Reineringen
Duive
nstraat 22
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich Verschijnt driemaandelijks • Jaargang 15, nummer 1 (januari -maart 2024)
H
Voorwoord
et eerste nummer van 2024 heeft een heel diverse inhoud en biedt aldus hopelijk voor elk wat wils. In een eerste bijdrage gaan we nog even op zoek naar een stevig stuk erfgoed dat voor eeuwig is verdwenen. “Den ijzerwinkel” of huis Coveliers was werkelijk wijd en zijd bekend. Je kon er evengoed terecht voor een aardappelschilmesje van Solingen als voor drie nageltjes. Drie generaties hebben de winkel opengehouden, maar eind vorig jaar sloot de winkel definitief. Mia en Theo hebben die sluiting spijtig genoeg niet lang overleefd. Met hen behoort vermoedelijk ook de laatste “echt Kontichse” winkel tot het verleden. Als je nu een nageltje of twee wil, dan moet je meteen een zakje met achttien overbodige nagels kopen. Vooruitgang heet zoiets. We kunnen het betreuren, maar het is zo en niet anders. Ook de oorlog komt weer aan bod. Meer dan honderd jaar later bezoekt een von Heimburg Kontich. Een heel stuk vredevoller dan in 1917. Toen was Kurt Ortskommandant, nu bracht Dietrich een bezoek in de sporen van zijn grootoom. De sporen van de woonst toen, het Hof van Spruyt, zijn ondertussen wel volledig gewist. Reeën gaan er nu hun gang. Op bijgaande foto zie je Ritter Dietrich von Heimburg aan “De tafel van de overgave”, die zich in ons documentatiecentrum bevindt Wat ook bijna voorbij is, lees je in het stukje over schoenmakers. Vroeger kon je zowel in Kontich als in Waarloos nog kiezen bij welke schoenlapper je jouw schoenen wou laten herstellen. Heden ten dage valt er niet veel meer te kiezen en moet je het stellen met wat er nog rest. Uitstervende beroepen, hier en elders. Hopelijk volgen nog dergelijke interviews: de melkboer, de bakker op ronde, de soepboer, … We sturen Ilse Van Weert verder op pad. In de kring kregen we bezoek van Marc Buelens die ons inleidde in het verbluffende werk van Johannes Vermeer. Hij leerde ons op een andere manier kijken naar binnenvallend licht en kleine voorwerpen op een schilderij die het uitzonderlijke talent van de schilder in de verf zetten. Onze satellietgroep “de Lapzussen”is al twintig jaar bezig. In een Limburgs tijdschrift verscheen een interview met opperlapzus Erica Uten. We drukken dat gesprek hier graag voor onze leden af. Met een bijdrage over de assemblage van BMW’s in Kontich lijkt het wel of dit nummer baadt in de nostalgie van de dingen die voorbij zijn gegaan. Er verandert inderdaad veel. Oude ambachten maken plaats voor nieuwe industrie. En zelfs mooie auto’s van toen lijken nu uit een ander tijdperk te komen. Tot slot gaan we verder met de uitleg over de straatnamen in Kontich. De namen hebben echt wel een betekenis, ook al is die vaak vervaagd. Wie weet bijvoorbeeld nog waar de naam Nakkersgoed vandaan komt. We wensen jullie veel leesplezier. Mocht je het abonnementsgeld voor dit jaar nog niet hebben overgeschreven, misschien vind je wel een vrij moment om dat alsnog te doen. Zo kun je blijven genieten van het verleden en het heden van Kontich en Waarloos. De redactie
Het huis Coveliers
I
De eeuweling is niet meer
n de jaren 1980 zocht ik een ‘origineel’ verjaardagsgeschenk. Ik herinnerde me twee grote uitstalramen in het centrum van Kontich waar een stevige, in inox uitgevoerde aardappelsnijder stond te blinken. Aangetrokken door de eenvoudige, betrouwbare techniek schafte ik het ding aan. Ik besefte toen niet dat ik werd bediend door Theo van het huis Coveliers, Mechelsesteenweg 11-13. De degelijkheid van het alaam werd algemeen erkend: Zwitserse zakmessen, ‘Messer aus Solingen’, stevige nagels met scherpe punt, niet het afgeknepen spul dat je later in doe-het-zelfzaken aantrof. Later stapte ik er nog wel eens binnen, op zoek naar een degelijk cadeau of onderdelen van iets wat je nergens meer vond. Met deskundige raad werd je verder geholpen. Kwaliteit had/heeft zijn prijs en faam. Later werd het me duidelijk dat het een van de oudste, zo niet de oudste nog bestaande familiezaak van Kontich betrof. De familie Coveliers-Van der Auwera woonde in de Molenstraat. Er waren vier kinderen: de zonen Franciscus Het uitspringende huis naas het huis Van Linden-Everaert en Alfons, beiden waren meesterschilder, garnierder en (later slagerij Pacolet) is de latere winkel Coveliers glazeniers, en de dochters Eulalie en Hortentia. In 1911 begonnen de dochters, samen met broer Franciscus, aan de Mechelsesteenweg 11 een winkel in landbouwalaam, ijzerwaren, draadartikelen, gereedschappen en huishoudartikelen. Het was de start van het huis Coveliers. Ook voor olie en benzine kon je er terecht. Voor wat je elders niet vond, bij hen aan het juiste adres.
Huis Coveliers: de uitspringende gevel is nog altijd te zien
.1 15
2
en
ng
eri
in Re
Huis Coveliers
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
Toen na de bevrijding (4 september 1944) een opgekropte volkswoede losbarstte, zou een angstige hulpagent zich een hele dag lang schuil hebben gehouden, liggend in een dakgoot van Huis Coveliers. De drie kinderen kregen het winkelvirus met de moedermelk mee, en tegelijkertijd gingen ze er ook mee aan de slag. Ze speelden – zoals vele kinderen – winkeltje, maar dan wel in de winkel zelf. Ze lieten elkaar spelenderwijs spullen zoeken waardoor ze uiteindelijk alles wisten staan in de winkel. Een speelse manier om materiaalkennis aan plaatsing te koppelen. Ludovic oefende zijn beroep als architect ten volle uit en zorgde voor heel wat huizen in Kontich, maar de winkel was niet zijn domein. De zaak evolueerde. In de jaren zestig werd het magazijn bijgebouwd. Tien jaar later werd de winkel gemoderniseerd en nog een kleine twintig jaar later werd de oppervlakte van het burgerhuis (huisnummer 13, waar tot dan toe viswinkel Flup was gevestigd) toegevoegd aan de winkelruimte. Twee grote vitrines trokken de aandacht.
.1
Begin de jaren 1930 werd het pand aan de Mechelsesteenweg opgesplitst in een handelshuis annex woning (nr. 11) en een afzonderlijke woning (nr. 13). Broer Alfons Coveliers huwde met Joanna De Loght en ze kwamen er wonen. Zij hadden twee kinderen: Joseph (geboren 1909) zou gemeentesecretaris worden en Julia (geboren 1911) zou later de zaak verderzetten. Julia trouwde in 1941 met architect Ludovic Theys. Hun huwelijk werd gezegend, zoals men dat in die tijd uitdrukte, met drie kinderen: Mia, Theo en Guido. Vanaf zes uur ’s morgens werden de klanten geholpen. Julia Coveliers Van scheergrief tot poets- en visgerief en alles daar tussenin. Je kon het zo gek niet bedenken of ze hadden het in huis of beloofden het in huis te halen. Een sikkel nodig? Geen probleem. Drie grote glasramen boven de inkom illustreerden het alaam voor schrijnwerker, smid of metselaar. Ook voor de aanmaak van verven of het gebruiksklaar maken van stopverf kon je in de winkel terecht.
3
Op dat ogenblik waren er drie poezen in huis, Minou, Molly en Minette. Zij hadden de keuze tussen de viswinkel Flup links en de slagerij Pacolet rechts. Wat kan een poezenleven zalig zijn. Want van nagels en vijzen kan je als kat niet leven. Theo kwam mee in de zaak en toen Julia ziek werd, moest hij noodgedwongen meer en meer uit de schaduw treden. Mia, die lesgaf in het Sint-Jozefinstituut, was steeds vaker ook in de winkel te vinden. Guido, van jongs af aan een vertrouweling van onze stichter Jozef Van Herck, zou zich ontpoppen tot de hoeksteen en conservator van de heemkundige kring. Toen moeder Julia in 2003 overleed, nam Mia stilaan taken over. Ook omdat de gezondheid van Theo achteruitging. Mia stond hoe langer hoe meer in voor de bestellingen, de administratie, de boekhouding en tenslotte de winkel zelf. Broer Guido bleef ook in de sector en heeft tot aan zijn pensioen het Antwerpse metaalbedrijf Galler in het Vlaamse land vertegenwoordigd. Huis Coveliers specialiseerde zich in huishoud- en kookartikelen. Maar je kon er nog altijd vijzen – sorry schroeven – of spijkers per stuk kopen. Mia zocht geduldig in catalogussen om net dat te vinden waarnaar je op zoek was. De zaak evolueerde. In 1958 werd een magazijn bijgebouwd. Tien jaar later werd de winkel gemoderniseerd en een kleine twintig jaar later werd de oppervlakte van het burgerhuis (huisnummer 13) toegevoegd aan de winkelruimte. Die twee grote vitrines trokken de aandacht. De uitsprong van de voorgevel duidt nog altijd op de authentieke façade. Een anekdote: Toen een klant hem een verroeste latnagel (of was het een vijfduimer?) toonde en vroeg of hij er zo’n verkocht, antwoordde Theo droogweg ‘Neen’. De klant keek enigszins verwonderd op. ‘Neen’, herhaalde Theo, ‘zulke kromme en verroeste nagels verkopen we hier niet’. Huis Coveliers specialiseerde zich steeds meer in huishoud- en kookartikelen, al kon je er nog altijd vijzen – sorry schroeven – of spijkers per stuk kopen. Mia zocht geduldig in de catalogussen om net dat te vinden waarnaar je op zoek was. De jaren begonnen hun sporen na te laten. Er stond geen opvolger klaar. En zo verscheen, ongetwijfeld na veel gepeins, getob en overwegingen het volgende bericht op hun vitrine: Beste klanten, Vanaf heden, 1 januari 2023, is de winkel definitief gesloten Heel veel dank om hier 110 jaar Te winkel’hieren Wanneer wij u nog van dienst kunnen zijn, Dan kan u altijd aanbellen of Ons telefonisch contacteren. Graag ook onze allerbeste wensen voor een gelukkig, gezond en vredevol 2023 Dit bericht ontroert, enerzijds omwille van de dienstbaarheid en de dankbaarheid, anderzijds om die hoopvolle, maar ijdele wens. Mia overleed op 25 november 2023, broer Theo volgde heel snel op 1 januari 2024. De beslissing tot sluiting van de winkel bleek een verstandige zet te zijn geweest. Hiermee kwam een eind aan drie generaties “ijzerwinkel” in het centrum van Kontich en meteen ook aan een stukje immaterieel erfgoed. Het Le Creuset braadpannetje dat ik er nog kocht, zal ik de rest van mijn leven blijven koesteren. Er waren in Kontich nog gelijkaardige winkels, zoals Dolf Van Enckevort in de Molenstraat en Coenen-Verelst of Abdon Willems aan de Mechelsesteenweg. Ook Waarloos heeft lang een ijzerwinkel, het huis Liekens gehad op de hoek van de Ferdinand Maesstraat en de Grote Steenweg, daar waar ooit café en danszaal De Volkslust was gelegen. Nu is er een parking en een flatgebouw met apotheek gevestigd. Een aandachtige bezoeker van de zaterdagmarkt zal misschien nog een scharensliep opmerken, waarvan de roots teruggaan tot het huis Coveliers. Kristiaan Theys is immers een zoon van Guido. Voor messen en klein huishoudelijk materiaal kan je bij hem terecht. En zeker voor een gezellige babbel. Filip, de andere zoon, heeft een stukje familie-DNA van zijn tante Mia en nonkel Theo naar het Duitse Keulen meegenomen. Op zijn manier zet hij het geslacht Coveliers verder door bij TÜV (de Duitse keuringsdienst) materiaal te keuren. De ijzerwinkel mag dan wel dicht zijn, het bloed van de vierde generatie kruipt waar het niet kan gaan.
en
ng
eri
in Re .1 15
4
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Mia en Theo Theys
Dat Mia en Theo door en door Kontichnaars waren, mag duidelijk zijn. Ze hebben heel hun leven in onze gemeente doorgebracht, toch zie je op hun overlijdensbericht Kontich niet staan, want ze zijn zowel geboren als van ons heengegaan buiten Kontich. Broer Guido is nu volop bezig om het huis leeg te halen en stoot voortdurend op nieuwe verrassingen, waaronder doodsbrieven en sanctjes die teruggaan tot zelfs 1861. Uit de radio klinkt net het nostalgische liedje ‘Het Dorp’, gezongen door wijlen Wim Sonneveld. In feite een lied van Jean Ferrat, ‘La Montagne’, vertaald door de partner van Sonneveld, Friso Wiegersma.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.1
Erwin Van de Velde
5
Duits bezoek aan het museum
T
ijdens de Eerste Wereldoorlog was het al bij al rustig in het bezette Kontich en Waarloos, ver van het front in de Ieperboog, waar de loopgravenoorlog beide kanten tot uitputting dwong. Maar dat betekent niet dat de bezetter niet aanwezig was. Integendeel, hij had de teugels strak in handen. En er waren natuurlijk de vele opeisingen. Niet enkel voedingsmiddelen, maar ook paarden en uiteraard ook werkkrachten. Vanaf 1 mei 1917 behoorde Kontich tot de zogenaamde Ostabschnitt. De kantoren van deze administratieve indeling waren gevestigd in de villa Rest and Be Thankful, waar op 9 oktober 1914 de Conventie van Kontich werd getekend. Aan het hoofd stond Kurt Woldemar von Heimburg (1e Kompagnie, 3e Landsturm, Bataillon Brandenburg) als Orts- of Abschnittskommandant. Hij was ingekwartierd in het kasteel Boutersem, het Hof van Spruyt. Eigenares Augusta Spruyt zette na de oorlog geen enkele stap meer in haar kasteel dat uiteindelijk helemaal teniet ging en werd leeggeplunderd totdat niet meer overbleef dan de restanten van een kelder die je nu nog langs de Ooststatiestraat vindt, een natuurgebied waar zich nu zelfs enkele reeën schuilhouden. Zover kan Duitslandhaat gaan … Kurt Woldemar von Heimburg (1860-1922) stamt uit een adellijk geslacht dat minstens teruggaat tot in de twaalfde eeuw. Van zijn verblijf in Kontich is een uitgebreide correspondentie overgebleven, zowel op het goed Eckerde (bij Hannover, Duitsland) als in het archief van onze gemeente. Genoeg stof om hierop in een volgende bijdrage in te gaan. Op 21 februari kregen we bezoek van Dietrich en Claudia von Heimburg. Dietrich is de achterneef van Kurt en beheert het Rittergut Eckerde (https:// www.rittergut-eckerde1.de) van de familie von Heimburg. Op zoektocht naar de historische sporen van hun vlnr: Paul Catteeuw, Dietrich von Heimburg, Bart Seldeslachts en Claudia von Heimburg
grootoom zochten Dietrich en Claudia contact met onze heemkundige kring. Het werd een uiterst aangename ontmoeting. We leidden hen rond in het museum en het documentatiecentrum en wisselden van gedachten over de geschiedenis en de wederzijdse mogelijkheden tot overleg en studie van die oorlogscorrespondentie. Burgemeester Bart Seldeslachts gaf de ontmoeting een officieel tintje door het paar welkom te heten en hen de naslagwerken over Kontich en Waarloos te schenken. Afspraken voor verdere contacten zijn in ieder geval gemaakt en een tegenbezoek is gepland in opvolging van de presentatie van het oorlogsdagboek van Willy Katzenstein in Bielefeld dat werd geredigeerd en geannoteerd door Johannes Altenberend. Paul Catteeuw
.1 15
6
en
ng
eri
in Re
Gastenboek museum
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
SCHOENMAKER, EEN UITSTERVEND BEROEP
I
n de voorgaande uitgave van dit tijdschrift konden jullie de neerslag lezen van het interview met de KontichKazernese schoenmaker Jan Jeurissen. Het gesprek met Jan was de uitgelezen aanleiding om eens in het schoenmakersverleden van Kontich en Waarloos te duiken. Ongetwijfeld is het voor jou, beste lezer, een fluitje van een cent om enkele spreekwoorden en/of gezegden die aan het aloude schoenmakersberoep (of aan schoenen) gelinkt zijn uit het hoofd te citeren. Deze ken je zeker wel: “Wie de schoen past, trekke hem aan. Schoenmaker, blijf bij je leest. Iemand de schuld in de schoenen schuiven. Naast zijn schoenen lopen. Je stoute schoenen aantrekken. Het schoentje wringt” ... Vul zelf maar aan. Ooit waren er in ieder dorp wel een of meerdere schoenmakers of schoenherstellers. Tegenwoordig is het beroep een zeldzaamheid geworden dat nog maar door een enkeling wordt uitgeoefend. Ook schoenfabrieken zijn er in België haast niet meer te vinden. Schoenen worden al sinds vele jaren in massaproductie, vaak in lageloonlanden, gefabriceerd en zijn gemakkelijk en goedkoop te vervangen. Net Prent van een oud schoenmakersinterieur zoals zovele dingen zijn ook schoenen wegwerpartikelen geworden. De mode is veranderd, de materialen zijn anders en goedkoper en de regels zijn losser. De tijd dat je op school of op het werk nog geklede schoenen moest dragen, ligt lang achter ons. Het elegante hakje dat door vrouwen werd gedragen, werd door de normalisering van de sneaker – met een enorme ecologische ‘voetafdruk’ – verdrongen. Een logisch gevolg van deze trend is dat de vraag naar schoenherstellers daalde met de jaren. In 2017 waren er nog 510 schoenmakers in ons land. Vandaag zijn er dat volgens de Belgische vakfederatie Shoefed nog maar 334. Bovendien is de gemiddelde leeftijd van deze vaklui intussen 60 jaar. Op opvolging moet niet meer worden gehoopt. Er zijn immers geen beroepsscholen meer waar je de stiel nog kan leren …
SCHOENMAKERSBENODIGDHEDEN IN HET HEEMKUNDIG MUSEUM VAN LINT
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
Uitweiden over de geschiedenis van de schoen en over het ambacht ‘an sich’ zou ons in dit artikel te ver leiden maar is misschien stof voor een volgende bijdrage? Wie toch graag al even een kijkje gaat nemen in een – geïmproviseerd – schoenmakersatelier van weleer kan alvast een bezoekje brengen aan het heemkundig museum ‘Den Aker’ van onze buren in Lint. De daar aanwezige kringleden kunnen je zeker uitleg geven bij alle schoenmakersmaterialen die daar uitgestald liggen.
.1
De schoenmakersafdeling in het heemkundig museum van Lint
7
OP ZOEK NAAR EEN SCHOENMAKER IN KONTICH EN WAARLOOS
Ja, ook in Kontich en Waarloos ‘wringt het schoentje’. Waar kunnen we in eigen dorp nog terecht om een zool te laten vernieuwen, een hakje te laten aanplakken of een losgekomen onderdeel opnieuw te laten vaststikken? In Kontich centrum rest er nog maar één schoenmaker: ‘Shoe Point’, op de hoek van de Molenstraat en de Nieuwstraat. In Kontich-Kazerne en in Waarloos is het nog veel erger gesteld. Daar moet men het al verschillende jaren zonder schoenmaker stellen. Wie er een iets langer tripje voor over heeft kan desnoods nog tot in de Carrefour van Lier rijden, waar je in de hal een “Mister Minit” vindt. Terwijl je je boodschappen doet, kan je je schoenen laten lappen, een sleutel laten maken of je horloge laten herstellen. Desnoods kun je ook in Duffel, Reet, Hove, Edegem of Mortsel terecht. Daar zijn er ook nog enkele schoenmakers te vinden.
Shoe Point
VERDWENEN SCHOENMAKERS IN KONTICH
Toch was er ooit een tijd dat Kontich geen gebrek had aan schoenwinkels en schoenlappers. Wie zich een nieuw paar schoenen wou aanschaffen, een kapotte schoen wou laten herstellen of zelfs schoenen op maat wou laten maken, hoefde daarvoor niet ver te lopen. Voor Agnes Dehandschutter, geboren en getogen in Kontich en ons oudste kringlid, kostte het weinig moeite om enkele van deze – inmiddels al vele jaren verdwenen – schoenmakerszaken vanuit haar herinneringen op te roepen. Met behulp van een artikel van Jaklien Onzia, dat ooit in ‘Kontich Waarloos Hier en Nu’ verscheen, kon Agnes’ lijstje worden aangevuld met nog enkele schoenwinkels die Kontich ooit rijk was. Ook enkele oudere Kontich-Kazernenaars en Waarlozenaars droegen hun steentje bij om het ‘schoenmakerslandschap’ van weleer in kaart te brengen. Toch is dit lijstje hoogstwaarschijnlijk nog onvolledig en kunnen er nog namen aan toegevoegd worden. Wie nog een aanvulling kan doen, mag dit zeker aan onze redactie laten weten. Niettegenstaande de reële kans op onvolledigheid schetst onderstaande opsomming waarschijnlijk toch een vrij goed beeld van het Kontichse schoenwinkel- en schoenmakersverleden.
KONTICH-KAZERNE
.1 15
8
en
ng
eri
in Re
De Kontich-Kazernenaren hadden – tot voor een twintigtal jaren – in de Kapelstraat ‘hun’ Jan Jeurissen, die schoenen herstelde, maar ook schoenen verkocht. Maurice Sys, die al zesennegentig jaar in Kontich-Kazerne woont, noemt hem al grappend “Schoen de Janmaker”. Toen zijn zaak de deuren sloot trokken vele van zijn klanten met hun kapotte schoenen naar schoenmaker Jan Buyens in Lint. Toen Jan in 2019 – veel te jong trouwens – overleed verloren ook de Lintenaren hun laatste schoenhersteller. In de Duffelshoek, dicht bij het Kapellekesbos tegenover de toenmalige herberg ‘De Groene Wandeling’, woonde de familie Sneyers waarvan er maar liefst drie van de vier zonen voor het schoenmakersberoep kozen. Er was Jos bij wie je aanvankelijk nog op de boerderij terechtkon voor schoenherstellingen. Daar werd hij wat later bijgestaan door zijn broer Hugo. Jos begon later een eigen zaak, ‘Marino’, op Klapdorp in hartje Antwerpen en Hugo heeft nog steeds een goedlopende schoenmakerij in het centrum van Berlaar. André opende eveneens een schoenmakerij op de Oude Vaartplaats in Antwerpen. De befaamde ‘Primalux’ bestaat nog steeds. Broer Aloïs was echter ‘op een andere leest geschoeid’ en koos voor het beroep van rozenkweker. Dicht bij het station Kontich-Lint, in de Ganzenbollaan, woonde rond de jaren 70-80 ook een schoenhersteller. Zijn naam was Servotte. Zijn vrouw kwam aan huis om de te repareren schoenen op te halen en bracht ze ook terug wanneer ze klaar waren. En volgens rasechte Kontich-Kazernese en drieënnegentigjarige Lucienne Van Santfoort moet er rond de jaren 40 in het begin van de Dorre Eikstraat (kant spoorweg) ook een schoenmaker hebben gewoond. Maurice Sys wist zich nog te herinneren dat deze man ‘De Koerel’ of ‘De Koere’ werd genoemd. Wat zijn echte naam was, wisten ze niet. Zijn schoonzoon, Ivan genaamd, beoefende ook de schoenmakerstiel en woonde op de Lintsesteenweg, op enkele meters van het station. Niet onwaarschijnlijk dat hij de knepen van het vak van zijn schoonpa had afgekeken. Zo ging dat vroeger vaak. Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
WAARLOOS
In de Beekboshoek, daar waar ooit het station van Waarloos stond, woonde Benny, de jongste telg van de familie Sneyers. Tijdens familiebezoeken zag hij zijn nonkels Jos en Hugo uit de Duffelshoek in Kontich-Kazerne al wel eens aan het werk in hun schoenmakersatelier. Dat leek hem wel wat. Na enkele jaren zijn broek versleten te hebben op het Sint-Ritacollege (waar hij onze hoofdredacteur Paul Catteeuw als leraar Engels en klastitularis had), maakte hij de overstap naar de vakschool van Lier om de stiel van schoenmaker te leren. De drie eerste jaren na het behalen van zijn diploma was hij in dienst bij schoenmakerij ‘Taloni’. Eerst in een Mortsels, daarna in een Wilrijks filiaal. Voor en na lapte hij ook thuis nog de schoenen van de Waarlozenaren. In augustus 1987 was zijn eigen zaak in Duffel een feit. Vele van zijn vroegere buren en kennissen uit Waarloos maakten (en maken nu nog) de trip tot in Duffel om hun schoenen vakkundig door Benny te laten repareren. De kwinkslag en het grapje krijg je er gratis bij! Enkele ‘locals’ herinneren zich ook nog een schoenhersteller langs de Oude Baan. Over zijn juiste naam bestaat onzekerheid, maar enkelen menen zich te herinneren dat hij Albert ‘Rongier’ of ‘Ronger’ heette. Hoogstwaarschijnlijk deed hij dit in bijberoep, want hij werkte ook op Brouwerij Maes. Eveneens in de Oude Baan, vlak naast de Sint-Michielsschool waar ooit superette Wimpi was, had rond de jaren 60 een zekere Irma Huygelen een schoenwinkeltje. Daar kon je niet terecht voor herstellingen, enkel voor aankoop. Haar man, Constant Hellemans, was werkzaam bij ‘De Gevaert’. Later nam hun dochter, Rita Hellemans de zaak over en zette deze verder in de Ferdinand Maesstraat. Volgens enkele oudere Waarlozenaren was er in het begin van de Beekboshoek (vroeger Stationstraat genoemd), dicht bij het kruispunt met de Ferdinand Maesstraat (vroeger Kerkstraat genoemd), een winkeltje waar je schoenen kon kopen. Je kon hier ook terecht voor speelgoed, kranten, schoolgerei, rookwaren, snoep en allerhande snuisterijen. De uitbater was een zekere Frans Ruysch.
KONTICH-CENTRUM
In het centrum van ons dorp was er keuze te over wanneer je schoenen aan een oplapbeurt toe waren. Je kon ze binnenbrengen bij schoenmaker Waumans op de Duffelsesteenweg, bij Soumillion in de Molenstraat of bij Gallis in de Ooststatiestraat (met de ‘sloefjesetalage’.) De Mechelsesteenweg spande ongetwijfeld de kroon wat het aantal schoenwinkels betrof. Voor de Tweede Wereldoorlog vond je daar de schoenwinkel van Vertommen. Buiten schoenen kon je er ook ‘klakken’, hoeden en wandelstokken kopen. Een zaak met standing.
Op deze foto van een wielerwedstrijd zie je linksboven de etalage van schoenwinkel ‘Het Schutterke’ (foto: Kring voor Heemkunde)
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
Reclame uit de ‘Gazet van Kontich
Later werd de zaak overgenomen door Beliën-De Groof. Schuin tegenover de Sleutelstraat was er schoenmakerij De Schutter. Die werd door de Kontichnaren ‘Het Schutterke’ genoemd. Agnes schat dat deze zaak er was vanaf ongeveer de jaren dertig tot pakweg de jaren vijftig. Ook op de Mechelsesteenweg opende na de oorlog de schoenwinkel van Bouwens-Sels en kinderen. Deze goed florerende zaak bleef bestaan tot in de jaren 90. Later kwam daar ‘Schoenen Moons’. Dan was er ook nog de schoenmakerij van Willem Minnebach. Voor de oorlog was deze gevestigd in zijn ouderlijk huis op nummer 83 van de
.1
Schoenlapper Minnebach
9
Ooststatiestraat. Toen de oorlog voorbij was – en Willem ondertussen ook gehuwd – vestigde hij zich met zijn vrouw in de Mechelsesteenweg. Bij hem kon je schoenen op maat laten maken, gewone schoenen maar ook orthopedische. Willem was ook gekend voor het vervaardigen van fabrieksschoenen en veiligheidsschoenen met een stalen tip. Toen met de tijd Reclame voor de schoenmakerij zijn schoenenatelier te klein werd (hij had wel twaalf werknemers in dienst) Frans Gordts verhuisde hij zijn materiaal naar een oude brouwerij in Boechout. Een deel van het materiaal, dat voor de gewone herstellingen en maatwerk, bleef in Kontich. In 1972 nam zoon Wilfried de zaak over. In 87 stopte de zaak.’ In een oude Kontichse gazet uit 1947 verscheen een advertentie van schoenmakerij Frans Gordts die gevestigd was in de Drabstraat met “aan de brug trapke af” als oriëntatiepunt. Ilse Van Weert
Johannes Vermeer Lezing dd. 8.12.2023 door Marc Buelens
C
.1 15
10
en
ng
eri
in Re
ontacten gelegd tussen twee toeristen tijdens een groepsreis in Oezbekistan leidden uiteindelijk tot een lezing in het documentatiecentrum over het leven van een van de grootste schilders uit de Hollandse gouden 17e eeuw. Of hoe de Zijderoute ook nu nog tot culturele uitwisseling aanleiding geeft. Na overleg met het bestuursorgaan kon onze voorzitter zijn reisgezel, professor emeritus Marc Buelens, uitnodigen voor een uiteenzetting over Johannes Vermeer. En zelfs al ben je niet zo beslagen in de Hollandse schilderkunst, ‘Het meisje met de parel’ zal u allicht niet onbekend zijn. De recente overzichtstentoonstelling in het Amsterdamse Rijksmuseum heeft nog een boost gegeven aan de bekendheid van deze schilder. De spreker, ooit lesgever aan R.U.Gent en de Vlerick Business School over management – en businesstechnieken, hield een bevlogen betoog over het leven en de werken van Vermeer. Niets staat onomwonden vast omtrent Vermeer (1632-1675), ook wel bekend als de Sfinks van Delft. Er is geen afbeelding of zelfportret van hem bekend. Rijk getrouwd ging zijn relatief korte leven naar een zenit, om uiteindelijk in berooide omstandigheden ten onder te gaan. In die periode kwam ook een einde van de Gouden Eeuw. Om die 17e eeuw even te situeren: dat was de tijd dat Holland een vuist kon maken tegen Engeland met o.a. de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie en wat later de West-Indische Compagnie. Heeft hij in zijn jonge jaren Carel Fabritius (1622-1654) ontmoet? Een schilder die omkwam bij de ontploffing van het Kruithuis van Delft. De stijl van het schilderijtje ‘Het puttertje’ vormt alleszins een voorsmaakje van het latere werk van Vermeer. In het protestantse Nederland kon je geen schilderijen kwijt aan de kerkfabrieken. Er was in de Hollandse steden wel een markt voor kleinere schilderijen. De beter begoeden pronkten maar wat graag met één of zelfs meer kunstwerkjes van deze of gene meester in hun huiskamer. Het valt op dat Vermeer maar één schilderij heeft waarop iemand van de werkende klasse staat afgebeeld, namelijk ‘Het portret van het melkmeisje’. Vermeer was geen veelschilder. We kennen slechts zo’n drie dozijn schilderijen die al dan niet met grote zekerheid aan hem kunnen worden toegeschreven. Rembrandt schilderde ongeveer evenveel zelfportretten als Vermeer schilderijen. Sommige kenners werpen op dat Vermeer, ook bekend als schilder van het licht, gebruikmaakte van de camera-obscuratechniek. Testsettings geven aan dat dit niet het geval was. Fragmenten die er toe doen schilderde hij zeer precies, voor minder belangrijke fragmenten was hij een voorloper van het Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
expressionisme. Of was het zijn zakelijk inzicht dat hem dat ingaf? Waarom energie verspillen aan details, die je van op afstand toch niet ziet. Vermeer had een dramatisch leven. Hij trouwde rijk, maar had ook een groot huisgezin te onderhouden. Gedurende een zekere periode had hij een vaste afnemer. Toch zou zijn leven in decadentie en verval eindigen, om daarna gedurende twee eeuwen in de vergetelheid te raken. Zijn werken werden nog wel doorverkocht, maar onder de naam van andere, toen meer populaire schilders. Begin de twintigste eeuw boden Amerikaanse miljonairs de gekste prijzen voor zijn werken. Los van de hype kunnen minstens twintig van zijn werken als modern worden ervaren. Dat zijn werken waarbij licht, perspectief, kleurenpracht en compositie magistraal werden afgebeeld. De opbouw van zijn werken is dikwijls, maar niet altijd hetzelfde. Bij sommige van zijn werken zie je dat het perspectief niet geheel goed zit, of hoe een gordijn eerder een vuilniszak is. Zijn werken zijn thans gegeerd door alle belangrijke musea. De grote verdienste van de spreker, Marc Buelens, is dat hij je leert kijken naar schilderijen, of eerder de schilderijen leert lezen. Schilderijen van de oude meesters trachten een verhaal te vertellen. Hun werk moet je interpreteren met de tijdssfeer en de begrippen van toen. Niets is toevallig. Dit werd geïllustreerd door een gedetailleerde bespreking van ‘De brieflezende vrouw bij het open venster’. Wat is de boodschap die de schilder/opdrachtgever wenste te doen overkomen? Toen de musea tijdens de pandemie hun deuren tijdelijk moesten sluiten, kregen conservators de tijd en de gelegenheid om met hightechapparatuur ook hun populaire schilderijen te onderzoeken. Een olieverfschilderij is een chemische black box. Zo duiken er soms voorheen onbekende details op die tot nieuwe interpretaties kunnen leiden (bv. een overschilderde cupido op een Delfts tegeltje …). Afhankelijk van de samenstelling van de verf, kunnen kleuren evolueren. In de werken van Vermeer lijkt het groen te zijn verdwenen omdat het geel is verzwakt. Een te sterk blauw is overgebleven.
En dat geeft dan weer aanleiding tot debat. Moeten later overschilderde details opnieuw worden blootgelegd? Wie heeft wat wanneer later gewijzigd? Herinner je nog niet zo lang geleden de discussie over de aanpak van de restauratie van het Lam Gods. Dergelijke discussies zullen altijd blijven bestaan, en maakt het des te interessanter. Met dank aan de spreker voor die boeiende blik op een oude meester. Wie meer wil weten, of zijn werken wil bewonderen, verwijs ik veiligheidshalve naar het intranet. Op zowat alle fotomateriaal van zijn werken wordt auteursrecht geclaimd.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.1
Erwin Van de Velde
11
De Lapzussen – Vereniging voor Merklappen
V
ooraf: Onder leiding van Luk Indesteege, docent Volkscultuur bij Syntra Hasselt, schreef Patricia Peters onderstaande tekst. Merklappen zijn natuurlijk al vaak aan bod gekomen in ons tijdschrift, maar aangezien onze Lapzussen twintig jaar bestaan en ondertussen allang niet meer enkel lokaal belangrijk zijn, is dit een mooi betoog voor een uniek groepje vrouwen dat zich met deze handenarbeid bezighoudt. Deze satellietgroep van onze heemkundige kring is indertijd ontstaan en uitgegroeid onder de vakkundige leiding van Hilde Schollen. Bij het overlijden van Hilde was het toch even uitkijken of de groep zou uiteenvallen, maar Erica Uten (uit het verre Limburgse Schulen) heeft die taak op zich genomen en leidt de nijvere Lapzussen de toekomst in. pc De meeste mensen hebben nog nooit van merklappen gehoord. Maar bij kruisjessteek kunnen velen zich al iets voorstellen. Sommigen hebben vast een tafelkleed of zakdoek in de kast liggen die de bomma geborduurd heeft.
Opperlapzussen Erica Uten en Hilde Schollen in Goes
.1 15
12
en
ng
eri
in Re
Merklappen – ook wel tekendoeken genoemd – zijn doeken of lappen stof waarop patronen zijn geborduurd, die als voorbeeld dienden om linnengoed of kleding te versieren. De Engelsen verwoorden het mooi als ‘sampler’. Deze manier van patronen bewaren dateert al van voor de boekdrukkunst. Een merklap kon meerdere functies hebben. Meestal worden merklappen verbonden met jonge meisjes die leerden naaien en borduren. De lap was een oefendoek waarop verschillende borduur- en naaisteken werden uitgeprobeerd. De meeste bewaarde lappen zijn echter veel meer. Net als een schooldiploma geven ze weer dat de maakster een aantal vaardigheden onder de knie heeft. Heel vaak komen alfabetten op de lap voor, de maakster is dus geletterd. Ze zal niet alleen in staat zijn om haar huishoudlinnen met geborduurde letters te merken, maar kan ook lezen en waarschijnlijk schrijven. Naast letters komen meestal allerlei motieven voor. Vele religieuze motieven. Niet merkwaardig aangezien de schoolse opvoeding bijna volledig in handen van kloosterorden berustte. Of de meisjes ook de diepere betekenis kenden die schuilgaat achter de bloemen, voorwerpen en dieren die vaak terugkeren valt nog moeilijk te achterhalen. Typisch Vlaams zijn planten, bloempotten en vruchtenmanden. Vaak voegen de maaksters hun naam en jaartal toe. Zo draagt de oudste bekendste gedateerde merklap de datum 1598. Na 1850 veranderde er veel op educatief vlak en werd de minimumleerstof nauwkeurig vastgelegd. Er werd minder aandacht gelegd op handwerkonderricht. De kruissteek behield zijn belang voor het merken van linnen en kledij. Kruissteekmotieven werden minder belangrijk. Zelfs de godsdienstige symbolen verdwenen grotendeels. De typische lappen bevatten vooral naaioefeningen. Naarmate er meer tijd beschikbaar was voor handwerk, werden allerlei Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
De Lapzussen in actie
handwerktechnieken toegevoegd. In de loop van de 20e eeuw moest de merklap als schooloefening uiteindelijk het loodje leggen. Vreemd genoeg is de merklap niet totaal verdwenen. Volwassenen hebben de merklap ontdekt. Bewondering voor oude merklappen brengt een 30tal gepassioneerde en gedreven Vlaamse dames bij elkaar. In 2004 werd in Kontich de vereniging met prachtige naam ‘De Lapzussen’ opgericht in de schoot van het Museum voor Heem-en Oudheidkunde. Erica Uten, uit Schulen is ‘Opperlapzus’. Het is geen handwerkclubje, maar wie nooit borduurde wordt door ervaren borduursters met raad en daad bijgestaan. De leden zijn verspreid over heel Vlaanderen. Hoewel er ooit een mannelijke lapzus lid was, blijft het toch een vrouwenclubje Elke eerste dinsdag van de maand komen de Lapzussen bij elkaar. Nieuwtjes worden uitgewisseld, nieuwe boeken besproken, elkaars geborduurde merklappen bewonderd en wordt er bijgeleerd over de geschiedenis, symboliek en materialen. Samen maken ze uitstapjes naar een textielbeurs of verschillende musea om oude merklappen te bewonderen en te bespreken. Niet ieder lid is in de mogelijkheid om aan de activiteiten, toch een 15-20-tal per jaar, deel te nemen, velen volgen vanop een afstand en blijven op de hoogte door de verslagen die aan ieder lid bezorgd worden. Het Kontichs Museum voor Heem- en Oudheidkunde bezit een verzameling merklappen die tot de belangrijkste van West-Europa behoort. Uitgebreide internationale belangstelling en uitstraling kreeg de vereniging in 2010, toen de volledige verzameling kon tentoongesteld worden in de Grote of Maria Magdalenakerk in Goes, Nederland. Ruim 12000 bezoekers kwamen ervan genieten. De Opperlapzus Erica Uten heeft ook goede contacten met liefhebbers uit andere landen waaronder ook conservatoren van verschillende musea. Ook met de oude conservator Frieda Sorber van de historische collectie van het ModeMuseum in Antwerpen worden regelmatig mails uitgewisseld en ze houden mekaar op de hoogte van nieuwe aanwinsten. In Limburg is er heel weinig onderzoek gedaan naar de merklappen. Geschreven bronnen zijn bijzonder zwijgzaam en bewaarde Limburgse merklappen komen nauwelijks voor en dit tot grote spijt van Erica Uten. Merklappen zijn ongekend, niet alleen in Limburg maar helaas in heel Vlaanderen. Het zou toch jammer zijn mocht deze mooie traditie helemaal doodbloeden. Wil je meer weten: https://www.museumkontich.be/merklappengroep.htm Contactgegevens: Erica Uten erica.uten@outlook.com
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.1
Patricia Peters
13
ASSEMBLAGE VAN BELGISCHE BMW-AUTO’S IN KONTICH? Wat voorafging
Na de Tweede Wereldoorlog begon BMW te Kontich in de Pierstraat auto’s te assembleren. Tussen 1955 en 1973 rolden duizenden exemplaren van deze Duitse autoconstructeur van de band. Eerst waren het Isetta’s, dan werden de modellen in Kontich robuuster, de duurdere 507. Dan kwamen de gezinswagens zoals de 1500, de 1800. In 1973 werden de montagebanden voor een vijfzitter uit de middenklasse, de 2002, stilgelegd en de import verhuisde voortaan naar Bornem. In Kontich liepen zo 55 000 auto’s van de band, met op het hoogtepunt 50 exemplaren per werkdag. Uit de herinnering van voormalig invoerder baron Dominique Moorkens werd volgend verhaal ‘geassembleerd’. Het is u niet onbekend dat na Tweede Wereldoorlog Duitsland werd opgedeeld in een oostelijk deel, bezet door Russische troepen, terwijl de drie andere geallieerden het centrale en westelijke deel bezetten. Zo bleven de BMWinstallaties te Eisenach in OostDuitsland onder Russisch toezicht en konden vanaf 1952 weer EMW’s BMW Isetta 300 produceren (Eisenacher Motoren Werke), later omgedoopt tot de ons nog beter bekende Wartburgs. Stalen karossen met een opvallend pruttelende tweetaktmotor, met de bijhorende geur van het verbrande benzine-oliemengsel. Minder goed verging het de BMW-fabrieken in München waar sedert 1928 al auto’s werden afgeleverd met aan het einde van 1938 de wereldberoemde 328. Deze vestiging kreeg het zwaar te verduren door zware en herhaaldelijke bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog. BMW wilde graag terug aan de slag en in München blijven. Dit West-Duitse gebied viel onder de Amerikaanse bezettingsmacht. Men slaagde er enkel in om kleinere modellen te bouwen waarvoor men uiteraard kopers en invoerders zocht en vond in het buitenland.
Hoe het allemaal begon in Kontich
België was het tweede land na Frankrijk waar men op zoek ging naar een geschikte vestigingsplaats. Zo kwam men in Kontich terecht op een van de terreinen van de inmiddels verdwenen Acièries Anversoises, een vooroorlogse en failliet verklaarde staalgieterij. Tijdens de oorlog was die met Duits Kruppkapitaal heropgestart en zo na de bevrijding onder sekwester geplaatst wegens economische collaboratie. Eerst produceerde BMW te Kontich de piepkleine Isetta (1955-1962). Dit was een tweezitter, met een openklappende deur vooraan waarbij het stuur wegklapte om te kunnen instappen. Vanaf 1958 tot 1965 kwam daar de 600 bij, model dat door de Belgische Post werd aangekocht om telegrammen aan huis te bestellen. De motor achter deze economische realisatie, het autoassemblagebedrijf BMW te Kontich, bleek Albert Moorkens, een ondernemende zakenman, die na de oorlog al begonnen was met het invoeren van motorfietsen Zündapp en BMW in Berchem.
Financieel en economisch spannende tijden
.1 15
14
en
ng
eri
in Re
Het ministerie van Financiën en Economische Zaken bedacht hoge taksen op ingevoerde auto’s. Die konden echter deels worden vermeden, wanneer men bij de assemblage onderdelen gebruikte die in eigen land werden aangemaakt. Zo gebruikte men bij de assemblage autobanden en vensterglas dat in België werd geproduceerd. Intussen ging het de BMW-groep financieel echter niet voor de wind. Hun gelanceerd model op dat ogenblik, de 507, was veel te duur voor een Belgische koper en het merk stond aan de afgrond. Het Duitse Daimler-Benz stond te springen om het Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Beierse BMW over te nemen. Gelukkig dook toen in 1959 de familie Quandt op om een meerderheidsparticipatie te verwerven en zo de nodige fondsen op tafel te leggen en het tij te laten keren. Die nieuwe wind bij BMW kreeg gestalte in de creatie van die ‘neue Klasse’, een gezinsauto met vijf zitplaatsen bedoeld voor de middenklasse van kopers. In Kontich vertaalde zich dat in de productie van de 1500, de 1800 en tot in 1973 de 2002.
Epiloog
‘Het waren spannende tijden’, mijmert baron Dominique Moorkens. Hij reed zelf verschillende races uit, bijvoorbeeld het Europees kampioenschap voor Eerste BMW 600 die in Kontich van de band rolt toerismewagens, met als tegenstrever de ALFA GTA’s. Vader Moorkens, vriend van autojournalist Jacques Ickx, leende een BMW 600 uit aan Jacky, jawel DE Jacky Ickx, zoon van Jacques, voor een klimkoers in La Roche, waarmee die helaas uit de bocht ging. Bij de kleurenfoto van een 2002-model, in Kontich geassembleerd, vermelden we graag dat het heel wat speurwerk kostte van de huidige invoerder om er nog één terug te vinden. De trotse eigenaar, Michel Donné, een technicus
Gerestaureerde BMW
elektronica, restaureerde deze Kontichse oranjekleurige 2002 gedurende vijf jaar, alvorens voormalig invoerder Dominique Moorkens trots met de auto op de foto kon. Paul Wyckmans
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.1
Bronnen; DARGE Pierre, Knack Auto, 2024, jaargang 16, nr 1, blz. 48-50. WYCKMANS Paul, Reineringen, Kontich, Staalconcurrent voor Wallonië, delen I,II,III, (2010,2011,2011) jg 1, nr.3, blz 7-10, jg 2, nr 1, blz.7-10, jg. 2, nr.2, blz.6-12.
15
De Kontichse straatnamen uitgelegd (deel 3)
I
n Reineringen 14/1-2 & 3 hebben we al een reeks van honderd straatnamen in Kontich en Waarloos uitgelegd. In dit nummer vind je de overige honderdtwintig namen. Ook nu hebben we ruim geput uit de nalatenschap van Robert Van Passen. Daarmee zij alle straatnamen de revue gepasseerd.
Kerkelei Nieuwe naam sinds ca. 1940 Kerkevelden Verwijst naar de naam van percelen in de omgeving Kiezelweg Verwijst naar de vroegere wegbedekking, vroeger Reetsebaan Kleine Meylstraat Vroeger Beekhoekweg, verwijst naar het gehucht Mijl Klokkestraat Verwijst vermoedelijk naar de verdwenen naam van de Duffelsesteenweg en andere plaatsnamen met “klok” Kongostraat Verwijst naar het koloniale verleden van België Konijnenveld Verwijst naar de naam van een perceel van Boutersem Koningin Astridlaan Postume hulde aan de echtgenote van koning Leopold III (1905-1935) Koningin Fabiolalaan Echtgenote van koning Boudewijn I (1928-2014) Kontichhof Volkse benaming voor het kasteel Groeningen Kosterijstraat Verwijst naar Kosterijbos (eigendom Altena) dat hier lag (1564) Kriekelaarstraat Toegangsweg naar de Kriekelaarschrans, een omwalde hoeve die oorspronkelijk (ca. 1300) Ter Ept heette, wat “plaats waar iepen of olmen groeien” betekende. Kruisbeemd Perceel waarschijnlijk gelegen aan kruis als grenspaal Kruisschanslei Weg die leidde naar dubbelhoeve, waarschijnlijk gelegen aan een kruis Kruisstraat Genoemd naar het nabijgelegen Hofke van Janssens, vroeger bekend als Kruishof Langbosweg Vroegere naam voor het Kapellekensbos Leiaard Akker of weide met smalle toegangsweg omzoomd door bomen Leopoldstraat Genoemd naar de Belgische koningen
Frank Hellemans (†) en Paul Catteeuw
.1 15
16
en
ng
eri
in Re
Liersebaan Weg die naar Lier leidde, vroegere naam Eikhofstraat Lijsterbolstraat Volksetymologische aanpassing van Luisterbol (bolvormige verhevenheid), hoogste punt van Kontich met uitkijktoren (luisteren) Lintsesteenweg Weg die langs de grens met Lint (zelfstandige gemeente sinds 1871) loopt Lints Veld Al sinds 1397 gekend als uitgestrekt akkerland van het gehucht Lint Losweg Servitudeweg voor de garages, tuinen en werkhuizen van Peter Benoitlaan en Transvaalstraat, zo genoemd door de gebruikers Maalderijstraat Verwijst naar stoommaalderij Spruyt aan de Grote Steenweg Magdalenastraat Vroegere voetweg van Mechelen naar Antwerpen, oorsprong onbekend, vroeger namen waren Hameistraat (slagboom) en Kleine Steenweg, huidige naam sinds 1871 Mechelsesteenweg Weg die naar Mechelen leidt Metsersaard Akker die verwijst naar Adriaens De Metser (1606) Meylweg Verwijst naar de lengtemaat: Romeinse weg van duizend passen (millia passuum) Michel Geysemansstraat Waarlose verzetsheld (1910-1943), gefusilleerd door de nazi’s Mina Telghuislaan Stichteres Altenaklooster (1824-1907) Molenstraat Verwijst naar de molen van Vrijsel, die oorspronkelijk in de buurt van de Doornstraat stond Montfortstraat Genoemd naar Louis-Marie Grignion de Montfort (16731716), stichter van de montfortanen Moorstraat Verwijst naar familienaam De Moer (1421) Mortelstuk Betekent moeras of natte bodem, mogelijk gesitueerd in het aanpalende Speelhof Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
.1
Pierstraa Verwijst vermoedelijk naar de via pierata (bestrate weg) naar de Rupel en de Schelde die de omliggende dorpen met de moederparochie Kontich verbond Pieter Potlaan Belangrijk Antwerps koopman uit 15e eeuw, eigenaar van Pluysegem en Altena Pluysegemstraat Vroegmiddeleeuwse nederzetting, vernoemd naar Pluso en zijn verwanten (1250) Potaardestraat Verwijst naar potaarde of klei, de ondergrond van de straat Prins Boudewijnlaan Genoemd naar de toenmalige prins en latere koning Boudewijn (1930-1993) Prins Filiplaan Genoemd naar de toenmalige prins en latere koning Filip (1960) Pronkenbergstraat Verwijst naar Pronkenborg (1639), bos vernoemd naar borg of versterking, wellicht een vluchtheuvel Prosper De Vochtlaan Waarlose burgemeester (1903-1962) Rauwaard Ruw begroeid perceel (1710), toebehorend aan de Pauwhoeve Reepkenslei Verwijst naar wijk de Reep met verschillende herbergen met die naam. Een reep is een houten band of hoepel om vat of ton Reetsestraat Leidt naar Reet Reipelveld Genoemd naar veld in lange stroken of repels Rijkerooistraat Oeroud toponiem (1281), rooi of rode is een gerooid bos, misschien toebehorend aan een zekere Rijcko Romeinse Put Verwijst naar Gallo-Romeinse nederzetting tijdens de eerste eeuwen na Christus. Rompelei Vermelding van hofstede in 1505, juiste betekenis onbekend Roosken Overgeleverde veldnaam, verwijst misschien naar oude (Romeinse) begraafplaats Rozengaard Verwijst naar de vroegere rozenkwekerij die hier was gevestigd Rubensstraat Huidige benaming van Kerkweg of Nieuwe Lei, verwijst naar Pieter-Paul Rubens (1577-1640), Antwerps schilder en diplomaat
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
Mouterij Verwijst naar de vroegere mouterij van de brouwerij Maes Nachtegaalstraat Verwijst naar de vroegere Nachtegaalhoeve (1421) Nakkersgoed Verwijst naar oude historische naam van het goed Altena. Nakker of Nekker is een waterduivel die in vele sagen voorkomt Neerveld Lager gelegen land van de hoeve de Blauwe Steen Nerenaard Lager gelegen land nabij Tanghof (1479) Nieuwstraat Nieuw aangelegde straat (1892) Nonnenbos Bos, toebehorend aan het nonnenklooster van Rozendaal (Sint-Katelijne-Waver) Noordstraat Loopt in noordelijke richting (1896) Oever Waarschijnlijk wordt de rand van een veld bedoeld of de grens van het grondgebied Kontich Ooststatiestraat Vroegere Broekstraat, sinds 1840 verlengd tot de Ooststatie, nu station Kontich-Lint Oude Baan Vroegere benaming Water (vaak onder water) Oude Lei Herbenaming van weg op zelfde plaats (1597) Oude Waarloossteenweg Straatnaam na de fusie gegeven aan de Oude Duffelsesteenweg Pastoor De Laetstraat Pastoor Aloïs De Laet (1878-1962) verbleef op Altena, verdienstelijke heemkundige voor de Kontichse geschiedenis Pastoriestraat Voor de fusie Tulpenstraat, verwijst naar nabijgelegen pastorie van Waarloos Pauwhoevestraat Loopt naar de Pauwhoeven (14e eeuw), ofwel familienaam, ofwel hoeve met pauwen Peter Benoitlaan Vlaams componist (1834-1901) die nauwe banden had met het Kontichse muziekleven Phil Bosmansplein Priester (1922-2012, montfortaan), bezieler Bond Zonder Naam, bewoner klooster Philip Romboutslaan Verdienstelijke Kontichse dichter, archivaris en historicus (1811-1898)
17
Tanghoflaan Loopt naar het hof Ter Tange. Een tang is een zandrug of -hoogte (1316). Ter Sneeuw Verwijst naar kapel Onze-Lieve-Vrouw-ter-Sneeuw, dit is de Reepkapel. Transvaalstraat Herinnering aan de Boerenoorlog in Zuid-Afrika (18801902). Tulpenlaan Bloemenwijk (1967) Twee Bunder Verwijzend naar een stuk grond van twee bunder (twee hectare) groot. Valveken Veken is een oud woord voor slagboom, een valveken voor een slagboom die vanzelf toeslaat. Van Dyckstraat Antoon van Dyck (1599-1641), Antwerps kunstschilder en tijdgenoot van Rubens. Vervangt sinds 1930 het oude toponiem Zwarte Gracht. Varenbroekstraat Verwijst naar een moerasland dat ver van het centrum is gelegen, tussen Reet en Kontich. Varkensmarkt Op deze plaats werd de verkoop van varkens georganiseerd. Veelstraat Genoemd naar Veilenveld, veil is een synoniem van klimop. Vroeger ook Leemstraat. Vekenveld Verwijst naar een stuk land nabij het veken (slagboom) over de toenmalige Holle Weg (1598). Veldkant Verwijst naar een hoeve die aan de kant van het Pluysegemveld stond (1807). Verbrande Hoevestraat Verwijst naar de afgebrande hoeve van Janssens, de vroegere Kouwerheide. Vijverlaan Verwijst naar een vroegere vijver of visput bij de Babbelkroonbeek (1650). Vitsenveld Verwijst naar een veld waar peulvruchten (wikke) werden geteeld of naar een omheining uit vitsen (tenen). Vlierenpaal Een vlierstruik die als grenspaal diende van een eigendom (17e eeuw). Volderij Verwijst naar het (vilt)bedrijf en de werkplaats van een lakenbereider aldaar (1431). Vredestraat Compromisnaam om discussie rond de naam van de verbindingsweg tussen Kontich en Hove te beslechten
.1 15
18
en
ng
eri
in Re
Salviastraat Verwijst naar de plant salie (salvia viridis) Satenrozen Verbasterde naam voor de Kartuizersbossen (15e eeuw). Scheibeek Verwijst naar de Edegemse beek die de scheiding tussen Kontich en Edegem vormt. Scheihagenstraat Verwijst naar het gebied met bossen, beemden en velden dat de vroegere scheiding tussen Kontich en het gehucht Lint vormde (15e eeuw). Schoolstraat Genoemd naar de school die hier in 1853-54 werd gebouwd. Schuttershofstraat Verwijst naar de schuttersdoelen van de SintSebastiaansgilde (15e eeuw). Schuurveld Verwijst naar een veld nabij een vroegere schuur van Hoeve ter Beke (18e eeuw). ’s-Herenlei Volksetymologische verbastering van de familienaam De Herde (1309). Singel Genoemd naar het stuk land gelegen tegen de hofgracht en de dreef van de hoeve Blauwe Steen Sint-Jansplein Onduidelijke oorsprong, maar mogelijk verwijzend naar een vroeger beeldje van Sint-Jan. Sint-Martinusplein Verwijzend naar de patroonsheilige van de parochie op de plaats waar het kerkhof van de eerste kerk stond (1396). Sint-Martinusstraat Verwijst naar de patroonsheilige van de parochie (1396). Sleutelstraat Verwijst naar herberg en later brouwerij De Sleutel (1429). Spoorwegstraat Verwijst naar de vroegere spoorweg tussen Antwerpen en Boom die hierlangs liep. Staf Van Elzenlaan Kontichse kunstschilder, eerste directeur GASK ( 19151987) Stationsplein Verwijst naar het station van Kontich-Lint op de lijn Antwerpen-Brussel. Steenakker Verwijst naar grond met veel stenen, waarschijnlijk afkomstig van de vroegere Gallo-Romeinse nederzetting (1425). Steentjeslaan Vroeger Abelenlei, vermoedelijk vroeger een kiezelweg. Strepestraat Verwijst naar de lange vorm van een strook veld dat toebehoorde aan de Schapenhagehoeve.
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Vrijsel Plaats- en familienaam (12e eeuw), hier verwijzend naar de nabijgelegen molen van het Vrijselhof, latere benaming Molen van Schoesetters Waarloosveld Vroegere Tenhoutenhoefweg en een stuk van vroegere Reetsebaan. Verwijst sinds 1991 naar een veld dat als gemeenschapsgrond diende (1426) Wierookstuk Stuk land dat aan de Gentse Sint-Baafsabdij behoorde. De opbrengst diende mogelijk om de wierook in de abdijkerk te bekostigen. Wildemansstraat Refereert sinds 1426 aan de familienaam van de eigenaars van hoeve en gronden, de Mechelse familie Wellemans. Wild Veld Perceel land van Wilde Hoeve of Hoeve ter Beke, al in 1376 Wilsvelde genoemd. Wilgstuk Veldnaam uit 1658. Wipstraat Genoemd naar voormalige herberg De Wip (Antwerpse steenweg 117) waar naar een staande wip in de tuin werd geschoten
Wisselbeemd Herinnert aan vroeger landbouwgebruik waarbij twee naast elkaar gelegen weilanden aan twee elkaar steeds opvolgende pachters werden verhuurd in een beurtsysteem Witte-Stedeweg Genoemd naar een hofstede met brouwerij, destijds gelegen aan het kruispunt waar ook de Groene Wandeling stond, nu rotonde. Witvrouwenveldstraat Kan zowel verwijzen naar eigenaars, (cistercienzer)zusters, of naar de alhier rondspokende “witte juffrouwen” in de 15e eeuw Zilverbergstraat Verwijst naar de veldnaam voor een perceel van de Pauwhoeve Zwarthoutstraat De Zwerthoute Straete (1817) heeft thans een gewijzigde loop. Verwees oorspronkelijk wellicht naar de zwarte els.
Activiteitenkalender Museum voor heem- en oudheidkunde Het museum is weer open! Elke zondag van 14 tot 17 uur, behalve op Pasen en Pinksteren. Bezoek onze site www.museumkontich.be voor het recentste nieuws, alle activiteiten en de verhalen uit het gemeentelijk contactblad (Heemkundige sprokkelingen) of uit Kontich-Waarloos Vroeger en Nu. Ben je op zoek naar de oude nummers van Reineringen of publicaties die met Kontich te maken hebben? Surf dan gewoon naar www.issuu.com. Op deze webstek tik je bij zoeken gewoon “Reineringen” of “Kontich” in en je komt zo bij onze vroegere nummers terecht. Activiteitenkalender Lezingen in samenwerking met de Gemeentelijke Erfgoedraad in het Cultuurhuis Altena (tickets: uitwinkel@kontich.be): • 18-04-2024: Greet Verschatse, Lief en leed: prostitutie in de Eerste Wereldoorlog • 2024 (?): Susan Hamlyn, Janet Dean & Paul Catteeuw – Margriet Ballegeer en Willy Katzenstein Abonnees van Reineringen – vrienden van het museum Graag houden we jullie op de hoogte van al onze activiteiten en publicaties. Dit is echter enkel mogelijk als u ons uw e-mailadres bezorgt via reineringen@gmail.com. Uiteraard kan u zich altijd laten uitschrijven op eenvoudig verzoek aan hetzelfde mailadres.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.1
Facebook Je vindt onze heemkundige kring nu ook op Facebook. We posten er op regelmatige basis foto’s uit de oude (en nieuwe doos). Enkele honderden mensen hebben de weg al gevonden. Hoe geraak je erbij? Zoek gewoon onder “Kontichse historische weetjes”. Ook op LinkedIn zijn we aanwezig. Daar vind je berichten i.v.m. de heemkundige kring. 19
Retouradres: Koninklijke Kring voor Heemkunde Duivenstraat 22 2550 KONTICH
Reineringen 15 (2024), 1 Driemaandelijks (januari - maart 2024) Afgiftekantoor Herzele P 912187 - Herzele
INHOUDSTAFEL: Pagina 1 Voorwoord Pagina 2 Het huis Coveliers Pagina 6 Duits bezoek Pagina 7 Schoenmaker, een uitstervend beroep Pagina 10 Johannes Vermeer, door Marc Buelens Pagina 12 Twintig jaar Lapzussen Pagina 14 BMW in Kontich Pagina 16 Straatnamen (deel 3) Colofon Reineringen, Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, 15 (2024), 1 ISSN 2033-2742 Redactie: Paul Catteeuw, Chris Claes, Erwin Van de Velde, Ilse Van Weert en Paul Wyckmans Eindredactie: Paul Catteeuw Druk: Editoo, Erpe-Mere Verantwoordelijke uitgever: Paul Catteeuw, Duivenstraat 22, BE-2550 Kontich Correspondentieadres: reineringen@gmail.com © 2024 – Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich De auteurs zijn verantwoordelijk voor de inhoud van hun eigen bijdrage. Abonnementen (inclusief lidmaatschap “Vrienden van het museum”): minimum 20 euro. Te betalen op rekeningnummer BE77 4155-0442-2142 met de vermelding van uw naam, adres en “Reineringen 2024”. Het IBAN-kenmerk is KREDBEBB. Voor een los nummer kost 5 euro Gelieve eventuele adresveranderingen zo snel mogelijk aan ons mee te delen. Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, Documentatiecentrum Duivenstraat 22, BE-2550 Kontich, +32 3 457 86 04 heemkunde.kontich@gmail.com
Museum voor Heem- en Oudheidkunde Bibliotheek- en cultuurgebouw Sint-Jansplein, BE-2550 Kontich www.museumkontich.be