Skip to main content

Audiciens juli 2026

Page 1


Vakblad voor audiciens

Jaargang 20 • nr. 3 • juli 2026

HOORZORGBEURS 2026

Tussen experts en collega’s

DAG DER AKOEPEDIE

Inzichten in de kinderaudiologie

VERGROOT JE WAARDE! De Amerikaanse vakbeurs AAA

Nederland houdt van Encanta Algehele tevredenheid

Wat is uw algehele beoordeling van uw Bernafon Encanta hoortoestellen?

Encanta
Enquête uitgevoerd via de Bernafon app in januari 2026 onder 512 Nederlandse gebruikers van Bernafon Encanta 100 (n = 160) en Encanta 200 (n = 352)

5 AudiNed nieuws

6 HoorzorgBeurs 2026 Wij waren erbij en doen verslag.

14 Column Monique Joostema Monique is trots op ‘haar’ branche.

15 Taalontwikkeling bij slechthorende kinderen Elke Huysmans op de Dag der Akoepedie.

19 ’t Dagboek van Geeske  Zomerstress voor slechthorenden.

20 Audiciensavond op ’t AC Wat kunnen we van elkaar leren?

22 Beursverslag AAA Wat gebeurt er aan de andere kant van de wereld?

25 Column NVAB Wilrik over de audicien én opleiding van de toekomst.

26 Het verhaal achter aggravatie bij kinderen Debby van den Bosch op de Dag der Akoepedie.

28 Ogen en oren hebben elkaar nodig Webinar en interview met prof. Neurowetenschappen John van Opstal.

33 Column Hoormij·NVVS De eigenwijze tante van Corrine.

34 Visual Reinforcement Audiometry Door Sabine Engels op de Dag der Akoepedie.

37 Merknieuws van Widex De Allure breidt uit met een AI-chip.

38 Column Hans Mülder Tien tips voor 2030.

40 De Hoorzorg onder de loep-dag Een verfrissende blik op de branche.

42 Iconen uit de branche: Von Békésy De betekenis van de nobelprijswinnaar voor de audiologie.

44 Verslag van festival Sencity Een voorbeeldfunctie van inclusiviteit.

47 Column Thijs Thielemans Thijs deelt de zwaarte van zijn hart.

48 Nieuws van Starkey De AI Access Summit bracht audiciens samen.

50 Kort nieuws

54 Agenda

55 Volgende keer & colofon

Vergroot je waarde

Ruim duizend bezoekers, stands, expertsessies, ontmoetingen op de beursvloer, gesprekken bij de koffieautomaat en discussies die nog lang na afloop doorgingen. De HoorzorgBeurs 2026 liet opnieuw zien hoe levendig en betrokken onze branche is. Wat opviel was dat veel van de expertsessies uiteindelijk om een centraal thema draaiden: niet welke technologie de toekomst heeft, niet welk toestel het beste presteert, maar welke waarde wij als hoorzorgprofessionals toevoegen aan het leven van mensen met gehoorverlies.

De ene spreker benadrukte het belang van tijdige CI-signalering. De andere liet zien hoe belangrijk zorgvuldig klinisch redeneren is. Er werd gesproken over de positie van de audicien binnen een veranderende zorgketen en over de kunst van werkelijk luisteren naar wat iemand nodig heeft. Op het eerste gezicht verschillende onderwerpen, maar samen tekenen ze een beeld van een vak dat verandert.

Een paar weken eerder vond in San Antonio de jaarlijkse conferentie van de American Academy of Audiology plaats. Daar kreeg diezelfde gedachte een Engelse titel mee: Amplify Your Value. Deze boodschap én missie voor de audicien en audioloog van de toekomst tekent zich steeds duidelijker af.

Verderop in het blad, in de artikelen over de Dag der Akoepedie van de NVA, lezen we hoe groot de invloed van gehoorverlies kan zijn op taalontwikkeling, communicatie en participatie.

Een goede fitting vormt een belangrijke basis, maar daarmee eindigt het verhaal niet. Ook krijgt de samenwerking tussen audiciens en audiologische centra in dit nummer aandacht. Omdat de zorgvraag groeit en de druk op de keten toeneemt, wordt zichtbaar hoeveel waarde iedere professional toevoegt vanuit zijn eigen expertise.

De toekomst van de hoorzorg wordt niet uitsluitend bepaald door nieuwe technologie. Deze wordt bepaald door professionals die weten wanneer zij moeten luisteren, begeleiden, signaleren, samenwerken en verwijzen.

Veel van die waarde is niet altijd meetbaar en bijna alles van deze waarde brengen wij nooit in rekening naar de klant. Wat kost een gesprek dat voorkomt dat iemand vastloopt? Wat kost het tijdig herkennen van een CI-kandidaat? Wat kost het helpen van mensen om te blijven communiceren, participeren en meedoen? Want daar ligt de waarde van ons vak. Amplify Your Value!

Bestuurslid AudiNed deaudiciens@audined.com

Roger OnTM

De Roger On™ ondersteunt dagelijks wereldwijd miljoenen hoortoesteldragers in uitdagende luistersituaties. Of het nu gaat om een verjaardag, een (online) vergadering of een fietstochtje, Roger biedt toegang tot spraak voor elk gehoorverlies. Losse ontvangers zijn niet meer nodig, de nieuwe generatie Roger microfoons bevat een onbeperkt aantal Roger licenties (‘ontvangers’) voor de koppeling met het Phonak hoortoestel. Draadloze microfoons waren nog nooit zo effectief en eenvoudig te installeren.

www.phonak.nl

www.phonak.nl/rogeron

gehoor geven

Het Zinnige zorg traject

Binnenkort komt er vanuit het Zorginstituut een concept evaluatiegids voor het project ‘Verbetersignalement perceptieve slechthorendheid volwassenen’. De besturen van alle betrokken partijen kunnen hierop reageren. AudiNed heeft binnen dit project samengewerkt met vertegenwoordigers van verschillende audiciensorganisaties. Hoewel het project in de afsluitende fase zit, zijn nog niet alle onderdelen helemaal afgerond. De introductie van Hoorprotocol 3.0, een onderdeel hiervan, heeft vertraging opgelopen. Voor het onderdeel ‘informatievoorziening van de audicien naar de huisarts’ is besloten om te wachten totdat de NHG-standaard Slechthorendheid klaar is. Die biedt mogelijk aanknopingspunten om te bepalen welke informatie van de audicien voor de huisarts van belang is en hoe deze informatie bij de huisarts komt.

Gehoorbescherming

Preventie en gehoorbescherming stonden recent centraal tijdens de vergadering van de Raad van Advies. In de dagelijkse praktijk zien we een duidelijke groei in de verkoop van gehoorbescherming, zowel universeel als op maat. Binnen GAIN is inmiddels een werkgroep actief om dit onderwerp nadrukkelijker op de kaart te zetten. Sommige zorgverzekeraars bieden al korting op universele gehoorbeschermers. Dit is mogelijk een eerste stap richting toekomstige vergoeding van maatwerk. Tegelijkertijd blijkt dat gehoorbescherming binnen onze branche nog altijd een onderbelicht thema is. Er bestaat veel onduidelijkheid over normen, eisen en bijvoorbeeld het gebruik van lektesten. Ook lopen adviezen over materialen en gewenste dempingswaardes in de praktijk sterk uiteen. Juist nu gehoorschade en preventie meer publieke aandacht krijgen, groeit de behoefte aan deskundig advies. Voor audiciens, audiologen en andere hoorzorgprofessionals ligt hier een belangrijke kans om expertise zichtbaar te maken.

Nieuwe NOAHveldnorm ondertekend: belangrijke stap voor de hoorzorg

Binnenkort wordt de vernieuwde NOAH-veldnorm officieel ondertekend door alle betrokken partijen binnen de hoorzorg. Ook AudiNed zet namens de audiciens haar handtekening onder deze gezamenlijke veldnorm. Daarmee onderschrijven patiëntenorganisaties, audiciens, audiologen, kno-artsen, audiologische centra, industrie en audicienbedrijven gezamenlijk de afspraken over samenwerking, triage en verwijzing binnen de hoorzorg. De nieuwe veldnorm treedt in werking op 1 juli 2026. Vanaf dat moment wordt gewerkt volgens de vernieuwde afspraken. Tot en met 31 december 2026 geldt een overgangsperiode waarin het werkveld de nieuwe werkwijze kan implementeren. Per 1 januari 2027 wordt de veldnorm definitief van kracht. De herziening is het resultaat van de jarenlange samenwerkingw tussen de betrokken beroepsgroepen en sluit aan bij de aanbevelingen uit het Verbetersignalement Perceptieve slechthorendheid bij volwassenen van het Zorginstituut Nederland. Belangrijke thema’s zijn meer persoonsgerichte hoorzorg, een duidelijkere plek voor psychosociale ondersteuning en communicatiebevordering en transparantere toegang tot passende hoorhulpmiddelen. AudiNed is trots op de bijdrage die zij namens de audiciens heeft geleverd aan de totstandkoming van deze nieuwe veldnorm en ziet de ondertekening als een belangrijke stap richting passende, toekomstbestendige en persoonsgerichte hoorzorg.

Tussen beursvloer en toekomstvraag

Op het Audicienscongres & de HoorzorgBeurs 2026 draaide het niet alleen om producten, stands en ontmoetingen, maar ook om de veranderende rol van de audicien. Vakblad De Audiciens was beide dagen aanwezig en doet verslag van de opmerkelijkste of dringendste bevindingen.

Wie over de beursvloer van het Audicienscongres & de HoorzorgBeurs 2026 liep, zag op het eerste gezicht een herkenbaar beeld. Stands, leveranciers, bekende gezichten, gesprekken in de wandelgangen en audiciens die elkaar tussen de sessies door even opzochten. Een beurs is altijd een plek van ontmoeting. Even uit de winkel, uit de dagelijkse planning, kijken waar de branche staat. Maar onder die vertrouwde beursdynamiek zat dit jaar ook een andere laag. In meerdere sessies kwam dezelfde vraag terug: wat vraagt de hoorzorg van de audicien van nu? Niet alleen technisch, maar ook communicatief, signalerend en adviserend. De audicien is allang niet meer alleen degene die een hoortoestel aanmeet en afstelt. Steeds vaker beweegt het vak zich op het snijvlak van zorg, begeleiding, verwijzing en menselijk contact. Dat was merkbaar op de beursvloer, maar vooral in de inhoudelijke sessies. Daarin kwamen verschillende lijnen samen: cochleaire implantatie, tympanometrie, de toekomstige rol van de audicien en de vraag hoe goed we eigenlijk luisteren naar de mens tegenover ons. Op papier uiteenlopende onderwerpen, maar samen raakten ze aan dezelfde kern: de audicien beweegt steeds meer tussen techniek, triage, begeleiding en menselijk contact.

‘DIT JAAR VIEL VOORAL OP HOE VAAK HET GESPREK VERDER

DE BEURS ALS SPIEGEL VAN HET VAK

De HoorzorgBeurs is meer dan een verzameling stands. Natuurlijk is er aandacht voor producten, innovaties en merken. Dat hoort bij een vakgebied dat technologisch voortdurend in beweging is. Maar juist doordat audiciens, leveranciers, opleiders, audiologen en andere

professionals elkaar op één plek treffen, wordt zo’n beurs ook een moment waarop de branche zichzelf in de spiegel ziet. Waar praten we over? Waar maken we ons zorgen over? Welke vragen blijven hangen na een sessie? Welke onderwerpen komen steeds opnieuw terug, ook aan de koffietafel? Dit jaar viel vooral op hoe vaak het gesprek verder ging dan techniek alleen. De techniek wordt beter, sneller en slimmer. Hoortoestellen worden krachtiger, apps uitgebreider, koppelingen verfijnder en implantaatzorg toegankelijker. Maar de vraag blijft: hoe zorgen we dat de juiste klant op het juiste moment de juiste begeleiding krijgt? Die vraag klinkt eenvoudig, maar is dat in de praktijk niet. Want daarvoor moet de audicien niet alleen goed kunnen meten, aanpassen en uitleggen. Hij moet ook kunnen herkennen wanneer een hulpvraag groter is dan het hoortoestel. Wanneer iemand vastloopt in communicatie. Wanneer een klant eigenlijk meer nodig heeft dan een nieuwe instelling. Wanneer het moment voor een cochleair implantaat is. Een van de sessies waarin die vraag scherp naar voren kwam, was die van Annes Claes. Zij werkt bij Cochlear, maar gaf haar presentatie nadrukkelijk vanuit een bredere audiologische en wetenschappelijke achtergrond. Eerder werkte zij als audioloog in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en deed zij onderzoek naar de impact van cochleaire implantatie bij oudere volwassenen. Haar persoonlijke drijfveer vatte zij helder samen: de juiste patiënt moet de juiste hooroplossing krijgen op het juiste moment. Claes begon met een bredere blik op gehoorverlies. Gehoorverlies heeft niet alleen invloed op spraakverstaan, maar ook op functioneren, sociale deelname en kwaliteit van leven. Onbehandeld of onderbehandeld gehoorverlies kan samenhangen met sociale isolatie, depressieve klachten, valrisico, uitval op het werk en cognitieve achteruitgang. Daarmee plaatste zij cochleaire implantatie niet alleen in een technische context, maar in een menselijke en maatschappelijke context. In de praktijk zien audiciens dagelijks mensen met gehoorverlies, maar de vraag is of we altijd op tijd herkennen wanneer iemand met hoortoestellen niet meer voldoende geholpen is. Bij ernstig gehoorverlies, zwak spraakverstaan of beperkt voordeel van hoortoestellen kan het nodig zijn om verder

te kijken dan de volgende instelling, sterkere speaker of nieuwere techniek. Claes liet zien dat de weg naar cochleaire implantatie nog lang niet door iedereen wordt gevonden. In cijfers gebaseerd zijn op oudere, strengere indicatiecriteria werd genoemd dat slechts een klein deel van de mogelijke kandidaten daadwerkelijk bij een CI terechtkomt. Nu er ruimer wordt gekeken naar gehoorverlies vanaf ongeveer 70 dB HL, is de groep mensen die mogelijk niet wordt bereikt vermoedelijk nog groter. Dat is een ongemakkelijke boodschap. Het laat zien hoe makkelijk het is om te lang in dezelfde route te blijven. Eerst een sterker toestel. Dan nog een aanpassing. Dan nog een proefperiode. En pas wanneer iemand echt vastloopt, komt CI ter sprake. Volgens Claes is wachten op verdere verslechtering niet gunstig. Onderzoek laat zien dat mensen die eerder worden geïmplanteerd gemiddeld betere resultaten behalen. Ook bereiken CI-gebruikers tegenwoordig sneller hun optimale prestaties dan vroeger. Waar vroeger geregeld werd gesproken over een traject van vele maanden tot soms een jaar, liet zij zien dat veel gebruikers inmiddels binnen enkele maanden duidelijk op niveau kunnen komen. Betere operatietechniek, ruimere indicaties, eerdere implantatie en verdere ontwikkeling van de technologie spelen daarin waarschijnlijk allemaal een rol. Tegelijkertijd benadrukte zij dat CI geen eenvoudige of vrijblijvende stap is. Het is een multidisciplinair

traject waarin medische, audiologische, logopedische, psychologische en sociale factoren worden meegewogen. De vraag is niet alleen of iemand audiologisch in aanmerking komt, maar ook of er motivatie, draagvlak en ondersteuning is om het traject te laten slagen. Een belangrijke rol voor de audicien ligt in het gesprek tijdig op CI te brengen. De NOAH-veldnorm geeft verwijscriteria, maar Claes maakte duidelijk dat sommige CI-centra in de praktijk al progressiever kijken naar indicaties. Dat vraagt van audiciens alertheid en professionele moed. Een opvallend moment in de sessie ontstond toen de zaal werd gevraagd hoe vaak audiciens in hun dagelijkse praktijk over CI spreken. Vrijwel iedereen had het onderwerp weleens besproken, maar bij de vraag wie dit maandelijks of wekelijks doet, bleef bijna niemand over. Claes gaf aan dat in databases van hoorwinkels regelmatig een aanzienlijke groep klanten voorkomt die op basis van het audiogram mogelijk in aanmerking komt voor verwijzing. Daarmee werd de sessie meer dan een technische uitleg over cochleaire implantatie. Het werd een spiegel. Durven we het gesprek over CI tijdig te voeren? Of vinden we het soms te vroeg, te complex of te belastend voor de klant? Claes formuleerde het scherp: wanneer je een mogelijkheid niet benoemt, ontneem je de klant ook de kans om daar zelf een keuze over te maken.

EEN BREDERE KIJK OP DE HOORZORG MET EEN CI

Waar Claes vooral de audiologische en professionele kant van tijdige CI-signalering belichtte, kreeg dat onderwerp in de sessie van Kirby van As, Consumer Engagement Specialist en Clinical Specialist bij Advanced Bionics een persoonlijk gezicht. In een meeslepend en interessant seminar deelde Kirby van As haar eigen verhaal en de weg naar haar cochleair implantaat toe. “Wat als je met een kort gesprek de toekomst van jouw klant kunt veranderen?” was haar openingszin.

Haar avontuur begon zo’n negen jaar geleden, waar Van As met twee hoortoestellen zo goed als mogelijk haar leven probeerde te leiden. Voor haar was het normaal dat ze op een verjaardag enorm slecht de gesprekken kon verstaan en achteraf volledig uitgeput op de bank moest zitten. Maar is dat wel zo normaal, vroeg ze zichzelf af?

Alles kostte haar veel meer energie dan het haar naasten kostte en ze moest voortdurend compenseren. Mensen met slechthorendheid leveren eigenlijk topsport zonder te weten dat ze dit doen. Functioneren is niet hetzelfde als floreren. Van As vertelde dat het vaak juist de klanten zijn die altijd net iets meer willen en hoop blijven houden dat er ooit een betere oplossing voor hen komt. Die mensen zouden zomaar een goede CI-kandidaat kunnen zijn.

Vier jaar terug kreeg Van As haar cochleair implantaat en startte voor haar een nieuwe en andere wereld van geluid. Ze vond de eerste dagen wennen, maar zeker

goed te doen. De eerste keer dat de CI daadwerkelijk aanging, was een eyeopener. Ze hoorde een hand weer over tafel bewegen of kleding die kraakte. Het was een emotionele rollercoaster; het was een van de eerste keren dat ze haar kind op de achterbank kon horen spelen. Veel geluiden klonken bijzonder en een beetje robotachtig. Na enkele dagen verflauwde dit en twee weken later klonk muziek weer zoals ze vroeger gewend was. Ze deelt haar verhaal, omdat ze anderen deze ervaring ook gunt. Van As hoopt dan ook dat wij als audicien, als vertrouwenspersoon, eerder het gesprek met klanten aangaan. “Laat zien dat een CI geen eindstation hoeft te zijn, maar een nieuwe mogelijkheid voor vandaag en morgen. Het begint niet bij het toestel of de accessoires, maar met een gesprek.”

TYMPANOMETRIE IN DE PRAKTIJK

Naast de vraag wanneer een hoortoestel niet meer voldoende is, ging het op de beurs ook over de basis van zorgvuldig klinisch redeneren. Dat kwam duidelijk terug in de sessie van klinisch fysicus audiologe Mieke Janssens over tympanometrie. Wat zien we? Hoe interpreteer je het? Maar voornamelijk, hoe kan jou dit helpen om een beter beeld te geven en klinisch te redeneren? In een korte herhaalcursus vertelde Janssens de anatomie en fysiologie van het middenoor. Bij de tympanometrie zijn de druk in het middenoor en de compliantie van het trommelvlies belangrijk. De

‘NON-VERBALE SIGNALEN ZIJN GEEN BIJZAAK, MAAR UITNODIGINGEN OM DOOR TE VRAGEN’

tympanometer is een dynamische meting. Door een constante toon aan te bieden, het oor goed af te dichten en een drukverandering van negatief en positief te laten voelen, kunnen wij zo de bepaling doen van de gemeten gegevens. Een aantal belangrijke tips: zorg voor de juiste luchtdichte afdichting, kies hierbij voor de juiste maat siliconen tips. Houd rekening dat een wat harige gehoorgang invloed op de meting zou kunnen hebben. Ten tijde van de meting mag de klant beslist niet drinken, slikken of gapen. Maar de belangrijkste tip: controleer altijd eerst met de otoscopie wat je ziet. Veel voorkomende problemen tijdens het uitvoeren van een tympanometrie zijn cerumen, lekkage, beweging of dat de sonde van de meetapparatuur tegen de gehoorwand aankomt. Er zijn een aantal valkuilen en bijzonderheden waar wij als audicien zeker op moeten letten, denk aan de REM. In sommige gevallen met perforaties zal rond de 1 kHz een dip ontstaan. “Wees niet bang om dit te compenseren”, geeft Janssens aan. Uit haar eigen ervaring geeft dit vaak een positief effect. Pas wel op met kinderen, want hierbij kan de perforatie nog dichtgroeien. Wees ook bedacht op enorme pieken in de aanpassing. Zelfs als je de tympanometer frequent gebruikt, is het goed om te weten dat de uitkomst niet op zich staat. Kijk ook naar het audiogram en luister goed naar eventuele opvallende situaties in het verhaal van de klant. Een tympanogram kan er goed uitzien, terwijl er toch een probleem is zoals het derde venster syndroom (zeldzame aandoening, waarbij er sprake is van een extra opening van het bovenste halfcirkelvormige kanaal van het evenwichtsorgaan. Hierbij kunnen patiënten klachten van gehoor en evenwicht hebben). Zorg ervoor dat jij als zorgprofessional altijd zorgvuldig kijkt en registreert wat je ziet en niet een standaard lijstje afwerkt.

DE AUDICIEN VAN DE TOEKOMST

Die praktische blik op meten en beoordelen sloot aan bij een bredere vraag die Jan Rombout stelde: welke rol kan de audicien in de toekomst krijgen binnen een zorgketen die steeds voller raakt? Jan Rombout, knoarts en mede-eigenaar van Alsoka Medical wenst dat er een hoogwaardige rol komt voor de hoorspecialisten in de winkelstraat. Er komen steeds meer zorgvragen rond het gehoor: bij de kno-artsen, audiologische centra en huisartsen. Wat Rombout graag zou willen zien, is dat de hoorwinkel een toevoeging is aan de zorgcapaciteit. Hoe gaan we dit verwezenlijken? Rombout denkt dat dit kan door de service uit te breiden en te

optimaliseren. Denk aan oren uitzuigen, kortere lijntjes met kno-artsen, dossiers die duidelijk en transparant zijn. Uiteindelijk moet alles efficiënter en effectiever. Er zijn minder bezoeken in de winkel of op de kno-poli, de klant hoeft minder te reizen dus ook beter voor het milieu en gemoedstoestand van de klant en volgens Rombout geeft dit een bewezen resultaat. Met humor en voorbeelden breekt Rombout het ijs. Waar het publiek eerst dacht: hoe krijgen we dit ook nog allemaal in onze dagelijkse agenda?, draaide de sfeer om naar begrip en interesse. Het is in de toekomst ook nog eens een win-winsituatie. Hoe meer oren er bekeken worden door audicien en door kno-arts, hoe sneller er eventuele niet-pluisoren opgespoord kunnen worden: ontstekingen, trommelvliesbeschadigingen en eczeemoren. Voor de klant is het dus een “one stop shop”. De mensen ervaren het als een prettig en goede service. Een audicien met kennis van oren op anatomisch en pathologische niveau zorgt voor een stabielere en meer nauwkeurige vorm van hoorzorg in ons land. De kosten worden door de klant momenteel nog zelf gedragen, dus ook met een commerciële bril op kan het verhaal van Rombout perspectief bieden voor sommige winkels. ‘Het laten uitspuiten van de oren is ouderwets’, klinkt het in de ruimte, gauw gevolgd door wat wel een oplossing kan zijn voor sommigen: het droog laten uitzuigen van de oren.

De wereld verandert snel, denk aan het snel naderende zorginfarct, waarbij er een exponentiële groei komt van niet-urgente gevallen of het afstevenen op beperkte, vergoede zorg. De combinatie van zorg, service, commercie en korte lijnen met andere disciplines is van belang voor het zorglandschap en is ook in het belang van de klant. Wij moeten als audicien de kansen zien en deze met beide handen aanpakken.

ONGEHOORD GOED LUISTEREN

Na sessies over CI, tympanometrie en de toekomstige rol van de audicien, bracht Frances Gallimore de aandacht terug naar misschien wel de basis van het vak: luisteren. Niet alleen horen wat iemand zegt, maar proberen te verstaan wat iemand bedoelt. Gallimore opende haar sessie niet direct als zichzelf, maar als Truus: een theatraal typetje dat mensen laat zitten, praten en hun hart laat luchten. De zaal moest lachen, maar de boodschap was serieus. Mensen hebben een diepe behoefte om gezien, gehoord en begrepen te worden. Dat geldt overal, maar zeker in de hoorzorg. Na die

humoristische opening schakelde Gallimore naar haar eigen verhaal. Op haar achttiende kreeg zij de diagnose progressief gehoorverlies. Voor haar dertigste zou zij doof zijn. Inmiddels is zij aan beide oren zo goed als doof en hoort zij dankzij een cochleair implantaat. Die persoonlijke ervaring gebruikte zij niet als medisch verhaal, maar als ingang om te spreken over luisteren als bewuste handeling. Een sterk beeld uit haar presentatie was de “luisterstand”. Haar CI kent verschillende standen: een stand waarin zij vooral zichzelf hoort, een stand waarin zij omgevingsgeluid meeneemt en een stand waarin zij zich volledig focust op de spreker voor haar. Gallimore trok die gedachte door naar communicatie. In welke stand gaan wij eigenlijk een gesprek in? Luisteren we om te reageren? Om ons eigen verhaal kwijt te kunnen? Of luisteren we om werkelijk iets nieuws over de ander te leren? Voor audiciens is dat een relevante vraag. In de aanpaskamer is er vaak tijdsdruk. Juist daardoor bestaat het risico dat het gesprek al snel praktisch wordt. We kijken naar het audiogram, de spraakverstaanscore, de categorie, het toestel en de oplossing. Maar de klant voert ondertussen soms een heel ander gesprek. Gallimore verwees naar het idee dat er in veel gesprekken eigenlijk drie gesprekken tegelijk plaatsvinden. Er is een praktisch gesprek over feiten, data en oplossingen. Er is een emotioneel gesprek over

angst, frustratie, schaamte of verlies. En er is een sociaal gesprek over identiteit, meedoen en de verhouding tot anderen. In de hoorzorg lopen die gesprekken voortdurend door elkaar.

Dat herkent iedere audicien. Iemand komt binnen met de vraag of de televisie harder kan, maar onder die vraag kan onzekerheid zitten. Iemand zegt dat het toestel niet goed genoeg is, maar bedoelt misschien dat hij zich buitengesloten voelt tijdens verjaardagen. Iemand wil vooral weten welk toestel technisch het beste is, terwijl de echte zorg misschien is: wie ben ik straks nog als ik hoortoestellen draag? Volgens Gallimore begint goed luisteren daarom met afstemmen. Welk gesprek voeren we eigenlijk? Zit iemand in een praktische vraag, een emotionele vraag of een sociale vraag? Pas als je dat weet, kun je passend reageren. Een eenvoudige vraag die zij daarvoor meegaf, was: “Wat houdt jou bezig?” Die vraag werkt anders dan het bekende “Hoe gaat het?” Op “Hoe gaat het?” volgt vaak een kort en sociaal wenselijk antwoord. “Wat houdt jou bezig?” nodigt uit tot context. Het geeft ruimte aan wat iemand werkelijk meeneemt naar het gesprek. Vanuit daar kun je doorvragen: wat maakt dit belangrijk voor u? Wat betekent dit voor u? Wat raakt u hierin? Gallimore maakte ook duidelijk dat luisteren niet alleen met de oren gebeurt. Juist doordat zij zelf niet vanzelfsprekend hoort, let zij op houding,

CIJFERTJES

Aantal bezoekers: ruim 1000

Stands: 26

Expertsessies: 16 per dag (in totaal 20 sprekers!)

mimiek, pauzes, stemgebruik en woorden die net wat meer nadruk krijgen. Non-verbale signalen zijn geen bijzaak, maar uitnodigingen om door te vragen. Voor de audicien is dat de praktische les van deze sessie. Goed luisteren vraagt niet altijd meer tijd, maar wel meer aandacht. Soms levert één betere vraag meer op dan tien minuten uitleg. Soms voorkomt luisteren dat we te snel een technisch antwoord geven op een menselijke hulpvraag. De beste hoorzorg begint niet bij het toestel, maar bij het verstaan van de mens tegenover je.

DE AUDICIEN TUSSEN TECHNIEK EN MENS

Samen lieten de verschillende sessies zien hoe breed het vak van audicien inmiddels is geworden. Claes en Van As legden de nadruk op tijdige CIsignalering, Janssens op zorgvuldig klinisch redeneren, Rombout op de toekomstige positie van de audicien in de keten en Gallimore op de kracht van werkelijk luisteren. Aan de ene kant vraagt moderne hoorzorg om kennis van techniek, indicaties, protocollen en verwijsmogelijkheden. Aan de andere kant vraagt het vak om gespreksvaardigheid, aandacht en het vermogen om de hulpvraag achter de klacht te herkennen. Die combinatie is niet altijd eenvoudig. De werkdag van een audicien is vol. Er zijn agenda’s, targets, verzekeringsregels, proefperiodes, servicevragen, aanpassingen, reparaties, telefoontjes en administratie. Tegelijkertijd zitten tegenover ons mensen voor wie gehoorverlies vaak meer betekent dan alleen minder goed verstaan. Het raakt werk, relaties, energie, zelfvertrouwen, muziek, sociale situaties en identiteit. Daarmee wordt de rol van de audicien complexer. Niet omdat de audicien alles zelf moet oplossen, maar omdat hij steeds vaker degene is die als eerste hoort dat er meer speelt. De audicien hoeft geen psycholoog, audioloog of kno-arts te worden, maar hij moet wel kunnen herkennen wanneer een klant meer nodig heeft dan een technische aanpassing. Dat vraagt om triagevermogen. Om het durven benoemen van vervolgstappen. Om weten wanneer verwijzen verstandig is. Om het gesprek over CI niet pas te voeren wanneer

iemand al jaren vastloopt. En om het vermogen om te luisteren naar wat een klant niet meteen letterlijk zegt.

MEER DAN EEN BEURSDAG

Een congresdag of beursbezoek is snel voorbij. Je loopt langs stands, spreekt bekenden, schuift aan bij sessies en neemt misschien een brochure of visitekaartje mee. Maar de waarde zit uiteindelijk in wat blijft hangen wanneer je weer teruggaat naar de praktijk. Van Annes Claes en Kirby van As bleef vooral de vraag hangen: bespreken we alle mogelijkheden wel op tijd? Van Mieke Janssens bleef het belang hangen van goed kijken, zorgvuldig meten en niet te snel aannemen dat de uitkomst vanzelfsprekend is. Van Jan Rombout bleef de vraag hangen hoe de audicien zich in de toekomst sterker kan positioneren binnen een zorgketen die steeds meer onder druk staat. En van Frances Gallimore bleef misschien wel de meest basale vraag hangen: luisteren we werkelijk naar wat iemand nodig heeft? Samen vormen die vragen een stevige opdracht aan het vak. Want goede hoorzorg is niet alleen het vinden van het juiste toestel. Het is ook het herkennen van het moment waarop een toestel niet meer genoeg is. Het is niet alleen uitleg geven, maar ook vragen stellen. Niet alleen meten, maar ook begrijpen. Niet alleen horen wat iemand zegt, maar luisteren naar wat eronder ligt.

De HoorzorgBeurs liet daarmee zien dat de toekomst van het vak niet alleen in nieuwe technologie zit. Die technologie is belangrijk en blijft zich ontwikkelen. Maar de toekomst zit ook in de professional die weet wanneer hij moet doorvragen, wanneer hij moet verwijzen en wanneer hij even moet vertragen om de mens tegenover zich werkelijk te verstaan. Misschien is dat de belangrijkste opbrengst van deze beurseditie. De audicien van nu staat midden in een veranderende keten. Tussen techniek en mens. Tussen hoortoestel en CI. Tussen protocol en praktijk. Tussen meten en luisteren. En precies daar ligt de waarde van het vak.

nieuw - widex allure ai ric

Voor situaties waarin spraakverstaan een uitdaging is, maakt AI RIC R D dat eenvoudiger door kunstmatige intelligentie toe te passen in het speciale Clarity Boost programma. Zo blijven we trouw aan ons Widex-geluid en presteren we nog beter in uitdagende situaties.

Signia Active Mini IX

Compleet. Direct klaar. Discreet.

Signia Active Mini IX

Het kleinste instant fit model met twee microfoons. Direct aan te passen, voorzien van alle Signia IX features én Bluetooth connectiviteit.

EEN GROOT NETWERK

Voor Nederlandse audiciens is de HoorzorgBeurs van AuDidakt een jaarlijks vast gegeven, maar hoe wordt onze nationale beurs bezien door de ogen van een Vlaamse collega? Wat valt er op als je kijkt met een frisse blik. Wij vroegen onze Vlaamse reporter, audioloog Leen Van Essche om haar mening.

Met klamme handen rijd ik de parking van de Midden Nederland Hallen in Barneveld op. Omringd door auto’s met gele nummerplaten. Ik heb zin in vandaag: mijn eerste Nederlandse HoorzorgBeurs. Ik heb zin om geïnspireerd te worden, bij te leren en te netwerken. En toch voel ik ook spanning en angst. Angst, omdat ik niemand ken, onzekerheid omdat ik eigenlijk niet weet hoe ik me het beste voorstel. In de rij richting de parking betrap ik mezelf erop dat ik auto’s zoek met witte nummerplaten en rode letters. En alsof het universum mijn gedachte opvangt, rijdt er op dat moment een BMW met witte nummerplaat en rode letters de parking op. Ik ben hier niet de enige zuiderbuur. Mooi! Eenmaal binnen check ik me in. Tijd voor koffie. Ik schuifel over het middenplein en werp een eerste blik op alle standen: Cochlear, de brandweer, Starkey, GN Resound, Beter Horen, Earhelp, StAr, Schoonenberg, EarwaxShop, Pluggerz en meer. De ene al wat meer ingekleed (lees: goodiebags) dan de andere. Ik haal een cappuccino, neem plaats aan een zwarte statafel en wacht op het startschot. Een handvol mannen en vrouwen in witte overalls doen een hiphopachtige openingsdans. Leuk intermezzo, maar toch kijk ik vooral uit naar de expertsessies. Ik start met ‘Ongehoord goed luisteren’ van Frances Gallimore. Ze is sprekerscoach, actrice en draagt al 13 jaar een CI. Haar alter-ego Truus, toiletmevrouw en “zielenpoetser”, staat een sigaretje te rollen, voordat ze ons uitlegt waarom luisteren loont. Iedereen heeft de behoefte om gezien, gehoord en begrepen te worden, maar door alle onderbrekingen van buitenaf, verbreken we de verbinding met elkaar. We horen de woorden, maar missen de boodschap. Frances nodigt ons uit om minder interessant te doen en meer geïnteresseerd te zijn. Stel jezelf de vraag: “Luister ik om te reageren of om te leren?” Het is niet het hoortoestel, maar het gesprek dat moet worden afgeregeld. Frances en Truus nemen afscheid en ik neem vooral mee dat luisteren belangrijker is dan techniek.

Ik maak opnieuw een rondje op de beursvloer en merk dat iedereen zijn “netwerkpet” op heeft. Zelfs aan de koffiemachine wordt er gelachen, begroet en handje geschud. Het wemelt er van de wit-groene jasjes, de geur van poffertjes en honderden demohoortoestellen en flyers. Iets wat mij prikkelt, is de stand van EarwaxShop en hun ‘micro-stofzuiger’ waarmee audiciens zelf oren kunnen reinigen in het hoorcentrum. Dit gebeurt nog niet in Vlaanderen en

lijkt me interessant om te implementeren. Iemand met cerumen kan dan meteen geholpen worden in plaats van naar de kno-arts te gaan. Dat bespaart cliënt, arts én audicien tijd. Hopelijk volgt België snel.

Voor de volgende expertsessies schuif ik aan bij Sophia Kramer en haar onderzoek over de psychosociale impact van gehoorverlies en bij Anke Heij (met de sessie ‘Na het hoortoestel’). Opnieuw wordt duidelijk dat gehoorverlies niet enkel draait om techniek. Het draait om mensen die willen functioneren in hun dagelijks leven. Om communicatie en mentaal welzijn. Audiciens in de zaal zijn het eens. Ze voelen de urgentie, maar botsen steeds op hetzelfde probleem: tijdsdruk en het huidige framework van de hoorzorg. Naast enthousiasme voelde ik ook frustraties. De Nederlandse audiciens begrijpen dat de huidige structuur van de hoorzorg niet voldoende is en te hard focust op techniek; maar lopen aan tegen de beperkte beschikbare tijd. Dat is trouwens ook zo in Vlaanderen. Audiologen wíllen meer doen en wéten dat ze meer moeten inzetten op psychosociale factoren, maar hebben er gewoon geen tijd voor. En dan moet je keuzes maken... Daarom zou de manier waarop we hoorzorg aanbieden fundamenteel moeten veranderen, zowel in Vlaanderen als in Nederland. Deze visie is voelbaar, maar het ‘hoe’ is een andere vraag. Opvallend voor mij is ook hoe interactief alle sessies zijn.

Er wordt actief vragen gesteld en er is telkens interactie met de zaal. Vaak met humor. Zalig, dat Nederlands enthousiasme en jullie humoristische directheid. Dat maakt de dag krachtig en luchtig tegelijk. Tussen alle poffertjes, ijskarren en goodiebags neemt één tendens toch de overhand: we moeten normaliseren dat een hoortoestel niet alles oplost. Techniek vult maar een derde van de taart. Hoorzorgprofessionals zijn het eens: de manier waarop we hoorzorg aanbieden moet fundamenteel veranderen. Verbreden. En in vraag gesteld worden. Weg van hokjesdenken “daar stopt ons vakgebied”, op naar het holistisch denken. Ik denk dat we niet enkel aan verwachtingsmanagement moeten doen bij onze cliënten, maar ook bij onszelf, want veel professionals wéten dat hoorzorg meer is dan techniek. Waarom bieden we het dan aan alsof dat niet zo is? Volgend jaar meld ik me weer aan voor deze beurs en wellicht kan ik dan ook wat handjes schudden met bekende gezichten.

Na de laatste stand

Afgelopen keer stond ik weer op het Audicienscongres en de HoorzorgBeurs. Deze keer met een flitsende opening op een podium voor een scherm, waar ik me heel klein bij voelde. Dit jaar besloten we het anders te doen. Niet omdat het oude niet werkte, maar omdat we goed hebben geluisterd naar de evaluaties van voorgaande jaren. Bezoekers wilden meer ruimte voor ontmoeting en uitwisseling. Daarom kozen we voor een nieuwe opzet, met een beursvloer die meer deed denken aan een echte markt dan aan een traditionele congreshal. En eerlijk gezegd: zodra de deuren open gingen, voelde je het verschil. Mensen bleven hangen, liepen nieuwsgierig langs de stands en raakten met elkaar in gesprek. Er werd kennis gedeeld, gelachen, gediscussieerd en genetwerkt. Het gaf de dag een warme en bijna huiskamerachtige sfeer, ondanks de omvang van het evenement. Wat mij het meest is bijgebleven, zijn niet de cijfers, de aantallen bezoekers of de evaluaties die inmiddels binnenstromen; het zijn de gesprekken. Een audicien, die vertelde hoe een expertsessie direct toepasbaar was in de praktijk. De leverancier, die verrast was door de open gesprekken op de beursvloer. De collega’s, die elkaar soms maar één keer per jaar zien en hier weer even konden bijpraten. Dat is misschien wel de echte kracht van een congres. Kennis kun je tegenwoordig overal vinden. Een webinar, een podcast of een AI-tool brengt informatie binnen enkele seconden naar je scherm. Maar inspiratie ontstaat vaak nog steeds in een gesprek bij een stand, in een vraag vanuit de zaal of tijdens een toevallige ontmoeting bij de koffie.

Monique is onderwijskundig adviseur bij de audicienopleiding aan het Da Vinci College en voorzitter van AudiDakt. Ze wil mensen aan het denken te zetten, in de klas en daarbuiten. Haar missie: als je nieuwsgierig in het leven staat, ben je ook in staat om nieuwsgierig te zijn naar de ander, zonder dat je eigen ego in de weg zit.

De hoorzorg staat niet stil. Nieuwe technologieën volgen elkaar in hoog tempo op. De verwachtingen van cliënten veranderen en ook ons vak ontwikkelt zich voortdurend. Juist daarom blijft het belangrijk om elkaar op te zoeken, ervaringen uit te wisselen en soms ook gewoon samen te constateren dat niemand alle antwoorden heeft.

Toen maandagmiddag de laatste bezoekers vertrokken en de stands langzaam werden opgeruimd, bleef vooral een gevoel van trots over. Trots op iedereen die heeft bijgedragen. Op de sprekers, exposanten, vrijwilligers en bezoekers. Maar vooral trots op een beroepsgroep die blijft investeren in ontwikkeling. Want uiteindelijk gaat een congres niet over een locatie, een programma of een beursvloer. Het gaat over mensen die hun vak serieus nemen. En gelukkig heb ik daar afgelopen weekend weer heel veel mooie voorbeelden van gezien.

Monique Joostema

Taalontwikkeling bij kinderen met gehoorverlies

Kinderen leren taal op basis van wat zij horen, verstaan en verwerken. Wanneer die toegang tot gesproken taal beperkt is, kan dat gevolgen hebben voor vrijwel alle onderdelen van de taalontwikkeling.

Tijdens haar presentatie op de Dag de Akoepedie liet klinisch linguïst en Master in de audiologie Elke Huysmans ons zien hoe gehoorverlies de taalontwikkeling bij kinderen kan beïnvloeden.

Kinderen met gehoorverlies vormen geen homogene groep. Ze verschillen onder andere in ernst van het gehoorverlies, leeftijd van fitting, draagduur van hoortoestellen of CI, kwaliteit van de instellingen, cognitieve ontwikkeling, thuissituatie en de mate waarin taal wordt gestimuleerd. Al deze factoren samen bepalen hoe een kind zich ontwikkelt. Tijdens haar uiteenzetting nam klinisch linguïst en Master in de audiologie Elke Huysmans (Taal Gehoor) ons mee in de taalontwikkeling van kinderen met gehoorverlies. De centrale vraag in haar presentatie was: ‘Als de taalontwikkeling van een kind beïnvloed wordt door gehoorverlies, op welke plekken verwachten we dat dan?’

TAAL EN TECHNIEK

Gehoorverlies beïnvloedt in de eerste plaats het verstaan van spraak. Hoortoestellen en cochleaire implantaten verbeteren de hoorbaarheid aanzienlijk, maar nemen niet alle beperkingen weg. Vooral verstaan op afstand en in rumoer blijft voor veel kinderen een uitdaging. Terwijl juist in die situaties veel taal wordt aangeboden en geleerd. Huysmans introduceert daarbij de begrippen input en uptake. Input is alle taal die aanwezig is in de omgeving van een kind. Uptake is het deel daarvan dat daadwerkelijk wordt gehoord, verstaan en verwerkt. Bij kinderen met gehoorverlies is die uptake vaak kleiner. Daardoor moeten zij hun taalsysteem opbouwen met minder beschikbare taalinformatie.

VIER BOUWSTENEN VAN TAAL

In de taalkunde onderscheidt men vier taaldomeinen. Een kind moet zijn taal in al die domeinen ontwikkelen:

• Fonologie: het leren herkennen en produceren van klanken.

• Semantiek: woordenschat en betekenisontwikkeling.

• Morfosyntaxis: grammatica en zinsbouw.

• Pragmatiek: de sociale en communicatieve regels van gesprekken.

Binnen elk van deze domeinen kunnen gevolgen van gehoorverlies zichtbaar zijn.

KLANKEN LEREN HERKENNEN EN GEBRUIKEN

Kinderen met gehoorverlies hebben vaker moeite met het onderscheiden van kleine verschillen tussen klanken. Vooral zachte en hoogfrequente klanken zijn kwetsbaar. Dat heeft gevolgen voor de ontwikkeling van het klanksysteem en voor vaardigheden, die belangrijk zijn voor het leren lezen, zoals rijmen, klanken herkennen en woorden in lettergrepen verdelen. Ook in de spraakproductie blijven verschillen zichtbaar. Problemen doen zich vooral voor bij medeklinkers zoals de s, f, v en z. Onderzoek laat zien dat deze kwetsbaarheden ook voorkomen bij kinderen die al op jonge leeftijd zijn gescreend en gerevalideerd.

WOORDEN LEREN KOST MEER TIJD

Voor de woordenschatontwikkeling speelt mee dat kinderen met gehoorverlies minder incidenteel leren. Goedhorende kinderen pikken voortdurend taal op uit gesprekken, die niet rechtstreeks voor hen bedoeld zijn. Die bron van informatie is voor slechthorende kinderen minder toegankelijk. Daarnaast vraagt het opslaan van nieuwe woorden meer herhaling. Waar een goedhorend kind een woord gemiddeld enkele keren hoeft te horen om het op te slaan, hebben kinderen met gehoorverlies vaak meer blootstelling nodig. Dat leidt ertoe dat verschillen in woordenschat al op jonge leeftijd zichtbaar kunnen worden. Elke benadrukte dat vooral de diepere kennis van woorden kwetsbaar blijft. Kinderen kunnen op woordenschattesten gemiddeld scoren, terwijl zij toch moeite hebben om woorden nauwkeurig te definiëren of betekenisnuances te begrijpen. Dat kan later gevolgen hebben voor begrijpend lezen en schoolprestaties. Van alle taalaspecten noemde Huysmans grammatica het meest kwetsbaar voor de gevolgen van gehoorverlies. Veel grammaticale informatie zit verborgen in zachte klanken of onbeklemtoonde woordjes. Juist die elementen worden minder gemakkelijk waargenomen. Onderzoek laat zien dat kinderen met gehoorverlies vaker moeite hebben met werkwoordsvervoegingen, lidwoorden en andere grammaticale structuren. Op

standaard taaltesten valt dat niet altijd op. Analyse van spontane taal laat vaak een genuanceerder beeld zien en kan kwetsbaarheden zichtbaar maken.

DE ONDERSCHATTE ROL VAN PRAGMATIEK

Een deel van de presentatie ging over pragmatiek: de vaardigheden die nodig zijn om gesprekken soepel te laten verlopen. Denk aan beurtwisseling, verduidelijking vragen, een onderwerp vasthouden of aansluiten bij wat een gesprekspartner vertelt. Volgens Huysmans krijgt dit onderwerp nog relatief weinig aandacht in de begeleiding van kinderen met gehoorverlies. Kinderen met gehoorverlies missen regelmatig subtiele informatie in gesprekken. Daardoor verloopt het leren van deze communicatieve vaardigheden minder vanzelfsprekend. Onderzoek laat zien dat kinderen en jongeren met gehoorverlies vaker moeite ervaren in sociale interacties en zich geregeld buitengesloten voelen.

DRIE PIJLERS VOOR ONDERSTEUNING

Wanneer de taalontwikkeling minder voorspoedig verloopt dan verwacht, ziet Huysmans drie factoren waarop professionals invloed kunnen uitoefenen:

1. Consistente draagduur van hoortoestellen of CI.

2. Optimale hoorbaarheid van spraak, onder meer via goede instellingen, akoestiek en aanvullende hulpmiddelen.

3. Verrijking van het taalaanbod door ouders, vroegbehandeling, logopedie en onderwijs.

De boodschap van Huysmans was helder: een goede fitting vormt een belangrijke basis, maar daarmee eindigt het verhaal niet. Kinderen met gehoorverlies blijven extra aandacht vragen voor hun taalontwikkeling, communicatie en participatie. Door verder te kijken dan alleen testresultaten ontstaat een completer beeld van wat een kind nodig heeft om zich optimaal te ontwikkelen.

IN GESPREK MET ELKE

Na afloop van haar presentatie sprak De Audiciens nog even met Elke en kon nog een aantal aanvullende vragen voorleggen.

Zijn er zaken die volwassenen met gehoorverlies vaak toeschrijven aan hun gehoorverlies, terwijl de oorzaak volgens u eigenlijk eerder in taal- of communicatieontwikkeling ligt?

Elke: “Als het volwassenen met aangeboren gehoorverlies betreft, is het mogelijk dat zij niet alleen minder goed verstaan door hun auditieve beperking (zogenaamde bottom-up verwerking), maar ook doordat hun top-downverwerking minder sterk is doordat hun taalsysteem minder goed is ontwikkeld. Daarvoor heb ik in mijn promotie-onderzoek aanwijzingen gevonden.”

Ligt de focus in de gehoorrevalidatie niet te veel op het reproduceren van woorden in het vrije veld als ultieme test? Zijn er betere methoden om communicatie en participatie te meten?

Elke: “Spraakaudiometrie is een belangrijke maat om de winst met hoortoestellen te onderzoeken en na te gaan of de verwachte winst ook wordt gehaald. Het zegt echter weinig over hoe goed iemand met hoortoestellen verstaat in rumoer of over de mate waarin een kind in staat is om met de apparatuur een gesproken taal te ontwikkelen. Daarom is de betrokkenheid van het multidisciplinair team in het Audiologisch Centrum zo belangrijk in de zorg aan en begeleiding van kinderen met gehoorverlies. De ontwikkeling van het kind wordt door het multidisciplinair team gevolgd met betrekking tot de hoorontwikkeling, taalontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en cognitieve ontwikkeling. Dankzij die opvolging kan - waar nodigextra ondersteuning of behandeling worden ingezet. Als we kijken naar hoorrevalidatie bij volwassenen, is het aanpassen van technische hulpmiddelen vaak een eerste stap. Maar als het gehoorverlies een volwassene

‘KINDEREN MET GEHOORVERLIES MISSEN

REGELMATIG SUBTIELE INFORMATIE IN GESPREKKEN’

beperkt in bijvoorbeeld (arbeids)participatie, is bredere begeleiding vanuit een AC van belang. Met name de maatschappelijk werkers van de AC’s gaan vaak met volwassenen in gesprek over hoe het gehoorverlies hun functioneren en participatie beperkt, om zo passende begeleiding in te zetten. Echte meetinstrumenten gebruiken ze daar bij mijn weten niet voor.”

Wat zijn de gevolgen van taalproblemen gerelateerd aan gehoorverlies op de lange termijn?

Elke: “Als de taalontwikkeling van een kind wordt aangetast door gehoorverlies, kunnen zwakheden in de articulatie, woordkennis, grammaticale problemen en pragmatische problemen blijven bestaan tot volwassen leeftijd. Of die problemen blijvend zijn, is afhankelijk van onder andere de factoren die ik in mijn presentatie noemde. Er bestaat een kritische periode voor het leren van taal (een periode waarin kinderen extra gevoelig zijn voor het leren van taal), waardoor problemen die in de adolescentie nog bestaan vaak niet meer opgelost

BIOGRAFIE

raken. Kort gezegd: op de lange termijn kan de spraak van een slechthorende anders blijven klinken dan van een goedhorende, kan hij/zij grammaticale fouten blijven maken, kan hij/zij minder woorden kennen en ook minder woorden gebruiken of woorden minder adequaat gebruiken door beperktere, diepe woordkennis. Gesprekken verlopen vaak anders dan tussen goedhorenden, omdat iemand met gehoorverlies sneller misverstaat of bepaalde uitdrukkingen niet kent, of het niet doorheeft als zij/hij informatie mist.”

MEER WETEN?

SCAN DE QR-CODE.

Elke Huysmans (1977, Dendermonde (België) studeerde Logopedie en Audiologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Na haar diploma ging zij deeltijd werken als logopedist in het UAC van VUmc, met het accent op gehoordiagnostiek en -revalidatie van kinderen en volwassenen en studeerde zij Taalwetenschap (Vrije Doctoraal Gebarentaal) aan de UvA. Zij werkte voor het Audiologisch Centrum van Amsterdam UMC, was betrokken bij de master Kind Taal en Gehoor van LHCA (Language and Hearing Center Amsterdam) en promoveerde in 2017 op een onderzoek naar de langetermijneffecten van aangeboren gehoorverlies op taalvaardigheid. Als lid van de werkgroep schreef zij mee aan de Richtlijn Audiologische zorg voor slechthorende kinderen van 0 tot 4 jaar.

Buitengewoon geluid, comfort door maatwerk .

De Infinio Ultra techniek is nu ook beschikbaar voor In-het-oor modellen, inclusief de oplaadbare Virto I-R. Qua audiologie en connectiviteit gelijk aan de Audéo R Infinio, incl. de nieuwe One-Step pairing. De nieuwe RightFit™ methode geeft een perfecte pasvorm met de kleinst mogelijke afmeting. Door het handige snap&charge systeem zitten de toestellen altijd goed in de oplader. Jouw cliënt zal onder de indruk zijn!

www.phonak.nl

www.phonak.nl

gehoor geven
Phonak Virto™ R Infinio

Dagboek van Geeske Vakantiepret

Lekker eropuit tijdens de vakantie! Als je slechthorend bent, is dat helaas niet altijd even relaxed. Bij een douane weet ik nooit of m’n gehoorapparaten wel door de poortjes mogen. Andere talen met zware accenten en dialecten zijn nóg moeilijker (onmogelijk) te verstaan. En wat doe je als de techniek kapot gaat op een plek zonder audiologische zorg? Het vraagt een ander soort voorbereiding en instelling en soms accepteren dat iets niet gaat.

Geeske van Voorthuijsen is illustrator en slechthorend. Ze heeft een scherp oog voor de non-verbale communicatie en tekent veel over slechthorendheid.

Meer Geeske? Instagram: @hearing_hard en geeske-illustrations.nl

Geeske van Voorthuijsen
Foto: Studio Waves and Woods

Audicien en AC hebben elkaar nodig in een vollere keten

In navolging van het nieuwe Hoorprotocol moet de samenwerking tussen audiciens en audiologen geïntensiveerd worden. De AC’s springen hierop in door speciale audiciensavonden te organiseren.

Redacteur Thomas Ophof nam deel aan een audiciensavond van Libra en Kentalis die liet zien hoe belangrijk samenwerking wordt, maar tegelijk duidelijk maakte hoe ingewikkeld die in de praktijk kan zijn.

Op dinsdag 19 mei organiseerden Libra Revalidatie & Audiologie en Kentalis samen een audiciensavond op locatie Blixembosch in Eindhoven. Het doel was helder: audiciens uit de regio bij elkaar brengen om actuele onderwerpen te bespreken, kennis te delen en elkaar te ontmoeten. Voor de bijeenkomst waren StAr-accreditatiepunten aangevraagd. Daarmee werd de avond nadrukkelijk gepositioneerd als meer dan een vrijblijvende netwerkbijeenkomst.

Toch roept juist zo’n avond ook vragen op. Want als audiciens en audiologische centra elkaar nodig hebben, wat verwachten zij dan precies van elkaar? Waar begint de rol van de audicien en waar neemt het audiologisch centrum het over? En hoe zorgen we ervoor dat samenwerking niet alleen mooi klinkt in beleidsstukken, maar ook merkbaar wordt voor de cliënt? Die vragen worden steeds urgenter. Niet alleen door de komst van nieuwe protocollen en veldnormen, maar ook door de druk op de audiologische zorg. Het eerste FENAC-brancherapport over perifere audiologische centra laat zien dat de zorgvraag de afgelopen jaren fors is gestegen. Het aantal patiënten groeide van ruim 55.000 in 2020 naar bijna 68.500 in 2024. Ook het aantal zorgtrajecten nam duidelijk toe. Tegelijkertijd groeit de personeelscapaciteit minder snel mee. Dat raakt niet alleen de audiologische centra zelf. Het raakt de hele keten.

PERIFERE CENTRA ONDER DRUK

Nederland kent academische en perifere audiologische centra. Academische centra zijn verbonden aan universitaire medische centra en richten zich onder meer op complexe diagnostiek, wetenschappelijk onderzoek en multidisciplinaire zorg, bijvoorbeeld rond cochleaire implantatie. Perifere centra, zoals Adelante, Auris, Kentalis, Libra en Pento, zijn vaak onderdeel van bredere zorgorganisaties. Zij bieden diagnostiek, behandeling en begeleiding bij gehoorproblemen, tinnitus, hyperacusis en spraak- of taalproblemen. Volgens FENAC verzorgen

perifere centra samen iets meer dan driekwart van alle audiologische zorg in Nederland. Juist daar neemt de druk toe. Het aantal gedeclareerde zorgtrajecten steeg van ruim 71.500 in 2020 naar bijna 91.000 in 2024. De bruto zorgkosten stegen in dezelfde periode van ruim 40 miljoen euro naar bijna 67,8 miljoen euro. FENAC wijst onder meer op hogere tarieven, meer patiënten, toenemende zorgzwaarte en mogelijk een verschuiving van zorg vanuit universitaire naar perifere centra. Tegelijkertijd groeide de personeelscapaciteit in directe patiëntenzorg van 376 fte in 2020 naar 421 fte in 2024. Die groei is minder snel dan de stijging van het aantal patiënten en trajecten. Met andere woorden: audiologische centra schalen op, maar de vraag groeit harder. In die context wordt samenwerking met audiciens belangrijker. Niet als luxe, maar als noodzaak.

DE AUDICIEN ALS SCHAKEL

De audicien is voor veel mensen met gehoorproblemen het eerste aanspreekpunt. Slechter verstaan, vermoeidheid, problemen op het werk, moeite met rumoer, tinnitus, onzekerheid of frustratie over het functioneren van hoortoestellen; de audicien ziet niet alleen het oor, maar ook een groot deel van het dagelijks leven eromheen. Juist daarom is de samenwerking met het audiologisch centrum zo belangrijk. De audicien kan signaleren, begeleiden, uitleggen en verwijzen wanneer de hulpvraag buiten de reguliere hoortoestelaanpassing valt. Het audiologisch centrum kan verdiepen, diagnosticeren en multidisciplinair begeleiden wanneer de problematiek complexer is.

In theorie is die rolverdeling helder. In de praktijk is ze weerbarstiger. Want wanneer verwijs je? Welke informatie stuur je mee? Hoe volledig moet de anamnese zijn? Wat verwacht het AC van het audiogram, de proefperiode, de REM-metingen of de beschrijving van de hulpvraag? En wat krijgt de audicien terug na onderzoek of begeleiding bij het AC? Alleen een conclusie of ook praktische handvatten voor de verdere begeleiding in de winkel?

‘IN THEORIE IS DE ROLVERDELING HELDER, IN DE PRAKTIJK IS ZIJ WEERBARSTIGER’

EEN AVOND MET KANSEN ÉN VRAGEN

De audiciensavond van Libra en Kentalis past in die bredere ontwikkeling. Dat twee organisaties samen audiciens uitnodigen, zegt iets over de wens om elkaar beter te vinden. Tegelijkertijd rijst de vraag wat zo’n avond concreet oplevert voor de dagelijkse audicienspraktijk. Een bijeenkomst kan inspireren, maar de echte waarde ontstaat pas wanneer audiciens na afloop beter weten wat zij morgen anders kunnen doen. Denk aan duidelijkere verwijscriteria, betere terugkoppeling, praktische afspraken over informatieoverdracht of meer inzicht in wat een audiologisch centrum precies doet met een verwijzing. Zeker nu de zorgvraag groeit, is die praktische vertaling essentieel. Als audiologische centra meer patiënten zien en de capaciteit onder druk staat, wordt goede triage aan de voorkant belangrijker. Dat vraagt iets van audiciens. Maar het vraagt ook iets van de centra: duidelijke communicatie, heldere routes en realistische verwachtingen. Samenwerking werkt alleen als beide kanten weten wat ze aan elkaar hebben.

VAN NETWERKAVOND NAAR KETENAFSPRAAK

De belangrijkste vraag is daarom wat de volgende stap wordt. Blijft het bij een inspirerende avond, dan is het effect waarschijnlijk beperkt. Wordt de avond gebruikt als startpunt voor betere regionale afspraken, bijvoorbeeld door samen te kijken naar verwijsroutes, terugkoppeling, scholingsbehoefte, triagevragen en gezamenlijke casuïstiek, dan kan de waarde veel groter zijn. Daar ligt ook een kans voor de audicien. Niet afwachten tot het AC vertelt wat er moet gebeuren, maar actief meedenken vanuit de praktijk. Welke cliënten lopen vast? Welke informatie ontbreekt vaak? Waar ontstaat vertraging? Welke verwachtingen hebben cliënten van het AC en welke verwachtingen hebben zij van de audicien? De groeiende druk op perifere audiologische centra maakt één ding duidelijk: niemand kan deze zorgvraag alleen dragen. Het AC niet, de audicien niet, de huisarts niet en de cliënt zelf niet. Goede hoorzorg vraagt om een

keten die elkaar kent, begrijpt en durft aan te spreken. De audiciensavond van Libra en Kentalis laat zien dat die beweging gaande is. De volgende stap is om van ontmoeting naar concrete samenwerking te komen. Want juist in een vollere keten wordt het belangrijker om scherp te weten wie wat doet, wanneer en waarom. Uiteindelijk gaat het niet om de vraag van wie de cliënt is. Het gaat om de vraag hoe de cliënt het beste geholpen wordt.

AAA 2026

De Amerikaanse vakbeurs AAA in San Antonio bood ook dit jaar weer vier dagen vol wetenschap, nieuws en gesprekken over de toekomst van ons vakgebied. Met het overkoepelende thema Amplify Your Value, dat terugkwam als rode draad door alle beursdagen heen, was het een beurs met onderwerpen als branchetoekomst, gentherapie, AI en hoogfrequente adiometrie. Lore Heylen van Hoorcentrum Aerts reisde af naar Amerika en doet exclusief verslag van haar beursbezoek voor De Audiciens.

San Antonio in april, alleen al deze combinatie wekte bij mij veel verwachtingen. Een stad die bekendstaat om haar Riverwalk, haar Mariachimuziek en overvloedige zon (of dat dacht ik toch). De realiteit bleek anders: regen. Behoorlijk wat regen zelfs. Maar wie dacht dat natte schoenen de stemming bij de American Academy of Audiology Annual Convention zouden drukken, had het grondig mis. Samen met vele andere audiologen was het voor mij de ideale omgeving voor vier dagen vol wetenschap, nieuws en gesprekken over de toekomst van ons vakgebied.

Het overkoepelende thema van dit jaar luidde ‘Amplify Your Value’ (vergroot uw waarde). Dit klinkt misschien als een zin op een campagneaffiche, maar in San Antonio kreeg die zin voor mij inhoud. Want als je de waarde kan aantonen, zal je sowieso meer klanten overtuigen. Amplify Your Value is dus eerder een strategie. En die strategie liep als een rode draad door alle sessies, die ik volgde. De keynote van dr. Hassan Tetteh (o.a. auteur van The Art of Human Care) gaf alvast het goede voorbeeld.

‘AI-GESTUURDE TOOLS KUNNEN AUDICIENS TOT EEN UUR PER DAG AAN

ADMINISTRATIEVE

ROMPSLOMP BESPAREN’

Audiologen en audiciens moeten volgens hem groter denken over hun impact. Niet alleen als technici die hoorapparaten aanpassen, maar als professionals die levenskwaliteit verbeteren, cognitief verval helpen voorkomen en mensen opnieuw verbinden met de wereld om hen heen.

WEDEROM EEN HOT-TOPIC: AI

In ons vakgebied heb je de voorbije jaren waarschijnlijk al meer dan genoeg over ‘Artificiële Intelligentie’ gehoord. En toch: in San Antonio was het opnieuw hét gespreksonderwerp, ditmaal tijdens een industrie-panel met topmanagers van Sonova, Demant, ReSound, WSA, Starkey en Cochlear. Ze bespraken waar AI volgens hen het verschil kan maken. Een hoorapparaat dat via AI leert en dat zich, constant, aanpast aan de luisteromgeving van een persoon wordt op die manier steeds individueler. Al moet AI vooral gebruikt worden om de band tussen zorgverlener en patiënt te versterken. De technologie is krachtig, maar het is onze rol om de klant te begeleiden in het gebruik ervan. AI beperkt zich allang niet meer tot het hoorapparaat zelf. Op de expovloer was dat meteen duidelijk: aanbieder na aanbieder presenteerde oplossingen voor klantenmanagement, opvolging en administratie, allemaal met AI als motor. Concreet kunnen AI-gestuurde tools audiciens tot een uur per dag aan administratieve rompslomp besparen. Een uur dat dan rechtstreeks naar de patiënt gaat. In tijden van

toenemende werkdruk is dat geen luxe, maar een must! En daarmee kom ik vanzelf bij het volgende thema.

TEKORTEN

Het was een duidelijk signaal op de expovloer: de vraag naar audiologen en audiciens is groot. Vergrijzing, een groeiend bewustzijn rond gehoorverlies en een stijgende levensverwachting drijven de vraag naar hoorspecialisten omhoog, maar de instroom van nieuwe audiciens en audiologen volgt niet in hetzelfde tempo. Mogelijke oplossingen die in San Antonio werden besproken: het inzetten op audiologische assistenten, het gebruiken van tele-audiologie, en, opnieuw, AI om de werkdruk te verlichten. De fundamentele boodschap sloot mooi aan bij het beursthema: maak audiologie aantrekkelijker. Amplify Your Value dus, maar dit keer gericht op het beroep.

HOOGFREQUENTE AUDIOMETRIE

Een thema dat ik dit jaar met interesse heb gevolgd, is de detectie van cochleaire schade via hoogfrequente audiometrie (8.000–20.000 Hz). Hoogfrequente audiometrie kunnen we gebruiken om het effect van ototoxische geneesmiddelen (zoals cisplatine, aminoglycosiden) op te volgen. Want de schade start in de basis van de cochlea, waar de hoge frequenties vertegenwoordigd zijn. Dit vaak ruim voordat de

spraakfrequenties (500–4.000 Hz) merkbaar aangetast worden. Met standaard toonaudiometrie missen we die vroege schade stelselmatig. Tegen de tijd dat een patiënt klaagt over verminderd spraakverstaan, is de cochleaire schade al aanzienlijk. Studies tonen aan dat na één of twee chemotherapiesessies met cisplatine een significant deel van de patiënten gehoorverlies vertoont boven 9.000 Hz. Dit soms zonder dat ze er zelf iets van merken.

De boodschap was duidelijk: audiologische monitoring bij ototoxische behandelingen moet standaard zijn en ze moet verder gaan dan de klassieke frequenties. DPOAEs en hoogfrequente audiometrie kunnen fungeren als vroege alarmsignalen. Cruciaal daarbij is dat je altijd vertrekt van een volledige audiometrie voor de start van de behandeling, zodat je nadien met zekerheid kunt zeggen of er iets veranderd is. Vanuit de sessies kregen we ook concrete drempelwaarden mee. Er is sprake van klinisch relevant gehoorverlies bij 10 dB verlies op twee aangrenzende frequenties of 20 dB op één frequentie. Overschrijd je die drempel, dan is herziening van de behandeling bespreekbaar. Behalve het aanpassen van het medicatieschema, zou ook het koelen van de oren kunnen helpen. Door de koeling verspreiden schadelijke stoffen zich minder in het binnenoor, wat de kans op gehoorschade significant verkleint.

‘MET STANDAARD TOONAUDIOMETRIE MISSEN WE DIE

VROEGE SCHADE IN DE BASIS VAN DE COCHLEA STELSELMATIG’

NIET LANGER SCIENCE FICTION

Een andere drukbezochte sessie ging over gentherapie. Dat is iets wat mij, en waarschijnlijk veel andere audiologen en audiciens, al jaren bezighoudt. Voor het OTOF-gen zijn de eerste positieve resultaten getoond. Zo positief dat de FDA versnelde goedkeuring heeft verleend aan Otarmeni™; de eerste gentherapie voor erfelijk gehoorverlies. De gentherapie is bedoeld voor kinderen of volwassenen met een (zeer) ernstig perceptief gehoorverlies door problemen in het OTOF-gen. Dat gen codeert voor otoferline, een eiwit dat onmisbaar is voor de signaaloverdracht tussen de binnenste haarcellen en de gehoorzenuw. Bij afwezigheid ervan ziet de cochlea er goed uit, maar werkt de brug naar de hersenen niet. De therapie levert via een intracochleaire infusie een werkende kopie van het OTOF-gen af. Hierdoor haalden de meeste deelnemers een significante verbetering in gehoor. Voor sommigen zelfs tot een quasi normaal gehoor in het follow-up onderzoek. Baanbrekend onderzoek, dat ik met veel interesse blijf volgen. AAA bevestigde nog maar eens dat de wetenschap razendsnel evolueert en dat het vak daarin mee beweegt. Wat een voorrecht om met zulke tools en inzichten het verschil te mogen maken voor onze klanten, dag na dag. En niet vergeten: Amplify your value!

VOLGEND JAAR AAA

EENS ZELF ONTDEKKEN?

ZET DAN ALVAST 7-10 APRIL IN ST. LOUIS, MISSOURI IN DE AGENDA.

MEER WETEN? SCAN DE QR-CODE.

BIOGRAFIE

Lore Heylen werkt bij Hoorcentrum Aerts. Ze groeide hier door van audioloog naar Quality & Operations Manager. Een rol die perfect aansluit bij haar drive om technologie, zorg en goed horen samen te brengen. Haar werk biedt haar de kans om innovatieve oplossingen te integreren en processen te optimaliseren.

De audicien van morgen vraagt om andere kennis

Het vak van audicien verandert snel. Daar is de afgelopen jaren al veel over geschreven, onder andere door Carmen de Jonge, die tot voor kort deze column verzorgde. Door ziekte lukt haar dat helaas niet meer. Daarom neem ik haar rol voorlopig over.

Voordat ik vooruitkijk, wil ik eerst stilstaan bij haar bijdrage aan onze branche. Carmen heeft zich de afgelopen vijf jaar sterk ingezet voor verdere professionalisering van de hoorzorg. Onder haar leiding ontstond onder andere het project ‘Hoe hoort het op de werkvloer’, waarmee aandacht werd gevraagd voor gehoorgezondheid op de werkvloer. Ook was zij betrokken bij de campagne ‘Maak geluid’, waarmee de sector nieuw talent probeert aan te trekken. Ik wil haar via deze weg bedanken voor haar inzet en haar en haar naasten veel sterkte wensen.

De NVAB is een branchevereniging van audiciensbedrijven.

De vereniging bestaat uit een pluriforme mix van ketenbedrijven en zelfstandige audiciens, die constructief en transparant werken aan toegankelijke en kwalitatief goede hoorzorg voor elke slechthorende.

Zoals Carmen de afgelopen jaren al vaker benoemde, staat de branche voor grote veranderingen. Kno-artsen en audiologische centra hebben steeds vaker te maken met drukte en capaciteitsproblemen, waardoor een groter deel van de hoorzorg terechtkomt bij de audicien. Dat betekent ook dat er meer van ons vak wordt gevraagd. De tijd dat het werk vooral draaide om het doorlopen van strikte protocollen ligt steeds meer achter ons. Natuurlijk blijven protocollen belangrijk, maar in de praktijk draait het steeds vaker om vakkennis, klinisch redeneren en het maken van goede afwegingen. Audiciens moeten vaker zelfstandig beslissingen nemen en intensiever samenwerken met andere zorgverleners. Dat roept belangrijke vragen op. Sluiten onze opleidingen nog voldoende aan op de dagelijkse praktijk? En geldt dat ook voor bij- en nascholing? Want als het vak verandert, moeten opleidingen meebewegen. Veel audiciens merken dat het werk inhoudelijk breder wordt. Naast technische kennis zijn communicatie, samenwerking en het professioneel oordeel steeds belangrijker geworden. Toch zijn veel opleidingen en nascholingen nog sterk gericht op protocollen en productkennis, terwijl de praktijk juist vraagt om meer verdieping en ruimte voor professioneel handelen.

Ook de rol van de audicien verandert. Steeds vaker zijn audiciens degene die signaleren dat aanvullend onderzoek nodig is. Daarmee krijgt de audicien nadrukkelijker de rol van poortwachter binnen de hoorzorg. Dat vraagt om een andere kijk op leren en ontwikkelen binnen ons vak, niet alleen tijdens de opleiding, maar gedurende de hele loopbaan. Want een vak dat zo snel verandert, vraagt om professionals die mee kunnen blijven groeien. De komende tijd wil ik dit onderwerp verder bespreken in vakbladen en tijdens bijeenkomsten. Want één ding is duidelijk: als het vak verandert, moet ook het onderwijs meebewegen. Alleen zo blijft de hoorzorg klaar voor de praktijk van vandaag én morgen.

Wilrik van ’t Noordende, interim voorzitter NVAB

ACHTERGROND

Aggravatie bij kinderen

“Er zit altijd een verhaal achter”

Aggravatie bij kinderen tijdens audiometrie is wezenlijk anders dan bij volwassenen. Logopedist bij het Erasmus MC, Debbie van den Bosch, nam ons tijdens de Dag der Akoepedie mee door tal van praktijkvoorbeelden van aggravatie. Het werd een pleidooi om vooral nieuwsgierig te blijven naar het verhaal achter het audiogram.

Logopedist Debbie van den Bosch (Erasmus MC) nam de zaal mee in een onderwerp dat ze, naar eigen zeggen, uitdagend én leuk vindt: aggravatie bij kinderen tijdens audiometrie.

Oftewel: Het erger laten lijken of overdrijven van een werkelijk aanwezige kwaal. Haar presentatie was een verzameling van ervaringen uit de spreekkamer. Een kijkje in de manier waarop zij probeert te ontdekken wat er werkelijk speelt wanneer meetresultaten niet lijken te kloppen.

Direct maakte Debbie duidelijk dat audiometrie bij kinderen iets anders vraagt dan audiometrie bij volwassenen. Kinderen hebben vaak minder geduld, raken sneller afgeleid en laten zich niet altijd vangen in een standaardprotocol. Juist daarom vindt ze het belangrijk om tijdens het meten voortdurend te blijven nadenken. Wat wil je op dat moment eigenlijk weten? Welke informatie is echt nodig? En hoe houd je een kind betrokken bij het onderzoek? In haar eigen werkwijze probeert ze eerst op beide oren een globaal beeld te krijgen, voordat ze verder de diepte in gaat.

ALARMBELLEN

Debbie vertelde dat zij vaak al vóór de eerste pieptoon een vermoeden heeft dat er mogelijk meer speelt. Een kind zonder voorgeschiedenis, dat plotseling een fors gehoorverlies presenteert. Een gehoorverlies dat ineens sterk lijkt te verslechteren zonder duidelijke medische verklaring. Of een kind dat zelf graag hoortoestellen wil. Het zijn situaties waarin zij extra alert wordt. Opvallend vindt ze dat de kinderen die aggraveren steeds jonger lijken te worden. Waar ze dit vroeger vooral zag bij tienermeiden, komt ze tegenwoordig ook kinderen van zeven of acht jaar tegen, die opvallende testresultaten laten zien.

TIPS & TRICKS

Een groot deel van de presentatie bestond uit praktische tips die Debbie in de loop der jaren heeft verzameld. Zo probeert ze te voorkomen dat kinderen doorhebben welk patroon er achter de test zit. Ze wisselt voortdurend

tussen oren, frequenties en geluidsniveaus. Soms begint ze juist heel zacht, soms maakt ze grotere stappen. Alles om te voorkomen dat een kind kan voorspellen wat er gaat gebeuren. Ook gebruikt ze graag kleine observaties tijdens het onderzoek. Een van haar voorbeelden zorgde voor herkenning in de zaal. Wanneer een kind een fors gehoorverlies aangeeft, stelt zij soms onverwacht een alledaagse vraag, terwijl ze achter het kind staat. Als er direct antwoord komt, levert dat vaak waardevolle informatie op over de betrouwbaarheid van de meting. Daarnaast is ze een groot voorstander van het vroeg inzetten van OAE-metingen, omdat ze vaak helpen om het totaalbeeld beter te begrijpen en richting te geven aan het vervolg van het onderzoek.

CASUSSEN UIT DE PRAKTIJK

Aan de hand van verschillende casussen liet Debbie zien hoe uiteenlopend aggravatie eruit kan zien. Bij sommige kinderen werd aanvankelijk een ernstig gehoorverlies gemeten, terwijl later vrijwel normale drempels werden gevonden. In andere gevallen bleek toch sprake van een daadwerkelijk gehoorverlies, maar veel minder ernstig dan de eerste metingen deden vermoeden. Eén casus maakte duidelijk welke gevolgen een onbetrouwbare meting kan hebben. Bij een meisje met ogenschijnlijk snel verslechterend gehoor werden onder meer een MRI-scan en genetisch onderzoek ingezet. Pas later ontstond twijfel over de betrouwbaarheid van de gehoormetingen. Voor Debbie onderstreepte dat hoe belangrijk het is om vroegtijdig alert te zijn op inconsistenties tussen verschillende testresultaten. Wat opviel in haar verhalen was dat zij het kind nooit neerzette als iemand, die de onderzoeker probeert te misleiden. Integendeel. Ze vertelde zelfs met enige bewondering hoe knap sommige kinderen soms een bepaald beeld weten neer te zetten.

HERKENNING IN DE ZAAL

Misschien wel de belangrijkste boodschap van haar presentatie kwam tijdens de discussie met de zaal. Volgens Debbie is er altijd een reden waarom een

‘ER

IS ALTIJD EEN REDEN WAAROM EEN KIND AGGRAVATIE VERTOONT’

kind aggravatie vertoont. “Er is geen kind dat zomaar doet alsof het slechter hoort.” Die reden hoeft volgens haar niet groot te zijn. Soms ontstaat het doordat gehoorproblemen veel aandacht krijgen binnen een gezin. Soms spelen problemen op school mee, gevoelens van onzekerheid, pesten of andere psychosociale factoren. Daarom hecht zij veel waarde aan een goede anamnese en aan gesprekken waarin ruimte is om verder te kijken dan de testresultaten alleen. Daarbij probeert ze kinderen altijd een uitweg zonder gezichtsverlies te bieden. Ze confronteert de kids niet met beschuldigingen, maar legt uit dat de verschillende onderzoeken niet goed met elkaar overeenkomen. Op die manier krijgt een kind de kans om zonder schaamte opnieuw mee te doen en alsnog tot een betrouwbaar resultaat te komen. Uit de zaal klonk herkenning op veel van Debbie’s voorbeelden. Collega’s deelden hun eigen ervaringen en aanvullende strategieën. Zo werd besproken dat het soms helpt om kinderen zonder ouders te onderzoeken, omdat verwachtingen van ouders onbewust invloed kunnen hebben op het testgedrag. Ook werden verschillende meettrucjes uitgewisseld, die professionals in de loop der jaren hebben ontwikkeld. Tegelijkertijd klonk er ook een belangrijke nuance. Een deelnemer vertelde over een kind met goede OAE’s waarbij uiteindelijk via BERA toch een fors gehoorverlies werd vastgesteld. Dat leidde tot de gezamenlijke conclusie dat geen enkele test op zichzelf voldoende is en dat het totale klinische beeld altijd leidend blijft.

MEER DAN EEN MEETPROBLEEM

Debbie’s presentatie ging uiteindelijk over meer dan aggravatie alleen. Het was vooral een pleidooi om nieuwsgierig te blijven naar het verhaal achter het audiogram. Juist wanneer resultaten niet lijken te passen, begint volgens haar het interessantste deel van het onderzoek. Want achter een opvallende meting schuilt vaak een vraag die verder gaat dan het gehoor alleen.

Op de vraag hoe een audicien om zou kunnen gaan met aggravatie bij volwassenen, antwoordde Debbie: “Bij

volwassenen zie je niet zo zeer heel andere signalen dan bij kinderen, maar bij kinderen krijg je het echte gehoorverlies vaak makkelijker naar voren met ‘trucjes’. Een goede anamnese is het belangrijkste. Mocht een volwassen persoon nooit last het gehoorverlies hebben gehad en nu ineens beiderzijds een vlakke drempel van 60 dB aangeven bij de audiometrie, dan is dat opvallend. Probeer dan een random vraag te stellen op een normaal spreekniveau, waarbij de persoon het mondbeeld niet kan zien. Geeft de persoon direct antwoord op de vraag, dan weet je eigenlijk al dat de audiometrie waarschijnlijk niet klopt. Maar luister vooral naar je gevoel! Als een meting niet lekker loopt, bijvoorbeeld met veel vals negatief of wisselend aangeven of als de vorm van het audiogram opvallend is, stuur door! Volwassenen geven soms juist amper antwoord op vragen, zijn heel afwachtend of blijven juist continue aangeven hoe slecht het gehoor wel niet is.”

Ogen, oren en evenwicht hebben elkaar nodig

De wereld is niet zoals het lijkt

Dat je louter alleen met je ogen ziet, is een illusie, meent prof. dr. John van Opstal, sectie Neurofysica, Donders Centrum voor Neurowetenschappen van Radboud Universiteit. Wij volgden een interessant webinar over een paar frames per seconden, halfcirkelvormige kanalen en geluidsgolven. Het werd georganiseerd door de commissie Duizeligheid en Evenwicht en commissie Tinnitus en Hyperacusis van Stichting Hoormij. Na afloop interviewden we de neurowetenschapper over zijn fascinatie voor onze zintuigen.

John van Opstal: “We hebben de indruk dat de visuele wereld om ons heen een hoge mate van detail heeft, maar dit is een illusie. In feite bekijken we de wereld een drietal keer per seconde door een klein kijkgaatje snel over de visuele scène te sturen. Daarbij wordt eigenlijk maar een betrekkelijk klein deel van de wereld gescand, waarbij we drie keer per seconde bepalen waar we onze blik op richten. De rest verzinnen onze hersenen erbij. Hierbij bewegen we niet alleen onze ogen, maar vaak ook ons hoofd. Bij deze oog-hoofdcoördinatie helpt ook ons auditief systeem sterk mee om de precieze locatie van objecten, die we niet direct zien, vast te stellen, om daarmee onze ogen zo snel en zo nauwkeurig mogelijk naar het doel te brengen.” Van Opstal legt uit hoe de samenwerking is tussen ogen, oren en evenwicht verloopt. Hij gaat ook in op wat er zoal mis kan gaan als één van deze systemen niet goed functioneert. Een belangrijke bevinding uit zijn onderzoek is dat het auditieve systeem levenslang plastisch blijft: ons gehoor past zich continu aan veranderende omstandigheden aan, bijvoorbeeld na gehoorverlies. Daarnaast onderzocht hij hoe oogbewegingen bijdragen aan het verwerken van visuele informatie.

OGEN EN OREN: EEN VERNUFTIG SYSTEEM

De gewone mens zal denken dat we met het gehoor het oor zelf bedoelen. Het zichtbare oor aan de zijkant van ons hoofd, maar met het grootste gedeelte van het gehoororgaan bedoelen wij het slakkenhuis, een orgaan niet groter dan een doperwt. En om maar direct met cijfers te gooien: zelfs iemand met een perfect gehoor mist in de meeste gevallen 77% van alle geluidstrillingen.

Van Opstal vertelt: “Spraak is geen eentonig geluid, maar bestaat uit tal van geluidsgolven, wat een spectrogram wordt genoemd. Het zijn de binnenste haarcellen die zich

op het orgaan van Corti bevinden, het eigenlijke receptororgaan van het binnenoor, die belangrijk zijn. Elke binnenste haarcel heeft een tiental zenuwuiteinden, die signalen kunnen uitzenden van de haarcel naar hersenen. Er worden ongeveer 30.000 zenuwsignalen per minuut afgegeven, dit staat gelijk aan 50 tot 100 zenuwimpulsen per seconde in stilte, wat oplopen kan naar 200 tot 500 zenuwimpulsen per seconde bij harde geluiden. Het oog en de kegeltjes ontvangen miljoenen zenuwsignalen per minuut. Dat maakt dat geluid minder effectief ontvangen en doorgegeven wordt in vergelijking met beeld. Het richtinghoren (waar komt een geluid vandaan) is voor het auditieve systeem erg belangrijk. We hebben drie verschillende geluidskenmerken nodig om goed te kunnen bepalen waar geluid vandaan komt. Dit zijn:

1) Het tijdsverschil tussen het linker- en rechteroor.

Kanttekening hierbij is dat dit alleen bij relatief laagfrequente tonen gebruikt kan worden.

2) Het luidheidsverschil tussen het linker- en rechteroor. Dit is juist weer goed te gebruiken bij de hoogfrequente tonen.

3) Het effect van de oorschelpvervorming. Dit zorgt ervoor dat we kunnen onderscheiden uit welke richting het geluid komt en of dit boven, onder, achter of van voren is. Dit is interessant voor zeer hoge tonen.

Zowel bij het tijdsverschil als luidheidsverschil werken eigenlijk alleen maar goed als beide oren goed werken.

ONDERZOEK LEIDT TOT ANTWOORD

“Wat betekent het als je eenzijdig slechthorend bent?” vroeg Van Opstal zich af. Het antwoord vond hij in het laboratorium. Hier onderzocht Van Opstal of goedhorende patiënten - ten opzichte van patiënten die eenzijdig horend zijn - verschillende locaties en geluiden kunnen onderscheiden. Dit heeft hij gedaan door de resultaten van twee tests te bekijken. Bij de eerste test hadden alle tonen dezelfde luidheid en werden deze uit willekeurige

‘DE REST VERZINNEN ONZE HERSENEN ER GEWOON BIJ’

richtingen aangeboden. Bij de tweede test werd geluid met verschillende sterktes willekeurig door elkaar aangeboden vanuit verschillende richtingen. Uit het onderzoek bleek dat de geluiden op dezelfde sterkte uit verschillende richtingen goed te doen valt voor beide groepen patiënten, terwijl geluiden met willekeurige luidheden uit verschillende richting bij de eenzijdig horende een heel verstrooid beeld geven.

DE DRIE MUSKETIERS VAN DE COÖRDINATIE

Het oog vangt licht op met behoud van de ruimtelijke relaties. Een belangrijke speler in het oog wordt ook wel ‘de gele vlek’ genoemd. Deze bevindt zich achterin het oog, in het midden van het netvlies, waar de licht- en kleurgevoelige kegeltjes heel dicht tegen elkaar liggen. De kegeltjes zorgen voor het scherp zien van details, bijvoorbeeld belangrijk bij lezen of het kijken naar een foto. Dit zeer gevoelige stukje lens kan veel informatie opvangen. Je hebt ook ‘de blinde vlek’ op je netvlies. Dit is de plek waar de oogzenuwen samenkomen en je oogbol verlaten. Het bevat geen zintuigcellen, dus je kunt er letterlijk niets mee zien. Het zijn je hersenen die ervoor zorgen dat het geen zwarte vlek in je beeld is, maar wordt ingekleurd door het beeld wat er omheen zit. De opbouw van het netvlies is omgekeerd. Eigenlijk krijgen wij de informatie van het oog ondersteboven en achterstevoren binnen. Het netvlies is zeer inhomogeen opgebouwd met uitzondering van de gele vlek. In het horen en het zien liggen de zintuigcellen net als een atlas ordelijk naast elkaar, wat aangeduid wordt met de woorden retinotopie (een kaart van het gezichtsveld in onze hersenen) en tonotopie (de codering van geluidsfrequenties door plaats). In het visuele veld, dat het oog waarneemt, wordt eigenlijk maar een enorm klein deel van het beeld gebruikt. Het visuele systeem is blind voor wisselend beeld, wat ervoor zorgt dat wij maar een klein deel per keer op kunnen nemen -

ongeveer drie à vier frames per seconden om precies te zijn - en dat onze hersenen de rest er als het ware bij verzinnen. “Naar aanleiding van onderzoeken denken wij dat de mens maar één afbeelding tegelijk in zich op kan nemen,” voegt Van Opstal toe. “Onze ogen en hersenen bepalen waar we moeten kijken, wanneer we moeten kijken en hoe we moeten kijken.” Die snelle oogbewegingen worden ook wel saccades genoemd. Zij maken het mogelijk om de blikrichting snel te veranderen.

DE DERDE SPELER

Door rotaties en translaties te ervaren, kunnen wij de wereld zo goed als mogelijk waarnemen. Bij een translatie hebben het origineel en het beeld dezelfde oriëntatie. Bij een rotatie verandert de oriëntatie van het origineel. De twee worden door delen in het evenwichtsorgaan geregeld. Het evenwichtsreflex stabiliseert de kijkrichting in de ruimte. Het is een combinatie tussen de VOR (vestibulo-oculair reflex) en het VCR (vestibulo-collic reflex). De otolieten meten translatie, voor naar achter en horizontaal en zwaartekracht, boven naar onder en verticaal. Als de hersenen alleen naar de otolieten zouden luisteren, zou dit een probleem kunnen veroorzaken. Het kan tot grote desoriëntatie leiden. Cochleair, oculair en vestibulair kunnen per onderdeel afhankelijk problemen opleveren. Het samenspel tussen deze verschillende systemen is een optelsom wat de ogen, het hoofd en het vestibulair systeem zo vernuftig en bijzonder maakt. Alles houdt zich bezig met maar één doel. Het is een complex samenspel dat tot op de milliseconde nauwkeurig ingezet kan worden.

Na afloop van het webinar mochten wij nog enkele vragen stellen aan
Dr. Prof. J. van Opstal.

Zou u uzelf willen voorstellen?

John van Opstal: “Getraind als fysicus heb ik een groot deel van mijn carrière gewijd aan onderzoek in de aansturing van de ogen vanuit het centraal zenuwstelsel. Later (vanaf ongeveer 1992) kwam ook het gehoor op mijn pad, wat mij enorm is gaan interesseren. Daardoor ben ik mij ook gaan verdiepen in het auditieve systeem met speciale aandacht voor het richtinghoren. Ik heb laten zien dat richtinghoren een actief proces is, omdat je in het normale leven naar geluiden oriënteert met je ogen en je hoofd, om het daardoor beter aandacht te kunnen geven en te bepalen waar het vandaan komt. Wij waren een van de eersten die hier onderzoek naar deden, wat uiteindelijk heeft geleid tot tientallen artikelen en onderzoeken. Momenteel werk ik aan een project ‘OtoControl’, wat gaat over de afstelling van cochleaire implantaten en wordt gefinancierd door NWO’s Toegepaste en Technische wetenschappen.”

U probeert het sensorische systeem van de mens te begrijpen. Wat is uw fascinatie met dit onderwerp?

Van Opstal: “Het is voor mij begonnen bij het oogbewegingssysteem en hoe prachtig de hersenen in elkaar zitten. Als je er niet bij stilstaat, realiseer je je niet hoeveel problemen de hersenen moeten oplossen om de ogen simpelweg van ‘A’ naar ‘B’ te sturen. Wij ontrafelden de vele trucjes van de hersenen om die problemen op te lossen. Later is het auditieve systeem er bijgekomen en ook hierbij ligt mijn fascinatie bij hoe het gehoor functioneert en hoe mooi het brein de gehoorinformatie verwerkt. Het is voor mij een vrij natuurlijk proces geweest om van het oog naar het oor te gaan. Vragen zoals: welke informatie gebruikt het auditieve systeem eigenlijk? Welke bewegingen maak je wanneer een geluid ergens wordt gepresenteerd? Hoe leer je de geluiden in de omgeving te (her)kennen en te lokaliseren? Het brein maakt hiervoor eigenlijk vele hypotheses. Denk bijvoorbeeld aan spraakverstaan in rumoer. Het brein sluit dan heel veel mogelijke,

BIOGRAFIE

John van Opstal begon zijn carrière bij de afdeling Biofysica van de Radboud Universiteit (later samengevoegd met Donders Centre for Neuroscience), waar hij zich specialiseerde in oogbewegingen en auditieve waarneming. Zijn werk draaide om de vraag hoe we geluiden lokaliseren en hoe we ons bewegen om informatie uit de omgeving te halen. Zijn onderzoek bracht baanbrekende inzichten in hoe het brein sensorische informatie verwerkt en hoe de visuele en auditieve systemen samenwerken. Op 1 maart 2024, na 43 jaar onderzoek, ging John van Opstal officieel met pensioen, maar hij blijft als onderzoeker actief betrokken bij lopende projecten.

maar onwaarschijnlijke of onwenselijke situaties uit om de doelbron precies te kunnen volgen. Ontzettend ingenieus!”

Deze passie heeft geleid tot het schrijven van uw boek ‘The auditory system and human sound localization behaviour’. Ook heeft u een grootschalig onderzoek gedaan met het EU-project ‘ORIENT: Goal-Directed Eye-Head Coordination in Dynamic Multisensory Environments’. Kunt u iets meer uitleggen over het doel van dit onderzoek?

Van Opstal: “Mijn passie voor de samenwerking tussen het zien en het horen en de aansturing van de ogen en het hoofd door de hersenen naar een geluidsbron of visuele stimulus hebben mij aangezet tot het schrijven van het boek. Als gezonde mensen gaan we er gemakshalve van uit dat alles normaal werkt en sta je er eigenlijk niet bij stil wat er allemaal mis kan gaan. Totdat er ergens in een van de systemen wél een probleem ontstaat. Op basis van kwantitatieve testen en modellen hebben we in ORIENT onderzocht wat er op zo’n moment aan de hand kan zijn en hebben we beter leren begrijpen wat wel en niet kan worden verbeterd aan het het herstellen van zien, horen en/of oog-hoofd oriëntatie. Wat me is opgevallen is dat in Nederland (en andere Europese landen) binnen het vakgebied van de neurologie die natuurlijke samenwerking tussen die systemen nauwelijks wordt meegenomen in diagnose en behandeling. Oogheelkunde, oorheelkunde en neurologie zijn in feite gescheiden disciplines, zonder veel onderlinge samenhang en vaak zelfs ondergebracht in verschillende gebouwen. Hoe anders is het in de VS, waar veel meer en directer wordt samengewerkt tussen deze specialisten en waar de afdelingen vlak bij elkaar zijn ondergebracht voor directe interactie. Subtiele verstoringen in de oogbewegingen kunnen heel veel informatie geven over specifieke problemen in de hersenen, maar dan moet je goed weten wat voor oogbewegingstesten je precies moet doen om daarachter te komen. Dit soort kennis wordt in Nederlandse klinieken nog weinig toegepast. Ook in Nederland zou zo’n multidisciplinaire aanpak tussen specialisten mijn inziens geen overbodige luxe zijn.”

Wat ligt er mogelijk nog meer in het verschiet aan onderzoek omtrent dit onderwerp?

Van Opstal: “Volgens mij zal bilateraal implanteren van een CI essentieel worden voor ernstig slechthorenden. Ik ben hiervan overtuigd geraakt na een groot aantal onderzoeksprojecten. Maar er moet nog veel onderzoek gedaan worden om bilaterale CI’s veel efficiënter te laten samenwerken. Er kunnen, mijns inziens, ook verfijndere

onderzoeken in de audiometrie worden geïntroduceerd, die een groter en preciezer frequentiebereik van het audiogram kunnen bemeten in een korte meettijd. Ook moeten we meer te weten komen over hoe en waar de geluidsinformatie in de hersenen wordt verwerkt. Met betrekking tot de CI-aanpassingen is er nu een pilot in een vijftal ziekenhuizen gestart. Hierin laten we CIgebruikers reageren op geluiden met reactietijdtesten. Dit levert heel veel objectieve data op, waarmee we heel precies kunnen bepalen hoe goed een CI-gebruiker tijdsveranderingen en frequentieveranderingen in geluiden kan waarnemen over het hele geluidsbereik. Hieruit kunnen we ook de afstelling van het CI gericht optimaliseren.”

Tot slot. Hoe kan de audicien dit soort kennis toepassen in de winkel of aanpaskamer? Waar moet de audicien op letten, volgens u?

Van Opstal: “Heel kort: actief richtinghoren! Dat moeten audiciens en cliënten goed ‘in de oren knopen’. Goed richtinghoren kan alleen met twee oren worden gedaan. Met één oor is richtinghoren niet mogelijk. Ook al is een optimale aanpassing van twee toestellen nog niet daar, overweeg nog steeds een tweede toestel, al is het maar om toch zoveel mogelijk input te blijven geven aan beide oren. Maak bij richting-hoortesten gebruik van breedbandige geluiden, in plaats van pure tonen of smalbandige ruisjes. Die laatste twee geluidjes houden geen rekening met het pinna-effect, wat essentieel is voor richtinghoren. Leer de klant het belang van richtinghoren door actief gedrag te promoten. Wees er dus van bewust waar een geluid vandaan komt en kijk er actief naar. De hersenen worden hierdoor beter getraind; uiteindelijk leidt kijken tot beter spraakverstaan.”

Begeleid uw patiënten via bahsjourney.com/nl

• Begeleid patiënten in elke fase van hun reis

• Stel patiënten in staat om weloverwogen beslissingen te nemen

• Gebruik onze online hulpmiddelen ter ondersteuning van uw counselinggesprekken

Tante Sophie en de audicien

Mijn tante Sophie (89) is van het opgewekte en eigenwijze type. Ze is inmiddels al jaren weduwe en heeft geen kinderen, dus bezoek ik haar regelmatig. Met plezier overigens, want het is een leuk mens; humor en zelfspot zijn haar niet vreemd en ze is nog altijd helder van geest. Bepaald geen opgave om met haar op te trekken. Een aantal jaren geleden merkte ik echter dat haar gehoor achteruit ging, maar steeds als ik daarover begon, wilde ze dat niet erkennen. “Mijn oren doen het nog prima”, zei ze dan, duidelijk geïrriteerd. Tante Sophie wilde er dus niet aan, maar het gehoorverlies was overduidelijk en beperkte haar steeds meer. Toen het twee jaar geleden niet meer hielp om het volume van de tv op maximaal te zetten, ging ze met tegenzin mee naar de audicien en begon ze toch maar aan hoortoestellen. Punt was dat ze die – zoals zovelen – niet voldoende droeg. Behalve dan als ze tv keek. Toen ik dat in de gaten kreeg, bleek dat het geluid voor haar te schel en te hard was. Daarnaast hoorde ze haar eigen stem op een vervelende manier en dus gebruikte ze de toestellen nauwelijks. Jammer, want voor gewenning is het, zoals u weet, belangrijk om ze tenminste 10 uur per dag te dragen.

Het kostte wat overredingskracht, maar toen ik haar in december bij het optuigen van haar kerstboom vroeg om een blik en veger en zij met de kerstballen aankwam, was ze bereid om met mij terug te gaan naar de audicien. Wat bleek: om haar gehoorverlies voldoende te corrigeren zou het toestel eigenlijk nog ‘harder’ moeten worden afgesteld. “Dat gaan we natuurlijk niet doen”, zei mijn tante ferm. En dus moest er creatief worden nagedacht.

Hoormij∙NVVS heeft als doel de verbetering van de zorg voor en kwaliteit van leven voor mensen met gehoorverlies, tinnitus, hyperacusis, cholesteatoom en duizeligheidsen evenwichtsaandoeningen door middel van betrouwbare voorlichting, informatie, ervaringsbijeenkomsten en belangenbehartiging.

De audicien stelde voor de hoortoestellen juist iets naar beneden af te stellen en gaf duidelijke uitleg over het fenomeen ‘gewenning’. Resultaat: tante Sophie gebruikt haar toestellen nu veel vaker en begint te wennen. Op deze manier kan het geluid alsnog langzaam worden opgevoerd tot een (voor haar) optimale hoorrevalidatie is bereikt. En ik heb er door deze creatieve interventie inmiddels vertrouwen in dat we daar komen. Zo ziet u maar hoe belangrijk uw creativiteit en communicatieve vaardigheden zijn als het gaat om het motiveren van uw cliënten. U kunt voorkomen dat hoorhulpmiddelen ongebruikt in een la verdwijnen en tegelijkertijd bijdragen aan een betere kwaliteit van horen én leven.

Corrine Weiler, directeur

Visual Reinforcement Audiometry

Tijdens de Dag van de Akoepedie verzorgde Sabine Engels (Amsterdam UMC), gespecialiseerd in jonge kinderen met slechthorendheid, een uitgebreide presentatie over Visual Reinforcement Audiometry (VRA). Vanuit meer dan twintig jaar ervaring besprak zij de theoretische achtergronden, praktische uitvoering en valkuilen van deze belangrijke gedragsaudiometrische testmethode.

Sabine Engels opende haar presentatie met een aantal belangrijke kernboodschappen. De belangrijkste daarvan was dat een goede VRAmeting altijd een vorm van teamwork is. Niet alleen de tester, maar ook de afleider speelt een cruciale rol. Volgens Engels wordt het belang van een ervaren afleider vaak onderschat. De kwaliteit van de meting hangt sterk af van de samenwerking tussen beide professionals.

Daarnaast benadrukte zij dat VRA niet hetzelfde is als BOA (Behavioral Observation Audiometry).

Waar bij BOA algemene gedragsreacties op geluid worden geobserveerd, richt VRA zich op een specifiek geconditioneerde hoofdbeweging. Ook wees zij erop dat een VRA-meting niet automatisch een vrije veldmeting is. De test kan eveneens worden uitgevoerd met inserts, hoofdtelefoons of beengeleiding en kan daarmee ook oorspecifieke informatie opleveren.

CONDITIONERING

Volgens Sabine staat of valt een succesvolle VRA-meting met een goed geconditioneerde respons. Het kind leert een hoofdbeweging te koppelen aan een auditieve stimulus, waarna deze reactie wordt beloond met een visuele bekrachtiger. Zij benadrukte dat een niet-respons evenveel informatie kan bevatten als een respons. De uitdaging voor de audioloog is om te bepalen of een uitblijvende reactie werkelijk betekent dat het kind het geluid niet heeft gehoord of dat aandacht, vermoeidheid of afleiding een rol spelen.

VAN BOA NAAR VRA

Engels schetste vervolgens de ontwikkeling van gedragsaudiometrie bij jonge kinderen. BOA kan worden toegepast vanaf de geboorte tot ongeveer zes maanden. Vanaf ongeveer zes tot acht maanden wordt VRA mogelijk, al ligt het optimale meetmoment volgens haar rond de leeftijd van twaalf maanden. Vanaf ongeveer tweeënhalf tot drie jaar kan vaak worden overgestapt naar Conditioned Orientation Reflex Audiometry (CORA) of spel-audiometrie. Een belangrijk verschil tussen CORA en

WAT IS WAT?

Behavioral Observation Audiometry (BOA): gehoortest gebruikt om het gehoorgedrag ten opzichte van geluid te observeren, vaak voor baby’s jonger dan 6 maanden of die hun hoofd nog niet naar een geluid toe kunnen draaien.

Visual Reinforcement Audiometry (VRA): gehooronderzoek bij kinderen van 6 maanden tot 2,5 jaar. Het kind krijgt geluidjes te horen via een koptelefoon en/of luidspreker, verschillend in toonhoogte en sterkte. In de test wordt gekeken naar de reactie van het kind met het hoofd op geluid. De exacte richting is minder belangrijk.

Conditioned Orientation Reflex Audiometry (CORA): Ook wel spel-audiometrie bij kinderen vanaf ongeveer 2,5/ 3 jaar. Bij CORA wordt een correcte lokalisatie van het geluid gevraagd.

VRA is dat bij CORA een correcte lokalisatie van het geluid wordt gevraagd. Bij VRA is het vooral van belang dát het kind een hoofdbeweging maakt; de exacte richting is daarbij minder belangrijk.

Wat maakt een goede VRA-opstelling? Volgens Engels zijn enkele voorwaarden essentieel:

• twee ervaren professionals;

• een stille testruimte;

• luidsprekers bij voorkeur rond 90 graden opgesteld;

• geschikte visuele bekrachtigers;

• passend afleidingsmateriaal;

• een comfortabele, maar actieve zithouding van het kind.

Sabine gaf aan dat simpele bekrachtigers vaak goed werken: voor jonge kinderen blijken draaiende lampen vaak al zeer effectief. Voor oudere kinderen worden statische of bewegende beelden ingezet, bijvoorbeeld op televisieschermen. Haar eigen centrum werkt inmiddels volledig met schermen in plaats van de klassieke verlichte speelgoedkasten achter rookglas.

DE ROL VAN DE AFLEIDER

Een groot deel van de presentatie was gewijd aan de rol van de afleider. Deze moet het kind continu bezighouden zonder onbedoeld aanwijzingen te geven over het moment waarop een stimulus wordt aangeboden. De afleider observeert de aandacht van het kind, wisselt speelgoed indien nodig af en zorgt voor sociale bekrachtiging. Volgens Sabine is dit een vak op zich. Een goede afleider kan de aandacht van een kind aanzienlijk

langer vasthouden, waardoor meer drempelinformatie verzameld kan worden.

REGISTREREN EN INTERPRETEREN

Aan de hand van praktijkvoorbeelden liet Engels zien hoe zij reacties systematisch noteert. Niet alleen responsen worden geregistreerd, maar ook valspositieve reacties en momenten waarop bewust geen geluid wordt aangeboden (no-sound trials). Daarmee

BIOGRAFIE

Sabine Engels is klinisch audioloog bij de afdeling kno-, hoofd- en halschirurgie van het Amsterdam UMC. Haar klinische werkzaamheden richten zich op de beoordeling en (re) habilitatie van gehoorverlies bij kinderen met behulp van hoortoestellen of cochleaire implantaten.

kan de betrouwbaarheid van de meting beter worden beoordeeld. Ook besprak zij hoe VRA-resultaten in audiogrammen worden weergegeven. Vrijveldmetingen geven informatie over het beste oor, terwijl met inserts of hoofdtelefoons oorspecifiek kan worden gemeten. Beenleiding kan aanvullende informatie geven over de aard van het gehoorverlies.

VRAGEN EN OPMERKINGEN UIT DE ZAAL

Tijdens de afsluitende vragenronde kwam een praktische vraag aan bod over conditionering bij verschillende frequenties. Een deelnemer vroeg of kinderen opnieuw geconditioneerd moeten worden wanneer tijdens de meting wordt overgeschakeld naar een andere frequentie. Engels antwoordde dat dit in principe niet nodig is. Wanneer een kind eenmaal goed geconditioneerd is, blijft de operante conditionering tijdens de meting in stand doordat iedere correcte reactie wordt gevolgd door een beloning. Alleen aan het

‘EEN NIET-RESPONS TIJDENS EEN METING KAN EVENVEEL INFORMATIE

BEVATTEN ALS EEN RESPONS’

begin van de meting wordt expliciet geconditioneerd; daarna wordt deze conditionering onderhouden door de opeenvolgende stimulus-beloningskoppelingen. De presentatie van Sabine Engels maakte duidelijk dat VRA veel meer is dan het observeren van een hoofdbeweging. Het is een zorgvuldig geconditioneerde gedragsmeting waarbij ervaring, samenwerking en strikte toepassing van spelregels essentieel zijn. Door deze combinatie kan VRA betrouwbare gehoordrempels opleveren die bruikbaar zijn voor diagnostiek en hoortoestelaanpassingen.

-advertentie-

EEN STAP VERDER DAN HOORTOESTELLEN

Heeft uw cliënt.....

BEPERKT VERSTAAN?

MET HOORTOESTEL WEINIG EFFECT?

DAN IS CONTACT MET

AB HET JUISTE TRAJECT!

MARVEL VAN OOR TOT OOR

Wanneer is dit van toepassing?

≥ 70 dBHL

• Spraakverstaan zonder hoortoestellen:

≤ 50% bij 70 dBSPL

• Spraakverstaan met hoortoestellen:

≤ 70% bij 70 dBSPL

Negatieve proef met krachtig hoortoestel

Elk moment voelt completer als uw cliënt geluiden van overal om zich heen hoort. Met Marvel biedt Advanced Bionics de enige samenwerkende cochleaire implantaatoplossingen voor beide oren, die een rijkere en meer heldere geluidskwaliteit en een natuurlijkere 360 graden hoorervaring bieden. Wanneer hoortoestellen niet langer voldoende zijn voor uw cliënt kunnen cochleaire implantaten de oplossing zijn. Wenst uw clïënt ondersteuning en meer informatie over deze “stap verder dan hoortoestellen”? Scan de QR-code en meld uw cliënt aan!

Advanced Bionics is onderdeel van Sonova - bekend van de merken Phonak en Unitron.

Link M hoortoestel

Phonak
CROS P13
Marvel CI
Marvel CI

Widex introduceert

AI on-demand

Widex komt met een nieuwe introductie, binnen het eerder geïntroduceerde Widex Allure-platform, namelijk de nieuwe Widex Allure AI RIC. Natuurlijke geluidsweergave blijft de basis, maar voor complexe luistersituaties kunnen gebruikers nu Clarity Boost inschakelen, een speciale AI-coprocessor die extra ondersteuning biedt voor verstaan in rumoer.

Hoewel moderne hoortoestellen steeds beter worden in ruisonderdrukking, blijft luisteren iets persoonlijks. Gebruikers verlangen vaak een natuurlijke klankbeleving. Tegelijkertijd raken juist de belangrijkste geluiden vaak ondergesneeuwd in achtergrondruis. Voor die momenten biedt Widex Allure AI RIC de Clarity Boost: een natuurlijke luisterervaring voor elke dag én slimme AI-ondersteuning op momenten dat het nodig is. Het Allure-platform is ontworpen om moeiteloos in het dagelijks leven te passen. Onderzoek en gebruikerservaringen bevestigen dat Allure sterk presteert in zowel geluidskwaliteit als spraakverstaan, ook in rumoerige situaties.

EXTRA ONDERSTEUNING VOORHANDEN

In complexere omgevingen, zoals restaurants of drukke werkplekken, kunnen dragers eenvoudig overschakelen naar het Clarity Boost-programma. Dit programma maakt gebruik van een geavanceerde AI-coprocessor, die extra ondersteuning biedt bij spraakverstaan in rumoer zonder dat het omgevingsgeluid verloren gaat. De technologie erachter is speciaal ontwikkeld voor audio en combineert efficiënte verwerking met minimale vertraging. Hierdoor blijft het geluid realistisch en comfortabel, terwijl ruis effectief wordt verminderd. Tegelijk blijft belangrijke omgevingsinformatie, zoals verkeer of gesprekken op afstand, hoorbaar.

AI OP MAAT VAN DE

GEBRUIKER

Allure AI RIC bevat drie AI-functies, die alleen actief zijn wanneer de gebruiker dat wil:

• Clarity Boost – extra ondersteuning in rumoer

• Sound Assistant – persoonlijke instellingen op maat

• Quick Assistant – realtime optimalisatie

Deze aanpak geeft de drager controle en zorgt voor een luisterervaring die past bij elke situatie. Met Allure AI RIC biedt Widex een nieuwe generatie hoortoestellen met natuurlijk geluid voor dagelijks gebruik, intelligente ondersteuning op aanvraag en een persoonlijke luisterervaring. Het stroomverbruik van de Allure AI RIC is laag en de behuizing even groot als de Allure RIC R D.

WIDEX COMPASS CLOUD

De nieuwe Widex Compass Cloud 2.0 bouwt voort op de eerste cloudgebaseerde aanpassoftware in de branche, met nieuwe tools die eerste aanpassingen, vervolgbezoeken, de gebruikerservaring en continue prestatie-updates verbeteren. Omdat het platform in de Cloud draait, worden nieuwe functies en verbeteringen automatisch en continu geleverd, zonder de workflow te onderbreken. Ontwikkeld samen met audiciens, sluit Compass Cloud 2.0 perfect aan op de dagelijkse praktijk. Zo is onder andere de Adaptatie Manager verbeterd, is een uitgebreide datalogging voorhanden, is SmartSpeak beschikbaar en zijn de Sound Classes instelbaar. Efficiënter werken, meer vertrouwen tijdens het aanpassen en een betere ervaring voor zowel audicien als drager – vanaf het allereerste moment.

De audicien in 2030

De Nederlandse hoorzorgmarkt is volwassen. De tijd van automatische groei is voorbij. Wie de komende jaren succesvol wil blijven, moet fundamenteel anders gaan werken, als u dat niet al doet.

1) De grootste verschuiving is mentaal. Patiënten kopen geen hoortoestel, ze zoeken een oplossing voor beter horen en beter functioneren in het dagelijks leven en voor genot. De grootste motivatie is wellicht angst voor uitsluiting, voor het missen van informatie, het niet mee kunnen doen. Audiciens die zichzelf nog steeds primair als verkoper zien, zullen het moeilijk krijgen. Verkoopvaardigheden zijn belangrijk, maar slechts een middel, geen doel. Het doel is het creëren van waarde voor de patiënt. Focus daarom op klinische excellentie. Real-ear-metingen, spraak-in-ruis testen, tinnitusbehandeling en cognitieve screening moeten standaard worden. Family-centered care moet een pijler zijn van uw dagelijks werk. Patiënten zijn bereid te betalen voor meetbare resultaten, niet voor een apparaat alleen. Hernoem uw zaak, als u nog steeds ‘Jansen hoortoestellen’ heet, naar iets wat een betere kwaliteit van leven belooft. Benadruk niet de vrijblijvende proefperiode - dat is een zwaktebod waar we van af moeten -, maar de mooie nabije toekomst met een beter gehoor. Wie dit spel niet beheerst, wordt een doorverwijzer in plaats van een zorgprofessional.

Hans Mülder studeerde kernfysica en is opgeleid tot klinisch fysicus audioloog. Hij heeft diverse uitvindingen en patenten op zijn naam voor draadloze microfoonsystemen, gehoorbescherming en soundfield. Met ons deelt hij zijn vaak tegendraadse visie op alles wat relevant is voor de audicien.

2) De grootste bedreiging voor de branche is niet online concurrentie, maar het verdwijnen van de eenmalige verkoop. Bouw daarom structureel aan terugkerende inkomsten. Ontwikkel heldere servicepakketten: “Gehoor Comfort Plan”, “Tinnitus Beheer Programma” of “Jaarlijks Gehoor Onderhoud”. Richt u op een model waarbij minstens 35% van de omzet uit abonnementen en nazorg komt. Patiënten die een abonnement hebben, tonen een significant hogere tevredenheid en een lagere uitval. Daarnaast creëert het stabiele, voorspelbare kasstromen. Blijf ook innoveren in deze recurring revenue streams.

3) Consumentenelektronica (AirPods, Galaxy Buds, etc.) en online aanbieders zetten sommige prijzen onder druk. Hierop reageren met lagere prijzen is suïcidaal. Wees transparant over de aanschafprijs van het toestel, maar maak de professionele dienstverlening expliciet zichtbaar en factureerbaar. Bied een “device only”-optie voor patiënten zonder groot budget, maar stuur het merendeel actief naar full-service pakketten. Differentiatie komt niet meer van het toestel, maar van de uitkomst: hoe goed iemand daadwerkelijk hoort in lawaai, in gezelschap en op termijn. Daarbij valt niet uit te sluiten dat sommige merken het toch werkelijk beter doen dan andere.

4) De meeste groei van de business komt niet uit nieuwe

Hans Mülder
‘BOUW EEN NETWERK OP WAARIN U DE CENTRALE HOORZORGEXPERT BENT’

patiënten, maar uit het bestaande bestand en zijn naasten. Implementeer een systematisch CRM-systeem met leeftijds- en momentgestuurde benaderingen (55+, 60+, 65+, na nieuwe bril, etc.). Wie dit goed doet, haalt conversieratio’s van 25% binnen 24 maanden. Wie dit niet doet, laat geld liggen en laat patiënten naar concurrenten of online oplossingen vertrekken.

5) Specialiseer of verdwijn. De generalist die alles een beetje doet, komt klem te zitten. Dat kennen we ook van fabrikanten. De slogan ‘een XYZ is voor iedereen’ is voor niemand interessant. Kies één specialisatie en streef naar regionaal erkend leiderschap:

• Grote gehoorverliezen (het snelst groeiende segment)

• Muzikanten en audiofielen

• Tinnitusexpertise

• Ouderen met comorbiditeiten

• Cognitieve gezondheid en hoorvermogen

• Kinderen en jongeren met hoorproblemen

• De ziekte van Ménière Specialisatie verhoogt niet alleen de perceived value, maar ook de verwijzingen van huisartsen en kno-artsen.

6) De toekomst is hybride. Routinecontroles, kleine aanpassingen en tinnitus-counseling kunnen grotendeels remote. Bouw een goed werkend teleaudiologie systeem op. Dit verhoogt de capaciteit per audicien en verbetert de bereikbaarheid. Houd complexe aanpassingen, verificatiemetingen en eerste gesprekken wel fysiek. Patiënten waarderen de menselijke aanraking, vooral bij slechthorendheid. Maak ook een transparante en drempelloze overgang tussen wat een patiënt online uitzoekt en waar u in de zaak het gesprek oppakt. Geen herhalingen van vragen, geen exploratie van reeds afgewezen opties. Tenzij u daar een goede mogelijkheid ziet om het inzicht van de patiënt te verbreden.

7) De beste praktijken werken intensief samen met kno-artsen, geriaters, logopedisten en huisartsen. Bouw een netwerk op waarin u de centrale hoorzorgexpert bent. Dit levert niet alleen verwijzingen op, maar verhoogt ook uw professionele status.

8) De technologie ontwikkelt zich razendsnel. Wie niet elk jaar minimaal 40–50 uur investeert in

nascholing (StAr, Pento, internationale congressen, AI-training) raakt achter. Patiënten merken dit onmiddellijk. Echte leiders volgen niet alleen nascholing, ze geven het ook.

9) AI wordt een hulpmiddel, geen bedreiging. Leer werken met AI-gestuurde fittingsoftware, automatische spraakoptimalisatie en predictieve analyses. Audiciens die AI als assistent omarmen, kunnen meer patiënten helpen met hogere kwaliteit. Wie het negeert, verliest terrein. Weet wel de vele fouten van AI te herkennen.

10) Celtherapie en genetische therapie komen eraan. Naast de zorg voor cochleaire implantaten en BAHA’s kunnen die een mogelijkheid bieden voor audiciens indien die zich goed positioneren en zich voorbereiden en niet rustig afwachten op wat er gaat komen.

DE

NIEUWE REALITEIT

De Nederlandse markt is al volwassen met een penetratie van 50–55%. Verdere groei komt vooral uit:

• Hogere conversie van bestaande patiënten en hun familieleden;

• Betere service en nazorg, na uitvoeriger diagnostiek vooraf;

• Betere klinische uitkomsten in zo veel mogelijk luistersituaties;

• Specialisatie

Wie vasthoudt aan het oude model van zoveel mogelijk toestellen verkopen tegen zo laag mogelijke prijzen, gaat het moeilijk krijgen. Wie investeert in expertise, relatie en terugkerende zorg, bouwt een toekomstbestendige praktijk. Medische hoorzorg in plaats van verkoop van consumentenelektronica. Patiënten in plaats van klanten. Klinieken in plaats van winkels. Een visie voor de komende vijf jaren, niet de verkoopcijfers van deze maand.

De demografische golf is krachtig, maar alleen degenen die zich op tijd, nu dus, herpositioneren als onmisbare hoorprofessional zullen daarvan profiteren.

Hoorzorg onder de loep-dag

Op 18 mei vond er weer een nieuwe editie van Specsavers ‘De hoorzorg onder de loep’ plaats. Een dag met twee sprekers, die de doorgewinterde audicien, maar ook de nieuwe vakgenoten een verfrissende blik kunnen geven in hun dagelijks werk in de winkels. Dit jaar was gekozen voor het thema ‘Zo hoort het, maar hoor jij het ook?’

Hoe snel denk jij dat wij op basis van een enkele blik een mening hebben over een persoon?” Zo opent Daan Schouten, eigenaar en gastheer van Hospité, het seminar met een interactieve vraag. Een paar seconden? Een halve minuut? Nee, na slechts 0.01 seconden bedenktijd hebben wij onze mening gevormd. Die ene blik bij binnenkomst is allesbepalend.

“Wat als wij, audiciens, onze klanten nou als gasten zouden behandelen?” vroeg Daan vervolgens aan de zaal. De definitie van het gastheerschap is om op een professionele en oprechte manier te zorgen voor de gasten met als doel dat zij zich comfortabel voelen. Waarom zouden we tenslotte niet elke klant met een comfortabel gevoel naar huis willen laten gaan? Volgens Schouten draait alles om het detail; dat maakt het verschil tussen correct en memorabel. Ga na wat de klant nodig zou hebben om zich gerieflijk te kunnen voelen. Denk bijvoorbeeld aan rust, duidelijkheid, aandacht en comfort in de gesprekken. We hoeven als audicien niet onderdanig te zijn naar de klant, maar we dragen wel een zekere verantwoordelijkheid. Het is jouw taak als audicien om de zorgen weg te kunnen nemen, zodra ze bij jou komen met een hulpvraag. Terug naar de praktijk. Denk aan een vriendelijke groet en glimlach bij binnenkomst. Dit is die eerste 0.01 seconden waar het mee begint. Bied vervolgens luisterend oor en vraag goed door. Stel vragen die op dat moment bij de desbetreffende klant passen. Geef een korte, maar krachtige uitleg met voldoende kennis afgestemd op het kennisniveau van de klant. Zorg voor persoonlijke begeleiding. Naast de ontvangst is ook het afscheid een belangrijk moment van contact met de klant. Bied een vriendelijke en dienstbare instelling van jouzelf naar de klant, dat zorgt voor contact en het onthouden van dat contact. Schouten meent dat er tegenwoordig is dat er steeds meer gebruik gemaakt gaat worden van AI bij mensenwerk. “AI kan als middel zeker een mooie ondersteuning zijn in de techniek. AI kan veel, maar jij als audicien kan het echte contact maken. Het is en blijft het mensenwerk wat leidt tot maatwerk. Een verbinding bouwen tussen jou en de klant is mooier en groter dan met technologie ooit bereiken kan worden.’’ Schouten sloot dan ook af met zijn filosofie: “Presentatie opent de

deur tot conversatie, dienstbaarheid opent de mens en kennis maakt het af.” Neem dat mee in het achterhoofd de volgende keer dat je een klant meeneemt de aanpaskamer in. Met wat aandacht en een vriendelijke groet bereiken wij al veel bij onze ‘gasten’.

DE ZIN VAN ZINTUIGEN

Geen zin meer in activiteiten, de nut er niet meer van inzien, het leven als zinloos beschouwen... Klinisch psycholoog Hein Heijen vertelde, in een zeer interessant seminar, over de zintuigen en hoe wij als mens de wereld zien, ruiken, proeven, aftasten en horen. Heijen, die vroeger bij veel mensen thuis kwam als hulpverlener, raakte gefascineerd door een woord dat hij veel voorbij hoorde komen: zinloos. Wanneer zegt een mens dat het leven zinloos is en hoe raakt het

Daan Schouten

emotioneel gezien de persoon in kwestie?

Alles wat wij om ons heen hebben, zoals geluid, beeld en geur, hebben een bepaalde chemie, iets wat omgezet wordt in elektriciteit in het lichaam. Ook in het vak audicien speelt een van die facetten een heel belangrijke rol, gaf Heijen aan. Dat is taal. Taal is een gevoel, een emotie, een verbinding die van binnenuit het lichaam komt naar de buitenwereld toe. Heijen stelde dat wij als audiciens in wezen geen hoortoestel verkopen, maar een verbinding. De combinatie van je gezien en gehoord worden, is je begrepen voelen. Dat maakt het dragen van een hoortoestel bijvoorbeeld enorm belangrijk. Wordt een van de zintuigen minder, in dit geval het horen, dan zien we dat er ook direct minder contact is met de buitenwereld. Iets wat we wellicht herkennen uit klantgesprekken: sociaal isolement.

Heijen legt uit dat de mens twee grote denksystemen in het brein heeft. In systeem 1 is het automatische brein. Het werkt automatisch, snel en intuïtief, zonder bewuste inspanning. Het verwerkt informatie parallel en kan meerdere dingen tegelijk doen. Dit systeem stuurt ons bij alledaagse handelingen zoals fietsen, een bekend gezicht herkennen of reageren op gevaar. In dit deel bevinden zich ook de zintuigen en de emoties.

Systeem 2 is het weloverwogen brein, het is langzaam en vraagt mentale inspanning. Dit systeem komt in actie wanneer we complexe berekeningen maken, een

moeilijke beslissing nemen of logisch redeneren. Kortom: het is het deel waar wij onze keuzes analytisch bekijken. Dit systeem heeft ook langer de tijd nodig om informatie op te nemen en te schakelen. De twee systemen werken samen, maar meestal heeft Systeem 1 de leiding, terwijl Systeem 2 slechts wordt ingeschakeld wanneer nodig. Zodra er, in een van de systemen, iets misgaat, bijvoorbeeld omdat een van de zintuigen niet meer optimaal werkt, zorgt dit voor weerstand en stress in het lichaam. “Er moet een harmonie zijn tussen beide systemen in het brein, anders wordt het voor mensen ‘lijden’ met de lange ‘ij’ en niet meer ‘leiden’ met ‘ei’, zegt Heijen met emotie. Gemiddeld 1,8 miljoen mensen lijden aan slechthorendheid. De slechthorende weet niet altijd waar hij precies tegenaan loopt. Hij komt bij de audicien met een hulpvraag waarvoor hij zelf geen oplossing weet. Luister naar de mens tegenover jou. Niets is beter dan een luisterend oor bieden aan iemand die het niet meer precies weet. Hij zal zich gezien en gehoord voelen en open staan voor wat jij met toewijding vertelt. Hij wordt jouw fan. We willen door middel van het hoortoestel de verbinding herstellen voor mensen in hun sociaal en dagelijks leven. Begin bij het maken van verbinding tussen jou en de klant. Zodra de klant zich kan vinden in jou omdat hij zich gezien voelt, heb je het belangrijkste bereikt.

ACHTERGROND

Iconen van de audiologie

Georg von Békésy: grondlegger van de cochleaire mechanica

In ons vak kun je niet om sommige namen heen. Ze hebben het audiologisch landschap gevormd en verrijkt. Door hun onderzoek en ontdekkingen, maar vooral ook hun vasthoudendheid, controversieel denken en passie voor het gehoor. Wie zijn deze mensen en wat waren hun drijfveren?

De eerste in de serie iconen is Georg von Békésy.

De hedendaagse audiologie en hoorzorg zijn ondenkbaar zonder een gedegen begrip van de mechanische en neurofysiologische processen in het binnenoor. Veel van deze inzichten zijn direct terug te voeren op het werk van Georg von Békésy (1899–1972), een Hongaars-Amerikaanse biofysicus die in 1961 de Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde ontving. Zijn experimentele benadering van cochleaire mechanica leidde tot het concept van de reizende golf (traveling wave) op het basilair membraan, een fundament waarop latere modellen van frequentieselectie, toonhoogteperceptie en cochleaire signaalverwerking zijn gebouwd.

Voor audiciens en audiologen is Von Békésy’s werk meer dan historische achtergrond: het vormt de basis van klinische interpretaties van audiogrammen, de ratio achter frequentiespecifieke versterking en de theoretische onderbouwing van zowel akoestische als elektrische stimulatie van het slakkenhuis.

WETENSCHAPPELIJKE CONTEXT

Von Békésy studeerde scheikunde in Bern (de stad waar Einstein zijn relativiteitstheorie ontwikkelde) en promoveerde in de natuurkunde aan de Loránd Eötvösuniversiteit in Boedapest. Deze achtergrond beïnvloedde sterk zijn benadering van biologische systemen. In tegenstelling tot veel tijdgenoten beschouwde hij het oor primair als een fysisch-mechanisch systeem, waarbij hij principes uit de vloeistofdynamica, materiaalkunde en trillingsleer toepaste op anatomische structuren. Zijn carrière begon bij de Hongaarse Post- en Telegraafdienst, waar hij zich bezighield met telefoontransmissie en vervorming van geluidssignalen. Deze ervaring met signaaloverdracht en resonantie zou later cruciaal blijken voor zijn analyse van de cochlea als frequentie-analyserend systeem. De overgang van technische akoestiek naar biologische auditie verliep bij Von Békésy dan ook naadloos. Hij werkte tijdelijk voor Siemens in Berlijn en ging in 1946 naar het beroemde Karolinska-instituut in Zweden om zich te wijden aan de bestudering van het oor. Dit is ook het instituut dat de

Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde toekent. In 1947 vertrok hij naar de VS om aan de Harvard-universiteit te werken.

DIRECTE OBSERVATIE VAN COCHLEAIRE BEWEGING

Een van Von Békésy’s meest baanbrekende prestaties was het experimenteel zichtbaar maken van bewegingen binnen de cochlea. Hij ontwikkelde preparatietechnieken waarbij menselijke en dierlijke cochleae post mortem werden geopend, zonder de essentiële mechanische eigenschappen van het basilair membraan volledig te verstoren.

Door gebruik te maken van stroboscopische belichting en microscopie kon hij nanometer- tot micrometerschalen van membraanverplaatsing waarnemen. Dit was revolutionair in een tijd waarin elektrofysiologische meetmethoden nog in de kinderschoenen stonden. Zijn aanpak was expliciet mechanisch, niet neuroncentrisch, wat destijds controversieel was.

Uit zijn observaties concludeerde Von Békésy dat akoestische stimulatie geen uniforme trilling van het basilair membraan veroorzaakt, maar een voortschrijdende golf die zich van de basis naar de apex van de cochlea verplaatst. Langs het basilair membraan veranderen de mechanische eigenschappen massa en stijfheid respectievelijk met een factor tien en honderd. Daardoor varieert de resonantiefrequentie. De cruciale waarneming door Von Békésy was dat de amplitude van deze golf toeneemt tot een frequentiespecifiek maximum, waarna zij abrupt afneemt. Deze plaatsafhankelijke maximale uitwijking correspondeert met de tonotopische organisatie van de cochlea:

• Hoge frequenties veroorzaken maximale verplaatsing nabij de stijve, smalle basis

• Lage frequenties bereiken hun piek in de meer flexibele, bredere apicale regio

Hiermee leverde Von Békésy empirische ondersteuning voor een plaatscode voor frequentieperceptie, in lijn met, maar mechanisch verfijnder dan, de eerdere resonantietheorie van Helmholtz.

FREQUENTIESELECTIVITEIT EN RESOLUTIE

Hoewel Von Békésy’s bevindingen fundamenteel waren, toonden zijn metingen relatief brede afstemmingscurven.

Dit leidde tot aanvankelijke kritiek: de waargenomen mechanische frequentieselectiviteit leek onvoldoende scherp om de bekende psycho-akoestische frequentieresolutie te verklaren.

Achteraf bleek dit geen zwakte van het model, maar een gevolg van de experimentele omstandigheden.

De preparaten waren niet vitaal, waardoor actieve cochleaire processen ontbraken. Uit de latere ontdekking van buitenste haarcel-elektromobiliteit en de cochleaire versterker bleek dat Von Békésy in feite de passieve, mechanische basis van het slakkenhuis had blootgelegd. Voor de klinische audiologie is dit onderscheid essentieel: beschadiging van buitenste haarcellen verklaart bredere filters, slechtere luidheidsdiscriminatie en verlies van compressieve niet-lineariteit.

VAN MECHANICA NAAR KLINISCHE AUDIOLOGIE

De invloed van Von Békésy’s werk reikt diep in de dagelijkse praktijk van audiciens en audiologen. Enkele concrete toepassingen zijn:

Interpretatie van het toonaudiogram

Het frequentiespecifieke karakter van gehoorverlies wordt begrepen tegen de achtergrond van plaatsafhankelijke schade langs het basilair membraan. Een aflopend hoogfrequent verlies correleert met basale cochleaire degeneratie, vaak door lawaaiblootstelling of presbyacusis.

Ratio van frequentieafhankelijke versterking

Hoortoestellen maken gebruik van multikanaals signaalverwerking die impliciet is gebaseerd op tonotopie. Zonder Von Békésy’s reizende-golfmodel zou deze kanaalstructurering theoretisch slecht te onderbouwen zijn, een Fourier-analyse is niet per definitie iets dat uit de biologie voortkomt.

Spraak-in-ruisproblematiek

Verminderde mechanische frequentieselectiviteit vertaalt zich klinisch in maskeringseffecten en een slechtere spraakverstaanbaarheid bij concurrerend geluid, zelfs bij relatief beperkte drempelverhogingen.

Betekenis voor cochleaire implantatie

Hoewel Von Békésy zelf nooit werkte aan elektrische stimulatie, vormt zijn beschrijving van de tonotopische organisatie een direct uitgangspunt voor de elektrodearrayplaatsing in cochleaire implantaten. De mapping van elektrische kanalen naar frequentiebanden is in wezen een kunstmatige reconstructie van het natuurlijke reizende-golfprincipe.

Ook de discussie rond scala tympani-insertiediepte, place-frequency mismatch en adaptatieprocessen bij CI-gebruikers is conceptueel geworteld in Von Békésy’s mechanische inzichten.

Het is belangrijk te benadrukken dat Von Békésy’s model

geen volledig verklarend raamwerk voor auditieve perceptie vormt. Het beschrijft de mechanische inputfase, niet de complexe neurale codering in de gehoorzenuw en hogere auditieve banen, laat staan binaurale fenomenen. Temporal coding, phase locking (beide zijn mechanismen om complexe, dynamische informatiestromen te analyseren) en centrale plasticiteit lagen ook buiten zijn onderzoeksbereik. Desondanks is zijn werk opmerkelijk robuust gebleken: vrijwel alle latere verfijningen in cochleaire theorie bouwen voort op, in plaats van afbreuk te doen aan, zijn kernobservaties.

WETENSCHAPPELIJKE NALATENSCHAP

Von Békésy’s invloed reikt verder dan specifieke bevindingen. Zijn experimentele houding - het combineren van fysica, biologie en techniek - vormt een blauwdruk voor hedendaags interdisciplinair auditief onderzoek. Hij liet zien dat het oor niet alleen een zintuiglijk orgaan is, maar ook een ingenieus mechanisch filtersysteem. Voor professionals in de hoorzorg betekent dit dat achter elk audiologisch meetresultaat een fysische realiteit schuilgaat, gevormd door materiaaleigenschappen, vloeistofdynamica en micromechanische interacties.

Georg von Békésy legde met zijn onderzoek naar de mechanica van de cochlea de fundamenten van de moderne audiologie. Zijn ontdekking van de reizende golf op het basilair membraan bood een coherente verklaring voor tonotopie en frequentieselectie en vormt tot op heden de theoretische ruggengraat van klinische interpretatie en innovaties in hoortoestellen. Voor audiciens en audiologen is kennis van Von Békésy’s werk geen academische luxe, maar een noodzakelijke verdieping om gehoorverlies, versterking en auditieve perceptie werkelijk te begrijpen: van membraanverplaatsing tot menselijk verstaan.

VOLGENDE KEER:

Wetenschapper Brian C.J. Moore, wiens onderzoek zich richt op psycho-akoestiek, audiologie en de ontwikkeling en beoordeling van hoortoestellen (signaalverwerking en aanpassingsmethoden).

Georg von Békésy

Muziek met al je zintuigen

Sencity Festival laat zien dat muziekbeleving verder gaat dan horen alleen

Wie muziek zegt, denkt al snel aan geluid. Aan toon, ritme, zang, tekst en volume. Maar wat gebeurt er als horen niet vanzelfsprekend is?

Kun je muziek dan nog steeds beleven? Op Sencity Festival in Utrecht is het antwoord duidelijk: ja. Alleen vraagt dat om een andere manier van kijken, luisteren, voelen en ontwerpen.

Op zaterdag 11 april 2026 vond in TivoliVredenburg in Utrecht opnieuw het Sencity Festival plaats. Een festival dat al ruim twintig jaar meedraait en waarin dove, slechthorende en horende bezoekers samenkomen om muziek, kunst, verhalen en ontmoeting te ervaren met meer dan alleen het gehoor. Het thema van deze editie was Moving Perceptions: het loslaten van het vertrouwde, het omarmen van verschillen en beleven van muziek via meerdere zintuigen tegelijk.

Voor Eric Wiggers, 48 jaar, eenzijdig slechthorend en aan de andere kant volledig doof, was het niet zomaar een avondje uit. Hij bezocht het festival samen met een oud-klasgenoot. “Eerst even rondlopen om te kijken wat er allemaal is”, schrijft hij in zijn verslag. “Dan kom je heel veel bekenden tegen en ga je even babbelen of gebaren.”

Dat legt direct al een tweede laag van dit bijzondere festival bloot. Het is niet alleen een plek waar muziek toegankelijk wordt gemaakt, het is ook een ontmoetingsplek. Een plaats waar dove, slechthorende en horende bezoekers elkaar treffen, ervaringen delen en even niet hoeven uit te leggen waarom gewone muziekbeleving niet altijd vanzelfsprekend is.

MEER DAN EEN TOLK NAAST HET PODIUM

Sencity onderscheidt zich doordat toegankelijkheid niet achteraf wordt toegevoegd, maar onderdeel is van de artistieke ervaring. De muziek wordt niet alleen versterkt of vertaald. Ze wordt opnieuw vormgegeven. Tijdens optredens werken artiesten samen met deaf performers, schrijftolken en zintuigregisseurs. Liedteksten kunnen zichtbaar worden gemaakt via gebaren of tekstprojectie. Ritmes worden voelbaar via trillingen. Licht, kleur, geur, smaak en visuals versterken de emotie van de muziek. Zo ontstaat een totaalervaring waarin horen slechts één van de mogelijke ingangen is.

‘NIET ALLEEN COMPENSEREN, MAAR OOK VERTALEN’

Eric beschrijft hoe deaf performers en schrijftolken aanwezig waren om muziek toegankelijk te maken voor mensen met auditieve problemen. “Maar ook dat kleuren en geuren toegevoegd werden om de muziek anders te beleven.” Bij Sencity wordt muziek niet gereduceerd tot geluid, maar verbreed tot beleving. Op het programma stonden onder meer 45ACIDBABIES, De Zweefclub, Primaat, Signmark en Warbuhl. Vooral de aanwezigheid van Signmark gaf deze editie extra betekenis. De Finse dove rapper stond in Utrecht als onderdeel van zijn afscheidstournee. Zijn optredens zijn tweetalig: hij gebruikt gebarentaal op het podium, terwijl een muzikale partner de tekst vocaal brengt. Daarmee is zijn werk niet alleen muzikaal, maar ook visueel en cultureel krachtig. Voor dove bezoekers is dat representatie. Voor horende bezoekers is het een uitnodiging om muziek anders te leren lezen.

DE SOCIALE KANT VAN HOREN

Voor audiciens is Sencity interessant, omdat het festival iets zichtbaar maakt wat in de dagelijkse praktijk soms onderbelicht blijft. Gehoorverlies gaat niet alleen over drempels, decibellen en spraakverstaan. Het gaat ook over meedoen, ergens bij horen, over energie, identiteit, communicatie en sociale veiligheid.

Eric vertelt hoe hij tijdens de avond sprak met mensen, die nog niet veel ervaring hadden in de doven- en slechthorendenwereld. Bijvoorbeeld ouders of bezoekers die pas net met gehoorverlies te maken hebben gekregen. Hij gaf tips, deelde ervaringen en wees mensen op mogelijkheden.

Het festival is geen demonstratie van techniek, maar een oefening in toegankelijkheid. Niet vanuit een folder of protocol, maar vanuit echte ontmoeting. Wie als audicien dagelijks klanten spreekt, heeft dit festival zeker meerwaarde. De audicien krijgt waarschijnlijk regelmatig klantvragen als: kan ik nog naar concerten? Hoe ga ik om met rumoer? Wat vertel ik mijn omgeving? Moet ik altijd vragen om herhaling? Wat doe ik als ik de muziek wel hoor, maar de tekst niet begrijp? En misschien wel het belangrijkste: hoor ik er nog bij? Een hoortoestel kan veel betekenen. Maar het lost niet automatisch alle sociale en emotionele kanten van gehoorverlies op. Muziekbeleving vraagt soms om meer dan versterking. Soms vraagt het om visuele ondersteuning, voelbare ritmes, rustmomenten, duidelijke communicatie of een omgeving die vanaf het begin toegankelijk is ontworpen.

MUZIEK DIE JE VOELT

Waar veel evenementen toegankelijkheid zien als praktische aanpassing, maakt Sencity er een creatief uitgangspunt van. Het festival laat zien dat toegankelijkheid niet beperkend hoeft te zijn. Integendeel: het kan de ervaring voor iedereen rijker maken. Dat geldt zeker voor de manier waarop muziek wordt aangeboden. Voor dove bezoekers kan trilling een ingang zijn. Voor slechthorende bezoekers kan tekstprojectie helpen. Voor horende bezoekers kunnen geur, licht en visuele performance juist een extra laag toevoegen aan wat zij al horen. Zo ontstaat een gedeelde ervaring zonder dat iedereen op dezelfde manier hoeft waar te nemen.

Dat is misschien ook de les voor de hoorzorg. We spreken vaak over compenseren: wat iemand niet hoort, proberen we technisch zo veel mogelijk terug te geven. Maar Sencity laat een andere benadering zien. Niet alleen compenseren, maar ook vertalen. Niet alleen herstellen, maar ook ontwerpen. Niet alleen kijken naar het oor, maar naar de mens in zijn omgeving.

TOT DIEP IN DE NACHT

Na het festivalprogramma in TivoliVredenburg ging de avond voor Eric nog verder. De afterparty Sencity Sense System vond plaats in EKKO, op loopafstand van TivoliVredenburg. Daar draaide de nacht volgens hetzelfde principe: muziek voorbij geluid alleen. Dove, slechthorende en horende dj’s, vj’s, aromajockeys en foodjockeys werkten samen aan een clubervaring waarin muziek, beeld, geur en smaak bij elkaar kwamen. Eric beschrijft hoe bezoekers daar muziek met al hun zintuigen konden ervaren. Hij was rond 03:45 uur terug in het hotel. Moe, maar tevreden. Zijn conclusie is eenvoudig: het was “een hele mooie en gave avond/ nacht”. Op naar de editie van 2027.

WAT AUDICIENS HIERVAN KUNNEN MEENEMEN

Sencity is geen vakbeurs, scholingsdag of technische demonstratie. Toch heeft het festival de audicien iets te vertellen. Het laat zien dat mensen met gehoorverlies niet alleen behoefte hebben aan beter horen, maar ook aan beter kunnen deelnemen. Aan cultuur, muziek, gesprekken, vriendschappen en avonden die niet ophouden vanwege de beperking. Het laat ook zien dat toegankelijkheid niet alleen ontstaat door hulpmiddelen, maar door samenwerking tussen artiesten, tolken, technici, ontwerpers, dove performers en bezoekers zelf. Voor de audicien ligt daar een waardevolle herinnering. In de winkel of spreekkamer begint het vaak bij het audiogram. Dat is logisch en noodzakelijk. Maar het verhaal van de klant stopt daar niet. Achter elk gehoorverlies zit een dagelijks leven waarin iemand wil blijven werken, praten, lachen, luisteren, dansen en meedoen. Sencity maakt dat zichtbaar. Niet door gehoorverlies centraal te zetten, maar door beleving centraal te zetten. Misschien is dat precies waarom zo’n festival relevant is voor een vakblad voor audiciens. Het herinnert ons eraan dat goede hoorzorg uiteindelijk niet alleen gaat over geluid teruggeven, maar over betekenis terugbrengen.

Foto: Alvin van Wijngaarden

Moxi™ S-RX laat cliënten weer

volop meedoen

Geavanceerde spraakhelderheid in veel lawaai dankzij Deep Neural Network (DNN) technology. Moxi S-RX scheidt spraak van lawaai in real time waardoor cliënten beter kunnen verstaan vanuit elke richting.

gehoor geven

Carpe diem!

Thijs Thielemans

Thijs is ondernemend audioloog met een missie om de audiologie in Nederland op klinisch en onderwijsgebied op een hoger niveau te tillen. Hij werkt als klinisch fysicus-audioloog en richtte in 2018 het Hoortoestel Advies Centrum in Eindhoven op. Zijn hart ligt bij de combinatie van techniek en het directe contact met mensen.

Op het moment van het schrijven van deze column is net bekend geworden dat Carmen de Jonge, voorzitter van de NVAB, haar functie om gezondheidsredenen heeft neergelegd. Intriest nieuws, ik wil haar dan ook alle sterkte wensen voor de komende periode. In de afgelopen jaren heb ik steeds vaker te maken gekregen met gezondheidsproblemen bij collegae, oud - collegae, vrienden, naasten, familie en bekenden. Met deze problemen bedoel ik niet een verkoudheidje of griepje, al kan dat natuurlijk ook heel vervelend zijn. Nee, ik bedoel echte heftige ziekten die niet zomaar voorbij gaan en het leven van een persoon en de naasten compleet overhoop kunnen gooien.

Nou is het natuurlijk zo dat de meeste ouders van mensen van mijn generatie inmiddels een respectabele leeftijd hebben bereikt en dat de kans op problemen met de gezondheid bij die leeftijdsgroep groter wordt, maar juist bij de jongere generaties word ik steeds vaker geconfronteerd met heftige diagnoses. Op de site van het Integraal Kanker Centrum Nederland lees ik dat in 2024 bijna 4.200 mensen van 18 t/m 39 jaar hebben te horen dat ze kanker hebben. Vijfendertig jaar geleden ging het nog om zo’n 3.100 mensen. In een recent artikel van National Geographic staat vermeld dat het aantal hartaanvallen onder jonge Amerikanen steeg van 0,3 procent in 2019 naar 0,5 procent in 2023 – een toename van maar liefst 66 procent. In andere leeftijdsgroepen daalde het aantal juist. Mijn indruk blijkt dus ook onderbouwd te worden met cijfers. Oorzaken die genoemd worden voor deze toename zijn overgewicht, roken, alcohol en te weinig bewegen, maar ook het binnenkrijgen van sterk bewerkte en/of verontreinigde voedingsmiddelen zou van invloed kunnen zijn.

Ik denk dat ik zelf een redelijk gezonde levensstijl heb, al ben ik me er ook van bewust dat dat zeker geen garantie geeft voor een immer goede gezondheid. Zonder reden kan het leven er in één moment compleet anders uitzien. Het is ook niet dat ik elke dag alleen maar bezig ben met het goed zijn voor het lichaam. Ik probeer wel zuinig te zijn op mijn gestel. Ik geniet volop van de geneugten des levens; een goed bord eten met wijntje of biertje of een gezellige vakantie met het gezin. Bewust zijn van elk mooi moment en elke ervaring en dat valt zeker niet mee met de snelheid waarmee de dagen, weken en maanden voorbij gaan. Vier het leven op elk moment als kan, pluk de dag zoveel het kan.

Techniek, betere zorg en sterkere klantrelaties

Afgelopen mei vond Starkey AI Access Summit 2026 plaats. Dit evenement gaf de aanwezige audiciens een blik in de toekomst van hoorzorg, waarin artificiële intelligentie, connectiviteit en ondernemerschap een steeds centralere rol spelen.

De deelnemers aan de Starkey AI Access Summit 2026 kwamen VUE Cinema Amsterdam binnen via een speciaal ingerichte VIP-entree. Terwijl op de schermen Starkey-visuals en brandvideo’s draaiden, was er in de foyer volop gelegenheid tot informele gesprekken en ontmoetingen. De intieme bioscoopzaal creëerde een geconcentreerde setting voor de inhoudelijke sessies, terwijl de foyer ruimte bood voor ontmoeting, demonstraties en netwerken. Die dialoog was belangrijk voor Starkey, die het evenement niet voor niets als summit bestempelde.

DE AFTRAP: VISIE EN RICHTING

De officiële opening werd verzorgd door Thorsten Quaas (Vice President European Sales), Jeroen Douw (Managing Director Benelux) en Alina Kalla (Project Manager Events). Zij namen de deelnemers mee in het doel van de summit: inzicht geven in de snel veranderende wereld van hoorzorg en professionals inspireren om kansen te benutten.

Rainer Schäfer (Director European Market Development) bouwde hierop voort met een heldere uiteenzetting van de Starkey-visie. Als familiebedrijf blijft Starkey sterk inzetten op samenwerking met onafhankelijke audiciens, met een lange termijn focus op innovatie en klantwaarde. Schäfer sprak over trends uit de Europese markt, zoals vergrijzing, toenemende aandacht voor gezondheid en de verschuiving naar geïntegreerde technologie-oplossingen. Zijn boodschap was duidelijk: ondernemers die deze trends begrijpen en vertalen naar hun praktijk, creëren duurzaam concurrentievoordeel.

DE MENSELIJKE KANT VAN HOORZORG

De koppeling tussen gehoorverlies en bredere gezondheidsrisico’s, zoals cognitieve achteruitgang, onderstreept het belang van tijdige en kwalitatieve hoorzorg. Op groot scherm volgden de aanwezigen de eerlijke video van dj, presentator, zanger en acteur Eric Corton, hoortoestelgebruiker en Starkey-ambassadeur. Hij verhaalde over zijn persoonlijke ervaring met gehoorverlies en de impact daarvan op zijn dagelijks leven en sociale interacties. Jeroen Douw sloot hierop aan door te benadrukken dat moderne hoorzorg veel verder gaat dan alleen versterking van geluid: het draait om kwaliteit van leven, sociale participatie en gezondheid op de lange termijn.

INZICHT EN INSPIRATIE

TIJDENS DE SUMMIT IN AMSTERDAM

DE GAMECHANGER IN DE PRAKTIJK

Het centrale thema van de summit, AI, kwam uitgebreid aan bod in de sessie van Robbert Dingenouts (Account Manager en Trainer). Hij liet zien hoe AI de werking van hoortoestellen fundamenteel verandert. Moderne hoortoestellen ontwikkelen zich steeds meer tot slimme wearables: van geavanceerde geluidsverwerking tot functies gericht op gezondheid en welzijn, zoals valdetectie en activiteitsmonitoring. Ook TeleHear, waarmee audiciens op afstand instellingen kunnen aanpassen, werd gepresenteerd als een belangrijke stap richting efficiëntere zorg en hogere klanttevredenheid.

PRAKTIJKERVARING EN ONDERNEMERSCHAP

Na de pauze stond ondernemerschap centraal. François Nicolle (audicien en ondernemer) vertelde waarom hij heel bewust met Starkey werkt. Zijn verhaal maakte duidelijk hoe technologische innovatie niet alleen de zorgkwaliteit verbetert, maar ook bijdraagt aan efficiënter werken en groei van de business. Een bijzondere bijdrage was die van CoolCat-ondernemer Ronald Kahn. In een videoboodschap deelde hij zijn ervaringen als Starkey-klant en onderstreepte het belang van samenwerking. Zijn perspectief benadrukte hoe klantbeleving en technologie samenkomen in succesvolle ondernemingen.

CONNECTIVITEIT EN EFFICIËNTIE

Robbert Dingenouts ging vervolgens dieper in op twee praktische thema’s: connectiviteit en fittingsoftware. Tijdens de sessie ‘Connecting with Confidence’ werden veelvoorkomende uitdagingen besproken, zoals koppelingen met smartphones en gebruiksvriendelijkheid voor klanten. Door concrete situaties te bespreken (“Wat

zou jij doen?”) kregen deelnemers direct toepasbare inzichten.

Aansluitend werd Starkey’s Pro Fit software belicht. Hierbij lag de nadruk op efficiëntie en consistentie in het fittingproces. Door gebruik te maken van slimme tools kunnen audiciens sneller werken en tegelijkertijd betere resultaten behalen voor hun klanten.

TECHNOLOGIE EN ONDERNEMERSCHAP

Aan het einde van de middag vatte Jeroen Douw de belangrijkste inzichten samen. De kernboodschap: technologie, en met name AI, biedt enorme kansen –maar het succes ligt in de manier waarop professionals de technologie toepassen in hun dagelijkse praktijk. Deelnemers werden aangemoedigd om:

• Actief gebruik te maken van AI-functionaliteiten

• Connectiviteit te positioneren als onderdeel van de totale klantervaring

• Remote care te omarmen als aanvulling op fysieke zorg

• Te blijven investeren in kennis en ontwikkeling

EEN GESLAAGDE EN INSPIRERENDE DAG

De Starkey AI Access Summit in Amsterdam onderstreept dat de toekomst van hoorzorg volop in beweging is. AI, connectiviteit en ondernemerschap vormen samen de bouwstenen voor die toekomst.

Voor audiciens ligt er een duidelijke kans: niet alleen inspelen op technologische ontwikkelingen, maar deze ook vertalen naar betere zorg en een sterkere relatie met de klant. Met deze summit wilde Starkey laten zien dat innovatie en menselijkheid hand in hand gaan en dat juist daar de echte impact ontstaat.

Afscheid van de branche

Voorzitter van de NVAB, Carmen de Jonge, heeft per direct haar taken als voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Audicienbedrijven (NVAB), de branchevereniging voor audiciensbedrijven, neer moeten leggen wegens gezondheidsredenen. Carmen: “Ik kijk terug op een mooie werkzame tijd. We bespraken dilemma’s, spraken vertrouwen naar elkaar uit en wisten, al puzzelend, samen nieuwe perspectieven te vinden. Altijd sterk op de inhoud, maar met evenveel oog voor de mens. Zo heb ik eigenlijk altijd willen werken: bruggen slaan tussen stakeholders. Elkaar helpen begrijpen op standpunten, die op het eerste gezicht ver uit elkaar lijken te liggen, maar in essentie over hetzelfde gaan: het juiste willen doen. Dat vraagt de bereidheid om naar elkaar te luisteren. Daarvoor is tijd, rust en aandacht nodig. Die had ik en die kon ik inbrengen. Hoe ik vind dat de hoorzorg verder moet, is volgens mij wel bekend. Creëer juist ook hier die ruimte en rust voor elkaar. En sluit een convenant.” De redactie van De Audiciens wenst Carmen en haar familie heel veel sterkte toe. Haar functie bij de NVAB wordt voorlopig overgenomen door Wilrik van ’t Noordende.

Nieuw: EarwaxShop

oorsprays

Alsoka Medical introduceert een nieuwe lijn oorsprays voor professioneel cerumenbeheer onder het merk EarwaxShop by Dr. Jan Rombout. Hiermee kan op een veilige, efficiënte en patiëntvriendelijke manier oorsmeer met microsuctie verwijderd en behandeld worden. De nieuwe oorsprays zijn een antwoord op de vraag van de audiciens, die de afgelopen jaren de opleiding ‘Droge Gehoorgangreinging voor de audicien’ hebben gevolgd. Het assortiment bestaat uit twee oorsprays: een op olie gebaseerde spray om het oorsmeer te verweken en een op soda en glycerine gebaseerde spray om hard aangekoekt oorsmeer op te lossen.

Onderzoek communicatie en slechthorendheid

Wat zijn de communicatie-ervaringen van mensen met gehoorverlies in het dagelijks leven? Promovenda Anna Palmann (SignLab Amsterdam) vroeg ruim driehonderd Nederlanders naar hun uitdagingen en strategieën in dagelijkse communicatie. Wat gaat al goed en waar is nog verbetering nodig? Met de vragenlijst wilde Palmann het communicatiegedrag van slechthorende mensen in omgevingsgeluid analyseren, met name het gebruik van gebaren,

gezichtsuitdrukkingen en andere vormen van non-verbale communicatie. Palmann: “Opvallend vond ik dat slechthorende mensen vanwege hun gehoorverlies veel minder deelnemen aan de samenleving dan zij zouden willen. Zij zien hun hoortoestellen niet als een volledige oplossingsommigen hoopten dat hun gehoor weer hetzelfde zou worden als voorheen - en zijn nog steeds op zoek naar andere oplossingen en strategieën.”

Carmen de Jonge

TIP: ALTERNATIEF

VOOR KLANT ZONDER AURACAST

Wat doe je als je geconfronteerd wordt met een teleurgestelde klant, omdat zijn pas aangeschafte hoortoestellen geen Auracast-ontvangstmogelijkheid blijken te hebben, terwijl zijn favoriete concertzaal zojuist dit systeem heeft geïnstalleerd? Wijs je op de mogelijkheid van het gebruik van de losse Auracastontvanger met halslus, die door de concertzaal wordt uitgeleend en met de T-coil van de hoortoestellen wordt gekoppeld? Hiermee is de geluidskwaliteit vergelijkbaar met een ringleiding. Een andere mogelijkheid is om de klant een klein Auracastontvangertje te adviseren, wat gebruikt kan worden met inductieve oorhaakjes in plaats van een halslus, zodat de ruimtelijke stereokwaliteit van Auracast gehoord wordt. De kosten: circa €65 voor de ontvanger en €30 voor de oorhaakjes.

Geslaagd!

Op maandag 1 juni werd de Sonova diploma-uitreiking gevierd op het Da Vinci College. Van links naar rechts: Alicia Rinsma, Babette van Oijen, Jesse Hollanders, Ilse Loeffen, Marit Smit en Rick Kattenberg. Niet aanwezig op de uitreiking, maar wel geslaagd zijn Gerard van der Lans, Hugo van Sark en Annette Silvester. Wij verwelkomen deze nieuwe audiciens in onze branche.

Designwaardige hoortoestellen

Phonak Virto R Infinio won de Red Dot Award voor productontwerp 2026. Deze prijs is een erkend keurmerk voor producten die uitblinken in design, waaronder op functionaliteit, gebruiksgemak, verantwoordelijkheid en esthetische kwaliteit. De Virto R Infinio werd geroemd om zijn diepgaande personalisatiemogelijkheden: elk apparaat is afgestemd op de unieke contouren en akoestische eigenschappen van het oor van de drager. De prijzenkast van Virto R Infinio is inmiddels al aardig vol: sinds de introductie in augustus 2025 won de in-het-oor hooroplossing al meer dan vijf brancheprijzen, waaronder de Artificial Intelligence Excellence Award 2026 voor de inzet van AI voor spraakhelderheid en reductie van achtergrondgeluid. Ook de Oticon Zeal sleepte de Red Dot Design Award in de wacht. De Oticon Zeal is ontworpen als ’s werelds meest discrete, complete hoortoestel, zonder concessies tussen formaat, prestaties en functionaliteit. Gefeliciteerd!

Links Phonak, rechts Oticon

Voor de kleinste oren:

Oticon Play SI

Het gehoor speelt een cruciale rol in de ontwikkeling van de hersenen. Daarom introduceert Oticon de Play SI: de enige pediatrische hoortoestelfamilie met de tweede generatie AI-gestuurde geluidsverwerking en gebruikersintentiesensoren. Oticon Play SI is een veelzijdig hoortoestel dat past bij de actieve levensstijl van kinderen van alle leeftijden. Het is verkrijgbaar in een miniRITE of een miniBTE R met twee aanpasniveaus. Beide hebben oplaadbare batterijen, zijn bestand tegen manipulatie, water- en stofbestendigheid en gemaakt van allergeenvrije materialen. Play SI wordt geleverd met een volledig pakket connectiviteit, waaronder Bluetooth LE Audio-technologie, Auracast-technologie en Google’s Fast Pair. Het Next-gen AI (DNN 2.0) zorgt voor verbeterde helderheid, natuurlijker geluid en geavanceerde lawaaionderdrukking. Verkrijgbaar in twaalf kleuropties, plus zeven gekleurde toonbochtopties en leuke stickers voor de miniBTE R stijl. Vanaf ZNcat. 5 (Play SI 2).

StAr-roulatie

Het bestuur van Stichting Audicienregister (StAr) is gewijzigd. Wilrik van ’t Noordende neemt het vicevoorzitterschap over. Zijn voorganger, Dennis de Loo, blijft actief als bestuurslid. Van ’t Noordende is sinds 2024 bestuurslid namens de NVAB en was eerder al voorzitter van AuDidakt. Mark Laureyns gaat met pensioen en neemt afscheid van de StAr. Hij wordt opgevolgd door Patricia de Jong, Head of Contracting and Regulatory bij Amplifon. Guido Dees treedt terug als bestuurslid en heeft zijn functie als voorzitter van de Normeringscommissie neergelegd. Het voorzitterschap blijft in handen van Guido van Woerkom.

Brancherapport FENAC

Goed nieuws: patiënten waarderen de zorg in audiologische centra met een gemiddeld rapportcijfer van 8,7. Dat blijkt uit het eerste brancherapport van FENAC met cijfers van de perifere audiologische zorg van 2020–2025. Het rapport werd afgelopen mei gepresenteerd en geeft een landelijk beeld van ontwikkelingen in zorgvraag, capaciteit en kosten. Het biedt aanknopingspunten voor beleid en samenwerking met stakeholders en alle partners in de sector.

Cijfers 2020 2024

Aantal patiënten in perifere audiologische centra: 54.000 68.500

Aantal zorgtrajecten: 71.500 90.900 De totale zorgkosten: € 40,1 miljoen €67,8 miljoen MEER WETEN? SCAN DE QR-CODE. MEER WETEN?

Tip van de redactie:

Film: Tuner

Een thriller over de talentvolle pianostemmer

Niki met hyperacusis, die door een samenloop van omstandigheden kluizenkraker wordt. Je beleeft de film door de ‘oren’ van iemand met hyperacusis.

Podcast: Vroege gehoorscreening is geen kinderspel

(Met Hertz en Ziel)

Hoe wordt het gehoor van kinderen in Vlaanderen en Nederland getest vanaf de geboorte? Waar liggen de verschillen in de aanpak en wat kunnen we van elkaar leren?

Boek: Ben je doof, of zo!? Muziektolk en influencer Robin Frings is bruggenbouwer tussen de doven- en horende wereld. Zijn openhartige boek gaat over zijn eerste jaar op de middelbare school als dove brugpieper. Vanaf 12 jaar, maar interessant voor iedereen.

Derde ronde: ‘Jij HOORT in het theater!’

Pianist en ensemble-leider Toon Lips heeft een missie: het theater toegankelijk houden voor iedereen, óók voor mensen met een gehoorbeperking. Die heeft hij namelijk zelf ook. Hij draagt niet alleen een gehoorapparaat, maar heeft sinds een aantal jaar ook een CI. Zonder hulpmiddelen hoor hij vrijwel niets, mét kan hij musiceren, optreden en dirigeren. Dat bracht hem ertoe om twee jaar geleden voor het eerst het concert ‘Jij HOORT in het theater!’ te organiseren. Samen met pianiste Joke Veltman (Stichting Musi-CI) en harpist Martine Dubois hoopt Toon zondag 11 oktober om 14.30 uur hun derde concert in de monumentale St. Aegtenkapel in Amersfoort te geven. Nieuw is Audiodesk waar slechthorenden terecht kunnen voor begeleiding bij het gebruik van hoorondersteuning. Verantwoordelijk voor het concert is stichting Onbeperkt horen. Donaties kan de stichting goed gebruiken. Wil je meer weten, wil je doneren of bijvoorbeeld vrijkaarten voor het concert weggeven aan jouw klanten, kijk dan op de website. MEER WETEN?

Cursussen, trainingen en belangrijke data voor audiciens in de komende maanden

22 juli

SummerSchool

Tinnitus

Earhelp

25 en 27 augustus

Het finetunen van hoortoestellen (online)

Audicate

29 augustus

Masterclass:

Audiologie & Innovatie

Oticon

7 september

Toegankelijkheid en wek- en waarschuwing (o.a. Auracast)

Hoorexpert

14 september

Live Surgery

Symposium

Auditorium

Radboudumc

Nijmegen

Earhelp & Hoornet

14 september

Gehoorbescherming en oorstukjes

deel I: Maatwerk

gehoorverbetering

Pluggerz

14 september

Gehoorbescherming en oorstukjes

deel II:

Gehoorbescherming

Pluggerz

14 september

Bewerken van oorstukjes

Pluggerz

15 september

COSI in de praktijk: van vragenlijst naar dialoog (online)

Audicate

17 september

Otoscopie - een praktische handreiking: met KNO-arts Jurgen te Rijdt live

Audicate

17 september

Webinar Earhelp

Earhelp Academy

21 september

CI-training voor audiciens

Advanced Bionics en Sonova

22 september

Opfristraining audiometrie live

Audicate

25 september

Opfrismodule triage audiometrie

DHTA

28 september

COSI in de praktijk: van vragenlijst naar dialoog (live)

Audicate

28 september

Communicatie en gebaren met de slechthorende cliënt in samenwerking met Veldman en Wouters (live)

Audicate

1 oktober

Kwaliteit in dossiervorming live

Audicate

5 oktober

Clinical Conference 2026

Specsavers

8 oktober

Verantwoord afdrukken maken

Pluggerz

14 - 16 oktober

#EUHA2026

Internationale Audiciensbeurs

EUHA

5 t/m 11 oktober

Week van de Toegankelijkheid

Ieder(in)

26 oktober

Herhaling afdrukken maken

Pluggerz

30 oktober

Afdruk maken van het gezonde volwassen oor (2,5 dag)

DHTA

3 november

Geef Gehoor aan ACT! met Klinisch Fysicus Audioloog

Dyon Scheijen (online)

Audicate

De Audiciens is het vaktijdschrift voor audiciens en anderen die werkzaam zijn in de hoorbranche en verschijnt vier keer per jaar.

De volgende editie valt op 29 oktober op je mat. Hierin tref je onder andere een uitgebreid verslag van de EUHA en bijscholing over otoscopie.

VERHUISD?

Geef het ons door via deaudiciens@audined.com

Leden van AudiNed die hun vakblad niet hebben ontvangen, kunnen dit doorgeven op deaudiciens@audined. com. Vermeld in je mail duidelijk je naam en telefoonnummer.

COLOFON

VAKBLAD DE AUDICIENS is een uitgave van AudiNed Oplage: 1200 stuks ISSN 2773 – 0468

REDACTIE

Maarten Dijkstra Thomas Ophof Etienne van Kempen  Suzanne Bodegraven Romina Cecchini

ADVERTENTIES deaudiciens@audined.com

OPMAAK/VORMGEVING/DRUK

De Ideeënfabriek van Pieters www.ideeenfabriek.com

CONTACT

AudiNed: info@audined.com Redactie: deaudiciens@audined.com of +31 627 388 241

ARCHIEF

uitgaven 2007 - 2013: www.deaudiciens.nl uitgaven 2014 - heden: www.audined.com/publicaties/deaudiciens uitgaven 2007 - heden: Depot Kon. Bibliotheek Den Haag ISSN 2773-0468

Audiciens kunnen accreditatiepunten verdienen met een vakinhoudelijk artikel in ‘De Audiciens’. Dit is ter beoordeling van de accreditatiecommissie Audicienregister. De redactie en AudiNed kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor de inhoud van ingezonden stukken.

ONGEZIEN WONDER

Het eerste hoortoestel dat alles heeft ongezien

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook