Skip to main content

PanEssay oktober 2021

Page 1

JAARGANG 34 | NR 3 | OKTOBER 2021

PA N E S S AY FACULTEITSBLAD

DER

M.F.V.

PANACEA


wij bieden nachtrust

Groningen Oosterwolde Leek www.vandermeeracc.nl

VAN DER MEER

accountants & adviseurs


11

14

Crescendo decrescendo

18

Cultural injection

To PHD or not to PHD

Medical museums

22

24

Naamsbekendheid

Back to the past

Eponiemen in de Geneeskunde

De ontdekking van vitamines

5

Uit de hokken

6 8

To PHD or not to PHD

18

Commissiepagina

Mythes vega(n) leefstijl

20

Prof. progress test

Naamsbekendheid

22

Back to the past

24

Hungry for new places

26

Crossword

28

Activiteitenkalender

29

Crossword solution

30

Colofon

31

10

Fotopagina

11

Crescendo decrescendo

12

Liefde voor het vak

13

History of the faculty

14

Cultural injection

16

Fotopagina


Bouwen aan de toekomst van gezondheid Net als jij bouwt het UMCG aan haar toekomst. We bedoelen dat in veel gevallen figuurlijk: werken aan verbeterde behandelmethoden, op zoek naar doorbraken in onderzoek of initiatieven realiseren waarbij kwaliteit en patiëntgerichte zorg leidend zijn. Ons speerpunt Healthy Ageing is sterk verankerd in ons onderwijs, zorg en onderzoek. Zo bouwen wij aan de toekomst van gezondheid.

Wil je meebouwen? Check onze vacatures op werken.umcg.nl.


Uit de hokken

Uit het redactiehok The breath of summer and travel we so needed has come and gone too quickly, and we return to a new academic year. The past year and a half has been a difficult time, needless to say. But we are seeing the light at the end of the tunnel with rising vaccination rates, falling hospitalizations and deaths, and the relaxation of COVID-19 measures. More importantly for us students, in-person learning has resumed partially and will hopefully return completely. It is crazy to think about how long we have awaited this moment; for some like myself, half of the Bachelor education will have taken place online. I am fortunate to take over as the chief editor of the PanEssay during a time when we can finally enjoy delicious committee dinners and sweet trips across the country. I especially look forward to welcoming our new members, whose voices you will hear in the next edition. Our brand new website is also up and running, so you can read our articles at your convenience. There, you will also find our fantastic new logo, selected based on your votes.

This edition features a look at some of the figures that shaped our faculty and medicine at large: Antonius Deusing, Aletta Jacobs and Alzheimer, among others. For the true history buffs, discover the medical museums in Groningen in the following pages. If you are wondering if the MD/PhD program is right for you, continue to page 18. Or, if you are simply looking for a nice restaurant in town, read on. Of course, these are but a few of the nuggets of information and stories that this PanEssay has in store for you. I hope it can bring you some entertainment during the rain and gloom of a Dutch autumn. Enjoy!

Uit het bestuurshok In de afgelopen maanden zijn de maatregelen ten opzichte van juni versoepeld. Dit heeft ook geresulteerd in de eerste, grotere, fysieke activiteiten. Het introductiekamp kon, met strenge toegangscontroles en coronamaatregelen, bijna als vanouds doorgaan. Verder hebben we aan het einde van het studiejaar onze Diesweek nog, aangepast, kunnen laten doorgaan. Er was een thema-inloopuur bij Villa Volonté, een dagje botje varen in Giethoorn en een dag suppen op de Groningse grachten.

Op het moment van schrijven is de zomervakantie net voorbij. Studenten mogen weer fysiek langskomen op de faculteit om onderwijs te volgen. De kantine stroomt weer vol en de faculteit is minder stil. Ontzettend leuk om jullie allemaal weer te zien.

Tenslotte heeft tegen de tijd van verschijning de september ALV plaatsgevonden, waarin de bestuurswissel heeft plaatsgevonden. Het nieuwe beleidsplan is goedgekeurd en het volgende bestuur zal vol enthousiasme het komende Lustrumjaar ingaan. Er zullen vele activiteiten georganiseerd worden in de komende maanden, waaronder activiteiten rondom de Benefietmaand, de wintersport en de Lustrumweek. Hopelijk zien we jullie daar allemaal!

5


Commissiepagina

Lustrum GalaCie Heeft er iemand zin in een feestje? Nou wij wel! Wij hebben namelijk de geweldige taak om voor aankomend naar het jaarlijkse galabal te organiseren. En dat wordt er niet zomaar eentje… Dit jaar zal het galabal namelijk tijdens de Lustrumweek van Panacea georganiseerd worden. Dat betekent dus een éxtra groot feest voor éxtra veel mensen! Als galabalcommissie organiseren wij naast het bal ook het voorafgaande galadiner dit jaar. Een goed gevulde lijst taken dus! En alles moet een verassing blijven natuurlijk. Tijdens de corona-lockdown hebben wij allemaal 1001 nachten liggen dromen van leuke feestjes, dus aan inspiratie geen gebrek. Lijkt het jou ook leuk om op ons galafeest te komen, houdt dan de social mediakanalen van Panacea in de gaten en zorg dat je op tijd bent voor een kaartje!

JV3 Hey allemaal! Wij zijn de JV3 en meteen ook de gezelligste, leukste en hechtste (meiden)commissie van Panacea! Bachelor drie … het laatste jaar voordat de coschappen beginnen! Zoals ook in jaar 1 en 2 voeren wij dezelfde taken uit als afgelopen twee jaar, dus dat riedeltje kennen jullie al. Wij zetten ons in voor de studenten en indirect ook voor alle bachelor drie die na ons volgen. Binnen onze commissie hebben wij ook verschillende functies, waar vooral de TenCie het échte werk levert. Is er een vraag in het tentamen verwarrend geformuleerd? Of is het antwoord volgens jou verkeerd? Via het evaluatieformulier kun jij ervoor zorgen dat je misschien een paar punten bij je tentamenscore op sprokkelt! Verder hebben we de SemCie en de ComCie nog. Alle colleges die worden gegeven worden geëvalueerd door deze twee subcommissies. De SemCie richt zich op de colleges en practica’s van het thema en de ComCie doet hetzelfde, alleen dan voor de taken van de community. Verder kunnen jullie ons altijd mailen op: jaarvertegenwoordiging2019@gmail.com, indien er vragen of opmerkingen zijn over bachelor drie. EN DAN last but not least hebben we nog de PRCie … die niet zo

6

heel veel taken hebben gehad afgelopen twee jaar, maar vooral de rest ondersteunen waar nodig. Binnenkort mogen ze samen met de YR3 de mouwen weer opstropen omdat op 2 november de eerste (en laatste) After Tentamen Borrel (ATB) wordt gehouden! Omdat afgelopen twee jaar de borrels niet zijn door gegaan belooft het gek feestje te worden in Villa Volonté! Hou onze insta in de gaten voor verdere informatie @jv3_panacea!!! We gaan er wat moois van maken dit jaar! Liefs, JV3


Hart Geruis Hart Geruis is dé geneeskundecoverband van Groningen die inmiddels ook andere uithoeken van Nederland heeft veroverd! In onze herkenbare hartjespakken stelen wij, als artsen in spé, de show. We mogen onszelf inmiddels wel de band of the medleys noemen en van bestaande nummers maken wij ons eigen origineel. Als visitekaartje van Panacea trekken wij van Maastricht tot Amsterdam en van Enschede tot Utrecht om feesten, gala’s, bruiloften, benefietdiners en sporttoernooien te voorzien van een avond vol entertainment, visuele prikkels en lekkere hitjes.

Voor een deel van de huidige formatie komt er helaas een einde aan hun Hart Geruis-tijdperk. Daarom zijn we op zoek naar vers bloed! Zing je graag of bespeel je een instrument? Heb je zin om eens per week te repeteren? Ben je een podiumbeest en gek op feestjes? Meld je dan aan om auditie te komen doen door te mailen naar hartgeruis@panacea.nl.

BeCO Nog een paar nachtjes slapen en dan is het zover, dan breekt ein-de-lijk de mooiste maand van het jaar aan: oktober. Nu denk je bij oktober misschien niet meteen aan de leukste maand van het jaar. Het is doorgaans snertweer, het laatste festival is voorbij en misschien heb je zelfs je eerste tentamen van het jaar alweer flink verpest. Maar gelukkig hebben wij, als BeCo, alles uit de kast getrokken om een hersfdippie tegen te gaan. Het enige wat jij nog hoeft te doen, is komen naar AL onze activiteiten (maar dan ook echt alle) en dan kun je fluitend november tegemoet.

11/10 orgie feest: een van de eerste en gelijk natuurlijk ook het leukste feest van het jaar. Met dit jaar als thema: buiten westen in het wilde westen. Kom vooral op tijd want wij hebben nog een leuke verrassing voor de lieve early birds. 14/10 BeCo kermis: met een suikerspin in je rechterhand en een biertje in je linker kun je genieten van alle attracties op onze eigen BeCo kermis! 21/10 benefietdiner: onder het genot van een hapje en een drankje kun je hier bieden op van alles en nog wat!

En nu komt nog het mooiste, het is niet alleen vet leuk, maar ook nog eens voor een goed doel. Al het geld wat op onze activiteiten wordt opgehaald gaat namelijk naar de oncologie afdeling van het UMCG, zodat ze daar schermen voor bij de hometrainers kunnen aanschaffen. Op deze schermen worden dan mooie fietsroutes geprojecteerd. Zo kunnen patiënten die daar dagen, soms weken, liggen toch nog een beetje op een leuke manier fit blijven! Dus zet het nu gelijk in je agenda…

7


Seung-Jae Yoon

Prof. progress test Pulmonary Physiology In… out… It seems so simple, but there is a lot going on between air entering our lungs and appearing in our cells – you only have to think back to the long list of pulmonary volumes, capacities and confusing graphs from the first year. Whether the COVID-19 pandemic has piqued your curiosity in pulmonology or you simply want to revise for the next progress test, I will explain the basics of pulmonary physiology n the following paragraphs.

Pulmonary ventilation During inspiration, air is actively drawn into the lungs by the diaphragm and external and internal intercostal muscles. Accessory muscles such as the sternocleidomastoid and the anterior serrati come into play during labored breathing. In contrast, normal expiration is a passive process whereby the lungs are compressed by the elastic recoil of the lungs, rib cage and diaphragm. We can also force expiration with the use of abdominal and internal intercostal muscles. Lining the chest cavity and wrapping the outside of your lungs, there is a membrane called the pleura. Between the two pleural layers is a small space normally filled with fluid. This fluid helps the pleura glide across each other smoothly during ventilation. The amount of pleural fluid, which is controlled through lymphatic drainage, also determines the pressure in the pleural space. This intrapleural pressure is formed by the opposing forces. The elasticity of the lungs and surface tension of alveolar fluid pull the lungs inward, whereas the elasticity of the chest wall pulls the lungs outward. Ultimately, the latter is slightly greater, creating a negative intrapleural pressure of -5 to -8 cmH2O. Lung compliance describes expandability, which is a function of alveolar surface tension and elastin and collagen fibers. Respiratory resistance describes the frictional forces in the airway and the elastic recoil of the thorax. These concepts can be represented in a compliance diagram, where inspiration and expiration produce the bottom and top curve, respectively. The total work of breathing is the area between the two curves, and compliance is the area of a triangle with the y-axis and midline of the loop as its sides.

8

The normal range of respiratory rate for adults is 12-16 breaths per minute, and this number is much higher in children. In a healthy, young adult, the volume of air in each breath is around 500mL (tidal volume, V T ). The volume of air that can be inspired or expired with full force is called the inspiratory or expiratory reserve volume (IRV or ERV), respectively. Residual volume (RV) is the air that cannot be expired, which gradually increases with age. Combinations of these volumes will give us four pulmonary capacities: • Inspiratory capacity: total volume that can be inspired (V T + IRV). • Functional reserve capacity (FRV): volume left after normal expiration (RV + ERV). • Vital capacity (VC): volume expired after a full inspiration (V T + IRV + ERV). • Total lung capacity: maximum volume of the lungs.


There are numerous respiratory function tests that estimate pulmonary volumes and capacities. Spirometry is the most common and measures expiratory volume (FEV1) and vital capacity (FVC) in a forced breath. Their ratio, FEV1/FVC, is normally around 75% and can be used to distinguish obstructive and restrictive lung disease. In obstructive lung disease, the airways are narrowed, making it difficult to exhale quickly (e.g. asthma, COPD, cystic fibrosis); thus, the FEV1/FVC ratio will decrease. In restrictive lung disease, the volume of the lungs is decreased (e.g. scoliosis, kyphosis, interstitial lung disease); both FEV1 and FVC will reduce and their ratio will remain at 75%.

Alveolar diffusion Air passes from the upper (nasal cavity, pharynx, larynx) to the lower respiratory tract (trachea, bronchi, bronchioles, alveoli). The water vapor and CO2 in the airways mix with the atmospheric air, diluting the O2 partial pressure to 104 mmHg and increasing the CO2 partial pressure to 40 mmHg. The air must then diffuse through a layer of surfactant, alveoli and endothelium to finally end up in the blood. Several factors influence the diffusion rate of gases across the respiratory membrane, such as the membrane’s thickness and surface area. The upper lung is relatively poorly vascularized, creating a dead space where the alveolar air is not being made use of fully. In contrast, the lower lung can only expand to a limited extent, creating a physiological shunt where there is an “excess” of blood flow in comparison to a lack of ventilation.

Gas transport The oxygenated blood from the lungs and deoxygenated blood from the coronary and bronchial veins mix in the left atrium, decreasing the partial pressure of O2 to 95 mmHg. This will drop further to 40 mmHg in peripheral capillaries and veins as O2 is released to tissues. Most (97%) of the oxygen in blood is bound to hemoglobin, and 3% is in a dissolved form. The level of hemoglobin saturation primarily determines how much oxygen can be present in blood. With a saturation of 97% in arteries, the O2 partial pressure is 95 mmHg. However, the partial pressure starts dropping drastically as saturation falls below 90%, requiring intervention to prevent hypoxia. The O2-hemoglobin dissociation curve describes this relationship between hemoglobin saturation and O2 partial pressure. However, certain conditions will cause this curve to shift. A high CO2 concentration, high temperature and low blood pH will cause hemoglobin to release O2 more easily, rotating the curve to the right (a.k.a. the Bohr effect). The opposite of these conditions will conversely rotate the curve to the left. The remarkable ability of hemoglobin to adapt its O2 affinity in different conditions allows the maintainenacne of an almost constant O2 level in tissues.

The process of CO2 transport begins at the tissues. CO2 partial pressure is 46 mmHg in cells and is diluted to 40 mmHg in the alveoli. Most of the CO2 is transported in blood in the form of a bicarbonate ion, but some of it is dissolved or bound to hemoglobin. Similar to how a rise in CO2 concentration displaced O2 from hemoglobin, the binding of O2 to hemoglobin displaces CO2 from the blood and into the alveoli (the Haldane effect).

Regulation of respiration Ventilation is regulated by the respiratory center in the medulla oblongata, which has 3 parts. The dorsal respiratory group generates the basic rhythm of breathing (in which exhalation takes longer than inhalation). The ventral respiratory group comes into action during strenuous breathing and stimulates forceful inspiration and expiration. The pneumotaxic center limits the duration of inspiration, which in turn increaes the rate of breathing. The respiratory center cannot function on its own, however, as it needs to respond to changing levels of CO2 and O2 . Central chemoreceptors detect the level of CO2 and H+ in the body and increase ventilation. This stimulatory effect is most important during the first two days, after which the effect diminishes. Peripheral chemoreceptors in the carotid and aortic bodies, exposed to arterial blood, are stimulated by low O2 partial pressure. The effect is particularly strong when O2 falls below 60-80 mmHg. These receptors can also be stimulated slightly by a raised CO2 or H+ concentration, which produces a quick but weak increase in ventilation; this response is thought to be important at the onset of exercise.

9


Rob van Ouwekerk

Onderwijscolumn Niets veranderlijker dan de mens Dat beet mijn moeder mij en mijn zus vaak toe als we weer eens wat anders wilden zoals een compleet nieuwe kledinglook, wisselen van sportclub, of overstappen van vlees naar macrobiotisch eten. En als je er over nadenkt lijkt het ook wel te kloppen, mensen veranderen gedurende hun levensloop in verschillende gedaanten, gedrag en gedachten We passen ons ook verdacht makkelijk aan aan onze omgeving. Vlak na je geboorte heb je nog niet zoveel invloed op de omgeving om je heen. Het helpt om te gaan huilen als je eten wil, maar verder gebeurt er weinig. Ook aan het eind van het traject is de invloed op de omgeving niet meer zo groot, zoals ik aan mijn dementerende moeder zie. Maar de periode daartussen zijn wij aan zet, en is het aan ons om kleuring te geven aan de wereld waarin we leven en om door datzelfde leven getekend te worden. Tijdens mijn middelbareschooltijd was het wereldbeeld als gevolg van de koude oorlog weinig rooskleurig. Ik was onderdeel van de zogenaamde no-future generatie en we leefden met de gedachten dat een kernoorlog ieder moment een einde aan ons leven kon maken. Gelukkig viel dat later allemaal wel mee, en heeft die periode met name veel mooie muziek voortgebracht. Maar ook in die tijd was al duidelijk dat als je wat wilde veranderen aan de wereld, jezelf in actie moest komen, getuige ook de vele demonstraties tegen kapitalisme en de dreigende oorlog. Op mijn 18e ben ik van een Veluws dorp verhuisd naar Groningen om daar Economie te studeren, dat laatste vooral als een ongeuite wens van mijn ouders. De vertrouwde gezichten van de middelbare school had ik nou wel gezien, en ik ging daarom als enige studeren in een, voor mij, volstrekt onbekende stad. In de landbouwwerkweek was ik een tijdje een logé op een boerderij in Garsthuizen geweest, maar dat was het wel met mijn ervaring met stad en ommelanden. Maar eigenlijk had ik mijn draai in de stad vrij snel gevonden, ondanks dat ik na drie maanden doorhad dat Economie niet echt de studie voor mij was. Groningen bood echter meer dan genoeg afleiding in muziek en live concerten. Tijdens mijn vervolgopleiding Psychologie in de jaren 80 speelde een verhit debat tussen de Persoonlijkheidspsychologen die stellig geloofden in de stabiliteit van het menselijk gedrag en de gedragspsychologen die overtuigd waren van de adaptiviteit en leerbaarheid van de mens en daarmee de maakbaarheid van de samenleving. Tegenwoordig zou dit het nature-nurture vraagstuk genoemd worden zoals

10

dat ook in de moderne geneeskunde voorkomt. Nu wordt in dit debat aangenomen dat de waarheid wel zo ongeveer in het midden ligt. Ikzelf zat toen echter meer in het kamp van de gedragspsychologen, al was het alleen maar omdat ik het onverteerbaar vond dat de menselijke persoon in vijf basiskenmerken te beschrijven zou zijn. In mijn academische carrière heb ik vaak de nadruk gelegd op wat mensen drijft en hoe zij de omgeving om hen heen vormgeven en veranderen, maar daardoor zelf ook weer veranderen. De laatste jaren heb ik dat vooral gedaan door het opzetten van een radicaal open academisch programma waarin studenten gestimuleerd worden om zoveel mogelijk talenten bij zichzelf te ontdekken en te ontwikkelen. En hoewel ik het daar prima naar mijn zin had, heb ik begin van dit jaar bij het UMCG een nieuwe werkkring gevonden als hoofd van de academische opleidingen. Maar ja, mijn moeder wist het al.


Chris Lenselink

Crescendo-decrescendo Cocolumn Om maar met de deur in huis te vallen: ik was stiknerveus voor de eerste dag van de master. Je hoort van iedereen dat het allemaal wel meevalt, maar daar had ik natuurlijk geen oren naar. Waarvoor ik dan zo nerveus was, weet ik eigenlijk niet meer. Gelukkig gaat de leercurve steil omhoog: na één week kan je al een stenografische zin produceren als: S1 S2, holosystolische souffle graad III/VI, crescendo-decrescendo, PM 2e ICR rechts, uitstraling over carotiden – en dan ook nog half wetende wat dat betekent. Inmiddels heb ik mijn eerste blok achter de rug, wat uiteraard betekent dat ik masterexpert bent. Voor de volledigheid zal ik even zeggen hoe M1 eruitziet. Er zijn vier blokken, waarvan elk blok begint met een week consultvoering, dan vier weken klinisch training centrum (KTC) en tot slot vijf weken klinische stage die past bij de vaardigheden die je tijdens het KTC geleerd hebt. Bij het eerste blok begin je met twee weken consultvoering. Bij de eerste sessie komt iedereen redelijk gespannen binnen – je weet niet precies wat er van je verwacht wordt, wel dat je later op de dag je kleren uit moet doen. Achteraf kan ik alleen maar zeggen dat het heel erg meevalt. Iedereen is professioneel en het is totaal niet ongemakkelijk. Onhandig misschien wel, hoe moet zo’n stethoscoop eigenlijk in je oren? Deze week was het voor het eerst dat ik me enigszins als een arts begon te voelen. Niet alles is echter zo spannend als het lijkt: de levergrens in de midclaviculair lijn percuteren is niet meer dan vanaf de buik omhoog kloppen totdat een hol geluid over gaat in een dempend geluid – maar dat klinkt natuurlijk niet spannend genoeg. De apotheose van de eerste twee weken consultvoering is de opname met een simulatiepatiënt. Vergelijkbaar met de consulttoetsen in de bachelor, met als groot verschil dat je er nu wel iets zinnigs van zou moeten kunnen maken. Gelukkig lukt het de meeste mensen wel om tot een werkdiagnose te komen. De vier weken die volgen verschillen per blok, maar hebben als leidraad diverse consultsessies en praktischevaardighedensessies. Die sluit je af met een kennistoets en praktischevaardighedentoets. Ik ben begonnen met het blok Geneeskunde (ja, vage term hè) en had daarna stage bij de Nefrologie. De interne vakken lijken mij het leukst, dus ik was best tevreden met de indeling. Ook hier was ik nerveus voor de eerste dag – maar wie niet? Ik kan niet ontkennen

dat het goed voelt om een witte jas uit de muur te halen (in goed jargon), een stethoscoop in je jaszak te doen en dan glijden naar de afdeling. KTC is leuk, maar je leert al gauw dat het er in de praktijk iets anders aan toe gaat. Patiënten (én artsen) snappen niet altijd dat een anamnese gestructureerd moet zijn. Ook had ik bij de PV-toets de tip gekregen om mijn longpercussie nog eens te oefenen, maar de zaalarts lachte me uit en zei dat “we dat hier niet doen”. Het viel me best wel tegen hoe veel tijd er daadwerkelijk wordt besteed aan ‘dokteren’, de halve dag zat ik achter de computer. De AIOS vroeg me op dag 2 lachend of ik nog wel arts wilde worden. Hoewel ik dat zeker nog wil, vraag ik me wel af of ik in een ziekenhuis wil werken later – huisartsgeneeskunde, dat ik nooit heb overwogen, lijkt opeens zo gek nog niet. Eigenlijk is de master net als de souffle die ik eerder beschreef: crescendo-decrescendo. Soms gaat alles goed, soms lijkt alles naar beneden te gaan. Dat maakt echter niet uit, iedereen heeft dat namelijk. Ik denk dat M1 echt bedoeld is om de gang van zaken in de kliniek te leren kennen en te oefenen met anamnese en consultvoering. Eigenlijk is dat best een fijn idee, in M2 zien we wel weer. Nog een paar tips: 1. Haal een labwaardenkaartje bij de personeelswinkel 2. Heb altijd een pakje Dextro in je jas 3. Begin op tijd met de beoordelingen in Scorion 4. Koop een strippenkaart bij de koffiezaak, de koffie uit de automaten is echt niet te drinken 5. De Groene Wereld heeft havercappuccino (hdp!)

11


Jonat Zigelboim

Liefde voor het vak Huisarts in opleiding Rond mijn 15e jaar wist ik al dat ik geneeskunde wilde gaan studeren. Als ik een keer bij de huisarts kwam, ging ik er vaak weg met het idee dat het mij zo’n mooi vak leek: je lost de hele dag een soort puzzeltjes op over het menselijk lichaam. Tegen de tijd dat ik eindexamen deed leek het me wel wat om voor een snijdend specialisme te gaan; lekker praktisch bezig zijn. Maar eigenlijk heb je als je met de studie begint geen idee welk specialisme nu daadwerkelijk bij je gaat passen, en hoe het nu is om als arts aan het werk te gaan. Ik merkte als coassistent echter ook niet een hele duidelijke voorkeur te hebben voor één specialisme. Wel merkte ik dat ik me tussen sommige specialisten meer thuis voelden dan anderen. Tussen de chirurgen of orthopeden zag ik mezelf ineens helemaal niet meer werken. Toen belande ik bij mijn leukste stage, namelijk die bij een huisarts in Engelen. Het vak waar mijn fascinatie voor de geneeskunde mee begonnen was. Ik hield van de kleinschaligheid van de praktijk. Ik was er al aan gewend dat het er in het ziekenhuis best hard en onpersoonlijk aan toe kan gaan. In de praktijk heerste juist een hele gemoedelijk en persoonlijke sfeer, en ik was verbaasd hoe goed de huisartsen en assistenten hun patiënten kenden. Ik merkte daarnaast dat het vakinhoudelijk ook bij me paste, want je ziet op een dag een breed scala aan klachten bij een populatie die varieert van baby tot bejaarde. Dit maakt het vak ook erg uitdagend! Ook vond ik het prachtig om het spreekuur halverwege de dag te onderbreken om visites te rijden. Zo was er een man met de ziekte van Kahler die we bijna wekelijks bezochten en waar ik in de loop van de stage ook alleen heen ging. Het ging steeds slechter met hem, wat voor mij een eerste aanraking met echte palliatieve zorg betekende. Het maakte veel indruk op me hoe de huisarts de patiënt en zijn familie op een prettige manier door deze moeilijke fase begeleide. In familiegesprekken werd uitgelegd wat patiënt en familie mogelijk te wachten stond en wat voor keuzes er waren. Hierdoor werden angsten weggenomen en ontstond er een soort berusting. Uiteindelijk werd gezamenlijk gekozen voor een euthanasie. Ik had tijdens ‘de procedure’ moeite om mijn emoties te bedwingen, met name toen het verdriet bij de familie loskwam. Ik heb buiten een traantje gelaten maar besprak ook met mijn opleider: later wil ik dit ook zo mooi kunnen begeleiden. Daarom koos ik ervoor na mijn afstuderen nog even aan de slag te gaan in vakgebieden waarvan ik dacht dat het me goed zou voorbereiden het vak. Ik heb een jaar gewerkt op

12

de cardiologie en een jaar in een verpleeghuis. Hierna voelde ik me klaar om voor de opleiding te solliciteren. Inmiddels zit in het laatste jaar van de opleiding. Ik vond het in het begin best spannend dat dagen zo onvoorspelbaar kunnen zijn, met geregeld spoedconsulten of -visites tussendoor en veel overlegjes met assistenten en praktijkondersteuners. Het was even zoeken om een balans te vinden tussen efficiënt knopen doorhakken en het risico op fouten zoveel mogelijk beperken. Ik kan nu juist wel genieten van die dynamiek. Visites doen (op de fiets) vind ik nog steeds erg leuk (tenzij het enorm stinkt of er een dreigende hond op je staat te wachten). Je krijgt een uniek kijkje bij mensen thuis. Dit kan je waardevolle informatie geven over je patiënt, zeker als het om een kwetsbaar evenwicht gaat. Ook is het erg leuk om te zien hoe creatief mensen kunnen zijn met hun woonkamers. Zo heb ik een gehele Ajax inrichting inclusief arena-salontafel gezien, en zijn er nog vele andere verzamelingen voorbij gekomen. Ik vind communicatie één van de interessantste onderdelen van het werk. Hoe zorg je voor goed contact met een patiënt? Voelt iemand zich gehoord? Dit zijn dingen die bij uitstek belangrijk zijn in ons vak, juist omdat je als huisarts zo dichtbij je patiënten staat en mensen over lange periodes van hun leven begeleid. Kortom hebben de breedheid van het vak, het persoonlijke karakter en kleinschaligheid mij uiteindelijk naar dit werk getrokken. En ik kan zelfs nog wat kleine ingreepjes doen! Het leuke is dat je als huisarts best veel vrijheid hebt om je te specialiseren in gebieden waar je extra interesse in hebt, en als je je bekwaam voelt mag je veel. Daarnaast vind ik dat de opleiding ook erg goed in elkaar steekt. Er is naast medische inhoudelijke verdieping veel aandacht voor persoonlijke ontwikkeling: Wat voor arts wil je zijn? Wat voor invloed heeft je eigen achtergrond op jouw communicatiestijl? Hoe zorg je voor een goed werk-privé balans? Onderwerpen die net zo belangrijk zijn om je tot een goede en gelukkige (huis)arts te ontwikkelen, want tuurlijk zijn er ook minder leuke kanten en moeilijke momenten. Ik hoop dat mijn passie voor het vak alleen maar groter wordt als ik straks echt als huisarts aan de slag mag, en dat ik jullie wat inzicht gegeven in dit prachtige vak!

12


Ivanka van Wijk

Who’s who Notable figures from the faculty of Medical Sciences Antonius Deusinglaan 1: The home for all medical students in Groningen, a convoluted mess of old and new buildings where the next generation of doctors learn the skills of the trade. While most students will study at their faculty for three years, we are looking at 6 or more years being educated at the faculty of Medical Sciences. So why not get to know this institution and its rich history in the meantime? The past may surprise you! In the Netherlands, our faculty in Groningen is the second oldest Medical faculty. It was created at the same time the university was in 1614, alongside the faculties of Law, Philosophy and Theology. Since then, the faculty has known various famous professors and students. Let’s start with the man who’s name you are already familiar with: Antonius Deusing! Antonius Deusing Antonius Deusing was a highly educated academic and one of the first professors of Medicine in Groningen. He began his career studying Philosophy in Leiden, but later went on to study other disciplines including Medicine, Mathematics and foreign languages. He became a Medical doctor in 1637, and thereafter worked as a professor of Medicine and city doctor in Harderwijk. Ten years later, the highly decorated doctor was inaugurated as a professor at the Medical faculty of the University of Groningen (Rijksuniversiteit Groningen, RUG). However, the Academy of Harderwijk desperately wanted Deusing back, and offered him a position as headmaster. Not wanting to lose their newly appointed professor, the RUG increased his salary until Harderwijk could no longer afford to steal him away. He taught new doctors the trade and became Rector Magnificus of the RUG (twice!). After a long career in academia, Antonius Deusing left a lasting mark on the RUG and the Medical faculty. Aletta Jacobs Aletta Jacobs is not just the name of the anxiety-evoking orange building you visit once a month for exams. Jacobs was a revolutionary female student and academic, studying at our very own Medical faculty here in Groningen! Not only was she

the first woman in the Netherlands to attend university, she was also the first female Dutch physician and PhD graduate. Her historical career began when she wrote a letter to Minister Thorbecke in 1871, stating her desire to attend university lessons. He granted her permission with her father’s approval. After attending classes at our Medical faculty, she completed her PhD and went on to use her education to further help other women. Notably, she provided free consultations on the methods of birth control to women who were unhappy and tired of recurrent pregnancies. This was a novel concept at the time. Outside of Medicine, she also advocated for women’s rights and equality. This amazing woman would be proud to see that there is a majority of female students studying Medicine at our faculty! Petrus Camper You may have heard of this professor due to the street located behind the UMCG (Petrus Campersingel). He was a notable professor at our faculty in 1763. His story starts in Leiden where he received a broad scientific education. He had a particular interest in Medicine and learned anatomy from none other than Bernhard Albinus. After travelling through Europe and visiting various academic institutions, Camper became a professor at the RUG teaching theoretical Medicine, Anatomy, Surgery, and Botany. He was most definitely a jack of all trades! He was well known as a passionate and well spoken teacher. Attendance at the Medical faculty tripled in the years he was a professor. He contributed greatly to the field of surgery and obstetrics, and left his mark on the field of Anatomy as well! As you walk through the buildings to your lectures, remember the important figures that made it possible for you to get your Medical education, paving the way for bright young minds like your own. Those are some big shoes to fill!

13


Anne van Casteren

Culture injection Medical musea in and around Groningen The summer is long gone… Which means no more evenings in the Noorderplantsoen, no more long hours outside a bar, no more swimming days with friends… Does this mean there is nothing to enjoy in the city anymore? (spoiler: it doesn’t). Even during the rainy autumn season, PanEssay’s got your back when it comes to spending your time after studying! This edition, we will show you around some lesser known places to visit, both in Groningen as well as in the rest of the Netherlands. This one’s for all you museum lovers! For you we found some museums that feature interesting expositions that either center around medicine, or include it in some way. Of course there are many more than we’ll talk about here, but these are our personal favourites.

Noorderlijk Scheepvaartmuseum The first stop is the Noordelijk Scheepvaartmuseum (sea shipping museum) in Groningen. By the name only, you would never guess that this museum has some old medical equipment and books in its current collection. Most of the museum does indeed center around sailing and shipping. Display rooms include a room full of models and paintings of boats, a room of maps and sailing equipment, and even a full basement of old steam engines. Hidden among these though, in a tiny room looking out on the shops of the Brugstraat, there is an old cabinet filled with handwritten medical journals and vintage equipment. Take a look at the similarities and differences compared to our modern equipment! You’ll find the Noordelijk Scheepvaartmuseum in a small alleyway leading away from the Brugstraat. University museum After that, you can make a day out of it by visiting the University museum. The University museum is a science museum that includes, besides other exhibits, the medical sciences. Especially interesting is their display room of anatomy. Various specimens are featured here, from neonates with a birth defect to skeletons with various deformities. If you like the illustrations in Netter’s clinical anatomy, look out for the atlas of the human body by Vesalius (humani corporis fabrica libri septum, dating from 1555), which is in the same room. The University museum also has an old anatomical theater. Finally, be sure to visit the Aletta Jacobs room.

14


For us medical students, this name may sadly have negative associations, but don’t forget that she was much more than just a building of pure exam torture. You can learn much more about this feminist icon in the Univerity museum, located on the Oude Kijk in het Jatstraat. Rijksmuseum Boerhaave Outside of Groningen, you could check out the Rijksmuseum Boerhaave in Leiden. This place is an absolute treasure for science fans- it’s no surprise that they won the title of European museum of the year in 2019. All areas of science are covered, not only the medical sciences. Interesting things to see here include a replica of the first microscope by Antoni van Leeuwenhoek, an iron lung, and an old doll which was used to practice obstetric delivery. Talks and tours are regularly organised, so keep an eye out for those if you’re thinking of visiting to get the most out of your day. The standard anatomical specimens are also showcased. There is plenty to learn and see here, which is why we recommend this one with great enthusiasm. Find the Rijksmuseum Boerhaave on the Lange Sint Agnietenstraat in Leiden. Museum van de Geest Last but not least, we would like to call your attention to a different side of medicine. The Museum van de Geest (museum of the mind) showcases things not featured in any other museum on this list. This museum has a location in Haarlem and Amsterdam. We’d recommend both locations, although they are very different. The Amsterdam location mainly shows art, both about mental healthcare and disorders as well as art created by people with a disorder. Personal stories are shared, and paintings and photographs shown. The Haarlem location, also called Dolhuys, is located in a historic building and takes a more straight-forward approach. Although they also showcase art, a lot of information about the previous use of the building - as a place to house the mentally ill and sufferers of the plague - is also presented. For context: the term ‘’dolhuis’’ or ‘’dolhuys’’ in Dutch means madhouse. If you like the experience of walking out of a museum thinking differently than you did when you walked in, definitely visit both locations of the Museum van de Geest.

15

15


Hendrik-Willem Pasterkamp

To PhD or not to PhD A guide for the aspiring MD/PhD candidate Ever wondered if a PhD is something for you? Ever feel like you want to follow these JSM courses but you find yourself barely keeping your head above the water as is? I did. Previously in this magazine we have talked about performance stress and the need for building a cv. In this column however, I want to tell my story on how I found my way in starting my research career. I want to talk about the do’s and don’ts and about common misconceptions people have about doing research while studying medicine. Your first week of medicine: your introduction days are behind you, your first lectures are starting and those books you spent a fortune on can finally be put to use. I found that in these first few weeks I was overloaded with information. Progress tests, LC tasks, practicals and of course the regular program: I realized I wasn’t in high school anymore and I really had to step up my game. Studying is not everything though, I also had to think about joining a committee, getting a side job and of course making my, then still weekly, trips to my parents. So as you can imagine, doing extracurricular activities like JSM courses was completely out of the question. But as I was entering year 2 and I had my life a little better under control, I finally decided to visit one of the JSM lectures. The lecture was about doing a Pilot project and how to set one up. And since I had a much better grip on Medicine, I felt like I could do something else next to my study, so I chose to pursue setting up a pilot project. If there is one thing I immediately found is that there are plenty of research opportunities for those interested.

“Since I had a much better grip on medicine, I felt like I could do something else next to my study.” It only took two emails, about 10 minutes for a quick interview and I already had my first project. While doing my pilot, I found that I really liked doing research and that I wanted to try applying for a MD/PhD trajectory. After finishing the pilot project I had gained a good number of contacts in the hospital and so it was fairly easy forming a team of doctors and researchers that were willing to help me with doing further research and I had quickly found the subject of a potential PhD. I won’t use this article to bore you with details about my project.

18

Instead, I want to focus on things I found to be important for a student researcher and I want to give some tips and tricks that I wish I knew before I started my journey. Starting off, I want to talk about the JSM content of our curriculum. For a long time, I was under the impression that following JSM courses was mandatory for following a MD/PhD trajectory. This isn’t true however, as a matter of fact there is only one element of JSM that is required: a pilot project. But don’t get me wrong, following a JSM course can be very useful. The scientific writing class, the scientific reading class and the scientific integrity class teach you some very useful skills for your entire scientific career. Our regular program does not focus a lot on these subjects, and these skills can make writing your pilot project report or your research proposal much, and much easier. A MD/PhD journey usually starts off with a science internship. Most students follow this in their third year of the master. For students that want to do a MD/PhD however, things work a little differently. You can move your science internship to the first year of the master. In order to do this,


you have to A: make a motivational letter on why you want to do MD/PhD. And B: have done a pilot project and have a meeting with the MD/PhD coordinator to confirm this.

you. After all, your PhD is your own project and is your path to becoming an independent professional researcher. Don’t let that scare you though, but see it as an opportunity for you to explore your strengths and weaknesses and grow not only as a researcher but also as a doctor. I’ve told a lot about my experiences with doing research, but what if you hate doing research? Isn’t it true that most specialties require a PhD? If you are having trouble with this dilemma, I have good news for you: you don’t need to do a PhD. Of course, very popular specialties are more difficult to get into and you do need to show that you have qualities that make you fit for said specialty. But there are multiple ways to do this, doing a PhD is just one of them.

“What if you hate doing research? Isn’t it true that most specialities require a PhD?” A pilot project is basically an introduction to research. You’ll have to find a doctor/researcher/PhD student and help them with their research project. Do not worry too much about the field this research is in, after all, it is about introducing yourself to science and not about your future specialty. The work you’ll be doing is very often simple, like working with a database or collecting samples. A pilot project also gives you a chance to practice writing a scientific report and a scientific research proposal. So if you are doubting whether you like research or not or whether you want to follow a MD/PhD trajectory, my recommendation is to do a pilot project regardless. After completing a project you’ll most definitely know if research is something for you and if it’s something you want to invest more time in.

For example, doing other activities like leading a committee or working in the hospital as a side job, can already be great for your CV. But even if you don’t have time for any of this, and you did the regular medicine program, you still have plenty of ways to find a job as a doctor in your favorite field. What it all comes down to is showing motivation and giving reasons why a hospital should hire you, the way you do this is up to you, but if there is one thing I would like to say is : don’t stress too much about it now! Enjoy your time as a student and make sure to not worry too much about the future just yet.

10 Tips & tricks Not sure whether you like doing research? Do a pilot project! 2. Talk to other people that have done research and learn from their experience. 3. Spare time? Work on your scientific skills by participating in JSM courses. 4. Be independent. 5. Don’t hesitate to step in when you think your project is heading in the wrong direction. 6. Be organized! Keep track of an agenda and set goals for yourself. (when to complete what) 7. Want to move your science internship to M1? Start on time! The procedure changes every year, so make sure to be prepared. 8. Don’t be afraid to take criticism, instead, use it to your advantage. 9. Before choosing where you want to do your PhD, think about which specialty you would like to do in the future. 10. Don’t feel like doing research? Don’t worry! It’s totally optional, there are other ways to show off your motivation and skills. 1.

“Your pilot project can be a good way of getting to know people with whom you might be able to set up a plan for a PhD.” So now that you have done a pilot project and you want to continue doing research, and are even considering a MD/ PhD, what’s next? You probably have an idea of what you want to do, and a place you would like to do it. The first step to do then is to find doctors and a professor that is also interested in your ideas and is willing to help you. Sometimes, in my case, your pilot project can be a good way of getting to know people with whom you might be able to set up a plan for a PhD. But if you start from scratch, my advice is to be proactive! Don’t hesitate to ask doctors or professors if they are willing to help you, in my experience they are often very happy to. Another tip I want to give to you is to be independent. Doctors don’t like students that ask too many questions. They prefer to know exactly what it is you need from them and often don’t have time to make your plans or do your tasks for

19


Marrit Bijlsma

Mythes vega(n) leefstijl “Soja is toch slecht voor je?” en “Waarom zou je geen melk drinken?” Dit zijn slechts enkele voorbeelden van vragen die vaak gesteld worden aan vegetariërs en veganisten. Nu het aantal vegetariërs en veganisten steeds meer toeneemt, worden deze vragen veel vaker gehoord. In 2020 is vastgesteld dat 3,9% van de Nederlanders geen vlees eet, waarvan 1,5% volledig veganistisch is. Dit zijn 261.000 veganistische mensen, alleen al in Nederland(1). Er zijn verschillende redenen om voor een leefstijl zonder vlees (vegetarisch) of een leefstijl zonder alle dierlijke producten (veganistisch) te kiezen. Dit kan voor het klimaat, voor de gezondheid of voor de dieren zijn. Er gaan verschillende meningen rond en ook veel misvattingen. Enkele veelgehoorde vragen worden hieronder uitgelicht. De mens is toch een carnivoor? Een carnivoor gebruikt uitsluitend vlees als voedselbron. Dit is voor de mens niet het geval. Daarnaast heeft een carnivoor een andere anatomie dan de mens. Carnivoren hebben namelijk een kort darmstelsel, terwijl dat van de mens enkele meters lang is. Ook hebben carnivoren scherpe hoektanden en knipkiezen. Deze ontbreken bij de mens. Is een mens dan een herbivoor? Herbivoren eten uitsluitend plantaardig en hebben hiervoor maalkiezen. Ze hebben een lang maagdarmstelsel, met meestal meerdere magen waarbij voedsel geregeld herkauwd wordt. Ook dit is iets anders dan bij de mens. Het gebit van de mens past uiteindelijk het best bij dat van een omnivoor. Een omnivoor kan zowel plantaardig als dierlijk voedsel eten om te overleven. De mens wordt daarom over het algemeen als een omnivoor beschouwd. We kunnen dus inderdaad plantaardig en dierlijk voedsel verteren. Of dit ook daadwerkelijk goed voor ons is, is weer een heel ander verhaal. Recente studies laten namelijk zien dat een grotendeels plantaardige leefstijl beter is voor de gezondheid. Zo is er een lagere prevalentie van onder andere hart- en vaatziekten (2,3,4), kanker (5,6) en type 2 diabetes (7,8). Dit is logisch te verklaren wanneer gekeken wordt naar de geschiedenis. De mens is 1,65 miljoen jaar geleden pas begonnen met het eten van vlees. Daarvoor werd een volledig plantaardige leefstijl gevolgd (9).

Krijg je alle belangrijke voedingsstoffen wel binnen bij een vegetarisch of veganistisch dieet? Calcium Er wordt regelmatig gedacht dat veganisten zwakkere botten hebben, doordat zij niet genoeg calcium binnen krijgen met hun leefstijl. Het vaak gehoorde “melk is goed voor elk” komt hierbij kijken. Gedacht wordt dat melkproducten nodig zijn voor voldoende inname van

20

calcium. Dit is onjuist. Er zijn ontzettend veel plantaardige bronnen die voldoende calcium bevatten, bijvoorbeeld verrijkte sojadrink, tofoe, boerenkool en kikkererwten. Daarnaast is meer dan 65% van de wereldbevolking lactose-intolerant, doordat zij het enzym lactase missen. Het is dus een mythe dat het nuttigen van zuivelproducten noodzakelijk is voor een voldoende inname van calcium.

Eiwitten Wie denkt aan eiwitten, denkt snel aan vlees en eieren. Echter, eiwitten zitten in veel meer voedingsmiddelen. Zo zijn witte bonen, bruine bonen, kidneybonen, linzen, tofoe, kikkererwten en nog veel meer producten, rijk aan eiwitten. Zo blijkt dat het eten van dierlijke producten niet nodig is voor een voldoende inname van eiwitten. Zelfs niet voor sporters op hoog niveau, die vaak meer eiwitten nodig hebben. Er zijn namelijk meerdere topsporters die een veganistische leefstijl volgen, bijvoorbeeld Novak Djokovic, Serena Williams en Jeremy Reijnders. IJzer Ook voor ijzer zijn er ontzettend veel plantaardige bronnen, bijvoorbeeld tofoe, linzen, quinoa, spinazie en broccoli. Vitamine C bevordert de opname van ijzer, daarom is het handig om fruit of groenten rijk aan vitamine C bij de maaltijd te eten. Vitamine B12 Vitamine B12 wordt geproduceerd door microorganismen en zit in dierlijke producten. Vroeger, toen nog weinig tot geen dierlijke producten geconsumeerd werden, kregen mensen vitamine B12 binnen via vervuild drinkwater. Tegenwoordig is ons drinkwater schoon, waardoor we via deze weg geen vitamine B12 meer binnen krijgen, maar er gelukkig ook niet meer ziek van worden. Bij een plantaardige leefstijl kan vitamine B12 gehaald worden uit bijvoorbeeld sojadrink of vlees-


vervangers waar dit aan toegevoegd is, of door het slikken van een supplement.

Vegetariërs en veganisten kiezen vaker voor een alternatief met soja. Soja is toch slecht voor ons? Dat soja slecht voor ons is, wordt vaak gedacht. Dit komt doordat soja fyto-oestrogeen (= plant-oestrogeen) bevat. Naast soja bevat de hop in bier ook veel fyto-oestrogenen. Gedacht wordt dat dit fyto-oestrogeen hetzelfde werkt als het menselijk hormoon oestrogeen. Dit is echter niet het geval. In het lichaam zijn namelijk twee verschillende oestrogeenreceptoren. Fyto-oestrogenen hebben voorkeur voor de bètareceptoren en oestrogeen kan binden aan beide. Hierdoor heeft fyto-oestrogeen een selectieve werking met een gunstig effect. Zo zorgt het bij botten voor een betere botdichtheid, maar heeft het geen effect op de borsten en eierstokken. Soja zorgt dus niet voor borstvorming. Daarnaast heeft fyto-oestrogeen ook geen effect op het testosterongehalte (10). Soja is dus niet slecht voor ons.

En soja is ook slecht voor het milieu, of niet? De verbouwing van soja kan inderdaad ontzettend slecht voor het milieu zijn. Dit is echter de soja die verbouwd wordt om vervolgens voor veevoer gebruikt te worden. Dit wordt veelal verbouwd in Zuid-Amerika en hiervoor worden grote delen van het regenwoud gekapt. Voor vlees, zuivel en eieren is indirect derhalve heel veel soja nodig en dit heeft hierdoor een grote impact op het milieu. Voor een hamburger van 100 gram is bijvoorbeeld 45 gram soja nodig. Soja die geteeld wordt voor sojaproducten, wordt veelal duurzaam verbouwd in Europa of Canada en heeft hierdoor een veel lagere impact op het milieu (11,12).

Waarom zou iemand veganistich willen eten, in plaats van vegatarisch? Dit is een begrijpelijke vraag. Iedereen begrijpt, tot op zekere hoogte, waarom men zou willen stoppen met het eten van vlees. Hier moeten namelijk dieren voor geslacht worden. Maar waarom zou men willen stoppen met bijvoorbeeld het eten van eieren en melkproducten? De dieren hoeven hierbij niet geslacht te worden. Op het eerste gezicht klopt deze gedachte. Er zijn echter toch drie redenen waarom iemand veganistisch zou kunnen gaan leven. Dit kan zijn voor het dierenwelzijn. Ook al overleeft de kip het leggen van een ei en de koe het geven van melk, er zit meer achter de ei- en melkindustrie dan zo op het eerste gezicht lijkt. Zo worden bijna alle hanen, stieren en andere mannelijke pasgeboren dieren vergast, omdat deze niet bruikbaar zijn. Kippen leven een kort leven, want zodra de eiproductie niet hoog genoeg meer is, worden ze geslacht. Dit gebeurt vaak voordat de kippen twee jaar oud zijn, terwijl kippen van nature 6 jaar oud kunnen worden. Dit korte leven is geen prettig leven. De kippen leven vaak in slechte omstandigheden waarbij ze geen natuurlijk gedrag kunnen vertonen (13). De melkindustrie is niet beter, ook die dieren worden geslacht

zodra de melkproductie niet rendabel meer is. Zo kan een koe van nature 20 jaar oud worden. Een melkkoe wordt gemiddeld slechts 5 jaar oud (14). Het economische aspect is erg belangrijk binnen de vee-industrie, al kan dit ten koste gaan van het welzijn van de dieren. Dit is voor velen één van de redenen om veganistisch te gaan eten in plaats van vegetarisch. Daarnaast kan er voor veganisme gekozen worden vanuit gezondheidsperspectief. Zoals eerder al is benoemd, worden er verschillende gezondheidsvoordelen gezien bij het nuttigen van een plantaardige leefstijl. Tot slot is ook de impact op het milieu kleiner bij een veganistische leefstijl dan bij een vegetarische leefstijl (15). Dit kan allemaal invloed hebben op het maken van een keuze.

Wat eet je dan wel, als vegetariër of veganist? Tegenwoordig zijn er overal vegetarische en veganistische opties. Verder komen er steeds meer bij: de supermarkten liggen er vol mee. Zo zijn er plantaardige burgers, zalm en kaas te koop. Dit maakt dat recepten (misschien met hulp van het internet) ontzettend makkelijk vegetarisch of veganistisch zijn te maken. Daarnaast zijn er een heleboel blogs en Instagram accounts die vol staan met informatie hierover. En vegetarisch of veganistisch uit eten? Ook dat is bijna overal mogelijk, helemaal in de grote steden. Daarnaast is er de app Happy Cow, die aangeeft waar in de omgeving vegetarische en veganistische restaurants zitten. Hopelijk zijn eventuele vragen en misvattingen de wereld uitgeholpen. Ben je nu nieuwsgierig geworden en wil je graag meer informatie? Er staan interessante documentaires op Netflix, namelijk “What the health” en “Gamechangers”. Daarnaast staat het boek “Vegan Vibes” van Lisa Steltenpool, een diëtiste, ook boordevol informatie. Tot slot zijn er talloos veel Instagrampagina’s die je kan volgen, onder andere @wateetjedanwel, @plantpedagoog, @bonsuvegan en @viënneforhealth. * Bronnen uit dit artikel zijn terug te vinden op de webiste van PanEssay.

Disclaimer: Het belangrijkste voor een gezonde voeding is dat je alle nodige voedingstoffen binnenkrijgt. Check Schijfforlife.nl

21


Marit Schulte

Naamsbekendheid Eponiemen in de geneeskunde deel 3 Het vervolg op deze rubriek heeft even op zich moeten wachten, maar eindelijk is daar deel 3. Nadat je al hebt kunnen lezen wie Gilles de la Tourette, Babinski, Hashimoto, Crohn, Down en Röntgen waren, is het tijd voor vier nieuwe doktoren achter de veelgehoorde ziektes. In deze editie is het de beurt aan Hodgkin, Von Willebrand, Korsakov en Alzheimer. Altijd al willen weten wie de persoon achter de ziekte is en naar welk curieus persoon een bepaalde ziekte nu daadwerkelijk genoemd is? Lees dan snel verder!

Thomas Hodgkin Leefde: 1798-1866 Geboren te: Pentonville, Engeland Gespecialiseerd in: preventieve geneeskunde

Erik Adolf von Willebrand Leefde: 1870-1949 Geboren te: Vaasa, Finland Gespecialiseerd in: interne geneeskunde en hematologie

Thomas Hodgkin werd op 17 augustus 1798 geboren in Pentonville, Engeland. Hij groeide op in een rijk gezin en genoot van privéonderwijs. Op 18-jarige leeftijd werd hij privé-secretaris van William Allen, een apotheker met de hoop zo de geneeskundige wereld in te rollen. Dit lukte helaas niet, maar zijn tweede poging was meer succesvol toen hij bij zijn neef, eveneens apotheker, in dienst kwam. Hij studeerde in Londen en Edinburgh en ging in 1821 naar Parijs om de kunst van de nieuwe uitvinding, de stethoscoop, te leren. Hij is nog een poosje curator geweest van het museum wat deel uitmaakte van het Guy’s ziekenhuis in Londen en voerde tegelijk ook autopsies uit. In zijn latere leven, in 1850, trouwde hij met zijn vrouw Sarah Scaife, maar na 12 jaar samen te zijn geweest, overleed ze in 1862. In 1866 ging hij met een vriend op reis naar Palestina, waar hij dysenterie opliep. Dit werd hem fataal en hij overleed op 4 april 1866 in Jaffa.

Erik Adolf von Willebrand werd op 1 februari 1870 geboren in Vaasa, Finland (toen nog onderdeel van het Russische rijk). Hij groeide op als een minderheid van de Zweedssprekende gemeenschap in Finland. Hij volgde zijn geneeskundeopleiding aan de universiteit van Helsinki. Hoewel hij in eerste instantie geïnteresseerd was in hematologie, besloot hij zich in 1900 toch te focussen op toegepaste fysiolgie en later interne geneeskunde. Hij is in Finland een pionier geweest in het gebruik van insuline bij diabetische patiënten, maar ontdekte ook hoe je ketonlichamen in de urine kan vinden. Bijna 20 jaar nadat hij gestopt was met zijn onderzoek in de hematologie besloot hij toch daarin verder te gaan. Zo kwam in 1924 een familie met een ingewikkelde vorm van een tot dan toe onbekende bloedingsziekte. Dit leidde tot de ontdekking van de Von Willebrandfactor en de Von Willebrandziekte. Von Willebrand ging in 1933 met pensioen en overleed op 12 september 1949, op 79-jarige leeftijd.

22


Sergei Sergeievich Korsakov Leefde: 1854-1900 Geboren te: Gus-Khrustalny, Rusland Gespecialiseerd in: neuropsychiatrie

Alois Alzheimer Leefde: 1864-1915 Geboren te: Marktbreit, Duitsland Gespecialiseerd in: neuropathologie en psychiatrie

Sergei Korsakov werd op 22 januari 1854 geboren in Gus-Khrustalny, een groot dorp in het midden van Rusland. Toen Korsakov 16 jaar oud was, schreef hij zich in voor de geneeskundeopleiding aan de universiteit van Moskou. Op zijn 21ste werd hij arts in het Moskouse psychiatrisch ziekenhuis Preobrazhenskij. In 1885, toen Korsakov 31 jaar oud was, besloot hij heel Europa door te reizen om te bekijken hoe de psychiatrische hulpverlening daar geregeld was. Het zal vast niet als een verrassing komen dat hij zich ontzettend inzette voor de rechten van mensen met een psychiatrische aandoening.

Alois Alzheimer werd op 14 juni 1864 geboren in Marktbreit, een plaats in Beieren. Op jonge leeftijd besloten zijn ouders te verhuizen om hun kinderen een grotere kans op succes in het leven te bieden. Dit doel lijkt bereikt, kijkende naar de prestaties van Alois. Na het voltooien van zijn Abitur, besloot Alzheimer om geneeskunde te gaan studeren. Dit deed hij niet op één universiteit, maar welgeteld drie universiteiten kwamen eraan te pas. In zijn laatste jaar van de studie werd hij lid van een schermstudentenvereniging. Hij was daar niet altijd een goody two shoes en kreeg daarom ook een boete voor het verstoren van de openbare orde samen met zijn team. Na zijn afstuderen is hij gaan werken in een dolhuis en begon hij met zijn onderzoek naar de pathologie van het zenuwstelsel. In 1901 raakte hij geobsedeerd door een van zijn patiënten, namelijk Auguste Deter. Deze 51 jarige vrouw vertoonde symptomen van wat later de ziekte van Alzheimer zou blijken. Na haar dood toonde hij dan ook met een histologische kleuren de amyloïde plaques aan. In 1912 was hij onderweg naar Breslau (tegenwoordig Wroclaw) toen hij opeens ziek werd. Hij is uiteindelijk op 19 december 1915, op 51-jarige leeftijd, overleden ten gevolge van van een streptokokkeninfectie wat heeft geleid tot reumatische koorts en daarop volgend orgaanfalen.

“Op zijn 21ste werd hij arts in het Mouskouse psychiatrisch ziekenhuis Preobrazhenskij.” Korsakov heeft niet alleen de vernoeming van het syndroom (of ziekte) van Korsakov en het syndroom van Wernicke-Korsakov achter zijn naam staan, hij wordt ook gezien als de arts die het concept van paranoia en dysnoia, de voorloper van de moderne definitie van schizofrenie, heeft bedacht. Helaas ging zijn leven niet compleet over rozengeur en maneschijn. Na op 44-jarige leeftijd twee hartaanvallen te hebben overleefd en gediagnosticeerd te worden met hypertrofie van het hart, overleed Korsakov op 1 mei 1900, op 46-jarige leeftijd, aan de gevolgen van hartfalen.

De PanEssay is niet aansprakelijk voor onwaarheden in deze omschrijvingen; de meest gebruikte bron is Wikipedia, maar daar kwam jouw profielwerkstuk ook vandaan dus doe eens niet zo hypocriet.

23 23


Angelique Wortelboer

Back to the past De ontdekking van vitamines Een paar maanden geleden heeft een vriendin van die vitamine D pilletjes gehaald die je bij de supermarkt kon halen. Het was een klein potje en wat me het meest verbaasde, was dat zo’n klein potje vitamines 15 euro kostte. Ze zei dat het inderdaad een rib uit haar lijf kostte, maar ja, ze kwam door corona gewoon niet vaak buiten en dan is het makkelijk om even zo’n vitamientje in te nemen. Een maand later lag het potje ergens te verstoffen in de keukenkast. We weten allemaal dat vitamines belangrijk zijn, maar eigenlijk besteden we er in het dagelijks leven weinig aandacht aan. Ik hoop jullie in dit artikel wat meer informatie te verschaffen over de wonderbaarlijke wereld van vitamines. Laten we vanaf het begin beginnen. Voordat vitamines werden ontdekt, was het al bekend dat het belangrijk is om bepaald voedsel te eten om gezond te blijven. Meer dan 3500 jaar terug in de tijd, in het Oude Egypte wisten de Egyptenaren dat men nachtblindheid kon verhelpen door een persoon met nachtblindheid lever te laten eten. Nachtblindheid kan namelijk worden veroorzaakt door een vitamine A-tekort. Aan het eind van de Middeleeuwen en tijdens de Renaissance, toen de zeelui steeds langere periodes op een schip moesten verblijven met alleen houdbaar voedsel en zonder groentes of fruit, werd scheurbuik een steeds prominenter probleem. Symptomen van scheurbuik zijn zwakte, pijnlijke benen en armen en vermoeidheid. Wanneer scheurbuik niet behandeld wordt, kan er anemie, bloedingen aan de huid, tandvleesaandoeningen, slecht genezende wonden en persoonlijkheidsveranderingen optreden. Uiteindelijk volgt de dood. In 1747 heeft de Schotse chirurg James Lind ontdekt, dat het eten van citrusvruchten scheurbuik konden voorkomen. Hij was niet de eerste die had ontdekt dat het eten van (citrus)vruchten belangrijk waren om scheurbuik te voorkomen. Lind is echter wel de eerste die een wetenschappelijke essay schreef over deze ontdekking waar hij ook een paar aanbevelingen omtrent voeding gaf. Hiermee was de basis voor nog meer wetenschappelijk onderzoek naar de vitaminen gelegd. De Britse Koninklijke marine heeft de aanbevelingen van Lind overgenomen en dit leidde tot de bijnaam ‘’Limey’’ voor Britse scheepslieden. Helaas werden Lind zijn aanbevelingen niet overal opgevolgd. Lieden van de Arctische expedities van de Britse Royal Navy geloofden in de 19e eeuw dat scheurbuik wel kon worden voorkomen door een goede hygiëne toe te passen, genoeg te bewegen en het moraal hoog te houden. Het desastreuze gevolg van dit beleid was

24

uiteindelijk, dat vele scheepslieden op deze expedities scheurbuik en andere aandoeningen door een tekort aan voedingsstoffen kregen. Beriberi was net als scheurbuik ook een aandoening die werd veroorzaakt door een tekort aan een bepaalde stof. In dit geval: vitamine B1 oftewel thiamine. Deze ziekte heeft twee vormen: een natte beriberi die vooral het cardiovasculaire systeem beïnvloedt en een droge beriberi die juist het neurologische systeem beïnvloedt. Bij de droge beriberi zijn de perifere zenuwen aangedaan en treedt er soms gedeeltelijke verlamming op. De twee vormen kunnen zich ook gemengd in patiënten presenteren.

“..dit leidde tot de bijnaam ‘‘Limey’’ voor Britse scheepslieden” In 1884 Oost-Azie zag dokter Takaki Kanehiro, dat beriberi vooral voorkwam onder de lagere klasses van de Japanse Keizerlijke Marine. Deze groep at eigenlijk alleen maar rijst, terwijl de hogere klasses een meer uitgebreid dieet hadden. Om deze reden, met ondersteuning van de Japanse marine, voerde Kanehiro een onderzoek met de bemanning van twee slagschepen. De bemanning van het ene schip kreeg alleen witte rijst en de bemanning van het andere schip kreeg naast rijst ook vlees, vis en bonen. Bij het ene schip waren er 25 doden gevallen en ongeveer 150 bemanningsleden met beriberi. Bij het andere schip waren er echter geen doden gevallen en waren er alleen 14 bemanningsleden met beriberi. Er was dus een duidelijk verschil. Helaas werd er verondersteld dat het aan het verschil in eiwitten per dieet lag…


Helaas, maar natuurlijk naar verwachting, constateerde een arts, Cornelis Leendert van der Burg, dat goede desinfectie helemaal niet hielp tegen beriberi. Toch geloofde dokter Van der Burg dat het een bacterie was en steunde Pekelharings ideeën. Ze kregen wel weerstand van een Amsterdamse huisarts die constateerde dat beriberi wordt veroorzaakt door rijst vergiftiging. Ook al kwam dit in de buurt van de realiteit, kwam de echte doorbraak kwam door een nieuwe toevoeging aan het onderzoeksteam van Pekelharing: arts Christiaan Eijkman. Deze ontdekte dat kippen die ongepelde rijst aten geen polyneuritis kregen en kippen die gepelde rijst aten wel polyneuritis kregen. Toevallig was deze observatie wel: de kippen in het lab waar Eijkman werkte kregen eerst ongepelde rijst, maar kregen later overgebleven gepelde rijst van de soldaten gevoerd waardoor ze neurologische symptomen ontwikkelden. Na een paar maanden kwam er een nieuwe kok en deze weigerde ‘’mensenvoer’’ aan kippen te geven en gaf weer ongepelde rijst waardoor de kippen opknapten.

Takaki Kanehiro

Niet alleen de Japanse Keizerlijke Marine had last van beriberi. Ook in andere delen van Azië werd beriberi endemisch. Hoe kwam dat? Waarschijnlijk lag het aan het feit dat het steeds populairder werd om rijst te pellen. Door het pellen werd de schil met het vitamine B1 verwijderd. Door westerse invloeden werd ongepeld rijst als een statussymbool gezien. Er werd gedacht dat gepelde rijst gezonder en van betere kwaliteit was dan ongepelde rijst. Tijdens de Atjeh-oorlog* in het toenmalige Nederlands-Indië, die van 1873 tot 1914 duurde, waren vele mariniers en soldaten binnen zes weken ongeschikt voor dienst. Daarbovenop stierven per dag net iets minder dan twintig militairen aan Beriberi. Doordat de situatie zo onhoudbaar was, heeft de Nederlandse regering hoogleraar Cornelis Pekelharing en lector psychiatrie Cornelis Winkler gevraagd om onderzoek te doen naar deze nare ziekte. Zij verbleven in Atjeh van 1886-1887. Beide mannen dachten dat een bacteriële ziekte de oorzaak was. Uit bloedonderzoek bij konijnen constateerde Pekelharing dat er een heuse beri-beribacterie bestaat. Deze bacterie zou via de lucht ‘’zenuwontaarding’’ veroorzaken, vooral als de lucht vochtig is. Als beleid werd er voorgesteld om beriberi patiënten te isoleren op plekken met ‘’gezonde’’ lucht. Goede desinfectie zou beriberi moeten voorkomen.

“Deze bacterie zou via de lucht ‘‘zenuwontaarding’’ veroorzakern, zeker als de lucht vochtig is.” Een jaar na deze ontdekking veronderstelde Frederick Hopkins dat naast de eiwitten, vetten en koolhydraten ook andere kleine voedingsstoffen bestaan. Beide heren, Eijkman en Hopkins, kregen voor deze ontdekkingen een Nobelprijs. In het Nederlands heet een vitamine een vitamine. In het Engels had het woord ‘vitamin’ voor 1920 ook een -e erachter geplakt. In 1912 heeft Casimir Funk, een biochemist, een moleculencomplex bestaande uit micronutriënten geïsoleerd en hij stelde voor om dit complex de naam ‘vitamine’ te geven, kort voor ‘vital amines’. Later werden er echter vitamines ontdekt die niet uit amines bestaan en zodoende heet een vitamine in het Engels een ‘’vitamin’’. Waarom Nederland het woord ‘vitamine’ niet heeft veranderd is onduidelijk… * De Atjeh oorlog was een koloniale oorlog die werd gevoerd door het Koninkrijk der Nederlanden om Atjeh te onderwerpen. Atjeh was een onafhankelijk sultanaat op het eiland Sumatra en werd steeds belangrijker sinds de opening van het Suezkanaal in 1869. Eerst kwamen er problemen doordat er veel zeeroverij door piraten uit Atjeh plaatsvond. De sultan probeerde hier iets tegen te doen, maar dat was tevergeefs. Dit bevorderde de relatie tussen Nederland en Atjeh niet. Toen Nederland van Engeland ook nog zeggenschap over het hele eiland Sumatra kreeg, probeerde de sultan steun te krijgen van machten in het buitenland. Als reactie daarop vond het Koninkrijk der Nederlanden dat Atjeh via oorlog tot onderwerping gedwongen moest worden. De oorlog in Atjeh was uiteindelijk de meest kostbare en langste oorlog die in Indonesië is gevoerd door Nederland.

25


Chandra Kooistra

Hungry for new places A culinary guide to Groningen Now that the new year has started and we are allowed to do more and more things with others, one big thing that I have started doing with friends is eating together at restaurants. I have been visiting new places, going back to old favourites and also getting a ton of recommendations from others, and for this PanEssay edition I will compile a list of the places you most definitely want to go and grab some grub! TOPOLI | €€€

DE UURWERKER | €€

Located in Nieuwe Ebbingestraat is Topoli which offers authentic, Persian cuisine. It is a bit on the expensive side and the type of restaurant where you get a full course meal, but you do get a big portion of what you are ordering. There are a lot of choices, also for those following a vegetarian diet. The atmosphere is very calming and relaxing and the staff are super friendly. If you are looking to eat at a place that is more restaurant-like and you want to try out other types of cuisine (besides for example Italian) - definitely book a table for you and some friends!

One of the student spots in Groningen. Whether you want to sit outside on the terrace or inside their restaurant, one thing you can guarantee is good food. If you are looking for a place to just sit down and study - De Uurwerker has super fast internet with coffee right at your disposal. If you are looking for a place to wind down after a long day - De Uurwerker has got you covered with their alcohol and snacks. But, more importantly, they also provide great dinner meals from steaks to risotto, or salads for those looking for a more healthy option. The prices can be a bit higher than what you might go for (especially if McDonalds tends to be the place to go for you) but the meal is worth the price.

FEEL GOOD | €€ If you are a vegan, it might be difficult to find restaurants that really cater to that - but slowly and surely more restaurants are providing vegan options or are even completely vegan. Feel Good is one of those places! Besides vegan meals, they also have some vegetarian meals if that’s more up your street. They have a special dinner called “Eten Wat de Pot Schaft!” which is a surprise everyday, but one thing that always stays the same is that the meal only costs 8,50 euro! If you are someone that hates surprises, they got your back since they post on their social media what the surprise meal will be. The rest of their menu is also pretty student-friendly when looking at prices.

DE BEREN | €€ If you are looking for a place that has menus, where you don’t have to think too much about what you all want in your order - De Beren is the place to go. They offer a lot of meaty dishes like ribeye steaks, spareribs, and various burgers (which you can also order online to your house if you fancy a night in). If you are looking for an even more one-and-done offer, they have their 3 Gangen Seizoensmenu (Seasons menu) which, as the name suggests, changes every season. The menu only costs 23,00 euros and you can pick a starter, main dish and dessert! One of my favourites currently is their Lemon-Meringue cake which is part of their season menu, so head over to the Brugstraat and try it out before it is gone!

26

FLFL | € If you are looking for some homemade falafel or other vegan or vegetarian meals, then you should check out FLFL. Located in Oude Kijk in Het Jatstraat, they offer cheap falafel which is their main dish. The dish itself is very simple, but it is made deliciously with a good addition of spices. If you are looking for a quick and easy lunch or grab for dinner, you should go and try out their falafel wraps.

MAGOYA | €€ Slowly, but surely, Groningen is getting more Asian restaurants which warms my heart. If you are wanting to indulge in some Asian comfort food, then Magoya is a place you should definitely check out. The inside of their restaurant is beautifully decorated with cherry blossom trees and there are big, round tables where you can sit with a big group of friends. It is a fun place to get together for the evening and enjoy each other’s company. Besides sushi and pokébowls (which have been increasing in popularity among students), they also serve ramen, donburi (which is a bowl of warm rice), chow mein (which is stir-fried noodles) and a ton of delicious side dishes.


BOEDDHA EYE | €€€

MR. MOFONGO | €€€

Another Asian restaurant that recently caught my attention is Boeddha Eye. Here you can find amazing Indian and Nepalese dishes made with a lot of passion. The cooks of the restaurant were born in Nepal themselves and wanted to introduce Groningen to a taste they love, grew up with and is well known to them. They offer dishes that bring a lot of taste such as curries from chicken to lamb and biryani (a typical Indian rice dish). They also offer a lot of vegetarian options as well as authentic Nepalese and Indian appetisers, side dishes and desert. This restaurant has definitely become a place where I can go to, to have some stomach-filling, good food.

Named “De lekkerste cocktailbar van Nederland” (The tastiest cocktail bar in the Netherlands) back in 2017 by Esquire, Mr. Mofongo is not only one of the places to go to for cocktails, but also for a cozy dinner. Most dishes are meat-centric with some vegetarian options. There is no clear-cut type of cuisine since some dishes are Indian, some are Italian and others even Jamaican - they call themselves the Global Food Specialist - offering meals from various countries all over the world. Currently they are working with a custom menu due to the Covid-19 regulations, but the food is still as yummy as ever.

DE OLIJFBOOM | € De Olijfboom is a place that allows you to discover the taste of traditional Greek cuisine. When you enter their restaurant, you first walk past the trattoria. This is an area where you can put together your own meal from the food they have prepared for the day, which you can take home with you. They also sell a variety of traditional Greek products, which come from providers that create their products as natural as possible, while producing them as ecologically friendly as well. Further in the restaurant in the ouzerie, where you can sit down with your friends to enjoy some Greek food. Here, you also put together your own selection (alone or together with friends). If picking and choosing is too hard, the staff there is super friendly and can create a selection of dishes for you as well! Besides authentic Greek food, they also offer Greek tea and coffee as well as specialty beers and world-class wines. Another plus point: from time to time they have live music evenings which makes the whole experience even better!

There are so many other, amazing restaurants in Groningen that were not mentioned in this article, but that does not mean they did not deserve to be mentioned. Writing this piece really did get me thinking, and one of the main things I think we all are looking forward to (or already indulging), especially after the year we have had, is getting back to social activities and hanging out with friends. One such way is eating good food together. Whether that be based on some places I have mentioned here or discovering something by yourselves, I hope you not only enjoy the food but also the company of others around you.

“The cooks of the restaurant were born in Nepal themselves and wanted to introduce Groningen to a taste they love.” WERKMAN | €€ Named after the artist Hendrik Nicolaas Werkman, born and raised in Groningen, Werkman opened up their restaurant last year in the middle of the COVID-19 pandemic. The inside is colourful, warm and extremely modern which really makes Werkman an eyecatcher. Although not a typical restaurant, they do offer lunch and dinner and it makes for a great place to hang out with friends after a dinner and have some drinks together. It is a very standard menu from burgers to fish to salads, but what is interesting is that they use a charcoal oven which gives their main dishes a “smokey taste”. Prices are also higher since they make use of meat with exceptional quality from the farm Lindenhoff in Baambrugge, which is a village located in the Dutch province of Utrecht.

27


Ivanka van Wijk

Crossword Find the solution on page 34

Answer in Dutch!

ACROSS 5. The airways in the respiratory system. 7. The act of breathing in and out. 9. The exchange of gases that happen in the lungs. 11. The name for the field of medicine concerning the airways. 12. The contagious disease caused by Mycobacterium tuberculosis. 13. Chronic damage to the alveoli usually caused by smoking. 14. Short of breath.

28

DOWN 1. The process by which a patient is mechanically ventilated in the ICU. 2. The airway leading to the bronchi. 3. A symptom that usually happens at the end of a cold. 4. The gas we breathe out. 5. A blood clot that gets stuck in the blood vessels of the lungs. 6. The doctor specialised in pulmonology. 7. The most common airway condition in childhood. 8. The gas we breathe in. 10. The tiny sacs where air exchange occurs. 15. The act of smoking a cigarette.


Ivanka van Wijk

Crossword Solution to page 32

How did you do? Let us know on instagram! @PanEssay

30


Colofon De PanEssay is het faculteitsblad van de M.F.V. Panacea. Zij verschijnt vier keer per jaar. Ook zijn wij online te vinden op panacea.nl/panessay. De redactie opereert onafhankelijk van het bestuur der M.F.V. Panacea, volgens artikel 20 lid 6 van het Huishoudelijk Reglement der M.F.V. Panacea. Kopij kan via e-mail worden aangeleverd. De redactie behoudt zich het recht voor taalkundige wijzigingen aan te brengen of stukken niet te plaatsen. Plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft. Hoofdredactie Seung-Jae Yoon Redactie Chris Lenselink Hendrik-Willem Pasterkamp Marit Schulte Angelique Wortelboer Ivanka van Wijk Anne van Casteren Marrit Bijlsma Chandra Kooistra Petra Feenstra

Redactie Redactie | Website Redactie | Lay-out Redactie | Socials Redactie Head of Lay-out Redactie | Lay-out Redactie | Website Redactie

Redactieadres M.F.V. Panacea, t.a.v. PanEssay Antonius Deusinglaan 1 9713AV Groningen E-mail Online Facebook Instagram Oplage Drukker Coverfoto

panessay@panacea.nl www.panacea.nl/panessay PanEssay @panessay 1600 stuks Donkel & Donkel, te Drachten Seung-Jae Yoon Met dank aan Universiteitsmuseum Groningen

Sluitingsdatum eerstvolgende editie 9 november 2022

Activiteitenkalender Oktober 11 BeCO Orgie 14 BeCO Carnaval 18 UrgenCie Herhalingscursus EHBO 18 Pan-F Photoshopcursus 21 BeCO Benefiet Diner 25 UrgenCie EHBO-Cursus 29 T hema Inloopuur November 1 UrgenCie EHBO cursus 2 After Tentamen Borrel jaar 3 8 UrgenCie EHBO-Cursus 10 Career Event Panacea 12-14 AkCie Liftweekend 15 UrgenCie EHBO-Cursus December 6 AkCie Almanakfeest 16 Thema Inloopuur 22 Koek en Zopie festijn 26 – 1 Januari SpoCo Wispo


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
PanEssay oktober 2021 by PanEssay - Issuu