JAARGANG 33 | NR 1 | MAART 2020
PANESSAY
FACULTEITSBLAD DER M.F.V. PANACEA
“Corparis heeft oog voor de juiste match, mijn ambities en mijn persoonlijke ontwikkeling” - een Corparis basisarts Wij zijn de specialistische werkgever die graag met jou in gesprek gaat om je te helpen aan je eerste baan als basisarts. Corparis heeft onder andere mogelijkheden in de ouderenzorg, verslavingszorg, psychiatrie en jeugdgezondheidszorg.
WAT KUNNEN WIJ JE BIEDEN? ✓ Zekerheid met een contract voor langere of onbepaalde tijd ✓ Persoonlijke ontwikkeling via onze Corparis Academie met trainingen zoals medisch leiderschap, time management, intervisie en communicatie ✓ Verbreding kennis & kunde door te werken via verschillende organisaties en/of afdelingen ✓ Loopbaanbegeleiding om erachter te komen welke specialisatie bij jou past ✓ Opbouw van een netwerk door netwerkbijeenkomsten, kenniscafé’s en andere evenementen
Ontdek Corparis 088 116 9730
kennismaken@corparis.nl www.corparis.nl
20
12
De dokter en de dood
De intieme anatoom
Puzzelplezier
Omdat niet elk thema gezellig hoeft te zijn!
Interview met dr. Georgiadis
Puzzel je rot met de medische cryptofilippine!
22
23
28 Chronic pain
Daten op studentenbugdet
Why we need a different philosophy of mind in medicine
Als je een keer wat anders wilt dan het Noorderplantsoen
5
Uit de hokken
Thuiszorgcolumn
21
6
Commissiepagina
Chronic pain
22
8
Actualiteitencolumn
Medicine as music
24
9
Passion for the field
Good times med times
25
10
Professor Progress Test
Learning Dutch
26
12
Interview dr. Georgiadis
Daten op studentenbugdet
28
14
Dr. House in de praktijk XII
Puzzelplezier
30
16
Dieetgekte
Cocolumn
31
18
Fotopagina
Onderwijscolumn
32
20
De dokter en de dood
Memes
34
ONDERTUSSEN AL HARD OP WEG MET JE MEDISCHE STUDIE? Je bankzaken regel je liever in één keer goed, zodat je er tijdens je studie geen omkijken naar hebt. Voor jou is er daarom het ABN AMRO Medisch Studenten Pakket: je eigen rekening mét pinpas en internetbankieren. Je krijgt ook nog eens een Littmann Classic 3 stethoscoop of Bol.com bon ter waarde van €50 euro cadeau! Vraag één van onze medewerkers voor meer informatie of kijk op abnamro.nl/medici.
Uit de hokken
Redactioneel Hoewel ik het altijd vrij eenvoudig vind om met ideeën voor artikelen te komen, vind ik het lastig om voor deze rubriek een onderwerp te bedenken. Betrek ik een actueel thema, zeg ik iets over de redactie of hou ik het op egoïstische wijze bij mezelf en mijn keuzestress? Dit keer een mengvorm van bovengenoemde. Met het schrijven van dit redactioneel luid ik mijn laatste half jaar als hoofdredacteur van dit prachtige tijdschrift in. Ik zou daar nu natuurlijk een melodramatisch epistel over kunnen pennen, maar dat zal ik u besparen. Het is echter niet de bedoeling dat ik na mijn laatste editie als chef d’équipe in juni Panacea’s mooiste commissie vaarwel zeg. Getuige daarvan het meesterwerk dat u nu in uw handen heeft: maar liefst twee oud-leden, Marko en Hidde, hebben zichzelf weer een digitus saltans bezorgd met als doel om u vijf minuten leesvermaak te bieden. Admirabel nietwaar?
De nieuwe redactieleden hebben het kunstje inmiddels ook onder de knie. Dokter Tinus, cytotoxische T-cellen en Fleetwood Mac, alles komt voorbij verderop in dit blad. Misschien is het ook wel een idee om de rest van deze PanEssay te lezen op een van de romantische plekken zoals beschreven op pagina 28. Ondertussen werken wij alvast door aan de zomeruitgave, misschien dat ik dan wel een afscheidssonnet op deze plek zet.
Van het bestuur Na drie maanden overdragen zitten we er dan. De bestuurskamer. Deze ruimte begint steeds natuurlijker aan te voelen en je zou kunnen zeggen dat BP’20 zich bevindt in haar natuurlijke habitat. Iedereen heeft een plekje achter een computer uitgekozen en de voedselvoorraad (en koffievoorraad) is flink aangevuld. Inmiddels kijken we terug op twee maanden vol leuke activiteiten. We hopen dat jullie allemaal de liefde(s) van jullie leven hebben gevonden op het AkCie Valentijnsfeest. De MASH-lezing een paar dagen daarna heeft ons weer met beide voeten op de grond gezet en heeft ons geleerd hoe ons vakgebied er buiten Europa uitziet. We zijn vooral blij dat iedereen zonder kleerscheuren terug is gekomen uit Val Thorens! Ondanks dat de een
wat beter kon skiën/snowboarden dan de ander, zijn we allemaal veilig weer beneden aangekomen. Het zuiden van Frankrijk heeft ons veel mooie momenten gebracht. Weet jij nou even niet wat je tussen de colleges of het studeren door moet doen? Schroom vooral niet om langs te komen op de bestuurskamer! Kom hier luisteren naar lekkere hitjes met Matthijs of kijk lieve/ grappige/idiote kattenfilmpjes met Nicole. Neem een lekkere bak koffie, thee of Cup-a-Soup. Want zoals net ook al gezegd, de voorraad is aangevuld! We hopen jullie binnenkort een keer te spreken op de bestuurskamer!
5
Commissiepagina
YR3 We are the YR3 and this is our last year of being the year representation for the bachelor. We have had many fun moments during our time of being year representatives whilst at the same time working hard to improve exams and LC tasks. Our most recent event was the After Exam Drinks which was hosted in Volonte in collaboration with JV3. This was definitely an exciting night
as we all dressed up in our best 80s costumes and we saw many other students dressed in their favourite decades too. It was nice to let our hair loose after the last exam of our bachelor program and having a drink and dancing A LOT! We are definitely now looking forward to celebrating the wonderful three years here at the Bachelor Dinner in June!
GalaCie Zoals jullie weten is in mei het meest epische feest van Panacea, namelijk het jaarlijkse galabal. Het is natuurlijk belangrijk om je daar goed op voor te bereiden en er zo voor te zorgen dat dit feest onvergetelijk wordt. Om jou een beetje wegwijs te maken met de DO’s en DONT’s bij een gala hebben wij, als Galabalcommissie, deze tekst voor jou geschreven. Laten we positief beginnen en eerst de dingen benoemen die je JUIST moet doen om een geslaagd gala te krijgen. Ten eerste is het van belang dat de mannen onder ons op 8 mei in een rokkostuum verschijnen en de vrouwen in een schitterende galajurk. Wij raden de vrouwen aan om een lange jurk aan te trekken, dit is namelijk chique en stijlvol. Een andere tip is om net voor het gala langs de kapper te gaan en jouw haar mooi in model te brengen of op te steken. Een goede look is immers niet compleet als je haar niet goed zit. Als je een beetje een bleekscheet bent geworden na de winter, doe je er goed aan om een fles zelfbruiner aan te schaffen. Er zijn ook voorwerpen die je beter thuis kan laten op 8 mei. Ten eerste is het niet gepast om een horloge te
6
dragen, gezelligheid kent namelijk geen tijd. Daarnaast is het ook niet heel handig om als vrouw hele hoge hakken aan te doen zonder een extra paar schoenen mee te nemen. Na een paar uur staan zullen je voeten waarschijnlijk erg pijn doen waardoor jij minder kan genieten van deze avond. Een DON’T voor mannen is om sneakers of iets dergelijks onder een rokkostuum aan te doen, dit zal jouw outfit niet ten goede komen. We hopen dat je na deze DO’s en DONT’s helemaal klaar bent om op 8 mei er samen met ons een knalfuif van te maken.
BRC Hallo allemaal! Wij zijn de Buitenlandse Reiscommissie en wij verzorgen ieder jaar een onvergetelijke (dit is geen uitdaging) reis naar de meest uiteenlopende bestemmingen. Van Madrid tot Istanbul en van Istanbul tot Boedapest, we zijn er allemaal geweest. Maar deze op het eerste oog zo verschillend lijkende steden hebben altijd twee dingen gemeen. Ten eerste hebben ze allemaal een rijke, indrukwekkende cultuur waarbij je aan een week eigenlijk niet genoeg hebt. Daarnaast zijn het altijd steden waar je als student gezelligheid kunt vinden in het centrum. Van een kopje koffie doen in een van de pittoreske cafeetjes, tot helemaal losgaan in een van de grootste clubs van het continent, met de buitenlandse reis van Panacea hoef je niet te kiezen!
Het duurde maar en het duurde maar, velen van jullie zaten al maanden op de punt van hun stoeltje te wachten op de bekendmaking van de bestemming van de buitenlandse reis. Gelukkig hoeven we jullie nu niet langer meer te kwellen, want het hoge woord is er eindelijk uit. Onze bestemming van dit jaar staat ook wel bekend als “de gouden stad” of “de stad van honderd torens” en jawel, jullie raden het al: Praag! Mocht je niet gelijk al zoiets hebben van “Praag? Ja graag!” dan geven we je nu meteen de redenen waarom je ongetwijfeld verliefd zal worden op deze prachtige cultuurrijke stad. Praag staat bekend om twee dingen: haar indrukwekkende en goed bewaarde architectuur en haar liefde voor bier. Daarnaast heeft Praag een rijke geschiedenis, een schitterend centrum en nog veel meer andere dingen om te verkennen. Kom Praag met ons ontdekken!
Masterraad Nu het gros van jullie alweer druk bezig is met lange dagen en vooral weinig vitamine D zijn wij ondertussen met de Masterraad met een gestrekt been 2020 ingegaan! Zo hebben wij met maar liefst zestig co’s in de enige echte hidden bar van het UMCG het nieuwe jaar ingeluid! En op de coborrel de week erna deden we het weer even dunnetjes over. We hopen jullie daar over een aantal weken weer veelvuldig te zien! Je kent het wel, je komt op die familieverjaardagen aan en zodra een of andere oudoom in het gesprek opvangt dat je medicijnen studeert moet je de vraag alweer beantwoorden: Wat wil je eigenlijk later doen? Ben jij, net zoals veel anderen, daar absoluut nog niet over uit? Meld je dan aan voor onze Speeddate met Specialistenavond! Een hoog select gezelschap zal beschikbaar zijn om jouw brandende vragen te beantwoorden, of je simpelweg te enthousiasmeren voor hun specialisme. Kortom, klaar voor de date van je professionele leven? We zien je hopelijk daar! Heb jij nog suggesties/opmerkingen/tips over hoe de master in jou ogen beter kan, stuur ons een bericht. Want onthoud, de masterraad weet altijd raad!
7
Bart Hofsté
Actualiteitencolumn Het gedrang om drugs 20 januari jongstleden kwam D66 met een manifest op de proppen om een open discussie rondom de legalisatie van harddrugs weer aan te zwengelen. Reeds tien jaar eerder klonk door de pennen van Borst en Bolkestein een soortgelijk geluid: “Red het land, sta drugs toe.” De discussie kwam er, zij het kortstondig. Reden te meer voor deze discussie is uiteraard de, zeg maar gerust problematische aanpak van drugscriminaliteit anno Nederland 2020. Zo pleitte Peter R. de Vries voor legalisering, omwille van het falen van het huidige drugsbeleid (de ‘war on drugs’ gevoerd door Grapperhaus en consorten.) Ook John van den Heuvel liet van zich horen, maar hij zag juist niets in een regulering. Naast de gebruikelijke BN’ers deden natuurlijk ook de nodige deskundigen hun zegje. De hamvraag die keer op keer centraal staat, is of we harddrugs moeten legaliseren/ reguleren. Ik denk dat dit een verkeerde insteek is. Ten eerste deugt wat mij betreft de categorie ‘harddrugs’ niet, waardoor de vraag te veel een botte bijl blijft. Ten tweede ben ik het niet eens met de verborgen aanname die vaak besloten ligt in de vraag, namelijk het uitgangspunt dat bepaalde drugs verboden dienen te zijn. Om met dit laatste te beginnen, het uitgangspunt zou wat mij betreft moeten zijn een open samenleving waarin wilsbekwame mensen vrij zijn om te doen en laten wat ze willen. Daar valt nog genoeg op af te dingen, maar mijns inziens is dit wel het juiste uitgangspunt. Inbreuken op die vrijheid behoeven daarmee altijd legitimatie. Een voorbeeld van zo’n legitieme inbreuk vind je in het schadebeginsel (John Stuart Mill, On Liberty.) Daar waar men schade berokkent aan een ander, vindt de individuele vrijheid haar grenzen. Zo is wat mij betreft een rookverbod voor de horeca volstrekt gelegitimeerd. Een verbod op het gebruik van zonnebanken is dat niet. Dit laat natuurlijk wel onverlet dat de overheid het nodige kan doen op het gebied van bewustwording en ontmoediging. Dit vindt ook zijn weerspiegeling in de tegenstelling tussen zwak en sterk paternalisme. Een zwak paternalist gelooft dat het gelegitimeerd is om inbreuk te maken op de middelen die iemand onterecht kiest om zijn doelen te bereiken, indien die middelen dat doel in de weg staan. Een sterk paternalist, daarentegen, gelooft dat het gelegitimeerd is om iemand ervan te weerhouden
8
zijn doelen te bereiken, onder het mom dat er andere, ‘betere’ doelen voor hem bestaan. Een totaalverbod op zonnebanken of een psychedelicum zoals LSD, riekt wat mij betreft sterk naar sterk paternalisme. Het problematische aan de categorie harddrugs is dat hier te veel middelen met een te verschillend verslavings- en schadeprofiel onder vallen. Vergelijk bijvoorbeeld crystal meth met psilocybine. Deze stoffen onder eenzelfde totaalverbod brengen is net zoiets als vuurwapens en zwitserse zakmessen onder één en dezelfde lijst van verboden wapenbezit brengen. Wat mij betreft moet het begrip harddrugs dan ook maar het liefst uit ons collectieve bewustzijn verdwijnen. Er is een genuanceerdere aanpak nodig, waarbij we middelen individueel beoordelen op grond van hun voordelen, schade- en verslavingspotentieel, en we ze niet stigmatiseren onder één en dezelfde kwalijke noemer. Tot slot dient niet alleen vanuit principes, maar ook vanuit de te verwachten consequenties beredeneerd te worden. Beheersing van de drugscriminaliteit en het te verwachten gebruik/misbruik staat daarbij voorop, alsook de consequenties voor de volksgezondheid die daar weer van te verwachten zijn. Beperking van vrij drugsgebruik vanuit een positie van zwak paternalisme of Mill’s schadebeginsel – indien de te verwachten schade inderdaad kleiner is dan bij legalisering het geval zou zijn – vormen wat mij betreft wellicht legitieme gronden. Een sterk paternalistische (lees: bemoeizuchtige, moraliserende en betweterige) overheid zeker niet. Voor sommige drugs, met name psychedelica zoals DMT of LSD, is wat mij betreft de zaak zonneklaar. Voor deze middelen bestaat geen legitieme grond voor inperking van het vrije bezit en gebruik: gereguleerd gebruik zou juist het uitgangspunt moeten zijn. Maar goed, de uil van Minerva spreidt zijn vleugels pas bij het vallen van de avond enzo… Waarmee ik bedoel te zeggen tegen alle Grapperhaus-adepten en soortgelijken: red ons land, en bemoei je met je eigen!
Translation available on our website
Marianna van Wijk
Passion for the field My experience as a postpartum nurse It is seven o’clock in the morning and I just received my assignment for the day. We are short staffed again and I have four more patients than I am comfortable with. I already know I won’t have time for lunch and that my feet will be aching by the end of the day. My anxiety is growing as I am trying to prioritize the urgency levels of my patients and determine who to see first. Twelve hours is not enough to get everything done and I feel that I am already behind. I have to stay calm but once again I wonder ‘why am I doing this?’ I am a postpartum maternity nurse and I know the answer to this question. I am doing this because it fills me with a sense of purpose like no other job can. Every day is different as I care for people when they are scared and vulnerable. Just walking into a patient’s room is an opportunity to positively affect their lives. When I have a new mother, I know the majority of our interaction will be based on teaching and making sure that she develops trust in her ability to fulfill this new role. As I am caring for her medical needs, I will also be educating her, building her self-esteem in her mothering skills and ensuring her that she is capable. When my patient is an older mother (of many), I know I might have to gently guide her when her skills failed to work. Every baby is different and the most prepared patients can be surprised by unexpected outcomes. This can be very discouraging and invoke feelings of guilt and failure, shaping my experienced patient into a confused and unsure version of my younger new mother. This means that I have to become a teacher again while carefully navigating the path through breaking old habits and explaining why a different way is necessary for this new baby. This is time consuming and frustrating for both me and my patient but once we figure out a new plan and it works. The validation is rewarding but the relief for my patient that leads to a smile on her face when she holds her baby is even better. My work doesn’t end with the mother and her baby, I also take care of the father and other loved ones. Fathers experience the same level of insecurity as mothers and I am always educating them and assuring them that they are needed and very important in the process of bonding and building a new family structure. Seeing them grow comfortable in their new role is just as important as supporting the new mother. At the end of my shift, I have been such an integral part of their day during a most memorable and special period in their lives. I can’t help but to feel blessed in having the opportunity to experience it with them while guiding
them. I have the unique fortuity to be a grounded source of stability and compassion during the few days that I care for them and if I can give them hope and make this period of intense adjustment just a little easier for them, then I did my job well. However, being a postpartum maternity nurse is so much more than this, because behind the scenes I am a trained and knowledgeable health professional collaborating with other health professionals while juggling lab values, unexpected symptoms and constantly evaluating patients for medical risk factors. Postpartum maternity as a nursing field is considered to be easier but the truth is that emergency situations can happen fast and unexpectedly and when they do, the outcomes can be so devastating because it happens during such a special time. I am trained to handle these events compassionately and I always hope I won’t have to fulfill this role, but when I do, I know I can do it in such a way that it brings comfort and insight. Most of all, postpartum maternity nursing is a field where I can offer professionalism, knowledge and advice wrapped in kindness, empathy and understanding. Seeing hope on a new young mother’s face is rewarding because you know you are preparing her for the biggest job of her life. When you see her anxiety subside and her confidence grow as she looks at her newborn, you forget about your sore feet and empty stomach and you move on to the next room.
Marianna van Wijk is an experienced postpartum nurse who has practised in the United States, where postpartum care is conducted in a hospital setting. Since there is no “kraamzorg”, patients stay two to four days in the hospital after the delivery of their child.
9
Michail Kokkorakis
Prof. Progress Test The immune system It may sound scary, but we could be dead by now if it were not for this brilliant regulatory defensive system. Imagine a team playing against another without having any defence; you may be thinking about the NBA right now but yes, skip that thought. Any living (or not living) organism could potentially kill us. Natural selection has provided us with the most valuable mechanism to survive - the immune system. We basically have two categories: (1) the innate immune system and (2) the acquired/adaptive immune system. The innate immune system This is the first line of defence, let’s exemplify that. Imagine a battlefield: the enemies must first come in contact with a castle, they have to wreck the walls and all the barriers that protect the more intelligent species, which are the warriors, the army etc. Just like in the battlefield, in the microcosm, various microorganisms are exposed to mucosal membranes, the skin, hair etc. This is important because pathogens which are not capable of passing the basal membrane of tissues and cause a systemic infection (spread throughout the body), only cause local inflammation which is easy to manage most of the time. Otherwise, every infection could initially be systemic. Thus, this is the “passive” part of the innate immune system. Apart from that, several residing (host) cells facilitate the eradication of the pathogens and they are the “active” part of the innate immune system. As the archers on the top of the castle, these cells have immediate actions (against the invaders) which are not very specific and they have a terrible memory. These cells are: dendritic cells (DCs), macrophages, natural killer (NK) cells, granulocytes (basophils, eosinophils, neutrophils) and mast cells. The general function of the cells mentioned above is to present parts of the microorganisms invading the tissues to the cells of the adaptive immune system. In particular, eosinophils and mast cells are recruited against worms (helminths), whereas DCs and macrophages are phagocytic cells and thus they are the major antigen presenting cells (APCs) that initiate the adaptive immune response. The phagocytic cells are either infected by microbes (that evade phagocytosis) or “digest” microorganisms with the process of endocytosis. If it is for the APCs mentioned above, then they express two (both) cell surface proteins called “major histocompatibility complex” (MHC) - MHC
10
class I & II. MHC class I is present on (nearly) all cell surfaces and it is vital for the recognition of the various cells as “normal - not affected”. As you can see in the picture, viruses or microbes that invade the cell are then “chopped” into proteasomes in order to make little antigens (antigenic peptides), which will then be transferred in the endoplasmic reticulum (ER) through the molecules TAP1/2. Then they will bind to the MHC class I molecule (residing in the ER) and the complex MHC class I - antigen will be presented on the cell surface. The goal is that CD8+ Cytotoxic T Lymphocytes (CTL) (will be explained later) become activated and kill the infected cell, in order for the infectious agent not to be spread. On the other hand, what happens with APCs (only) when they digest a microbe is that an endosome is formed (e.g. containing the pathogen which will be broken down inside the endosome to form little antigens). Then the MHC class II residing in the ER gets activated and leaves the ER with the “CLIP” sealing the molecule still bound to it (in a vesicle). Then the two vesicles fuse and the antigen takes the place of the CLIP. In the end, the complex MHC class II - antigen will be exposed to the phagocytic cell surface, and this will lead to CD4+ helper T lymphocyte activation (explained later). This is also a point where the innate immune system activates the adaptive response.
The adaptive immune system This is a secondary response that can be perceived as the spies during the Cold War. The cells comprising this “surveillance” system are very slow-acting, have a substantial effect and an excellent memory. It can be generally categorised into two major categories determined by the cells involved in the responses, but both parts contain lymphocytes.
The first category is called “humoral immunity”, and it involves only B lymphocytes. B lymphocytes, in particular plasma cells, secrete antibodies that are very precise and specific and recognise a great variety of antigens. This becomes possible through a very difficult to understand recombination procedure, the outcome of which is that the total repertoire of all possible antibodies produced is 1011. What I would like to highlight is that the recombination process happens on the DNA level and due to that, mature B lymphocytes have less DNA than normal. In addition, seeing as we get two genes for most traits, one from the mother and one from the father, this is also the case for the genes recombined for antibody production. However, we only want one active gene so that we have “monospecificity”. The process by which one allele becomes inactive so that specific antibodies are produced against one antigen is called “allelic exclusion”. The idea is that an antigen binds either on the antibody expressed on the cell surface or on free antibodies excreted by plasma cells. If the antigen binds to the antibody of the surface of a B cell, then B cells bind with specific receptors with CD4+ helper T cells that permit these B cells to replicate and produce “clones” that produce antibodies against this antigen.
second line of responses generally correlate. Studying more from Abbas or Mims can really mess up everything in your mind but you have to endure!
On the other hand, the second category is called “cell-mediated immunity” and it involves T lymphocytes. CD4+ helper T cells bind with MHC class II receptors (on APCs) and thus get activated to secrete cytokines and further promote the adaptive immune responses. CD8+ CTLs bind with MHC class I molecules and subsequently kill the infected cell. However, T cells also undergo recombination in order to express these two receptors. The differentiation process of the T cells happens in the thymus. At first, T cells are “double negative” and have no T cell receptors (TCRs). Next, they become “double positive” and express both CD4+ and CD8+ receptors. These two steps happen in the cortical area and residing APCs express MHC class II receptors there that are involved in the positive selection of the mature T cells. At last, the T lymphocytes become single positive expressing one of the two TCRs. This step happens in the medulla and residing DCs play a major role in negative selection of T cells. T cells that are “problematic” either die off (through apoptosis) or become Tregs (regulatory T cells) which are important in order to suppress the immune response and maintain homeostasis and self-tolerance (the ability of the immune system to recognise self-produced antigens).
Conclusions To sum it up, the immune system is an intricate way of defending ourselves against the kingdom of microbes. Many interplaying parts are involved in the activation of the various responses and both the first and the
11
Chris Lenselink Hendrik-Willem Pasterkamp
De intieme anatoom Interview met dr. Georgiadis Je zou hem kunnen kennen van de anatomiepractica (als je daar heen gaat tenminste!), als course director van semester 2.2 of je hebt hem eens bij een college langs zien vliegen. Janniko Georgiadis is anatoom, neurowetenschapper én seksonderzoeker en daarnaast veelvuldig betrokken bij het onderwijs in G2020. Wij besloten om hem de (soms ongemakkelijke) prangende vragen te stellen, zodat jij dat niet hoeft te doen. Het sentiment heerst dat het anatomie onderwijs in Groningen niet de beste reputatie heeft, is dat terecht? Ik wist allereerst niet dat dit het geval was. Studenten in pak ‘m beet Rotterdam weten dat niet, ze zijn hier nog nooit geweest. Ik denk dat het gras al gauw groener is aan de andere kant. Er valt echter nog wel wat te winnen op de manier waarop een basisvak zoals anatomie is ingebed in het curriculum. Het is nu meer klinisch, probleem- en patiënt gestuurd, en dat is niet per se de manier hoe anatomie werkt, of logisch is. Als je anatomie wilt leren, moet je het eigenlijk opbouwen en herhalen. Het is nu te fragmentarisch. Op die manier staan we wel een beetje op achterstand ten opzichte van een ideale situatie, maar ik vraag me af waar in Nederland die ideale situatie wel bestaat.
Waarom hebben we nu geen ideale situatie? Wat van een arts gevraagd wordt is door de jaren heen veranderd. Vaardigheden zoals communicatie en leiderschap zijn belangrijker geworden. De basiskennis is nog steeds wel belangrijk, maar ik denk dat het idee heerst dat je dat ook wel op een andere manier voor elkaar kan krijgen. Daar zit de spanning: is dat echt mogelijk? Zelfregulerend leren bijvoorbeeld: het idee is dan dat jullie zelf anatomie leren en eens in de twee maanden bij mij komen om daarover te praten. Ik denk dat we langzaam aan het ontdekken zijn dat dat niet voor iedereen werkt. Als je dit wilt doen op een zelfstudie manier, dan moeten er ook de juiste tools voor aangereikt worden. En ik denk dat dit nog niet voldoende is.
12
Welke soort tools denkt u dan aan?
Joannis Remko (Janniko) Georgiadis Geboren 8 mei 1973
CV Studie: bewegingswetenschappen te Groningen 2007 PhD Neurowetenschappen behaald te Groningen (titel proefschrift: “The Orgasmic Brain Exposed”) Huidig: Universitair Hoofddocent bij Biomedical Sciences of Cells and Systems (BSCS), Hoofd van sectie Anatomie & Medische Fysiologie Verantwoordelijk voor Lichaamsdonatieprogramma van de RUG en het UMCG
Ik geloof zelf wel in e-learning, maar dan goede e-learning. Ik denk dat je met goede e-learning best in staat bent om die noodzakelijke herhaling voor elkaar te krijgen, terwijl je ze optimaal op practica en andere contactmomenten kunt afstemmen die daardoor ook weer meer context krijgen. Maar daar zijn wel een aantal voorwaarden aan verbonden, bijvoorbeeld dat je daar ook in de toetsing iets mee kan. Studenten leren toch vooral dat waar ze op getoetst worden. Anatomie is verspreid over alle toetsen en dan heeft het relatief weinig impact als je het niet leert. Dat vind ik het grootste probleem op dit moment; dat we niet echt een stok achter de deur hebben. Ik denk ook dat studenten dat zelf een probleem vinden.
En u probeert een game te ontwikkelen om het anatomie onderwijs te stimuleren? Ja, dat klopt. Toen G2020 kwam verdwenen de anatomiecolleges. Het practicumbezoek kelderde. Het probleem met de toetsing bestond ook al voor G2020, maar G2020 loste het niet op. Als dit de nieuwe werkelijkheid is, wat ga je dan doen? Vanuit die situatie zijn wij ons meer gaan interesseren in de onderwijskunde. Wat kun je doen om je onderwijs aantrekkelijker te maken? Je blijft altijd onderwijs krijgen. In de medische vervolgopleidingen zien we ook dat er problemen zijn bij de anatomische kennis, zelfs bij mensen die al opereren. Die mensen vinden dat ook vervelend, maar het is ook weer niet zo dat ze in hun vrije tijd even de boeken in duiken. Wij vragen ons af of we iets kunnen ontwikkelen waarmee mensen in hun eigen tijd, vanuit eigen beweging, anatomie kunnen leren en herhalen op een effectieve manier. Als we
kijken naar wat anatomie is, dan is dat vooral heel erg ruimtelijk, maar het is ook een bepaalde taal. Nu hebben we een virtuele snijzaal (Enatom) in ontwikkeling waarmee het ruimtelijke aspect kan worden geoefend. Enatom is voor alle geneeskundestudenten in Groningen beschikbaar op de RUG pc’s van de faculteit. Je kunt er bijvoorbeeld je practica mee voorbereiden. En inderdaad, we ontwikkelen ook een game, Anatomy Gym genaamd. Dit is een op Duolingo-geïnspireerde app voor het aanleren van anatomische feiten en anatomische taal. Hiervoor hebben we ook de Innovatieprijs van het UMCG gewonnen iets meer dan twee jaar geleden. De gedachte daarbij was dat bijvoorbeeld een arts, die nergens tijd voor heeft, tijdens het koken of op de wc even een anatomieleveltje haalt. Je krijgt daar punten voor en je kan bijvoorbeeld ook spelen. In principe is het voor iedereen, dus voor alle medisch of biologisch geinteresseerde mensen, te downloaden; gewoon lekker een beetje anatomie doen. Dat is gewoon om het leuk te maken en we willen het dus ook zeker niet verplicht stellen. De eerste versie van deze game zal zeer binnenkort te downloaden zijn in de appstore.
Hoe ervaart u het organiseren van een semester? Ik vind dat er leuke kanten aan zitten maar ook minder leuke kanten. Het is oprecht leuk om met de studenten op een soort van reis te gaan door zo’n semester heen en een beetje het lief en leed te delen dat in zo’n semester plaatsvindt. Je krijgt ook inzicht in iets gecompliceerds als een geneeskundeopleiding. Aan de andere kant vind ik, als ik voor mezelf spreek, dat we als course directors veel te veel aan het editen en redigeren zijn, en ons te weinig bezig kunnen houden met de inhoudelijke afstemming binnen en tussen semesters. Het controleren van punten en komma’s in toetsvragen en weekdocumenten, daar word ik niet vrolijk van. Het is veel werk en bovendien blijven er fouten bestaan. Er zijn daarnaast veel deadlines, met name met betrekking tot de kennistoetsen. In mijn optiek domineert dat te zeer het semester.
Denkt u dat het internationale karakter van de opleiding daar een rol in speelt? Ik ben in principe heel positief over het hebben van een internationale bachelor. Ik vind het leuk om de input van de internationals te hebben. Dat geeft gewoon jeu aan de zaak. Het creëert een soort variatie die er voorheen nooit was, en we leven nu eenmaal in een hele globale context. Het probleem is dat wat we aan het doen zijn, is hoofdzakelijk een curriculum in het Engels geven waar toevallig een paar buitenlanders bij zitten. We hebben niet echt een internationaal curriculum. Er is niet voldoende drive om te zeggen: de internationals leren van ons, maar wat kunnen wij nou van hen leren?
Uw onderzoekslijn bestaat naast onderwijskunde uit seks, hoe bent u daar eigenlijk aan begonnen? Ik ben al sinds jaren geïnteresseerd in seksualiteit en hoe dat door het brein wordt aangestuurd. Hoe ik daar gekomen ben? Puur toeval eigenlijk. Er was een hoogleraar, die uit de VS was gekomen om in Groningen te werken, en die deed hersenonderzoek. Hij was geïnteresseerd in emotionele motoriek, bijvoorbeeld plasgedrag, vocalisatie en seksualiteit. Hij gaf een cursus neuroanatomie die ik gevolgd heb. Dat vond ik fantastisch en ik heb die cursus redelijk goed gedaan. Toen werd ik uitgenodigd voor een stage, en heb ik daar mijn afstudeerproject gedaan. Dat beviel goed en toen kon ik daar mijn PhD doen. Hij had pas daarvoor onderzocht hoe het met plassen en continentie zit door mensen gecontroleerd te laten plassen in een hersenscan. Hij is dat dus ook met seks gaan doen. Op de vraag of ik dat zou willen onderzoeken als PhD-project heb ik ja gezegd. We hebben daar een paar unieke studies uitgehaald met interessante resultaten. Je moet nagaan, mensen lagen in een scanner, en hun partner stond ernaast. Die partner stimuleerde de genitaliën van degene die in de scanner lag. Dat was tot orgasme aan toe, dat ging dus best ver. Ik had daarvoor nooit de ambitie gehad om seksonderzoeker te worden, maar als je het eenmaal doet, ontdek je dat het eigenlijk ongelooflijk leuk is. Je werkt eigenlijk op het kruispunt van de biopsychosociale functie van de mens. Dat vind ik zelf wel supergaaf.
U had het al over seksuele handelingen in een MRI, hoe werft u mensen daarvoor? Tegenwoordig, moet ik zeggen, doen wij onderzoeken die een stuk milder zijn. Destijds (rond de milleniumwisseling) was de werving niet makkelijk, en toch konden we wel stellen vinden die dit wilden doen. In die tijd had niet iedereen internet, dat was nog in opkomst. Internetporno bestond nauwelijks, porno was meestal nog op DVD’s. Mensen die meededen waren gewoon stellen, vaak met een gezin, die in het weekend met z’n tweeën iets spannends wilden doen. Studies daarna hebben we gewoon met studenten gedaan. Dat hadden jullie ook kunnen zijn, bij wijze van spreken. In de UB heb ik toen met name geadverteerd en daar was ongelooflijk veel animo voor. En dat terwijl er ook bij die vervolgstudies klaargekomen wordt. Studenten zijn goed geschikt als proefpersoon.
Als u een dag als een ander persoon mocht leven, wie zou dat dan zijn? Ik heb helemaal geen idolen, maar ik ben heel benieuwd hoe het is om Jimmy Page, de gitarist van Led Zeppelin, te zijn. Ik zou wel willen weten hoe het is als je enorm goed bent in wat je doet, op een creatieve manier.
Translation available on our website
13
Thomas van der Korst
Dr. House in de praktijk XIII Knuffel des doods Welkom op de spoedeisende hulp van het UMCG! Jij bent een coassistent in je tweede coschap. Je hebt net een paar weken ervaring opgedaan waarbij de arts-assistenten je veel hebben begeleid. Je begeleider wilt dat je nu een patiënt helemaal zelf doet zodat hij een goed beeld van je krijgt voor je eindbeoordeling. De eerstvolgende patiënt is voor jou!
Casus: een knuffel des doods Mevrouw Kaasus, een 59-jarige vrouw met naar de lymfeklieren gemetastaseerd kanker is aangemeld door haar huisarts met de klacht: algehele malaise. Wat was dat nou ook alweer? Gauw even kijken op Wikipedia: “Malaise is een algehele staat van ongemak, vermoeidheid of ziekte.” Pfoe, hoe moet je dat nou voorberei---De verpleegkundige komt binnenlopen voor je die gedachte af kan maken. “Wie gaat mevrouw Kaasus doen?” Ja dat gaat toch echt over jou.
Anamnese Na een half uur anamnese heb je een half A4 aan tekst. Twee jaar later denk je terug aan de casus en weet je de anamnese samen te vatten tot: “De laatste drie dagen kortademigheid bij zeer lichte inspanning. Van bank naar toilet (vijf meter) zorgt al voor forse benauwdheidsklachten. Dit is drie weken geleden voor het eerst opgemerkt terwijl ze in de tuin werkte en het is gestaag erger geworden. Ze is eerder dit jaar geopereerd aan haar kanker, ze heeft over een maand controle.” Dit is wel iets anders dan algehele malaise… Nu je de echte hoofdklacht hebt kun je gaan nadenken over een differentiaal diagnose.
Differentiaal diagnose: kortademigheid bij inspanning Differentiaal diagnoses kunnen op meerdere manieren gestructureerd worden, bijvoorbeeld per orgaan of per categorie van oorzaken. Voor je verder leest zou ik je aanraden om op een papiertje je eigen differentiaal diagnose te maken en om te kijken of je het eens bent met hoe ik het heb aangepakt. Ik heb gekozen om het per orgaan te doen. Daarbij is het ook belangrijk om behandelbare acuut levensbedreigende oorzaken bovenaan te zetten, zelfs als ze minder waarschijnlijk zijn. Is het een complete differentiaal diagnose? Nee, maar het geeft wel een idee van ziektes waar je aan zou kunnen denken.
14
Longen
Hart
Longembolie Hartinfarct Pneumonie Hartklepfalen Longmetastases Pericardeffusie
Overig Anemie Paniekaanval Metabool (?)
Lichamelijk onderzoek Welk lichamelijk onderzoek zou jij doen in deze situatie? Iets met het hart? Iets met de longen? Wat nog meer? Denk er eerst maar over na en lees dan verder om de bevindingen te zien. Algemeen: Mevrouw ligt op de onderzoeksbank en is op het moment niet kortademig. Temperatuur: 36.8 C. Geen oedemen, geen huidafwijkingen. Longen: Sat. 100%, normaal ademgeruis beiderzijds zonder bijgeluiden. Hart: Bloeddruk 109/84 mmHg. Pols: 89 per minuut, regulair en aequaal. Centraal veneuze druk: moeilijk te beoordelen. Harttonen zijn te onderscheiden maar wel wat moeilijk te horen. Zover jij kunt inschatten zijn er geen souffles. Samengevat: geen spannende bevindingen. Of toch wel? Hmm, je zit nog in je tweede blok, je hoeft nog niet alles te weten. Ik had op dit moment nog geen idee van wat voor ziekte het kon zijn. Eigenlijk hebben we niks kunnen uitsluiten met het lichamelijk onderzoek, alleen die pneumonie is zo wel heel onwaarschijnlijk zonder koorts of afwijkingen bij de auscultatie.
Aanvullend onderzoek Dan moeten we het hebben van het aanvullend onderzoek. Ik denk dat bedenken welk aanvullend onderzoek het meest relevant is een van de moeilijkere dingen is om uit de boeken te leren. Je moet aanvullend onderzoek gebruiken om veelvoorkomende serieuze oorzaken uit te sluiten en hopelijk tot een diagnose te
komen. Voor dit type klachten zijn bloedonderzoek, een X-thorax en een ECG een logisch pakket om aan te vragen. In het lab zie je een verhoogd D-dimeer, een sterk verhoogd NT-proBNP en verhoogde leverenzymen. Die verhoogde D-dimeer zou kunnen wijzen op een longembolie, maar het zou ook verklaard kunnen worden door de kanker die deze vrouw heeft, D-dimeer kan onder andere daarbij ook verhoogd zijn. NT-proBNP is een marker van schade aan het hart, of dit nou komt door een hartinfarct of iets anders kun je niet zeggen zonder verder onderzoek. De verhoogde leverenzymen kunnen door een heel groot aantal ziektes komen. Voor het ECG verwijs ik naar het plaatje. Op de X-thorax zie je een (op het oog) groot hart, maar als je het gaat uitmeten is het marginaal groter dan de normaalwaarde. Verder is het vaatpatroon misschien iets duidelijker dan normaal, maar er zijn zeker geen aanwijzingen voor een pneumonie.
Bij een longembolie met dergelijke labafwijkingen verwacht je slechtere controles en een andere anamnese. De andere longafwijkingen zie je meestal op een X-thorax. Het ECG toont geen beeld van een hartinfarct, maar de NT-proBNP is wel zeer hoog, wat een hartinfarct wel weer mogelijk maakt. Hartklepfalen is vaak te horen met een stethoscoop, maar dit is niet altijd het geval. In het lab is geen anemie gezien. Een paniekaanval moet pas overwogen worden als een lichamelijke oorzaak is uitgesloten. Het lab liet geen serieuze metabolische afwijkingen zien.
De diagnose Gezien de meeste hints wijzen naar een afwijking in het hart lijkt het je een goed idee om daar een echo van te laten maken. Dit kan beide door thoraxwand of door de oesofagus. De voorkeur gaat uit naar de transthoracale echo gezien het onprettige gevoel van een slang door de slokdarm. Het beeld laat een hart zien dat is dichtgedrukt door vocht rond het hart. Dit geeft je de diagnose. Een harttamponade.
Het ziektebeeld
Het ECG vertoont een zeer typisch beeld genaamd microvoltages. Hierbij zijn alle uitslagen een stuk minder groot dan bij een normaal ECG over alle afleidingen. Dit komt voornamelijk voor als er iets tussen het hart en de leads zit wat een weerstand veroorzaakt.
Differentiaal diagnose v2.0 Laten we de differentiaal diagnose erbij pakken en kijken wat we kunnen afstrepen of zeer onwaarschijnlijk is. In de onderstaande tabel is doorgehaald welke diagnoses ik als bewezen niet aanwezig zie, met tussen haakjes erachter de reden. Hetzelfde geldt voor welke ik als onwaarschijnlijk acht, welke cursief zijn gemarkeerd.
Longen
Hart
Overig
Longembolie (anamnese+LO) Pneumonie (x-thorax) Longmetastase (x-thorax)
Hartinfarct (ECG) Hartklepfalen (LO) Pericardefusie
Anemie (lab) Paniekaanval (per exclusionam) Metabool (?) (lab)
Een harttamponade is hemodynamische instabiliteit veroorzaakt door vocht in het pericard (de ruimte tussen het stugge hartvlies en het hart). Dit vocht voorkomt dat het hart volledig kan uitzetten of kan er zelfs voor zorgen dat het hart helemaal dichtgedrukt wordt. Dit is, zoals wel logisch te beredeneren is, een levensbedreigende aandoening. De meest voorkomende oorzaken zijn pericarditis, tuberculose, als complicatie van een medische ingreep, trauma (een acute bloeding in het pericard) of een maligniteit die de drainage tegen zit. De klassieke presentatie (ook wel bekend als: het presenteert bijna nooit zo) is een trias van symptomen, namelijk lage bloeddruk, hoge centraalveneuze druk en zachte hartgeluiden bij auscultatie. Bij deze patiënt was een van de symptomen duidelijk aanwezig, namelijk de zachte auscultatie. Het aanvullend onderzoek was voornamelijk doorslaggevend in deze casus.
Beleid Het meest intuïtieve beleid is het correcte beleid in deze casus. Je steekt een naald in het pericard en neemt de druk weg, hierdoor zie je zeer gauw klinische verbetering. Dit heet een pericardiocentesis. Eind goed al goed? Helaas niet, deze casus heet niet voor niks de ‘Knuffel des Doods’, omdat deze vrouw het waarschijnlijk niet lang overleeft. De meest waarschijnlijke oorzaak van deze vochtophoping in het pericard is haar kanker. Metastasering in het afloopsysteem van het hart. Dit betekent dat zij vaker dit soort puncties zal moeten hebben omdat haar kanker waarschijnlijk niet meer te genezen is. Elke punctie zorgt voor een risico op infectie bij het hart. Dit, in combinatie met haar kanker, geeft haar een zeer slechte prognose.
15
Romy Montanus
Dieetgekte We worden om de oren geslagen met berichten over gezond eten. Op internet, in advertenties, op televisie: overal worden beweringen gedaan over welk eten gezond is en positieve effecten op ons zal hebben. Zo worden er op sociale media typisch opvallende en optimistische berichten over diëten verspreid en uitvergroot. Het volgen van een dieet kan soms zelfs religieuze vormen aannemen: bepaalde voedselgroepen die als ‘zondig’ worden gezien moeten helemaal vermeden worden om aan de geboden van het dieet te voldoen. Beide berusten op geloof en vormen deel van mensen hun identiteit. We willen ‘moreel’ zijn door het juiste te eten en straffen onszelf als we de ‘verboden verleiding’ toch niet kunnen weerstaan. Mensen gebruiken hun ‘correcte’ levensstijl zodoende om een gevoel van status en morele goedkeuring van zichzelf en van anderen te krijgen. Ikzelf voel me ook vaak schuldig wanneer ik na een vermoeiende dag een reep chocola of zak chips naar binnen werk. Om nog niet te spreken over het puntje lauwe patat die er na een borrelavond nog even bij gepropt wordt. De drang is groot om dit direct te gaan compenseren, en het is dit jaar wéér mijn Nieuwjaarsvoornemen: “vanaf nu ga ik gezond eten. Écht gezond!” Mijn vrienden rollen met hun ogen als ik ze vertel over mijn nieuwste obsessie. “Is het weer zover?” verzuchten ze. “Ja, dat is goed voor me.”
Orthorexia nervosa Maar is het wel zo goed? Dat ligt helemaal aan de mate van overgave. Een overdreven fixatie op gezond leven, dat voortkomt uit een verlangen naar lichamelijke en geestelijke zuiverheid, kan leiden tot hardnekkig verstoord eetgedrag. Dit wordt orthorexia nervosa genoemd, een term die uit het Grieks komt: ‘nervosa’ betekent ‘obsessie voor’ en ‘ortho-rexia’ kan vertaald worden als ‘correcte eetlust’. Hoewel het nog niet officieel erkend wordt als eetstoornis, zijn er al enkele criteria van orthorexia opgesteld: (1) er moet sprake zijn van een ongewone focus op voedselkwaliteit, waarbij (2) de regels erg strikt zijn en (3) het eetgedrag een dwingend karakter heeft. Verder moet sprake zijn van (4) een onrealistisch geloof in gezondheidsvoordelen van bepaald voedsel, (5) het verlangen om de gezondheid te optimaliseren, (6) mogelijk een gevoel van superioriteit (“ik eet gezonder dan andere mensen, dus ik ben een beter mens”), en (7) wanneer men iets ‘verkeerds’ eet, of daar alleen al aan denkt, veroorzaakt dat angstgevoelens. De crux zit hem dus niet zozeer in wát iemand eet, maar de obsessieve manier waaróp diegene met voedsel omgaat. Deze symptomatische kenmerken zijn echter onvoldoende voor een allesomvattende definitie van orthorexia en bijbehorende diagnostische criteria. Hieruit komt
16
de vraag voort of orthorexia nervosa überhaupt een eetstoornis is. De filosofische vraag ‘wat is gezondheid?’ kan op verschillende manieren worden benaderd. Ter illustratie zal ik vier theorieën van gezondheid bespreken en toepassen op orthorexia.
Gezondheid en ziekte In de biostatistische theorie van gezondheid, welke doorgaans wordt gebruikt door medische professionals, betekent gezondheid het biologisch normaal functioneren van het lichaam. Hoewel mensen met orthorexiasymptomen wel statistisch kunnen afwijken van de ‘normale’ populatie, bijvoorbeeld in de frequentie en intensiteit van disfunctioneel gedrag en symptomatische cognities, kunnen wij ons hierbij afvragen hoe extreem een score moet zijn voor we iemand een diagnose van orthorexia mogen geven. De grens van een ‘afwijkende score’ lijkt niet meer dan een afspraak tussen mensen. De holistische gezondheidstheorie stelt daarentegen dat gezondheid het vermogen en de ervaring is van een individu om doelen voor zichzelf te stellen en te verwezenlijken. Of iemand als ziek wordt bestempeld, is binnen deze theorie afhankelijk van de persoonlijke ervaring en van de sociale context. Over het algemeen ervaren mensen hun obsessie met gezond eten niet als complicatie, maar juist als iets bewonderingswaardigs. Dit roept de vraag op of een individu die aan de criteria van orthorexia voldoet, bestempeld zou moeten worden als ‘gezond’ – louter omdat hijzelf geen subjectieve ervaring van ziekte heeft. De positieve gezondheidstheorie, gericht op de kwaliteit van leven, schrijft voor dat gezondheid het vermogen is om te leren omgaan met je ziekte en om zelfstandig en weloverwogen richting te kunnen geven aan je leven. Enerzijds gaan we ervan uit dat mensen met orthorexiasymptomen hun voedingskeuzes zeer nauwkeurig afwegen om een zo ‘gezond’ mogelijke levensstijl te hanteren. Dit impliceert zelfstandigheid. Anderzijds duidt dit nog niet op zelfbewustzijn. Wanneer keuzes namelijk voortkomen uit dwangmatigheid, en iemand niet kritisch op zijn keuzes kan reflecteren, kunnen we stellen dat zijn keuzes niet volledig autonoom zijn.
Tot slot veronderstelt de gemeenschapsgeoriënteerde communitaristische theorie dat gezondheid gelijkstaat aan het adequaat vervullen van sociale rollen en maatschappelijke functies in de samenleving. Daarbij wordt een individu voortdurend geconfronteerd met zijn relatieve positie ten opzichte van anderen in de maatschappij. Het idee dat overdreven gezond eten en veel sporten een hogere sociale status (en eerder genoemd bijkomend superioriteitsgevoel) oplevert, werkt orthorexiakenmerken in de hand. Daarnaast gebruiken veel social influencers hun voorbeeldfunctie om een bijna onhaalbare leefstijl neer te zetten als sociale norm. Zo kunnen de symptomen worden beschouwd als iets dat juist maatschappelijk wenselijk is, en worden op die manier uitgesloten van de categorie ‘ziekte’.
Conclusie Het is duidelijk geworden dat orthorexia nervosa nog niet zo simpel te definiëren is. Afhankelijk van je opvattingen over gezondheid, kun je de obsessie met correct eten bestempelen als normaal of als stoornis. Daarnaast is het moeilijk om orthorexia puur objectief te testen. Misschien dat deze problemen overwonnen worden en orthorexia over een paar jaar toch officieel erkend zal worden als eetstoornis. Anderzijds zou het kunnen dat het orthorexiabeeld in de toekomst juist geen ‘afwijking’ meer is omdat iedereen steeds correcter zal gaan eten – dat de snackbar uitsterft en vervangen wordt door ecologische spinaziebars. Voor nu blijft het debat rondom orthorexia bestaan, maar het is in ieder geval goed om je bewust te zijn van de (obsessieve) omgang met je dieet of levensstijl. Hoe gezond ga jij om met gezond eten? Doe de zelftest!
Test jezelf: Orthorexia Vul de volgende 14 vragen* in door de juiste antwoordopties te omcirkelen. Wanneer je een medische reden hebt om een strikt dieet te volgen; vul dan de vragenlijst in alsof je dat niet zou hebben. Bereken je totaalscore door de cijfers voor je omcirkelde antwoorden bij elkaar op te tellen. Een score van lager dan 36 is een aanwijzing voor symptomen van orthorexia nervosa. Let op: deze zelftest is slechts bedoeld om bewustwording te stimuleren en is geen betrouwbaar diagnostisch middel.
vragen/stellingen
scoring
Ik weet precies wat ik ga ko- 1. Altijd 2. Vaak pen wanneer ik de supermarkt 3. Soms 4. Nooit binnenloop. Hoe vaak heeft de gedachte aan 1.Vaak 2. Regelmatig voedsel u ongerust gemaakt in de 3. Soms 4. Nooit afgelopen drie maanden?
Ik laat mijn voedingskeuzes be- 1. Eens 2. Beetïnvloeden door mijn bezorgdheid je eens 3. Beetje over mijn gezondheid. oneens 4. Oneens De kwaliteit van mijn voedsel is be- 1. Eens langrijker dan de smaak. 2. Beetje eens 3. Beetje oneens 4. Oneens Ik ben bereid meer geld uit te ge- 1. Eens ven om gezonder te eten. 2. Beetje eens 3. Beetje oneens 4. Oneens Hoe vaak pieker je in een dag over 1.> Drie uur eten? 2. Een halfuur 3. Sommige dagen 4. Nooit Hoe vaak mag je van jezelf uitzon- 1. Nooit 2. Soms deringen maken op je dieet? 3. Vaak 4. Altijd
Mijn eetgedrag staat los van mijn 1. Eens stemming. 2. Beetje eens 3. Beetje oneens 4. Oneens Mijn besluit om gezond te eten ver- 1. Eens groot mijn zelfvertrouwen. 2. Beetje eens 3. Beetje oneens 4. Oneens Mijn besluit om gezond te eten heeft effect op mijn levensstijl (bijvoorbeeld hoe vaak ik uit eten ga of de omgang met vrienden).
1. Eens 2. Beetje eens 3. Beetje oneens 4. Oneens
Gezond eten zal mijn uiterlijk 1. Eens verbeteren. 2. Beetje eens 3. Beetje oneens 4. Oneens Let je op je calorie-inname tijdens 1. Altijd 2. Vaak het eten? 3. Soms 4. Nooit
Eet je je maaltijden alleen? (Gaat 1. Altijd 2. Vaak over het heden) 3. Soms 4. Nooit
Voel je je schuldig wanneer je je 1. Altijd 2. Vaak niet aan je dieet houdt? 3. Soms 4. Nooit *De vragen van de zelftest zijn gebaseerd op de items van de ORTO-15, ontwikkeld door Donini et al. (2005). Voor meer informatie: neem per e-mail contact op via r.montanus@student. rug.nl
17
Suzanne Schuurman
De dokter en de dood Omdat niet elk thema gezellig hoeft te zijn Medisch Contact, klinkt dat bekend? Je weet wel, dat tijdschrift dat je net als de Arts&Auto - in tegenstelling tot de PanEssay, uiteraard - ongeopend bij het oud papier gooit. Niet doen, want er staan vaak interessante stukken in. Daarnaast organiseert het Medisch Contact bijeenkomsten. Toegegeven, hier komen vooral veel (gepensioneerde) huisartsen op af, maar de onderwerpen zijn ook relevant en interessant voor geneeskundestudenten. Dit najaar bezocht ik het symposium De Dokter en de Dood, ‘over sterven, de dood en de rol van de arts daarbij’. Locatie was deze keer het prachtige Zwolle, waar ik mijn coschappen loop, dus dat hielp ook wel mee. Het gevarieerde programma begon met een lezing door Frank van de Goot – ik meen in de bachelor wel eens college van deze forensisch patholoog te hebben gehad. Zijn frustratie over de huidige plaats van obducties in de geneeskunde was duidelijk te merken. Hoe kunnen we zó vertrouwen op statistieken over doodsoorzaken als in de meeste gevallen de diagnose slechts op een obductieloos gokje berust? Een andere lezing die er voor mij uit sprong ging over de wilsverklaring bij diepe dementie: doen we altijd goed door dood te maken? Berna van Baarsen, voormalig Bezoekers kregen een gratis boek RTE-lid, betoogde mee naar huis op kundige filosofische wijze dat de wilsverklaring slechts een schijnzekerheid biedt. Patiënten denken hun zaken goed geregeld te hebben door zo’n verklaring op te stellen, maar zetten hun arts voor een lastig dilemma wanneer ze deze later tegenspreken. Want wie is dan je patiënt, de schrijver van de wilsverklaring of deze nieuwe, demente versie die toch niet dood wil? De wens van de wilsbekwame opvolgen lijkt voor de hand liggend, maar gaat voorbij aan de persoon die de patiënt nu is. Met een wilsverklaring geeft iemand haar autonomie uit handen, zonder zelf goed te weten hoe zij haar leven ervaart als demente. Maar als de wilsverklaring niet garant staat voor
20
het heden, moeten we deze dan überhaupt nog wel toestaan? Je merkt wel dat deze lezing me echt aan het denken zette. Daarnaast sprak Mirjam Willemsen over advance care planning. Deze huisarts kreeg vijf jaar geleden longkanker en houdt zich sindsdien bezig met palliatieve zorg. Ze moedigt artsen vooral aan tot het stellen van vragen aan hun patiënt: wat weet u van uw ziekte en de prognose? Waar bent u bang voor en waar hoopt u op? Hoe ziet een goede dag er voor u uit? Door zo’n gesprek op tijd te voeren kunnen we iemand de palliatieve zorg bieden die precies bij hem of haar past. Het publiek was enthousiast en betrokken, wat tot stevige discussies leidde. Het eten was erg zout, de wijn prima… Volgens mij heb ik dan alles gerecenseerd en rest mij alleen nog een advies: kijk eens verder dan Clinical Medicine en bezoek symposia als deze! (Of begin met het openslaan van het Medisch Contact. Kleine stapjes.)
De volgende bijeenkomst van Medisch Contact Live gaat over taal, ik krijg er spontaan palpitaties van. Wil je er ook bij zijn, zorg dat je je studententicket voor 5 mei koopt, dan kost het maar 25 euro.
Hendrik-Willem Pasterkamp
Thuiszorgcolumn Dementie in de zorg We kennen vele soorten dementie: van Lewy-body tot Alzheimer. Al die verschillende soorten dementie uiten zich weer anders in de praktijk en hebben een andere omgangswijze nodig. Ook tussen twee gevallen van Alzheimer zitten soms immens grote verschillen. In de thuiszorg is dementie dagelijkse kost, en het is daarom noodzakelijk dat je weet hoe je hiermee om moet gaan. Dementie is een ingewikkeld onderwerp, het roept dan ook lastige dilemma’s op. Hoe kan je een cliënt met waanvoorstellingen en hallucinaties vertrouwen? Hoe ga je om met het herhalen van steeds dezelfde gesprekken terwijl je weet dat de cliënt het binnen vijf minuten toch alweer vergeten is? En wat doe je als je ziet dat de cliënt die je verzorgt duidelijk niet meer in staat is op zichzelf te wonen? Zoals eerder al gezegd hebben wij meerdere cliënten met beginnende of (ver)gevorderde dementie in onze routes staan. Mijn collega begon al te lachen toen ik de eerste keer naar zo’n cliënt toe moest en ik vroeg of er nog speciale dingen waren waar ik op moest letten. Er werd me verteld dat ik maar moest vertellen dat ik voor arts studeerde. Rare opdracht eigenlijk, maar ik dacht er niet te veel bij na en fietste naar een losstaand, afgelegen huis aan de rand van de stad. Daar werd ik verwelkomd door een 81-jarige mevrouw. Ze keek me verbaasd aan en vroeg sinds wanneer de thuiszorg ook ’s ochtends komt. Dat was eigenlijk al een weggever aangezien we al meer dan twee jaar bij haar de zorg verlenen. Op het eerste oog was er voor mij echter niets aan de hand, mevrouw had mij immers nog nooit gezien: logische reactie dus, dacht ik. Ze vertelde over een ongeluk dat ze had gehad tijdens het wandelen waardoor ze permanente hersenschade had opgelopen, en sindsdien thuiszorg kreeg. Ik volgde mijn gegeven opdracht en zei dat ik geneeskunde studeerde in de stad. Dat wekte blijkbaar iets in mevrouw op want wat volgde was de openbaring van mevrouw haar gehele historie. Hoe haar zoon geneeskunde had gestudeerd maar was gestopt, hoe ze vroeger als advocaat had gewerkt en loonsverhoging had gekregen, en hoe ze in sieraden gehandeld had en hiervoor een belangrijke toets had gedaan. Ondertussen zou ik de medicatie pakken, toen ik erachter kwam dat de medicatie in een vergrendelde kluis zat en dat, na lang
zoeken, de code in mevrouw haar dossier stond. En toen ze vervolgens opnieuw vroeg wat ik kwam doen, werd het me langzaam duidelijk dat mevrouw een geheugenprobleem had. De week erna kwam ik nog eens langs, en los van dezelfde verhalen over haar zoon die geneeskunde had gestudeerd en haar oude baan als advocaat, leek ze me, verrassend genoeg, nog wel te herkennen. Dit verbaasde me aangezien ze zoveel moeite heeft met het herinneren van de kleinste dingen, maar het lijkt soms alsof er in dementie een soort selectief onthouden/vergeten is. Maar zoals ik al zei, de ene dementie is de andere niet. We hadden ook een 74-jarige cliënt met Parkinson en zoals je misschien wel weet, krijgen de helft van de Parkinsonpatiënten te maken met dementie. Deze client had last van stemmingswisselingen, waanvoorstellingen en hallucinaties. Het ene moment kon mevrouw blij zijn om een vlinder die ze buiten zag fladderen, en het andere moment lag ze stil voor zich uit te staren, ogenschijnlijk gefixeerd op een niet-bestaand voorwerp of persoon. Mevrouw reageerde al niet meer op vragen, en ze kon soms uit het niets namen van familieleden noemen, wat haar aanwezige zoon dan weer in tranen bracht. Ik kan me nog goed herinneren dat ik iedere keer met een brok in mijn keel het huis verliet. Zo is er dus een groot verschil tussen twee soorten dementie, sommige mensen vergeten alles en zijn bijna niet meer herkenbaar als hun oude zelf, terwijl bij anderen alleen het kortetermijngeheugen naar de knoppen is. De eerste cliënt in deze column spreek ik nog regelmatig. Ondanks de sporadische klacht van een deurbel die gehoord wordt ’s ochtends vroeg, of een verloren tandenborstel, gaat alles nog prima. Iedere keer stelt ze me dezelfde vraag: ‘Jij was toch degene die voor arts studeert?’ ‘Hoe weet u dat?’ ‘Zo’n gevoel heb ik gewoon…’
21
Hidde Kleijer
Chronic pain Why we need a different philosophy of mind in medicine AAAAAAAAAAA! A man in obvious and unrelenting pain arrives at the emergency department (ED); a large nail sticking through his shoe from the sole to the top. Horrendously, no pain medication reduces his pain. Weirder still, when they remove his shoe there’s no damage to his foot: the nail has gone right between his toes. Still, his pain is very real, what’s going on here? This quirky and altogether interesting case was reported on in the British Medical Journal in 1995. Dualism’s counterpart, monism (or physicalism), does away with the concept of an immaterial substance. It entails all phenomena of the mind (like pain) can be directly reduced to physical processes. This reductionist view struggles to account for these phenomena, however. So a middle ground, albeit still a form of physicalism, emerged: functionalism. In essence, the same way the kidneys function to produce urine, the mind is a (very complex) function of the nervous system in a way that is analogous with a computer: the nervous system is the hardware, the mind is the software (mindware). However, this analogy is not perfect.
As a former philosophy student and Panessay editor, cases like this excite me wildly. Having worked as a doctor for 4 years now (ED, neurology, pain care, and psychiatry), I have kept a keen interest in everything bordering neurology and psychiatry. I’d love to share some of the insights -I think to- have gained and please bear with me during two paragraphs of philosophy.
“Essentially, mind and body are two sides of the same coin.” I wholeheartedly believe our philosophical views on matters like the mind relate strongly to how we work in medicine. In fact, the philosophy of dualism is reflected in our strict division between somatic disciplines (like neurology) and psychiatry. Unsurprisingly then, dualism entails that there is a strict division between two matters: the material (the body) and the immaterial (the soul). Most philosophers nowadays think that this view is problematic. Its biggest flaw can be summarized by one question: How could these mutually exclusive matters interact?
22
Mindware is directly related to the way the nervous system is organized. Essentially, mind and body are two sides of the same coin. To me, the case above clearly demonstrates why we need a functional perspective on the mind to be able to explain the pain that the formerly mentioned patient was in. For if it was purely a matter of pain of the soul, how could a physical event like a nail puncturing a shoe give rise to that? And if it was purely a matter of the body, how could there be pain without any damage to it? Interestingly, we are learning that something in the function of the pain system can go awry, especially in chronic pain syndromes. Our pain system isn’t that different from a fire-alarm: a noxious stimulus signaling potential damage to the body (i.e. smoke) gets picked up by a nociceptor (the smoke sensor), is transmitted via neurons to the central nervous system where this signal is ultimately processed by the brain and the “alarm” goes off: pain! Such a system can become too sensitive or indiscriminate, giving rise to many false alarms; fire alarms in student kitchens anyone? When this happens in the pain system, pain can arise with a small, or even no stimulus. This is called central sensitization pain:
without damage to the central nervous system (spinal cord and brainstem) the pain system becomes dysfunctional. Often psychosocial factors play an important role alongside biomedical ones. Is sensitization pain real? Well, it might be a false alarm, but it is really going off keeping people awake and potentially ruining their lives. Fortunately, it can be managed, which starts with recognizing the problem.
can be challenging, because it requires first and foremost that patients feel heard and understood, and ideally understand the cause of their pain. This includes explaining the possible factors that may contribute to their pain. The pain system being a functional system, these include not only biological factors but also psychological, behavioral and social factors as well (see table 1). So we need a biopsychosocial model to handle sensitization pain, as well as many other somatically insufficiently explained symptoms for that matter. In fact, we’d be remiss not taking psychosocial factors into account when treating diseases with a clear biological basis, because all subjective symptoms arise in a functional system: the mind. So of course they are influenced by factors other than biological ones. To make sense of this, both doctors and patients need to get rid of dualism, which is more insidious than you might think, and embrace a functionalists’ philosophy of mind.
It’s very important to distinguish sensitization from nociceptive and neuropathic pain in which case underlying damage should be treated first. However, these pain types are not necessarily mutually exclusive. There are no specific tests to diagnose sensitization-type pain, but some signs should make one consider it: 1. The pain has spread or varies wildly in anatomical distribution 2. Pain medication has a very limited effect. 3. Comorbid exceptional tiredness 4. Sensitization to other stimuli (like light, sounds or even smells) 5. Extreme hyperalgesia and allodynia (not fitting a neuroanatomical distribution).
Recommended other media: So what can be done about it? Multidisciplinary management by physicians, specialized physical therapists and psychologists is recommended in severe cases. However, every medical professional can do the most important things: take symptoms seriously without doing further harm and educate patients about the possibility of sensitization-type pain. When the presentation of pain is so weird or extreme and it’s hard to not get frustrated or cynical, it helps to consider and express understanding of the effects the pain has on someone’s life. For instance, I met a young mother at the ED in tears because of her ongoing medication-resistant back pain. The simple question: “It must be hard not being able to care for your baby, do you feel like this makes you a bad mother?” opened her up and after a good conversation she left without additional medication.
https://plato.stanford.edu/entries/functionalism/ House: episode 21 of season 1 deals with different types of pain nicely. The whole series deals with House’s pain in a brilliant way, blurring the lines between physical and mental pain as well as our traditional views in that regard. https://www.retrainpain.org/
Possible conflicting interests: Transcare, a care provider for people with chronic pain and tiredness, was my former employer. Currently, I have no formal relationship with them other than working together on providing a seminar on chronic pain to bachelor students of medicine in Groningen.
This last bit is important: avoid further harm by not prescribing unhelpful pain medications and avoiding surgery in patients with sensitization-type pain. This
23
Bart Hofsté
Medicine as music Some amusing reflections on music and medicine You’ve probably heard of music as medicine, but did you know that there’s medicine in music as well? Songs such as Bad medicine, Stayin’ Alive or Stitches immediately spring to mind… Of course, there are many other, less obvious choices as well. Here’s a small selection to satisfy your tastes. Cage the Elephant – Cold Cold Cold | Fleetwood Mac – Man of the World ‘Doctor, look into my eyes,’ so begins Cold Cold Cold. Matthew Schulz’ lyrics urge you to look inside, where it’s ‘darker in the day than the dead of night’. During an interview with HMV, Schulz explained that the song is a metaphor for ‘this feeling of imminent doom and seasonal depression.’ Although Cold Cold Cold captures some of the dread and despair that often accompanies depression, it does so in a more straightforward, mocking, but less artful way than, say, Peter Green’s Man of the World. Green’s masterpiece has always struck me as one of the most excruciatingly beautiful expressions of despair in modern pop music. Unfortunately, Man of the World marks the beginning of a period of serious mental decline for Green, as was also noticed by his bandmates. His use of LSD was followed by a period of messianic tendencies. Eventually, Green would be diagnosed with schizophrenia, a disease from which he never fully recovered.
Neil Young – The Needle and the Damage Done A song about heroin addiction. Neil Young saw firsthand what heroin could do to his former Crazy Horse bandmate Danny Whitten: ‘I hit the city and / I lost my band / I watched the needle / Take another man / Gone, gone, the damage done.’ After having been kicked out of Crazy Horse, Whitten was invited by Young to rejoin the rehearsals for Young’s upcoming album Harvest. Unfortunately, Whitten’s guitar skills had taken a severe beating from his heroin addiction – the damage was done. Young fired Whitten, and the very same evening Whitten died from a fatal interaction of diazepam and alcohol. ‘Every junkie’s like a setting sun’. There’s no up, only down, down all the way to rock bottom and beyond, beyond where nothing lies.
Sufjan Stevens – Carrie and Lowell
mother Carrie, someone with whom Stevens always had had a complicated relationship (alcohol, depression, schizophrenia, abandonment). Carrie and Lowell is an album about grief, coping, and attempts at reconciliation with someone dear but dearly lost, as well as an attempt at closure. Closure which Stevens never found while writing the album. In fact, during the process Stevens fell deeper and deeper into misery and into a whole host of self-destructive behaviors of his own. The result, however, was like blood on the tracks, a true, honest-to-god, heartfelt masterpiece that will remain eminently relatable to all of those going through a period of heart-wrenching grief of their own. As Stevens sings, ‘there’s no shade in the shadow of the cross.’
Ludwig van Beethoven – Heiliger Dankgesang eines Genesenen an die Gottheit, in der Lydischen Tonart On a lighter note… The Holy Thanksgiving of a Convalescent to the Divinity is the third and central movement of Beethoven’s brilliant String Quartet No. 15. Beethoven wrote this heavenly piece in 1825, after having lived through an extensive period of recovery following a severe and possibly fatal gastrointestinal infection. Immediately from the movement’s opening bars, one senses its peacefulness, its accepting and grateful mood. This, we feel, is what it must be like to be in convalescence - a profound state of self-transformation that invariably follows such dreadful head-on collisions with existence at large. It is characterized by resolution and redemption, by reawakening and rebirth. The Heiliger Dankgesang attests to the almost magic ability of music to transport us into phenomenal states utterly alien to our own. This, in turn, may help us to become more empathetic, understanding and less ego-reclusive people. Reachng higher states of interpersonal awareness, music, or art in general, may therefore aid us growing into ever more competent physicians as well.
Carrie and Lowell is a deeply touching and reflective album, written by arguably the finest contemporary singer-songwriter. It was inspired by the death of Steven’s
24
Anne van Casteren
Good times Med times Every soap-show loving medical student has probably heard of General Hospital. The ABC show has been on since 1963, when the first episode aired in black and white colours. Featuring drama, romance, ethical dilemmas, and much more all within a fictional hospital setting, it’s the perfect mindless background noise. If you’re an international student, and a fan of such types of series, you’ll be happy to hear that the Dutch know a little about soap operas as well! For this issue, we have picked out some classics to pass on to you. Besides providing entertainment, these shows can help you practice your Dutch as well!
Medisch Centrum West The oldest series, and perhaps the most classic and well known, is Medisch Centrum West (MCW). Based on the American General Hospital, it features an absolute clusterfuck of characters, divided between doctors and nurses. All these characters have their own dramatic storylines every episode, which leads to an hour of delicious chaos. With the first episode, you’re already in for a treat, the main problem being addressed is euthanasia. The attending physician refuses to perform euthanasia on an older cancer patient based on his personal moral grounds, so the team decides to act behind his back to grant the wish. Even though this provides an interesting look at a moral dilemma, maybe don’t watch the series expecting to find your moral compass. The series is noticeably old fashioned, both in medical practices (of which we don’t get to see a lot), and in the way the characters interact. Later episodes are sponsored by the Dutch Association Against Heart and Artery Disease, which is seen in the advice given concerning cholesterol. As far as acting is concerned, MCW is, to no surprise, not particularly good. The language is simple, and the accents are very correct, which makes it the perfect practice material for understanding Dutch. The scenes are very simple and cut quite harshly, which makes it so that there is also no need to actively pay attention to what is happening. If you decide to check out MCW, you’ll find various episodes available for free on Youtube and Dailymotion (with ads).
series provides a broad overview of hospital semantics by following the main character Cleo, the new director of the CMC. As she struggles with finances, deceitful colleagues, and overall management, we are presented with patient cases and personal stories of hospital staff. The series is sponsored by a range of organisations such as the Alzheimer Netherlands organisation, the Hartstichting, and many more. Because of this, it features realistic medical cases and dilemmas. Often, episodes try to give prevention advice or information on healthcare options to viewers. Consults, especially realistic anamnesis conversations, are also included, which makes it a relevant and interesting series for medical students. Of course with that, we also get the necessary exaggerated drama. Spoken Dutch can be a bit fast, but it is mostly without difficult accents and medical terms are used as well. It may not be a good starting point to learn Dutch, but it’s definitely good practice for more advanced learners. If you’re looking for a relatively realistic series with decent acting and new cases each episode, CMC is for you! The series is available on RTL XL online.
Dokter Tinus And our wildcard of the group; Dokter Tinus. Dokter Tinus is based on the British Doc Martin and follows a vascular surgeon who becomes a small-town GP after he develops a fear of blood. The series doesn’t feature a whole lot of detailed medical cases, and Dr. Tinus is not exactly an empathic role model to future doctors. But that’s all compensated for by the adorable silly vibe of the series, and the emotional progress of the characters. Different accents are featured, and Dr. Tinus speaks a clear, easy to understand type of Dutch. All in all, it’s a perfectly fine low effort way to pick up some new language skills. Some episodes of dokter Tinus are available for free on Youtube.
Centraal Medisch Centrum CMC, Centraal Medisch Centrum, is a modern series airing on RTL. It is shot in the Dr. Janscentrum in Emmeloord, and features a wide selection of stories. This
25
Ivanka van Wijk
Learning Dutch for internationals A guide for obtaining Master’s level Dutch fluency Very few medical programmes in the world require students to change the language of their programme halfway through. This presents a unique challenge to international students, with only three years to learn a completely new language alongside the basic curriculum. Unfortunately, support for these students by the university is lacking, as Dutch classes often fill up in minutes and have expenses outside a student’s budget. Therefore, many students are looking for options to learn Dutch outside the traditional classroom setting. This guide will point out helpful resources for students looking to learn Dutch independently, as well as tips for becoming as fluent as possible for the Master’s programme!
Firstly, many people forget the value of a local library when it comes to learning a new language or skill. The newly built Forum Bibliotheek gives Dutch lessons at all levels to members of the community. These are generally cheaper and more accessible than those offered by the RUG’s language center, so I suggest that you stop by and ask! They also have a lot of Dutch textbooks on loan, including some that work well without a teacher. The best methods for self study include the Delftse Methode, and a grammar book called ‘Klare Taal!’. Both give clear explanations, so are perfect for those who need a structured way to learn Dutch independently. Other resources are also available, such as NT2 practice papers, so plan a trip to the Forum and check out what works for you! There are also ways to learn Dutch without leaving the comfort of your home. There are plenty of websites that offer language lessons, but they vary in the quality of the content and financial accessibility. The best websites I have found that are both efficient and fun to use are Memrise, Duolingo, and Clozemaster. And luckily, all are free of charge! Memrise is a vocabulary based website that uses repetition to ensure that the words stick. They have many premade themes at various levels, so anyone from A0 to C1 level can learn new words! Duolingo is one of the most well known language learning websites out there, with over 100 million people signed up. It takes a structured approach from beginner to B1, offering lessons of grammar and vocabulary combined. Lastly, Clozemaster is a fun, arcade-like game that asks you to fill in words missing from sentences, so it works on reading comprehension. They award points for every right answer and keep leaderboards, so it is motivating for those with a competitive side.
26
The best way to learn a language is to actually use it in daily life. Luckily, we live in a country that speaks Dutch outside of our international bubble! Groningen offers many social events that give an opportunity for internationals to practice their Dutch, however it can be quite intimidating to try and use a language that you aren’t fluent in yet. Because of this, a few organizations in Groningen offer international friendly programs for developing Dutch. One of these is My Local Friend, offered by the city’s municipality. After signing up and telling a bit about yourself and your interests, they will match you with a Dutch native who is willing to meet with you regularly to speak Dutch. This is a perfect way to get to know the local community, as well as practice your Dutch in a judgement-free zone. Who knows, perhaps you may make a friend along the way! There are also social evenings organized by the Language Cafe, or Cafe de las Lenguas, where specific tables are designated a single language, and both native speakers and learners can have a conversation in the language of choice. This is a great way to meet new people learning Dutch, as well as practice with people expecting that your Dutch won’t be perfect and willing to help you learn. Lastly, for those looking for total immersion in Dutch language and culture, there are countless student associations in Groningen that function completely in Dutch but are open to internationals. It can be quite tricky to find your place in these associations as a foreigner, but if you can manage to integrate it can be a great way to make Dutch friends and practice Dutch at social events multiple times per week. Just find something you are passionate about, such as a sport or hobby, and check the ACLO sports page or the website of Groningen Life.
Both give a detailed list of the student associations in Groningen and their information. Try a few events and see if one might be a fit! Lastly, learning Dutch doesn’t need to be all work. There are also ways to learn Dutch while being entertained, specifically through Dutch television. Of course, Netflix offers a good selection of Dutch series and films, as well as English or Dutch subtitles to help with understanding the dialogue. Videoland is also a paid subscription plan with a very Dutch specific library, including most Dutch reality tv shows available. This is particularly useful for those who like reality tv as a guilty pleasure! For those on a budget, there are also free websites that offer videos in Dutch with a subscription. This includes NetinNederland, which has content specifically for foreigners in the Netherlands with subtitles in English, German, and Arabic. NPO Start also has many popular series about current events and politics for free in Dutch. Depending on your level, there are many options out there to consume media in Dutch and passively expand your knowledge of the language. One last trick for learning Dutch is best for those with an interest in video games. Many popular video games are available in all the major languages, so try switching your favorite games to Dutch. This is a great way to compare to what you remember in English, and learn Dutch in an active way. My suggestion is to try the Sims 4 in Dutch, as it has many household items and a lot of ways to learn new, useful vocabulary.
Learning a language doesn’t have to be all studying and flashcards; there are plenty of opportunities to learn in a fun and interactive way. If you follow these tips and make a concrete resolution to try and bring Dutch into your daily life, you will have Master-level fluency in no time! Forum bibliotheek Dutch courses: https://forum.nl/nl/ algemene-informatie-taalcursussen Delftse Methode: https://www.nt2.nl/en/dossier/ delftse-methode/over-de-delftse-methode Klare Taal!: https://www.nt2.nl/en/101-23_Klare-taal NT2 practice papers: https://www.staatsexamensnt2.nl/ item/voorbeeldexamens Memrise: https://www.memrise.com/courses/english/ dutch/ Duolingo: https://www.duolingo.com/course/nl-NL/en/ Learn-Dutch Clozemaster: https://www.clozemaster.com/languages/ learn-dutch-from-english My Local Friend: https://mylocalfriend.nl/ Cafe de las Lenguas: https://www.rug.nl/ language-centre/about-us/news/archive/ cafedelaslenguas?lang=en ACLO sport associations: https://www.aclosport.nl/en/ sports-on-offer/sport-clubs/
Groningen Life list of associations: https://www.groningenlife.nl/lid-worden Videoland: www.videoland.com NetinNederland: https://www.netinnederland.nl/ NPO start: https://www.npostart.nl/
As you can see, there are many options out there for learning Dutch outside of the language classes offered by the University. The best advice for learning Dutch is to immerse yourself in the language as much as possible, incorporating it into your social life and free time.
27
Angelique Wortelboer Floor van Heuvel Thomas van der Korst
Dates op studentenbudget Als je een keer wat anders wilt dan het Noorderplantsoen Begin je al misselijk te worden van je vijfde eerste date bij Pizzeria Italia? Is dit nou al de derde keer naar de bios deze maand met de girls? Heb je elke vierkante meter van het Noorderplantsoen al afgechilld? Dan is deze lijst met goedkope en originele date spots helemaal voor jou. Of je nou aan het daten bent, met je vriend of vriendin gaat of met je vrienden wilt hangen, deze spots zijn een gegarandeerd succes (of in ieder geval goedkoop). Pieterburen Dijken en een zeehondenambu, wat is daar niet romantisch aan? Het zeehondencentrum is een leuke en (voor studenten met gratis OV) goedkope plek om te bezoeken. In de buurt van het zeehondencentrum kun je ook goed wandelen met als startpunt Buitenplaats Noordlust. De dijken zijn ongeveer twee Ă drie kilometer verderop dus je kunt er redelijk gemakkelijk naartoe lopen. Wel een waarschuwing: loop er niet naartoe met de verwachting achter de dijk de zee in volle glorie te zien en een megaprachtig uitzicht te hebben (nou ja, smaken kunnen verschillen natuurlijk). Als je op de dijk staat is er eerst nog onbegaanbaar land en dan verderop zul je uiteindelijk de zee zien. Desondanks, als je van wandelen houdt, is dit de ultieme kans om samen gezellig samen door de Groningse velden te lopen. Prijs per persoon: ongeveer 6 euro voor entree (en hopelijk met gratis studenten OV). Adres: Hoofdstraat 94-A, 9968 AG Pieterburen
Favolosa Eindelijk een excuus om op mensen neer te kijken Hebben jullie na een dagje in het centrum van het mooie Groningen zin in een bakje koffie in een knus en klein cafeetje met sfeer? Dan is Favolosa helemaal iets voor jullie. Het cafĂŠ ligt aan de Herestraat tussen de Vismarkt en de Grote Markt. Als je naar binnen kijkt lijkt het zeer klein, maar trek niet al te gauw conclusies, want boven is er nog een verdieping waar je bij het raam kan zitten en zo over de Vismarkt of over de Herestraat uitkijkt. Voor uitzicht over de Vismarkt moet je wel een beetje geluk hebben: er zijn namelijk maar twee tafeltjes bij het raam. Maar zelfs zonder uitzicht op de vismarkt blijft het een sfeervol en leuk plekje om te zitten. Adres: Herestraat 7, 9711 LA Groningen
28
De Paalkoepel Koffie en een gebakje met een mooi uitzicht (na een etappe van de Tour de France) Wil je een van de mooiste date spots in Groningen bezoeken? Dan ben je hier op het goede adres. Met een mooi uitzicht op de Hoornse Plas in een zeer cute gebouw zul je weinig meer romantische plekken in Stad of Ommeland vinden. Onder het genot van koffie en een taartje kun je elkaar beter leren kennen. Een nadeel is dat het wel een stukje fietsen is vanuit de stad, maar met goed weer is dit alleen maar fijn omdat je elkaar zo nog beter leert kennen. Met slecht weer heb je dan in ieder geval een gedeelde slechte ervaring… Let op: Je kunt het beter bij een koffie en gebak houden, want voor lunch en diner is deze locatie wat boven de prijsklasse van een gemiddelde student. Prijs per persoon: ongeveer 6-7 euro voor koffie en een gebakje. Adres: Meerweg 225, 9752 XD Haren
Eeterie de Globe De cheapste date op de Globe Krijg je hier experimentele en high concept gastronomie? Niet echt. Heeft het de sfeer van een knus restaurantje in Parijs? Uh… Is het heel erg goedkoop en heeft het een zeer goede prijs-kwaliteitverhouding? Ja! Als je hier komt moet je niet de idyllische sfeer van de Paalkoepel verwachten. Nee, maar ondanks dit is het eten lekker en het personeel erg vriendelijk. Gezien het een werkgelegenheidsproject is, kun je hier vrij goedkoop eten en houd je dus wat geld over voor een andere leuke activiteit. Wat nog wel belangrijk is om te benoemen, is dat het nogal verborgen is, dus als je je afvraagt of je wel op de goede plek bent, is er een grote kans dat je toch wel voor de eeterie staat. Dus als je je uitgaven wilt inperken, is dit de perfecte plek voor toch een leuke maar goedkope date. Prijs per persoon: ongeveer 2,75 voorgerecht, 8 tot 9,50 hoofdgerecht, 2,75 toetje. Adres: Akerkhof 22, 9711 JB Groningen
De Hortus Botanicus Een slecht onderhouden tuin voor een goed onderhouden relatie. Hortus Botanicus Haren, een echt begrip voor Groningers uit de buurt. Toch zullen niet veel mensen het als een goede dateplek zien: een tuin? Met bomen en plantjes enzo? Wat heb je daar te zoeken? In de winter is de tuin niet per se aan te raden, aangezien alles wat ooit bloeide in dorre takjes en verdroogde blaadjes is veranderd. Alsnog is het een prima plek om je frisse studentenneus op te halen, maar erg romantisch is het niet. Immers: ergens neerstrijken is er niet bij (tenzij je een koud achterste wel ziet zitten) en genieten van doodgevroren natuur is ook best, mmm, lastig. Echter, in de lente of zomer staat de tuin er in alle glorie bij. Stel je voor: geurende bloemetjes, kabbelende beekjes en een heerlijk temperatuurtje… Neem een picknickkleedje mee en strijk dan na een prima wandelingetje neer achter een van de bomen, rotsen of struiken. Ohja, als je geluk hebt zien jullie misschien nog wel wat herten voorbij hoppen. Dat klinkt toch fantastisch? Adres: Kerklaan 34, 9751 NN Haren
Translation available on our website
29
Marko Pol
Puzzelplezier Cryptofilippine De lente staat voor de deur. Al wat verloren gewaand was, ontspruit weer uit de grond. Zo ook uw favoriete puzzelrubriek. Dit stelt u in de gelegenheid het hoofd te breken over allerhande hersenkrakers, terwijl de vogeltjes fluiten, de lammeren baren en u allen reikhalzend uitziet naar een welverdiende zomervakantie. Hopelijk zorgt dit alles ervoor dat u niet gebukt gaat onder de oplossing van deze puzzel.
30
Houd onze Facebook in de gaten voor de antwoorden!
Suzanne Schuurman
Cocolumn ‘Kunt u even persen voor mij?’ en andere LO-ongemakken ‘Laat de broek maar even zakken.’ Een van de weinige momenten waarop deze uitspraak niet grensoverschrijdend en/of ongemakkelijk is, is voorafgaand aan het lichamelijk onderzoek. Of nee, schrap dat – ook in een medische setting kan het nog steeds behoorlijk oncomfortabel aanvoelen om wildvreemden ontkleedinstructies te geven. En dan is het daadwerkelijke voelen, kloppen en sjorren nog niet eens begonnen… Al eerder schreef ik over de constante onzekerheid waarmee de overgangsfase tussen geneeskundestudent en arts gepaard gaat. Nergens is dit zo duidelijk te merken als tijdens het lichamelijk onderzoek; professionaliteit en zekerheid uitstralen gaat toch een stuk moeilijker als je met trillende zweethandjes iemands buik palpeert. Het begint al bij de handhygiëne (als je dat überhaupt niet vergeet): wassen met zeep of desinfecteren met alcohol? Wassen duurt langer maar kan wel helpen om je vaak ijskoude handen wat op te warmen. Handalcohol is het protocol, echter geen optimale combinatie met bovengenoemde zweethanden. Hoe dan ook doe je dit terwijl de patiënt zich omkleedt – en hoe veel tijd dat kost is vaak onvoorspelbaar. De ene patiënt heeft een half uur nodig om haar schoenen te verwijderen, de andere komt binnen enkele seconden poedelnaakt achter het gordijn vandaan terwijl jij dacht nog even snel iets tussen je tanden vandaan te kunnen pulken. Daarna begint de ellende pas echt: zweetvoeten, vreemde navels, onverwachte piercings. Toen een patiënte laatst haar mond open deed en ik dacht “WAT IS DAT?!”, onderbrak ik net op tijd mijn DD wanneer ik me realiseerde dat ik naar een tongpiercing keek. Serieuze viezigheid komen we gelukkig maar zelden tegen, al hoorde ik naar aanleiding van het schrijven van deze column toch wel wat ranzige verhalen. ‘Een vriendin van mij ging een rectaal toucher doen en toen ze de billen van de patiënt spreidde, viel poep op de onderzoeksbank.’ Het rectaal/vaginaal toucher is natuurlijk
Translation available on our website
op zichzelf al een bron van ongemak: ‘U voelt nu mijn vinger, kunt u even persen?’ Ik kan het nog steeds nauwelijks over mijn lippen krijgen. En hoe ga je om met het feit dat je lichamelijk onderzoek iemand wel eens pijn doet? Ik heb het idee dat artsen met de jaren beter worden in het vakkundig negeren van kreetjes of grimassen. ‘Dus híér doet het pijn?’ roept de reumatoloog vrolijk terwijl ze een gruwelijk ontstoken jichtgewricht palpeert. Groentjes zoals ik hebben daarentegen de neiging om bij het eerste piepje van de patiënt het onderzoek af te breken: ‘Ja hoor, ik heb het gezien!’ Dit kan er ook aan liggen dat de patiënt zich vrijer voelt om te klagen in reactie op onze handelingen dan op die van de alwetende specialist. Het laatste dilemma: laat je je patiënt zich volledig aankleden voordat je je supervisor erbij haalt? Soms duurt het langer dan verwacht en om iemand twintig minuten in z’n blootje op de onderzoeksbank te laten liggen is ook zo wat. Maar aan de andere kant zie ik wel eens de ergernis bij een patiënt wanneer de specialist vraagt of hij zich toch even nog een keer kan uitkleden – en ja, de sokken ook, meneer. Sommige specialisten hebben hier zelf ook het geduld niet voor: toekijken hoe een artrotische tachtigjarige frutselt met knoopjes is meer dan de gemiddelde orthopeed aankan. Ja, wat zijn we zielig met z’n allen, dat we dit moeten doorstaan. Totdat je op een dag zelf op de bank ligt voor een uitstrijkje, huidbiopt of keelkweek – dan zie je wie het pas echt zwaar heeft.
31
Bestuur Panacea
De nieuwe CMB De Centraal Medische Bibliotheek is vernieuwd Zoals gewoonlijk komt er binnenkort weer een tentamen aan. Elke student heeft hier zijn eigen methodes voor: elk college bijwonen en de leerstof per week goed bijhouden, of alles in de laatste nacht voor het tentamen. Sommige studenten leren met samenvattingen, anderen met de PowerPoints van docenten. De enige overeenkomst is dat elke student leert, op wat voor manier dan ook. Ben jij het ook zo klaar om thuis te leren met al het kabaal van je huisgenoten, de afleiding van je mobieltje en de afwas in je kamer? Misschien is de nieuwe Centrale Medische Bibliotheek dan iets voor jou. De oude Centrale Medische Bibliotheek, of kort gezegd CMB, was gelegen op de derde en vierde verdieping in het UMCG, in de buurt van de Fonteinpatio. In deze CMB kon je allerlei studenten vinden die aan het werk waren achter computers, die een koffietje 500 (5-0-0 op het koffiezetapparaat) of een veel te sterk bakje thee aan het drinken waren in de Recovery, of die keihard aan het studeren waren in de stilteruimte op de derde verdieping. Van deze oude CMB zijn alleen nog de plekken achter computers open, die nu nog voor coassistenten beschikbaar zijn. De rest van de CMB is al dicht en is grotendeels vervangen door een nieuwe CMB! Deze nieuwe CMB ligt in onze enige echte Faculteit Medische Wetenschappen. Deze CMB zal verdeeld zijn in twee aparte locaties binnen onze faculteit.
32
Op de plek waar vroeger de kluisjes zaten, in gebouw 3215, zijn de Silent Study Areas gerealiseerd: stilteruimtes met concentratiewerkplekken. In het souterrain van gebouw 3211, waar voorheen het grote restaurant zat, zullen samenwerkingsruimtes, computerwerkplekken en cursusruimtes komen. Ook is er geluisterd naar de studenten, want er komt eenzelfde aantal (of meer) werkplekken, er komt op elke tafel een stopcontact en verder zal de inrichting modern ĂŠn huiselijk zijn. In 3211 zullen ook vergelijkbare poortjes als in de Universiteitsbibliotheek (UB) komen. Daarnaast zal er in beide locaties meer groen aanwezig zijn. Het gedeelte in 3215 is ondertussen al geopend. De werkzaamheden voor het gedeelte in het souterrain van 3211 zijn ook grotendeels klaar, het is nu alleen nog wachten op het meubilair. Zodra dit er ook is kan de nieuwe CMB helemaal in werking gaan! Dus mocht je ooit wat tijd over hebben tussen je college en tutor, dan kan je nu heel makkelijk even tussendoor naar je medestudenten om samen te studeren, of om een laatste hand te leggen aan je tutorpresentatie achter een van de computers in 3211!
wij bieden nachtrust
Groningen Oosterwolde Leek www.vandermeeracc.nl
VAN DER MEER
accountants & adviseurs
Nocebo
Memes
34
Colofon De PanEssay is het faculteitsblad van de M.F.V. Panacea. Zij verschijnt vier keer per jaar. Ook zijn wij online te vinden op panacea.nl/panessay. De redactie opereert onafhankelijk van het bestuur der M.F.V. Panacea, volgens artikel 20 lid 6 van het Huishoudelijk Reglement der M.F.V. Panacea. Kopij kan via e-mail worden aangeleverd. De redactie behoudt zich het recht voor taalkundige wijzigingen aan te brengen of stukken niet te plaatsen. Plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft. Hoofdredactie Chris Lenselink Redactie Bart HofstĂŠ Redactie Thomas van der Korst Redactie Chris Lenselink Redactie | Lay-out Hendrik-Willem Pasterkamp Redactie Marit Schulte Redactie | Lay-out Angelique Wortelboer Redactie | Lay-out Suzanne Schuurman Redactie Michail Kokkorakis Redactie | Lay-out Ivanka van Wijk Redactie | Lay-out Anne van Casteren Redactie | Lay-out Redactieadres M.F.V. Panacea, t.a.v. PanEssay Antonius Deusinglaan 1 9713AV Groningen E-mail Online Facebook Instagram Oplage Drukker Coverfoto
panessay@panacea.nl www.panacea.nl/panessay PanEssay @panessay 2000 stuks OCC Crossmedia, te Breda Michail Kokkorakis
Sluitingsdatum volgende editie 27 april 2020
PanEss anEssa ay
Activiteitenkalender April 14-17 15 16 17 21 22 28 30 30
Tentamens M1 Onderwijsactiviteit JV2/YR2 Thema Inloopuur Masterfeest SpoCo voetbaltoernooi Carrière-avond Inhaaltentamen jaar 1 Tentamen 2.2.3 Bachelor Buluitreiking Mei 1-3 Batavierenrace 1-8 33ste Dies der M.F.V. Panacea 4 AkCie activiteit 7 CuCo activiteit 8 SpoCo activiteit 8 Galabal 20 Tentamen 1.2.3 20 Gangfeest 23-24 Actieve Leden Weekend 25-29 Tentamens M1 27 Voortgangstoets 27 Thema Inloopuur 29 Masterraad Symposium 29 MeGala Juni 2 Tentamen 2.2.4 2 Into de Coschappen avond 3-10 Buitenlandse reis 10 Bachelor Diner JV3/YR3 12 Academisch theater 15 Docent van het jaar verkiezing 16 Algemene Leden Vergadering 18 Bestuursinformatieuurtje 24 Tentamen 1.2.4 25 Tentamen 2.2.5 25 AkCie eindfeest 26 Co Out dag M1