JAARGANG 33 | NR 4 | DECEMBER 2020
PANESSAY
FACULTEITSBLAD DER M.F.V. PANACEA
“Corparis heeft oog voor de juiste match, mijn ambities en mijn persoonlijke ontwikkeling” - een Corparis basisarts Wij zijn de specialistische werkgever die graag met jou in gesprek gaat om je te helpen aan je eerste baan als basisarts. Corparis heeft onder andere mogelijkheden in de ouderenzorg, verslavingszorg, psychiatrie en jeugdgezondheidszorg.
WAT KUNNEN WIJ JE BIEDEN? ✓ Zekerheid met een contract voor langere of onbepaalde tijd ✓ Persoonlijke ontwikkeling via onze Corparis Academie met trainingen zoals medisch leiderschap, time management, intervisie en communicatie ✓ Verbreding kennis & kunde door te werken via verschillende organisaties en/of afdelingen ✓ Loopbaanbegeleiding om erachter te komen welke specialisatie bij jou past ✓ Opbouw van een netwerk door netwerkbijeenkomsten, kenniscafé’s en andere evenementen
Ontdek Corparis 088 116 9730
kennismaken@corparis.nl www.corparis.nl
17
21
23
Disabled by a doctor
Liefde voor het vak
James Barry
The medical scandal that left women in chronic pain
Alleen maar botox, fillers en borstvergrotingen?
First female-born doctor of the UK
12
16
Inside the refugee crisis Volunteering in a refugee camp 5
Uit de hokken
6
Commissiepagina
8
Onderwijspagina
9
VGT-hulp
Anti-vax in 2020
Vaccine hesitancy in the era of COVID-19 Voorstellen KB
19
Liefde voor het vak
20
Holiday SADness
22
James Barry
23
Koetjes en kalfjes
24
Boek op recept
26
10
Onderwijscolumn
11
Cocolumn
12
Inside the refugee crisis
Is dit het? - Deel II
28
14
Dr. House in de praktijk XVI
Rona-friendly trips
31
16
Anti-vax in 2020
Een staat van welzijn
32
17
Disabled by a doctor
Memes
34
18
Fotopagina
Activiteitenpagina
35
Bouwen aan de toekomst van gezondheid Net als jij bouwt het UMCG aan haar toekomst. We bedoelen dat in veel gevallen figuurlijk: werken aan verbeterde behandelmethoden, op zoek naar doorbraken in onderzoek of initiatieven realiseren waarbij kwaliteit en patiĂŤntgerichte zorg leidend zijn. Ons speerpunt Healthy Ageing is sterk verankerd in ons onderwijs, zorg en onderzoek. Zo bouwen wij aan de toekomst van gezondheid.
Wil je meebouwen? Check onze vacatures op werken.umcg.nl.
Uit de hokken
Uit het redactiehok It has been a crazy few months, but once again PanEssay is here to rid you of your sorrow and misery! You might be wondering: ‘Am I really reading this in English?’ and ‘I always wondered what the chair of PanEssay had to say.’ Well you should consider yourself lucky because I decided to write in English this time! (It’s common decency since most people who speak Dutch speak English, but not vice versa.) Anyhow, by the time you are reading this, Christmas is coming up and two weeks of medicine-free leisure time is a welcomed treat. Whether it is neurology, hematology or Kroese, I think we are all exhausted and in need of some serious holiday fun. Plenty of time to read the PanEssay I would say. With some fresh, new members that have joined our forces, this edition is filled with lots of interesting, funny and relatable subjects. Wondering
what to do in these lonely times? Go take a walk! And if you are wondering where to go, scroll/skip ahead to some corona-proof tips on how to spend your time. Looking for a glimpse into the life of a co-assistant? Look for page 11! Medical scandals? We got you covered! All in all, this edition should give you enough distraction to get you through your day. The next edition will probably appear in March, although I hope under different circumstances. But enough of the chit-chat, turn the page and see what this PanEssay has in store for you!
Uit het bestuurshok We hopen dat jullie allemaal een goed Sinterklaasfeest hebben gehad en dat de lieve goede Sint jullie niet heeft meegenomen naar Spanje. Normaal gesproken zou je daar misschien niet zo veel problemen mee hebben, maar op moment van schrijven is er een oranje reisadvies met betrekking tot dit land. Mocht je dus wel zijn meegenomen, zullen we als bestuur voor je duimen! De afgelopen tijd is er ook weer genoeg gebeurd. Een gedeeltelijke lockdown, een koning die lekker op vakantie gaat en Panacea die inspeelt op het online leven, met
een digitale Algemene Ledenvergadering en Medische Carrière Dag. Voor degenen die er zijn geweest, we hopen dat jullie het leuk vonden! Voordat de gedeeltelijke lockdown van kracht was hebben we nog even kunnen genieten van het BeCO-benefietdiner. Naast het heerlijke drie gangen diner is er een veiling en loting geweest waarmee geld is opgehaald voor het goede doel van dit jaar: het UMCG Protonencentrum. Hoeveel er precies is opgehaald en waar het voor bedoeld is kan je vinden op de nieuwspagina van de website! Verder hebben we nog even gegriezeld tijdens ‘Panacea’s Murder Mystery’. Velen van jullie zijn online ingecheckt en hebben de raadsels weten op te lossen! Iets anders noemenswaardigs is het feit dat de statuten, het fundament van onze mooie vereniging, gewijzigd zijn. Deze wijziging heeft moeten plaatsvinden voor de verschuiving van de start van het bestuursjaar. Als laatst is het Kandidaatsbestuur aangenomen door de Algemene Ledenvergadering. Zij zullen zichzelf verderop in de PanEssay kort introduceren!
5
Commissiepagina
UrgenCie Stel je bent een avondje uit met je vrienden (op anderhalve meter afstand natuurlijk) en één van je vrienden zakt plotseling op de grond. Jij als geneeskundestudent wordt natuurlijk meteen aangekeken, maar heb jij eigenlijk wel een idee wat je moet doen?! Helaas ontbreekt vooralsnog de nodige EHBO-kennis en sta je aan de dansvloer genageld. Onze commissie verzorgt gelukkig EHBO-cursussen waarmee jij binnenkort met een certificaat van het Oranje Kruis door de Poelestraat kan flaneren. Hiernaast krijgen wij van verschillende interessante organisaties en studentenverenigingen de vraag om EHBO’ers te werven voor hun evenementen en is dit een ideale mogelijkheid om je nieuwe kennis ook buiten het uitgaansleven in te zetten ;)
wij ook hele leuke workshops over bijvoorbeeld bevallen, hechten en intuberen. Door hieraan deel te nemen kun je een stapje voorlopen op je medestudenten en staan ze misschien wel van je te kijken als je net bent begonnen als coassistent. Kortom, alles wat je nog te doen staat is het in de gaten houden van de website voor onze cursussen en workshops en je vervolgens natuurlijk in te schrijven!
Dit is de perfecte kans om bij enkele bijzondere plekken een kijkje achter de schermen te nemen en veel ervaring op te doen. Hiermee is nog niet alles gezegd, want naast het aanleveren van EHBO-cursussen verzorgen
CuCo Just like any other year, the CuCo will organize the cultural activities. Think about cocktail workshops, a running dinner, pub quizzes and many more! This all happens under the watchful eye of our chairwoman, Izzy, who always has everything covered down to the last detail. If the committee evening takes place at her place, you do not have to worry about getting hypothermia since it’s at least 25 degrees. The promotion is done by Daria, with her great sense of style. She’s always in for a party and a drink or two. Or three. Or ten. Darhiana fulfills her role in acquisition perfectly, with the help of her Latina charms. If you want to read a good book (that isn’t Guyton), you can definitely ask her for suggestions! Being the only man in the committee, it’s sometimes tough for Vlad, the treasurer, but he manages us perfectly. He is a star in making coffee (yaay for us), and definitely can’t function without it.
6
The only ‘local’ in our committee is Juliette, who often makes us laugh with her dry Groningse humour. As a secretary, she takes minutes as the best, but outside of her role she is all over the place.
Pan-F Wij zijn Pan-F, de meest flitsende commissie van Panacea. Normaal hangen we de paparazzi uit en maken we op feesten en andere evenementen de meest prachtige kiekjes. Helaas gooit Ome Cor dit jaar wat roet in het eten en zullen jullie het moeten doen met onze fotoshopkunsten. In oktober werd er een fotoshopworkshop gehouden en was er een flinke opkomst die hier met plezier aan deelgenomen heeft. De meest
bijzondere posters zijn hier gemaakt! Ondanks al het fotoshopplezier staan wij in de startblokken om weer de gekste plaatjes te schieten. Door de lens van de camera blijft niks ongezien; wanneer Markie en Hugo weer toestemming geven voor de leukste feestjes, staan wij klaar om jullie charmante koppies vast te leggen. Als je je niet gedraagt op feestjes zorgen wij voor de nodige hoeveelheid chantagemateriaal zodat het niet weer gebeurt. Wij hebben er weer zin in, jullie ook?
YR2 So as the year representation, we quite literally represent the year. We do this through our four subcommittees, each SubCee is responsible for separate tasks to evaluate the G2020 program for the second years. We start off with the SemCee with Wolter, Selina, Nabih and Joud. They are responsible for writing the semester report which reviews the basic curriculum; aka all the lectures, practicals, books, etc. Then we also have our CommCee with Ioannis and Samuel who both evaluate the LC education, namely the beloved tasks. Next we have the popular ExamCee, which everyone knows us
by, with Selin and Celina who evaluate the exams. And last (but not least) we have our PRCee with Mia and Lotte, who are responsible for the ATB, patient gifts and are just generally here for a good time. Apart from the normal job description, this past year the job of the YR has grown due to you guessed it‌ corona! We now get to represent more student issues which have more to do with planning, travel and the ongoing debate: online vs. physical education. We get at least a weekly call to action via the year group chat with new concerns (or demands) that arise because of problems with the corona way of education. By the amount of times the YR gets called upon in these chats it sometimes feels like we are some lame superhero with an overestimated amount of power, who gets paid in gratitude (ahem ahem). So, now that you’ve been introduced to our great little group, please do not hesitate to send us any questions and concerns about G2020 via yr2@ panacea.nl or check out our insta @yearrepresentation.
7
Geneeskundevragen.nl
VGT-hulp Oefenvragen voortgangstoets De voortgangstoets(VGT) zag er dit jaar, voor de meesten van ons, wel heel anders uit, en je bent misschien al zelfs wel helemaal vergeten dat hij ook weer terug zal komen! Deze vragen zijn uitgekozen om je voor te bereiden op de VGT. Daarmee ziet de VGT-hulp er deze editie eens anders uit. Jullie hebben deze vragen te danken aan Geneeskundevragen.nl, een site met vele soortgelijke vragen over allerlei relevante onderwerpen in de geneeskunde. Van psychiatrie tot acute geneeskunde, er is voor ieder wat wils.
Vraag 1 Een 21-jarige patiënt presenteert zich met sinds 6 weken bestaande wisselende jeukklachten. Behoudens een allergische rhinitis in reactie op pollen (hooikoorts) en incidenteel NSAID-gebruik heeft patiënt een blanco voorgeschiedenis. Bij inspectie van de huid zie je erythemateuze en deels bleek gekleurde vlakke papels en plaques (zie foto). Wat is de waarschijnlijkheidsdiagnose?
A. Chronische idiopathische urticaria B. Cutane manifestatie van pollenallergie (type I-hypersensitiviteit) C. Eczeem bij een atopische constitutie D. Eczemateuze geneesmiddelenreactie op NSAID’s
Juist antwoord: A
Uitleg Dit is een klassiek klinisch beeld van urticaria. Urticaria (ook wel galbulten) zijn vluchtige, jeukende, afgeplatte verhevenheden in de huid, vaak erythemateus, soms bleek, die berusten op oedeem ten gevolge van een type I-reactie (IgE-gemedieerd, histaminesecretie). In de meeste gevallen wordt er geen oorzaak gevonden voor de urticaria en betreft het derhalve een idiopathische (spontane) urticaria. Wel is bekend dat mensen met atopische constitutie een hoger risico hebben op het ontwikkelen van urticaria. Verder wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘acute’ en ‘chronische’ urticaria. Hiervoor geldt een arbitrair afkappunt van 6 weken; urticaria die 6 weken of langer bestaan worden aangeduid als chronische urticaria. 90% van de urticaria geneest binnen 3 maanden. De behandeling bestaat uit orale (niet-sederende) antihistaminica (zoals desloratadine of levocetirizine).
8
Vraag 2 Een vrouw van 38 jaar wordt via de oogarts naar de polikliniek neurologie verwezen in verband met gedeeltelijk gezichtsvelduitval bij beide ogen. Tijdens het consult valt bij het gezichtsveldonderzoek op dat bij de vrouw de temporale gezichtsvelden aangedaan zijn. Waar in het traject van het visuele systeem is dit probleem het meest waarschijnlijk gelokaliseerd?
A. Chiasma opticum B. Radiatio optica C. Tractus opticus D. Primaire visuele cortex
Juist antwoord: A
Uitleg Het betreft hier een bitemporale hemianopsie. Uitval van beide temporale gezichtsvelden kun je alleen krijgen op een plaats waar beide zenuwbanen samenkomen en dit gebeurt in het chiasma opticum (zie afbeelding). Vaak ontstaat dit beeld in het kader van compressie van het chiasma door ofwel een hypofysetumor ofwel (veel zeldzamer) craniofaryngeomen.
Vraag 3 Een moeder negeert haar kind dat opspringt en nu veel aandacht trekt, in de hoop dat dit gedrag afneemt. Van welke vorm van operant conditioneren is hier sprake? A. Positieve bekrachtiging B. Positieve straf C. Negatieve bekrachtiging D. Negatieve straf
Juist antwoord: D
Uitleg Het doel is dat het gedrag afneemt, dus is het een straf. Daarbij wordt iets ontnomen, namelijk aandacht, waardoor het negatief is. Dus negatieve straf.
Gedrag neemt toe
Gedrag neemt af
Iets toedienen
Positieve bekrachtiging
Positieve straf
Iets afnemen
Negatieve bekrachtiging
Negatieve straf
Wil je verder oefenen? Deze vragen zijn geleverd door Geneeskundevragen.nl. Op deze site kun je gratis oefenen met bijvoorbeeld PROVOKE, zoals in vraag 1 en typische casuistiek zoals in vraag 2. Je vindt dit onder het kopje ‘Coschapvoorbereiding’. Verder hebben ze een arsenaal van meer dan 2000 nuttige oefenvragen met typische casuïstiek! En ook voor de coschappen kun je op deze site terecht!
9
Friso Muntinghe
Onderwijscolumn Nieuwe functies, nieuwe uitdagingen Wij, Anne van Lammeren, Charlotte Veldman en ikzelf, zijn in een vreemde en onzekere tijd in een nieuw avontuur gestapt. Voordat we iets meer over ons zullen vertellen willen we graag beginnen met te zeggen dat ook jullie, en misschien wel vooral jullie, in een vreemde en onzekere tijd studeren en coschappen lopen. We kunnen niet vaak genoeg benadrukken hoe goed wij vinden dat jullie het doen! Ga zo door, pas goed op jezelf en houd je aan de regels. Wie zijn wij? Anne van Lammeren (programmaleider bachelor): Afgelopen september heb ik Gert ter Horst opgevolgd als programmaleider van de bachelor. Daarvoor was ik examinator van LC Duurzame zorg. Samen met Hanke Dekker, (onderwijskundige), Michiel Katoele (curriculummanager bachelor) en Gert ter Horst vormen we het dagelijks bestuur (DB) van de bachelor. Ik vind het ontzettend leuk om doen en we staan in deze periode voor veel uitdagingen. Het werk in de bachelor combineer ik met mijn werkzaamheden als psychiater in het UMCG. Door de covid-maatregelen verandert er veel, zo ben ik grotendeels overgegaan van fysiek contacten naar (beeld)bellen met de patiënten. Zo’n 25 jaar geleden ben ik vanuit Maastricht verhuisd naar Groningen. Samen met mijn man, Casper, die werkt als nefroloog in het UMCG. Onze kinderen studeren alledrie in Groningen. Charlotte Veldman (programmamanager master): Op 1 september heb ik de overstap gemaakt van de bachelor (LC-director IZ) naar de master geneeskunde. Mijn functie, programmamanager, bestond nog niet en samen met Friso Muntinghe ben ik druk bezig hieraan invulling te geven. Er komt in deze tijd in ieder geval genoeg op ons af! In 2015 ben ik afgestudeerd als arts, maar inmiddels ben ik alweer drie jaar fulltime werkzaam in het onderwijs. Naast mijn taken als programmanager zit ik als lid in de examencommissie en ben ik coach van twee M1-coachgroepen. Ik ben getrouwd met Steven (leren kennen via Panacea!) en we wonen samen met onze twee katten dichtbij het Noorderplantsoen. Friso Muntinghe (programmaleider master): Een aantal van jullie zal mij kennen van de bachelor als examinator van LC IZ. Vorig jaar heb ik de overstap gemaakt naar de master en tot nu toe bevalt dat, ondanks of misschien wel dankzij de vreemde tijd, erg goed. Naast
10
mijn werk binnen het onderwijs ben ik voor het grootste deel van de tijd werkzaam als internist in het UMCG. Als internist word ik de laatste maanden geconfronteerd met patiënten met een heel nieuw ziektebeeld: patiënten met covid. Last but zeker niet least: ik ben getrouwd met Mirjam. We hebben drie kinderen, waarvan er twee studeren en een nog op de middelbare school zit. Waar staan wij voor? Natuurlijk voor een hele goede basisartsopleiding, waarin we jullie zo veel mogelijk proberen te ondersteunen en begeleiden. Los van alle acute veranderingen in verband met de corona-epidemie, staat de gezondheidszorg in Nederland voor grote uitdagingen. Twee hele belangrijke zijn: de vergrijzing van de bevolking en hierdoor een toenemend aantal mensen met (meerdere) chronische ziekten die langer zelfstandig blijven wonen, en daarnaast een exponentiële toename in medische kennis en technologische ontwikkelingen. Om deze uitdagingen het hoofd te kunnen bieden moeten we innoveren en ook aandacht besteden aan preventie en gezondheidsbevordering. Wij willen dan ook dokters opleiden die natuurlijk beschikken over de noodzakelijke kennis en competenties, die breed en duurzaam inzetbaar zijn en die zich hun leven lang blijven ontwikkelen. Wij denken dat we in Groningen een prachtige opleiding hebben die jullie goed voorbereidt op een mooie carrière (veelal) als arts!
Suzanne Schuurman
Co-column FAQ over de coschappen (deel II) In de vorige PanEssay besprak ik tips voor de beginnende coassistent. Pak die editie er dus even bij als je benieuwd bent naar hoe je je kunt voorbereiden, wat handige boeken zijn en waarom je je echt niet de hele tijd #blessed hoeft te voelen. In deel II volgen nu meer praktische en niet-zo-praktische-maar-wel-belangrijke adviezen. Vraag 5. Beter een witte jas die net iets te groot is, of net iets te klein? Dit is een lastig dilemma. Een te krappe jas zit natuurlijk in de eerste plaats erg oncomfortabel, maar een te grote jas versterkt je reputatie van wannabe-dokter-maareigenlijk-studentje behoorlijk. Toch zul je maar voor de grote maat moeten gaan, zodat je je zakken kunt volproppen met eten en allerlei medisch uitziende objecten (zie vraag 2 in de vorige editie) - deze laatste werken juist positief voor je imago. En als je twijfelt over ook een witte broek of niet (verschilt per afdeling): vraag het je medeco’s! Vraag 6. Wat zijn mijn taken? Een coschap ‘op de zaal’ (verpleegafdeling) bestaat vooral uit: ochtendoverdracht (=hopen dat ze je geen vragen stellen), visite (= met de arts-assistent langs de opgenomen patiënten lopen), statussen bijwerken (= bevindingen van tijdens de visite opschrijven), dingen regelen voor de patiënten (diagnostiek, familiegesprekken, ontslagbrieven) en dan de middag/avondoverdracht (= alvast fantaseren over je avondmaaltijd). Het is gebruikelijk om na even meegelopen te hebben zelf een paar ‘bedden’ onder je hoede te krijgen, dus dan doe je voor die patiënten de bovengenoemde dingen die de arts-assistent anders zou doen, alleen doe jij ze dan heel traag en inefficiënt. Op de polikliniek is er helaas vaak genoeg alleen ruimte/ tijd voor een passieve coassistent: je kijkt mee met het consult en kunt daarna hopelijk even met de arts napraten. Bij de beter georganiseerde en minder specialistische coschappen mag je eerst zelfstandig de patiënt zien (= anamnese + LO), waarna je de patiënt overdraagt aan de arts en jullie samen verder gaan. Dit is een uitstekende manier om te leren en patiënten vinden dit vaak ook heel leuk! Op de OK is er ook weer die passieve/actieve tweedeling: soms mag je assisteren (= met dat zuigertje en/of brandertje), soms mag je überhaupt niet steriel staan en
Translation available on our website
zie je er zo sneu uit dat de OK-assistent je een krukje aanbiedt om op te staan, zodat je in ieder geval nog iets kan zien. (Tip: vraag zelf om dat krukje!) Vraag 7. Hoe laat mag ik naar huis? Dat wisselt heel erg en je hebt het helaas bijna nooit zelf in de hand. Bij een coschap op de zaal mag je vaak na de overdracht naar huis, die is meestal rond vijf uur. Maar dit zegt alsnog weinig; ik heb overdrachten van dertig seconden meegemaakt, maar ook van drie kwartier. Omdat je je eindtijd vooral bij een nieuw coschap nog niet goed weet, doe je er goed aan om voor uitgebreide noodrantsoenen te zorgen. Kun je een keer juist lekker vroeg stoppen, voel je dan alsjeblieft niet schuldig! En wees blij voor iemand anders als diegene vertelt een paar uur eerder al naar huis te zijn gegaan. Ik weet nog dat ik aan het begin van M1 een medeco vertelde dat ik de dag ervoor eerder klaar was, en ze gechoqueerd riep: ‘Vier uur? VIER uur? Jéééétje, ik was pas om half acht thuis, hoor!’ Sindsdien durfde ik mijn sporadische vroege eindtijden een tijd lang niet meer met andere co’s te delen. Nu hoop ik vooral voor haar dat ze nog geen burn-out heeft. Vraag 8. Hoe ga ik dit ooit overleven? Hoewel de coschappen regelmatig zwaar kunnen zijn, zijn er meestal ook lichtpuntjes te ontdekken. Koester deze leuke momenten, vooral als het gaat om een ervaring waarbij je positief verrast was door je eigen handelen. Relativeer complimenten van patiënten of collega’s niet (‘maar dit was gewoon ook een makkelijke casus’), maar sla ze op voor als je er later even doorheen zit. Geniet van deze unieke kans om vanaf de eerste rij het werk van specialisten en de persoonlijke verhalen van patiënten te aanschouwen, nog zonder dat je de vervelende kanten (administratie, verantwoordelijkheid, klachten) van het vak hoeft te dragen. Als dit echt niet lukt, bedenk je dan dat het altijd 5 uur wordt - of half 8, voor die ene co.
11
Angelique Wortelboer
Inside the refugee crisis Volunteering in a refugee camp Moria. A cute little village on a small hill on the beautiful island of Lesbos. Also, a fictional mine complex overrun by goblins in Middle Earth. However, both of those are not what most people would associate the name ‘’Moria’’ with, when talking about the refugee crisis in Europe. This is because the refugee camp Moria, which was located right next to that village, used to be the biggest refugee camp in Europe with a peak population of more than 23,000 people.
You probably noticed all the media attention for this camp, and it was not because it is such a nice holiday destination. No. Moria was built for only 3,000 refugees, meaning that it was filled to 767% of its capacity. How could this have happened? Because it was meant as a transition camp. Refugees were supposed to wait for a short period of time, just long enough to hear if they were accepted as refugees in Europe and could move on. However, because of the large stream of refugees, the waiting time became longer and longer, and more people stayed in the camp. As a result, the camp became overcrowded and the living conditions became dire. I wanted to help. Together with my boyfriend Thomas, who had done work with refugees in Greece before (you can read about his experience on the website,The Gates of Europe: One Month in a Refugee Camp), I went to Lesbos. The non-governmental organization (NGO) with whom I did volunteering work, was active in two camps on Lesbos: Kara Tepe and the well-known camp Moria. Of the two camps, Kara Tepe is the one for the vulnerable refugees. The residents live in little temporary houses with air conditioning for the summer and a heater for the winter. Also, there is a barbershop, a school, a small park, and a clothing shop where residents can pick up clothes and shoes every three months and every six months, respectively. I was pleasantly surprised when I walked in for the first time. However, while I was working there for a short while, I already began to notice how hard the life of a refugee can be. Sometimes you hear the most heartbreaking stories, and all you can do is listen… Moria was where all the other refugees were living. Kara Tepe is a quaint little village compared to Moria. To be honest, I never entered the main camp, since
12
our NGO was active in an area right next to the camp, the Olive Grove. The atmosphere was very different there, compared to Kara Tepe. Nevertheless, the Olive Grove looked very organized and the refugees living there said it was a big improvement compared to inside camp Moria. Since our NGO made a positive impact on the lives of the refugees, it felt very good to contribute to that. We had several tasks, like replacing tents with better ones, supervising at the food lines, answering questions about waste management, helping residents with cleaning up around the camp, and helping in the clothing shop at Kara Tepe. Furthermore, what I liked most about working in the two refugee camps was working with the refugee volunteers (we use the term resident volunteers). Our NGO had a lot of resident volunteers and I admired them because they got nothing back for the work they did. However, they were still always happy to help us. Also, they were a lot more skilled in most tasks than us international volunteers.
After only two weeks of working, the fire happened. When we woke up we saw a Dutch article about the fire. It all felt so unreal: a camp which housed around 13,000 people vanished into thin air... In just one night. That day, we got a text message from our coordinator saying that all our usual activities were canceled. It was very strange to just sit in our apartment, while a few kilometers away, 13,000 people were sitting on the road to Mytilini, the capital of Lesbos. However, in the afternoon we were asked to do food distribution in the burnt-down remains of Moria. We arrived there with a couple of international volunteers. I felt a bit sad to see the former camp from afar. I could see the skeletons of tents we just built a few days ago. All the work that our NGO put in their area of the camp for several years, was gone. The week directly after the fire, we worked a lot in the warehouses of the NGO to make space for necessary things, like diapers, baby milk, and lots and lots of sanitary pads. Then we would distribute these every morning at four o’clock.. This was so we would not create too much chaos with our arrival. It was very surreal seeing all the refugees sleeping on the streets. When we were distributing the materials, some refugees came to help us with translation. Also when we were cleaning up garbage, some refugees came to pick up garbage with us. It really touched me. Although these people had just lost a lot in the fire, they still came to help us. In this same week, some people, who could quite reasonably be called fascists, showed up. I remember returning home one late evening in a bus with other volunteers and we had to pass a facist blockade. We had to turn all the lights off while passing the blockade since these people were against NGOs and might try to hurt us if they knew volunteers were inside the bus. I did not realize that there were two army officers in the front, which meant that at least there was a modicum of safety... After a week, the Greek government had built a whole new camp full of tents just next to Kara Tepe. The NGO that we joined, asked us if we wanted to volunteer in the new camp. Thomas and I had no doubt about joining. It was maybe not a good solution in the long run, but at least it got the refugees off the street. So the next day we arrived at the new camp. All the volunteers got a new job: housing. We had to help all the refugees bring their stuff into their assigned tent. With small carts, we assisted them with moving their stuff to their new tent. They were very thankful that we helped them. Well, that is what it was like the first two days.
However, on the third day, it became harder to house people, since a lot of tents needed to be filled with a third family, which meant putting nine people in a tent the size of a small student room. How do you divide the (too) small tent? The refugees became very unhappy with the situation, and often refused to accept a third family or refused to join a tent with already two families in it. We needed to convince them that this was the best for them. However, it was hard for me to convince them because I did not understand why the Greek government built so few tents. Because Thomas and I felt very conflicted about our work there, we stopped working in the new camp. With two other volunteers, we went back to Kara Tepe, which was a bit shorthanded since the big fires. For the rest of our volunteer period we spent our time working there. It was nice since we really got to know the residents. It felt like we were a part of the community. I have learned a lot in these three months volunteering in the refugee camps. I learned how complicated the crisis actually is. In addition, I also learned how hard it really can be for the refugees. I have met refugees that waited for over a year and still got rejected from having the refugee status. However, our last day in Kara Tepe was accompanied by the hopeful news that a large portion of this smaller camp would soon be moved to Germany. There is the notion that a majority of the refugees are just there because they want a better life in Europe with some free money. However, most refugees fled their homeland because it was too dangerous for them, with this as their desperate last hope. For them I hope that their lives can be made easier, so that they can live a safe and comfortable life. I hope that I could show you, the readers, some insight into the refugee crisis through my personal experience of these three months. Most things we hear about the refugee crisis is about how many refugees are coming to Europe. However, these refugees are not merely statistics, they are real people just like you and me.
13
Bart Hofsté
Dr. House in de praktijk XVI Tussen misdaad en straf U bent vandaag als forensisch psychiater werkzaam in het Pieter Baan Centrum. Op uw bureau ligt de documentatie van de Heer Wanhuis, leeftijd 31 jaar oud. Een patiënt met in de voorgeschiedenis zelfgerapporteerd traumatisch hersenletsel acht jaar geleden, waarvoor destijds geen behandeling. De patiënt wordt nu verdacht van verkrachting van een eenentwintigjarige vrouw. De patiënt beweert verder dat hij veranderingen heeft ondergaan in zijn persoonlijkheid als gevolg van zijn traumatisch hersenletsel, en recentelijk episodes ervaart van hallucinaties en seksueel grensoverschrijdend gedrag. De patiënt is er verder van overtuigd dat hij geen controle had over zijn eigen gedragingen, waarvoor hij nu zegt zich diep te schamen.
De rechter-commissaris verzoekt nu aan u als forensisch arts om een inschatting te maken van (a) de psychiatrische toestand en (b) de invloed van die psychiatrische toestand op het handelen van de verdachte-patiënt. Juridische achtergrond Toerekeningsvatbaarheid (artikel 39 Wetboek van Strafrecht) is een strafuitsluitingsgrond, op grond waarvan de rechter ontslag van alle rechtsvervolging kan uitspreken wegens niet-strafbaarheid van de dader. Alternatief kan de rechter een lagere sanctie opleggen, en/of overgaan tot het opleggen van TBS (eventueel met dwangverpleging), hetgeen vaker voorkomt. De ontoerekeningsvatbaarheid ontneemt (deels) de verwijtbaarheid van de dader voor het begaan van het strafbare feit, ook al kan opzet bewezen worden. Dat wil zeggen, ook al wist de dader dat bepaalde consequenties als gevolg van zijn handelingen zouden intreden, en wilde hij die consequenties zien intreden (of nam hij ze op de koop toe), dan nog kan ontoerekeningsvatbaarheid (deels) de verwijtbaarheid van de dader ontnemen. Indien opzet niet bewezen kan worden (het willen en weten), komt de rechter überhaupt niet toe aan de vraag naar de verwijtbaarheid van de verdachte, maar zal hij of zij moeten vrijspreken omdat het tenlastegelegde feit niet bewezen kan worden verklaard. Opzet dient namelijk als bestanddeel van het strafbare feit verkrachting tenlastegelegd te worden. Het ontbreken van opzet kan volgens de Hoge Raad echter pas worden aangenomen indien bij verdachte ten tijde van zijn handelen ‘ieder inzicht in de draagwijdte van diens handelen’ zou hebben ontbroken. Daarvan is zelden sprake.
14
Genoeg juridisch gezever: terug naar de casus U gaat in consult met de Heer Wanhuis en vraagt hem daarbij tijdens uw algemene anamnese naar diens voorgeschiedenis en sociale achtergrond. De patiënt vertelt u dat hij als enig kind is opgevoed door zijn alleenstaande moeder. Zijn vader was alcohol- en cocaïneverslaafd en had zijn moeder verlaten vlak na de patiënt zijn geboorte. De Heer Wanhuis is zelf een sociale drinker en heeft in het verleden wel eens problemen gehad met teveel gokken, maar ontkent ieder drugsgebruik. Zijn contact met vrouwen omschrijft de patiënt als ‘meer dan gezond’, volgens eigen zeggen was hij al sinds zijn vroege tienerjaren ‘best wel een lady’s man’. Patiënt ontkent echter seksverslaving of hyperseksualiteit. Patiënt is verder samen met een jeugdvriend eens eerder met justitie in aanraking geweest voor diefstal van een pakje sigaretten, wat destijds via bureau HALT is afgehandeld. Hij is afgestudeerd van het mbo niveau 3, waarbij hij een jaar is blijven zitten wegens een periode van ‘wilde haren’ waarin de patiënt regelmatig spijbelde. Na een poos als vrachtwagenchauffeur te hebben gewerkt, werkt hij tegenwoordig als pakketbezorger. Hij is gestopt als vrachtwagenchauffeur na onenigheid met zijn werkgever. Ook heeft hij in deze baan naar eigen zeggen een ongeluk bij het inladen gehad, waarbij een zware transporthaak tegen de temporale zijde van zijn hoofd is geklapt. Patiënt heeft daar enkele weken een helse hoofdpijn aan overgehouden, alsook een periode van misselijkheid en duizeligheid. Patiënt
is daarmee naar eigen zeggen nooit naar de huisarts gestapt, en na een week ziek thuis te hebben gezeten ging hij weer aan het werk. In uw differentiaaldiagnose houdt u (o.a.) rekening met de volgende mogelijke diagnosen: (a) simuleren (b) traumatisch hersenletsel als gevolg waarvan o.a. stoornis in de impulsbeheersing en (c) antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASPS). Deze diagnosen sluiten elkaar niet noodzakelijkerwijs uit. Simuleren valt te onderscheiden in zuiver simuleren (het verzinnen van een aandoening als zodanig), partieel simuleren (het welbewust overdrijven van symptomen) en voorgewende toeschrijving (het toeschrijven van echte symptomen aan een oorzaak waarvan de patiënt weet dat die niets te maken heeft met de symptomen).
Zuiver simuleren
¨Een stem gaf mij opdracht haar te vermoorden¨
Partieel simuleren
¨Ik had geen enkele controle over mijn verlangens¨
Voorgewende toeschrijving
¨Mijn moeder heeft mij compleet verwaarloosd. Ik heb daardoor nooit enig medeleven met vrouwen ontwikkeld¨
Een forensisch psychiater dient altijd sterk rekening te houden met de mogelijkheid van het simuleren van klachten en het verzinnen van een voorgeschiedenis, gelet op de sterke prikkels die verdachten daartoe ervaren. Met name beweringen van aandoeningen die betrekking hebben op het weten of willen dient men met de nodige scepsis te bekijken (‘ik bevond mij in een waan’, ‘ik was ervan overtuigd dat zij mijn vrouw was’, ‘ik had geen controle over mijn handelen meer’). Anderzijds kunnen die klachten het resultaat zijn van oprechte (neuro)psychiatrische aandoeningen. Zo kan schade aan de amygdala door een traumatisch hersenletsel een stoornis in de impulsbeheersing geven. Ook kan in een ernstige schizofrene psychose de opzet zelfs geheel ontbreken bij een patiënt die zijn moeder doodschoot, maar in zijn waan in de veronderstelling was ‘de klok te willen stilzetten’. Tot slot is er nog de ASPS. In de volksmond spreekt men vaak van psychopathie, hoewel er discussie is in hoeverre deze concepten met elkaar overlappen. De ASPS kenmerkt zich door een pervasief patroon van veronachtzaming en schending van de rechten van anderen, dat zich openbaart vanaf het zestiende
levensjaar. Daarbij kunnen de volgende kenmerken op de voorgrond staan: gebrek aan berouw, constante onverantwoordelijkheid, roekeloze onverschilligheid, prikkelbaarheid of agressiviteit, impulsiviteit, oneerlijkheid en manipulatief gedrag, en het niet in staat zijn zich te conformeren aan maatschappelijke normen. Patiënten met ASPS hebben vaak voor hun zestiende levensjaar eenzelfde patroon, waarbij de diagnosen antisociale gedragsstoornis of de mildere oppositioneel-opstandige stoornis kunnen worden gesteld. Vaak is er comorbiditeit met ADHD, verslavingsstoornissen, narcistische/borderline/histrionische persoonlijkheidsstoornis, en stoornissen in de impulsbeheersing (kleptomanie, gokverslaving, seksverslaving, pyromanie, periodiek explosief-agressieve perioden, enz.). Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat psychiaters in interviews slechts in 50% van de gevallen het simuleren van ziektebeelden door patiënt-verdachten detecteren. Het detecteren van simuleren is dus niet beter dan een muntworp. Daarom is het belangrijk om voor zover mogelijk naast het consult ook te kijken naar objectieve gegevens: ziektegeschiedenis zoals vastgelegd in het patiëntendossier en ziekenhuisadministratie, verzekeringsgegevens, politierapporten en heteroanamneses. Ook is het gericht doorvragen op beweringen aan te bevelen, alsook letten op consistentie en coherentie van alle beweringen met betrekking tot het beweerde ziektebeeld, de objectieve gegevens en verklaringen van derden. Vage, ontwijkende antwoorden, inconsistenties in het verhaal of juist consistenties waar je inconsistenties zou verwachten, niet-coherente symptomen die geenszins passen bij een bestaand ziektebeeld en in strijd met objectieve gegevens of beweringen van derden zijn daarbij allemaal verdacht. Zo is het volgende rijtje met atypische klachten verdacht voor het simuleren van een psychose: continue in plaats van episodische hallucinaties, vage of onhoorbare auditieve hallucinaties, het klakkeloos opvolgen van alle gecommandeerde bevelen, abrupte aanvang en staking van wanen en bizarre inhoud van wanen zonder bewijs van desorganisatie in het denken. De diagnose In deze casus had u te maken met een patiënt met ASPS die zijn voorgeschiedenis en klachten simuleerde. U stelt de diagnose en stelt daarbij vast dat problemen in de impulsbeheersing en veronachtzaming van de rechten van anderen waarschijnlijk van invloed zijn geweest op het strafbare handelen van de verdachte. Helaas is ASPS notoir moeilijk te behandelen. De rechter zal hoogstwaarschijnlijk uit uw bevindingen niet reeds een grond voor verminderde toerekenbaarheid afleiden.
15
Seung-Jae Yoon
Anti-vax in 2020 Vaccine hesitancy in the era of COVID-19 Vaccine hesitancy, more commonly referred to as anti-vax, refers to the reluctance or refusal of the vaccination of oneself or one’s children. Although anti-vaxxers justify their decisions with ethical, religious and medical reasons, it is undeniable that refusing vaccination contributes to renewed risks and outbreaks of preventable diseases. Despite the improving quality of vaccines, confidence in them is trending downwards globally, with the WHO recently including vaccine hesitancy as a top ten public health threat. In the midst of a pandemic, where recovery seems to hinge on the vaccination of billions, this is very worrying.
Vaccination in the Netherlands But how is vaccine confidence and coverage in the Netherlands? Surely it must be better than that in the rest of the world? Put shortly, the Netherlands is faring better than most other countries, but not without signs of trouble. The Netherlands has a National Immunization Program (NIP) aimed at protecting children up to 14 years old against infectious diseases. Vaccines are free of charge and are given in two steps: between the ages of 0 and 4, six vaccines are given; at the age of 9, the DTP and MMR vaccines are repeated; and girls are given the HPV vaccine when they turn 13. The coverage rate across the NIP vaccines in young children is around 90%, which is higher than the WHO global coverage (which ranges from 71% to 86%, depending on the vaccine). However, the Netherlands’ coverage has fallen by 2-3% since 2014. As the NIP is not compulsory, people are able to opt out without legal consequences. So, who are the people that refuse vaccinations? Traditionally, one could point to specific religious and ideological groups in the Netherlands, but in recent decades, the anti-vax community has become more diverse. The volatile nature of the patterns in vaccine confidence almost resembles that seen in political opinion polling, which makes sense as vaccination has become highly politicized.
Implications for COVID Dealing with vaccine hesitancy has become all the more important as we try to get a handle on the global pandemic that has claimed so many lives and debilitated the
16
economy. There are currently more than 100 vaccines being tested, with a handful of them in clinical trials. Notably, in November, Pfizer released promising results for its vaccine, claiming 90% effectiveness. While this result should be taken with cautious optimism, it could mean that we have a working vaccine by late 2020 or early 2021. This vaccine will probably soon be joined by others as soon as other pharmaceutical companies conclude their trials. The roll-out of these vaccines could be hampered, however, by anti-vax sentiments that are more pervasive than ever. In the US, polls revealed that only 50% of Americans would definitely or probably receive a vaccine for COVID-19 once it became available. From microchip conspiracy theories to concerns about safety, there is much hesitancy going around, amplified by social media. One common concern is that the typically 10 to 15-year-long vaccine development process has been condensed into a few months. This may appear troubling at first, but no steps are being left out. The quicker progress can be attributed to new technologies and robust funding mechanisms created after previous epidemics. Furthermore, the vaccines are rigorously tested (Phase I to III trials) and reviewed by regulatory agencies. Once available in the market, they will be monitored by various bodies and governments (Phase IV trials).
Turning Hesitancy into Confidence Combatting vaccine hesitancy remains a challenge to be tackled over the coming decades. An oftensuggested solution is to make vaccination compulsory; in most cases, however, the benefits are minimal and one risks further marginalizing certain groups. An alternative would be to inform everyone, but facts alone are not enough to convert doubters. What seems to be clear is that building trust with patients and showing empathy, rather than focusing on population-level data, will be key in turning hesitancy into confidence.
Ivanka van Wijk
Disabled by A Doctor The medical scandal that left women around the world in chronic pain First do no harm. Many in the medical profession know this essential part of the oath of Hippocrates by heart. As much as physicians try to uphold this value, sometimes things go astray. Driven by profit, pharmaceutical companies and biased professionals have manipulated the very people trying to heal into inadvertently causing pain. This is the story of the medical scandal that left many women irreversibly harmed... Incontinence and pelvic organ problems are common gynecological problems, mostly experienced by women after giving birth. Previously, doctors had limited options for treatment, having only physiotherapy, lifestyle changes, and invasive surgery at their disposal. In 1998, vaginal mesh implants hit the market, developed by Swedish obstetrician Ulf Ulmsten. These implants were flexible plastic devices that act to support the vaginal wall and treat prolapse. In a short, simple surgery, this mesh is implanted in the patient and left to stay. It first appeared as an effective and convenient option to treat the conditions, and therefore quickly became standard treatment practice.
Vaginal mesh implants hit the market In many of these women treated, it was a successful operation with few side effects. However, over time it became clear that a population of patients treated with this mesh experienced extreme complications, leading to pain, disability, and even death. The mesh would erode through the vaginal wall, and subsequently cause severe harm by piercing the bladder, damaging nerve tissue, and creating chronic inflammation responses. Infections were prone to occur, leading to worse sequelae. This damage led to some women relying on strong painkillers on a daily basis, losing the ability to work, walk, and even take care of the family they were starting to build. Others eventually died of sepsis. Worst of all, this was not a reversible treatment. Since the tissue grows around the mesh over time, it becomes nearly impossible to remove the implant. If removal is successful, irreversible scarring occurs that leads to further complications. In the end, many women who trusted their doctor to treat a minor issue were left with unbearable consequences that could not be undone.
The dark side of the medical industry This story begs the question: how did such a dangerous device make its way to the market and subsequently be used in the treatment of nearly 4 million women worldwide? The answer is complicated, but points to shameful factors such as corporate greed and broken scientific integrity. The man who brought the device to the market, Ulmsten, was paid 1 million dollars to test the safety and effectiveness of his mesh invention by pharmaceutical giant Johnson & Johnson. Although this company claims the grant was not dependent on positive results from the study, it is a conflict of interest that could have led to an incredible bias. Members of mesh guideline committees also took money from mesh manufacturers for research grants, speaker honoraria, and more. This is a shameful example of how aggressive marketing from profit-driven companies led to widespread harm and unethical medical practices.
“Many women who trusted their doctor to treat a minor issue were left with unbearable consequences that could not be undone.� What can we learn from this? Today, this situation is recognized as one of the greatest medical scandals of our time. Of the nearly 4 million women who received the vaginal mesh implant, approximately 200,000 of them suffered complications. Thousands of them have created lawsuits against hospitals and pharmaceutical companies. This situation serves as a lesson to the entire medical community, a striking example of what happens when the patient’s best interest is not of top priority. Favoring profit over reliable and honest scientific research, leads to dangerous treatments being brought to the medical market, a market that should be regulated by strict, unforgiving safety regulations.
17
Lieve leden, Na een korte maar krachtige KB-periode zijn we trots om ons te mogen introduceren als het 34e f.t. bestuur van de M.F.V. Panacea! Met zeven dames sterk staan wij vol goede moed en met veel plezier klaar om de fijne kneepjes van het besturen te leren in deze ft-periode. We hopen jullie zo snel mogelijk in het echt te ontmoeten en wij kijken ontzettend uit naar de komende BIJzondere maanden. Heel veel liefs van het 34e f.t. bestuur der M.F.V. Panacea, Nienke, Debora, Dieuwke, Myrthe, Anniek, Asal en Karlijn
Marrit Bijlsma
Liefde voor het vak Alleen maar botox, fillers en borstvergrotingen? Je ziet het overal tegenwoordig: een borstvergroting, een neuscorrectie, een bilvergroting, opgespoten lippen en ga zo maar door. Cosmetische operaties zijn ontzettend populair en worden vooral veel gezien in de sociale media. Het schetst een bepaald beeld van perfectie. Deze operaties worden uitgevoerd door een plastisch chirurg. En eerlijk is eerlijk, dit is ook het beeld dat heerst over plastische chirurgie. Maar is dit nu het enige wat een plastisch chirurg doet? Om deze vraag te beantwoorden hebben we Hans Temming geïnterviewd, hij is nu tien jaar werkzaam als plastisch chirurg in Eindhoven. In Eindhoven werkt hij in één van de grootste perifere maatschappen van Nederland met dertien collega’s. Van 1988 tot 1993 heeft hij geneeskunde gestudeerd aan de RUG.
Kunt u plastische chirurgie in een paar woorden omschrijven? Plastische chirurgie is de chirurgie die zich bezighoudt met de functie en de vorm van het menselijk lichaam. Het lichaam moet doen waarvoor het bedoeld is, maar wij en de patiënten willen ook graag dat het er mooi uitziet.
Waarom heeft u gekozen voor plastische chirurgie? Algemene chirurgie sprak mij tijdens mijn coschappen al aan, omdat het doelgericht en overzichtelijk is. De patiënt komt met een probleem dat je met een handeling kan oplossen. Dit miste ik bij andere specialismen. Ik ben uiteindelijk plastische chirurgie gaan doen omdat je direct ziet wat je doet. Zelfs bij kleine aanpassingen zie je bij plastische chirurgie meteen het resultaat. Daarnaast behandel je alle leeftijden, van jong tot oud. Zo behandel je het ene moment een kind met een hazenlip en het andere moment een oudere die kanker in het gezicht heeft gehad. Ook lever je maatwerk, iedere operatie is anders. Dit maakt het een divers vak, wat het voor mij erg interessant maakt.
Wat doet u als plastisch chirurg vooral? Plastische chirurgie bestaat eigenlijk uit drie onderdelen. Je hebt de cosmetische chirurgie, de reconstructieve chirurgie en de hand-polschirurgie. In deze onderdelen gaat het over de vorm en functie van het lichaam.
20
De cosmetische chirurgie is het meest bekend, deze spreekt dan ook het meest tot de verbeelding en zie je ook veel om je heen en online. Grotere borsten, mooiere neus, noem maar op. Bij de reconstructieve chirurgie reconstrueer je, zoals de naam al zegt, delen van het lichaam. Als er bijvoorbeeld iemand met brandwonden komt, dan moet jij ervoor zorgen dat deze brandwonden en defecten zo snel en zo mooi mogelijk helen. Ook zie je bij reconstructievechirurgiepatiënten die bijvoorbeeld borstkanker gehad hebben, waarbij de borst operatief geheel of gedeeltelijk is verwijderd. Dan maak jij als plastisch chirurg weer een zo mooi mogelijke borst. De hand-polschirurgie is de chirurgie die ik met name uitvoer. Dit zijn vaak eenvoudige ingrepen, bijvoorbeeld een triggervinger, het carpaletunnelsyndroom of de ziekte van Dupuytren. Ook komen er mensen met slijtage van gewrichten in bijvoorbeeld de vingers. Dan haal ik of de gewrichten eruit, of ik zet ze vast of ik doe er een kunstgewricht in. Maar het kunnen ook ingewikkelde ingrepen zijn. Bijvoorbeeld bij mensen die met een hand in een machine hebben gezeten, dan kom je eigenlijk in een soort van reconstructieve setting terecht. Dan zorg je ervoor dat eerst de bloedvoorziening en de weke delen weer goed zijn en vervolgens de beenderen. Daarna repareer je de zenuwen en pezen. Zo reconstrueer je zo goed als mogelijk is weer een werkende hand. Hier komt ook handrevalidatie bij kijken.
Hoe ziet een dag op het werk er voor u uit? Een plastisch chirurg kan voor drie verschillende dingen ingepland worden. Spreekuur, operatiekamer en poliklinische kleine ingrepen. Dit wordt vaak opgedeeld in dagdelen.
Daarnaast is de natuur soms ook mild. Dan denk je dat iets niet goed gaat, maar als de patiënt dan terugkomt op het spreekuur, valt het allemaal wel mee. Veel heb je ook zelf in de hand, als je je niet goed voelt over een operatie, dan moet je deze ook niet doen.
Bij het spreekuur praat je met patiënten over een eventuele ingreep of advies over een behandeling. Ook controleer je de geopereerde patiënten. Op de operatiekamer voer je de ingreep uit. Het kan voorkomen dat je een patiënt wel spreekt, maar dat je een operatie bij deze patiënt niet uitvoert. Ongeveer 40 procent van de patiënten op de polikliniek wordt maar geopereerd. Ten derde kan je ingedeeld staan voor de kleine ingreepjes. Kleine ingreepjes gaan poliklinisch onder lokale verdoving. Dit kan bijvoorbeeld het verwijderen van een moedervlek of een bovenooglidcorrectie zijn. Het werk van een plastisch chirurg heeft dus veel afwisseling.
Welke eigenschappen zijn nodig om een goede plastisch chirurg te worden? Het is belangrijk dat je begaan bent met patiënten en veel geduld hebt. Patiënten hebben soms onrealistische verwachtingen. Daarnaast moet je tegen teleurstellingen kunnen. Je wil namelijk iets maken, dit kan fout gaan doordat het bijvoorbeeld kan gaan ontsteken. Ook kan het fout gaan doordat de patiënt jouw adviezen niet opvolgt. Dit maakt het extra belangrijk om goed te luisteren naar wat de patiënt zegt. Wat wil de patiënt? Wat verwacht de patiënt van mij? Ook moet je handig zijn en creatief, iedere operatie is namelijk weer anders. Het is niet zo dat er bij één operatie maar één mogelijke ingreep is. Plastische chirurgie is echt maatwerk.
Zijn er ook lastige aspecten aan de chirurgie? Operaties lopen niet altijd zoals je had gehoopt, complicaties kunnen optreden. Het kan zelfs voorkomen dat een patiënt er slechter van wordt. Zo kun je bijvoorbeeld een triggervinger behandelen, waarbij er vervolgens een infectie optreedt, waardoor de vinger helemaal stijf wordt. Daarom is het zo belangrijk om goed op een rijtje te zetten met de patiënt wat hij of zij wil. Je moet de patiënt ook op de hoogte brengen van mogelijke complicaties die kunnen optreden, dan kan de patiënt hier rekening mee houden.
Hebt u ook moeite met deze complicaties? Soms lig je er wel eens wakker van bij grote complicaties. Als je bijvoorbeeld een borst verliest bij een reconstructie met vrij weefseltransplantaat. Maar je weet ook dat het erbij hoort.
Translation available on our website
Tot slot nog één laatste vraag, waarom liefde voor plastische chirurgie? Het is overzichtelijk en je ziet direct resultaat. Een andere arts snijdt iets weg, wij maken er weer wat moois van. De plastisch chirurg staat ten dienste van andere dokters. Zo haalt de algemeen chirurg een stuk uit de borst, dan maken wij de borst weer mooi voor de patiënt. De bariatrische chirurg doet een maagverkleining, waardoor de patiënt veel afvalt. De patiënt heeft dan veel overtollige huid, hiervoor komen hij of zij weer bij ons. De dermatoloog snijdt huidkanker van de neus, dan sluiten wij het defect. Met andere woorden, wij kunnen weer opbouwend werken. De patiënt spreken is hierbij belangrijk, wat wil de patiënt graag? Dit maakt het echt een vak op maat. Er zijn tal van verschillende mogelijkheden voor één operatie. Dit maakt iedere dag weer anders en op deze manier kan je ook je creativiteit erin kwijt. Dit maakt het werk heel mooi om te doen, maar kan het soms ook lastig maken. Je wil graag rekening houden met de wens van de patiënt, maar de patiënten zijn veeleisend. Zo wordt vaak verwacht dat je geen littekens maakt, dit is helaas niet altijd het geval. Daarom is het zo belangrijk met de patiënt in gesprek te gaan. Tot slot is er ook veel waardering van patiënten, dit maakt het voor mij een ontzettend mooi vak om te doen. En ik denk dat als je ondanks alle minder leuke dingen je vak nog steeds leuk vindt, dat je dan het goede vak hebt gekozen!
21
Chandra Kooistra
Holiday SADness Shining a light during these dark days For most people, December is a month of joy, festivities, and cozy winter days, along with two weeks of freedom from the G2020 program to celebrate the holidays. However, this year this festive month is different from previous years. We are amidst a pandemic and because of that, most of us are not able to celebrate December as we normally would (with parties and drinking). Not only that, millions of people are also experiencing loneliness because of the restrictions put up by the government. It is even expected that this coming winter will intensify the depression that some people experience during the colder months: seasonal affective disorder.
Seasonal Affective Disorder So, what is seasonal affective disorder? Well, it’s not just a “rough patch” or the winter blues. In the Diagnostic Manual of Mental Disorders, seasonal affective disorder (or SAD) is identified as a type of depression that occurs during the autumn and winter months (although uncommon, SAD can also be experienced during the spring and summer months). Way back in the 1980s, Dr. Norman E. Rosenthal was the first to describe this subtype of depression. He estimated that 5 percent of the population had SAD. In other words: about one in 20 people has it (which is about 390 million people worldwide!). Besides the seasonal pattern, clinically SAD is similar to depression. Symptoms such as weight gain (due to eating more sugars and carbohydrates), feeling lethargic, excessive sleep, and irritability are common alongside a low mood, and a loss of interest in activities that normally bring pleasure. The strongest trigger of SAD is the change in the length of day from dawn to dusk. The most popular explanation as to why people develop SAD as a response to the decrease in daylight is because they are in a “jet-lagged state” during winter due to their biological clock running slower in response to the later dawn. The most known treatment is light therapy, in which people are exposed daily to artificial light. Light boxes simulate sunlight that people normally miss during the cold and dark months in winter. It is thought that the light encourages the brain to produce more serotonin, which improves your mood, as well as reduces the production of melatonin, which makes you sleepy.
22
SAD during the season of COVID Dr. Kelly Rohan, who is a professor of psychological science at the University of Vermont, was studying patients with SAD when the pandemic first hit during March and noticed an extreme change in their scores during interviews. Typically, patients experience full remission during the summer months, but this year they noticed that this was not the case. This leads her to believe that this coming winter will be especially hard for people who have SAD, since the stress and anxiety caused by the pandemic will only increase the severity.
Coping strategies Many people are affected by SAD every year and over time they have developed ways to help them cope with their seasonal affective disorder. If you are someone who identifies with the symptoms of SAD, or maybe you are feeling more gloomy than normally due to Covid, some coping strategies that might help out are: trying out a hands-on hobby, like painting or clearing your thoughts by writing them down, which helps you process them and making sure to get enough vitamin D. You can take dietary supplements or incorporate more foods with vitamin D into your meals. It is important that you start doing this already during the summer!
You are not alone The past few months have been rough, and the coming months will be tough, but know that you are not alone. If you are experiencing any of the symptoms mentioned in this article, there are many resources online you can look at for more information. A website that contains a lot of resources is “Beat The Winter Blues”. Lastly, you can always seek medical help by contacting your general physician. You will get through this!
Petra Feenstra
James Barry First-female born doctor of the UK In 1865, a charwoman laid out the body of her patient Dr James Barry, and discovered that he was in fact a woman. She was even more taken aback by the fact that this body had stretch marks on the stomach, proving that Barry had birthed a child. This charwoman, who also worked as a nurse, was highly underpaid and wanted to gain some money from this discovery. James Barry´s physician, who claimed to not know or care whether he was a male or female, did not feel like paying the nurse and thus the story became public. However, nowadays not many people have heard about this James Barry, and even less people know his story. So who was James Barry and how was his story buried for so long? James Barry appeared out of thin air at the age of nineteen at the same time that Margeret Ann Bulkley, daughter of Mary-Ann and Jeremiah, disappeared. The Bulkely family had financial troubles and the father even went to jail. The mother and her daughter went to James Barry, Mary-Ann’s brother and a famous painter. This painter had some influential and liberal-minded friends who came up with a scheme to get Margeret into medical school. When the painter James Barry passed away in 1806, the name was up for grabs. And thus, Margeret Bulkley became James Barry, cousin of Mary-Ann and together they took sail to Edinburgh, where they arrived in 1809. Even though James was about twenty years old, due to his unbroken voice, short stature and smooth skin, people suspected he was not older than twelve. This even led to him not being allowed to take his exams, were it not for his influential friends at the university. Barry was forced to lie about his age and he started to wear oversized jackets and shoes with high platforms. After finishing medical school, James joined the army. “Were I not a girl, I would be a soldier.”, he had once exclaimed, and a soldier he became. James Barry travelled the world and everywhere he arrived he brought change for the better. Sanitation and water systems, as well as slaves’ and prisoners’ conditions were improved. He even performed the first ever C-section in Africa in which both the mother and child lived, the thing he is probably most known for.
Despite his many accomplishments, James Barry also had a reputation for being short-tempered and getting into arguments with powerful men. He even argued with Florence Nightingale, who described Barry as “the most hardened creature” she had ever met. He threw medicine bottles at walls and he got into a pistol duel not only once, but twice. Lucky for James, his friend was there, Lieutenant Somerset, who also was the Governor of Cape Town. James Barry had saved his daughter’s life, and they were close ever since. So close, that people assumed they may have had a relationship. Both of them underwent trial and investigation, because at that time homosexuality was strictly forbidden. This showed how eager James was to keep his secret, because they could have prevented this if he had revealed his identity. After the death of Somerset, whom James had treated until he passed away, he went on to travel around the globe, until he was too ill to do so. On his deathbed he expressed his wishes to be wrapped in his bed sheets without further inspection. Despite his wishes, his anatomy was discovered by the nurse, but the army sealed the records of James Barry for almost a century. Even though speculation continued, no further investigation was conducted. Later a letter was found that was signed by James Barry, but the solicitor had put Margeret Bulkley on the envelope, which proved that they had been the same person. The child, called Juliana, was probably born when Margeret was rather young, and was thus raised by James’s mother as the third child in the family. Not much is known about how James Barry viewed himself, so whether he identified himself as male or whether he merely used this as a way to make a living for himself as a surgeon is not known. Either way, he was a total badass and was the first female-born doctor of the UK, fifty years before women were allowed to practice medicine.
23
Suzanne Schuurman
Tussen de regels Leerzaam vermaak uit mijn stage wetenschap Geef mij een lading consultopnames en ik zal er met behulp van conversatieanalyse een aantal verstandige dingen over zeggen. Maar vergeef het mij dat ik me, na een half jaar artsen en patiënten geobserveerd te hebben, ook gewoon wel eens vermaakt heb om wat ik zag. Onderstaande fragmenten kwamen langs tijdens mijn stage wetenschap en dit leerzame vermaak deel ik graag met PanEssaylezende artsen in opleiding. Om mijn onderzoeksvraag (‘Hoe geven medisch specialisten vorm aan de opening van het poliklinische consult?’) te beantwoorden, deed ik kwalitatief onderzoek, lees: geen statistiek (het was geweldig). Met conversatieanalyse legde ik het taalgebruik onder de loep van de artsen en patiënten in de consultopnames die ik tot mijn beschikking kreeg. Ik categoriseerde agendabesprekingen, openingsvragen, smalltalk en voorgeschiedenisbesprekingen. En dat bleek best ingewikkeld. Een voorbeeld: waar er tijdens onze opleiding zo gehamerd wordt op open versus gesloten vragen, wees een hoogleraar communicatiewetenschappen mij erop dat er veel meer en adequatere distincties zijn. Zo kwamen er ‘positief polaire ja/nee-interrogatieven’ langs en werden beweringen omschreven als ‘B-event statements’. Nu ik je waarschijnlijk volledig verward heb, op naar het eerste fragment. ‘A’ staat voor arts en ‘P’ voor patiënt, en als je wil weten waar die andere vreemde tekens voor staan, moet je even googelen op ‘transcription symbols Jefferson’. 91
A
92
=*Ja, exact.* (.) Ja, u:hm, roken doet u. ((kucht))
93
P
Roken doe ik, ja.
94
A
Ja. Niet goed hè,
naar een volgend onderwerp, met toegenomen volume aan het begin hiervan (101), bijna alsof hij daarmee wil zeggen: nu gaan we door naar de zaken die er echt toe doen. Non-verbaal vertoont de arts ook afwijkend gedrag: de blikrichting beweegt weg van de patiën, direct na een inhoudelijk belangrijke bewering (93), hij gaat verzitten en glimlacht (98). We zien dat de patiënt niet uitgenodigd wordt om in dit stoppen-met-rokenadvies mee te gaan. In plaats van beterschap te beloven (‘ik ga het proberen’) of zich te verdedigen (‘ik kan niet stoppen want…’), lijkt ze gewoon te wachten totdat het voorbij is en bevestigt ze pas bij volgende onderwerp, de bloeddruk (102).
95
{((kijkt opzij, naar gesprekspartner P?))
39
96
{dat eh,
40
((kijkt kort naar computer))
97
Nee, *goed,*=
41
<en ik wou kort, haal ik even derbij,
98
=da werkt nie,
42
starten met-eh> de voorgeschiedenis
99
((glimlacht, gaat verzitten))
43
{((gebaart naar P))
100
als longarts moet ik daar wat van vinden en dat eh,
44
101
>he kan natuurlijk ook een deel van het hoesten veroorzak*en*-<
45
P
Ja.
102
((schuift papier terug))
46
A
Daar kunnen we ook mee beginnen
103
ZEG, ehm, verder aan ziektes heeft u e::hm (.) hoge bloeddruk,
47
maar misschien moeten we dit toch eerst even (.) .hh doen.
Ja.
48
Hebt u brandende vragen vooraf?
49
{((glimlacht))
50
{Dat kan ook?,
104
P
Voel je het ongemak van de arts? Hij geeft, waarschijnlijk grotendeels onbewust, allerlei signalen af die duidelijk maken dat hij zich niet comfortabel voelt. Zo heeft ‘roken doet u’ (regel 90) een opvallende grammaticale structuur t.o.v. het alternatief ‘u rookt’. En: ‘als longarts moet ik daar wat van vinden’ (99). Waarom zegt hij niet gewoon ‘ik vind roken slecht’? Hij spreekt zinnen gehaast (99) en informeel (97) uit, of breekt ze af (95). Daarna is er de abrupte overgang
24
A
{en sowieso ook even kijken of u nog speciale vragen hebt.
51
((glimlacht))
52
P
53
A
54 55
Ehm,
E:h, nee, nee, ik [heb *zo:-*] [Want da-] daar komen we zo aan toe, e:[h],
P
[Ja.]
Nog een voorbeeld van inefficiënte communicatie: deze arts wil zijn patiënt aan het begin van het gesprek ruimte geven om vragen te stellen (41), maar door zijn taalgebruik blijft er slechts een kiertje over. De gekozen vorm (ja/nee-interrogatief) nodigt minder uit dan ‘Wat zijn uw vragen?’ (vraagwoordvraag). Met zijn woordkeuze, ‘brandende vragen’, verhoogt hij de drempel; alleen brandende vragen mogen nu gesteld worden, normale vragen niet. Het meest van invloed is misschien wel de timing van deze vraag: direct nadat de doktersagenda bekend is gemaakt (36), waarin op het betreffende moment geen plaats lijkt te zijn voor vragen van de patiënt. Als toehoorder moet je nu wel heel assertief zijn om op dit moment te verklaren: ‘Ja! Ik heb een vraag!’ En inderdaad, in regel 44 zegt de patiënt geen vragen te hebben en wordt hij tijdens deze bewering ook nog eens onderbroken door de arts die al weer verder praat.
170
A
124
(0.6)
173
A
Ja, (.)
174
… en artsen die dat wat minder zien zitten.
12
A
13
als je der één mag noemen.
14 15
(0.6) P
16 17
E:hm, (.) wat is uw allerbelangrijkste klacht?, (.)
E:hm, de, toch wel de pijn, (0.6)
A
18
Pijn. {((knikt))
19
{(0.6) P
En:, met het gevolg daarvan, dus ja, slapeloosheid, (.)
‘EENTJE ZEI IK TOCH?!’
Ja alleen waarom is het koude water weg?, dat von-k $alleen jammer bij de [automaat.]
A
129 130
En hoe ist met plassen?
<VRAGEN, BIJZONDERHEDEN> (.)
(3.9) P
127 128
Leuk. P
<waar wij je, wij jou kunnen helpen?, of?,>
125 126
oke.
172
20 123
A
171
[Ja he?,]
ja, [ik ook, ja.] D2
131
[Ja:, ik vind het ook]
18
A
U komt voor het oor, he? (.)
19
P
Oor? (.) Me hand.
20
jam[mer.]
21 22
O nee, <trapezectomie>,
132
A
133
P
Ja, *(($ovb))*.
23
P
[HH] ((schampend))
134
A
((lacht))
24
A
Voor de, voor de hand.
135
[Gewoon] een lekker glas koud water.
(0.5) A
sor[ry.]
Ik-eh,
25
P
Staat op de band, op de film, he?,
136
P
{((lacht))
26
A
Ja heel goed,
137
A
{we kunnen het in de
27
[groep gooien, bij die-, er is zo’n-eh]
28
138 139
D2
[Weet je, dat is echt een vraag voor de raad van bestuur.]
29
140
A
*Is zo-* der is altijd zo’n klanttevredenheidsonderzoek.
30
Dan vul [je]
31
141 142
D?
143
A
144
[Ja.]
32
koud water terug.
P
161
Ik ben heel actief met eh, (1.5)
162
A
{((stopt met typen, kijkt kort naar P))
163
P
{met voetbal en vrijwilligerswerk [en],
164
D
165
P
166 167 168 169
[O, ja.]
{((kijkt kort naar P)) {[O,]
P
en, (0.9) ik ben ook-eh, eh, (0.8) verkeersregelaar, (1.4)
A
[Oke.] {((lacht))
A
{(nu), het gaat helemaal mis. Ik krijg meteen een rooie kaart.
P
((grinnikt))
nee ik ben niet tevreden,
Je hebt artsen die gretig ingaan op uitnodigingen van de patiënt om het over koetjes en kalfjes te hebben…
160
ja [het] gaat helemaal mis P
[ben ik ook.]
Wij denken nu: foutje, kan gebeuren. De patiënt, haar bridgeclub en haar buurvrouw denken daarentegen: die dokters, die weten niet eens waarvoor hun patiënten komen! Mijn conclusie: taal is interessant en fantastisch, en de sleutel tot goede arts-patiëntcommunicatie, maar kan zich ook flink tegen je keren. De woorden die je kiest, hoe je ze uitspreekt, en wanneer – het kan allemaal verschil maken. Wees je bewust van het effect dat je taalgebruik op patiënten kan hebben en gebruik de altijd zo gehate rollenspelen in het KTC om verschillende formuleringen uit te proberen. Zo vind je het taalgebruik dat bij je past en kan je de taal gebruiken om dichter bij je patiënt te komen, in plaats van dat het tussen jullie in staat.
25
Chris Lenselink
Boek op recept Studieboeken Zo’n geneeskundebachelor is leuk, maar we weten allemaal wat het doel is: je bekwamen in de basale medische kennis. Dat lukt natuurlijk niet voor elk onderwerp, en je kan immers niet alles onthouden. Ook is het natuurlijk handig om tijdens de coschappen wat kennis paraat te hebben. Het is dan fijn om wat handige, overzichtelijke boeken achter de hand te hebben. Zodoende staan hieronder zes boeken beschreven, die zowel tijdens de bachelor als master een aanvulling kunnen zijn op de verplichte studieboeken.
De Compendium-serie is inmiddels alom bekend: de vijf boeken die haast alle leerstof samenvatten in prima tabellen en mooie figuren. Het is echter niet erg handig om zo’n niet bepaald klein boek even mee te nemen naar je coschap en tussendoor gauw wat op te zoeken. Gelukkig zijn daar de pocketversies: zakboekjes waar kort en bondig de belangrijkste differentiaaldiagnoses en ziektebeelden zijn uitgewerkt. Er zijn inmiddels negen pockets van diverse specialismen: van oogheelkunde tot cardiologie. Ze zijn ontwikkeld door artsen in samenwerking met geneeskundestudenten. De kwaliteit is hierdoor gewaarborgd. Voorts is het ook fijn dat de Nederlandse protocollen gebruikt zijn, wat bij Engelstalige boeken natuurlijk niet het geval is. Het enige punt is de prijs: sommige pockets zijn zo €30. Ik heb drie pockets bekeken:
Kindergeneeskunde De nieuwste toevoeging aan de reeks pockets. Met een vrij fors formaat van ruim vierhonderd pagina’s worden alle subspecialismen besproken. Uiteraard worden de principes van de anamnese, lichamelijk onderzoek en vervolgonderzoek besproken. Voor een aantal klachten is een DD uitgewerkt. De verschillende diagnoses worden echter alleen genoemd, er wordt geen uitleg gegeven over hoe te differentiëren valt. Voorts zijn er dertien handige bijlagen, zoals het Rijksvaccinatieprogramma en het Van Wiechenschema.
Acute geneeskunde Een van mijn favoriete vakgebieden zijnde, was ik extra kritisch bij dit specialisme. Ik moet direct melden dat het hier gaat om acute interne geneeskunde, je vindt hier dus geen chirurgische en traumatologische problematiek. Uiteraard wordt de ABCDE-systematiek besproken, alsmede de belangrijkste laboratoriumdiagnostiek zoals zuur-baseafwijkingen en cardiale markers. De DD’s zijn hier heel fijn uitgewerkt door middel van stroomschema’s.
Psychiatrie Een vreemde eend in de bijt, met nog geen tweehonderd pagina’s. Opvallend genoeg begint deze pocket met de ATLS-systematiek, en Kindergeneeskunde niet. De diverse ziektebeelden worden kort en bondig besproken, met veel aandacht voor de behandelingsopties.
26
Symptom to diagnosis Het opstellen van een DD is voor veel specialismen ontzettend belangrijk – maar soms ook ontzettend lastig. Ook het creëren van een (kloppende!) tutorcasus kan best pittig zijn. In dit soort situaties is Symptom to diagnosis een uitkomst. 33 diverse interne klachten worden in zo’n 550 pagina’s uitgebreid besproken. Denk hierbij aan veelvoorkomende klachten als buikpijn, vermoeidheid en bloedarmoede, maar ook hypercalciëmie en hiv-gerelateerde klachten. Elk hoofdstuk begint met een casus die gefragmenteerd door het hoofdstuk wordt uitgewerkt. Eerst worden de mogelijke diagnoses opgesomd, logisch gegroepeerd. Meestal volgt dan een handig stroomschema die als leidraad voor het diagnostische proces kan gelden. Aan de hand van de casus worden dan de diagnoses gerangschikt naar mate er meer informatie beschikbaar wordt. Meestal volgt ook nog een tweede casus. De ziektebeelden worden dan ook bondig samengevat. Al met al een handig boek, maar de kracht zit wel in de stroomschema’s. En of je nou alleen daarvoor wil dokken…
Sobotta Atlas of Human Anatomy Anatomie is een ongelooflijk belangrijk basisvak in de geneeskunde, welk specialisme je ook ligt. Ik vind het dan ook best wel jammer dat het anatomieonderwijs het ondergeschoven kindje is in G2020, met vrij weinig practica. Het zou dan natuurlijk veel helpen als je een boek had waar je wat aan hebt. Ontevreden met het anatomieboek dat gebruikt wordt, ging ik op zoek naar een atlas met de Latijnse nomenclatuur. Zodoende kwam ik uit bij Sobotta, een set van maar liefst vier boeken. Mijn probleem met Moore is voornamelijk dat driekwart van de pagina werd verspild met het beschrijven van wat er in een tamelijk onduidelijk plaatje staat. In Sobatta heb je veel paginavullende, duidelijke illustraties, waar dan niet te veel tekst onder staat. Bijkomend voordeel: de illustraties lijken heel erg op die in tentamens gebruikt worden. Ook wordt de embryologie van elke tractus samengevat weergegeven (veel beter dan in een bepaald boek). Een dure set, maar zeker het geld waard.
Leerboek Medische Fysiologie Guyton is best een prima fysiologieboek, ook volgens fysiologiegod Bakels. Maar wist u wel dat hij ook heeft meegewerkt aan een fysiologieboek? De weinig aan de verbeelding overlatende titel Leerboek medische fysiologie is een zeer overzichtelijk boek, met als grote voordeel ten opzichte van Guyton (en ook Baby Guyton) dat het in het Nederlands geschreven is. Dat is zeker voor de Nederlandse LC’s fijn, maar ook voor de internationale studenten voorafgaand en tijdens de master. Dit boek is compacter dan Guyton, maar dat werkt zeker in het voordeel. Bij fysiologie gaat het meestal immers om processen, en niet om alle details. De diagrammen zijn ook veel overzichtelijker. Heikele punten als de vaatfunctiecurves en neurofysiologie worden mijns inziens tevens beter beschreven. En stiekem is het ook wel leuk om een boek van Bakels te hebben, toch?
Medical Statistics Made Easy Tsja, statistiek, wat moeten we erover zeggen? Als ex-wiskunde-b’er kon ik hier in het begin geen pap van brijen. P-waarde, who that? Maar goed, voor die paar openboekvragen hoef je het niet echt te weten. Toen ik wat serieuzer met onderzoek begon bleek toch wel dat de basis niet echt goed zat, en stuitte ik op dit boek. De basisconcepten worden hier heel duidelijk uitgelegd. Het eerste hoofdstuk legt percentages en gemiddelden uit; zelfs de grootste ezel kan hiermee uit de voeten. Zo komen er steeds complexere begrippen, van p-waardes tot non-parametrische toetsen en Kaplan-Meiercurves. De theorie wordt begeleid door een aantal casussen met resultaten vergelijkbaar met de output van SPSS. De nadruk ligt hierbij op de toepasbaarheid en de interpretatie van de resultaten, en niet op de ingewikkelde mathematische achtergrond achter de toetsen. Een erg handig boek voor tijdens de statistieklessen, het bachelorproject en de stage wetenschap.
27
Suzanne Schuurman
Is dit het? Wanneer geneeskunde tegenvalt - deel II Weet je het nog? De uitslag van de decentrale selectie is binnen. Jij kiest voor geneeskunde en geneeskunde kiest voor jou. De verwachtingen zijn wederzijds hoog: jij maakt je op voor de beste zes jaar van je leven gevolgd door een carrière waar je al jaren van droomt, en de studie zal met haar stapels boeken en pittige stages veel van je vragen. Wat als het tegenvalt? Ik sprak vijf studenten die door de studie aan het twijfelen gebracht werden. In de vorige editie heb je de eerste drie verhalen kunnen lezen, in dit deel komen de laatste twee studenten en een studieadviseur aan het woord.
Karlijn Saris Gestopt na de bachelor Voltooide daarna bachelor filosofie van de levenswetenschappen, master journalistiek (RUG)
“Ik twijfel iedere dag.” Ik denk eerlijk gezegd wel eens dat de chaotische start van onze studie – het eerste jaar G2020 - er al vanaf het begin voor heeft gezorgd dat ik een beetje op een pessimistische manier tegen de studie aankeek. Later in de studie miste ik vooral het gevoel er echt iets van mezelf in kwijt te kunnen, in plaats van gedwee met z’n allen dezelfde opdrachten te maken en te blokken op dezelfde feitjes. Ik zag en hoorde ook al snel dat arts zijn niet alleen maar leuk is. Dat het ook ontzettend hard werken is, lange dagen, hartverscheurende verhalen, doodzieke patiënten, een jarenlang opleidingstraject. Maar ik ben nooit gestopt met geneeskunde met het idee het voorgoed af te sluiten. Ik heb na mijn bachelor een uitstapje gemaakt naar andere studies die altijd al mijn interesse hadden. Nadat ik mijn filosofiebachelor haalde, besloot ik mee te doen met de toelatingsselectie voor de master journalistiek, en werd ik toegelaten. Ik heb de studie afgelopen lente afgesloten met een stage bij NRC.
28
Absoluut heb ik wel eens spijt van mijn beslissing. Inmiddels zitten al mijn vrienden in het laatste jaar van hun geneeskundestudie. Ook mijn vriend loopt coschappen, ik hoor dagelijks zijn verhalen uit het ziekenhuis. Ik weet wat ik mis, en dat is niet niks. Alle dingen die je altijd zo normaal vond – een practicum in de snijzaal, een dagje meelopen met een arts – het zijn dingen die je NOOIT meer zult meemaken als je die wereld eenmaal achter je laat. De spreekkamer met die patiënt voor je, die zich kwetsbaar naar je opstelt, dat ‘privilege’ ben je dan kwijt. Vanaf het moment dat je besluit het ziekenhuis de rug toe te keren, is het een soort hermetisch afgesloten gebouw, waarbinnen zich van alles voltrekt, maar voor jou is dat een groot vraagteken. Eigenlijk zou ik afgelopen zomer, na mijn stage bij NRC, met de coschappen zijn begonnen, maar onverwachts kwam de kans van mijn leven voorbij en ik heb op goed geluk gesolliciteerd. Nu heb ik zowaar een báán, als onderzoeksjournalist in opleiding bij De Groene Amsterdammer. Ik schrijf nu veel over medische onderwerpen. Ondertussen sta ik nog ingeschreven voor een lotingsplek voor M1, in mei 2021. Ik twijfel iedere dag. Ik weet heel goed hoe mijn leven er dan uit gaat zien: terug in de schoolbanken waar ik inmiddels niemand meer ken, weer jarenlang blokken, een paar keer verhuizen en vastzitten in een strak schema. Maar het betekent ook baangarantie, weer lekker bezig met geneeskunde, mensen helpen. De andere kant betekent pure onzekerheid. In de journalistiek zijn banen meer dan schaars, er is alleen plek voor de allerbesten. Dat pad is onzeker en eng. Maar tegelijkertijd is je toekomst een witte pagina en heb ik alle vrijheid van de
wereld; mijn werktijden, werkplek, waar ik over schrijf, wat ik volgend jaar ga doen, dat bepaal ik allemaal lekker zelf.
Mijn advies: Neem je eigen twijfels serieus en vraag jezelf goed af waarom je twijfelt, en waarover. Het zijn normale gedachten, ook al hoor je er misschien niet altijd veel over. Pas sinds ik er even uit ben, hoor ik van andere studenten hoe ook zij wel eens worstelen of twijfelen. Grappig genoeg krijg ik geregeld appjes of mailtjes van geneeskundestudenten (en zelfs docenten!) die een verhaal van mij hebben gelezen in NRC. De standaardzin is vaak: “Wat dapper/leuk/cool dat je dit bent gaan doen!” Laat je niet gek maken door verhalen van anderen. “Iedereen wil arts worden”, “nu stoppen is zonde”, “je bent al zo ver”: je gaat het horen als je vertelt dat je twijfels hebt. Maar laat die argumenten je niet tegenhouden. Ja, je laat iets achter, maar geneeskunde is niet heilig.
Jurrian de Boer Gestopt na een goede 14 dagen Switchte naar Biomedische Wetenschappen (RUG) Studeert nu master Software Technology (TU Delft) na bachelor Informatica (RUG)
“Ik begon meer na te denken over wat ik wilde.” Ik heb erg veel over mijn studiekeuze getwijfeld op de middelbare school. Ik vond (en vind) de hele medische wetenschap bijzonder interessant, maar ik had geen idee vanuit welke invalshoek ik ermee bezig wilde zijn; als arts, als wetenschapper, of misschien heel iets anders. Omdat ik dat nog niet wist, was ik maar hard bezig gegaan voor de decentrale selectie. Toen ik hoorde dat ik daar doorheen was gekomen, was ik vooral heel blij en enthousiast om te gaan beginnen. Eenmaal begonnen met de studie vond ik het heel gaaf. Zeker de patiëntcolleges en de snijzaal hebben grote indruk gemaakt. De studie viel zeker niet tegen. Wat er veranderde was dat ik zelf meer begon na te denken over wat ik wilde, en toen concludeerde ik dat ik bezig wilde zijn met medische wetenschap, of misschien met geneesmiddelenontwikkeling. Ik heb twee jaar de major Biomedische Wetenschappen binnen Life Science & Technology gevolgd. Daarna heb ik een tussenjaar genomen, waarna ik het roer
opnieuw heb omgegooid; ik ben begonnen aan een bachelor Computing Science (informatica). Je kan je vast voorstellen dat dat een flinke overstap was, maar nu - na drie jaar - kan ik zeggen dat ik nog steeds heel tevreden ben over die keuze. Wel ben ik soms nieuwsgierig naar hoe ik het had gevonden als ik wel langer was gebleven. Wat voor patiëntcolleges zou ik nog hebben gekregen? Hoe zou ik mij binnen die studie hebben ontwikkeld? Een vriend van mij loopt coschappen en heeft vanuit zijn informatica-achtergrond meegewerkt aan de toepassing van Machine Learning in de radiologie, bijvoorbeeld om tumorgroei te kwantificeren. Dat vond ik superinteressant klinken en het is een prachtige combinatie van de twee vakgebieden.
Mijn advies: Praat erover! Dat heeft mij het meest geholpen (niet alleen met studiekeuze trouwens). Ik heb het erover gehad met vrienden, familie, studieadviseurs, mijn hond, et cetera. Tegen middelbare scholieren die met studiekeuzes struggelen zou ik willen zeggen dat het niet erg is als je het nog niet weet, en dat het prima is om de tijd te nemen om erachter te komen wat je wilt. Daar ben je jong voor, toch?!
Gerard Terwisscha van Scheltinga, studieadviseur: Er zijn zeker studenten die geneeskunde vinden tegenvallen en al dan niet stoppen en overstappen naar een andere studie. Om hoeveel studenten gaat het? Moeilijk te zeggen, omdat niet iedereen met twijfel zich volgens mij bij de studieadviseurs meldt. Ik hoor van studenten terug dat twijfel bij geneeskunde ‘not done’ is, een taboe. Je bent geselecteerd, je omgeving heeft grote verwachtingen van je, je wordt later arts (!), je medestudenten zijn allemaal superenthousiast, mensen doen een moord voor jouw plek en dan zou jij zomaar stoppen? Studenten die twijfelen aan hun studiekeuze voelen zich vaak heel eenzaam omdat ze met niemand over hun gevoelens kunnen praten. Waarom stoppen? De redenen zijn heel divers. Sommige studenten vinden de studie te oppervlakkig, niet wetenschappelijk genoeg en/of hebben niets met patiëntenzorg. Deze studenten zijn misschien beter af bij een researchmaster. Anderen zien zichzelf elders in de zorg beter op hun plek zijn en weer anderen willen later helemaal niet in de zorg werken. De studieadviseurs nemen je twijfels altijd serieus. Waar komen ze vandaan? Zijn ze reëel? Wat zou je liever willen studeren? Wat is er (nog) mogelijk? Over het laatste: we beschikken over een overzicht van alternatieve masters die met de bachelor geneeskunde toegankelijk zijn.
29
Gezondheid is het allerbelangrijkst. Ook op financieel gebied. Paterswoldseweg 813 9728 BM Groningen Postbus 8001 9702 KA Groningen (050) 520 53 00 info@noordnegentig.nl www.noordnegentig.nl
wij bieden nachtrust
26-09-18 10:18
Groningen Oosterwolde Leek www.vandermeeracc.nl
VAN DER MEER
accountants & adviseurs
Anne van Casteren
’Rona-friendly trips Try some corona-proof activities Lockdown got you down? Already explored every remaining possibility of spending your time? Been trying to pick up hobbies but already got bored of all of them? Desperately need reasons to go out and not stare at those same four walls a minute longer? Gym visits just don’t cut it anymore? Then throw on a scarf and a pair of gloves, and join me for my favourite last-resort reasons and tips to get yourself out of the house during lockdown (and actually enjoy it). The best advice, and now don’t get mad immediately and hear me out, is taking a walk. A walk?! A WALK?!?? I can already hear the logical response to this advice. We’re in lockdown for another who-knows-how-many months and the best advice for how to spend our time and-not-go-mad is a WALK?!?? Well, yes. But not just any walk, because there are plenty of things to see in the city that you may have overlooked so far and that will transform any boring walk into a much better alternative. And, again, I hear you asking: what could possibly make the drab winter more exciting? What could possibly bring change to those same neighborhood streets I’ve been seeing for several months now? The simple answer is street art. Several small and large pieces of art are hidden throughout the city, and they offer the opportunity of an art hunt, to be done with family, friends, or roommates of your choice. Spice up your social media (if you’re into that) with some new pictures and feed your mind with something that’s absolutely not medicine-related. Good places to go on a blind hunt for art are: around the Rademarkt, Ebbingekwartier, or the large legal wall of the Noordzeebrug a little outside of the city centre. Various sources exist to find specific art locations close to you, or en route to your local supermarket if you’re not keen on going out when you don’t need to. I recommend streetartcities.com for a handy map of art in the city. And you’ll see: street art is absolutely everywhere! Another option is to do some good-old soul searching in Groningen’s lesser-known parks, where you can visit some open-air petting zoos while you’re at it. This may sound a little silly, but I promise it is a good outing for a student house or a group of friends, if you’re willing not to take it too seriously. You’ll find petting zoos around the city in the neighborhoods of Vinkhuizen, Lewenborg, and Beijum, as well as in the Stadspark.
Although parks are open, petting zoos are not, so be sure to stay behind the fences and make fun of the goats at a legal distance.Visit the SDG (Stichting Dierenweides Groningen) website to find out exact locations. My last favourite activity to calm the virus fear is to visit some of the city’s best (and lesser known) thrift shops. With a heavy heart, I’ll share the locations of my two favourite treasure-troves with you and hope that you’ll still leave some of the good stuff for me. For true treasure hunting amongst trash, the only place you need to know about is the Winkel van Sinkel, atoomweg 6, at Hoendiep. In several rooms, clothing, furniture, bikes, fabric and much more is just kind of piled up for you to look through. Here you can count on the lowest prices of the city, and the best finds (especially where it comes to books and furniture). But if you’re solely a clothes-shopper, then the best place to be lies just south of the city centre. This is, of course, the Mammamini location in Helpman (Helperoostsingel 29), which is just for clothing (there is also a general goods store of theirs across the street). Unlike their location next to the Noorderplantsoen, this one is less frequented by students and therefore you’ll have a higher chance of being the first to spot a good item. There are many more shops around the city besides those favourites of course, and I could not end this little list without mentioning the GoudGoed at the Damsterdiep, or the various second hand and antique places on the Ulgersmaweg. Don’t forget to wear a mask in these stores, and visit them during weekdays when it’s less busy. And that concludes the ’rona-friendly, non-mainstream tips for spending your precious lockdown hours. Now go forth - wear your mask, stay safe - and try them out!
31
Bart Hofsté
Een Staat van Welzijn Eigenbelang, rechten en plichten in de tijden van corona Waar in deze tijden van corona ligt de grens tussen het eigenbelang en dat van de samenleving? Brengen grondrechten ook grondverantwoordelijkheden? In hoeverre mag de overheid beperkend ingrijpen in onze vrijheden om het vermeende welzijn van de grotere groep te waarborgen? En hoe weeg je dat alles dan af? In dit artikel bespreek ik enkele ethische en juridische thema’s die deze vragen dezer dagen op ons afroepen.
Waar wij vandaan komen, daar is het samenleven soms stroef. Afgaande op het nieuws, lijkt in Nederland samenleven dikwijls synoniem te zijn voor een onophoudelijke staat van dispuut, van het continu marchanderen en uitspelen van belangen, van tweespalt en tegenspraak. Deze beeldvorming niettegenstaande, in de dagelijkse praktijk is ons samenleven vaak iets weldadiger dan louter competitie en conflict. Onze dagelijkse interacties zijn vaak geen nulsomspelen, onze uitwisselingen niet louter transacties. In het beste van ons kunnen blinken we heel soms zelfs uit door saamhorigheid, solidariteit en collectieve daadkracht...
“Altruïsme impliceert in zuiverste vorm het dienen van het belang van de ander, in plaats van, of zelfs ten koste van het eigenbelang.” Tussen het individuele en het collectieve belang bestaat een spanningsveld, dat zich aan weerszijden laat vertegenwoordigen door twee extremen, te weten: egoïsme en altruïsme. Egoïsme (zie bijvoorbeeld Max Stirner) is de idee dat de mens handelt in zijn of haar eigenbelang. Sommige egoïsten gaan verder dan louter beschrijving (zie bijvoorbeeld Ayn Rand) en stellen dat de mens ook dient te handelen in zijn of haar eigenbelang. Goed begrepen impliceert het egoïsme niet altijd dat een individu steeds kiest voor zijn of haar eigen hachje boven dat van de groep. Soms is het zo dat samenwerking loont, ook voor de egoïst. Zo doen zich in de levende natuur voorbeelden voor van diersoorten die zich, ogenschijnlijk om altruïstische motieven, letterlijk opofferen voor de grotere groep. Ogenschijnlijk, want bij nadere analyse blijkt dat hier het zelfzuchtige gen het voor het zeggen heeft: door opoffering van bijvoorbeeld een werkermier aan zijn koningin, maximaliseert die mier uiteindelijk reproductie van zijn eigen genetische bagage. Dergelijk
32
gedrag ziet men ook bij diersoort Homo sapiens: achter ogenschijnlijk altruïstische motieven gaan dikwijls egoïstische belangen schuil (zie bijvoorbeeld Moeder Teresa). Altruïsme impliceert in zuiverste vorm het dienen van het belang van de ander, in plaats van, of zelfs ten koste van het eigenbelang. Er bestaat een paradox van altruïsme, namelijk dat zuiver altruïsme uiteindelijk nooit de zuiverste vorm van altruïsme kan zijn. Een ogenschijnlijk zuiver altruïst die steeds de belangen van zichzelf ondergeschikt maakt aan die van een ander, zal uiteindelijk niet meer in staat zijn de belangen van die ander effectief te behartigen. Zo is zuiver altruïsme in biologische zin een gegarandeerde strategie tot het spoedig verwerven van een Darwinaward. Maar ook de altijd hyperempathische arts die steeds de belangen van zijn patiënten boven die van zichzelf stelt, zal waarschijnlijk niet de vruchten plukken van een langdurige en een voor de samenleving waardevolle carrière. Het moge duidelijk zijn dat de relatie tussen egoïsme en altruïsme verweven is als een Gordiaanse knoop. In ieder geval constateren we dat altijd gaan voor enkel en alleen het eigenbelang, of het steeds plaatsen van belangen van de ander boven die van jezelf, beide pathologieën van de extreme uiteinden zijn. Daarbij past dat onze geëvolueerde psyche, net als onze
genen, in wezen een zelfzuchtige is, waarbij vanuit het eigenbelang dikwijls allerlei prachtige samenwerkingsverbanden ontstaan die het collectieve geheel goed doen. Maar omwille van het verweven eigenbelang met het collectieve goed, is het prima plausibel dat onze psyche ook geëvolueerd is met de nodige altruïstische drijfveren. De vraag rest: waar tussen de extreme uiteinden van het egoïsme en altruïsme dien je je als individu te begeven?
“Het moge duidelijk zijn dat de relatie tussen egoïsme en altruïsme verweven is als een Gordiaanse knoop.” Het is een vraag die niet een eenduidig antwoord kent. Beantwoording ervan is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarnaast hangt het er ook vanaf wat voor consequenties je precies voor jezelf en/of voor de samenleving wenst, en of die consequenties wel juist zijn afgewogen in termen van kosten en baten. Zo zal iemand die (a) absolute minimalisatie van het collectieve leed ten gevolge van corona wenst en (b) ervan overtuigd is dat de baten van de maatregelen ter voorkoming van dat leed opwegen tegen de kosten, er sneller van overtuigd zijn dat (tijdelijke) inperking van de grondrechten en het stilleggen van het openbare leven gerechtvaardigd zal zijn. Invulling van de vraag heeft dus een feitelijk component (Wat zijn de huidige omstandigheden, wat zijn de redelijkerwijs te verwachten consequenties van maatregelen, wat zijn daarvan de kosten en de baten?), maar ook een normatief component (Dienen we het leed ten gevolge van corona steeds boven ander leed of verloren geluk te minimaliseren? Plaats ik in mijn individuele geval het collectieve belang boven, naast of onder mijn individuele belang?) Natuurlijk is niemand ooit een egoïst, dat is slechts de ander. Maar het zijn wel vragen die mensen zichzelf stellen, zo niet publiek dan wel in hun achterhoofd.
“Natuurlijk is niemand ooit een egoïst, dat is slechts de ander.” Het samenspel tussen het eigenbelang en het gemeenschappelijk belang is ook iets dat zich in onze naoorlogse rechtsgeschiedenis heeft afgespeeld. Het moderne juridisch tijdsgewricht kenmerkt zich door een wildgroei aan rechten, alsook een nieuwgevormd bewustzijn omtrent die rechten. Het is tekenend dat naast die wildgroei aan aanspraakgevende, subjectieve rechten, in juridische maar ook in maatschappelijke zin, er disproportioneel weinig aandacht uitging naar het verantwoordelijkheids- en plichtsbesef van het individu. Centraal stond steevast wat de samenleving voor het individu kon betekenen, niet vice versa (ik ben hier en er is hier mij iets beloofd). Ieder recht brengt echter ergens anders weer een plicht. Die plichten (denk aan sociale grondrechten zoals het
recht op bestaanszekerheid en volksgezondheid) werden juridisch steeds neergelegd bij de overheid en aldus collectief geregeld. Zo kon het gebeuren dat in de hoogtijdagen van de verzorgingsstaat eind jaren 80, maar liefst 20% (!) van de Nederlanders aan de melkkoe van de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen verknocht zaten. Ook vandaag de dag zijn de subjectieve rechten datgene waar het allemaal om draait. De plichten van de burger bestaan hoofdzakelijk uit zich te onthouden van bepaald schadelijk gedrag (en zijn daarmee dus geen positieve verplichtingen) of uit noodzakelijke plichten jegens de overheid (doe uw belastingaangifte). Van individueel, wederzijds of gezamenlijk verantwoordelijkheidsbesef is publiekrechtelijk echter bar weinig geregeld, zelfs niet in de vorm van inspanningsverplichtingen.
“Wellicht is de tijd rijp voor meer besef van individuele, wederzijdse en gezamenlijke verantwoordelijkheid naast die van onze individuele en gezamenlijke rechten en vrijheden.” Nu pleit ik er niet voor om positieve verplichtingen die wij, mijns inziens, als burgers onderling jegens elkaar hebben, juridisch gestalte te geven in bijvoorbeeld een grondwet met grondverantwoordelijkheden. Mijn punt is meer dat de ontwikkeling van het moderne recht de tijdsgeest in de maatschappij heeft gereflecteerd en dat blijft doen. Die tijdsgeest, of we het nu hebben over de vrije hippietijd van de jaren 60 of die van de neoliberale yuppies uit de jaren 80, lijkt nu gedurende de coronacrisis ietwat te kantelen. Wellicht is de tijd rijp voor meer besef van individuele, wederzijdse en gezamenlijke verantwoordelijkheid naast die van onze individuele en gezamenlijke rechten en vrijheden. Soms kan dat strijd opleveren, maar zoals ook het geval is in het samenspel tussen het egoïsme en het altruïsme, zal dat vaker wel dan niet hand in hand gaan. Laten we daarom in onze vrijheid meer verantwoordelijk zijn voor onszelf en voor elkaar. Rest aan u, de lezer, nog de vraag: accepteer ik die verantwoordelijkheid? Dat is aan u. En of u dat nu accepteert uit puur egoïstische of zuiver altruïstische motieven, mijn zegeningen hebt u.
33
Nocebo
Memes
34
Colofon
De PanEssay is het faculteitsblad van de M.F.V. Panacea. Zij verschijnt vier keer per jaar. Ook zijn wij online te vinden op panacea.nl/panessay. De redactie opereert onafhankelijk van het bestuur der M.F.V. Panacea, volgens artikel 20 lid 6 van het Huishoudelijk Reglement der M.F.V. Panacea. Kopij kan via e-mail worden aangeleverd. De redactie behoudt zich het recht voor taalkundige wijzigingen aan te brengen of stukken niet te plaatsen. Plaatsing van een stuk houdt niet in dat de redactie de daarin weergegeven zienswijze onderschrijft. Hoofdredactie Hendrik-Willem Pasterkamp Redactie Bart HofstĂŠ Redactie Thomas van der Korst Redactie Chris Lenselink Redactie | Lay-out Hendrik-Willem Pasterkamp Redactie Marit Schulte Redactie | Lay-out Angelique Wortelboer Redactie | Lay-out Suzanne Schuurman Redactie Ivanka van Wijk Redactie | Lay-out Anne van Casteren Redactie | Lay-out Marrit Bijlsma Redactie | Lay-out Petra Feenstra Redactie | Lay-out Chandra Kooistra Redactie | Lay-out Seung-Jae Yoon Redactie | Lay-out Redactieadres M.F.V. Panacea, t.a.v. PanEssay Antonius Deusinglaan 1 9713AV Groningen E-mail panessay@panacea.nl Online www.panacea.nl/panessay Facebook PanEssay Instagram @panessay Oplage 2000 stuks Drukker OCC Crossmedia, te Breda Coverfoto Chris Lenselink Sluitingsdatum eerstvolgende editie 16 januari 2021
Activiteitenkalender Januari 5 Inhaaltentamen deeltentamen 1 jaar 1 5 Nieuwjaarsborrel 7 CuCo running dinner 18-22 Tentamens M1 20 Tentamen 1.1.5 20 ProMed-Panacea-activiteit 26 Tentamen 3.1.5 26 After Tentamenborrel jaar 3 28 Tentamen 2.1.5 29 Thema inloopuur Februari 2 Inhaaltentamen deeltentamen 2 jaar 1 8 AkCie Valentijnsfeest 10 Voortgangstoets 11 MASH-lezing 17 JV3 Internationaliseringsavond 23/24 Tentamen 1.2.1 Maart 1-5 Tentamens M1 2 Tentamen 3.2.1 4 Tentamen 2.2.1 4 Algemene ledenvergadering 6-13 Wintersport 20 Rosalind Franklin Contest 24 Tentamen 1.2.2
PanEss anEssa ay