Skip to main content

PanEssay Maart 2017

Page 1

PANESSAY jaargang 31 // nummer 1 // maart 2017

Faculteitsblad der M.F.V. Panacea


INHOUD Uit ‘t bestuurshok Commissiepagina Casuspagina Vertigo

even voorstellen met de SympCie, YR2, PanIC en UrgenCie

Arno kon het woordgrapje niet laten en wij ook niet: deze keer een schokkende casus!

de LustrumCie blikt terug op een legendarische lustrumviering

Onderwijscolumn G2020 Puzzel

ons kersverse bestuur over balts gedrag, het lustrum en iets met delen

onze allereerste Commissaris Master en Carrière vertelt wat ze voor ons kan betekenen

Sophie en Svenja doken in de wereld van interactief leren, fast on tracks en flipped classrooms de vaste puzzelmaker was met vakantie, dus deze keer een rebus (waar we stiekem toch best trots op zijn)

Fotopagina

gelukkig was de camera droog gebleven tijdens het zwembadfeest

What the hell is gender? VGT-hulp Strips

weet je wat het verschil is tussen genderfluid en intersex? Ja? Leugenaar

onze endocrinologiegodin legt haarfijn uit welke hormoonafwijkingen tot welke klachten leiden

het is officieel: de PanEssay heeft een eigen illustrator!

Culture shock Antibiotica

het is groen en harig en komt van de andere kant van de wereld vandaan

over de geschiedenis en de bijzondere prestaties van Universities Allied for Essential Medicines

Een tropische buik Boek op recept Dokterscolumn Co-column

Marko brengt je een case report vol exotische verrassingen

drie boeken over jong, oud en de dood Boukje kan het zelf nog niet helemaal geloven, maar moet nu co’s gaan beoordelen een ode aan de wetenschap, de statistiek moeten we maar voor lief nemen

3 4 6 8 9 10 13 14 16 18 20 21 22 24 26 27 28

COLOFON // de PanEssay is het faculteitsblad van M.F.V. Panacea en verschijnt met een beetje mazzel vier keer per jaar // plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft // de redactie behoudt zich het recht voor taalkundige correcties aan te brengen of stukken niet te plaatsen (tja, soms is het gewoon té erg!) // kopij kan via e-mail of op een gangbaar medium aangeleverd worden bij de redactie // oplage 3500 stuks // druk verzorgd door drukkerij OCC de Hoog, Oosterhout // redactieadres M.F.V. Panacea t.a.v. PanEssay A. Deusinglaan 1 9713 AV Groningen // telefoon 06 50563201 // e-mail panessay@panacea.nl // voorzitter Suzanne Schuurman // redactie Svenja Henning, Margot Pijpstra, Neepan Paramajothy, Marko Pol, Tom van Putten, Suzanne Schuurman, Christiaan Serbanescu-Kele, Boukje van der Slik, Karlijn Saris, Annet Vulto // lay-out Neepan Paramajothy, Margot Pijpstra, Marko Pol, Sophie Reese, Laurens Takens, Annet Vulto // cover Sophie Reese // Sluitingsdatum volgende editie: 10 mei 2017


Panacea

Uit ‘t bestuurshok De lente is begonnen! Eindelijk is de barre koude winter verslagen door de springende lammetjes in het veld. Naast al het baltsgedrag van de natuur, zien we dit ook terug in de politiek. Zoals de vogels elkaar proberen te verleiden, draaien de politieke partijen om elkaar heen om samen tot een nieuw kabinet te komen. Het nieuwe kabinet is niet de enige bestuurlijke wissel die in deze periode plaatsvindt. Zo zijn wij nu net begonnen aan onze tweede maand, in deze twee maanden hebben wij al ontzettend veel gezien! De laatste dagen van onze overdrachtstijd waren een beetje rommelig. We zijn van bestuurshok gewisseld en hebben hierdoor ook een week zonder computer en telefoon, compleet afgezonderd van de buitenwereld, moeten functioneren. Wel zijn we erg blij met het eindresultaat en nodigen we jullie allemaal uit om eens een kijkje te komen nemen op ons nieuwe hok! Op de vierde bestuursdag vielen wij met onze neus in het Lustrum. Een week lang hebben wij de dertigste verjaardag van de Vrouwe gevierd. Een week die voor ons als kersvers bestuur toch vooral bestond uit sloten aan koffie, weinig slaap, maar ook hoogtepunt na hoogtepunt. Begonnen met de tot duizelingwekkende

hoogte gestegen Alumni Co-dag en het spetterende zwembadfeest. Waarna we na een week dit zesde Lustrum hebben afgesloten met een prachtig galadiner in de Martinikerk en een bal waar je kippenvel van kreeg! Na de Lustrumweek overleefd te hebben begon voor ons toch echt het “normale” leven. De gewone bestuurstaken werden opgepakt en de gedachten gingen al snel richting de komende ALV. De laatste puntjes zijn toegevoegd aan ons beleidsplan en met een gevoel alsof we een kind van 3017 kilogram op aarde hebben gezet, liepen wij met ons beleidsplan onder de arm naar de ALV. Na eindelijk officieel ingehamerd te zijn moesten wij toch echt even afkoelen. Met de SpoCo zijn wij naar het skitterende Bardonecchia vertrokken, waar de sneeuw en wijn rijkelijk vloeiden. Na een week lang de Ice en Yeti’s te hebben verslagen zijn we toch licht gebruind teruggekeerd naar ons bestuurshok. Uitgewaaid en klaar voor komend jaar! BP’17, Samen zullen wij alles delen Joris Meijer Voorzitter Esmee van der Geest Secretaris Joep van Borselen Penningmeester Lara Zonneveld Commissaris Externe Stian Harink Commissaris Interne Koen Brummel Commissaris Onderwijs Ilse Siewers Commissaris Master en Carrière

Panessay • 2017:1 • 3


Commissies & onderwijs

SympCie SympCie Lieve lezers,

Het is tijd voor SympCie’18 dus willen wij ons graag even voorstellen: wij zijn zeven chicks die volgend jaar het meest epische symposium aller tijden gaan neerzetten. Maar naast de serieuze bezigheden, zijn onze commissieavonden ook voorzien van de nodige liquide middelen en houden we best wel van gezelligheid en schele foto’s. Je kunt ons daarom vaak vinden in Volonté of de Negende!

Wie zijn deze briljante meiden nou? Marije is onze lieve Praeses, Iris onze secretaris en penningmeester, Melany en Dorien regelen de leukste sprekers en workshops, Romee en Thamar zorgen voor geld in het laatje en Elise, onze commissaris promo, zorgt dat iedereen weet van het gaafste symposium ooit. We zien jullie snel! Liefs, SympCie‘18

UrgenCie UrgenCie We are representing

the UrgenCie for this year! We host and organize events related to urgent matters in the form of ‘EHBO’ (first aid) courses, workshops and guest lectures. Although everything we do is related to emergencies, we ourselves are a little less stressed and focus more on the ‘gezelligheid’! The workshops are organized by Lothar and Lisa, who make s(ut)ure everything is planned perfectly. The events are hosted by Kristof, Marit, Daphne and Sophie, whose performance is outstanding, eventually. The EHBO courses are in the excellent hands of Daisy and Manouk, and they are wo(u)nderful! Pieter takes care of all the money, but we noticed Pieter now only wears Gucci so there is something fishy going on… And this whole pack is led by Daniel, who is the kindest and greatest of us all, and certainly did not promise me (Lothar) a free pizza if I write something nice about him.

4


YR 2 2 YR

Dear future doctors,

We are your year representatives for MM and GH! Our goal is to improve the curriculum and make our and your lives happier. We make sure that your complaints and ideas get to the people who can make a change. If you ever feel like certain exam questions were unfair or if you think that some lecturers would be better off with a quick course in English, we are here to help you translate those concerns into actions. You can contact us by email or just when you see us wandering in the canteen or elsewhere. Love, YR2

PanIC PanIC

WONDerbaarlijke PanIC’17

PanIC’17 alweer, wat gaat de tijd toch snel! Gelukkig, want we kunnen niet wachten tot het WONDerbaarlijke kamp. De PanIC bestaat zoals elk jaar uit de OffCie, KampCie, FeestCie en KookCie, maar wie er dit jaar in zitten? Dat zijn wij! Famke staat als voorzitter aan het hoofd van het dit jaar paarse OffCie; samen met vicevoorzitter Jonathan, secretaris Joliene en penningmeester Bas krijgten ze heel veel gedaan. KampCie is in het roze altijd vrolijk met Sietske, Megan, Matthijs en Niels. De laatste twee hopen je tegen te komen op de mentorensollicitaties! Oranje pakken op de dansvloer? Dat is de FeestCie! Als je Sven, Silke, Marieke of Deli zoekt, weet je ze nu te vinden. Voor een lekker maal kun je terecht bij de KookCie: Debora, Anouk, Aurora en Henk-Jan zullen ons, in het rood, goed voeden op kamp. We hopen jullie daar te zien! Tot op kamp! PanIC’17 WONDerbaarlijk Daar word je hecht van

PanEssay • 2017:1 • 5


Casus

Arno Bourgonje

Dr. House in de praktijk III Een schokkende casus Tijdens je klinische stages komen al die dozijnen atherosclerotische ambtenaren, hypochondrische huisvrouwen en diabetische dramadocenten je allang de conchae uit, waardoor een bijzondere en zeldzame casus een welkome uitdaging kan zijn. Een casus met een diagnose waar je U tegen zegt. In deze editie presenteren wij zo’n casus, met een diagnose die in de meeste tekstboeken nauwelijks is terug te vinden… Een achttienjarige man meldt zich bij u op de polikliniek Neurologie omdat hij afgelopen week al voor de zesde keer wakker werd met schokken in beide handen en schouders.

Hoofdklacht?

Schokkende handen en schouders bij het opstaan ’s ochtends.

Anamnese en lichamelijk onderzoek

De achttienjarige patiënt is zojuist begonnen met studeren aan de universiteit en woont sinds enkele maanden op zichzelf. Patiënt vertelt dat hij enkele weken geleden ’s ochtends bij ontwaken vreemde, onwillekeurige bewegingen van zijn handen opmerkte. De avond tevoren was hij op stap geweest en was daardoor in de veronderstelling dat de ethanolintoxicatie van zijn brein hierin een rol zou hebben gespeeld.

Een typische EEG-registratie bij een patiënt met juveniele myoclonusepilepsie (JME). De achtergrondactiviteit op het EEG is bij JME meestal normaal, maar af en toe treden bilateraal synchrone, gegeneraliseerde polypiekgolfcomplexen op, variërend van 3-5 Hz, zoals te zien is op bovenstaand EEG. Regelmatig zijn deze EEGafwijkingen het meest uitgesproken in de frontale regio.

6

Toch bemerkte hij een aantal dagen geleden hetzelfde fenomeen; ditmaal waren het ritmische, schokkende bewegingen van zijn handen en schouders. De schokken duren ongeveer vijf tot tien minuten en verdwijnen daarna. Hij vertelt dat het hem op dat moment niet lukt zijn bril van het nachtkastje te plukken na het wakker worden; hij is dan volledig de controle kwijt over de besturing van zijn armen. Bij navraag had hij bij de laatste keer dat het gebeurde, de avond tevoren geen alcohol

genuttigd; wel zat hij toen middenin een tentamenweek waarvoor hard gestudeerd moest worden. Tijdens de schokken is er overigens geen enkele keer sprake geweest van bewustzijnsverlies. Juist nu u de anamnese verder wilt gaan uitdiepen, gebeurt er plotseling iets merkwaardigs. Patiënt verliest zijn bewustzijn en zakt naar de grond. Enigszins geschrokken constateert u al snel dat er sprake is van een gegeneraliseerd tonisch-clonisch epileptisch insult en u probeert ervoor te zorgen dat de patiënt zichzelf niet beschadigt. Tijdens de aanval is er schuim zichtbaar rondom de mond. Na de clonische fase van de aanval legt u hem in stabiele zijligging, waarna hij snel weer zijn bewustzijn herovert. Tijdens de aanval is er geen tongbeet of incontinentie voor urine opgetreden. Na afloop van deze gebeurtenis verricht u direct een algemeen lichamelijk onderzoek en oriënterend neurologisch onderzoek. Deze leveren verder geen bijzonderheden op. De klinische presentatie is voor de diagnose epilepsie nogal atypisch: het bilateraal optreden van ritmische spierschokken met intact bewustzijn is frappant, aangezien een beiderzijds optredend partieel epileptisch insult zeer onwaarschijnlijk is. Daarnaast is secundaire generalisatie ook uitgesloten, vanwege de aanwezigheid van een intact bewustzijn. Overigens vraagt u zich sterk af waar in het zenuwstelsel zich de oorzaak voor de spierschokken bevindt. Echter, op grond van de anamnese en wat er zich zojuist in de spreekkamer heeft afgespeeld, heeft u een sterk vermoeden voor een diagnose.

Wat voor aanvullend onderzoek zou u willen aanvragen?

Spoedig verricht u een EEG (elektro-encefalogram) onderzoek, een methode waarbij elektrische activiteit in de hersenen kan worden geregistreerd met behulp van elektroden op de hoofdhuid. Daarnaast laat u routinematig een MRI-scan van het cerebrum maken. Op deze MRI worden geen bijzonderheden gezien. De EEG-registratie bij de patiënt in kwestie blijkt in principe normaal opgebouwd, maar hier worden wel bijzonderheden waargenomen. Het EEG toont bilateraal synchrone, gegeneraliseerde polypiekgolfcomplexen, met name op frontaal. Daarnaast wordt met het EEG getest of er mogelijk sprake is van flitsgevoeligheid (fotosensitiviteit). Onder provocatie van stroboscopisch (flitsend) licht ziet u dezelfde polypiekgolfcomplexen opdoemen op het EEG,


gevolgd door zogenaamde ‘deltagolven’ (gekenmerkt door onregelmatige golven met een frequentie van 0-4 Hz). Uw anamnestisch vermoeden voor de diagnose is hiermee gauw bevestigd.

Wat is uw (werk)diagnose?

De zojuist beschreven EEG-afwijkingen die werden gezien (zie afbeelding), zijn kenmerkend voor de diagnose juveniele myoclonusepilepsie (JME), ook wel aangeduid als het syndroom van Janz of ‘impulsive petit mal’. Juveniele myoclonusepilepsie is een vorm van primair gegeneraliseerde tonisch-clonische epilepsie waarbij de bilateraal optredende myoclonieën (kortdurende schokken van een lichaamsdeel) van schouders en armen kort na het ontwaken, zeer kenmerkend zijn voor de diagnose. JME wordt het vaakst gediagnosticeerd tijdens de puberteit, als gevolg van het plotseling optreden van een gegeneraliseerde tonisch-clonische aanval (zoals gebeurt bij ongeveer 90% van alle patiënten). JME is verantwoordelijk voor ongeveer 25-30% van alle vormen van idiopatische gegeneraliseerde epilepsie. De etiologie van JME is vooralsnog onopgehelderd, maar wel is bekend dat genetische factoren hier een belangrijke rol in spelen. Voor het optreden van een epilepsieaanval zijn uitlokkende factoren bekend: de aanwezigheid van stress, een korte nachtrust of alcoholgebruik kan een patiënt met JME (zoals bij vrijwel elke vorm van epilepsie) gevoeliger maken voor het krijgen van een aanval. De myoclonieën die vaak ’s ochtends – meestal binnen een tot twee uur na ontwaken – optreden, doen zich het vaakst voor in de armen, maar er zijn ook gevallen bekend waarbij de schokken zich in de benen manifesteren. Ze zijn vaak gedurende enkele minuten aanwezig en betreffen meestal geïsoleerde, ritmische spierschokken. Bij schokken in de armen vertonen patiënten onhandigheid en laten voorwerpen uit de handen vallen. Het bewustzijn is tijdens deze myoclonieën typisch intact. Echter, bij circa 30% van de patiënten wordt JME gezien in combinatie met absence-epilepsie, gekenmerkt door kortdurende aanvallen (vijf tot vijftien seconden) van bewustzijnsdaling. De kenmerkende EEGafwijkingen bij JME worden omschreven als ‘bilateraal synchrone, gegeneraliseerde polypiekgolfcomplexen met een maximum op frontaal’ (frequentie van 4-6 Hz) en trage ontladingen met een duur van een tot twintig seconden. Bij ongeveer 10% van de patiënten wordt ook flitsgevoeligheid gezien, waarbij de polypiekgolfcomplexen kunnen worden opgewekt op het EEG.

Hoe ziet de behandeling eruit? Hoe is de prognose?

In eerste instantie kunnen leefstijladviezen voor de patiënt het beloop van juveniele myoclonusepilepsie aanzienlijk verbeteren. Adviezen bestaan onder andere uit het zorgen voor een goede nachtrust, het - zover als mogelijk - vermijden van psychosociale stress en het terugdringen van het gebruik van alcohol. Bij flitsgevoelige epilepsie is een zinvol advies daarnaast om situaties met lichtflitsprikkeling zoveel mogelijk te vermijden. Door onderdrukking van deze uitlokkende factoren kan een deel van de patiënten ook zonder medicamenteuze behandeling gedurende lange perioden aanvalsvrij blijven. In de meeste gevallen kan juveniele myoclonusepilepsie goed medicamenteus behandeld worden. De eerste keus medicamenteuze behandeling is doorgaans natriumvalproïnezuur (natriumvalproaat, Depakine®), zeker als ook absences aanwezig zijn. Natriumvalproaat is een breedspectrum anti-epilepticum dat een stimulerende invloed heeft op de werking van de neurotransmitter gamma-aminoboterzuur (GABA) in de neuronale synapsen, door remming van de afbraak ervan, stimulatie van de GABA-receptor en beïnvloeding van voltage-gated natrium- en kaliumkanalen. Valproaat staat echter wel bekend om zijn vele bijwerkingen, zoals gastro-intestinale klachten (misselijkheid, diarree, braken), tijdelijke haaruitval, gewichtstoename en trombocytopenieën. Daarnaast moet men met valproaat oppassen bij vrouwen in de fertiele levensfase, waarbij onregelmatige menstruaties kunnen optreden, en bij zwangere vrouwen, vanwege de teratogene effecten van het medicament. In principe zullen patiënten met JME, levenslang antiepileptica blijven gebruiken. De prognose van JME is in het algemeen zeer gunstig, behoudens het feit dat de meeste patiënten zich de genoemde leefstijlaanpassingen zullen moeten aanwennen en langdurig medicatie zullen moeten gebruiken. In het merendeel der gevallen zijn er geen cognitieve of functionele beperkingen en dus kan een ‘normaal’ leven worden geleid.

Afloop van de casus

De patiënt werd voorzien van adviezen aangaande het vermijden van factoren die een aanval zouden kunnen uitlokken (alcoholgebruik, verstoorde en onregelmatige nachtrust en stressomstandigheden). In overleg met de patiënt werd daarnaast gestart met natriumvalproaat. Niet lang na het starten van de therapie rapporteerde hij geen schokken of tonischclonische aanvallen meer en is hij tot op de dag van vandaag klachtenvrij.

Panessay • 2017:1 • 7


Reportage

Nathalie Oostdijk

Vertigo Wat was het mooi, wat was het schittermagisch en wat was het episch. Waar gaat dit over? Het zesde lustrum der M.F.V. Panacea natuurlijk! VertIgo, Dizzy from head to toe! Van 4 t/m 11 februari was het moment dan eindelijk daar waar wij als lustrumcommissie anderhalf jaar naartoe hebben gewerkt (het heeft ons bloed, zweet en tranen gekost). Een week lang hebben wij samen met velen van jullie de 30ste verjaardag van onze lieve Vrouwe gevierd. Het was een week vol met alleen maar hoogtepunten! Voor iedereen die het helaas heeft moeten missen, voor iedereen die iets te diep in het glaasje heeft gekeken, voor iedereen die draaiduizelig was en voor

iedereen die maar geen afstand kan doen van het lustrum, volgt nog even kort wat we allemaal hebben meegemaakt. Het begon allemaal zaterdag met de alumni-co dag. Hier werd de kennis van alle alumni en co’s op de proef gesteld en hebben we een hoop geleerd over geluk. ’s Avonds was het tijd voor het openingsfeest in Kardinge en hebben we met z’n allen onze beste dansmoves laten zien in het water. Zondag hebben we heerlijk uitgebrakt in Pathé om ons weer op te laden voor de volgende drukke lustrumdag. Maandag was namelijk de interactieve operatie waar we veel geleerd hebben over een bypassoperatie. Daarna hebben we laten horen hoe al onze mooie gouden keeltjes klinken tijdens de biercantus. Dinsdag volgde een brakke brunch bij Huize Maas en werden vervolgens de mannen en vrouwen van elkaar gescheiden. Alle vrouwen hebben heerlijk gejumpt bij Jump XL en de mannen zijn de strijd aangegaan om Fifakampioen te worden van Panacea. Woensdag was het moment daar om bestuur ’17 te feliciteren en cadeautjes (vooral vissen) te geven. Donderdag is tijdens het symposium onze kennis enorm verbreed over alles wat te maken heeft met onze zintuigen. Voor alle dierenliefhebbers onder ons zijn wij vrijdag naar Burgers’ Zoo afgereisd om dieren te knuffelen en een Crazy 66 tot een goed einde te brengen. Toen was helaas alweer de laatste dag aangebroken… Maar wat was het een mooie afsluiting. Met 250 mensen hebben wij zaterdag in de Martinikerk gedineerd en vervolgens dansjes gewaagd in landgoed Nienoord tijdens het gala. Wij willen jullie ontzettend bedanken voor al jullie aanwezigheid en voor al jullie gezelligheid, Zonder jullie was het nooit zo’n epische week geworden. Het is een week om nooit meer te vergeten! Liefs, Nathalie, Joep, Esther, Elyse, Nina, Mehmet, Kevin, Elise, Roelof, Stèfan, Lucinda, Merel en Elise

Ik voel me licht in mijn hoofd Tot aan mijn tenen verdoofd Ik draai door Dizzy from head to toe En zo…. VertIgo

8


Column

Ilse Siewers

Onderwijscolumn Een prille functie binnen het bestuur: de Commissaris Master en Carrière Zit je in je masterfase en loop je coschappen, je semi-artsstage of doe je je stage wetenschap? Vroeg je bed uit, lange dagen maken en hard werken. Dat is toch wel even wat anders dan tijdens je bachelor! Minder vrije tijd, wellicht verhuisd naar een andere stad of toch weer teruggekomen naar het mooie Groningen. Heb je soms vragen over onderwijs, behoefte aan een extra cursus of toch aan een gezellige borrel? In alle gevallen kan de M.F.V. Panacea iets voor jou betekenen!

maar ook organiseren zij leuke borrels, feesten en cursussen! Ook weten zij vaak wel het antwoord op praktische zaken binnen de master. In de afgelopen jaren is er zoals jullie weten veel veranderd binnen het onderwijs en is het G2020curriculum geïntroduceerd. ‘Hoe zit dit met de master?’ en ‘Wat als ik het bachelorprogramma van G2010 heb gedaan maar de G2020-master ga volgen?’ zijn vragen waar studenten nu tegenaan lopen. Panacea is ook betrokken bij de ontwikkeling van de vernieuwingen in de master G2020 en de wachttijden voor coschappen. Zit je ook met deze vragen of wil je meer informatie over een dergelijk onderwerp? Schroom niet om met mij contact op te nemen als je een vraag hebt of juist een heel goed idee! Je kunt altijd mailen naar bestuur@panacea.nl.

Voor velen wordt een studievereniging vooral geassocieerd met de bachelorfase. Toch kan je ook zeker in je masterfase belang hebben bij je studievereniging. Dit zagen wij ook in en daarom is in 2016 voor het eerst de functie Commissaris Master en Carrière binnen de M.F.V. Panacea vervuld. Het leuke aan deze functie vind ik de ruimte die er is om specifiek aandacht te besteden aan masterstudenten op zowel sociaal, onderwijs- als op carrièregebied. Het masteronderwijs wordt geëvalueerd door het Onderwijsinstituut (OWI) en vanuit Panacea zal in samenwerking met de Masterraad en het OWI aandacht besteed worden aan de respons op deze evaluaties en de bekendmaking van de uitslag. Toch is het lastig om masterstudenten binnen geneeskunde te bereiken. Ze hebben het druk, wonen soms ver weg en komen logischerwijs minder in aanraking met de M.F.V. Panacea. Komend jaar ga ik heel hard mijn best doen om wat voor de masterstudenten te betekenen. Dit doe ik met heel veel plezier door goed contact met het OWI en verschillende onderwijsgremia. Verder beheer ik de carrièrepagina, waarop onder andere vacatures, stages en onderzoeken worden aangeboden. Ook heb ik contact met verschillende mastercommissies zoals onder andere de Masterraad en de Commissie Semi-arts en Onderzoeksstage (M3). Bij hen kun je terecht voor vragen over het onderwijs,

Panessay • 2017:1 • 9


Interview

Svenja Henning & Sophie Reese

Does time heal all wounds? Gaining insight in the development of G2020 Two and a half years have passed since the new G2020 curriculum started. The entire bachelor program now consists of G2020 students, and many things have changed compared to when it kicked off in 2014. Within our committee, the PanEssay, we noticed that the knowledge about the curriculum and the modifications made over time is very variable amongst the different years. For example, third-year students might not be aware of what is being improved, while first-year students are unaware of issues that have previously been encountered. Therefore, the PanEssay decided that this is the optimal moment to evaluate the past few years and give all students insight into the development of our curriculum. In order to do this, we spoke with the people coordinating the reshaping of G2020: members of YR1, 2, and 3, members of the OWI (institute for medical education), and Gert Ter Horst (bachelor coordinator G2020). Before we can analyse G2020, we should go back to where it all started. G2020 has its roots in the former G2010 curriculum: the elements that were no

longer useful were discarded and good elements were preserved. Examples of the latter are tutor education, a patient-centered approach and competence-based learning. The communities also stem from a part of the G2010 curriculum, the IBMG programme, the first English medical bachelor programme in the Netherlands at that time. The IBMG had a Global Health profile and consisted of approximately 80 Dutch and international students,. Learning on a smaller scale which allowed more interactive studying, and the acquisition of one’s own profile contributed to the design of the four G2020 communities: Intramurale Zorg, Duurzame Zorg, Global Health and Molecular Medicine.

“We wanted to give students more room to self-empower and take the lead in their own learning process” G2020 was made to prepare students for the changes that are occurring in the field of medicine like new technologies and an ageing population. The communities provide each student with a subspecialisation in the bachelor based on these changes in healthcare and social demands. Compared to the G2010 curriculum, the G2020 curriculum also aims to give students more independence, it offers more opportunities to follow one’s own interests, and more tutor contact hours. OWI: “We wanted to give students more room to self-empower and take the lead in their own learning process.” Of course, a concept can be beautiful, but how has the G2020 curriculum worked out? Gert Ter Horst: “The start of the curriculum was abrupt, and both students and teachers didn’t have enough knowledge on how to deal with the new situation yet. At the end of the first semester we were shocked by the pressure the students experienced because of this, and we immediately started to make changes to improve this.”

Elaine van Akkeren (OWI), Alexandra Pascenco (YR3), Kai Jahns (YR2), and Remko Bezema (OWI)

10

The first item on the agenda was to take away the feeling of uncertainty. Checklists, distinct pages to study, and theme introductions to give an overview were implemented. However, the experience of chaos remained, due to a lack of communication between the different offices, each organizing their own part of the curriculum. Because the amount of people involved in G2020 is so enormous, this still isn’t


optimal, but much progress has been made. LC tasks are now linked to the themes of the basic curriculum, the amount of tasks has been rebalanced, and now there are semester teams to coordinate each semester. These semester teams provide more communication between the different departments and make a backup plan in case of unforeseen problems. This team shifts per semester and consists of a chair (one of the deans of an LC), an LC coordinator of the same LC as the chair, and two course directors for lectures and to act as moderator. Still, even though the start of G2020 might have been rough, this curriculum shows a lot of potential. Normally, when a new curriculum starts, it is to be expected that the average results of the Progress Test fall beneath the national average. However, for the first batch of G2020 students, this was not the case. Moreover, there are currently 200 more applications for the decentralized selection than the year before. When we ask our fellow students what they like about their learning environment, working in smaller groups instead of mass education is very well appreciated, as well as focusing on real patients and different diseases immediately from the start of studying. Kai (YR2): “Especially in the first year, the communities and smaller groups you work in create a friendly environment, and after a while your community even starts to feel like some kind of family.” The room to follow your own interest can be found in activities like profile education, voucher education and the JSM. In fact, there are not many universities that offer the possibility of doing research so early during medical studies and also the MD PhD programme organized by the JSM is unique. Not only those activities deepen knowledge in a certain field but also the learning communities provide us with the ability to focus on a certain field of interest in medicine. Alexandra (YR3): “Within the LCs we cover many different topics, which gives you the opportunity to get to know many different departments within the hospital. There are also a lot of skills covered in the LC tasks that you can’t cover in a seminar with a PowerPoint, like how to read literature; how to do research; how to write a good essay; and how to give feedback.” Due to the international and clinical approach of the G2020 curriculum, many international students decided to come to Groningen. Other medicine programs, for example in Germany, study subjects like anatomy and histology are separately from each other, leaving no room for integration.

However, there are some important points of impro vement. The most common complaints concern organization, communication, and the quality of English. Problems with organisation are especially apparent when LC meetings are scheduled parallel with lectures from the basic programme, profile education is on the same moment as important mandatory lectures or when JSM activities are overlapping with profile education. In addition, learning material and lectures are not always uploaded on time. When it comes to communication, many students experience difficulties when they try to reach their LC by email, and get the feeling they are being sent ‘from the cupboard to the wall’ as the Dutch say. It is often not clear who should be addressed for which problem. Lastly, the English used in lectures is at times inadequate, especially for the first year students who are completely inexperienced in Dutch. Bad English translations of exam questions and the fact that PowerPoint presentations are sometimes not fully translated from Dutch to English endanger the learning process.

“Your community even starts to feel like some kind of family” Of course, international students do not expect professors to speak Cambridge English when they come here, but refusing to translate a presentation is downright unacceptable. Unfortunately, this Great Dutch Wall works both ways, and it is difficult for doctors who are used to teaching in Dutch, to start teaching in English. Students get the feeling their lecturers feel insecure, and that they lack control over their lecture simply because they cannot express themselves. Unlike many of us would expect, coordinators of the curriculum are very much aware of those issues and are very grateful to receive our feedback via for example the YR. In our interview they stressed that logistical problems are one of the main challenges they face from an organizational point of view. The advantages of coach meetings, seminars by experts, and shadowing researchers for profile education have the great disadvantage that those professionals are generally occupied with a tight schedule that needs to be combined with ours. Furthermore, over the last couple of years, all involved have been working very hard to ameliorate these problems. For example: translations of learning material have been improved and are more on time, the order of the themes is now more logical, learning objectives are more specific

Panessay • 2017:1• 11


and on time, experts have workshops before LC tasks about the new grading system, the booklist for the theme and exam contains only English books to make the learning material more consistent, articles are available online and no longer have to be printed for each exam, and the profile education is no longer coupled to semesters. One of the newest changes is an English supervisor/teacher, to promote internationalization. Many things are also planned to be improved in the future: for profile education it will be no longer obligatory to follow one course (so two projects is also possible), Scorion, optimisation of communication, placement of MIC-weeks and practicals in a theme, and the grading system for LC tasks. After our interview, we were impressed to see how much student feedback is valued and used for improvement. The YR does a great job collecting feedback from students and passing it on to the LCs, the semester coordinators and Panacea (see figure). Lastly, we would like to point out some things we noticed and think need emphasis. First of all, many international students in the first year, and also later on, feel they are at a disadvantage compared to Dutch students. Not only during lectures, but even more so concerning extracurricular activities from Panacea. International students have difficulties joining a Panacea committee since most of them have the requirement to be fluent in Dutch. In addition, Panacea symposia are open for international students but some plenary lectures are still held in Dutch. We strongly encourage Panacea to incorporate more English in

12

their activities, since medicine in Groningen is now 50% English. This also gives international students more opportunities to get in touch with the Dutch culture. Secondly, the learning community is like a family and gives security during the first phase of the Bachelor. However, many students would welcome having more contact with other communities in their second or third year, especially mixing the English and Dutch communities. Lastly, we feel that much of the frustration felt by students is due an experience of lack of transparency. Students don’t know what happens with their feedback and don’t see what the result is. Sometimes you need to be able to see someone and hear a response. Gert Ter Horst agrees: “If you don’t tell me, I don’t know! Please come by my office (3219.0222) on mondays, tuesdays or thursdays, I am very interested to hear students’ experiences with the curriculum. There are now weekly drop by consulting hours on mondays from 16.00 - 17.30, and you can always email me for an appointment.” We conclude that a lot is being done behind the scenes to make G2020 work, even though it may not always be visible. It’s not perfect yet, but we as students can contribute to improve this curriculum and we certainly are being heard. We must bear in mind that G2020 comprises a lot of organisational work and each tiny change takes an incredible effort to implement. Gert Ter Horst: “G2020 is like an oil tanker. Use too much force on the steering wheel, and the ship will run wild. We must steer carefully and slowly to reach our end goal.”


Puzzel

Suzanne Schuurman & Sophie Reese

Rebus Aangezien onze vaste puzzelmaker besloot een uitstapje naar de rimboe te maken, is de puzzel helaas niet van even hoge kwaliteit als u wellicht gewend bent. Toch is het aan te raden hem op te lossen, er zijn namelijk geweldige shirts te winnen! Raad welke ziekte er wordt bedoeld met de rebus hiernaast, mail de oplossing en je voorkeur voor één van de shirts (maat en kleur komen later) naar panessay@gmail.com en vergeet niet onze Facebookpagina te liken!

Panessay • 2017:1 • 13


Foto’s

14


Panessay • 2017:1 • 15


Essay

Margot Pypstra

What the hell is gender? ...and what even is gender anyway? As a future medical professional and a member of the LGBTQI+ community, I often wonder how we can tailor our care to some of the most vulnerable members of our society, especially in terms of healthcare: transgender people. From the violence black trans women are currently facing in the USA, to laws across the world that forbid “cross-dressing”, to the outdated Belgian law that requires transgender people to medically transition in order to legally change their gender and name, it’s clear that this discrimination can be found worldwide. In February and March, the second year medical program focuses on hormones and reproductive health: a fantastic trap for cis- and heteronormative thinking, that excludes trans, nonbinary and intersex people. Content warning: mentions of transphobia, mental illness and suicide.

Now hold up, I can hear some readers saying: what the hell are you talking about? When talking about queer health, there is so much vocabulary and a whole bunch of identities to unpack. Education about this language is the first step towards compassionate and empathetic healthcare for trans and intersex folks, which is why I’d like to start this article with some basic terminology.

LGBTQIAP+ : this is one of the longest and most

inclusive acronyms currently in use to describe the “lesbian, gay, bisexual, trans, queer, intersex, asexual, pansexual and others” community. It includes everyone who is not straight and/or cisgender.

Cisgender: cisgender simply means that someone

identifies with the gender they were assigned at birth, usually based on their external genitalia. It can be shortened to cis. Cisnormativity is the perception that everybody is cisgender, and it blankets society like unrelenting smog.

Transgender: anyone who does not identify with the

gender they were assigned at birth. A transgender woman has been assigned male at birth, a transgender man has been assigned female at birth. But then there are also trans people who don’t feel like a man or a woman...

Nonbinary: nonbinary is an umbrella term (but also a specific identity for many people) for anyone who doesn’t fall within either of the two binary genders.

De snelweg A1 en de spoorlijn blijven voorlopig droog.

Gender is a construct (like money, justice, and a

twelve-month calendar) that people use to define themselves in relation to society and the people around them. Just because it’s something “manmade”, doesn’t mean that it isn’t real. Throughout human history, different civilizations have had different constructs of gender. Certain Indigenous American tribes identify a gender known as Two-Spirit, and in South Asia, there is a third gender called hijra or kinnar. Through Western colonisation, many of these identities were forcefully erased, and people around the world now tend to view gender as a binary system, with just women and men.

16


Though nonbinary identities are being increasingly recognised, this does not mean that they are “madeup”, nor are they a recent “fad”. Though information spreads much more quickly these days, thanks to the internet, people have been calling themselves nonbinary, or genderqueer, since the middle of the twentieth century. There have been many gendernonconforming people even before then, some of whom would have identified with any of numerous modern gender identities (agender, bigender, genderfluid, neutrois… google them!). In other words: transgender people have been around for as long as humans have.

Biological sex and intersex are the last terms I would

like to address. Many people argue that, “well, if gender isn’t a binary scale, then surely sex is? Males have XY chromosomes, penises, and body hair, and females have XX, breasts and uteruses.” Unfortunately, I’m going to try to break down that barrier for my readers as well. Intersex people are individuals who, through a variety of hormonal differences, different anatomical development, and just plain luck, don’t easily fall into that male/female dichotomy. Biological sex actually includes a range of factors including primary and secondary sex characteristics, hormones, and chromosomes, that we all have in varying degrees, which humans have, for ease of use, arbitrarily divided up as “normal male” and “normal female”. Even before a child is born, parents often know its sex. However, in some cases, at birth, the genitalia can be ambiguous. Often, these genitalia are surgically “corrected”: sometimes because of legitimate health concerns (such as a non-functioning urethra), but other times, because of purely cosmetic reasons. Intersex people have been reported to experience significant trauma from these cosmetic surgeries, especially when the parents have been dishonest about their health situation. Intersex people also face discrimination later in life: Semenya Caster, a South African runner with hyperandrogenism, was forced to take hormone-reducing drugs to be allowed to continue running in the women’s category from 2009 through 2016.

unique relation to gender, which is an essential part of your identity, how will you talk about other health issues? Additionally, there are health matters that are specifically important to queer health. One poignant example: trans youth have incredibly high mental illness and suicide rates, which are compounded by bullying, having to remain “closeted”, an unsupportive family environment and gender dysphoria. This is distress and discomfort caused by the knowledge that your external presentation and your gender do not align. Not all transgender people experience this, but many do, leading to significant damage to mental health. Dysphoria can be alleviated by transitioning for some people: this means taking steps to make your external appearance and gender align. This can include binding your breasts, changing your clothes, choosing a new name and using different pronouns, but it also can mean starting hormone replacement therapy, or undergoing gender confirmation surgery. Having a supportive primary care physician makes coordinating “medical” transition that much easier. Understanding the differences between sex and gender, binary and nonbinary genders, and being able to empathetically communicate that understanding can make the difference between a patient seeing you for a follow-up or not. It can even make the difference between a patient seeking help at a later time, from anybody. The LGBTQIA+ community, and especially trans and intersex people, have a lot to fear from the outside world. However, they can have every health complaint cisgender people have, and in some cases, are significantly more likely to experience those complaints. This is why I advocate teaching future healthcare professionals early on to think in more open-minded and less cisnormative terms. Let’s start now: your genitalia do not determine your gender. Only you can tell us that.

So now we’ve had a run down of only a few of the most important terms to understand trans and intersex healthcare. The next question is: why does it matter? Gender and sex play an unfortunately large role in medical care: depending on the build of your body, symptoms may present differently. Honest communication between physician and patient is important to come to the correct diagnoses and treatment plans. If you cannot trust your doctor to understand your

Panessay • 2017:1 • 17


Medisch

Annet Vulto

VGT hulp “Ik ben heel intern” De mooiste diagnoses omvatten veel onsamenhangende klachten, dokters die het opgeven en dan een briljante geest die de overkoepelende ziekte vaststelt die alle symptomen verklaart en een goede behandelmogelijkheid heeft. Ja, wellicht heeft deze auteur teveel House gekeken, maar dit was wel de motivatie om te bedenken welk specialisme hier het dichtste bij zou zitten. De keuze werd endocrinologie. In deze VGT-hulp: welke ziekte hoort bij welk overschot of tekort van welk hormoon in de bijnieren? Het systeem

Afgifte van hormonen wordt gereguleerd in het brein. Om precies te zijn: in de hypothalamus. Dit systeem krijgt input van hogere corticale gebieden, autonome functies en uitwendige prikkels. Hierdoor zendt de hypothalamus signalen uit naar de hypofyse. De hypofyse heeft een voor- en achterkwab: een neuro- en een adenohypofyse. De adenohypofyse produceert de hormonen die invloed hebben op andere endocriene klieren: groeihormoon (GH), thyreoïdstimulerend hormoon (TSH), adrenocorticotroof hormoon

(ACTH), follikelstimulerend hormoon en luteïniserend hormoon (FSH en LH, dit zijn gonadotrofe hormonen) en prolactine. De neurohypofyse maakt antidiuretisch hormoon en oxytocine. De hypofyse zendt op zijn beurt signalen naar de perifere endocriene organen. Deze organen, zoals de schildklier of de bijnieren, gaan dan het eindhormoon produceren. Dit zorgt meestal voor een negatieve terugkoppeling op hypothalaam en hypofysair niveau. Dit systeem van negatieve terugkoppeling zorgt ervoor dat er een nauwkeurig evenwicht bewaard blijft. Dit evenwicht kan op verschillende niveaus verstoord raken. Als het eindhormoon niet functioneert, is dit een primaire insufficiëntie. Bij gebrek aan negatieve terugkoppeling wordt het stimulerende hypofysehormoon veel te hoog. Als de hypofyse niet functioneert (of bijvoorbeeld operatief is verwijderd) functioneert het eindorgaan ook niet meer. Hierbij is er dus te weinig eindhormoon en te weinig stimulerend hypofysehormoon en spreek je van een secundaire insufficiëntie. Als de hypothalamus niet functioneert (door bijvoorbeeld beschadiging na operatie) spreek je van een tertiaire insufficiëntie. Dit is heel zeldzaam.

De bijnieren

De bijnieren zijn fascinerende organen. De cortex produceert mineralocorticoïden (voornamelijk aldosteron), glucocorticoïden (voornamelijk cortisol) en een beetje androgenen (eigenlijk DHEA, maar ja). Voor vrouwen is dit ongeveer de helft van de androgenenproductie, voor mannen wordt deze productie volledig overschaduwd door productie van androgenen uit de testes. De cortex wordt gestimuleerd door ACTH uit de hypofyse. De hypothalamus zorgt voor ACTH-aanmaak door zelf CRH te maken. Het merg produceert catecholaminen zoals adrenaline.

Wat kan er allemaal fout gaan hier?

Te weinig cortisol: primair is de ziekte van Addison Primaire bijnierschorsinsufficiëntie is voornamelijk vervelend omdat het lichaam geen cortisol meer maakt. Dat is onhandig want cortisol heb je nodig, anders schieten patiënten bij fysieke of lichamelijke stress in een Addisonse crise, die gekenmerkt wordt door misselijkheid, diarree, braken en buikpijn. Als

18


dit aanhoudt kunnen patiënten in een shocktoestand komen, met zeer lage tensie en tachycardie. Dit kan leiden tot coma. Dus: glucocorticoïden moeten gesubstitueerd worden en bij stress moeten patiënten extra innemen. Verdere symptomen van bijnierschorsinsufficiëntie zijn vermoeidheid, concentratieproblemen, gewichtsverlies en anemie. Bij primaire insufficiëntie kunnen patiënten ook zouthonger en polydipsie hebben, door tekort aan aldosteron. Dit hormoon kun je ook substitueren.

Dit systeem van negatieve terugkoppeling zorgt ervoor dat er een nauwkeurig evenwicht bewaard blijft. Een ander heel mooi symptoom van de ziekte van Addison is een bruine verkleuring van de huid. Dit is te verklaren doordat ACTH wordt gemaakt door splitsing van pro-opiomelanocortin (POMC). Als dit prohormoon gesplitst wordt ontstaat er niet alleen ACTH, maar ook bèta-endorfine en alfa MSH. Dit laatste hormoon zorgt voor regulatie van eetlust en seksueel gedrag en de productie van melanine. Productie van melanine zorgt voor bruine verkleuring van de huid, maar ook voor verkleuring van de handpalmen, voetzolen en het tandvlees. Secundaire bijnierschorsinsufficiëntie heet niet de ziekte van Addison, maar er verandert niet heel veel aan dit verhaal. Mensen hebben geen hyperpigmentatie (want niet teveel ACTH) en geen symptomen van hypoaldosteronisme (want het RAAS-systeem werkt wel). Als de deficiëntie komt door een tumor in de hypofyse kunnen patiënten daar klachten van hebben, voornamelijk bitemporale hemianopsie. Te veel cortisol: het syndroom van Cushing Te veel cortisol, daar kunnen we ons allemaal wel wat bij voorstellen. Een bol hoofd, centrale obesitas en striae. Verder krijgen mensen vaak een dunne huid met snel blauwe plekken, een ‘buffalo hump’ (vetaccumulatie in de nek) en hypertensie. De meest voorkomende oorzaak is iatrogeen, dus dat wij artsen mensen te veel glucocorticoïden geven. Verder kan de hypofyse nog teveel ACTH maken of kan er een tumor in de bijnier zitten. Er zijn nog wat andere oorzaken (onder andere ectopische secretie van ACTH of CRH) maar deze aandoeningen zijn zeer zeldzaam.

Behandeling is afhankelijk van de oorzaak. Bij een ectopische Cushing wordt de hoeveelheid toegediend glucocorticoïd afgebouwd; tumoren in de bijnieren, hypofyse of ergens anders worden verwijderd. Als dit resulteert in deficiënties worden deze gesubstitueerd. Te veel aldosteron: ziekte van Conn Als er te veel aldosteron is raakt de bloeddruk zeer verhoogd en kan er een hypokaliëmie optreden. Dit kan ontstaan door bijnieradenomen, bijnierhyperplasie en nog wat zeldzamere oorzaken. Hier geldt ook dat behandeling afhankelijk is van de oorzaak. Te veel DHEA CAH is congenitale bijnierhyperplasie en komt meestal maar niet altijd door een 21-hydroxylasedeficiëntie. Dit is een hormoon dat één van de stappen van cholesterol naar cortisol faciliteert. Deze aandoening wordt met de hielprik vastgesteld. Omdat de stap naar cortisol niet gemaakt kan worden, is er geen negatieve terugkoppeling naar de hypofyse en hypothalamus en blijft de hypofyse ACTH afgeven. Hierdoor blijft de bijnier gestimuleerd. De bijnieren kunnen weliswaar te weinig cortisol (en te weinig aldosteron) maken, maar wel DHEA’s. Dit kan bij vrouwen zorgen voor virilisatie. Therapie is hydrocortison en fludrocortison (aldosteron) geven in hoeveelheden dat de ACTH productie onderdrukt wordt.

Oefenvragen Wat is de meest voorkomende oorzaak van het syndroom van Cushing? A. Een ACTH-producerende hypofysetumor B. Bijniercarcinoom C. Exogene toediening van corticosteroïden D. Ectopische ACTH-bron

Bij pasgeborenen wordt in de eerste week na de geboorte een hielprik verricht. Hierbij wordt onder andere gescreend op het voorkomen van AGS (adrenogenitaal syndroom). Van welk hormoon wordt hiervoor de concentratie bepaald? a Testosteron; b Dihydrotestosteron; c 17alfa-OH-progesteron; d aldosteron.

Voor antwoorden: www.panacea.nl/PanEssay

Panessay • 2017:1 • 19


Strips

Sophie Reese

When lectures are inspiring

20


Culture Shock

Tim Swaab

Adventures of a Kiwi in Groningen It was never my intention to study abroad. It was only in my last year of high school, as the application deadlines for New Zealand universities were fast approaching, that I decided to study in the Netherlands. I can now say it was probably one of the best decisions of my life. Groningen is amazing and I believe without a doubt that the Dutch student lifestyle is probably one of the best in world. Given that I am technically a Dutchie, I had been coming to the Netherlands for many years to visit family and friends. Back then it was already beginning to feel like a second home. When I look back at my life in Middle Earth, I can’t help but feel a little nostalgic of the laid back lifestyle where sandals (flip flops) where the only acceptable type of footwear, where it was the norm to head down to the beach after school for a quick surf and the weekends were filled with hiking adventures in the natural beauty of the Tongariro National Park. Quite a stark contrast if you compare it to how my weekends are now spent in Groningen... Netflix, Netflix and more Netflix.

notice that this technique is starting to rub off on me, as I was driven nuts by having to ask everyone how their day was as part of the social etiquette. The second major culture shock was how small and crowded everything in the Netherlands is, in comparison to what I was used to. It was probably the thing that I disliked most about the Netherlands at first, but now I see it in a totally different light… it is a godsend. To put it into perspective, New Zealand is nearly seven times bigger than the Netherlands in terms of land area but with a human population of only 4.5 million (and a sheep population of 28 million). The cities are very spread out and nearly everybody lives in a freestanding bungalow surrounded by a generous garden. Although this may seem a dream to some, it has one major drawback… everything is very far away. To get to the nearest supermarket can easily be a 20-minute drive and your friend’s house longer. This is one thing I definitely do not miss about New Zealand. Moving to Groningen turned out to be a good choice and with every passing day I feel more ‘Dutchified’. Now that I have settled in and found my place, I am curious as to what the next semester and following years will bring in this new chapter of my life in what is probably one of the best student cities in the world.

One of the ‘culture shocks’ I experienced upon moving to Groningen, was the Dutch bluntness. The kiwis are small talk kings (think British but then 10 times worse), a conversation is always started with “How are you doing?” followed immediately by a comment about either the weather or if the All Blacks played the night before. Thus understandably, it came as quite a shock the first time I was in Groningen and went to the Drie Gezusters where I was approached by the waitress who simply said “zeg het maar” (Roughly translated as: Say what you want). I was absolutely gob smacked and remember thinking “How can someone that rude work in the hospitality sector?”. But after 7 months in Groningen, I have learnt that this is the norm and a prime example of the Dutch bluntness which nearly all tourists who have visited the Netherlands talk about. In all honesty, I have also grown to love the way the Dutch interact with each other, cutting the crap and getting straight to the point makes life so much easier. On my last visit home to New Zealand, I started to

My hometown of Tauranga, viewed from the beach looking towards Mount Maunganui (Maori: Mauao).

Panessay • 2017:1 • 21


Reportage

Lenny Marapin, Sam Barclay & Marie Trefna

The Fight against Antimicrobial Resistance

For many years now, even before the discovery of antibiotics, microorganisms such as bacteria and viruses have managed to develop resistance through various defense or escape mechanisms. Nowadays, one of the biggest issues in modern day medicine is the rise of antimicrobial resistance (AMR). The worst part of all of this? It is mostly our fault... Most laypeople and even health professionals think that when someone presents with some signs and symptoms caused by a microorganism (e.g. a bacteria), giving an antimicrobial drug will be the best solution. Unfortunately, it is not that easy. In 2008, only 15 of all 167 antibiotics under development had a new mechanism of action. Developing antibiotics with a new mechanism of action is imperative, because the previously resistant bacteria are unlikely to be resistant to these new drugs as well. The failure to produce new, effective and affordable antibiotics highlights the inadequacy of the current profit-driven research and development (R&D) system. Just to give an example, 480.000 people develop

multi-drug resistant tuberculosis every year and only 2 new treatments have been developed in the last 50 years. Despite the prediction by a UK group led by economist Lord Jim O’Neill of a post-antibiotic era where drug resistance could kill 10 million people annually by 2050, very little is being done about it. Therefore, an evidence-based and needs-driven R&D system established through a global agreement is needed. We, members of the Universities Allied for Essential Medicines (UAEM) in Groningen, strive to achieve this goal. UAEM is a global network of students who recognize the need for the improvement of global access to public health goods and the need to use those goods responsibly. In other words, we work towards making medicines more affordable, accessible and adequate for all. In addition, we also strive for awareness of other students and the public to recognize that the focus of medical research should be aligned with global needs rather than commercial gains. For instance, why is the funding for diabetes research more than 15 times the amount of that for malaria and more than 100 times that of other parasitic infections? Why is it that only 0,4% of the funding is dedicated to tropical diseases, which affect 16% of the global population? Why is it that middle and low income countries are faced with inadequate access to vaccines, resulting in more than 2 million deaths each year? These are just a few examples of what UAEM sees as social injustice, often leading to neglect of the world’s poorest people. UAEM’s history goes back to 2001, when a group of Yale University law students together with Médecins Sans Frontières convinced Yale and the pharmaceutical company Bristol-Myers Squibb to permit generic production of a discovered HIV/AIDS drug in sub-Saharan Africa. This triggered a dramatic 30-fold price reduction of this drug and made the treatment more accessible to affected people and ensured their survival. Millions of lives were saved this way. This showed that because universities greatly contribute to drug development, they are able

22


to influence the way medical technologies are developed and distributed. They have the power to help alleviate the access to medicines crisis. Nowadays, there are more than 100 chapters at universities in 18 countries worldwide with one common aim: to allow everyone to benefit from university research into lifesaving drugs. Among the many activities organized by UAEM, there is one that deserves a special mention: the Access to Medicines Week (A2MW). Every year, each chapter in the world commits to organize several events within one week dedicated to raising awareness about a particular topic: this year, this was AMR.

“Everybody can make a difference, regardless of background” UAEM Groningen also wanted to contribute and therefore organized various events during its A2MW week (14-20.11.2016). We thought it was important for all participants to have a solid background and thus started the week with a roundtable discussion, during which we had the honor of having Miss Ellen ‘t Hoen (former director of Policy and Advocacy at Médecins sans Frontières), Prof. dr. Maarten Postma (director of GUIDE and WHO advisor) and Ms. S. Nepal (PhD student, Microbiology, UMCG) conduct the discussion. As many also learn by doing, we decided to have our own Dr. House inspired activity, where anyone could have the chance to solve an intriguing medical case. Last but not least, given the fact that most of the audience was made up by students, we also tried raising awareness through fun activities such as a Pub quiz at De Toeter and a themed party at Het Pakhuis. Interview with Ellen ‘t Hoen: her thoughts and concerns on the growing problem that is AMR, and what we can do to help. • Ellen ’t Hoen is a lawyer and an independent consultant in Medicines Policy & Law with expertise in the area of access to medicines. • From 1999-2009 she was the Director of Policy and Advocacy at MSF Campaign for Access to Essential Medicines. • Early 2016 she joined the Global Health Unit of the University Medical Centre Groningen where she does research on intellectual property and medicines law and policies. • She is also a member of the WHO Expert Advisory Panel on Drug Policies and Management and the Advisory Board of UAEM.

• In 2005, 2006, 2010 and 2011 she was listed as one of

the 50 most influential people in intellectual property by the journal Managing Intellectual Property. By December 2050 it is expected that 10 million people will die annually due to resistant infections. How much of a growing concern is this in first and developing world? AMR is globally recognized as an important crisis, Ellen says. ‘This is not new, we’ve known for decades that this was coming. This is something that requires an international response, there’s no country that can deal with this single-handedly. Why don’t we have any classes of new antibiotic drugs in the pipeline?’ Ellen strongly believes action is necessary to stem further abuse and overuse of antibiotics, to stem further development resistance. It is also necessary to act to make sure that new classes of AB are developed. Only 2% of research and development is spent on NTDs (neglected tropical diseases), which is a worrying fact. Ellen elaborates on this: ‘the problem is that we as a society trusted the development of new medicines to the commercial sector. What was overlooked by doing that is the fact that the commercial sector does not invest in medicines they do not consider profitable. NTD is an example of such a group that will be left without treatment. Drug companies are clear in their stance, they won’t make the same amount of money investing in drugs against NTD’s that they do with blockbuster drugs, so they will not invest in them. There actually is a market for NTD (there are many people with NTD’s), the problem is that this is a market with no purchasing power. We, the people, collectively finance the pharmaceutical sphere, a lot of money is going around here. Even if small amounts of money would be invested in a different way, e.g. to pay for R&D focused on NTD’s, there would be sufficient money for this field. Subsequently the products that come out of this can be sold at a very low market price or be preserved for when there is a serious infectious outbreak. In this way you solve both the pricing (access to essential medicine) problem and the need for new antimicrobial drugs because of AMR. We hope this article gave you an insight into the tasks of UAEM and AMR. One thing should be duly noted: everybody can make a difference, regardless of background, and it’s imperative we do so. If you like our initiative and want to follow or contact us, check our website and follow us on social media: Website:

https://uaem.nl/ Facebook: UAEMGroningen Twitter: @UAEM_Groningen

Panessay • 2017:1 • 23


Medisch

Marko Pol

Een Tropische Buik Wie ooit een coschap tropengeneeskunde loopt, gaat het meemaken: de uitdagingen van onkunde en plichtsverzuim, de verrassing over vindingrijkheid en hardheid van patiënten en de verbazing over wat de geneeskunst ook in Afrika voor elkaar krijgt. Deze casus geeft een klein voorproefje van wat je te wachten staat als je een coschap gaat lopen in de tropen. Het is woensdag, eind van de ochtend, als een 28-jarige man arriveert in de Outpatient Department (OPD) van een Malawiaans ziekenhuis. Hij klaagt over buikpijn. Hij heeft gisteren het andere ziekenhuis in het district bezocht met dezelfde klacht. Hier heeft hij een Malaria Rapid Diagnostic Test ontvangen, en omdat deze negatief bleek is hij met pijnstilling (Brufen) weer naar huis gestuurd. De Clinical Officer van de OPD draagt aan jou op de afdeling het volgende over: “28-year-old male, serostatus unknown. Patient was bathing by the river three days ago, and while laying on a rock on his back a tree branch broke off and fell on the abdomen.

Complaints of shortness of breath, abdominal pains and distention. + Stool, but very little. + Urine. Vomited yesterday. - Fever. - Cough. Vital signs: BP 90/70, PR 116, SpO2 91%, Temp 35.4. On examination: ill-looking, in pain, afebrile, pink, clear lungs, equal air entry. On abdomen: guarding tenderness, decreased bowel sounds, board-like rigidity. No abnormalities detected on extremities.” Wanneer je de buik onderzoekt valt je naast de zeer bolle, gespannen buik op dat je in een straal van 10 centimeter rondom het hoogste punt hypertympane percussie hoort: een teken van lucht in de buikholte. Tevens is er sprake van shifting dullness, een teken van vrij vocht. Er wordt een bloedbeeld verricht (bestaat in dit ziekenhuis uit WBC, RBC, Hb, hct, MCV, MCH, MCHC en leukocytendifferentiatie), waar alleen een minimaal verlaagd MCV opvalt. Er is in het hele land maar een CT-scanner beschikbaar, dus een CT-scan is op dit moment geen optie. Overigens is er ook een MRI-scanner in het land, maar die is gefinancierd met onderzoeksgelden en daarom niet volledig beschikbaar voor patiëntenzorg. Er wordt een X-thorax/abdomen aangevraagd ter beoordeling van vrij lucht, maar vanwege stroomuitval kan de röntgenbuis niet bediend worden. Wel kan er een buikecho gemaakt worden, want deze is aangesloten op zonne-energie. Hier worden geen afwijkingen gezien aan lever, milt, blaas of nieren, maar wel een kleine hoeveelheid vrij vocht in de buikholte. Als even later de elektriciteit weer aanspringt wordt de hiernaast weergegeven foto vervaardigd. De Clinical Officer die de mannenafdeling runt zegt zonder blikken of blozen geen afwijkingen te zien. De haren rijzen je te berge, want jou valt wel iets op. Patiënt krijgt antibiotica (metronidazol en ceftriaxon) en gaat lopend naar de operatiekamer voor laparotomie. Bij het openen van de buikholte ontsnapt een finke zucht lucht. Stinkend vocht gutst uit de incisie. Een ruime twee liter aan maagsap en faecaliën wordt gedraineerd. Het darmpakket is vuurrood ontstoken en oedemateus. Hier en daar zijn schilfers van loslatend weefsel zichtbaar. Twee perforaties worden gevonden, een op de anterieure maagwand en op het proximale ileum. Ze worden overhecht en er wordt uitgebreid gespoeld met vier liter warm isotoon zout. Vervolgens wordt de buik primair gesloten.

24


Na de operatie biecht patiënt op dat het traumamechanisme toch iets anders verliep. De bewuste avond was hij in de kroeg waar hij iemands bier omstootte. Vervolgens werd hij door drie man vastgegrepen en mishandeld met meerdere klappen op de buik. Of dit het hele verhaal is blijft de vraag, een dubbele darmperforatie krijg je immers niet zomaar. Postoperatief zijn een vochtbalans en zes maal daags controles van vitale parameters verordonneerd. Op de tweede opnamedag geef je het bijhouden van de vochtbalans op omdat de verpleging nog geen enkele aangehangen infuuszak genoteerd heeft en de ongeletterde familie te pas en te onpas de katheterzak leegt. Patiënt lijkt goed te plassen en de bloeddrukken blijven stabiel. De eerste vier dagen van de opname heeft patiënt geen flatus of ontlasting. Hij drinkt slokjes water en begint op dag 3 met wat maïspap. Er komt sereus vocht uit de wond, maar de buik is soepele en er klinken darmgeluiden. Op dag 6 pust de wond nog steeds, is er ontlasting geproduceerd en is de buik soepel. De bloeddruk is echter wel gedaald tot 90/72 (pols 67). De volgende dag vindt exploratie van de wond en de buikholte plaats. Bij het openen van de huid blijkt dat de fascie reeds los heeft gelaten. Vanuit de buikholte wordt 700 ml pus geëvacueerd. Het darmpakket zit samengeplakt, maar is niet oedemateus. De overhechtingen zijn nog

steeds intact. Er wordt gespoeld met vijf liter warm isotoon zout, waarna er een infuuszak op tafel komt. Deze wordt geleegd in de buik en opengeknipt. Vervolgens wordt deze als geïmproviseerde Bogota bag in de huidranden gehecht. Patiënt is zeer ontsteld als hij wakker wordt en zijn eigen darmpakket kan bekijken. De rest van de patiënten en families op zaal ziet de lol er wel van in. De opluchting bij patiënt en zijn familie is groot als hun verteld wordt dat de zak na drie dagen weer verwijderd zal worden; ze waren in de veronderstelling dat hij ermee naar huis ging. Op dag 10 wordt de Bogota bag operatief verwijderd. Er wordt nog wat pussig vocht en samengekleefde darmen aangetroffen, maar na uitgebreid spoelen wordt de buik (hopelijk) voorgoed gesloten. Op dag 12 is er sprake van flatus, op dag 13 van ontlasting. Op dag 17 werden de hechtingen verwijderd en op dag 21 volgde ontslag naar huis in goede gezondheid.

Op www.panacea.nl/PanEssay vind je bij dit artikel een uitgebreide verdieping over de differentiaaldiagnose, de beoordeling van een acute buik, perforatie en haar complicaties, de gestructureerde beoordeling van de X-thorax en uitleg over het postoperatief beleid. Een aanrader voor bachelor- en beginnende masterstudenten!

Panessay • 2017:1 • 25


Recensies

Suzanne Schuurman

Boek op recept Robbins, Guyton, Cumar & Clark, De Jongh… Dat jij eigenlijk al veel te veel pagina’s hebt om doorheen te komen, snappen wij ook wel. Naast deze ietwat fantasieloze naslagwerken is een beetje medische fictie op zijn tijd een welkome afwisseling. Daarom heeft de PanEssay voor jou een selectie gemaakt van boeken waar je met wat interpretatievermogen zelfs nog enkele wijze lessen uit kunt halen voor je toekomstige carrière. Slotakkoord - Willeke Stadtman

Vakgebied: medische ethiek, gezondheidsrecht Volgens de auteur, een arts werkzaam bij de Levenseindekliniek, zijn het misverstanden over euthanasie die de verdeeldheid rondom dit onderwerp grotendeels veroorzaken. In Slotakkoord behandelt zij vijftien van zulke misverstanden. Onderwerpen als euthanasie bij minderjarigen en niet-terminale aandoeningen, maar ook palliatieve sedatie en hulp bij zelfdoding komen aan bod. De tekst is zo nu en dan meer gericht op patiënten die euthanasie overwegen dan op zorgmedewerkers, maar dat is niet storend. Wel moet je geen aversie hebben tegen gezondheidsrecht; de wettelijke regeling van euthanasie wordt uitgebreid besproken. Fijn is daarom wel dat deze soms wat droge stof continu afgewisseld wordt met voorbeelden uit de praktijk. Deze casussen betreffen patiënten die de om euthanasie hebben gevraagd en dit al dan niet hebben gekregen. Zowel het proces van het verzoek als het daadwerkelijke uitvoeren van euthanasie worden beschreven op een persoonlijke manier en in bewonderenswaardig respectvolle toon. Alleen al de proloog is de moeite waard, waarin Stadtman vertelt over de eerste keer dat ze euthanasie pleegt. Maar ook de rest van het boek is zeker een aanrader voor de geneeskundestudent met een interesse in euthanasie. Notendop (Nutshell) – Ian McEwan

Vakgebied: obstetrie Al eerder recenseerde ik Zaterdag van McEwan (zie PanEsay juni 2016), een boek dat zich kenmerkt door ‘extreem gedetailleerde beschrijvingen en gedachtekronkels zonder dat dit afdoet aan de leesbaarheid’. Bij Notendop is dit wederom het geval, ditmaal geschreven vanuit een bijzonder perspectief: dat van een foetus. Hoewel de verteller nog geboren moet worden, lijkt het alsof er een filosofische, intellectuele volwassene aan het woord is; een wijnsnob die meegeniet van de alcohol die zijn moeder consumeert maar wel opmerkt dat zijn voorkeur uitgaat naar een sancerre uit Chavignol. Hij maakt nogal wat mee, aangezien zijn moeder en haar minnaar een moord plannen op zijn vader. Deze verhaallijn is merkbaar geïnspireerd op Hamlet, maar met zijn intelligente woordspelingen en knappe dialogen is Notendop een originele, eigenzinnige versie van deze klassieker.

Elizabeth is Missing – Emma Healey

Vakgebied: psychogeriatrie Ook bij dit boek is er sprake van een origineel perspectief: de verteller is de bejaarde en dementerende Maud. Interessant om te lezen is hoe de cognitieve functies van Maud mentaal achteruit gaan; in het begin vergeet ze al wel veel maar heeft ze geen problemen met taal en het herkennen van haar dochter, later is dit wel het geval. Haar langetermijngeheugen is nog grotendeels intact, wat goed te merken is door het tweede verhaal uit Mauds jeugd dat parallel loopt aan de hoofdverhaallijn. Hoewel haar kortetermijngeheugen er erg slecht aan toe is, blijft één gedachte telkens terugkomen: haar vriendin Elizabeth is verdwenen. Maud gaat op onderzoek uit, wat vrij lastig blijkt te zijn als je elke ontdekking na een half uur al weer vergeten bent. Hierdoor is ze gedwongen te vertrouwen op post-its met haar aantekeningen en de hulp en zorg van mensen om haar heen, die helaas vaak niet eerlijk tegen haar zijn en haar behandelen als een vervelende, incapabele patiënt. Het is frustrerend hoe weinig de hoofdpersoon serieus genomen wordt – daarmee biedt dit boek dan ook een goede les voor een arts in spé.

26


Column

Boukje van der Slik

Dokterscolumn Inmiddels ben ik na een succesvolle sollicitatie sinds twee maanden ook daadwerkelijk aan het werk als dokter. Deze mijlpaal leek het mij goed om eens terug te blikken hoe de eerste maanden als echte dokter mij zijn afgegaan. En dat kon ik jullie natuurlijk niet onthouden. Eigenlijk was het weer alsof ik aan mijn allereerste coschap begon. Onzeker liep ik de eerste dag het ziekenhuis in. Waar moet ik heen? Shit, straks ben ik te laat. Help, ik moet naar de wc. Waar is de wc? Heb ik die ene arts nu al een hand gegeven? Uhm ja, blijkbaar wel. Een nieuw ziekenhuis, nieuwe supervisoren, nieuwe collega’s, nieuwe taken, nieuwe spullen en het allerbelangrijkste: een nieuwe favoriete wc. Kortom: alles nieuw. Aan dat gevoel wennen wij als (ex)geneeskundestudenten wel steeds meer, na drie jaar coschappen door het halve land, maar toch gaf het mij nu weer zo’n M1-gevoel. Natuurlijk, en gelukkig, waren er ook enkele verschillen ten opzichte van mijn eerste coschap. Ik heb in ieder geval geen chirurg aan de patiënt vastgehecht (zo stond ik ongeveer mijn gehele masterfase bekend). Maar het grootste verschil is er een dat me al heel wat nachten wakker heeft gehouden: the one and only (tromgeroffel) ver-ant-woor-de-lijk-heid (vuurwerk op de achtergrond). Vroeger (jeeeez, hoor mezelf, alsof het tien jaar geleden is) kon ik nog wel eens vluchten naar de cokamer, de wc, de gang, de kelder of het restaurant. Maar nee, die tijden zijn ook voorbij. Alles komt nu op mijn bordje en er wordt van mij verwacht dat ik het oplos. Ineens ben ík het eerste aanspreekpunt voor alle hoge alarmscores, alle medicatie, alle goede én slechte gesprekken, alle diagnostiek, alle consulten en over alles wat in en uit een patiënt gaat (en ja, dat laten ze met liefde en plezier aan je zien). Die verantwoordelijkheid gaf me een heel eng, maar tegelijkertijd natuurlijk ook supergaaf gevoel! Eindelijk mag ik écht aan de slag. Hier heb ik jaren op zitten wachten, voor zitten blokken, voor als koffieslaaf gefungeerd, als cokrukkenzitter over gedroomd: it’s showtime! Nog geen jaar geleden volgde ik braaf de orders van een A(N)IOS op, liep ik achter een arts aan tot aan het toilet toe en keek ik ontzettend op tegen de

artsen dat ze het zo druk hadden en nooit tijd hadden voor lunch of een beoordeling. Op mijn eerste dag liep ik de artsenkamer in (niet achter een andere arts aan), zette ik mijn computer aan, deed mijn witte jas, draaide ik om en PATSBOEM there she was: de co. Het was haar allereerste dag als co, vers van de bachelorpers. Ik kreeg een flashback waar je U tegen zegt, wat me gelukkig hielp om me gemakkelijk in te leven in haar situatie. Ze had geen idee wat haar te wachten stond en wat er van haar verwacht werd. Volgens mij ben ik haar nergens vergeten, heb ik zelfs dingen uitgelegd en heb ik haar niet aan het huilen gemaakt. Dat is dus in ieder geval al beter dan mijn eerste dag als co. Na een tijdje was het dan ook zo ver: er werd mij om een beoordeling gevraagd. Tegenwoordig geen onhandige papieren boekjes meer met koffievlekken en ezelsoren, maar een gemakkelijke digitaal formulier via de mail. Ik voelde me ineens zo “oud”.

Eindelijk mag ik écht aan de slag Uiteraard heb ik het uiterst serieus genomen en haar een positieve beoordeling gegeven. Ik heb zelfs nog nagedacht over eventuele verbeterpunten. Ik ben benieuwd hoe ik dit over een paar jaar doe, maar so far so good. Over het algemeen heb ik alle co’s die meeliepen gewaardeerd. Het is natuurlijk fijn om bepaalde “klusjes” (no offense) aan de co te geven, zoals bloed/infusen prikken en patiënten statussen. En vaak denk ik hardop na en leg ik veel uit, zodat de co weet waar ik mee bezig ben en ik het ook meteen weer op een rijtje heb. Dat voorkomt vaak ook veel vragen terwijl je diep aan het spitten bent in iemands voorgeschiedenis. Daarnaast zorgen de meeste co’s goed voor me door koffie en andere lekkernijen aan te bieden, waardoor het suikerniveau ook nog acceptabel blijft! Geweldig. Kortom: inmiddels ben ik een rang omhoog gegaan in de pikorde, de voedselketen, de hiërarchie, de circle of life. Ik voel me nog steeds een newbie en ik ben er nog lang niet. Maar toch heb ik nu de taak om de co’s, de nog nieuwere newbies, te begeleiden en te beoordelen. De aanwezigheid van hen wordt zeer gewaardeerd en zonder hen zou het voor ons een stuk moeilijker zijn. Daarom is deze voor jullie. Co’s: bedankt! Okay, enough. En pas maar op, want ik hou jullie in de gaten.

Panessay • 2017:1 • 27


Column

TomA.van Ouweteur Putten

Co-column Wetenschap is zo slecht nog niet Menig bachelorstudent schiet al in de stress als de woorden ‘stage’, ‘wetenschap’ en ‘M3’ in dezelfde zin gebruikt worden. Terecht. Waar wetenschap is, is statistiek. En dat hebben we geweten. De statistiekcolleges van de bachelor zijn als een oorlogstrauma in het collectieve geheugen gegrift, waarbij het mantra ‘ik snap het niet, ik snap het niet, ik snap het niet’ als een Tibetaans monnikengezang door de zaal resoneerde. Dit alles resulterend in geneeskundestudenten die schreeuwend en badend in het ijskoude nachtzweet door hun huisgenoten uit nachtmerries gewekt werden als er weer eens een opdracht wetenschap gemaakt diende te worden...

Mochten er lezers onder u zijn die zich in dit beeld herkennen: geen nood. Ja, statistiek is een wezenlijk onderdeel van de stage wetenschap in M3, maar het hoeft geen flashbacks te geven. Het recept voor een succesvolle, stressarme stage wetenschap bestaat uit de volgende ingrediënten: een interessant onderwerp, een betrokken begeleider, statistiek die niet te ingewikkeld is en mogelijkheden tot contact met een epidemioloog of statisticus.

28

Voor mijn gevoel heb ik redelijk aan deze voorwaarden voldaan en ik heb dan ook rustig mijn stage wetenschap kunnen opstarten. In de eerste zes weken heb ik de discipline gehad om vanaf 9 uur patiëntendossiers uit te pluizen en een database te bouwen, met ruim de tijd voor koffie- en lunchpauzes met de andere M3’ers, waarna ik tevreden om 5 uur kon uitloggen en naar huis kon gaan voor een avondje chillen. Nu, nog eens zes weken later, is daar niets van over. Stage wetenschap is de definitie van de uitdrukking ‘van God los’ geworden. Hier ontdek je weer wat de vrijheid van het studentenleven is. Uitslapen? Prima! Dagje vrij? Absoluut! Doordeweeks naar de kroeg? Natuurlijk! Afhakende M2’ers met klassieke excuses als: ‘ik sta morgen weer op OK’, en ‘ik moet m’n poli nog voorbereiden’ mogen uitgelachen worden. Maar het allerfijnste aan M3? Je hebt eindelijk weer tijd én energie om te sporten: hardlopen, zwemmen en je ‘gun permits’ verlengen in de gym. Vergeet het tafelvoetbal niet, want met zo veel tijd over kan je eindelijk professioneel tafelvoetballer worden in die anderhalf uur durende lunchpauzes, de Champions League is er niets bij! Vooruit, het is niet alleen leve de lol. Er zijn altijd pieken en dalen. Eerst is er de euforie van een complete database, vervolgens mis je weer een aantal waarden en mag je weer de cijfers induiken. Heb je de introductie af, zit je daarna alweer met je handen in het haar door de statistiek. Frustraties genoeg. De vraag is alleen of je je erdoor uit het veld laat slaan. Je kan natuurlijk ook welverdiend gaan ontspannen, om morgen weer met goede moed te beginnen!


Activiteitenkalender Maart 30 DoMiBo 30 ProMed Pubquiz 31 SpoCo Dodgeball 31 Master Oldenburg-excursie

9 Lenteborrel 11 CuCo-Activiteit 11 BBQ 12-14 ALW 13 Rosalind Franklin Contest 24-30 BRC

April

Juni

6 YR1 activiteit 12 Gangfeest 21 Masterfeest 27 YR2-Activiteit 28-30 Batavierenrace

5 JV3 Into the coschappen 7 Docent van het jaar verkiezing 9 Mentorenborrel 12 Bestuursinformatieuurtje 12 Bachelor Diner 12 AkCie Eindfeest 13 ALV 14 YR2 Game Show 16 T Symposium 3 15-16 Musical

Mei DIES DIES DIES 8 AkCie vrije-Activiteit 9 SpoCo Voetbal


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
PanEssay Maart 2017 by PanEssay - Issuu