RAI CarrosserieNL
Zijafscherming | VN/ECE Reglement nr. 73
2.1 2.2
zijafscherming | VN/ECE Reglement nr. 73
2.3 2.4
R 2,5 min
25 max
1.3
150 max 1.2
250 min
3.1 3.2
30 max
Buitenzijde laadeenheid
5.2
Zijaanzicht
1.3
1.2
350 max
2.1 2.2
1.7
1.2
1.3
1.2
1.1
1.4
1.5
A
5.2
3.1
150
2.3 2.4
300 max
550 max
4.2
A 5.1
1300 max
300 max
Maten in mm
1. Algemene eisen 1.1 De afscherming dient stijf van constructie te zijn en stevig bevestigd. Op elk punt moet de afscherming een belasting van 100 kg (horizontaal gemeten haaks op het buitenoppervlak van de profielen) kunnen weerstaan. Hierbij gelden de volgende eisen inzake de maximale toegestane doorbuiging: - 30 mm over de achterste 250 mm; - 150 mm over het resterende deel van de zijafscherming. 1.2 Het buitenoppervlak moet glad en zoveel mogelijk ononderbroken van voor naar achteren doorlopen. Aangrenzende delen mogen echter een overlapping vormen, op voorwaarde dat de overlappende rand naar achter of naar beneden is gericht of er mag een opening overblijven van niet meer dan 25 mm (gemeten in lengterichting) op voorwaarde dat het achterste deel niet buiten het voorste deel steekt. 1.3 Bolle kopen van bouten of klinknagels mogen maximaal 10 mm buiten het oppervlak uitsteken. Andere delen mogen even ver uitsteken mits ze glad zijn en op dezelfde wijze afgerond. Alle buitenranden en hoeken die kunnen worden geraakt door een bol met een diameter van 100 mm, moeten zijn afgerond
RAI CarrosserieNL
met een straal van minimaal 2,5 mm; indien deze minder dan 5 mm uitsteken, moeten de naar buiten gerichte randen ervan afgerond zijn. 1.4 Zijafscherming mag bestaan uit een doorlopend vlak oppervlak (gesloten zijafscherming, verplicht bij LZV) of één of meer horizontale profielen of een combinatie van beide. Bij het gebruik van profielen mag de onderlinge tussenruimte niet meer zijn dan 300 mm. 1.5 Hoogte plankprofielen: - N2 en O3: minimaal 50 mm; - N3 en O4: minimaal 100 mm. 1.6 Indien de afstand tussen 2 gestuurde assen hart op hart gemeten maximaal 2,1 m. bedraagt behoeft geen zijafscherming tussen deze assen gemonteerd te worden. 1.7 Permanent op of aan het voertuig gemonteerde onderdelen zoals reservewielen, accuhuis, luchten brandstoftanks, gereedschapskisten, lichten en reflectoren kunnen in de zijafscherming worden opgenomen mits ze voldoen aan de eisen van 1.2 en 1.3. 1.8 Zijkanten van voertuigen mogen als vervanging van de zijafscherming gezien worden wanneer ze door hun vorm en eigenschappen aan de eisen voldoen.
Bovenaanzicht
2.1 2.2 2.3 2.4
R 2,5 min
25 max
1.3
1.9 De zijafscherming mag niet gebruikt worden om er rem-, lucht-, of hydraulische leidingen aan te bevestigen. 1.3 1.2 1.7 1.2 350 max 1.10 2.1 2.2Zijafscherming mag op verschillende posities aan de zijkant van het voertuig zitten. Er moet dan wel 2.3 2.4 max zijn om ze in hun een gegarandeerde 300 methode normale gebruiksstand vast te zetten zodat ze niet ongewild van positie kunnen veranderen. 550 max Het wijzigen van de positie moet4.2makkelijk gaan. 1.11 Bij voertuigen met vastzet- of bevestigingspunten voor vervoer via RoRo schepen zijn openingen in max de zijafscherming toegestaan 1300 voor het vastmaken van veiligheidssystemen.
150 max 1.2
1.3
2. Voorrand zijafscherming 2.1 Positie van de voorrand: - N2 en N3: maximaal 300 mm achter het wiel direct vóór de zijafscherming. - Aanhangwagens: maximaal 500 mm achter het wiel direct vóór de zijafscherming. - Opleggers: maximaal 250 mm achter de hartlijn van de steunpoten indien aanwezig, maar niet verder dan 2,7 m vanaf de hartlijn van de koppelingspen (in de achterste stand).
1.2
3.1 3.2
250 min
30 max
Buitenzijde laadeenheid
5.2
- Middenas-aanhangwagens: niet verder dan de voorzijde van de carrosserie indien aanwezig, om de normale manoeuvreerbaarheid te garanderen. 1.1 1.4 1.5 5.2 2.2 Wanneer deAvoorzijde zich in een open ruimte (> 25 mm) bevindt is het verplicht een doorlopend verticaal element over de volle hoogte van de zijafscherming te monteren dat aan de volgende eisen voldoet: A - N2 en O3: buitenvlak minimaal 50 mm lang en 5.1 gebogen minimaal 100 mm naar binnen of een minimum radius van 50 mm hebben. 300 max100 mm lang en - N3 en O4: buitenvlak minimaal minimaal 100 mm naar binnen gebogen of een minimum radius van 100 mm. 2.3 N2 en N3: indien de 300 mm maat binnen de cabine valt, mag de opening tussen de voorrand van de zijafscherming en plaatwerk van de cabine maximaal 100 mm zijn en zonodig max. 45 graden naar binnen buigen. De bepalingen genoemd bij 2.2 zijn hierbij niet meer van toepassing. 2.4 N2 en N3: indien de 300 mm maat achter de cabine valt en de afstand tussen achterkant cabine en voorzijde zijafscherming < 100 mm: fabrikant mag zelf bepalen of aan de eisen genoemd bij 2.3 wordt voldaan.
3.1
150
x
Buitenzijde laadeenheid
Vooraanzicht
Onder bovenrand Snijlijnen bestaat niet Snijlijn bestaat niet
4.2
Aanzicht A-A
3.1
3.2
150 max
Snijlijn Snijlijn
Verticaal raakvlak Verticaal raakvlak
Maten in mm
3. Middendeel zijafscherming 3.1 De zijafscherming mag de breedte van het voertuig niet vergroten. 3.2 De buitenzijde mag maximaal 150 mm verzonken zijn t.o.v. de maximumbreedte van het voertuig.
4. Onder en bovenrand zijafscherming 4.1 De onderrand van de zijafscherming mag zich op geen enkel punt meer dan 550 mm van de grond bevinden. 4.2 a) De bovenrand van de zijafscherming mag niet meer dan 350 mm onder de constructie van het voertuig liggen dat gesneden wordt door het verticale raakvlak van de banden (excl. band bolling). b) Raakt het verticale raakvlak de constructie van het voertuig niet, dan moet de bovenrand van de zijafscherming op een lijn liggen met het oppervlak van de vloer of zich op 950 mm van de grond bevinden wanneer deze afstand kleiner is. c) Raakt het verticale raakvlak de constructie van het voertuig op meer dan 1,3 m, dan moet de bovenrand van de zijafscherming zich op minimaal 950 mm boven de grond bevinden. d) Bij een voertuig dat speciaal ontworpen en gebouwd is voor het vervoer van een container of demonteerbare
opbouw mag de bovenrand van de zijafscherming bepaald worden volgens b en c. De container of opbouw wordt als deel van het voertuig beschouwd. e) Bij een voertuig dat is uitgerust met een kraan die voorzien is van een permanent werk-station of platform waar vandaan de kraan kan worden bediend, mag het platform beschouwd worden alsof het een laadvloer is. De bovenrand van de zijafscherming mag bepaald worden volgens b en c.
5. Achterrand zijafscherming 5.1 De afstand tussen de achterrand en het dichtbijzijnde deel van het wiel mag niet groter zijn dan 300 mm. Een doorlopend verticaal element is niet vereist. 5.2 Het achterste uiteinde van de zijafscherming mag maximaal 30 mm binnen het buiten-oppervlak van de band (bolling uitgesloten) liggen over minimaal de achterste 250 mm.
6. Voorschriften voor bijzondere voertuigen Speciaal voor voertuigen met steunpoten 6.1 Indien het voertuig is uitgerust met uitschuifbare steunen voor grotere stabiliteit dan mag de zijafscherming extra openingen vertonen indien noodzakelijk.
Bijzondere voertuigen 6.1
6.2 Bij een voertuig dat is uitgerust met een kraan die voorzien is van een permanent werk-station of platform waar vandaan de kraan kan worden bediend, mag het platform beschouwd worden alsof het een laadvloer is. De bovenrand van de zijafscherming mag bepaald worden volgens 4.2 b en 4.2 c. 6.3 De zijafscherming mag extra openingen hebben wanneer deze nodig zijn voor het gebruik van de kraan.
Speciaal voor tankwagens 6.4 Indien de opbouw vast gemonteerd is op het chassis en is ontworpen voor het vervoer van vloeibare stoffen en bovendien is uitgerust met slang- of pijpaansluitingen voor het laden en lossen, dan mag van de strikte naleving van eerder genoemde voorschriften worden afgeweken indien dit voor de gebruikswijze van het voertuig noodzakelijk is.
Uitschuifbare aanhangwagens & opleggers 6.5 In ingeschoven toestand moeten uitschuifbare aanhangwagens en opleggers aan de eisen voor zijafscherming voldoen. In uitgeschoven toestand moet de zijafscherming voldoen aan de eisen van de voor- of achterrand. De overige eisen zijn ook van toepassing.
6.4
Het uitschuiven mag geen openingen in de lengte van de zijafscherming veroorzaken. In Nederland geldt dat wanneer de uitgeschoven aanhangwagen of oplegger niet beladen is, deze ingeschoven moet zijn of de zijafscherming dient over de gehele lengte aanwezig te zijn alsof het een niet uitschuifbaar voertuig is.
In ingeschoven toestand
6.5
In uitgeschoven toestand 1e situatie
2e situatie
akkoord
akkoord
3e situatie
4e situatie
niet akkoord
niet akkoord
RAI CarrosserieNL
zijafscherming | VN/ECE Reglement nr. 73
Extra informatie
300 max 300 max
300 max 300 max
500 max 500 max
300 max 300 max Maten in mm
Bedrijfswagens (N2 en N3) De positie van de voorrand van de zijafscherming moet geplaatst zijn op maximaal 300 mm achter het wiel voor de zijafscherming. - Indien de 300 mm maat binnen de cabine valt, mag de opening tussen de voorrand zijafscherming en plaatwerk cabine maximaal 100 mm zijn en zonodig max. 45 graden naar binnen buigen. De bepalingen genoemd bij 2.2 zijn hierbij niet meer van toepassing. - Indien de 300 mm maat achter de cabine valt en de afstand tussen achterkant cabine en voorzijde zijafscherming < 100 mm: fabrikant mag zelf bepalen of aan de eisen genoemd bij 2.3 wordt voldaan.
Aanhangwagens De positie van de voorrand van de zijafscherming moet geplaatst zijn op maximaal 500 mm achter het wiel direct vóór de zijafscherming.
Middenas-aanhangwagen De positie van de voorrand van de zijafscherming mag niet voor de voorzijde van de carrosserie uitsteken indien aanwezig, om de normale manoeuvreerbaarheid te garanderen.
Opleggers De positie van de voorrand moet geplaatst zijn op maximaal 250 mm achter de hartlijn van de steunpoten indien aanwezig, maar niet verder dan 2,7 m vanaf de hartlijn van de koppelingspen (in de achterste stand).
1.6
550 max Ø
300 max
RAI CarrosserieNL
2,7m max
300 max
Verplicht voor:
Uitgezonderd zijn:
- Motorvoertuigen van de categorie N2 (3,5 - 12 ton); - Motorvoertuigen van de categorie N3 (> 12 ton); - Aanhangwagens en opleggers van de categorie O3 (3,5 - 10 ton); - Aanhangwagens en opleggers van de categorie O4 (> 10 ton).
- Voertuigen van de categorie; N1, O1 en O2. - Trekkers; behalve op trekkers met een aantekening LZV. Deze moeten zijn voorzien van een gesloten zijafscherming. - Voor speciale doeleinden ontworpen en gebouwde voertuigen; waarbij het om praktische redenen niet mogelijk is om zijafscherming aan te brengen. Hiervoor moet vrijstelling bij RDW afdeling TTV aangevraagd worden.
RAI CarrosserieNL Europaplein 6 1078 GZ Amsterdam Postbus 74800 1070 DM Amsterdam Tel 020 5044 990 carrosserienl@raivereniging.nl www.raivereniging.nl