Jaarversl ag 2008
Protestantse Theologische Universiteit
1
2
Jaarverslag 2008
Voorwoord
Het is het College van Bestuur een genoegen u zijn jaarverslag 2008 aan te bieden. Hiermee legt het verantwoording af van zijn beleid en geeft het inzicht in de activiteiten en resultaten op de gebieden van het onderwijs en onderzoek, alsook van de dienstverlening in kerkelijke en maatschappelijke zin. Graag spreekt het College van Bestuur de verwachting uit dat kennisneming van het jaarverslag bijdraagt aan de waardering voor wat er in 2008 tot stand is gebracht. Zelf beschouwen we het als een stevige basis voor de verdere ontwikkeling van de PThU, met een nauwe relatie tussen het initieel en postinitieel onderwijs, en met onderzoek dat internationaal op de kaart staat en waarvan belangrijke delen door onze maatschappelijke omgeving als relevant worden ervaren. Dat hier nog veel te winnen is, moge duidelijk zijn. Maar dat we ons in de goede richting bewegen, evenzeer. Verder hopen we dat uit de verslaglegging blijkt dat de PThU ingebed is in een netwerk van samenwerking, met andere instellingen en met collegawetenschappers; en dat duidelijk is dat we dat doen in eigen regie en met een herkenbaar profiel. En dat alles vanuit de intrinsieke verbondenheid met de christelijke traditie. Met theologie die ertoe doet, in kerkelijk ĂŠn maatschappelijk opzicht. Terugkijkend op 2008 hechten we in het bijzonder belang aan de ontwikkeling van onze internationale contacten. Het feit dat we als CvB intensieve werkbezoeken aan Zuid-Afrika en IndonesiĂŤ hebben afgelegd is daarvan mede uitdrukking. In contacten met zusterinstellingen in het buitenland merken we steeds meer hoezeer de combinatie van hoogwaardige disciplinaire wetenschapsbeoefening en een nadrukkelijke oecumenische interesse kenmerkend zijn voor het profiel van de PThU, juist ook in internationaal verband. Erkentelijk voor wat er binnen de PThU gepresteerd is zijn we alle leden van onze universiteitsgemeenschap; zij die onderwijs geven en zij die onderzoek doen, alsook zij die daarin en daarvoor ondersteuning geven. En onze studenten, want om hen gaat het, vooral. We denken in het bijzondere aan de bijdrage van dr. Kune Biezeveld, persoonlijk hoogleraar Vrouwenstudies Theologie. Vorig jaar overleed zij. In haar verloren we een wijs en betrokken medewerker en collega, met grote verdiensten voor de ontwikkeling van haar vakgebied en de opleiding van studenten. Het College van Bestuur, Dr. H.C. van der Sar, voorzitter Prof.dr. F.G. Immink, rector
Protestantse Theologische Universiteit
3
Inhoudsopgave
4
Jaarverslag 2008
Voorwoord
3
Verslag van de Raad van Toezicht
6
Hoofdlijnen beleid
7
Onderwijs
10
Onderzoek
17
Studenten
23
Personeel
28
Bibliotheek en archief
30
Dienstverlening
31
Jaarrekening
36
Bijlage 1: S amenstelling Raad van Toezicht, College van Bestuur, Raad van Toezicht, Universiteitsraad,
58
Raad van Advies, Commissies en Werkgroepen op 31 december 2008 Bijlage 2: Wetenschappelijk verslag over 2008
60
Bijlage 3: Promoties in 2008
74
Bijlage 4: Internationale studiereizen in 2008
75
Bijlage 5: Internationale samenwerking en contacten in 2008
79
Bijlage 6: Publicaties personeel zonder onderzoeksaanstelling in 2008
81
Bijlage 7: Kerkelijk album en aanvragen beoordeling opleiding ordinantie 13-12
82
Protestantse Theologische Universiteit
5
Hoofdstuk 1 Verslag van de Raad van Toezicht
De Raad van Toezicht vergaderde in het verslagjaar vier maal, waarvan één keer gedeeltelijk in afwezigheid van het College van Bestuur. Tijdens twee vergaderingen heeft de Raad de onderzoekprogrammaleiders ontvangen. De belangrijkste besluiten van de Raad van Toezicht in 2008 zijn: - goedkeuring van benoemingen van enkele docenten en hoogleraren - goedkeuring van het jaarverslag en de jaarrekening 2007 van de PThU - goedkeuring van de begroting 2009 Daarnaast hebben de volgende zaken de aandacht van de Raad gevraagd:
De Raad van Toezicht vervult binnen de PThU een tweeledige rol: hij oefent de wettelijke taken en bevoegdheden uit die aan een Raad van Toezicht van een Nederlandse universiteit zijn toevertrouwd en daarnaast heeft hij in opdracht van de synode van de Protestantse Kerk in Nederland een speciale verantwoordelijkheid met betrekking tot de instandhouding van de opleiding van predikanten voor de Protestantse Kerk in Nederland. Het verslagjaar stond voor wat betreft het onderzoek in het teken van verdere versterking van de onderzoeksprogramma’s die gestart zijn in het voorgaande verslagjaar. De Raad van Toezicht heeft zich op de hoogte gesteld van de kaders waarbinnen de participerende onderzoekers op kwaliteit worden beoordeeld. Daarbij staat centraal dat de PThU zich richt op theologiebeoefening in het licht van de protestantse traditie. Daarin wil zij internationaal een vooraanstaande rol spelen. Met betrekking tot het onderwijs heeft de nadruk vooral gelegen op de verdere ontwikkeling van een aantrekkelijk onderwijsaanbod teneinde voldoende studenten te trekken voor zowel de bacheloropleiding als de masteropleidingen van de PThU. Wat betreft de nascholing van predikanten is een begin gemaakt met het doordenken van de consequenties voor de PThU die voortvloeien uit de eerste rapportage van de commissie Veerman. Daartoe is in overleg met het moderamen van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland een werkgroep geïnstalleerd.
6
Jaarverslag 2008
- de ontwikkelingen m.b.t. de theologiebeoefening aan andere Nederlandse universiteiten; - aansluiting van de PThU bij de VSNU op basis van toekenning van de status van levensbeschouwelijke universiteit zoals opgenomen in de nieuwe Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; - overleg met het bestuur van de kerkelijke dienstenorganisatie en het moderamen van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland inzake de noodzaak en wenselijkheid van consolidatie van de jaarrekening van de PThU met de jaarrekening van de kerk; - de relatie tussen de kerk en de Universiteit in het algemeen; - de door het College van Bestuur vastgestelde programmakaders voor het onderzoek van de Universiteit. In het verslagjaar heeft de Raad van Toezicht twee maal overleg gevoerd met het moderamen van de generale synode. Tijdens deze ontmoetingen is gesproken over de wijze waarop de relatie tussen de Protestantse Kerk in Nederland en de PThU vormgegeven kan worden, zodat de wederzijdse betrokkenheid van kerk en Universiteit voldoende voor het voetlicht kan worden gebracht. Tevens zijn afspraken gemaakt over het gevolg geven aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid van kerk en Universiteit voor de werving van predikanten. Samenstelling Raad van Toezicht In verband met het aanvaarden van het scribaat van de Protestantse Kerk in Nederland heeft dr. A. Plaisier zijn lidmaatschap van de Raad van Toezicht van de PThU per 10 juni 2008 neergelegd. Verwacht wordt dat in de loop van 2009 in de vervulling van de ontstane vacature kan worden voorzien. Op 31 december 2008 was de Raad van Toezicht als volgt samengesteld:
- prof.dr. F.A. van der Duyn Schouten (voorzitter) - mw. drs. J.J.Tj. van den Hul-Omta - dr.ir. F. Schutte - prof.dr.ir. M. Wessel - vacature (per 1 mei 2009 ingevuld door mw. ds. G.R. Peetoom)
Hoofdstuk 2 Hoofdlijnen beleid
Werkgeverstaken De commissie Remuneratie van de Raad van Toezicht bestond in 2008 uit prof.dr. F.A. van der Duyn Schouten en dr.ir. F. Schutte. Deze commissie heeft functioneringsgesprekken gevoerd met de leden van het College van Bestuur afzonderlijk en met de beide leden gezamenlijk. Aan de hand van het verslag van deze gesprekken is het functioneren van het College van Bestuur besproken in de Raad van Toezicht. Daarnaast heeft de Raad van Toezicht ook zijn reguliere werkgeverstaken vervuld. Algeheel oordeel De Raad van Toezicht is van oordeel dat de PThU zich in 2008 onder deskundige leiding van het College van Bestuur goed heeft ontwikkeld in de koers die bij de oprichting van de PThU in 2007 is uitgezet. De samenwerking tussen de drie locaties is intensiever geworden. Zowel op het terrein van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek als op het gebied van kerkelijke en maatschappelijke dienstverlening heeft de PThU haar kwaliteit en externe zichtbaarheid vergroot. De studenteninstroom blijft een punt van aandacht. In samenspraak met het moderamen van de Protestantse Kerk in Nederland worden nieuwe initiatieven ontwikkeld om het predikantsberoep beter onder de aandacht van aankomende studenten te brengen. Het financieel jaarverslag laat zien dat het resultaat en de balanssituatie zich in 2008 in gunstige zin hebben ontwikkeld. Dit geeft aanleiding tot dankbaarheid en tevredenheid. Namens de Raad van Toezicht, Prof.dr. F.A. van der Duyn Schouten (voorzitter)
De focus van de activiteiten van de Protestantse Theologische Universiteit lag in 2008 op de opgave deze instelling verder te ontwikkelen als een Universiteit die gaat voor intrinsieke kwaliteit op het gebied van onderwijs en onderzoek. En die dit doet in interactie met de kerkelijke en maatschappelijke omgeving, op een aantrekkelijke en effectieve wijze, met ondernemende en efficiĂŤnte aanwending van de financiĂŤle middelen. EĂŠn en ander stelt hoge eisen aan de kwaliteit van bestuur en management. Om dit te realiseren heeft het CvB in het verslagjaar besloten gebruik te gaan maken van het INK-managementmodel. Ter voorbereiding hiervan is tijdens meerdere werkbijeenkomsten een intensieve verkenning uitgevoerd onder leiding van een deskundige van INK. Hierin is vastgesteld wat de belangrijkste strategische en concrete doelstellingen zijn die voortvloeien uit de in het instellingsplan geformuleerde ambities en die moeten worden gerealiseerd binnen de primaire processen onderwijs, onderzoek en dienstverlening. Hierbij komt het onder meer aan op het bepalen van de factoren die van overwegende invloed zijn op het bereiken van de gestelde doelen, alsook op het goed uitzetten en bewaken van de bestuurs- en managementprocessen met speciale aandacht voor de samenwerking tussen wetenschappelijk en ondersteunend personeel. Dit alles moet in het academisch jaar 2009/2010 leiden tot een strategische agenda voor de verdere toekomst van de Universiteit en in 2011 tot finale besluitvorming. Hiermee zijn - in samenhang - de beide uitdagingen verwoord, waar de Universiteit voor staat: a) hoe een goed en aantrekkelijk protestants universitair centrum voor theologie te zijn, met vestigingen te Utrecht, Kampen, Leiden en een nascholingsinstituut te Doorn en b) hoe hieraan ook in de toekomst vorm te geven.
Protestantse Theologische Universiteit
7
Terugkijkend meent het CvB te mogen vaststellen, dat er in 2008 een forse stap voorwaarts is gezet op de weg die in 2007 is ingeslagen met de vorming van één protestantse theologische universiteit, met zelfstandige bachelor- en masteropleidingen en eigen onderzoeksprogramma’s. Beide mede gericht op kerkelijke en maatschappelijke dienstverlening, onder meer in de vorm van nascholing van predikanten (grotendeels op het seminarium Hydepark) en het organiseren van studiedagen, seminars en symposia. Wat het onderwijs betreft is duidelijk dat het in Utrecht en Leiden de nodige tijd en inspanning heeft gekost de predikantsopleiding binnen de tweede fase van de bachelor-masterstructuur op te zetten en curriculair in te vullen. Te meer was dat lastig, daar deze ingrijpende verandering tegelijk moest worden gerealiseerd met het invoeren van competentiegericht onderwijs. Inmiddels is de ervaring dat dit goeddeels gelukt is, niet alleen in organisatorisch en didactisch opzicht, maar evenzeer wat betreft de toenemende belangstelling van studenten. Uitdaging blijft overigens de vraag hoe studenten te Utrecht en Leiden op enigerlei wijze te binden aan de PThU, niet pas na maar al tijdens hun studie aan de UU en UL. De toekomst zal moeten uitwijzen of het lukt het merendeel van de afgestudeerde bachelorstudenten rechtstreeks in de driejarige masteropleiding van de PThU te zien instromen, in plaats van via het facultaire masterjaar. Gebleken is dat concurrentie op dit punt de goede verhoudingen met de faculteiten Geesteswetenschappen van UU en UL niet onder druk hoeft te zetten. De beide eigen bacheloropleidingen van de PThU te Kampen stonden in het teken van aankomende of gerealiseerde herstructureringen. Zo was de bacheloropleiding ‘Theologie Klassiek’ voorwerp van een grondige evaluatie. Inmiddels heeft deze evaluatie plaatsgevonden. Deze biedt voldoende aanknopingspunten om de aantrekkelijkheid en studeerbaarheid van de bacheloropleiding te vergroten. Verheugend is de blijvende belangstelling voor de bacheloropleiding onder afstandstudenten. De PThU is ook dit jaar weer in staat gebleken een nieuw cohort van deze groep studenten, die zich kenmerkt door een hoogst interessante variëteit aan achtergronden, aan zich te binden. Aandachtspunt is wel de constatering dat de rendementen gemiddeld niet gelijk opgaan met die van de voltijdse studenten. Het individueel onderscheiden studietempo is hiervoor weliswaar een verklaring, maar dat neemt de zorg op dit punt niet weg. In samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam en de Christelijke Hogeschool Windesheim Zwolle, en met
8
Jaarverslag 2008
medewerking van de Rijksuniversiteit Groningen is per september 2008 een gezamenlijke HBO-WO-bacheloropleiding ‘Geloof, Cultuur en Samenleving’ gestart, binnen de accreditatie van de bacheloropleiding ‘Theologie Plus’. De tijd is nog te kort om naar de toekomst toe zeker te zijn van de aantrekkingskracht op WO-studenten; iets dat van de HBO-studenten al wel gesteld kan worden. De eenjarige masteropleiding ‘Verdieping’, met een sterk oecumenisch profiel, blijkt te voorzien in de behoefte van met name buitenlandse studenten. Dat deze Engelstalige opleiding extra inspanning van de docenten vraagt wat betreft de begeleiding is duidelijk, maar het opvallend hoge rendement is er dan ook naar. Van de masteropleidingen ‘Gemeentepredikant’ en ‘Predikant/ Geestelijk verzorger’ geldt dat deze stevig staan, waarbij de instroom in de eerste is toegenomen en die in de tweede achterblijft bij de verwachtingen. Ten aanzien van het onderzoek is evident dat er aanzienlijke vorderingen gemaakt zijn wat betreft de ontwikkeling van een eigen onderzoeksprofiel in elk van de drie programma’s. Deze profielen dragen in hoge mate bij aan de strategische positionering van het PThU-onderzoek in (inter)nationale disciplinaire en thematische netwerken. Tegelijkertijd bieden ze een goed kader voor de individuele ontplooiing van de onderzoekers. Dit geldt ook voor de betekenis van de in 2008 ontwikkelde Graduate School voor de opleiding van jonge promotieonderzoekers, vanuit het adagium ‘onderwerp volgt talent’. Hierop gericht is ook het honoursprogramma binnen de masteropleidingen van de PThU. Met genoegen stelt het CvB vast dat de omvang 2e/3e geldstroom in het verslagjaar markant gestegen is. De vaak majeure inspanningen om dit te realiseren blijken niet tevergeefs, en dat motiveert de onderzoekers om ondernemend, alert en creatief te zijn. Hoog op de agenda van de programmaleiders staat de internationalisering van het onderzoek, zowel op het niveau van de onderzoeksgroepen als daarbinnen van de individuele onderzoekers. Uit bijlage 5 blijkt hoe divers de buitenlandse contacten, alsook hoe accentuerend daarbinnen de institutionele contacten zijn. Daarnaast is duidelijk welke unieke kansen de PThU heeft om haar onderzoekslijnen niet alleen in wetenschappelijke, maar ook in oecumenische lijnen uit te zetten. Het aantal promoties in het verslagjaar is negen, waar er bij de vorming van de PThU nog gerekend werd met gemiddeld vijf. Ter vergelijking: in 2007 waren het er vier. Een evaluatie van de publicatielijsten leerde overigens ook dat er de komende
Dr. H.C. van der Sar, bestuursvoorzitter PThU: ‘De kwaliteit en de breedte waarborgen’
jaren expliciet ingezet dient te worden op het genereren van onderzoek dat uitmondt in het schrijven van internationaal erkende wetenschappelijke monografieën. Waar hiervoor aanscherping van het personeelsbeleid noodzakelijk is, ziet het CvB goede mogelijkheden hierin extra te investeren. Op het gebied van de kerkelijke dienstverlening is in het verslagjaar veel aandacht uitgegaan naar de nascholing van predikanten binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Deze nascholing krijgt meer en meer het karakter van postinitieel onderwijs met academische standaarden. Het lukt steeds beter de voordelen van de inbedding van deze nascholing binnen de PThU te verzilveren: hoogwaardig en onderscheidend onderwijs, exclusief gericht op het beroep, het ambt en de persoon van de theologische professional, met name de predikant. Het is dan ook met bijzondere belangstelling en inzet dat het CvB de voorstellen van de commissie Veerman volgt. De PThU heeft hoge verwachtingen van het vervolg van deze voorstellen, gericht op permanente educatie van de predikanten in hun doorgaande ontwikkeling als vakmensen en specialisten met een kerkelijke verantwoordelijkheid en een publieke uitstraling. De maatschappelijke dienstverlening is met name gericht geweest op transfer en valorisatie van binnen de PThU verricht onderzoek. Naast een veelheid aan activiteiten van individuele onderzoekers, is de aandacht in georganiseerd verband vooral gericht geweest op de zorgsector, een sector waarin vanouds vragen inzake levensbeschouwing en spiritualiteit mede constituerend zijn voor de diensten die hier geboden worden. Het CvB staat positief tegenover de initiatieven die in het verslagjaar genomen zijn om in deze vorm van dienstverlening vanuit de Universiteit nauw samen te werken met andere - en meest - complementaire partners. Het CvB realiseert zich dat er op het gebied van de maatschappelijke dienstverlening aanzienlijk meer activiteiten te ontwikkelen zijn, zij het - eerder in termen van kans dan als begrenzing - steeds op básis van lopend onderzoek binnen de PThU-programma’s.
Een jaar na de oprichting heeft de Protestantse Theologische Universiteit een instellingsplan opgesteld, met doelstellingen op lange termijn. ‘Wij hebben daarbij gelet op een goed besluitvormings- en verantwoordingsproces. Als je dat niet systematiseert, loop je de kans dat je je plannen niet realiseert. Wij willen dat doen met het INK-model, een systeem om de kwaliteit te waarborgen’, zegt dr. H.C. van der Sar, voorzitter van het College van Bestuur van de PThU. ‘Wij moesten één organisatie maken en tezelfdertijd binnen die organisatie zuinig zijn op de verschillende tradities. En dat gaat niet vanzelf. Het moet namelijk niet ten koste gaan van de efficiëntie. Ik zou willen dat de PThU net zo breed is als de Protestantse Kerk in Nederland. Ik zou het jammer vinden als de kerk eenkennig of eenzijdig zou zijn. De PThU moet die breedte stimuleren. Dat stelt hoge eisen aan je organisatie’, aldus de voorzitter. Het INK-model moet niet rigide gehanteerd worden, vindt hij: ‘Kwaliteit blijkt uiteindelijk uit wat de mensen doen in onderwijs, onderzoek en maatschappelijke dienstverlening, de derde poot van de PThU. Ik hoop dat de waardering voor publicaties en lezingen van hoogleraren als Frits de Lange, Herman Noordegraaf of Gerrit de Kruijf afstraalt op de PThU als geheel.’
Uit de verslaglegging in de jaarrekening 2008 blijkt dat de PThU er ook in financieel opzicht goed voorstaat. Het forse positieve resultaat - grotendeels veroorzaakt door eenmalige gebeurtenissen en besluiten - betekent een versterking van de vermogenspositie van de Universiteit. Het feit dat een deel van dit resultaat evenwel het gevolg is van het niet meteen (kunnen) vervullen van vacatures is voor het CvB aanleiding in dezen een meer pro-actief beleid te gaan voeren.
Protestantse Theologische Universiteit
9
Hoofdstuk 3 Onderwijs
De PThU biedt een hoogwaardige theologische opleiding voor vrouwen en mannen die een verantwoordelijke positie ambiëren: - predikanten die theologisch en professioneel bekwaam zijn; - predikanten die werkzaam zijn in de geestelijke verzorging; - theologen die werkzaam zijn in het (voortgezet) onderwijs; - theologen die leiding kunnen geven in organisaties en werkvelden waar theologische expertise relevant is; - theologen die bekwaam zijn om posities te bekleden in het hoger onderwijs. De PThU creëert daartoe een intellectueel uitdagende leeromgeving waarin een herkenbare diversiteit aan theologische bachelor- en masteropleidingen gestalte krijgt. Persoonlijke studiebegeleiding en commitment van docenten en studenten zijn kenmerkend voor het onderwijs aan de PThU. De interactie tussen religie en maatschappelijke/culturele contexten en de veranderingen die zich mondiaal voltrekken op het gebied van geloof, kerk en religie vormen belangrijke aandachtsgebieden binnen het onderwijsbeleid van de PThU. De Universiteit geeft buitenlandse studenten daarom de kans aan de PThU te studeren en PThU-studenten om een deel van de opleiding in het buitenland te volgen. Aansturing Onder eindverantwoordelijkheid van het College van Bestuur is het management van het onderwijs belegd bij de directeur Onderwijs, die de opleidingscoördinatoren ten behoeve van de vestigingsplaatsen Utrecht/Leiden en Kampen en de nascholing aanstuurt.
10
Jaarverslag 2008
3.1 Belangrijkste ontwikkelingen beleid en management van het onderwijs
3.1.1 Bacheloropleidingen a) De bacheloropleiding ‘Theologie Klassiek’ (vestiging Kampen) is een brede disciplinegeoriënteerde bacheloropleiding die bij uitstek voorbereidt op de driejarige masteropleidingen tot predikant. Na een reeks van jaren waarin ervaring met de opleiding is opgedaan leven zowel onder de wetenschappelijke staf als onder studenten wensen tot verbetering en herziening. Daarom is met het oog op een midterm review door het College van Bestuur een projectgroep ingesteld met als taak de opleiding te evalueren en voorstellen te doen tot herziening van het curriculum met ingang van september 2009 (voor de afstandstudie een jaar later). Daarbij kan dan tevens worden gebouwd aan de gelijktrekking van de door de PThU aangeboden cursussen tot een standaard van 5 ECTS. b) Per 1 september 2008 is de bacheloropleiding ‘Geloof, Cultuur en Samenleving’ van start gegaan, die binnen de WO-route een nieuwe vormgeving van de bacheloropleiding ‘Theologie Plus’ behelst. De beoogde synergie van studenten op de HBO- en de WO-route is op zichzelf bereikt (grotere groepen die de cursussen volgen, grensverkeer van studenten die gemakkelijk van de ene op de andere route kunnen overschakelen wanneer zij beter inzicht krijgen in hun persoonlijke capaciteiten, zonder van context te hoeven wisselen in hun opleiding), het aantal inschrijvingen voor de WO-route valt vooralsnog enigszins tegen. c) Op het terrein van de realisering van de instroomeisen voor de masterprogramma’s is voortgang geboekt. Met de Christelijke Hogeschool Ede is overeenstemming bereikt over doorstroomprogramma’s - in aansluiting bij eerdere afspraken die gemaakt zijn met de Christelijke Hogeschool Windesheim, zij het op iets andere wijze - naar alle vestigingsplaatsen van de PThU, vanuit een ingebouwde premaster in het HBO-bachelorprogramma. Het departement Godgeleerdheid van de Faculteit der Geesteswetenschappen van de UU deelde mee dat enkele cursussen die eerder noodgedwongen alleen in het masterprogramma konden worden aangeboden, bij nader inzien bij voorkeur toch in het bachelorprogramma zullen worden geplaatst, wat door de PThU positief begroet is.
Dr. G.C. de Vries, opleidingscoördinator Geloof, Cultuur, Samenleving (GCS): ‘Samen optrekken van hbo- en wo-studenten is uniek in Nederland’
3.1.2 Masteropleidingen a) B ij de vormgeving van de eenjarige masteropleidingen (vestiging Kampen) wordt gezocht naar het bedienen van nieuwe doelgroepen. Zo wordt bezien, in hoeverre voor de profielstudie ‘Theologie en Educatie’ binnen de master ‘Verdieping’ vaste samenwerkingspartners kunnen worden gevonden voor het opleiden van godsdienstleraren die zowel over een wetenschappelijk-reflexief als een beroepsgerichtdidactisch instrumentarium beschikken. En voor de master ‘Mens & Zorg’, die als aanbod aan geestelijk verzorgers in de gezondheidszorg zonder ambtsbevoegdheid wordt afgebouwd, wordt een doorstart gerealiseerd in de richting van het opleiden van voorgangers in het justitiepastoraat met een achtergrond in migrantenkerken. b) De implementatie van een aantal in het kader van de accreditatieaanvraag van de masteropleiding ‘Predikant’ te Utrecht en Leiden geformuleerde voornemens is nog gaande. In het verslagjaar is besloten tot het invoeren van een cursus Pastorale Training voor studenten van de vestiging Utrecht op het seminarium. c) Een projectgroep heeft het beroepsvoorbereidende deel van de masteropleidingen ‘Predikantschap’ en ‘Geestelijke verzorging’ te Kampen geëvalueerd en voorstellen tot verbetering ontwikkeld, die door het bestuur zijn overgenomen. Voorzien is in een tweede instroommoment voor het ‘traject taakvelden’. Dit moet het voor afstandstudenten, die zich nu ook voor deze masters kunnen gaan inschrijven, gemakkelijker maken om het beroepsvoorbereidende en stagegeoriënteerde deel van de opleiding te volgen met desgewenst een afwisseling van meer en minder intensieve studie-inzet (bijvoorbeeld afwisseling van semesters waarin veel werkopdrachten en terugkomdagen zijn opgenomen, met semesters waarin eerder in de eigen tijd literatuur wordt bestudeerd en opdrachten worden voorbereid). De reacties onder de beoogde studerenden op de voorstellen zijn positief. d) Op de vestigingen Utrecht en Leiden zijn kennismakingsbijeenkomsten belegd met bachelorstudenten van de andere universiteiten die zich (willen) inschrijven in het kerkelijk album. Een werkgroep heeft voorstellen ontwikkeld voor de werving van masterstudenten in bredere zin.
‘Het is voor Nederland uniek dat hboen wo-studenten gezamenlijk optrekken’, zegt dr. G.C. de Vries, coördinator van de Bachelor Plusopleiding Geloof, Cultuur en Samenleving. Daarin werkt de PThU, een wo-instelling, samen met de Christelijke Hogeschool Windesheim, een hbo-instelling. Verder participeren de Vrije Universiteit en de Rijksuniversiteit Groningen in de nieuwe opleiding. De nieuwe opleiding is bedoeld voor studenten die geïnteresseerd zijn in de maatschappelijk-culturele verschijnselen van religie en die niet zozeer het predikantschap op het oog hebben. Het onderwijs wordt grotendeels samen gevolgd. De hoop is dat de hbo-studenten leren van de verdiepende vragen van de wetenschappelijke kant en dat de wostudenten leren van de praktijkgerichtheid van de hbo-kant. ‘De studenten vinden het leuk om samen te studeren’, zegt De Vries. Voor de hbo-studenten uit Zwolle is studeren in Kampen met zijn chique gebouwen en bibliotheek ‘wel een feestje op zichzelf’. Er is weinig uitval. Het feit dat de studenten met leeftijdgenoten onder elkaar zijn, is bovendien belangrijker dan de verschillen tussen wo en hbo. Ook de docenten zijn in het algemeen enthousiast. ‘Ik hoop dat de goede start zich zal doorzetten’, aldus De Vries.
Protestantse Theologische Universiteit
11
3.2 Internationalisering Erasmus In het kader van het Erasmusprogramma van de EU is een overeenkomst gesloten met de Karel Universiteit in Praag. Deze overeenkomst brengt het totaal aantal overeenkomsten, dat gericht is op het faciliteren van studenten- en docentenuitwisseling in Europa, samen met de reeds bestaande afspraken met de Humboldt Universität te Berlijn en de universiteit te Debrecen (Hongarije) op drie. Het streven is om dit aantal uit te breiden met Erasmuspartners elders in Europa, zodat de keuzemogelijkheid voor studenten om deel te nemen aan uitwisselingsprogramma’s wordt verruimd. Gebleken is dat in 2008 door studenten van de PThU geen gebruik is gemaakt van de uitwisselingsfaciliteiten die door de gesloten overeenkomsten zijn geregeld. Het onder de aandacht brengen van de mogelijkheden die deze overeenkomsten bieden voor studenten vormt daarom voor het volgende jaar een belangrijk aandachtspunt. Dit betekent een intensivering van de voorlichting onder studenten hieromtrent. Als instrument ter bevordering van het benutten van de mogelijkheden een deel van de studie in het buitenland te volgen, wordt het toekennen van bescheiden stimuleringssubsidies door het College van Bestuur ingezet. Buitenlandse studenten aan de PThU Medio 2008 volgden zeven buitenlandse studenten met een beurs van de PThU of de Council for World Mission uit Londen de Engelstalige masteropleiding aan de vestiging in Kampen. Landen van herkomst zijn: India, Japan, Myanmar en Zambia. Daarnaast verbleven enkele PhD-studenten uit het buitenland voor kortere of langere tijd aan de Universiteit om aan hun onderzoek te werken. Omgekeerd nam in 2008 een aantal Nederlandse PThUpromovendi deel aan bijeenkomsten van internationale onderzoeksnetwerken zoals het doktorand/innenkolloquium Kiel-Leiden-Zürich en de Promovierenden Beratung Basel-Göttingen-Utrecht. Gastcolleges Diverse stafleden van de PThU verzorgden gastcolleges bij verschillende buitenlandse (partner)instellingen. Te noemen zijn de gastcolleges aan het Northern Theological Seminary (NTS) in Pretoria, het Justo Mwale Theological Institute in Zambia en gastcolleges aan diverse theologische opleidingen in Korea en Indonesië. Omgekeerd werden er ook gastdocenten verwelkomd aan de PThU, waaronder prof. Schneider uit Chicago en prof. Hermelink uit Göttingen.
12
Jaarverslag 2008
Groepsreis Israël In januari 2008 ondernam een tweetal docenten, prof.dr. A. Houtman en dr. G.J. van Klinken, samen met vijftien studenten als onderdeel van hun judaica studie een tiendaagse reis naar Israël onder de titel ‘Het Heilige Land in opspraak’. Deze reis was onder meer georganiseerd door emeritus hoogleraar van de PThU, prof.dr. S. Schoon, en de Stichting Communications Middle East (C.O.M.E.). Bezoek Hyderabad Dr. G.M. Speelman verbleef op uitnodiging van de directeur van het Henri Martyn Institute enkele weken In Hyderabad (India) om de mogelijkheden voor samenwerking in tripartiete verband (Kerk in Actie - PThU - HMI) nader te verkennen.
3.3 Kwaliteit Kwaliteitszorgsysteem In het verslagjaar is op alle vestigingen gestalte gegeven aan een cyclisch systeem van kwaliteitszorg voor het onderwijs. Dit systeem is geënt op het INK-managementmodel, waarin het NVAO-accreditatiekader is verwerkt. Ten behoeve van het studiejaar 2008-2009 wordt het kwaliteitszorgsysteem verder ontwikkeld. Het streven daarbij is de procesbeschrijvingen van het onderwijs zodanig te integreren met het systeem van kwaliteitszorg, dat zowel alle benodigde managementinformatie ten behoeve van beleidsmatige sturing als informatie die nodig is om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken en verbeteren, ontleend kan worden aan het nieuw opgezette kwaliteitszorgsysteem. Met het oog op het streven naar een meer integraal kwaliteitszorgsysteem is in het verslagjaar veel tijd geïnvesteerd in het ordenen en beschrijven van de processen rond het onderwijs. Dit heeft niet alleen opgeleverd dat een goede basis is gelegd voor het genereren van relevante managementinformatie, maar ook dat de samenwerking van de onderwijsondersteuners van de verschillende vestigingen zich in positieve zin heeft ontwikkeld. Bovendien biedt een verbeterd zicht op de onderwijsprocessen de mogelijkheid deze efficiënter te laten verlopen. Zo heeft de betere stroomlijning van het cursusevaluatieproces tot gevolg gehad dat ook de cursussen die op de vestiging Kampen worden gegeven, net als in Leiden/ Utrecht structureel op dezelfde wijze worden geëvalueerd.
Prof.dr. F. de Lange, hoogleraar Ethiek: ‘Ook de PThU houdt zich bezig met het nieuwe ouder-worden’
Aandachtspunten kwaliteit van onderwijs De volgende zaken met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs hebben aandacht gevraagd: - De eenheid van de opleidingen op de verschillende vestigingen is bevorderd onder meer door wederzijdse docenteninzet in gevallen van ziekte of vacature, alsook door de opstelling van een gezamenlijke, vestigingsoverschrijdende regeling met betrekking tot de vereisten tot de masterthesis. - En in het kader van de verbetering van de onderwijskundige kwaliteit van het docentencorps is twee maal een cursus ‘Competentiegericht leren en toetsen’ gehouden, waarbij dankzij het convenant met de Universiteit Leiden een beroep kon worden gedaan op het ICLON. - Op de vestiging Kampen is het gebruik van Blackboard geïmplementeerd. Docenten maken in toenemende mate gebruik van de digitale leeromgeving die Blackboard biedt. In het studiejaar 2008-2009 zal een specifieke evaluatie van de toepassing van Blackboard in het onderwijs aan de vestiging Kampen worden georganiseerd. - De plagiaatsoftware ‘Ephorus’ is gekoppeld aan Blackboard. Ook hiervan zal de toepassing specifiek worden geëvalueerd in het studiejaar 2008-2009. - Met betrekking tot het digitale portfolio voor afstandstudenten van de bachelor ‘Theologie Klassiek’ is extra aandacht vereist. De implementatie hiervan heeft problemen opgeleverd. Met name de benaderbaarheid ervan verdient verbetering, alsmede de communicatie erover richting studenten en docenten. De verantwoordelijken voor de onderwijsondersteuning van de PThU en de LOI zullen zich inspannen deze punten te verbeteren. Halverwege 2009 zal in het kader van de evaluatie van het verbeterplan 2006 voor het afstandonderwijs worden bezien in hoeverre deze verbeterpunten zijn gerealiseerd. - De visie op onderwijs en toetsing van de PThU is doorgevoerd in het competentiegericht onderwijs van de predikantsopleidingen. - De opzet van de studentenbegeleiding evenals de begeleiding zelf verdienen verbetering. Naar verwachting wordt dit in het studiejaar 2009-2010 afgerond.
Veel predikanten zijn geïnteresseerd in de PThU-masterclass ‘Ouder Worden in Perspectief’. ‘Net als de samenleving vergrijzen ook kerkelijke gemeenten. Ook daar zie je enerzijds vitale ouderen, maar ook veel problemen in deze leeftijdsgroep’, zegt prof.dr. F. de Lange, onder wiens leiding deze masterclass dit voorjaar voor de tweede keer wordt gehouden. De PThU werkt hierin samen met de stichting Reliëf, een vereniging van christelijke zorgaanbieders. De masterclass is bedoeld voor mensen die professioneel met ouderen(vraagstukken) werken: geestelijk verzorgers, predikanten, ouderenadviseurs, managers uit de ouderenzorg en bestuurders van ouderenbonden. Doel van de over tien maandagen verspreide cursus is reflectie op de betekenis van ouderworden, voor een deel toegespitst op het eigen leven, en scholing met betrekking tot de eigen begeleidingspraktijk van ouderen in hun omgang met levensvragen. ‘Er is veel behoefte aan een cursus die gericht is op zingeving en een algemene visie op het nieuwe ouder-worden’, aldus De Lange. Centraal staat wat de zin en betekenis van de tweede levenshelft is. In het kader van de masterclass zijn er allerlei activiteiten op de PThU. De Lange is in zijn onderzoek sterk bezig met vragen rond ouderdom.
Protestantse Theologische Universiteit
13
3.4 Rendementen Rendementen worden uitgedrukt in aantallen doctoraal examens, bachelor-, master- en kerkelijke examens van het studiejaar 2007-2008 in relatie tot het studiejaar 2006-2007.
Doctorale examens Bachelorexamen Masterexamen Kerkelijk examen
Aantal 1-9-06 t/m 31-8-07 11 21 14 62
Aantal 1-9-07 t/m 31-8-08 5 19 27 40
In onderstaande tabel wordt per opleiding, per cohort de voortgang uitgedrukt in het percentage behaalde studiepunten ten opzichte van het aantal nominaal te behalen studiepunten.
Voltijdopleiding Bachelor ‘Theologie Klassiek’
Master ‘Verdieping’
Master ‘Gemeentepredikant’ Master ‘Predikant-Geestelijk verzorger’ Master ‘Predikantschap’
Master ‘Geestelijke verzorging’
* Geen studenten in dit cohort.
14
Jaarverslag 2008
Cohort 2007 2006 2005 2004 2007 2006 2005 2004 2007 2007 2007 2006 2005 2004 2007 2006 2005 2004
% behaalde studiepunten t.o.v. aantal mogelijke studiepunten 68 94 100 100 94 83 84 80 69 * 64 92 92 100 100 * 100 100
Deeltijdopleiding Master ‘Gemeentepredikant’ Master ‘Predikant-Geestelijk verzorger’
Cohort 2007 2007
% behaalde studiepunten t.o.v. aantal mogelijke studiepunten 84 97
% behaalde studiepunten t.o.v. aantal Verkorte opleiding Bachelor ‘Theologie Klassiek’
Master ‘Theologie Plus’
Master ‘Verdieping’
Master ‘Predikantschap’
Master ‘Geestelijke verzorging’
Master ‘Mens & Zorg’
** Geen studenten in dit cohort.
Cohort 2007 2006 2005 2004 2007 2006 2005 2004 2007 2006 2005 2004 2007 2006 2005 2004 2007 2006 2005 2004 2007 2006 2005 2004
mogelijke studiepunten 36 82 93 100 76 95 ** 45 47 56 59 34 84 90 97 100 ** ** ** 100 59 ** ** 100
Prof.dr. H.P. de Roest, hoogleraar Praktische Theologie: ‘Internationale contacten over de toekomst van de kerk en nieuwe vormen van kerk-zijn’ Wat is de kerk? Voor wie is de kerk? Wat is nog de betekenis van de kerk? Deze ecclesiologische vragen komen aan de orde in het ‘Ecclesiological Investigation Network’, dat publicaties op dit terrein wil stimuleren. De inbreng van prof.dr.
Ter toelichting op bovenstaande tabellen kan het volgende worden opgemerkt:
H.P. de Roest is vanuit de praktischtheologische hoek: ‘In zo’n netwerk is een sterke interesse voor en respons op
- De voltallige cohorten 2004 en 2005 hebben op 31 augustus 2008 hun opleiding met goed gevolg afgerond. - De rendementscijfers van het cohort 2006 rechtvaardigen de verwachting dat dit cohort binnen de nominale studieduur de opleiding afrondt. - Het rendement van het cohort 2007 van de bachelor ‘Theologie Klassiek’ voltijd blijft fors achter bij de oudere cohorten ondanks de extra begeleiding die deze groep studenten heeft ontvangen van hun coach en de studentendecaan. - Ook in de verkorte opleiding van de bachelor ‘Theologie Klassiek’ hebben de studenten uit cohort 2007 nogal wat vertraging opgelopen. - Uit de rendementscijfers van het cohort 2007 van de verkorte bachelor ‘Theologie Plus’ blijkt dat niet alle studenten deze schakel voor de eenjarige masteropleidingen binnen de daarvoor gestelde termijn weten af te ronden. - Het rendementscijfer van studenten die de eenjarige master ‘Verdieping’ in deeltijd volgen ligt rond de 50%. Dit cijfer ligt lager dan het te verwachten rendementscijfer op grond van nominale studiebelasting. Dit kan worden verklaard uit de noodzaak voor nagenoeg alle studenten in het tweede jaar om naast de voorbereiding en het schrijven van de masterthesis, ook nog één of meer andere cursussen van hun hoofdvak te moeten afronden. - Het thesistraject levert voor veel Nederlandse studenten studievertraging op. Via de ontwikkeling van een richtlijn voor begeleiding en studieplanning ten behoeve van studenten en docenten met betrekking tot het hoofdvakjaar wordt ingezet op een verhoging van het studierendement in dit traject. - De voornamelijk buitenlandse voltijdstudenten van de master ‘Verdieping’ ronden de studie grotendeels af binnen één jaar, de periode welke samenvalt met de maximale geldigheidsduur van hun verblijfsvergunning. - Het rendementspercentage van de eenjarige master ‘Mens & Zorg’ voor wat betreft het cohort 2007 houdt verband met het feit dat de daarvoor ingeschreven studenten de opleiding in deeltijd volgen. Op basis van de op hun situatie toegesneden studieplanning, die is ingericht op een tweejarig programma, kan de verwachting worden uitgesproken dat zij overeenkomstig hun planning de studie zullen afronden met een examen. - Voor wat betreft de vestigingen Utrecht en Leiden zijn uitsluitend rendementscijfers van het cohort 2007 berekend. Dit hangt samen met de start van de driejarige master
jouw werk.’ Het onderzoek van de leden van dit oecumenische internationale netwerk is te kenschetsen als reflectie op de toekomstmogelijkheden van de christelijke geloofsgemeenschap in geheel nieuwe omstandigheden, aldus De Roest: ‘De kerken zijn in de marge van de samenleving terechtgekomen.’ De Roest is daarnaast voorzitter van de voorbereidingscommissie van de tweejaarlijkse conferenties van theologische academische opleidingen in Oost-Europa en in Nederland. Een bepaald thema wordt besproken vanuit een bijbels-theologische, systematische, praktisch-theologische en kerkhistorische invalshoek. Een van de thema’s was de identiteitsvormende functie van klassieke teksten binnen een gemeenschap. Volgend jaar komt de familie aan bod. Ook is De Roest betrokken bij een internationaal verband van wetenschappers die ontwikkelingen in geloofsgemeenschappen bediscussiëren. Het betreft de sociale plek en roeping van gemeenten en de missionaire communicatie. ‘De bijeenkomsten van het verband zijn inspirerend’, zegt De Roest: ‘Mede door een dagelijkse, spirituele manier van bijbel lezen.’
Protestantse Theologische Universiteit
15
‘Gemeentepredikant’ in september 2007. Uit de rendementscijfers blijkt dat deeltijdstudenten relatief meer studiepunten hebben behaald dan voltijdstudenten. Binnen de groep voltijdstudenten is de studievoortgang sterk wisselend. Deeltijdstudenten volgen over het geheel genomen een strakkere studieplanning, gegeven de combinatie van werk en gezin met de studie. - De driejarige master ‘Predikantschap’ en de master ‘Geestelijke verzorging’ op de vestiging Kampen kennen een hoog rendementspercentage. Er is weinig tot geen uitval in deze driejarige masters. Wanneer studenten vertraging oplopen, heeft dit te maken met de situatie dat bij de start de bacheloropleiding nog moet worden afgerond, ofwel vertraging bij het inleveren van het eindwerkstuk uit de taakvelden dan wel bij het thesistraject.
Afstandonderwijs Bachelor ‘Theologie Klassiek’ (PThU/LOI)
Cohort 2007 2006 2005 2004 2003 2002
Klaar 0 0 0 0 1 2
Nog studerend op 1-9-08 32 16 14 7 2 6
Gestopt 15 (32%) 15 (48%) 43 (75%) 24 (77%) 9 (75%) 11 (58%)
- Een groot deel van de studenten van de afstandsopleiding staakt de studie binnen één of twee jaar. Ongeveer een kwart van de studenten die aan de afstandstudie begint blijft na de eerste twee jaren ingeschreven en behaalt studieresultaten. Tot de jongste cohorten 2005 t/m 2007 behoren relatief veel studenten die (nog) geen resultaten hebben behaald, waardoor de rendementen in die jaren lager uitvallen dan de cohorten 2002 t/m 2004. - Het in positieve zin afwijkende rendementscijfer van het cohort 2003 kan worden verklaard uit het feit dat de tot dit cohort behorende studenten nagenoeg hun studie hebben afgerond. - Ten opzichte van de vorige peildatum (1 september 2007) zijn de rendementen voor wat betreft de afstandstudenten niet gestegen. In collegejaar 2008-2009 is het contact tussen de studentendecaan met de afstandstudenten verbeterd en worden studieadviezen met resultaatoverzichten verstrekt. De verwachting is dat dit op termijn hogere rendementen zal opleveren.
16
Jaarverslag 2008
Geen resultaat op 1-9-08 11 6 3 1 0 2
% behaalde studiepunten t.o.v. aantal mogelijke studiepunten van nog studerende studenten 25% 23% 22% 41% 91% 43%
Hoofdstuk 4 Onderzoek
De Protestantse Theologische Universiteit is gespecialiseerd in de theologische bestudering van het christelijk geloof in de wisselwerking tussen bronnen en eigentijdse vormgeving. In haar theologiebeoefening staat zij in de protestantse traditie en heeft zij bijzondere aandacht voor de interactie tussen religie en maatschappelijke/culturele contexten. Het onderzoek - is zowel gericht op geloofsgemeenschappen als op het persoonlijke en publieke domein; - vormt de basis voor hoogwaardig academisch onderwijs in de theologie; - draagt bij aan de voortgang en de vernieuwing van de protestants christelijke traditie. Strategische doelen Van de strategische doelen die in het instellingsplan voor de periode 2008-2011 genoemd worden, heeft in 2008 het accent gelegen op: - Handhaven en versterken van de kwaliteit van het onderzoek in de Bijbelvakken & Kerkgeschiedenis, Systematische Theologie, Praktische Theologie. Hiertoe wordt ingezet op de versterking van de onderzoekscultuur binnen de PThU via de ontwikkeling van hoogwaardige disciplinaire deskundigheid en het stimuleren van het kiezen van een eigen invalshoek, alsmede op het ontwikkelen van een aantrekkelijk onderzoeksprofiel voor jong talent; - ontwikkelen en versterken van het PhD-programma binnen de Graduate School via selectie van talent uit de eigen opleidingen van de PThU, via werving van buitenlandse
PhD-studenten en buitenpromovendi in eigen land en het ontwikkelen van een systeem van visiting professors binnen de Graduate School. Aansturing Onder eindverantwoordelijkheid van het College van Bestuur is de rector belast met het management van het onderzoek. De rector wordt bijgestaan door de Commissie Wetenschapsbeoefening (CWB). Deze commissie bestaat uit de drie programmaleiders: prof.dr. K. Spronk (Sources), prof.dr. G.G. de Kruijf (Beliefs), en prof.dr. M. Barnard (Practices). CWB en rector worden ondersteund door de ambtelijk secretaris, mr.drs. D.J. de Boer. Het gevoerde onderzoeksbeleid en -management Onderzoeksprofiel Het onderzoek van de PThU is ondergebracht in drie onderzoeksprogramma’s, te weten Sources, Beliefs en Practices. In Sources wordt het onderzoek in de Bijbelvakken en de Kerkgeschiedenis samengebracht. Binnen de groep Beliefs wordt het onderzoek in de Dogmatiek, Ethiek, Crossculturele Theologie/Missiologie en Filosofie samengebracht. Binnen de groep Practices vindt onderzoek plaats in de Praktische Theologie, inclusief de sociaal-wetenschappelijke vakken. Evenals in het daaraan voorafgaande jaar stond in 2008 de ontwikkeling van het onderzoeksprofiel met de daarbij behorende beschrijvingen van de onderzoeksprogramma’s centraal. Dit heeft geresulteerd in een drietal programmabeschrijvingen, die het kader vormen waarbinnen de onderzoekers hun individuele profiel kunnen doorontwikkelen. Sources: Scripture, Religious Identity, and Transformation In het onderzoeksprogramma van Bijbelwetenschappen en Kerkgeschiedenis gaat het om de bronnen (Sources) van christendom en jodendom en met name om de wisselwerking in de loop der tijden tussen die bronnen en de religieuze gemeenschappen. Dat leidt tot drie speerpunten: ‘Scripture’, ‘Religious Identity’ en ‘Transformation’. Er wordt onderzoek gedaan naar het tot stand komen van de bijbel als heilig geschrift, de interpretatie daarvan en de doorwerking in uiteenlopende situaties, in heden en verleden. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de religieuze identiteit van het Europese protestantisme, onder andere in relatie tot het jodendom. Beide leiden tot de vraag naar de vernieuwing van religieuze tradities onder invloed van politieke, culturele en sociaal-economische ontwikkelingen.
Protestantse Theologische Universiteit
17
Beliefs: Christian Faith in Changing Contexts Centraal staat de vraag hoe menselijk spreken en handelen, in verschillende en veranderende contexten, vertolking van het christelijk geloof kan zijn. Hoewel het voorwerp van onderzoek scherp omlijnd wordt als christelijk geloof, impliceert dit geen culturele inperking. Integendeel: het bewustzijn heerst dat het christelijk geloof als geleefd geloof en als geformuleerd geloof zowel afhankelijk is van zijn bronnen als onderhevig aan contextuele beïnvloeding en dat er van zijn getuigenis ook invloed uitgaat op zijn omgeving. Bovendien is het van belang het globale perspectief tot gelding te brengen: het christelijk geloof wordt in verschillende contexten verschillend vertolkt en ervaren. In de niet-westerse wereld worden deze contexten vaak mede door andere godsdiensten bepaald, terwijl in de westerse wereld, naast de kenmerkende seculariserende tendens door toenemende migratie, van een postseculiere tendens gesproken kan worden. Practices: Practices of Faith in Socio-Cultural Networks Het onderzoek richt zich op practices of faith in kerken of christelijke gemeenten, in kunstpraktijken, civil religion, emerging practices en andere. Deze alle kunnen vindplaatsen van practices of faith zijn; zij worden in de context van kerken, maar evengoed van onderwijsinstellingen, zorginstellingen, publieke feesten en dergelijke, gevonden. Practices of faith worden opgespoord en begrepen binnen sociale en culturele netwerken. Zij bewegen zich in webs en niet noodzakelijk in afgepaalde christelijke domeinen. Daarom wordt in het programma primair niet gedacht in opposities als kerk en wereld, binnen en buiten, kern en marge, institutioneel en niet-institutioneel, religie en geloof. Geloofspraktijken worden, kortom, onderzocht in een brede context van religiositeit en betekenisgeving. ‘Faith’ als nadere aanduiding van de onderzochte praktijken heeft zowel betrekking op (algemeen) vertrouwen, als op (religieus) geloof in God als op het (specifiek christelijk) geloof. Onderzoekers en onderzoeken in het programma starten onvermijdelijk en noodzakelijk vanuit een particuliere positie binnen deze netwerken. In het onderzoek wordt deze particulariteit bepaald door protestantse posities, praktijken, theologieën, geloofsinhouden, confessies en modaliteiten. Op die manier kent het programma volop een kerkelijke betrokkenheid. Met de vaststelling van deze programmabeschrijvingen is een kader tot stand gebracht waarbinnen de deelnemende onderzoekers op hun onderzoekskwaliteit kunnen worden
18
Jaarverslag 2008
beoordeeld. De hoogleraren hebben onder aansturing van de programmaleiders gewerkt aan een omschrijving van de specifieke aandachtsvelden waarin zij hun individuele onderzoeksactiviteiten ontplooien, teneinde zich binnen het geformuleerde programmakader te kunnen profileren. Dit vergroot de herkenbaarheid van het onderzoek van de PThU naar buiten toe. Het individuele onderzoeksprofiel is bovendien van betekenis voor de studenten die zich in het kader van de Graduate School toeleggen op een specifiek onderzoeksterrein dat aansluit bij het profiel van een hoogleraar. Onderzoekscultuur Teneinde binnen de onderzoeksprogramma’s een onderzoekscultuur te ontwikkelen, welke noodzakelijk is om het doel een als goed tot zeer goed te kwalificeren onderzoek te bereiken, worden regelmatig programmabijeenkomsten belegd. Tijdens deze bijeenkomsten wordt - naast de presentatie van individueel onderzoek en de discussie daaromtrent - gewerkt aan de ontwikkeling van gezamenlijke onderzoeksprojecten. Deze projecten kunnen binnen één programma worden ontwikkeld, maar evenzeer kunnen deze interdisciplinair en programmaoverstijgend zijn. Er wordt naar gestreefd projecten te ontwikkelen waarbij ook onderzoekers van andere universiteiten uit binnen- en buitenland worden betrokken. Daarmee kan het streven naar internationale herkenning van de kwaliteit van het onderzoek van de PThU worden gecontinueerd. Graduate School De plannen voor de vorming van de Graduate School zijn doorontwikkeld. Belangrijke aandachtspunten bij inrichting van de Graduate School zijn: (1) het stimuleren van talentvolle studenten uit de masteropleiding, (2) duidelijker vorm geven aan de opleidingscomponent van het promotietraject, (3) meer structuur bieden aan de buitenpromovendi. Onder aansturing van de programmaleiders is gewerkt aan de inrichting van een honourstraject binnen de predikantsmaster. Het honourstraject vormt een alternatief voor een researchmaster. Kenmerkend voor het honoursprogramma is de specialisatie in één discipline en in onderzoeksmethodologie. Het honoursprogramma bestaat uit drie onderdelen: - een verplicht traject van 15 ECTS als onderdeel van de driejarige master waarin wetenschapsleer, disciplinaire deskundigheid en onderzoeksmethodologie centraal staan; - e xtra verzwaring van 15 ECTS in één discipline via een tutoriaal traject en deelname aan research seminars van de Graduate School;
- een extra half jaar (30 ECTS) na afronding van de driejarige master waarin een onderzoeksvoorstel wordt voorbereid onder intensieve begeleiding van een hoogleraar.
Verwacht wordt dat vanaf september 2009 studenten kunnen instromen in het honoursprogramma. Teneinde de bezetting van beschikbare formatieplaatsen voor aio’s volgens het beleidsplan te laten verlopen, is in 2008 reeds een tweetal medewerkers onderzoek aangesteld die de gelegenheid is geboden in een half jaar een onderzoeksproject uit te werken. In 2009 zal één van hen worden benoemd tot aio.
according to codico-liturgical criteria, with an assessment of the textual and hermeneutical implications for Bible research. An East-West cooperation. In de oosters-orthodoxe liturgische traditie is een schat aan oude handschriften bewaard gebleven die nieuw licht kunnen werpen op de bijbeltekst en de vroege geschiedenis van de uitleg. Tot op heden is deze bron ten onrechte nauwelijks verkend. Dit project stelt zich ten doel de betreffende manuscripten te beschrijven en te ordenen op een wijze die recht doet aan de context waarin ze zijn ontstaan en bewaard gebleven. Het door de NWO als zeer goed bestempelde onderzoeksproject is vernieuwend in de combinatie van de westerse en oosters-orthodoxe benadering. Met het project is een totaal budget van k€ 509 gemoeid, waarvoor ten behoeve van drie deelprojecten twee postdoctorale onderzoekers (van elk 0,6 fte) en één aio (1,0 fte) kunnen worden aangesteld. De looptijd van het project is van 1 november 2008 tot 1 november 2012.
In 2008 is de volgende aio benoemd: drs. J.M. Tanja (Sources). Zij is aangesteld uit tweede geldstroommiddelen die de NWO in 2007 heeft toegekend voor het project A Jewish Targum in a Christian World: An Encounter.
Naast dit project wordt binnen het programma Sources onder leiding van prof.dr. A. Houtman gewerkt aan het project A Jewish Targum in a Christian World, dat sinds 2007 door de NWO wordt gefinancierd. De projectbegroting bedraagt k€ 550.
Op 31 december 2008 waren 47 buitenpromovendi verbonden aan de Universiteit. Daarvan zijn er tien afkomstig uit het buitenland. Van het totaal aantal zijn 27 promovendi verbonden aan de onderzoeksgroep Beliefs, 12 aan Practices, en 8 aan Sources.
In 2008 is onder verantwoordelijkheid van drs. D.J.D. Kroeze de database van Targum-handschriften binnen het kader van het door NWO gesubsidieerde project Origin and History of Targum Jonathan to the Prophets: Towards a Critical Edition gereed gekomen.
Ter afronding van het honoursprogramma wordt het onderzoeksvoorstel ter goedkeuring voorgelegd aan de Commissie Wetenschapsbeoefening waarin de programmaleiders zitting hebben. Goedkeuring geeft toegang tot het driejarige PhD-programma, dat uitmondt in de vervaardiging van een proefschrift.
Internationalisering Het beleid loopt langs twee lijnen: de CWB voor de projectmatige en individuele onderzoekscontacten en de werkgroep Internationalisering voor de institutionele contacten. De CWB stimuleert de deelname aan internationale organisaties/netwerken en het bezoeken van internationale conferenties. De programmaleiders hebben een budget ter beschikking om hieraan sturing te geven. Uitdrukkelijk onderdeel van het internationaliseringbeleid vormt het stimuleren van het uitbrengen van publicaties in internationaal verband. Hiertoe staat de programmaleiders een budget voor de vergoeding van correctiewerkzaamheden ter beschikking. Tweede geldstroom Binnen het onderzoeksprogramma Sources is in het kader van de subsidievorm Vrije Competitie Geesteswetenschappen subsidie verkregen voor het onderzoeksproject The Construction of a catalogue of Byzantine NT manuscripts
Binnen het onderzoeksprogramma Beliefs is verder gewerkt aan een internationaal samenwerkingsproject waarin Barth-onderzoek via een gedigitaliseerd programma wordt beschreven en toegankelijk gemaakt. Het besluit van het gebiedsbestuur Geesteswetenschappen (NWO) een subsidie ter grootte van € 21.000,- toe te kennen ten behoeve van het onderzoek Theological, historical and political research into the legacy of Karl Barth, biedt een goede mogelijkheid de digitale ontsluiting van het internationale Barth-onderzoek verder te ontwikkelen. De buitenlandse partners Princeton en Bochum hebben zich in dit kader verplicht elk € 3.500 bij te dragen, zodat het totaal beschikbare bedrag € 28.000 is. Via de door de NWO en genoemde partners beschikbaar gestelde middelen kan naast de reeds in de database opgenomen gegevens met betrekking tot boeken en bundels, ook bibliografische informatie over artikelen en recensies worden opgenomen. Tevens bieden de subsidiegelden mogelijkheden het internationale netwerk rond het project te vergroten.
Protestantse Theologische Universiteit
19
Derde geldstroom Binnen het programma Practices is in 2008 verder gewerkt aan vier projecten uit de derde geldstroom. Het eerste project is Levensboekmethoden in de ouderenzorg: effectmeting, effectverklaring, implementatie. Het onderzoeksproject is in 2005 van start gegaan en vindt plaats binnen een samenwerkingsverband met Reliëf (christelijke vereniging van zorgaanbieders) en KASKI. Het project wordt gefinancierd door ZonMW (Zorg-Onderzoek-Nederland). Centraal staat de vraag wat het effect is van werken met ‘levensboeken’ in de zorg voor ouderen (80+). Vanuit de PThU waren in 2008 bij dit project betrokken prof.dr. R.R. Ganzevoort, prof.dr. J. Bouwer (beoogd promotor), prof.dr. F. de Lange (lid begeleidingscommissie) en drs. T. Tromp (aio). Het onderzoek heeft een looptijd van vier jaar en kent een oorspronkelijk budget van K€ 328. Aanvullende fondsen ter grootte van K€ 10 zijn verworven voor uitbouw van het project. Van het totaal is K€ 140 bestemd voor de projectonderdelen die de PThU voor haar rekening neemt. Het tweede project wordt gefinancierd vanuit de protestantse geestelijke verzorging binnen de krijgsmacht. Het betreft het promotieonderzoek van drs. E. Asscher over taak en identiteit van de protestantse geestelijk verzorger binnen de krijgsmacht. Beoogd promotor is prof.dr. E.R. Jonker. Het derde project wordt gefinancierd uit het door de Protestantse Kerk in Nederland beheerde fonds Brandenburg en is getiteld Vieren en kinderen en adolescenten. Dit onderzoeksproject kent twee lijnen: één gericht op kinderen, één gericht op adolescenten. Het project is ondergebracht bij het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur (OJKC). Dit centrum richt zich op de geloofsopvoeding en geloofscommunicatie van en met kinderen en adolescenten, in eerste instantie binnen de PKN. Het onderzoek is ondergebracht bij prof.dr. M. Barnard, leerstoelhouder Praktische Theologie van de PThU (vestiging Utrecht). Kennisontwikkeling krijgt binnen het OJKC de volle aandacht, zonder dat de kennistransfer wordt verwaarloosd. Mede daardoor zijn de contacten met de kerk, en met name met JOP, sterk verbeterd. Het centrum lijkt een aantrekkingskracht te hebben op direct bij het veld betrokkenen: er is een grote behoefte aan relevante en betrouwbare kennis op het gebied van jeugd en jongeren. Met de onderzoeken van drs. D. van de Koot-Dees (geloofsoverdracht aan kinderen in de thuissituatie), dr. A. van der Veen (kindernevendiensten) en drs. P.M. Sonnenberg (adolescenten en jongerenvieringen) wordt kennis
20
Jaarverslag 2008
ontwikkeld op de gehele lijn van klein kind tot jong-volwassene. Het vierde project wordt gefinancierd vanuit het Luthers Diaconessenhuis Fonds. Het betreft het promotieonderzoek van drs. M.C.M. Klomp. Het onderzoek richt zich op de bestudering van de ‘sound of worship’ in een Surinaamse Lutherse Kerk (Congregation) en een Ghanese Methodistische Kerk vanuit een cultureel-antropologisch perspectief, teneinde vast te stellen welke betekenissen kerkgangers hieraan toekennen en de kwaliteiten van deze ‘sounds’ te bepalen. Deze kwaliteiten, die zij beschouwt als sacramentele vormen, relateert zij theologisch aan een verstaan van eredienst vanuit het incarnatiebegrip. Daarbij gaat zij uit van de idee, dat als de fysieke performance van rituele vormen het geloof van de performer belichaamt, vormen worden gecreëerd waarin de levende Christus kan worden ontmoet. Resultaten Promoties In 2008 vonden 9 promoties plaats: R.J. de Vries (Practices), J.C. van Loon (Beliefs), W.M. Dekker (Beliefs), M.L.Y. Kolimon (Beliefs), J. Schaap-Jonker (Practices), P.E.M. Meijers (Sources), L.T. Tunyogi (Sources), E.A. Postma (Practices), G.C. de Vries (Practices). Met dit aantal is voor 2008 ruimschoots voldaan aan het in het instellingsplan opgenomen streefcijfer van 5 promoties per jaar. Publicaties SOURCES Beschikbare omvang onderzoeksformatie: Senioronderzoekers Postdoctorale onderzoekers Promovendi Totaal
Aantal fte 3,43 1,45 0,62 5,50
Prof.dr. K. Spronk, hoogleraar Oude Testament: ‘Onderzoek naar Byzantijnse handschriften versterkt Oost-West-contacten’
Het aantal door de onderzoekers gerealiseerde publicaties is als volgt: Nederlands Engels/Duits Totaal Dissertaties 1 1 2 Wetenschappelijk(e) boek/bundel 3 2 5 Wetenschappelijk artikel 6 17 23 Vakpublicatie boek/bundel 1 1 Vakpublicatie artikel 15 2 17 Populariserend 22 2 24 Totaal 48 24 72 In vergelijking met het jaar 2007 is het totaal aantal publicaties, bij een met 0,3 fte in omvang toegenomen formatie, gedaald. Deze daling komt voor rekening van het aantal vakpublicaties en populariserende publicaties. Het aantal wetenschappelijke publicaties is ten opzichte van 2007 gestegen, van 21 naar 28 publicaties. Rekening houdend met het feit dat in de loop van 2008 een aantal onderzoekers nieuw is aangesteld; dat het ingroeien in de nieuwe organisatie met zich meebrengt dat veel tijd moet worden gestoken in de ontwikkeling van onderwijs, en dat een hoogleraar het grootste deel van het jaar met ziekteverlof was, kan worden gesteld dat aan de doelstelling het aantal wetenschappelijke publicaties op peil te houden, is voldaan. Verwacht mag worden dat in het komende kalenderjaar bij een gelijkblijvende formatieomvang het aantal wetenschappelijke publicaties, evenals het totaal aantal publicaties, zal stijgen. De onderzoekers van het programma Sources bezetten gezamenlijk 11 zetels binnen redacties van tijdschriften en reeksen.
Wat verbindt Kampen met SintPetersburg en het Griekse eiland Athos? Dat is het onderzoek naar oude Byzantijnse handschriften uit de oosters-orthodoxe liturgische traditie. Daarin zijn bijbelteksten opgenomen, niet in de volgorde Genesis tot Openbaring, maar op de manier zoals de bijbel vanouds gelezen werd in de Orthodoxe kerken, samen met andere, doorgaans liturgische teksten. Ze zijn in gebruik of opgeborgen in onder meer Rusland en op Athos, waar zich een grote verzameling bevindt. ‘In het Westen zijn deze handschriften in het onderzoek naar de tekst van de Bijbel nooit serieus genomen’, zegt oud-testamenticus prof.dr. K. Spronk, onder wiens leiding dit door NWO gefinancierde project wordt uitgevoerd: ‘Misschien is de oosterse benadering wel oorspronkelijker dan de onze. Het onderzoek kan nieuw licht werpen op oude vormen van de bijbeltekst en op de vroege geschiedenis van de uitleg.’ Het onderzoek wordt verricht door dr. S. Royé, wiens promotie de aanzet tot dit vierjarig project was, en dr. S. Ovsiannikov. De benoeming van een promovendus uit het buitenland is in voorbereiding. Verder zijn er contacten met buitenlandse wetenschappers, onder wie prof.dr. A. Alexeev uit Sint-Petersburg. ‘Dat maakt het heel boeiend’, zegt Spronk.
Protestantse Theologische Universiteit
21
BELIEFS Beschikbare omvang onderzoeksformatie: Senioronderzoekers Postdoctorale onderzoekers Promovendi Totaal
Aantal fte 6,35 0,50 3,08 9,93
Het aantal door de onderzoekers gerealiseerde publicaties is als volgt: Nederlands Engels/Duits Totaal Dissertaties 1 2 3 Wetenschappelijk(e) boek/bundel 4 2 6 Wetenschappelijk artikel 10 21 31 Vakpublicatie boek/bundel 8 8 Vakpublicatie artikel 35 1 36 Populariserend 51 51 Totaal 109 26 135 Met een licht gestegen formatieomvang (0,73 fte ten opzichte van 2007) is een stijging van het totaal aantal publicaties met 21 gerealiseerd. Deze stijging is vooral te danken aan het aantal toegenomen vakpublicaties en het aantal populariserende publicaties. Het aantal wetenschappelijke publicaties is nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van het voorafgaande kalenderjaar. Het streven is om in 2009 het aantal wetenschappelijke publicaties te doen stijgen. Zo kan de doelstelling om de wetenschappelijke output te versterken worden gehaald teneinde een goede kwaliteitsbeoordeling te realiseren bij de komende onderzoeksvisitatie. De onderzoekers van het programma Beliefs bezetten gezamenlijk 19 zetels binnen redacties van tijdschriften en reeksen. PRACTICES
Senioronderzoekers Postdoctorale onderzoekers Promovendi Totaal
22
Jaarverslag 2008
Aantal fte 3,92 4,31 8,23
Het aantal door de onderzoekers gerealiseerde publicaties is als volgt: Nederlands Engels/Duits Totaal Dissertaties 3 1 4 Wetenschappelijk(e) boek/bundel 1 2 3 Wetenschappelijk artikel 7 21 28 Vakpublicatie boek/bundel 4 4 Vakpublicatie artikel 36 3 39 Populariserend 31 31 Totaal 82 27 109 Met een lichte daling van de totale formatie (0,57 fte ten opzichte van 2007) is een stijging van het totaal aantal publicaties met 17 gerealiseerd. Deze stijging is te danken aan het toegenomen aantal dissertaties in vergelijking met 2007. Het aantal wetenschappelijke artikelen is licht toegenomen ten opzichte van voorafgaand kalenderjaar. De stijging van het totaal aantal publicaties komt echter voor het grootste deel voor rekening van de toename van het aantal vakpublicaties. Gegeven het relatief grote aantal onderzoekers dat in de loop van 2008 is aangesteld, mag verwacht worden dat deze groei de komende jaren wordt doorgezet. De onderzoekers van het programma Practices bezetten gezamenlijk 18 zetels binnen redacties van tijdschriften en reeksen.
Instroomcijfers bacheloropleidingen per 1 oktober 2008: Opleiding Voltijd Deeltijd K-Bachelor ‘Klassiek’ 25 16 K-Bachelor ‘Plus’ 3 10 Totaal 28 26
Hoofdstuk 5 Studenten
Totaal aantal masterstudenten per 1 oktober 2008: Opleiding Voltijd K-Master ‘Verdieping’ 10 K-Master ‘Predikantschap’ 26 K-Master ‘Geestelijke verzorging’ 4 K-Master ‘Mens & Zorg’ U/L-Master ‘Gemeentepredikant’ 41 U/L-Master ‘Predikant-Geestelijk verzorger’ K-Doctoraal ‘Theologie Klassiek’ 5 K-Doctoraal ‘Theologie Algemeen’ 1 U/L Kerkelijke opleiding 41 Totaal 128
5.1 Samenstelling studentenpopulatie Instroomcijfers bacheloropleidingen per 1 oktober 2008: Opleiding Voltijd Deeltijd K-Bachelor ‘Klassiek’ 11 4 K-Bachelor ‘Plus’ 3* 4 Totaal 14 8
Afstand 87 87
Totaal 128 13 141
Deeltijd 16 15 1 2 36 2 6 3 51 132
Totaal 26 41 5 2 77 2 11 4 92 260
Naar aanleiding van de cijfers weergegeven in bovenstaande tabellen verdient het volgende opmerking: Afstand 15 15
Totaal 30 7 37
*) Dit betreft de nieuwe opleiding bachelor ‘Theologie Plus’: ‘Geloof, Cultuur en Samenleving’. Instroomcijfers masteropleidingen (instroom september en februari): Opleiding Afstand Voltijd Deeltijd K-Master ‘Verdieping’ 1 10 2 K-Master ‘Predikantschap’ 8 5 K-Master ‘Geestelijke verzorging’ 0 0 K-Master ‘Mens & Zorg’ 0 0 U/L-Master ‘Gemeentepredikant’ 29 17 U/L-Master ‘Predikant-Geestelijk verzorger’ 0 1 K-Doctoraal ‘Theologie Klassiek’ K-Doctoraal ‘Theologie Algemeen’ U/L Kerkelijke opleiding Totaal 1 47 25
Totaal 13 13 0 0 46 1
De instroomcijfers van de masteropleidingen hebben betrekking op het totaal van de instroomcijfers van het moment van inschrijven per 1 september 2008 en per 1 februari 2009. Voor de masteropleidingen gelden twee instroommomenten. Voor wat betreft de bacheloropleidingen bestaat niet de mogelijkheid op 1 februari in te schrijven. Als peildatum voor het totaal aantal studenten is 1 oktober 2008 gekozen. Daarmee wordt aangesloten bij de gangbare peildatum, zoals die wordt gehanteerd in het hoger onderwijs. De totale instroom van studenten in de masteropleidingen die de PThU aanbiedt, is nagenoeg gelijk aan die van het vorige verslagjaar. De afname van de instroom in de bacheloropleidingen ten opzichte van het vorige verslagjaar (totaal instroom 1 oktober 2007: 47) is toe te rekenen aan de daling van de instroom in de afstandopleiding. De licht dalende trend van het aantal studenten dat na een HBO-opleiding als deeltijdstudent instroomt in de verkorte bachelorprogramma’s zet door.
73
Protestantse Theologische Universiteit
23
Opvallend is de toename van het aantal instromende voltijdstudenten in de masteropleiding ‘Gemeentepredikant’, die in Utrecht en Leiden wordt aangeboden. Deze toename is als volgt te verklaren: nadat in de loop van 2006 bekend werd dat vanaf september 2007 instromen in de kerkelijke opleiding niet meer mogelijk zou zijn, heeft een relatief grote groep studenten in Utrecht na afronding van de bacheloropleiding in september 2006 besloten de laatste instroommogelijkheid voor de tweejarige kerkelijke opleiding per die datum te benutten. Het volgen en afronden van de masteropleiding van de Universiteit Utrecht werd uitgesteld tot het moment dat de vakken van de kerkelijke opleiding waren gevolgd. Deze keuze heeft er toe geleid dat in 2007 naar verhouding een grote groep studenten stond ingeschreven voor de kerkelijke opleiding (totaal 138 studenten) en een vrij gering aantal studenten per september 2007 instroomde in de nieuwe masteropleiding ‘Gemeentepredikant’. Voor studenten die in 2007 hun bacheloropleiding afrondden, gold niet de mogelijkheid in te stromen in de kerkelijke opleiding. Zij volgden per september 2007 de masteropleiding van de Universiteit Utrecht om vanaf september 2008 te kunnen instromen in de masteropleiding ‘Gemeentepredikant’ van de PThU. Leeftijd nieuwe instroom (bachelor per 01-10-08; master per 01-02-09): Utrecht/Leiden Kampen Leeftijd Totaal PThU Voltijd Deeltijd Voltijd Deeltijd Afstand -20 8 0 0 7 0 1 20-29 47 25 3 13 2 4 30-39 23 3 5 8 5 2 40-49 14 0 5 2 3 4 50-59 14 1 4 2 4 3 60-69 4 0 1 0 1 2 Totaal 110 29 18 32 15 16
24
Jaarverslag 2008
Uit de tabel blijkt dat de voltijdstudenten die zijn ingestroomd gemiddeld jonger zijn dan de instromende deeltijdstudenten. Ter verklaring hiervoor geldt, dat de meeste voltijdstudenten rechtstreeks vanuit het VWO in de bacheloropleiding instromen. De voltijdstudenten die vanuit een hoger onderwijs bacheloropleiding in de masteropleidingen van de PThU instromen, zijn deze bacheloropleiding doorgaans na een behaald VWO examen begonnen. Deeltijdstudenten hebben doorgaans een in het verleden behaald HBO- of WO-diploma en schrijven zich in voor de bachelor- of masteropleidingen van de PThU nadat ze reeds een maatschappelijke carrière hebben opgebouwd. Voor veel van deze studenten geldt dat zij de opleiding combineren met een baan.
Manda Boele, toekomstig predikante: ‘Aan de PThU kun je geloof en wetenschap integreren’
Kerkelijke gezindte nieuwe instroom: Kerkgenootschap Protestantse Kerk in Nederland Gereformeerde Gemeenten Hersteld Hervormde Kerk Nederlands Gereformeerde Kerk Rooms Katholieke Kerk Evangelische Gemeente Alg. Doopsgezinde Sociëteit Molukse Evangelische Kerk Buitenlandse Kerk Vergadering van Gelovigen Onbekend Totaal
Totaal PThU 85 3 2 1 1 2 1 1 8 1 5 110
Utrecht/Leiden Voltijd Deeltijd 28 17 1
Voltijd 17 1 2 1
Kampen Deeltijd 14
Afstand 9 1
1 1
1 1
29
18
Van de eerstejaars bachelor- en masterstudenten van de PThU is 77% belijdend lid van de Protestantse Kerk in Nederland. Voor wat betreft het resterende percentage studenten is de spreiding over andere kerkgenootschappen het grootst aan de vestiging Kampen. Van het totaal aantal nieuw ingeschreven studenten aan de vestigingen Utrecht en Leiden is 96% belijdend lid van de Protestantse Kerk in Nederland. Als verklarende factor voor dit hoge percentage geldt, dat aan die vestigingen uitsluitend een masteropleiding wordt aangeboden die opleidt tot predikant in de Protestantse Kerk in Nederland. In Kampen is het percentage instromende studenten dat lid is van een buitenlandse kerk (13%) relatief groot. Dit percentage is verklaarbaar vanuit het aantal buitenlandse studenten in de master ‘Verdieping’. Onder de voltijdstudenten van de vestiging Kampen vindt men de meeste verscheidenheid aan kerkgenootschappen.
1 8 1 1 32
15
4 16
‘Als gelovige krijg je aan de PThU voldoende voeding om wetenschap en geloof te integreren. Dat is heel anders dan aan de Universiteit Utrecht’, zegt Manda Boele. Zij haalde haar bachelor Godgeleerdheid aan de Utrechtse universiteit. Sinds vorig jaar februari studeert zij aan de PThU omdat ze later als predikant werkzaam wil zijn. ‘Het is heel interessant en leuk om met theologie bezig te zijn in het perspectief van de gemeente. Je kijkt naar wat je nodig hebt in de gemeente. De bacheloropleiding is vrij algemeen. Ik ben nu bezig met mijn verdiepingsjaar. Ik kies voor Missiologie en Dogmatiek. In deze vakken wil ik afstuderen. De masteropleiding tot gemeentepredikant duurt drie jaar. Ik vermoed dat ik in 2011 zal afstuderen.’
5.2 Tevredenheid studenten De tevredenheid van studenten over de cursussen wordt onder andere gemeten met cursusevaluatieformulieren. In totaal zijn er 354 vragenlijsten verwerkt in het studiejaar 2007-2008 waarvan 95 in Utrecht, 15 in Leiden en 244 in Kampen. De respons per cursus was gemiddeld 70%. Dit percentage geldt als voldoende om een betrouwbaar beeld te kunnen schetsen van de studenttevredenheid. In de volgende tabel zijn de gemiddelde scores per categorie weergegeven voor de PThU als geheel en voor de vestigingen apart, waarbij tussen haakjes de berekende afwijking van het gemiddelde is weergegeven.
Protestantse Theologische Universiteit
25
Er is geen onderscheid gemaakt tussen vol- en deeltijdstudenten. Een score die hoger is dan 3,5 wordt aangemerkt als voldoende.
Categorie Inhoud/doelen Competentiegericht leren Studiemateriaal Blackboard Werkvormen/studeerbaarheid Toetsing Docent(en)inzet
Aantal vragen
Gemiddeld PThU totaal (SD)
5 4 2 4 7 5 5
3.9 (0.6) 3.7 (0.7) 3.9 (0.8) 3.8 (0.8) 3.7 (0.7) 3.9 (0.8) 4.0 (0.7)
De implementatie van de digitale leeromgeving ‘Blackboard’ heeft aan de vestiging Kampen in de loop van het verslagjaar plaatsgevonden. Op dit moment zijn nog te weinig gegevens bekend waaraan de tevredenheid van studenten over het gebruik van Blackboard in het onderwijs kan worden afgemeten. Voor wat betreft de studenttevredenheid met betrekking tot het gebruik van Blackboard in Leiden geldt, dat hierover geen bruikbare gegevens beschikbaar zijn in verband met de te lage respons op de op Blackboard toegesneden evaluatievragen. Over het algemeen mag worden geconcludeerd dat de PThU-studenten voldoende tevreden zijn over de gemeten aspecten van het onderwijs. Op één aspect na (studeerbaarheid in Leiden) wordt op alle onderdelen voldoende hoog gescoord. Aspecten van cursussen waarvan de evaluaties wijzen in de richting van onvoldoende tevredenheid worden als verbeterpunten voor het volgende studiejaar aangemerkt. Studenten zijn in de gelegenheid gesteld een algemeen oordeel over de cursussen te geven aan de hand van een cijfer tussen 1 en 10. Daarbij geldt dat een score van tenminste een 7 of hoger als voldoende wordt aangemerkt. Uit de respons op deze vraag kan worden geconcludeerd dat een voldoende algemeen oordeel wordt geveld. Gemiddeld zijn de cursussen door studenten gewaardeerd met een 7.4 (in Leiden een 7.9, Utrecht een 7.1 en Kampen 7.4).
26
Jaarverslag 2008
Gemiddeld Utrecht (SD) 3.8 (0.6) 3.7 (0.5) 3.7 (0.8) 3.9 (0.8) 3.7 (0.7) 3.8 (0.8) 4.0 (0.6)
Gemiddeld Leiden (SD) 4.1 (0.8) 3.9 (0.6) 4.3 (0.8)
Gemiddeld Kampen (SD)
3.4 (0.9) 4.4 (0.3) 4.4 (0.8)
3.8 (0.7) 4.0 (0.7) 4.0 (0.7)
4.0 (0.7) 3.7 (0.7) 3.9 (0.9)
5.3 Studentenvoorzieningen De voorzieningen voor studenten van de vestigingen Utrecht en Leiden, zoals bibliotheekvoorzieningen, computerleerruimten, voorzieningen op het gebied van studentenpsychologische ondersteuning en het bieden van sportfaciliteiten, zijn gegarandeerd op grond van de samenwerkingsovereenkomsten die zijn gesloten met de Universiteit Utrecht respectievelijk de Universiteit Leiden. Voor studenten van de vestiging Kampen worden deze voorzieningen door de PThU zelf geboden.
5.4 Studieadvies bacheloropleidingen Tijdens het eerste jaar van de studie wordt de student gevolgd door de docentengroep voor de bacheloropleidingen. Op advies van dit beraad brengt de Examencommissie in augustus een schriftelijk niet bindend studieadvies uit. Een positief advies wordt in de regel verleend als tenminste 43 ECTS van het totaal aantal voorgeschreven studiepunten zijn behaald. Voor deeltijdstudenten geldt een aantal van 30 ECTS. Wanneer een student te weinig aan het onderwijs heeft deelgenomen voor een weloverwogen advies onthoudt de Examencommissie zich van een advies. Voorafgaande aan het in augustus uitgebrachte advies door de Examencommissie ontvangt de student medio maart een voorbericht op basis van de dan behaalde studiepunten. De Examencommissie en het docentenberaad kunnen bij hun overwegingen andere dan het aantal behaalde studiepunten betrekken. Het studieadvies is niet bindend, zodat alleen de betreffende student aan een negatief advies de conclusie kan verbinden de studie niet verder voort te zetten.
5.5 Gerealiseerde studiepunten in/uit het buitenland In de periode van 01-09-2007 t/m 31-08-2008 zijn geen PThU-studenten die in het buitenland studieresultaten hebben behaald. Gerealiseerde studiepunten buitenlandse studenten aan de PThU in de periode 01-09-2007 t/m 31-08-2008: Afkomst Punten (ECTS) Opleiding Hoofdvak Zuid-Afrika 60 Master ‘Verdieping’ Dogmatiek Indonesië 60 Master ‘Verdieping’ Dogmatiek Nieuw-Zeeland 60 Master ‘Verdieping’ Praktische Theologie Indonesië 60 Master ‘Verdieping’ Praktische Theologie India 60 Master ‘Verdieping’ Crossculturele Theologie Indonesië 60 Master ‘Verdieping’ Kerkrecht Kenia 60 Master ‘Verdieping’ Nieuwe Testament Indonesië 60 Master ‘Verdieping’ Nieuwe Testament
Het aantal in 2008 uitgebrachte studieadviezen aan voltijdstudenten is 6: 4 positief en 2 negatief. Aan deeltijdstudenten zijn vier adviezen uitgebracht: 3 positief en 1 onthouding. Aan afstandstudenten zijn 12 studieadviezen uitgebracht: zeven studenten hebben hun studieadvies in de vorm van een positief voorbericht ontvangen. Hen is een positief studieadvies in het vooruitzicht gesteld bij een gelijke voortgang van de studie. Vijf studenten hebben een onthouding van advies gekregen, omdat er te weinig studieactiviteiten gevolgd waren voor een weloverwogen oordeel. Zij ontvangen in een later stadium van hun studie, wanneer er wel studievoortgang geboekt is, een aanvullend advies.
Protestantse Theologische Universiteit
27
organisatie en -registratie heeft veel aandacht gevraagd.
Hoofdstuk 6 Personeel
In 2008 is een aantal uitvoeringsregelingen uitgewerkt, te weten het fietsplan, de regeling bestuurscadeaus en de verlof- en werktijdenregeling. In het jaarverslag van 2007 is het voornemen opgenomen personeelsbijeenkomsten te houden waarbij de collegiale verbanden kunnen worden versterkt. Dit voornemen heeft in 2008 vorm gekregen in de organisatie van een nieuwjaarsbijeenkomst op Hydepark en een aantal festiviteiten rondom de opening van het academisch jaar voor zowel de medewerkers als de studenten van de PThU. Het College van Bestuur heeft besloten in de komende jaren een vervolg aan deze personeelsbijeenkomsten te geven. Daarbij zal aandacht besteed worden aan zowel de collegiale banden als inhoudelijke zaken die voor de PThU van belang zijn.
6.1 Human Resources Management Het jaar 2008 heeft in het teken gestaan van verdere afwikkeling van zaken die voortvloeiden uit de fusie en van verdere uitbouw van HRM-beleid voor de PThU. Een van de belangrijkste uitvloeisels uit de fusie was de afhandeling van pensioenaanspraken. Het betrof de aanspraken van een aantal medewerkers dat een dienstverband had met de Protestantse Kerk in Nederland ten behoeve van het voormalige ThWI. Gezien de noodzaak om na de datum van totstandkoming van de PThU per 1 januari 2007 in overleg met PGGM en ABP de overgang van hun pensioenrechten te formaliseren, is voor een deel van de voormalige ThWI-medewerkers met de Protestantse Kerk overeengekomen, dat zij tijdelijk in dienst zouden blijven van de kerk en op basis van een detacheringovereenkomst hun werkzaamheden voor de PThU zouden verrichten. Halverwege 2008 kon de overgang van pensioenrechten worden geformaliseerd, zodat de betreffende medewerkers vanaf dat moment op basis van een arbeidsovereenkomst bij de PThU in dienst kwamen. Met het oog op de kwaliteitsverbetering van de bedrijfsvoering is een verdere professionalisering doorgevoerd: taken zijn herschikt, afdelingen opnieuw gevormd en processen herschreven. Teneinde de samenwerking over de locaties heen te bevorderen is een overlegstructuur in het leven geroepen. Tweemaandelijks vindt overleg plaats tussen de onderwijsdirecteur, de opleidingscoรถrdinatoren, de onderwijsdecanen en onderwijscoรถrdinatoren om het primaire proces optimaal te ondersteunen. Met name het overleg rondom de onderwijs-
28
Jaarverslag 2008
6.2 Formatie In 2008 zijn 15 nieuwe medewerkers in dienst getreden, 11 bij de wetenschappelijke staf en 4 bij het ondersteunend en beheerspersoneel. De uitstroom betrof 19 personen: 5 voor het OBP en 14 voor het WP (inclusief promovendi). De hierboven genoemde formele indiensttreding van medewerkers, die vanuit een detacheringconstructie in eerste instantie in dienst zijn gebleven bij de PKN, is in deze cijfers niet meegenomen.
6.3 Promovendi De omvang van de formatie promovendi was in 2008 8,0 fte. Ter vergelijking zijn de cijfers van eind 2007 opgenomen. Promovendi Utrecht Sources Practices Beliefs Kampen Sources Practices Beliefs Leiden Sources Practices Beliefs Totaal
2008
2007
2,0
1,9 1,7
0,8 1,8
0,8 2,1 1,1
1,6 1,8 8,0
1,8 0,2 9,6
In Utrecht en Leiden zijn geen promovendi aangesteld die zijn verbonden aan het onderzoeksprogramma Sources, aangezien op deze vestigingen gegeven de afspraken met de universitaire convenantpartners aldaar geen hoogleraren voor de bijbelvakken en de kerkgeschiedenis werkzaam zijn.
6.4 Werkeloosheidsuitkeringen en WIA De werkloosheidsuitkeringen en de bovenwettelijke uitkeringen worden ten laste gebracht van de Universiteit. In 2008 hebben 7 mensen een beroep gedaan op deze uitkering, waarmee een bedrag van K€ 52.1 is gemoeid. Dat is 1,11% van de loonsom. In 2008 zijn er geen medewerkers van de PThU die in aanmerking komen voor de WIA of WGA.
6.5 Personele voorzieningen De CAO VSNU biedt medewerkers de gelegenheid om bronnen (geld en/of vakantiedagen) in te zetten voor andere arbeidsvoorwaarden (in de CAO doelen genoemd). Deze doelen zijn o.a. extra vakantiedagen, extra salaris, extra pensioen, het fietsplan en verlofsparen. In 2008 maakten 27 medewerkers gebruik van deze mogelijkheid. Ook hebben in 2008 3 medewerkers gebruik gemaakt van de mogelijkheid van ouderschapsverlof. De totale waarde van nog niet opgenomen vakantiedagen aan het eind van 2008 was K€ 84.4. De totale waarde van het onder de voorzieningen opgenomen verlofsparen bedroeg eind 2008 K€ 228.5.
6.6 Arbo De PThU werkt voor de uitvoering van haar Arbobeleid nauw samen met Arbo Unie. Vanaf 1 januari 2008 heeft de PThU een andere vaste bedrijfsarts. Deze bedrijfsarts is beschikbaar voor alle vestigingen van de PThU. Driemaandelijks vindt overleg plaats tussen de rector, de directeur Bedrijfsvoering, de HR-adviseur en de bedrijfsarts met betrekking tot de leden van de wetenschappelijke staf. In 2008 is een drietal werkplekonderzoeken uitgevoerd. Daarnaast is aan alle medewerkers software aangeboden ter voorkoming van RSI-klachten. Het ziekteverzuimpercentage in 2008 bedroeg 2,86%, inclusief zwangerschapsverlof. Het ziekteverzuimpercentage onder het
WP was 2,7%, onder het OBP 3,12%. De gemiddelde verzuimfrequentie is minder dan 1.
6.7 Personeelsbezitting 2008 De personeelsbezetting bedroeg in 2008 83,68 fte; ter vergelijking zijn de cijfers van 2007 opgenomen. Kampen Hoogleraren U(H)D Onderzoekers Docenten Promovendi SA Overig WP OBP Utrecht Hoogleraren U(H)D Onderzoekers Docenten Promovendi SA Overig WP OBP Leiden Hoogleraren U(H)D Onderzoekers Docenten Promovendi SA Overig WP OBP Doorn Docenten OBP Totaal
2008 7,50 11,90 2,20 2,40 2,60 1,30 0,30 22,90
2007 7,60 12,50 0,70 1,70 4,00 1,20 0,30 24,10
5,50 6,50 1,85 0,15 2,00 1,00 2,57
3,70 6,90 0,90 0,20 3,70 0,90 0,30 4,50
2,00 2,00 0,50
1,40 3,30 0,50
3,40 0,11
1,90 0,20
1,20
1,00
3,20 0,60 83,68
3,90 1,10 86,50
De omvang van de tijdelijke aanstellingen bedroeg 20,8 fte. Het aantal van elders gedetacheerde personeelsleden bedroeg eind 2008 0,2 fte.
Protestantse Theologische Universiteit
29
De leeftijdsopbouw zag er per 31 december 2008 als volgt uit: hgl* uhd ud doc. prom. oz obp tot. m v m v m v m v m v m v m v 25-35 jaar 2 1 3 5 1 2 2 5 21 35-45 jaar 2 1 1 2 3 10 19 45-55 jaar 7 2 1 5 5 1 1 1 4 10 37 55-65 jaar 9 1 7 4 2 1 2 2 28 Totaal 16 2 2 0 14 11 4 3 3 6 2 4 11 27 105
Hoofdstuk 7 Bibliotheek en archief
* De drie bijzonder hoogleraren zijn hier vermeld.
Inleiding De PThU beschikt over een eigen wetenschappelijke bibliotheek gevestigd in Kampen. De bibliotheek ondersteunt onderwijs en onderzoek ten behoeve van studenten en medewerkers van alle vestigingen. Medewerkers en studenten van de vestigingen Utrecht en Leiden kunnen tevens gebruik maken van de faciliteiten van de universiteitsbibliotheken te Utrecht en Leiden. Medewerkers en cursisten van het seminarium te Doorn beschikken over een eigen handbibliotheek met ruim 7.000 titels. De bibliotheek van het voormalig Evangelisch Luthers Seminarium (ELS) behoort eveneens tot de PThU. Deze waardevolle collectie is in bruikleen ondergebracht bij de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. In maart 2008 is door de voormalig secretaris van het Curatorium van het ELS formeel het beheer van deze collectie Lutherana overgedragen aan het hoofd van de bibliotheek van de PThU. Collectie Omvang bibliotheekcollectie PThU op 31 december 2008: Totaal Toename 2008 Boektitels 137.909 1.939 Banden 212.808 2.205 Tijdschrifttitels 3.597 77 Banden 36.686 205 Lopende abonnementen 283 15-
30
Jaarverslag 2008
De toename wat betreft tijdschrifttitels had voornamelijk betrekking op oudere tijdschriften, waarvan enkele nummers of complete jaargangen werden verworven. In 2008 werden 4 nieuwe abonnementen genomen. De collectie oude drukken (boeken verschenen voor 1800) is in 2008 aangevuld met 12 titels, waaronder: - W.R. A., Claas Bruin, Bybelse tafereelen des Ouden en Nieuwen Testaments, Amsterdam 1740. - E rnst Salomon Cyprian, Historia der Augspurgischen Confession, z.pl. 1730. - S amuel Huber, Bestendige Entdeckung des Calvinistischen Geists, Wittenberg 1593. - J oannes Vollenhove, Beschrijving der geschiednissen van het Oude en Nieuwe Testament en der Apocryfe boeken, Utrecht 1779. - Z acharias Webber, Geneesmiddel voor de breuke Israëls, Amsterdam 1696. De volledige collectie oude drukken aanwezig in de bibliotheek te Kampen bestaat uit ca. 4.000 titels. Met ingang van 2008 is een abonnement genomen op het elektronische bestand ‘ATLA Religion Database with ATLASerials’. Het abonnement is gezamenlijk aangeschaft met de bibliotheek van de Theologische Universiteit Kampen (Broederweg) en de bibliotheek van de Theologische Universiteit Apeldoorn. Eind 2008 heeft de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven zich hierbij aangesloten. In het voorjaar van 2008 heeft de bibliotheek te Kampen een nieuwe versie van het lokale bibliotheeksysteem (LBS4) van leverancier OCLC in gebruik genomen. Kosten bibliotheek PThU 2008 (€): Aanschaf boeken, tijdschriften en elektronische bestanden Kampen Bindwerk Overige kosten Aanschaf boeken, tijdschriften en elektronische bestanden Utrecht Aanschaf boeken, tijdschriften en elektronische bestanden Leiden Totaal
98.809 4.362 1.101 20.000 3.048 127.320
De Universiteitsbibliotheek Utrecht verzorgt conform de gesloten samenwerkingsovereenkomst de aanschaf van boeken en tijdschriften ten behoeve van studenten en medewerkers van de PThU, vestiging Utrecht. De PThU stelt jaarlijks een bedrag van € 20.000,- ter beschikking voor collectievorming. Daartoe voeren het hoofd van de bibliotheek van de PThU en de vakreferent theologie van de UB Utrecht regelmatig overleg. De vakreferent Godsdienstwetenschappen van de Universiteitsbibliotheek Leiden draagt zorg voor de collectievorming ten behoeve van studenten en medewerkers van de PThU, vestiging Leiden, overeenkomstig de daartoe met de Universiteit Leiden gesloten overeenkomst. De PThU stelt hiervoor jaarlijks een bedrag van € 5.000,- beschikbaar. Voor de bibliotheek van het seminarium te Doorn is een bedrag van € 5.000,- beschikbaar voor collectievorming. In 2008 verleende dhr. H.M. Colijn op vrijwillige basis ondersteuning bij het catalogiseren van boeken. Dienstverlening Het aantal uitleningen bedroeg in 2008 10.166. Het aantal malen, dat de uitleentermijn van publicaties werd verlengd, was 18.916. In 2008 werden 262 nieuwe leners ingeschreven. Bij andere bibliotheken werden 347 titels aangevraagd, waarvan 269 werden ingediend door medewerkers en aio’s van de PThU. Hiervan konden er 337 worden geleverd, waaronder 89 kopieën van tijdschriftartikelen. De overige aanvragen kwamen van studenten en derden. Door andere bibliotheken werd 204 maal een aanvraag ingediend. 127 aanvragen konden daadwerkelijk gehonoreerd worden. In september 2008 werd voor de eerste maal binnen het programma ‘Verkenning Religieuze Praktijk’ aan eerstejaars studenten te Kampen een module Werken met de bibliotheek en met bronnen gegeven. Studenten kregen naast uitleg over het gebruik van bibliotheekvoorzieningen ook vaardigheden aangereikt in het schrijven van een werkstuk. In het kader van deze module werd ook een bezoek gebracht aan de bibliotheek van de TU Kampen (Broederweg) en het Gemeentearchief van Kampen. In 2008 werd voor de vierde maal een boekenmarkt gehouden in de hal van de bibliotheek te Kampen ten bate van het fonds buitenlandse studenten. De boekenverkoop bracht € 2.702,40 op.
Protestantse Theologische Universiteit
31
Archief Het archief van de PThU, gevestigd in Kampen ontving in 2008 van diverse personen waardevol archiefmateriaal. Van de zoon van ds. P.H. Wolfert (1902-1945), oud-student van Kampen, werden 24 foto’s en andere documenten ontvangen uit de periode 1915-1932. Van de familie Van der Veen ontving het archief onder meer enkele collegedictaten Dogmatiek en Ethiek, opgetekend te Kampen door ds. R.J. van der Veen (1863-1942) in de periode 1884-1886 tijdens de colleges van prof.dr. Herman Bavinck. Ook werden via dr. C.M. van Driel
Hoofdstuk 8 Dienstverlening
archiefstukken (correspondentie, dictaten, preken en foto’s) ontvangen betreffende prof.dr. Arie Noordtzij (1871-1944), student te Leiden en Kampen, leraar Gereformeerd Gymnasium te Kampen en vanaf 1912 hoogleraar te Utrecht. In 2008 werd een aantal keren een beroep gedaan op het archief voor het leveren van foto’s als illustratiemateriaal in verschillende (wetenschappelijke) publicaties. In juli 2008 heeft het Overleg Post- en Archiefzaken Universiteiten (PAZU) formeel ingestemd met het lidmaatschap van de PThU.
8.1 Maatschappelijke dienstverlening De maatschappelijke dienstverlening betreft activiteiten op het gebied van kennistransfer en -valorisatie. Doelgroepen zijn zowel een breed publiek in kerk en samenleving, als professionals die werkzaam zijn in centrale sectoren van het publieke domein (met name zorg, onderwijs, bedrijfsleven, politiek). Zij is gekoppeld aan het onderzoek binnen de drie programma’s. Organisatie maatschappelijke dienstverlening Voor de organisatie van de maatschappelijke dienstverlening is een coördinator, prof.dr. F. de Lange, aangesteld. Deze ontwikkelt de visie op maatschappelijke dienstverlening, werkt deze uit en implementeert deze binnen de organisatie. Naast de coördinator staat een medewerker, drs. T. Tromp, die de maatschappelijke dienstverlening mee helpt ontwikkelen, als klankbord fungeert en een netwerk inbrengt. De coördinator is voorzitter van een werkgroep, waarin naast de medewerker twee leden van de wetenschappelijke staf van respectievelijk de vestigingsplaats Leiden en Utrecht zitting hebben, te weten prof.dr. H. Noordegraaf en dr. Th.A. Boer. Zij adviseren vanuit hun achtergrond (inhoudelijke expertise, maar ook regionale inbedding) over te ontwikkelen activiteiten. Zij fungeren tevens als de ambassadeurs van de maatschappelijke dienstverlening op hun vestiging en geven door het (laten) organiseren van activiteiten op hun vestiging invulling aan maatschappelijke dienstverlening. Aan de werkgroep is een adviseur toegevoegd, C. Dullemond. Hij adviseert vanuit zijn expertise als
32
Jaarverslag 2008
communicatieadviseur over het concept van dienstverlening en de daarbinnen te ontwikkelen activiteiten. De coördinator en de werkgroep worden secretarieel ondersteund door H. Hendriks-Krist. Naast de verantwoordelijkheid van de coördinator en de werkgroep maatschappelijke dienstverlening staat de verantwoordelijkheid van de individuele leden van de wetenschappelijke staf. Van elk lid van de wetenschappelijke staf mag verwacht worden dat deze zich bewust is van mogelijkheden en kansen wat betreft maatschappelijke dienstverlening, mede in termen van kennistransfer en -valorisatie. Beleid maatschappelijke dienstverlening De leidende gedachte bij de dienstverlening is dat de PThU met haar academische en theologische expertise het meest vruchtbaar is 1. als zij zich concentreert op diensten aan professionals die werkzaam zijn in centrale sectoren in het publieke domein (m.n. zorg, onderwijs, bedrijfsleven, politiek), die hen kunnen ondersteunen in hun eigen beroepsuitoefening. 2. als zij allianties zoekt met organisaties die in die verschillende sectoren actief zijn, veelal eveneens vanuit levensbeschouwelijk (protestants, maar niet exclusief) perspectief. Er wordt daarbij gezocht naar een zo goed mogelijke afstemming van het aanbod (relevant onderzoek van de PThU) op de vragen vanuit de genoemde sectoren. Daarnaast wordt kennisoverdracht voor een breder algemeen publiek (studiedagen, conferenties) gestimuleerd en gecoördineerd. Activiteiten maatschappelijke dienstverlening Op basis van bovengenoemde uitgangspunten is het volgende gerealiseerd: - In de zorgsector is met Reliëf (christelijke vereniging van zorgaanbieders) een structurele partnerrelatie aangegaan die tot uiting komt in het gezamenlijke aanbieden van een masterclass Ouder worden in perspectief, een intensieve tiendaagse cursus voor professionals in de begeleiding van ouderen. In het eerste semester van 2008 zijn 10 bijeenkomsten voor 16 deelnemers gehouden.
- Rond de ouderenzorg worden ook afzonderlijke seminars georganiseerd. Op 6 juni 2008 is een studiedag Existentiële Gerontologie onder begeleiding van prof.dr. F. de Lange, dr. R.D.N. van Riessen en drs. T. Tromp georganiseerd, waaraan 35 deelnemers deelnamen. - Op 5 november 2008 werd in samenwerking met VNO-NCW een conferentie gehouden over de Dynamiek in de eigen loopbaan onder leiding van prof.dr. F. de Lange en drs. T. Tromp waaraan 38 personen deelnamen. - In Leiden werd - door prof.dr. G.G. de Kruijf - op 10 maart 2008 een conferentie rondom gezinspolitiek georganiseerd, waartoe een relatie met verschillende politieke partijen (m.n. CDA en ChristenUnie) werd gelegd. Met het oog op het bredere publiek zijn twee HOVO-cursussen aangeboden: - Filosofen over geluk (dr. O.K. Zijlstra/dr. R.D.N. van Riessen), voorjaar 2008, 19 deelnemers. - Waar offeren we ons nog voor op (dr. O.K. Zijlstra/dr. R.D.N. van Riessen), najaar 2008, 30 deelnemers. Een aanzienlijk deel van de wetenschappelijke stafleden is zichtbaar voor een breder publiek door het houden van lezingen in het land. Deze lezingen worden gehouden tijdens symposia, jaarvergaderingen van politieke organisaties en binnen kerkelijke gemeenten. Enkele stafleden treden regelmatig op in de landelijke media. Daarnaast geldt dat een belangrijk deel van het totaal aantal door de wetenschappelijke staf geschreven artikelen van populariserende aard is. Het succes van de genoemde activiteiten stemt tot tevredenheid. Niettemin is het beleid erop gericht de maatschappelijke dienstverleningsactiviteiten te intensiveren, maar vooral ook te verbreden. In het bijzonder kan worden gedacht aan het aangaan van allianties in het onderwijsveld. Daarnaast zal aandacht zijn voor het vergroten van de herkenbaarheid van de medewerkers in maatschappelijke en kerkelijke debatten als verbonden aan de PThU. In de loop van 2009 zal worden geëvalueerd of de organisatiestructuur, zoals die is ingericht met het oog op de ontwikkeling van beleid met betrekking tot maatschappelijke dienstverlening en de ontwikkeling en organisatie van activiteiten, voldoet aan de doelstellingen die het bestuur zich heeft gesteld.
Protestantse Theologische Universiteit
33
8.2 Kerkelijke dienstverlening Bij de organisatie van concrete activiteiten wordt het onderscheid tussen maatschappelijke en kerkelijke dienstverlening praktisch gezien bepaald door de doelgroep. Als de doelgroep (voornamelijk) predikanten en/of kerkelijk werkers is, wordt de activiteit gezien als kerkelijke dienstverlening en valt deze onder de verantwoordelijkheid van de hoofddocent van het seminarium. De kerkelijke dienstverlening krijgt met name vorm als nascholingsactiviteit, i.c. verplichte nascholing van startende predikanten en PAO voor predikanten, academische theologische professionals in en buiten de Protestantse Kerk werkzaam. Het zwaartepunt van kerkelijke dienstverleningsactiviteiten ligt bij het seminarium van de PThU. Organisatie kerkelijke dienstverlening Teneinde een aantrekkelijk aanbod van nascholingsactiviteiten aan te bieden is een commissie voor nascholing in het leven geroepen. Deze staat onder voorzitterschap van een hoogleraar van de wetenschappelijke staf, prof.dr. K. Spronk. Van de commissie maken zowel leden van deze staf als een docent van het seminarium en predikanten deel uit. Als adviseur van de commissie treedt de hoofddocent seminarium op. Beleid kerkelijke dienstverlening Met het oog op een kwalitatief goed aanbod van kerkelijke dienstverleningsactiviteiten is het van belang dat bij de verantwoordelijken voor het aanbieden van deze dienstverlening voldoende kennis aanwezig is van het werkveld van theologische professionals. Twee aspecten spelen daarbij een rol: - kennis met betrekking tot de theologische professional zelf; - kennis met betrekking tot het werkveld van de theologische professional. Deze kennis wordt enerzijds ontwikkeld en onderhouden door de docenten die werkzaam zijn bij het seminarium. Seminariumdocenten worden gestimuleerd toegepast praktijkonderzoek te ontwikkelen met het oog op kwalitatief voldoende kennisbeheer. De specifieke deskundigheid die wordt ontwikkeld ligt op het terrein van professionalisering van het beroep, het ambt en de persoon van de professional. Anderzijds is kennis met betrekking tot de professional en zijn werkveld aanwezig bij universitaire docenten en hoogleraren die bijzondere expertise hebben ontwikkeld op het terrein van het functioneren van kerkelijke professionals. De kennis die aanwezig is bij seminariumdocenten en leden van de wetenschappelijke staf dient te worden gebundeld om de
34
Jaarverslag 2008
academische inbedding van het seminarium binnen de PThU te kunnen realiseren. Waar de specifieke expertise die binnen de PThU aanwezig is verbonden kan worden met de vraag vanuit het relevante kerkelijke beroepenveld, wordt een aantrekkelijk en passend aanbod aan nascholingsactiviteiten en postacademische opleidingsactiviteiten ontwikkeld. In dit verband is in bestuurlijk opzicht veel aandacht besteed aan het volgen van de commissie Veerman vanwege de synode, en het volgen van de door het CvB van de PThU en het synodemoderamen van de PKN gezamenlijk ingestelde werkgroep Permanente Educatie. De Universiteit wil zich graag beschikbaar houden voor het leveren van een belangrijke bijdrage aan de toekomstige professionele vorming van het predikantencorps. Vooruitlopend op een toekomstig aanbod van specialisaties in het beroep werden nu reeds afspraken gemaakt over het overnemen van de post-masteropleiding ‘Geestelijke Begeleiding’ van de protestantse dienstenorganisatie, waarbij ook het Titus Brandsma Instituut betrokken is. Activiteiten kerkelijke dienstverlening Aan predikanten en andere beroepsbeoefenaren is in het verslagjaar een doelgericht pakket aan cursussen voor Postacademisch Onderwijs en nascholing aangeboden. Daarbij kan vanuit het seminarium een beroep worden gedaan op leden van de gehele wetenschappelijke staf, terwijl omgekeerd de wetenschappers een dergelijk delen van hun onderzoek met vakbeoefenaren als een vruchtbaar en vanzelfsprekend onderdeel van hun werk gaan ervaren. In 2008 zijn twaalf PAO-cursussen aangeboden waaraan in totaal 125 deelnemers deelnamen. In het kader van KPV-training zijn 21 cursussen verzorgd voor in totaal 245 personen. Naast het aanbod in het kader van nascholingsactiviteiten zijn de volgende studiedagen georganiseerd: - 7 maart 2008: Vervangingstheologie - tussen traditie en taboe (40 deelnemers) - 18 april 2008: Heil - heling - gebed - genezing (in samenwerking met het Charismatisch Werkverband Nederland; 95 deelnemers)
Dr. L.Th. Witkamp (nascholing): ‘Hoe wil je predikant zijn?’
- 9 mei 2008: Groter dan ons hart - spreken over God in een tijd van ietsisme (64 deelnemers) - 10 oktober 2008: Eren als werkwoord (ter gelegenheid van het afscheid van dr. J.N. Meulink-Korf als universitair docent PThU; 96 deelnemers) - 13 november 2008: Het oecumenisch leesrooster revisited (15 deelnemers)
Predikant zijn is een moeilijk beroep. Het heeft heel veel verschillende facetten (voorganger leraar, pastor, bestuurder). Elk rol vereist een andere ‘rompstand’. Uiteindelijk komt nascholing neer op de vraag: Hoe wil je predikant zijn? ‘Dat kan een ander niet voor je beslissen’, zegt dr. L.Th. Witkamp, eindverantwoordelijk docent nascholing aan het Seminarium. Tot predikanten die problemen met tijdsplanning hebben, zegt Witkamp: ‘Zorg voor innerlijke ruimte. Maak ruimte in de agenda voor studie, maar ook voor zelfreflectie. De balans tussen wat op je afkomt en wat je aan zelfsturing kunt doen, daar gaat het om.’
8.3 Kennistransfer Aan het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur (OJKC) was tot 1 november 2008 een medewerker kennistransfer verbonden, dr. A. van der Veen. Van der Veen heeft in het kader van een project Kinderen en vieren een verkennend onderzoek gedaan naar de religieuze relevantie voor de deelnemende kinderen van (delen van) met name kindernevendiensten. Tien kindernevendiensten zijn geobserveerd, de leiding en de kinderen zijn geïnterviewd. In 2008 is dit materiaal geanalyseerd, in het bijzonder het taalgebruik in de kindernevendienst. De resultaten van het verkennende onderzoek zijn door Van der Veen gepresenteerd tijdens de Europese conferentie van de International Association for the Study of Youth Ministry (IASYM) op 28 maart 2008. In de loop van 2009 wordt de publicatie van een artikel verwacht in de Journal of Youth and Theology. Met het oog op algemene en op toepassing gerichte kennistransfer op het gebied van godsdienstpedagogiek, in het bijzonder het domein van godsdienst en levensbeschouwelijke vorming op scholen, is dr. H. Kuindersma aan de Universiteit verbonden. Naast het leveren van een bijdrage aan relevante studiedagen en conferenties heeft hij een aantal publicaties uitgebracht.
De nascholing voor beginnende predikanten (na twee jaar in het ambt) bestaat grotendeels uit het georganiseerd leren van de eigen ervaringen. Witkamp: ‘Belangrijk is verder dat zij veel tijd besteden aan het doorpraten met collega’s. Het is heerlijk te merken dat je niet de enige bent die bepaalde vragen heeft en die fouten maakt.’ Verder is er het postacademisch onderwijs, bedoeld om predikanten ‘fris’ te laten blijven. Witkamp: ‘Wij zeggen Miskotte na: “Wie niet studeert, is niet bekeerd”. Een predikant moet niet alleen gemakzucht en routine vermijden, maar zich ook serieus met bijbel en theologie bezighouden. Blijf nieuwsgierig en let op het onverwachte in de bijbel!’
Protestantse Theologische Universiteit
35
Jaarrekening
Balans Staat van baten en lasten Kasstroomoverzicht Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Toelichting op de jaarrekening Balans per 31-12-2008 (in euro’s x 1.000) (na resultaatbestemming) 31-12-2008 Activa Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa
1.1 1.2
443,1 8.504,8
31-12-2007
451,6 4.486,1 8.947,9
Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen
1.3 1.4
1.034,0 5.426,4
Totaal activa Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Kortlopende schulden Totaal passiva
36
Jaarverslag 2008
2.1 2.2 2.3
4.937,7
1.974,8 7.755,3 6.460,4
9.730,1
15.408,3
14.667,8
9.136,1 4.251,1 2.021,0
7.888,3 4.448,4 2.331,1 15.408,3
14.667,8
Staat van baten en lasten over 2008 (in euro’s x 1.000) 2008 Baten Rijksbijdragen Bijdrage PKN quotum College- en examengelden Deelnemersbijdragen Baten werk in opdracht van derden Overige baten
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Totaal baten Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten
4.1 4.2 4.3 4.4
Totaal lasten Saldo baten en lasten FinanciĂŤle baten en lasten Mutaties voorzieningen Resultaat
5 6
Begroting
Afwijking
2007
8.326,0 764,6 441,6 167,9 438,6 629,5
7.940,1 764,7 416,1 153,6 367,5 290,7
385,9 0,125,5 14,3 71,1 338,8
7.954,0 764,7 384,8 213,2 340,5 332,2
10.768,2
9.932,7
835,5
9.989,4
6.781,3 102,8 435,3 2.537,2
7.300,2 331,2 339,6 2.313,6
518,9 228,4 95,7223,6-
6.307,5 22,5 448,3 2.930,2
9.856,6
10.284,6
428,0
9.708,5
911,6
351,9-
1.263,5
280,9
438,9 102,6-
379,2 18,3
59,7 120,9-
418,3 5,4-
45,6
1.202,3
693,8
1.247,9
Protestantse Theologische Universiteit
37
Kasstroomoverzicht over 2008 Kasstroom uit operationele activiteiten Resultaat vóór financiële baten en lasten Aanpassingen voor - afschrijvingen - mutaties voorzieningen - mutaties vorderingen excl. vorderingen rente - mutatie schulden
809,0 102,8 197,3940,8 310,1536,2
Kasstroom uit bedrijfsoperaties Ontvangen interest Betaalde interest / kosten
1.345,2 515,5 76,6438,9
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten
1.784,1
Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in materiële vaste activa Desinvesteringen in materiële vaste activa boekwaarde Investeringen in financiële vaste activa Waardevermindering financiële vaste activa Desinvesteringen in financiële vaste activa Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten
95,20,9 6.000,0143,5 1.837,8 4.113,0-
Kasstroom uit financieringsactiviteiten Nieuw opgenomen leningen Aflossing langlopende leningen Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten
38
Mutatie liquide middelen
2.328,9-
Liquide middelen per 1 januari Liquide middelen per 31 december
7.755,3 5.426,4
Mutatie liquide middelen
2.328,9-
Jaarverslag 2008
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
1 Richtlijnen De jaarrekening is opgesteld op basis van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving 660, Onderwijsinstellingen.
2 Waarderingsgrondslagen Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen historische aanschaffingswaarden, dan wel bestede kosten voor verbouwingen en renovatie, verminderd met lineair over deze waarden berekende afschrijvingen. Afschrijving vindt plaats op grond van door OC&W vastgestelde afschrijvingstermijnen. Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs rekening houdend met individuele lagere marktwaarde van het product.
Voorziening pensioenverplichtingen Inzake toekomstige pensioenverplichtingen voor oud-hoogleraren van het voormalig ThWI heeft de PThU een voorziening opgenomen waarvan de omvang afhankelijk is van de levensduur van betrokkenen. De verplichting is gebaseerd op reële actuariële uitgangspunten. Hierbij is rekening gehouden met een opslag voor uitvoeringskosten van 1%. Voorziening verlofsparen Terzake van door personeelsleden gespaarde verlofuren is met ingang van 2004 het tegoed onder voorzieningen opgenomen, conform OC&W Richtlijn. Voorheen werd dit tegoed onder de kortlopende schulden gepresenteerd. Voorziening arbeidsongeschiktheid De voorziening omvat de per balansdatum bestaande verplichting en is gewaardeerd tegen de nominale waarde. De looptijd van de voorzieningen is vermeld. Overige activa en passiva Voor zover niet anders vermeld zijn de overige activa en passiva gewaardeerd tegen nominale waarde.
Vorderingen Vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde, waar nodig onder aftrek van een voorziening tegen oninbaarheid. Voorzieningen De voorzieningen zijn gepresenteerd overeenkomstig de afspraken met het Ministerie van OC&W d.d. 20 september 2001 en 9 februari 2006. Voorziening wachtgelden De PThU is eigen risicodrager voor de WW en de bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen. Met het oog daarop is een voorziening wachtgelden gevormd. De voorziening omvat de per balansdatum bestaande verplichting. Onderhoudsvoorziening De onderhoudsvoorziening wordt gevormd ter egalisatie van de kosten verbonden aan het meerjarig onderhoud terzake van materiële vaste activa. Voorziening jubileumuitkeringen Op basis van richtlijn 271 wordt het risico inzake de jubileumuitbetaling en pensioenvoorzieningen voortvloeiend uit de arbeidsvoorwaardenregeling gedekt.
Protestantse Theologische Universiteit
39
3 Bepaling van het resultaat Algemeen Voor de vaststelling van het resultaat wordt het baten- en lastenstelsel gehanteerd. Winsten worden genomen op het moment dat ze gerealiseerd zijn. Verliezen worden genomen op het moment dat ze voorzienbaar zijn. Voorts worden in de bijlage baten en lasten toegerekend aan de soort exploitatie waarop ze betrekking hebben, te weten subsidiabele en niet-subsidiabele exploitatie. Waar nodig zijn de cijfers voorgaand jaar aangepast aan de classificatie in het lopende jaar. College- en examengeld De baten van de collegegelden worden als volgt verantwoord: 1/3 komt ten gunste van het lopend jaar; 2/3 komt ten gunste van het volgende boekjaar en is als vooruitbetaalde collegegelden op de balans onder de kortlopende schulden opgenomen. Baten werk in opdracht van derden Hieronder zijn de baten verantwoord die buiten de primaire bekostiging vallen. Resultaten worden ten gunste of ten laste van de exploitatierekening gebracht naar rato van gereedkomen van (een afgerond deel van) projecten.
40
Jaarverslag 2008
Toelichting op de jaarrekening Toelichting op de balans (in euro’s x 1.000) per 31-12-2008
1.1 Materiële vaste activa Aanschafprijs 01-01-2008 Materiële vaste activa publiek 1.1.1 gebouwen en terreinen 1.1.2 inventaris en apparatuur 1.1.3 andere vaste bedrijfsmiddelen 1.1.4 in uitvoering en vooruitbetalingen 1.1.5 niet aan het proces dienstbare mva 1.1.6 investeringssubsidies
Materiële vaste activa privaat 1.1.1 gebouwen en terreinen 1.1.2 inventaris en apparatuur 1.1.3 andere vaste bedrijfsmiddelen 1.1.4 in uitvoering en vooruitbetalingen 1.1.5 niet aan het proces dienstbare mva 1.1.6 investeringssubsidies
Materiële vaste activa totaal 1.1.1 gebouwen en terreinen 1.1.2 inventaris en apparatuur 1.1.3 andere vaste bedrijfsmiddelen 1.1.4 in uitvoering en vooruitbetalingen 1.1.5 niet aan het proces dienstbare mva 1.1.6 investeringssubsidies
Cumulatieve afschrijvingen en waardevermind.
Boekwaarde 01-01-2008
Investeringen
4.078,6 3.533,4
3.299,23.170,2-
779,4 363,3
95,4
798,46.813,6
6.469,3-
798,4344,3
95,4
578,6 61,5
482,450,2-
640,0
Desinvesteringen
Aanschafprijs 31-12-2008
Cumulatieve afschrijvingen 31-12-2008
Boekwaarde 31-12-2008
47,1148,8-
4.009,5 3.628,8
3.346,33.319,0-
663,2 309,8
183,3 12,6-
798,46.839,8
183,3 6.481,9-
615,1357,9
96,2 11,2
16,16,1-
578,6 61,5
498,556,3-
80,1 5,1
532,6-
107,4
22,2-
640,0
554,8-
85,2
4.657,2 3.594,9
3.781,53.220,4-
875,6 374,5
95,4
63,2154,9-
4.588,0 3.690,3
3.844,83.375,3-
743,3 315,0
798,47.453,6
7.001,9-
798,4451,7
95,4
183,3 34,8-
798,47.479,9
183,3 7.036,7-
615,1443,1
De materiële vaste activa zijn onder te verdelen in investeringen op eigen rekening (85,2) en investeringen in gebouwen en inventaris ten laste van het Ministerie van OC&W (973,0). Op deze laatste is de investeringsbijdrage die in het verleden ontvangen is van het Ministerie in mindering gebracht. Deze valt jaarlijks voor een gelijk gedeelte als de afschrijvingen vrij en is in de staat van baten en lasten gesaldeerd met de afschrijvingskosten voor zover het investeringen betreft tot rapportagejaar 2007. Dit is conform de Richtlijnen voor de
69,1-
Afschrijvingen
69,1-
69,1-
69,1-
jaarverslaggeving. Het pand aan de Koornmarkt 16 met een aanschafwaarde van 69,1 is in augustus 2008 verkocht met een boekwinst van 190,0. De gehanteerde afschrijvingspercentages bedragen voor gebouwen 3%, inventaris 10%, computerapparatuur 25%, overige apparatuur 20% en software 25%. De verzekerde waarde van de gebouwen bedraagt € 19,4 miljoen. Investeringen boven € 500,- worden geactiveerd.
Protestantse Theologische Universiteit
41
1.2 FinanciĂŤle vaste activa
Overige effecten
Boekwaarde 01-01-2008 4.486,1 4.486,1
Investeringen
nominaal 453,8
31-12-2008 453,8
53,0 500,0 500,0 500,0 500,0 500,0 1.000,0 500,0 500,0 500,0 500,0 500,0 450,0 448,0 1.250,0 8.654,8
52,1 465,5 477,4 500,0 500,0 500,0 1.000,0 500,0 500,0 500,0 500,0 500,0 450,0 448,0 1.158,0 8.504,8
6.000,0 6.000,0
Desinvesteringen 1.837,81.837,8-
De effecten zijn als volgt te specificeren: 7,5% Obligaties Ned. 1993/2023 7,5% Obligaties Ned. 1995/2010 5,50% Obligaties BNG 1997/2008 5,25% Obligaties Ned. 1998/2008 3,75% Obligaties Ned. 1999/2009 4% ING verzek. 2006/2013 3,375 Gen.Electr.EMTN 2005/2012 4% NL Waterschapsbank 2003/2013 4,25% NL Waterschapsbank 2004/2014 4% Bank Ned Gem 2004/2014 4% Obligaties Ned. 2006/2016 4,125% Rabobank Ned. 2007/2012 3,625% Rabobank Ned. 2006/2011 5,5% ING bank 2001/2012 4,5% Obligaties Ned. 2007/2017 4% Obligaties Ned. 2008/2018 4,25% Obligaties Ned. 2003/2013 4,375% Obligaties Carrefour 2003/2011 0% ING Index linked produkt 30/12/2010
De koerswaarde van bovenstaande obligaties met hoofdsomgarantie per 31 december 2008 bedraagt 8.890,5. Het toegevoegde vermogen door de fusie is op basis van het Beleggingsstatuut in 2008 belegd in enerzijds obligatieleningen (4,0 mln.) en anderzijds deposito’s (2,0 mln.). Op grond van de RJ 226 worden de effecten gewaardeerd op de geamortiseerde kostprijs waarbij rekening wordt gehouden met de individuele lagere marktwaarde.
42
Jaarverslag 2008
31-12-2007 453,8 794,1 469,7 574,0 52,8
451,4 440,3 1.250,0 4.486,1
Waardeverminderingen 143,5143,5-
Boekwaarde 31-12-2008 8.504,8 8.504,8
1.3 Vorderingen Debiteuren Derden Studenten Overlopende activa
1.3.1 1.3.2
31-12-2008 31,9 61,5 111,5 829,2 1.034,0
31-12-2007 64,8 69,0 86,8 1.754,2 1.974,8
De vordering op derden heeft met name betrekking op verstrekte leningen aan personeel (52,9) in het kader van opleiding en het fietsplan, alsmede een rekening-courant saldo van de vereniging van oud-studenten (7,0). 1.3.1 Studenten De vordering op studenten betreft de nog niet vervallen termijnen in het kader van de gespreide inning van collegegelden. 1.3.2 Overlopende activa In de overlopende activa zijn de vorderingen opgenomen inzake nog te ontvangen rente (283,1), vooruitbetaalde kosten (142,1), LDF (93,0), Brandenburgfonds (106,1), DIS (40,8), PKN zending (18,4), PKN quotum december (63,7) en een toegezegde subsidie (15,5) van de gemeente Kampen inzake restauratie van een monumentaal pand. Alle vorderingen hebben een verwachte looptijd van minder dan 1 jaar.
1.4 Liquide middelen Kasmiddelen Tegoeden op bank- en girorekeningen Deposito's Overige
1.4.1
31-12-2008 2,3 2.411,3 3.012,8
31-12-2007 3,7 6.738,9 1.012,7
5.426,4
7.755,3
1.4.1 Tegoeden op bank- en girorekeningen In het banksaldo per ultimo 2007 is 6,0 mln. opgenomen zijnde het ontvangen bedrag inzake de overdracht van het eigen vermogen van het ThWI per 1 januari 2007. Op basis van offertes heeft het CvB in 2008 akkoord gegeven voor beleggingen ter hoogte van dit bedrag, waarbij gekozen is voor het in deposito zetten van 2 mln. (zie Deposito’s) en obligatieleningen voor het restbedrag conform het “Financierings- en beleggingsstatuut” van de voormalige ThUK. De tegoeden staan ter vrije beschikking.
2.1 Eigen vermogen
Algemene reserve Vastgelegd vermogen Vervangingsreserve onroerend goed Bestemmingsreserve publiek Werkkapitaal Egalisatiereserve PThU Fonds buitenlandse studenten Fonds ter bev. Geref. theologie Bibliotheekfonds N.H. Ridderbosfonds Egalisatieres. Theol. Onderw. Bestemmingsreserve privaat
Stand per 01-01-2008 4.427,0 427,1 844,3 1.271,4 1.134,5 246,7 337,1 38,0 111,3 1,3 321,1 2.189,9 7.888,3
Resultaatbestemming 958,3 9,29,2259,9 78,2
39,4298,7 1.247,9
Stand per 31-12-2008 5.385,3 418,0 844,3 1.262,3 1.134,5 506,6 415,3 38,0 111,3 1,3 281,7 2.488,5 9.136,1
Het eigen vermogen is gesplitst in de algemene reserve (die ontstaan is door samenvoeging van de algemene reserves van de voormalige ThUK, ThWI en ELS), de bestemmingsreserve publiek (gevormd met rijksmiddelen) en de bestemmingsreserves privaat (gevormd met eigen middelen). Het vastgelegd vermogen betreft het afstudeerfonds dubbel deficiënten (198,8) en het fonds promotiebursalen (219,2). Beide fondsen zijn per 1-1-2007 ingebracht uit het eigen vermogen van het voormalige ThWI. Mutatie van deze fondsen geschiedt via winstbestemming.
Protestantse Theologische Universiteit
43
2.2 Voorzieningen Personeelsvoorzieningen Overige voorzieningen
31-12-2008 4.000,0 251,1 4.251,1
31-12-2007 4.201,3 247,1 4.448,4
Het verloop van de voorzieningen is als volgt: Stand per 31-12-2007
Dotaties 2008
Onttrekking 2008
Vrijval 2008
Stand per 31-12-2008
395,2 6,1
93,3
3.572,2 43,2 228,5 137,3 18,8
3.572,2 43,2 228,5 137,3 18,8
251,1 4.251,1
251,1 4.251,1
Personeelsvoorzieningen Voorziening pensioenverplichtingen Voorziening jubileumuitkeringen Voorziening verlofsparen Voorziening arbeidsongeschiktheid Voorziening wachtgelden
2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5
3.807,2 43,2 173,0 153,8 24,1
253,6 6,1 55,5 46,5
16,5 51,8
Overige voorzieningen Onderhoudsvoorziening
2.2.6
247,1 4.448,4
102,6 464,3
98,6 568,3
2.2.1 Voorziening pensioenen De pensioenvoorziening is gevormd ten behoeve van de betaling van de pensioenen van een aantal oud-hoogleraren. Voor hen geldt een toegezegde pensioenregeling die niet is ondergebracht bij een bedrijfstakpensioenfonds. Tot en met 2005 werden de jaarlijkse pensioenlasten vergoed door het Ministerie van OC&W, maar met ingang van 2006 is de verplichting overgegaan naar voormalige ThWI en vanaf 2007 de PThU. De verplichting is actuarieel berekend, en tegen contante waarde opgenomen tegen een disconteringsvoet van 4%, in overeenstemming met RJ 271 Personeelsbeloningen. De verwachte gemiddelde indexering is ultimo 2008 bijgesteld van 4% naar 2% en de gehanteerde sterftetabel GBV/GBM 2000-2005 is gehanteerd met een leeftijdsterugstelling voor zowel man als vrouw met 2 jaar. Het actuariĂŤle resultaat hiervan is als vrijval verantwoord. Het weduwepensioen is gesteld op circa 75%. De looptijd bedraagt meer dan 5 jaar. De periodieke toename uit hoofde van interest wordt verwerkt als dotatie. Er worden voor deze verplichting geen specifieke (fonds) beleggingen aangehouden. De onttrekking betreft de uitbetaalde pensioenbedragen tot en met de rapportagedatum.
44
Jaarverslag 2008
93,3
Kortlopende deel < 1 jaar
Langlopende deel > 1 jaar
Voor de overige personeelsleden geldt ook een toegezegdpensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat afhankelijk is van leeftijd, salaris en dienstjaren. De regeling is ondergebracht bij de bedrijfstakpensioenfondsen van PGGM en ABP. Er is geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij PGGM of ABP, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. De PThU heeft daarom de pensioenregeling verwerkt als een toegezegde-bijdrageregeling en heeft alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord.
2.2.2 Voorziening jubileumuitkeringen Tevens is op basis van RJ 271 een voorziening voor jubileumuitkeringen opgenomen. Deze voorziening geeft inzicht in de financiĂŤle verplichting inzake de uitbetaling van jubileumuitkeringen hetgeen voortvloeit bij toepassing van de arbeidsvoorwaardenregeling. De looptijd bedraagt meer dan 5 jaar. 2.2.3 Voorziening verlofsparen Overeenkomstig OC&W-richtlijn jaarverslaggeving ingaande 2004 opgenomen onder de voorzieningen. Dit betreft gespaarde verlofuren vermenigvuldigd met het ultimo boekjaar geldende brutouurtarief (inclusief sociale lasten). De looptijd bedraagt meer dan 5 jaar. 2.2.4 Voorziening arbeidsongeschiktheid Deze voorziening is opgenomen voor op balansdatum bestaande verplichting voor arbeidsongeschiktheidskosten. De voorziening is gewaardeerd tegen het bedrag van de bezoldiging, inclusief werkgeverslasten, dat naar verwachting verschuldigd zal zijn. Rekening is gehouden met de duur van de periode waarover de verplichting bestaat, de hoogte van de te betalen bezoldiging, alsmede de kans dat dit - momenteel enige - personeelslid gedurende de bedoelde periode arbeidsongeschikt zal blijven. De looptijd bedraagt meer dan 5 jaar. 2.2.5 Voorziening wachtgelden De verplichting had betrekking op een drietal ex-werknemers waarvan per rapportagedatum slechts ĂŠĂŠn resteert. De looptijd van de voorziening bedraagt 1-5 jaar. 2.2.6 Onderhoudsvoorziening Jaarlijks wordt een vast bedrag gedoteerd aan de onderhoudsvoorziening. De kosten van onderhoud overeenkomstig de meerjarenbegroting inzake de uitvoering van het onderhoud worden onttrokken aan deze voorziening. De verwachte looptijd bedraagt meer dan 5 jaar.
2.3 Kortlopende schulden Crediteuren Belastingen Premies sociale verzekeringen Pensioenen Derden en gelieerde instellingen Vakantietoelage Vakantiedagen Vooruitontvangen collegegelden RC PKN Strategisch beleid Overige overlopende passiva
31-12-2008 279,6 0,3 258,1 83,7 221,6 207,5 127,6 327,7 311,8 203,1 2.021,0
31-12-2007 187,3 0,3 213,5 72,8 156,1 193,1 114,0 270,7 228,3 348,9 546,1 2.331,1
Onder derden en gelieerde instellingen zijn onder andere schulden opgenomen wegens nog te besteden geoormerkte gelden van de Stichting Timmermanfonds (91,1), NWO-Targum (66,5), NWO-Karl Barth (10,5), het Erasmus-Socrates programma (8,1) en ZonMW (8,2). Met instemming van het Ministerie OC&W wordt het saldo dat resteerde van de voorziening strategisch beleid per 1-1-2007 (372,6) aangewend voor het instellingsplan van de PThU. Het voldoet daarmee niet meer aan de voorwaarden voor voorzieningen, maar is te zien als een meerjarige subsidie met specifiek bestedingsdoel en is als zodanig onder de overlopende passiva opgenomen. Dit bedrag valt vrij ten gunste van het resultaat naarmate er kosten voor boventalligheid, innovatie en seniorenregeling worden gemaakt. In de rapportageperiode is in het kader van de seniorenregeling 37,1 ten laste van deze post gebracht. De Vakantietoelage en Vakantiedagen zijn personele verplichtingen welke berekend zijn op basis van nog uit te betalen bedragen op rapportagedatum. De overige overlopende passiva bestaat met name uit diverse vooruitontvangen bedragen (91,6) en nog te betalen kosten over 2008 (109,9). Over de schulden is geen rente verschuldigd.
Protestantse Theologische Universiteit
45
Niet uit de balans blijkende verplichtingen In het kader van de voorziening groot onderhoud is een niet uit de balans blijkende verplichting aangegaan in 2006 ter hoogte van 165,0 inzake buitenschilderwerk van de panden tot 2013. Als gevolg van de fusie per 1 januari 2007 zijn voor de vestigingen Utrecht, Leiden alsmede het Seminarium in Doorn huurovereenkomsten afgesloten. Met de Universiteit Leiden is een vijfjarig huurcontract afgesloten tot en met 31-12-2012 met vervolgens een optie voor één jaar. De huursom voor 2008, inclusief energie en services, bedraagt 34,6 en voor additionele faciliteiten 8,5 op jaarbasis. De huurovereenkomst met de Universiteit Utrecht loopt tot 31-12-2011 en bedraagt 51,5 per jaar en voor dienstverlening 12,8. Voor de bibliotheekfaciliteiten in Utrecht is contractueel 29,8 op jaarbasis gemoeid. Het huurcontract van het Seminarium in Doorn loopt tot 31-12-2009 en bedraagt 85,7. De hiervoor genoemde huurbedragen zijn onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexering. Verbonden partijen Er zijn geen verbonden partijen bekend waar de bestuurders van de PThU bestuurlijke invloed danwel deelneming in hebben.
Kengetallen en ratio’s (in euro’s x 1.000) 31-12-2008 Exploitatie Rijksbijdrage 8.326,0 Baten werk voor derden 438,6 Subsidiabel resultaat 924,8 Niet subsidiabel resultaat 323,1 Vermogen Eigen vermogen Totaal vermogen Solvabiliteitsratio Rentabiliteit Totale Vermogen Liquiditeit Liquide middelen Beleggingen in effecten Netto werkkapitaal Current ratio Totaal baten incl.fin.baten Weerstandsvermogen
31-12-2007 7.954,0 349,8 667,4 26,4
9.136,1 15.408,3 0,59 8,3%
7.888,3 14.667,8 0,54 4,9%
5.426,4
7.755,3
4.439,4 3,20 11.207,1 84,1%
7.399,0 4,17 10.504,9 75,1%
Het Solvabiliteitsratio (de verhouding tussen het ingebrachte eigen vermogen en de totale activa (=balanstotaal) voldoet aan de norm die in de praktijk wordt gehanteerd van minimaal 0,25 tot 0,50. De Rentabiliteit totale vermogen geeft de winstgevendheid van een organisatie weer. In een verliesgevende situatie wordt er ingeteerd op de reserves van de organisatie hetgeen de continuïteit van de onderneming niet ten goede komt. Het Netto werkkapitaal is de hoeveelheid geld die nodig is om de bedrijfsactiviteiten goed te kunnen uitoefenen, zoals de inkoop van goederen/diensten en het betalen van de salarissen. Dit getal wordt berekend door de vlottende activa te verminderen met de kortlopende schulden. De Current ratio geeft het verhoudingscijfer weer tussen deze twee en moet derhalve minimaal de waarde 1 hebben. Het Weerstandsvermogen is het vermogen om met vrij aanwendbare middelen niet-structurele financiële tegenvallers op te vangen. Het percentage geeft de verhouding weer van het Eigen vermogen en alle baten in een jaar, inclusief de financiële baten maar exclusief de buitengewone baten, waarvan de hoogte wordt bepaald door het risicoprofiel van de organisatie.
46
Jaarverslag 2008
Toelichting op de staat van baten en lasten over 2008 (in euro’s x 1.000) Het verslagjaar is afgesloten met een positief exploitatieresultaat van in totaal 1.247,9 waarvan 924,8 is toe te rekenen aan subsidiabel resultaat en 323,1 aan niet-subsidiabel resultaat. De afwijking ten opzichte van de begroting is grotendeels toe te wijzen aan de ontvangen maar niet begrote loon- en prijsbijstelling in de Rijksbijdrage 2008 van 261,0, de doorwerking van de wijziging van de egalisatiereserve investeringen (102,0) en nog niet ingevulde vacatures welke voor een heel jaar begroot waren voor circa 300,0. Daarnaast zijn er (eenmalige) bijzondere baten gerealiseerd inzake de verkoopopbrengst van een pand in Kampen (190,0), de vrijgevallen reservering ten laste van vorig boekjaar inzake afkoop pensioenen van overgenomen ThWI/PKN-medewerkers (150,0) en een vrijval van de voorziening pensioenen oud-hoogleraren door wijziging van de uitgangspunten (93,3).
3.1 Rijksbijdrage Rijksbijdrage OC&W
College- en examengelden
2008 8.326,0
Begroting 7.940,1
Afwijking 385,9
2007 7.954,0
3.2 Bijdrage PKN quotum 2008
Begroting
Afwijking
2007
764,6
764,7
0,1-
764,7
De bijdrage inzake het kerkrentmeesterlijk quotum is conform de afspraken in het convenant.
2008
Begroting
Afwijking
2007
441,6
416,1
25,5
384,8
Het bedrag is gebaseerd op het aantal betalende studenten van Kampen, Utrecht en Leiden en ligt boven het niveau van de begroting. In de begroting is uitgegaan van 84 studenten voltijd, 106 deeltijd en 109 afstandsonderwijs, totaal 299 studenten. In de realisatie zijn de aantallen betalende studenten 124 voltijd, 127 deeltijd en 87 afstandsonderwijs. Het aantal 2e inschrijvingen bedraagt 65 studenten. Het totaal aantal ingeschreven studenten ultimo 2008 bedraagt 398 waarvan 150 voltijd, 156 deeltijd en 92 afstandsonderwijs.
3.4 Deelnemersbijdragen Deelnemersbijdragen
De Rijksbijdrage is overeenkomstig brief kenmerk BEK/ BPR-2008/86371 M vastgesteld op 8.326,0 inclusief 261,0 voor loon- en prijsbijstelling over 2008. Uit de bijdrage is aan de Vrije Evangelische Gemeente (VEG) hun subsidiebedrag ter hoogte van 129,5 uitbetaald welke post als last is opgenomen onder 4.4 Overige lasten. Van de VEG is een jaarrekening inclusief accountantsverklaring ontvangen. De positieve afwijking betreft de niet meebegrote loon- en prijscompensatie.
Kerkrentmeesterlijk quotum PKN inz. Seminarium
3.3 College- en examengelden
2008
Begroting
Afwijking
2007
167,9
153,6
14,3
213,2
De deelnemersbijdragen voor PAO betreffen reĂŤle ontvangsten; 145,8 inzake Kerkelijk vrijwillig onderwijs en 24,1 inzake Studiedag/doelgroepcursussen.
3.5 Baten werk in opdracht van derden Nationale overheid, NWO Overige organisaties: - Projectsubsidie LDF - ZonMW - Deo Volente - Lutherana steunstichting - Brandenburgfonds Overige bijdragen
2008 78,5
Begroting
Afwijking 78,5
93,0 33,3
97,2 49,8 15,9 38,1 118,5 48,0 367,5
4,216,515,938,112,479,7 71,1
106,1 127,7 438,6
2007 7,5 109,0
99,1 124,9 340,5
De NWO subsidie betreft een projectonderzoek inzake Targum tot en met 2013. De lasten staan verantwoord onder 4.4 Overige lasten. De toekenning van deze subsidie vond plaats op 20-02-2008. In de overige bijdragen zijn opgenomen van DIS (40,8), Zending PKN (18,4), Gereformeerde Bond inzake leerstoel van de Brink jan/febr. (3,8), Stichting Rotterdam (17,1) en doorberekening salariskosten voor totaal 30,6. In verband
Protestantse Theologische Universiteit
47
met het vertrek 1 februari van de betreffende hoogleraar is het project Deo Volente opgeschort totdat er vernieuwde afspraken zijn gemaakt.
3.6 Overige baten Contributies Baten gebouwen Doorberekening personeelskosten Overige baten
2008 87,6 77,2 9,6 455,1 629,5
Begroting 102,0 50,1 57,6 81,0 290,7
Afwijking 14,427,1 48,0374,1 338,8
2007 110,1 86,3 9,3 126,5 332,2
Contributies De ontvangen bedragen ten behoeve van buitenlandse studenten dalen met 20% ten opzichte van vorig jaar en blijven met 14% onder de begroting. Dit kan worden verklaard omdat de geplande najaarsactie is gewijzigd in een kerstactie onder contribuanten. De inkomsten als gevolg van deze actie kwamen pas in 2009 binnen en moeten derhalve in het jaar 2009 worden verantwoord. Baten gebouwen Betreft de doorberekende huuropbrengst van de eigen panden voor researchfellows en buitenlandse studenten. Doorberekening personeelskosten De personele ondersteuning (overhead) voor de contribuantenadministratie. De hier begrote doorberekening van docentkosten initieel onderwijs aan het Seminarium zijn verantwoord bij de kosten onderwijs. Overige baten Subsidiabel: bijzondere bate door verkoop pand Koornmarkt 16 (190,0) en lager bedrag betaald dan opgave en reservering ten laste van vorig boekjaar van pensioenfondsen ABP en PGGM inzake Materiële Gelijkstelling van voormalige ThWI-en PKN-medewerkers (150,0). Niet-subsidiabel: CWM bijdrage (40,0), overige studiebijdragen voor buitenlandse studenten (40,9) en creditering PKN inzake dienstverlening 2007 (25,4).
48
Jaarverslag 2008
4.1 Personeelslasten Brutolonen en salarissen Pensioenuitkeringen oud-hoogleraren Sociale lasten Pensioenpremies Lonen en salarissen Dotaties personele voorzieningen Voorziening pensioenen oud-hoogleraren Personeel niet in loondienst Personeellasten TS (niet subsidiabel) Overig Overige personele lasten
2008 4.579,9 330,7 595,4 5.506,0
Begroting 6.395,4 382,2
6.777,6
361,7 93,3512,9 494,0 1.275,4 6.781,3
522,6 522,6 7.300,2
Afwijking 1.815,5 382,2 330,7595,41.271,6
2007 4.227,2 295,9 525,3 5.048,4
361,793,3512,9-
92,6 929,8
28,6 752,8518,9
236,7 1.259,1 6.307,5
Personeelslasten Per 1 januari vond conform CAO-bepalingen salarisaanpassing plaats (2,25%) en is de eindejaarsuitkering met 1,5% verhoogd. De totale personeelslasten blijven onder de begroting door enerzijds de ‘vrijval’ van de begrote pensioenuitkeringen en anderzijds door nog niet ingevulde vacatures die voor een volledig jaar zijn begroot. Aan pensioenuitkeringen oud-hoogleraren is 395,2 uitbetaald welk bedrag rechtstreeks ten laste van de nieuw gevormde voorziening is gebracht. Het begrote bedrag met een jaartotaal van 382,2 valt hierdoor in 2008 extra vrij. Daarentegen is via een dotatie personele voorzieningen een bedrag van 253,6 toegevoegd aan de voorziening pensioenuitkering oud-hoogleraren. De mutatie voorziening pensioenen betreft een vrijval in verband met gewijzigde uitgangspunten voor de actuariële berekening van de toekomstige pensioenverplichtingen van oud-hoogleraren. De wijzigingen hebben voornamelijk betrekking op het verlagen van de verwachte gemiddelde indexering van 4% naar 2% en een leeftijdsterugstelling in de Sterftetabel GBV/GBM 2000-2005 met 2 jaar voor zowel man als vrouw. Daarnaast is er een opslag opgenomen van 1% voor uitvoeringskosten. In de begroting zijn de loonkosten opgenomen van het personeel dat aan de formatie is toegevoegd door de fusie. Echter, een aantal medewerkers (gedetacheerden) is in het boekjaar voor 365,5 verantwoord onder Personeel niet in loondienst. Vanaf 2009 zijn alle detacheringscontracten beëindigd of omgezet in een PThU-dienstverband. Aan uitzendkrachten is in de rapportageperiode voor 147,4
uitgegeven. De kosten van docenten welke in verband met tijdelijke vervanging inzake onderwijs zijn ingezet, zijn opgenomen onder 4.4 inhuur docenten. In de post lonen en salarissen zijn de loonkosten van het Seminarium opgenomen ten bedrage van 345,2, inclusief 56,3 kosten detachering, welke via een separate regel worden doorberekend van subsidiabel naar niet-subsidiabel. De overige personeelslasten bestaan uit o.a. de ontslagvergoeding (111,3) van twee medewerkers alsmede de kosten van juridisch advies inzake personele aangelegenheden (69,9), de kosten voor studie en opleiding (126,3), reiskosten woon/werk (81,1), de zgn. 30%-regeling (60,7) en uitbetaalde verlofuren (40,3).
worden investeringssubsidies via de Balans in mindering gebracht op de investeringen en vallen vrij, gelijk aan de termijnen van de afschrijvingen over de materiële vaste activa tot 2007. De afschrijvingslasten vanaf 2007 komen niet in aanmerking voor genoemde vrijval ten laste van de investeringssubsidies.
4.3 Huisvestingslasten Huisvestingslasten subsidiabel Huisvestingslasten niet-subsidiabel Lasten gebouwen niet-subsidiabel
2008 279,4 95,8 60,1 435,3
Begroting 253,2 86,4 339,6
Afwijking 26,29,460,195,7-
2007 298,3 84,6 65,4 448,3
Aantal fte’s WP OBP Totaal fte's ultimo rapportageperiode
2008 56,41 27,27 83,68
Gemiddeld aantal fte's
79,95
Formatie 61,15 33,32 94,47
Afwijking 4,746,0510,79-
2007 55,80 30,70 86,50 74,65
De formatie betreft het aantal fte’s dat in de begroting is opgenomen. De fte’s inzake de pensioenuitkeringen oud-hoogleraren zijn niet opgenomen in het overzicht. In de formatie fte’s zijn 4,3 OBP-fte’s opgenomen die onderwijs gerelateerd zijn en geen deel uitmaken van de bedrijfsvoering, zoals opleidingscoördinatoren, medewerkers kennistransfer, directeur onderwijs, e.d.
De subsidiabele huisvestingslasten - inclusief de huurvergoedingen voor Utrecht en Leiden - wijken af door het toepassen van reële kostendoorberekening van de huur eigen panden. De Baten gebouwen geven een zelfde afwijking te zien in positieve zin. De Huisvestingslast niet-subsidiabel bestaat uit interne doorberekening van buitenlandse studentenhuisvesting (10,1) en betaalde huurvergoeding van het Seminarium (85,7). De niet-subsidiabele lasten gebouwen zijn energielasten (15,7) en niet begrote kosten voor onderhoud en herstel van de binnenzijde van de eigen panden (44,4) van sneller verval als gevolg van intensief en wisselend gebruik van de kamers.
4.2 Afschrijvingen Afschrijvingslast gebouwen/ inventaris tlv ministerie Afschrijvingskosten op eigen rekening Vrijval investeringssubsidies
2008
Begroting
Afwijking
2007
80,5 22,2
301,2 30,0
220,7 7,8
102,8
331,2
228,4
251,8 22,5 251,822,5
In de jaarrekening 2006 waren de investeringssubsidies apart opgenomen als egalisatiereserve en was de vrijval uit deze reserve apart opgenomen als bate onder mutaties voorzieningen. In 2007 nog separaat zichtbaar in de Resultatenrekening. Naar analogie van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving
Protestantse Theologische Universiteit
49
4.4 Overige lasten 2008 Kantoorkosten Inventaris Bibliotheek Administratie- en advieskosten Publiciteit en voorlichting Automatisering Reis- en vergaderkosten Overige lasten Subtotaal overige organisatielasten Inhuur docenten Gastdocenten Afstandsonderwijs Studentenvoorzieningen Studietoelage buitenlandse student Instellingsstage Vrije Evangelische Gemeente (VEG) Bij/af: doorberekening niet-subsidiabel Overige lasten opleidingen Subtotaal overige lasten onderwijs Internationalisering Congressen/studiereizen Graduate school Targum project Kosten overige activiteiten onderzoek Subtotaal overige lasten onderzoek Kosten dienstverlening kerkelijk Kosten dienstverlening maatschappelijk Verrekening dienstencentrum PKN Bij/af: doorberekening naar niet-subsidiabel Subtotaal overige lasten dienstverlening
7,4 145,4 228,0 210,9 361,0 132,7 35,6 1.121,1 111,2 3,0 107,6 27,0 123,4 39,3 129,5
Begroting 20,1 144,9 209,4 252,0 285,9 100,5 92,1 1.104,9 57,9 30,6 120,0 72,3 129,0 27,0
45,9 482,7 57,9 63,0
Afwijking 20,1 7,40,518,641,1 75,132,256,5 16,253,327,6 12,4 45,3 5,6 12,3129,5-
41,2 582,2 52,5 50,6 10,5 78,5 64,6 256,8 566,0 11,1
126,0 246,9 466,5 12,6
4,7 99,55,4 12,4 10,578,561,4 9,999,51,5
577,1 2.537,2
479,1 2.313,6
98,0223,6-
In totaliteit geven de overige lasten een overschrijding te zien van 6% ten opzichte van de begroting. Kantoorkosten: zijn verdisconteerd in de post administratiekosten. Inventariskosten: zijnde aankopen van apparatuur en inventaris < ₏ 500,-. Deze worden niet begroot. Bibliotheek; conform begroting. Administratie- en advieskosten: overschrijding van 9% t.o.v. de begroting. Naast de telefoon-, porto- en kopieerkosten, samen 89,1, zijn in deze post opgenomen de accountantskosten (51,8), advies en begeleiding van de organisatie (41,8) en een eerste onderzoek naar toekomstige huisvesting (17,2). Publiciteit en voorlichting: blijft onder de begroting door minder uitgaven dan gepland voor advieskosten en de website.
50
Jaarverslag 2008
2007 35,9 2,9 134,5 281,3 301,4 289,6 144,4 353,6 1.543,6 107,7 41,5 101,1 25,9 179,5
36,3 492,0 87,9
48,3 136,2 496,4 17,2 284,6 39,8758,4 2.930,2
Automatisering: jaarcontracten/-licenties van o.a. Osiris, Blackboard en PICA en het vernieuwde netwerk. Overschrijding door noodzakelijk verlengde licentie Progress (7,0) en extra (niet begrote) kosten van inhuur ICT-(fusie)projectleider (47,0) welke laatste lasten gedekt worden uit vacatureruimte ICT (0,3 fte) die vrij gehouden wordt voor inzet externe expertise. Tevens zijn de implementatiekosten van de nieuwe telefooncentrale en het Citrix-netwerk, samen 21,7, hierin opgenomen. Reis- en vergaderkosten: van het CvB, Wetenschappelijk en Ondersteunend personeel, Civitasactiviteiten, opening academisch jaar en dergelijke. Overige lasten: waarvan 24,9 aan lasten inzake de contribuantenadministratie, blijven onder de begroting. Vorig jaar waren hier de kosten van de afkoop pensioenrechten opgenomen van het overgenomen personeel bij de fusie. Inhuur docenten: heeft betrekking op tijdelijke vervanging en overbrugging bij vacatures van docenten via het uitzendbureau in verband met wachtgeldrisico bij tijdelijke arbeidscontracten. Deze post was voor de vestiging Utrecht voorheen opgenomen in de begroting Studentvoorzieningen. Gastdocenten: betreft kosten van het bezoek van Juengel. Afstandsonderwijs: is de afrekening met het LOI. Studentenvoorzieningen: blijven ruim onder de begroting doordat voorheen de inhuur van docenten van de vestiging Utrecht in het begrotingsbedrag was opgenomen. De lasten inzake Studietoelage buitenlandse studenten zijn op het niveau van de begroting. De post Instellingsstage betreft kosten van de Symforagroep en het Kor Schippers Instituut. Inzake de Vrije Evangelische Gemeente zijn de kosten verantwoord van de doorbetaalde subsidiegelden welke in de Rijksbijdrage opgenomen zijn. Van genoemde stichting is een jaarrekening inclusief accountantsverklaring ontvangen inzake de besteding van de middelen over 2008. De doorberekening uit niet-subsidiabel betreft de arrangements- en verblijfkosten op het Seminarium inzake initieel onderwijs ten laste van het subsidiabel resultaat. Overige lasten opleidingen: zijn de diverse kosten verband houdende met onderwijsactiviteiten op alle vestigingen (30,4) en het honorarium van het studentenpastoraat voor buitenlandse studenten (10,8). Internationalisering: bestaat uit internationale contacten en conferenties/symposia, alsmede de reizen van het College van Bestuur naar Zuid-Afrika en IndonesiĂŤ. Congressen/studiereizen: bestaat uit kosten gemaakt hiervoor door het wetenschappelijk personeel en blijven onder de begroting. Targum project: tegenover deze lasten staat een gelijke dekking
onder baten 2e/3e geldstroom. Kosten overige activiteiten onderzoek: bestaan grotendeels uit vertaal-/publicatiebijdragen (19,5) en activiteiten in het kader van onderzoekschool Ethiek/Noster (14,6). De jaarlijkse dotatie Ruimzicht (15,0) wordt via winstbestemming t.l.v. de egalisatiereserve theologisch onderwijs gebracht. Kosten dienstverlening kerkelijk: betreft grotendeels de arrangementskosten Seminarium (427,6) en docentkosten (104,6) waarbij een zichtbare stijging opvalt van deze kosten ten opzichte van zowel de begroting (+21%) als vorig jaar (+14%). Kosten dienstverlening maatschappelijk: hebben betrekking op de door PThU georganiseerde studiedagen. Bij/af doorberekening niet-subsidiabel: is de inzet van personele docenturen, ondersteuning en huisvesting (overhead) van het Seminarium ter hoogte van 100,7 dat betrekking heeft op het initieel onderwijs en derhalve ten laste van de Rijksbijdrage gebracht mag worden.
5 Financiële baten en lasten Saldo financiële baten en lasten
2008
Begroting
Afwijking
2007
438,9
379,2
59,7
418,3
De Egalisatiereserve Investeringssubsidies is niet meer toegestaan onder RJ 660. Dit bedrag is als investeringssubsidie van het Ministerie in mindering gebracht op de materiële vaste activa. Deze valt jaarlijks voor een gelijk gedeelte als de afschrijvingen vrij en is gesaldeerd met de afschrijvingskosten (zie 4.2). De hier begrote vrijval vindt niet (meer) plaats. De aanpassing heeft geen invloed op vermogen of resultaat. De voorziening afstudeerfonds is in 2007 geheel vrijgevallen o.b.v. richtlijnen aangezien er geen feitelijke verplichting aan ten grondslag ligt. Eventuele lasten in dit kader worden rechtstreeks t.l.v. de resultatenrekening gebracht als overige lasten onderwijs. De Voorziening strategisch beleid, per 1-1-2007 aangewend voor het instellingsplan van de PThU, voldoet niet meer aan de voorwaarden voor voorzieningen, maar is te zien als een meerjarige subsidie met specifiek bestedingsdoel en is als zodanig onder de overlopende passiva opgenomen. Zowel het fonds promotiebursalen als het fonds dubbel-deficiënt zijn per 1-1-2007 als vastgelegd Eigen vermogen ingebracht door het voormalig ThWI en onterecht als mutatie voorziening in de begroting opgenomen.
De renteopbrengsten zijn hoger dan begroot door o.a. verbeterde afspraken van de rentevergoeding over het rekening-courantsaldo. Op grond van de RJ 226 worden de effecten gewaardeerd op de geamortiseerde kostprijs. Voor het bepalen van eventuele bijzondere waardeverminderingen worden de effecten individueel beoordeeld. Dit heeft tot gevolg dat per rapportagedatum er een afboeking van de nominale waarde heeft plaatsgevonden van in totaal 143,5 op de aangekochte obligatieleningen. Aan het eind van de looptijden zal de amortisatie geheel weer zijn terugverdiend.
6 Mutaties voorzieningen 2008 Voorziening strategisch beleid Voorziening onderhoud Afstudeerfonds Egalisatierek. Investeringssubsidies Fonds promotiebursalen Fonds dubbel-deficiënt
Afwijking 27,0-
102,6-
Begroting 27,0 102,6-
102,6-
118,5 17,17,518,3
118,517,1 7,5 120,9-
2007 23,7 102,673,5
5,4-
Protestantse Theologische Universiteit
51
Bezoldiging leden College van Bestuur en Raad van Toezicht (RJ271.601) College van Bestuur:
dr. H.C. van der Sar (voorzitter) prof.dr. F.G. Immink (rector)
Raad van Toezicht:
prof.dr. F.A. van der Duyn Schouten (voorzitter) drs. J.J.Tj. van den Hul-Omta dr. A.J. Plaisier prof.dr.ir. M. Wessel dr.ir. F. Schutte (alleen reiskosten)
1,0 fte 0,8 fte 1,8 fte
6,4 3,8 1,9 3,7 0,8 16,6
De bezoldiging van het College van Bestuur bestaat uit het brutoloon vermeerderd met de wettelijke premies voor sociale lasten en pensioenverzekering. De vergoedingen aan de Raad van Toezicht zijn inclusief uitbetaalde reiskosten.
Vermelding accountantshonorarium De honoraria van Deloitte Accountants B.V. over 2008 zijn als volgt: Controle van de jaarrekening incl. bekostigingscontrole Fiscale advisering Niet-controle diensten
52
Jaarverslag 2008
2008 133,6 107,8 241,4
2008 64,5 1,8 6,1 72,4
Begroting 133,0 109,9 242,9
Afwijking 0,62,1 1,5
2007 127,5 102,9 230,4 6,0 3,6 3,7 13,3
Onderstaande opstelling geeft een overzicht van de subsidiabele en niet-subsidiabele Exploitatierekeningen: 2008 Begroting Realisatie Realisatie Totaal % Realisatie Realisatie subsidiabel niet-subsid. subsidiabel niet-subsid. Baten Rijksbijdragen 7.940,1 8.326,0 8.326,0 100,0 7.954,0 College-, cursus-, les- en examengelden 416,1 441,6 167,9 609,5 7,3 415,5 292,6 Baten werk in opdracht van derden 1.132,2 438,6 764,6 1.203,2 14,5 349,8 764,7 Overige baten 444,3 352,8 276,7 629,5 7,6 106,1 203,9 Totaal baten 9.932,7 9.559,0 1.209,3 10.768,2 129,3 8.825,4 1.261,2 Lasten Personeelslasten 7.300,2 6.436,1 345,2 6.781,3 81,4 5.919,4 388,1 Afschrijvingen 331,2 80,5 22,2 102,8 1,2 22,5 Huisvestingslasten 339,6 279,4 155,9 435,3 5,2 400,9 150,0 Overige lasten 2.313,6 2.096,0 441,2 2.537,2 30,5 2.150,8 779,4 Totaal lasten 10.284,6 8.892,1 964,6 9.856,6 118,4 8.471,1 1.340,0 Mutaties voorzieningen 18,3 102,6102,61,2Saldo baten en lasten 333,6564,3 244,7 809,0 9,7 354,3 78,8FinanciĂŤle baten en lasten 379,2 360,5 78,4 438,9 5,3 313,1 105,2 Exploitatieresultaat 45,6 924,8 323,1 1.247,9 15,0 667,4 26,4 Doorberekend subsidiabel/niet-subsidiabel: Subsidiabel Personeellasten TS niet-subsidiabel 345,2Arrangementskosten TS subsidiabel 198,3 Docent- en overhead TS subsidiabel 100,7 Per saldo doorberekend 46,3-
2007 Totaal
%
7.954,0 708,1 1.114,5 310,0 10.086,6
100,0 8,9 14,0 3,9 126,8
6.307,5 22,5 550,9 2.930,2 9.811,1
79,3 0,3 6,9 36,8 123,3
275,5 418,3 693,8
3,5 5,3 8,7
Niet-subsidiabel 345,2 198,3100,746,3
Protestantse Theologische Universiteit
53
Realisatie niet-subsidiabel Buitenlandse studenten Kerkrentmeesterlijk quotum PKN inz. Seminarium Deelnemersbijdragen Contributies Baten gebouwen Overige baten Saldo financiĂŤle baten en lasten Totaal baten Personeelslasten TS niet-subsidiabel Afschrijvingskosten op eigen rekening Huisvestingslasten niet-subsidiabel Lasten gebouwen niet-subsidiabel Overige lasten contribuantenadm. Studietoelage buitenlandse student Studentenpastoraat Dotatie Ruimzicht Bij/af: doorberekening arrangementskosten initieel Kosten dienstverlening kerkelijk Bij/af: doorberekening docentlasten/overhead Totaal lasten Resultaat
87,6 77,2 86,6 78,4 329,7 22,2 10,1 60,1 24,9 123,4 10,8 15,0
266,6 63,2
Overige gegevens en bestemming van het resultaat Bestemming van het resultaat over het boekjaar 2007 De jaarrekening 2007 is inclusief de bestemming van het resultaat goedgekeurd in de vergadering van de Raad van Toezicht. Vaststelling van de resultaatbestemming over het boekjaar 2008 Het College van Bestuur stelt de resultaatbestemming over het boekjaar 2008 als volgt vast: Algemene Reserve Vastgelegd vermogen Egalisatiereserve PThU Fonds buitenlandse studenten Egalisatiereserve Theologisch Onderwijs Dit voorstel is in de jaarrekening verwerkt. Gebeurtenissen na balansdatum: Geen
54
Jaarverslag 2008
958,3 9,2259,9 78,2 39,41.247,9
Seminarium 764,6 167,9
25,4 957,9 345,2 85,7
198,3566,0 100,7698,0 259,9
Totaal niet-subs. 764,6 167,9 87,6 77,2 112,0 78,4 1.287,6 345,2 22,2 95,8 60,1 24,9 123,4 10,8 15,0 198,3566,0 100,7964,6 323,1
Bestuurs- en accountantsverklaring
Bestuursverklaring Deze bevestiging bij de jaarrekening wordt afgegeven in samenhang met uw controle van de jaarrekening van de Protestantse Theologische Universiteit te Kampen, bestaande uit de balans per 31 december 2008 en staat van baten en lasten over 2008 met toelichting, die gericht is op het afgeven van een accountantsverklaring dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de Protestantse Theologische Universiteit per 31 december 2008 en van het resultaat over 2008 in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en met de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals opgenomen in de regeling jaarverslaggeving onderwijs (RJ 660). Wij erkennen onze verantwoordelijkheid voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en met de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals opgenomen in de regeling jaarverslaggeving onderwijs (RJ 660). Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van
schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn. Daarnaast bevestigen wij onze verantwoordelijkheid voor het naleven van wettelijke en andere voorschriften. Daarbij hebben wij de uitgangspunten en aanwijzingen in acht genomen die zijn vastgelegd in het Controleprotocol OC&W 2008. Bepaalde bevestigingen, die in deze brief zijn beschreven, zijn beperkt tot zaken die van materieel belang zijn. Wij begrijpen dat posten als materieel worden aangemerkt als het weglaten of foutief weergeven in de financiële administratie de economische beslissingen van gebruikers op basis van de jaarrekening kan beïnvloeden, zowel in totaal als afzonderlijk. Materialiteit hangt af van de grootte en de aard van de post of de fout, beoordeeld in het licht van specifieke omstandigheden van het weglaten of van de fout. De grootte of aard van de post, of een combinatie van beide, kan de beslissende factor zijn. Wij hebben navraag gedaan bij het management en medewerkers van onze onderwijsinstelling met relevante kennis en ervaring. Dienovereenkomstig, bevestigen wij naar ons beste weten en overtuiging het volgende: 1. De jaarrekening, die het vermogen en resultaat getrouw weergeeft, is opgemaakt in overeenstemming met de regeling jaarverslaggeving onderwijs (RJ 660) en het jaarverslag is eveneens opgesteld in overeenstemming met de regeling jaarverslaggeving onderwijs (RJ 660). 2. W ij hebben u inzage gegeven in de gehele administratie, de daaraan ten grondslag liggende gegevens en alle notulen van de vergaderingen van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht en voor zover van toepassing, samenvatting van acties van vergaderingen gehouden na het einde van de periode van welke de notulen nog niet zijn opgemaakt. 3. De onderwijsinstelling heeft voldaan aan wet- en regelgeving, die bij niet nakoming van materieel belang zou kunnen zijn voor de jaarrekening. De onderwijsinstelling is niet betrokken geweest bij enige handeling in strijd met de wet- en regelgeving, of andere gedragingen die er op gericht zijn de hoogte van de rijksbijdrage en/of (aanvullende) subsidies op oneigenlijke manier te beïnvloeden. 4. W ij bevestigen dat: a. Onder de term fraude wordt verstaan een opzettelijke handeling door één of meer personen uit de kring van de leiding, de organen belast met governance, het personeel of derden, waarbij misleiding wordt gebruikt om een onrechtmatig of onwettig voordeel te behalen. Ook afwijkingen die voortkomen uit het onrechtmatig onttrekken en doen toevloeien van waarden aan de onderwijsinstelling, waaronder het ongeautoriseerd bezwaren van activa, vallen
Protestantse Theologische Universiteit
55
hieronder. Frauduleuze financiële verslaggeving omvat opzettelijke afwijkingen of het weglaten van bedragen of toelichtingen in de jaarrekening om gebruikers te misleiden. b. W ij erkennen onze verantwoordelijkheid voor de opzet en invoering van maatregelen van interne beheersing om fraude te voorkomen en te ontdekken. c. Er zijn geen fraudegevallen die de onderwijsinstelling beïnvloeden, waarbij betrokken zijn: - leidinggevenden; - werknemers met een belangrijke rol in de interne beheersing; of - anderen, ingeval dat fraude van materieel belang kan zijn voor de jaarrekening. d. Er zijn geen aanwijzingen voor fraude, beschuldigingen van fraude of fraude die de jaarrekening van de onderwijsinstelling beïnvloeden, geuit door werknemers, voormalige werknemers, analisten, regelgevende instanties of anderen. e. W ij hebben de resultaten gemeld van onze inschatting van het risico dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang zou kunnen bevatten als gevolg van fraude. 5. W ij zijn van mening dat de ongecorrigeerde afwijkingen, opgenomen in het bijgevoegde, door u vervaardigde overzicht, niet van materieel belang zijn, zowel afzonderlijk als in totaal, voor de jaarrekening als geheel. 6. W ij bevestigen de volledigheid van de verstrekte informatie met betrekking tot de identificatie van verbonden partijen en aangaande transacties met deze partijen die materieel zijn voor de jaarrekening. De identiteit van, en de balansposten en transacties met, verbonden partijen zijn juist opgenomen, en indien van toepassing adequaat toegelicht in de jaarrekening. 7. W ij hebben geen voornemens die een invloed van materieel belang zouden kunnen hebben op de huidige boekwaarde van de activa en passiva zoals opgenomen in de jaarrekening, dan wel op de rubricering daarvan. 8. W ij zijn van mening dat er geen bijzondere waardeverminderingen dienen te worden doorgevoerd met betrekking tot vaste activa die in de balans zijn opgenomen. 9. Informatie aangaande het financiële risicoprofiel, alsmede onze doelstellingen en ons beleid met betrekking tot het financiële risicobeheer, zijn adequaat opgenomen in de jaarrekening.
56
Jaarverslag 2008
10. Het economisch eigendom van de activa berust bij de onderwijsinstelling. 11. W ij hebben alle verplichtingen, voor zover van toepassing, verwerkt of toegelicht in de jaarrekening en alle voorwaardelijke verplichtingen en garanties die aan derden zijn afgegeven, in de toelichting van de jaarrekening vermeld. 12. Het geschatte financiële effect van lopende of aanhangig gemaakte claims tegen de onderwijsinstelling is op juiste wijze opgenomen in de jaarrekening of toegelicht. Behalve deze, zijn wij niet op de hoogte van het bestaan van andere aanvullende claims uit hoofde van aansprakelijkstelling en deze zijn ook niet te verwachten. 13. Er zijn geen andere voorwaardelijke baten of lasten of andere verplichtingen die moeten worden verwerkt of toegelicht in de jaarrekening, inclusief (voorwaardelijke) verplichtingen voortvloeiende uit omgevingsfactoren als gevolg van onwettig of mogelijk onwettig handelen of overige omgevingsfactoren die een materiële invloed op de jaarrekening kunnen hebben. 14. Er hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan, die aanpassing vereisen van de jaarrekening of de toelichting daarop, behalve hetgeen in de toelichting van de jaarrekening is opgenomen. 15. W ij hebben u alle overige feiten en omstandigheden gemeld die van materieel belang zijn voor de jaarrekening.
dr. H.C. van der Sar voorzitter College van Bestuur Bijlage: overzicht van niet gecorrigeerde afwijkingen in de jaarrekening Geen resterende niet gecorrigeerde afwijkingen.
Accountantsverklaring Verklaring betreffende de jaarrekening Wij hebben de in dit verslag opgenomen jaarrekening 2008 van de Protestantse Theologische Universiteit te Kampen bestaande uit de balans per 31 december 2008 en de staat van baten en lasten over 2008 met de toelichting gecontroleerd. Verantwoordelijkheid van het bestuur Het bestuur van de universiteit is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507). Tevens is het bestuur van de universiteit verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Deze verantwoordelijkheden omvatten onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat en voor de naleving van de relevante wet- en regelgeving, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn. Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 2.9, derde lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht waaronder het Controleprotocol OC&W 2008. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De keuze van de uit te voeren
werkzaamheden is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant, waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico’ s van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoordeling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en getrouw weergeven in de jaarrekening van vermogen en resultaat alsmede het voor de naleving van de betreffende weten regelgeving relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoorde keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geven over de effectiviteit van het interne beheersingssysteem van de universiteit. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de universiteit heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Oordeel Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de Protestantse Theologische Universiteit per 31 december 2008 en van het resultaat over 2008 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (WJZ/2007/50507). Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2008 voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals die in het Controleprotocol OC&W 2008 zijn vermeld. Verklaring betreffende andere wettelijke voorschriften en/of voorschriften van regelgevende instanties Op grond van de wettelijke verplichtingen ingevolge artikel 2:393, lid 5 onder f BW melden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391, lid 4 BW. Zwolle, 14 mei 2009 Deloitte Accountants B.V. was getekend: drs. E. Dijkgraaf RA
Protestantse Theologische Universiteit
57
Bijlage 1 Samenstelling Raad van Toezicht, College van Bestuur, Raad van Toezicht, Universiteitsraad, Raad van Advies, Commissies en Werkgroepen op 31 december 2008
Adviseurs drs. H.W. de Jager (directeur Bedrijfsvoering) en dr. R.H. Reeling Brouwer (directeur Onderwijs) Ambtelijk secretaris mr.drs. D.J. de Boer Universiteitsraad Studenten J.H. Knetsch, S.M. van Leerdam (secretaris), P.I. van der Meijden, J.W. Schellingerhout Personeel dr. G.M. Speelman (voorzitter), prof.dr. K. Spronk, J.J. Steinfelder, dr. A. Vos, drs. D.T. Vos, dr. L.Th. Witkamp Raad van Advies drs. K.G. Ferrier prof.dr.ir. R. Goodijk drs. F. Hemrica drs. C. Kรถhler drs. G.R. Peetoom drs. P.J. Verhagen dr. D. Visser Examencommissie Utrecht/Leiden prof.dr. L.J. Koffeman prof.dr. M. Matthias prof.dr. H. Noordegraaf prof.dr. J. Muis (voorzitter) dr. Th.A. Boer
Raad van Toezicht prof.dr. F.A. van der Duyn Schouten (voorzitter) drs. J.J.Tj. van den Hul-Omta dr.ir. F. Schutte prof.dr.ir. M. Wessel vacature (vanaf 10 juni 2008 in verband met vertrek dr. A. Plaisier) Ambtelijk secretaris mr.drs. D.J. de Boer College van Bestuur dr. H.C. van der Sar (voorzitter) prof.dr. F.G. Immink (rector)
58
Jaarverslag 2008
Ambtelijk secretaris drs. G. van Markesteijn-Wesselink Examencommissie Kampen prof.dr. E.R. Jonker (voorzitter) dr. G.J. van Klinken dr. A. van der Kooi prof.dr. F. de Lange dr. W. van der Meer Ambtelijk secretaris drs. T.A. Struik
Opleidingscommissie Utrecht/Leiden drs. J.D. van Ark J. Hooydonk (student) M. Koelewijn (student) E. de Paauw (student) prof.dr. H.P. de Roest (voorzitter) dr. P. Sanders
Commissie Post Academisch Onderwijs/Nascholing dr. R. Brouwer ds. C.M.A. van Ekris ds. W. Hartogsveld prof.dr. K. Spronk (voorzitter) drs. G.F. Struijs ds. P.A. Verbaan
Adviseur dr. G. van Ek (opleidingscoördinator)
Adviseur dr. H. de Leede
Ambtelijk secretaris drs. F.T. Bunjes
Ambtelijk secretaris S.A.M. van Schaik-Willemsen
Opleidingscommissie Kampen P. de Jong (student) prof.dr. V. Küster (voorzitter) dr. F. Stark E. Urban (student) J.B. Voogd (student) dr. J.W. Wesselius Adviseurs drs. G.C. de Vries (opleidingscoördinator Geloof, Cultuur & Samenleving) en dr. E. Zonne (opleidingscoördinator) Ambtelijk secretaris dr. J.A. Landsman-Dijkstra Werkgroep Internationalisering prof.dr. L.J. van den Brom prof.dr. F.G. Immink prof.dr. V. Küster dr. H.C. van der Sar (voorzitter) dr. L.Th. Witkamp Ambtelijk secretaris drs. H.A. van de Poppe Werkgroep Maatschappelijke Dienstverlening dr. Th.A. Boer C. Dullemond (adviseur communicatie) prof.dr. F. de Lange (coördinator/voorzitter) prof.dr. H. Noordegraaf drs. T. Tromp Ambtelijk secretaris H. Hendriks-Krist
Protestantse Theologische Universiteit
59
Wetenschappelijke publicaties
Bijlage 2 Wetenschappelijk verslag over 2008
Boeken - D.M. Erbele-Küster, Körper und Geschlecht. Studien zur Anthropologie von Lev. 12 und 15 (WMANT 121), Neukirchen-Vluyn: 2008, 260 pp. Bundels
I. SOURCES Programma Scripture, Religious Identity, and Transformation Programmaleider: prof.dr. K. Spronk Onderzoekers prof.dr. H.-M. Kirn (hoogleraar; 0,4) prof.dr. M. Matthias (hoogleraar; 0,13) prof.dr. R. Roukema (hoogleraar; 0,4) prof.dr. K. Spronk (hoogleraar; 0,4) prof.dr. A. Houtman (ud/bijzonder hoogleraar; 0,32) dr. J.W. Wesselius (uhd; 0,4) dr. G. van Ek (ud; 0,4) dr. D.M. Erbele-Küster (ud; 0,2) dr. G.J. van Klinken (ud; 0,32) dr. L.J. Lietaert Peerbolte (ud; 0,27) dr. P. Sanders (ud; 0,19) dr. S. Hiebsch (pd onderzoeker; 0,85) dr. H.M. Patmore (pd onderzoeker; 0,3) dr. E. van Staalduine-Sulman (onderzoeker; 0,3) drs. A. ter Brugge (aio; 0,17) drs. J.M. Tanja (aio; 0,45) dr. E.A. de Boer (geassocieerd onderzoeker) prof.dr. C. Houtman (emeritus hoogleraar en geassocieerd onderzoeker) dr. J. van Sluis (geassocieerd onderzoeker)
60
Jaarverslag 2008
- W im Balke, Sabine Hiebsch, Wim Janse (red.), Verbum Dei manet in aeternum, Kampen: 2008, 185 pp. - A . Houtman, A.F. de Jong & M. Misset-van de Weg (red.), Empsychoi Logoi: Religious Innovations in Antiquity. Studies in Honour of Pieter Willem van der Horst, Leiden/Boston 2008, xxiv + 646 pp. - F.G.M. Broeyer en G.J. van Klinken (red.), Reizen naar het Heilige Land. Protestantse impressies 1840-1960 (Jaarboek voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme na 1800, jaargang 16), Zoetermeer: 2008, 224 pp. - G . Harinck, J.Y.H.A. Jacobs en G.J. van Klinken (red.), Religie, oorlog en lieux de mémoire (themanummer Documentatieblad voor de Nederlandse Kerkgeschiedenis na 1800, naar aanleiding van het gelijknamige congres in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, Amsterdam 8 mei 2008), Kampen: 2008, 68 pp. - J. van Sluis, ‘E.J. Diest Lorgion (1812-1876) over Balthasar Bekker’, in: G.J. Schutte (red.), De geschiedenis aan het volk verteld: Populaire protestants-christelijke geschiedschrijving in de negentiende en twintigste eeuw, (Serta historica; VIII) Hilversum: 2008, 79-90. Artikelen in bundels - G . van Ek, ‘Unmasking the Seven Veils: From Narrative Plot to Transformative Power in Biblical Hermeneutics’, in: Hans de Wit & Gerald O. West (eds.), African and European Readers of the Bible in Dialogue: In Quest of a Shared Meaning (Studies of Religion in Africa; Supplements to the Journal of Religion in Africa, 32), Leiden/Boston: 2008, 269-281. - G . van Ek, ‘Sitting Humbly at the Feet of the Elders: A Response to Eric Anum’, in: Hans de Wit & Gerald O. West (eds.), African and European Readers of the Bible in Dialogue: In Quest of a Shared Meaning (Studies of Religion in Africa; Supplements to the Journal of Religion in Africa, 32), Leiden/ Boston: 2008, 166-168.
- S. Hiebsch, ‘Marie Dentière: ‘Réformatrice avant la lettre’, in: W. Balke, J.C. Klok, W. van ‘t Spijker (red.), Johannes Calvijn: zijn leven, zijn werk, Kampen 2008, 107-111. - S abine Hiebsch, ‘Also das das hertze anhebe: Hart en gebed in Luthers inleiding bij Johannes 17’, in: Wim Balke, Sabine Hiebsch, Wim Janse (red.), Verbum Dei manet in aeternum, Kampen: 2008, 40-69. - A . Houtman & H. Sysling, ‘Balaam’s Fourth Oracle (Numbers 24:15-19) According to the Aramaic Targums’, in: G.H. van Kooten & J.T.A.G.M van Ruiten (red.), The Prestige of the Pagan Prophet Balaam in Judaism, Early Christianity and Islam, Leiden/Boston: 2008, 189-211. - A . Houtman, ‘The Fate of the Wicked: Second Death in Early Jewish and Christian Texts’, in: A. Houtman et al. (red.), Empsychoi Logoi: Religious Innovations in Antiquity. Studies in Honour of Pieter Willem van der Horst, Leiden/Boston: 2008, 405-424. -C . Houtman, ‘God regeert! Bijbelse plaatsen als bewijsplaatsen: de Bijbelsche landschappen van Des Amorie van der Hoeven’, in: F.G.M. Broeyer, G.J. van Klinken (red.), Reizen naar het Heilige Land. Protestantse impressies 1840-1960, Zoetermeer: 2008, 31-45. - G .J. van Klinken, ‘A view from the Netherlands: Gezina van der Molen, Dutch Calvinism, and the Atlantic Community’, in: V. Aubourg en G. Bossuat (red.), European Community, Atlantic Community? (in de reeks Études Contemporaines, Université de Cergy-Pontoise), Paris: 2008, 506-518. - G .J. van Klinken, ‘Van “land der vaderen” tot “Erets Israël”’. Twee Palestijnse reisbeschrijvingen uit de familie Lion Cachet’, in: F.G.M. Broeyer en G.J. van Klinken (red.), Reizen naar het Heilige Land. Protestantse impressies 1840-1960 (Jaarboek voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme na 1800, jaargang 16), Zoetermeer: 2008, 108-126. - G .J. van Klinken, ‘Onvermogen om te rouwen. De nederlaag herinnerd door gereformeerd Nederland in de zomer van 1940’, in: G. Harinck, J.Y.H.A. Jacobs en G.J. van Klinken (red.), Religie, oorlog en lieux de mémoire, Kampen: 2008, 15-24. - L.J. Lietaert Peerbolte, ‘Paul’s Rapture: 2 Corinthians 12:2-4 and the Language of the Mystics’, in: Frances Flannery, Colleen Shantz, Rodney A. Werline (eds.), Inquiry into Religious Experience in Early Judaism and Early Christianity (Experientia 1; Atlanta: SBL) Leiden etc.: 2008, 159-176. - L.J. Lietaert Peerbolte, ‘Jewish Monotheism and Christian Origins’, in: Alberdina Houtman, Albert de Jong, Magda Misset-van de Weg (eds.), Empsychoi Logoi. Religious Innovations in Antiquity. Studies in Honour of Pieter Willem van der Horst (AJEC/AGAJU 73), Leiden/Boston: 2008, 227-246.
- L.J. Lietaert Peerbolte, ‘Paul and the Practice of Paideia’, in: Rieuwerd Buitenwerf, Harm W. Hollander, Johannes Tromp (eds.), Jesus, Paul, and Early Christianity. Studies in Honour of Henk Jan de Jonge (SNT 130), Leiden/Boston: 2008, 261-280. - J. van Sluis, ‘E.J. Diest Lorgion (1812-1876) over Balthasar Bekker’, in: G.J. Schutte (red.), De geschiedenis aan het volk verteld: Populaire protestants-christelijke geschiedschrijving in de negentiende en twintigste eeuw (Serta historica; VIII), Hilversum: 2008, 79-90. - K . Spronk, ‘Sanctioning Samson: Do Old Testament Stories about Violence Make Sense Today? Some Answers from the Perspective of Redaction Criticism and History of Research’, in: H. de Wit & G.A. West (eds.), African and European Readers of the Bible in Dialogue: In Quest of a Shared Meaning, Leiden: 2008, 169-180. - K . Spronk, ‘The Delicate Balance Between Life and Death: Some Remarks on the Place of Mot in the Religion of Ugarit’, in: R.J. van der Spek (ed.), Studies in Ancient Near Eastern World View and Society (FS Marten Stol), Bethesda: 2008, 121-126. - K . Spronk, ‘Is there More Truth in this Picture? A Response to G. West’, in: H. de Wit & G. West (eds.), African and European Readers of the Bible in Dialogue: In Quest of a Shared Meaning, Leiden 2008, 65-67. Artikelen in tijdschriften - M. Matthias, ‘Reformation als Reformation des Menschen. Mit welchen Gerechtigkeitskonzeptionen beginnt die Reformation?’, Luther-Bulletin. Tijdschrift voor interconfessioneel Lutheronderzoek (uitgave van de Interconfessionele Werkgroep Lutheronderzoek) 17 (2008), 76-85. - H.M. Patmore, ‘Did the Masoretes get it wrong? The Vocalization and Accentuation of Ezekiel xxviii 12-19’, Vetus Testamentum 58 (2008) 2, 245-257. - R . Roukema, ‘Early Christianity and Magic’, Annali di Storia dell’ Esegesi 24 (2007), 367-378. - M. den Braber, J.W. Wesselius, ‘The Unity of Joshua 1-8, its Relation to the Story of King Keret, and the Literary Background to the Exodus and Conquest Stories’, SJOT 22 (2008), 253-274. - E. Zonne, ‘The Relation of Parachurch Youth Organisations and the Protestant Church in the Netherlands’, Journal of Youth and Theology, 7 (2008) 2.
Protestantse Theologische Universiteit
61
Review artikel - P. Sanders, recensie van J.-M. Michaud (red.), La Bible et l’héritage d’Ougarit, Sherbrooke: 2005, in: Review of Biblical Literature (2008) 3, 6 pp. (www.bookreviews.org).
Vakpublicaties Bundels - W. den Boer, G.J. van Klinken, H. Pruntel, Chr. Ravensbergen en Th.J.S. van Staalduine (red.), ‘Een machtig arbeidsveld’. De opbouw van het kerkelijk leven in de Noordoostpolder (Publicaties van de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis (PVNK) nr. 1), Gouda 2008: 241 pp. Artikelen in bundels - G . van Ek, ‘Harmonie tussen Hemelvaart en Pinksteren? De lucaanse visie op de gemeente in Handelingen 1:12-26’, in: Bob Becking & Annette Merz (red.), Verhaal als IdentiteitsCode: Opstellen aangeboden aan Geert van Oyen bij zijn afscheid van de Universiteit Utrecht (Utrechtse Theologische Reeks 60), Utrecht: 2008, 106-117. - G . van Ek, ‘Tekst en toekomst! Exegetische en hermeneutische overwegingen bij de preek’, in: Henk van der Meulen (red.), Als een leerling leren preken: Preekvoorbereiding stapsgewijs, Zoetermeer: 2008, 60-70. - D.M. Erbele-Küster, ‘Kanttekeningen bij Leviticus; kaderartikel offer en on/rein, in: A.H. Kamp (red.), NBV Studiebijbel. De Nieuwe Bijbelvertaling met uitleg, achtergronden en illustraties, Heerenveen: 2008, 157-158, 163, 173. - A . Houtman, ‘The Next Stumbling Block’, in: Kardinaal Willebrandslezing 2008: Responsible Teaching about the Death of Jesus, 19-22. - G .J. van Klinken, ‘Van Zuiderzeecomité tot deputaatschap. De Gereformeerde Kerken in het nieuwe land, 1928-1943’, in: W. den Boer, G.J. van Klinken, H. Pruntel, Chr. Ravensbergen en Th.J.S. van Staalduine (red.), ‘Een machtig arbeidsveld’. De opbouw van het kerkelijk leven in de Noordoostpolder (Publicaties van de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis (PVNK) nr. 1), Gouda: 2008, 67-90. - G .J. van Klinken, ‘Van het Noord-Oostfront. De uitzonderlijke beginfase van het gereformeerde leven in de Noordoostpolder, 1943-1948’, in: W. den Boer, G.J. van Klinken, H. Pruntel, Chr. Ravensbergen en Th.J.S. van Staalduine (red.), ‘Een machtig arbeidsveld’. De opbouw van het kerkelijk leven in
62
Jaarverslag 2008
de Noordoostpolder (Publicaties van de Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis (PVNK) nr. 1), Gouda: 2008, 91-110. - G .J. van Klinken, ‘Johannes de Heer als intermediair tussen kerk en pinksterbeweging’, in: G. Harinck (red.), ‘Steek elke pastorie in brand!’ Honderd jaar dwarsverbindingen tussen Pinkstergemeenten en protestantse kerken (reeks Ter Lezing nr. 3), Amsterdam: 2008, 3-8. - L.J. Lietaert Peerbolte, annotaties bij Romeinen, Filippenzen; kaderartikel ‘Verzoening’, in: NBV Studiebijbel. De Nieuwe Bijbelvertaling met uitleg, achtergronden en illustraties, Heerenveen: 2008, 1999-2000, 2053, 2081. - R . Roukema, ‘Gnosis en het Nieuwe Testament’, in: A.H. Kamp (red.). NBV Studiebijbel. De Nieuwe Bijbelvertaling met uitleg, achtergronden en illustraties, Heerenveen: 2008, 2075-2076. - K . Spronk, ‘Nahum’, in: A.H. Kamp (red.), NBV Studiebijbel. De Nieuwe Bijbelvertaling met uitleg, achtergronden en illustraties, Heerenveen: 2008, 1421-1422. - K . Spronk, ‘Habakuk’, in: A.H. Kamp (red.), NBV Studiebijbel. De Nieuwe Bijbelvertaling met uitleg, achtergronden en illustraties, Heerenveen: 2008, 1427. - K . Spronk, ‘Zefanja’, in: A.H. Kamp (red.), NBV Studiebijbel. De Nieuwe Bijbelvertaling met uitleg, achtergronden en illustraties, Heerenveen: 2008, 1435. - K . Spronk, ‘Bijbelse basismotieven: Oude Testament’, in: J. Valstar, H. Kuindersma e.a. (red.), Verwonderen & ontdekken: Vakdidactiek godsdienst primair onderwijs, Amersfoort: 2008, 160-192. - K . Spronk, ‘Bijbel en praktijk in de protestantse traditie’, Handelingen, tijdschrift voor praktische theologie (2008) 3, 26-35. Artikelen in tijdschriften - E.A. de Boer, ‘On the possibility of a historical reconstruction of Mary Magdalene’, in http://www.womenpriests.org/magdala/deboer.asp - E.A. de Boer, ‘De vrouw die Jezus zalfde’, Fier 11 (2008) 1, 12-14. - R . Roukema, ‘Jezus in gebed’, Kerk en Theologie 59 (2008), 301-309.
Populariserende publicaties - E.A. de Boer, ‘En toch oecumene! Een persoonlijk pleidooi’, En Toch 29 (2008) 4, 16-19. - G . van Ek, ‘Tenach en geweld: een canonieke benadering’, Interpretatie 16 (2008) 1, 16-18. - G . van Ek, ‘Grenzen aan de katholiciteit’ (rubriek kort&krachtig), Vox Voetianorum 32 (2008) 2, 14-16. - D.M. Erbele-Küster, ‘“U vergat de God die u gebaard heeft’’ (Deut. 32:18). Schepping als geboorte en andere voorstellingen van schepping in het Oude Testament’, in: A. Decoene, J. Haers, M. Servaas (red.), Wanneer de schepping kreunt in barensweeën, Antwerpen: 2008, 9-19. - D.M. Erbele-Küster, ‘Stemmen gesmoord door oorlog en geweld - Jefta’s dochter aan het woord (Rechters 11:29-40)’, in: Anne Marie Reijnen & Peter Tomson (eds.), Europe Between Wars. Bonhoeffer, the Struggle for Peace and the Cultural Heritage. A Salute to Jurjen Wiersma (Analecta Bruxellensia 13), Brussel: 2008, 104-113. - S. Hiebsch, ‘Wibrandis Rosenblatt: Voorbeeld in het geloof’, Waarheidsvriend 44 (2008), 8-9. - A . Houtman, ‘Sporen van joods-christelijke interactie in de Targoem van Samuel. Een internationaal samenwerkingsproject’, in: PThUnie september 2008, 18-19. - A . Houtman, ‘Gelukkig zij die zich inzetten voor vrede: God zal hen zijn kinderen noemen (Matt. 5:9)’, (verslag ICCJ conferentie), Protestantse Kerkbode 120 (27 september 2008) 39, 11. - G .J. van Klinken, ‘Vatbaar voor nuancering: het beeld van de gereformeerde geschiedenis van Ter Apel’, in: Veenkoloniale Almanak. Jaarboek voor de geschiedenis van de Groninger Veenkoloniën, jrg. 20, Veendam: 2008, 157-163. - G .J. van Klinken, ‘Reisverslag Israël’, in: Nes Ammim Internationaal (2008) 1, 8-10. - G .J. van Klinken, ‘De Korreweg lijkt de Noordpool wel…’ Een wandeling door het Groningen van Johan van Klinken en Marry de Boer 1952-1965, Kampen: 2008, 33 pp. - R . Roukema, ‘Inleiding’, in: De evangeliën van Johannes en Thomas. Ingeleid door Riemer Roukema, Amsterdam: 2008, 7-9. - R . Roukema, ‘Het evangelie volgens Thomas’ [vertaling uit het Koptisch], in: De evangeliën van Johannes en Thomas. Ingeleid door Riemer Roukema, Amsterdam: 2008, 67-101. - R . Roukema, ‘Word een eenling, net als Jezus’, Trouw Verdieping 1 maart 2008, 13.
- J. van Sluis, “De Verlichting als tegenbeweging”, in: Douwe Kooistra, Erik Betten & Pieter Anko de Vries (red.), Frieslands verleden: De Friezen en hun geschiedenis in vijftig verhalen. Leeuwarden: 2008, 190-194. - K . Spronk, ‘De mens en de hem gestelde grenzen: over de hemel in het Oude Testament’, in: B.L. van der Woude (red.), Wie kan er aarden hier beneden? Over de betekenis van de hemel, Zoetermeer: 2008, 11-23. - K . Spronk, ‘Exegetische notities bij Genesis 42, 43, 44 en 45’, Kind op zondag, jrg. 77 (2008) 1, 62-63; 70-71; 79-80; 85-86. - K . Spronk, ‘Geesten oproepen helpt mensen niet verder: Oude Testament niet altijd tegen invloed overledenen op het aardse bestaan’, Centraal Weekblad 21 maart 2008, 5. - K . Spronk, ‘Profetisch spreken en de concrete situatie: de bijdrage van Th.C. Vriezen aan het huidige debat in de PKN over kerk, Israël en de Palestijnen’, Centraal Weekblad 4 april 2008, 8. - K . Spronk, ‘In het voetspoor van de bisschop der armen’, Centraal Weekblad 13 juni 2008, 5. - K . Spronk, ‘De Bijbel kan niet zonder kanttekeningen’, Centraal Weekblad 14 november 2008, 5. - K . Spronk, ‘Een echte profeet shockeert’, Centraal Weekblad 19 december 2008, 11. - J.W. Wesselius, ‘250 Words. Notes and Thoughts about Biblical Hebrew Narrative: XI. David and Solomon’, Universalia 6/48 (18 maart 2008), 3. - J.W. Wesselius, ‘250 Words. Notes and Thoughts about Biblical Hebrew Narrative: XII. Who Killed Uriah?’, Universalia 6/54 (25 juni 2008), 4.
Protestantse Theologische Universiteit
63
II.
BELIEFS Programma Christian Faith in Changing Contexts Programmaleider: prof.dr. G.G. de Kruijf Onderzoekers prof.dr. K.E. Biezeveld (hoogleraar/ud; 0,27) prof.dr. L.J. van den Brom (hoogleraar; 0,4) prof.dr. L.J. Koffeman (hoogleraar; 0,32) prof.dr. G.G. de Kruijf (hoogleraar; 0,4) prof.dr. V. Küster (hoogleraar; 0,4) prof.dr. F. de Lange (hoogleraar; 0,3) prof.dr. J. Muis (hoogleraar; 0,4) prof.dr. G.W. Neven (hoogleraar; 0,4) prof.dr. J. Hoek (bijz. hoogleraar; 0,08) prof.dr. M.M. Jansen (bijz. hoogleraar/uhd; 0,2) dr. R.H. Reeling Brouwer (uhd; 0,2) dr. H.S. Benjamins (ud; 0,1) dr. Th.A. Boer (ud; 0,4) dr. G. van den Brink (ud; 0,07) dr. A. van der Kooi, (ud; 0,4) dr. R.D.N. van Riessen (ud; 0,2) dr. G.M. Speelman (ud; 0,32) dr. A. Vos (ud; 0,4) dr. L.A. Werkman (ud; 0,28) dr. O.K. Zijlstra (ud; 0,2) dr. T.L. Hettema (ud VEG; 0,21) dr. L. Mietus (ud VEG; 0,4) dr. D. van Keulen (pd onderzoeker; 0,5) drs. J.M. Bac (aio; 0,38) drs. A.W. Baan (aio; 0,6) drs. P. Dronkers (aio; 0,75) drs. W.A. de Jong (aio; 0,75) drs. G.G. van Manen (aio; 0,6)
64
Jaarverslag 2008
Wetenschappelijke publicaties Boeken - H.S. Benjamins, Een en Ander. De traditie van de moderne theologie, Kampen: 2008, 591 pp. - (D. van Keulen), A.A. van Ruler, Verzameld Werk, deel 2. Openbaring en Heilige Schrift, bezorgd door D. van Keulen. Zoetermeer: 2008, 518 pp. - V. Küster, God/Terreur. Een Tweeluik, Vught: 2008, 97 pp. Rede - M.M. Jansen, God op de grens. Missiologie als theologische begeleiding bij grensoverschrijding. Oratie, PThU Utrecht/ Kampen/Leiden: 2008, 41 pp. Bundels - M.M. Jansen, H.C. Stoffels (eds.), A Moving God. Immigrant Churches in the Netherlands, Zürich/Berlin: 2008, 237 pp. - G . Hoever, G.G. de Kruijf, O. O’Donovan, B. Wannenwetsch (hg.), Die Familie im neuen Europa. Ethische Herausforderungen und interdisplinäre Perspektiven, Berlin: 2008, 357 pp. - G .C. den Hertog en G.W. Neven (eds.), Jan Koopmans (1905-1945). Theoloog bij de tijd, Kampen: 2008, 184 pp. Artikelen in bundels - K .E. Biezeveld, ‘The Role of “The Other” in the Reading of the Bible: Towards a New Roadmap for Bible Reading in the Western World’, in: Hans de Wit & Gerald O. West (eds.), African and European Readers of the Bible in Dialogue. In Quest of a Shared Meaning, Leiden/Boston: 2008, 123-139. - K .E. Biezeveld, ‘Why for Naaman and this Woman, and Not for Me?’, in: Hans de Wit & Gerald O. West (eds.), African and European Readers of the Bible in Dialogue. In Quest of a Shared Meaning, Leiden/Boston: 2008, 304-306. - T h.A. Boer, ‘Stem Cells, Pluralism, and Moral Empathy’, in: Lars Östnor (ed.), Ethics and Embryos: Interdisciplinary Perspectives, Dordrecht: 2008, 121-134. - T h. A. Boer, ‘With Michael Walzer towards a Just Peace,’ in: Anne Marie Reijnen and Peter Tomson (eds.), Europe Between Wars: Bonhoeffer, the Struggle for Peace, and the Cultural Heritage. A Salute to Jurjen Wiersma (Analecta Bruxellensia 13), Brussel: 2008, 78-89.
- G . van den Brink, ‘En van de Zoon? Overwegingen bij de uitgang van de Heilige Geest’, in: A. Baars e.a. (red.), Charis. Opstellen aangeboden aan prof.dr. J.W. Maris, Heerenveen: 2008, 36-44. - L.J. van den Brom, ‘Freiheit in Komplimentarität - zwischen Monismus und Pluralismus’, in: Markus Mühling (Hg.), Gezwungene Freiheit? Personale Freiheit im pluralistischen Europa, Göttingen: 2008, 152-164. - T.L. Hettema, ‘En dat gaat zo maar door… Over de werking van de Geest in de cultuur,’ in: Erik Borgman e.a. (red.), De werking van de Heilige Geest in de Europese cultuur en traditie, Kampen: 2008, 188-198. - M.M. Jansen, ‘Introduction’, in: M.M. Jansen, H.C. Stoffels (eds.), A Moving God. Immigrant Churches in the Netherlands, Zürich/Berlin: 2008, 3-12. - M.M. Jansen, ‘The Wind beneath my Wings: Migration and Religion in the Life Stories of Filipina Domestic Workers in Amsterdam’, in: M.M. Jansen, H.C. Stoffels (eds.), A Moving God. Immigrant Churches in the Netherlands, Zürich/Berlin: 2008, 61-78. - M.M. Jansen, ‘Deliver Us from Evil: Deliverance Prayers in Three African Christian Communities in Amsterdam’, in: M.M. Jansen, H.C. Stoffels (eds.), A Moving God. Immigrant Churches in the Netherlands, Zürich/Berlin: 2008, 197-218. - D. van Keulen, ‘Inleiding’, in: (D. van Keulen), A.A. van Ruler, Verzameld Werk, deel 2. Openbaring en Heilige Schrift, Zoetermeer: 2008, 7-80. -A . van der Kooi, ‘”Uit uw school”. De relatie van Jan Koopmans en Oepke Noordmans’, in: G.C. den Hertog en G.W. Neven (red.), Jan Koopmans (1905-1945). Theoloog bij de tijd, Kampen: 2008, 17-33. - A . van der Kooi, ‘De Geest en de mens’, in: Erik Borgman, Kees van der Kooi, Akke van der Kooi, Govert Buys e.a. (red.), De werking van de Heilige Geest in de Europese cultuur en traditie, Kampen: 2008, 44-59. - V. Küster, Karel Steenbrink & Rai Sudhiarsa, ‘Christian Art in Indonesia’, in: Jan Sihar Aritonang & Karel Steenbrink (eds.), A History of Christianity in Indonesia, Leiden/Boston: 2008, 925-949. - J. Muis, ‘Karl Barth and Friedrich Mildenberger on Scripture in Doctrine’, in: Markus Bockmuehl & Alan Torrance (eds.), Scripture’s Doctrine and Theology’s Bible. How the New Testament Shapes Christian Dogmatics, Grand Rapids Michigan: 2008, 91-103. - G .W. Neven, ‘Barth Lesen in den Niederlanden’, in: Martin Leiner/Michael Trowitzsch (eds), Karl Barths Theologie als Europäisches Ereignis, Göttingen: 2008, 163-171.
- G .W. Neven, ‘Von der Metaphysik zur Parusie. Hans Georg Geyer in der intellektuellen Debatte über eine Kernfrage des 20. Jahrhunderts’, in Kathrina von Bremen ed., Gott und Freiheit. Theologische Denkanstöße Hans Georg Geyers, Schwerte Villigst: 2008, 43-56. - G .W. Neven, ‘De dood als moment in een ethiek van de hoop’, in G.C. den Hertog en G.W. Neven (eds.), Jan Koopmans (1905-1945). Theoloog bij de tijd, Kampen: 2008, 133-157. - R .H. Reeling Brouwer, ‘“Mij zo verwant, zo volstrekt mijn meerdere”. J. Koopmans en K.H. Miskotte’, in: G.C. den Hertog & G.W. Neven (red.), Jan Koopmans (1905-1945). Theoloog bij de tijd. Kampen: 2008, 35-57. - R .D.N. van Riessen, ‘Creative kenosis. Levinas and christian theology’, in: Johan de Tavernier, Joseph Selling, Johan Verstraeten en Paul Schotsmans (eds.), Responsibility, God and Society, Theological Ethics in Dialogue, (Festschrift Roger Borggraeve), Leuven/Paris/Dudley: 2008, 143-162. - A . Vos, ‘Ethik,’ in Herbert Schneider, Marianne Schlosser en Paul Zahner (red.), Duns-Scotus-Lesebuch (Veröffentlichungen der Johannes-Duns-Skotus-Akademie XXVI), Mönchengladbach: 2008, 267-289. - A . Vos, ‘Sklaverei,’ in Herbert Schneider, Marianne Schlosser en Paul Zahner (red.), Duns-Scotus-Lesebuch (Veröffentlichungen der Johannes-Duns-Skotus-Akademie XXVI), Mönchengladbach: 2008, 290-297. - T homas Möllenbeck en Antonie Vos, ‘Das Leben des Johannes Duns Scotus,’ in Herbert Schneider, Marianne Schlosser en Paul Zahner (red.), Duns-Scotus-Lesebuch (Veröffentlichungen der Johannes-Duns-Skotus-Akademie XXVI), Mönchengladbach: 2008, 3-38. - O.K. Zijlstra, ‘Steve Biko and modern European philosophy’, in: Cornel W. du Toit (ed.), The Legacy of Stephen Bantu Biko: Theological Challenges, Pretoria: 2008, 199-208. - O.K. Zijlstra, ‘Verklarende noten’, in Søren Kierkegaard, De herhaling. Een proeve van experimenterende psychologie, Budel: 2008 [vertaling Annelies van Heest; eindredactie en verklarende noten Karl Verstrynge en Onno Zijlstra), 142-148.
Protestantse Theologische Universiteit
65
Artikelen in tijdschriften
Artikelen in bundels
- T h.A. Boer, ‘Protokolle einer Tragödie. Alfred Dedo Müller und der Nationalsozialismus 1933-1936’, Kirchliche Zeitgeschichte. Internationale Halbjahresschrift für Theologie und Geschichtswissenschaft 21 (2008) 2, 373-391. - M.M. Jansen, ‘Indonesian and Moluccan Immigrant Churches in the Netherlands: Missionary History and Challenges”, in: Journal of Reformed Theology (2008) 2, 168-187. - L.J. Koffeman, ‘“Offenheit gegenüber der Einheit, zu der Gott uns beruft“. Altkatholiken im ökumenischen Gespräch: eine protestantische Perspektive’, Internationale kirchliche Zeitschrift 98 (2008) 1, 50-72. - J . Muis, ‘God our king’, HTS Theological Studies 64 (2008) 1, 269-288. - R .D.N. van Riessen, ‘Persoonlijke identiteit als onteigening’, Mededelingen van de Levinas studiekring, 13 (2008), 67-82.
- T h.A. Boer, ‘Ik denk dus geloof ik. Een essay over God, geloof en empirie’, in: Wil van den Bercken (red.), Het geloof van de theoloog, Budel: 2008, 25-38. - T h.A. Boer, ‘Trouw: is het ergens goed voor? Een grensverkenning van instrumenteel denken over trouw’, in: Gerrit de Kruijf en Petruschka Schaafsma (red.), Meer dan een optelsom. Kanttekeningen bij de waarde van het gezin, Kampen: 2008, 53-70. - G . van den Brink, ‘Apostolaat, herkerstening en onze nationale identiteit’, in: Koert van Bekkum & George Harinck (red.), Worsteling om de Nederlandse identiteit. Bavinck-lezingen 2006, Barneveld: 2007 [2008], 25-36. - J. Hoek, ‘De Geest van de Gekruisigde. Over de betekenis van een “pneumatologia crucis”’, in: E. Baars (red.), Charis. Theologische opstellen, aangeboden aan prof.dr. J.W.Maris bij zijn afscheid als hoogleraar aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn, Heerenveen: 2008, 90-100. - J. Hoek, ‘Hoe wijd ziet de kern? - diepgang en reikwijdte van de gereformeerde pneumatologie’, in: Erik Borgman e.a. (red.), De werking van de Heilige Geest in de Europese cultuur en traditie, Kampen: 2008, 112-125. - J. Hoek, ‘Sola Scriptura vandaag’ in: J. Hoek (red.), Sola scriptura. De actualiteit van de gereformeerde visie op de Schrift, Heerenveen: 2008, 9-34. - J. Hoek, ‘Leiderschap bij Bucer en Calvijn: tussen gegeven structuren en nagestreefde idealen’, in: Pieter Boersema, Jan Hoek, Mart-Jan Paul en Maria Verhoeff, (red.), Gezag in beweging. Kerkelijk leiderschap tussen tekst en context, Heerenveen: 2008, 279-294. - J. Hoek, ‘Over de hemel in de gereformeerde spirituele traditie’, in: Bert L. van der Woude, (red.), Wie kan er aarden hier beneden? Over de betekenis van de hemel, Zoetermeer: 2008, 53-66. - V. Küster, ‘Het grootste kunstwerk ooit’, in: Albert van der Schoot (red.), Kunst als morele vrijplaats. Moet in de kunst wat elders niet mag?, Zwolle: 2008, 102-108. - F. de Lange, ‘Het zwakke gezin, de sterke familie’, in: Gerrit de Kruijf en Petruschka Schaafsma (red.), Meer dan een optelsom. Kanttekeningen bij de waarde van het gezin, Kampen: 2008, 89-102. - J. Muis, ‘De prediking en de dogmatiek’ in: Henk van der Meulen (red.), Als een leerling leren spreken. Preekvoorbereiding stapsgewijs, Zoetermeer: 2008, 71-79.
Vakpublicaties Boeken - K .E. Biezeveld, Als scherven spreken. Over God in het leven van alledag, Zoetermeer: 2008, 138 pp. - J. Hoek, Geroepen in een nieuwe eeuw - Geheim en missie van de gemeente, Zoetermeer: 2008, 158 pp. - M.M. Jansen, Wie zijn wij dan? Over erkenning en verbondenheid tussen mensen die alles, bijna niets, een beetje of heel veel geloven, Zoetermeer: 2008, 146 pp. - G .G. de Kruijf, Ethiek onderweg. Acht adviezen, Zoetermeer: 2008, 145 pp.; (2e druk 2008, 145 pp.) - F. de Lange, De armoede van het zwitserlevengevoel. Pleidooi voor beter ouder worden, Zoetermeer: 2008, 159 pp. - L. Mietus & A. de Lange, J.H. Gunning Jr. Het Kruis des Verlossers (1861); De Prediking van de Toekomst des Heren (1888), (Serie Klassiek Licht), Barneveld: 2008, 128 pp. Bundels - J. Hoek (red.), Sola scriptura. De actualiteit van de gereformeerde visie op de Schrift, Heerenveen: 2008, 213 pp. - G errit de Kruijf, Petruschka Schaafsma (red.), Meer dan een optelsom. Kanttekeningen bij de waarde van het gezin, Kampen: 2008, 205 pp.
66
Jaarverslag 2008
- L.A. Werkman, ‘Kwetsbare identiteiten’, in: Gerrit de Kruijf en Petruschka Schaafsma (red.), Meer dan een optelsom. Kanttekeningen bij de waarde van het gezin, Kampen: 2008, 147-160. Artikelen in tijdschriften - T h.A. Boer, ‘Moreel beraad en moreel beleid in de kerk’, Praktische Theologie 35 (2008) 2, 136-48. - T h.A. Boer, ‘Pastores, zorgvoorzieningen en christelijke ethiek’, Pastorale Perspectieven. Driemaandelijks vaktijdschrift voor en door pastores 139 (2008) 1, 37-45. - T h.A. Boer, ‘Bestaat er een christelijke ethiek?’ De Civitate 58 (2008) 2, 6-7. - L .J. van den Brom, ‘Nationale Identiteit in ontwerp’, Kerk en Theologie 59 (2008), 72-77. - L .J. van den Brom, ‘Van Ruler Jaar 2008’, Kerk en Theologie 59 (2008), 381-385. - J . Hoek & G. Noort, ‘In de schaduw van de dominee?’, Kerk en Theologie 59 (2008) 1, 30-44. - J . Hoek, ‘Voetius voor het voetlicht’, Theologia Reformata (2008) 2, 165-170. -M .M. Jansen, ‘Waarden, normen en geloof’, in Michsjol 17 (2008) 1 (Globalisering als uitdaging voor kerk en theologie), 20-22. -M .M. Jansen, ‘Migrantenkerken’, in: Ouderlingenblad 85 (2008) 982, 19-22. -A . van der Kooi, ‘Woord vooraf’, Noordmans Cahier. Studies bij het werk van dr. O. Noordmans (Uitgave van de Stichting Dr. O. Noordmans) 8 (2008), 3v. - G .G. de Kruijf, ‘Over politieke ethiek vanuit theologisch perspectief’, Kerk en theologie 59 (2008), 78-80. -G .G. de Kruijf, ‘Gewogen, gewogen…’, Theologia Reformata 51 (2008), 128-135. -G .G. de Kruijf, ‘Gebod of advies’, in: IdW 37 (2008) 17, 14-16. - V. Küster, ‘Christian Art in Asia - Some Recent Publications’, Exchange 37 (2008), 365-369. - J .C. van Loon, ‘De Nieuwe Bijbelvertaling in de eredienst’, Met Andere Woorden 27 (2008) 4, 3-9. - R .H. Reeling Brouwer, ‘Ambt en ambacht: de achtergronden, de actualiteit’, Kerk en Theologie 59 (2008) 1, 45-58. - R .H. Reeling Brouwer, ‘Wie neemt de profetenmantel op? Miskotte en de preek (bij de verschijning van Verzameld Werk 13)’, Ophef. Tijdschrift voor hartstochtelijke theologie 15 (2008) 1/2, 33-40.
- R .H. Reeling Brouwer, ‘Calvijn tussen Middeleeuwen en Nieuwe Tijd’, Radix. Tijdschrift voor geloof en wetenschap 34 (2008) 4, 254-263. - R .H. Reeling Brouwer, ‘Calvijn en de kredietcrisis: als je geld uitleent’; ‘Luther, Calvijn en het menselijk hart als godenfabriek’, Ophef. Tijdschrift voor hartstochtelijke theologie 15 (2008) 3, 4-5; 6-9. - G .M. Speelman, ‘Leiderschap als gespreksthema tussen christenen en moslims’, Handelingen 3 (2008) 4, 39-47. - G .M. Speelman, ‘Ontdekkingsreizigers in een globale samenleving’, TGL (2008) 2, 81-91. - A . Vos, ‘Geloof als het geheim van de geschiedenis’, Kontekstueel 22 (2007-08) 4, 11-14. - A . Vos, ‘De onbetaalde rekening van de moderne theologie’, Theologisch Debat 5 (2008) 2, 29-35. - O.K. Zijlstra, ‘Ik wist niet dat ik het in mij had’, Boekman. Tijdschrift voor kunst en cultuur 20 (2008) 77, 72-77.
Populariserende publicaties - K .E. Biezeveld, ‘Het dilemma van de academische baret’, Interpretatie 16 (2008) 6, 13-15. - T h.A. Boer, ‘Moet de cliënt maar liever niét per tram reizen?’, KLIK, Maandblad voor de verstandelijk gehandicapten zorg, januari 2008, 16-17. - T h.A. Boer, ‘Moet cliënt zijn familie achterna verhuizen?’, KLIK, Maandblad voor de verstandelijk gehandicapten zorg, februari 2008, 16-17. - T h.A. Boer, ‘Hulp verlenen tegen wil en dank?’, KLIK, Maandblad voor de verstandelijk gehandicapten zorg, maart 2008, 16-17. - T h.A. Boer, ‘Schaamte voor de Sar-dame’, KLIK, Maandblad voor de verstandelijk gehandicapten zorg, april 2008, 18-19. - T h.A. Boer, ‘De Compaan-tattoo’, KLIK, Maandblad voor de verstandelijk gehandicapten zorg, mei 2008, 16-17. - T h.A. Boer, ‘Nooit behandelen bij longontsteking?’, KLIK, Maandblad voor de verstandelijk gehandicapten zorg, juni 2008, 19-20. - T h.A. Boer, ‘Wat als het bij een cliënt thuis niet lekker loopt?’, KLIK, Maandblad voor de verstandelijk gehandicapten zorg, juli-augustus 2008, 22. - T h.A. Boer, ‘Moeder wil geen rolstoel voor haar kind’, KLIK, Maandblad voor de verstandelijk gehandicapten zorg, september 2008, 16-17. - T h.A. Boer, ‘Cliënte wil zwanger worden’, KLIK, Maandblad voor de verstandelijk gehandicapten zorg, oktober 2008, 18-19.
Protestantse Theologische Universiteit
67
- T h.A. Boer, ‘Privé of publiek? Wat als een cliënt te open wordt over zichzelf?’ KLIK, Maandblad voor de verstandelijk gehandicapten zorg, november 2008, 22. - T h.A. Boer, ‘Recht op ongezond eten’, KLIK, Maandblad voor de verstandelijk gehandicapten zorg, december 2008, 22. - T h.A. Boer, ‘Tijdgeest vraagt om blik in de spiegel’, Nederlands Dagblad, 12 januari 2008, met kleine wijzigingen ook verschenen als ‘Kiezen tussen compromis of rechte rug’, Centraal Weekblad, 11 januari 2008. - T h.A. Boer, ‘Bijna elke tijdgeest wordt gedreven door angst’, Centraal Weekblad, 22 februari 2008, met kleine wijzigingen ook verschenen als ‘Doemscenario’s blijken vaak niet uit te komen’, Nederlands Dagblad, 22 februari 2008. - T h.A. Boer, ‘Verbied film Wilders bij godslastering’, Nederlands Dagblad, 12 maart 2008. - T h.A. Boer, ‘Bescherm religie tegen vechtjassen’, Trouw (Podium), 20 maart 2008. - T h.A. Boer, ‘Wat als Jezus niet God is?’, Nederlands Dagblad, 4 april 2008, met kleine wijzigingen ook verschenen als ‘De mens Jezus leed niet meer dan veel anderen: Als Jezus niet God is, komt het christendom dichtbij mensenverering’, Centraal Weekblad, 4 april 2008. - T h.A. Boer, ‘De valkuil van het e-mailen’, Centraal Weekblad, 9 mei 2008, met kleine wijzigingen ook verschenen als ‘De ethiek van internetfora en e-mail’, Nederlands Dagblad, 9 mei 2008. - T h.A. Boer, ‘Embryoselectie vraagt om moreel debat,’ Nederlands Dagblad, 5 juni 2008, met een aantal wijzigingen ook verschenen als ‘Alle hens aan dek voor een inhoudelijk debat. Discussie over embryoselectie moet geen politieke machtsstrijd worden’, Centraal Weekblad, 13 juni 2008. - T h.A. Boer, ‘Bergsport: riskant, niet onverantwoord’, Nederlands Dagblad, 29 juli 2008. - T h.A. Boer, ‘Christelijke ethiek is geen conservatieve ethiek?’, Nederlands Dagblad, 8 augustus 2008, met kleine wijzigingen ook verschenen als ‘Loopt christelijke ethiek achter of is het zijn tijd vooruit?’, Centraal Weekblad, 29 augustus 2008. - T h.A. Boer, ‘De kunst van het sorry zeggen’, Centraal Weekblad, 19 september 2008, met kleine wijzigingen ook verschenen als ‘Zondebesef is ook goed nieuws’, Nederlands Dagblad, 19 september 2008. - T h.A. Boer, ‘De ethiek van het eindeloze bewustzijn’, Nederlands Dagblad, 24 oktober 2008, met kleine wijzigingen ook verschenen als ‘Spiritualiteit zonder crisis’, Centraal Weekblad, 31 oktober 2008; ingezonden brief hierover n.a.v. een reactie van Wiebe Oost, in: Centraal Weekblad, 28 november 2008.
68
Jaarverslag 2008
- T h.A. Boer, ‘Hoort levensbeëindiging op het bordje van de arts?’, naar aanleiding van de documentaire ‘Voor ik het vergeet . . .’, Trouw (Podium), 11 november 2008. - T h.A. Boer, ‘Rentmeesterschap en de kredietcrisis’, Nederlands Dagblad, 12 december 2008, met kleine wijzigingen ook verschenen als ‘Ondernemen als een rentmeester’, Centraal Weekblad, 12 december 2008. - T h.A. Boer, ‘Theologie moet voortdurend in gesprek zijn. Een interview met Gerrit Immink, rector van de PThU’, PThUnie 1 (2008) 2, 14-15. - T h.A. Boer, ‘Onderwijs leren’. Column, PThUnie 1 (2008) 2, 12. - G . van den Brink, ‘De christelijke belijdenis in een plurale cultuur’, in: Maakt één wat is verdeeld. Samen horen (Lezingencyclus Protestantse Gemeente Bilthoven i.w.), Bilthoven: 2008, 1-18. - L.J. van den Brom, ‘Spreken over God’, Ouderlingenblad 85 (2008, juni) 983, 22-25. - L.J. van den Brom, ‘Voorzienigheid en toeval’, in: Peter Verbaan en Jan Dirk Wassenaar (red.), Een woord zoals een leerling heeft: Opstellen van en voor Gert Marchal, Zoetermeer 2008, 143-146. - P. Dronkers, Tamar. Een reisverhaal over Turkse en Franse hoofddoeken, Kampen: 2008, 160 pp. - J. Hoek, ‘Onze toekomst in Christus - Het leven verankerd in de toekomst van Christus’, Ouderlingenblad 85 (2008) 981, 13-17. - J. Hoek, 4 artikelen over ‘Stille tijd - geïnspireerd door Theodorus à Brakel’, De Waarheidsvriend 2008, 14-17. - J. Hoek, ‘Hoe wordt vandaag de Bijbel gelezen’, in Kontekstueel 22 (2008) 6, 7-11. - J. Hoek, ‘De spirituele Calvijn’, Herademing, Tijdschrift voor spiritualiteit en mystiek, (2008), 38-42. - V. Küster, ‘Meditation des Monats [Bildmeditationen, je eine Doppelseite]’, Die Anregung. Seelsorglicher Dienst in der Welt von heute 60 (2008), Lesejahr A Heft Nr. 1-6, 2 pp. - F. de Lange, ‘Oud en der dagen zat’, Trouw, Letter & Geest, 11 oktober 2008. - F. de Lange, ‘Een taaie gerichtheid op morgen’, Trouw Letter & Geest, 12 juli 2008. - F. de Lange, ‘De ‘grijze kerk’ als uitdaging’, Ouderlingenblad 85 (2008) 987, 16-19. - L. Mietus, ‘Iets over boeken’ in: Ons Orgaan. Uitgave van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland, (januari 2008), 6-7. - R .H. Reeling Brouwer, ‘Overspelig Jeruzalem. Toespraak over Ezechiël 16’, Maandbrief voor Leerhuis & Liturgie 12 (januari 2008), 7-10.
- R .H. Reeling Brouwer, ‘Een God die je in je zak kunt steken’, Open Deur. Oecumenisch maandblad 32 (2008) 6, 12-13. - R .D.N. van Riessen, ‘Het is de deugd die maakt dat je geraakt wordt. Gesprek van Peter Henk Steenhuis met Renée van Riessen over ontvankelijkheid als deugd’, Trouw, 28 januari 2008. - R .D.N. van Riessen, ‘Het zit in het toeven. Gesprek van Peter Henk Steenhuis met Renée van Riessen over religie en een taal die raakt’, Trouw, 15 december 2008. - G .M. Speelman, ‘Leven tussen hoop en vrees’, Centraal Weekblad, december 2008, 15. - A . Vos, ‘Evangelische systematische theologie,’ Hermes 6 (2007-08) 5, 31-35. - A . Vos, ‘Van San Francisco tot Saint Bonaventure,’ PThUnie. (Magazine van de Protestantse Theologische Universiteit) 2 (september 2008), 11-12. - A . Vos, ‘Jesus von Nazareth en bijbelse theologie,’ Confessioneel 120 (augustus 2008) 7, 8-9. - A . Vos, ‘Het perspectief van de wetenschappelijke exegese’, Confessioneel 120 (augustus 2008) 15, 8-9. - A . Vos, ‘Naar het Land van Andersom’, Kerstmeditatie, Kerstbrief Themelios, (december 2008), 1-3. - L.A. Werkman, ‘Inculturalisation in de gezondheidszorg’, Begrip 34 (2008) 3, 141-146.
III.
PRACTICES Programma Practices of Faith in Socio-cultural Networks Programmaleider: prof.dr. M. Barnard Onderzoekers prof.dr. M. Barnard (hoogleraar; 0,4) prof.dr. F.G. Immink (hoogleraar; 0,2) prof.dr. E.R. Jonker (hoogleraar; 0,4) prof.dr. H. Noordegraaf (ud/bijzonder hoogleraar; 0,4) prof.dr. H.P. de Roest (hoogleraar; 0,4) dr. R. Brouwer (ud; 0,4) dr. H.K. Heyen (ud; 0,4) dr. C.J. Menken-Bekius (ud; 0,2) dr. H.C. van der Meulen (ud; 0,4) dr. J.N. Meulink-Korf (ud; 0,02) dr. A.C. Mulder (ud; 0,2) dr. B. Roukema-Koning (ud; 0,08) dr. J. Schaap-Jonker (ud; 0,09) dr. F. Stark (ud; 0,07)
dr. M.N. Walton (ud; 0,06) dr. E. Zonne (ud; 0,2) drs. E. Asscher (aio; 0,75) drs. C.C.L. van den Berg-Seiffert (aio; 0,6) drs. M.C.M. Klomp (aio; 0,75) drs. D. van de Koot-Dees (aio; 0,75) drs. V. Rooze (aio; 0,6) drs. P.M. Sonnenberg (aio; 0,13) drs. I. Terlouw (aio; 0,75) drs. T. Tromp (aio; 0,46) drs. G.C. de Vries (aio; 0,27)
Wetenschappelijke publicaties Bundels - H.K. Heyen (red.), Lebensbejahend predigen. Münster: 2008, 164 pp. - Ruard R. Ganzevoort & Anne-Claire Mulder (eds.), Weal and Woe II. Empirical Explorations and Theoretical Reflections, Münster: 2008, 161 pp. Artikelen in bundels - M. Barnard, ‘African Rhythm in an Amsterdam Business District. Liturgy in Immigrant Churches’, in: Mechteld Jansen en Hijme Stoffels (eds.), A Moving God. Immigrant Churches in the Netherlands (International Practical Theology 8), 115-138. - H.K. Heyen, ‘Sexualität als Thema in protestantischen Predigten der Gegenwart - ein Beispiel von “Lebensbejahung und Lebensverneinung auf der Kanzel”’, in: H. Heyen (red.), Lebensbejahend predigen, Münster: 2008, 143-164. - H.K. Heyen, ‘Case Study: “Ineke”, in: R.R. Ganzevoort, A.C. Mulder (red.), Weal and Woe II. Empirical Explorations and Theological Reflections, Münster: 2008, 89-104. - F.G. Immink, ‘Introduction: Bearer of the Word’ in: Paul Scott Wilson (General Editor), The New Interpreter’s Handbook of Preaching, Nashville: 2008, 433-435. - E.R. Jonker, ‘Introduction’, in: R. Ruard Ganzevoort & Anne Claire Mulder (eds.), Weal and Woe II. Empirical Explorations and Theological Reflections, Münster: 2008, 7-18. - E.R. Jonker, ‘Introduction to the Qualitative Part’, in: R. Ruard Ganzevoort & Anne-Claire Mulder (eds.), Weal and Woe II. Empirical Explorations and Theological Reflections, Münster: 2008, 58-62.
Protestantse Theologische Universiteit
69
- E .R. Jonker, ‘The Interview with Anneke. Description, Content Analysis and Theoretical Reflections’, in: R. Ruard Ganzevoort & Anne-Claire Mulder (eds.), Weal and Woe II. Empirical Explorations and Theological Reflections, Münster: 2008, 62-91. - E.R. Jonker, ‘Epilogue’, in: R. Ruard Ganzevoort & Anne-Claire Mulder (eds.), Weal and Woe II. Empirical Explorations and Theological Reflections, Münster: 2008, 181-190. - M.C.M. Klomp, ‘Make a Joyful Noise unto the Lord! The Sound of Liturgy in the Wesley Methodist Church’, in: H.C. Stoffels & M.M. Jansen (red.), A Moving God. Christian Immigrant Congregations in the Netherlands, Münster/New York/ München/Berlijn: 2008, 139-158. - H. Noordegraaf & J. Beaumont, ‘Aid Under Protest. Churches Against Urban Poverty in the Netherlands’, in: Stanley W. Carlson (ed.), Faith-Based Organisations and Poverty in the City, Antwerpen: 2008, 41-59. -H .P. de Roest, ‘Eerst waren we vrijzinnig, nu zijn we evangelicaal’. De communicatieve identiteit van een protestantse gemeente’, in: Anne Marie Rijenen & Peter Tomson (eds.), Europe Between Wars. Bonhoeffer, the Struggle for Peace and the Cultural Heritage. A Salute to Jurjen Wiersma. (Analecta Bruxellensia, no. 13), 2008, 160-171. - H.P. de Roest, ‘Creativiteit in de marge. Over de dynamiek van de Geest in het verschijnen van nieuwe missionaire gemeenschappen in Noord- en West-Europa (‘emerging churches’)’, in: Erik Borgman, Kees van der Kooi, Akke van der Kooi, Govert Buijs e.a. (red.), De werking van de Heilige Geest in de Europese cultuur en traditie, Kampen: 2008, 150-163. - H.P. de Roest, ‘Ecclesiologies at the margin’, in: G. Mannion & L.S. Mudge (eds.), The Routledge Companion to the Christian Church, New York/London: 2008, 251-271. - B. Roukema-Koning, ‘Hope Without Salvation. Anti-Religious Optimism of Dutch Young Adults’, in: R.R. Ganzevoort & A.C. Mulder. Weal and Woe II. Practical Theological Explorations of Salvation and Evil in Biography, Münster: 2008, 18-52. - E. Zonne, ‘Church based Youth Work - Chilling out, Belonging and Learning’, in: H. Streib, A. Dinter, K. Söderblom (eds.), Lived Religion - Conceptual, Empirical and Practical-Theological Approaches - Essays in Honor of Hans-Günter Heimbrock, Leiden: 2008, 241-246. - E. Zonne, ‘Faithing and “Theology with Children”’, in: R.R. Ganzevoort & A.C. Mulder, Weal and Woe II, Empirical Explorations and Theological Reflections, Münster: 2008, 154-165.
70
Jaarverslag 2008
Artikelen in tijdschriften - M. Barnard, ‘Bricolageliturgie: Liturgical Studies Revisited’, in: Verbum et Ecclesia 29 (2008) 1, 14-31. - Marcel Barnard en Paul Post, ‘Nogmaals: de Liturgische Beweging voorbij. Enkele kritische kanttekeningen bij de historiografie van het zogenoemde tijdvak van de Liturgische Beweging’, in: Jaarboek voor Liturgieonderzoek 24 (2008), 7-22. - R . Brouwer, ‘Hybrid Identity. Exploring a Dutch Protestant Community of Faith’, in: Verbum et Ecclesia 29 (2008) 1, 45-61. - H.C. van der Meulen, ‘Presentie en representatie: de verhouding voor het voetlicht gebracht’, Pastorale Perspectieven 138 (2008), 15-25. - Henk de Roest & Veerle Rooze, ‘Die jüngste EKD-Mitgliedschaftsuntersuchung aus niederländischer Sicht’, in: Praktische Theologie. Zeitschrift für Praxis in Kirche, Gesellschaft und Kultur, (2008) 4, 317-320. - H.P. de Roest, ‘The Precarious Congregation. Developing Congregations in an Individualized Society’, in: Ecclesiology 4 (2008) 2, 204-221. - J. Schaap-Jonker, ‘Grootmoeders’ veilige berg in de bedstee en daarna: godsbeelden, religieuze cultuur en psychische gezondheid’, Psyche & Geloof 19 (2008) 1, 3-11. - J. Schaap-Jonker, E.H.M. Eurelings-Bontekoe, T.H. Zock & E.R. Jonker, ‘Development and Validation of the Dutch Questionnaire God Image’, Mental Health, Religion and Culture 11 (2008) 5, 501-515. - J. Schaap-Jonker, A.W. Braam, B. Mooi, D. de Ritter, A.T.F. Beekman & D.J.H. Deeg, ‘God image, religious coping, and mood in old age; results from a community-based pilot study in the Netherlands’, Mental Health, Religion & Culture 11 (2008) 2, 221-237. - J. Schaap-Jonker, A.W. Braam, B. Mooi, W. van Tilburg & D.J.H. Deeg, ‘God image and Five-Factor Model personality characteristics in later life: A study among inhabitants of Sassenheim in The Netherlands’, Mental Health, Religion & Culture 11 (2008) 6, 547-559. - Ronelle Sonnenberg en Marcel Barnard, ‘God Talk between Beat and Silence. Presentatie van een PhD−project over youth worship’, Jaarboek voor Liturgieonderzoek 24 (2008), 177-197.
Themanummer tijdschrift - Henk de Roest & Peter Tomson (red.) ‘De dynamiek van groepsconflicten’. Themanummer Nederlands Theologisch Tijdschrift 62 (2008) 4 (inclusief ‘Ten geleide’). Rede - H. Noordegraaf, Voor wie nemen wij de hoed af? Enige gedachten over diaconiewetenschap (Rede uitgesproken op 25 april 2008 bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar vanwege de Stichting Rotterdam, protestantschristelijk stimuleringsfonds voor activiteiten op sociaal en cultureel terrein), Kampen: 2008, 32 pp.
Vakpublicaties Bundels - H. Noordegraaf, Anton Houtepen en Mijnke Bosman-Huizinga (red.), Waakvlam van de Geest. 40 jaar Raad van Kerken in Nederland. Zoetermeer: 2008, 260 pp. - H.C. van der Meulen (red.), Als een leerling leren preken. Preekvoorbereiding stapsgewijs, Zoetermeer: 2008, 160 pp. - G ert Noort, Stefan Paas, Henk de Roest en Sake Stoppels (red.), Als een kerk - opnieuw - begint. Handboek voor missionaire gemeenschapsvorming. Zoetermeer: 2008, 392 pp. Themanummer tijdschrift - E.R. Jonker & A. Lanser, ‘Theologiseren met kinderen’, Praktische theologie 35 (2008) 1. Artikelen in bundels - M. Barnard, ‘Tekst en context/preek en liturgie’, in: Henk van der Meulen (red.), Als een leerling leren preken. Preekvoorbereiding stapsgewijs, Zoetermeer: 2008, 35-49. - M. Barnard, ‘Elkander groetend met de zegen. De zegen in het protestantisme tussen Liturgische Beweging en rituele trends’, in: Didier Pollefeyt & Ellen de Boeck (red.), Daadwerkelijk. Rituelen van zegeningen vandaag (Leuvense Cahiers voor Praktische Theologie 8), Antwerpen: 2008, 91-109. - R . Brouwer, ‘Preken in context. Over de ‘homiletische situatie’’, in: Henk van der Meulen (red.), Als een leerling leren preken. Preekvoorbereiding stapsgewijs, Zoetermeer: 2008, 21-34.
- F.G. Immink, ‘Een methode van preekvoorbereiding’, in: Henk van der Meulen (red.), Als een leerling leren preken. Preekvoorbereiding stapsgewijs, Zoetermeer: 2008, 9-20. - Wolfgang Vögele & Evert Jonker, ‘Rechts vor links!/Verkehr’, in: Dietrich Korsch/Lars Charbonnier (Hg.), Der verborgene Sinn. Religiöse Dimensionen des Alltags, Göttingen: 2008, 285-292. - Corja Menken-Bekius & Hanneke Schaap-Jonker, ‘Communicatie met de hoorders’, in: Henk van der Meulen (red.), Als een leerling leren preken. Preekvoorbereiding stapsgewijs, Zoetermeer: 2008, 90-99. - H.C. van der Meulen, ‘Focus en functie; meditatie’, in: H.C. van der Meulen (red.), Als een leerling leren preken. Preekvoorbereiding stapsgewijs, Zoetermeer: 2008, 80-89. - J.N. Meulink-Korf, ‘Die Rezeption von Ex. 34:4-7 - Impulse der Praxisarbeit in einer postgraduelle Ausbildung für Gemeindepfarrer und Seelsorger’, in: Henk de Roest & Wolfgang Wischmeyer (red.), Heiliger Text - die identitätsbildende Funktion klassischer Texte innerhalb einer Gemeinschaft, - Theologie zwischen Ost und West (Band 5), Groningen: 2008, 172-180. - H. Noordegraaf, ‘Willem Banning’ in: H.J. Achterhuis e.a. (red.), Kritisch Denkers Lexicon, 40 (april 2008), 1-16. - H. Noordegraaf, ‘Een tocht van veertig jaar - de Raad van kerken in Nederland in vogelvlucht’, in: H. Noordegraaf, Anton Houtepen en Mijnke Bosman-Huizinga (red.), Waakvlam van de Geest. 40 jaar Raad van Kerken in Nederland, Zoetermeer: 2008, 14-38. - H. Noordegraaf, ‘Dubbele loyaliteit in de oecumene. Een portret van Wim van der Zee’, in: H. Noordegraaf, Anton Houtepen en Mijnke Bosman-Huizinga (red.), Waakvlam van de Geest. 40 jaar Raad van Kerken in Nederland, Zoetermeer: 2008, 92-96. - H. Noordegraaf, ‘De gezamenlijke inzet voor gerechtigheid. De Sectie Sociale Vragen’, in: H. Noordegraaf, Anton Houtepen en Mijnke Bosman-Huizinga (red.), Waakvlam van de Geest. 40 jaar Raad van Kerken in Nederland, Zoetermeer: 2008, 125-135. - H.P. de Roest, ‘Gemeentevorming in de beginjaren van de christelijke beweging: Verbinding en conflict’, in: Gert Noort, Stefan Paas, Henk de Roest en Sake Stoppels (red.), Als een kerk - opnieuw - begint. Handboek voor missionaire gemeenschapsvorming, Zoetermeer: 2008, 23-40. - H.P. de Roest, ‘Case study: Oase in Soest: een post-evangelicale emerging church’, in: Gert Noort, Stefan Paas, Henk de Roest en Sake Stoppels (red.), Als een kerk - opnieuw - begint. Handboek voor missionaire gemeenschapsvorming, Zoetermeer: 2008, 205-212.
Protestantse Theologische Universiteit
71
- H.P. de Roest, ‘Kerkplanting in context’, in: Gert Noort, Stefan Paas, Henk de Roest en Sake Stoppels (red.), Als een kerk opnieuw - begint. Handboek voor missionaire gemeenschapsvorming, Zoetermeer: 2008, 235-253. - H.P. de Roest, ‘De marge als vindplaats van creativiteit: “Emerging churches”, “fresh expressions”’, in: Gert Noort, Stefan Paas, Henk de Roest en Sake Stoppels (red.), Als een kerk - opnieuw - begint. Handboek voor missionaire gemeenschapsvorming, Zoetermeer: 2008, 312-325. - H.P. de Roest, ‘Van de anderen en hun geloof’, in: Wil van den Bercken (red.), Tussen professie en confessie. Wat geloven theologen?, Budel: 2008, 115-127. - J. Schaap-Jonker & C.J. Menken-Bekius, ‘Communicatie met de hoorders’, in: H. van der Meulen (red), Als een leerling leren preken: Preekvoorbereiding stapsgewijs, Zoetermeer: 2008, 90-99. Artikelen in tijdschriften - M. Barnard, ‘De gereformeerde obsessie met de exclusiviteit van de preek - de zaak Noordmans versus Van der Leeuw revisited’, in: Het debat Noordmans - Van der Leeuw. Studies bij het werk van dr. O. Noordmans (Noordmanscahier 7), s.l. 2008, 27-35. -R . Brouwer, ‘Kerkplanting en territorialiteit’, in: Kerk en Theologie 59 (2008) 2, 139-157. - R . Brouwer, ‘Preekschets 1 maart, Filippenzen 2:12-13, Invocabit’; ‘Preekschets 8 maart, Efeziërs 3:18-19, Reminiscere’; ‘Preekschets 15 maart, Matteüs 10:39, Oculi mei’, in: Postille 60 (2008), 108-117. - H.K. Heyen, ‘Homiletische Bearbeitung und Predigt über Lukas 12: 35-40’, Homiletische Monatshefte 84 (2008/2009) 2, 62-65. - F .G. Immink, ‘Introductie: Gereformeerde theologiebeoefening’, Theologia Reformata 51 (2008) 2, 113-114. - E.R. Jonker, ‘De wijsheid van kinderen. Interview met Irene Kool’, Praktische Theologie 35 (2008) 1, 31-36. - E.R. Jonker, ‘Kinderen en volwassenen theologiseren samen. Enkele achtergronden’, Praktische Theologie 35 (2008) 1, 66-75. - E .R. Jonker, ‘Gedicht als gast in de dienst I’, Eredienstvaardig. Tijdschrift voor liturgie en kerkmuziek 24 (2008) 5, 22-26. -D . van de Koot-Dees, ‘Achter de coulissen van de voorschoolse selectie’, Remediaal, (2008) 4, 3-8. - Corja Menken-Bekius, ‘Zie mij aan… Over omgaan met schaamte en helpende rituelen en symbolen’, Herademing. Tijdschrift voor Spiritualiteit en Mystiek 61 (2008), 8-13. - J.N. Meulink-Korf, ‘Ter opfrissing - Verbeelding, esthetisch en
72
Jaarverslag 2008
ethisch’, Contextuele Berichten 13 (2008) 1, 3-5. - J.N. Meulink-Korf, ‘Ter opfrissing - Fair Play’, Contextuele Berichten 13 (2008) 2, 3-5. - J.N. Meulink-Korf, ‘Ter opfrissing - Over ouders en kinderen rond adoptie’, Contextuele Berichten 13 (2008) 3, 3-6. - J.N. Meulink-Korf, ‘Begeleiding door een predikant’, in: S. van Delden (red.), Doen wat je moet doen - Een werkboek voor predikanten die gemeenteleden begeleiden bij het verwerken van seksueel misbruik in een pastorale of gezagsrelatie, Utrecht: 2008, 21-32. - J.N. Meulink-Korf, ‘Slachtoffermechanismen - hoe de predikant/begeleider daarmee te maken krijgt’, in: S. van Delden (red.), Doen wat je moet doen - Een werkboek voor predikanten die gemeenteleden begeleiden bij het verwerken van seksueel misbruik in een pastorale of gezagsrelatie, Utrecht: 2008, 33-39. - J.N. Meulink-Korf, ‘Dadermechanismen’, in: S. van Delden (red.), Doen wat je moet doen - Een werkboek voor predikanten die gemeenteleden begeleiden bij het verwerken van seksueel misbruik in een pastorale of gezagsrelatie, Utrecht: 2008, 40-45. - A .C. Mulder, ‘Hoeveel genderverschil kan de kerk verdragen’, Nieuwsbrief Werkverband Kerkelijk Opbouwwerk 67 (2008), 8-13. - H. Noordegraaf, ‘De geamendeerde Wichern’, Theologisch Debat 5 (september 2008) 3, 38-41. - H.P. de Roest, ‘Het ambt is spiritueel of het is vacant’, in: Praktische Theologie 35 (2008) 2, 47-53. - E. Zonne, ‘Kinderen en… toekomst’, IKOS-onderwijsblad, Godsdienstige vorming in het primair openbaar onderwijs 19 (2008) 4, 2-4.
Populariserende publicaties - Marcel Barnard en Anne Margriet Pot, ‘Liturgische loopgravenoorlog’, in: Woord en Dienst 18 (26 september 2008), 20-21. - R . Brouwer, ‘God in praktijken’, VPWinfo (2008) 3, 27-31. - F.G. Immink, ‘Liturgische stijl’, Woord & Dienst 57 (2008) 20, 26-27. - E.R. Jonker, ‘Mam, waarom heeft Jezus twee vaders’, Trouw, 29 april 2008. - E.R. Jonker, ‘Nieuwe liedboek wordt niet elitair’, Centraal Weekblad 56 (25 juli 2008) 30, 31. - Maarten den Dulk & Corja Menken-Bekius, ‘De kruisweg van Flop Vinken’, Handelingen. Tijdschrift voor Praktische Theologie (2008) 3, 37-40.
- H.C. van der Meulen, ‘De kerkelijk werker en het ambt’ (1), Ecclesia 99 (2008) 3, 21-22. - H.C. van der Meulen, ‘De kerkelijk werker en het ambt’ (2), Ecclesia 99, (2008) 4, 26-27. - H.C. van der Meulen, ‘Evangelicale invloed in de praktische theologie?’, in: Hermes 6 (2008) 4, 18-20. - H.C. van der Meulen, ‘Zwijgplicht, beroepsgeheim, ambtsgeheim’ (1), Confessioneel 120 (2008) 13, 8-9. - H.C. van der Meulen, ‘Zwijgplicht, beroepsgeheim, ambtsgeheim (2). Zwijgen maakt spreken mogelijk’, Confessioneel 120 (2008) 14, 6-7. - H.C. van der Meulen, ‘Een band met de Heer. Een luisteroefening naar een fragment van een klassieke tekst van Eduard Thurneysen’, in: Peter Verbaan en Jan Dirk Wassenaar (red.), Een Woord zoals een leerling heeft’. Opstellen van en voor Gert Marchal, Zoetermeer: 2008, 138-142. - H.C. van der Meulen, ‘”Daar komt een schip geladen”. Over een adventslied (Gezang 116)’, in: Confessioneel 120 (2008) 22, 6-7. - J.N. Meulink-Korf & M. Diatlowicki, ‘In gesprek met Evelien Gans’, Vakblad voor contextuele hulpverlening 13 (2008) 3, 5-10. -H . Noordegraaf, ‘Vasten: recht doen aan armen’, Doopsgezind nl 03 (2008) 4, 1. - H. Noordegraaf, ‘Barchem: voortgaan en niet vergeten’, Barchem Berichten 8 (2008) 2, 18-26. -H . Noordegraaf, ‘Financiële hulpverlening’, Confessioneel 120 (17 april 2008) 8, 6-7. -H . Noordegraaf, ‘Voedselbanken’, Confessioneel 120 (2 mei 2008) 9, 6-7. - H. Noordegraaf, ‘To combat populism: sacrifice prejudices and give up superstitions’, Vredesspiraal 4 (voorjaar 2008) 1, 12. - H. Noordegraaf, ‘Micha-cursus. Handen uit de mouwen en aan de slag’, Woord en Dienst 57 (20 juni 2008) 13, 18-19. -H . Noordegraaf, ‘Spelen met vuur’, In de waagschaal 37 (28 juni 2008) 9, 265-267. - H. Noordegraaf, ‘Waarheen met de onderneming? Stimulans en verder’, Het Kwartaalblad Stimulans 25 (september 2008), 16-17. - H. Noordegraaf, ‘Jaarboek 2007. Armoede en sociale uitsluiting in België’, De Arme Krant van Nederland 14 (oktober 2008) 3, 19. -H . Noordegraaf, ‘Aurel von Jüchen (1902-1991)’, In de waagschaal 37 (1 november 2008) 15, 427-430. - H.P. de Roest, ‘Evangelicalisering. Invloed in de Protestantse Kerk in Nederland’, in: Ouderlingenblad 86 (2008) 982, 28-31.
- H.P. de Roest, ‘Gemeenteontmoetingen aan weerszijden van de Nederlands-Duitse grens’, in: Ouderlingenblad 86 (2008) 985, 4-5. - H.P. de Roest, ‘Wereldwijde netwerken van nieuwe gemeenten (emerging churches)’, in: Ouderlingenblad 86 (2008) 987, 4-5. - H.P. de Roest, ‘Een kerk sluiten en… opnieuw beginnen’, in: Ouderlingenblad 86 (2008) 989, 4-5. - B. Roukema-Koning, ‘Een nieuwe droomopleiding in Nederland: Dromen en Embodied Imagination. Interview met Ivon Voss’, in: Droomjournaal (kwartaaltijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor de Studie van Dromen) 13 (2008) 2, 32-36. - B. Roukema-Koning, ‘Bezoek aan de Summer Dream Conference van het Haden Institute, 15-20 juni 2008’, in: Droomjournaal (kwartaaltijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor de Studie van Dromen) 13 (2008) 3, 24-27. - J. Schaap-Jonker, ‘Gebrokenheid in de gemeente’, De Waarheidsvriend 96 (2008) 9, 18-19.
Protestantse Theologische Universiteit
73
Bijlage 3 Promoties in 2008
11 april 2008 J. Schaap-Jonker, Before the Face of God. An Interdisciplinary Study of the Meaning of the Sermon and the Hearers’ God image, Personality and Affective State, 375 pp. Promotor: prof.dr. E.R. Jonker 13 juni 2008 P.E.M. Meijers, Blanke broeders - zwarte vreemden. De Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de apartheid in Zuid-Afrika 1948-1972, 535 pp. Promotor: prof.dr. P.N. Holtrop 27 juni 2008 L.T. Tunyogi, The Life and Work of István Kecskeméthy Csapó. A Hungarian Theologian and Biblical Scholar in Transylvania, 272 pp.
9 januari 2008 R.J. de Vries, Gods Woord verandert mensen. Een praktisch-theologisch onderzoek naar het veranderingsconcept in de pastorale theologie van Eduard Thurneysen, 357 pp.
Promotoren: prof.dr. C. Houtman en prof.dr. Zs. Geréb 30 juni 2008 E.A. Postma, Dilettant, pilgrim, nar. De positie van C.W. Mönnich in cultuur en theologie, 423 pp.
Promotor: prof.dr. F.G. Immink 18 januari 2008 J.C. van Loon, The Christology of Cyril of Alexandria. Milestone on the Road of Chalcedon, 635 pp. Promotoren: prof.dr. G.W. Neven en prof.dr. A.J.M. Davids Copromotor: dr. T. Hainthaler 18 februari 2008 W.M. Dekker, De relationaliteit van God. Onafhankelijkheid en relatie in de godsleer en ontologie van Francesco Turrettini en Eberhard Jüngel, 440 pp. Promotor: prof.dr. J. Muis 22 februari 2008 M.L.Y. Kolimon, A Theology of Empowerment. Reflections from a West Timorese Feminist Perspective, 289 pp. Promotor: prof.dr. V. Küster
74
Jaarverslag 2008
Promotor: prof.dr. M. Barnard Copromotor: dr. J.J.M. van Stralen 19 december 2008 G.C. de Vries, Leren zien - leren geloven. Een praktischtheologische theorie van esthetisch religieus leven, 333 pp. Promotor: prof.dr. E.R. Jonker Copromotor: dr. O.K. Zijlstra
Bijlage 4 Internationale studiereizen in 2008
Sources Deelnemer E.A. de Boer E.A. de Boer D.M. Erbele-Küster A. Houtman H.-M. Kirn G.J. van Klinken G.J. van Klinken M. Matthias M. Matthias H.M. Patmore R. Roukema R. Roukema R. Roukema R. Roukema K. Spronk K. Spronk K. Spronk K. Spronk J.W. Wesselius J.W. Wesselius
Bestemming Rome Boston Zürich Jeruzalem Praag Berlijn
Congres Noli me tangere: Word, Image Context Society of Biblical Literature Ricoeur Symposium III: Die Welt des Lesers International Council of Christians and Jews 6th Conference of Protestant Theological Faculties from Central and Eastern Europe and the Netherlands Internationales Seminar der Protestantisch-Theologischen Universität Kampen und der Theologischen Fakultät der Humboldt-Universität Berlin Praag 6th Conference of Protestant Theological Faculties from Central and Eastern Europe and the Netherlands Bretten Internationales Symposium zur Theorie der Interpretation in der frühen Neuzeit: Hermeneutik, Methodenlehre, Exegese Halle Liebe, Sexualität und Ehe im Pietismus Boston Society of Biblical Literature Houston (VS) International Congress on Codex Tchacos Wüppertal Konferenz über die Septuaginta Charlottesville (VS) Gastlezing Grand Rapids (VS) Gastlezing Praag Colloquium Biblicum Auckland SBL International Lissabon EABS Yokyakarta Gastlezing Boston Society of Biblical Literature Londen Zohar project University College London
Lezing Ja Ja Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Protestantse Theologische Universiteit
75
Beliefs Deelnemer A.W. Baan A.W. Baan
Bestemming Rome Berlijn
T.A. Boer T.A. Boer
Atlanta Brussel
G. van den Brink L.J. van den Brom L.J. van den Brom L.J. van den Brom T.L. Hettema
Nijmegen Durham (UK) Oslo Chicago Ewersbach (Duitsland)
T.L. Hettema M.M. Jansen W.A. de Jong D. van Keulen L.J. Koffeman A. van der Kooi
Leuven Balaton (Hongarije) Kampen Grand Rapids Kampen Berlijn
G.G. de Kruijf V. Küster V. Küster V. Küster V. Küster V. Küster V. Küster V. Küster V. Küster V. Küster V. Küster
Emden Seoul (Ehwa Women’s University) Seoul Seoul (Suh Nam-Dong Society Seoul Seoul Seoul Seoul (Korean Ashram) Seoul (Anglican University) Seoul (Ahn Byung-Mu Society Daegu (Presbyterian Theological Seminary) Frankfurt New York (Union Theological Seminary) New Haven (Overseas Ministries Study Center) San Francisco (Jesuit School of Theology) San Francisco (San Francisco Theological Seminary) San Francisco (Graduate Theological Union) St. Louis (Eden Seminary) Birmingham
V. Küster V. Küster V. Küster V. Küster V. Küster V. Küster V. Küster V. Küster
76
Jaarverslag 2008
Congres The Grandeur of Reason Internationales Seminar der Protestantisch-Theologischen Universität Kampen und der Theologischen Fakultät der Humboldt-Universität Berlin Society of Christian Ethics ‘Europa tussen twee oorlogen: Bonhoeffer, oorlog en vrede, cultuur en identiteit Expertseminar SST conferentie ‘Theology and Politics’ ESPR conferentie ‘Sacrifice’ AAR Theologenconferentie van de International Federation of Free Evangelical Churches Paul Ricoeur: Poetics and Religion IAMS Conferentie PThU-Stellenbosch ‘Human Dignity and Violence’ A Pearl and a Leave: Herman Bavinck for the Twenty-First Century Conferentie PThU-Stellenbosch ‘Human Dignity and Violence’ Internationales Seminar der Protestantisch-Theologischen Universität Kampen und der Theologischen Fakultät der Humboldt-Universität Berlin Barth-conferentie Gastlezing DOAM conferentie ‘Peace and Human Security’ Gastlezing Korean Missiological Societies Christian Society for National Reunification Conference Korean Society of Systematic Theologians Gastlezing Gastlezing Gastlezing Gastlezing
Lezing Nee Nee
Zentrum Ökumene Gastlezing
Ja Ja
Gastlezing
Ja
Gastlezing
Ja
Gastlezing
Ja
Gastlezing
Ja
Gastlezing Gastlezing
Ja Ja
Ja Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja Nee Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
F. de Lange F. de Lange J.C. van Loon G.G. van Manen L. Mietus
Praag Kampen Emden Emden Ewersbach (Duitsland)
J. Muis Nijmegen J. Muis Wenen R.H. Reeling Brouwer Bonn R.D.N. van Riessen R.D.N. van Riessen G.M. Speelman A. Vos A. Vos
Leuven Berlijn Chicago Bari Canterbury
Internationale Bonhoeffer Conferentie Conferentie PThU-Stellenbosch ‘Human Dignity and Violence’ Barth-conferentie Barth-conferentie Theologenconferentie van de International Federation of Free Evangelical Churches Expertmeeting XIII. Europäischer Kongress für Theologie Biblische Radikalitäten. Zur Aktualität der Theologie Friedrich-Wilhelm Marquardts Responsibilty, God and Society Religious Communication AAR Congres voor de geschiedenis van het Scotisme Congres Scotisme
Ja Nee Ja Nee Nee Nee Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Protestantse Theologische Universiteit
77
Practices Deelnemer M. Barnard M. Barnard M. Barnard C.C.L. van de Berg-Seiffert R. Brouwer H.K. Heyen
Bestemming Savanah (Georgia VS) Chicago Malta Kampen
Congres Northern American academy of Liturgy American Academy of Religion Social Capital Foundation Conferentie PThU-Stellenbosch ‘Human Dignity and Violence’
Lezing Nee Nee Ja Ja
International Research Consortium Congregational Studies Seminar: Sommersemester en Wintersemester
Ja Ja
F.G. Immink E.R. Jonker
Stellenbosch Oldenburg (Universität) Kopenhagen Berlijn
Nee Ja
E.R. Jonker
Berlijn
D. van de Koot-Dees H.C. van der Meulen J.N. Meulink-Korf A.C. Mulder H. Noordegraaf H. Noordegraaf T.T.J. Plezier H.P. de Roest H.P. de Roest
Chicago Kopenhagen Stellenbosch Zürich Heidelberg Praag Kopenhagen Heidelberg Stellenbosch Stellenbosch (Universiteit van Stellenbosch) Pretoria (University of South Africa) Northern Theological Seminary Praag Rheine (Westfalen) Rendsburg (Duitsland) Cardiff Josefstal (Duitsland) Josefstal (Duitsland)
Societas Homiletica Internationales Seminar der Protestantisch-Theologischen Universität Kampen und der Theologischen Fakultät der Humboldt-Universität Berlin Internationales Seminar der Protestantisch-Theologischen Universität Kampen und der Theologischen Fakultät der Humboldt-Universität Berlin Religious Education Association Societas Homiletica Studieconferentie Contextueel Pastoraat Expertmeeting Kirchen gegen Armut und Ausgrenzung Christian Traditions between Catholicity and Particularity Societas Homiletica Kirchen gegen Armut und Ausgrenzung International Research Consortium Congregational Studies Gastlezing
Ja
Gastlezing
Ja
Gastlezing
Ja
Christian Traditions between Catholicity and Particularity Pfarrerkonferenz Rheine Konferenz Diakonisches Werk Schleswig Holstein
Ja Ja Ja
Autism and Religion International Assocation for the Study of Youth Ministry International Assocation for the Study of Youth Ministry
Ja Ja Ja
H.P. de Roest H.P. de Roest H.P. de Roest
H.P. de Roest H.P. de Roest H.P. de Roest J. Schaap-Jonker P.M. Sonnenberg E. Zonne
78
Jaarverslag 2008
Nee Nee Nee Ja Nee Ja Ja Nee Ja Ja
Bijlage 5 Internationale samenwerking en contacten in 2008
De internationale contacten die de PThU onderhoudt, zijn onder te verdelen in: 1. Internationale samenwerking op het niveau van de onderzoeksgroepen (zie bijlage 2); 2. Internationale samenwerking in het kader van het Erasmusprogramma; 3. Institutionele samenwerking met een aantal vaste buitenlandse partnerinstellingen; 4. S amenwerking in oecumenisch verband en/of met het oog op ‘capacity building’ bij buitenlandse theologische instellingen. College van Bestuur Om de bestaande relaties vanuit voorheen de ThUK, ThWI en het ELS met diverse theologische instellingen in het buitenland in kaart te brengen en te actualiseren, brachten de voorzitter van het College van Bestuur en de rector in februari en mei een bezoek aan respectievelijk Zuid-Afrika en Indonesië. Tijdens deze reizen werden ook nieuwe contacten gelegd. Het bezoek heeft er onder meer in geresulteerd dat er schriftelijke samenwerkingsovereenkomsten zijn gesloten met STT Jakarta, de Theologische Faculteit van Duta Wacana in Yogjakarta en dat de overeenkomst met de Universiteit van Stellenbosch is herzien.
Erasmusprogramma In het kader van het Europese Erasmusprogramma, dat gericht is op facilitering van studenten- en docentenuitwisseling binnen de EG, zijn er Erasmusovereenkomsten gesloten met de theologische instellingen van de volgende universiteiten: • de Humboldt Universiteit in Berlijn, Duitsland • de Universiteit van Debrecen, Hongarije • de Karel Universiteit van Praag, Tsjechië Internationale Institutionele Partners De PThU heeft met een aantal buitenlandse onderwijsinstellingen een schriftelijk vastgelegde samenwerkingsovereenkomst. De inhoud van deze overeenkomst heeft hoofdzakelijk betrekking op uitwisseling van studenten en docenten en het organiseren van gemeenschappelijke activiteiten zoals conferenties en symposia. Het gaat hierbij om: • Humboldt Universiteit in Berlijn, Duitsland • Universiteit van Pretoria, Zuid-Afrika • Universiteit van Stellenbosch, Zuid-Afrika • Chongshin Universiteit in Seoul, Korea • STT Jakarta, Indonesië • Duta Wacana University in Yogjakarta, Indonesië • Universiteit van Debrecen, Hongarije • Princeton Theological Seminary, Verenigde Staten • Justo Mwale Theological College in Lusaka, Zambia Met de School of Theology van de Universiteit van Natal in Pietermaritzburg (Zuid-Afrika) en het Luther Seminary in Minneapolis St. Paul (Verenigde Staten) zijn gesprekken gaande voor samenwerking. In het kader van de institutionele samenwerking met buitenlandse partnerinstellingen vonden er in 2008 de volgende bijeenkomsten plaats: • conferentie in Kampen als onderdeel van het meerjarig multidisciplinair Human Dignity project met stafleden en studenten van de Theologische Faculteit van de Universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika; • interdisciplinaire consultatie in Berlijn met stafleden en studenten van de Theologische Faculteit van de Humboldt Universiteit. Aan de bijeenkomst namen 16 PThU-ers deel. Vanuit de PThU was een delegatie aanwezig bij de Oost-Europa conferentie (een uitwisselingsverband van Nederlandse en Oost- en Midden-Europese theologische faculteiten en instituten) in mei in Praag.
Protestantse Theologische Universiteit
79
Oecumenische samenwerking/capacity building Met een aantal theologische opleidingen in het buitenland en enkele internationale organisaties wordt samengewerkt met als doel om de institutionele capaciteit bij theologische instellingen ter plaatse te ondersteunen en op te bouwen. Het gaat om: • T heologisch Seminarie van de Evangelische Broedergemeente in Paramaribo, Suriname •N orthern Theological Seminary in Pretoria, Zuid-Afrika • E nkele theologische opleidingen in Indonesië (UKIM op Ambon en Artha Wacana op Timor) Met de Council for World Mission (CWM) in Londen loopt een overeenkomst voor het verstrekken van beurzen voor de eenjarige Engelstalige masteropleiding in Kampen ten behoeve van studenten die voorgedragen worden door bij de Council aangesloten lidkerken. De PThU participeert verder in de activiteiten van IAPCHE (International Association for the Promotion of Christian Higher Education) en aan de zogenaamde Oost-Europa Commissie (een uitwisselingsverband van Nederlandse en Oost- en Midden-Europese theologische faculteiten en instituten). Promovendi van de PThU nemen deel aan het netwerk van de Promovierenden Beratung Basel-Göttingen-Utrecht.
80
Jaarverslag 2008
Bijlage 6 Publicaties personeel zonder onderzoeksaanstelling 2008
- A . Groeneveld, ‘Doe geen appeltaart in je rugzak’, Woord & Dienst 57 (2008) 1, 28-29. - A . Groeneveld, ‘.. ieder zingt zijn eigen lied’ Serie ‘de kerkdienst bekeken’, Woord & Dienst, 57 (2008) 8, 18-19. - A . Groeneveld, ‘Lekker lui’ Serie ‘de hoofdzonden’ Woord & Dienst, 57 (2008) 15, 18-19. - A . Groeneveld, ‘Hans van Ark komt naar u toe’ Serie ‘missionaire kerk’ (interview samen met Kees Posthumus), Woord & Dienst 57 (2008) 22, 14-15. - A . Groeneveld, ‘Epifanie’, Woord & Dienst 58 (2008) 24, 11. - H. Kuindersma, ‘Van kindervragen naar kindertheologie. Een introductie van een nieuwe godsdienstpedagogische aanpak’, Praktische Theologie 35 (2008) 1, 5-19. - H. Kuindersma, ‘Kleine Theologen’, JOP COACH magazine 2 (2008) 1, 44-46. - H. Kuindersma, ‘Gemeentepedagogiek’, JOP COACH magazine 2 (2008) 2, 44-46. - H. Kuindersma, ‘Kinderen en jongeren helpen hopen’, JOP COACH magazine 2 (2008) 4, 44-46. - H. Kuindersma & Johan Valstar, Verwonderen en Ontdekken. Vakdidactiek godsdienst primair onderwijs, Amersfoort: 2008, 316 pp. - H. de Leede, ‘Weten wij nog hoe kwaad het kwaad is? Nietzsche - profeet, idool of demon’, Kontekstueel 23 (2008) 1, 18-22.
- H. de Leede, ‘Als je het eenmaal door hebt, dan zie je het ook. Is geloven in God onredelijker dan vroeger?’, Charismatisch Bulletin 57 (2008) 61, 2-12. - H. de Leede, ‘Pinksteren als uitdaging (2) - Geest en Doop’, Wapenveld 58 (2008), 15-20. - H. de Leede, ‘Pinksteren als uitdaging (4) - Geest en Ambt’ Wapenveld 58 (2008), 10-14. - H. de Leede, ‘Vrijheid in gebondenheid. Over het centraal werkgeverschap voor predikanten’, Ouderlingenblad 85 (2008) 984, 23-27. - H. de Leede, ‘Evangelisch en gereformeerd - het speelkwartier is voorbij. Over de evangelicalisering van de protestantse kerk(-en), Wapenveld 58 (2008), 4-12. - H. de Leede, ‘Woorden die dragen’ - grondwoorden uit een weerbare spiritualiteit (8 bijdragen) Centraal Weekblad. - H. de Leede, ‘Hoe vreemd en vreselijk is de vleselijke lust Over de hoofdzonde van de wellust’, Wapenveld 58 (2008) 1, 11-14. - A . van der Veen & Nelleke Quist, ‘Geloofsopvoeding in de gemeente’, JOP COACH magazine (2008) 5, 34-36. - T.L. Witkamp, ‘De ervaring van de Geest in Paulus’ Brief aan de Galaten’, in: Kerk en Theologie 59 (2008) 100-115. - T.L. Witkamp, ‘De oorsprong van het denken over de Heilige Geest’ in: E. Borgman, C. van der Kooi e.a., De werking van de Heilige Geest in de Europese cultuur en traditie (Leidse lezingen) Kampen: Kok, 2008, 177-187. - T.L. Witkamp en J.D. van Ark: ‘Casus en reflectie: de zondag zonder organist’, Praktische Theologie (2008) 2, 3-14.
Protestantse Theologische Universiteit
81
2. Het College van Bestuur stelt vast of een masterexamen aan de Protestantse Theologische Universiteit nodig is en zo ja, welke vrijstellingen kunnen worden verleend voor het masterexamen dat door betrokkene moet worden afgelegd. 3. De kleine synode kan bepalen dat betrokkene - als bijzondere omstandigheden de kleine synode aanleiding geven de weg naar het colloquium te openen zonder dat toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in lid 2 - ten aanzien van een of meer vakken een aanvullende opleiding moet doen bij daartoe aangewezen hoogleraren en docenten van de Protestantse Theologische Universiteit.
Bijlage 7 Kerkelijk album en aanvragen beoordeling opleiding ordinantie 13-12 in 2008
In het jaar 2008 hebben 7 beoordelingen overeenkomstig deze kerkordebepaling geleid tot een advies aan het moderamen van de generale synode. Daarvan zijn 4 beoordelingen uitgevoerd door de Examencommissie Utrecht/Leiden en 3 door de Examencommissie Kampen. De verzoeken tot beoordeling van de opleiding hadden betrekking op aanvragen van predikanten of geestelijken vanuit de volgende kerkgenootschappen: Verenigde Protestantse Kerk BelgiĂŤ (2x), Nordelbisch Evangelisch-Lutherische Kirche (1x), Nederlands Gereformeerde Kerk (2x), Nederduitsch Hervormde Kerk van Afrika (1x) en Evangelische Kirche im Rheinland (1x).
Kerkelijk album Op peildatum 1 oktober 2008 stonden 452 studenten ingeschreven in het kerkelijk album.
Aantal
PThU Utrecht Kampen Master Kerk. Opl. Ba Ma 85 60 92 56
UU Leiden Ma 12
Kerk. Opl. Ba 5 49
Beoordeling opleiding in kader van Ordinantie 13-12 van de Kerkorde Ordinantie 13-12 van de Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland bepaalt het volgende: 1. Indien iemand die bij een andere kerk in of buiten Nederland als predikant of geestelijke dienst heeft gedaan dan wel in deze kerk is toegelaten tot het ambt van predikant of geestelijke, toelating tot het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland verlangt, beoordeelt de kleine synode, gehoord het College van Bestuur inzake de kwaliteit van de ontvangen opleiding en nadat een onderzoek naar de geschiktheid als bedoeld in artikel 9 is ingesteld, of, en zo ja, onder welke voorwaarden de weg naar het colloquium voor betrokkene kan worden geopend.
82
Jaarverslag 2008
UL Ma 28
Ba 21
RuG Ma 1
Ba 9
VU Ma 2
Ba 12
Ma 20
Protestantse Theologische Universiteit
83