In de nacht van 30 op 31 mei ga ik weer een nachtje aan de wandel. Maar dat doe ik niet alleen. Want ik voel me, net als vrouwen en meisjes overal ter wereld, van Abcoude tot Kampala, in m‘n uppie ‘s nachts niet veilig op straat. Om ervoor te zorgen dat straatintimidatie aangepakt wordt gaan wij daarom met een recordaantal bondgenoten de straat op tijdens de vierde Nacht Tegen Seksueel Geweld in Rotterdam. Om een vuist te maken tegen seksueel geweld én om geld op te halen om er iets aan te doen.
Het zijn ook om andere redenen onveilige en angstige tijden in de wereld. Ik weet langzamerhand niet meer wat ik tegen onze collega’s in Libanon moet zeggen als ze vertellen over de meer dan 1,2 miljoen landgenoten op de vlucht, de tentenkampen met wanhopige gezinnen in de straten van Beiroet en de onmacht die ze voelen omdat er simpelweg veel te weinig hulp is. Wij doen wat we kunnen en werken onder andere met onze partners aan opvang, maar het is bij lange na niet genoeg.
Duizenden kilometers verderop, in Sudan, zijn de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten ook al voelbaar. Brandstof wordt er snel duurder, de voedselcrisis wordt er nog heftiger en nu de ogen van de wereld elders zijn nemen de droneaanvallen op burgerdoelen zoals scholen, markten en zelfs een begrafenisstoet toe. Ik kijk dan ook met bewondering naar onze collega’s in Sudan, die met gevaar voor eigen leven blijven doen wat ze kunnen.
Ik eindig toch met een hoopvolle noot: in Ecuador slagen we erin steeds meer jongeren uit afgelegen gebieden een beurs te geven om een opleiding aan de universiteit te kunnen volgen. Wat dat voor deze jongeren en hun gemeenschappen doet geeft hoop. Het kan dus wel, blijvende vooruitgang. Met uw steun blijven we daaraan werken!
In dit nummer
06 14 03 12 Reportage
Ouders staan op tegen meisjesbesnijdenis
Garance Reus-Deelder
Directeur Plan International
Wereldnieuws
Noodhulpverlening in Sudan
Coverfoto: Kieu (15) uit Vietnam komt op voor de rechten van meisjes.
Wereldproject
Meisjes wereldwijd eisen veiligheid
Meisje in Ecuador
Studeren = inspireren
Ali met zijn dochter Seyida. Ali is een van de eerste mannen die zich uitsprak tegen meisjesbesnijdenis.
Ouders staan op tegen meisjesbesnijdenis: hoop is sterker dan gewoonten
In Afar, een regio in Ethiopië, ondergaan baby’s soms al binnen een week na hun geboorte een pijnlijke en levensgevaarlijke besnijdenis. Het is een diepgeworteld gebruik dat al generaties lang als norm geldt. Maar er waait een nieuwe wind: steeds meer ouders durven ‘nee’ te zeggen en kiezen ervoor hun dochters onbesneden en vrij door het leven te laten gaan. Deze stille revolutie laat zien dat hoop sterker kan zijn dan gewoonten.
Zehara en haar dochter Fatuma: “Ik vertelde ouders over de complicaties."
SShishig (34), moeder van de veertienjarige Eman was een van de eersten in haar gemeenschap die haar dochter niet liet besnijden. “Er wordt hier nauwelijks over meisjesbesnijdenis gesproken”, vertelt ze. “Maar ik wist wel dat kinderen erdoor kunnen doodbloeden en dat het levenslange gevolgen heeft. Vrouwen krijgen problemen tijdens hun menstruatie, kunnen moeilijk plassen en lopen een groot risico op infecties. Het is heel gevaarlijk. Daarom heb ik besloten mijn dochter te beschermen.”
Bang voor uitsluiting
Meisjesbesnijdenis, ook wel vrouwelijke genitale verminking genoemd, is een van de meest schadelijke gebruiken ter wereld. Hoewel deze praktijk in Ethiopië bij wet verboden is, komt het nog veel voor: naar schatting is 65 procent van de vrouwen besneden. In de afgelegen dorpen van Afar, waar traditionele leiders en dorpsoudsten nog veel macht hebben, was er jarenlang nauwelijks voorlichting over de gezondheidsrisico’s van meisjesbesnijdenis. Nog steeds wordt 95 procent van de meisjes er genitaal verminkt.
“Veel mensen geloven dat besnijdenis erbij hoort en dat het hun dochters helpt om later te trouwen”, legt Philipos Petros, expert Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten bij Plan International, uit. “Achter deze praktijk zitten strenge ideeën over hoe meisjes zich zouden moeten gedragen: namelijk kuis blijven en maagd zijn. Ouders vrezen roddels en uitsluiting als zij afwijken van deze verwachtingen.”
Volgens Petros is verandering alleen mogelijk als mensen zien dat ze er niet alleen voor staan. “Om besnijdenis te stoppen, moeten genoeg mensen geloven dat anderen óók achter verandering staan. Bovendien moeten de risico’s van besnijdenis én de voordelen van het stoppen duidelijk zijn.”
Levensgevaarlijke complicaties
Die verandering begint bij moedige ouders in Afar die als eersten besloten hun dochters niet te laten besnijden. Tijdens trainingen van Plan International krijgen ze praktische handvatten om weerstand in hun omgeving te overwinnen en samen een netwerk op te bouwen dat actief pleit voor verandering.
Zehara (37) is lerares, voorlichter en een van de ouders die haar dochters niet laat besnijden. Ze weet hoe moeilijk het is om de status quo te doorbreken: “Er is veel druk vanuit de oudere generatie om meisjes te laten besnijden.” Haar missie is duidelijk: anderen laten zien wat de gevolgen van meisjesbesnijdenis écht zijn. “Ik vertelde ouders over een meisje van zeventien met een opgezwollen buik. Haar vader dacht dat ze zwanger was, maar in het ziekenhuis bleek dat menstruatiebloed zich had opgehoopt door haar besnijdenis. Ze had levensgevaarlijke complicaties. Dat zette de ouders aan het denken.”
“Er
is veel druk vanuit de oudere generatie om meisjes te laten
besnijden.”
Zehara
De strijd van een dorp
Samenwerken met ouders en kinderen is een van de belangrijkste strategieën van Plan International. Maar de organisatie gaat verder, vertelt Philipos Petros: “We gaan in gesprek met ouders, dorpsoudsten, gezondheidswerkers, handhavers en zelfs de besnijdsters. Ook betrekken we religieuze leiders, omdat meisjesbesnijdenis vaak ten onrechte aan religie wordt gekoppeld. In werkelijkheid heeft het niets met geloof te maken.”
Ali (48) is een van de eerste mannen die zich openlijk uitspreekt tegen besnijdenis. Hij erkent dat vaders in Afar vaak nog het laatste woord hebben binnen het gezin en juist daarom vindt hij dat mannen op moeten staan. Zelf besloot hij zijn dochters niet te laten besnijden en hij moedigt nu andere vaders aan hetzelfde te doen. “Besnijdenis wordt vaak gezien als een vast onderdeel van
onze samenleving, maar eigenlijk is het iets dat zich door de tijd heen heeft ontwikkeld. Iets wat ooit is begonnen, kunnen we ook weer eindigen.”
Tegen de stroom in Dat de inspanningen van ouders, jongeren en Plan International hun vruchten beginnen af te werpen, blijkt uit de cijfers: in de gemeenschappen in Afar waar zij de krachten bundelen, neemt het aantal besnijdenissen langzaam maar zeker af. Toch laat de omgeving zien hoe weerbarstig vooruitgang is. In andere delen van Ethiopië, waar conflict en armoede het dagelijks leven beheersen, grijpen ouders juist weer terug naar de schadelijke praktijk.
Tijdens voorlichtingssessies van Plan International spreken ouders af hun dochters en kleindochters te blijven beschermen, ook in tijden van crisis, wanneer oude gewoontes weer de kop op kunnen steken. En de jongeren? Geïnspireerd door hun ouders zetten zij de strijd voort. Seyida, de veertienjarige dochter van Ali, weet dat niet alles in één generatie verandert. Maar elke stap brengt hen dichter bij een samenleving zonder besnijdenis. “Het is een moeilijk proces”, zegt ze, “maar samen kunnen we meisjesbesnijdenis stoppen.”
“Besnijdenis wordt vaak gezien als een vast onderdeel van onze samenleving, maar eigenlijk is het iets dat zich door de tijd heen heeft ontwikkeld. Iets wat ooit is begonnen, kunnen we ook weer eindigen.”
Ali
Meisjes wereldwijd eisen veiligheid
Geweld tegen vrouwen is wereldwijd een enorm probleem.
Maar liefst één op de drie vrouwen wereldwijd krijgt te maken met seksueel of fysiek geweld. Dit is onacceptabel. Daarom werkt Plan International met het Safer Cities for Girls-project wereldwijd aan een veilige omgeving voor meisjes en jonge vrouwen.
Dat doen we bijvoorbeeld in India. Geweld tegen meisjes en vrouwen blijft in dit land een groot probleem. Met name in de staat Uttar Pradesh worden veel meldingen gemaakt van geweld tegen meisjes en vrouwen. De incidenten variëren van huiselijk geweld en mishandeling tot ontvoering, verkrachting en andere seksuele misdrijven.
Stigma en angst
De kans is echter groot dat er nog veel meer gevallen zijn waarvan geen melding wordt gemaakt, met name wanneer het geweld plaatsvindt binnen families. Stigma, angst en sociale normen houden veel meisjes die slachtoffer worden van geweld tegen. Ook weten meisjes en vrouwen niet altijd
waar ze terecht kunnen om melding te maken van geweld. Meisjes worden sterk beperkt door (de angst voor) dit geweld. Zo gaan ze soms niet meer naar school uit angst onderweg te maken te krijgen met geweld. En als ze er dan mee te maken krijgen, zijn de gevolgen voor zowel hun fysieke als mentale gezondheid groot.
Preventie en ondersteuning
Plan International start daarom dit jaar in Uttar Pradesh met het Girl Friendly Villages-project, een variatie op het al bestaande Safer Cities for Girls. Samen met 1.000 jongeren, 1.000 ouders, 200 leraren en lokale overheden en beleidsmakers werken we aan veilige districten in de regio. Nog
10
dorpen in Uttar Pradesh werken aan een veilige omgeving voor meisjes en vrouwen.
4.000
meisjes én jongens doen mee aan bewustwordingsactiviteiten in de gemeenschap en op scholen.
Meisjes in India komen in actie voor hun veiligheid.
Moreen komt nu op voor alle vrouwen die net als zij slachtoffer werden van seksueel geweld.
eens 4.000 meisjes én jongens worden betrokken bij bewustwordingsactiviteiten. In het project wordt niet enkel gekeken naar losse incidenten, maar worden de diepere oorzaken achter het geweld aangepakt, zoals de sociale normen waardoor vrouwen als minderwaardig worden gezien. In het project wordt zowel gewerkt aan de preventie van geweld, als aan de ondersteuning van vrouwen en meisjes die met geweld te maken krijgen.
Meisjes en vrouwen hebben hierin altijd de leiding. Zij krijgen ondersteuning om hun stem te laten horen en op te komen voor veiligheid. Tijdens zogeheten Safety Walks helpen ze om onveilige plekken in hun district in kaart te brengen en denken ze met lokale bestuurders mee over oplossingen. Ook wordt er voorlichting gegeven over de rechten van meisjes aan zowel vrouwen als mannen, zodat iedereen in de gemeenschap leert respectvol met vrouwen om te gaan. Zo wordt er gewerkt aan een aanpak die door de hele gemeenschap gedragen wordt.
“Ik voelde me alsof ik nergens echt veilig was” In Uganda wordt al langere tijd op deze manier gewerkt aan de veiligheid van meisjes en jonge vrouwen. Ook in de buitenwijken van hoofdstad Kampala is opgroeien niet eenvoudig. Armoede overheerst het dagelijks leven en jongeren krijgen nauwelijks kansen om hun talenten te ontwikkelen. Daarom groeien criminaliteit en bendes snel. Voor vrouwen brengt dat een groot risico op fysiek en seksueel geweld met zich mee.
Dat weet ook Moreen, die op veertienjarige leeftijd verkracht werd en zwanger raakte. Niet alleen de verkrachting, maar ook de reactie van haar omgeving lieten diepe sporen na. “Ik bleef steeds vaker binnen”, vertelt ze. “Op een gegeven moment durfde ik helemaal niet meer naar buiten.”
In plaats van begrip en steun werd Moreen met de nek aangekeken. “Mensen wezen naar me en fluisterden als ik voorbijliep”, zegt ze. Ze kampte met
schaamte en sociaal isolement. En ook de angst dat het opnieuw zou kunnen gebeuren hield haar in zijn greep. “Ik voelde me onbeschermd, alsof ik nergens echt veilig was.’
Samen werken aan veiligheid
Via Plan International kwam ze in aanraking met het Safer Cities for Girls-project. Ze volgde trainingen waarin ze leerde hoe ze zichzelf kan beschermen tegen fysiek en seksueel geweld, hoe ze risico’s kan herkennen en welke stappen ze kan ondernemen als zij of een van haar vriendinnen toch slachtoffer wordt van seksueel geweld. Zo staan meisjes en jonge vrouwen sterker in hun eigen stad. “De training heeft me enorm veranderd”, vertelt Moreen. “Ik weet nu wat ik moet doen als iemand me lastigvalt. Ik heb mijn kracht teruggevonden.”
Ook in Kampala wordt de aanpak breed gedragen door de gemeenschap. Door de Safety Walks zijn
onveilige plekken veiliger gemaakt en trainingen over de rechten van meisjes en vrouwen zorgen dat mannen en jongens hun gedrag veranderen. “Elke dag zie ik hoe meisjes en jonge vrouwen hun kracht hervinden”, vertelt Akan, programmamanager bij Plan International in Uganda. “Hoe ze elkaar steunen en hoe ze hun stad stukje bij beetje veiliger maken.”
Nacht Tegen Seksueel Geweld
Seksueel geweld komt overal ter wereld voor en is onacceptabel. Daarom komt Plan International op 30 en 31 mei opnieuw in actie tijdens de Nacht Tegen Seksueel Geweld. Met dit evenement maken we gezamenlijk een vuist tegen seksueel geweld en halen we geld op voor het wereldwijde Safer Cities for Girls-project.
In India is nog altijd veel sprake van geweld tegen vrouwen en meisjes.
Geef meisjes een betere toekomst via uw nalatenschap
Wilt u uw idealen laten voortleven? Door ons op te nemen in uw testament geeft u meisjes de kans om uit te groeien tot sterke vrouwen die hun eigen beslissingen nemen. Uw steun aan onze projecten zorgt ervoor dat zij naar school kunnen gaan, beschermd worden tegen geweld en gelijke kansen krijgen. Met uw nalatenschap begint hun toekomst!
Het maken van een testament wilt u zorgvuldig doen. Graag bespreek ik met u uw wensen zodat u het geruste gevoel heeft dat u de juiste keuze maakt.
Noodhulp in
Ik ben bereikbaar via 020-205 55 06 en manda.wassenaar@planinternational.nl. Onze speciale brochure over nalaten kunt u aanvragen op www.planinternational.nl/nalaten.
Libanon
Plan International maakt zich grote zorgen over de escalatie van het conflict in Iran en de verdere regio. Onder andere Libanon wordt zwaar getroffen door het conflict.
De aanvallen komen bovenop de al bestaande economische crisis in het land. De gevolgen daarvan zijn enorm. Meer dan 1,2 miljoen mensen in het land zijn ontheemd en heel veel mensen hebben noodhulp nodig. “De crisis heeft een enorme impact op kinderen, met name meisjes, en jonge vrouwen. Het onderwijs staat onder grote druk, veel scholen zijn gesloten”, vertelt Alam Janbein, programmadirecteur in Libanon en Syrië.
Mede dankzij uw steun hebben we al heel veel kunnen doen en onze noodhulp kunnen opschalen. Zo delen we onder andere kits met zeep en menstruatieproducten uit in opvangkampen in
Manda Wassenaar, relatiemanager nalatenschappen
Beiroet. Ook zorgen we voor eten en pakketten met matrassen, dekens en kussens om ontheemden bij te staan. Dit conflict is extreem complex, maar kinderen zijn altijd onschuldig. We doen er alles aan om hen zoveel mogelijk te ondersteunen.
Meer dan 1,2 miljoen mensen in Libanon sloegen op de vlucht.
Mythes over menstruatie
Nachtenlang slapen in een krakkemikkig hutje zonder deur, afgezonderd van je familie. Omringd door insecten en met enkel wat gras voor de ingang om wilde dieren buiten te houden. Voor Kokila was dit elke maand werkelijkheid. Tijdens haar menstruatie moest ze buiten slapen.
In Nepal, waar Kokila woont, heersen veel hardnekkige mythes over menstruatie. Uit die mythes komt ook het gebruik chhaupadi voort, waarbij meisjes en vrouwen tijdens hun menstruatie worden afgezonderd en in hutten of schuren moeten slapen. Overdag mocht Kokila wel binnenkomen, maar niet bij haar familie zitten en de keuken was verboden terrein. En als ze vee of gewassen aan zou raken tijdens haar menstruatie, zouden die sterven. “Het voelde alsof ik mijn eigen leven niet mocht leven”, vertelt ze.
Niet naar school
Ook op school werd ze door de mythes klein gehouden. Als ze op school ongesteld werd, moest ze direct naar huis. Elke maand miste ze daarom zo’n vier dagen onderwijs. “Alsof ik iets fout had gedaan, maar ik kon er niets aan doen.”
Geen vloek of bedreiging
Dat menstruatie geen vloek of bedreiging was, maar een gezond en normaal proces, leerde ze in het programma Menstruatiezorg opent deuren voor meisjes in Nepal. Hier leerde ze alles over haar lichaam en wat ze moest doen om tijdens haar menstruatie zo goed mogelijk voor zichzelf te zorgen. De trainingen inspireerden haar enorm en al gauw werd ze gevraagd om ook zelf voorlichting over menstruatie te geven.
Kokila zorgde ervoor dat er in haar regio nooit meer een meisje buiten hoeft te slapen.
Over haar antwoord hoefde Kokila niet lang na te denken: ze wilde ervoor zorgen dat geen enkel meisje ooit nog buiten hoefde te slapen. Ze begon bijeenkomsten te organiseren in verschillende dorpen in haar regio. Ze sprak met meisjes, moeders, vaders, leraren en jongens en legde uit dat menstruatie niets is om je voor te schamen en dat het geen reden is om meisjes buiten te sluiten. Ook leerde ze hen dat het belangrijk is om goed voor jezelf te zorgen, de juiste, hygiënische producten te gebruiken en voedzaam te eten. Maar bovenal zorgde ze ervoor dat men met elkaar ging praten over menstruatie. “Ik vertelde meisjes dat ze zich niet hoeven te verstoppen.”
Leven zonder angst
Langzaam maar zeker veranderden de normen in haar gemeenschap. Meisjes slapen niet meer buiten en kunnen hun leven leiden zonder angst. Vaders kopen maandverband, leraren luisteren naar hun leerlingen en scholen zorgden voor gescheiden toiletten met de juiste faciliteiten voor menstruerende meisjes. En meisjes? Die worden niet langer naar huis gestuurd, maar kunnen blijven leren.
“Verandering is altijd moeilijk”, vertelt Kokila, “maar er is een last van onze schouders gevallen. Meisjes kunnen weer leven. Ze lachen, studeren en kunnen hun dromen waarmaken.”
Noodhulpverlening in Sudan: “We doen het echt samen met de gemeenschap”
Al meer dan drie jaar houdt het geweld in Sudan de bevolking in zijn greep. Als gevolg van het conflict stapelen de crises zich op. Dat vraagt om een flexibele aanpak, vertelt noodhulpexpert Ellen Hell, die de humanitaire programma’s van Plan International in Sudan coördineert.
DDe situatie is complex omdat de crisis zich over het hele land verspreidt. “Mensen zijn voortdurend op de vlucht”, legt Hell uit. “We monitoren daarom continu waar de noden het hoogst zijn. Op dit moment zien we vooral een sterke toename van hongersnood in meerdere regio’s, dus passen we onze noodhulpverlening daarop aan.”
Voedselpakketten en gaarkeukens
Plan International startte onlangs voedselprogramma’s in Noord-Darfur. “We delen onder andere voedselpakketten uit, maar werken ook nauw samen met de gemeenschappen zelf.”
Het ondersteunen van mensen in nood zit diepgeworteld in de Sudanese cultuur, vertelt Hell. “Vrijwilligers uit de gemeenschap zetten bijvoorbeeld gaarkeukens op om hun gevluchte landgenoten te voorzien van eten in tijden van nood. Wij bieden hen contant geld, zodat zij daarmee weer ingrediënten of kookgerei kunnen kopen om ontheemden en andere kwetsbare groepen van eten te voorzien.
Die gemeenschapsaanpak is uniek.”
Noodhulpexpert Ellen Hell:
“Het conflict raakt de hele bevolking. Je ontkomt er gewoon niet aan.”
Een plek om te spelen
Zoals in al onze programma’s staan ook in Sudan de rechten van kinderen centraal. Zodra er in de basisbehoeften is voorzien, krijgen ze in onze kindvriendelijke ruimten de mogelijkheid om even uit de crisis te ontsnappen. Hell: “Omdat kinderen niet naar school kunnen, zitten ze veel thuis met hun familie of zwerven ze in het ergste geval op straat. Allemaal kennen ze wel iemand die door het conflict iets ergs heeft meegemaakt, want het raakt de hele bevolking. Je ontkomt er gewoon niet aan. Dan is het heel fijn als ze een plek hebben waar ze met andere kinderen kunnen spelen en praten, op hun eigen niveau. Zo kunnen ze het even loslaten en zich weer kind voelen.”
Het einde van het conflict lijkt nog ver weg. Voor onze collega’s in Sudan wordt de situatie met de dag zwaarder. “Ze werken elke dag enorm hard om noodhulp te verlenen, maar ook zij hebben familie die gevlucht is of geweld heeft meegemaakt”, vertelt Hell. Dat maakt het verlenen van hulp extra uitdagend.
“Flexibiliteit blijft daarom essentieel. Mede dankzij sponsors zoals u kunnen we onze aanpak continu aanpassen aan de noden. Dank daarvoor.”
Volwassenen: luister nou eens écht
Het wordt tijd dat volwassenen écht gaan luisteren naar jongeren. Vooral naar de talloze jonge activisten die wereldwijd strijden voor gerechtigheid, maar niet mogen meepraten als er beslissingen genomen worden die hen aangaan. Vooral nu het aantal natuurrampen toeneemt door klimaatverandering, is het enorm frustrerend dat de mensen die het hardst geraakt worden, het minst te zeggen hebben over mogelijke oplossingen.
In mijn stad, Gandara, op de Filippijnen, worden we steeds vaker getroffen door tyfoons en droogte. Bij droogte moeten mensen soms kilometers lopen voor schoon drinkwater en moeten kinderen spijbelen om te helpen met het dragen van de waterflessen. Vooral meisjes betalen in tijden van crisis een hoge tol. Mijn hart breekt elke keer dat er een meisje moet stoppen met school om haar familie te helpen. Jongens hoeven deze opoffering minder vaak te maken. Daarom is het juist aan jongens om in actie te komen. Wij moeten ons uitspreken voor de rechten van meisjes in onze gemeenschap en laten zien dat we naast ze staan.
Onlangs kwam tijdens een periode van droogte een groep jongeren in actie. Terwijl de volwassenen toekeken, hebben zij waterpompen gerepareerd en tonnen neergezet om in de toekomst regenwater op te vangen. Ook ik help mee en hou de waterbronnen schoon, want ik besefte dat ik niet gewoon kan toekijken. Ik twijfelde daarom geen moment toen ik hoorde van de Plan International Global Youth Ambassadors. Via dit programma ben ik onderdeel van een wereldwijd netwerk van jonge activisten en krijg ik de mogelijkheid om in mijn gemeenschap een eigen project op te zetten.
Mijn project focust op educatie rondom seksuele gezondheid en het aanleren van praktische vaardig-
heden. Juist tijdens een klimaatcrisis is dat van groot belang, omdat meisjes dan groter risico lopen om slachtoffer te worden van seksueel geweld of een kindhuwelijk. We gaan workshops geven en zorgen dat jongeren in Gandara worden betrokken in het beleid rondom seksuele gezondheid. Het allerbelangrijkste is dat we veilige ruimtes creëren voor meisjes en dat zij zelf keuzes kunnen maken over hun lichaam en toekomst. In mijn ogen is dat echte rechtvaardigheid.
Maar dan moeten de volwassenen wel opletten en luisteren. Of het nou gaat om wereldleiders of lokale ouderen, jonge stemmen worden te vaak genegeerd. Door te investeren in jongereninitiatieven en ons te betrekken bij beslissingen die invloed hebben op ons leven, kunnen we samen bouwen aan een wereld waarin meisjes veilig kunnen opgroeien tot sterke en gezonde vrouwen. Jongeren zijn niet alleen de toekomst, we zijn het heden. Geef ons een kans.
Christian Jongerenacitvist
De zeventienjarige Christian uit de Filippijnen is als jongerenactivist onderdeel van het Global Youth Ambassadors-programma van Plan International. Het programma ondersteunt jonge leiders wereldwijd met kennis, vaardigheden en een sterk netwerk, zodat zij kunnen opkomen voor de rechten van meisjes en jonge vrouwen. Onlangs vertegenwoordigde Christian Plan International tijdens CSW70 (de 70e Commission on the Status of Women) op het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in New York.
Angie's tijd op de universiteit wordt gekenmerkt door veerkracht.
14 Meisje in Ecuador
MEISJE IN ECUADOR
Studeren = inspireren
Het percentage jongeren dat in Ecuador doorstroomt naar het hoger onderwijs, is schrikbarend laag. Met name jongeren uit afgelegen gebieden krijgen niet de kans om na de middelbare school door te studeren. En dat terwijl jongeren met een goede vervolgopleiding juist van grote toegevoegde waarde zijn voor hun gemeenschap. Dat bewijzen ook Angie (21) en Erika (26), die beiden naar de universiteit konden met steun van het Plan International Scholarship.
Als er iets is wat Angie’s studietijd kenmerkt, dan is het wel veerkracht. Ze was net begonnen met haar studie biotechnologie en engineering toen haar broer een ernstig ongeluk kreeg en in het ziekenhuis kwam te liggen. Dit bracht uiteraard zorgen om zijn gezondheid met zich mee, maar ook financiële problemen. Met de steun van familie kon het gezin zich door deze moeilijke tijd heen slaan.
Positieve impact
Angie wist zich gedurende deze periode staande te houden en bleef gefocust op haar studie. Door de studiebeurs die ze ontving hoefde ze zich niet druk te maken om haar studiekosten. Daarnaast kon ze ook rekenen op mentale ondersteuning: via Plan International had ze de mogelijkheid therapie te volgen om deze moeilijke periode een plekje te geven.
“Het Scholarship-programma heeft een enorme positieve impact op mijn leven gehad”, vertelt Angie. “Ik heb heel veel geleerd en heb een heel duidelijk beeld van mijn toekomst voor me.” Ook leerde ze meer over financiën en leiderschap, en volgde ze verschillende trainingen van Plan International.
Die kennis wil ze niet alleen inzetten om haar eigen toekomst te verbeteren: “Ik wil een positieve impact hebben op het klimaat”, zegt ze stellig. “Maar eerst ga ik natuurlijk mijn diploma halen.”
“Ik wil een positieve impact hebben op het klimaat.”
Angie
Maatschappelijk betrokken
Dat studenten na hun studie maatschappelijk betrokken blijven, bewijst ook de 26-jarige Erika. Zij was een van de eerste studenten die een studiebeurs ontving en werkt inmiddels als architect en kadasteranalist in haar gemeenschap.
Tijdens haar studie kreeg Erika te maken met discriminatie, omdat ze behoort tot de Kichwa gemeenschap. Ze draagt daarom traditionele kleding, die ze zelf maakt. “Op mijn eerste dag op de universiteit kreeg ik veel scheve blikken”, vertelt ze.
“Ik snapte dat wel, waarschijnlijk hadden ze nog nooit eerder een vrouw uit mijn gemeenschap op de universiteit gezien, want vrouwen uit mijn gemeenschap gaan vaak niet studeren.”
“Ik heb een heel duidelijk beeld van mijn toekomst voor me.”
Angie
Al gauw zag Erika dat ze niet de enige was die het moeilijk had, ook haar klasgenoten liepen tegen uitdagingen aan. “Ze hadden weinig zelfvertrouwen of vonden het moeilijk hun mening te delen. Sommigen kregen zelfs te maken met geweld.” Ze ging erover met ze in gesprek, met gesprekstechnieken die ze van Plan International had geleerd. “Langzaam maar zeker raakten ze geïnteresseerd in wat ik te zeggen had en veranderde er iets. Ze leerden voor zichzelf op te komen.”
Maar het bleef niet bij spreken op de universiteit. Ze werd gekozen om te spreken bij de Verenigde Naties en zette, met steun van Plan International, haar eigen programma tegen tienerzwangerschappen op in haar gemeenschap. “Dankzij het programma kan ik bijdragen aan verbetering in mijn omgeving en mijn kennis doorgeven aan volgende generaties.”
Toen Erika startte met haar studie werd ze nagestaard en gediscrimineerd, omdat ze traditionele kleding draagt.
“Onderwijs blijft de basis van elke samenleving.”
Erika
Momenteel werkt ze naast haar baan als architect bij een stichting die organisaties advies geeft over economische inclusiviteit en gemeenschapsontwikkeling, om jongeren uit kwetsbare groepen te ondersteunen.
Studenten als Angie en Erika zijn een rolmodel voor hun dorp. Ze delen hun kennis over financiën, gezondheid en rechten met hun gezin en gemeenschap en geven bijles in hun dorp. Zo hebben niet alleen de studenten zelf baat bij het project, maar de hele gemeenschap. “Ik geloof echt dat we met onze kennis kunnen bijdragen aan betere kansen”, vertelt Erika. “Onderwijs blijft de basis van elke samenleving.”
Groeten uit… Quiché!
Als we van start gaan in een nieuwe sponsorgemeenschap is samenwerking het codewoord. Wat we doen is maatwerk: we zorgen er altijd voor dat we achterhalen waar onze steun het hardst nodig is. De programma’s die we in onze sponsorgemeenschappen opzetten, sluiten daarom goed aan op de behoeften.
Onze collega’s in de landen waar we werken kennen de gemeenschap door en door. Zij gaan met de kinderen en hun families in gesprek en identificeren de problemen in de regio. Daardoor kennen ze alle leden van de gemeenschap en hun omstandigheden goed. Omdat we zo nauw samenwerken met de gemeenschap, bouwen we langdurige relaties en wederzijds vertrouwen op. Dat maakt het mogelijk om steun te bieden waar dat het hardst nodig is.
Grote uitdagingen
Dat deden we ook in Quiché, Guatemala, waar we ons sponsorprogramma in 2018 uitrolden. De regio kampt met grote uitdagingen, waar met name kinderen de dupe van worden. Er is een gebrek aan goed onderwijs, voor jongeren is er weinig werk en meisjes en vrouwen worden vaak al op jonge leeftijd zwanger. Die uitdagingen zijn de spil van onze programma’s in Quiché geworden.
Investeren in onderwijs
Zo investeren we sterk in onderwijs. Er worden bijvoorbeeld beurzen uitgereikt aan middelbare scholieren, we werken aan flexibel onderwijs bij noodsituaties en er wordt nauw samengewerkt met overheidsinstellingen om de capaciteit in het onderwijs te vergroten. Ook trainden we in het afgelopen jaar 83 leerkrachten in positief en inclusief onderwijs. Dit stelde ze in staat een leeromgeving te creëren waarin alle leerlingen de kans krijgen om mee te doen. Het doel hiervan is dat leerlingen zich vrij van vooroordelen kunnen ontwikkelen en elkaar ondersteunen.
Een baan met toekomstperspectief
Omdat met name vrouwen in Quiché vaak geen betaald werk kunnen vinden, zetten we speciaal voor hen het Werk- en Ondernemerschapsproject op. Vorig jaar konden hierdoor 21 deelnemers de
Kimberly (13) uit Quiché gaat naar school. Onderwijs is een van de belangrijkste aandachtspunten in Quiché.
opleiding bedrijfsmanagement volgen. Zij leerden hoe ze een goed bedrijfsplan schrijven en leerden de vaardigheden die ze nodig hebben om goede werknemers of ondernemers te worden. Tomasa, een 24-jarige alleenstaande moeder, schreef zich ook in voor het project: “Het heeft mij echt geholpen en het motiveerde me om te blijven werken voor een betere toekomst voor mijn zoon.”
Seksuele voorlichting
Ook voor de komende jaren is er in Quiché nog een hoop winst te behalen. Zo werden er in 2023 maar liefst 5.498 tienerzwangerschappen geregistreerd in de regio. Daarom willen we de komende tijd nog meer gaan inzetten op het geven van seksuele voorlichting om zo kindhuwelijken en tienerzwangerschappen tegen te gaan en de positie van meisjes en jonge vrouwen te verbeteren.
In cijfers:
2.588
jongeren kregen een beurs om naar de middelbare school te gaan.
85% van de kinderen maakt de basisschool af.
83
leraren volgden een training die 1.800 leerlingen in staat stelde in 2025 positief, inclusief onderwijs te volgen.
Colofon
Plan International magazine, mei 2026.
Drukkosten per nummer: € 0,34
Redactie en vormgeving
Marjon Kruize en Katie McGonigal
Aan dit nummer werkten mee Christian, Levi Boham, Anniek Groothuis, Ellen Hell, Martha Nauta, Sophie Snijders, Martien Swart, Manda Wassenaar en Deborah Wielart
Ontwikkelingen volgen elkaar snel op in de landen waar we werken. Daardoor kan het voorkomen dat er in dit magazine informatie staat die is ingehaald door de actualiteit. Om de privacy en veiligheid van betrokkenen te beschermen worden sommige achternamen weggelaten.
Fotocredits
Coverfoto: Plan International, p. 3-5: Mona van den Berg, p.6-8, 10, 11, 14-20 Plan International, p. 9: Vivek Singh, p. 10: Hasan Noureddine, p. 12: George Calin
Grafische productie Huig Haverlag
Plan International Postbus 75454, 1070 AL Amsterdam 020 549 55 20 www.planinternational.nl
BIC (SWIFT): RABONL2U BANK: NL11RABO039.35.86.766
De verpakking van dit magazine is biologisch afbreekbaar.
Sudan gaat al meer dan drie jaar gebukt onder een bloedig conflict. Miljoenen mensen hebben alles moeten achterlaten, op zoek naar veiligheid. Zo ook de veertienjarige Arafa, die Khartoem moest ontvluchten. Maar ook in het gebied waar ze nu zit is het niet veilig.
Bij conflicten, natuurrampen of hongersnood worden meisjes het hardst getroffen. Hun rechten vervagen, seksueel geweld laait op en kindhuwelijken nemen toe. En juist nu laten overheden wereldwijd ze in de steek.
What
a time to be a girl ...
Dankzij het noodhulpfonds kan Plan International meisjes in nood ondersteunen. Wilt u ook meehelpen? Scan de QR-code en doneer.