Skip to main content

Penseelstreek83

Page 1

De Penseelstreek

Wijkkrant Hoogkamp * Sterrenberg * Gulden Bodem Arnhem

JAN 2018 | NR. 83 | BLIJVEN LEREN


2  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

Colofon ‘De Penseelstreek’ is de wijkkrant van wijkvereniging ‘De Penseelstreek’. Verspreiding: 4x per jaar huis aan huis in de buurten Hoogkamp, Sterrenberg en Gulden Bodem te Arnhem. Oplage: 1950 ex. Verspreiding: Redactieleden: Redactieadres: E-mail:

Arno Vonk Mesdaglaan 36 06 81462782 Artwin Nuhn Maartje van den Berg Judith Gerlagh Reinier Zweers Valeri Berns Bert Krikke Micha van Aart Madeleine Corstens Mesdaglaan 27 6813 GL Arnhem 026 4437663 redactie@penseelstreek.nl

Vormgeving: Nannieke Swart Cécile Bruisten Druk: GLD Grafimedia Advertenties: Christiaan van der Sanden 026 3708877 / 06 14477799 advertentie@penseelstreek.nl De redactie behoudt zich het recht voor ingezonden stukken in te korten of, in overleg met het bestuur, niet te plaatsen. Bestuur wijkvereniging: Secretariaat:

Paul Breuning (vzt) Mariëtte van Vlerken (secr) Hans Alink (penn.m) Jeannine Witteveen Mark Elbers Karolien de Bruine Bosboomstraat 17 6813 KB Arnhem bestuur@penseelstreek.nl 026 4435265

Lidmaatschap 2017: min. € 12,50 per gezin IBAN.: NL67 INGB 0007 8197 30 t.n.v. Wijkvereniging ‘De Penseelstreek’ te Arnhem Redactie website: Mariëtte van Vlerken E-mail webredactie: redactie@penseelstreek.nl

Website: www.penseelstreek.nl

INLEVEREN KOPIJ Inleveren kopij uiterlijk vr. 23 maart 2018. Verspreiding volgende wijkkrant: 6 t/m 13 april 2018. Het schema voor 2018 is op de website onder het menu wijkkrant te vinden. Aanleveren kopij bij voorkeur per e-mail of WeTransfer, anders op cd-rom of USB stick op Mesdaglaan 27. Teksten graag in Word/Pages, digitale foto’s in een zo hoog mogelijke resolutie (300 dpi).

redactioneel Door Artwin Nuhn, redactie

LEREN

Mijn dochter heeft proefwerkweek nu ik dit schrijf. En als u dit leest, heeft ze er alweer een. Die blokweken leiden doorgaans tot nogal wat gezucht en gesteun. De mondhoeken gaan hangen. Leren, zo lijkt het, is niet echt leuk. Dat ken ik nog wel van vroeger. Leren wordt vaak leuker wanneer het spelenderwijs gaat, en je meteen merkt dat wat je leert ergens toe leidt. Maar dat geldt natuurlijk niet voor iedereen. Op die verschillen inspelen, lukt ons onderwijs slechts heel beperkt. Dat zal anders moeten. Want leerlingen en ouders verwachten van onderwijs tegenwoordig veel meer maatwerk dat de instituten nu bieden. Zo rond deze tijd (januari) oriënteren leerlingen en ouders zich en masse op de volgende stap: van opvang naar basisschool, van basisschool naar voortgezet onderwijs, en van voortgezet onderwijs naar een opleiding. Een tikje geïntimideerd sjouwen leerlingen van open dag naar open dag. Want kiezen is spannend, evenals wisselen van leeromgeving. Daarom dit speciale nummer van De Penseelstreek. Het staat helemaal in het teken van het thema Blijven Leren. Maar niet in relatie tot onze kinderen alleen. Want leren doen we allemaal. En sommigen van ons hebben er zelfs hun vak van gemaakt. Dus gaat dit nummer ook over u. Leest u mee over leren op school, leren van elkaar, leren als vak, hoogbegaafheid, leren van je lijf, de zin van creatief onderwijs, het oudere geheugen, het roer van je werkleven omgooien, en leren in vormen die horen bij deze tijd. Van puppiecursus tot Chinees. Ik zal boven eens gaan kijken of het leren een beetje wil lukken….

Bij de voorpagina Door Jan Zwartjes We knopen wat af in ons leven. Dichtknopen van onze kleding, aanknopen van nieuwe relaties en, zoals in dit nummer van de Penseelstreek blijkt, knopen we de ene opleiding aan de andere. Ons leven lang. Zo gaat Oskar Toering van de Jacob Marislaan in januari, wanneer hij vier jaar is, naar de Montessorischool. Dat vindt hij wel leuk, daar hebben ze immers twee ‘autobakken’. Op de peuterspeelzaal hebben ze er maar één. Samen met zijn vriendje, die al op de Montessori zit, kan hij daar dan mee spelen. Voor de foto toch maar even bij de vertrouwde peuterspeelzaal blijven. Anna-Eva Wolters van der Weij (11), ook van de Jacob Marislaan, verlaat na dit schooljaar de basisschool ’t Panorama. In augustus wil ze beginnen het Thomas a Kempis (Arentheem College) aan haar schoolcarrière vast te knopen. Er zitten al bekenden en er gaan bekenden mee. Zij kiest ervoor om op de nieuwe locatie op de foto te gaan. Een foto maken op zijn nieuwe school vindt Lukas Vervoort (17) wat omslachtig. Vanaf de Van Heemstralaan, waar hij woont, is het beduidend minder ver om naar Het Rhedens in Rozendaal te rijden dan naar de Hoge School van Amsterdam. Daar begint hij volgende schooljaar met de opleiding International Sports, Management and Business. Zo integreert Lukas zijn hobby’s (voetbal, skiën en snowboarden) in het beroep dat hij ambieert. Na acht jaar buitenland heeft Ingeborg van der Ploeg (44) haar BIG-registratie als verpleegkundige verloren. Om opnieuw geregistreerd te kunnen worden, heeft zij zich via bijscholing op het ROC Rijn IJssel voorbereid op het daarvoor vereiste examen. Dat is binnenkort. Met de benodigde diploma’s meldt zij zich dan bij ziekenhuis Rijnstate. Weer of geen weer, vanuit de Van Heemstralaan ligt dat op een steenworp afstand.


Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  3

van de bestuurstafel Door Paul Breuning, voorzitter wijkvereniging

Persoonlijk contact in de wijk Hierbij wens ik al onze leden, donateurs, sponsors en anderen die dit stukje lezen een gelukkig en voorspoedig 2018 toe. Op vrijdagavond de 22ste december liepen wij naar de kruising van de Van Heemstralaan met de Bakenbergseweg om met een aantal buurtgenoten kerstliedjes te zingen, te luisteren naar weer een pakkend verhaal van emeritus-kapelaan Dick Tiemens en een glaasje Glühwein te drinken. Onderweg ernaartoe zie je een aantal buren bij de warme kachel zitten, zich niet bewust wat zij aan buurtgezelligheid gaan missen of misschien gewoon geen zin om in het miezerige weer naar buiten te gaan. Eenmaal bij het trefpunt aangekomen, had ik het gevoel in een warm bad te stappen. Je kent toch veel mensen: van de tennisclub, van de bridgeclub, van de wijkvereniging, of omdat je kinderen bij elkaar op school zitten of in een grijs verleden bij elkaar op school gezeten hebben. Het heeft iets knus, iets dorps, een moment van bezinning samen met de mensen die naast je wonen, je naasten, gelovigen en ongelovigen. Het is maar iets heel kleins in de grote boze wereld, en ik besefte op dat moment hoe bevoorrecht wij zijn in die Penseelstreek van ons. Datzelfde gevoel kreeg ik bij het invullen van de enquête, opgesteld door het wijkteam leefomgeving van de gemeente, in samenwerking met onze eigen werkgroep leefomgeving. Op zulke vragen geef ik zelden de hoogste score: er is immers altijd wat te verbeteren. Maar hoe verder ik kwam in de vragenlijst des te meer besefte ik hoe goed het in onze wijk geregeld is. Natuurlijk raust er wel eens een grasmaaier over de narcissen en natuurlijk is het echt afschuwelijk als er bij je wordt ingebroken, of een vette hondendrol zich heeft genesteld in het profiel van je wandelschoenen. Maar het vuilnis wordt punctueel opgehaald, in de herfst wordt het blad weggeblazen bijna al voor het gevallen is, de parken en lanen worden prima onderhouden en de bordjes Buurtpreventie schrikken zelfs sommige inbrekers af. Kortom, wij hebben het goed en er valt (bijna) niks te klagen.

Wat voegt een wijkvereniging hier nog aan toe? Wat zijn onze goede voornemens voor 2018? Dat zit hem in het nog beter maken van allerlei praktische dingen, bijvoorbeeld door de werkgroepen Leefomgeving en Duurzaamheid. Maar waar de Penseelstreek vooral goed in is, is het organiseren van ontmoetingsplekken voor wijkbewoners: het kerstzingen, Koningsdag, maaltijden en lezingen in De Bakermat, koffiedrinken voor ouderen bij Trix, sport in de gymzaal voor peuters en volwassenen, het oldtimeren springkussenevent. Wat mij betreft zetten we daar nog sterker op in: verbetering van het onderling contact, dingen voor en met elkaar doen. Ik verwacht veel van het project Burenhulp voor elkaar van Niek Bakker en Joke Leijdekker. Want er is een aantal wijkgenoten dat alleen woont. Of ze eenzaam zijn weten wij niet, maar af en toe zullen zij best wat hulp kunnen gebruiken. In principe is dat gewone burenhulp, maar hoe groter de kring van helpers hoe beter. Verbetering van het onderlinge contact betekent ook: elkaar aanspreken, groeten, bij elkaar langsgaan. Hoe vaak hoor je niet dat buren niet op de hoogte zijn van een gebeurtenis, terwijl die toch vermeld is in de Penseelstreek, in de nieuwsbrief, soms zelfs in huis-aan-huis rondgebrachte flyers. Er wordt overheen gelezen, snel vergeten. Neem dit stukje: ik spreek uit ervaring. Maar een boodschap, persoonlijk overgebracht met onderling oogcontact, heeft meer effect. Dus binnenkort bel ik bij uw buren aan met de vraag of zij alsnog lid willen worden van De Penseelstreek. En u zou mij veel werk uit handen nemen als u dat even voor mij wilt doen. Opgeven kan via de website https://www.penseelstreek.nl.

Hoogkamp Energiek draait; gaan Sterrenberg en Gulden Bodem volgen? Hoogkamp Energie draait nu een jaar (kijk op www.buurkracht.nl/hoogkamp). Dit is heel succesvol gebleken door het organiseren van bewonersavonden over het besparen van energie, isoleren van de woning en het nadenken over de langere termijn met de opwekking van duurzame warmte. Kortom een initiatief dat we graag van harte aanbevelen bij bewoners uit de buurten Sterrenberg en Gulden Bodem. Het bestuur van de wijkvereniging komt graag in contact met enthousiaste mensen die een groep willen vormen op dit thema. Groot voordeel is dat ze gebruik kunnen maken van de ervaringen die reeds in de Hoogkamp zijn opgedaan. Meedoen? Mail dan naar bestuur@penseelstreek.nl o.v.v. DZH Sterrenberg Gulden Bodem en je wordt uitgenodigd!


Van school naar school 4  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

Hidde (4) naar de basisschool: “Wel eerst de juf een hand geven”

Groot worden is doorklimmen van school naar school. De een kan niet wachten, de ander ziet er als een berg tegenop. Hoe dan ook: niks is hetzelfde. En dat weten Hidde, Eva en Sophie inmiddels dondersgoed. is wel een moeilijk woord om te schrijven. En zingen doen ze ook op school: dat vindt Hidde ook al leuk.

Hidde

En als je dan naar school gaat, ga je natuurlijk met een nieuwe tas en nieuwe broodtrommel. Hidde heeft een stoere legertas en een mooie broodtrommel van Cars. Naar een grote school gaan is eigenlijk best leuk. “Eh, Hidde, hoe was het ook alweer op de Hobbel?” “Dat weet ik niet zo goed meer, zo leuk is de nieuwe school!”

Sinds kort zit Hidde van de Bakenbergseweg op de Montessorischool aan de Nicolaas Maesstraat. En dat is een beetje hetzelfde als peuterspeelzaal de Hobbel. Maar toch best anders, want Hidde moet er ook leren! Tsja, een heuse basisschool. Het is gelukkig wel heel erg leuk en een beetje bekend, want de zus van Hidde zit er ook op. In de ochtend moet je eerst de juf een hand geven en zelf je tas ophangen. Hidde moet zijn jas ophangen bij het ‘varkentje’. En Hidde gaat ook elke morgen zijn eigen plantje water geven met zijn gietertje. En daarom groeit zijn plantje al best goed. Een echt moment van een grote school is netjes in de kring zitten en dan mag je wat vertellen. Gelukkig is de juf heel lief - een klein beetje strenger dan op de Hobbel - en durft Hidde best wat te vertellen. Wat leer je dan op school? “Nou, cijfers”, zegt Hidde. Hij kan al tot twintig tellen. Dat is best veel. Knap hoor. Hidde vindt het ook leuk om te puzzelen met een echte puzzel met stukjes en om te knutselen, vooral om lekker dingen in elkaar te plakken. Of in echte schoolboeken werken en kleuren. Wat ook heel stoer aan school is dat je mag gaan gymmen. In een echte sportzaal. Lekker rennen en klimmen en rollen en soms ook met een bal spelen. En natuurlijk ook nog muziek maken met allemaal instrumenten bij meester Hans. Hidde vindt de xylofoon het leukst. Die klinkt heel mooi. Maar het

En van huis naar school gaat Hidde af en toe ook nog eens op zijn eigen fiets. Stoer hoor! Veel succes op school, Hidde. Nu sta je ook nog eens echt in de krant!

Reinier Zweers

Eva (11) naar de middelbare school: “Ik doe nu yoga en Spaans” Een jaar geleden zat Eva uit de Hobbemastraat nog op de Arnhemse Montessori School. Nu loopt ze alweer een paar maanden met in stoffen kaften gehulde schoolboeken door de gangen van het Stedelijk Gymnasium Arnhem. “Een grote overgang, maar wel een leuke”, aldus de zelfverzekerd pratende tiener. Als voorbereiding op de overstap heeft ze open dagen bezocht, minilessen gevolgd en deelgenomen aan de OCTOPLUS-masterclass: een samenwerking van drie middelbare scholen waarin leerlingen uit groep 8 lessen volgen die aansluiten bij hun interesses en vaardigheden. Eva koos vol overtuiging voor het Stedelijk Gymnasium: “Ik voel me er prettig en er heerst een goede en gezellige sfeer”.


Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  5

Sophie naar Delft: “Twee hele dagen in het lab”

Eva

De eerste dag in haar nieuwe omgeving vond ze wel spannend: “Ik ben nog maar 11 en de jongste van de klas. Dan loop je ineens tussen allemaal grote kinderen en dan denk je wel van ‘wow’!”. Gelukkig hoorde ze op haar eerste schooldag dat ze bij een vriendinnetje in de klas kwam. Inmiddels heeft ze ook een paar nieuwe “goede en gewone” vrienden gemaakt. En de plattegrond waar alle lokalen op staan, is overbodig geworden. De afwisseling op de middelbare school spreekt het veelzijdige meisje aan: “Elke 50 minuten heb je een ander vak, en drie uur per week mag je keuzevakken volgen. Ik doe nu yoga, Spaans en neem deel aan de Kangoeroe wiskundewedstrijd.” Moeder Sarah: “Ik zou willen dat ik weer naar de middelbare school mocht.” Eva’s wereld is niet alleen figuurlijk groter geworden. Tot vorig jaar speelde haar leventje zich vooral af in de wijk. Nu gaat ze zelf naar haar vriendinnetje in Velp en de stad in om cadeautjes te kopen, en fietst ze dagelijks door Arnhem naar school. Haar record is 11 minuten. “Mama had verkeerd gekeken en dacht dat ik het eerste uur vrij was, dus ze had me te laat wakker gemaakt.” Sarah vindt het leuk om te zien hoe haar dochter haar nieuwe leven aangaat. Maar het is ook wennen. “Ze heeft geen vaste schooltijden meer, ze is soms eerder vrij en daarom alleen thuis, en wij kennen haar klasgenoten en hun ouders niet.” Via de elektronische omgeving Magister kan ze wel volgen hoe het met haar dochter op school gaat. Eva doet er ook haar voordeel mee. “Dan zeg ik dat ik op mijn telefoon Magister aan het bekijken ben, maar stiekem doe ik dan iets anders.” Marije Blomjous

Sophie

Moleculair Sciences and Technology, dat is wat Sophie van ’t Hoff studeert. “Maar je kan het ook scheikunde noemen”, vertelt Sophie. Sinds september is zij overgestapt van het Stedelijk Gymnasium in Arnhem naar de universiteit in Delft. En dat is best een verandering. Vooral het op-jezelf gaan wonen in een nieuwe stad, los van het gezellige ouderlijke huis met broers en zussen. “Koken deed ik in Arnhem al, dus dat is geen probleem hier”, zegt Sophie. “Maar thuis in Arnhem zijn we met z’n zevenen - met daarbij ouderlijke zorg incluis - en hier in Delft zijn we met z’n tweeën. En dat is wel wat anders natuurlijk.” Sophie heeft zich vanaf de 5e klas goed voorbereid door een flink aantal open dagen af te lopen en daaruit kwam Delft als beste en leukste naar voren. En daarbij is het ook nog gelukt om op tijd een mooie kamer te bemachtigen. Op de universiteit zijn de lessen natuurlijk anders dan op het Stedelijk. “Als je de oude scheikundelessen vergelijkt met nu, dan gaat het echt niet meer om ‘spectaculaire proefjes maar echt diep de scheikunde in.” En dat betekent ook twee hele dagen in het lab vol met analyses en syntheses. “Dat vind ik eigenlijk ook best wel leuk.” Het aantal contacturen is daardoor wel hoog. Sophie heeft dagen waarbij ze om 8.00 uur vertrekt en om 19.00 uur thuis is. De universiteit is natuurlijk ook veel internationaler dan het Stedelijk Gymnasium, hoewel het voor haar studie wel meevalt: dat zijn vooral Nederlandse studenten. Wat ook anders is: volleybal. In Delft hebben ze bij de Punch 13 dames- en 13 herenteams, terwijl er bij Sophie’s oude Arnhemse club Achilitas ‘slechts’ 6 dames teams waren. Dat is voor een fanatieke volleybalster als Sophie een heerlijke vooruitgang. En ja, dan de steden vergelijken natuurlijk. We komen erop uit dat de grachten van Delft toch echt een stuk mooier zijn dan het centrum van Arnhem, ondanks de nieuwe Jansbeek. En zo verwacht Sophie de komende jaren steeds meer Delfts te worden, want ze is er als enige van haar vriendenclub heengegaan, dus dan moet je wel weer wat nieuws opbouwen. Beste Sophie, veel succes! Reinier Zweers


6  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

Wijkgenoten helpen jongeren bij studiekeuze of een vormende buitenlandervaring

Eerste hulp bij studiekeuze Tekst en fotografie: Marije Meijer

Wat ga ik doen? Waar ben ik goed in? Wat past bij mij? Jongeren tussen de 16-24 jaar maken belangrijke keuzes voor het vervolg van hun lerende leven. Maar hoe maak je de juiste? Twee wijkgenoten helpen. Valeri Berns woont in de Van Ruisdaelstraat en adviseert jongeren bij hun aankomende studiekeuze. Haar roots in de werving en selectie leveren haar veel kennis over de arbeidsmarkt op. Hierdoor weet ze goed wat er gebeurt op de arbeidsmarkt; welke banen hebben we in de toekomst nodig en welke juist minder? Welke mensen horen daarbij? En hoe fijn is het, iemand die je helpt

bij die keuze. Want hoe kies je in hemelsnaam tussen ruim 275 HBO-opleidingen en 175 Universitaire studies? En dan hebben we het nog niet eens over al die MBOopleidingen.

Lastig

Valeri was zelf een eigenwijze puber. “Op die leeftijd weten jongeren niet waar ze goed in zijn. Ik toen ook niet. Jongeren horen vooral vaak wat ze niet goed doen en dan is nadenken over wat je wilt en kunt heel lastig. Ik kijk juist naar wie ze zijn, waar ze goed in zijn en waar ze energie van krijgen. Ik vind het mooi dat ik voor die jongeren nu van betekenis kan zijn.” Twee jaar geleden startte Valeri hiermee. Ze zag een gat in de markt. Ze vroeg acht ‘proefkonijnen’ uit de wijk en ontwikkelde haar eigen werkwijze. Dit resulteerde in een ‘studiekeuze bootcamp’. De bootcamp bestaat allereerst uit een digitale vragenlijst (Student Profiel Analyse). “Daarin geeft de jongere antwoord op wat hem of haar motiveert en welke gedragsvoorkeuren hij of zij heeft. Dan hebben we een goed beeld van wie je bent en wat je goed kunt.” Daarna volgt en gesprek. Klopt het wat er uit de vragenlijst komt, wat voor type persoon ben je en wat betekent het? En als je dat vertaalt naar een studie, waar kom je dan op uit? Uit de selectie van opleidingen maakt ze vervolgens een concreet actieplan waarin de jongere aangeeft wat hij gaat doen: brochures aanvragen, open dagen bezoeken, snuffelstage regelen of andere praktische zaken.

Hulp is gewenst

Valeri in gesprek met Pleun Wildering

De bootcamp is een compacte manier van jezelf leren kennen en aan de slag gaan. Iets wat jongeren volgens Valeri erg bevalt. “De jongeren zijn erg positief, net als hun ouders, omdat ze daarna bewust een keuze maken. En veelal een goede keuze, die ervoor zorgt dat je begint aan iets wat bij je past.” En het voorkomt hopelijk dat jongeren stoppen tijdens de studie, met eventuele financiële gevolgen die daarbij horen. Vooral ouders zijn erg blij met deze hulp. “Uit een klein onderzoek dat


Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  7

veel jongeren willen ook graag meer op eigen benen leren staan voordat ze gaan studeren in Nederland. Belangrijkste is dat de jongere zelf de keuze maakt om die tijd op zijn of haar manier in te vullen. Want anders wordt het niets.”

Reislustig

en lie Uitterhaeg sprek met Ju Heleen in ge

ik zelf deed, gaven ouders aan dat ze graag hulp bij de studiekeuze van hun kinderen willen. Decanen op de school van de jongere spelen zeker een rol, maar die is beperkter dan we vaak hopen. De keuze ligt echt bij de jongere en zijn ouders. En ook ouders geven aan het lastig te vinden. Zij gaan er zelf immers ook voor betalen of een lening voor aan.” En Valeri zelf? Welke studie of sprong wil ze nog weleens maken? Ze lacht bij de vraag. “Langzaam verschuift mijn werk naar het volledig adviseren van de jongeren en laat ik de arbeidsbemiddeling die ik ook nog doe los. Ik ga dan al mijn tijd besteden aan deze jongeren. En wie weet springen we over een flink aantal jaren weer naar het Afrikaanse continent; daar waar ik al heb mogen wonen met mijn man en wij zeker nog eens naar terug willen.”

Op eigen benen

Een paar honderd meter verderop werkt Heleen Pelle vanuit haar huis aan de Bakenbergseweg als Bureau Buitenland en als studiekeuzecoach onder de vlag van StudiekeuzeOpMaat. Zij helpt jongeren bij hun studiekeuze en adviseert en begeleidt de jongeren ook bij de invulling van een tussenjaar in het buitenland. Veel ervaring met het begeleiden van jongeren deed zij op als docent en afstudeerbegeleidster in het Hoger Onderwijs. Heleen wil graag bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling van jong volwassenen. Afgelopen november was het 10 jaar geleden dat zij dit bureau opstartte. Haar oudste dochter was 18 jaar en werd uitgeloot voor haar studie. Ze wilde toen naar het buitenland omdat ze geen plan B had. Heleen: “Ik ontdekte dat er maar één bureau in het westen van Nederland was dat jongeren bij deze vragen hielp. Ik ben toen zelf gestart vanuit het oosten.” In haar kantoor staan veel folders en materialen van allerlei scholen en cursussen. Een wereldkaart hangt aan de muur en laat zien waar je allemaal heen kan gaan. Engeland en Spanje zijn de meest bezochte landen. “Jongeren willen vaak ter voorbereiding op hun toekomstige studie beter (academisch) Engels leren. Daar gebruiken ze bijvoorbeeld een tussenjaar voor. Maar

Maar hoe ken je al die scholen en plekken? Heleen pakt geregeld het vliegtuig om internationale workshops en verschillende tussenjaarbestemmingen te bezoeken. Ook volgt ze af en toe een taalcursus om te ondervinden hoe het er in de praktijk aan toe gaat. Ze spreekt met de schoolleiding en verkent de school om de sfeer te proeven. De zoektocht naar een passende invulling van een tussenjaar is voor iedere jongere weer uniek. “Ik ga met elke jongere in gesprek aan de hand van een intakevragenlijst. De doelstelling en verwachtingen van de jongere staan centraal bij het vinden van geschikte mogelijkheden in het buitenland. Ik volg de jongeren tijdens hun buitenlandervaring en als ze terugkomen, wil ik graag van hen horen of de ‘missie’ is geslaagd.” Een mooie ontwikkeling is dat haar werkzaamheden voor Bureau Buitenland steeds meer worden samengevoegd met haar werkzaamheden als studiekeuzecoach voor StudiekeuzeOpMaat. Het studiekeuzetraject vormt steeds vaker een belangrijk onderdeel van een tussenjaar. Heleen vindt een tussenjaar zeker geen must, maar ze is er wel van overtuigd dat het voor vrijwel alle jongeren van nu heel waardevol is om op enig moment meer te zien van de wereld, andere mensen te leren kennen en daardoor ook andere culturen. Je krijgt hierdoor meer respect voor andersdenkenden. “Het is zo bekeken ook een vorm van idealisme. Ik hoop dat jongeren mede dankzij mijn inzet dit ook zo ervaren.”

Competenties Weet u wat de competenties van de toekomst zijn? Een paar op een rij: • Sociale intelligentie • Creatief denken • Rekenkundig denken • Omgaan met nieuwe media • Betekenis geven • Ontwikkelvaardigheid • Informatiemanagement • Virtuele samenwerking

Meer weten? Meer weten over het werk van Valeri of Heleen? • www.welke-studie-past-bij-mij.nl | Valeri Berns • www.bureaubuitenland.nl en www.studiekeuze-opmaat.nl | Heleen Pelle


8  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

Gini Manting (48) over de behoefte aan vernieuwende vormen van leren in het onderwijs

De schoonheid van groei Tekst: Artwin Nuhn | Foto: Jan Zwartjes

In het onderwijs hebben mensen elkaar heel hard nodig. En het onderwijs heeft op zijn beurt de samenleving nodig, nu meer dan ooit. Daarom werkt Gini Manting (Josef Israelslaan) met ziel en zaligheid aan verbinding. En aan vernieuwing, want het moet echt anders. “Waarom?” Gini schuift naar voren en vouwt de handen. “Omdat”, zegt ze met veel nadruk, ”jongeren de brug zijn naar de samenleving die we samen graag willen. De rol van de leraar daarin is essentieel. En die verdient veel meer aandacht en betrokkenheid dan die nu krijgt.” Ooit was zij zelf leraar Engels en Nederlands op het voortgezet onderwijs en docent Communicatie op de school voor mensen met groene vingers in Velp. Heerlijk vond ze het, dat lesgeven. Dat zij zelf voor de klas stond, is inmiddels lang geleden. Maar het gevoel ligt nog dicht onder de huid. Ze roept het zo weer op: het contact met leerlingen, de wetenschap dat je jonge mensen in de stroomversnelling van hun leven verrijkt, ook al realiseren ze zich dat op dat moment misschien nog niet zo goed, het besef dat je meebouwt aan de samenleving van straks. Het is diezelfde liefde voor onderwijs die haar motiveert om als procesbegeleider te helpen om problemen in teams op te lossen. Problemen die vaak ontstaan “omdat mensen elkaar in hun samenwerking niet meer verstaan, niet meer luisteren naar elkaar, niet nieuwsgierig zijn naar anderen maar vooral willen overtuigen, en dan ruzie krijgen. Of omdat het mensen gewoon niet lukt om als onderwijsteam verder te komen.” Dan springt zij in, want gedoe leidt leraren af van hun eigenlijke werk en dat is meer dan jammer. “Niemand wil ellende. Hoe beter zij het met elkaar hebben, hoe beter zij in staat zijn elkaars wijsheid

te benutten, des te beter zij hun vakmanschap kunnen uitoefenen en mensen kunnen helpen te groeien.” De laatste jaren spit Gini liever nog dieper. “Ik realiseerde me op een gegeven moment dat we met ons onderwijs dood lopen. Het moet echt anders. Maar het systeem zit in de weg. Dat systeem stamt uit lang vervlogen tijden en past niet meer bij nu. Daarom ben ik de Stichting Bron voor onderwijs begonnen.” De stichting beoogt leraren met elkaar in gesprek te brengen over de rol die je als leraar in de samenleving speelt. Die samenleving verandert heel snel en daarmee ook de verwachtingen die leerlingen en ouders van het onderwijs hebben. Gini: “Al sinds mensenheugenis draaien we jongeren door standaard lesprogramma’s. Zo stimuleren we groei veel te weinig. Deze tijd vraagt om een veel individueler benadering, om maatwerk, om het stellen van de vraag: wie is die leerling tegenover mij en wat heeft die aan kennis en vaardigheden nodig?” “Let op: ik geloof niet in de ideale school. Die bestaat niet. Ik pleit er evenmin voor alles overboord te gooien wat we hebben. Veel is goed. We moeten vooral samen de dynamiek opzoeken en ervoor zorgen dat we dominante structuren in beweging brengen. Ik zeg nadrukkelijk samen. Het afstemmen van onderwijs op de verwachtingen van de samenleving vind ik een verantwoordelijk van iedereen. Niet alleen van leraren en schoolbesturen, ook van ouders,


Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  9

leerlingen, politiek, bedrijfsleven. De tijd dat we wisten waar we leerlingen voor opleiden is voorbij. De arbeidsperspectieven voor jongeren zijn ontzettend in ontwikkeling. Denk alleen maar aan robotisering. Die leidt tot de verdwijning van heel veel banen. Maar er komen ook nieuwe bij. Nieuwe die we nu nog niet zien en ook vaak nog niet eens kunnen voorspellen. Dat ontdekken we wel, als we maar in beweging komen. In die zin heb ik het liever niet over verandering maar over transitie. Het eind van dat proces is niet helder. We weten nog niet wat er allemaal precies anders moet. Dat we in beweging moeten komen, weten we wel. Dat maken leerlingen ons voortdurend op allerlei manieren duidelijk.” Beweging zoeken is ook het doel van het project 'Wij maken het onderwijs'. Gini bracht daarin provincie, schoolorganisaties, de gemeente, en een aantal bedrijven bij elkaar. Er zijn namelijk ontwikkelthema’s die je niet zomaar over de schutting van het onderwijs mag gooien. “Zoals de duurzame samenleving”, legt Gini uit. “We kunnen kinderen wel kennis over duurzaamheid aanreiken, maar daar schiet je weinig mee op. Beter is het je als samenleving af te vragen hoe je leerlingen kunt helpen zelf een duurzaam leven in te richten. Dat is geen taak van het onderwijs alleen. Daarin moeten we lokaal verbindingen zoeken.” De digitale leeromgeving is wat haar betreft nog zo’n thema. “Je ziet de kloof tussen de leraar als digibeet en de leerling als digitale nerd. Die afstand denken we dan te kunnen overbruggen door gebruik te maken van het digibord. Het is bijna sneu. Dat kun je scholen niet kwalijk nemen. Zij hebben niet de capaciteit noch het geld en de kennis om tegemoet te komen aan waar kinderen in de digitale samenleving behoefte aan hebben. Dat moeten we met elkaar oppakken. Ook ik als ouder. Misschien doe ik er wel wijs aan mijn kind te verbinden met Gamestad, een organisatie hier in Arnhem. En misschien moet diezelfde Gamestad wel weer een rol in het onderwijs krijgen. Wijzen naar elkaar helpt niet. Samen optrekken is ook hierin de beste weg.” Gaat dat ook lukken? Ze haalt haar schouders op. “Dat weet je nooit. Maar ik heb goede hoop. Ik zie ook prachtige voorbeelden.” Zoals laatst, toen een HBO-docent via Bron voor Onderwijs stage liep bij een collega op een basisschool en onthutst vaststelde “dat hij jarenlang leerlingen had lesgegeven zonder ze mee te geven wat ze eigenlijk nodig hadden. Want lesgeven begint bij het maken van verbinding met de persoon van de leerling en zijn leervraag. En omdat hij die verbinding niet maakte, liep hij zelf leeg. Die stage heeft hem veranderd, net als de manier waarop hij zijn vak uitoefent.” Een ander voorbeeld is de broedplaats Arnhem als digitale leeromgeving die Gini onlangs startte. Samen met directeuren en bestuurders van onderwijsinstellingen, docenten en werkgevers uit de omgeving bezocht zij een bedrijf in Apeldoorn dat digitalisering een vooruitstrevende plek in het onderwijs probeert te geven. “Wij volwassenen zijn niet alwetend. Maar we hoeven ook niet te worden als leerlingen. Ik zeg liever: omarm ontwikkeling en ga daar middenin staan. Wil zelf leren, ook van jongeren. Help leeromgevingen in te richten die anders zijn dan we gewend waren. Help een dynamiek van groei en leren te creëren die onafhankelijk is van een programma en waarin de leerbehoeften van leerlingen centraal staan.” “Ik zag bij die bestuurders en directeuren het kwartje vallen. Zij denken nu: goh, daar zit wel wat in. Hoe mooi zou het zijn als we in onze stad zouden kunnen nadenken over hoe dat nieuwe leren er dan concreet uit zou kunnen zien. Samen, zeg ik weer. Want we hebben elkaar daarin heel hard nodig.”

Verbeeldingskracht Wat is de waarde van creatieve vakken in het onderwijs? Ik vraag me af of deze vraag ook aan een docent Nederlands of wiskunde zou worden gesteld. Wat maakt dat de creatieve vakken zich altijd maar moeten bewijzen? Misschien wel omdat creatieve vakken zich meer richten op persoonlijke groei en je dat niet zo makkelijk kunt controleren en conditioneren. Maar het blijft vreemd. Want verbeeldingskracht is een belangrijk element in creatief onderwijs. En juist die verbeeldingskracht maakt duidelijk of je idee werkt of niet. Verbeelding kan veel op de schrijftafel ontworpen concepten helpen te verhelderen en bepalen of iets ook in de praktijk uitvoerbaar is. Maar misschien heeft het feit dat creatieve vakken hun bestaansrecht moeten verantwoorden ook wel te maken met het woord ‘creatief’. Creatief staat voor nieuw, verkennend, verbazend, niet passend in het denksysteem. En zeg nu zelf: welke mogelijkheden geven we de leerlingen in ons onderwijs om dit te ervaren en te ontwikkelen? In mijn vakgebied - het tekenonderwijs - zie je bijvoorbeeld een sterk historisch gericht onderwijs. Kunstgeschiedenis als het historisch kader en de technieken als onderzoeksgebied om je tekenvaardigheden te ontwikkelen. In hoeverre sluit dit onderwijs aan bij de huidige ontwikkelingen in de kunst? Maar ook algemeen is de vraag interessant: hoe creatief is onderwijs? Want het bewustzijn dat creatief denken een belangrijke vaardigheid is voor de toekomst, wordt breed gedeeld. Dit creatief denken betekent ruimte geven aan het verkennen van mogelijkheden, experimenteren, omdraaien, en nieuwe gebieden betekenis geven. Het onderwijs van morgen zal in zichzelf creatiever moeten worden wil het van betekenis voor de toekomst kunnen zijn. Laat kinderen en docenten ontdekken, mislukkingen maken, vreemde uitkomsten geven, verbazen. Dat maakt het onderwijs leuk en lastig, zeg maar uitdagend. Daarom zou ik de vraag aan mijn collega-docenten Nederlands en wiskunde willen stellen: welke bijdrage kan jouw vak leveren aan creatief onderwijs? Het mooie is dat we daar nu op het Thomas a Kempis mee aan het experimenteren zijn. In ons programma 'Ondernemend Leren' gaat het om de persoonlijke ontwikkeling, vakoverstijgend onderwijs zonder cijfers maar met bezieling. Creatief voor docenten en leerlingen. Onderwijs is nog nooit zo leuk geweest. Robbert Pasman docent tekenen, Jan Vethstraat


MAKELAARS 10  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

201 6 WID BM

Samen beter verkopen

MAKELAARS

NWWI

MAKELAARS

Velperplein 11 (naast de Mediamarkt) 6811 AG Arnhem 026 750 2 750

www.openmakelaars.nl BEL ONS NIET ALS U EEN TRADITIONELE MAKELAAR ZOEKT!

arnhem@openmakelaars.nl

Onafhankelijk erkend a.p.k. keuringstation kornmann personen auto ’ s

MAKELAARS

bestel

/ campers

/

NWWI

benzine / diesel

Eduard van Beinumlaan 2 Openingstijden: 6815 GD Arnhem ma. t/m vr. 8.00-17.30 uur tel. 026 442 51 03 Fax 026 370 25 68

meubelmakerijverduijn Heb je een origineel idee voor jouw interieur? Op zoek naar advies of een bijzonder ontwerp? Wil je een meubel dat precies past in jouw stijl? Meubelmakerij Verduijn maakt meubels, keukens en interieurs op maat.

rk e w t a a m creatief in

0624427466 www.meubelmakerijverduijn.nl info@meubelmakerijverduijn.nl

Van der Staaij Ambachtelijke Restauratie

Uw bent bij ons aan het juiste adres voor: Glas in lood Glas in lood tussen isolatieglas Monumentale beglazing Isolatieglas voor stalen kozijnen Isolatieglas HR++

Dun isolatieglas 10 mm dik voor monumenten Spiegels - geslepen glas Douchewanden Nieuwe authentieke ramen Beschermende voorzetbeglazing

U vindt ons in het Oosterbeekse Koningsdal. Het adres is Utrechtseweg 172a (achter Glaskunstgalerie De Glorie), Oosterbeek.

www.vanderstaaij.nl


Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  11

Als het buiten ook mooi mag zijn Picknicktafel van topkwaliteit

• Arnhems ontwerp • Gegalvaniseerd stalen onderstel met eiken of douglas hout. • 250cm of 350cm (L) x 145cm (B)

frank van der snee

øntwerp

mauvestraat 6 6813 jl arnhem t 026 - 370 11 37 e info@fvdsontwerp.nl i www.fvdsontwerp.nl

Verras uzelf…

H K

M

Hans Mini Klus Geen klus te klein om belangrijk te zijn

Ook voor al uw huishoudelijke klussen Voorrijtarief incl. eerste kwartier werk € 14,25 incl. BTW Werktijd wordt per kwartier berekend € 7,13 (€ 28,50 p/u). Huidige prijspijl zijn incl. BTW, excl. materiaal en toeslag voor: spoed/vies/gevaarlijk/extreem zwaar werk.

in de wereld van aromatische oliën en plantenextracten. Ervaar een weldaad van zachtheid, harmonie en geursensaties van mijn gezichtsbehandelingen.

Benieuwd geworden? Bel vrijblijvend, ook voor andere behandelingen. En voor natuurlijke en biologische make-up heb ik NVEY ECO producten in mijn assortiment.

De schoonheidsspecialist. Je wordt er weer mens van. Jeannette Loois, Wagnerlaan 122, 6815 AG Arnhem Telefoon 026 - 445 30 70 jeannetteloois@gmail.com

Hans Streng v. Lawick v. Pabststraat 119 6814 HD Arnhem telefoon: 06 - 22011961 internet: www.hansminiklus.nl


12  12 DE DEPENSEELSTREEK  PENSEELSTREEK  Nummer Nummer83 83

Wat vindt u van onze leefomgeving? Dat was een belangrijk item in de enquête die in november is gehouden. Bedoeld om inzicht te krijgen in de positieve punten, knelpunten en aandachtspunten in onze fysieke leefomgeving. Maar het onderwerp stond ook centraal tijdens een informatieavond eind oktober in de Bakermat, waar circa 30 wijkbewoners met elkaar in gesprek gingen rond een plattegrond van onze wijk. Via beide kanalen bereiken ons min of meer dezelfde signalen, zowel over welke onderwerpen belangrijk worden gevonden als over welke rol we op dit onderwerp als wijkvereniging hebben te spelen. Dat is toch meer een rol als verbinder en schakelaar dan als belangenbehartiger. De bezoekers van de informatieavond en de respondenten op de enquête willen we hartelijk danken voor hun inbreng, want die kunnen we goed gebruiken. En laten we hier ook even de uitstekende samenwerking met de medewerkers van de gemeente noemen, waarvoor echt een compliment op zijn plaats is. In totaal reageerden 325 bewoners op de enquête, bijna 20% van alle adressen. Het lijkt dat vooral oudere mensen de enquête hebben ingevuld en de respons uit de buurt Hoogkamp hoger was dan vanuit Sterrenberg en Gulden Bodem. Bij één op de drie respondenten is sprake van een huishouden met kinderen. Algehele conclusie is dat we heel tevreden zijn over onze wijk; de bereikbaarheid (>90%), de afvalinzameling (>80%) en het groenonderhoud (>75%) worden positief beoordeeld. Verder vinden de meeste mensen onze wijk veilig (>70%) en is er voldoende parkeergelegenheid (>65%). Wat betreft ontmoetingsplekken (<30%), duurzaamheid (<35%) en het onderhoud van speelvoorzieningen (<40%) zijn mensen een stukje kritischer, maar daar antwoordt ook een relatief groot deel ‘neutraal’ (ca. 30%). Wat moet er dan als eerste worden aangepakt? Op die vraag springen drie zaken eruit: inbraken en criminaliteit (47%), verkeersveiligheid (34%) en duurzaamheid/energie (31%). En verrassend genoeg eindigen hier de speelvoorzieningen pas op de tiende plaats van de prioriteitenlijst; misschien zijn de ouders met kleine kinderen toch ondervertegenwoordigd. Tsja, dat leidt tot de conclusie dat het onvoldoende is om naar de cijfers alleen te kijken. Want dan zou je denken dat onze wijk een lustoord voor inbrekers is, terwijl >70% van de bewoners de wijk veilig vindt. Dat vraagt toch om nog wat meer reflectie op de resultaten. Gelukkig zijn er door heel veel mensen toelichtingen toegevoegd aan de antwoorden, in totaal hebben wij meer dan 700 korte teksten ontvangen! Een paar zaken uit de enquête valt ons als werkgroep op, en dat willen we zeker volgend jaar agenderen. Je kunt dan denken over een initiatief vanuit de groep buurtpreventie, samen met de wijkagent, over te treffen maatregelen tegen inbraken. We zien ook dat de verkeersveiligheid (rond scholen) aandacht blijft vragen. En we willen samen met de werkgroep ouderen kijken naar de resultaten op de vraag naar de behoefte om een ontmoetingsruimte voor ouderen in onze wijk te creëren. Tot slot springt in een aantal straten op de Hoogkamp en de Sterrenberg de parkeerproblematiek eruit. Kortom, we gaan 2018 starten met nog eens heel goed te kijken naar alle informatie die we hebben ontvangen, we gaan in de weer met een concreet werkprogramma en we zullen zorgen dat een presentatie van alle enquêteresultaten in januari 2018 op de website wordt geplaatst. Werkgroep Leefomgeving Penseelstreek

KORT E Nieuwe bomen langs de Schelmseweg

In oktober en november heeft Geldersch Landschap & Kasteelen conform eerder toegelicht plan ruim 200 bomen aan de Schelmseweg gekapt en aansluitend 645 beukenbomen aangeplant. Onderzoek van een onafhankelijk bureau had eerder aangetoond dat een groot deel van de bomen ernstig ziek was. Een twintigtal bomen moest zelfs direct gekapt worden. Ook is explosievenonderzoek uitgevoerd waarbij gelukkig niets is aangetroffen. Bij het verwijderen van de boomwortels is gebruikgemaakt van nieuwe technieken om onnodige schade aan terrein en asfalt te voorkomen. Het hout is afgevoerd en gebruikt voor biomassa en brandhout. De aanplant van de 645 beuken is historisch verantwoord. De bomen zijn op dezelfde maat geplant zoals dat 150 jaar geleden ook is gebeurd: in twee maal twee rijen om de circa 2,5 meter. De bomen zullen snel groeien, zoals die aan de Dreyenseweg (bij Pinokkio) die zich in een tijdsbestek van tien jaar hebben ontwikkeld tot mooie bomen. Afrondend heeft de gemeente Arnhem het wegdek van een verse laag asfalt voorzien en de lantaarnpalen gereinigd en aan één zijde van de weg geplaatst. Vanaf het voorjaar van 2018 zullen de bomen regelmatig gecontroleerd worden. Ook zal er gedurende het eerste groeijaar regelmatig water worden gegeven en zullen de bermen gemaaid worden. De wegomleidingen zijn in goed overleg met de gemeente Arnhem voorbereid. Samen met de wijkagent is geprobeerd alle verkeersbewegingen in goede banen te leiden. Wij realiseren ons dat dit tot enige overlast heeft geleid. Daarom is de uitvoeringstermijn zo kort mogelijk gehouden. Onze dank gaat uit naar de buurtbewoners die ons ondersteuning en tips gaven. (Tekst: Gerrit Pleijter | Foto: Artwin Nuhn)


Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  13

N KLEIN Taart voor paddenstoel

Themaochtenden De themaochtenden vinden plaats op elke tweede dinsdag van de maand in de Bakermat van 10.15–12.00 uur. Er wordt een bijdrage gevraagd van € 3,-. De Bakermat bevindt zich op de hoek van de G.A. van Nispenstraat en de Izaak Evertslaan. Dinsdag 9 januari

“De Mecenas en de Verversbaas” - Het Kröller-Müller Museum is met topwerken van onder andere Piet Mondriaan, Theo van Doesburg, Bart van der Leck en Gerrit Rietveld één van de schatkamers van De Stijl. De basis hiervoor werd gelegd door Helene Kröller-Müller. Zij verwierf 400 tekeningen en 42 schilderijen van Van der Leck. Ze bewonderde zijn bijna abstracte beeldtaal en zijn gebruik van primaire kleuren. Mevrouw Angeline Bremer-Cox vertelt ons over de tentoonstelling “De Mecenas en de Verversbaas” die te zien is in het Kröller-Müller Museum tot 2 april 2018. Zoek de gouden paddenstoel en win een prachtige slagroomtaart van Hilvers! Zo ongeveer luidde de oproep voor onze herfstige speurtocht in de vorige Penseelstreek. En gezocht werd er. Vooral door Iris (12), Margaux (12), Valentine (7) en Pim (8). In alle vroegte trokken de vier uit de Jan Vethstraat in tweetallen de wijk in, gewapend met walkie talkies om de speurtocht efficiënt aan te kunnen pakken. Slim idee. En toch duurde het nog bijna vier uur voordat de gouden paddenstoel onder het gevallen blad tevoorschijn kwam. “Ze hadden het bijna opgegeven”, vertelde één van de ouders. Des te groter de vreugde toen zij samen de taart in ontvangst mochten nemen van Cindy. Gefeliciteerd! En Hilvers: heel veel dank! (Foto: Artwin Nuhn)

Dinsdag 9 mei

Waarheid & Fraude in de Wetenschap - Is de wetenschap nog steeds op jacht naar de steen der wijzen, naar de ultieme waarheid? Wat is daarbij de rol van wetenschappelijke paradigma’s? Hoe betrouwbaar is de wetenschappelijke aanpak eigenlijk? Wat bezielt wetenschappers om te frauderen en hoe is fraude te bestrijden? Antwoorden op deze en andere vragen over de wetenschap als mensenwerk komen in deze presentatie van dr. Onno de Jong, wetenschapper aan onder andere de Universiteit van Utrecht, uitgebreid aan bod.

Dinsdag 13 juni

Canon van Nederland - Een medewerker van het Openluchtmuseum vertelt ons meer over de nieuwe grootse presentatie in het museum. Deze toont de geschiedenis van ons land aan de hand van 50 canonvensters (50 belangrijke gebeurtenissen en personen), die ons land gevormd hebben. Scholen moeten aandacht besteden aan de geschiedenis van ons land en de presentatie houdt extra rekening met deze doelgroep: er is veel te doen en tegelijkertijd is het een ontzettend rijke presentatie, door de ruim 190 objecten die voor ons verleden van belang zijn.

Dinsdag 13 februari

Het Paleis op de Dam, het klassiekste gebouw van Nederland - Jajo ten Berge, classica en oud-docent van het KGL, vertelt dat dit gebouw aanvankelijk het nieuwe stadhuis van Amsterdam was, het belangrijkste historische en culturele monument van de 17e eeuw; het moest de rijkdom en het aanzien van de stad weerspiegelen. Het moest groots worden en op beroemde voorbeelden teruggrijpen uit de Klassieke Oudheid en het moest die evenaren. De beste kunstenaars werkten aan de decoratie van het gebouw. De schilderijen en beeldhouwwerken zijn voorstellingen van goden en verhalen uit de Klassieke Oudheid en de Bijbel.

Dinsdag 14 maart

Dilemma’s rondom het levenseinde - prof. mr. Eugene Sutorius en prof. dr. Rutger Jan van der Gaag bespreken die dilemma’s. Nederland kent sinds 2002 een euthanasiewet. Deze maakt onder strikte voorwaarden levensbeëindiging mogelijk op uitdrukkelijk verzoek van een wilsbekwaam individu dat ondraaglijk en uitzichtloos lijdt. De huidige discussie speelt rondom de vraag of de Euthanasiewet opgerekt moet worden. Is bij dementie een eerder afgegeven schriftelijke wilsverklaring voldoende, als de betrokkene zijn wil niet meer kan bevestigen? Waar liggen de mogelijkheden en grenzen van het recht op zelfbeschikking bij een zogenaamd voltooid leven?

Dinsdag 11 april

Natuurbrandbeheersing in Nederland - Mevrouw Ester Willemsen, werkzaam bij het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) te Schaarsbergen, vertelt over het landelijke project Natuurbrandbeheersing waarmee het IFV de kans op het ontstaan van een onbeheersbare natuurbrand zo klein mogelijk wil maken. Dit doen zij door meer inzicht te krijgen in de risicofactoren voor alle Nederlandse natuurgebieden. Op basis hiervan worden scenario’s uitgewerkt en preventieve maatregelen getroffen. Inmiddels is er een simulatiemodel ontwikkeld waarmee het werkelijke brandverloop in kaart gebracht kan worden.


14  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

Een nieuwe bestemming Tanja Schiricke (41)

Was: praktijkverpleegkundige Is nu: fotograaf

“Ik wil een echte beleving creëren”

“Als kind wilde ik al ‘zuster’ worden, voor mensen zorgen en ze beter maken. Na mijn studie Verpleegkunde ging ik werken bij het Rijnstate Ziekenhuis op de afdeling Neurologie. Ik specialiseerde me verder en kwam op de afdeling Medium-Care terecht. Daar was iedereen behoorlijk ziek en lag er dikwijls aan de hartbewaking. Dat vond ik interessant. Toen ik een gezin kreeg, begon ik me af te vragen: wil ik dit wel zo? Mijn man had een drukke baan, ik werkte regelmatig ‘s nachts en in de weekenden. Om samen te genieten als gezin moest ik zoveel plannen en daardoor werd het van alle kanten minder leuk. Ik wilde meer regelmaat. Maar als de gedachte aan stoppen langskwam, vroeg ik me af: hoe dan verder? Ik besloot verder te studeren voor praktijkverpleegkundige. Gelukkig zocht een huisarts in Klarendal zo iemand. Daar kreeg ik de vrijheid om een spreekuur voor chronisch zieke patiënten op te bouwen, die ik vooral hielp om wat gezonder te gaan leven. Na anderhalf jaar had ik veel bereikt, maar zat ik wel klem tussen alle regels. Ik was misschien te ambitieus, paste met mijn idealen niet zo goed in het systeem. Ik wil de mens zien, niet steeds die computer. Wat nu? Fotografie was al jaren mijn hobby. Mijn man moedigde me aan om daarmee verder te gaan en zo kwam het aan het rollen. Ik ging naar de Fotovakschool in Apeldoorn. Zonder twijfel nam ik ontslag. Dat voelde als een bevrijding. Na een half jaar kwam deze ruimte vrij. Ik bouwde een studio, investeerde in professionele apparatuur, kreeg opdrachten. Inmiddels loopt het lekker (zie www.photograficdesign.nl). Ik maak niet zomaar kiekjes, ik creëer écht een beleving. Het contact is belangrijk voor me, ik duik als het ware in de persoon. In de toekomst wil ik graag een documentaire portretserie maken in het ziekenhuis, om de beleving van kinderen of ouderen in beeld te brengen. Hiermee wil ik een brug slaan tussen de zorg en fotografie.” Tekst: Lidwien Pikkemaat | Foto: Jan Zwartjes


15  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  15

Werken aan leren Tekst: Artwin Nuhn | Foto’s: Jan Zwartjes

Iedereen leert, elke dag. En sommigen maken zelfs van leren hun werk. Zoals wijkgenoten Ineke, Nicole, Leonie en Petra. Maakt u kennis met de juf, de remedial teacher, de trainer en de logopedist.

De juf ‘Dag juf’, klinkt het geregeld als zij boodschappen doet in de AH. Dat zijn dan ouders, of kinderen die ze nu in de klas heeft, of oud-leerlingen die de schappen vullen of achter de kassa zitten.Die herkent ze vaak wel van gezicht maar niet altijd meer van naam, geeft ze enigszins besmuikt toe. “Maar ik kom oorspronkelijk uit een dorp. Daar heb ik geleerd om bij twijfel altijd te groeten. Dus dat doe ik. Dan val ik me nooit een buil.” Ineke Menger uit de Jan Vethstraat is leerkracht op Basisschool ‘t Panorama. Van het team van pakweg 25 collega’s is zij met haar 59 levensjaren de spreekwoordelijke nestor. In dat opzicht staat zij aan de vooravond van een herinneringswaardig kalenderjaar. In 2018 wordt zij 60 en staat zij 40 jaar voor de klas, waarvan de helft bij ‘t Panorama. Al 40 jaar juf… de jaren zijn voorbij gevlogen, bekent de Lochemse van geboorte die als kind al vrij snel wist: ik ga het onderwijs in. Dat kwam vooral door juf Van Noot. “Ik was vroeger zo’n wijsneuzerig kind dat altijd als eerste haar vinger op stak. Veel leraressen vonden dat irritant en lieten dat ook blijken.” Zo niet juf Van Noot, herinnert Ineke zich goed. “Zij zag ons allemaal zoals wij waren en had geen oordeel. Je voelde je volkomen geaccepteerd in wie je was.” Dat maakte grote indruk. Het was vooral deze waarde die Ineke van juf Van Noot meenam in haar eigen identiteit als lerares. “Voor alles moeten kinderen zich fijn voelen bij mij in de klas”, vindt Ineke. “Anders wordt het erg moeilijk om te leren. Natuurlijk heb je structuur en regels nodig. Die zijn een stevige basis waarop je kunt terugvallen als het niet zo lekker loopt in de klas. Maar als het wel lekker loopt, ben ik redelijk los en gebruik ik vooral mijn intuïtie om een prettige sfeer te scheppen.” Bijna de helft van haar dienstjaren in het onderwijs stond ze voor de klas in het dorpsschooltje van Vorden. Daarna werd ze voor ‘t Panorama gevraagd. Toen woonde ze al in

de wijk en zaten haar beide kinderen daar op school. Vorden of Arnhem-Noord… het is een heel verschil. Net als lesgeven in 1978 of 2017. Want leren gaat tegenwoordig veel verder dan kennisoverdracht alleen. En dat is wat haar betreft pure winst. “Eigenlijk vind ik feitjes helemaal niet zo belangrijk. En trouwens: leerlingen hebben tegenwoordig via internet veel gemakkelijker toegang tot informatie dan wij vroeger hadden dus dat stampwerk is achterhaald. Nee, ik probeer vooral de ontwikkeling van kinderen te stimuleren. Ontwikkeling staat dan niet alleen voor cognitieve groei. We spreken kinderen ook aan op hun creativiteit, hun inzicht en vaardigheden. En we proberen hen te leren wat samenwerken betekent.” Lesgeven doet ze trouwens nog maar één dag per week. Een bewuste keuze. Want het werk vraagt veel. Op die ene dag heeft zij groep 7/8 onder haar hoede. De andere twee dagen is zij intern begeleider. Dat betekent dat zij toeziet op passende begeleiding voor kinderen die naar boven of naar beneden afwijken van het gemiddelde. Dankbaar werk, dat haar veel in contact brengt met leerkrachten, leerlingen, ouders en instanties. Maar eigenlijk is de kwalificatie gemiddeld niet meer van deze tijd. “Want”, zegt ze, “ieder kind is uniek en we doen onze uiterste best om zoveel mogelijk aan de behoeftes van ieder kind tegemoet te komen. Dit gaat ook veel beter dan vroeger. Toen had je gewoon domme pech als je als leerling ernstig afweek van de norm. Maar eigenlijk zou ik nog veel meer ruimte en mogelijkheden willen hebben om kinderen precies dat te geven wat ze nodig hebben voor hun eigen ontwikkeling.”

De logopedist “Een spraakjuf… hmmm.” Nicole kijkt bedenkelijk. Ze kent het beeld dat veel mensen van een logopedist hebben. Lachend dan: “Zo’n deftige dame met een kralenketting die haar thee heel keurig drinkt en al even netjes praat. Nou, die heb ik nooit willen zijn.” En dat is ze ook niet, al spreekt zij wel heel duidelijk en verzorgd. “Echt? Dat komt dan denk ik omdat ik daar bij anderen de hele dag mee bezig ben.” Twee dagen per week werkt Nicole Reijmer bij een school voor speciaal onderwijs in Zevenaar en twee dagen in haar eigen praktijk aan huis in onze wijk, aan de Mesdaglaan. En sinds kort werkt ze samen met een collega aan de Kluizeweg. Er wordt hard gewerkt in huize Reijmer. Want per leerling vergoedt de verzekeraar wekelijks slechts een half uurtje. Daarin moet een heleboel gebeuren. “Maar ik wil graag dat ze het echt leuk vinden. Anders komt er niets binnen.” Verreweg de meeste tijd besteedt Nicole aan taal- en spraakproblemen. Dat gaat verder dan het aanpakken van een slechte uitspraak. Sommige kinderen hebben een beperkte woordenschat en een gering taal- of tekstbegrip. Sommigen kunnen slecht luisteren en auditieve opdrachten verwerken of beheersen morfologische en grammaticale regels niet goed. “En sommigen”, benadrukt Nicole, “kunnen hun gedachten niet goed onder woorden brengen. Er kan dan sprake zijn van woordvindings- of formuleringsproblemen.


16  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

Ook kunnen bij hen - zoals wij dat dan noemen - taal-denkrelaties onvoldoende zijn ontwikkeld. Als je hen bijvoorbeeld vraagt: leg eens uit hoe je chocolademelk maakt, dan zeggen ze: nou, gewoon, chocolademelk maken. Ze hebben dan niet geleerd om hun gedachten te ordenen en die bijvoorbeeld met voegwoorden als zodat, omdat, want, dus in een helder verband tot elkaar te plaatsen. Dat kan echt een probleem zijn, want onze samenleving is heel verbaal georiënteerd.” Vroeger werden nagenoeg alle kinderen op de basisschool door een logopedist gescreend. Met recht. Want taal- en spraakproblemen kunnen later een vervelende rem op je ontwikkeling zijn als je ze niet vroeg aanpakt. De laatste jaren is de meeste logopedie op scholen wegbezuinigd. Dus houden leraren nu zelf een oogje in het zeil. En zetten zij ouders op het spoor van Nicole wanneer een leerling logopedische aandacht nodig lijkt te hebben. Maar let op: problemen met spraak en

taal zijn van alle tijden, benadrukt Nicole. En van alle milieus. En al dat geapp van jongeren in hun eigen taal… is dat een probleem? Nicole gelooft er niets van. Geen bewijs. Maar gevoed worden door taal is wel een belangrijke factor. “Als een kind in zijn jeugd te weinig taalaanbod krijgt, kan het gemakkelijk achterraken. Bovendien ontvangen kinderen tegenwoordig veel boodschappen via het scherm van tv, computer of I-Pad. Ze zijn gewend aan visuele ondersteuning en minder gewend om puur auditieve informatie op te nemen en te verwerken. Zoals wij deden met de luisterbandjes en platen van vroeger, waarbij onze verbeeldingskracht werd aangesproken. Dit merken leerkrachten aan de luisterhouding van kinderen in de klas. Kinderprogramma’s en I-pad dus prima, maar het is wel belangrijk om met de kinderen over programma’s en onderwerpen te praten. Interactie en herhaling zijn essentieel. Dingen samen doen, begeleiden met taal en natuurlijk het voorlezen, zijn erg belangrijk bij het

ontwikkelen van taal en spraak.” Oké. Maar wat maakt logopedie nou zo leuk? Nicole: “Ik vind het fijn om kinderen verder te helpen. En het is uitdagend om je te verdiepen in wat de volgende stap zou moeten zijn. Dat is niet alleen bezig zijn met taal, het is ook met kinderen samen nadenken over nadenken. Dat is ontzettend interessant.”

De communicatietrainer Leonie Gebbink (47) van de Jozef Israëlslaan begon in dit vak meer dan twintig jaar geleden als trainingsacteur. En ja, acteren doet ze nog steeds wanneer een leervraag van een deelnemer daarom vraagt. Echte gedragsverandering bereik je niet vanuit alleen theorie maar ook door te oefenen en experimenteren met nieuw gedrag. Verreweg de meeste tijd is zij communicatietrainer en (team-)coach (www. roertrainingencoaching.nl). Vaak doet ze dat in opdracht van bureaus als het GITP, maar nog vaker voor eigen klanten. En dat alles met ontzettend veel plezier. Na haar opleiding tot dramadocent mistte ze dit plezier in het lesgeven vaak, omdat leerlingen Drama kregen als een verplicht vak. "Acteren in Het Land van Ooit was leuker, daar heb ik goed leren improviseren. Op een gegeven moment mistte ik daar alleen de verdieping. Ik vond het te leeg om alleen maar te amuseren.” Daarom werd ze trainingsacteur en schoolde zich in de loop der jaren uitgebreid in trainen, coachen en mediation. “In feite”, zegt Leonie, “ben ik steeds bezig om mensen te laten ervaren hoe het ene gedrag het andere gedrag oproept, en hoe je kunt leren je eigen gedrag te sturen en tegelijkertijd trouw te blijven aan jezelf. Spel is daarin een krachtig middel.” Natuurlijk, theorie doet ertoe. Je moet immers begrijpen hoe gedrag werkt. Maar die kennis toepassen is een ander ding. Daarvoor moeten mensen dwars door allerlei blokkades heen. Dat kunnen overtuigingen zijn, gewoonten, maar ook verlegenheid en angst. “Dus moet oefenen veilig voelen. Pas als het veilig voelt, kan uitproberen van ander gedrag leuk worden.” In werk, legt Leonie uit, zijn mensen vooral bezig met presteren. In een trainingsituatie moeten zij kunnen experimenteren, dingen uitproberen die je in het echt niet zo goed durft. Daar

leer je verreweg het meeste van. Dat is spannend. Je staat met je overdrachtelijke onderbroek op je schoenen. Maar falen mag. Sterker nog: falen is juist heel productief. Net als lachen trouwens om je fouten. Dat werkt heel bevrijdend.” Nog steeds niet verzadigd na meer dan twintig jaar spelen en trainen? "Nee, absoluut niet", klinkt het resoluut. “Al doe ik inmiddels geen dingen meer waar ik niet in geloof. Daar word ik doodmoe van.” En ja, leren doet ze ook nog steeds. Vooral van de trainingen zelf, want iedere cursist heeft zijn eigen verhaal en die verhalen bieden soms onvermoede en leerzame vergezichten. “Maar ik wil me ook graag in vakmatig opzicht blijven ontwikkelen. Ik denk nu aan een Gestaltopleiding. Daar oriënteer ik me op. Want ik verzorg veel trainingen persoonlijke effectiviteit waarin de deelnemers soms aardig diep in zichzelf spitten. Daar wil ik hen nog meer professionele begeleiding in kunnen bieden dan ik nu kan.” Over een carrièreswitch denkt ze geen moment. “Ik kan hier wel mee toe tot aan mijn pensioen. Op den duur misschien wel iets minder intensief. Want dit werk vraagt een heleboel van mij.”


Nummer 8383DE PENSEELSTREEK  Nummer DE PENSEELSTREEK 17 17

De remedial teacher Petra van der Linden (48) uit de Voermanstraat is remedial teacher. Jarenlang zat zij in de marketing en communicatie. Ook stond zij als groepsleerkracht voor de klas. Ontzettend leuk vond zij dat, maar ook soms best frustrerend. “Want als groepsleerkracht heb je vaak te weinig tijd en mogelijkheid om alle leerlingen de extra ondersteuning te bieden die zij nodig hebben.” Vooral daarom volgde zij de mastersopleiding (Special) Educational Needs en werd uiteindelijk remedial teacher. En dat is zij nu alweer 2,5 jaar. Jong geleerd, goed gedaan! heet haar eigen bedrijf. Maar de meeste leerlingen begeleidt zij vanuit de Remedial Teaching praktijk Bloemers zorg voor onderwijs. Hier komen leerlingen uit zowel het basis- als voortgezet onderwijs met zeer uiteenlopende hulpvragen. Dit kunnen vragen zijn op het gebied van spelling, (begrijpend en technisch) lezen of rekenen, maar ook als het gaat om het vergroten van zelfvertrouwen of motivatie, het verbeteren van taakaanpak, werkgeheugen of studievaardigheden. “We kijken eerst naar wat een leerling nodig heeft. Op basis daarvan maken we een handelingsplan met gerichte doelstellingen die na een periode van tien weken geëvalueerd worden aan de hand van toetsen, observatie en schoolresultaten. Soms is diagnostisch onderzoek nodig, omdat er aanwijzingen zijn dat er mogelijk sprake is van een leerstoornis, zoals dyslexie of dyscalculie.” Om leerlingen zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen, werkt Petra nauw samen met ouders, leerkrachten en indien nodig ook met specialisten als orthopedagogen, GZ-psychologen of logopedisten. Belangrijk vindt Petra dat haar leerlingen zich op hun eigen niveau kunnen ontwikkelen en zich daar goed bij voelen. Door de leerstof in kleine stapjes aan te bieden, te herhalen of af te wisselen met spel en beweging, krijgen leerlingen weer plezier in leren en kunnen ze weer met voldoende zelfvertrouwen naar school. Ook ouders zien hun kind weer opbloeien. Prachtig vindt zij de band die zij met haar leerlingen opbouwt en het vertrouwen dat zij haar telkens weer schenken. Prachtig zijn ook de momenten waarop ze roepen: ‘Oh, maar nu snap ik het’, en ontdekken dat ze vanuit hun eigen mogelijkheden meer kunnen dan ze eigenlijk dachten. “Want dat is wat een remedial teacher doet: het individueel begeleiden van leerlingen met leer- en/of gedragsproblemen die op een bepaald moment voor korte of langere tijd extra ondersteuning nodig hebben om het daarna weer op eigen kracht te kunnen.” “Het geeft veel voldoening als leerlingen hun doel hebben bereikt, een stapje verder zijn gekomen of meer zelfvertrouwen hebben gekregen. Ook als bij sommige leerlingen het leren achterblijft, is mijn ervaring dat zowel ouders als leerlingen blij zijn dat ze voor extra begeleiding hebben gekozen. Doordat er met een specifieke blik in een één-opéén-situatie naar hun kinderen wordt gekeken, kunnen leer- en/ of gedragsproblemen vaak snel gesignaleerd en aangepakt worden. Hierdoor voelen niet alleen leerlingen maar ook ouders zich gezien en gehoord. Het is mooi om hier een rol in te mogen en kunnen vervullen.”

Column Leren van je lichaam Leren is leuk, maakt nieuwsgierig en kennis is macht. Hoe mooi is het om te leren van je eigen lichaam en geest om daarmee in je kracht te gaan staan? Er zijn boeken vol geschreven over dit onderwerp, maar uiteindelijk ben jij zelf diegene die zich de tijd, ruimte, aandacht, bewustwording en stilte gunt om letterlijk en figuurlijk naar je eigen lichaam en geest te luisteren en ervan te leren. De signalen van je lichaam zijn richtingaanwijzers voor hoe je omgaat met jezelf en kunnen je verrassende antwoorden geven, en terugbrengen naar je kern. Het is aan jou om naar je verworven inzichten te gaan handelen. Het maakt niet uit wàt je doet maar hoe je het doet. Naar je lichaam luisteren en ervan leren helpt te ontspannen, tijdig je grenzen aan te geven, vermindert stress en bevordert creativiteit. Leren van je lichaam is een voortdurend proces in je leven en vraagt dagelijks om zorg en aandacht. Een moment van stilstaan om jezelf te bevragen: ‘Hoe is het met me en wat heb ik nodig?’ Luister naar het gefluister van je lichaam voordat het lichaam gaat schreeuwen om je wakker te schudden. Zie je lichaam als een vriend waar je naar luistert en niet direct met adviezen aankomt. Zoals je ook naar je kind luistert die pijn heeft: het hoeft niet weg maar hoe ga je ermee om? Ja, ik heb vertrouwen in het eigen-wijze-lijf, waarbij je op je eigen manier uitzoekt hoe je dat contact met lichaam en geest kunt verstevigen en bestendigen. Het is aan ieder van ons zijn weg daarin te vinden en verantwoordelijkheid te nemen voor eigen gedachten, gevoelens en gedragingen. Nieuwsgierigheid, liefdevolle vriendelijkheid, compassie, humor en dankbaarheid zijn gidsen op je weg. Laat het ‘niet weten’ je leiden in je onderzoek. Uiteindelijk is er maar één persoon die jou goed kent en dat ben jezelf. Irene Hendriks Holistisch Massage Therapeut www.eigenwijslijf.nl


18  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

Sleutel & Slotenservice

Inbraak beveiliging

Inbraakwerende veiligheidssloten met SKG keurmerk voor deuren, schuifpuien, ramen en dakvensters. Cilindertrekken, de nieuwe inbraakmethode! Vervang uw cilinders voor de nieuwe serie, vanaf € 38,- p.st. Buitenverlichting, met schemerschakelaar of bewegingsmelder. Alarmsystemen met automatische doormelding naar bijvoorbeeld uw mobiele telefoon.

Muller Techniek Arnhem Al meer dan 30 jaar beveiligingsspecialist Gratis vrijblijvende offerte

Bakenbergseweg 11-1 6814 MA Arnhem Telefoon (026) 351 06 31 Email info@mtabeveiliging.nl

Lengtes inkorten v.a. € 8.50, Rits vervangen v.a. € 10,Tailleren v.a. € 12,50, Mouwen inkorten v.a. €12,50

Inbreng en verkoop van 2e hands damesmode

Dinsdag gebracht, donderdag ophalen Donderdag gebracht, dinsdag ophalen Contact: (naast Mantel) Tel: 026-3794415 www.madebyestrella.nl info@madebyestrella.nl

Voor uw complete woning stoffering, ook voor stuc- en schilderwerk, badkamers en keukens. Tapijt, parket, laminaat, pvc en vinyl gordijnen, binnen- en buitenzonwering.

Op het plein bij de Praxis en Lidl. Voor de deur gratis parkeren.

van Lawick van Pabststraat 97

Amsterdamseweg 115 6814 GC ARNHEM T 026 44 50 218 E info@amelink.nl I www.amelink.nl


Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  19

Garage cranevelt • • • • •

onderhoud en reparatie van alle merken auto’s laswerk grote en kleine beurten rep. van schade-auto’s apk

Eduard van Beinumlaan 2 6815 gd Arnhem tel 026 - 4458214/4425103 fax 026-3702568

ers ! eelnem et 8,5 Door d ordeeld m beo

Concreet, persoonlijk en doelgericht! vergroten zelfinzicht a.h.v. gevalideerd gedragsassessment opstellen persoonlijke Studie Top 5 opstellen concreet studiekeuze ac�eplan actueel beeld van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt Nu ook Profielkeuze advies! 10% wijkkorting bij inlevering van deze advertentie! Valeri Berns I Welke-studie-past-bij-mij.nl I Van Ruisdaelstraat 45 Arnhem I T 06 21429956 I E valeriberns@gmail.com De ‘Light of Being’-Yoga Het woord yoga betekent in verbinding zijn, samenzijn met dat wat je wezenlijk bent. De ‘Light of Being’-Yoga is een sensitieve en meditatieve yogavorm die steeds weer uitnodigt om met je wezen in verbinding te zijn, waardoor de levensenergie weer vrij door het lichaam kan stromen. Informatie : Willemijn de Wit 026-3704464 E mail : dewit.willemijn46@gmail.com

tuinaanleg

tuinmaatwerk

tuinonderhoud

Schelmseweg 67 6816 PA Arnhem T 026 4431474 of 06 54310459 info@totaaltuin.nl www.totaaltuin.nl Openingstijden: zaterdag 09.00-17.00 uur. Wilt u op andere dagen of liever ‘s avonds langskomen, geen probleem! Bel of mail gerust voor het maken van een afspraak.

In de burgemeesterswijk in Arnhem vindt u deze gezellige winkel met prachtige kledingcollecties van o.a. Tramontana, By-Bar en Yaya - sieraden van Jules Bean en Biba - Biologische doucheproducten - Djeco speelgoed


20  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

Leeranekdotes over het leven in de klas van vroeger en nog vroeger

Juffrouw Prent, stereometrie en de Panter School vroeger en school nu… dat is krek heel andere koek. Maar verhalen uit het leven in de klas zijn van alle tijden. Hilarische, ontroerende, trieste en indrukwekkende anekdotes genoeg, zo bleek toen wij de vraag in de wijk uitzetten. Een bloemlezing.

Juffrouw Prent Of Het Haar En De Schaar Ik denk niet dat juffrouw Prent goed wist wat ze met mij aan moest. En dat terwijl ze toch al veel gezien moet hebben; bij mijn entree in de eerste klas van de lagere school, eind jaren '70 van de vorige eeuw, moet zij de 60 reeds gepasseerd zijn geweest. Ze had in mijn herinnering wit haar en was klein, rond en vriendelijk. Maar ze was ook van de oude stempel; ruimte voor niet-klassikale ontwikkeling was er eigenlijk niet. Ik kon al lezen en heb me vooral erg verveeld. Met als dieptepunt dat ik naar het hoofd van de school moest omdat ik een pluk haar had afgeknipt, met een grote schaar die ik natuurlijk niet in mijn bezit had mogen hebben. Ik weet eigenlijk niet meer of het mijn eigen haar was. En ik weet ook niet meer hoe ik aan die schaar was gekomen. Maar wat ik me wel nog heel goed herinner was het gevolg: ik werd naar de bovenmeester gestuurd. In mijn 6-jarige eentje door de lange betegelde gang van de school, helemaal naar het eind, naar klas 6. Daar klopte ik op de deur, die even later werd opengedaan: dertig gezichten van grote kinderen keken mij aan. Tussen al die gezichten door moest ik naar voren, naar de meester die mijn biecht over de schaar en het haar aanhoorde en me straf gaf. Wat de straf was, weet ik niet meer. De tocht er naar toe was straf genoeg. Maartje van den Berg

Niet zo braaf Niet geboren, maar wel getogen in Arnhem. En ook in onze wijk, de Van Goghstraat. Mijn lagere school was de (Hervormde) Sterrenbergschool in de Colenbranderstraat. Het gebouw staat er nog onveranderd, nu in gebruik als kinderopvang. Het was in de jaren 1955-1960. Braaf, gedisciplineerd, gezaghebbende leerkrachten. Meneer Janssen de Bovenmeester, onomstreden autoriteit. Per klas opstellen in rijen van twee en dan naar binnen marcheren. Gymnastiek in het zaaltje van de school die nu Briantcollege heet, naast de Heilig Hart Kerk. Ook daar zie ik me naar toe wandelen. We speelden blokjesvoetbal. Voetballen ook in het speelkwartier, best fanatiek. Na een serieuze blessure op de scooter bij meneer Storm achterop (vond ik stoer!) naar het Diaconessenziekenhuis (Izaak Evertslaan). De sportieve meneer Storm, die goed kon dammen en ons leerde schaken, daar bleven we 's middags voor over. Als linkshandige kwam ik een tijdje in een apart klasje terecht. We zaten omgekeerd, met het raam rechts in plaats van links, zodat je goed zicht had op je schrijfwerk. Links schrijven werd dus al wel geaccepteerd, best modern voor die tijd. Mijn oudere broer moest nog verplicht rechts leren schrijven. Van en naar school heel wat pijltjes door open ramen in de Gabriëlstraat naar binnen geschoten. Zo braaf was het nou ook weer niet. Niek Bakker


Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  21

Echt leren

De Panter

Consequent links

Wat ik geleerd heb op school? Tsja… niet zo heel veel, ben ik bang. Dat lag overwegend aan mijzelf. Ik zat meer omgedraaid in de bank, druk bezig met iedereen om mij heen. Maar ik leerde wel van meester Bert. Die vertelde veel over de natuur. Van die leuke weetjes die blijven hangen. Uit mijn hoofd… Vraag: hoe vindt een mier zijn weg naar huis? Meester Bert: omdat hij een soort ingebouwde stappenteller heeft. Die houdt bij hoeveel stappen hij heeft gezet. Hetzelfde aantal zet hij weer terug. Voor de richting kijkt een mier naar de lucht en het licht. Vraag: waar zijn vlinders in de winter? Meester Bert: sommige kruipen weg in een hoekje en houden een winterslaap, andere vliegen op wel twee kilometer hoogte helemaal naar Noord-Afrika. Vraag: hoe kan een mol onder de grond ademen? Meester Bert: omdat de grond zuurstof doorlaat. En omdat mollen in hun gangen kleine gaatjes naar boven maken. Zo stroomt verse lucht hun gangen in. Extraatje: ze graven wel 15 meter per uur. Vraag: wat is het snelste dier van Nederland? Meester Bert: de slechtvalk. Die duikt met een vaartje van wel 250 km/u. Vraag: waarom doen brandnetels pijn? Meester Bert: onder het blad zitten haartjes. Als je die aanraakt, breekt het topje af en maakt een piepklein sneetje in je huid. De vloeistof die uit dat haartje komt, brandt in je huid. Vraag: stelen Eksters theelepeltjes? Meester Bert: jazeker. Dat komt omdat ze zo nieuwsgierig zijn. Ze nemen dingen mee om ze rustig van dichtbij te kunnen bekijken. En daar worden ze steeds slimmer in. Waarom ze vooral dingen pikken die glimmen, dat wist zelfs meester Bert niet.

We hadden een leraar Frans op de middelbare school. Het was een kleine man die een beetje geniepig uit zijn schele ogen keek. Waarschijnlijk had hij daarom ooit de bijnaam De Panter gekregen, zoals vele leraren in die tijd een bijnaam kregen. Zo hadden we De Worst, Het Rund, De Joe, Habakuk en nog veel meer. De Panter stond erom bekend dat hij bij een compo (dat stond voor compositie, en dat betekende weer een proefwerk) met zijn sigaret (hij was een fervent roker, ook in de klas) een gaatje in zijn krant brandde waarna hij zogenaamd ging lezen maar door het gaatje de klas observeerde en aldus iemand op spieken kon betrappen. Het was een slimme methode, omdat we dit wisten en spieken aldus onmogelijk werd gemaakt. De huidige preventiedeskundigen zouden er nog van kunnen leren.

Het was 1972. Juffrouw Smit uit de tweede klas had met mijn moeder afgesproken dat ze zou proberen mijn hardnekkige linkshandigheid af te leren. Ik moest dus met rechts schrijven. Ik was en ben echter uitgesproken linkshandig. Soep kan ik niet met mijn rechterhand eten. Mes en vork lukt nog net met de ‘goede’ handen, maar bijvoorbeeld brood snijden kan ik echt alleen met mijn linkerhand.

Hanneke Stassen

Madeleine Corstens

“Neem jij je pen maar in je andere hand”, zei ze telkens opnieuw tegen mij. Ik snapte niet zo goed waarom, want het lukte toch prima met de hand waarmee ik schreef? Bovendien voelde het helemaal niet lekker zo, die pen in de rechterhand. Net als duimen met rechts, dat klopte ook niet, dat smaakte veel beter met de linkerhand. Maar dat deed ik alleen als niemand keek.

Het was juffrouw Smit wel menens. Als een havik liep ze door de klas tijdens het dictee. Als een haviksjong hield ik haar echter constant in de gaten. Zodra ze niet keek pakte ik snel de pen in mijn goede hand en schreef ik keurige letters. En zo gauw ze mijn kant op keek, nam mijn rechterhand snel de pen vast en deed ik net of ik schreef. “Zie je wel, dat je heel mooi kunt schrijven met rechts?”, zei juffrouw Smit. Ik wist wel beter. Ik ben nog steeds consequent links. Marie-Louise Markhorst


22  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

Stereometrie op het achterhoofd Het moet ergens in 1965/1966 zijn geweest. De UTS (de latere MTS) in Nijmegen was nog gehuisvest in een oude fabrieksloods aan de Weurtseweg. De leraar wiskunde meer een studeerkamergeleerde dan pedagoog - was vol van het vak dat hij doceerde. In zijn omgang met leerlingen zou ik hem onbeholpen willen noemen. Op onze voorkeurslijst nam hij geen hoge plaats in. Omdat bij het vak stereometrie veel tekenwerk kwam kijken, gaf hij dat in het tekenlokaal met minstens dertig tekentafels. Tekenen ging met behulp van een losse tekenhaak, een soort liniaal van ruim een meter lang. Ze hingen achter in het lokaal. Na uitleg van de docent was het de bedoeling dat wij met de stereometrieopdrachten aan de slag gingen. Voor een enkeling was het lopen van voor naar achterin de klas kennelijk een te zware opgave. Dus terwijl de docent ijverig de formules op het bord stond te schrijven, gaf die ‘enkeling’ een seintje naar achteren. Er werd een tekenhaak van de haak gehaald, met het uiteinde balanceerde deze even op de punt van een vinger om vervolgens met een krachtige zet gelanceerd te worden. De vlucht verliep perfect. Maar, oeps, de tekenhaak stuiterde verder op een hand van de opdrachtgever en sloeg met een klap door op het achterhoofd van de docent. De formules die hij nog in zijn hoofd had om op het bord te schrijven, veranderden onmiddellijk in een tekstballonnetje uit een stripverhaal vol met krachttermen en verwensingen. Nee, zo hadden we de toch altijd zo bedeesde docent wiskunde nog nooit gezien. Een minuut later waren twee tafels ‘onbemand’ en was de docent wiskunde weliswaar niet gestegen op de voorkeurslijst, maar wel voor eeuwig in onze herinnering gegrift. Jan Zwartjes

Beetje druk Regelmatig hoor ik nu via mijn kinderen of de ouders van school dat kinderen ‘iets’ hebben. De één heeft ADHD, de ander heeft ADD of HSP. Weer anderen hebben een lichte vorm van autisme. Ook het aantal kinderen dat last heeft van dyslexie lijkt mij enorm hoog in vergelijking tot wat ik mij kan herinneren van mijn eigen jeugd op de basisschool. Zelf was ik ook altijd druk en altijd aan het klieren. Ik heb wel eens een etui door de ramen gegooid en heb na een al te enthousiaste renpartij door de gang met mijn voorhoofd in de kapstok gehangen, met een mooie rij krammetjes tot gevolg. Maar of ik nu iets had? Nee hoor, ik was gewoon een beetje druk. Dat gold uiteraard voor meer kinderen, zoals sommigen beter konden lezen dan de anderen. Waar ik nu benieuwd naar ben is of ‘wij’ in onze basisschooltijd vergeleken met nu gemiddeld minder hadden dan onze kinderen. Ook toen aten we te fel gekleurde kauwgomballen en was ons eetpatroon qua E-nummers zeker niet beter. En ook interessant: hoe gingen de onderwijzers toen met ons om, in klassen die toen ook al groot waren, met al die drukke kinderen. Ik krijg met terugwerkende kracht respect voor de onderwijzers van toen, die met veel minder diagnoses toch maar met al die verschillende kinderen moesten omgaan. Zeker, nu is de wereld anders en moeten onze kinderen veel meer dingen leren en veel andere vaardigheden kennen. Dus ook mijn respect voor de onderwijzers van nu, die veel beter weten wat hun kinderen voor kenmerken hebben. Maar of het er daardoor veel gemakkelijker op wordt?! Bert Krikke


Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  23

Een nieuwe bestemming Laetitia Kalff (55)

Was: jurist Is nu: ervaringsdeskundig begeleider bij GGzE

“Meer bekendheid creëren begint met openheid over jezelf”

“Toen ik tegen de 30 was, werd duidelijk dat ik een manisch-depressieve stemmingsstoornis heb. Nee, die gaat nooit over. Ik draag de gevoeligheid bij me. In de jaren erna kreeg ik verschillende terugvallen en moest ik worden opgenomen. Nu ben ik al heel lang stabiel en voel ik me prima. Toen twee jaar geleden mijn baan op een schuldsaneringskantoor stopte, dacht ik: ik wil dit soort werk niet meer. Het borrelde al een tijdje en ik had heel sterk het gevoel dat ik iets wilde doen met mijn persoonlijke ervaringen. Ik begon met vrijwilligerswerk, daar ben ik een opleiding bij gaan doen. Nu ben ik ervaringsdeskundig begeleider bij GGzE in Eindhoven. Ik werk bij het Centrum Bipolair en voeg echt iets toe aan het team. Een ochtendmens ben ik bepaald niet. Toch ga ik drie dagen per week in alle vroegte fluitend naar mijn werk. Vooral - denk ik - omdat patiënten zichzelf in mijn verhaal herkennen. Dat geeft hen steun en hoop. Dat laatste snap ik heel goed. Toen ik de diagnose kreeg, stortte mijn wereld in. Ik dacht: dit was het dan, mijn leven is voorbij. Om te komen waar ik nu ben, heb ik heel hard moeten vechten. Dat was niet altijd makkelijk. Maar het is wel gelukt. En ik zeg nu van harte: ik ben goed zoals ik ben, met al mijn kwaliteiten en beperkingen. Dat merken patiënten die ik spreek ook. En zij denken dan misschien: waarom zou ik dat dan niet kunnen? Ik doe dit werk overigens niet alleen voor hen. Ik wil ook graag dat onze samenleving begrijpt waar de geestelijke gezondheidszorg over gaat. Er rust nog steeds een stigma op, vaak veroorzaakt door onbekendheid. Mensen met psychische of psychiatrische problemen zijn eng, daar moet je met een boog omheen. Onzin natuurlijk. Maar daardoor verliezen patiënten soms wel hun hele sociale netwerk. Ikzelf heb geen nare ervaringen, niet onder vrienden en familie, en ook niet hier in de buurt. Maar ik bof, ik bof heel erg. Dat realiseer ik me heel goed.” Tekst: Artwin Nuhn | Foto: Jan Zwartjes


24  24  DE DE PENSEELSTREEK  PENSEELSTREEK  Nummer Nummer 83 83

Over computers, Chinees, Nederlands, ontspannen, leerlabs, de leesclub en ja: puppiecursus

Onze wijk is rijk aan getalenteerde mensen. Deze keer ontmoet ik er een aantal die zelf iets leren, aan anderen iets leren of die elkaar iets leren. tekst en fotografie: Anjo de Bos

Eerste hulp bij computerstress De eerste die ik ontmoet is Max Muller, een jonge Havist uit de Weissenbruchstraat die van zijn hobby z’n beroep wil maken. Wanneer je computer vastloopt, je printer het niet doet of je wilt je televisie ingesteld hebben, biedt Max de helpende hand. En ook als het je niet lukt om te tijd op je telefoon in te stellen, kun je met hem contact opnemen via www.computerhulparnhem.com. Max vindt het leuk om mensen te helpen en hen iets te leren over hun communicatieapparatuur. Een tijd geleden heeft hij op Nextdoor zijn diensten aangeboden en tot zijn verrassing waren er meteen al mensen die hem nodig hadden. Natuurlijk ben ik heel benieuwd wat men vindt van de hulp van Max en dus gaan we samen naar Ingeborg Melde Ratelband, een oudere dame van de Bakenbergseweg die samen met haar man een administratiekantoor had en altijd met computers heeft gewerkt. Ze vertelt dat ze goed met de computer kan omgaan, maar dat er altijd wel iets hapert aan haar Windows-apparatuur. Dan belt ze Max. Ze zegt: “Het fijne is dat hij altijd tijd heeft. Ik hoef hem maar te bellen en hij kan dezelfde dag al komen. Ik vind dat hij zo rustig is en zoveel geduld heeft. Hij legt het goed uit.” Mevrouw Melde Ratelband vindt dat Max de leeftijd heeft om een eigen bedrijfje te beginnen. En dat is ook wat hij wil. Na zijn middelbare school wil hij naar het HBO en dan gaat hij iets doen op gebied van de computer. Hij oriënteert zich nog op de richting, maar programmeren wordt het in ieder geval niet. foto: Max Muller met Ingeborg Melde Ratelband

Links van de tafel vanaf de muur: Karin Tiemessen, Nand Hesta van der Meer, Annemie van Heugten. Aan de rechterkant vanaf de muur: Margriet de Boer, Cathy Van Oene Flint, Marjan van Kleef, Ineke Menger, Fenneke de Jong.

Samen lekker leerzaam lezen Eén-op-één-leren is leuk. Van elkaar leren door middel van een boekbespreking opent ook veel nieuwe wegen. Om daarover iets te horen, schuif ik aan bij een leesclub. Acht dames - allen uit onze wijk - komen om de zes tot acht weken bij elkaar om een boek te bespreken. Deze keer is Cathy van Oene Flint de gastvrouw en staat De Afwezigen van Lieke Kézér op het menu. De leesclub komt al meer dan dertien jaar bij elkaar, zij het in wisselende samenstelling. De boeken die gekozen worden, zijn altijd van een Nederlandse of Vlaamse auteur. Degene die het boek heeft voorbereid, gaat op zoek naar recensies en sprokkelt informatie bij elkaar. Dan gaat het eerste rondje van start: wat vind je van het boek in de breedste zin van het woord? Het gaat dan nog niet over de inhoud. Dat gebeurt als ‘de voorbereider’ het boek gaat bespreken. Dan komen de biografie van de auteur, de inhoud van het boek en het eventuele thema aan bod. Door middel van discussievragen wordt er dieper in het boek gedoken. Het fijne is dat je samen met elkaar praat over wat je wel of niet raakt. En dat de mening van een ander je doet nadenken. Zoals één van de dames zegt: “Ik vond het boek eigenlijk niet zo bijzonder, maar op weg naar huis dacht ik: misschien moet ik het toch nog een keer lezen, want dát had ik er niet uitgehaald”. Door het boek kunnen ook morele


Nummer 82 DE PENSEELSTREEK  25 Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  25

dilemma’s op tafel komen. Ieder voor zich heeft verschillende ervaringen en expertises. Daardoor krijg je verdieping en leer je van elkaar. Je wordt door de ander aan het denken gezet. En als laatste biedt de leesclub ook houvast. Je komt in aanraking met boeken die je anders wellicht niet zou kiezen. Het stimuleert en je krijgt tips van elkaar. Na het serieuze werk wordt de avond altijd afgesloten met een hapje en een drankje.

Van Zuid-Afrikaans naar Nederlands Als je Zuid-Afrikaans spreekt, moet het toch niet zo moeilijk zijn om Nederlands te leren zou je zeggen. Nou, het tegendeel is waar. Chantelle Andersen is samen met haar gezin en moeder hier komen wonen. Nadat hun dochter Natasha de middelbare school in Zuid-Afrika had afgemaakt, zochten ze een studieplek voor haar. Dat werd de HAN in Arnhem. Ze pakten hun boeltje op en verhuisden naar de Josef Israëlslaan. Om zo snel mogelijk in te burgeren, zocht Chantelle iemand die haar Nederlands kon leren. Via Nextdoor reageerde Anne Hegeman uit de Voermanstraat. Anne is oud-docente Engels bij het ROC en bekend met NT2, Nederlands als tweede taal. Hoewel veel Nederlandse woorden hetzelfde zijn als in het Afrikaans, hebben ze niet altijd dezelfde betekenis. Ook grammaticaal is het heel anders. Dat werkt verwarrend. Zoals Chantelle zegt: “I have to get that South African language out of my brain”. Het is belangrijk om je zo snel mogelijk thuis te voelen en om mensen te leren kennen. Ook om de gewoontes en gebruiken van een land te weten. Daarom komen niet alleen de grammatica en de woordjes aan bod, maar praten Chantelle en Anne ook over specifiek Nederlandse dingen zoals het Sinterklaasfeest. Of: hoe maak je een afspraak? Of: loop je zomaar bij iemand binnen of bel je van tevoren op? Voor ons vanzelfsprekend maar voor een nieuwkomer niet altijd even duidelijk. Chantelle kan al aardig uit de voeten met het Nederlands, petje af! Om de taal echt goed te leren, heb je veel oefening nodig. En dus gaat ze samen met Anne twee keer per week aan de slag om dat moeilijke taaltje van ons onder de knie te krijgen. Chantelle Andersen met lerares Anne Hegeman.

Techniek leren in een LAB Huub Looze, sinds kort woonachtig aan de Van Goghstraat, is een duizendpoot als het gaat om het ontwikkelen van leerideeën. Huub is industrieel ontwerper, een creatief denker, hogeschooldocent ruimtelijke vormgeving, verbinder tussen onderwijs en bedrijfsleven en bedenker van het TechniekLAB voor de basisschool. Daarnaast verzorgt hij workshops voor 4-12-jarigen op wetenschaps- en techniekfestivals.

Huub Looze aan het werk met technieklab in bibliotheek Bospolder Tussendijken Rotterdam. Foto: Stijn Brakkee. Enthousiast vertelt hij over zijn betrokkenheid bij Biobased, dingen die van herwinbare plantaardige stoffen worden gemaakt. Het is belangrijk om kennis over Biobased te verspreiden. Hierbij is de keus gevallen op een online onderwijsinstrument: de MOOC (Massive Open Online Course). Hierin leren deelnemers over groene energie, groene technologie en milieuwetenschappen. Je maakt op deze manier het onderwerp toegankelijk voor studenten over de hele wereld. Tijdens de cursus worden onder andere video’s getoond van colleges, je kunt een certificaat halen en het is gratis. In het TechniekLAB, nu nog in concept maar waarschijnlijk in 2019 in bedrijf, brengt hij techniek en wetenschap bij elkaar. Zo leer je bioplastic te maken uit aardappelzetmeel of leer je te werken met een 3-D printer. In het verlengde hiervan ligt Glundertechniek. Ook weer zo leuk! VMBO-leerlingen van het Scheepvaart & Transport College gaven met behulp van een zelfgebouwde weerkrachttoren voorlichting op de basisschool. De leerlingen krijgen dus techniekles van iemand die maar een paar jaar ouder is. En glunderen dat ze doen! Terwijl Huub hier over vertelt, komt het volgende idee alweer tevoorschijn: het is misschien nog leuker als de machine niet helemaal af is. Dat de basisschoolleerlingen dan zien hoe het product wordt afgemaakt. Zo blijft hij steeds maar bezig met vernieuwingen.


26  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

Man man, wat ingewikkeld dat Chinees Van Rijk Groenveld van de Josef Israëlslaan krijg ik een lesje over de Chinese taal. Man man man, wat een ingewikkelde materie. Rijk is een 16-jarige VWO-er die in de brugklas begonnen is met Chinees als extra vak. Na drie jaar haalde hij Hànyŭ Shuĭpíng Kăoshì (HSK) niveau 2. Dat is een internationaal examen voor mensen die van origine niet Chinees zijn. Zeg maar een soort Cambridgecertificaat, maar dan voor Chinees. Rijk vertelt dat het Rijk Groenveld. heel veel tijd kost om de basis te leggen voor deze taal. Chinees is moeilijk, je vertaalt in feite drie keer. De eerste fase is van het Nederlands naar het Chinees: hoe spreek je het uit. Dan ga je de uitspraak opschrijven in het Latijnse alfabet, het zogenaamde Pinyin. En als laatste vertaal je het van Pinyin in tekens. Maar dan ben je er nog niet. Chinese woorden kun je op vier verschillende manieren uitspreken en elke manier heeft dan weer een andere betekenis. Ook de lichaamstaal en de stemintonatie kan de betekenis weer veranderen. Het schrijven van de tekens vergt een enorme concentratie en een goed geheugen. De tekens worden van links naar rechts en van onder naar boven geschreven. Dat luistert heel nauw, want je moet ook nog een bepaalde volgorde bij het maken van het teken aanhouden. Achter elk teken staat een filosofie. Waarom begin je als brugpieper met het vak Chinees? En ga je als 4-VWO-er verder met privéles van mevrouw Wang? Rijk vertelt dat hij van huis uit heeft meegekregen dat het belangrijk is om vooruit te kijken. In het bedrijfsleven is het een pré wanneer je de Chinese taal enigszins machtig bent. En hij wil later het bedrijfsleven in, dus investeert hij nu al in zijn toekomst. Rijk zegt dat er wel eens door anderen lacherig over zijn Chinees wordt gedaan en misschien vinden sommigen hem een beetje een nerd. Maar dat maakt hem niks uit, hij weet waarvoor hij het doet.

Twee jaar geleden is Rijk met zijn ouders en zus naar China geweest. Hij vond het een cultuurshock: zoveel mensen als daar zijn, miljoenen die naar hun werk gaan. Maar daarnaast gaf het een enorme kick om een beetje Chinees te kunnen spreken en te verstaan. Om de Chinese taal verder te ontwikkelen hoopt hij dat hij op uitwisseling kan gaan naar Peking.

“Goed zo Binkie: lig, lig” Sinds een aantal maanden hebben Martiene van Dis en zoon Jasper uit de Josef Israëlslaan er een huisgenoot bij. Het is een heel lief bolletje wol, nu nog klein maar groeit uit tot een grote hond van wel 45 kilo. Even voorstellen dan maar: Binkie, een Berner Senne, lief van karakter, gemakkelijk in de omgang en soms knap eigenwijs. Voordat Binkie kwam, hebben Martiene en Jasper goed nagedacht over de consequenties van het hebben van een hond. Want het kost nogal wat tijd en energie om zo’n puppy goed op te voeden. Gelukkig zijn er puppycursussen om wat handvatten te krijgen. En dus gaan ze elke zaterdagochtend in weer en wind naar Hondenschool Arnhem waar trainer Wilco Stegeman hen de kneepjes van het hondenopvoeden leert. En dat valt nog niet mee. “Wat ingewikkeld is”, zegt Martiene, “is dat je de commando’s pas geeft als Binkie het doet. Met een snoepje verleid je haar om te gaan liggen en pas als ze ligt zeg je: Goed zo Binkie lig, lig.” Zo associeert je hond liggen met het commando ‘lig’. Dat vergt heel veel geduld, herhaling en oefening. En natuurlijk altijd leren op de positieve manier: belonen en niet straffen. Binkie is net een klein kind: dingen uitproberen als je even niet kijkt. Dus moet je de eerste maanden heel consequent zijn en veel structuur geven. Zo leert Binkie om niet als eerste naar binnen te gaan of als eerste te gaan eten. Ze moet altijd de laatste in de roedel zijn. Martiene vindt het ook belangrijk dat Wilco af en toe bij haar thuis komt om te kijken hoe Binkie het daar doet. Met al deze aandacht wordt Binkie als ze groot is vast een welopgevoede bink. Martiene van Dis met zoon Jasper en hond Binkie.


Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  27

Mindful trainen van je aandacht Mensen zijn hartstikke druk, er wordt steeds meer een beroep op hen gedaan en de werkdruk kan gigantisch hoog worden. Dan is het tijd om te zoeken naar een vorm van ontspanning en hoe met die druk om te gaan. Hoe leer je dat? En hoe kun je dat toepassen op je werk en in je vrije tijd? Op die vragen krijg ik antwoord van Yvonne Looijschelder. Zij woont op de Mesdaglaan en is psychosociaal therapeut, gespecialiseerd in mindfulness, ACT & compassie. Yvonne geeft cursussen aan groepen en begeleidt ook mensen individueel.

Column Voetballen: samen leren voor het leven Leren is het werkwoord waarmee wordt aangegeven dat iemand kennis tot zich neemt. Deze kennis kan vervolgens worden toegepast. Als voorzitter van voetbalvereniging SML (Sport Maakt Lenig) kan ik natuurlijk verkondigen dat wij als opleidingsinstituut met zo’n 600 kinderen in de leeftijd van 6-18 jaar en behorend tot de top 50 jeugdopleidingen in Nederland veel aan kennisvergaring doen. Dan zou ik mij beperken tot de puur fysieke en speltechnische ontwikkeling die een voetballer bij ons doormaakt op de zeven ‘vaardigheden’ van het voetbalspel. Dat zijn de eigen motoriek, de bal, het veld en de ruimte, de medespelers, het samenspel, de tegenstander, en de wedstrijd.

Yvonne Looijschelder. Mindfulness, het lijkt soms wel een zweverige hype: mindful joggen, mindful paardrijden. Maar er is niets zweverigs aan. In een lichte, fijne en rustgevende ruimte vertelt Yvonne wat de basis is van mindfulness. In zes bijeenkomsten geeft ze je handvatten om dichter bij jezelf te komen. Leren om bewust en open aanwezig te zijn bij wat er nu gebeurt. Dat valt niet mee, want gedachten worden vaak afgeleid door wat er in de omgeving plaatsvindt. Je gedachten vliegen heen en weer. Over toekomst of over dingen op je werk, in je gezin. Let maar eens op hoe vaak je iets op routine doet. De training leert je om eerder en heel bewust stil te staan bij de zaken die er echt toe doen, zowel de grote als ook de kleine dingen. En leert je uit het oordeel te blijven dat je het niet goed doet. Yvonne geeft me een mooie metafoor: “Stel: je hebt een schaakbord, de witte stukken zijn de positieve gebeurtenissen en gedachten en de zwarte stukken de negatieve dingen die je tegenkomt. Natuurlijk wil je graag dat wit wint. Maar nu ben jij het schaakbord, op jou wordt het spel gespeeld. Maakt het je dan uit of wit of zwart wint?” Bewust leven is het ervaren van prettige en minder prettige dingen. Als je van de laatste wegloopt, komen ze dubbel zo hard terug. Accepteer zonder oordeel dat ze er zijn. Want dat is het leven. Mindfulness is geen therapie maar een training. Het trainen van je aandacht: wat voel ik, wat proef ik, wat ruik ik. Wees heel bewust met wat je op dit moment, op deze plek, doet. Sta daar eens bij stil zonder dat je gedachten met je op de loop gaan. En dat gaat niet zomaar: het is oefenen, oefenen en nog eens oefenen.

Maar voor mij is het in het perspectief van leren interessanter of we naast de wedstrijden onze spelers ook normen en vaardigheden kunnen bijbrengen, waarmee zij ook buiten de vereniging veel plezier kunnen hebben. Dat dit geen utopie is, bleek afgelopen half jaar toen een speler van Marokkaanse afkomst en inmiddels aan het werk bij een groot accountantsbedrijf meldde dat hij door te voetballen bij SML in aanraking was gekomen met andere netwerken en omgangsvormen. Dit stelde hem in staat de volgende stap te zetten op de maatschappelijke ladder. Bovendien: voetballen (en andere teamsporten) doet een appèl op solidariteit en groepsdiscipline. Voetbal heeft als sport de meest representatieve afspiegeling van onze samenleving. En vraagt van spelers om doorzettingsvermogen, ook als zij zelf als individu minder gemotiveerd zijn. Leert hen samen successen te vieren en samen met teleurstellingen om te gaan. Het brengt hen in aanraking met andere culturen en gewoontes die niet bekend waren. En het dwingt hen zich op een goede wijze te verhouden met ‘oneerlijkheid’, hoe vervelend ook, in en buiten het veld. We hebben bij SML als vereniging daarom ook als motto gekozen voor ‘beschaafd, sportief en veilig’. Het begint met spelen, dan samen presteren en pas daarna samen winnen, in deze volgorde. We bieden een omgeving waar je mag leren je te ontwikkelen als voetballer en misschien nog wel belangrijker: als mens! Paul Matthieu Voorzitter SML Arnhem, Van Ruisdaelstraat


28  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

Komen twee ouders bij de juf Tekst: Maartje van den Berg

“Juf, ons kind heeft thuis driftaanvallen, raakt in paniek van soms kleine dingen, en iedere ochtend is het weer een gevecht omdat hij écht niet naar school wil. Bij ons oudere kind hebben we dit nooit meegemaakt.” De juf kijkt ervan op. In de klas gaat alles prima. Hij heeft zijn weektaken meestal tijdig af, scoort gemiddeld en is niet opvallend stil of luidruchtig. Ja, nu ze erover nadenkt, heeft hij misschien wat weinig aansluiting bij andere kinderen. Maar hij wordt niet gepest – en dat is toch het belangrijkst? Eenmaal weer thuis kijken de ouders elkaar aan. “Pfff”, zegt moeder tegen vader. “Zeg dat wel”, zegt vader tegen moeder. “Ik heb niet echt het gevoel dat we veel verder gekomen zijn.” Eerst eens voorzichtig peilen bij het kind, tijdens het uitlaten van de hond. Ouder: “Wat vind je eigenlijk het leukst op school?” Kind: “Tekenen of lezen als ik mijn werk af heb.” Ouder: “Waarom dan?” Kind: “Dan kan ik zelf bedenken wat ik ga doen.” Ouder: “Wat vind je het minst leuk?” Kind: “Pauze en project.” Ouder: “Waarom?” Kind: “Omdat ik in de pauze nooit weet wat ik moet doen en de andere kinderen doen meestal dingen die ik niet leuk vind. En bij Project luisteren de andere kinderen nooit naar mijn ideeën. Ouder: “Wat vind je het moeilijkst op school?” Kind: “Ehhhm… niks.” Ouder: “Wat vind je het makkelijkst?” Kind: “Alles. Maar papa en mama, trouwens, ik wil écht niet meer naar school.” Ouder: “Waarom niet?” Kind: “School is saaaaaaaaaaaaaai.” Een extra gesprek aangevraagd bij de juf. Zij heeft er ook nog eens over nagedacht en het kind de afgelopen weken wat beter in de gaten gehouden. Ze luistert naar het verhaal van de ouders, die vermoeden dat hun kind zich verveelt, en dat hij misschien wel onderpresteert omdat hij zo graag bij de groep wil horen. De juf betwijfelt dat – ze heeft hem immers aangeboden dat hij uit het plusboekje mag gaan rekenen, maar dat wil hij niet. De ouders zien daarin juist een teken aan de wand: natuurlijk wil hij dat niet! Dan plaatst hij zich alleen maar nog verder buiten de groep. En dat hij zelf denkt dat hij het niet kan, betekent nog niet dat hij het ook echt niet kan! Misschien heeft hij een andere vorm van stimulans nodig? Maar de juf is vriendelijk doch duidelijk: lieve ouders, natuurlijk begrijp ik dat iedere ouder zijn eigen kind heel

bijzonder vindt, maar u zult eraan moeten wennen dat uw kind gewoon heel gemiddeld is, en eerder sociaalemotioneel wat achterloopt dan dat hij voorloopt op zijn jaarlaag.

“Ik doe geen spreekbeurt. Ik wil het niet. Ik heb buikpijn. Het is stom!” Een gesprek bij de huisarts, eerst maar eens óver het kind, zonder dat hij er bij is. Paniekaanvallen, niet naar school willen, en de laatste tijd vaak buikpijn zonder aanwijsbare oorzaak. Op school niet echt een opvallend kind, en weinig gehoor bij de juf voor de zorgen van de ouders. De huisarts luistert en benoemt een aantal opties. Het woord hoogbegaafd valt. De huisarts begrijpt de huiver van de ouders om het kind te medicaliseren of in een hokje te stoppen, maar ze legt ook uit dat een gesprek met een psycholoog, of een test op hoogbegaafdheid, zou kunnen helpen het kind beter te begrijpen. Voor de ouders zelf, maar ook – en misschien wel vooral - voor de omgeving, inclusief de school. De ouders spreken af dat ze erover zullen nadenken. Paniek in huis. De jaarlijkse spreekbeurt is in aantocht. Waar moet het over gaan? Ouder: “Over de Vikingen?” Kind: “Nee, dat is stom.” Ouder: “Hè? Maar dat vind je toch juist altijd zo interessant? Daar heb je heel veel boeken over gelezen en filmpjes over gekeken. En weet je nog op vakantie, dat museum in Denemarken met die mooie schepen? Daar heb je zelf heel veel foto’s van gemaakt, die kun je gebruiken in je presentatie.” Kind: “Ik doe het over voetbal.” Ouder: “Maar je zit helemaal niet op voetbal.” Kind: “Dan doe ik het over konijnen.” Ouder: “Maar wij hebben helemaal geen konijn. Is dat niet een beetje raar?” Kind: “IK DOE GEEN SPREEKBEURT! IK WIL HET NIET! IK HEB BUIKPIJN! HET IS STOM!” Diezelfde week brengen de ouders het kind voor het eerst naar een kunstclubje. Eerst wil hij niet, maar met de toezegging dat als hij het écht heel stom vindt hij er niet meer naar toe hoeft, wil hij het ten slotte toch wel proberen. De docent doet niet moeilijk: dat is prima hoor,


Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  29

Dom

Slecht Stom

Lui hij is niet de enige die een drempel over moet. Meestal vinden ze het hartstikke leuk als ze er eenmaal zijn. Bij het ophalen zien de ouders hun kind met rode konen bezig om samen met een ander kind de laatste hand te leggen aan een metersgroot veelkleurig schilderwerk. Thuis vertelt hij honderduit. Alles wat ze bedachten mocht zomaar van de docent. Zijn nieuwe vriend heet Sam en heeft zelf een app gemaakt over fossielen. En ze hebben samen al plannen gemaakt voor volgende week, dan gaan ze een kasteel timmeren. Of een vikingschip, dat weten ze nog niet helemaal zeker. De moeder zet grote ogen op. De vader schiet vol. Is dit hetzelfde kind? Een avondje op internet rondklikken levert vele inzichten op. De kenmerken die op websites genoemd worden voor hoogbegaafdheid raken een snaar. Puzzelstukjes vallen op hun plek. Ons kind is uniek, net zoals alle kinderen dat zijn. Maar ons specifieke kind komt op dit moment niet goed tot zijn recht, kan zich niet ontwikkelen volgens zijn eigen lijn, wat resulteert in frustraties en gedragsproblemen. Er is niks mis met hem. De ouders beslissen tot een gesprek met

een orthopedagoog en een test. Het kind vond de test ongeveer het leukste wat hij ooit gedaan had. Met de uitslag van de test onder de arm gaan de ouders opnieuw op gesprek bij de juf. De school blijkt juist bezig te zijn met het opzetten van een plusgroepje, waar kinderen uit verschillende groepen een paar uur per week samen komen en ander werk aangeboden krijgen. En waar ook veel nadruk zal liggen op samenwerken. Of dat iets voor het kind zou kunnen zijn? Het blijft zoeken, passen en meten. De kunstclub, de plusgroep op school, en later een klas overslaan, bokslessen en een typecursus – het helpt het kind om steviger en met meer plezier in het leven te staan. Maar het blijft een wankel evenwicht tussen ‘Saaaaaaai’ en ‘Ik kan het niehiehiehiet’. Tussen eigenheid en erbij willen horen. En tussen ‘Vet cool’ en ‘Stom’. ‘Deze tekst kwam tot stand op basis van diverse informatie, onder andere van www.mensa.nl, en dankzij medewerking van verschillende mensen uit de buurt. Zij willen liever niet bij naam worden genoemd.’

Top of flop?

Wat is hoogbegaafdheid?

Hoogbegaafden zijn in staat om topprestaties te bereiken. Maar hoogbegaafden worden soms ook onderpresteerders. Door sociale druk: niet opvallen tussen de (minder slimme) klasgenoten, in het gezin, de vriendenkring of de collega’s. Of simpelweg omdat ze zich vervelen op school of op het werk. Ze kunnen zich onbegrepen en ongelukkig voelen. Daaruit komen soms depressieve klachten voort. En hun perfectionisme en gedrevenheid kunnen tot faalangst leiden.

Hoogbegaafd zijn is niet hetzelfde als heel slim zijn of een hoog IQ hebben. Er zijn veel definities van hoogbegaafdheid in omloop, maar al die definities hebben wel de volgende elementen in zich: • een (heel) hoog IQ (de precieze grens die gehanteerd wordt verschilt); • snel van begrip, denkt en praat snel; • nieuwsgierig, intrinsiek gemotiveerd, wil problemen oplossen; • perfectionistisch; • creatief, veel nieuwe ideeën, eigenzinnig, wars van autoriteiten; • sterk gevoelig voor allerlei prikkels, zowel positief als negatief.


30  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

Een nieuwe bestemming Franc Kleizen (51)

Was: facilitair manager Is nu: holistisch therapeut

“Eigenlijk had ik graag fysiotherapie willen doen, maar ik had een verkeerd vakkenpakket. Toen ik een beroepskeuzetest deed, bleek dat ik goed was in organiseren. Daarom koos ik voor de opleiding Facilitair Management. Ik werkte in de schoonmaak en werd later Hoofd Civiele Dienst aan de Radboud Universiteit. Een dynamische plek met veel vrijheid. Toen er afdelingen werden samengevoegd en mijn functie werd uitgehold, ben ik weggegaan. Daarna had ik twee leidinggevende functies waaronder bij de HAN, maar die kostten me veel energie en gaven me weinig plezier. Mijn laatste contract werd niet verlengd en in 2014 zat ik ineens thuis. ‘Wat nu?’, dacht ik.” “In deze periode ontmoette ik een numeroloog, een nuchtere Achterhoeker. Op basis van mijn geboortedatum zei hij, dat ik het vermogen had om te helen en met deze gave meer moest doen. Ik was al wel bekend met Reiki, maar het duurde even voor ik besefte dat ik dat zélf ook zou kunnen. Ik volgde toen naast mijn reguliere baan een Reiki-opleiding en een opleiding tot holistisch therapeut bij Zoma. Zo kon ik me eerst persoonlijk verder ontwikkelen en meer zekerheid opbouwen tijdens behandelingen.” “Het werken vanuit een holistische visie past goed bij mij. Het geeft me energie. Dat besef begon steeds meer te borrelen. Intussen voelde ik me steeds beperkter in mijn reguliere baan. Er werd van alle kanten aan me getrokken. Afgelopen januari studeerde ik af. Ik besloot dat het nu genoeg was en ben voor mezelf begonnen. In mijn praktijk (www.praktijkfeelconnected. nl) help ik mensen om weer met zichzelf in verbinding te komen. Dat mist zo in deze hectische wereld. De holistische visie biedt vele en mooie invalshoeken voor gesprekken en behandeling. Ik werk met mijn handen, kan mijn tijd zelf indelen en mijn eigen koers bepalen. Ik heb nu gevonden waar ik naar op zoek was en werk niet meer vanuit mijn hoofd maar vanuit mijn hart.” Tekst: Lidwien Pikkemaat | Foto: Jan Zwartjes

“Ik help mensen graag om met zichzelf in verbinding te komen”


Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  31

Tekst: Valeri Berns

We worden steeds ouder. En ouderen blijven steeds langer thuis wonen, ook in onze mooie wijk. In het kader van deze ‘Leer en ontwikkel’ editie van de Penseelstreek vroegen we ons als redactie af wat oudere wijkbewoners ondernemen om hun hersens fit te houden. Uit een onderzoek blijkt dat het doen van hersengymnastiek langdurig effect heeft op het dagelijks leven. De Amerikaanse wetenschapper George Rebok deed in de VS een onderzoek onder een kleine 3000 zelfstandig wonende ouderen van gemiddeld 74 jaar. Ouderen die meededen aan deze studie merkten de positieve gevolgen van de korte serie hersentrainingen zelfs na tien jaar nog. Zij ervoeren minder problemen met het uitvoeren van alledaagse activiteiten, zoals koken en het doen van de administratie. Hoewel ik geen wetenschapper ben en dit artikel ook niet de pretentie heeft wetenschappelijk te zijn, triggeren de uitkomsten mij. Zelf nader ik de 50. Met het oog op mijn eigen teruglopende geheugen in de komende jaren zijn tips om mijn geest scherp te houden van harte welkom. Daarom nodig ik mezelf uit bij Bridgeclub Heilig Hart. Het begint al goed: ik vergeet de afspraak en laat acht fitte senioren tevergeefs op mij wachten. Gaat het echt niet goed met mijn geheugen? Zijn dit voortekenen? Bridgeclub Heilig Hart is opgericht in 2000, voor de gezelligheid en om wat nieuws te leren. Zoals de naam al doet vermoeden, wonen de oprichters (vier echtparen) in de buurt van de Heilig Hart kerk. De leeftijd van de wijkbewoners is tussen de 65 en 75. Wekelijks spelen ze aan twee tafels op serieuse wijze Bridge met enkele vaste invallers voor als er iemand niet kan. Allen ogen zij als fitte en actieve senioren, misschien niet echt representatief voor de gemiddelde senior in Nederland maar wel voor onze wijk. ‘Bridge stimuleert de aanmaak van nieuwe en gezonde hersencellen en zorgt voor een beter geheugen’, heb ik vooraf op internet gelezen. Op mijn vraag of zij dit herkennen reageren de leden verschillend. Natuurlijk stimuleert Bridge de hersenen, maar er is zoveel

dat zij ondernemen om de hersenen fit te houden. Cryptogrammen, kruiswoordpuzzels, woordzoekers, sudoku’s. Niet dat die activiteiten nu allemaal zo bewust gekozen worden om scherp te blijven. Het plezier dat men eraan beleeft, staat op de eerste plaats. Het helpt echter wel: ook zij komen wel eens niet op een naam of vergeten iets, maar over het algemeen werken de hersenen van deze fitte wijkbewoners nog goed. Ook spelletjes als Beterspellen.nl of rekenspelletjes op de Smartphone blijken populair. Sommigen doen dit dagelijks. Ik begin opeens beter te begrijpen hoe het komt dat ik de eerste afspraak met deze groep ben vergeten; deze senioren doen veel meer aan hersengymnastiek dan ik. Want naast het feit dat men geheugentrainspelletjes doet, worden ook veel kranten en boeken gelezen, musea en filmhuizen bezocht en wordt er veel gediscussieerd. Vooral dát draagt volgens de groep bij aan een fitte geest. Bijblijven, aangesloten blijven bij wat er speelt in de samenleving en op kunstzinnig gebied, dat vinden ze allemaal belangrijk en houdt hen scherp en jong. Dat een gezonde geest huist in een gezond lichaam, blijkt ook bij deze groep. Door enkele heren wordt nog actief gefietst (40 kilometer zonder trapondersteuning) en door enkele dames nog actief getennist. Ook gezond eten is belangrijk voor een gezonde geest. Een tijdje later sta ik weer buiten, veel tips rijker. Het dringt tot mij door dat volgens deze groep buurtbewoners je hersenen fit houden meer een ‘way of life’ is dan het doen van wat ‘hersengymtrucjes’. Een ‘way of life’ die mij best aanspreekt maar die nu niet in te passen is in mijn meer dan volle leven. Helaas duurt het nog even voordat ík met pensioen mag en hiervoor tijd vrij kan maken. Voorlopig begin ik daarom maar eens met het maken van een sudoku voor het slapen gaan. Wie weet helpt het. Dat zal ik over tien jaar merken!


32  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83 32  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

Wat digibete ouders zouden moeten leren van hun digiwijze kinderen

Aimee

Julia

Tekst en foto: Sebastiaan van Sandijk

“Dit is zóóó 2018!” Tussen digiwijze kinderen en digibete ouders bestaat vaak een kloof die onbegrip heet. Best lastig, vinden ook de kinderen die hun ouders graag eens wat zouden bijleren.

Op een mooie winteravond spreek ik met twee brugklassers, Aimee Roelfs en Julia Krikke. Zij praten met mij over digibete ouders en ‘andere mensen’ die niet snappen waar jongeren mee bezig zijn op hun telefoon. Want het gaat echt om de basis. “Vaak weten ze nog niet eens hoe ze een telefoon aan moeten doen.” In het dagelijks leven helpen ze hun ouders regelmatig uit de digitale brand. Ze geven hun instructies over allerlei apparaten - “Je drukt nu op dat knopje en dan doet-ie het” - en smartphone apps. “Soms moet je het een paar keer herhalen, maar uiteindelijk kunnen ze het dan wel.” De twee brugklassers zijn zich ervan bewust dat ze het beter weten en dat hun ouders ook echt iets te leren hebben. Deze omgekeerde rollen komen mooi naar voren in een verzuchting als: “Ja, dan zeg ik wel dat ze dat-en-dat toch wel hadden moeten weten!” Typisch een opmerking die ouders

over hun kinderen maken, niet andersom. Mijn eigen kinderen zijn geen brugklassers. Met vijf en negen jaar zijn onze meiden nog lang (?) niet bezig met telefoons en social media. Ik heb dan ook geen enkel idee wat het is om digitaal actieve kinderen te hebben. Stiekem hoop ik in dit interview te horen wat ik mag verwachten voor de toekomst. En Julia en Aimee hebben me gelukkig een heleboel te leren. Ze hebben echt wat te stellen met hun digibete ouders. Die snappen er namelijk helemaal niks van. Het kan toch niet dat iemand er drie minuten over doet om de vraag ‘hoe laat ben je thuis?’ op Whatsapp te zetten? Het is volstrekt helder: ouders zouden les moeten krijgen. Vingertraining voor het typen op de telefoon, en uitleg over de belangrijkste apps: Whatsapp, Instagram en Snapchat. Over wat je ermee doet en hoe je ze bedient, maar vooral over wat er leuk aan is. “Want dat”, zeggen Aimee en Julia, “zouden ouders moeten begrijpen voordat ze dingen gaan zeggen.”

“Soms moet je het een paar keer herhalen, maar uiteindelijk kunnen ze het dan wel” Zelf hebben ze het al doende geleerd, want zo werkt dat bij jongeren als het er leuk, spannend of cool uitziet: “Je downloadt dat, doet dit, klikt op dat, en dan kom je er vanzelf wel uit.” En anders hoor je het wel van andere


jongeren die iets verder zijn. Zoals jongeren van 15, 16 jaar. “Die zitten er middenin. Zij hebben de meeste volgers en de meeste likes; zij winnen”. Dat zijn ook degenen die digibete ouders les zouden moeten geven, volgens Julia en Aimee. Want zij kunnen uitleggen hoe belangrijk het is dat je weet wat er speelt, en hoe leuk het is om veel likes te krijgen op een mooie foto. Want je kijkt niet voor niets telkens op je telefoon, en je besteedt niet voor niets een half uur aan een foto voordat je die post. Je wilt bijblijven! In de loop van het gesprek wordt duidelijk dat het niet de bedoeling is dat ouders mee gaan doen met hun kinderen. Voor Whatsapp en Snapchat is het belangrijk gezellig te kunnen praten. En “het is niet gezellig een praatje te maken met andere mensen”. Ouders vragen nooit of je een leuke dag hebt gehad, sturen nooit iets door, het is meteen ‘wanneer ben je thuis?’ enzo. Kan een generatiekwestie zijn. Als ik vraag naar Facebook en Twitter beamen de meiden dat het allemaal wel op elkaar lijkt met “alleen andere icoontjes”. Anderzijds: “Ik snap de functie van Facebook niet zo goed. Je zet er tekst op en dan kunnen andere mensen meekijken of zo?” Hoe dan ook, deze brugklassers zullen hun ouders niet gauw uitnodigen om gezellig mee te praten op Whatsapp. Ze willen hun ouders de gesprekken ook niet laten lezen. “Mijn moeder mag af en toe best door Instagram scrollen, dat vind ik zelfs leuk.” Maar Whatsapp is vergrendeld; dat is privé. Aimee en Julia snappen dat ouders zich zorgen kunnen maken. Dat is soms lastig. Maar ouders moeten toch begrijpen dat zij ook wel weten dat ze morgen naar school moeten, of dat ze een toets hebben. En als ik deze twee hoor uitleggen hoe ze omgaan met het openstellen van hun profielen en het accepteren van uitnodigingen, klopt het wel: ze weten wat ze doen. Sterker nog: veel ouders en andere mensen kunnen inderdaad wat van hen leren op dit vlak. En ze zijn zich ervan bewust dat apps verslavend kunnen zijn. Ze vertellen uitgebreid over de snapdagen die je opbouwt als je tenminste twee keer per 24 uur met iemand snapchat. Ook ik snap dat je daardoor op de onmogelijkste momenten naar je telefoon grijpt als je al 200+ snapdagen met iemand hebt. En dat het best een ding is als het op de 450ste dag niet lukt. Op dezelfde manier begrijp ik dat het lastig is als je telefoon niet naast je bed mag liggen (“Maar we snappen het wel, hoor!”), en dat het wennen is als je je telefoon een uur of wat weg moet leggen. Wat mij als ouder geruststelt, is dat er voor deze brugklassers wel degelijk ook een offline leven is. Voor mijn toekomst heb ik geleerd dat ik niet moet proberen met mijn dochters te gaan mee-appen. Gezellig een praatje maken op Whatsapp is gewoon niet weggelegd voor ouders en ‘andere mensen’. Dat begrijpen is al een belangrijke eerste stap. Wees blij als je af en toe wat foto’s te zien krijgt, en wees je ervan bewust dat daar veel moeite in gestoken is. Verder moeten we denk ik gewoon de dag afwachten dat onze kinderen ons uitnodigen voor Facebook. Want Julia en Aimee gaan ervan uit dat ze na hun schooltijd wel over Instagram en Whatsapp heen zijn. Maar het zal hen niet gebeuren dat ze alleen bellen met hun telefoon. Want dat is zonde: alleen al de foto’s die je ermee kunt maken! Dus ouders, als je iets wilt leren van je kinderen: doe eens wat meer met je telefoon – en vraag hen maar wat er allemaal kan.

Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  33 Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  33

Column Mijn kind moet

De moeder van een vriendinnetje van mijn dochter had het op haar heupen. Opgewonden toontje, een blos op de wangen en niet van de sherry, denk ik. Ze zei: “Ik vind het belachelijk dat (pieeep) zo’n lage cito-score heeft. En dat advies van haar leraar vind ik ook onzinnig. Ik bedoel: we hebben allebei VWO gedaan. En (pieeep) is echt een heel intelligente meid. Vind je ook niet? Dus dat advies accepteren we niet. Zijn ze nou helemaal gek?! En wat zegt zo’n score nou echt…” Dat laatste vond ik wel een intelligente constatering. Dat heb ik haar ook gezegd. "Ja toch?", zei ze, opnieuw bijval zoekend. Maar over die eerste woorden heb ik mijn mond maar gehouden. Arm kind, dacht ik toen ik haar dochter over het schoolplein zag sjokken, want wat voor een tijd gaat zij tegemoet?! Gepusht door haar ouders en zelf onzeker over wat ze werkelijk kan. Zo zijn er veel meer. Vooral in deze buurt, liet een lerares zich onlangs bij de bakker ontvallen. Alsof je kind een verloren leven leidt wanneer het niet naar het Stedelijk Gym kan. Dat gepush naar boven maakt mij boos en daarna weemoedig. Ik mocht vroeger doen wat ik wilde. Als je maar gelukkig wordt, kind. Dat zeiden mijn ouders tegen mij. Daar kon ik toen niks mee. Ik wilde gewoon graag naar de school waar mijn vriendinnetjes ook naartoe gingen. Kon mij dat niveau schelen. Vonden mijn ouders best. Ze komt er toch wel, zeiden ze tegen ome Jan die ons op verjaarsvisite steevast onderwierp aan een verhoor over school, afgerond met een gulle pets op de billen, waarop zijn vrouw Jannie ‘foei toch paps’ kraaide. Zou hij nou niet meer mee weg komen. Ik ging niet naar het SGA. Verre van. Toch is het goed gekomen met mij. Misschien bazuin ik volgend jaar wel rond dat onze jongste principieel naar het VMBO gaat. Omdat ze boer moet worden. Of timmervrouw. Daar zijn er veel te weinig van. Lang leve het ambacht! Eens kijken hoe dat valt bij de bakker. Erica


34  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

De Hoogkamp zonder aardgas? “De Hoogkamp zonder aardgas” kopte de uitnodiging voor de buurtavond van 23 november. En ja, daar kwamen weer veel mensen op af eind vorig jaar. Hoe comfortabel het gas is, hebben we in de eerste koude dagen van dit jaar wel weer gemerkt. Maar dat we onze huizen op een andere manier moeten gaan verwarmen, is voor welhaast iedereen duidelijk. Warmteregisseur van onze regio, Jan van der Meer van bureau Overmorgen, laat zien hoe we in de jaren zestig al eens eerder een energietransitie hebben meegemaakt. Bekijk maar eens het filmpje Overschakeling op aardgas op YouTube. Alleen gingen we toen van stadsgas naar aardgas wat in geweldige hoeveelheden in onze bodem aanwezig is, dacht men toen nog. Nu denken we daar wat anders over. “Gasfornuis en CV-ketel rijp voor museum”, zo schrijft een krant begin 2016. Jan van der Meer nam ons mee van Poetin naar Groningen om via huize Van der Meer in Nijmegen verder af te dalen naar Parijs waar in 2015 het klimaatakkoord getekend werd. Maar ja, wat betekent dat dan voor ons? We hebben een behoorlijk energieverbruik en leunen zwaar op het aardgas; daar ben je niet 1-2-3 vanaf. Op alle niveaus ontstaan ambities en doelstellingen, van rijk en provincie tot gemeenten. Maar wat doen we in onze wijk? Nou, we praten niet alleen. We werken vooral aan concrete plannen. In de afgelopen periode heeft bureau CE Delft voor de gemeente onderzoek gedaan naar de mogelijke energieopties voor de wijken in Arnhem. Voor de wijk Hoogkamp kwamen twee scenario’s als beste uit de bus (gerekend naar maatschappelijke kosten): de hybride oplossing (warmtepomp met groengasketel) en stadsverwarming via de AVR. Door een werkgroep van

elf personen uit onze wijk is in de afgelopen periode ook nagedacht over alternatieve energieoplossingen. Herman Velvis presenteerde de ideeën die ontwikkeld zijn in de werkgroep voor het derde alternatieve scenario: de all-electric-wijkoplossing. Dit laatste scenario gaat meer uit van de lokale mogelijkheden in de wijk, een oplossing van en voor de wijk die aansluit bij overige thema’s die spelen in de wijk zoals ouder worden in de wijk, veiligheid, mobiliteit etcetera. Tijdens de presentaties konden de aanwezigen ook hun mening geven over verschillende thema’s. Daar kwamen interessante dingen uit. Zo blijkt 82% graag mee te willen werken aan de doelen van Parijs, wil 100% van de aanwezigen per maand wel iets meer betalen voor energie als het duurzaam is, en wil 76% van de aanwezigen graag zelf en samen met wijkgenoten actief aan de slag gaan voor duurzame initiatieven. Ook blijkt er veel steun te zijn voor de werkgroep Hoogkamp Energie. Het was een enerverend eerste jaar voor Hoogkamp Energie. Mieke Hegge blikte terug op de onderwerpen die de revue passeerden in 2017. Ook in het komende jaar staat er weer van alles op stapel. Zo is er een collectieve inkoopactie gestart (een brief heeft u als het goed is ontvangen) en willen we thema’s als collectieve zonnepanelen en mobiliteit gaan aanstippen. Wordt vervolgd! Voor vragen en reacties: hoogkampenergie@ gmail.com. De presentaties van 23 november zijn te vinden op www.penseelstreek.nl. Werkgroep Hoogkamp Energie: Mieke Hegge, Karolien de Bruine, Bauke Geuzenbroek, Gert Verkade, Herman Velvis, Paul Vlaar

Scenario 1 Hybride: warmtepomp en groengasketel. Via een aan de buitenkant van de woning opgehangen “buitendeel” warmt een warmtepomp de woning, wanneer de capaciteit tekortschiet neemt de gasketel (op groengas) het over.

Scenario 2 Stadsverwarming: bij afval verbrander AVR ontstaat een overschot aan warmte. Deze warmte kan nuttig ingezet worden door het via stadwarmteleidingen te distribueren naar woningen.

Scenario 3 All electric wijkoplossing: 2% van de zonwarmte die op onze wijk valt, is genoeg voor onze hele warmtevraag. Door de warmte in de grond op te slaan, kunnen we zomerwarmte gebruiken voor de winter. Iedereen kan zelf warmte invangen, samen slaan we het op en zorgen ervoor dat iedereen er in de winter weer warmpjes bij zit.


Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  35

Een nieuwe bestemming Charlotte van Karnenbeek (27) Was: online marketeer en business analyst Is nu: eigenaar van www.fairchoices.nl

“Liever bewust bezig met leven”

Mooie baan had ze. Vijf overwegend prachtige Amsterdamse jaren. Jong gestart, vers van school. Veel meegemaakt. Enorm gegroeid. Maar er ontbrak iets; iets dat zich langzaam maar zeker naar de oppervlakte wrong en haar een onbestemd gevoel van onbehagen gaf, een gebrek aan vervulling, zo sterk zelfs dat ze op een gegeven moment het allerliefste aan het station voorbijreed. Ze had de Transsiberië Express nodig om te beseffen: dit moet ik niet meer doen. Het is klaar. “Doodeng vond ik het”, vertelt Charlotte vanuit haar bovenwoning aan de Frans Halslaan over haar telefoontje naar haar baas. “Ik had keihard gewerkt, gespaard voor een huis, wat zekerheid opgebouwd. En toen zette ik voor mijn gevoel alles op losse schroeven.” Sinds juni is ze eigenaar van www.fairchoices.nl. En heeft zij haar “sjieke kantoorsamenleving vol met politieke spelletjes” ingeruild voor een klein oud tafeltje en een laptop. Met prachtig uitzicht, dat wel. “Het is hard werken. We zijn nog in de opstartfase. Maar ik heb eerlijk gezegd vaak helemaal niet het gevoel dat ik aan het werk ben. Want ik doe waar ik gelukkig van word.” Van bewust leven was zij altijd al wel. Het liefste koopt ze producten die duurzaam en eerlijk zijn gemaakt. “Maar wat is eerlijk? En hoe weet je nu of het waar is wat leveranciers zeggen? Veel merken maken zich schuldig aan greenwashing. Doen alsof ze duurzaam zijn, maar zijn het niet. Dat is vervelend als je als consument verantwoord wilt kopen en niet weet waar je aan toe bent.” Haar website selecteert producten uit een groot aantal webshops op basis van hoogwaardige duurzaamheidskeurmerken en toont deze op een platform. Zodat je zeker weet dat het goed zit en niet hoeft te zoeken. En nee, ze is geen missionaris. Wel weet ze heel veel van online marketing en inmiddels ook van duurzaamheidskeurmerken. En die kennis gebruikt ze nu om in de online shopwereld een gat te vullen waar ze zelf last van had. Blij? Breed glimlachend: “Zeker. Er is veel veranderd: ik sta met veel meer energie op, ik heb meer plezier en er is meer rust. En dat zien mensen om mij heen ook.” Tekst: Artwin Nuhn| Foto: Jan Zwartjes


36  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

Voor al uw voorkomende schilderwerkzaamheden o.a.  Buiten- en binnenschilderwerk  Houtrot- en lekkagereparatie  Plafond witten, muren sauzen Altijd vakwerk tegen de laagste prijs Voor meer info: www.huiscare.nl | 06 42067014 HuisCare Schilders voor een mooiere wereld!

Theo Hegeman Arnhem

Salvatorplein/Bakenbergseweg Z. Tel. 026 - 32 111 77 N. Tel. 026 - 44 33 876

Helen van der Meijden voedingsadvies en leefstijlcoaching

Gezonde leefstijl? Doen! M 06-10141699 info@helenleefstijlcoaching.nl www.helenleefstijlcoaching.nl


Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  37

Bij het nieuwe jaar

Beminde gelovigen en ongelovigen, Vorig jaar was ik op audiëntie bij de Paus en stond dominee Gremdaad op deze huishoudtrap. "Laat het los, laat het gaan", zo luidde zijn Kerstoverweging. Ik heb daar het afgelopen jaar veel steun aan gehad. Gremdaad en ik kunnen het goed met elkaar vinden. En daarom besloten wij medio dit jaar met onze racefietsen af te reizen naar de Franse Vogezen. Sinds ons Emeritaat zoeken wij het Hogere meer in de bergen dan in vastomlijnde kerkelijke structuren. Als kapelaan bereed ik altijd een zwarte terugtrapGazelle. Vanwege mijn rokken was het een damesmodel. Versnellingen kende men niet in die tijd. Dat was ploeteren op de heuvels rondom de Heilig Hartkerk, maar ik vatte er wel liefde op voor de wielersport. Net als Gremdaad beschik ik nu over een carbon racefiets met schijfremmen en maar liefst 33 versnellingen. En zo bevonden wij ons op een gegeven moment aan de voet van de Ballon 'd Alsace, een klim met een hoogteverschil van zeshonderd meter en een lengte van negen kilometer. Ik was toch wel benieuwd wie van ons beiden als eerste de top zou bereiken. En stiekem vroeg ik de Almachtige of ik dat zou mogen zijn, wellicht nog een restant van de rivaliteit tussen Katholieken en Protestanten. Onderweg trachtte ik zo onopvallend mogelijk te demarreren, maar Gremdaad bleef moeiteloos in het wiel. Maar twee kilometer onder de top gebeurde het. In de berm van de weg lag een witte hermelijn. Het wit van het slanke diertje was door bloed besmeurd. Duidelijk een verkeersslachtoffer. Het aandoenlijke dier had dringend hulp nodig. Vol adrenaline en prestatiedrang besloot ik echter door te fietsen en op de top bemerkte ik dat ik Gremdaad had afgeschud. Ik was bij de hermelijn gedemarreerd en ik had gewonnen. In het restaurant op de top nam ik een Cappuccino. En naarmate de adrenaline plaats maakte voor cafeïne zag ik steeds scherper in hoezeer ik had gefaald en ik viel ten prooi aan complete ontreddering. Het wachten op Gremdaad duurde

tekst: Dick Tiemens als Emeritus Kapelaan

tergend lang. Na een uur arriveerde hij op de top, een blijmoedig mens. "Heb jij die hermelijn niet zien liggen", vroeg hij nog. Maar mijn gezicht sprak boekdelen. Heel mijn houding ademde neerslachtigheid. Een automobilist had de dierenambulance gebeld en Gremdaad had de witte hermelijn naar het ziekenhuis begeleid. Het beestje werd gespalkt en maakte het inmiddels weer goed. Na drie maanden zou het weer in het bos worden losgelaten. En zo reikte de Almachtige mij op de top van de Ballon 'd Alsace het onderwerp aan van deze Kerstoverdenking. Waar ik hulp had kunnen bieden, was ik doorgefietst en mijn triomf transformeerde in een nederlaag. Gremdaad had de goede keuze gemaakt. Hij redde een dier en werd beloond met een overstijgend geluksgevoel. Geliefde wijkgenoten, zoals de PAARSE KROKODIL in Nederland symbool staat voor onbuigzame ombarmhartige bureaucratie, zo kan de WITTE HERMELIJN hier in onze drie wijken uitgroeien tot het symbool van hulpvaardigheid en aandacht voor elkaar. En om dat goed tussen de oren te krijgen, scanderen wij met z'n allen tweemaal ‘DEMARREREN: NEE, WITTE HERMELIJN: JA” Geliefde gelovigen en ongelovigen, komend jaar zullen ook wij weer vaak kunnen kiezen: fietsen we door of staan we even stil? Demarreren we of nemen we de tijd voor elkaar? Bezoeken we die eenzame en zieke of stellen we dat nog even uit? Een glaasje Glühwein met de buurvrouw, een praatje over alledaagse dingen. Warmte. Een luisterend oor. Aandacht voor elkaar! En laten we elkaar toch vooral ook groeten op straat… Moge 2018 zo een jaar worden waarin we attent zijn en waarin we het moment om iets voor elkaar te betekenen en hulp te bieden niet achteloos voorbij laten gaan. 2018 zal dan een jaar worden waarin u steeds tijdig denkt aan het thema van deze sfeervolle avond De Witte Hermelijn. Ik wens u een fijn en voorspoedig 2018.


38  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

ELKE DAG EEN BELEVENIS KDV Wiplala - Van Lawick van Pabststraat 69

KDV Petteflet & BSO Zaza - Colenbranderstraat 15

dagopvang buitenschoolse opvang 0 tot 12 jaar uitdagende binnen- en buitenruimten afwisselende activiteiten professionele medewerkers 0900 - 235 75 27 skar.nl

Schoonheidssalon

Carmen

Van Ruisdaelstraat 35, 6814 KV Arnhem, tel. 026 - 442 22 25

Specialisaties Diverse gezichts- en lichaamsbehandelingen Kuurbehandelingen: hydrolifting, minilift, speciale bindweefselmassage fruitzuurbehandeling, algo-maskers, acne-behandeling

Elektrisch ontharen Verwijdering fibromen Camouflage Couperose-behandeling Make-up

CARMEN SCHOONHEIDSSALON

SCHILDERSBEDRIJF • Onderhoud • Nieuwbouw BOUWK. ONDERHOUD • Renovatie • Betonreparatie Postbus 2050 • Isolerende beglazing 6802 CB Arnhem • Plafond- en wandafwerking Tel 026 - 44 325 50 • Gevelreiniging Fax 026 - 44 585 58 • Plaatsen ramen en deuren • Politie keurmerk hang- en sluitwerk • Kozijn renovatie

Speciale momenten verdienen speciale bloemen Oremusplein 4, 6815 DN Arnhem, T 026 3517148 bestel@flowbloemisten.nl Kijk ook eens op www.flowbloemisten.nl als u een mooi boeket wilt laten bezorgen

Wijnkoperij Henri Bloem Amsterdamseweg 126, 6814 GJ Arnhem Tel.: 026 – 4455220 E-mail: arnhem@henribloem.nl Zie voor aanbiedingen: www.henribloem.nl


Nummer 83 DE PENSEELSTREEK  39

diep arnhem / kleine studio / groot werk ontwerp en communicatie / dieparnhem.nl

Marcel te Brake en zijn team na een afgeronde opdracht.

mauvestraat 13 / buiten kantooruren sickeszplein 5 / tijdens kantooruren Info@dieparnhem.nl Adv. Diep Arnhem 2017.indd 1

FRED MENSINK Machinale timmerwerkplaats ramen • deuren • kozijnen

11-09-17 11:03


De Achterkant

40  DE PENSEELSTREEK  Nummer 83

We zien doorgaans alleen de voorkant van elkaars huizen. Maar achter die voorkant gaat soms een bijzondere achtergevel schuil, een opvallende aanbouw, een aparte tuin. Of iets anders dat je niet verwacht. Daarom hier De Achterkant op de achterkant van ons wijkblad. Met dit keer nieuws over…

Het Pannaveld van Guus en Pelle Wat is dat, een panna? Dat is volgens Wikipedia een beweging waarbij een voetballer de bal tussen de benen van de tegenstander door poort. De belangrijkste voorwaarde voor een geslaagde panna is dat de poortende speler zelf balbezit houdt na zijn beweging. In het straatvoetbal dat grotendeels draait om dit soort bewegingen worden panna's gebruikt om de tegenstander buitenspel te zetten. Een panna wordt vaak als vernederend gezien voor de verdedigende speler. Dat papa Harold zo sportief is, dat is wel een geluk voor Pelle (9) en Guus Blanken (10). Sinds vorig jaar hebben ze een cool pannaveld in de achtertuin laten aanleggen van de Hobbemastraat, ook volgens de officiële afmetingen en over de hele breedte van de tuin. Een mooie oplossing als je niet zulke groene vingers hebt. Maar wat een pret en niet alleen voor de jongens maar ook voor hun vriendjes en kinderen uit de buurt. Guus: “De buurkinderen komen door de opening van de heg om hier te hockeyen en voetballen. Maar we voetballen wel het meest”. Pelle: “Als mijn vriendjes komen spelen, willen ze altijd voetballen en soms heb ik niet zo’n zin daarin”. Het is ook wel heel vermoeiend als je een kwartier bezig bent. Maar één ding is zeker: je wordt wel heel handig als je zoveel oefent. Met schijnbewegingen en inhaalpasses krijg ik een inkijkje wat er zoal gebeurt en ze doen natuurlijk extra hun best :-). Op de vraag wat ze later willen worden, antwoordt Guus: acteur. En Pelle: profvoetballer. Dat komt vast helemaal goed. Micha van Aart


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook