PANESSAY jaargang 32 // nummer 2 // juni 2017
Faculteitsblad der M.F.V. Panacea
Uit ‘t bestuurshok Commissiepagina
INHOUD aanschouw de zielenroerselen van ons bestuur. Net als in de duizend vorige edities was afgelopen kwartaal weer het meest gezellige en succesvolle kwartaal ooit alweer een pagina met louter mooie mensen. Lekker dingen organiseren, liedjes spelen of boekwerken produceren. Wat is het Panacealeven toch wonderschoon
121
122
Dr. House in de praktijk IV
124
Onderwijscolumn
127
Arno diept ter lering ende vermaeck weer een zeldzame casus op uit de krochten van zijn mentale bibliotheek
Liefdesverdriet
wie zorgt er voor de mentaal geknakte geneeskundestudent? Wie redt de dokter van de toekomst? Gerard. Gerard Terwisscha van Scheltinga. Held zit je met een bak Ben&Jerry’s en vijf pakken Kleenex deze inhoudsopgave door te lezen? Lees Karlijns stuk en voel je zoveel beter
128
De schoonheid van ons vak heeft G2020 alle levenslust uit je gezogen? Ook klaar met die
130
Puzzelplezier
131
hypochonders op je spreekuur? Suzanne niet, die is niet stuk te krijgen
Fotopagina
“Life is a puzzle and we are the pieces” #inspirational je hebt zoals het een waar geneeskundestudent betaamt geen recollectie van de voorgaande avonden. Gelukkig is daar dan nog de fotopagina
132
Het alternatieve keuzekompas
134
VGT-hulp
136
kom jij nog steeds niet verder dan ‘later word ik dokter’? Maak dan gebruik van dit alternatieve keuzekompas
Helaas pindakaas
de schildklier is een alleraardigst kliertje. Je moet haar even leren kennen, maar dan waardeer je haar ongekende schoonheid. Laat je voorlichten door Annet we verzamelden een kleine collectie tragische studiegerelateerde ongevallen. Hier in de Panessay is geen schaamte en wij delen deze pareltjes dan ook graag
137
Liefde voor het vak Rob Bakels. De man die met zjin aanstekelijk enthousiasme zelfs de meest ignorante
138
Wat doe ik in Afrika? Marko is weer onder ons, na een bezoek aan een land hier ver vandaan. En
140
Summer playlist
142
geneeskundestudent tot het aanbidden van neuronen dwingt. Wat prikkelt hem? jongens, jongens, wat heeft hij daar toch een avonturen meegemaakt
Boek op recept Dokterscolumn Co-column
Sophie brengt je een afspeellijst met ille beats en sicke rhymes, alsook een interview met drie bands propvol geneeskundestudentjes jullie gaan deze zomer natuurlijk weer zuipen in Sunny Beach of once in a lifetime backpacken in Zuidoost-Azië. Neem dan toch vooral een boek mee Boukje is weer eens veroordeeld tot diensten draaien. Zij heeft hierdoor totaal geen stress. Ik herhaal, to-taal géén stress Deventer is eindelijk van Tom verlost. De Koekstad juicht als nooit tevoren. Tom is vooral heel blij dat hij eindelijk zijn stage wetenschapverslag heeft ingeleverd
144 145 146
COLOFON // de PanEssay is het faculteitsblad van M.F.V. Panacea en verschijnt met een beetje mazzel vier keer per jaar // plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft // de redactie behoudt zich het recht voor taalkundige correcties aan te brengen of stukken niet te plaatsen (tja, soms is het gewoon té erg!) // kopij kan via e-mail of op een gangbaar medium aangeleverd worden bij de redactie // oplage 3800 stuks // druk verzorgd door drukkerij OCC de Hoog, Oosterhout // redactieadres M.F.V. Panacea t.a.v. PanEssay A. Deusinglaan 1 9713 AV Groningen // telefoon 06 50563201 // e-mail panessay@panacea.nl // voorzitter Suzanne Schuurman // redactie Margot Pijpstra, Neepan Paramajothy, Marko Pol, Tom van Putten, Sophie Reese, Suzanne Schuurman, Christiaan Serbanescu-Kele, Boukje van der Slik, Karlijn Saris, Annet Vulto // lay-out Neepan Paramajothy, Marko Pol, Sophie Reese, Annet Vulto // cover Sophie Reese, Suzanne Schuurman // Sluitingsdatum volgende editie: 15 september 2017
120
Panacea
Uit ‘t bestuurshok De zomer is bijna daar! Het eerste cohort van G2020-studenten heeft de bachelor gehaald, de zon begint af en toe door te komen en de vakantie kan beginnen. Wij als bestuur hebben prachtige maanden achter de rug en hebben een heftige maar indrukwekkende start gehad. Wat hebben we hiervan genoten! Na het enerverende lustrum zijn we doorgestroomd naar mooie maanden waarin de vereniging het succes heeft doorgezet. In april zijn we vlak na Koningsdag 85ste geëindigd op de Batavierenrace in Enschede, waarna we met enorme spierpijn een mooie nacht hebben beleefd op de campus, slapend op een geïmproviseerde camping. Vrij snel daarna is de Diesweek ‘Pirates of the CariDies’ begonnen, waarin we als echte piraten hebben geleefd en hebben genoten van het vrije leven. Met op elkaar schieten met zowel het AkCie-Paintball en de Gotcha Games van de CuCo hebben we onze schiettalenten geperfectioneerd, Jack Sparrow zou er jaloers op zijn. De volgende dag hebben we op een andere manier het schieten geoefend. Het voetbaltoernooi van de SpoCo was wederom fantastisch. Met als hoofdprijs een fles LustRum heeft iedereen hard gebald, sommigen met wat meer succes dan anderen.
het vliegtuig naar Madrid sloten al vrij snel aan op dit lijstje aan activiteiten. Ter ere van het Lustrum zijn we met vijftig leden naar het zonnige Spanje afgereisd. Na de eerste dagen in Madrid gespendeerd te hebben zijn we doorgereden naar Valencia. In deze prachtige stad hebben we kunnen rondfietsen en heerlijk aan het strand gelegen. In- en externe banden zijn aangehaald en menig terrasje is gepakt. Twee weken later, weer een hoogtepunt van de M.F.V. Panacea. De tweejaarlijkse musical is weer opgevoerd in de Stadsschouwburg! De cast, de crew, de commissie en het orkest hebben een prachtige voorstelling van ‘Elton John & Tim Rice’s Aïda’ neergezet. We gingen terug naar het Egypte ten tijde van de farao’s en hebben gekeken naar de onmogelijke liefde tussen de Nubische prinses Aïda en de legerkapitein Ramades. Een verhaal vol verraad, liefde en overspel waarbij iedereen op het puntje van zijn stoel heeft gezeten, kijkend naar het mooie toneel en luisterend naar de prachtige muziek. De activiteitenkalender barstte de afgelopen tijd weer uit haar voegen, maar met een mooi resultaat. Nu is het tijd voor onze welverdiende rust en kunnen wij ons voorbereiden op alle nieuwe eerstejaars in september. Tot snel, fijne vakantie! BP’17. Klopt voor iedereen.
Midden in de week hebben alle leden hun scheurbuik kunnen verhelpen door tijdens het inloopuur tosti’s te kunnen halen, waarna ze in de avond de externe banden hebben kunnen aanhalen op het Gangfeest. Menig veroveraar zal niet precies meer weten wat hier gebeurd is, gelukkig hebben we de foto’s nog. Op de eind-BBQ heeft iedereen zijn kater kunnen verhelpen met goede stukken vlees op het vuur en sfeer in de groep, verhalen van de vorige avond zijn volop gedeeld. Aansluitend op de Diesweek hebben we gezellig vertoefd op het prachtige Ameland tijdens het Actieve Ledenweekend. Met honderdtwintig geweldige mensen hebben we muren gebouwd, een cantus gezongen en hebben we gekeken wie de beste stierenrijder is op de mechanische stier. De week ter ere van de Vrouwe is hiermee perfect afgesloten! De bus naar Brussel en
Panessay • 2017:2 • 121
Commissies & onderwijs
AlmanakCie AlmanakCie Een mooie introductie, schitterende AkCie-feesten, een memorabel lustrum, sprookjesachtig gala, de SpoCo-wintersport, een geniale BRC: er gebeurt ontzettend veel in een jaar bij Panacea. Te veel om bij te houden eigenlijk. Heb jij ook niet meer helemaal op een rijtje wat je dit jaar allemaal hebt meegemaakt of wat de hoogte- en dieptepunten waren? Geen probleem! Wij, de AlmanakCie, gaan er opnieuw voor zorgen dat jij alle feiten van het afgelopen jaar op een rijtje krijgt. Alle (on-) vergetelijke avondjes worden vereeuwigd in het boek der boeken: de dertigste Almanak der M.F.V. Panacea. De AlmanakCie bestaat dit jaar uit acht creatieve meiden. Samen zetten we ons het hele jaar in om alle nieuwtjes van binnen en buiten de opleiding Geneeskunde van dit mooie lustrumjaar vast te leggen. Liefs, Doreen, Sonja, Rianne, Shams, Malou, Rachel, Chantal en Eva.
Hart Geruis Hart Geruis
Wij zijn Hart Geruis, sinds 2013 de trotse band van M.F.V. Panacea en dé studentencoverband in Groningen. Wij bestaan volledig uit artsen in spé en we doen onze naam goed eer aan met de inmiddels landelijk bekende hartjesoutfits! De afgelopen jaren zijn wij muzikaal én qua bekendheid flink doorgegroeid en worden wij, naast dat we bij een aantal feesten van Panacea spelen, veelal geboekt voor gala’s, feesten, bruiloften, etc. Wij spelen met name in Groningen, maar regelmatig toeren wij door het hele land. Gemiddeld treden wij eens in de twee weken op. Ons repertoire bestaat uit hitjes waarbij het haast onmogelijk is om niet luidkeels mee te zingen zoals Angels en nummers waarbij de voetjes wel van de vloer moeten gaan zoals bij onze unieke Funky Medley! We spelen dus voor ieder wat wils en zijn echt een allround coverband. Onze unieke bezetting bestaat uit een zanger en zangeres, een gitarist, toetsenist, bassist, drummer en twee saxofonisten. Aangezien wij allemaal geneeskundestudenten zijn en iedereen na een aantal jaren uitwaait, zijn wij vanaf september op zoek naar een nieuwe gitarist, bassist en blazer (saxofoon, trombone of trompet)! Dus ligt je instrument te verstoffen en heb je altijd al gedroomd om je studentenleven te combineren met sex, drugs, maar met name rock ‘n roll, dan is dit het moment! Vanaf september zullen de audities starten. Tegen die tijd zullen wij een oproep doen. Mocht je vragen hebben, kun je altijd mailen naar bandpanacea7@ gmail.com en houd vooral onze facebook goed in de gaten: www.facebook.com/hartgeruis!
122
Co-Out Co-Out
Zoals jullie vast allemaal al wel weten komt er ook dit jaar weer een spetterende Co-Outdag aan! Wij zijn de Co-Out, de commissie die er opnieuw hard aan heeft gewerkt om voor jullie deze geweldige Co-Outdag neer te zetten op 30 juni aanstaande. Noteer hem dus alvast in je agenda, dan kun je het niet missen! Even een dag ontspannen om weer op krachten te komen. Geen kliniek, KTC of andere mastergerelateerde studiedingen, maar een dag om te genieten met je mede-co’s! We zullen de Co-Outdag beginnen met een superleuke gezamenlijke activiteit, waar zelfs een prijs bij te winnen valt! Om hiervan bij te komen gaan we vervolgens lekker uit eten met de hele lichting van het UMCG. Afsluitend hebben we een knaller van een feest, volledig afgekocht (!) en met alle coassistenten, ook van het Martini en het WZA! Twijfel dus niet en houd de berichtgeving goed in de gaten, dan zien we jou op 30 juni! Wij hebben er zin in, hopelijk jullie ook :) Tot dan!
CuCo CuCo
Wij zijn een erg kleine, maar supergezellige commissie bestaande uit vier woestaantrekkelijke vrouwen en een hele hete man! Ondanks dat we maar met ons vijfjes zijn, krijgen we het toch voor elkaar om super leuke activiteiten voor jullie te organiseren. Misschien denk je nu “De Cultuur Commissie, wat klinkt dat saai”, maar we verzekeren jullie: dat zijn zowel wijzelf als onze activiteiten echt niet. Elke week drinken we samen wat biertjes en wijntjes weg en doen ons best om in de top 5 te komen van Volonte’s bierlijst. Ook onze activiteiten zijn hartstikke leuk (en eigenlijk helemaal niet zo cultureel). De afgelopen jaren zijn er activiteiten en spelletjes georganiseerd zoals een cocktailworkshop, het spel Gotcha en het moorddiner. Met onze geliefde Juliëtte als voorzitter, Lara als knappe secretaris, Lisa als wijze penningmeester, Menno als sociale externe en Lou als spontane promo hopen wij ook dit jaar weer superleuke activiteiten voor jullie te organiseren. Ben je nu nieuwsgierig geworden? Zet dan 21 september ‘17 en 18 januari ‘18 en groot kruis in je agenda en houd Facebook in de gaten! Liefs, CuCo 2017
PanEssay • 2017:2 • 123
Casus
Arno Bourgonje
Dr. House in de praktijk IV Een krampachtig abdomen Tijdens je klinische stages komen al die dozijnen fetisjistische fitnessinstructeurs, steenvormende systeembeheerders en hypergonadotrope huishoudsters je allang de conchae uit, waardoor een bijzondere en zeldzame casus een welkome uitdaging kan zijn. Een casus met een diagnose waar je U tegen zegt. In deze editie presenteren wij zo’n casus, met een diagnose die in de meeste tekstboeken nauwelijks is terug te vinden… Een 24-jarige vrouw meldt zich op de polikliniek Maag-, Darm- en Leverziekten vanwege sinds enkele weken bestaande buikkrampen en algehele malaise.
Hoofdklacht?
Buikkrampen met algehele malaise.
Anamnese en lichamelijk onderzoek
De 24-jarige vrouw, van beroep administratief medewerkster bij een groot meubelbedrijf, vertelt dat ze zich de laatste tijd vanwege haar klachten al vaak ziek
heeft moeten melden op haar werk. De buikkrampen manifesteren zich op onverwachte momenten en gaan gepaard met een stevige, stekende buikpijn. Bij navraag blijkt er soms wat donkerrood bloed bij de ontlasting te zijn. Verder heeft de ontlasting een normale consistentie, kleur en vorm en is er geen sprake van pijn tijdens defecatie of van een veranderde defecatiefrequentie. Daarnaast voelt ze zich lusteloos, moe en snel geïrriteerd. Het laatste uit zich steeds vaker in ruzies met haar vriend, waarna ze soms een aantal dagen bij haar ouders verblijft om tot rust te komen. De familieanamnese levert geen bijzonderheden op, behalve dat ze zich kon herinneren dat zij als kind op zevenjarige leeftijd ook veel last van buikkrampen heeft gehad. Dit bleek toen te zijn veroorzaakt door ‘een kronkel in de darm’. Bij lichamelijk onderzoek maakt patiënte een matig zieke indruk. Ze ziet bleek en en lijkt haar aandacht moeilijk bij het gesprek te kunnen vanwege de pijn. Voorts vallen op het gezicht enkele pigmentvlekken op, voornamelijk op en rondom de lippen en onder de neusgaten. De sproetachtige vlekken herkent u ook op haar vingers. Lengte en gewicht zijn respectievelijk 1,73 meter en 59 kilogram (BMI = 20). Bij doorvragen blijkt dit voor haar een stabiel gewicht te zijn. Bij inspectie van het abdomen worden geen bijzonderheden geconstateerd. Bij auscultatie van de buik zijn darmgeruisen echter lastig waar te nemen. Palpatie en percussie leveren verder geen bijzonderheden op. Op basis van de klinische gegevens heeft u toch een vermoeden van een (weliswaar uitzonderlijke) diagnose.
Aanvullend onderzoek
Een microscopische detailopname van een hamartomateuze poliep uit de dikke darm van de patiënt (HE-kleuring, 40x vergroot) met een schematische afbeelding ter vergelijking. Een hamartomateuze poliep bestaat uit een kern van stroma en glad spierweefsel, dat helemaal tot in de top van de poliep kan doorlopen (zoals ook hier te zien is).
124
In eerste instantie wordt oriënterend laboratoriumonderzoek ingezet, waarbij behoudens een matige anemie geen bijzonderheden worden vastgesteld. Vervolgens vraagt u een colonoscopie en daaropvolgende videocapsule-endoscopie (VCE, zie afbeelding rechter pagina) aan, waarbij de binnenkant van het maagdarmkanaal wordt gevisualiseerd. Deze onderzoeken tonen een groot aantal poliepen aan in de maag en dunne darm en enkele poliepen in het colon, waarvan enkele biopten worden genomen. Pathologisch onderzoek hiervan toont hamartomateuze poliepen aan (hamartomateus = uitgaande van ‘normale’ cellen, die in afwijkende verhouding in het weefsel zijn gerangschikt), zonder maligne kenmerken (zie afbeelding hiernaast).
Beeldvormend onderzoek (MRI-enteroclyse) van de dunne darm bevestigt het beeld dat bij de scopie werd gezien: een groot aantal poliepen, verspreid over de gehele lengte van de dunne darm. Uiteindelijk wordt DNA-onderzoek van bloed ingezet, dat uw eerdere vermoeden bevestigt en de definitieve diagnose oplevert.
Wat is uw (werk)diagnose?
Op basis van de klinische kenmerken en het DNAonderzoek werd de diagnose syndroom van PeutzJeghers gesteld, een autosomaal dominant polyposis syndroom van voornamelijk de dunne darm. De negatieve familieanamnese in deze casus is niet verrassend, aangezien in 50% van de gevallen een de novo mutatie wordt vastgesteld. De ziekte wordt veroorzaakt door een mutatie in het STK11-gen, gelegen op chromosoom 19. Dit is een tumorsuppressorgen dat codeert voor een serine/threonine kinase en is zodoende betrokken bij de intracellulaire signaaltransductie. Het syndroom wordt gekenmerkt door de combinatie van pigmentvlekken, vooral op lippen en mondslijmvlies, goedaardige gezwellen (hamartomateuze poliepen) in de tractus digestivus en een verhoogde kans op verscheidene maligniteiten. Het Peutz-Jeghers syndroom kent een hoge variabele expressie (variërend van weinig tot veel klachten). Het syndroom kan zich al vanaf de kinderleeftijd manifesteren met buikpijn en buikkrampen, omdat de poliepen de doorgankelijkheid van de darm ernstig kunnen belemmeren. Soms gaan de poliepen bloeden, leidend tot bloedverlies via de ontlasting en anemie. De ziekte kan zich ook in eerste instantie (vaak op kinderleeftijd) presenteren met complicaties, zoals darminvaginatie, volvulus (de ‘kronkel in de darm’) of strangulatie. De typische pigmentvlekken ontstaan pas vanaf de leeftijd van ongeveer 10 jaar, die uiteindelijk met het toenemen van de leeftijd weer vervagen. Op latere leeftijd kunnen de poliepen maligne ontaarden, wat zich uit in gastro-intestinale tumoren (colon, maag, pancreas, galblaas, dunne darm). Ook bestaat er een verhoogde kans op gynaecologische maligniteiten (ovarium, endometrium, cervix) en mammacarcinoom. De diagnose wordt meestal gesteld op basis van de beschreven klinische kenmerken, maar de definitieve diagnose wordt gesteld na een aangetoonde mutatie in het STK11-gen (> 80% van de gevallen).
Videocapsule-endoscopie
Behandeling en prognose
Behandeling van het Peutz-Jeghers syndroom is meestal expectatief, omdat de poliepen worden gekenmerkt door langzame groei en zelden maligne ontaarden. Bij complicaties, zoals acute buik (volvulus, invaginatie) of maligniteit wordt uiteraard wel (operatief) ingegrepen, met resectie van (een deel van de) darm. Het beleid bestaat meestal uit periodieke screening op mogelijk aanwezige maligniteiten, uitgevoerd door de MDL-arts. Dit wordt veelal gedaan met beeldvormend onderzoek van de darm (colonoscopie, videocapsule-endoscopie en MRI), maar het screeningsonderzoek is per patiënt verschillend, afhankelijk van de patiëntbevindingen en de locatie en grootte van de poliepen. Landelijke richtlijnen zijn opgesteld ter ondersteuning van de follow-up van deze patiënten.
Afloop van de casus
Bij de 24-jarige patiënte werd ter behandeling van haar klachten een groot aantal poliepen, die zich voornamelijk in de dunne darm bevonden, chirurgisch verwijderd (dubbelballon enteroscopie met uitgebreide poliepectomie). Ter correctie van de opgetreden anemie kreeg zij ijzertabletten voorgeschreven voor een aantal weken. In de maanden daarna verdwenen haar klachten snel en kon zij weer fulltime aan het werk. In de toekomst zal ze regelmatig worden gecontroleerd op (extra-) gastro-intestinale maligniteiten: om de 2-3 jaar een colonoscopie, VCE en gastroduodenoscopie, ieder jaar een gynaecologisch onderzoek (middels transvaginale echografie en cervixcytologie) en halfjaarlijks een MRI of mammografie van de borsten.
Panessay • 2017:2 • 125
95
Column
Gerard Terwisscha van Scheltinga
Onderwijscolumn Ik communiceer dus ik ben De studieadviseur: voor veel studenten een onbekende figuur. En dat is prima natuurlijk. Als je geen idee hebt wat een studieadviseur doet (ik was zelf ook zo’n student) en waar je hem of haar kunt vinden, dan betekent dit meestal dat je zonder problemen door je studie rolt en nooit behoefte of noodzaak hebt (gehad) om een afspraak te maken. Maar dat geldt niet voor iedereen. Mijn naam is Gerard Terwisscha van Scheltinga en ik ben een van de drie studieadviseurs van de opleiding geneeskunde. Daarnaast ben ik coördinator van de premaster geneeskunde. Op verzoek van Panacea probeer ik op deze pagina kort uit te leggen wat ik zoal doe. Ik communiceer. Ik mail, bel en praat met studenten, met jullie dus. Waar gaat het over? Over van alles en nog wat. Sommige onderwerpen zijn redelijk seizoensgebonden. In het najaar krijg ik veel vragen van eerstejaars over hun studiemethode. Vol goede moed begonnen, merken ze na de eerste toetsen dat het toch niet handig is om twee dagen voor de grote dag de boeken open te doen. Of ze studeren zo’n beetje 24/7, maar scoren desalniettemin teleurstellend laag. In januari is er altijd een klein golfje eerstejaars die willen stoppen voor 1 februari. Tegen die tijd beginnen ook
de eerste derdejaars binnen te druppelen met vragen over de juco-indeling. Is die indeling eenmaal bekend dan gaat het plotseling over “hoe gebruik ik mijn wachttijd op een nuttige manier”. Met een minor misschien, een andere master, de stage wetenschap, of toch maar zes maanden naar Bali? De VGT is door het hele jaar heen een hot item (“Ik snap helemaal niets van de combinatietabel”). Ook krijg ik veel vragen over regelgeving en probeer ik soms te bemiddelen tussen student en faculteit. Bovenstaande voorbeelden zijn een vorm van informatieoverdracht. De student heeft een vraag, ik probeer antwoord te geven. Maar soms wordt het een stuk persoonlijker. Meer studenten dan je zou denken maken gedurende hun studie ingrijpende gebeurtenissen mee. Ziekte en/of overlijden van naaste familie en goede vrienden bijvoorbeeld. Helaas gebeurt het ook dat studenten zelf ziek zijn of worden. Het zijn soms hartverscheurende situaties. Als studieadviseur kun je vaak niet meer doen dan luisteren en doorverwijzen, en dat frustreert me wel eens. Maar ik ben geen psycholoog en moet me dus ook niet als zodanig willen gedragen. Het zal jullie niet verbazen dat er tijdens het schrijven van dit stukje allerlei casussen en gezichten voorbij kwamen: ik herinner me leuke, gezellige, enthousiaste, dappere, superintelligente, lieve en soms ook naïeve studenten. Ik herinner me ook boze, slome, luie en arrogante studenten. Geen contact is hetzelfde. Toen ik hier in 2002 kwam werken had ik eigenlijk geen idee waar ik aan begon. Vijftien jaar verder zeg ik: studieadviseur is een moordbaan.
Panessay • 2017: • 127
Medisch
Karlijn Saris
Liefdesverdriet... ...in de MRI Wat is het medicijn tegen liefdesverdriet? Wie is mijn perfecte partner? Hoe lang leven we nu echt op een roze wolk? In de media staat hij bekend als Dokter Love. Collegezalen vol smachten om zijn wijze liefdeslessen en populaire vrouwentijdschriften staan in de rij om te praten over “het echte bewijs achter de liefde”. We hebben het over niemand minder dan onze eigen professor, Gert ter Horst. In het neuro-imaging center (NIC) van het UMCG is hij druk bezig met onderzoek over niets minder dan… liefdesverdriet. U bent neurobioloog en de baas van het NIC. Hoe komt u dan bij onderzoek naar liefdesverdriet? Eigenlijk ben ik totaal niet geïnteresseerd in liefdesverdriet. Ik ben vooral gefascineerd door de vraag hoe mensen in een depressie belanden. In de psychiatrie deed ik veel onderzoek naar chronische stress, want dat levert grote medische problemen op. Toen kwam bij mij de vraag op hoe vanuit langdurige blootstelling aan stress een gezond brein in een depressie kan belanden. Nu denk je misschien: wat heeft depressie in hemelsnaam met liefdesverdriet te maken? Nou, na veel onderzoek op ratten wilden we chronische stress bij
mensen onderzoeken in een MRI-scanner. We moesten hiervoor op zoek naar een model om mensen aan chronische stress bloot te stellen en dat is in de meeste gevallen niet bepaald ethisch verantwoord. Acute stress is eenvoudig te meten door mensen bijvoorbeeld lastige sommen te laten oplossen, maar chronische stress is een ander verhaal. Het was uiteindelijk een JSM-studente die met het idee kwam om onderzoek te doen naar liefdesverdriet. Dat was onverwachts, maar eigenlijk precies het model dat we zochten. We weten dat mensen behoorlijk lang aan liefdesverdriet kunnen lijden, het is dus geen acute stressor. Het is ook heel heftig. Sommige mensen rapporteren dat ze in het begin wel twintig uur per dag met hun hoofd bij hun ex-partner zijn. Dat is precies wat je verwacht van een chronische stressor. En hoe heftiger, hoe beter natuurlijk. Inmiddels heeft u het ontzettend druk met lezingen en interviews over liefdesverdriet. Hoe heeft u en dit onderzoek zo’n enorme populariteit bereikt? Het onderzoek dat we met het JSM-groepje waren gestart, bleek uitermate succesvol en dat werd al snel door de media opgepikt. Op een gegeven moment kwamen mensen met liefdesverdriet zelfs uit Limburg en Zeeland om bij ons in de scanner te liggen. Wij vroegen ons af waarom mensen hiervoor zo massaal in de rij stonden. Wat bleek? Vooral vrouwen zagen dit onderzoek als een onderdeel van het verwerkingsproces. Hier hebben wij dankbaar gebruik van gemaakt. Deelnemers werven met liefdesverdriet is vast niet eenvoudig. Hoe ging dat? Die groep vrouwen hadden we uiteindelijk heel snel bij elkaar. Met het werven van mannen hadden we veel grotere problemen. Mannen praten in het openbaar niet graag over emoties. Ik denk niet dat ze het tegenover zichzelf ontkennen, maar ze willen het niet toegeven. Het toont zwakte en dat is iets dat niet bij mannen past. Om dat probleem op te lossen zijn we in plaats van mensen met liefdesverdriet gaan vragen naar mensen met een verbroken relatie. Toen waren er opeens wel genoeg mannen die mee wilden doen. En als je dan vragen over liefdesverdriet verstopt in de vragenlijst, komt zeker naar voren dat mannen daar wel degelijk last van hebben, maar het feit dat het zwakte toont voorkomt dat ze met dit soort studies meedoen.
128
Zijn er dan ook verschillen tussen mannen en vrouwen gevonden in uw onderzoek? Sowieso zie je in de praktijk dat mannen en vrouwen heel anders met liefdesverdriet omgaan. Vrouwen willen voornamelijk heel veel praten en zijn dus meteen met actieve verwerking bezig, terwijl vooral jonge mannen hun vrienden opzoeken en zo snel mogelijk de kroeg in duiken iemand anders te vinden. Dat blijkt niet altijd te werken en ze komen er dan na vijf of zes maanden alsnog achter dat ze liefdesverdriet hebben. Dit zagen wij ook terug in de resultaten uit de MRIscanner. We hebben de proefpersonen een plaatje van hun ex-partner laten zien om de hersenactiviteit te meten wanneer ze worden geconfronteerd met een grote stressor. Wat we zagen was dat het brein van mannen over de eerste paar maanden minder hersenactiviteit vertoont dan die van vrouwen wanneer ze een plaatje van hun ex-partner zien. We zijn hierbij tegen iets heel interessants aangelopen. Er blijkt zowel bij mannen als bij vrouwen één gebied te zijn dat verandering vertoont wanneer sprake is van liefdesverdriet en ook samenhangt met de stemming. Hoe negatiever de stemming, hoe sterker dat gebied geremd is. Dat gebied was de insula. Ongelofelijk! Had u dat verwacht? Nee, zeker niet. Je kunt je voorstellen dat bij liefdesverdriet gedachten, herinneringen en misschien zelfs hormonen een rol spelen. Ik had dus verwacht dat een groot deel van het limbisch systeem beïnvloed zou zijn, maar dat is niet zo. Het enige gebied van het limbisch systeem dat wij kunnen correleren met de stemming, is de insula. Als we spreken over preventie van depressie is dat een prachtig resultaat, je kunt het gaan gebruiken voor risicoschatting. Maar ik vind het ook een beetje onwaarschijnlijk. Ik had een sterke angstcomponent verwacht bij depressie en dus van de hippocampus en de amygdala ook resultaten verwacht. Toch zie ik het niet. Hebt u hiermee een baanbrekend resultaat te pakken op het gebied van depressie? Nou, zo ver zijn we nog niet, maar het is zeker interessant. Mijn doel is om iets te doen in de sfeer van preventie van depressie en als de stemming zo mooi correleert met dat ene gebied, kun je daarop gaan richten. Je zou de kwetsbaarheid van mensen kunnen vaststellen door te kijken hoeveel activiteit er te zien is in de insula, maar je kunt zelfs proberen om de hersenactiviteit in dat gebied omhoog te krikken. Nu heb ik het afgelopen jaar veel onderzoek gedaan naar smaakverwerking en inmiddels weten we dat lekker eten onze
stemming verbetert. De insula is onze smaakschors. Ik denk dus dat je met lekker eten de hersenactiviteit van de insula omhoog kunt krikken, waardoor je niet de grens overschrijdt van een depressie. Dat zal denk ik nooit werken bij een hele zware depressie. Dat is absoluut niet te stoppen. Maar er bestaan ook milde vormen. Juist bij mensen die langzaam en geleidelijk in een depressie belanden kunnen we misschien voorkomen dat die kritische waarde wordt overschreden, waarmee je mensen uit een depressie kunt houden.
“Het brein van mannen en vrouwen is heel anders geprogrammeerd en dat los je niet even op” Kunnen we van liefdesverdriet ook nog wat leren over depressie? Jazeker! Zoals ik al zei gaan mannen en vrouwen heel anders met liefdesverdriet om. Waar vrouwen het verdriet acuut onder ogen zien, komen bij mannen de problemen op langere termijn. Wat we hieruit leren is dat mannen gevoelens in eerste instantie goed kunnen onderdrukken. Nu zien we dat bij depressie ook. Mannen kunnen de symptomen van een depressie lang verbergen. Dat verklaart misschien ook waarom vrouwen meer depressie rapporteren dan mannen. Maar als mannen het dan krijgen, is het ook heel heftig. Het is bij hen ondoorzichtiger en daardoor wellicht ook gevaarlijker. Dus het brein van mannen en vrouwen werkt nu eenmaal anders. Hoe kunnen we daar, met het oog op preventie van depressie, dan op inspelen? Dat is erg lastig. Het brein van mannen en vrouwen is gewoon heel anders geprogrammeerd en dat los je niet even op. Ik zie het verschil tussen het mannelijke en het vrouwelijke brein overal om me heen optreden. Mannen zijn meer oplossingsgericht en maken in stressvolle situaties andere beslissingen dan vrouwen, puur omdat hun brein anders geprogrammeerd is. Ik denk dat dat een van de belangrijke dingen is die we uit dit soort onderzoek kunnen leren: we kunnen er misschien niets aan veranderen, maar we kunnen ons wel bewust zijn van de verschillen. Het een is niet beter dan het andere, maar die verschillen zijn er en daar zullen we mee moeten leren leven. Benieuwd naar andere verschillen tussen man en vrouw, of verder lezen over depressie en liefdesverdriet? Lees meer op www.panacea.nl/panessay
Panessay • 2017:2 • 129
Column
Suzanne Schuurman
De schoonheid van ons vak De geneeskunde is mooi – ik denk dat we het daar wel over eens zijn. Zelf kwam ik hier ergens in de vierde klas van de middelbare school achter, maar echt goede redenen voor deze voorkeur heb ik nooit kunnen geven. “Het contact met mensen” en “het kunnen helpen” klinkt allemaal wel leuk maar ergens bleef ik toch hopen dat er een dieper gegronde (en originelere, laten we eerlijk zijn) reden was bij mij. Die reden vond ik. Het was geen geleidelijk besef, ook niet echt een eureka-moment, het was meer alsof de reden in de afgelopen jaren was ontstaan zonder dat aan me te laten weten, tot op een willekeurig moment in de trein in de buurt van Amersfoort. Genoeg mysterieus gedoe, want zo’n openbaring was het nou ook weer niet – ik ben vooral gewoon blij dat ik er eindelijk uit ben. Of denk te zijn, want wie weet bedenk ik nog eens wat. Wat voor mij de geneeskunde zo bijzonder maakt zijn niet zozeer de geredde levens, de blije patiënten of de wonderlijkheden van het menselijk lichaam. De momenten die er voor mij toe doen zijn geen gebeurtenissen, maar vragen. Hoe ver kunnen we gaan in het selecteren op IVF-embryo’s? Mogen we oordelen over de redenen van een vrouw om haar zwangerschap af te breken? Moeten
130
rokers lager op de wachtlijst? Willen we wel door blijven behandelen als het het allemaal niet meer waard is? Hoe liberaal mogen we zijn in het toedienen van euthanasie? Kunnen we een anorexiapatiënt dwangvoeding blijven geven?
“Geneeskunde is bij uitstek het vak waar je de echt moeilijke vragen zal tegenkomen” Zulke vragen confronteren ons met het feit dat we een vak hebben gekozen waarin het verschil tussen goede en slechte beslissingen lastig te vinden kan zijn – hoe veel protocollen we ook hebben en hoe duidelijk Clinical Medicine ook lijkt te zijn. En is dat erg? Absoluut niet, zo lang je er voldoende bij stil blijft staan. Zolang we maar blijven beseffen dat gebeurtenissen en onze reacties daarop niet altijd vanzelfsprekend zijn, zolang we bedenktijd blijven nemen als het om de echt lastige keuzes gaat. Zolang we naast “het moet van de opleider/supervisor/enge chirurg” ook naar dieper liggende verklaringen voor onze keuzes en gedrag blijven zoeken. Zolang we durven te twijfelen. Natuurlijk, andere vakken hebben ook diepgang. Toch denk ik niet dat je veel ethiek zal tegenkomen bij de talen, of bij technische studies. Civiele techniek is vast een prachtige studie, maar beton en staal brengen toch wat minder interessante ethische dilemma’s met zich mee. Nee, geneeskunde is bij uitstek het vak waar je de echt moeilijke vragen zal tegenkomen. Zo’n vraagstuk, dat grijze gebied, maakt de geneeskunde zo lastig, zo uniek en vooral zo vreselijk interessant.
Puzzel
Marko Pol
Puzzelplezier Japanse puzzel Japan. Het land van de rijzende zon, sushi en ninja’s. Het land met de hoogste levensverwachting op aarde. Het land dat onze jeugd kleurde met Nintendo, Pokémon en Dragonball Z. Ook op puzzelgebied zijn de Japanners hoogvliegers. Denk alleen al aan de sudoku. Daar viel echter weinig medisch van te maken. Om die reden een nonogram: in de volksmond bekend als de Japanse puzzel. Seiko!
1 4 2 4 2 4 5 6 2 2 3 3 1 1 1
De Japanse puzzel werkt als volgt: Door logisch nadenken kunt u een tekening reconstureren. De cijfers naast en boven het diagram geven aan hoeveel vakjes er in de betreffende rij of kolom moeten worden ingekleurd. Staat er bijvoorbeeld 2-9, dan betekent dat dat er na eventueel een of meer witte (lege) vakjes eerst twee vakjes achtereen zwart zijn; daarna volgen er een of meer wite vakjes, dan negen zwarte en ten slotte eventueel weer een of meer witte vakjes. De oplossing is een erfstuk van onze zeer geliefde Vrouwe Panacea, gekregen van haar vader. Weet u nou niet hoe u de zomervakantie door moet komen? Gaat u ten onder aan ongekende puzzeldrift? Kon u van dit cryptisch juweeltje ook geen genoeg krijgen? Bezoek dan panacea.nl/panessay voor een extradeluxe kleurrijke Japanse puzzel. Deze editie zijn er geen prijzen voor de oplossing. In het leven krijg je immers niet voor elke matig noemenswaardige prestatie een sticker. Het is hier niet de kleuterschool.
4 2 6 1 1 1 1 1
3 3
1 1 1 1 1
1 2 2 2 2
2 2 2 2 2 24
2 2 2 2 2
1 2 2 2 2
2 3 2 3
3 3 3 6 4 2 3 6 4 2
5 3 1 9 14 3 3 3 3 3 9 9 1 1 11 11 3 3 3 3 3 7 9 1
Panessay • 2017:2 • 131
Foto’s
132
Panessay • 2017:2 • 133
Overig
Placebo
Het alternatieve keuzekompas Wat voor dokter wil jij worden? Geef maar toe, ook jij had romantische ideeën bij het studeren van geneeskunde. Je gaat levens redden en met al je empatisch vermogen hartverscheurende verhalen moeten aanhoren. Jij gaat het verschil maken. Dat je specialist wordt staat vast, de enige vraag is nog welke. Want ook al lijkt het allemaal zo prachtig en heldhaftig, de werkelijkheid is soms toch weerbarstiger. Gelukkig is de PanEssay hier om je zoals altijd ruw uit je dromen te helpen. Voordat je je laat verleiden tot prachtige door het KNMG gesponsorde advertenties op je Facebookpagina, maak een weloverwogen keuze en lees hier eerst het alternatieve keuzekompas. Kinderarts Beeld: ik ben een echt geneeskundemeisje, wilde op mijn derde al dokter worden, ben de beste oppas van de buurt omdat ik zo goed met kinderen om kan gaan. Ik wist hockey en mijn dispuut altijd al perfect te combineren met geneeskunde, want ik ben behoorlijk ambitieus en gericht op carrière. Mijn liefde voor kinderen en de wens om mensen te helpen maakte mijn keuze niet al te moeilijk: ik wil kinderarts worden. Realiteit: Marieke heeft heel veel buikpijn. Ze loopt hier echt al drie jaar mee, maar is verder een héél gezond kind. Hoezo moet Marieke fruit eten? Nee, Marieke houdt gewoon niet van groenten. Bruin brood krijgt ze niet doorgeslikt en ze lust, behalve chocolademelk, geen drinken. Hoezo gewoon obstipatie? Neemt u mijn dochter soms niet serieus?!
Hematoloog Beeld: jij bent de meester in het spel der ingewikkelde bloedproblemen. Vogel met al je enorm gespecialiseerde kennis uit wat de patiënt mankeert, zonder hem of haar ook maar met een vinger aan te raken. De bloedwaarden zullen je naar de oplossing leiden en daarna voer je je meest heldhaftige, bloederige, transplantatie uit. Realiteit: ellenlang naar een doolhof aan bloedwaarden staren, deze vervolgens ook heel empatisch aan je patiënten laten zien, die het aanschouwen alsof ze
134
een exotisch aquarium bekijken. Gelukkig doet het er ook niet toe, je schrijft toch gewoon steeds, elke keer weer, een “mabje” (monoclonaal antilichaam) voor.
Gynaecoloog Beeld: jonge, gezonde vagina’s, héérlijk. Een ideaal vakgebied waar doen en denken samenkomen. Realiteit: vieze, oude vagina’s met prolaps. De meerkeuzeantwoorden bestaan vaak uit een verzakking, te weinig bloedverlies of te veel bloedverlies. En dan is er nog de verdachte categorie vrouwen met een vastzittend corpus alienum in hun vagina of rectum. Niet te vergeten de deprimerende seksconversaties zoals “o, u kunt al jaren niet zwanger worden? Misschien moet u het mannelijk geslachtsdeel in de vagina inbrengen, in plaats van in de navel”, terwijl je niet eens meer weet wanneer de laatste keer was dat jij en je echtgenoot deze praktijken zelf hebben uitgeoefend, want ja, drukke diensten en langdradige bevallingen.
Endocrinoloog Beeld: dokter House, dat ben jij. Alle mysterieuze, onverklaarbare klachten vallen op magische wijze samen tot een passende puzzel en de oplossing is altijd terug te voeren tot een missend of overmatig geproduceerd hormoon. Realiteit: blijkt de puzzel minder makkelijk op te lossen dan je dacht? Gok antwoord B: ziekte van Graves. De polikliniek lijkt haast overgenomen door patiënten die hun schildklierfunctie voor de 3059382e keer moeten laten checken.
AVG (arts verstandelijk gehandicapten) Beeld: aardappelen, vlees, groenten? Realiteit: verstandelijk gehandicapten blijken ook een arts nodig te hebben. Eigenlijk wilde je altijd kinderarts worden, maar de concurrentie was toch wat zwaar. Je had geen zin om zo lang de competitie aan te gaan en toen moest je creatief zijn. AVG’s zien trouwens ook kinderen, maar hebben daarnaast nog tijd die van zichzelf te eten te geven.
Ouderengeneeskundige Beeld: in je bachelor had je eigenlijk geen idee. Iets met bad luck en niet hard genoeg gewerkt voor je toekomst? Realiteit: het leven buiten het ziekenhuis blijkt eigenlijk best wel prima. Je hebt dus ook bestaansrecht als je niet 60 uur per week werkt! Verder heb je tijd voor
andere onzin, zoals kinderen baren enz. Ouderen blijken nog best wel een leuke uitdaging als je van polyfarmacie houdt en niet de ambitie hebt om levens te redden van het randje van de dood.
Orthopedisch chirurg Beeld: je gaat niet voor niets drie keer per week naar de sportschool en eet elke ochtend een ei: het is belangrijk om een beetje sterk te zijn als je orthopeed bent. Die heup timmert zichzelf er niet in. Opereren kan iedereen leren, dus dit kan toch zeker niet mislukken. Realiteit: oké, opereren is echt wel leuk en die eiwitshakes hebben zeker geholpen met de totale knie- en totale heupprothese. Maar wat niemand je vertelde is dat veel klachten van het bewegingsstelsel niet met een operatie verholpen kunnen worden. Deze patiënten stuur je naar de fysio of naar huis. Dat is dan weer niet zo sexy. Ach, die op maat gemaakte gezondheidsschoen kun je altijd zelf nog aantrekken voor een of ander themafeestje.
“Ik ben een echt geneeskundemeisje, wilde op mijn derde al dokter worden en kan vet goed met kinderen omgaan” Huisarts Beeld: wat de specialisten ook zeggen, jij bent ook heel slim. Een huisarts moet een beetje van alles weten, dat is ook heel moeilijk! Tussen alle snotterende kinderen zie jij de meest fascinerende casusssen die je er moeiteloos tussenuit haalt. De behandeling kan beginnen! Realiteit: O nee, toch niet. Je mag specialisten uit hun bed bellen, die vervolgens hun trucje kunnen gaan doen. De overgebleven patiënten hebben vaak gewoon niets. Of wel, maar het is somatisch onvoldoende verklaard, heb jij weer. De “zieke” kinderen, verdachte hoestjes en sportblessures leveren ook een dagtaak op. Gelukkig mag je dat wel gewoon zelf oplossen. Of nou ja, “behandelen”.
Neuroloog Beeld: los jij de sudoku’s altijd als eerste op? Heb je het gevoel dat je eindelijk eens uitgedaagd wordt om echt na te denken tijdens je studie? Ben je daarnaast gefascineerd door de hersenen, want er valt nog zo veel te ontdekken? Voel jij je betoverd door de vaderlijke liefde van de neuroloog en de passie waarmee hij zijn colleges geeft? De puzzel is compleet, jij wordt neuroloog!
Realiteit: na uren, dagen, maanden zwoegen op de oplossing van deze vreemde casus ben je er dan eindelijk uit. Chapeau dat je hebt ontdekt dat de spierzwakte vanuit de neuromusculaire overgang kwam en niet vanuit de zenuw. Bonuspunten voor de moeite, er valt helaas weinig meer te redden. Het zal de patiënt een worst wezen, die zit met de onbehandelbare gebakken peren en is gewoon zijn kracht kwijt.
Spoedarts Beeld: gillende sirenes, rennende mensen, schreeuwende toeschouwers en om je hoofd cirkelt constant die traumaheli: het leven op de spoed moet wel heel spannend zijn. Voor de zekerheid leer je je ABCDE nog maar wat extra uit je hoofd. Realiteit: spoed blijkt dus niet echt zo spoed. Patiënten stapelen zich op in de wachtkamer terwijl jij voornamelijk met de administratie bezig bent. “Pijn op de borst? U had een hartstilstand zegt u?” Hoogstwaarschijnlijk weer een gevalletje paniekaanval, deze dame zat er namelijk vier dagen geleden ook. En vorige week. En de week daarvoor. Verder is de ABCDE uitvoeren bij een patiënt met een acute buik niet zo interessant.
Tropenarts Beeld: arme mensen hebben ook hulp nodig. Mensen die zich hier de COPD in roken verdienen mijn hulp niet, in Afrika kan ik tenminste echt iets betekenen! Nu kan ik ook eens meemaken hoe het is om weinig te bezitten en weinig middelen tot mijn beschikking te hebben. De wereldverbeteraar in mij is aangewakkerd, kom maar op met dat coschap in Zambia! Realiteit: Het is hier best vies en nogal warm. Als het hier al regent, regent het HIV en kinderen. Een prikaccident was nog nooit zo spannend. Ik lijd inmiddels ook nog aan een existentiële crisis, want moet ik nu mensen redden of juist niet? Wist ik veel dat overbevolking een veel groter probleem was dan geslachtsziekten.
Panessay • 2017:2 • 135
Medisch
Placebo
Annet Vulto
VGT-hulp Wellicht dacht u dat de VGT-hulp over endocrinologie nu al afgerond was. Het tegendeel is waar, we zijn pas net begonnen. Het endocriene systeem gaat verder dan de hypofyse en de bijnieren, dat wist u vast al. Diabetes laten we even zitten, dat is voor de VGT-hulp veel te banaal. We gaan door met een andere grote speler binnen het vakgebied: de schildklier. De schildklier ligt ventraal tegen de trachea aan. Hij bestaat uit twee lobben en het geheel weegt ongeveer 10 tot 20 gram. Deze lobben bestaan uit verschillende soorten cellen, te weten folliculaire cellen, parafolliculaire cellen en bijschildklieren (parathyreoïden).
Folliculaire cellen maken schildklierhormonen (T3 en T4), parafolliculaire cellen (C-cellen) maken calictonine en de bijschildklieren maken bijschildklierhormoon. Als het goed is maakt een mens een normale hoeveelheid schildklierhormoon (vrij T4) aan. Dit is dan volgens de NHG tussen de 9,0 en 24,0 pmol/L. Deze spreiding is best wel groot. Het is echter niet zo dat binnen een individu veel spreiding in vrij T4 voorkomt: iedereen leeft zo’n beetje op zijn eigen evenwicht. Daarom is bij het vaststellen van een hyper- of hypothyreotische status het vrije T4 ook niet een ideale maat: als er nooit een referentie geprikt is, is het vaak niet duidelijk of de T4 waarde voor iemand afwijkend is of niet. Daarom varen dokters liever op het TSH: het thyroïd stimulerend hormoon uit de hypofyse. Dit hormoon werkt op negatieve terugkoppeling en laat door stijging of daling weten of het lichaam de vrij T4-waarde te hoog of te laag vindt. Dit werkt natuurlijk niet zo bij een secundaire hyper- of hypothyreoïdie.
Wanneer mag je een patiënt voor hyperthyreood uitschelden?
Klachten van een hoog T4 zijn vaak hartkloppingen, een snelle pols, warmte-intolerantie, gewichtsverlies, gejaagd gevoel, menstruatiestoornissen en darmklachten. Als je dan prikt en een te laag TSH en een hoog vrij T4 vindt, denk je al snel: die is hyperthyreood. Best goed gedacht, maar dit weet je eigenlijk nog niet. Het kan namelijk zo zijn dat deze patiënt stiekem de thyrax van zijn huisgenoot met Hashimoto jat, of dat hij lithium gebruikt. Dan is het vrij T4 hoog, maar niet omdat de schildklier overuren draait. Alle patiënten met hoog T4 en laag TSH hebben een thyreotoxicose, maar ze hebben niet allemaal een hyperthyreoïdie. Dat moet je eerst bewijzen.
Oorzaken van hyperthyreoïdie
Graves ophthalmopathie
136
Mensen met een hyperthyreoïdie hebben nog wel eens de ziekte van Graves. Dit is een auto-immuunziekte waardoor de patiënt TSH receptor (TSH-R) antistoffen maakt. Die antistoffen doen net alsof ze TSH zijn en gaan stiekem op de TSH-receptoren in de schildklier zitten waardoor de schildklier heel veel T4 gaat maken. TSH is laag, dus dit is een primaire hyperthyreoïdie. Verder is het belangrijk te onthouden dat de ziekte van Graves een ziekte
van de schildklier is, maar ook van de ogen. De Graves orbitopathie is een heel vervelend symptoom waarbij door een auto-immuunreactie de oogspieren en orbitale vet worden aanvallen. Hierdoor kan de oogzenuw bekneld raken en kunnen de ogen uit gaan puilen. Patiënten met Graves staan daarom altijd onder controle van de oogarts. Bij een eerste episode van Graves wordt vaak gekozen voor een block-and-replace therapie, waarbij de schildklierfunctie volledig wordt geblokkeerd door strumazol en schildklierhormoon wordt teruggegeven. Na een jaar wordt de therapie gestaakt om te kijken of de ziekte vanzelf is uitgedoofd. Als dit niet het geval is of de ziekte later weer terugkomt, wordt er vaak gekozen voor een meer radicale uitdoving van de schildklier door een slok radioactief jodium of heel soms chirurgische verwijdering van de schildklier. Een multinodulair struma kenmerkt zich door een pijnloze schildklierzwelling en negatieve TSH-Rantistoffen. Voor het vaststellen van een dominante nodus wordt er een echo gemaakt. Deze aandoening kan zorgen voor een primaire hyperthyreoïdie. Als de schildklier genoeg jodium opneemt, wordt er vaak als behandeling een slok radioactief jodium gegeven. Dit doet de schildklier ook vaak verkleinen. Ook kan er operatief behandeld worden. Andere oorzaken voor een hyperthyreoïdie zijn een stille, subacute of postpartum-thyreoïditis of een toxisch adenoom.
Oorzaken van hypothyreoïdie
Patiënten kunnen ook te weinig schildklierhormoon maken, dan zijn ze dus hypothyreood. Klachten hiervan zijn moeheid of traagheid, gewichtstoename, vochtophopingen, libidoverlies en gewrichtsklachten. Ook hier kunnen darmklachten en menstruatiestoornissen voorkomen. Hypothyreoïdie kan door een thyreoïditis komen. De meest voorkomende is de thyreoïditis van Hashimoto. Dit is ook een auto-immuunaandoening die traag begint en geleidelijk erger wordt. De diagnose wordt nog vaak gesteld met Tg- en TPO-antistoffen, maar volgens de NHG heeft dit onvoldoende onderscheidend vermogen. Ook als er in het verleden een (partiële) thyreodectomie is gedaan of als de schildklier te veel is stukgemaakt door radioactief jodium, krijgen patiënten een
hypothyreoïdie. Hashimoto en eigenlijk de meeste vormen van hypothyreoïdie worden behandeld met substitutie van T4. Dit wordt elke zes weken gecontroleerd tot patiënten een stabiele spiegel bereiken.
Schildkliercarcinomen
Schildklierkanker is een zeldzame aandoening en komt iets meer voor bij vrouwen dan bij mannen. Het papillair en folliculair schildkliercarcinoom bedragen 80% van alle schildklierkankers en komen daarbij verreweg het meest voor. Deze worden vaak samengenomen als niet-medullair (of gedifferentieerd) schildkliercarcinoom. Deze kankers groeien uit follikelcellen en groeien langzaam. Ze reageren goed op radioactief jodium en de tienjaarsoverleving is tussen de 70 en 90%. Verder heb je ook nog medullair en anaplastisch schildkliercarcinoom. Het medullair schildkliercarcinoom is middelmatig agressief en ontstaat uit C-cellen, die maken calcitonine. Dit is dus meestal verhoogd in geval van carcinoom. Je kunt je dus wel voorstellen dat de kanker niet gevoelig is voor radioactief jodium. De aandoening is in 25% van de gevallen onderdeel van een MEN2-syndroom. Behandeling is operatie en eventueel bestraling. Het anaplastisch schildkliercarcinoom is het meest agressief. Het groeit snel en zaait snel uit. Zoals de naam al doet suggereren hebben de tumorcellen bijna alle eigenschappen van schildkliercellen verloren. Daarom reageren ze ook niet goed op radioactief jodium.
Oefenvragen
Welke van de onderstaande vier stoffen die alle in de schildklier worden aangetroffen wordt het meeste door de schildklierepitheelcellen uitgescheiden? A. Thyrosine B. Thyroxine (T4) C. Triiodothyronine (T3) D. Reverse triiodothyronine (rT3) In welk endocrien orgaan vindt de productie van het hormoon calcitonine plaats? Dit is de: A. Schildklier B. Bijschildklier C. Pancreas D. Hypofyse Antwoorden: www.panacea.nl/PanEssay
Panessay • 2017:2 • 137
Medisch
Placebo
Helaas pindakaas Een bloemlezing van kansloze acties “Vindt u het goed als de coassistent meekijkt?” klinkt het over de gang. “Ik weet niet, is het een man of een vrouw?” Eerste coschap, eerste dag, op de gynaecologie. Het zeventigjarige dametje komt voor controle van haar verzakkingsring. De rubberen schijf moet eruit worden gehaald en afgespoeld met water. Vervolgens gaan we kijken of er wondjes of afwijkingen zichtbaar zijn in de vagina. Daarna kan het pessarium weer teruggeplaatst worden. Als de patiënt in de stoel ligt verwijdert de gynaecologe de ring en voert ze het inwendige onderzoek uit. Het gebied ziet er rustig uit, de ring kan weer ingebracht worden. Nadat ze de ring heeft afgespoeld zegt de gynaecologe: “Ik wil graag dat de coassistent de ring terugplaatst. Als hij later huisarts zou worden moet hij dit ook kunnen.” Met een bedenkelijk glimlachje stemt ze ermee in. Ik trek handschoenen aan, terwijl de gynaecoloog een flinke plens glijmiddel op het pessarium smeert en instrueert hoe de ring geplaatst moet worden. “Dubbelvouwen, zó vastpakken en met deze beweging inbrengen.” Er moet nog best wat kracht geleverd worden om de stevige rubberen schijf samen te knijpen. Met wankele schreden en trillende handen loop ik naar het dametje toe. Maar op het moment dat ik haar aankijk voel ik dat het misgaat. Plots ontvouwt de ring zich in mijn handen en lanceert hij zich met een grote boog over het dametje heen, een spoor van glijmiddel achterlatend op de vloer van de spreekkamer. Vanuit de stoel stijgt een hoongelach op dat ik niet snel zal vergeten. Tijdens mijn zorgstage in m’n eerste jaar zat ik op een afdeling met allerlei soorten patiënten: urologie, MDL, geriatrie, enzovoorts. Over het algemeen liep ik braaf achter mijn begeleidster aan, maar soms mocht ik ook wel eens wat zelf doen. Op gegeven moment moest ik een oudere dame begeleiden naar het toilet, wat ik meteen aangreep als de perfecte kans om te laten zien dat ik deze zaak professioneel en serieus aan kon pakken. Totaal gefocust op hoe normaal het was voor een humaan wezen om naar het toilet te moeten, zag ik heus wel dat er een heleboel bloed mee was gekomen met de urine. Maar in mijn state of allesis-normaal-mind dacht ik meteen: ach, mevrouw is ongesteld! Voorzichtig hielp ik haar terug in haar broek en trots bracht ik haar terug naar haar kamer. Tot ik later die avond op de bank zat. En bedacht dat die mevrouw van danige leeftijd was dat de menopauze wel gepasseerd moest zijn. En dat je dan over het algemeen niet meer bloedt in die regionen. De meest vreselijke nieraandoeningen spookten door mijn hoofd en ik voelde me intens schuldig toen ik de volgende dag aan mijn begeleidster opbiechtte wat ik over het hoofd had gezien. Die vond het wel amusant, want uiteraard was deze dame niet voor niets in het ziekenhuis. Ze had inderdaad nierproblemen. Ik was opgelucht en beloofde mezelf nooit meer te doen alsof eigenlijk best wel gekke dingen normaal zijn.
138
Ik loop coschappen op een afdeling waar ik elke ochtend te horen krijg met welke specialist of verpleegkundige ik mee kan lopen. Vandaag is dit arts B. Ze is nog niet aanwezig maar ik mag alvast in haar spreekkamer plaatsnemen, daar zal ze me wel vinden. Zoals het een co betaamt neem ik netjes plaats op de kruk naast het bureau en wacht ik mijn ontmoeting met de arts in kwestie af. Ik hoor stappen op de gang, die stoppen voor de kamer waar ik me bevind. De deur gaat open en ik sta op om me voor te stellen. Er verstrijkt een ogenblik, maar ik kom niet aan voorstellen toe. Mijn uitgestoken hand wordt beantwoord met een uithaal: ‘Oooo nee, nee, nee nee, dat gaan we niet doen vandaag!!!’. Het dringt op dat moment nog niet door dat het over mij gaat. ‘Neee, hier heb ik echt geen zin in. Echt niet, dit gaan we niet doen! Vandaag loop je maar ergens anders mee, niet met mij!’ raast ze. Verbouwereerd loop ik naar de gang en vraag me af wat ik hier in vredesnaam moet. Ondertussen komt er een andere arts uit zijn kamer tegen wie de arts nog verder uitraast: ‘Ik wil haar er vandaag niet bij hebben, ik ga het echt niet doen’. Op dat moment steekt een verpleegkundig specialist zijn hoofd om het hoekje van de deur van zijn polikamer. Hij heeft de tirade van de vrouw vanuit zijn kamer aangehoord en fluistert met medelijden in zijn ogen naar me: ‘Loop je vandaag met mij mee?’
Column
Rob Bakels
Liefde voor het vak In deze nieuwe rubriek vragen we docenten en artsen te vertellen over de passie voor hun vakgebied. Hoe raken ze toch zo bevlogen door de stof die ze ons aanbieden? In deze editie het woord aan onze alom gewaardeerde fysiologiedocent, de held in de gele ligfiets: Rob Bakels. Mijn fascinatie voor de neurofysiologie is al begonnen op de middelbare school, toen we les kregen over actiepotentialen. Tijdens mijn studie biologie heb ik twee hoofdvakken gedaan in de neurofysiologie met twee lange projecten: verbindingen in de reticulaire formatie van de hersenstam van de wilde eend (tja, je bent toch een gezonde bioloog) en hun rol in sturing van voedselopname, en een tweede onderwerp, “experimentele epilepsie”, waarbij met behulp van afleidingen van neuronen in de hippocampus van de rat de effecten van verschillende anti-epileptica werden onderzocht. Mijn echte liefde kwam ik echter pas tegen tijdens mijn promotieonderzoek in het AMC onder leiding van Daniel Kernell. Het promotieproject betrof onderzoek naar de “matching” van eigenschappen van motorneuronen met die van de spiervezels die zij innerveren. Hier sprak een aantal aspecten mij enorm aan. Ten eerste: het motorneuron is het “model” neuron. Het is relatief eenvoudig om in vivo intracellulaire afleidingen van een individueel neuron te verkrijgen. Vervolgens kan je het motorneuron activeren. Dit leidt tot contractie van uitsluitend de spiervezels die door dat ene motorneuron geïnnerveerd worden (motor unit). Op deze manier is het mogelijk om de “elektrische” eigenschappen van een motorneuron te vergelijken met de “mechanische” activiteiten van zijn spiervezel. Kortom: het is waarschijnlijk het enige neuron waarvan je niet alleen de activiteit kan meten, maar ook precies weet/meet waartoe die activiteit leidt. Ten tweede: motorneuronen en spiervezels zijn uitstekend aan elkaar aangepast. Het oorspronkelijke “size principle” (Henneman et al 1965) beschrijft dat bij toenemende kracht zwakke motor units (“S”)
makkelijker geactiveerd worden dan krachtige (“F”). De S motorneuronen zijn zeer exciteerbaar en worden daarom het makkelijkst geactiveerd (en dus ook hun spiervezels). De motorneuronen van de krachtige F motor units zijn groter en minder exciteerbaar en worden daarom pas later actief. De contractiele eigenschappen covariëren. Zo zijn S units niet alleen zwak, maar ook onvermoeibaar en langzaam contraherend. Dus de units die het makkelijkst worden geactiveerd (en dus het vaakst) zijn tevens het beste bestand tegen vermoeidheid. Het mooie van het size principle is dat de eigenschappen van de motoneuronen zelf ervoor zorgen dat eerst activatie optreedt van zwakke, langzame en onvermoeibare units en dat geleidelijk steeds sterkere, snellere en meer vermoeibare spiervezels worden ingeschakeld wanneer meer kracht nodig is. Het voordeel hiervan is dus dat het centrale zenuwstelsel dit niet hoeft te doen maar dat het ‘automatisch’ gebeurt. Sinds de eerste beschrijving is er zeer veel nieuwe en gedetailleerde kennis bijgekomen, maar recrutering van motor units volgens het size principle houdt nog steeds stand.
Do you also love professor Bakels, but can’t read Dutch yet? Check out the English version online at www.panacea.nl/panessay! Figuur 1 uit de eerste publicatie van Henneman waarin het size principle wordt getoond (Somjen et al 1965). De piramidebaan wordt in de hersenstam gestimuleerd met oplopende intensiteit (frames 1-9) en de activiteit van motor axonen in de ventrale wortels wordt afgeleid. Het is duidelijk zichtbaar dat bij toenemende stimulus sterkte steeds grotere motorneuronen (eigenlijk hun axonen) geactiveerd worden.
Panessay • 2017:2 • 139
Marko Pol
Wat doe ik in Afrika? Dit had een verslag moeten worden over mijn tropencoschap in Malawi. Maar hoe krijg je een acht weken durend coschap in een totaal andere wereld op twee pagina’s papier? Hoe maak je het stof, de geur en de beleving inzichtelijk voor iemand die niet meegereisd is? Ik kan het niet, is mijn conclusie. Daarom dit artikel: wat kun je verwachten als je naar de tropen gaat? “I am starting to forget that pacemakers exist”
Na enkele weken weet je niet meer hoe een MRI-scan eruit ziet of wat het time window is voor intraveneuze trombolyse. Je bedrijft hier een beduidend minder geavanceerde vorm van geneeskunde. Bij menig patiënt zul je watertandend terugdenken aan het arsenaal van diagnostische technieken dat in Nederland tot je beschikking staat. Waar we in Nederland in behandelmodus schieten als een mogelijk CVA wordt aangekondigd, valt er in de tropen niet veel meer te doen dan iemand in een bed te leggen en de familie uitleg te geven. Labwaarden zijn vaak in een andere eenheid, er is een zeer beperkt palet aan medicijnen, in andere doseringen dan wij kennen. Veel beleid in de tropen is dan ook niet toepasbaar in Nederland.
“Gij zult creatief zijn” “We have the Bible and the MSTG”
Waar we in Nederland grossieren in regeldrift en protocolfetisjisme is daar in Malawi geen sprake van. De gedachte dat iedereen maar wat doet lijkt niet ver bezijdens de waarheid te liggen. De enige reddingsboei (naast het Oxford Handbook) was de Malawi Standard Treatment Guidelines (MSTG), een onooglijk lichtblauw boekje, met onbegrijpelijke pagina-indeling, waar behandeladviezen voor de meest voorkomende aandoeningen in staan. In combinatie met de beperkte apotheek voelt beleid maken als zwemmen, maar het is wel een leerzaam onderdeel van je coschap. Je wordt gedwongen kritisch na te denken over de zaken die je wilt onderzoeken en behandelen. Gij zult creatief zijn. Ook leer je snel genoeg helder en gestructureerd controleerbare opdrachten te geven aan de verpleging.
140
De enige plek waar zaken wel geprotocolleerd verlopen is de OK. Hier denkt men echter dat twee paar handschoenen je beschermt tegen prikaccidenten en dat na het wassen met zeep de handen perfect steriel zijn.
“You are white, you are the doctor”
Je wordt je pas echt bewust van hoe blank je bent als je door ruraal Afrika loopt. Het ‘mzungu, mzungu’ (blanke) gonst als je langsloopt, kinderen komen uit alle hoeken en gaten om naar je te zwaaien en op de markt is alles opeens twee keer zo duur. Ook in het ziekenhuis had mijn blanke, mannelijke lange voorkomen zijn weerslag. Tijdens de zaalvisite met de verantwoordelijke clinical officer (afgekort CO, een soort HBO-V plusser die als zelfstandig zaalarts functioneert) kijkt iedereen naar jou, vaak inclusief de clinical officer zelf. Ongemakkelijk, want in de meeste gevallen weet hij meer van de casuïstiek dan jij. Hiermee omgaan was misschien wel het moeilijkste van de stage. Er zijn momenten waarop jij niet weet wat er moet gebeuren, en momenten dat men recht voor je neus de ene na de andere desastreuze beslissing neemt. Hoe ga je hier mee om?
10.30: “I am going for lunch”
Werktijden en verantwoordelijkheid zijn twee zeer rekbare begrippen in menig Afrikaans ziekenhuis. Het is me gebeurd dat de clinical officer op mijn afdeling zes van de acht uren niet aanwezig was. Gelukkig zijn er meer mensen in het ziekenhuis, maar in haar afwezigheid roept de verpleging mij bij stervende patiënten. Bij aankomst is patiënt al overleden, maar nog warm. Ga je doodverklaren? Ga je reanimeren? Hoe lang ga je wachten op de CO die je hebt laten ophalen? Ben je verantwoordelijk?
“I think his prognosis is just very poor. We let him go.”
De andere werkhouding uit zich ook in de zorg voor kritieke patiënten en ingewikkelde casussen. De CO’s weten alles van hiv, tuberculose en malaria, maar hebben nog nooit een reflexhamer gezien. Er heerst een cultuur van generaliseren. De helft van de patiënten wordt opgenomen met een diagnose sepsis e.c.i., waar vervolgens een aantal dagen ceftriaxon tegenaan wordt gegooid. Ook wordt de handdoek relatief snel in de ring gegooid. De ziekste patiënten belanden zo ver mogelijk van de zusterpost. Lichamelijk onderzoek wordt tijdens de visite zelden verricht en er wordt weinig aan patiënten uitgelegd over hun ziektebeeld. Voor de toevallig passerende Nederlandse coassistent zal het lijken alsof niemand ene ster geeft.
Foto 1 en 3: credits Maya Keuning
In Nederland nooit meer: analoge X-foto’s bekijken, zelf met PVC-buizen van de werkplaats braces fabriceren, bij elke patiënt het gehemelte checken op Kaposisarcoom of ‘voor de zekerheid’ zelf een hiv-test doen.
“He has this for six months”
Tumoren als bloemkolen op de benen en rug, waar de pus uitgutst. Kaposisarcoom, al aanwezig toen hij vier jaar geleden naar Zuid-Afrika vertrok, waar hij als illegaal in de mijnbouw ging werken. Uitgegroeid tot een waar knollenveld. Met ontzag sta je te kijken, een geur die je nooit meer vergeet. In Afrika heb je de mogelijkheid om vergevorderde pathologie te zien, in zeer hoge concentraties. Enorme levers en milten tot voorbij de navel komen elke week voorbij. Diabetes komt pas aan het licht als iemand in keto-acidose het ziekenhuis wordt binnengereden.
“Delete your assumptions”
Ik zit gehurkt boven een diep gat in de grond als ik me afvraag aan hoeveel patiënten ik inmiddels gevraagd heb hoe hun ontlasting eruit ziet (“Yes, yes, very good”). Een patiënt met ogenschijnlijk perifere cyanose vertelt zijn leven lang al met deze blauwe nagels rond te lopen. Het blijkt onmogelijk een verpleegkundige een vochtbalans te laten bijhouden bij een patiënt met nierfalen. Het blijkt wel mogelijk een groep verpleegkundestudenten elk kwartier vitale parameters te laten nemen bij een ‘IC-patiënt’. Een patiënt met stafylokokkenmeningitis produceerde gisteren alleen maar pus tijdens de LP, had vanochtend nog lichtstijve pupillen en weet nu te vertellen waar hij is. Een subcutaan lopend infuus wordt verwijderd en niet herplaatst, ook al moet deze septische patiënt vele liters vocht en intraveneus antibiotica krijgen.
“Al met al is het best een bak ellende”
Afrika is niet voor hypochonders of weekhartigen. Hiv is overal, bij jong en oud. Verpleegkundigen worden plots opgenomen met een bolle ascitesbuik van de tuberculose. De maïs staat hoog op de velden en kan bijna geoogst worden: het moment dat op de kinderafdeling het ene na het andere ernstig ondervoede kind binnenkomt (sterftepercentage 30-50%). Een vijftienjarige patiënt met osteomyelitis komt niet
naar zijn operatie omdat hij het niet kan betalen. Een man van veertig overlijdt aan een pneumonie, terwijl de familie zuurstof weigert op basis van hun culturele opvattingen. Je amputeert de rechter wijsvinger van een twintigjarige vrouw die twee weken geleden alleen maar een klein zweertje had, maar die na een bezoek aan de traditional healer ook haar linker wijsvinger dreigt te verliezen.
“This is not your fault”
Een dronken patiënt stikt voor je ogen in zijn eigen bloed en braaksel. Een stoet jammerende vrouwen en zwijgende mannen laadt zijn 23-jarige lichaam in de bak van een pick-up, terwijl jij je afvraagt of je hem niet had kunnen redden. Een voldragen dode baby zit vast in het baringskanaal, waardoor zijn bovenarmen moeten worden gebroken. Het hoofd is verworden tot een zak vol schedelpuzzelstukjes, waarvan je vreest het van de romp te zullen trekken. Moeder wordt zonder enige steun achtergelaten met het hoopje misvormd mens. De gil van een moeder die haar dode kind aantreft, galmt over het ziekenhuisterrein, bezorgt iedereen in het ziekenhuis koude rillingen. Op alle afdelingen valt het stil. Ik denk niet dat ik ooit zoiets gehoord heb. Of zoals de Britse arts me zei: “I am sadly used to it by now, but there is nothing quite like the harrowing cry of a bereaved mother.”
Leuk allemaal, Marko. Maar wat wil je nou zeggen?
Ik heb een ontzettend goed coschap gehad in Malawi. Ik hoop dat iedereen net zo’n leerzame tijd in aangenaam gezelschap mag ondervinden als ik. Wel raad ik iedereen aan van tevoren na te denken over wie je bent, wat je van je coschap verwacht en hoe je om wilt gaan met de verantwoordelijkheden en uitdagingen die je gaat ondervinden. Hier is aandacht voor tijdens de facultaire tropencursus, maar je weet pas echt wat je tijdens het coschap overkomt wanneer je er middenin zit.
Panessay • 2017:2 • 141
Sophie Reese
Members
Hart Geruis
Afra (Singer), Willem (Singer), Roelof (Guitarist), Eke (Bass Guitarist), Steven (Drummer), Joris (Keyboardist), Pieter (Saxophonist), Renske (Saxophonist)
How did the band (name) come into existence?
Panacea founded us in 2013 because the former band quit and they wanted a new band. A shortlist with possible names was also made and we liked HartGeruis best. The funny thing is that FluFighters was on our list as well haha!
Do you play a certain genre?
Members
FluFighters
Sietske (Singer), Koen (Guitarist), Matthijs (Bass guitarist), Geert (Drummer), Bob (Keyboardist), Maaike (Saxophonist), Douwe (Trumpet player), Teunia (Transverse flute player + backup vocals)
How did the band (name) come into existence?
Well, we met each other for the greater part at the musical, we were in the orchestra there. In between we were often jamming a bit, that’s how the idea was planted. Later we found out we were still missing vocals, so we called Sietske and that’s how it started! The name just came up, we thought it was a nice pun.
Well, we’re an allround partyband. Many genres to be fair: rock, funk, hiphop, you name it. It should be festive, singalongs. For our covers we’re looking for a trade off between what the band members like and what works well with the audience.
What is ‘your song’?
Definitely Vertigo, because we wrote it ourselves!
What makes you different from other bands?
People often remember us due to our heart-covered outfits! We have two singers, that really helps creating a nice ambience. We also have two saxophonists which is quite unique for a cover band. At the moment we’re also working on our promofilm, so you can also look forward to that!
Do you play a certain genre?
It’s important that you can dance to it and that it has a party-vibe. We do try to pick tracks that aren’t too standard, and we also try to give the tracks we cover our own twist. You can describe our genre as Pop/Rock/Ska with preferably our own input.
What is ‘your song’?
Ohh lots of songs! We don’t want just one or a few tracks; we’re always looking for something new, so we don’t get stuck in the same thing.
What makes you different from other bands?
We’re just better! Haha, no but we always do it just a bit different. Our own twist is really our trademark. Our repertoire is very broad and not obvious. We also often hear that we play really tightly, so that it’s also nice for other musicians to hear us. And soon we’ll get a keytar!
Members
Auricle
Senna ((Singer), Tom (Lead Guitarist), Venkat (Second Guitarist), Julian (Bass Guitarist), Edo (Drummer), Elena (Keyboardist + backup vocals)
How did the band (name) come into existence?
Last summer Tom and Venkat started the band, that’s when most of us auditioned. We had trouble finding a drummer, but in autumn we found the perfect match! The name came from our study material at the time. We liked the word and the way that it’s a part of the ear that catches music.
Do you play a certain genre?
Yes, we play Indie and Alternative Rock. We’re also experimenting with writing our own music at the moment, but that’s still in a developmental stage.
What is ‘your song’?
Stuck on the puzzle by Alex Turner, because everybody has something special in that song. It’s also a song that we play very well and we really made our own thing out of it.
What makes you different from other bands?
Our band has a lot of diversity because we consist mainly of internationals. At the battle of the bands we sang in five different languages, which really caught the public’s attention. It’s definitely becoming our trademark, something you’ll be likely to hear back in our own tracks!
142
Interview & Playlist
Sophie Reese
Summer Playlist Music lovers unite! Ever since I joined the PanEssay, I’ve been frantically searching for an opportunity to combine my obsession for good music with the magazine. Now is the time! Many musicians have been inspired by doctors and medicine, and this has created a wide variety of tracks for especially us to listen to. With summer coming up, I’ve created two shiny summer playlists for you, including some favorites of the bands I interviewed! Play Happy Valley when you’re out in the sun with a nice drink, or put on Rocky Road for that retro feel on a long or short road trip ;) Enjoy!
HappyValley White Blood - Oh Wonder Bloodstream - Ed Sheeran Last Chance To Dance - The Undercover Hippie Doctor Robert - The Beatles Bad Case Of Loving You - Robert Palmer The Grease Megamix Dr. Yang - Ben Folds Dr. Suzanne Mattox PhD - The Wombats Come on Eileen - Save Ferris This Is Gospel - Panic! At the Disco Madness - Muse Stuck on the puzzle - Alex Turner Girlfriend In A Coma - The Smiths
RockyRoad Riding to New York - Passenger Wires - Athlete Smokers Outside The Hospital Doors - Editors I Don’t Need No Doctor - John Mayer Inhaler - Miles Kane Girl, You Have No Faith In Medicine - The White Stripes Run Like The River - Vintage Trouble Good Doctor - Robbie Williams Heartbeat - Twenty One Pilots x Childish Gambino I Need A Doctor - Dr. Dre ft. Eminem & Skylar Grey Djin - Mashrou’ Leila Hysteria - Muse Adrenaline - Shinedown
For those who like to watch something while listening, I recommend “This Is Gospel” by Panic! At the Disco. Not all of it is medically related, but it comes together well in the end. What I like about this clip is how some things are visualised with clever metaphors, and the struggle between the main character and the other people in the video. ‘This Is Gospel’ is part of a larger story, and the other videoclips and the story in itself are good fun as well if you’re interested.
Check out our Facebook page to get the links to our playlists on Spotify!
Panessay • 2017:2 • 143
Recensies
Suzanne Schuurman
Boek op recept Robbins, Guyton, Cumar & Clark, De Jongh… Dat jij eigenlijk al veel te veel pagina’s hebt om doorheen te komen, snappen wij ook wel. Naast deze ietwat fantasieloze naslagwerken is een beetje medische fictie op zijn tijd een welkome afwisseling. Daarom heeft de PanEssay voor jou een selectie gemaakt van boeken waar je met wat interpretatievermogen zelfs nog enkele wijze lessen uit kunt halen voor je toekomstige carrière. Wat denkt u, dokter? – Rutger Verhoeff
Vakgebied: huisartsengeneeskunde Oorpijn, brandwonden, soa’s, Münchhausen by proxy… Zowel kwaaltjes als noodgevallen passeren de revue. Wat denkt u, dokter? is een vlot geschreven bundel waarin huisarts Verhoeff zijn meest opvallende ervaringen met patiënten deelt. Afgezien van enkele taalfouten is de schrijfstijl prima en leest lekker weg. Vooral tijdens mijn half jaar durende bachelorproject, waarin ik de normale studiestof toch wel een beetje miste, was dit een welkome terugblik op de bachelor. De beschreven problematiek is herkenbaar en de casussen vaak grappig of op een andere manier bijzonder, een parfumflesje in een anus kom je immers niet dagelijks tegen. In een paar uur had ik ‘m uit – niet per se verkeerd, maar dat maakt het dus geen boek om straks mee te nemen naar de camping in Italië. Wel een punt van kritiek is de groeiende arrogantie die ik meen te lezen in de patiëntbeschrijvingen; ik schrok soms van de kille, lichtelijk vernederende manier waarop Verhoeff over de irritatie schrijft die zijn ‘ergste’ patiënten hem wel eens bezorgen. Het is misschien des te realistischer, maar niet altijd even respectvol.
When Breath Becomes Air - Paul Kalanithi Vakgebied: oncologie, neurochirurgie Laat ik beginnen met het volgende: dit is een van de mooist geschreven boeken die ik ooit gelezen heb. Alleen al vanwege zijn schrijfstijl is het ontzettend zonde dat Paul Kalanithi niet meer leeft; ik had graag meer werk van hem gelezen. Daarnaast is het zonde omdat hij – althans, dat is mijn beeld na het lezen van dit boek – een oprechte, wijze en scherpzinnige man was met een bijzonder accurate kijk op de geneeskunde (waaronder de mooie uitspraak “learning to judge whose lives could be saved, whose couldn’t be, and whose shouldn’t be”). Deze kijk, en hoe deze beïnvloed werd door zijn ziekte en de nabijheid van de dood (“I began to view the world through two perspectives; I was starting to see death as both doctor and patient”), deelt hij in When Breath Becomes Air. Het boek heeft alles: een reflectie op zijn opleiding, een beschrijving van de wonderen van de neurochirugie en een intieme inkijk in de emotionele gevolgen van een terminale diagnose. Boven alles is knap hoe kwetsbaar Kalanithi zich opstelt in zijn boek, door zijn ziekteproces en voorbereiding op de dood niet te romantiseren maar ervoor te kiezen om ook zijn dieptepunten en tekortkomingen te delen. The Rosie Project
Vakgebied: psychiatrie? Hoewel ik dit boek al een tijdje geleden voor het eerst las, krijgt het nu pas een plek in de recensies wegens twijfels over of het wel genoeg voldoet aan het medische thema. Echter is The Rosie Project zo origineel, grappig en eigenlijk gewoon fantastisch dat het een plek in de PanEssay meer dan verdient. Het is geschreven vanuit het perspectief van Don, een microbioloog die al vanaf de eerste pagina overduidelijk autistisch blijkt te zijn. Zijn sociale gestuntel (“But why, why, why can’t people just say what they mean?”) vormt goed vermaak, zonder dat dit jolig of respectloos wordt beschreven. Aangezien hij nog geen relatie heeft en daar zo onderhand wel aan toe is, besluit hij aan een zoektocht naar een partner te beginnen. Een wetenschappelijke zoektocht, wel te verstaan, waarin hij met behulp van vragenlijsten en statistiek zijn ideale vrouw probeert te selecteren. Hoe deze strategie voor hem uitpakt (spoiler: kon beter), moet je zelf maar lezen. Het vervolg, The Rosie Effect, zit iets minder goed in elkaar en is wat warrig geschreven, maar desalniettemin leuk als je net zo van het eerste deel hebt genoten als ik.
144
Column
Boukje van der Slik
Dokterscolumn De dienst Ik lig lekker te slapen. Tring-tring-ding. Is het al weer ochtend, ik slaap pas net?! Tring-ding-tring. Ik doe één oog open en zie verderop een schermpje licht geven. Tring-ding-ding. Verrek, dat is mijn wekker niet, maar een telefoon. OEPS, de diensttelefoon. Ik neem snel op: “Met d-dde dienstdoende arts-as-s-s-sistent interne.” “Goedenacht, met huisarts B., ik wil een patiënt insturen…” En BOEM, ik ben wakker. Welkom in de wondere wereld van de diensten. Ik heb er inmiddels twee dienstblokken opzitten en ik durf er eindelijk iets over te zeggen. Als co vond ik de avond- en weekenddiensten heerlijk: eten op kosten van het ziekenhuis, patiënten zien op de spoed, slechts één A(N)IOS waar ik achteraan hoefde te lopen, lekker uitslapen en de wereld in daglicht zien! Ideaal. Als AIOS zie ik een heel andere kant van de diensten. Uiteraard is er nu de verantwoordelijkheid, maar ook de enorme drukte, onvoorspelbaarheid en een telefoon die maar blijft rinkelen. Gelukkig één beloning: uitslapen! Allereerst bestaat er de weekenddienst: als een speer visite lopen over vijftig patiënten, brandjes blussen, veel uitstellen tot maandag en daarna snel naar de spoed. Gelukkig zijn er in de ochtend twee assistenten: de ene loopt visite; de andere bewaakt de spoed. Helaas is visite erg onvoorspelbaar en kan het úren uitlopen. Op de een of andere manier besluit iedereen met diabetes in de weekenden ineens te ontregelen waardoor de hyperglycemiën bijna de telefoon uitdruipen. En als je na een turbovisite dan eindelijk op de spoed komt en je collega-assistent snel naar huis stuurt, vinden veel patiënten het helaas vaak nodig om op zaterdagmiddag naar de spoed te komen met problemen die al drie weken bestaan. Oftewel: lekker divers, maar vooral hectisch en onvoorspelbaar. Dan de avonddienst. Meestal komen de afdelingen wat tot rust, maar de spoed ligt vaak bomvol. In de avond moet je andere overwegingen maken dan overdag. Moet ik die oogarts of neuroloog nu echt naar het ziekenhuis laten komen? Is dat onderzoek
wel écht met spoed nodig? Een leuk voorbeeld zijn de DVT’s, een dagelijks probleem met een simpel protocol: lab, Wells en bij verdenking: echo. Overdag doe je dat met twee vingers in je neus. In de avond moet je echter de radioloog overtuigen om per direct een echo te maken. En je zult altijd zien dat patiënten al om half 4 worden aangemeld, maar ze nog even een bakkie gaan doen en ze rond 7 uur pas op de spoedeisende hulp komen. Overtuig dan de radioloog nog maar eens. Hup, therapeutisch fraxi erin, en de dag erna terug voor echo.
“Lekker divers, maar vooral hectisch en onvoorspelbaar” Als laatste is er de nachtdienst, een dienst met vele gezichten. Soms zit je geen moment stil en ren je van afdeling naar spoed naar afdeling, als een soort superheld om levens te redden. Soms gebeurt er daadwerkelijk niets: iedereen op de afdeling slaapt (en wordt weer wakker, ook wel fijn) en de SEH is uitgestorven. Soms twijfel ik of de telefoon nog wel werkt, maar gelukkig krijg ik meestal een verlossend telefoontje dat mijn hamburgers klaar liggen. Ook Netflix is een zeer goede uitkomst, vooral met een comfortabele bank/bed. Dat laatste kan ook gevaarlijk zijn, want soms lig je net geïnstalleerd met je zak chips, koffie en Netflix en word je gebeld dat je NU naar de spoed moet komen. Maar ach, er zijn ergere dingen in het leven. Iedere nacht overleef je weer. En de patiënten gelukkig meestal ook.
Al met al zijn diensten een leuke variatie op de dagdienst. Het kan hectisch, onoverzichtelijk en extreem druk zijn. Maar ook extreem rustig, met tijd voor hamburgers en pizza. Een goede combo wat mij betreft. Een tip voor alle co’s: loop sowieso meerdere avonddiensten en een weekenddienst mee om een indruk te krijgen van hoe de diensten in elkaar steken en om uit te vinden of jou dit past!
Panessay • 2017:2 • 145
Column
TomA.van Ouweteur Putten
Co-column Zoals ik in een eerdere column schreef is de stage wetenschap best een relaxte periode in je geneeskundecarrière. Zelf je tijd indelen resulteert meestal in een combinatie van uitslapen, rustig werktempo en ‘s avonds tijd voor nog meer activiteiten omdat je, in tegenstelling tot coschappen, nog energie overhebt. Tot op zekere hoogte klopt die uitspraak nog. Ik moet daar wel een nuancering aan toevoegen: de stage wetenschap is best een relaxte periode in je geneeskundecarrière TOT de laatste twee weken. Dan slaat de stress toe: het verslag is zo goed als klaar, maar nog niet af en de tijd begint te dringen. Het verhaal kan nog iets gestroomlijnder, de lay-out kan nog iets strakker en de laatste spelfouten moeten opgespoord en verwijderd worden. Voordat je het opstuurt dubbelcheck je het verslag op spelfouten. Als je tevreden bent, kan je het opsturen naar supervisor 1. Er gaat dan een aantal dagen overheen voor je je verslag, wat je zelf voorzichtig beoordeelde als een
146
compleet verhaal zonder grote fouten, volledig rood terugkrijgt door alle verbeterpunten van je supervisor. Deze verbeterpunten, indien mee eens, verwerk je waarna het verslag opgestuurd kan worden naar supervisor 2. Ook deze vindt manieren om het verhaal te verduidelijken en spelfouten die je zelf compleet had gemist en geeft je daarom een rood gekleurd verslag terug. Op mijn laatste dag heb ik deze verbeterpunten ‘s ochtends verwerkt en zelf nog een laatste superkritische check verricht. Tussen de middag kreeg ik mijn eindbeoordeling van mijn supervisoren. Die waren gelukkig erg tevreden dus kon ik mijn verslag opsturen naar de faculteit. En met opsturen bedoel ik uploaden. En dat doe je niet een keer, niet twee keer, maar drie keer! Oh, en daarna moet het nog een keer op papier worden ingeleverd op de faculteit. Stelletje bureaucraten. Later die middag ervoer ik een van de fijnste momenten van mijn hele stage wetenschap: het uitprinten en laten inbinden van je verslag. Als je je verslag fysiek in je handen kan houden zie je pas wat voor werk je verzet hebt en voelt het alsof je echt wat gepresteerd hebt! Tot slot heb ik een wijntje gehaald voor mijn supervisoren, geef ik ze een handdruk en dan komt mijn avontuur in Deventer na anderhalf jaar tot een eind.
Activiteitenkalender Juni 29 30
September CSO DoMiBo Co-out dag M1
Augustus 30
Mentorenactiviteit
September 1 2-4 4 5
Facultaire Introductiedag 1 PanIC Verleidingsfeest PanIC Introductiekamp Opening academisch jaar Facultaire Introductiedag 2
11 12 18-29 21 25 28 28
Bestuursinformatie avond SpoCo beachvolleybaltoernooi Commissie sollicitaties CuCo Activiteit Deadline sollicitatiebrief bestuur Eerstejaars activiteit PanIC zomerfeest
Oktober 6- 8 9-15 9 16
AkCie Liftweekend BeCO BeneďŹ etweek BeCO Oktoberrevolutiefeest Pro-activiteit
Do you want to be in the next board of the M.F.A. Panacea?