Skip to main content

Panessay maart 2021

Page 1

JAARGANG 34| NR 1 | MAART 2021

PANESSAY

FACULTEITSBLAD DER M.F.V. PANACEA


ONDERTUSSEN AL HARD OP WEG MET JE MEDISCHE STUDIE? Je bankzaken regel je liever in één keer goed, zodat je er tijdens je studie geen omkijken naar hebt. Voor jou is er daarom het ABN AMRO Medisch Studenten Pakket: je eigen rekening mét pinpas en internetbankieren. Je krijgt ook nog eens een Littmann Classic 3 stethoscoop of Bol.com bon ter waarde van €50 euro cadeau! Vraag één van onze medewerkers voor meer informatie of kijk op abnamro.nl/medici.

wij bieden nachtrust

Groningen Oosterwolde Leek www.vandermeeracc.nl

VAN DER MEER

accountants & adviseurs


8

12

14

Prof. progress test

Blood is life

Het nest verlaten

Where’s my mind?

Blood donation as a medical student

Review van M2 steden

n.

22

24 DIY med school

Coronacolumn

Reaching the limit during the Corona crisis

Superswabber

3

Inhoudsopgave

Physician executioner

21

5

Uit de hokken

DIY med school

22

6

Commissiepagina

Coronacolumn

24

8

Prof. progress test

Medicine on the move

26

Liefde voor het vak

27

Myocardial infarction

28

Medical controversies

30

Arts en organisatie

33

10

Cocolumn

11

Onderwijscolumn

12

Blood is life

14

Het nest verlaten

16

Fotopagina

Memes

34

18

Psychiatrie

Activiteitenkalender

35

20

Column


Y R 1 Y R 2 Y R 3


Uit de hokken

Uit het redactiehok It’s that time of year again: the cold winter (well, more like four collective days of snow between classic Dutch grayness) turns into a nice and soothing spring. I don’t know about you guys, but I am in need of some fresh, warm air. This must have been one of the most difficult winters in a long time; we are all forced to isolate while the grey and gloomy weather outside is enough to ruin anyone’s day. But the second half of 2021 hopefully looks more promising. With the vaccines on the way, maybe we can share a drink and a laugh together again soon! But of course, you are reading the PanEssay, what have we been up to lately? The last few months we have been very busy hand-crafting the masterpiece that is the PanEssay. So here we are, supplying you once again with interesting stories, well-written

columns, and of course a good dose of humor. In the last few months, we have expanded the PanEssay. With the increasing demand for an online format, we soon have our own brand new website! Soon, you are not limited to reading this magnificent magazine a few times a year, but you can instead read it whenever you want, however you want. Having said that, I hope you enjoy the latest work of our skilled writers and hopefully we can see each other in person really soon!

Uit het bestuurshok We hopen dat jullie hebben genoten van de eerste maanden van 2021! Van sneeuw en schaatsen op natuurijs tot de eerste lentezonnestralen en zingende vogels. Op het moment van schrijven zijn de masterstudenten druk bezig met hun KTC- of kliniekblok, voor de bachelorstudenten is het eerste semester alweer voorbij en ook wij als bestuur hebben onze eerste twee maanden achter de rug.

In de eerste maanden van ons bestuursjaar hebben we al veel online activiteiten kunnen organiseren samen met onze commissies. De mastercommissies hebben informatieve activiteiten georganiseerd, van vragen stellen aan artsen tijdens het speeddaten met specialisten tot het leren interpreteren van een elektrocardiogram tijdens het ECG webinar. Ook de bachelorcommissies hebben niet stilgezeten en hier zijn ook leerzame en gezellige online activiteiten georganiseerd, zoals de COVID-19-lezing, de hematologie workshop en Masters without Borders. Daarnaast heeft de overdrachts-ALV plaatsgevonden. Op deze ALV zijn wij officieel gechargeerd als het 34ste bestuur van de M.F.V. Panacea. Daarnaast zijn ons beleidsplan en onze begroting goedgekeurd, wat betekent dat we onze plannen voor de M.F.V. Panacea kunnen uitvoeren. Ook staan er weer verscheidene activiteiten op de planning voor de komende maanden. Bekijk de activiteitenkalender achterin deze PanEssay en houd onze socialemediakanalen in de gaten! Wij hebben zin in komende maanden en we hopen jullie vaak (online) te zien!

5


Commissiepagina

PanEssay Hey! We are the PanEssay committee and *surprise, surprise* we are the ones that write the PanEssay! To be honest, I had more amazing things in mind when I thought about writing the introduction of this piece… Oh well. As members, we are writing, editing, and promoting the PanEssay. Personally, I love writing for the PanEssay since you really have a lot of freedom to write what you like. Of course, if you want to write something about astrophysics, maybe this is not the magazine you want to write for (except if it’s medical

astrophysics). But still, if there is something you really want to let a great audience know, writing an article for the PanEssay is a great way to do it. We write about medical issues, our (not-always-perfect) medical program, student life, the Progress Test (VGT), the life of a ‘coassistent’, and much more. Besides producing the PanEssay and promoting it, we regularly meet up (online) to do something fun and hang out together. Of course, that doesn’t sound anything different from other committees, but a lot of members have made some great memories being in the PanEssay. To conclude, the PanEssay is a great committee to join. However, if you don’t want to join, but there is something you really want to write about, we also have guest writers that write once in a while in our magazine. So if you have an idea or even already an article ready, just send it to panessay@panacea.nl!

MASH Vind jij het ook zo zonde dat er tegenwoordig in ziekenhuizen zoveel wordt weggegooid? Zeker omdat er in Afrika grote tekorten zijn aan medisch materiaal? Dat vinden wij ook! Daarom verzamelen wij medisch materiaal zodat het een tweede leven krijgt! Wij zijn de MASH (Medial Aid by Student Help) en wij zetten ons al sinds 1977 in voor het Turianiziekenhuis in Tanzania. De MASH bestaat uit negen studenten die ervoor zorgen dat overgebleven medisch materiaal wordt verzameld, gesorteerd en verstuurd naar het Turianiziekenhuis. Om dit te kunnen doen, hebben we natuurlijk geld nodig. Naast het zoeken van sponsoren, organiseren we een jaarlijkse lezing met leuke, interessante sprekers en verkopen we verse stroopwafels op verschillende markten. In april introduceren wij voor het eerst de MASH-maand die helemaal in het teken staat van onze activiteiten en het vergroten van betrokkenheid van onze donateurs. Ook kan je in april een vriend van de MASH worden op www.panacea.nl en een eenmalige donatie overmaken via iDEAL (bedrag mag je zelf kiezen). Wij zullen in deze maand acties en

6

leuke activiteiten organiseren om de MASH-maand extra onder de aandacht te brengen! Vergeet ons niet te volgen op onze facebookpagina “MASH-Medical Aid by Student Help” om op de hoogte te blijven van onze activiteiten. Ook hebben wij een instagrampagina (@ medicalaidbystudenthelp) waar we nieuwe updates en leuke kiekjes posten!


GalaCie Mis je de avonden met je vrienden in de Negende? Of een lekker snackje aan het eind van de avond bij de Hoek? Is het alweer tijd voor een onverwachte escalatie in de stad? In deze tijden van corona is het verlangen naar een feestje groot. Gelukkig is er ook dit jaar weer een Galabalcommissie in het leven geroepen om een onvergetelijke avond te organiseren. Op 7 mei 2021 is het zover, het mooiste Panaceafeestje van het jaar zal dan plaatsvinden. Schrijf de datum in je agenda, want het belooft een schitterende avond te worden. Het organiseren van een groot galabal zoals voorgaande jaren zit er helaas nog niet in, maar dat mag de avond niet minder bijzonder maken! Haal dus het gala bij je in huis en geniet van een heerlijk diner geserveerd aan de deur. Trek je mooiste gala-outfit aan en maak er een fantastische avond van!

Om deze avond tot in de puntjes te regelen bestaat de commissie uit zes man sterk. Aan het hoofd van deze prachtige commissie staat onze voorzitter Kris, die alles in goede banen weet te leiden en ervoor zorgt dat wij onze taken niet verzaken. Elise en Tosca weten met een stralende glimlach de sponsoren binnen te halen en Helen is met haar tekenkunsten verantwoordelijk voor de promotie. Onze secretaris Zita zorgt dat de (online) vergaderavonden niet vergeten worden en Aleid is verantwoordelijk voor de financiële zaken. In deze coronatijden waarin er weinig te vertoeven is, komt het Galadiner natuurlijk als geroepen. Houd daarom de Panacea-Instagram goed in de gaten voor het laatste nieuws over het galadiner en schrijf je met al je vrienden in!

CSO De Semi-arts en Onderzoeksstage is de leukste en gezelligste commissie van M3. Dat het dan ook de enige is, laten we even buiten beschouwing. Wij organiseren lezingen voor de bijna-afgestudeerden onder ons. Struggles bij de klinische les? Slapeloze nachten over wat je allemaal moet regelen wanneer je afstudeert? Don’t worry, be happy! Wij zorgen voor a helping hand door het een en ander aan lezingen en info-avondjes voor je te organiseren. Ook algemene medische onderwerpen zoals de ECG, antibiotica, beeldvorming en ABCDE komen natuurlijk geregeld langs voor de nodige opfrismomentjes. Daarnaast fungeren we als vraagbaak voor de M3-studenten. Mochten wij er zelf niet uitkomen, dan weten we altijd de juiste persoon voor je te vinden. We hebben maandelijks overleggen met alle betrokkenen binnen de geneeskundemaster, waarin wij jullie stem kunnen laten horen en vooral jullie mening en zaken onder de aandacht kunnen brengen.

Dit alles kan natuurlijk niet zonder onze parels van commissieleden die zich in het zweet werken, naast de semi-artsstage of stage wetenschap. Aangezien een aantal van ons nu echt bijna dokter zijn, zijn wij hard op zoek naar nieuwe leden. Interesse? Mail naar csosollicitaties@gmail.com.

Genoeg serieus gedoe, want waar wij natuurlijk ook vooral voor staan is wat leven in de brouwerij van de M3-student. Weet jij links en rechts niet meer wie nu je medestudenten zijn? Mis je die oude vertrouwde feestjes uit de bachelor? Wij ook! Daarom organiseren wij de nodige borrels in de Chaplin Pub, pubquizzen, wijnproeverijen, jeu-de-boulesavondjes en natuurlijk de famous M3-co-outdag!

7


Thomas van der Korst

Prof. progress test Where is my mind? (part 1) Psychiatry is a very interesting field with many nuances. Every patient has their own story and their own presentation; no two patients will ever be the same. This field feels like you are practicing an art, with long conversations being your backdrop and flexible guidelines being your brushes. All pathology flows into each other and frequently you find yourself questioning if the person in front of you is truly mentally ill, or if the world is. While this might sound intimidating, you are in luck. Our health insurers do not care about these nuances and neither does the progress test. There is always only one right answer and it is neatly defined in the DSM-V. This makes it easier to give a short overview of some concepts often asked about in the Progress Test. Delirium If you are not going into psychiatry, then delirium is the disorder you will most likely see the most. That is because an ill person in a hospital is the perfect storm for developing delirium. A quick way to spot a case about delirium in the Progress Test is when an older person becomes confused in a hospital. Delirium is a disturbance in attention and awareness and a disturbance of cognition. The easiest way to spot the disturbance of attention and awareness is to try and have a conversation with the patient. They will have great difficulty focusing on the conversation and this is usually noticeable. Cognition is usually tested through checking if the patient knows where they are, what weekday it is and what the date is. You might look at these two symptoms and think: but could this not also be dementia? Well, yes and that is actually quite often the question for the physician dealing with this patient. The major difference is that delirium is temporary and has an acute start and usually only lasts a few hours or days. On the other hand, dementia is a slow and gradual process. Another discriminating factor is that delirium usually has a clear cause, for example illness or the starting or stopping of a drug. Other features commonly seen are visual hallucinations (insects crawling on bed or table, black cat), agitation (pulling out IV’s, climbing out of bed) and lowered consciousness (ranging from being a little drowsy to a comatose state). Since these are many things to remember, I will now write an example of a short case which you could see in the Progress Test: “A 76 year old woman in a nursing home is usually very easy to have a conversation with. When she develops an urinary tract infection she completely changes. It is very difficult to keep a conversation

8

going with her and she does not know where she is and what day it is. She keeps touching the table and when asked why, she says she can see the ants crawling on the table. Which psychiatric disorder is this most likely?” Of course, it is not always this clearly presented. The core features, according to the famous book, are the disturbances of attention, awareness and cognition, which have a biological cause and are present for a short period of time. As for how to treat it: the only correct way of curing delirium is by eliminating the cause of the delirium. Other factors to prevent/shorten the duration of delirium are making sure there is a clock clearly visible, having a clear daily structure, etc. The treatment with antipsychotics (haloperidol, risperidon, olanzapine) is primarily only there to help with the agitation caused by delirium. So, a patient who is seeing many hallucinations will get an antipsychotic because they are visibly distressed. Another patient who is pulling out IV-tubes will also get the medication. Someone who is disoriented but otherwise fine will not get this medication. Psychotic disorders Schizophrenia, schizoaffective disorder, depression with psychotic symptoms, etc.; there are many different disease entities in the psychotic disorder group. The most famous of these is schizophrenia. Thing is, in the general public people seem to think that this is synonymous with split identities, while this is definitely not the case.


Psychosis is when someone makes a break with reality which does not fit within a subculture (conspiracy theorists are not delusional). This can be in the form of persistent ideas which are not compatible with reality (delusions) and/or in the form of experiencing things that others cannot (hallucinations). If you paid attention, you might have noticed that hallucinations can be present in delirium. This means that this type of delirium can be classified as a psychosis. Another common example is the psychosis induced by a substance, usually this is cocaine or cannabis. However, the list of substances which can cause psychosis is extensive and includes basically all recreational drugs and many pharmaceutical drugs (important is that symptoms have to disappear after one month of stopping the drug to be classified as this type of psychosis).

Negative symptoms Negative symptoms can easily be mistaken for depressive symptoms. There can be loss of initiative, the absence of pleasure from things which previously made one happy (anhedonia), being expressionless, a lack of energy, etc. These symptoms can cause the most hindrance for patients.

Of the primary psychiatric psychotic disorders, schizophrenia is the most common and the most wellknown. It is also to describe the other disorders as compared to schizophrenia. There need to be at least two of the following for a month: delusions, hallucinations, disorganized speech, disorganised or catatonic behaviour and negative symptoms.

“A 20 year old economics student has been getting worse grades the past semester. When he returns from a trip to Norway he starts talking about the Illuminati keeping an eye on him. They are listening through microphones planted through his room. He no longer leaves his room after he returns and spends most of his time playing video games while before his trip he preferred hanging out with his friends. Which psychiatric disorder is most likely, based on this description?”

Delusions The delusions are often paranoid, grandiose and referential in nature. Having the idea that the government is tapping your phones or that you are being poisoned are examples of paranoid delusions. Being the reincarnation of Jesus or having magical powers are examples of grandiose delusions. Having the idea that people on Instagram that you do not know or newscasters are secretly communicating with you are examples of referential delusions. Hallucinations By far the most common type of hallucination in schizophrenia is the auditory hallucination. A very common example is when a patient hears their neighbours talking to them. Often, the things they hear are incorporated into the delusions. For example, the neighbours become the ones that are keeping track of them through microphones and cameras. Other auditory hallucinations can come in the form of voices, sometimes many. Some are benevolent, some are very critical and some give orders. However, the sound can be anything like clicking, music or machine noises. Disorganised thought and behaviour When talking to a psychotic person it can be easy to recognise the disorganised thinking. There is no structure in stories, there is highly associative thinking and sometimes thinking just stops.

These symptoms are necessary for the diagnosis, but more pieces of information are needed. An important one is the loss of functioning socially and societally. Usually there is steady but sure decline in functioning, for example grades start dropping or someone loses their job and contact with those around them. To demonstrate a short case which could be found in the Progress Test:

Treatment consists of antipsychotics, therapy and social support. The antipsychotics (olanzapine, aripiprazole and haloperidol being often used) are most effective at treating the delusional and hallucinatory symptoms. The negative symptoms and disorganisation can be resistant. A whole article can be written about all the treatment options, but this is just a short overview. Now for a short overview of the other types of primary psychiatric disorders of psychosis: schizoaffective disorder is schizophrenia with mood disorder symptoms fitting with depression or bipolar disorder. Not to be confused with depression with psychotic symptoms, which differs in that the psychotic symptoms are consistent with the depressive symptoms. Brief psychotic episode and schizophreniform disorder differ from schizophrenia primarily through the time component. A brief psychotic episode lasts less than a month, schizophreniform disorder lasts more than a month but less than six months, and if it is over six months it is schizophrenia. A delusional disorder is schizophrenia when delusions are existent, but other diagnostic criteria for schizophrenia are missing. For example, someone who is functioning fine and has no problems who is convinced that he is a cat reincarnated into a human.

9


Suzanne Schuurman

Cocolumn Bedankt! Mijn laatste cocolumn! Met het afronden van mijn semi-artsstage volgende maand, ben ik bij de laatste pagina van mijn coschappenverhaal aangekomen. De laatste pagina, zo weten de lezers en schrijvers, bestaat vaak uit een dankwoord. Natuurlijk dank ik de PanEssay dat ik jaar in jaar uit op deze manier mijn gedachtes met lezers mocht delen, maar daar ben ik gauw klaar mee. Naar wie mijn dank echt uitgaat, dat zijn de patiënten die aanleiding gaven tot al deze observaties en overpeinzingen.

Honderden moeten het er geweest zijn: van jong tot oud, van springlevend tot palliatief. Op de polikliniek spraken we elkaar, in de OK, op de verpleegafdeling, of zelfs bij jullie thuis. In verschillende tongvallen vertelden jullie over je lijden: van nuchter Gronings (‘as’t nait huift, loat den mor’), hilarisch Fries (‘myn knibbel docht sear’), mysterieus Zwols (‘links is slimmer’) tot opgefokt Utrechts (‘die vliegkik eg in de hoare’). Uitgedost in werkoverall, met een antistralingshoedje of poedelnaakt op het operatiebed. Soms volledig op de hoogte van alle behandelopties en de mogelijke complicaties daarvan, soms juist niet begrijpend waar dat onrustige gevoel toch vandaan komt – dit met een consumptie van tien tot vijftien koppen koffie en drie Red Bull per dag. Sommigen kwamen niet opdagen, anderen in grote getalen: met een hele familie plus een tolk is het wel even zoeken naar stoelen. Aan al deze mensen: bedankt dat ik mee mocht luisteren! Maar juist ook voor de keren dat jullie eerlijk aangaven dit liever niet te hebben, wat gelukkig weinig voorkwam. Sommigen van jullie twijfelden, zoals vorige week een depressieve, suïcidale AIOS die als patiënt naar de poli Stemming kwam. Ik begrijp heel goed dat zij er niet op zat te wachten om haar verhaal te doen bij iemand in de functie waar zij een paar jaar geleden was, maar toch mocht ik blijven. Hetzelfde geldt voor mensen die zich door mij lieten katheteriseren, hechten, toucheren – de bedenkelijke blikken voorafgaand aan jullie toestemming zijn me niet ontgaan. Bedankt aan die ene patiënt die een week later mijn naam nog wist! Bedankt voor jullie beleefde interesse in mijn studie: ‘Hoe lang moet je nog? Weet je al wat voor arts je wil worden?’ Opvallend hoeveel van jullie daarna ontstaken in een ode aan de huisarts: ‘Zóóó, huisarts? Wel een moeilijk vak hoor, zo veel verantwoordelijkheid!’ En een tip aan de beginnende co: bedenk nu alvast een

10

gevat antwoord op de opmerking ‘Tuurlijk mag je erbij zijn, je moet het toch leren hè? De dokters van de toekomst!’ want die zul je vaker krijgen dan je lief is.

“Bedankt aan die patiënt die een week later mijn naam nog wist!’’ Helaas verdienen enkelen van jullie een wat meer sarcastische ‘bedankt’. Bedankt bijvoorbeeld voor al die keren dat jullie mijn naam vergaten, en voor die keren dat jullie me ‘zuster’ noemden. Velen vergaten (pre-COVID) mij ook een hand te geven bij het afscheid, en niet alleen de specialist. Ik heb geleerd dit te negeren, maar ik kan me nog goed herinneren dat er één specialist was die consequent de zich al omdraaiende patiënten terugriep (‘De coassistent ziet u ook niet meer!’), waarop ze me alsnog beschaamd een hand gaven. De psychiater die mij de afgelopen maanden begeleid heeft, noemde steevast mijn voor- en achternaam – iets wat ik zelf al lang opgegeven heb (‘suzanneschuurmancoassistentdatbetekentdatikinopleidingbentotarts’ is meer dan mijn korte introductiemoment toelaat). Mijn waardering is vooral groot voor de patiënten die bij het afscheid niet alleen de arts, maar ook mij bedankten voor mijn tijd en aandacht. Ik bedoel, wat heb ik nou helemaal betekend tijdens dit consult? Ik denk dat dit aan de kern raakt van wat voor patiënten belangrijk is: dat er naar hen geluisterd wordt. Als dat door vier oren gebeurt, alleen maar beter, denken ze waarschijnlijk. Daaruit volgt mijn voornemen, plicht en privilege om nooit te stoppen met goed luisteren, mijn hele carrière lang.


Bjorn Blom

Onderwijscolumn Selectie van de baan? Twee maanded geleden was het weer zover: meer dan 1500 kandidaten streden tegen elkaar in de geneeskundearena voor één van de felbegeerde tickets. De afgelopen (online) editie van de geneeskundeselectie zou zo maar de laatste kunnen zijn in Groningen. Hogescholen en universiteiten hebben de keuze gekregen om gebruik te maken van loting voor een opleiding met numerus fixus. Is dat een zorgelijk scenario of een kantelpunt in het rendementsdenken? Als ik terugdenk aan de voorbereiding van mijn selectie, krijg het ik het weer Spaans benauwd: cv bouwen, portfolio aanleveren, proefstuderen, interviews verzamelen en de vermoeide pogingen om me niet op te winden over mijn 5-vwo-rapport (dat bomvol met zesjes staat). De barre ochtend van de selectie was evenmin een pretje. Ik wist bij lange na niet alles over de selectietoetsen die me te wachten stonden. Er is een jaarlijks discours over deze toetsen. Het doel: hoe plukken we de meest geschikt ogende kandidaten uit de aanmeldingsvijver? Bij de puntentoekenning wordt er vervolgens gelet op eendimensionale graadmeters zoals 5-vwo-cijfers en je cv. Bij de laatste editie zijn wegens coronaomstandigheden deze graadmeters niet meegerekend. Een mooie bijvangst, omdat cijfers een vertroebeld beeld van een kandidaat kunnen schetsen, gezien steeds meer leerlingen particulier onderwijs volgen. Daarbij leidt cv pimpen tot misplaatste prestatiedruk bij scholieren. Als puberende scholier ben je immers vooral bezig met je omgeving en niet met de toekomst. Maar, er is meer! Meerdere proefschriften tonen aan dat een selectie met proefstuderen als uitgangspunt een goede voorspeller is van studiesucces. Bij proefstuderen krijgen aspirant-studenten huiswerk opgestuurd ter voorbereiding aan één van de selectieonderdelen: de kennistoets. Hier maken particuliere trainingsbureaus graag gebruik van: ‘VERGROOT JE KANSEN MET DE SELECTIETRAINING VOOR SLECHTS €239,- (Let wel: schrijf je je in vóór 26 januari, dan kom je in aanmerking voor onze vroegboekkorting!)’. De universiteiten zijn zich bewust van deze commerciële sluiproutes om de opleiding binnen te komen, maar schuiven het proefstuderen onder de noemer ‘een voorproefje om te kijken of het bij je past’.

Toch zijn er toetsen die een glazen bol lijken voor studiesucces. De professionaliteitstoets is zo’n voorspellende toets. Helaas reikt de lange arm van de bureaus ook tot de wetenschappelijk onderbouwde selectiemethodes. De trainingen stomen aspirant-studenten ook klaar door het oefenen van proefcasussen, het lezen van wetenschappelijke artikelen en hoe de opleiding in elkaar steekt. Wat blijft er dan nog overeind van de voorspellende waarde van zulke toetsen? Hoog tijd dat loting in wordt gezet als wapen tegen kansenongelijkheid. Loting kan oneerlijk voelen, omdat je wil selecteren op competentie en talent. In de praktijk worden geluksfactoren als geslacht en afkomst uitvergroot. De gebruikte selectiemethodes verkleinen de kansen voor kandidaten met een niet-westerse migratieachtergrond, voor wie lager opgeleide ouders heeft en voor jongens. Hoe het ook zij, de echte selectie vindt plaats tijdens de studie. De meeste topdokters van nu, zijn vroeger ook binnengekomen via loting. Sindsdien is de samenleving diverser geworden en dat vraagt om een artsengilde met meer verschillende achtergronden. Dat vraagt ook om gelijke kansen. Niet iedereen kan zich immers zo’n training permitteren, al krijg je de vroegboekkorting. Bjorn Blom is voorzitter van ProMed. ProMed is het overkoepelende studentenoverleg van geneeskundestudenten in Groningen waar verschillende onderwijscommissies zitting nemen. ProMed verkondigt de mening van de student en speelt zo een belangrijke rol in het waarborgen en verbeteren van de kwaliteit van het medisch onderwijs. Insta: ProMed_UMCG

ProMed@umcg.nl

11


Anne van Casteren

©Sanquin

Blood is life Blood donation as a medical student Donors are always needed. We all know this, we’ve heard it a thousand times before. In the Netherlands, organ donation is regulated with an opt-out system, and as a result many people will be considered as posthumous organ donors. But what about donation during life? Very few (about 2%) of Dutchies actively participate in much needed blood donation. A quick survey of medical students by PanEssay gives about a 20% participation rate (in a small group). However, our survey also shows a similar percentage for those who never even heard of the blood bank. It is really true, donors ARE always needed. The national blood bank of the Netherlands, Sanquin, is the institution for collection of blood and plasma, as well as processing, research and distribution to hospitals. To keep their stock safe and keep the hospitals securely provided with blood, they need enough donors to continuously help build it. Donating When signing up to donate, you are called in for an initial checkup, and after that you will be invited to donate a few times a year. The frequency depends on your gender and if you donate plasma or blood. Every time you go in, you fill in a health questionnaire and speak to a physician. After donation, you are invited to stay for a few minutes to have a drink and a snack. The whole process takes about an hour. Medical students have more affiliation with the bloodbank than others, and can see firsthand its effect to improve health. Three students have shared their story with us, to illustrate their experience with donation. Liedeke Veldkamp (22, Ba2 MM, A+) When I was 18, I decided to register with the blood bank. I knew about the blood bank and thought ‘’sounds cool, why not!’’. I can lose a bit of blood without trouble, so I might as well. From the first donation I remember filling in a very long questionnaire, and that I was asked about my thyroid condition. The thyroid levels were stable however - it was no problem. I never even thought about it when registering. After a few weeks I got the first letter, which invites you to donate and gives your blood group (A positive). I was very excited! The blood bank was also exciting, the people were very nice, and I was given snacks after donating. After the first time donating I just wanted to tell everyone

12

about it. It felt like doing a good deed, but I even got something back for it as well. Telling everyone turned out to be not as successful as I thought, as most people didn’t like the idea of donating because of a fear of needles, or other reasons. To me it is something that is easy and that I enjoy doing. Before Corona, I often took friends with me when I went to donate. The atmosphere of the blood bank is nice, and the process of donating is interesting to me. For some reason, I never expected the blood to be as warm as it is. When they take the tube coming out of your arm down, you can feel and see the blood running through. It was very strange but kind of cool to me how warm it really was. One time the nurse took some time to make the veins in my arm really pop up for me to see it was absolutely fascinating. I never have any trouble after donating, although when I show up I always have to fill in that I saw my doctor, and always have to repeat the same story about my thyroid. I would have liked to donate plasma, but unfortunately I am not allowed to, because my arteries are too narrow. So now I just donate blood, usually from my left arm (my ‘’prikarm’’). Recently, I have been turned away because my ferritin levels were too low. I have to wait half a year now to donate again. I know my levels are actually fine for a normal person, but I want to start taking supplements so that they will be high enough to donate soon. To anyone who doesn’t donate, I would say this: Join a friend when they go in to donate! It is fun to do and anyone who can should give donation a chance! Emma Seiger (19, Ba2 GH, A+) I don’t exactly know how I got the idea to donate. Friends who donated blood told me that there was a donation bus in Assen for blood collection, but I wasn’t eighteen at this point yet and couldn’t donate. I thought it was really wonderful of these friends to donate and signed up as soon as I could.


I guess my main reason was that it doesn’t hurt me and it is a way of helping others. I knew about the general shortages and wanted to do my part. Of course it can be scary, but I’m still healthy now and don’t take medication. Other people might not be able to donate, so I think I should contribute because of my health and help against the shortage. I work for the student liver transplant team of the UMCG, and here I also see how much blood really is used and how much it is needed. It really is not an optional thing and it REALLY REALLY is needed! The first time I went to donate was very pleasant, I took a study friend with me. It was a bit scary but once the needle is in it is actually fine. Within 15 minutes the donation part is over, and there’s an old couple handing out drinks and snacks, making a bit of conversation with everyone (since corona I haven’t seen them, I really miss them…). Luckily my haemoglobin, weight etc. was all fine and I’ve not had any trouble donating blood. They take really good care of you at the blood bank, they always ask if you’ve eaten well and if you’re ok during the donation. Giving plasma was the only thing that didn’t go so well. I really wanted to donate, since it is more needed for my blood type. Sadly, during the process of donation I started to feel really anxious. The large machine was beeping constantly and I couldn’t get the idea out of my head that it was pumping stuff back to me, it made me very uncomfortable. I had suffered a concussion a few days before, so maybe it wasn’t the smartest decision to go donating… I decided to ask to stop after an hour (donating plasma takes a little longer), because I couldn’t distract myself and was starting to panic. I really did my best to make it work though, I was squeezing the little ball they give you like a madman, but it didn’t work and the machine kept beeping at me. The nurse who helped me was very kind, talking to me the entire time I was there. She reassured me that all little bits you can give help very much, and that if I didn’t feel right I had every reason to stop and go back to donating blood in the future. You really aren’t supposed to be passing out at the bloodbank, your health is the absolute priority when donating. I really felt this that day, and it was nice to receive this comfort and not be judged. I left feeling fine, and not embarrassed or guilty at all. The process of donating blood also feels a little strange to me, after all it is quite an unnatural thing, but I never felt sick or anxious from it. I always try to get friends and family to donate as well, because I really hate when people admire donors for their contribution but then are too lazy to make the effort themselves. Still, I believe that donating is a personal choice, you should never feel obligated. If you want to donate that’s great, but if you don’t that’s also more than fine!

Iris Timmer (21, Ba2 GH, AB+) Through studying medicine, I learned about blood and stem cell donation, and knowing how important it is, I almost felt like I couldn’t not do it. I work in the student team taking blood for testing in the UMCG, from patients on all wards. Almost all of my colleagues also donate, so we can go together to make the process more fun. Through this work I can often see the effects of blood transfusions. Patients (especially with blood related diseases) feel much better quickly after receiving donor blood. Within a week they can walk around without being very fatigued. Blood is absolutely vital for these patients, as well as during surgery. I’ve been a donor for a year now, but I haven’t actually been able to donate yet. This makes my story a bit of a strange one. The first time I went to donate (which was at the start of corona) I had a runny nose, which is sort of a chronic thing for me. I didn’t think it was worthy of mention, but I decided to name it anyway during the check-up talk. I felt a bit guilty showing up with a slight cold, but I know that it is not corona, and I am still allowed to work in the hospital with it. They turned me away then, and later I was turned away because I take medication that can be harmful to a pregnancy. Each time I was turned away, it was discussed with the overseeing doctor. Everyone at the blood bank always made me feel welcome, there was no irritation whatsoever. They always are very sorry to be sending you away and you still are allowed to sit for a while and have a cup of coffee. I never left feeling bad about being turned away, although I am sad not being able to donate. Plasma donation is especially interesting to me. I wanted to participate after contracting corona, to help with antibody research, but was at this time denied because of my medication. I think as bachelor students, donation seems kind of abstract. We don’t often see the patients that benefit from it. However, in the future we definitely will and for that reason, I think it is important to consider donation. Especially since the blood bank is right next to the faculty. Donation is voluntary Donation is always voluntary. Should you not be able to donate because of your religion, medical circumstances, or any other such reason, it is not my intent to shame you. Any blood bank employee will probably tell you: only donate if you can! Your health and personal comfort are the first priority! But if you can, please sign up to donate or learn more on the sanquin blood bank website.

13


Angelique Wortelboer

Het nest verlaten Review van M2-steden Er komt een moment in je geneeskundestudie dat je niet meer in het UMCG of Martiniziekenhuis coschappen kan lopen. Op dat moment moet je toch echt je vleugels uitslaan en ergens buiten Groningen een stageplek kiezen. Om studenten wat meer inzicht te geven in hun keuze vragen we in deze nieuwe rubriek elke editie twee studenten om iets te vertellen over hun stageplek in M2. In deze editie vertellen geneeskundestudenten Suzanne en Thomas over hun ervaring in Zwolle (Isala) en Enschede (MST).

Suzanne Schuurman - Coschappen gelopen in het Isala Ziekenhuis

Waarom heb je voor deze affiliatie gekozen? Ik kom uit Utrecht en begon die uren in de trein in de loop van de jaren wel zat te worden. Zwolle was daarom de ideale M2-plek voor mij. Juni 2019 begon ik met het coschap interne geneeskunde in het Isala de Isala? Zonder lidwoord? Ik heb alles voorbij horen komen. Hoe was je ervaring in het ziekenhuis/stad? Na het UMCG, met z’n overschot aan coassistenten, voelde ik me een stuk meer welkom in het Isala. Van mijn mede-co’s hoorde ik hetzelfde: de artsen met wie je meeloopt zijn over het algemeen heel vriendelijk en geduldig. Ik heb er bijzondere coschappen gelopen, die je echt niet overal vindt, zoals radiotherapie en fertiliteitsgeneeskunde. Het Isala heeft een level 1 traumacentrum en het grootste Vrouw-kindcentrum (oftewel geboortecentrum) van Nederland. Voor de liefhebber is er ook neurochirurgie, thoraxchirurgie, sportgeneeskunde of de NICU, naast natuurlijk alle standaardcoschappen die je in een kleiner ziekenhuis ook kunt lopen. Ook de buitenpoli’s in het prachtige Kampen en de gezellige huisartsenpraktijken in de buurt van Zwolle bieden hele leuke stageplekken. De coschappen waren naar mijn idee ook goed georganiseerd, op de ietwat hysterische mails van het Bureau Onderwijs Coassistenten na – ik zou het BOC dan ook willen adviseren om iets cursief óf dikgedrukt óf gemarkeerd te maken, maar niet alle drie. Als laatste de architectuur van het Isala: de meningen zijn daarover sterk verdeeld, maar ik kan niet zeggen dat ik ooit zo’n kleurrijk, licht, plantenrijk ziekenhuis heb gezien.

14

Wat was het leukst aan het affiliatieziekenhuis/-stad? Hoewel ik heb genoten van mijn coschappen in het Isala, vond ik het leukste eigenlijk nog wel de stad Zwolle. Nooit geweten dat deze Hanzestad, waar ik wekelijks slechts een glimp van opving vanuit de intercity, zo mooi is! De stervormige gracht, de gezellige binnenstad, het heerlijke ijs van Salute… En natuurlijk de Veluwe vlakbij – vergeleken met de eentonige weilanden van Groningen is dit toch een stuk leuker wielrennen. Hoe was de werksfeer? / De sfeer onder studenten? Zoals ik al noemde, is de sfeer in het Isala naar mijn ervaring een stuk beter dan in het UMCG. Toegegeven: het haalt het nou ook weer niet bij de charmante laagdrempeligheid van een streekziekenhuis. De sfeer is natuurlijk sowieso sterk afhankelijk van de afdeling waar je zit, en hoe goed je aansluiting met de specialisten en andere medewerkers is. Een groot deel van de Zwolse coassistenten in mijn lichting leek elkaar al te kennen; het waren ook altijd dezelfde mensen die de coborrels in het Vliegende Paard organiseerden en bezochten. Als dat niet je ding is, zijn er daarnaast nog genoeg mensen die om andere redenen naar Zwolle zijn gekomen (de ligging, een bijzonder specialisme, et cetera) waar je het vast goed mee kan vinden. Hoe is het studentenleven naast de coschappen? De coronacrisis brak pas uit aan het einde van mijn M2, dus het grootste deel van het jaar waren er regelmatig gezellige feestjes of andere activiteiten. Zwolle haalt het qua uitgaansgelegenheden natuurlijk niet bij Groningen, maar vergeet niet dat het ook een (hbo-) studentenstad is! Verder was de coraad erg actief en organiseerde naast tostilunches in het ziekenhuis ook een co-outdag en diverse diners. Zo was er het


hilarische benefietdiner, een grote aanrader als je wil zien wat er gebeurt als je specialisten onbeperkt wijn voert en ze vervolgens laat meedoen aan een veiling.

Voor wie is dit een goed affiliatieziekenhuis/stad? Als je op zoek bent naar een groot ziekenhuis, waar veel specialistische zorg wordt geboden, is het Isala een voor de hand liggende keus. Het is bovendien een goede uitvalsbasis als je partner, familie of vrienden in de Randstad wonen. Ik zou zeggen: ga er eens een keer heen (het is maar een uurtje met de trein vanaf Groningen) en loop er wat rond, dan voel je vast vanzelf wel aan of de stad en het kleurrijke ziekenhuis iets voor jou zijn. Thomas van der Korst - Coschappen gelopen in het MST in Enschede

Waarom heb je voor deze affiliatie gekozen? Als je de gouden jaren van de middelbare school hebt doorgebracht in Twente is er natuurlijk maar één optie voor M2. En dat is Curaçao. Helaas zijn daar maar een beperkt aantal plekken en het is een zeer populaire bestemming. Gelukkig had ik een solide tweede keuze met het Medisch Spectrum Twente in Enschede. Hoe was je ervaring in het ziekenhuis/stad? Het MST neemt zijn coassistenten serieus en bij het gros van de stageplekken krijg je veel verantwoordelijkheden en leer je gewoon echt heel erg veel. Dit merk je aan enthousiaste A(N)IOSen die je veel laten doen en graag vragen beantwoorden, maar ook specialisten die (veelal) interesse tonen in je leerdoelen en je daarbij willen helpen. Dit alles in een topklinische setting met een van de elf traumacentra van Nederland (ook Duitse traumacertificering), een centrum voor intensieve hematologie, een HPB expertisecentrum, etc. Neurochirurgie? Thoraxchirurgie? They’ve got it all. Eigenlijk is het gewoon een academisch medisch centrum zonder een medische faculteit. Het coassistentenbureau wordt gerund door Henny Labots, en soms voelt ze echt aan als een tweede moeder. Heb je een probleem met je coschap? Klop op haar deur en ze lost het op. Heb je een verstandskies die getrokken moet worden en moet je daarvoor een ochtend vrij nemen? Ze zorgt ervoor dat je diezelfde middag bij de kaakchirurg op de stoel ligt. Dit mooie ziekenhuis voor coschappen ligt helaas wel in een wat rare stad. Hoewel het een technisch gezien een studentenstad is voelt het niet zo aan. Je sociale leven zal vooral bestaan uit activiteiten met de andere coassistenten. Wat was het leukst aan het affiliatieziekenhuis/stad? Voor een student uit Groningen voelt het alsof er in Enschede niet veel te beleven is en eigenlijk is dat ook wel zo. Buiten Enschede heb je echter Twente, en Twente is echt heel erg mooi. Je kunt heel mooi

wandelen, fietsen, mountainbiken en hardlopen in heel Twente. Ook heb je net over de grens, net iets meer dan een half uurtje met de trein (of anderhalf uur fietsen), het dorpje Bad Bentheim. Daar is een heel erg lief dorpje met een indrukwekkend kasteel met een mooi uitzicht. Zelfs als je alle tien de maanden elk weekend erop uit trekt heb je nog niet alles gezien.

Hoe was de werksfeer? / De sfeer onder studenten? De werksfeer is, zoals ik al noemde, zeer prettig om veel van te kunnen leren en dat is natuurlijk waar M2 voor is. Natuurlijk zijn er uitschieters beide kanten op, omdat de cultuur veel sterker afhankelijk is van het specialisme waar je zit. Bij sommige afdelingen zit je na de overdracht nog een uur of meer dingen af te ronden en voor te bereiden op de dag daarna. Bij andere ben je de hele dag actief op zoek naar werk, omdat er niks te doen is. De coassistenten in Enschede zijn zeer hecht en het redelijk makkelijk om daar tussen te komen. Het is altijd gezellig in de cokamer en er is altijd wel een praatje te maken. Ook helpen de coassistenten elkaar met de start van nieuwe coschappen. Waar je soms verloren kunt zijn voor de start van een coschap in M1, zal dat in Enschede niet gauw gebeuren omdat iemand je al een mooie samenvatting heeft gegeven van het coschap.

‘‘Neurochirurgie? Thoraxchirurgie? They’ve got it all.’’ Hoe is het studentenleven naast de coschappen? Ik heb de eer gehad om al mijn coschappen van M2 net voor de eerste lockdown te hebben mogen afronden, ik kan dus vertellen over de normale situatie. Er zijn een groot aantal commissies om deel van te zijn en er is elke week een borrel met de coassistenten. Daarnaast worden er vele activiteiten georganiseerd door de bovenstaande commissies. Hoewel Enschede niet een studentenstad is op het niveau van Groningen ga je gewoon een heel erg leuke tijd krijgen door de leuke andere coassistenten. Voor wie is dit een goed affiliatieziekenhuis/stad? Als je een hechte sociale groep coassistenten om je heen wilt hebben en als je veel wilt leren en topklinische zorg wilt leveren in de toekomst, dan is dit een heel erge goede plek om naartoe te gaan. Bijna alle A(N)IOSsen daar zijn mensen die in M2 naar Enschede zijn gegaan en hebben gekozen om daar te blijven. Ben jij de volgende?

15


Bart Hofsté

Psychiatrie Een introductie in de basis van psychiatrische aandoeningen Geneeskunde is voor een belangrijk deel toegepaste biologie. Zoals de ingenieur de wetmatigheden van de natuurkundige toepast in de constructie van hangbruggen, transistoren of verbrandingsmotoren, zo past ook de arts de inzichten van de bioloog toe in de etiologische verklaring van een pancreascarcinoom, de diagnose van een longontsteking of de behandeling van allergieën. Natuurkundigen zijn al enige tijd (eeuwen, in feite) bezig met unificatie, het zoeken naar theoretische verklaringen van natuurverschijnselen waarin geleidelijk de fundamentele natuurkrachten van het universum worden ondergebracht onder één noemer. Zo verenigde Maxwell in de 19e eeuw in zijn vergelijkingen de elektrische en magnetische kracht. In de 20e eeuw deden Weinberg en Salam hetzelfde trucje opnieuw voor de elektromagnetische en de zwakke kernkracht (de interactie verantwoordelijk voor radioactiviteit). Het summum is de unificatietheorie die alle vier de fundamentele interacties van de natuur samenbrengt en kan verklaren, ook wel bekend onder de esoterische naam ´De theorie van alles.´

“In the distant future I see open fields for far more important researches. Psychology will be based on a new foundation, that of the necessary acquirement of each mental power and capacity by gradation.” - Charles Darwin Een van de vele leuke dingen aan de biologie is dat deze tak van sport reeds een theorie van alles heeft: de evolutietheorie. ‘Niets in de biologie heeft betekenis behalve in het licht van evolutie,’ schreef de evolutiebioloog Theodore Dobzhansky al eens. Maar wat betekent dit voor ons artsen in spe? Als geneeskunde voor een belangrijk deel toegepaste biologie is, en de evolutietheorie de grote unificerende theorie van de biologie is, is de evolutietheorie dan ook niet heel misschien relevant voor de geneeskunde? En, relevant voor mijn doeleinden in dit stuk, in hoeverre gaat dit ook op voor het geneeskundig specialisme psychiatrie, waar biologie, psychologie en geneeskunst samenkomen?

18

De unificatie tussen de evolutietheorie en de psychologie is reeds een groot succes gebleken, mede door het pionierend werk van Leda Cosmides en John Tooby. Deze onderzoekers publiceerden in 1992 het standaardwerk ´The Adapted Mind´, waarin hun evolutionair model van de psyche uiteengezet werd. Het boek was de zoveelste ´nail in the coffin´ waarmee definitief een einde werd gemaakt aan de geloofwaardigheid van het standaard socialewetenschappelijk model (SSWM) van de psyche. Het SSWM vat de geest op als onbeschreven blad, met eigenschappen die louter (of hoofdzakelijk) sociaal geconstrueerd en cultureel gedetermineerd zouden zijn. Tooby en Cosmides poneerden daarentegen een geïntegreerd model waarin de interacties van nature en nurture centraal staan.

“Niets in de biologie heeft betekenis, behalve in het licht van de evolutie.” - Theodore Dobzhansky Cultuur wordt niet niet langer opgevat als een verschijnsel dat ex vacuo ontstaat en ongelimiteerd in staat is menselijke cognitie of gedrag te beïnvloeden. Cultuur komt daarentegen zelf voort uit (maar wordt niet gedetermineerd door) een universele menselijke natuur en wordt door diezelfde universele natuur ook begrensd. Maar zoals de schaduw gods nog lang na zijn dood blijft ronddolen, zo blijft ook het SSWM helaas nog steeds zijn invloed uitoefenen op bepaalde geestesgeleerden en maatschappijwetenschappers. Het idee van de menselijke geest als tabula rasa is echter eenvoudigweg incoherent: zonder program is er geen muziek. De aangeboren menselijke geest is een hypercomplexe en interactieve mozaïek van predisposities, emoties, cognities en motivaties die omwille van hun adaptieve waarde gedurende onze lange evolutionaire voorgeschiedenis tot stand zijn gekomen. Deze interactieve mozaïek zal echter niet begrepen worden door te blijven hangen in een


genuanceerde, holistische kijk op zaken, maar wordt pas begrepen door het uit elkaar te halen en te zien welke componenten precies verantwoordelijk zijn waarvoor, en in welke mate. De evolutionaire adaptaties werken nog altijd door in ons moderne leven. Maar in de moderne context van ons bestaan hoeven ze niet altijd meer adaptief te zijn. Soms kunnen ze zelfs maladaptief werken. Denk aan hoe lekker al die suikerrijke vruchtensapjes zijn waardoor je, als je er maar genoeg van opdrinkt, je kans op cariës of diabetes niet kunt mislopen! (Waarom smaken die sapjes eigenlijk zo goed?)

Een belangrijk onderscheid binnen de evolutionaire geneeskunde (en daarbuiten) is die tussen proximate en ultimate oorzaken. Een proximate oorzaak levert een oorzakelijk nabije, meestal mechanistische verklaring voor een ziekte. Zo wordt sikkelcelanemie veroorzaakt door een enkel-nucleotide-polymorfie in het beta-globulinegen, hetgeen uiteindelijk resulteert in een neerslag die weer de vorm van de rode bloedcellen beïnvloedt.

“Het evolutionaire nadeel van dragerschap weegt niet op tegen het voordeel: een zogeheten trade-off.”

Belangrijk om verder te weten, is dat niet alles dat evolutionair verklaard kan worden een (oorspronkelijke) adaptatie behelst. Een eigenschap die eerst evolueerde omwille van een bepaalde functie die het uitoefende, kan later een andere functie zijn gaan dienen. Veren evolueerden bijvoorbeeld initieel omwille van hun warmteregulerend effect. Pas later zijn veren gaan dienen als advertentiemiddel voor seksuele fitness, alsook als middel voor de vlucht. Dit fenomeen noemt men een exaptatie. Daarnaast poneerden Stephen Jay Gould en Richard

“De evolutionaire adapties werken nog altijd door in ons moderne leven. Maar in de moderne context van ons bestaan hoeven ze niet altijd meer adaptief te zijn.” Lewontin het concept van een ´spandrel´. Dit zijn fenotypische eigenschappen die als bijverschijnsel evolueerden ondanks het ontbreken van een klaarblijkelijk adaptief voordeel. Een voorbeeld daarvan is de menselijke kin. Geen mens die weet waarvoor het dient, en toch evolueerde het. Ook kunnen bepaalde eigenschappen of structuren blijven voortbestaan, ondanks het latere ontbreken van een adaptief voordeel. Dit zijn zogeheten rudimentaire of gereduceerde overblijfselen. De appendix is het klassieke schoolvoorbeeld. In de volgende edities zullen we de bovenstaande principes en het evolutionair-psychologisch denken toepassen op de diagnose autisme. We zullen daarbij kijken naar de neurobiologische basis van autisme, het invloedrijke empathising-systematizing model van Baron-Cohen, sekseverschillen in autisme, alsook de evolutionaire verklaringen die daar mogelijk achter schuil gaan.

Een ultimate oorzaak wordt gevonden in de adaptieve waarde die de mutatie met zich meebrengt voor de heterozygote dragers van het allel. In gebieden waar malaria prevalent is, verstoren de abnormale rode bloedcellen de reproductie van Plasmodium, met een hogere kans op overleving (en daarmee voortplanting) voor de heterozygote drager als gevolg. Het evolutionaire nadeel van dragerschap (heterozygoot of homozygoot) weegt niet op tegen het voordeel: een zogeheten trade-off.

19


Marit Schulte

Column Een ander soort coronamoe Coronamoe zijn we allemaal, en we weten ook allemaal dat de druk in de ziekenhuizen en de zorg in het algemeen steeds hoger wordt hierdoor. Toen ik begin januari een oproep voorbij zag komen vanuit het ziekenhuis dat ze extra studenten nodig hadden ter ondersteuning van het verplegend personeel, heb ik me dan ook hiervoor aangemeld, net zoals een heleboel medestudenten. Ik werd binnen een paar dagen teruggebeld en kon gelijk dezelfde week nog beginnen. Ik kwam terecht op de AOA, de Acute Opname Afdeling, eigenlijk een soort doorgeefluik van de spoedeisende hulp. De mensen komen hier terecht wanneer ze opgenomen moeten worden, maar waar nog niet gelijk plek is op de verpleegafdeling van het specialisme waar ze onder vallen, of wanneer ze korter dan 48 uur opgenomen zullen worden. Er valt dan ook genoeg te beleven en te zien. Er zijn dingen die je vaak tegenkomt zoals een ileus, collaps e.c.i of een heupfractuur of -luxatie en repositie. De ene dag kun je veel doen, omdat er veel zorgbehoevende patiënten zijn en de andere dag is het zo rustig dat je een rustige plek op kan zoeken en kan gaan studeren tussendoor. Op die rustige dagen komt het geregeld voor dat je op een andere afdeling wel nodig bent en daar ingezet kan worden. Deze dagen zijn er vaker wel dan niet geweest voor mij. Zo ben ik in drie weken tijd het hele ziekenhuis al door geweest voor mijn gevoel. De ene dag op de chirurgie, dan naar de long, even bijspringen op de geriatrie, dan naar de oncologie/ MDL en ook op de COVID.

ik mezelf wel in pak hijsen en de mensen aan het bed verzorgen. Maar toch moet ik zeggen dat ik de eerste keer heftiger vond dan de tweede keer. De eerste keer was er namelijk onverwachts een patiënt die overleed en twee patiënten die snel verslechterden, waardoor het allemaal opeens best chaotisch werd. Omdat ik aan de schone kant stond, moest ik de families opvangen en helpen omkleden zodat ze hun geliefde familielid nog voor een van de laatste keren zouden kunnen zien. Dit was ook de eerste patiënt waarvan ik aanwezig was toen deze overleed. Natuurlijk heb ik de patiënt niet zelf gezien, omdat ik niet in pak op de afdeling stond, maar nog steeds laat het een indruk op je achter. De tweede keer dat ik er was, vond ik het veel beter te doen. Ik stond dan wel aan de vieze kant, maar het ging met ‘mijn’ patiënten eigenlijk wel goed. Ze waren redelijk zelfstandig en waren niet enorm ziek, drie patiënten gingen dan ook binnen 48 uur met ontslag.

In eerste instantie werd mij gemeld dat ik niet naar de COVID zou hoeven, maar dat bleek anders te zijn. De eerste keer dat ik er was, werd ik last minute naar de COVID gestuurd. Ik had me netjes gemeld op mijn eigen afdeling, maar na vijf minuten kwam er een telefoontje dat ze hulp nodig hadden. Gelukkig mocht ik aan de ‘schone’ kant werken. Dat betekent dat ik niet bij de patiënten aan het bed stond, maar bijvoorbeeld het bezoek hielp om te kleden, dingen op kantoor regelde, zorgde dat de verpleegkundigen alles klaar hadden liggen etc.

Intussen ben ik definitief naar de longafdeling overgegaan. Hier hadden ze meer hulp nodig dan op de AOA, want de longafdeling ligt altijd wel vol. Nu de tweede golf een beetje afgelopen is en de derde golf nog niet gearriveerd is, komt de reguliere zorg ook weer een beetje op gang en zullen er weer extra verpleegkundigen naar de poli’s toegaan. Dat betekent ook dat ik me zeker niet ga vervelen de komende tijd. Ik ben blij dat ik gewoon lekker op de longafdeling mijn gang kan gaan. Daar liggen ook veel ex-COVID patiënten, maar de sterftecijfers liggen daar gelukkig een stuk lager. Ik heb veel respect voor de collega’s die al maanden achter elkaar onafgebroken zich inzetten op de COVID zonder te klagen, maar ook voor alle andere collega’s die nu systematisch boven hun contracturen werken om alles maar op te vangen en de zorg draaiende te houden.

De tweede keer was ik al naar een andere afdeling, maar daar bleek het onverwachts rustig en op de COVID kwamen ze door ziekte personeel tekort en werd ik daar ingezet. Deze keer had ik niet zo veel geluk en mocht

Als de rest van Nederland ook maar eens zag hoe hard iedereen zich inzet om alles in goede banen te leiden, misschien zouden ze dan ook wat minder klagen over de zorg in Nederland.

20


Seung-Jae Yoon

Physician executioner Medicine in Capital Punishment “Oh, man, I’m not…” These were the final words of Clayton Lockett before he died writhing and convulsing, 40 minutes after being given the lethal injection by a doctor. A collapsed vein had prevented him from becoming fully sedated. He was still conscious when a paralytic agent and potassium were administered, causing immense suffering. But how could a doctor be involved in an execution, especially if it could still go so wrong? From hanging to drugs When we think about executions, firing squads, hanging, or electrocution may come to mind. Although these methods were historically popular, the only accepted means of execution today in most countries is the lethal injection. The shift away from the other forms of execution can be explained by their relatively uncontrolled nature. Firing squads sometimes missed the heart, resulting in a bloody, lengthy death. Hanging was even more inhumane, where the best-case scenario was the breakage of the spine at the C2 level causing diaphragm paralysis. Electrocutions frequently burned flesh and needed multiple shocks. Death by injection was comparatively cleaner and medicalized the process; it could be thought of as just another medical procedure.

The three shots So how is the procedure performed? The most commonly used protocol was developed by Dr. Stanley Deutsch in 1977, whereby two IV cannulas are first placed. Three drugs are then administered successively through one cannula, at doses tenfold the recommended amount. Sodium thiopental or pentobarbital (short-acting barbiturates) is first given to induce unconsciousness. Once that occurs, pancuronium bromide causes complete paralysis by inhibiting the nicotinic acetylcholine receptor at neuromuscular junct-ions. Potassium chloride is the final drug which is administered and causes cardiac arrest as the resting membrane potential of the heart is lowered. As you might be able to imagine, carrying out such a procedure without medical knowledge would be difficult. The botched execution rate of lethal injections (7%) is higher than that of any other methods. The fact that 7 of 100 prisoners will suffer, shatters the illusion of a precise, controlled death. If the paralytic is administered too soon, the prisoner will get the feeling of being buried alive. If the potassium bolus is given without sufficient anesthesia, there will be immense pain at the site of

injection. In light of these difficulties, governments have sought doctors’ expertise since the introduction of the procedure.

Primum non docere Most European countries, including the Netherlands, have abolished capital punishment, but some US states maintain this practice, with some even requiring physician presence. The doctors may be asked to simply observe the heart monitor behind a curtain or participate more actively, for instance by personally placing the IV line. Both actions contribute to the execution but to different degrees: is one allowed and the other not? The answer given by the American Medical Association (AMA) is a “no”; it strictly forbids all forms of physician participation, in any step of the procedure – even monitoring vital signs and pronouncing death. Doctors are only allowed to certify the death, after someone else has declared it. However, the AMA’s strong ethical opposition and the risk of being shunned by the medical community have not discouraged some doctors from taking part. And although there have been legal challenges to these doctors’ licenses, none have been revoked as the AMA does not have the legal authority to do so. How do doctors justify violating the fundamental ethical principle of primum non docere, or first do no harm? One possible argument is that it is their moral duty to make executions as humane as possible, or that it is their civic duty to carry out an action approved by the government. But these reasons could be countered by the fact that the procedure can be carried out by a non-physician (like a pharmacist) with little to no added pain for prisoners, especially if physicians play such a limited role in the first place. Take Mr. Lockett’s case, for example, where close medical supervision could not prevent a painful death. Moreover, the image of a physician executioner may damage the public trust in medical care. In the end, regardless of one’s stance on the death penalty, one must act according to the core values of the medical profession.

21


Ivanka van Wijk

DIY Med School Reaching the limit during the Corona crisis Wake-up. Coffee. Online lectures. Study. Sleep. Repeat. And repeat. And repeat. The days of fun Panacea parties, group study sessions at the UB, and exciting events in our beautiful city are far in the past. For nearly a year now, online education has become the new normal, and normal life has become a rarity. It feels to many as if a chunk of our university years is gone, what should be the best years of our lives. This leads to the question, what effect is this having on our mental health, motivation, and general happiness? We asked our readers for their opinion.

Stressed, burned out, helpless, Corona-moe (Tired of corona) can all be used to describe the prevailing feeling that Corona has caused. To me, the specific feeling can be best described as a melting pot of many different elements. The repetitiveness of the day causes boredom, while the lack of exciting things to look forward to depletes the motivation to keep up. Staying home all the time makes the walls feel suffocating, but going outside for enjoyment, something unnecessary, carries the guilt that you might be increasing the risk for others. Thinking about what a different year you would have had, if the Corona crisis didn’t exist, just leaves an empty feeling of what ‘could have been’. All these factors have a negative impact on our mental capacity to follow our study program. Online education, which requires more discipline than ever before, is calling upon a reserve of motivation that just seems to be missing in this time. As medical students, this change in education style hits particularly hard. In a career so focused on interacting with people, building competencies, and learning by doing, the online program falls short of what would be ideal. Patient lectures, practicals, even consultation training just doesn’t seem to translate to a digital environment. Not only are parts of our curriculum no longer possible, but what we still can do has to be followed in a much more independent way than what we are used to. Learning has shifted from on location, with hands on experiences and expert guidance, to sitting at home with textbooks and video clips. This, of course, is an unavoidable consequence of the current pandemic. Both the faculty and the students try hard to make the best of this situation, that is

22

abundantly clear. Creative professors and staff who try their best to deliver quality, interactive education from home are the shining stars in this dark time. What is especially important to remember is that online education allows students to continue studying and avoid delays in getting their degree. However, this does not mean that this form of learning comes without challenges. What stands out most is how this new learning environment affects students mentally and emotionally. We asked our readers, through a series of polls on Instagram, how they were experiencing the Corona crisis and its effect on the medical program. Overall, the majority (65%) said they prefer continuing with the online program than getting study delay. This means that despite the struggles, many are glad that online learning gives them the opportunity to continue at a normal schedule. However, when asked about symptoms of burnout during the medical program, a strong majority (78% of respondents) shared that they have experienced some of these symptoms. This includes constant tiredness, changed sleep patterns, extreme fear of failure, motivation loss, irritability, and feeling trapped. One point of specific importance is the unique exam schedule of our program, with an exam every 4 weeks, instead of the usual structure of final exams twice a study year. While this prevents a period of crash-studying and stress for multiple exams, it does contribute to a feeling of an exam always looming on the horizon. With so many high stress moments during a semester, it’s not surprising that a significant 85% of our respondents believe the exam schedule of medicine predisposes students to burnout.


Opinions were more divided on the workload that our program carries. When asked if the amount of work required was too much to handle, 59% of respondents agreed that the workload was unmanageable. However, 41% found that the workload was just right. Although the majority feel overwhelmed, a significant population of students seem to be getting along alright.

In addition, the coordination of the basic program with the LC program can sometimes be the cause for additional frustration. One respondent stated; “What I find the most problematic is the timing of LC tasks with the exam, the deadlines in the exact same week.” Better coordination across the different elements of the bachelor program can be a potential solution to this issue.

Our polls received over 200 responses each, and seems to show an overall picture of students feeling disbalance in their study lives. Some of our readers shared their specific opinions about this, through an open question option. Some of this is caused by unavoidable circumstances, like the limitations caused by the pandemic and the demanding nature of studying Medicine. One reader expressed frustration with the tight deadlines: “There is never a break. Especially if you also have extracurricular activities.” Another reader suggested,“We should have more than 2 holidays a year or at least a couple of free days after an exam, in order to destress a bit.” Yet another response felt the same way: “The exam right after the last week of the themes gives so much stress because you can hardly repeat or revise.” It appears that quite a lot of stress is experienced by students due to the scheduling of exams without opportunity for rest or revision.

As a final point, one respondent found that not only the program can be a cause of stress, but also other students can make things more difficult. “Study ethics in medical school are toxic and fellow students look down on people who take longer. Fellow students are just as stressful as the exams and workload for me.” What is most important to remember is that us students are here to work together and support each other through our collective journey to becoming doctors. Competitiveness and feelings of superiority work against this goal. It’s important, especially in this difficult period, to be there for other students and celebrate their successes, rather than seeing it as an indication of your failure or a threat. Together is the best way through, and a kind word or an open ear can make all the difference to a fellow student struggling with feeling burnt out in this uncertain time.

23


Chris Lenselink

Coronacolumn Superswabber “Vind je dat nou leuk, mensen laten kokhalzen?” Een vraag die ik regelmatig krijg, en niet omdat ik vaak op sm-feesten kom, maar omdat ik coronatesten afneem bij de GGD. Gekleed in astronautenpak, versierd met een lasscherm en gewapend met een wattenstaaf penetreer ik met liefde je neus. Sinds augustus ga ik met plezier naar mijn werk, en is het nu tijd om de balans op te maken.

Heel lang had ik nooit de behoefte om ook maar iets met corona te doen. Die troep wilde ik het liefst zo ver mogelijk uit mijn buurt houden. Het leven is als Lucille Werner: het kan raar lopen. Na het afmaken van de bachelor wilde ik het liefst de stage wetenschap voor M1 doen. Door ons favoriete virus betekende dat wel dat de hele stage vanuit huis gedaan moest worden: onnodige miniwetenschappers zijn immers niet noodzakelijk in het ziekenhuis. Van het idee een heel semester als een kluizenaar achter mijn net iets te oude MacBook te zitten, werd ik echter ook niet heel warm. Zodoende kwam het plan om dan maar een baantje te zoeken. Heel veel opties waren er echter niet. In de juni-editie van de PanEssay had ik een interview gehouden met een coronatester bij het UMCG. Het is niet zo dat tijdens dit interview het enthousiasme ervan af spatte, maar misschien was dit wel een baan waarbij ik nog wat mensen zou zien, en het zou wel leuk staan op mijn CV. De GGD had vacatures openstaan waarop ik besloot te solliciteren. Nee, geen heldendaad, maar puur pragmatisme.

‘‘Nee, geen heldendaad, maar puur pragmatisme’’ Een training van twee uur moest mij kundig maken in de kunst van het swabben. De eerste keer sinds maanden kwam ik op de faculteit, waar ik als een exaceberende COPD’er op de derde verdieping een skillslabruimte betrad. Met twee anderen mochten we welgeteld twee swabs op elkaar afnemen. Met enig vertrouwen liep ik de volgende dag mee bij de testlocatie die destijds in de faculteit zat. Met klotsende zweethanden deed ik

24

een masker op, kreeg ik mijn pak niet dichtgeknoopt en moest ik honderd keer vragen wat nou de juiste volgorde was. De eerste patiënt was een vrouw van een jaar of zestig, heel rustig en nuchter, zo ongeveer het tegenovergestelde van ikzelf op dat moment. Gelukkig ging de test goed, ze moest niet overgeven en de swab bleef niet vastzitten in haar neus. Tevreden ging ze weer weg, en met enige onhandigheid deed ik de handschoenen weer uit. Nu was ik een echte swabber.

‘‘Tevreden ging ze weer weg, en met enige onhandigheid deed ik de handschoenen weer uit. Nu was ik een echte swabber’’ Mijn eerste echte werkdag was ook de eerste dag dat de eerste GGD-locatie openging, namelijk de drive-through in Veendam. Na een korte semischoolreis betrad ik voor het eerst het Ommeland ten oosten van de ring (want ja, wat moet je ook daar) en kwamen we aan in een loods die geen architectuurprijs gaat winnen. Met door RTV Noord vereeuwigde faam werd ik gefilmd terwijl ik mensen testte. Gelukkig ging ook nu alles goed, en begon het zelfs al een beetje als routine te voelen. In principe voelt het nu als lopendebandwerk, en dat is eigenlijk ook goed. Je kan altijd dezelfde dag nog terecht, en binnen een minuut kan je de testkamer soms alweer verlaten. Met gepaste efficiëntie doe ik zo smooth mogelijk die handschoenen aan, vraag ik de patiënt ‘AAA’ te zeggen en meld ik dat het wattenstaafje in de neus wel een beetje gek kan voelen. Je merkt pas bij dit


werk hoeveel mensen hun neus gebroken hebben, en ik kan wel beamen dat de tong de sterkste spier van het lichaam is. Soms is iemand nerveus, waarna ik rustig uitleg wat er gaat gebeuren. Eigenlijk lukt de test altijd, hoewel niet altijd van harte. Ik ben wel eens klootzak genoemd en uit reflex geslagen, maar hey, dat is de baan.

‘‘Eigenlijk lukt de test altijd, hoewel niet altijd van harte. Ik ben wel eens klootzak genoemd en uit reflex geslagen, maar hey, dat is de baan.’’ Na een paar maanden ben ik ook aan de slag gegaan bij de thuistesten: voor bepaalde groepen wordt de test aan huis afgenomen; denk aan niet-mobiele ouderen. Het contrast met een teststraat is groot: met veel meer tijd voor een patiënt is er ruimte om een kort praatje te maken. Vaak wordt dit erg gewaardeerd: veel ouderen zijn eenzaam en zijn blij dat er iemand langskomt, zij het een coronatester.

‘‘Veel ouderen zijn eenzaam en zijn blij dat er iemand langskomt, zij het een coronatester’’ Meestal is het dom werk, maar toch komt geneeskunde van pas. Bij een vrouw die thuis getest werd bleek al gauw dat ze erg benauwd was; ze kon geen zin afmaken zonder naar adem te happen. Ik dacht aan het thema acute geneeskunde en herinnerde me dat dit een veeg teken was. Na de doktersdienst gebeld te hebben, werd ze opgehaald door een ambulance. Schuddend lag ze op de bank, terwijl ik haar hand vasthield. Ik wist toen weer waarom ik geneeskunde ging studeren. Tot mei werk ik bij de GGD, daarna ga ik aan de slag met M1. De ongemakken die ik daarmee ga beleven, volgen in de cocolumn.

25


Photos by @Youssif.Alshewalli

Andreas Vesalius

Medicine on the move Symposium on racism, migration and health Still in 2021, racism and migration status have a negative impact on access to healthcare and the quality of healthcare. Yet, these topics are overlooked in our medical curriculum. Therefore Medicine On the Move has taken action and started organizing online symposia. In order to understand their future patients, healthcare students must be conscious of the multidimensional nature of migrant health from medical and socio-cultural-political perspectives to provide improved patient-centered care. The inclusion of migrant health in the curriculum will help to inform current and future generations of medical professionals and equip them to address these health gaps in the clinic. On the 17th of April, Medicine On The Move will organize its third symposium, which will shine a light on racism and discrimination as determinants of health with a focus on the situation of children. Speakers 1. Amani Ballour MD: she is a pediatrician from Syria who ran an underground pediatric hospital under the bombardments and also starred in the Oscar-nominated documentary: “The Cave” about her work in Syria. She is now a refugee in Germany. She will show a fragment of the documentary and share her experience. 2. Suad Al Smoqi: she is a 22 years old social worker in Groningen, who fled as an unaccompanied minor from Iraq, along with her younger brothers. She is an activist who frequently gives speeches at protests against discriminatory policies against refugees. She will share with the participants the story of her fleeing and the hardships she went through as a child. 3. Jamiu Busari MD PhD: he is a pediatrician from the UK who works now in Aruba at Horacio Oduber Hospital. He is an advocate for diversity, equity, and inclusivity. He will talk about racism in the health care system and explain how to identify own implicit bias and work on creating a more inclusive health care system. 4. Jeffrie Quarsie MD: he is a public health doctor, has a background in medicine and in international affairs (Sciences Po), worked in Moria refugee camp in Lesvos, and is knowledgeable of the topic of the Dutch and European refugee policies. He will explain how such policies hinder access to healthcare and quality of health, giving practical examples from his volunteering work in Moria camp. 5. Parwana Amiri: she is a 17 years old author, poet, and human rights activist from Afghanistan. At the moment she lives in refugee camp Ritsona, close to Athens. She

26

will share her experience of being a child in a refugee camp and how children’s rights are being violated by the Greek and European government. 6. Bernice Samson MD: she is a public health doctor and she is a member of the “AJN Jeugdartsen Nederland, Werkgroep Vluchtelingen”, a medical committee dedicated to the healthcare of refugee children. She will share with the participants a presentation on what is important to know when you have a refugee child as a patient. 7. Richard Vyse LLB LLM MA: a Legal Advisor at Asylum Seekers Information, for unaccompanied minors in particular. He will provide information on the most recent laws and policies surrounding asylum seeker children and how their rights are currently being violated. We hope those that attended the syposium enjoyed their time and learned something from it. Check the calender at the end of the PanEssay for upcoming events, and keep an eye out for future symposia. Attending symposia is always an interesting experience.


Hans Burgerhof

Liefde voor het vak Statistics at the medical faculty Onderwijs heeft mij al van kinds af aan getrokken. Op de basisschool was ik met rekenen de snelste van de klas en hielp ik Meester Wim met het nakijken van de schriften van mijn klasgenootjes. Toen ik ook nog een keer staartdelingen mocht uitleggen voor het bord, was mijn keuze gemaakt: ik wilde docent worden. Onderwijs heeft mij al van kinds af aan getrokken. Op de basisschool was ik met rekenen de snelste van de klas en hielp ik Meester Wim met het nakijken van de schriften van mijn klasgenootjes. Toen ik ook nog een keer staartdelingen mocht uitleggen voor het bord, was mijn keuze gemaakt: ik wilde docent worden. Ik heb wiskunde gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen en heb tijdens mijn studie een aantal jaren als wiskundeleraar gewerkt op diverse middelbare scholen in Stad en Ommeland. Deze periode heb ik als leuk en leerzaam ervaren, maar door teruglopende leerlingenaantallen waren er voor mij – last in, first out – geen uren meer. Ik besloot mijn studie af te ronden, maar veranderde mijn afstudeerrichting van zuivere wiskunde naar een meer toegepast onderwerp: mathematische statistiek. Ongetwijfeld hebben de vragen in de jaren daarvoor (“Waarom moeten wij dit weten, meneer?”) bij deze beslissing een rol gespeeld. Ik heb nooit spijt gehad van deze switch; statistiek is een boeiend vakgebied dat maatschappelijk relevant en volop in ontwikkeling is. Als statisticus bij de Medische Faculteit / het UMCG verdeel ik mijn tijd over onderwijs, consultatie en – als er nog wat tijd over is – onderzoek.

‘‘Waarom moeten wij dit weten, meneer?’’ Het onderdeel echter dat mij de meeste bevrediging verschaft is zonder twijfel het onderwijs. Hoewel ik nu al bijna 40 jaar in het onderwijs werkzaam ben, blijft het een genoegen om les te geven en te zien hoe bij sommige studenten “het kwartje valt”. Ik blijf het uitdagend vinden om studenten, die wat meer moeite met de materie hebben, door middel van andere benaderingen, nieuwe voorbeelden of een extra schetsje, meer begrip

bij te brengen. Als een dergelijke student na tien minuten uitleg plotseling uitroept “Maar eigenlijk is het heel simpel!”, is mijn dag weer geslaagd.

‘‘Als een dergelijke student na tien minuten uitleg plotseling uitroept ‘‘Maar eigenlijk is het heel simpel!’’, is mijn dag weer geslaagd.’’ Collega’s vragen mij wel eens of ik het niet saai of vervelend vind om elk jaar opnieuw dezelfde basisbegrippen van de statistiek uit te leggen. Dan verwijs ik graag naar het antwoord dat de cabaretier Freek de Jonge gaf, toen hem gevraagd werd of hij het niet vervelend vond om op tournee steeds dezelfde grappen te vertellen: “Natuurlijk is dat stom vervelend, maar om het leuk te houden nodig ik steeds een nieuw publiek uit”. Het blijft mij verbazen dat elke nieuwe jaargang studenten weer nieuwe vragen met zich meebrengt. De laatste jaren is er bovendien een verschuiving zichtbaar in de manier waarop het onderwijs wordt aangeboden: er is minder contact onderwijs en daarmee wordt een groter beroep gedaan op de zelfredzaamheid van de student. Nu zijn de meeste studenten van de Medische faculteit niet gaan studeren vanuit een intrinsieke interesse in statistiek. Vandaar dat ik probeer met video’s en elektronische modules de medische statistiek toegankelijker te maken. Nu we door Covid-19 gedwongen thuis werken is het prettig dat er reeds dergelijke hulpbronnen bestaan, maar ik mis het directe contact met de studenten enorm. Ook uit reacties van studenten maak ik op dat zij de interactie tussen docent en student missen; hopelijk zien wij elkaar weer snel en kan ik weer, gevaccineerd en wel, aan de slag met stift en white board.

27


Petra Feenstra

Myocardial Infarction “Ik hou van jou met heel mijn afwijkend hart” Het jaar 2000, een nieuw millennium vol met nieuwe mogelijkheden voor medisch onderzoek. Dit was het jaar dat mijn moeder voor het eerst een ECG liet maken omdat zij was flauwgevallen op haar werk. Dit leidde nogal tot verbazing van haar artsen. “Eén arts liep de deur uit en er kwamen drie terug de kamer in.” Mijn moeder viel van jongs af aan sporadisch flauw, maar dit had volgens haar altijd een reden. Zij vertelde: “Ik herinner dat ik flauwviel nadat ik naar de overkant van de straat sprintte om mijn nieuwe, witte jurkje te laten zien aan mijn vriendin die daar woonde.” En na even denken: “Ik liep een andere keer snel naar beneden om de telefoon op te nemen en zodra ik had opgenomen, ging ik onderuit. Ik weet nog steeds niet wie het was aan de andere kant van de lijn.” Na een paar anekdotes pakte mijn moeder een map uit de kast, zo dik dat deze bijna niet meer dichtgeslagen kon worden. Hierin verzamelt ze al de informatie, brieven en krantenknipsels die zij in de loop van de jaren heeft vergaard. Een tijdlijn als het ware, beginnende in 2000 na de zoveelste keer flauwvallen. Het was voor haar niks speciaals meer. Na cardiologisch onderzoek kwamen artsen uit op het lange QT-syndroom (LQTS). Hier werd nooit een genetische oorzaak voor aangetoond, maar dit was in lijn met de symptomen die mijn moeder liet zien en paste daarnaast perfect in het plaatje dat zij schetste van haar familie. Het lange QT-syndroom is een erfelijke aandoening, veroorzaakt door afwijkingen in natriumen/of kaliumkanalen in de hartspiercellen. Symptomen die hierdoor kunnen optreden zijn hartkloppingen, duizeligheid en flauwvallen, waar mijn moeder allemaal sporadisch last van had. Sommige mensen krijgen een ICD, maar omdat mijn moeder zelfs tijdens een intensieve fietstest niet onderuit ging, kreeg zij medicijnen voorgeschreven (bètablokkers). Er was ook wel degelijk een reden om een genetische oorzaak te verdenken, omdat mijn moeders familie niet geheel onbekend was met hartritmestoornissen. Haar vader had een verminderde pompfunctie en had daarom een pacemaker. Zijn broer overleed zelfs plotseling op dertigjarige leeftijd, maar verder familieonderzoek is er in die tijd nooit gedaan. Vijftien jaar lang leefde mijn moeder met het idee dat zij een van de achtduizend Nederlanders was met de LQT-mutatie. Niet iedereen krijgt klachten die even hevig zijn en later is haar verteld dat het beter was geweest dat zij deze aandoening had gehad dan de aandoening waarmee zij in 2015 gediagnostiseerd

28

werd: een PLN-mutatie. Ruim tien jaar na haar initiële diagnose werd door klinisch geneticus dr. Paul van der Zwaag de PLN-mutatie ontdekt. Het phospholamban-gen speelt een belangrijke rol in de calciumhuishouding van de hartspiercellen. Er zijn twee verschillende varianten, namelijk dilaterende cardiomyopathie (DCM) en aritmogene cardiomyopathie (ACM). De aandoening kan een verschillende expressiviteit hebben en soms aanleiding geven tot hartritmestoornissen en hartfalen. De PLN-mutatie dateert waarschijnlijk uit de veertiende eeuw, in Friesland om precies te zijn. Daarom wordt de aandoening ook wel de Friese hartspierziekte genoemd. Een Friezin werd geboren met een spontane mutatie en heeft dit onbewust doorgegeven aan al de volgende generaties die drager zijn van de mutatie. Allemaal blijken zij af te stammen van een en dezelfde Friezin. Als men een kaartje erbij pakt van waar de PLN-mutaties vooral voorkomen, kleurt Noord-Nederland erg donker. De gemeente waarin wij wonen is zelfs pikzwart. Een van de redenen dat deze mutatie bijna achthonderd jaar heeft kunnen overleven, is dat de symptomen meestal pas verschijnen op middelbare leeftijd, wanneer de meeste mensen al kinderen hebben gekregen. De PLN-mutatie is autosomaal dominant, dus ieder kind heeft 50% kans op het erven van deze mutatie. Voor mij geldt dus hetzelfde. Op jonge leeftijd ben ik meerdere malen getest en ik herinner mij nog goed dat ik om de drie jaar een dag met een Holterfoon kon flaneren op school of op het sportveld. Met plakkers (elektroden) op mijn borst nam dit apparaat gedurende vierentwintig uur mijn hartritme op. Daar is nog nooit wat uitgekomen, maar dat biedt geen garantie voor


de toekomst. Ten eerste omdat mijn DNA nog nooit getest is, wat als enige 100% zekerheid zou kunnen geven, en ten tweede omdat deze aandoening progressief is en dus met de tijd erger kan worden. Zoals al eerder vermeld, treden de eerste verschijnselen meestal op middelbare leeftijd op. De reden dat ik nog geen DNA-onderzoek heb ondergaan, heeft te maken met al de economische en sociale consequenties als er een positieve uitslag volgt. Toch ontstaan er twijfels door de onwetendheid (“Heb ik het wel, heb ik het niet?”, “50% kans is best veel.”). De eeneiige tweelingzus van mijn moeder blijkt minder last te hebben van die vragen. Mijn tante en moeder hebben natuurlijk hetzelfde DNA, maar de mutatie kan verschillende expressiviteit laten zien (bij 50% van de dragers ontstaan meestal klachten). Aangezien haar tweelingzus nog geen klachten heeft ervaren, heeft zij nog geen reden gezien tot verder onderzoek. Samen hebben zij nog vijf andere broers en zussen, waarvan geen enkele zich heeft laten onderzoeken. Wel hebben twee broers een vergrote hartspier, maar dit schrijven zij ook graag toe aan het feit dat zij veel aan sport doen, waardoor hun sterke hart een lage hartfrequentie veroorzaakt. In 2015 werd mijn moeder opnieuw gevraagd voor een DNA-onderzoek, omdat er nu weer zo veel meer bekend is dan vijftien jaar geleden. Er waren tientallen genen waar op getest kon worden, in tegenstelling tot de vijf waar zij in het jaar 2000 op getest werd. Voor mijn moeder betekende de nieuwe diagnose dat zij kon stoppen met de medicatie voor het LQTS, die haar erg vermoeid maakte. Het was dus niet alleen de aandoening die bij haar voor symptomen zorgde, maar ook de medicijnen. Het kan zijn dat er door het afbreken van de medicatie meer verkalking van de hartkleppen kan optreden en daarom staat er een controleafspraak op de planning. De afgelopen jaren heeft zij echter gemerkt dat haar energie erg is toegenomen, maar zo ook de onzekerheid die de nieuwe diagnose met zich meedraagt. “Een ernstigere aandoening dan in eerste instantie gedacht, maar geen medicatie?” Die onzekerheid deelt zij met meer dan achtduizend Nederlanders, maar ook een aantal Canadezen en Amerikanen die door migratie op andere continenten terecht zijn gekomen. Aangezien deze mutatie pas tien jaar geleden ontdekt is, is er weinig over bekend. Er komen wel steeds meer families in beeld door bevolkingsonderzoek (LifeLines bijvoorbeeld) of na klachten, waarvan vermogende patiënten hun eigen geld investeren in onderzoek. Daarbuiten is het lastig om geld te verkrijgen voor verder onderzoek, omdat het om een beperkte groep patiënten gaat. Tot op heden zijn er slechts een beperkt aantal behandelopties: medicatie tegen hartkloppingen, een ICD voor ernstige

hartritmestoornissen en in nog hevigere gevallen zou er een harttransplantatie uitgevoerd kunnen worden. Zo ver is het voor mijn moeder niet, hopelijk hoeft het nooit zo ver te komen, maar met deze aandoening is er geen zeker weten. Stichting Genetische Hartspierziekte PLN is er van overtuigd dat er een oplossing gevonden zal worden voor de mutatie. Patiënten met de PLN-mutatie en vele andere betrokken vrijwilligers zetten zich zodanig in dat zij zelfs invloed hebben op bepaalde onderzoeken. Het is uitzonderlijk dat een groep patiënten zich zo inzet en zo betrokken is bij de research. Actieve vrijwilligers kwamen erachter dat er in Nederland weinig samenwerking en zelfs bekendheid was als het neerkwam op deze aandoening. Een handjevol patiënten is toen naar Amerika gegaan, waar al een aantal hoopvolle technieken beschikbaar bleken te zijn. Dit heeft uiteindelijk weer een boost gegeven aan Nederlands onderzoek. Het is belangrijk dat er vooral in Nederland aandacht aan besteed wordt, want hier bevinden zich de meeste patiënten. Bekendheid van de aandoening bij artsen is natuurlijk erg belangrijk voor het stellen van de diagnose, hoewel diagnosticeren niet veel verschil kan maken in het leven van de patiënt aangaande genezing. Er kan wel rekening mee gehouden worden bij het krijgen van kinderen, maar ook bij het beoefenen van intensieve sporten.

‘‘Een ernstigere aandoening dan in eerste instantie gedacht, maar geen medicatie?’’ Als ik vraag of mijn moeder zich beperkt voelt in haar dagelijks leven, zegt ze zo bescheiden als een Fries “neeuh”, maar na even denken voegt ze dan toch toe dat zij zich snel vermoeid voelt en daardoor niet altijd even actief kan zijn als ze zou willen. Daarnaast lijkt het mij persoonlijk vermoeiend om te wachten op duidelijkheid, maar zo ziet men dat de Friezen een hoopvol volk zijn die niet bij de pakken neer gaan zitten en stug doorzetten met wat zij het allerliefste doen. Mijn moeder wandelt nog steeds graag en is ook vaak de deur uit voor bijvoorbeeld boodschappen. Daar zit ze niet mee, maar wie er al die jaren geleden aan de andere kant van de lijn was voordat ze onderuitging, zal ze waarschijnlijk nooit weten. Wat mijn moeder wel heeft geleerd, is dat als ze een nieuw jurkje heeft gekocht, ze hem in alle rust aan mij laat zien.

29


Hendrik-Willem Pasterkamp

Medical controversies Internet challenges We live in an interesting time. A time in which all the information you would ever need is just a touch away. Most of the things you could come up with have been done before, and if you think you are good at something, there is some 8-year-old on the other side of the world that does it better. Most people, like me, can just accept this fact and not let it ruin the fun. However, others have to push the boundaries of what is ‘fun’, coming up with the weirdest ideas and insane challenges. And if you think people are sane enough to use common sense in assessing whether to participate or not, oh boy you are in for a ride. Here are some of the most dangerous challenges of the past few years that have gone viral on social media.

The tide pod challenge Do you remember this one? We are going all the way back to 2017, when memes were still obscure humour and viral videos were only shared through YouTube and Facebook. You know, when your-momma-jokes were still funny. This story starts off on a reddit page called intrusivethoughts where someone posted an image of a tide pod, looking as colorful as ever, daring the reader to eat it. Although intended as a joke, this was one of the factors that set off a chain of events that would lead to the poisoning of dozens of children. Even though the challenge started to go viral in 2018, the risks of eating tide pods were already shown as far as 8 years ago. In 2012-2013, there was an average of one child admitted to the hospital a day for ingestion of a laundry pod in the US. Swallowing a small bit of laundry detergent is not bad at all, besides maybe resulting in some stomach ache. But these pods contain highly concentrated detergents that are poisonous. If the bitter taste is not enough to make you vomit, the bleach and chemicals will. Reports have shown symptoms like vomiting, foaming, lethargy and burns of the esophagus. Foaming can become so bad that aspiration occurs, and soon enough, the vomiting becomes the least of your problems.

their laundry pods. Extra warnings were listed, colors were changed, a bitter taste was added and advice was given on what to do if you accidentally swallowed a tide pod. Having made these extensive efforts to prevent further laundry pod-related trauma, cases went down and another major health hazard was resolved. If only it would have lasted. This brings us to 2018, the birth year of the ‘Tide Pod Challenge’. Hundreds of teenagers all over the internet shared videos of eating a tide pod and daring their friends to do the same. People made videos of themselves gagging on a tide pod, some people vomiting or choking. But apparently these awful videos weren’t appalling enough, as popularity of the challenge was rising. And as they do with any other major internet scandal, platforms like YouTube and Facebook only knew one way to deal with this: censorship. Videos depicting or linked to the challenge were deleted in the hopes of letting the hype ‘die out’. In the end it even required American football star Rob Gronkowski to collaborate with Tide in making a campaign urging people to not participate in the challenge. In conclusion, never eat anything that is made to clean your dirty undies, even if your friends dare you to. Benadryl challenge

Let’s go back a bit. In 2012-2013 most of these cases were really young children. These colorful pods looked like candy, so when kept within reach children would eat these and accidentally poison themselves. Because of this, angry parents blamed the manufacturer and pressured them to change the way laundry pods look and taste. To avoid further incidents and to clear their name, many companies did make drastic changes to the way they distribute

30

As with many of these challenges, they seem to be based on wanting to feel like you belong. Or maybe the fear of not fitting in. If your friends do it, why shouldn’t you? And if something will get you a lot of views/likes/upvotes etc., what is holding you back? A lot of these challenges arise from the need to keep moving the line between what’s normal and what’s not. Imagine being a YouTuber, and your channel


revolves around gaming. In order to stay relevant you mainly need to play new games, keeping up with current trends. But what if the main purpose of your channel is to create drama or just to look interesting? To stay relevant, you’ll have to keep pushing the boundaries, doing more insane things. Anyhow, the next challenge revolves around a drug that is not even available in the Netherlands due to it’s nasty side effects: Benadryl. Diphenhydramine, the more scientific name with the other being the brand, is a powerful antihistamine drug. It is used in the treatment of atopic diseases like eczema or allergic rhinitis, but also to make you sleepy. It can even be used to reduce tremor in Parkinsonism. The versatility of this drug all has to do with the effects of Diphenhydramine on the H1 and cholinergic receptors in your body. Histamine is well known to cause your everyday allergic reaction: itching, flushing and a runny nose amongst others. However, histamine also has effects on the brain. Histamine is not only used in wakefulness and cognition, but also as an anticonvulsant. So you can imagine that taking too much Benadryl will cause sleepiness, hallucinations and seizures. But if that wasn’t bad enough, Diphenhydramine also has a very similar structure to acetylcholine. In really high doses, diphenhydramine will therefore also interact with the cholinergic system causing impaired peristalsis, ventricular fibrillation and impaired urine production. All in all, this forms a recipe for disaster if taken irresponsibly . And that is exactly what happened.

Cinnamon causes acute inflammation and damages the respiratory epithelium. In asthma patients, this can trigger an acute asthma attack which can be life threatening. The Salt and Ice Challenge – Although not deadly, this challenge can cause serious disfigurement. The challenge involves putting a mixture of salt and water on your skin, followed by applying ice on it. Soon enough you’ll feel intense pain and the challenge is to hold the ice on as long as possible. What’s actually happening is that the mixture of salt/ice/water creates a unique chemical reaction, causing the temperature of the ice to become as low as -28 degrees Celsius. This leads to acute full-thickness frost burn and can leave a permanent scar. Having gone through all these challenges, I hope I have reminded you that just because everyone does something, it does not mean you have to do it too. Sacrificing your own health for a brief moment of fame is not worth the risk. The fame might feel like quite the accomplishment, but remember: the brightest stars burn out the fastest.

Benadryl is already known for its recreational use and addiction. Many people use it for inducing hallucinations; basically tripping on allergy medicine. What’s even worse, and one of the causes of the problem, is that this dangerous drug is available over the counter in the US. The challenge appeared on TikTok in the early months of 2020. Teens dared each other to drink a bottle of Benadryl and then film themselves while tripping. This led to numerous cases of hospitalization. If that wasn’t bad enough, a 15 year-old girl from Oklahoma died participating in the challenge. Other NOTeworthy challenges The Cinnamon Challenge – This one has been around for a while. It originated in around 2012, but became very popular in 2014-2016. Even nowadays new videos are made in which people eat a whole tablespoon of cinnamon. The challenging part is to swallow it without using any water, because what happens is that the cinnamon will absorb all the water in your mouth causing intense dryness and irritation. This hardly ever leads to any serious complications, but when it does, things turn bad really fast. A 13-year-old boy in the Netherlands ended up in a coma after accidentally inhaling the cinnamon.

31


Music alCie

e i C m u r t s u L


Stichting Arts en Organisatie

De Digitale Dokter: Zorg in een tijdperk van enen en nullen Ben jij geïnteresseerd in de toekomst van de Nederlandse zorg? Blijf jij graag op de hoogte van de nieuwste digitale ontwikkelingen? Of houd jij je graag bezig met e-Health? Op 29 mei 2021 vindt het congres “De Digitale Dokter: Zorg in een tijdperk van enen en nullen” online plaats met sprekers op locatie.

In het kort: Wat: Congres Stichting Arts en Organisatie ‘De Digitale Dokter: Zorg in een tijdperk van enen en nullen’ Wanneer: 29 mei 2021, van 09:00 tot 16:15 Waar: Online

E-Health is overal en steeds actueler. Van bestuurlijk niveau tot aan patiëntencontact: in dit congres komen alle aspecten aan bod. Tijdens dit congres wordt de focus gelegd op de mogelijkheden en toepassingen van e-Health en data driven healthcare in het huidige zorgklimaat. Meld je aan via de website: artsenorganisatiecongres.nl! Volg ons op social media en blijf op de hoogte van de ontwikkelingen.

Wie: (toekomstige) artsen, zorgprofessionals, professionals in de ICT met specifieke interesse voor de zorg, en andere geïnteresseerden Kosten: 9,50 voor een medisch student

33


Medmemedeposit

Memes The memes in this edition are provided by @medmemedeposit, be sure to check out his Instagram page!

34


Colofon De PanEssay is het faculteitsblad van de M.F.V. Panacea. Zij verschijnt vier keer per jaar. Ook zijn wij online te vinden op panacea.nl/panessay. De redactie opereert onafhankelijk van het bestuur der M.F.V. Panacea, volgens artikel 20 lid 6 van het Huishoudelijk Reglement der M.F.V. Panacea. Kopij kan via e-mail worden aangeleverd. De redactie behoudt zich het recht voor taalkundige wijzigingen aan te brengen of stukken niet te plaatsen. Plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft. Hoofdredactie Hendrik-Willem Pasterkamp Redactie Redactie Thomas van der Korst Chris Lenselink Redactie | Lay-out Hendrik-Willem Pasterkamp Redactie Marit Schulte Redactie | Lay-out Angelique Wortelboer Redactie | Lay-out Suzanne Schuurman Redactie Ivanka van Wijk Redactie | Lay-out Anne van Casteren Redactie | Lay-out Marrit Bijlsma Redactie | Lay-out Petra Feenstra Redactie | Lay-out Chandra Kooistra Redactie | Lay-out Seung-Jae Yoon Redactie | Lay-out Redactieadres M.F.V. Panacea, t.a.v. PanEssay Antonius Deusinglaan 1 9713AV Groningen E-mail Online Facebook Instagram Oplage Drukker Coverfoto

panessay@panacea.nl www.panacea.nl/panessay PanEssay @panessay 2000 stuks Donkel & Donkel, te Drachten Chris Lenselink

Sluitingsdatum eerstvolgende editie 27 april 2021

PanEss anEssa ay

Activiteitenkalender April 1 1 1 1 6-8 12-16 19 22 29

College Carrousel Dagen RUG start MASh maand Tentamen 2.2.2 Tentamen 3.2.2 JV/YR2 Activiteit College Carrousel Dagen RUG RUG Open Dagen (Online) PanEssay verschijning BOCCie Onderwijsactiviteit Tentamen 2.2.3

Mei 1-7 Diesweek 1 Actieve Ledendag 2 SpoCo Activiteit 5 Dies BBQ 6 Eerstejaarsactiviteit 6 CuCo Running Dinner 7 GalaCie Galadiner 7 AkCie Activiteit 10 UrgenCie Herhalingscursus 17 UrgenCie Herhalingscursus 18 MASH Lezing 19 Tentamen 1.2.3 19 Gangactiviteit 20 Algemene Ledenvergadering 21 BOCCie Ouderdag 24-28 Tentamens M1 26 Voortgangstoets 26 Premaster Geneeskunde BBQ 26 CSO Wijnproeverij 28 Masterraad Symposium Juni 1 1 2 3 6-8 7-10 11 16 18

Tentamen 2.2.4 JV3 Into the Coschappen Thema inloopuur Carrière-avond Binnenlandse reis ISCOMS Opleidingsmiddag UMCG Docent van het Jaar Verkiezing Academic Theather


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Panessay maart 2021 by PanEssay - Issuu