Skip to main content

Audiciens april 2026

Page 1


Vakblad voor audiciens

Jaargang 20 • nr. 2 • april 2026

LANDSGRENZEN

Wat zeggen die over het hoorlandschap?

PSYCHOSOCIALE WETENSCHAP De gevolgen van slechthorendheid

SAMENWERKEN NOODZAAK Raakvlakken werk, gehoor en techniek

Acht decennia van ‘The Sound Experience’ Bernafon: “Al acht decennia bundelen we onze krachten met audiciens om mensen te helpen opnieuw contact te maken met de geluiden van hun leven. We vieren ons 80-jarig jubileum daarom met een eerbetoon aan geluidservaringen, want geluid is niet alleen boeiend, het is essentieel voor de herinneringen en momenten die ons leven vormgeven.”

5 AudiNed nieuws

6 De psychosociale gevolgen slechthorendheid Voor een beter begrip.

9 Column NVAB Over de nieuwe NOAH veldnorm.

10 Nederland - Vlaanderen Hoe belangrijk is de grens voor de hoorzorg?

15 Column Hoormij·NVVS Over erbij blijven horen.

16 Mini-symposium Werk Gehoor Techniek Wat kost het om aangesloten te blijven?

23 ’t Dagboek van Geeske  Puzzelen om te horen.

24 VIP-introductie Oticon Zeal We reisden af naar Denemarken.

28 Interview bedenker Tinzo De tinnitus-app van ervaringsdeskundige Koen.

32 WSA-event Voor elke smaak een aanbod.

34 Onderzoek slechthorende kinderen Hoe staat het met hun psychisch welzijn?

36 Column Hans Mülder Over een blinde vlek.

38 De nieuwe NOAH-veldnorm Donné Pans licht de nieuwe veldnorm toe.

40 Opinie Geen angst voor stilte.

41 EUHA webinar dementie Hoe ga je om met deze doelgroep?

42 Audiologie marathon Van klantbeleving tot commercie.

45 Column Thijs Thielemans Samenwerken voor de persoon met zorgvraag.

46 Regressie naar het gemiddelde Wat betekent dat op de werkvloer?

49 Column Monique Joostema Over luisteren tot het zichtbaar wordt.

50 CI bij eenzijdige doofheid, ja of nee? Wat zeggen de onderzoeksuitslagen?

52 Webinar cholesteatoom Wat de audicien hierover moet weten.

54 De komst van Auracast Hoe staat het ervoor aan de zender-kant?

58 Kort nieuws

61 Ingezonden brief Jokelien Vles schetst haar familie.

62 Agenda

63 Volgende keer & colofon

Schuren

Goede hoorzorg leveren is voor ons audiciens vanzelfsprekend. Tot je moet kiezen wat je wel en wat je niet doet. In deze editie wordt duidelijk hoe breed het vak eigenlijk is. We lezen over de psychosociale gevolgen van slechthorendheid, over werk en belastbaarheid, over kinderen die we nog niet altijd goed in beeld hebben en over de manier waarop systemen en landsgrenzen bepalen hoe zorg wordt ingericht. Steeds opnieuw schuift het perspectief op: van horen naar functioneren, van hoortoestel naar de mens die het draagt.

Dat schuurt vaak met hoe we zorg organiseren. Want hoewel we weten dat gehoorverlies veel verder reikt dan het audiogram; het raakt energie, communicatie, werk en sociale deelname, is het systeem nog sterk ingericht rondom technische compensatie en arbitraire audiometrische grenzen voor vergoeding (en alleen vergoeding voor hoortoestellen).

De vraag ‘wat is goede hoorzorg’ is ook een economische en politieke vraag. Hoe ver reikt onze maatschappelijke verantwoordelijkheid? Wat vinden we noodzakelijk? En misschien nog belangrijker: wat zijn we bereid daarin te organiseren en te betalen? Het verbetersignalement Passende Hoorzorg heeft hierop ook geen antwoord.

In die afweging speelt steeds vaker de QALY (Quality-Adjusted Life Year) een rol, als maat om kosten en gezondheidswinst tegen elkaar af te wegen. In deze editie zien we dat terug in de discussie rond cochleaire implantatie bij eenzijdige doofheid. Dit helpt om beleid te onderbouwen en bepaalt welke zorg als ‘doelmatig’ wordt gezien en welke niet.

Het wringt ook op een ander niveau, dichter bij de praktijk. We weten dat goede hoorzorg meer vraagt dan het leveren van een toestel: onderzoek, uitleg, begeleiding, counseling, het samen verkennen van wat iemand nodig heeft om te blijven meedoen. Maar precies dat deel is in de huidige bekostiging nauwelijks zichtbaar. De vergoeding zit in de verstrekking van het hulpmiddel en niet in de tijd en aandacht die nodig zijn om als audicien het verschil te maken. En daar ontstaat een spanning die we niet kunnen negeren. We vragen om bredere, persoonsgerichte zorg, maar organiseren en vergoeden die nog beperkt. Wat voor de cliënt essentieel is, valt niet altijd samen met wat het systeem ondersteunt. Want passende zorg gaat niet alleen over beter doen wat we al deden. Het vraagt ook om keuzes. Soms om minder, bijvoorbeeld niet dat high-end nieuwste-van-het-nieuwste hoortoestel. Soms juist om meer, bijvoorbeeld in begeleiding en tijd. En dat past niet altijd als vanzelf binnen de huidige structuren. Dit is geen comfortabele discussie, wel een noodzakelijke.

Bestuurslid AudiNed deaudiciens@audined.com

Betrek iedereen bij het gesprek

Signia IX - Hooroplossingen voor iedereen

Of je nu een discreet toestel zoekt, krachtige prestaties nodig hebt, of een model dat perfect past bij de levensstijl van jouw klanten –we hebben altijd een geschikt IX model. Signia IX is meer dan een hoortoestel. Het is de sleutel tot sociale verbondenheid, zelfvertrouwen en het plezier van écht meedoen. gehoor geven

the difference is clear

Widex Allure beschikt over Precision Hearing Technology, een combinatie van nieuwe en verbeterde functies die kristalheldere spraak in balans brengen met het omgevingsgeluid. Allure biedt gebruikers een hoorervaring die authentiek aanvoelt en hen nauw verbindt met de wereld om hen heen. Leverbaar als RIC, BTE en ITE.

Bijpraten met het Zorginstituut

Op 26 maart nam AudiNed als een van de stakeholders deel tijdens de evaluatie van het project ‘Onderweg naar passende hoorzorg’ van het Zorginstituut. Alle stakeholders waren uitgenodigd om de voortgang van het project en de resultaten te bespreken. Het was een interactief programma, waarbij drie stakeholders kort vertelden wat het verbetersignalement voor cliënt, audicien en samenwerking in de hoorzorg zal gaan betekenen.

Er kwam duidelijk uit naar voren dat het veel zal betekenen voor patiëntenstromen binnen de hoorzorg, waarbij meer verwacht wordt van de audicien. De belangrijkste veranderingen zijn de nieuwe NOAHveldnorm, het nieuwe hoorprotocol en de grotere nadruk op psychosociale triage. Het doet meer recht

Droge gehoorgangreiniging bij audiciens

Tijdens de laatste vergadering van de Raad van Advies is er gesproken over de droge gehoorgangreiniging, een relatief nieuwe service die door zo’n zeventig audiciens wordt aangeboden. Voor audiciens die hun dienstverlening willen uitbreiden, kan dit een waardevolle aanvulling zijn op het huidige aanbod. De keuze om dit wel of niet aan te bieden zal vooral afhangen van de visie en werkwijze van de individuele audicien.

Hoorzorgbeurs 2026

De voorbereidingen voor de Hoorzorgbeurs zijn inmiddels in volle gang. Wendy van Genechten: “Met veel enthousiasme werken we achter de schermen aan een inspirerend en inhoudelijk sterk programma. Op dit moment voeren we gesprekken met diverse sprekers, die ieder vanuit hun eigen expertise een waardevolle bijdrage zullen leveren aan deze dag. Dit jaar strijken we neer in de Midden Nederland Hallen in Barneveld, met ruimte voor zowel het congres als een uitgebreide beursvloer. We kijken ernaar uit naar een dag vol kennisdeling, innovatie en ontmoeting.”

aan de professionaliteit van de audicien, met meer handelingsruimte en verantwoordelijkheid. Dit maakt het vak aantrekkelijker, maar ook uitdagender: de grotere rol van de audicien vraagt om investering in scholing en training.

De beweging van hoortoestelverstrekker - betaald voor het leveren van een toestel - naar hoorzorgprofessional binnen een keten met duidelijk afgebakende taken, brengt werkzaamheden met zich mee die voorheen bij huisarts, kno of AC lagen. Daar worden deze taken vergoed, dus hoort er - nu de taak bij de audicien komt te liggen - ook een passende bekostiging bij. Omdat ook beleidsmedewerkers van VWS aanwezig waren, mag worden aangenomen dat dit signaal is gehoord.

AudiNed en het project Zinnige Zorg

Het langlopende project Zinnige Zorg met de daarbij behorende publicatie ‘Verbetersignalement perceptieve slechthorendheid bij volwassenen’ is in de laatste fase beland. Veel onderdelen zijn afgerond of bijna afgerond. De onderdelen waaraan AudiNed, samen met vertegenwoordigers van de audicienbedrijven, heeft gewerkt, zijn afgerond. Het resultaat hiervan is dat de slechthorende makkelijker (online) informatie kan vinden over welke hoortoestellen er zijn, wat ze kunnen en waar je daarvoor terecht kan. Wat nog in de startblokken staat, is de informatievoorziening van de audicien naar de huisarts. Het is de bedoeling dat er afspraken gemaakt worden met het NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap) over welke informatie op welke manier door de audicien naar de huisarts zou kunnen worden verstuurd. Er wordt gewacht met verdere uitwerking van dit onderwerp totdat de nieuwe ‘NHG-standaard slechthorendheid’ gereed is. Dan wordt ook dit onderwerp opgepakt.

Psychosociale gevolgen van slechthorendheid

Tijdens de laatste NVA-dag hield prof. dr. Sophia E. Kramer een presentatie over de psychosociale impact van slechthorendheid. Haar conclusie: kennis hiervan is essentieel om het functioneren van mensen met gehoorverlies goed te begrijpen.

Het verhaal van prof. dr. Sophia Kramer begon bij de basis: het model van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). In dit model wordt gezondheid niet uitsluitend gezien als de afwezigheid van een aandoening, maar als een samenspel van verschillende perspectieven. Wanneer we een gezondheidstoestand in kaart brengen, volstaat het daarom niet om alleen een diagnose te stellen. Bij gehoorverlies betekent dit dat het medische perspectief, het vaststellen van het gehoorverlies zelf, slechts een deel van het verhaal vertelt. Minstens zo belangrijk is het individuele perspectief: wat kan iemand in het dagelijks leven nog wel en wat niet meer? Uiteindelijk gaat het ook om het maatschappelijke perspectief. In hoeverre kan iemand deelnemen aan werk, sociale contacten en andere activiteiten? Daarnaast spelen persoonlijke omstandigheden en omgevingsfactoren een rol. Die kunnen het functioneren ondersteunen, maar soms ook belemmeren. Wanneer we dit model toepassen op het gehoor, wordt duidelijk dat het niet voldoende is om alleen te kijken naar detectie, lokalisatie of spraakverstaan. De echte vraag is wat er gebeurt wanneer die functies verminderen? Welke gevolgen heeft dat voor het dagelijks functioneren en voor deelname aan de maatschappij?

DE ZIEKTELAST VAN GEHOORVERLIES

Om dat bredere perspectief te illustreren, verwees Kramer naar onderzoek van de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA) waarin gehoorverlies werd vergeleken met andere chronische aandoeningen. In deze Nederlandse studie onder meer dan duizend ouderen bleek dat slechthorendheid een sterke relatie heeft met psychosociale problemen. In sommige gevallen was die invloed zelfs groter dan bij andere chronische aandoeningen. Ook internationale cijfers laten zien hoe groot de impact van gehoorverlies kan zijn. In de Global Burden of Disease-studie, waarin wereldwijd honderden aandoeningen worden gerangschikt op ziektelast, staat de categorie gehoor- en visusproblemen opvallend hoog. Vooral bij mensen boven de zeventig jaar schuift deze categorie sterk naar boven. Dat heeft niet alleen te maken met de hoge prevalentie van gehoorverlies

Neuropsycholoog Sophia E. Kramer is werkzaam aan het UMC Amsterdam.

in deze leeftijdsgroep, maar ook met het feit dat het meestal niet te genezen is. Mensen moeten er vaak jarenlang mee leren leven.

DE NEDERLANDSE LONGITUDINALE STUDIE NAAR HOREN Een belangrijk deel van de presentatie ging over de Nederlandse longitudinale studie naar horen. Twintig jaar geleden was er nog veel onduidelijkheid over de psychosociale gevolgen van gehoorverlies tot 70 jaar. Daarom is in 2006 de Nationale Longitudinale Studie naar Horen (NL-SH) gestart, beter bekend als het Hooronderzoek. Veel eerdere onderzoeken richtten zich namelijk vooral op ouderen. De NL-SH is een internetgebaseerde cohortstudie waaraan zowel goedhorenden als slechthorenden deelnemen. Deelnemers zijn tussen de 18 en 70 jaar oud en worden elke vijf jaar opnieuw gemeten. Centraal in de studie staat de Nationale Hoortest, een adaptieve spraak-inruis test. Naast deze test vullen deelnemers uitgebreide vragenlijsten in, onder meer over psychosociale gezondheid, werk, leefstijl en persoonlijke kenmerken. Inmiddels telt het cohort ongeveer drieduizend deelnemers uit heel Nederland. De dataset bevat

DIE
‘GEHOORVERLIES IS GEEN AANDOENING

MENSEN ACUUT IN HET ZIEKENHUIS BRENGT,

MAAR EEN PROCES DAT LANGZAAM VOORTSCHRIJDT’

daardoor een grote hoeveelheid informatie over hoe gehoorverlies zich ontwikkelt en welke gevolgen het heeft in het dagelijks leven.

GEHOORVERLIES EN PSYCHOSOCIALE GEZONDHEID

Een van de eerste onderzoeksvragen binnen deze studie was of gehoorverlies samenhangt met psychosociale gezondheid bij volwassenen. Uit de analyses bleek dat dit inderdaad het geval is. Voor een groot aantal psychosociale factoren werd een significant verband gevonden. De effecten per individu zijn meestal klein. Dat past bij het karakter van gehoorverlies: het is geen aandoening die mensen acuut in het ziekenhuis brengt, maar een proces dat langzaam voortschrijdt. Tegelijkertijd bleek dat deze kleine effecten op veel verschillende aspecten van het functioneren zichtbaar zijn. Opvallend was bovendien dat de impact van slechthorendheid niet in elke leeftijdsgroep hetzelfde is. In de studie werd een duidelijk leeftijdseffect gevonden. De psychosociale gevolgen lijken vooral zichtbaar in de middengroepen van het leven, grofweg tussen de veertig en zestig jaar. Volgens Kramer zijn daar verschillende verklaringen voor. Mensen in deze fase van hun leven zitten vaak midden in hun carrière en hebben een druk sociaal en gezinsleven. Tegelijkertijd zijn er relatief weinig leeftijdsgenoten met hetzelfde probleem, waardoor het lastiger kan zijn om ervaringen te delen. Gehoorverlies kan in zo’n context net de factor zijn die extra druk veroorzaakt.

Interessant genoeg bleek niet zozeer de snelheid van gehoorachteruitgang bepalend voor psychosociale problemen. Belangrijker lijkt het moment waarop iemand een bepaalde drempel overschrijdt: het punt waarop het gehoor van “voldoende” naar “onvoldoende” verschuift.

VERMOEIDHEID ALS SLEUTELMECHANISME

Een ander belangrijk onderdeel van het onderzoek is vermoeidheid. Kramer beschreef hoe luisterinspanning kan leiden tot een keten van effecten. Wanneer luisteren moeilijker wordt, moet iemand zich meer concentreren. Die extra inspanning kost energie, wat stress kan veroorzaken en uiteindelijk tot vermoeidheid leidt. Wanneer vermoeidheid toeneemt, kan dat er weer toe leiden dat mensen drukke situaties gaan vermijden. Op die manier kan sociale terugtrekking ontstaan. Binnen de studie wordt vermoeidheid gemeten met de zogenaamde herstelbehoefte, een maat die ook in de bedrijfsgeneeskunde wordt gebruikt. Deze maat geeft aan in hoeverre iemand na een dag inspanning voldoende kan herstellen. De analyses lieten een duidelijk verband zien tussen gehoorverlies en herstelbehoefte. Naarmate het gehoor slechter werd, nam ook de vermoeidheid toe. Dit effect werd niet alleen gevonden wanneer verschillende mensen met elkaar werden vergeleken, maar ook binnen dezelfde personen over tijd. Dat maakt het verband bijzonder robuust.

HELPEN HOORTOESTELLEN VOLDOENDE?

Een logische vervolgvraag is of hoortoestellen deze psychosociale effecten kunnen verminderen. Volgens Kramer is het wetenschappelijke bewijs daarvoor minder eenduidig dan vaak wordt aangenomen. Sommige studies laten positieve effecten zien, bijvoorbeeld op eenzaamheid of depressie. Andere studies vinden nauwelijks veranderingen. Zelfs in grote studies (zoals bijvoorbeeld de ACHIEVE-studie) blijft het beeld gemengd. Dat betekent niet dat hoortoestellen geen waarde hebben, maar wel dat ze mogelijk niet alle psychosociale gevolgen van gehoorverlies oplossen.

Steeds meer onderzoek wijst daarom op het belang van coping: de manier waarop mensen omgaan met gehoorverlies. Acceptatie speelt daarin een belangrijke rol, net als het toepassen van communicatiestrategieën en het open kunnen spreken over beperkingen. Binnen de NL-SH studie blijkt dat mensen met een betere coping ook een betere psychosociale gezondheid rapporteren. Er zijn zelfs aanwijzingen dat verbeterde coping samenhangt met minder vermoeidheid. Tegelijkertijd is er volgens Kramer nog relatief weinig onderzoek naar deze factor.

HOORTOESTELGEBRUIKERS EN CI-GEBRUIKERS

In een recente studie werd gekeken naar werkparticipatie en welzijn op het werk bij drie groepen: CI-gebruikers, hoortoestelgebruikers en goedhorenden. De verwachting was dat CI-gebruikers, die vaak een ernstiger gehoorverlies hebben gehad, ook slechter zouden scoren op werkgerelateerde uitkomsten. Tot verrassing van de onderzoekers bleek dat niet het geval. Op veel variabelen scoorden CI-gebruikers even goed of zelfs beter dan hoortoestelgebruikers. Dat gold onder meer voor herstelbehoefte en coping. Een mogelijke verklaring is dat CI-gebruikers tijdens hun revalidatie intensiever leren omgaan met hun gehoorverlies. Ze krijgen vaker begeleiding en leren strategieën om met hun beperkingen om te gaan. Volgens Kramer kan dat een belangrijke les zijn voor de begeleiding van mensen met hoortoestellen.

VERDER DAN HET AUDIOGRAM

De belangrijkste boodschap van de presentatie was dat gehoorverlies verder reikt dan alleen het audiogram. Het heeft aantoonbare gevolgen voor psychosociale gezondheid, vermoeidheid en participatie in het dagelijks leven. Hoortoestellen spelen een belangrijke rol, maar lijken niet altijd voldoende om deze bredere gevolgen op te vangen. Coping en psychosociale begeleiding kunnen daarom een cruciale aanvulling zijn in de zorg

‘HOORTOESTELLEN

LOSSEN

NIET ALLE PSYCHOSOCIALE

GEVOLGEN VAN GEHOORVERLIES OP’

voor mensen met gehoorverlies. Deze ondersteuning wordt geboden door de maatschappelijk werker van het audiologisch centrum.

In de discussie na afloop kwam onder meer de rol van hoorcoaches ter sprake. Kramer gaf aan dat hoorcoaches mogelijk een waardevolle aanvulling kunnen zijn op de bestaande zorg, omdat psychosociale begeleiding tijd kost en niet altijd binnen een regulier consult past. Tegelijkertijd benadrukte ze dat er nog weinig onderzoek is naar de effecten van deze begeleiding. Ook werd gevraagd of generatieverschillen een rol kunnen spelen. Door veranderingen in communicatie, bijvoorbeeld via online platforms en tekstberichten, zou de impact van gehoorverlies bij jongere generaties anders kunnen zijn. Kramer gaf aan dat dit een interessante hypothese is, maar dat het nog niet systematisch onderzocht is.

Tot slot kwam de vraag aan bod hoe patiënten geholpen kunnen worden bij het accepteren van gehoorverlies. Volgens Kramer is acceptatie een belangrijke eerste stap in het omgaan met slechthorendheid. Vragenlijsten en gesprekken waarin mensen worden geconfronteerd met hun functioneren kunnen daarbij helpen. Veel patiënten realiseren zich pas tijdens zo’n gesprek hoeveel invloed hun gehoorverlies op hun dagelijks leven heeft.

Van hoortoestelverstrekking naar hoorhulpmiddelenzorg

De hoorzorg staat om diverse redenen onder druk. Allereerst omdat het aantal mensen met hoorproblemen sterk toeneemt: jaarlijks met zo’n 30.000 personen (SiRM-rapport). Dat zullen we met alle kno-artsen, audiologen en audiciens niet bij kunnen houden. Daarbij varieert ook de vraag en zorgbehoefte sterk, afhankelijk van de impact die het gehoorverlies op het dagelijks leven heeft. Een wens van het Zorginstituut is daarbij dat er meer aandacht komt voor psychosociale hulpverlening en communicatiebevordering, naast de technische compensatie van het gehoorverlies.

Ook zien we dat de VWS-begroting onder druk staat: In de hoorzorg gaat volgens VZ info zo’n € 985 miljoen om, waarvan € 180 miljoen naar hoorhulpmiddelen gaat. Als we met hetzelfde geld meer mensen moeten helpen, zullen we ook daarom steeds weer met elkaar moeten kijken hoe we e-health of nieuwe technieken inzetten, maar zeker ook of we taken slimmer kunnen verdelen. Dit alles vormde de aanleiding om de NOAH-veldnorm weer eens goed onder de loep te nemen, zodat dat ieder zijn kostbare tijd kan steken in waar hij of zij goed in is.

Volgens de nu geldende veldnorm worden mensen in sommige situaties naar de kno-arts doorverwezen, terwijl op voorhand eigenlijk al duidelijk is dat de kno-arts tot eenzelfde beoordeling komt als de audicien: “Medisch gezien heeft behandeling geen zin en is meneer/mevrouw simpelweg aangewezen op een hoorhulpmiddel”. Zo kan ook het doorverwijzen tussen audiologen en audiciens vast en zeker verbeteren; niet dubbel doen, maar goed kijken waar de audioloog met psychosociale begeleiding de cliënt verder kan helpen en waar de audicien het prima zelf af kan. En moet je altijd iemand doorverwijzen naar de huisarts voor het verwijderen van cerumen of kan een daarvoor geschoolde audicien dat ook? Dat scheelt immers weer wachttijden.

De NVAB is een branchevereniging van audiciensbedrijven.

De vereniging bestaat uit een pluriforme mix van ketenbedrijven en zelfstandige audiciens, die constructief en transparant werken aan toegankelijke en kwalitatief goede hoorzorg voor elke slechthorende.

De laatste puntjes worden nog op de i gezet; de komende periode gaat die nieuwe veldnorm het licht zien. Dan kunnen we samen ontdekken of, wat op de tekentafel is bedacht, ook daadwerkelijk werkt. Grosso modo hebben de wijzigingen betrekking op: leeftijdscriteria; medische verwijscriteria naar kno en huisarts; audiometrische en audiologische verwijscriteria en psychosociale verwijscriteria.

Misschien is wel de belangrijkste wijziging: de naam verandert van hoortoestelverstrekking naar hoorhulpmiddelenzorg. Het gaat immers om meer dan alleen het toestel. Het gaat om het leveren van zorg, waarbij een deel van de zorgtaken wordt verlegd en de kno-arts of huisarts tijd overhoudt. Hoe het bijbehorende budget dat werk gaat volgen, vergt nog nader overleg. Er wordt namelijk vooral van de audicien veel verwacht. Uiteraard lukt dat alleen als wij samen met ketenpartners, maar ook met zorgverzekeraars investeren in die samenwerking. De triagefunctie van de audicien ontwikkelt zich in ieder geval steeds verder door richting poortwachter in de hoorzorg. Zo houden we de hoorzorg ook in de toekomst toegankelijk en betaalbaar en kunnen we hoorhulpmiddelenzorg van goede kwaliteit blijven leveren.

Carmen de Jonge Voorzitter NVAB

ACHTERGROND

Hoe landgrenzen onze hoorzorg bepalen

België en Nederland. Het is net een asymmetrisch gehoorverlies aan het hoofd van dezelfde cliënt. De verschillen in ons hoorlandschap zijn groot en toch werken we allemaal aan hetzelfde doel: goede zorg verlenen en mensen opnieuw leren vertrouwen op hun oren. Ons bewust zijn van die verschillen is een eerste stap naar een meer universele aanpak binnen de hoorzorg. Een aanpak waarin de cliënt centraal blijft staan.

Toen ik acht jaar geleden stage liep in een audiologisch centrum in Zwolle, was het eerste wat mijn mentor zei: “In Nederland is het anders dan in België.” Logisch, dacht ik. Maar is dat wel zo logisch? Het viel me snel op dat het hoorlandschap wordt bepaald door landgrenzen, regels en systemen. Ondertussen werk ik al een aantal jaren als audiologe in een hoorcentrum in België. Of audicien. In België gebruiken we de termen door elkaar. Dat is al meteen een mooi voorbeeld van hoe de opleiding verschilt.

AUDIOLOOG, AUDICIEN OF BEIDE?

Op de automatische handtekening onderaan mijn e-mail staat zowel ‘audioloog’ als ‘audicien’, want in België ben ik beide. De activiteiten liggen in elkaars verlengde. In Nederland zou ik ‘klinisch fysicus-audioloog’ zijn en werkte ik waarschijnlijk in een audiologisch centrum of ziekenhuis, niet in een hoorcentrum. Dit komt door het verschil in opleiding. De accenten liggen anders.

Waar in Nederland twee verschillende opleidingen bestaan – een voor audicien en een voor klinisch fysicus met specialisatie in de audiologie – bestaat er in België maar één. Wil je audioloog of audicien worden? Dan volg je een driejarige opleiding aan de hogeschool (bachelor) of een universitaire opleiding van vijf jaar (master). Veel universiteiten en hogescholen combineren logopedie en audiologie, omdat er grote overlap zit in beide vakgebieden.

Zowel een bachelor- als masteropleiding geeft de erkenning en beroepstitel van audioloog/audicien. Je leert bij beide zowel het klinische luik (diagnose en onderzoek van gehoor- en evenwichtsproblemen) als hoortoestelaanpassing. Het grote verschil tussen de bachelor- en masteropleiding zit in de uitdieping. Daarom gebruiken we in België de termen ‘audioloog’ en ‘audicien’ door elkaar.

Dit zorgt voor meer jobmobiliteit – omdat er geen afbakening is – en een andere manier van zorg

verlenen. Komt er een persoon met tinnitus in het hoorcentrum? Dan begeleidt een Vlaamse audioloog/ audicien die rechtstreeks, zonder doorverwijzing naar een AC. Er bestaan hoorcentra die gespecialiseerd zijn in tinnitustherapie en gehoortraining, maar over het algemeen blijven cliënten langdurig bij hun audioloog/ audicien. Door de klinische uitdieping van het vak wordt vanaf de eerste afspraak al veel aandacht besteed aan counseling, acceptatie van het gehoorprobleem en de psychologische impact ervan.

Bijscholingen worden aangeraden, maar zijn niet jaarlijks verplicht zoals bij StAr-geregistreerde audiciens. Elk jaar zijn er tal van webinars, congressen, symposia, praktijkgerichte studiedagen en cursussen waarvoor je je kunt inschrijven, zowel online als op locatie. Veel audiologen volgen dit spontaan om hun beroepskennis te optimaliseren en samenwerking te stimuleren tussen verschillende disciplines. Een goed netwerk opbouwen is belangrijk. Niet alleen voor professionals, ook voor de zorg naar cliënten toe. Zo kunnen we gerichter doorverwijzen en sneller in overleg gaan.

Op de website baudio.be vind je een mooi overzicht van alle aankomende events in binnen- en buitenland. Ze zijn ook toegankelijk voor Nederlandse audiciens en zelfs studenten.

Een van de belangrijkste events is het jaarlijkse B-Audio congres, dat professionals uit de hoorzorg samenbrengt (kno-artsen, hoorspecialisten, docenten en studenten).

B-Audio is een Belgische audiologische vereniging met als doel: het aanbrengen van wetenschappelijke onderwerpen en het organiseren van postacademische vorming voor audiologen. Dit congres is vaak een dag vol inspiratie, kennis en verbinding.

DE WEG NAAR EEN HOORTOESTEL

Stel je mevrouw Pieters voor: 72 jaar, 4 kleinkinderen en als hobby koppeldansen. Ze merkt dat gesprekken met haar kleinkinderen moeilijker verlopen en dat ze haar

dansleraar niet goed verstaat. Op aanraden van haar man besluit ze hulp te zoeken. In België kan haar traject op twee manieren starten: ze gaat naar de kno-arts of ze maakt een afspraak in het hoorcentrum. Gaat ze eerst naar het hoorcentrum? Dan vindt een intakegesprek plaats en voert de audioloog alle nodige onderzoeken uit: toon- en spraakaudiometrie en een otoscopie. Blijkt hieruit dat ze aan minstens één oor meer dan 35 dB gehoorverlies heeft, dan verwijst de audioloog haar door naar de kno-arts. Want zonder medisch voorschrift kan ze geen hoortoestellen testen of een terugbetaling krijgen.

Een voorschrift van de kno-arts is verplicht voor tussenkomst via het ziekenfonds. Komt iemand eerst in het hoorcentrum langs, dan verwijzen we sowieso door naar de arts voor een officieel voorschrift en medische controle. Pas daarna start de proefperiode met hoortoestellen. De meeste nieuwe cliënten hebben al een geldig voorschrift voordat ze het hoorcentrum binnenstappen.

In Nederland is dit anders. De cliënt hoeft niet altijd langs de arts en zet vaak de eerste stap naar hoorzorg door bij een audicien langs te gaan. Dit maakt de weg naar hoortoestellen toegankelijker. Zeker voor personen met een normaal leeftijdsgebonden gehoorverlies of hernieuwingen. In België heb je voor een hernieuwing altijd een voorschrift van de kno-arts nodig.

Het Nederlandse systeem is toegankelijker en tegelijk sterker gestructureerd. Het Hoorprotocol en de bijhorende vragenlijsten spelen een belangrijke rol bij het bepalen van het type hoortoestel. Via de HOORvragenlijst wordt

bijvoorbeeld bepaald binnen welke categorie mevrouw Pieters een toestel kan testen. Haar keuzevrijheid wordt daardoor meer gestuurd door regels en voorwaarden van de zorgverzekeraar. Kiest ze voor een high end hoortoestel? Dan zal de Nederlandse zorgverzekeraar haar niet vergoeden. In België kan dit wel. De keuze van het toestel wordt niet bepaald door een vragenlijst, maar door samen in gesprek te gaan. Dit maakt de proefperiode flexibeler en geeft meer autonomie aan de cliënt en audioloog. In de nieuwe NOAH-veldnorm zal de nadruk meer liggen op de klantvraag.

In België kan mevrouw Pieters in principe elk hoortoestel testen: van basis naar top.

In overleg met de audioloog kiest ze het meest geschikte apparaat. Alle ziekenfondsen betalen voor iedereen met een geldig voorschrift een vast bedrag terug. Kiest ze een toptoestel? Dan krijgt ze een vaste vergoeding, maar zal haar eigen bijdrage een stuk groter zijn dan voor een basistoestel.

De proefperiode duurt gemiddeld een maand, soms ook langer. In die tijd komt de cliënt verschillende keren langs voor aanpassingen en begeleiding. Bij twijfel vinden vergelijkende proeven plaats. De audioloog hoeft hiervoor geen extra verslagen of onderbouwingen in te dienen bij het ziekenfonds, omdat dit niets verandert aan de terugbetaling. Die blijft hetzelfde. Dit geeft de cliënt meer ruimte en maakt de testperiode soepeler.

Na de proefperiode wordt een uitgebreid rapport opgesteld met een toon- en spraakaudiometrie, resultaten met en zonder hoortoestellen en een

lokalisatietest. Dit verslag wordt samen met het voorschrift naar de kno-arts gestuurd ter goedkeuring. Wanneer die het goedkeurt, dient het hoorcentrum het dossier in bij het ziekenfonds en wordt de terugbetaling geregeld via de derdebetalersregeling - een cliënt betaalt dan alleen zijn/haar deel van de kosten aan het hoorcentrum. Zo zal mevrouw Pieters enkel een factuur van de eigen bijdrage hoeven te betalen en niet de volledige som (inclusief vergoeding) moeten voorschieten.

Het systeem in België is rechtlijnig: alle ziekenfondsen volgen dezelfde regels voor terugbetaling. Tegelijk is de administratieve afhandeling heel strikt, want zonder voorschrift van de arts en een uitgebreid rapport met voldoende resultaat, is er geen terugbetaling. Het verschil met de Nederlandse zorgverzekeraars is groot. Die hanteren, naast de basisverzekering, ieder vaak eigen regels en vergoedingen. Voor cliënten betekent dat dat ze zelf meer moeten uitzoeken wat hun verzekering dekt en voor welk deel zij zelf verantwoordelijk zijn.

Het Hoorprotocol en de voorwaarden van zorgverzekeraars bepalen dan ook sterk de werkwijze van audiciens. Bij complexe casussen zoals tinnitus, atypisch gehoorverlies of Menière moeten ze doorverwijzen naar de kno-arts of een audiologisch centrum. In België gebeurt dit alleen als de begeleiding bij de audioloog niet voldoende is of bij een vermoeden van bijkomende medische complicaties. In veel gevallen blijft de cliënt zijn/haar hele hoorcarrière lang bij dezelfde audioloog, ook als de begeleiding uitgebreider wordt.

WIE IS LEEN VAN ESSCHE?

Geen van beide systemen is beter; ze leggen gewoon andere accenten. In Nederland maakt de structuur het toegankelijker – cliënten kunnen in veel gevallen rechtstreeks bij de audicien terecht zonder voorschrift. In België is er vaak meer flexibiliteit en autonomie. Voor mevrouw Pieters verandert er eigenlijk weinig. Zij wil gewoon haar kleinkinderen weer verstaan en de leraar tijdens haar dansles. Terwijl wij discussiëren over categorieën, voorschriften en protocollen, probeert iemand gewoon weer moeiteloos deel te nemen aan haar sociale leven. En daar ligt de kern van ons vak.

DE CLIËNT VERANDERT NIET

Landgrenzen bepalen de manier waarop we zorg verlenen. Alleen spreekt gehoorverlies geen Nederlands of Vlaams. Onze systemen verschillen, maar de hulpvraag blijft hetzelfde. We volgen verschillende regels en soms een andere route naar een hoortoestel. Maar uiteindelijk zitten we allemaal tegenover dezelfde mens met dezelfde vraag: “Kan je mij opnieuw leren horen en deelnemen aan het leven?”. Daar ligt de kern van ons vak. Wij zorgen voor mensen, zodat ze zich opnieuw verbonden voelen met zichzelf en anderen.

MENSELIJKHEID ALS GROTE GEMENE DELER

Misschien is dit wel de belangrijkste conclusie: dat hoorzorg niet stopt aan de landgrens. Een slechthorende in België ervaart dezelfde frustraties als een slechthorende in Nederland. Gesprekken die moeilijker worden, vermoeidheid van zich voortdurend te moeten inspannen en het verlangen om weer moeiteloos deel te nemen aan het leven. We werken misschien binnen verschillende kaders, maar het ene

Leen Van Essche is een 29-jarige Vlaamse audiologe. Ze studeerde logopedische en audiologische wetenschappen aan de KU Leuven en werkt ondertussen bijna zeven jaar in een hoorcentrum in België. Haar carrière startte bij Lapperre en zette ze nadien voort bij hoorcentrum Gottschalk in Wallonië. Voor haar betekent hoorzorg: opnieuw leren vertrouwen op je oren en in jezelf. Alles start met luisteren, bewustwording en elkaar zien en begrijpen. De juiste woorden maken daarbij echt het verschil. Haar passie voor taal zet ze daarom ook in in de hoorzorg, als copywriter.

systeem is niet beter dan het andere. Het zijn twee kanten van hetzelfde verhaal met een doel dat identiek blijft. Eigenlijk zijn we allemaal collega’s met een gedeelde verantwoordelijkheid: goede zorg verlenen en slechthorenden opnieuw leren vertrouwen op hun oren. En hem of haar het vertrouwen in zichzelf teruggeven. Cliënten blijven mensen, geen categorieën die in het protocol van een systeem of land passen.

Hoe meer we ons bewust zijn van de mens achter de oren, hoe meer ruimte er ontstaat voor begrip en gezamenlijke groei. Misschien ligt de toekomst van de hoorzorg ook niet in betere regels, maar in betere relaties. Relaties over landgrenzen heen, met menselijkheid als grote gemene deler. Want goede hoorzorg begint niet bij een protocol, maar bij een gesprek.

-advertentie-

EEN STAP VERDER DAN HOORTOESTELLEN

Heeft uw cliënt.....

BEPERKT VERSTAAN?

MET HOORTOESTEL WEINIG EFFECT?

DAN IS CONTACT MET AB HET JUISTE TRAJECT!

MARVEL VAN OOR TOT OOR

Wanneer is dit van toepassing?

≥ 70 dBHL

• Spraakverstaan zonder hoortoestellen:

≤ 50% bij 70 dBSPL

• Spraakverstaan met hoortoestellen:

≤ 70% bij 70 dBSPL

Negatieve proef met krachtig hoortoestel

Elk moment voelt completer als uw cliënt geluiden van overal om zich heen hoort. Met Marvel biedt Advanced Bionics de enige samenwerkende cochleaire implantaatoplossingen voor beide oren, die een rijkere en meer heldere geluidskwaliteit en een natuurlijkere 360 graden hoorervaring bieden.

Wanneer hoortoestellen niet langer voldoende zijn voor uw cliënt kunnen cochleaire implantaten de oplossing zijn. Wenst uw clïënt ondersteuning en meer informatie over deze “stap verder dan hoortoestellen”? Scan de QR-code en meld uw cliënt aan!

Advanced Bionics is onderdeel van Sonova - bekend van de merken Phonak en Unitron.

Phonak Link M hoortoestel
CROS P13
Marvel CI
Marvel CI

Roger OnTM

De Roger On™ ondersteunt dagelijks wereldwijd miljoenen hoortoesteldragers in uitdagende luistersituaties. Of het nu gaat om een verjaardag, een (online) vergadering of een fietstochtje, Roger biedt toegang tot spraak voor elk gehoorverlies. Losse ontvangers zijn niet meer nodig, de nieuwe generatie Roger microfoons bevat een onbeperkt aantal Roger licenties (‘ontvangers’) voor de koppeling met het Phonak hoortoestel. Draadloze microfoons waren nog nooit zo effectief en eenvoudig te installeren.

www.phonak.nl

www.phonak.nl/rogeron

gehoor geven

Blijven herhalen

Met genoegen kijk ik terug op de geslaagde World Hearing Day van 3 maart 2026. Geslaagd, omdat de Nederlandse variant door de gehele hoorbranche werd gedragen, waardoor hoorproblemen de aandacht kregen die ze verdienen en de bewustwording bij iedereen ‘die het horen wilde’ hierdoor is vergroot. Ondersteund door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport sloegen ‘mijn’ patiëntenorganisatie voor mensen met gehoor en evenwichtsproblemen (Hoormij∙NVVS), de kno-vereniging, NVKF, NVAB, DKA, CVZA, FENAC, GAIN, Hoorveilig, ZN, Oorfonds en Veiligheid.nl de handen ineen en zorgden zo gezamenlijk voor een groot bereik. Dat bereik is nodig, want als we niets doen, leeft volgens de WHO rond 2050 een kwart van alle mensen op de wereld met gehoorverlies. Dat zijn in Nederland zo’n 4 miljoen mensen! Een groeiende markt voor u als audiciens, maar een drama voor mensen die het overkomt, want de impact op het (dagelijks) leven is groot. Gelukkig weet u dat ook en deed u ook met ons mee. Op initiatief van de Werkgroep een leven lang erbij horen en met steun van het Platform Hoorzorg Hulpmiddelen, onderdeel van de Kwaliteitsraad van VWS, ben ik ervan overtuigd dat daardoor het bereik in Nederland op 3 maart extra werd vergroot. Mijn dank daarvoor.

Het feit dat alle partijen zich, zoals afgesproken, verre hebben gehouden van commerciële doelen, maakte deze publiekscampagne extra sterk. Dat helpt de bewustwording bij het publiek rond de noodzaak het gehoor te beschermen (preventie) en zo nodig vroegtijdig actie te ondernemen. Ook de bewustwording van de impact van gehoorverlies op het (dagelijks) leven wordt daarmee nog eens benadrukt.

Hoormij∙NVVS heeft als doel de verbetering van de zorg voor en kwaliteit van leven voor mensen met gehoorverlies, tinnitus, hyperacusis, cholesteatoom en duizeligheidsen evenwichtsaandoeningen door middel van betrouwbare voorlichting, informatie, ervaringsbijeenkomsten en belangenbehartiging.

Maar we zijn er nog niet. De kracht van een boodschap zit hem in de herhaling, dat weten alle communicatieprofessionals. We moeten het dus niet laten bij één dag per jaar, maar elke dag gezamenlijk de boodschap blijven uitzenden. Samen bereiken we zoveel meer dan als afzonderlijke organisaties, stichtingen en ambassadeurs apart. Het motto van World Hearing Day in Nederland was dit jaar Blijf erbij horen. Ik roep op om dat motto op dagelijkse basis eer te blijven aandoen. Laten we gezamenlijk de nadruk op preventie én actie blijven leggen en uitdragen aan iedereen die het ‘horen’ wil. En wellicht misschien vooral aan wie het ‘nog niet horen’ wil.

Directeur Corrine Verwer

Werk, gehoor en techniek

Het gesprek dat we te lang te smal hebben gevoerd

Op 3 maart organiseerden PlanPlan en WERKelijk Horen het mini-symposium

Werk, Gehoor & Techniek. In een drieluik werd vanuit verschillende invalshoeken gekeken naar de werksituatie in relatie tot gehoorverlies. In de zaal zaten audiciens, audiologen, mensen uit het werkveld, mensen in opleiding, bedrijfsgezondheidskundigen, praktijkmensen: allemaal gepakt door hetzelfde onderwerp. De Audiciens was erbij en luisterde geboeid.

Op World Hearing Day organiseerden PlanPlan en WERKelijk Horen in Leusden het minisymposium Werk, Gehoor & Techniek. Het werd een middag met een stevige inhoud, gemêleerd publiek en een herkenbare praktijk. Er waren schrijftolken aanwezig, ondersteunende systemen als Roger en Auracast waren een zichtbaar onderdeel van de setting en in de zaal zaten mensen uit verschillende disciplines en met verschillende brillen op. Dat hoorproblemen op de werkvloer vooral een kwestie zijn van lawaaischade gevolgd door een technisch hulpmiddel is veel te simplistisch gesteld. Deze middag werd een veel breder vlak getoond. Hoor- en luisterproblematiek gaat over energie. Over belastbaarheid. Over de prijs van moeten blijven compenseren. Over werkplekken die voor de één normaal zijn, terwijl ze een ander langzaam leegzuigen. Over professionals die veel weten, maar nog te vaak in hun eigen deel van het speelveld blijven hangen. En over de ongemakkelijke vraag waarom we in ons vak al langer weten dat dit onderwerp breed is, maar het in de praktijk toch nog geregeld te smal behandelen. In gesprek met Andrea Berkelder, oprichter adviesbureau PlanPlan, werd duidelijk dat dit symposium niet als los evenement uit de lucht kwam vallen. PlanPlan is inmiddels al ruim vijfentwintig jaar actief op het snijvlak van horen, verstaan, werk en participatie en ziet al jaren dat de impact van minder horen op het werk structureel wordt onderschat. Tegelijk is de context veranderd: mensen werken langer door, technische mogelijkheden zijn toegenomen, mensen met gehoorverlies zijn mondiger geworden. Zij willen niet alleen ‘leren leven met’ beperkingen, maar vooral weten wat er nog wél mogelijk is en hoe zij daarin ondersteund kunnen worden. Het gaat niet meer alleen om compenseren, maar om positie houden en om te kunnen blijven meedoen.

Het symposium wilde verschillende perspectieven naast

elkaar zetten: de geluidsomgeving, de bedrijfsarts, de techniek, de begeleiding, de werkpraktijk. Het wilde niet alleen informeren, maar ook verbinden. Professionals samenbrengen, slechthorenden een podium geven en een gesprek voeren dat in de praktijk vaak versnipperd gevoerd wordt. En dat lukte.

‘WERKGEVERS DIE

GEEN RUIMTE

BIEDEN OM GELUID ALS PROBLEEM

TE BENOEMEN, DRAGEN INDIRECT BIJ AAN ARBEIDSDISCRIMINATIE’

EEND MET ANDERE VEREN

De aftrap was voor Judith Veen, eigenaar van Heart2Hear. Op het eerste gezicht misschien de vreemde eend in de bijt, omdat zij niet primair sprak vanuit hoorzorg of techniek, maar vanuit de geluidsomgeving, luisterbelasting en de werkvloer zelf. Juist daarin zat haar meerwaarde. Zij keek niet vanuit het hulpmiddel, maar vanuit de context waarin iemand moet functioneren. Judith zette meteen de toon met de stelling: werkgevers die geen ruimte bieden om geluid als probleem te benoemen, dragen indirect bij aan arbeidsdiscriminatie. Dat is een zin die dwingt tot nadenken over een blinde vlek die veel werkplekken nog steeds hebben. Geluid wordt vaak pas serieus genomen, zodra het schadelijk is in de klassieke arbo-technische zin. Dus als het over gehoorbescherming, normering en lawaaischade gaat. Maar hinderlijk geluid — het hoeft geen sirene te zijn om uitputtend te werken — blijft nog te vaak buiten beeld.

Dagvoorzitter Carmen de Jonge (NVAB) en Arbo Unie-bedrijfsarts Arnold Schriemer.

In het onderzoek Hoe hoort het op de werkvloer?, dat gekoppeld was aan het rapport Moe van geluid, deden 381 werknemers mee, verspreid over negen werkgevers in industrie, zorg en onderwijs. Niet alleen de gebruikelijke metingen kwamen voorbij, maar ook een analyse van arbobeleid, werkplekonderzoek, een vitaliteitsscan, geluidsvisualisaties met camera, gehoorscreenings, workshops met medewerkers en een evaluatiemeting. Dat maakt meteen duidelijk dat Judiths bijdrage niet alleen ging over beleving, maar ook over het serieus onderzoeken van een probleem dat vaak als “gewoon hinderlijk” wordt weggezet. De uitkomsten van het onderzoek zijn moeilijk weg te wuiven. Ongeveer de helft van alle werkenden ergert zich aan hinderlijk geluid op de werkplek. Een derde heeft daar ook echt klachten van. Hinderlijk geluid leidt tot stress, ergernis, vermoeidheid, miscommunicatie en lagere productiviteit. De top vijf van hinderlijke geluiden is even alledaags als veelzeggend: pratende collega’s, apparaten en machines, bellen en alarmen, telefoons en looproutes. Het zijn juist de dagelijkse vanzelfsprekendheden van de werkvloer. Judith verplaatste het onderwerp daarmee bewust uit de smalle hoek van ‘veiligheid’ richting ‘vitaliteit’. Dat lijkt een nuance, maar is in feite een koerswijziging. Zodra je erkent dat hinderlijk geluid een energievreter is, praat je niet meer alleen over preventie van schade, maar over de kwaliteit van functioneren. Daarbij kwamen nog andere cijfers, minstens zo relevant. In haar presentatie kwam naar voren dat 21% het eigen gehoor nog maar een krappe voldoende of lager geeft. Daarnaast krijgt 22,5%

informatie niet goed mee, voelt zich bezwaard om iets na te vragen of durft dat soms zelfs niet. Dat gaat over sociale veiligheid, schaamte, over je positie in een team, over de vraag of iemand mag aangeven dat het niet lukt, zonder meteen gezien te worden als lastig, zwak of niet goed genoeg.

Precies daarom was Judiths perspectief zo waardevol. Wie alleen naar een toestel of een meting kijkt, mist de dagelijkse context waarin iemand overeind moet zien te blijven. In haar oplossingsrichting werd dat ook concreet. Geluid moet onderdeel zijn van beleid en RI&E (Risico-Inventarisatie en -Evaluatie). Vroegsignalering van gehoorverlies en luisterbelasting hoort thuis binnen het PMO (preventief medisch onderzoek). Arbobeleid moet niet alleen gaan over kennis en techniek, maar ook over gedrag. Er is aandacht nodig voor een psychosociaal veilige werkomgeving. Leidinggevenden moeten ondersteund worden in gedragsveranderingen op de werkvloer. Dat is geen randvoorwaarde; dat ís de werkvloer.

WERKVERMOGEN

Na Judith verschoof het perspectief van omgeving naar belastbaarheid. Arbo Unie-bedrijfsarts Arnold Schriemer bracht het verhaal vanuit de bedrijfsarts en de arbeidsgeneeskunde, maar wie goed luisterde, hoorde meer dan alleen een medisch verhaal. Zijn missie: het eerder signaleren van mensen met hoorproblemen en zorgen dat de volle breedte van de mogelijkheden bekend wordt. Het gaat hem niet alleen om herkennen dát er een probleem is, maar ook om voorkomen dat mensen jarenlang blijven rondlopen met klachten die

Tijdens het symposium werd er voor technische hulpmiddelen gezorgd.

op de werkvloer allang gevolgen hebben, terwijl nog niemand de route goed in beeld heeft. Niet wachten tot iets groot genoeg is om overduidelijk te zijn. “De impact van gehoorverlies wordt op de werkvloer vaak niet erkend”, aldus Schriemer. Wereldwijd was gehoorverlies in 2019 volgens de Global Burden of Disease Study na lage rugpijn en migraine, de derde oorzaak van levensjaren met een beperking. Ook in de Nederlandse werkcontext zijn de aantallen niet klein. Arnold liet zien dat 1,3 miljoen Nederlanders een gehoorverlies van meer dan 35 dB hebben, waarvan 20% jonger is dan 67 jaar. Daarnaast zijn er nog eens 1,3 miljoen Nederlanders met een verlies van 25 tot 35 dB, waarvan 40% jonger is dan 67 jaar. Dat zijn geen marges. Dat zijn grote aantallen werkenden. Dat ondersteunt ook een van zijn belangrijkste correcties op de gebruikelijke manier van denken: ook een verlies tussen de 20 en 35 dB kan op de werkvloer al degelijk problemen geven. Een audiogram zegt niet alles en apparatuur is niet altijd dé oplossing. Mildere verliezen worden op papier soms ook mild behandeld, maar “mild” in een spreekkamer is

‘OOK EEN VERLIES TUSSEN DE 20 EN 35 dB KAN OP DE WERKVLOER AL DEGELIJK PROBLEMEN GEVEN’

iets anders dan “mild” in een klaslokaal, vergaderzaal, open kantoor, spreekkamer of rumoerige balie. Daar kan een beperkt verlies opeens uitmonden in een werkdag die vooral bestaat uit compenseren. Arnold liet zien dat gehoorverlies bij werkenden samenhangt met grotere luisterinspanning, een grotere herstelbehoefte na het werk, gezondheidsproblemen zoals oververmoeidheid, depressieve klachten en somatisatie (lichamelijke en psychische klachten), meer ziekteverzuim en risico’s voor duurzame inzetbaarheid. Hier raken werk en gehoor elkaar op een manier die in de dagelijkse praktijk nog te vaak onder de radar blijft. Wie kijkt standaard naar gehoor als iemand vooral moe is, steeds meer moeite krijgt met overleggen of minder werkvermogen ervaart?

In zijn onderzoek onder docenten werd dat nog concreter: intensieve verbale communicatie, vaak matige akoestiek en weinig ruimte om het auditieve systeem even rust te geven. In de presentatie kwam naar voren dat docenten met gehoorverlies een kleiner werkvermogen en vaker ziekteverzuim laten zien. Het onderzoek werd uitgevoerd met een internetvragenlijst en een online spraak-inruistest. Screening hoeft niet altijd zwaar en ingewikkeld te zijn om een eerste signaal te geven.

De bedrijfsarts moet niet alleen in beeld komen wanneer iemand al is uitgevallen. In de richtlijn waarop Arnold meeschreef, staat juist een preventieve rol centraal. De bedrijfsarts moet op de hoogte zijn van auditieve eisen en auditieve belasting in werk, een preventief spreekuur kunnen bieden en binnen het PMO screening van gehoor meenemen bij functies met hoge auditieve eisen of veel achtergrondrumoer.

Door eerder te signaleren ontstaat er een route via preventie, werkcontext, screening, counseling en advisering. Een andere route loopt via het preventieve spreekuur van de bedrijfsarts. De bedrijfsarts kan de werkende met hoorproblemen (en de werkgever) adviseren met als doel werkplezier bevorderen en uitval voorkomen. Arnold riep audiciens op hun cliënten hierop te attenderen.

TECHNIEK ZONDER TECHNOLOGISCHE OVERSCHATTING

De derde bijdrage was van Mieke Janssens, klinisch fysicus audioloog en eigenaar van WERKelijk Horen. Haar presentatie was technisch, maar niet technocratisch. Haar uitgangsstelling was scherp geformuleerd: soloapparatuur wordt vaak ingezet als oplossing, terwijl de werksituatie onvoldoende wordt meegenomen. Zodra er een hulpmiddel beschikbaar is, ontstaat al snel de verleiding om te denken dat de casus opgelost is. Mieke prikte daar in haar presentatie doorheen. Zij deed dit vanuit een expliciet onafhankelijke positie.

WERKelijk Horen heeft geen commerciële relatie met fabrikanten of partijen, verkoopt geen producten en heeft geen financiële belangen of sponsorschappen. Die onafhankelijkheid gaf haar verhaal gewicht. Mieke presenteerde metingen waarin de technische verschillen tussen enkelvoudige en meerkanaals solo-apparatuur in kaart werden gebracht. Het kerninzicht was helder: Phonak Roger en PlanPlan-systemen zijn fundamenteel verschillend in aanpak en toepassing. Er is geen “beste” systeem. De keuze hangt af van de werksituatie. Roger is door gebruik van beamformingstechniek compact, flexibel en breed inzetbaar, ook buiten de werksituatie. Tegelijk liet Mieke zien dat het systeem minder stabiel kan zijn bij meerdere sprekers en dat het geluidskarakter als scherp kan worden ervaren. In haar metingen kwam een middenfrequentie-boost naar voren en een duidelijke volumeverhoging ten opzichte van de normale stand van hoortoestellen. Dit zijn waarschijnlijk bewuste keuzes van de fabrikant bij de ontwikkeling van soloapparatuur. PlanPlan-systemen bleken juist meer gericht op de werksituatie. Minder mobiel, maar stabieler bij meerdere sprekers en met een betere volumebalans door inzet van meerdere losse richtmicrofoons zonder beamforming. Het vaste systeem liet wel een lichte hoogfrequente ruis zien, al plaatste Mieke daar meteen de praktische vraag bij of die voor slechthorenden in de dagelijkse praktijk hoorbaar of storend is. Dat is precies het soort eerlijke technisch-inhoudelijke reflectie dat dit verhaal geloofwaardig maakt. De simpele erkenning dat de context bepaalt wat werkt. Ook Auracast werd genoemd als een nieuwe standaard in draadloze audio met schaalbare broadcastmogelijkheden, maar met latentietijd, die voor live spraak op korte afstand voorlopig nog een beperking is. Externe microfoons blijven daarom voorlopig essentieel voor het verbeteren van de signaal-ruisverhouding. Relevant, juist omdat het laat zien dat technologische ontwikkeling niet automatisch betekent dat de bestaande complexiteit verdwijnt.

JE KUNT HET NIET ALLEEN

Na afloop van haar presentatie spraken wij persoonlijk nog even met Mieke Janssens. Voor Mieke zit een van de belangrijkste opbrengsten van de middag in de verbinding tussen audiologen en audiciens. Niet boven elkaar of naast elkaar uit gewoonte, maar als samenwerkingspartners. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar wie in het veld werkt, weet dat het dat lang niet altijd is. Scholingen zijn gescheiden, lijnen soms hiërarchisch of stroef en kennisuitwisseling gebeurt nog te vaak als eenrichtingsverkeer.

Mieke: “Niet ‘wij audiologen vertellen wel even hoe het moet’, maar juist de erkenning dat niemand dit alleen overziet.” Daar sluit haar eigen praktijk ook op aan. In het interview vertelde zij hoe belangrijk het is dat er iemand naast de cliënt staat die niet verkoopt, maar meehelpt ordenen, duiden, uitleggen en verbinden. Iemand die de werksituatie meeneemt, een brug kan slaan naar de bedrijfsarts en de verschillende partijen rond een cliënt mét elkaar laat spreken, in plaats van langs elkaar heen. Haar meest bruikbare advies voor audiciens klinkt verrassend eenvoudig: vraag door naar het werk. Vraag naar vermoeidheid na een communicatieve dag. Niet alleen technisch meetbaar, maar menselijk en gericht. In haar praktijk zag zij werkenden die bij binnenkomst dachten dat zij vooral ‘druk’ of ‘overspannen’ waren, terwijl gehoorverlies duidelijk meespeelde in de extra inspanning die hun werk elke dag vroeg. Dat wil niet zeggen dat gehoor alles verklaart, maar wel dat het vaak een factor is die te laat in beeld komt. Daarmee kwam ook haar verhaal terug naar de kern van de middag: techniek helpt, maar alleen als de context meegewogen wordt.

WINST NIET ALLEEN IN SYSTEMEN, OOK IN BEGRIP

Hoewel Andrea Berkelder niet als formele spreker in het inhoudelijke drieluik stond, liep haar perspectief als een stille rode draad door de hele dag. In haar terugblik werd duidelijk dat de opzet van het symposium bewust breder was dan een bijeenkomst met een paar goede presentaties. Het moest ook een vorm van bewustwording creëren. Een plek waar professionals elkaar vinden en waar ook hoorcoaches en slechthorenden aanwezig waren. Wie werkplekoplossingen alleen ziet als een apparaat of voorziening, mist andere belangrijke aspecten als begeleiding, kennisoverdracht, psychosociale ondersteuning en begrip op de werkvloer. Veel slechthorenden geven niet goed aan wat zij nodig hebben op het werk. Soms uit bescheidenheid, soms uit

onwetendheid, soms omdat zij al zo lang gewend zijn zich aan te passen dat zij hun eigen grens nauwelijks nog herkennen. Tegelijk is er op de werkvloer vaak veel onbegrip bij collega’s en leidinggevenden. Problemen worden laat gezien, verkeerd geduid of afgedaan als karakter, werkdruk of iets waar iemand ‘zelf maar mee moet leren omgaan’. Ook daar ligt een opdracht voor ons vak. Andrea gaf aan dat audiciens al veel kunnen betekenen door gerichte vragen te stellen. Niet alleen naar horen en verstaan in algemene zin, maar ook naar functioneren op het werk, naar overlegsituaties, naar vermoeidheid, naar contact met collega’s en naar de momenten waarop iemand vastloopt. Soms hoeft een audicien niet alles zelf op te lossen om toch van grote betekenis te zijn. Het benoemen van mogelijkheden of het gericht doorverwijzen kan iemand verder helpen. Werkplekoplossingen worden nogal eens gezien als duur, ingewikkeld of overdreven, maar wie alleen naar aanschafprijzen kijkt, mist de werkelijke kosten van niets doen: uitval, onderbenutting, productiviteitsverlies, frustratie, verlies van zelfvertrouwen en talent dat langzaam wegloopt zonder dat iemand echt doorheeft waarom.

‘KIJK NAAR AANVULLENDE SCHAKELS IN DE KETEN, DIE

EEN BRUG KUNNEN VORMEN TUSSEN HOORZORG EN WERKPRAKTIJK’

HET ROND-DE-TAFELGESPREK

Tot slot was er een rond-de-tafelgesprek: het moment waarop alles op zijn plaats viel. Waar de presentaties ieder hun eigen invalshoek hadden, liet dit gesprek zien waar het uiteindelijk om draaide: hoe bereiken we mensen met gehoorverlies op het werk eerder en beter? Daar kwam allereerst het belang van het eerste contactpunt scherp naar voren. Veel mensen met gehoorproblemen komen in eerste instantie terecht bij een audicien of huisarts. Als daar al aandacht is voor werk, vermoeidheid en luisterinspanning, kan dat helpen om eerder richting passende ondersteuning te bewegen.

PlanPlan-medewerker Jasper Wiltink koppelt de centrale RogerOn-zender op de CI en het hoortoestel van een bezoeker.

Soms is dat nog geen directe hulpvraag, maar wel een eerste moment van herkenning. De keten werkt vaak te versnipperd: audiciens, audiologen, hoorcoaches, bedrijfsartsen, werkgevers en ervaringsdeskundigen hebben allemaal een rol, maar opereren nog te vaak binnen hun eigen domein. Ondertussen lopen mensen met gehoorverlies in de praktijk juist vast op de vertaalslag tussen hun gehoor, de hoortechniek en de eisen van hun dagelijkse werk.

Ook de route via het NOAH-protocol kwam langs. In theorie wordt van audiciens verwacht dat zij werkenden met complexe vragen doorverwijzen naar een audiologisch centrum. In de praktijk is dat niet altijd eenvoudig. Wachtlijsten vormen een serieuze drempel, waardoor begeleiding vertraging oploopt of helemaal niet van de grond komt. Juist daarom werd in het gesprek ook gekeken naar aanvullende schakels in de keten, zoals zelfstandige arbo-audiologen of hoorcoaches, die een brug kunnen vormen tussen hoorzorg en werkpraktijk.

Een ander belangrijk punt was zichtbaarheid. Expertise is er wel, maar wordt niet altijd gevonden. Deelnemers benoemden dat betere profilering van mogelijkheden in de hoorzorg kan helpen, net als een overzichtelijke routekaart voor werkenden met gehoorverlies, omdat veel mensen eenvoudigweg niet weten waar zij moeten beginnen. Schaamte speelde in dat deel van het gesprek ook een rol. Veel mensen wachten jarenlang voordat zij hulp zoeken. Juist openheid, herkenning en

ervaringsverhalen kunnen die drempel verlagen. De werkgever kwam eveneens nadrukkelijk in beeld. Aanpassingen op de werkplek kunnen een groot verschil maken. Bedrijfsartsen gaven aan dat zij werkgevers niet kunnen verplichten om aanpassingen door te voeren, maar wel kunnen adviseren, motiveren en bewustmaken. In veel gevallen kunnen voorzieningen ook via de Zvw of het UWV worden bekostigd. Dat is belangrijke praktische informatie, juist omdat onbekendheid met mogelijkheden vaak een reden is om te vroeg te concluderen dat iets “toch niet haalbaar” zal zijn. Veel organisaties investeren wel in ergonomie of fysieke belasting, maar gehoor en luisterbelasting krijgen nog relatief weinig aandacht, terwijl dit ook thuishoort in de preventieve laag. Het wordt nog te vaak pas gezien als iemand al aan het einde van zijn rek zit.

NIET ALLEEN HOREN, MAAR FUNCTIONEREN

Minder horen op het werk is geen niche onderwerp. Het is ook geen onderwerp dat je netjes kunt parkeren bij alleen de audicien, bedrijfsarts of de techniek. Voor ons vak ligt daar dus ook een opdracht. Om beter te signaleren, gerichter te vragen en werk vaker onderdeel van het gesprek te maken. Niet alleen: wat hoort iemand nog? Maar ook: wat kost het iemand om aangesloten te blijven? Wanneer slaat de vermoeidheid toe? Hoe gaan vergaderingen? Wat gebeurt er in rumoer? Waar haakt iemand af? En misschien nog wel belangrijker: voelt iemand zich vrij genoeg om dat hardop te zeggen?

Mieke Janssens, klinisch fysicus audioloog en eigenaar WERKelijk Horen
Judith Veen, eigenaar Heart2Hear

Buitengewoon geluid, comfort door maatwerk .

De Infinio Ultra techniek is nu ook beschikbaar voor In-het-oor modellen, inclusief de oplaadbare Virto I-R. Qua audiologie en connectiviteit gelijk aan de Audéo R Infinio, incl. de nieuwe One-Step pairing. De nieuwe RightFit™ methode geeft een perfecte pasvorm met de kleinst mogelijke afmeting. Door het handige snap&charge systeem zitten de toestellen altijd goed in de oplader. Jouw cliënt zal onder de indruk zijn!

www.phonak.nl

www.phonak.nl

gehoor geven
Phonak Virto™ R Infinio

Foto:

Dagboek van Geeske

Puzzelen

Veel mensen snappen niet waarom gehoorverlies zoveel energie kost. Maar waar een horende iets wat gezegd wordt vaak direct begrijpt, legt dat ‘verstaan’ bij mij een behoorlijke omweg af. Ik moet allerlei puzzelstukjes verzamelen, ze in m’n hoofd bij elkaar leggen en dan gok ik wat mijn gesprekspartner gezegd heeft. En dan maar hopen dat ik de puzzelstukjes op de juiste plek heb gelegd. Het komt regelmatig voor dat het kwartje pas úren later valt... Dit proces vergt veel mentale (maar ook fysieke en emotionele) inspanning, waardoor luisteren topsport is. En dat merk je!

Geeske van Voorthuijsen is illustrator en slechthorend. Ze heeft een scherp oog voor de non-verbale communicatie en tekent veel over slechthorendheid.

Meer Geeske?

Instagram: @hearing_hard en geeske-illustrations.nl

Geeske van Voorthuijsen
Studio Waves and Woods

VIP-lancering Oticon Zeal in Kopenhagen

Tijdens de laatste editie van de EUHA presenteerde Oticon met trots haar nieuwste hoortoestel, de Oticon Zeal. Inmiddels is het apparaat vier maanden op de Europese markt en klaar om ook Nederland te veroveren.

Samen met enkele vakgenoten kreeg De Audiciens een uniek kijkje in de keuken van de Zeal in Denemarken.

De Zeal van Oticon heeft al naam gemaakt, terwijl het hoorapparaat nog maar vier maanden op de markt is. Het heeft dan ook een aantal opvallende USP’s, te beginnen bij het uiterlijk. De Zeal is een universeel in-het-oor hoortoestel, dat kan worden aangepast met dome tot maatwerk. Oticon bestempelt het toestel als een instant-fit toestel, dat meestal direct aan de klant kan worden aangepast. Vanwege de grootte - heel klein en slechts 1,68 gram per toestel - is het een erg discreet toestel, waarmee Oticon inspeelt op de klantwens voor een onzichtbare hooroplossing. Het meest in het oog springende kenmerk van de Zeal is de antenne. Deze heeft drie bijzondere functies: connectiviteit (Bluetooth antenne), retentie (houdt het toestel op zijn plek) en duurzaamheid (duurzamer dan een standaard sportlock). Het dunne doorzichtige draadje ligt in de oorschelp en dient ook als trekkoord.

De Zeal heeft een oplaadbare 312+ lithium-ion accu in zijn behuizing verwerkt en laadt zeer snel op. Met de functie ‘kort laden’ heb je in 15 minuten weer tot ongeveer vier uur batterijduur.

Maar de grootste innovaties zitten aan de binnenkant van de Zeal: een krachtige vorm van elektronica in een nieuw jasje. De chip is uitgerust met het laatste platform, namelijk de Sirius met Brain Hearing Technology™, MoreSound intelligence, SuddenSound stabilizer, MoreSound amplifier 3.0 en de laatste versie van DNN 2.0. Oftewel: alles wat we gewend zijn van de Oticon Intent zit ook in de Oticon Zeal, maar dan net een beetje anders. Silvia Boender, senior sales en trainings manager bij Demant, gaf uitleg. Silvia: “De chip heeft een andere vorm gekregen. De componenten van de chip zijn meer in de hoogte gebouwd waardoor de chips kleiner zijn dan de standaard vlakke chips. Hierdoor kunnen ze heel nauwkeurig om de accu heen gebouwd worden. Daarna wordt het gehele binnenwerk in een soort epoxyhars gegoten. Zo is de Zeal dus ‘gesealed’ tegen vocht en vuil. Het hoortoestel krijgt hiermee de certificering IP68. We merkten dat huidige in-het-oorhoortoestellen vaak ter reparatie opgestuurd worden in verband met vochtproblemen, dat probleem is hiermee getackeld. Het

maakt dit hoortoestel een stuk milieuvriendelijker, met minder reparaties en minder materiaalverbruik.”

DE GESCHIKTE KANDIDAAT

De geschikte kandidaat voor het Zeal in-het-oor hoortoestel moet anatomisch wel aan een aantal eigenschappen voldoen. Olivia Millar, internationaal trainer en sales bij Demant Denemarken, vertelt dat het hoortoestel getest is op 1500 mensen, zowel man als vrouw. De resultaten gaven aan dat twee op de drie mensen redelijk tot uitmuntend scoorde op de pasvorm in de gehoorgang. “Er zullen altijd mensen zijn waarbij de Zeal niet past,” geeft Olivia aan, “omdat ze een te smalle gehoorgang of een te scherpe tweede knik hebben, bijvoorbeeld. Verder is het toestel, ondanks dat het een veelzijdige oplossing is en aangepast kan worden met een dome of maatwerk, niet geschikt voor een gehoorgang die veel cerumen-aanmaak heeft of gevoelig is voor oorontstekingen.” Dit zijn aandachtspunten die audiciens ook gewend zijn bij reguliere IHO’s.

Worden er concessies gedaan aan het geluid bij de mensen bij wie de pasvorm matig geschikt blijkt?

Olivia Millar: “Omdat we gebruik maken van de oorschelp, het pinna effect (*), willen we dat het hoortoestel en daarmee de microfoon niet te ver uitsteekt, ook om zo te voorkomen dat er bijvoorbeeld meer windruis opgevangen kan worden. Iets wat we met een correcte plaatsing mooi kunnen voorkomen. Veel van deze punten komen overeen met een klassiek op-maat-gemaakt of universeel in-het-oorhoortoestel. Het vraagt expertise van de audicien wanneer je iemand aanpast met dit soort hoortoestel.” (*pinna effect: is een effect van oorschelp. Het bepaalt de locatie van de hoortoestelmicrofoon en past de microfoonrespons aan om zo het natuurlijke vermogen van het uitwendige oor om geluid op te vangen te herstellen).

HET HOEFT NIET, MAAR HET KAN WEL

Julia Slagt, Support Specialist Audiologie bij Demant Nederland, vergezelde ons tijdens deze perstrip naar Kopenhagen. Na afloop sprak De Audiciens met Julia.

Julia, jij was betrokken bij de lancering van de Zeal in Nederland. Sinds wanneer is de Zeal op de markt?

Julia: “ Wij mochten de release van de Zeal officieel communiceren vanaf oktober 2025, in de maanden hiervoor hebben wij ons intern kunnen voorbereiden op deze release. Kort daarna is alles klaargestoomd om de Zeal aan de Nederlandse markt te presenteren.”

Waarom is er vanuit het hoofdkantoor voor gekozen om Zeal niet overal tegelijk in Europa te lanceren?

Julia: “Oticon is een Deens merk en het is dan ook logisch om de Zeal als eerste in eigen land uit te brengen. Daarnaast werd ervoor gekozen om het toestel vanaf begin dit jaar ook op de Engelse en Zwitserse markt uit te rollen. Dit heeft ermee te maken dat het productieproces van de Zeal totaal anders is dan de ‘standaard’ RIC hoortoestellen. Er moesten nieuwe machines ontwikkeld worden, een nieuwe chip en de daarbij behorende productielijn van de chips. Oticon wilde zich ervan verzekeren dat ze voldoende voorraad zou hebben op de lanceringsdatum op 23 maart 2026. Het zou vervelend zijn als er een stop op de pre-orders zou moeten komen, omdat de productielijn nog niet op volle toeren draaide. Nu is alles geregeld en kunnen we de winkels vrijwel gelijk voorzien van de Zeal.”

Wat zijn de beweegredenen geweest om de Zeal te ontwikkelen?

Julia: “Toen ik zelf nog als audicien in de winkel werkzaam was, moest ik vaak met de klant beslissen om voor het ene of voor het andere hoortoestel te kiezen. Ik kon bijna nooit een complete oplossing aanbieden. Denk bijvoorbeeld aan andere IHO hoortoestellen. Als ze Bluetooth hadden, werd er gescoord op connectiviteit, maar werd het een groter, minder discreet toestel. Er waren ook nog weinige IHO hoortoestellen op de markt die oplaadbaar waren en die andere gewenste features

hadden. Oticon heeft heel goed gekeken naar de praktijk en geluisterd naar de klant en audicien. Wat missen we nog in ons aanbod? Wat is uniek en past in ons portfolio? Daar is de Zeal uitgekomen. Een compacte, discrete versie van een in-het-oorhoortoestel met meerdere aanpasmogelijkheden en niet te vergeten Bluetooth met verbeterde connectiviteit. Het is als het ware alles-ineen.”

Hoe is het gelukt om zonder concessies alle features zoals DNN 2.0, MoreSound intelligence, SuddenSound Stabilizer in dit compacte hoortoestel te verwerken?

Julia: “Door slim te kijken naar alle features die we nodig hebben bij een ITE-model in combinatie met de beschikbare ruimte is er een nieuwe indeling gemaakt voor de techniek. We zijn begonnen met de accu en hebben de techniek hier omheen gebouwd. Dit zorgt ervoor dat we óók op accuduur geen concessies hoeven te doen. Door de techniek in te gieten zorgen we niet alleen voor een heel robuust hoortoestel, maar ook dat er geen lucht en loze ruimte in het toestel overblijft, alle ruimte wordt optimaal benut.”

Waar staat het concept ‘nxtCIC’ in het portfolio voor?

Julia: “Oticon Zeal is niet vergelijkbaar met een ander toestel in de huidige hoortoestellenmarkt. Ook binnen Oticon hadden wij nog geen IIC, CIC of ITC die alle mogelijke functies in één had. Vandaar een mooie toevoeging aan het portfolio de nxtCIC.”

Volgens Taco Drok is Zeal een in-het-oorhoortoestel zonder concessies. Toch bevat dit hoortoestel maar een enkele microfoon ten opzichte van de dual microfoon in de Intent. Worden er op dat opzicht ook geen concessies gemaakt in de geluidservaring?

Julia: “De positie van de Zeal in het oor zorgt voor een natuurlijke manier van opvangen en plaatsen van

Begeleid uw patiënten via bahsjourney.com/nl

• Begeleid patiënten in elke fase van hun reis

• Stel patiënten in staat om weloverwogen beslissingen te nemen

• Gebruik onze online hulpmiddelen ter ondersteuning van uw counselinggesprekken

geluiden uit de omgeving. Iets wat met een toestel achter het oor een stukje uitdagender kan zijn. Om dit op te lossen bij de toestellen achter het oor passen we een extra microfoon en wat extra technieken toe. Met als resultaat dat beide toestellen, ook dankzij onze NXT-Gen AI, in lawaai zeer goed presteren en dat Oticon Intent en Oticon Zeal in stilte hetzelfde presteren.”

Zeal heeft het IP68-certificaat. Is het daarmee vergelijkbaar met andere toestellen met hetzelfde keurmerk?

Julia: “Het toestel is inderdaad IP68 gekeurd en daarmee vocht- en stofbestendig. Wat dit toestel anders maakt is het feit dat de techniek ingegoten zit. Dit maakt het minder gevoelig voor vocht, hierbij gaan we natuurlijk wel uit van water en niet van bijvoorbeeld transpiratie of cerumen. Onderhoud zal hierbij belangrijk blijven voor een optimale gebruikersbeleving.”

De Zeal biedt ook Auracast aan. Wat maakt dat voor deze extra functie is gekozen en heeft dit effect op de batterijduur?

Julia: “Wij willen als bedrijf meegaan in de toekomst. Auracast gaat wellicht de huidige ringleiding vervangen en onze hoortoestellen moeten ‘toekomstproof’ zijn. Auracast is er niet alleen voor streaming van audio, maar kan ook ingezet worden om informatie in verschillende talen uit te zenden. Dit is anders dan de klassieke bluetooth en op een andere manier in te zetten dan de huidige ringleiding. Overigens heeft het gebruik van Auracast geen negatieve verwachting op de batterijduur. De batterijduur is gelijk aan die van de Intent. Daarmee verwachten we dat het gebruik van de streaming de batterijduur niet negatief beinvloedt op een manier dat mensen er last van zullen hebben op een gemiddelde dag met normaal gebruik. ”

Wat vind je zelf van de Zeal ten opzichte van andere (instant fit) IIC en CIC toestellen?

Julia:” Zelf heb ik in mijn werk als audicien ook met instant fit hoortoestellen gewerkt. Hoewel het erg fijn

DEEPDIVE IN DEMANT EN ONDERZOEKSCENTRUM ERIKSHOLM

Het Deense merk Demant bestaat sinds het begin van de twintigste eeuw. Opricht Hans Demant stond al vanaf 1904 bekend als innovator van gehoorrevalidatie, geïnspireerd door zijn slechthorende vrouw. Zoon William wist het bedrijf van zijn vader, samen met zijn moeder Camilla, groots te maken. Demant heeft een van de eerste vormen van ringleiding in de Deense kerken ontworpen en geplaatst en dit uitgerold naar bioscopen door het hele land. In 1977 opende onderzoekscentrum Eriksholm haar deuren. In 2014 werd het BrainHearing Lab geopend: hier werkt een multidisciplinair team, dat kijkt naar cognitieve neurologie, psychologie, ingenieurswetenschappen en computertechniek, op zoek naar de beste technieken en effecten voor mensen met hoorproblematiek. Het duurt zo’n vijf tot vijftien jaar voor een techniek daadwerkelijk in een hoortoestel geplaatst kan worden. Eriksholms motto is dan ook “committed to make audiological discoveries”.

was deze snel te kunnen laten ervaren, waren er altijd wel verwachtingen waaraan ze niet konden voldoen. Denk bijvoorbeeld aan een klein discreet toestel waarmee ook gestreamd kan worden. Het was altijd het één of het ander. Ik ben dan ook erg enthousiast dat dit met de Zeal wel kan. We kunnen een mooi totaalpakket aanbieden in één klein toestel. Van streamen tot oplaadbaarheid, van instant fit tot maatwerk. Zeal laat zien dat we innovatie erg belangrijk vinden. We inventariseren de wensen van klanten en audiciens en kijken hoe we hierop kunnen inspringen. Daarnaast is de manier van produceren zo anders dan we tot nu toe gewend zijn. Dit biedt mogelijkheden voor de toekomst.”

Tot slot, hoe zie je die toekomst van de Zeal?

Julie: “Ik hoop dat audiciens die de Oticon Zeal nog niet hebben aangepast, dit zeker gaan proberen. We focussen niet alleen op nieuwe klanten, die wellicht nog moeten wennen aan het idee van het dragen van een hoortoestel, maar willen ook mensen die al bekend zijn met hoortoestellen meer kunnen bieden dan ze misschien al gewend zijn. De Oticon Zeal staat voor discretie zonder concessies. Vanuit mijn eigen ervaringen met slechthorendheid en het dragen van hoortoestellen vind ik het een belangrijke boodschap dat dit niet iets is om je voor te schamen. Dat is ook zeker niet wat wij willen overbrengen met onze focus op discretie. We willen mensen simpelweg de mogelijkheid geven om voor discretie te kiezen, mocht die wens er zijn.”

Tinnitus-app

voor meer regie

Koen Broos ontwikkelde een app om mensen met tinnitus te helpen. Hiervoor gebruikte hij zijn eigen ervaringen en werkte samen met een team van experts. Het resultaat is Tinzo: een app die op een laagdrempelige manier mensen die last hebben van tinnitus kan helpen de regie over hun leven terug te krijgen.

Ik zit in het kantoor van Tinzo met Koen Broos, Nijmegen op de achtergrond en koffie op tafel. Koen is 27 en vertelt waar Tinzo vandaan komt: uit een periode waarin hij zelf niet meer wist hoe hij verder moest. Zijn verhaal begint zoals veel verhalen van mensen die met tinnitus te maken krijgen: onverwacht, verwarrend en met een gevoel van verlies van controle. Koen was pas 21 jaar en in zijn omgeving kende bijna niemand tinnitus.

EEN PIEP DIE BLEEF

Koen werkte bij een callcenter van een bank. Vijftig telefoontjes per dag, strak op tijd, hoge druk. In één van die gesprekken ervaarde hij ineens een hele hoge piep. Hij kende dit fenomeen wel van het uitgaan, soms na een avond stappen met te harde muziek in een kroeg. Even vervelend, maar daarna zakt het weg. Alleen dit keer verdween de hoge pieptoon niet. “Toen ik op mijn werk naar het toilet ging, dus zonder achtergrondgeluid, merkte ik pas hoe aanwezig het was. Ik raakte in paniek: wat ís dit?” Hij kende het woord tinnitus toen nog niet. Wat volgt, is herkenbaar: een zoektocht met veel losse eindjes. Koen ging naar de huisarts en kreeg daar de zin te horen, die hem is bijgebleven: “Leer er maar mee leven.” Hij was toen 21 jaar oud.

DE SPIRAAL NAAR BENEDEN

Dat zinnetje deed iets. Omdat tinnitus bij Koen meteen ingreep op het dagelijks leven: slaap, ontspanning, muziek, sociale situaties, motorrijden. “Mijn leven werd bepaald door tinnitus,” zegt hij. Koen beschrijft hoe het probleem niet in één klap “maximaal” was, maar geleidelijk groter werd. Hij herinnert zich momenten waarop hij thuis zat en tegen zijn moeder zei dat “alle kleur uit het leven was verdwenen”. Het dieptepunt was bereikt na maanden zoeken en proberen. Daarbij kwam schaamte. Zijn vrienden leefden het gewone studenten en uitgaansleven. “Zij kenden tinnitus niet, dus wisten ze ook niet goed wat het inhoudt en hoe ze erop moesten reageren. Dat zegt ook iets over mij: ik vond het lastig om te delen.” In Koens hoofd was tinnitus iets voor oudere mensen met gehoorverlies. Hij had het gevoel dat tinnitus jongeren niet overkwam.

COMMERCIËLE ZORG VERSUS WACHTTIJD

Online zoeken naar informatie en hulp hielp maar beperkt. Wie tinnitus googelt, komt snel op de verkeerde plekken terecht. Koen noemt expliciet hoe confronterend dat kan zijn als je nog geen hulp hebt en wel al de angst voelt. In zijn zoektocht zag Koen twee routes: commerciële tinnituszorg (praktijken, coaches), maar dat was voor hem financieel lastig bereikbaar en de reguliere zorg met lange wachttijden bij het audiologisch centrum. Hij meldt zich aan bij Kentalis. Ook gaat hij naar een externe psycholoog, maar hij haakt na twee gesprekken af. Een detail dat hij benoemt, is pijnlijk. “In het eerste gesprek met de psycholoog moest ik uitleggen wat tinnitus is. Dan sta je al 3–0 achter.”

Dat gevoel van ‘er is iets heftigs aan de hand en ik moet eerst zelf de basis uitleggen’, maakte de situatie zwaarder. Koen beschrijft het als een traject dat hem eerder verder omlaag duwde dan vooruit hielp.

GEHOORBESCHERMING EN HYPERACUSIS

Koen had naast tinnitus ook last van hyperacusis, een combinatie die vaak voorkomt. Hij kwam bij een audicien terecht voor op maat gemaakte oordoppen. Dat gaf hem een eerste gevoel van regie: “Ik kon mezelf beschermen.” Tegelijk slaat hij daarin door. “Ik droeg mijn oordoppen altijd: in de bus, onder de douche. Ik ging ze steeds vaker gebruiken.”

Koen kan zich niet herinneren dat er toen echt een gesprek werd gevoerd over hoe je gehoorbescherming functioneel inzet, zonder in de vermijding te schieten. Dit is een belangrijk signaal en iets waar audiciens van kunnen leren: voor iemand die angst- en paniekgevoelens ervaart, kan een goed gesprek het verschil maken.

HET GELE SCHRIFT

Het kantelpunt begint klein. Koen besluit dat wachten en alleen maar “volhouden” niet zijn route is. Hij vertrekt

‘WIE KAN JE BETER VERTELLEN
DAT HET WEER BETER WORDT

DAN JE EIGEN

VERLEDEN?’
Koen Broos

naar Spanje, midden in coronatijd. Dat klinkt romantisch, maar hij is daar eerlijk over: het was een donkere tijd, met medicatie en alcohol als demping. Het was niet zonder risico. En toch ontstaat daar iets dat later de kern van Tinzo wordt: een klein geel schriftje. Geen ‘tinnitusdagboek’ met cijfers over hoe erg de tinnitus was die dag, maar een logboek met een andere belangrijke vraag: Wat heb ik gedaan, ondanks de tinnitus? Wat kan ik nog wel? Hij schrijft situaties op: wat werkte, wat niet werkte, wanneer rust hielp, welke prikkels lastig waren. En vooral: hij schrijft bewijs op dat het soms beter ging. “Wie kan je beter vertellen dat het weer beter wordt dan je eigen verleden?” zegt hij. Later hoort hij van professionals dat dit raakt aan principes uit cognitieve gedragstherapie: aandacht sturen, betekenis geven, gedragspatronen herkennen, maar op dat moment was het vooral houvast.

MOTORRIJDEN

Koen noemt een moment als zijn persoonlijke mijlpaal: een mooie dag in mei 2024. Hij koopt een motor, iets wat hij jarenlang had gewild, maar niet meer durfde met zijn hyperacusis en tinnitus. Hij rijdt. Het gaat goed. Het voelt alsof hij de loterij heeft gewonnen. En dat moment, als hij voelt dat hij weer kan doen wat bij zijn identiteit hoort, markeert voor hem dat hij van ver is gekomen. Daarna komt de volgende stap: kan hij zijn eigen ervaring omzetten naar iets wat ook voor anderen toegankelijk is?

HET BEGIN

In eerste instantie denkt Koen nog kleinschalig: een app laten bouwen en die zelf vermarkten met zijn achtergrond in digitale marketing. Maar al snel merkt hij: tinnituszorg is geen ‘normaal’ consumentenproduct.

Als je het goed wilt doen, heb je inhoudelijke expertise nodig. Dat wordt een belangrijk thema in zijn verhaal: ervaringsdeskundigheid is waardevol, maar niet genoeg. Hij haalt er experts en partners bij. De rollen worden helder verdeeld: educatie & inhoud (psychoeducatie), methodiek & oefeningen en verbinding met patiëntennetwerken & zorgpartijen. Gaandeweg groeit Tinzo van een app met informatie naar een digitaal traject met modules: educatie, ontspanning, interactieve opdrachten en een opbouw die aansluit bij principes uit cognitieve gedragstherapie.

DE APP

Na het persoonlijke verhaal pakken we er de telefoon bij. Koen opent Tinzo en laat stap-voor-stap zien wat de app nu eigenlijk doet. Tinzo begint niet met: installeren en ‘succes ermee’. Koen benadrukt dat ze na de lancering veel geleerd hebben. “Een app werkt pas als je de gebruiker stapsgewijs meeneemt. Bovenin zie je een voortgangsbalk: hoe ver je bent en hoeveel er nog komt. De app nodigt uit om er even tijd voor te nemen, zodat je niet even snel bij de bushalte ergens doorheen klikt.”

INTAKE

Tijdens de onboarding stelt Tinzo vragen als je naam, leeftijdsgroep (dus niet je exacte leeftijd), hoe lang je tinnitus hebt en waar je aan wilt werken (bijvoorbeeld beter slapen, tinnitus beter begrijpen, meer regie). Koen noemt het “het gele schriftje in de app”: je kunt kiezen of je dagelijkse herinnering wilt ontvangen om je dagboek bij te houden. Wat de gebruiker tijdens de intake invult, vormt de basis voor de evaluatie. Koen vertelt dat doelen in de app aansluiten bij een gestructureerde aanpak (hij noemt de Goal Attainment Scale voor tinnitus): je kiest doelgebieden en verder in het traject wordt teruggekeken of je doelen ook echt dichterbij komen. Hierin herkennen we een parallel met de audicienspraktijk: het doet denken aan COSI (Client Oriented Scale of Improvement), maar dan toegepast op tinnitus. Niet iedereen kan in het begin SMART formuleren. Door met categorieën en eenvoudige keuzes te werken, wordt de drempel naar een SMART-doel lager.

HET PERSOONLIJK TRAJECT EN DE BIBLIOTHEEK

Na de intake maakt de app een profiel. Sommige onderdelen zijn generiek (iedereen ziet ze), andere zijn persoonlijk: afhankelijk van je doelen krijg je andere accenten in het traject. Heel concreet: kies je: “beter slapen”, dan zie je relatief meer ontspanning en praktische handvatten; kies je: “tinnitus beter begrijpen”, dan zie je meer psychoeducatie.

Naast het persoonlijke traject bevat de app ook een bibliotheek met daarin oefeningen, ontspannende geluiden, video’s en artikelen. Koen benadrukt dat ze inzetten op duidelijke taal, ondertiteling en een interface die werkt voor een brede doelgroep.

KOEN BENADRUKT DAT

ZE

INZETTEN

OP DUIDELIJKE TAAL, ONDERTITELING EN EEN INTERFACE

DIE WERKT VOOR EEN BREDE DOELGROEP

HET DAGBOEK

Bovenaan staat het dagboek. Je checkt in hoe je dag was. Als je aangeeft dat je dag verdrietig was, vraagt de app door: wat ging er wél goed? (bijvoorbeeld toch sociaal contact gehad, goed gegeten, iets gedaan waar je dankbaar voor bent). Het doel is hetzelfde als Koens schriftje destijds: terug kunnen lezen dat je, ondanks klachten, wél stappen zet. Koen is expliciet over wat hij níét wil: een dagboek dat alleen maar focust op “tinnitus vandaag een 9, gisteren een 10”. Dat vergroot bij veel mensen juist de focus op de tinnitus en de onrust. Tinzo gebruikt het dagboek als regie-instrument: klein, haalbaar en bevestigend.

LEREN VAN GROTE APPS

Tinzo kiest bewust voor interactie: sliders, korte invulmomenten, typen, kiezen en niet alleen lezen. Koen vergelijkt het met Duolingo en Headspace, omdat een digitale interventie pas effect heeft als mensen blijven terugkomen. Denk aan Streaks (een app van een takenlijst, die je helpt goede gewoontes te ontwikkelen), maar met een clean design en inhoudelijke basis.

TFI EN ZORGKAART: GERICHTER HET GESPREK IN Koen laat zien dat Tinzo de TFI (Tinnitus Functional Index) gebruikt in een chat-achtige flow: je ziet een score, krijgt uitleg wat die betekent en waar die vandaan komt. Het idee: een zorgkaart waarmee iemand in één oogopslag kan laten zien wat de impactdomeinen zijn, wat de doelen zijn en wat er al is gedaan. Dit kan helpen om sneller naar de kern te gaan. Koen benoemt ook de grens: bij (zeer) ernstige klachten is het advies om dit met de huisarts te bespreken. Een app is dan niet genoeg. Tegelijk is zijn ervaring dat iets kunnen doen tijdens wachttijd in de reguliere zorg zoals educatie, structuur of ontspanning vaak al spanning verlaagt en het gevoel van machteloosheid doorbreekt.

EEN BROCHURE VOOR AUDICIEN EN HUISARTS

Koen vertelt dat er brochures/flyers beschikbaar zijn (o.a. gebruikt in winkels). Zo ontstaat een heel eenvoudige route: iemand komt binnen met tinnitus of hyperacusis. Je bespreekt de basis en de alarmsignalen, verwijst waar nodig door en je geeft óók iets mee waarmee iemand dezelfde dag nog kan starten.

EEN NETWERK

Koen vertelt dat zijn eerste investeerder van zijn oude werkplek afkomstig was. Zijn vroegere werkgever zei onverwachts: ‘Ik doe mee’. Die vroege steun werkte als katalysator: minder afhankelijkheid en meer rust om te bouwen. Daarna sloten partijen aan zoals een regionale ontwikkelorganisatie, investeerders uit Nijmegen en kreeg Tinzo uiteindelijk ook een innovatie-lening. Koen is daar nuchter over: funding betekent niet dat je er bent; het betekent dat je mag beginnen en daarna moet je bewijzen dat het werkt.

REGIE

Als je Koens verhaal samenvat, draait het om één woord dat meerdere keren terugkomt: regie. Regie over je leven, weer kunnen slapen, weer kunnen deelnemen, weer durven plannen en vooral: weer het gevoel hebben dat je iets kunt doen. Tinzo is daarmee een poging om de standaardreactie “leer er maar mee leven” te vervangen door iets écht helpends. “Hiermee kun je vandaag al beginnen.” Tinzo is niet bedoeld als dé oplossing voor iedereen met tinnitus, maar omdat de periode vóór een uitgebreider zorgtraject met lange wachttijden vaak de schadelijkste is - paniek, vermijding, slapeloosheid en soms uitval - een zeer laagdrempelig startpunt. Koen zet zich, samen met zijn team, met volle energie en liefde in om zijn persoonlijke ervaringen en verhaal te delen, zodat anderen daar ook van kunnen profiteren.

MEER WETEN?

SCAN DE QR-CODE.

Marketingmanager Martijn Hegeman spreekt de bezoekers toe.

Eerste WSA-event brengt vele smaken samen

Op maandag 23 maart vond in de Midden Nederland Hallen het eerste WSA- event plaats. Ruim 150 professionals uit de hoorzorgsector kwamen samen voor een dag die volledig in het teken stond van Wonderful Sound for All. Het programma startte met een plenair deel. Richard Zoetemelk vertelde waar WSA voor staat en met welk enthousiasme ze samenwerken met klanten. Daarna ging Nick Linssen dieper in op luistervoorkeuren van de consument en het recente onderzoek dat WSA hiernaar heeft uitgevoerd. De belangrijkste conclusie: geluidsvoorkeuren doen ertoe. Daarna nam Berthold Gunster, de grondlegger van Omdenken, het publiek mee in een interactieve sessie vol prikkelende stellingen. Zijn boodschap was helder: door anders te kijken naar problemen ontstaan nieuwe inzichten.

Hierna volgden de workshops. In lijn met het dagthema ‘voorkeuren’ konden deelnemers hun eigen workshopprogramma samenstellen, volledig afgestemd op hun persoonlijke interesses. Het aanbod varieerde van Sound Preference en AI tot de toekomst van de hoorzorg, deepdives voor Signia en Widex, maatwerk, ondernemerschap, R&D en de customer journey. Op de marketplace waren alle merken en producten onder de WSA-paraplu vertegenwoordigd. In het WSA-snoepwinkeltje konden bezoekers hun favoriete snoepsmaken scheppen, een knipoog naar de verschillende smaken binnen WSA. De dag werd afgesloten met een optreden van het Smartphone Orchestra, dat met behulp van mobiele telefoons een gezamenlijk muziekstuk creëerde. Napraten gebeurde tijdens het aansluitende diner. Het was een inspirerend en geslaagd event!

Richard Zoetemelk, directeur WS Audiology Benelux, hield een openingsspeech.

Vroegsignalering maakt verschil!

Onderzoek naar psychisch welzijn bij dove en slechthorende kinderen

Tijdens het NVA-congres presenteerde basispsycholoog Stefanie Hop (Kentalis Amsterdam) een onderzoek naar het psychisch welzijn van dove en slechthorende kinderen en jongeren. De centrale vraag in de presentatie: hoe herkennen we psychische problemen bij dove en slechthorende jongeren eerder – en hoe zorgen we dat zij tijdig de juiste hulp krijgen?

De bijdrage van Stefanie Hop tijdens de NVA-dag sloot aan op promotieonderzoek van Nynke Dethmers, dat zich richt op de effectiviteit van het programma Psywel. Psywel is een programma dat als doel heeft om psychisch welzijn bij dove en slechthorende kinderen vroeg te herkennen, zodat problemen kleiner blijven en sneller verholpen kunnen worden. Hop begon met een schets van de doelgroep. Binnen Kentalis volgen ongeveer 500 leerlingen onderwijs in speciaal (voortgezet) onderwijs, variërend van jonge kinderen (vanaf 2,5 jaar) tot jongeren (tot ongeveer 18 jaar). Daarnaast ontvangen ongeveer 500 leerlingen ambulante begeleiding in het regulier onderwijs. Ook andere organisaties, zoals Auris, Viertaal en Vitus Zuid, begeleiden vergelijkbare groepen. Toch is daarmee niet de volledige doelgroep in beeld. Er zijn ook kinderen met gehoorverlies, die zonder ambulante ondersteuning in het reguliere onderwijs zitten. Zij worden mogelijk wel jaarlijks gezien door audiologen, maar vallen buiten het zicht van gespecialiseerde onderwijs- en zorgstructuren. Hop stelde daarom nadrukkelijk de vraag: welke kinderen missen we nog?

PSYCHISCHE PROBLEMEN KOMEN VAKER VOOR

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat psychische problemen bij dove en slechthorende kinderen ongeveer twee keer zo vaak voorkomen als bij horende leeftijdsgenoten. Tegelijkertijd worden deze problemen gemiddeld drie jaar later herkend. Daar zijn verschillende verklaringen voor. Gedrag of emoties worden regelmatig toegeschreven aan de gehoorstatus zelf. Teruggetrokken gedrag kan bijvoorbeeld worden gezien als een gevolg van slechthorendheid, terwijl er in werkelijkheid sprake kan zijn van depressieve klachten. Dit fenomeen staat bekend als diagnostic overshadowing: psychische problematiek wordt overschaduwd door de reeds bestaande diagnose, zoals bijvoorbeeld gehoorverlies. Daarnaast hebben dove en slechthorende kinderen vaker te maken met extra risicofactoren, zoals bijkomende lichamelijke of cognitieve problemen, stress in de omgeving of traumatische ervaringen.

DE KLEINE DEUR

Hop illustreerde de huidige zorgsituatie met een metafoor van de Oostenrijkse psychiater Johannes Fellinger, hij heeft jarenlange ervaring met het onderzoeken en behandelen van de DSH-doelgroep. (Fellinger J., Holzinger D., Pollard R. (2012) Mental health of deaf people. The Lancet; Vol 379: 1037-44). Horende kinderen met psychische klachten dragen een kleine rugzak en vinden relatief gemakkelijk een brede deur naar passende zorg. Dove en slechthorende kinderen dragen vaak een grotere rugzak, maar treffen juist een kleinere deur met minder behandelmogelijkheden. Het programma Psywel is ontwikkeld om die deur groter te maken.

Schilderij van Johannes Fellinger

Psywel bestaat uit vijf samenhangende pijlers: De eerste pijler is vroegsignalering. Net zoals scholen de leerontwikkeling volgen met Cito-toetsen, wordt met Psywel het psychisch welzijn systematisch gemonitord. Ouders en leerkrachten vullen periodiek vragenlijsten in, zoals de CBCL en de TRF. Vanaf elf jaar vullen leerlingen ook zelf een vragenlijst in. Wanneer er geen signalen zijn van problemen, wordt de screening na twee jaar herhaald. Bij verhoogde scores volgt een gesprek met ouders en kan nader onderzoek worden ingezet.

De tweede pijler is diagnostisch onderzoek met DSH expertise, waarbij via klinisch redeneren wordt gekeken naar zowel kindfactoren als omgevingsfactoren.

Daarbij wordt gebruikgemaakt van een model waarin beschermende en belemmerende factoren systematisch worden gewogen.

De derde pijler bestaat uit kortdurende, doelgroepgerichte behandeling. Hiervoor zijn specifieke interventies ontwikkeld voor lichte psychische problemen, zoals programma’s voor faalangst of lichte trauma (bijvoorbeeld met EMDR).

De vierde pijler volgt bij complexere problematiek: behandeling in de specialistische GGZ, bijvoorbeeld bij GGMD of Pro Persona.

De vijfde pijler richt zich op preventie en een versterkend schoolklimaat. Een pedagogische omgeving die is afgestemd op dove en slechthorende leerlingen en die trauma-sensitief werkt, kan veel problemen helpen voorkomen.

ONDERZOEK NAAR EFFECTIVITEIT

In het onderzoek van Nynke Dethmers werd gekeken naar de effectiviteit van de screening binnen het speciaal onderwijs. In totaal namen 495 leerlingen deel aan het onderzoek. Voor de analyse van thuissituatie en schoolsituatie konden uiteindelijk 277 leerlingen worden meegenomen, omdat daarvoor zowel ouder als leerkrachtvragenlijsten nodig waren. De resultaten bevestigen dat psychische problemen vaker voorkomen bij dove en slechthorende jongeren. In de thuissituatie ligt de prevalentie ongeveer 1,1 tot 1,4 keer hoger dan bij horende leeftijdsgenoten. Op school loopt dit verschil op tot ongeveer twee keer zo vaak. Opvallend was dat er geen verschil werd gevonden tussen jongens en meisjes, terwijl dat bij horende jongeren doorgaans wel aanwezig is. Bij adolescenten (ongeveer vanaf twaalf jaar) werd een duidelijk verschil gezien tussen typen problemen: internaliserende problemen, zoals angst en depressie, kwamen 2,4 keer zo vaak voor bij deze groep als bij horende leeftijdsgenoten. Externaliserende problemen lagen ongeveer 1,4 keer hoger. Momenteel doet Nynke Dethmers vervolgonderzoek naar de internaliserende problemen bij DSH jongeren, met name gericht op angst.

WAT BETEKENT DIT IN DE PRAKTIJK?

De screening blijkt goed uitvoerbaar: ongeveer 90% van de leerlingen in het speciaal onderwijs neemt eraan deel. De groep die niet wordt gescreend bestaat meestal uit recent ingestroomde leerlingen. Tegelijkertijd blijft de vraag hoe ook jongeren buiten het speciaal onderwijs bereikt kunnen worden. Hop richtte zich daarbij expliciet tot de aanwezige professionals, waaronder audiologen, logopedisten en audiciens. Zij zien immers ook kinderen en jongeren die niet in gespecialiseerde onderwijs- of zorgtrajecten zitten. Binnen de organisatie Deelkracht loopt momenteel een project om te onderzoeken of en hoe Psywel ook binnen audiologische centra kan worden geïmplementeerd.

MEER BEKENDHEID NODIG

Om te voorkomen dat jongeren eerst bij hulpverleners zonder specifieke expertise terechtkomen, zijn verschillende informatiematerialen ontwikkeld. Deze zijn bedoeld voor verwijzers, professionals, ouders en jongeren zelf. Daarnaast is er een website waar dove en slechthorende jongvolwassenen hun ervaringen delen en informatie geven over beschikbare hulp. Hoe bekender Psywel wordt binnen scholen, audiologische centra en andere zorginstellingen, hoe groter de kans dat psychische problemen bij dove en slechthorende kinderen eerder worden herkend en behandeld. Zoals Stefanie Hop het zelf samenvatte: “Het doel is dat de rugzak van kinderen kleiner wordt en de deur naar passende zorg groter.”

MEER INFORMATIE?

Het onderzoek naar Psywel is in 2025 gepubliceerd. Meer weten?

Scan de QR-code.

Op de website van Psywel kunnen kinderen en jongeren alle nodige informatie vinden.

Meer weten?

Scan de QR-code.

Alle nuttige informatie voor zorgprofessionals is terug te vinden in een handige pdf.

Meer weten?

Scan de QR-code.

Stefanie Hop

Mevrouw

Jansen!

Uw wachtkamer zit vol. U ziet op uw agenda de naam van de volgende patiënt voor een intake. U huppelt welgemoed naar de wachtkamer en roept luid en duidelijk ‘Mevrouw Jansen!’ en bam, daar overtreedt u de wet! Hoe zit dat? In 1995 is de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst in werking getreden. Deze wet regelt de relatie tussen zorgverlener en patiënt, met een stevige focus op privacy. In een audicienspraktijk, waar we dagelijks omgaan met medische gegevens zoals audiogrammen, persoonlijke verhalen over sociale isolatie en soms zelfs tranen van opluchting bij de eerste fitting, is privacy geen luxe, maar een must. De wet, die in 2020 nog aangepast is, is een plicht voor alle zorgverleners, dus niet alleen voor artsen.

De WGBO is ingebed in het Burgerlijk Wetboek (BW 7, titel 7, afdeling 5) en geldt ook voor audiciens, omdat het aanpassen van hoortoestellen een ‘geneeskundige behandeling’ is. Privacy staat centraal in artikelen 7:457 (beroepsgeheim) en 7:454 (dossierplicht met inzagerecht).

Er is ook nog een andere regeling, de General Data Protection Regulation, een EU-regeling uit 2016. In het Nederlands heet die de Algemene Verordening Gegevensbescherming, AVG. De AVG gaat niet alleen over patiënten en zorgverleners, maar over alle organisaties in en buiten de EU, die gegevens verzamelen over EU-personen. Dus van luchtvaartmaatschappijen tot hotels, van verzekeraars tot de post.

‘ZO’N

ALGEMENE BEPALING IS NIET RECHTSGELDIG’

Hans Mülder studeerde kernfysica en is opgeleid tot klinisch fysicus audioloog. Hij heeft diverse uitvindingen en patenten op zijn naam voor draadloze microfoonsystemen, gehoorbescherming en soundfield. Met ons deelt hij zijn vaak tegendraadse visie op alles wat relevant is voor de audicien.

De laatste afkorting die we moeten kennen, is de AP: de Autoriteit Persoonsgegevens. Dat is een onafhankelijke toezichthouder die kijkt naar de naleving van de AVG, de WGBO en nog een paar wetten. Deze toezichthouder houdt natuurlijk toezicht, maar doet ook aan handhaving, voorlichting en klachtenbehandeling. Iedereen (patiënt, werknemer) kan een klacht indienen indien men meent dat zijn privacy geschonden is. De AP deelt ook boetes uit. Als er een grove overtreding is van de AVG bedraagt die maximaal het hoogste van de volgende twee bedragen: 4% van de wereldwijde jaaromzet van het bedrijf of 20 miljoen euro. Slik! Veel audiciensbedrijven zijn eigendom van een groot internationaal concern, met een miljardenomzet. Boetes kunnen dus theoretisch 100 miljoen euro of meer bedragen. De AP is machtig en heeft in Nederland al boetes uitgedeeld. Enkele ziekenhuizen moesten bijna een half miljoen euro betalen. Voor lichte overtredingen bedraagt de maximale boete 10 miljoen of 2% van de omzet. Nog altijd een pittig bedrag.

Hans Mülder

Gebrekkig naleven van de wet Hoe zit het in Nederland bij de audiciensbedrijven met de naleving van de WGBO en de AVG? Ik heb van een aantal bedrijven de privacyverklaring op de website bekeken en daar werd ik niet vrolijk van. Nu is het geen plicht een privacyverklaring op de website te publiceren, het kan ook in een folder staan, maar een website helpt bij de informatieplicht en noodzaak voor transparantie, dus het is een goede praktijk. En de praktijk kan nog afwijken van wat men in een privacyverklaring opneemt, maar dat lijkt me niet erg waarschijnlijk. Wat ben ik tegengekomen?

• Privacyverklaringen die wijzen naar de AVG, maar niet naar de WGBO.

• Bewaartermijnen van medische gegevens van 15 jaar, terwijl de wettelijke plicht minimaal 20 jaar is.

• Het ontbreken van het recht op vernietiging van een dossier.

• Het noemen in zijn algemeenheid dat medische gegevens gedeeld worden met bijvoorbeeld verzekeraars, terwijl de WGBO individuele toestemming per patiënt verlangt.

• Privacyverklaringen die erop wijzen dat medische gegevens met het moederbedrijf (in het buitenland) gedeeld worden, maar voor het delen daarvan is per patiënt individueel toestemming nodig. Zo’n algemene bepaling is niet rechtsgeldig.

• Privacyverklaringen die verwijzen naar de audioloog of op een vage manier naar toepasselijke wetgeving, maar die niet wijzen op geheimhouding, bewaarplicht en dossierplicht.

• Privacyverklaringen die verwijzen naar de HIPAA (Health Insurance Portability and Accountability Act van 1996)! Dat is Amerikaanse privacywetgeving en totaal irrelevant voor Nederland.

• Privacyverklaringen die in zijn algemeenheid erop wijzen dat met de medische gegevens lead generation gedaan kan worden (d.w.z. het proces van het aantrekken van potentiële klanten). Ook daar geldt dat individuele toestemming vereist is en dat zo’n algemene uitspraak gewoon niet kan.

Ook het StAr Handboek Hoorzorg 3.2 (juni 2025) vermeldt de WGBO en de daaruit voortvloeiende verplichtingen niet. Wellicht ligt daar de oorzaak van het schijnbaar gebrekkige naleven van de wettelijke verplichtingen door audiciensbedrijven. Dat is het gevaar van handboeken en standaarden: fouten vermenigvuldigen zich snel. Het gaat overigens niet alleen om de

‘HIER IS PRIVACY GEEN LUXE, MAAR EEN MUST’

privacyverklaringen, die zijn voor mij eerder een signaal hoe het er in zijn algemeenheid voor staat. Strikt genomen mag u patiënten niet bij naam roepen uit de wachtkamer als daar anderen aanwezig zijn en als u daarvoor geen uitdrukkelijke toestemming heeft gekregen. Ik ken een kliniek waar patiënten per nummer opgeroepen worden. Fantastisch! Als een patiënt met een familielid komt, vraagt de patiënt of het in orde is dat het familielid erbij is. De infrastructuur in een audiciensbedrijf is niet altijd behulpzaam om aan de eisen van de WGBO te voldoen, maar een inspanningsverplichting heeft u wel degelijk. Kijk hoe binnenkomende telefoongesprekken aan de receptie hoorbaar zijn voor derden. Er wordt in de wetgeving geen onderscheid gemaakt tussen een abortuskliniek of een audiciensbedrijf. Dus ga niet uit van uw eigen intuïtie of iets privacygevoelig is of niet en stel geen voor anderen hoorbare vragen aan een patiënt over zijn hoortoestellen als u die vraag niet zou stellen als het om zijn stoelgang zou gaan. Ik denk dat de branche zijn huiswerk niet heeft gedaan. De hoogste tijd om dit in te halen!

De AP geeft advies, maar er zit wellicht een (groot) risico zich daar te melden zolang men de wet overtreedt. De KNMG-handleiding Omgaan met Medische Gegevens is naar mijn smaak een uitstekend document waar in detail heel veel aspecten besproken worden. De wettekst van de WGBO is niet gecompliceerd, de formulering is zeer toegankelijk. Ook dat behoort tot de verplichte literatuur wat mij betreft. En nogmaals, het naleven van de AVG is niet genoeg. Daar lijken de meeste audiciens wel enigszins naar te handelen, maar de WGBO is de blinde vlek. Aan de slag dus!

VERSLAG

Wat moeten we weten

over de NOAH-veldnorm

Tijdens de laatste NVA-dag gaf Donné Pans, voorzitter van NOAH (Nationaal Overleg Audiologische Hulpmiddelen) een overzicht van de ontwikkeling van de vernieuwde NOAH-veldnorm (2026) en de bredere beweging binnen de hoorzorg waar deze update uit voortkomt.

De Audiciens noteerde de belangrijkste punten uit dit verhaal.

Donné Pans startte zijn verhaal met een korte schets van NOAH en de betrokken partijen. Binnen het overleg werken patiëntenvereniging, kno-artsen, audiologen, audiciens, industrie en hun brancheorganisaties samen. Sinds enige tijd wordt ook afgestemd met de huisartsen. De veldnorm beschrijft de rollen, verantwoordelijkheden en verwijsafspraken binnen de hoorhulpmiddelenzorg, waarbij de audicien een belangrijke triagefunctie heeft. De aanleiding voor de update ligt onder meer in het Verbetersignalement van het Zorginstituut. Daarin wordt benadrukt dat hoorzorg nadrukkelijker persoonsgericht moet worden ingericht, met meer aandacht voor functioneren, communicatie en psychosociale aspecten naast de technische compensatie. Dit sluit aan bij het bredere kader van passende zorg: niet meer doen dan nodig, maar ook niet minder dan noodzakelijk. Een centrale lijn in de nieuwe veldnorm is de verbreding van het perspectief: van hoortoestelverstrekking naar hoorhulpmiddelenzorg. Daarmee wordt expliciet gemaakt dat goede hoorzorg verder gaat dan het leveren van een toestel en dat ook begeleiding, aanvullende hulpmiddelen en revalidatie onderdeel zijn van het zorgproces. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de verzekerde, maar ook naar de private markt. In de conceptversie zijn verschillende definities en verwijscriteria herzien. Waar eerdere criteria vooral audiometrisch waren, worden deze in de nieuwe veldnorm nadrukkelijker gecombineerd met klachten, functioneren en klinische context. De herziening moet ertoe leiden dat er minder onnodige verwijzingen naar de tweedelijns zorg plaatsvinden. Slechthorenden kunnen daarmee sneller worden geholpen door de audicien. Donné liet dit onder meer zien aan de hand van aangepaste definities rond asymmetrie en ernstige slechthorendheid. De beweging is duidelijk: minder binair, meer professioneel afwegen. Daarnaast krijgt psychosociale triage een expliciete plek. De veldnorm benoemt nadrukkelijker dat audiciens signaleren hoe iemand functioneert in het dagelijks leven en welke communicatie- of participatieproblemen er spelen. Dat vraagt mogelijk om verdere scholing en

professionalisering van de beroepsgroep, met name op het gebied van gespreksvoering en deze bijzondere vorm van triage. Instrumenten als de COSI kunnen daar helpend bij zijn.

‘MET

DE NIEUWE VELDNORM ONTSTAAT MEER RUIMTE

VOOR COUNSELING EN

PROFESSIONEEL HANDELEN’

WINSTPUNTEN

Voor de verschillende partijen benoemde Donné Pans zowel opbrengsten als aandachtspunten. Voor slechthorenden moet de nieuwe veldnorm leiden tot betere informatie, minder onnodige zorgstappen en kortere wachttijden. Voor audiciens wordt de poortwachtersfunctie meer expliciet erkend en ontstaat meer ruimte voor counseling en professioneel handelen, terwijl de complexiteit van triage en besluitvorming toeneemt. Voor audiologische centra en kno-zorg kan de herziening bijdragen aan gerichtere inzet van expertise en kortere wachtlijsten.

Aan het einde van de presentatie volgde een korte discussie vanuit de zaal. Daarbij werden vragen gesteld over een aantal van de aangepaste criteria, met name rond ernstige slechthorendheid en de rol van spraakverstaan-scores. Er werd gewezen op het spanningsveld tussen een grenswaarde (bijvoorbeeld rond 70%) en het klinisch functioneren van cliënten die nog net buiten deze formele criteria vallen, maar wel duidelijke communicatieproblemen ervaren.

Ook kwam de vraag naar voren hoe en onder welke meetcondities deze scores geïnterpreteerd moeten worden en hoe dit zich verhoudt tot besluitvorming

‘DAARMEE WORDT DE PSYCHOSOCIALE TRIAGE

MEER EEN PROCES IN PLAATS VAN EEN MOMENT’

GESCHIEDENIS VELDNORM

De eerste NOAH Veldnorm werd in december 2008 ondertekend en speelde een belangrijke rol bij het implementeren van een verantwoorde vorm van de overdracht van taken van de voorschrijver naar de audicien. NOAH evalueert de norm periodiek. Nieuwe wetenschappelijke inzichten, technologische ontwikkelingen en gewijzigde richtlijnen vormen aanleiding voor actualisatie. De huidige veldnorm dateert uit 2017. Verwacht wordt dat de nieuwe NOAH-veldnorm in juni dit jaar definitief wordt vastgesteld. Daarna kan de veldnorm worden uitgerold en wordt deze actief. Tot 1 januari 2027 kunnen beide normen gebruikt worden, vanaf 1 januari 2027 is de nieuwe veldnorm nog de enige die gehanteerd mag worden.

Klinisch fysicus audioloog en NOAH-voorzitter Donné Pans

rond vervolgzorg, zoals verwijzing richting CI-trajecten. Een toon- en spraakaudiogram zegt niet alles. Evenals het spraakverstaan met hoortoestellen in een stille meetcabine. Belangrijk is hoe iemand in zijn/haar dagelijks leven functioneert en dit zelf ervaart. Dat onderstreept de noodzaak van professionele afweging en het expliciet meenemen van audiometrie, functioneren, hulpvraag en revalidatieresultaat: een lijn die naadloos aansluit bij de richting van de nieuwe veldnorm.

GEEN STATISCH DOCUMENT

Donné benadrukte dat de kern ligt in het blijven beoordelen van het functioneren, zowel aan het begin als gedurende en aan het einde van de technische revalidatie. Daarmee wordt triage, met name de psychosociale triage, meer een proces in plaats van een moment.

De veldnorm is inhoudelijk grotendeels herschreven en bevindt zich in de fase van bestuurlijke accordering. Implementatie vraagt nadrukkelijk aandacht voor

communicatie, scholing, kwaliteitsborging en monitoring van verschuivende patiëntstromen tussen audicien, knozorg en audiologische centra.

Tot slot benadrukte Donné dat de veldnorm geen statisch document is. Het voornemen is om de effecten te volgen, jaarlijks te evalueren en waar nodig bij te stellen. Daarmee positioneert de nieuwe veldnorm zich als een dynamisch kader voor integrale, persoonsgerichte hoorhulpmiddelenzorg.

MEER

WETEN? SCAN DE QR-CODE.

Wanneer het stil wordt

Als audicien zijn we gewend om uit te leggen: grafieken, frequenties, dB HL — we vertalen metingen naar begrijpelijke taal.

We verklaren wat iemand ziet, maar vooral wat iemand ervaart.

Toch vraagt uitleg soms iets onverwachts: stilte.

Redacteur Thomas Ophof vertelt.

Meestal leggen we eerst de resultaten van de toon-audiometrie uit. We tonen het audiogram, benoemen wat binnen de referentiewaarden valt en wat daarbuiten. We duiden het patroon: geleidelijk aflopend, licht tot matig verlies, geen opvallende asymmetrie. Het is logisch — en nodig. Mensen willen begrijpen wat ze zien. Pas daarna volgt de stilte. Het audiogram staat nog op het scherm. Zorgvuldig gemeten, technisch betrouwbaar, zonder onverwachte bevindingen. Een uitslag die richting vraagt, maar geen haast. Toch voelt dat moment zelden rustig. En precies daar wordt zichtbaar hoe wij ons vak invullen. De cliënt kijkt naar het audiogram. De paar seconden waarin onze uitleg stopt en de cliënt zelf woorden zoekt. Woorden die niet in grafieken te vangen zijn.

“Het valt me vooral op in gezelschap,” zegt hij dan. “Niet zozeer dat ik het niet hoor. Meer dat ik het niet kan volgen.”

Dat verschil is essentieel. Het audiogram toont een verlies in dB HL. Het gesprek tussen cliënt en audicien toont de impact op participatie. Wanneer we die twee te snel aan elkaar koppelen, slaan we een stap over. Dan bewegen we van meting naar oplossing, terwijl de cliënt nog bezig is met erkenning. Zonder erkenning is elk advies kwetsbaar.

“Ik ben aan het eind van een avond op.”

“Ik trek me terug, terwijl ik dat eigenlijk niet wil.”

“Ik lach maar mee.”

Dat zijn geen technische klachten. Dat zijn signalen van verminderde participatie en beginnende aanpassing aan gehoorverlies. Als we daar te snel overheen stappen, reduceren we een menselijk probleem tot een technische oplossing. Het is een valkuil. We zijn als audiciens

sterk in meten. We kennen de normen, de gradaties, de relatie tussen frequenties en spraakverstaan. Maar vakmanschap zit niet alleen in een correcte interpretatie. Het zit ook in het verdragen van een paar seconden ongemakkelijke stilte — zonder die meteen te vullen.

In veel praktijken is tijd een sturende factor. Agenda’s zijn efficiënt gepland, consulten hebben vaste blokken, rendement en doorlooptijd spelen — expliciet of impliciet — een rol. Stilte past daar niet vanzelfsprekend in. Stilte levert niets op. Tenminste, zo lijkt het. Dus vullen we hem. Met extra uitleg. Met nuance. Met alvast een voorstel. Professioneel, doelgericht, rationeel correct. Maar de cliënt is vaak nog niet zover.

Onder tijdsdruk vertragen voelt inefficiënt, maar misschien is het juist inefficiënt om het níet te doen. Wanneer beleving niet eerst uitgesproken mag worden, wordt motivatie fragiel. Dan adviseren we op basis van een grafiek, terwijl het draagvlak nog moet ontstaan. Techniek zonder betekenis blijft oppervlakkig.

Stilte is geen onderbreking van het proces. Stilte is onderdeel van het proces. Misschien moeten we onszelf vaker de vraag stellen: geven we de cliënt ruimte om te begrijpen wat er gemeten is — of alleen om te horen wat wij ervan vinden? De oplossing volgt meestal wel. Hulpmiddelen, instellingen, begeleiding — dat is onze expertise. Stilte is niet meetbaar, niet genormeerd en niet declarabel, maar ze bepaalt vaker dan we denken of een traject werkelijk gedragen wordt. En misschien zit het vertrouwen van de cliënt niet alleen in wat we uitleggen, maar ook in wat we even laten staan.

Thomas Ophof

Dementie op de winkelvloer

EUHA bood dit voorjaar een extra webinar aan over het belangrijke onderwerp ‘Hoe ga je om met de demente doelgroep in de audicienpraktijk?’

Redacteur Romina Cecchini volgde het webinar met veel interesse.

Ulrich Gsenger, counselor voor mensen met dementie, opent het webinar door te stellen dat veel mensen met dementie als ‘ziek’ worden gezien. Dit ligt echter veel complexer. Door middel van praktijkvoorbeelden legt Ulrich uit hoe jij als hoorspecialist met deze doelgroep kunt omgaan om toch een advies op maat te bieden. Wat moeten we weten over dementie, hoe ziet het verloop eruit en hoe benader je hun hoorprobleem? Belangrijk, want naar verwachting zal de komende jaren het aantal mensen met dementie zeer snel toenemen, wellicht zelfs verdubbeld zijn rond het jaar 2050.

HET VERLOOP

Ulrich geeft aan dat mensen die dementerend zijn, zich veelal in een van de drie fases bevinden:

Fase 1: Hierin zijn de mensen over het algemeen zelfstandig en zitten ze nog in een ontkenningsfase. Ze weten vaak dat het niet allemaal klopt wat er in hun hoofd gebeurt en dat ze meer vergeetachtig zijn. Hierdoor kan men zich angstig voelen of zelfs depressief. Fase 2: Desoriëntatie en verwarring nemen verder toe. Nu zal ook de omgeving van de persoon vaker herkennen dat niet alles meer kloppend is. Routine wordt lastig en bij dagelijkse behoeften, zoals eten en slapen, is begeleiding nodig. Deze fase wordt gekenmerkt door een groter verlies aan onafhankelijkheid. Iemand kan zich meer terugtrekken uit sociale interacties.

Fase 3: De mensen leven in hun eigen wereld. Context en logica van het dagelijks leven is weg. Communicatie kan lastig zijn in deze fase. De eigen persoonlijkheid gaat verloren en mensen zullen hun geliefden misschien niet meer herkennen.

WAT IS DEMENTIE?

IN DE WINKEL EN NU?

“Mensen met dementie zijn geen kinderen. Het zijn nog steeds volwassen mensen, die met respect behandeld moeten worden,” zegt Ulrich. Hoe kun je als hoorspecialist inspelen op de verschillende fases van het verloop van dementie?

Het is verstandig om nieuwe cliënten met slechthorendheid en beginnende dementie zo snel mogelijk te helpen. In fase 1 kunnen mensen nog een routine aanleren en leren omgaan met de hoortoestellen en het onderhoud hiervan. Ook kunnen ze wennen aan nieuwe geluiden en versterking. In fase 2 wordt dat al iets lastiger en is het van belang dat je als hoorspecialist een contactpersoon van de klant betrekt in het proces. Zo kan de omgeving meedenken en helpen in het hoorzorgtraject en met de omgang van de hoortoestellen.

In fase 3 moet je accepteren dat er geen volledig goed afgesteld hoortoestel meer geleverd kan worden. Er moeten meer compromissen gesloten worden en er moet gekeken worden naar wat er op dat moment nog wel gedaan kan worden waarmee de klant geholpen is.

De vuistregels voor communicatie met deze mensen zijn: wees duidelijk en houd het kort. Stel geen meerdere vragen tegelijk. Laat de cliënt het antwoord geven en laat hen uitpraten. Gebruik gebaren en mimiek om je verhaal te verduidelijken. Toon waardering en wijs hen niet te veel op fouten, luister goed en let op lichaamstaal. Probeer de situatie in te schatten, blijf vriendelijk en wendbaar en het belangrijkst: wees respectvol en toon empathie. Het is een constant verloop van situaties en emoties, niet alleen voor jou als hoorspecialist, maar ook voor de klant en zijn/haar omgeving. Ook zij verwachten en verdienen een goed en eerlijk advies van jou.

Dementie is een overkoepelende term, gebruikt voor verschillende hersenaandoeningen die informatieverwerking en het cognitief vermogen aantasten. Het is een progressief syndroom, wat betekent dat het met tijd verslechtert. Symptomen die vaak voorkomen zijn vergeetachtigheid van plaats en tijd, geheugenproblemen, taalproblemen en verminderd beoordelingsvermogen en het lastiger worden van dagelijkse behoeften en activiteiten. MEER WETEN?

Optitrade Audiologie Marathon 2026

De waarde van zorg – waar klantbeleving en commercie samenkomen

De jaarlijkse Optitrade Audiologie Marathon is inmiddels voor veel audiciens een evenement waar ze graag naartoe gaan.

180 geïnteresseerden reisden maandag 2 februari af naar de vertrouwde locatie Gooiland Hilversum. Triage-audicien Joëlle van den Hof-Saes van Hoorcentrum De Wolden was erbij en doet voor De Audiciens verslag van alle bijzonderheden en nieuwtjes.

De twaalfde editie werd geopend door Optitrade-directeur Pim Föster met de introductie van het nieuwe Optitrade team. Hij voorspelde ons een dag vol vernieuwing, Artificial Intelligence en beloofde dat wij de dag zeker zouden eindigen met een glimlach.

Als eerste kwam Guido van Woerkom van StAr aan het woord over “Meer doen met minder”. De centrale vraag hierbij was: Hoe kunnen we met minder kno-artsen en minder audiciens meer mensen begeleiden in het proces naar een hoortoestel? Om dit proces soepeler te maken, komen er een aantal wijzigingen in het StArhandboek, zodat de druk op kno-artsen minder wordt en audiciens efficiënter kunnen werken. Het gevolg is dat beide groepen goede zorg kunnen leveren in een nieuw kwaliteitssysteem. Deze wijzigingen zullen de samenwerking in de branche meer stimuleren en daarnaast kwaliteit verbeteren die nu onder druk staat. Een voorbeeld van de wijzigingen is de aanpassing van de leeftijd wanneer audiciens klanten moeten doorverwijzen. Naar verwachting zal dit veranderen naar de groep van 18 - 59 jaar (nu tot 67 jaar). Ook zal naar verwachting dit jaar (uiterlijk volgend jaar) Hoorprotocol 3.0 gelanceerd worden, waarbij er meer aandacht komt voor de behoefte van de klant in plaats van een vastgestelde categorie. Parallel hieraan loopt een nieuwe NOAH-veldnorm en het StAr-handboek 4.0, waarbij de focus ligt op het leveren van goede kwaliteit zorg aan klanten om toekomstbestendig te zijn. Daarna volgde Thijs van Deudekom met een interactieve voorstelling waarin “Zorg voor later” centraal stond. Met humor en scherpe observaties nam hij ons mee in zijn kijk op de toekomst van zorg. Wat kunnen wij zelf meer gaan doen voor een ander en hoe kunnen wij de hoorzorg betaalbaar houden? Helaas konden we gezamenlijk geen kant-en-klare oplossingen bedenken om te zorgen dat de zorg voor later goed afgebakend is. Het merendeel van de 180 deelnemers was het erover

AUDIOLOGIE MARATHON 2026

Op maandag 2 februari organiseerde Optitrade Retailgroep voor de twaalfde keer de jaarlijkse Audiologie Marathon. Het thema dit jaar was De waarde van zorg – waar klantbeleving en commercie samenkomen. Daarbij werd dieper ingegaan op de betekenis van waarde. Slaat dit op de verkoopcijfers of op het klantvertrouwen (klantbinding). Hoe vind je als ondernemer de juiste balans tussen commercie, menselijkheid en vakmanschap. Met bijdragen van Thijs van Deudekom en Sydney Brouwer en verschillende praktische workshops vanuit de branche.

eens dat zorg voor later een groot probleem is, waar niet alleen wijzelf, maar ook de overheid een heel belangrijk aandeel in heeft.

Afsluitend nam kno-arts Thijs Jansen van Earhelp het woord. Zijn keynote draaide om de stelling: “Samen hoorzorg toegankelijk houden”. Hierbij zette Jansen de samenwerking tussen kno-artsen en audiciens centraal. Kno-artsen en audiciens zullen door de komende wijzigingen in NOAH-protocol meer naast elkaar staan, waarbij de rol van de audicien die van een poortwachter zal worden in de keten. Hierdoor kan er sneller gereageerd worden, zodat klanten beter en sneller geholpen kunnen worden en de klantreis makkelijker en toegankelijker wordt. Hoe dit eruit komt te zien? Er komt meer verantwoordelijkheid bij de audiciens. Er zullen meer e-consults met kno-artsen plaatsvinden en het belangrijkste: de klant zal meer centraal komen te staan met zijn/haar wens. Het is niet langer een vragenlijst die een hoorcategorie bepaalt, maar de wensen en het verhaal van de klant zullen meer gaan bepalen wat de klant nodig heeft. De drie punten die belangrijk zijn

voor de audiciens: het verhaal van de klant, otoscopie en audiometrie. Deze drie vormen samen een beeld waarop de audicien zal gaan bepalen of de klant wel/ niet doorverwezen zal moeten worden.

TIJD VOOR DE WORKSHOPS

Ook dit jaar waren er weer meerdere praktische workshops vanuit de branche. Zo werd er gedeeld hoe slimme marketingcampagnes kunnen zorgen voor extra traffic en meer klantenbinding en werd uit de doeken gedaan waarom AI een ontwikkeling is die veel invloed heeft op de hoorbranche.

Starkey

In de nieuwe workshop van Starkey ging het over slimme zorg: hoe technologie de audiologische zorg ondersteunt (en niet verandert). AI staat centraal in de nieuwe lijn van de Omega AI. In de app is een AI-chatbot ontwikkeld, waarmee de klant zelf de hoorbeleving kan verbeteren. Voor de audiciens is AI-assist ontwikkeld (soort Chat GPT, maar dan voor audiciens).

Phonak

Ook in deze workshop speelde AI een rol, maar dan in een iets andere vorm. Het ging in deze workshop over akoestische parameters. Iedere aanpassing is maatwerk en met behulp van de Phonak Target in de software kan occlusie aangepakt worden.

Oticon

Het team van Oticon introduceerde de nieuwe Oticon Zeal. Een nieuw onzichtbaar wonder waarbij klantbeleving en commercie samenkomen. Klanten kunnen sneller geholpen worden met deze nieuwe in-het-oor hoortoestellen, die direct aan te passen zijn zonder eerst te moeten wachten op maatwerk hoortoestellen.

EarwaxShop

Kno-arts Jan Rombout sprak over oorsmeer uitzuigen bij een audicien. Een veilige behandeling zonder wachttijd, uitgevoerd door audiciens die getraind zijn door knoartsen. Deze extra service in de winkel kan het verschil maken voor jouw winkel. Binnen twintig minuten kan iemand weer helder(der) horen. Inmiddels wordt deze service al op vijftig locaties in Nederland aangeboden. Audiciens kunnen zich aanmelden voor een training.

Tinnitus

Coach, schrijver en radiomaker Paula Hijne schreef het boek Hoor jij wat ik hoor? Over leven met tinnitus, een proces dat aandacht vraagt. Zij leeft al jaren met ernstige tinnitus en vertelt over haar ervaringen. Paula Hijne kan geboekt worden voor lezingen bij audiciens en hun klanten om haar verhaal te delen. Hebben klanten meer hulp en begeleiding nodig met hun tinnitus?

Stichting Hoormij heeft het Tinnitus Trefpunt waar mensen met elkaar kunnen praten onder begeleiding van professionele coaches.

HET LEVERANCIERSPLEIN

Net als voorgaande edities was het leveranciersplein weer dé plek waar leveranciers klaar staan voor vragen van audiciens. Daarnaast was er de gelegenheid om nieuwe producten te introduceren en persoonlijk toe te lichten.

Nieuwkomer was EarsOnly Protect. Zij ontwikkelden oplaadbare, slimme gehoorbescherming op maat, die gekoppeld is aan de smartphone. Binnenkort worden deze op de markt geïntroduceerd. EssilorLuxottica introduceert de Nuance Audio. Dit bedrijf ontwikkelt en produceert brillenglazen en monturen. Met innovatie en het verkorten van het proces om een hoortoestel aan te schaffen als drijfveer, hebben zij deze hoorbril ontwikkeld. De bril bevat meerdere microfoons, die het geluid opvangen. Via luidsprekers boven op het oor wordt het geluid versterkt. Het geluid komt dus uit de bril zelf en zit niet in het oor. Het doel van deze hoorbril is om mensen met een beginnend gehoorverlies een oplossing te bieden, waarbij men goed kan zien én goed kan horen, voornamelijk in rumoerige situaties.

AFSLUITER MET SYDNEY BROUWER

Pim Förster had ons beloofd dat we deze dag zouden eindigen met een glimlach en dat is zeker gelukt. Spreker Sydney Brouwer laat deelnemers lachen, leren én toepassen. Voor deze dag koos Sydney het thema ‘Klantbeleving’. Hij vertelde op humoristische wijze hoe je het best om kunt gaan met klanten, waarbij klantbeleving en commercie hand-in-hand gaan. Goede klantbeleving betekent meer mond-op-mondreclame. De belangrijkste boodschap die Sydney ons meegeeft: Denk niet dat de klant koning is, maar denk: “Wat als de koning mijn klant zou zijn?” Hoe zou je willen dat hij dan behandeld wordt? Hoe moet alles in de winkel eruitzien? En doe dit dan vervolgens voor al jouw klanten.

Het was wederom een mooie editie met veel leerzame workshops en boeiende sprekers. Volgend jaar zijn wij er weer bij!

Als slechthorende werkenden niet meer kunnen werken

Thijs Thielemans

Thijs is ondernemend audioloog met een missie om de audiologie in Nederland op klinisch en onderwijsgebied op een hoger niveau te tillen. Hij werkt als klinisch fysicus-audioloog en richtte in 2018 het Hoortoestel Advies Centrum in Eindhoven op. Zijn hart ligt bij de combinatie van techniek en het directe contact met mensen.

Afgelopen 3 maart op World Hearing Day vond het minisymposium Werk, Gehoor, Techniek plaats in het Van der Valk hotel in Leusden. Een door WERKelijk Horen en PlanPlan georganiseerde bijeenkomst voor iedereen die werkt met of te maken heeft met de hoorzorg op de arbeidsvloer. Bedrijfsartsen, HR-managers, hoorcoaches, audiologen, ervaringsdeskundigen, maatschappelijk werkers, audiciens en nog vele andere functionarissen luisterden naar verschillende inspirerende voordrachten. Elke spreker nam vanuit het eigen perspectief gehoor en arbeid onder de loep. Verdiepende vragen van de toehoorders en een uitgebreide discussie na afloop van de presentaties lieten duidelijk zien dat op dit deelgebied binnen de audiologie nog veel winst te behalen is.

Winst door goed te luisteren naar de specifieke problemen die iemand ervaart in de werksituatie. Ieder persoon met specifieke werkzaamheden in verschillende akoestische omstandigheden heeft individuele uitdagingen om (goed) te kunnen functioneren. Dit vraagt niet om geprotocolleerde, strakke richtlijnen, maar om flexibel maatwerk binnen - door wetenschappelijk onderzoek gesteundewerkwijzen.

Winst door nauwer samen te werken met andere professionals, die betrokken zijn of op één of andere manier kennis hebben over zaken die van belang zouden kunnen zijn voor de werkende. Niet andere ‘vreemde eenden’ buiten sluiten of jezelf een monopoliepositie verschaffen, simpelweg omdat je denkt dat jij zelf of je organisatie alle wijsheid in pacht heeft. Niet-samenwerken is uiteindelijk niet in het belang van de persoon met een zorgvraag.

Winst door slechthorende werkenden (tijdig) inzicht en bewustwording te geven in wat extra luisterinspanning inhoudt.

Voor audiciens ligt hier naar mijn mening een duidelijke taak. Zij zijn immers de professionals waar een slechthorende zich vaak als eerste presenteert. Ga tijdens een intake uitgebreid in op het functioneren in de arbeidssituatie. Wat zijn de werkzaamheden? In welke akoestische omstandigheden moet de persoon zich begeven? Hoe vermoeid is een persoon aan het einde van de dag of week? Vragen die zeker niet onbeantwoord zouden moeten blijven.

Een audicien zou moeten kunnen benoemen wat techniek kan betekenen, maar vooral ook wat techniek niet kan doen. Daarnaast is het van belang om de mogelijkheid om andere professionals in te zetten te bespreken. Misschien is dat niet altijd meteen nodig, maar het zou zomaar kunnen dat er in de toekomst wel aanzienlijke problemen ontstaan. De drempel om te verwijzen is dan een stuk lager.

Voorkomen van uitval is en blijft altijd beter dan genezen. Herstel duurt vaak veel langer dan gewenst, zowel voor de persoon zelf als voor de werkgever.

ACHTERGROND

Regressie naar het gemiddelde

Over straaljagers, bloeddruk en spraakaudiometrie

In professionele en wetenschappelijke contexten worden conclusies vaak getrokken op basis van beperkte waarnemingen. Dit artikel bespreekt een fundamenteel statistisch principe dat hierbij regelmatig over het hoofd wordt gezien: regressie naar het gemiddelde. Dit fenomeen heeft belangrijke consequenties voor interpretatie van prestaties, klinische metingen en beleidsbeslissingen.

Een klassiek voorbeeld is beschreven door Daniel Kahneman (1934–2024), Israëlisch Amerikaans psycholoog en Nobelprijswinnaar economie. Tijdens zijn werkzaamheden voor de Israëlische luchtmacht observeerde hij dat instructeurs meenden dat kritiek na een slechte oefenvlucht tot prestatieverbetering leidde, terwijl lof na een goede vlucht zou resulteren in prestatievermindering. Systematische analyse liet echter zien dat lof en kritiek nauwelijks causale invloed hadden. De waargenomen veranderingen konden worden verklaard door natuurlijke variatie in prestaties, die door de instructeurs ten onrechte werd toegeschreven aan hun interventies. Dit betreft een bekende cognitieve vertekening waarbij toeval wordt geïnterpreteerd als causaliteit.

Bij complexe taken, zoals vliegtuigbesturing, sportprestaties of spraakaudiometrie is prestatieuitkomst het resultaat van zowel vaardigheid als stochastische factoren (toevallige variabelen). Niet alle bepalende factoren zijn bekend of beheersbaar. Extreme prestaties ontstaan vaak door een samenloop van uitzonderlijk gunstige of ongunstige omstandigheden. Bij herhaalde metingen of prestaties verschuift de uitkomst doorgaans in de richting van het gemiddelde. Dit statistische verschijnsel staat bekend als regressie naar het gemiddelde.

Regressie naar het gemiddelde leidt er frequent toe dat verbetering wordt toegeschreven aan corrigerende maatregelen na een slechte prestatie en verslechtering aan beloning na een goede prestatie. Hierdoor kan de indruk ontstaan dat straffen effectiever is dan belonen, terwijl deze conclusie niet empirisch wordt ondersteund. In de gezondheidszorg is regressie naar het gemiddelde een relevante verklaringsfactor. Een incidenteel verhoogde bloeddrukmeting wordt vaak gevolgd door een lagere waarde, ook zonder therapeutische interventie. Wanneer behandeling wordt gestart op basis van een enkele meting, kan een daaropvolgende daling onterecht worden geïnterpreteerd als een behandelingsresultaat. Een vergelijkbaar mechanisme

treedt op bij pijnklachten, waarbij patiënten zich doorgaans melden op het moment van maximale symptomatologie, waarna spontane verbetering optreedt.

MAATREGELEN EN HUN RESULTAAT

Ook in de publieke sector kan regressie naar het gemiddelde tot misinterpretatie leiden. Een jaar met uitzonderlijk veel verkeersongevallen op een specifieke locatie kan worden gevolgd door een statistisch gemiddeld jaar. Beleidsmaatregelen die in de tussentijd zijn genomen, worden dan ten onrechte als effectief beschouwd, terwijl het waargenomen effect binnen de grenzen van natuurlijke variatie kan vallen.

Binnen de hoorzorg manifesteert dit mechanisme zich onder andere bij spraakaudiometrische metingen. Een slechte meetscore kan het gevolg zijn van tijdelijke, niet-structurele factoren. Bij herhaling van de meting treedt vaak verbetering op, zonder dat een inhoudelijke wijziging in de hoorsituatie heeft plaatsgevonden. Zonder aanvullende data is causaliteit niet vast te stellen. Bij toonaudiometrie is regressie naar het gemiddelde kwantitatief goed te onderbouwen. Met een standaardafwijking van circa 5 dB zijn afwijkingen van 10 dB statistisch te verwachten. Ongeveer 2,35% van de metingen ligt meer dan 10 dB boven of onder de werkelijke drempel. Schijnbare verbeteringen of verslechteringen tussen twee metingen kunnen daarom volledig worden verklaard door meetvariatie. Betrouwbare conclusies vereisen meerdere metingen over een langere periode. Een verdubbeling van het aantal metingen reduceert de standaardfout slechts met een factor √½ (≈0,707); substantiële precisiewinst vergt dus een aanzienlijke toename van het aantal observaties. Ook in organisatorische en economische contexten speelt regressie naar het gemiddelde een rol. Uitzonderlijke prestaties van medewerkers worden vaak gevolgd door normalisatie, zonder dat competenties of inzet zijn gewijzigd. Beoordelingen op basis van korte meetperioden of incidentele uitschieters geven daardoor

een vertekend beeld van structurele prestaties. De centrale conclusie is dat causaliteit niet mag worden afgeleid uit enkelvoudige waarnemingen. Vanuit statistisch perspectief is de onzekerheid bij één meting maximaal. Regressie naar het gemiddelde is geen natuurwet, maar een eigenschap van metingen in aanwezigheid van variabiliteit. Waar metingen volledig vrij zijn van toeval, treedt het verschijnsel niet op. Terughoudendheid bij conclusies en aanbevelingen op basis van beperkte data is daarom geen tekortkoming, maar een uiting van methodologische zorgvuldigheid. In professionele contexten is statistische bescheidenheid een noodzakelijke voorwaarde voor valide besluitvorming.

PRAKTIJK

Wat betekent dit voor de praktijk? Neem patiënten altijd serieus, maar vertaal observaties niet naar vaststaande trends. Ga daar ook niet over in discussie, maar behoud de professionele en empathische blik en wees de rust zelve. Regressie naar het gemiddelde treedt altijd op. Maar bias kan ook de waarheid vertroebelen. Gezondheidszorg is werken met onzekerheden en daarom is precisie in wat u zegt essentieel. U bent de professional die alle informatie integreert, hoe betrouwbaar die ook is. Indien nodig doet u extra metingen om gewenste zekerheid te verkrijgen, maar als die zekerheid geen consequenties heeft, kunt u er ook vanaf zien.

‘NIET ALLE BEPALENDE FACTOREN ZIJN BEKEND OF BEHEERSBAAR’

Een lach verbindt. Geef jouw cliënten een hoorbeleving voor een lach van oor tot oor met Smile, onze nieuwste toplijn! De nieuwe ERA™ chip geeft de door A.I. getrainde Integra OS automaat de beste hoorbeleving die Unitron te bieden heeft. Ook streaming is stabieler en schakelt sneller, daar word je toch vrolijk van!?

Easy to hear. Easy to wear. Easy for you.

Het kloppende stukje

Het mooiste van het vak als audicien vond ik altijd de puzzel. Niet het hoortoestel zelf, maar het moment waarop ineens duidelijk wordt waar het eigenlijk om gaat. Die fascinatie is eigenlijk nooit verdwenen. Ook buiten dit vak merk ik dat ik steeds weer op zoek ga naar datzelfde moment: wanneer een verhaal kantelt, wanneer de vraag achter de vraag zichtbaar wordt. Het zijn namelijk zelden de dingen die mensen als eerste zeggen, die er echt toe doen. Ik herinner me een cliënt die met veel weerstand binnenkwam. Hij had geen hoortoestellen nodig, vond hij. Het probleem lag vooral bij anderen: mensen mompelden, praatten onduidelijk en in gezelschap sprak iedereen door elkaar. Hij bracht het met overtuiging, bijna alsof hij mij moest overreden van zijn gelijk.

Tijdens het gesprek bleef dat beeld eerst overeind. De gehoortest bevestigde wel dat er iets speelde, maar dat was voor hem geen reden om zijn standpunt te herzien. De cijfers waren abstract, afstandelijk: ze zeiden hem weinig. Wat hij ervoer in het dagelijks leven voelde voor hem als de realiteit. Maar gaandeweg veranderde het gesprek. Niet omdat zijn gehoor ineens anders werd, maar omdat er ruimte kwam voor iets anders dan alleen de klacht. Doorvragen hielp. Stiltes lieten iets ontstaan. Het gesprek werd persoonlijker, minder stellig.

Langzaam ging het minder over horen en meer over wat er allemaal veranderd was. Dingen die niet meer zo vanzelf gingen. Gesprekken die meer energie kostten. Situaties die hij liever vermeed. Hij vertelde hoe hij zich in groepen vaker terugtrok, hoe hij na een verjaardag uitgeput was, hoe hij soms maar knikte, zonder precies te verstaan wat er gezegd werd. Eigenlijk ging het gesprek niet alleen over horen, maar over ouder worden en het gevoel steeds vaker iets te moeten loslaten. Over hoe controle verschuift, zichtbaar in de kleine dingen die eerst vanzelf gingen.

Monique is onderwijskundig adviseur bij de audicienopleiding aan het Da Vinci College en voorzitter van AudiDakt. Ze wil mensen aan het denken te zetten, in de klas en daarbuiten. Haar missie: als je nieuwsgierig in het leven staat, ben je ook in staat om nieuwsgierig te zijn naar de ander, zonder dat je eigen ego in de weg zit.

Dat moment herken ik nog steeds als de echte puzzel van het vak. Soms is weerstand geen ontkenning, maar bescherming. Tegen verandering, tegen het idee dat iets niet meer vanzelf gaat. Met steeds slimmere technologie verandert ons vak voortdurend. Hoortoestellen worden kleiner, ingenieuzer en beter afgestemd dan ooit. Maar misschien blijft juist dit onderdeel hetzelfde: luisteren tot zichtbaar wordt wat iemand werkelijk nodig heeft. Niet alleen in decibellen, maar in vertrouwen.

Monique Joostema

CI bij eenzijdige doofheid: ja of nee?

Tijdens de meest recente NVA-bijeenkomst bleek ook weer dat men nog lang niet klaar is met het onderzoek op het gebied van cochleair implantaten. Maar liefst twee presentaties raakten het onderwerp van de hoorprotheses. Beide draaiden om een CI bij eenzijdige doofheid. Niet direct het vakgebied van de audicien, maar wel voldoende interessant om je kennis richting cliënten uit te breiden.

Kno-arts Jan van Heteren (UMC Utrecht) presenteerde de tweedejaarsresultaten van de CINGLE-studie, een gerandomiseerde studie naar behandelopties bij eenzijdige doofheid. Deze studie biedt voor het eerst langere termijn data (tot nu toe twee jaar, met vijfdejaarsresultaten in aantocht).

De kracht zit vooral de aselecte onderzoeksgroep, waardoor er een eerlijke vergelijking kan plaatsvinden tussen de behandelingen. De kern van het probleem bij eenzijdige doofheid is het verlies van binauraal horen. Dat vertaalt zich in moeite met spraakverstaan in rumoer en een verstoorde geluidslokalisatie. Beide hebben aantoonbaar impact op kwaliteit van leven, met vermoeidheid en psychosociale klachten als gevolg. In de huidige praktijk worden vooral twee oplossingen toegepast: het CROS-hoortoestel en de beengeleider (BCD). Beide sturen geluid van de dove zijde naar het horende oor, maar herstellen het binauraal horen niet. De centrale vraag van deze studie was daarom of een cochleair implantaat (CI), geplaatst aan de dove zijde, dit wél (deels) kan herstellen.

De studie omvatte 120 volwassen patiënten met eenzijdige doofheid, die willekeurig werden verdeeld over ‘CI’, ‘eerst BCD dan CROS’ of ‘eerst CROS, dan BCD’. Na de proefperiodes met de BCD en CROS mochten mensen kiezen tussen deze twee opties of kiezen voor geen behandeling. De mensen die voor BCD kozen ontvingen een percutane BCD. Hierbij wordt een implantaat in het schedelbot geplaatst, waarbij het verlengstuk door de huid heen steekt. Het toestel kan vervolgens op dit verlengstuk worden vastgeklikt. De groepen bleven over twee jaar goed vergelijkbaar.

DE RESULTATEN NA TWEE JAAR

Wat opvalt in de resultaten, is dat het effect sterk afhankelijk is van de luistersituatie. Bij spraak en ruis van voren laat alleen het CI een significante verbetering zien ten opzichte van de beginsituatie. In de situatie waarbij spraak van de dove zijde komt en ruis van de goede zijde, verbeteren alle hulpmiddelen. Logisch, omdat ze het “head shadow”-effect opheffen, maar ook hier presteert het CI presteert het best.

Interessanter wordt het wanneer spraak aan de goede zijde wordt aangeboden en ruis aan de dove zijde. In die situatie verslechtert het spraakverstaan juist bij CROS en BCD ten opzichte van geen hulpmiddel. Het CI laat dit effect niet zien en presteert significant beter dan de andere opties. Dit onderstreept een belangrijk klinisch punt: niet elke interventie is in elke luistersituatie gunstig.

De verschillen worden nog duidelijker bij geluidslokalisatie. Alleen CI-gebruikers laten een significante verbetering zien. Waar de moeilijkste testconditie nog een gematigde score laat zien (±50%), loopt dit in eenvoudigere situaties op richting een bijna foutloos presteren. Bij CROS, BCD en geen behandeling blijft lokalisatie beperkt. De conclusie na twee jaar onderzoek is dan ook helder: het CI is de enige interventie die zowel spraakverstaan in ruis als lokalisatie structureel verbetert en lijkt daarmee het binauraal horen deels te herstellen. CROS en BCD kunnen in specifieke situaties helpen, maar kennen ook duidelijke beperkingen en kunnen zelfs nadelig uitpakken.

KOSTENBATEN

Na de klinische uitkomsten van de CINGLE-studie verschoof de focus in daarop volgende presentatie van kno-arts Diane Smit (UMC Utrecht) naar een vraag die uiteindelijk bepalend is voor de praktijk of cochleaire implantatie de investering waard is binnen ons zorgsysteem.

Diane Smit begon met een blik over de grens. Waar Nederland nog geen structurele vergoeding kent voor cochleaire implantatie bij eenzijdige doofheid, zien we in Europa een veelkleurig landschap. In landen als Duitsland en Frankrijk bestaat - onder voorwaarden - al vergoeding hiervoor en ook België heeft recent de stap gemaakt naar een vergoed systeem. Dat contrast zet aan het denken. Zeker omdat de patiënt die net over de grens woont in essentie niet anders is dan de patiënt hier. De weg naar vergoeding in Nederland loopt via het Zorginstituut. Anders dan in sommige andere landen ligt het initiatief niet bij industrie of patiënt, maar bij de beroepsgroep. Een aanvraag wordt vervolgens getoetst

IN NEDERLAND DRUKKEN WE DE WAARDE VAN ZORG

UIT IN QALY’S – GEWONNEN LEVENSJAREN IN

GOEDE GEZONDHEID – EN RELATEREN WE DIE

AAN DE KOSTEN

aan de stand van de wetenschap en praktijk, waarbij drie elementen centraal staan: de noodzaak, de effectiviteit en de uitvoerbaarheid van de zorg. Vooral dat tweede punt – aantoonbare effectiviteit – is cruciaal. Zonder stevig onderbouwd bewijs, bij voorkeur uit gerandomiseerd onderzoek, komt een interventie simpelweg niet door de eerste selectie.

Die noodzaak moet worden benaderd vanuit de dagelijkse praktijk. Patiënten met eenzijdige doofheid komen niet omdat ze ‘een beetje minder horen’, maar omdat ze vastlopen. Gesprekken in rumoerige omgevingen kosten onevenredig veel energie, lokaliseren lukt niet meer en een groot deel van de groep heeft daarnaast last van tinnitus. De impact zit niet alleen in het horen zelf, maar in vermoeidheid, functioneren op het werk en sociale interactie. Bij kinderen krijgt dat nog een extra dimensie: zij lopen aantoonbaar risico op achterstanden in spraak-taalontwikkeling en op school. Wat betreft effectiviteit bouwt het bewijs zich inmiddels gestaag op. De CINGLE-studie levert voor volwassenen robuuste data, terwijl bij kinderen onder andere de Leuvense CICADE-studie laat zien dat vroege implantatie leidt tot betere lokalisatie en beter spraakverstaan, waarmee juist in die complexe luisteromgevingen het verschil wordt gemaakt. Voor beleidsmakers is dat precies het soort bewijs dat nodig is om een interventie serieus te kunnen wegen.

Daarmee komt de kern van het verhaal in beeld: de kosteneffectiviteit. In Nederland drukken we de waarde van zorg uit in QALY’s – gewonnen levensjaren in goede gezondheid – en relateren we die aan de kosten. Voor hoorzorg ligt de acceptatiegrens rond de twintigduizend euro per QALY. Wat uit de analyses naar voren komt, is dat cochleaire implantatie bij eenzijdige doofheid, zowel bij volwassenen als bij kinderen, onder die grens blijft. Met andere woorden: volgens de Nederlandse maatstaven is deze zorg doelmatig.

Belangrijk is dat dit geen theoretische exercitie is. In de modellen zijn ook minder gunstige scenario’s meegenomen, zoals complicaties of patiënten die het implantaat uiteindelijk niet gebruiken. Zelfs wanneer die factoren worden meegenomen, blijft de uitkomst

overeind. Ook internationale analyses laten een vergelijkbaar beeld zien, wat de robuustheid van de conclusie versterkt.

TIJD VOOR IMPLEMENTATIE?

De implicatie daarvan werd tijdens de presentatie van Diane Smit niet expliciet uitgesproken. De oproep in het verhaal was wel dat er bij het streven naar de goede zorg met deze informatie nu een duidelijke bal ligt bij de beroepsgroep om CI voor eenzijdige doofheid na te streven. Als een interventie aantoonbaar effectief is, aansluit bij een duidelijke zorgbehoefte én binnen de grenzen van kosteneffectiviteit blijft, dan past deze binnen het kader van passende, ‘zinnige’ zorg waar we in Nederland naartoe bewegen. Dat maakt de huidige situatie interessant. Er loopt inmiddels een aanvraag bij het Zorginstituut, onder andere voor uitbreiding van indicaties rond cochleaire implantatie. Ervaring uit andere landen zien dat vergoeding niet automatisch leidt tot een massale toestroom van patiënten, maar tot gerichte toepassing bij de groep die er daadwerkelijk baat bij heeft.

In de discussie kwam nog een aantal relevante nuances naar voren. Zo is er aandacht voor het feit dat een deel van de patiënten het implantaat uiteindelijk niet gebruikt, wat het belang onderstreept van goede indicatiestelling en counseling. Ook bij kinderen blijft de vraag bestaan hoe breed het tijdsvenster is waarin implantatie zinvol is; de exacte grenzen van neuroplasticiteit zijn nog niet scherp gedefinieerd. Tot slot werd terecht opgemerkt dat deelnemers aan deze studie vaak een geselecteerde groep vormen: gemotiveerde patiënten die actief hulp zoeken. Registratiedata is nodig om een completer beeld van de populatie te krijgen.

Alles bij elkaar schetst de presentatie een duidelijk beeld. De inhoudelijke en economische onderbouwing voor cochleaire implantatie bij eenzijdige doofheid ligt er. De volgende stap lijkt daarmee minder een wetenschappelijke en meer een organisatorische en beleidsmatige: hoe vertalen we deze kennis naar de praktijk en wanneer maken we het ook daadwerkelijk toegankelijk voor de patiënt die er baat bij heeft?

Cholesteatoom: van operatie naar praktijk

Tijdens het tweedelige webinar van Earhelp over cholesteatoom loodste kno-arts

Thijs Jansen ons door deze aandoening. Hoe wordt een cholesteatoom benaderd en welke keuzes moeten tijdens de operatie gemaakt worden? Wat daarbij vooral opvalt, is dat de behandeling niet stopt bij het verwijderen van de aandoening.

De operatie bepaalt in belangrijke mate hoe het oor daarna functioneert. En daar begint het werk van de audicien.

Een cholesteatoom is een abnormale, nietkankerachtige huidgroei in het middenoor, die het gehoor kan beschadigen en ontstekingen kan veroorzaken. Het middenoor is een klein en kwetsbaar gebied waarin structuren dicht op elkaar liggen. De huid van de gehoorgang is dun en gevoelig en belangrijke structuren bevinden zich in directe nabijheid. Een cholesteatoom moet volledig worden verwijderd. Dat klinkt simpel, maar in de praktijk betekent dit dat niet alleen het cholesteatoom zelf wordt weggehaald, maar ook de structuren die door de aandoening zijn aangetast. Tijdens de operatie wordt continu afgewogen wat er behouden kan blijven en wat moet worden verwijderd om recidief te voorkomen. Dat maakt de ingreep niet alleen technisch complex, maar ook bepalend voor het uiteindelijke functioneren van het oor. Tijdens het webinar werd duidelijk hoe nauwkeurig hier gewerkt moet worden. Kleine afwijkingen kunnen grote gevolgen hebben, zowel voor het gehoor als voor omliggende functies.

DE KEUZE VAN BENADERING

Afhankelijk van de ligging en grootte van het cholesteatoom kan de chirurg kiezen voor verschillende benaderingen: via de gehoorgang, het rotsbeen of een combinatie van de twee. Deze keuze bepaalt niet alleen hoe goed het cholesteatoom zichtbaar en bereikbaar is, maar ook hoe het oor er na afloop uitziet. Een meer behoudende benadering houdt de anatomie zoveel mogelijk intact, maar kan het risico vergroten dat er kleine resthaarden achterblijven. Een meer uitgebreide benadering geeft meer controle over de aandoening, maar verandert de anatomie blijvend. Een belangrijk inzicht uit het webinar is dat de behandeling van een cholesteatoom geen eenmalige gebeurtenis is. De kans op terugkeer blijft aanwezig, waardoor controle en follow-up noodzakelijk zijn. De operatie is daarmee onderdeel van een langer traject, geen eindpunt.

RECONSTRUCTIE VAN HET MIDDENOOR

Wanneer de gehoorbeenketen is aangetast, kan deze

(gedeeltelijk) worden gereconstrueerd met behulp van een prothese. Daarmee wordt geprobeerd de overdracht van geluidstrillingen te herstellen. Helaas is dit geen volledige oplossing. Schade aan de gehoorbeenketen leidt tot gehoorverlies en ook na reconstructie blijft een restgeleidingsverlies van ongeveer 10 tot 20 dB reëel. Het gehoor wordt zelden volledig hersteld naar het oorspronkelijke niveau. Voor de cliënt vraagt dit om realistische verwachtingen. Voor de audicien betekent het werken vanuit wat haalbaar is, in plaats van wat theoretisch mogelijk is.

ANATOMIE ALS VERTREKPUNT

De keuzes die tijdens de operatie worden gemaakt, bepalen hoe het oor zich daarna gedraagt. De operatie kan resulteren in een veranderde of vergrote gehoorgang, een andere vorm of structuur of een radicaalholte. Deze veranderingen hebben directe invloed op de akoestiek van het oor. Waar normaal gesproken gewerkt kan worden met een redelijk voorspelbaar systeem, wordt het oor hier een variabele factor. De veranderingen in anatomie en restgehoor hebben ook gevolgen voor de manier waarop wordt gemeten en aangepast. De REM blijft de standaard voor verificatie. Tegelijkertijd vraagt een geopereerd oor om meer nuance in de uitvoering en interpretatie.

In de praktijk kan sprake zijn van: - een minder voorspelbare koppeling - variaties in gehoorgangvorm en volume - in sommige gevallen een perforatie

Dit kan invloed hebben op de reproduceerbaarheid van metingen. Dat betekent dat de uitkomst minder absoluut wordt. Meten blijft essentieel, maar vraagt om interpretatie en vergelijking, niet alleen om bevestiging.

KOPPELING EN AANPASSING

De impact van de operatie wordt het meest zichtbaar bij de aanpassing van het hoortoestel. Veranderingen in anatomie zorgen ervoor dat standaardoplossingen niet altijd passend zijn. Zo is venting minder voorspelbaar,

blijkt afdichting lastiger te realiseren en kan feedbackgedrag veranderen. Dit vraagt om maatwerk en het maken van keuzes binnen de grenzen van het oor. Het traject na de operatie tijd vraagt. Het gehoor kan fluctueren, aanpassingen moeten worden bijgesteld en wat vandaag werkt, werkt morgen niet automatisch hetzelfde. Voor de audicien betekent dit dat het proces minder lineair verloopt en meer begeleiding vraagt.

SIGNALEREN EN SAMENWERKEN

De betekenis van een cholesteatoomoperatie op het dagelijks leven van de cliënt volgt pas na de ingreep.

Daar komt de expertise van de audicien om de hoek kijken. De operatie maakt het oor veilig, maar samen met de audicien moet de cliënt in de praktijk op zoek hoe het oor daarna functioneert.

Maar ook in signalering van een cholesteatoom kan een audicien een rol van betekenis spelen. De audicien is vaak degene die als eerste veranderingen signaleert, bijvoorbeeld afwijkende meetresultaten, veranderingen in gehoor of klachten die niet passen bij de instelling. Juist daar ligt de verbinding met de medische kant.

Na de reconstructie en voor de reconstructie van een cholesteatoom.

Anatomie van het middenoor en wat er gebruikt wordt van de anatomie ten tijde van de operatie.

Bron: webinar Earhelp cholesteatoom

ACHTERGROND

Auracast wil gehoord worden

Kan dat ook in Nederland?

Auracast Broadcast Audio is een vrij nieuwe (zomer 2022) draadloze technologie om audio te verspreiden naar een willekeurig aantal ontvangers tegelijk, zonder koppeling, kwaliteitsverlies of merkbare vertraging. Het is niet alleen te ontvangen via hoorapparaten of CI, maar ook met koptelefoons of oordopjes. Dat maakt het perfect voor publieke ruimtes, zoals theaters, kerken en evenementenlocaties.

Wij maakten een rondje door Nederland langs verschillende instanties en vroegen hen waarom ze wel of niet voor Auracast hebben gekozen.

Een leidende organisatie in hoorland maakte een duidelijk statement tijdens hun laatste evenement oktober vorig jaar. De EUHA, het internationaal congres voor professionals in de hoorzorg, presenteerde hun complete wetenschappelijke lezingenprogramma via Auracast. Er waren twee kanalen: één in het Duits en één in het Engels. Kerken in de VS en Canada werken inmiddels volledig met Auracast-systemen. Ook treinstation Bristol Temple Meads (Verenigd Koninkrijk) en het Sydney Opera House (Australië) maken gebruik van deze techniek. Het Daemyung Hearing Center (Zuid-Korea) gebruikt het en het Creative Computing Institute (Engeland) installeerde Auracast in haar collegezalen. Ook in Nederland vind je steeds meer openbare ruimtes, zoals raadzalen, uitvaartcentra, theaters, musea, bioscopen, fitnessstudio’s, ziekenhuizen en kerken, die hun boodschappen beschikbaar stellen via Auracast. Toch wordt de techniek nog niet op grote schaal ingezet, niet in de laatste plaats door de afwachtende houding van sommige hoorapparaatproducenten. Waar zit de vertraging en waarom stapt het ene bedrijf in en het andere niet?

MEER DAN CONNECTIE

Auracast is de opvolger van Bluetooth LE Audio uit 2020. Met Auracast Broadcast Audio kun je audiosignalen vanaf één centraal apparaat, bijvoorbeeld een tv, smartphone, tablet of omroepinstallatie, naar een onbeperkt aantal ontvangers in dezelfde ruimte sturen, ongeacht het merk als ze maar Auracast ondersteunen. Deze ontvangers kunnen bijvoorbeeld telefoons of tablets zijn, maar ook andere Auracast-compatibele audioapparaten zoals hoortoestellen, koptelefoons, ci-apparaten of oortjes. Auracast is geschikt voor situaties waarin veel mensen tegelijk dezelfde audio willen ontvangen, zoals omroepberichten, voorstellingen en audiotours. De techniek is gebaseerd op Bluetooth en heeft dus net als Bluetooth een beperkt signaalbereik (max. 400 meter) en last van muren, deuren, etc. Waar het klassieke Bluetooth een-op-een contact maakt, kan met Auracast

naar meerdere ontvangers tegelijk worden verzonden. De audio kan openbaar zijn of beveiligd met een wachtwoord.

‘HET

TOPPUNT VAN TOEGANKELIJKHEID’

TUSSENOPLOSSING

Auracast-zenders kunnen op zichzelf staan of al in het apparaat zijn ingebouwd. In vergaderruimtes, collegezalen en theaters kan de zender worden aangesloten op de geluidsinstallatie. In een sportschool, bar of luchthaven kan de zender direct in een apparaat, bijvoorbeeld een televisie, worden ingebouwd. Steeds meer apparaten komen op de markt met Auracast standaard ingebouwd. Als een hoortoestel Auracast ondersteunt, kan het direct verbinding maken met een Auracast-zender. Ondersteunt het hoortoestel geen Auracast, maar wel Bluetooth, dan kan een hybride oplossing via Bluetooth LE Audio worden gebruikt om de audio beschikbaar te maken. Het geluid wordt via Bluetooth LE Audio over een of meerdere streams uitgezonden. Mensen binnen het bereik van de uitzending kunnen ervoor kiezen om naar een bepaalde audiostream te luisteren. Een hoortoestelfabrikant die Auracast toepast, neemt dit ook op in zijn app. Hierin zal een aanwezige Auracast uitzending zichtbaar worden - de drager meldt zich hiervoor aan - waarna de audio rechtstreeks naar het ontvangende apparaat gaat, in stereo kwaliteit met een volledige weergave van de lage tonen. Het is vergelijkbaar met het inloggen op een wifinetwerk, met als verschil dat de hoortoestellen na het aanmelden een rechtstreekse verbinding maken met de Auracast-zender zonder tussenkomst - en dus vertraging van het geluidsignaal - van de smartphone. De smartphone wordt alleen gebruikt om beschikbare Auracast uitzendingen te ontdekken en te selecteren. Auracast is het toppunt van toegankelijkheid.

Belangenorganisaties vragen al jaren om een (gratis) standaard, waarmee je vrij blijft in de keuze van je hulpmiddel. Auracast lijkt hieraan gehoor te geven, al zijn op dit moment vooral de buitencategorie hoortoestellen die Auracast hebben opgenomen en slechts enkele binnen het zorgpakket.

BELANGSTELLING VAN DE ZENDERS

Auracast wordt wereldwijd gezien als de opvolger van de traditionele ringleiding. Goed om te weten: elk product met Bluetooth 5.2 kan Auracast ondersteunen met behulp van de juiste software-update. Een bedrijf dat ervoor zorgt dat er op steeds meer plekken in Nederland gebruik wordt gemaakt van Auracast is Hoorexpert. Zij bieden advies, demo’s, verkoop en installatie van Auracast-zenders. Wij spraken met Hoorexpert-manager Karin van den Berg en technisch directeur Jeroen Verhoef. Jeroen: “Wij merken dat men aan de kant van de ‘zenders’ zeker openstaat voor Auracast. Het is helemaal niet moeilijk om over te stappen: twee audiostekkertjes en je bent geïnstalleerd. Elke demo die ik tot nu toe heb gegeven, mondt uit in een bestelling: vorig jaar heb ik veertig systemen geplaatst.” Kan je bronapparaat zonder Auracast-zender nu bij het grofvuil? Jeroen: “Helemaal niet. Zit Auracast nog niet in jouw apparatuur ingebouwd, dan kun je met een hybride streamer of plug-in-adapter bestaande audiobronapparaten omzetten in Auracast-zenders. De meeste systemen die ik verkoop zijn tussenoplossingen via wifi audio streaming. Hierbij wordt een wifi-zender gekoppeld aan de bestaande geluidsinstallatie en wordt het geluid via een eigen wifi-netwerk uitgezonden. Bezoekers kunnen via een gratis app op hun smartphone verbinden en het geluid komt via Bluetooth of oordopjes binnen op hun hoortoestel of koptelefoon. Dat maakt wifi audio streaming toegankelijk voor een grote groep gebruikers.” Maar dat is dus iets anders dan Auracast. Waarom kiezen locaties daar niet massaal voor? Jeroen: “De twijfel hangt samen met het feit dat nog niet alle hoorapparatenfabrikanten mee zijn, maar dat gaat sowieso gebeuren. Een van mijn klanten bij een uitvaartcentrum werd laatst door een bezoeker gebeld. Een man van 85 vroeg zich beledigd af waarom het uitvaartcentrum nog ringleiding had. ‘Ik heb gewoon een app voor Auracast, hoor,’ deelde de man mee. Ringleiding is achterhaalt. Vorig jaar installeerden we nog 95 ringleidingen, dit jaar zitten we pas op twee. De T-spoel gaat uit de hoorapparaten.” Karin: “Het mooie aan Auracast is de breedte. Het is niet alleen voor slechthorenden, maar ook voor mensen zonder hoortoestel is het interessant. Er is een lage latency (*). Als je bij een spreker helemaal vooraan zit, neem je vertraging waar, maar iets verder naar achteren niet. De vertragingstijd is nauwelijks merkbaar en in

tegenstelling tot Bluetooth gaat het signaal niet de hele tijd heen en weer.” Auracast in theater, concertzaal of bioscoop heeft een latency van 20ms. Tip: Omdat bij elk luisterhulpsysteem de kans bestaat dat de input van de microfoons van de hoortoestellen en de input van dat systeem niet gelijktijdig wordt ontvangen, kun je, om een echo te voorkomen, de microfoons van de hoortoestellen tijdens een voorstelling uitschakelen.

Jeroen: “In september 2024 installeerden wij voor het eerst een Auracast installatie: Bettear standalone apparatuur, geheel draadloos, compatibel met Bluetooth en eenvoudig te koppelen aan het mengpaneel dat de Hervormde Gemeente in Pernis al had staan. Ik kwam voor een demo, maar kreeg mijn demospullen niet meer mee terug! Wij komen veel in kerken, ziekenhuizen, schouwburgen. De volgende stap zijn de raadzalen en rechtbanken. In die gevallen kun je het Auracast-signaal beschermen met een wachtwoord. Zodra de zitting voorbij is of iemand de zaal verlaat, verbreekt de verbinding.”

Wat zou de uitrol bespoedigen? Jeroen: “Ik denk dat audiciens een rol hebben in de uitrol van Auracast. Zij zijn de eerste informatiebron richting de klant. Ik kan me voorstellen dat als je net een nieuw toestel hebt aanschaft zonder Auracast, dat je daar van baalt. Op dit moment vind je Auracast in de duurdere toestellen en in de buitencategorie. Het zal waarschijnlijk nog wel even duren voordat het ook in alle toestellen zit die door de zorgverzekering worden vergoed.” Karin: “Wij hebben het vijf à tien jaar gegeven, maar het gaat sneller dan gedacht. Een heel enthousiaste gebruiker is Schouwburg Deventer. Zij hebben twee zalen ingericht met Auracast en organiseerden een speciale introductieavond waarbij personeel aanwezig was om uitleg te geven over Auracast.”

‘IK

DENK DAT AUDICIENS OOK

EEN ROL HEBBEN IN DE VERSPREIDING
VAN AURACAST’

Inmiddels zijn al verscheidene theaters uitgerust met een Auracast-zendsysteem. Naast de eerder genoemde Deventer Schouwburg vind je Auracast ook bijvoorbeeld

(*) Latency: de vertraging tussen bron en ontvangst door codering, transmissie en buffering. De lengte van de audioketen bepaalt de totale vertraging. Elke extra stap, zoals ontvangst op een smartphone en doorsturen via Bluetooth, voegt vaak extra vertraging toe. Latency ontstaat ook als geluid zich via lucht verplaatst; bij een afstand van 10 meter is deze 30ms.

ACHTERGROND VERVOLG

in het AFAS Theater (Leusden), Jan van Besouw theater (Hamelen) en Theater de Tuin (Leusden). Ook Theater Cool in Heerhugowaard investeerde in Auracast voor ‘iedereen die nét wat beter wil horen tijdens een voorstelling’. Met het Auri™ Auracast-systeem willen ze theaterbezoek ‘inclusiever en comfortabeler maken, zonder ingewikkelde instellingen’. Voor degene die geen Auracast compatible apparaat hebben, hebben ze Auriontvangers te leen, te gebruiken met een koptelefoon of inductielus. Ook Koninklijk Theater Carré in Amsterdam investeerde in Auracast, maar zit nog in de installatiefase. Ze hopen spoedig hun eerste voorstelling met Auracast te draaien. De Zwolse schouwburg Odeon koos na een succesvolle demonstratie voor het Auri-systeem en rustte zowel de Hanzestrohmzaal als de Dommerholtzaal met het systeem uit. Ook crematoria en uitvaartcentra raken geïnteresseerd in Auracast. Crematorium Laren, Nederweert, Wolfswinkel en crematorium Ommeland en Stad (Eelderwolde) schaften het systeem al aan. Bij het recentelijk vernieuwde crematorium Westgaarde zijn een aantal van de familieaula’s uitgerust met Auracast. Harriët Tomassen, directeur van crematoria Twente, geeft aan met ringleiding te werken, maar dat Auracast - nu ze ervan op de hoogte is - voor hun nieuwere locaties mogelijk een oplossing zou kunnen zijn. Ook de overheid investeert in de toekomst. Een aantal gemeenten koos voor hun raadzaal voor Auracast, waaronder gemeente Emmen, Hilversum, Hoogeveen en Veenendaal. Griffie Linda van Maanen meldt op verzoek aan dat de gemeente Den Haag in de raadzaal gebruik maakt van ringleiding. “Bezoekers kunnen een kastje in de raadzaal ontvangen waarmee ze via een neklus of een koptelefoon het audiosignaal kunnen oppikken.”

VOORDELEN AURACAST

VOOR GEBRUIKERS:

- helderdere geluidskwaliteit;

- minder vertraging dan klassieke Bluetooth;

- het vergemakkelijkt directe ontvangst van audiocontent;

- het verbetert de spraakverstaanbaarheid in lawaaiige omgevingen;

- het maakt ondersteunend luisteren voor gebruikers met hoortoestellen of cochleaire implantaten discreter;

- je hoeft je apparaat niet te koppelen om toegang te krijgen tot de Auracast-audiostream;

- biedt de mogelijkheid tot extra content, zoals directe vertalingen of audiobeschrijvingen;

- het is universeel: merk/fabrikant zijn onderling uitwisselbaar;

- Auracast maakt het lenen/dragen/terugbrengen van extra apparatuur om in een publieke ruimte geluid te ontvangen niet meer nodig.

NADELEN AURACAST

- Bij een-op-een gesprekken is de vertraging zichtbaar;

- het gaan nog wel enige tijd duren voordat Auracast overal beschikbaar is;

- de nieuwe internationale standaard voor Auracastlocaties wordt naar verwachting pas eind 2027 ingevoerd;

- Weer iets ‘nieuws’ naast al bestaande systemen als ringleidingen, IR/FM systeem, Roger en wifinetwerk;

- Is je hoortoestel niet Auracast-compatibel, dan heb je een Auracast-ontvanger, samen met nekbanden of hoofdtelefoons, nodig.

- Niet alleen je ontvanger moet Auracast compatible zijn, ook de smartphone/ smartwatch waarop je de uitzending kunt terugvinden en je ervoor kunt aanmelden moet dat zijn.

- Een standaard neemt differentieringsmogelijkheden weg en is daarom niet interessant voor fabrikanten of audiciens: je wordt (financieel) amper beloond voor het extra werk dat het geeft;

- Standaarden zetten een rem op innovatie.

EINDE VAN DE RINGLEIDING?

We bevinden ons nog in de beginfase van de Auracastadoptie. Hoewel de ondersteuning groeit, ondersteunt slechts een beperkt aantal consumentenapparaten Auracast volledig. Het landschap verandert echter snel, met meer fabrikanten die zich voorbereiden om gedurende het jaar compatibele producten op de markt te brengen. Adviesbureau PlanPlan, dat zich inzet voor de inclusie op de werkvloer, verkoopt sinds 2024 Auracastzenders en -ontvangers. Guido Goedhart, oprichter en adviseur technische hooroplossingen: “Wij zien Auracast als een additionele mogelijkheid in het kader van de inclusie, naast bijvoorbeeld de ringleiding. Met onze samenwerkingspartner hebben wij Auracast inmiddels bij zo’n vijfendertig organisaties, voornamelijk crematoria, kerken en theaters, uitgezet. Het voordeel van Auracast is dat het geen voorziening is alleen voor slechthorenden. Elke horende kan ook in de sportschool of het theater streamen met bijvoorbeeld zijn of haar JBL oortjes.” Is dit het systeem dat alle andere systemen weg gaat concurreren? Guido: “Hoewel Auracast een alternatief is voor de ringleiding, zal het, naar mijn mening, nooit een volwaardig alternatief zijn. Het geluid komt bij je met vertraging. Die is weliswaar minimaal en als je 8 meter of verder van de spreker zit, amper waarneembaar, maar het is er wel. In een een-op-eengesprek is Auracast niet ideaal.” Maar wat doe je als er geen ringleiding aanwezig is of je toestel geen T-spoel heeft? Voor interactie op korte afstand bieden de meeste hoortoestelfabrikanten een eigen merk (draadloos) digitaal microfoonsysteem aan. Ook Auracast kan hiervoor ingezet worden, met bijvoorbeeld de multi-mic van Resound. Bij elk van deze

systemen is sprake van enige latency. Dit los je op door de microfoon van het hoortoestel tijdelijk uit te schakelen. Guido: “Tijdens ons recente symposium boden we de mogelijkheid de sprekers via Auracast te horen. De reacties waren positief. Een goedhorende merkt de vertraging, een slechthorende valt dit wellicht niet op. Vertraging hangt ook samen met de kwaliteit van de audio die je wilt versturen. Auracast is nu twee jaar op de Nederlandse markt, maar het aantal gebruikers in Nederland is nog minimaal. Auracast wordt nog niet standaard in ieder nieuw hoortoestelmodel geïntegreerd. Het zal nog zeker 5, 7, 10 jaar duren voor het gemeengoed is. Toch is het goed voor klanten om ervan te weten. Nu ben je er misschien nog niet aan toe, maar over een jaar wellicht wel. Ik zie echt wel de voordelen. Stel dat ik elke dag in Utrecht de trein van spoor vijf neem en vandaag vertrekt deze van spoor negen en ik krijg dat direct op mijn oortjes binnen nadat ik eenmalig de QR-code heb gescand. Wat een service zou dat zijn!”

Voor iedereen die wel eens met het openbaar vervoer reist, klinkt dat inderdaad als muziek in de oren. We belden direct even met Joost Nagtzaam, adviseur Toegankelijkheid binnen de NS. Dit NS-team maakt zich hard voor toegankelijkheid van alle reizigers bij de NS. Joost: “Hierbij moet je denken aan alle vormen van beperkingen: motorisch, visueel, auditief, cognitief, maar ook bijvoorbeeld laaggeletterden. Voor alle groepen bekijken we waar ze tegenaan lopen als ze zelfstandig met de NS willen reizen en of wij in staat zijn om dat op te lossen. Daarvoor zitten we om de tafel met belangenorganisaties en doen we onderzoek bij gebruikers. Belangrijk daarbij is: is het maakbaar en is het realistisch? Voor ons is het nu niet realistisch om alle treinen en omroepinstallaties op de station te voorzien van een Auracast zender. Wat we wel doen, is dat we alle berichten via notificaties in de app sturen, we hebben overal - zowel in de treinen als op de perrons - schermen met informatie geïnstalleerd en recentelijk hebben we in overleg met stichting Hoormij op 23 stations, bij de balies van de OV Service & Ticketwinkels en de ‘losse’ Informatiebalies, de ringleiding vervangen. Vooralsnog mis ik nog de technische onderbouwing dat Auracast dé techniek is die het allemaal gaat vervangen. Bovendien: een techniek gaat pas vliegen als er vraag naar is. Voorlopig krijgen we maar heel sporadisch een verzoek om Auracast.” Door naar ander vervoer: de luchthaven. Als er één plek is waar het rumoerig is en waar je de voor jou belangrijke berichten niet wilt missen, is het daar wel. Eind januari dit jaar startte een test van twee maanden met Auracast bij twee gates op de luchthaven van Frankfurt. Het was de eerste keer ter wereld dat Auracast op een luchthaven werd aangeboden. De passagiers voor gates A16 en A17, terminal 1, kregen de mogelijkheid om gate-aankondigingen via Auracast te ontvangen. “De akoestiek op een luchthaven, met achtergrondgeluid,

storingen en een kakofonie aan stemmen, draagt niet bepaald bij aan een goede signaal-ruisverhouding.

Iets dat direct automatisch via hoortoestellen of koptelefoons wordt ontvangen, kan een wereld van verschil maken voor iemand met hoorproblemen die reist”, aldus Jill Mecklenburger, hoofdaudioloog bij GN ReSound en betrokken bij deze pilot. Het installeren van de technologie was niet heel uitdagend: ze konden voortbouwen op de bestaande infrastructuur. Het microfoonstation bij elke gate aanwezig kon relatief eenvoudig worden uitgerust met een Auracast-zender. Het vervangen van hardware, installeren van extra apparatuur of ingrijpende verbouwingen waren niet nodig. De luchthavenexploitant gaat de test nu evalueren, maar denkt al aan uitbreiding van de service.

CONCLUSIE

De ontwikkeling van Auracast is niet te stoppen. Volgens de Auracast website worden de komende jaren ruim 1,5 miljoen openbare locaties wereldwijd getransformeerd tot Auracast-locaties. Zolang niet elk hoortoestel een ingebouwde Auracast-ontvanger heeft, blijft een losse ontvanger noodzakelijk. Hoelang het zal duren voordat iedereen (zowel horend als slechthorend) de nieuwe techniek heeft omarmd, ligt voor een deel bij de informatievoorziening, zowel bij de zenderkant als bij de ontvanger. En daar ligt een rol voor de audicien. Bepaal niet voor de slechthorende of zij wel of geen Auracast willen gebruiken. Geef bij de aanschaf van een nieuw toestel de informatie over Auracast zodat de klant vervolgens zelf een keuze kan maken en zorg dat je goed geïnformeerd blijft.

DE ACTUELE SITUATIE

Vanaf 2024 wordt Auracast door sommige hoortoestelfabrikanten ingebouwd, bijvoorbeeld in ReSound (GN Hearing), Edge (Starkey) en recentelijk Zeal (Oticon). Andere fabrikanten bieden modellen aan die Auracast-compatibel zijn, waaronder Infinio (Phonak), IX (Signia) en Encanta miniBTE (Bernafon). Ook koptelefoons (JBL, Jabra, Sony en Sennheiser) en CI-apparaten worden van een ingebouwde Auracast ontvanger voorzien. Aan de zenderzijde bevatten televisies en smartphones (Google Pixel en Samsung Galaxy 13+) een ingebouwde zender.

Voor een actueel overzicht van welke producten Auracast-klaar zijn, scan de QR-code

Wil je weten waar je in Nederland Auracast kunt proberen?

Scan de QR-code

Tip van de redactie:

Podcast #Weetikveel

In deze VRT Radio

1-uitzending komt audiologe Jolien Desmet aan het woord over o.a. slijtage van het oor en genetica bij gehoorverlies. Ze beantwoordt veel vragen.

Podcast Hoor eens even

Deze podcast van Specsavers gaat over tinnitus. Wat betekent tinnitus voor het gesprek met je klant? Met klinisch neuropsycholoog en tinnitusexpert Olav Wagenaar en Sophie Asveld, expert in zorginnovatie en serious gaming bij Hulan.

Podcast Tergooi over otosclerose

Kno-arts Huib van Waegeningh legt uit hoe otosclerose ontstaat en hoe een stijgbeugeloperatie het gehoor kan verbeteren.

Campagne Blijf erbij horen

Initiatiefnemers uit de hoorbranche zijn gezamenlijk de campagne ‘Blijf erbij horen’ gestart voor meer awareness. Mensen die in hun omgeving geen ervaring hebben met gehoorverlies, onderschatten vaak de impact ervan. De beeldcampagne bestaat uit een reeks persoonlijke portretten van mensen met gehoorverlies. Eén op de vier portretten blijft echter leeg, symbolisch voor de toekomst. Als we niets doen, leeft volgens de WHO rond 2050 één op de vier mensen op de wereld met gehoorverlies.

Audiciensbedrijven vinden aansluiting bij EyeCare Groep

SCHIKS Hoortechniek maakt vanaf februari onderdeel uit van de EyeCare Groep. Toenemende complexiteit in wet- en regelgeving en zorgfinanciering vormde mede aanleiding om te kiezen voor aansluiting. Corné Schiks: “EyeCare biedt ondersteuning waar nodig, terwijl wij samen met ons team de vertrouwde zorg en aandacht voor onze klanten kunnen blijven garanderen.” De EyeCare Groep is marktleider in het hoogste segment van optiek- en hooroplossingen met bijna 190 winkels in Nederland en België.

Verder integreert de EyeCare Groep zes shop-inshops van Oorwerk Audiciens in haar organisatie. De hoorwinkels, gevestigd in EyeCare-winkels in Barneveld, Aalsmeer, Kootwijkerbroek, Lunteren, Hoorn en Scherpenzeel gaan verder onder de naam EyeCare. Voor klanten blijven de locaties, het team en de dagelijkse zorg ongewijzigd.

Verlenging Dag van het Gehoor bij DHTA

Een dag na de Dag van het Gehoor, op 4 maart, namen 27 DHTA-studenten hun audiciendiploma in ontvangst.

Onze nieuwe collega’s zijn: Thimo de Jonge, Roger Vonk, Caroline van der Velden, Fleur van Ringen, Alex Hoogesteger, Hilde van Lankveld, Katjana Nanninga, Cain Ligt, Pauliina Gavrilov, Florindo Tiekstra, Noah Versantvoort, Mariët Schuldink, Aynur Kayaalp, Carin Munnichs, Wendy van der Horst, Ines Kelava, Judith Steenbergen, Brian van der Ligt, Lieke Cortooms, Romée de Bruijn, Sylvia de Wit-Poortvliet, Anne-Marie Gieske, Vito Yavuz, Caroline Engel, Derk Froom, Jeroen van Tiel. Disian van Loon willen we speciaal noemen: zij behaalde haar diploma cum laude!

Geslaagden Deltion

Er zijn weer verschillende studenten geslaagd de afgelopen periode! Wij feliciteren Coen Sloot, Karien Willems, Martijn van Lennep en Sjouke van der Werf. Niet op de foto, maar wel geslaagd: Eefje van Huijkelom en Thijs Klappe.

GGMD en Kentalis toch samenwerken?

Op 10 maart ondertekenden GGMD en Kentalis een intentieverklaring tot verregaande samenwerking. Een vergelijkbare stap werd in 2018 ook al gezet. Dat traject leidde uiteindelijk niet tot een blijvende integratie. Toch speelt de vraag naar een structurele oplossing voor specialistische ondersteuning aan dove en slechthorende cliënten nog steeds. Door de krachten te bundelen hopen ze meer slagkracht te hebben in een zorgveld met complexe financiering en hoge organisatorische eisen. De komende maanden onderzoeken beide organisaties welke vorm van samenwerking passend is en welke gevolgen daaraan verbonden zijn. Tot de uitslag daarvan bekend is, blijven GGMD en Kentalis zelfstandig opereren.

OPCI opgeheven

Stichting Onafhankelijk Platform Cochleaire Implantatie (OPCI) is per 13 april 2026 opgeheven. De voorzitter, secretaris en penningmeester hebben hun bestuursfunctie neergelegd. Ondanks grote inspanningen is het niet gelukt om tijdig opvolging te vinden. OPCI behartigde de belangen van mensen met een cochleair implantaat, gaf voorlichting aan mensen die een CI overwegen en faciliteerde lotgenotencontact.

Oprichters MED-EL in de prijzen

Ingeborg en Erwin Hochmair, de oprichters van MED-EL, zijn onderscheiden met de Queen Elizabeth Prize for Engineering. Deze prijs erkent de ontwikkeling van moderne neurale interfaces (technologieën die verloren menselijke vermogens herstellen). Het werk van de Hochmairs (sinds 1977!) leverde een belangrijke bijdrage aan de vooruitgang in signaalverwerking, de miniaturisatie van implantaten en biocompatibiliteit op lange termijn en vormde de basis voor moderne cochleaire implantaten. Ingeborg Hochmair, medeoprichter en directeur van MED-EL: “Cochleaire implantaten werden lange tijd als onhaalbaar beschouwd. Nu maken ze standaard deel uit van de dagelijkse klinische praktijk. Dit laat zien hoeveel er bereikt kan worden wanneer technologie, geneeskunde en gebruikers samenwerken aan een gemeenschappelijk doel.”

QUOTE

NVA-voorzitter Marnix Stawicki kijkt terug op een geslaagde editie van de laatste NVA-bijeenkomst: “Met een gevarieerd programma hoopten we de interesse van onze leden te wekken. Dat is gelukt: alle kaarten waren uitverkocht. Een zeldzaamheid! De interactie was breed en levendig met zaalvragen vanuit diverse beroepsgroepen. Als voorzitter is het prachtig om die betrokkenheid van dichtbij mee te maken!”

Amplifon koopt hoortoestellentak GN

Amplifon, in Nederland beter bekend via de keten Beter Horen, neemt de hoortoestellenactiviteiten van GN (o.a. Resound) over voor 2,3 miljard euro. De overeenkomst moet nog worden goedgekeurd door toezichthouders, maar wordt naar verwachting eind dit jaar afgerond. Amplifon vergroot hiermee zijn wereldwijde positie in de hoorbranche met technologie, productontwikkeling en productie. GN neemt hiermee juist afscheid van zijn hoortoestellentak en richt zich voortaan op andere audiomarkten.

Nederland partnerland bij 70ste editie van de EUHA

Bij de volgende editie van de EUHA, van 14 tot en met 16 oktober in Hannover, zal Nederland fungeren als partnerland. Het partnerlandconcept werd een aantal jaar geleden gelanceerd en inmiddels zijn Denemarken en Oostenrijk ons al voorgegaan. Je zult Nederland terug gaan zien in een breed scala aan elementen, diverse programmaonderdelen en presentaties van Nederlandse experts. Een gedeelte in de EUHA Live Zone zal worden gewijd aan gesprekken met het partnerland. Twijfel je nog of je moet gaan, dan trekt dit je wellicht over de streep!

P.s. De afstand tussen Hannover en de Nederlandse grens bedraagt iets meer dan 200 kilometer! Reserveer de datum vast in je agenda.

Ingezonden brief

Het verzet

ama”, vraag ik, “heb je jouw hoorapparaten nu wel in?” Mijn moeder van 85 jaar antwoordt: “Wat zeg je?” Ik grinnik en schud mijn hoofd. Ik weet al precies wat er nu gaat volgen en ja hoor... “Ik heb die dingen niet nodig. Ik hoor echt nog best goed. Weet je wat het is? De mensen praten tegenwoordig allemaal zo onduidelijk. Gewoon goed ar-tí-cú-léren, dan hoor ik het prima.” Ik zucht en denk: ‘Oh mama, wat maak je het jezelf toch moeilijk. Het zijn maar hulpmiddelen! Deze apparaatjes maken het dagelijkse leven zoveel makkelijker en aangenamer. Waarom verzet je je daar zo tegen?’

‘ZONDER MIJN HULPMIDDEL

IS DE WERELD HEEL STIL EN STA IK, LETTERLIJK EN FIGUURLIJK, UIT’

Mijn moeder is net zo eigenwijs als mijn vader was. Ook hij weigerde hulpmiddelen. Een rollator? Ben je gek. Ik heb mijn stok toch! Paracetamol? Nee hoor, ik ga liever gewoon dood! Zijn hoorapparaten droeg hij uiteindelijk wel. En goh ja, het was toch wel fijn dat hij het geluid van de tv weer kon horen! Ik begreep heel goed wat hij ervaarde. Ik ben namelijk aan één kant honderd procent doof. En aan de andere kant draag ik al jaren een (niet zichtbaar) hoorapparaat. Zonder mijn hulpmiddel is de wereld heel stil en sta ik, letterlijk en figuurlijk, uit. Met mijn hulpmiddel functioneer ik, als zeg ik het zelf, uitstekend. Collega’s vraag ik wel eens of ze aan mijn ‘goede kant’ willen gaan zitten. Ik leg hen dan uit dat ik slechthorend ben. Zij reageren stuk voor stuk altijd erg verbaasd: “Jij slechthorend? Daar heb ik echt nog nooit iets van gemerkt!”.

Mijn vader is kortgeleden overleden. Mama is verhuisd vanuit Middelburg naar Amersfoort. Weer dicht bij haar kinderen. Een nieuwe plek, in een nieuwe stad. Het is flink wennen, maar ze wil er graag op uit. Vandaag gaan we lunchen, maar eerst moeten we langs het gemeentehuis. We moeten dus naar het centrum en gaan met de bus. Voordat we vertrekken, zeg ik haar dat ze wel haar hoorapparaten in moet doen. Ze zucht, loopt naar haar slaapkamer en mompelt wat onverstaanbaars. Ik loop achter haar aan en zeg: “Wat zeg je mama? Je moet wel duidelijk articuleren!”

AGENDA

Cursussen, trainingen en belangrijke data

voor audiciens in de komende maanden

7 mei

Gehoorbescherming en oorstukjes

deel I: maatwerk gehoorverbetering

Pluggerz

7 mei

Gehoorbescherming en oorstukjes deel II: maatwerk gehoorverbetering

Pluggerz

7 mei

Praktijkdag Veilig

Werken in de Gehoorgang met de hoofdgedragen

3D microscoop

Alsoka Medical BV

11 mei

Training AToegankelijkheid en wek- en waarschuwing

(o.a. Auracast)

Hoorexpert

11 mei

COSI in de praktijk: van vragenlijst naar dialoog

Audicate

11 mei

Communicatie en gebaren met de slechthorende cliënt

i.s.m. Veldman en Wouters

Audicate

18 mei

Bewerken van Oorstukjes

Pluggerz

19 mei

Webinar Ogen, oren en evenwicht hebben elkaar nodig.

Met prof. dr. John van Opstal (Radboud Universiteit)

Hoormij∙NVVS

21 mei

Dagcursus Module Toegankelijkheid (o.a. Auracast en Wifi audio broadcasting)

Hoorexpert

29 mei

Dag der Akoepedie NVA

30 mei & 1 juni

Hoorzorgbeurs 2026 AuDidakt

2 en 4 juni

Het finetunen van hoortoestellen

Audicate

4 juni

Otoscopie - een praktische handreiking

Met kno-arts Jurgen te Rijdt

Audicate

4 juni

Training ‘verantwoord afdrukken maken’ Pluggerz

6 juni

CI-training voor audiciens

Advanced Bionics

9 juni

Praktijkdag Veilig Werken in de Gehoorgang

Alsoka Medical BV 15 juni

Masterclass ruimteakoestiek en praktische implicaties

Met fysicus-audioloog Hans Mülder

Audicate

15 juni

Cursus Wek- en Waarschuwing

Hoorexpert

17 juni

Open dag Dutch HealthTec Academy

DHTA

De Audiciens is het vaktijdschrift voor audiciens en anderen die werkzaam zijn in de hoorbranche en verschijnt vier keer per jaar.

De volgende editie valt op 10 juli op je mat. Hierin tref je onder andere een uitgebreid verslag van de Hoorzorgbeurs.

VERHUISD?

Geef het ons door via deaudiciens@audined.com

Leden van AudiNed die hun vakblad niet hebben ontvangen, kunnen dit doorgeven op deaudiciens@audined.com. Vermeld in je mail duidelijk je naam en telefoonnummer.

COLOFON

VAKBLAD DE AUDICIENS is een uitgave van AudiNed Oplage: 1200 stuks ISSN 2773 – 0468

REDACTIE

Maarten Dijkstra

Thomas Ophof Etienne van Kempen  Suzanne Bodegraven Romina Cecchini

ADVERTENTIES deaudiciens@audined.com

OPMAAK/VORMGEVING/DRUK De Ideeënfabriek van Pieters www.ideeenfabriek.com

CONTACT

AudiNed: info@audined.com Redactie: deaudiciens@audined.com of +31 627 388 241

ARCHIEF

uitgaven 2007 - 2013: www.deaudiciens.nl uitgaven 2014 - heden: www.audined.com/publicaties/deaudiciens uitgaven 2007 - heden: Depot Kon. Bibliotheek Den Haag ISSN 2773-0468

Audiciens kunnen accreditatiepunten verdienen met een vakinhoudelijk artikel in ‘De Audiciens’. Dit is ter beoordeling van de accreditatiecommissie Audicienregister. De redactie en AudiNed kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor de inhoud van ingezonden stukken.

ONGEZIEN WONDER

Het eerste hoortoestel dat alles heeft ongezien

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook