Skip to main content

Jaarverslag 2014

Page 1

Jaarstukken 2014


Voorwoord

Met dit jaarverslag 2014 blikken we terug op een enerzijds stabiliserend en anderzijds roerig jaar voor de Protestantse Theologische Universiteit. We karakteriseren het jaar als ‘stabiliserend’ vanwege de verbeterde materiële positie en een stevig verankerde plaats die de PThU inneemt in Groningen en Amsterdam. De Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie heeft ons, na beoordeling, alle accreditaties verleend die nodig zijn om onze opleidingen ook de komende jaren aan te kunnen bieden. Dat is eveneens een stabiliserende factor en stemt ons opgewekt. Het genereert ook een groot verantwoordelijkheidsbesef om de studenten een kwalitatief goede en studeerbare theologiestudie aan te bieden. Steeds schaven we aan de beste route en combinatie van theologische kennis en beroepsvorming. Bovendien beseffen we dat onze aantrekkelijkheid voor studenten niet alleen afhangt van een doortimmerd programma, maar ook van de inzet, betrokkenheid en accuratesse van wetenschappelijk en ondersteunend personeel. De PThU komt daarmee nooit tot rust en dat streven we ook geenszins na. ‘Roerig’ is daarom het tweede kenmerk waarmee we het jaar 2014 willen karakteriseren. Op het gebied van het bedrijfsmanagement moesten alle zeilen bijgezet worden. Prof.dr. Gerrit Immink, die als rector tot 11 december van het afgelopen jaar aan het roer stond, heeft op dit terrein bijzondere inspanning geleverd, naast zijn nimmer aflatende stimulans voor alle personeel en studenten om met plezier studie en onderzoek te doen. Van die stimulans en facilitering hebben we bijvoorbeeld geprofiteerd bij de Internationale Conferentie over God en religie in het publieke domein en bij vele andere studiedagen en presentaties, die de PThU reuring en goede bekendheid bezorgen. Een stabiele formatie van academische krachten en samenwerking op nationaal en internationaal gebied zijn voorwaarden om ons als PThU te blijven profileren. Roerigheid en levendigheid is eveneens noodzakelijk op een theologische universiteit, waar een samengaan plaatsvindt tussen diepgaande peiling van vragen, snelle schakeling naar de behoeften van de huidige studenten en inbreng van kennis waar mensen in academie, kerk en samenleving mee geholpen zijn. Vanuit deze twee kenmerken van het afgelopen jaar signaleer ik breed om mij heen in de PThU een besef van verantwoordelijkheid, gekoppeld aan een verlangen om er nog iets eigens, iets PThU-typerends, aan toe te voegen. Dat is wellicht te vangen in de woorden van Judith Herzberg die, zoals velen weten, altijd van bureau tot bureau, van vergaderkamer tot collegezaal, van treincoupé tot pc, met mij meereizen: Er is nog zomer en genoeg wat zou het loodzwaar tillen zijn wat een gezwoeg als iedereen niet iedereen ter wille was als iedereen niet iedereen op handen droeg. Mechteld Jansen, rector/voorzitter College van Bestuur.

Protestantse Theologische Universiteit

3


Inhoudsopgave

Voorwoord 3

4.5 Resultaten valorisatie onderzoek en prestatieafspraak 4.6 Promovendi en promoties

Jaarverslag

7

Hoofdstuk 1: Raad van Toezicht

4.7 Financiering onderzoek: eerste en overige geldstromen Hoofdstuk 5:

8

1.1 D e governance-structuur van de universiteit: toezicht,

Postacademisch onderwijs en nascholing 5.1 Voortgezette nascholing van de Protestantse

bestuur en medezeggenschap

Kerk in Nederland

1.2 Werkgeverstaken: renumeratie

5.2 Primaire Nascholing van Predikanten (PNP)

1.3 Goedkeurende besluiten en aandachtspunten

5.3 Overig postacademisch onderwijs

1.4 Algeheel oordeel

5.4 Cursusaanbod, afname, deelnemers en evaluatie

Hoofdstuk 2:

54

13

Bestuursverslag

Hoofdstuk 6:

56

Maatschappelijke dienstverlening

2.1 Onderwijs

6.1 Organisatie

2.2 Onderzoek en valorisatie

6.2 Evenementen

2.3 Bedrijfsvoering 2.4 Prestatieafspraak

Hoofdstuk 7:

2.5 FinanciĂŤn

Personeel en organisatie

2.6 Helderheid bekostiging

7.1 Personeel

2.7 ContinuĂŻteitsparagraaf

7.2 Huisvesting en voorzieningen

58

2.8 Rechtsbescherming: klachten en geschillen Jaarrekening 67

2.9 Wetenschappelijke integriteit Hoofdstuk 3:

33

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

84

Onderwijs Bijlagen 86

3.1 Missie, visie en doelstellingen 3.2 Bacheloropleiding 3.3 Masteropleidingen

1. Prestatieafspraak

3.4 Internationalisering

2. Samenstelling Raad van Toezicht, College van Bestuur, Universiteitsraad, Raad van Advies, commissies en

Hoofdstuk 4: Onderzoek en valorisatie

4

44

werkgroepen 3. Overzicht publicaties

4.1 Inleiding

4. Promoties

4.2 Beleid

5. Internationale samenwerking en contacten

4.3 Onderzoeksgroepen: resultaten en evaluatie

6. Kerkelijk Album en Ordinantie 13-12

4.4 Onderzoeksresultaten en prestatieafspraak

7. Mastertheses studiejaar 2013-2014

Jaarstukken 2014


Protestantse Theologische Universiteit

5


6

Jaarstukken 2014


Jaarverslag

Protestantse Theologische Universiteit

7


Hoofdstuk 1:

Raad van Toezicht Het jaar 2014 was het laatste waarin prof.dr. F.G. Immink als rector/

Desondanks blijven de uitdagingen voor de universiteit onverminderd

voorzitter College van Bestuur bestuurlijk verantwoordelijkheid droeg.

groot. In de maatschappelijke context houdt de secularisatie

Met dankbaarheid kijkt de Raad van Toezicht terug op de jaren waarin

onverminderd aan. Het veld van theologiebeoefening is blijvend

hij zich van zijn taak als rector, en sinds begin 2014 ook als voorzitter

in beweging, zodat faculteiten en instellingen voor theologie en

van het College van Bestuur, heeft gekweten. Hij heeft aan de nieuwe

religiestudies voortdurend moeten zoeken naar de juiste profilering

rector de organisatie overgedragen aan het eind van een periode

en naar een passende positie in relatie tot andere op het theologisch

waarin de accreditatie van de door de PThU aangeboden opleidingen

en religiewetenschappelijk veld. Hoewel het aantal ingeschreven

voor zes jaren geborgd is, het wetenschappelijk onderzoek positief

bachelor-studenten zich ten opzichte van vorig jaar lijkt te stabiliseren,

werd beoordeeld door een externe commissie, de uitkomsten van de

vertoont het aantal masterstudenten een dalende trend. Dit vraagt om

studentenbeoordelingen sinds 2014 weer een stijgende lijn laten zien en

aanhoudend investeren in werving, maar zeker ook om het voortdurend

de verwachtingen met betrekking tot participatie aan het permanente

reflecteren op de vraag of het bestaande aanbod nog voldoende

educatietraject door predikanten sinds 2014 waargemaakt worden.

inspeelt op de opleidingsbehoeften van potentiĂŤle studenten. Daar komt

Verder is na de reorganisatie van ondersteunend personeel in 2012 in

bij dat het studiesucces afgemeten aan het rendementspercentage per

2014 een evaluatie van de omvang van het wetenschappelijk personeel

cohort nog niet op het nagestreefde niveau ligt.

gehouden op grond waarvan een toekomstbestendige bezetting van wetenschappelijk personeel kon worden gerealiseerd. En tenslotte is

Hoewel de situatie van de PThU aan het einde van 2014 stabiel en

het financieel beleid zodanig omgebogen, dat het jaar 2014 met een

solide is te noemen, vergt het behoud hiervan alertheid van het

overtuigend positief resultaat kon worden afgesloten. Kortom, de nieuw

bestuur, binnen de voortdurend in beweging zijnde wetenschappelijke,

aangetreden rector krijgt een organisatie overgedragen met een stabiele

kerkelijke en maatschappelijke context, de positie van de PThU met

uitgangspositie.

haar eigen theologische profiel te waarborgen. Alleen zo kan de PThU op herkenbare wijze inspelen op actuele kerkelijke en maatschappelijke

Op 11 december 2014 nam prof.dr. M.M. Jansen de

vraagstukken in haar onderzoek, de door haar verworven kennis

bestuurlijksverantwoordelijkheid voor de PThU over. De raad heeft veel

waardevol maken voor de omgeving waarin zij verkeert, en blijvend

vertrouwen in haar bestuurlijke kracht en verwacht dat zij met nieuw elan

aantrekkingskracht uitoefenen op studenten.

de uitdagingen waar de PThU voor staat in de huidige wetenschappelijke, en brede ervaring maakt dat zij voor de volle breedte van de Protestantse

1.1 De governance-structuur aan de universiteit: toezicht, bestuur en medezeggenschap

Kerk in Nederland herkenbaar kan optreden als bestuurder van de

Het bestuur en toezicht met betrekking tot de PThU is geregeld

PThU, de door de kerk gestichte universiteit voor het verzorgen van

overeenkomstig de op de PThU als levensbeschouwelijke universiteit

theologisch wetenschappelijk onderwijs en onderzoek en voor de nadere

van toepassing zijnde bepalingen in hoofdstuk 9 van de Wet op

voorbereiding op het predikantschap en de nascholing van predikanten,

het Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek (WHW), Ordinantie

alsmede kerkelijke en maatschappelijke dienstverlening. Tegelijk is zij in

13 van de Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland en het

staat het pallet aan activiteiten van de PThU herkenbaar voor de breedte

Bestuursreglement van de PThU, zoals dit op 8 april 2013 door de Raad

van de samenleving voor het voetlicht te brengen. Niet in de laatste

van Toezicht is vastgesteld en goedgekeurd.

kerkelijke en maatschappelijke context ter hand zal nemen. Haar ruime

plaats zal zij op grond van haar brede ervaring in onderwijs en onderzoek bijdragen aan de versterking van de PThU binnen bestaande en uit te bouwen samenwerkingsrelaties, zowel met academische zusterinstellingen als met andere kerkelijke en maatschappelijke organisaties.

8

Jaarstukken 2014


Raad van Toezicht: Taken, bevoegdheden en samenstelling

van de leden voor het uitoefenen van een toezichthoudende taak betreffen:

De leden van de Raad van Toezicht worden op basis van Ordinantie 13-3 van

een onafhankelijke en kritische positie kunnen innemen ten opzichte van

de Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland benoemd, geschorst en

het bestuur; beschikken over affiniteit met een wetenschappelijke instelling;

ontslagen door de Generale Synode.

beschikken over ervaring met het besturen van een complexe organisatie; kunnen herkennen van relevante ontwikkelingen; beschikken over een

De Raad van Toezicht oefent de wettelijke taken en bevoegdheden

voor de PThU relevant maatschappelijk, kerkelijk en politiek netwerk. In de

uit die aan een Raad van Toezicht van een Nederlandse universiteit

tweede plaats stelt de Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland de

zijn toevertrouwd. De raad houdt toezicht op de uitvoering van de

eis dat een lid van de raad belijdend lid van deze kerk is. In de derde plaats

werkzaamheden en op de uitoefening van de bevoegdheden van het

is voor elk lid aan de algemene deskundigheidseisen een specifiek profiel

College van Bestuur. Tevens staat de raad het College van Bestuur met raad

toegevoegd: voorzitterschap, expertise op het terrein van bedrijfsvoering,

terzijde. Daarnaast heeft hij in opdracht van de synode van de Protestantse

hoogleraar, maatschappelijke betrokkenheid, predikant.

Kerk in Nederland een speciale verantwoordelijkheid met betrekking tot de instandhouding van de opleiding van predikanten voor de Protestantse Kerk

In 2014 was de Raad van Toezicht als volgt samengesteld:

in Nederland. - mevr. J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart (voorzitter, lid In het bijzonder heeft de Raad van Toezicht tot taak: het goedkeuren van

renumeratiecommissie)

het bestuurs- en beheerreglement; het goedkeuren van de begroting,

• aanvang eerste termijn: 1 september 2013

de jaarrekening, het jaarverslag en het instellingsplan; het toezien op

• einde eerste termijn: 31 augustus 2017

de naleving door het College van Bestuur van wettelijke verplichtingen

- mw.drs. J.J.Tj. van den Hul-Omta (profiel maatschappelijk veld, vice-

en de omgang met de Code Goed Bestuur van de VSNU; het toezien

voorzitter)

op de rechtmatige verwerving en op de doelmatige en rechtmatige

• aanvang eerste termijn: 1 januari 2008

bestemming en aanwending van middelen uit de voor de PThU vastgestelde

• einde eerste termijn: 31 december 2011

rijksbijdrage; het aanwijzen van de accountant, toezien op de vormgeving

• aanvang tweede termijn: 1 januari 2012

van het systeem van kwaliteitszorg op grond waarvan de kwaliteit

• einde tweede termijn: 31 december 2015

van de werkzaamheden van de PThU wordt beoordeeld; het jaarlijks

- prof.dr. M. Kaptein (profiel hoogleraar, lid auditcommissie)

verantwoording afleggen over de uitvoering van de taken en uitoefening

• aanvang eerste termijn: 1 mei 2011

van de bevoegdheden in het jaarverslag van de PThU.

• einde eerste termijn: 30 april 2015 - mw.drs. G.R. Peetoom (profiel predikant, lid renumeratiecommissie)

De Raad van Toezicht is zodanig samengesteld dat de leden ten opzichte

• aanvang eerste termijn: 1 december 2008

van elkaar en ten opzichte van het College van Bestuur onafhankelijk en

• einde eerste termijn: 30 november 2011

kritisch kunnen opereren. Het principe van onafhankelijkheid is daarmee

• aanvang tweede termijn: 1 december 2012

geëerbiedigd. De leden ontvangen voor hun toezichthoudende taken geen

• einde tweede termijn: 30 november 2016

persoonlijke financiële vergoeding anders dan de vergoeding als lid van de

- drs. J.W. Meinsma (profiel bedrijfsvoering, lid auditcommissie)

Raad van Toezicht.

• aanvang eerste termijn: 1 januari 2013 • einde eerste termijn: 31 december 2016

Samenstelling De Raad van Toezicht bestaat uit vijf leden, onder wie de voorzitter. De leden

Vanuit de Raad van Toezicht onderhoudt mw. Van den Hul-Omta het

zijn benoemd op basis van profielen die in de eerste plaats de deskundigheid

contact met de Universiteitsraad.

Protestantse Theologische Universiteit

9


College van Bestuur: taken, bevoegdheden en samenstelling

die uit en door het personeel zijn gekozen en de andere helft uit leden

De Raad van Toezicht benoemt, schorst en ontslaat de rector/voorzitter

die uit en door de studenten zijn gekozen. Taken en bevoegdheden

van het College van Bestuur. Tevens stelt de raad de beloning van de

van de Universiteitsraad zijn geregeld in een Reglement voor de

rector/voorzitter van het College van Bestuur vast.

Universiteitsraad waarin toepassing is gegeven aan de taken en bevoegdheden zoals die in paragraaf 1 van titel 2 van hoofdstuk 9 van

Het College van Bestuur is belast met het bestuur, het beheer en de

de WHW.

bedrijfsvoering van de universiteit. Het bestuur van de PThU is - met het oog op de omvang van de organisatie - eenhoofdig, zodat de

In verband met de mono-facultaire structuur van de PThU kent de

taken en verantwoordelijken van rector en voorzitter zich verenigen in

universiteit geen faculteitsraad zoals bedoeld in paragraaf 2 van titel 2

één persoon. Het college is verantwoording verschuldigd aan de Raad

van hoofdstuk 9 van de WHW.

van Toezicht. De taken van het bestuur hebben betrekking op zowel de academische als bestuurlijke representatie en zijn vastgelegd in het

De Universiteitsraad voert ten minste twee maal per jaar overleg

Bestuursreglement van de PThU.

met het College van Bestuur. Op 12 juni 2014 heeft de raad overleg gehad met voorzitter en vicevoorzitter van de Raad van Toezicht.

In het bijzonder is het College van Bestuur verantwoordelijk voor

Voornaamste punt van aandacht in het overleg was de zorg van de

het voorbereiden, uitvoeren of doen uitvoeren van het beleid van de

Universiteitsraad aangaande de ontwikkeling van studentenaantallen.

universiteit, zowel op het gebied van het onderwijs als het onderzoek;

In het bijzonder is door de Universiteitsraad aan de orde gesteld of de

de zorg voor de dagelijkse werkzaamheden ten behoeve van het

PThU voldoende in staat zal zijn met het bestaande opleidingenaanbod

functioneren van de universiteit; de organisatie, coördinatie, integratie

in te spelen op nieuwe opleidingsvragen van potentiële studenten

en kwaliteitsbewaking van de wetenschapsbeoefening; vaststellen

en veranderende omstandigheden in kerk en maatschappij. Naar

van de jaarlijkse begroting; het onderhouden en uitbouwen van de

aanleiding van het overleg met de Universiteitsraad heeft de Raad van

samenwerkingsrelaties, in het bijzonder die met de Vrije Universiteit

Toezicht aan het College van Bestuur gevraagd een bezinningsdag te

en de Rijksuniversiteit Groningen. Strategische samenwerking

organiseren rondom het profiel van de opleiding in de toekomst. Deze

met andere kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties

dag zal in 2015 plaatsvinden.

draagt bij aan de realisatie van de missie en de doelstellingen van de PThU. De samenwerking krijgt vorm in convenanten of

1.2 Werkgeverstaken: renumeratie

samenwerkingsovereenkomsten waarin naast de gezamenlijke

De commissie Renumeratie van de Raad van Toezicht bestaat uit mw.

doelstelling ook de wederzijdse rechten en plichten worden

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart en drs. G.R. Peetoom. Op 25 maart

vastgelegd. In deze overeenkomsten wordt ook opgenomen hoe de

2014 heeft de raad besloten tot benoeming van prof.dr. M.M. Jansen

evaluatie van de samenwerking wordt vormgegeven.

als rector/voorzitter College van Bestuur met ingang van 11 december 2014. De benoeming geldt voor een periode van vier jaar. Dit besluit

In 2014 bestond het College van Bestuur van 1 januari t/m

is goedgekeurd door de Generale Synode van de Protestantse Kerk in

10 december 2014 uit prof.dr. F.G. Immink. Op 11 december 2014

Nederland op 24 april 2014. Op basis van de synodale goedkeuring

heeft prof.dr. M.M. Jansen hem opgevolgd als rector.

heeft de commissie de bezoldiging van de nieuw benoemde rector vastgesteld. Deze is vastgesteld en de door de Raad van Toezicht

Medezeggenschap: Universiteitsraad

goedgekeurd royaal binnen de marge van de maximale norm, die in het

Voor de medezeggenschap heeft de PThU een Universiteitsraad

kader van de Wet Normering Topinkomens op grond van een daartoe

ingesteld, bestaande uit tien leden, waarvan de helft bestaat uit leden

tussen de Raad van Toezicht en de minister gemaakte bijzondere

10

Jaarstukken 2014


afspraak is bepaald. Deze maximale norm komt overeen met de hoogste

1.4 Algeheel oordeel

trede van schaal H-1, vermeerderd met 20% functietoeslag. De hoogte

De raad heeft met tevredenheid kennis genomen van de positieve

van de vastgestelde bezoldiging wordt verantwoord in de jaarrekening.

beoordeling door een externe door de QANU ingestelde commissie van de kwaliteitszorgsystematiek onderwijs. Dit geeft de raad het

1.3 Goedkeurende besluiten en aandachtspunten

vertrouwen dat waar in 2013 reeds een positieve beoordeling van de

De Raad van Toezicht vergaderde in het verslagjaar vier maal, waarvan

kwaliteit van de opleidingen had plaatsgevonden deze geborgd blijft

één keer gedeeltelijk in afwezigheid van het College van Bestuur.

op basis van een interne kwaliteitszorg, die berust op een uitgekiend

De belangrijkste besluiten van de Raad van Toezicht in 2014 zijn

systeem van evaluaties, en zo waar nodig bijdraagt aan continue

goedkeuring van:

doorvoering van verbetermaatregelen.

• Benoeming rector/voorzitter college van bestuur; • Jaarverslag en Jaarrekening 2013;

De raad beschouwt de aanhoudende daling van masterstudenten – in

• Begroting 2015;

het bijzonder de achterblijvende instroom in de masteropleidingen

• benoeming hoogleraar Nieuwe Testament vestiging Groningen;

in Groningen – als een zorgpunt. De positieve ontwikkeling van het

• voorstel tot opheffing vacaturestop op basis van evaluatie omvang

aantal voltijdse bachelorstudenten kan deze zorg niet wegnemen,

wetenschappelijk personeel; • verkoop deel van de panden van de PThU te Kampen.

zolang de aanwas van deze categorie in de bacheloropleiding niet leidt tot vergrote instroom in de masteropleidingen. De raad waardeert het positief dat het bestuur deze zorg deelt en werving van studenten voor

Daarnaast hebben de volgende zaken onder andere de aandacht van de

het komende jaar opnieuw als beleidsspeerpunt heeft aangewezen.

Raad gevraagd: • Managementletter 2013 van Deloitte BV, in het bijzonder de

De raad juicht het toe, dat het bestuur de afgelopen jaren duidelijke

aanbevelingen tot het treffen van verbetermaatregelen met betrekking

stappen heeft gezet in het kader van wetenschappelijke integriteit.

tot de interne beheersing en control;

Het expliciet onder de aandacht brengen van dit thema binnen de

• accountantsverslag bij de Jaarrekening en Jaarverslag 2013;

graduate school activiteiten van de universiteit; de aanpassingen die

• de aanvullende opleidingsbeoordeling gericht op beoordeling van de

zijn doorgevoerd in het promotiereglement, zoals het stellen van de

systematiek voor interne en externe kwaliteitszorg door de externe

eis dat elke promovendus door ten minste twee promotores wordt

commissie die door de Quality Assurance Netherlands Universities

begeleid; het benoemen van een vertrouwenspersoon; en het inregelen

(QANU) is ingesteld;

van de mogelijkheid een klacht in te dienen, beschouwt de raad als

• de tussentijdse rapportages met betrekking tot managementinformatie na vier respectievelijk acht maanden;

waardevolle stappen in de richting van borging van integriteit in de onderzoekscultuur van de PThU.

• stand van zaken panden in Kampen in verband met uitstel overdracht; • instelling van de verkenningscommissie Theologie en Religie door

Met instemming heeft de raad kennis genomen van de toenemende

de KNAW voor het uitvoeren van een verkenning naar onderwijs en

aandacht voor kerkelijke en maatschappelijke valorisatie van het

onderzoek op de gebieden theologie en religiestudies in Nederland;

onderzoek. De herkenbaarheid van de relevantie van het onderzoek

• tussentijdse evaluatie van stand van zaken onderdelen prestatieafspraak;

krijgt een stevige impuls op grond van de zichtbare verschuiving van

• studententevredenheid;

kwantiteit naar kwaliteit. Ook de bijdrage die de PThU – zij het slechts

• benoeming door College van Bestuur van manager Bedrijfsvoering.

in tweede lijn – levert aan de door de KNAW geïnitieerde verkenning van theologie en religiestudies met het oog op de toekomst van deze wetenschappelijke vakgebieden stelt het bestuur in staat een

Protestantse Theologische Universiteit

11


herkenbare plaats te verwerven voor de theologiebeoefening die de

de uitdagingen die voor haar liggen met vertrouwen tegemoet kan

PThU kenmerkt.

zien. Daarenboven beschouwt de raad deze kwaliteitsinvestering als een belangrijke bijdrage aan het verhogen van de aantrekkelijkheid van de

Het aantal predikanten van de Protestantse Kerk in Nederland dat zich

PThU als organisatie voor huidige en toekomstige werknemers.

inschrijft voor cursussen in het kader van het aangestuurde deel van de permanente educatie was in 2014 voor de eerste keer op het bij het

De raad komt tot het algehele oordeel dat het bestuur, afgezien van

aangaan van de overeenkomst met de kerk verwachte niveau.

substantiële maar incidentele opbrengsten, op grond van verantwoord

Hoewel dit voor wat betreft de realisatie van ontvangen

gevoerd beleid op het terrein van de bedrijfsvoering een positief resul-

deelnemersbijdragen een positief resultaat ten opzichte van de begrote

taat heeft behaald. Op basis daarvan hebben de financiële ratio’s zich

bijdragen oplevert, moet dit resultaat worden verstaan tegen de

sterk verbeterd.

achtergrond van een noodgedwongen terughoudende begroting. In het licht van het arrangement met de Protestantse Kerk in Nederland,

Het bestuur heeft de raad een overzichtelijk verslag voorgelegd.

dat is ingericht op grond van de verwachtingen omtrent participatie van

De zorgen die de Raad van Toezicht ondanks het vertrouwen in het

predikanten, die gebaseerd waren op van kracht geworden kerkelijke

nieuwe bestuur heeft met betrekking tot de PThU zijn als risico’s

regelgeving, moet de gerealiseerde deelname in 2014 als ondergrens

helder benoemd in het verslag.

worden beschouwd. Alle inspanningen rond dit dossier zullen gericht moeten zijn op het ten minste vasthouden van het in 2014 bereikte deelnemersaantal, en groei voor zover predikanten die nog niet aan hun verplichtingen hebben gedaan alsnog deelnemen. Het aanbod wordt zeer positief geëvalueerd. Dit is verheugend te noemen, omdat dit de toegevoegde waarde van de PThU voor de kerk en haar predikanten onderstreept. Met het aflopen van het Sociaal Plan zoals dat gold tot en met 30 augustus 2014 en de afwikkeling van de evaluatie van de omvang van het wetenschappelijk personeel is de fase van transitie, die in 2012 is ingezet met de verhuizing naar Amsterdam en Groningen, definitief afgerond. De organisatie is in een solide en toekomstbestendige positie gebracht. De raad stelt met tevredenheid vast dat het onder het personeel gehouden onderzoek een overwegend positief beeld geeft van de na de verhuizing bestaande medewerkerssituatie aan de PThU. Bovendien is het bestuur voornemens, nu de kwantitatieve herschikking van de organisatie in verband met de verhuizing is afgerond, een kwaliteitsimpuls te geven aan het personeel door extra financiële middelen vrij te maken voor deskundigheidsbevordering en medewerkers te stimuleren ontwikkelingsmogelijkheden te benutten. De raad verwacht dat hiermee de kwaliteit van zowel het wetenschappelijk als ondersteunend personeel versterkt kan worden, zodat de universiteit

12

Jaarstukken 2014


Hoofdstuk 2:

Bestuursverslag De interne organisatie van de PThU is als volgt ingericht:

Voor de Protestantse Theologische Universiteit was 2014 enerzijds een jaar van afsluiting: het jaar was het laatste waarin prof.dr. F.G. Immink als rector en voorzitter van het college van bestuur bestuurlijke

Raad van Toezicht

verantwoordelijkheid droeg. In december 2014 droeg hij het rectoraat over aan prof.dr. M.M. Jansen. Daarmee sloot prof. Immink een lange periode van bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de PThU af, die begon in 2007 met de oprichting van de universiteit. Het jaar 2014 was

Ambtelijk secretaris

echter niet alleen een jaar dat in het teken stond van afsluiting van een beleidsperiode. Hoewel enerzijds de vruchten geplukt konden worden van het gevoerde beleid sinds de herpositionering in 2012 op nieuwe vestigingsplaatsen, zoals de her-accreditatie van de masteropleidingen,

College van Bestuur

is anderzijds gewerkt aan ontwikkeling en uitvoering van nieuw beleid. De omvang van de formatie voor wetenschappelijk personeel voor de Manager bedrijfsvoering

Directeur onderwijs

Leider onderzoeksprogramma’s

beleidsperiode 2014-2018 is zodanig geëvalueerd dat de capaciteit voor het wetenschappelijk onderzoek en onderwijs van de PThU toekomstbestendig is en past bij haar ambities. Bij het afsluiten van de fase van herpositionering sinds 2012, gesymboliseerd in het vertrek van

Ondersteunend en beheerpersoneel

Opleidingscoördinatoren

prof. Immink, bevindt de PThU zich in een goede uitgangspositie om Leerstoelhouders

krachtens een herkenbaar profiel een eigen bijdrage te leveren aan de academische theologiebeoefening.

Onderwijsgevend personeel

Onderzoekers

2.1 Onderwijs Kwaliteitszorg: accreditatie opleidingen De positieve externe beoordeling van de masteropleidingen, die in

Het College van Bestuur wordt in zijn werkzaamheden met raad bijgestaan

2012 grondig zijn doordacht en vernieuwd, aangevuld met positieve

door de Raad van Advies. De raad kan door het College van Bestuur om

beoordeling van de kwaliteitszorgsystematiek en van de door de

advies gevraagd worden over alle zaken die de universiteit aangaan. De

PThU ingerichte voorzieningen en het personeelsbeleid, leidde tot

raad wordt door het college van bestuur in elk geval om advies gevraagd

her-accreditatie van deze opleidingen door het Nederlands Vlaams

over het strategisch beleid van de universiteit waar het zaken betreft die

Accreditatie Orgaan (NVAO). Ook de bacheloropleiding die in

de predikantsopleidingen en de afnemende beroepenvelden aangaan.

gezamenlijkheid met de faculteit Godgeleerdheid van de VU wordt

In het bijzonder met betrekking tot de kwaliteit van de opleidingen is de

aangeboden, is door de NVAO in 2014 opnieuw geaccrediteerd. De

Opleidingscommissie ingericht, die dienaangaande het bestuur van advies

positieve accreditatiebesluiten vormen een bevestiging van het nieuwe

dient. Voor het aanwijzen van examinatoren en het ontwikkelen van beleid

onderwijsbeleid en de keuze die de PThU daarin heeft gemaakt:

met betrekking tot toetsing is de Examencommissie ingesteld. Ten behoeve

onderwijs op basis van een sterke verwevenheid met onderzoek, ruimte

van de medezeggenschap is een Universiteitsraad verkozen.

voor de persoonlijke en spirituele ontwikkeling van de student, en oog voor de uitdagingen die kerk en samenleving aan de theologie stellen.

Protestantse Theologische Universiteit

13


De PThU en de samenwerkingsrelatie VU en RUG

van het aantal voltijdse bachelor-studenten is de totale omvang van

De samenwerking met de VU en de RUG op bachelorniveau heeft niet

de studentenpopulatie van de bacheloropleiding op hetzelfde niveau

alleen een stabiele en toekomstbestendige structuur, maar ook blijkt de

gebleven als vorig jaar. Met betrekking tot de masteropleiding is een

eigen bijdrage van de PThU daaraan beter herkend en erkend te worden.

ander beeld te zien. Het aantal studenten voor de masteropleidingen

De instroomcijfers van de bacheloropleiding Theologie joint degree voor

neemt geleidelijk af. Enerzijds heeft dit te maken met het vooralsnog

studiejaar 2014-2015 maken zichtbaar dat meer studenten dan voorheen

uitblijven van herstel van het aantal studenten in de masteropleidingen

zich voor deze opleiding inschrijven op grond van een eerste keuze

in Groningen. In het bijzonder blijft het aantal studenten in de variant

voor de PThU. In Groningen neemt het aantal studenten dat binnen de

Predikant Geestelijk Verzorger achter bij de verwachtingen. De bevordering

bacheloropleiding van de RUG kiest voor de route die de PThU daarin

van de instroom voor deze opleiding vergt extra bestuurlijke aandacht en

aanbiedt toe. Dit is met name positief aangezien dit de verwachting wekt

inspanning voor wat de werving betreft. Een tweede ontwikkeling die de

dat in de komende jaren vanuit de bacheloropleiding van de faculteit

daling van het aantal masterstudenten veroorzaakt, is de afname van het

Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de RUG meer studenten

aandeel deeltijdstudenten. De PThU lijkt daarmee in een tendens mee te

hun weg zullen vinden naar de masteropleidingen die de PThU aan de

bewegen die landelijk aan de universiteiten zichtbaar is. Het beleid van

vestiging Groningen aanbiedt.

overheidswege ten aanzien van deeltijdstudie heeft een negatief effect gehad op de aanwas van deeltijdstudenten. De introductie van het relatief

Studenten: werving en aantallen

hoge instellingscollegegeld, dat door veel deeltijdstudenten die na een

Voldoende instroom van studenten is in de eerste plaats van belang

reeds voltooide academische opleiding de keuze maken theologie te gaan

voor continuïteit van de huidige organisatie van het onderwijs.

studeren met het verlangen predikant te worden moet worden betaald,

Voldoende studentenaanwas is bovendien cruciaal voor behoud van de

in combinatie met de lange studieduur van nominaal 4,5 jaar én de

kwaliteit van de theologiebeoefening op de langere termijn. Zo lang

aanvankelijke maar inmiddels ingetrokken plannen voor introductie van de

het studentenaantal op niveau is, kan een nieuwe generatie theologen

langstudeerdersmaatregel, heeft de instroom van deeltijdstudenten geen

worden opgeleid die op creatieve en vernieuwende wijze kan inspelen

goed gedaan.

op toekomstige vraagstukken. Studentenwerving heeft dan ook hoge prioriteit. Deze betreft zowel de werving van bachelorstudenten,

Een ontwikkeling die het College van Bestuur met betrekking tot

waaraan in gezamenlijkheid met VU respectievelijk RUG invulling

overheidsmaatregelen nauwlettend volgt, is de introductie van het sociaal

wordt gegeven op grond van een gedeeld belang bij instroom, als de

leenstelsel, dat de afschaffing impliceert van de als basisbeurs verstrekte

werving van masterstudenten. De werving vergt een gedifferentieerd

studiefinanciering. De consequenties hiervan voor de studentenaantallen

doelgroepenbeleid, dat zowel de jonge uit het vwo afkomstige student als

zullen eerst in de komende jaren zichtbaar worden. Echter, het bestuur

de student die na een reeds opgebouwde carrière buiten de theologie de

beschouwt voor een opleiding die naar verhouding lang duurt (3 jaar) en

stap wil maken naar een theologisch beroep, bereikt.

opleidt voor een beroep met een relatief bescheiden terugverdiencapaciteit de introductie van het sociaal leenstelsel als een serieus te nemen

Wat betreft het aantal studenten kan met tevredenheid worden

bedreiging voor de toekomstige ontwikkeling van de aantallen studenten.

vastgesteld dat voor de bacheloropleiding de bij beëindiging van

Het bestuur is voornemens de gevolgen van het leenstelsel nauwkeurig te

de samenwerking met de LOI, op grond waarvan studenten de

monitoren en waar het kan passende maatregelen te nemen.

bacheloropleiding op basis van afstandsonderwijs konden volgen, gevreesde daling van het totaal aantal bachelorstudenten zich

Studiesucces

niet heeft voltrokken. Weliswaar is het aandeel van de categorie

De PThU streeft er naar dat ten minste driekwart van de studenten die

afstandsstudenten tot nul gereduceerd, maar als gevolg van de toename

staan ingeschreven voor de bacheloropleiding deze binnen de nominale

14

Jaarstukken 2014


studieduur, vermeerderd met maximaal een uitloopjaar, voltooit. Voor

percentage voor de prestatieafspraak als het streefcijfer in het kader van

de master-studenten geldt het streven dat ten minste 60% binnen de

het beleidsspeerpunt ‘internationalisering’ niet gehaald. Op zich genomen

nominale studieduur met een diploma de opleiding verlaat.

heeft de internationale masteropleiding voldoende aantrekkingskracht op buitenlandse studenten. Elk jaar melden zich meer studenten aan

Studentenbeoordeling Nationale Studentenenquête

dan kunnen worden toegelaten. Het besluit niet toe te laten heeft in

De uitkomst van de Nationale Studentenenquête 2014 maakte de

enkele gevallen te maken met onvoldoende opleidingsniveau om tot de

verwachting waar dat na een aantal jaren van transitie, waarin met

masteropleiding te kunnen worden toegelaten. In de meeste gevallen

name voor studenten die er voor kozen hun opleiding niet op de

ontbreekt het de student aan voldoende financiële middelen de opleiding

nieuwe vestigingsplaatsen af te ronden soms lastige overgangssituaties

in Nederland te financieren. Voor enkele studenten heeft de PThU

ontstonden, erkenning voor de kwaliteit van de nieuwe constellatie in

fondsmiddelen ter beschikking. Deze middelen, die worden onttrokken uit

Amsterdam en Groningen zichtbaar zou worden. De scores laten over

een fonds dat door contribuanten wordt gevuld door middel van het doen

het geheel genomen een stijgende lijn zien ten opzichte van de jaren

van een gift, lopen echter terug, zodat het aantal te financieren studenten

2012 en 2013. Het bestuur streeft er naar de komende jaren de positieve

ook terugloopt. Dit heeft geleid tot het besluit een fondswervingsbeleid

beoordeling door studenten van de opleidingen en voorzieningen vast te

te ontwikkelen met het oog op toekomstige verruiming van

houden en te doen toenemen, als erkenning voor de ambitie studenten

financieringsmogelijkheden voor niet voldoende draagkrachtige

een uitdagende leeromgeving te bieden, die op professionele en betrokken

buitenlandse studenten. Daarnaast wordt naar mogelijkheden gezocht

wijze en met oog voor individuele talenten ondersteund wordt.

studenten uit het buitenland, die voldoende kapitaalkrachtig zijn de masteropleiding geheel of deels zelf te financieren, te bereiken en te

Internationalisering

interesseren voor de opleiding.

Hoewel het International Office van de PThU ook in 2014 enkele nieuwe overeenkomsten heeft kunnen sluiten teneinde studenten in

2.2 Onderzoek en valorisatie

de gelegenheid te stellen in het buitenland een deel van hun opleiding

Het onderzoek van de PThU is verdeeld over de drie onderzoeksgroepen

te doen, blijkt het in de praktijk moeilijk studenten daadwerkelijk er

Sources, Beliefs en Practices. Met haar onderzoek neemt de PThU, in het

toe te brengen buitenlandse studie-ervaring op te doen. Gebleken

snel veranderende landschap van de theologie in Nederland, een stevige

is dat de voornaamste belemmerende factor de programmering van

positie in. De PThU, de Faculteit Godgeleerdheid van de VU en de Faculteit

het onderwijs is. In het bijzonder in de driejarige masteropleiding is

Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de RUG hebben een

nauwelijks ruimte vrij te maken om zonder grote studievertraging

complementair onderzoeksprofiel opgesteld. Naast deze samenwerking op

studietijd in het buitenland door te brengen. Een ander probleem voor

de vestigingsplaatsen blijft de internationale samenwerking met partners

internationale studentenmobiliteit vormt de moeilijkheid in het buitenland

in Afrika en Azië kenmerkend voor het onderzoeksprofiel van de PThU.

behaalde studieresultaten als onderdeel van het examenprogramma voor de opleiding van de PThU erkend te krijgen. Het bestuur streeft in

Versterking wetenschappelijke output

overleg met de international officer, het opleidingsmanagement en de

Het onderzoeksbeleid in 2014 bouwt voort op dat wat in 2012

examencommissie zo veel mogelijk belemmeringen weg te nemen om een

is ingezet. Dit betekent dat het streven in de wetenschappelijke

studieverblijf in het buitenland succesvol te kunnen realiseren.

productie het zwaartepunt te verleggen naar refereed artikelen in tijdschriften is doorgezet. Dit streven heeft niet alleen betrekking op

Voor de internationale masteropleiding van één jaar hebben zich in

een kwantitatieve doelstelling. In welke mate onderzoekers er in slagen

september 2014 negen buitenlandse masterstudenten ingeschreven. Dit is

hun wetenschappelijke productie af te zetten via refereed tijdschriften

een gelijk aantal studenten als in september 2013. Daarmee is zowel het

is een belangrijke indicator voor kwaliteit. Uit de daarover beschikbare

Protestantse Theologische Universiteit

15


gegevens (zie hoofdstuk 4) blijkt dat de onderzoekers van de PThU in

vraag hoe de PThU zelf zich daarin kan versterken, maar vooral ook hoe

toenemende mate er in slagen hun onderzoeksresultaten te publiceren

de PThU met haar eigen profiel de theologiebeoefening in Nederland en

in deze categorie tijdschriften. Dit geldt in het bijzonder voor de

daarbuiten kan verrijken.

programma’s Beliefs en Practices. Valorisatie: verzilveren van kennis voor kerk en maatschappij Positionering theologisch onderzoek PThU

Naast de positionering van het onderzoek van de PThU binnen academie

In toenemende mate wordt gevraagd naar verantwoording van de

en samenleving, is in toenemende mate aandacht voor de valorisatie

maatschappelijke meerwaarde van het theologisch onderzoek. In de

van het onderzoek. Valorisatie is er op gericht kennis die binnen de

eerste plaats komt dit tot uitdrukking in herbezinning op de vraagstukken

PThU wordt vergaard te verzilveren voor partners in samenleving en

die voor de academische theologiebeoefening leidend zijn. Deze

kerk. Valorisatie is een term die een breed terrein afbakent. In het licht

herbezinning staat in verband met de installatie door de KNAW van

van de gemaakte prestatieafspraak is een aantal indicatoren benoemd

de Verkenningscommissie Theologie en Religiestudies. Deze commissie

waaraan de mate van succes van de door de PThU als zodanig benoemde

voert een wetenschapsverkenning uit voor de gebieden theologie en

valorisatie-activiteiten kan worden afgelezen. Tegen de achtergrond

religiestudies. Doel van de verkenning is aanbevelingen te doen ter

van daartoe door de VSNU genomen initiatieven bezint de PThU zich

versterking van beide vakgebieden. Daartoe wordt een analyse gemaakt

op uitbreiding van de set van valorisatie-indicatoren, die aansluiten

van de belangrijkste wetenschappelijke inzichten en ontwikkelingen,

bij het bijzondere profiel van de PThU als instelling op het snijvlak van

nationaal en internationaal; de veranderde positie van de religie in de

wetenschap, kerk en maatschappij. Belangrijker nog dan een werkbare

maatschappij en de kansen en bedreigingen voor de verdere ontwikkeling

set van indicatoren is het kunnen inspelen op en het benutten van

van theologie en religiestudies als academische disciplines, onder meer

kansen die zich aandoen om de kennis die binnen de PThU vergaard is,

in relatie tot andere vakgebieden; de positionering van het onderzoek

ten gunste te laten komen van de belangrijke stakeholders. Dat kunnen

in Nederland en daarbuiten, en in verband daarmee het beleid rond de

predikanten zijn die in hun nascholingsactiviteiten op de hoogte worden

universitaire profilering en de aansluiting van het Nederlandse onderzoek

gebracht van laatste standen van inzichten in de theologische disciplines,

in de theologie en de religiestudies bij internationale ontwikkelingen.

maar even goed de Protestantse Kerk in Nederland die zoekt naar

Vanuit die analyse zal de commissie aanbevelingen doen over

vernieuwende vormen van kerkzijn. Ook theologische vakgenoten kunnen

mogelijkheden meer landelijke synergie te bereiken, waarbij aandacht

zich laten voeden door inzichten van onderzoekers die werkzaam zijn

zal zijn voor bestaande samenwerkingsverbanden en nieuwe vormen van

aan de PThU. Niet in de laatste plaats streeft de PThU er naar het brede

samenwerking, mogelijkheden voor een gezamenlijke onderzoeksagenda

publiek te bereiken. In 2014 geldt een scala aan activiteiten rond het

en de plaats van niet-christelijke religies in het academisch bestel. Hoewel

media-event The Passion als goed voorbeeld van een op het brede publiek

de PThU – evenals de andere levensbeschouwelijke universiteiten – geen

gerichte valorisatie-activiteit. Onderzoekers van de PThU en studenten

vertegenwoordiging in de verkenningscommissie heeft toegewezen

hebben bijgedragen aan de duiding van dit evenement en hebben in

gekregen, zal het bestuur langs indirecte weg de discussie over de

verscheidene media daarvan getuigd.

door de verkenningscommissie aan de orde gestelde onderwerpen mee helpen voeren. Het bestuur neemt daarbij een kritisch positieve

Valorisatie-infrastructuur

grondhouding aan, ingegeven door het onderkende belang van

Teneinde de uiteenlopende valorisatieactiviteiten te stroomlijnen

een theologiebeoefening in Nederland die aansluiting vindt bij

is daartoe een infrastructuur ingericht. Naast de leiders van de

wetenschappelijke inzichten en maatschappelijke ontwikkelingen, waarbij

onderzoeksprogramma’s, die op grond van hun leidinggevende

kansen op samenwerkingsmogelijkheden die ten goede komen van de

verantwoordelijkheid voor het gehele programma een goed overzicht over

academische theologie benut moeten worden. Dit alles in het licht van de

het geheel van de leerstoelgroepen hebben, dragen de coördinatoren

16

Jaarstukken 2014


voor dienstverlening die zijn verbonden aan de vestigingen van de PThU,

vraagstukken, te bereiken middels onder meer de organisatie van een

in samenspraak met de afdeling communicatie - in het bijzonder de

debat op de maandagavond. Het debat is een succes gebleken en een

medewerker evenementen - verantwoordelijkheid voor de uitvoering van

belangrijke manier om de thematiek van de conferentie en de PThU als

een valorisatiebeleid. Een bijzondere vorm van valorisatie is de nascholing.

instelling die zich daarmee bezighoudt voor het voetlicht te brengen.

Deze is gericht op predikanten die hetzij in de primaire nascholing, hetzij in het permanente educatietraject postacademisch onderwijs volgen.

2.3 Bedrijfsvoering

De opleidingscommissie voor de nascholing onder voorzitterschap van de coĂśrdinator voor postacademisch onderwijs heeft op dit vlak een

2.3.1 Personeel

belangrijke taak. Evaluatie omvang wetenschappelijk personeel Zowel wat betreft het aantal succesvol georganiseerde evenementen

In 2014 is door het bestuur een evaluatie van de omvang van de

voor een breder publiek als wat betreft het postacademisch onderwijs, in

formatie voor wetenschappelijk personeel uitgevoerd. De evaluatie heeft

het bijzonder de permanente educatie, is sinds 2012 een stijgende lijn in

geresulteerd in de vaststelling van een voor uitvoering van het onderwijs-

deelname zichtbaar.

en onderzoeksbeleid passende formatie wetenschappelijk personeel. De uitgevoerde evaluatie was reeds in 2011 bij de voorbereiding van de

Internationalisering

verhuizing naar Amsterdam en Groningen voorzien. Alvorens tot een

Onderzoek wordt per definitie in internationaal verband gedaan. Jaarlijks

evaluatie kon worden overgegaan was noodzakelijk dat de herziening

stelt het bestuur middelen ter beschikking om onderzoekers gelegenheid

van de masteropleidingen zou zijn afgerond en geĂŻmplementeerd op

te geven internationale conferenties of expert meetings te bezoeken en

grond van de samenwerking met de VU en de RUG. Ook de definitieve

daaraan een bijdrage te leveren. Op die manier kunnen onderzoekers een

afbouw van overgangstrajecten voor studenten moest zijn afgewikkeld.

wetenschappelijk netwerk opbouwen en onderhouden.

Tevens beschouwde het bestuur in 2011 het als noodzakelijk dat de synergiemogelijkheden op het terrein van onderzoek met de

Ook de PThU als instelling moet zich een herkenbare plaats verwerven in

samenwerkingspartners zich zouden hebben uitgekristalliseerd. Zowel

een internationaal netwerk van wetenschappelijke instellingen. In 2014

de positief afgelopen accreditatieprocedures voor de opleidingen,

vormde de PThU zelf het middelpunt van een internationale conferentie,

als de succesvol doorlopen onderzoeksvisitatie in 2013 in combinatie

God in the Public Domain. Deze is succesvol verlopen. De doelstelling,

met de uitkomsten van tripartiet bestuurlijk overleg met de faculteit

het consolideren en verder uitbouwen van het bestaande internationale

Godgeleerdheid van de VU en de faculteit Godgeleerdheid en

netwerk aan contacten, lijkt gehaald. Daarnaast droeg de conferentie

Godsdienstwetenschap van de RUG maakten dat in 2014 de tijd rijp was

bij aan het vergroten van de bekendheid van de PThU als universiteit

voor de evaluatie.

die zich onderzoeksmatig verbindt met de vragen van verdwijnen en verschijnen van religie in de samenleving. Met de hoofdredacteur van

In de beleidsperiode 2011-2014 hadden zich ondertussen enkele

de International Journal of Public Theology zijn afspraken gemaakt

ontwikkelingen in het personeelsbestand voorgedaan die in combinatie

over de publicatiemogelijkheden voor conferentiedeelnemers binnen

met de bestaande vacaturestop er toe bijdroegen dat van een

genoemd tijdschrift. Vanuit de onderzoeksgroep Beliefs is met betrekking

afgedwongen reductie van de personeelsomvang geen sprake hoefde te

tot de thematiek van de conferentie een bundel verschenen, waarin

zijn. De conclusie van de evaluatie van de omvang was dat de bestaande

een belangrijk aantal bijdrages vanuit de PThU geplaatst zijn. Tot slot

formatiebezetting op 31 december 2014 toereikend was voor een

is getracht de laatste doelstelling, het positioneren van de PThU als

verantwoorde taakinvulling op de terreinen onderwijs, onderzoek en

een universiteit die zich bezig houdt met maatschappelijk relevante

valorisatie. Dit betekent dat waar vacatures bestonden op 31 december

Protestantse Theologische Universiteit

17


2014 deze in beginsel niet zullen worden opgevuld, tenzij de vacature in

van onderzoeksvaardigheden zal haar beslag krijgen binnen het lopende

het formatieplan ter vervulling is voorzien.

personeelsbeleid, waartoe extra financiële ruimte zal worden gezocht. De optimalisatie van bedrijfsprocessen heeft aanhoudend de aandacht

In de komende beleidsperiode zal de uitwerking van de besluitvorming

van het bestuur, maar zal na optimale bezetting van het integrale

op basis van de evaluatie aanhoudend worden gemonitord. In het

management van bedrijfsvoering een extra impuls krijgen. Daarin wordt

bijzonder zal beoordeeld worden of de feitelijke taakbelasting van

in 2015 voorzien.

wetenschappelijke medewerkers blijft stroken met de beschikbare personeelsbezetting. Daarbij moet worden opgemerkt dat de voorziene

Personalia

personeelsomvang - op basis van de uitkomst van de evaluatie - tot

Op 11 december 2014 heeft de PThU afscheid genomen van prof.dr. F.G.

uitdrukking is gebracht in een meerjaren personeelsbegroting waarin

Immink als rector/voorzitter College van Bestuur. Tijdens de plechtigheid

rekening is gehouden met de in de meerjarenbegroting 2014-2018

in verband met de dies heeft hij het rectoraat overgedragen aan de

opgenomen taakstelling tot reductie van het aantal in dienst te houden

opvolgend rector, prof.dr. M.M. Jansen. Bij zijn afscheid heeft prof.

fte wetenschappelijk personeel. Met de vastgestelde personeelsbegroting

Immink de diesrede uitgesproken onder de titel ‘En… hoe gaat het met

2015-2018 kan deze taakstelling ruimschoots worden behaald.

de theologie?’ Prof. Immink heeft sinds 2007 als rector van de PThU bestuurlijke verantwoordelijkheid gedragen voor de universiteit, tot en

Medewerkeronderzoek

met 2013 op basis van collegiaal bestuur met dr. H.C. van der Sar, na

In januari 2014 zijn tijdens een bijeenkomst voor het voltallige personeel

diens vertrek in december 2013 tevens als voorzitter College van Bestuur.

de uitkomsten van het medewerkeronderzoek teruggekoppeld.

Gedurende zijn rectoraat heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd

Vervolgens is op basis van deze uitkomsten door personeelsleden zelf

aan de uitbouw van de drie onderzoeksprogramma’s in hun onderlinge

gereflecteerd op het onderzoek vanuit het oogpunt van een meerledige

samenhang.

vraagstelling. In de eerste plaats is geïnventariseerd wat de voornaamste uitkomsten waren. Daarna is nagedacht over de aanbevelingen

In verband met pensionering heeft de PThU op 26 september 2014

die daaruit voort zouden vloeien. In de derde plaats is prioriteit

afscheid genomen van dr. A. van der Kooi, universitair docent

aangebracht en ten slotte is aangegeven welke aanbeveling voor een

Dogmatiek. Zij was sinds 1988 werkzaam aan de Theologische

verbetermaatregel verantwoordelijkheid van de medewerker zelf is, dan

Universiteit Kampen, rechtsvoorganger van de PThU. Het afscheid van

wel een verantwoordelijkheid voor de leidinggevende of het bestuur.

haar is gemarkeerd met een symposium in Groningen, de locatie waar zij

Op basis van de uitkomsten van de verwerking van de uitkomsten

na de transitie vanuit Kampen haar plek had gekregen.

van het medewerkeronderzoek heeft het bestuur de volgende onderwerpen als onder de verantwoordelijkheid van het bestuur

2.3.2 Huisvesting en voorzieningen

vallende verbetermaatregelen tot prioriteit verheven: optimaliseren

De eigen identiteit van de PThU in de samenwerking met de Vrije

van processen van bedrijfsvoering en afstemmingen van afdelingen

Universiteit en de Rijksuniversiteit Groningen komt tot uitdrukking in

onderling; optimaliseren van leidinggeven; kwaliteitsverbetering van

huisvesting met een herkenbare stijl, vormgegeven in Amsterdam op

onderzoeksvaardigheden; verbetering van de communicatie intern

basis van de huur van een verdieping in het hoofdgebouw van de Vrije

vanuit het College van Bestuur. Waar mogelijk zijn maatregelen reeds

Universiteit in de directe nabijheid van de faculteit Godgeleerdheid

doorgevoerd. Zo is de verschijningsfrequentie van intern uitgebrachte

van de VU. In Groningen heeft de PThU een eigen pand in de directe

nieuwsbrieven verhoogd. Meer dan voorheen zal het bestuur intern

omgeving van de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschappen

over lopende zaken communiceren en heeft het bestuur besloten

van de RUG. Zowel de huisvesting in Amsterdam als in Groningen is

regelmatiger medewerkerslunches te organiseren. Kwaliteitsverbetering

zodanig ingericht, dat docenten en studenten elkaar gemakkelijk kunnen

18

Jaarstukken 2014


treffen. Er is nadrukkelijk voor gekozen het onderlinge verkeer tussen

omvang van de groepen studenten in de bacheloropleiding te groot is

faculteiten en PThU op basis van het huisvestingsconcept te stimuleren.

om de colleges van de opleiding aan te bieden in de werkgroepruimten die de PThU op de eigen afdeling beschikbaar heeft. Dit is niet alleen

Met betrekking tot de huisvesting in zowel Amsterdam als Groningen

onwenselijk vanuit het oogpunt van optimalisatie van ruimtegebruik,

heeft de PThU een programma van eisen opgesteld, dat niet alleen

maar vooral ook vanuit het perspectief van civitasvorming. Deze kan

uitgaat van eigen representatieve ruimten en vergadervoorzieningen,

alleen dan goed van de grond komen, wanneer studenten die bij de

maar ook van onderwijs- en studievoorzieningen voor de PThU,

PThU staan ingeschreven, hun opleiding op de door de PThU gehuurde

in combinatie met de mogelijkheid om ook (onderwijs- en studie)

verdieping kunnen volgen. Het bestuur zoekt naar oplossingen ter

voorzieningen (inclusief het gebruik van de aula) van de VU of RUG af te

verruiming van de capaciteit van beschikbare collegebanken. Het

nemen.

gesignaleerde probleem van groepsgrootte versus beschikbare ruimte doet zich zowel in Groningen als Amsterdam voor. Een van de manieren

In het programma van eisen is ook uitgangspunt geweest dat in

om relatief grote groepen op de vestigingen van de PThU onderwijs te

principe voor alle medewerkers een werkplek beschikbaar is. De PThU

kunnen geven is het benutten van de capaciteit van de grote PThU-zalen,

heeft daarmee de keuze gemaakt het thuiswerken niet te bevorderen,

die niet als collegezaal maar als auditorium zijn ingericht. Daartoe zullen

vanwege de noodzaak om zowel in Amsterdam als in Groningen

enkele aanpassingen van het meubilair moeten worden gedaan. Het

een werkgemeenschap te doen ontstaan. Om het contact tussen

bestuur heeft de manager bedrijfsvoering de opdracht gegeven hiervoor

medewerkers die in Amsterdam en in Groningen werkzaam zijn te

plannen te ontwikkelen, zodat met ingang van studiejaar 2015-2016 niet

bevorderen dan wel te vergemakkelijken zijn technische mogelijkheden

langer studenten elders dan bij de PThU onderwijs hoeven volgen.

voor overleg op afstand gecreëerd. Deze mogelijkheden worden door commissies en raden van de universiteit benut. In de praktijk blijken

Voor de huisvesting van medewerkers is uitgegaan van huisvesting

de faciliteiten echter storingsgevoelig. Dit belemmert het gebruik

van het wetenschappelijk personeel op basis van het formatieplan in

van de communicatiemiddelen ten behoeve van vergaderingen van

ontwikkeling. Voor de huisvesting van het OBP is uitgangspunt geweest

één commissie waarvan de leden zich bevinden op twee locaties.

dat het merendeel van de functies in Amsterdam terechtkomt, omdat

Door middel van goede interne voorlichting aan medewerkers over

daar het bestuurscentrum van de PThU gevestigd is. Een deel van

mogelijkheden hulp in te schakelen van de helpdesk, aanscherping

de OBP-functies is in Groningen voorzien. Het gaat om functies die

van afspraken met de Facilitaire Campusorganisatie van de Vrije

student- en onderwijsondersteunend gerelateerd zijn: studentendecaan,

Universiteit via welke de technische faciliteiten worden geregeld en extra

coördinator en een aantal administratieve functies ten behoeve van

voorlichtingsbijeenkomsten over het gebruik en de mogelijkheden van

student- en onderwijsadministratie; het laatste inclusief administratie

de beschikbare faciliteiten, streeft het bestuur naar verbetering van de

rond nascholing en buitenlandse studenten. Een in Amsterdam

benuttingsmogelijkheden van faciliteiten voor het overleggen op afstand.

gehouden meting van benutting en gebruik van kantoorruimten heeft aangetoond dat de thans beschikbare capaciteit aan werkplekken meer

De PThU wil naar studenten en cursisten in de nascholing de eigenheid

dan voldoende is.

van de universiteit benadrukken en hecht aan een laagdrempelig contact tussen docenten, onderwijsondersteunend personeel en

2.4 Prestatieafspraak

studenten. Een kernwaarde voor de PThU is betrokkenheid. De PThU wil

In 2014 heeft de midterm review prestatieafspraak plaatsgevonden. Deze

hieraan onder meer invulling geven door het bieden van onderwijs- en

is uitgevoerd door de Reviewcommissie Hoger Onderwijs en Onderzoek

studievoorzieningen in de nabijheid van de werkruimtes van docenten

(RCHOO) door middel van kennisneming van de prestatieafspraak zoals

en onderwijsondersteunend personeel. In 2014 is echter gebleken dat de

vastgelegd op 3 november 2012 en de rapportage over de voortgang

Protestantse Theologische Universiteit

19


van de realisatie van doelstellingen zoals die in het jaarverslag 2013 van

Op grond van bovenstaande constateringen heeft de commissie

de PThU is opgenomen. Tevens heeft de commissie op 10 september

vastgesteld dat de PThU in voldoende mate een start heeft gemaakt met

2014 een gesprek gevoerd met het bestuur van de PThU.

de uitvoering van de afgesproken plannen met betrekking tot profilering en zwaartepuntvorming. Dit heeft aanleiding gegeven tot een positief

De Reviewcommissie heeft geconstateerd dat de Protestantse

advies aan de minister voor continuering per 2015 van de 2%

Theologische Universiteit voortgang heeft geboekt met het realiseren

prestatiefinanciering op basis van profilering en zwaartepuntvorming.

van haar ambities die tot doel hebben de onderwijsdifferentiatie te

Dit advies heeft de minister overgenomen.

vergroten. In het bijzonder verwijst de commissie naar de samenwerking met de Vrije Universiteit en de Rijksuniversiteit Groningen. Wel

In een afzonderlijk overzicht, opgenomen in een bijlage bij

stelt de commissie vast dat met betrekking tot de afgesproken

het jaarverslag, is de stand van zaken met betrekking tot de

internationaliseringsdoelstellingen de resultaten achterblijven.

prestatieafspraak op 31 december 2014 weergegeven.

De Reviewcommissie heeft geconstateerd dat de Protestantse

Ten aanzien van het opleidingsrendement stelt het bestuur vast dat

Theologische Universiteit voortgang heeft geboekt met het realiseren

deze vooralsnog achterblijft bij de beoogde waarden. Het bestuur

van haar ambities die tot doel hebben de zwaartepuntvorming te

is voornemens met behulp van de volgende beheersmaateregelen

versterken. Daarbij is de Reviewcommissie het volgende opgevallen.

te streven naar verhoging van de rendementspercentages tot het nagestreefde niveau: in het kader van de matchingsacitiveiten

De Protestantse Theologische Universiteit werkt verder aan de

dient een steviger intake met aankomende studenten te worden

zwaartepuntvorming in het onderzoek door concentratie op de drie

georganiseerd, zodat de zwaarte van de opleiding en de verwachtingen

onderzoeksthema’s (Sources, Beliefs, Practices), zoals vastgelegd

dienaangaande bij de student beter aansluiten. Na inschrijving verdient

in de prestatieafspraak. Ook wordt gewerkt aan de verbetering

de studentenbegeleiding aanscherping, zodanig dat reeds in een vroeg

van de kwaliteit van het onderzoek. De resultaten op de meeste

stadium van de opleiding de student kan worden bijgestaan in strakke

outputindicatoren zijn positief, met name het aantal wetenschappelijke

planning en doelmatig studeren. Ook bij docenten zal meer bewustzijn

publicaties; ook het aantal extern toegekende projecten en prijzen is

gecreëerd moeten worden over hun rol bij de voortgang van studenten

gestegen. Het aantal promoties fluctueert sterk per jaar, maar is in het

in de opleiding. In de sfeer van de administratieve ondersteuning zal

laatste jaar sterk gestegen. De inkomsten uit Nederlandse competitieve

een volgsysteem voor studievoortgang moeten worden ingericht dat alle

subsidieprogramma’s zijn gedaald.

betrokkenen bij het studieproces (student, docent en studentendecanen) in staat stelt tot proactief inspelen op signalen van vertraging.

De PThU werkt aan de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en het ambt van predikant. Er vindt afstemming met het werkveld

2.5 Financiën

plaats. Dit geschiedt onder andere door middel van advisering door de werkveldadviescommissie. Sinds 2014 bevat het evaluatieformulier voor

Jaarrekening

de primaire nascholing van predikanten een vraag waarin aandacht is

In 2014 bedroegen de totale baten 10,7 miljoen euro. Hiervan was

voor de verbinding tussen de opleiding en het ambt. De antwoorden

8,5 miljoen euro rijksbijdrage. Het jaar is afgesloten met een positief

op die evaluatieve vraag kunnen in de toekomst behulpzaam zijn bij

resultaat van 1,38 miljoen euro.

heroverwegingen met betrekking tot het curriculum.

20

Jaarstukken 2014


Categorie

Resultaat In de analyse van het resultaat is een onderscheid aangebracht hebben gehad en anderzijds de factoren die verband houden met de bedrijfsvoering zoals die in 2014 is gevoerd. Dit leidt tot het volgende overzicht.

Bedrijfsvoering

Eenmalig

Rijksbijdragen: In het najaar 2014 is een eenmalige nabetaling vanuit het ministerie ontvangen.

118 (v)

Bijdragen PKN: In 2014 hebben er meer cursussen plaatsgevonden dan begroot.

111 (v)

College- en examengelden

22 (v)

Deelnemersbijdragen

18 (v)

7 (v)

Baten werk in opdracht van derden: Betreft extra projecten voor Templeton (Science & religion in French speaking Africa) en verrekening Grundtvig project.

113 (v)

Overige baten:

Tenslotte zijn extra baten gegeneerd, o.a. vanuit de (wederzijdse) onderwijsdienstverlening met de RUG. Deze baten waren niet begroot, maar hebben wel een structureel karakter. Daarnaast zijn enkele overige baten gerealiseerd TOTAAL BATEN

In de begroting 2014 was rekening gehouden met een CAO ontwikkeling. De nieuwe CAO gaat echter in vanaf 2015. Het gereserveerde bedrag is daarom vrijgevallen. De vacatures in de begroting 2014 zijn pas in de loop van 2014 ingevuld dan wel vooralsnog niet ingevuld. Hierdoor ontstaat een voordeel op de personeelskosten t.o.v. de begroting.

455 (v)

83 (v)

154 (v)

In het jaar 2014 is een beoordeling van de reorganisatievoorziening uitgevoerd, waardoor ultimo 2014 een vrijval van de voorziening is verwerkt.

794 (v)

Aan de voorziening Jubileum heeft een extra dotatie moeten plaatsvinden.

- 3 (n)

Aan de voorziening voor pensioenen oud hoogleraren heeft een extra dotatie moeten plaatsvinden a.g.v. actuariĂŤle berekening (lage rente, hogere eindleeftijd). Voor de begroting 2015 vormt deze voorziening een belangrijk aandachtspunt.

-286 (n)

Ook de voorziening WW/BW is met een extra dotatie op peil gebracht. Er zijn geen (nieuwe) ontwikkelingen vanuit 2014 die invloed hebben op deze voorziening.

- 230 (n)

Vanuit de personeelskosten heeft een extra doorberekening naar projecten (Templeton, Grundtvig en ondersteuning) kunnen plaatsvinden. Dit was niet begroot.

84 (v)

Tenslotte zijn er diverse over- en onderbestedingen binnen de categorie overige personeelskosten gerealiseerd.

26 (v)

Afschrijvingen

In de overige baten is de nettoverkoop opbrengsten van een deel van de Kamper panden (woonhuizen) verwerkt.

Huisvestingslasten

-96 (n)

15 (v) -36 (n)

-36 (n)

Overige lasten: 70 (v)

14 (v)

334 (v)

594 (v)

De administratie- en advieskosten zijn hoger dan begroot. In de overschrijding zijn het meerwerk van de accountant, fiscale advisering (loonheffing), juridische advisering (panden) begrepen. Onderuitputting van diverse budgeten (communicatie, inhuur docenten, stages,) en lagere reis- en verblijfkosten dan begroot

-112 (n)

151(v)

Afbouw afstandsonderwijs. De lasten hiervoor zijn in 2013 verwerkt.

30 (v)

Hogere kosten studententoelagen, deels veroorzaakt door dubbele huur (huisvesting buitenlandse studenten) en overige posten te laag begroot.

-38 (n)

De lasten van het seminarie t.b.v. het initieel onderwijs waren te hoog begroot. In de begroting 2015 heeft bijstelling plaatsgevonden op basis van nieuwe doorrekening.

99 (v)

Door het aantrekken van nieuwe projecten zijn de projectkosten toegenomen. Deze kosten waren niet begroot, maar hier staan ook baten tegenover (die ook niet begroot waren).

-130 (n)

FinanciĂŤle baten en lasten TOTAAL LASTEN

Protestantse Theologische Universiteit

Eenmalig

Personeelslasten:

tussen enerzijds gebeurtenissen en factoren die een eenmalig effect

Categorie

Bedrijfsvoering

-13 (n)

-5 (n) 320 (v)

131(v)

21


Het resultaat 2014 van de PThU wordt veroorzaakt door € 928 k

Ook de vrijval van een tweetal beleggingen heeft een positief effect

hogere baten. Van deze baten heeft € 334 k betrekking op de reguliere

gehad op de liquiditeitspositie van de PThU.

bedrijfsvoering en wordt € 594 k veroorzaakt door incidentele bijdragen. Profileringsfonds Aan de lastenkant is een voordeel van € 451 k gerealiseerd. Van dit

De PThU kent het profileringsfonds waaruit aan studenten die te maken

resultaat heeft € 131 k een incidenteel karakter en komt € 320 k uit de

hebben met bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 7.51

reguliere bedrijfsvoering in 2014.

WHW een financiële bijdrage kan worden verstrekt. In 2014 is voor in totaal € 4,6 k aan bijdragen verstrekt. De bijdragen zijn ten goede

Van het totaal resultaat 2014 ad € 1.380 k bestaat derhalve € 655 k

gekomen van drie studenten. Zij waren alle EER-studenten.

uit resultaat uit de bedrijfsvoering (47%) en € 725 k uit incidentele resultaten (53%).

Treasury De niet voor de bedrijfsuitoefening benodigde liquiditeiten van de PThU

Eigen vermogen, liquiditeit, voorzieningen

worden op basis van het Financierings- en Beleggingsstatuut, in lijn met

Per 31 december van het verslagjaar bedroeg het eigen vermogen van

het Algemeen Verbindend Voorschrift van het Ministerie OCW rondom

de PThU ruim 5,6 miljoen euro en was de boekwaarde van effecten 1,75

‘beleggen en belenen’, uitgezet in de vorm van vastrentende waarden

miljoen euro. De hoogte van de liquide middelen was op die datum 2,2

met hoofdsomgarantie waarbij een zeer defensieve beleggingsstrategie

miljoen euro. De hoogte van de voorzieningen was 4,73 miljoen euro,

wordt gehanteerd. De beleggingen worden tevens getoetst aan het

waarvan 4,64 miljoen euro personeelsvoorzieningen. Voor kortlopende

criterium ‘duurzaam en maatschappelijk verantwoord’.

schulden stond op 31 december een bedrag van ruim 2,7 miljoen euro gesaldeerd.

In 2014 zijn geen nieuwe beleggingen en beleningen geweest. De reeds bestaande beleggingen en beleningen zijn overeenkomstig de regeling.

Financiële ratio’s

In de 2014 is een tweetal beleggingen vrijgevallen.

Eén en ander leidde tot een solvabiliteitsratio van 0,43 (0,79 op basis van een ratio die wordt bepaald door niet alleen het Eigen Vermogen

4.00% Bank Ned Gem 04/14 -€ 500.000 Eindlossing à

maar ook door het totaal van de voorzieningen) , een current ratio van

100,0% Nominaal

1,17 en een weerstandsvermogen van 52,2%. 4.25% Ned Waterschapsbank 04/14 -€ 500.000 Eindlossing à De solvabiliteit is ten opzichte van 2013 gestegen als gevolg van

100,0% Nominaal

toename van het eigen vermogen ten gevolge van het positieve exploitatieresultaat. De stijging van de solvabiliteit ten opzichte van

Advisering, monitoring en uitvoering geschiedt in samenwerking met

2013, waarmee voldoende ruimte is gecreëerd met betrekking tot de

ING-Investment Office.

norm die als signaleringsgrens wordt gehanteerd door de Inspectie Hoger Onderwijs (0,30), maakt inzichtelijk dat het financiële beleid dat in 2013 is ingezet vruchten afwerpt. De liquiditeitsratio bedraagt 1,17. Ook deze ratio is ten opzichte van vorig boekjaar sterk verbeterd. Dit hangt in belangrijke mate samen met realisatie van de verkoop van een deel van de panden in Kampen.

22

Jaarstukken 2014


Declaraties bestuur

worden de middelen verkregen van de kerk. Dit komt tot uitdrukking in de onderscheiding tussen een subsidiabele en niet-subsidiabele

Overzicht declaraties bestuursleden verslagjaar 2014 (€ x 1.000,-) Bestuurders

dr. H.C. van der Sar

Representatiekosten

exploitatierekening in de jaarrekening. De PThU is geen publiek-private

prof.dr. F.G. Immink (rector)

prof.dr. M.M. Jansen (rector)

arrangementen aangegaan.

-

-

Verlenen van vrijstellingen

Reiskosten binnenland

0,6

3,4

Vrijstellingen worden binnen de PThU verleend door de examencommissie.

Reiskosten buitenland

1,9

De grondslag voor verlening van vrijstellingen ligt vervat in de Onderwijs-

Overige kosten

1,2

en Examenregeling voor de opleidingen van de PThU, die jaarlijks als

0,6

6,5

-

opleidingspecifiek deel van het Studentenstatuut door het College van

Totaal Bestuurders

Bestuur wordt vastgesteld. Beheersing van ontslagvergoeding De PThU hanteert met betrekking tot vergoeding bij ontslag een beleid

Bekostiging van buitenlandse studenten

dat overeenkomt met de maximale norm van de per 2014 geldende Wet

De PThU schrijft jaarlijks een aantal studenten uit het buitenland in.

normering topinkomens (WNT). Dit betekent dat wanneer sprake zou

Deze volgen de internationale eenjarige masteropleiding Verdieping. De

zijn van ontslag van een (top)functionaris de maximale ontslagvergoeding

studenten betalen voor inschrijving het instellingscollegegeld, voor zover

gelijk is aan de som van de beloning en de voorzieningen ten behoeve van

het studenten betreft die niet over een EER-nationaliteit beschikken. In het

beloningen betaalbaar op termijn over de twaalf maanden voorafgaand

jaarverslag is in hoofdstuk 3 (onderwijs) een afzonderlijke paragraaf gewijd

aan de beëindiging van het dienstverband, maar niet meer dan € 75,- k.

aan internationalisering, waarin verantwoording van hun studierendement wordt gegeven.

2.6 Helderheid bekostiging In verband met helderheid betreffende de bekostiging verdienen de

Collegegeld niet betaald door student zelf

volgende zaken opmerking:

De PThU betaalt niet zelf het collegegeld van studenten. Wel kent de PThU het profileringsfonds waaruit aan studenten die te maken hebben

Uitbesteding van bekostigd onderwijs aan een niet door de overheid

met bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 7.51 WHW een

bekostigde private organisatie tegen betaling

financiële bijdrage kan worden verstrekt. De bestedingen uit dit fonds

Binnen de driejarige masteropleiding wordt voor een klein onderdeel

worden apart zichtbaar gemaakt in de Jaarrekening.

onderwijs uitbesteed aan het Kor Schippersinstituut en GGZ-Centraal. Dit zijn niet bekostigde private instellingen die een exposure en een

Studenten volgen modules van opleidingen

instellingsstage verzorgen op basis van met deze instellingen vastgelegde

De PThU biedt de mogelijkheid afzonderlijke cursussen te volgen tegen

afspraken. De daarvoor verstrekte vergoeding wordt verantwoord in de

betaling van een tarief per ects (€ 100,- in huidig studiejaar). Ook

jaarrekening onder overige kosten (stage).

op grond van het inmiddels opgezegde contract met de LOI kunnen modules worden afgenomen. Degenen die tegen betaling van de

Investeren van publieke middelen in private activiteiten

daartoe vastgestelde tarieven cursussen of modules volgen worden

Aan de PThU wordt een strikte scheiding aangehouden tussen publieke en

niet ingeschreven als student, maar staan geregistreerd als contractant.

private activiteiten in de administratie en verantwoording van middelen.

De door contractanten betaalde tarieven worden verantwoord in de

Voor de voornaamste private activiteit, het verzorgen van de permanente

Jaarrekening onder ‘ontvangen college en examengelden’.

educatie van predikanten van de Protestantse Kerk in Nederland,

Protestantse Theologische Universiteit

23


Student volgt een andere opleiding dan waarvoor hij is ingeschreven Situaties waarin een student een andere opleiding volgt dan die

2.7.1 Ontwikkeling personele bezetting Het personeelsbestand heeft zich sinds 2010 als volgt ontwikkeld.

waarvoor hij of zij staat ingeschreven doen zich aan de PThU niet voor. Bekostiging van maatwerktrajecten Het maken van maatwerktrajecten waarbij een derde een bijdrage betaalt voor het op maat snijden van een bestaande opleiding komt binnen de PThU niet voor.

2.7 ContinuĂŻteitsparagraaf

2014

2013

2012

2011

2010

Amsterdam

Groningen

Totaal

Totaal

Totaal

Totaal

Totaal

Hoogleraren

6,50

5,80

12,30

11,50

12,60

14,60

14,80

U(H)D

9,60

6,90

16,50

18,40

20,80

21,40

21,60

Onderzoekers

2,60

1,00

3,60

2,00

2,60

2,00

3,15

Docenten

3,25

1,20

4,45

4,45

6,21

6,47

6,70

Promovendi

3,10

3,10

6,20

9,20

11,20

16,40

17,70 2,60

SA

0,52

0,27

0,79

1,68

1,68

2,85

Het College van Bestuur stelt vast dat na de jaren 2011 tot en met

Overig WP

1,30

-

1,30

1,00

0,50

0,20

1,20

2013, waarin investeringen met het oog op de herpositionering van

OBP

18,39

2,40

20,79

21,19

22,75

28,15

29,35

de PThU zijn gedaan, vanaf 2014 de periode is aangebroken waarin

Totaal

45,26

20,67

65,93

69,42

78,34

92,07

97,10

de PThU haar nieuw verworven plaats kan consolideren en verder kan uitbouwen. De nieuw ingerichte vestigingen in de directe nabijheid

De verhuizing in 2012 naar Amsterdam en Groningen heeft binnen de

van de Vrije Universiteit en Rijksuniversiteit Groningen zijn ingebed

ondersteunende staf geleid tot een reductie van het aantal fte. Primair

in een brede academische context met alle mogelijkheden voor

heeft dit te maken met het uitbesteden van facilitaire en ICT zaken aan

samenwerking op de terreinen onderwijs en onderzoek. Ook op andere

de samenwerkingspartners VU en RUG. Vooruitlopend op een evaluatie

punten kunnen we de toekomst met vertrouwen tegemoet zien: de in

van de omvang van het wetenschappelijk personeel in 2014 heeft het

2014 afgeronde accreditatieprocedure voor de bacheloropleiding,de

bestuur in 2011 een vacaturestop ingesteld. Deze heeft er toe geleid

driejarige academische ambtsopleiding alsmede de eenjarige

dat bij het ontstaan van een vacature als gevolg van natuurlijk verloop

internationale masteropleiding; de heldere structuur van het onderzoek

of vrijwillige uitdiensttreding per situatie is beoordeeld of de ontstane

in drie programma’s, waarmee de PThU vanuit haar eigen profiel

vacature zou worden opgevuld. In een aantal gevallen heeft geen

en in samenwerking met de Vrije Universiteit en de Rijksuniversiteit

herbezetting plaatsgevonden. Dit wordt zichtbaar in het aantal fte voor

Groningen haar onderzoek richt op geloof, kerk en wereldchristendom;

hoogleraren en universitaire (hoofd)docenten. Ook het aantal in dienst

het internationale verband waarin de PThU haar staf en studenten

zijnde promovendi is gereduceerd. Op grond van de evaluatie van de

kansen biedt een netwerk op te bouwen ten behoeve van hun eigen

wetenschappelijke stafformatie in 2014 in combinatie met de in de

theologische ontwikkeling; het aanbod voor blijvende nascholing van

meerjarenbegroting opgenomen taakstelling zal het personeelsbestand

predikanten van de Protestantse Kerk in Nederland met het oog op de

in de komende jaren een dalende trend vertonen.

kwaliteit van de ambtsuitoefening; het leveren van bijdragen aan actuele maatschappelijke thema’s. De PThU heeft voor deze activiteiten een financieel sluitend kader voor de lange termijn, blijkend uit onderstaande ontwikkeling van de personele bezetting, verwachte studentenaantallen, huisvestingssituatie en meerjarenbegroting.

24

Jaarstukken 2014


Masteropleidingen

Prognose ontwikkeling personele bezetting Studiejaar

Prognose ontwikkeling personele bezetting

Bestuur

Totaal

T

2014

2015

2016

2017

0,90

0,90

0,90

0,90

2014-2015 190

Gemeentepredikant

Predikantschap

Verdieping

D

A

D

A

T

V

D

A

T

V

D

23 23

-

- 137 73 64

-

9

9

-

-

21 10

3

8

29 28

1

- 145 73 72

-

9

9

-

-

28 10

7

11

V

T

Geestelijk Verzorger

V

A

4,45

3,85

3,85

3,85

2013-2014 211

Wetenschappelijk personeel

39,79

41,12

39,65

37,82

2012-2013 210

37 27

9

1 136 74 62

-

17 15

2

-

20

9

5

6

Ondersteunend personeel

20,79

23,35

23,35

23,35

2011-2012 249

51 39 12

- 161 85 76

-

15

8

7

-

22 11

8

3

65,93

69,22

67,75

65,92

2010-2011 213

40 26 14

- 130 71 59

-

14

8

6

-

29 11 14

4

2009-2010 240

58 34 24

- 144 83 71

-

13

6

7

-

25

16

2

2008-2009 260

56 32 24

- 169 82 87

-

7

4

3

-

28 10 18

-

2007-2008 273

60 39 21

- 171 86 85

-

7

4

3

-

35 13 22

-

Onderwijzend personeel

Totaal

De prognose is gebaseerd op de ontwikkeling in het personeelsbestand op basis van natuurlijk verloop, waarbij rekening is gehouden met op basis van de evaluatie omvang wetenschappelijk personeel gemaakte keuzes ten aanzien van het niet opvullen van daartoe aangewezen

Bacheloropleiding en masteropleidingen totaal

vacatures.

Studiejaar

2.7.2 De verwachte studentenaantallen Overzicht verloop aantallen studenten van 2007 – 2013 Bacheloropleiding Theologie Klassiek (50021) tot en met 2011-2012 en Theologie Joint Degree(55004) met ingang van 2012-2013 Studiejaar

7

Totaal

Voltijd

Deeltijd

Afstand

2014-2015

115

87

21

7

2013-2014

113

73

16

24

2012-2013

121

62

12

47

2011-2012

109

26

15

68

2010-2011

127

39

21

67

2009-2010

144

38

23

83

2008-2009

141

28

26

87

2007-2008

151

31

31

89

Bachelor T

V

D

2014-2015

115

87

2013-2014

113

73

2012-2013

121

2011-2012 2010-2011

Master A

T

21

7

16

24

62

12

109

26

127

39

2009-2010

144

2008-2009 2007-2008

Totaal A

T

V

D

A

67

8

305

202

88

15

80

11

324

193

96

35

125

78

7

321

187

90

54

249

143

103

3

358

169

118

71

213

116

93

4

340

155

114

71

83

240

130

118

2

384

168

141

85

26

87

260

128

132

-

401

156

158

87

31

89

273

142

131

-

424

172

162

89

V

D

190

115

211

120

47

210

15

68

21

67

38

23

141

28

151

31

Het verloop van het aantal studenten sinds de oprichting van de PThU laat een dalende trend zien. Deze dalende trend laat zich verklaren door in de eerste jaren van de PThU de afbouw van de ongedeelde doctoraal en kerkelijke opleidingen van de rechtsvoorgangers van de PThU. Het wegvallen van deze opleidingen is vanaf 2010-2011 zichtbaar. Vanaf 2012 is zichtbaar dat de PThU van drie naar twee vestigingsplaatsen is gegaan. Relatief veel studenten hebben met het oog op de transitie in 2012 hun opleiding versneld afgerond. Vanaf 2013 wordt de beĂŤindiging en afbouw van de samenwerking met de LOI in verband met de afstandsopleiding zichtbaar. Daarentegen is vanaf 2012 een positief effect van de verhuizing naar Amsterdam en de samenwerking met de Vrije Universiteit zichtbaar in de cijfers betreffende de voltijdstudenten in de bacheloropleiding. Op het niveau van de masteropleidingen is nog altijd sprake van een daling van het aantal studenten.

Protestantse Theologische Universiteit

25


2.7.3 Huisvesting

Overzicht prognose studentenaantallen

De bestaande huisvestingssituatie van de PThU is in de jaren 2011 en Bacheloropleiding en masteropleidingen totaal Studiejaar

Bachelor T

V

Master

D

A

T

V

2012 gerealiseerd. Voor de vestiging Amsterdam is een huurovereenkomst gesloten met de Vrije Universiteit krachtens een kader- en samenwerking-

Totaal

D

A

T

V

D

A

sovereenkomst. Ten behoeve van de vestiging Groningen heeft de PThU een pand in eigendom verworven en door verbouwing geschikt

2014-2015

115

87

21

7

190 115

67

8

305 202

88

15

2015-2016

112

97

15

-

195 130

65

-

302 222

80

-

gemaakt als locatie voor onderwijs en onderzoek. Afgezien van de korte

2016-2017

112

97

15

-

195 130

65

-

302 222

80

-

periode die is verstreken sinds de ingebruikname van de in 2012 gereed

2017-2018

112

97

15

-

195 130

65

-

302 222

80

-

gekomen huisvestingssituatie voorziet het bestuur op grond van de verwachte ontwikkeling van omvang van het personeelsbestand en de

Ondanks de dalende trend sinds 2007 verwacht het bestuur dat het

studentenaantallen geen grote ingrepen in de bestaande situatie te hoeven

huidige aantal studenten kan worden geconsolideerd. De samenwerking

plegen. Evenmin zullen extra panden worden gehuurd of aangekocht.

met de Vrije Universiteit voor de bacheloropleiding heeft een positief effect op het aantal voltijdstudenten. De daling van het aantal afstandstudenten wordt voor een belangrijk deel gecompenseerd door

2.7.4 Meerjarenbegroting en balans 2014-2017 Balans

de groei van het aantal voltijdstudenten. Met het oog op de inzet op versterking van de behaalde rendementen en de groei van het aantal bekostigde inschrijvingen is dit een gunstige ontwikkeling. Tegelijkertijd is een daling van het aantal deeltijdstudenten te verwachten, gegeven de landelijke trend met betrekking tot deze categorie. Voor wat betreft de masteropleidingen gaat het bestuur uit van een groei van voltijdstudenten in de komende jaren. Met name op de vestiging Groningen moeten de vruchten van de komst van de PThU

Activa (€ x 1.000)

2014

2015

2016

2017

Materiële vaste activa

8.134

7.900

7.647

7.355

Financiële vaste activa

1.750

1.750

1.750

1.750

TOTAAL VASTE ACTIVA

9.884

9.650

9.397

9.105

VLOTTENDE ACTIVA

3.180

3.740

4.000

4.330

13.064

13.390

13.397

13.435

2.395

3.156

3.306

3.381

372

384

384

384

VASTE ACTIVA

TOTAAL ACTIVA

– in de zin van groei van het aantal studenten – de komende jaren geplukt worden. Weliswaar heeft de transitie naar Groningen geleid tot meer inschrijvingen voor de bacheloropleiding Theologie, maar deze

PASSIVA

inschrijvingen komen voor rekening van de faculteit Godgeleerdheid

EIGEN VERMOGEN

en Godsdienstwetenschap van de RUG. Eerst wanneer deze studenten

Algemene reserve

hun bachelordiploma hebben behaald, stromen zij door naar de

Bestemmingsreserve publiek

masteropleidingen van de PThU te Groningen. In de komende jaren

Bestemmingsreserve privaat

2.846

2.537

2.537

2.537

zal een groei van het aantal studenten voor de masteropleidingen te

TOTAAL EIGEN VERMOGEN

5.613

6.077

6.227

6.302

VOORZIENINGEN

4.731

4.813

4.670

4.633

KORTLOPENDE SCHULDEN

2.720

2.500

2.500

2.500

13.064

13.390

13.397

13.435

zien zijn. Daarbij komt dat voor de masteropleiding Verdieping wordt ingezet op toename van het aantal uit het buitenland afkomstige studenten. In het totaalcijfer wordt verdisconteerd dat er weliswaar een groei verwacht wordt van het aantal voltijds masterstudenten, maar tegelijkertijd wordt rekening gehouden met een daling van het aantal deeltijdstudenten.

26

TOTAAL PASSIVA

Jaarstukken 2014


Financieringsstructuur

Overige baten hebben betrekking op vrijwillig bijgedragen contributies

Blijkens de staat van baten en lasten is de financieringsstructuur van de

door particulieren en bijdragen van organisaties ten behoeve van de

PThU opgebouwd uit de volgende onderdelen:

ondersteuning van buitenlandse studenten, alsmede opbrengsten uit de verhuur van ruimten op de vestigingen te Amsterdam en Groningen.

a)

Rijksbijdragen

b)

Bijdrage Protestantse Kerk in Nederland

c)

College en examengelden

d)

Deelnemersbijdragen

e)

Baten uit werk in opdracht van derden

Rijksbijdragen De rijksbijdragen die de PThU ontvangen zijn opgebouwd uit een vaste voetbijdrage voor onderzoek en onderwijs, een dynamisch deel voor onderwijs dat is gebaseerd op aantal bekostigde inschrijvingen en behaalde graden, een dynamisch deel voor onderzoek dat is gebaseerd op het aantal bekostigde graden en het aantal promoties en een deel gekoppeld aan de gemaakte prestatieafspraak, alsmede een bijdrage in het kader van de subsidieregeling tweede graden.

Er is geen sprake van vreemd vermogen en de investeringen worden uit

Onderdeel 2014

€ x 1.000

%

4.448,2

51,7

536,6

6,2

2.890,9

33,6

Onderzoek dynamisch

316,2

3,7

Prestatieafspraak

417,4

4,8

8.609,3

100,0

Onderwijs vast

eigen middelen gefinancierd.

Onderwijs dynamisch

Op basis van de cijfers jaarrekening 2014 is het relatieve aandeel van

Subsidieregeling tweede graden

deze onderdelen als volgt:

Onderzoek vast

2014

€ x 1.000

%

8.609,3

80,7

Bijdrage Protestantse Kerk

318,2

3,0

College en examengelden

522,3

4,9

Deelnemersbijdrage

138,0

1,3

Baten uit werk in opdracht van derden

464,0

4,3

Overige baten

617,6

5,8

10.669,4

100,0

Rijksbijdragen

Totaal

De bijdrage vanuit de Protestantse Kerk in Nederland wordt verstrekt ten behoeve van de verzorging van de verplichte nascholing van predikanten van de kerk. De deelnemersbijdragen zijn inkomsten uit betaling voor deelname door predikanten aan vrijwillig gevolgd aanbod in het kader van postacademisch onderwijs.

Totaal

Reserves, fondsen en voorzieningen In de begrotingsjaren 2015 tot en met 2017 worden de volgende substantiële mutaties voorzien in de op de balans voorkomende reserves, fondsen en voorzieningen. € x 1.000 Algemene reserve (publiek)

2015

2016

2017

200,00

150,00

75,00

Egalisatiereserve (privaat)

-

-

-

Reorganisatievoorziening

-237,00

-208,00

-207,00

Voorziening pensioenverplichting

100,00

100,00

100,00

Algemene reserve (publiek) en egalisatiereserve PThU (privaat) Baten uit werk in opdracht van derden betreft gelden die de PThU

In het licht van de meerjarenraming die rekent met een positief resultaat

ontvangt voor onderzoeksprojecten, door externe organisaties (derde

zal de algemene reserve in de komende jaren toenemen.

geldstroommiddelen).

Protestantse Theologische Universiteit

27


Reorganisatievoorziening

Staat/ raming van baten en lasten

In het kader van het Sociaal Plan, dat is vastgesteld en overeengekomen om de gevolgen voor het personeel van de verplaatsing van de universiteit naar Amsterdam en Groningen op te vangen, is een reorganisatievoorziening gevormd. Deze is bestemd voor de financiële consequenties van de sociale en arbeidsrechtelijke uitvoering, waaronder tegemoetkoming in reiskosten en reistijd, ontslagvergoedingen en outplacementbegeleiding. In 2014 is een bedrag van € 794 k vrijgevallen voor die onderdelen van het Sociaal Plan waarvan de werkingsduur in

BATEN (€ x 1.000) Rijksbijdragen

2014

2015

2016

2017

8.609,3

8.933,4

8.837,5

8.837,5

Bijdrage Protestantse Kerk

318,2

244,5

249,4

254,4

College-, cursus- en examengelden

522,3

510,0

510,0

510,0

Deelnemersbijdragen

138,0

85,6

87,3

89,0

Baten werk in opdracht derden

464,0

442,9

440,0

389,9

Overige baten

617,6

41,0

41,0

46,0

10.669,4

10.527,4

10.165,2

10.126,8

5.501,9

6.293,1

6.240,4

6.195,5

TOTAAL BATEN

2014 is verstreken en waarvoor geen toekomstige onttrekkingen zullen plaatsvinden. De in bovenstaande staat opgenomen mutaties betreffen de geraamde onttrekkingen aan de voorziening op basis van bestaande

LASTEN

verplichtingen.

Personeelslasten

384,3

410,1

363,3

361,5

Voorziening pensioenverplichting

Huisvestingslasten

1.046,0

1.083,4

1.181,1

1.201,7

Deze pensioenvoorziening is gevormd ten behoeve van de betaling

Overige lasten

2.445,8

2.339,5

2.292,3

2.355,3

van pensioenen van oud-hoogleraren, die voorheen als kerkelijk

TOTAAL LASTEN

9.378,0

10.126,1

10.077,0

10.114,0

hoogleraar vanwege de Nederlandse Hervormde Kerk verbonden waren

Saldo baten en lasten

1.291,4

131,3

88,2

12,8

aan de door het Theologisch Wetenschappelijk Instituut van die kerk

Saldo financiële baten en lasten

88,1

71,2

61,8

62,2

verzorgde kerkelijke opleiding bij een van de toenmalige faculteiten

TOTAAL RESULTAAT

1.379,5

202,5

150,0

75,0

Afschrijvingen

Godgeleerdheid van de Universiteit Utrecht, de Universiteit van Leiden, de Universiteit van Amsterdam of de Rijksuniversiteit Groningen. Voor hen geldt een pensioenregeling die niet is ondergebracht bij een

Voor het opstellen van de meerjarenbegroting is door het college van

bedrijfstakpensioenfonds. Tot en met 2005 werden deze pensioenlasten

bestuur een aantal uitgangspunten geformuleerd:

betaald door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Met ingang van 2006 is de verplichting overgegaan naar het

• Bij raming van de Rijksbijdragen is er van uitgegaan dat de toegekende

Theologisch Wetenschappelijk Instituut en vanaf 2007 naar de PThU.

middelen op basis van de prestatieafspraak gecontinueerd worden.

Het aantal pensioengerechtigden dat pensioengelden ontvangt uit de

De in 2014 gehouden midterm review betreffende middelen op basis

voorziening pensioenverplichting is 10. In de afgelopen jaren bleek het

van profilering in het kader van de prestatieafspraak heeft voor de

noodzakelijk een substantiële dotatie te doen om de voorziening op peil

PThU een positieve uitkomst gehad. Dit impliceert dat tot en met

te houden.

2015 de prestatiefinanciering op het afgesproken niveau blijft. Het beleid is er op gericht de prestatie-gerelateerde middelen op basis van op grond van een positieve eindevaluatie te kunnen continueren. In een afzonderlijke bijlage bij het jaarverslag is de stand van zaken op 31 december 2014 met betrekking tot de onderdelen van de prestatieafspraak weergegeven. Als tweede uitgangspunt is genomen dat in de komende jaren het aantal promoties per jaar op vijf uitkomt.

28

Jaarstukken 2014


• De raming van inkomsten uit verzorging van primaire nascholing

de benodigde omvang wetenschappelijk personeel heeft geresulteerd

en permanente educatie van predikanten op basis van een daartoe

in een vastgestelde omvang passend binnen de begrotingstaakstelling

gesloten overeenkomst met de Protestantse Kerk in Nederland is

2016 tot en met 2018.

bepaald aan de hand van de streefwaarde van 500 deelnemende predikanten per jaar. Waar in de achterliggende jaren de deelname

•D e geraamde huisvestingslasten zijn gebaseerd op de thans

achterbleef bij de verwachtingen, is deze in 2014 op het streefniveau

van kracht zijnde samenwerkingsovereenkomsten met de

uitgekomen. De gerealiseerde bate in 2014 ligt hoger dan dit

Vrije Universiteit en Rijksuniversiteit Groningen en de daarbij

niveau, omdat in deze realisatie enkele incidentele opbrengsten zijn

behorende huur- en serviceniveauovereenkomst respectievelijk

verdisconteerd, die in de jaren vanaf 2015 niet verwacht worden. De

dienstverleningsovereenkomst. Tegen het einde van de looptijd (2017)

meerjarenraming gaat daarom uit van het verwachte aantal deelnemers

zullen de serviceniveauovereenkomsten worden geëvalueerd. Alsdan

aan nascholingsactiviteiten op grond van een op de streefwaarde van

zullen keuzes worden gemaakt over al dan niet aan te brengen

500 deelnemers gebaseerde prognose.

aanpassingen in het licht van huisvestings- en voorzieningenbeleid van de PThU.

• De geraamde college- en examengelden zijn gebaseerd op de prognose van het aantal studenten in de bachelor- en masteropleidingen,

Op basis van bovenstaande uitgangspunten is het mogelijk om voor de

zoals in de tabel op pagina 26 is weergegeven. De verwachting

komende jaren een sluitende meerjarenbegroting te presenteren. Deze

is dat, na de daling van het aantal studenten in de afgelopen

meerjarenbegroting geeft op basis van de huidige inzichten een realistisch

jaren, de studentenaantallen zullen stabiliseren en een lichte

beeld van de te verwachten inkomsten en uitgaven van de PThU. Dit

groei zullen doormaken wanneer de instroom van studenten in

impliceert ook dat bij wijziging van de uitgangspunten een sluitende

de masteropleidingen in Groningen aantrekt. Deze verwachting is

meerjarenbegroting niet vanzelfsprekend is.

gebaseerd op enerzijds een toename van het aantal voltijdstudenten, maar anderzijds een daling van het aantal deeltijdstudenten. De baten

Subsidiabel en niet-subsidiabel

van werk in opdracht van derden zijn geraamd op basis van de in 2014

Binnen het geheel van activiteiten maakt de PThU volgens de criteria

gemaakte meerjarige financieringsafspraken met externe partijen. De

met betrekking tot de helderheid van de bekostiging onderscheid

in 2014 met Templeton Foundation gesloten overeenkomst heeft een

tussen subsidiabele (publieke) en niet subsidiabele (private) activiteiten.

substantieel aandeel in de geraamde opbrengsten.

De onderscheiden onderdelen binnen het totaal van de baten worden onderscheiden toegerekend aan subsidiabele respectievelijk niet-

• De personeelskosten zijn voor 2015 en de jaren daarna doorgerekend op basis van het aantal fte van de huidige personeelsomvang,

subsidiabele activiteiten en als zodanig in beeld gebracht binnen de begroting en jaarrekening.

vermeerderd met de op basis van de uitkomst van de in 2014 uitgevoerde evaluatie wetenschappelijk personeel voor vervulling in

Baten 2014 (€ x 1.000)

aanmerking gekomen vacatures. Hierbij is zowel de autonome groei

Rijksbijdragen

(periodieke groei in salaristreden) als loonkostenontwikkeling onder

Bijdrage Protestantse Kerk

behoud van CAO verwerkt. Om een sluitende begroting te kunnen

College en examengelden

presenteren was het noodzakelijk om in de jaren 2016 tot en met

Deelnemersbijdragen

2018 het lastenniveau in de begroting structureel te doen dalen.

Baten uit werk in opdracht van derden

Voor elk van de jaren 2016 tot en met 2018 is vastgesteld met welke

Overige baten

omvang een verlaging van lasten moet plaatsvinden. De evaluatie van

Totaal

Protestantse Theologische Universiteit

subsidiabel

niet subsidiabel

8.609,3 318,2 522,3 138,0 464,0 88,0

529,6

9.683,6

985,8

29


Onderzoeksmiddelen

aandacht besteed aan het opstellen van een liquiditeitsprognose en

Ten aanzien van de onderzoeksmiddelen geldt dat 23% van de totale

aanhoudende monitoring daarvan. De verbeteringen stellen het bestuur

financiële input afkomstig is van tweede en derde geldstroommiddelen.

in staat sneller en beter inzicht te verkrijgen in de financiële cijfers om vervolgens hierop te kunnen sturen. Een volgende stap die gezet moet

PThU Inkomsten: Rijksbekostiging (1)

2014 fte

%

14,1

76.63

Competitieve subsidies (NWO) (2)

Totaal inkomsten Uitgaven: Personeelskosten Overige kosten Totaal uitgaven

deze stap te kunnen zetten dient de kwaliteit van de bedrijfsprocessen een stevige impuls te krijgen. Vanwege het plotselinge vertrek van de directeur bedrijfsvoering in 2014 kon deze vooralsnog niet zijn beslag

Contract onderzoek (3) Overige externe middelen (4)

worden is die van financial control naar management control. Om

krijgen. Na aanstelling van een voor de integrale aansturing van de 4,3

23,37

18,4

100,00

€

%

1.651.780

83,64

In verband met het vertrek van de directeur bedrijfsvoering konden de

323.081

16,36

voornemens voor ontwikkeling van een breed risicomanagement niet

1.974.861

100,00

bedrijfsvoering verantwoordelijke manager in 2015 zal verbetering van de processen prioriteit krijgen.

volledig ter hand worden genomen. Wel is in het kader van frauderisico een risico-inventarisatie gedaan. Bij het inschatten van frauderisico’s

Aangezien verreweg het grootste deel van de financiering afkomstig

zijn twee invalshoeken gehanteerd: (1) het risico van onrechtmatige

is uit de eerste geldstroom (rijksbekostiging) en aangezien deze

onttrekkingen van geld en/of goederen aan de organisatie; (2) het risico

geldstroom in hoofdzaak bestaat uit een vast deel dat onafhankelijk

dat personen de financiële verslaggeving gebruiken om daar beter

is van aantallen bekostigde inschrijvingen, verleende graden en

van te worden. Door middel van een digitale vragenlijst is in 2014 een

aantal promoties, zet het College van Bestuur in op groei van

0-meting uitgevoerd om hiermee de mogelijke frauderisico’s binnen

het aantal inschrijvingen en daarbinnen van het relatieve aandeel

de PThU in kaart te brengen. De vragenlijst was gebaseerd op een

bekostigde inschrijvingen, versterking van de resultaten in de zin van

gebruikelijke standaard die op onderdelen specifiek is gemaakt voor de

studierendement en voorkoming van vroegtijdige uitval en het op peil

PThU. De frauderisicoanalyse was uitsluitend gericht op het identificeren

houden van het jaarlijks aantal gerealiseerde promoties. Door hierop in

van mogelijke financiële fraude. Er is in de vragenlijst geen aandacht

te zetten kan een eventueel in de toekomst groter wordend aandeel van

besteed aan de mogelijke risico’s van bijvoorbeeld wetenschappelijke

prestatieafhankelijke bekostiging worden opgevangen met behoud van

fraude. Samenvattend kan worden gesteld dat het risico op het plegen

het bestaande bekostigingsniveau.

van fraude dan wel frauduleuze financiële verslaggeving binnen de PThU als laag wordt ingeschat. Het uitzetten van 0-meting in de vorm van

2.7.5 Interne risicobeheersings- en controlesysteem

een vragenlijst is hierbij een eerste stap in de verdere inrichting van het risiciobeheer en -management binnen de PThU.

2.7.5.1 Risicobeheersings- en controlesysteem In 2014 is voortgebouwd op het in 2013 vastgestelde verbeterplan

In 2015 zal een vervolg worden gegeven aan de verdere inrichting

‘PThU in control’. Dit plan had ten doel een kwaliteitsimpuls door

van risicobeheer en -management binnen de PThU. Daarbij zal het

te voeren ten aanzien van de (financiële) managementrapportage.

risicobeheermanagement breder getrokken worden dan uitsluitend

De in 2013 doorgevoerde verbetermaatregelen zijn verder geborgd

financiële fraude. De uitkomsten van deze 0-meting en fraudeanalyse

in de organisatie. Zo kon de kwaliteit van de 4e en 8e maand

zullen echter een permanent onderdeel gaan uitmaken van het systeem

managementrapportage worden vergroot. In 2014 is in het bijzonder

van de organisatie dat is gericht op het onderkennen van bedrijfsrisico’s,

30

Jaarstukken 2014


het inschatten van het belang en de waarschijnlijkheid van deze risico’s

laag rendement brengt het risico van een achterblijvend aan prestaties

en het ondernemen van acties.

gerelateerd bekostigingsniveau met zich mee. Beheersingsmaatregelen zijn gericht op de introductie van het bindend studieadvies in de

2.7.5.2 Belangrijkste risico’s en onzekerheden

bacheloropleiding en herziening van de masteropleidingen, zodanig dat studeerbaarheid van de opleiding vergroot wordt. Tevens zijn maatregelen

Aantal studenten

getroffen in de sfeer van strakkere studiebegeleiding. Niettemin is bij de

Een belangrijk te onderkennen risico is het studentenaantal. De dalende

midterm review in verband met de prestatieafspraak gebleken dat het

trend sinds de oprichting van de PThU was al in 2012 aanleiding

rendement een aanhoudend punt van aandacht is. De streefwaarden wat

om de werving van studenten tot speerpunt van beleid te maken. In

het studiesucces betreft, zijn nog niet behaald. Dit vergt extra inspanning

opdracht van het College van Bestuur is een speerpuntennotitie werving

in de komende jaren.

opgesteld, waarvan de uitvoering inmiddels ter hand is genomen. De krachtige inzet op de werving heeft ertoe geleid dat na de terugval

Wetenschappelijke integriteit

sinds 2010 het aantal studenten zich nu lijkt te stabiliseren en dat de

Om het risico op schending van wetenschappelijke integriteit te

instroom van jonge studenten is toegenomen. De toename van instroom

beheersen heeft de PThU de Gedragscode Wetenschapsbeoefening,

van jonge voltijdstudenten in de bacheloropleiding en het succes van

zoals in 2005 door de VSNU vastgesteld en in 2012 gewijzigd,

de PThU-route in de bacheloropleiding van de RUG rechtvaardigt de

onderschreven. In gezamenlijkheid met de levensbeschouwelijke

verwachting dat het aantal voltijdse studenten op peil kan blijven, zo

universiteiten heeft de PTHU een Commissie Wetenschappelijke

niet kan stijgen. Niettemin is een aantal factoren aanwijsbaar die het

Integriteit geïnstalleerd, die in voorkomende gevallen klachten

risico op een negatieve trend in zich dragen, zoals de afschaffing van

betreffende schending van wetenschappelijke integriteit in behandeling

de studiefinanciering in de vorm van een basisbeurs. Het bestuur zal de

neemt en advies uitbrengt aan het betrokken bestuur. In verband met

eventuele gevolgen daarvan voor de toestroom van nieuwe studenten

het functioneren van de commissie heeft de PThU een klachtenregeling

scherp in de gaten houden. Niet in de laatste plaats zal onder de huidige

vastgesteld. Ook het promotiereglement is naar aanleiding van

bachelorstudenten onderzocht worden welke keuzes zij denken te gaan

een onderzoek van de Inspectie voor Hoger Onderwijs naar

maken in het licht van de gewijzigde wetgeving voor studiefinanciering

promotiereglementen aan Nederlandse universiteiten aangescherpt op

voor wat betreft een te kiezen masteropleiding. Indien een trend lijkt te

het punt van inbouwen van waarborgen ter voorkoming van schending

ontstaan tot het mijden van de driejarige masteropleiding op grond van

van wetenschappelijke integriteit. Binnen de promotieopleiding en tevens

financiële overwegingen, zal nagedacht moeten worden over aanvullende

binnen de bachelor- en masteropleiding komt het aanleren van integere

fondsen waar studenten terecht kunnen voor ondersteuning. Een tweede

wetenschapsbeoefening nadrukkelijk aan de orde.

risico is dat de PThU in haar opleidingenaanbod onvoldoende inspeelt op de actuele vraag en behoefte van potentiële studenten en het afnemende

Bekostigingsstelsel

beroepenveld. Afwending van dit risico vergt regelmatig bezinning op het

De huidige bekostiging van de PThU is gebaseerd op enerzijds integratie

profiel en inhoud van het curriculum. Hierin is voorzien binnen de interne

van de systematiek van bekostiging in het bekostigingsstelsel zoals

kwaliteitszorgsystematiek, waarbij alumni en externe deskundigen en

dit voor het hoger onderwijs in Nederland is vastgesteld. Anderzijds

belanghebbenden nadrukkelijk betrokken worden.

is voor de vaststelling van de hoogte van de onderdelen in de toe te kennen financiering, een aantal specifiek op de situatie van de PThU

Rendement opleidingen

bij introductie in het stelsel toegesneden parameters vastgesteld. Dit

Naast het aantal studenten vormt met name het rendement van de

heeft bijvoorbeeld geleid tot een relatief hoge vaste voetpercentage in

opleidingen een aandachtspunt binnen de risico-inventarisatie. Een te

de bekostiging. In 2014 heeft een interdepartementale werkgroep een

Protestantse Theologische Universiteit

31


rapport uitgebracht en voorgelegd aan de minister, waarin voorstellen

2.9 Wetenschappelijke integriteit

tot aanpassing van de onderzoekfinanciering zijn opgenomen.

De PThU heeft de Gedragscode Wetenschapsbeoefening van de VSNU

Vooralsnog heeft het rapport niet geleid tot wijzigingen in het stelsel.

onderschreven. In gezamenlijkheid met de levensbeschouwelijke

Wel is duidelijk geworden dat wat in het geheel van het stelsel van

universiteiten is een gezamenlijke commissie voor wetenschappelijke

bekostiging relatief geringe aanpassingen mogen lijken, voor de

integriteit ge誰nstalleerd. Deze commissie is bevoegd verklaard advies

levensbeschouwelijke universiteiten, waaronder de PThU, majeure

uit te brengen in alle binnen de levensbeschouwelijke universiteiten

effecten hebben. Gezamenlijk met de andere drie levensbeschouwelijke

ingediende klachten betreffende schending van de wetenschappelijke

universiteiten heeft de PThU een netwerkverband in het leven geroepen.

integriteit. De PThU heeft een eigen vertrouwenspersoon voor

Daarmee kunnen de specifieke en vergelijkbare belangen van de

wetenschappelijke integriteit benoemd.

levensbeschouwelijke universiteiten in overleg met de VSNU richting overheid in gezamenlijkheid behartigd worden.

In 2014 is de PThU aangesloten bij de Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI). Dit betekent dat een

Oordeel Raad van Toezicht

belanghebbende, ingeval een aanhangige klachtenprocedure daartoe

Voor het oordeel van de Raad van Toezicht betreffende de continu誰teit

aanleiding geeft, voordat het bestuur van de instelling waar de klacht

van de PThU wordt verwezen naar hoofdstuk 1 van dit verslag.

betrekking op heeft een besluit neemt, een oordeel kan vragen van het LOWI. Het LOWI brengt vervolgens advies uit aan het instellingsbestuur.

2.8 Rechtsbescherming: klachten en geschillen

In het verslagjaar zijn binnen de PThU geen klachten ingediend

De PThU kent overeenkomstig titel 4 van hoofdstuk 7 van de Wet op

betreffende schending van wetenschappelijke integriteit.

Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) een faciliteit voor rechtsbescherming van studenten van de PThU. De faciliteit voorziet in een regeling voor afhandeling van klachten alsmede een regeling voor behandeling van geschillen. Deze regelingen maken deel uit van het Studentenstatuut van de PThU. Wanneer studenten een klacht kenbaar maken of een geschil aanhangig maken bij de daartoe aangewezen faciliteit (de ambtelijk secretaris bestuur of studentendecaan) wordt in eerste instantie getracht te komen tot een minnelijke schikking tussen student en betrokken medewerker of orgaan van de PThU. Indien dit niet mogelijk blijkt, kan de student de klacht of het geschil overeenkomstig de daartoe geldende regeling indienen. Een klacht wordt, voordat het College van Bestuur daarop een besluit neemt, ter advisering voorgelegd aan de klachtencommissie. Een geschil wordt voorafgaande aan het bestuursbesluit voorgelegd aan de geschillenadviescommissie. In het verslagjaar 2014 heeft geen geschil of klacht aanleiding gegeven tot het benutten van de klachten- of geschillenadviescommissie.

32

Jaarstukken 2014


Hoofdstuk 3:

Onderwijs 3.1 Missie, visie en doelstellingen

doelstellingen een internationaal en nationaal toonaangevende bijdrage

De PThU is een universiteit voor protestantse theologie die vanuit haar

wordt geleverd aan de academische theologiebeoefening. In het bijzonder

specifiek theologische profiel studenten opleidt tot start-bekwame

tonen medewerkers en studenten zich betrokken op de voortgang en

theologische professionals, veelal predikanten en onderzoekers, die als

vernieuwing van de theologiebeoefening binnen de Protestantse Kerk in

academisch denkende en handelende personen in staat zijn zich op

Nederland.

wetenschappelijke wijze te verhouden tot vraagstukken op het gebied van geloof, kerk en samenleving, terwijl zij als beroepsbeoefenaars

De PThU biedt zowel bachelor- als masteropleidingen aan.

professioneel handelen binnen de context waarin zij werken.

3.2 Bacheloropleiding In onze sterk veranderende samenleving neemt theologie een marginale positie in, maar zij is direct betrokken op belangrijke samenlevingsvragen

3.2.1 Instroom en totaal aantal bachelor-studenten

zoals de betekenis van religie in het publieke domein, de vorming van geloofsgemeenschappen en hun betekenis voor sociale cohesie en

Aantal nieuw ingeschreven bachelorstudenten

ethische vragen rondom rechtvaardigheid en integriteit van lichaam,

Op de peildatum 1 oktober 2014 konden 58 nieuwe bachelor-studenten

leven en samenleven. Het onderwijs aan de PThU leidt theologen op

worden ingeschreven bij zowel de Vrije Universiteit als aan de PThU. Van

die temidden van deze complexe vragen op individueel, meso- en

dit aantal hebben 22 studenten zich bij wijze van eerste inschrijving bij

macroniveau mensen en organisaties kunnen bijstaan in hun geloofs- en

de PThU aangemeld. Aangezien op 1 oktober 2013 dit aantal eerste

levensoriëntatie. Daarbij is de protestantse theologiebeoefening met haar

inschrijvingen bij de PThU op een totaal van 39 studenten voor de

nadruk op een mondig en bewust geloofsprofiel vanuit de christelijke

bacheloropleiding nog 10 studenten betrof, is er sprake van een forse

traditie leidend.

toename. Hoewel er vanwege het gezamenlijk eigenaarschap van deze bacheloropleiding niet specifiek door beide universiteiten afzonderlijk voor

Het onderwijs aan de PThU kenmerkt zich door een academisch karakter,

de eigen instelling wordt geworven, stemt deze tendens tot tevredenheid.

dat tot uitdrukking komt in een sterke verwevenheid van onderwijs

Deze toont aan dat de PThU in toenemende mate er in slaagt in beeld te

en onderzoek; een geëngageerde vorm van theologiebeoefening, die

komen bij potentiële studenten als de universiteit waar zij zich mee willen

zichtbaar wordt in betrokkenheid op maatschappij en kerk, ontwikkelen

verbinden, in eerste instantie voor de bachelor maar wellicht ook met het

van een eigen theologische visie en aandacht voor persoonlijke en

oog op de masteropleiding.

spirituele vorming; een integratieve benadering, die zich toont in de Instroomcijfers bacheloropleiding Theologie Joint Degree Amsterdam

benadering van complexe vraagstukken vanuit onderscheiden subdisciplines; en een internationale oriëntatie in het licht van de voortgaande globalisatie van het christendom.

Studiejaar

Totaal

Voltijd

Deeltijd

Afstand

2012-2013

46

38

6

2

De PThU werkt aan haar onderwijsmissie vanuit een visie waarin

2013-2014

40

32

8

0

betrokkenheid, ontwikkeling en ambitie de belangrijkste waarden

2014-2015

58

45

13

0

zijn. Medewerkers en studenten zijn betrokken bij actuele kerkelijke en maatschappelijke ontwikkelingen, zijn in hun theologiebeoefening

Totaal aantal ingeschreven bachelorstudenten

aanspreekbaar op hun persoonlijke betrokkenheid bij de christelijke

Het totaal aantal inschrijvingen voor de bacheloropleiding heeft zich

traditie, creëren met elkaar een inspirerende en uitdagende leer-,

ondanks de stijging van de instroom ten opzichte van studiejaar 2013-

onderzoek- en onderwijsomgeving waarin op basis van ambitieuze

2014 gestabiliseerd op het niveau van vorig studiejaar. Hoewel een groei

Protestantse Theologische Universiteit

33


van het aantal studenten nagestreefd wordt, en in dat opzicht stabilisatie

het gesprek te voeren met andere posities, andere culturen en andere

van het totaal aantal inschrijvingen de komende jaren moet worden

godsdiensten. In het licht van deze doelstelling vormen het dialogisch

omgezet in een stijging, is het verheugend dat de beĂŤindiging van de

perspectief van theologiseren en persoonlijke vorming belangrijke

mogelijkheid de opleiding via afstandsonderwijs te volgen niet heeft geleid

componenten in de bacheloropleiding. De oefening in dialoog en het

tot een daling van het totaal aantal studenten.

ontwikkelen van de eigen theologische identiteit vindt in de opleiding plaats door middel van georganiseerde onderlinge uitwisseling

Voor de PThU geldt dat in vergelijking met de voorloper van de

van overtuigingen en standpunten, met daarbij de regels van de

bacheloropleiding Theologie Joint Degree, namelijk de bachelor-

wetenschapsbeoefening als gemeenschappelijke achtergrond.

opleiding Theologie Klassiek (die ook een afstandsvariant

3.2.3 Kwaliteit en studiesucces

kende), het aantal studenten zich stabiliseert, zij het nu in een samenwerkingsverband met de VU.

De PThU streeft naar zodanige kwaliteit van haar onderwijs dat studenten gedurende hun opleiding gedegen wetenschappelijke

Bacheloropleiding Theologie Klassiek (50021) in afbouw Bacheloropleiding Theologie Joint Degree (55004) Amsterdam Studiejaar

kennis en vaardigheden ontwikkelen, die zij in multidisciplinair verband kunnen benutten.

Totaal

Voltijd

Deeltijd

Afstand

2012-2013

121

62

12

47

Binnen het onderwijs staat het aanboren, mobiliseren en ontwikkelen

2013-2014

113

73

16

24

van talenten centraal, met oog voor uiteenlopende individuele

2014-2015

115

87

21

7

kenmerken en ambities. De overdracht van wetenschappelijke kennis en onderzoeksvaardigheden komt tot stand in een interactie die

3.2.2 Inrichting bacheloropleiding

zich kenmerkt door openheid, persoonlijke inbreng en wederzijdse

Het bacheloronderwijs is ingericht langs twee lijnen:

verantwoordelijkheid.

1. de samen met de faculteit Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit

In het onderwijs dat de PThU aanbiedt is er intensief contact tussen

ingerichte bacheloropleiding Theologie Joint Degree in Amsterdam,

docent en student. Dit maakt een activerende didactiek mogelijk,

waarvan de PThU gezamenlijk met de Vrije Universiteit eigenaar is;

met veel ruimte voor de eigen inbreng van studenten. De nadruk in het onderwijs ligt op bevordering van het persoonlijk leerproces door

2. de aan de vestiging Groningen ingerichte route die is afgeleid van de bacheloropleiding Joint Degree en die door de PThU wordt

middel van de actieve verwerking van de studiestof in de vorm van papers en gezamenlijke reflectie.

aangeboden voor een omvang van 60 ects binnen de bacheloropleiding van de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap

3.2.4 Kwaliteitszorg

van de Rijksuniversiteit Groningen. Externe kwaliteitszorg Met de bachelorpleiding beoogt de PThU brede basiskennis

De kwaliteitszorg voor de bachelor-opleiding is ingericht op basis van

aan te reiken op het gebied van theologie. Van de academische

een cyclus, die zes jaren omvat. In 2014 is het accreditatietraject voor

theologiebeoefening binnen de bacheloropleiding maakt – naast het

de opleiding afgesloten met een positief besluit van het Nederlands

verwerven van kennis op het terrein van geloof, samenleving en kerk

Vlaams Accreditatie Orgaan (NVAO) tot accreditatie van de opleiding

– de kritische reflectie op het geloof en de eigen theologische positie

voor een nieuwe periode van zes jaar. Aan het besluit is een bestuurlijke

deel uit van de opleiding. Vanuit een betrokken positie leert de student

afspraak gekoppeld. Deze afspraak is gemaakt tussen enerzijds de

34

Jaarstukken 2014


NVAO en anderzijds de besturen van de Vrije Universiteit Amsterdam

portefeuillehouder en directeur onderwijs sturen de coördinator voor de

(VU) en de Protestantse Theologische Universiteit met het oog op

bacheloropleiding aan die in overleg met het opleidingsmanagement

tussentijdse vaststelling of de door de visitatiecommissie aangewezen

maatregelen ter verbetering en kwaliteitsbehoud doorvoert.

verbeterpunten op voldoende wijze zijn opgepakt en zijn geïncorporeerd in de interne kwaliteitszorg. Een tussentijdse beoordeling is voorzien in

De voornaamste maatregelen, die in 2014 zijn genomen, zijn:

2017. De VU en PThU zullen verbeteringen doorvoeren op de volgende punten:

-b evorderen van de afstemming tussen de docenten die verantwoordelijkheid dragen voor academische vaardigheden en

- explicieter uitwerken van het begrip ‘dialoog’ in de didaktiek van de opleiding, de eindtermen en in het opleidingsprogramma;

voorbereiding scriptie. Op die manier kan van meet af aan begeleiding worden georganiseerd bij het formuleren van de vraagstelling en de te hanteren methodiek bij het onderzoek voor de thesis;

- aandacht besteden aan de samenhang tussen de opleiding en het traject Algemene Godgeleerdheid;

-o m het dialogisch leren als didactisch principe te kunnen benutten wordt met ingang van september 2014 het bacheloronderwijs geprogrammeerd

- beter monitoren van de daadwerkelijke beheersing van de academische vaardigheden door studenten;

in blokken van drie college-uren. Met uitbreiding van het aantal collegeuren van twee naar drie wordt beoogd meer ruimte te creëren voor activerende werkvormen, voor dialoog, samenwerking en research

- verbeteren van de kwaliteitszorg rond toetsing, door middel van

practices;

systematisch feedback geven op toetsen, het verduidelijken van het verband tussen feedback en score en het hanteren van scriptie-evaluaties.

-h et faculteitsbestuur Godgeleerdheid VU heeft besloten per 1 september 2014 een leerstoel onderwijs te vestigen, waarvan de leerstoelhouder

De uitkomsten van de evaluatie op deze verbeterpunten zullen

zich gaat toeleggen op innovatie en dialogisch leren;

uiterlijk 31 december 2017 door de besturen van VU en PThU worden teruggekoppeld aan de NVAO.

- i n het kader van deskundigheidsbevordering van docenten is een tweetal stafbijeenkomsten belegd. Deze droegen als thema ‘Inzet van ICT in het

Inmiddels zijn bovengenoemde punten met voortvarendheid ter hand

onderwijs’ en ‘Van debat naar dialoog’.

genomen. Momenteel vereist alleen het eerste punt, rond de profilering van de opleiding als theologiebeoefening in dialoog, nog een extra investering.

3.2.5 Onderwijskwaliteit en Studiesucces –prestatieafspraak De PThU heeft prestatieafspraken gemaakt met de toenmalige staatssecretaris OCW in het kader van versterking van onderwijskwaliteit en

Interne kwaliteitszorg

studiesucces.

De externe beoordelingscyclus op basis van accreditatie, tussentijdse evaluatie en uiteindelijk beoordeling met het oog op her-accreditatie

Bachelor-rendement

wordt geborgd in de interne kwaliteitszorgsystematiek. In de interne

Het rendement van de bachelor-opleiding wordt overeenkomstig

kwaliteitszorg speelt de opleidingscommissie een centrale rol. De

de systematiek van de prestatieafspraak bepaald door het aandeel

opleidingscommissie is het adviesorgaan voor faculteitsbestuur

herinschrijvers van de voltijdse bachelorstudenten dat na vier jaar een

respectievelijk College van Bestuur, waarvan de portefeuillehouder

diploma behaalt, bij de instelling vast te stellen. Uitgaande van 31

onderwijs respectievelijk directeur onderwijs deel uitmaken. De

augustus 2014 als peildatum is cohort 2010-2011 het laatste dat in

Protestantse Theologische Universiteit

35


het overzicht kan worden betrokken. Dit cohort schreef nog in voor de

Uitval studenten eerste jaar bacheloropleiding Theologie Joint Degree

inmiddels beĂŤindigde bacheloropleiding Theologie Klassiek (CROHO

(CROHO)

50021). Voor deze opleiding zijn de navolgende rendementspercentages Bachelor Theologie Joint Degree

voor de cohorten 2007-2008 t/m 2010-2011 vastgesteld:

VOLTIJD

Het aandeel herinschrijvers van de voltijdse bachelorstudenten dat na 4 jaar een diploma behaalt bij de instelling

Cohort

Voltijd (%) (inclusief afstandsonderwijs)

Voltijd (%) (exclusief afstandsonderwijs)

2007-2008

9%

44%

2008-2009

15%

50%

2009-2010

13%

44%

2010-2011

12%

50%

Streefwaarde

75%

Cohort

Aantal in cohort

Aantal uitvallers

Percentage uitvallers

2010

36

12

32%

2011

40

10

20%

2012

38

10

26%

2013

32

15

47%

Bovenstaande tabel geeft voor de cohorten 2012 en 2013 van de bachelor-opleiding Theologie Joint Degree het aandeel studenten van

Uit het overzicht wordt duidelijk dat de percentages voor de cohorten

het totaal aantal voltijdse bachelorstudenten dat na 1 jaar niet meer bij

sinds 2007-2008 van de bachelor-opleiding Theologie Klassiek, die in

de PThU staat ingeschreven weer. Het gerealiseerde uitvalpercentage

2012 na herinrichting van het curriculum als gezamenlijke joint degree

van cohort 2013-2014 ligt ruim boven het niveau van het als maximum

opleiding met de faculteit Godgeleerdheid van de Vrije Universiteit

vastgestelde uitvalpercentage. Een aanzienlijk deel van de studenten

is gecontinueerd, een gelijkblijvende tendens laten zien. Uit de

die is uitgevallen heeft de opleiding verlaten na ontvangst van een

onderscheiden percentages van de voltijdstudenten en studenten die

negatief bindend studieadvies op grond van onvoldoende resultaten.

op basis van afstandsonderwijs studeren blijkt dat het rendement van

Het uitvalpercentage van cohort 2013-2014 geeft aanleiding tot het

het afstandsonderwijs laag is. Het rendement van voltijdstudenten

aanscherpen van matchingsactiviteiten in voorjaar 2014, in het bijzonder

ligt aanmerkelijk hoger, hoewel dit niet op het niveau is dat wordt

gericht op het managen van de verwachtingen van de aankomende

nagestreefd. De verwachting is dat na herinrichting van de opleiding tot

studenten in het licht van inhoud en studiebelasting van de opleiding.

een joint degree opleiding het rendementspercentage toegroeit naar het streefpercentage van 75%. Onder andere het bindend studieadvies

Kwaliteit docenten

in het eerste jaar van de opleiding zal naar verwachting een gunstige

Kwaliteit van onderwijs staat of valt met docenten die op professionele

uitwerking hebben op het rendementspercentage. Tevens zullen

en deskundige wijze cursussen aanbieden, daarbij gebruik makend

mentoraat en tutoraat als begeleiding bij de over het gehele eerste

van eigentijdse (digitale) leermiddelen. De PThU heeft sinds enkele

jaar verspreide cursus Academische Vaardigheden een positief effect

jaren als onderdeel van personeelsbeleid ingezet op verdergaande

sorteren op het studiesucces van studenten van de opleiding. Ook van

professionalisering van docenten. Het streven is dat tenminste 75% van

de introductie van matchingsactiviteiten voor aankomende studenten

de docenten beschikt over een Basiskwalificatie Onderwijs (BKO).

mag een positief effect verwacht worden op het aantal studenten dat er in slaagt binnen de nominale duur van de opleiding, vermeerderd met

Het aandeel docenten met een BKO heeft zich sinds 2011 als volgt

maximaal ĂŠĂŠn uitloopjaar, het diploma te behalen.

ontwikkeld:

Het aandeel docenten met een basiskwalificatie onderwijs

36

2011

16%

2012

16%

2013

31%

2014

82%

Streefwaarde: 75%

Jaarstukken 2014


3.3 Masteropleidingen

Van de totale wetenschappelijke staf volgt 5% momenteel het BKO opleidingsprogramma; 13% van de staf heeft dispensatie

3.3.1 Instroom en totaal aantal masterstudenten

voor de opleiding in verband met het spoedig bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd of het niet beschikken over een

Aantal nieuw ingeschreven masterstudenten

onderwijstaak. Als follow-up voor de BKO worden inmiddels ook individuele nadere professionaliseringstrajecten op onderwijsgebied

2014-2015 (1-09-14)

afgestemd met enkele stafleden. Onderwijsintensiteit In het licht van het streven een uitdagende en inspirerende leeromgeving te creëren, en aansluitend bij het dialogisch leren als didactisch principe, past een voldoende onderwijsintensiteit. Onderwijsintensiteit drukt zich uit in het aantal geprogrammeerde contacturen en overige gestructureerde uren in het bacheloronderwijs. Dit aantal heeft zich tot

2013-2014 (01-10-13)

Opleiding

VT

DT

AF

Tot

VT

DT

AF

Tot

Verdieping (Gr.-60264)

9

2

-

11

10

1

3

14

Predikantschap (Gr. - 60261)

7

-

-

7

2

0

0

2

Geestelijke verzorging (Gr. 60262)

1

-

-

1

0

0

0

0

Gemeentepredikant (A’dam - 66122)

20

15

-

35

22

7

0

29

Totaal

37

17

-

54

34

8

3

45

en met 2014 als volgt ontwikkeld. Inmiddels is het aantal uren boven het minimaal overeengekomen niveau gestegen.

Hoewel het aantal studenten dat instroomt in de Groningse masteropleidingen ten opzichte van vorig studiejaar is toegenomen,

Het aantal geprogrammeerde contacturen en overige gestructureerde uren in het eerste bachelorjaar

2011

8,5 uur

2012

8,5 uur

2013

8,5 uur

2014

14 uur

blijft deze instroom achter bij die in Amsterdam voor de opleiding Streefwaarde: ± 12 uur in 2015

Gemeentepredikant. De toekomstige instroom van studenten die uit het PThU-traject in de bacheloropleiding van de Rijksuniversiteit Groningen verwacht wordt, heeft in het verslagjaar nog niet plaatsgevonden. Deze door de PThU aangeboden route in de bacheloropleiding van de

3.2.6 Diploma’s

RUG is met ingang van studiejaar 2012-2013 gestart. Uitgaande van een nominale studieduur kunnen de eerste uit deze route instromende

Bachelorexamen

2013-2014

2012-2013

2011-2012

2010-2011

13

12

14

20

masterstudenten per studiejaar 2015-2016 worden verwacht. Het aantal studenten dat kiest voor de PThU-route als onderdeel van het programma van de bacheloropleiding groeit momenteel. Daarop mag

De daling van het aantal behaalde diploma’s in de bacheloropleiding

de verwachting worden gebaseerd dat in de nabije toekomst het aantal

sinds 2010-2011 is te verklaren op basis van de beëindiging van de

instromende studenten in Groningen zal toenemen.

verkorte bacheloropleiding op grond waarvan studenten op basis van

De instroom van studenten voor de opleiding in Amsterdam is op

een schakelprogramma onderdelen uit de volledige bacheloropleiding

vergelijkbaar niveau als de instroom voor studiejaar 2012-2013 (totaal

volgden.

33 studenten). Daarmee is de daling van de instroom die in 2013-2014 zichtbaar was geworden omgebogen in een lichte stijging. Deze ombuiging is met name toe te rekenen aan stijging van het aantal deeltijdstudenten.

Protestantse Theologische Universiteit

37


Totaal aantal ingeschreven masterstudenten

predikant geestelijk verzorger in Groningen. De derde opleiding is de eenjarige internationale masteropleiding Verdieping in Groningen.

2014-2015 (1-09-14)

2013-2014 (01-10-13)

Opleiding

VT

DT

AF

Tot

VT

DT

AF

Tot

Verdieping (Gr.-60264)

10

3

8

21

10

7

11

28

Predikantschap (Gr. - 60261)

23

-

-

23

28

1

0

29

9

-

-

9

9

0

0

9

73

64

-

137

73

72

0

145

115

67

8

190

120

80

11

211

Geestelijke verzorging (Gr. 60262) Gemeentepredikant (A’dam - 66122) Totaal

Met betrekking tot de masteropleidingen Gemeentepredikant en Predikantschap stelt de PThU zich ten doel met haar onderwijs theologen, in het bijzonder predikanten, op te leiden die een kritische geest hebben ontwikkeld met behulp waarvan zij op reflectief niveau complexe vraagstukken kunnen analyseren, interpreteren en oplossen; die verantwoord leiding kunnen geven aan geloofsgemeenschappen en inzicht hebben in geloof, kerk en samenleving en dit in uiteenlopende contexten kunnen benutten met het oog op professioneel handelen.

Het overzicht van totaal aantal ingeschreven studenten voor de masteropleiding maakt duidelijk dat een daling van het totaal aantal master-

Het specifieke doel van de masteropleiding Verdieping is startbekwame

studenten zichtbaar wordt. Deze daling is grotendeels te wijten aan het

theologische professionals op te leiden die een werkplek vinden in de

teruglopen van het aantal deeltijdstudenten.

wereldkerk, in het theologisch onderwijs of onderzoek of in andere maatschappelijke organisaties.

Een verklarende factor voor de daling van de instroom is de introductie van de harde knip maatregel. Deze maatregel betekent

3.3.3 Kwaliteit en studiesucces

dat uitsluitend studenten die vóór aanvang van het studiejaar op 1

Wat betreft de masteropleidingen hanteert de PThU dezelfde

september een diploma van een bachelor-opleiding op wo-niveau

kwaliteitsdoelstellingen als voor de bacheloropleiding. Dat wil zeggen

kunnen overleggen, dan wel een diploma van een bacheloropleiding

dat de PThU streeft naar zodanige kwaliteit van haar onderwijs dat

op hbo-niveau met aanvullend bewijs te hebben voldaan aan de

studenten gedurende hun opleiding gedegen wetenschappelijke

kwalitatieve toelatingseisen op basis van een schakelprogramma,

kennis en vaardigheden ontwikkelen, die zij in multidisciplinair verband

toelaatbaar zijn tot een van de masteropleidingen van de PThU. Dit

kunnen inzetten. In de predikantsopleiding krijgt het bevorderen van

betekent dat de voorheen nog bestaande mogelijkheid om reeds in

ontwikkeling van een eigen theologische visie en spiritualiteit echter

te stromen in de masteropleiding terwijl nog niet alle onderdelen van

bijzondere aandacht.

de bacheloropleiding waren behaald, niet meer bestaat. De harde knip maatregel heeft een vertragend effect op de instroom in de

Het masteronderwijs is gebaseerd op vier didactische principes:

masteropleidingen. Academisch. Het onderwijs is academisch in die zin dat de PThU sterk Ten slotte kan de daling van de instroom verklaard worden door

nadruk legt op de wisselwerking tussen onderzoek en onderwijs. Alle

te verwijzen naar de landelijke trend van dalende instroom in

hoogleraren en docenten (met uitzondering van de seminariedocenten)

theologieopleidingen waar ook de PThU mee geconfronteerd wordt.

hebben een onderzoekstaak. Het onderwijs in het verdiepingsjaar is geclusterd rondom en wordt aangestuurd vanuit de drie

3.3.2 Inrichting masteronderwijs

onderzoeksgroepen (Sources, Beliefs en Practices).

Het masteronderwijs kent drie opleidingen: een masteropleiding Gemeentepredikant in Amsterdam, een masteropleiding Predikantschap

Integratief. Theologiebeoefening in relatie tot werkvelden en

met zowel een route voor de gemeentepredikant als een route voor de

beroepsuitoefening vereist een integratieve samenhang. Op het

38

Jaarstukken 2014


niveau van de theologische disciplines worden complexe vraagstukken

beoordelingsrapportage van de door de QANU daartoe geïnstalleerde

multidisciplinair en intradisciplinair benaderd. Op het niveau van de

commissie. Op basis daarvan heeft de NVAO in samenhang met de

beroepsuitoefening is integratie van persoon, beroep en ambt essentieel.

beperkte opleidingsbeoordeling een positief accreditatiebesluit genomen.

Samenhangend. Het curriculum heeft een intrinsieke samenhang. Dit

Met de accreditatie van de masteropleidingen is de voorgenomen

wordt geborgd doordat het curriculum de verbindende factor is tussen

reductie van opleidingen voltooid. De tot en met 31 december 2014

enerzijds de subdisciplines waaruit de theologie bestaat en anderzijds het

geaccrediteerde masteropleidingen Predikantschap en Geestelijk

competentieprofiel waarmee de startbekwame professional beschreven is.

verzorger van de vestiging Groningen zijn samengevoegd tot één masteropleiding Predikantschap met daarbinnen twee routes:

Verantwoordelijk. De PThU is verantwoordelijk voor het academische,

gemeentepredikant en geestelijk verzorger.

integratieve en samenhangende karakter van het onderwijs. Daarmee creëert de universiteit de randvoorwaarden waarbinnen de student zich

Aan het accreditatiebesluit is een bestuurlijke afspraak toegevoegd. Deze

tot theologisch professional kan ontwikkelen. Daarbij gaat de universiteit

heeft betrekking op de door de beoordelingscommissie gesignaleerde

er vanuit dat de student zelf verantwoordelijk is voor het eigen leerproces.

verbeterpunten, te weten:

De universiteit treedt daarbij stimulerend en ondersteunend op. - het doorzetten van ingezet beleid ten aanzien van rendement,

3.3.4 Kwaliteitszorg Externe kwaliteitszorg

contacturen, BKO-certificering en studieverblijven in het buitenland; - het in de praktijk realiseren van de ambities in het personeelsbeleid;

Evenals de bacheloropleiding is de kwaliteitszorg voor de masteropleiding gebaseerd op een zesjarige cyclus, die loopt van accreditatie via een

- het bewaken van de kwaliteit van eindwerken;

tussentijdse evaluatie van verbetermaatregelen naar een nieuwe beoordeling met het oog op her-accreditatie.

- een meer systematische aanpak te hanteren ten aanzien van fraude en plagiaat.

In 2013 heeft een beoordeling van de masteropleidingen plaatsgevonden door een externe door de QANU geïnstalleerde commissie. Met het

Het bestuur heeft met de NVAO afgesproken dat uiterlijk 31 december 2017

rapport van de commissie kwam een positieve beoordeling van de

de uitkomsten van de tussentijdse evaluatie zal worden gerapporteerd.

opleiding beschikbaar. De beoordelingscommissie had echter gebruik gemaakt van het beperkte beoordelingskader, aangezien het bestuur

Interne kwaliteitszorg

aanvankelijk het voornemen had uitgesproken naast een beperkte

De externe beoordelingscyclus op basis van accreditatie, tussentijdse

opleidingsbeoordeling een instellingstoets te ondergaan. Nadat op basis

evaluatie en uiteindelijk beoordeling met het oog op her-accreditatie

van overleg met de NVAO een dergelijke toets niet doelmatig bleek,

wordt geborgd in de interne kwaliteitszorgsystematiek. In de interne

is alsnog op grond van het uitgebreide kader voor beoordeling van

kwaliteitszorg speelt de opleidingscommissie een centrale rol. De

opleidingen een aanvullende beoordeling uitgevoerd. Deze beoordeling

opleidingscommissie is het adviesorgaan voor het College van Bestuur,

spitste zich toe op de interne kwaliteitszorg van de PThU, alsmede het

waarvan de directeur onderwijs deel uitmaakt. De directeur onderwijs

personeels- en voorzieningenbeleid en in het bijzonder de door de PThU

stuurt de opleidingscoördinatoren voor de masteropleidingen aan

getroffen voorzieningen voor studenten met een functiebeperking.

die als team opleidingsmanagement maatregelen ter verbetering en

In het voorjaar van 2014 ontving het bestuur een positieve

kwaliteitsbehoud doorvoeren.

Protestantse Theologische Universiteit

39


De voornaamste maatregelen, die in 2014 zijn genomen, zijn:

Rendement masteropleidingen Predikantschap – Gemeentepredikant – Geestelijke Verzorging

- in verband met de kwaliteitsdoelstelling studenten academische

Het rendementspercentage van de masteropleidingen wordt gebaseerd

vaardigheden aan te leren en het didactisch principe van koppeling

op het aandeel studenten van het totaal aantal studenten van de

tussen onderzoek en onderwijs heeft op grond van evaluaties door

desbetreffende opleiding dat binnen de nominale studieduur de opleiding

studenten herziening plaatsgevonden van het ‘verdiepingsjaar’ van de

succesvol afrondt. De vastgestelde nominale studieduur bij de voltijdse

driejarige masteropleidingen.

opleidingsvariant is drie jaar. Dit betekent dat voor de voltijdse opleiding het rendement tot en met het cohort 2011-2012 wordt berekend. De

- De examencommissie heeft bijzondere aandacht besteed aan de

nominale studieduur van de deeltijdvariant is vastgesteld op vier en een

controle op het niveau van de theses die zijn geschreven door

half jaar. Voor de deeltijdopleiding gaat het daarom om het percentage

masterstudenten. Daarbij is aan de hand van de theses en de

van de cohorten tot en met 2009-2010.Het streefpercentage is 60%.

bijbehorende beoordelingsgrondslag en de door de begeleidende en beoordelende docent gegeven beoordeling van het werkstuk door leden van de examencommissie een herbeoordeling uitgevoerd. Waar daartoe aanleiding is gevonden, is terugkoppeling gegeven aan de begeleidende docent van de bevindingen van de examencommissie.

2007

2008

2009

2010

2011

Predikantschap

VOLTIJD

17%

14%

50%

45%

50%

Gemeentepredikant

68%

59%

59%

46%

42%

-

-

50%

50%

-

Geestelijke verzorging

Het rendement van de voltijdse masteropleidingen is onder het - Het reeds ingezette beleid met betrekking tot BKO-certificering in het

vastgestelde streefpercentage van 60%. Weliswaar is in studiejaar

kader van de prestatieafspraak is doorgezet en heeft geleid tot een

2013-2014 een aantal verbetermaatregelen doorgevoerd, zoals de

percentage van 82% van het totaal aantal docenten dat over een BKO-

opzet van een strakke planning en begeleiding; de aanpassing van het

certificaat beschikt.

verdiepingsjaar zodat de periode waarin de thesis geschreven moet worden beter is afgebakend; introductie van leerprocesbegeleiding.

- Het aantal Erasmus-overeenkomsten is verder uitgebreid teneinde de internationale mobiliteit van studenten te bevorderen.

Deze hebben echter in 2014 nog onvoldoende doorwerking gehad op de rendementscijfers. Het opleidingsmanagement houdt als taak docenten te wijzen op hun verantwoordelijkheid in hun begeleiding van

3.3.5 Onderwijskwaliteit en studiesucces –

studenten van het leerproces en planning van de studenten. Tegelijk

prestatieafspraak

dient de studentenbegeleiding er op gericht te zijn studenten te wijzen

Ten aanzien van de bachelor-opleiding heeft de PThU met de toenmalig

op hun eigen verantwoordelijkheid daarin.

staatssecretaris afspraken gemaakt met betrekking tot onderwijskwaliteit en studiesucces op basis van door de staatssecretaris verplicht gestelde indicatoren. Aanvullend daarop heeft het bestuur additionele indicatoren vastgesteld. Wat betreft het onderwijs hebben deze betrekking op studierendement van de masteropleiding, onderwijsintensiteit en kwaliteit van docenten.

DEELTIJD Predikantschap Gemeentepredikant Geestelijke verzorging

2006

2007

2008

2009

80%

67%

43%

25%

nvt

38%

65%

72%

100%

-

100%

75%

De door deeltijdstudenten gerealiseerde percentages van de opleidingen Gemeentepredikant en Geestelijke Verzorging stemmen tot tevredenheid. Deze zijn tot boven het streefpercentage gestegen. Dit geldt niet voor de opleiding Predikantschap. Daarbij moet worden opgemerkt dat in absolute aantallen de omvang van de cohorten

40

Jaarstukken 2014


zo gering zijn, dat verschuivingen in absolute zin tot relatief grote

terrein van onderwijsontwikkeling. De PThU hecht daaraan in verband

fluctuaties aanleiding geven. Niettemin verdient het rendement van deze

met toekomstige curriculumontwikkeling. In 2015 zullen twee

opleiding bijzondere aandacht, zodat de neerwaartse trend kan worden

opleidingstrajecten worden gestart, zodat eind van dat jaar aan het

omgebogen naar een toename richting 60%.

streefaantal zal zijn voldaan.

3.3.6 Diploma’s

Rendement masteropleiding Verdieping Het rendementspercentage van de masteropleidingen wordt gebaseerd op het aandeel studenten van het totaal aantal studenten van de desbetreffende opleiding dat binnen de nominale studieduur de opleiding succesvol afrondt. De vastgestelde nominale studieduur bij de

Diploma behaald in collegejaar 2013-2014 en 2012-2013

voltijdse opleidingsvariant is één jaar. Dit betekent dat voor de voltijdse opleiding het rendement tot en met het cohort 2013-2014 wordt berekend. Het streefpercentage is 60%. 2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

35%

50%

30%

50%

57%

56%

65%

Verdieping

Sinds 2007 is het percentage opgelopen tot boven de streefwaarde van

Totaal

Voltijd

Deeltijd

Afstand

13/14

12/13

13/14

12/13

13/14

12/13

13/14

12/13

Predikantschap (60261)

7

8

7

8

0

0

0

0

Geestelijk verzorging (60262)

2

8

2

6

0

2

0

0

Verdieping (60264)

14

12

11

11

2

0

1

1

Gemeentepredikant (66122)

26

28

13

14

13

14

0

0

Totaal

49

56

33

39

15

16

1

1

60%.

3.3.7 Schakelprogramma Onderwijsintensiteit

Met het oog op doorvoering van de consequenties van de harde knip maatregel - die niet langer voorwaardelijke instroom in de

Indicator Het onderwijsprogramma is activerend en kleinschalig, blijkend uit de staf/student ratio

Ratio

Streefwaarde

2011

1:7,5

2012

1:7,5

2013

1:7,5

2014

1:7,5

geheel is afgerond met een examen voorafgaande aan de inschrijving 1:10

voor de masteropleiding – en in verband met de wettelijke regeling van schakelprogramma’s tussen bachelor- en masteropleidingen heeft het College van Bestuur de toelatingseisen voor instroom in de

Kwaliteit docenten

masteropleidingen heroverwogen.

Indicator

Het aandeel docenten met een SKO

masteropleiding toestaat, wanneer een bacheloropleiding nog niet

Ratio

Streefwaarde

2011

0

2012

0

2013

1

2014

2

4 docenten beschikken over een SKO, van wie 2 vestiging Amsterdam en 2 vestiging Groningen

De toelatingseisen zijn zodanig geformuleerd dat enerzijds geen nodeloos lang schakelprogramma wordt opgelegd, maar anderzijds studenten voldoende gekwalificeerd kunnen deelnemen aan het opleidingsprogramma van de masteropleiding. In het bijzonder dienen studenten de Bijbelse grondtalen te beheersen en op wo-

De PThU streeft naar een viertal docenten met een senior kwalificatie

bachelorniveau onderwijs in Systematische Theologie (Dogmatiek)

onderwijs binnen de onderwijsstaf. Meerwaarde van een dergelijke

en praktische theologie te hebben genoten. Hetzelfde geldt voor

kwalificatie ten opzichte van een basiskwalificatie is dat de

Bijbelvakken, Reformatiegeschiedenis en Godsdienstwetenschappen.

seniorkwalificatie voorziet in deskundigheidsbevordering op het

Wie het maximale schakelprogramma krijgt voorgeschreven op basis

Protestantse Theologische Universiteit

41


van het genoten bacheloronderwijs heeft een pakket van 63 ects af

Teneinde het aantal studenten dat een studieverblijf in het buitenland

te ronden. Dit staat nagenoeg gelijk aan één jaar studie op basis van

realiseert in de nabije toekomst verder te verhogen zijn in het najaar van

voltijdonderwijs.

2014 twee informatiebijeenkomsten georganiseerd voor masterstudenten in Amsterdam en een voor masterstudenten in Groningen.

De keuze voor de inhoud van het schakelprogramma is ingegeven door de wens het niveau van het masteronderwijs op voldoende niveau

3.4.2 LLP Erasmus / Erasmus+

te houden. Waar aanvankelijk is overwogen het schakelprogramma

In het kader van het LLP Erasmusprogramma heeft in het studiejaar 2013-

te beperken tot de Bijbelse grondtalen in het licht van het wettelijk

2014 een docent van de PThU gedurende een week gastcolleges verzorgd

beleidskader dat uitgaat van schakelprogramma’s van beperkte omvang

aan de Károli Gáspár Universiteit te Boedapest en heeft een lid van het

tot 30 ects, is deze beperking bij nader inzien niet aangebracht. Als

ondersteunend personeel een bezoek gebracht aan de Karelsuniversiteit

studenten instromen zonder voldoende basiskennis met betrekking

te Praag en deelgenomen aan de in deze stad georganiseerde EAIE-

tot Bijbelvakken, Reformatiegeschiedenis, Systematische en Praktische

conferentie. Een promovendus van de Gereformeerde Theologische

Theologie alsmede Godsdienstwetenschappen vergroot dat het risico op

Universiteit te Debrecen heeft gedurende enkele maanden onderzoek

niveauverlaging van het onderwijs in de masteropleiding, omdat docenten

verricht aan de PThU in Amsterdam.

zich voegen naar het kennisniveau van de groep studenten in het aanbod van het onderwijs. Bovendien lopen studenten die met onvoldoende

De PThU heeft in 2014 het Erasmus Charter for Higher Education (ECHE)

basiskwalificaties instromen een groter risico op studievertraging.

ondertekend. Dit impliceert dat de universiteit gedurende de periode 2014-2020 deel kan nemen aan het nieuwe Erasmus+ programma. In dit

3.4 Internationalisering

verband zijn nieuwe inter-institutionele Erasmusovereenkomsten gesloten met de Faculteit Montpellier van het Protestantse Instituut voor Theologie

3.4.1 Internationale studentenuitwisseling

(Frankrijk) en het Protestantse Theologische Instituut te Cluj-Napoca

Acht masterstudenten hebben in het studiejaar 2013-2014 een

(Roemenië). Tevens zijn dit jaar de overeenkomsten vernieuwd met de

studieverblijf gerealiseerd in de volgende landen: Costa Rica, Israël

Universiteit van Helsinki (Finland), de Noorse School voor Theologie

(stageonderdeel), Italië, Myanmar, Maleisië en Zuid-Afrika. Dat is ruim

te Oslo (Noorwegen), de Karelsuniversiteit van Praag (Tsjechië),de

meer dan in het studiejaar 2012-2013, waarin slechts twee studenten

Gereformeerde Theologische Universiteit van Debrecen, (Hongarije), de

buitenlandervaring opdeden. Tevens hebben twee studenten het

Károly Gaspar Universiteit te Boedapest (Hongarije) en de Babeş-Bolyai

afgelopen studiejaar deelgenomen aan het Face to Face programma

Universiteit te Cluj-Napoca (Roemenië).

van de Council for World Mission. Een student is in het kader van dit op exposure gerichte programma naar Fiji afgereisd, terwijl een andere

3.4.3 Buitenlandse studenten aan de PThU

student aan een project in India heeft deelgenomen. Voorts hebben zes

Het aantal ingeschreven buitenlandse studenten aan de PThU in de

studenten in het kader van het derde jaar van de joint bachelormodule

periode 1 september 2013 tot en met 31 augustus 2014 is negen. Ten

‘Gemeenschap en Diversiteit’, onder begeleiding van een docent van de

opzichte van het aantal ingeschreven studenten (305) is dit 3%.

PThU en een docent van de VU een studiereis ondernomen naar Debrecen (Hongarije), waar zij een ministage hebben gerealiseerd en deelgenomen aan een studentenconferentie met studenten van onze partnerinstelling, de Gereformeerde Theologische Universiteit van Debrecen.

42

Jaarstukken 2014


Het volgende overzicht geeft het aantal behaalde studiepunten per

Conferentie

buitenlandse student aan:

Karl Barth Tagung Internationale Promovierenden Beratung

Herkomst

Punten (ECTS)

Opleiding

Kenia

60

Kenia Myanmar

Plaats

Datum

De Glind

Maart 2014

Basel (Zwitserland)

April 2014

Internationale PThU-Conferentie

Amsterdam

Mei 2014

Master Verdieping

Comenius-conferentie

Amsterdam

Juni 2014

60

Master Verdieping

TRIC-conferentie

60

Master Verdieping

Consultatie Universiteit van Pretoria

Schotland

60

Master Verdieping

Taiwan

60

Master Verdieping

Tuvalu

60

Master Verdieping

Zambia

60

Master Verdieping

Zambia

60

Master Verdieping

conferenties, met uitzondering van de overkoepelende internationale

Zuid-Korea

60

Master Verdieping

PThU-conferentie over ‘God in the Public Domain’, zijn jaarlijks

Amsterdam

Juli 2014

Pretoria (Zuid-Afrika)

September 2014

De conferentie georganiseerd met de Universiteit van Pretoria maakt deel uit van een meerjarig onderzoeksproject. Ook de overige

terugkerende evenementen. De volledige Master Verdieping kent een studielast van 60 ects. Dit betekent dat het door de inkomende buitenlandse studenten behaalde rendement 100% is.

3.4.7 Council for World Mission In het kader van de in 2013 met de Council for World Mission gesloten samenwerkingsovereenkomst hebben in het studiejaar 2013-2014 drie

3.4.4 Buitenlandse promovendi aan de PThU

studenten van CWM-lidkerken gestudeerd aan de PThU in Groningen.

De PThU heeft in totaal 23 buitenlandse buitenpromovendi. In het studiejaar 2013-2014 is hier een promovendus uit het Verenigd

3.4.8 IRTI

Koninkrijk bijgekomen. Twee buitenlandse promovendi zijn in 2014 aan

Sinds september 2012 is de PThU mede-eigenaar geworden van het

de PThU gepromoveerd, één uit Duitsland en één uit Zuid-Korea.

International Reformed Theological Institute (IRTI), oorspronkelijk een initiatief van de Vrije Universiteit. Het IRTI is een international

3.4.5 Gastcolleges

network van betrokken gereformeerde theologen, die werkzaam zijn

Tijdens het studiejaar 2013-2014 hebben twee buitenlandse

op het terrein van de Systematische Theologie, Kerkgeschiedenis en

gastdocenten (afkomstig uit Indonesië en China) college gegeven aan

Oecumenische Theologie. De focus van het IRTI is ‘living reformed

de PThU. Zes docenten van de PThU hebben gastcolleges gegeven aan

theology’, vanuit de erkenning van de historische wortels van de eigen

buitenlandse partnerinstellingen (in België, Hongarije, Wales Zambia en

traditie en met een bijzondere aandacht voor de toekomst en de nieuwe

Zuid-Afrika).

contexten en vragen van de gereformeerde wereld van vandaag (zie www.irti.nl).

3.4.6 Internationale conferenties De PThU heeft samen met haar buitenlandse partnerinstellingen de

In 2014 heeft het IRTI de eerder genoemde studiereis naar Debrecen

volgende conferenties georganiseerd in 2014:

ondersteund en is er in samenwerking met het Theologische Seminarie uit New Brunswick (VS) een studentenconferentie georganiseerd in Amsterdam. In 2014 zijn tevens vier nummers van het aan het IRTI gelieerde Journal of Reformed Theology uitgegeven en twee Studies in Reformed Theology bundels.

Protestantse Theologische Universiteit

43


Hoofdstuk 4:

Onderzoek en valorisatie 4.1 Inleiding

4.2.3 Van kwantiteit naar kwaliteit

In 2014 kon de PThU wat betreft het onderzoek voortgaan op de in

Bij de onderzoeksvisitatie zal in de toekomst minder nadruk komen te

2012 ingeslagen weg. De Commissie Wetenschapsbeoefening heeft

liggen op de hoeveelheid output en meer op de kwaliteit. Daarbij is

hierin een leidende rol. Het voorzitterschap werd dit jaar overgedragen

het ook van belang dat aangetoond kan worden dat het onderzoek

door prof. Jansen aan prof. Spronk. Als rector blijft prof. Jansen

maatschappelijke waarde heeft (valorisatie). Voor de PThU is dat een

bestuurlijk wel de eerst verantwoordelijke voor het onderzoek.

gunstige ontwikkeling, daar het kenmerkend is voor haar onderzoek dat het zich bevindt op het grensvlak van wetenschap en kerk en

4.2 Beleid

samenleving. De uitdaging is om dat goed duidelijk te maken aan wie

Als belangrijkste doelstelling geldt dat de PThU een goed evenwicht

niet vertrouwd is met de door de universiteit behandelde vraagstukken

dient te vinden tussen haar functie als opleidingsinstituut voor

en met de manier waarop dat gebeurt.

predikanten en haar academische verantwoordelijkheid om hoogstaande wetenschappelijke output te leveren. Daartoe is het van belang dat er

4.2.4 Promovendi opleiding

een goede verbinding is tussen onderwijs en onderzoek. Daar kunnen

Het is van groot belang voor de toekomst van de PThU dat er

beide van profiteren. Daarnaast is het meer dan ooit nodig om te laten

goede ‘Nachwuchs’ is. Daarom worden er zoveel mogelijk middelen

zien dat de PThU op haar eigen manier een wezenlijke bijdrage levert

vrijgemaakt om talentvolle studenten de mogelijkheid te bieden om

aan het wetenschappelijk onderzoek van godsdienst als historisch

te promoveren. Ook dit jaar zijn er weer twee assistenten in opleiding

verschijnsel en als onderdeel van de hedendaagse samenleving. Daartoe

aangesteld. Daarnaast blijft de universiteit (ook dit jaar weer met succes)

zullen de taken tussen de docenten/onderzoekers goed moeten worden

streven naar het opzetten van duale trajecten, waarbij in samenwerking

verdeeld en zal er meer ingezet moeten worden op samenwerking,

met partners buiten de universiteit promovendi worden vrijgesteld. De

vooral ook met partners buiten de universiteit.

kwaliteit van de opleiding van promovendi krijgt structureel aandacht via de Graduate School.

4.2.1 Samenwerking met partners Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van de goede mogelijkheden

4.2.5 Wetenschappelijke integriteit

tot samenwerking met de faculteit Godgeleerdheid van de Vrije

De PThU houdt zich nauwgezet aan alle academische regelingen

Universiteit in Amsterdam en met de faculteit Godgeleerdheid

die er in de laatste jaren op het terrein van de wetenschappelijke

en Godsdienstwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen. De

integriteit zijn ingesteld. Dat houdt onder andere in dat er een externe

universiteit mag zich gelukkig prijzen met een nog steeds groeiend

vertrouwenspersoon is aangesteld. Speciale aandacht is er in het

aantal goede contacten in het buitenland. Met de komst van prof. Van

verslagjaar jaar besteed aan de opslag van vertrouwelijke gegevens uit

den Toren zijn met name ook de contacten met Afrika versterkt.

empirisch onderzoek.

4.2.2 Relatie onderwijs en onderzoek

4.2.6 Prestatieafspraak

Goede mogelijkheden om onderwijs en onderzoek aan elkaar te

Bij het tellen en meten van de wetenschappelijke output heeft de

verbinden zijn er in de masterfase van het onderwijs. Studenten worden

universiteit nu te maken met de prestatieafspraken die gemaakt zijn met

uitgenodigd om de onderwerpen voor hun masterthesis te kiezen

het ministerie. Vastgesteld kan worden dat wat betreft het onderzoek

op terreinen waar de docenten bij uitstek deskundig zijn. Zo kunnen

die afspraken haalbaar zijn. In de meeste gevallen zit de universiteit op

studenten betrokken worden bij lopend onderzoek. Soms kunnen zij in

het gewenste niveau.

dat kader ook deelnemen aan congressen.

44

Jaarstukken 2014


4.2.7 Ontwikkeling internationaal netwerk

handschriften), die in de afgelopen jaren een dominerende rol speelden,

Voor de ontwikkeling van het voor het onderzoek zo noodzakelijke

inmiddels zijn afgesloten. Dat vraag om een herbezinning op de

internationale netwerk kan de PThU niet alleen bogen op de contacten

speerpunten van het beleid. Aan de ene kant wordt hard gewerkt aan

van de individuele onderzoekers. De universiteit werkt ook aan de

de indiening van nieuwe, extern te financieren onderzoeksprojecten.

uitbreiding van het eigen netwerk. In 2014 kreeg ditt een grote impuls

Succes in dezen is echter allerminst gegarandeerd. Aan de andere

door de organisatie van het internationale congres ‘God in the Public

kant kan men opmerken dat het onderzoek dat in aanmerking komt

Domain’. Daarnaast kan hier ook het netwerk genoemd worden

voor externe financiering doorgaans zeer specialistisch is. Wanneer

rondom het internationale masterjaar in Groningen.

dit wegvalt komt er meer ruimte voor onderzoek dat zich beter laat verbinden met het onderwijs.

4.3 Onderzoeksgroepen: resultaten en evaluatie Internationale samenwerking

SOURCES (programmaleider prof.dr. K. Spronk)

Op vrijwel alle terreinen waarop de leden van de onderzoeksgroep actief zijn is er sprake van vaak zeer intensieve internationale contacten.

Beschikbare onderzoeksformatie:

Een goed voorbeeld daarvan is het onderzoek binnen de Judaïca en de Kerkgeschiedenis, waarbij de geschiedenis van de kibboets Nes Ammim 2014

2013

2,79

2,60

0

1,20

Ook bij de ontwikkeling van nieuwe projecten zijn de internationale

Promovendi

0,76

2,49

contacten van groot belang. Dit wordt niet zichtbaar in de opsomming

Onderzoeker VEG

0,11

0

Totaal

3,66

6,29

Senioronderzoekers Postdoctorale onderzoekers

in kaart gebracht wordt. Steeds belangrijker wordt ook de internationale samenwerking in het kader van het intercultureel lezen van de Bijbel.

van de output. Men zou het kunnen zien als een diepte-investering. Zo is er in het afgelopen jaar intensief contact geweest met een aantal kloosters op het Griekse schiereiland Athos, ter voorbereiding van een

In 2014 is de onderzoeksgroep Sources versterkt met de komst van

nieuw onderzoeksproject aansluitend op het eerdere werk rond de

prof.dr. Annette Merz als hoogleraar Nieuwe Testament. Zij neemt voor

catalogisering van Byzantijnse handschriften.

0,8 fte de plaats in van prof.dr. Riemer Roukema, die voor 0,2 fte aan onze universiteit blijft verbonden en zich in die tijd voornamelijk met

Versterking wetenschappelijke output

onderzoek zal bezighouden. Dat betekent dat er op het gebied van een

Het aantal door de senioronderzoekers gerealiseerde publicaties is als

Nieuwe Testament een verschuiving in thematiek zal plaatsvinden gezien

volgt:

de deskundigheid van de betrokkenen.

Onderzoeksbeleid Door de wijzigingen in de samenstelling van de onderzoeksgroep, gelet ook op de komst vorig jaar van dr. Marjo Korpel, is er hard gewerkt aan een nieuwe formulering van het onderzoeksprogramma. Dat zal in 2015 zijn beslag krijgen. Nu al is duidelijk dat in de Bijbelvakken het accent meer is komen te liggen op het godsdiensthistorisch onderzoek. Van grote invloed op het onderzoek is ook het feit dat de twee door het NWO gefinancierde projecten (rondom Targum en Byzantijnse

Protestantse Theologische Universiteit

2014

2013

Artikelen (refereed)

3

2

Artikelen (non-refereed)

2

3

Boeken

1

2

Artikelen in bundels

12

18

Dissertaties

2

1

Vakpublicaties

8

13

Populariserende publicaties

13

10

Overig onderzoek

13

14

Totaal

54

63

45


Het aantal wetenschappelijke publicaties is nog steeds relatief laag. Het

Op 26 september 2014 nam dr. A. van der Kooi, sinds 1988 als UD

beeld wordt wel enigszins vertekend door het feit dat de belangrijkste

werkzaam en de langst dienende collega aan de PThU, met een

publicatie van het project over de Byzantijnse handschriften vooralsnog

wetenschappelijk symposium ‘De lege plek. Spreken over God in de 21e

alleen via de website is gepubliceerd (www.pthu.nl/cbm/). Delen daarvan

eeuw’ afscheid. Op 30 oktober 2014 sprak prof. dr. H.E. Zorgdrager,

zullen pas later in boekvorm verschijnen. Dat neemt niet weg dat het

hoogleraar Systematische Theologie met bijzondere aandacht voor

beleid om resultaten van het onderzoek meer in belangrijke tijdschriften te

genderstudies, haar oratie met de titel ‘Gewoon goddelijk. Theosis als

publiceren moet worden voortgezet.

oecumenisch zoekontwerp voor een inclusief denken over verlossing’. Prof.dr. B. van den Toren, hoogleraar in de Interculturele Theologie,

De onderzoeker van het Seminarium Vrije Evangelische Gemeente (VEG)

volgde op 11 november met zijn inaugurele rede ‘Interculturele

heeft na zijn overgang van de onderzoeksgroep Beliefs naar Sources (per

theologie als driegesprek’. In het kader van het door hem geleide

1 september 2014) twee publicaties gerealiseerd, een populariserende en

onderzoeksproject ‘Science and Religion in French-speaking Africa’

een die valt onder de categorie ‘overig’.

kon dr. K. Bom binnen de onderzoeksgroep worden verwelkomd als onderzoeker.

Valorisatie Er is verhoudingsgewijs veel aandacht besteed aan de verwerking

Onderzoeksbeleid

van het onderzoek voor een breder publiek. Gelukkig wordt dat in

In 2014 werden drie Beliefsconferenties belegd. Vanwege de benoeming

onderzoeksvisitaties ook steeds meer gewaardeerd. Juist in het bestuderen

van prof. dr. M.M. Jansen tot rector van de PThU vond er een wisseling

van de bronnen is dat heel belangrijk. Het lijkt erop alsof de kloof tussen

in het programmaleiderschap plaats. Prof.dr. F. de Lange nam vanaf

een wetenschappelijk verantwoorde benadering van de heilige teksten

september 2014 haar taak over. Het bleek een goed moment voor een

en van de christelijke traditie en de manier waarop die teksten en traditie

volgende stap in het onderzoeksprogramma. Een nieuw programma,

een rol spelen in het publieke debat steeds groter wordt. Juist voor een

‘Transforming Life’, werd ontwikkeld, dat vanaf 2015 tot 2020 het

instelling als de PThU is hier een belangrijke rol weggelegd. Een treffend

onderzoek binnen Beliefs zal sturen. Het afgelopen jaar werd al

voorbeeld daarvan is de uitgebreide aandacht die er in dagbladen en tv-

intensief samengewerkt in een viertal thematische en disciplinaire

uitzendingen geschonken werd aan het boek van Korpel en De Moor over

werkgroepen. In het nieuwe programma zal naar nog meer integratie

de godsdiensthistorische achtergrond van het Bijbelverhaal over Adam,

worden gestreefd in een gezamenlijke focus op het thema ‘leven en

Eva en de slang. Dat leverde o.a. ook een rapportage op over een college

heil’. Hoe zijn de ingrijpende veranderingen die het menselijk leven in

Ugaritisch, waarbij de relevantie van het bestuderen van oude teksten voor

deze eeuw doormaakt – in techniek en samenleving – vanuit christelijk

de bezinning op hedendaagse vragen duidelijk werd gemaakt.

heilsperspectief te duiden?

BELIEFS (Programmaleider prof.dr. F. de Lange)

Het programma ‘Christian Faith in Changing Contexts’ wordt daarmee afgesloten. Het internationale congres ‘God in the Public Domain’,

Beschikbare onderzoeksformatie:

46

dat plaatvond van 21–23 mei 2014 op de PThU te Amsterdam, 2014

2013

Senioronderzoekers

4,34

5,28

Postdoctorale onderzoekers

0,33

0,00

georganiseerd onder verantwoordelijkheid van prof.dr. M.M. Jansen, mag, samen met de publicatie die in het kader daarvan werd voorbereid onder redactie van dr. P. Vos and dr. O. Zijlstra, The Law of God.

Promovendi

2,71

2,74

Exploring God and Civilization (Leiden: Brill, 2014) als een laatste,

Onderzoekers VEG

0,36

0,68

kwalitatief hoogwaardige output daarvan gelden.

Totaal

7,74

8,70

Jaarstukken 2014


Internationale samenwerking

Daaruit kan worden opgemaakt, dat onderzoekers uitstekend

Op tal van manieren onderhouden individuele Beliefs-onderzoekers

presteerden op het gebied van het publiceren van artikelen in

onderzoeksrelaties met Afrikaanse, Aziatische, Noord-Amerikaanse

gerefereerde tijdschriften. Zelfs ondanks de afgenomen omvang van

en Midden-Europese partners. Op institutioneel niveau is in 2014 een

de totale onderzoekformatie (van 5,28 naar 4,67) groeide het aantal

aantal contacten het vermelden waard.

publicaties. Nu in de onderzoeksbeoordeling valorisatie een belangrijke rol gaat spelen, is het goed om te constateren dat ook het aantal

Tot 2014 was de PThU verantwoordelijk voor de uitgave van het

publicaties voor een breder publiek ruim op peil is gebleven. Het achter

Zeitschrift für dialektische Theologie. De Evangelische Verlagsanstalt

blijvende aantal monografieën verdient echter aandacht.

(Leipzig) was bereid het uitgeverschap over te nemen. De PThU blijft echter een van beide nummers per jaargang verzorgen, in

Wat de financiering uit tweede en derde geldstroom betreft, is het

samenwerking met Princeton Theological Seminary. Een peer review

verheugend dat prof.dr. Van den Toren een onderzoekssubsidie heeft

system is in ontwikkeling.

ontvangen van de Templeton World Charity Foundation van ongeveer 550.000 euro voor het onderzoeksproject ‘Science and Religion in

Met de Universiteit Stellenbosch is het afgelopen jaar een nieuwe

French-speaking Afrika’. Doel van het onderzoek is om christelijke

consultatieronde in het gezamenlijke project Human Dignity voorbereid,

academici en studenten in Sub-Saharisch Franstalig Afrika te helpen met

nu rond het thema ‘Compassion’. Drie leden van de onderzoeksgroep

het ontwikkelen van een constructieve relatie tussen wetenschap en

participeren in 2015 hierin.

religie.

Eveneens drie Beliefsleden maken deel uit van het Nederlands-

Het aantal publicaties van promovendi met een dienstverband is als

Indonesische consortium voor de relatie tussen moslims en christenen,

volgt:

dat in 2015 een congres over tolerantie houdt. Het project ‘Science and Religion in French-speaking Afrika’ onder leiding van prof. Van den Toren zal naar verwachting de onderzoekscontacten in Sub-Saharisch Afrika intensiveren en uitbreiden. Versterking wetenschappelijke output De senior- en postdoctorale onderzoekers realiseerden het volgende aantal wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke publicaties:

2014

2013

Artikelen (refereed)

20

13

Artikelen (non-refereed)

18

11

Boeken

3

3

Artikelen in bundels

10

19

Dissertaties

1

2

Vakpublicaties

25

20

Populariserende publicaties

30

30

Overig onderzoek

15

11

Totaal

122

110

Protestantse Theologische Universiteit

2014

2013

Artikelen (refereed)

2

2

Artikelen (non-refereed)

1

1

Boeken

0

0

Artikelen in bundels

0

1

Vakpublicaties

8

2

Populariserende publicaties

2

4

Overig onderzoek

3

6

Totaal

16

16

47


De bijzonder hoogleraren zonder dienstverband bij de PThU

onderwijs, wetenschappelijke instituten van politieke partijen, de

publiceerden in 2014:

ouderenzorg, publicaties op het terrein van de gezondheidszorg – de onderzoeksgroep onderhoudt met diverse maatschappelijke organisaties

2014

2013

Artikelen (refereed)

5

1

Artikelen (non-refereed)

1

3

Boeken

0

0

Artikelen in bundels

4

4

Vakpublicaties

1

3

Populariserende publicaties

6

3

Overig onderzoek

6

7

Totaal

23

21

Tenslotte hebben de onderzoekers van het Seminarium Vrije Evangelische Gemeente (VEG) de volgende output gerealiseerd (voor dr.

reeds langdurige onderzoeks- en dienstverleningsrelaties. Het is van belang die in de toekomst verder uit te bouwen. De thematiek van het nieuwe onderzoeksprogramma nodigt daartoe ook uit.

PRACTICES (programmaleider prof.dr. M. Barnard) Beschikbare onderzoeksformatie: 2014

2013

Senioronderzoekers

4,35

4,85

Postdoctorale onderzoekers

0,40

0,07

Promovendi

1,98

2,69

Bijzonder hoogleraren (met aanstelling)

0,20

0,20

Totaal

6,93

7,81

L. Mietus is de output tot 1 september meegenomen in verband met zijn overgang naar de onderzoeksgroep Sources):

2014

2013

Artikelen (refereed)

1

2

Artikelen (non-refereed)

1

0

Boeken

1

0

Artikelen in bundels

0

0

Vakpublicaties

3

2

Populariserende publicaties

6

3

Overig onderzoek

0

0

Totaal

12

5

Onderzoeksbeleid De positieve visitatie van de onderzoeksgroep in 2013 heeft een extra stimulans gegeven om de koers van de onderzoeksgroep te versterken. De afgelopen jaren heeft de onderzoeksgroep ingezet op meer publicaties in toonaangevende internationale tijdschriften. Dat beleid werpt zijn vruchten af, ondanks de afslanking van het formatiebestand. Het Practices onderzoek wordt voor een deel uitgevoerd binnen het kader

Valorisatie

van (de begeleiding van) promotieonderzoek, zowel van aio’s in dienst

Valorisatie wordt naast de kwaliteit en de levensbatbaarheid vanaf

van de PThU als van ‘buitenpromovendi’. In 2014 zijn daarvoor succesvol

2015 één van de drie criteria waaraan het wetenschappelijk onderzoek

externe gelden geworven, onder andere voor een onderzoek naar

wordt getoetst. Nog steeds is kwaliteit van belang, en behoort een

pioniersplekken van de Protestantse Kerk in Nederland (De Hart, De Roest).

onderzoeksprogramma veelbelovend te zijn (viability). Daarnaast is echter de maatschappelijke relevantie van belang. Valorisatie betekent

In de locatie Groningen ligt het zwaartepunt van het onderzoek bij nieuwe

dat onderzoek zicht richt op duidelijke doelgroepen, samenwerkt

ontwikkelingen in geloofsgemeenschappen (De Roest, Van der Meulen),

met maatschappelijke partners, en resulteert in een variëteit aan

bij diaconaat (Noordegraaf) en bij de geestelijke verzorging (Walton).

producten. Dat vereist nieuwe initiatieven, zorgvuldige verantwoording

In Amsterdam wordt gefocust op rituele en liturgische thema’s, zoals

en nauwkeurige verslaglegging, ook van de onderzoeksgroep Beliefs.

eigentijdse passies (Klomp) en religie en kunst (Barnard, Brouwer), op leren

Feitelijk heeft zij echter, blijkens de publicatielijst van 2014, valorisatie

geloven (De Kock), op preken (Stark, De Leede) en op justitiepastoraat

al hoog op de agenda staan. Een handreiking over ‘familie’ op verzoek

(De Vries). De komende jaren zullen dat de speerpunten blijven voor de

van de PKN, bijdragen aan bundels voor het justitiepastoraat, het

onderzoeksgroep. Het is de verwachting dat 2015 de publicatie van één of

48

Jaarstukken 2014


meer nieuwe boeken zal zien. Verder wordt ingestoken op hetzelfde hoge

verzorging door cliënten in de GGZ, en Barnard presenteerde de

niveau (kwalitatief en kwantitatief) van publicaties voor een internationaal

vruchten van jarenlange wetenschappelijke samenwerking met collega’s

wetenschappelijk publiek.

in Zuid-Afrika in zijn standaardwerk over Worship in the network culture. Daarmee zijn de belangrijkste publicaties van Practices genoemd.

Internationale samenwerking De onderzoeksgroep blijft ook inzetten op het onderhouden en

De onderzoeksgroep telt twee editors van internationale tijdschriften.

uitbouwen van internationale samenwerkingsverbanden. In juni van

De Roest werd deputy-editor-in-chief van Ecclesial Practices: Journal of

2014 organiseerde de onderzoeksgroep (Brouwer) een conferentie in

Ecclesiology and Ethnography. De Kock is per januari 2015 redacteur

samenwerking met het netwerk Transforming Religious Identities and

van het Journal of Youth Ministry geworden. Beide tijdschriften zijn

Communities (TRIC), gecoördineerd door VU-collega R. Ganzevoort. In

geïnitieerd door de onderzoeksgroep en worden uitgegeven door

december was Practices (Barnard) de gastheer voor een NOSTER studiedag

Brill in Leiden, een toonaangevende uitgeverij voor internationale

over academische publicatiestrategieën. De onderzoeksgroep (De Roest)

wetenschappelijke tijdschriften.

is verder drager van het EU-Grundtvigproject. In 2014 is ook veel tijd geïnvesteerd in het ontwikkelen van een Marie Skłodowska-Curie (EU)

Het aantal publicaties van promovendi met een dienstverband is als volgt:

onderzoek aanvraag (De Roest, Noordegraaf).

Versterking wetenschappelijke output Het aantal door de senior- en postdoctorale onderzoekers gerealiseerde publicaties is als volgt:

2014

2013

Artikelen (refereed)

12

11

Artikelen (non-refereed)

6

5

Boeken

3

1

Artikelen in bundels

11

11

Dissertaties

2

1

Vakpublicaties

40

14

Populariserende publicaties

13

14

Overig onderzoek

10

8

Totaal

97

65

Barnard en Brouwer publiceerden in het Journal of Empirical Theology, en Immink en De Kock in het International Journal of Practical Theology. Bijzonder is dat deze bijdragen aan het internationale theologische debat niet ten koste zijn gegaan van de wetenschappelijke publicaties in non refereed tijdschriften, en ook niet van het schrijven van hoofdstukken in wetenschappelijke boeken. Er werden in 2014 zelfs meer boeken

2014

2013

Artikelen (refereed)

2

0

Artikelen (non-refereed)

0

0

Boeken

0

0

Artikelen in bundels

1

0

Vakpublicaties

2

1

Populariserende publicaties

0

0

Overig onderzoek

0

8

Totaal

5

13

Tenslotte heeft de bijzonder hoogleraar met dienstverband de volgend output gerealiseerd:

2014

2013

Artikelen (refereed)

0

0

Artikelen (non-refereed)

2

0

Boeken

2

0

Artikelen in bundels

3

0

Dissertaties

0

1

Vakpublicaties

1

0

Populariserende publicaties

0

8

Overig onderzoek

0

4

Totaal

8

13

gepubliceerd dan in het jaar daarvoor. Immink zag een Amerikaanse editie van zijn Het heilige gebeurt verschijnen, Walton positioneerde zijn leerstoel met een onderzoek naar de interpretatie van de geestelijke

Protestantse Theologische Universiteit

49


Valorisatie

Aantal publicaties per fte onderzoek (excl. promovendi, bijzonder

Traditiegetrouw is veel onderzoek vanuit Practices gericht op de

hoogleraren en onderzoekers VEG):

praktijken van kerk, predikanten en gelovigen. In 2014 zorgden de

2014

Streefwaarde

2013

Aantal wetenschappelijke artikelen tijdschriften refereed

2,87

1,7

1,86

Aantal wetenschappelijke artikelen tijdschriften non-refereed

2,13

2,0

1,36

Aantal wetenschappelijke publicaties: hoofdstukken boeken/ bundels

2,70

4,0

3,36

Aantal wetenschappelijke boeken

0,57

0,5

0,43

onderzoekers voor meer dan een verdubbeling van het aantal artikelen specifiek geschreven voor predikanten. Wel bleef het afgelopen jaar echter enigszins achter in het aantal populariserende artikelen. Dat is een punt van aandacht, hoewel opgemerkt moet worden dat een aantal lopende onderzoeken veel aandacht kreeg van de kerkelijke en seculiere pers. In het bijzonder kan hier genoemd worden de betrokkenheid van de onderzoeksgroep in de positieve publiciteit voor de universiteit rond de uitvoering van The Passion in Groningen op 17 april 2014.

4.4 Onderzoeksresultaten en prestatieafspraak Wetenschappelijke output per categorie (excl. promovendi, bijzonder

Qua beschikbare onderzoeksformatie (senioronderzoekers en

hoogleraren en onderzoekers VEG):

postdoctorale onderzoekers) is de groep Sources substantieel (1,01 fte) kleiner geworden, de groep Beliefs heeft 0,61 fte minder beschikbaar

Aantal wetenschappelijke artikelen tijdschriften refereed Aantal wetenschappelijke artikelen tijdschriften non-refereed Aantal wetenschappelijke publicaties: hoofdstukken boeken/ bundels Aantal wetenschappelijke boeken

2014

2013

en de groep Practices is ongeveer gelijk gebleven. De groep Sources

S

B

P

T

S

B

P

T

3

20

12

35

2

13

11

26

S

B

P

T

S

B

P

T

2

18

6

26

3

11

5

19

S

B

P

T

S

B

P

T

12

10

11

33

18

19

11

48

S

B

P

T

S

B

P

T

1

3

3

7

2

3

1

6

S = Sources; B = Beliefs; P = Practices; T = Totaal

verdient extra aandacht en alertheid op investeringen in mensen, tijd en (internationale) netwerken die ook werkelijk tot meetellende publicaties leiden. Honorering van een nieuwe NWO-aanvraag zou een geweldige impuls betekenen. Maar ook wanneer de onderhavige aanvraag niet tot het gewenste resultaat leidt, beschikt de kleine groep over een hoge wetenschappelijke kwaliteit, die zich meer direct in wetenschappelijke output zal kunnen en moeten tonen. Het feit dat de totale omvang aan onderzoeksfte’s 12,21 bedraagt, geeft wel te denken over een kritische ondergrens. Het nieuwe SEP-

Aantal fte onderzoek per programma (excl. promovendi, bijzonder

rapport, dat de universiteit zal hanteren bij de tussentijdse evaluatie van

hoogleraren en onderzoekers VEG):

het onderzoek dat in 2015 plaatsvindt, geeft aan dat een research unit minimaal 10 fte omvat en het is voor de PThU van belang in ieder geval

2014

2013

Sources

2,79

3,80

Beliefs

4,67

5,28

Practices

4,75

4,92

In drie van de vier categorieën van publicaties worden de streefwaarden

Totaal

12,21

14,00

gehaald: wetenschappelijke publicaties gerefereerd en niet-gerefereerd

met de drie onderzoeksgroepen samen een kwantitatief serieuze unit te vormen.

en wetenschappelijke boeken. Daarbij blijft het aantal hoofdstukken in boeken en bundels onder de streefwaarde. Dit mag begrijpelijk heten in het kader van de incentives die in de afgelopen jaren aan de

50

Jaarstukken 2014


medewerkers zijn meegegeven - met name bundels als vrucht van

4.6 Promovendi en promoties

conferenties en symposia worden vaak niet voor ‘vol’ aangezien - maar

In 2014 vonden vijf promoties plaats. Hiermee is de streefwaarde van

nu moeten dienaangaande iets minder strakke aanwijzingen gegeven

0,4 per fte onderzoek gehaald (0,41). Dit is een goed resultaat, maar

worden. De lijn die de commissie wetenschapsbeoefening hanteert

een (volgend) jaar met één of twee dissertaties extra zou geen luxe zijn,

is een blijvende aanmoediging voor wetenschappelijke artikelen én

aangezien dat uiteraard meer garantie biedt op voldoende voltooide

hoofdstukken in degelijk samengestelde boeken.

proefschriften over een langjarige periode.

4.5 Resultaten valorisatie onderzoek en prestatieafspraak

Bij de Graduate School staan op de peildatum 31 december 2014 in totaal 81 promovendi ingeschreven: 14 AIO’s en 67 buitenpromovendi.

Valorisatie-output per programma (excl. promovendi, bijzonder hoogleraren en onderzoekers VEG): Aantal beroepsgerichte publicaties

Aantal populariserende publicaties

2014

2013

S

B

P

T

S

B

P

T

8

25

40

73

13

20

14

47

S

B

P

T

S

B

P

T

13

30

13

56

10

30

14

54

Aantal publicaties per fte onderzoek (excl. promovendi, bijzonder hoogleraren en onderzoekers VEG):

2014

Streefwaarde

2013

Aantal beroepsgerichte publicaties

5,98

4,0

3,36

Aantal populariserende publicaties

4,59

5,0

3,86

Beroepsgerichte en populariserende publicaties kunnen als valorisatie van onderzoek worden gezien. In totaal zijn deze in aantal licht gestegen, een stijging die vooral op conto komt van de groep Practices (wat betreft vakpublicaties). De groep Sources kan hier nog een slag maken en de groep Beliefs stabiliseert. Voor zowel beroepsgerichte als populariserende publicaties geldt, dat de aantallen ruim boven die van 2013 liggen, maar alleen het aantal beroepsgerichte publicaties komt (ruim) boven de streefwaarde. Wat valorisatie betreft, dient opgemerkt te worden dat er in volgende jaren meer en andere categorieën gehanteerd en meegeteld gaan worden, bijvoorbeeld het aantal bezoekers bij manifestaties en workshops waarin onderzoek wordt gepresenteerd.

Protestantse Theologische Universiteit

51


4.7 Financiering onderzoek: eerste en overige geldstromen

De categorieën geldstromen die in bovenstaande tabel zijn opgenomen zijn die welke in het Standard Evaluation Protocol (2015-2021) voor onderzoek worden onderscheiden. Onder deze categorieën wordt

Protestantse Theologische Universiteit 2014

verstaan:

fte

%

14,10

76,43%

Research grants (2)

0,00

0,00%

Contract research (3)

0,00

0,00%

Other (4)

4,35

23,57%

18,44

100,00%

• direct funding: de fte’s onderzoek die vanuit de op basis van de rijksbekostiging verkregen middelen worden gefinancierd;

Funding: Direct funding (1)

Total funding

• research grants: de fte’s onderzoek die vanuit de op basis van competitie door externe organisaties zoals NWO, KNAW toegekende middelen worden gefinancierd; • contract research: de fte’s onderzoek die op basis van een met een

Expenditure: 1.651.780

83,64%

externe organisatie, zoals NWO, KNAW of de Europese Commissie,

323.081

16,36%

gesloten onderzoekscontract gefinancierd wordt met de door deze

1.974.861

100,00%

Direct funding (1)

3,27

92,11%

Research grants (2)

0,00

0,00%

Contract research (3)

0,00

0,00%

Other (4)

0,28

7,89%

3,55

100,00%

Personnel costs Other costs Total expenditure Sources

• other: de fte’s onderzoek die worden gefinancierd met middelen

Funding:

Total funding Beliefs

verkregen uit gemaakte afspraken met externe partijen, die niet onder de andere categorieën kunnen worden gebracht. In het kader van de prestatieafspraak met het Ministerie van OCW streeft het bestuur naar een aantal toegekende projecten en prijzen van 0,1 per fte onderzoek. In 2014 lopen de volgende 8 externe onderzoeksprojecten:

Funding: Direct funding (1)

6,44

80,63%

Research grants (2)

0,00

0,00%

Contract research (3)

0,00

0,00%

Other (4)

1,55

19,37%

7,98

100,00%

Direct funding (1)

4,39

63,53%

Research grants (2)

0,00

0,00%

Contract research (3)

0,00

0,00%

Other (4)

2,54

36,47%

6,93

100,00%

Practices

organisatie toegekende financiering;

Total funding

Beliefs: • Science and Religion in French-Speaking Africa, gefinancierd door Templeton World Charity Foundation.

Funding:

Total funding

52

• Onderzoeksproject C. van der Knijff, gefinancierd door de Gereformeerde Bond. • Onderzoeksproject drs. G.F. Willemsen, gefinancierd door de Gereformeerde Bond.

Jaarstukken 2014


Practices: • Onderzoeksproject dr. M.C.M. Klomp gefinancierd door Luthers Diaconessenhuis Fonds. • Onderzoeksproject drs. J. Gelderloos-Commandeur gefinancierd door de Maatschappij van Welstand. • Onderzoeksproject drs. J. Hage gefinancierd door de Luthers Diaconessenhuis Fonds. • Onderzoeksproject drs. P.M. Sonnenberg gefinancierd vanuit het Brandenburgfonds. • Onderzoeksproject B. van Hierden en M.J. Verburg, gefinancierd door Stichting Kerk en Wereld, PKN, PKA en Maatschappij van Welstand.

Dit leidt op basis van een totaal aantal fte onderzoek van 12,21 fte tot 0,74 extern project per onderzoeks fte. Daarmee kan worden geconcludeerd dat de doelstelling is behaald. Daarnaast lopen er acht duale PhD-trajecten, in samenwerking met Windesheim, Driestar Educatief, Christelijke Hogeschool Ede, Stichting Gereformeerde Hogeschool, de dienst Geestelijke Verzorging en Pastoraat van het UMC St Radboud en de dienstenorganisatie van de PKN. Naast het aantal toegekende projecten en beurzen heeft het College van Bestuur een streefwaarde vastgesteld met betrekking tot de inkomsten voor onderzoek uit tweede geldstroomfinanciering voor onderzoeksprojecten vallend onder de categorie ‘research grants’ als percentage van het totaal aantal onderzoeksinkomsten vastgesteld. De streefwaarde is 6%. Helaas lopen er in 2014 geen projecten in deze categorie.

Protestantse Theologische Universiteit

53


Hoofdstuk 5:

Postacademisch onderwijs en nascholing 5.1 Voortgezette nascholing van de Protestantse Kerk in Nederland

van harte welkom. Ten behoeve van de ontwikkeling van cursussen voor

Het postacademisch onderwijs van de PThU is nauw gelieerd aan de

dienstdoende predikanten en PThU-docenten, ondersteund door een

Voortgezette Nascholing (Permanente Educatie, ofwel PE) van de

coördinator en een secretaris. Deze commissie ontwikkelt aanbod, ziet toe

Protestantse Kerk in Nederland, omdat de PKN belangrijke delen van deze

op de kwaliteit van de PE-activiteiten en adviseert het College van Bestuur.

de nascholing is een PAO-commissie ingesteld, paritair bestaande uit

PE aan de PThU heeft toebedeeld. In april 2012 heeft de Protestantse Kerk besloten tot kerkordelijke verankering van de verplichting tot voortgezette

Het postacademisch onderwijs is gericht op predikanten en

nascholing voor predikanten. Doel van deze verplichting is behoud en

geestelijk verzorgers van zowel de Protestantse Kerk als van andere

doorontwikkeling van deskundigheid van predikanten gedurende de

kerkgenootschappen. Bepaalde cursussen zijn tevens voor kerkelijk

uitoefening van hun ambt. De eerste fase bestond al langer en wordt

werkers bedoeld.

nu de primaire nascholing genoemd. De volgende fases van de PE vallen uiteen in een aangestuurd deel en in een vrij deel, het zogenoemde open

5.4 Cursusaanbod, afname, deelnemers en evaluatie

erkend aanbod.

5.4.1 Primaire nascholing Deze fase vangt aan in het zesde jaar nadat betrokkene is bevestigd in

In 2014 zijn twee nieuwe reeksen aangeboden, en de twee reeksen van

het ambt van predikant en bestaat uit een op de persoon toegesneden

2013 beëindigd. Aan de twee nieuwe routes namen 46 predikanten

scholingsplan, gespreid over periodes van telkens vijf jaren. Deze

deel. De deelnemende predikanten hebben het opleidingsaanbod

nascholing wordt verantwoord in studiepunten, die door de commissie

duidelijk positief geëvalueerd.

voor de permanente educatie zijn toegekend aan door deze commissie beoordeelde scholingsactiviteiten.

5.4.2 Overig postacademisch onderwijs – aangestuurde deel (PE)

5.2 Primaire Nascholing van Predikanten (PNP) De primaire nascholing, die geheel door de PThU verzorgd wordt, bestaat

a. Cursusaanbod en -afname

uit een route van 7x3 opleidingsdagen. Deze route neemt 15 maanden 2014

2013

2012

48

25

33

Aantal afgenomen cursussen (%)

34 (71%)

19 (76%)

16 (48%)

Tenminste 75%

Aantal geannuleerde cursussen (%)

14 (29%)

6 (24%)

17 (52%)

Maximaal 25%

in beslag en is verplicht gesteld door de Protestantse Kerk in Nederland voor hen die na hun opleiding tot predikant voor een eerste termijn zijn aangesteld als predikant. Persoonlijke ontwikkeling in het nieuwe ambt van predikant, vakmatige en geestelijke vorming en training van specifieke onderdelen van de beroepsuitoefening vormen de hoofdbestanddelen

Aantal aangeboden cursussen

Streefwaarde

van het programma. Kern van het programma is de (wetenschappelijke) reflectie op de eigen positie en het eigen handelen. Predikanten van de

b. Deelnemers

Vrije Evangelische Gemeenten nemen ook deel aan deze PNP.

5.3 Overig Postacademisch Onderwijs Het overig postacademisch onderwijs wordt aangeboden in de vorm van cursussen. Zij vallen in het zogenoemde aangestuurde deel van de PE van de PKN, omdat dit gedeelte van de PE exclusief aan de PThU is toebedeeld.

2014

2013

2012

Streefwaarde

Predikanten die deelnemen in het kader van PE

508

307

212

500

Cursisten die niet deelnemen in het kader van PE

37

Totaal

545

37 307

249

Deelnemers uit andere kerkgenootschappen zijn overigens steeds ook

54

Jaarstukken 2014


c. Evaluatie Het eerste dat opvalt is dat het aantal deelnemers overeenkomt met de streefwaarde. Het is echter nog niet voldoende om het totale aantal predikanten dat in vijf jaar PE moet volgen bij de PThU te kunnen bedienen. De komende twee jaren moet een duidelijk groter aantal nog volgen. Inhoudelijk gezien zijn twee uitgangspunten van belang: enerzijds dient het aanbod van een goed theologisch vakmatig gehalte te zijn en anderzijds moet het aansluiten bij de werksituatie en de leefwereld van de doelgroep. In het bijzonder moet het te ontwikkelen aanbod inspelen op verschillende beginsituaties (niveaus) van de predikanten. Van het totaal van 545 deelnemers hebben 444 deelnemers (81%) een evaluatieformulier ingevuld. De evaluatie van de afgenomen cursussen laat het volgende beeld zien: Categorie

Aantal

Percentage

Uitstekend

102

23%

Goed

286

64%

Redelijk

56

13%

Slecht

0

0%

Uit de evaluaties blijkt bovendien dat een overgroot deel van de deelnemers deze als relevant tot zeer relevant voor zichzelf en het eigen functioneren als predikant of geestelijk verzorger ervaren. Over de evaluaties van de cursussen kan de PThU dus tevreden zijn.

Protestantse Theologische Universiteit

55


Hoofdstuk 6:

Maatschappelijke dienstverlening 6.1 Organisatie

Evenement

Omvang

Publiciteit

Een aanzienlijk deel van de wetenschappelijke staf is zichtbaar voor

Internationale conferentie

50 internationale gasten; 31 promovendi en 35 deelnemers aan het publieksdebat

Reformatorisch Dagblad, Nederlands Dagblad en Trouw

Noordmans Studiedag

40 gasten

Intern en universitaire samenwerkingspartners

Student Meet & Greet (vier edities)

80 gasten

Intern en faculteit GGL VU

Boekpresentatie ‘Worship in a Network Culture’ voor Marcel Barnard en Johan Cilliers

50 gasten

Reformatorisch Dagblad en Nederlands Dagblad

Comenius-conferentie

35 gasten uit Europa

Reformatorisch Dagblad en Nederlands Dagblad

Opening Academisch Jaar PThU in Utrecht

250 gasten

Reformatorisch Dagblad, Nederlands Dagblad, Christelijk Weekblad, Friesch Dagblad

Studentenfestival rond The Passion

74 gasten

Reformatorisch Dagblad, Nederlands Dagblad, Trouw, televisie

Diesviering en afscheid prof. dr. F.G. Immink als rector Overdracht rectoraat aan prof. dr. M.M. Jansen

250 gasten

Reformatorisch Dagblad, Nederlands Dagblad, Christelijk Weekblad, Friesch Dagblad, Schepper en Co, Groene Amsterdammer, Trouw, Telegraaf

Jan Taeke Bakker studiedag in Groningen

78 gasten

Symposium in verband met afscheid dr. A. van der Kooi te Groningen

136 gasten

Symposium over Apocalyps in Amsterdam

74 gasten

een breder publiek, middels lezingen bij symposia, jaarvergaderingen van politieke en maatschappelijke organisaties en binnen kerkelijke gemeenten. Een toenemend aantal stafleden treedt regelmatig op in de landelijke media. Daarnaast is een belangrijk deel van door de wetenschappelijke staf geschreven artikelen van populariserende aard. Teneinde kansen tot maatschappelijke profilering van de PThU optimaal te kunnen benutten zijn twee leden van de wetenschappelijke staf aangewezen als coördinatoren voor maatschappelijke dienstverlening. Voor de vestiging Amsterdam is aangewezen dr. P.H. Vos en voor de vestiging Groningen prof.dr. F. de Lange. Zij vormen een belangrijke schakel tussen enerzijds de wetenschappelijke staf en anderzijds de afdeling Communicatie die faciliterend optreedt met betrekking tot te organiseren evenementen.

6.2 Evenementen Het aantal evenementen sinds 2012 groeit gestaag. De PThU wil evenementen commerciëler inzetten zodat de universiteit meer ‘effect’ van deze evenementen heeft. Het daartoe door de communicatieadviseur opgestelde beleidsplan is door het bestuur vastgesteld. Onderdeel van het beleid is een onderscheid te maken tussen evenementen met een grote PR-waarde (Opening Academisch Jaar, Dies plechtigheid, evenementen zoals The Passion, maar ook bijvoorbeeld de Hendrik Kraemer Lezing, etc.) en evenementen met een kleinere PR-waarde. Op basis van dit onderscheid wordt de capaciteit van de inzet van de afdeling Communicatie bepaald. Hoe hoger de PR- en commerciële waarde, hoe groter de door de afdeling geleverde capaciteit. Een checklist helpt medewerkers bij het organiseren van een commercieel minder interessant evenement. Uiteraard blijft de afdeling Communicatie ondersteuning bieden op het gebied van PR, pers en uitnodigingen. In 2014 heeft de PThU een dertigtal evenementen georganiseerd, waar in totaal 2.120 gasten zijn verwelkomd. De voornaamste evenementen van 2014 zijn geweest:

56

Jaarstukken 2014


PTHU en The Passion Het evenement rond The Passion was een groot succes. • Het evenement kwam in de plaats van het Weekend van de Theologie, dat de PThU de afgelopen jaren had georganiseerd. In tegenstelling tot dit weekend was ‘PThU en The Passion’ bedoeld voor alle theologiestudenten, zowel bachelor als masterstudenten in binnen- en buitenland. Ook mocht men een introduce(e) meenemen, waar veel gebruik van is gemaakt. • Voor de buitenlandse studenten was een Engelstalig programma ontwikkeld, waaraan prof. Marcel Barnard een belangrijke bijdrage heeft geleverd. • Speciaal voor PThU en The Passion is een extra editie van relatiemagazine PThUnie uitgebracht. • Voor het eerst heeft de PThU een (kleine) financiële bijdrage gevraagd, waardoor de kosten van het evenement binnen de perken bleef en de ‘no-show’ beperkt was. • De PThU heeft veel media-aandacht kunnen genereren door onderzoeksactiviteiten te koppelen aan het evenement. Dr. Mirella Klomp heeft in overleg met de afdeling Communicatie een laagdrempelig artikel geschreven waarmee actief de landelijke media is opgezocht. Dit bleek een effectieve strategie die de universiteit in de toekomst vaker wil toepassen.

Protestantse Theologische Universiteit

57


Hoofdstuk 7:

Personeel en organisatie Bedrijfsvoering richt zich op ondersteuning en facilitering van de primaire

In dienst en uit dienst gedurende kalenderjaar 2014

processen van de universiteit: onderwijs, onderzoek en valorisatie. Daarbij draait het om mensen, huisvesting en voorzieningen. De PThU streeft

Wetenschappelijk personeel (excl. Student-assistenten)

naar een zodanige inrichting en bemensing van de ondersteunende organisatie, dat het niveau van huisvesting en geboden voorzieningen medewerkers en studenten in staat stelt in gezamenlijkheid en betrokkenheid op elkaar de ambities van de universiteit waar te maken.

7.1 Personeel

Ondersteunend en beheerspersoneel

Totaal

Fte

aantal

Fte

aantal

Fte

In dienst getreden

5,3

6

3

4

8,3

aantal 10

Uit dienst

6,2

9

4,4

5

10,6

14

Mensen vormen het hart van de organisatie van de PThU. In het

Op 26 september 2014 heeft de PThU afscheid genomen van dr. A. van

bijzonder de wetenschappelijke medewerkers van de PThU zijn het

der Kooi, als universitair docent Dogmatiek werkzaam aan de vestiging

kapitaal van de organisatie. Zij zijn van strategische waarde voor de

Groningen.

PThU. Maar bestuur, wetenschappelijk en ondersteunend personeel leveren gezamenlijk een bijdrage aan het tot stand brengen van de

In 2014 hebben drie drukbezochte oraties plaatsgevonden van prof.dr.

ambities van de organisatie. Deze ambities strekken zich uit over de

B. van den Toren, hoogleraar Interculturele Theologie aan de vestiging

primaire processen, onderwijs, onderzoek en valorisatie. Zo zijn de

Groningen, prof.dr. H. Zorgdrager, persoonlijk hoogleraar Systematische

reputatie van de PThU en de studentenwerving voor een groot deel

Theologie met bijzondere aandacht voor genderstudies aan de vestiging

afhankelijk van kwaliteit van onderwijs en onderzoek. De kwaliteit

Amsterdam en prof.dr. M.N. Walton, bijzonder hoogleraar Geestelijke

hiervan is ook bepalend voor de mate waarin de samenwerking met

Verzorging vanwege de Stichting Deo Volente aan de vestiging

de VU en de RUG slaagt. Optimaliseren van de kwaliteit van het

Groningen.

wetenschappelijk personeel vormt de spits van het HRM-beleid met Werkloosheidsuitkering

betrekking tot bevordering van de deskundigheid.

De werkloosheidsuitkeringen en de bovenwettelijke uitkeringen worden

7.1.1 Omvang en samenstelling personeel

ten laste gebracht van de universiteit. In 2014 hebben zestien personen

Op 31 december 2014 bedroeg de personeelsbezetting in totaal 65,93

een beroep gedaan op deze uitkering, waarmee een bedrag van

fte. De optelsom van de bezetting per programma en per vestiging wordt

€ 289 k is gemoeid. Hiervan komt € 165 k ten laste van de voorziening

vergeleken met de totalen van de jaren 2013, 2012 en 2011.

wachtgeld (11 personen) en € 123 k ten laste van de voorziening Reorganisatie (5 personen).

2014

58

2013

2012

Amsterdam

Groningen

Totaal

Totaal

Totaal

Hoogleraren

6,5

5,8

12,3

11,5

12,60

U(H)D

9,6

6,9

16,5

18,4

20,80

Onderzoekers

2,6

1

3,6

2

2,60

Docenten

3,25

1,2

4,45

4,45

6,21

Promovendi

3,1

3,1

6,2

9,2

11,20

SA

0,52

0,27

0,79

1,68

1,68

Overig WP

1,3

-

1,3

1,00

0,50

OBP

18,39

2,4

20,79

21,19

22,75

Totaal

45,26

20,67

65,93

69,42

78,34

Dit aantal is een direct gevolg van de reorganisatie en het daaraan verbonden sociaal plan.

7.1.2 Personeelsbeleid Speerpunten binnen het personeelsbeleid vormen het talentbeleid, diversiteitsbeleid – in het bijzonder de verhouding man-vrouw - en de leeftijdsopbouw van het personeel.

Jaarstukken 2014


Talentbeleid

Wetenschappelijk personeel

De PThU streeft naar behoud van een kwalitatief goede onderwijs- en onderzoekstaf. De PThU wil talenten op het gebied van onderzoek

Leeftijd

extra stimuleren. Een van de manieren waarop hier invulling aan wordt gegeven is het aanbieden van tenure tracks. Een andere wijze

Hoogleraar/ bijzonder hoogleraar

35-44 jaar

onderzoekers te binden aan de PThU, hetzij op basis van een volledig

45-54 jaar

4

55+

17

Totaal

21

medefinanciering door externe partijen. In 2014 is met betrekking tot twee medewerkers een tenure

UD

Docent

Onderzoeker

Totaal

1

1

25-34 jaar

van invulling is het creĂŤren van financiĂŤle ruimte om jonge (promotie) door de PThU gefinancierde aanstelling, hetzij door middel van

UHD

4

1

1

6

7

1

1

13

2

8

4

2

19

6

31 3

51

Promovendi en studentassistenten

track succesvol afgerond. Dit heeft geleid tot bevordering van een wetenschappelijk medewerker tot persoonlijk hoogleraar. De tweede wetenschappelijke medewerker is na een succesvolle beoordeling benoemd als universitair docent. In 2014 zijn negen jonge onderzoekers verbonden aan de PThU die op basis van medefinanciering door een externe organisatie werkzaam zijn.

Leeftijd

Promovendus

Student-assistent

Totaal

2

2

3

11

<25 jaar 25-34 jaar

8

35-44 jaar

1

1

45-54 jaar Totaal

9

5

14

Ondersteunend personeel Verhouding man/vrouw Bij de PThU is de verhouding man/vrouw in het personeelsbestand vooralsnog niet in balans. Het aantal vrouwen in met name wetenschappelijk hogere functies (universitair hoofddocent en hoogleraar) is naar verhouding laag. In het kader van een meer evenwichtig personeelsbestand streeft de PThU naar meer benoemingen van vrouwen in hogere wetenschappelijke functies. Positief is dat de PThU er in is geslaagd in 2014 een vrouwelijke hoogleraar Nieuwe Testament te benoemen.

Leeftijd

Aantal OBP

<25 jaar

1

25-34 jaar

9

35-44 jaar

8

45-54 jaar

10

55+ jaar

5

Totaal

33

Ten aanzien van het wetenschappelijk personeel valt op dat categorie 55+ hoog scoort. Deze percentages maken duidelijk dat in de komende

Leeftijdopbouw

tien jaar een groot deel van de wetenschappelijke staf zal uitstromen

De leeftijdsopbouw van het personeel zag er per 31 december 2014 als

in verband met emeritaat. Bij de ontwikkeling van het HRM-beleid

volgt uit:

voor de komende jaren en bij de uitvoering van het wervingsbeleid zal een meer evenwichtige verdeling van de leeftijdsopbouw van de wetenschappelijke staf inzet zijn. Docentkwaliteit Binnen de reeks van streefdoelen in het kader van de prestatieafspraak vormt de docentkwaliteit een speerpunt. Op peildatum december

Protestantse Theologische Universiteit

59


2014 bezitten bijna alle docenten (82%) een BKO (Basis Kwalificatie

Het totale verzuim is in 2014 gelijk gebleven vergeleken met 2013. Bij

Onderwijs) certificaat.

het OBP is echter sprake van een toename, gedeeltelijk te verklaren door een aantal langdurig zieken. De verwachting is dat deze situaties zich

Van de docenten volgt 5% momenteel het BKO opleidingsprogramma

in 2015 oplossen. De verzuimfrequentie (het aantal keer dat men zich

en 13% van het WP heeft dispensatie voor de opleiding (in verband

gemiddeld ziek meldt per jaar) is verminderd.

met het spoedig bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd of het niet hebben van een onderwijstaak). Het streefcijfer volgens de

7.2 Huisvesting en voorzieningen

prestatieafspraak is 75, dit is dus ruimschoots gehaald.

De PThU streeft naar een niveau van huisvesting en voorzieningen ten behoeve van onderwijs, onderzoek en ondersteunende diensten dat

Er zijn ook prestatieafspraken gemaakt ten aanzien van de SKO (een

medewerkers en studenten in staat stelt de ambities van de universiteit

senior kwalificatie onderwijs). In 2012 beschikte 1 UHD over deze

waar te maken. Daarbij benut de PThU de mogelijkheden die inbedding

kwalificatie. De PThU wil toe naar een situatie dat een viertal leden van

in de Vrije Universiteit respectievelijk Rijksuniversiteit Groningen biedt.

de wetenschappelijke staf over een SKO certificaat beschikt; in 2013 is

Daartoe heeft de PThU samenwerkingsovereenkomsten gesloten

hiertoe beleid gemaakt. Op de peildatum 31 december 2014 beschikken

met deze universiteiten op de gebieden van huisvesting en facilitaire

2 WP-ers (een UHD en een hoogleraar) over een SKO. In 2015 zullen

dienstverlening. Uitgangspunt bij het sluiten van deze overeenkomsten

er nog 2 opleidingstrajecten worden gestart in samenwerking met het

was dat de huisvestingsmogelijkheden en de faciliteiten en

opleidingscentrum van de VU.

voorzieningen van de Vrije Universiteit en de Rijksuniversiteit Groningen worden benut voor zover de eigen identiteit van de PThU herkenbaar

Het voldoende beheersen van de Engelse taal is ook een indicator

blijft voor haar medewerkers en studenten.

voor de onderwijskwaliteit; zeker gezien de Engelstalige master van de PThU. In 2013 is hiertoe een plan van aanpak opgesteld. De doelgroep

7.2.1 Huisvesting

(genoemd in de prestatieafspraken) waren 14 docenten; 11 van hen hebben het gevraagde niveau behaald (79%) en een drietal (21%) zal in

Amsterdam – Vrije Universiteit (VU)

2015 scholing volgen.

In mei 2014 heeft in Amsterdam de overdracht plaatsgevonden van de huisvesting PThU van Antea Groep naar de VU. Tijdens de bijeenkomst

7.1.3 ARBO

waarbij de overdracht is geformaliseerd zijn de laatste restpunten

De werkplekken op de locaties Amsterdam en Groningen zijn

naar aanleiding van de verbouwing en inrichting geïdentificeerd en

ARBO-technisch gefaciliteerd met in hoogte verstelbare bureaus en

zijn afspraken gemaakt over het wegwerken hiervan. De begeleiding

bureaustoelen.

van verbouwing en inrichting door Antea Groep voor de vestiging Amsterdam is daarmee tot een einde gekomen. Dit betekent dat voor

Ziekteverzuim (exclusief zwangerschapverlof)

werkzaamheden betreffende onderhoud en reparaties de PThU kan terugvallen op de daarvoor afgesloten samenwerkingsovereenkomst

2014

2013

2012

Ziekteverzuimpercentage personeel

3,95

3,93 %

6,9%

Ziekteverzuimpercentage WP

1,92

2,69%

5,9 %

Ziekteverzuimpercentage OBP

8,54

6,66%

9,8%

Gemiddelde verzuimfrequentie

0,67

0,84

1

met de VU. Vanuit de VU Facilitaire Campus Organisatie is een accountmanager aangewezen die periodiek overleg voert met de PThU. Groningen – Rijksuniversiteit Groningen (RUG) De overdracht van het beheer en onderhoud van het PThU-gebouw van de vestiging Groningen naar de RUG heeft in oktober 2014

60

Jaarstukken 2014


plaatsgevonden. Het Facilitair Bedrijf van de RUG levert op basis van de

De collectie oude drukken, negentiende-eeuwse handschriften en

overeengekomen dienstverleningsovereenkomst met de PThU diensten,

bijzondere werken van de PThU kreeg een vaste plek in het depot van

zoals beveiliging en technisch onderhoud. Tevens is het beheer en

de afdeling Bijzondere collecties van de VU-bibliotheek. Dit beveiligde

onderhoud van het pand toevertrouwd aan het Facilitair Bedrijf RUG.

depot is voorzien van goede klimaatbeheersing. De PThU-collectie oude

Daartoe is door het Facilitair Bedrijf een uitgebreide rapportage opgesteld

drukken etc. heeft een omvang van ruim 3.600 titels.

die na afstemming met de PThU als basis is genomen voor het meerjaren onderhoudsplan. Afstemming tussen PThU en het Facilitair Bedrijf RUG

De omvang van de collectie is in 2014 verder gedaald, ondanks de

vindt plaats door middel van periodiek overleg tussen de manager

aanwas van nieuw aangeschafte boeken. Oorzaak is een verfijnde

bedrijfsvoering van de PThU en een accountmanager van de RUG.

deselectie van de collectie boeken en tijdschriften, ondergebracht in het tijdelijke depot te Almere. Eind 2014 bevond zich in dit depot nog bijna

7.2.2 Bibliotheek

650 meter boeken, tijdschriften en archieven (van de oorspronkelijke

De universiteitsbibliotheek ondersteunt het onderwijs en onderzoek aan

2.500 strekkende meter). In 2015 zal ruim 100 meter worden

de PThU door het beschikbaar stellen van wetenschappelijke literatuur

overgebracht naar het depot in Amsterdam en ruim 300 meter naar het

aan medewerkers en studenten. Naast eigen collecties in Amsterdam en

depot in Groningen.

Groningen maakt de bibliotheek gebruik van de (digitale) collecties van de universiteitsbibliotheken van VU en RUG. De bibliotheek fungeert

Een andere oorzaak is het opschonen van de studiezaalcollectie op de

veelvuldig als vraagbaak voor medewerkers en studenten om boeken en

vestiging Groningen. De uit de collectie verwijderde boeken zullen net

tijdschriftartikelen te zoeken, te vinden en te leveren.

als in 2013 overgedragen worden aan de Stichting Library Development Indonesia.

Collectie Omvang van de bibliotheekcollectie PThU op 31 december 2014:

In november 2014 vonden gesprekken plaats over de opname van een kleine, maar waardevolle collectie boeken en tijdschriften van het aan

2014

2013

Verschil ten opzichte van 2013

Boektitels

100.248

102.517

-2.269

Banden

152.000 (*)

176.687

-24.311

Tijdschrifttitels

2.932

2.940

-8

Banden

26.622

26.700

-78

Lopende abonnementen

257

262 (**)

-5

de PThU verbonden Seminarium van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten. Afgesproken werd dat de collectie in bruikleen wordt gegeven aan de PThU. Begin 2015 is begonnen met het catalogiseren van de boeken en tijdschriften. Sinds 2012 neemt de bibliotheek deel aan het digitaliseringsproject Protestants Debat in samenwerking met de bibliotheken van Vrije Universiteit, Theologische Universiteit Kampen, Theologische Universiteit

(*) schatting

Apeldoorn en de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten

(**) waarvan 28 volledig elektronisch

te Rotterdam. Ruim 4.800 brochures uit de periode 1840-1950 afkomstig uit de PThU-collectie zijn gedigitaliseerd. In 2014 kwamen de brochures

Een deel van de bibliotheekcollectie is gehuisvest op beide studiezalen

van de PThU retour van de Koninklijke Bibliotheek (KB) en ontving de

van de PThU te Amsterdam en Groningen. Het betreft vooral

bibliotheek een harde schijf met de gedigitaliseerde bestanden. De

naslagwerken, woordenboeken, commentaren en recent verschenen

verwachting is dat deze in 2015 fulltext voor iedereen beschikbaar

wetenschappelijke literatuur. Het totaal aantal titels op beide studiezalen

komen via Delpher, de database met miljoenen gedigitaliseerde teksten

bedraagt ca. 20.000.

uit Nederlandse publicaties, ontwikkeld door de KB.

Protestantse Theologische Universiteit

61


Daarnaast heeft de bibliotheek op verzoek van de VU-bibliotheek een

in principe gestopt met het grootschalig inbinden van jaargangen

aantal jaargangen van de kerkelijke bladen De Bazuin (1853-1862)

tijdschriften. Dat maakte het mogelijk het bedrag voor bindwerk op de

en De Heraut (1861-1862) in bruikleen gegeven ten behoeve van

begroting voor andere doeleinden te gebruiken.

digitalisering. Dienstverlening Om eigen publicaties, zoals proefschriften, redes, artikelen en

Dienstverlening bibliotheek PThU 2014

scripties digitaal beschikbaar te stellen heeft de bibliotheek in 2014 2014

de bibliotheek van de RUG benaderd om een digitaal depot, een zogeheten repository, voor de PThU te faciliteren. De RUG is bereid om voor de PThU deze dienst te verlenen. In een later stadium sloten de Theologische Universiteiten van Kampen en Apeldoorn zich bij dit project aan. Daardoor konden de ontwikkelkosten worden gedeeld. De technische inrichting van de repository liep echter vertraging op. De oplevering van de repository staat gepland voor voorjaar 2015. Kosten bibliotheek PThU in 2014 (in €):

2013

Aantal uitgeleende titels

3.470

3.079

Aantal verlengingen uitgeleende titels

11.281

10.819

Aantal zoekacties digitale bestanden

2.797

1.056

Aantal artikelen in elektronische vorm geraadpleegd

985

340

Aantal ingediende aanvragen bij andere bibliotheken

229

199

Aantal gehonoreerde aanvragen van PThU door andere bibliotheken

210

173

Aantal aanvragen door andere bibliotheken

149

219

Aantal gehonoreerde aanvragen van andere bibliotheken door PThU

128

169

Begroting 2014

Rekening 2014

Rekening 2013

Het is verheugend te constateren dat zowel het gebruik van de

Aanschaf boeken, tijdschriften en elektronische bestanden

121.000

110.410

97.506

fysieke collectie als de digitale collectie in 2014 is gestegen. De

Bindwerk

4.500

-

28

Overige kosten

2.000

1.432

3.189

Totaal

127.500

111.842

100.723

Huur depot en werkruimte Almere en transport boeken van Almere naar Amsterdam

6.418

20.287

-

Totaal

133.918

132.129

studentwerkplekken op de beide studiezalen zijn dagelijks vrijwel volledig bezet en van de kwalitatief goede studiezaalcollecties wordt door zowel studenten als medewerkers intensief gebruik gemaakt. Naast de eigen voorzieningen kunnen medewerkers en studenten volop gebruik maken van de collecties (fysiek en digitaal) van de bibliotheken van VU en RUG. Het aanschafbeleid van de bibliotheek is primair gericht op het

De overschrijding van de kosten voor huur van het tijdelijke depot

onderwijs en onderzoek van de PThU. In 2011 zijn ten behoeve van het

en een werkruimte bij Hulshoff Archiefbeheer in Almere en de

aanschafbeleid collectieprofielen opgesteld en afgestemd op het beleid

transportkosten van boeken van Almere naar Amsterdam zijn eenmalig

van VU en RUG. In 2015 zullen deze profielen geëvalueerd worden en

ten laste van het reguliere bibliotheekbudget gebracht. Oorzaak is een

waar nodig aangepast. De eindigheid van de beschikbare plankruimte

te lage raming van de kosten. De totale kosten blijven echter binnen de

maakt het wenselijk wetenschappelijke literatuur meer en meer in

begroting voor 2014.

digitale vorm aan te schaffen en beschikbaar te stellen, mits langdurige toegang – ook van uit huis – gegarandeerd blijft. Van belang is om

Het College van Bestuur heeft ingestemd met het voorstel van de

te melden dat in 2014 constructieve gesprekken gevoerd zijn met de

bibliotheek- en archiefcommissie om het budget voor bindwerk met

directies van de bibliotheken van VU en RUG over continuering van de

ingang van 2015 eveneens te bestemmen voor digitalisering van unieke

thuistoegang van hun digitale collecties voor PThU-medewerkers en

en kwetsbare documenten uit de collectie. Met ingang van 2013 is

-studenten.

62

Jaarstukken 2014


De bibliotheek biedt al jaren toegang tot omvangrijke elektronische

het International Baptist Theological (IBTS) Study Centre, sinds medio

bestanden met tijdschriftenartikelen. Naast de eigen medewerkers

2014 gevestigd in Amsterdam, is gesproken over mogelijkheden voor

en studenten kan ook buitenpromovendi toegang verleend worden

samenwerking. Afgesproken is dat studenten van het IBTS Centre

tot deze bestanden. De aanschaf van bestanden met e-books is in

Amsterdam gebruik mogen maken van de bibliotheekvoorzieningen

voorbereiding. Daarbij wordt waar mogelijk samengewerkt met VU en

van de PThU. De IBTS Library heeft aangegeven geïnteresseerd te zijn

RUG. Een goed voorbeeld is de samen met de Faculteit Godgeleerdheid

in deelname aan het consortium van vijf theologische bibliotheken en

van de VU aangeschafte licentie op de nieuwste versie van het veel

instellingen voor de gezamenlijke inkoop van elektronische bestanden

gebruikte programma Bible Works 9. Zowel PThU als VU beschikten

bij EBSCO. De bibliotheek van de PThU is penvoerder van dit consortium.

over oudere, niet meer onder Windows 7 werkende, versies. Zowel de eenmalige aanschafkosten als de jaarlijkse licentiekosten worden 50/50

De bibliotheek van de PThU is lid van en neemt deel aan de activiteiten

gedeeld.

van het Overleg Post en Archiefzaken Universiteiten (PAZU), de Werkgroep Speciale Wetenschappelijke Bibliotheken (WSWB) en de

In 2014 is een start gemaakt met nieuw beleid rond zorgvuldig beheer

Vereniging voor het Theologisch Bibliothecariaat (VThB).

en veilige opslag van onderzoeksdata, zowel tijdens het doen van onderzoek als het archiveren van data na afloop van het onderzoek. Dit

Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Stichting Library

onderwerp is mei 2014 door de Commissie Wetenschapsbeoefening

Development Indonesia (LDI) vond op vrijdagmiddag 12 december

(CWB) op de agenda gezet. In samenwerking met de directeur

2014 te Amsterdam het symposium ‘De toekomst van de theologische

bedrijfsvoering is een notitie beheer en opslag onderzoeksgegevens

bibliotheek’ plaats. De bijeenkomst werd georganiseerd in

geschreven. Vervolgens is door het hoofd bibliotheek op verzoek van de

samenwerking met de bibliotheek van de PThU. Een gezelschap van

CWB een richtlijn omgaan met privacygevoelige gegevens opgesteld.

ruim 35 personen woonde de feestelijke middag bij en luisterde naar

Daarnaast is overleg geweest met de data librarian van de VU over

bijdragen van mw. prof.dr. M.M. Jansen (rector PThU), mw. H. Putong

mogelijkheden voor de PThU om gebruik te mogen maken van de

MA (bibliothecaris STT Jakarta en bestuurslid Forum of Asian Theological

deels nog bij de VU in ontwikkeling zijnde faciliteiten voor opslag

Librarians), dr. A. Ipenburg (voorzitter Stichting LDI), drs. G.D. Harmanny

van onderzoeksdata. De PThU is voornemens vanaf 2015 van de VU

(bibliothecaris TU Kampen, voorzitter VThB en de Europese vereniging

diensten op het gebied van datamanagement af te nemen. Het hoofd

BETH) en drs. J.W. Puttenstein (hoofd bibliotheek PThU). Dr. A. Hoekema

bibliotheek heeft in het kader van deskundigheidsbevordering de cursus

(oud-universitair hoofddocent VU) leidde de discussierondes in goede

Essentials 4 Data Support van Research Data Netherlands gevolgd.

banen. De zeer geslaagde middag werd afgesloten met een receptie aangeboden door de PThU.

Externe contacten Sinds 1 januari 2014 is de bibliotheek officieel deelnemer aan

Archief

AdamNet, het netwerk van ruim 30 Amsterdamse bibliotheken.

In het vorige jaarverslag werd nog gemeld, dat naar verwachting de

De bibliotheekcatalogus is vanaf die datum opgenomen in de

inventarisatie van het archief van de Theologische Universiteit Kampen

groepscatalogus van AdamNet. Hierdoor krijgt de bibliotheek meer

uit de periode 1854-2006 in 2014 afgerond kon worden. Helaas is

bekendheid in de regio Amsterdam. Dit heeft geleid tot een toename

dat mede door de omvang en complexiteit van het archief niet gelukt.

van het aantal leners uit Amsterdam e.o.

De definitieve afronding is nu voorzien voor najaar 2015. In mei 2014 gaven de Kamper gemeentearchivaris en de projectleider voor de

De bibliotheek blijft waar mogelijk samenwerken met de bibliotheek

verbouw en inrichting van de Van Heutszkazerne als nieuwe locatie

van de Theologische Universiteit Kampen. Met de bibliothecaris van

van het gemeentearchief te kennen, dat zij geen mogelijkheden meer

Protestantse Theologische Universiteit

63


zagen om een zestal portretten en antiek meubilair van de PThU te

Tenslotte wordt gewerkt aan een voorstel voor digitale afhandeling van

plaatsen in de ruimten, die voor het gemeentearchief waren bestemd,

inkoopfacturen binnen de PThU. Naast een aantal doelmatigheidsslagen

dit ondanks eerdere toezeggingen. Als reden werd aangegeven, dat

binnen de afdeling FEZ zal dit ook bijdragen aan het meer grip krijgen

het gemeentearchief minder ruimte krijgt toebedeeld dan aanvankelijk

op de inkoopfacturen en het inzicht in kosten. Implementatie is voorzien

verwacht en de binnenhuisarchitect geen mogelijkheden zag om de

in 2015.

schilderijen en meubelstukken in het ontwerp een plek te geven. In samenspraak met de voorzitter van de bibliotheek- en archiefcommissie

7.2.4 Communicatie

worden alternatieve voorstellen ontwikkeld. De Stichting Kampen 1854

Actualiseren website

is eveneens gevraagd hierin mee te denken.

In de zomerperiode van 2014 is de website inhoudelijk geactualiseerd. Echter, het ontwerp van de website is reeds vier jaar oud en toe aan

Bibliotheek- en Archiefcommissie

vernieuwing. In het bijzonder zal gewerkt worden aan het meer

De Bibliotheek- en Archiefcommissie kwam in 2014 driemaal bijeen,

dynamisch maken van de site. In het resterende deel van 2014 is

op 25 februari (Amsterdam), 13 juni (Groningen) en 6 november

in overleg met de websitebouwer van de PThU onderzocht hoe de

(Amsterdam). Belangrijkste gespreksonderwerpen waren de verdeling

modernisering kan worden doorgevoerd. Implementatie wordt voorzien

van het bibliotheekbudget en de beschikbaarheid van voldoende

in 2015.

studentwerkplekken en printfaciliteiten. Over dit laatste onderwerp is ook overleg geweest met de Universiteitsraad. Verder kreeg de noodzaak

Updaten onderzoekspaginaâ&#x20AC;&#x2122;s

van blijvende toegang tot de elektronische bestanden van VU en RUG

Met het oog op sterkere profilering van wetenschappelijke medewerkers

speciale aandacht van de commissie.

van de PThU werkt de afdeling Communicatie in samenwerking met de wetenschappelijke stafleden aan het opnieuw vormgeven en

In de vergadering van 13 juni werd afscheid genomen van student-lid

updaten van de onderzoekspaginaâ&#x20AC;&#x2122;s. Streven was dit voor het begin

K. Douwes (Groningen) in verband met zijn afstuderen.

van het nieuwe collegejaar 2014-2015 af te ronden. Dit is echter nog niet gerealiseerd. Met de nieuwe voorzitter van de Commissie

7.2.3 ICT-voorzieningen

Wetenschapsbeoefening is in het najaar van 2014 afgestemd om met

Een aantal voor de bedrijfsvoering en onderwijsorganisatie van de

name het proces van aanleveren en onderhouden van de informatie uit

PThU cruciale applicaties heeft een update ondergaan. Het gaat hierbij

de diverse onderzoeksgroepen te organiseren.

om Blackboard (Elektronische Leeromgeving), DECOS (document management system) en OSIRIS (studievolgsysteem).

Corporate brochure In de in 2014 verschenen corporate brochure wordt in het bijzonder

Voor wat betreft het regelen van een goede afstemming tussen PThU

ingezoomd op het combineren van onderwijs en onderzoek bij de

en het Universitair Centrum IT van de VU onderhoudt de PThU contact

PThU. Deze brochure is in oktober 2014 gestuurd naar alle predikanten

met de accountmanager IT van de VU. Met name de ondersteuning

in Nederland, studieadviseurs van christelijke middelbare scholen

vanuit de VU voor de applicaties die de PThU gebruikt, maar die niet tot

(vwo/gymnasia) en docenten godsdienst/levensbeschouwing van

de standaard applicaties van de VU behoren (bijvoorbeeld DECOS), is

die scholen. Bij de brochure is een affiche meegestuurd waarop de

kwetsbaar. Daar komt bij dat de VU intern bezig is met de uitvoering van

bachelorvoorlichtingsdagen van de PThU worden vermeld. Ook voor

een ingrijpende reorganisatie op het terrein van bedrijfsvoering. Deze

kerken is een aansprekende poster ontwikkeld. Het streven is dat in elke

heeft invloed op goede afstemming in de uitvoering van werkzaamheden

gemeente van de Protestantse Kerk van Nederland een PThU-poster

voor updates en afhandeling van klachten in verband met storingen.

komt te hangen.

64

Jaarstukken 2014


PThUnie Het vernieuwde corporate magazine PThUnie krijgt steeds meer (gratis) abonnees. De PThUnie is sinds april 2014 ook als doorbladerbaar pdf op de website te vinden, zodat de nieuwe edities ook via Twitter en Facebook kunnen worden uitgezet. De waardering voor de inhoud van de PThUnie is in elk geval groot, zeker nu de redactie met themanummers werkt. Domineeworden.nl Met de PKN is de universiteit in gesprek om het initiatief domineeworden.nl te herpositioneren. Dit was een initiatief van prof.dr. Gerrit de Kruijf. Deze overleed in 2013. Domineeworden.nl heeft dan ook om begrijpelijke redenen een tijd stil gelegen. In deze samenwerking slaan kerk en universiteit de handen ineen om het beroep van predikant te positioneren (pullstrategie). Hierbij wil de universiteit actief gebruik maken van predikanten en kerkelijk werkers in de communicatie naar jongeren en overige geïnteresseerden toe (‘de vijver verdiepen’). Een werkgroep is reeds geformeerd en een eerste overleg heeft plaatsgevonden; een tweede staat gepland. Vocaal Theologisch Ensemble Eind 2013 heeft de afdeling Communicatie in samenwerking met het aan de universiteit verbonden Vocaal Theologen Ensemble en het Boekencentrum in Zoetermeer een dubbel-cd geproduceerd met liederen uit het Nieuwe Liedboek. In 2014 is de tweede druk van deze cd uitgekomen en met dank aan de ISK is de cd onder alle predikanten in Nederland verspreid. Dit heeft geleid tot veel positieve reacties en wederom media-aandacht en naamsbekendheid voor het VTE en daarmee de PThU.

Protestantse Theologische Universiteit

65


66

Jaarstukken 2014


Jaarrekening

Protestantse Theologische Universiteit

67


Balans PThU per 31‐12‐2014 Balans

31‐12‐2014

(bedragen in euro's x 1.000) 31‐12‐2014

Activa Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa

1.1

Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen

1.3

1.2

1.4

8.133,9 1.750,0 988,2 2.191,6

Totaal activa

31‐12‐2013

9.883,9

3.179,9

8.329,8 2.750,0 1.104,2 500,1

13.063,8

11.079,8

1.604,3 12.684,1

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Kortlopende schulden Totaal passiva

68

2.1 2.2 2.3

5.613,2 4.731,0 2.719,6

13.063,8 13.063,8

4.233,6 5.745,9 2.704,6

12.684,1 12.684,1

Jaarstukken 2014


Staat van baten en lasten PThU per 31‐12‐2014 Staat van baten en lasten

2013

(bedragen in euro's x 1.000) Rekening 2014

Baten

Begroting 2014

Afwijking

Rekening 2013

Rijksbijdragen

3.1

8.609,3 8.491,6 117,8 8.894,4

Bijdrage PKN

3.2

318,2 200,0 118,2 188,4

College‐ en examengelden

3.3

522,3 500,0 22,3 577,2

Deelnemersbijdragen

3.4

138,0 120,0 18,0 138,6

Baten werk in opdracht van derden

3.5

464,0 351,2 112,8 376,6

Overige baten

3.6

Totaal baten

617,6 78,4 539,2 110,9 10.669,4 9.741,1 928,3 10.286,1

Lasten Personeelslasten

4.1

5.501,9 6.028,1 526,3 6.281,0

Afschrijvingen

4.2

384,3 399,0 14,7 366,1

Huisvestingslasten

4.3

1.046,0 975,0 71,1‐ 1.113,3

Overige lasten

4.4

2.445,8 2.432,3 13,5‐ 3.501,4

Totaal lasten

9.378,0 9.834,4 456,4 11.261,7

Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten Resultaat

1.291,4 93,3‐ 1.384,7 975,6‐ 5

88,1 93,3 5,2‐ 214,6 1.379,5 0,0 1.379,5 761,1‐

Toelichting resultaat: Het resultaat over 2014 bedraagt € 1.379k positief. Dit positieve resultaat wordt gedeeltelijk veroorzaakt door incidentele baten uit de verkoop van een gedeelte van de panden in Kampen ad € 455k (overige baten), een extra bedrag aan Rijksbijdrage van € 118k en een vrijval van € 794k uit de Reorganisatievoorziening voor die onderdelen waarvan de werkingsduur volgens het Sociaal Plan is verstreken. Daartegenover staan incidentele lasten in verband met een extra dotaties aan de voorzieningen, waarvan de dotatie aan de voorziening oud‐hoogleraren ad € 286k en de voorziening WW ad € 230k de belangrijkste posten zijn. Hierdoor kom het incidentele resultaat over 2014 uit op € 725k. Het resultaat uit reguliere bedrijfsvoering is met name ontstaan uit hogere baten uit PE/PKN € 118k, baten in opdracht van derden € 113k, hogere collegegelden € 40k en overige baten € 84k. Verder is het totaalresultaat positief beïnvloed door met name een voordeel van € 368k op de salarislasten, te verklaren door het niet of later invullen van aanwezige vacatures binnen de begroting en door het vrijvallen van de geraamde kosten voor eventuele CAO‐effecten omdat de nieuwe CAO vanaf 2015 ingaat. De huisvestingslasten zijn negatief beïnvloed door een nagekomen post van technisch beheer werkzaamheden van locatie Groningen. De afschrijvingen en overige lasten liggen grotendeels in de lijn van de begroting. Hierdoor komt het resultaat uit regulier bedrijfsvoering uit op € 655k.

Protestantse Theologische Universiteit

69


Kasstroomoverzicht per 31‐12‐2014 Kasstroomoverzicht

(bedragen in euro's x 1.000)

Kasstroom uit operationele activiteiten Resultaat vóór financiële baten en lasten Aanpassingen voor: ‐ afschrijvingen ‐ mutaties voorzieningen ‐ mutatie vorderingen excl. vorderingen rente ‐ mutatie schulden

384,3 1.014,9‐ 115,9 15,0

Kasstroom uit bedrijfsoperaties Ontvangen interest Betaalde interest / kosten

Rekening 2014

Rekening 2013

1.291,4

975,6‐

499,6‐

366,1 715,8‐ 44,6‐ 291,8‐

791,8 98,8 10,7‐

Totaal kasstroom uit operationele activiteiten

88,1

686,1‐ 1.661,8‐

226,6 12,0‐

879,9

214,6 1.447,2‐

Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in materiele vaste activa Desinvesteringen in materiele vaste activa boekwaarde Investeringen in financiele vaste activa Waardevermindering financiële vaste activa Desinvesteringen in financiele vaste activa

188,4‐ ‐ ‐ ‐ 1.000,0

Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten

199,7‐ 839,3 ‐ ‐ 500,0 811,6

1.139,6

Kasstroom uit financieringsactivteiten Nieuw opgenomen leningen Aflossing langlopende leningen

‐ ‐

‐ ‐

Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten

‐

‐

Mutatie liquide middelen

1.691,5

307,6‐

Liquide middelen per 1 januari Liquide middelen per rapportagedatum

500,1 2.191,6

807,7 500,1

Mutatie liquide middelen

1.691,5

307,6‐

70

Jaarstukken 2014


Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 1. Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening De jaarrekening is opgesteld conform de richtlijnen van de Regeling Jaarverslaggeving onderwijs en overeenkomstig de verslaggevingsvoorschriften en bepalingen zoals weergegeven in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Tevens is Richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving gevolgd. In deze richtlijn zijn voor de sector presentatie‐, waarderings‐ en verslaggevingsvoorschriften opgenomen. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij betreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld, worden de activa en passiva gewaardeerd volgens het kostprijsmodel. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De bedragen in de tabellen worden gepresenteerd in duizenden euro's. Als gevolg van afrondingen zijn in sommige gevallen geringe verschillen ontstaan. Deze verschillen tasten het getrouwe beeld van de jaarrekening niet aan en zijn geen belemmering voor het verkrijgen van het vereiste inzicht.

Financiële instrumenten Algemeen Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten, zoals vorderingen en schulden, als financiële derivaten verstaan. In de toelichting op de op de onderscheiden posten van de balans wordt de reële waarde van het betreffende instrument toegelicht als die afwijkt van de boekwaarde. Indien het financiële instrument niet in de balans is opgenomen wordt de informatie over de reële waarde gegeven in de toelichting onder de ‘Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’. De PThU heeft als beleid om geen financiële derivaten te gebruiken. Voor de grondslagen van primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost. Kredietrisico Het kredietrisico ten aanzien van de overige vorderingen van de PThU is beperkt aangezien de grootste vorderingen debiteuren met een hoge betrouwbaarheid betreffen. Reële waarde De reële waarde van de meeste in de balans verantwoorde financiële instrumenten, waaronder vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan. De reële waarde van de overige in de balans verantwoorde financiële instrumenten wijkt niet materieel af van de boekwaarde.

2. Waarderingsgrondslagen Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname. Afschrijving vindt lineair plaats op grond van vastgestelde afschrijvingstermijnen: gebouwen en verbouwingen 3,3% Inventaris 10,0% computerapparatuur en software 25,0% overige apparatuur 20,0% Materiële vaste activa die niet meer in gebruik is, wordt gewaardeerd tegen de kostprijs of de lagere opbrengstwaarde. Een materieel vast actief wordt niet langer in de balans opgenomen na vervreemding of indien geen toekomstige prestatie‐eenheden van het gebruik of vervreemding te verwachten zijn. Voor de kosten van periodiek groot onderhoud wordt een voorziening gevormd. Deze voorziening is opgenomen onder de overige voorzieningen aan de passiefzijde van de balans. Financiële vaste activa De financiële vaste activa (obligaties) worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, rekening houdend met individuele lagere marktwaarde van het product, onder toepassing van de effectieve‐rentemethode. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling vna de vorderingen. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Reorganisatievoorziening In verband met de verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten vanuit Kampen, Utrecht en Leiden naar Amsterdam en Groningen was een gedetailleerd plan voor de reorganisatie geformuleerd. In de reorganisatievoorziening zijn slechts de kosten opgenomen die direct als gevolg van de reorganisatie noodzakelijk zijn voor de groep waarvoor een feitelijke of juridische verplichting is ontstaan, conform RJ 252.413. De kosten die in verband staan met de doorlopende activiteiten zijn niet opgenomen.

h

ld

Protestantse Theologische Universiteit

71


Voorziening wachtgelden De PThU is eigen risicodrager voor de WW en de bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen. Met het oog daarop is een voorziening wachtgelden gevormd. De voorziening omvat de per balansdatum bestaande verplichting voor het deel dat niet onder de reorganisatievoorziening valt. De bedragen zijn tegen contante waarde opgenomen met een rekenpercentage van 1,10%. Onderhoudsvoorziening De voorziening ter gelijkmatige verdeling van lasten voor groot onderhoud van het gebouw te Groningen wordt bepaald op basis van de te verwachten kosten over een reeks jaren. De voorziening wordt lineair opgebouwd. Het uitgevoerde onderhoud wordt ten laste van deze voorziening gebracht. Voorziening jubileumuitkeringen Op basis van richtlijn 271 wordt het risico inzake de jubileumuitbetaling voortvloeiend uit de arbeidsvoorwaardenregeling gedekt. De bedragen zijn tegen contante waarde opgenomen met een rekenpercentage van 1,10%. Voorziening pensioenverplichtingen Inzake toekomstige pensioenverplichtingen voor oud‐hoogleraren van het voormalig ThWI heeft de PThU een voorziening opgenomen waarvan de verplichting is gebaseerd op reële actuariële uitgangspunten tegen contante waarde met een rekenpercentage van 1,10%. Tevens is rekening gehouden met een opslag voor uitvoeringskosten van 1%. Voorziening verlofsparen Conform OCW Richtlijn is terzake van door personeelsleden gespaarde verlofuren het tegoed onder voorzieningen opgenomen. De looptijd van de voorzieningen is vermeld. Kortlopende schulden Dit betreffen schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar. Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde van de schuld. Overlopende passiva De overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen die aan opvolgende perioden worden toegerekend en nog te betalen bedragen, voor zover ze niet onder andere kortlopende schulden zijn te plaatsen.

3. Bepaling van het resultaat Algemeen Voor de vaststelling van het resultaat wordt het baten‐ en lastenstelsel gehanteerd. Voorts worden in de bijlage baten en lasten toegerekend aan de soort exploitatie waarop ze betrekking hebben, te weten subsidiabele en niet subsidiabele exploitatie. Waar nodig zijn de cijfers voorgaand jaar aangepast aan de classificatie in het lopende jaar. Rijksbijdrage De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet‐geoormerkte OCW‐subsidies worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten. College‐ en examengeld De baten van de collegegelden worden als volgt verantwoord: 1/3 komt ten gunste van het lopend jaar; 2/3 komt ten gunste van het volgende boekjaar en is als vooruitbetaalde collegegelden op de balans onder de kortlopende schulden opgenomen. Baten werk in opdracht van derden Hieronder zijn de baten verantwoord die buiten de primaire bekostiging vallen. Resultaten worden ten gunste of ten laste van de exploitatierekening gebracht naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar nog geen activiteiten voor zijn verricht per balansdatum worden verantwoord onder de overlopende passiva. Giften Giften worden gewaardeerd tegen de reële waarde in de staat van baten en lasten.

72

Jaarstukken 2014


Toelichting op de balans 1.1 Materiële vaste activa

31‐12‐2014 Aanschafprijs 1‐1‐2014

(bedragen in euro's x 1.000) Cumulatieve afschrijvingen en waardevermind.

Boekwaarde 1‐1‐2014

Investeringen

Aanschafprijs Desinvestering

Afschrijvingen

Afschrijvingen Desinvestering

Aanschaf‐ prijs 31‐12‐2014

Cumulatieve afschrijvingen 31‐12‐2014

Boekwaarde 31‐12‐2014

12.223,6 666,1 ‐ ‐ ‐ 12,6‐ 12.877,0

4.560,9‐ 205,6‐ ‐ ‐ ‐ 12,0 4.754,6‐

7.662,6 460,4 ‐ ‐ ‐ 0,6‐ 8.122,5

Materiële vaste activa publiek 1.1.1 gebouwen en terreinen 1.1.2 inventaris en apparatuur 1.1.3 andere vaste bedrijfsmiddelen 1.1.4 in uitvoering en vooruitbetalingen 1.1.5 niet aan het proces dienstbare mva 1.1.6 investeringssubsidies Totaal materiële vaste activa publiek

12.094,2 4.238,9‐ 7.855,3 129,4 619,3 132,3‐ 487,0 46,7 ‐ ‐ ‐ 110,9‐ 98,3 12,6‐ 12.602,7 4.272,9‐ 8.329,7 176,1 ‐

Materiële vaste activa privaat 1.1.1 gebouwen en terreinen 1.1.2 inventaris en apparatuur 1.1.3 andere vaste bedrijfsmiddelen 1.1.4 in uitvoering en vooruitbetalingen 1.1.5 niet aan het proces dienstbare mva 1.1.6 investeringssubsidies Totaal materiële vaste activa privaat

578,6 578,5‐ 0,1 ‐ 546,8‐ 0,1‐ 546,8 31,8 80,5 80,5‐ 0,0‐ 12,3 80,5‐ 0,8‐ 80,5 12,3 ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 659,1 659,0‐ 0,1 12,3 627,3‐ 0,9‐ 627,3 44,0

31,8‐ 0,8‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 32,6‐

‐ 11,4 ‐ ‐ ‐ ‐ 11,4

Materiële vaste activa totaal 1.1.1 gebouwen en terreinen 1.1.2 inventaris en apparatuur 1.1.3 andere vaste bedrijfsmiddelen 1.1.4 in uitvoering en vooruitbetalingen 1.1.5 niet aan het proces dienstbare mva 1.1.6 investeringssubsidies Totaal materiële vaste activa

12.672,8 699,8 ‐ ‐ ‐ 110,9‐ 13.261,7

4.592,7‐ 206,5‐ ‐ ‐ ‐ 12,0 4.787,1‐

7.662,6 471,9 ‐ ‐ ‐ 0,6‐ 8.133,9

4.817,4‐ 212,8‐ ‐ ‐ ‐ 98,3 4.931,9‐

7.855,4 487,0 ‐ ‐ ‐ 12,6‐ 8.329,8

129,4 59,0 ‐ ‐ ‐ ‐ 188,4

546,8‐ 80,5‐ ‐ ‐ ‐ ‐ 627,3‐

322,0‐ 73,3‐

12,0 383,4‐ ‐

322,1‐ 74,2‐ ‐ ‐ ‐ 12,0 384,3‐

546,8 80,5 ‐ ‐ ‐ ‐ 627,3

12.255,3 678,3 ‐ ‐ ‐ 12,6‐ 12.921,1

Toelichting: De materiële vaste activa zijn onder te verdelen in investeringen Privaat ‐ op eigen rekening ‐ en investeringen in gebouwen en inventaris Publiek ‐ ten laste van de ontvangen subsidies van het Ministerie van OCW. Op deze laatste is de investeringsbijdrage in mindering gebracht die in het verleden ontvangen is van het Ministerie. Deze valt jaarlijks voor een gelijk gedeelte als de afschrijvingen vrij en is in de staat van baten en lasten gesaldeerd met de afschrijvingskosten voor zover het investeringen betreft tot rapportagejaar 2007. Dit is conform de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving. De eigen panden in Kampen ‐ deels privaat en deels publiek bezit ‐ waren in principe verkocht op 01‐09‐2012 voor een totaalbedrag van € 4.085k maar zijn terug in bezit gekomen in 2014. Vervolgens is deels een aantal private panden (woonhuizen) in november 2014 verkocht. In 2011 is het pand in Groningen ‐ Oude Ebbingestraat 25 ‐ aangekocht voor € 2.759k. Een deel van de begane grond is in 2013 verkocht voor € 839k. De verbouwingen ‐ inclusief architect en bouwprojectmanagement ‐ zijn in 2013 afgerond. De vanaf maart 2012 gehuurde vleugel bij de VU in Amsterdam is eveneens verbouwd naar de maatstaven van de PThU voor € 2.465k inclusief architect en bouwprojectbegeleiding. De investeringen van beide vestigingen worden vanaf het moment van ingebruikname in 2012 afgeschreven. De investeringen van inventaris en apparatuur ‐ zowel publiek als privaat ‐ die nagenoeg geheel waren afgeschreven zijn met de verhuizing naar Amsterdam en Groningen vrijwel totaal afgestoten. De nieuwe inrichting van de van de nieuwe locaties bedroeg € 520k verdeeld over 2012 en 2013. De afschrijvingen vinden eveneens plaats vanaf de datum van ingebruikname. De gehanteerde afschrijvingspercentages bedragen voor gebouwen en verbouwingen 3,33%, inventaris 10%, computerapparatuur 25%, overige apparatuur 20% en software 25%. Investeringen boven € 500 worden geactiveerd. De WOZ‐waarde van de panden in Kampen aan de Oudestraat 6 en Koornmarkt 1 bedraagt resp. € 1.455k en € 1.245k. De WOZ‐waarde van het pand in Groningen bedraagt € 1.899k. De verzekerde waarde van de gebouwen, inclusief het pand in Groningen en het huurdersbelang in het VU‐complex inzake de verbouwingsinvestering, bedraagt € 24,3 miljoen.

1.2 Financiële vaste activa

Boekwaarde 1‐1‐2014

Overige effecten Totaal overige effecten

Investeringen 2014

2.750,0 2.750,0

0,0 0,0

Des‐ investeringen 2014

Waarde‐ mutaties

‐1.000,0 ‐1.000,0

Boekwaarde 31‐12‐2014 0,0

1.750,0 1.750,0

De effecten zijn als volgt te specificeren: Omschrijving 4,25% NL Waterschapsbank 2004/2014

soort bedrijfsobligatie

nominaal

nominaal

1‐1‐2014

31‐12‐2014

500,0

Rating

koerswaarde 31‐12‐2014

AA+

4% Bank Ned Gem 2004/2014

bedrijfsobligatie

500,0

3,375% NL Waterschapsbank 06/16

bedrijfsobligatie

500,0

500,0

AA+

517,6

4% Obligaties Ned. 2006/2016

staatsobligatie

1.000,0

1.000,0

Aaa

1.061,3

4,5% Obligaties Ned. 2007/2017

staatsobligatie

250,0

250,0

Aaa

2.750,0

1.750,0

Totaal specificatie

AA+

278,6 1.857,5

Toelichting: De niet voor de bedrijfsuitoefening benodigde liquiditeiten van de PThU worden op basis van het Financierings‐ en Beleggingsstatuut, in lijn met het Algemeen Verbindend Voorschrift van het Ministerie OCW rondom "beleggen en belenen", uitgezet in de vorm van vastrentende waarden met hoofdsomgarantie waarbij een zeer defensieve beleggingsstrategie wordt gehanteerd en worden de beleggingen tevens getoetst aan het criterium "duurzaam en maatschappelijk verantwoord". Op rapportagedatum ligt de koerswaarde van alle obligaties boven de koers van 100. Advisering, monitoring en uitvoering geschiedt in samenwerking met ING‐Investment Office.

Protestantse Theologische Universiteit

73


1.3 Vorderingen

31‐12‐2014

31‐12‐2013

Debiteuren

1.3.0

322,1

Derden

1.3.1

8,8

343,2 9,1

Studenten

1.3.2

137,1

154,7 719,8

Overlopende activa

1.3.3

801,4

Voorziening dubieuze debiteuren

1.3.4

281,1‐ 122,6‐

Totaal vorderingen

988,2

1.104,2

Toelichting: 1.3.0 Debiteuren; de openstaande vorderingen waaronder in rekening gebrachte bedragen inzake 2e/3e geldstroom projecten en gederfde rente i.v.m. uitstel levering verkochte panden. 1.3.1 Derden; De vordering op derden heeft betrekking op een rekening‐courant saldo van de vereniging van oud‐studenten. 1.3.2 Studenten: De vordering op studenten betreft de nog niet vervallen termijnen in het kader van de gespreide inning van collegegelden. 1.3.3 Overlopende activa: In de overlopende activa zijn de vorderingen opgenomen inzake nog te ontvangen bedragen 2e/3e geldstroom, deelnemersbijdragen postacademisch onderwijs, nog te ontvangen rente en een aantal kleinere overlopende posten. Alle vorderingen hebben een verwachte looptijd van minder dan 1 jaar. 1.3.4 Voorziening dubieuze debiteuren: voorziening voor verwachte oninbare bedragen per balansdatum op specifieke debiteurenvorderingen.

1.4 Liquide middelen

31‐12‐2014

Kasmiddelen

31‐12‐2013

0,2

0,4

Tegoeden op bank‐ en girorekeningen

1.4.1

1.057,8

498,7

Deposito's

1.4.2

1.102,8

0,5

Overige

30,9

0,4

Totaal liquide middelen

2.191,6

500,1

Toelichting: 1.4.1 Tegoeden op bank‐ en girorekeningen: Het betreft de rekening courant saldi. De opbrengst uit verkoop panden ultimo 2014 is hierin verwerkt. 1.4.2 Deposito's: in verband met te lage rendementen op obligaties is een vrijgevallen belegging op een bankrekening gestald. Overige heeft betrekking op betalingen of ontvangsten welke op het moment van rapportage nog o.b.v. bankafschriften definitief verwerkt moeten worden op debiteuren en crediteuren. De tegoeden staan ter vrije beschikking. 2.1 Eigen vermogen

Stand per 1‐1‐2014

Algemene reserve

Resultaat‐ bestemming 2014

Overige mutaties

1.312,7 1.083,2 ‐

Stand per 31‐12‐2014 2.395,9

Fonds Graduate School

384,1 12,3‐ ‐

371,8

Bestemmingsreserve publiek

384,1 12,3‐ ‐

371,8

Werkkapitaal

1.134,5 ‐

‐

1.134,5

Egalisatiereserve PThU

206,2 97,1‐ ‐

109,1

Fonds buitenlandse studenten

807,6 405,8 ‐

1.213,4

Fonds ter bevord. Geref. theologie

38,0 ‐

‐

38,0

Bibliotheekfonds

111,3 ‐

‐

111,3

Timmermannfonds

90,5 ‐

‐

90,5

Egalisatieres. Theol. Onderw.

148,8 ‐

‐

148,8

Bestemmingsreserve privaat

2.536,9 308,7 ‐

2.845,5

Totaal eigen vermogen

4.233,6 1.379,5 ‐

5.613,2

Toelichting: Het eigen vermogen is gesplitst in de algemene reserve (die ontstaan is door samenvoeging van de algemene reserves van de voormalige ThUK, ThWI en ELS), de bestemmingsreserve publiek (gevormd met rijksmiddelen) en de bestemmingsreserves privaat (gevormd met niet‐subsidiabele middelen). Bestemmingsreserve publiek: Het fonds graduate school is vastgelegd vermogen ten behoeve van excellente studenten (o.a. studiebeurzen). Bestemmingsreserve privaat: ‐ Het werkkapitaal is in 1984 ontstaan ter nadere bestemming uit de opheffing van het Restauratiefonds van de private vast activa. ‐ De egalisatiereserve PThU is de algemene reserve, ontstaan uit saldering van niet‐subsidiabele resultaten. ‐ Het fonds buitenlandse studenten is een speciaal voor dit doel bedoeld studiefonds die in het verleden o.a. werd opgebouwd uit pariticuliere en kerkelijke vrijwillige contributies. In 2014 is het resultaat uit de verkoop van de woningpanden in Kampen toegevoegd aan deze bestemmingsreserve. ‐ Het fonds ter bevordering van de gereformeerde theologie is na 2004 met een onttrekking van € 10k niet meer gemuteerd. ‐ Het bibliotheekfonds is bestemd voor grote(re) aankopen van biblotheekwerken. Al meer dan 10 jaar geen mutaties op dit fonds. ‐ Het Timmermannfonds is ontstaan uit een legaat in 1927 ten behoeve van toelagen aan studenten uit Oost‐Friesland en het Graafschap Bentheim. Dit fonds is in eerste instantie ondergebracht in een stichting met eigen statuten en jaarrekening. Deze rechtspersoon is per 1‐1‐2002 ontbonden maar de status "einde liquidatie" is pas ultimo 2009 bij de KvK geregistreerd. Het aanwezige saldo is destijds overgeheveld naar de rechtsopvolger PThU. ‐ De egalisatiereserve theologisch onderwijs was in 1988 uit het eigen vermogen van de ThUK overgedragen aan de Generale Synode t.b.v. het Catechetisch Centrum en het resterend saldo werd in 2002 "teruggestort" met een besteding voor ontwikkeling catechetiek conform het Catech.Centrum, bijdragen aan Ruimzicht en ondersteuning buitenlandse studenten. De afgelopen jaren werden de jaarlijkse dotaties aan Ruimzicht en de salarislasten van een wetenschappelijk medewerker kennistransfer (o.a. godsdienstpedagogiek) hieruit bekostigd. In 2015 zullen de private bestemmingsreserves waarop al geruime tijd geen mutaties meer plaatsvinden worden beoordeeld. HIerna zal voor een aantal reserves een voorstel tot samenvoeging met de algemene bestemmingsresreve (werkkapitaal) worden uitgewerkt en voorgelegd aan het CvB. 2.2 Voorzieningen

31‐12‐2014

31‐12‐2013

Reorganisatievoorziening

1.216,5

2.351,5

Personeelsvoorzieningen

3.423,4

3.344,4

Overige voorzieningen Totaal voorzieningen

74

91,1

50,0

4.731,0

5.745,9

Jaarstukken 2014


Het verloop van de voorzieningen is als volgt: Stand per

Voorziening

Dotaties

1‐1‐2014 Reorganisatievoorziening

Onttrekking

2.2.1

2.351,5

0,0

340,7

Voorziening pensioenverplichtingen

2.2.2

2.884,6

386,9

Voorziening jubileumuitkeringen

2.2.3

33,4

3,1

Voorziening verlofsparen

2.2.4

265,9

Voorziening wachtgelden

2.2.5

2.2.6

Vrijval 794,3

Stand per

Kortlopende

Langlopende

31‐12‐2014

deel < 1 jaar

deel > 1 jaar

1.216,5

236,9

979,7

314,1

2.957,4

314,1

2.643,3

5,5

31,0

0,0

31,0

0,0

55,8

210,1

71,3

138,8

160,5

230,0

165,6

224,9

54,1

170,8

50,0

41,1

0,0

91,1

8,1

83,0

5.745,9

661,1

881,6

4.731,0

684,5

4.046,6

Personeelsvoorzieningen

Overige voorzieningen Onderhoudsvoorziening Totaal voorzieningen

794,3

Toelichting: 2.2.1 Reorganisatievoorziening: Op basis van geformaliseerde plannen omtrent de verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten vanuit Kampen, Utrecht en Leiden naar Amsterdam en Groningen zijn de materiële effecten bepaald en opgenomen in deze voorziening. De personele gevolgen van de verplaatsing zijn opgenomen in een Sociaal Plan, opgesteld in overleg met de vakorganisaties met als uitgangspunt het bepaalde in artikel 9.8 CAO VSNU. De financiële consequenties van de sociale en arbeidsrechtelijke uitvoering, waaronder tegemoetkoming in reistijd en reiskosten, beëindiging dienstverband en outplacementbegeleiding, zijn in deze voorziening opgenomen. De mutatie in de rapportageperiode betreft de gemaakte reiskosten, ontslagvergoedingen en WW/BW‐uitkeringen in betreffend boekjaar. In 2014 is een bedrag van € 794k vrijgevallen voor die onderdelen van het Sociaal Plan waarvan de werkingsduur in 2014 is verstreken en waarvoor geen toekomstige onttrekkingen zullen plaatsvinden. De vrijval betreft met name de tegemoetkoming reistijd en reiskosten van het woon‐werkverkeer van de medewerkers die op de nieuwe locaties zijn blijven werken. Voor deze post was in het sociaal plan een bedrag van € 1.275k voorzien voor de periode tot september 2014 . De realisatie komt uit op € 573k, zodat een vrijval is verwerkt van € 702k. Tevens was een additionele vergoeding voor 3 jaar van 50% van de OV‐vergoeding voorzien voor € 411k . De prognose door deze post komt naar verwachting lager uit, waardoor een vrijval van ruim € 90k gerechtvaardigd is. 2.2.2 Voorziening pensioenverplichtingen: De pensioenvoorziening is gevormd ten behoeve van de betaling van de pensioenen van een aantal oud‐hoogleraren ThWI. Voor hen geldt een toegezegde pensioenregeling die niet is ondergebracht bij een bedrijfstakpensioenfonds. Tot en met 2005 werden de jaarlijkse pensioenlasten vergoed door het Ministerie van OCW, maar met ingang van 2006 is de verplichting overgegaan naar voormalige ThWI en vanaf 2007 de PThU. De verplichting is ultimo boekjaar actuarieel berekend, en tegen contante waarde opgenomen tegen een disconteringsvoet van 1,1%, in overeenstemming met RJ 271 Personeelsbeloningen. De sterftetabel GBV/GBM 2008‐2013 is gehanteerd met een leeftijdsterugstelling voor zowel man als vrouw met 2 jaar en een kostenopslag van 1%. Het actuariële resultaat hiervan wordt ultimo boekjaar verantwoord. Het weduwepensioen is gesteld op circa 75%. De dotatie is hoger uitgevallen dan verwacht door o.a. de verlaging van de disconteringsvoet en de bijstelling van de sterftetabel. De periodieke toename uit hoofde van interest wordt verwerkt als dotatie. Er worden voor deze verplichting geen specifieke (fonds)beleggingen aangehouden. De onttrekking betreft de uitbetaalde pensioenbedragen tot en met de rapportagedatum. Het aantal pensioengerechtigden op balansdatum bedraagt 10. De looptijd bedraagt meer dan 5 jaar. Voor de overige personeelsleden geldt ook een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat afhankelijk is van leeftijd, salaris en dienstjaren. De regeling is ondergebracht bij de bedrijfstakpensioenfondsen van PGGM en ABP. Er is geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij PGGM of ABP, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. De PThU heeft daarom de pensioenregeling verwerkt als een toegezegde‐bijdrageregeling en heeft alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. 2.2.3 Voorziening jubileumuitkeringen: Tevens is op basis van RJ 271 een voorziening voor jubileumuitkeringen opgenomen. Deze voorziening geeft inzicht in de financiële verplichting per ultimo vorig boekjaar inzake de uitbetaling van jubileumuitkeringen hetgeen voortvloeit bij toepassing van de arbeidsvoorwaardenregeling. De looptijd bedraagt meer dan 5 jaar. 2.2.4 Voorziening verlofsparen: Dit betreft gespaarde verlofuren vermenigvuldigd met het ultimo vorig boekjaar geldende bruto uurtarief (inclusief sociale lasten). De looptijd bedraagt meer dan 5 jaar. 2.2.5 Voorziening wachtgelden: De verplichting heeft betrekking op ex‐werknemers niet vallende onder de reorganisatievoorziening. In rekening gebrachte uitkeringen gedurende het jaar worden als onttrekking van deze voorziening gebracht. De looptijd van de voorziening bedraagt 1‐5 jaar. 2.2.6 Onderhoudsvoorziening: Met ingang van 2013 vindt dotatie plaats in de onderhoudsvoorziening voor het pand in Groningen ten behoeve van groot onderhoud op basis van een onderhoudsplan.

2.3 Kortlopende schulden

31‐12‐2014

31‐12‐2013

Crediteuren

565,9

Belastingen

1,8

9,2

278,6

296,6

Premies sociale verzekeringen Pensioenen

1.107,6

74,9

87,6

Derden en gelieerde instellingen

198,3

46,0

Vakantietoelage / eindejaarsuitkering

182,6

167,1

Vakantiedagen

140,8

144,2

Vooruitontvangen collegegelden

336,3

368,2

940,3

478,1

2.719,6

2.704,6

RC PKN Overige overlopende passiva Totaal kortlopende schulden

Toelichting: Crediteuren met name afgenomen diensten bij de VU en Rug op het gebied van ICT en huisvesting, verzekeringen en NS abonnementen. De Premies sociale verzekeringen is de verschuldigde loonheffing aan de belastingdienst over de afgelopen maand die een maand later wordt afgerekend. Datzelfde geldt voor de Pensioenen, werkgevers‐ en werknemersdeel af te dragen aan het ABP. Onder Derden en gelieerde instellingen zijn onder andere schulden opgenomen wegens nog te besteden geoormerkte gelden van het NWO‐projecten Targum, het Erasmus‐Socrates programma en het Templeton Charity Foundation project. De Vakantietoelage / eindejaarsuitkering en Vakantiedagen zijn personele verplichtingen welke berekend zijn op basis van nog uit te betalen bedragen op rapportagedatum. De overige overlopende passiva bestaat uit diverse vooruit ontvangen bedragen en nog te betalen kosten uit de Standaard Niveau Overeenkomsten (SNO) bij de VU en Rug op het gebied van ICT en huisvesting. In de kortlopende schulden is geen sprake van OC&W‐subsidies die in model G behoeven te worden opgenomen. Over de schulden is geen rente verschuldigd.

Protestantse Theologische Universiteit

75


Niet in de balans opgenomen verplichtingen Met de VU is een huurovereenkomst afgesloten voor een huurtermijn van 10 jaar, ingaande 01‐03‐2012 met verlenging per 5 jaar voor een jaarbedrag van € 528k gekoppeld aan een jaarvergoeding € 186k exclusief BTW voor leveringen en diensten (servicekosten). Beide prijspeil 2014. Op het gebied van ICT en Audiovisuele middelen zijn met de VU zogenaamde Standaard Niveau Overeenkomsten (SNO's) afgesloten. De SNO voor ICT is voor onbepaalde tijd aangegaan (in relatie tot de huurtermijn) en bedraagt € 292k op jaarbasis. Voor het gebruik en ondersteuning van de audiovisuele middelen in Amsterdam en Groningen is jaarlijks een bedrag verschuldigd van € 140k. Met de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) is een Dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten die stilzwijgend telkens met één jaar wordt verlengd. De dienstverlening bevat de productgroepen bewaking, catering, post, schoonmaak, technisch beheer gebouw en installaties en energie en watermanagement. De verschuldigde vergoeding is gebaseerd op productafname x tarief.

Verbonden partijen Er zijn geen verbonden partijen bekend waar de bestuurders van de PThU bestuurlijke invloed ofwel deelneming in hebben.

Kengetallen en ratio's

(bedragen in euro's x 1.000) 31‐12‐2014

31‐12‐2013

Exploitatie Rijksbijdrage

8.609,3 8.894,4

Baten werk voor derden

464,0 376,6

Subsidiabel resultaat

1.070,8 522,1‐

Niet subsidiabel resultaat

308,7 238,9‐

Vermogen Eigen vermogen

5.613,2 4.233,6

Totaal vermogen

13.063,8 12.684,1

Solvabiliteitsratio

0,43 0,33

Rentabiliteit Totale Vermogen

10,7%

‐5,6%

Liquiditeit Liquide middelen Beleggingen in effecten Netto werkkapitaal Current ratio Totaal baten incl.fin.baten Weerstandsvermogen

2.191,6 500,1 ‐

‐

460,3 1.100,3‐ 1,17 0,59 10.768,2 10.500,7 52,2%

40,3%

Toelichting: Het Solvabiliteitsratio is de verhouding tussen het totale eigen vermogen en de totale activa (=balanstotaal). De Solvabilieitsratio is verbeterd t.o.v. 2013 en ligt boven de signaleringswaarde van de inspectie. De Rentabiliteit totale vermogen geeft de winstgevendheid van een organisatie weer door de verhouding van het bedrijfsresultaat gedeeld door het gemiddeld balanstotaal van het huidige en voorafgaand jaar, uitgedrukt in procenten. Ook de rentabiliteit is sterk verbeterd t.o.v. 2013 en wordt veroorzaakt door het positieve resultaat 2014. Het Netto werkkapitaal wordt berekend door de vlottende activa te verminderen met de kortlopende schulden en de Current ratio geeft het verhoudingscijfer weer tussen deze twee. Het netto werkkapitaal is in 2014 aanzienlijk verbeterd. Ook hier speelt de resultaatontwikkeling een belangrijke rol. Het weerstandsvermogen geeft de verhouding weer van het totale Eigen Vermogen en de de totale baten (excl. incidentele baten).

76

Jaarstukken 2014


Toelichting op de staat van baten en lasten 2014 Toelichting op de staat van baten en lasten 3.1 Rijksbijdrage

2013 subsidiabel

(bedragen in euro's x 1.000) niet‐subsid.

Rekening 2014

Begroting 2014

Afwijking

Rekening 2013

Rijksbijdrage OC&W ow vast

4.448,3

4.448,3

4.400,9

47,5

4.283,1

Rijksbijdrage OC&W ow‐gebonden dynamisch

536,6

536,6

502,1

34,5

606,8

Rijksbijdrage OC&W prestatieafspraken

417,4

417,4

413,0

4,4

388,9

Rijksbijdrage OC&W subsidieregeling 2e graden

‐

‐

‐

‐

23,3

Rijksbijdrage OC&W oz‐vast

2.890,9

2.890,9

2.864,2

26,6

2.917,1

Rijksbijdrage OC&W oz‐gebonden dynamisch

316,2

316,2

311,4

4,8

675,2

Totaal Rijksbijdrage OC&W

8.609,3

8.609,3

8.491,6

117,8

8.894,4

Toelichting: De financiële beschikking van DUO (beschikkingsnummer 563329‐9) inzake de Rijksbijdrage voor het jaar 2014 is in december van dit jaar bijgesteld van € 8.492k (begroting) naar € 8.609k inclusief de toekenning Rijksbijdrage prestatiebekostiging HO 2014 , bijgesteld van € 413k naar € 417k. Totaal komt de Rijksbijdrage voor 2014 uit op € 118k hoger dan begroot. Het dynamische deel van de Rijksbijdrage 2014 is gerelateerd aan de vastgestelde bekostigde aantallen uit 2012 (jaar n‐2), zijnde het aantal gewogen bekostigde inschrijvingen en graden inclusief joint degrees (151), gewogen aantal bekostigde graden onderzoek (64) en aantal promoties (2). De toegekende bijdrage voor de ambtsopleiding Vrije Evangelische Gemeente (VEG) van €136k wordt doorgestort en is als last opgenomen onder 4.4 Overige lasten

3.2 Bijdrage PKN

subsidiabel

Bijdrage PKN

niet‐subsid.

Rekening 2014

Begroting 2014

Afwijking

Rekening 2013

318,2

318,2

200,0

118,2

188,4

Toelichting: Deze bijdrage betreft de doorberekening van de cursuskosten omtrent de Primaire Nascholing Predikanten (PNP) en Permanente Educatie (PE) op basis van het aantal cursussen en deelnemers aan het Protestants Centrum Toerusting & Educatie (PCTE) van de Dienstenorganisatie PKN. De realisatie is door meer cursusaanbod en vooral minder annuleringen boven het niveau van de begroting uitgekomen. 3.3 College‐ en examengelden College‐ en examengelden

subsidiabel

niet‐subsid.

522,3

Rekening 2014

Begroting 2014

Afwijking

Rekening 2013

522,3

500,0

22,3

577,2

Toelichting: Het aantal ingeschreven studenten op rapportagedatum is 299 bestaande uit 184 masterstudenten en 115 bachelorstudenten. 3.4 Deelnemersbijdragen Deelnemersbijdragen

subsidiabel

niet‐subsid.

Rekening 2014

Begroting 2014

Afwijking

Rekening 2013

138,0

138,0

120,0

18,0

138,6

Toelichting: De deelnemersbijdragen zijn de gerealiseerde ontvangsten over 2014 voor kerkelijk vrijwillig post‐academisch onderwijs van de predikanten. Deze nieuwe opzet van de PE in combinatie met de PAO, waarvan het aanbod tegelijkertijd plaatsvindt, heeft een totaal aan bijdragen gegenereerd dat op het niveau van de begroting uitkomt.

Protestantse Theologische Universiteit

77


3.5 Baten werk in opdracht van derden

subsidiabel

niet‐subsid.

Rekening 2014

Begroting 2014

Afwijking

Rekening 2013 89,5

Nationale overheid, NWO

‐

‐

‐

‐

Grundtvig

24,3

24,3

23,8

0,5

‐ Templeton foundation

31,1

31,1

‐

31,1

‐

‐ Projectsubsidie LDF

35,0

35,0

11,3

23,7

26,7

‐ Kerk in Actie

38,5

38,5

36,3

2,2

36,4

‐ Deo Volente

15,0

15,0

15,0

‐

7,4

‐ Lutherana steunstichting

20,0

20,0

19,7

0,3

37,3

‐ Brandenburgfonds

28,5

28,5

30,0

1,6‐

32,0

Overige bijdragen

271,6

271,6

215,0

56,6

147,3

Totaal baten werk in opdracht van derden

464,0 ‐

464,0

351,2

112,8

376,6

Overige organisaties:

‐

Toelichting: De NWO projectonderzoeken Targum, Byzantijnse manuscripten, Internationaliseringsproject Byzantine NT zijn in 2013 jaar afgerond. Het project onder de noemer van Nationale overheid in 2014 betreft een EU‐subsidie voor het Grundtvig multilateral project die in 2014 is afgerond. De lasten van genoemd projectonderzoek staan verantwoord onder 4.4 Overige lasten. De bijdragen van de overige organisaties bestaan uit een 4‐jarig project van de Templeton World Charity Foundation met de titel "Science and Religion in French speaking Africa" geleid door prof. dr. Van den Toren en daarnaast voornamelijk uit doorberekening van personele lasten van een aantal overige organisaties. De projectsubsidie LDF betreft een bijdrage voor promotiestudie van drs. Hage voor 0,4 fte en drs. Klomp voor 0,4 fte. De bijdrage van Kerk in Actie (PKN) bestaat uit 0,5 fte t.b.v. universitair docentschap van prof.dr. Noordegraaf. Deo Volente betreft het hoogleraarschap van dr. Walton. Van de Steunstichting Lutherana wordt een bijdrage van 0,4 fte hoogleraarschap t.b.v. prof.dr. Matthias ontvangen. Uit het Brandenburgfonds worden een vergoeding ontvangen voor onderzoek door drs. Sonnenberg (0,4 fte en vanaf 1‐9‐2014 0,2 fte). De post Overige bijdragen bestaat uit: een bijdrage van Stichting Rotterdam voor prof.dr. Noordegraaf en drs. de Waal, Stichting de Zending inzake bijzonder hoogleraarschap prof.dr. Jansen, Stichting Kerk en Wereld voor prof.dr. de Hart, de stichting ter bevordering van onderwijs en onderzoek Justitiepastoraar voor dr. de Vries en een aantal overige bijdragen van o.a. de Gereformeerde Bond en de Nieuwe Bijbelschool. In de laatste maanden van dit jaar is een additionele bijdrage gerealiseerd vanuit de VU en de Gereformeerde Bond t.b.v. het project "Science beyond scientism".

3.6 Overige baten

subsidiabel

Contributies

niet‐subsid.

Rekening 2014

Begroting 2014

26,8

Afwijking

Rekening 2013

26,8

32,5

5,7‐

20,6

17,7 ‐

17,7

9,9

7,8

16,8

Overige baten

70,4 502,8

573,2

36,0

537,2

73,5

Totaal overige baten

88,0 529,6

617,6

78,4

539,2

110,9

Baten gebouwen

Toelichting: De vrijwillige bijdragen (contributies) blijven onder het niveau van de begroting. Het aanboren van eventuele nieuwe bronnen is breder getrokken onder de noemer fondswerving onder begeleiding van een professional, en heeft vertraging opgelopen. De Baten gebouwen hebben betrekking op verhuur van (college)zalen in voornamelijke Amsterdam gedurende tijdstippen dat deze niet voor eigen studenten/activiteinten in gebruik zijn. De overige baten betreffen voornamelijk niet subsidiabele baten en bestaan uit de bijdrage van de Council World Mission voor 3 studenten á 50%, een bijdrage in de Israëlreis van de Stichting Centrum voor Israëlstudies en de afdracht van Reliëf inzake de masterclass Zorgethiek. Daarnaast is het resultaat uit de verkoop € 455k in december van de private panden aan de Oudestraat 2 ‐ 4 en Muntplein 2 ‐ 4 als bijzondere bate hier opgenomen (RJ270.410). De panden hadden geen administratieve boekwaarde meer. In de subsidiabele baten is van de Tilburg University een vergoeding ontvangen van € 14k voor een promotiebegeleiding. Ook in deze post zijn de deelnemersbijdragen van studiedagen opgenomen (€ 13k) en bijdragen inzake het Erasmus mobiliteitsprogramma en overige conferentiebijdragen, samen € 17k. Van de Rijksuniversiteit Groningen is een bate opgenomen in het kader van wederzijdse dienstverlening voor € 20k.

4.1 Personeelslasten

subsidiabel

niet‐subsid.

Rekening 2014

Begroting 2014

Afwijking

Rekening 2013

Brutolonen en salarissen

4.281,3

4.281,3

4.448,9

167,6

4.652,6

Sociale lasten

456,1

456,1

458,6

2,5

473,6

Pensioenpremies

650,0

650,0

717,3

67,2

719,7

5.387,4

5.624,7

237,3

5.845,8 229,8

Lonen en salarissen Dotatie/onttrekking personele voorzieningen

174,6‐

174,6‐

100,0

274,6

Lasten Sociaal Plan

‐

‐

‐

‐

‐

Personeel niet in loondienst

64,6

64,6

62,0

2,6‐

597,8

Doorberekening salarissen aan projecten e.d.

84,0‐

84,0‐

‐

84,0

575,6‐

Personeelslasten Seminarium (niet subsidiabel)

402,0‐ 402,0

‐

‐

‐

‐

Overig

308,4

308,4

241,4

67,0‐

183,1

114,5

403,4

288,9

435,1

5.501,9

6.028,1

526,3

6.281,0

Overige personele lasten Totaal personeelslasten

78

5.099,8 402,0

Jaarstukken 2014


Toelichting: Lonen en salarissen: Hierin is het personeel opgenomen dat op basis van een arbeidscontract in het salarissyteem van de PThU wordt verloond, inclusief de tijdelijke arbeidsovereenkomsten van medewerkers welke aan projecten zijn gekoppeld. De realisatie van de lonen en salarissen blijft onder het niveau van de begroting door met name later ingevulde vacatureruimte en het incidenteel vrijvallen van geraamde CAO‐effecten. NB: de personele lasten die betrekking hebben op uitvoering van het Sociaal Plan zijn direct ten laste van de Voorziening Reorganisatie (balans) gebracht. Dotaties personele voorzieningen: opgenomen in deze post is de vrijval van € 794k uit de Reoranisatievoorziening ultimo 2014 voor die onderdelen waarvan de werkingsduur volgens het Sociaal Plan is verstreken. Tevens is opgenomen een dotatie van € 230k aan de voorziening wachtgeld op basis van de opgave WW/BW van Raet. Deze laatste is hoger uitgevallen door ontstane WW‐verplichtingen in het begin van dit jaar. Ook is een dotatie ad € 387k opgenomen aan de pensioenvoorziening in eigen beheer van oud ThWI‐ hoogleraren. De forse daling van de rekenrente, in combinatie met de resterende levensverwachting van deze groep, is met name de oorzaak van de verhoging van deze actuarieel berekende voorziening. De stand ultimo boekjaar is bepalend voor de mutatie voor deze voorzieningen. Personeel niet in loondienst betreft de tijdelijke vervanging van ondersteunend personeel (obp) waarvan nog 1 maand voor de inhuur van de manager bedrijfsvoering. Het overige betreft inhuur van (nog) niet ingevulde vacatures en ziekte en is per saldo iets boven de begroting uitgekomen. Doorberekening salarissen aan projecten e.d. betreft de doorberekening van de salarislasten ‐ verdisconteerd in de post lonen en salarissen ‐ naar de lopende projecten als Grundtvig en Templeton. Personeelslasten Seminarium (niet subsidiabel) die zijn opgenomen in de salarisadministratie worden ook ná de invoering van de Permanente Educatie nog separaat doorberekend naar de niet‐subsidiabele lasten Seminarium. Inzet van Seminariumdocenten in initieel onderwijs en onderzoek wordt ten laste van de Rijksbijdrage gebracht. De post Overig bestaat uit o.a. de kosten voor studie en opleiding, met name i.h.k.v. BKO. Daarnaast bestaat deze post uit meerdere onderdelen zoals werving en selectie, reiskosten woon/werk (niet zijnde Sociaal Plan), arbo en ipap, aansprakelijkheidsverzekering en overige personele kosten. Tevens is onder deze post de mogelijke naheffing van het lopende boekenonderzoek loonheffing opgenomen.

Aantal fte's

Rekening 2014

Begroting 2014

Afwijking

Rekening 2013

Bestuur

0,90

0,80

0,10‐

1,80

WP

44,24

45,05

0,81

46,23

OBP

20,79

23,09

2,30

21,39

Totaal fte's ultimo rapportageperiode

65,93

68,94

3,01

69,42

Gemiddeld aantal fte's

65,45

69,24

3,79

72,18

Toelichting: Lagere fte's dan begroot heeft als reden dat vacatures niet of later zijn ingevuld ten opzichte van de begroting waar de vacatures voor een heel jaar waren opgenomen.

4.2 Afschrijvingen Afschrijvingslast gebouwen/inventaris tlv ministerie

subsidiabel

niet‐subsid.

Rekening 2014

Begroting 2014

Afwijking

Rekening 2013

395,4

411,6

16,2

448,4

0,9

0,9

‐

0,9‐

15,9

395,4

Afschrijvingskosten op eigen rekening Vrijval investeringssubsidies

12,0‐

12,0‐

12,6‐

0,6‐

98,3‐

Totaal afschrijvingen

383,4 0,9

384,3

399,0

14,7

366,1

Toelichting: In november 2014 is een deel van de private panden in Kampen verkocht. Deze waren nagenoeg volledig afgeschreven. De komende jaren resteert aan afschrijvingslasten privaat de investeringen aan inventaris aangeschaft voor de gehuurde kamers in het Internationaal Convivium te Groningen. De afschrijvingslasten van de investeringen en verbouwingen in Amsterdam en Groningen zijn vanaf het moment van ingebruikname opgenomen. 4.3 Huisvestingslasten

subsidiabel

niet‐subsid.

Rekening 2014

Begroting 2014

Afwijking

Rekening 2013

Huisvestingslasten subsidiabel

988,6

988,6

917,6

71,0‐

1.047,5

Dotatie voorziening onderhoud

41,1

41,1

41,1

0,0‐

50,0

Huisvestingslasten niet‐subsidiabel

16,4

16,4

16,3

0,1‐

15,8

Lasten gebouwen niet subsidiabel

‐

‐

‐

‐

0,0‐

1.046,0

975,0

71,1‐

1.113,3

Totaal huisvestingslasten

1.029,7 16,4

Toelichting: In de begroting is het jaarbedrag dat hier was opgenomen van de dienstverlening Audiovisuele infrastructuur ad € 143k overgeheveld naar 4.4 Overige lasten ‐ Automatiseringskosten waar de realisatie is verwerkt. In de subsidiabele huisvestingslasten zijn de contractuele huur en servicekosten bij de VU in Amsterdam inclusief de huurvergoeding voor de vierkante meters van de bibliotheek in Amsterdam en Groningen verantwoord. In 2014 is een deel van de gehuurde m2 in Amsterdam (terug)verhuurd aan de VU zelf. In de begroting is hier rekening mee gehouden. In 2014 is een extra post voor technisch beheer opgenomen dat is uitgevoerd door de RuG ten behoeve van het pand Groningen. Daarnaast is deze post hoger uitgevallen door aanhouden van de tijdelijke huur (tot september) van de (bibliotheek)opslag in Almere. De huisvestingslast niet‐subsidiabel bestaat uit de betaalde huurvergoeding en servicekosten van het Seminarium voor het aanhouden van een docentenkamer op locatie. De dotatie aan de voorziening onderhoud heeft betrekking op planmatig toekomstig groot onderhoud aan het pand in Groningen, waarvoor eind 2014 een meerjarenonderhoudsplan is opgesteld. De dotatie in 2014 ligt in lijn met dit plan.

Protestantse Theologische Universiteit

79


4.4 Overige lasten

subsidiabel

niet‐subsid.

Rekening 2014

Begroting 2014

Afwijking

Rekening 2013

Inventaris

‐

‐

‐

‐

1,1

Bibliotheek

132,1

132,1

127,5

4,6‐

109,7

Administratie‐ en advieskosten

228,8

228,8

116,0

112,8‐

217,3

Voorbereidingskosten nieuwe constellatie

‐

‐

‐

‐

98,8

Publiciteit en voorlichting

187,5 ‐

187,5

198,3

10,8

199,6

Automatisering

651,9

651,9

676,6

24,8

649,0

Reis‐ en vergaderkosten

41,0

41,0

60,0

19,0

77,2

Vergoeding Raad van Toezicht

25,0

25,0

22,0

3,0‐

22,3

0,1

‐

0,1‐

6,5

Contribuantenadministratie Overige lasten

0,1 ‐

‐

Subtotaal overige organisatielasten

‐

8,6

8,6

5,5

1.266,5

1.209,0

57,5‐

1.387,0

Inhuur docenten

53,2

53,2

75,0

21,8

151,9

Gastdocenten

‐

‐

‐

‐

3,3

Afstandsonderwijs

‐

‐

30,0

30,0

162,2

Profileringsfonds

4,6

4,6

‐

4,6‐

3,5

Studentenvoorzieningen

11,6

Studietoelage buitenlandse student

149,5

11,6

10,0

1,6‐

36,5

149,5

99,0

50,5‐

159,7 78,8

Stage (instelling/kerk.gemeente)

16,0

16,0

80,0

64,0

Lasten initieel onderwijs Seminarium

290,6 174,5‐

116,1

215,0

98,9

257,3

Vrije Evangelische Gemeente (VEG)

136,5

136,5

133,5

3,0‐

133,5

Samenwerkingsproject joint bachelor VU

‐

‐

‐

‐

‐

Overige lasten opleidingen

32,0 3,0

35,0

60,0

25,0

106,3

522,5

702,5

180,0

1.093,1

73,5

82,5

9,0

54,0

Subtotaal overige lasten onderwijs Internationalisering

73,5

Onderzoeksactiviteiten programma's

59,3

59,3

70,5

11,2

63,6

Graduate school

12,3

12,3

15,0

2,7

10,2

Projectkosten (Templeton, Grundtvig, etc.)

76,1

76,1

‐

76,1‐

119,0

Overige kosten projecten 2e/3e geldstroom

54,0

54,0

‐

54,0‐

300,5

Matching onderzoek 2e/3e geldstroom

92,8

92,8

111,3

18,5

133,0

Kosten overige activiteiten onderzoek

59,2 ‐

59,2

27,5

31,7‐

201,4

427,2

306,8

120,4‐

881,8

229,6

214,0

15,6‐

139,5

Subtotaal overige lasten onderzoek Kosten dienstverlening kerkelijk

229,6

Inzet docenten PThU voor PAO

107,5‐ 107,5

‐

‐

‐

‐

Kosten dienstverlening maatschappelijk

‐

‐

‐

‐

‐

229,6

214,0

15,6‐

139,5

2.445,8

2.432,3

13,5‐

3.501,4

Subtotaal overige lasten dienstverlening Totaal overige lasten

2.130,6 315,2

Toelichting: Organisatielasten ‐ Bibliotheek; de uitgaven van de bibliotheek zijn hoger uitgevallen door niet begrote extra opslag‐ en verzendkosten boeken vanuit het tijdelijk depot Almere i.v.m. de verhuizing vanuit Kampen. ‐ Administratie‐ en advieskosten; naast de hoger uitgevallen doorberekende tarieven op portokosten zijn de accountantskosten hoger door een naberekening 2013 en extra uren in 2014. Ook heeft er overschrijding plaatsgehad van de advieskosten door o.a. de vacature bedrijfsvoering en inschakeling expertise omtrent de Kamper panden. ‐ Publiciteit en voorlichting; onder het niveau van de begroting door met name uitstel van begrote kosten modernisering van de website. ‐ Automatisering; In de begroting is het jaarbedrag dat in 4.3 Huisvestingslasten was opgenomen voor de dienstverlening Audiovisuele infrastructuur ad € 143k gecorrigeerd naar deze post. De realisatie van deze kosten, op basis van een Standaard Niveau Overeenkomst (SNO), bedragen € 116k. Ondanks additionele noodzakelijke aanpassingen in hosting van bedrijfseigen softwareapplicaties en een niet begrote innovatiesubsidiebijdrage aan de vsnu softwarepartner SurfMarket blijven de totale lasten op basis van de SNO‐ICT met de VU voor beide locaties binnen de begroting. ‐ Reis‐ en vergaderkosten; dit betreft de algemene kosten van het College van Bestuur, het wetenschappelijk personeel en ondersteunend personeel samen. De onderbesteding heeft te maken met de OV‐jaarkaarten die in het kader van het Sociaal Plan door de betreffende medewerkers in gebruik zijn genomen waarbij dienstreizen niet separaat gedeclareerd worden. ‐ Vergoeding Raad van Toezicht; De vacatiegelden inclusief btw van de leden van de Raad van Toezicht (inclusief reiskosten). ‐ Contribuantenadministratie; nagenoeg geen vrijwillige bijdragen ontvangen en derhalve geen kosten op deze post. ‐ Overige lasten; ultimo boekjaar onder de begroting o.a. vanwege besparing dotatie Ruimzicht en aandeel in de bankkosten niet‐subsidiabele activiteiten. Onderwijs ‐ Inhuur docenten; dit betreft de tijdelijke inhuur voor onderwijs Grieks joint‐bachelor, vervanging bij ziekte en afhandeling LOI. De inzet van (freelance)docenten op het Seminarium ten behoeve van PAO is verantwoord onder Kosten dienstverlening kerkelijk. ‐ Afstandsonderwijs; het restant van de afkoopsom in verband met beëindiging van het contract, zijnde de omzetderving voor de LOI, is t.l.v. 2013 gebracht. ‐ Profileringsfonds; bijdrage aan 3 studenten dit jaar uit dit fonds. ‐ Studentenvoorzieningen; commissievergoedingen aan studenleden en kleine uitgaven voor catering voor een "meet & greet" in het voor‐ en najaar. ‐ Studietoelage buitenlandse student; kosten zijn hoger uitgekomen door 2 extra studenten en toelagen van Phd‐studenten die niet waren begroot. Tevens extra last van dubbele huur in december 2013 door extra verhuizing en in augustus door start huur Convivium. ‐ Stage (instelling/kerkelijke gemeente); uitgaven inzake de directe docentkosten, inclusief inhuur, van deze initiële stage onderdelen in de masteropleiding. Deze bestaat uit het 2‐ weken seminarie, praktijkstage kerkelijke gemeente, pastorale training, performance en communicatie alsmede de verblijfskosten van de instellingsstage en de exposureweek van het instituut GGZ‐centraal (voorheen Symfora) en het Kor Schippers instituut. Begroot waren 2 trajecten, is bij 1 gebleven. ‐ Lasten initieel onderwijs Seminarium; zijn de arrangementskosten van het initieel onderwijs op het Seminarium die ten laste van de Rijkssubsidie mogen worden gebracht inclusief interne doorberekening van inzet docenten, huisvesting en overhead van het Seminarium.

80

Jaarstukken 2014


‐ Vrije Evangelische Gemeente; afdracht van het door de PThU ontvangen bedrag in de Rijksbijdrage; enerzijds als bate en anderzijds als last. Verantwoording vindt plaats via een separaat jaarverslag van de VEG. ‐ Overige lasten opleidingen; met name de kosten van uitbesteed onderwijs Hebreeuws door Universiteit van Tilburg en NT‐Grieks in de premaster door Ars Editura. Niet‐subsidabel betreft diverse administratieve onderwijskosten van het Seminarium. Onderzoek ‐ Internationalisering; inclusief de internationale conferentie in Amsterdam dit voorjaar. In totaliteit onder het niveau van de begroting. ‐ Onderzoeksactiviteiten programma's; worden op basis van de goedgekeurde begroting van de programmaleiders uitgevoerd. De geplande activiteiten zoals studiereizen, vertaalkosten, output ondersteuning, e.d. zijn onder de begroting uitgekomen. ‐ Graduate school; dit betreffen de reis‐ en verblijfkosten en kosten van bijeenkomsten inzake de Graduate school route ten aanzien van onderzoeksvoorstellen en seminars graduate students. ‐ Projectkosten (Templeton,Grundtvig, etc.); (zie ook Baten werk in opdracht van derden). Het betreft het overeengekomen deel "PThU‐funding" van het EU multilateral project Grundtvig en het project van de Templeton World Charity Foundation met de titel "Science and Religion in French speaking Africa" geleid door prof. dr. Van den Toren. Reeds ontvangen tranches maar nog niet gerealiseerde lasten staan als vooruit ontvangen gelden in de Balans opgenomen. ‐ Overige kosten projecten 2e/3e geldstroom; In deze post is de doorberekening van detachering i.s.m. de VU verantwoord van bijzonder hoogleraarschap in de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme bij de Gereformeerde Bond en een overeenkomst tot opdracht voor onderzoek rondom de dorpskerk van de gemeente Sebaldeburen, waarvan de salarislasten niet in de personeelskosten zijn opgenomen. De baten zijn opgenomen onder 3.5 Baten werk in opdracht van derden. ‐ Matching onderzoek 2e/3e geldstroom; Het betreft met promotietrajecten in samenwerking met de Christelijke Hogeschool Ede, de Stichting Gereformeerde Hogeschool te Zwolle, Christelijke Hogeschool Windesheim en Driestar Educatief (samen met het departement religiewetenschap en theologie bij de Universiteit Utrecht). De lasten betreffen de personele lasten van de detacheringen zijn onder het begrotingsbedrag uitgekomen. ‐ Kosten overige activiteiten onderzoek; de inhuur van onderzoekondersteuning en de persoonsgebonden budgetten van promovendi, boekpresentaties en vertaalkosten en kosten van de onderzoekschool Ethiek/Noster. ‐ Kosten dienstverlening kerkelijk bestaan uit de directe arrangementskosten gefactureerd op basis van de nieuwe opzet Permanente Educatie met de PKN en inzet van (freelance)docenten op het Seminarium. Van het Titus Brandsma Instituut is een rekening ontvangen over 2013 van 27,4 voor de opleiding Geestelijke begeleiding (specialisatie) en van het Centrum voor Israëlstudies de verschuldigde cursistkosten van deze reis (27,0), beide in het kader van PAO. Ondanks hogere inkomsten op Permanente Educatie zijn de arrangementskosten onder het begrotingsniveau gebleven. ‐ De Inzet docenten PThU voor PAO is een interne verrekening van subsidiabel naar niet‐subsidiabel.

5 Financiële baten en lasten

subsidiabel

niet‐subsid.

Rekening 2014

Begroting 2014

Afwijking

Rekening 2013

Financiële baten

35,0 63,8

98,8

104,2

5,4‐

226,6

Financiële lasten

4,4‐ 6,4‐

10,7‐

10,9‐

0,2

12,0‐

Totaal financiële baten en lasten

30,6 57,5

88,1

93,3

5,2‐

214,6

Toelichting: De financiële baten bestaan voornamelijk uit rentebaten van de beleggingsportefeuille in obligaties en rekening‐courantrente. Ook de doorberekende rente inzake de vertraging bij de verkoop van de Kamper panden, onder aftrek van de dotatie aan de voorziening dubieuze debiteuren die hierop betrekking heeft is hier opgenomen. De afwijking t.o.v. vorig jaar is te verklaren door een extra transactieresultaat in 2013 van € 83k uit deelverkoop van de beleggingsportefeuille en het regulier vrijvallen van twee obligaties in 2014 voor een bedrag van € 1.000k ‐ met een renteopbrengst van circa € 118k ‐ die door de huidige lage rentestand (nog) niet zijn herbelegd. De financiële lasten bestaan uit de service fee en het bewaarloon van de beleggingsportefeuille en de bankkosten van de bedrijfsrekeningen. Op basis van de verhouding privaat en publiek eigen vermogen op de balans vindt toerekening plaats van de rente over de beleggingsportefeuille.

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi‐publieke sector (WNT)

Bestuurders (functie) Voorzittersclausule

Ingangsdatum dienstverband

* D I

fte omvang

Beloning

Belastbare vaste en variabele onkosten vergoedingen

Voorzieningen beloning betaalbaar op termijn

prof.dr. F.G. Immink (rector) Nee

1‐4‐1987

0,90 D

122,1

‐

20,4

dr. H.C. van der Sar Ja

1‐3‐1992

1,00 D

66,9

‐

7,8

11‐12‐2014

0,90 D

3,6

‐

0,6

192,5

‐

28,8

prof.dr. M.M. Jansen Nee Totaal Bestuurders

2,80

* D(ienstbetrekking) I(nterim) Gewezen topfunctionaris

Naam

prof.dr. F.G. Immink (rector)

Ingangsdatum

fte omvang

* D I

Beloning

12‐12‐2014 0,90 D 7,3

Belastbare vaste en variabele onkosten vergoedingen

‐

Voorzieningen beloning betaalbaar op termijn

1,2

Toelichting: Op 11‐12‐2014 is het rectoraatschap overgedragen van prof.dr. F.G. Immink aan prof.dr. M.M. Jansen. Dr. H.C. van der Sar was tot 11‐6‐2014 in dienst. De bezoldiging van de bestuurders, de belastbare vaste en vaiabele onkostenvergoedingen en de pensioenbijdrage van de werkgever, blijft onder de WNT‐norm per persoon voor 2014.

Protestantse Theologische Universiteit

81


Toezichthouders (functie) einddatum

Dienstverband ingangsdatum

fte omvang

Beloning

J.M. van Bijsterveldt‐Vliegenthart (voorzitter)

6,0

mw.drs. J.J.Tj. Van de Hul‐Omta

3,6

mw.ds G.R. Peetoom

3,6

prof.dr. M. Kaptein

3,6

drs. J.W. Meinsma

Belastbare vaste en variabele onkosten vergoedingen

Voorzieningen beloning betaalbaar op termijn

0,3

3,6

Totaal Toezichthouders

‐

20,4

0,3

‐

Toelichting: De vergoedingen aan de Raad van Toezicht betreffen vacatiegelden exclusief BTW op basis van ingediende facturen en blijven onder de WNT‐norm van toezichthouders van resp. 7,5% en 5% t.a.v. voorzitterschap en lid. In 2014 zijn geen personele mutaties in de Raad van Toezicht geweest.

Vermelding accountantshonorarium De honoraria van Deloitte Accountants B.V. zijn als volgt: Rekening 2014

Rekening 2013

Controle van de jaarrekening incl. bekostigingscontrole

40,2 36,6

Fiscale advisering

7,7 ‐

Niet‐controle diensten

6,1 7,0

Totaal

53,9 43,6

Toelichting: De niet‐controle diensten zijn de kosten van de actuariële berekening van de pensioenvoorziening oud‐hoogleraren en additionele werkzaamheden. De fiscale advisering betreft een lopend bezwaar bij de Belastingdienst. In het bedrag van de jaarrekeningcontrole is een nagekomen post van € 10k inzake 2013 openomen.

Onderstaande opstelling geeft een overzicht van de subsidiabele en niet‐subsidiabele Exploitatierekeningen. Begroting 2014

Rekening 2014 subsidiabel

niet‐subsid.

Totaal Rekening

%

Baten Rijksbijdragen

8.491,6 8.609,3

‐

8.609,3

100,0%

College‐, cursus‐, les‐ en examengelden

500,0 522,3

138,0

660,2

7,7%

Baten werk in opdracht van derden

551,2 464,0

318,2

782,2

9,1%

Overige baten

198,4 88,0

529,6

617,6

7,2%

Totaal baten

9.741,1 9.683,6

985,8

10.669,4

123,9%

108,9%

0,0% 0,0% 63,9% 4,5% 12,2% 28,4%

Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten

6.028,1 399,0 975,0 2.432,3 9.834,4

5.099,8 383,4 1.029,7 2.130,6 8.643,5

402,0 0,9 16,4 315,2 734,5

‐ 5.501,9 384,3 1.046,0 2.445,8 9.378,0

Saldo baten en lasten

93,3‐ 1.040,2

251,2

1.291,4

15,0%

Financiële baten en lasten

93,3 30,6

57,5

88,1

0,0% 1,0% 0,0%

Exploitatieresultaat

0,0 1.070,8

308,7

1.379,5

16,0%

0,0%

82

Jaarstukken 2014


Doorberekend subsidiabel / niet‐subsidiabel Publiciteit & voorlichting: bachelor weekend op Seminarium Personeelslasten Seminarium (niet‐subsidiabel) Docent‐ en overhead initieel onderwijs Seminarium (subsidiabel) Inzet PThU‐docenten in PAO Seminarium (niet‐subsidiabel) Per saldo doorberekend Buitenlandse studenten

Realisatie niet‐subsidiabel Bijdrage PKN Deelnemersbijdragen

subsidiabel

niet‐subsid.

‐ 402,0‐ 174,5 107,5‐ 335,1‐

‐ 402,0 174,5‐ 107,5 335,1

318,2

Totaal niet‐ subs. 318,2

138,0

138,0

Seminarium

Contributies

26,8

Baten gebouwen

‐

26,8 ‐

Overige baten

472,1 30,7

502,8

Financiële lasten/baten

57,5

57,5

Totaal baten

556,3 486,9

1.043,2 ‐

Personeelslasten Seminarium (niet‐subsidiabel)

402,0

Afschrijvingskosten op eigen rekening

0,9

Huisvestingslasten niet‐subsidiabel

‐

Lasten gebouwen niet‐subsidiabel

‐

Overige lasten contribuantenadm.

0,1

Publiciteit Studietoelage buitenlandse student

149,5 ‐

Administratiekosten Seminarium Dotatie Ruimzicht

0,9 16,4

16,4 ‐ 0,1

‐

Studentenpastoraat

402,0

‐ 149,5 ‐

3,0 ‐

3,0 ‐

Doorberekening inzet PThU‐docenten

107,5

Kosten dienstverlening kerkelijk

229,6

229,6

Doorberekening naar initieel onderwijs

174,5‐

174,5‐

Totaal lasten

150,6 584,0

Resultaat

405,8 97,1‐

107,5

734,5 ‐ 308,7

Overige gegevens De jaarrekening 2014 is door de Raad van Toezicht op 8 juni 2015 goedgekeurd.

1. Vaststelling van de resultaatbestemming over het boekjaar 2014 Het College van Bestuur stelt de resultaatbestemming over het boekjaar 2014 als volgt vast: Algemene Reserve

1.083,2

Vervangingsreserve onroerend goed

‐

Vastgelegd vermogen subsidiabel

12,3‐

Egalisatiereserve PThU

97,1‐

Fonds buitenlandse studenten

405,8

Vastgelegd vermogen niet‐subsidiabel

‐

Egalisatiereserve Theologisch Onderwijs

‐ 1.379,5

Dit voorstel is in de jaarrekening verwerkt.

2. Gebeurtenissen na balansdatum Door faillissement van de oorspronkelijke koper zijn de twee bedrijfspanden in Kampen in bezit van de PThU teruggekomen. Het kantoorpand aan de Oudestraat 6/Muntplein 6 is op 17 april 2015 aan een kopende partij overgedragen. Voor het kantoorpand aan de Koornmarkt 1 is nog geen koper gevonden.

3. Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Protestantse Theologische Universiteit

83


Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands

Aan de Raad van Toezicht van de Protestantse Theologische Universiteit

recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het

te Amsterdam.

onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ 2014. Dit vereist dat wij voldoen aan voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle

Verklaring betreffende de jaarrekening

zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid

Wij hebben de (in de jaarstukken 2014 opgenomen) jaarrekening

wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel

2014 van de Protestantse Theologische Universiteit te Amsterdam

belang bevat.

gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december 2014 en de staat van baten en lasten over 2014 met de toelichting,

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging

waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen

van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de

voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van

Verantwoordelijkheid van het bestuur

het inschatten van de risico’s dat de jaarrekening een afwijking van

Het bestuur van de entiteit is verantwoordelijk voor het opmaken van

materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten.

de jaarrekening die het vermogen en resultaat getrouw dient weer te geven, in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving

Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de

onderwijs, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, in

interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken

overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan alsmede in het kader van de financiële rechtmatigheid voor de naleving

Het bestuur is tevens verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid

van die relevante wet- en regelgeving, gericht op het opzetten van

van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties.

controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden.

Dit houdt in dat deze bedragen in overeenstemming dienen te zijn met

Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot

de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen.

uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een controle omvat tevens het evalueren van de

Het bestuur is voorts verantwoordelijk voor een zodanige interne

geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving

beheersing als het noodzakelijk acht om het opmaken van de

en de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en van de redelijkheid

jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving

van de door het bestuur van de entiteit gemaakte schattingen, alsmede

mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg

een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening.

van fraude of fouten. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie Verantwoordelijkheid van de accountant

voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de

bieden.

jaarrekening op basis van onze controle, als bedoeld in artikel 2.9, lid 3 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

84

Jaarstukken 2014


Oordeel betreffende de jaarrekening Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de Protestantse Theologische Universiteit per 31 december 2014 en van het resultaat over 2014, in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 2014 in alle van materieel belang zijnde aspecten voldoen aan de eisen van financiĂŤle rechtmatigheid. Dit houdt in dat de bedragen in overeenstemming zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in paragraaf 2.3.1. Referentiekader van het onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ 2014. Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen Ingevolge artikel 2:393, lid 5 onder e en f van het BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en paragraaf 2.2.3 Jaarverslag van het onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ 2014 is opgesteld, en of de in artikel 2:392, lid 1 onder b tot en met h van het BW vereiste gegevens zijn toegevoegd. Tevens vermelden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening zoals vereist in artikel 2:391, lid 4 van het BW.

Utrecht, 25 juni 2015 Deloitte Accountants B.V. Was getekend: drs. G.J. Straatman RA

Protestantse Theologische Universiteit

85


Bijlagen

86

Jaarstukken 2014


Bijlage 1:

Prestatieafspraak 1. Onderwijs

1.1.4 Docentkwaliteit

1.1 Verplichte indicatoren: Onderwijskwaliteit en studiesucces Het aandeel docenten met een basiskwalificatie onderwijs

1.1.1 Bachelorrendement Het aandeel herinschrijvers van de voltijdse bachelorstudenten dat na 4 jaar een diploma behaalt bij de instelling

Cohort

Voltijd (%) (inclusief afstands­ onderwijs)

Voltijd (%) (exclusief afstands­ onderwijs)

2007-2008

9%

44%

2008-2009

15%

50%

2009-2010

13%

44%

2010-2011

12%

50%

Streefwaarde

Cohort

Voltijd (%)

Afstand (%)

16%

2012

16%

2013

31%

2014

82%

2011

8,5 uur

2012

8,5 uur

2013

8,5 uur

2014

14 uur

2011

19,8% (€ 1.387.286)

2012

Onb.

2013

18,7%

2014

19,7%

Streefwaarde: 75%

1.1.5 Onderwijsintensiteit 75% Het aantal ge­ programmeerde contacturen en overige gestructureerde uren in het eerste bachelorjaar

1.1.2 Uitval Het aandeel studenten van het totaal aantal voltijdse bachelorstudenten dat na 1 jaar studie niet meer bij de instelling staat ingeschreven

2011

Totaal voltijd en afstand (%)

2007 (63)

33

35

34

2008 (51)

17

26

23

2009 (47)

0

13

9

2010 (36)

14

37

32

2011 (40)

20

0

2

2012 (38)

26

50

28

2013 (32)

47

-

47

Streefwaarde

25%

Streefwaarde: ≥ 12 uur in 2015

1.1.6 Indirecte kosten Indirecte kosten, berekend op basis van overheadformatie als percentage van de totale formatie (exclusief onderwijs- en onderzoeksondersteuning), uitgedrukt in percentages en euro’s

Streefwaarde: handhaven van een maximum van 20% van de overheadformatie als percentage van de totale formatie

1.1.3 Excellentie 1.2 Algemeen oordeel NSE 2011: 3,9 Studentenoordeel over de opleiding in het algemeen

Algemeen oordeel NSE 2012: 3,66 Algemeen oordeel NSE 2013: 3,65 Algemeen oordeel NSE 2014: 3,97

Additionele indicatoren onderwijs

1.2.1 Rendement masteropleidingen Streefwaarde: algemeen oordeel ≥ 3,9

1.2.1.1 Voltijd

De PThU hanteert voor het bepalen van het rendement de volgende indicator: het percentueel aandeel masterstudenten dat binnen de nominale studieduur afstudeert. Voor bepaling van het rendement van de driejarige masteropleidingen wordt onderscheiden naar de voltijd- en deeltijdvariant. De voltijdse opleiding kent een nominale studieduur van 180 ects in drie jaar. Voor de deeltijdopleiding gaat de PThU vooralsnog uit van een nominale studieduur van 180 ects in 4,5 jaar.

Protestantse Theologische Universiteit

87


M Predikantschap 31-8-2014 Groningen

M Gemeentepredikant 31-8-2014 Amsterdam

VOLTIJD

DEELTIJD

cohort

aantal in cohort

aantal afge­studeerden

percentage afgestudeerden

cohort

aantal in cohort

aantal afge­ studeerden

percentage afgestudeerden

2006

11

4

36%

2007

29

11

38%

2007

12

2

17%

2008

20

13

65%

2008

7

1

14%

2009

18

13

72%

2009

10

5

50%

2010

11

0

45%

2011

10

5

20

2007

aantal in cohort 16

aantal afge­studeerden

percentage afgestudeerden

11

68%

2008

27

17

59%

2009

22

13

59%

2010

35

16

46%

2011

26

11

42%

DEELTIJD

streefwaarde

aantal in cohort

aantal afge­studeerden

percentage afgestudeerden

2006

1

0

0%

2007

1

0

0%

2008

1

0

0%

2009

2

1

50%

2010

4

2

50%

2011

2

0

0%

cohort

aantal in cohort

aantal afge­ studeerden

percentage afgestudeerden

2006

1

1

100%

2007

3

0

0%

2008

1

1

100%

2009

4

3

75%

1.2.2

Indicator

streefwaarde

Het onderwijsprogramma is activerend en kleinschalig, blijkend uit de staf/ student ratio

Ratio 1:7,5

2012

1:7,5

2013

1:7,5

2014

1:7,5

M Predikantschap 31-8-2014 Groningen DEELTIJD percentage afgestudeerden

2006

5

4

80%

88

2007

6

4

67%

2008

5

4

80%

2009

2

0

0%

1:10

1.2.3 Kwaliteit docenten

Het aandeel docenten met een SKO

aantal afge­ studeerden

Streefwaarde

2011

60%

1.2.1.2 Deeltijd

aantal in cohort

60%

Onderwijsintensiteit

Indicator

cohort

streefwaarde

60%

M Geestelijke Verzorging 31-8-2011 Groningen VOLTIJD cohort

60%

M Geestelijke Verzorging 31-8-2014 Groningen

M Gemeentepredikant 31-8-2014 Amsterdam VOLTIJD cohort

streefwaarde

Ratio

Streefwaarde

2011

0

2012

0

2013

1

2014

2

4 docenten beschikken over een SKO, van wie 2 vestiging Amsterdam en 2 vestiging Groningen

streefwaarde

60%

Jaarstukken 2014


a. Systeem van toetsing

1.2.4 Kwaliteit onderwijs Indicator

Naast de beoordeling op het onderdeel toetsing binnen de opleidingsvisitatie geldt als indicator het oordeel van studenten dat jaarlijks in het kader van de Nationale Studentenenquête wordt gemeten. Indicator

Ratio

Streefwaarde

Voor de opleidingen beschikt de instelling over een adequaat systeem van toetsing op grond waarvan aangetoond kan worden dat de beoogde eindkwalificaties worden gerealiseerd.

NSE 2011: 3,83 NSE 2012: 3,34 NSE 2013: 3,47

≥ 3,5

NSE 2014: 3,63

Ratio

Streefwaarde

Score studententevredenheid over de inhoud van de opleiding

NSE 2011: 3,67 NSE 2012: 3,51 NSE 2013: 3,51 NSE 2014: 3,75

≥ 3,5

Score studententevredenheid over de verworven algemene vaardigheden binnen de opleiding

NSE 2011: 3,71 NSE 2012: 3,60 NSE 2013: 3,62 NSE 2014: 3,84

≥ 3,5

Score studententevredenheid over de verworven wetenschappelijke vaardigheden binnen de opleiding

NSE 2011: 3,52 NSE 2012: 3,40 NSE 2013: 3,38 NSE 2014: 3,64

≥ 3,5

Score studententevredenheid over de voorbereiding op de beroepsloopbaan

NSE 2011: 3,44 NSE 2012: 3,35 NSE 2013: 3,65 NSE 2014: 3,92

≥ 3,5

Ratio 2011

Streefwaarde

b. Erkenning reeds verworven competenties (EVC) 1.2.5 Beroepsveld Indicator De PThU beschtikt over een erkend EVC-centrum

Ratio

Streefwaarde

2011: geen EVC-centrum 2012: geen EVC-centrum 2013: geen EVC-centrum

Indicator PThU heeft erkend EVC-centrum

2014: geen EVC-centrum

c. Getrainde docenten Indicator Aandeel docenten betrokken bij leerprocesbegeleiding, die beschikken over voldoende opleiding, ten opzichte van totaal aantal docenten betrokken bij leerprocesbegeleiding

Ratio

Streefwaarde

2011

10%

2012

100%

2013

100%

2014

100%

100%

Werkloosheid onder afgestudeerden: gemiddelde duur werkloosheid PThUalumni tot eerste functie (in maanden)

KASKI-rapport 2010: 3,4 maanden ten opzichte van 1,4 maanden alle WO-alumni

Arbeidsmarktrelevantie opleiding: score op evaluatie naar opleiding bereidt goed voor op arbeidsmarkt

KASKI-rapport 2010: 30% eens en 31% oneens

Aandeel alumni dat een werkkring vindt als theologisch professional, in het bijzonder predikant

KASKI-rapport 2010: 70% predikant

gemiddelde werkloosheid tot eerste functie in maanden vasthouden op maximaal 3,4

≥ 75% eens

score aandeel predikant binnen totaal werkkring alumni is 70%

Sinds 2010 is er niet opnieuw een onderzoek onder alumni gehouden. Periodiek onderzoek maakt deel uit van de kwaliteitszorg PThU. Volgens het handboek kwaliteitszorg en bijbehorende kalender is een volgend loopbaanonderzoek voorzien in 2016. Bij intake bij primaire nascholing predikanten wordt jaarlijks gevraagd naar relevantie opleiding voor het beroep predikant.

Protestantse Theologische Universiteit

89


1.2.6.

Internationalisering Indicator

Uitgaand: aantal studenten dat in het kader van een internationaal uitwisselingsprogramma in het buitenland een (deel van een) studie volgt als percentage van het totaal aantal studenten

Uitgaand: het aantal studenten van de PThU als percentage van totaal aantal studenten, dat op grond van een Erasmus Mundus overeenkomst studiepunten behaalt in het buitenland.

Inkomend: Aantal studenten dat in het kader van een internationaal uitwisselingsprogramma in de instelling verblijft als percentage van het totaal aantal studenten

Aantal masterprogrammaâ&#x20AC;&#x2122;s aangeboden in buitenlandse taal

Aantal studenten met een vooropleiding behaald in het buitenland als percentage van het totaal aantal instromende masterstudenten

Ratio

Streefwaarde

2011

2010-2011 3 studenten (<1%)

4%

2012

2011-2012 3 studenten (1%)

4%

2013

2012-2013 2 studenten (1%)

4%

2014

2013-2014 6 studenten (2%)

4%

2011

geen student

2%

2012

1 student (< 1%)

2%

2013

geen student

2%

2014

geen student

2%

2011

8 studenten (2%)

2%

2012

9 studenten (2,8%)

2%

2013

0 studenten (0%)

2%

2014

0,31%

2%

2011

1 (=33,3% uitgaande van 3 masteropleidingen)

33%

2012

1 (=33,3% uitgaande van 3 masteropleidingen)

33%

2013

1 (=33,3% uitgaande van 3 masteropleidingen)

33%

2014

1 (=33,3% uitgaande van 3 masteropleidingen)

33%

2011

17%

20%

2012

12%

20%

2013

20%

20%

2014

20%

20%

Aantal docenten dat de Engelse taal beheerst op ten minste niveau CC-1

vaststelling percentage volgt op grond van intake docenten 2015

alle docenten in de internationale masteropleiding, evenals onderzoekers betrokken bij IRTI en hoogleraren die buitenlandse promovendi begeleiden hebben in 2016 niveau CC-1

Aandeel studenten van totaal aantal studenten dat gedurende de duur van de opleiding deelneemt aan een internationale conferentie

10 studenten van in totaal 324 studenten heeft deelgenomen aan een internationale conferentie in studiejaar 2013-2014 (3,1%)

75% van het totaal aantal studenten neemt gedurende de opleiding ten minste ĂŠĂŠnmaal deel aan een internationale conferentie

90

Jaarstukken 2014


1.2.7 Studentenpopulatie Indicator Aantal deeltijdstudenten als percentage van het totaal aantal studenten

Aantal studenten instromend in bacheloropleiding met een HBOdiploma als percentage van totaal aantal instromende studenten Aantal studenten instromend in masteropleiding met een HBO-diploma als percentage van totaal aantal instromende studenten Verdeling instromende studentenpopulatie naar geslacht

Ratio

Streefwaarde

2011

114 van in totaal 333 (=34%)

≥ 33%

2012

90 van in totaal 331 (27%)

≥ 33%

2013

96 van in totaal 324 (30%)

≥ 33%

2014

88 van in totaal 305 (29%)

≥ 33%

2011

52%

≥ 33%

2012

39%

≥ 33%

2013

33%

≥ 33%

2014

33%

≥ 33%

2011

13%

≥ 13%

2012

31%

≥ 13%

2013

2%

≥ 13% ≥ 13%

2014

2011

67% mannelijk en 33% vrouwelijk

2012

60% mannelijk en 40% vrouwelijk

2013

62% mannelijk en 38% vrouwelijk

2014

66% mannelijk en 34% vrouwelijk

Protestantse Theologische Universiteit

In principe 50% - 50%

91


2. Onderzoek

Indicator

2.1 Verplichte indicator onderzoek: valorisatie Naast de additionele indicatoren met betrekking tot valorisatie legt de PThU zich vast op het streven uiterlijk in 2015 2,5% van de publieke onderzoeksmiddelen te besteden aan valorisatie. Met deze middelen zal een professioneel ingerichte en bemenste valorisatie-infrastructuur

Inkomsten uit Nederlandse competitieve subsidieprogramma’s (NWO) voor onderzoeksprojecten als percentage totale inkomsten

Ratio

Streefwaarde

2011

11,74%

2012

8,62%

2013

6,45%

2014

0%

Op basis van voorgaande streefwaarde 6%

worden ingericht, die leidt tot een stevige verankering in de organisatie en het HRM-beleid. Thans is binnen de PThU sprake van een reeks van valorisatieactiviteiten. Een exact beeld van het percentuele aandeel van

2.2.3 Aantal promoties

de publieke onderzoeksmiddelen dat wordt benut om deze activiteiten te ontplooien is niet voorhanden. Het college van bestuur zal voor 2012

Indicator

een methode ontwikkelen voor transparante toedeling van middelen uit

Aantal dissertaties per fte wp (onderzoek)

de publieke onderzoeksfinanciering aan valorisatieactiviteiten. Jaar

Onderzoeksmiddelen

Middelen valorisatie

Percentage

2013

K€ 3.592,3

K€ 81,0

2,25%

Ratio

Streefwaarde

2011

0,33

2012

0,13

2013

0,42

0,4 (per fte onderzoek)

2014

0,41

2.2.4 Onderzoeksoutput Indicator

2.2 Additionele indicatoren onderzoek 2.2.1 Onderzoek-gerelateerd HRM beleid Indicator Aantal wetenschappelijk personeel op wie (onderzoek) prestatiegericht HRM-beleid van toepassing is

Ratio

Streefwaarde

2011

4 van in totaal 78 leden wp (5%)

5%

2012

4 van in totaal 70 leden wp (6%)

5%

5 van in totaal 68 leden wp (7%)

5%

3 van in totaal 65 leden wp (4,6%)

5%

2013 2014

Aantal wetenschappelijke artikelen tijdschriften refereed Aantal wetenschappelijke artikelen tijdschriften non refereed Aantal wetenschappelijke publicaties: hoofdstukken boeken/ bundels

2.2.2 Toegekend aantal beurzen en projecten Indicator Aantal extern toegekende projecten en prijzen per fte WP

Ratio

Streefwaarde

Indicator

2011

0,3

2012

0,4

2013

0,4

Toekenning van één onderzoeksproject op basis van tweede geldstroom en één beurs = 0,1

aantal wetenschappelijke publicaties: boeken

2014

92

0,66

Ratio 2011

1,2

2012

1,86

2013

1,77

2014

2,87

2011

1,8

2012

1,33

2013

1,34

2014

2,13

2011

4,5

2012

2,39

2013

3,39

2014

2,70

2011

17 per 17,95 fte) = 0,9

2012

0,46

2013

0,42

2014

0,57

Ratio

Streefwaarde

1,7 (per fte onderzoek)

2,0 (per fte onderzoek)

4,0 (per fte onderzoek)

Streefwaarde

0,5 per fte onderzoek

Jaarstukken 2014


2.2.5 Conferenties

3.2 Beroepsgerichte publicaties en publicaties breder publiek

Indicator

Ratio

Streefwaarde

Aantal congressen dat de PThU organiseert met buitenlandse partners

2011

1 congres in 2009 door PThU georganiseerd, 4 congressen in 2010 die PThU heeft medegeorganiseerd,

2012

5

2013

Indicator elk jaar (mee) organiseren van ten minste één internationale conferentie

5

2014

7

aantal beroepsgerichte publicaties per fte onderzoek aantal populariserende publicaties per fte onderzoek

Ratio 2011

3,9

2012

2,32

2013

3,32

2014

5,98

2011

5,3

2012

4,31

2013

3,81

2014

4,59

Streefwaarde 4,0 (per fte onderzoek)

5,0 (per fte onderzoek)

3 Valorisatie 3.1 Nascholing/Permanente Educatie Indicator

3.3 Bijzondere leerstoelen

Ratio

Streefwaarde

Aantal deelnemers aan opleidingen, workshops, trainingen aangeboden in het kader van levenlang leren activiteiten en onderwijs voor professionele ontwikkeling

2011

359 deelnemers

2012

305 deelnemers

2013

356 deelnemers

2014

545 deelnemers

≥ 500 deelnemers

Percentage cursussen van het totale aanbod dat ook daadwerkelijk doorgang vindt

2011

19 cursussen van 32 aangeboden cursussen (59%)

75%

16 cursussen van 33 aangeboden cursussen (48%)

75%

19 cursussen van 25 aangeboden cursussen (76%)

75%

34 cursussen van 48 aangeboden cursussen (71%)

75%

2012

2013

2014

Score op basis van evaluatie deelnemers aan opleidingen, workshops, trainingen aangeboden in het kader van levenlang leren activiteiten en onderwijs voor professionele ontwikkeling

2011

Nog niet van toepassing

2012

93,1% goed uitstekend

2013

86,7% goed – uitstekend

2014

87,4% goed uitstekend

Protestantse Theologische Universiteit

Indicator Bijzondere leerstoelen als percentage van het totaal aantal leerstoelen

Ratio

Streefwaarde

2011

39%

2012

40%

2013

50%

2014

50%

45%

Binnen een te ontwikkelen scoremodel een ‘goed’

93


3.4 Onderzoekscontracten met maatschappelijke partijen Indicator

Het aantal duale onderzoekstrajecten als percentage van het totaal aantal onderzoekstrajecten

Ratio

Streefwaarde

2011

8 duale promotietrajecten van in totaal 87 promovendi (AIO en buitenpromovendi) = 9%

2012

8 duale promotietrajecten van in totaal 80 promovendi (AIO en buitenpromovendi) = 10%

2013

8 duale promotietrajecten van in totaal 83 promovendi (AIO en buitenpromovendi) = 9,5%

2014

8 duale promotietrajecten van in totaal 81 promovendi (AIO en buitenpromovendi) = 9,9%

≥ 12%

3.5 Stages Indicator Het aantal studenten als percentage van het totaal aantal masterstudenten dat stage loopt in het kader van een driejarige masteropleiding

94

Ratio 2011

100%

2012

100%

2013

100%

2014

100%

Streefwaarde

100%

Jaarstukken 2014


Bijlage 2:

Samenstelling Raad van Toezicht, College van Bestuur, Universiteitsraad, Raad van Advies, commissies en werkgroepen Raad van Toezicht

Personeel

Mw. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart (voorzitter)

dr. R.J. de Vries (voorzitter),

drs. J.J.Tj. van den Hul-Omta

dr. G.M. Speelman (tot 1 maart 2014)

drs. G.R. Peetoom

dr. H.S. Benjamins

drs. J.W. Meinsma

drs. T.A. Struik

prof.dr. M. Kaptein

H.J. Steen dr. H.M. van den Bosch

Ambtelijk secretaris mr.drs. D.J. de Boer Raad van Advies prof.dr.ir. R. Goodijk College van Bestuur

drs. F. Hemrica

prof.dr. F.G. Immink (rector/voorzitter) (tot 11 december 2014)

drs. C. Kรถhler

prof.dr. M.M. Jansen (rector/voorzitter) (vanaf 11 december 2014)

drs. P.J. Verhagen drs. R. Abma

Adviseurs dr. F. Stark (directeur Onderwijs) drs. G.M. van der Vliet (directeur Bedrijfsvoering van 1 februari 2014

Examencommissie masteropleidingen PThU

tot 1 oktober 2014)

prof.dr. L.J. Koffeman (voorzitter) prof.dr. M.A. Matthias (vice-voorzitter)

Ambtelijk secretaris

dr. T.A. Boer

mr.drs. D.J. de Boer

dr. G.J. van Klinken dr. R. Brouwer dr. M. van der Meulen

Universiteitsraad

prof. dr. F. de Lange

Studenten L. W. de Haan

Ambtelijk secretaris

H.A. Hamburger

drs. C.M. Boonstra

M. Mazereeuw P. van Dam P.M.A. van der Herberg (secretaris)

Protestantse Theologische Universiteit

95


Opleidingscommissie Masteropleidingen PThU

Commissie Post Academisch Onderwijs/Nascholing

prof.dr. H.-M. Kirn (voorzitter)

dr. H.M. van den Bosch

dr. P.H. Vos

dr. R. Brouwer

prof.dr. M.N. Walton

ds. M.J. Schuurman

drs. G.F. Struijs

ds. A.A. Wijlhuizen

H.A.M. Prins, BA (student)

ds. R. Abma

R.B. ten Hoopen, BA (student)

prof.dr. H.P. de Roest (voorzitter)

H.Z. Klink, MA (student) Adviseur Adviseurs

dr. L.Th. Witkamp (opleidingscoรถrdinator)

dr. L.A. Werkman (opleidingscoรถrdinator) dr. P. Sanders (opleidingscoรถrdinator)

Ambtelijk secretaris H.J. Steen

Ambtelijk secretaris H.N. Visser Bibliotheek- en archiefcommissie R.A. van de Belt (student Amsterdam) Werkgroep Internationalisering

vacature (student Groningen)

prof.dr. F.G. Immink (voorzitter)

prof.dr. H.S. Benjamins

prof.dr. L.J. Koffeman (tot 1 september 2014)

dr. G.J. van Klinken (voorzitter)

prof.dr. B. van der Toren

dr. A.C. Mulder

prof.dr. H.E. Zorgdrager (vanaf 1 september 2014)

prof.dr. H. Noordegraaf prof.dr. R.D.N. van Riessen

Ambtelijk secretaris drs. A.S. Nijboer

Adviseur drs. J.W. Puttenstein

Toelatingscommissie dr. L.A. Werkman (opleidingscoรถrdinator Groningen) dr. P. Sanders (opleidingscoรถrdinator Amsterdam) drs. T.A. Struik (studentendecaan Amsterdam) drs. M.A.M. Bouter (studentendecaan Groningen)

96

Jaarstukken 2014


Bijlage 3:

A. SOURCES

Overzicht Publicaties

Programma: Scripture, Religious Identity, and Transformation Programmaleider: prof.dr. K. Spronk Onderzoekers: Hoogleraren Prof.dr. A. Houtman Prof.dr. H.-M. Kirn Prof.dr. M. Matthias Prof.dr A. Merz Prof.dr. R. Roukema Prof.dr. K. Spronk Universitair hoofddocenten dr. M.C.A. Korpel Universitair docenten dr. G.J. van Klinken dr. P. Sanders Promovendi Drs. W.A. Boezelman Drs. J.B. Voogd Onderzoekers VEG Dr. L. Mietus Refereed articles - Matthias, M.A.,‘”Lutheran” Christology in Barth’s doctrine of Justification’, in: Zeitschrift für Dialektische Theologie. Supplement Series 6 (2014), 12-32. - Sanders, P., “The Ashkar-Gilson Manuscript: Remnant of a Proto-Masoretic Model Scroll of the Torah”, in: JHS 14/7, http://www.jhsonline.org/Articles/article_201.pdf - Spronk, K., “Web-Based Resources in the Field of Old Testament Studies”, in: Bibliotheca Orientalis 71 (2014), 361-370.

Protestantse Theologische Universiteit

97


Non refereed articles -M atthias, M.A., ‘Zurechnung der Gerechtigkeit Christi? Beobachtungen zum Sprachgebrauch von imputare bei Luther’, in:

(eds), The Actuality of Sacrifice: Past and Present (Jewish and Christian Perspective Series 28), Leiden: Brill, 2014, 153 169 -R oukema, R., ‘Reception and Interpretation of Jesus’ Teaching of Love

Luther-Bulletin. Tijdschrift voor interconfessioneel Lutheronderzoek 22

for Enemies in Ancient Christianity’, in: A.C. Geljon, R. Roukema (eds),

(2013 / 2014), 70-100.

Violence in Ancient Christianity: Victims and Perpetrators. Leiden: Brill,

- S pronk, K., “De Nieuwe Bijbelvertaling“, in: Met Andere Woorden 33 (juni 2014), 40-53.

2014, 198 214 -R oukema, R., ‘Introduction’, in: A.C. Geljon, R. Roukema (eds), Violence in Ancient Christianity: Victims and Perpetrators. Leiden: Brill, 2014, 1-7

Books refereed - Korpel, M.C.A., J.C. de Moor, Adam, Eve, and the Devil: A New Beginning (Hebrew Bible Monographs, 65). Sheffield: Phoenixpress, 2014: ix + 322pp.

- S pronk, K., “The Looks of a Hero: Some Aspects of Samson in Fine Arts”, in: E. Eynikel, T. Nicklas (eds), Samson: Hero or Fool? The Many Faces of Samson (Themes in Biblical Literature 17), Leiden: Brill, 2014, 197-209 - S pronk, K., “The Story of a Gang Rape as a Means of Liberation. A

Book chapters

Contextual Reading of Judges 19″, in: R. Ganzevoort a.o. (eds), Religious

-H outman, A., ‘The Role of the Targum in Jewish Education in Medieval

Stories We Live By: Narrative Approaches in Theology and Religious

Europe’, in: A. Houtman et al. (red.), A Jewish Targum in a Christian World, Leiden/Boston: Brill, 2014, 81-98 -H outman, A., ‘Putting One’s Life on the Line: The Meaning of he`erah

Studies, Leiden: Brill, 2014, 109-116. - S pronk, K., ‘Micah’, in: R.L. Brawley (ed.), The Oxford Encyclopedia of the Bible and Ethics, Oxford: OUP, 2014, 45-48.

lamavet nafsho and Similar Expressions’, in: A. Houtman et al. (red.), The Actuality of Sacrifice: Past and Present, Leiden/Boston: Brill, 2014,

PhD Theses

192-205

-B yung-Duck Park, Praise, Apathy, or Doubt . The Narrative Intention of 2

-K irn, H.-M.,´Traces of Targum Reception in the Work of Martin Luther´, in: A. Houtman, E. van Staalduine-Sulman, H.-M. Kirn (red.), A Jewish Targum in a Christian World, Leiden: Brill, 2014, 266-288 -K linken, G.J. van, ‘Origins of Liberal Protestantism in a Borderland.

Samuel 12:16-23 -C hristopher Eberhard Wilhelm König. Germanisiering des Christentums. Athur Bonus im Spannungsfeld von Kulturprotestantismus und völkischer Bewegung im wilhelminischen Kaiserreich

The Dutch Reformed Community of Ter Apel, 1796-1854’, in: Elod Hodossy-Takács en Leo J. Koffeman (red.), Pivotal Turns. Transforming

Conference papers

traditions in times of transition, Leipzig: Evangelische Verlagsanstalt,

- S pronk, K., “De figuur van de profeet in het eerste testament’,

2014, 95-99

‘Antwerpen’ conferentie, Westmalle 11 maart 2014.

-M atthias, M.A., ‘Verbalinspiration’, in: Volker Leppin, Gury SchneiderLudolff (red.), Das Luther-Lexikon, Regensburg: Bückle & Böhm, 2014,

Professional publications

71f.

-K linken, G.J. van, ‘De dokter en de sjeik. De rol van Johan Pilon en

-M atthias, M.A., ‘Pietism and Protestant Orthodoxy’, in: Douglas H. Shantz (red.), A Companion to German Pietism, 1660-1800, Leiden, Boston: Brill, 2014, 17-49 (Brill’s Companion to the Christian Tradition, 55) -R oukema, R., ‘Sacrifice in “Gnostic” Testimonies of the Second and Third Centuries’, in: A. Houtman, M. Poorthuis, J. Schwartz, Y. Turner

98

Abdallah Khayr bij de stichting van de moshav Nes Ammim in Galilea, 1959-1962’, DNK 80 (juni 2014), 3-38. -K linken, G.J. van, ‘Geestverwanten maar geen landgenoten. Internationale protestantse netwerken in het tijdperk van de natiestaat’, in: Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis 17 (2014) 2, 67-72. -K linken, G.J. van, ‘Oorlog in het Heilige Land. Protestants Nederland en

Jaarstukken 2014


Palestina, 1914-1918’, in: Enne Koops en Henk van der Linden (red.), De kogel door de kerk? Het Nederlands christendom en de Eerste Wereldoorlog, Soesterberg: Uitgeverij Aspekt BV, 2014, 225-236. - Gert van Klinken, Klaas Douwes en Leo Mietus, ‘Het studiefonds Hallet

- S pronk, K., “De Godsnaam in de psalmen”, in: Muziek & Liturgie 83 (juni 2014) 3, 27-28. - S pronk, K. “Davids zoon, lang verwacht maar toch verrassend”, in: Christelijk Weekblad 19 december 2014, 4-5.

in de twintigste eeuw’, in: DNK 80 (juni 2014), 39-57. - Klinken, G.J. van en L. Mietus, Redactioneel ‘Ten geleide’, in: DNK 81 (2014), 1v. - Roukema, R., “Klaus Berger klaagt aan”, in: Kerk en Theologie 65 (2014) 2, 182 189 - Roukema, R., ‘Jezus’ doop in het lijden. Een messiaanse lezing van Psalm 69 in Lucas 12:50’, in: N. Riemersma (red.), in: Lucas & Handelingen (Amsterdamse Cahiers voor Exegese van de Bijbel en zijn Tradities 29), Bergambacht: Societas Hebraica Amstelodamensis, 2014, 45-54 - Spronk, K., “Obadja onder de profeten”, in: Schrift 271 (2014), 39-43

OTHER RESEARCH OUTPUT Reviews refereed -K irn, H.-M.,Patrick Wulfleff, Die Freiheit der Gläubigen. Umstrittene Tendenzen der Frömmigkeit in den Anfängen von Chassidismus und Pietismus (Kirche – Konfession – Religion), 58, Göttingen: V & R unipress, 2012, 355 p., in: Theologische Literaturzeitung 139 (2014), 601-603. -K irn, H.-M., Ludger Grenzmann, Thomas Haye, Nikolaus Henkel, Thomas Kaufmann (red.), Wechselseite Wahrnehmung der Religionen im Spätmittelalter und in der Frühen Neuzeit, 2 Teile, Berlin: De Gruyter, 2009-2012, in: Theologische Literaturzeitung 139 (2014), 737-739.

Publications aimed at the general public - Klinken, G.J. van, ‘Gewraakte laan’, in: NIW 14 februari 2014. - Klinken, G.J. van, ‘Gezina van der Molen een kinderroofster? Nee’, in: Trouw 18 februari 2014. - Korpel, M.C.A. en J.C. de Moor, `Adam en Eva, een verhaal uit Kanaän’, in: Friesch Dagblad 21-05-2014 - Korpel, M.C.A., J.C. de Moor, `Adam, Eve, and the Devil’, online publicatie op The Bible and Interpretation, December 2014.

-K linken, G.J. van, Anneke Nolet, Ene mejuffrouw Van Velzen 18941967. Inspectrice van de Nijmeegse kinderpolitie en verzetsvrouw, op: www.trajectaportal.eu (geplaatst 17-jan-14) -M atthias, M.A., Geschichtsbewußtsein und Zukunfsterwartung in Pietismus und Erweckungsbewegung. Hg. v. Wolfgang Breul und Jan Carsten Schnurr. Göttingen [u.a.]: Vandenhoeck & Ruprecht 2013 (AGL, 59),in: Pietismus und Neuzeit 40 (2014), 255-261 - S pronk, K., Review of D. Volgger, Und dann wirst du gewiss sterben; Zu

- Korpel, M.C.A., Meditaties in: Kerkblad Leusden juli/aug en dec 2014

den Todesbildern im Pentateuch, Sankt Ottilien Eos Verlag, 2010, in: JSS

- Korpel, M.C.A., Zeswekelijkse bijdrage aan rubriek Perspectieven in:

59 (2014), 211-213.

Friesch Dagblad (10/05, 21/06, 02/08, 13/09, 25/10, 06/12) - Matthias, M.A., meditaties [14.-27.12.2014], in: Evangelisch-Luthers dagboek 2014-2015, Den Haag: SLUB, 2014, 24-33. - Matthias, M.A., meditaties [11.-24.5.2014], in: Evangelisch-Luthers dagboek 2013-2014, Den Haag: SLUB, 2014 - Roukema, R., ‘Croire malgré tout à la résurrection’, in: Echo Wallon. Bulletin des Eglises Wallonnes aux Pays-Bas, 67 (2014) 7, 4 7 - Roukema, R., ‘Christus’ opstanding uit de doden’, in: Geandewei

Reviews non refereed -K linken, G.J. van, C. Houtman, Kinderkerk en kinderpreek. Geloofsopvoeding in het negentiende-eeuwse protestantse Nederland, Heerenveen 2013, in: DNK 80 (juni 2014), 71-72. -K linken, G.J. van, Tj. Doesburg, Ontsloten huis, Katwijk 2014, in: DNK 81 (december 2014), 71-72. -K linken, G.J. van, Gerard Jan Kok, ‘Die verenigde wat gescheiden

21 (2014) 8, 4; in: Confessioneel 126 (2014) 8, 4-5; in: Gezamenlijk

was.’ Geschiedenis van de gereformeerde kerk te Meppel 1835-2005,

Kerkblad voor Drenthe, Overijssel en Flevoland 97 (2014) 4866, 1

Groningen: G.J. Kok, 2014, in: DNK 81 (december 2014), 73-74.

- Spronk, K., “Pinksteren als feest van de opstanding”, in: Christelijk

-K linken, G.J. van, N. Scheps, Weersta vanaf het begin maar slechts

Weekblad 6 juni 2014, 8-9.

met het geesteszwaard. Het verzetswerk van J.H. Scheps 1940-1945, Amsterdam: Aksant, 2011, in: DNK 81 (december 2014), 74-75.

Protestantse Theologische Universiteit

99


- Klinken, G.J. van, J.D. Wassenaar, Het Fries Godgeleerd Gezelschap

OTHER RESEARCH OUTPUT

1838-2013, Leeuwarden: Fryske Akademy 2014, in: DNK 81 (december

Reviews non refereed

2014), 75-76.

- Mietus, L., Recensie Fred van Lieburg (red.), Opwekking van de natie. Het protestantse Réveil in Nederland (Verloren, 2012), in: DNK 80 (2014), 72vv.

Redactie bundels - Houtman, A., E. van Staalduine-Sulman en H.-M. Kirn (red.). A Jewish Targum in a Christian World, Leiden/Boston: Brill, 2014, pp. vi, 318 pp - Houtman, A., M.J.H.M. Poorthuis, J. Schwartz en Y. Turmer (red.), The

B. BELIEFS Programma: Christian Faith in Changing Contexts

Actuality of Sacrifice: Past and Present, Leiden/Boston: Brill, 2014, 482

Programmaleider: prof.dr. M.M. Jansen (tot september 2014) en prof.dr.

pp.

F. de Lange (vanaf september 2014)

- Geljon, A.C., R. Roukema (eds), Violence in Ancient Christianity: Victims and Perpetrators (Supplements to Vigiliae Christianae 125), Leiden: Brill,

Onderzoekers:

2014, 252 pp.

Hoogleraren Prof.dr. M.M. Jansen

PUBLICATIES VEG

Prof.dr. L.J. Koffeman

Book

Prof.dr. F. de Lange

- Mietus, L., J.H. Gunning Jr. Verzameld Werk, Deel 2 (1879-1905),

Prof.dr. J. Muis

’s-Gravenhage: Boekencentrum, 2014, 654p.

Prof.dr. B. van den Toren Prof.dr. H.E. Zorgdrager

Professional publications - Mietus, L., Redactioneel ‘Ten geleide’ met Gert van Klinken, in: DNK 81 (2014), 1v. - Mietus, L., Gert van Klinken, Klaas Douwes en Leo Mietus, ‘Het

Universitair docenten Dr. H.S. Benjamins Dr. Th.A. Boer

theologische studiefonds Hallet in de twintigste eeuw’, in: DNK 80

Dr. A. van der Kooi (tot september 2014)

(2014), 39-57.

Prof.dr. R.H. Reeling Brouwer Dr. R.D.N. van Riessen

Publications aimed at the general public

Dr. E.P. Schaafsma

- Mietus, L., ‘Woord vooraf’ in: K. de Kruijter, Zoeker naar waarheid en

Dr. G.M. Speelman

zekerheid. Dominee D.P.M. Huet (1827-1895) als opwekkingsprediker en

Dr. P.H. Vos

‘christen-spiritist’ (Velp, Brochure Bond 40, 2014), 2p.

Dr. L.A. Werkman

- Hettema, Theo L. en Leo Mietus (red.), Pennenvruchten. Bijdragen voor geloofsontmoeting in Vrije Evangelische Gemeenten, Brochurereeks nr.

Onderzoekers

41, Velp: Bond VEG, 2014: ‘Bezinningsbijdragen over de beginselen van

Dr. K. Bom

de Bond van VEG ‘, 6-26, ‘Het chiliasme en de VEG’, 27-38. - Mietus, L., Boekaankondiging 2de deel Gunning Verzameld Werk, in: PthUnie juli 2014, 7. - Mietus, L., ‘Kyrie eleison’ in: Ons Orgaan, december 2014, 2.

100

Jaarstukken 2014


Promovendi Drs. E.D. Hof Drs. C. van der Knijff Drs. R. van Waarde Drs. G.F. Willemsen Drs. G. van Zanden

-R iessen, R.D.N., ‘Theologale deugden in een seculiere tijd’, in: Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte 106 (2014) 2, 121-126. - Riessen, R.D.N., ‘Hoe kunnen wij vergeven?’, in: Wijsgerig Perspectief 54 (2014) 1, 22-31. - Riessen, R.D.N. van, ‘A Violent God? Philosophical Reflections on Monotheism and Genesis 22’, in: Pieter Vos and Onno Zijlstra (eds.),The Law of God, Exploring God and Civilisation. Studies in Reformed

Bijzonder hoogleraren Prof.dr. A. Brüning

Theology 28. Brill, Leiden/Boston: 2014, 173-193. - Schaafsma, E.P. “Philosophical Anthropology against Objectification.

prof.dr. G. van den Brink

Reconsidering Ricœur’s Fallible Man”, in: International Journal of

prof.dr. J. Hoek

Philosophy and Theology (Special Issue: “Paul Ricoeur and the Future

prof.dr. R.H. Reeling Brouwer

of the Humanities”, Gert-Jan van der Heiden, Eddo Evink and Martijn

prof.dr. M.M. Jansen

Boven, eds) 75 (2014 2, 152–168, http://www.tandfonline.com/eprint/

Onderzoekers VEG

- Nistelrooij, Inge van, Petruschka Schaafsma, and Joan Tronto, “Ricoeur

G9YQH9mw3N3c3jDGy5bJ/full. Dr. T.L. Hettema

and the Ethics of Care”, Medicine, Healthcare and Philosophy,17

Dr. L. Mietus (tot 1 september 2014)

(November 2014) 4,. 485-491 http://link.springer.com/article/10.1007/ s11019-014-9595-4.

Refereed articles

- Speelman, G.M., ‘The Law of God in a Secular State. Claiming Space in

- Benjamins, H.S., ‘Neither Neo- nor Post-. A Liberal Theological View

the Public Domain’, in: Pieter Vos and Onno Zijlstra (eds.), The Law of

of Humanity’, in: Neue Zeitschrift für systematische Theologie und

God. Exploring God and Civilisation. Studies in Reformed Theology 28.

Religionsphilosophie, 56 (2014) 2, 160-180. - Boer, T.A., ‘Euthanasia, Ethics, and Theology: A Dutch Perspective’, in: Review of Ecumenical Studies 6 2014) 2, 197-214. - Jansen, M.M., ‘Civic Integration. A Mission to Civilize Religious Believers?’, in: P. Vos and O. Zijlstra (eds), The Law of God: Exploring

Leiden/Boston: Brill, 2014:23-44 - Derks, M., P.H. Vos & T. Tromp, ‘Under the Spell of the Ring. The Role of Marriage in Moral Debates among Orthodox Reformed Christians in the Netherlands’, in: Theology & Sexuality 20 (2014) 1, 37-55. - Vos, P.H., ‘The Irreducibility of Religious Faith. Kierkegaard on

God and Civilization. Studies in Reformed Theology 28. Leiden/Boston:

Civilization and the Aqedah’, in P.H. Vos, O.K. Zijlstra (eds.), The Law of

Brill, 2014, 217-238.

God. Exploring God and Civilization, Studies in Reformed Theology 28

- Koffeman, L.J., ‘Een perspectief biedende visie op rooms-katholiek kerkelijk recht’, in: NTKR 8 (2014), 70-78. - Lange, F. de, ‘The Heidelberg Catechism: Elements for an Ethic of Care’, in: Acta Theologica (2014), Suppl 20, 156-173. - Lange, F. de, ‘Affirming Life in the Face of Death: Ricoeur’s Living Up

Leiden/ Boston: . Brill, 2014, 194-204. - Vos, P.H., O.K. Zijlstra, ‘Introduction’, in P.H. Vos & O.K. Zijlstra (eds.), The Law of God. Exploring God and Civilization. Studies in Reformed Theology 28. Leiden/ Boston: Brill, 2014:1-19. - Zorgdrager, H.E., ‘On the Fullness of Salvation: Tracking Theosis in

to Death as a modern ars moriendi and a lesson for palliative care’ in:

Reformed Theology,’ in: Journal of Reformed Theology 8 (2014) 4,

Medicine, Health Care and Philosophy 17 (2014) 4, 509–518.

357–381.

- Muis, J., ‘Human rights and divine justice’, in: HTS Teologiese Studies/

- Zorgdrager, H.E., ‘Reclaiming theosis: Orthodox Women Theologians

Theological Studies 70 (2014) 1, Art. #2740, 8 pages. http://dx.doi.

on the Mystery of the Union with God,’ in: Internationale Kirchliche

org/10.4102/ hts.v70i1.2740.

Zeitschrift 104 (2014), 220–245.

Protestantse Theologische Universiteit

101


- Zorgdrager, H.E., ’Mapping the Christian Character: Calvin and Schleiermacher on Virtue, Law and Sanctification’, in: Pieter Vos and Onno Zijlstra (eds), The Law of God. Exploring God and Civilization. Studies in Reformed Theology 28. Brill, Leiden/ Boston:2014, 256-281. - Zorgdrager, H.E., Katya Tolstaya and Anne-Marie Korte, ‘Introduction to the special issue on Pussy Riot’s Punk Prayer’, in: Religion and Gender, Pussy Riot as Litmus Paper: Political Protest and Religious Culture, 4 (2014) 2, 93-99.

Zeiten des Umbruchs; Pivotal Turns - Transforming Traditions in Times of Transition, Beihefte zur Ökumenischen Rundschau Nr. 98, 7-12. -K ooi, A. van der, ‘Scheppen als (onder-)scheiden: Noordmans’ scheppingsbegrip als opmaat naar een nieuw theologiseren’, in: Noordmans Cahier 13. Studies bij het werk van Dr. O. Noordmans, Uitgave van Stichting Dr. O. Noordmans, z.p. 2014, 5-19. - L ange, F. de, ‘Zorg voor autonomie’, in: Christen Democratische Verkenningen, (maart 2014) 1, 52 – 58. - L ange, F. de, ‘Verbannen achter de voordeur: het democratisch tekort

Non refereed articles

in de ouderenzorg‘, in: Gerõn. Tijdschrift over ouder worden &

- Benjamins, H.S., ‘Het vrije individu en het dikke ik’, in: Kerk en theologie

samenleving, 16 (maart 2014) 1, 32 – 34.

65 (2014) 1, 18-31. - Verkerk, Maarten, Dirk-Jan Bakker en Theo Boer, ‘Over()behandelen van kwetsbare ouderen’, in: ZIP, Tijdschrift Zorg en Recht in Praktijk 1,2 (februari 2014), 51-5. - Boer. T.A., ‘Kun je overbehandeling van tevoren zien aankomen?’, in: Geron, tijdschrift over ouder worden & samenleving 16 (juni 2014) 2, 23-5. - Boer. T.A. en D. Mul, ‘The Bible and Medical Ethics’, in: CMF-Bulletin (Christian Medical Fellowship Nederland) 2 (internationale special, juli 2014), 4-7. - Boer, T.A., ‘Wat kunnen huisarts en apotheker doen om overbehandeling te voorkomen?’, in: MFM, Tijdschrift over praktijkgerichte farmacotherapie 4 (juni 2014) 2, 30-34. - Boer, T.A., P. J. Dijkman, P. van Geest en J. Prij, ‘Leven als gave en opgave’, in: Christen Democratische Verkenningen CDV (maart 2014) 1, 3-7 - Boer, T.A., ‘Mensverbetering en ethiek’, Christen Democratische

-M uis, J., ‘Justification and the Justice of God. Barth’s View’, in: Zeitschrift für dialektische Theologie, Supplement Series 6 (2014), 177-197. -R iessen, R.D.N. van, ‘Een belichaamde ziel. Wittgenstein, Kierkegaard en Levinas over innerlijkheid en incarnatie’, in: Mededelingen van de Levinas Studiekring, (december 2014), 22-36. - S chaafsma, E.P., ’Je weet niet waar je voor kiest: over kinderen krijgen en levensvertrouwen‘, in: T.A. Boer, P. J. Dijkman, P. van Geest & J. Prij, Biopolitiek: over de beheersing van leven en dood, Christen Democratische Verkenningen (maart 2014) 1,. 74-79. -V os, P.H., ‘Moreel dilemma of omvattende beroepsreflectie?’, in: Pastorale Verkenningen. Tijdschrift voor het Justitiepastoraat 9 (2014), 3-7. -V os, P.H., ‘Brak de Reformatie met een gedeelde opvatting van “het goede leven”?’, in: Sophie 4 (2014) 2, 8-11. - Z orgdrager, H.E., K. Tolstaya and A.-M. Korte, “Interview with Ekaterina Samutsevich”,in: Religion and Gender, “Pussy Riot as Litmus Paper: Political Protest and Religious Culture”, 4 (2014) 2, 221-233.

Verkenningen CDV (maart 2014) 1, 26-32 - Koffeman, L.J., ‘Reformed Traditions and Reformed Identity in a Process of Church Unification: A Case Study’, in: Elod Hodossy-Takács and Leo J. Koffeman (eds.), Wichtige Wendepunkte - Verändernde und sich ändernde Traditionen in Zeiten des Umbruchs; Pivotal Turns - Transforming Traditions in Times of Transition, Beihefte zur Ökumenischen Rundschau Nr. 98, 131-143. - Koffeman, L.J., E. Hodossy-Takács, ‘Wichtige Wendepunkte – Pivotal

Books -K offeman, L.J., In Order to Serve: An Ecumenical Introduction to Church Polity. Zürich: LIT Verlag ,2014, 274 pp. - L ange, F. de., Licht en zwaar. Voor zwevers en andere spirituelen (essay Maand van de Spiritualiteit 2014), Utrecht: Kok, 2014, 78 pp. - T oren, B. van den, La doctrine chrétienne dans un monde multiculturel. Introduction à la tâche théologique [Christian Doctrine in a Multicultural

Turns: Ein Rückblick’, in: Elod Hodossy-Takács and Leo J. Koffeman (eds.),

World : Introduction to the Mission of Theology], Carlisle : Langham

Wichtige Wendepunkte - Verändernde und sich ändernde Traditionen in

Global Library, 2014), viii + 318 pp.

102

Jaarstukken 2014


Book chapters - Benjamins, H.S., ‘Hegel, de protestantse theologie en het gelovig perspectief’, in: B. Labuschagne, T. Slootweg, R. Sneller (red.), Hegels

Geestkracht en de Theologencursus Charismatische Vernieuwing, Gorinchem: Ekklesia, 2014, 11-20. (heruitgave) -V os, P.H., ‘“De enkeling” en de crisis van de moraal. Kierkegaard en

godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele

MacIntyre over ethiek en zelfwording’, in R.D.N. van Riessen, O.K.

confrontatie, Antwerpen-Apeldoorn: Garant Uitgevers nv, 2014, 219-

Zijlstra (red.), Wat bezielt Kierkegaard? Zeven essays over een dwarse

240.

denkerBudel: , Damon, 2014, , 55-78.

- Koffeman, L.J., ‘The Dark Side of the Good News? A Theological Approach to Church Polity’, in: Allan J. Janssen and Leo Koffeman (eds.),

PhD theses

Protestant Church Polity in Changing Contexts I: Ecclesiological and

-B aan, A.C. The Necessity of Witness Stanley Hauerwas’s Contribution to

Historical Contributions. Proceedings of the International Conference,

Systematic Theology

Utrecht, The Netherlands, 7 – 10 November, 2011. Zürich: LIT Verlag, 2014, 1-16. - Koffeman, L.J., (met Johannes Smit) ‘Preface’, in: Leo J. Koffeman and

Professional publications - J ansen, M.M., ‘Het levenomvattend evangelie’, in: T. Keller, Centrumkerk,

Johannes Smit (eds.), Protestant Church Polity in Changing Contexts II:

het evangelie midden in je stad, speciale editie S. Paas (red), Franeker:

Case Studies. Proceedings of the International Conference, Utrecht, The

Van Wijnen, 2014, 308-314.

Netherlands, 7 – 10 November, 2011. Zürich: LIT Verlag, 2014, v-vii. - Lange, F. de, ‘Er nog toe doen: levensloop vanuit een zingevingsperspectief’, in: Joost van Vliet en Jan S. Jukema (red.) Perspectieven op ouder worden en de sociaal professionals.: Den Haag: Boom Lemma Uitgevers, 2014, 171- 178. - Reeling Brouwer, R.H., ‘Die Bibel als große Erzählung?’, in: Weiter denken. Festschrift für Ton Veerkamp zum 80. Geburtstag, in: Texte und Kontexte. Exegetische Zeitschrift 141-143, 37 (2014) 1-3, 31-40. - Reeling Brouwer, R.H., ‘Nowadays We are not Dealing with Pelagians in our Churches’. Karl Barth and the Janus Face of the Doctrine of Justification in the current of “Reasonable Orthodoxy”’, in: Zeitschrift für dialektische Theologie. Supplement Series 6, 2014, 57-90 - Riessen, R.D.N. van, ‘The Subject as Sacrifice? Levinas’s Confusing Critique of Idealistic Subject Philosophy’ in: A Houtman, M.J.M.H. Poorthuis, J. Schwartz and Y. Turner (eds.),The Actuality of Sacrifice, ed.. Leiden: Brill, 2014, p 305-322. - Speelman, G.M., ‘The Hermeneutical Competence: how to deal with Faith Issues in a Pluralistic Religious Context?’ in: Judith Chapman et alii (eds.), International Handbook of Learning, Teaching and Leading in Faith-Based

- J ansen, M.M., ‘Theology based on Life Stories’, in: L. Miedema and S. Ririhena (eds), The Calling of the Church: Liber Amicorum for the Moluccan Theological Council, Houten: MKC, 2014, 131-144. -K offeman, L.J., ‘“Ik kan hier niet mee lopen” – een kerkorde als een borstkuras?’, in: [H. van Ark (red.)], Regeltjes, regie of regenboog: Teksten over de kerkorde in het licht van Kerk – 2025, Utrecht: Uitgave PKN, 2014, 55-63. -K ooi, A. van der, ‘Woord vooraf’, in: Noordmanscahier 13. Studies bij het werk van Dr. O. Noordmans (thema: Scheppen als (onder-)scheiden), Uitgave van de Stichting dr. O. Noordmans, z.p. 2014, 3v. - L ange, F. de ‘Moeder moet naar huis (casus 16)’ , in: Cees Hertogh, Aart Hendriks, Marian Verkerk (red.), Ethische dilemma’s in de ouderengeneeskunde.: Assen: Van Gorcum, 2014, 92. -M uis, J., ‘Het recht op verkondiging. Paul Scholten over kerk en staat’, In de Waagschaal 43 (2014) 1, 13-15. -R eeling Brouwer, R.H., ‘Frits Kuiper en Christenen voor het Socialisme’, in: Ophef. Tijdschrift voor hartstochtelijke theologie, 18 (2014) 1, 27-31 -R eeling Brouwer, R.H., ‘Pilatus en Jezus’, in: Ophef. Tijdschrift voor hartstochtelijke theologie 18 (2014) 2, 40-42

Schools. Springer: Dordrecht, Heidelberg New York, 2014, 293-305

-R eeling Brouwer, R.H., ‘De geest van Rachel’, in: Kees Kok (redactie en

- Toren, B. van den, “De Heilige Geest in schepping en herschepping”

samenstelling), Messiaans verlangen. Liturgie en schriftuitleg voor de

[“The Holy Spirit in Creation and New Creation”], in: Norbert Baumert

tijd van Advent tot Lichtmis. Werkboek voor liturgie 2, Amsterdam: De

e.a., Charismatisch Pastoraat: doordacht en concreet: Bijdragen uit

Nieuwe Liefde, 2014, 154-157

Protestantse Theologische Universiteit

103


-R eeling Brouwer, R.H., ‘Preekvoorbeeld 2 Korintiërs 5:11 – 6:2’, in: Henk Jansen, Klaas Touwen (red.), Paulus zelf. De zeven ‘echte brieven’. Exegese en preken, Vught: Skandalon, 2014, 69-74 -R eeling Brouwer, R.H., (met Dick Boer) ‘Karl Barth en de nieuwe krisis’, in: Ophef. Tijdschrift voor hartstochtelijke theologie 18 (2014) 3, 16-21 -R eeling Brouwer, R.H., ‘Waarom is de theologie nog niet klaar met Rosenstock-Huessy?’, in: Ophef. Tijdschrift voor hartstochtelijke theologie, 18 (2014) 3, 27-29

voor veteranen en de bijdrage van de Geestelijke Verzorging, Budel: Damon, 2014, 59-80. - Vos, P.H., ‘Terug naar onderwijs als vrije maatschappelijke praktijk’, in J. Weigand & G.J. Spijker (red.), De school van de burger. Onderwijsvrijheid in een participatiesamenleving, Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 2014, 51-60. - Vos, P.H., ‘Vier films, vier verhalen over onderwijs’, in: Sophie 4 (2014) 5, 34-38.

-R eeling Brouwer, R.H., ‘Twee vertalingen. Twee lessen waarbij te leven valt’ (over Job 42:6), in: Ophef. Tijdschrift voor hartstochtelijke

Publications aimed at the general public

theologie, 18 (2014) 4, 50-53

- Boer, T.A., ‘De toekomst van het Nederlandse euthanasiedebat’, in:

-R iessen, R.D.N., ‘Geboren worden in de mensenwereld. Over de twee verhalen in De inktvis van Oek de Jong’, in: Johan Goud (red) Het leven volgens Oek de Jong. Terug naar een naaktheid, Zoetermeer: Klement, 2014, 75-88. -R iessen, R.D.N., ‘Pleidooi voor het nutteloze, Concentratie op de ziel in het onderwijs.’, in: Sophie 44 (2014) 5, 5-9. - Speelman, G.M., ‘Namen van God’,in: Begrip (2014) 1, 27-32. - Speelman, G.M., ‘Salafisme’,in: Begrip (2014) 3, 97-111. - Speelman, G.M., ‘De Al-Kabirmoskee’. Begrip (2014) 3, 132-136. - T oren, B. van den, “Uitdagingen en mogelijkheden van het intercultureel apologetisch gesprek” [“Challenges and possibilities for intercultural apologetic dialogue”], in: H.A. Bakker, M.J. de Kater

Christelijk Weekblad, 3 januari 2014. - Boer, T.A., ‘Europese kerken nuchter over mensverbetering’, in: Kerkinformatie, februari 2014, 26. - Boer, T.A., ‘Verpleeghuis geen reden voor een doodswens’, in: Nederlands Dagblad, 6 maart 2014, met kleine wijzigingen ook als ‘Opname in verpleeghuis als vorm van ondraaglijk lijden’, in: Christelijk Weekblad, 14 maart 2014. - Boer, T.A., ‘Overbehandelen, natuurlijk niet!’, in: De Oogst 77, 900 (maart 2014), 20-22. - Boer, T.A., ‘Dankzij ons blog heeft Syrië straks geen chemische wapens meer’. Interview met Glen Stassen. In: PThUnie 6 (maart 2014) 1, 12-3. - Boer, T.A., ‘Schuld’. Column, Noodzaak (Protestantse Gemeente

& W. van Vlastuin (eds.),Verantwoord geloof: Handboek christelijke

Houten), maart 2014. Ook opgenomen in PThUnie 6 (Passie-special,

apologetiek, Kampen: Brevier, 2014,326-338.

april 2014) 2, 12.

- T oren, B. van den, ‘Woord vooraf’, in: Geestkracht. Bulletin voor Charismatische Theologie 73 (Spring 2014), 1. - T oren, B. van den, “Opnieuw geboren?” [“Born Again?”], in: Bram van de Beek e.a., 12 artikelen over de Heilige Geest, Serie ‘Op goede gronden’, Zoetermeer: Boekencentrum, 2014,55-59. - T oren, B. van den, ’Dogmatiek als apologetiek. Een oriëntatiecursus

- Boer, T.A., ‘Versterving alternatief voor euthanasie?’, in: Reformatorisch Dagblad 29 maart 2014, met kleine wijzigingen ook als ‘Waarom dwingt u mij om door te leven?’, in: Christelijk Weekblad, 4 april 2014. - Boer, T.A., ‘I was wrong – euthanasia has a slippery slope’, in: Calgary Herald, 17 juli 2014, http://www.calgaryherald.com/opinion/op-ed/

christelijk geloof’ [“Dogmatics as Apologetics. An ‘orientation course

Boer+wrong+euthanasia+slippery+slope/10039178/story.html. Cf

in the Christian Faith’”, commenting on G. van den Brink & C. van

http://alexschadenberg.blogspot.ca/2014/07/dutch-ethicist-assisted-

der Kooi, Christelijke dogmatiek, Zoetermeer: Boekencentrum, 2012], Kontekstueel 28 (januari 2014) 3, ?. -V os, P.H., ‘Morele zelfbezinning en competentie-ontwikkeling van veteranen. De begeleiding door de geestelijke verzorging’, in: F. van Iersel, J.P. van Bruggen, R. de Boer (eds.), Terug van de missie. Zorg

104

suicide-dont-go.html - Boer, T.A., ‘“Kindereuthanasie” regelen is slecht idee’, in: Trouw (Podium), 11 september 2014. - Boer, T.A., ‘Een goede arts weet wanneer te stoppen’, in: Reformatorisch Dagblad / RD, 22 november 2014.

Jaarstukken 2014


- J ansen, M.M. ‘Welkom in het publieke domein’, in: N. de Jong-van den Berg (red), En Plein Public: Religie en geloven in het publieke domein, Zoetermeer: Boekencentrum, 2014, 22-23, 70-73. -K offeman, L.J., ‘Een kerkelijk geluid – of een politieke visie?’, in: Ouderlingenblad 91 (april 2014) 1047,11-14. - L ange, F. de, ‘Kom tot jezelf. De wijsheid van de ouderdom’, in: Volzin, (2014) 11, 30 – 33. - L ange, F. de, ‘De kortste weg is een omweg’, in: Perspectief PCOB, januari 2014, 49. - L ange, F. de, ‘De grijze motor’, in: Perspectief PCOB april 2014, 49. - L ange, F. de, ‘Een ander verhaal over dementie’ in: Perspectief PCOB juni 2014, 49 (ook in: PThUnie, 8 (2014) 3, 9). - L ange, F. de, ‘Pieken en blijven pieken’, in: PCOB Perspectief,

- Zorgdrager, H.E., ‘Mijn collega ging dood op de Maidan in Kiev,’ in: Friesch Dagblad, 25 februari 2014. - Zorgdrager, H.E., ‘Grote mis op het Maidanplein,’ in: Friesch Dagblad,24 februari 2014. - Zorgdrager, H.E., ‘Een oecumenisch laboratorium,’ interview in Trouw, 26 februari 2014. - Zorgdrager, H.E., ‘Protestantse kerken in Europa: heroriëntatie en op zoek naar verbinding,’ in: Friesch Dagblad, 1 april 2014. Ook gepubliceerd in Christelijk Weekblad, april 2014. - Zorgdrager, H.E., ‘De ziel van de Oekraïense volksopstand in beeld,’ in: Friesch Dagblad, 12 juni 2014. - Zorgdrager, H.E., ‘Oekraïense kerken op de bres voor de toekomst van hun land,’ in: Woord en Dienst 63 (2014) 6/7, 14-16.

september 2014, 49. - L ange, F. de, ‘Stervenskunst‘, in: Perspectief PCOB, november 2014, 49. -R eeling Brouwer, R.H., ‘(Overweging tijdens de

OTHER RESEARCH OUTPUT Oraties - Reeling Brouwer, R.H., ‘THIS ONE IS ONE AND UNIQUE. On the Task

herdenkingsbijeenkomst voor) In gedachtenis Bé Ruys’, in: Ophef.

of Respecting the Singularity of the Name’ (Engelse vertaling van de

Tijdschrift voor hartstochtelijke theologie 18 (2014) 2, 34-35 en In de

oratie) http://www.pthu.nl/over_pthu/Medewerkers/r.h.reelingbrouwer/

Waagschaal. 43 (2014) 8, 245-246.

english-text-of-the-inaugural-address/

- S chaafsma, E.P., ‘Familie als gegeven’ (“Familie als Gegeven Leven in

- Toren, B. van den, Interculturele theologie als driegesprek. Rede bij

een Web van Relaties.” Een handreiking voor bezinning, gesprek en

de aanvaarding van het ambt van Hoogleraar in de Interculturele

oefening van de Protestantse Kerk in Nederland, jan. 2014 http://www.

Theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit te Groningen,

pkn.nl/Lists/PKN-Bibliotheek/PKN-Familie%20als%20gegeven%20lowres.pdf Translated by G. Overeem as “The family as a Given. Living in a Web of Relationships”) -O ldhoff, Martine & Petruschka Schaafsma, ’Samenredzaam op

uitgesproken 11 november 2014. - Zorgdrager, H.E., Inaugurele rede: Gewoon goddelijk. Theosis als oecumenisch zoekontwerp voor een inclusief denken over verlossing, PThU uitgave, 30 oktober 2014.

eigen kracht?’, in: Peter Cuyvers, Albert Jan Kruiter & Maarten Neuteboom, Allemaal even decentraal graag!, Christen Democratische

Reviews refereed

Verkenningen Amsterdam: Boom Zomer 2014, 156-163

- Benjamins, H.S., Paul L. Allen, ‘Theological Method. A Guide for the

- Vos, P.H., ‘Pleidooi voor de menselijke geest’. Lezing op PThUsymposium over De Knijffs Tegenwoordigheid van geest, 28 maart 2014’, www.theoblogie.nl. - Zorgdrager, H.E., ‘Als het moet zullen we onze vrijheid met stokken verdedigen,’ in: Friesch Dagblad, 30 januari 2014. - Zorgdrager, H.E., ‘Kerken Oekraïne: dit is onvoorstelbaar geweld,’ in: Friesch Dagblad, 21 februari 2014.

Perplexed’, in: Journal of Reformed Theology, 8 (2014), 222-224. - Benjamins, H.S., Jan Rohls, ‘Offenbarung, Vernunft und Religion’ en ‘Schrift, Tradition und Bekenntnis’, Ideengeschichte des Christentums Band I en II in: Nederlands Theologisch Tijdschrift 68 (2014) 3, 251252. - Benjamins, H.S., Gilles Emery, O. P. Matthew Levering (ed.), ‘The Oxford Handbook of the Trinity’ in: Nederlands Theologisch Tijdschrift 68 (2014) 3, 251-252.

Protestantse Theologische Universiteit

105


-R eeling Brouwer, R.H., Recensie van: A.J. Kunz, Als een prachtig

- Hof, Eleonora, ’Re-imagining World Christianity: Challenging Territorial

boek. De Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 2 in de context van

Essentialism‘, Yearbook of the European Society of Women in

de vroegreformatorische theologie (Zoetermeer 2013), in: Kerk en

Theological Research. Leuven: Peeters, 2014, 173-186.

Theologie, april 2014, 199. Non refereed articles Redactie bundels -K offeman, L.J., Allan J. Janssen, Protestant Church Polity in Changing Contexts I: Ecclesiological and Historical Contributions. Proceedings

- Hof, Eleonora, ’Bijbel in Gewone Taal: Problematische Principes, Verrassende Verwantschappen.’ in: In de Waagschaal 43 (2014) 5, 28-30.

of the International Conference, Utrecht, The Netherlands, 7 – 10 November, 2011. Zürich: LIT Verlag, 2014, 206 pp. -K offeman, L.J., Johannes Smit, Protestant Church Polity in Changing Contexts II: Case Studies. Proceedings of the International Conference, Utrecht, The Netherlands, 7 – 10 November, 2011. Zürich: LIT Verlag, 2014, 208 pp. -K offeman, L.J., E. Hodossy-Takács, Wichtige Wendepunkte -

Professional publications - Hof, Eleonora, “Musa Dube en de koloniale erfenis van bijbel vertalen in Botswana”. TussenRuimte (2014) 4, 27:32. - Hof, Eleonora and Wilbert van Saane. ’Zending: Kwetsbare Ontmoeting over Grenzen‘, TussenRuimte (2014)3, 4-8. - Zanden, G. van, ‘Jezus van Nazaret als politiek en sociaal-economisch

Verändernde und sich ändernde Traditionen in Zeiten des Umbruchs;

hervormer. De (on)bruikbaarheid van Karl Barths ‘gelassener

Pivotal Turns - Transforming Traditions in Times of Transition, Beihefte

Konservatismus’’, in: Interpretatie. Tijdschrift voor bijbelse theologie 22

zur Ökumenischen Rundschau Nr. 98. Leipzig: 2014, 160 pp. -R eeling Brouwer, R.H., Barth’s Doctrine of Justification, Zeitschrift für dialektische Theologie Supplement Series 6, Amsterdam 2014, responsible editors Bruce L. McCormack (Princeton) & Rinse H. Reeling Brouwer (Amsterdam), 208 pp. -R iessen, Renée van, Onno Zijlstra (red.), Wat bezielt Kierkegaard? Zeven essays over een dwarse denker, Budel: Damon, 2014. -N istelrooij, Inge van, Petruschka Schaafsma, eds., Special issue “Ricoeur and the Ethics of Care”, Medicine, Healthcare and Philosophy 17 (2014) 4, 485-528 (special issue consisting of 5 articles). -V os, P.H. , O.K. Zijlstra (eds.), The Law of God. Exploring God and Civilization, Leiden/ Boston: Brill, 2014, 330 pp. - Z orgdrager, H.E., Gastredactie samen met Anne-Marie Korte en Katya Tolstaya: Special Issue (refereed) of Religion and Gender, “Pussy Riot as

(januari 2014) 1, 8-11. - Zanden, G. van, ‘Amsterdamse vertaalslagen’, in: In de Waagschaal 43 (1 februari 2014) 2, 44-47. - Zanden, G. van, ‘Toen onze Barth een Barthje was. De preken van Karl Barth in 1914’, in: In de Waagschaal 43 (21 juni 2014) 7, 196-199. - Zanden, G. van, ‘‘Alles is zo mooi, dat ik zingen moet’. Individualiserende tendensen in het Nieuwe Liedboek en in de Opwekkingsbundel’, in: In de Waagschaal 43 (16 augustus 2014) 8, 256-260. - Zanden, G. van, ‘Edda en Thora light. Over Vreekamps Als Freya zich laat zien’, in: In de Waagschaal 43 (16 augustus 2014) 8, 264-266. - Zanden, G. van, ‘Voorwaarts, christenstrijders! Van Iperen over het Evangelisch Werkverband’, in: In de Waagschaal 43 (10 oktober 2014) 10, 326-329.

Litmus Paper: Political Protest and Religious Culture,” vol 4, no 2, 2014. Publications aimed at the general public PUBLICATIES PROMOVENDI Refereed articles

- Zanden, G. van, ‘Kiezen’, Christelijk Weekblad 62 (18 april 2014) 16/17, 6.

-H of, Eleonora, ’Het gewicht van het zwaartepunt: recht doen aan het

- Zanden, G. van, ‘2014: Feestballonnen en snotterdoeken. Over 10

wereldchristendom‘. Nederlands Theologisch Tijdschrift 68 (2014) 4,

jaar Protestantse Kerk en een Gereformeerde boetedag’, in: In de

261-281.

Waagschaal 43 (6 december 2014) 12, 380-382.

106

Jaarstukken 2014


OTHER RESEARCH OUTPUT

Non refereed articles

Reviews refereed

- Brüning, A., Oekraïense ikonen‘ in Eikonikon. Nieuws rond ikonen 124

-K nijff, C. van der, James P. Eglinton, Trinity and Organism: Towards a

(september 2014), 12-?

New Reading of Herman Bavinck’s Organic Motif (London: Bloomsbury T&T Clark, 2012),in: Theologia Reformata, 57 (2014) 3, 308-309. -H of, Eleonora, Book Review: C. Lienemann-Perrin/W. Lienemann (ed.)

Book chapters - Hoek, J., ‘Die Deutung der Prädestinationslehre in der Leuenberger

Religiöse Grenzüberschreitungen: Studien zu Bekehrung, Konfessions-

Konkordie’, in: Michael Beintker / Martin Heimbucher (ed.),

und Religionswechsel / Crossing Religious Borders: Studies on

Verbindende Theologie - Perspektive der Leuenberger Konkordie.

Conversion and Religious Belonging (Studien zur Außereuropäischen

Neukirchen: Neukirchener Theologie 2014, 104-124.

Christentumsgeschichte/ Studies in the History of Christianity in the Non-Western World). Wiesbaden, Harrassowitz Verlag, 2012, in: Tijdschrift voor Theologie 54 (2014), 301. -H of, Eleonora, Book Review: Vassiliadis, Petros (ed.). Orthodox

- Hoek, J., ‘Verbindende theologie – bagage die ertoe doet’, in: René Erwich, Jan Hoek, Jan Marten Praamsma (ed.), Theologie als beroep. Verhalen van hoop, Utrecht: Kok, 2014, 104-117. - Hoek, J., ‘Onder spanning - spiritualiteit en professie’, in: René Erwich,

Perspectives on Mission. Oxford: Regnum Books, 2013, in:

Jan Hoek, Jan Marten Praamsma (ed.), Theologie als beroep. Verhalen

TussenRuimte 2 (2014), 59.

van hoop, Utrecht: Kok, 2014, 118-142. - Hoek, J., ‘Gereformeerde ecclesiologie’, in: J. Hoek (ed.), De kerk leeft.

PUBLICATIES BIJZONDER HOOGLERAREN:

Vitaal gemeente-zijn vandaag. Heerenveen: Groen, 2014, 23-49.

Refereed articles -B rink, G. van den, ‘Tussen sciëntisme en fideïsme. Acceptatie van de evolutietheorie als theologische uitdaging’, in: HTS Teologiese Studies/

Professional publications - Hoek, J., ‘Het verhaal gaat verder’, in: Jan Marten Praamsma

Theological Studies 70 (2014) 1, Art.#2729, 8 pp. (doi: 10.4102/hts.

(ed.), Klassikaal geloven. Verhalen uit de wondere wereld van het

v70|1.2729)

godsdienstonderwijs. Utrecht: Kok, 2014, 159-167.

-B rüning, A., ‘”Tradition and Traditions” - Relating Gadamer’ s “Truth and Method” to Russian Orthodox Theology,’ in: Journal of Eastern

Publications aimed at the general public

Christian Studies 66 (2014) 1-2, 73-90.

- Brink, G. van den, ‘Graafland als theoloog – bewegend tussen Schrift,

-B rüning, A. ‘The Empire and the Desert. Eastern Orthodox Theologians about Church and Civilization,’ in: Pieter Vos, Onno Ziijlstra (eds.), The Law of God. Exploring God and Civilization. Studies in Reformed Theology 28. Brill, Leiden/Boston: 2014),84-104. -B rüning, A., ‘Katastrophe und Epochenwende. Die Russische Orthodoxe Kirche im Weltkrieg,’ in: Osteuropa 64 (2014) 2-4 (special issue: Totentanz. Der Erste Weltkrieg im Osten Europas), 263-278. -H oek, J., ‘God nearby and God far away - Stephen Charnock on divine attributes’, in: In die Skriflig 48 (2014) 1, Art.#1706, 7 pages. http: // dx.doi.org /10.4102 /ids.v48/ 1.1706.

traditie en de eigen tijd’, in: De Waarheidsvriend 102 (2014) 42, , 8-9. - Brink, G. van den, ‘Votum en groet: een goed begin,’ in: P.J. Vergunst (red.), In de kerk, bij God, Heerenveen: Royal Jongbloed, 2014, 28-33. - Brüning, A., Commentaar: “Wie overbrugt de diepe kloof in Oekraine?” - Trouw Opinie, 25-02-2014. - Brüning, A., Interview/Artikel: “Kerken hebben matigende invloed in Oekraine” - Katholiek Nieuwsblad, 04-04-2014, 8. - Brüning, A., “Orthodoxe Menschenwürde - Sei wie die Kirchenväter” - Verslag over de conferentie o.d.t. “Human Dignity and Patristic Tradition” (zie boven, auteur Kerstin Holm), Frankfurter Allgemeine Zeitung, 29-10-2014, N 3. - Brüning, A., id., “Menschenrechte Ost und West” (auteur redactie) Christ in der Gegenwart, 66 (2014) 45, 510.

Protestantse Theologische Universiteit

107


OTHER RESEARCH OUTPUT Reviews refereed -B rink, G. van den, Recensie van Aza Goudriaan & Fred van Lieburg,

- Hettema, T.L., ‘Een engel voor de toekomst,’ in: Ons Orgaan dec. 2014, 12-13. - Hettema, Theo L. en Leo Mietus (red.), Pennenvruchten. Bijdragen voor

Revisiting the Synod of Dordt (Leiden 2011). In: Journal of Reformed

geloofsontmoeting in Vrije Evangelische Gemeenten, Brochurereeks nr.

Theology 8.2 (2014), 208-209.

41, Velp: Bond VEG, 2014.

-B rüning, A., Rev:. Martin Schulze Wessel, Revolution und religiöser

- Hettema, T.L., ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand. Over de

Dissens. Der römisch-katholische und der russisch-orthodoxe Klerus

schoonheid van de gemeente,’ De kerk wereldwijd en haar diversiteit,’

als Träger religiösen Wandels in den böhmischen Ländern bzw. in

‘Bouwstenen voor een vrije evangelische liturgie’, ‘Kerk en internet:

Russland 1848–1922 (München: Oldenbourg, 2011). In: Jahrbücher für

over de gemeente en haar wereldwijde wezen,’ in: Pennenvruchten,

Geschichte Osteuropas 62 (2014) 2, 307-310.

39-47, 48-52, 53-59, 60-68.

-B rüning, A., Rev. Sonja Luehrmann, Secularism Soviet Style. Teaching Atheism and Religion in a Volga Republic, (Bloomington 2011). in: H-Soz-u-Kult, 01.04.2014, [URL: http://hsozkult.geschichte.hu-berlin.

C. PRACTICES

de/rezensionen/2014-2-001] Programma: Redactie bundels

Practices of Faith in Socio-cultural Networks

- E rwich, René, Jan Hoek, Jan Marten Praamsma (ed.), Theologie als

Programmaleider: prof.dr. M. Barnard

beroep. Verhalen van hoop, Utrecht: Kok, 2014, 104-117. - E rwich, René, Jan Hoek, Jan Marten Praamsma (ed.), Theologie als beroep. Verhalen van hoop Utrecht: Kok 2014, 118-142. -H oek, J. (ed.), De kerk leeft. Vitaal gemeente-zijn vandaag Heerenveen: Groen, 2014, 23-49.

Onderzoekers: Hoogleraren Prof.dr. M. Barnard Prof.dr. F.G. Immink Prof.dr. H. Noordegraaf

PUBLICATIES VEG

Prof. dr. H.P. de Roest

Refereed articles

Prof.dr. M.N. Walton

-H ettema, T.L., ‘Autonomy and its vulnerability: Ricoeur’s view on justice as a contribution to care ethics,’ in: Medicine, Healthcare and

Universitair docenten

Philosophy 17 (2014) 4, 493-498.

Dr. R. Brouwer Dr. A. de Kock

Non refereed articles

Dr. H. de Leede

-H ettema, T.L., Kroniek: Comeniusconferentie over protestantse tradities

Dr. H.C. van der Meulen

en de ziel van Europa, TvT 54 (2014) 4, 410-411.

Dr. M. van der Meulen Dr. A.C. Mulder

Publications aimed at the general public

Dr. F. Stark

- Hettema, T.L., ‘Volstromen’, in: Ons Orgaan jan. 2014, 2

Dr. R.J. de Vries

- Hettema, T.L., ‘Een rand van stilte,’ in: Ons Orgaan, april 2014, 10-11. - Hettema, T.L., ‘Zuivering’, in: PThUnie (extra editie, april 2014) 8.

108

Jaarstukken 2014


Onderzoekers Dr. M.C.A. Klomp

-B rouwer, R., ‘Interim trust. A qualitative research on an ecclesial practice of trust’, in: Journal of Empirical Theology 27 (2014) 239-260

Drs. P.M. Sonnenberg (vanaf 1 september 2014)

-B rouwer, R., ‘‘‘Forgive me, father, for …’’’, in: Tijdschrift voor Theologie

Promovendi

- Immink, F.G., ‘Theological Analysis of Religious Practices’, in: International

54 (2014) 1, 39-55. Drs. C.S. van Andel Drs. J. Gelderloos-Commandeur

Journal of Practical Theology 18 (2014) 1, 127-138 -W ijnia, Lieke & Mirella Klomp, ‘Tarenskeen’s LUTHER: allowing for new

Drs. J. Hage

forms of sacrality’, in Yearbook for Liturgical and Ritual Studies, 30

Drs. R. Nasrallah

(2014) 243-259.

Drs. C.S.H. Rijken Drs. C.C.L. van den Berg-Seiffert Drs. P.M. Sonnenberg (tot 1 september 2014) Drs. M.J. Verburg

-K ock, A. de, ‘Catechists’ conceptions of their catechetical learning environments’, in: International Journal for the Study of the Christian Church, 14 (2014) 1, 3-21. -K ock, A. de, ‘A typology of catechetical learning environments’, in: International Journal of Practical Theology, 18 (2014) 2, 264–286.

Bijzonder hoogleraren Prof.dr. J.J.M. de Hart

- P .M. Sonnenberg, ‘God in Youth Worship’, in: Jaarboek voor liturgieonderzoek 30 (2014), 223-241

Refereed articles

Non refereed articles

- Barnard, M. ‘My father’s tobacco-jar, Church Square Pretoria, and

-K lomp, Mirella, ‘Panel de jeunes chercheurs en fin de congrès’, in: La

Freedom Park: an autoethnographical exploration’, in: Verbum et Ecclesia 35(2014)2, Art. #882, 7 pages. http://dx.doi. org/10.4102/ ve.v35i2.882 - Barnard, M. Ian Nell, Henry Mbaya, ‘Rev. Pungula Wellington Singani. Leadership in the Corinthian Church in Phepheni, Eastern Cape, South Africa’, in: Nederduitse Gereformeerde Teologiese Tydskrif, 55 (2014) 1-2, 9-28 - Andel, Nienke van, Martin Hoondert, Marcel Barnard, ‘We is plural:

Maison-Dieu, 277 (2014) 1, 113-140. -N oordegraaf, H., (met Tony Addy en Kari Latvus) ‘Recent International Statements on Diaconia’, in: Diaconia 5 (2014) 1, 82-86 -N oordegraaf, H., ‘Diaconal Studies in the Netherlands 2000-2013. A Literature Report’, in: Diaconia 5 (2014) 2, 93-102 -R oest, Henk de, ‘Praktische Theologie 2007-2012. Trendbericht’, in: Handelingen. Tijdschrift voor praktische theologie en religiewetenschap 41 (2014) 1, 67-78. Dit trendbericht biedt een analyse van trends

identity construction in hymn book editorial meetings’, in: Journal of

in recente boeken en artikelen binnen het brede vakgebied van de

Empirical Theology, 27 (2014) 2, 1-25.

praktische theologie en praktische religiewetenschap.

- Andel, Nienke van, Martin Hoondert, Marcel Barnard, ‘Images of a Hymnal. Criteria for selecting songs derived from constructed meaning of a hymnal’, in: Jahrbuch für Hymnologie und Liturgik 53 (2014) 143159

-V ries, R.J. de, ‘Opwekken tot omzien naar elkaar. Over de betekenis van onderling pastoraat’, Kerk en Theologie 65 (2014) 2, 165-181. -W alton, M.N., ‘Met de omstandigheden rekening houden. Differentiëring van geestelijke verzorging’ Handelingen 41 (2014) 3, 39-48.

- Wijnen, Harmen van, Marcel Barnard, ‘From organized faith to living faith: the need for de-laboratoryzing and de-conceptualizing youth

Books

ministry’, in: Journal of Youth and Theology 13 (2014) 1, 6-23

-B arnard, Marcel, Johan Cilliers, Cas Wepener, Worship in the network culture. Fields and methods, concepts and metaphors (= Liturgia Condenda 28), Leuven/ Paris/ Walpole MA: Peeters 2014 418 pp

Protestantse Theologische Universiteit

109


- I mmink, F.G., The Touch of the Sacred. The Practice, Theology and Tradition of Christian Worship. Grand Rapids: W.B. Eerdmans publishing company, 2014, 266 pp. (vertaling van: Het heilige gebeurt) -W alton, M.N., Hoe waait de wind? Interpretatie van geestelijke verzorging door cliënten in de GGZ. Tilburg: KSGV, 2014, 208 pp.

Diakoniewissenschaft in Forschung und Lehre. DWI Jahrbuch 2013, Heidelberg: 2014, 125-132. - Roest, Henk de, ‘Von Religionen lernen. Jürgen Habermas und die Unverzichtbarkeit religiöser Gemeinschaften’, in: Elöd Hodossy-Takacs & Leo J. Koffeman (Hrsg.), Wichtige Wendepunkte. Verändernde und sich ändernde Traditionen in Zeiten des Umbruchs. Beihefte zur

Book chapters -B arnard, Marcel, Henry Mbaya, Cas Wepener, ‘Blessing, burning and burying: social capital formation in churches in South Africa’, in: Wilhelm Gräb,/ Lars Charbonnier (eds.), The impact of religion on social capital formation and social development in different cultural

Ökumenischen Rundschau 2014/98, 145-158. - Roest, Henk de, ‘Kirchenschliessung’, in: Ralph Kunz & Thomas Schlag (Hrsg.), Handbuch für Kirchen- und Gemeindeentwicklung. Neukirchen: 2014 Neukirchener Verlag, 416-424. - Roest, Henk de, ‘Leren van religies. Jürgen Habermas en de

contexts. Entering the field in an international and interdisciplinary

onmisbaarheid van religieuze gemeenschappen’, in: Adrie Paasen &

perspective, Berlin / Münster: LITVerlag 2014, 109/126.

Peter-Ben Smit (red.), Over katholiciteit als noodzaak, de noodzaak van

-B rouwer, R., ‘Reformed Ministry: Lifelong calling or interchangeable profession?’, in: A. Janssen and L.J. Koffeman (eds.), Protestant Church Polity in Changing Contexts. Ecclesiological and Historical

religie en de waarden van het koningschap. Quasimodolezingen 20112013. Amersfoort/Sliedrecht: Merweboek, 2014, 27-42. - Stark, F. ‘Een stem in bewaring. Het zelfverstaan van de prediker in de

Contributions. Proceedings of the International Conference, Utrecht,

context van een justitiële inrichting’, in: Theo W.A. de Wit, Reijer de

The Netherlands, 7-10 November, 2011. Volume I, Wien: Lit Verlag

Vries, Ryan van Eijk (red.), Lost in Translation? De (ex-)gedetineerde

2014, 95-105.

in de participatiesamenleving. Amsterdam/Tilburg: Centrum voor

- I mmink, F.G., ‘The Practice of Prayer’, in: Wilhelm Gräb, Lars Charbonnier (Eds.), The Impact of Religion on Social Cohesion, Social

Justitiepastoraat 2014, 143-153 - Walton, M.N., ‘Mehr Partner als je zuvor! Mehr Perspektiven als je

Capital Formation and Social Development in Different Cultural

zuvor! Islamische Seelsorge im Gespräch‘, in: E. Begic, H. Weiss & G.

Contexts. Zürich/Münster: LITVerlag, 2014, 45-56

Wenz (Hg.), Barmherzigkeit. Zur sozialen Verantwortung islamischer

-H oondert, Martin J.M. & Mirella Klomp, ‘‘The streets of Gouda are our Jerusalem!’ A popular Passion performed in the market square of a

Seelsorge, Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Verlagsgeselschaft, 2014, 177-184.

Dutch city’, in: P. Post, Ph. Nel, W. van Beek (eds), Sacred Spaces and Contested Identities. Space and ritual dynamics in Europe and Africa,

PhD theses

Trenton/London/Cape Town etc.: Africa World Press 2014, 313-330.

- Willem Gijsbert van Iperen, Balanceren in de kerk. Onderzoek naar

-B arnard, M., Cilliers, Wepener, Klomp, Sonnenberg, Belderbos, Van

presentie, profilering en receptie van het Evangelisch Werkverband

Andel, ‘Investigating liturgical ritual’, in: Marcel Barnard, Johan Cilliers, Cas Wepener, Worship in the Network Culture. Liturgical Ritual Studies - F ields and Methods, Concepts and Metaphors (= Liturgia Condenda

binnen de Protestantse Kerk in Nederland, 1995-2010 - A.C. Verweij, Positioning Jesus’ Suffering. A Grounded Theory of Lenten Preaching in Local Parishes

28), Leuven/Paris/Walpole: Peeters Publishers 2014, 49-63. (A previous version of this chapter was published as Barnard, Klomp, Sonnenberg,

Professional publications

Belderbos & Van Andel, ‘Dots on a blank sheet’.)

- Barnard, Marcel en Mirella Klomp, ‘Zangrepertoires’, in: Martin

-N oordegraaf, H., ‘Armutsbekämpfung durch Kirchen auf dem

Hoondert e.a. (red.), Godlof! Maar hoe?, Heeswijk: Berne Media 2014,

Land. Protokoll einer einer Erkundigungsstudie. Ein Bericht aus

57-63 [dit is een uitgebreide versie van de publicatie onder dezelfde

den Niederlanden’, in: Johannes Eurich/Dietmar Kauderer (Hrsg.),

titel in 2013].

110

Jaarstukken 2014


-B arnard, Marcel, ‘Bijbellezen als textiele werkvorm. ”O meester, slaaf

pastorale opdracht’, in: G.C. den Hertog, H.R. Keurhorst, H.G. L.

en broeder, geslachte en verrezen God”, in: Schrift 46 (2014) 1, 30-

Peels (red.), Triniteit en kerk. Bundel ter gelegenheid van het afscheid

34.

van prof. dr. A. Baars als hoogleraar aan de Theologische Universiteit

-B arnard, Marcel, ‘Vloeibare heiligheid. Bij de altaarstukken van Hanneke de Munck’, in: Laetare 30 (2014) 1, 36-39. -B rouwer, R., ‘Meditatie’ (Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? (1 Korintiërs 6:19)), in: Kerk en Theologie, 65 (2014) 2, 102-104. -B rouwer, Rein, e.a., Vitaliserend Protestants Amsterdam. Een onderzoek naar de voorwaarden waaronder activiteiten gesteund door het Vitaliseringsfonds van de Protestantse Kerk Amsterdam vitaliserend werken [Aangeboden aan het Vitaliseringsfonds op 7 februari 2014], Protestantse Theologische Universiteit, Amsterdam 2014, http://www. protestantsamsterdam.nl/vitaliseringsfonds.html, en http://www. protestantsamsterdam.nl/actueel/nieuws/2036-vitaliseringsfondsonderzocht.html. -B rouwer, R., ‘“Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet!” Vitalisering in de spiegel van Church Life Survey’, in: Nieuwsbrief Werkverband Kerkelijk Opbouwwerk (WKO-Bulletin) (2014) 85, 19-20. - I mmink, F.G., ‘Preken als ambacht’, in: Theologia Reformata 57 (2014) 2, 118-128 - I mmink, F.G., ‘De christelijke liturgie in trinitarisch perspectief’, in: G.C. den Hertog, H.R. Keurhorst, H.G.L. Peels (red.), Triniteit en kerk, Heerenveen: Groen, 2014, 163-173. - I mmink, F.G., ‘Theologie van de praktijk’, in: Marinus Beute en Peter van de Kamp (red.), Instemmend luisteren. Studies voor Kees de Ruijter, Utrecht: Kok, 2014, 172-180. - I mmink, F.G., ‘Reflexen’, in: Theologia Reformata, 57 (2014) 3, 290298.

Apeldoorn, Heerenveen: Groen, 2014, 265-279. - Meulen, H.C. van der, ‘Jezus, om uw lijden groot. Over de lijdenstijd’, in: Confessioneel 126 (2014) 5, 8-9. - Meulen, H.C. van der, ‘Voortgaande strijd. Over het geloofsgesprek en ongeloof’, in: Kontekstueel 28 (2014) 4, 18-20. - H.C. van der Meulen, ‘Trainen en spiritualiteit. Over het nut van geestelijke oefening’, in: Confessioneel 126 (2014)13, 6-7. - Meulen, H.C. van der, ‘Miskotte niet te vergeten’, in: Confessioneel 126 (2014) 19, 8-9. - Meulen, M. van der, Over berg en dal. Twintigers en dertigers in de Protestantse Kerk. Groningen: PThU, 2014, 51 pp. - Noordegraaf, H., ‘Trendbericht: Diaconaat 2010-2013’, in: Handelingen 41 (2014) 2, 74-78. - Noordegraaf, H., ‘Literatuurbericht diaconaat 2010-2013’, 13/06/2014, 10.500 woorden (website Handelingen.com), 20 pp. - Noordegraaf, H., ‘Stemmen uit het verleden: Abraham Kuyper en Willem Banning’, in: OndersteBoven 28 (1e kwartaal 2014) 1, 25-27. - Noordegraaf, H., ‘Diaconaal leren’, in: Kerk en stage. Over de kerken als leerplaats voor jongeren en de maatschappelijke stage als vliegwiel voor vernieuwing. Oecumenische bezinning 46, Raad van Kerken in Nederland, Amersfoort: 2014, 10-12. - Noordegraaf, H., ‘Maatschappijkritiek van oudheid tot heden: over Kritische Stemmen, het nieuwe boek van Bert Laeyendecker’, in: Tijd en Taak (april 2014), 16/17. - Noordegraaf, H., ‘Naar de participatiemaatschappij – maar welke?’, in: Bewerken, bewaren en doorgeven, Landelijk Bureau DISK/Werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA, ’s-Hertogenbosch: 2014, 48-53.

-K ock, A. de, ‘Leren geloven: de kerk als leergemeenschap?’, in: J. Hoek

- Noordegraaf, H., Dienstbaar aan de stad. De geschiedenis van twee

(Red.) De kerk leeft: vitaal gemeente-zijn vandaag, Heerenveen: Groen,

inloophuizen in Schiedam. Uitgave ter gelegenheid van 25 jaar De

2014 163-187 (hoofdstuk 8).

Wissel en 20 jaar De Weerklank in Schiedam, Stichting Missionair

-K ock, A. de, & Van den Bosch, H. ‘Waar begin je? En waar eindig je?’, in: Handelingen – themanummer ‘professionalisering van theologen, 41 (2014) 3, 64-68. -M eulen, H.C. van der, ‘”…dat zij U kennen…”. Over het praktischtheologisch belang van de orthognosie, in het bijzonder voor de

Protestantse Theologische Universiteit

Diaconaal Centrum Schiedam, Schiedam: 2014, 33 pp. - Noordegraaf, H., ‘Jurjen Beumer – Diaconaat, spiritualiteit en mystiek’, in: In de Waagschaal 43 (11 oktober 2014) 10, 16-18. - Noordegraaf, H., ‘Kerken en Wmo’, www.protestant.nu, 20 oktober 2014.

111


- Noordegraaf, H., ‘Een radicalisering van het liefdesgebod. Diaconaat in de vroegchristelijke kerk’, in: De Reformatie. 90 (2014) 3 / Opbouw 58 (2014) 20, , 48-50. - Noordegraaf, H., Kritische participatie: herbezinning op de rol van de

Publications aimed at the general public -B arnard, Marcel en Wessel Stoker (red.), Apocalyps in kunst. Ondergang als loutering?, Zoetermeer: Meinema 2014 160 pp -B arnard, Marcel, ‘Apocalyps in zachte tinten: Fragmenten van

kerken in de samenleving. Inleiding door Herman Noordegraaf op de

gesprekken en gedachten over Marc Mulders’, in Marcel Barnard en

studiedag Kerken en Wmo: een kritische zoektocht. Vrijdag 3 oktober

Wessel Stoker (red.), Apocalyps in kunst. Ondergang als loutering?,

2014. Website: 11 november 2014, 2581 woorden.

Zoetermeer: Meinema 2014, 67-79

- Noordegraaf, H., ‘Op de bres voor de zondag als een dag apart’, Friesch Dagblad (13 december 2014) 15. - Roest, Henk de, ‘In de werkplaats van de gemeente. De toekomst van de theologie in een tijd van nieuwe missionaire creativiteit’ in: ‘t Beaken. Tydskrift fan de Fryske Akademy 75 (2013/nr.3/4 187-203. - Roest, Henk de, ‘Pionieren als speerpunt van kerkelijk beleid’, in: Ouderlingenblad 91 (2014) 1049, 4-5. Themanummer PIONIEREN. - Roest, Henk de, ‘Geen paniek’, in Ouderlingenblad 91 (2014) 1048, 28-31. - Stark, Ciska en Martin Walton, ‘Alleen samen? Paradoxen van gemeenschapsvorming bij vieringen in een instelling’, in: Handelingen, Tijdschrift voor Praktische Theologie en Religiewetenschap, 41 (2014) 1, p.2-5 - Stark, F., ‘De heilige Geest, de preek en de sacramenten’, in: Bram van de Beek, Arjan Plaisier, Ciska Stark e.a., 12 Artikelen over de heilige Geest, Zoetermeer: Boekencentrum, 2014, 29-33 - Stark, F., ‘Een hele grote dosis argwaan’. Interview met Harry Brandsma, in: Handelingen, Tijdschrift voor Praktische Theologie en Religiewetenschap, 41 (2014) 1, 21-26 - Stark, Ciska en Martin Walton, ‘Waarom de kring niet rond wordt. Gemeenschapsvorming in vieringen in bijzondere settingen’, in: Handelingen, Tijdschrift voor Praktische Theologie en Religiewetenschap, 41 (2014) 1, p.59-66 - Vries, R.J. de, met H. Noordegraaf, ‘Kerk met Stip - naar een inclusieve kerk? Een case-study’, in: T.W.A. de Wit, R.J. de Vries en R. van Eijk (red.), Lost in Translation. De (ex-)gedetineerde in de participatiesamenleving. Tilburg/Amsterdam: CJP/WLP 2014, 77-94. - Vries, R.J. de, ‘Justitiepastores en de kerk: een gebroken relatie?’, in: Pastorale Verkenningen. Tijdschrift voor het justitiepastoraat 9 (2014) 2, 22-25. - Walton, M.N., ‘Feestrede en toekomstwensen’, in: Contextuele Berichten 19 (2014) 4, 4-5.

112

-B arnard, M., ‘Afscheid – met of zonder woorden’. Kroniek, in: Interpretatie (september 2014 37-38 -B arnard, Marcel, Johan Cilliers, Cas Wepener. ‘Wie komt. De ruimte van de Advent’, in: Interpretatie 22 (2014) 6, 34-36. -K lomp, M.C.M., ‘The Passion veroorzaakt ophef, Jezus destijds ook’, in: Dagblad Trouw (opiniebijdrage), (14 april 2014) 23. -K ock, A. de,. Vormen van leren in de christelijke gemeente. In: Ideaz, 1 (2014) 2, 13-15. -K ock, A. de, ‘geloofsopvoeding is geen knutselwerkje’ Nederlands Dagblad (8 februari 2014) -K ock, A. de, ‘valt er wel genoeg te beleven in de kerk?’ Christelijk Weekblad, 62 (21 maart 2014) - Meulen, H.C. van der, ‘Pastoraat op nieuwe wegen’, in: J. Hoek (red.), De kerk leeft. Vitaal gemeente zijn vandaag, Heerenveen 2014, 93-116. - Meulen, M. van der, Over berg en dal. Twintigers en dertigers in de Protestantse Kerk. Groningen: 2014, 51 pp. - Noordegraaf, H., ‘Christen-pacifisme tijdens de Eerste Wereldoorlog’, in: Enne Koops/Henk van der Linden (red.), De kogel door de kerk? Het Nederlandse Christendom en de Eerste Wereldoorlog, Soesterberg: Aspekt BV, 2014, 237-257. - Noordegraaf, H., ‘Water en vuur. Vrijzinnig-protestanten en socialisten vóór de Eerste Wereldoorlog’, in: Niels van Driel/Annemarie Houkes (red.), Het vrijzinnige web. Verkenningen naar vrijzinnig-protestantse netwerken (1850-1914), Zoetermeer: Meinema, 2014, 141-156. - Stark, F., ‘Geen pilaar om achter te schuilen. De kwetsbaarheid van de hoorder die zich toevertrouwt aan de preek’. In: De Reformatie, 89 (13 juni 2014) 19, Ommen, p.394-397 - Stark F., ‘Schaatsen en het geloof’, lemma 1620 in Niko Mulder (red.), Kouwe Drukte, Lelystad, 18 (april 2014) 50, 15 - Vries, R.J. de, ‘Zorg voor rouwenden’, in: Woord & Dienst 63 (2014) 12, 26-28.

Jaarstukken 2014


OTHER RESEARCH OUTPUT

-V ries, R.J. de, T.W.A. de Wit, R.J. de Vries en R. van Eijk (red.), Lost in

Oraties

Translation. De (ex-)gedetineerde in de participatiesamenleving. Tilburg/

- Walton, M.N., Wederwaardigheden & methoden. Zaligsprekingen

Amsterdam: CJP/WLP 2014

als zoekrichtingen in seizoenen van ziekte, zinvragen & zorg. Oratie. Groningen: 2014, 30 pp.

PUBLICATIES PROMOVENDI Professional publications

Reviews refereed - Brouwer, R., André Verweij, Positioning Jesus’ Suffering. A Grounded Theory of Lenten Preaching in Local Parishes [Proefschrift PThU Groningen], Delft: Uitgeverij Eburon, 2014.in: Kerk en Theologie 65 (2014) 4, 410 - Brouwer, R., Wilbert van Iperen, Balanceren in de kerk. Onderzoek

-R ijken, Hanna, ‘Liturgica in de praktijk op zondagmorgen. De rol van de cantor’ in: Laetare. Tijdschrift voor Liturgie en Kerkmuziek, voorheen Eredienstvaardig 30 (2014) I, 10-13. -R ijken, Hanna, ‘Alle volken, huldig de Heer. Antwoordpsalmen in het Liedboek’, in: Laetare. Tijdschrift voor Liturgie en Kerkmuziek, voorheen Eredienstvaardig 30 (2014) II, 2014, 9-14

naar presentie, profilering en receptie van het Evangelisch Werkverband binnen de Protestantse Kerk in Nederland 1995-2010 [Proefschrift PThU

Publications aimed at the general public

Groningen], Zoetermeer: Uitgeverij Boekencentrum 2014.in: Kerk en Theologie 65 (2014) 4, 409 - Brouwer, R., Titus Schlatmann en Rob van Waarde, “Zo wordt het spel gespeeld”. Over empowerment en gemeenschap - een praktijkonderzoek -, Ootmarsum: Van der Bos Communicatie 2012. In: Kerk en Theologie, 65 (2014) 2, 207 - Brouwer, R., Sake Stoppels, Oefenruimte. Gemeente en parochie als gemeenschap van leerlingen, Zoetermeer: Uitgeverij Boekencentrum

PUBLICATIES BIJZONDER HOOGLERAREN Non refereed articles -H art, J.J.M. de, ‘Hoop houdt ons warm’, in: Het Vermoeden, (2014) 9, 32-34. -H art, J.J.M. de, ‘Zwevende gelovigen, onbestemde goden’, in: Tijdschrift voor Geestelijk Leven (TGL) (themanummer Een glimp van God: schetsen van de onzichtbare), jan/feb 2014: 5-13.

2013. In: Kerk en Theologie 65 (2014) 2, 206 - Brouwer, R., Wim Dekker, Bert de Leede en Arjan Markus, Tijd om mee te gaan. Over discipelschap vandaag, Zoetermeer: Uitgeverij Boekencentrum 2014. In: Kerk en Theologie 65 (2014) 4 409

Books -H art, J.J.M. de, Verenigd in verandering: grote maatschappelijke organisaties en ontwikkelingen in de Nederlandse civil society. Den Haag: SCP, 2014, 232 pp

Redactie bundels - Hoondert, Martin, Richard Bot, Andries Govaart, Siem Groot, Mirella

-H art, J.J.M. de, Geloven binnen en buiten verband: godsdienstige ontwikkelingen in Nederland. Den Haag: SCP, 2014, 148 pp

Klomp [e.a.] (eds.), Godlof! Maar hoe? Document van de Amerikaanse bisschoppenconferentie over muziek en liturgie
Inleiding, vertaling en

Book chapters

suggesties voor de praktijk, Heeswijk: Berne Media 2014. pp?

-H art, J.J.M. de, ‘De eenzame elite’, in: C. Vrooman, M. Gijsberts en J.

- Kock, A. de, Eindredactie gevoerd van Themanummer Handelingen 2014(3): De professionalisering van de theoloog. - Meulen, H.C. van der, (red.), Liefdevol oog en open oor. Handboek

Boelhouwer (red.), Verschil in Nederland: sociaal en cultureel rapport 2014. Den Haag: SCP203-224 (met Pepijn van Houwelingen). -H art, J.J.M. de, ‘Kerken’, in: H. Posthuma, J. den Ridder en J. de Hart,

pastoraat voor de christelijke gemeente, Zoetermeer: Boekencentrum,

Verenigd in verandering: grote maatschappelijke organisaties en

2014. Vijfde ongewijzigde druk.

ontwikkelingen in de Nederlandse civil society, Den Haag: SCP, 2014, 141-169.

Protestantse Theologische Universiteit

113


-H art, J.J.M. de, ‘Van vaste kaders naar verschuivende panelen: religieuze ontwikkelingen in Nederland’, in: P.van Dam, J. Kennedy en F. Wielenga (red.), Achter de zuilen: op zoek naar religie in naoorlogs Nederland. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2014, 101-134 Professional publications -H art, J.J.M. de, ‘De reis, niet de aankomst’, in: Kerk in Den Haag: spiritualiteit, cultuur en samenleving, 18 (2014) 168

114

Jaarstukken 2014


Bijlage 4:

Promoties Naam promovendus

Naam promotor(es)

Datum promotie

Titel dissertatie

Dhr. A.W. Baan

Prof.dr. G.W. Neven Prof.dr. R.H. Reeling Brouwer

06-02-2014

The Necessity of Witness Stanley Hauerwas’s Contribution to Systematic Theology

Dhr. A.C. Verweij

Prof.dr. F.G. Immink Dr. T.T.J. Pleizier

27-02-2014

Positioning Jesus’ Suffering A Grounded Theory of Lenten Preaching in Local Parishes

Dhr. W.G. van Iperen

Prof.dr. H.P. de Roest Prof.dr. H.C. Stoffels

26-06-2014

Balanceren in de kerk Onderzoek naar presentie, profilering en receptie van het Evangelisch Werkverband binnen de Protestantse Kerk in Nederland, 1995-2010

Dhr. Byung-Duck Park (Zuid-Korea)

Prof.dr. K. Spronk Dr. E. van StaalduineSulman

03-07-2014

Praise, Apathy, or Doubt The Narrative Intention of 2 Samuel 12:16-23

Dhr. C.E.W. König (Duitsland)

Prof.dr. H.-M. Kirn

25-09-2014

Germanisiering des Christentums Athur Bonus im Spannungsfeld von Kulturprotestantismus und völkischer Bewegung im wilhelminischen Kaiserreich

Protestantse Theologische Universiteit

115


Bijlage 5:

Internationale samenwerking en contacten De internationale contacten die de PThU onderhoudt zijn onder te

In 2014 is er een nieuwe samenwerkingsovereenkomst gesloten met het

verdelen in een viertal categorieën, te weten:

Lutherse Theologische Seminarie te Hong Kong.

1. Internationale samenwerking op het niveau van de

Overeenkomsten met de volgende instellingen zijn in 2014 verlengd:

onderzoeksgroepen. 2. Internationale samenwerking in het kader van het Erasmus+ programma (studenten- en stafuitwisseling).

• STT Jakarta, Indonesië; • Artha Wacana University in Yogyakarta, Indonesië; • de Universiteit van Stellenbosch, Zuid-Afrika.

3. Institutionele samenwerking met buitenlandse, niet-Europese partnerinstellingen. 4. Samenwerking in oecumenisch verband en/of met het oog op

Voorts is er voortgaande samenwerking met de volgende partnerinstellingen:

‘capacity building’ bij buitenlandse theologische instellingen. • het Protestantse Theologische Insitituut te Cluj-Napoca, Roemenië; Erasmus+ programma

• de Noorse School voor Theologie te Oslo, Noorwegen;

In het kader van het nieuwe Europese Erasmus+ programma (2014-

• de Chongshin Universiteit te Seoul, Zuid-Korea;

2020), dat gericht is op facilitering van studenten- en stafmobiliteit

• de Bar-Ilan Universiteit, Ramat Gan, Israël;

binnen de EU, alsook tussen academische instellingen binnen de EU en

• het Schechter Instituut voor Joodse Studies, Jeruzalem, Israël;

diens partnerinstellingen buiten de EU, zijn er in 2014 nieuwe

• de Universiteit van Pretoria, Zuid-Afrika

Erasmusovereenkomsten gesloten met de volgende instellingen:

• het Noordelijk Theologische Seminarie, Pretoria, Zuid-Afrika

• het Protestantse Instituut voor Theologie, Faculteit Montpellier,

• Justo Mwale Theologischl Universitair College, Lusaka, Zambia

Frankrijk;

• Princeton Theological Seminary, Verenigde Staten.

• het Protestantse Theologische Instituut te Cluj-Napoca, Roemenië. De Erasmus-overeenkomsten met de volgende instellingen zijn in 2014 verlengd: • de Universiteit van Helsinki, Finland; • de Noorse School voor Theologie te Oslo, Noorwegen; • de Karels Universiteit van Praag, Tsjechië; • de Gereformeerde Theologische Universiteit te Debrecen, Hongarije; • de Károly Gaspar Universiteit in Boedapest, Hongarije; • de Babes-Bolyai Universiteit van Cluj-Napoca, Roemenië. Internationale Institutionele Partners De PThU heeft met diverse buitenlandse theologische instellingen een bilaterale samenwerkingsovereenkomst. De inhoud van deze overeenkomsten heeft betrekking op uitwisseling van docenten en studenten, samenwerking in onderzoeksactiviteiten, en het organiseren van gezamenlijke activiteiten zoals symposia en conferenties.

116

Jaarstukken 2014


Bijlage 6:

Kerkelijk Album en Ordinantie 13-12 Op peildatum 1 oktober 2014 stonden 210 studenten ingeschreven in

3. De kleine synode kan bepalen dat betrokkene - als bijzondere

het kerkelijk album.

omstandigheden de kleine synode aanleiding geven de weg naar het colloquium te openen zonder dat toepassing wordt gegeven

Universiteit

Bachelor

Master

Universiteit Utrecht

7

1

8

Universiteit Leiden

1

-

1

2

2

Vrije Universiteit

Premaster

Totaal

aan het bepaalde in lid 2 - ten aanzien van een of meer vakken een aanvullende opleiding moet doen bij daartoe aangewezen hoogleraren en docenten van de Protestantse Theologische Universiteit.

Rijksuniversiteit Groningen

15

1

16

Evangelische Theologische Faculteit Leuven

7

-

7

Theologische Universiteit Apeldoorn

4

-

4

kerkordebepaling geleid tot een advies aan het moderamen van de

Radboud Universiteit Nijmegen

-

-

-

generale synode.

In het jaar 2014 hebben 3 beoordelingen overeenkomstig deze

FPG Brussel

-

-

-

PThU Amsterdam

37

101

149

PThU Groningen

-

23

23

Premaster

8

1

9

-

-

11

11

Totaal

71

128

11

210

Het verzoek tot beoordeling van de opleiding had betrekking op de aanvraag van predikanten/voorgangers uit de Unie van Baptistengemeenten (1); Nederlands Gereformeerde Kerken (1); Gereformeerde kerk Hongarije (1)

Ordinantie 13-12 Ordinantie 13-12 van de Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland bepaalt het volgende: 1. I ndien iemand die bij een andere kerk in of buiten Nederland als predikant of geestelijke dienst heeft gedaan dan wel in deze kerk is toegelaten tot het ambt van predikant of geestelijke, toelating tot het ambt van predikant in de Protestantse Kerk in Nederland verlangt, beoordeelt de kleine synode, gehoord het College van Bestuur inzake de kwaliteit van de ontvangen opleiding en nadat een onderzoek naar de geschiktheid als bedoeld in artikel 9 isingesteld, of, en zo ja, onder welke voorwaarden de weg naar het colloquium voor betrokkene kan worden geopend. 2. H et College van Bestuur stelt vast of een masterexamen aan de Protestantse Theologische Universiteit nodig is en zo ja, welke vrijstellingen kunnen worden verleend voor het masterexamen dat door betrokkene moet worden afgelegd.

Protestantse Theologische Universiteit

117


Bijlage 7:

Mastertheses studiejaar 2013-2014 Amsterdam

118

Naam student

Datum (MA)

1e Begeleider

2e Begeleider

Titel Masterthesis

G.R. Maurtiz

7-7-2014 (MA)

M. Mathias

J. Hoek

De vaste grond van het geloof

P. Smits

18-08-2014 (MA)

H.P de Roest

M.M. Jansen

Tot elkaar verbonden

M. Hazeleger

11-07-2014 (MA)

A. De Kock

R.J de Vries

De geloofsbeleving van de catecheet-een praktisch theologisch onderzoek naar de geloofsbeleving van de catecheet in de praktijk van de catechese

G. van den Berg

03-07-2014 (MA)

P.Sanders

G. vd Brink

Want in zes dagen. Een exegetisch-historisch onderzoek naar het verstaan van Genesis 1 en Exodus 20:11 met betrekking tot de tijdsduur van de scheppingsdagen.

M. van Rijn

07-07-2014 (MA)

M. Matthias

J. Hoek

Reconciliatio (verzoening), propitiatio (verzoening), expiatio (verzoening), satisfactione (door voldoening).

J. van Zelderen

11 juli 2014 (MA)

H. van der Meulen

M. Walton

Angst voor de dood; een zorg erbij

G.M. van Meijeren

02-07-2014 (MA)

M. Matthias

G.C. den Hertog

De ira dei in Luthers römerbriefvorlesung (15151516) Een dogmatisch onderzoek met een actuele toespitsing

J. Verboom

11-06-2014 (MA)

H.S. Benjamins

J.E.L.M. van der Vliet

Geloven in een tijd van toenemende religieuze geslotenheid: Een analytisch onderzoek naar het interpretatiekader van Romano Guardini.

M.C. Stehouwer

06-06-2014 (MA)

A.W. Zwiep

R. Roukema

Leef gehoorzaam. Een onderzoek naar de betekenis en functie van gehoorzaamheid in 1 Petrus.

S. Hofstee

14-08-2014 (MA)

H.S. Benjamins

J. Muis

Een gekruisigde God?

L. Solleveld

07-07-2014 (MA)

M. Matthias

J. Hoek

Kreupel en to h aan de tafel van de koning. Rechtvaardiging: Reformatoren en Gereformeerden.

S. Verhagen

11-07-2014 (MA)

R.J. de Vries

A. de Kock

Bemoeidominee? Pastorale zorg door predikanten voor kinderen en jongeren in problematische gezinssituaties

J.W. van den Bosch

05-06-2014 (MA)

M.C.A. Korpel

K. Spronk

Al was u een zegelring aan mijn rechterhand… Zegels en verzegelingen in het Oude Testament.

G. Blom

19-08-2014 (MA)

M.M. Jansen

G.M. Speelman

Bewegend beeld: film als nieuw [perspectief voor de theologie

J. Ronday

02-07-2014 (MA)

M. Barnard

A. Cavaglion

Can Man meet God in Auschwitz? A theologically-literary search for religiousness of Primo Levi’s Se Questo è un Uomo.

W. Roskam

19-08-2014 (MA)

F. de Lange

R.N. van Riessen

De pelgrimsweg van het verlangen. Een Augustijns perspectief op liefde en biurgerschap

Jaarstukken 2014


Groningen Naam student

Datum (f MA)

1e Begeleider

2e Begeleider

Titel Masterthesis

H. Brons

17-01-2014 (MA)

K. Spronk

P. Sanders

Rechtvaardig voor God

J.A. Kinderman

16-04-2014 (MA)

M. van Dijk (RUG)

R.D.N. van Riessen R. Reeling Brouwer (hoogleraar)

Clara van Assisi bron van inspiratie voor nu?

Y. Ziel

23-04-2014 (MA)

F. de Lange A. van der Kooi

A. van der Kooi Pieter H. Vos

Einer Trage des anderen Last

N. Vlaming

30-04-2014 (MA)

A.C. Mulder

H.P. de Roest

Samen aan Tafel

A.J. Bierlink

14-05-2014 (MA)

A. Merz

D. Houtman

Und es waren auch Frauen da..

F. Volkers-van der Torren

05-06-2014 (MA)

F. de Lange

M. Walton

Jij die mij ik maakt..

W. Doornenbal

11-06-2014 (MA)

H.P. de Roest

G.J. van Klinken

On the Fringe

E. Urban

20-06-2014 (MA)

H. E. Zorgdrager

B. van den Toren

Uw Volk is mijn volk

M. Nyirenda

27-06-2014 (MA)

K. Spronk

M. Korpel

Individual salvation in the old testament

B. Luttjeboer

08-07-2014 (MA)

F. de Lange

M. Walton

Verpleegkundige zorg in het licht van Bonhoeffers Ethik

D.S. Banda

05-08-2014 (MA)

F. de Lange

R. Reeling Brouwer

Prosperity Gospel Churches in Zambia and Christian Honour

Y.J. Choi

13-08-2014 (MA)

M. Korpel

P. Sanders

The Moab Covenant

C. Post

20-08-2014 (MA)

L. Werkman

D. Houtman

Drievoudig luisteren naar het Heilige

K. Douwes

02-07-2014 (MA)

G. van Klinken

K. Spronk H.S. Benjamins

Met het oog op eenheid

S. Lafita

25-08-2014 (MA)

B. van den Toren

R.D.N. van Riessen

Kenosis in Paul as a model for Christian Communal Living in Tuvalu

W. Shih

25-08-2014 (MA)

L.A. Werkman

R.D.N. van Riessen

An Examination of C.S. Song’s Story Theology from a Deconstructive Perspective

R. Cung

26-08-2014 (MA)

L.A. Werkman

B. van den Toren

Peacemaking in Burma, a Study in Identity, Dialogue, and Reconciliation

S.K. Chirchir

26-08-2014 (MA)

B. van den Toren

T.A. Boer

A constructive Theology Aimed at Promoting Environmental Awareness and Care among the Contemporary Christian Nandi and Other African Groups

S. Peters

27-08-2014 (MA)

A. van der Kooi

R. Reeling Brouwer

Keeping it Together: An exploration into Christian Attitudes towards Praxis as a source of potential benefit for wider society in the face of over-quantification

F. J. Mengich

28-08-2014 (MA)

L.A. Werkman

F. de Lange

Storytelling as a Tool to Enhance the Dignity of Kalenjin Women in the Face of Domestic Violence, Illustrated by the Interpretation of the Tamar Story

M. Vroonland

25-07-2014 (MA)

K. Spronk

D. Erbele-Küster H. Bloemhof

David –man naar Gods hart– bruggenbouwer tussen theologie en politie

W.J. Doornenbal

mei 2014 (MA)

M. Walton

A-C Mulder

Van gebrokenheid naar heelheid

Protestantse Theologische Universiteit

119


www.pthu.nl


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook