
Als wij goed zijn voor de duinen, zijn de duinen goed voor ons.

![]()

Als wij goed zijn voor de duinen, zijn de duinen goed voor ons.

8
10
Onze missie
Schone natuur, schone bronnen, schoon drinkwater.
Sjakel van Wesemael, directeur Natuur en Beleving “We beheren met de kracht van de natuur”
Het seizoen 2019/2020
In vogelvlucht langs bijzondere hoogtepunten en nieuwe inzichten.


Prachtige natuur, bijzonder cultureel erfgoed en geologische rijkdom. Onze duingebieden zijn uniek en kennen een bijzondere geschiedenis. Over de gebieden, de belangrijkste thema’s en het belang van onderzoek.
De duinen vormen een voor Europa uniek ecosysteem, waar drinkwaterwinning en natuur elkaar duurzaam versterken. De grote variatie in habitats en soorten maakt de natuur puur en veerkrachtig. Wat zijn de grote trends?
Het unieke duinecosysteem van Noord-Holland vertegenwoordigt een grote waarde. Dankzij het beleid van de afgelopen decennia zien we de soortenrijkdom weer toenemen. Veel van de zo kenmerkende plant- en diersoorten doen het goed.

PWN versterkt de unieke kracht van elk natuurgebied. Dat is werk van de lange termijn. Het natuurbeheer is erop gericht de natuur alle ruimte te geven. Want als de duinen kunnen floreren, krijgen we daar een enorme vitaliteit voor terug.

De duinnatuur is het waard om goed voor te zorgen. Want als wij goed zijn voor de duinen, zijn de duinen goed voor ons. Dus koesteren en onderhouden we de duinnatuur, liefst samen met zoveel mogelijk betrokkenen. 70


Onze duinen behoren tot de meest gevarieerde en soortenrijke landschappen van Nederland. Hier vind je een grote verscheidenheid aan milieutypen: droog en nat, kalkrijk en kalkarm, winderig en luw, zout en zoet, warme zuidhellingen en juist koele noordhellingen.
De milieufactoren in dit ecosysteem gaan geleidelijk in elkaar over, wat bepalend is voor de biodiversiteit.
Het gevarieerde landschap, de bodemsamenstelling, zout spatwater, strandzand dat de duinen in stuift, de zon die een zandhelling opwarmt. Dit alles maakt de duinen tot een uniek ecosysteem waarin de meest bijzondere soorten floreren. Bijvoorbeeld kalkminnende planten zoals slangenkruid, ruig viooltje en grote tijm. Daar komen zeldzame insecten op af, zoals de duinparelmoervlinder, blauwvleugelsprinkhaan en wilde bijen. En dat trekt bijzondere reptielen en vogels aan, zoals de zandhagedis, boomleeuwerik en nachtegaal. Ook groter wild voelt zich in de duinen thuis, zoals de boommarter, vos en sperwer. En tot slot vind je er grote grazers, zoals het konikpaard en de wisent.
PWN is verantwoordelijke voor twee grote duingebieden in NoordHolland, elk met hun unieke identiteit en kracht: het Noordhollands Duinreservaat en het Nationaal Park Zuid-Kennemerland en is daarmee de grootste duinbeheerder in Nederland. Ons natuurbeheer is erop gericht om die zo speciale kracht van de duinnatuur de ruimte te geven en waar nodig verder te versterken. We laten de duinen sterk zijn door landschapsvormende processen te stimuleren. En we kijken in elk gebied waar we natuurlijke processen en oude cultuurlandschappen nog beter tot hun recht kunnen laten komen.
Zo werken we dag in dag uit aan gezonde duinen. Een aaneenschakeling van de meest gevarieerde gebieden, waarin volop te genieten valt. Een gezonde levensader, die onze kust natuurlijk beschermt en bijdraagt aan schoon drinkwater voor bijna 800.000 huishoudens en bedrijven in Noord-Holland.
In dit jaarrapport zetten we uiteen wat de bijzondere dynamiek in de duinen is. We delen bovendien de inzichten die het vele onderzoek in de duinen oplevert. Ook leggen we verantwoording af over onze opdracht die we al meer dan 80 jaar uitvoeren: natuurbeheer volgens de nieuwste inzichten voor vitale, veerkrachtige duinen.
De duinen zijn onze levensader. Hier vind je lucht, ruimte, vergezichten en prachtige planten en dieren. Je vindt er natuur met ongelofelijk veel vitaliteit, variatie en dynamiek. Een uiterst waardevol ecosysteem, en dat ligt gewoon bij ons om de hoek.
Wat de duinnatuur met ons doet, beseffen we denk ik meer dan ooit nu de coronapandemie ons dagelijks leven zo ingrijpend raakt. Onze gebieden hebben nog nooit zoveel bezoekers getrokken. Uit de hele regio zoeken mensen de duinen op om er te sporten, te wandelen of gewoon om in de natuur nieuwe energie op te doen. En zo ervaren we opnieuw hoe waardevol het eigenlijk is dat we zoveel ongereptheid in de buurt hebben. Zoveel positiefs in tijden dat het tegenzit — het is er gewoon, voor ons allemaal.
Ook internationaal vallen de duinen van Noord-Holland op vanwege hun unieke karakter. Dat ze een Natura2000-status hebben komt doordat er nergens in de wereld zo’n groot gebied is met zoveel ongerepte duinnatuur bij elkaar. Zonder lintbebouwing langs de kust en zonder de privéstranden die we uit andere landen kennen. Onze duingebieden hebben zo puur kunnen blijven, doordat ze ook voor ons drinkwater zorgen. Water en natuur gaan hier immers al honderd jaar een mooi samenspel aan. Want dankzij de puurheid van de natuur zijn de duinen goed voor ons drinkwater, en andersom is het dankzij de drinkwaterwinning dat pure natuur hier de hoogste prioriteit heeft. Dit samenspel heeft onomstotelijk geleid tot een regionale borging van unieke, internationale waarden.
Bij alle betrokkenen ervaren we een enorme gedrevenheid om met elkaar deze waarden te beschermen.
Brede samenwerking
Voor het werk in de duinen zoeken we dan ook zoveel mogelijk de samenwerking op met onze omgeving. Bijvoorbeeld met al die 450 vrijwilligers die zich voor de natuur inzetten, van snoei- en plagwerk tot het systematisch tellen van al die vlinders, vleermuizen en loopkevers. Of met terreinbeherende organisaties en ideële instellingen zoals de Vlinderstichting, stichting Oer-IJ en Sovon Vogelonderzoek Nederland. We merken ook dat mensen graag meedenken over nieuwe natuur en dat ondersteunen we van harte.
Zo hebben we bij de natuurontwikkeling van de Castricumse binnenduinrand intensief samengewerkt met omwonenden. Een waardevol proces, dat leidde tot waardevolle ideeën voor het gebied.
Heel bijzonder vind ik ook de manier waarop we nu in gesprek zijn met een particuliere bewonersstichting, die een groot deel van haar privéterrein door PWN wil laten beheren. De stichting staat erop dat we haar gronden ontwikkelen tot net zo bijzondere natuur als de omringende duinen. Een beetje op een indianenmanier: we bezitten de grond niet, maar krijgen alle ruimte om ook hier de natuur weer natuur te laten zijn. En dat is alleen maar mooi, want voor de natuur bestaan er natuurlijk geen grenzen tussen privé en openbaar terrein. Ik zie deze vraag als een ultiem compliment voor ons beleid, waarbij we inzetten op professioneel beheer om de natuur de ruimte te geven. We zijn bij PWN ontzettend trots dat we in Noord-Holland zoveel draagvlak hebben bereikt voor onze visie. En dat we in het hart van al deze samenwerkingen kansen krijgen om de eigen kracht van de natuur nog sterker te maken.
Natuur in het hart
Samenwerken is mensenwerk. We merken dat de natuur ook iets doet met de mensen die met ons optrekken. Wie meewerkt in de natuur kan niet onberoerd blijven bij zoveel schoonheid. De natuur komt in je hart en gaat daar nooit meer weg. Daarom willen we zoveel mogelijk mensen verbinden met de duinen. Het is dé manier om te borgen dat al dit waardevols ook voor de toekomst behouden blijft.
Tegelijkertijd krijgen we ook steeds meer ondersteuning uit wetenschappelijke hoek. Niet alleen van universiteiten die met ons willen samenwerken voor natuuronderzoek, ook van de in 2019 opgerichte Natuurwetenschappelijke adviescommissie. Deze toetst of ons beheer in wetenschappelijk opzicht recht doet aan de natuurwaarden in de gebieden. Ik prijs me gelukkig dat we topwetenschappers uit binnen- en buitenland bereid hebben gevonden om kritisch met ons mee te denken en waar nodig ons een spiegel voor te houden. Het onafhankelijke karakter van dit wetenschappelijke orgaan geeft ons beleid een stevig fundament en vergroot ons netwerk voor natuurbeheer tot op het hoogste niveau.
Deze jaargids staat weer vol met verhalen over de natuur en ons duinbeheer, aangevuld met al het onderzoek dat voor goed natuurbeheer zo noodzakelijk is. Onze waardevolle duinnatuur is een serieuze zaak — ze vormt een rijk en compleet systeem, dat ons voedt en beschermt tegen de zee. Daar doen we met elkaar natuurlijk graag iets voor terug.
Sjakel van Wesemael,
Directeur Natuur en Beleving

Nieuwe natuurgebieden binnenduinrand
Bij Castricum versterkten we De Zanderij en Duin en Bosch door de binnenduinrand te ontwikkelen. Bij Bergen kochten we De Voert aan en maakten we een paddenpoel gevuld met prachtig schoon kwelwater uit het duin.

We leren kunstmatige intelligentie insecten tellen

Laat je opleiden tot Natuurbeheerder bij PWN
Een erkende mbo-opleiding voor mooi werk in de natuur.

Meer natuurverhalen uit de duinen op Nature Today
naturetoday.com
Nieuwe windsleuven stuiven als een dolle

Ringen naaldbomen goed voor insecten
De eerste successen van een duurzame techniek.

Natuurwetenschappelijke
Adviesraad toetst duinbeheer PWN
Het gedrag van wisenten bij een sterfgeval in het Kraansvlak. 92


Verschillende onderzoeken in onze duingebieden laten zien dat er in 2019 aanzienlijk minder insecten waren dan het jaar ervoor. Zo hebben kevers en libellen waarschijnlijk erg te lijden gehad van de extreem droge zomer in 2018. Ook zien we verschuiving van soorten bij nachtvlinders doordat de zomers warmer zijn geworden.
Nestkasten tapuit succesvol


Welkom in de duingebieden van PWN
De duinen zijn natuurgebied, recreatiegebied, waterwingebied én zeewering tegelijk. Met een prachtige natuur, bijzonder cultureel erfgoed en een enorme geologische rijkdom. Een bijzonder landschap, met soorten die uniek zijn voor Nederland en Europa. Daar zijn we zuinig op. Want als wij goed zijn voor de duinen, zijn de duinen goed voor ons.


In opdracht van de provincie Noord-Holland beheert PWN het overgrote deel van de Noord-Hollandse duinen. De provincie heeft als grondeigenaar een overeenkomst met PWN om betrouwbaar en veilig drinkwater te leveren, de bijbehorende natuur duurzaam te beheren en voor passende recreatiemogelijkheden te zorgen.
PWN als drinkwaterbedrijf
PWN voorziet bijna 800.000 huishoudens en bedrijven in Noord-Holland van drinkwater en gebruikt voor de zuivering van bijna de helft van haar drinkwater de duinen van het Noordhollands Duinreservaat. Hier bevinden zich twee infiltratiegebieden voor drinkwater, ecologisch ingepast met duinvalleien en waterzuiverende rietmoerassen. De gebieden laten voorgezuiverd IJsselmeerwater bezinken en infiltreren in het duinzand. Na enkele weken wordt het water weer opgepompt en als drinkwater verspreid.
PWN als duinbeheerder
De Noord-Hollandse duinen die PWN in opdracht van de provincie beheert zijn de basis voor meer dan 50% van de Nederlandse biodiversiteit. Ze worden nationaal en internationaal gerespecteerd om hun bijzondere natuurwaarden, zijn aangemerkt als Natura2000gebieden en bestrijken een oppervlak van ruim 7.300 hectare. Het natuurbeheer van PWN ligt vast in tienjaarlijks beleid dat wordt voorgelegd aan het provinciebestuur: de Beheernota Natuur en Recreatie 2015-2025.
Het beheer voert PWN uit op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten, vaak gevolgd door verder onderzoek. Zo wordt geleerd van de resultaten, wat kennis oplevert nieuwe plannen om het beheer verder te verbeteren. Bij alle werkzaamheden houdt PWN zich aan de Gedragscode Flora- en Faunabeheer en staan de beheerders nauw in contact met andere terreinbeherende organisaties.
Synergie tussen drinkwater en natuur
Door de wisselwerking tussen water en natuur is de bedrijfsvoering van PWN al decennia gebaseerd op drie essentiële, nauw samenhangende elementen: schone natuur, schone bronnen en schoon drinkwater. Het één kan niet zonder het ander. Sterker, PWN werkt voortdurend aan synergie tussen deze elementen, hetgeen op alle fronten tot bijzondere resultaten leidt.
Een voorbeeld: ingenieuze techniek maakt het mogelijk dat voor de infiltratie van voorgezuiverd water nog maar 6% van het duinoppervlak hoeft te worden gebruikt voor drinkwaterzuivering. Dankzij deze relatief nieuwe manier van infiltreren herwint het zoete grondwater zijn natuurlijke niveau, ontstaan er weer natte duinvalleien en komen de zo kenmerkende soorten terug. Per saldo onttrekt PWN geen grondwater meer aan de duinen. Alleen in perioden van extreme droogte of bij calamiteiten maken we aanspraak op de mogelijkheid om tijdelijk de zoetwatervoorraad in de duinen voor drinkwater te gebruiken.
Recreatie en omgeving
De duinen trekken jaarlijks bezoek van zes miljoen recreanten. PWN zet zich in voor recreatie in evenwicht met de draagkracht van de natuur, zoals uitgewerkt in onze visie Duurzaam toerisme en recreatie.
PWN stimuleert recreatie in de duinen actief voor zover het gaat om beleving en duurzame vormen van natuurgerichte recreatie. Onze boswachters zijn naast bewaker van de natuur ook gastheer en onderzoeker. Een groep van 450 vrijwilligers ondersteunt onze inspanningen en zet zich in voor beheer, onderzoek en in onze bezoekerscentra.
Strategische sturing binnen de sector
Natuur en Beleving
PWN hanteert een heldere strategie om sturing te geven aan haar opdracht voor natuurbeheer en recreatie. Daarin staat uiteraard de cyclus van plan-do-check-act (pdca) centraal. De stap ‘check’ is wezenlijk voor goed natuurbeheer en hangt nauw samen met onze kennis en het vele onderzoek dat we in de duingebieden initiëren. Door goed te evalueren, signaleren en onze kennis uit te breiden stemmen we ons beleid voor natuur en beleving steeds opnieuw af op de waargenomen ontwikkelingen. Daarbij zijn we blij met de hulp van medewerkers en al die vrijwilligers die zich verbonden voelen met de natuur.

Deze kerngedachte is uitgekristalliseerd in onze strategie, met vier pijlers waarop PWN haar invloed uitoefent. Als eerste werkt PWN aan veerkrachtige ecosystemen, die in staat zijn zichzelf te herstellen van allerlei verstoringen. We verbinden gebieden, stimuleren de natuurlijke verstuiving en verwijderen woekerende exoten. Dat zorgt voor prachtige natuur. Zo komen we bij de tweede strategische pijler: beleven. PWN wil bezoekers van de duinen deze natuur laten beleven. Want via beleven komt de natuur in het hart en voelen mensen zich betrokken. Voor mooie natuur opkomen en bijdragen aan bescherming is zo nog maar een kleine stap.
PWN staat als producent van drinkwater en natuurbeheerder midden in de samenleving. Door te werken aan de derde pijler, actief verbinden, betrekken we onze omgeving bij de natuur en ons werk. Alles wat we doen is doordacht en gebaseerd op kennis en relevante ontwikkelingen. Door onderzoek en via gesprekken met stakeholders proberen we die ontwikkelingen vroegtijdig te signaleren, de vierde pijler. Onderzoek is er ook op gericht om te toetsen in hoeverre we onze doelen halen, de ‘check’ in de pdca-cyclus. Dit houdt ons scherp, zorgt dat we van onze acties leren en waar nodig tijdig kunnen bijsturen (act).
Overzicht
De Noord-Hollandse duinen vormen een belangrijke schakel in het kustgebied van Noord-Frankrijk tot Denemarken. In de smalle kuststrook liggen de duingebieden als parels aaneengeregen, met smalle verbindingen ter hoogte van zeedorpen.
Europese hotspot biodiversiteit
Met een lengte van 20 kilometer is het Noordhollands Duinreservaat het grootste aaneengesloten natuurgebied. De beheergebieden van PWN, tussen Wijk aan Zee en Bergen, zijn samen 5.176 hectare groot. Even zuidelijker, tussen IJmuiden en Zandvoort, liggen de gebieden de Kennemerduinen en het Kraansvlak. Samen met enkele kleinere gebieden bestrijken deze beheergebieden een oppervlak van 1.815 hectare.
Duizend jaar van grote waarde
De duinen die wij nu zien, zijn zo’n duizend jaar oud. Al eeuwen heeft de mens geprobeerd het duingebied naar zijn hand te zetten. Bijvoorbeeld voor de jacht, voor landbouw, bosbouw en om konijnen te fokken. Samen met de biodiversiteit van het duingebied vertegenwoordigt dit erfgoed een grote waarde.
Onze duinen behoren tot de meest gevarieerde en soortenrijke landschappen van Nederland. Ze tellen sinds 1990 wel 29 soorten zoogdieren, 131 broedvogelsoorten, 41 libellensoorten, 38 dagvlindersoorten en bij benadering 850 soorten vaatplanten. De biodiversiteit is groot. Van veel soortgroepen komt ruim de helft van de Nederlandse soorten in onze duinen voor.
De duinen zijn belangrijk voor het voortbestaan van een aantal bedreigde soorten, zoals de tapuit, bruine eikenpage en hondskruid. Het duinlandschap is bovendien aangewezen als een van de kerngebieden in het Nederlandse natuurnetwerk, de Ecologische Hoofdstructuur. Het geldt tevens als hotspot van biodiversiteit in het Europese netwerk van natuurgebieden, Natura 2000. De PWN-duinen worden vanuit Natura 2000 vooral beschermd vanwege de duingraslanden, de ‘grijze duinen’, met hun kenmerkende planten- en dierensoorten. Binnen Europa kent Nederland het grootste oppervlak aan grijs duin, een habitattype dat voor een groot deel in de PWN-duinen voorkomt.
Veel ecologische rijkdom hangt samen met het kalkgehalte van de bodem. Een levend duin is een dynamisch landschap, met grote invloeden van zee, wind, zout en zand. Dit zorgt voor een voortdurende verjonging – de ideale omstandigheden voor bijzondere plant- en diersoorten. Ook de oude cultuurlandschappen, verspreid over het gebied, dragen aan de biodiversiteit bij. En doordat het duin ook zoetwaterreservoir en kustverdediging is, hebben we verstedelijking buiten de deur kunnen houden.

Het Noordhollands Duinreservaat is een van de grootste natuurgebieden in ons land. Het gebied strekt zich uit van de terreinen van Tata Steel bij Wijk aan Zee tot de Schoorlse Duinen. Het is zo’n 20 kilometer lang en gemiddeld 2,5 km breed, met een oppervlakte van 5.176 hectare. Het gebied omvat duinen, strand, binnenduinrandbossen met veel reliëf en enkele kleinere natuurgebieden. Het gebied kan worden bezocht met een duinkaart, parkeren is gratis.
In het Noordhollands Duinreservaat komen veel plant- en diersoorten voor. Dit heeft alles te maken met de uitgestrektheid en afwisselende begroeiing. Ook de hoogte, de vochtigheid, het kalkgehalte en het menselijk gebruik in het verleden hebben gezorgd voor een verscheidenheid aan soorten. Bijzonder is dat vanaf Bergen dwars door het gebied de grens loopt tussen kalkrijk en kalkarm zand, wat zorgt voor een extra rijkdom aan soorten. Ook zie je in het gebied nog sporen terug van het Oer-IJ, de meest Noordelijke monding van de Rijn tweeduizend jaar geleden.
Het Noordhollands Duinreservaat vervult een belangrijke recreatieve functie in de regio. De duinen hier bieden ruimte voor verschillende soorten natuurgerichte recreatie, zoals wandelen, paardrijden en moutainbiken.
Infiltratiegebieden
In de duinen van het Noordhollands Duinreservaat liggen de twee infiltratiegebieden van PWN: het Kieftenvlak (Ikief) en in Castricum (Icas). Hier vind je ook de plek waar voorgezuiverd IJsselmeerwater het duin in wordt gelaten. Het water, in Andijk voorgezuiverd, komt via een 52 kilometer lange pijpleiding uit in Heemskerk en wordt vervolgens het duin in gepompt. Voor veel bezoekers is inlaatpunt ‘de kwal’ bij infiltratiegebied Castricum een herkenbaar punt. Vanaf deze plek stroomt het water zichtbaar de bezinkbekkens in. Het water sijpelt vervolgens door het schone duinzand naar beneden, om na drie weken weer als zuiver drinkwater te worden opgepompt. Ná de stap van duinfiltratie wordt het water bij de fabriek in Heemskerk gemengd met water met een heel laag kalkgehalte. Zo kunnen we zacht water leveren.
Ten noorden van Heemskerk, in het polderland net buiten het duingebied, beheert PWN het landgoed Marquette. Kasteel Marquette is op dit moment een hotel en wordt nog steeds particulier bewoond.
Het Huldtoneel tegenover de Marquettelaan aan de weg van Castricum naar Beverwijk is een historische plaats, waar vroeger hulde betoond werd aan de graven van Holland. Al in 800 na Christus lag er op de plaats van het huidige kasteel een oude strandwal, een versterking die mogelijk door Noormannen is opgeworpen.
PWN beheert het landgoed en de omliggende polders al sinds 1982. Dit heeft geleid tot een toename van het aantal weidevogels, zoals kieviten, tureluurs en grutto’s. Het landgoed is voor het publiek te bezoeken over wandel- en fietspaden. Ook worden er excursies verzorgd.
Krengenbosch
Iets ten noorden van landgoed Marquette beschikt PWN over het Krengenbosch. Een groene enclave in het agrarische polderlandschap. Net als het Noorderveld en enkele aangrenzende percelen dient het gebied als waterberging en wordt het beheerd als natuurgebied.
Wimmenummerduinen
De ’Duinen van Six’ heten ze nog steeds bij de bewoners van Egmond aan Zee. Maar sinds de Amsterdamse koopmansfamilie Six in 1992 hun duinterrein aan de provincie verkocht, werd het onder de naam ‘Wimmenummerduinen’ aan het Noordhollands Duinreservaat toegevoegd. Het gebied ten noorden van Egmond aan Zee is uniek vanwege zijn karakter van een oud zeedorpenlandschap.
In het voorjaar van 2019 kreeg de majestueuze oprijlaan van landgoed Marquette 48 nieuwe bomen, de laatste fase van een jarenlange verjonging. De oprijlaan werd eind 19de eeuw aangeplant met beuken en lindes.
De afgelopen jaren werden de oude bomen zo slecht dat ze een gevaar voor bezoekers begonnen te vormen. In fasen is daarom de oprijlaan vernieuwd, dit keer met koningslinden. Deze hebben een gunstiger effect op het bodemleven, waardoor onder de bomen prachtige bloemenweides tot ontwikkeling kunnen komen. De koningslindes hebben bovendien een langere levensverwachting en zijn goed bestand tegen wisselende waterstanden.
In de duinen liggen veel kleine akkertjes, ofwel landjes, uit vroeger tijden. Kustbewoners veranderden het omringende landschap en de flora en fauna door vele eeuwen van meer of minder intensief duingebruik. Daardoor wijkt het landschap sterk af van het overige duin. Het is er opener, doordat het duin veel werd belopen en er allerlei houtachtig gewas werd weggehaald. Soms werden er slootjes aangelegd, die je nu nog als greppels in het duin kunt aantreffen. De bodem werd vruchtbaar gemaakt met alles wat de zee te bieden had. En door begrazing en betreding raakte de kalkrijke bodem goed gemengd met schelpsplinters en voedingsstoffen.
Dit alles maakte dat we er nu een enorme soortenrijkdom aantreffen. In en rond de akkerranden zijn vooral de meer aan ruigte gebonden wilde planten te vinden, zoals wilde peen, zandhaver, stinkende ballote en wilde asperge. Ook sikkelklaver en aardaker groeien hier. De aardaker is een rode lathyrussoort die op de Rode Lijst van bedreigde soorten staat. De eveneens bedreigde kustbehangersbij is afhankelijk van deze plant.
Het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK), 3.800 hectare groot, strekt zich uit tussen Zandvoort en IJmuiden. Het gebied omvat duinen, strand, binnenduinrandbossen met veel reliëf en historische landgoederen. Het is een van de 20 Nationale Parken en een toonbeeld van wat de Nederlandse natuur te bieden heeft. De gebieden zijn vrij toegankelijk, alleen voor parkeren moet worden betaald.
PWN beheert samen met Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer het prachtige duinlandschap en de planten en dieren die er leven. De beheerders werken samen met IVN, gemeenten, Hoogheemraadschap van Rijnland, de provincie Noord-Holland en particulieren. Het beheergebied van PWN is grofweg te verdelen in twee gebieden: het Kraansvlak en de Kennemerduinen.
Het Kraansvlak
In het zuiden van Nationaal Park Zuid-Kennemerland vinden we het 438 hectare grote Kraansvlak. Voor een goede balans tussen natuur en recreatie heeft PWN dit gebied in drie zones ingedeeld. De eerste zone, tegen de bebouwing van Zandvoort aan, is vrij toegankelijk en wordt intensief gebruikt als recreatieterrein. Door deze zone loopt het toeristische fietspad het Duinpieperpad. De tweede zone, die verder van de bebouwing ligt, wordt beweid door runderen en paarden die met hun graaswerk een bijdrage leveren aan de terugkeer van de oorspronkelijke flora en fauna. Buiten het broedseizoen is deze zone beperkt toegankelijk via een smal en kronkelend zandpad. De derde zone, de kern, is puur voor de natuur: een rustgebied voor vogels en wild.
Het gebied is wat flora en vegetatie betreft een van de rijkste delen van het Nationaal Park. Hier zijn nog uitgestrekte vlakten van de zeer kwetsbare duinroosvegetatie te vinden. Ook de fauna is goed ontwikkeld; dat geldt zowel voor de zoogdieren, de amfibieën als de vogels.
Dit heeft onder meer te maken met het feit dat het Kraansvlak tot de rustigste duingebieden van de vastelandskust behoort. Sinds 2007 grazen hier ook wisenten, de laatst overgebleven wilde rundersoort in Europa. Ook konikpaarden begrazen het gebied.
In het Kraansvlak zijn paraboolduinen te vinden. We proberen deze van oorsprong stuivende duinen weer te activeren, zodat er meer dynamiek en dus meer variatie aan planten- en diersoorten ontstaat. Een tot de verbeelding sprekend natuurherstelproject is het Verlaten Veld, een oude duinvallei. Om zo’n oud duin weer te kunnen laten stuiven groeven we in 1998 de voedselrijke grond af. Ook werd een beboste duintop gekapt. Het duin is in beweging gekomen en ‘loopt’ nu langzaam in noordoostelijke richting.
De Kennemerduinen
Centraal in Nationaal Park Zuid-Kennemerland liggen de Kennemerduinen. De natuurlijke opeenvolging van verschillende landschappen - van strand tot bos – zorgt hier voor veel variatie in begroeiing en een enorme diversiteit aan flora en fauna. Er zijn grote hoogteverschillen en open gebieden met zicht op duinmeren en grillig gevormde boompartijen. Tussen de duinenrijen liggen enkele brede valleien, van oudsher met meren en een grote variatie aan planten. Sinds de beëindiging van de drinkwaterwinning in 2002 herstelt de grondwaterstand zich.
De duinvalleien zijn weer een stuk natter, maar de bovenlaag is vaak nog te voedselrijk. Daardoor kan een plant als duinriet alles overwoekeren. Om de bijzondere plantengroei terug te krijgen, heeft PWN op een aantal plaatsen natuurherstelprojecten uitgevoerd.
Een prestigieus voorbeeld van dynamisch duinbeheer is de Noordwest Natuurkern langs de Zeereep. Hier zijn vijf windsleuven in de duinenrij uitgegraven. Zo heeft de wind weer vrij spel en kunnen nieuwe duinen ontstaan. Het duin verjongt en krijgt weer ruimte om de komende decennia met de zeespiegel mee te stijgen.

Geschiedenis
Eeuwenlange wisselwerking tussen natuur en cultuur
De duinen die wij nu zien, zijn zo’n duizend jaar oud. Al eeuwen heeft de mens geprobeerd het duingebied naar zijn hand te zetten. Bijvoorbeeld voor de jacht, voor landbouw, bosbouw en om konijnen te fokken.
De Noord-Hollandse duinen zijn een monumentaal voorbeeld van het Nederlandse duinlandschap. Het gebied is in vijfduizend jaar tijd ontstaan als gevolg van bijzondere klimatologische en geologische omstandigheden en door invloeden van de mens. Eerst was er een zandige kust met strandwallen, lage duinen en zeegaten. Rond het begin van de jaartelling verdwenen de buitenste strandwallen in zee en verzandden de zeegaten. Duizend jaar later zetten zee en wind het zand weer landinwaarts af: de zogenaamde jonge duinen met hun specifieke vorm.
Hoewel het huidige duinlandschap zo’n duizend jaar oud is, blijkt uit archeologische vondsten dat er ruim daarvoor al mensen leefden. In de vroege middeleeuwen zijn de strandwallen in West-Nederland de enige bewoonbare plekken tussen zee en moeras. Bij de vorming van jonge duinen ontstaan er ook de eerste vissersdorpen. Vanaf 1300 laten de Graven van Holland verstuivingen vastleggen. Tegelijkertijd zorgen ze juist voor meer verstuiving, door de konijnenstand voor de jacht kunstmatig hoog te houden.
Vanaf 1800 maakt Nederland werk van een goede kustverdediging, onder meer door de buitenste duinenrij (de zeereep) vast te leggen met helmgras en als een zeedijk te beheren. Grote verstuivingen zijn vanaf die tijd nog maar zeldzaam; er worden zelfs pogingen tot landbouw gedaan. Zo ontstaan er grote landbouwcomplexen rond duinboerderijen in het Noordhollands Duinreservaat. In Zuid-Kennemerland worden bijna alle duinvalleien ingezet voor aardappelteelt.
De duingebieden bij Castricum zijn archeologisch erg interessant. Waar 5000 jaar geleden de zee nog vrij spel had, maakte het 2000 jaar geleden deel uit van het oer-IJ. Na de eerste duinen kwamen er al snel kleine akkers en boerderijen. Maar de verstuiving ging door en zo’n duizend jaar geleden trokken de eerste landbouwers hier weg. Het zand over de oude akkers groeide uit tot een twintig meter dit pakket, dat pas sinds een eeuw werd afgegraven voor zandwinning. De afgegraven vlakten dienden tot voor kort nog als bollenland.
Bij de ontwikkeling van het nieuwe natuurgebied De Zanderij kom je al deze ontwikkelingen in de aardlagen tegen. Tijdens de Archeologiedag van 2019 stelden we een kuil open voor het publiek, samen met Stichting Oer-IJ, Provincie Noord-Holland, gemeente Castricum, Hollandia Archeologen en Huis van Hilde. Helaas moest de activiteit worden afgelast. Door extreme regenval was de kuil vol water gelopen.
In opdracht van Hollandia Archeologen werden monsters van archeologische opgravingen bij Egmond-Waterrijk onderzocht op pollen. Hoe was de vegetatiesamenstelling in de tijd dat de mens invloed op het gebied begon te hebben?
Dat die menselijke invloed groot was, blijkt uit de vele pollen van met name rogge met de daarbij behorende onkruiden zoals bolderik, een typisch wintergraanonkruid met giftige zaden. Interessant is het voorkomen van één pollenkorrel van boekweit (Fagopyrum esculentum). Dit product werd in onze streken verbouwd vanaf het eind van de 14e eeuw en was tot in de 20e eeuw met rogge een belangrijke voedselbron in streken met voedselarme zandgronden. Opvallend was verder dat dennenbosjes met eiken en een enkele hazelaar de restanten lijken te representeren van het oorspronkelijke bos op de oudere duinen.
zee en zandwallen jonge duinen ontstaan dynamiek van zeegaten konijnen uitgezet voor de jacht ontstaan zeedorpen opkomst waterwinning
< 3000 vC
verdroging eerste vastlegging duinen pogingen tot landbouw aanplant naaldbossen grootschaliger vastlegging
WOII opkomst toerisme
bunkers Antlantikwall grote konijnensterfte spartelvijvers toename stikstofneerslagopkomstexoten
duinen raken overwoekerd
0 1000 1900 1930 1940 1950 rond 1300 vanaf 1800 zeewering
1914: eerste duincamping (Bakkum) akkertjes
De invloed van waterwinning
Rond 1900 komt grootschalige waterwinning op gang. Lange tijd benutten we het duinwater voor de drinkwatervoorziening. Daardoor verdrogen de duinen langzaam maar zeker. Om dit te keren, werken we sinds midden vorige eeuw in het Noordhollands Duinreservaat met infiltratiegebieden. Voorgezuiverd IJsselmeerwater laten we in de duinbodem bezinken en winnen we verderop weer terug. Sinds in 2002 ook de drinkwaterwinning in de duinen van Zuid-Kennemerland werd stilgelegd, zien we dat het duinmilieu weer aanmerkelijk vochtiger wordt.
Bosaanplant
In de jaren 30 ontstaan er door werkverschaffingsprojecten her en der naaldbossen in de duinen. Het zijn productiebossen, met Oostenrijkse dennen. In de Tweede Wereldoorlog komen er in het hele duingebied bunkers als onderdeel van de Atlantikwall. Pas in de jaren zeventig komt het natuurbeheer zoals wij dat nu kennen op gang.
Natuur en cultuur
Door alle ontwikkelingen van de afgelopen eeuwen zijn natuur en cultureel erfgoed nauw met elkaar verstrengeld geraakt. Nog steeds zie je in het landschap op verschillende plekken eeuwenoude gebruikspatronen, zoals het zeedorpenlandschap. Kenmerkend zijn de duinakkertjes, dichtgegroeide windkuilen en bijzondere flora. Het gevolg van eeuwenlang betreden, verrijken en beweiden. Deze landschappen worden al sinds jaar en dag om deze rijkdom beheerd.
In de afgelopen eeuw is de duinnatuur sterk beïnvloed door luchtverontreiniging. Met name de neerslag van stikstof zorgt voor eenzijdige begroeiing en een veranderende samenstelling van de bodem. Stikstofminnende planten en exoten overwoekeren zeldzame soorten die juist als pionier op kale grond langzaam groeien. We versterken nu de kracht van de duinen door ze open te houden en de natuurlijke duindynamiek zoals het stuiven te bevorderen.
verdroging stopt
duinmilieu wordt weer vochtiger verstuiving komt langzaam op gang
opener structuur
2003 grote grazers
2002 waterwinning Zuid-Kennemerland stopgezet
zeereep mag weer stuiven
Mag een zeewering wel stuiven?
zeewering mag meer landinwaarts
Verstuiving van de zeereep lijkt op gespannen voet te staan met een andere functie van de duinen: onze zeewering. Sinds de jaren negentig is de visie op het kustveiligheidsbeheer langzaamaan veranderd. Onder het motto ‘zacht waar het kan, hard waar het moet’ hoeft het stuivend zand in de duinen niet overal meer te worden vastgelegd. En sinds 2000 mag de zeereep van het Noordhollands Duinreservaat in bepaalde zones, onder bepaalde voorwaarden, stuiven. Nieuwe technieken van kustverdediging, zoals zandsuppletie en vooroeversuppletie, maken dit mogelijk.
Met het oog op de stijgende zeespiegel wordt nog eens tien jaar later nieuw, dynamisch beheer van de zeereep ingevoerd. Met de tweede duinenrij als solide zeewering is er voldoende hoogte en massa tegen de dreiging van de zee. In 2013 zijn daarop voor het eerst in Noordwest-Europa windsleuven uit de zeereep gegraven, de eerste stap op weg naar een grootschaliger dynamiek in de Kennemerduinen.
grootschaliger dynamiek, meer kalk afplaggen hogere natuurwaarden
rijkere duingraslanden
soortenrijke duinmeertjes naaldbos wordt loofbos het landschap verjongt exotenbestrijding 5windsleuven in zeereep
2014 natuurbrug Zandpoort
maatregelen PAS
2018 natuurbrug Duinpoort
6 miljoen recreatieve bezoekers
2017 natuurbrug Zeepoort
De transformatie van een duinvallei bij Zandvoort werpt zijn vruchten af. Twintig jaar geleden startten we met de sanering van oude akkertjes in dit gebied, dat in de volksmond ook wel ‘Het veld bij het oude huisje’ heet. De akkers werden omgevormd tot een vochtige duinvallei. Sinds een tijdje nemen we hier de slanke gentiaan waar, een belangrijke kernsoort voor dit habitattype. Afgelopen jaar kwam daar een nieuwe kernsoort, de knopbies, bij. De laatste kwam tot 1950 in dit gebied nog voor. De terugkeer van kernsoorten is een indicatie dat de natuur in dit gebied weer succesvol opbloeit.

Belangrijke thema’s
PWN versterkt met haar beheer de ecologische veerkracht van de duinen. De natuur is namelijk zo krachtig, dat ze zichzelf van grote verstoringen kan herstellen.
Soms moet ze daar een handje bij worden geholpen.
Want door allerlei invloeden van buitenaf staat de duinnatuur onder druk.
De neerslag van stikstof ligt nog steeds boven de kritische depositiewaarde. Oorzaken zijn onder meer de omringende industrie, luchtvervuiling die vanuit Engeland naar onze duinen waait, verkeer in de regio, dieseluitstoot van de scheepvaart op de Noordzee en meer algengroei door opwarming van de aarde.
Stikstof bevordert plantengroei en werkt verzuring van de bodem in de hand. Typische duinvegetatie houdt van schrale, kalkrijke grond. Het gevolg van meer stikstof in de grond is dat er onnatuurlijk veel voedingsstoffen in de duinbodem zijn gekomen. Daardoor groeien stikstofminnende soorten en exoten sneller en overwoekeren ze de bijzondere duinvegetatie.
In het beheer gaat veel tijd, geld en energie naar verwijdering van stikstof uit de bodem. Een arbeidsintensief proces: bijvoorbeeld door de stikstofrijke bovenlaag tot op het kale zand af te plaggen. Daarmee zijn de herstelwerkzaamheden ook nogal ingrijpend voor de natuur.
De duinen zijn van nature kalkrijk. Daardoor komen hier soorten voor die je nergens anders aantreft. Door verzuring (stikstofneerslag) van de bodem staat het kalkgehalte onder druk. Dit leidt tot overbemesting van de duinen en vermindering van de bloemenrijkdom. Dat laatste heeft ook gevolgen voor bijvoorbeeld bijen, hommels en vlinders. Het kalk in de bodem is op dit moment nog in staat om het zuur te bufferen, maar de vraag is voor hoe lang. Mocht de verzuring doorslaan, dan heeft dit ook gevolgen voor de drinkwatervoorziening. Menging van zuur ondiep grondwater met basisch geïnfiltreerd oppervlaktewater kan in de toekomst leiden tot verstopping van onze drinkwaterputten. De Nederlandse duinwaterbedrijven doen hier momenteel veel onderzoek naar.
Invasieve exoten
Verandering van stikstofbeschikbaarheid
Data op basis van N-totaal zijn afgeleid van vegetatieopnamen
% ten opzichte van 2000
Open duin
Halfnatuurlijk grasland
Heide
Bos Moeras
Bron: LMF (CB5) WUR/aug18 www.clo.nl/nl159202
Sommige plantensoorten komen oorspronkelijk in de duinen niet van nature voor, maar zijn hier later geïntroduceerd. Ze komen vaak uit andere delen van de wereld en vinden in de stikstofrijke duinen een ideaal gebied om hard te groeien. Door toename van stikstof in de bodem lukt dat groeien ook erg goed. Zo goed, dat ze kwetsbare duinvegetatie overwoekeren als we niets doen. PWN voert daarom een intensief programma om exoten weg te krijgen. Het gaat met name om Amerikaanse vogelkers, watercrassula, Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw en rimpelroos.
Toename recreatiedruk
Met het toenemen van toerisme en vrijetijdsbesteding in de Metropoolregio Amsterdam trekken onze duinen door hun bijzondere kwaliteit ook steeds meer recreanten aan. We zien de druk op de natuur daardoor groeien. PWN doet onderzoek naar aantallen en wil weten wat de toegenomen recreatie voor met name broedvogels betekent.
Klimaatverandering
De opwarming van de aarde gaat veel gevolgen hebben voor het klimaat. Ook in de duinen zijn de veranderingen nu al merkbaar. Seizoenen verschuiven, er ontstaan langere periodes van droogte, hitte en overvloedige neerslag.
Droogte, hitte en wateroverlast zullen ertoe leiden dat bepaalde planten en dieren achteruitgaan of zelfs uit Nederland verdwijnen. Andere soorten krijgen juist de kans zich hier te vestigen.
De natuur moet in staat zijn om zich adequaat aan deze veranderingen aan te passen.
De opwarming van de aarde maakt ook dat de zeespiegel stijgt.
De duinen zijn in staat om zich hier op aan te passen. Als duinzand maar voldoende kan stuiven, groeien de duinen de komende decennia vanzelf in hoogte mee met de rijzende zee.

Goed natuurbeheer is afhankelijk van veel en gedegen onderzoek. In de afgelopen jaren hebben we samen met vrijwilligers, stichtingen, universiteiten en adviesbureaus een schat aan kennis opgebouwd, waar nationaal en internationaal veel belangstelling voor bestaat.
PWN besteedde in 2019 287.000 euro aan onderzoek. Grofweg 40% daarvan gaat naar signalerend onderzoek, waarbij we onderzoeken hoe het met bepaalde soorten is gesteld. Nog eens 40% gaat naar evaluerend onderzoek, waarbij we onderzoeken welk effect onze beheermaatregelen hebben gehad. De resterende 20% gaat naar verdiepend onderzoek, waarbij we nieuwe kennis opdoen. Bijvoorbeeld over gedrag van wisenten, de werking van stuifkuilen, of de invloed van recreatie op broedvogels.
De afgelopen jaren hebben we veel data verzameld op basis van tellingen in de natuur. Zo zijn we gestart met business intelligence, een manier om de data in modellen te structureren. Via dataanalyse verwachten we meer samenhang en duidelijker trends te kunnen ontdekken. We delen deze kennis met de partijen die met ons samenwerken.
We hebben vegetatietellingen van verschillende jaren, maar nog niet alle data verwerkt en geanalyseerd. Langjarige reeksen hebben we ook van verschillende soorten fauna, zoals konijnen, vlinders, broedvogels, en zandhagedissen.
Bij signalerend onderzoek hanteren we vaste methodes, vlakken en transecten om soorten te inventariseren. Verschillende groepen flora en fauna houden we extra in de gaten. Allemaal veldwerk dus, en dat maakt dit type onderzoek arbeidsintensief.
Gelukkig krijgen we hulp van tal van vrijwilligersorganisaties, zoals de Libellewerkgroep van de KNNV, de Vlinderstichting, Sovon Vogelonderzoek, en de Boommarterwerkgroep. De laatste jaren staan bij ons signalerend onderzoek de insecten steeds meer in de belangstelling. Bijvoorbeeld wilde bijen, libellen en nachtvlinders.
Stand bosuilen
Ook individuele vrijwilligers met een schat aan kennis en ervaring helpen ons bij specifieke soorten. Zo werken we al decennia samen met ‘uilenroeper’ Arend de Jong, die met zijn perfecte lokroep sinds 1982 het aantal bosuilen in het Noordhollands Duinreservaat weet te schatten. Deze soort heeft het moeilijk vanwege de opkomst van de havik. De resultaten van dit jarenlange veldwerk leveren een indrukwekkende grafiek op.
Vrijwilliger Cees Scharringa loopt al sinds de aankoop van de Wimmenummerduinen ongeveer wekelijks een vaste vogelroute. Inmiddels heeft hij 1,6 miljoen vogels genoteerd. De oogst: in het gebied zijn 210 pleisterende soorten vastgesteld, vogels die jaarlijks een trekroute afleggen en tussentijds een aantal ruststops maken. De KNNV Libellenwerkgroep loopt al 18 jaar acht vaste routes. Op basis van 10.000 waarnemingen hebben de vrijwilligers 41 soorten geregistreerd. Vaste telroutes zijn er ook voor konijnen, die we elk voorjaar in kaart brengen. En voor de telling van broedvogels door Sovon, die inmiddels al 42.000 vogelregistraties heeft gedaan. Via business intelligence clusteren we deze enorme hoeveelheid data om vogelterritoria vast te stellen.
Ook voor vegetatie kennen we vaste routes. Dit vegetatiemeetnet bestaat uit 2.000 vaste punten in onze gebieden, die volgens een wiskundige methode zijn vastgesteld. In een straal van 10 meter rond dit punt brengen vrijwilligers alle soorten planten, mossen en structuur in kaart. Dit doen we elk jaar voor 500 punten, zodat alle 2000 punten om de vier jaar in kaart worden gebracht.
Vegetatie-onderzoek doen we ook in het kader van exoten en Natura2000. De habitatrichtlijnen kennen elk hun eigen beoordelingssystematiek, gebaseerd op habitattypen. En daarvoor onderzoeken we periodiek bepaalde gebieden en maken we op basis van wat we aantreffen een vegetatiekaart.
Ook nachtvlinders kun je tellen. Daarvoor gebruiken we een lamp en een stroopmengsel waar de vlinders op af komen. Dit onderzoek is erg afhankelijk van nachten met weinig wind.
Vrijwilligers controleren elk jaar de bunkers in onze gebieden op vleermuizen. In de winter doen ze alle bunkers in één weekend aan, om de vleermuizen zo min mogelijk in hun winterslaap te storen.
Evaluerend onderzoek
Bij PWN beheren we de natuur op basis van feiten en inzichten. Via evaluerend onderzoek leren we van onze beheermaatregelen.
Zo kunnen we onze werkzaamheden op hun effect beoordelen en eventueel bijsturen. De afgelopen jaren zetten we steeds vaker ook onze boswachters en studenten hiervoor in.
Zo onderzocht een studente van de opleiding Landscape and Environment Management Delft hoe het faunabeheer van damherten in onze gebieden beter kan. Ze deed onderzoek naar de knelpunten in het faunabeheerplan 2016-2020 op basis van interviews met verschillende betrokkenen. Dit vulde ze aan met literatuurstudie en onderzoek naar alternatieven, zoals een pilotstudie naar ‘hunting for fear’.
De enorme ingreep in de zeereep van 2013 is ook nog steeds onderwerp van evaluerend onderzoek. De vijf windsleuven in deze Noordwest Natuurkern verplaatsen veel zand, maar hoe dat precies verloopt is de moeite van onderzoek waard. Onderzoeker Bas Arens brengt elk jaar de zandverplaatsing in kaart. Dit gebeurt aan de hand van stereo-luchtfotografie, en geavanceerde digitale modellen. Daaruit leiden we af dat de kerven zich aan het verbreden zijn en vooral aan de randen eroderen. Ook zien we meer landinwaarts nieuwe toppen ontstaan, die enkele meters hoger zijn dan de oude toppen.
Zandverplaatsing in beeld, dwars doorsnede van een duin
Sinds 2019 staan er vijf cameraopstellingen in de duinen voor onderzoek naar insectensoorten. Ze werken samen met slimme software die steeds beter leert om insecten te herkennen.
De nieuwe techniek maakt het mogelijk om op grote schaal onderzoek te kunnen doen naar trends in insectenaantallen en soortenrijkdom. De innovatieve telmethode werd ontwikkeld naar aanleiding van berichten uit Duitsland over een grote afname van het aantal insecten. In Nederland zijn eerder ook wel langlopende onderzoeken naar insectenaantallen gedaan, maar dat kon alleen op een beperkte schaal. Het determineren van insecten is arbeidsintensief werk.
Verdiepend onderzoek
Voor verdiepend onderzoek werken we veel samen met onderzoeksbureaus, universiteiten en KWR. Deze laatste, de overkoepelende onderzoekstak van de drinkwaterbedrijven, voert veel onderzoek voor ons uit. Zoals de afgelopen drie jaar naar het effect van verstuiving in onze duinen. Daarmee hebben we nu veel kennis opgebouwd over hoe we stuifkuilen het beste kunnen aanleggen voor een zo groot mogelijk effect.
Gedragsobservaties liggen aan de basis van onderzoek naar het foerageergedrag van grote grazers, en wisenten in het bijzonder. Vrijwilligers en stagiairs onderzoeken planten, struiken en uitwerpselen. De bevindingen vullen ze aan met literatuuronderzoek. Wisenten, Schotse hooglanders en konikpaarden blijken elkaar nauwelijks te beconcurreren.
Een heel nieuw onderzoek wordt gedaan naar de CO2-opname van schimmels. Schimmels die in symbiose leven met planten (mycorrizaschimmels), spelen een grote rol in de koolstofkringloop van de bodem. Ze zijn daardoor belangrijk voor het vastleggen van kooldioxide uit de atmosfeer. Nadia Soudzilovskaia van Leiden University heeft een NWO-Vidi beurs gekregen om hier onderzoek naar te doen. Zij en haar studenten gaan hier in de Kennemerduinen onderzoek naar doen.
De VU Amsterdam heeft de samenwerking met PWN opgezocht om de komende jaren onderzoek te doen naar sedimentologische trends in het duingebied. Hierdoor wordt meer inzicht verkregen in het remobilisatieproces van het duin via het creëren van windsleuven en het plaggen van begroeide paraboolduinen. De focus ligt op sedimenteigenschappen en -transport.
In de infiltratiegebieden komt ontkalkt grondwater nog bijna niet voor. In de verre toekomst zal ontkalking wel verder doorzetten en zal de kalkbuffer van de bodem opraken. De vraag is wanneer dit gebeurt. Menging van zuur ondiep duingrondwater en basisch geïnfiltreerd oppervlaktewater in pompputten zal in de toekomst tot een nieuwe vorm van chemische putverstopping kunnen leiden. Daarom onderzoekt KWR namens PWN, Evides, Dunea en Waternet dwarsdoorsnedes van verschillende duingebieden om de samenhang tussen bodem, grondwater en vegetatie te bepalen.
Kennis en inzichten delen op Nature Today PWN doet veel onderzoek en vindt het belangrijk de uitkomsten hiervan zoveel mogelijk te delen. Daarvoor hebben we ons aangesloten bij het online platform Nature Today. Hier delen biologen, ecologen en instellingen hun bijzondere waarnemingen, kennis en natuurnieuws voor een groter publiek. Dat varieert van kleine wetenswaardigheden uit de natuur tot grote onderzoeken. PWN publiceert met grote regelmaat interessante artikelen naar aanleiding van het vele veldonderzoek in de duinnatuur.
Drones zijn sterk in opkomst als onderzoeksinstrument. In de landbouw worden ze al ingezet voor gewascontrole. Nu zien we dat drones ook in het natuurbeheer van toegevoegde waarde zijn.
In 2019 deden we in de Kennemerduinen voor het eerst een proef met dronemonitoring. Voor een nieuw schapenbegrazingsgebied brengen we de effecten van begrazing in kaart. De vegetatiestructuur wordt vanuit de lucht met een drone gefotografeerd. Als referentie brengen we ook lopend de aandachtssoorten in het gebied in kaart. Door verschillende methoden te combineren kan de komende vijf jaar de ontwikkeling van het gebied goed gevolgd worden.

Een plek waar de natuur nog puur kan zijn
Dat de duinen uit fijn zand bestaan. Dat de wind vanuit zee zout spatwater het duin in blaast. Dat onder het zand een zoetwaterbel op een tong van zout water rust. Dit alles heeft geleid tot een gebied met unieke natuur. Het maakt de duingebieden tot een ecosysteem waar drinkwaterwinning en natuur duurzaam verweven zijn.

Ecosystemen
Onze duinen behoren tot de meest natuurlijke delen van Nederland en vormen een bijzonder ecosysteem. Een aaneenschakeling van gebieden met veel reliëf, een zandige bodem en overal de invloed van de zee. Wie de gebieden verkent, ontdekt al gauw een enorme variatie.
Van de kust naar het binnenland volgt de ene biotoop op de andere: van strand, embryonaal duin en zeereep, tot open duin, struweelduinen en binnenduinrandbossen. Ook vind je hier en daar meren en plassen, de zogenaamde natte duinvalleien.
Bij Bergen aan Zee is nog een gebied met heide. Dit komt doordat de duinen rond Bergen kalkarm zijn. Tegelijkertijd vinden we in de duinen nog sporen van vroegere landbouw: restanten van kleine akkers en bollenvelden, met hun eigen kenmerkende kruidenvegetatie. Bij Schoorl is zelfs via een kerf in de duinenrij het binnendringen van zeewater weer mogelijk gemaakt.
Door deze landschappelijke variatie is ook de soortenrijkdom van planten en dieren groot. Van de Nederlandse plantensoorten komt 65% in de duinen voor en is 9% vrijwel uitsluitend aan de duinen gebonden (bron: Compendium voor de Leefomgeving). De duinen kennen ook veel dynamiek zoals wind, water, stuivend zand, en periodes met hitte en droogte. Eeuwen geleden heeft de mens deze dynamiek aan banden gelegd door helmgras aan te planten. Een effectieve methode om de zeewering in stand te houden en de overstuiving van het achterland tegen te gaan.
Tegenwoordig proberen we het stuiven in de duinen weer meer op gang te brengen. Bijvoorbeeld door het gebied te laten begrazen, door stuifkuilen aan te leggen en zelfs nieuwe kerven in de zeereep uit te graven.
Het zand in de duinen is van onschatbare waarde voor duingebonden plant- en diersoorten. Dat komt door het hoge kalkgehalte. Met name zand dat vanaf het strand de duinen in stuift bevat nog relatief veel kalk. Kalk voorkomt verzuring van de bodem en maakt de duinen ook erg geschikt als natuurlijk filter voor drinkwater.
Door de vele functies die de duinen vervullen, zijn de gebieden versnipperd geraakt. Om meer samenhang en genetische variatie terug te krijgen, zijn er drie natuurbruggen aangelegd in Nationaal Park Zuid-Kennemerland.


Strand en embryonaal duin
Het strand en de eerste duinen met helmbegroeiing staan aan het begin van de duinvorming en leggen daarmee de basis voor de biodiversiteit verderop in de duinen. Strand en embryonaal duin zijn ook van belang voor broedende en foeragerende kustvogels, zoals dwergstern, eider, kleine mantelmeeuw en de strandplevier. Ook enkele ongewervelde dieren zijn aangepast aan de omstandigheden van embryonale duinen en stranden.
De duinen en stranden kunnen zowel droog als nat zijn. Door de dominante invloed van het zoute water en de geselende werking van het stuivende zand, is de begroeiing zeer open en schaars. Waar het zeewater niet komt en de duintjes iets hoger worden, komt biestarwegras voor. Dit zeer geharde gras houdt zand vast. De duintjes worden daardoor nog hoger en er ontstaan luwe plekken. Hier kan helm zich vestigen en wordt nog meer zand ingevangen. Op het vloedmerk, door het water afgezette plantenresten, vestigen zich andere karakteristieke soorten zoals zeeraket, loogkruid en zeepostelein. De meer beschut liggende embryonale duinen aan de binnenzijde van de buitenste duinenrij vormen een overgang naar open duin.


Hier wisselen onbegroeide delen af met structuurrijke begroeiingen. Zout spatwater belemmert de groei van bomen en zorgt voor extra bufferstoffen. Dankzij verstuiving en begrazing kennen deze gebieden een enorme variatie. En hoewel het open duin in Nederland relatief veel voorkomt, is het internationaal gezien zeldzaam. Open duin is van belang voor bijzondere plantensoorten, zoals duindoorn, zeewolfsmelk, blauwe zeedistel, helm duinroosje, kleverige reigersbek, ruw vergeet-mij-nietje, duinviooltje, mossen, korstmossen en paddenstoelen. En ook voor diverse diersoorten zoals roodborsttapuit, velduil, tapuit, duinparelmoervlinder, blauwvleugsprinkhaan, en zandhagedis. Binnen open duin onderscheiden we twee duintypen: witte duinen en grijze duinen.



Witte duinen
De voorste duinen die nog maar schaars begroeid zijn. Hier wordt het witte zand afgewisseld met helm. Hier gedijen zeldzame plantensoorten, die alleen in dit milieu voorkomen. Bijvoorbeeld blauwe zeedistel, zeewolfsmelk en op iets luwere plekken ook zeewinde. En vlak bij de oude zeedorpen langs de Hollandse kust vinden we een relatief soortenrijk zeereeptype met soorten als zandhaver, bitterkruid, bitterkruidbremraap, schermhavikskruid, blauwe zeedistel en zeewinde.
Een klein aantal diersoorten is gebonden aan helm als voedselplant, zoals de rupsen van de helmgrasuil, de mot Apatetris kinkerella, de dwergcicade Psammotettix maritimus, en de bladluizensoort Schizaphis rufula. Voor veel andere diersoorten die ook van andere grassen kunnen leven, vormt helm niettemin een belangrijke voedselbron. Keversoorten die soms nog worden aangetroffen in helmvegetaties zijn strandzandloopkever, grijze bolsnuittor, smalle schorsloopkever en de loopkever Calathus mollis. De overgangszone tussen witte en grijze duinen is het belangrijkste leefgebied van de duinsabelsprinkhaan.
Zeer dynamische helmduinen vormen een geschikt milieu voor diverse exclusieve paddenstoelen, waaronder het zandtulpje. De afgestorven wortels van helm en andere grassen vormen een goede voedingsbodem voor specialistische paddenstoelen, zoals zeeduinchampignon en duinstinkzwam. Ook op het afstervende grasblad leven specialisten, onder andere de helmharpoenzwam en de duinfranjehoed.

Grijze duinen
Het grijze duin is het meest soortenrijke natuurtype van droge duinen en geldt als de ruggengraat van ons duinlandschap. Typische soorten zijn duindoorn, dauwbraam, fakkelgras en buntgras. Op kalkarme en ontkalkte plaatsen komen ook veel korstmossen voor. Vooral op kalkrijk zand kunnen de duingraslanden een groot aantal hogere planten bevatten, zoals hondskruid en wondklaver. Vooral in nog licht stuivende duinen groeien vaak ook veel mossen, bijvoorbeeld buizerdmos, en paddenstoelen, bijvoorbeeld gesteelde stuifbal.
De afwisseling van kale en begroeide plekken, vegetatiestructuur, bodemontwikkeling en bloemenrijkdom maakt dat veel diersoorten hier een geschikte leefomgeving vinden. Karakteristieke diersoorten zijn onder andere de tapuit, blauwvleugelsprinkhaan en veel soorten bijen, wespen en loopkevers. Voorbeelden van vlinders zijn de kleine parelmoervlinder, grote parelmoervlinder en duinparelmoervlinder. Deze vlinders zijn allemaal als rups afhankelijk van viooltjes.
Waar in kalkarme grijze duinen iets koelere en vochtiger omstandigheden heersen, is een iets snellere opbouw van vegetatie, organisch materiaal en humus mogelijk. Op zulke plaatsen vestigen zich struikheide, kraaiheide en gewone eikvaren.

Duinparelmoervlinder
Duinstinkzwam

Struweel
Duindoornstruwelen bestaan uit laag tot middelhoog struweel en zijn als habitattype beeldbepalend voor het Noordhollands Duinreservaat.
Het hoogtepunt van deze struwelen ligt ten zuiden van Bergen aan Zee vanaf de kalkovergang naar het zuiden. Ook hogere struwelen zoals meidoorn en wegedoorn horen bij dit habitattype. Het vastleggen van de duinen en landbouwkundig gebruik hebben in het verleden struweelontwikkeling in gang gezet. Dit habitattype is van groot belang voor broed- en trekvogels. Duindoornstruweel omvat een breed spectrum aan typische duinstruweel, soms wel tot honderd jaar oud.
Voorbeelden zijn duindoorn, sleedoorn, liguster, meidoorn en kardinaalsmuts.


Duinbossen
Duinbossen worden gedomineerd door de Zomereik met een relatief soortenarme ondergroei. Dit habitattype vind je grotendeels op kalkrijk zand in de oostelijke helft van het duinmassief. Het ijle natuurlijke karakter van deze bossen is voor Nederland uniek.
De best ontwikkelde duinbossen zijn te vinden op de kalkarme bodems van Bergen. Het grootste oppervlak van dit habitattype bestaat echter uit aangeplante bossen. Deze plantages en bezaaiingen liggen met name ten zuiden van Egmond aan Zee tot Wijk aan Zee. De habitats vormen een speciale categorie en wijken sterk af van hun binnenlandse tegenhangers door het ontbreken van veel kruidachtige soorten en het struweelachtige karakter.
Duinbossen vormen geen gesloten bedekking maar hebben van nature een halfopen karakter met veel zomen en overgangen naar struweel en duingrasland. Dit wordt veroorzaakt door de winddynamiek en de bodemontwikkeling. De bomen zullen steeds meer in leeftijd gaan verschillen naarmate nieuwe plekken geschikt raken voor bosvorming. De kwaliteit groeit van nature met het aantal dikke en dode bomen, wat weer de structuur en de functie als leefgebied voor typische bossoorten vergroot.
Er is ook een vochtige variant van het habitattype duinbos, met een grondwaterstand die in de winter rond het maaiveld ligt. Dit bostype ontstaat in de binnenduinrand op plekken met kwelwater. Meer kenmerkend zijn zij als laatste successiestadium in vochtige valleien. De natuurlijke groeiplaatsen liggen ook in de meest westelijke delen van het duin. Voor dit type geldt dat de waterhuishouding bepalend is voor het voortbestaan, de kwaliteit en de ontwikkeling. De zachte berk is de meest voorkomende boomsoort en is structuurbepalend.

Het open duin staat al jaren onder druk van stikstofdepositie. Om dit tegen te gaan is verstuiving erg belangrijk. Zo komt er kalkrijk zand de duinen in en wordt verdere verzuring van de bodem tegengegaan. PWN zorgt voor verstuiving door begrazing, maar er kunnen ook spontaan stuifkuilen ontstaan. Toch is er een groot verschil in de ontwikkeling van deze ‘actieve stuifkuilen’ als we kijken naar het kalkgehalte van de bodem. In kalkrijke duinen komt dit meer voor dan in kalkarme duinen.
Om dit verder te onderzoeken, bestudeerden we de kleinschalige dynamiek in kalkrijke en kalkarme duinen. We vergeleken luchtfoto’s uit 1996, 2003, 2007, 2012 en 2017 met de ontwikkeling van konijnenpopulaties in deze gebieden.
Konijnen zijn een belangrijke factor bij het ontstaan van stuifkuilen door hun graafgedrag. Uit het onderzoek blijkt inderdaad dat de stuifdynamiek toeneemt als konijnenpopulaties groeien, vooral in combinatie met stormactiviteit. Andersom heeft een afname van konijnenpopulaties een veel grotere invloed op kalkarme gebieden. In kalkrijke gebieden bleef de stuifdynamiek nog goed toen de konijnenaantallen afnamen.

Waterwinning
De Noord-Hollandse duinen vormen een belangrijke schakel in de bereiding van zuiver drinkwater. Bijna de helft van het PWN-water passeert het kalkrijke duinzand. In de duinen bewaren we bovendien een strategische drinkwatervoorraad van maanden.
PWN zuivert water uit het IJsselmeer en de Lek. De zuivering bestaat uit filteren, coaguleren, membraanfiltratie en UV-licht. Hiermee bereiken we dat ons water lekker en betrouwbaar wordt. Een groot deel van het water slaan we daarna op in de duinen van Noord-Holland. Hier passeert het water de koele, donkere duinbodem en wordt het nog verder bacteriologisch gezuiverd. Na drie weken pompen wij het geïnfiltreerde water op. Na een laatste zuivering met zandfilters gaat het door het leidingnet naar huishoudens en bedrijven in Noord-Holland.
Onder de duinen bevindt zich een natuurlijke zoetwaterbel. Deze wordt aangevuld met regenwater en vormt kwel, dat afvloeit richting zee of polder. Van deze zoetwatervoorraad kunnen we bij calamiteiten gebruikmaken om de watervoorziening in Noord-Holland op peil te houden. We onttrekken netto bijna geen water aan de duinen: de hoeveelheid geïnfiltreerd water is nagenoeg gelijk aan de hoeveelheid die we aan het grondwater onttrekken.
Natuurbeheer en watervoorziening versterken elkaar. PWN benut volop synergiemogelijkheden tussen natuurbeheer en bescherming van haar waterbronnen. De puurheid van de natuur staat garant voor schone bronnen en dat zorgt dat de kosten voor drinkwaterzuivering laag blijven.
Welk effect heeft een hoger zoutgehalte op het waterleven?
In de vorige jaargids maakten we al melding van de droge zomer van 2018. Een van de effecten was dat PWN voor de watervoorziening IJsselmeerwater met een hoger zoutgehalte moest toelaten tot de infiltratiegebieden in de duinen. Tijdelijk werd de norm voor het maximale chloridegehalte verhoogd van 150 mg/l naar 250 mg/l.
Meteen startten we ook onderzoek op naar de effecten daarvan op het leven in de infiltratiebassins. Wat is het effect op de macro-fauna (kleine waterdiertjes) en waterplanten als in de toekomst het zoutgehalte vaker noodgedwongen hoger wordt?
We splitsten het onderzoek op in metingen naar het chloridegehalte in het infiltratiewater, onderzoek naar voorkomende soorten en literatuuronderzoek naar stress onder deze soorten bij hogere zoutconcentraties.
Het chloridegehalte in het duinwater bleek bij metingen opvallend weinig te variëren, zowel per locatie als in de tijd. Het soortenonderzoek leverde verrassende ontdekkingen op. Door de goede waterkwaliteit in de bassins leven hier ook zeldzame exoten, zoals de Kaspische garnaal en de Kaspische slanke aasgarnaal. Ook komen de tijgervlokreeft en de Jenkins’ waterhoorn hier veelvuldig voor. In totaal is 11% van de soorten in dit water zeldzaam tot zeer zeldzaam in Nederland.
Uit het literatuuronderzoek kwam naar voren dat 5% van de voorkomende soorten macrofauna mogelijk stress ondervindt bij concentraties boven 100 mg/l. Bij hogere chlorideconcentraties krijgen steeds meer soorten mogelijk stress: 13% van de soorten bij 200 mg/l, 36% bij 300 mg/l en 65% vanaf 500 mg/l. Het merendeel van de waterplanten blijkt een stijging tot 200 à 300 mg/l eenvoudig te kunnen verdragen. De uitkomsten van het onderzoek moeten worden gezien als een eerste indicatie.

Belangrijke ontwikkelingen
Hoe staat het ervoor met onze duinen? De natuur hier is enorm krachtig vanwege haar grote variatie. Dankzij goed beheer zien we ook op steeds meer plekken dat de natuur zich weer in al haar schoonheid laat zien.
In de duingebieden vindt van nature successie plaats: de ontwikkeling dat schrale gebieden in de loop der eeuwen steeds meer begroeid raken met struiken en bos. Dit proces van verruiging is de laatste decennia in een stroomversnelling gekomen door stikstofneerslag.
De stikstof is onder meer afkomstig van industrie en scheepvaart, maar ook van een verhoogde uitstoot van ammoniak door algen in de kustzone van de Noordzee. Deze algengroei lijkt weer te worden gestimuleerd door stikstof afkomstig van landbouw die via de rivieren in de kustzone terecht is gekomen. Dankzij overheidsingrijpen is de neerslag van stikstof in de laatste 20 jaar gelukkig afgenomen, maar nog steeds te hoog.
In het open duingebied is het aandeel struiken en bomen weliswaar laag (minder dan 10%), maar sinds 2000 sterk toegenomen. In het open droog duin is deze toename sterker dan in vochtig duin. In de duinen zien we ook een toename van ruigtekruiden, snelgroeiende hoog opschietende kruiden. Een indicator dat de bodem te veel voeding bevat. Gelukkig zijn er ook verbeteringen zichtbaar. In vochtig open duin neemt juist de bedekking toe van soorten die indicatief zijn voor voedselarme bodem. Ook neemt in de duinen als geheel het aantal Rode Lijstsoorten per meetpunt iets toe.
Niet alleen de toegenomen stikstofneerslag, ook de sterke reductie van het aantal konijnen heeft de afgelopen decennia bijgedragen aan de verruiging. Virusziektes als myxomatose en RHD zijn hier de oorzaak van. Doordat de konijnenstand sinds een halve eeuw is gedecimeerd, hebben zaailingen van bomen en struiken meer kans gekregen om zich te ontwikkelen.
Insecten vormen een belangrijke pijler van een ecosysteem. En daar zijn er steeds minder van, getuige diverse onderzoeken in binnen- en buitenland. Hoe zit dat in onze duinen? En hoe soepel gaan vogels die insecten eten met een tekort aan insecten om? In 2019 begonnen we met een grootschalig onderzoek.
Het onderzoek richtte zich op twee vogelsoorten die van insecten afhankelijk zijn: de graspieper en de roodborsttapuit. We keken naar hun broedsucces in twee typen droge duin: het Vogelduin boven Castricum en het kalkarmere duin tussen Wimmenum en Bergen. Ook onderzochten we de stand van insecten in de beide gebieden en vergeleken de data met die uit 2018. Daarbij observeerden we in 2019 met camera-opstellingen welk soort insecten de vogels aan hun jongen voerden.
Emissie van luchtverontreinigende stoffen
Stikstofoxiden (NO ) Niet-methaan-vluchtige organische stoffen (NMVOS) x Ammoniak (NH )
Zwaveldioxide (SO ) 2 3 Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)
Emissieplafonds 2010
Emissieplafonds 2020
Emissieplafonds 2030
Bron: Emissieregistratie; PBL RIVM/jun18 www.clo.nl/nl018325
Opvallend was dat de insectenfauna tussen de beide gebieden sterk verschilt en dat er in 2019 aanzienlijk minder insecten geteld zijn dan in 2018. Ook varieert het soort voedsel voor de vogels sterk door het broedseizoen heen. Een van de voorlopige conclusies van het onderzoek is dat de vogels hun favoriete rupsen weleens net zo makkelijk kunnen inwisselen voor sprinkhanen, die later in het seizoen meer beschikbaar zijn. Vervolgonderzoek moet meer meetgegevens opleveren, zodat we duidelijker uitspraken kunnen doen over de rol van verschillende insecten in het ecosysteem van droge duinen.
Depositie van stikstofverbindingen
Neerslag van stikstof is in de Nederlandse natuur een groot probleem. Dit kent twee bronnen: stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3). Stikstofoxiden worden voornamelijk uitgestoten door verkeer en industrie en ammoniak door de landbouw.
De totale stikstofdepositie in Nederland is sinds 1990 geleidelijk gedaald. Als we dit splitsen naar bronsoort, zien we dat de uitstoot van NOx sinds 1990 met ruim 65% omlaag ging. Dit komt voornamelijk door maatregelen in de industrie en het verkeer. De ammoniakuitstoot is sinds 1990 in eerste instantie ook flink gedaald (met ongeveer 70%), maar sinds 2014 nemen de emissies weer licht toe.
Precieze cijfers over stikstofemissies in de duingebieden zijn niet bekend. Wel maken de Kennemerduinen met drie meetpunten sinds kort deel uit van het Meetnet Ammoniak van het RIVM.
Op gezette tijden wordt in de duinen een inventarisatie naar daar voorkomende epifyten gedaan. Epifyten zijn planten (vaak mossen en korstmossen) die op andere planten groeien. Omdat de schors waarop ze groeien nauwelijks verweert, zijn epifyten voor hun nutriënten aangewezen op wat er in de lucht aanwezig is. Hierdoor zijn ze zeer gevoelig voor veranderingen in luchtkwaliteit en worden ze daarom ook wel gebruikt als biologische indicatoren voor bijvoorbeeld concentraties van stikstof en zwaveldioxide in de lucht.
Uit een reeks metingen in 1990, 1993, 2000 en 2018 kunnen we afleiden dat het klimaat warmer wordt. We zien duidelijk een toename van meer zuidelijke soorten en een afname van de noordelijker epifyten. Hoewel het aantal nitrofiele soorten (nitrofyten) niet echt is toegenomen, lijkt vermesting (toename van nutriënten) toch een rol te spelen in de verschuiving in soortensamenstelling en -abundantie. Doordat door de jaren heen herhaaldelijk dezelfde punten zijn bemonsterd, kunnen we goed de cumulatieve effecten zien van een relatief geringe ammoniakbelasting ten opzichte van de rest van Nederland. De invloed van zwaveldioxide in de lucht was vroeger sterk, maar is nu vrijwel verdwenen.
Bedekking met struiken in duinen
Bedekking met bomen in duinen
% bedekking
Duinen totaal
Droog
Nat
Trends in flora
Veel kenmerkende plantensoorten van de duinen zijn in de laatste jaren in verspreiding vooruitgegaan. Dat komt onder meer door de maatregelen die de duinbeheerders hebben genomen. Ook in de gebieden van PWN zien we deze ontwikkeling.
Met herstelmaatregelen, waaronder het creëren van verstuivingsplekken, het verwijderen van struiken en bomen en het inzetten van grote grazers, proberen we het dichtgroeien van de duinen tegen te gaan. Daardoor is de achteruitgang van veel soorten gestopt. Plantensoorten van de droge duinen gaan gemiddeld sinds 2010 zelfs weer vooruit, vooral op locaties waar bomen en struiken zijn verwijderd. Ook voor de planten van de natte duinen zijn veel maatregelen genomen, zoals onze projecten in het kader van regeneratie van natte duinvalleien.
in fauna
De voor duinen kenmerkende broedvogels, dagvlinders, reptielen en sprinkhanen gaan gemiddeld achteruit in populatie-aantal. Van de 36 diersoorten in deze indicator gaan er 10 vooruit en 17 achteruit. Voorbeelden van achteruitgaande soorten zijn tapuit, wulp, veldleeuwerik en tureluur. Enkele andere kenmerkende broedvogelsoorten gaan juist vooruit, waaronder nachtegaal en roodborsttapuit.
Dagvlinders gaan als groep achteruit; reptielen en sprinkhanen gaan echter enigszins vooruit als groep. Door de achteruitgang van vooral kenmerkende vogels en dagvlinders is de ecosysteemkwaliteit van de duinen verminderd.
In Jaargids Natuurbeheer van vorig jaar schreven we over de rosse grutto. Deze soort gebruikt onze duinen als tussenstop op zijn vlucht van Mauritanië naar Siberië. Ze nestelen in Siberië en moeten daar precies op tijd aankomen om voldoende insecten voor hun kuikens te vangen. Door het veranderde klimaat blijkt de sneeuw in Siberië steeds eerder te smelten, waardoor ook de levenscyclus van insecten verschuift. Heeft dit gevolgen voor het vlieggedrag van de rosse grutto? Om hier meer over te weten te komen, hebben we een vrouwtje gevangen en van een minuscule tag voorzien die op zonnestroom werkt. Via de satelliet kunnen we de locatie van de vogel de komende jaren nauwkeurig volgen.
Vogels open duin
Broedvogels van de open duinen, met name tapuit is vergeleken met 1990 met een zeer laag aantal broedparen aanwezig. De achteruitgang is een gevolg van toenemende verstruiking en vergrassing van de duinen, waardoor geschikte broedplaatsen verdwijnen. De achteruitgang van de tapuit hangt ook samen met de afname van het aantal konijnenholen, die voor deze soort de ideale nestplek zijn.
Nachtegaal: gemiddeld aantal territoria per jaar
Klimaatverandering
De verandering van ons klimaat wordt de komende decennia een belangrijke factor. Voor de waterwinning, voor de zeeveiligheid, en voor de natuur en recreatie in onze gebieden. PWN werkt met klimaatscenario’s van het KNMI en onderzoekt wat de gevolgen zullen zijn voor planten en dieren, voor de kwaliteit van onze gebieden en voor de recreatieve beleving ervan. Op basis daarvan studeren we op adaptieve maatregelen.
Door de stijging van de gemiddelde temperatuur zullen we merken dat kouminnende soorten plaats maken voor soorten uit het zuiden. We merken dat nu al aan de kraaiheide, koninginnepage en de nachtzwaluw. Verschuiving van soorten is een natuurlijk verschijnsel als temperaturen veranderen. Maar als sommige soorten in hun migratietempo de temperatuurstijging niet kunnen bijbenen, lopen ze risico uit te sterven. Ook bij trekvogels zien we nu al verschuivingen. Het aantal vogels dat uit het noorden bij ons komt overwinteren neemt af, terwijl een steeds groter deel van de Nederlandse broedvogels hier blijft overwinteren en niet meer wegtrekt naar het zuiden.
Verschuiving van seizoenen maakt ook dat sommige planten eerder beginnen te bloeien, zodat insecten hun cyclus daarop moeten aanpassen. Ook voortplanting van insecten, amfibieën en vogels begint eerder in het seizoen. Doordat niet elke soort even soepel met de veranderingen meebeweegt, verwachten we mismatches tussen soorten die interacteren. Bijvoorbeeld tussen roofdier en prooi, tussen plant en bestuiver.
Invloed klimaatverandering op soorten
De opwarming en hogere CO2-concentraties zorgen ook voor een grotere beschikbaarheid van voedingsstoffen, waardoor planten sneller groeien. De verruiging van onze gebieden kan weer funest zijn voor rupsen, die door de toegenomen schaduw minder snel groeien.
Voor de recreatie in onze gebieden verwachten we dat Nederland door haar warmere zomers een aantrekkelijker vakantieland zal worden. Dit brengt mogelijk ook een hogere recreatieve druk in de duinen met zich mee, met name in het toeristenseizoen. Klimaatverandering leidt in zomers ook tot meer hittestress, insectenplagen en mogelijk een toename van allergieën.
Met slimme maatregelen kunnen we het adaptief vermogen van de natuur vergroten. Bijvoorbeeld: door gebieden met elkaar te verbinden, door op andere momenten te maaien, door te werken aan een mozaïek van verschillende structuren en vegetatiehoogtes. In het algemeen is het bevorderen van heterogeniteit in de duinen erg belangrijk. Hoe groter de variatie, hoe beter het is voor de soortenrijkdom. Daarom werken we zoveel mogelijk toe naar gradiënten in nat-droog, zoet-zout, kalkarm-kalkrijk, noord- en zuidhellingen.
Twintig warmteminnende soorten
Waarneming
Trend
Onzekerheid trend
Twintig neutrale soorten
Waarneming
Trend
Onzekerheid trend
Twintig koudeminnende soorten
Waarneming
Trend
Onzekerheid trend
Bron: NEM (PGO’s, CBS), WUR CBS/nov14 www.clo.nl/nl142908

ZEESPIEGEL
ZEESPIEGEL
De zeespiegel stijgt met 15 tot 40 cm.*
De zeespiegel stijgt met 15 tot 40 cm.*
WARMER
WARMER
De temperatuur stijgt met 1 tot 2,3 °C .*
De temperatuur stijgt met 1 tot 2,3 °C .*
NATTER
NATTER
De hoeveelheid neerslag neemt jaarrond met 4% tot 5% toe.*
De hoeveelheid neerslag neemt jaarrond met 4% tot 5% toe.*
Kleine populaties zijn kwetsbaar
Kleine populaties zijn kwetsbaar
Verschijning van invasieve exoten
Verschijning

Kusterosie




Het smaller worden van het strand






Versnelde van

Mismatches in jaar cli v erschillende soorten terstanden vraag

Hoge waterstanden in poelen en vijvers





Migratie van soorten

Mismatches in jaarcycli van verschillende soorten
Zeereep-beheer kustverdediging
Bij een stijging van de zeespiegel is het belangrijk dat het kustfundament gehandhaafd en versterkt wordt. Dit betekent onder meer dat de duinen mee moeten kunnen groeien met de verwachte zeespiegelstijging (dynamisch kustbeheer).








stormvloedhoogtes
Stijgende stormvloedhoogtes



Schade & veiligheid


Extremere weersomstandigheden kunnen zorgen voor meer schade en onveilige situaties in onze natuurgebieden. Door middel van preventieve maatregelen, goede afstemming met hulpdiensten (o.a. veiligheidsregio) en heldere communicatie bereiden we ons voor op deze vaak onvoorspelbare gebeurtenissen.



Vernatting duinvalleien











Flora & fauna
Om onze unieke duinnatuur te behouden zijn ecologisch veerkrachtige systemen nodig, die in staat zijn om te herstellen van tijdelijke verstoringen (extreem weer) en zich aan te passen aan permanente veranderingen in het klimaat.
Hoofdstuk 2 Duinsysteem en drinkwater
EXTREMER extreme buien en hitteperiodes.*
EXTREMER
Toename extreme buien en hitteperiodes.*
DROGER Het neerslagtekort in het groeiseizoen neemt toe.*
DROGER
Het neerslagtekort in het groeiseizoen neemt toe.*
én getatie Meer bezoekers in het duin
ersnelde groei én afbraak an de vegetatie Meer bezoekers in het duin
Risico op duinbrand
Verhoogde aag naar winning duin

Verhoogde vraag naar winning duinwater




Vernatting binnenduinrand
waterbel dt naar gedrukt








oename plaagsoorten rdraagbare ziektes
Toename plaagsoorten met overdraagbare ziektes




Is de verandering van het klimaat nu al te merken aan de stand van het grondwater? We pakten de jarenlange meetgegevens erbij om dit te onderzoeken.
Al sinds 1932 meet PWN op verschillende locaties in de duingebieden hoeveel neerslag er valt. Dat levert een interessante tijdreeks op en laat ook zien dat het neerslagpatroon inderdaad verandert. Zo zien we dat de hoeveelheid neerslag door jaren heen langzamerhand met 30% is toegenomen. En waar aan het begin van de meetperiode de zomers en winters even nat waren, zien we nu dat de zomers droger zijn en de winters natter. Ons klimaat wordt niet alleen natter, maar ook extremer. We zien meer dagen met extremere hoeveelheden neerslag en meer aaneengesloten dagen met droogte. De toegenomen neerslag is ook te merken aan de grondwaterstand. Vooral in het midden van de duingebieden zien we dat er meer regenwater de bodem in is gezakt. Overigens fluctueert de grondwaterstand jaarlijks met ongeveer een meter.

Slim watermanagement is nodig om de overlast voor onze omgeving te beperken en natuurbeheer en drinkwaterproductie optimaal te kunnen combineren.

Een warmer klimaat maakt ons land aantrekkelijker voor recreatie en toerisme. De verwachting is dat de bezoekersdrukte in de duinen hierdoor toeneemt. Met behulp van een goede zonering en onze visie duurzaam toerisme & recreatie bewaken we de balans tussen recreatieve beleving en behoud van natuurwaarden.

Voorlichting, vroegtijdige signalering en preventieve maatregelen spelen een belangrijke rol bij het minimaliseren van de impact van nieuwe plaagsoorten, overdraagbare ziektes of allergieën. Hierbij geven we waar mogelijk de natuur de ruimte, maar proberen we ook te voorkomen dat dit gevaarlijke situaties voor onze bezoekers oplevert.

De rijkdom aan soorten maakt onze duinen speciaal
Vanuit Europa en de rest van de wereld is er veel belangstelling voor de duingebieden van Nederland. Ze gelden als een uniek ecosysteem van grote waarde. Dankzij het beleid van de afgelopen decennia zien we de soortenrijkdom weer toenemen. Veel van de zo kenmerkende plant- en diersoorten komen weer op.


Grote zoogdieren
Onze ‘Big Five”
Grotere diersoorten kunnen zich doorgaans verheugen in een bovengemiddelde belangstelling. Zo ook in de duingebieden in Noord-Holland. De herten, wisenten, Schotse hooglanders, konikpaarden en pony’s zijn hier echte publiekstrekkers.
De runderen en paarden zijn bewust in de duinen uitgezet om door begrazing te voorkomen dat het duin dichtgroeit met gras en struiken. Herten hebben hun weg naar het Nationaal Park Zuid-Kennemerland en het Noordhollands Duinreservaat op eigen houtje gevonden.

Damherten en ree
Het damhert is een beschermde inheemse diersoort die al voor de laatste ijstijd bij ons voorkwam. Deze soort is dagactief en goed benaderbaar en daardoor gemakkelijk waar te nemen door bezoekers. Damherten bereiken een schouderhoogte van 75 tot 100 cm. Ze zijn kleiner dan edelherten en groter dan reeën. Volwassen mannetjes dragen een opvallend, plaatvormig schoffelgewei. De vacht is veelal roodbruin met vage witte vlekken. Damherten passen zich makkelijk aan aan hun omgeving en hebben geen vaste verblijfplaats. Nagenoeg alle volwassen hinden krijgen jaarlijks een kalf, dat ook door andere hinden kan worden gezoogd. Wilde damherten worden doorgaans 15 tot 20 jaar oud. Hun leeftijd is sterk afhankelijk van de gebitsslijtage, die weer samenhangt met hun voeding. Ze eten grassen, kruiden, bladeren, eikels, granen, schors, hulst en heide. De damhertenpopulatie in de duinen in Noord- en Zuid-Holland is de afgelopen jaren explosief toegenomen. Bij de laatste telling zijn in Nationaal Park Zuid-Kennemerland 646 damherten geteld (provinciaal telrapport 2017).
Het aantal reeën is door de toename van het aantal damherten in het NPZK fors gedaald, maar lijkt nu weer iets toe te nemen, nu de aantallen damherten worden beheerd. Bij de laatste telling noteerden we 158 reeën in Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Met een schouderhoogte van 60 tot 90 cm is het ree het kleinste hert in Nederland. Ze hebben een zwarte neus, witte kin en een zandgele of roodbruine zomervacht die in de winter grijzer en donkerder wordt. Reebokken dragen een klein gewei, dat ieder najaar wordt afgeworpen. Reeën hebben een witte vlek op hun achterste, die bij de bok niervormig en bij de geit hartvormig is. De vlek wordt groter als er gevaar dreigt, waardoor ze elkaar waarschuwen. Reeën zijn voornamelijk in de schemering actief. Het zijn echte ‘knabbelaars’, die snoepen van bramen, bessen, uitlopers van struiken en bomen, kruiden, grassen, bladeren, noten, paddenstoelen en ook van sommige landbouwgewassen. In het wild worden ze maar zeven à acht jaar oud.

Konik
De konik komt oorspronkelijk uit het oosten van Polen. Konjiek is Pools voor paardje. Het ras is nauw verwant aan de vroegere wilde paarden in Europa, wat is terug te zien aan uiterlijke kenmerken zoals de sterke, gedrongen bouw en de ‘aalstreep’ over de rug. Voor het oplettende oog zijn zelfs nog overblijfselen van zebrastrepen te zien rond de benen. Net als veel andere oorspronkelijke paardenrassen is de konik klein en heeft zijn vacht een vrij vale kleur. Deze eigenschappen maken het paard minder zichtbaar voor predatoren. De dieren hebben geen verzorging nodig en kunnen het hele jaar buiten blijven. Om die reden worden ze tegenwoordig vaak ingezet ter begrazing in natuurgebieden. In 2009 is een kleine kudde konikpaarden losgelaten in het Kraansvlak.
Sinds 2018 lopen kuddes grote grazers vrij rond in het gebied Castricum-Heemskerk. Deze vorm van integrale begrazing is nieuw voor het Noordhollands Duinreservaat. Voorheen liep elke kudde nog in een eigen compartiment rond. We onderzochten het effect van de verandering door van elke kudde één dier te zenderen met een gps-halsband.
Uit patronen van het terreingebruik leidden we af dat er duidelijke verschillen zijn tussen de soortgroepen. Interessant is ook om te zien dat de dieren lang niet overal grazen. Ze zijn nogal gehecht aan hun eigen routes en favoriete plekken.

Exmoor- en Shetlandpony
Omstreeks 2000 zijn in grote delen van het Noordhollands Duinreservaat en Nationaal Park Zuid-Kennemerland runderen, schapen en paarden uitgezet. Momenteel houdt hier gemiddeld één grote grazer per vijftien hectare het duin open. Onder hen bevinden zich ook enkele tientallen Exmoor- en Shetlandpony’s. De Exmoor is een zelfredzame kleine pony uit de Engelse streek Exmoor. De pony behoort tot de laatste rassen van wilde oerpony’s en lijkt sterk op de grottekeningen van pony’s uit de ijstijd. Exmoorpony’s zijn bruin, waarbij buik en binnenkant van de dijen veel lichter gekleurd zijn dan de rug. Ze hebben lichtgrijze ringen rond de ogen en een zogenoemde meelsnuit; door de grijsbruine kleur rond de neusgaten en de mond lijkt het alsof ze hun mond in een bak meel hebben gestoken. Door hun woeste leefomgeving zijn Exmoorpony’s goed aangepast aan barre weersomstandigheden. Ze krijgen in de winter een enorm dikke vacht. Het zware ooglid beschermt de ogen tegen regen, sneeuw en wind.
De Shetlandpony leeft al eeuwen op de Shetlandeilanden en het is naar alle waarschijnlijkheid een zeer oud ras. Onder invloed van het koude klimaat en minimale hoeveelheden voer ontstond een taaie pony die tot de sterkste en kleinste rassen ter wereld behoort. Als resultaat van het leven in een rotsachtige omgeving tilt de Shetlander zijn benen op een specifieke manier op. De oren zijn klein, zodat er niet te veel warmte verloren gaat in de winter. De pony heeft een korte, enigszins holle rug, dikke manen en een dikke staart. De benen en hals zijn kort en sterk.

Schotse hooglander
De Schotse hooglander is een oud primitief ras dat als enige wist te overleven in de ruige Highlands van Schotland. Ze zijn meestal roodbruin en hebben lang haar. Koeien hebben lange, wijd uitstaande en naar boven gerichte horens, terwijl die van de stieren horizontaal naar voren staan. Een volwassen stier weegt 800 kilo, een koe 500 kilo. De schofthoogte is respectievelijk 125 en 115 cm. Schotse hooglanders worden tot achttien jaar oud. In die tijd brengt een koe ongeveer vijftien kalveren ter wereld. Schotse hooglanders zijn zeer zelfredzame en gemoedelijke dieren. Daardoor is dit runderras uitermate geschikt voor het begrazen van drukbezochte stadse natuurgebieden.
Nationaal Park Zuid-Kennemerland is het eerste natuurgebied in Nederland met een Smart Parks-Netwerk. Dit is een door een Nederlands bedrijf ontwikkeld concept waarmee dieren door middel van een chip gemonitord worden. De technologie werd tot voor kort alleen in Afrika ingezet tegen stropers. In het NPZK loopt nu een proef met het volgen van grote grazers als wisenten, konikpaarden en Schotse hooglanders via de nieuwe technologie.
Met de informatie komen we meer te weten over het specifieke gedrag van elke soort. Bijvoorbeeld of ze vaak op één plek grazen of juist regelmatig rondtrekken. Daardoor kunnen we het beheer van de terreinen nog beter organiseren.

Wisent
De wisent of Europese bizon is het neefje van de Amerikaanse bizon. Met een lengte van bijna drie meter is het Europa’s grootste landzoogdier. De stieren kunnen tot 840 kilo zwaar en circa 1.88 meter hoog worden.
De wisent stierf in 1927 uit in het wild en staat op de IUCN Rode Lijst van beschermde soorten. In april 2007 werden bij wijze van proef drie wisenten uitgezet in het Kraansvlak, een afgesloten rustgebied in het zuidelijke deel van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Het vormde de start van een tienjarige pilot waarin PWN en ARK Natuurontwikkeling onderzochten hoe deze indrukwekkende wilde dieren het zouden doen in de Nederlandse natuur.
Tien jaar later kon geconcludeerd worden dat de dieren zich goed voelen in onze duinen. Dit blijkt alleen al uit het feit dat in de loop der tijd 29 kalfjes zijn geboren. Deze aanwas is ondertussen ingezet voor de introductie van wisenten in onder meer Noord-Brabant en twee gebieden in Spanje. De wisenten in het Kraansvlak houden het duin open en zorgen voor verstuiving van zand. De imposante herbivoren houden zich bij voorkeur in open gebied op, waar ze graag een zandbad nemen, grazen in duinvalleitjes en onbeschroomd het duinmeer in lopen. De kudde telde eind 2017 22 dieren. De dieren zijn vaak goed te zien vanaf het wisentenpad, dat in de herfst- en wintermaanden open is voor publiek.
Eind 2018 ging de oudste koe dood van de wisentenkudde in het Kraansvlak. Kort na haar dood werd ze gevonden door een van onze boswachters. Door camera’s te plaatsen konden we volgen hoe de kudde hiermee omging.
Wisenten zijn zeer sociale dieren. Ze leven in kuddeverband met sterke familiebanden en een duidelijke hiërarchie. Oudere koeien leiden de kudde. Uit wetenschappelijk onderzoek in het Kraansvlak bleek dat de overleden koe een belangrijke status binnen de kudde had. Zij kwam in 2008 op zevenjarige leeftijd naar het Kraansvlak en groeide in tien jaar tijd uit tot het oudste en meest ervaren dier in de kudde. Met haar bijna 18 jaren heeft de koe een respectabele leeftijd bereikt: wisentkoeien worden in de natuur gemiddeld 20 jaar.
Als een grote grazer sterft, is vaak te zien dat de groepsleden van de overgebleven kudde gedurende enkele dagen tot weken het dode dier bezoeken en aftasten. De omgeving wordt platgetrapt en er ontstaan talloze wildpaadjes die bij het dier uitkomen. Naarmate de overleden grazer hoger in de rangorde staat, kan dit afscheid intenser en langer duren.
Op de camerabeelden in de eerste weken zagen we dat de leden van de kudde haar regelmatig bezochten. Meerdere keren raakten volwassen wisenten daarbij de kop van de overleden koe aan met hun eigen kop. Haar jonge kalf bleef de eerste dagen dicht in de buurt van zijn moeder. Inmiddels is hij terug in de groep wisenten, waarin hij verder opgroeit samen met zijn drie leeftijdgenoten.

Bijzondere soorten
Acht kenmerkende soorten voor de duinen van Noord-Holland
Aan de hand van zeldzame plant- en diersoorten kun je afleiden hoe bijzonder een gebied is. Dat geldt ook voor de duinen van Noord-Holland. Welke soorten zijn typerend voor onze duinen, en hoe verhouden ze zich tot hun ecosysteem? Een kleine selectie.

Nachtegaal Luscinia megarhynchos
Uiterlijk
Deze trekvogel is zo’n 16,5 cm groot. Hij houdt zich verscholen en is daarom moeilijk te spotten. Hij heeft een witte oogring en een donkerbruine rug. Zijn buik is lichter van kleur; borst, flanken en de onderkant van zijn staart zijn uniform beige, buik wit.
Levenswijze
De nachtegaal is een zomergast. Half april arriveren de meeste nachtegalen in Nederland vanuit hun overwinteringsgebied in Midden-Afrika. In duingebieden, loofbossen, parken en oude boomgaarden zijn ze te vinden. Ze hebben een voorkeur voor een dichte kruidenondergroei in combinatie met weelderige struwelen van duindoorn, vlier en meidoorn. Eind augustus trekken ze weer naar Afrika.
Verspreiding
De nachtegaal is in groten getale te vinden in de duingebieden ten zuiden van Bergen. Ook in vochtiger duingebieden op de Waddeneilanden en de westpunt van Ameland en Schiermonnikoog komen ze voor.
Voedsel
De vogels voeden zich met insecten die ze op de grond of in lage struiken zoeken, vooral op een dikke strooisellaag.
Opmerkelijk
De nachtegaal kan enorm hard zingen. Soms zijn ze kilometers ver hoorbaar. Een uitgedaagde territoriumverdediger kan zelfs met zijn gezang de pijngrens overschrijden.
Gevlekte witsnuitlibel Leucorrhinia albifrons
Uiterlijk
Witsnuitlibellen hebben een helder wit voorhoofd. Het mannetje heeft lichte vlekken op het zwarte achterlijf. De achterste vlek is heldergeel van kleur. Vrouwtjes hebben grote, brede gele vlekken op het achterlijf. De lichaamslengte ligt tussen 32 en 39 mm. De spanwijdte van de vleugels is 60 tot 70 mm.
Levenswijze
De gevlekte witsnuitlibel vliegt van eind mei tot eind juni. Mannetjes vliegen vaak niet langer dan enkele minuten achterelkaar. Paren doen ze hangend in de vegetatie boven of bij het water. Na de paring zet het vrouwtje samen met het mannetje soms meteen eitjes af op het water. Soms vliegt ze weg en komt ze later terug om ze alleen af te zetten. Ze kunnen twee jaar oud worden.
Verspreiding
De gevlekte witsnuitlibel is een Natura2000-soort voor het Noordhollands
Duinreservaat en geldt als zeldzaam in West-Europa. In Nederland leven enkele grote populaties in de laagveengebieden van Noordwest-Overijssel en de Vechtplassen. Daarnaast wordt de gevlekte witsnuitlibel steeds vaker waargenomen in de duinen van Noord-Holland. Hier is de soort gevonden bij planten die groeien op de overgang van water en land. Deze zogeheten verlandingsvegetatie is belangrijk voor de ontwikkeling van de larven. Nederland draagt zorg voor de handhaving van de leefgebieden om de soort in stand te houden.
Opmerkelijk
Bij jaarlijkse bezoeken aan voortplantingswateren (onder andere in de Groote Peel) bleek dat de soort ineens verdwenen kan zijn.
De gevlekte witsnuitlibel lijkt zich tijdelijk ergens te vestigen. Dit is ook in Duitsland opgemerkt. Mogelijk ligt de voorkeur voor water in een vroeg verlandingsstadium hieraan ten grondslag. Als het water in een volgend successiestadium komt, verdwijnt de soort weer. Als gevolg van goed ontwikkeld zwerfgedrag lijkt de soort redelijk in staat zich op nieuwe plaatsen te vestigen.

Meervleermuis Myotis dasycneme
Uiterlijk
De meervleermuis heeft relatief brede vleugels met een spanwijdte van 20 tot 30 cm. Zijn buikvacht is grijswit met een donkere ondervacht en steekt af tegen de donkerbruingrijze rugvacht. Hij heeft een bruine snuit met vrij grote neusknobbels en opvallend grote voeten die hij gebruikt om insecten van het wateroppervlak te scheppen.
Verspreiding
De meervleermuis is een Natura2000-soort voor het Nationaal Park Zuid-Kennemerland en wordt gezien als de zeldzaamste vleermuissoort van Europa. Alleen in Nederland wordt hij regelmatig gezien; vooral in waterrijke gebieden, open veenweidegebieden en zeekleigebieden in het westen.
Voedsel
Ze jagen op insecten als dansmuggen die op het wateroppervlak zitten of daar vlak boven vliegen. Boven oevers en langs vegetatie vangen ze vooral insecten uit de lucht.
Levenswijze
Meervleermuizen leven in kolonies en zijn te vinden op kerkzolders, in spouwmuren en onder dakpannen. In de winter verdwijnen de meeste meervleermuizen. Ze overwinteren deels in andere landen, deels in bunkers in de duinen van Noord- en Zuid-Holland, mergelgroeven en forten. Paren doen ze over het algemeen langs trekroutes van zomerverblijf naar winterverblijf. Belangrijke paargebieden zijn onder andere Zeeuws-Vlaanderen, Flevoland en Gelderland.
Opmerkelijk
De meervleermuis is waarschijnlijk de snelste vleermuis. Bij het jagen behalen ze soms vliegsnelheden tot wel 35 kilometer per uur.

Zandhagedis Lacerta agilis
Uiterlijk
Deze hagedis wordt maximaal 9,5 cm en heeft een relatief korte staart en lange poten. Mannetjes zijn langer dan vrouwtjes en hebben een bredere kop. Bij mannetjes is de buik lichtgroen, bij vrouwtjes en jonge dieren crèmekleurig. In het voorjaar zijn de flanken en voorpoten van mannetjes felgroen. Vrouwtjes en jonge dieren zijn grijsbruin. De meeste hagedissen hebben een witte lijn op de rug.
Verspreiding
Ze zijn in een groot deel van Europa te vinden. In Nederland leven ze vooral in duingebieden, op Vlieland en Terschelling. Ook op zandgronden zoals de heidegebieden van de Veluwe, in Overijssel, Utrechtse Heuvelrug en het Gooi worden ze aangetroffen. Net als Limburg ten oosten van de Maas.
Levenswijze
Vanaf eind april leggen de vrouwtjes eitjes op open, zonnige zandplekken. Die worden uitgebroed door de zonnewarmte. De meeste jongen komen tussen juli en begin oktober uit het ei. Dan is de kans ook het grootst om ze te spotten. De volwassen dieren blijven op een plek. Jongen trekken vaak naar leefgebieden in de buurt. Van half september tot in maart houden ze een winterslaap in zelf gegraven holen of verlaten holen van andere dieren. In april komen ze uit hun winterslaap, de mannetjes als eerste.
Voedsel
De dieren eten spinnen en insecten.
Opmerkelijk
Wanneer ze bij de staart worden opgepakt, kan de staart loslaten. Die groeit weer aan, maar is dan minder mooi dan de originele staart.

In onze gebieden zijn veel bunkers te vinden waar vleermuizen overwinteren. Al sinds de jaren 80 voeren we elke winter een vleermuizentelling uit. We werken daarin samen met de Zoogdiervereniging, die de resultaten van ons onderzoek valideert en vergelijkt met de landelijke trend.
Het aantal waargenomen vleermuizen van seizoen 2019/2020 was in het Nationaal Park Zuid-Kennemerland vergelijkbaar met de telling een jaar eerder: 418 vleermuizen (2018: 403). We vonden vijf soorten: de watervleermuis, meervleermuis, franjestaart, gewone grootoorvleermuis en gewone dwergvleermuis. De watervleermuis is veruit de meest algemene soort. De meervleermuis is voor het gebied een Natura 2000 habitatrichtlijnsoort. Het gebied is van groot belang als overwinteringslocatie voor deze zeldzame soort. Bijzonder was de vondst van een gewone dwergvleermuis, deze soort werd vorig jaar niet aangetroffen.

In het Noordhollands Duinreservaat vonden begin 2020 tellingen plaats in 45 bunkers. Hier bleek het totale aantal wat lager te liggen dan een jaar eerder, waarschijnlijk door de zachte winter. Dit jaar telden we hier wel voor het eerst vijf verschillende soorten, met als nieuwe soort de baardvleermuis. Ook in dit gebied is de watervleermuis de meest algemene soort, gevolgd door de grootoorvleermuis die het hier in de bunkers goed doet met 19 exemplaren. De franjestaart, die veel voorkomt in oudere bossen, laat zich nu jaarlijks zien in de bunkers rond het Vogelwater en in Bergen. Er werd slechts één meervleermuis waargenomen, die nu voor het derde jaar op rij in dezelfde bunker in de Wimmenummerduinen overwintert.

Boommarter Martes martes
Uiterlijk
De vacht van de boommarter is chocoladebruin met een roomgele keelvlek. Hij heeft een lange, volle staart, wordt 36 tot 56 centimeter lang en kan 2200 gram wegen. Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes.
Levenswijze
De boommarter is een klein, lenig roofdier. Hij is voornamelijk in de schemering of ‘s nachts actief. Mannetjes en vrouwtjes leven in aangrenzende territoria, en hun woongebieden overlappen gedeeltelijk. Ze gebruiken meestal een holle boom, een verlaten hol of rotsspleten als nest. Ze paren in juli en augustus.
In april en mei worden de jongen geboren. Bij de geboorte zijn ze blind en bedekt met een grijzige vacht.
Verspreiding
De boommarter komt in bosgebieden in heel Europa voor. In Nederland is hij zeldzaam, maar gedijt goed in het Noord-Hollands Duingebied. Er werden in 2017 maar liefst 46 dieren geteld, inclusief 14 jongen. Hij is vooral in gemengde en naaldbossen te vinden. Dankzij ecologische verbindingszones en een natuurlijker beheer van bossen is de populatie gegroeid. Dit is onder meer af te meten aan het aantal verkeersslachtoffers.
Voedsel
De boommarter jaagt op rode eekhoorns, kleine zoogdieren en vogels. Aan het einde van de zomer eet hij ook honing, kevers, bessen en paddenstoelen. Het dier eet dagelijks twintig procent van zijn lichaamsgewicht aan voedsel.
Opmerkelijk
Ze kunnen van boom naar boom tot vier meter ver springen.

Duinparelmoervlinder Argynnis Iniobe
Uiterlijk
De voorvleugellengte van deze standvlinder is 23 tot 30 mm. De bovenkant van de vleugels is oranje met zwarte vlekken en stippen. De onderkant van de achtervleugel heeft een gele zweem. Op de onderkant van de achtervleugel zijn kleine witte vlekken met roodbruine rand te zien. De rups is licht gekleurd en heeft een roodbruine kop.
Levenswijze
Hij leeft bij droge schrale graslanden, vaak tegen bossen of droge duinvegetaties aan. Ze foerageren ‘s nachts en houden zich overdag schuil. Vrouwtjes zetten de eitjes onderin de vegetatie af op de houtige, afgestorven stengels van viooltjes. De rups ontwikkelt zich snel, maar verlaat de eischaal pas in het voorjaar, na de overwintering. Van juni tot september vliegen de vlinders. De mannetjes vinden de vrouwtjes door patrouillevluchten te houden.
Verspreiding
De duinparelmoervlinder komt in grote delen van Europa voor.
In Nederland komt hij alleen nog voor in de duinen van Nationaal Park Zuid-Kennemerland en het Noordhollands Duinreservaat en op Vlieland.
Voedsel
Rupsen zijn heel kieskeurig en eten vaak maar enkele plantensoorten.
Duinparelmoervlinders zijn te vinden in gebieden waar veel viooltjes groeien. In de duinen vooral het duinviooltje en het hondsviooltje.
De vlinders voeden zich met verschillende kruiden zoals slangenkruid, koninginnenkruid en akkerdistel.
Opmerkelijk
De duinparelmoervlinder staat op de Nederlandse Rode Lijst van Dagvlinders.
In de eerste helft van de 20ste eeuw kwam de duinparelmoervlinder nog voor in grote delen van de Veluwe, Utrechtse Heuvelrug, de Achterhoek en verspreid in Noord-Brabant en Limburg. Uit metingen blijkt dat de soort is gehalveerd.
Tapuit Oenanthe oenanthe
Uiterlijk
De vogels worden zo’n 15 cm groot. Het mannetje heeft een grijze kruin, nek en mantel, zwart masker, zwarte vleugels en een gele borst. De staart heeft de karakteristieke tapuitentekening: wit met omgekeerde zwarte ’T’. Het vrouwtje is zandkleurig en heeft donkerder vleugels.
Levenswijze
Half maart komen de eerste mannetjes aan in Nederland. Een paar weken later volgen de vrouwtjes. Ze maken nesten in oude konijnenholen, steenhopen en onder takkenbossen. Vanaf uitkijkposten maken ze baltsvluchten. Eind september trekken ze naar hun overwinteringsgebied ten zuiden van de Sahara.
Verspreiding
Het leefgebied van de tapuit strekt zich uit van de poolcirkel tot Noord-Afrika. Nederland ligt aan de zuidkant van het broedgebied. Het gaat niet goed met de tapuit in Nederland. In het Vogelduin van het Noordhollands Duinreservaat broedt de enige nog overgebleven populatie van de kalkrijke kustduinen. Oorzaak voor de achteruitgang is deels een gebrek aan dynamiek in het duin en vergrassing. Ook vossen vormen een bedreiging. Kippengaas rondom de nesten moeten de tapuit beschermen. Net als het ingraven van stevige nestkasten.
Voedsel
De tapuit eet vooral insecten. Hij vangt deze op een kenmerkende manier; zittend op een verhoging zit hij op de uitkijk tot hij een prooi spot en rent er dan achteraan. Ook eet hij af en toe bessen.
Opmerkelijk
Lang voor zonsopkomst, als het nog donker is, zijn tapuiten al goed te horen. Ze brengen een luid krassend en piepend geluid voort. Ook imiteren ze vaak andere vogels. andere vogels.

Graspieper Anthus pratensis
Uiterlijk
De graspieper is zo’n 14,5 cm groot. Hij is grijsbruin, groenbruin of olijfkleurig van kleur, donker gevlekt en gestreept op boven- en onderdelen. Hij heeft een wenkbrauwstreep, mondstreep en een smalle donkere baardstreep. De staart is donker met witte buitenste staartpennen.
Levenswijze
Graspiepers zijn in Nederland zomergasten. Alleen in het broedseizoen leven ze in paren, daarna meestal in kleine of grotere groepen andere piepers. Ze broeden voornamelijk in open duingebieden met lage begroeiing. Vanaf april bouwt het vrouwtje een nest op de grond. Dit ligt goed verborgen tussen oud plantenmateriaal. Paaltjes of hekken dienen als uitkijkpost of beginpunt van hun zangvlucht.
Verspreiding
Het broedgebied van de graspieper strekt zich uit van Groenland, IJsland en Midden-Frankrijk tot in West-Siberië. In Europa en Nederland komt hij het meest voor. De vogels overwinteren in Zuidwest-Europa en Marokko.
Voedsel
De vogels eten voornamelijk kleine insecten, larven, rupsen, slakjes en wormen die ze op de grond vinden. In de winter eten ze ook wel zaden.
Opmerkelijk
Wanneer hij zingt, is een serie van dalende, versnellende ‘tsie’-tonen te horen. Tegelijk zeilt de vogel als een parachute naar beneden.
Vroeger kon je de tapuit nog regelmatig in de duinen tegenkomen. Een prachtig vogeltje, dat broedt op een typische plek: een konijnenhol. Helaas zijn er nog maar heel weinig konijnen in de duinen en dat geldt ook voor de tapuit. Om de trend te keren heeft PWN in 2018 een grootschalige actie in gang gezet. Verspreid over de duinen van het Noordhollands Duinreservaat groeven we 50 eikenhouten nestkasten in: 50 centimeter diep, met precies de goede opening aan de bovenkant.
Natuurlijk moeten de vogels deze kraamkamers wel eerst zelf ontdekken. Nu zijn tapuiten echte scharrelaars die zelf actief op zoek gaan naar een veilige plek om te broeden. Toch leek het er even op dat de vogeltjes de kasten niet konden vinden. In 2018 bleven ze allemaal leeg. Maar in 2019 werden er broedpaartjes aangetroffen in drie van de kasten, wat heeft geresulteerd in minimaal 14 uitgevlogen jongen. Een voorzichtig herstel van de populatie lijkt te zijn ingezet.

Elke lente en herfst vindt langs vaste routes in de duingebieden een konijnentelling plaats om vast te stellen hoe de konijnenstand zich ontwikkelt. Verschillende duinbeheerders doen hieraan mee en zij gebruiken al jaren achtereen dezelfde methode. Daardoor leveren de data een waardevol beeld op van de konijnenstand in de Nederlandse kustduinen.
Helaas is het konijn allang geen algemene soort meer in de duinen. Om meer inzicht te krijgen in de factoren voor herstel begonnen we in 2018 een nieuw onderzoek gestart. De resultaten worden begin 2021 verwacht.
De eerste forse achteruitgang in de konijnenaantallen werd veroorzaakt door het myxomatose-virus, dat in de jaren 50 in Frankrijk werd geïntroduceerd om konijnen te bestrijden. Doordat onze Europese konijnen helemaal geen afweer hadden, was de sterfte massaal.
Net toen de konijnenpopulatie zich eind jaren 80 weer een beetje herstelde, brak een nieuwe virusziekte uit: VHS. Dit zorgde opnieuw voor een drastische daling in de konijnenaantallen. In de het Noordhollands Duinreservaat heeft de konijnenpopulatie zich nog steeds niet van deze achteruitgang hersteld. In het Nationaal Park Zuid-Kennemerland zagen we vanaf 2005 een duidelijk herstel optreden van de konijnenpopulaties, maar helaas werd in 2015 opnieuw een forse daling ingezet door de uitbraak van VHS type 2, een gemuteerde variant van het oorspronkelijke VHS-virus. In die tijd troffen we veel dode konijnen aan in de duinen.
De achteruitgang van de konijnenpopulaties had grote gevolgen voor het duinlandschap. Het konijn speelt een sleutelrol in het kort houden van vegetatie en het op gang brengen van verstuiving. Konijnenholen bieden nestgelegenheid voor kwetsbare broedvogels, zoals de tapuit en de bergeend. Duinviooltjes groeien op de open zandplekken die de konijnen maken. Voor de vos en verschillende roofvogels zijn konijnen bovendien een belangrijke prooi.
Biodiversiteit
Hét kenmerk van gezonde duinen is een enorme variatie in plant- en diersoorten. Dat maakt ze robuust en veerkrachtig. Daarom monitort PWN de biodiversiteit in de duingebieden op allerlei manieren.
Biodiversiteit is afhankelijk van veel factoren. Bijvoorbeeld voedselomstandigheden, weer en klimaat, concurrentie, predatie en de situatie in het overwinteringsgebied. Natuurbeheer kan veel verschil maken, maar is niet allesbepalend. Zo leiden ook invloeden van buitenaf tot verruiging van de gebieden en achteruitgang van typische duinsoorten.
Het beleid van PWN richt zich vooral op de instandhouding van habitats die karakteristiek zijn voor de duinen. Om de kwaliteit van deze habitats te volgen, werken we met de ‘prestatie-indicator biodiversiteit’.
De prestatie-indicator geeft de staat weer van 30 zeldzame soorten die in de natuurgebieden van PWN voorkomen. Op basis van jaarlijkse tellingen doen experts een uitspraak over de trend per soort. De indicator is het percentage soorten dat zich positief ontwikkelt en zegt dus iets over de duurzaamheid van de populatie.
De afgelopen jaren was deze indicator min of meer stabiel, rond 70%.
Het gaat niet zo goed met de wilde bij. In Nederland staat 55% van de hier voorkomende bijensoorten op de rode lijst. Dit betekent dat ze ernstig bedreigd of bijna uitgestorven zijn. Het is belangrijk dat we zorgen voor voldoende gevarieerde voeding die over het hele land verspreid groeit.
PWN heeft zich daarom aangesloten bij The Pollinators om met andere bedrijven, organisaties en burgers een grootschalige voedselbank voor bijen te zaaien. Op 22 april, Nationale Zaaidag, hebben we zoveel mogelijk biologische zaden voor een wilde bloemenmix verspreid.

Sinds 1980 vindt er ieder jaar in een representatief deel van de duinen een broedvogeltelling plaats. We vergelijken de data met trends op provinciale en landelijke schaal.
Een forse afname zien we bij de ekster, bosrietzanger en de glanskop, terwijl de landelijke trend voor deze vogels goed is. We vermoeden dat dit deels door de toename van de havik komt, en deels doordat integrale begrazing leidt tot minder geschikte kruidachtige planten voor de bosrietzanger.
Uitzonderlijke toenames zijn er ook. Zo lijkt integrale begrazing juist goed voor de heggenmus te zijn en zien we dat de braamsluiper stabiel in aantal groeit. De gekraagde roodstaart doet het bij ons verrassend goed, ondanks de verslechterde omstandigheden in de Sahel, het overwinteringsgebied van deze soort. En in tegenstelling tot de licht dalende landelijke trend zien we bij ons de nachtegaal nog steeds in aantal toenemen.
Karakteristieke vogels voor het open duin doen het ook steeds beter, op de bergeend na. Deze vogel broedt in konijnenholen en daarvan zijn er sinds de decimering van de konijnenpopulatie nog maar weinig over. Boomleeuwerik, kneu en graspieper doen het in onze duinen beter dan de landelijke trend.

De ontwikkeling van deze 30 zeldzame soorten is een indicator voor de kwaliteit van de duinhabitats.



Tal van vrijwilligers, boswachters en onderzoekers melden de bijzondere soorten die ze in de duinen aantreffen. Soms een kwestie van geluk, vaak ook dankzij gestructureerd veldwerk. De belangrijkste ontwikkelingen in 2019.
Op waarnemingen.nl noteren boswachters, biologen en vrijwilligers de soorten die ze in ons land tegenkomen. Aan de hand van deze uitgebreide database kunnen we een uitspraak doen over hoe het met de biodiversiteit gaat in onze gebieden. Ondanks het feit dat het duingebied van PWN 0,18% van het oppervlak van Nederland bestrijkt, komen er van verschillende soortgroepen grote aantallen juist hier voor. Zo is van het aantal waargenomen vogelsoorten 66% waargenomen in onze duinen. Ook andere groepen scoren hoog: soorten nachtvlinders 66%, planten 63%, libellen 59%, dagvlinders 46% en sprinkhanen-soorten 48%.
Roofvogels doen het goed
Vrijwilligers van de roofvogelwerkgroep Noord-Kennemerlands Duin inventariseren alweer sinds 1995 de dagroofvogels in de duinen van Noord-Kennermerland. Ze onderzoeken niet alleen de aantallen, maar kijken ook naar de ligging van territoria, het aantal succesvolle nesten, het aantal eieren per nest en het percentage uitgevlogen jongen. In 2019 leverde dit weer interessante inzichten op.
Zo is de buizerd nog steeds de meest succesvolle roofvogel in ons duingebied. Het aantal territoria is na een periode van stijging nu al een aantal jaren stabiel. In 2019 telde de werkgroep 55 territoria en in totaal vlogen er minimaal 66 jongen uit. Van de havik werden 21 territoria vastgesteld. Het uitvliegpercentage was in 2019 echter lager dan in alle voorgaande jaren, slechts 45% van de eieren resulteerde in een uitgevlogen jong (bij de buizerd is dat 78%). De wespendief broedt al een aantal jaren succesvol in ons duingebied. In 2019 waren er 4 broedgevallen die alle vier succesvol waren.
Het aantal sperwerterritoria vertoont een negatieve trend. Er waren 5 broedgevallen en er zijn tenminste 8 uitgevlogen jongen waargenomen. Dit is (met uitzondering van 2010) het laagste aantal uitgevlogen jongen in de gehele telperiode. Volgend jaar gaan we met camera’s een nest observeren om een mogelijke oorzaak van de achteruitgang te kunnen vaststellen.
De buizerd en de havik kiezen in 70% van de gevallen voor een den als nestboom. Het aantal nesten in dennen neemt de laatste jaren wel iets af. Mogelijk heeft dit te maken met de kap van dennenbos in de duinterreinen. Buizerds kiezen soms ook voor een lariks of spar, haviken geven bij wijze van alternatief de voorkeur aan loofbomen.
Nieuwe knutsoort gevonden
Bij een onderzoek naar keversoorten op een perceel met geringde naaldbomen troffen we een nieuw soort knut aan. Deze is nog niet eerder in Nederland aangetroffen en heeft zelfs nog geen Nederlandse naam. Knutten zijn kleine steekvliegjes van 1-4 mm. Veel soorten zijn belangrijke bestuivers voor verschillende plantensoorten. In Nederland komen meer dan 100 soorten knutten voor.
Eerste resultaten loopkevermonitoring
Al sinds de oplevering van de eerste natuurbruggen in Nationaal Park Zuid-Kennemerland onderzoeken we het voorkomen van loopkeversoorten. Van de 21 soorten die typerend zijn voor duinlandschappen verwachtten we dat er 13 op de natuurbruggen te vinden zouden zijn. En dat is ook uitgekomen. Alle 13 soorten zijn hier in de afgelopen vijf jaar waargenomen.
Bijzonder was de scherpe afname van het aantal waarnemingen in 2019. Alleen warmteminnende soorten werden er nog voldoende gevangen, wat erop lijkt te duiden dat de insecten te lijden hebben gehad onder de droge, warme zomer van 2019.
Nachtvlindertellingen leveren nauwkeurig beeld op Er wordt in onze gebieden frequent genachtvlinderd. Daardoor krijgen we een steeds exacter beeld van de soorten die hier voorkomen. Verscheidene micronachtvlinders zijn zo specialistisch dat ze zich op één waardplant hebben toegespitst. Daarnaast zijn er vaak nog specifieke habitat- of microklimaateisen voor de voortplanting, waardoor de soorten zeer lokaal kunnen voorkomen en veel over het hoofd worden gezien. Er zijn ook soorten die zich vanwege klimaatverandering in noordelijke richting verspreiden, zoals het dit jaar voor het eerste in de Kennemerduinen waargenomen purperprachtuiltje en de zwartvlekgranietmot. Daarnaast werden twee bijzondere soorten aangetroffen die waarschijnlijk al lange tijd kleine populaties hebben in onze duingebieden maar tot op heden nog niet waren aangetroffen. Dit zijn de zwarte witvleugeluil en het herfstpapegaaitje.
Planten herstellen van extreme droogte
In 2019 was het spannend of bedreigde plantensoorten de extreem droge zomer van 2018 hadden overleefd. Sommige soorten hadden toen een flinke klap gekregen en waren niet tot bloei gekomen, zoals het stofzaad en de kleine steentijm. Gelukkig kwamen ze in 2019 weer terug. Ze werden op verschillende plaatsen bloeiend aangetroffen en kleine steentijm deed het zelfs weer erg goed.
Typische bijen voor de duinen opnieuw gezien
In 2019 is begonnen aan een twee jaar durende bijeninventarisatie, waaraan boswachters en vrijwilligers meedoen. In vooraf bepaalde onderzoeksplots worden een aantal keer per jaar zoveel mogelijk bijen op naam gebracht. In 2019 bleek dat een aantal soorten die gebonden zijn aan (dynamische) duinen veel meer voorkomt dan werd gedacht. Zo werden op veel plekken de gedoornde bij en de gouden slakkenhuisbij aangetroffen evenals de kleine wolbij. Daarnaast werden soorten herontdekt die soms al 20 jaar niet in het duin waren aangetroffen maar wel als duinsoorten te boek staan: de grote kegelbij en de duinmaskerbij.
Slecht jaar voor witsnuitlibellen
Was het voorjaar van 2018 nog gunstig voor allerlei bijzondere soorten witsnuitlibellen, in 2019 was de situatie totaal anders. Door de extreem droge zomer van 2018 droogden veel poelen uit waar witsnuitlibellen hun eitjes hadden afgezet.
Uiteindelijk werden daardoor in 2019 maar twee soorten witsnuitlibellen gezien. De zeldzame sierlijke witsnuitlibel werd op twee locaties (bij Bergen en bij Bakkum) gemeld. Van de gevlekte witsnuitlibel (onze habitatrichtlijnsoort) werden maar drie exemplaren gezien bij de ijsbaan langs de Zeeweg. De soort staat bekend om zijn goede en slechte jaren, maar zo’n laag aantal is sinds 2013 niet meer geconstateerd.
Volgend jaar moet blijken of de gevlekte witsnuitlibel er weer bovenop komt. Zo niet, dan kunnen beheer-ingrepen de soort weer een steuntje in de rug geven.
In 2019 werden in totaal 416 nieuwe soorten geregistreerd op pwn.waarnemingen.nl (2018: 266). De grote toename is vooral te danken aan de hulp van vrijwilligers (en boswachters) die in bepaalde soorten gespecialiseerd zijn. Ze vulden onze gegevens aan met waarnemingen van wespen, vliegen, paddenstoelen, kevers en wantsen. Over deze soorten is nog weinig bekend in onze gebieden.
Een greep uit de waarnemingen van de meest bijzondere soorten:
Bleke peperkorst: een kortsmos die op de rode lijst staat. Komt voor zover bekend in Nederland alleen in het Noordhollands Duinreservaat voor.
Platkopwesp: een kleine wesp, die parasiteert in houtzwamkevers. Werd voor het eerst vastgesteld in onze duinen.
Gewone dwergvleermuis: een bijzondere vleermuizensoort. Deze werd vorig jaar niet waargenomen.
Izabeltapuit: een voor onze gebieden nieuwe soort. Hij is alleen te onderscheiden van de gewone tapuit als je het zwart op de staartveren vergelijkt.
Zwarte witvleugeluil: een bijzondere nachtvlinder, voor het eerst waargenomen aan de rand van de Rellen in het Noordhollands Duinreservaat.
Zachte naaldvaren: nieuwe soort in onze duinen. In 2018 werd al wel de stijve naaldvaren gevonden op het terrein van Duin en Bosch.
Nieuwe soort zwam: een nieuwe koraalzwam die aan de voet van helmgras groeit en waarvoor nog geen Nederlandse naam is. Hij gaat waarschijnlijk helmkoraalzwam heten.
Plaagplanten
Exoten zijn soorten uit andere delen van de wereld. In de duinen hebben we het dan vaak over planten die oorspronkelijke duinsoorten overwoekeren. Veel natuurbeheer is er dan ook op gericht om deze invasieve exoten uit de duinen te verwijderen.
Door een gebrek aan natuurlijke vijanden en een teveel aan voedingsstoffen in de duinen kunnen exoten kwetsbare duinsoorten overwoekeren. De Amerikaanse vogelkers is hiervan een sprekend voorbeeld. Ook rimpelroos, sneeuwbes en de dwergmispel zijn voorbeelden van woekerende exoten in onze duinen.
Het verwijderen van woekerende exoten is een onderdeel van natuurbeheer. Soms gaat dit heel kleinschalig en krijgen we hulp van vrijwilligers die exoten handmatig verwijderen. Waar dat niet gaat of onvoldoende helpt, pakt PWN de bestrijding groter aan. We verwijderen dan de planten én de bovenste laag van de bodem. Op de kale plekken kan het duin zich herstellen en komen oorspronkelijke duinsoorten terug. De werkzaamheden zorgen ervoor dat de Noord-Hollandse duinen weerbaar en veerkrachtig blijven en dat de dynamiek in de duinen zich kan herstellen.

Amerikaanse vogelkers
Deze soort verspreidt zich razendsnel doordat vogels de besjes zo lekker vinden. Via uitwerpselen komen de zaden overal in de duinen terecht. Voortplanting gaat daarnaast ook via de wortels.
Bestrijding:
We pakken de vogelkers op verschillende manieren aan, het hele jaar rond. Soms met de hand, soms met machines. Voor een duurzaam resultaat moeten ook alle overgebleven resten onder de grond zorgvuldig worden verwijderd.

2

3

4
Rimpelroos
werd in het NHD uitgezet ter verfraaiing van speelvelden en picknickplekken. Oorspronkelijk afkomstig uit China voelt het plantje zich hier meer dan thuis. Wortelstelsels groeien met een halve meter per jaar en verstikken andere planten. En de zaden verspreiden zich soms tot wel 50 kilometer verderop. Geen wonder dat de plant als woekeraar negatief begon op te vallen.
Bestrijding:
PWN pakt de rimpelroos op verschillende groeiplaatsen aan, maar vanwege de sterke wortelgroei is dit behoorlijk arbeidsintensief. Een methode die we recent hebben ontwikkeld is dat we de hele roeiplaats afdekken met een biologisch afbreekbaar folie gemaakt van maiszetmeel. Een soort anti-worteldoek dat na enkele jaren vanzelf verdwijnt. Lang genoeg om de rimpelroos volledig te reduceren tot compost.
Watercrassula
Dit waterplantje komt oorspronkelijk uit Australië en Nieuw-Zeeland. Het is een agressieve woekeraar en vormt een groot probleem op steeds meer plekken in Nederland. Elk restje van wortel of stengel groeit in korte tijd weer uit tot een alles bedekkend plantentapijt op het water, waardoor alle leven uit poelen en vijvers verdwijnt. In onze gebieden komt watercrassula op drie plekken voor. In potentie is deze exoot ook bedreigend voor de waterwinning wanneer het de infiltratiegebieden weet te bereiken.
Bestrijding:
PWN heeft al verschillende methoden geprobeerd, maar met weinig succes. Plaggen en chopperen van grond heeft niet geholpen. Ook droogleggen van poelen hielp niet. Wat wel lijkt te werken is bedekken met een grote laag zand. In andere natuurgebieden blijkt bedekken met zwart plastic een effectieve methode te zijn.
Japanse duizendknoop
Een diepwortelende, vaste plant met stengels die tot 3 meter lang kunnen worden. De plant heeft net als bamboe holle stengeldelen. Daartussen groeien knopen weer uit tot zijtakken met bladeren. Hij bloeit in augustus tot september met crèmewitte, soms roze bloemen. De plant is zo sterk dat hij door funderingen van huizen en door asfalt kan groeien en geldt dankzij zijn enorme groeikracht als een van de meest invasieve soorten ter wereld.
Bestrijding:
De Japanse duizendknoop is relatief ongevoelig voor bestrijdingsmiddelen en wortelt diep in de grond. Uitgraven is vaak erg inefficiënt, doordat elk restje wortel dat achterblijft weer kan uitgroeien tot een volwaardige plant. PWN boekt het beste resultaat door de plant af te dekken met een sterk, niet-lichtdoorlatend doek. Maar de perfecte bestrijdingsmethode is nog niet gevonden.

De natuur in zijn kracht zetten
PWN beheert twee natuurgebieden die elk een unieke identiteit en kracht hebben. Ons natuurbeheer is erop gericht juist die kracht van de natuur alle ruimte te geven. Want als de duinen floreren, krijgen we daar een enorme vitaliteit voor terug. Goed voor onze gezondheid, voor het drinkwater en voor onze kustbescherming.


Beleid
Natuurbeheer
voor vitale
In opdracht van de provincie NoordHolland beheert PWN een groot deel van de Noord-Hollandse duinen. Iedere tien jaar legt PWN haar visie en beleidskeuzes op het gebied van natuurbeheer in een beheernota voor aan de provincie.
De jongste beheernota bestrijkt de periode 2015-2025. Dankzij onze lange ervaring in terreinbeheer, onderzoek en monitoring, en door onze omgeving te betrekken bij beleid en uitvoering, hebben we een brede visie gevormd op natuur en recreatie in de duinen.
Het streefbeeld bij al onze plannen is een landschap waarin stuivend zand, wind, water en specifieke flora en fauna het aanzien bepalen. Een landschap waarin bovendien alle stadia van een compleet duinsysteem aanwezig zijn. Om de biodiversiteit vast te houden en liefst te vergroten, kiezen we voor maatregelen die de potenties van de duinen versterken, landschapsvormende processen herstellen en oude cultuurlandschappen waar nodig behouden.
Deze visie vormt de basis voor een samenhangend beheer voor de lange termijn. Dit valt uiteen in drie hoofdactiviteiten:
1. Regulier beheer: het continu onderhoud aan de gebieden, zoals maaien en repareren van hekken.
2. Herstelbeheer: het herstellen van de schade die door de invloed van de mens aan de natuur is toegebracht. Bijvoorbeeld duingebieden ontdoen van overtollige begroeiing door neerslag van stikstofverbindingen.
3. Natuurontwikkeling: grootschalige projecten om nieuwe natuur te laten ontstaan, bijvoorbeeld op voormalige landbouwgrond.
Voor het Nationaal Park Zuid-Kennemerland hebben we met medebeheerders en betrokken overheden een gezamenlijk tienjarenplan opgesteld. Het beleid voor onze gronden in Noord-Kennemerland is uitgewerkt in gebiedsplannen. Daarnaast heeft PWN zich gecommitteerd aan harde beleidsdoelen, zoals Natura 2000 en het landelijke Programma Aanpak Stikstof (PAS), waarmee de overheid investeert in maatregelen om de negatieve effecten van stikstof in de natuur te herstellen.
Natura 2000 is een samenhangend netwerk van meer dan 25.000 natuurgebieden op het grondgebied van de Europese Unie. Het doel van dit netwerk is de achteruitgang van de biodiversiteit een halt toe te roepen door kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden te beschermen. De instandhoudingsdoelen van Natura 2000 liggen goed in lijn met het natuurbeheer zoals PWN dat al jaren uitvoert.

Werkzaamheden
Herstelbeheer is werk van de lange termijn. Elk jaar voeren we gerichte werkzaamheden uit om de unieke duinnatuur nog vitaler en veerkrachtiger te maken. In dit hoofdstuk zetten we onze werkzaamheden in 2019 op een rij.
De duinen zijn ooit begonnen door stuivend zand. Een gezond duin is dan ook altijd in beweging. Door begroeiing op sommige plekken weg te halen, houdt PWN het natuurlijke proces van stuiven in stand. Zo blijven de duinen meebewegen en meegroeien. Zo investeren we ook nog eens in onze natuurlijke bescherming tegen de zee.

Verstuiving bevorderen
In een groot deel van de duinen krijgen natuurlijke processen de ruimte en zetten we ons dynamisch duinbeheer voort. We herstellen landschapsvormende processen, zoals verstuiving, vernatting, begrazing, natuurlijke successie en populatieontwikkeling. Met de zeereep als bron van zand is het belangrijk dat er op voldoende plekken de gewenste verstuiving op gang komt. We onderzoeken of er nog terreindelen zijn met onvoldoende dynamiek. In het landschap achter de zeereep maken we oude stuifkuilen open en leggen we nieuwe aan. In de geactiveerde verstuivingen verwijderen we restanten van vroegere vastleggingen om stuifzand te bevorderen.

Bossen aanpassen
De duinen herken je aan de wijde, heuvelachtige en zanderige vlaktes. Dát vormt het hart van het duin. Natuurlijk is er ook ruimte voor andere begroeiing, zoals naaldbomen. Op veel plekken zijn die bomen welkom, juist ook omdat er soorten leven die bijdragen aan de kracht van het gebied, zoals paddenstoelen.
Op andere plekken is juist meer behoefte aan extra openheid. Daar maakt PWN dan ruimte voor, zodat natuurlijke duinprocessen daar beter tot hun recht kunnen komen. Doorgaans kiezen we daarvoor de meest westelijk gelegen naaldbossen uit, want die vormen het grootste obstakel voor stuifzand. Met de aannemer heeft PWN afgesproken dat het hout zo duurzaam mogelijk wordt verwerkt. Naaldbossen die cultureel erfgoed zijn of een hoogwaardige landschapsbeleving bieden, houden we in stand door gericht beheer.
Ook werken we op sommige plekken bossen open om specifieke duinsoorten meer ruimte te geven. We halen hier en daar dennen weg, en dunnen de randen uit tot boszomen. Dit zijn geleidelijke overgangen van het open duinlandschap naar bos. Een ideaal leefgebied voor allerlei vlinders, zoals de bruine eikenpage, de duinparelmoervlinder en tal van duinkevers, wantsen en sprinkhanen. Vogels vinden er een plek om te broeden, bloeiende planten zoals zeldzame wilde rozen, wilde tijm, slangenkruid en bramen krijgen het zonlicht dat ze nodig hebben, en kleine zoogdieren vinden er voedsel en een plek om te schuilen.
In de winter van 2019/2020 legden we in de zeereep bij Castricum zeven nieuwe kerven aan. Deze inkepingen in de duinenrij bevorderen dat kalkrijk zand het duin in stuift. In tegenstelling tot de kerven bij de Noordwest Natuurkern zijn de nieuwe kerven minder diep. We laten nu de natuur meer het werk doen en hebben alleen de bovenlaag met helmbegroeiing afgegraven. De verwachting is dat het zand snel gaat stuiven en de kerven vanzelf dieper uitgesleten raken.
De nieuwe kerven konden ontstaan in samenwerking met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, dat deze aanpak nu heeft omarmd als nieuwe techniek om de duinen op een natuurlijke manier op te hogen tegen de stijgende zeespiegel. De kennis die we hierover opdeden bij de eerdere kerven in de Noordwest Natuurkern toonde de effectiviteit van deze natuurlijke ingreep overtuigend aan. Het zand stuift nu met tonnen tegelijk het duin in.
Groeien en floreren, dat is de natuur op zijn best. Sommige soorten doen het in de duinen echter zo goed, dat ze zo langzamerhand het hele gebied lijken over te nemen. Daar steekt PWN een stokje voor. Want voor gezonde duinen is een gevarieerd landschap erg belangrijk.

Begrazing
Om te voorkomen dat de duinen dichtgroeien zetten we natuurlijke beheerders in. Wisenten, Schotse hooglanders, paarden en pony’s. We kiezen bewust voor verschillende soorten dieren omdat ze allemaal op een andere manier grazen.
Een Schotse hooglander eet bijvoorbeeld graag gras met zijn tong, waardoor het gras halflang blijft. Zo krijgen kruiden en bloemen de ruimte. Wisenten eten graag jonge boompjes en bast. Ook hebben we ontdekt dat ze graag stuifkuilen maken. Paarden zijn echte grasmaaiers, die de kleinere oppervlaktes kort houden met hun tanden. Ook eten ze graag ruwe delen van bomen en struiken. En waar Schotse hooglanders in het bos en bij het water leven, lopen pony’s liever in de open duingebieden. Zo komen alle plekken aan bod. De grazers doen hun werk niet alleen door te eten maar ook door de begroeiing plat of kapot te lopen en door hun mest te laten vallen. Dat is goed voor de grond en voor het verspreiden van zaden.
Begrazing heeft het duin opener gemaakt. We zetten dit daarom voort en onderzoeken hoeveel grote grazers ergens kunnen grazen voor de juiste ontwikkeling van een begrazingseenheid. Nieuw is dat we hierbij ook kijken naar effecten van begrazing op insecten en andere kleine fauna. Ideaal zou het zijn als konijnenpopulaties in alle delen van het duin zich herstellen. Deze ‘kleine grazers’ helpen het duin open te houden.
In het Noordhollands Duinreservaat gingen we ook in 2019 door met het openwerken van boszomen. Zo krijgen vlinders meer ruimte en beschutting. Tegelijkertijd pakten we ook een oud winkanaal aan, dat we in dit seizoen vrij van bomen maakten. In het seizoen van 2020/2021 graven we het kanaal verder uit, zodat het een nieuwe habitat wordt voor bijzondere libellensoorten.

Grijs duin herstellen
Een groot deel van de duingraslanden is in de vorige eeuw beplant met naald- en loofbossen. Dit zijn geen natuurlijke bossen. En soms zijn de bossen geplant op plaatsen waar bomen niet goed gedijen. Dit zijn de meest westelijke bossen waar de wind vrij spel heeft en zomerse zoutstormen het blad verschroeien. Het zijn precies die plaatsen waar de duingraslanden op hun best zijn. Daarom halen we er bomen weg en verwijderen we de voedselrijke strooisellaag van bladeren en naalden onder de bomen.
Dat doen we tot op het kale zand. Die extra ruimte is nodig om de grijze duinen sterk en veerkrachtig te houden in tijden van klimaatverandering.

Een belangrijk onderdeel van het beheer vormt de bestrijding van de agressievere, zogenaamde invasieve exoten. Met name Amerikaanse vogelkers, rimpelroos en watercrassula krijgen hoge prioriteit.
We ontwikkelen verschillende methoden om dit effectief te doen en evalueren de effectiviteit ervan.

Beheer damherten
Nationaal Park Zuid-Kennemerland herbergt te veel damherten voor de draagkracht van het gebied. Daarom beheert PWN de populatie, samen met Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. Na onderzoek van alle opties kwamen we tot de conclusie dat afschot de enig haalbare oplossing is. De Raad van State heeft ons in 2017 daarin bevestigd. Voor een gezond ecosysteem en voor de verkeersveiligheid moet de populatie de komende jaren van 700 worden teruggebracht tot 200 à 300. PWN pakt dit werk secuur aan en zet twee speciaal daarvoor opgeleide boswachters in.
Broedvogels gebruiken voor de bouw van hun nest een grote verscheidenheid aan materiaal. Veelal plantaardig materiaal, zoals mos, gras en takken, maar ook vacht van dieren wordt vaak aangebracht in de bovenste laag van het nest.
Nu lopen er in de Kennemerduinen veel grote grazers rond en de meeste daarvan wisselen hun vacht in het voorjaar. Uit een onderzoek naar het gebruikte nestmateriaal blijkt nu dat vogels in gebieden met grote grazers inderdaad relatief veel vacht gebruiken als nestmateriaal. Vooral in het Kraansvlak is de vacht van wisenten populair. Vacht van paarden en Schotse hooglanders wordt nauwelijks als nestmateriaal gebruikt.
Welke soort mest is beter voor de biodiversiteit? Die van koeien, paarden of konijnen? De Universiteit Utrecht en de Vrije Universiteit Brussel hebben recent al een verband aangetoond met verschillen in de verhouding van koolstof, fosfor en stikstof in de mest. In 2019 gingen onderzoekers een stapje verder met, een proefopstelling in de Kennemerduinen. In een kasexperiment testten ze de mest van konijnen, damherten, paarden, koeien en wisenten. Van elke mestsoort werd een hoge en een lage dosis toegediend aan potten met daarin steeds twee grassoorten, twee vlinderbloemigen en twee andere kruiden.
De plantengemeenschappen die mest kregen toegediend van wisenten, koeien en paarden groeiden flink en werden in de pot met de hoge dosis steeds overwoekerd door rode klaver. Bij de potten waaraan konijnenmest was toegediend was dit echter veel minder het geval, waardoor de diversiteit van de plantengemeenschap in deze potten aan het einde van het experiment veel hoger was.
De resultaten laten zien dat ook voor de bemesting het konijn erg belangrijk is voor de duinen. Het is een sleutelsoort, die niet alleen via zijn graas- en graafgedrag, maar ook via zijn uitwerpselen bijdraagt aan een biodivers landschap.
Ons natuurbeheer richt zich altijd op het versterken van de eigen kracht van de natuur. We kijken waar we natuurlijke processen in elk uniek gebied nog beter tot hun recht kunnen laten komen en zorgen dat de natuurlijke processen ook goed blijven zonder onze beheerwerkzaamheden. De natuur mag robuust en zelfredzaam zijn.

Gebieden met elkaar verbinden
De duingebieden in Nationaal Park Zuid- Kennemerland worden doorsneden door wegen en het spoor tussen Haarlem en Zandvoort. Om de veerkracht van de natuur te versterken, zijn de gebieden de afgelopen jaren verbonden door drie natuurbruggen. Als eerste werd in 2013 natuurbrug Zandpoort opgeleverd, die de Amsterdamse Waterleidingduinen verbindt met het Kraansvlak. Hekken houden hier tijdelijk nog de reeën en damherten tegen, waarvan er op dit moment in de Amsterdamse Waterleidingduinen een groot overschot is. In 2018 ging natuurbrug Zeepoort open, het ecoduct over de Zeeweg bij Overveen.
Met het opengaan van de derde brug, natuurbrug Duinpoort, werd in 2018 ook de barrière van de spoorlijn naar Zandvoort geslecht. De natuurverbindingen zorgen ervoor dat dieren meer leefruimte krijgen. Toegang tot meer voedsel en schuilplekken bijvoorbeeld, maar ook meer kansen op voortplanting. Bovendien neemt de kans af dat dieren slachtoffer worden van het verkeer in hun leefgebied.
De bruggen zijn daarnaast ook goed voor de verspreiding van planten, doordat zaden in de vacht van dieren over de brug meereizen naar een nieuw gebied. Speciale aandacht is besteed aan de leeflaag op elke brug. De toplaag is vermengd met natuurlijk materiaal uit de omringende duinen. Daardoor is de begroeiing op de bruggen vergelijkbaar met die van de omgeving. Een natuurlijke omgeving voor vlinders en insecten. Dieren die profiteren van de natuurbruggen zijn met name de zand- hagedis, hazelworm, vlindersoorten, konijn, bunzing, rugstreeppad, egel, vos, hert, wezel, hermelijn, zandloopkever en de nauwe korfslak.

Nieuwe grondaankopen voor water en natuur
PWN heeft de afgelopen jaren in de binnenduinrand nieuwe gebieden aangekocht. Hier liggen kansen om de natuur te versterken én de waterberging voor onze provincie goed te regelen. Zo hebben we in 2018 al een gebied van 20 hectare tot nieuwe natuur opgeleverd op het terrein van het voormalig psychiatrisch ziekenhuis Duin en Bosch in Castricum. We creëerden onder meer een duinvallei met mooie waterstromen.
Tegelijkertijd nam PWN 7 hectare tuinbouwgrond aan achter het station van Castricum terug in beheer: De Zanderij. De gronden waren jaren verpacht, een regeling die niet meer past bij deze tijd. In het begin van de jaartelling maakte het gebied deel uit van het Oer-IJ, de meest noordwestelijke monding van de Rijn. In 2019 brachten we eenzelfde soort waterrijk landschap terug, met kreken en geulen. Hier gaan de seizoenen weer zorgen voor een enorme variatie in natuurbeleving. De bodem hier was door langdurige tuinbouw verontreinigd met fosfaat tot bijna een meter diep. Alle grond afvoeren zou voor het milieu te belastend zijn. Daarom besloten we tot een experiment door ijzerslib in te brengen, een restproduct uit onze waterzuiveringsinstallatie. Het ijzeroxide bindt de fosfaten en met succes. Pitrus, een indicatorplant voor fosfaatrijke grond, is er nog niet gesignaleerd.
Bij Bergen kochten we De Voert aan, een terrein van 4 hectare, waarvan we 3 hectare tot nieuwe natuur ontwikkelden. Hier legden we paddenpoelen aan, met mooi schoon kwelwater. Traditionele sloten vormden we om tot natuurlijke duinrellen, waardoor ook de waterhuishouding van de omliggende landbouw verbetert. Een oude drainagepijp hebben we weggehaald omdat er piepschuim omheen zat. Dit deden we onder toeziend oog van de Archeologische dienst.
Zand uit de duinen vertegenwoordigt ook waarde. Daarom besloten om het zand dat bij werkzaamheden vrijkomt niet meer af te voeren, maar altijd opnieuw te gebruiken voor versterking van onze duinen. Zo werd er in 2019 al 25.000 kuub zand naar de wingebieden bij Castricum gebracht om de waterwinning extra tegen de zee te beschermen.
We onderzoeken de komende jaren hoe de natuurbruggen door verschillende soorten worden benut en of de vegetatie op het brugdek zich voldoende ontwikkelt. Daartoe heeft PWN een monitoringsplan opgesteld voor de periode 2020-2040.
Loopkevers
Op de Zeepoort en Zandpoort worden de loopkevers op en rond de natuurbruggen gemonitord met behulp van potvallen. De potvallen worden op de brug en in de referentiegebieden ingegraven met een klein laagje alcohol in de potten. Elke week worden de vallen geleegd en de gevangen loopkevers gedetermineerd.
Dagvlinders en sprinkhanen
Op alle drie de natuurbruggen lopen telroutes telroutes voor dagvlinders uitgezet. Een aantal vrijwilligers kijkt tijdens de routes ook uit naar zandhagedissen. Sprinkhanen worden op dezelfde routes door de vrijwilligers of door medewerkers van PWN of Waternet geteld (afhankelijk van de hun soortspecifieke kennis).
Kleine zoogdieren
Op alle drie de bruggen komen cameravallen om marters op camera te krijgen. In de cameraval wordt een blikje sardientjes geplaatst met een aantal gaten erin geprikt. De geur lokt marters, maar ook andere kleine zoogdieren. De cameravallen leveren ook bruikbare beelden van reptielen en amfibieën op.
Grote zoogdieren
De grotere zoogdieren worden gemonitord door wildcamera’s op de Zeepoort en de Duinpoort. De camera’s staan er al sinds 2018 en de beelden die tot nu toe zijn gemaakt worden momenteel uitgezocht. Deze camera’s reageren op beweging en nemen ook in de nacht beelden op. Omdat het bekijken en uitzoeken van de opgenomen beelden veel tijd vergt, wordt er gekeken of er in de toekomst gebruik gemaakt kan worden van automatische beeldherkenning.
Vegetatie
De monitoring van de vegetatie op de bruggen zal worden meegenomen in de huidige vegetatiemonitoring bij PWN. Dit wordt gedaan aan de hand van kilometerhokken die afwisselend worden opgenomen.

Sinds september 2019 heeft PWN gewerkt aan Dronkendel, een gebied noordelijk van de Oosterplas in het Nationaal Park ZuidKennemerland. Hier verwijderden we 10 hectare aan Amerikaanse vogelkers en verwijderden we naaldbomen. Dit deden we heel secuur om zoveel mogelijk inheemse soorten te sparen.
Echt maatwerk, dat door onze boswachters werd begeleid. Het leverde een veel vriendelijker beeld op dan bij andere natuurherstelprojecten. Dat viel ook op bij het publiek.
We kregen veel complimenten over het eindresultaat en ontvingen slechts een minimale hoeveelheid klachten over onze werkzaamheden.


Resultaten
Een gezonde duin is altijd in beweging. Kalkrijk zand dat over de wijde omgeving kan uitstuiven draagt bij aan de vitaliteit van het duin. Het landschap verjongt en er ontstaan nieuwe duinen met een ideaal pioniersmilieu. Dit is de kern van ons beheer. De resultaten zijn inmiddels goed zichtbaar.
Actief duinsysteem
In 2003 brachten we vijf windsleuven aan in de zeereep van ZuidKennemerland, met landinwaarts in de windbanen vijf kaal gemaakte duinen. Ze dragen bij aan een actief duinsysteem: stuivende duinen, kwalitatief betere duingraslanden en een nieuw, vochtig duinmilieu. In het Noordhollands Duinreservaat hebben we op drie plaatsen duinen in verstuiving gebracht. De dynamische zeereep hier levert overtuigende stuifkuilen op en zelfs beginnende paraboolduinen.
In Zuid-Kennemerland heeft het stopzetten van de waterwinning sinds 2002 gezorgd voor een vertienvoudiging van het oppervlak aan vochtig duinmilieu, tot 300 hectare. De verbeterde omstandigheden hebben we verzilverd met herstelprojecten voor vochtige duinvalleien. Uit monitoring van de duinvalleien blijkt dat plantensoorten als de parnassia weer wijdverbreid voorkomen. Sinds 2003 hebben we 5.000 hectare duingebied in begrazing genomen met een mix van Schotse hooglanders en konikpaarden of Exmoorpony’s en met een gescheperde of flexibel ingerasterde schaapskudde. Het sterk vergraste duin is nu weer opener en rijker van structuur. Diverse terreindelen met veel recreatie houden we buiten de begrazing. Opvallend goed zijn de resultaten van de proef met de wisenten. Het Kraansvlak is nu meer open, kent zandige plekken en biedt een bijzondere natuurbeleving. De kudde is gegroeid en
Exmoorpony’s, Schotse hooglanders en schapen zijn de beste natuurbeheerders in het Noordhollands Duinreservaat. Dagelijks verzetten ze veel werk om de duinen open te houden. En af en toe rusten ze uit in een lekker koele duinpoel. Welverdiend natuurlijk, na al dat harde werken. Maar wat doet hun aanwezigheid hier met de kwaliteit van duinvalleien en duinpoelen? Veel ontlasting belandt in het water, en ze vertrappen oevers. Kan dat kwaad?
In het voorjaar van 2019 deden we daar met stichting Waterproof uitgebreid onderzoek naar. We selecteerden een steekproef van 28 duinpoelen en verdeelden ze in onbegraasd, gematigd intensief begraasd en intensief begraasd en vergeleken historische data met de meetgegevens van nu over amfibieën, macrofauna, vegetatie en de waterchemie.
En de resultaten vielen niet tegen. Zelfs de meest intensief begraasde poelen scoorden nog steeds vrij goed. Wel zien we verschillen per soort. Kleine waterdiertjes (macrofauna) blijken het beste te gedijen in onbegraasde poelen, terwijl amfibieën juist profiteren van intensieve begrazing. Voor waterplanten geldt juist een gematigde begrazing als optimum. Wat betreft waterchemie komen de intensief begraasde poelen duidelijk minder goed uit de verf. Waterchemie beïnvloedt met name de macrofauna in het water, wat kan verklaren waarom de onbegraasde poelen over het algemeen rijker scoren op macrofauna dan de begraasde poelen.
Gematigd intensief begraasde poelen scoren overall beter. En dat biedt nieuwe aanknopingspunten voor het duinbeheer. We zouden het aanbod van poelen in de nabijheid kunnen vergroten en nieuwe poelen wat groter kunnen maken. Dan is de druk van grote grazers op de waterkwaliteit minder groot.
Woekerexoten
Verstuiving en begrazing zijn niet voldoende gebleken om overwoekering met exoten, zoals de Amerikaanse vogelkers, tegen te gaan. Daarom hebben we de afgelopen jaren deze soort met mechanische inspanning over grote oppervlakten verwijderd. Het nabeheer vraagt echter veel zorg, net als bij andere exotische woekeraars zoals cotoneaster en mahonia. Andere verbeteringen zijn de ‘zonnige zomen’ die we hebben aangelegd aan de rand van bossen en de omvorming van naaldbos naar loofbos.
Veel verbeterd
Processen als verstuiving, begrazing en grondwaterdynamiek zijn in grote delen van de terreinen hersteld. Belangrijke levensgemeenschappen als duingraslanden blijken uit onderzoek sinds de jaren tachtig nu weer van goede kwaliteit te zijn. Qua biodiversiteit zien we helaas nog een afname van broedvogels van het open duin, zoals de bergeend, het paapje en de wulp.
Ook de tapuit is in aantal sterk afgenomen. Hier staat tegenover dat de duinbossen meer volwassen worden. Kenmerkende bossoorten als bont zandoogje, keizersmantel en boommarter zijn recent het Noordzeekanaal overgestoken en hebben nieuwe leefgebieden gevonden in de duinbossen. Ook is het open duin een aantal nieuwe bewoners rijker: de bijenorchis en bokkenorchis zien we inmiddels steeds vaker, net als de sikkelsprinkhaan en de wespspin.
In de duinen worden hier en daar exotische naaldbomen weggehaald om ruimte te geven aan inheemse soorten. PWN heeft besloten om dit te doen door bomen niet te kappen maar te ringen. Er komt meer dood hout, en dat betekent een flinke stimulans voor insecten. Met de kevermonitoring evalueren we dit. De eerste resultaten zijn veelbelovend.
In de duinen zijn nog bossen aanwezig met exotische naaldbomen, zoals de zwarte den. Soms is het wenselijk om deze plekken om te vormen tot bossen met inheemse boomsoorten, zoals zomereik, lijsterbes en ruwe berk. Voorheen werden de naaldbomen dan gekapt en verkocht. Maar de bomen ringen is voor insecten veel beter. Hierdoor sterven de bomen langzaam af en ontstaan er flinke hoeveelheden kwijnend en dood hout. Daar profiteren niet alleen veel insectensoorten van, maar ook paddenstoelen en spechten.
In 2019 startten we met een monitoring van kevers die van dood hout afhankelijk zijn. Daar zijn er in Nederland ongeveer 750 soorten van. Zij hebben allerlei levenswijzen en benutten uiteenlopende microbiotopen die het dode hout kan opleveren. Zo zijn er soorten die in vers dood hout leven, in ouder door schimmels aangetast hout, in vermolmd hout, in dode wortels, in boomholtes, in boomsappen en in boomzwammen. Er zijn houteters, schimmeleters, boomsapeters, predatoren, en zelfs soorten die schimmels enten op het hout en dat eten.
De monsters uit de duinen van PWN leverden dit jaar al mooie resultaten op die laten zien wat de waarde is van kwijnend en dood hout. We telden 101 keversoorten, waaronder diverse soorten die zeldzaam zijn in Noord-Holland.


De natuur is goed voor iedereen
De duinnatuur is in zoveel opzichten waardevol voor Noord-Holland. Ze biedt een gezonde en groene leefomgeving, woongenot en recreatiemogelijkheden. Ook beschermt ze ons tegen de zee en herbergt ze een groot aantal uitzonderlijk zeldzame plant- en diersoorten. We koesteren wat de natuur ons geeft en versterken haar. Dat doen we het liefst samen met zoveel mogelijk betrokkenen.


Verbinding met de omgeving
Als maatschappelijk bedrijf heeft PWN zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een actieve, open partner voor allerlei partijen uit haar omgeving. Actief zoeken we de verbinding om met iedereen de natuur in de toekomst nog mooier te maken. Want een sterke band met onze achterban vertaalt zich ook in een sterkere band met de natuur.
Door ons actief met onze omgeving te verbinden zijn we in staat het natuurbeheer effectiever uit te voeren. Door de vele gesprekken en onderzoeken signaleren we vroegtijdig belangrijke ontwikkelingen. Ook nemen we het podium om minder populaire ingrepen in de natuur toe te lichten. Tegelijkertijd wisselen we met zoveel mogelijk omwonenden en recreanten ideeën uit over hoe onze aanpak nog beter kan. Dit leidt tot bijzondere projecten waarbij bijvoorbeeld omwonenden hun ideeën grotendeels gerealiseerd zien.
Met een professionele benadering van onze stakeholders zoeken we de balans tussen voldoen aan vaak strenge regelgeving zoals Natura 2000 en de belangen van mensen. In dit kader ervaren we een toenemende assertiviteit, die soms leidt tot een andere stijl van planvorming en communicatie met onze omgeving. Toenemende recreatieve bedrijvigheid in de duingebieden maakt ook goed contact en professionele samenwerking met ondernemers belangrijk. En een toenemende behoefte aan bewegen in het groen heeft de afgelopen jaren geleid tot nieuwe oriëntatie op nieuwe doelgroepen zoals sportopleidingen en de zorg.

Samenwerkingsverbanden
PWN werkt als bedrijf van de overheid nauw samen met tal van maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, onderzoeksinstellingen, universiteiten. Daarbij beperken we ons vaak niet alleen tot het duinbeheer, maar vatten we onze bijdrage aan water en natuur zo breed mogelijk op. Want alles hangt samen: van rivierwater tot het IJsselmeer, en van de Noordzee tot de bedrijvigheid in de metropoolregio Amsterdam.
Samenwerking in Nationaal Park
Zuid-Kennemerland
PWN beheert samen met Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer het duinlandschap en de natuur van het NPZK. De beheerders werken hier samen met IVN, gemeenten, Hoogheemraadschap van Rijnland, de provincie Noord-Holland en particulieren. Dit doen zij volgens het gezamenlijke Beheer en Inrichtingsplan.
Kustpact: zonering Noord-Holland uitgewerkt
In het kader van het Kustpact heeft PWN in 2017 meegewerkt aan een zoneringsvisie voor de kust van Noord-Holland. Dit deden we in samenwerking met Landschap Noord-Holland, Natuurmonumenten, Waternet en Staatsbosbeheer. In het Kustpact zijn heldere afspraken gemaakt over het beschermen van de waarden van de Nederlandse kust. Een verdrag tussen 60 partijen, waarin is bepaald in welke delen van de kust geen nieuwe bebouwing is toegestaan en op welke plekken wel ontwikkeling mogelijk is.
Bij PWN werken ruim 500 vrijwilligers. Ze helpen mee in het onderhoud van de duinen, in bezoekerscentra en bij het monitoren van soorten. En dat spreekt veel mensen aan. Vrijwilligers werken lang bij ons en maken daar ook ettelijke uren per week voor vrij. Maar tijden veranderen en mensen hebben minder vrije tijd. Daarom biedt PWN sinds 2019 ook de mogelijkheid om aan kortere beheer- en onderzoeksprojecten mee te werken. In kleine projecten van een paar dagen helpen vrijwilligers om belangrijke klussen in korte tijd te klaren. Waar we bij de vaste groepen om een regelmatige inzet vragen, is het bij deze projecten mogelijk om gewoon eens een dag of dagdeel mee te doen. Hoofdstuk
Vanuit het in 2011 afgesloten Bestuursakkoord Water zijn in Nederland de afgelopen jaren tal van samenwerkingsverbanden ontstaan rond verbetering van de waterketen. Het gaat hier om kostenbesparing, verbetering van de kwaliteit en vermindering van de kwetsbaarheid. Dit heeft in het leveringsgebied van PWN geleid tot negen regionale samenwerkingsverbanden tussen drinkwaterbedrijven, waterschappen en gemeenten. PWN heeft zich hieraan op bestuursniveau gecommitteerd. Via deze samenwerkingen ontstonden tal van uiteenlopende verbeterprojecten. Onder meer op het gebied van assetmanagement, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Met de waterschappen werken we nauw samen op het gebied van waterveiligheid en dynamisch zeereepbeheer. Ook rond het IJsselmeerwater werken we samen, bijvoorbeeld in een proef om medicijnresten te verwijderen uit riooleffluent.
Blauwe netten
Samen versnellen we duurzaamheid. Dit is de gedachte achter Blauwe Netten, een samenwerkingsverband van alle Nederlandse drinkwaterbedrijven. Kennis, ervaring en innovatiekracht worden gebundeld om de watersector verder te verduurzamen. Inkopers en duurzaamheidsexperts stemmen sinds 2017 onderling af over gezamenlijke verbeteringen. Thema’s zijn: klimaatneutraal werken, opwekking van duurzame energie, verduurzamen van chemicaliën voor de waterproductie en een grondstoffenpaspoort voor de materialen waar ondergrondse leidingen van zijn gemaakt.
PWN werkt samen met tal van lokale ondernemers. Zo zijn er horecaondernemers in onze natuurgebieden zoals Gasterij De Kruisberg en Johanna’s Hof. Ook werken we samen met recreatieve ondernemers die in onze gebieden activiteiten verzorgen. Verder onderhouden we goede contacten met boeren in de omgeving, bijvoorbeeld om hun vee te laten grazen in onze gebieden.
PWN bood al stageplekken aan arbeidsparticipanten. Sinds 2019 kunnen leerlingen met een arbeidsbeperking bij PWN ook de opleiding Tuin, Park en Landschap volgen. De opleiding is officieel erkend op mbo-niveau. Een beroepsbegeleidende leerweg, die voor leerlingen met een arbeidsbeperking bij PWN in-company wordt georganiseerd. Het initiatief is het resultaat van een samenwerking met het Clusius College, Groen Start NHN, Landschap Noord-Holland en Heerenbosch (uitzendbureau in het Groen).
De opleiding is een enorme opsteker voor arbeidsparticipanten die vaak minder goed in het reguliere schoolsysteem passen. Subsidie maakt het mogelijk om met kleine klassen te werken. Een docent van het Clusius College is verantwoordelijk voor het didactische aspect van de opleiding. Boswachters en medewerkers van PWN verzorgen gastlessen.
PWN is lid van de Coalitie Het Blauwe Hart Natuurlijk, het samenwerkingsverband rond het IJsselmeer. Samen met partners rond het IJsselmeer participeren we hier in natuurontwikkelingsprojecten en ijveren we voor verbetering van de waterkwaliteit. Bijvoorbeeld door natuurlijke eilanden aan te leggen, door waterzuiverende plantjes (helofyten) uit te zetten en door het ecosysteem beter in balans te brengen.
PWN werkt nauw samen met de Natuurwetenschappelijke adviescommissie PWN (NAP). Dit is een onafhankelijk adviesorgaan van wetenschappers die de directie en de Raad van Commissarissen gevraagd en ongevraagd adviseert over het natuurbeheer in onze gebieden. De NAP komt drie keer per jaar bijeen. De commissie fungeert als klankbord en houdt toezicht op het beheerbeleid met inachtneming van een verantwoorde drinkwatervoorziening in de gebieden.
Hoofdstuk 5 Ons samenspel met de omgeving

PWN biedt mensen met beginnende dementie de mogelijkheid om mee te werken aan licht onderhoud in onze Hoeptuin. Het is voor mensen met dementie van groot belang dat ze actief blijven en dat ze structuur, afleiding en zinvolle bezigheden hebben.
Samen met de stichting DemenTalent en boswachter Dave Nanne hebben we geïnventariseerd wat er in onze tuin gedaan kan worden. Inmiddels werken er vijf vrijwilligers mee aan het lichte onderhoud, ondersteund door twee begeleiders.
Twee bezoekerscentra
Onze bezoekerscentra zijn de ideale voorpost om in contact met de natuur te komen. Letterlijk op de drempel van onze gebieden bieden ze voorlichting en educatieve tentoonstellingen en zijn ze het vertrekpunt voor excursies. Je kunt er zelfs vergaderen.

De wolf komt dichterbij, maar zal hij ooit onze duingebieden weer bevolken? En hoe wenselijk is dat? PWN organiseerde met succes de expositie ‘Door de ogen van de wolf’ in de beide bezoekerscentra. Bezoekers kwamen over dit fascinerende dier van alles te weten naar aanleiding van het vele onderzoek dat over de wolf is uitgevoerd. Want als we straks een discussie over de wolf moeten voeren, dan kunnen we dat maar beter doen met kennis van zaken.
Bezoekerscentrum De Hoep
Dit bezoekerscentrum bij Castricum valt door zijn vorm prachtig samen met het omringende duinlandschap. Centraal in dit centrum is een vaste, interactieve tentoonstelling over water en natuur, regelmatig aangevuld met wisseltentoonstellingen. Er zijn ook diverse vergaderzalen. Daarnaast organiseert het centrum het hele jaar door excursies. De Hoeptuin aan de achterkant van het centrum laat bezoekers alvast het duin in het klein ervaren, met een aangelegd paraboolduin en een duinpoel.
Hoofdstuk 5 Ons samenspel met de omgeving

Bezoekerscentrum De Kennemerduinen
Bij Bloemendaal aan Zee ligt bezoekerscentrum De Kennemerduinen aan de hoofdingang van Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Wie meer wil weten over het nationaal park of een excursie wil boeken kan hier terecht. Ook is er een tentoonstelling over de duinnatuur en de planten en dieren die in het nationaal park leven. Buiten, tegenover het terras, ligt een zand- en waterspeeltuin. Deze werd in 2018 geheel vernieuwd met klimmuren, stoere glijbanen en waterputten.
Veel van de prachtige foto’s in deze jaargids zijn gemaakt door PWN-boswachter en natuurfotograaf Ruud Maaskant. Een selectie van zijn werk uit de afgelopen dertig jaar lag aan de basis van de expositie ‘In het oog, in het hart’. Deze is afgelopen jaar wisselend in de beide bezoekerscentra te zien geweest.
Extra bijzonder aan de expositie was de opstelling waarbij bezoekers de foto’s zelf in hoogte kunnen verstellen. Door het perspectief te veranderen kwamen er nieuwe foto’s tevoorschijn. Zo werden ze toeschouwer en regisseur tegelijk.

Recreatie & beleving
Hoe mensen genieten van de
De natuur trekt als een magneet aan mensen.
Dat is ook niet vreemd want de natuur fascineert, is gezond en geeft ons veel moois.
Hoofdstuk 5 Ons samenspel met de
De duinen van Kennemerland tussen Zandvoort en Bergen worden per jaar ruim 6 miljoen keer bezocht. De bezoekers komen vooral voor de beleving van natuur en de rust, om te genieten en te recreëren. Meer dan driekwart van het aantal bezoeken wordt afgelegd door de half miljoen omwonenden in de omgeving. Maar ook toeristen uit binnenen buitenland weten onze duinen steeds beter te vinden.
We zien verschillende ontwikkelingen die naar verwachting zullen leiden tot een substantiële toename van recreatie en toerisme in deze natuurgebieden. In de Metropoolregio Amsterdam groeit het aantal toeristen de komende decennia met ongeveer dertig procent. Ook de behoefte aan recreatie wordt diverser. Tegelijkertijd zal een opwarmend klimaat in de toekomst ook een grotere trek naar de kuststreken tot gevolg hebben. Hoe gaat PWN hier mee om? In de eerste plaats zien we een rol voor professioneel bezoekersmanagement om het recreatieve gebruik in goede balans te houden met de prachtige natuur. Daarnaast werken we aan duurzame recreatie en toerisme en zoeken we naar manieren om mensen in het hart te raken met al het moois dat de natuur te bieden heeft.
Duurzame recreatie en toerisme
Daarmee bedoelen we recreatie en toerisme naar draagkracht van de natuur en de beleving. Want bezoekers komen primair voor het prachtige duingebied en PWN houdt deze beleving in stand door het duin zorgvuldig en duurzaam te beheren.
Studies laten zien dat de draagkracht van de natuur achteruitgaat als het recreatief gebruik sterk groeit. Ook blijken onze bezoekers rust in de gebieden erg belangrijk te vinden en drukke tijden en plaatsen te mijden. Draagkracht bepaalt dus de grens aan de opvang van recreatie en toerisme. Daarom kiest PWN niet voor kwantiteit en groei, maar voor recreatie en toerisme passend bij de draagkracht en unieke waarden van de duinen. Met een goede en slimme regulering van de groeiende bezoekersstromen zorgen ervoor dat de draagkracht van de duinen niet wordt overschreden.
Natuur in het hart van bezoekers
De twee duingebieden van PWN hebben elk hun eigen unieke identiteit, met bijzondere waarden die als icoon van het gebied worden uitgedragen. Door dit goed over te brengen willen we de harten van mensen raken. Want dat is volgens ons de beste manier om betrokkenheid bij en verantwoordelijkheid voor de natuur te vergroten, draagvlak te krijgen en uiteindelijk mensen uit zichzelf meer te laten bijdragen aan duurzaam duinbeheer.
Met haar gastvrijheid wil PWN mooie ervaringen in de duinen versterken. Dat zit hem bijvoorbeeld in een goede vindbaarheid van de gebieden, in een verrassend en gevarieerd aanbod en in mooie contacten met bezoekers. Prachtige foto’s, bijzondere verhalen, en historie: het draagt allemaal bij aan een dieper gevoelde beleving van de natuur.
Tarief duinkaart vrijwel ongewijzigd
Voor de meeste duinkaarten van het Noordhollands Duinreservaat hebben we de prijs gelijk gehouden. Alleen de papieren jaarkaart werd een euro duurder. Deze verhoging dient om de online verkoop van jaarkaarten te stimuleren. Het tarief voor een papieren jaarkaart is nu € 13,50, die van een online kaartje bedraagt € 12,50.
Iedereen recreëert op zijn eigen manier
De duingebieden zijn erg in trek, tot ver buiten de regio. Mensen zoeken de natuur op voor uiteenlopende vormen van recreatie. PWN geeft mensen de ruimte om volop in de natuur te recreëren, liefst natuurgericht en zo duurzaam mogelijk.
Fietsen
Misschien wel de meest gangbare manier om van de gebieden te genieten is op de fiets. Er ligt een uitgebreid netwerk aan fietspaden die deel uitmaken van het fietsknooppuntennetwerk. Onze bezoekerscentra bieden huurfietsen aan en fietskaarten. Die laatste zijn ook online te vinden op www.natuurwegwijzer.nl.
Wandelen, hardlopen
Wandelaars en renners kunnen in de gebieden hun hart ophalen en komen op plekken waar fietsers het nakijken hebben. Bij speelterreinen mag je zelfs van de paden afwijken. In kwetsbare natuur gelden uiteraard strengere regels, bijvoorbeeld dat honden niet zijn toegestaan.
Sommige paden zijn in het broedseizoen niet toegankelijk. Er zijn tal van wandelroutes gemarkeerd met paaltjes. In het Noordhollands Duinreservaat is ook een NS-wandelroute beschikbaar.
Een uitgebreide kaart met wandelroutes is te koop in onze bezoekerscentra en te vinden op www.natuurwegwijzer.nl. Een bijzondere route is het Wisentenpad. Het wandelpad dwars door het Wisentengebied is van september tot en met februari vrij toegankelijk. Daarbuiten, in het broed- en kalverseizoen, is het gesloten.
Zwemmen
Het meest geschikt voor recreatief zwemmen is duinmeer ’t Wed. Behalve een speelstrand en toiletblokken zijn hier ook andere voorzieningen, zoals vuilnisbakken en zwemlijnen. Er kan het hele jaar worden gezwommen. De kwaliteit van het water wordt gecontroleerd van mei tot november. Het duinwater is doorgaans heel helder en schoon. Soms is er in de zomer bij aanhoudend warm weer kans op zwemmersjeuk.
Paardrijden
De duingebieden bevatten een uitgebreid netwerk aan ruiterpaden. Deze zijn vaak smal, en begaanbaar in twee richtingen. Bij tegenliggers komt het daardoor aan op actief paardrijden. De paden lopen door het begrazingsgebied van paarden, herten en runderen. Deze dieren zijn gewend aan ruiters, maar kunnen toch onvoorspelbaar reageren. Houd daarom de regels in acht. Soms betekent dat met een boogje om de dieren heen rijden. Voor het Noordhollands Duinreservaat is een ruiterkaart nodig. Paardrijden op het strand is toegestaan in de avond en vroege ochtend. Plattegronden en routekaarten zijn te koop in de bezoekerscentra.
Mountainbiken
In het Noordhollands Duinreservaat kun je mountainbiken op maar liefst 143 kilometer aan banen. Dat is op de daarvoor bestemde onverharde paden toegestaan van zonsopkomst tot 10.30 uur. Ook mountainbikers moeten in het bezit zijn van een duinkaart. In het Nationaal Park Zuid-Kennemerland is mountainbiken alleen toegestaan op de fietspaden.
Kamperen
In de duingebieden liggen verschillende campings. Onder de naam van PWN-dochter Kennemer Duincampings profileren Camping Bakkum, Camping De Lakens en Camping Geversduin zich als plekken waar natuurgericht kamperen het uitgangspunt is. Ze organiseren natuurexcursies en geven ook de natuur op het terrein de volle aandacht. De campings ondernemen maatschappelijk verantwoord en gaan bewust om met het milieu. Dit alles maakt dat de campings de hoogst mogelijke milieu-erkenning hebben: de gouden Green Key.
Georganiseerde recreatie
PWN organiseert in de duinen ook allerlei vormen van natuurgerichte evenementen en excursies. Zo kun je op gezette tijden mee met een boswachter, zijn er activiteiten voor kinderen en complete educatieprogramma’s voor schoolklassen.
PWN voert systematisch veiligheidscontroles uit bij bomen in het duin. Aan de hand van de methode Visual Tree Assessment controleren we bomen langs wegen, paden en parkeerplaatsen op loshangende takken, ziektes en holtes.
In 2019 hebben gediplomeerde VTA-controleurs van PWN alle bomen gecontroleerd langs drukbezochte gebieden, zoals het Bergerbos. Afgekeurde bomen zijn verwijderd. Het ging om dode en holle bomen en bomen waarbij hun zwakke plekken niet direct zichtbaar zijn als je erlangs loopt.

PWN organiseert hooglandercolleges voor wie meer vertrouwd wil worden met Schotse hooglanders. Tijdens deze buitenactiviteit op de fiets met een boswachter komen mensen te weten over hoe je deze dieren het best kunt benaderen. De hooglandercolleges worden al een paar jaar gegeven en zorgen ervoor dat mensen hun angst voor deze grote grazers overwinnen.

Recreatie en natuur gaan vaak goed samen. In sommige gevallen leidt intensieve recreatie wel tot schade aan het gebied of verstoring van de natuur. Als duinbeheerder houdt PWN dit goed in de gaten en grijpen we waar nodig in.
Hoofdstuk
Wordt het drukker?
We vermoeden dat de bezoekersaantallen de laatste jaren sterk toenemen. Daar gaat PWN de komende tijd meer onderzoek naar doen. Het laatste cijfer van 6 miljoen bezoeken dateert van steekproeftellingen rond 2000. Sindsdien kunnen we aan de parkeerdruk en het aantal verkochte duinkaarten afleiden dat het drukker is geworden. Ook zien we dat de Metropoolregio Amsterdam de duinen actief promoot voor uitstapjes.
We hebben beter inzicht in de bezoekersstromen nodig om te kunnen bepalen in hoeverre de gebieden deze bezoekersstromen nog aankunnen. Met name de relatie tussen het aantal bezoekers en de afstand tot broedvogels is een kritische factor voor het duurzaam toerisme dat we voorstaan. Daarom hebben we ook draagkrachtonderzoek laten uitvoeren: hoeveel recreanten kan het gebied aan? Zie daarvoor het kader.
De duinen vormen een geliefd terrein voor mountainbikers. Boswachters constateren echter dat er natuurschade ontstaat door het intensieve gebruik van de paden. Sinds 2015 is deze schade fors toegenomen, vooral bij zandpaden in het kwetsbare open duin. Daarom neemt PWN gerichte maatregelen om afsnijden van bochten te voorkomen en schade te herstellen.
PWN overlegt sinds 2004 hierover regelmatig met de Klankbordgroep Fietsregeling. Deze bestaat uit georganiseerde en ongeorganiseerde mountainbikers, wandelaars, fietsers en Stichting Duinbehoud.
Tot het broedseizoen van 2020 brachten 3.700 mensen een bezoek aan het wandelpad door wisentengebeid Het Kraansvlak. Dat waren er 1500 minder dan een jaar eerder. Het verschil komt doordat het gebied dit seizoen twee maanden minder opengesteld was. Door de verhuizing van zeven wisenten uit het Kraansvlak naar Spanje had de kudde extra rust nodig om de balans in de groep te herstellen. Ook voor en tijdens de verhuizing hebben we de kudde extra ruimte gegeven.
Fotografie:
De meeste grote foto’s in dit verslag zijn gemaakt door Ruud Maaskant en Fred van den Bosch, natuurfotografen en boswachters bij PWN.
Overige foto’s:
Evert Jan Woudstra, Dario Duijves, Erik van der Burgt, Martijn van Schaik, Rosalie van der Eng, Jac de Ruiter, Imreël van der Sloot, PWN
Samenstelling, teksten, illustraties en vormgeving: Buro Jung
Eindredactie: PWN, Jade Hurkmans en Myrthe Fonck
Drukwerk: Drukkerij Huighaverlag
© september 2020
PWN
Postbus 2113
1990 AC
023 - 541 33 33
www.pwn.nl
De landduinen van Noord-Holland behoren tot de meest gevarieerde en soortenrijke landschappen van Nederland. Een uniek ecosysteem, waarin bijzondere soorten voorkomen. Kalkminnende planten bijvoorbeeld, zoals slangenkruid, ruig viooltje en grote tijm. Bijzondere insecten, zoals de duinparelmoervlinder, blauwvleugelsprinkhaan en tientallen soorten wilde bijen. Maar ook de zandhagedis, nachtegaal, boommarter en wisent voelen zich hier thuis.
Als natuurbeschermer neemt PWN de verantwoordelijkheid voor deze enorme rijkdom. En bij die verantwoordelijkheid hoort ook verslaglegging. In deze jaargids leggen we daarom verantwoording af over onze inspanningen. We zetten uiteen wat de bijzondere dynamiek in de duinen is en doen verslag van onze activiteiten en hun resultaten. Ook laten we zien hoe het is gesteld met de biodiversiteit en delen we de nieuwste inzichten die het vele onderzoek in de duinen oplevert.
We zijn zuinig op onze duinen, die jaarlijks 6 miljoen bezoekers trekken. Want als wij goed zijn voor de duinen, zijn de duinen goed voor ons.

