de vaardigheden van morgen. Met name in het openbaar bestuur kan het helpen om doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd toe te laten en bespreekbaar te maken.’
One-stop contentfabriek
De Van Munster Media Groep houdt zich al jarenlang bezig met het vervaardigen en uitgeven van consumenten- en vakbladen, het bouwen van websites en –shops en eigenlijk alles wat met tekst en beeld te maken heeft. Omdat de vraag vanuit externe bedrijven op dat gebied maar blééf groeien, is vijf jaar geleden de Van Munster Media Factory (VMMF) opgericht. Een bedrijf met alle disciplines onder één dak, dat is gespecialiseerd in het creëren en beheren van media in de breedste zin van het woord. “We zijn veel meer dan een standaard reclamebureau”, aldus directeur Michael van Munster.
VAN MUNSTER MEDIA FACTORY
Waar het voor de Van Munster Media Groep ooit begon met ‘alleen’ het maken en uitgeven van consumenten- en vakbladen, zijn de werkzaamheden door de jaren heen flink uitgebreid. Naast ‘papier’ kwam ‘digitaal’ en dat bracht volop nieuwe kansen en speelvelden met zich mee. Uiteraard werd voor de eigen merken volop content gemaakt in zowel woord als beeld, maar ook andere bedrijven schakelden steeds vaker de diensten van het Nijmeegse bedrijf in. “Niet alleen om teksten te schrijven en bijbehorende fotografie te verzorgen, maar steeds vaker ook om complete huisstijlen, marketingplannen, websites of webshops te ontwikkelen én maken”, vertelt directeur Michael van Munster desgevraagd. “Alles wat we samen met de klant bedenken, kunnen we vervolgens namelijk daadwerkelijk in eigen huis realiseren.”
VAN BEGIN TOT EIND
De term ‘one-stop shop’ klinkt soms bijna als een dooddoener, maar is wel de omschrijving die precies omvat wat VMMF is op het gebied van het creëren en beheren van media. “We kunnen onze opdrachtgevers helpen met elke gewenste media-uiting, of het nu online of offline is”, legt Van Munster uit. “Onze tekstschrijvers, webdevelopers, marketingexperts en grafische creatievelingen denken mee met onze klanten. Samen met die klanten bepalen ze welke middelen het beste passen bij de doelstellingen en hoe de concurrentiepositie het best versterkt kan gaan worden. Dat kan van heel klein, het ontwerpen van een logo of het schrijven van een tekst bijvoorbeeld, tot heel groot. We hebben namelijk al diverse bedrijven begeleid vanaf het allereerste begin tot het succesvolle bedrijf van nu.”
ALLES ONDER ÉÉN DAK
Het team van VMMF kan bogen op een karrevracht aan ervaring. Voor de uitgeverstak van de Van Munster Media Groep wordt al meer dan vijftien jaar lang content gemaakt voor magazines, online platforms en externe bedrijven. Dat laatste is de afgelopen jaren flink gestegen. “Opdrachtgevers kunnen voor veel verschillende zaken bij ons terecht. Ontwerp, fotografie, tekst, webdesign en websitebouw, online marketing, mediaplanning, drukwerk, video… maar ook voor het beheer of een analyse van je social media kanalen kun je bij ons aankloppen”, legt Van Munster uit. “Wat dat betreft zijn we veel meer dan een standaard reclamebureau. We hebben letterlijk alle disciplines onder één dak zitten en kunnen dus bijzonder snel schakelen en creatieve ideeën omzetten in tastbare en zichtbare resultaten.”
WEBDEVELOPMENT
Naast het echte ‘content creëren’ groeit VMMF ook flink verder op het gebied van webdevelopment. “Daarmee bedoelen we feitelijk alles wat met internet te maken heeft”, geeft Van Munster aan. “Of het nu een eenvoudige website is voor een lokale hobbyclub, een uitgebreid en geautomatiseerd handelsplatform of alles daar tussenin, we kunnen het allemaal verzorgen. Onze ontwikkelaars hebben tientallen jaren ervaring, hebben het begin van het internet nog meegemaakt. Zo loop je als opdrachtgever dus nooit achter de feiten aan.”
Meer informatie is te vinden op www.vanmunstermedia.nl
Meld jouw medewerkers aan voor een mboopleiding in de regio
Trotse opleidingspartner van o.a. Tata Steel, FrieslandCampina en Koninklijke Van der Most www.cbtresultaatuitopleiden.nl
Teams die beter communiceren en samenwerken presteren aantoonbaar beter. Onze teamtrainingen maken dit direct zichtbaar. Ȋ Locatie in overleg
Geschikt voor elk seizoen
Afgestemd op jullie teamdoelen
Gerechtsdeurwaarderskantoor
Karreman B.V.
Emmalaan 1, 7315 AK Apeldoorn
Postbus 10337, 7301 GH Apeldoorn
055 - 577 28 28
info@mkarreman.nl
www.mkarreman.nl
Een passende oplossing én daadkrachtige ondersteuning voor ondernemers.